KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 maart 2026, over Artikel 100 inzet in de Middellandse Zee

16 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 07358ae97bcec498 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 521Nederlandse deelname aan vredesmissiesNr. 514 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 16 april 2026 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken en de vaste commissie voorDefensie hebben op 11 maart 2026 overleg gevoerd met de heerBerendsen, Minister van Buitenlandse Zaken, en mevrouw Yes¸ilgöz-Zegerius, Minister van Defensie, Vice-Minister-President, over:–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 10 maart2026 inzake artikel 100-inzet in de Middellandse Zee (Kamer-stuk 29 521, nr. 510);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 11 maart2026 inzake beantwoording vragen commissie inzake kennis-geving artikel 100-inzet Zr.Ms. Evertsen in de MiddellandseZee (Kamerstuk 29 521, nr. 506) (Kamerstuk 29 521, nr. 507).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,KlaverDe voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,PaternotteDe griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,Westerhoff kst-29521-514ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5141 Voorzitter: KrögerGriffier: WesterhoffAanwezig zijn veertien leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Boon,Ceder, Dobbe, Kröger, Van Lanschot, Maes, Markuszower, Nanninga, Piri,Struijs, Teunissen, Vermeer en Van der Werf,en de heer Berendsen, Minister van Buitenlandse Zaken, en mevrouwYes¸ilgöz-Zegerius, Minister van Defensie, Vice-Minister-President.Aanvang 16.03 uur.De voorzitter:Hierbij open ik deze vergadering van de vaste commissie voor Buiten-landse Zaken. Aan de orde is een debat over de brief over de artikel 100-inzet in de Middellandse Zee. Ik heet de bewindspersonen, de Ministervan Buitenlandse Zaken en de Minister van Defensie, en de leden vanharte welkom.Ik begrijp dat we nog in afwachting zijn van de beantwoording vanfeitelijke vragen. Die kan elk moment binnenkomen. Er is dan eenleespauze, waarbij de leden de mogelijkheid hebben om de antwoordentot zich te nemen. Ik stel dus voor dat we bij dezen een kwartier schorsenen dat het debat dan aanvangt, ervan uitgaande dat die antwoordenbijzonder rap komen. Hierbij schors ik de vergadering.De vergadering wordt van 16.03 uur tot 16.19 uur geschorst.De voorzitter:Ik kijk heel even naar de leden om te zien hoeveel tijd er nog nodig is omte lezen. Nog vijf minuten, hoor ik.De vergadering wordt van 16.20 uur tot 16.25 uur geschorst.De voorzitter:Ik stel voor dat we het debat beginnen. We hebben in principe vierminuten spreektijd. Gegeven het grote aantal sprekers, stel ik voor dat weonderling drie interrupties hebben. Dan is er wat meer ruimte voorinterrupties richting de bewindspersonen; daarvoor hebben we er dan inieder geval vier. Verder heb ik met de leden overlegd. We hebbenafgesproken dat we de eerste termijn hier doen, in het commissiedebat,en het debat daarna plenair afronden. Dat is dus de tweede termijn.Dan geef ik heel graag het woord aan de heer Markuszower van de GroepMarkuszower voor zijn eerste termijn.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Van de Ministers hebben wij een zogenaamdeartikel 100-brief ontvangen. Tijdens deze commissievergaderingbespreken wij deze brief. In de plenaire afronding en de daaropvolgendestemming kunnen we hopelijk besluiten om een Nederlands fregat naarhet oostelijke gedeelte van de Middellandse Zee te sturen. Ik zeg hopelijk,omdat onze fractie van mening is dat wij onze bondgenoten moetenbijstaan, vooral omdat zij nu letterlijk door het monsterlijke ayatollah-regime in Teheran onder vuur worden genomen. Ik zeg hopelijk, omdathet niet ondenkbaar is dat die Iraanse raketten in grotere hevigheid op onsof onze bondgenoten afgevuurd gaan worden. Ik zeg hopelijk, omdat hetdappere Perzische volk al 50 jaar door hun barbaarse jihadistische leidersvermorzeld wordt en ik hen hun vrijheid gun. Ik zeg hopelijk, omdat datkwaadaardige regime het vrije Westen wil vernietigen. Ik zeg hopelijk,omdat die bloeddorstige leiders van Iran openlijk dreigen met terroris-tische aanslagen op Europese steden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5142 Het sturen van een fregat dat defensieve handelingen uitvoert, is dus welhet minimale dat Nederland moet doen om de nationale veiligheid tegaranderen. Voor ons staat het beschermen van de Nederlandse belangenmet deze missie voorop. Amerika en Israël hebben onze hulp helemaalniet nodig en Iran ligt ver weg. Wat ons betreft is het doel van deze missieom die rechtvaardige en legitieme oorlog aldaar vooral heel ver weg vanhier te houden.Een aantal vragen. Kan de Minister aangeven hoe onze militairen zichzelfkunnen verdedigen als het fregat onverhoopt wordt aangevallen? Welkepersoonlijke bewapening hebben zij en wat is hun geweldsinstructie?Hebben zij voldoende mandaat om zichzelf maximaal te verdedigen, metmeer vuurkracht dan hun aanvallers? Hoe zorgen we ervoor dat onzemilitairen direct herbevoorraad kunnen worden?Voorzitter. In de plenaire afronding zo dadelijk zal ik het herhalen, maar ikwil nu alvast zeggen dat ik onze dappere militairen die bereid zijn om dezeopdracht van het Koninkrijk uit te voeren bijzonder waardeer en dat ik hennamens mijn fractie een behouden vaart en een veilige terugkeertoewens.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Van Baarle van DENK.De heer Van Baarle (DENK):Dank, voorzitter. De Nederlandse regering wil ingaan op het verzoek vanFrankrijk en met een luchtverdedigings- en commandofregat deelnemenaan een missie in de Middellandse Zee naar aanleiding van de oorlog inIran. DENK is helder: de aanval van Israël en de Verenigde Staten op Iranis in strijd met het internationaal recht, hoe je het ook wendt of keert. Deaanval heeft geleid tot burgerslachtoffers, waaronder talloze slachtoffersna de aanval op een meisjesschool in Minab. Het is moeilijk om verifi-eerbare informatie te krijgen over het totale aantal slachtoffers, maar debeelden van de verwoesting die we zien uit Iran beloven niet veel goeds.Volgens PAX zijn er in ieder geval meer dan 1.000 burgerdoden.DENK wil dat de oorlog stopt. Dat betekent dat alle aanvallen moetenstoppen, de aanvallen van Israël en de Verenigde Staten en ook deaanvallen van Iran op buurlanden. We moeten alles op alles zetten omervoor te zorgen dat diplomatie een kans krijgt. Uiteraard zijn we ingedachten bij het volk in Iran, nu ze naast repressie ook lijden onderoorlog. Wij willen dat maatregelen genomen blijven worden om testrijden voor hun mensenrechten en dat plegers van misdaden tegen hetIraanse volk hun verdiende straf krijgen. We veroordelen schendingen vanmensenrechten. De manier waarop je dat doet, is echter niet met eenillegale oorlog van Trump en Netanyahu. DENK wil dat Nederland op geenenkele manier bij de illegale oorlog van de Verenigde Staten en Israëlbetrokken raakt, niet direct en niet indirect. Nederland mag geen oorlogvoeren van Netanyahu en Trump. Nederland mag niet bijdragen aan hunzionistische project en hun imperialisme. Is de Minister dat met DENKeens?DENK maakt zich zorgen om verschillende aspecten van deze missie.Indien Nederland bescherming biedt aan het Cypriotische grondgebied,dan betekent dat ook dat Nederland bescherming biedt aan de basis vanhet Verenigd Koninkrijk op Cyprus en vanaf deze basis opereren naarverluidt ook Amerikaanse vliegtuigen. Dat zou betekenen dat Nederlanddirect betrokken kan raken bij gevechtshandelingen om Amerikaansemilitaire doelen te beschermen. Daarmee zou Nederland direct eenonderdeel worden van deze oorlog en zelfs de Amerikaanse oorlogsma-chinerie beschermen. Wat is de reactie van de Minister hierop?Het is ook onduidelijk wat het huidige en toekomstige mandaat van hetFranse vliegdekschip is en wat het mandaat is van de andere deelne-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5143 mende landen. De schriftelijke beantwoording is vaag. Welke partners enbondgenoten gaat het Franse vliegdekschip in de regio nou exactbeschermen? Is het 100% uitgesloten dat Israël hieronder valt? Welkegevechtshandelingen kan dit vliegdekschip allemaal gaan uitvoeren? Ishet uitgesloten dat de Charles de Gaulle vanuit defensief oogpuntpreventief gaat aanvallen? Wordt het defensieve mandaat door alledeelnemende landen hetzelfde gezien of kan het mandaat er ook toeleiden dat deelnemende landen dit per geval ruimer kunnen interpre-teren? Graag willen wij antwoord op deze vragen, want deze onduidelijk-heden kunnen er allemaal toe leiden dat Nederland in situatiesterechtkomt waardoor het betrokken raakt bij de oorlog.Tot slot maakt DENK zich zorgen over mogelijke informatie-uitwisselingdie een bijdrage aan de oorlog zou kunnen leveren. Is het keiharduitgesloten dat er met Israël en de Verenigde Staten door deelnemendelanden uit het vlootverband informatie uitgewisseld kan worden die doorTrump en Netanyahu kan worden ingezet voor hun oorlog? Ook alsbijvoorbeeld het luchtbeeld uit de schriftelijke beantwoording gedeeldwordt, kan dat daarvoor worden aangewend. Graag een reactie.Voorzitter, tot slot. Onze deelname leidt er op z’n minst toe dat er eenindirecte bijdrage wordt geleverd aan de oorlog van Trump en Netanyahu.Als wij met die capaciteiten aanwezig zijn in de regio, ontlasten wij hoedan ook hun legers. Zoals gezegd wil DENK op geen enkele manier, directnoch indirect, bijdragen aan een illegale oorlog van Trump en Netanyahu.Wij zullen dan ook naar alle waarschijnlijkheid niet instemmen met deNederlandse deelname.Ik dank u, voorzitter.De voorzitter:Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van der Werf van D66.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank, voorzitter. De nieuwe crisis waarin we zijn beland, laat weinigruimte voor uitstel. Voor het eerst sinds de oprichting van de EuropeseUnie is een lidstaat, Cyprus, doel geworden van een militaire aanval. OokTurkije is inmiddels tweemaal doelwit geweest van Iraanse raketten. Na deonbezonnen aanval van de Verenigde Staten en Israël slaat Iran nuroekeloos om zich heen. We hebben te maken met een conflict waarvande escalatie niet te overzien is, dus wat we ook van deze oorlog vinden,we hebben te maken met de gevolgen ervan.Voorzitter. Daarmee staan we ook voor een verantwoordelijkheid. Onzeeerste plicht is om burgers veilig te houden. Mijn fractie pleit al jaren vooreen Europa dat zijn eigen broek ophoudt. Wij pleiten ervoor dat wij,Europese bondgenoten, samen optrekken om elkaar te beschermen inonzekere tijden. Dit is zo’n moment. Daarom staat mijn fractie positieftegenover het initiatief om de Evertsen in te zetten als onderdeel van ditvlootverband. Met onze uitstekende fregatten en uitzonderlijke mensenkan een cruciale bijdrage worden geleverd aan de verdediging van onscontinent en het versterken van de Europese luchtafweer. Zo kunnen wejuist escalatie voorkomen, want in al het geopolitieke geweld van dezedagen, lijkt het nauwelijks nog te gaan over het lot van de Iraansebevolking. Ook zij zijn allerminst geholpen met een directe confrontatietussen Iran en de NAVO.Voorzitter. Hoe zwaar zo’n moment ook weegt, we kunnen ons geenlichtzinnige besluiten permitteren. We spreken vandaag immers over deinzet van Nederlandse militairen. De geschiedenis leert ons bovendien datmissies soms langzaam van karakter veranderen, mandaten verruimen,doelen opschuiven en defensieve operaties een offensieve dimensiekunnen krijgen. Daarom hechten wij sterk aan de twee voorwaarden die inde brief worden genoemd: een helder defensief mandaat en een duidelijkegeografische begrenzing van deze missie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5144 Tegelijkertijd weten we dat de realiteit de papieren werkelijkheid snel kaninhalen. We willen onze mensen niet met een onmogelijke missie op padsturen, maar we vragen wel om duidelijkheid over het proces, zekeromdat we meevaren in een vlootverband onder leiding van een anderland. Besluiten van een Franse commandant kunnen directe gevolgenhebben voor Nederlandse militairen en voor onze geopolitieke positie. Ikwil de Minister daarom vragen om op enkele punten te reflecteren. Is onsmandaat hetzelfde als dat van de Fransen? Met andere woorden: kan deMinister bevestigen dat de inzet van het hele vlootverband, inclusief demiddelen aan boord van de Charles de Gaulle, strikt defensief is en zichbeperkt tot operaties boven de Middellandse Zee? Ten tweede. Kan deMinister toezeggen dat bij iedere verruiming van het mandaat, of dat nude taken van het Franse vliegdekschip, het vlootverband als geheel of deEvertsen betreft, de Kamer vooraf zal worden geconsulteerd? Ik kijk uitnaar zijn antwoorden.Voorzitter. Tot slot wil ik zeggen dat het heel goed is dat we concretestappen zetten voor de verdediging van Europa, maar laten we ook nietvergeten dat het in het oosten van ons continent nog dagelijks rakettenregent. Ook de Oekraïners verdienen onze aanhoudende steun, juist nu.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het valt mij op dat D66 nu een aantal keer de aanval door Trump enNetanyahu op Iran heeft betiteld als «onbezonnen» en heeft gezegd dat ersprake is van een crisissituatie, terwijl deze aanval illegaal is en niet in lijnis met het internationaal recht. Nou staat D66 bekend als de partij die zichhard maakt voor het internationaal recht. Mijn vraag is: zou het niethelpen om deze aanval ondubbelzinnig te veroordelen, ook in relatie totdeze missie? Zou het defensieve karakter niet worden versterkt door dezeaanval juist ook echt ondubbelzinnig te veroordelen, zodat Nederland zichdistantieert van deze aanval en dus ook echt laat zien dat het eendefensieve missie is?De voorzitter:Voordat ik mevrouw Van der Werf het woord geef, wil ik de leden er graagop wijzen dat wij morgen een heel uitgebreid debat hebben over Iran.Deze interruptie gaat wel degelijk over de inzet en de brief, maar ik zeg dittoch even voordat we in een heel Irandebat verzeild raken.Mevrouw Van der Werf (D66):Toch wil ik daar best op reageren. Ik heb al meermaals aangegeven dathet mij heel helder lijkt dat deze aanval in strijd is met het internationaalrecht, maar ook dat we ons daarnaast geconfronteerd zien met eensituatie waarvan ik ook niet zou willen wegkijken. Het gaat namelijk om deveiligheid van Europa. Er wordt ons nu door een bondgenoot gevraagdom daar samen voor te staan. Ik denk dat je door op dat verzoek in tegaan, ook voor de-escalatie van de situatie kan zorgen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Zou het dan ook niet helpen om het kabinet op te roepen om deze aanvalte veroordelen? Kan D66 dat steunen?Mevrouw Van der Werf (D66):Ik weet niet of het veroordelen helpt. Ik denk dat het vooral helpt om nusamen met bondgenoten op te trekken om deze situatie te de-escaleren enom de veiligheid van Europa te beschermen. Al het andere wordt morgenbesproken. Een motie van mevrouw Teunissen beoordeel ik op haarmerites.Mevrouw Dobbe (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5145 Deze missie heeft een strikt defensief karakter. D66 zegt ook: wij zien datde aanvallen op Iran door de VS en Israël in strijd zijn met het internati-onaal recht. Er is natuurlijk wel een scenario denkbaar waarin vanaf demilitaire basis op Cyprus aanvallen op Iran, die D66 beoordeelt als in strijdmet het internationaal recht, gepleegd worden door de Verenigde Statenen wij