Antwoorden op vragen commissie over het Advies kwartiermaker Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden (Kamerstuk 31066-1396)
Brontekst
Versie bbcb8eb0901677ea · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 066BelastingdienstNr. 1441 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 10 december 2024 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over de brief van12 juni 2024 over het Advies kwartiermaker Belangenbehartiger voorBelastingplichtigen en Toeslaggerechtigden (Kamerstuk 31 066, nr. 1396).De vragen en opmerkingen zijn op 17 oktober 2024 aan de Staatssecre-taris van Financiën voorgelegd. Bij brief van 5 december 2024 zijn devragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwAdjunct-griffier van de commissie,Lips kst-31066-1441ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14411 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de brief «Advies kwartiermaker Belangenbehartiger voorBelastingplichtigen en Toeslaggerechtigden». Deze leden zijn voorstandervan een meer dekkend aanbod ten aanzien van laagdrempelige fiscaledienstverlening. De brief van het kabinet roept echter veel vragen op.Deze leden lezen in de brief dat de Belangenbehartiger een tweedelijnsorganisatie wordt bij wie casuïstiek wordt aangedragen door maatschap-pelijke partners en de uitvoering. Kunnen de staatssecretarissen dit nadertoelichten en aan de hand van voorbeelden expliciteren? Delen debewindslieden het beeld dat de drempel voor uitvoeringsdiensten omcasussen aan te dragen hoger ligt dan bij maatschappelijke organisaties?Waarom is dit zo naar de mening van de staatssecretarissen? Hoereflecteren de staatssecretarissen in dat kader op het belang vanduidelijke werkinstructies voor wanneer een casus moet wordendoorgezet naar de Belangenbehartiger? In hoeverre en onder welkevoorwaarden worden de uitvoeringsdiensten verplicht een casus door teverwijzen naar de Belangenbehartiger?Wanneer het gaat om doorverwijzing door maatschappelijke partnershebben deze leden ook enkele vragen. Zouden de staatssecretarissen dezemaatschappelijke partners kunnen specificeren? Kunnen de staatssecreta-rissen een overzicht geven van de bestaande netwerken en samenwer-kingsverbanden waarbij deze organisaties al zijn aangesloten? Kunnen destaatssecretarissen aangeven welke groep mensen op dit moment moeiteheeft om deze organisaties te bereiken en hoe dit zich verhoudt tot degroep voor wie juist de Belangenbehartiger is bedoeld?In hoeverre vinden de staatssecretarissen het wenselijk dat er opslag komtvoor fiscale zaken in de sociale advocatuur?Onlangs heeft de Kamer de petitie «Routekaart fiscale rechtshulp» van deBond voor Belastingbetalers ontvangen. Hierin komt naar voren dat delaagdrempelige fiscale rechtshulp in Nederland geografisch en inhoudelijkeen lappendeken is. Hoe kijken de staatssecretarissen naar dit probleem?Delen de staatssecretarissen de zorg van deze leden dat op dit momenteerstelijns fiscale rechtshulp in Nederland onvoldoende verspreid is en ergeen gelijke kansen zijn op toegang tot hulp? Vinden de staatssecreta-rissen dit aanbod voldoende? Denken de staatssecretarissen dat ditaanbod voorziet dat individuele casussen uit heel het land de Belangenbe-hartiger bereiken? Zo nee, hoe gaat dit aanbod verbeterd worden?Zien de staatssecretarissen ook het risico dat door gebruik te maken vanmaatschappelijke partners voor doorverwijzingen de ongelijke verhoudingin toegang tot hulp zich door zal zetten tot een ongelijke toegang tot deBelangenbehartiger? Wat gaan de staatssecretarissen doen om teverzekeren dat alle Nederlanders gelijke toegang hebben tot de Belangen-behartiger?In dat kader zijn deze leden ook benieuwd of en op welke manier burgerszelf contact kunnen opnemen met de Belangenbehartiger.De leden van de GroenLinks-PvdA fractie hebben daarnaast vragen overde voorgestelde casusbehandeling die zou bestaan uit een triage waarinwordt gekeken of alle bestaande kanalen en instrumenten al zijn ingezeten of de casus in aanmerking komt voor behandeling door de Belangen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14412 behartiger. Denken de staatssecretarissen dat het nu duidelijk enoverzichtelijk is welke bestaande kanalen en instrumenten er al zijn en bijwelke instantie burgers terecht kunnen? Zo ja, kunnen de staatssecreta-rissen dit overzicht geven? Zo nee, wat gaan de staatssecretarissen doenom dit wel overzichtelijk te krijgen?Deze leden lezen in het advies van het kabinet dat voorop moet blijvenstaan dat het voor mensen duidelijk blijft wanneer en waar zij terechtkunnen voor hulp. Vinden de staatssecretarissen dat dit op dit momentduidelijk is? Zo ja, waar kan een burger deze informatie overzichtelijkvinden? Zo nee, wat zijn de staatssecretarissen voornemens hieraan tedoen? Hoe zijn de staatssecretarissen van plan ervoor te zorgen dat allehulpzoekenden afweten van het bestaan van de Belangenbehartiger?Deze leden begrijpen de zorg die wordt uitgesproken over de dubbelingvan hulp en bevoegdheden. Kunnen de staatssecretarissen de verhoudingtussen de door de Belangenbehartiger te bieden rechtshulp en de hulp diewordt geboden door de uitvoeringsdiensten, de eerstelijnshulp, deInspectie Belastingen Toeslagen en Douane (IBTD) en de Nationaleombudsman schetsen? Kunnen de staatssecretarissen een overzichtmaken van de bevoegdheden van deze organisaties met betrekking totfiscale rechtshulp?Deze leden zijn daarnaast benieuwd hoe het kabinet reflecteert op deverhouding tussen individuele casusbehandeling door de Belangenbehar-tiger en de bestaande rechtsmiddelen, zoals verzoeken om ambtshalvevermindering, bezwaar en beroep. Welke rol is hierbij voor de Belangen-behartiger weggelegd?De kwartiermarker adviseert in het kader van de signaleringsfunctie voorde Belangenbehartiger dat zij twee keer per jaar signalen die zijnopgekomen in de casusbehandeling rapporteert aan de Kamer, consta-teren deze leden. Kunnen de staatssecretarissen beargumenteren waaromtoch hun advies is om gebruik te laten maken van de reguliere rappor-tages van de uitvoeringsdiensten?Deze leden zijn voorts benieuwd naar de beoogde doorzettingsmacht. Destaatssecretarissen vinden het niet voor de hand liggen om individuelecasussen door te zetten naar bewindspersonen of de Kamer. Kunnen destaatssecretarissen uitleggen hoe het kabinet dan de doorzettingsmachtwel concreet wil invullen? Zouden de staatssecretarissen daarbij kunnenschetsen hoe de staatssecretarissen de doorzettingslijn voor zich zien envooral waar deze eindigt? Kunnen de staatssecretarissen hierbij duidelijkaangegeven welke bevoegdheden de Belangenbehartiger krijgt om eencasus te escaleren indien nodig? Hoe wordt ervoor gezorgd dat decommunicatie tussen de Belangenbehartiger en uitvoeringsorganisatiesgoed loopt?Deze leden lezen in de brief dat de kwartiermaker ongeclausuleerde endirecte toegang tot de gegevens van de uitvoeringsdiensten als randvoor-waardelijk acht voor de Belangenbehartiger om goed uitvoering te kunnengeven aan zijn taak. De staatssecretarissen bevestigen echter alleen dathet van belang is dat de belangenbehartiger relevante informatie heeft.Deze leden vragen dan ook wie uiteindelijk bepaalt wat in een geval dande relevante informatie is. Deze leden zijn benieuwd of alleen het gegevenargument over privacy maakt dat er geen gehoor wordt gegeven aan hetadvies van de kwartiermaker om ongeclausuleerde en directe toegang teverlenen? Zo ja, in hoeverre speelt de positionering van de Belangenbe-hartiger daarin een rol?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14413 Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de brief van de staatssecretarissen van 12 juni 2024. Over deze briefhebben deze leden diverse vragen en opmerkingen.Zo vragen de leden van de NSC-fractie wanneer de inrichtingsfase voor deorganisatie van de Belangenbehartiger is afgerond. Uit de brief blijktnamelijk dat het de bedoeling is dat de belangenbehartiger eind 2024formeel start.Blijkens de brief is voorts de regiefunctie een bevoegdheid die noodza-kelijk is voor het werk van de Belangenbehartiger. De leden van deNSC-fractie vragen of kan worden aangegeven hoe deze regiefunctie isvormgegeven.Daarnaast vragen de leden van de NSC-fractie of de Belangenbehartigerzaken zelf kan behandelen/afhandelen of dat het enkel blijft bij eenaanbeveling die kan worden overgenomen door uitvoeringsorganisaties.In het verlengde hiervan vragen de leden van de NSC-fractie of deaanbevelingen worden voorgelegd aan de individuele belastingplichtigealvorens het wordt gedeeld met de uitvoeringsorganisaties. Het kannamelijk zo zijn dat de aanbeveling inhoudelijk verschilt van het standpuntvan de belastingplichtige. Daaropvolgend vragen de leden van deNSC-fractie welke rechtsmiddelen openstaan voor de belastingplichtigedie het niet eens is met de aanbeveling van, of de afhandeling door deBelangenbehartiger?Het valt de leden van de NSC-fractie voorts op dat de juridische grondslagen reikwijdte voor de individuele casusbehandeling nog niet wasonderzocht. Kunnen de staatssecretarissen nader toelichten hoe dezecasusbehandeling wordt ingebed in (huidige) wetgeving?Verder zijn de leden van de NSC-fractie benieuwd naar de verhoudingtussen deze manier van casusbehandeling en de al bestaande rechtsmid-delen waarvan het belastingplichtige gebruik kan maken. Hoe interacteertdeze manier van casusbehandeling met deze bestaande rechtsmiddelen?Kunnen de staatssecretarissen nader toelichten hoe en waar de Belangen-behartiger wordt gepositioneerd? In de brief wordt gesproken over eenhybride positionering waarbij de organisatie enerzijds