Kamerstuk · 17 jun 2024 · Tweede Kamer
Reactie op verzoek commissie vragen V-100 over de thema’s Coronabelastingschulden en Voorspelbaar fiscaal beleid
Brontekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 560 IXJaarverslag en slotwet Ministerie van Financiënen Nationale Schuld 2023Nr. 9 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANFINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 juni 2024Hierbij zenden wij u de antwoorden op de vragen van ondernemers uit hetmidden- en kleinbedrijf over voorspelbaar fiscaal beleid die zijn gesteldtijdens het V-100 evenement van de commissie voor de Rijksuitgaven.De Minister van Financiën,S.P.R.A. van WeyenbergDe Staatssecretaris van Financiën,M.L.A. van Rij kst-36560-IX-9ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 560 IX, nr. 91 InleidingDe vaste commissie voor de Rijksuitgaven heeft op 27 mei het «V-100evenement» georganiseerd waarbij ondernemers uit het klein- enmiddelbedrijf vragen konden stellen over de jaarverslagen van deministeries. Voor het jaarverslag van Financiën gebeurde dit aan de handvan de thema’s coronabelastingschulden en voorspelbaar fiscaal beleid.Het kabinet dankt de ondernemers hartelijk voor hun interesse en vragen.Hierbij vindt u de antwoorden die zijn gesteld over voorspelbaar fiscaalbeleid. De antwoorden over de coronabelastingschulden volgen op eenlater moment.Vraag 1De regelgeving wordt steeds complexer en uitgebreider. Er zijn tallozevoorbeelden van dat regels in samenhang niet werken. Heeft u die inbeeld? Waarom slagen we er niet in om de regels aan te laten sluiten bijde praktijk? Heeft u inzicht in de problemen die ondernemers in de praktijkondervinden als gevolg van tegenstrijdige regelgeving?Antwoord op vraag 1Bij het maken van wet- en regelgeving vindt een toets plaats op deeffecten voor de regeldruk. Het adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR)adviseert kabinet en parlement over de regeldrukeffecten van voorge-nomen wet- en regelgeving. Deze toets wordt ook uitgevoerd bij voorge-nomen fiscale wet- en regelgeving. Daarnaast is er veel aandacht voor decomplexiteit van het belastingstelsel en mogelijke maatregelen om detoegankelijkheid en eenvoud van het belastingstelsel te vergroten. Met deaanpak fiscale regelingen heeft het kabinet een route geschetst om naareen eenvoudiger belastingstelsel te komen.Het ambtelijk rapport Aanpak Fiscale Regelingen geeft bijvoorbeeld meerinzicht in het effect van fiscale regelingen op de complexiteit van hetbelastingstelsel. Het rapport bevat een integraal overzicht van alle fiscaleregelingen die op basis van verschillende criteria zijn beoordeeld. Bij dezeaanpak is ook een internetconsultatie gehouden om breed in de samen-leving – bij ondernemers, burgers en diverse (belangen)organisaties –input op te halen over de fiscale regelingen en mogelijkheden voorvereenvoudiging van het belastingstelsel.Het rapport bevat diverse aanbevelingen. Verder is o.a. met het Belas-tingplan 2024 een aantal eerste stappen gezet door enkele fiscaleregelingen af te schaffen. Een vervolgaanpak vergt een politieke wegingen is dan ook aan het volgende kabinet.Vraag 2Na jarenlang beleid gericht op het bevorderen van marktwerking rijst nude vraag of dat nog de juiste koers is. De overheid moet zich herbezinnenop haar rol en taak in de samenleving. Hoe ziet u de taak van de overheiden waar staat dat toegelicht? Op welke manier kunt u hierin voor delangere termijn consistentie garanderen?Antwoord op vraag 2Dit is een doorlopend gesprek bij de verschillende beleidsterreinen endepartementen. Er