vervolgens in de positie komen dat wij vanuit ons defensievemandaat die basis waarvandaan aanvallen worden gepleegd, moetenverdedigen. Hoe kijkt D66 naar die situatie?Mevrouw Van der Werf (D66):Dat is een terechte vraag. Ik heb begrepen dat de basis van het VerenigdKoninkrijk alleen beschikbaar is gesteld voor defensieve acties, dus nietvoor offensieve acties.Mevrouw Dobbe (SP):Als dat zo is, zouden we dan niet, voordat wij ons volledig committerenaan deze missie, de garantie moeten vragen dat er alleen defensieveacties, die door ons ook worden geïnterpreteerd als defensieve actie,vanaf die basis gedaan kunnen worden, zodat we niet in deze situatieterecht kunnen komen? De aanvallen op Iran worden door de VS en Israëlnamelijk ook verdedigd op basis van een defensief mandaat.Mevrouw Van der Werf (D66):Ja, alleen denk ik dat mevrouw Dobbe die garantie niet aan mij moetvragen. Die kan zij zo aan het kabinet vragen.Mevrouw Dobbe (SP):Maar ik vraag aan mevrouw Van der Werf of zij samen met ons diegarantie zou willen vragen aan het kabinet, omdat de woorden«defensief» en «defensieve actie» nogal ruim worden geïnterpreteerd,omdat de aanvallen op Iran ook onder een defensief mandaat wordengepleegd. Volgens mij zouden wij dus niet in die situatie terecht moetenkomen. Is mevrouw Van der Werf het daarmee eens en wil zij samen metons die garantie vragen?Mevrouw Van der Werf (D66):Ik vind dat een hele goede vraag. Dat gaf ik net ook al aan. Dat is ook dereden dat ik de vraag heb gesteld wat al die andere schepen in datvlootverband gaan doen. Wat is het mandaat van de Fransen? Dat isdezelfde achtergrond als de vraag die u heeft, dus het lijkt me prima datmevrouw Dobbe deze vraag mede namens mij stelt.De heer Van Baarle (DENK):Er is door de internationale media bericht dat de aanval die is uitgevoerdop de basis in Cyprus, als gevolg had dat er een onderdeel van die basisgeraakt zou zijn waar Amerikaanse spionagevliegtuigen aanwezig waren.Op het moment dat Nederland daar aanwezig is en onder andere ook diebasis verdedigt, verdedigt Nederland dus ook Amerikaanse militairecapaciteit in die regio. Dan word je, op welke manier dan ook, onderdeelvan die oorlog. Ik zou aan mevrouw Van der Werf van D66 willen vragen:dat kan toch niet de bedoeling zijn als u tegelijkertijd vindt dat die oorlogillegaal is?Mevrouw Van der Werf (D66):Ik vind het een terechte vraag, maar ik zou het ook vreemd vinden als wenu zouden zeggen: we gaan het grondgebied van Cyprus verdedigen,maar het stuk waar een hek omheen staat, gaan we uitzonderen. Ik denkdat het heel terecht is en dat de vraag van de heer Van Baarle ook teondervangen is met de vraag die mevrouw Dobbe net al opwierp,namelijk dat we aan het kabinet vragen wat nou exact het mandaat is vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5146 de Amerikaanse militaire activiteit die daar plaatsvindt. Dit is mijnantwoord op die vraag.De heer Van Baarle (DENK):Het punt is: dat is al gevraagd en daar kregen we een nogal vaagantwoord op. Ik kan het er nu even niet bij halen, maar het kabinet zei: onsis geen bilaterale overeenkomst tussen de VS en Cyprus bekend. Dat issowieso een manier om er niet op in te hoeven gaan. Als in internationalemedia, onder andere in The Sun – ik ben geen expert, maar dat is volgensmij niet de hoogst aangeschreven Engelse krant – maar ook in meerderekranten, gerapporteerd wordt dat er een doelwit is en dat er een aanval isgeweest, dan lijkt het erop dat er wel degelijk sprake is van Amerikaanseactiviteit vanaf die basis. Dan word je, als je daar aanwezig bent om dat tebeschermen, op de een of andere manier onderdeel van die oorlog. Ikdeel met mevrouw Van der Werf dat het beschermen van bondgenotenaltijd waardevol is, maar onderdeel worden van zo’n oorlog kan toch nooitde bedoeling zijn, vraag ik nogmaals aan haar.Mevrouw Van der Werf (D66):Volgens mij had ik een heel heldere inbreng op dat punt, namelijk dat datnooit de bedoeling kan zijn. Als de heer Van Baarle deze vraag, die ikeerder een vraag vind aan het kabinet dan aan mij, zo ook nog een keerwil opwerpen, laten we het daar dan zo over hebben.De voorzitter:Ik zie geen andere interrupties, dus dan is het woord aan mevrouwNanninga van JA21.Mevrouw Nanninga (JA21):Dank u wel, voorzitter. De heer Stoffer huldigt vandaag de biddag voorgewas en arbeid, dus aan mij de eer deze tekst mede namens de SGP uitte spreken. Zo kan het ook als je religieuze verplichtingen hebt tijdens eencommissiedebat.De Israëlisch-Amerikaanse aanvallen hebben het ayatollahregime en deRevolutionaire Garde hard geraakt. Het is een regime dat al decenniageweld, terrorisme en instabiliteit exporteert en faciliteert in de regio ensoms ook ver daarbuiten. Dat het regime na duizenden gerichte aanvallenlijkt te wankelen, zal veel mensen in Iran, maar zeker ook daarbuiten,tussen hoop en vrees doen leven. Tegelijkertijd heeft deze escalatie ookgevolgen voor de veiligheid in onze eigen regio. De spanningen in hetMidden-Oosten lopen op en raken ook de stabiliteit rond de MiddellandseZee. Wanneer bondgenoten een beroep doen op Nederland om bij tedragen aan de stabiliteit in onze eigen regio, moeten we daar serieus naarkijken. De Middellandse Zee is in overdrachtelijke zin onze achtertuin.Instabiliteit daar raakt niet alleen de landen in de regio, maar ook Europaen Nederland zelf. Veiligheid in de Middellandse Zee is dus van urgentEuropees en Nederlands belang.Wat JA21 betreft nemen we daarom onze verantwoordelijkheid als eenbondgenoot, in casu Frankrijk, om ondersteuning vraagt, zeker wanneerhet gaat om veiligheid in een gebied dat zo direct verbonden is metEuropa. Israël en de Verenigde Staten halen de hete kooltjes uit het vuuren sturen aan op een herstel van de democratie in Iran. We mogen nietalleen die landen de kooltjes uit het vuur laten halen. De inzet van deEvertsen in dit verband past wat ons betreft bij die gezamenlijke verant-woordelijkheid. De Evertsen heeft een ontzettend sterke Nederlandseradarcapaciteit en uitstekende systemen, en misschien nog wel belang-rijker: er varen zeer professionele Nederlandse militairen mee. Tegelij-kertijd is het goed dat we realistisch blijven over de context waarin dezeinzet plaatsvindt. Het gaat om een complexe en onvoorspelbare situatie,met risico’s en spanningen die snel kunnen escaleren. Juist daarom is hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5147 belangrijk dat duidelijk blijft wat het doel van deze inzet is en hoe dezepast binnen een bredere strategie van samenwerking met bondgenoten.We verwachten een proactieve houding van het kabinet in de informatie-voorziening hierover. In dat kader waren we heel content met de briefingvan gisteravond en met de, zij het wat late, antwoorden op de vragen. Ikheb nog wel een vraag. Ik heb gezien dat er geen evaluatie zal plaats-vinden, omdat die in verhouding moet staan tot de duur en intensiteit vande inzet en omdat die hier niet geëigend wordt geacht. Daar heb ik welenigszins begrip voor, maar ik doe wel het verzoek om, als deze missiewordt verlengd of als het mandaat wordt uitgebreid, dan alsnog dezeeerste fase te evalueren. Op dat punt wil ik graag een toezegging.Voorzitter. Kortom, JA21 staat positief tegenover deze inzet. Met onzemateriële inzet en vooral met onze militairen leveren we een bijdrage diebinnen zo’n Carrier Strike Group echt van waarde is. Dat laat ook zien hoeNederland en onze krijgsmacht worden gewaardeerd.Wij wensen de mannen en vrouwen van de Evertsen veel succes, eenbehouden vaart en namens JA21, maar zeker ook namens de SGP, Godszegen.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Maes van de VVD.Mevrouw Maes (VVD):Dank u, voorzitter. We spreken vandaag over een belangrijke kwestie: deinzet van Nederlandse militairen in een regio waarin de spanningenoplopen. De VVD-fractie dankt het kabinet voor de voortvarende manierwaarop deze procedure is doorlopen. De ernst van de situatie in hetMidden-Oosten maakt een snelle en zorgvuldige behandeling wat mijnfractie betreft noodzakelijk.De VVD-fractie steunt het kabinet in het besluit om met de inzet van eenluchtverdedigings- en commandofregat verantwoordelijkheid te nemenvoor onze eigen en de Europese veiligheid. Het strategische doel van dezeoperatie heeft onze volledige steun. De veiligheid en regionale stabiliteitworden serieus bedreigd door de escalatiedrang van het Iraanse regime.In korte tijd heeft Iran talloze buurlanden meegesleurd in dit conflict dooragressieve aanvallen op zowel militaire als civiele doelen. Dit verwerpe-lijke regime ontkent niet alleen het bestaansrecht van bondgenoten, maarexporteert ook geweld naar ons eigen continent. Wat de VVD betreft isdeze missie dan ook een noodzakelijke reactie op een regime dat deinternationale rechtsorde stelselmatig ondermijnt. Dat we dit samen meteen cruciale EU-partner als Frankrijk doen, laat zien dat wij niet aan dezijlijn blijven staan als onze veiligheid in het geding is.Tijdens de technische briefing hoorden we over de defensieve inzet vanhet fregat. Het beschermen van bondgenoten en EU-lidstaat Cyprus dientdirect onze nationale belangen. De VVD is dan ook helder: landen die deeluitmaken van dit vlootverband moeten de operationele ruimte hebben omzichzelf en het bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen bij eenaanval. In dat kader heb ik een vraag over de rules of engagement. Hoezijn deze precies afgestemd op de verdediging van Cyprus? Heeft decommandant ter plaatse de nodige handelingsvrijheid om adequaat opdreigingen te reageren?De inzet van de Evertsen is beperkt in mandaat en tijd, wat de VVD-fractiein deze onvoorspelbare situatie verstandig vindt. Het is immers moeilijk inte schatten hoe de situatie zich de komende weken gaat ontwikkelen. Bijeen significante wijziging in de regionale dreigingsanalyse of de veilig-heidssituatie zien wij dan ook graag dat het kabinet de inzet herover-weegt. Kan de Minister dit toezeggen?Voorzitter. Ook onze nationale veiligheid baart ons zorgen. De lange armvan Teheran reikt tot in Nederland. Het kabinet schat in dat een Iraansedreiging tegen personen en objecten op eigen bodem, bijvoorbeeld vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5148 de Joods-Israëlische gemeenschap of Iraanse dissidenten, evenals tegenons digitale domein, voorstelbaar is. Hoe gaat het kabinet dit monitoren?Welke aanvullende maatregelen worden genomen? We mogen ons nietlaten gijzelen door de chantage van een verwerpelijk regime. Grenzenstellen aan deze agressie is de enige weg naar veiligheid op de langetermijn.Tot slot, voorzitter, de zorg voor onze mensen. De medische capaciteit iscruciaal als er sprake is van een hoog geweldsspectrum. Kan de Ministertoelichten hoe de medische keten, inclusief de role 2-faciliteit op hetFranse vlaggenschip, is geborgd wanneer zich onverhoopt meerdereincidenten tegelijkertijd voordoen binnen het vlootverband?Wij vertrouwen op het vakmanschap van onze bemanning en wensen huneen behouden vaart.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Struijs van 50PLUS.Mevrouw Maes, wilt u uw microfoon uitzetten? Dank u wel.De heer Struijs (50PLUS):Voorzitter. Niets is zo onvoorspelbaar als een oorlog. Oorlogen wordenbeëindigd door de vastberadenheid van het volk. Ik weet als geen anderdat het Iraanse regime tot de dag van vandaag zeer actief is en mensenmartelt en doodmaakt. Dat gaat ver over hun eigen grenzen heen, tot enmet Nederland aan toe. Het sturen van het fregat Evertsen heeft uiteraardonze instemming, zeker na de goede briefing van gisteren, maar het is ookhet begin van een onvoorspelbare tijd. Ik roep de regering er echt toe opom ons maximaal op de hoogte te houden, want de omloopsnelheid vande informatie is hoog. Het is aan u om de Kamer informatie te geven enhet is aan de Kamer om u hierop regelmatig te bevragen.De bemanning van het fregat Evertsen vind ik zeer moedig. Die mensenzijn echt gemotiveerd. Ik weet dat, omdat ik met twee bemanningsledencontact heb mogen hebben, niet over de operatie, maar wel over hunmotivatie. In hun taal: maak niet te veel ruzie en steun ons. Ik vond dat weleen mooie oproep van een van de dames aan boord, die nogal gebektwas. Ze bevroeg me ook op andere punten, maar dat zal ik hier evenbuiten beschouwing laten. Ik hou wel van dat soort mensen. Ze zijn tot ophet bot gemotiveerd. Als je daarnaar vraagt, hebben ze dezelfde motivatieals 50PLUS, als ik. Er zijn duizenden, duizenden, duizenden slachtoffers,die dit regime tot recent heeft onderdrukt; mooie mensen die studeerdenaan de universiteit en die gewoon een stukje vrijheid wilden. Daar doenwe het allemaal voor. Maar dit is zeker geen blanco cheque. Laten weelkaar scherp houden, want binnen het mandaat en de onvoorspel-baarheid kan namelijk van alles gebeuren. Maar goed, het defensievekarakter is voor ons uiteraard heel belangrijk.Ik heb wel wat vragen, bijvoorbeeld over de rol van Israël en Amerika. Iser door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Defensiecontact met hen geweest? Hoe kijken zij aan tegen de Nederlandsebijdrage? Kunt u daar iets over zeggen? Ik heb het niet over operationeledingen, maar gewoon over hun mening: wat vinden ze ervan? Ik vond deuitspraak van Trump, die toch wel instabiel is, namelijk toch opmerkelijk.Hij zei: ik heb geen hulp meer nodig; ik doe het wel met Israël. Ik weet weldat dat dagkoersen zijn – misschien heeft hij vandaag weer iets andersgezegd – maar ik wil dat toch even in een context plaatsen.Dan een andere vraag. Ik heb daar gisteren ook even naar gevraagd: deintelligence. We horen dat oorlogen gewonnen worden, zeker met dezeverdedigingstactiek, door een hoge mate van intelligence. Ik weet dat deFranse intelligence uitstekend werkt en dat de Nederlandse intelligencedaar zeker niet voor onder doet, maar ik wil toch even de geruststellingkrijgen dat het hoogste niveau van intelligence bereikt wordt om onzeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5149 verdedigende taak uit te voeren. Ik wil dat horen van zowel de Ministervan Buitenlandse Zaken als de Minister van Defensie. Dat is namelijk welcruciaal als je een interventie doet, hoe die er ook uitziet, defensiefgesproken.Voor de rest ... Nou ja, u hoort het al aan mijn woorden, dus laat ik er niette veel woorden aan vuil maken. Er komt ook nog een ander interessantdebat over Iran. Steun aan de bemanning en steun voor de inzet van hetfregat Evertsen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik heel graag het woord aan de heer Boon van dePVV.De heer Boon (PVV):Dank u wel, voorzitter. In 2006 ben ik zelf met het 44 Pantserinfanterieba-taljon uitgezonden naar Afghanistan, naar Deh Rawod. De Tweede Kamerstemde destijds in met de ISAF-missie. Het werd hier een «vredesmissie»genoemd, maar de werkelijkheid was dat we terechtkwamen in de oorlog.Juist daarom vind ik dat we eerlijk moeten zijn wanneer we onzemilitairen uitzenden en dat de kaders vooraf duidelijk moeten zijn. Mededie ervaring maakt dat de PVV altijd kritisch is geweest op buitenlandsemissies die Nederland eindeloze conflicten in trekken of die vooralbedoeld zijn als internationale prestigeprojecten.Maar deze inzet ligt anders. Onze bondgenoot Frankrijk heeft ons omsteun gevraagd bij een defensieve inzet in de Middellandse Zee, terondersteuning van het Franse vliegdekschip Charles de Gaulle. Daarnaastvergroot het optreden tegen het Iraanse regime ook onze veiligheid. Datislamitische regime was volgens de AIVD zelf betrokken bij liquidaties inAlmere en Den Haag. Door de dreiging van dat regime moeten er nu ookin Nederland nog steeds mensen permanent beveiligd worden. Dat laatzien dat deze dreiging niet ver weg is en ook onze eigen veiligheid raakt.Voorzitter. Als we militairen uitzenden, dan moeten zij in staat zijn omzichzelf te verdedigen. Ze mogen nooit meer met een hand op de rugworden uitgezonden. Dat betekent dat de rules of engagement heldermoeten zijn en voldoende ruimte moeten bieden voor zelfverdediging enbescherming van de missie. Kan de Minister aangeven of de rules ofengagement voldoende zijn? De PVV is daarnaast blij met de beant-woording dat er met de partners in de regio gedeconflicteerd wordt omblue-on-blue-incidenten te voorkomen. De vraag aan de Minister is of zijer vertrouwen in heeft dat dit voldoende is.Voorzitter, tot zover.