Voorstel van wet
Brontekst
Versie 31f35a4ae0c63f75 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 924Wijziging van de Wet op het financieel toezicht,Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wethandhaving consumentenbescherming en deOvergangswet nieuw Burgerlijk Wetboek terimplementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225inzake kredietovereenkomsten voorconsumenten (Implementatiewet herzienerichtlijn consumentenkrediet)Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden,Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat noodzakelijk is de Wet ophet financieel toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wethandhaving consumentenbescherming en de Overgangswet nieuwBurgerlijk Wetboek te wijzigen ter implementatie van Richtlijn (EU)2023/2225 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking vanRichtlijn 2008/48/EG;Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van Stategehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedge-vonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:ARTIKEL I De Wet op het financieel toezicht wordt gewijzigd als volgt: AArtikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd:1. In de definitie van «krediet» wordt in onderdeel a na «geldsom»ingevoegd «en het verlenen van uitstel van betaling».2. De volgende definitie wordt in alfabetische volgorde ingevoegd:richtlijn consumentenkrediet: richtlijn (EU) 2023/2225 van het EuropeesParlement en de Raad van 18 oktober 2023 inzake kredietovereenkomstenvoor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2008/48/EG; kst-36924-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 21 BArtikel 1:16 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid, komt te luiden:1. Deze wet, met uitzondering van dit deel en de artikelen 2:36, tweedetot en met vierde lid, 2:38, 2:39, 4:32, 4:34, 4:34a, eerste lid, en 4:35 is nietvan toepassing op financiële diensten die kunnen worden aangemerkt alsdienst van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 15d, derde lid,van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en die worden verleend door eenfinanciële onderneming vanuit een vestiging in een andere lidstaat.2. In het tweede lid wordt «bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, vanartikel V van de Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel»vervangen door «bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, van artikel V vande Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel». CArtikel 1:20 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:a. In onderdeel c wordt na «of waartoe een zodanige overeenkomstbehoort,» ingevoegd «tenzij deze overeenkomst een optie tot aankoop vande zaak bevat of het bij het aangaan van de overeenkomst de intentie isdat de consument op enig moment de eigendom van de zaak verkrijgt,of».b. Onder verlettering van onderdeel e tot f wordt een onderdeelingevoegd, luidende:e. overeenkomsten die voorzien in uitstel van betaling als bedoeld inartikel 58, tweede lid, onderdelen d en e, van Boek 7 van het BurgerlijkWetboek;2. Het tweede en derde lid komen te luiden:2. Deze wet, met uitzondering van de artikelen 4:34b, 4:34c, 4:35 en4:35b, is niet van toepassing op overeenkomsten inzake krediet, niet zijndehypothecair krediet, in de vorm van overschrijding als bedoeld in artikel 3,onderdeel 19 van de richtlijn consumentenkrediet.3. De artikelen 1:77q, 4:23, 4:32, 4:34, 4:34a, 4:34b, 4:34c, 4:35b en 4:35czijn niet van toepassing op overeenkomsten inzake krediet, niet zijndehypothecair krediet, die zijn gesloten voor het tijdstip van inwerking-treding van de Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet.Op die overeenkomsten blijven de artikelen 4:2d, 4:23, 4:32 en 4:34 vantoepassing zoals die onmiddellijk voor dat tijdstip luidden.3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:4. Voor kredietovereenkomsten in de vorm van kaarten met uitgesteldedebitering als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de richtlijn consumenten-krediet, geldt dat zij tot zes maanden na inwerkingtreding van deImplementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet niet onder dezewet vallen voor zover deze kredietovereenkomsten binnen drie maandendienen te worden afgelost en ter zake waarvan slechts onbetekendekosten aan de consument in rekening worden gebracht. DNa artikel 1:77p wordt een artikel ingevoegd, luidende:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 22 Artikel 1:77q 1. De Autoriteit Financiële Markten kan ten aanzien van krediet, nietzijnde hypothecair krediet, een verbod of beperking opleggen ombepaalde kredieten waaronder begrepen kredieten met bepaaldespecifieke kenmerken aan te bieden of om bepaalde marktpraktijken teverrichten, indien zij op redelijke gronden concludeert dat:a. een krediet, krediet met bepaalde kenmerken of een marktpraktijk eensignificante reden vormt tot bezorgdheid over de consumentenbe-scherming; enb. andere bevoegdheden voor toezicht of handhaving niet volstaan ofniet doelmatig of evenredig zijn om deze reden tot bezorgdheid af tewenden;2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelsgesteld met betrekking tot de criteria en factoren die kunnen leiden totsignificante reden tot bezorgdheid over de consumentenbescherming. EIn artikel 1:107, tweede lid, onderdeel a, onder 11°, wordt na «onderdeelb» ingevoegd «en vierde lid, onderdeel b». FArtikel 2:64c, eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:a. artikel 4:9, eerste lid, met betrekking tot de geschiktheid van de in datartikel bedoelde personen; GArtikel 2:81 wordt als volgt gewijzigd:1. