Beleidsreactie op RSJ-advies “Vrijheidsbeperkende maatregelen in de open residentiële jeugdhulp?”
Brontekst
Versie ba2121e88be8125c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 839JeugdzorgNr. 1029 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 oktober 2024Hierbij ontvangt u mijn beleidsreactie op het advies «Vrijheidsbeperkendemaatregelen in de open residentiële jeugdhulp?» van de Raad voorStrafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). Dit advies heeft u op18 december 2023 ontvangen.1 Ten grondslag aan deze reactie ligt dat ikgroot belang hecht aan rechtswaarborgen en voldoende rechtsbe-scherming voor jeugdigen die te maken hebben met vrijheidsbeperkendemaatregelen.Deze reactie bespreek ik actief met in ieder geval jeugdigen (waaronderervaringsdeskundigen), professionals, aanbieders en gemeenten. Wantvoordat ik een definitief standpunt inneem, wil ik hen volop degelegenheid geven mee te denken en te reageren. Voor deze stap heb ikgekozen omdat het innemen van een standpunt gepaard gaat metdilemma’s: wat is nodig en acceptabel bij het toepassen van vrijheidsbe-perkende maatregelen in de open jeugdhulp? Het gaat dan om het borgendat deze maatregelen uitsluitend worden toegepast als er geen alterna-tieven zijn, dat de maatregelen proportioneel worden toegepast,bereidheid als samenleving om risico’s te accepteren, handelingsper-spectief voor medewerkers, veiligheid van medewerkers en demaatschappelijke kosten. Hierover wil ik in gesprek gaan.Over mijn inzet in dit maatschappelijke gesprek wil ik helder zijn. Mijnvoorkeur gaat vooralsnog uit naar een wijziging van de Jeugdwet om detoepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen in de open jeugdhulpmogelijk te maken, omkleed met rechtswaarborgen, in lijn met de Wetverplichte ggz (Wvggz) en de Wet zorg en dwang psychogeriatrische enverstandelijke gehandicapte cliënten (Wzd). Op dit moment mogenhulpverleners in de jeugdhulp alleen vrijheidsbeperkende maatregelentoepassen op grond van een machtiging gesloten jeugdhulp waarbij eenjeugdige in een gesloten jeugdhulpaccommodatie wordt geplaatst. Het1Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 990. kst-31839-1029ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10291 doel is te stoppen met gesloten jeugdhulp, maar omdat er nu eenmaalomstandigheden zijn dat toepassing van vrijheidsbeperkende maatre-gelen de enige weg is om te zorgen dat een jeugdige passende hulp kankrijgen, moet er een wettelijke basis blijven voor de toepassing van diemaatregelen. Alleen dan kunnen we stoppen met de gesloten jeugdhulpen de ambitie nul gesloten plaatsingen proberen te realiseren. Nadat ikhet gesprek heb gevoerd over de dilemma’s die ik hierboven kort hebgeschetst, ontvangt u van mij een definitief beleidsstandpunt.De opbouw van deze brief volgt de vijf stappen uit het Beleidskompas, dewerkwijze voor het ontwikkelen van beleid.2 Allereerst beschrijf ik hetprobleem waarom ik de RSJ om advies heb gevraagd: de inzet vanvrijheidsbeperkende maatregelen in de open jeugdhulp zonder datvoorzien is in een wettelijke basis en rechtswaarborgen. Daarna ga ik inop het doel dat ik beoog: passende jeugdhulp voor jeugdigen diebescherming en veiligheid nodig hebben. Dan benoem en duid ik deopties om dat doel te realiseren, inclusief de opties die de RSJ adviseert.Tot slot meld ik u welke optie mijn voorkeur heeft.In de praktijk komt het voor dat in de open residentiële jeugdhulpvrijheidsbeperkende maatregelen worden toegepast zonder datsprake is van een wettelijke