Verslag van een commissiedebat, gehouden op 13 februari 2025, over Funderingsproblematiek
Brontekst
Versie 0542182eb44eec43 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 325BouwregelgevingNr. 278 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 31 maart 2025 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeftop 13 februari 2025 overleg gevoerd met mevrouw Keijzer, Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Vice-Minister-President, over:–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 3 december 2024 inzake voortgang nationaleaanpak funderingsproblematiek (Kamerstuk 28 325, nr. 277);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 24 oktober 2023 inzake afschrift brief aan degemeente Weststellingwerf met betrekking tot funderingsaan-pak veenweidegebied Fryslân (Kamerstuk 28 325, nr. 258);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 24 oktober 2023 inzake reactie op verzoekcommissie over een afschrift van het antwoord op de brief vanVereniging Eigen Huis over funderingsschade (Kamerstuk28 325, nr. 259).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,PostmaDe griffier van de commissie,De Vos kst-28325-278ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2781 Voorzitter: Wijen-NassGriffier: De VosAanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Gabriëls, Peter de Groot,Vijlbrief, Welzijn en Wijen-Nass,en mevrouw Keijzer, Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening, Vice-Minister-President.Aanvang 12.37 uur.De voorzitter:Goedemiddag allemaal. Welkom bij het commissiedebat over defunderingsproblematiek. Er zijn momenteel drie sprekers van de zijde vande Kamer. We gaan beginnen met de inbreng van de zijde van de Kamer.Ik ga ervan uit dat ik het aantal interrupties voor nu niet hoef te limiteren,maar we letten op de spreektijd. Mochten er toch heel veel interruptieskomen, dan bekijken we hoe we dat gaan doen. Om te beginnen geef ikhet woord aan mevrouw Welzijn van NSC. Aan u het woord!Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we met elkaar over de funde-ringsproblematiek. Afgelopen november zijn we op uitnodiging vanKarsten Klein van de Vereniging Eigen Huis – ik zie hem zitten – gaankijken op locatie in Rotterdam. Dat was behoorlijk indrukwekkend, moet ikzeggen. Het komt dan echt bij je binnen hoe indringend en groot dezeproblematiek is en hoeveel er eigenlijk op woningeigenaren afkomt als zemet funderingsproblematiek te maken hebben. Wat mij daar ook isopgevallen, is dat er best wel veel mensen waren die werkzaamheden tedoen hadden in één enkele woning. Zij waren bijna ambachtelijk, metschep en emmer, grond aan het wegscheppen. Het is heel arbeidsin-tensief. Ook zijn er grote, dure machines nodig om het voor elkaar tekrijgen. Zo’n werkbezoek kan ik iedereen van harte aanraden die deproblematiek nog niet op een andere manier tot zich heeft kunnen nemen.Het komt enorm bij je binnen.We hebben een grote opgave die in ieder geval tot 2050 alleen nog maargroter lijkt te worden. De vraag is of we alles goed in beeld hebben. Dat isook de eerste vraag die ik namens mijn fractie aan de Minister wil stellen.Hebben wij het nu goed in beeld? Weten wij waar het zit? Hebben wij eengoede en efficiënte landelijke aanpak om hiermee om te gaan? Mijn fractieleest dat momenteel bij circa 1.000 woningen per jaar herstelwerkzaam-heden plaatsvinden, maar dat het aantal panden met verzakkingsschadewordt geraamd op 425.000. Het tempo ligt dus niet bijster hoog. Er is ookschaarse kennis en deskundigheid nodig voor het aanpakken van dezespecifieke problematiek. Kan de Minister ons iets meer vertellen over deopschaling die nodig is? Hoe kan die vormgegeven worden? Hoe kan diebewerkstelligd worden? Op welke termijn komt de vaart er beter in dan demomenteel 1.000 woningen per jaar? Wat kunnen we verwachten?Voorzitter. Mijn fractie merkt op dat in de stukken staat dat het merendeelvan de woningeigenaren het herstel uit eigen middelen zou kunnenfinancieren. Hebben wij dat goed gelezen? Uit de signalen die onsbereiken van de sector en van kopers blijkt echter dat dit niet zo is. Wij zijndus vooral benieuwd naar de rechtvaardige verdeling van de kosten die jezou moeten hebben. Wat zijn de gedachten van de Minister daarbij? Hoegaan wij dit varkentje wassen?In het Rli-advies Goed gefundeerd, dat we al in het plenaire debat metelkaar hebben bekeken, wordt gesproken over financiële solidariteit metgedupeerde woningeigenaren. Daar komt veel bij kijken. Wij sprakenmensen die niet alleen de kosten hadden van het herstel van de funderingzelf, maar die tijdelijk elders moesten gaan wonen en daardoor langereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2782 reistijden hadden. Ook moesten de kinderen naar school gebracht wordenen noem alles maar op wat erbij komt kijken. De constatering vanfunderingsproblematiek is vaak een toevalligheid. Je hebt dat alswoningeigenaar niet mee kunnen wegen bij de aankoop van je woning,maar je krijgt wel de volle mep voor je kiezen als het gaat om de kostendie erbij komen kijken. Mijn vraag aan de Minister is hoe woningeige-naren hierbij ondersteund kunnen worden.Tot slot, voorzitter. Het is een solidariteitsvraagstuk. Dat hebben we in deplenaire vergadering al vastgesteld. Hoe ziet die solidariteit er dan uit?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik zie een interruptie van mevrouw Gabriëls voor mevrouw Welzijn.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dit is een heel goed verhaal, denk ik. Ik zou graag aan mevrouw Welzijnvan NSC willen vragen of zij vindt dat de overheid een nadrukkelijkere rolzou moeten spelen bij het oplossen of het ondersteunen van het oplossenvan deze problematiek. Het gaat mij dus om een nog grotere rol dan nu endat de overheid uitspreekt dat ze daar een grote verantwoordelijkheid inheeft.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik heb hier ergens de motie ingediend door Paternotte, die Kamerbreed isaangenomen, waarin we als Kamer feitelijk hebben neergeschreven waarwe aan zitten te denken als het gaat over de nationale aanpak. NieuwSociaal Contract staat daar nog steeds achter.De voorzitter:Dan gaan we nu naar de heer Gabriëls van GroenLinks-PvdA.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. De funderingsproblematiek is een nachtmerrie voorde vele mensen die daarmee te maken krijgen. Je spaart om bijvoorbeeldje kinderen te kunnen laten studeren en plotseling kan dat geld niet meeruitgegeven worden aan de studie, maar gaat het naar de instandhoudingvan je huis. Of nog erger, je hebt dat geld helemaal niet en de basis van jeleven valt weg: de fundering en je bestaanszekerheid. De 56 miljoen eurodie hier nu voor beschikbaar gesteld zijn, zijn incidenteel, terwijl funde-ringsschade een structurele problematiek is. Het betreft ook nog eens eenproblematiek waarvan we weten dat de kosten alleen maar oplopen alswe niets doen. Regionale en lokale overheden moeten in staat gesteldworden om adequaat te kunnen handelen. Zij vragen om structurelebijdragen. Hun inzet is alleen effectief, als er zicht is op langjarigeaandacht voor dit probleem in de wet- en regelgeving en op subsidiemo-gelijkheden. Het langetermijnperspectief is dus heel erg relevant, ook voorbanken, verzekeraars en investeerders om mee in te stappen. Ik vraag deMinister dan ook of zij een langetermijnperspectief kan opnemen in hetplan van aanpak dat voor de zomer naar de Kamer komt.Verder is het zeer relevant dat er integraal gekeken wordt naar dezeproblematiek. Verduurzaming en het klimaatbestendig maken van wijkenhoren daarbij. Kan de Minister toezeggen dat ze bij de rapportage die voorde zomer verschijnt, ingaat op de integraliteit van de funderingsproble-matiek in de wijkaanpak?Er is een langjarig nationaal plan van aanpak nodig voor het herstel en hetvoorkomen van funderingsschade. In dat plan zal een duidelijke uitspraakmoeten staan. De overheid moet verantwoordelijkheid nemen en daarhoren financiële middelen bij. Er moeten manieren gevonden worden omhet herstel weer op gang te krijgen. Projecten die nu stilliggen, dienenopgepakt te worden. Gebruik hiervoor alle creativiteit en alle mogelijk-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2783 heden. Een voorbeeldje: de Nationale Hypotheek Garantie wil een deelvan het geld inzetten voor verduurzaming. Waarom wordt dat niet ookingezet voor het aanpakken van funderingsschade? Kan de Ministerhierop ingaan?Zoals mijn buurvrouw ook zei, worden er op dit moment amper 1.000woningen per jaar hersteld, terwijl we weten dat 425.000 pandenverzakkingsschade hebben of gaan krijgen. We moeten naar 10.000herstelde woningen per jaar. Hoe gaat de Minister daaraan werken? Welkeextra acties gaat zij uitvoeren? De inzet op hulp en herstel moet minstenszo groot zijn als de inzet op de bouw van nieuwe woningen. Is de Ministerdat met mij eens? Verzakkingen leiden tot onveilige, onbewoonbare enongezonde huizen. Uiteindelijk zal afbraak de enige optie zijn. Zo isbekend dat mensen in Friesland in tijdelijke portocabines moeten wonen,een soort containerwoning, nadat de burgemeester hun huis onveiligverklaard heeft. Daar moet nu echt een oplossing voor komen. Is het voorde Minister een optie om een deel van de 5 miljard voor woningbouw inte zetten voor de verdere aanpak van en het opgang brengen vanfunderingsherstel? Want straks bouwen we tienduizenden woningen aande ene kant, maar moeten we aan de andere kant ook duizendenwoningen afbreken, omdat ze onbewoonbaar zijn. Daar horen ook heelveel menselijke drama’s bij.Hoe verhoudt deze gigantische operatie zich tot de Nota Ruimte? Hoevoorkomen wij de funderingsschade van de toekomst. Water en bodemsturend gaat niet enkel over een natte duin, maar ook over bouwen ingebieden waar dat bodemtechnisch eigenlijk niet mogelijk is. Kan deMinister daarop ingaan? Houdt de Minister bij de bouw van honderddui-zenden woningen per jaar rekening met de plekken waarop dat het bestekan plaatsvinden? We weten dat funderingsschade op zandgrondenminder vaak voorkomt. Worden daar dan ook meer huizen gebouwd? Zetde Minister daarop in? Kan de Minister een overzicht delen van degebieden met de meest urgente funderingsproblemen?Voorzitter. Het betreft een complexe problematiek, maar we hebben eengezamenlijke taak om naast het bouwen van nieuwe woningen zeker ookte kijken naar het behoud van bestaande woningen. Alleen maar toezienhoe we steeds meer huizen kwalitatief laten verslechteren door toene-mende funderingsschade is geen optie. Ik ben dus vooral benieuwd hoede Minister het een en ander weer in beweging gaat krijgen en hoe zijvooral de bewoners van de huizen die nu te maken hebben met ditprobleem, weer perspectief kan gaan bieden.De voorzitter:Dank. Ik zie een interruptie van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank voor het betoog van de heer Gabriëls. Ik hoorde hem de vraagstellen of een deel van de 5 miljard voor de woningbouw ingezet zoukunnen worden voor funderingsherstel. Behalve dat ik het daar tenprincipale niet mee eens ben, vraag ik me af waarom dat uit die 5 miljardzou moeten komen. Misschien mis ik iets in mijn blikveld dat de heerGabriëls kan toevoegen, zodat ik zijn suggestie beter begrijp. Die 5 miljardzijn hard en hard nodig om in de komende tijd 1 miljoen woningen tegaan bouwen. We hebben geen geld over in de begroting!De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Wat ik in mijn betoog vertelde, was het volgende. Aan de ene kant willenwe met z’n allen heel veel inzetten op nieuwbouw. Aan de andere