KamerkringInloggen
Kamerbrief

Toezegging gedaan tijdens het het commissiedebat werknemersverzekeringen van 8 april 2026, over fondsensystematiek werknemersverzekeringen

16 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ba774c1a28bba6dc · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 716Evaluatie Wet werk en inkomen naararbeidsvermogen (Wet WIA)Nr. 67 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 juni 2026Tijdens het commissiedebat werknemersverzekeringen van 8 april jl.(Kamerstuk 32 716, nr. 66) heb ik een technische brief over de fondsensys-tematiek aan uw Kamer toegezegd.1 Ik begrijp dat de fondsensystematiekcomplex is. Het is goed dat we kritisch naar de systematiek kijken. Depremies zijn namelijk niet alleen gebaseerd op de verwachte uitkeringen,maar zijn ook integraal onderdeel van de overheidsfinanciën. Met dezebrief geef ik antwoord op de verschillende technische vragen in hetcommissiedebat over de werking van de fondsen en premies, demaatregelen uit het coalitieakkoord en de doorwerking op lonen.In het debat zijn ook vragen gesteld over het draagvlak, rolverdeling entoekomst van de fondsensystematiek. Vragen die een laag dieper gaandan de werking en ons vragen ook dieper te kijken dan de techniek. Ik hebdaarom, naast voorliggende technische brief, ook toegezegd in het najaarvia een brief die ziet op de toekomst fondsensystematiek hierop tereflecteren en dit te bespreken met sociale partners. Die brief zal dieperingaan op de visie van het kabinet op de zeggenschap omtrent het stelselen de relatie tussen de begroting, het budget en de fondsen en tegemoet-komen aan motie-Grinwis/Patijn. Deze motie gaat over de juridischehoudbaarheid van het stelsel en de maatschappelijke wenselijkheid.2Daarnaast is de motie-Jimmy Dijk3 aangenomen die de regering verzoektde Aof-premie niet te verhogen voor de vrijheidsbijdrage van bedrijven.Deze heb ik ontraden met verwijzing naar de begrotingssystematiek. Indeze brief ga ik dieper in op de huidige relatie tussen de fondsensyste-matiek en de begrotingsregels. Het kabinet begrijpt dat de Kamer niettevreden is met de huidige invulling van de vrijheidsbijdrage van1Nummer TZ202604-137.2Kamerstukken II 2025/26 32 716, nr. 573Kamerstukken II 2025/26 36 800 XV, nr. 119 kst-32716-67ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 671 bedrijven, tegelijkertijd levert deze motie geen dekking. Met dat in hetachterhoofd zal het kabinet deze motie meenemen in de augustusbesluit-vorming over de invulling van de vrijheidsbijdrage. Daarnaast gaat hetkabinet hierover ook in gesprek met werkgeversorganisaties.LeeswijzerDe brief is opgedeeld in drie paragrafen. Paragraaf 1 gaat in op de huidigefondsensystematiek, zodat de cijfermatige informatie die daarop volgt inde juiste context kan worden geplaatst.In paragraaf 2 wordt een aantal (cijfermatige) vragen van diverseKamerleden beantwoord, die zijn gesteld tijdens het debat van 8 april jl.Tot slot gaat paragraaf 3 in op de processtappen die ik komende periodega zetten om mijn andere toezegging rondom het thema aan uw Kamer tevervullen.41. Huidige fondsensystematiek In Nederland hebben we een stelsel met werknemersverzekeringen. Alseen werknemer bijvoorbeeld ziek of werkloos wordt, kan hij ondervoorwaarden (verschillend per verzekering) terugvallen op een uitkering.Deze uitkeringen worden gefinancierd uit fondsen: het Arbeidsongeschikt-heidsfonds (Aof), de Werkhervattingskas (Whk), het Algemeen Werkloos-heidsfonds (AWf) en het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo). Hetbeheer van de fondsen wordt gedaan door UWV als zelfstandig bestuurs-orgaan.De fondsen worden gevuld met de inkomsten uit premies die werkgeversvoor de werknemersverzekeringen betalen. Als in een jaar de inkomstenbij een fonds hoger zijn dan de uitgaven dan heeft het fonds een positiefresultaat. Dat resultaat wordt toegevoegd aan het zogenaamde fondsver-mogen. Als het resultaat negatief is, dan neemt het fondsvermogen af.De huidige fondsvermogens zijn in de afgelopen 12 jaar opgebouwd. Inhet verleden waren er periodes dat de sociale fondsen een negatief saldohadden en geen overschot. De huidige situatie waarin er elk jaar eenoverschot is, bestaat vanaf 2016. Het begrotingsoverschot dat alle socialefondsen sindsdien gezamenlijk hebben, wordt voornamelijk verklaarddoor het Aof en het AWf. De andere fondsen hebben gemiddeld vrijwelgeen overschot of tekort zoals in onderstaande grafiek duidelijk wordt.4Nummer TZ202604-136.