grondslag en rechtswaarborgen. Opgrond van de Jeugdwet zijn vrijheidsbeperkende maatregelen nuimmers alleen toegestaan in accommodaties die zijn geregistreerdvoor de gesloten jeugdhulp en als een rechterlijke machtiging isverleend. Dit betekent dat aanbieders van open residentiëlejeugdhulp die met het oog op goede zorg vrijheidsbeperkendemaatregelen willen kunnen toepassen, zich eerst moeten registrerenals gesloten jeugdhulpinstelling. Echter, meer aanbieders vragenzich te registreren als gesloten jeugdhulpinstelling en dat staat haaksop de ambitie te stoppen met gesloten plaatsingen.Als we het mogelijk willen maken om in bepaalde – restrictieve –gevallen vrijheidsbeperkende maatregelen toe te laten passen in deopen residentiële jeugdhulp is een wetswijziging noodzakelijk. Deaanbeveling van de RSJ voor één nieuwe wet gedwongen zorg vooralle jeugdigen of uitbreiding van een toetsing bij een uithuis-plaatsing neem ik niet over. Mijn voorkeur gaat uit naar een wijzigingvan de Jeugdwet om de toepassing van vrijheidsbeperkendemaatregelen in de open jeugdhulp mogelijk te maken, in lijn met deWvggz en de Wzd.1. Soms vrijheidsbeperking zonder wettelijke basis en rechts-waarborgen Hieronder staat beschreven wanneer sprake is van vrijheidsbeperking enwat de huidige wettelijke mogelijkheden zijn om vrijheidsbeperkendemaatregelen toe te passen bij jeugdigen. Uit die beschrijving valt deconclusie te trekken dat het voorkomt dat in de open residentiëlejeugdhulp momenteel vrijheidsbeperking plaatsvindt zonder dat er sprakeis van een wettelijke grondslag of rechtswaarborgen voor jeugdigen.Maatregel tegen de wil van de jeugdige of gezaghebbende is vrijheidsbe-perkingVrijheidsbeperkende maatregelen zijn maatregelen die tegen de wil vande jeugdige of van degene die het gezag over de jeugdige uitoefentworden toegepast. Zoals ook de RSJ aangeeft in het advies gaat het bij2Meer informatie over het Beleidskompas is te raadplegen bij het Kenniscentrum voor beleid enregelgeving (www.kcbr.nl).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10292 vrijheidsbeperking in het kader van jeugdhulp vooral om een inperkingvan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer enonaantastbaarheid van het lichaam3, dan wel een beperking van het rechtop bewegingsvrijheid of het recht op vrijheid van verplaatsing.4 Dit zijngrondrechten, onder meer neergelegd in de Grondwet en internationaleverdragen. Dergelijke inperkingen van grondrechten, zoals het innemenvan een telefoon of insluiten zijn slechts toegestaan als dat is voorzien vaneen wettelijke basis, een geoorloofd legitiem doel dient en als wordtvoldaan aan het subsidiariteitsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel.5Mogelijke situaties waarin deze afwegingen gemaakt moeten worden zijndreiging van automutilatie of suïcide, gevaar of onveiligheid uitgaandevan zogeheten «loverboys» of gevaar vanwege verslavingsproblematiek.Huidige wettelijke mogelijkheden: hoofdstuk 6 Jeugdwet, Wvggz en WzdDe gesloten jeugdhulp is geregeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet. Opgrond van een (voorwaardelijke) machtiging gesloten jeugdhulp kunnenvrijheidsbeperkende maatregelen tegen de wil van de jeugdige of vandegene die het gezag over de jeugdige uitoefent, worden toegepast, mitsaan bepaalde voorwaarden is voldaan. Zo moet de instelling zijngeregistreerd als instelling waar gesloten jeugdhulp wordt verleend.Daarnaast mag de instelling alleen de in hoofdstuk 6 opgesomdevrijheidsbeperkende maatregelen toepassen en moet de instelling zich