Verslag Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 december 2024
Brontekst
Versie f8613c07b2184fa1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2086 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 januari 2025Bijgaand treft u het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 9 en10 december 2024 in Brussel.In het verslag wordt uw Kamer tevens geïnformeerd over onderwerpenbuiten de agenda van de afgelopen Eurogroep en Ecofinraad. Ten eersteinformeer ik u over ontwikkelingen ten aanzien van het richtlijnvoorstelHoofdhuisbelasting voor mkb-ondernemingen (HOT). Ten tweede doe ikverslag van de ontwikkelingen inzake de digitale euro, conform de eerderetoezegging hierover aan de Tweede Kamer. Ten derde ga ik in op debevindingen van de Europese Rekenkamer, conform de toezegging bij hetCommissiedebat Eurogroep/Ecofinraad op 4 december jl. Ten vierdeinformeer ik uw Kamer over het statement over de herziening van derichtlijn tabaksaccijns, dat Nederland op 9 december met 15 anderelidstaten heeft uitgebracht. Ten vijfde geef ik een reactie op het ESB-artikel«Systeemrisico’s banken en verzekeraars hoger dan gedacht», conform detoezegging bij het Commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad op 4 decemberjl. Ten zesde informeer ik uw Kamer over het op 4 december jl. bereikteRaadsakkoord over Financial Data Access (FIDA), de verordening diebeoogt een kader te creëren waarbinnen klanten van financiële instel-lingen hun financiële data gecontroleerd kunnen laten delen.Verder zend ik uw Kamer ter informatie een non-paper over e-commerce-zendingen, dat Nederland heeft ingebracht in de onderhandelingen overhet nieuwe Douanewetboek. Naar verwachting zullen de discussies in deRaad in de eerste helft van 2025 worden afgerond. E-Commerce is voorNederland een belangrijk onderdeel van het nieuwe Douanewetboek,vanwege het groot aantal e aantal e-commerce zendingen dat dagelijksNederland binnenkomt uit niet-EU landen. De voorstellen kunnen volgensNederland echter leiden tot een nog grotere stijging van het aantale-commercezendingen, waarmee het toezicht op deze stroom doorDouane en markttoezichtautoriteiten moeilijker wordt. In het non-paperstelt Nederland voor om in de douaneregelgeving geen vereenvoudigentoe te staan voor deze e-commercestroom, zodat deze niet aantrekkelijker kst-21501-07-2086ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20861 wordt. Om individuele pakketten te ontmoedigen en het bulk te stimulerenstelt Nederland voor om deze vereenvoudigingen niet toe te staan voor deinvoer van individuele pakketten, maar uitsluitend te implementeren voorpakketten die vanuit douane-entrepots in de EU aan consumenten wordengeleverd. Nederland heeft dit non-paper ingebracht in de onderhande-lingen voor het nieuwe Douanewetboek van de EU.Tot slot zend ik u een non-paper ten behoeve van een mogelijkeherziening van het macroprudentiële raamwerk voor banken. Dit betrefthet Europese raamwerk met de regels voor buffers om systeemrisico’s tebeperken. De Europese Commissie overweegt een herziening van hetmacroprudentiële raamwerk voor banken. Op 10 oktober 2024 heeft opinitiatief van de Europese Commissie een expertbijeenkomst plaatsge-vonden om over dit onderwerp te spreken. Daarnaast verzamelt deEuropese Commissie input. Naar aanleiding hiervan heeft mijn ministerie,samen met De Nederlandsche Bank (DNB), een non-paper opgesteld. Hetnon-paper pleit voor meer harmonisatie van regelgeving voor banken. Hetziet op een belangrijk onderwerp uit het macroprudentiële raamwerk, teweten de kapitaalbuffer die wordt opgebouwd in goede tijden envervolgens kan worden vrijgegeven bij schokken (de «contracyclischekapitaalbuffer»). Nederland benadrukt in het non-paper het belang om debruikbaarheid van deze buffer ten tijde van schokken te vergroten. Hetnon-paper zet in op het (vroegtijdig) opbouwen van deze buffer