binnen hetMinisterie van Financiën wordt geplaatst en anderzijds werkplekkenbinnen de uitvoeringsdiensten heeft.Voorts zijn de leden van de NSC-fractie benieuwd naar de verhouding metandere organisaties. Is er een samenloop of overlap met de IBTD? En metde Nationale ombudsman? In hoeverre verrichten zij dezelfde werkzaam-heden?Deze leden horen graag welke afstemming en protocollen er zijn tussendeze instellingen en ontvangen die graag. Ook ontvangen deze ledengraag de communicatie richting de burger, die een keuze moet maken ofhij zich wendt tot de belangenbehartiger, de inspectie of de Ombudsman.De leden van de NSC-fractie vragen hoe de doorzettingsmacht van deBelangenbehartiger eruit gaat zien. Klopt het dat hij/zij zaken kanaanbrengen bij de DG’s? Nemen deze DG’s dan een beluit, of escaleren zijnaar de SG of de Staatssecretaris, dan wel leggen het besluit weer terugnaar hun ondergeschikten? Krijgt de Kamer inzicht in alle casussen die debelangenbehartiger aanbrengt bij ten minste de DG, eventueel op (deels)vertrouwelijke basis? Daar zouden de leden van de NSC-fractie welvoorstander van zijn. Op welk moment kan de belangenbehartiger deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14414 mogelijkheid krijgen om de openbaarheid te zoeken en is dat ookgeborgd?Ten slotte hebben de leden van de NSC-fractie nog een aantal vragen vanorganisatorische aard, namelijk: Over hoeveel fte gaat de Belangenbehar-tiger beschikken? Vanaf welk moment zal deze personeelsformatiebeschikbaar zijn? Hoeveel procent van zijn/haar tijd gaat de Belangenbe-hartiger naar verwachting besteden aan Toeslagen, Douane en deBelastingdienst?Deze leden horen ook graag hoe de positie van de belangenbehartiger ende mensen die daar werken beschermd is tegen beïnvloeding van hetministerie of de Belastingdienst. Het moet in de ogen van deze ledennamelijk te allen tijde voorkomen worden dat deze druk voelt om zakenwel of niet te doen vanwege arbeidsrechtelijke gevolgen. Dus hoeverloopt de benoeming en wat zijn de limitatieve gronden voor ontslagvoor de Belangenbehartiger en de medewerkers? Op welke manier is hunarbeidsrechtelijke onafhankelijkheid geborgd?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief «Advieskwartiermaker Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslagge-rechtigden». Deze leden hebben hierover meerdere vragen.De leden van de VVD-fractie willen allereerst voorkomen dat mensen enbedrijven door de bomen het bos niet meer zien. Er zijn veel verschillendeorganisaties die een rol hebben in de fiscale rechtshulp, van JuridischLoket en (sociale) advocatuur tot en met intern bij de Belastingdienst zelfvia de belastingtelefoon en verschillende balies en steunpunten.De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van een onafhan-kelijke Belangenbehartiger, maar vragen tegelijkertijd om een duidelijkoverzicht van organisaties en plekken waar mensen en bedrijven terechtkunnen met verscheidene fiscale problematiek. Hoe wordt daarnaastgeborgd dat taken als het rechtwaardig helpen van mensen en hetdoorzetten van signalen naar bewindspersonen en de Kamer ook binnende diensten zelf verder worden opgepakt? In hoeverre vult de Belangenbe-hartiger hiaten in die niet door andere organisaties opgepakt worden ofzouden moeten worden? Zo zien de leden een zekere overlap metbijvoorbeeld de IBTD. Wat als meldingen signalen worden? Of alssignalen meldingen blijken te zijn? Hoe wordt voorkomen dat er «dubbelwerk» wordt gedaan door zowel de Belangenbehartiger alsook de IBTD?Met andere woorden, hoe kunnen de Belangenbehartiger en de IBTDelkaar versterken en complementair zijn aan elkaar?De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van samen werken aanfinancieel gezonde huishoudens dat de Belangenbehartiger vanuit deeigen positie een steentje kan bijdragen en een stukje kan proberen teworden van de oplossing. Kan er een schatting worden gegeven vanhoeveel casussen baat hebben bij de Belangenbehartiger? Wat moet ergebeuren als het aantal casussen oploopt? Is er nagedacht over vervolg-stappen om lange wachttijden te voorkomen? Hoe wordt ervoor gezorgddat de verwachtingen kunnen worden waargemaakt?De leden van de VVD-fractie lezen dat het behandelen van casuïstiek deprimaire taak van de Belangenbehartiger wordt waarvan ten eerste hetoplossen van buikpijn dossiers en ten tweede het ophalen van signalen is.Hoeveel tijd is er gewoonlijk nodig voor het behandelen van casuïstiek?En wat is de verdeling van tijd in het oplossen van buikpijndossiers en hetophalen van signalen? Wat wordt er precies bedoeld met doorzettings-macht en hoe wordt dit in de praktijk vormgegeven? Vraag dit omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14415 aanpassing van structuren en/of regels? Of vindt «escalatie» plaatsmiddels rapportages? Hoe wordt de Kamer hierover geïnformeerd?De leden van de VVD-fractie onderschrijven het standpunt van het kabinetdat het beoordelen van individuele casuïstiek niet thuishoort in de Kamer.Tegelijkertijd zijn deze leden wel van mening dat rapportage overvoorkomende hardheden in beleid of over wetgeving die niet uitpakt zoalsbedoeld of wenselijk is, ook als dit kleinere aantallen burgers en bedrijvenraakt, belangrijk is. Op welke manier wordt dit geborgd?De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van het punt vanbondgenoot van burger, bedrijf, helper en uitvoerder dat op basis van hetonderzoek de twee eerst geschetste opties het meest voor de hand liggen.Welke voor – en nadelen heeft de optie «Onafhankelijk binnen hetMinisterie van Financiën»? Welke voor- en nadelen heeft de optie «Binnende Diensten»?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie waarderen het advies van de kwartiermakerBelangenbehartiger en erkennen de noodzaak van een onafhankelijkinstituut dat burgers en toeslaggerechtigden bijstaat. Dit past binnen hetbredere streven van de leden van de BBB-fractie om het vertrouwen vanburgers in de overheid te herstellen, zoals ook verwoord in het Hoofdlij-nenakkoord van 2024–2028.De kwartiermaker stelt in de hoofdlijnen van het advies een drietalkerntaken voor de Belangenbehartiger voor: (1) casusbehandeling om toteen rechtvaardige oplossing te komen, (2) het agenderen van systeem-kritiek, en (3) het functioneren als een kritische vriend van burgers en deoverheid. De leden van de BBB-fractie ondersteunen de casusbehandelingals kernfunctie, maar benadrukken dat overlap met bestaande organi-saties zoals de Nationale ombudsman en de IBTD moet wordenvermeden. Graag ontvangen deze leden een reactie van het kabinet op ditpunt.Voorts hebben deze leden op dit punt de volgende twee vragen aan hetkabinet: Kan de Belangenbehartiger niet beter ondergebracht worden bijde IBTD, zodat de lijnen korter en de overlap kleiner is? Hoe gaat hetkabinet borgen dat de Belangenbehartiger een aanvullende rol gaatspelen, gericht op het oplossen van vastgelopen dossiers op eenrechtvaardige manier?De leden van de BBB-fractie vinden dat het vertrouwen in de overheidmoet worden hersteld. Dit begint met het bieden van effectieve entoegankelijke hulp aan burgers die vastlopen in complexe belasting- entoeslagdossiers. De leden van de BBB-fractie hechten belang aan eenrechtvaardige, menselijke aanpak die tot concrete oplossingen leidt, zoalsook wordt nagestreefd in het Hoofdlijnenakkoord.Hoewel de rol van de Belangenbehartiger in de ogen van deze ledenbelangrijk is, zijn de leden van de BBB-fractie van mening dat er geenextra bureaucratische lagen gecreëerd mogen worden. Hoe gaat hetkabinet borgen dat de Belangenbehartiger geen dubbel werk doet, maarjuist efficiënte oplossingen biedt die aanvullend zijn op bestaandediensten?De leden van de BBB-fractie steunen de aanbeveling om de Belangenbe-hartiger toegankelijk te maken voor burgers door middel van een landelijkdekkend netwerk. Er moet in de ogen van deze leden extra aandacht zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14416 voor kwetsbare groepen zoals kleine ondernemers en jongeren, die vaakniet de juiste toegang hebben tot fiscale rechtshulp. Deelt het kabinet dezevisie?De leden van de BBB-fractie onderschrijven het belang van doorzettings-macht voor de Belangenbehartiger, zoals voorgesteld door de kwartier-maker. De Belangenbehartiger moet de bevoegdheid hebben om zakendoor te zetten en knelpunten direct aan de politiek voor te leggen indiennodig. Deze leden hebben echter begrepen dat het een signaalfunctiewordt en dat de daadwerkelijke beslissingsbevoegdheid niet bij deBelangenbehartiger ligt. Is dit correct? Hoe gaat dit in de uitvoeringconcreet worden vormgegeven?Het Hoofdlijnenakkoord, waarin de leden van de BBB-fractie de priori-teiten (mede) heeft verwoord, benadrukt het belang van rechtszekerheiden goed bestuur. De leden van de BBB-fractie willen dat burgers die in deknel komen, niet onnodig worden blootgesteld aan lange procedures enonduidelijke loketten. De Belangenbehartiger kan hierin in de ogen vandeze leden een cruciale rol spelen, mits deze effectief en zonder overlapmet andere instanties opereert.Tot slot steunen de leden van de BBB-fractie het advies van de kwartier-maker, mits er een duidelijke focus blijft op het voorkomen van dubbelingvan taken en het leveren van een daadwerkelijke meerwaarde voorburgers.Dit sluit aan bij het bredere streven van deze leden om vertrouwen in deoverheid te herstellen en burgers en ondernemers te ondersteunen incomplexe belasting- en toeslagkwesties.