kanthebben we ook nu te maken met 425.000 huizen die op termijnonbewoonbaar raken. Dat zei u net in uw betoog zelf ook. Je kunt dus nietalleen inzetten op het een; je moet ook inzetten op het ander. Dát was dekern van mijn betoog. De vraag daarbij was dus ook hoe de Minister datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2784 weer op gang gaat brengen, zodat we van 1.000 herstelde woningen perjaar richting 10.000 herstelde woningen per jaar gaan. U zegt zelf dat ergeen middelen zijn. Er is 5 miljard. Dat is dan de dekking. Ik kan mevoorstellen dat daar bovenop geen middelen zijn, maar als we dit met z’nallen willen, dan moet daar ook iets tegenover staan.De rol van de overheid moet niet alleen zijn om nieuwe woningen tebouwen, maar ook om na te denken over wat we doen met die honderd-duizenden woningen die dadelijk afgebroken moeten worden, met daarinmensen, met menselijke drama’s, die daarmee te maken krijgen. Ik stel dievraag omdat ik graag wil weten hoe het kabinet daarover zou denken,maar als het kabinet andere mogelijkheden heeft om funderingsherstelweer op gang te brengen, is dat natuurlijk ook prima. Ik noemde hetvoorbeeld al van de Nationale Hypotheek Garantie of een langetermijnper-spectief, zodat ook banken en andere financierders kunnen instappen. Datis eigenlijk mijn vraag. Want je kunt wel woningen bouwen, maar ja, watdoe je dan met die honderdduizenden woningen die misschien op termijnafgebroken moeten worden?De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank voor de toelichting. Ik ben het roerend eens met de heer Gabriëls datwij daarin twee grote opgaven hebben. Ik denk dat we die twee opgavenniet financieel met elkaar moeten willen vermengen. We hebben in demotie waar ik net al eventjes naar verwees de overheid Kamerbreed – datgeldt dus ook voor GroenLinks-PvdA – opgeroepen om samen metmarktpartijen financieringsmogelijkheden uit te werken om de schade tekunnen herstellen. Het is dus een investering die gedaan moet worden,waar financiering voor gezocht moet worden en waar volgens mij geengeld bij zou moeten kunnen als cash-out vanuit de 5 miljard uit debegroting voor woningbouw. Mijn vraag aan de heer Gabriëls is hoe hij defrase die ik net voorlas uit de motie-Paternotte, ziet in het licht van de 5miljard uit de begroting voor de woningbouw.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik ben het er heel erg mee eens dat er financiering gezocht moet worden.Daarom noemde ik de Nationale Hypotheek Garantie, de investeerders,zoals banken, en het langetermijnperspectief. Maar er is op korte termijnal zo veel problematiek. Er is slechts incidenteel geld beschikbaar en hetkomt eigenlijk niet op gang. Daarom ben ik ook van mening dat deoverheid naast het uitvoeren van deze motie misschien een zwaardere rolkan pakken. Wij vinden namelijk het drama van de bestaande woningeige-naren heel groot, en vragen dus om meer inzet.De voorzitter:Een interruptie nog van de heer De Groot, of niet? Nee, dat had ik nietgoed gezien. Maar we zijn wel bij u aanbeland, meneer De Groot. Hetwoord is dus aan de heer De Groot van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat ik een schijnbeweging maakte, omdat ikwilde beginnen met mijn termijn.Een betaalbaar dak boven je hoofd is het fundament van je leven. Dathebben we gisterenavond eigenlijk al helemaal uitgedebatteerd in hetdebat over de Woontop. Maar wat als je een huis hebt dat onder je voetendreigt weg te zakken? Dat staat vandaag op de agenda, en dat is heelbelangrijk. De VVD erkent het funderingsprobleem. Het is goed dat daarsteeds meer aandacht voor komt. Niks doen is namelijk geen optie, wantverzakkingen zorgen voor een nog veel grotere schade aan je huis. DitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2785 debat gaat wat de VVD betreft over het oplossen van bestaande funde-ringsproblemen, maar zeker ook over hoe we die in de toekomst kunnenvoorkomen. Veel vragen van vandaag zullen inderdaad gaan over de aleerder gememoreerde motie-Paternotte, waar twaalf fracties in juni dehandtekening onder gezet hebben. De VVD deed dat ook.Mijn eerste punt daarover. De oorzaak van opgetreden funderingsschadein de diverse gebieden in Nederland is heel verschillend. Maar het helptmensen in het land natuurlijk enorm als het Rijk, gezamenlijk met kennis-en uitvoeringspartijen, inzicht biedt per gebied. Zo kan men inzicht krijgenin de meest voorkomende typen funderingsschade, de verantwoordelijk-heidsverdeling en mogelijke technische oplossingsrichtingen per gebiedin Nederland. Het zou heel fijn zijn als we zouden weten wat de meestvoor de hand liggende technische oplossing zou zijn om de funderings-schade per gebied te herstellen, zodat we kunnen toewerken naarduidelijkheid en naar de economisch meest voordelige manier om diefunderingsschade te herstellen. We willen een gericht keuzepalet voormensen met schade, waarbij de sector ook gericht kan werken aanverdere innovatie en kostendaling van de producten die worden aange-boden. De Minister heeft in de brief aangegeven dat er voor innovaties enopschalingen binnen de bouwsector kansen liggen bij het programmaVerbouwstromen en het Topconsortium voor Kennis en Innovatie Bouwen Techniek. Hoe ziet dat er in de praktijk uit?Mijn tweede vraag ligt in het verlengde van de voorgaande vraag. Alsinzichtelijk is dat er in bepaalde gebieden veel voorkomende gevallen vanhetzelfde type funderingsschade zijn, op welke manier zorgen wij er danvoor dat de huidige eigenaren daadwerkelijk in actie komen en hetgebouw of de woning niet geruisloos laten overgaan naar een nieuweeigenaar, waardoor er daarna jarenlange juridische procedures overtechnische gebreken kunnen ontstaan? Dit is eigenlijk een open vraag.Hoe kijkt de Minister aan tegen deze verantwoordelijkheidsvraag? Die ligtheel duidelijk bij de huidige eigenaren. De VVD is echt niet op zoek naarnieuwe labels of regels; laat dat helder zijn. Maar we moeten welproberen te voorkomen dat we in de toekomst juist weer toe gaan naarmeer juridische procedures over de vraag waar deze verantwoordelijkheidligt en hoe we dat boven water kunnen krijgen.Als derde ga ik in op de financiering van kosten voor funderingsherstel.Mijn collega’s vroegen daar ook al naar. Eigenlijk is de vraag heel simpel.Werken hypotheekverstrekkers echt al mee bij de verdere financiering vaneen beschadigd onderpand, ook als het gaat over preventieve maatre-gelen – dit aspect blijft vaak onderbelicht – die nodig zijn om verderefunderingsschade te voorkomen? Daar staat immers niet direct waarde-verhoging tegenover, maar dat is wel superbelangrijk.Mijn laatste punt gaat over water en bodem sturend. Mijn collega Gabriëlsrefereerde daar al aan. Zoals bekend is, wil de VVD hier gewoon eenrealistische koers op hebben. Er kan best veel, ook in gebieden met eenslappe bodem, maar dat betekent wel iets. Het betekent vaak extramaatregelen die kostenverhogend zijn voor de bouw van woningen. Ikvraag me af hoe de Minister hiernaar kijkt, vooral als het gaat over zowelde technische als de financiële haalbaarheid van deze woningbouw-plannen, om maar te voorkomen dat we gaan bouwen op slappe grond enproblemen voor de toekomst creëren. Volgens de VVD is er veel mogelijk,maar dat vergt wel iets.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik vind het fijn dat de heer De Groot water en bodem sturend noemt. Wedenken dat dit zeker belangrijk is voor het voorkomen van toekomstigeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2786 funderingsschade. Hoe denkt de VVD over de ruimtelijke ordening incombinatie met het woningbouwvraagstuk? Is het belangrijk om optermijn, als we naar de toekomst kijken, bijvoorbeeld 50 jaar vooruit, meerin Oost-Nederland en op hoge zandgronden te gaan bouwen, omdat werekening houden met water en bodem sturend, of, zoals de heer De Groothet zelf zegt, als we bodem en water serieus nemen?De heer Peter de Groot (VVD):De heer Gabriëls stelt mij deze vraag vaker. Dan breng ik hem in herin-nering dat we in Nederland polders hebben drooggelegd, zoals deFlevopolder en de Noordoostpolder. Daar wonen op dit moment gelukkigheel veel mensen fijn en droog. Dat is natuurlijk een heel geconditio-neerde omgeving. Daar wil ik maar mee zeggen: ook als we te makenkrijgen met hogere waterstanden, zullen we daar maatregelen voormoeten treffen. Het kan technisch. We hebben altijd een mooie discussieover de vraag of je er technisch of op een andere manier naar moet kijken.Ik denk dat er technisch heel veel mogelijk is, zeker als het gaat over hoeje de woningen bouwt. Maar het vergt natuurlijk wel iets. Het is nietkosteloos. Als je beseft dat het niet kosteloos is, dan zou je op eengegeven moment misschien moeten zeggen: het is niet zo handig om hierte bouwen, dus dat doen we op een andere plek. De VVD maakt zich hardvoor het bouwen op locaties op andere plekken. Dat lukt niet altijd, kan iku zeggen. Ik heb gisteren in het debat over de Woontop ook nog maareens gememoreerd dat er vaak weerstand tegen is om op andere plekkenwel te bouwen. Ik denk dat we daar met z’n allen een zetje aan moetengeven, als we vinden dat er op bepaalde plekken niet gebouwd kanworden. Dit is een beetje cryptisch. Als je bijvoorbeeld niet meer bouwt inde Zuidplaspolder, dan moeten die woningen er wel komen, maar diemoeten dan op een andere plek gebouwd worden. Dat is een beetje hetreële, open antwoord. De VVD denkt dat er veel kan, maar dat kost ookgeld. Zo realistisch is het verhaal.De voorzitter:Dan gaan we nu naar de heer Vijlbrief van D66. Aan hem het woord.De heer Vijlbrief (D66):Voorzitter, dank u wel. Excuus dat ik te laat was, maar ik kwam uit een lichtverhit debat over de btw. Dit is een ander soort onderwerp. Ik ben erggeïnteresseerd in dit onderwerp en wel op een aantal manieren. Eén. Ikwoon zelf midden in het Groene Hart in veengebied. Tell me oververzakkende grond! Twee. Ik heb als Staatssecretaris in Groningen heelveel te maken gehad met schade aan huizen. Drie. We hebben een kleinelegacy, omdat de heer Paternotte hier vorig jaar een vrij veelomvattendemotie over heeft ingediend. Hij dient er een heleboel in, maar deze motiewas heel veelomvattend. Ik heb een aantal vragen naar aanleiding van demotie en daarna over wat de Minister zelf allemaal doet.Mijn eerste vraag gaat over de motie. De motie vroeg om een landelijkloket voor het landelijke probleem. Nu lijkt de Minister te zeggen dat zeregionale of lokale loketten gaat stimuleren. Gaat zij dat dan niet zelforganiseren? Wie betaalt dat eigenlijk? Hoe zit dat, gegeven de moeilijkefinanciële positie waar gemeenten al in zitten? Dat was mijn eerste vraag.Mijn tweede vraag gaat over het schadeherstel. Dat wordt voorlopigvooral aan de woningeigenaren gelaten, maar de acties zijn nog inontwikkeling. Klopt het dat we bijna een jaar na dat Rli-rapport met al dieernstige cijfers nog geen loketten en nog geen fonds hebben? Hoe staathet er eigenlijk voor met de acties uit de motie-Paternotte in hetalgemeen?Dan heb ik nog een aantal vragen. Hoe staat de Minister er zelf in? Als ikgoed ben geïnformeerd, is de Minister zelf bemiddelaar geweest in deprovincie Overijssel, bij het beroemde of misschien kan ik beter zeggenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2787 het «beruchte» – ik weet niet hoe ik het moet zeggen – kanaal Almelo-DeHaandrik. Daar waren verzakkingen. Ik herken dat dossier, want ik zat toenin het kabinet. Daar heeft u de mensen echt het gevoel gegeven dat zegehoord werden. Ook is er ruimhartig vergoed. Ik vroeg me af of deMinister dezelfde houding gaat aannemen bij de funderingsschade. Zonee, waar zit dan het verschil tussen die zaken? Ik vraag dit gewoon omeen gevoel te krijgen van hoe de Minister erin staat. Daaropdoorbouwend, vraag ik me af in hoeverre de Minister vindt dat mensenzelf echt verantwoordelijk zijn voor de funderingsschade aan hun huis.Hoe ligt daar de verantwoordelijkheidsverdeling? Ik ben daar heelbenieuwd naar, nogmaals, ook omdat ik dit uit Groningen heel goed ken.Voorzitter. Dat was het. Dank u wel.