Klimaatadaptatie gebouwde omgeving
Brontekst
Versie 57c4e130c9a96ee2 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 847Integrale visie op de woningmarkt32 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 1320 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING EN VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 7 april 2025Hierbij informeren wij, de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening (VRO) en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW),mede namens de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselze-kerheid en Natuur (LVVN), de Kamer over de inzet van dit kabinet opklimaatadaptatie in de gebouwde omgeving. Wij lichten daarbij devoortgang van de Nationale aanpak Klimaatadaptatie gebouwdeomgeving fase 1 toe. In het commissiedebat Klimaatakkoord GebouwdeOmgeving op 3 oktober jl. (Kamerstuk 32 847, nr. 1214) heeft het lidMooiman aan de Minister van VRO gevraagd hoe zij verder wil gaan metde Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwdeomgeving (hierna de maatlat). Met deze brief wordt antwoord gegeven opdeze vraag.Een gezamenlijke verantwoordelijkheidExtreme neerslag en lange periodes van droogte en hitte kunnengevolgen hebben voor de leefbaarheid van onze steden en dorpen,gezondheid van burgers en onze welvaart. Daarmee raakt het onsallemaal. Het is nodig om onze gebouwde omgeving (bestaand en nieuwte bouwen) op een zodanige manier in te richten – en waar nodig aan tepassen – dat schade en negatieve gevolgen door weersextremen enbijkomende kosten worden beperkt tot een acceptabel niveau (klimaat-adaptatie). Daarin heeft iedereen een verantwoordelijkheid om maatre-gelen te treffen binnen zijn of haar eigen mogelijkheden. In de gebouwdeomgeving zijn dat zowel de overheid als bijvoorbeeld de bouwsector,financiële sector, bedrijven, vastgoedeigenaren en burgers.Het kabinet onderschrijft het belang van een toekomstbestendigegebouwde omgeving. De keuze voor klimaatadaptieve maatregelen hangtook samen met andere belangen, zoals de haalbaarheid van een gebieds-ontwikkeling, of de financiële effecten op bouwprogramma’s. Iedereen wileen betaalbare, veilige, prettige en gezonde leefomgeving om te wonen, kst-32847-1320ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13201 werken en ontmoeten. Hiervoor is het nodig dat we bij stedelijkeontwikkeling ook rekening houden met veranderingen in het klimaat. Eenklimaatadaptieve inrichting kan ook veel andere baten bieden, zoals eenomgeving die bijdraagt aan sociale cohesie en een betere fysieke enmentale gezondheid.Klimaatbestendig bouwen en inrichten is nog geen gemeengoed.Duidelijkheid over haalbare doelen en prestatieafspraken, financierings-mogelijkheden en wat partijen zelf kunnen doen is nodig, zodat klimaat-adaptatie standaard kan worden meegenomen bij nieuwe ontwikkelingenen bij ingrepen in de bestaande gebouwde omgeving. In de bestaandegebouwde omgeving werken overheden onder het Deltaplan Ruimtelijkeadaptatie (DPRA)1 samen om knelpunten risico gestuurd aan te pakken:via stresstesten en risicodialogen worden knelpunten in beeld gebracht enprioriteren medeoverheden waar er maatregelen genomen moetenworden en waar eventuele schade geaccepteerd wordt.Bij de nieuwbouwopgave is het van belang om niet alleen voldoende énbetaalbare woningen te bouwen, maar ook te zorgen dat deze in detoekomst veilig blijven en de kosten door weersextremen beperkt blijven.Het toevoegen van groen(gebieden) kan hierbij ook helpen. Bijvoorbeeldhet planten van bomen voor meer schaduw, de aanleg van wadi’s ofregentuinen voor opvang en infiltratie van regenwater. Daarnaast draagtgroen bij aan andere dingen, zoals