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid wordt een lidingevoegd, luidende:4. Artikel 2:80, eerste lid, is niet van toepassing op het bemiddelen inkrediet in de vorm van uitstel van betaling, indien:a. de bemiddelaar een leverancier van roerende zaken of diensten is diegeen micro-, kleine of middelgrote onderneming is als bedoeld inAanbeveling van 6 mei 2003 van de Commissie betreffende de definitievan kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, C 1422) endie als nevenactiviteit voor een of meerdere aanbieders bemiddelt inkredietovereenkomsten die voorzien in uitstel van betaling van tenhoogste drie maanden na de levering van de zaak of de dienst; enb. een aanbieder de bemiddelaar heeft aangemeld als bemiddelaar inde zin van onderdeel a bij de Autoriteit Financiële Markten.2. Het vijfde lid (nieuw) komt te luiden:5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelsgesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanmelding plaatsvindt, degegevens die daarbij worden verstrekt en de bescheiden die daarbijworden overgelegd. HArtikel 4:2d vervalt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 23 IIn artikel 4:23, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan hetslot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd,luidende:d. verstrekt zij, indien het advisering betreft over een krediet, niet zijndehypothecair krediet, de consument een afschrift van het advies op eendoor de consument gekozen duurzame drager. JArtikel 4:32 wordt als volgt gewijzigd:1. Aan het tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt door eenkomma aan het slot, toegevoegd « alsook van de categorieën vangegevens die in aanmerking zijn genomen».2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:4. Een aanbieder van krediet, niet zijnde hypothecair krediet, informeertde consument binnen 30 dagen na registratie van betalingsachterstandeninzake het krediet in een stelsel van kredietregistratie over deze registratieen de rechten van de consument overeenkomstig de Algemene veror-dening gegevensbescherming. KArtikel 4:34 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt na «de financiële positie» ingevoegd «dienoodzakelijk is en evenredig met de aard, duur, waarde en risico’s van hetkrediet voor de consument» en wordt een zin toegevoegd, luidende: Debeoordeling mag niet uitsluitend gebaseerd zijn op de kredietgeschiedenisvan de consument.2. In het tweede lid wordt «kredietovereenkomst» vervangen door«overeenkomst inzake krediet».3. Onder vernummering van het derde tot vierde lid wordt een nieuwderde lid ingevoegd, luidende:4. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een nieuwe overeen-komst tot stand komt als onderdeel van de maatregelen als bedoeld inartikel 4:35a en geen sprake is van een belangrijke verhoging van dekredietlimiet, dan wel de som van de bedragen die aan de consument terbeschikking zijn gesteld. LNa artikel 4:34 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:Artikel 4:34a 1. Een aanbieder van krediet, niet zijnde hypothecair krediet, betrekt bijde beoordeling, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, geen bijzonderecategorieën van persoonsgegevens of persoonsgegevens die via digitalesociale netwerken zijn verkregen.2. Het is de aanbieder niet toegestaan bijzondere categorieën vanpersoonsgegevens te verwerken, tenzij de verwerking:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 24 a. ertoe dient de bijzondere categorieën van persoonsgegevens teverwijderen van de informatie die door de consument is verschaft tenbehoeve van de in het eerste lid bedoelde beoordeling, teneinde de vanbijzondere categorieën van persoonsgegevens geschoonde informatievoor de beoordeling te gebruiken; enb. noodzakelijk is om tot de in het eerste lid bedoelde beoordeling tekomen.3. De aanbieder geeft de consument de mogelijkheid tot inzage in debijzondere categorieën van persoonsgegevens die zijn verwerkt op grondvan het tweede lid.Artikel 4:34b 1. Een aanbieder van krediet verleent enkel een krediet, niet zijndehypothecair krediet, aan een minderjarige consument indien de overeen-komst inzake krediet niet voorziet in uitstel van betaling, van roerendezaken of diensten en deze consument handelt met toestemming van zijnwettelijke vertegenwoordiger, welke toestemming blijkt uit een ondubbel-zinnige en duidelijke bevestigende handeling.2. De aanbieder beschikt over adequate processen om, voorafgaand aande totstandkoming van de overeenkomst, de door de consumentopgegeven geboortedatum te verifiëren aan de hand van eenbetrouwbare bron, teneinde de werkelijke geboortedatum vast te stellen.3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadereregels worden gesteld met betrekking tot de wijze van alsmede deveiligheids- en betrouwbaarheidsnormen ten aanzien van de verificatievan de geboortedatum