bijhet toepassen daarvan houden aan de voorwaarden en eisen die zijnopgenomen in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.6 Behoudens noodsituatiesmag een instelling alleen de vrijheidsbeperkende maatregelen toepassendie in het hulpverleningsplan van de jeugdige zijn opgenomen.Voor een (voorwaardelijke) plaatsing in de gesloten jeugdhulp is altijd eenmachtiging van de kinderrechter nodig.7 De kinderrechter verleent alleeneen (voorwaardelijke) machtiging gesloten jeugdhulp als naar het oordeelvan de kinderrechter:a.jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- ofopvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naarvolwassenheid ernstig belemmeren;b.de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om tevoorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt ofdaaraan door anderen wordt onttrokken; (in het geval van devoorwaardelijke machtiging: de ernstige belemmering in deontwikkeling naar volwassenheid alleen buiten de accommodatie kanworden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden); enc.er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- enopvoedingsproblemen te behandelen.Naast de Jeugdwet bieden de Wvggz en de Wzd mogelijkheden om tegende wil van de jeugdige of van degene die het gezag over de jeugdigeuitoefent gedwongen zorg toe te passen die nodig is in verband met eenstoornis of beperking, ook als dat diens vrijheid en rechten beperkt. DeWvggz en de Wzd kunnen ook worden toegepast als de jeugdigejeugdhulp ontvangt in een open setting. De Wvggz spreekt dan oververplichte zorg en de Wzd over onvrijwillige zorg. In beide wetten isbepaald dat verplichte of onvrijwillige zorg alleen als uiterste middel mag3Zie ook artikelen 10 en 11 Grondwet, artikel 17 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten enpolitieke rechten (IVBPR) en artikel 8 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van demens en de fundamentele vrijheden (EVRM).4Zie ook artikel 2 vierde protocol bij het EVRM en artikel 12 IVBPR.5RSJ-advies Vrijheidsbeperkende maatregelen in de open residentiële jeugdhulp?, pagina 18.6Hoofdstuk 6 is gewijzigd met de invoering per 1 januari 2024 van de Wet rechtspositie geslotenjeugdhulp: Wet van 17 mei 2023, stb. 182.7Zie ook artikelen 6.1.2 en 6.1.4 JeugdwetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10293 worden toegepast. Er moet sprake zijn van gedrag dat voortvloeit uit eenstoornis of beperking en dat ernstig nadeel veroorzaakt, zoals het bestaanvan of het risico op ernstig lichamelijk letsel of ernstig verstoordeontwikkeling van de jeugdige.De Wvggz kan van toepassing zijn op jeugdigen die een psychischestoornis hebben. Voor het verlenen van verplichte zorg is altijd eencrisismaatregel, machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel ofzorgmachtiging (met daarin opgenomen welke vrijheidsbeperkendemaatregelen mogen worden toegepast) vereist. De Wzd kan vantoepassing zijn op jeugdigen met een verstandelijke beperking en vereistbij een gedwongen opname een inbewaringstelling of een rechterlijkemachtiging. Voor het toepassen van andere onvrijwillige zorg (bijvoor-beeld verplichte controles) moet een specifieke in de Wzd beschrevenbesluitvormingsprocedure worden gevolgd.Vrijheidsbeperking in de open jeugdhulp is niet toegestaan, maar vindtwel plaatsUit bovenstaande korte toelichting op de Jeugdwet en andere wetten dievan toepassing kunnen zijn op jeugdigen, blijkt dat vrijheidsbeperkendemaatregelen in de open jeugdhulp alleen zijn toegestaan voor jeugdigendie onder de Wvggz of