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Ongeacht deze artikel 100-procedure is de Evertsenal onderweg. Ik wil de bemanning dus sowieso een behouden vaartwensen en hun familie en vrienden veel sterkte wensen met het missenvan hun dierbaren. Wat betreft deze missie hebben we nog wel een aantalvragen en zorgen. Het gaat ons vooral om de vraag in hoeverre er eenrisico is dat Nederland onderdeel wordt van deze oorlog tussen deVerenigde Staten, Israël en Iran. Dat willen we namelijk absoluut niet. Datmoet voorkomen worden.Om te beginnen de reden waarom deze missie nodig is. Het is het gevolgvan de aanvallen van de VS en Israël op Iran. Die aanvallen zijn in strijdmet het internationaal recht en gaan nu nog steeds door. De oorlog isgestart niet om de bevolking, maar om olie te bevrijden, in het belang vande VS. Daardoor ontspint zich nu een regionale oorlog, waarvan nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51410 duidelijk is wanneer en hoe die gaat eindigen. Dat vormt de context vandeze missie.Om niet onderdeel te kunnen worden van deze oorlog, is het belangrijkdat we alle schendingen van het internationaal recht veroordelen. Datgeldt voor de schendingen van Iran, maar ook voor de illegale aanvallenvan de VS en Israël en voor de burgerdoden die daarbij zijn gevallen, waarniemand verantwoordelijkheid voor neemt. Het moet duidelijk zijn inwelke context Nederland nu deelneemt aan deze missie. Is de Minister hetdaarmee eens?Wat gaat Nederland doen om te de-escaleren, om hier weer uit te komen?Daar zeggen de antwoorden op de vragen die we net hebben gelezennamelijk maar heel weinig over.De missie van de Evertsen is defensief. Dat zou ervoor moeten zorgen datNederland geen onderdeel kan worden van deze oorlog. Maar kijkendnaar een aantal scenario’s, zijn we nog niet gerustgesteld. Gisteren werdnamelijk stellig gezegd: we gaan ervan uit dat de Evertsen en de Charlesde Gaulle niet geraakt zullen worden bij een aanval. We hopen allemaaldat dit niet gebeurt, maar toch moeten we ook nadenken over ditscenario. We weten wat het praktisch betekent – dat antwoord hebben wegister al gekregen – maar wat betekent het voor onze politieke betrok-kenheid bij deze oorlog als de Evertsen of de Charles de Gaulle wélgeraakt zou worden?Ik zei net al dat de Evertsen Cyprus verdedigt tegen aanvallen. Op Cyprusstaat echter een militaire basis waar ook militaire capaciteit van deVerenigde Staten staat. Die verdedigen we dan ook. Hebben we garantiesdat er vanaf deze basis geen offensieve aanvallen worden gedaan door deAmerikanen of dat we bijvoorbeeld geen spionagevliegtuigen of andermaterieel dat de Verenigde Staten in de oorlog inzetten, verdedigen? Is ereen garantie dat we dat niet doen? Dat zou namelijk echt wel watbetekenen voor onze betrokkenheid bij deze oorlog, waar de VerenigdeStaten natuurlijk actief bij betrokken zijn. Als deze garantie er niet is,moeten we dit dan wel doen? Is het risico dan niet te groot dat wehiermee actief onderdeel worden van deze oorlog? Kan deze garantiegegeven worden?Hetzelfde geldt eigenlijk voor alle bondgenoten waar deze missie zich opricht. Is er een scenario denkbaar dat de Evertsen zich vanuit een defensiefmandaat opwerpt voor de verdediging van een offensieve actie? Watbetekent dat dan? We lezen dat het kabinet zich niet kan uitspreken overde exacte mandaten van bondgenoten. We willen zeker weten dat hetmandaat van de andere landen die aan deze missie deelnemen en diecapaciteit leveren aan de Carrier Strike Group, ook defensief is op demanier waarop wij «defensief» interpreteren. «Defensief» moet dus nietook het aanvallen van landen zijn. «Defensief» moet daadwerkelijk het uitde lucht schieten van raketten zijn. We willen dat ook bij alle anderedeelnemende landen preventieve aanvallen zijn uitgesloten. Anders krijgje namelijk hetzelfde scenario: dan kunnen we in een positie komenwaarin we aanvalsacties aan het verdedigen zijn en worden we op diemanier onderdeel van deze oorlog. Kan de Minister dat uitsluiten?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef graag het woord aan mevrouw Teunissen van de Partijvoor de Dieren. O, mevrouw Piri heeft een interruptie.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik heb toch een vraag. Ook mijn fractie heeft vragen over de militaire basisvan de Britten op Cyprus en hoe die precies ter beschikking aan deAmerikanen wordt gesteld. Die zal ik straks ook stellen. Maar het gaatnatuurlijk heel specifiek om soeverein Brits grondgebied. Ik vraag me dustoch af hoe de SP het ziet. Stel dat er een aanval is op Cyprus en datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51411 Cyprus de Europese bondgenoten om hulp vraagt. Dat gaat natuurlijkgewoon om het hele grondgebied van Cyprus, maar ze gaan niet over demilitaire basis van de Britten, want dat is Brits grondgebied. Hoe weegt deSP dat? Wat is het oordeel wanneer er zo’n verzoek komt van eenbondgenoot?Mevrouw Dobbe (SP):Ik vind dat dus oprecht heel lastig bij deze missie. Wij hebben er geenenkel probleem mee als er een strikt defensieve missie zou zijn om Cypruste verdedigen. Dat sowieso. Dat verdienen de mensen in Cyprus, vindenwij. Dat geldt dus als het strikt defensief zou zijn. Maar als we ook de basisverdedigen vanwaaruit aanvallen op Iran worden uitgevoerd, kan hetgevolg zijn dat we onderdeel worden van deze oorlog. Ik denk dat we datmoeten afwegen. Daarom zou ik het liefste vooraf, nu al, de garantiewillen dat we dat niet doen. Ik zou willen dat de Minister met de bondge-noten die het betreft, bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en deVerenigde Staten, het volgende afspreekt: «We willen dit doen. We willenniet in een positie gebracht worden waarin we actief onderdeel wordenvan deze oorlog. Zorg dat je de militaire capaciteit die je daar eventueelhebt, niet inzet voor een oorlog, voor aanvallen of voor een andere actierichting Iran. Dan worden we namelijk onderdeel van de oorlog.» Onzebondgenoten hebben daar, denk ik, ook een verantwoordelijkheid in.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Bij mijn weten – maar ik hoor het graag als het anders is – zijn er vanuit deBritse luchtmachtbasis op Cyprus geen offensieve aanvallen gepleegd opIran. Ik denk dat het vanuit het kabinet duidelijk moet zijn of dat zo is en ofdaar informatie over is. Ook voor mijn fractie is het van belang dat dit echteen missie van defensieve aard is. Kijk naar wat voor fregat we sturen. Datfregat kan zelf geen raketten lanceren, maar kan eigenlijk alleen maarraketten uit de lucht halen. Wat is er niet defensief aan zo’n missie?Mevrouw Dobbe (SP):Het wordt natuurlijk lastig op het moment dat je je defensieve capaciteitinzet om aanvallen te verdedigen, dus om een basis te verdedigenvanwaaruit aanvallen worden gedaan of waar bijvoorbeeld militairecapaciteit staat die op een andere manier in de oorlog tegen Iran wordtingezet. Dat verdedig je dan namelijk. Dan ben je bezig binnen jedefensieve mandaat – je bent puur defensief bezig – maar ben je welonderdeel geworden van de oorlog. We vinden dat we dat dilemma hiernu moeten bespreken, omdat we dat risico in deze commissie moetenmeewegen.De voorzitter:Mevrouw Piri, tot slot.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Tot slot. Stel dat Europese bondgenoten, binnen EU- of NAVO-verband,die basissen hebben waar bijvoorbeeld het VK of de VS staan, vragen ombijstand. Is het antwoord van de SP dan dat wij die in principe niet kunnenleveren? Is dat het gevolg ervan? Cyprus heeft nu namelijk gewoon eenverzoek neergelegd om zijn grondgebied te beschermen.Mevrouw Dobbe (SP):Sec genomen is die militaire basis van het VK natuurlijk niet het grond-gebied van Cyprus. Dat speelt hier ook mee. Ik ben heel erg benieuwd ofhet überhaupt mogelijk is om vanuit een strikt defensief mandaat tevoorkomen dat je terechtkomt in een positie waarbij je militaire capaciteitvan de Verenigde Staten die wordt ingezet in de oorlog tegen Iran, aan hetverdedigen bent. Je bent dan heel defensief – je bent aan het verdedigen –Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51412 maar je bent wel onderdeel van deze oorlog. Het zou kunnen betekenendat Nederland betrokken raakt bij deze oorlog. We moeten hier welbespreken hoe groot dat risico is en of we dat wel moeten willen.Mevrouw Nanninga (JA21):Ik deel de mening van de SP dat dit een defensieve operatie moet zijn.Maar mevrouw Dobbe moet me het volgende toch eens uitleggen. Diebasis ligt op Cypriotisch grondgebied. Wij sturen een vaartuig dat rakettenuit de lucht kan halen. Doen we dat dan niet bij raketten die op die basiszijn gericht? Staat dat erop geschreven? Hoe weten we dat? Ik begrijptotaal niet hoe de SP dit fysiek voor zich ziet. Die basis ligt op een deel vanhet grondgebied dat we verdedigen. Maar je hebt toch geen flauw ideewelke projectielen waarheen moeten en wanneer we wel en niet defensiefmoeten optreden?Mevrouw Dobbe (SP):Dat is toch precies het probleem dat hier wordt geschetst? Op hetmoment dat er op Cyprus een basis ligt, op grondgebied van het VerenigdKoninkrijk, van waaruit de Verenigde Staten eventueel aanvallen zoudenkunnen uitvoeren of waar zij militaire capaciteiten hebben staan dieworden gebruikt in een oorlog met Iran, brengen wij onszelf in die positie.Dan moeten we afwegen: wat zijn we nu aan het verdedigen? Het is eenstrikt defensieve missie, die hier ook wordt gebracht als een striktdefensieve missie, maar hiermee zouden we wel actief onderdeel kunnenworden van deze oorlog. Op het moment dat Nederland actief onderdeelwordt van deze oorlog, of het risico daarop bestaat, moeten we hier nietnet doen alsof dat risico er niet is. Dan moeten we dat hier met elkaarbespreken. Daarom denk ik dat het hele goede vragen zijn om hier testellen.Mevrouw Nanninga (JA21):Nou, dat denk ik niet, want we verdedigen daar gewoon Europeesgrondgebied. Ik snap wel dat je dan zegt: in theorie kan ... Ik zie gewoongeen enkele praktische uitvoering. Ik zie ook niet in hoe het geen defensiefverhaal zou zijn als je het desondanks toch verdedigt. Ik heb een beetjehet gevoel dat de SP hier een reden zoekt om de wens van eenbondgenoot te ondergraven of het hen moeilijk te maken, en om zichvooral te positioneren als: laten we hier onnodig moeilijk over doen.Mevrouw Dobbe (SP):«Onnodig moeilijk doen» lijkt mij een beetje een bagatellisering van hetrisico dat hier daadwerkelijk zou kunnen bestaan om betrokken te wordenbij een grote oorlog, als onderdeel van de oorlog in het Midden-Oostendie op dit moment plaatsvindt. Daarom denk ik dat wij nu moetennadenken over de vraag of er, als onderdeel van deze missie, niet eengarantie zou moeten komen van die bondgenoten dat er op die basis geenmilitaire capaciteit is die kan worden gebruikt voor aanvallen of in deoorlog in Iran. Als wij dat kunnen vragen van onze bondgenoten, danhebben we dat dilemma straks ook niet bij deze missie. Dan lopen we ookniet het risico dat we onderdeel worden van deze oorlog.De voorzitter:Ik zie dat de heer Vermeer is aangeschoven. Hij zit in – hoe noem jedat? – mijn dode hoek. Hij heeft een interruptie.De heer Vermeer (BBB):Misschien moet u een dodehoekspiegel monteren, want ik zit hier de heletijd al, maar dat maakt niet uit. Het is wel interessant om het zo eens vande andere kant te bekijken. Dat zouden we misschien bij alle onderwerpenmoeten doen. De vraag die bij mij rijst, luidt als volgt. Natuurlijk steltTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51413 mevrouw Dobbe terechte vragen. Zij wil gewoon weten of we nietbetrokken raken bij iets wat we niet willen. Misschien is het toch wel goedals zij uitspreekt of zij in principe achter het verdedigen van Cyprus staat,dat daar geen enkele discussie over bestaat en dat het puur gaat om watde Amerikanen daar wel of niet doen. Kan zij klip-en-klaar bevestigen datdat het punt is, of is zij überhaupt tegen deze missie? Als dat het geval is,kunnen we dat beter gewoon constateren. Dan hoeven we verder nietzoveel met al die vragen, hoewel die an sich misschien ook welinteressant zijn.Mevrouw Dobbe (SP):Ik denk dat die vragen sowieso wel interessant zijn, maar natuurlijk staanwij daarachter. Het probleem is wel dat binnen het grondgebied vanCyprus een stukje grondgebied van het Verenigd Koninkrijk ligt. Daaropstaat militaire capaciteit van de Verenigde Staten. Dat maakt dit dus weleen probleem dat wij moeten bespreken, denk ik. Dat brengt namelijk ookrisico’s met zich mee, niet alleen voor deze missie, maar ook voor ons alsland. Als we dat op dit moment niet mogen bevragen, hebben we wel eenprobleem met elkaar, denk ik. Wij hebben geen problemen met hetverdedigen van onze bondgenoot in een strikt defensieve missie, maarhier zit wel een risico. Dat risico moeten wij met elkaar bespreken.De heer Vermeer (BBB):Ik snap wat mevrouw Dobbe zegt, maar dat betekent dat we bijna geenenkel Europees land meer kunnen verdedigen. Wij hebben zelfs groteproblemen binnen de NAVO-afspraken als we zo de nadruk gaan leggenop de mogelijke risico’s, in plaats van gewoon de afweging te maken watde bescherming van onze eigen grondgebieden en die van onze bondge-noten ons waard is. Wij kunnen natuurlijk alleen maar denken inproblemen en mogelijke scenario’s – het is ook goed dat we dat hier in ditdebat doen – maar ik wil mevrouw Dobbe wel meegeven dat zij het bijnaonmogelijk maakt om welke bondgenoot dan ook te ondersteunen als dithet criterium gaat worden.Mevrouw Dobbe (SP):Nou, dat is natuurlijk niet waar. Wat hier aan de hand is, is dat er eenactieve oorlog is waarbij de Verenigde Staten en Israël illegale aanvallenuitvoeren op Iran, in strijd met het internationaal recht. Dat is wat er aande hand is. Er is een mogelijkheid dat er vanaf de basis op Cyprus, opgrondgebied van het Verenigd Koninkrijk, aanvallen plaatsvinden. Dat isnu aan de hand. Dat brengt risico’s met zich mee. Ik vind het ook onzeverantwoordelijkheid om die risico’s hier te bespreken, want het zijnrisico’s voor de missies, maar het is ook een risico voor ons om actiefonderdeel te worden van deze oorlog.De heer Vermeer (BBB):Kan mevrouw Dobbe dan aangeven waar zij de grens legt? Als erbijvoorbeeld allerlei foeragemiddelen van Rotterdam naar Cyprus gaan, isNederland daarmee dan ook onderdeel van offensieve acties? Waar houdtde keten dan op volgens mevrouw Dobbe? Gaat dat puur en alleen overhet vliegveld waar een vliegtuig opstijgt dat een bom afwerpt, of betreftdat ook alles wat daaraan ondersteunend is?Mevrouw Dobbe (SP):Ik hoop dat de heer Vermeer het wel met mij eens is dat het op zichproblematisch kan zijn als er een vliegtuig opstijgt vanaf die basis, eenbom afwerpt op Iran en