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):De heer Vijlbrief van D66 refereert een aantal keren aan Groningen. Numag ik mij sinds een jaar ook de woordvoerder Herstel Groningennoemen. Ik zie daar dat je binnen gebieden geen verschillen moet latenontstaan. Daar komt eigenlijk mijn idee van de gebiedsgerichte scan enaanpak vandaan, want anders krijgen we straks de discussie: die boerderijkrijgt wel extra financiële ondersteuning, maar bij de boerderij een paarkilometer verderop is het net een andere kwestie, dus die krijgt geenondersteuning. Dan ontstaan er verschillen. Dat zien we ook een beetje inGroningen. Hoe kijkt de heer Vijlbrief aan tegen het idee: pak een heelgebied, doe als overheid één keer een scan, want dan weet je hoe hetervoor staat en zorg je er in ieder geval voor dat er geen verschillen gaanontstaan?De heer Vijlbrief (D66):Als ik nog Staatssecretaris was geweest, dan had ik gezegd: daar ben ikhet volkomen mee eens. Dat is het korte antwoord. Het iets langereantwoord ga ik ook geven, want ik ben tegenwoordig Kamerlid en danhoort het een beetje bij het vak om het wat breder toe te lichten.Inderdaad, in Groningen waren verschillen ontstaan. Die verschillenwaren vooral ontstaan doordat in de loop der tijden allerlei normen warenverschoven, et cetera. Daar weet de heer De Groot ook alles van. Dieverschillen zitten het dossier, de oplossing en ook de rechtvaardigheidnog steeds dwars. Daarom is wat de heer De Groot zegt verstandig, denkik. Het is heel verstandig om dat te proberen. Je hebt altijd grenzen. Datzag je in Groningen en dat zal de Minister ook herkennen. Dat had ik alsStaatssecretaris ook. Als ik een bepaalde regeling maakte, moest ik ergenseen grens trekken. De aardbevingsschade in Groningen eindigt niet inBrabant, heb ik als Staatssecretaris weleens gezegd. Ik begrijp dus dat jeeen grens moet trekken. Een gebiedsgerichte benadering waarin er weinigverschillen ontstaan in de aanpak, is wel heel verstandig, omdat er daarnaanders allerlei ellende ontstaat met mensen die zich onrechtvaardigbehandeld voelen en misschien ook wel onrechtvaardig behandeldworden. Dat is volgens mij waar de heer De Groot op wijst. Het antwoordis dus: ja, ik ben dat met hem eens.De voorzitter:Dank. Nu draag ik het voorzitterschap even over aan de heer De Grootvoor mijn inbreng.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2788 Dank u wel. Voor de inbreng in deze termijn van de kant van de BBB zou ikgraag het woord willen geven aan mevrouw Wijen-Nass.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, meneer de voorzitter. Vandaag hebben we het over funde-ringsproblematiek. Het gaat om echt voelbare zorgen van gezinnen,woningeigenaren en ondernemers. Zij worden dagelijks geconfronteerdmet scheuren in hun muren, verzakkende vloeren en ook met deonzekerheid die daarbij komt kijken. Dat is behoorlijk ingrijpend voor demensen die hiermee te maken hebben. Ik heb een aantal vragen voor deMinister.Ik begin met de brief van de Minister van 11 december 2024. In die briefspreekt zij over een gefaseerde aanpak. Ik wil benadrukken dat de Ministerdit geen excuus moet laten zijn voor traagheid, want de problemen zijngroot en de tijd dringt. Uit het onderzoek van de Minister blijkt dat erslechts 1.000 panden per jaar kunnen worden hersteld. Ik ben heelbenieuwd hoe de Minister naar de toekomst kijkt. Ik ben ook heelbenieuwd welke maatregelen de Minister gaat nemen.In diezelfde brief wordt ook gesproken over een bedrag van 56 miljoenvoor de komende jaren voor verschillende initiatieven, zoals kennisont-wikkeling, innovatie en een landelijk informatiepunt. Ik ben heel ergbenieuwd hoe de Minister dit fonds ziet. Hoe wordt er met die geldenomgegaan?Voorzitter. De funderingsproblemen zijn niet overal hetzelfde. Daar is hetvandaag in dit commissiedebat ook al meermaals over gegaan. Daaromzal één standaardoplossing niet geschikt zijn. Het is dus goed dat deMinister pleit voor een aanpak per gebied. Ik ben benieuwd of de Ministerkan aangeven welke gebieden voor haar momenteel de hoogste prioriteithebben en hoe we voorkomen dat andere gebieden worden vergeten.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. U heeft een interruptie van de heer Gabriëlsvan GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel benieuwd of mevrouw Wijen-Nass van de BBB ook doelt oplangjarige structurele financiering. Als er meer tempo gemaakt moetworden, dan moet je ook medefinanciers in beweging krijgen. Is het inhaar ogen mogelijk dat een deel van de 5 miljard daar ook voor ingezetzou kunnen worden?Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Nee, vooralsnog niet. We hebben gisteren een uitgebreid debat gehadover onder andere de Woontop. Je ziet dat we met z’n allen echt eenenorme opgave hebben als het aankomt op het aanpakken van dewoningcrisis. Die 5 miljard hebben we daar gewoon absoluut voor nodig.In die pot zie ik momenteel geen ruimte hiervoor.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dat begrijp ik goed. Natuurlijk is er heel veel nodig voor nieuwbouw. Maardie 56 miljoen is incidenteel en dus niet structureel. Bent u bereid om danook na te denken over een structurele vorm van financiering buiten die 5miljard?Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Vooralsnog niet, maar ik ben hier heel benieuwd naar. Ik heb de Ministernet gevraagd hoe zij het budget dat nu beschikbaar is, wil gaan besteden.Hoe ziet zij dat? Ik ga daar graag het debat met haar over aan en dan zienwe wel wat de toekomst brengt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2789 De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even of er nog meer interrupties zijn. Dat is niet geval,dus dan draag ik het voorzitterschap weer over.Voorzitter: Wijen-NassDe voorzitter:Dank u wel, meneer de voorzitter. Dan vraag ik de Minister even hoelangzij nodig heeft.Minister Keijzer:Zullen we zeggen dat ik hier om 13.30 uur weer terug ben?De voorzitter:Dan schorsen we de vergadering tot 13.30 uur.De vergadering wordt van 13.05 uur tot 13.30 uur geschorst.De voorzitter:Goedemiddag allemaal. Hiermee heropen ik het commissiedebat over defunderingsproblematiek. We zijn beland bij de termijn van de Minister, dusik geef haar het woord.Minister Keijzer:Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we een belangrijk onderwerp,namelijk de funderingsproblematiek. Altijd als ik bezig ben met ditonderwerp, moet ik denken aan de tijd toen ik als bemiddelaar betrokkenwas bij de bewoners rondom het kanaal Almelo-De Haandrik. De heerVijlbrief memoreerde dat net al. Daar heb ik in de huizen zelf en bij debijna honderd gezinnen die ik daar toen gesproken heb, gezien wat heteffect van funderingsproblematiek is op het leven van mensen. Je kunthet je niet voorstellen, maar je wordt op een nacht wakker, omdat je eenharde knal hoort en de volgende ochtend zie je een scheur in je muur.Naarmate de tijd verstrijkt, zie je die scheur wijken. Dat is een ongelofelijkonveilig en onzeker gevoel. De bodem, het fundament onder je huis, zaktletterlijk weg. Wat ik daar tegelijkertijd geleerd heb, is hoe ongelofelijkafhankelijk het is van het huis waarin je woont, van wanneer en hoe datgebouwd is en op welke grond het gebouwd is. Per straat en zelfs perwoning kan de gesteldheid van de grond verschillen. Ikzelf benwoonachtig boven Amsterdam in veenweidegebied, dus ook dat ken ik.Mijn eerste eigen woning was een nieuwbouwwoning. Drie jaar nadat iker ging wonen, was de afstap de tuin in 30 centimeter lager; dit is eenbeetje overdreven, maar u heeft beeld. Ik weet dus heel goed vanuit deervaringen in mijn leven waar dit aan de buitenkant om gaat en wat ditmet mensen doet.Het kabinet ziet samen met de Kamer, gezien de motie-Paternotte c.s. diezo’n beetje alle Kamerfracties medeondertekend hebben, de urgentie vande aanpak van funderingsschade. Het rapport van de Rli, waarin je allesonder elkaar kon zien, was dus ook wel weer even een wake-upcall. En ja,we hebben woningnood. En ja, daar moet hard aan gewerkt en ingeïnvesteerd worden, maar dat wil niet zeggen dat we de bestaandewoningvoorraad kunnen verwaarlozen. Het niet tijdig acteren opfunderingsschade zorgt voor verlies van woningen in de bestaandevoorraad en uiteindelijk voor hogere kosten.De verantwoordelijkheid voor de fundering ligt wel bij de bewoner zelf, bijde eigenaar zelf. Het grootste deel van de eigenaren is goed in staat omzelf met het herstel van schade aan zijn woning of aan het gebouw waardiegene eigenaar van is, aan de slag te gaan. Niet zelden makenwoningen met funderingsschade onderdeel uit van een bouwblok of vangestapelde bouw, een flat. Dat maakt herstel qua proces en qua kostenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27810 ingewikkeld en duur. Ook weet een deel van de woningeigenaren nietwaar te beginnen. Het is gewoon technisch ingewikkeld. Lang niet altijdhebben ze bovendien voldoende geld daarvoor. In sommige gebieden isde opgave ook te groot voor individuele woningbezitters en is het veeleffectiever om collectief, straat voor straat, aan het werk te gaan. Hetkabinet gaat specifiek deze woningeigenaren en gebieden ondersteunen.Hiervoor heeft het aanvullend, boven op het Fonds Duurzaam Funderings-herstel, 56 miljoen vrijgemaakt voor de periode 2025 tot en met 2028.Via de brief van 3 december vorig jaar heb ik u geïnformeerd over demanier waarop we dat gaan aanpakken. Ik ga dat samen doen met decollega’s van Infrastructuur en Waterstaat en LVVN. Als eerste stap gaanwe in een nationale aanpak funderingsproblematiek de informatiepositievan mensen over funderingsschade vergroten. Ook gaan we woningeige-naren ondersteunen om daadwerkelijk met schade- en funderingsherstelaan de slag te gaan. We zetten daarbij een aantal eerste stappen.Verschillende gemeenten hebben al een loket ingericht waar woningeige-naren voor informatie en advies terechtkunnen. Het Kennis CentrumAanpak Funderingsproblematiek, KCAF, wordt door ons ondersteund. HetKenniscentrum voor Bodemdaling en Funderingen, KBF, wordt onder-steund door het delen van kennis over de verschillende typen problemenen de aanpak ervan. Samen met de RVO, een rijksorganisatie, gaan zij hunkrachten bundelen om woningeigenaren zo goed mogelijk te informerenen op weg te helpen. Lang niet overal is er voldoende kennis over het typeen de staat van de funderingen. Deze informatie is versnipperd en bevindtzich bij gebouweigenaren, gemeenten, ingenieursbureaus enzovoort. Ikwerk aan een landelijke voorziening voor funderingsgegevens. Dit doe iksamen met onder meer het Kadaster, Deltares, TNO en het net genoemdeKCAF.Ook ga ik gemeenten helpen om woningeigenaren beter te begeleiden bijhet oplossen van funderingsschade. Het gaat dan vooral om woningeige-naren in gebieden met urgente funderingsschade en een meervoudigeopgave, bijvoorbeeld achterstallig onderhoud en verduurzaming. Dit benik nu aan het uitvoeren met de decentrale overheden, waarbij dit speelt. Ikwerk aan het verbreden van de reikwijdte van het Fonds DuurzaamFunderingsherstel per 1 juli 2025 