KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie evaluatie werkkostenregeling

12 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 44683fad74f5c42c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 812Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2026)Nr. 129 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 juni 2026Met deze kabinetsreactie informeer ik u over de uitkomsten van de doorSEO Economisch Onderzoek (SEO) uitgevoerde evaluatie van dewerkkostenregeling (WKR)1 en het voorgestelde vervolg. De evaluatie isafgerond in juni 2025. Hierin worden de doeltreffendheid en de doelma-tigheid van de WKR als systeem en de vrijstellingen2 binnen de WKRonderzocht. Als systeem is de WKR doeltreffend en deels doelmatig, maardat geldt niet voor elke vrijstelling binnen de WKR. De aanbevelingen vanSEO hebben als doel om de doelmatigheid van de WKR te verbeterendoor de WKR met name minder complex te maken en de administratievelasten te verlichten. Daarmee sluit een groot deel van de aanbevelingenaan op het doel van het kabinet om de WKR te vereenvoudigen, zoals ookis opgenomen in het coalitieakkoord.Het kabinet is zich ervan bewust dat de WKR in de praktijk als complexwordt ervaren en ziet de evaluatie, met haar concrete aanbevelingen, alseen goede bijdrage richting een toekomstbestendig en werkbaardersysteem voor werkgevers en werknemers. Hierbij staan het terugdringenvan onnodige regels, het verhogen van de helderheid en het voorkomenvan overmatige uitzonderingen centraal.In deze reactie zet ik uiteen hoe het kabinet, binnen de kaders van hetcoalitieakkoord en rekening houdend met de financiële consequenties enpraktische uitvoerbaarheid, de aanbevelingen van SEO waardeert enwelke aanpassingen ik concreet voor ogen heb. Ook doe ik een beroep opuw Kamer om gezamenlijk vereenvoudiging daadwerkelijk te bereiken.1Loont de Werkkostenregeling? - Evaluatie werkkostenregeling 2019–2024 | Rijksoverheid.nl.2De evaluatie is iets ruimer dan alleen een beoordeling van de WKR als systeem en omvat deverschillende gerichte vrijstellingen, de vrije ruimte, de waarderingsregels (waaronder de fietsvan de zaak) en het vrijgesteld loon conform artikel 11 Wet op de loonbelasting 1964. kst-36812-129ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1291 AlgemeenHet vereenvoudigen, ofwel verbeteren, van de WKR is een uitdagendeopgave, vooral vanwege het grote aantal mogelijkheden dat werkgeversen werknemers hebben om hun secundaire arbeidsvoorwaarden naareigen inzicht vorm te geven. De meest eenvoudige regel zou zijn om ééngemaximeerde algemene vrijstelling toe te passen voor alle vergoe-dingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen. Deze variant bleek inhet verleden niet wenselijk. Werkgevers hadden behoefte aan meergerichte regels, zodat de fiscale regels in voldoende mate aansluiten bijwat als loon wordt ervaren. In een alternatieve regeling zouden verschil-lende type vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingenspecifieker kunnen worden afgebakend, wat echter wel tot gevolg heeftdat de regeling complexer wordt.Met de invoering van de WKR is gekozen voor een middenweg. Vooroverwegend zakelijke kosten is een specifieke vrijstelling opgenomen3 envoor overige vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingenmet een meer gemengd karakter, geldt een gemaximeerde algemenevrijstelling (de zogenoemde vrije ruimte). Deze keuze heeft als gevolg dateen bepaalde mate van complexiteit onvermijdelijk is.Uitkomst evaluatieSEO concludeert dat de WKR als systeem doeltreffend is en deelsdoelmatig. Door de WKR kunnen werkgevers bepaalde vergoedingen,verstrekkingen en terbeschikkingstellingen vrijstellen van loonheffingenen dat draagt bij aan het beleidsdoel. De WKR regelt wat het dient teregelen en dat is doeltreffend. De WKR wordt echter ook als complexervaren, waardoor het