Voortgang implementatie Omgevingswet eerste kwartaal 2024
Brontekst
Versie 2947a31f270feb38 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202433 118OmgevingsrechtNr. 281 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 april 2024AanleidingOp 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en het eerstekwartaal is over het algemeen rustig en stabiel verlopen. De inwerking-treding van de Omgevingswet vormt, mede na een intensief parlementairtraject, een eerste belangrijke stap in het implementeren van de stelselwij-ziging in de fysieke leefomgeving en het bijbehorende Digitale StelselOmgevingswet (hierna: DSO). Voor het overzicht bouw ik mijn toegezegdevoortgangsbrieven, waarvan deze de eerste is, als volgt op: ik start met dehoofdlijn van de ontwikkelingen in de implementatie. De ervaringenvanuit de uitvoering over het afgelopen kwartaal vindt u direct hieronder.In bijlage 1 zijn de ervaringen van het eerste kwartaal verder uitge-schreven. In bijlage 2 is een aantal punten van de afgelopen drie maandennader uitgewerkt en geef ik de recente en toekomstige ontwikkelingenweer, mede op basis van de aangenomen moties en gedane toezeg-gingen, waaronder de stand van zaken van de uitwerking van de motieMoonen.Ervaringen eerste kwartaalDe conclusie dat het eerste kwartaal over het algemeen rustig is verlopenwordt mede onderbouwd vanuit de monitoring van het DSO, de signalenen vragen die bij het IPLO (Informatiepunt Leefomgeving) binnenkomenen de signalen van uit de betrokken bestuurlijke partners.Op basis van de beschikbare informatie merk ik graag op dat initiatief-nemers het Omgevingsloket goed kunnen vinden, in het eerste kwartaalwaren er 591.882 unieke bezoekers. In het Omgevingsloket wordenvergunningen, meldingen en informatieverzoeken ingediend. In het eerstekwartaal ging het om 38.969 vergunningaanvragen, 32.043 meldingen en11.380 informatieplichten. De eerste procedures in de planketen zijngestart. Hierbij wordt in lijn met de verwachting verschillend gebruik kst-33118-281ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 2811 gemaakt van het hoofdspoor en de Tijdelijke Alternatieve Maatregelen(TAM). De capaciteit van de Landelijke Voorziening van het DSO (DSO-LV)is ruim voldoende voor het huidige gebruik. Uit de huidige cijfers blijkt dathet DSO-LV stabiel werkt. De beschikbaarheid van het Omgevingsloketvoldoet aan de gestelde normen. Totaal waren er meer dan 1,4 miljoensessies en 591.882 unieke bezoekers. Het calamiteitenmanagement,waarover ik u eerder heb bericht, dat ingeregeld is om ernstige versto-ringen in de dienstverlening snel en effectief op te pakken, is de eerstemaanden van dit jaar geen enkele maal ingezet.Zoals verwacht zijn er issues gemeld in het DSO-LV die het Omgevings-loket raken, deze zijn adequaat opgelost. Totaal waren iets minder danvierhonderd issues gemeld, waaronder klachten of wensen. Het feit dat erin het Omgevingsloket en ook breder in het DSO (zowel de productie alsde pré-productie omgeving) zich issues hebben voorgedaan was verwachten is niet ongebruikelijk bij de invoering van een nieuw en omvangrijkdigitaal systeem. Deze issues zijn opgepakt en opgelost door de bevoegdgezagen en/of betrokken partijen. Zoals met u besproken was deverwachting dat er in het begin een dip in de dienstverlening kon ontstaanmet ook extra werk in de bedrijfsvoering voor de betrokken partijen.1 In deafgelopen periode is naar aanleiding van de issues er (enige) hinder voorgebruikers geweest. Deze heeft- op basis van de huidige informatiehierover – de vergunningverlening en planvorming niet wezenlijk geraakt.De ingestelde verhoogde dijkbewaking heeft goed gewerkt. Als het gaatom de cybersecurity is het van belang te melden dat er in de afgelopendrie maanden tweemaal een kortdurende DDoS-aanval2 op het DSO-LVheeft plaatsgevonden. De DDOS-aanvallen zijn adequaat opgevangen enhebben een minimale impact gehad op gebruikers. Wel kunnen gebruikers– initiatiefnemers en bevoegd gezagen daardoor een minder snel werkendsysteem hebben ervaren. Beide keren is goed en adequaat opgetredendoor de betrokken partijen waardoor de verstoring beperkt is geweest enhet aantal issues ook weer afnam.3Zoals gebruikelijk bij grote wijzigingen roept het werken met de nieuweOmgevingswet en de bijbehorende techniek van het DSO in de praktijkvragen op. De opgezette (versterkte) serviceketen, die is ingericht om deze(extra) vragen te beantwoorden, werkt hierbij goed. Vragen vanuitvoornamelijk bevoegd gezagen en het bedrijfsleven worden door hetInformatiepunt Leefomgeving (IPLO) en betrokken partners binnen deafgesproken termijnen beantwoord. Zo worden gebruikers (verder) opweg geholpen. In de cijfers is er zoals verwacht een verschuiving te zien inde inhoudelijke onderwerpen van de vragen. Voor afgaand aan deinwerkingtreding werden vooral vragen gesteld over de voorbereiding. Inhet eerste kwartaal gaan de vragen met name over het daadwerkelijkegebruik van het DSO en het toepassen van de wet- en regelgeving in depraktijk. Daarnaast was het overgangsrecht een veel voorkomendonderwerp in de vragen in januari, februari en maart. Vanaf maart ziet hetIPLO een verschuiving optreden van vragen met betrekking tot hetovergangsrecht naar het werken met de (nieuwe) instrumenten uit deOmgevingswet.De eerste drie maanden van inwerkingtreding leveren ook de eerstebeelden op waar verdere optimalisatie mogelijk en nodig is. Het bevestigt1Kamerstukken I 2022/2023, 33 118/34 986, FK, bijlage 1.2Met een (Distributed) Denial-of-Service-aanval (DDoS-aanval) wordt de capaciteit van online-diensten of de ondersteunende servers en netwerkapparatuur aangevallen. Het resultaat vandeze aanval is dat diensten slecht of helemaal niet meer bereikbaar zijn voor medewerkers ofklanten.3Kamerstukken I 2019/20, 34 986, K.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 2812 de eerdere constateringen die ik met de bestuurlijke partners hebbesproken over de noodzaak van afbouw, doorontwikkeling en uitbouwvan het DSO, en de verdere vormgeving van implementatieondersteuningbij de nieuwe wijzen van werken in de hele keten. Hierop ga ik hieronderen in bijlage 1 en 2 nader in.Bestuurlijke duiding ervaringen eerste kwartaal 2024Wekelijks is er een informeel contact moment met de verantwoordelijkenvan de koepels, de Rijkspartijen, de Tactische beheersorganisatie en BZK.Zo wordt er vinger aan de pols gehouden, zodat er snel kan wordengeschakeld danwel opgeschaald indien nodig. Ook is in de bestuurlijkeoverleggen stil gestaan bij het beeld in de uitvoering. Het beeld over heteerste kwartaal wordt bestuurlijk onderschreven en herkend. In deafgelopen bestuurlijke overleggen – laatstelijk op 4 april jl. is ookstilgestaan bij de implementatie van de Omgevingswet. In de bestuurlijkeoverleggen hebben de bestuurlijke partners volmondig onderschreven dathet beeld rustig is, vragen worden opgelost en dat er grote waardering isvoor alle betrokkenen in de uitvoering die aan de slag zijn. Tevens isgeconstateerd dat zoals verwacht er vervolgacties ondernomen om degebruiksvriendelijkheid voor initiatiefnemers te verbeteren, wat ook effectheeft op bijvoorbeeld de hoeveelheid vragen die binnenkomen bijbevoegd gezagen. In de paragraaf hieronder en in bijlage 2 ga ik hiernader op in.Aandachtspunten komende periodeZoals ik u eerder al gemeld heb is de Omgevingswet een wet waarvan deimplementatie niet in één keer klaar is. De opgave om anders te gaanwerken is met de inwerkingtreding gezaaid en moet nu gaan ontkiemen inde uitvoeringspraktijk. De wettelijke overgangstermijnen lopen dekomende jaren nog door, net als de ondersteuning bij de verdereimplementatie. De uitvoeringspraktijk zet nu de stappen en doet de eerstepraktijkervaring op. Sinds de inwerkingtreding elke dag met én in het DSOgewerkt. De aangekondigde manier van werken door het leren van depraktijk en vervolgens – indien noodzakelijk – aanpassen aan de leererva-ringen is daarmee gestart.Ondanks dat de eerste maanden over het algemeen rustig zijn verlopenblijven de bestuurlijke partners en ik intensief ondersteuning bieden bij de(verdere) implementatie. De inwerkingtreding van de Omgevingswet wasde eerste stap. De komende maanden start een nieuwe fase. Een fasewaarin de bevoegd gezagen de (nieuwe) instrumenten verder gaaninzetten, zoals de omgevingsplannen en programma’s. Daarbij zullen erbevoegd gezagen zijn die in de techniek nog gebruik moeten maken vande tijdelijke alternatieve maatregelen. Meer planvorming betekent voorhet DSO ook een hogere belasting, die ik goed in de gaten zal houden.In de keten van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) ligt denadruk op het verder vorm en inhoud geven van de samenwerking tussenpartijen. Als het gaat om de techniek moeten vervolgkeuzes wordengemaakt over de afbouw, doorontwikkeling en uitbouw van het DSO,bijvoorbeeld met het verder (door) ontwikkelen en implementeren van(aanvullende) functionaliteiten en de standaarden waarmee wordtgewerkt. De ervaringen van gebruikers en de wens om de gebruiksvrien-delijkheid (continu) te verbeteren staat daarbij voor mij voorop. Daaromwerk ik aan een verdere uitwerking van acties die op korte, middellangeen lange termijn nodig zijn om de gebruiksvriendelijkheid te vergroten. Inbijlage 2 ga ik hier nog dieper op in.