leefbaarheid en toename van biodiver-siteit. Van belang daarbij is de keuze voor het juiste groen, vanwegebijvoorbeeld de watervraag en mogelijk gezondheidsaspecten. Ik verwijshier graag naar mijn recente brief met reactie op het onderzoek «Tekortaan groen in Nederlandse Steden», die op 4 maart 2025 aan de Kamer istoegezonden2.Inzet van het kabinetKlimaatadaptatie van de gebouwde omgeving gaat over een gebiedsge-richte aanpak en een optimale afweging tussen het nemen van preven-tieve maatregelen en acceptatie van risico’s ten aanzien van de klimaatef-fecten wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte. De afweging diehet kabinet hierin maakt is toegelicht in de brief over water en bodem dieop 22 oktober 2024 aan de Kamer is verstuurd3. «Rekening houden met»water en bodem betekent ook soms overlast accepteren en werkt dustwee kanten op. In het licht van de woningbouwopgave en de grotekeuzes in de ruimtelijke ordening komt het accent voor klimaatadaptatie inbrede zin te liggen op wat wél kan en hoe we daarvoor zorgen. Dit is ookde lijn zoals het kabinet het meeneemt bij de op te stellen nieuwe NotaRuimte.Nationale KlimaatadaptatiestrategieDe Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) geeft een breed overzichtvan de belangrijkste klimaatrisico’s voor verschillende sectoren. In hetregeerprogramma heeft het kabinet afgesproken om in 2026 een herijkteNationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS’26) te presenteren, met doelenvoor infrastructuur, zoetwaterbeschikbaarheid, gezondheid, wonen,cultureel erfgoed, landbouw en natuur. De herziening van de NAS gebeurtaan de hand van 15 opgaven, waaronder de opgaven «Klimaatadaptievenieuwbouw» en «Klimaatbestendig wonen voor iedereen». Voor derisicoanalyse wordt uitgegaan van de hoge KNMI’23 scenario’s (Hn en1Deltaplan Ruimtelijke adaptatie | Drie thema’s | Deltaprogramma2Kamerstukken 34 682, nr. 2123Kamerstukken 27 625, nr. 688Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13202 Hb). Voor de uitwerking van de opgaven worden adaptatiepadenontwikkeld. Deze paden bieden ruimte om om te gaan met onzekerhedenin de verschillende scenario’s en om beslissingen de komende decenniaaan te passen op de veranderende weersomstandigheden.De Nationale aanpak Klimaatadaptatie gebouwde omgeving fase 1(2022–2024) is de uitwerking voor de sectoren gebouwde omgeving enruimtelijke ordening en is in 2022 door het vorige kabinet aan de Kameraangeboden.4De aanpak richt zich op de volgende actielijnen: het blijvenondersteunen van de regionale en lokale uitvoeringspraktijk, klimaatadap-tatie standaard meenemen bij andere opgaven en een minder vrijblij-vende aanpak. Hiervoor lopen meerdere trajecten, waaronder de maatlat.De betrokken departementen zijn reeds aan de slag om de actualisatie vande NAS in 2026 voor te bereiden. De uitwerking voor de gebouwdeomgeving en de ruimtelijke ordening, dat wil zeggen de volgende fasevan de Nationale aanpak Klimaatadaptie gebouwde omgeving, nemen wedaarin mee. Dit betekent dat de huidige Nationale aanpak met twee jaarwordt verlengd tot en met 2026.Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwdeomgevingDe maatlat is op dit moment een handreiking die een vrijwillig kader biedtaan de bouwsector en de medeoverheden om te komen tot een klimaatbe-stendige inrichting van de nieuwbouwopgave. De maatlat bestaat uitdoelen, normen en richtlijnen voor de thema’s overstromingen, water-overlast, droogte, hitte, biodiversiteit en bodemdaling. Een maatlat isnuttig om de klimaatbestendigheid van de gebouwde omgeving tevergroten.De bouwsector (Neprom, Bouwend Nederland en WoningBouwersNL,verenigd in het Platform Klimaatadaptief