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 672 Er gelden verschillende regels bij het vaststellen van de premies. Hetkabinet kan sommige premies beleidsmatig aanpassen, de premiestellingvan de andere premies is wettelijk vastgelegd.Zo moet UWV de Whk-premie lastendekkend vaststellen en moet hetkabinet de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (iab-Zvw) zodanigvaststellen dat deze de helft van de Zvw-uitgaven dekt.De Aof-, Awf- en Ufo-premie stelt het kabinet jaarlijks vast, zonder directekoppeling aan de uitgaven uit het betreffende fonds. De Minister heeftbeleidsruimte bij het vaststellen van de premietarieven. In de praktijkwordt die ruimte benut binnen het inkomstenkader. De ontwikkeling vande premies is hieronder weergegeven.Vooral de Aof-premie is recent beleidsmatig verhoogd. Het gemiddeldepremietarief van het Aof is sinds 2015 gestegen van 5,25 procent naar 7,36procent in 2026. Dit komt met name doordat de Aof-premie met 1,5%-puntGrafiek: Fondsvermogens UWV-fondsen, miljard euro, lopende prijzen.Bron: UWV jaarverslagen en januarinota 2026. AWf betreft tot 2020 zowel het AWf als desectorfondsen; 2026 betreft voorlopige cijfers.Grafiek: gemiddelde premietarieven voor marktwerkgevers, procent,bron: CPB lange tijdreeksen overheidsfinanciën, CEP 2026. Het Aof-tarief is tot 2011 inclusief depremie voor de Arbeidsongeschiktheidskas. Het WW-tarief is tot 2020 inclusief de premie voor deSectorfondsen. Voor de WW premie was er tot 2013 een franchise waardoor het tarief nietvergelijkbaar is met de andere premies (stippellijn).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 673 is gestegen ter compensatie van verlagingen van de premies voor dezorgverzekeringswet (nader toegelicht onder «Overheidsfinanciën enbegrotingsregels»). De hogere Aof-premietarieven zorgen voor hogereinkomsten van het fonds, terwijl daar geen hogere uitgaven vanuit hetfonds tegenover staan. Onderstaande grafiek laat zien dat de premie-grondslag is achtergebleven bij de fondsuitgaven, zodat de toename vanhet fondsvermogen sinds 2015 niet uit grondslaggroei maar volledig uittariefverhogingen te verklaren is.De AWf-premie wordt beperkter ingezet als beleidsinstrument en is deafgelopen jaren relatief stabiel gebleven rond de 4 procent. Een uitzon-dering hierop vormde de tijdelijke verlaging van het premietarief in 2021.Deze beleidsmatige verlaging volgde op het intrekken van de Baangerela-teerde Investeringskorting (BIK), waarvoor werkgevers werden gecompen-seerd met een lager AWf-premietarief. Doordat de premietarieven eenrelatief constant verloop tonen, worden tekorten en overschotten in hetfondsvermogen voornamelijk bepaald door conjuncturele ontwikkelingen.Vanaf 2011 kende het AWf een negatief fondsvermogen als gevolg van dehoge werkloosheidsuitgaven na de financiële crisis. Sinds 2018 is hetfondsvermogen geleidelijk hersteld doordat de premie-inkomsten hogerwaren dan de uitgaven, mede door lagere uitgaven aan de Werkloos-heidswet (WW). Dit positieve saldo heeft vanaf 2023 geleid tot eenoverschot in het fonds. Het huidige overschot kan daarmee deels wordengezien als herstel na een conjuncturele dip.1.1 Juridisch kader fondsen De heer Ceulemans heeft tijdens het WGO5 Wijziging van de begrotings-staten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV)voor het jaar 2026 van 18 mei jl. een vraag gesteld over de juridische eneconomische kaders van de Aof-premie. Ik ga hierna verder in op dezegestelde vraag.5De wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheidvoor het jaar 2026.Grafiek: ontwikkeling Aof-tarief, inkomsten en grondslagen, 2014=100,bron: UWV jaarverslagen, CPB ramingen, gegevens SZW.