KamerkringInloggen
Kamerbrief

Diverse visserijonderwerpen

13 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b06dd063132e2d09 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1763 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 februari 2026Hierbij informeer ik u over een aantal onderwerpen aangaande hetvisserijbeleid.Ik informeer u over de stand van zaken motie glasaal, stand van zakenmoties over onderzoek naar pulsvisserij, de stand van zaken metbetrekking tot financiële steun voor de mosselsector, de analyse uitvoer-baarheid Europese emissiehandelssysteem voor fossiele brandstoffen(ETS2) uitzondering visserij, de uitkomsten van een rapport m.b.t. deeconomische ontwikkelingen van de kottervisserij voor de periode vanjanuari tot juni 2025 en over een aanvullende ingebrekestelling tenaanzien van de controle op de weging.De motie glasaalDe leden Boomsma (JA21) en van der Plas (BBB) hebben op 9 december2025 een motie ingediend over een vervolg van de nationale glasaal-knooppuntenlijst (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1740). Dit naar aanleiding vaneen rapport van Wageningen Marine Research (WMR[1]) hierover dat vorigjaar naar uw Kamer is gestuurd (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1703).De motie zal uitgevoerd worden langs de lijn zoals ik in het tweeminuten-debat van 9 december jl. heb toegelicht: samen met waterbeheerders zalgekeken worden hoe de kennis over migratieknooppunten voor de glasaalverder versterkt kan worden om zo een scherper beeld te krijgen van deknooppunten.In het voornoemde rapport van WMR is een prioritering gemaakt vanlocaties waarvan aangenomen wordt dat die een belangrijk knooppuntzijn voor de migratie van glasaal. WMR zal gevraagd worden om samenmet waterbeheerders en andere (onderzoeks)partijen in een «inventari-satie en kennisbijeenkomst» na te gaan hoe de ontbrekende kennisverzameld kan worden, wat daarvoor nodig is en of er onderzoek isgepland. Daarbij zal met zoveel mogelijk partijen afstemming wordengezocht en kennis worden ingewonnen. De resultaten van deze inventari- kst-21501-32-1763ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17631 satie zullen vervolgens in een bijeenkomst met alle betrokken partijen ende waterbeheerders worden gedeeld. Deze inventarisatie kan als inputdienen voor de afweging waar migratieknelpunten beter doorlaatbaarmoeten worden gemaakt. De inventarisatie moet uiteindelijk leiden toteen toekomstige precisering van de eerdere analyse op basis van nieuw teverzamelen kennis. De Tweede Kamer zal eind dit jaar worden geïnfor-meerd over de stand van zaken.Moties over onderzoek naar pulsvisserijMiddels twee moties (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2326 en Kamerstuk21 501-32, nr. 1738) heeft de Kamer het kabinet opgeroepen onderzoek tedoen naar pulsvisserij. Motie-Van der Plas (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2326)verzoekt om actieve inzet ten behoeve van de herintroductie van depulsvisserij en voor hernieuwd onderzoek onder begeleiding van deInternationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES). Motie-Van derPlas-den Hollander (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1738) verzoekt om metEuropese en wetenschappelijke partners te verkennen of kleinschaligonderzoek naar de pulsvisserij mogelijk is en om de Kamer hieroveruiterlijk Q1 2026 te informeren.In artikel 7 van de Technische Maatregelen Verordening (Verordening (EU)2019/1241) is opgenomen dat het vanaf 1 juli 2021 verboden is ommariene soorten te vangen of te oogsten door middel van elektrischestroom. Dezelfde verordening maakt het echter onder striktevoorwaarden, zoals omschreven in artikel 25 van deze verordening, welmogelijk om wetenschappelijk onderzoek te doen naar vissen metelektriciteit. Een voorwaarde hiervoor is dat het wetenschappelijkeprotocol wordt geëvalueerd of gevalideerd door ICES of het Wetenschap-pelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV).De pulsvisserij ligt in Europa nog steeds gevoelig. Hoewel ik het pulstuigbeschouw als een bewezen techniek, wil ik graag – zoals de motiesaangeven – nieuw onderzoek laten doen om het draagvlak onder anderelanden te vergroten teneinde deze vangsttechniek te legaliseren. Teneerste zal er daarom ingezet worden op gesprekken