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie achten het opzetten van een effectievebelangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden vanessentieel belang om fiscale rechtsbescherming voor mensen te verbe-teren. Deze belangenbehartiger moet in de ogen van deze leden alstweede paar ogen dienen, dat meekijkt en oplossingen zoekt in vastge-lopen belasting- en toeslagendossiers en daarbij de menselijke maathanteert. Deze leden zijn blij met het advies van de belangenbehartiger,dat hiervoor een goede opzet schetst. De kabinetsreactie op het adviesbaart deze leden op enkele punten echter zorgen, omdat daar binnen deeigen comfortzone lijkt te worden gebleven. Deze leden willen voorkomendat de belangenbehartiger een tandeloze tijger wordt waarmee burgers enbedrijven niet geholpen zijn. Deze leden vragen de staatssecretarissendaarom op de volgende vragen in te gaan.Ten aanzien van directe rapportagelijnen, merken de leden van deCDA-fractie op dat de onafhankelijke Amerikaanse Taxpayer AdvocateService twee keer per jaar rapporteert aan het Congres, zonder dat diteerst langs de overheidslijnen gaat. Of de belangenbehartiger dezebevoegdheid ook krijgt, is nog een punt van discussie, zo lezen deze ledenin de brief. De inspectie ziet overlap met zijn eigen rapportagerol, maardeze leden vragen of beiden niet aan de gezamenlijke doelstelling samenkunnen werken, vanuit hun afzonderlijke rollen. Deze leden hebben meerzorgen over het kabinetsstandpunt dat de rapportage kan wordengeïntegreerd in de jaarlijkse rapportages van de Belastingdienst en deDienst Toeslagen, terwijl het juist gaat over een onafhankelijke belangen-behartiger die een eigen perspectief biedt op de uitvoering vanuit defocus op rechtsbescherming. Deze leden vragen hoe dit eigen perspectiefen de onafhankelijk kan worden geborgd als de belangenbehartiger op devaste momenten binnen het verslag van de hele dienst moet rapporteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14417 De leden van de CDA-fractie vinden het jammer dat het kabinet niet demeerwaarde ziet van het voorstel van de kwartiermaker om de Belangen-behartiger aan te laten sluiten bij de directietafels van de Diensten en hetMinisterie van Financiën. Terwijl het juist in die top zo belangrijk kan zijndat de Belangenbehartiger vanuit zijn perspectief van praktische rechtsbe-scherming feedback geeft en reflecteert. Dat is wat deze leden betrefthelemaal niet ondermijnend voor de bestaande organisatie, maar kan juistde vrijheid vergroten die mensen voelen om hun mening te geven ofideeën te delen, met een positief effect op cultuurverandering, vakman-schap en handelen naar de menselijke maat. In het bedrijfsleven wordt de«tone-at-the-top» immers als bepalend gezien voor de cultuur en hetgedrag van medewerkers op de andere niveaus binnen de organisatie.Deze leden vragen de staatssecretarissen hierop te reflecteren en teoverwegen het voorstel van de kwartiermaker toch over te nemen.De kwartiermaker ziet ongeclausuleerde toegang tot gegevens eninformatie als randvoorwaarde voor het werk van de Belangenbehartiger,constateren deze leden. In de brief lezen de leden van de CDA-fractie datdaar allerlei beren op de weg worden gezien met als uitkomst dat deuitvoeringsdiensten alleen de strikt noodzakelijke informatie aan deBelangenbehartiger beschikbaar zullen stellen. Daar zit volgens deze ledeneen heel groot risico, want ook het bepalen welke informatie relevant isvoor een casus kan subjectief zijn, of er kan iets over het hoofd zijn gezien.Om een gelijkwaardige positie te creëren voor een eerlijk oordeel moet erdus juist geen licht zitten tussen de informatie waar de diensten en deBelangenbehartiger toegang toe hebben en is de gelijke toegangessentieel. Deze leden vragen of de staatssecretarissen bereid zijn om deBelangenbehartiger toch die gelijke informatiepositie te geven.Ten aanzien van de doorzettingsmacht, namelijk dat de Belangenbehar-tiger een casus kan escaleren als hij mogelijkheden ziet om tot eenoplossing te komen waar de behandelaren die niet zien adviseert dekwartiermaker om de escalatieladder tot aan de Staatssecretaris enuiteindelijk de Kamer in te richten. In de kabinetsreactie lezen deze ledendat het kabinet op de rem trapt op DG-niveau. Het zou immers niet de taakvan de bewindspersoon of Kamer zijn om zich met individuele gevallenbezig te houden. De leden van de CDA-fractie zijn echter van mening dateen lange escalatieladder juist een belangrijk doel heeft, omdat dit eeninstrument is om echte tegenmacht te kunnen bieden. Misschien wordthet instrument wel nooit ingezet, maar het kan in de visie van deze ledenwel een stok achter de deur zijn om tot oplossingen te komen voorinwoners en ondernemers en hun rechten te beschermen. Deze ledenvragen ook op dit punt of de staatssecretarissen het standpunt van hetvorige kabinet willen heroverwegen.In de brief wordt de ambitie van «rechtwaardige oplossing» beschrevenzonder dat dit wordt geoperationaliseerd. De leden van de CDA-fractiezien hier juist een rol voor het Handvest voor bescherming van de rechtenvan belastingbetalers en toeslagontvangers, waarvoor deze leden eeninitiatiefnota hebben ingediend, die positief is ontvangen door het vorigekabinet. Deze leden vragen of de staatssecretarissen de mening van deleden van de CDA-fractie delen dat invoering van een dergelijk Handvesteen concreet handelingsperspectief kan bieden voor de Belangenbehar-tiger en de uitvoeringsdiensten bij het bereiken van een rechtwaardigeoplossing. Deze leden vragen ook op welke manier de staatssecretarissendit Handvest kunnen betrekken in de uitwerking van de ministeriëleregeling voor de oprichting van de Belangenbehartiger?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14418 In de brief wordt aangegeven dat een casus in de meeste gevallen zalworden aangedragen vanuit de uitvoeringsdiensten of vanuit maatschap-pelijke partners. Als deze eerstelijnsorganisaties cruciaal zijn voor hetaandragen van casussen, is het essentieel dat zij een landelijke dekkinghebben. De leden van de CDA-fractie vragen hoe de staatssecretarissenaankijken tegen de enorme versnippering van fiscale rechtshulp inNederland met een zeer gebrekkige landelijke dekking. Ook vragen dezeleden of de staatssecretarissen het met deze leden eens zijn dat deBelangenbehartiger zou kunnen bijdragen aan het versterken van ditlandelijke netwerk, omdat om zijn rol effectief uit te kunnen oefenen enzaken aangedragen te kunnen krijgen, versterking van eerstelijnsorgani-saties essentieel is.Tot slot merken de leden van de CDA-fractie op dat uit recent onderzoekvan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) naarbetere rechtshulp voor burgers blijkt dat de aanwezigheid vanmedewerkers van de Belastingdienst op lokaal niveau veelbelovenderesultaten oplevert. In een pilot in Den Bosch waren medewerkers van deBelastingdienst aanwezig op spreekuren van sociaal raadslieden op delocatie van het team Inkomen & Juridische zaken van de gemeente DenBosch. Uit de evaluatie blijkt dat door deze samenwerking burgers beterantwoord op hun vragen kregen en het aantal ingediende bezwaar-schriften afneemt. Deze leden vragen welke vervolgstap de staatssecreta-rissen verbinden aan de uitkomst van deze pilot. Deze leden vragen inhoeverre dit onderzoek een rol speelt bij de verdere vormgeving van hetorganisatiebesluit en de ministeriele regeling voor de oprichting van deBelangenbehartiger.II Reactie van de Staatssecretaris van Financiën Met interesse heb ik kennisgenomen van de vragen die door de verschil-lende fracties zijn gesteld naar aanleiding van de brief van 12 juni 2024over het advies van de kwartiermarker Belangenbehartiger voor belasting-plichtigen en toeslaggerechtigden (Kamerstuk 31 066, nr. 1396).De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen om een naderetoelichting op de vormgeving van de Belangenbehartiger voor belasting-plichtigen en toeslaggerechtigden (Belangenbehartiger), en of burgers zelfcontact kunnen opnemen met de Belangenbehartiger.De Belangenbehartiger wordt opgericht als een tweedelijns organisatie.Dit betekent dat alleen (maatschappelijk) intermediairs, bestuursorganenen de uitvoeringsdiensten (de Belastingdienst en Dienst Toeslagen)casussen kunnen aandragen. Burgers kunnen zelf geen contact opnemenmet de Belangenbehartiger of een eigen casus rechtstreeks aandragen.Op deze manier probeert het kabinet te voorkomen dat overlap ontstaatmet het werk van maatschappelijke partijen waar burgers en bedrijven alterecht kunnen en met al bestaande initiatieven bij de uitvoerings-diensten. Deze partijen zijn bovendien goed in staat om in te schattenwanneer een casus zodanig is vastgelopen dat bemiddeling door deBelangenbehartiger passend en noodzakelijk is. Concrete voorbeelden vancasuïstiek die worden aangedragen via maatschappelijk partners zijn nogniet beschikbaar, omdat de Belangenbehartiger nog niet is gestart.De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen of de drempel vooruitvoeringsdiensten om casussen aan te dragen hoger ligt dan voormaatschappelijke organisaties. Voorts vragen deze leden het kabinet omin dat kader te reflecteren op het belang van duidelijke werkinstructieswanneer een casus moet worden doorgezet naar de Belangenbehartiger.