van de consument.Artikel 4:34c Een aanbieder van krediet beschikt over adequate processen omnaleving van artikel 58a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek te borgen. MNa artikel 4:35a wordt een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 4:35b 1. Een aanbieder van krediet, niet zijnde hypothecair krediet, beschiktover processen en beleid voor vroegtijdige signalering van consumentendie financiële moeilijkheden ondervinden.2. Een aanbieder van krediet, niet zijnde hypothecair krediet, verwijsteen consument die moeilijkheden ondervindt bij de nakoming van zijnbetalingsverplichtingen door naar schuldadviesdiensten als bedoeld inartikel 57, eerste lid, onderdeel aa, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. NIn de bijlage behorend bij artikel 1:79 wordt in de opsomming vanartikelen uit het Algemeen deel in de numerieke volgorde ingevoegd«1:77q» en worden in de opsomming van de artikelen van Deel Gedrags-toezicht financiële ondernemingen in de numerieke volgorde ingevoegd:4:34a4:34b4:34c4:35bTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 25 OIn de bijlage behorend bij artikel 1:80 wordt in de opsomming vanartikelen uit het Algemeen deel in de numerieke volgorde ingevoegd«1:77q» en worden in de opsomming van de artikelen van Deel Gedrags-toezicht financiële ondernemingen in de numerieke volgorde ingevoegd:4:34a4:34b4:34c4:35b, eerste lidARTIKEL II Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt gewijzigd als volgt: AHet opschrift van afdeling 1 van titel 2a komt te luiden:AFDELING 1. BEPALINGEN TER UITVOERING VAN RICHTLIJN (EU)2023/2225 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN18 OKTOBER 2023 INZAKE KREDIETOVEREENKOMSTEN VOOR CONSU-MENTEN EN TOT INTREKKING VAN RICHTLIJN 2008/48/EG BArtikel 57 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:a. In onderdeel d wordt «te boven gaan» vervangen door«overschrijden».b. Onderdeel e komt te luiden:e. overschrijding: een stilzwijgend aanvaarde debetstand op eenrekening waarbij een kredietgever een consument gelden ter beschikkingstelt die het beschikbare tegoed of de overeengekomen geoorloofdedebetstand op een rekening van de consument overschrijden;c. Onderdeel f komt te luiden:f. kredietbemiddelaar: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die nietoptreedt als kredietgever of notaris en die niet enkel een consument directof indirect met een kredietgever in contact brengt, en die in het kader vanzijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten tegen een vergoeding in de vorm vangeld of een andere overeengekomen financiële beloning:1°. aan consumenten kredietovereenkomsten voorstelt of aanbiedt;2°. consumenten bijstaat bij de voorbereiding van het sluiten vankredietovereenkomsten anders dan bedoeld onder 1°, of3°. namens de kredietgever met consumenten kredietovereenkomstensluit;d. Onderdeel i komt te luiden:i. jaarlijks kostenpercentage: de totale kosten van het krediet voor deconsument, uitgedrukt in een percentage op jaarbasis van het totalekredietbedrag, zoals bedoeld in artikel 71;e. Aan onderdeel j wordt voor de puntkomma ingevoegd «op hetopgenomen kredietbedrag».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 26 f. Onderdeel n komt te luiden:n. gelieerde kredietovereenkomst: een kredietovereenkomst waarbijgeldt dat:1°. het betreffende krediet of de betreffende diensten uitsluitend dient ofdienen ter financiering van een overeenkomst voor de levering van eenbepaalde roerende zaak of de verrichting van een bepaalde dienst, en2°. die twee overeenkomsten objectief gezien een commerciële eenheidvormen;g. Onderdeel t komt te luiden:Richtlijn: Richtlijn (EU) 2023/2225 van het Europees Parlement en deRaad van 18 oktober 2023 inzake kredietovereenkomsten voor consu-menten en tot intrekking van Richtlijn 2008/48/EG;h. Er worden elf onderdelen toegevoegd, luidende:u. nevendienst: een dienst die samen met de kredietovereenkomst aande consument wordt aangeboden;v. profilering: profilering in de zin van artikel 4, punt 4, van de Algemeneverordening gegevensbescherming;w. koppelverkoop: het aangaan of aanbieden van een kredietovereen-komst als onderdeel van een pakket met andere onderscheiden financiëleproducten of diensten waarbij de kredietovereenkomst niet afzonderlijkwordt aangeboden aan de consument;x. gebundelde verkoop: het aanbieden of verkopen van een kredietover-eenkomst als onderdeel van een pakket met andere verschillendefinanciële producten of diensten waarbij de kredietovereenkomst ookafzonderlijk aan de consument wordt aangeboden, maar waarbij nietnoodzakelijkerwijs dezelfde voorwaarden gelden als wanneer deze incombinatie met die andere producten of diensten wordt of wordenaangeboden;y. adviesdiensten: adviseren als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op hetfinancieel toezicht;z. vervroegde aflossing: de volledige of gedeeltelijke kwijting van deverplichtingen van de consument op grond van een kredietovereenkomst,vóór de datum die is overeengekomen in de kredietovereenkomst;aa. schuldadviesdiensten: schuldbemiddeling in de zin van artikel 47van de Wet op het consumentenkrediet;ab. platform: de aanbieder van een online marktplaats waarop deaanbieder niet alleen eigen