zijn de afgelopen jaren meerdere kamerbrieven enrapporten gepubliceerd over de toekomst van sectoren en maatschappe-lijke problemen, en de rol van de overheid hierin. Voor een overkoepelendbeeld verwijs ik naar de serie publicaties gemaakt door de WRR in 2012,waaronder de studie Publieke zaken in de Marktsamenleving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 560 IX, nr. 92 Op dit moment wordt als opvolging op de motie Bikker c.s. een nieuweadviesaanvraag voorbereid om een overkoepelende studie te doen. Dezezal kijken naar het publiek belang binnen tenminste vier grootschaligetransities (energie, AI, digitalisering, grondstoffen). Hierbij zal wordengekeken naar de juiste verhouding in eigendom en zeggenschap tussenoverheid, markt en samenleving.Vraag 3aHeeft u een langetermijnvisie die zich in consistent fiscaal beleid vertaalt?In ieder geval met betrekking tot de volgende onderwerpen: verhogingBTW, wat is de logica hierachter?Antwoord op vraag 3aOf en voor welke producten en diensten het btw-tarief wordt verhoogd, isaan het volgende kabinet. In zijn algemeenheid kan worden opgemerktdat het lage btw-tarief een voorbeeld is van een fiscale regeling. Dezeuitzonderingen of kortingen op te betalen belastingen zorgen voorcomplexiteit in het belastingstelsel en omvangrijke uitvoerings- enhandhavingskosten. De begrotingsregels schrijven voor om negatiefgeëvalueerde regelingen aan te passen of af te schaffen. De verlaagdebtw-tarieven zijn niet positief uit de laatste evaluatie gekomen.1Daarin werd aanbevolen om kritisch te kijken naar de doelstellingen en tezoeken naar alternatieve regelingen die de beoogde beleidsdoelen op eenmeer doeltreffende en doelmatige manier bereiken. Voor de btw in hetbijzonder staat in het laatste bouwstenenrapport en de bijbehorendefichebundel2 dat een gewenst eindbeeld is om de btw-tarieven in zijngeheel te harmoniseren, omdat dit geen geschikte belasting is om teherverdelen of andere beleidsdoelen te bereiken.Vraag 3bHeeft u een langetermijnvisie die zich in consistent fiscaal beleid vertaalt?In ieder geval met betrekking tot de volgende onderwerpen: accijnsverho-gingen (tabak)Antwoord op vraag 3bDit kabinet streeft naar een Rookvrije generatie in 2040, waarvoor hetNationaal Preventieakkoord het uitgangspunt vormt. Daarbij passensubstantiële en stelselmatige verhogingen van de tabaksaccijns zoals diede afgelopen jaren zijn doorgevoerd. De effecten van de verhoging van detabaksaccijns worden jaarlijks gemeten.Vraag 3cHeeft u een langetermijnvisie die zich in consistent fiscaal beleid vertaalt?In ieder geval met betrekking tot de volgende onderwerpen: belasting ophuurinkomsten voor particulieren.Antwoord op vraag 3cParticulieren (natuurlijke personen) die onroerend goed vanuit privéverhuren, worden belast in box 3 van de inkomstenbelasting als sprake isvan normaal vermogensbeheer. Het huidige box 3-stelsel is een fiscaalgunstig regime voor met schuld gefinancierde woningen die verhuurdworden. In de situatie waarin een particulier een verhuurde woning metschuld financiert, kan de belastingdruk ver onder het belastingtarief van1Kamerstukken II 2022/2023, 32 140, nr. 151.2Aanbiedingsbrief rapport bouwstenen voor eenvoudiger belastingstelsel | Kamerstuk |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 560 IX, nr. 93 box 3 uitkomen. Er treedt namelijk een hefboomwerking op wanneer deinkomsten uit vastgoed (huurinkomsten) hoger zijn dan de financierings-kosten.Dit wordt nog eens versterkt doordat bij langdurig verhuurde woningeneen leegwaarderatio toegepast wordt omdat verhuurde