in eenstandaard risico-omgeving (de zogeheten positive neutral rate (PNR)). Datgebeurt in Nederland en ongeveer de helft van de Europese lidstaten al,maar nog niet overal. De voorgestelde veranderingen in het non-paperbeogen op deze manier het gelijke speelveld voor Europese banken teverbeteren, op een manier die de financiële stabiliteit waarborgt. Dekomende periode zal gebruikt worden om het non-paper onder deaandacht te brengen bij de Commissie en lidstaten om zo bredere steun tevergaren voor de Nederlandse zienswijze.De Minister van Financiën,E. HeinenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20862 Verslag Eurogroep en Ecofinraad 9 en 10 december 2024 Eurogroep in inclusieve samenstellingInternationaal economische dialoog met het Verenigd Koninkrijk(VK)In de Eurogroep heeft een gedachtewisseling plaatsgevonden met deBritse Minister van Financiën (Chancellor of the Exchequer), RachelReeves. Het was de eerste keer dat een Minister van het VK aansloot in deEurogroep sinds de Brexit. In haar bijdrage benadrukte de Chancellor deconstructieve houding van het VK ten aanzien van nauwere samen-werking met de EU. Ze lichtte toe dat hoewel het VK ervoor heeft gekozende EU te verlaten, de huidige regering het mandaat heeft om de sterkerelaties met de EU te herstellen. De Chancellor benadrukte het belang vanduurzame economische groei, concurrentievermogen en samenwerkingmet de EU en internationale partners zoals de VS en China, mede in hetlicht van geopolitieke spanningen en klimaatverandering. Ze hield verdereen pleidooi voor een sterke, pragmatische relatie tussen het VK en deEU, gebaseerd op vertrouwen en open handel. Zij gaf aan verdere ruimtevoor samenwerking met de EU te zien op onder andere het gebied vandefensie en aanbestedingen voor onderzoek en innovatie. Ook bij desteun voor Oekraïne zouden het VK en de EU nauw moeten samenwerken.Ze lichtte tot slot enkele uitdagingen toe waar het VK voor staat,waaronder vergrijzing en de gevolgen voor de overheidsfinanciën, en denoodzaak voor hervormingen. Open markten en internationale samen-werking, waaronder met de NAVO, G7/G20 en internationale financiëleinstellingen, zijn volgens de Chancellor essentieel voor de welvaart enmondiale stabiliteit.Lidstaten reageerden overwegend positief op de inbreng van deChancellor en benadrukten het belang van een nauwe band tussen de EUen het VK. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten hetbelang van samenwerking in de steun voor Oekraïne. Daarnaast noemdenlidstaten klimaatverandering, defensie en energie als belangrijke dossierswaar coördinatie met het VK over plaats zou kunnen vinden. Enkelelidstaten noemden ook het afronden van de onderhandelingen voorPijler 1 in OESO-verband als prioriteit. Nederland wees op het belang vansamenwerking tegen de achtergrond van de groeiende economischefragmentatie wereldwijd, de behoefte aan private investeringen doorafnemende productiviteitsgroei en benadrukte de gedeelde uitdagingenzoals de energietransitie, veiligheid en het mitigeren van de impact vaneen vergrijzende bevolking. Daarnaast merkte Nederland ook op dat ervan heronderhandelen van de Brexit geen sprake kan zijn.Eurogroep in reguliere samenstellingGedachtewisseling over de macro-economische ontwikkelingenin de eurozone, inclusief IMF Artikel IV-missieDe Eurogroep wisselde van gedachten over de huidige macro-economische ontwikkelingen in de eurozone en ontving een terugkop-peling van het IMF bezoek aan de eurozone in het kader van de jaarlijkseEuro Area Policies-missies. Het IMF lichtte toe dat de middellange-termijnvooruitzichten voor de EU worden beïnvloed door geo-econo-mische fragmentatie en onzekerheid. Verkrapping van zowel monetair alsbegrotingsbeleid zijn nodig om houdbaarheid van publieke schulden tewaarborgen. De EU moet productiviteitsgroei bevorderen, mede in hetlicht van de productiviteitsverschillen