KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda informele bijeenkomst van EU-transportministers 17-18 maart 2025 te Warschau (Kamerstuk 21501-33-1115)

14 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 193cdba6fb850579 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1121 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 14 maart 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infra-structuur en Waterstaat over de brief van 3 maart 2025 inzake deGeannoteerde agenda informele bijeenkomst van EU-transportministers17–18 maart 2025 te Warschau (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1115).De vragen en opmerkingen zijn op 6 maart 2025 aan de Staatssecretarisvan Infrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 14 maart 2025zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,Peter de GrootAdjunct-griffier van de commissie,Wiendels kst-21501-33-1121ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11211 InleidingOp 10 maart jl. heeft het Pools Voorzitterschap de definitieve agenda enachtergrondstukken ten behoeve van de informele bijeenkomst vanEU-transportministers gedeeld. De bijeenkomst bevat twee inhoudelijkesessies. De eerste sessie richt zich op het belang van militaire mobiliteiten dual use investeringen in het kader van de Europese veiligheid en detweede sessie richt zich op cyberveiligheid binnen de transportsector. Dedefinitieve agenda is in lijn met de conceptagenda en daarmee ook in lijnmet de geannoteerde agenda die op 6 maart jl. met de Kamer is gedeeld.GroenLinks-PvdA-fractie1.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het verstandigdat er in EU-verband meer aandacht komt voor de weerbaarheidvan de transportindustrie en cyberveiligheid. Deze leden zijnbenieuwd naar welke concrete voorstellen de Minister zelf op ditvlak wil voorstellen op EU-niveau en waar hij op nationaal niveauverder op wil inzetten op dit vlak.In EU verband is er aandacht voor de weerbaarheid van de transportin-dustrie en cyberveiligheid middels de Critical Entities Resilience directive(CER) en de Network and Information Security 2 directive (NIS2 richtlijn).Beide richtlijnen worden omgezet in nationale wetgeving, de Wetweerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) en de Cyberbeveiligingswet(Cbw). Het streven is dat beide wetten in het derde kwartaal van 2025 inwerking treden. De transportsector is één van de sectoren die dezewetgeving moet implementeren. Dit betreft zowel lucht-, water-, spoor- alswegtransport. Hier wordt zowel in EU verband als in nationaal verband opingezet.Op nationaal niveau wordt ingezet op het versterken van de cybervei-ligheid van de transportsectoren middels meerdere cyberweerbaarheids-programma’s. Via deze programma’s wordt samen met de organisaties inde lucht-, water-, spoor- en wegtransportsectoren gewerkt aan initiatievenom de cyberweerbaarheid van de sectoren te vergroten. De initiatievenbinnen deze programma’s lopen uiteen van (technische) trainingen tot hetontwikkelen van handreikingen en stimuleren van samenwerking in desector, met als doel om organisaties in staat te stellen om zelf stappen tezetten in het verhogen van de cyberweerbaarheid van hun organisatie.2.Verder willen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie graagopnieuw aandacht vragen voor het verbeteren van het internati-onaal spoorvervoer. Deze leden wijzen hierbij naar eerdereEU-plannen voor het treinticketsysteem op Europees niveau. Hoestaat het hiermee? En is de Staatssecretaris van plan om hier ookbij deze EU-bijeenkomst aandacht voor te vragen en een koplo-perspositie in te nemen om deze problematiek nu eindelijkconcreet verder te brengen? Zo nee, waarom niet?Een goed werkend internationaal gestandaardiseerd ticketingsysteem isbelangrijk zodat het voor de reiziger zo eenvoudig mogelijk wordt ommultimodaal internationaal te kunnen reizen. Er worden een aantalstappen ondernomen om dit voor elkaar te krijgen. Deze stappen zijnuiteengezet in de beantwoording op uw vragen naar aanleiding van degeannoteerde agenda informele bijeenkomst van EU-transportministers inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11212 september 2024 in Boedapest.1 Nederland agendeert dit onderwerp actiefop de Europese agenda, waaronder op de Transportraad van 18 juni 20242en in gesprekken met de Europese Commissie (Hierna: Commissie). Ookbespreekt het ministerie in het kader van het International Rail PassengerPlatform (IRP) met andere lidstaten welke verbeteringen mogelijk ennodig zijn. Het IRP is een netwerk waarin het ministerie belangrijkeonderwerpen kan agenderen richting de Commissie.De Commissie