van zeven aangesloten gemeenten naareen landelijke werking, dus dat daar overal in Nederland een beroep opkan worden gedaan. Dit vergroot de toegankelijkheid van het fonds voorwoningeigenaren die geen lening kunnen krijgen voor funderingsherstelop de reguliere hypotheekmarkt. Deze eerste stappen zijn conform demotie van het lid Paternotte, die op 11 juni is voorgesteld en volgens mijeen paar dagen daarna unaniem is aangenomen.Bij dit maatschappelijke vraagstuk kunnen we echt alleen resultaat boekenals overheden, gebouweigenaren, kennisinstellingen, banken, verzeke-raars en de bouwsector gezamenlijk optrekken. Het Rijk pakt de regie ommet publieke en private partijen aan deze aanpak verder te bouwen,waarbij gebouweigenaren wel zelf primair verantwoordelijk zijn. We gaanwel beter ondersteunen, omdat het nou eenmaal ingewikkeld is en veelgeld kost om op te lossen. ABDTOPConsult werkt aan een advies over deverdere concrete invulling en vormgeving van een meerjarige nationaleaanpak funderingsproblematiek, waar ik ook nog niet het geld voorgeregeld heb. Er worden meerdere scenario’s voor het ambitieniveau, deorganisatie en de inrichting van een toekomstige aanpak uitgewerkt. Opbasis van dit advies zullen we dan verdere stappen moeten zetten.Overigens denk ik dat het daarnaast niet alleen een kwestie is van geld,maar ook een kwestie van voldoende ingenieurs, constructeurs enbouwvakkers om dit uiteindelijk te gaan doen. Dat op zichzelf beperkt alde mogelijkheden die we met elkaar hebben. Daar moeten we ookgewoon duidelijk over zijn om geen verwachtingen te wekken die weuiteindelijk niet kunnen waarmaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27811 Voorzitter. Ik wil de beantwoording van de vragen in drie blokken doen:informatievoorziening, ontzorgen en ondersteunen, en vervolgens wat ernog resteert.De informatievoorziening. Om te beginnen is het nodig om te werken aande informatievoorziening en de bewustwording van dit probleem en dusde kennis over fundering en de funderingsproblematiek te vergroten. Ditdoen we door het bij elkaar brengen van beschikbare feitelijke informatieover het type en de staat van funderingen en het centraal ontsluiten vandeze data, en door het inrichten van één landelijk informatiepunt doorsamenwerking tussen de RVO, het KCAF en het KBF. Dat zijn weer eenhoop afkortingen. Het KCAF is het Kennis Centrum Aanpak Funderings-problematiek. Het KBF is het Kenniscentrum voor Bodemdaling enFundering. Gelukkig zit elke keer de F erin. Als je het een keer ergensvoorbij ziet komen, moet je denken: F is fundering. Dan kom je uiteindelijkwel verder. De K staat dan voor kenniscentrum. En de RVO kennen weallemaal, want dat is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, zei ikaltijd, en volgens mij klopt dat nog steeds.Voorzitter. We gaan ook regionale en lokale funderingsloketten stimuleren.Daarmee beantwoord ik gelijk de vraag van de heer Vijlbrief. Het is nogniet landelijk dekkend, maar daar waar het speelt zullen de vragen vanzelftoenemen en komt er ook noodzaak om zo’n loket in te richten en, insamenwerking met partners in de keten, informatie over fundering zovroeg mogelijk in een woningtransactieproces beschikbaar te stellen.Ten tweede ondersteun ik woningeigenaren met onderzoek, advies enbegeleiding. Met deze ondersteuning start ik in enkele gebieden waarsprake is van urgente funderingsschade en uiteenlopende oorzaken. Wantdat is vaak ook nog het geval. De andere onderdelen van de motie van hetlid Paternotte, zoals uitwerking van financieringsmogelijkheden, innovatieen regionaal onderzoek, worden meegenomen in het advies van ABDTOP-Consult dat we rond de zomer zullen ontvangen en vervolgens beoor-delen.Voorzitter. De fractie van de BBB vroeg mij nog naar de besteding van 56miljoen. Ik ben de volgende acties aan het uitwerken: het opzetten van eenlandelijke data- en informatievoorziening over funderingen, het opzettenvan een landelijk informatiepunt over funderingsproblematiek op zichzelf– waar heb je het dan eigenlijk over? – het ondersteunen van lokalefunderingsloketten en een landelijk loket, het ondersteunen van eengebiedsgerichte en wijkgerichte aanpak, het ontwikkelen en ontsluiten vankennis en innovatie, en het maken van standaarden en kwaliteitsborgingvoor funderingsonderzoek. Het gaat echt vaak over tienduizenden euro’s –dan zit ik echt aan de voorzichtige kant – en dan wil je wel zeker weten dathet geld ook op een goede manier besteed wordt en dat je daarna veiligzit. Bij het kanaal Almelo-De Haandrik heb ik geleerd dat we wel denkenalles te weten, maar dat het bezitten van een huis niet automatisch wilbetekenen, zeker niet met de voortschrijdende techniek en inzicht in deproblematiek, dat je zelf alles weet en ook beheerst. Het is goed dat dit opeen verantwoorde manier wordt aangepakt.Mevrouw Welzijn vroeg mij of we al zicht hebben op de opgave richting2050. Weten we waar het zit? De Raad voor de leefomgeving en infra-structuur heeft in beeld gebracht dat er 425.000 woningen zijn met matigetot ernstige schade, nu en de komende tien jaar. Deltares is samen metTNO met een analyse bezig om te onderzoeken waar deze woningenprecies staan. Dit helpt om te prioriteren. Er wordt gewerkt aan kaartendie op nationaal niveau inzichtelijk maken waar het risico bestaat oppaalrot en bijvoorbeeld verschilzetting. Uiteindelijk worden diebeschikbaar gesteld. Daarnaast is begin dit jaar een pandzakkingskaart –we hebben allerlei nieuwe terminologie, voorzitter – opgeleverd waarininzichtelijk is gemaakt welke buurt in Nederland funderingsrisico loopt.Deze kaarten zullen op een gegeven moment ook doorzoekbaar zijn, ineerste instantie voor professionals en daarna breder. Maar hier zit wel eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27812 risico in. Als jij een huis hebt in een gebied waar funderingsrisico bestaat,wil dat namelijk niet zeggen dat dat ook voor jouw woning geldt. Zoalsgezegd kan het soms per straat verschillen. Het is dus wel van belang ommet elkaar de kalmte te bewaren en die kaarten te zien voor wat ze zijn:een grofmazige indeling van Nederland in gebieden waar risico is. Of hetook voor jouw huis geldt, is iets anders. Deze informatie helpt gemeentesen corporaties om vandaaruit te gaan prioriteren in hun portefeuilles.De voorzitter:Ik zie dat u een aantal interrupties heeft. Mevrouw Welzijn, u eerst.Mevrouw Welzijn (NSC):Goed om te horen dat Deltares en TNO het weer een stap verder aan hetbrengen zijn en dat er kaarten ontstaan. Ook goed om te horen wat deMinister aangeeft over het besef dat er ook risico’s kunnen kleven aan ditsoort kaarten als je die zonder context gaat interpreteren. Vandaar mijnvraag hoe we ervoor gaan zorgen dat dat soort kaarten mét contextgeïnterpreteerd worden. Is er, voordat deze kaarten een eigen leven gaanleiden en de schrik in de kuiten slaat, een soort communicatieplan?Minister Keijzer:Ja, precies om deze reden. Maar de manier waarop wij erover pratenhelpt ook, namelijk de manier waarop ik dat nu doe. Het zijn kaartenwaarop grofmazig voor Nederland in beeld gebracht is waar de gebiedenzijn waar risico is op paalrot, op zettingsverschil of op pandzakking, ommaar eens een aantal nieuwe woorden te gebruiken. Zo moeten we ditgaan doen. Maar als we over een aantal jaren een overzicht hebben –daarbij denk ik aan een kadaster, waarbij je in dit geval kunt opzoekenwaar sprake is van funderingsproblematiek – weten we het wel. Dat heeftnatuurlijk ook consequenties. Als jij een huis koopt waarvan je weet dat eraan de fundering moet worden gewerkt, heeft dat natuurlijk effect op dewaarde. Je zou ook kunnen zeggen dat het nu een verborgen gebrek is.Dat ligt er trouwens ook wel weer aan; hoe weet je dat al dan niet of zou jedat kunnen weten? Maar dit gaat wel effect hebben op de mensen die indie panden zitten. De komende jaren komen we hierover te spreken metelkaar. Dat is een ding dat zeker is. Maar het helpt wel als we dat rustigdoen, als we dat feitelijk doen en de kaarten bezien voor wat ze zijn,namelijk een inschatting, een grofmazige analyse van waar in Nederlanddeze risico’s bestaan. De heer Vijlbrief en ik wonen alle twee in veenwei-degebied. Nou, wij weten dat grofmazig gesproken wij in gebieden wonenwaar dit risico bestaat. Maar dat wil niet zeggen dat ik nu meteen heelnerveus ben over de woning waarin ik zit of de woning waar mijn zus inwoont of de woningen waar mijn familie of mijn vrienden in wonen. Ikweet namelijk dat dit weer afhankelijk is van wanneer je huis is gebouwd,hoe het is gefundeerd en op welke plek het precies staat. Zo zullen we ditdebat met elkaar moeten gaan voeren.De voorzitter:Nog een vervolgvraag van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Die kalmte kunnen we, denk ik, zeker gebruiken bij dit soort groteproblemen. Maar er zijn wel problemen. Het gaat wel ergens pijn doen.Daarover heb ik een vraag. Aan de ene kant heb je individuele woningei-genaren, maar we hebben ook verhuurders en hele sectoren die metvastgoed bezig zijn. Dat vastgoed is vaak ook in onderpand gegeven aanbanken, bijvoorbeeld om investeringen te kunnen aantrekken voor debouwopgave. Kan de Minister schetsen hoe dit doorwerkt? Of zou kunnendoorwerken; misschien is dat een betere vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27813 Minister Keijzer:Dat is wat we de komende jaren in beeld moeten gaan brengen, wathiervan de effecten zijn op bijvoorbeeld vastgoed dat bij corporaties inbeheer is. We weten dat het op ons afkomt, we weten nu al dat er delen inNederland zijn waar hieraan gewerkt wordt. Dit zal dus consequentieshebben, maar de komende tijd gaan we dat stap voor stap in beeldbrengen.De heer Peter de Groot (VVD):Dank aan de Minister voor de beantwoording over het inzichtelijk makenvan waar het zit. Ik denk dat het een heel gezonde manier is om naar dezaak te kijken: goed inzichtelijk maken, maar niet heel Nederland nerveusmaken. Dat is best wel koorddansen. Je zult maar te horen krijgen dat je ineen gebied zit met pandverzakking, een term die ik net heb geleerd. Danga je toch even kijken: geldt dat ook voor mij? Dat gaat natuurlijk wel ietsdoen. Mijn eerste vraag, hoe de Minister ermee bezig is, is wel beant-woord. In het verlengde daarvan vraag ik de Minister: wat gaat u danzeggen tegen de mensen die wonen in gebieden die geïndiceerd zijn als«met mogelijke kans op funderingsschade»? Ik zie het zomaar voor me dater getouwtrek gaat ontstaan bij woningtransacties, zo van: is er nou welsprake van funderingsschade bij deze woning of niet? De vraag is of dataapje nou bij het Rijk op de schouder zit of niet. Ik heb die vraag heel opengesteld, omdat ik het een serieus vraagstuk vind, maar eigenlijk ookomdat ik het antwoord niet zo goed weet. Ik ben benieuwd hoe deMinister daarnaar kijkt.Minister Keijzer:Wat hier echt gewoon belangrijk is: bewaar de rust! Raak niet meteen inpaniek, want zo’n kaart is een inschatting van het risico. Als jouw huis ergewoon prima bij staat, is er ook geen reden om meteen nerveus teworden. De komende jaren gaan we dus in beeld brengen: welkegebieden zijn dat dan, hoe moet je dit uiteindelijk gaan regelen? Je moetkennis ontwikkelen en die ook ontsluiten. Als je ergens een huis koopt, ishet wel verstandig om ook te kijken naar de fundering. Daar kun jetrouwens onderzoek naar laten doen. Dat kost wel geld, daar ben ik mevan bewust. Zoals je nu naar de constructie van een huis laat kijken,boven de grond, ga je op een gegeven moment ook kijken naar deconstructie onder de grond, in ieder geval als daartoe aanleiding is. Het isook een beetje hoe je in het leven staat: ben je meteen overal diepnerveus en geschrokken van, of sta je wat rustiger in het leven en maak jeeen risico-inschatting? Het is belangrijk om dit te gaan doen. De Rli heeftdaar een mooi rapport over geschreven. Wij hebben het er vandaag over.We gaan stap voor stap inzichtelijk maken waar het nu speelt inNederland, waar het eventueel zou kunnen gaan spelen en welke stappenje vervolgens te zetten hebt. ABDTOPConsult brengt nu in beeld wat deverschillende scenario’s daarbij zijn. Vervolgens gaan wij daar in hetnajaar, stel ik mij zo voor, nog een keer nader met elkaar over spreken.Stap voor stap gaan we bekijken hoe we hier mee omgaan.Heel veel mensen realiseren het zich niet, maar je woning kan opverschillende soorten grond staan. Het is helemaal niet gezegd dat overalin Nederland er één soort grond onder een woning ligt. Dat kanverschillen. Ik heb meegemaakt dat een woning op twee soorten grondstond, waardoor de fundering op het ene stukje grond wel bleef staanmaar op het andere stukje grond verzakte. Dat is waar je het uiteindelijkover hebt. Ik vond het fascinerend. Ik zie iemand op de publieke tribunedenken «nou, duh», maar ik vond het fascinerend. Overigens niet zo fijnvoor die mensen. Het is wel goed om je te realiseren dat je niet kuntzeggen: «Dit is de kaart van mijn gebied. Ik woon in veenweidegebied, dusdaalt de waterstand en dus rotten de palen.» Dat is niet zo. Het ligt er echtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27814 aan waar je huis staat, hoe het gefundeerd is en wanneer het gebouwd is.Het is in die zin echt maatwerk.