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 2813 Ook in deze volgende fase houd ik, samen met de bestuurlijke partners, devinger aan de pols. Door gezamenlijk zicht te blijven houden kan erimmers – indien noodzakelijk – snel geacteerd worden. Zo is goed bekendwat er spelt en kan er snel worden gehandeld indien nodig. Ook wordt zoinvulling gegeven aan het zo goed mogelijk doorgaan van de dienstver-lening rondom vergunningverlening en planvorming. De ervaringen vanhet eerste kwartaal geven daarbij vertrouwen richting de toekomst enhebben duidelijk laten zien dat alle partijen in staat zijn om adequaat entijdig op én bij onduidelijkheden, vragen en onvoorziene situaties tereageren, waardoor hinder voor gebruikers tot een minimum beperkt isgebleven. Aan deze samenwerking hecht ik veel waarde, voor het vervolgvan bijvoorbeeld het verbeteren van de gebruikersvriendelijkheid is ditook van belang.Monitoring Omgevingswet, toetsing en informeren parlementOm goed zicht te houden op de werking van de Omgevingswet heb ikvanuit mijn stelselverantwoordelijkheid een evenwichtig systeem vanevaluatie en monitoring ingericht. Dit systeem bestaat uit diversemonitors,4 de instelling van de evaluatiecommissie en de benoeming vande regeringscommissaris. Met de inrichting van dit systeem is uitvoeringgegeven aan diverse moties en toezeggingen vanuit de Eerste en TweedeKamer op dit punt. Aanvullend op het ingerichte stelsel van monitoring enevaluatie houd ik, samen met bestuurlijke partners, goed zicht op deinvoering. De signalen die ik vanuit de uitvoeringspraktijk ontvang deel ikin de voortgangsbrieven per kwartaal met uw kamer.5 Het zwaartepunt inde komende voortgangsbrieven zal vooral liggen op aspecten in de(landelijke) techniek van het DSO en aspecten in de uitvoering.De inwerkingtreding betekent ook dat de officiële monitoring en evaluatievan beleid en regelgeving is gestart. Ik heb met u afgesproken de werkingvan de wet- en regelgeving, als ook het gebruik en de kosten temonitoren. Hierover heb ik uw Kamer eind vorig jaar nader geïnfor-meerd.6 In deze monitoring en evaluatie staan vooral de beleids- enverbeterdoelen van het stelsel centraal.Vanuit dit stelsel van monitoring en evaluatie kan uw Kamer de komendejaren de volgende informatie verwachten:•Een jaarlijkse rapportage op basis van de Monitor Werking Omge-vingswet. De eerste rapportage, over 2024, volgt in de loop van 2025en wordt aan u toegestuurd;•Financiële rapportage(s) op basis van de Monitor Financiële Effecten,over het eerste jaar, na het eerste jaar en vijf jaar na inwerkingtreding.•Rapportage(s) ten aanzien van de maatschappelijke doelen vanuit hetPlanbureau voor de Leefomgeving (PBL).7•De (wettelijke) evaluatie van de onafhankelijke evaluatiecommissie, 5en 10 jaar na inwerkingtreding.Tijdens het mondeling overleg op 24 oktober 2023 heb ik met uw Kamergesproken over de mogelijkheid om het nieuwe instrument van deinvoeringstoets te betrekken bij het u informeren over de stand van zakenvan de implementatie van de Omgevingswet.8 Ik heb gekeken naar de4Een monitor van het DSO, een financiële monitor gericht op de baten en lasten van verschil-lende overheden en een monitor over werking van de Ow, voor de monitoring van demaatschappelijke doelen van de Ow aangesloten bij de Monitor van de Nationale Omgevings-visie (NOVI).5Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 15.6Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FX en Kamerstukken II 2023/24, 33 118, nr. 278.7Zoals de planmonitor NOVI, Kamerstukken I 2023/2024. 34 682, EK, V.8T03747.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 2814 achtergrond en insteek van de invoeringstoets en hoe ik aan de principeshiervan invulling kan geven. Hieronder zet ik de conclusies uiteen.Daarnaast is er ambtelijk contact geweest met het Ministerie van Justitieen Veiligheid over het doen van de invoeringstoets.Een invoeringstoets is een lichtvoetige bestudering van de werking vannieuwe regelgeving in de praktijk, met bijzondere aandacht voor degevolgen voor de doelgroep en de uitvoering.9 Daarbij wordt bezien of erin de praktijk onvoorziene knelpunten of onbedoelde effecten optreden.Daarnaast wordt de werking afgezet tegen vooraf bij de totstandkomingvan de regelgeving gedane aannames. De invoeringstoets maakt daarmeeeen koppeling met de analyses en toetsen over het effect op de uitvoeringdie worden gedaan in het voorbereidingsproces. In het wetgevingstrajectvan de Omgevingswet is bij de verschillende wijzigingstrajecten waarmeehet stelsel van de Omgevingswet is opgebouwd en aangevuld (en telkensnog verder wordt aangevuld) ook aandacht besteed aan de effecten op deuitvoering. Hierbij vermeld ik voor de volledigheid dat de huidige (nieuwe)uitvoeringtoets van een latere datum is dan de totstandkoming van hettotale stelsel van de Omgevingswet.De invoeringstoets is een ex durante evaluatie; een evaluatievorm die zichricht op wat er moet gebeuren op het moment dat bijstelling nog mogelijkis, in plaats van zich te richten op wat er had moeten gebeuren achteraf.De invoeringstoets wordt uitgevoerd op het vroegst mogelijke momentwaarop iets nuttigs gezegd kan worden over de werking van regelgevingin de praktijk. De invoeringstoets biedt daarmee vroegtijdig inzicht inervaren knelpunten bij de doelgroep en bij de uitvoering van beleid. Doorin de voortgangsbrieven over de implementatie van de Omgevingswetterug te kijken neem ik u mee op de hoofdlijn van ervaren en onbedoeldeknelpunten bij de doelgroep en in de uitvoeringspraktijk. Aandachtspuntdaarbij is dat een knelpunt in de uitvoering niet altijd direct het gevolg isvan een bedoeld effect, en ook niet meteen een onbedoeld effect is. Of enwelke bijsturing nodig is, vraagt om een analyse en het betrekken vandiverse expertises. Op deze manier ontstaat er tussen wetgeving, beleiden uitvoering een goed leer- en aanpassingsproces. De informatie vanbijlage 1 bij de voortgangsbrieven en de informatie uit de ingerichte(jaarlijkse) monitoring10 zorgen – naar mijn oordeel – gezamenlijk voor debenodigde gegevens om aan het doel en de opzet van een invoeringstoetste kunnen voldoen en alle ketens hierin mee te kunnen nemen. Met dezeinformatie kan in het eerste kwartaal van 2025 de invoeringstoets wordenuitgevoerd, zoals dit bijvoorbeeld recent is gedaan bij de uitgevoerdeinvoeringstoets naar de in mei 2022 in werking getreden Wet openoverheid (Woo).11In lijn met mijn toezegging heb ik de onafhankelijke evaluatiecommissiegevraagd of zij een onafhankelijke duiding wil verzorgen bij de voort-gangsbrief implementatie Omgevingswet over het tweede kwartaal2024.12 De Evaluatiecommissie heeft aangegeven de focus te houden opde evaluatie van het wettelijke stelsel. Een reactie op de uitvoerings-praktijk op de korte termijn acht zij niet passend bij haar rol en expertise.9Doelgroep: Burgers, (maatschappelijke) organisaties en bedrijfsleven, De uitvoering: overheids-organisaties, zie ook: https://www.kcbr.nl/themas/themas-z/invoeringstoets#Invoeringstoets.10Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FX en Kamerstukken II 2023/24, 33 118, nr. 278.11Kamerstukken I 2023/24, 33 328/35 112, AH en Kamerstukken II 2023/24, 33 802, nr. 80.12T03747.