werkt aan een wetsvoorstel voor Multimodal DigitalMobility Services (MDMS) dat multimodaal reizen binnen Europa moetvergemakkelijken voor de reiziger door de voorwaarden voor samen-werking tussen verschillende vervoerders en aanbieders van tickets vastte leggen. De Commissie heeft de presentatie van het MDMS voorstelechter uitgesteld. Momenteel wordt er gewerkt aan een nieuw impactassessment voor MDMS en de Single Digital Booking and TicketingRegulation (SDBTR). Dit laatste voorstel zal naar verwachting specifiekgericht zijn op het boeken van internationale treintickets. De EuropeseCommissie geeft aan eind 2025 met dit SDBTR voorstel te willen komen.3.Tot slot vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hoe hetstaat met de uitwerking van de plannen van de nieuwe EuropeseCommissie ten aanzien van het verbeteren van het Europeesspoor. Is de verwachting van de Staatssecretaris dat met hetnieuwe werkprogramma van de Europese Commissie hierverbetering in komt? En kan de Staatssecretaris aangeven welkeconcrete stappen op korte termijn kunnen worden verwacht? Enkan hij hierbij ook aangegeven worden hoe het staat met devoortgang van de Trans-European Transport Network (TEN-T)projecten waar onder andere de Lelylijn in opgenomen is? Kan deStaatssecretaris aangeven of onder de nieuwe EuropeseCommissie en het nieuwe werkprogramma hier aanpassingen inworden verwacht?De Commissie werkt aan de hand van de TEN-T verordening3 aan deverbetering van de spoorweginfrastructuur. Eind 2025 worden dewerkplannen verwacht voor de Europese Transport Corridors en zal deCommissie een voorstel doen voor het bijstellen van het EuropeseDeployment Plan voor ERTMS. Daarnaast zal de Commissie naarverwachting medio 2025 een plan presenteren voor hogesnelheidsvervoertussen de Europese hoofdsteden. Het ministerie werkt de komendeperiode samen met ProRail aan een implementatiestrategie, met als doelde komende jaren ook tot nationale implementatievoorstellen enprioriteringsadviezen te komen voor de verschillende TEN-T vereisten. Desamenhang met de Europese plannen wordt in deze strategiemeegenomen.De Lelylijn maakt onderdeel uit van nieuwe te realiseren lijnen op hetuitgebreide netwerk van de TEN-T. De betrokken lidstaten kunnen eenvoorstel doen om de Lelylijn inclusief doorverbinding naar Bremen –Hamburg op te waarderen tot de status van het uitgebreide kernnetwerk.Daarvoor is o.a. vereist dat wordt voldaan aan de vereisten van o.a.160kmph lijnsnelheid, elektrificatie en ERTMS. Nederland en Duitslandhebben hiertoe geen voorstel aan de Europese Commissie gedaan omdatde besluitvorming over de Lelylijn en de internationale verbindingen naarBremen en Hamburg hiertoe niet is afgerond. Hiervoor zou aanvullend ten1Kamerstuk 21 501-33, nr. 10842Kamerstuk 21 501-33, nr. 10773(EU)2024/1679Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11213 minste € 9 miljard (naar prijspeil 2024) nodig zijn voor het deelGroningen-Bremen, waarvan minstens € 3 miljard in Nederland en€ 6 miljard in Duitsland.Binnen de financiële mogelijkheden en geldende milieuregelgeving wordtdagelijks gewerkt aan het TEN-T netwerk in Nederland. De Kamer wordtonder andere jaarlijks in het MIRT Overzicht en periodiek op onderdelenals ERTMS in specifieke rapportages geïnformeerd over de voortgang.VVD-fractie4.De leden van de VVD-fractie lezen dat de verslechterde interna-tionale relaties ook gevolgen hebben voor de Nederlandsetransportinfrastructuur, die nu geconfronteerd wordt met eentoename van hybride dreigingen, met onder meer het risico opsabotage. Deze leden vragen zich af hoe reëel en concreet ditrisico op sabotage op dit moment is. Zijn er naast de dreigingenvoor de vitale infrastructuur op de Noordzee nog meervoorbeelden/situaties bekend van (dreigingen van) sabotage op deNederlandse infrastructuur?De Nederlandse transportsectoren spelen een belangrijke rol in dedoorvoer van goederen naar de rest van Europa. Hoewel in Nederlandgeen daadwerkelijke sabotage heeft plaatsgevonden op de transportinfra-structuur, zijn er wel voorbeelden van sabotage geweest elders in Europa.De dreiging en het risico dat dergelijke sabotage ook plaatsvindt op deNederlandse transportinfrastructuur is reëel.5.Gezien de huidige de staat van het onderhoud van de Neder-landse wegen, viaducten en bruggen, maken de leden van deVVD-fractie zich zorgen over de belemmeringen die dit met zichmeebrengt voor logistieke militaire operaties. Nu al wordenviaducten afgesloten voor zwaar verkeer vanwege constructie-fouten en bestaat een kans dat dit bij meer viaducten en bruggennodig is, afhankelijk van de ernst van de situatie. Deze ledenvragen hoe