woningen dievallen onder het huurrecht in een aantal situaties een lagere waardehebben. Dit creëert in het huidige box 3-stelsel een fiscaal gunstig regimevoor met schuld gefinancierde woningen die verhuurd worden. Hetdemissionaire kabinet heeft een wetsvoorstel voorbereid voor dehervorming van box 3. Voorgesteld wordt om belasting te heffen over dewerkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3.Dit sluit aan bij de wens van de Tweede Kamer om in box 3 te gaan heffenover het werkelijke rendement op vermogen. Beoogd is dat deze heffingover het werkelijke rendement voor de langere termijn zal gelden,waardoor sprake is van consistentie van beleid. Voor verhuurd onroerendgoed betekent dit dat de werkelijke huurinkomsten zijn belast, datonderhoudskosten aftrekbaar zijn en bij verkoop de winst is belast.Hiermee wordt de belastingheffing neutraler en wordt de fiscale prikkelvan het huidige forfaitaire box 3-stelsel verkleind om verhuurd onroerendgoed zo veel mogelijk met vreemd vermogen te financieren.Vraag 3dHeeft u een langetermijnvisie die zich in consistent fiscaal beleid vertaalt?In ieder geval met betrekking tot de volgende onderwerpen: afschaffingvan de bpm-vrijstelling?Antwoord op vraag 3dNaar aanleiding van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer«Effecten van elektrische auto’s en bestelauto’s» 3 en het onderzoek vanhet onderzoeksbureau SEO «Evaluatie bijzondere regelingen in deautobelastingen»4 is in het Belastingplan 2023 geregeld dat in debelasting voor personenauto’s en motorrijwielen (bpm) de vrijstellingvoor een bestelauto van de ondernemer met ingang van 1 januari 2025wordt afgeschaft. Daarbij wordt de grondslag voor bestelauto’s omgezetnaar CO2-uitstoot. Het beëindigen van de bpm-vrijstelling zorgt ervoor datondernemers net als particulieren bpm gaan betalen. Het afschaffen vandeze fiscale regeling voor ondernemers leidt tot een budgettaireopbrengst. Het Belastingplan 2023 is door beide Kamers na uitgebreidebehandeling aangenomen.De maatregel wordt uiterlijk in 2029 geëvalueerd. Voor een naderetoelichting op deze maatregel wordt verwezen naar de memorie vantoelichting bij het Belastingplan 2023.5Vraag 3eHeeft u een langetermijnvisie die zich in consistent fiscaal beleid vertaalt?In ieder geval met betrekking tot het nog niet belasten van de platform-economie (DAC7)Antwoord op vraag 3eZoals in antwoord op Kamervragen en mijn brief van 23 april 20246aangegeven, benadruk ik nogmaals dat DAC7 geen nieuwe fiscaleverplichtingen creëert. De bepalingen van de belastingwetten zijn in dit3Kamerstukken II 2019/20, 32 800, nr. 68.4Kamerstukken II 2019/20, 32 800, nr. 76.5Kamerstukken II 2022/23, 36 202, nr. 3.6Kamerstukken II, 2023–2024, 31 066, nr. 1377.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 560 IX, nr. 94 kader dan ook niet gewijzigd. Ook is er niets gewijzigd in de uitvoerings-en handhavingsstrategie van de Belastingdienst.DAC7 regelt enkel dat de belastingautoriteiten van de lidstaten over meerinformatie komen te beschikken aan de hand waarvan zij beter kunnenbeoordelen of een verkoper die via een platform actief is, inkomstengenereert die in de betreffende lidstaat belastbaar zijn. DAC7 maakt hetdus makkelijker om burgers en ondernemers te identificeren die belastingmoeten betalen over hun verkoopinkomsten. Echter, belasting van deplatformeconomie vond en vindt enkel plaats indien aan de daartoegestelde voorwaarden in bestaande belastingwetten wordt voldaan.Daaraan verandert DAC7 helemaal niets.Vraag 3fHeeft u een langetermijnvisie die zich in consistent fiscaal