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 2815 Wetgeving en rechtspraakDe regelgeving onder het stelsel wordt sinds de totstandkoming – zoalsgebruikelijk is bij wetgevingsstelsels – steeds aangepast om vorm tekunnen geven aan nieuw beleid of ter implementatie van Europeseregelgeving. Daarnaast wordt aan de hand van signalen uit de praktijk eneigen nadere analyses bekeken of technische aanpassingen nodig zijn. Dehieruit voortvloeiende correcties worden verwerkt in een voorstel vooreen verzamelwet dat u via de gebruikelijke weg wordt voorgelegd. In dezeverzamelwet worden ook de aanvullingen meegenomen die op1 december jl. zijn vastgesteld in de Vangnetregeling Omgevingswet.13Daarnaast wordt deze vangnetregeling nog aangevuld met enkeleovergangsrechtelijke punten voor een soepele verdere invoering van deOmgevingswet. Ook de uitvoeringsregelgeving onder de wet wordtgewijzigd door verzamelbesluiten. Deels gebeurt dat onder verantwoorde-lijkheid van andere bewindspersonen.14 Daarnaast bekijk ik welkewijzigingen nodig zijn vanuit mijn verantwoordelijkheid voor het juridischstelsel als geheel. Daarbij gaat het ook om regelgeving die verband houdtmet een mogelijke verlenging van de Tijdelijke Alternatieve Maatregelen(TAM) en de procedures op basis van TAM-IMRO15 (zie ook bijlage 2).Zoals aan u gemeld bekijk ik met de bestuurlijke partners en op basis vande signalen van de bevoegd gezagen of een verlenging van de TAM nodigis. Ik wijs wel op het feit dat het gebruiken van een TAM tot extra werkleidt.Bij de wijziging van wetgeving en de keuzes die worden gemaakt over devorm en inhoud van deze regeling wordt gestreefd naar zo beperktmogelijke lasten voor burgers, (maatschappelijke) organisaties en hetbedrijfsleven, alsmede voor de overheid zelf. In de toelichting wordt inbeeld gebracht wat de lasten voor burgers, (maatschappelijke) organi-saties en het bedrijfsleven en de lasten voor de overheid concreet zijn. Inlijn met de gedane toezegging16 en met de Aanwijzingen voor deregelgeving wordt zo gezorgd dat deze praktijk wordt geborgd.NoodbevoegdhedenIn de kamerbrief over de routekaart modernisering staatsnoodrecht encrisisrecht van 10 oktober 2023 is aangegeven dat ik u in het eerstekwartaal van 2024 wordt bericht over een onderzoek naar het noodrecht inde Omgevingswet.17 Ik kan u hier het volgende over melden. Op ditmoment is er geen noodzaak voor aanpassing van de Omgevingswet ofde uitvoeringsregels. De Omgevingswet voorziet in noodbevoegdhedenvoor diverse ongewone voorvallen en buitengewone omstandigheden.Deels gaat het om bevoegdheden die de gehele breedte van deOmgevingswet betreffen, deels om bevoegdheden die vanuit hetvoorheen geldende recht tot één onderwerp zijn beperkt. In grote lijnenkan onderscheid worden gemaakt tussen regels die zich richten opprocedures, en regels die op inhoudelijke verplichtingen gericht zijn. Inhet vervolg wordt wel nader beschouwd of verdere stroomlijning van hetnoodrecht wenselijk is. Ook zal worden bezien of in de Omgevingswet demogelijkheid kan worden ingebouwd om procedures aan te passen als13Stcrt. 2023, 32876.14Bijv. het Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2025 (tot en met 13 februari inconsultatie) en Verzamelbesluit Omgevingswet IenW milieu 2025 (tot en met 4 maart inconsultatie).15Informatiemodel Ruimtelijke Ordening: een standaard voor de ruimtelijke ordening waarin deplannen, visies, besluiten e.d. met hun objecten zijn gedefinieerd.16T02249. Vgl. Aanwijzing 2.10 (lasten voor de maatschappij en de overheid) en aanwijzing 4.43(inhoud toelichting).17Kamerstukken II 2023/24, 29 668/26 956, nr. 70.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 2816 buitengewone omstandigheden18 daarom vragen. Daarbij zou hetbijvoorbeeld kunnen gaan om het in een noodsituatie kunnen inkortenvan planologische procedures of het tijdelijk zonder vergunning mogenverrichten van bepaalde, onder normale omstandigheden vergunningplichtige activiteiten. Mocht de uitkomst zijn dat wijziging van deOmgevingswet of de uitvoeringsregelgeving wenselijk is dan wordt ditmeegenomen in een later wijzigingstraject van de Omgevingswet.RechtspraakVanaf de inwerkingtreding op 1 januari 2024 wordt in rechterlijkeuitspraken het overgangsrecht toegepast uit de InvoeringswetOmgevingswet en de aanvullingswetten.19 Het overgangsrecht regelt datin lopende procedures van rechtszaken het oude recht wordt toegepast.Op grond daarvan wordt in de meeste uitspraken na 1 januari nogtoepassing gegeven aan ingetrokken wetten zoals de Wet algemenebepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet ruimtelijke ordening (Wro) ofde Wet natuurbescherming. In een uitspraak van eind maart heeft deAfdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitgebreid uiteen-gezet welk recht van toepassing is op vervolgbesluiten die na 1 januari2024 worden genomen na vernietiging van een ruimtelijk plan. DeAfdeling gaat daarbij in op enkele veelvoorkomende scenario’s en heeftdaarbij een voor de uitvoeringspraktijk behulpzaam stroomschemagepubliceerd.20 De uitspraak wordt nog nader geanalyseerd, dit evenalsmogelijk nog volgende andere relevante rechterlijke uitspraken.Bevorderen participatieTijdens het overleg van 4 april jl. heb ik, in lijn met mijn toezegging,nogmaals met de bestuurlijke partners stil gestaan bij het onderwerpparticipatie en het belang dat bevoegd gezagen hebben vanuit hun eigenverantwoordelijkheid en bevoegdheden om te zorgen dat hier beleid opis.21 Dit biedt zowel inwoners als initiatiefnemers duidelijkheid, met hetgevolg dat initiatieven ten aanzien van de leefomgeving beter vormge-geven kunnen worden. Zoals bij u bekend kent de Omgevingswet geenverplichting tot het opstellen van een participatieverordening. HetWetsvoorstel versterking participatie op decentraal niveau waarin dezeverplichting voor gemeenten, waterschappen en provincies is opgenomenligt momenteel voor bij de Eerste Kamer.22 Ter uitvoering van de motieKluit over de plicht om een milieueffectrapportage (mer) uit te voeren hebik gezorgd dat de wettelijke verplichting voor decentrale overheden vooreen mer voor kaderstellende plannen bekend is.Tot slotOp basis van de ervaringen en rapportages over het eerste kwartaalkunnen door het korte tijdsbestek nog geen conclusies worden getrokkenover de werking van de wet. De in deze brief en bijlagen aangegeven opdit moment bekende cijfers en ervaringen zijn in lijn met de verwach-tingen die ik samen met de bestuurlijke partners had rondom de inwer-kingtreding van de Omgevingswet en de daarbij verwachte op te treden18Van buitengewone omstandigheden is sprake als vitale belangen belang wordt bedreigd en dedreiging niet met normale bevoegdheden het hoofd kan worden geboden. Het gaat omnationale veiligheidsbelangen, zoals territoriale, economische of fysieke veiligheid.19Het gaat om de aanvullingswetten voor de onderwerpen geluid, bodem, natuur engrondeigendom.20ABRvS 27 maart 2024 ECLI:NL:RVS:2024:1174.21T03563.22Kamerstukken I 2023/24, 36 210, A.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 2817 effecten. We blijven met elkaar onverminderd betrokken, werken aanvervolgstappen in de implementatie en zorgen voor verbeteringen in deuitvoering.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.M. de JongeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 2818 Ervaringen Implementatie Omgevingswet, eerste kwartaal 2024In deze bijlage neem ik uw Kamer mee in de meer concrete ervaringentijdens het eerste kwartaal van 2024. Naast enkele algemene aspecten ligtde focus in deze bijlage enerzijds op de constateringen en ervaringen vanbevoegd gezagen en uitvoeringsorganisaties en anderzijds op die vanburgers, (maatschappelijke) organisaties en het bedrijfsleven. Bij deuitvoeringspraktijk ligt de nadruk op het feit of alle betrokkenen, al danniet gezamenlijk, in de drie ketens kunnen werken. Naast de werking vande drie ketens sta ik ook stil bij de implementatieondersteuning. Deaandacht bij burgers, (maatschappelijke) organisaties en het bedrijfslevengaat vooral naar het door hen (gemakkelijk) wel of niet kunnen doen vanmeldingen, vergunningaanvragen en planvorming.Constateringen met betrekking tot het wel of niet behalen van beleids- enverbeterdoelen van de Omgevingswet zijn onderdeel van de (wettelijke)monitoring en evaluatie, waar ik uw Kamer jaarlijks separaat overinformeer.23 Uiteraard geldt daarbij dat als ik signalen heb die vragen omeerder ingrijpen ik u hierover ook eerder informeer.Analyse eerste kwartaalDe periode rond en na inwerkingtreding is relatief rustig verlopen. Deverhoogde dijkbewaking en versterkte serviceketen hebben gewerkt. Elkewerkdag stonden én staan nog steeds inhoudelijk experts klaar om vragente beantwoorden, incidenten op te lossen en medewerkers van bevoegdgezagen (verder) op weg te helpen en met resultaat. De (vooraf)verwachte extra vragen zijn beantwoord en op onvoorziene situaties isadequaat gereageerd, door te zorgen voor oplossingen waardoormisverstanden snel zijn weggenomen. Zoals verwacht is er – mede opbasis van de eerste opgedane praktijkervaringen – op diverse processenbij verschillende partijen nog bijsturing nodig. Deze procesoptimalisatieslopen de komende periode – aangepast aan de opgedane ervaringen –door. De calamiteitenorganisatie heeft geen calamiteiten hoevenafhandelen.Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) is het kenniscentrum van deoverheid dat uitleg geeft aan gemeenten, provincies, waterschappen enbrancheorganisaties over de Omgevingswet, het Digitaal StelselOmgevingswet (DSO) en de regelgeving voor de leefomgeving (bodem,bouwen, water en milieu).24 Het informatiepunt leefomgeving (IPLO)vervult haar kennis- en expertiserol naar behoren. De website van hetIPLO wordt goed gebruikt om antwoorden te vinden. De website had ruim720.000 sessies waarbij 2,8 miljoen pagina’s bezocht werden. De meestbezochte onderdelen zijn de uitleg van de regelgeving, waaronder hetBesluit bouwwerken leefomgeving (BBL), de Bruidsschat en het Besluitactiviteiten leefomgeving (BAL). Bij het IPLO komen sinds 1 januari 2024gemiddeld 1100 vragen per week binnen. Dit is bijna een verdubbeling tenopzichte van vorig jaar. Hier is rekening mee gehouden. Inmiddels is hetaantal vragen bij het IPLO stabiel en beheersbaar. In het eerste kwartaalzijn er ruim 13750 vragen ontvangen van bevoegd gezagen, omgevings-diensten, bedrijven en particulieren. Ruim 35 procent daarvan ging overhet DSO. Onder andere over het raadplegen van «Regels op de kaart»; hetdoen van een vergunningsaanvraag of het ontvangen van aanvragen enmeldingen door gemeenten en omgevingsdiensten. Daarnaast wordenbijvoorbeeld vragen gesteld over: de regels voor (milieubelastende)23Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FX en Kamerstukken II 2023/24, 33 118, nr. 278.24Ondernemers en inwoners kunnen met vragen over de Omgevingswet, het Omgevingsloketen de leefomgeving primair terecht bij hun gemeente.Bijlage 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 2819 activiteiten; vergunningvrij bouwen; (activiteiten in) de bodem; ruimte ende systematiek van de wetgeving. Vragen worden door IPLO binnen deafgesproken termijnen afgehandeld. De vragen die worden doorgezetnaar specialisten hebben – logischerwijs – een wat langere beantwoor-dingstermijn. Uit het klanttevredenheidsonderzoek blijkt dat vraagstellerstevreden zijn met de ontvangen antwoorden. Wanneer over eenonderwerp veel vragen leven, zorgt IPLO voor de benodigde aanpassingvan de website of bijvoorbeeld aangepaste sessies in overleg met BZK enkoepelorganisaties. Dit zodat, in het vervolg, makkelijker en sneller eenantwoord op de vraag gevonden kan worden.Uit de monitor van het DSO blijkt dat het DSO-LV werkt. In het eerstekwartaal waren er meer dan 1,4 miljoen sessies en 591.882 uniekebezoekers voor het Omgevingsloket. In het Omgevingsloket wordenvergunningen, meldingen en informatieverzoeken ingediend. De stroomvan omgevingsvergunningaanvragen en meldingen is direct na inwer-kingtreding goed op gang gekomen. De eerste procedures in de planketenzijn gestart. In het eerste kwartaal ging het om 38.969 vergunningaan-vragen, 32.043 meldingen en 11.380 informatieplichten. De beschik-baarheid van het Omgevingsloket voldoet aan de gestelde normen. Demonitoring maakt zichtbaar dat de capaciteit van de landelijke voorzieningruim voldoende is voor het huidige gebruik.Zowel burgers, (maatschappelijke) organisaties als het bedrijfslevenweten het Omgevingsloket te vinden. De eerste reacties uit het bedrijfs-leven over de werking van het omgevingsloket zijn overwegend positief.Grootgebruikers van het Omgevingsloket, zoals netbeheerders ennutsbedrijven, maken volop gebruik van het DSO. In de eerste paar wekenwaren er een paar verstoringen op die snel en in goed overleg, mede metde betrokken partijen, konden worden opgelost.In het DSO hebben zich geen blokkerende issues voorgedaan. Zoalsverwacht zijn er wel issues gemeld in het DSO-LV die het Omgevingsloketraken. Totaal gaat het om iets minder dan vierhonderd issues. Het gaatom 14 procent issues met een wat hogeren prioriteit en 86 procentbetroffen issues met een lagere prioriteit. In de stijging van de issues waser tweemaal (enige) last van een DDoS-aanval.25 Dit heeft de ervaring vande gebruikers – zowel initiatiefnemers als bevoegd gezagen – over debeschikbaar en snelheid kunnen beïnvloeden. Daarnaast speelde mee datbegin januari sommige bevoegd gezagen op onderdelen de digitaleaanvraagformulieren toch nog niet volledig op orde bleken te hebben.Door goede onderlinge afspraken kon de dienstverlening doorgang25Met een (Distributed) Denial-of-Service-aanval (DDoS-aanval) wordt de capaciteit vanonlinediensten of de ondersteunende servers en netwerkapparatuur aangevallen. Het resultaatvan deze aanval is dat diensten slecht of helemaal niet meer bereikbaar zijn voor medewerkersof klanten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28110 vinden. De onvoorziene situaties die zich bij de start van inwerkingtredinghebben voorgedaan, zijn direct door de bevoegd gezagen en/of betrokkenpartijen opgelost. De ingestelde verhoogde dijkbewaking om deze issuesop te pakken heeft goed gewerkt. Op basis van de omvang van demeldingen en opgedane ervaringen heeft er inmiddels een afschalingplaatsgevonden. Via de monitor wordt goed in de gaten gehouden wataan extra capaciteit nodig is.Deze fase van inwerkingtreding maakt ook zichtbaar waar optimalisatie enverdere aanpassingen mogelijk zijn. Uit de ervaringen in de praktijkkomen praktische zaken in het DSO naar voren waarbij het gemak van hetaanvraag- en meldproces voor burgers, bedrijven en bevoegd gezagenverbeterd kan worden. Dit leidt tot aanscherping van de processen bijbevoegd gezagen. Een voorbeeld hiervan is dat de methodiek vanmachtigingen in het DSO-loket, waaronder e-herkenning, niet goed bleekaan te sluiten op de werkpraktijk en de gebruikelijke werkwijze voorinwerkingtreding. Voor de korte termijn is een werkwijze bedacht,waarmee een continuïteit in dienstverlening is gewaarborgd. Op ditmoment wordt een analyse uitgevoerd om tot een structurele oplossing inhet DSO te komen.Tot inwerkingtreding waren de inspanningen in het oefenen en inregelenmet de Omgevingswet veelal gericht op het kunnen behouden vanhetzelfde dienstverleningsniveau. Sinds de inwerkingtreding wordt eengroeiende behoefte gezien naar het gezamenlijk werken in het stelsel envolgens de bedoeling van de Omgevingswet. Vragen over het lerenwerken met het instrumentarium, het inregelen van de beleidscyclus(binnen en tussen overheden), het maken van een integrale afweging vanbelangen en over de mogelijkheden om dienstverlening te verbeterennemen toe. Onder het kopje implementatieondersteuning hieronder ga iknader in op de ondersteuning hierbij.Bevoegd gezagen en uitvoeringsorganisatiesDe Vergunning, Toezicht en Handhavingsketen (VTH-keten)De ontvangst van ingediende vergunningaanvragen, meldingen eninformatieplichten door de bevoegd gezagen via het DSO werkt. Het is oppunten voor de betrokkenen wel wennen aan de nieuwe werkwijze ensamenwerking. Inmiddels zijn de eerste vergunningen afgehandeld. In debehandeling en afhandeling van vergunningaanvragen, maar ook op hetgebied van toezicht en handhaving doen de bevoegd gezagen, ook inregionaal verband, hun eerste ervaringen op. Er zijn voorafgaand aan deinwerkingtreding samenwerkingsafspraken gemaakt tussen de betrokkenoverheden over de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving,de aanpassing aan de eerste praktijkervaring van deze afspraken komt nuop gang. Bevoegd gezagen kunnen hierbij desgewenst ondersteuningkrijgen.De gemeenten en omgevingsdiensten geven aan dat er eind vorig jaareen piek is geweest aan aanvragen die onder het oude recht zijningediend. De eerste focus is het afhandelen van deze aanvragen. Bijnieuwe aanvragen zijn er – zoals verwacht – vragen van initiatiefnemersdie tijd kosten om uit te zoeken. Bijvoorbeeld vragen naar aanleiding vanhet gebruik van de vergunningschecker waarin nu «activiteit gericht»wordt uitgevraagd. Zoals voorzien, leidt deze verandering tot uitzoekwerkbij het beantwoorden van vragen van