met de VS. De oorzaken hiervanliggen in de grote Amerikaanse binnenlandse markt, schaalvoordelen, enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20863 toegang tot risicokapitaal, wat in de EU ontbreekt door een financierings-stelsel dat nog sterk leunt op banken. Om deze kloof te dichten, moet deEU de interne markt versterken, handelsbelemmeringen verminderen enkapitaalmarkten ontwikkelen, vooral door meer risico- en durfkapitaalbeschikbaar te stellen. Daarnaast zijn een stabiele, goed gekapitaliseerdebankensector en een geïntegreerde Europese energie- en arbeidsmarktnodig. De EU zou industrieel beleid alleen moeten toepassen opEU-niveau en wanneer er sprake is van marktfalen. Het IMF moedigt aanom het volgend Meerjarig Financieel Kader (MFK) sterker te richten oppublieke goederen, waaronder energieveiligheid en klimaat, en om deprestatiegerichte component van het MFK te vergroten. Tot slot ziet hetIMF het sluiten van het handelsakkoord Mercosur als een gunstig teken.De oproep van het IMF is om te zorgen voor maatregelen die in lijn zijnmet de afspraken van de Wereldhandelsorganisatie.In reacties benadrukten de ECB en het ESM het belang van implementatievan Bazel III-standaarden, de ontwikkeling van een Europese geïnte-greerde kapitaalmarkt, het opbouwen van begrotingsbuffers enversterking van de interne markt. Enkele lidstaten onderschreven hetpleidooi voor een MFK dat sterker gericht wordt op publieke goederen.Beoordeling van de ontwerpbegrotingsplannen van de lidstatenvan de eurozoneDe Eurogroep sprak over de ontwerpbegrotingen voor 2025 die eenmeerderheid van de eurolanden medio oktober hebben ingediend bij deEuropese Commissie (de Commissie) en de opinies van de Commissieover deze ontwerpbegrotingen (Draft Budgetary Plan, DBP), die op26 november jl. zijn gepubliceerd. Verschillende lidstaten gaven eentoelichting op nationale omstandigheden. Duitsland lichtte toe dat deminderheidsregering de begroting voor 2025 waarschijnlijk niet voor dejaarwisseling zal afronden, maar dat de Grondwet ruimte biedt omnoodzakelijke uitgaven te blijven doen. Frankrijk gaf aan dat ondanks dater nog geen begroting voor 2025 door het parlement is aangenomen, deregering zich committeert aan naleving van de herziene Europesebegrotingsregels. Nederland gaf een reactie op de opinie van deCommissie dat Nederland onvoldoende doet om een overheidstekort vanlager dan 3% bbp en een schuld onder de 60% bbp op de middellangetermijn te borgen. Nederland wees erop dat het tekort en de schuld zichmomenteel binnen de Europese referentiewaarden bevinden en onder-schreef het belang om dat ook op middellange termijn zo te houden.Nederland sprak tot slot de verwachting uit dat de Commissie zal toezienop de juiste implementatie van de Europese begrotingsregels.De Eurogroep heeft een verklaring1 aangenomen over de ontwerpbegro-tingen 2025. In de verklaring wordt beschreven dat de economie van deeurozone de afgelopen jaren ondanks uitdagende omstandighedenveerkrachtig bleek. De verwachting is dat economische groei zich in eengematigd tempo zal herstellen, aangezien positieve werkgelegenheids-groei en verbeterde financieringsomstandigheden de consumptie eninvesteringen ondersteunen. Verder beschrijft de verklaring dat de lichtverkrappende geaggregeerde begrotingspositie van de eurozone in 2025gepast is gezien de hoge tekorten en publieke schulden in de eurozone ende noodzaak om het monetair beleid te ondersteunen. Ten aanzien van deindividuele Commissie opinies van de ontwerpbegroting, verwelkomt deEurogroep de ontwerpbegrotingen die in lijn zijn met de begrotingsaanbe-velingen die lidstaten hebben ontvangen in het kader van het Europees1Zie de verklaring van de Eurogroep d.d. 9 december 2024 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2086),Eurogroup statement on the draft budgetary plans for 2025 – ConsiliumTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20864 semester. In de verklaring worden lidstaten met ontwerpbegrotingen dierisico’s op naleving vertonen opgeroepen om indien nodig actie teondernemen. De Eurogroepverklaring onderschrijft daarnaast het belangvan effectieve implementatie van het herzien Europees begrotings-raamwerk.Tot slot lichtte de voorzitter van de Eurogroep toe dat onder de nieuwebegrotingsregels het Europees Parlement de voorzitter van de Eurogroepuit kan nodigen voor een dialoog over uitvoering van de begrotingsregels.De voorzitter van de Eurogroep deed de toezegging om over dezedialogen verslag uit te brengen aan de Eurogroep.EcofinraadHervormingspakket Douane-unieDe Ecofinraad besprak de voortgangsrapportage over de onderhande-lingen met betrekking tot hervorming van de Douane-unie. De Commissiegaf aan dat zij graag ziet dat de Raad overeenstemming bereikt tenbehoeve van een triloog onder het Pools voorzitterschap van de Raad vande EU. Daarbij erkende de Commissie dat e-commerce vandaag de dag aleen probleem is en zal in het voorjaar van 2025 met een Mededeling tekomen waarin een aanpak op meerdere beleidsterreinen wordt voorge-steld. Meerdere lidstaten steunden het voorstel. Vooral het agentschap ende data-hub kregen brede steun. Deze landen gaven aan graag voortgangin het proces te zien, waarbij een voortvarende aanpak van e-commerceals belangrijk werd beschouwd.Nederland benadrukte dat er geen vereenvoudigingen moeten wordendoorgevoerd die de groei van e-commerce, met name individuelepakketten, nog verder zouden aanmoedigen. Tegelijkertijd pleitteNederland ervoor vereenvoudigingen toe te passen bij bulkimport, omdatdit beter controleerbaar is. Een enkele lidstaat uitte kritiek op het voorstelvan de Commissie, met name vanwege de vrees voor toenemende kostenen lasten voor het bedrijfsleven.Herziening van de energiebelasting richtlijnDe Ecofinraad sprak over de herziening van de richtlijn energiebelastingen(ETD). Een groot deel van de lidstaten gaf aan dat de tekst in algemene zinin goede richting gaat, hoewel verder technisch werk noodzakelijk werdgeacht. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, gaven aan zorgen tehebben over de behandeling van luchtvaart en gaven te kennen de teksthierop nog onvoldoende te vinden.Het voorzitterschap concludeerde dat een meerderheid van lidstaten derichting van het compromis kan steunen, maar dat verder technisch werkvoor afronding van het pakket nodig is. Het voorzitterschap noemde ookdat sommige lidstaten meer ambitie wilden op milieuvlak, maar anderelanden juist weer meer flexibiliteit wilden vanwege hun geografischekenmerken of zorgen over het concurrentievermogen.Jaarverslag Europese Rekenkamer over de uitvoering van debegroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023De Europese Rekenkamer (ERK) presenteerde in de Ecofinraad hetjaarverslag over de EU-begroting 2023. De presentatie van het jaarverslagis voor de Raad het startpunt van de dechargeprocedure. De voorzitter gafeen presentatie van het jaarverslag, langs inhoudelijke lijnen zoalsgedeeld in de geannoteerde agenda. Een viertal lidstaten waaronderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20865 Nederland sprak de teleurstelling uit over het hoge foutenpercentage, enstelden dat de Unie meer moet doen om deze terug te dringen.Op basis van het jaarverslag stelt de Raad ieder jaar Raadsaanbevelingenop voor het Europees Parlement, dat decharge verleent aan de EuropeseCommissie over de uitvoering van de Europese begroting. In januari 2025starten de inhoudelijke en technische besprekingen in het ambtelijkeBegrotingscomité, die resulteren in een dechargeadvies van de Raad aanhet Europees Parlement. De Ecofinraad beslist, waarschijnlijk in maart2025, met gekwalificeerde meerderheid over het dechargeadvies.Onder het kopje «Overig» in dit verslag ga ik nader in op de bevindingenvan de