weer terugkomt, en wij die aanvalsactievervolgens moeten gaan verdedigen onder het mom van een puurdefensieve missie. Er zit natuurlijk wel een tegenstelling in. Plus, in datgeval zijn wij dan gewoon onderdeel geworden van die oorlog. Waar ligtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51414 de grens? Wij vragen aan de Minister de garantie dat wij op die basisgeen militaire capaciteiten verdedigen die actief worden ingezet bij deoorlog in Iran. Dat lijkt mij een heel duidelijk criterium.De voorzitter:We hebben in principe afgesproken dat we drie interrupties hanteren, dusik ben geneigd om het hierbij te laten, zeg ik tegen de heer Vermeer. Dangeef ik heel graag het woord aan mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter, dank u wel. Allereerst wensen ook wij de bemanning eenbehouden vaart en heel veel succes.Voorzitter. De aanvallen van Trump en Netanyahu hebben inmiddels meerdan duizend Iraanse burgers het leven gekost. Ja, het Iraanse regime ismoorddadig en moet voor het Internationaal Strafhof worden gesleept, ende druk om het regime daar weg te krijgen, moet worden opgevoerd.Maar de aanval van de VS en Israël op Iran is een illegale aanval en eenschending van het internationaal recht. Het kabinet veroordeelt de aanvalniet, maar heeft er zelfs begrip voor. Is het kabinet alsnog bereid om dezeillegale aanval te veroordelen?Netanyahu geeft niets om mensenlevens. Dat blijkt uit de sluimerendegenocide in Gaza, het geweld op de Westoever en de aanvallen opLibanon, die honderden levens hebben gekost. Niemand gelooft datNetanyahu Iran aanvalt voor de mensen in Iran. Nederland kan, gezien hetinternationaal recht, eigenlijk niet anders dan de aanvallen veroordelen.Niet wegkijken van wat er met de Palestijnen gebeurt, de Rode Lijneisenuitvoeren en druk uitoefenen op Iran om het regime weg te krijgen: dat isstaan voor mensenrechten en het internationaal recht.Het meesturen van het Nederlandse fregat met de Franse missie staat danook niet op zichzelf, maar staat in deze context. In de communicatie overdeze missie wekt het kabinet de indruk dat het om een afgebakend,tijdelijk mandaat gaat, maar dit besluit is nog steeds omkleed metonzekerheden, ook na de beantwoording van de schriftelijke vragen. Mijnfractie heeft daar nog een aantal vragen over.Allereerst wil de Partij voor de Dieren steun uitspreken voor de Cyprio-tische bevolking die ongewild in dit conflict is geraakt. De eerste vraag diemijn fractie hierbij heeft, is of deze extra militaire aanwezigheid het voorde Cyprioten wel echt veiliger maakt. Wat de Cyprioten in gevaar heeftgebracht, is dat de VS gebruikmaken van die basis. Als het kabinet echt zobegaan is het met lot van de Cyprioten, waarom roept het de Amerikanenen de Britten dan niet op om te stoppen met het gebruiken van die basisvoor deze oorlog? Dan draag je tegelijkertijd bij aan de-escalatie.Het lijkt bovendien niet uitgesloten dat Nederland twee Britse militairebasissen op Cyprus zal moeten verdedigen, zoals net al even besprokenwerd, en op deze manier onderdeel wordt van deze oorlog. Kan hetkabinet dit uitsluiten? Afgelopen maandag maakte president Macronnamelijk ook nog duidelijk dat zijn plannen veel verder reiken dan deMiddellandse Zee. Dan heb ik het over het mandaat van Frankrijk. Macronnoemde het openen van de Straat van Hormuz een puur defensievemissie, om de route voor olie en gas weer open te stellen. Dat is niet hetmandaat van Nederland, maar dat is wel waar Frankrijk op doelt. Kan hetkabinet het Franse mandaat delen met de Kamer? Ik vind het heel raar datwij, terwijl we dus meegaan met de missie, niet weten wat het mandaat isvan de andere landen die meedoen. Kan het kabinet daar duidelijkheidover geven?Voorzitter. Dan de samenwerking met Israël. Het kabinet schrijft in debeantwoording dat dat niet aan de orde is. Mijn vraag is of samenwerkingmet de Amerikanen om Israël te helpen zich te verdedigen tegenluchtaanvallen echt is uitgesloten. In de beslisnota wordt verwezen naareen aangenomen motie die oproept tot samenwerking met de VS voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51415 verdediging van Israël tegen luchtaanvallen. Die motie werd destijdsstevig ontraden door het kabinet-Rutte IV vanwege het risico op escalatie.Dat risico is onverkort van kracht. Dus volgt het kabinet ook die lijn tenaanzien van samenwerking met de Verenigde Staten voor verdedigingtegen luchtaanvallen op Israël? Sluit het kabinet die samenwerking ookuit?Voorzitter, tot slot. We moeten ons niet laten afleiden van de acties vanNetanyahu, die de genocide in Gaza doorzet, bezig is met de uitbreidingvan illegale nederzettingen en bezig is met illegale oorlogen tegen Iran enLibanon. Een land dat zegt te staan voor het internationaal recht dientdaartegen op te treden. Op dit moment heeft mijn fractie vraagtekens bijde motieven van zowel Frankrijk als het Nederlandse kabinet, omdat hetkabinet ook begrip heeft voor de aanval van de VS en Israël, die,nogmaals, niet in lijn is met het internationaal recht.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Teunissen. Dan geef ik graag het woord aanmevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Vorige week zaterdag zijn de VS en Israël eenillegale en roekeloze oorlog gestart tegen Iran. De regering in Washingtonkan het tot op de dag van vandaag niet eens worden over de rechtvaar-diging noch over het doel van deze oorlog, laat staan dat ze een planhebben voor hoe verder. GroenLinks-PvdA erkent de wreedheid van hetIraanse regime en de rol die het al decennia speelt in de onderdrukkingvan zowel de eigen bevolking als het steunen van terroristische groepenin buurlanden. Maar wat we niet kunnen doen, is het internationaal rechtzomaar buiten de orde verklaren voor deze oorlog. Mijn fractie vindt hetdan ook van belang dat de regering duidelijk maakt dat we politiek nochmilitair deze oorlog gaan steunen.Er is nu sprake van escalatie aan alle kanten. Landen die geen enkelebetrokkenheid hadden bij deze oorlog worden nu toch aangevallen,waaronder Cyprus. Voor mijn fractie is het van essentieel belang dat hetkabinet bijdraagt aan de-escalatie, diplomatie en het bijstaan vanEuropese bondgenoten wanneer daar om verzocht wordt. In dat kaderstaan wij dan ook in principe positief tegenover het voornemen van hetkabinet om een bijdrage te leveren aan het verzoek van Cyprus en aan hetverzoek van Frankrijk om het grondgebied van Cyprus en eventueelandere NAVO-bondgenoten in die regio te beschermen. Een afgebakendmandaat, beperkt in de tijd, defensief van aard, op verzoek van Europesebondgenoten, in samenwerking met landen als Spanje en Noorwegen, dieklip-en-klaar de illegaliteit van de oorlog hebben benoemd, en met deafspraak dat intel alleen met deelnemende landen wordt gedeeld: dat zijnvoor mijn fractie belangrijke elementen om deze missie überhaupt tekunnen steunen. Laat dan ook duidelijk zijn dat als het verzoek van deAmerikanen was gekomen of als hier nu een missie van offensieve aardvoorlag, mijn fractie nee had gezegd. Met het steunen van deze missiewillen we natuurlijk ook niet vooruitlopen op eventuele toekomstigeverzoeken die Europese bondgenoten wel of niet gaan doen aan hetkabinet.Voorzitter. We hebben gisteren een technische briefing gehad. Mijn dankdaarvoor. Net zijn de schriftelijke vragen beantwoord. Veel van de vragendie ik had, zijn inmiddels beantwoord. Mij resten nog een aantal dingenter verheldering. Een is toch die Britse basis op Cyprus. Die is gisteren ookin de technische briefing aan de orde gekomen. Is deze militaire basisdoor de Britten nu überhaupt ter beschikking gesteld aan de Amerikanenen, zo ja, met welk mandaat? De tweede vraag. In de kabinetsbrief wordtduidelijk gesteld dat de intel alleen binnen vlootverband zal wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51416 gedeeld. Dat staat in de artikel 100-brief van het kabinet aan de Kamer. Inde beantwoording van de schriftelijke vragen staat bij het antwoord opvraag 62 dat info over het luchtbeeld met alle NAVO-landen wordtgedeeld. Kan het kabinet verduidelijken welke intel nu precies wel enwelke niet met de Amerikanen wordt gedeeld?De doelstelling van de missie is de bescherming van de Charles de Gaulle,Cyprus en het NAVO-verdragsgebied. In de beantwoording van de vragenzie ik bij vraag 40 staan dat het schip zonder een verzoek van eenNAVO-land geen acties mag uitvoeren. Ik vraag me gewoon af: hoe zit datdan? Er wordt gedetecteerd dat een drone of een raket op weg is naarCyprus of in dit geval bijvoorbeeld naar Griekenland. Mag het schip danniet zo’n raket of drone uit de lucht halen?Tot slot, voorzitter. De allergrootste dreiging voor veiligheid op ditcontinent en dus ook voor Nederland vormt Rusland. Door de bedrei-gingen van Trump rondom Groenland en deze oorlog gaat de beperktedefensiecapaciteit op aan andere zaken dan aan het beschermen van onscontinent tegen die Russische agressie. Het zegt alles dat we nu een fregatvanuit de Baltische Zee moeten verplaatsen naar de Middellandse Zee.Hoe maakt het kabinet die belangenafweging bij het nemen van zo’nbesluit?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Markuszower heeft een interruptie.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ja, aan mevrouw Piri. Begrijpt mevrouw Piri dat een sterk Iran goed isvoor Rusland en dat een zwak Iran slecht is voor Rusland en dus goedvoor de veiligheid van Europa?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik wil best ingaan op elke vraag van de heer Markuszower. Ik denkoverigens dat deze oorlog op geen enkele manier in het voordeel vanOekraïne is, als je uiteindelijk alle plussen en minnen tegen elkaarafweegt. Ik snap alleen niet wat deze vraag met deze missie en artikel 100te maken heeft, maar als de heer Markuszower dat wil verduidelijken, danwil ik daar best een reactie op geven hoor.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Het was een reactie op het feit dat mevrouw Piri het had over de grotedreiging die Rusland vormt voor ons. Als ik gewoon even wat googel enzo, dan zie ik dat Iran drones en wapens levert aan Rusland. Rusland enIran houden militaire oefeningen samen en ontwikkelen militaire entechnische samenwerking. In 2025 sloten ze een strategisch partnerschapvoor twintig jaar. Dat verdrag omvat defensie, veiligheid en technologie,dus je zou kunnen stellen – althans, dat is mijn stelling – dat een sterkIraans regime niet goed is voor de veiligheid van Oekraïne en niet goed isvoor veiligheid van ons continent. Ik vraag me dus af waarom mevrouwPiri in haar bijdrage het tegenovergestelde leek te beweren.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik laat de woorden van de heer Markuszower bij hemzelf. Wat ik hebgezegd – volgens mij zijn al onze inlichtingendiensten, maar ook hetkabinet daar altijd klip-en-klaar over geweest – is dat we natuurlijk alsland, als Nederland verschillende dreigingen hebben, maar dat deallergrootste dreiging te maken heeft met de Russische agressie op ditcontinent; dat is ook de reden waarom dit kabinet zo fors investeert indefensie. Is Iran een supporter van Rusland? Zeker. Dat hebben we ookgezien. Deze week waren er ook weer berichten dat Rusland mogelijkbepaalde locaties van Amerikaanse basissen en militairen doorgeeft aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51417 Iran. Mijn afweging bij deze oorlog, als je alle plussen en minnen ... Je zietdat Amerika nu de oliesancties tegen Rusland opheft. De hoge olieprijzenspekken niet alleen bepaalde fossiele bedrijven, maar ook zeker deoorlogskas van Poetin. Het begraven van de internationale rechtsorde is,kan ik u vertellen, op geen enkele manier in het voordeel van Oekraïne. Enals je ook nog eens kijkt naar wat er aan defensief materiaal isafgeschoten de afgelopen tijd in het Midden-Oosten dat keihard nodigwas voor de verdediging van Oekraïne, de Oekraïners en het Europeseluchtruim, dan denk ik, met alle plussen en minnen, dat deze oorlog slechtnieuws is voor Oekraïne.De voorzitter:Goed. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Lanschot van hetCDA.De heer Van Lanschot (CDA):Dank u wel, voorzitter. De situatie in het Midden-Oosten is ernstig enonvoorspelbaar. Iraanse aanvallen en aanvallen van aan Iran gelieerdegroeperingen raken niet alleen Israël, maar ook andere landen in de regio,waaronder Cyprus en Turkije. Daarmee raakt dit conflict ook direct aan deveiligheid van Europa en aan Nederlandse belangen. In dat licht is hetgoed dat wij vandaag spreken over de inzet van Zr.Ms. Evertsen. Voor hetCDA staat een ding voorop: wij moeten pal staan voor de veiligheid vanonze militairen en van onze bondgenoten. Als een EU-lidstaat als Cyprusbedreigd wordt door drones en raketten, dan is het logisch dat wij inEU-verband onze verantwoordelijkheid nemen, zeker omdat de Neder-landse bijdrage defensief is en begrensd is in geografie en tijd.Voorzitter. Het CDA wil het hebben over verschillende aandachtspunten, tebeginnen met het mandaat. Het kabinet schrijft dat de inzet strikt defensiefis, ter verdediging van de Carrier Strike Group, Cyprus en bondgenoot-schappelijk grondgebied. Onze fractie gaat ervan uit dat bij iederewijziging van doelstelling, takenpakket of geweldsspectrum de Kameropnieuw vooraf wordt geïnformeerd. Ten tweede wil ik het hebben overde risico’s. Het kabinet stelt terecht dat het fregat erin is geoefend om teopereren in een verhoogd geweldsspectrum en is toegerust op drones enraketten. Tegelijkertijd lezen wij dat Iran heeft gedreigd dat EU-landendoelwit kunnen worden als die zich mengen in het conflict. Hoe weegt hetkabinet het risico op escalatie voor Nederlandse militairen, burgers,bedrijven en diplomatieke posten in de regio? Een ander risico is deaanwezigheid van een Russisch vlootverband in de regio. Hoe wordtvoorkomen dat er ongelukken gebeuren in het contact met de Russen?Het derde aandachtspunt is de politieke strategie. Een fregat alleen brengtgeen duurzame stabiliteit. Welke diplomatieke inzet om verdere escalatiete voorkomen loopt parallel aan deze missie?Voorzitter. Onze fractie sprak al eerder haar positieve grondhouding uit tenaanzien van dit voorgenomen kabinetsbesluit. We kijken uit naar debeantwoording van onze vragen door het kabinet.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik ga naar de heer Vermeer van BBB.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Mare ad proprium neminis ditionem pertinere. Datbetekent: de zee behoort aan niemand in eigendom toe. Het is de titel vanhet vijfde hoofdstuk van De vrije zee, of Mare liberum, geformuleerd dooronze nationale held Hugo de Groot. Tot op de dag van vandaag is dit hetgrondbeginsel dat aan de basis ligt van het VN-Zeerechtverdrag. Het iseen principe dat eeuwenlang door Nederland is ingezet om claims opzeegebieden van Engeland en Portugal te dwarsbomen. Onze marineTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51418 verdedigt dit principe nog steeds. De Zr.Ms. Evertsen is onderweg naarCyprus om onze bondgenoten te beschermen tegen mogelijke aanvallenvan Iran. BBB koestert de band met onze internationale bondgenoten enkan deze inzet dus alleen maar aanmoedigen, mits de randvoorwaardenvoor deze steun geborgd zijn.Daar hebben we nog wel een aantal vragen over, want we moeten lerenvan het verleden. Wat er eind jaren negentig in Srebrenica gebeurde, magnooit weer gebeuren. Nooit mogen onze mensen, of ze nou met voeten opde aarde staan of een fregat bemensen, in een risicovolle situatiebelanden waarin ze niet uitgerust zijn voor hun taak. Nooit meer mag hetmandaat van handelen vaag zijn. Daarom heb ik de volgende vragen. Zijnonze mensen voldoende uitgerust voor situaties waarbij er sprake is vanescalatie? Is er voldoende munitie en uitrusting voor zelfverdediging en iser voldoende materieel voor de luchtverdediging? Ligt er een terugtrek-strategie klaar bij offensieve acties van de Carrier Strike Group?Alle feitelijke vragen die hier al gesteld zijn over mandaat, zijn beantwoordin de reactie op de feitelijke vragen. Ik denk wel dat het heel goed zou zijnals de Ministers die antwoorden nog even helder uitspreken, vooral voorde mensen die dit debat volgen. Zo hoeft er bij welke Nederlander danook geen onduidelijkheid te bestaan over het doel van deze missie.