de Minister de militaire logistieke operaties laatmeewegen bij de urgentie en prioritering van de aanpak van deproblemen met de staat van het onderhoud.De Ministeries van IenW en Defensie werken intensief samen aan deverbetering en instandhouding van het wegen- en spoorwegennet inNederland ten behoeve van militaire transporten. In 2019 is in opdrachtvan IenW een uitgebreide analyse van het transportnetwerk vanNederland gemaakt, op basis van de destijds geldende militaire eisenvoor militaire mobiliteit en gedefinieerde routes. De Kamer is over deuitkomsten hiervan geïnformeerd.4 In 2023 heeft de Europese Unie dezeeisen en routes geëvalueerd en aangepast. Het transportnetwerk voormilitaire mobiliteit wordt daarom opnieuw geëvalueerd door Defensie enIenW, in samenwerking met relevante partijen als Rijkswaterstaat enProRail. Aan de hand van deze evaluatie worden op dit momentknelpunten geïnventariseerd. Op basis van de inventarisatie zal bekekenworden welke knelpunten prioriteit hebben en in de meerjarenprogram-mering van RWS kunnen worden opgenomen.Specifieke informatie over militaire transportroutes en corridors kan i.v.m.het vertrouwelijke karakter van deze informatie niet publiekelijk gedeeld4Kamerstuk 21 501-33, nr. 774Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11214 worden. Wel heeft Defensie uw Kamer eerder geïnformeerd over hetNationaal Plan Militaire Mobiliteit.5 De implementatie van dit plan richtzich onder andere op de inrichting van drie multimodale corridors, metroutes die geschikt moeten zijn voor grootschalige verplaatsingen vanmilitair materieel vanuit de verbonden zeehavens naar het Europeseachterland. Bij de verbetering van en instandhouding van de transportin-frastructuur voor militaire mobiliteit, wordt ook bekeken welke financie-ringsmogelijkheden er zijn. Voor het treffen van infrastructurele maatre-gelen ten behoeve van zwaar militair transport zijn op dit moment geenspecifieke (aparte) financiële middelen bij IenW en Defensie beschikbaar.De Commissie beschikt over het financieringsprogramma CEF voorcofinanciering van zogenaamde dual use infrastructurele projecten, diezowel civiele als militaire mobiliteit verbeteren.6.De leden van de VVD-fractie lezen dat de Ministeries van Infra-structuur en Waterstaat (IenW) en Defensie samen met ProRail enRijkswaterstaat (RWS) onderzoeken hoe een soepel verloop vanmilitaire transporten in verschillende crisis- en conflictscenario’skan worden gegarandeerd. Wanneer is dit onderzoek afgerond?Op welke wijze wordt de Kamer hierover geïnformeerd? Ooklezen deze leden dat er aanpassingen in (internationale) wet- enregelgeving nodig is. Kan de Minister aangeven welke nationalewet- en regelgeving dit betreft, wat voor soort aanpassingennodig zijn en hoe hiermee voortvarend aan de slag wordt gegaan?En zijn er verder nog belemmeringen die een voortvarendeaanpak van een soepel verloop van militaire transporten in deweg staan?Er worden verschillende onderzoeken en analyses uitgevoerd. Voor wegen spoor wordt in het kader van de weerbaarheidsopgave op dit momentin kaart gebracht welke aspecten invloed hebben op een soepel verloopvan militaire transporten. Denk hierbij aan zaken als infrastructuur,materieel, wet- en regelgeving en (inter)nationale afspraken. Om dezezaken vervolgens zo snel mogelijk op te kunnen pakken en voortgang tebewaken, is er al regelmatig contact met zowel de sector (m.n. ProRail enRWS) als Defensie.Op korte termijn worden er o.l.v. ProRail en RWS twee onderzoekengedaan (Delta-analyse) naar knelpunten op de Nederlandse infrastructuurm.b.t. militair vervoer. De huidige verwachting is dat het onderzoek vanProRail naar de knelpunten op de spoorinfrastructuur in de loop van 2026is afgerond, waarna prioritering en vervolgstappen in afstemming tussenIenW, Defensie en ProRail bepaald moeten worden. Het onderzoek vanRWS focust zich op de knelpunten op de Nederlandse weginfrastructuuren zal naar verwachting in 2025 zijn afgerond, waarna tevens prioriteringen besluitvorming over vervolgstappen tussen IenW en Defensie bepaaldmoeten worden.Specifiek in relatie tot wet- en regelgeving, onderzoekt het ministeriesamen met betrokken uitvoeringsorganisaties wat ervoor nodig is om debeschikbaarheid van militaire corridors zeker te stellen. Ook wordtonderzocht of huidige wet- en regelgeving belemmerend kan zijn voor eeneventuele snelle doorvoer van militair transport.Vanwege de maatschappelijke impact van mogelijke wijzigingen in wet-en regelgeving en de complexiteit hierbinnen (voor spoor o.a. door deafhankelijkheid van internationale richtlijnen), is het van groot belang dat5Kamerstuk 35 570 X, nr. 75Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11215 dit zorgvuldig gebeurt. Het is op dit moment dan ook nog niet mogelijkom hier een termijn aan te verbinden.De Kamer zal periodiek geïnformeerd worden over weerbaarheid tegenmilitaire en hybride dreigingen.7.Ook vragen de leden van de VVD-fractie of en hoe, gezien het feitdat het TEN-T netwerk grotendeels overlapt met het militairenetwerk van de EU, de Staatssecretaris zich ervoor gaat inzettendat Europese funding ook het Nederlandse deel van het TEN-T enmilitaire netwerk gaat versterken. Ziet de Staatssecretaris hierbij,gezien de veranderende veiligheidsdreiging, het belang vanEuropese sturing op de besteding van EU-budget in verband metgrensoverschrijdend transport? Wat zijn de cruciale momenten inde besluitvorming over TEN-T en dual use in de komendemaanden en hoe betrekt de Staatssecretaris de Kamer hierbij?Militaire corridors houden niet op bij de eigen landsgrenzen. Hetbeschikbaar stellen en geschikt maken van deze corridors voor militairtransport vraagt een grensoverstijgende benadering. Europese sturing opde besteding van EU-budget voor de militaire Europese corridors, waartoeook delen van het Nederlandse TEN-T netwerk toe behoren, is dan ookvan groot belangNaar verwachting komt de Commissie deze zomer met een voorstel voorhet nieuwe MFK. Bij de onderhandelingen hierover zal Nederland zichsterk maken voor een substantieel budget voor onder andere militairemobiliteit.8.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister hoe hij ervoorgaat zorgen dat hiervoor méér EU-funding benut kan worden. Kande Minister een overzicht geven van andere fondsen of financie-ringsbronnen die mogelijk kunnen bijdragen aan verbeteren vanmilitaire mobiliteit en dual use? Gaat de Minister zich ervoorinzetten dat niet alleen de Connecting Europe Facility (CEF) voorinfrastructuurnetwerken wordt aangesproken maar ook hetMeerjarig Financieel Kader (MFK)? Hoe gaat de Minister de Kamerbetrekken bij de IenW-onderdelen van het MFK?De middelen voor militaire mobiliteit in CEF Transport zijn inmiddelsuitgeput in deze budgetperiode (2021–2027). In drie rondes tussen 2021 en2023 is het beschikbare budget van (indicatief) € 1,69 miljard toegewezenaan 95 projecten, waarvan twee in Nederland.Bij de onderhandelingen over het nieuwe MFK zal Nederland zich sterkmaken voor een substantieel budget voor transportinfrastructuur en voormilitaire mobiliteit. CEF dual use is specifiek voor militaire mobiliteit in hetleven geroepen en is daarmee het te gebruiken instrument hiervoorbinnen het MFK. De start van de onderhandelingen over het MFK wordtdeze zomer verwacht. De Kamer wordt hier op de gebruikelijke wijze bijbetrokken.9.De leden van de VVD-fractie constateren dat er in Nederland eenaanzienlijk deel van de hoge kosten voor de implementatie vanEuropean Rail Traffic Management System (ERTMS) gaat naarprocesmanagers, consultants en adviesbureaus. Dit is voor dezeleden een doorn in het oog. Zeker in verband met de urgentie omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11216 de veiligheid van het Europese continent en van Nederland teversterken, vragen deze leden hoe de Staatssecretaris ervoorgaat zorgen dat bij de implementatie van ERTMS gestuurd gaatworden op minder overhead en meer uitvoeringscapaciteit.Bij de implementatie van het European Rail Traffic Management System(ERTMS) kijkt IenW nadrukkelijk hoe het sneller, efficiënter en beter kan.Dit betekent ook dat er kritisch wordt gekeken naar de benodigdepersonele capaciteit aan vast en flexibel personeel. Tegelijk is deimplementatie niet alleen de invoering van een ander technisch systeem,maar een van de grootste veranderopgaven ooit in de spoorsector. Hetdoorvoeren van veranderingen bij spoorbeheerders en vervoerders,terwijl de operatie doorgaat, vraagt om goede afstemming en dieafstemming gaat gepaard met overhead. Ook de doorlopende ontwikke-lingen in de markt en in Europese regelgeving vragen om voortdurendeafstemming om de goede dingen te blijven doen. Ondertussen wordt eringezet op uitvoering. In de volgende voortgangsrapportage6 worden demeeste recente resultaten hiervan toegelicht.10.De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat, gezien detoenemende dreiging, de cyberweerbaarheid van de transport-sector beschermd en versterkt moet worden. Op welke wijzestuurt de Minister hierop bij ProRail, Rijkswaterstaat en anderebetrokken partijen? Hoe houdt de Minister hierover vinger aan depols bij deze partijen, welke plannen liggen klaar voorversterking van de weerbaarheid en hoe wordt bijvoorbeeldgeacteerd bij infiltraties van buitenaf of door