met naburigewetenschappelijke instituten en landen om te verkennen welke onder-zoeken we gezamenlijk kunnen opstarten. Uiteraard binnen de hierbovengenoemde voorwaarden. Ten tweede zet ik onderzoek uit naar derandvoorwaarden waarbinnen pulsvisserij mogelijk en rendabel is.Zodra verdere invulling is gegeven aan de onderzoeken zal uw Kamerhierover geïnformeerd worden, uiterlijk voor het zomerreces.Deze onderzoeken zullen betrokken worden in de verdere contacten metandere landen met betrekking tot de puls, immers is transparant enzorgvuldig opereren op dit dossier essentieel. Naast deze inzet op deherintroductie van de pulsvisserij ook blijvend ingezet worden op verdereinnovatie-ontwikkeling om zo bij te dragen aan een verdere verduur-zaming van de boomkorvisserij.Financiële steun mosselsectorIn 2024 is de visserijsector geconfronteerd met aanzienlijke mossel- enkreeftensterfte in de Oosterschelde, die negatieve gevolgen heeft gehadvoor individuele vissers. Gelet hierop heeft de mosselsector in het najaarvan 2024 verzocht om financiële steun door kwijtschelding van demosselhuur van € 2,5 mln. over het seizoen 2023/2024. Tijdens hetCommissiedebat «Tuinbouw, Visserij en Biotechnologie» van 3 oktober2024 (Kamerstuk 29 675, nr. 231) heeft Kamerlid Van der Plas (BBB) mijvoorts gevraagd of financiële steun mogelijk is voor de visserijsector inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17632 het algemeen en de mosselsector in het bijzonder. Op 8 november 2024heeft Kamerlid Flach (SGP) hierover eveneens Kamervragen gesteld engeïnformeerd naar de mogelijkheden om de huursom voor mosselkweek-percelen kwijt te schelden dan wel naar beneden bij te stellen. In debeantwoording van de vragen begin december 2024 (AanhangselHandelingen, II 2024/25, nr. 736) heb ik toegezegd te onderzoeken of en zoja, op welke wijze de sector financieel kan worden ondersteund, waarbij ikde Kamer daar later over zou informeren.Om mogelijke oorzaken te achterhalen voor de voornoemde sterfte vanzowel mosselen als kreeften is allereerst samen met onderzoekers, devisserijsector en de provincie Zeeland een uitgebreid meerjarig onder-zoeksprogramma in het kader van Publiek-Private Samenwerking (PPS)opgesteld. Normaliter wordt een dergelijk PPS-onderzoek uitgevoerdmiddels een 50/50% kostenverdeling tussen overheid en sector. Gelet ophet onvoorziene karakter van deze aanzienlijke sterfte en de mogelijkefinanciële gevolgen voor de mossel- en kreeftensector heb ik besloten om70% van de onderzoekskosten door LVVN te laten financieren. Ditonderzoeksprogramma onder leiding van Wageningen Marine Research isbegin 2025 van start is gegaan en heeft, gelet op de naar verwachtingbenodigde monitoring gedurende meerdere seizoenen, vooralsnog eenlooptijd van vier jaar. Analyses hebben vooralsnog geen bekendeziekteverwekkers aangetoond, maar wel verhoogde ontstekingshaarden,hetgeen zou kunnen duiden op chronische stress. De exacte oorzaak vanhet ontstaan van deze ontstekingshaarden is echter nog onduidelijk.Zoals hiervoor aangegeven is de oorzaak van de voornoemde sterftevooralsnog onbekend.Financiële steun aan mosselkwekers kwalificeert volgens de EuropeseCommissie als staatssteun. Het verstrekken van staatssteun is in beginselverboden, tenzij het valt onder een van de vrijstellingsmogelijkheden uitde steunkaders. De mogelijkheden hiertoe zijn verkend in Brussel. Hieruitis naar voren gekomen dat er geen mogelijkheden zijn voor goedkeuringvan kwijtschelding van de huur. De onbekende oorzaak van de sterftebrengt met zich dat de steunkaders hiervoor geen ruimte geven om steunte verlenen. Om de mosselsector toch te ondersteunen heb ik deafgelopen periode gezocht naar alternatieve steunmogelijkheden, die henfinanciële ruimte kan bieden. Het creëren van financiële ruimte viasubsidies voor duurzame investeringen is een meer begaanbare weg. Ikbied hiertoe de volgende mogelijkheden:1.Financiële ruimte beschikbaar stellen voor een energie-efficiëntieregeling ter verbetering van de schelpdiervloot;2.Financiële ruimte beschikbaar stellen voor investeringssubsidies voorde aanschaf van mosselzaadinvanginstallaties (MZI’s) in het kader vande 5e transitiestap van het mosselconvenant;3.Een betalingsregeling voor individuele mosselkweekbedrijven tenbehoeve van facturen voor de huur