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14419 Het kabinet deelt het beeld niet dat de drempel hoger ligt voor uitvoe-ringsdiensten. De Belangenbehartiger is voor de uitvoeringsdiensten juisteen mogelijkheid om laagdrempelig te kunnen overleggen of er anderejuridische mogelijkheden zijn in een specifieke casus. De Belangenbehar-tiger is daarom een belangrijke aanvulling op de andere mogelijkhedenbinnen de uitvoeringsdiensten om een vastgelopen casus aan te dragen,zoals de vaktechnische lijn. De Belangenbehartiger kijkt bij een aange-dragen casus in samenspraak met de uitvoeringsdiensten of een casusvoor behandeling in aanmerking komt en op welke plek dit het beste kangebeuren. Aan de hand van ervaringen met de eerste casussen zalworden gewerkt aan afspraken over deze werkwijze en onderlingesamenwerking.Het kabinet acht het momenteel niet wenselijk om een werkinstructie ofandere verplichting in te stellen voor de uitvoeringsdiensten om bepaaldecasussen door te zetten naar de Belangenbehartiger. Zoals hierbovenomschreven kan de Belangenbehartiger namelijk ook de uitvoerings-diensten helpen met vastgelopen casuïstiek. Om dat goed te kunnen doenis het van belang dat de Belangenbehartiger ook voor de uitvoerings-diensten een laagdrempelige organisatie is. In de samenwerkingsaf-spraken zal hier aandacht aan worden besteed.De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen of de maatschap-pelijk partners die casussen kunnen aandragen aan de Belangenbehar-tiger nader kunnen worden gespecificeerd. Ook vragen deze leden of hetmogelijk is om een overzicht te geven van bestaande netwerken ensamenwerkingsverbanden waarbij deze organisaties zijn aangesloten.Op dit moment staat nog niet vast met welke organisaties er samenwer-kingsafspraken worden gemaakt, een specificatie of overzicht is dus niette geven. De Belangenbehartiger zal aan de slag gaan om met een zobreed en divers mogelijk aantal organisaties samen te werken. Er bestaatimmers een breed veld aan organisaties die sociale, juridische enfinanciële hulp bieden. Gestart zal worden met sociaal raadslieden enandere organisaties die sociaal, juridische en financiële hulp bieden bij degemeente. In de loop van 2025 zal het gesprek worden gestart met anderemaatschappelijke partners om met meer partijen de samenwerking aan tegaan. Hierbij zal ook gebruik worden gemaakt van de inzichten die wordenopgedaan uit de eerste samenwerkingen.De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen of het kabinet hetwenselijk vindt dat er een hogere opslag komt voor fiscale zaken in desociale advocatuur.De vergoedingen die beschikbaar zijn voor de sociale advocatuur wordenop dit moment nader onderzocht door de commissie Van de Meer II.1 Dezecommissie kijkt ook naar de vergoeding voor sociaal advocaten in fiscalezaken. Het kabinet is van mening dat dit onderwerp het beste als geheelkan worden bezien en dat het niet van toegevoegde waarde is om hier eenbepaald onderwerp uit te halen. Het rapport van de commissie Van deMeer II wordt naar verwachting in februari 2025 aan de Staatssecretarisvoor Rechtsbescherming aangeboden. Aan de hand van dit rapport zalworden bezien of, en zo ja hoe, de vergoedingen moeten wordengewijzigd.De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en het CDA vragen hoe hetkabinet tegen beschikbaarheid van laagdrempelige fiscale rechtshulp inNederland, geografisch en inhoudelijk, aankijkt. Ook vragen deze leden1Stcrt. 2024, nr. 4375.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144110 welke groep op dit moment moeite heeft met het bereiken van rechtshulpen hoe deze groep zich verhoudt tot de doelgroep van de Belangenbehar-tiger.Het kabinet onderschrijft de noodzaak van toegankelijke laagdrempelige(fiscale) rechtshulp voor iedereen. Rechtshulp kan voor verschillendeburgers om uiteenlopende redenen minder toegankelijk zijn. Dit kanbijvoorbeeld komen doordat in iemands woonplaats minder opties zijn,maar ook omdat iemand de Nederlandse taal minder beheerst. Dit is eenonderwerp dat constante aandacht verdient en waar op verschillendevlakken aan wordt gewerkt. De Belangenbehartiger biedt geen oplos-singen voor de problematiek met toegang tot eerstelijns rechtshulp. DeBelangenbehartiger kan in belasting- en toeslagzaken wel een bemidde-lende rol spelen zodat de bestaande rechtshulp effectiever kan wordeningezet.De Belastingdienst en Dienst Toeslagen spannen zich voortdurend in omde beschikbaarheid van persoonlijke hulp te verbeteren. Dit gebeurtbijvoorbeeld in de vorm fysieke hulp aan balies en steunpunten opverschillende locaties verspreid in het land. Ook wordt gekeken naar deinzet van moderne technologie om persoonlijke hulp beter beschikbaar temaken. Zo is het mogelijk om, naast persoonlijke telefonische hulp, doormiddel van videobellen op afstand geholpen te worden. Daarnaast werktde Belastingdienst samen met verschillende maatschappelijke partijen dieburgers helpen met belastingzaken en worden via convenantafsprakenmet de Koninklijke Bibliotheek spreekuren bij Bibliotheken gefaciliteerd.De Belastingdienst en Dienst Toeslagen ondersteunen deze partijen ondermeer met relatiebeheer, regiobijeenkomsten, webinars en via de websiteKennisnetwerk met actuele informatie en oefenmateriaal. Wanneer meerhulp nodig is dan de maatschappelijke partijen kunnen bieden, kunnen zijeen burger doorverwijzen naar de Belastingdienst of Dienst Toeslagen (ofhiervoor samen met hen een afspraak maken) of, indien nodig, de casusaanmelden bij het Stellateam.Ook overheidsbreed wordt vanuit het «geen verkeerde, altijd de juistedeur»-principe invulling gegeven aan overheidsbrede ingang en toegangtot publieke dienstverlening via het programma inrichten overheidsbredeloketten dat onder de vlag van Werk aan uitvoering van het Ministerie vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt uitgevoerd. De Belas-tingdienst en Dienst Toeslagen dragen daaraan bij. Doel daarvan is dat hetniet uitmaakt waar de burger bij de overheid aanklopt; de overheid zorgtgezamenlijk voor een oplossing vanuit de beleving van de burger,ongeacht hoe de overheid aan de achterkant is georganiseerd. Bijvoorkeur door direct te helpen of door de burger warm door te verwijzennaar een andere (overheids)organisatie of een overheidsdienstverlenerdie directe lijnen heeft met relevante landelijke en lokale organisaties. Indat kader wordt een netwerk van professionals ingericht en wordt de rolvan overheidsdienstverlener geïntroduceerd.Daarnaast wordt meer aansluiting gezocht bij die plaatsen, binnen enbuiten de overheid, waar burgers op zoek gaan naar hulp, zoals buurt-huizen, wijkcentra en andere locaties. De verbinding en samenwerkingtussen de verschillende ingangen en de overheidsbrede aanpak wordtverkend. De coördinatie van dit traject ligt bij het Ministerie van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties in samenwerking met Werkagendavoor de Uitvoering.De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen of het kabinetverwacht dat casussen uit heel het land de Belangenbehartiger bereikenen of het kabinet ook het risico ziet dat door gebruik te maken vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144111 maatschappelijke partners voor doorverwijzing de ongelijke verhouding intoegang tot hulp zich zal vertalen naar een ongelijke toegang tot deBelangenbehartiger.Zoals gezegd vindt het kabinet het van groot belang dat voor iedereen diedat nodig heeft toegang is tot laagdrempelige (fiscale) rechtshulp. Dietoegang is inderdaad ten dele afhankelijk van de woonplaats. Het risicodat een ongelijke toegang tot hulp zich vertaalt tot een ongelijke toegangtot de Belangenbehartiger wordt enigszins verkleind doordat casuïstiekniet alleen kan worden aangedragen door (maatschappelijk) intermediairs,maar ook door de uitvoeringdiensten die zich inzetten voor beterebereikbaarheid en betere hulp in belasting- of toeslagzaken. Dit doen zijook in afspraken met intermediairs. De verwachting is daarom dat voorbelastingplichtigen en toeslaggerechtigden vaak een opening is, om huncasuïstiek aan te dragen, of dit nu via de uitvoeringsdiensten zelf is, of viamaatschappelijke partners.De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen wat het kabinet gaatdoen om te verzekeren dat alle Nederlanders gelijke toegang hebben totde Belangenbehartiger, en of en hoe burgers zelf contact kunnenopnemen met de Belangenbehartiger.De Belangenbehartiger zal in de beginfase met een regionaal gespreidnetwerk samenwerkingsafspraken maken. Gestart zal worden met sociaalraadslieden en andere organisaties die sociaal, juridische en financiëlehulp bieden bij de gemeente. In de loop van 2025 zal het gesprek wordengestart met andere maatschappelijke partners om met meer partijen desamenwerking aan te kunnen gaan. Als blijkt dat een bepaalde groepburgers minder makkelijk toegang heeft tot de Belangenbehartiger omdatde eerstelijnshulp niet even goed bereikbaar is, zal het kabinet bezienwelke maatregelen kunnen worden getroffen om dit te verbeteren.De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en de VVD vragen of hetkabinet vindt dat het op dit moment duidelijk en overzichtelijk is voorburgers welke kanalen en instrumenten er al zijn en bij welke organisatieszij terecht kunnen.Het kabinet beschikt niet over een uitputtend overzicht van alle mogelijk-heden die er bestaan voor (fiscale) rechtshulp. Dit neemt niet weg dat erwel goed zicht is op een groot deel van de mogelijkheden voor (fiscale)rechtshulp voor burgers en bedrijven.De Belastingdienst en Dienst Toeslagen bieden op verschillende manierenhulp aan burgers zodat zij in staat worden gesteld aan hun verplichtingente voldoen en hun rechten uit te oefenen. Bijvoorbeeld via de Belastingte-lefoon of door persoonlijke hulp aan de fysieke, digitale en telefonischebalie of het netwerk van intermediairs. Met maatschappelijke partnerswordt continue gesproken over het verbeteren van de toegankelijkheidvan hulp aan burgers. Als tweede lijn bieden de Belastingdienst en deDienst Toeslagen hulp met het Stella-team aan burgers die in de knelkomen of zitten. De Belangenbehartiger