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 674 De specifieke inkomsten en uitgaven van de fondsen zijn geregeld in deWet financiering sociale verzekeringen (Wfsv).6 De premies wordenvastgesteld door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bijministeriële regeling. Welke premies worden vastgesteld en wat degrondslag is voor deze premies, is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wfsv.In hoofdstuk 7 van de Wfsv is bepaald welke inkomsten er in de fondsenvloeien en welke uitgaven er uit de fondsen mogen worden gedaan.De wet legt geen directe koppeling tussen de hoogte van de premie en deomvang van die uitgaven. De Wfsv schrijft dus niet voor dat de Aof-, AWf-of Ufo-premies lastendekkend moeten worden vastgesteld. De Ministerheeft daarmee beleidsruimte bij het vaststellen van de premietarieven. Inde praktijk wordt die ruimte benut binnen het inkomstenkader. Dit isanders bij de Whk-premie, waarvoor in de wet is vastgelegd dat UWVdeze lastendekkend vaststelt.1.2 Overheidsfinanciën en begrotingsregels De uitgaven en inkomsten van de fondsen zijn collectieve uitgaven eninkomsten. Zij tellen mee in het EMU-saldo en de EMU-schuld van decollectieve sector. Vanuit het perspectief van de overheidsfinanciën is hetdaarom niet het saldo van een individueel fonds dat ertoe doet, maar hettotaal van alle collectieve inkomsten en uitgaven.Dat betekent dat elke beslissing van het kabinet over de premies of deuitgaven uit de fondsen direct effect heeft op de overheidsfinanciën. Eenverhoging van de Aof-premie verbetert het EMU-saldo. Een verhoging vande uitkeringen verslechtert het. Als de fondsen in een jaar een overschothebben (dus meer inkomsten dan uitgaven) dan verbetert dat hetEMU-saldo. Daardoor kunnen andere delen van de overheid een grotertekort hebben zonder dat het totale begrotingstekort te groot wordt.Omdat elk fonds een eigen boekhouding heeft zijn de overschotten uitrecente jaren zichtbaar als fondsvermogen. Dat fondsvermogen heeft dusde afgelopen jaren steeds het EMU-saldo verbeterd, en kan niet wordenuitgegeven of afgebouwd zonder het EMU-saldo in de toekomst weer teverslechteren. Het fondsvermogen vertegenwoordigt daarmee geenmiddelen die beschikbaar zijn voor besteding.Bij het aantreden van een kabinet legt de coalitie in het coalitieakkoordvast hoe het pad van inkomsten en uitgaven eruitziet voor de kabinetspe-riode. Daarbij kan het kabinet keuzes maken over premies en uitgaven,met de gevolgen op de overheidsfinanciën van dien.Tijdens de kabinetsperiode gebruikt het kabinet vervolgens begrotings-regels om de afgesproken kaders te bewaken. Sinds de jaren negentig iseen van de belangrijkste begrotingsregels de scheiding tussen deinkomsten en de uitgaven van de overheid.Voor de uitgavenkant geldt een jaarlijkse maximumgrens: hetzogenoemde uitgavenplafond. Het plafond wordt aan het begin van dekabinetsperiode bepaald voor de duur van de kabinetsperiode, al wordenze wel bijgesteld wat betreft loon- en prijsontwikkelingen. Het uitgaven-plafond zorgt voor een beheerste ontwikkeling van de uitgaven van deoverheid.6De inkomsten respectievelijk uitgaven zijn geregeld in artikelen 99 / 100 (AWf), 107 / 108 (Ufo),en 114 / 115 en 118 (Aof).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 675 Voor de inkomstenkant zorgt het zogenoemde inkomstenkader voor definanciële beheersing. Het inkomstenkader bevat alle effecten op debelasting- en premieontvangsten die het gevolg zijn van beleidswijzi-gingen. Tijdens de kabinetsperiode en structureel moeten alle extralastenverzwaringen en lastenverlichtingen aan de inkomstenkant elkaaropheffen. Als het kabinet een belasting of premie verhoogt, dan isafgesproken dat een andere belasting of premie omlaag moet, enviceversa.De totale beleidsmatige ontwikkeling van de lastendruk voor burgers enbedrijven blijft op die manier overeenkomstig met de afspraken aan hetbegin van de kabinetsperiode.Deze scheiding werkt ook zo voor de fondsen voor werknemers-verzekeringen: de fondsuitgaven vallen onder het uitgavenkader en depremies vallen onder het inkomstenkader. Extra fondsuitgaven moetenbinnen de kabinetsperiode worden