van mosselpercelen over zowel hetseizoen 2023/2024 als seizoen 2024/2025.Na de energie-efficiëntieregeling voor de kottersector in 2023(ENERGIEVIS) is besloten om ook voor de schelpdiersector een dergelijkeregeling op te stellen. Hiertoe was vooralsnog een bedrag gereserveerdvan € 5,4 miljoen. De verwachting is evenwel dat hiervoor een bedrag van€ 10 miljoen nodig zal zijn. Ik ben bereid de benodigde aanvulling van€ 4,6 miljoen beschikbaar te stellen uit de € 50 miljoen, die vanuit hetregeerprogramma beschikbaar is voor visserij voor innovatie en verduur-zaming. Om de schelpdiersector in het algemeen, en de mosselsector inhet bijzonder, flexibiliteit te bieden zal deze energie-efficiëntieregeling driekeer worden opengesteld gedurende de komende drie jaren met eenjaarlijks beschikbaar budget. In 2026 is voorzien in een budget vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17633 € 2 miljoen, in 2027 een budget van € 3,3 miljoen en tenslotte in 2027 eenbudget van € 4,7 miljoen.Met de Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur (POMosselcultuur) en milieu en natuurorganisaties zijn afspraken gemaakt(«mosselconvenant») over de transitie en verduurzaming van demosselsector. Ingezet wordt op een gefaseerde afbouw van de bodembe-roerende mosselzaadvisserij in de Waddenzee, waarbij in ruil MZI’skunnen worden gebruikt voor het vergaren/invangen van het benodigdemosselzaad ten behoeve van de kweek van mosselen op gehuurdemosselpercelen. Voor de 4e transitiestap (50%-sluiting van Waddenzee) isin 2022/2023 een investeringssubsidie van € 2 miljoen in het kader van hetEuropese fonds «European Maritime Fisheries and Aquaculture Fund»(EMFAF) beschikbaar gesteld. De 5e transitiestap naar een 65%-sluitingvan de Waddenzee zal naar verwachting op z’n vroegst in 2028 plaats-vinden, waarbij de mosselsector opnieuw MZI’s dient aan te schaffen.Gelet op de hoge investeringskosten voor MZI’s zou een heropenstellingvan een investeringsregeling van € 2 miljoen in 2028 voor de mossel-sector zeer gewenst zijn. Binnen EMFAF is hiervoor geen financiële ruimtemeer aanwezig. Ik ben bereid hiervoor middelen beschikbaar te stellen uithet regeerprogramma. MZI’s maken onderdeel uit van het verduurza-mingsproces van de mosselsector, waardoor een MZI-investerings-regeling goed past binnen deze gehonoreerde claim. Gelet hierop wil ik in2028 € 2 miljoen beschikbaar stellen voor deze MZI-investeringsregeling.Tenslotte bied ik alle 87 mosselkweekbedrijven een betalingsregeling aan,waarbij hen de mogelijkheid wordt geboden over een langere periode deopenstaande huurprijs voor zowel het seizoen 2023/2024 als het seizoen2024/2025 te betalen. Met een dergelijke betalingsregeling zullen geenkosten of rente bij de bedrijven in rekening worden gebracht. Met de POMosselcultuur zijn inmiddels werkbare afspraken gemaakt over eenbetalingsregeling gedurende maximaal drie jaar.Ik verwacht dat de voornoemde steunmaatregelen en de gebodenbetalingsregeling in de komende jaren een positieve bijdrage kunnenleveren aan het perspectief en de economische positie van demosselsector.ETS2 analyse uitvoering uitzondering visserijUw Kamer is op 15 april jl. geïnformeerd over het besluit van het kabinetom het Europese emissiehandelssysteem voor fossiele brandstoffen(ETS2) uit te breiden via een zo breed mogelijke opt-in (Kamerstuk 32 813,nr. 1374). Hierbij heeft het kabinet aangegeven de visserijsector buiten hetETS2 te laten wegens gebrek aan handelingsperspectief en Europeesrech-telijke beperkingen in subsidieverlening voor verduurzaming. Ook heefthet kabinet in de besluitvorming meegewogen dat de visserijsectorbijzonder kwetsbaar is voor een ongelijk speelveld met concurrerendevisserijlanden in de EU. In deze brief informeer ik uw Kamer over deanalyse van Wageningen Social and Economic Research over deuitvoerbaarheid van de uitzondering van visserij onder het ETS2.Het ETS2 is onderdeel van het Fit-for-55 pakket en dient ertoe de uitstootvan CO2 kosteneffectief te verminderen. Doordat de CO2-emissies in debetreffende sectoren onder een aflopend EU-breed emissieplafondmoeten blijven, biedt het ETS2 zekerheid dat de CO2-emissies in de EUafnemen. In eerste instantie was de invoering van ETS 2 voorzien voor1 januari 2027, maar in Europees verband is besloten tot uitstel