KamerkringInloggen
Kamerbrief

Maatregelen rondom het aanpakken van schijnerkenningen

22 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c08e874422b7f2d4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202619 637Vreemdelingenbeleid33 836Personen- en familierechtNr. 3551 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 april 2026Op 10 maart jl. heb ik uw Kamer, naar aanleiding van de mondelingevragen van het lid Boomsma,1 geïnformeerd over de noodzaak omschijnerkenningen tegen te gaan. Daarbij heb ik toegezegd uw Kamer inapril te informeren over een plan van aanpak. Met deze brief geef ik, medenamens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, invulling aan dietoezegging.Het tegengaan van schijnerkenningen is een prioriteit van het kabinet. Vaneen schijnerkenning is sprake wanneer een kind wordt erkend met alsenige doel het verkrijgen van verblijfsrecht of nationaliteit, zonder datfeitelijk invulling wordt gegeven aan het ouderschap. De erkenning wordtin dat geval gebruikt als instrument om verblijfsrechten te verkrijgen inplaats van een daadwerkelijke ouder-kindrelatie tot stand te brengen, metnadelige gevolgen voor het kind en het migratie- en nationaliteitsbeleid enoneigenlijk gebruik van publieke voorzieningen.De afgelopen jaren is het aantal signalen van mogelijke schijnerkenningentoegenomen. Zo is het aantal signalen bij de Immigratie- en Naturalisatie-dienst (IND) gestegen van enkele tientallen per jaar naar circa 250 in 2024en ongeveer 410 in 2025.2 Er zijn daarnaast gevallen bekend bij de INDwaarin één persoon meerdere kinderen erkent zonder de intentie eendaadwerkelijke ouderrol te willen vervullen. Tegelijkertijd blijkt het lastigom misbruik effectief tegen te gaan, onder meer door beperkte mogelijk-1https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?did=2026D10936&id=2026Z047602Disclaimer: De cijfers kunnen afwijken van eerdere cijfers over eenzelfde periode in vorigerapportages, omdat de cijfers zijn geactualiseerd. In een aantal zaken worden correctiesuitgevoerd na het verstrijken van de rapportageperiode die pas zichtbaar worden in cijfers meteen latere peildatum. Alle cijfers (zowel de totalen als de verschillende deelcijfers) zijn afgerondop tientallen. Cijfers tussen 0–9 worden vermeld als < 10. Door de afrondingen kan eenogenschijnlijk verschil ontstaan tussen de eindtotalen en de optelsommen van de verschillendedeelcijfers. kst-19637-3551ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35511 heden om vooraf te toetsen en achteraf in te grijpen wanneer misbruikwordt vermoed of vastgesteld.In het coalitieakkoord is opgenomen dat erkenning van buitenlandsekinderen wordt geconcentreerd bij gemeenten met specifieke kennis enexpertise en dat schijnerkenners strafrechtelijk worden vervolgd.3 Tevensheb ik uw Kamer toegezegd te informeren over lessen uit andere landen,over de zaak betreffende een man met 25 erkenningen,4 en over denadere uitwerking van maatregelen ter voorkoming van schijnerken-ningen. Daarnaast heb ik toegezegd een wetswijziging voor te bereidenteneinde strafrechtelijke vervolging van schijnerkenners mogelijk temaken. De noodzaak daarvan wordt momenteel nader onderzocht.AanpakIn samenwerking tussen de Ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV)en Buitenlandse Zaken en de betrokken ketenpartners, waaronder de IND,de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de NederlandseVereniging voor Burgerzaken (NVVB), het Openbaar Ministerie (OM), iseen samenhangend pakket aan maatregelen opgesteld die op kortetermijn kunnen worden uitgevoerd. Verkend wordt of aanvullendemaatregelen voor een structurele en duurzame aanpak nodig en mogelijkzijn. Deze