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Helder verhaal. Duidelijk. Ook duidelijk toegelicht. Ik wil het nog één keervan de andere kant insteken. Ik ben echt op zoek naar: hoe gaat ditwerken? Als je nu een huis hebt en van plan bent om dat aan iemandanders te verkopen, dan is dat gewoon een transactie tussen A en B. Nu iser funderingsproblematiek. De overheid mengt zich als stakeholder in datspel. Er komt immers een kaart en daarop staat misschien wel dat erfunderingsschade zou kunnen zijn. De overheid is dus wel degelijk eenpartij geworden die zich mengt in de discussie of het huis topfit is, zou jekunnen zeggen. Waar ligt de absolute verantwoordelijkheid voor het pandof de woning als het gaat om het kunnen aantonen dat het pand topfit is?Waarom vraag ik dit? Ik licht het graag nog een keer toe.Bij een transactie gaat de woning naar partij B. Als dan blijkt dat het pandniet topfit was en de overheid van tevoren al heeft gezegd dat er in hetgebied sprake was van funderingsschade, dan krijg je een heleboelgetouwtrek. Eigenlijk wil ik dat voorkomen. Ik wil een beetje wegblijvenvan getouwtrek en juridische procedures in de toekomst, ondanks dat ikdenk dat het nodig is dat de overheid zich als partij mengt in dezediscussie over funderingsproblematiek. Ik hoop dat ik het goed hebtoegelicht, voorzitter.Minister Keijzer:Wie is er verantwoordelijk voor de fundering onder een gebouw? Deeigenaar. Punt. Echt punt. Ik zorg er in eerste instantie voor dat deinformatievoorziening verbetert en dat woningeigenaren wordenondersteund met onderzoek, advies en begeleiding. ABDTOPConsult is nubezig met het uitwerken van verschillende scenario’s in verband met demotie-Paternotte. Op de vraag wie er verantwoordelijk is voor deverkooptransactie, antwoord ik dus: de koper en de verkoper. Zij zijnverantwoordelijk. Dat verandert niet. Het enige wat ik op dit moment doe,is dus de informatievoorziening verbeteren en woningeigenaren onder-steunen in bepaalde delen van Nederland waar de problematiek al speelt.De discussie hoe we dat in de toekomst verder gaan doen, moeten we opeen later moment voeren met elkaar.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Minister voor deze bijdrage. Ik heb heel vertrouwen inkennis, informatie, pandverzakkingskaart, TNO, Deltares, standaarden,funderingsonderzoeken, kortom de preventieve werking. Ik denk dat u datheel goed heeft uitgelegd. Daar heeft u die 56 miljoen euro beschikbaarvoor gesteld. Maar terwijl we hier zitten, zijn er mensen die niet meer inhun eigen huis kunnen wonen. Er is nu al sprake van problematiek waarbijmensen niet geholpen zijn met preventief kennisonderzoek. Zij hebben dieschade al. Ik begrijp heel goed dat dit heel ingewikkeld is, maar daarmoeten we wel wat mee. Alleen maar zeggen «de verantwoordelijkheidligt bij de eigenaar, punt» ... Er is ook nog zoiets als een zorgplicht die wemet z’n allen hebben. Heel veel mensen kunnen dit niet betalen. Dan iseen eigen verantwoordelijkheid, en ook zo’n uitspraak, niet passend. Dieverantwoordelijkheid ligt er immers wel, maar ze kunnen die niet nemen.Ja, we hebben allemaal vertrouwen in die kennispositie en in loketten – ikdenk dat u dat heel goed doet – maar hoe gaat u het daadwerkelijkeherstel ... Of is dat een ander blokje? Hoe gaat u het daadwerkelijke herstelweer van de grond krijgen? Dan heb ik het over de mensen die op korteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27815 termijn geholpen moeten worden en die dus niets meer aan die infor-matie hebben. Dat is de vraag.Minister Keijzer:Dit is eigenlijk een heel mooi bruggetje naar het tweede blokje, overontzorging en ondersteuning.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Oké, sorry.Minister Keijzer:Op een later moment ga ik ook nog iets zeggen over hoe het zit met deinformatieplicht tussen koper en verkoper.Voorzitter. Waar was ik gebleven? Als je als woningeigenaar weet dat jeeen funderingsprobleem hebt, komt er heel veel op je af. Misschien is datook een beetje verschil in politieke kleur, zeg ik met een knipoog richtingmeneer Gabriëls, maar de verantwoordelijkheid om het probleem aan tepakken ligt echt bij de woningeigenaar. Dat wil niet zeggen dat we diedaar niet bij helpen. We helpen door informatie en advies te geven, zoalsik eerder heb gezegd, maar ook door het bieden van begeleiding enadvies bij funderingsonderzoek en het opstellen van een herstelplan, hetbieden van hulp bij het rondkrijgen van de financiering en procesbege-leiding. We zijn nog aan het uitwerken hoe we dat gaan doen. Het is echteen illusie te denken dat de overheid dat overal in Nederland kan, op aldie adressen. Daar hebben we gewoon de mensen niet voor, nog los vande vraag of er in de markt mensen zijn die het daadwerkelijke werkkunnen doen.De Rli heeft geadviseerd om een generieke subsidie voor alle woningeige-naren in het leven te roepen. Kosten: 12 miljard euro. Los van het feit dater onvoldoende geld is, denk ik dat dit ook geen taak voor de overheid is.De woning waar je in woont, is jouw eigendom. Daar ben je zelf verant-woordelijk voor. Als je de middelen hebt, ligt de taak ook bij jou om daarzelf een oplossing voor te vinden. We beginnen in enkele gebieden waarsprake is van urgente funderingsschade om daarvan te leren. Van de 56miljoen die het kabinet heeft vrijgemaakt, gaat zo’n beetje de helftdaarnaartoe. We helpen gemeentes, want als burger ga je daar vaak heteerst naartoe. Je gaat iets aan je huis doen en het eerste wat je je danafvraagt, is: heb ik daarvoor een omgevingsvergunning nodig of geldendaar eisen voor? We helpen gemeentes waar de funderingsproblematiekzich nu al voordoet, ook hier weer door te zorgen voor duidelijkeinformatie, procesondersteuning in de desbetreffende gebieden en hetorganiseren van een leeraanpak, samen met gemeentes en geldver-strekkers, om te zien of de huidige financieringsconstructies voldoen ofdat er iets anders nodig is.Verder is er natuurlijk het Fonds Duurzaam Funderingsherstel. Voorwoningeigenaren die aan de slag moeten met funderingsherstel maar zelfniet voldoende geld of middelen hebben, is er dit Fonds DuurzaamFunderingsherstel, FDF. Dit fonds is een vangnet voor woningeigenarendie op de reguliere hypotheekmarkt geen lening kunnen krijgen. Zijkunnen bij het fonds een lening met gunstigere voorwaarden krijgen. Omde toegankelijkheid van het fonds te vergroten, werk ik, zoals ik eerder alzei, aan de verbreding van de reikwijdte: van zeven gemeentes naar heelNederland. Ik streef ernaar om die landelijke werking per 1 juli aanstaandein werking te laten treden. Samen met het bestuur van FDF, de fondsbe-heerder SVn, de aangesloten gemeentes en de financiële sector ben ikdaarmee bezig.Ook de fractie van NSC vroeg naar de verantwoordelijkheidsverdeling.Volgens mij ben ik daar nu uitgebreid op ingegaan.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27816 Voordat u verdergaat: een interruptie van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik wil de Minister bedanken voor haar antwoord en het feit dat ze deproblematiek serieus neemt. Ik wil er toch nog dieper op ingaan.Informatievoorziening en ontzorgen begrijp ik, maar er zijn ook heel veelmensen die, los van die informatie en die ondersteuning, een lening nietkunnen betalen. Zij kunnen dus niets. Gaan we dan met z’n allen zeggen«we hebben alles gedaan en dat is het»? Houdt het daarmee op? Is ergeen enkele mogelijkheid om vanuit de overheid, ook de rijksoverheid,een bedrag beschikbaar te stellen? Dat bedrag leggen we dan in enmisschien leggen banken, pensioenfondsen en andere investeerders danook iets in. Dat kan dienen als vliegwiel om in ieder geval van de kant af tekomen. Ik snap uw punt. Ik snap ook dat we niet 12 miljard beschikbaarkunnen stellen. Maar nu is er eigenlijk geen concrete actie. Daar kunnenwe niet veel aan doen; dat is dus geen kritiek. Ik wil gewoon iets van dekant af krijgen. Welke manieren zijn er dan, los van informatievoorziening,om de kortetermijnproblematiek aan te pakken?Minister Keijzer:Het begint ermee dat mensen er zelf verantwoordelijk voor zijn en dat zijzelf de financiering moeten regelen. Daar waar mensen dat niet kunnen –dat kan om verschillende redenen zijn: je inkomen is te laag om bij eenreguliere hypotheekverstrekker extra financiering te krijgen of je bentinmiddels op een leeftijd dat dat niet meer kan – kunnen ze bij dat FondsDuurzaam Funderingsherstel terecht. Het is de bedoeling dat per 1 juliaanstaande de nationale werking geregeld wordt. Mensen die hieropaangewezen zijn, kunnen in aanmerking komen voor een lening metgunstige voorwaarden. Zij hoeven de eerste drie jaar geen rente enaflossing te betalen. Dat wordt daar geregeld. Regelmatig vindt er eenhertoetsing van het inkomen plaats. Zodra dat kan, gaan mensen ookrente en aflossing betalen. Dit is de manier waarop we dit doen. Volgensmij heb je het systeem dan ook echt rondgeregeld.