initiatiefnemers. Er wordt onder-steuning geboden aan bevoegd gezagen en uitvoeringsorganisaties. Denkaan netwerk- en expertsessies die door de VNG worden georganiseerd enwerkplaatsen om samenwerking te bevorderen tussen alle overheden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28111 Daarnaast is er een door de VNG een netwerk opgericht om samen deuitvoeringsvraagstukken met de betrokken overheden op te kunnenoppakken.De planketenHet eerste kwartaal laat zien dat het mogelijk is voor bevoegd gezagen omalle instrumenten in de planketen in het DSO-LV te publiceren. De eersteplannen zijn inmiddels ingediend en de procedures komen langzaam opgang. Dat het aantal procedures gedurende dit eerste kwartaal nogbeperkt is, was voorzien. Planprocedures kennen – zeker in vergelijkingmet vergunningprocedures – een langere doorlooptijd en veel bevoegdgezagen zijn daarnaast nog druk met het afronden van een groot aantalprocedures van eind vorig jaar, welke vallen onder het overgangsrecht. Inhet laatste kwartaal van 2023 zijn ongeveer 3,5 keer zoveel plannen inprocedure gebracht ten opzichte van het laatste kwartaal van 2022.26 Deverwachting voor de komende maanden is dat de procedures enpublicaties in de planketen zullen gaan stijgen.Bij het werken met het DSO zijn er, zoals voorzien, nog verschillen in defunctionaliteiten die de bevoegd gezagen beschikbaar hebben afhankelijkvan de eigen softwareleverancier. Een aantal gezagen beschikt inmiddelsover voldoende functionaliteiten in de lokale software om, in combinatiemet het DSO-LV, in het hoofdspoor (STOP-TPOD) te werken én doen ditook. Anderen maken vooralsnog gebruik van de TAM. Bij het opstellen,vaststellen en publiceren van de omgevingsverordening hebben10 provincies gebruik gemaakt van het hoofdspoor en zijn 2 provinciesteruggevallen op het gebruik van de TAM.27 Alle 21 waterschappenhebben via het hoofdspoor gebruikt bij het op-, vaststellen en publicerenvan de hun waterschapsverordening gepubliceerd. Op gemeentelijkniveau is de constatering dat de eerste omgevingsplanprocedures zijnopgestart.28 Eén gemeente heeft inmiddels een (eerste) omgevingsplan-wijziging vastgesteld.29 Bij deze procedure is gebruik gemaakt van hethoofdspoor. Daarnaast zijn er in het eerste kwartaal 12 ontwerp-omge-vingsplanwijzigingen vrijgegeven voor inspraak en ontsloten via hetOmgevingsloket. Hier geldt dat 7 keer gebruik is gemaakt van hethoofdspoor en 5 keer is teruggevallen op TAM-IMRO. Naast deze eerstepublicaties worden er inmiddels door meerdere zogenaamde kennis-geving omgevingsplan30 gepubliceerd, wat erop wijst dat op korte termijnmeer omgevingsplanwijzigingen zullen volgen.Naast de voorgaande procedures wordt er sinds de inwerkingtreding ook,zij het (nog) beperkt, gebruik gemaakt van de instrumenten Omgevings-visie, Programma, Projectbesluit en het Voorbereidingsbesluit.31 Hierbij isenkel bij het Voorbereidingsbesluit door een aantal bevoegd gezagengebruik gemaakt van de TAM. Ten overvloede merk ik hierbij op dat voorén richting de inwerkingtreding ook al door veel bevoegd gezagen isgewerkt aan Omgevingsvisies en een aantal Voorbereidingsbesluiten. Deinstrumenten instructie en reactieve interventie zijn sinds de inwerking-26Cijfers laatste kwartaal 2023 uit ruimtelijkeplannen.nl, aantal gestarte procedures in Q4 2023:3619, aantal gestarte procedures in Q4 2022: 1076.27TAM-Omgevingsverordening.28Peildatum 31 maart 2024.29In dit aantal zijn «besluiten» in het kader van het enkel technisch in beheer nemen van deBruidsschat niet meegenomen. NB: 69 gemeenten hebben hun bruidsschat in Q1 2024technisch in beheer genomen.30Artikel 16.29 Omgevingswet.31Aantallen zien op de periode 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2024 en betreffen zowelontwerpen als vastgestelde versies: Omgevingsvisie: 6, Programma: 6, Projectbesluit: 1,Voorbereidingsbesluit 13, waarvan 10 met de TAM.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28112 treding nog niet toegepast. Dit is niet vreemd, want dit zijn instrumentendie relatief weinig worden toegepast door de betreffende gezagen.Deze constateringen lagen in de lijn der verwachting en sluiten ook aan bijde resultaten uit het indringend ketentesten (IKT). Om ervoor te zorgendat uiteindelijk alle bevoegd gezagen kunnen werken in het hoofdspoor isde ontwikkeling van de benodigde functionaliteiten van groot belang.IKT-7 laat wederom zien dat de benodigde stappen vooruit zijn gezet in deplanketen. Meer informatie over deze ontwikkelingen vindt u in bijlage 2,en de uitkomst van IKT-7 in bijlage 3.De Toepasbareregel ketenToepasbare regels zijn eenvoudiger te begrijpen vertalingen van juridischeregels. Ze zijn nodig om de juiste vragen in de vragenboom in hetOmgevingsloket te kunnen stellen. Alle bevoegd gezagen zijn op 1 januari«live» gegaan met een meer of minder uitgebreide set aan toepasbareregels. Het proces van aanleveren en aanpassen van toepasbare regelswerkt in de basis. Uit de eerdere en huidige ervaringen en deIKT-resultaten (zie bijlage 2) is duidelijk dat hier verbeteringen opdoorgevoerd kunnen gaan worden.De constatering daarbij is dat er wisselende kennis en kunde is perbevoegd gezag op het gebied van toepasbare regels bijvoorbeeld bij hetmaken van vragenbomen en aanvraagformulieren. Bij het Rijk, water-schappen en provincies is momenteel de meeste ervaring in desamenhang tussen de juridische en toepasbare regels opgedaan. Dit wasvoorzien en volgt ook uit de kortere overgangsperiodes voor dezebevoegd gezagen. De gemeenten hebben langere overgangsperiode enmeer tijd om met deze samenhang aan de slag te gaan. In het eerstekwartaal lag de focus bij gemeenten vooral op de bruidsschat en de eersteaanpassingen van het omgevingsplan. De kennis en kunde over hettoepasbaar maken van de juridische regels wordt bij hen nu verderopgedaan. Dit betekent dat alle bevoegd gezagen stappen kunnen gaanzetten in het opstellen én – waar nodig – verbeteren van hun toepasbareregels. Onderdeel hiervan is mede het samenspel tussen de bestuurs-lagen. De bevoegde gezagen worden hierin ondersteund door een(nieuwe) kennis community voor regelanalisten en begeleiding bij deeerste wijziging van het omgevingsplan in samenhang met toepasbareregels.ImplementatieondersteuningVoor de eerste fase na inwerkingtreding is een stevige implementatieon-dersteuning vormgegeven. De versterkte serviceketen en verhoogdedijkbewaking zijn hier onderdeel van. Een belangrijk zwaartepunt is hetondersteunen van de front- en backoffice van de bevoegde gezagen. Ookis de calamiteitenorganisatie ingericht. Sinds inwerkingtreding hebbenzich geen calamiteiten voorgedaan. De verwachte extra druk is doormiddel van de genomen maatregelen opgevangen.Door het bieden van (extra) ondersteuning bij de implementatieopgavevan bevoegd gezagen wordt de (verdere) implementatie van deOmgevingswet bij gezagen verlicht. De krapte op de arbeidsmarkt is eengegeven. Bevoegde gezagen hebben de mogelijkheid om, door meer enanders samen te werken onder de Omgevingswet knelpunten rondom debeschikbaarheid van personeel te verlichten. De VNG is een programmagestart om de arbeidsmarktkrapte aan te pakken. Ook is begin 2024 eenhandreiking voor flexibele arbeidsinzet in de gemeentelijke sectorTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28113 uitgebracht. Daarin staat op een rij welke vormen van samenwerkingmogelijk zijn in de gemeentelijke sector.Ook na de inwerkingtreding is er ondersteuning bij het werken met deOmgevingswet en blijft er de mogelijkheid voor medewerkers bij bevoegdgezagen om te oefenen. Voorbeelden van hulpmiddelen en instrumentenzijn de verschillende klikdemo’s, zoals de klikdemo omgevingsloket, deklikdemo Regels op de Kaart en de functiegerichte klikdemo voormedewerkers van contactcentra. Sinds inwerkingtreding neemt de vraagnaar specifieke klikdemo’s zoals Regels op de Kaart toe. Daarnaast zijn ersinds inwerkingtreding meerdere functiegerichte sessies voormedewerkers van contactcentra geweest.Voor complexere vraagstukken met een interbestuurlijk karakter kunnenwerkplaatsen worden georganiseerd. Op dit moment staan dewerkplaatsen op het gebied van samenwerkingsafspraken vergunningver-lening, toezicht en handhaving, houtkap, huisvesting arbeidsmigranten,speciale sectoren van het bedrijfsleven en de kerninstrumenten– waaronder het omgevingsplan en het programma – in de belangstelling.Het soort en de inhoud van de sessies wordt steeds