zou hulp kunnen bieden in diegevallen die niet toereikend met de reguliere dienstverlening kunnenworden opgepakt.In de afgelopen jaren is ingezet op het bieden van informatie en inlich-tingen om burgers en bedrijven duidelijk te maken waar zij terecht kunnenvoor vragen. Daarin is een grote verbeterslag gemaakt. Deze lijn wordt dekomende jaren doorgezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144112 Op de website van de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen is infor-matie te vinden over de wijze waarop (persoonlijke) hulp verkregen kanworden. Ook is door de uitvoeringsdiensten de afgelopen jaren geïnves-teerd in publiekscampagnes en de inzet van sociale en lokale media omdeze informatie verder te verspreiden. Deze grotere bekendheid leidt toteen toename van het aantal burgers dat een beroep doet op dezepersoonlijke hulp. De Belastingdienst en Dienst Toeslagen ambiëren dezeinzet te continueren en uit te breiden om zo een nog grotere groep teinformeren over de dienstverlening die wordt aangeboden.De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen hoe ervoor wordtgezorgd dat hulpzoekenden weten van het bestaan van de Belangenbehar-tiger.Alleen (maatschappelijk) intermediairs, bestuursorganen en de uitvoe-ringsdiensten kunnen casussen aandragen bij de Belangenbehartiger. Omervoor te zorgen dat het bereik van de Belangenbehartiger zo breedmogelijk is, worden samenwerkingsafspraken gemaakt met (koepelorga-nisaties van) intermediairs. Op deze manier wordt geprobeerd debekendheid van de Belangenbehartiger te verbreden en ervoor te zorgendat de Belangenbehartiger kan worden benaderd voor zaken waarin hijeen rol kan spelen.De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, NSC, de VVD, en de BBBvragen om de verhouding te schetsen tussen de door de Belangenbehar-tiger te bieden rechtshulp, de hulp die wordt aangeboden door deuitvoeringsdiensten, de eerstelijnshulp, de IBTD en de Nationaleombudsman. Daarbij wordt ook gevraagd om een overzicht van debevoegdheden van de IBTD en de Nationale ombudsman. Tot slot wordtgevraagd om aan te geven hoe deze partijen zullen samenwerken.De Belangenbehartiger biedt rechtshulp in individuele casussen vanbelastingplichtigen en toeslaggerechtigden. Door de Belangenbehartigervorm te geven als tweedelijnsorganisatie, wordt zoveel mogelijk overlapmet andere dienstverlenende partijen voorkomen. De uitvoeringsdienstenbieden belastingplichtigen en toeslaggerechtigden die dat nodig hebben,eerstelijns ondersteuning bijvoorbeeld via de balies en de BelastingTe-lefoon. Ook hebben de uitvoeringsdiensten tweedelijns ondersteuning bijschrijnende gevallen in de vorm van de Stella-teams.De IBTD toetst of de overheid burgers en bedrijven rechtvaardigbehandelt wanneer zij te maken hebben met belastingzaken, toeslagen ofde douane. De IBTD doet dat door mogelijke structurele risico’s teonderzoeken die burgers en bedrijven lopen. Overlap tussen de IBTD ende Belangenbehartiger wordt zoveel mogelijk voorkomen doordat deorganisaties een andere focus hebben. De IBTD kijkt met name naarstructurele problemen in het belasting- en toeslagstelsel en de Belangen-behartiger met name naar individuele casuïstiek. Als de Belangenbehar-tiger in diens individuele casusbehandeling een geval zou tegenkomen diezou kunnen duiden op een meer structureel probleem, kan hij dat meldenbij de IBTD. Andersom kan de IBTD een individuele casus doorsturen aande Belangenbehartiger als die via de kanalen van de IBTD binnen isgekomen. Op die manier kunnen de beide organisaties elkaar aanvullen.Burgers kunnen de Nationale ombudsman altijd verzoeken een onderzoekin te stellen naar een gedraging van een bestuursorgaan en wanneer zijniet tevreden zijn over de manier waarop hun klacht door de uitvoerings-diensten is behandeld. Dit is dus een vorm van eerstelijns rechtsbe-scherming.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144113 De samenwerking van de Belangenbehartiger met andere organisatieszoals eerstelijnsorganisaties, de Nationale ombudsman en de IBTD zalworden vastgelegd in samenwerkingsafspraken. Het doel daarbij is omelkaar te versterken en overlap te voorkomen.Het voorkomen van dubbeling tussen de verschillende organisaties isvoor het kabinet een belangrijk aandachtspunt. Het kabinet is van meningdat de verschillende invalshoeken van de organisaties – zoals diehierboven zijn omschreven – en de samenwerkingsafspraken die erworden gemaakt effectief bijdragen aan het voorkomen van dubbeling.De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en van NSC, vragen hoehet kabinet reflecteert op de verhouding tussen individuele casusbehan-deling door de Belangenbehartiger en de bestaande rechtsmiddelen enwelke rol hierbij voor de Belangenbehartiger is weggelegd. Daarnaastvragen de leden van de fractie van NSC hoe en waar de Belangenbehar-tiger wordt gepositioneerd.Voor een belastingplichtige of toeslaggerechtigde zijn er, zoals de ledenvan de fractie van Groenlinks-PvdA al aangeven, verschillende mogelijk-heden om hun recht te halen. Binnen de daarvoor geldende termijnenkunnen belastingplichtigen en toeslaggerechtigden in bezwaar of beroepgaan tegen een beslissing van de Belastingdienst of Dienst Toeslagen.Indien die termijn is verlopen, kunnen zij (onder voorwaarden) eenverzoek doen om ambtshalve vermindering of een verzoek om herziening.Bij het inzetten van deze rechtsmiddelen kunnen zij hulp vragen van eenadviseur, een advocaat of maatschappelijke organisaties. De Belangenbe-hartiger kan helpen bij vastgelopen casussen die ondanks de eerstelijnsondersteuning niet opgelost kunnen worden. Dit leidt niet tot extrarechtsmiddelen dan die de wet biedt. De ondersteuning door de Belan-genbehartiger vindt net zoals de bestaande eerste- en tweedelijnsonder-steuning plaats met gebruikmaking van de bestaande rechtsmiddelen.Wat betreft de positionering zal de Belangenbehartiger een hybridepositionering krijgen: georganiseerd binnen het Ministerie van Financiën,maar tevens werkzaam vanuit de diensten De belangrijkste taak van deBelangenbehartiger is namelijk het behandelen van individuele casuïstiek.Doordat de Belangenbehartiger werkplekken heeft in de uitvoerings-diensten zijn de lijntjes kort en kan er snel geschakeld worden. Bovendienmaakt dit de Belangenbehartiger laagdrempeliger voor medewerkers vande uitvoeringsdiensten om een casus te bespreken.Tegelijkertijd is de Belangenbehartiger onafhankelijk en is het niet logischals de organisatie binnen de uitvoeringsdiensten gepositioneerd zou zijn.De Belangenbehartiger zal daarom rechtstreeks ressorteren onder desecretaris-generaal van het Ministerie van Financiën.De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen het kabinet tebeargumenteren waarom het adviseert gebruik te laten maken van dereguliere rapportages van de uitvoeringsdiensten bij het rapporteren van(eventuele) signalen van de Belangenbehartiger aan de Kamer.De Belangenbehartiger zal bijdragen aan de goede uitvoering van de wetdoor de Belastingdienst en Dienst Toeslagen. Daarnaast zal de Belangen-behartiger veel samenwerken met deze uitvoeringsdiensten. Om dieredenen heeft het kabinet besloten dat de Belangenbehartiger zalaansluiten bij de rapportages van de uitvoeringsdiensten als het gaat omsignalen die voortkomen uit individuele casusbehandeling. Dit zorgtervoor dat signalen en rapportages over de uitvoering zoveel mogelijksamengevoegd. Vervolgens worden deze door de Staatssecretaris aan uwTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144114 Kamer aangeboden. In de opstartfase zal bekeken worden hoe dezesamenvoeging in de praktijk uitpakt.Deze signalen zal de Belangenbehartiger overigens ook met de IBTDdelen, zodat die ze kan gebruiken bij haar toezicht. De IBTD zal daar inhaar jaarverslag, dat ook naar de Kamer gaat, over rapporteren.De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, NSC en de VVD vragenhoe het kabinet de doorzettingsmacht concreet wil invullen nu het volgenshet kabinet niet voor de hand ligt dat individuele casuïstiek wordtdoorgezet naar bewindspersonen of de Tweede Kamer, en of en hoe ditdan eventueel met de Tweede Kamer wordt gedeeld.De doorzettingsmacht houdt in dat op het moment dat de Belangenbehar-tiger een zienswijze deelt met de uitvoeringsdienst en die niet wordtovergenomen, de Belangenbehartiger bevoegd is de casus voor te leggenaan (uiteindelijk) de directeur-generaal Belastingdienst dan wel dedirecteur-generaal Toeslagen. De Belangenbehartiger zal in zijn rappor-tages ook ingaan op de casussen waarin de doorzettingsmacht isaangewend, uiteraard rekening houdend met de geldende privacyregelsen de geheimhoudingsplicht. Ook is de Belangenbehartiger bevoegd omdergelijke informatie met één of beide Kamers te delen.De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA en het CDA vragen welkeargumenten er zijn om de Belangenbehartiger geen ongeclausuleerde endirecte toegang te verlenen tot de gegevens van de Belastingdienst enDienst Toeslagen.De noodzaak voor de Belangenbehartiger om toegang te hebben tot debenodigde gegevens die de uitvoeringsdiensten beschikbaar hebben vooreen specifieke casus wordt zondermeer onderschreven. De Belangenbe-hartiger dient ten behoeve van de behandeling van individuele casuïstiekinformatie te kunnen verkrijgen over eerdere zaken gerelateerd aan decasus, zoals de besluiten die zijn genomen en de communicatie diedaarover heeft plaatsgevonden, en over de redenen die de Belastingdienstof Dienst Toeslagen heeft voor die besluiten.Voor de taak van de Belangenbehartiger van het behandelen vanindividuele casuïstiek kan