ingepast onder het uitgavenkader enmogen niet betaald worden via hogere premies. Hogere premie-inkomsten mogen niet worden aangewend voor hogere uitgaven.Daardoor blijven zowel het totale uitgavenniveau als de totale lastendrukstabiel en voorspelbaar in lijn met het coalitieakkoord.De Aof-premie is de afgelopen jaren meermaals verhoogd: soms in eencoalitieakkoord maar vaker als compensatie van mee- of tegenvallerselders binnen het inkomstenkader. Binnen het inkomstenkader wordenmee- of tegenvallers niet altijd exact gecompenseerd met één anderemaatregel. De stijging van het gemiddelde Aof-premietarief sinds 2015van circa 2,1 procentpunt is daarom niet exact toe te rekenen aanspecifieke oorzaken, maar indicatief is de opbouw als volgt:–Bijna 1,5 procentpunt van de stijging komt doordat de Aof premie isgebruikt om te werkgevers te compenseren voor de premies van deZorgverzekeringswet (Zvw). Daar ga ik hieronder in meer detail op in.–Circa 0,2 procentpunt is voor nieuw beleid dat uit het Aof wordtbetaald, zoals de compensatieregeling transitievergoedingen enbetaald ouderschapsverlof, en voor beleid dat niet uit het Aof wordtbetaald zoals de tegemoetkoming voor stoffengerelateerde beroeps-ziekten (TSB) en de uitgaven die samenhangen met het pensioenak-koord.–Circa 0,25 procentpunt is ingezet als dekking binnen het inkomstenka-der, onder andere om tegenvallers in box 2 en box 3 van de inkom-stenbelasting te compenseren.7–Het resterende deel van de stijging (0,16 procentpunt) komt doortechnische en autonome ontwikkelingen, en wordt deels gedemptdoordat de Aof-premie ook weleens beleidsmatig is verlaagd,bijvoorbeeld voor de compensatie van een hogere Whk-premie of voorlastenverlichting voor bedrijven.De compensatie van de zorgpremies licht ik uitgebreider toe omdat ditcomplex is, en omdat het de belangrijkste oorzaak is van de tariefver-hoging en daarmee het huidige overschot in het Aof.De Zvw wordt, ietwat versimpeld, gefinancierd uit een nominale premie(te betalen aan de verzekeraar) en uit de inkomensafhankelijke bijdrageZvw (iab-Zvw). Voor werknemers betaalt de werkgever de iab-Zvw.Zelfstandigen en sommige uitkeringsontvangers betalen de iab-Zvw zelf.De zorgpremies moeten lastendekkend worden vastgesteld. Als de7Miljoenennota 2024 (Kamerstukken II 2023/24, 36 410, nr. 1), Miljoenennota 2025 (Kamer-stukken II 2024/25, 36 600, nr. 1) en Miljoenennota 2026 (Kamerstukken II 2025/26, 36 800, nr. 1),telkens het onderdeel inkomstenkader.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 676 uitgaven aan de Zvw minder stijgen dan verwacht dan moet het kabinetdus ook het tarief van de iab-Zvw lager vaststellen dan eerder geraamd.Volgens de begrotingsregels moet deze lastenverlichting via dezorgpremies gecompenseerd worden met een lastenverzwaring elders.Voor het deel van de iab-Zvw dat door werkgevers wordt betaald kiest hetkabinet dan voor compensatie via een hogere Aof-premie8. Dat is demeest neutrale manier, omdat de grondslag van de iab-Zvw voorwerkgevers en de grondslag van de Aof-premie gelijk zijn. Deze wordennamelijk allebei geheven over het premieplichtige loon voor dewerknemersverzekeringen. Als de lagere zorgpremies waren gecompen-seerd met een andere premie of belasting, dan zou dat leiden totverschillen tussen werkgevers.Als de zorgpremies soms meevallen en soms tegenvallen, blijft het effectvan de compensatie op het Aof beperkt. De afgelopen twaalf jaar vielen dezorgpremies echter voornamelijk lager uit dan verwacht, waardoor deAof-premie dus in veel kleine stappen substantieel is verhoogd.1.3 Economische doorwerking Het nettoloon dat een werknemer ontvangt is lager dan de totaleloonkosten die een werkgever maakt. Dit is het brutoloon minus door dewerkgever ingehouden inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen eneventuele pensioenpremies. De werkgever betaalt boven op het brutoloonwerkgeverspremies, pensioenpremie en de inkomensafhankelijke bijdrageZvw. Het totale verschil tussen het nettoloon en de totale loonkosten is dezogenoemde wig op arbeid.Een grotere wig op arbeid betekent dat het verschil tussen wat