roerende zaken of diensten verkoopt maar viawelke marktplaats ook derden roerende zaken of diensten verkopen;ac. Richtlijn consumentenrechten: Richtlijn (EU) 2011/83 van hetEuropees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffendeconsumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad envan Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en totintrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van hetEuropees Parlement en de Raad;ad. Notificatierichtlijn: Richtlijn (EU) 2015/1535 van het EuropeesParlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatie-procedure op het gebied van technische voorschriften en regels betref-fende de diensten van de informatiemaatschappij;ae. Algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU)2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met deverwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer vandie gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.2. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde en vijfde lidtot derde en vierde lid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 27 3. In het vierde lid (nieuw), onderdeel b, onder 1° wordt na «dekredietgever bij het» ingevoegd «vermarkten,». CArtikel 58 wordt als volgt gewijzigd:1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:a. Aan onderdeel b, wordt, onder vervanging van de puntkomma doorde komma, toegevoegd:» waaronder voor in de uitoefening van eenberoep of bedrijf gebruikte terreinen en gebouwen;».b. Onderdeel c, onder 1°, komt te luiden:1°. zij een verplichting of optie tot aankoop van het object van deovereenkomst inhouden, een dergelijke verplichting of optie bij afzonder-lijke overeenkomst is toegevoegd, waaronder tevens is begrepen dat totde verplichting tot aankoop eenzijdig door de kredietgever wordt beslotenof indien het bij het aangaan van de overeenkomst de intentie is dat deconsument op enig moment het eigendom van het object verkrijgt, danwelc. De onderdelen d en e komen te luiden:d. kredietovereenkomsten die voorzien in uitstel van betaling, waarbij:1°. een leverancier van roerende zaken of een dienstverlener geendiensten van de informatiemaatschappij aanbiedt in de zin van artikel 1,eerste lid, onderdeel b, van de notificatierichtlijn, bestaande uit eenovereenkomst op afstand, of de leverancier of dienstverlener een micro-,kleine of middelgrote onderneming is, als bedoeld in Aanbeveling van6 mei 2003 van de Commissie betreffende de definitie van kleine,middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, C 1422);2°. de consument de tijd wordt gegeven om de door die leveranciergeleverde zaken of door die dienstverlener verleende diensten te betalenzonder dat een derde krediet aanbiedt en zonder dat de leverancier ofdienstverlener een platform is;3°. de aankoopprijs zonder rente en zonder andere kosten wordtbetaald, en slechts redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buitenrechte worden gerekend als bedoeld in artikel 96, tweede lid, onderdeel c,van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, en4°. de betaling in haar geheel moet worden verricht binnen 50 dagen nade levering van de zaak of de dienst.e. kredietovereenkomsten die voorzien in uitstel van betaling, waarbij:1°. een leverancier van roerende zaken of een dienstverlener geenmicro-, kleine of middelgrote onderneming is, als bedoeld in artikel 2,tweede lid, onderdeel h, tweede alinea, van de richtlijn, en diensten vande informatiemaatschappij aanbiedt in de zin van artikel 1, eerste lid,onderdeel b, van de Notificatierichtlijn en geen platform is;2°. de consument de tijd wordt gegeven om door die leveranciergeleverde zaken of door die dienstverlener verleende diensten te betalenzonder dat een derde krediet aanbiedt of overkoopt en zonder dat deleverancier of dienstverlener een platform is;3°. de aankoopprijs zonder rente en zonder andere kosten wordtbetaald, en slechts redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buitenrechte worden gerekend als bedoeld in artikel 96, tweede lid, onderdeel c,van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, en4°. de betaling in haar geheel moet worden verricht binnen 14 dagen nade levering van de zaak of de dienst;2. Het derde lid komt te luiden:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 28 3. Op kredietovereenkomsten in de vorm van overschrijding zijnuitsluitend de artikelen 58a lid 1, 68a, 69, 70, 70a, 73 en 76 van toepassing.3. Het vierde lid vervalt. DIn onderafdeling 2 worden voor artikel 59 twee artikelen ingevoegd,luidende:Artikel 58a 1. De kredietovereenkomst wordt slechts op verzoek van de consumentaangegaan.2. Een consument is enkel door zijn uitdrukkelijke instemminggebonden aan een kredietovereenkomst of nevendienst.3. In het geval van standaardopties vindt de in lid 2 bedoeldeinstemming plaats door middel van een ondubbelzinnige en duidelijkebevestigende handeling die een vrije, specifieke, geïnformeerde enondubbelzinnige aanwijzing vormt van de goedkeuring door deconsument van de inhoud van de standaardopties en de betekenisdaarvan. Uit het gebruik van vooraf aangekruiste standaardopties die deconsument moet afwijzen, kan geen uitdrukkelijke instemming wordenafgeleid.Artikel 58b De kredietgever