de toegang tot gegevens echter niet breder zijndan dat voor die specifieke casus nodig is. Dit neemt echter niet weg datmedewerkers van het Ministerie van Financiën, waaronder dus ook demedewerkers van de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen, de Belan-genbehartiger informatie moeten verstrekken die de Belangenbehartigervan hen verlangt. Onder informatie moet hierbij mede worden verstaangegevens of documenten.De leden van de fractie van NSC vragen wanneer de inrichtingsfase vande organisatie van de Belangenbehartiger is afgerond.Bij de oprichting van de nieuwe organisatie van de Belangenbehartigerkunnen verschillende fasen onderscheiden worden, namelijk deadviesfase, de inrichtingsfase en de opstartfase. De inrichtingsfase bestaatuit de juridische inbedding van de organisatie. Hiervoor wordt hetOrganisatiebesluit en het Mandaatbesluit van het Ministerie van Financiënaangepast en wordt gewerkt aan een ministeriële regeling die de taken enbevoegdheden van de Belangenbehartiger nader regelt. De wijziging vanhet Organisatiebesluit en de regeling worden gepubliceerd in deStaatscourant na de afronding van het medezeggenschapstraject en zullenterugwerkende kracht krijgen tot 1 januari 2025. Het medezeggenschap-straject zal naar verwachting in december 2024 zijn afgerond, wat zouTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144115 betekenen dat publicatie medio januari 2025 zou plaatsvinden. Daarna zalgewerkt worden aan de wijziging van het Mandaatbesluit.Verder wordt er gewerkt aan de werving van de Belangenbehartiger. Deverwachting is dat de Belangenbehartiger begin 2025 zal kunnen starten.Gedurende de opstartfase die start per 1 januari 2025 wordt het team vande Belangenbehartiger geworven en worden er samenwerkingsafsprakengemaakt met de uitvoeringsdiensten, de IBTD en maatschappelijkeorganisaties.Tijdens de opstartfase zal de Belangenbehartiger beginnen met een kleinaantal casussen. Met de partners die casussen kunnen aandragen wordenafspraken gemaakt. Dit zorgt ervoor dat de Belangenbehartiger zich vanafde start kan focussen op casussen die partners regelmatig tegenkomen ofwaar de hulp van de Belangenbehartiger het meest gewenst is. Deopstartfase zal ook gebruikt worden om de werkwijze waar nodig bij testellen en om op basis van de eerste casuïstiek de regiefunctie en desamenwerking met de uitvoeringsdiensten, de IBTD en de maatschappe-lijke organisaties in de praktijk verder vorm te geven. Verder wordt opbasis van de eerste casuïstiek gekeken of de bevoegdheden van deBelangenbehartiger, zoals geregeld in de ministeriele regeling, afdoendezijn voor het vervullen van de taken van de Belangenbehartiger. Eennadere doorkijk naar het eerste jaar van de Belangenbehartiger zalworden gegeven in het eindrapport van de Kwartiermaker, dat voor hetkerstreces wordt verwacht.De leden van de fractie van NSC vragen hoe de regiefunctie van deBelangenbehartiger wordt vormgegeven.De Belangenbehartiger gaat casuïstiek aangedragen krijgen van(maatschappelijke) partners en de uitvoeringsdiensten. Het is belangrijkdat de Belangenbehartiger bij een casus beoordeelt of hijzelf de aange-wezen partij is om een casus te behandelen of dat een andere partij ditbeter kan doen. Als er bijvoorbeeld nog bezwaar kan worden ingediend,dan ligt het voor de hand dat een sociaal raadslid deze persoon helpt bijhet indienen van het bezwaar. Daarnaast bestaan er bij de uitvoerings-diensten ook allerlei mogelijkheden om burgers en bedrijven te helpenmet hun belasting- en/of toeslagzaken, zoals bijvoorbeeld de Stella-teams.Door het vormgeven van de regiefunctie draagt de Belangenbehartiger eraan bij dat de casus van een hulpzoekende burger of hulpzoekend bedrijfop de beste plek wordt behandeld.De leden van de fractie van NSC vragen of de Belangenbehartiger zelfzaken kan behandelen/afhandelen of dat het enkel bij een zienswijze blijftdie kan worden overgenomen door de uitvoeringsdiensten.Alleen de inspecteur2, ontvanger3 of Dienst Toeslagen zijn wettelijkbevoegd om beslissingen te nemen. De Belangenbehartiger is nietbevoegd om zelf, of om namens de inspecteur, ontvanger of DienstToeslagen beslissingen te nemen. De behandeling van een casus door deBelangenbehartiger beperkt zich om die reden tot het delen van eenzienswijze aan de uitvoeringsdiensten met het verzoek om een beslissingte heroverwegen. Zoals eerder toegelicht krijgt de Belangenbehartigerhierbij wel doorzettingsmacht, waarmee hij een casus kan voorleggen aan2De inspecteur is de aangewezen functionaris van de Belastingdienst die o.a. belast is met deheffing van rijksbelastingen.3De ontvanger is de aangewezen functionaris van de Belastingdienst die o.a. belast is met deinvordering van rijksbelastingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144116 de directeur-generaal Belastingdienst dan wel de directeur-generaalToeslagen als de zienswijze niet wordt gevolgd.De leden van de fractie van NSC vragen of de aanbevelingen van deBelangenbehartiger worden voorgelegd aan de belastingplichtige. Tevensvragen deze leden welke rechtsmiddelen openstaan voor belastingplich-tigen en toeslaggerechtigden die het niet eens zijn met de aanbevelingvan de Belangenbehartiger.De Belangenbehartiger zoekt bij het behandelen van individuele casuïstieknaar de meest «rechtwaardige» oplossing. Dat wil zeggen, binnen allemogelijke rechtmatige oplossingen kijkt de Belangenbehartiger naar demeest rechtvaardige en menswaardige. Wat in dit perspectief de meestrechtvaardige en menswaardige oplossing is hangt af van de specifiekeomstandigheden van de belastingplichtige of toeslaggerechtigde. Voor deBelangenbehartiger is het dus van groot belang om te weten wat hetprobleem is van de belastingplichtige of de toeslaggerechtigde, wat deeerstelijns hulp tot nu toe heeft opgeleverd, maar ook welke oplossing debelastingplichtige of toeslaggerechtigde en zijn intermediair het meestpassend vinden. Op het moment dat de Belangenbehartiger een ziens-wijze heeft geformuleerd zal deze niet eerst met de belanghebbendeworden gedeeld. Dit heeft te maken met het voorkomen dat bepaaldeverwachtingen worden gecreëerd, omdat op dat moment nog nietduidelijk is of de zienswijze gevolgd wordt.Het kan natuurlijk ook zo zijn dat uit de behandeling van een individuelecasus door de Belangenbehartiger blijkt dat de Belastingdienst of DienstToeslagen de juiste beslissing genomen heeft. De zienswijze kan daninderdaad inhoudelijk verschillen van het standpunt van de belasting-plichtige. Mogelijk kan de Belangenbehartiger dan wel een rol spelen doorte luisteren, uitleg te geven waarom de gewenste oplossing niet mogelijkis of, in geval van multi-problematiek, door te verwijzen naar verdereondersteuning buiten de fiscaliteit of toeslagen. Tegen de aanbeveling vande Belangenbehartiger staan geen rechtsmiddelen open. Een belasting-plichtige of toeslaggerechtigde heeft natuurlijk wel altijd het recht om zichbij een klacht te wenden tot de Nationale ombudsman.De leden van de fractie van NSC vragen hoe de casusbehandeling door deBelangenbehartiger wordt ingebed in de huidige wetgeving.De individuele casusbehandeling hoeft niet te worden ingebed in de(huidige) wetgeving. Dit heeft te maken met de bevoegdheden van deinspecteur, ontvanger en Dienst Toeslagen en de wijze waarop het werkvan de Belangenbehartiger zich verhoudt tot hun wettelijke taak. DeBelangenbehartiger zal een bijdrage leveren aan de goede uitvoering vande belasting- en toeslagwetten. De Belangenbehartiger krijgt geenbevoegdheid tot het nemen van beslissingen in belasting- of toeslag-zaken. Daardoor is een wettelijke bevoegdheid niet noodzakelijk.Gedurende de opstartfase zal worden gekeken of er mogelijk aspecten zijndie toch een aanpassing van wetgeving vergen.De leden van de fractie van NSC vragen over hoeveel fte de Belangenbe-hartiger zal gaan beschikken, per wanneer de personeelsformatie rond zalzijn en hoe de Belangenbehartiger zijn tijd gaat verdelen over de terreinenbelastingen, toeslagen en douane.De Belangenbehartiger zal begin 2025 starten met een klein team engedurende het jaar is de formatie beoogd te groeien tot 31 fte. Hierbijdient te worden opgemerkt dat de werving van medewerkers pas kanstarten na de afronding van het medezeggenschapstraject. Dit traject zalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144117 naar verwachting in december 2024 afgerond zijn. Hoeveel tijd deBelangenbehartiger zal besteden per middel (belastingmiddel of soorttoeslag), is afhankelijk van de verhoudingen in de aangedragen casussen.De Belangenbehartiger is er voor burgers en kleine ondernemers. Deinschatting is dat het in de aangedragen casussen vaak ook zal gaan overmulti-problematiek, waarin zowel belastingen als toeslagen een rolspelen. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belangenbehartigerzich niet zal gaan bezighouden met Douanecasussen.De leden van de fractie van NSC vragen hoe de onafhankelijke positie vande Belangenbehartiger en diens team is geborgd.De organisatie van de Belangenbehartiger wordt rechtstreeks geplaatstonder de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën. Dezienswijzen die de Belangenbehartiger opstelt komen onafhankelijk totstand. Ook is de Belangenbehartiger niet verplicht om de rapportages dieworden opgesteld af te stemmen met andere onderdelen van hetMinisterie van Financiën of andere delen van de rijksoverheid. Dedirecteuren-generaal van de uitvoeringsdiensten zijn ook niet bevoegd omde rapportages aan te passen als deze worden voorgelegd aan deStaatssecretaris om aan uw Kamer te worden aangeboden. Hiermee isbeoogd om de oordeelsvorming en de rapportages van de Belangenbe-hartiger zoveel als mogelijk onafhankelijk tot stand te laten komen.De Belangenbehartiger en zijn medewerkers hebben een arbeidsovereen-komst met de Staat der Nederlanden. Op hen is de Ambtenarenwet 2017en het reguliere arbeidsrecht van toepassing.De Belangenbehartiger wordt aangesteld door de secretaris-generaal. DeBelangenbehartiger kan zelf de hem ondersteunende medewerkersaannemen en hij treedt op als bevoegd gezag voor deze medewerkers.Voor ingrijpende personele beslissingen wordt het gebruikelijke mandaatbinnen het Ministerie van Financiën gevolgd. Dit mandaat is hoog in deambtelijke organisatie belegd en met waarborgen omgeven.De leden van de fracties van de VVD, de BBB en het CDA vragen hoe bijde Belangenbehartiger en de IBTD kan worden voorkomen dat eenoverlap ontstaat in de werkvelden van de beide organisaties en dat«dubbel werk» wordt gedaan.Het kabinet onderkent dat de werkterreinen van de IBTD en de Belangen-behartiger in elkaars verlengde liggen. De IBTD heeft echter niet tot taakom individuele casussen te behandelen. Met een goede samenwerkingkunnen beide organisaties elkaar versterken en aanvullen. Om daar eengoede invulling aan te geven, werken de IBTD en de Belangenbehartigerop dit moment aan samenwerkingsafspraken. Hierin wordt onder meerafgesproken welke casussen de IBTD kan aandragen bij de Belangenbe-hartiger en wat voor signalen de Belangenbehartiger kan melden bij deIBTD. Veel van de samenwerking zal in de opstartfase van de Belangenbe-hartiger nader uitgewerkt worden. De samenwerkingsafspraken zullen dusook worden herzien waar nodig om invulling te geven aan de nieuweinzichten die zijn opgedaan. Het kabinet zal daarom inzetten op een goedeen nauwe samenwerking tussen de Belangenbehartiger en de IBTD.De leden van de fractie van de VVD vragen of een schatting kan wordengegeven van het aantal casussen waarin de Belangenbehartiger kanhelpen en wat er moet gebeuren als het aantal casussen oploopt. Voortsvragen deze leden hoeveel tijd er nodig is voor het behandelen vancasuïstiek en voor het ophalen van signalen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144118 Het jaar 2025 wordt een opstartfase voor de Belangenbehartiger waarinde organisatie nog moet worden opgebouwd. Op dit moment is dewerving van de Belangenbehartiger gaande. Als de Belangenbehartiger isgeworven zal het team worden geworven. Gedurende de opstartfase wilde Belangenbehartiger beginnen met een klein aantal casussen. Met departners die casussen kunnen aandragen worden afspraken gemaakt overde hoeveelheid casussen die ze in het eerste jaar kunnen aandragen. Dithelpt ook om vanaf de start te focussen op casussen die partnersregelmatig tegenkomen of waar de hulp van de Belangenbehartiger hetmeest gewenst is. De opstartfase zal ook gebruikt worden om dewerkwijze waar nodig bij te stellen. Ook zal in 2025 verder wordengewerkt aan de samenwerkingsafspraken met bijvoorbeeld de uitvoe-ringsdiensten en maatschappelijke partners. In de loop van dat jaar zalook een betere inschatting gemaakt kunnen worden van de hoeveelheidcasussen die er op jaarbasis baat kunnen hebben bij behandeling door deBelangenbehartiger. Ook kan dan een betere inschatting worden gemaaktvan de gemiddelde benodigde tijd voor de behandeling van een casus ende frequentie waarmee het behandelen van een casus leidt tot eenzienswijze aan de uitvoeringsdiensten of tot het rapporteren van eensignaal aan uw Kamer.Voor wat betreft de verhouding tussen het behandelen van casussen enhet ophalen van signalen kan in algemene zin gesteld worden dat hetzwaartepunt van de opdracht van de Belangenbehartiger ligt bij hetbehandelen van casussen. Als er vanuit de individuele casusbehandelingsignalen naar voren komen die duiden op mogelijke structurele risico’s,zal de Belangenbehartiger die delen met de IBTD, zodat die ze kangebruiken bij haar toezicht.De leden van de fractie van de VVD vragen hoe geborgd wordt datsignalen over hardheden in wetgeving of beleid de Kamer bereiken.De Belangenbehartiger gaat zich primair richten op het behandelen vanindividuele casuïstiek van belastingplichtigen en toeslaggerechtigden.Niet in alle gevallen zal de Belangenbehartiger in staat zijn om burgers ofbedrijven te helpen, bijvoorbeeld omdat de wetgeving daar geen ruimtetoe laat. Dit soort gevallen worden gebundeld in een rapport dat (uitein-delijk) twee keer per jaar, in rapportages van de uitvoeringsdiensten, aanuw Kamer wordt aangeboden. Deze signalen zal de Belangenbehartigeroverigens ook met de IBTD delen, zodat die ze kan gebruiken bij haartoezicht. De IBTD zal daar in haar jaarverslag, dat ook naar de Kamer gaat,over rapporteren.De leden van de fractie van de VVD vragen welke voor- en nadelen deonafhankelijke positionering binnen het Ministerie van Financiën dan welbinnen de uitvoeringsdiensten heeft.Met betrekking tot de individuele casusbehandeling ligt het naar demening van het kabinet voor de hand dat de Belangenbehartiger dicht bijde uitvoeringsdiensten wordt gepositioneerd. Op deze manier kan hetmakkelijkst geschakeld worden met de uitvoeringsdiensten. Voor deregierol van de Belangenbehartiger ligt het meer voor de hand om dichterbij het Ministerie van Financiën gepositioneerd te zijn. Het kabinet isdaarom ook voorstander van deze hybride positionering. Door te kiezenvoor deze vorm kan de Belangenbehartiger zowel binnen het kerndepar-tement als bij de uitvoeringsdiensten, zonder omwegen, zijn rol uitvoeren.Dit komt de uitvoering van de taken van de Belangenbehartiger endaarmee het belang van rechtszoekenden ten goede.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144119 De leden van de fractie van de BBB vragen of de Belangenbehartiger nietbeter kan worden ondergebracht bij de IBTD.Zoals ook is opgemerkt in de kabinetsreactie op het advies van deKwartiermaker Belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslagge-rechtigden vindt het kabinet het wenselijk dat de IBTD zich toelegt op dekerntaken die er nu al zijn en vindt het kabinet het niet logisch om dittakenpakket uit te breiden, omdat de IBTD een jonge organisatie is.4 Omdie reden vindt het kabinet positionering van de Belangenbehartiger bij deIBTD op dit moment in ieder geval niet logisch. Daarnaast heeft de IBTDeen toezichthoudende rol als onafhankelijk onderdeel binnen hetMinisterie van Financiën. De IBTD houdt zich bezig met het onderzoekenvan structurele risico’s waar burgers en bedrijven mee te maken zoudenkunnen krijgen. De IBTD kan wel meldingen ontvangen van individueleburgers, maar de IBTD zal die individuele zaken niet inhoudelijk behan-delen. Daarbij geldt dan ook dat de IBTD burgers en kleine onderne-mingen of hun intermediair kan doorsturen naar de Belangenbehartigerals zij zich melden bij de IBTD met een casus.Positionering binnen de IBTD zou, gelet op de onafhankelijke positie vande IBTD, ook kunnen betekenen dat er minder aansluiting kan wordengevonden bij de uitvoeringsdiensten op het niveau van individueleburgers of bedrijven. Te zijner tijd zal de vormgeving en de functioneringvan de Belangenbehartiger worden geëvalueerd; het ligt voor de hand omdan ook te bezien of de positionering nog aandacht behoeft.5De leden van de fractie van de BBB vragen of het kabinet de visie deelt dater extra aandacht moet zijn voor kwetsbare groepen zoals kleine onder-nemers en jongeren.Het kabinet is van mening dat het belangrijk is dat kwetsbare groepen,zoals kleine ondernemers en jongeren ook makkelijk hun weg kunnenvinden bij de uitvoeringsdiensten. Binnen de uitvoeringsdiensten zijn dezegroepen al langer op de radar en wordt gewerkt aan het bieden van beteredienstverlening.De Belastingdienst en Dienst Toeslagen zetten in op het bieden van(persoonlijke) hulp voor burgers die dat nodig hebben. Zij hebben daarbijaandacht voor het versterken van het dienstverlenende netwerk. Daarbijwordt oog gehouden voor een soepel en integraal samenspel van deinteractiekanalen zodat burgers niet verdwalen bij het vragen van hulp enniet steeds opnieuw de situatie waarin ze zich bevinden opnieuw moetenuitleggen. De uitvoeringsdiensten blijven daarom investeren in eenlandelijk dekkend netwerk voor fysieke dienstverlening. Zij zoeken hierinde samenwerking met koepelorganisaties die bepaalde groepen burgersvertegenwoordigen. Ook zetten zij verder in op het versterken en hetverbreden van het netwerk van organisaties die mensen met hunbelastingen en toeslagen helpen. Samen met organisaties vanuit het heleland, ieder met een eigen achterban en netwerk van sleutelpersonen,wordt verkend op welke wijze meer burgers kunnen worden bereikt.Zo geldt voor de doelgroep jongeren dat zij vaak verkeren in een situatiedat zij geld terug kunnen krijgen. De Belastingdienst attendeert hendaarop met een brief en daarna nog een herinneringsbrief. Ook wordt decommunicatie en hulp verder verfijnd via de sociale media (zoalsinstagram) en is er een Denktank Jongeren (waarin jongeren zitting4Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 1396, p. 7.5Hierbij is het gebruikelijk om een termijn van tussen de vier en de zeven jaar te hanteren, zoalsvolgt uit de Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144120 hebben) aan wie de Belastingdienst adviezen kan vragen over hoe deBelastingdienst de dienstverlening en hulp aan jongeren kan verbeteren.Ook in de aangiftecampagne voor de inkomstenbelasting 2024 wordtspecifiek aandacht aan jongeren besteed.Voor ondernemers en fiscaal dienstverleners zijn de volgende informatie-kanalen beschikbaar. Naast de algemene website van de Belastingdienstwordt ook informatie