eenwerkgever betaalt en wat een werknemer ontvangt toeneemt. Heffingenop arbeid verstoren de arbeidsmarkt, wat leidt tot lagere werkgelegenheiden lagere lonen.9 Daarnaast vergroot een hogere wig specifiek hetkostenverschil tussen werknemers, die wel premieplichtig zijn, enzelfstandigen, die dat niet zijn.Bij de loonvorming spelen de totale loonkosten per werknemer eencentrale rol. Een verhoging van de werkgeverspremies leidt tot hogereloonkosten en beperkt daarmee de loonruimte, wat leidt tot een lagerecao-loonstijging. Omgekeerd geldt dat een verlaging van werkgevers-premies de loonruimte vergroot. Op de langere termijn werkt eenwijziging in de werkgeverslasten daardoor deels door in decao-loonstijging en daarmee in het besteedbare inkomen vanwerknemers.Het CPB berekent het langetermijneffect op lonen van een werkgeverspre-mieverhoging in het macromodel Saffier 3.010. Een toename van dewerkgeverslasten komt op lange termijn voor 25% bij de werkgeverterecht in de vorm van hogere loonkosten. De overige 75% wordt vialagere lonen door werknemers gedragen. Dit percentage is in lijn metrecente economische literatuur over de doorwerking van sociale premiesop lonen.8Voor zelfstandigen, dga’s en uikeringsontvangers die de iab-Zvw zelf moeten betalen kiest hetkabinet voor compenastie via het tarief-eerste-schijf van de inkomstenbelasting (TES). Lagerezorguitgaven zorgen er ook voor dat zorgverzekeraars de nominale premie minder verhogendan geraamd. Ook dit wordt gecompenseerd via het TES.9Belastingen in maatschappelijk perspectief: Bouwstenen voor een beter en eenvoudigerbelastingstelsel | Rapport | Rijksoverheid.nl.10Saffier 3.0 | CPB Website.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 677 Op korte termijn wordt een kleiner percentage afgewenteld opwerknemers, doordat loononderhandelingen en aanpassingen tijd kosten.De uiteindelijke effecten van een verhoging van de werkgeverslasten opde lonen zijn daarnaast afhankelijk van andere factoren, zoals bestedings-en arbeidsmarkteffecten.2. Coalitieakkoord 2.1 Effecten coalitieakkoord op premietarieven In het commissiedebat werknemersverzekeringen van 8 april jl. zijnvragen gesteld over onder andere de effecten van het coalitieakkoord opde premietarieven. Ik ga hierna verder in op de gestelde vragen door deKamerleden.Bij het Aof zijn er drie maatregelen die invloed hebben op de geraamdepremietarieven. Ten eerste de vrijheidsbijdrage van bedrijven. Deze is inhet coalitieakkoord ingevuld als taakstellende verhoging van deAof-premie met 0,43 procentpunt. De definitieve invulling van devrijheidsbijdrage van bedrijven wordt nog besproken met werkgeversor-ganisaties en is onderdeel van de augustusbesluitvorming.Ten tweede een compensatie voor een lagere iab-Zvw. De maatregelen inhet coalitieakkoord bij de Zorgverzekeringswet zorgen voor lageregeraamde zorgpremies11 (zowel de nominale premie als de iab-Zvw). Voorde iab-Zvw wordt aangenomen dat 65 procent daarvan wordt betaalddoor bedrijven voor hun werknemers. De rest wordt betaald doorzelfstandigen en uitkeringsontvangers (zelfstandig ondernemers enAow-ers betalen de iab-Zvw bijvoorbeeld zelf). Voor bedrijven worden delagere geraamde lasten, vanwege de iab-Zvw gecompenseerd door deAof-premie te verhogen. Deze verhoging loopt op naar 0,30 procentpuntin 2030.12Ten derde versmalt de grondslag voor verschillende premies voor dewerknemersverzekeringen door de maatregel uit het coalitieakkoord omhet maximumpremieloon (het maximale loon waarover premiesverschuldigd zijn) met 20 procent te verlagen. Deze maatregel hangtsamen met het maximumdagloon (het maximale dagloon dat onder deverzekering valt). Hiervoor worden compenserende premieverhogingendoorgevoerd, zodat de inkomsten gelijk blijven. Dit komt neer op 0,45procentpunt voor de Aof-premie, 0,22 procentpunt voor de AWf-premie enkleinere verhogingen bij de Whk, Ufo en opslag Wko. De exactemaatvoering is te vinden in de bijlage. Deze compenserende premieverho-gingen hebben per saldo geen effect op de fondsinkomsten.In de bijlage is per fonds en per maatregel een totaaloverzicht van degevolgen