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Sinds anderhalve week is het oorlog in hetMidden-Oosten, in Iran en in Libanon. Het risico op escalatie ligt op deloer. Iran voert immers aanvallen uit op doelwitten in een groot deel vande regio, inclusief Cyprus en Turkije. Morgen spreken we breder over Iranen het conflict. Vandaag spreken we over de inzet in de Middellandse Zee,naar aanleiding van een verzoek van Frankrijk. We spreken over deNederlandse inzet ter verdediging van de Carrier Strike Group, Cyprus ende bondgenoten in de regio. De ChristenUnie steunt de inzet van hetluchtverdedigings- en commandofregat binnen het mandaat, zoalsuiteengezet in de artikel 100-brief. Het is wat ons betreft terecht datNederland zijn verantwoordelijkheid neemt als bondgenoot, zeker als dedreiging voor de bondgenoten niet denkbeeldig is.Voorzitter. Het is een helder en beperkt mandaat, enkel gericht opverdediging en voor een beperkte periode. Gisteren werd in de technischebriefing gezegd dat de kans klein is dat het vlootverband wordt geraakt.Een aanval is echter nooit uit te sluiten. Een risico op escalatie is er altijd,vooral in oorlogstijd. In dat kader heb ik een aantal vragen.Allereerst heb ik een vraag over de informatiepositie. Waarom worden ergeen inlichtingen gedeeld met de Amerikanen en Israël? Wij hebben geenbetrokkenheid bij de oorlog; laat dat helder zijn. Maar als we met onzedefensie actief zijn in de regio, dan kan onze informatiepositie toch nooitgoed genoeg zijn, juist met het risico op aanvallen?Dan een vraag over de periode. Waarom duurt de missie in beginsel totbegin april? Als ik het goed heb, is dat zo omdat de oefening in deBaltische Zee tot die tijd zou duren. In de brief wordt echter al gesteld datde verwachting is dat het conflict langere tijd zou kunnen duren. Daarmeeis de kans groot dat de dreiging begin april niet is verdwenen. Acht hetkabinet het dan niet zeer voorstelbaar dat er een verlenging van dezemissie komt?In de brief wordt duidelijk geschetst dat elk land dat meedoet, zijn eigenmandaat heeft. Zijn er verschillen tussen het mandaat van Nederland endat van Frankrijk, en wellicht dat van andere bondgenoten die ookmeedoen? Zo ja, wat zijn die verschillen? Kunnen we daar heel specifieken helder over zijn? Acht het kabinet het mogelijk dat andere onderdelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51419 van het vlootverband wél ingezet zullen worden voor preventieveaanvallen? Hoewel we de inzet steunen, is dit voor onze fractie wel eenbelangrijke vraag. Daar willen we echt van tevoren scherp duidelijkheid enhelderheid over krijgen, ook richting de Nederlandse bevolking.Dat het voor de bondgenoten niet bij deze missie blijft, is wel duidelijk. DeFranse president heeft op Cyprus al een defensieve missie aangekondigdom schepen door de Straat van Hormuz te escorteren na de heetste fasevan het conflict. Mijn vraag is dan ook: is met de Fransen al gesprokenover deze mogelijke missie en over de optie dat het LCF ook aan dezemissie deelneemt?Dat waren mijn vragen, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik begrijp dat er ongeveer een halfuur nodig is ter voorbe-reiding op de beantwoording. Dat geeft ons de mogelijkheid om snel watte eten, als daar behoefte aan is. We schorsen dus tot 18.00 uur.De vergadering wordt van 17.29 uur tot 18.02 uur geschorst.De voorzitter:Hierbij heropen ik het debat van de vaste commissie voor BuitenlandseZaken. Op de agenda staat de artikel 100-brief over de inzet in deMiddellandse Zee. Ik geef graag als eerste het woord aan de Minister vanBuitenlandse Zaken.Minister Berendsen:Dank u wel, voorzitter. We spreken vandaag over deze artikel 100-procedure over de uitzending van Nederlandse militairen in conflict-gebied. Het is voor dit kabinet de eerste missie waar we met u als Kamerover spreken. Dat doen we al heel vroeg, misschien wel veel te vroeg, nade aanstelling van dit kabinet. Ik moet daar ook bij zeggen dat de velevragen van de Kamerleden veelal onderdeel zijn geweest van deoverwegingen die wij als kabinet hebben gemaakt voor het voorstel datwe u hebben gedaan. Ik zou graag een klein stukje «inleiding» geven, alweet niet of ik het zo mag noemen. Daarna wil ik specifiek ingaan op deinzet van het fregat en het mandaat. Daar zijn veel vragen over gestelddoor de Kamerleden. Dan heb ik een stukje over de regionale context. Erwaren ook nog een aantal overige vragen.Het conflict in het Midden-Oosten is complex en onvoorspelbaar. We ziendat door dit steeds verder escalerende conflict ook Nederlandse belangengeraakt worden. We hebben niet alleen zorgen over de mensen in deregio, de mensen in Iran. We hebben met name zorgen over het escale-rende conflict, dat niet alleen risico’s met zich meebrengt voor Nederland,maar ook voor Europees grondgebied en NAVO-verdragsgrondgebied.Dat is het kader van deze missie.Voor Nederland zijn stabiliteit in de regio en bescherming van onze enEuropese belangen prioriteiten. Om die reden willen wij als kabinet datNederland zijn verantwoordelijkheid neemt en een bijdrage levert aan deEuropese militaire inzet via deelname aan de door Frankrijk geleideCarrier Strike Group. Ons fregat was onderdeel van de Carrier StrikeGroup bij de missie in de Baltische Zee. Vanaf dat moment is ons fregatbij een gewijzigde inzet van het Franse vliegdekschip meegevaren richtingde nieuwe locatie.De inzet is defensief en gericht op bescherming van Nederlandse enEuropese belangen en op de veiligheid van NAVO-verdragsgrondgebied.De inzet die wij hiermee willen doen, past binnen het nemen van meerverantwoordelijkheid voor de veiligheid van onze eigen Europese Unie. Inhet kader van de meer traditionele grootschalige vredesmissies beseffenwij dat er in de regel meer tijd beschikbaar is voor het doorlopen van eenartikel 100-procedure. De afgelopen jaren zag het kabinet zich echter vakerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51420 genoodzaakt tot versnelde besluitvorming of informatievoorziening aanhet parlement achteraf, vanwege de militaire urgentie voor acutecrisisbeheersingsoperaties of vanwege de vertrouwelijkheid. Ik wil danook mijn dank uitspreken aan de Kamer voor de flexibele opstelling en debereidheid om dit debat met voorrang te voeren, zodat we tijdige inzetvan het fregat mogelijk kunnen maken, uitgaande van een positieveuitkomst van dit debat.Militaire inzet vraagt om zorgvuldige besluitvorming en informatiedelingmet uw Kamer. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat onze tegen-standers meeluisteren en soms kunnen profiteren van de informatie diewij met elkaar bespreken en uitwisselen. Ik zou daarom ook in het vervolgop dit debat graag met uw Kamer van gedachten wisselen over dezeprocedure en mogelijke dilemma’s die die met zich meebrengt, maar datis dus voor het vervolg.Ik ga verder met het mandaat van ons fregat en van de missie. Webehandelen specifiek het kabinetsbesluit om het fregat naar het oostenvan de Middellandse Zee te sturen, in het kader van de artikel 100-procedure. Het kabinet heeft naar aanleiding van het verzoek van Frankrijken van Cyprus besloten om het luchtverdedigings- en commandofregatnaar de Middellandse Zee te sturen ter verdediging van de Carrier StrikeGroup rond het vliegdekschip Charles de Gaulle, en via deze weg terverdediging van Cyprus en bondgenoten in de regio. Ik heb al gemeld dathet reeds onderdeel was van die groep. Dit kabinet heeft besloten tot eenduidelijke afbakening van locatie en tijd en tot een strikt defensief karaktervan deze missie. Dat betekent dat wij, gezien de inkadering van dezemissie, bij alles wat buiten de huidige kaders valt, zelf tot een nieuweweging zullen komen en terug naar de Kamer zullen gaan om de Kamer teinformeren en samen het gesprek te voeren.Nu heb ik vol ambitie het mapje overig opengedaan, maar ik moetnatuurlijk beginnen met het mapje over de Evertsen. Er zijn namelijk eenaantal vragen gesteld in het kader van dat mandaat.Ik heb hier de vragen van de leden Van Baarle, Van der Werf, Dobbe enCeder. Wat is het mandaat van de bijdrage en van de Franse bijdrage? Kaner mogelijk ook offensief gehandeld worden? En is er kans dat ditmandaat op termijn ruimer wordt geïnterpreteerd? Ik heb daar net ietsover gezegd. De Nederlandse bijdrage betreft inzet met een defensiefkarakter, gelimiteerd in tijd, namelijk tot begin april, en in het oosten vanhet Middellandse Zeegebied. Dat betekent wel dat het schip zich mag enkan verdedigen tegen aanvallen die gaande zijn richting het vlootverbandof Cyprus. Het fregat beschikt over defensieve capaciteiten waarmee hetniet in staat is om landdoelen uit te nemen. De gehele Carrier StrikeGroup waarbinnen de Charles de Gaulle valt, heeft een defensief mandaatin het Middellandse Zeegebied. Dat betekent dat er geweld gebruikt kanworden op basis van het inherente recht op zelfverdediging bij eventueleaanvallen tegen het fregat of tegen het vlootverband waarin het fregatoptreedt. Mochten de Fransen besluiten dat de Carrier Strike Group of deCharles de Gaulle daarin anders ingezet zou moeten worden, en als dat opeen manier is die niet meer past binnen het mandaat dat wij ons fregathebben gegeven, dan vindt er nieuwe politieke besluitvorming plaats doorhet kabinet, in samenwerking met de Kamer.De heer Vermeer (BBB):Hoe ziet de Minister dat voor zich? Er komt dan namelijk altijd een fasewaarin het mandaat is veranderd, maar er nog niet met ons gesproken is.Wat gebeurt er in zo’n tussenfase?Minister Berendsen:Een escalatie van het conflict en de situatie waarin we zitten, is onvoor-spelbaar. Dat betekent dat het lastig is om te voorspellen welke kant dit opgaat. Dat heeft meegewogen in de afweging die wij gemaakt hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51421 Daarom is er dit strikte mandaat. Onze Franse collega’s zijn op de hoogtevan het mandaat dat ons fregat heeft gekregen. Er ligt op dit momentgeen verzoek om mee te doen aan een ander type missie dan aan dezespecifieke missie, die past binnen het mandaat. Op het moment dat datmandaat veranderd wordt door de Fransen of welke andere partij dan ook,dan zullen wij dat wegen en daarnaar handelen.De heer Van Baarle (DENK):De vragen waren er natuurlijk ook op gericht om te kijken in hoeverre diemandaten verschillen. De Minister zegt dat er voor de activiteiten van deEvertsen sprake is van een strikt defensief mandaat. Voor de geheleCarrier Group gaat het om het inherente recht op zelfverdediging. Dat iswat anders dan de bewoordingen «strikt defensief». Onder het inherenterecht op zelfverdediging zou je ook andere zaken kunnen scharen, inprincipe bijvoorbeeld zelfs het aangrijpen van een doelwit om een aanvalte voorkomen. Wat zijn nou de verschillende mandaten binnen die groep?Zit er licht tussen het mandaat van de Evertsen en andere deelnemers vandie groep en het mandaat van de De Gaulle?Minister Berendsen:De Carrier Strike Group heeft een defensief mandaat; dat is nu hetuitgangspunt. Ieder land dat een bijdrage levert aan die Carrier StrikeGroup, heeft een individueel nationaal mandaat. Dat betekent dat wijbepalen met welk mandaat ons fregat deelneemt aan de Carrier StrikeGroup. Wij kunnen geen informatie geven over de specifieke mandatenvan landen met betrekking tot hun deelname, want dat is aan de landenzelf. Ik kijk even rechts van mij. Dat klopt, hè? Ik zie de Minister vanDefensie knikken. Wij bepalen ons mandaat. Het mandaat van de CarrierStrike Group is defensief. Stel dat er iets verandert met betrekking tot deindividuele schepen in dat vlootverband. Dan heb ik het in het bijzonderover de Charles de Gaulle, als kern van dat vlootverband. Mochten zijandere dingen doen dan passend is binnen het mandaat met hetdefensieve karakter, dat wij hebben afgekaderd in tijd en locatie, danbetekent het dat wij dat weer moeten heroverwegen.De heer Van Baarle (DENK):Dan wordt het voor mij toch een beetje vaag. Op het moment dat ergevraagd wordt naar de mandaten van de andere deelnemende landen,mag of kan de Minister daar niks over zeggen. Dan is dus niet uitgeslotendat wij deelnemen aan een missie waarin wij misschien een heel striktdefensief mandaat hanteren – ons schip kan ook niet anders danverdedigen of aanvallen op hele korte afstand – terwijl andere landen datdefensieve mandaat ruimer interpreteren. In het bijzonder denk ik aan deDe Gaulle, die in staat is om over langere afstand met luchtwapens tewerken. Wellicht raken we dan, vanwege het verdedigen van de CarrierStrike Group, bij acties betrokken die gericht zijn op het aanvallen vandoelwitten op land, bijvoorbeeld preventief. Ik zou graag van de Ministerwillen horen of alle operaties die ook maar iets te maken hebben met hetverlaten van het strikt defensieve karakter keihard uitgesloten kunnenworden, met verwijzing naar de mandaten van andere landen. Andershebben we namelijk geen zekerheid.Minister Berendsen:De Carrier Strike Group, en als onderdeel daarvan de Charles de Gaulle, isop verzoek van Cyprus op weg gegaan naar de locatie waar ze nu liggen.Dat is ter verdediging van Cyprus en NAVO-grondgebied. Dat bepaalt hetdefensieve karakter van de missie die nu is aangegaan. Dat bepaalt ookhet kader waarin wij ons fregat laten deelnemen. Nogmaals, op hetmoment dat de situatie verandert en het vlootverband of de Charles deGaulle in dat vlootverband andere acties gaat ondernemen dan past bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51422 het defensieve karakter – ik heb het dan over Cyprus, de veiligheid van devloot en de verdediging van NAVO-grondgebied – betekent dit dat hetbuiten het mandaat van ons fregat gaat. Dat betekent dat wij een nieuweweging moeten maken en met de Kamer in gesprek zullen gaan.Mevrouw Teunissen (PvdD):Wat betreft het mandaat wordt het er niet duidelijker op. Het staatovereind dat het kabinet zegt: het is strikt defensief. Maar als Frankrijk eenander mandaat heeft, is het risico dat Frankrijk iets anders gaat doen endat er vervolgens bijvoorbeeld van Iraanse zijde tegenaanvallen komen,waardoor de Nederlandse militairen veiligheidsrisico’s ondergaan. Hoeschat het kabinet de veiligheidsrisico’s in? Wij kunnen nu zelf namelijk nietcontroleren welke mandaten gegeven zijn door andere landen.Minister Berendsen:Alle communicatie die wij met de Fransen hebben gehad, bevestigen datwij het eens zijn over het defensieve karakter van deze missie. Nogmaals,op het moment dat Frankrijk, of welk land dat onderdeel is van hetvlootverband dan ook, besluit andere acties te ondernemen danonderdeel zijn van het defensieve karakter van de missie, betekent datvoor ons een nieuwe politieke afweging.