Wzd vallen waarbij wordt voldaan aan de door diewetten gestelde eisen.De Inspectie Gezondheidszorg (IGJ) en het AKJ (thans Jeugdstem)hebben in mei 2022 een signalement uitgebracht over de inzet vanvrijheidsbeperkende maatregelen in de open jeugdhulp.8 Daarin consta-teren zij dat residentiële (behandel)groepen, gezinshuizen, logeeropvang,zorgboerderijen en locaties voor dagbesteding of dagbehandeling in depraktijk wel vrijheidsbeperkende maatregelen toepassen. Bij in ieder geval37 bezoeken in de periode 2017 tot en met 2021 rapporteerde de IGJ overvrijheidsbeperkende maatregelen. Het gaat daarbij om de volgende driesituaties:•onwetendheid: jeugdhulpaanbieders weten onvoldoende wanneersprake is van vrijheidsbeperking.•ontbreken van passende hulp.•er verblijven jeugdigen voor wie incidenteel of tijdelijk vrijheidsbeper-kende maatregelen vanuit hulpinhoudelijke gronden nodig zoudenkunnen zijn (bijvoorbeeld slachtoffers van mensenhandel of eerwraak,voor hun eigen veiligheid).Dit voorjaar heeft de IGJ opnieuw geconstateerd dat aanbieders binnende open jeugdhulp op grote schaal vrijheidsbeperkende maatregeleninzetten bij het bieden van hulp aan jeugdigen met complexe problemen.9Ook Jeugdstem meldt in het jaarverslag 2023 dat het aantal klachten ensignalen over vrijheidsbeperkende maatregelen in de open jeugdhulp, in2023 opnieuw is gestegen.10Dat jeugdigen binnen de open jeugdhulp vrijheidsbeperkende maatre-gelen opgelegd krijgen, is een probleem omdat vrijheidsbeperkendemaatregelen grondrechten van jeugdigen beperken en zeer ingrijpendkunnen zijn. Dergelijke maatregelen mogen dan ook niet zonder wettelijkegrondslag worden toegepast.8Vrijheidsbeperkende maatregelen in open residentiële jeugdhulp, IGJ, mei 2022.9Zorgen over jongeren met een complexe hulpvraag buiten de gesloten jeugdhulp, IGJ, april2024.10Jaarverslag 2023, JeugdstemTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10294 2. Passende hulp voor jeugdigen die veiligheid en beschermingnodig hebben De ambitie is dat jeugdigen met complexe en meervoudige problemen dieveiligheid en bescherming nodig hebben de best passende zorg krijgen.Daarbij geldt dat in het Hoofdlijnenakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 471,nr. 37) de doelstelling is opgenomen om te stoppen met de huidigegesloten jeugdhulp. Dat laat onverlet dat er situaties zijn waarin vrijheids-beperkende maatregelen noodzakelijk zijn, zoals dreiging van automuti-latie of suïcide, gevaar of onveiligheid uitgaande van zogeheten«loverboys» of gevaar vanwege verslavingsproblematiek. Daarbij moethet «nee, tenzij-principe» altijd het uitgangspunt zijn. Dat betekent dat eenvrijheidsbeperkende maatregel het uiterste middel moet zijn en niet magworden toegepast tenzij er geen minder bezwarende alternatieven zijn, demaatregel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat de maatregeleffectief is.3. Voorlichting, gemeentelijke inspanning en wetswijziging t.b.v.passende hulp In het bovengenoemde signalement gaven de IGJ en Jeugdstem drieaanbevelingen. De eerste aanbeveling was het verschaffen van meerduidelijkheid door voorlichting. Daaraan heb ik gevolg gegeven door hetNederlands jeugdinstituut (NJi) te vragen een handreiking op te stellen.Die is op 16 mei 2024 gepubliceerd.11 Deze handreiking is bedoeldprofessionals een houvast te bieden in wat wel en niet is toegestaan in deopen jeugdhulp. Deze is opgesteld aan de hand van gesprekken metjeugdigen, professionals en deskundigen. Aan de hand van zes dilemma’sdie jeugdprofessionals ervaren, biedt het