medewerkers vanbinnenuit? Hoe overlegt hij hierover met de transportsector?Via de Cyberweerbaarheidsprogramma’s voor de verschillende IenWsectoren wordt samen met de organisaties in de lucht-, water-, spoor- alswegtransportsectoren gewerkt aan initiatieven om de cyberweerbaarheidvan de sectoren te vergroten. De initiatieven binnen deze programma’slopen uiteen van (technische) trainingen tot het ontwikkelen van handrei-kingen en stimuleren van samenwerking in de sector, teneinde organi-saties in staat te stellen om zelf stappen te zetten in het cyberweerbaardermaken van hun organisatie. In deze programma’s wordt o.a. de samen-werking opgezocht met partijen zoals ProRail en Rijkswaterstaat.Daarnaast moeten veel partijen in de transportsector gaan voldoen aan deNederlandse implementatiewet, de Cyberbeveiligingswet (Cbw), van deNetwork and Information Security directive (NIS2 richtlijn). Het streven isdat deze wet in het derde kwartaal van 2025 in werking treedt.Daarnaast is de beveiliging van digitale infrastructuur expliciet in beeld alsonderdeel van de rijksbrede Weerbaarheidsopgave en is er intensiefcontact tussen IenW en de transportsector om dit in te vullen.11.De leden van de VVD-fractie lezen dat Nederland de implementa-tiedeadline van de Network and Information Security 2-richtlijn(NIS2) niet heeft gehaald. Wanneer verwacht de Minister derichtlijn geïmplementeerd te hebben?6Voortgangsrapportage nummer 22. De Kamer wordt hier in maart/april 2025 over geïnfor-meerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11217 In de Kamerbrief van 16 oktober 20247, laat de Minister van Justitie enVeiligheid weten ernaar te streven dat de NIS2 richtlijn in het derdekwartaal van 2025 geïmplementeerd is en de Nederlandse implementa-tiewet, de Cyberbeveiligingswet (Cbw), in werking treedt.12.De leden van de VVD-fractie zijn verheugd te lezen dat deEuropese Commissie in haar werkprogramma schrijft dat zij inzetop versnelde uitrol van laad- en tankinfrastructuur ter versterkingvan de infrastructuur als «backbone» voor de economie. Welkeinzet heeft de Minister voor dit onderdeel van het werkpro-gramma?Eind maart volgt een kabinetsappreciatie van het werkprogramma alsbijlage bij de kamerbrief over de Staat van de Unie 2025. Het werkpro-gramma spreekt over de versnelde uitrol van laad- en tankinfrastructuur inde context van het Sustainable Transport Investment Plan (STIP). In dekabinetsappreciatie wordt u nader geïnformeerd over het STIP en de inzetvan het kabinet.NSC-fractie13.Deze leden vragen over welke instrumenten de EuropeseCommissie precies beschikt voor cofinanciering van infrastruc-turele projecten die zowel civiele als militaire mobiliteit zullenverbeteren (dual use), en wat is de huidige stand van zaken metbetrekking tot de budgetten daarvan. Ook vragen deze leden inhoeverre de Minister reeds aanvragen heeft ingediend, dan welvan plan is om aanvragen in te dienen, voor de beschikbaregelden in deze financieringsprogramma’s voor dual use projecten,bijvoorbeeld voor de Lelylijn en de Nedersaksenlijn. [...] Is deMinister het met deze leden eens dat, ook indien het reguliereCEF-budget niet beschikbaar wordt gesteld voor projecten dieeen militair doel dienen, ingezet zou moeten worden op eengroter budget voor militaire mobiliteit binnen CEF Transport inhet nieuwe MFK (ingaand in 2028) dan de huidige 1,69 miljard?[...] Deze leden vragen wat dit project [PESCO] precies inhoudt,en of de Minister nader kan toelichten hoe en waarom hetaanpassen van transportinfrastructuur aan militaire vereistenspecifiek een trekker is voor dit project.Binnen CEF Transport was een budget van (indicatief) € 1,69 miljardbeschikbaar voor militaire mobiliteit. Het gaat hierbij om projecten diezowel civiele als militaire doelen kunnen dienen. De eisen die aan deze«dual use» infrastructuur worden gesteld, gaan niet verder dan datredelijkerwijs nodig zou kunnen zijn voor civiele doelen. In drie rondes,tussen 2021 en 2023, is € 1,7 miljard gecommitteerd aan 95 projectenvoor militaire mobiliteit. Nederland heeft twee aanvragen ingediend. Dezezijn allebei gehonoreerd. Het gaat om twee spoorprojecten gericht op hetfaciliteren van 740m lange treinen. Hiervoor krijgt Nederland € 51 miljoensubsidie.De Lelylijn is geen onderdeel van het militaire netwerk. De Nedersak-senlijn is geen onderdeel van het TEN-T netwerk. Daarom is het nietwaarschijnlijk dat voor deze spoorlijnen een beroep gedaan kan wordenop middelen voor «dual use» projecten.7Kamerbrief «Gevolgen niet tijdige implementatie NIS2- en CER richtlijn». TK 22 112, nr. 3968.