van het coalitieakkoord opgenomen, zoals deze op basis van dehuidige invulling zijn verwerkt in de geraamde premietarieven.2.2 Doorwerking premietarieven op lonen en koopkracht Tijdens het commissiedebat verzocht het lid Patijn om in te gaan op deinkomenseffecten van de premieverhogingen. Een precieze koopkracht-analyse of berekening van inkomenseffecten per huishoudtype van11Budgettaire tabel en bijlage bij Aan de slag, het coalitieakkoord tussen D66, VVD en CDA,maatregelen 34, 37, 38, 39, 40 en 41.12Deze oploop zal ook nog worden toegevoegd aan de raming van de SZW-premies, zodra dezemet latere jaren wordt uitgebreid. De verhoging van de Aof-premie specifiek voor de iab-Zvwzal na 2030 daarom ook nog toenemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 678 premieverhogingen is niet goed mogelijk, omdat de doorwerkingafhankelijk is van cao-onderhandelingen die per sector en per bedrijfverschillen en zich over een onbekende periode uitstrekt.Het CPB heeft bij de doorrekening van het coalitieakkoord het integraleeffect van alle maatregelen uit het coalitieakkoord op de cao-loonstijginggeraamd.Uit de doorrekening blijkt dat de cao-loonstijging in de kabinetsperiodegemiddeld 0,1 procentpunt per jaar lager uitvalt dan in het basispad. In ditcijfer zijn maatregelen verwerkt die de loonruimte beperken (zoals depremieverhogingen), maatregelen die de looneisen juist verhogen (zoalsde hogere lasten voor werknemers) en de doorwerking van die maatre-gelen via arbeidsaanbod- en algemene evenwichtseffecten. Het CPB geeftin de doorrekening geen uitsplitsing van het effect per maatregel.Wel kan per maatregel grofweg worden beschreven wat het verwachteeffect op de loonruimte op lange termijn is.Tegenover de 0,30 procentpunt verhoging van de Aof-premie tercompensatie van de iab-Zvw staat een nagenoeg gelijke verlaging van deiab-Zvw voor werkgevers. Het netto-effect op de loonruimte is daarmeenihil.De compenserende verhoging van de premies voor de verlaging van hetmaximumpremieloon is budgetneutraal: het hogere tarief compenseert desmallere grondslag door het lagere maximumpremieloon. Dat heeft eeneffect op de verdeling van premies voor verschillende werkgevers enwerknemers, maar niet op de totale loonruimte.Hoe dit per werkgever uitpakt verschilt: bedrijven met vooral werknemersonder het maximumpremieloon zien hun premielast per saldo eerderstijgen, terwijl bedrijven met veel werknemers daarboven juist baathebben bij het lagere plafond. Via de loonruimte kan dit ook doorwerkenop de betrokken werknemers. In cao-onderhandelingen wordt doorgaansechter niet gestuurd op basis van de individuele wig per werknemer. Hetis daarom onzeker of werknemers boven en onder het maximumpre-mieloon in de praktijk een ander effect zullen ervaren, of dat de premiever-andering per cao verwerkt wordt in een generieke aanpassing van hetloonbod.De vrijheidsbijdrage van bedrijven bedraagt een verhoging van 0,43procentpunt van de Aof-premie op basis van de taakstellende invulling inhet coalitieakkoord. De vrijheidsbijdrage van bedrijven brengt, anders dande compensatie voor de Zvw en het maximumpremieloon, daadwerkelijkaanvullende middelen op. Dat vergroot de wig en heeft daarmee effect opde loonruimte.Om een gevoel van orde van grootte te krijgen, kan de vrijheidsbijdragevan bedrijven van 1,7 miljard gedeeld worden door de circa 10 miljoenwerkenden. Dit komt gemiddeld neer op 170 euro per werknemer per jaaraan hogere werkgeverslasten. Het CPB gaat er op lange termijn vanuit datcirca 75% van deze lasten wordt doorberekend in de loonruimte. Op kortetermijn zal het effect kleiner zijn. Dit is nadrukkelijk een grove inschatting,want de berekening doet geen recht aan verschillen tussen werknemersen bovendien zijn effecten via arbeidsaanbod, bestedingen en algemeneevenwichtseffecten hierin niet meegenomen. Het is uiteindelijk aan iedereindividuele werkgever om te besluiten op welke manier zij hogerewerkgeverslasten opvangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 679 2.3 Structurele tegenvaller In het commissiedebat is gevraagd of de tegenvaller bij de