bouwen met de natuur) staatpositief tegenover klimaatadaptief ontwikkelen, maar loopt momenteeltegen een diversiteit van lokale regels aan. De bouwsector vraagt omuniformiteit met duidelijke eisen, zodat er een gelijk speelveld ontstaat ende kosten door een gestandaardiseerde aanpak omlaag kunnen. Ookinvesteerders en verzekeraars vragen om een eenduidig kader metheldere definities voor klimaatadaptieve ontwikkelingen, vanuit derapportageplicht van de EU Taxonomie5.De maatlat biedt dat uniforme kader en draagt bij aan een versnelling vande woningbouwopgave en besparing van capaciteit bij gemeenten doorduidelijkheid en eenduidigheid aan de voorkant, en het feit dat niet iederegemeente opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. De maatlat is inhoudelijkgebaseerd op diverse bestaande regionale afspraken voor klimaatadaptiefbouwen. Opgedane ervaringen met deze afspraken laten zien dat demaatlat realistische kaders biedt die zowel voor de medeoverheden als debouwsector haalbaar zijn.Het afgelopen jaar is in nauwe afstemming met de medeoverheden,bouwsector, vastgoedeigenaren, de financiële sector en inhoudelijkexperts een drietal verkenningen uitgevoerd naar kosten en baten bijtoepassing van de maatlat6, naar praktijkervaringen en naar de mogelijk-heden voor juridische borging van de maatlat onder de Omgevingswet.Een toelichting op de rapporten treft u in de bijlage van deze brief en4Nationale aanpak Klimaatadaptatie gebouwde omgeving fase 1 | Rapport | Rijksoverheid.nl5EU taxonomy for sustainable activities - European Commission6Met deze verkenning doet de Minister van IenW de toezegging over het informeren van deTweede Kamer over de kosten en baten van het klimaatadaptief inrichten en bouwen met demaatlat als uitgangspunt af (Kamerstukken 31 710, nr. 86).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13203 tevens zijn alle achterliggende rapporten als bijlage bijgevoegd. Naaraanleiding van deze verkenningen zet het kabinet in op een aantal acties.Eenvoudiger, concreter en doeltreffenderIn het regeerprogramma is afgesproken dat er geen nieuwe duurzaam-heidseisen voor woningen in de bouwregelgeving opgenomen zullenworden. Daarnaast zijn bouwregels rijksregels waarvan in principe nietafgeweken kan worden op lokaal niveau. Daarom stellen we geen extraeisen aan gebouwen en passen we de maatlat aan, zodat deze zich alleenricht op gebiedsinrichting. Denk hierbij bijvoorbeeld aan maatregelen tenbehoeve van wateropvang, waterdoorlatende verharding, bodemstruc-tuurverbetering of groene pleinen en speelplaatsen. Op maatregelniveaublijft er voor ruimte voor lokaal maatwerk en kunnen burgers hun eigenkeuzes maken als het gaat om hun woning of private buitenruimte.We concretiseren de maatlat. Dit draagt bij aan (verdere) standaardisatieen zo wordt het in de praktijk gemakkelijker om te toetsen of eenbouwontwikkeling aan de maatlat voldoet. Dit is in lijn met de afsprakendie zijn gemaakt tijdens de Woontop7 over rekening houden met water enbodem bij het bouwen van woningen, waar is afgesproken om uniformekaders uit te werken voor locaties die een opgave hebben ten aanzien vanwater en bodem. We gaan daarbij als eerste aan de slag met de thema’swateroverlast en bodemdaling, omdat deze leiden tot de hoogste risico’sop potentiële schade en beheerkosten voor gebouweigenaren engemeenten. De uitwerking van de overige thema’s vindt plaats via anderetrajecten zoals «Groen in en om de stad» en de hitte aanpak (zie pagina 5).Hierbij betrekken we de resultaten van de toetsing van de maatlat op tevergaande beperkingen en randvoorwaarden voor woningbouwplannen(uitvoering motie van de leden Peter de Groot (VVD), Grinwis (CU) enVedder (CDA) IenW commissiedebat Water d.d. 24 september 20248)(Kamerstuk 27 625, nr. 690).Schrappen dure eisenDe nu in de maatlat opgenomen specifieke richtlijn over warmtewerendeoppervlakten komt als onevenredig duur uit de verkenning naar kosten enbaten naar voren. Het is voordeliger om bij het ontwerp van gebouwen eninrichting van de buitenruimte al rekening te houden met hitte doorslimme ontwerpoplossingen en toepassing van groen. We zien de richtlijndaarom als niet doelmatig en schrappen deze uit de maatlat.In aanvulling op de uitgevoerde financiële verkenning, voeren we op ditmoment aanvullende onderzoeken uit om beter inzicht te krijgen in dekosten en baten van klimaatadaptieve nieuwbouw. Hierbij wordt viaverschillende scenario’s gekeken naar de mate van risicoacceptatie, welkemaatregelen noodzakelijk zijn als er meer of minder overlast wordtgeaccepteerd (denk aan tijdelijk water op straat of in tuinen) en wat ditbetekent voor de kosten. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naarmogelijke financieringsconstructies om klimaatadaptieve nieuwbouw tekunnen realiseren.We zullen de Kamer na de zomer informeren over de voortgang van debovengenoemde acties. Op basis van de nadere concretisering van demaatlat zal vervolgens worden bekeken of en hoe we verder gaan meteventuele juridische borging van de maatlat. Hierbij betrekken we deadviezen in het kader van het programma STOER.7Afspraken Woontop 2024 | Publicatie | Home | Volkshuisvesting Nederland8Kamerstukken 27 625, nr. 680Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13204 Hitte aanpakZoals in het regeerprogramma aangekondigd, werken we samen met deStaatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport aan een hitte aanpak9. Hetstreven is om deze aanpak op Heat Action Day op 2 juni a.s. te lanceren.De aanpak is bedoeld om een impuls te geven aan de opgave en ompartijen in beweging te krijgen om aan de slag te gaan met hitte. Deaanpak richt zich op acties van het Rijk en andere partijen op de thema’sgebied, gebouw en gezondheid van mensen. Het gaat om acties op dekorte termijn. De lange termijn uitwerking van de opgave HittebestendigeStad volgt in de NAS’26.InnovatieVia het Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw, als onderdeelvan de Woontopafspraken, wordt invulling gegeven aan de doelstelling uithet Regeerprogramma om de mogelijkheden van innovatieve, concep-tuele en industriële bouw te benutten om de woningbouw sneller,betaalbaarder, duurzamer en klimaatadaptief te maken. Daarbij richt hetprogramma zich op de vraag hoe het bouwen van woningen tevens kanbijdragen aan verschillende maatschappelijke opgaven zoals hetbevorderen van klimaatadaptatie. Dit doen we onder andere viaonderzoek naar innovatieve adaptieve woonvormen en de ontwikkelingvan een strategie met praktische inrichtings- en uitvoeringsprincipes voorwoonbuurten die een opgave hebben ten aanzien van water en bodem.Via de «Aanpak SamenSlim» willen we innovatie in opdrachtgeverschapen (alternatieve) bekostiging van de gebiedsontwikkeling versnellen.In de nieuwe City Deal «Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling»worden 20 tot 25 gebieden in Nederland actief begeleid om zo snelmogelijk tot een toekomstbestendig gebied te komen.Nota RuimteHet kabinet werkt, onder coördinatie van de Minister van VRO, aan eenNota Ruimte. De Nota Ruimte wordt de nieuwe integrale visie op deruimtelijke ontwikkeling van Nederland in 2030, 2050 en met een doorkijknaar 2100. De Nota Ruimte wordt de opvolger van de NationaleOmgevingsvisie (NOVI) (2020) en maakt ruimtelijke keuzes voor nu en detoekomst. Zoals in het regeerprogramma aangegeven vindt