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11218 Thans is binnen CEF Transport geen budget meer voor militaire mobiliteit.Gezien de huidige geopolitieke situatie en de staat van de Europeseinfrastructuur zouden in het volgende MFK meer middelen opgenomenmoeten worden voor veiligheid en defensie, waaronder militairemobiliteit.Nederland8 is trekker van het PESCO (permanent structured cooperation)project militaire mobiliteit. Dit project betreft het verbeteren van grens-overschrijdende militaire transporten en richt zich met name op hetvereenvoudigen en standaardiseren van procedures zodat militairpersoneel en middelen ongehinderd binnen de grenzen van de EU kunnenreizen. Dit project is daarmee aanvullend op het verbeteren van infra-structuur aan militaire vereisten.14.Het valt de leden van de NSC-fractie op dat de Minister schrijftdat er aanpassingen in (internationale) wet- en regelgeving nodigzullen zijn om militaire transporten via weg en spoor, die naarverwachting zullen toenemen in aantal en omvang omdatNederland een belangrijk doorvoerland is voor de NAVO, soepelte laten verlopen en dat de Minister daarbij inzet op Europesesamenwerking. Deze leden vragen welke nationale en interna-tionale wet- en regelgeving gewijzigd dient te worden ommilitaire transporten soepel te laten verlopen en waarom.Momenteel wordt onderzocht of en welke aanpassingen in wet- enregelgeving nodig zijn voor het garanderen van een goede civiel-militairetransportinfrastructuur en een vlotte doorvoer van militair materieel vanbondgenoten over de Nederlandse infrastructuur. Vanwege de mogelijkemaatschappelijke impact van dergelijke wijzigingen in wet- en regelgevingen de complexiteit hierbinnen (o.a. door de afhankelijkheid van interna-tionale richtlijnen), is het van groot belang dat deze analyse zorgvuldiggebeurt. Het is op dit moment dan ook nog niet mogelijk om hier eentermijn aan te verbinden.In de nieuwe Europese Verordening capaciteit spoorweginfrastructuurwordt aandacht besteed aan militaire mobiliteit9. Deze verordening zitmomenteel in de triloogfase. Verder verkent het Ministerie van IenWandere mogelijkheden om capaciteit te borgen ten behoeve van militairedoeleinden, bijvoorbeeld door het sluiten van een convenant met desector.15.De leden van de NSC-fractie lezen dat de Minister schrijft dat eenadequate aanpak van cybersecurity van transport vanwege dehuidige geopolitieke situatie van toenemend belang is voorNederland, maar dat Nederland implementatiedeadline van deNIS2-richtlijn van 17 oktober 2024 niet gehaald heeft. Deze ledenonderschrijven het toenemende belang van de cybersecurity vantransport en vragen in het licht daarvan waarom Nederland dedeadline niet heeft gehaald.In de Kamerbrief «Gevolgen niet tijdige implementatie NIS2- en CERrichtlijn»10 van 16 oktober 2024 heeft de Minister van JenV aangegevenernaar te streven dat de richtlijn in het derde kwartaal van 2025 in werkingzal treden.8O.l.v. het Ministerie van Defensie9Zie voor meer informatie Kamerstukken 22 112, nr. 3822.10Kamerstukken II 2024–2025, 22 112, nr. 3968.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11219 In diezelfde Kamerbrief verklaart de Minister van JenV de vertraging aande hand van de omzetting naar nationale wetgeving, wat een omvangrijken complex traject is. De impact voor Nederlandse organisaties isaanzienlijk en er zijn ten opzichte van bestaande wetgeving meer sectorenen meer organisaties die moeten voldoen aan de nieuwe wetgeving.Daarnaast geeft de Minister van JenV aan dat hij grote waarde hecht aanhet zorgvuldig verwerken van de circa 150 reacties die zijn binnenge-komen tijdens de internetconsultatie en de interdepartementaleafstemming hierover.Daarnaast lopen naast de implementatie van de Cbw verschillendeinitiatieven onder de paraplu van de Aanpak Vitaal, de RijksbredeWeerbaarheidsopgave en de Nederlandse Cybersecurity Strategie om decyberweerbaarheid van de transportsector te verhogen. Hierover isregelmatig contact met de sectorpartijen.16.De leden van de NSC-fractie constateren dat bij het tweeminuten-debat Luchtvaart van 19 februari jl. benoemd is dat de Ministerzich bij de herziening van de slotverordening zal inzetten voor hetbehoud van de vrachtoperaties. Deze leden hebben signalenontvangen dat het voorstel voor de herziening van de verordeningslotallocaties luchtvaart door de Europese Commissie isingetrokken. Kan de Minister bevestigen dat dit inderdaad hetgeval is? En kan de Minister, indien dit het geval is, daarbij ookaangeven hoe zij zich dan in Europees verband in kan zetten voorhet behoud van de vrachtoperaties? Hiernaast constateren dezeleden dat de huidige slotverordening gericht is op het faciliterenvan groei van