WIA nieteenmalig is. Het betreft een structurele tegenvaller.De WIA-tegenvaller zal ervoor zorgen dat de lastendekkende Whk-premiehoger wordt vastgesteld.13 Volgens de begrotingsregels van het kabinetworden de hogere premie-inkomsten echter niet gebruikt om hogereuitgaven te bekostigen vanwege de scheiding van inkomsten en uitgaven(zie «Overheidsfinanciën en begrotingsregels» hierboven). Het kabinetkiest daarom om de hogere uitkeringslasten binnen het uitgavenplafondte compenseren met maatregelen aan de uitgavenkant van de begroting.3. Kamerbrief over de toekomst van de fondsensystematiek Uit deze Kamerbrief wordt duidelijk dat de fondsensystematiekwerknemersverzekeringen complex is. Dat is onder andere de situatie,omdat de premies een verzekeringskarakter hebben maar ook functio-neren als onderdeel van de rijksbegroting. Dat roept terecht vragen opover het stelsel, zoals ook tijdens het commissiedebat van 8 april jl. naarvoren kwam. Ik heb daarom een Kamerbrief toegezegd over de toekomstvan de fondsensystematiek. Die brief zal dieper ingaan op de visie van hetkabinet over zeggenschap omtrent het stelsel en de relatie tussen debegroting, het budget en de fondsen. Daarbij betrek ik ook de motie-Grinwis/Patijn14 over de juridische houdbaarheid en maatschappelijkewenselijkheid van de stijgende Aof-premie. Deze brief is voor het najaartoegezegd en wordt met sociale partners besproken.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.A. Vijlbrief13Deze koppeling is overigens niet volledig, omdat een deel van de WGA uit het Aof wordtbetaald, en ook niet permanent omdat WGA uitkeringen alleen de eerste 10 jaar ten laste vande Whk komen.14Kamerstukken II 2025/26 32 716, nr. 57Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6710 In onderstaande tabel staan per fonds en per maatregel de gevolgen vanhet coalitieakkoord zoals deze nu in de geraamde premietarieven zijnverwerkt. De methodiek die daarbij wordt gebruikt, luidt als volgt. Hetcoalitieakkoord is opgesteld in 2026. Alle maatregelen in het coalitieak-koord zijn daarom ook weergegeven in het prijsniveau van 2026. Alsmaatregelen pas in een later jaar ingaan, of niet elk jaar dezelfde omvanghebben, dan wordt de maatregel eerst omgerekend naar lopende prijzen.Oftewel, voor elk jaar wordt de maatregel dan omgezet naar hetgeraamde prijsniveau van dat jaar. De omvang van de maatregel wordtdaarna gedeeld door de geraamde grondslag van het premieplichtigeinkomen van het betreffende fonds. Hieruit volgt dan de tariefverhogingdie nodig is om de door het kabinet afgesproken lastenverlichting oflastenverzwaring voor bedrijven en burgers te bereiken. De individueletariefmutaties worden niet afgerond. Dat gebeurt pas als, tegen het eindevan het jaar, het definitieve premietarief voor het aankomende jaar wordtvastgelegd in een ministeriele regeling. Daarmee wordt voorkomen dat depremie meer of minder stijgt dan de bedoeling is enkel vanwege hetmeermaals afronden.Uitgebreide toelichting verlaging maximum premieloonHet coalitieakkoord versmalt de grondslag voor verschillende premiesvoor de werknemersverzekeringen door het maximumpremieloon (hetmaximale loon waarover premies verschuldigd zijn) met 20 procent teverlagen. Deze maatregel hangt samen met het maximumdagloon (hetmaximale dagloon dat onder de verzekering valt).Het CPB heeft deze gevolgen voor de premiegrondslag van de verschil-lende fondsen geraamd. Voor het Aof betekent deze maatregel dat depremiegrondslag met iets meer dan 5 procent daalt. Hierdoor dalen degeraamde premieopbrengsten met circa 1,8 miljard euro (in prijzen 2029).Het premietarief moet daarom met 0,45 procentpunt omhoog om dezeinkomstenderving te compenseren. Hierdoor stijgt de werkgeverswig voorwerknemers met lage lonen. Voor werknemers met hoge lonen (boven hethuidige maximumpremieloon) blijft de werkgeverswig gelijk.Het verlagen van het maximumpremieloon heeft ook invloed op deWhk-premie. Er is namelijk een smallere grondslag door het lageremaximumpremieloon, waardoor de premie moet worden verhoogd omdit te compenseren. De Whk-premie wordt niet door het kabinet