doelbereik minder dan optimaal is. De complexiteiten de daarbij behorende administratieve lasten maakt de WKR deelsdoelmatig. SEO doet een aantal aanbevelingen om de doelmatigheid vande WKR te verbeteren, waardoor de WKR minder complex wordt en deadministratieve lasten beperkt worden.Aanbevelingen en opvolging hiervanDe aanbevelingen van SEO worden hierna puntsgewijs toegelicht envoorzien van een kabinetsreactie en vervolgacties. Aanbevelingen metbudgettaire consequenties die positief of neutraal geapprecieerd zijnworden dit jaar betrokken bij de augustusbesluitvorming. Dit betreftaanbeveling 1, 5, 8 en 11. In het verleden is het uitgangspunt vaaktoegepast om aanpassingen binnen de WKR neutraal vorm te gevenbinnen de WKR als geheel. Het kabinet zal tegen de achtergrond van dituitgangspunt in augustus wegen hoe het hierin wil handelen. Over deuitkomsten hiervan wordt u na afloop van de augustusbesluitvormingnader geïnformeerd. Het kabinet kiest ervoor, in opvolging van de motieFlach c.s.4, om aanbeveling 2 op te volgen door voor te stellen de gerichtevrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten af teschaffen per 2027.3In de vorm van een gerichte vrijstelling of nihilwaardering.4Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 30.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1292 AanbevelingAppreciatieVereenvoudiging voor:Werkgever?Uitvoering?1Afschaffen eerste schijf vrije ruimte.NeutraalJaNeutraal2Afschaffen vrijstelling korting op branche-eigen producten.PositiefJaJa3Verduidelijk de voorwaarden van de vrijstelling voor inschrijving in hetberoepsregister en pas de doelstelling aan.NegatiefNeutraalNeutraal4Overweeg een nieuwe gerichte vrijstelling voor beroepskosten zoalsbestuurdersaansprakelijkheidsverzekeringen.Neutraal/NegatiefDeelsJa5Schaf de diensttijdvrijstelling in artikel 11 Wet LB 1964 af (uitkering bijjubileum van 25 en 40 jaar).PositiefJaJa6Geef een aantal voorbeelden over hoe «aanwijzen» geregeld kanworden.PositiefJaJa7Pas inflatie-indexatie toe op de doelmatigheidsgrens van € 2.400 in hetgebruikelijkheidscriterium.Negatief, weleen alternatief voorstelNeutraalNeutraal8Sta samenloop tussen gerichte vrijstelling thuiswerkkosten- enreiskostenvergoeding toe.Positief, wel beperkteneveneffectenNeutraalNee9Verhoog maximum thuiswerkkostenvergoeding (sluit aan bij NIBUD)Niet nodigNeeNeutraal10WKR zeer terughoudend inzetten voor aanvullende beleidsdoelstellin-gen.PositiefJaJa11Onderbouw het eindheffingstarief duidelijker en pas aan indien nodig.PositiefNeutraalJa12Verhoog de bekendheid met de WKR.PositiefJaJa Aanbeveling 1: Afschaffen eerste schijf vrije ruimteEen werkgever5 kan onder voorwaarden gebruikmaken van een generiekevrijstelling, de zogenoemde vrije ruimte, om daarmee een werknemer eenonbelaste vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling te geven. Omhiervan gebruik te kunnen maken moet de werkgever de vergoeding,verstrekking of terbeschikkingstelling aanwijzen als eindheffingsloon. Dewerkgever is degene die de belasting verschuldigd is als en voor zover devrije ruimte wordt overschreden.6 De hoogte van de vrije ruimte isafhankelijk van de totale fiscale loonsom van de werkgever. In 2026bedraagt de vrije ruimte 2% over de eerste € 400.000, plus 1,18% over deresterende fiscale loonsom. De eindheffing bedraagt 80% over deeventuele overschrijding van de vrije ruimte.De eerste schijf van de vrije ruimte binnen de WKR is bedoeld om metname mkb-ondernemingen tegemoet te komen. Sinds 2020 is hettweeschijvenstelsel ingevoerd, waardoor een hoger percentage vrijeruimte bij werkgevers met lage loonsommen terechtkomt. SEO consta-teert dat de doelstelling niet goed is onderbouwd en dat deze verruimingook bij niet-mkb terechtkomt en daarmee minder doelmatig is danbeoogd. Het kabinet onderschrijft dit, maar constateert daarnaast dat eenandere vormgeving, waarbij