Reactie op verzoek commissie over buitenlandse investeringsplannen van de Schiphol Group
Brontekst
Versie c4c623b1c6362993 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 936LuchtvaartbeleidNr. 1257 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 december 2025De commissie voor Financiën heeft verzocht om een informatiebrief metbetrekking tot buitenlandse investeringsplannen van de Schiphol Group(kenmerk 2025Z20883/2025D50302).De commissie van Financiën heeft mij verzocht de volgende vragen tebeantwoorden.1.In hoeverre de Minister van Financiën op de hoogte was van de plannenvan de Schiphol Group om circa 1 miljard euro te investeren in lucht-havens buiten Nederland.De Schiphol Group («Schiphol») heeft recent haar Strategisch Plan voorde komende tien jaar gepresenteerd. Speerpunten daaruit zijn: Schipholterug in top 3 van Europese hubluchthavens, draagvlak creëren voorluchtvaart, de kwaliteit van werk in de sector verbeteren, het ontwikkelenvan een Nederlands luchtvaartsysteem dat toegankelijk is voor alleNederlanders, internationale deelnemingen van Schiphol selectief latengroeien en behoud de robuustheid en tot slot een financieel robuust enconservatief financieel beleid.Voordat Schiphol het Strategisch Plan definitief heeft vastgesteld, heeft deonderneming het plan aan haar aandeelhouders gepresenteerd. Tenaanzien van internationale investeringen is opgenomen dat Schipholi) internationale samenwerking, kennisdeling en uitwisseling van mensenwil versterken, ii) internationaal wil investeren met een focus op gebiedenwaar Nederland sterke sociale, historische of economische banden meeheeft, iii) gemiddeld 10% van de beschikbare investeringscapaciteit wilinzetten voor internationale investeringen om diversificatie van inkomstente behouden.Uit deze ambities volgen individuele investeringsplannen. Concreteindividuele investeringsvoorstellen vergen goedkeuring van de aandeel-houders. Schiphol heeft op dit moment nog geen investeringsvoorstellenter goedkeuring aan de aandeelhouders voorgelegd. kst-31936-1257ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12571 2.Of en op welke wijze de Minister (en/of het ministerie) betrokken isgeweest bij de totstandkoming van het Strategisch Plan van SchipholGroup, mede gezien het feit dat het merendeel van de aandelen in handenis van het Ministerie van Financiën.Als aandeelhouder van Schiphol heb ik een consultatierecht bij hetopstellen van het Strategisch Plan. Conform de Nota DeelnemingenbeleidRijksoverheid 2022 (hierna: Nota 2022) beoordeel ik een strategie aan dehand van vier criteria: de borging van het publieke belang, maatschap-pelijk verantwoord ondernemen, financieel beleid en de haalbaarheid enhet ambitieniveau.In het kader van het borgen van het publieke belang heb ik aangegevendat ik verwacht dat het Strategisch Plan een kritische lijn met betrekkingtot buitenlandse investeringen bevat. Ik vind dat internationale activiteitenvan deelnemingen moeten bijdragen aan de invulling van de publiekebelangen, in het geval van Schiphol is dat de verbondenheid vanNederland. Ik heb daarom aangegeven dat ik buitenlandse investerings-voorstellen, zoals bekend en gebruikelijk, kritisch zal beoordelen. Voordeze investeringen geldt dat ik, conform het beleid dat is vastgelegd in deNota 20221 en het handboek investeringen2, verwacht dat deze meer danalleen financieel resultaat opleveren. Ze moeten ten minste indirectbijdragen aan borging van het publieke belang in Nederland en gelieerdzijn aan de kernactiviteiten.3.Hoe de Minister oordeelt over deze voorgenomen buitenlandse investe-ringen, in het licht van het staatsdeelnemingenbeleid, en welke acties deMinister voornemens is richting de Schiphol Group te ondernemen.Er is op dit moment geen sprake van concrete investeringsvoorstellen. Erzijn nog geen internationale investeringsvoorstellen aan de aandeel-houders voorgelegd