het kabinethet van belang dat de te maken ruimtelijke keuzes toekomstbestendig zijnen rekening houden met een veranderend klimaat. Het kabinet streefternaar om voor de zomer van 2025 de ontwerp Nota Ruimte aan deKamer aan te bieden.Voortgang klimaatadaptatie in de gebouwde omgeving bijgemeentenOp 20 maart 2024 heeft de toenmalig Minister van BZK het rapport«Onderzoek voortgang klimaatadaptatie in de gebouwde omgeving bijgemeenten» aangeboden aan de Tweede Kamer10. Daarbij is toegezegdeen beleidsreactie in deze brief te geven.Het onderzoek geeft een representatief beeld van de stand van zaken inbeleid en uitvoering, de kansen en belemmeringen die gemeenten zien ende verschillen in aanpak en voortgang tussen gemeenten (nulmeting).Hierbij gaat het zowel om het klimaatadaptief maken van de bestaandegebouwde omgeving als nieuwbouw. Ook bevat het adviezen om dedoelen op nationaal niveau meer SMART te maken en gemeenten (en9In het regeerprogramma aangekondigd als kabinetsbrede Actieagenda Hitte10Kamerstukken 32 813, nr. 1367Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13205 andere relevante partijen) gerichter te kunnen ondersteunen methandelingsperspectieven.Het rapport stelt dat gemeenten in het algemeen de voortgang op hetwerken aan klimaatadaptatie relatief positief beoordelen, ondanks deverschillende uitdagingen die worden ervaren. Daarnaast zijn er ookconclusies over de randvoorwaarden, zoals dat het in gemeentenontbreekt aan strategisch beleid voor klimaatadaptatie en integraliteit inde programmering, dat er gebrek is aan uitvoeringskracht van gemeentendoor beperkte capaciteit en dat structurele financiering voor klimaatadap-tatie ontbreekt. Gemeenten hebben aangegeven behoefte te hebben aanduidelijkheid over wat «klimaatadaptief» minimaal betekent voornieuwbouw en voor de bestaande gebouwde omgeving. Gemeentenzoeken naar manieren om doelen en toetsing op uitvoering te concreti-seren. Daarbij verwachten ze ook inzet en samenwerking van de anderepartijen, zoals GGD’s, veiligheidsdiensten, woningcorporaties, projectont-wikkelaars en bedrijventerreinen. Het rapport concludeert dat het biedenvan duidelijkheid over de opgave van klimaatadaptatie de hoogsteprioriteit heeft: een duidelijkere definitie van «klimaatbestendig» (voornieuwbouw en bestaande gebouwde omgeving), minimale uitgangs-punten en doelen voor de vier klimaatdreigingen, de eigen rol en inbrengvan derden. Hierbij is aandacht nodig voor middelen, capaciteit en hetstellen van prioriteiten.Reactie op de conclusies en aanbevelingenHet rapport schetst een duidelijk beeld van de voortgang van klimaatadap-tatie op lokaal niveau. We vinden het goed om te zien dat er in relatiefkorte tijd al veel mooie resultaten zijn geboekt en steeds meer gemeentenbezig zijn met het verankeren van klimaatadaptatie in hun beleid enhandelen. We zien ook de genoemde knelpunten rond de inhoudelijke enorganisatorische complexiteit van het werken aan klimaatadaptatie, devrijblijvendheid van de opgave, de beperkte personele en financiëlecapaciteit en de uitdagingen van integraal werken en samenwerken. Weblijven erop inzetten om zo goed mogelijk aan te sluiten op lokalebehoeften en deze ook waar mogelijk te ondersteunen, ook op inhoude-lijke thema’s.Sinds het verschijnen van het rapport werkt het Ministerie van VRO,samen met de Ministeries van IenW, VWS, OCW en LVVN en de VNG, IPOen UvW, aan de opvolging van de conclusies en aanbevelingen. Zoalsgenoemd wordt er gewerkt aan de hitte aanpak en de Maatlat. Ook zijn erbinnen het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) verschillende trajectenopgestart, gericht op het concretiseren van doelen, handreikingen