geactualiseerd opbasis van vragen uit de regio’s.Burgers, (maatschappelijke) organisaties en bedrijfslevenDe belangrijkste indrukken zijn dat burgers, (maatschappelijke) organi-saties en het bedrijfsleven de weg naar het omgevingsloket tot nu toegoed weten te vinden. De stroom van aanvragen en meldingen is directna inwerkingtreding op gang gekomen en het indienen van aanvragen,het doen van meldingen en het voldoen aan informatieplichten verloopt(technisch) goed. Gedurende de eerste drie maanden sinds de inwerking-treding van de Omgevingswet zijn er via het Omgevingsloket ruim 82.000vergunningaanvragen, meldingen en informatieplichten ingediend via hetOmgevingsloket. Opgesplitst gaat het om 38.969 vergunningaanvragen,32.043 meldingen en 11.380 informatieplichten. Dit loopt meestal goed,maar nog niet altijd vlekkeloos. Er zijn af en toe incidenten, deze zijnzodanig dat ze niet blokkerend zijn geweest in de dienstverlening en overhet algemeen goed konden worden verholpen.Burgers en bedrijven kunnen terecht bij de contactcentra van de bevoegdgezagen. Bedrijven kunnen ook contact opnemen met hun brancheorgani-saties, en bevoegd gezagen kunnen terecht bij het IPLO. De (verengingenen branches van) het bedrijfsleven weten het IPLO ook – voor zovernoodzakelijk – te vinden. Het aantal vragen dat het IPLO ontvangt vanuithet bedrijfsleven is stabiel. Momenteel sluiten steeds vaker beroeps-groepen uit het bedrijfsleven aan bij de werkplaatsen en klikdemo’s dievoor hen worden georganiseerd. Het IPLO heeft in het eerste kwartaalruim 13,750 vragen ontvangen van bevoegd gezagen, omgevings-diensten, bedrijven en particulieren. Ruim 35 procent daarvan ging overhet DSO. Bouwen; bodem; milieubelastende activiteiten; en vragen overde instrumenten en ruimte waren elk goed voor zo’n 10 procent. Dewebsite van IPLO werd ruim 720.000 keer bezocht (sessies) waarbij2,8 miljoen pagina’s bezocht werden.Digitale toegankelijkheidOm ervoor te zorgen dat iedereen goed uit de voeten kan met én in hetDSO, is en blijft de (digitale) toegankelijkheid van overheidsinformatie enhet Omgevingsloket (inclusief bijbehorende websites) van groot belang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28114 Mede naar aanleiding van de motie Janssen c.s.32 is hieraan door veelpartijen het afgelopen jaar, richting inwerkingtreding, hard aan gewerkt enmet succes. Er zijn ten opzichte van mijn laatste update33 geen nieuweontwikkelingen te melden. De (digitale) toegankelijk wordt continuegemonitord. De actuele statussen van alle overheidswebsites én dus ookde websites die aan het DSO verbonden zijn, zijn te vinden in hetdashboard DigiToegankelijk.34 Daarmee heb ik de motie Janssen c.s.ingevuld en via dit dashboard geef ik ook invulling aan de toezegging omde toegankelijkheid van het DSO te monitoren.35OverigParticipatieParticipatie bij planvorming onder de Omgevingswetvind ik van grootbelang. Zoals bij u bekend kent de Omgevingswet geen verplichting tothet opstellen van een participatieverordening. De invulling van de wijzevan participatie valt onder de eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheidvan de bevoegd gezagen.36 Gezien het belang van dit onderwerp en naaraanleiding van uw vragen zet ik mij hier extra voor in. Op basis van deontwikkelingen rondom de Omgevingswet en in de brede maatschappe-lijke discussie zijn door bevoegd gezagen op het gebied van participatiediverse beleidsdocumenten opgesteld, zoals participatienota’s,-verordeningen en -handreikingen. Deze (bestaande) beleidsdocumentenhebben hun status niet verloren met de inwerkingtreding van deOmgevingswet. Ook stellen bevoegd gezagen voor de uitwerking van deOmgevingswet participatiebeleid vast. Dit hebben zij nodig om met eenaantal instrumenten uit de wet aan de slag te gaan, zoals met deomgevingsvisie en het omgevingsplan. Zo helpt de Omgevingswet voorhet bij het op orde krijgen van het participatiebeleid. Daarbij richt ik mijniet alleen op participatie bij ruimtelijke initiatieven, maar ook in brederezin op het betrekken van alle relevante doelgroepen – waaronderondervertegenwoordigde doelgroepen – bij participatie en de kwaliteitvan participatie.De bevoegd gezagen worden hierop proactief ondersteund, onder anderevia het interbestuurlijk VNG-leernetwerk participatie en het interbestuurlijkVNG-participatieplatform. Daar is veel kennis beschikbaar en wordenervaringen gedeeld. Ik constateer dat er breed stappen worden gezet omte komen tot participatiebeleid. Ik zorg dat de voortgang terugkomt in deMonitor Werking Omgevingswet.Financiën en beheerDe financiële gevolgen van de Omgevingswet worden op basis van deinterbestuurlijke afspraak zorgvuldig gemonitord. Medio 2023 is hetgeactualiseerde integraal financieel beeld opgeleverd, waarin detransitiekosten en structurele effecten (baten) zo goed mogelijk zijningeschat. Eind 2024 komt het onderzoek beschikbaar naar de werkelijketransitiekosten. De uitkomst hiervan wordt bestuurlijk besproken. Zoalstoegezegd deel ik de uitkomst met u. Na het eerste en het vijfde volle jaarna inwerkingtreding (2025 en 2029) wordt een financiële evaluatieuitgevoerd.3732Kamerstukken I 2022/23, 33 118/34 986, FA.33Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FY, p. 2.34Dashboard DigiToegankelijk35T02881.36T03563.37Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, nr. FZ, p. 7.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28115 Monitoring en evaluatie stelsel OmgevingswetOp 4 december 2023 zijn het plan van aanpak van de «Monitor WerkingOmgevingswet» en het plan van aanpak van de evaluatiecommissieOmgevingswet aan u aangeboden.38 Inmiddels is gestart met deuitvoering van deze plannen. Vanaf april 2024 zullen de eerste kwantita-tieve indicatoren van de Monitor Werking Omgevingswet beschikbaarkomen. Dit betreft indicatoren uit deel 1 van het plan van aanpak over deinzet van de verschillende instrumenten onder de Omgevingswet. Dezekwantitatieve indicatoren worden gemeten via het DSO. Daarnaast wordtgewerkt aan de uitwerking en opdrachtverlening ten aanzien van de meerkwalitatieve indicatoren van deel 2 en deel 3 van het plan van aanpak.Deze indicatoren zullen uitgewerkt worden in casestudy’s. Het streven isom voor het zomerreces met deze opdracht te starten.Ook de evaluatiecommissie is inmiddels gestart met de onderzoeken dievoor 2024 in het plan van aanpak staan aangekondigd, te weten «decen-trale regels» (omgevingsverordening, waterschapsverordening enomgevingsplan) en omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsacti-viteit (BOPA).38Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FX en Kamerstukken II 2023/24, 33 118, nr. 278.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28116 Stand van zaken (verdere) implementatie OmgevingswetIn deze bijlage neem ik u mee in de stand van zaken na het eerste kwartaalna de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarbij wordt een doorkijkgegeven richting toekomstige ontwikkelingen. Zoals over de verdere(door)ontwikkeling van functionaliteiten in het DSO-LV, en de stand vanzaken van diverse gedane toezeggingen en aangenomen moties.Afbouw, doorontwikkeling en uitbouwDe inwerkingtreding markeert de start voor de afbouw, doorontwikkelingen uitbouw van het DSO. Met als doel om de komende jaren stap voorstap het bestuurlijke eindambitieniveau van het DSO-LV, – vastgesteld inde Bestuurlijke Agenda Uitbouw DSO-LV – te bereiken. Dit doe ik in nauwesamenwerking met de bestuurlijke partners en de beheerorganisaties.Doorontwikkeling richt zich op het doorlopend verbeteren van de huidigefunctionaliteit op basis van wensen vanuit de praktijk. Dit binnen degrenzen van de financiële afspraken over structureel beheer en dooront-wikkeling. Afbouw betreft het zo snel mogelijk na inwerkingtredingopleveren van het afgesproken basisniveau van de landelijke voorziening.Uitbouw betreft het realiseren van de beoogde uitbouw van het basis-niveau volgens de bestuurlijke agenda uitbouw (scenario 3 uit hetBestuursakkoord39). De ontwikkelingen moeten passen binnen de grenzenvan beschikbaar gesteld uitbouwbudget. Bij zowel de afbouw, doorontwik-keling, als uitbouw wordt de uitvoeringspraktijk nadrukkelijk meege-nomen en wordt door het iteratief opleveren van tussenoplossingen, stapvoor stap toegewerkt naar passende eindoplossingen. De uitkomstenhiervan landen in de zogenaamde ontwikkelagenda.Met betrekking tot de uitbouw van het DSO heb ik