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik wil even iets scherpstellen. Gaan wij dan nooit bijdragen aan daadwer-kelijk funderingsherstel? Blijft het allemaal bij de ondersteunende functie,dus de kennisfunctie en de begeleidende functie? We gaan dus nooitrijksgeld beschikbaar stellen voor daadwerkelijk herstel van een aantalwoningen? Ik wil dat graag weten. We komen een stap verder als we metelkaar ja of nee constateren. Als het alleen maar blijft bij ondersteuning,kennis, ontzorging, het regelen van financiering, en we nooit op hetandere overgaan ... Daar wil ik gewoon een antwoord op.Minister Keijzer:Dit zijn particuliere eigendommen. Daar is de overheid niet voor verant-woordelijk. De overheid is alleen verantwoordelijk als de overheid ietsgedaan heeft waardoor schade is ontstaan en die schade een-op-een, duscausaal gesproken, het gevolg is van handelen van de overheid. Paswanneer dat speelt, is de overheid schadeplichtig. Dat is hier niet aan deorde, in zijn algemeenheid. Op de vraag van de heer Gabriëls, die ik inextremo vertaal als «gaat de overheid funderingsherstel betalen?», zoumijn antwoord zijn: nee. De keerzijde is ook dat als je het voor de eendoet, je het voor de ander ook moet doen. Ik snap wat erachter ... Zobeluister ik de vraag van de heer Gabriëls tenminste. Wat doe je nou metmensen die het echt niet zelf kunnen betalen? Dan zitten die mensen nogsteeds in een pand dat hun eigendom is. Je kunt kijken of je het dan opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27817 een andere manier voor elkaar kunt krijgen. Maar als u nu aan mij vraagtof de overheid funderingsherstel gaat betalen in situaties waarin deoverheid niets heeft gedaan waardoor die schade is ontstaan, is hetantwoord, ook in het schadevergoedingsrecht, gewoon «nee».De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Het antwoord is heel duidelijk. Dank daarvoor. Het is alleen wel tegenge-steld aan wat er in het Rli-rapport staat, namelijk dat er een soortsubsidieregeling zou kunnen komen – niet een regeling van 12 miljard,maar wel een regeling om in de ergste situaties iets in gang te zetten. Alswe met z’n allen hier vinden dat het antwoord daarop absoluut «nee» is,dan zegt dat iets. Ik denk dat ik het daar niet mee eens ben. Ik denk dat weeen start zouden moeten maken met een regeling, wel met bepaaldevoorwaarden, en dat we ervoor moeten openstaan om een stap te zettenom in de ergste situaties tot iets te komen. Ik snap uw antwoord hoor,maar ik hoop dat u dit punt ook begrijpt.Minister Keijzer:Dat begrijp ik heel goed. Dat heb ik net ook gezegd. Volgens mij zit achterde vraag van de heer Gabriëls de zorg dat er mensen zijn die het nietkunnen betalen, ook niet met een lening onder aantrekkelijkevoorwaarden. Dan zitten die mensen nog steeds in een eigen woning diewaarde heeft. De regeling waar de heer Gabriëls naar vraagt, hebben we.Die heet namelijk: Fonds Duurzaam Funderingsherstel. Dat is een vangnetvoor woningeigenaren die met het onderpand van hun woning op dereguliere hypotheekmarkt geen lening kunnen krijgen om het funderings-herstel te betalen. Daarvoor gelden gunstige voorwaarden. De eerste driejaar hoeft er geen rente en aflossing betaald te worden. Die regeling is erdus. ABDTOPConsult is nu bezig. Voor de zomer krijg ik dat rapport. Datga ik dan bestuderen. Vervolgens stuur ik dat met een duiding van hetkabinet – ik doe dit namelijk samen met de collega’s van IenW en LVVN –naar de Kamer. Dat is dan het moment om het gesprek aan te gaan met deheer Gabriëls – ik vertrouw er honderd procent op dat ik dat gesprek krijg– over wat hij dan vindt dat er moet gebeuren. Dan weten wij van onzekant wat de opties en de consequenties zijn en kunnen we daar vast eenheel goed debat met elkaar over hebben.De voorzitter:Dan nog een vraag van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Mij staat bij dat we een rondetafelgesprek of een briefing hebben gehadmet de Rli. Zij gaven toen heel nadrukkelijk aan, met name mevrouwKriens, dat we het niet juridisch moeten maken. «Causale verbandenaantonen is een gebed zonder einde» of woorden van gelijke strekkinggebruikte ze. We moeten het dus gewoon zien als een situatie die er is enwaarin je formeel misschien wel verantwoordelijkheden hebt alsindividuele woningeigenaar, maar je eerder als woningeigenaar niet inkennis bent gesteld van de problemen. Het moment waarop je defunderingsproblemen detecteert, is daardoor min of meer toevallig. Jehebt dat nooit kunnen meewegen bij de beslissing over het al dan nietkunnen aankopen van de woning. Dan had je nog kunnen zeggen: nou, alsde problemen met de fundering zo ernstig zijn, dan koop ik deze woningniet en kijk ik een straatje verder. Die overweging heeft de individuelewoningeigenaar nooit kunnen maken, ook niet om de woning wel tekopen, maar dan tegen een lagere prijs, bijvoorbeeld. De woorden vanmevrouw Kriens resoneren nog wat na bij mij. Ik probeer ze te plaatsenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27818 naast wat ik denk dat de Minister zegt. De Minister heeft een aantal kerenaangegeven dat de verantwoordelijkheid bij de individuele woningei-genaar ligt. Als ik het goed begrijp, betekent dat dat de verantwoorde-lijkheid voor het probleem voor 100% bij de eigenaar ligt, zonder dat hijdaarvan voorkennis heeft kunnen hebben. Daarover doordenkend devraag wat daaraan rechtvaardig is voor de Minister. Is dit volgens haarrechtvaardig, of moeten we zodra dat rapport van ABDTOPConsult er is,er nog een keer naar kijken, zo van: zijn we er nu, is dit het?Minister Keijzer:Op die laatste vraag zeg ik: ja, dat moeten we met elkaar gaan doen.ABDTOPConsult kijkt nu naar verschillende scenario’s. Zodra dat rapporter is, moeten we het daarover hebben. Tegelijkertijd ben ik het eens metde insteek van mevrouw Kriens. Als je dit gaat juridificeren, kom je ineindeloze onderzoeken terecht waarin vastgesteld moet gaan worden watnou de oorzaak van de ontstane schade is. Dat is heel vaak heelingewikkeld. Er kunnen immers allerlei verschillende omstandighedenzijn, zoals ik al zei. Wanneer is je woning gebouwd? Hoe is je woninggefundeerd? Op welke grond is je woning neergezet? Is trouwensüberhaupt nog terug te vinden hoe de woning is gefundeerd? Tegen-woordig zijn we gewend dat we dat tot achter de komma weten en ookhebben vastgelegd in digitale bestanden, maar 100 jaar geleden was datnatuurlijk anders. Vervolgens moet je gaan vaststellen wat voor weersin-vloeden er zijn geweest en wat voor bodembewegingen er zijn geweest.Het is een gebed zonder eind, waarbij vaak ook nog eens de conclusie kanzijn: 100% zeker weten doe je het niet. Ondertussen zet je geen stappen inhet oplossen van je funderingsproblemen. Dus: handel op het momentdat je het constateert en zorg dat het weer veilig wordt. Hoe je dat danvervolgens doet en hoe je dat dan betaalt, daarover hebben we het netuitgebreid gehad.Wat betreft de relatie koper-verkoper het volgende. Een verkoper heeftzoals we allemaal weten een informatieplicht. Hij moet de potentiëlekoper en de uiteindelijke koper alles vertellen over zaken die invloedkunnen hebben op de waarde van de woning en of die een toekomstigeverkoop in de weg kunnen zitten. Informatie over de fundering is daaronderdeel van, maar helaas is die informatie niet altijd beschikbaar. En alsdie er al is, komt deze laat in het koopproces naar boven of misschienzelfs nog later. Vaak is die informatie ook beperkt, waardoor kopers er bijhun bieding en de aanvraag van de hypotheek onvoldoende rekening meegaan houden. Naarmate de tijd voortschrijdt en we steeds meer data indat register gaan stoppen, wordt steeds duidelijker wat de relevanteinformatie over de fundering van de desbetreffende woning is. Dat gaatuiteindelijk consequenties hebben voor de waarde van de woning. Overhoe dit uiteindelijk vorm gaat krijgen ben ik in gesprek met de betrokkenpartijen, zoals geldverstrekkers, de Nationale Hypotheek Garantie, deNederlandse Vereniging van Makelaars, en taxateurs. Mijn doel daarbij isom afspraken te maken over het moment waarop die informatie wordtgedeeld en de manier waarop de verschillende partijen daar hunverantwoordelijkheid in kunnen nemen. Maar dat is echt een proces vanlangere adem, want op dit moment is nog niet alle informatievoorhanden.Voorzitter. De heer Gabriëls van GroenLinks-PvdA vroeg nog of die 56miljoen incidenteel is. Dit geld is vrijgemaakt voor de komende vier jaar.Daarmee zetten we de stappen die ik al heb genoemd. ABDTOPConsult is,zoals al een aantal keren is gezegd – goede reclame vandaag voor dezeorganisatie – bezig met het maken van een advies dat we later zullenwegen.Worden de middelen van de Nationale Hypotheek Garantie, de NHG, ookingezet voor de funderingsschade? De NHG is een vangnet voor consu-menten. Het is dan belangrijk dat er voldoende vermogen in de NHG blijftTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27819 om te kunnen uitkeren in tijden dat het tegenzit; daar is de NHG voorbedoeld. Dit vermogen kun je niet zomaar gebruiken voor anderedoeleinden, hoe belangrijk die ook zijn. Wel onderzoekt men bij de NHGvoortdurend hoe men kan bijdragen aan oplossingen voor problemen inde hypotheek- en woningmarkt, bijvoorbeeld door het aanpassen van devoorwaarden voor wanneer men borg staat. Ik onderzoek met de NHGhoe de financiering voor woningeigenaren aantrekkelijker gemaakt kanworden.Is het een optie om een deel van de 5 miljard voor de woningbouw in tezetten voor funderingsherstel? Mevrouw Wijen-Nass formuleerde het heelterecht: nee, dat geld hebben we echt nodig voor het realiseren vannieuwe woningen. De 56 miljoen die is uitgetrokken voor dit onderwerp,blijft nog vier jaar beschikbaar.Werken hypotheekverstrekkers mee bij het beschermen van hetonderpand, vroeg de heer De Groot van de VVD-fractie. Voor de finan-ciering van herstel kunnen mensen vaak terecht bij de eerste verstrekkervan de hypotheek. Deze heeft ook belang bij het financieren van hetfunderingsherstel van de desbetreffende woning, want dan blijft diewoning haar waarde houden. Ik ga in gesprek met geldverstrekkers om tezorgen dat voor mensen die deze financiële ruimte wel hebben, er ook eenpassend aanbod komt. Ik zie een rol weggelegd voor hypotheekadviseurs.Zij kunnen een belangrijke rol spelen bij dit onderwerp. Over hetverstrekken van aantrekkelijke en eenduidige financiering voer ikgesprekken met alle betrokkenen.Voorzitter. Ik ben nu gekomen bij het laatste blokje: overig.De voorzitter:Ja. Eerst is er nog een vraag van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik heb nog een vraag over de financiering. Van het rondetafelgesprek ofde briefing weet ik nog dat banken en verzekeraars de ruimte hebben omde landelijke opgave te financieren, dus dat zit snor. Mijn vraag is hoe dataan de andere kant zit, vooral bij de individuele woningeigenaren. Als jeeen wat ouder huis aankoopt, dan kun je al zomaar zo’n € 80.000 kwijt zijnaan onderhoud en verfraaiing van de woning. Als daar nog eens zo’nzelfde bedrag bij komt voor funderingsherstel en je misschien ook nogvoor € 30.000 moet verduurzamen ... Ik tel het maar even op. Kunnen deindividuele woningeigenaren dat dragen? Is er zicht op of datgene watgefinancierd kan worden, ook gedragen kan worden door de woningeige-naren?Minister Keijzer:Nee, dat verschilt per individu. Ik heb geleerd dat je nooit in het huwelijkvan een ander kunt kijken en je ook nooit in de portemonnee van eenander kunt kijken; dat zeggen wij altijd tegen elkaar. Maar serieus: nee, hetligt er maar net aan in welke situatie je zit, in welke fase van je leven, of jewel of niet schoolgaande kinderen hebt, of je schulden hebt, hoe je huiseruitziet, welke leeftijd je hebt. Het is zó afhankelijk van individuelefactoren. In eerste instantie vind ik dit ook een afweging die mensen zelfmoeten maken. Het is echt aan mensen zelf om hierin een afweging temaken, uiteraard wel samen met hun financiers, want daar ga je echt metde billen bloot met je financiële situatie. Daar heb je het gesprek ook tevoeren.De voorzitter:Een vervolgvraag.Mevrouw Welzijn (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27820 Ja. Ik probeer dat dan voor me te zien. Stel dat je iemand bent voor wie deoptelsom van alle klussen ten aanzien van die woning gewoon een maatjete groot wordt; onderhoud, verfraaiing, verduurzaming en funderings-herstel. Wat is de boodschap aan zo iemand? Is het dan van «dan moet jeje huis maar verkopen en een ander huis proberen aan te kopen of gaanhuren»? Waar kom je als individu