een voordeel alleen bij het mkb terechtkomt,snel zal kwalificeren als staatssteun. Het afschaffen van de eerste schijf iseen complexiteitsreductie, met name voor inhoudingsplichtigen die hettoepassen van de concernregeling overwegen.7 Daarom wil het kabinetdeze aanbeveling betrekken in de augustusbesluitvorming.Aanbeveling 2: Afschaffen gerichte vrijstelling korting op branche-eigenproductenSEO concludeert dat de bestaande gerichte vrijstelling voor personeels-korting op branche-eigen producten (maximaal € 500 per jaar, maximaal20% korting) geen actueel maatschappelijk doel meer dient en kan wordenafgeschaft. Deze gerichte vrijstelling is van toepassing wanneer eenwerkgever zijn eigen product of dienst met korting aanbiedt aan5Inhoudingsplichtige.6In de vorm van een eindheffing.7Het toepassen van de concernregeling leidt ertoe dat het concern (dat bestaat uit meerdereinhoudingsplichtigen) eenmaal de eerste schijf kan toepassen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1293 werknemers. Denk hierbij aan een kledingwinkel die werknemers kortinggeeft op kleding, een hypotheekadviseur die werknemers korting geeft opeen hypotheekadvies of een supermarkt die werknemers korting verleentop het assortiment. De vrijstelling werd destijds ingevoerd om tevoorkomen dat werkgevers hun relatief kleine vrije ruimte vanwegerelatief veel parttimers met relatief lage lonen grotendeels moetengebruiken voor het met korting verstrekken van branche-eigen productenaan hun werknemers. SEO concludeert dat er geen sprake is van zakelijkekosten waardoor de vrijstelling niet aansluit bij het overkoepelende doelvan de WKR. Daarnaast is de gerichte vrijstelling niet doelmatig. SEOadviseert om deze vrijstelling af te schaffen, omdat er een alternatief is (devrije ruimte) en het maatschappelijke doel van deze vrijstelling ontbreekt.Naar aanleiding van het debat over de maatregelen van het kabinet inzakede hoge energie- en brandstofprijzen d.d. 22 april 2026, heeft uw Kamereen motie8 aangenomen waarin het kabinet wordt opgeroepen om, terdekking van deze maatregelen, een ondoelmatige regeling binnen dewerkkostenregeling af te schaffen, zoals de gerichte vrijstelling voorpersoneelskorting op branche-eigen producten. Het kabinet volgt dezemotie op door voor te stellen deze gerichte vrijstelling af te schaffen, zoalsook in de brief nadere uitwerking maatregelenpakket energieschok isaangegeven.9 Dit betekent wel dat deze gerichte vrijstelling per 1 januari2027 moet worden afgeschaft, want daardoor is het budgettair mogelijkom de maatregelen rond de hoge energie- en brandstofprijzen te dekken.Voor werkgevers die personeelskorting verstrekken en werknemers diemomenteel korting ontvangen kan een aanpassing per 1 januari 2027onverwacht ingrijpend zijn, ook omdat (collectieve) arbeidsvoorwaardenhierover eventueel moeten worden aangepast. Na afschaffing van dezegerichte vrijstelling kunnen werkgevers wel nog steeds belastingvrijkorting geven op hun bedrijfseigen producten via de vrije ruimte. Het isdan niet langer nodig om de maximumbedragen bij te houden die nugelden voor de gerichte vrijstelling en de werkgever hoeft het voordeel(voor de loonbelasting) niet meer op werknemersniveau te registreren.Dat zorgt voor een administratieve vereenvoudiging.Aanbeveling 3: Verduidelijken voorwaarden vrijstelling inschrijvingberoepsregisterSEO stelt dat de voorwaarden voor de gerichte vrijstelling bij inschrijvingin beroepsregisters niet volledig duidelijk zijn en dat het niet gebruikenvan de gerichte vrijstelling tot een ongelijk speelveld kan leiden. Degerichte vrijstelling is van toepassing als de inschrijving in een beroepsre-gister:1.wettelijk verplicht is;2.wordt opgelegd door een beroepsgroep; of3.als doel heeft de kwaliteitsnormen van een beroepsgroep tebewaken.Het kabinet acht het niet nodig de vrijstelling verder juridisch te specifi-ceren, maar zal de bestaande toelichting in het Handboek Loonheffingenextra onder de aandacht brengen van werkgevers.108Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 30.9Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 38.10Zie voor de huidige toelichting paragraaf 22.1.3 van het Handboek Loonheffingen 2026 (maart2026).