verstrekt alle overeenkomstig de Richtlijn verstrekteinformatie en toelichting kosteloos aan de consument, ongeacht het voorde verstrekking gebruikte medium. EArtikel 59 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid komt te luiden:1. Een kredietgever verricht een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld inartikel 193b van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, indien hij reclamemaakt voor een kredietovereenkomst die oneerlijk, onduidelijk ofmisleidend is. In ieder geval scheppen de bewoordingen in reclame geenvalse verwachtingen betreffende de beschikbaarheid of de kosten van eenkrediet of het totale door de consument te betalen bedrag.2. Onder vernummering van het tweede lid tot vierde lid worden tweeleden ingevoegd, luidende:2. Een kredietgever verricht een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld inartikel 193b van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek indien hij in reclamevoor kredietovereenkomsten, overeenkomsten betreffende effectenkredietniet daaronder begrepen, geen duidelijke en opvallende waarschuwingopneemt om consumenten ervan bewust te maken dat lenen geld kost.3. Een kredietgever verricht een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld inartikel 193b van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek indien hij in reclamevoor kredietovereenkomsten, overeenkomsten betreffende effectenkredietniet daaronder begrepen, waarin een rentevoet of cijfers betreffendekredietkosten worden vermeld geen standaardinformatie opneemt dievoldoet aan de verplichtingen uit artikel 8, derde tot en met zesde lid, vande Richtlijn.3. Het vierde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 29 a. In onderdeel a, wordt «vermeld» vervangen door «vermeldt».b. Onderdeel b komt te luiden:b. de verplichtingen uit artikel 8, derde tot en met het zesde lid, van deRichtlijn niet in acht neemt wanneer een rentevoet of kredietkosten in dereclame worden vermeld. FArtikel 60 komt te luiden:Artikel 60 1. De kredietgever, of in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar,verstrekt aan de consument geruime tijd voordat deze door een kredieto-vereenkomst of een aanbod wordt gebonden de duidelijke en begrijpelijkeprecontractuele informatie die nodig is om aanbiedingen te kunnenvergelijken en om een geïnformeerde beslissing te kunnen nemen overhet al dan niet sluiten van een kredietovereenkomst, en verstrekt in iedergeval de voorgeschreven precontractuele informatie in de zin van artikel3, aanhef en onder 13 van de Richtlijn, op de in artikel 10 van de Richtlijnvoorgeschreven wijze.2. Indien de kredietgever, of in voorkomend geval, de kredietbemid-delaar, de precontractuele informatie als bedoeld in lid 1 minder dan ééndag voordat de consument aan een kredietaanbod of de kredietovereen-komst gebonden is, verstrekt, stuurt hij de consument tussen één of zevendagen daarna een herinnering op papier of op een andere gekozenduurzame drager over zijn herroepingsrecht ingevolge artikel 66.3. De kredietgever, of in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar,verstrekt bij het aanbod van een kredietovereenkomst en eventuelenevendiensten een adequate toelichting, waarmee hij de consument instaat stelt te beoordelen of de voorgestelde kredietovereenkomst eneventuele nevendiensten zijn toegesneden op de behoeften en financiëlesituatie van de consument. De toelichting is een aanvulling op deinformatie, bedoeld in lid 1 en, indien van toepassing, een aanvulling opde vereisten, bedoeld in artikel 72 en bestaat uit de volgende elementen:a. de essentiële kenmerken van de voorgestelde kredietovereenkomst ofnevendiensten;b. de specifieke effecten die de voorgestelde kredietovereenkomst ofnevendiensten kunnen hebben voor de consument, met inbegrip van degevolgen voor wanbetaling of betalingsachterstand van de consument, enc. in geval van nevendiensten, een uitleg of elk onderdeel afzonderlijkkan worden beëindigd en welke gevolgen een dergelijke beëindiging heeftvoor de consument.4. Indien de kredietgever, of in voorkomend geval, de kredietbemid-delaar, de consument een gepersonaliseerde aanbieding doet op basisvan een geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, informeertde kredietgever, of in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, deconsument op heldere en begrijpelijke wijze hierover, onverminderd debepalingen van de Algemene verordening gegevensbescherming.5. De kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar,verstrekt de consument geruime tijd voordat deze door een overeenkomstof een aanbod betreffende effectenkrediet wordt gebonden, de in artikel10 van de Richtlijn voorgeschreven precontractuele informatie, metuitzondering van de informatie, bedoeld in lid 3, onderdelen b, c, en e vandat artikel, op de in dat artikel voorgeschreven wijze. Daarbij deelt dekredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, deconsument eveneens mee:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 210 a. dat een doorlopend krediet wordt verleend of toegezegd tegenonderpand van een effectenportefeuille en dat de kredietlimiet afhankelijkis van een bepaald dekkingspercentage en, indien van toepassing,bepaalde spreidingseisen;b. welk