in terecht als jij nou toevallig diepersoon bent voor wie het een maatje te groot wordt?Minister Keijzer:Ik zou deze vraag bijna bij mevrouw Welzijn zelf willen leggen. Wat zou zijdan zeggen? Als je die vraag aan mij stelt, stel je meteen een beleids-vraag. Ik kijk dan vooral naar de financiële instellingen, de hypotheekver-strekkers. Dat zijn degenen in ons land die met mensen het financiëlegesprek aangaan en kijken wat in die specifieke situatie wel en niethaalbaar is, financieel gesproken. Ik wil eigenlijk liever niet in een situatieterechtkomen waarin de ambtenaren van het Ministerie van VRO dezegesprekken moeten gaan voeren met burgers. Daartoe is het ministerieook niet op aarde, nog los van het feit dat ik met de bezuiniging van 22%de menskracht gewoon ook niet heb om dat te gaan invullen. Bovendienvind ik dat ook geen taak van de overheid.De voorzitter:Een korte vervolgvraag.Mevrouw Welzijn (NSC):Afrondend, inderdaad. Dat laatste ben ik overigens eens met de Minister.Dat is ook niet de reden waarom ik de vraag stel. De vraag is gesteld om... Er kijken een heleboel mensen mee. Dit is een onderwerp dat bestresoneert in de samenleving. Ik weet ook dat er veel kopers meekijken.Dadelijk hebben we loketten, een fonds, onze financier, de overheid. Alsindividuele koper wil je een beetje weten: waar kan ik terecht met welkevraag? En ook: waar niet? Dan is duidelijk gedemarqueerd waar je met jeproblemen wel of niet terechtkunt. Dank aan de Minister voor het duidendaarvan. Het is zeker niet mijn bedoeling om de Minister te vragen omhiervoor een batterij ambtenaren gereed te hebben.Minister Keijzer:Dan hebben we dat ook met elkaar vastgesteld. Ik was een klein beetje opzoek naar wat mevrouw Welzijn van mij verlangde. Ik ben begonnen mette vertellen dat voor informatie over de fundering je terechtkunt bij hetKennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek, het KenniscentrumBodemdaling en Fundering en bij je gemeente. Daar kun je voor detechnische kant van de zaak terecht. Als je vervolgens funderingsproble-matiek hebt en samen met de aannemer, die hiervoor natuurlijk welgeschikt moet zijn, hebt vastgesteld wat het moet gaan kosten, dan heb jehet gesprek met je financier om te kijken hoe je het gaat financieren. Als jehet uiteindelijk niet kunt betalen omdat je de financiering niet rond krijgt,dan kun je nog naar het Fonds Duurzaam Funderingsherstel voor eenlening onder aantrekkelijke voorwaarden, namelijk: de eerste drie jaargeen rente en aflossing.De voorzitter:Nog een vraag van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Zit er ergens ook een psychosociale of andere vorm van ondersteuning?Of is dat ook iets waar we geen menskracht bij dit ministerie ... Dit lijkt memede onderdeel van het probleem. Er zijn mensen ... Ik ben bijvoorbeeldwel een nerveus type. Ik zou me heel veel zorgen maken en ik zou er ookniet van slapen. Ik zou er wel heel erg van in de stress schieten. Zijn daarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27821 middelen voor? Is daar ondersteuning voor? Dat betreft dan niet direct defunderingen, maar het is wel een gevolg van het probleem.Minister Keijzer:Ik ben begonnen met te vertellen hoe dit ingrijpt in het leven van mensen.Zoals gezegd heb ik rondom het kanaal Almelo-De Haandrik met bijnahonderd mensen gesproken. Het is echt niet mals. Een aantal gesprekkenzal ik van mijn leven niet meer vergeten. Het is zeer ingrijpend. Er zijn ookmensen die zeggen «nou ja, het is gebeurd en ik moet iets doen aan mijnfundering» en die gewoon aan de bak gaan om dit te organiseren. In zijnalgemeenheid geldt natuurlijk dat als jij er echt heel veel last van hebt, erallerlei ondersteuning is. Ik zou er niet voor pleiten om hier nog eensspeciale psychologische hulp tegenaan te zetten, want we hebben op ditvlak al best veel geregeld in dit land. Maar dat laat onverlet dat het nietniks is. De grond kan letterlijk onder je wegzakken. We moeten er dus ookniet al te licht over doen, maar tegelijkertijd is hiervoor al een heleboelgeregeld in dit land; gelukkig maar. Daarnaast zijn er mensen die hetgewoon zien als iets wat gewoon opgelost moet worden. Maar zelfs als jedat vindt, kun je er nog wel van wakker liggen. Zo is het ook.Voorzitter. Ik ga verder met het laatste mapje. Dat zijn nog een aantalvragen. De heer Gabriëls vroeg mij hoe ik kijk naar een integrale aanpakwaarbij breder wordt gekeken naar het klimaatadaptief maken van wijken.Soms is het een kwestie van werk met werk maken. Volgens mij vraagt deheer Gabriëls dat aan mij. Daarom ondersteun ik ook een gebiedsgerichteaanpak van de gemeentes in de wijken met gestapelde problematiek. Inde 56 miljoen hebben we ruimte gereserveerd om de urgente problemenin deze gebieden aan te pakken. Rond de zomer informeer ik u over devoortgang daarvan. Binnen de herziening van de Nationale klimaatadapta-tiestrategie 2026 wordt hier ook aandacht aan besteed.Volgens mij is dit inmiddels een evergreen van de heer Gabriëlsgeworden: de discussie over water en bodem sturend, c.q. rekeninghouden met water en bodem. Dat debat hebben we al een flink aantalkeren gevoerd met elkaar. In de Nota Ruimte zal ik uiteraard ook rekeninghouden met water en bodem. Als je van tevoren al weet dat je funderings-schade krijgt, moet je bij nieuwe bebouwing natuurlijk vooraf maatregelentreffen. Dat gebeurt dan ook. Op diverse locaties is het soms noodzakelijkom bij het bouwen van woningen rekening te houden met waterstandenen een toename van het aantal regenbuien. Dat doen we ook.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik weet dat we hier verschillende keren over hebben gesproken, maar ikstel nu specifiek een vraag die ik ook zou kunnen stellen bij de behan-deling van de Nota Ruimte. Ik stel hem hier ook, omdat het gaat over hetvoorkomen van funderingsschade in de toekomst in relatie tot hetinrichten van Nederland en het bouwen van honderdduizenden woningen.Op zandgronden is het anders dan in sommige gebieden in het westenvan Nederland. We zien straks op de pandverzakkingskaart Friesland enhet westen van Nederland, maar bijvoorbeeld Brabant, Limburg en delenvan Gelderland niet of in mindere mate. Gaan wij systeemkeuzes makenvoor de honderdduizenden woningen die we de komende 30 jaar gaanbouwen? Gaan we minder bouwen in het westen van Nederland, opplekken waarvan we nu weten op basis van de pandverzakkingskaart datdaar de problemen van de toekomst zouden kunnen ontstaan? Of doenwe dat niet? Dat is moeilijk, want dit is een systeemkeuzevraag. Ik wil hemtoch even gesteld hebben.Minister Keijzer:In de woorden van de heer Gabriëls beluister ik een beetje een alles-of-nietsvraag, zo van: je hebt zandgrond en daar moet je op bouwen. Datgaat voorbij aan de technische oplossingen die er zijn om andere plekkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27822 in Nederland te bouwen. Om te voorkomen dat bij nieuwe bebouwingfunderingsschade optreedt, kun je bijvoorbeeld waar nodig bouwen metbetonnen palen, om maar eens iets te noemen. Trouwens, als je opzandgronden opeens heel veel water krijgt, kunnen sommigezandgronden wegspoelen. Het is dus geen alles-of-nietsdiscussie. Je zultdaar waar je woningen wilt en moet bouwen omdat er in dat deel vanNederland behoefte is, rekening moeten houden met water en bodem. Wegaan dat zo veel mogelijk uniformeren in kaders en werkwijzen, enbewezen maatregelen en innovatieve ontwerpconcepten toepassen. Wedoen dat ook in samenwerking met de VNG, het IPO en de Unie vanWaterschappen. Samen met de decentrale overheden gaan we in de NotaRuimte de locaties aanwijzen. Maar ik denk niet dat de heer Gabriëls dehanden op elkaar krijgt voor alleen nog bouwen op zandgronden. Ik zie deheer Gabriëls nee schudden en glimlachen, want het was ook geenalles-of-nietsvraag.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik heb die vraag natuurlijk ook niet zo gesteld. Maar ik denk dat het welverstandig is – maar goed, dat komt dan bij de behandeling van de NotaRuimte – om ook na te denken over hoe het land er over 50 jaar uitziet enniet alleen te vertrouwen op technische oplossingen. Ik kom er op eenlater moment nog op terug.Minister Keijzer:Laten we die discussie met elkaar voeren in het kader van de Nota Ruimteals het ontwerp ter inzage ligt en ook besproken kan worden met uwKamer. Dan weten we precies waar we het over hebben en nu is het eenbuitengewoon interessant conceptueel debat, maar komen we niet tot deessentie van de vraag, namelijk: doe je het hier wel of niet?Goed, voorzitter. De heer De Groot van de fractie van de VVD vroeg nognaar de kansen voor verbouwstromen. Met TKI Bouw en Techniek hebbenwe naar het aanbod van de bouwsector voor de uitvoering van funde-ringsherstel gekeken. De kennis en capaciteit zitten met name geconcen-treerd in de gebieden waar de funderingsschade al bekend is. Debouwsector werkt aan innovaties en techniek om het tempo van deuitvoering te verhogen en om het goedkoper te maken. De innovatieshebben ook financiering nodig, maar dat is ook een van de onderdelenwaar we – daar komt-ie weer – naar aanleiding van het ABDTOPConsult-advies met elkaar over komen te spreken.Voorzitter. Dan heb ik nog de vraag van mevrouw Wijen-Nass over hetvoorkomen dat de nu gebouwde huizen over een aantal jaren verzakken.We werken niet alleen aan het herstel van opgetreden schade, maar ookaan het voorkomen van schade. Ik heb in het interruptiedebat met de heerGabriëls bijvoorbeeld al gezegd dat daar waar je problemen met houtenpalen verwacht, je waar mogelijk gebruik gaat maken van betonnen palen.Voor gebieden waar om andere redenen problematiek te verwachten is,zijn er allerlei andere concepten.Mevrouw Wijen-Nass vroeg mij ook welke gebieden nu de hoogsteprioriteit hebben. Ik kan daar nu nog geen antwoord op geven. Voor dezomer informeer ik u daarover. Ik heb net al gesproken over waar Deltaresen TNO naar aan het kijken zijn. Die zijn bezig met een analyse om tebezien waar de woningen waarbij die schade op kan gaan treden nouprecies liggen. Globaal zijn er drie typen gebieden: buurten en wijken insteden waar schade is aan houten palen of waar ondiepe fundering totproblemen leidt, gebieden in het landelijk gebied, met name in deveenweidegebieden, en rivier- en kleigebieden waar door droogteproblemen bij woningen met een ondiepe fundering ontstaan. Zo zie jemaar weer: het is echt afhankelijk van waar je zit, in wat voor huis je zit enop welke grond dat is gebouwd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27823 Voorzitter. Dan de laatste vraag: hoe voorkomen we dat gebiedenvergeten worden? Deltares en TNO werken aan een beter inzicht. Datdoen we voor heel Nederland, zodat er geen gebieden vergeten worden.Dit beeld van de aard en de omvang van de funderingsopgave inNederland wordt steeds geactualiseerd met de nieuwste inzichten van degemeenten, de meldingen via de loketten en de data die stap voor staptoegevoegd gaan worden omdat er steeds meer funderingsonderzoekenworden gedaan.Ik dank u, voorzitter.De voorzitter:Ik zie dat u nog een interruptie heeft van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik zit hier zelf ook een beetje waterig te zijn vandaag, dus misschien heb ikhet zelf gemist. Maar ik heb het punt willen maken van die 1.000woningen. We moeten richting de 24.000 à 25.000. Hoe kunnen we tot dieopschaling komen? Ik gaf ook aan dat ik tijdens het werkbezoek hebgezien dat het best ambachtelijk werk is. Er is veel menskracht nodig omper woning aan de gang te gaan. Zou de Minister nog iets kunnenvertellen