beleid vertaalt?In ieder geval met betrekking tot de volgende onderwerpen: bij afhanke-lijkheid van (tijdelijke) subsidies worden geen vaste contracten gegeven;hoe kan de overheid zorgen voor langetermijnperspectief voor dezeondernemers?Antwoord op vraag 3fHet uitgangspunt is om bedrijven of werkgelegenheid niet afhankelijk temaken van subsidies. Subsidies zijn bedoeld om specifiek te sturen opbepaalde doelen van de overheid. Tijdelijkheid versterkt daarbij dedoelmatigheid, omdat het de mogelijkheid geeft om te blijven sturen opdeze doelen. Bij aflopen van een subsidie wordt opnieuw beoordeeld ofeen subsidie nog steeds voldoet aan de gestelde voorwaarden.Daarnaast geeft de tijdelijke aard van de subsidies de mogelijkheid vanevaluatie van de subsidie, waardoor de voorwaarden eventueel aangepastkunnen worden om de doelmatigheid verder te versterken. Door hetsubsidiëren van projecten en ontwikkelingen die op de lange termijnbelangrijk zijn, helpt de overheid ondernemers om zich klaar te makenvoor de toekomst. Door te faciliteren dat bedrijfsprocessen zich kunnenaanpassen aan veranderende omstandigheden, wordt eveneens bijge-dragen aan de werkgelegenheid in de toekomst. Daarnaast betekenttijdelijk in sommige gevallen wel degelijk langdurige ondersteuning enzekerheid, zoals in het geval van de SDE en bepaalde fiscale regelingen.Vraag 4Fiscaal beleid en concurrentiepositie (grenseffecten): hoe wil de overheidvoorkomen dat door regelgeving het concurrentievermogen van hetbedrijfsleven verslechterd, met name in de grensstreken?Antwoord op vraag 4Het demissionaire kabinet heeft de Tweede Kamer middels verschillendebrieven geïnformeerd over haar visie over het ondernemingsklimaat enons concurrentievermogen. De brief «Strategische agenda voor hetondernemingsklimaat in Nederland»7 bevat een aantal elementen om hetondernemingsklimaat te vernieuwen. Onderdeel daarvan is ook hetverminderen van de regeldruk voor ondernemers. Met het programma«Vermindering regeldruk ondernemers»8 wordt hier invulling aangegeven. Met deze regeldrukaanpak wordt samen met ondernemers,brancheorganisaties, departementen en uitvoeringsinstellingen reductie-programma’s opgesteld om de regeldruk te verminderen.7Kamerstukken 2022–2023, 32 637, nr. 513. Later is ook een voortgangsrapportage verschenen,Kamerstukken 2023–2024, 32 637, nr. 593.8Kamerstukken 2021–2022, 29 515, nr. 481.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 560 IX, nr. 95 Daarnaast worden de grenseffecten van verschillende beleidsmaatregelenin de accijnzen zorgvuldig gemonitord. Ook worden koopstromenonder-zoeken die door de grensregio’s gedaan nauwlettend gevolgd. Tot nu toeblijkt uit de koopstromenonderzoeken dat de grensregio per saldoprofiteert van grensoverschrijdend verkeer. Het meest recente koopstro-menonderzoek is koopstromenonderzoek Oost-Nederland 20239. Hieruitvolgt dat centra in Oost-Nederland in algemene zin en per saldo meerprofiteren van Duitse bezoekers dan andersom. Het koopsaldo is positief.Vraag 5Heeft u inzicht in wat de stapeling van lasten (Rijk, Provincie, gemeente)voor ondernemers in de praktijk betekent? Kan er voor alle lokalebelastingen een maximum worden vastgesteld (zoals bij de OZB)? Watdoet u om daar verbetering in te brengen?Antwoord op vraag 5In tegenstelling tot hetgeen in de vraag wordt gesteld geldt er geenmaximumtarief voor de ozb. Binnen de kaders van de Gemeentewetkunnen de gemeenten onderstaande 3 soorten gemeentelijke belastingenheffen. Het is aan de gemeenten welke belastingen ze heffen, afhankelijkvan de problematiek of uitdagingen die