dekkingspercentage en welke spreidingseisen worden gehan-teerd ten aanzien van de in onderpand gegeven effectenportefeuille, enc. in het geval dat de kredietgever voor verschillende soorten financiëleinstrumenten andere dekkingspercentages hanteert, per soort financieelinstrument, welk dekkingspercentage daarop van toepassing is.6. In afwijking van het eerste lid, geldt voor de aanbieder van ofbemiddelaar in een kredietovereenkomst waarbij krediet zonder rente ofandere kosten wordt verleend, waarbij voor een totaalbedrag van minderdan € 200 aan krediet wordt verleend of volgens welke krediet binnen driemaanden moet worden afgelost en er slechts onbetekenende kostenverschuldigd zijn, geen verplichting om te voldoen aan de in artikel 10,vijfde lid, van de Richtlijn voorgeschreven informatie.7. Indien de kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemid-delaar, lid 1, 3 of lid 5 niet in acht neemt, verricht hij een oneerlijkehandelspraktijk als bedoeld in artikel 193b van Boek 6 van het BurgerlijkWetboek. GIn onderafdeling 3 worden voor artikel 61 twee artikelen ingevoegd,luidende:Artikel 60a 1. De kredietgever heeft recht tot gebundelde verkoop. Koppelverkoopis niet toegelaten.2. Onverminderd lid 1 kan de kredietgever de consument verzoeken omeen betaal- of spaarrekening bij de kredietgever te openen of aan tehouden, met als doel het opbouwen van kapitaal om het krediet terug tebetalen, het krediet af te lossen, het samenvoegen van middelen om hetkrediet te verkrijgen of het verschaffen van bijkomende zekerheid voor dekredietgever in geval van niet-nakoming.3. De kredietgever kan de consument verzoeken een verzekeringsover-eenkomst met betrekking tot de kredietovereenkomst af te sluiten. Dekredietgever is verplicht de verzekeringspolis van een andere dan dedienstverlener van zijn voorkeur te aanvaarden, mits de door dieverzekeringspolis geboden waarborg gelijkwaardig is aan die van de doorde kredietgever voorgestelde verzekeringspolis, zonder dat devoorwaarden van het kredietaanbod aan de consument worden gewijzigd.4. De kredietgever stelt de consument in kennis dat hij ten minste driedagen de tijd krijgt om verzekeringsaanbiedingen met betrekking tot dekredietovereenkomst te vergelijken, zonder dat deze aanbiedingen wordengewijzigd en waarbij de consument uitdrukkelijk kan verzoeken om voorhet verstrijken van deze termijn een verzekeringspolis af te sluiten.Artikel 60b 1. Na een periode van maximaal 10 jaar nadat sprake is van volledigeremissie van een consument waarbij in het verleden oncologische ziektenzijn gediagnosticeerd, waarbij volledige remissie inhoudt dat de ziekteacti-viteit naar het oordeel van de hulpverlener die de consument heeftbehandeld niet meer detecteerbaar is, worden geen persoonsgegevensbetreffende de oncologische ziekten van de consument gebruikt insituaties van koppelverkoop en gebundelde verkoop in het kader van eenverzekeringsovereenkomst met betrekking tot een kredietovereenkomst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 211 2. Ongeacht het tijdstip van volledige remissie, worden de in het eerstelid bedoelde persoonsgegevens in elk geval niet meer gebruikt in situatiesvan koppelverkoop en gebundelde verkoop in het kader van een verzeke-ringsovereenkomst met betrekking tot een kredietovereenkomst na eenperiode van 15 jaar na het einde van de medische behandeling van deconsument. HArtikel 61 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid komt te luiden:1. De kredietovereenkomst en iedere eventuele wijziging in diekredietovereenkomst wordt op papier of op een andere duurzame drageraangegaan. De kredietgever verstrekt de consument een exemplaar vande kredietovereenkomst en behoudt zelf ook een exemplaar.2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:a. In onderdeel b wordt «de identiteit en geografische adressen van deovereenkomst sluitende partijen, vervangen door «,de identiteit telefoon-nummers, e-mailadressen en geografische adressen van de overeenkomstsluitende partijen».b. In onderdeel j wordt «gratis» vervangen door «kosteloos».c. Aan onderdeel n wordt voor de puntkomma toegevoegd «ofbetalingsachterstand».d. In onderdeel q wordt na «zoals» ingevoegd «de duurzame drager diemoet worden gebruikt voor de overeenkomstig artikel 66 lid 2 bedoeldekennisgeving of».e. Na onderdeel w worden, onder vervanging van «en» aan het slot vanonderdeel v door een puntkomma en de punt aan het slot van onderdeelw door een puntkomma, de volgende onderdelen toegevoegd, luidende:x. de relevante contactgegevens van verleners van schuldadvies-diensten en een aanbeveling aan de consument om contact met dezedienstverleners op te nemen in het geval van terugbetalingsproblemen;eny. het soort duurzame drager waarop de consument informatieontvangt, met inachtneming van een eventueel van toepassing zijndekeuzemogelijkheid van de consument.3. Onder vernummering van het derde tot en met zevende lid tot vierdetot en met achtste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:3. De informatie, bedoeld in lid 2, is duidelijk leesbaar en er wordtrekening gehouden met technische beperkingen van de drager waarop deinformatie wordt weergegeven. De informatie wordt op passende engeschikte wijze getoond