naar1 januari 2028 (Kamerstuk 32 813, nr. 1547).De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is verzocht om de wijzing van hetBesluit handel in Emissierechten voor de opt in van ETS-2 te toetsen opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17634 handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF toets).Naar aanleiding van de HUF-toets heeft de NEa geadviseerd samen metde betrokken ministeries en de brandstoffenbranche op zoek te gaan naareen oplossing om brandstofleveringen aan vissersvaartuigen te kunnenonderscheiden van leveringen aan vaartuigen die wel binnen de reikwijdtevan ETS2 vallen (Bijlage bij Kamerstuk 21 501-32, nr. 1413). Het kabinetacht het van belang dat vissers geen onnodige kosten en regeldruk krijgenin het uitzonderen van de visserijvaartuigen voor ETS2 en heeft aange-geven te zoeken naar een oplossing om de visserij vooraf vrij te stellen enzo te voorkomen dat de visserijsector zich moet beroepen op eenteruggaveregeling (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1413).Ik heb het advies van de NEa overgenomen en Wageningen Social andEconomic Research opdracht gegeven een analyse uit te voeren naar demogelijkheden om onderscheid te maken tussen vissersvaartuigen envaartuigen die binnen de reikwijdte van ETS2 vallen. Hierbij bied ik uwKamer dit rapport aan. Uit het rapport blijkt dat de vissersvaartuigenbeschikken over een uniek identificatienummer. De NEa is momenteel aanhet uitzoeken of een uitzondering op basis van dit identificatienummerpraktisch uitvoerbaar is. Naar verwachting zal in de tweede helft van 2026hierover uitsluitsel zijn. Zodra meer bekend, zal uw Kamer hierovergeïnformeerd worden.Economische ontwikkelingen kottervisserij 2025Wageningen Social Economic Research (WSER) stelt drie notities opwaarin de jaarlijkse economische cijfers van de kottervisserij metschattingen over kosten en baten op maandbasis zijn uitgebreid. Detweede notitie is vorig jaar gepubliceerd over het jaar 2024.1 Bij deze briefis de derde notitie toegevoegd. Deze bevat informatie over de econo-mische ontwikkelingen in de kottervisserij voor de periode januari tot juni2025.In de notitie wordt de nettomarge voor de genoemde periode getoond,omdat het nettoresultaat (de hoeveelheid winst of verlies die over een jaargemaakt wordt) lastig per maand te bepalen is aangezien veelniet-operationele kosten, zoals afschrijvingen en verzekeringen, jaarlijksworden geboekt en niet nauwkeurig per maand en per visserijmethode teverdelen zijn. De twee voorgaande notities spraken wel van nettoresultaatomdat die gingen over afgeronde jaren.De nettomarge van de gehele kottervloot was € 22,4 mln in de eerste helftvan 2025, fors lager dan in 2024 (€ 30,7 mln.) en iets hoger dan in 2023(€ 21,8 mln.). Voor de boomkorvisserij is de nettomarge in de drie jarennagenoeg gelijk gebleven (rond de € 9 mln). De bemanningskosten warenin 2025 fors hoger, maar de gasoliekosten aanzienlijk lager. De flyshootvis-serij heeft het jaar 2025 met een nettomarge van (€ 5,9 mln) beter gestartdan in 2024, maar minder dan in 2023. Het eerste kwartaal van 2025 liet inde garnalenvisserij lage nettomarges zien van in totaal € 4,8 mln.; vooraldoor de lage aanvoer. De bordentrawlvisserij had een nettomarge van€ 2,6 mln.Ten slotte wil ik de Tweede Kamer informeren dat Nederland op21 november 2025 een aanvullende ingebrekestelling ten aanzien van decontrole op de weging, registratie en traceerbaarheid van visserijpro-ducten heeft ontvangen van de Europese Commissie. De EuropeseCommissie is van oordeel dat Nederland enkele, maar niet alle vastge-stelde tekortkomingen heeft verholpen. Ik heb binnen de gestelde termijnvan twee maanden een brief aan de Europese Commissie gestuurd met1Economische ontwikkelingen kottervisserij 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17635 daarin de Nederlandse reactie. De inhoud van de aanvullende ingebreke-stelling en mijn reactie zijn vertrouwelijk, hier kan ik dus verder niet opingaan.De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummenieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17636

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9afd45d804f56e6b

14 okt 2026 · 4ce12c64e8043806

13 okt 2026 · abcf7aba56622a57

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.