toegezegd om deKamer te informeren over privacyaspecten over de vergunningaanvragenen meldingen.40 Zoals in eerdere beantwoording aan de Kamer aange-geven, wordt privacy vanaf de start van de ontwikkeling van het DSO zeerserieus genomen.41 Zo is er voor alle onderdelen een Data ProtectionImpact Assessment (DPIA) opgesteld waarin de risico’s en maatregelenstaan beschreven. Dit is mede input geweest voor de wettelijke grond-slagen in het Omgevingsbesluit en -regeling. Daarin zijn ook striktebewaartermijnen opgenomen zodat persoonsgegevens niet langer dannodig binnen de landelijke voorziening van DSO opgeslagen worden.Persoonsgegevens worden actief verwijderd bij verlopen van de bewaar-termijnen. Daarnaast hebben de beheerorganisaties protocollen enprocessen ingericht om te voldoen aan wetgeving, zoals de AVG, en omsnel te kunnen reageren op potentiële privacy incidenten, zoalsdatalekken. Hiermee zijn alle benodigde en wettelijk verplichte privacya-specten technisch en operationeel geborgd in de processen. Dezeprocessen stellen de beheerorganisaties in staat om, ook bij de uitbouwvan het DSO-LV, nieuwe functionaliteiten te beoordelen op privacya-specten. Zo is er bijvoorbeeld voor de nog te realiseren uitbouwfunctiona-liteit «ondersteuning van toezicht en handhaving van de samenwerkings-functionaliteit» als eerste een DPIA opgesteld om de privacy risico’s tebepalen. Op die manier wordt bij de uitbouw van het DSO-LV «privacy bydesign» toegepast en blijft de AVG-compliance doorlopend geborgd.39Kamerstukken II 2014/15, 33 118/33 962, nr. 19, bijlage 1.40T02867.41Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FP.Bijlage 2:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28117 Op 12 februari 2024 heeft u van mij de brief «Zicht op Nederland»ontvangen.42 In deze brief schets ik de beleidsontwikkelingen op hetgebied van geo-informatie. Het toekomstperspectief waaraan gewerktwordt is onder andere dat alle gebruikers van geo-informatie debeschikking hebben over betrouwbare informatie over de fysiekeleefomgeving. Waarbij zij erop kunnen vertrouwen dat informatie veiliggedeeld kan worden met iedereen die daar recht op heeft. De maatschap-pelijke kosten en batenanalyse heeft laten zien dat er meerwaarde is.Daarnaast is de verwachting van burgers en professionals om alsoverheid mee te gaan met technische ontwikkelingen ook van belang. Deuitbouw van het DSO is onderdeel van de verdere ontwikkeling van hetgebruik van geo-informatie. Bij de uitwerking van de werkagenda vanZicht op Nederland zal hier nader op in worden gegaan. Op dit momentwordt met afbouw, doorontwikkeling en uitbouw en van het DSO – waaringeo-data een belangrijke rol speelt – ook naar deze ontwikkelingengekeken. Zo zorg ik dat dit op elkaar aansluit.Opvolging motie Moonen c.s.Tijdens het mondeling overleg Eerste Kamer op 24 oktober 2023 heb iktoegezegd43om in deze eerste voortgangsbrief van 2024 informatie tegeven over de wijze waarop ik invulling zou kunnen geven aan de motieMoonen c.s.44 Hieronder vindt u de laatste stand van zaken met betrekkingtot de uitvoering van deze motie.De afgelopen periode is onderzocht of de kennisgeving45 die eengemeente moet doen, wanneer zij voornemens is het omgevingsplan tewijzigen zichtbaar gemaakt kan worden in het DSO-LV. Door dezekennisgeving ook in het DSO-LV zichtbaar te maken, zien belangheb-benden ook in het Omgevingsloket, in een vroegtijdig stadium, dat er opeen bepaalde locatie aan een planontwikkeling gewerkt gaat worden. Opdie manier zijn belanghebbenden niet enkel meer afhankelijk van deinformatie op www.officielebekendmakingen.nl. Er is ook onderzoekgedaan naar het kunnen ontsluiten van conceptregelingen (vergelijkbaarmet voorontwerpen van bestemmingsplannen onder de oude Wro46) inhet DSO-LV. Zowel het zogenoemde «vlaggetje» als het ontsluiten vantechnische conceptregelingen blijkt technisch te kunnen worden gereali-seerd. Op basis van de bevoegdheidsverdeling tussen overheden en debeleidsmatige en juridische verantwoordelijkheidsverdeling is er nognader onderzoek en overleg nodig. Daardoor kan ik nu nog niet exactaangeven hoe ik de motie uit kan gaan voeren. De komende periodeoverleg ik met de bestuurlijke partners over het de benodigde beleids-matige, juridische en financiële afweging en gevolgen. Over de uitkomsthiervan houd ik u op de hoogte via de voortgangsbrieven.GebruiksvriendelijkheidIk heb u via mijn voortgangsbrief van 9 oktober 2023 geïnformeerd overhoe met volle aandacht wordt gewerkt aan het continu verbeteren van hetgebruiksgemak van het Omgevingsloket.47 Zoals bekend biedt hetOmgevingsloket de mogelijkheid om informatie over de fysieke leefom-geving op één plek te bekijken en te gebruiken. Daarmee is bereikt dat42Kamerstukken II 2023/24, 29 435/26 643, nr. 266.43T03745.44Kamerstukken I 2022/23, 33 118/34 986, FB.45Artikel 10.2, eerste lid van het Omgevingsbesluit.46Wet ruimtelijke ordening.47Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FO, bijlage 1. Het Omgevingsloket is onderdeel van delandelijke voorziening DSO (DSO-LV) dat weer onderdeel is van het bredere digitale stelsel aanvoorzieningen en systemen van alle betrokken partijen (DSO).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28118 eenieder via één loket over dezelfde informatie beschikt als de samenwer-kende overheden. Dat is een verbetering ten opzichte van de situatie voorinwerkingtreding toen deze informatie versnipperd was over een veelheidaan partijen of überhaupt nog niet ontsloten werd.Nu de Omgevingswet met het ondersteunende Omgevingsloket inwerkingis getreden, is het mogelijk om op basis van het gebruik in de praktijkverbeteringen aan te gaan brengen. Ik heb u eerder gemeld dat vooraf-gaand aan inwerkingtreding experts – «gebruikservaring-ontwerpers» –zijn ingezet ten behoeve van de ontwikkeling van het Omgevingsloket.Daarnaast is via vele toetsen met gebruikersgroepen – uit alle geledingenvan de samenleving – het aspect gebruiksvriendelijk zo goed als mogelijkin beeld gebracht. Nu het Omgevingsloket van het DSO in productie is,worden deze activiteiten aangevuld met de duizenden daadwerkelijkegebruikerservaringen met het loket in de praktijk. Door deze ervaringenover een langere periode te vergaren, te bundelen en te analyseren is erde mogelijkheid om met de beoogde vervolgstappen te zetten. Ik vind hetbelangrijk om te benadrukken dat in de aanpak steeds is gezegd datdergelijke signalen uit de praktijk nodig zijn om verbeteringen door tevoeren en stap voor stap te kunnen werken aan het bereiken van dedoelen van de wet.Op basis van de signalen uit de praktijk, die continu gemonitord worden,kunnen door de achterban van de bestuurlijke partners en de beheerpar-tijen intensiever stappen tot verbetering worden gezet. Concreter kan ikaangeven dat werkzaamheden zich bijvoorbeeld richten op het door hetbevoegd gezag goed neerzetten van de informatie die gebruikers van hetOmgevingsloket nodig hebben. Wanneer een bevoegd gezag juridischeregels voor een activiteit een vergunningsplicht, meldingsplicht ofinformatieplicht in het DSO brengt, is de afspraak en verwachting dat ditbevoegd gezag ook de bijbehorende toepasbare regels levert voor hetOmgevingsloket, waar de aanvraag, melding of informatie digitaal kanworden ingediend. Het Omgevingsloket is hier zelf neutraal in: als eenbevoegd gezag op een bepaalde wijze een regel stelt zal het DSO dat opdie wijze ook tonen. Toepasbare regels zijn eenvoudiger te begrijpenvertalingen van juridische regels. Ze zijn nodig om de juiste vragen in devragenboom in het Omgevingsloket te kunnen stellen. En op basis vandeze vragenbomen worden gebruikers door een vergunningcheck heengeholpen. Hoe meer regels toepasbaar zijn gemaakt hoe beter degebruikservaring van de vergunningcheck zal worden. Eenvoudigereregelgeving en als overheden samenwerken achter één loket is niet eenunieke opgave.48 Met de Omgevingswet hebben we hierin wel al grotestappen vooruitgezet. Met de inwerkingtreding kunnen we op basis vangebruikerservaringen verdere verbeteringen doorvoeren. Dit geldt voorzowel vanuit alle overheden ontsloten wet- en regelgeving als voor deverdere verbetering van het DSO zelf. Ook daar zijn al afspraken gemaaktover doorontwikkeling en uitbouw die leiden tot een betere gebruikerser-varing.48Eindrapportage Koester de democratie, van de Adviescommissie Versterken WeerbaarheidDemocratische Rechtsorde (Kamerstukken II 2023/24, 29 279, nr. 823, bijlage 1), Rapport Grip.Het maatschappelijk belang van persoonlijke controle, van de Wetenschappelijke Raad voorhet Regeringsbeleid (WRR, rapport nr. 108, 2023) en Eindverslag Ongekend Onrecht, van deParlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (Kamerstukken II 2020/21,35 510, nr. 2). In algemene zin wordt in deze rapporten en verslagen (mede) gekeken naar deontwikkelingen in de verhouding tussen overheid en burger.