er spelen. De vraag wat lokaleheffingen voor ondernemers in de praktijk betekent, verschilt dan ook pergemeente.De drie soorten gemeentelijke belastingen die gemeenten kunnen heffenzijn:1.Algemene belastingen: bijvoorbeeld onroerendezaakbelasting (OZB),toeristenbelasting, reclamebelasting, parkeerbelasting en precariobe-lasting. Gemeenten mogen zelf het tarief vaststellen en bepalenwaarvoor ze de opbrengst gebruiken;2.Bestemmingsheffingen: bijvoorbeeld rioolheffing, afvalstoffenheffingen de BIZ-bijdrage. De opbrengsten zijn bestemd voor specifieketaken of voorzieningen met een collectief belang. De totale opbrengstvan deze heffingen mag niet hoger zijn dan de totale kosten van detaak/voorziening;3.Rechten: bijvoorbeeld reinigingsrecht, marktgelden, vermakelijkhe-denretributie (VMR) en leges (bouwleges en paspoortleges). Het gaatom een specifieke dienst voor een individu. Net als bij de bestem-mingsheffingen geldt ook hier de norm dat de opbrengst niet hogermag zijn dan de kosten van diensten.Voor provincies zijn m.n. de provinciale opcenten van belang. Opcentenworden door de provincies geheven op de motorrijtuigenbelasting.Provincies mogen zelf het tarief vaststellen (tot een bepaald maximum) enbepalen waarvoor ze de opbrengst gebruiken.Vraag 6Hoe houdt u rekening met het vermogen van ondernemers dat in deonderneming vast zit?Antwoord op vraag 6Het Nederlandse belastingstelsel belast winst uit vermogen. Eenmans-zaken, vennootschappen onder firma (vofs) of maatschappen zijnondernemer voor de inkomstenbelasting en doen jaarlijks aangifteinkomstenbelasting over hun totale (winst)inkomen. Een ondernemer dieeen rechtsvorm als een bv, nv of stichting gebruikt is een rechtspersoonen diens onderneming heeft rechtspersoonlijkheid. Deze ondernemerbetaalt dan vennootschapsbelasting over de winst uit zijn onderneming.9https://koopstromen.nl/oost/resultaten/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 560 IX, nr. 96 Als de winst uit de onderneming als dividend wordt uitgekeerd aan deondernemer (de directeur-grootaandeelhouder of meer algemeen dealgemeen belanghouder(s) dan wordt daarover inkomstenbelasting (box2) belasting betaald.Bij vervreemding van aandelen in de vennootschap (overdracht vanvermogen) wordt inkomstenbelasting (box 2) betaald over de vervreem-dingswinst (het verschil tussen de verkoopwaarde van de aandelen en deverkrijgingsprijs). Bij overdracht van een IB-onderneming dient inkom-stenbelasting te worden betaald over de stakingswinst (box 1). Vaak kanbij overdracht van ondernemingsvermogen een beroep worden gedaanop de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting (DSR) zodat deoverdrager niet hoeft af te rekenen met de fiscus in de inkomstenbelasting(in het eerste geval vrijstelling van box 2- belasting over de vervreem-dingswinst en in het tweede geval vrijstelling van box 1 over destakingswinst).Daarnaast geldt bij schenking of vererving van een onderneming datberoep kan worden gedaan op de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR),waarmee ondernemingsvermogen afhankelijk van de waarde van hetondernemingsvermogen gedeeltelijk of geheel wordt vrijgesteld van deschenk- en erfbelasting. Voor zover er onvoldoende liquide middelenaanwezig zijn om de verschuldigde schenk- of erfbelasting over onderne-mingsvermogen te betalen (bijvoorbeeld door vermogen dat vastzit enmoeilijk liquide is te maken), is een gunstige betalingsregeling vanuit deBelastingdienst mogelijk. Over de overdracht van het beleggingsver-mogen in de onderneming (vennootschap) dan wel privévermogen vaneen