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het betekent een nieuwe politieke afweging als Nederland daaraan meegaat doen. Maar ik heb het erover dat Frankrijk een ruimer mandaat zoukunnen hebben. Het gebruikt er ook een andere term voor. Nederlandheeft het over «strikt defensief» en Frankrijk heeft het over «defensief».Daar zit dus alweer lucht tussen. Stel dat Frankrijk daadwerkelijk ietsanders gaat doen met het vliegdekschip. Dat zou zomaar kunnen; wijkunnen het niet controleren. Kan het dan zijn dat de veiligheidsrisico’svoor de Nederlandse militairen toenemen? Heeft het kabinet daarrekening mee gehouden?Minister Berendsen:Wat betreft het defensieve karakter van de missie zit er op dit momentgeen lucht tussen wat wij gaan doen en wat de Fransen gaan doen. Als deFransen hun inzet heroverwegen in tijd of locatie en denken aan minderdefensieve acties of offensieve acties – wij hebben geen signalen gelregendat dat het geval zal zijn – betekent dat een heroverweging. Houdt hetkabinet rekening met de risico’s die een eventuele andere inzet van ditvlootverband zou opleveren? Dat is nu niet aan de orde. Dit kabinet weegtde risico’s die passen bij het defensieve karakter van dit vlootverband, vande inzet van het fregat. Wederom, dat is op basis van de vraag van Cyprusom Cypriotisch grondgebied te verdedigen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dan heb ik ook nog een vraag over het mandaat met betrekking tot deverdediging van Cyprus. Ik vind de afbakening niet helemaal helder. Hetgaat ook over de militaire basis van de Britten, waar de VS gebruik vanmogen maken. De Britse Minister-President heeft gezegd dat je eraan kuntdenken dat Iraanse munitiedepots ter verdediging kunnen worden geraaktdoor de VS. Als dat gebeurt vanuit de VS, en Iraanse munitiedepotsinderdaad ter verdediging worden uitgeschakeld, dan kan dat best eenenorme escalatie betekenen vanuit Iraanse kant. Moet Nederland Cyprusdan ook gaan verdedigen tegen Iraanse tegenaanvallen? Zou dat eenscenario kunnen zijn?Minister Berendsen:Wat betreft de basis op Cyprus: de Britten verlenen de VS geentoestemming om die basis op dit moment te gebruiken in het conflict metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51423 Iran. Die situatie is op dit moment dus niet aan de orde. Alles watmevrouw Teunissen daarnaast schetst, is een als-danscenario. Dat is opdit moment wat mij betreft niet aan de orde.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat het goed is om dat mandaat gewoon heel helder te hebben.Het mandaat van het Nederlandse kabinet voor de inzet waarover wevanavond spreken, is klip-en-klaar, denk ik. Ik hoor de Minister zeggen:voor de hele vloot geldt eigenlijk een defensief mandaat; het doel isbescherming van Cyprus en NAVO-grondgebied. Klopt dat?Minister Berendsen:Dat klopt, inclusief de verdediging van het vlootverband.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Oké. Dan is daar in ieder geval geen misverband over. Dan de tweedevraag. Soms zou je «defensief» kunnen interpreteren als: plekken rakenwaarvandaan raketten of drones worden gelanceerd. Dat kan ons fregatzeker niet, maar misschien kunnen onderdelen van de vloot dat wel. Datzouden bijvoorbeeld plekken in Iran en Libanon zijn. Ik neem aan dat deMinister kan bevestigen dat er in dit vlootverband geen sprake is van hetoprekken van de definitie van «defensief» op zo’n manier dat je gewoon inLibanon of Iran doelen zou gaan raken. Klopt dat ook?Minister Berendsen:Het defensieve karakter van deze missie heeft het op dit moment niet inzich dat er offensief plekken geraakt worden om defensieve handelingente verrichten.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Omdat er een aantal vragen over waren, is het belangrijk dat dit klip-en-klaar en duidelijk is, denk ik. Wij hebben een hele transparante artikel 100-procedure. Dat is volgens mij niet in alle landen gangbaar. Het is heelduidelijk wat wij inbrengen in deze missie. Als je verschillende militairemiddelen inbrengt, kan dat het verschil in mandaat betekenen, zo kan ikmij voorstellen. Klopt dat ook?Minister Berendsen:Goede vraag. Ik kan me voorstellen dat het daarmee te maken heeft. Debeslissingsprocedures in landen zijn ook verschillend. Wij doen dit inNederland op een hele transparante en open manier en heel zorgvuldig. Inandere landen ligt er, zonder daar een waardeoordeel aan te willen geven,meer macht bij andere plekken en partijen dan het parlement. Dat zalongetwijfeld ook iets te maken hebben met de wijze hoe ingekaderdmandaten moeten zijn, ook in combinatie met de informatie aan hetparlement.De heer Van Baarle (DENK):Allereerst heb ik nog een vraag over dat mandaat. De Minister geeft aandat de missie op dit moment het uitvoeren van dat soort aanvallen niet inzich heeft; dat beoogt de missie op dit moment niet. Is dit op basis van hetmandaat van de Charles de Gaulle echter glashard, zwart-op-wit,uitgesloten? Is dit gewoon keihard uitgesloten op basis van het mandaatvan de Charles de Gaulle?Minister Berendsen:Wij gaan niet over het mandaat van de Charles de Gaulle. Maar nogmaals,het defensieve karakter van deze missie is volstrekt helder. Binnen datdefensieve karakter heeft dit kabinet de kaders vastgesteld waarbinnenons fregat kan deelnemen aan deze missie. Op het moment dat de CharlesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51424 de Gaulle een andere opdracht krijgt dan op dit moment in de missie – ikherhaal nogmaals dat dat geen onderdeel van deze missie is – vergt datdus een heroverweging van onze keuzes.De voorzitter:We hadden in principe vier interrupties afgesproken. Anderzijds kan ik mijvoorstellen ... Dit is een belangrijk onderwerp. Ik kijk goed naar de klok.We koersen eropaf om naar plenair te verhuizen om 19.00 uur. De heerVan Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Vanwege mijn gelimiteerde aantal interrupties concludeer ik dan dat jeniet kan uitsluiten dat we deelnemen aan een missie waarin het vliegdek-schip wat dat betreft een ruim mandaat heeft. Mijn laatste vraag gaat overdie basis. Ook in de media heb ik gelezen over het niet verlenen vantoestemming om te bombarderen. Tegelijkertijd weten we dat ermediaberichten zijn dat de Verenigde Staten zonder toestemming zelfsvanaf onze basis in de Caribische Zee operaties hebben verricht. Weweten op basis van mediaberichten ook dat er wel degelijk andere vormenvan militaire capaciteit aanwezig zijn op die basis op Cyprus, onderandere spionagecapaciteit. Kan de Minister uitsluiten dat er vanaf de basisop Cyprus op een directe of indirecte manier met Amerikaans materieelwordt deelgenomen aan de militaire activiteiten die de Verenigde Statenondernemen jegens Iran? Als de Minister dat niet kan uitsluiten, lopen weals Nederland op dit moment door de deelname aan deze missie het risicodat we actief militaire capaciteit van de Verenigde Staten gaan verdedigendie op welke manier dan ook, direct of indirect, deelneemt aan hetuitvoeren van die gevechtshandelingen; dat kan ook via bevoorrading zijnof op andere manieren.Minister Berendsen:Onze inzet en de inzet van het vlootverband zijn gericht op de vraag vanCyprus om zijn grondgebied te verdedigen. Dat is waarop deze missiegericht is. Ik heb net aangegeven dat de Britten hebben aangegeven datde Amerikanen geen toestemming hebben om de basis te gebruiken voorhet conflict in Iran. Dat is de weging die dit kabinet maakt.Mevrouw Dobbe (SP):Dat is dus geen antwoord op de vraag, want de vraag was of u dat kuntuitsluiten. Kunt u uitsluiten dat de Nederlandse bijdrage ingezet wordt omAmerikaans materieel te verdedigen dat wordt ingezet in de oorlog inIran? Is dat ja of nee?Minister Berendsen:Ik vind het zelf lastig om een inschatting te maken van de toekomst van ditconflict, om het zo maar even te zeggen. Wij doen het met de informatiedie wij hebben: de Amerikanen hebben geen toestemming om de Britsebasis op Cyprus te gebruiken voor het conflict in Iran. Dat wegen wij meein het besluit dat wij nemen. We wegen dat ook mee in de vraag dieCyprus ons gesteld heeft en de vraag die Cyprus Frankrijk heeft gesteldom Cyprus te verdedigen met dit vlootverband. Voor de rest vind ik hetveel «als ... dan» en speculatie, waar ik op dit moment ook geen antwoordop kan geven, ook gezien eventuele escalatie van het conflict daar.Mevrouw Dobbe (SP):Het is wel heel makkelijk om het «als ... dan» of «speculatie» te noemen.Wij moeten ook een risico-inschatting maken om te weten of wij steunverlenen aan deze missie of niet. Een van de risico’s die wij willenuitsluiten, is dat Nederland onderdeel wordt van de oorlog die nu door deVerenigde Staten en Israël wordt gevoerd tegen Iran, want we willen daarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51425 geen onderdeel van worden. We willen wel helpen in de verdediging vanCyprus, maar we willen geen onderdeel worden van deze oorlog. Datrisico moet wat ons betreft eerst worden uitgesloten. Als deze Ministerniet kan uitsluiten dat Nederlandse inzet wordt gebruikt om Amerikaansmaterieel te verdedigen dat wordt ingezet in de oorlog in Iran, dan is erwél een risico dat wij onderdeel worden van deze oorlog. Erkent deMinister dat risico en hoe weegt hij dat risico dan?Minister Berendsen:Dat risico is op dit moment niet aan de orde, want we hebben het overeen fictief gebruik van een basis. «Fictief» is misschien het verkeerdewoord. We hebben het over een mogelijk gebruik van een basis waaroverde informatie op dit moment is dat de VS geen toestemming hebben omdie basis op dat gebied te gebruiken. Dat is de informatie die wijmeenemen in onze beoordeling. Bovendien heeft de missie die wijuitvoeren een defensief karakter op het grondgebied van Cyprus, waar diebasis dan weer een onderdeel van is. Dat is ook onderdeel van deverantwoordelijkheid die dit kabinet wil nemen voor de veiligheid vanCyprus, van NAVO-grondgebied en van de vloot waar ons fregatonderdeel van was en is, ook ter bescherming van de Charles de Gaulleen de rest van het vlootverband.Mevrouw Dobbe (SP):Erkent de Minister dat hiermee dus een risico bestaat dat Nederlandonderdeel wordt van deze oorlog, omdat wij op die manier met een striktdefensief mandaat misschien Amerikaans materieel gaan verdedigen datwel wordt gebruikt in de oorlog in Iran? Erkent de Minister nu dat datrisico bestaat?Minister Berendsen:Het risico dat benoemd wordt, is op dit moment niet aan de orde.Nogmaals, het is een missie met een defensief karakter ter beschermingvan Cyprus. Op Cyprus bevindt zich een Britse basis. De Amerikanenhebben geen toestemming om die te gebruiken voor het conflict met Iran.Dat is de informatie waarop wij dat wegen en dat is onderdeel van onsafwegingskader. Op basis daarvan nemen we dit besluit.Mevrouw Dobbe (SP):Dat kan deze Minister niet op deze manier zeggen met de antwoorden diehij geeft. Deze Minister zegt dat dat risico niet aan de orde is, terwijl hijtegelijkertijd niet kan uitsluiten dat Nederlandse inzet wordt gebruikt omAmerikaans materieel te gebruiken dat wordt gebruikt in de oorlog in Iran.Dan kan hij dus niet zeggen dat dat risico niet aan de orde is. Dan is er wéleen risico om onderdeel te worden van deze oorlog tegen Iran. Ik vind hettransparant als dat hier ook erkend zou worden.Minister Berendsen:Dan hebben we het over een potentiële escalatie van het conflict. Helaasis op dit moment niet te voorspellen hoe dit conflict zich verder gaatontwikkelen. Op het moment dat de situatie echt anders wordt dan desituatie waarin wij ons afwegingskader hebben opgesteld en onzeafweging gemaakt hebben, betekent dat ook iets voor het mandaat dat wehebben vastgesteld, voor onze discussie met de Kamer en ook voor onzeoverwegingen over de verdere inzet van, in dit geval, ons fregat.De voorzitter:Ik zag mevrouw Teunissen; daarna is mevrouw Maes.Mevrouw Teunissen (PvdD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51426 We zitten al in een escalatie. Ik heb een vraag over wat de Minister zegt,namelijk dat de VS geen toestemming hebben van Groot-Brittannië, datgeen onderdeel wil zijn van het conflict, om daar op die militaire basis opCyprus te zijn. Zondag heeft premier Starmer gezegd dat hij akkoordgegaan is met het verzoek van de VS om de Britse basis voor specifiekeen gelimiteerde, defensieve doelen te gebruiken. Dat is dus «verdedigen».Klopt dat dan niet? Dat is dus een hele feitelijke vraag: klopt dat of niet?Minister Berendsen:Ik begrijp vanuit mijn informatie dat deze uitspraak wel klopt, maar dat dieniet gaat over de basis op Cyprus.Mevrouw Maes (VVD):Ik moet zeggen dat ik met stijgende verbazing naar deze discussie aan hetluisteren ben. We zitten met de VS natuurlijk gewoon in een bondgenoot-schap. Daarover lijkt mij geen enkele twijfel te bestaan. Ik snap de zorgenvan de verschillende partijen die hier vragen over hebben gesteld, maarlaat ik het zo zeggen: voor mij is de uitleg van de Minister in ieder gevalheel helder. Hij heeft, net zoals gisteravond is gebeurd, diverse malenbenadrukt dat dit echt een defensieve missie is. Ik vertrouw erop dat wijhet te horen krijgen als dat verandert. Ook dat is al meerdere malengezegd. Volgens mij is er niet zo heel veel discussie, maar ik zie dat dat bijanderen heel anders ligt. De garantie kan niet gegeven worden. Ik moetnatuurlijk een vraag stellen.De voorzitter:Dat is wel de bedoeling, want dit was meer een bijdrage, mevrouw Maes.Mevrouw Maes (VVD):Mijn vraag aan de Minister is: wij zitten toch nog steeds met de VS in deNAVO en met Cyprus in de EU, en we willen hen toch gewoon helpen?Minister Berendsen:Wij zitten met Cyprus in de EU en we willen het inderdaad helpen. Deweging van de vraag in hoeverre wij de VS helpen, heeft natuurlijk wel temaken met dit conflict. In die zin begrijp ik ook de vragen van deverschillende leden van de Kamer over betrokkenheid. We zitten met deVS in de NAVO en die zijn een gewaardeerde partner in de NAVO. Laatdaar ook geen misverstand over bestaan.De voorzitter:Ik zie op het moment geen andere interrupties. De Minister vervolgt duszijn betoog. O, mevrouw Piri!Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik zal het bij één vraag laten. Kan de Minister ook het volgende zeggen,wat van belang is voor hoe mijn fractie erin staat. We zagen gisterbijvoorbeeld de Canadese premier zeggen dat wat hem betreft Canada opgeen enkele manier offensief betrokken wil raken bij deze oorlog. Geldtdat ook voor het Nederlandse kabinet?Minister Berendsen:Ja, zoals wij nu aan het fregat dit mandaat geven voor een strikt defen-sieve missie. Er is dus geen enkele intentie om het offensief in te gaanzetten.