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1294 Aanbeveling 4: Overweeg gerichte vrijstelling voor andere beroepskosten,zoals bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeringSEO vraagt aandacht voor het ontbreken van een vrijstelling voor andereberoepskosten, zoals de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering.Hoewel deze verzekering direct samenhangt met de uitoefening van eenfunctie, brengt een generieke vrijstelling voor alle beroepskosten nieuweafbakeningsvraagstukken met zich mee. Voor de meeste beroepskostenbestaat daarnaast momenteel al een gerichte vrijstelling.Het kabinet kiest er op dit moment voor om geen nieuwe gerichtevrijstelling voor te stellen voor andere beroepskosten, omdat met hethuidige systeem met de vrije ruimte andere zakelijke kosten gerelateerdaan de dienstbetrekking reeds onbelast kunnen worden vergoed. Wel zalnader onderzoek plaatsvinden naar een mogelijke gerichte vrijstellingspecifiek voor de premie van bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeringen.Aanbeveling 5: Afschaffen diensttijdvrijstelling (jubileumuitkering 25/40jaar in dienst)De huidige diensttijdvrijstelling (maximaal één onbelast maandloon bij 25en 40 jaar in dienst) is als ondoelmatig beoordeeld, mede omdat het doelminder relevant is in de huidige arbeidsmarkt met aandacht voorwendbaarheid. Het structurele voordeel komt bij relatief welvarendewerknemers terecht. Deze aanbeveling wordt gewogen in de augustusbe-sluitvorming. Veel cao’s kennen een uitkering bij een diensttijd van 12½,25, 40 en 50 jaar, waarbij de uitkering bij 12½ en 50 jaar nu belast zijn, danwel ten laste van de vrije ruimte komen. De aanbeveling van SEO is dat ditdan ook zal gaan gelden voor de diensttijduitkering bij 25 en 40 jaar.Aanbeveling 6: Praktijkvoorbeelden aanwijzen eindheffingsloon(Handboek Loonheffingen)SEO stelt dat werkgevers het administratieve proces van het «aanwijzen»van vergoedingen als eindheffingsloon als complex ervaren. Ze zijngebaat bij concrete voorbeelden ter ondersteuning. SEO stelt daaromvoor om in het Handboek Loonheffingen voorbeelden op te nemen,hierdoor krijgen werkgevers meer houvast bij hun administratieve aanpak.Het kabinet neemt deze aanbeveling graag over en heeft dit proces reedsin gang gezet in samenwerking met de Belastingdienst. Daarnaastonderzoekt het kabinet ook de gevolgen van een wettelijke wijziging,waarbij het voor gerichte vrijstellingen niet langer nodig is om deze aan tewijzen.11Aanbeveling 7: Inflatie-indexatie doelmatigheidsgrens (€ 2.400)gebruikelijkheidscriteriumDe WKR kent een regel die als doel heeft om misbruik van het gebruikenvan de vrije ruimte te voorkomen, het zogenoemde gebruikelijkheidscri-terium. Dit criterium is algemeen geformuleerd en wordt als complexervaren. De Belastingdienst hanteert een doelmatigheidsgrens van€ 2.400 per jaar per werknemer. Onder dit bedrag wordt aangenomen datvergoedingen gebruikelijk zijn. Deze doelmatigheidsgrens is sinds 2014niet geïndexeerd. SEO stelt voor deze grens te indexeren en stelt dat doorhet uitblijven van indexatie de doelmatigheidsgrens gaandeweg strengeris geworden.Het kabinet vindt algemene indexatie van de huidige doelmatigheidsgrensminder passend. Dat komt omdat de doelmatigheidsgrens alleen geldt als11Bijvoorbeeld door de gerichte vrijstellingen van artikel 31a Wet LB 1964 te verplaatsen naarartikel 11 Wet LB 1964.