voorstresstesten en risicodialogen, een regionale monitor klimaatadaptatie enhet verkennen van mogelijkheden voor structurele financiering. Vanuit deMinisteries van IenW en VRO zal procesondersteuning geboden wordenaan werkregio’s bij het concretiseren van hun lokale aanpak. Dit stimuleertgemeenten bij de implementatie en ontlast de beperkte capaciteit.Verdere voortgangDe Nationale aanpak richt zich naast een minder vrijblijvende aanpak ophet blijven ondersteunen van de regionale en lokale uitvoeringspraktijk enhet standaard meenemen van klimaatadaptatie bij andere opgaven.Hierbij zijn naast medeoverheden ook vastgoedeigenaren, de bouwsector,ondernemers en burgers belangrijke stakeholders. De inzet en stand vanzaken van de diverse trajecten, zoals de lange termijnaanpak van hetRijksvastgoedbedrijf, wordt nader toegelicht in de bijlage bij deze brief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13206 MotiesMet deze brief wordt tevens uitvoering gegeven aan onderstaande moties.Motie van lid Van der Plas en Van Esch ((TK 2022–2023, 27 625, nr. 618)Op verzoek van het lid Van der Plas c.s. is de Minister van VRO in gesprekgegaan met de bouwsector (Neprom, Bouwend Nederland en Woning-bouwers.nl, via platform KAN (Klimaatadaptief Bouwen met de Natuur))over het opleveren van nieuwbouwwoningen met turfvrije tuinaarde i.p.v.met zand, zodat bewoners gestimuleerd worden om minder tegels enmeer groen aan te leggen.De bouwsector geeft aan dat tuinen vrijwel nooit worden opgeleverd metzand. Vanwege een gesloten grondbalans bij gebiedsontwikkeling wordtin tuinen vooral lokale grond gestort. Zo worden onnodige transportbewe-gingen voorkomen en blijft gebiedseigen grond in het project. De tuin kandaarna tegen meerkosten verrijkt worden met turfvrije tuinaarde. Eenproject opleveren met turfvrije tuinaarde biedt geen garantie datbewoners uiteindelijk ook kiezen voor meer beplanting en minder tegels.Het platform KAN heeft een stappenplan opgesteld voor projectontwikke-laars, bouwbedrijven, beleggers en woningcorporaties om bewoners tehelpen bij hun keuze voor een groene tuin. Ook hebben zij de themagroep«Gezonde bodem voor nieuwbouwwoningen» georganiseerd om kenniste delen en praktijkervaringen op te halen. Dit jaar verschijnt eenpublicatie met praktische handvatten en voorbeelden. Burgers die huntuin willen vergroenen, kunnen terecht bij Milieu Centraal voor praktischetips.Motie leden Van der Plas en Stoffer (TK 2022–2023, 27 625, nr. 617)De leden Van der Plas en Stoffer hebben de toenmalig Minister van BZKgevraagd om groene parkeerplaatsen een prominente rol te laten spelenbij gebiedsinrichting en daarbij rekening te houden met toegankelijkheid.Als kabinet gaan we niet over de gebiedsinrichting op lokaal niveau. Deafweging om groene parkeerplaatsen aan te leggen is aan gemeenten. DeMinister van VRO heeft het verzoek daarom besproken met de VNG. DeVNG heeft aangegeven dat gemeenten zelf invulling kunnen geven aan deal dan niet groene inrichting van parkeerplaatsen. Dit in samenhang metde groennorm die ook door gemeenten wordt ingevuld.Tot slotWe gaan samen met medeoverheden, bouwsector, gebouweigenaren,woningcorporaties, de financiële sector en kennisinstellingen verderestappen zetten richting een klimaatadaptieve gebouwde omgeving.Daarbij richten we ons op innovatie, industrialisatie en slimme financie-ringsconstructies waaraan elke partij vanuit de eigen verantwoordelijkheidbijdraagt.Wij houden de Kamer jaarlijks op de hoogte van de uitkomsten vanlopende trajecten en hoe we de aanpak verder willen invullen.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13207
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.