de luchtvaart, maar dat er voor de omstandigheidwaarin een luchthaven zich genoodzaakt ziet om capaciteit tebeperken dan wel naar beneden bij te stellen eigenlijk geenvoorzieningen geboden zijn. Deelt de Minister deze constatering?En hoe zet de Minister zich in Europees verband in om een zachtelanding van eventuele exploitatiebeperkingen mogelijk te maken?Het Ministerie van IenW zet zich, zowel op Europees als nationaal niveau,in voor het behoud van vrachtoperaties. In Europees verband zet hetministerie zich zodoende in voor het creëren van meer sturingsmogelijk-heden voor nationale belangen, zoals duurzaamheid, netwerkkwaliteit envrachtoperaties. Het ministerie zet zich op nationaal niveau in voor eenextra vinkje voor vracht in de slotverdelingsregels. Dit betekent datvrachtvluchten bij gelijke geschiktheid net iets meer voorrang krijgen bijde toewijzing van slots. Hierdoor wordt het voor vrachtmaatschappijeneenvoudiger om op Schiphol te opereren.Wat betreft de slotverordening zijn er geen aanwijzingen dat de herzieningvan de slotverordening niet door zou gaan. In 2024 heeft de Commissieeen fitness check uitgevaardigd, waarvoor IenW de Nederlandse positieen belangen t.a.v. deze verordening heeft herhaald. Het is niet duidelijkwanneer de Commissie een volgende stap neemt in het proces totherziening van de slotverordening. IenW blijft zich inzetten om deherziening hoog op de agenda te houden.De slotverordening biedt geen concrete regels voor het reduceren vanslots. Ook hiervoor heeft het Ministerie aandacht gevraagd in de inbrengop de fitness check van de Europese Commissie, in het kader van deherziening van de slotverordening.Het gebrek aan heldere regels voor reductieopgaven betekent niet dat hetniet mogelijk is om historische slots te reduceren. Het is hierdoor aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 112110 onafhankelijke slotcoördinator om door middel van werkprocedures enbeleidsregels een eventuele reductie van slots te bewerkstelligen wanneerde capaciteit van een luchthaven lager is dan het aantal slots waarluchtvaartmaatschappijen op historische basis aanspraak op maken.Naast een eerder gepresenteerde werkwijze van de slotcoördinator voorhoe om te gaan met deze situatie, heeft de slotcoördinator concreteplannen gepresenteerd om de impact op historische slots te mitigeren inhet geval dat er minder capaciteit is dan dat er historische slots zijn.Wanneer hier draagvlak voor is bij de luchtvaartmaatschappijen, zal dezewerkwijze gehanteerd worden, waarbij het uiteraard noodzakelijk is dat delimieten in het luchthavenverkeerbesluit gerespecteerd worden. Ook dientdit in lijn te zijn met de Europese regelgeving.D66-fractie17.De leden van de D66-fractie zijn van mening dat een sterkeEuropese infrastructuur van het grootste belang is voor eenweerbaar Europa. Deze leden zien hierin kansen om zowel voormensen als voor militaire doeleinden infrastructuur te versterken.Deze leden constateren dat Nederland hierin een strategischepositie heeft, aangezien wij een belangrijk doorvoerland zijn voorde NAVO. Deze leden vragen de Minister bij de informele Trans-portraad in te zetten op het vrijmaken van méér infrastructurelemiddelen op EU-niveau. Daarnaast vragen deze leden de Ministerof hij in beeld heeft waar in Europa de grootste logistiekeknelpunten zitten.Nederland zal bij de informele Transportraad het belang benadrukken vanvoldoende geld in het nieuwe MFK voor bestaande en nieuwe infrastruc-tuurprojecten, het onderhoud daarvan, of het geschikt maken vaninfrastructuur voor militair gebruik. Daarbij zal Nederland wijzen op hetstrategisch belang van Nederland als doorvoerland voor de NAVO. UwKamer wordt binnenkort geïnformeerd over de Nederlandse inzet t.a.v. hetnieuwe MFK. De start van de onderhandelingen over het MFK wordt dezezomer verwacht. De Kamer wordt hier op de gebruikelijke wijze bijbetrokken.De knelpunten op het Nederlandse wegen- en spoornetwerk worden opdit moment in kaart gebracht. De Europese knelpunten zijn op hetmoment van schrijven niet bekend bij het ministerie. Wel is internationaleharmonisatie van regelgeving/afspraken en infrastructuur voor een soepelverloop van militaire transporten richting conflictgebieden in beeld alsbelangrijk aandachtspunt. Op dit moment wordt bekeken in hoeverre dit alis geborgd via (inter)nationale afspraken.18.Daarnaast zijn de leden van de D66-fractie van mening dat methet oog op de geopolitieke situatie een goed functionerendEuropees treinennetwerk van toenemend belang is. Deze ledenvragen de Staatssecretaris welke problemen er op dit momentzijn voor militair transport doordat nationale spoorsystemen