op de verschillende kanalen.4. In het vijfde lid (nieuw) wordt «gratis» vervangen door «kosteloos» enwordt «en 3» vervangen door «en 4».5. In het zesde lid (nieuw) wordt «de leden 2 en 3» vervangen door «deleden 2 en 4». IArtikel 62 wordt als volgt gewijzigd:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 212 1. In het eerste lid wordt in de eerste zin na «wijziging van de debetren-tevoet» ingevoegd «geruime tijd».2. Het tweede lid komt te luiden:2. De partijen kunnen evenwel in de kredietovereenkomst overeen-komen dat de informatie, bedoeld in lid 1, periodiek aan de consumentwordt verstrekt indien:a. de wijziging in de debetrentevoet rechtstreeks met de wijziging vaneen referentierentevoet samenhangt;b. het publiek via passende middelen kennis kan nemen van de nieuwereferentierentevoet; enc. de informatie over de nieuwe referentierentevoet beschikbaar is in degebouwen van de kredietgever en, indien van toepassing op de websiteen via de mobiele applicatie en samen met het bedrag van de nieuweperiodieke betalingstermijnen persoonlijk aan de consument wordtmeegedeeld. JArtikel 63 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «regelmatig» vervangen door «ten minstemaandelijks».2. In het tweede lid wordt na «De consument wordt,» ingevoegd«geruime tijd».3. Aan het derde lid wordt voor de punt toegevoegd «, indien dekredietgever een website heeft, op die website, en indien de kredietgevereen mobiele applicatie heeft, via die mobiele applicatie».4. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:4. Indien de kredietgever de geoorloofde debetstand op een rekeningfeitelijk verlaagt of annuleert, brengt hij de consument daarvan opovereengekomen wijze op de hoogte, ten minste 30 dagen vóór de dagwaarop deze wijziging ingaat.5. Wanneer de geoorloofde debetstand op een rekening wordt verlaagdof beëindigd, biedt de kredietgever de consument, voordat een incasso- ofinvorderingsprocedure wordt ingeleid, zonder extra kosten demogelijkheid om het daadwerkelijk opgenomen bedrag naar de mate vandie verlaging of beëindiging terug te betalen. Een dergelijke terugbetalingvindt plaats in 12 gelijke maandelijkse termijnen, tenzij de consumentervoor kiest eerder af te lossen, tegen de debetrentevoet die vantoepassing is op de geoorloofde debetstand. KArtikel 66 wordt als volgt gewijzigd:1. Onder vernummering van het tweede tot en met zevende lid tot derdetot en met achtste lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:2. In afwijking van lid 1 verstrijkt de termijn van ontbinding in elk geval12 maanden en 14 dagen na de sluiting van de kredietovereenkomstindien de kredietgever de contractuele voorwaarden en informatieovereenkomstig artikel 61 niet heeft verstrekt en geldt geen termijn indienhij de consument niet over de termijn voor ontbinding heeft geïnformeerdovereenkomstig artikel 61 lid 2, onderdeel q.2. In het vierde lid (nieuw) wordt «lid 2» vervangen door «lid 3».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 213 3. In het vijfde lid (nieuw) wordt «lid 3» vervangen door «lid 4».4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:9. In het geval van een gelieerde kredietovereenkomst voor de aankoopvan een roerende zaak dat onder een teruggavebeleid valt met volledigeterugbetaling gedurende een bepaalde periode van meer dan 14 kalender-dagen, wordt het recht van ontbinding verlengd in overeenstemming metde duur van dat teruggavebeleid. LNa artikel 67 wordt een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 67a De kredietgever kan de kredietovereenkomst niet ten nadele van deconsument beëindigen of wijzigen op grond van een onjuist uitgevoerdebeoordeling van de kredietwaardigheid in de zin van artikel 4:34 van deWet op het financieel toezicht, tenzij de consument in het kader van diebeoordeling bewust informatie heeft achtergehouden of onjuist heeftweergegeven. MArtikel 68 wordt als volgt gewijzigd:1. Aan het eerste lid wordt een zin ingevoegd, luidende: «Bij deberekening van deze verlaging worden alle door de kredietgever aan deconsument in rekening gebrachte kosten in aanmerking genomen.»2. In het derde lid wordt «€ 75.000» vervangen door «€ 100.000» enwordt na de eerste zin een zin ingevoegd, luidende: «Indien de door dekredietgever gevorderde vergoeding hoger is dan het werkelijk geledenverlies, kan de consument een overeenkomstige vermindering vorderen.» NNa artikel 68 wordt een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 68a Indien een consument in verzuim is, of een kredietgever op basis vaneen mededeling van de consument vermoedt dat de consument moeilijk-heden ondervindt bij het nakomen van de uit de kredietovereenkomstvoortvloeiende verplichtingen, verwijst de kredietgever de consumentdoor naar schuldadviesdiensten. OArtikel 70 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «artikel 6 lid 1, onderdeel e, van de richtlijn»vervangen door «artikel 25 lid 1 van de Richtlijn».2. In het tweede lid wordt onder vervanging van «, en» aan het slot vanonderdeel c door een puntkomma en onder vervanging van de punt aanhet slot van onderdeel d door «, en» een onderdeel toegevoegd, luidende:e. de terugbetalingsdatum.3. Er worden drie leden toegevoegd, luidende:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 