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1295 niet duidelijk is of vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstel-lingen voldoen aan het gebruikelijkheidscriterium.12 Toepassing van dedoelmatigheidsgrens is niet aan de orde voor zover de aanwijzing van eenvergoeding op zichzelf voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium. Ditmaakt dat de doelmatigheidsgrens op dit moment erg ruim is. Het kabinetziet echter wel dat een doelmatigheidsgrens een eenvoudigere toets isdan het gebruikelijkheidscriterium zelf. Daarom wil het kabinet eendoelmatigheidsgrens wettelijk vastleggen voor alle vergoedingen,verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die ten laste van de vrijeruimte komen, gecombineerd met jaarlijkse indexatie. Dit voorstel wordtnog nader uitgewerkt.Aanbeveling 8: Samenloop thuiswerk- en reiskostenvergoeding toestaanMomenteel is het niet mogelijk om voor dezelfde dag een gerichtvrijgestelde thuiswerkkostenvergoeding en reiskostenvergoeding te gevenals een werknemer op die dag zowel thuiswerkt als op diens vaste plaatsvan werkzaamheden. SEO adviseert om samenloop wel toe te staan.Werkgevers hebben een regel minder waar rekening mee moet wordengehouden en hoeven niet langer te controleren of een werknemertoevallig beide vergoedingen onbelast op dezelfde dag ontvangt.Tegelijkertijd heeft de Belastingdienst bij het toestaan van dezesamenloop minder contra-informatie om te controleren of een werknemerdie dag thuis heeft gewerkt. Het kabinet onderzoekt daarbij opties dievoorkomen dat het loslaten van het verbod op samenloop als effect heeftdat sommige werkgevers iedere werknemer die kan thuiswerkenautomatisch een thuiswerkkostenvergoeding geven met als voorwaardedat deze werknemer belast loon inlevert. Zoals een verbod op uitruil. Deeffecten op de CO2-uitstoot en de bereikbaarheid van werklocaties (i.v.m.congestie) worden hierbij ook meegenomen. Besluitvorming hierovervindt plaats in augustus.Aanbeveling 9: Verhogen gericht vrijgestelde thuiswerkkostenvergoedingSEO adviseert ook om het thuiswerkkostenforfait te verhogen zodat hetaansluit bij het daadwerkelijke bedrag aan kosten per thuiswerkdag. In2025 was het forfait € 0,05 lager dan de werkelijke thuiswerkkostenvolgens het Nibud. De daadwerkelijke thuiswerkkosten volgens deberekening van het Nibud voor 2026 sluiten aan bij het huidige thuiswerk-kostenforfait.13Bij de introductie van de gerichte vrijstelling voor thuiswerkkosten isbewust gekozen om voor de indexatie van het forfait aan te sluiten bij detabelcorrectiefactor, die in beginsel de inflatie volgt. Dit is de gebruikelijkesystematiek voor het aanpassen van parameters in het belastingstelselaan de inflatie. Het kabinet ziet geen aanleiding om dit aan te passen.Aanbeveling 10: WKR zeer terughoudend inzetten voor aanvullendebeleidsdoelstellingenSEO benadrukt dat nieuwe gerichte vrijstellingen waarbij een bepaaldestimulans het beleidsdoel is, in de regel minder doeltreffend zijn.Dergelijke regelingen zorgen vooral voor complexiteit en ze zijn nietnodig, omdat de vrije ruimte hier voor kan worden ingezet.14 Het kabinetneemt deze aanbeveling expliciet over en roept uw Kamer ook opterughoudend te zijn bij het toevoegen van beleidsdoelstellingen aan de12KG:204:2025:11 Doelmatigheidsgrens.13Wat kost thuiswerken? Kijk waar je recht op hebt | Nibud.14Mits voldaan wordt aan het gebruikelijkheidscriterium.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1296 WKR. Dit draagt bij aan blijvende vereenvoudiging en beperking vanadministratieve lasten voor ondernemers en de Belastingdienst.Aanbeveling 11: Onderbouw eindheffingstarief en pas aan indien nodigSEO vraagt om een nieuwe cijfermatige onderbouwing van het eindhef-fingstarief (nu 80% bij overschrijding van de vrije ruimte) en raadt aandeze te actualiseren. Historisch is het tarief gerelateerd aan de marginalebelastingdruk inclusief werkgeversheffingen. Een verhoging van hetpercentage naar de huidige gemiddelde marginale