IB-ondernemer is volledig schenk- en erfbelasting verschuldigd.Vraag 7Wat gaat u doen om er voor te zorgen dat (meer) werken loont? Heeft uzicht op het feitelijk effect van 24, 28, 32, 36, 40, 44 en meer uur werkenper week?Antwoord op vraag 7Het kabinet vindt het belangrijk dat (meer) werken loont. Voor de meestemensen is dat ook het geval. Het rapport Belastingen in maatschappelijkperspectief – Bouwstenen voor een beter en eenvoudiger belastingstelselconstateert dat de marginale druk voor 80% van de mensen lager ligt dan60%, en dat de grootste uitschieters uit het verleden, waarbij de marginaledruk kon uitkomen boven de 100%, tot het verleden behoren.Tegelijkertijd kan voor sommigen de marginale druk zeer hoog zijn. Hetrapport laat zien dat het mogelijk is geleidelijk toe te werken naar eensimpeler stelsel waarbij de marginale druk voor alle werkenden onder de60% uitkomt. Ook binnen het bestaande stelsel is het mogelijk demarginale druk te verlagen, bijvoorbeeld door toeslagen minder steil ofvanaf een hoger inkomensniveau af te bouwen. Een nadeel van die optieis dat hij ongericht is en ook de marginale druk verlaagt van mensen die aleen lage marginale druk hebben.In de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheidwordt verder jaarlijks inzicht gegeven in de gemiddelde en extrememarginale druk bij verschillende inkomensniveaus en in de inkomensvoor-uitgang bij het aanvaarden van werk vanuit een bijstandsuitkering.10 Hetis aan een volgend kabinet om hier keuzes in te maken.10Zie bijvoorbeeld tabel 136 en 137 in de begroting voor 2024 van het Ministerie van SocialeZaken en Werkgelegenheid (https://www.rijksfinancien.nl/memorie-van-toelichting/2024/OWB/XV/onderdeel/2123481).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 560 IX, nr. 97 Vraag 8Wat doet u om de regeldruk te verminderen? Budget hiervoor is nietvindbaar. Het samenvoegen van wetten, is niet het verminderen vanregeldruk.Antwoord op vraag 8Bij nieuwe wet- en regelgeving wordt standaard een regeldruktoetsuitgevoerd waarop onafhankelijke controle van het adviescollege toetsingregeldruk plaatsvindt. Onderdeel van deze toetsing is de vraag ofafdoende gekeken is naar minder belastende alternatieven en dat dezeafweging duidelijk is verwoord in de toelichting.Verder wordt bij bestaande wet- en regelgeving kritisch gekeken naar hetlastenluwer maken ervan onder andere in het kader van het versimpelenvan het belastingstelsel. Naast inzet om bij zowel bestaande als nieuwenationale wet- en regelgeving regeldruk te verminderen, lopen op ditmoment ook diverse Europese trajecten met dit doel.Vraag 9Hoe voorkomt u dat door verschuiving van taken van rijk naar lokaalzonder bijbehorend budget, de lokale belastingen worden verhoogd?Heeft u in beeld welke effecten dat zal hebben op de (totale) lasten voorhet MKB?Antwoord op vraag 9In de Financiële-verhoudingswet (artikel 2) staat dat indien beleidsvoor-nemens van het Rijk leiden tot een wijziging van uitoefening van takenvan gemeenten en provincies, de financiële gevolgen in beeld dienen teworden gebracht. Ook volgt uit het betreffende artikel dat moet wordenaangegeven via welke bekostigingswijze deze gevolgen kunnen wordenopgevangen.Verder volgt uit artikel 105, derde lid, van de Provinciewet en artikel 108,derde lid, van de Gemeentewet dat het Rijk de kosten van de uitvoeringvan medebewindstaken dient te vergoeden.Binnen de kaders van de wet bepalen gemeenten zelf welke belastingenze heffen en wat de hoogte hiervan is.Vraag 10Heeft u zicht op de lasten voor het MKB van alle vereisten die er zijn voorhet