NJi daarbij voorbeelden,informatie en tips aan. Het NJi geeft opvolging aan de handreiking doorhet organiseren van leeractiviteiten voor professionals.Aanbeveling twee was een oproep aan gemeenten om ervoor te zorgendat (voldoende) passende hulp beschikbaar is. Dat is nodig om tevoorkomen dat tijdelijk vrijheidsbeperkende maatregelen worden ingezetomdat er voor een jeugdige niet de juiste plek beschikbaar is. Belangrijk isdat gemeenten inzicht hebben in de gaten en problemen in het huidigejeugdhulpaanbod in hun gemeente, zodat ze actie kunnen ondernemenom het aanbod dekkend te maken en de problemen op te lossen. Infebruari 2024 heeft de IGJ opnieuw gewezen op het ontbreken hiervan.12Aanbeveling drie was het onderzoeken van een wetswijziging. Dat was deaanleiding om de RSJ om advies te vragen. Hieronder staat in zijn eigenwoorden de kern van het advies. In de volgende paragraaf ga ik in op deaanbevelingen.De RSJ concludeert onder andere dat vrijheidsbeperking vanjeugdigen verschillend is geregeld, in verschillende wetten:hoofdstuk 6 Jeugdwet, de Wvggz en de Wzd. De RSJ adviseert éénwettelijke regeling te ontwerpen voor de zorg en ondersteuning aanjeugdigen, door middel van een harmonisatie van deze drie wetten,waarbij dan vrijheidsbeperkingen in open instellingen mogelijkwordt gemaakt. De Wvggz en de Wzd zouden dan van toepassingzijn op personen vanaf 18 jaar.11Omgaan met dilemma’s rond vrijheidsbeperking in open jeugdhulp (Een handreiking voorjeugdprofessionals), Nederlands jeugdinstituut, 2024.12Onvoldoende hulp in de JeugdzorgPlus, IGJ, februari 2024; Zorgen over jongeren met eencomplexe zorgvraag buitende gesloten jeugdhulp, IGJ, april 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10295 De RSJ is zich ervan bewust dat een dergelijke stelselherziening tijdkost. Om die reden doet de RSJ voor de middellange termijn eenaantal aanbevelingen om een situatie te creëren waarin de positie enrechtsbescherming van de jeugdige in de open residentiëlejeugdhulp worden versterkt.De RSJ onderschrijft de breed gedeelde opvatting dat vrijheidsbeper-kende maatregelen zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.Tegelijkertijd is de RSJ van mening dat wanneer deze maatregelen inuitzonderlijke en noodzakelijke gevallen wél worden toegepast, dejeugdige moet worden beschermd door middel van rechtswaar-borgen. Zolang deze rechtswaarborgen niet zijn gerealiseerd,adviseert de RSJ dat vrijheidsbeperking in de open residentiëlejeugdhulp niet mag worden toegepast, tenzij sprake is van eennoodsituatie. Hierbij geldt dat de RSJ adviseert om insluiting in hetgeheel niet toe te staan, ook niet in noodsituaties. De RSJ begrijpt devrees voor een aanzuigende werking met betrekking tot het wettelijkregelen van vrijheidsbeperking voor de open residentiële jeugdhulp.Tegelijkertijd vindt de RSJ het essentieel de positie en rechtsbe-scherming van de jeugdige en wettelijk vertegenwoordiger(s) teversterken in een realiteit waar vrijheidsbeperking wél wordttoegepast.4. Duiding van vier opties om de huidige situatie te verbeteren a. Geen wetswijziging: machtiging gesloten jeugdhulp blijft wettelijkegrondslag Binnen de huidige Jeugdwet mogen aanbieders van residentiëlejeugdhulp op twee manieren vrijheidsbeperkende maatregelen toepassen.De eerste is dat zij gebruik maken van de voorwaardelijke machtigingwaarbij ingevolge artikel 6.1.4, zevende lid, Jeugdwet slechts een beperktaantal vrijheidsbeperkende maatregelen is toegestaan. De tweede is datzij hun accommodatie registreren als gesloten