aanpak is erop gericht om misbruik tegen te gaan, zonderafbreuk te doen aan het reguliere recht om te erkennen en het belang vanhet kind.De aanpak kent een gefaseerde opzet en richt zich op twee sporen.Enerzijds wordt ingezet op het voorkomen van schijnerkenningen doorversterking van de beoordelingspraktijk en expertise bij uitvoerendepartijen. Anderzijds wordt ingezet op het verbeteren van de mogelijk-heden om op te treden bij misbruik, zodat ongewenste rechtsgevolgen,zoals het verkrijgen van verblijfsrecht of nationaliteit, zoveel mogelijkworden voorkomen of, waar nodig, ongedaan gemaakt.Ter ondersteuning van de verdere uitwerking van deze aanpak is tevensgekeken naar de wijze waarop andere landen omgaan met schijnerken-ningen. België heeft, evenals Nederland, in de afgelopen jaren te makengehad met een toename van vermoedelijke schijnerkenningen en heeftdaarop het toetsings- en uitvoeringsproces aangescherpt. Een belangrijkverschil met de Nederlandse situatie is dat in België reeds in een vroegstadium meerdere ketenpartners worden betrokken bij de beoordeling vaneen erkenningsaanvraag. Waar in Nederland de beoordeling primair bij deambtenaar van de burgerlijke stand ligt, eventueel in afstemming met deIND, wordt in België bij signalen van mogelijke fraude ook het parket vande Procureur des Konings betrokken. Hierdoor vindt eerder een brederetoets plaats en ontstaat een sterkere basis voor weigering of opschortingvan erkenningen. Daarnaast kent België, net als Nederland, demogelijkheid om een erkenningsprocedure tijdelijk op te schortenwanneer twijfel bestaat over de intentie van de erkenning, zodat naderonderzoek kan worden verricht.In België zijn de mogelijkheden om een erkenning te laten plaatsvindengeografisch beperkt. Een erkenning kan uitsluitend worden gedaan in degeboorteplaats van het kind, de verblijfplaats van de moeder of dewoonplaats van de erkenner. Hiermee wordt voorkomen dat betrokkenenstrategisch kiezen voor gemeenten waar de toetsing mogelijk minder3Aan de slag – Coalitieakkoord 2026-2030 | Kabinetsformatie4Eén man, 25 baby’s: «schijnkinderen» zijn een nieuwe manier om verblijfspapieren te krijgen –NRCTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35512 strikt is of eindeloos blijven proberen een kind te erkennen. In Nederlandkan een erkenning vooralsnog in iedere gemeente plaatsvinden. Tevens issprake van een meer geïntegreerde samenwerking tussen gemeenten,parket en vreemdelingenautoriteiten, waarbij informatie-uitwisselingstructureler is ingericht. De Belgische aanpak kenmerkt zich daarmee dooreen vroegtijdige, bredere en meer geïntegreerde toetsing van erken-ningen, met meer ruimte voor onderzoek en sturing in de uitvoerings-praktijk. Deze elementen worden betrokken bij de verdere uitwerking vande Nederlandse aanpak. Aanvullende informatie over de Duitse aanpakwordt momenteel verzameld en kan in een volgende voortgangsbriefworden meegenomen.Korte termijnmaatregelenDe inzet op korte termijn richt zich op de volgende maatregelen:•Het intensiveren van de controle door de ambtenaar van de burgerlijkestand;•Het inrichten van een expertiseteam ter ondersteuning vangemeenten;•Het standaardiseren van het verzoek tot vernietiging;•Het aanvechten van buitenlandse erkenningen.Allereerst wordt erop ingezet dat de ambtenaar van de burgerlijke standactiever aan de gemeentelijke balie gaat controleren op schijnerken-ningen. Dat geldt zowel voor erkenningen in Nederland als voorverzoeken om buitenlandse erkenningen te registreren in de Basisregis-tratie Personen (hierna: BRP). Daartoe versterken wij de beoordelingspo-sitie van de ambtenaar van de burgerlijke stand. Gemeenten zullen beterworden beter ondersteund