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Berendsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51427 Dank. Ik word nu meteen geconfronteerd met de vraag hoe je zo’nbeantwoording op een goede manier organiseert. Ongetwijfeld mag ikrekenen op enige clementie. We hebben – even kijken – het mandaatbesproken. Ik denk dat ik daarover al vele vragen heb beantwoord heb,onder andere van Van der Werf en Maes.Van Baarle vraagt over het mandaat: is het voor 100% uitgesloten datIsraël hieronder valt? Mijn collega van het Ministerie van Defensie zalingaan op de vraag hoe het nou eigenlijk zit met de datadeling en ookingaan op de vragen die gesteld werden over het luchtbeeld. Het heldereantwoord op de vraag van de heer Van Baarle is dat in deze missie deverdediging van Israël niet aan de orde is. Die valt ook niet binnen hethuidige mandaat.Dan de vraag van mevrouw Teunissen: maakt deze extra militaireaanwezigheid het voor de Cyprioten wel echt veiliger? Ik zou het toch omwillen draaien. De directe aanleiding voor de militaire inzet is natuurlijkhet feit dat Cyprus een droneaanval te verduren kreeg. De militaire inzetkan eventuele toekomstige aanvallen van die aard ook afweren. Daarmeedraagt de inzet ook bij aan het veilig houden van Cyprus.De vragen van mevrouw Teunissen over de Cypriotische basis hebben webesproken. Ik denk dat ik op het gebied van het mandaat de meestevragen beantwoord heb. Mevrouw de voorzitter, ik weet niet of ik dat aande gezichten moet aflezen, of dat ik het mag aannemen, maar volgens mijhebben we het mandaat uitgebreid besproken.Dan zijn er over de regio en de regionale context een aantal vragengesteld, door de heer Van Baarle, mevrouw Teunissen en mevrouwDobbe. Die gingen over de aanval van Israël en de VS, en over de vraag ofdie in strijd is met het internationaal recht. Dit is ongetwijfeld eenonderwerp dat we morgen nog uitgebreider aan de orde zullen stellen.Voor dit kabinet blijft de situatie in en rond Iran een grote bron van zorg.Het conflict is verder geëscaleerd. De escalatie van Iran betekent ook datwij nu deelnemen aan een missie ter verdediging van grondgebied dataangevallen wordt door Iran, dan wel door eventuele gelieerde entiteiten.De stabiliteit in het Midden-Oosten staat onder druk. Ik zeg dit ook even inrelatie tot de zorgen over de oorlog, de escalatie en de effecten daarvan.Voor het kabinet is het juist heel belangrijk dat wij met deze inzet eenconcrete en afgebakende bijdrage leveren.De lijn die ik ook graag nogmaals wil herhalen, die het kabinet ook almeerdere keren heeft vermeld, en die we morgen ook wat uitgebreiderzullen bespreken, is de volgende. Op basis van de informatie die wij nuhebben, zijn inderdaad gewoon terecht vragen te stellen bij de basis in hetinternationaal recht, de juridische basis, voor de aanvallen van de VS enIsraël op Iran. Dat heeft alles te maken met de vraag of er een directedreiging was of niet. Het is in de eerste plaats aan de VS en Israël om dievragen te beantwoorden. Het kabinet heeft ook begrip voor het feit dat deVS en Israël zich genoodzaakt voelden om deze acties te ondernemen,vanwege het Iraanse regime en de grote dreiging die uitgaat van hetIraanse regime voor de Iraanse bevolking en voor de regio, vanwege desteun aan Rusland en de lange arm van Teheran, ook in de Nederlandsesamenleving et cetera. Dat maakt dat wij in ons afwegingskader tot dezeconclusie gekomen zijn.Mevrouw Dobbe vroeg nog in hoeverre er het risico is dat we onderdeelworden van deze oorlog. Ik geloof echter dat we dat wel voldoendebeantwoord hebben in het vorige stukje. Ik kijk ook even naar mevrouwDobbe. Ja toch? Dat was ook mijn gevoel.Wat gaat Nederland doen om te de-escaleren? Dat is nog een vraag vanmevrouw Dobbe. Wij roepen ook continu, structureel op tot de-escalatie,tot terughoudendheid. Het is echt van groot belang dat de aanvallenstoppen, zeker ook die op de niet-betrokken landen. Ik ben veelvuldig incontact geweest met onze collega’s in de Golfstaten. Die zijn op ditmoment betrokken bij iets waar ze absoluut niet bij betrokken wildenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51428 worden. Ze hadden ook niet verwacht dat ze daarbij betrokken zoudenworden. Als Nederland zetten wij, ook met Europese partners – wehebben ook een gezamenlijke vergadering gehad met de Golfstaten – gezamenlijk in op de-escalatie en ook op druk om een plan te hebbenvoor het einddoel van deze inzet. Met deze defensieve inzet van het fregathopen we in ieder geval ook bij te dragen aan het voorkomen van verdereescalatie, door de verdediging van grondgebied.Ik wil daar ook bij vermelden dat als wij een knop zouden hebben om hetconflict op een goeie manier, waarbij het Iraanse bevolking voor de eigentoekomst ook het heft in eigen handen zou kunnen nemen, te beëindigen,wij die knop zouden indrukken. De Nederlandse inzet is beperkt in deimpact die wij kunnen maken. Tegelijkertijd zijn wij geen klein land endoen wij ons best om te doen wat we kunnen.Een vraag van de heer Struijs: hoe kijken Israël en de VS aan tegen deNederlandse bijdrage? Het gaat dan dus niet om het operationele aspect,maar om hoe ze aankijken tegen de bijdrage. Er is over deze Nederlandsebijdrage geen direct contact geweest met Israël en de VS, want hetmandaat van de missie richt zich op het vlootverband, op Cyprus, opbondgenootschappelijk grondgebied. Dat zeg ik in antwoord op de vragenvan de heer Struijs.Dan de vraag van de heer Ceder. Zal ik die afmaken? De vraag van de heerCeder is of er al met de Fransen is gesproken over deze mogelijke missie.Hij vroeg daarnaar in het kader van uitspraken van de president overeventueel de Straat van Hormuz et cetera. Er ligt geen verzoek aan ons ommee te doen met een eventuele uitbreiding, verlenging, verplaatsing ofandere inzet van de missie. Op dit moment is dat dus niet aan de orde. Ophet moment dat zo’n verzoek zou komen, komen we in dezelfde procedureals waarin we nu zitten. Dan moet het kabinet daarin een afweging makenen gaan we het gesprek aan met de Kamer.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik heb misschien een wat algemenere vraag. Misschien is het al gezegd;dan heb ik het gemist. In mijn bijdrage noemde ik dat voor mijn fractie debescherming van de Nederlandse belangen bij deze missie vooropstaat. Isde Minister het met mij eens dat deze missie in het belang is van denationale veiligheid van Nederland?Minister Berendsen:Ja. Ook dit kabinet maakt zijn afwegingen op basis van het Nederlandsbelang. Dit kabinet ziet dat de veiligheid van de landen om ons heen, onzepartners, ook in het belang is van onze eigen nationale veiligheid. Zoals iknet al heb gemeld, is deze defensieve inzet ter bescherming van Cyprusen ter bescherming van een vlootverband waarin onze partners optrekken.Dat vlootverband is natuurlijk ook gericht op een defensief karakter,waarbij verdere escalatie voorkomen kan worden op het moment dateventuele projectielen richting het grondgebied afgeschoten worden.Dan ben ik aanbeland bij het spannende mapje overig. Mevrouw Maesvroeg naar de inschatting van het kabinet van de Iraanse dreiging tegenpersonen en objecten op eigen bodem, zoals de Joods-Israëlischegemeenschap en Iraanse dissidenten. Is die dreiging voorstelbaar? Hoegaat het kabinet die monitoren? Welke aanvullende maatregelen werdener genomen? Die vraag is nu gesteld, maar ook in het vragenuurtjewerden daar door een aantal van uw collega’s vragen over gesteld. Decollega van JenV is verantwoordelijk voor het tegengaan van statelijkeinmenging. Als Iran zich ongewenst inmengt in Nederland, dan sprekenwij Iran daarop aan. Dit is echt een verantwoordelijkheid van onze collegavan JenV. De Minister en het kabinet zijn zich natuurlijk bewust vaneventuele risico’s. We brengen die in kaart en zullen daarna ook handelen,mits dat tot de mogelijkheden behoort.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51429 Mevrouw Piri geeft aan dat onze beperkte defensiecapaciteit nu niet naarde Russische dreiging gaat, en vraagt in relatie tot de verplaatsing van hetfregat vanuit de Baltische Zee naar de Middellandse Zee hoe het kabinetdie belangen weegt. Uiteraard spelen brede geopolitieke overwegingenmee in het besluit over deze missie. Wij streven altijd naar de meestoptimale inzet van onze capaciteiten. Ik denk dat het duidelijk is dat wijonverminderd aandacht houden voor de Russische dreiging en dat we optal van manieren bijdragen aan de versterking van de NAVO-oostflank.Niet voor niets heeft dit kabinet Oekraïne snel bezocht en zijn blijvendesteun uitgesproken richting Oekraïne. Dat heb ik in samenwerking met deMinister van Defensie gedaan en ook onze premier heeft dat gedaan.Dan heb ik nog een vraag van de heer Van Lanschot: hoe wegen we derisico’s op eventuele escalatie voor Nederlandse burgers, bedrijven enmilitairen in de regio? Onze inschatting is als volgt. Het is een militaireinzet van defensieve aard. Dat betekent dat deze beperkt zal bijdragen aande-escalatie in en rondom het mandaatgebied, dus de oostelijke Middel-landse Zee. Wat betreft de bredere regio blijven we natuurlijk continu incontact met Europese en regionale partners om ervoor te zorgen dat weons gezamenlijk inzetten voor de-escalatie en voor het beschermen van aldie belangen die de heer Van Lanschot noemt.Dan was er nog de vraag wat de diplomatieke inzet is die hier parallel aanloopt om verdere escalatie te voorkomen. Die vraag heb ik volgens mijzojuist al beantwoord.Ik denk dat dat het was van mijn kant, maar dat laat ik natuurlijk aan devoorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de Minister van Defensie.Veel van de leden zitten al op vier interrupties, maar dit is een belangrijkdebat, over de artikel 100-procedure, dus laten we kijken. We hebben inieder geval tot 19.00 uur. De Minister van Defensie.Minister Yes¸ilgöz-Zegerius:Dank, voorzitter. Ik zal het zo compact mogelijk proberen te houden. DeMinister van Buitenlandse Zaken heeft in zijn inleiding al veel belangrijkezaken genoemd. Het strategische doel van Nederland is om bij te dragenaan de regionale stabiliteit en veiligheid, met natuurlijk specifiekeaandacht voor de veiligheid van EU-landen, NAVO-bondgenoten enregionale partners. De Fransen hebben ons om hulp gevraagd en Cyprusheeft dat ook gedaan. Wij hechten er zeer aan om te helpen waar wekunnen, om te laten zien dat we naast onze bondgenoten en onzeEU-partners staan. Zoals gezegd en zoals aangegeven in de schriftelijkebeantwoording: met het fregat kunnen wij bijdragen aan de verdedigingvan het vlootverband, Cyprus en het NAVO-verdragsgebied. Zo laten wezien dat we onze verantwoordelijkheid pakken.Ik denk dat ik direct naar de beantwoording van de vragen ga. Maarvoordat ik dat ga doen, voordat we wellicht opeens schorsen en ik dit nogniet heb kunnen zeggen, wil ik nog wel benadrukken – dat hebben bijnaalle Kamerleden ook aangegeven – hoeveel waardering ik heb voor debemanning en de staf van Zr.Ms. Evertsen. Zij waren nog maar heel kortgeleden aan het oefenen voor een dergelijke inzet, maar moesten opeensdoorvaren en zich alvast prepositioneren voor het geval dat we dit besluitmet elkaar zouden nemen. Ze gaan nu naar een gebied met een zeer hogedreiging. Daar zijn ook al vragen over gesteld. Het laat wel zien waar onzekrijgsmacht voor staat en dat deze altijd gaat als het nodig is.Voorzitter. Dan ga ik direct naar de beantwoording. De heer Markuszowervroeg: welke geweldsinstructie heeft het fregat om zichzelf maximaal teverdedigen, met meer vuurkracht dan de aanvallers? Hij vroeg ook welkmandaat zij hebben, maar daar is al op ingegaan. Hij vroeg ook hoe weervoor zorgen dat zij zichzelf veilig kunnen houden. De Zr.Ms. Evertsen isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51430 goed uitgerust voor aanvallen. Het schip kan op grote afstand luchtaan-vallen detecteren en, indien nodig, neutraliseren. De bemanning isuitstekend getraind om in dit soort omstandigheden te kunnen opereren.Ik heb ook een aantal gedetailleerde vragen van de heer Markuszowergekregen hierover, maar daar kunnen we niet op ingaan vanwegeveiligheidsoverwegingen; we willen niet te veel informatie prijsgevenrichting degenen die kwaadwillend zijn.De heer Van Baarle van DENK zegt: het is onduidelijk wat het huidige entoekomstige mandaat van het vliegdekschip is en wat het mandaat van deandere deelnemende landen is. Daar is al heel veel over gewisseld, denkik. Van andere landen kunnen we het niet garanderen. We weten wel heelgoed met welk mandaat wij onze mensen op pad sturen. Op het momentdat de inzet van de bondgenoten om ons heen zou veranderen omdat zijeen ander besluit nemen, zullen wij daar niet zomaar aan meedoen. Wijzullen het zelf overwegen als ons de vraag wordt gesteld. Het is goed omnog eens te benadrukken – dat heeft u gisteren ook gehoord en in deschriftelijke beantwoording gezien – dat onze Commandant der Strijd-krachten te allen tijde in full command is. Die kan ook ingrijpen. Mochtenonze bondgenoten een andere invulling kiezen, dan gaan wij zelf overonze eigen mensen en kunnen wij dat zelf invullen.Mevrouw Maes van de VVD stelde vragen over de medische keten. Aanboord van het luchtverdedigings- en commandofregat bevindt zich eenrole 1. Dat is een medische faciliteit die gelijk staat aan een huisarts. Dat isde eerste basiszorg. Die kan ter plekke, op ons eigen schip, wordenverleend. Role 2 is een medische faciliteit met chirurgische capaciteitgericht op levensreddende ingrepen. Die is beschikbaar aan boord van hetvlaggenschip Charles de Gaulle. Er zijn natuurlijk in vlootverband ookzaken beschikbaar. We zijn ook in de buurt van het vasteland. Dit is heelerg nauwkeurig in kaart gebracht. Als ik mij niet vergis, wordt dit ook nogextra toegelicht in de schriftelijke beantwoording. Dit is een heelbelangrijk punt.Ook was er een vraag van de VVD over de rules of engagement: hoe zijndeze precies afgestemd op de verdediging van Cyprus? Zoals gezegd, ishet verdedigen van Cyprus een van de concrete doelen van onze inzet. Dierules of engagement zijn daar ook precies op afgestemd. Dat betekent dathet schip zich mag en kan verdedigen tegen aanvallen die op hetvlootverband of op Cyprus zijn gericht. Het schip heeft dus het mandaatom geweldsmiddelen in te zetten ter verdediging van Cyprus.Onder anderen de heer Struijs, de heer Van Baarle, mevrouw Piri en deheer Ceder hebben een aantal vragen gesteld over de intelligencepositiebij de inzet. Ik geloof dat de Minister van Buitenlandse Zaken daar net opis ingegaan, maar gisteren is het volgens mij ook uitvoerig langsgekomen.Inlichtingen worden alleen binnen het vlootverband gedeeld. Dat is ietsanders dan informatie over het luchtbeeld. Zoals u weet, heeft hetNederlandse fregat een SMART-L-radar en is het daarmee in staat om eensuperieur beeld op te bouwen. Die kan echt van verre afstand zakendetecteren. Informatie over het luchtbeeld wordt met schepen binnen hetvlootverband – die zijn allemaal van de NAVO – en de NAVO gedeeld, omeventuele incidenten te voorkomen. Maar dat is wat je gewoon daadwer-kelijk daar ziet. Dat is iets anders dan intelligence. Dit is het luchtbeeld datje hebt.De heer Boon van de PVV had een specifieke vraag: wat wordt er gedaanom blue-on-blue-incidenten te voorkomen? Er wordt actief metEU-partners en NAVO-bondgenoten gedeconflicteerd. Zeg ik dat goed? Ja,het is «gedeconflicteerd». De heer Boon kent deze taal wel al goed, maarik ben voor mijn gevoel deze drie weken opnieuw Nederlands aan hetleren, met al het jargon en de afkortingen! Die afkortingen gaan misschienlukken, maar dat weet ik niet zeker. Het jargon lukt wel. Ik wil graag dejuiste woorden gebruiken, want het gaat natuurlijk over een helebelangrijke inzet en een hele relevante vraag. De bestaande proceduresTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51431 voor maritiem optreden met partners bieden wat ons betreft voldoendewaarborgen om eventuele incidenten te voorkomen.Dan mevrouw Dobbe en mevrouw Piri. Ik val in herhaling, denk ik. Ik hadspecifiek voor ons iets opgeschreven: de verheldering over de Britse basisop Cyprus. De vraag was of die ter beschikking is gesteld en, zo ja, metwelk mandaat. Ik denk dat de Minister van Buitenlandse Zaken daar aluitvoerig op is ingegaan.Mevrouw Piri vroeg: mag het schip een drone uit de lucht halen diebijvoorbeeld naar Griekenland vliegt? We hadden het net ook over devraag wat nou defensief is en wanneer je preventief bezig bent om teverdedigen. Laat