jeugdhulpaccommodatieen voor de betreffende jeugdige een machtiging gesloten jeugdhulp isverleend. Na de registratie als gesloten jeugdhulpaccommodatie toetst deIGJ of de aanbieders voldoen aan het kwaliteitskader gesloten jeugdhulp.Dat begint met een entreetoets.Beide manieren vergen geen wetswijziging. Het belangrijkste bezwaartegen deze optie is het risico dat het leidt tot aanzienlijk meer geslotenplaatsingen en meer gesloten accommodaties. Dat risico valt ook niet uitte sluiten bij de toename van het aantal voorwaardelijke machtigingenomdat als een jeugdige zich niet aan de voorwaarden houdt, plaatsing ineen gesloten accommodatie kan volgen.Voor alle duidelijkheid, plaatsing in een gesloten accommodatie betekentin de huidige wettelijke situatie dat alle in de Jeugdwet opgenomenvrijheidsbeperkende maatregelen zijn toegestaan bij jeugdigen die daargeplaatst zijn met een machtiging gesloten jeugdhulp. Het risico bestaatdan dat er meer en zwaardere vrijheidsbeperkende maatregelen wordeningezet. Bovendien staat deze optie haaks op de ambitie te stoppen metde gesloten jeugdhulp en het gebruik van vrijheidsbeperkende maatre-gelen terug te dringen.b. Eén nieuwe wet voor zorg en ondersteuning voor jeugdigen De voorkeursoptie van de RSJ is dat de reikwijdte van de Wvggz en Wzdwordt beperkt tot volwassenen en dat bestaande wettelijke regelingenvoor vrijheidsbeperking bij jeugdigen worden geïntegreerd in één nieuwewettelijke regeling. Wat pleit voor deze optie is dat in alle vormen vanresidentiële jeugdhulp dan dezelfde rechtspositieregeling geldt en datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10296 daarmee de noodzaak voor overplaatsingen vanuit of naar de jeugd-ggz oflvb-zorg voor jeugdigen kan verminderen.Het risico is dat er een aanzuigende werking van deze wetswijziginguitgaat: meer instellingen krijgen de mogelijkheid vrijheidsbeperkendemaatregelen toe te passen. Daarnaast is het de vraag of er voldoendeaanleiding is voor een zo ingrijpende wijziging van drie wetten: Jeugdwet(snel op de invoering van de Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp),Wvggz en Wzd. Bovendien is er geen aanleiding vanuit de Wvggz of deWzd om jeugdigen uit deze wetten te halen. Bij de recente evaluatie vanbeide wetten is daarover niets naar voren gebracht.13Tot slot, een dergelijke ingrijpende wijziging van drie wetten zal veel tijdvragen. De huidige praktijk van vrijheidsbeperking in de open jeugdhulpzonder wettelijke grondslag en rechtswaarborgen vraagt om een snellereoplossing.c. Rechterlijke toets voor een reguliere uithuisplaatsing metvrijheidsbeperking De RSJ heeft als alternatief voor één nieuwe wettelijke regeling voorge-steld een rechterlijke toets voor een reguliere uithuisplaatsing te introdu-ceren waarbij de kinderrechter tegelijkertijd een uitspraak doet over hettoestaan van vrijheidsbeperking. Dat moet dan wel op basis van eenhulpverleningsplan dat de verzoeker van de uithuisplaatsing overlegt aande rechter. Dat plan dient de mogelijk noodzakelijke vrijheidsbeperkendemaatregelen te bevatten. De RSJ vindt dat in deze optie ingrijpendemaatregelen zoals afsluiten van de deur, vastpakken of vastpakken envasthouden alleen in noodsituaties toegestaan zijn. Insluiting zou ook innoodsituaties nooit toegestaan zijn. Ook moeten er randvoorwaardenworden gesteld aan de toepassing van maatregelen, zoals kwaliteitseisenaan de jeugdhulpaanbieders en een registratieplicht.Een voordeel van deze optie is dat dit rechtswaarborgen biedt bij hettoepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen voor jeugdigen in deresidentiele jeugdhulp waar dat nu niet het geval is. Daarnaast kan zijbijdragen aan een geleidelijke afbouw van gesloten accommodaties.Wat tegen deze optie pleit, is de koppeling van een uithuisplaatsing metvrijheidsbeperkende maatregelen. De redenen waarom een jeugdige uithuis wordt geplaatst kunnen anders zijn dan de redenen waaromvrijheidsbeperkende maatregelen toegestaan kunnen worden. Eenuithuisplaatsing vraagt niet noodzakelijkerwijs om vrijheidsbeperking.Vanuit goede zorgverlening bezien, is het dan ook niet gewenst om dezeverbinding te leggen. Daarbij komt dat het risico bestaat dat verzoekersvoor de zekerheid dan ook de mogelijkheid van vrijheidsbeperkendemaatregelen aanvragen bij een verzoek tot machtiging tot uithuis-plaatsing. Dat zou kunnen leiden tot een aanzienlijke toename vanvrijheidsbeperkende maatregelen.Uitvoering van deze optie leidt bovendien tot een driedeling: openaccommodatie zonder registratie, open accommodatie met registratie engesloten accommodaties. Dat heeft vervolgens als risico dat de geslotenjeugdhulp, die bij deze optie in stand zou blijven, juist repressiever vankarakter wordt omdat daar alleen jeugdigen verblijven voor wie demogelijke inzet van de zwaarste vrijheidsbeperkende maatregelen, zoalsinsluiting, noodzakelijk wordt geacht.13Eerste evaluatie Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en Wet zorg en dwang, deel 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10297 d. Aanpassing Jeugdwet in lijn met Wvggz en Wzd De vierde optie is een wijziging van de Jeugdwet die enerzijds bestaat uithet beëindigen van jeugdhulp in gesloten accommodaties en anderzijdsuit het scheppen van een wettelijke basis voor de toepassing vanvrijheidsbeperkende maatregelen in de open jeugdhulp in lijn met deWvggz en de Wzd. Daarbij zouden de uitgangspunten, zoals die nu inhoofdstuk 6 van de Jeugdwet zijn opgenomen («nee, tenzij»), in standblijven.Wat pleit voor deze optie is dat er rechtswaarborgen komen voorjeugdigen die er nu in de open jeugdhulp niet zijn als het gaat omvrijheidsbeperking. Deze wetswijziging kan een nieuw soort machtigingbevatten, die is gebaseerd op de jeugdhulpbehoefte van de jeugdige enwaarbij vrijheidsbeperking toegestaan kan zijn om te zorgen dat dejeugdige de vereiste hulp krijgt. Het gaat dan eigenlijk om jeugdhulp metgedwongen zorg. Plaatsing hoeft niet langer in een accommodatie te zijndie alleen maar gesloten jeugdhulp aanbiedt en als zodanig staatgeregistreerd. Het kan daarmee ook bijdragen aan het verminderen vanhet aantal gesloten accommodaties.Deze wetswijziging kan beperkt blijven als in de uitwerking zoveelmogelijk wordt aangesloten bij de uitgangspunten van hoofdstuk zes vande Jeugdwet.Nadelen aan deze optie zijn opnieuw het risico van aanzuigende werking,dat de wetswijziging snel volgt op de wijziging van hoofdstuk zes van deJeugdwet en geen oplossing op de korte termijn biedt.5. Beleidsreactie: wijziging Jeugdwet OverwegingenUit het hierboven genoemde signalement van de IGJ en Jeugdstem blijktdat jeugdigen in de open residentiele jeugdhulp verblijven die, vanuitzorginhoudelijke gronden, tijdelijk of incidenteel vrijheidsbeperkendemaatregelen nodig kunnen hebben. Bijvoorbeeld het innemen van eentelefoon. De inspectie sprak hierbij haar zorgen uit over het ontbreken vanrechtsbescherming voor deze jeugdigen door het ontbreken van eenwettelijke grondslag. Gelet op de doelstelling te stoppen met de geslotenjeugdhulp, is de vraag hoe jeugdigen die tijdelijk of incidenteel