enregelgeving niet op elkaar aansluiten. Zij roepen de Staatssecre-taris op om bij de Transportraad op te brengen dat het nodig isom vaart te maken met de verdere harmonisering van hetspoornetwerk en de achterliggende regelgeving en systemen.Voor (internationaal) militair transport gelden vergelijkbare opgaven alsvoor het civiele internationale spoorvervoer (zowel goederen- alsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 112111 personenvervoer), bijvoorbeeld rondom capaciteitsmanagement eninteroperabiliteit. De inzet van het kabinet op deze opgaven draagt dusook bij aan het efficiënt faciliteren van militaire transporten. Meerspecifiek voor militaire mobiliteit bezien lidstaten wat de in EU-verbandafgesproken Europese eisen voor militair transport betekenen voor derailinfrastructuur van de voor defensie relevante corridors.11 In Nederlandzal ProRail dit in opdracht van Defensie bezien.SGP-fractie19.De leden van de SGP-fractie benadrukken het belang van inzet opgoede civiel-militaire transportinfrastructuur. De Minister geeftaan dat hiervoor onder meer aanpassingen in (internationale) wet-en regelgeving nodig zijn. Kan de Minister aangeven op welkeaanpassingen hij doelt en wanneer deze, wat betreft nationaleregelgeving, doorgevoerd zullen worden?Momenteel wordt onderzocht of en welke aanpassingen in wet- enregelgeving nodig zijn voor het garanderen van een goede civiel-militairetransportinfrastructuur en een vlotte doorvoer van militair materieel vanbondgenoten over de Nederlandse infrastructuur. Vanwege de mogelijkemaatschappelijke impact van dergelijke wijzigingen in wet- en regelgevingen de complexiteit hierbinnen (o.a. door de afhankelijkheid van interna-tionale richtlijnen), is het van groot belang dat deze analyse zorgvuldiggebeurt. Het is op dit moment dan ook nog niet mogelijk om hier eentermijn aan te verbinden.In de nieuwe Europese Verordening capaciteit spoorweginfrastructuurwordt aandacht besteed aan militaire mobiliteit.12 Deze verordening zitmomenteel in de triloogfase. Verder verkent het Ministerie van IenWandere mogelijkheden om capaciteit te borgen ten behoeve van militairedoeleinden, bijvoorbeeld door het sluiten van een convenant met desector.20.De leden van de SGP-fractie vragen de Minister om in de margevan de Transportraad aandacht te vragen voor onder meerondersteuning van de binnenvaart bij verduurzaming. Wil deMinister erop aandringen dat lidstaten de timing van het onder-brengen van de binnenvaart in ETS2 (emissiehandelssysteem) opelkaar afstemmen, zodat ETS2 voor de binnenvaart zoveelmogelijk op dezelfde datum ingevoerd wordt? Zet de Ministerzich in voor benutting van Europese middelen voor verduur-zaming van de binnenvaart? Wil de Minister zich in de marge vande Raad inzetten voor een ontheffing van kleine schepen tot 86meter van de technische Centrale Commissie voor de Rijnvaart(CCR)-eisen?Nederland zal er de komende maanden bij de andere lidstaten opaandringen om ETS2 zo snel als mogelijk in te voeren voor de binnen-vaart. Dit is van belang voor het behalen van de Europese klimaatdoelenen voor een realistisch transitiepad wat betreft de energietransitie in debinnenvaart.In de komende jaren zal een programma-aanpak worden ingericht voor deenergietransitie van de binnenvaart. Als onderdeel hiervan wordt erop11TEN-T verordening, artikel 48.12Zie voor meer informatie Kamerstukken 22 112, nr. 3822.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 112112 ingezet dat Europese mogelijkheden voor subsidie worden benut voor deverduurzaming van de binnenvaart. Daarbij wordt rekening gehouden metde haalbaarheid voor binnenvaartondernemers, aangezien het aanvragenvan Europese subsidies gepaard kan gaan met zeer hoge regeldruk en eenhoge verantwoordingslast.Daarnaast zijn de langlopende overgangsbepalingen voor technischeeisen aan binnenvaartschepen een prioriteit voor Nederland. Binnen deCCR wordt momenteel, op basis van een systematische aanpak, gewerktaan algemene oplossingen per technische eis, waarbij ook de situatie aanboord van schepen langer dan 55 meter wordt betrokken. Zodra dezeoplossingen zijn uitgewerkt, zullen deze met de EU-lidstaten in het CESNI(Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnen-vaart) worden besproken ter verdere besluitvorming met het oog op deEuropese technische standaard waarin de eisen zijn opgenomen. OpEuropees niveau staat dit onderwerp dus voldoende op de agenda.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 112113

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f6f66ae0ef88fb06

14 okt 2026 · 8f2f07a6cdbe6731

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.