bij het herkennen en beoordelen van signalenvan mogelijke schijnerkenningen. Dit zal onder meer gebeuren doorgerichte kennisdeling en het aanscherpen van handreikingen, zoals eenprocesstappenoverzicht en een indicatorenlijst. Deze handreikingenbeschrijven concreet welke signalen kunnen duiden op een schijner-kenning en welke stappen gemeenten vervolgens kunnen zetten. Eengezamenlijke werkgroep, bestaande uit de NVVB, VNG, IND, OM en JenV,heeft deze handreikingen vastgesteld. Deze zijn als eerste stap verspreidonder de pilotgemeenten en toegelicht door de NVVB. Bij de uitrol vandeze maatregelen wordt tevens getoetst of gemeenten hiermeevoldoende in staat zijn om signalen van mogelijke schijnerkenningen teherkennen en te beoordelen.Daarnaast is een pilot voorbereid met een multidisciplinair expertiseteam,waarin expertise van verschillende ketenpartners wordt gebundeld. Ditteam ondersteunt gemeenten bij complexe casuïstiek en bevordert eenuniforme toepassing van de bestaande beoordelingsruimte. Dit multidisci-plinair expertiseteam bestaat uit deskundigen van onder meer de NVVBen de IND, aangevuld met deskundigheid uit kleinere en groteregemeenten. Indien nodig wordt extra expertise gevraagd bij de DT&V ende VNG, en kunnen gemeenten gedurende de pilotfase het expertiseteamraadplegen bij twijfelgevallen. Het expertiseteam zal naar verwachting inapril 2026 van start gaan en is vanaf dat moment direct beschikbaar voorondersteuning van gemeenten bij concrete casuïstiek.Voorts wordt de samenwerking tussen betrokken partijen geïntensiveerdom effectiever te kunnen optreden wanneer sprake is van misbruik. Inapril 2026 start een pilot tussen het OM en de IND gericht op het ontwik-kelen en inzetten van een standaardverzoek tot vernietiging van schijner-kenningen bij de rechtbank. Dit houdt in dat het OM bij de civiele rechterverzoekt om een erkenning te vernietigen wanneer deze is gedaan meteen oneigenlijk doel, zoals het verkrijgen van verblijfsrecht. Het OM dientTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35513 in april 2026 drie verzoeken tot vernietiging van erkenningen in bij deciviele rechter, om deze werkwijze in de praktijk te testen en te standaardi-seren. Dit moet bijdragen aan een meer efficiënte en uniforme werkwijzebij het starten van procedures tot vernietiging van schijnerkenningen.Daarnaast wordt momenteel in samenwerking met de NVVB en de INDeen pilot uitgevoerd waarin gemeenten schijnerkenningen die zijnvastgelegd in buitenlandse akten kunnen aanvechten. Dit betreft situatieswaarin een erkenning in het buitenland heeft plaatsgevonden en inNederland wordt ingeschreven in de BRP, met mogelijke gevolgen voorverblijf of nationaliteit. De NVVB heeft hiervoor modelbrieven opgestelden verstuurd aan deelnemende gemeenten. Het advies van de IND wordtbetrokken bij het aanscherpen van deze modelbrieven, zodat dezeaansluiten bij het vreemdelingenrechtelijke kader. Deze modelbrieven zijnbedoeld voor situaties waarin gemeenten op basis van terugmeldingenvan de IND vermoeden dat sprake is van een schijnerkenning enoverwegen om de erkenning niet te registreren, dan wel een procedure testarten om de erkenning te vernietigen. Daarnaast wijst de NVVBgemeenten op de handelingsmogelijkheden bij twijfel aan de inschrijvingvan nieuw aangeboden buitenlandse akten. In dergelijke gevallen kunnengemeenten, voorafgaand aan inschrijving in de BRP, nader onderzoekdoen naar de erkenning. Daarbij kan, afhankelijk van de casus,afstemming plaatsvinden met de IND en – indien relevant voor debeoordeling van de erkenning naar Nederlands recht – de ambtenaar vande burgerlijke stand. Doel hiervan is om te voorkomen dat aan mogelijkfrauduleuze erkenningen