214 3. In geval van regelmatige overschrijding biedt de kredietgever deconsument, indien beschikbaar, adviesdiensten aan en verwijst hij deconsument kosteloos door naar schuldadviesdiensten.4. Indien de kredietgever de overschrijding niet langer toestaat of deoverschrijdingslimiet verlaagt, brengt hij de consument daarvan opovereengekomen wijze op de hoogte, ten minste 30 dagen vóór de dagwaarop deze wijziging ingaat.5. Wanneer de overschrijding wordt verlaagd of beëindigd, biedt dekredietgever de consument, voordat een incasso- of invorderingspro-cedure wordt ingeleid, zonder extra kosten de mogelijkheid om hetdaadwerkelijk opgenomen bedrag naar de mate van die verlaging ofbeëindiging terug te betalen. Een dergelijke terugbetaling vindt plaats in12 gelijke maandelijkse termijnen, tenzij de consument ervoor kiest eerderaf te lossen, tegen de debetrentevoet die van toepassing is op deoverschrijding. PIn artikel 71 wordt «artikel 19» vervangen door «artikel 30». QAan artikel 75 wordt een lid toegevoegd, luidende:4. Onverminderd de bepalingen van de vorige afdeling en artikel 345 lid1 onderdeel d van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de kredietgeverenkel een krediet verlenen aan een minderjarige consument indien dekredietovereenkomst niet voorziet in uitstel van betaling van roerendezaken of diensten en deze consument handelt met toestemming van zijnwettelijke vertegenwoordiger, die blijkt uit een ondubbelzinnige enduidelijke bevestigende handeling. RArtikel 76 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid komt te luiden:1. De kredietgever en de leverancier van goederen of dienstenbedingen, aanvaarden of brengen geen andere kredietvergoeding inrekening, en niet op een ander tijdstip dan op grond van de leden 2 en 3 istoegestaan.2. In het tweede lid vervalt «,ten einde het aanvaarden door dekredietgever van te grote risico’s tegen te gaan,».3. In het derde lid vervalt «, de vorm van de kredietvergoeding bedoeldin lid 1,».4. Het vierde lid komt te vervallen. SAan artikel 77 wordt een lid toegevoegd, luidende:3. Lid 1, aanhef en onder b, geldt niet voor consumentenkredietovereen-komsten waarop afdeling 1 van deze titel van toepassing is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 215 ARTIKEL III In de bijlage, onderdeel b; handhaving door de Stichting AutoriteitFinanciële Markten van de Wet handhaving consumentenbe-scherming wordt de rij:Richtlijn 2008/48/EG van het EuropeesParlement en de Raad van 23 april 2008 inzakekredietovereenkomsten voor consumenten entot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG van deRaad (PbEG 2008, L133).Het bepaalde ingevolge de artikelen 2:60, 2:80,4:20, derde en vierde lid, en 4:33, derde envierde lid, van de Wet op het financieeltoezicht vervangen door de rij:Richtlijn (EU) 2023/2225 van het EuropeesParlement en de Raad van 18 oktober 2023inzake kredietovereenkomsten voor consu-menten en tot intrekking van Richtlijn2008/48/EGHet bepaalde ingevolge de artikelen 2:60, 2:80,4:20, derde en vierde lid, en 4:33, derde envierde lid, van de Wet op het financieeltoezicht en de artikelen 7:58b, 7:60, 7:60a,7:60b, 7:62, 7:66, 7:67a, 7:68, 7:68a, 7:70, 7:75,vierde lid, 7:77 van het Burgerlijk Wetboek ARTIKEL IV In de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt na artikel211a een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 211aa 1. Titel 2a van Boek 7, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deImplementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet, blijft vantoepassing op consumentenkredietovereenkomsten met bepaalde looptijdbedoeld in artikel 57 lid 1 die vóór inwerkingtreding van die wet zijngesloten.2. Titel 2a van Boek 7, met uitzondering van de artikelen 62, 63 en 70 lid1 en 2, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de Implementatiewetherziene richtlijn consumentenkrediet, blijft van toepassing op consumen-tenkredietovereenkomsten met onbepaalde looptijd bedoeld in artikel 57lid 1 die vóór inwerkingtreding van die wet zijn gesloten.3. Voor kredietovereenkomsten in de vorm van kaarten met uitgesteldedebitering als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de richtlijn (EU)2023/2225 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking vanRichtlijn 2008/48/EG, geldt dat zij tot zes maanden na inwerkingtredingvan de Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet niet onderdeze wet vallen voor zover deze kredietovereenkomsten binnen driemaanden dienen te worden afgelost en ter zake waarvan slechts onbete-kende kosten aan de consument in rekening worden gebracht.ARTIKEL V Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalentijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvanverschillend kan worden vastgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 216 ARTIKEL VI Deze wet wordt aangehaald als: Implementatiewet herziene richtlijnconsumentenkrediet.Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst endat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulksaangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.GegevenDe Minister van Financiën,De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 217
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.