Europese Rekenkamer, zoals toegezegd aan de Kamer bij hetCommissiedebat Eurogroep/Ecofin 4 december jl.Implementatie van het Europees begrotingsraamwerkDe Commissie gaf een presentatie over de aanbevelingen aan de Raad tenaanzien van de budgettair-structurele plannen voor de middellangetermijn en de correctie van buitensporige tekorten. De Raadsaanbeve-lingen zullen in de Ecofinraad van januari ter goedkeuring voorliggen.In de discussie hadden enkele lidstaten opmerkingen bij de Commissiebe-oordeling van hun budgettair-structurele plan. Een lidstaat pleitte voormeer flexibiliteit en ruimte voor landspecifieke kwesties in het komendejaar. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten de noodzaakvan nauwgezette implementatie van de regels, waarbij een lidstaat ookhet belang benadrukte van een consistente toepassing van buitensporig-tekortprocedures. Nederland gaf een toelichting bij het eigen budgettair-structureel plan en stelde de beoordeling van de Commissie te kunnenonderschrijven, waarin wordt gewezen op het belang van het borgen vaneen tekort en schuld binnen de Europese referentiewaarden op demiddellange termijn. Tegelijk wees Nederland erop dat het tekort en deschuld zich momenteel binnen de Europese referentiewaarden bevinden.Een uitgebreide appreciatie van de aanbevelingen aan de Raad voor hetvaststellen van de uitgavenpad onder de Europese begrotingsregels is op20 december jl. aan de Kamer gezonden.2Economisch herstel in Europa: Implementatie van de Herstel- enVeerkrachtfaciliteit (HVF) en uitvoeringsbesluiten van de Raadonder het HVFDe Ecofinraad stond stil bij de stand van zaken ten aanzien van de Herstel-en Veerkrachtfaciliteit (HVF) en stemde in met de (technische enniet-controversiële) aanpassingen aan de Herstel- en Veerkrachtplannen(HVP’s) van België, Denemarken, Slovenië en Zweden. Dit brengt deuitbetalingen op 42% van het totale Herstelfonds, met een uitbetaling van300 miljard euro aan 26 lidstaten eind 2024. De Commissie benadrukte denoodzaak om de druk op de uitvoering te behouden en benadrukte hetbelang dat lidstaten zich blijven committeren aan de plannen. DeEuropese Centrale Bank (ECB) publiceerde recent een rapport over deimpact van de HVF op de eurozone-economie, waarbij werd aangegevendat de verwachte impact neerwaarts is bijgesteld, deels door vertraging inde uitvoering van de plannen. Desondanks benadrukte de ECB datinvesteringen en structurele hervormingen nog steeds een positievebijdrage aan het bruto binnenlands product zullen leveren.2Kamerstukken II, 2024–2025, 21 501-07, nr. 2085 en https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/12/20/kamerbrief-kabinetsinzet-implementatie-europees-begrotingsraamwerk-stabiliteits-en-groeipactTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20866 Economische en financiële impact van de Russische agressie-oorlog tegen OekraïneDe Ecofinraad wisselde van gedachten over de economische en financiëleimpact van de Russische agressie tegen Oekraïne en de opvolging van hetpolitieke G7-akkoord om USD 50 mld. aan Extraordinary RevenueAccelerated-leningen te verschaffen aan Oekraïne voor het eind van 2024.Een aanzienlijk aantal lidstaten benadrukte het belang van het blijvenondersteunen van Oekraïne. Daarnaast riepen meerdere lidstaten,waaronder Nederland op tot een spoedig akkoord over een 15de sanctie-pakket. Ook onderstreepten meerdere lidstaten, waaronder Nederland, hetbelang van een 16de pakket, waarbij de nadruk zou moeten liggen op hetadresseren van de Russische energie-infrastructuur.Ecofin-rapport voor de Europese Raad voor fiscale vraagstukkenTijdens de Ecofinraad is het Ecofin-rapport voor fiscale vraagstukken alshamerstuk aangenomen. In dit rapport wordt zoals gebruikelijk een standvan zaken gegeven van alle lopende ontwikkelingen. Er is geenbespreking geweest tijdens de Ecofinraad.OverigOntwikkelingen ten aanzien van het