vrijheids-beperking nodig hebben, passende hulp en rechtsbescherming kunnenkrijgen in een open setting.Op grond van de huidige regelgeving is gedwongen zorg of vrijheidsbe-perking alleen toegestaan op grond van de Wvggz of Wzd als er sprake isvan ernstig nadeel en een psychische stoornis of een verstandelijkebeperking óf op grond van een machtiging gesloten jeugdhulp als moetworden voorkomen dat een jeugdige zich onttrekt of wordt onttrokken aande noodzakelijke jeugdhulp. Omdat het niet altijd gaat om jeugdigen bijwie een psychische stoornis of een verstandelijke beperking voorliggendis, blijft het nodig dat de Jeugdwet een wettelijke basis bevat voor detoepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen.Het is niet gewenst dat aanbieders meer accommodaties gaan registerenvoor de tenuitvoerlegging van de machtiging gesloten jeugdhulp.Weliswaar krijgen jeugdigen dan betere rechtswaarborgen, maar datweegt niet op tegen het nadeel van meer plaatsingen in geslotenaccommodaties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10298 Het creëren van een wettelijke basis door een integratie van de Wvggz, deWzd en (hoofdstuk 6 van de) Jeugdwet voor jeugdigen zou zeer tijdrovendzijn. Vanuit de ggz en de lvb-zorg is daar bovendien onvoldoendeaanleiding voor. Daarnaast is met de recente wijziging van hoofdstuk 6 inde Jeugdwet de rechtspositie van jeugdigen in deze drie wetten al opbelangrijke onderdelen geharmoniseerd.Ook het introduceren van een nieuw wettelijk systeem met een combi-natie van een machtiging tot uithuisplaatsing met vrijheidsbeperking iseen ingrijpende wijziging van zowel Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek alsde Jeugdwet. Een dergelijke wijziging zou twee verschillende instru-menten, die ook andere doelen hebben, met elkaar verbinden en dat isongewenst. Bovendien zou het naar mijn inschatting eerder tot meer danminder vrijheidsbeperking bij jeugdigen kunnen leiden.Als we enerzijds streven naar zo min mogelijk gesloten plaatsingen enanderzijds erkennen dat er jeugdigen verblijven in de open residentiëlejeugdhulp die tijdelijk of incidenteel vrijheidsbeperkende maatregelennodig hebben, is een nieuwe aanpassing van de Jeugdwet noodzakelijk.Het belangrijkste nadeel hiervan is het risico op een aanzuigende werkingals het gaat om de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen.Echter, dat risico bestaat bij alle hierboven beschreven opties. Er zullenaltijd strenge voorwaarden en rechtswaarborgen moeten zijn verbondenaan de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen om dietoepassing zo beperkt mogelijk te laten zijn.Dit alles overwegende heeft een wijziging van de Jeugdwet met devolgende elementen mijn voorkeur:•Beëindiging van de huidige gesloten jeugdhulp;•Een wettelijke basis voor de toepassing van vrijheidsbeperkendemaatregelen in de open jeugdhulp overeenkomstig de uitgangspuntenvan hoofdstuk zes van de Jeugdwet, dus «nee, tenzij»;•Waarbij altijd een «rechterlijke machtiging jeugdhulp met vrijheidsbe-perking» vereist is, zodat er vooraf rechtsbescherming is voor dejeugdige;•Een registratie van de aanbieders.Zoals aan het begin van deze brief genoemd, is deze beleidsreactie hetbegin van een gesprek dat ik wil aangaan over de dilemma’s die gepaardgaan met deze keuze. Voor dat gesprek trek ik vier maanden uit. In hetvoorjaar van 2025 informeer ik u over de uitkomsten en mijn definitievestandpunt op het advies van de RSJ.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10299
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.