per doelgroep gegeven, bijvoorbeeld aan startendeondernemers via belastingdienst.nl/starters. Verder wordt deskundige enpersoonlijke ondersteuning geboden via (digitale) fora en ondernemers-pleinen. Ook worden jaarlijks de Intermediairdagen georganiseerd waarfiscaal dienstverleners worden geïnformeerd over fiscale actualiteiten.Ondernemers kunnen op twintig kantoren van de Belastingdienst terechtmet vragen over onder andere aangiften of betalingen. Startendeondernemers kunnen kiezen voor contact via chat op de website, eenvideobelgesprek of een gesprek op een Belastingdienstkantoor.De dienstverlening richt zich verder op het voorkomen van problema-tische schulden door vroegtijdig te signaleren dat ondernemers vastlopenbij het nakomen van hun fiscale verplichtingen. Zij worden ondersteundbij het op orde krijgen van hun fiscale zaken. Ondernemers met complexeen dringende problemen die niet geholpen kunnen worden via dereguliere processen, kunnen terecht bij de Stella-teams. De Belasting-dienst biedt maatwerk en, door rekening te houden met de individueleomstandigheden van de ondernemer én de bedoeling van de wet. Waarnodig verwijst de Belastingdienst naar passende externe hulpinstanties,bijvoorbeeld voor schuldhulpverlening.De leden van de fractie van de BBB vragen of het klopt dat de Belangenbe-hartiger een signaleringsfunctie heeft, dat de Belangenbehartiger geenbeslissingsbevoegdheid heeft, en vragen zich af hoe dit in de uitvoeringwordt vormgegeven.Het klopt dat de Belangenbehartiger geen bevoegdheid krijgt om zelfbesluiten van de inspecteur, de ontvanger of Dienst Toeslagen aan tepassen. Een onderzoek van de Belangenbehartiger kan leiden tot eenzienswijze aan de inspecteur, de ontvanger of de Dienst Toeslagen om eengenomen besluit te herzien. Het is vervolgens aan deze bestuursorganenom te besluiten of ze deze zienswijze volgen. Als de zienswijze (gedeel-telijk) niet wordt gevolgd, is de Belangenbehartiger bevoegd om te vragenom een nadere motivering aan de inspecteur, de ontvanger of DienstToeslagen. Als de Belangenbehartiger het niet eens is met die onder-bouwing, dan kan hij de casus doorzetten naar (uiteindelijk) de directeur-generaal Belastingdienst of de directeur-generaal Toeslagen. In derapportage van de Belangenbehartiger aan de Kamer wordt ingegaan opde eventuele casussen die niet kunnen worden opgelost ondanks dedoorzettingsmacht. Deze casussen zijn voor de (mede)wetgever eenbelangrijk signaal, bijvoorbeeld omdat sprake kan zijn van een hardheid.De leden van de fractie van het CDA vragen hoe de onafhankelijkheidgeborgd kan worden als de Belangenbehartiger op de vaste momentenbinnen het verslag van de hele uitvoeringsdienst moet rapporteren. DeBelangenbehartiger wordt bevoegd om zelfstandig rapportages op testellen en naar de Kamer te sturen. Maar, zoals ook is benoemd in dekabinetsreactie op het advies van de Kwartiermaker, worden dezerapportages als bijlage van de reguliere rapportages van de Belasting-dienst en Dienst Toeslagen met uw Kamer gedeeld. Hiermee wordt nietbeoogd dat de uitvoeringsdiensten inspraak krijgen op de inhoud van derapportages van de Belangenbehartiger. Van de uitvoeringsdiensten wordtgevraagd om deze rapportages zonder wijzigingen aan diens reguliererapportages toe te voegen als bijlage. De leden van de fractie van het CDAmerken terecht op dat dit de Belangenbehartiger beperkt in het momentvan het versturen van de rapportages, want de reguliere rapportages vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144121 de Belastingdienst en Dienst Toeslagen worden op een vast moment naaruw Kamer gestuurd. Aan de andere kant zorgt het er wel voor dat signalenen rapportages over de uitvoering zoveel mogelijk samengevoegd naaruw Kamer komen. In de opstartfase zal bekeken worden of de samen-voeging efficiënt is of onnodig belemmerend werkt.De leden van de fractie van het CDA vragen het kabinet te reflecteren ophet voorstel van de Kwartiermaker om de Belangenbehartiger te latenaansluiten bij directietafels van de uitvoeringsdiensten en het Ministerievan Financiën.De kerntaak van de Belangenbehartiger is het bieden van hulp aanburgers en bedrijven door middel van individuele casusbehandeling. Hetkabinet is het met deze leden eens dat het belangrijk is dat de Belangen-behartiger laagdrempelig kan aansluiten bij overleggen van de directie-tafels van het Ministerie van Financiën en de uitvoeringsdiensten als erthema’s worden besproken die relevant zijn voor de Belangenbehartiger,of als de Belangenbehartiger een thema onder de aandacht wil brengenvan de desbetreffende directietafel. Het kabinet ziet echter geenmeerwaarde in het regulier aansluiten bij deze directietafels door deBelangenbehartiger, omdat er bij deze directietafels hoofdzakelijk thema’sworden besproken die geen relevantie hebben voor de Belangenbehar-tiger en die bijvoorbeeld organisatorisch van aard zijn. Daar waar er voorde Belangenbehartiger relevante thema’s worden besproken, is hetuiteraard wenselijk dat hij hiervoor wordt uitgenodigd.De leden van de fractie van het CDA vragen het kabinet het standpunt datde doorzettingslijn eindigt op DG-niveau te heroverwegen.Het kabinet is van mening dat het niet passend is om besluitvorming overindividuele belasting- of toeslag casuïstiek te beleggen bij de betreffendeStaatssecretaris of uw Kamer. Dat betekent uiteraard niet dat er geen rol isvoor de Staatssecretaris(sen) of uw Kamer bij bevindingen van deBelangenbehartiger. Als de Belangenbehartiger in de individuelecasusbehandeling tegen een hardheid in wet- of regelgeving aanloopt,waar ook na het doorlopen van de doorzettingslijn geen passendeoplossing voor kan worden geboden, zal de Belangenbehartiger dit puntrapporteren aan de Staatssecretaris en uw Kamer. In een dergelijk geval iser geen ruimte in het geldende recht om tot een andere uitkomst tekomen die meer recht doet aan de situatie van een burger of een bedrijf.Dit kan aanleiding geven tot het aanpassen van de desbetreffende wet- ofregelgeving. De betreffende Staatssecretaris en uw Kamer kunnen dezeinformatie gebruiken om te beoordelen of de wet- of regelgeving op ditpunt moet worden aangepast.De leden van de fractie van het CDA vragen of het kabinet de meningdeelt dat invoering van een Handvest voor bescherming van de rechtenvan belastingbetalers en toeslagontvangers, waarvoor deze leden eeninitiatiefnota hebben ingediend, een concreet handelingsperspectief kanbieden voor de Belangenbehartiger en de uitvoeringdiensten bij hetbereiken van een «rechtwaardige oplossing».Zoals ook is opgemerkt in de reactie op de initiatiefnota van het lid Ingevan Dijk omarmt het kabinet de introductie van een Handvest en is hetbereid om te verkennen op welke wijze en door wie een Handvest zoukunnen worden vormgegeven.6 Naar de opvatting van het kabinet is eenHandvest met name behulpzaam voor de beschrijving van de regulieretrajecten en de rechten die burgers en bedrijven hebben. De Belangenbe-6Kamerstukken II 2023/24, 36 502, nr. 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144122 hartiger zal daarentegen met name optreden in gevallen waarin degebruikelijke trajecten niet tot een passende oplossing hebben geleid.Daarom vindt het kabinet het niet voor de hand liggen om het Handvest indit stadium te betrekken bij de ministeriële regeling die wordt opgesteldmet betrekking tot de taakuitvoering van de Belangenbehartiger. Eenhandvest zou immers een veel breder toepassingsbereik moeten hebbendan enkel de zaken waarbij de Belangenbehartiger wordt betrokken.De leden van de fractie van het CDA vragen of er een vervolg komt op depilot waarbij de Belastingdienst aanwezig is geweest bij spreekuren vansociaal raadslieden van het team Inkomen & Juridische zaken van degemeente Den Bosch.De Belastingdienst heeft naast de 21 eigen kantoren tot nu toe op 16locaties steunpunten geopend (waaronder de in de vraag genoemdeactiviteiten in Den Bosch). Hulp aan burgers en bedrijven bij hunbelasting- en toeslagzaken bieden de Belastingdienst en Dienst Toeslagenniet alleen, maar samen met een netwerk van gemeenten, sociaalraadslieden en maatschappelijk dienstverleners. De Belastingdienstonderschrijft en herkent de positieve bijdrage die de samenwerking metdeze partijen levert aan het nog beter helpen van burgers en bedrijven.Daarom zijn alle steunpunten van de Belastingdienst gevestigd bijgemeenten, de Sociale Dienst en ontmoetingspleinen. In lijn met deambities vanuit het programma «inrichten overheidsbrede loketten», datloopt onder de vlag van Werkagenda voor de uitvoering en het Ministerievan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, streeft de Belastingdiensternaar een fijnmazig netwerk te vormen, waarbij elke ingang goed is enhulp echt altijd dicht bij is.Voor het vervolg hiervan is het nodig de samenwerking met gemeenten,maatschappelijk dienstverleners en sociaal raadslieden uit te breiden en teversterken. en hen de mogelijkheid te bieden om samen met een burgerof bedrijf bij de Belastingdienst aan te kunnen kloppen voor hulpbijvoorbeeld door middel van videobellen. Daarnaast zijn er meersteunpunten nodig om de bereikbaarheid en nabijheid van persoonlijkehulp te vergroten.Voorts wordt opgemerkt dat de Staatssecretaris voor Rechtsbeschermingeen inhoudelijke reactie zal geven op het rapport van het Wetenschap-pelijk Onderzoek- en Datacentrum in de 12e voortgangsrapportage van hetprogramma stelselvernieuwing rechtsbijstand. Deze voortgangsrap-portage wordt in december van dit jaar verwacht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 144123
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.