belastingdruk wordtnader onderzocht en opvolgend gewogen in de augustusbesluitvorming.Een verhoging van het eindheffingspercentage kan tariefarbitragebestrijden en de complexiteit van het gebruikelijkheidscriterium vermin-deren, omdat daarmee het verschil tussen het eindheffingstarief en het bijindividuele brutering geldende tarief wordt verkleind.Aanbeveling 12: Verhoog bekendheid met de WKROndanks bestaande informatievoorziening via de Belastingdienst,nieuwsbrieven en het Ondernemersplein blijkt de bekendheid met en hetjuiste gebruik van de WKR bij werkgevers nog voor verbetering vatbaar,aldus SEO. Het kabinet neemt de aanbeveling van SEO over en zal viaondernemersplein.overheid.nl met meer regelmaat aandacht bestedenaan de WKR.OverigHet kabinet vindt het belangrijk dat werkgevers de ruimte krijgen om hunwerknemers te helpen met het sneller aflossen van hun studieschuld doorgebruik van de werkkostenregeling. In lijn met het coalitieakkoord wordter gezocht naar manieren om werkgevers verder te stimuleren hierin eenrol te spelen. Kamerlid Dassen heeft daarbij de suggestie gedaan omspecifiek voor kleine werkgevers een gerichte vrijstelling te introducerenvoor het aflossen van de studieschuld.15 Tegelijkertijd wijst SEO op hetbelang van zorgvuldigheid bij het benutten van de WKR voor aanvullendebeleidsdoelstellingen. Het kabinet weegt deze aandachtspuntenzorgvuldig mee en onderzoekt de mogelijkheden om werkgevers testimuleren hun werknemers te ondersteunen bij het aflossen van destudieschuld, waarbij het gebruik van de vrije ruimte een bestaandinstrument is.Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Belastingplan 2021 heeftmijn voorganger nog toegezegd om te onderzoeken of een horizonbe-paling overwogen moet worden bij de gerichte vrijstelling voor scholingen studie.16 De aanleiding hiervoor was dat een verruiming van degerichte vrijstelling budgettair werd gedekt via een verlaging van de vrijeruimte. De toenmalige Staatssecretaris van Financiën heeft aangegevendat de introductie van een horizonbepaling ook afhankelijk is van actueledata over het gebruik van de gerichte vrijstelling voor scholing en studie.Uit de enquête die SEO heeft uitgevoerd blijkt dat ongeveer 30% van derespondenten de gerichte vrijstelling voor scholing en studie toepast.Vergeleken met de andere gerichte vrijstellingen, ligt het gebruik van dezegerichte vrijstelling relatief hoog. Mede gelet hierop heeft het kabinetbesloten geen horizonbepaling voor te stellen voor de gerichte vrijstellingvoor scholing en studie, maar de vrijstelling wel beter onder de aandachtte brengen (aanbeveling 12).15Kamerstukken II 2025/26, 36 915, nr. 22.16Kamerstukken II, 2020/21, 35 572, nr. 23.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1297 AfsluitendMet het opvolgen van verschillende aanbevelingen zet het kabinet eenstap richting verdere vereenvoudiging van de WKR, maar het blijft vanbelang om de regeling in de toekomst voortdurend te blijven toetsen opuitvoerbaarheid en begrijpelijkheid. Daarbij doe ik ook een beroep op uwKamer om gezamenlijke vereenvoudiging daadwerkelijk mogelijk temaken door de WKR zeer terughoudend in te zetten voor aanvullendebeleidsdoelen. Naar aanleiding van de evaluatie zijn gesprekken gevoerdmet verschillende stakeholders, zoals ondernemers, fiscaal dienstver-leners, werkgeversvertegenwoordigers en de Belastingdienst. Deinzichten die hieruit zijn verkregen heeft het kabinet meegenomen in haarreactie.Deze gesprekken worden overigens nog voortgezet om nog meer duidingte krijgen met het oog op verdere vereenvoudigingen en verbeteringenvan de WKR.De Staatssecretaris van Financiën,E. EerenbergTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1298

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2508e6e23fbb8adf

14 okt 2026 · 1b25208260b08fb2

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.