ter goedkeuring. Zoals eerder aangegeven sta ikkritisch tegenover buitenlandse investeringen van staatsdeelnemingen.Voor buitenlandse investeringen wordt ook een lagere goedkeurings-drempel gehanteerd (€ 100 miljoen bij investeringen en € 50 miljoen bijbuitenlandse overnames) dan bij binnenlandse investeringen(€ 200 miljoen). Buitenlandse investeringen moeten ten minste indirectbijdragen aan het publiek belang en gelieerd zijn aan de kernactiviteiten.4.Hoe gaat de Minister voorkomen dat burgers nu nog meer uitwijken naarhet buitenland, ook i.v.m. een lagere vliegbelasting.In de beantwoording op Kamervragen3 over de effecten van de gediffe-rentieerde vliegbelasting, als ook bij de behandeling van het wetsvoorstelWet differentiatie vliegbelasting,4, 5 is de Staatssecretaris Fiscaliteit,Belastingdienst en Douane ingegaan op mogelijk uitwijkgedrag naar hetbuitenland.Zo is aangegeven dat het van belang is om in de context van vraag enaanbod in ogenschouw te nemen dat de Nederlandse luchtvaart een hogelatente vraag kent. Dat wil zeggen dat in Nederland de vraag hoger is danhet aanbod. Dit komt door de capaciteitsrestricties op het aantal vliegtuig-bewegingen. Afname van de vraag naar luchtvaart door bijvoorbeeldduurdere vliegtickets zal daarom naar verwachting niet direct leiden tot1Kamerstukken II 2021/22, 28 165, nr. 3702Handboeken | Staatsdeelnemingen | Rijksoverheid.nl3Kamerstukken I 2025/26, 32 140, nr. AN4Kamerstukken II 2025/26, 36 815, nr. 2.5Kamerstukken II 2025/26, 36 815, nr. 8 en Kamerstukken I 2025/26, 36 815, nr. C.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12572 een lagere hoeveelheid vliegtuigbewegingen. Deze vraaguitval wordtgrotendeels opgevangen door de latente vraag van andere reizigers. Zozal een grotere vraag naar vliegen vanaf Düsseldorf in dat kader ook meerals uitbreiding dan als weglek moeten worden gezien.Wat betreft de effecten van de voorgenomen differentiatie naar afstandvan het tarief van de vliegbelasting per 2027, komt uit onderzoek naarvoren dat de maatregel niet leidt tot een grote mate van uitwijk naarbuitenlandse luchthavens.6 Het aantal passagiers dat vliegt vanafNederlandse luchthavens neemt slechts minimaal af, namelijk met 0,2%.Ongeveer een kwart van deze passagiers kiest er vervolgens voor om uitte wijken naar een luchthaven over de grens, het merendeel van depassagiers kiest er echter voor om niet meer te vliegen of gebruik temaken van een andere vervoersmodaliteit. De maatregel zorgt hiernaastook niet voor afname van het aantal vliegbewegingen vanaf Nederlandseluchthavens.Desalniettemin zal het kabinet de ontwikkeling omtrent uitwijkendepassagiers in de gaten houden, door de aantallen passagiers die vanafNederlandse luchthavens vertrekken te monitoren. Zo zullen verande-ringen in aantallen passagiers ook worden meegenomen in de evaluatievan de gedifferentieerde vliegbelasting.De onlangs aangenomen motie van het lid Hoogeveen (JA21)7 verzoekt deregering het onderzoek naar de effecten van de vliegbelasting te actuali-seren op basis van de nieuwe situatie in meerdere Europese landen,inclusief de geconstateerde weglek- en concurrentie-effecten, dit tedifferentiëren naar de vijf grote luchthavens.Zoals door de Staatssecretaris aangekondigd,8 zal nog in overleg wordengetreden met de onderzoekers van CE Delft om te bezien of de verwachteverlaging van de tarieven van de Duitse vliegbelasting per 1 juli 2026 totandere inzichten zal leiden dan het reeds uitgevoerde onderzoek.De Minister van Financiën,E. Heinen6CE Delft (2025), Effecten van een afstandsafhankelijke vliegbelasting, onderzoek uitgevoerd inopdracht van het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat,mei 2025.7Kamerstukken II 2025/26, 36 812, nr. 88.8Kamerstukken I 2025/26, 36 815, nr. C.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 12573
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.