richtlijnvoorstel Hoofdhuis-belasting voor mkb-ondernemingen (HOT)Na een aantal besprekingen heeft het Hongaars voorzitterschap geconclu-deerd dat het richtlijnvoorstel Hoofdhuisbelasting voor mkb-onderne-mingen3 (HOT) niet op steun van de lidstaten kan rekenen, vanwegeverschillende fundamentele bezwaren tegen dit voorstel. Het is daaromniet aannemelijk dat nog verder over dit voorstel zal worden gesproken.Verschillende lidstaten hebben aangegeven dat het wel nuttig kan zijn omeen bredere analyse te maken over de manier waarop mkb-ondernemin-gen het best kunnen worden ondersteund. Het inkomend Pools voorzitter-schap zal daarom verder verkennen of er andere mogelijkheden zijn opfiscaal gebied om een lastenreductie voor mkb-ondernemingen tebewerkstelligen.Voortgang op de onderhandelingen over de digitale euroVoortgang in de Raad afgelopen half jaar en vooruitblikOp verzoek van de Kamer4 informeer ik de Kamer maandelijks overrelevante ontwikkelingen in de onderhandelingen rond de digitale euro.Bij deze wordt u geïnformeerd over de huidige stand van zaken en krijgt ueen vooruitblik op het Poolse voorzitterschap.Tijdens het Hongaarse voorzitterschap zijn er drie raadswerkgroepengeweest over de voorstellen voor een digitale euro. Tijdens de raadswerk-groep van september jl. werd gesproken over het gebruik van een digitaleeuro buiten de eurozone en over het waarborgen van de privacy bij hetgebruik van de digitale euro. Nederland pleit voor het hoogste niveau vanprivacy en ziet hierin een belangrijke rol voor de offline variant van eendigitale euro, die wat Nederland betreft beschikbaar moet zijn vanaf hetmoment dat een digitale euro voor het eerst wordt uitgerold. In oktober jl.3Richtlijnvoorstel tot vaststelling van een belastingstelsel voor micro-, kleine en middelgroteondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor en tot wijziging vanRichtlijn 2011/16/EU, COM(2023) 528.4Conform een brief van de Commissie Financiën van 23 juni 2023 (2023Z11757)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20867 werd in een raadswerkgroep stilgestaan bij het compensatiemodel, deregulering van bepaalde vergoedingen tussen betrokken partijen bij eenmogelijke digitale euro. Nederland hecht waarde aan een proportionelekostenverdeling tussen betaaldienstverleners, winkeliers en hetEurosysteem, waarin ook aandacht is voor verschillen in de betaalinfra-structuur tussen landen. Tijdens de raadswerkgroep van november jl. isgesproken over de aanhoudingslimieten: de hoeveelheid digitale euro’sdie gebruikers per persoon aan kunnen houden bij een eventueleinvoering. Nederland heeft zich uitgesproken voor het vaststellen van deaanhoudingslimiet door de ECB binnen een kader dat in de verordeningwordt vastgelegd. Zo moet het niet mogelijk zijn voor de ECB om de aarden rol van de digitale euro binnen het Europese betalingsverkeerfundamenteel te veranderen, zonder dat de verordening daarvoor wordtgewijzigd.De onderhandelingen zullen onder het Poolse voorzitterschap van deRaad worden voortgezet. Naar verwachting zal er maandelijks eenraadswerkgroep plaatsvinden. Daarnaast zal ook het Europees Parlementbinnenkort waarschijnlijk verder gaan met het behandelen van dewetsvoorstellen, met een nieuwe rapporteur. Aangezien er over verschil-lende onderwerpen nog verder moet worden gesproken in de Raad, lijkteen akkoord in de Raad onder Pools voorzitterschap optimistisch. Pas alsde Raad en het Europees Parlement ieder een akkoord over de wetsvoor-stellen hebben bereikt, start de triloog tussen Raad, Europees Parlementen Commissie. Mocht er in de triloog een akkoord worden bereikt, dandient de Raad op basis van een gekwalificeerde meerderheid over ditakkoord te besluiten. Pas daarna kan de ECB besluiten tot uitgifte van eenmogelijke digitale euro.Voortgang bij de ECBTerwijl de raadsonderhandelingen lopen, bevindt het werk van de ECBzich in de