rechtsgevolgen worden verbonden. Ook wordt,in samenwerking met betrokken partijen, in kaart gebracht hoe deverantwoordelijkheidsverdeling binnen gemeenten is ingericht, met alsdoel de regie en aanspreekbaarheid te verduidelijken.De implementatie van deze maatregelen is reeds gestart en wordt in hettweede kwartaal van 2026 verder opgeschaald. Ik informeer uw Kamerover de uitkomsten van en ervaringen met deze maatregelen.Lange termijnmaatregelenVoor een structurele en duurzame aanpak zijn aanvullende maatregelennodig die wetswijzigingen vereisen. Deze worden momenteel verkend. Invervolg op hetgeen hierover in het coalitieakkoord is vermeld, verkent hetkabinet op dit moment op welke wijze die maatregelen nader kunnenworden uitgewerkt. Dit betreft onder meer het beperken van het aantalgemeenten waar erkenningen van buitenlandse (derdelandse) kinderenkunnen plaatsvinden die tot verkrijging van het Nederlanderschap kunnenleiden. Deze maatregel wordt in samenhang met de andere maatregeleninterdepartementaal verkend, waarbij wordt bezien hoe deze kan wordenvormgegeven binnen het bestaande civielrechtelijke kader, in hetbijzonder Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, waarin onder meer debepalingen inzake erkenning en personen- en familierechtelijke betrek-kingen zijn neergelegd.Daarnaast wordt bezien of en op welke wijze de voorwaarden voorerkenning kunnen en moeten worden aangescherpt wanneer erkenningleidt tot nationaliteits- of verblijfsrechtelijke gevolgen. Wat betreft hetnationaliteitsgevolg kan worden gedacht aan een eis van biologischvaderschap voor alle kinderen dan wel het niet meer direct verbinden vanhet Nederlanderschap aan de erkenning voor kinderen onder de zevenjaar. Daarbij wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de uitvoerbaarheiden de verhouding tot het belang van het kind en de rechtszekerheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35514 Voorts wordt het handelingsperspectief van de IND verkend. In dat kaderwordt onderzocht of de IND bevoegd kan worden gemaakt om zelfstandigeen verzoek tot vernietiging van een erkenning bij de civiele rechter in tedienen. Besluitvorming over uitbreiding van deze bevoegdheid volgt naafronding van de juridische verkenning.Ten slotte wordt, in overleg met het OM, bezien op welke wijze strafrech-telijke vervolging van schijnerkenners kan worden vormgegeven. Daarbijwordt eerst onderzocht in hoeverre het bestaande strafrechtelijkeinstrumentarium, waaronder vervolging op grond van valsheid ingeschrifte, toereikend is. Met deze gefaseerde aanpak beoogt het kabinetbij te dragen aan een effectievere bestrijding van schijnerkenningen,waarbij zowel op korte termijn concrete stappen worden gezet als voor delangere termijn mogelijke structurele verbeteringen van het stelselworden verkend. De voortgang op de verschillende acties wordtgemonitord en waar nodig bijgesteld, waarbij steeds zorgvuldig wordtafgewogen hoe maatregelen zich verhouden tot het belang van het kind,de rechtszekerheid en de positie van bonafide ouders.Het kabinet acht het van belang uw Kamer ook na deze eerste stap goedbetrokken te houden bij de verdere uitwerking. Daarom zal ik uw Kamervoor het zomerreces van 2026 opnieuw informeren over de stand vanzaken op dat moment, alsmede over het volledige pakket aan maatre-gelen, inclusief de nadere uitwerking van de voorgenomen wetsvoor-stellen.De Minister van Asiel en Migratie,G. van den BrinkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35515

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · edbda049e246c105

14 okt 2026 · 1cdf9f9911d964c7

13 okt 2026 · 9d1a477a903e3985

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.