verwerken van contant geld? Hoe weegt u het belang van witwas-bestrijding af tegen andere doelstellingen (zoals privacy)?Antwoord op vraag 10Bij het verwerken van contant geld komen diverse handelingen en kostenkijken, zoals het aanhouden van een betaalrekening met chartaledienstverlening, het bestellen van contant geld en het afstorten vancontant geld. In opdracht van de Betaalvereniging doet Panteiamomenteel onderzoek onder toonbankinstellingen om in kaart te brengenwelke kosten zij in 2023 gemaakt hebben voor hun toonbankbetalings-verkeer.De resultaten worden in de zomer van 2024 verwacht. In 2020 heeftPanteia een vergelijkbaar onderzoek gedaan. Uit hun onderzoek volgt dateen contante betaling in 2020 € 0,49 kost en daarmee duurder is dan eenpinbetaling, waarbij de kosten rond de € 0,17 liggen. Ook laat hetonderzoek zien dat de kosten voor contante betalingen zijn toegenomenten opzichte van 2017, maar dat de totale kosten voor het toonbankbeta-lingsverkeer zijn afgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 560 IX, nr. 98 Daarnaast is er ten behoeve van het wetsvoorstel plan van aanpakwitwassen, dat een verbod op contante betalingen vanaf € 3.000 bevatvoor handelaren in goederen, een schattig gemaakt van de verminderingvan de lasten die het verbod dit met zich mee zou brengen voor dezegroep. Met de inwerkingtreding van het verbod, vervallen namelijk voorde meeste handelaren de verplichtingen om in het kader van hetvoorkomen van witwassen, cliëntonderzoek te doen en ongebruikelijketransacties te melden.Er wordt een vermindering van structurele regeldrukkosten verwacht vancirca € 93 per cliënt en een totale vermindering van structurele regeldruk-kosten van € 8,8 miljoen. Wel moeten deze handelaren zich na deinwerkingtreding van het verbod, houden aan het verbod op contantebetalingen vanaf € 3.000. De verwachting is dat dit verbod niet leidt toteenmalige of structurele administratieve lasten voor deze handelaren. Hetverbod heeft immers tot gevolg dat contante betalingen vanaf € 3.000moeten worden geweigerd, dan wel dat deze betalingen anderszins oplegale wijze moeten plaatsvinden.Het fundament van het beleid om witwassen en terrorismefinanciering tevoorkomen is de risicogebaseerde aanpak. Dit betekent dat op alleniveaus (zowel door poortwachters, als door beleidsmakers) de grootsteinzet plaatsvindt daar waar de grootste risico’s zijn (en andersom: de inzetbeperkter of afwezig is daar waar de risico’s lager zijn). Uit verschillendeonderzoeken blijkt dat contant geld brengt een groot risico op witwassenmet zich meebrengt, omdat het criminelen allerlei voordelen biedt,waaronder anonimiteit. Het is zodoende noodzakelijk om de risico’s diecontant geld met zich meebrengt de adresseren.Bij het invullen van de maatregelen waarmee deze risico’s wordengeadresseerd, wordt gezocht naar een goede balans met anderebelangen, bijvoorbeeld het belang van het waarborgen van een toegan-kelijk betalingsverkeer, maar ook privacy. Dit uit zich bijvoorbeeld in dekeuze om de grens voor het verbod op contante betalingen bij € 3.000 teleggen. Een volledig verbod is vanuit het oogpunt van het voorkomen vanwitwassen wellicht effectiever, maar is onwenselijk vanuit het oogpuntvan een toegankelijk betalingsverkeer. Bij het maken van beleid wordenkortom alle relevante belangen afgewogen en wordt er gezocht naar eengoede balans.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 560 IX, nr. 99
Versie 2d20786a0240df94b1ea6264bfc068c3c95b3890310cefe37d8c9643363d96e8 · Officiële bron.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.