voorbereidingsfase voor de mogelijke komst van een digitaleeuro. Zo is de Rulebook Development Group van de ECB bezig met devoorbereiding van een rulebook voor de digitale euro, waarin standaardenen procedures worden vastgelegd voor de eventuele uitrol van de digitaleeuro. Daarnaast is de ECB in gesprek met marktpartijen om onderdelenvan de mogelijke digitale euro betaalinfrastructuur te ontwerpen en/of tebouwen. De huidige voorbereidingsfase loopt af in november 2025. Ikhecht eraan te noemen dat de ECB niet over kan gaan tot invoering vaneen digitale euro voordat een verordening in werking is getreden.Bevindingen Europese Rekenkamer over begrotingsjaar 2023In het Commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad op 4 december jl. istoegezegd om in een brief aan de Kamer in te gaan op de bevindingenvan de Europese Rekenkamer (ERK) over het begrotingsjaar 2023. Hierbijwordt aan deze toezegging gestand gedaan.In lijn met eerdere jaren oordeelt de ERK dat de ontvangsten in deEU-begroting 2023 wettig en regelmatig waren. Over de uitgaven heeft deERK echter wederom een afkeurend oordeel afgegeven. Het gemiddeldefoutenpercentage (onrechtmatigheden) schat de ERK in op 5,6%. Dit isopnieuw boven de door de ERK gehanteerde norm van 2% en eenverslechtering (in 2022 ging het om 4,2%). Met name de uitgaven met eenhoog risico, waarbij sprake is van vergoedingen op basis van declaraties(ten opzichte van bijvoorbeeld het toekennen van subsidies), kennen eenrelatief hoog foutenpercentage. Dit is vooral te wijten aan het gestegenfoutenpercentage bij cohesie van 6,4% in 2022 naar 9,3% in 2023.Dergelijke uitgaven zijn vaak omgeven door complexe regels voor hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20868 ontvangen en aanvragen van deze vergoedingen. Het hoge foutenper-centage onderstreept het belang van toegankelijke en transparanteregelgeving.Nederland zal zich blijven inzetten voor een betere verantwoording vanEU-uitgaven. Het oordeel en de bevindingen van de ERK spelen eenbelangrijke rol tijdens de standpuntbepaling ten aanzien van de aannamevan Raadsaanbevelingen voor decharge. In eerdere jaren heeft Nederlandzich doorgaans kritisch opgesteld in de discussie over de Raadsaanbeve-lingen voor decharge. De Raadsaanbevelingen waren volgens Nederlandin het verleden onvoldoende in lijn met het oordeel van de ERK, watmeestal resulteerde in een tegenstem voor de aanname van de Raadsaan-bevelingen. Nederland zal zich inzetten voor Raadsaanbevelingen die deconclusies van de ERK voldoende reflecteren. De Kamer wordt te zijnertijd geïnformeerd over de inhoud van de Raadsaanbevelingen over dedecharge en het uiteindelijke oordeel van het kabinet hierover.Statement herziening richtlijn tabaksaccijnsOp 9 december heeft Nederland met 15 andere lidstaten een statementover herziening van de richtlijn tabaksaccijns uitgebracht.5 In hetstatement vragen de lidstaten aan de Commissie om begin 2025 met eenvoorstel tot herziening van de richtlijn tabaksaccijns te komen. Deherziening is nodig om nieuwe tabaksproducten en -alternatieven tekunnen belasten met accijns en de doelen van de richtlijn, zoals eerlijkemededinging, goede werking van de interne markt, een hoog niveau vangezondheidsbescherming en het tegengaan van belastingfraude tekunnen blijven bewerkstelligen.Reactie ESB-artikel «Systeemrisico’s banken en verzekeraarshoger dan gedacht»Naar aanleiding van de publicatie van het artikel «Systeemrisico’s bankenen verzekeraars hoger dan gedacht» in het tijdschrift ESB6, heb ik uwKamer toegezegd in te gaan op de vraag of er zorgen zouden moeten zijnover de kapitaalbuffers van Europese banken, in het licht van hunblootstelling aan bedrijfsobligaties.7In het artikel maken de auteurs een schatting van de mate waarinbedrijfsobligaties op de balans van banken, verzekeraars, pensioen-fondsen en beleggingsfondsen bovengemiddeld blootstaan