vastge-steld maar door UWV. UWV moet dat zodanig doen dat de geraamdepremie-inkomsten van het komende jaar de geraamde uitgaven in dat jaardekken. Dat betekent dus dat UWV pas in 2028 rekening zal houden metde daling van de premiegrondslag in 2029 door de coalitieakkoordmaat-regel. Voor deze maatregel raamt het kabinet een stijging van deWhk-premie van 0,08 procentpunt.Bij de werkloosheidsfondsen heeft het verlagen van het maximumpre-mieloon ook een effect op de geraamde premietarieven. Voor het AWf, hetfonds voor de werkloosheidsuitkeringen van niet-overheidswerkgevers,zorgt dit voor een tariefstijging van 0,22 procentpunt. Dat geldt zowel voorhet lage AWf-premietarief (voor vaste contracten) als het hogeAWf-premietarief (voor niet-vaste contracten).De Ufo-premie wordt daarentegen alleen betaald door overheidswerk-gevers. Het tarief van de Ufo-premie is veel lager dan dat van deAWf-premie omdat overheidswerkgevers eigenrisicodrager zijn voor dewerkloosheid. Uit de Ufo-premie worden dus geen werkloosheidsuitke-ringen betaald, maar alleen de uitvoeringskosten en de Zw-uitkeringenBIJLAGETweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6711 voor zieke werklozen. De maatregel rondom het maximumdagloon zorgtvoor een stijging van de Ufo-premie van 0,05 procentpunt.Tot slot is er de opslag voor de Wet kinderopvang (Wko) Wko diewerkgevers bovenop de Aof-premie betalen, en die niet naar een fondsgaat, maar naar het Rijk. De maatregel rondom het maximumdagloonzorgt ook voor minder inkomsten uit deze opslag. Het tarief van de opslagstijgt daarom met 0,03 procentpunt.Arbeidsongeschiktheidsfonds2027202820292030Aof-premie, na MEV 2026 (gemiddeld tarief)7,23%7,19%7,17%7,15%grondslag Aof (miljard euro), na MEV 2026398415430445Vrijheidsbijdrage – prijzen 20261.5001.700Vrijheidsbijdrage – lopende prijzen1.5381.796mutatie Aof premie0,39%0,43%0,43%0,43%Compensatie zorgpremies – prijzen 20264746571.1501.194Compensatie zorgpremies – lopende prijzen4866941.2461.326mutatie Aof premie0,12%0,17%0,29%0,30%grondslag Aof (miljard euro), na coalitieakkoord397414406420Verlaging maximumpremieloon – lopende prijzen– 1.811Compensatie maximumpremieloon1.811mutatie Aof premie0,45%0,45%totale mutatie Aof-premie0,51%0,60%1,17%1,18%Aof-premie, na coalitieakkoord (gemiddeld tarief)7,74%7,79%8,34%8,33% Algemeen Werkloosheidsfons2027202820292030AWf premie, na MEV 2026 (gemiddeld tarief)3,99%4,03%4,03%4,03%grondslag Awf (miljard euro), na coalitieakkoord303316312323Verlaging maximumpremieloon – lopende prijzen– 691Compensatie maximumpremieloon691mutatie AWf-premie0,22%0,22%totale mutatie Awf-premie0,00%0,00%0,22%0,22%AWf-premie, na coalitieakkoord (gemiddeld tarief)3,99%4,03%4,25%4,25% Werkhervattingskas2027202820292030Whk-premie, na MEV 2026 (gemiddeld tarief)1,52%1,52%1,52%1,52%grondslag Whk (miljard euro), na coalitieakkoord231241236244Verlaging maximumpremieloon – lopende prijzen– 196Compensatie maximumpremieloon196mutatie Whk premie0,08%0,08%totale mutatie Whk-premie0,00%0,00%0,08%0,08%Whk-premie, na coalitieakkoord (gemiddeld tarief)1,52%1,52%1,60%1,60% Uitvoeringfonds voor de overheid2027202820292030Ufo-premie, na MEV 20260,68%0,68%0,68%0,68%grondslag Ufo (miljard euro), na coalitieakkoord89939296Verlaging maximumpremieloon – lopende prijzen– 50Compensatie maximumpremieloon50mutatie Ufo-premie0,05%0,05%totale mutatie Ufo-premie0,00%0,00%0,05%0,05%Ufo-premie – na coalitieakkoord0,68%0,68%0,73%0,73% Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6712 Wet kinderopvang2027202820292030opslag WKO – na MEV 20260,50%0,50%0,50%0,50%grondslag WKO (miljard euro), na coalitieakkoord392407399412Verlaging maximumpremieloon – lopende prijzen– 115Compensatie maximumpremieloon115mutatie opslag WKO0,03%0,03%totale mutatie opslag WKO0,00%0,00%0,03%0,03%opslag WKO – stand na coalitieakkoord0,50%0,50%0,53%0,53% Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 716, nr. 6713

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 987ff737df929a5d

14 okt 2026 · b381da6456390136

12 okt 2026 · dc645be13aaf9012

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.