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28119 Indringend Ketentesten (IKT-7)Het testen van de (blijvende) werkbaarheid van het DSO ten behoeve vande uitvoering van de werkprocessen door bevoegd gezagen, wordtuitgevoerd in het project Indringend Ketentesten (IKT). Recent is IKT-fase 7afgerond. De rapportage vindt u in bijlage 3.49 De testen zijn uitgevoerd inde periode van medio oktober 2023 tot eind januari 2024. Door hetIKT-project is tijdens de uitvoering van de testen weer verderevooruitgang geconstateerd van zowel de functionaliteit van de lokalesoftware als van het DSO-LV. In de rapportage IKT-7 is dan ook geconsta-teerd dat de gehele DSO-keten (met inbegrip van de Tijdelijke AlternatieveMaatregelen – TAM) voldoende werkt. De stabiele en rustige eerstemaanden na inwerkingtreding bevestigen dit beeld.Binnen de toepasbareregel- en vergunningenketen werden binnen IKT-7geen technische beperkingen gevonden. Als duidelijke verbetering isgeconstateerd dat meer leveranciers de onderlinge uitwisseling vanSTTR-bestanden (toepasbare regels) ondersteunden dan in eerdereIKT-fasen. Binnen de planketen (op basis van STOP) werden tijdensIKT-fase 7 stappen vooruitgezet in de ontwikkeling van de benodigdefunctionaliteiten, zowel binnen de landelijke voorzieningen, als in delokale plansoftware. IKT-7 kenmerkte zich in die periode voor allebetrokken partijen door de voorbereiding op inwerkingtreding van de wet,met bewuste kleine functionele stappen. Noemenswaardig zijn deverbeteringen in de document gerichte DSO-LV viewer, wel zijn hier nogverdere stappen in te zetten. Momenteel wordt bekeken hoe de huidigewijze van testen bij de doorontwikkeling van het DSO als geheel verderkan worden geborgd. Hierop kom ik in mijn volgende voortgangsbrievenop terug.Uitfaseren Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM’s)Samen met de bestuurlijke partners heb ik een exitstrategie voor de TAMvastgesteld. In deze exitstrategie is interbestuurlijk afgesproken datbevoegd gezagen de TAM vooralsnog één jaar kunnen gebruiken. Hetkomende kwartaal zal ik samen met de bestuurlijke partners besluiten ofverlenging van de TAM noodzakelijk is. In deze besluitvorming zal ikrekening houden met mijn toezeggingen in het kader van het mogelijkverlengen50, en hebben de bestuurlijke partners en ik ook aandacht voorde nadelen die kleven aan het langer in de lucht houden van de TAM.51Over de uitkomst hiervan informeer ik u in de volgende voortgangsbriefimplementatie Omgevingswet.Vooruitlopend op dit te nemen besluit en een mogelijke verlenging van deTAM wordt gewerkt aan een aanpassing van het huidige overgangsrechtin het Besluit elektronische publicaties.52 Deze aanpassing is noodzakelijkom een aanpassing van de geldigheid van de TAM tijdig te kunnenborgen. Gelijktijdig wordt ook geregeld dat procedures die op basis vanTAM-IMRO zijn gestart ook kunnen worden afgerond met TAM-IMRO.Deze lijn is vergelijkbaar met het overgangsrecht voor procedures dievoor inwerkingtreding onder de Wro zijn opgestart.49T03422.50T03746 en T03557.51Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FU, p. 22 en 35.52Artikel 11.1 van het Besluit elektronische publicaties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28120 LeverancierstestomgevingToegezegd is dat er op korte termijn na inwerkingtreding van deOmgevingswet een aanvullende centrale/integrale testomgeving voorleveranciers (hierna: LTO) wordt opgezet, waarin bevoegd gezagen ensoftwareleveranciers verschillende functies kunnen testen.53 In mijn briefvan juni 202354 en oktober 202355 heb ik u het proces geschetst om toteen eerste versie van de LTO te komen. Daarbij sprak ik de verwachting uitdat er in het eerste kwartaal van 2024 een beperkte versie van de LTObeschikbaar zou zijn en in de loop van het jaar een uitgebreidere versie.Helaas is de totstandkoming vertraagd door het pas later gereed zijn vande technische randvoorwaarden (algemene voorwaarden die buiten hetbereik van het DSO vielen). Voor de softwareleveranciers is depre-productie omgeving beschikbaar om te kunnen testen.Inmiddels is aan de technische randvoorwaarden voldaan en wordt fase 1van de LTO gestart. De verwachting is dat deze eind juni 2024 gereed is. Indeze versie van de LTO kunnen leveranciers geometrieën passend makenop de ondergrond en gegevens van hun eigen klanten gebruiken. Inverschillende fases wordt de LTO vervolgens verder uitgebouwd. Fase 2en 3 worden op basis van de huidige verwachting in het laatste kwartaalvan 2024 opgeleverd. De tweede fase van de LTO bevat een voorzieningvoor het zogenaamde «basiscontentbeheer», een functie voor het kunnenverwijderen en neerzetten van content per leverancier, idealiter viaselfservice.Deze functionaliteit zit op dit moment niet in de productieomgeving vanhet DSO en is dus specifiek voor de LTO. De derde versie van de LTObevat de mogelijkheid tot het kunnen uitvoeren van conformiteitstesten.Ook dit is specifiek voor de LTO. Een belangrijke notie is dat de LTO nietper definitie een permanente omgeving is, maar dat deze continu insamenhang met de andere omgevingen bekeken zal worden.FunctionaliteitenIn opvolging van mijn brief van 9 oktober 202356 ga ik in op de laatstestand van zaken van de acties die in gang zijn gezet naar aanleiding vande position paper van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad vanState57 (hierna: de Afdeling) en het jaarverslag 2022 van de Afdeling.58 DeRaad van State, de rechtspraak en de juridische uitvoeringspraktijkmoeten ook goed en gemakkelijk hun weg weten te vinden in het stelselvan de Omgevingswet en het DSO-LV.TijdreizenEen essentiële functionaliteit voor de rechtspraak en de juridischeuitvoeringspraktijk is het kunnen tijdreizen. Bij de functionaliteit tijdreizenis het zinvol om onderscheid te maken in het (kunnen) raadplegen vanregels «in het verleden», «in de toekomst» en «ontwerpen». Beide vormenvan tijdreizen zijn de afgelopen periode intensief beproefd. De Afdelingheeft tot de inwerkingtreding actief geparticipeerd in de overleggenrondom én het beproeven van het tijdreizen. Na de inwerkingtreding is deAfdeling uit deze overleggen gestapt in het kader van een zuivere53T03562.54Kamerstukken I 2022/23, 33 118/34 986, FK en Kamerstukken II 2022/23, 33 118, nr. 259.55Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FO.56Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FO, bijlage 1.57Position paper Omgevingswet-DSO, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, d.d.24 februari 2023. Https://www.eerstekamer.nl/overig/20230307/position_paper_mr_b_j_van/f=/vm0vnnplw9kf.pdf.58Jaarverslag Raad van State 2022, d.d. april 2023, pg. 75–79.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28121 rolverdeling. Daarnaast is de Afdeling ook doorgegaan met haar eigenvoorbereidingen. Inmiddels kan de conclusie getrokken worden dat beidevarianten van tijdreizen (voldoende) functioneren, een conclusie die ookdoor de Afdeling deelt.Verwerken van uitsprakenIn het kader van het verwerken van uitspraken meldde ik in oktober dat ereen duidelijke workaround beschreven is, maar dat er destijds door delokale plansoftwareleveranciers wel nog wat werk te doen was op dit vlak.Inmiddels kan ik u melden dat alle leveranciers het publiceren vanomgevingsdocumenten, inclusief het aanpassen van het dictum van eenbesluit ondersteunen. Daarmee kunnen alle bevoegd gezagen via debeschreven workaround uitspraken verwerken. Daarnaast ligt er eenvoorstel voor het creëren van een extra signaleringsfunctie in het DSO-LVwanneer een uitspraak is gedaan, of wanneer het verwerken daarvan (te)lang duurt. Op dit moment ben ik nog in afwachting van een reactie vande Afdeling op dit voorstel. Mede afhankelijk van de reactie van deAfdeling kan deze extra signaleringsfunctie als functionaliteit wordenmeegenomen op de ontwikkelagenda van het DSO-LV.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 118, nr. 28122
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.