aan systema-tische risico’s bij een gegeven kredietbeoordeling.8 De auteurs schrijvendat kapitaalratio’s lager zouden zijn als die risico’s volledig zouden zijnmeegenomen, terwijl het risico op grootschalige verkopen van bedrijfs-obligaties juist groter is. Volgens de auteurs zouden de gemiddeldekapitaalratio’s van Europese banken een kleine 7% lager zijn als rekeninggehouden zou worden met dit effect. De weergegeven impact verschiltper land, afhankelijk van de balans van de financiële instellingen: inNederland zou het gaan om een verlaging van 4%, vergeleken met zo’n5Zie de website van de Rijksoverheid d.d. 9 december 2024, Statement herzien richtlijntabaksaccijns | Publicatie | Rijksoverheid.nl6Boermans en Van der Kroft (2024), Systeemrisico’s banken en verzekeraars hoger dan gedacht,ESB, 109(4839), 21 november 2024. Dit ESB-artikel is een samenvatting van een uitgebreidereEngelstalige publicatie: Boermans en Van der Kroft (2024), Capital regulation induced reachingfor systematic yield: Financial instability through fire sales, Journal of Banking andFinance 158.7Commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad 4 december 2024.8Hiervoor vergelijken ze marktmaatstaven voor het risico op faillissement met kredietbeoorde-lingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20869 7–8% in lidstaten als Italië, Portugal, Spanje en Ierland, terwijl kapitaalra-tio’s van Franse banken juist 4% hoger zouden zijn.Ik verwelkom studies die meer licht schijnen op het regelgevend kadervoor banken en de uitwerking daarvan in de praktijk. Tegelijkertijd schetsthet artikel in ESB geen totaalbeeld als het gaat om de weerbaarheid vanEuropese banken. Bovenop de algemene minimum kapitaalvereisten legtde toezichthouder namelijk ook bankspecifieke eisen op, voor risico’s dieonvoldoende worden gereflecteerd in de algemene eisen. Daarbovenopmoeten banken voldoen aan macroprudentiële buffers, die juist bedoeldzijn om systeemrisico’s te adresseren die niet worden gereflecteerd in deandere kapitaalvereisten. Daardoor baren de uitkomsten van de onder-zoekers mij op dit moment geen zorgen.Raadsakkoord Financial Data Access (FIDA)Op 28 juni 2023 deed de Europese Commissie het voorstel voor deverordening Financial Data Access (FIDA), die beoogt een kader te creërenwaarbinnen klanten van financiële instellingen hun financiële datagecontroleerd kunnen laten delen. Dit heeft als doel om innovatie testimuleren, terwijl tegelijkertijd de privacy en bescherming van de klantenen hun data worden gewaarborgd. In de Coreper van 4 december is eenRaadsakkoord op FIDA bereikt. In dit voorstel worden financiële instel-lingen verplicht om op verzoek van de klant hun data te delen met derdepartijen (datagebruikers) en met de klant zelf. Voor het delen van dezedata moeten financiële instellingen met datagebruikers een systeem vanjuridische en technische afspraken opstellen. Bij het akkoord wordtrekening gehouden met de kosten voor de sector. Bestaande systemen,zoals mijnpensioenoverzicht.nl, hoeven bijvoorbeeld niet te wordenaangepast, en de invoering van FIDA voor de verschillende datacatego-rieën gebeurt gefaseerd. Daarnaast bevat het akkoord maatregelen voorde bescherming van de klant- en consument. Entiteiten dienen bij hunverzoeken om data en het opzetten van toestemmingsdashboards tehandelen in het belang van de klant. Tot slot houdt het akkoord rekeningmet de concurrentiepositie van financiële instellingen. Om dataconcen-tratie bij de zes grootste big-techbedrijven te voorkomen, wordt hetcombineren van FIDA-data met andere data verboden. Dit Raadsakkoordis in lijn met de Nederlandse inzet, zoals beschreven in het BNC-fiche.Naar verwachting zal onder het Pools voorzitterschap in het eerstekwartaal van 2025 de triloogfase starten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208610
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.