ik nog één keertje goed zeggen hoe het zit. Ik denk dat deheer Vermeer ook gelijk had toen hij zei dat het soms goed is om in eendebat dingen uit te spreken. Als er een aanval wordt uitgevoerd op eenNAVO-bondgenoot, zoals Turkije of Italië, dan is het allereerst aan dielanden om te bepalen of zij bondgenoten willen verzoeken te assisterenbij de verdediging tegen die aanval. We hebben het nu trouwens echt overhet NAVO-verband. Dat kan gebeuren door middel van een direct verzoek.In het uiterste geval kan dit, zoals we weten, gebeuren door middel vanactivatie van artikel 5. Nederland zal natuurlijk in beide gevallen klaarstaanom NAVO-bondgenoten te steunen. Het recht op zelfverdediging van hetschip en de Carrier Strike Group blijft ook altijd van toepassing. Zo is hetmandaat op dit moment ingericht. Onze eigen commandant kan ter plekkedus besluiten om dat als een defensief optreden te zien, maar dat is danook het geval omdat het past binnen de context van het mandaat.In het gesprek met de Minister van Buitenlandse Zaken, en wellicht ookgisteren bij de technische briefing, is dat punt volgens mij ook langsge-komen. Wij wegen zo veel mogelijk elk mogelijk scenario af, maar het isheel lastig om in een onzekere situatie zoals de situatie die zich nuvoordoet, een oorlogssituatie, zoiets heel erg zwart-wit in een beslisboomop te geven. Maar onze commandant is in charge. Onze CDS is te allentijde in full command. Het mandaat is heel duidelijk met de Fransengedeeld. Dat heb ik afgelopen vrijdag overigens ook met mijn eigencollega, de Minister van Defensie van Frankrijk, zo gedeeld: «Dit is hetmandaat. Dit is hoe wij ernaar kijken. Mocht u besluiten om iets anders tedoen, weet dan dat dit de kaders zijn waar wij ons aan houden.»De heer Van Lanschot wees erop dat er ook Russische schepen in de buurtzijn, om het nog onduidelijker te maken. Hij vroeg hoe we kunnenvoorkomen dat er daar ongelukken gebeuren. Er wordt door ons terplekke echt open gecommuniceerd over het feit dat we een defensieveinzet plegen. Via inlichtingen krijgt ons schip een beeld van de locatiesvan andere schepen. Daarmee kun je dan preventief communiceren enduidelijk maken met welk doel je daar bent. Mocht er onverhoopt eenonduidelijke situatie ontstaan, dan kunnen schepen ook van brug tot brugcontact zoeken met andere schepen om nog eens duidelijk te maken wathet doel is van onze aanwezigheid. 100% garantie heb je nergens. Onzemensen zijn getraind op ingewikkelde, moeilijke en gevaarlijke situaties.Op deze manier denken we wel dat we het goed afgebakend hebben.Was dat gewoon een knikje ter bevestiging van de heer Van Lanschot?Oké, top.Dan de heer Vermeer. Hij zei: het is goed om dingen hier duidelijk uit tespreken, nogmaals te onderstrepen en te vragen. Hij vroeg: zijn onzemensen goed en voldoende uitgerust voor situaties waarin er sprake kanzijn van escalatie, waardoor alles toch anders loopt dan je nu hoopt ofvoorziet? Ik denk dat dat een terechte zorg is, die we allemaal vanuitverschillende rollen afwegen. Het is belangrijk dat onze Nederlandsemilitairen voldoende capaciteit en handelingsruimte hebben op hetmoment dat er dreiging is. Het schip en de bemanning zijn gereed enhelemaal voorbereid op deze taak. Het huidige mandaat biedt decommandant ook voldoende ruimte om effectief te opereren. Alle vragenen zorgen die de heer Vermeer heeft, zijn heel goed door ons afgewogen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51432 ook met alle lessen uit het verleden. Ook als de vergelijking nieteen-op-een te maken is, moet je elke les wel meenemen en ervan leren.Dan denk ik dat ik alle vragen heb beantwoord.De voorzitter:Dan zijn er wat interrupties. Volgens mij zag ik eerst mevrouw Piri endaarna de heer Van Baarle. Daarna kijk ik even naar de griffie om me tehelpen met de volgorde.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Minister. Even een vraag voor de duidelijkheid, want er wasgisteren een beetje spraakverwarring door hoe dit in de media werdgebracht. Net hoorde ik de Minister weer zeggen dat het gaat om debescherming van bondgenoten en partners in de regio. Dat is misschieneen meer algemene inzet, maar deze artikel 100-inzet gaat specifiek om deCarrier Strike Group, Cyprus en NAVO-grondgebied, en dus niet ompartners in de regio. Klopt dat?Minister Yes¸ilgöz-Zegerius:Ja.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Oké, heel fijn. Ik merkte gisteren dat dingen soms wat verwarringopriepen. Wat betreft de schriftelijke vragen was het heel duidelijk, maarhet is denk ik ook gewoon fijn om dat hier helder te hebben.Minister Yes¸ilgöz-Zegerius:Oké, helder.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ten tweede heb ik een vraag uit interesse. Naar ik begrijp, kan er met onsfregat vanaf een lange afstand gekeken worden of er een raket richtingCyprus komt. Maar stel dat die dan niet richting Cyprus komt, maarrichting Griekenland. Hoe gaat dat dan? Moeten wij Griekenland danbellen, of heeft Griekenland zelf een fregat met een radar en hoeven wij zehelemaal niet te bellen omdat ze het zelf weten? Dat vraag ik omdat in deschriftelijke beantwoording staat: zonder het verzoek mag het schip op ditmoment geen acties uitvoeren. Het is gewoon een vraag vanuit oprechteinteresse: hoe werkt dit? Hebben Griekenland, Italië of Turkije dit soortcapaciteiten sowieso zelf, met dezelfde afstanden, waardoor ze ons nietnodig hebben?Minister Yes¸ilgöz-Zegerius:Wij kunnen dat dus van grote afstand zien. Op dat moment kunnen wijonze bondgenoten, bijvoorbeeld via de NAVO als het omNAVO-bondgenoten gaat, ook informeren. Wij kunnen er dus voor zorgendat bondgenoten kunnen anticiperen. De enorme meerwaarde van deapparatuur die wij op het schip hebben, is dat je iets van zo’n verreafstand kunt zien.De heer Van Baarle (DENK):Over de andere kant van dat verhaal, inlichtingen en informatie delen,geeft de Minister aan dat dat luchtbeeld binnen het vlootverband en deNAVO wordt gedeeld. Blijkbaar betreft dat ook informatie over inkomenderaketten. Is het nou uitgesloten dat de inlichtingen die wij delen, in welkevorm dan ook, direct of indirect, kunnen bijdragen aan de offensieveoperaties van de Verenigde Staten dan wel Israël? De Verenigde Statenzullen dat immers natuurlijk met Israël delen. Als wij op zo’n luchtbeeldbijvoorbeeld zien dat er een raket is afgevuurd vanuit Libanon, wordt datbeeld binnen de NAVO gedeeld met de Verenigde Staten. De VerenigdeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51433 Staten kunnen dan besluiten om dat doel aan te grijpen. Is zoietsuitgesloten? Is uitgesloten dat wij direct of indirect met onze informatie-deling bijdragen aan aanvallen van Israël en de Verenigde Staten?Minister Yes¸ilgöz-Zegerius:Ik denk dat we echt zaken uit elkaar moeten halen. Intelligence delen isecht iets anders dan het luchtbeeld. Zoals wij hopen dat onze bondge-noten ons beschermen wanneer zij informatie hebben dat er een raket opons afkomt, mag u aannemen dat wij onze bondgenoten zullenwaarschuwen wanneer er iets hun kant op komt. Dat is iets wat we zekerdoor zullen geven. Dat is het luchtbeeld. Wij kunnen dat, omdat onzeapparatuur dat nauwkeuriger kan zien en vanaf een grotere afstand. Wijgaan niet over hoe zij daar vervolgens op handelen en welke acties zijdaaraan koppelen. Maar dat is iets anders dan inlichtingen. Het staatnatuurlijk iedereen vrij om van beide zaken wat te vinden, maar wemoeten ze, denk ik, niet door elkaar halen.De heer Van Lanschot (CDA):Dank aan de Minister voor de heldere beantwoording. Ik heb nog eenvraag naar aanleiding van het eerdere debat over de wat mij betreft tochwel hoog theoretische casus dat we operationeel gezien kunnen onder-scheiden of raketten op Cypriotisch grondgebied gaan terechtkomen of opde basis van het VK op Cyprus. Mevrouw Nanninga sprak daar al eenaantal rake woorden over. Het CDA denkt dat het goed is dat wij er geenonduidelijkheid over laten bestaan dat daar misschien een onderscheidtussen gemaakt zou kunnen worden. Mijn vraag aan de Minister is dus ofzij kan ophelderen dat wij voor de defensieve inzet van de Evertsen geenonderscheid maken tussen een eventuele dreiging voor het Cypriotischegrondgebied of voor de basis van het Verenigd Koninkrijk op Cyprus.Minister Yes¸ilgöz-Zegerius:Klopt. Cyprus heeft ons gevraagd om ... We hebben de afgelopen weekhelaas gezien dat het werd aangevallen, hoogstwaarschijnlijk vanwege diebasis. Cyprus heeft de Fransen en ons gevraagd om hen te helpen met hetverdedigen van hun grondgebied. Dat is wat we gaan doen en dat is wathet mandaat inhoudt. Het is puur defensief, maar daar is het wel opgericht.De heer Ceder (ChristenUnie):Volgens mij is het al beantwoord, maar ik wil het graag bevestigd zien.Een van onze vragen ging over de informatiepositie en daar heeft deMinister iets over gezegd. Zij heeft iets gezegd over Amerika en Israël ende informatie die binnenkomt over het luchtbeeld. Ik zou het vreemdvinden dat informatie over een dreiging, anders dan via de lucht, nietgedeeld zou worden. Voor zover ik weet, wordt er continu informatiegedeeld tussen veiligheidsdiensten en andere instanties over dreigingen,zowel op korte als op langere termijn. Mijn doel is dat de mensen die wedaarheen sturen, optimaal beveiligd zijn en een optimale veiligheidspo-sitie hebben. Ik vind het moeilijk te geloven dat ze die zouden hebben alswe de facto Amerikaanse, Israëlische of welke inlichtingen dan ook terbevordering van hun veiligheid uit zouden sluiten. Ik ben dus in het lichtvan de bescherming van de mensen die we daarheen sturen, even opzoek naar waar de informatiepositionering ophoudt.Minister Yes¸ilgöz-Zegerius:De heer Ceder heeft gelijk. Laat ik het zo maar zeggen: er zitten eigenlijkeen paar lagen in de vraagstelling waar we het nu met elkaar overhebben. We delen informatie met onze bondgenoten binnen bepaaldeverbanden, bijvoorbeeld binnen de NAVO. Maar het kan ook gaan ominlichtingen die de inlichtingendiensten een-op-een met elkaar delen. DaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51434 kennen we natuurlijk ook verschillende voorbeelden van. Dan zijn er deinlichtingen die je binnen het vlootverband met elkaar deelt. Dat doe je terplekke als onderdeel van deze operatie. Die informatie blijft binnen hetvlootverband. Daarnaast is er het luchtbeeld. Dat beeld heb je noueenmaal, omdat je een luchtverdedigings- en commandofregat bent, wantdan kun je dat zien. Wat we in dat beeld zien, kunnen we anticiperenddelen met andere bondgenoten door te zeggen: ik zie nu iets op jouafkomen.Dat zijn die drie lagen. Daarom zei ik net: als je die zou vermengen, kom jeuit bij de terechte vraag van de heer Ceder. Hij vroeg namelijk: hebben wehet nou zo afgebakend dat we niet eens met elkaar kunnen werken opinlichtingenniveau of op een manier die we al gewend waren? Dat doenwe altijd binnen de kaders die we met elkaar hebben vastgesteld.In het geval van deze operatie maak ik een onderscheid binnen hetvlootverband, namelijk de inlichtingen en het luchtbeeld dat je daar krijgt.Bij alle varianten waarover net werd gesproken met de Minister vanBuitenlandse Zaken, ging het over de vraag of het mandaat zou veran-deren en of wij dat dan aan u zouden voorleggen. Wat als de inzet vankarakter zou veranderen, als er andere bondgenoten bij zouden komen ofals het een NAVO-operatie zou worden? Dan hebben we het overals-danvragen die nu gewoon niet spelen.Maar mocht dat gebeuren, dan hebben we dit gesprek weer en gaan we ingesprek over hoe we de informatie in dat kader delen. Mijn antwoordennet gingen specifiek over de operatie. De heer Ceder heeft gelijk:daarbuiten zijn er nog allerlei andere lagen, die we ook wettelijk hebbeningekaderd.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik heb toch nog een verhelderende vraag over de Amerikaanse aanwe-zigheid op die basis op Cyprus. De Minister van Buitenlandse Zaken zeizojuist dat die niet gebruikt wordt voor defensieve acties vanuit de VS.Maar de BBC rapporteert wel over Amerikaanse verkenningsvluchtenvanaf die basis. Die vliegtuigen zijn mógelijk ook de aanleiding geweestvoor de aanval op die basis. Mijn vraag aan de Minister is heel concreet:zijn de Amerikanen nu wel of niet aanwezig op die basis?Minister Yes¸ilgöz-Zegerius:Ik heb niks toe te voegen aan het antwoord van de Minister van Buiten-landse Zaken. Daarbij komt dat het vanuit ons oogpunt, vanuit militairoogpunt, echt onwaarschijnlijk is dat de Verenigde Staten überhauptgebruikmaken van de basis op Cyprus, omdat ze die gewoon niet nodighebben. Zij hebben daarvoor andere plekken en andere instrumenten. Eris nu bovendien een derde carrier van de VS onderweg. Als we kijken naarhet militaire beeld, zou je eerder naar andere zaken kijken dan naar diebasis. Maar dat is een invulling van onze kant en wat wij denken, want defeitelijke kant heeft de Minister van Buitenlandse Zaken al heel goedtoegelicht.De voorzitter:De laatste vraag van mevrouw Nanninga. Ik stel voor dat we daarnarichting plenair gaan, want daar zit men voor ons klaar.Mevrouw Nanninga (JA21):Dank voor de vele informatie. Het was veel informatie en misschien heb ikhet gemist, maar ik heb een vraag gesteld over de evaluatie. Die wordt indeze context niet gedaan en ik heb gevraagd om de toezegging om datalsnog te doen, ook over deze poot van de operatie, mocht die wordenverlengd of uitgebreid. Nemen we dat stukje dan mee in de evaluatie, dieer dan wel komt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51435 Minister Yes¸ilgöz-Zegerius:Hierover hebben we nog niet samen overlegd, maar waar het op zit, is ...Misschien mogen we van mevrouw Nanninga daarop terugkomen in devele debatten die wij ongetwijfeld nog zullen hebben in de komende tijd.De reden waarom we hiermee een beetje terughoudend zijn, is dat wehier bijvoorbeeld niet een externe commissie voor willen oprichten. Bijeen grote missie met een ander karakter, die ook artikel 100 zou zijn, endie niet alleen defensief zou zijn, zou je dat namelijk echt heel erg grootoptuigen. Het is de vraag of dat hier opportuun zou zijn en zelfs ofmevrouw Nanninga daarnaar op zoek is. Ik zie nu aan haar dat zij niet naarzoiets op zoek is! Maar als het langer duurt, komt er in ieder geval eenmoment waarop we terugkijken om te zien wat we hieruit kunnenmeenemen. Wellicht mogen onze departementen dat dan samenoppakken om te zien hoe we dat op een goede manier vorm kunnengeven. Ik zie mevrouw Nanninga knikken en als ik dat zo mag opvattendat ... O, ze wil er zelf even op reageren.Mevrouw Nanninga (JA21):Laat ik het verduidelijken. Ik bedoel: als de situatie ontstaat dat eenevaluatie gerechtvaardigd en, laat ik het zo zeggen, rendabel is, wil ik datwe dit stukje meenemen. Dat is heel concreet wat ik vraag.Minister Yes¸ilgöz-Zegerius:Dat is heel helder. Zeker in het geval van een potentiële verlenging denk ikmede namens de Minister van Buitenlandse Zaken te kunnen toezeggendat we de Kamer een voorstel zullen doen over hoe we dat zouden willeninrichten.De voorzitter:Goed. Daarmee komen we aan het einde van dit deel van het debat. Hetdebat wordt plenair voortgezet. Er is net een duidelijke toezegging gedaanover het meenemen van dit deel van de operatie in een eventueleevaluatie, als die plaats zou vinden.Sluiting 19.09 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 51436

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ff76b96ab2d66a19

14 okt 2026 · cb81cca104930254

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.