over hoe we aan die opschaling gaan werken?Minister Keijzer:Stap voor stap. Stap voor stap. Nu hebben we de stappen gezet die ik aleen aantal keer heb opgesomd. Rond de zomer krijg ik een advies oververschillende scenario’s. Dan kunnen we kijken hoe we verdergaan.Precies zoals mevrouw Welzijn zegt, hebben we sowieso een tekort in deberoepsbevolking. Dat staat nog los van de flinke hoeveelheid geld die hetuiteindelijk gaat kosten. Alleen daarom al zal de ambitie bijgesteld moetenworden op enig moment, omdat je simpelweg de mensen er niet voorhebt.De voorzitter:Dan gaan we nu over naar de tweede termijn van de zijde van de Kamer.Ik kijk eventjes of daar behoefte aan is. Ik zie dat dat inderdaad het gevalis. Ik ga beginnen bij mevrouw Welzijn. De spreektijd in de tweede termijnis 1 minuut en 20 seconden. U heeft als eerste het woord, mevrouwWelzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel, voorzitter. Het is goed dat we hier vandaag weer overgesproken hebben. Het is alweer een tijdje geleden dat we met elkaar datplenaire debat hebben gehad waarbij we als Kamer een aantal dingenhebben gevraagd aan de Minister. Wat mij betreft is de constatering datdaar behoorlijk aan gewerkt wordt. Mijn constatering is vooral dat er opeen heleboel terreinen rond de zomer meer bekend wordt, rond hetrapport dat op dat moment verschijnt. Het is ook goed om te horen dat deMinister heeft aangegeven dat als zij dat rapport onze kant op stuurt, zedat vergezeld zal laten gaan van een reactie namens het kabinet. Het iseen groot probleem waarbij we het hoofd inderdaad koel moeten houden.Dat ben ik heel erg eens met de Minister. Maar we moeten vooral ook devaart erin gaan brengen, juist omdat het een probleem is dat erger kanworden op het moment dat je het niet, of niet adequaat, aanpakt, zoals weook in de briefings hebben meegekregen. Volgens mij zitten we nu nog ophet moment dat we kunnen voorkomen dat het erger wordt dan het nu alis.Ik dank de Minister voor de beantwoording van de vragen en kijk uit naarons gesprek na het rapport dat we in de zomer ontvangen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27824 Dank. Dan gaan we nu naar de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Veel dank voor de beantwoording. Zoals ik zojuist al zei, hebben wevertrouwen in de kennisaanpak met TNO en Deltares en de kaarten dienog gaan volgen voor de verdeling van die 56 miljoen. Ik denk dat hetheel belangrijk is dat we het in het vervolg echt heel erg strak gaanhebben over de opschaling en de financiering. Uiteindelijk staat of valt hetdaar toch mee. Dan wil ik toch nog even vragen om in dat rapport datvoor de zomer gaat komen, in het plan van aanpak ook een pagina ofhoofdstuk op te nemen dat specifiek gericht is op de mensen die echt,echt, echt, echt, echt, echt helemaal buiten de boot gaan vallen. Er zijnmensen die het kunnen financieren. Er zijn mensen die het met een beetjehulp kunnen financieren. Er zijn mensen die met nog meer hulp misschienook een stap kunnen zetten. Maar er zijn ook mensen die helemaalvastzitten. Ik zou ook graag specifiek een pagina of een hoofdstuk in datplan willen terugzien over wat we voor hen kunnen doen en wat de optieszouden zijn, specifiek voor die groep, als dat mogelijk is.De voorzitter:De heer De Groot van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dank, voorzitter. Ik wil de Minister bedanken voor de beantwoording. Ikben heel blij met de stelselmatige aanpak, maar ook met de nuchterheiddie erin zit. Ik denk dat we daar heel erg goed op moeten letten. Wemoeten rust in zaken bewaren, maar we moeten wel aanpakken. Ik zegniet «doorpakken», maar gewoon «aanpakken». «Doorpakken» hoort bijeen andere partij. We moet het aanpakken. Richting de zomer, na deuitkomsten van het rapport van het ABDTOPConsult – ik kan het woordniet meer horen – gaan we wat mij betreft het vervolgdebat voeren.Dank u wel.De voorzitter:De heer Gabriëls heeft een vraag voor de heer De Groot.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Het is geen vraag; het is meer een opmerking. Natuurlijk zijn nuchterheiden rust heel belangrijk, maar volgens mij is het niet nodig om dat telkenste benoemen. Hier hoef je namelijk niet alleen maar nuchter over te zijn.De heer Peter de Groot (VVD):Ik heb vragen gesteld over het feit dat we moeten opschalen, overgebiedsgericht inzicht, over kennisdeling en over het komen met eenaanpak. Ik heb vragen gesteld over wat dat dan betekent voor individuelehuiseigenaren. Je zou ook zomaar in de situatie kunnen komen dat heteen hoop onrust veroorzaakt. Ik ben het helemaal eens met de Ministerdat we daar de nuchterheid in moeten bewaren. Daarom benadruk ik datook. Ik ben het overigens ook met de heer Gabriëls eens dat we moetenkijken naar de mensen die het niet kunnen dragen. Daar hebben we eerderook al het debat met elkaar over gevoerd. Ik zou niet willen dat we onrustlaten groeien. Ik zou willen dat we juist vertrouwen laten groeien vanuitdatgene wat we weten over hoe we mensen in het land kunnen helpen. Ikweet dat de heer Gabriëls dat ook wil. Daarom zijn mijn woorden «nuchterin de aanpak» wel degelijk van groot belang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat we een heel goed gesprek hebben gehad en het debat heelgoed gegaan is. Daar gaat het mij niet om. Het gaat mij erom dat in hetgeheel van alle nieuwsberichten en in alles wat wij hier met z’n allenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27825 bespreken en waar wij aandacht voor hebben, het soms misschien ookwel kan helpen als we met z’n allen ... Heel veel mensen zijn zich hiernamelijk niet van bewust, dus je moet mensen ook stimuleren om oponderzoek uit te gaan. Je moet dit niet heel klein houden. Dit is een enormgroot onderwerp. Ik denk dat beide misschien nodig is. Nuchter wanneerhet nodig is, maar we moeten hier veel meer aandacht aan gaan schenkenomdat heel veel mensen die het nu nog niet weten dit wel op het netvliesmoeten krijgen. Nuchter? Ja. Maar kalm blijven? Nee. Ik zou zeggen, latenwe hier veel meer aandacht aan geven, juist ter voorkoming.De heer Peter de Groot (VVD):Ik herhaal mijn woorden uit het eerste deel van mijn bijdrage. De VVD zieten erkent het funderingsprobleem. Daarom is het goed dat er steeds meeraandacht is gekomen voor dit serieuze probleem. Niks doen is geen optie.Ik herhaal dit bewust even, omdat het nu net lijkt alsof ik het bagatelliseerof zo. Nee, het is een serieus probleem. Alleen, in paniek raken over ditserieuze probleem is ook geen optie. Wat de Minister zei over het pergebied in kaart brengen: het wil niet per se zeggen dat jij aan jouw huisook funderingsschade hebt. Dat realisme zit erin en dat vind ik heelnuchter, een heel nuchtere uiteenzetting van hoe we met dit probleemzouden moeten omgaan. Want ja, ik kan me zomaar voorstellen dat als jehuis in een gebied staat waar weleens funderingsschade zou kunnen zijnen je op het punt staat je huis te verkopen, iemand zegt: «Ik wil het huisniet zomaar kopen. Ik wil eerst grondig weten wat ermee is. Ik bied eenlager bedrag.» Het heeft allerlei effecten. Ik denk dat we vanwege dieeffecten heel nuchter met de zaak moeten omgaan. Daar slaat dat«nuchter» op. Voor de rest geldt alles wat ik in het debat hierover hebgezegd.De voorzitter:De heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Voorzitter, dank u wel. Geen nieuwe vragen. Na bijna 24 uur met dezeMinister ben ik even uitgevraagd. Tussendoor hebben we ook nog wat aande btw gedaan, maar dat was het dan wel.Voorzitter. Volgens mij een goede aanpak, wel veel hypotheek op datrapport van – we zullen het nog één keer zeggen – ABDTOPConsult. Ikhoop dat daar ook de ervaringen met andere grote soortgelijke zakengoed worden meegenomen. Ik noemde het kanaal waar de Minister zelfeen rol bij gespeeld heeft en ik noemde Groningen. Ik hoop dat dit goed inde oren wordt geknoopt voor de aanpak.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan draag ik het voorzitterschap heel even over aan de heerDe Groot voor mijn eigen termijn.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dat gaan we zo doen. Mevrouw Wijen-Nass namens BBB voor uw termijn.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik wil de Minister hartelijk danken voorhaar beantwoording. Ik wil benadrukken dat ik het goed vind dat er 56miljoen voor de komende vier jaar is vrijgemaakt en dat de Minister deinformatievoorziening goed op orde probeert te krijgen. Die 20 miljoenvoor dat Fonds Duurzaam Funderingsherstel, FDF – we blijven in deafkortingen vandaag – lijkt mij ook een heel belangrijke ondersteuningTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27826 voor huiseigenaren die moeilijk een lening kunnen krijgen. Dat lijkt meeen stap in de goede richting.Zelf ben ik heel benieuwd naar de scenario’s die in kaart worden gebrachten naar de informatie die we voor de zomer zullen krijgen. Ik denk dat wedan zeker weer het debat met elkaar moeten aangaan over de vraag hoewe hier in de toekomst mee omgaan.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Wijen-Nass. Ik draag het voorzitterschap weer aan uover.Voorzitter: Wijen-NassDe voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de Minister voor haar tweede termijn.Minister Keijzer:Dank, voorzitter. Er is eigenlijk nog maar één vraag aan mij gesteld, doorde heer Gabriëls, namelijk of ik bij het uitwerken van de scenario’s ook wilnadenken over mensen die zelf niet bij het Fonds Duurzaam Funderings-herstel een lening kunnen regelen. Dat is namelijk wat de heer Gabriëlsfeitelijk aan mij vraagt. Ik zeg dat toe. Ik weet niet of daar meteen eenpasklare oplossing voor is of dat je die zou moeten willen. Maar ik ga erwel naar kijken, want ik snap heel goed waar de vraag vandaan komt.Zo hebben we het debat vandaag volgens mij ook gevoerd. Ik vind dat ookecht wel even het memoreren waard. Met heel veel compassie naar demensen die in deze situatie terechtkomen – nogmaals, het valt niet meeals op een gegeven moment de fundering onder je woning begint tewijken – maar tegelijkertijd ook met rust en nuchterheid om geen paniekte veroorzaken, al was het maar omdat we de mensen niet hebben omoveral onderzoek te gaan doen naar funderingen en zo’n onderzoekbovendien een aantal duizenden euro’s kost. Dat moet je dus alleen maardoen, als er reden toe is. Wat ik hier vanmiddag in ieder geval gehoordheb, is steun voor de aanpak die ik in de brief van december vorig jaaruiteen heb gezet. Dat is een fijne constatering. We zetten het debat na dezomer voort, als ik de verschillende scenario’s heb ontvangen en ze meteen duiding vanuit het kabinet aan de Kamer heb doen toekomen.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Dan zijn we aan het einde van alle termijnen gekomen. Ik heb geennieuwe toezeggingen gehoord. Zoals in de brief die we eerder ontvangenhebben, al is aangegeven, krijgt de Kamer voor het zomerreces informatieover de verdere aanpak van de funderingsproblematiek op nationaalniveau naar aanleiding van het advies van ABDTOPConsult. Wij komenhier dus later dit jaar verder over te spreken.Ik dank de Kamerleden voor hun inbreng van vandaag. Ik dank de Ministeren haar ondersteuning voor de uitgebreide beantwoording. Dank! Hierbijsluit ik het commissiedebat. Dank u wel.Sluiting 14.49 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 27827
Gerelateerde bronnen
- Funderingsproblematiek
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 13 februari 2025, over Funderingsproblematiek
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.