Maatregelen bedrijfsopvolgingen jonge boeren en vissers
Brontekst
Versie 434428d21f542957 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 252Toekomstvisie agrarische sector29 675Zee- en kustvisserijNr. 210 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 oktober 2025Jonge landbouwers zijn onmisbaar voor een vitale en toekomstbe-stendige land- en tuinbouwsector. Zij dragen tegelijkertijd bij aan deveerkracht en leefbaarheid van het Nederlandse platteland. Daarom is hetvan strategisch belang om te investeren in hun toekomst. In het Hoofdlij-nenakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 37) heeft het kabinet Schoofdan ook duidelijk laten zien dat jonge landbouwers kunnen rekenen opsteun bij het starten of overnemen van agrarische bedrijven.En dat is ook nodig. In 2025 staat slechts 10 procent van alle landbouwbe-drijven in Nederland onder leiding van iemand jonger dan 40 jaar – zo’n5.000 bedrijven. Tegelijkertijd heeft 59 procent van de boeren van 55 jaaren ouder geen opvolger klaarstaan. Daarom is het van groot belang datjonge boeren ondersteund worden.Met deze brief informeer ik uw Kamer over de concrete stappen die zijngezet om jonge boeren te helpen. Met deze brief geef ik ook invulling aande motie van de leden Holman (NSC) en Van Campen (VVD) (Kamerstuk36 618, nr. 18) over de vormgeving van een samenhangend maatregelen-pakket ten behoeve van ondersteuning van bedrijfsovernames. Zoals ikeerder aan uw Kamer heb toegezegd, heb ik onderzocht of jonge visserskonden worden meegenomen. Mijn inzet voor de jonge vissers licht ik aanhet eind van mijn brief toe.Waar het vroeger logisch leek dat een zoon of dochter het bedrijfovernam, zien we nu een andere werkelijkheid. Een bedrijfsovername isvandaag de dag geen vanzelfsprekend proces meer. Het is een intensieftraject dat vaak jaren duurt en waarin regelgeving, financiën, emotie enfamilieverhoudingen samenkomen. Dat laatste geldt overigens eveneensvoor de situatie wanneer een landbouwbedrijf, doorgaans nog eenfamiliebedrijf, wordt beëindigd. kst-30252-210ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2101 Over de «harde» kant – onder andere het fiscale plaatje – van bedrijfs-overname door jonge landbouwers heeft mijn ambtsvoorganger uwKamer op 3 april 2024 geïnformeerd (Kamerstuk 28 625, nr. 166). In dezebrief is aangegeven dat jonge boeren en zij-instromers een duidelijkebehoefte hebben aan ondersteuning bij bedrijfsovername. De start ofovername is voor veel jonge boeren een grote drempel doordatlandbouwbedrijven een relatief grote aankoopsom kennen (mede door dehoge grondwaarde en (dier-)rechten) maar tegelijkertijd een lagerentabiliteit. Om deze financieringslast te verlagen is de «Vestigingssteunvoor jonge landbouwers» in het GLB-NSP opgenomen. Deze regelinghelpt jonge ondernemers een stevigere start te maken. Hiervoor heb ik€ 47.360.000 uitgetrokken voor 2025. Het huidige plafond van€ 47.360.000 werd opgehoogd naar € 60.133.139 voor 2025. De regeling isrecentelijk gesloten en we zien dat het animo hoog is, met 777 aanmel-dingen in 2025. Voor de GLB-periode 2023–2027 is in totaal € 237.650.000gereserveerd, waarvan € 163 miljoen aanvullende nationale financieringis en € 74.650.000 EU financiering.Ik streef ernaar om deze regeling een structureler karakter te geven omjonge boeren zodoende meer zekerheid te geven bij het overnameproces.In het huidige Meerjarig Financieel Kader (MFK) van de EuropeseCommissie (tot en met 2027) maakt mijn ministerie per jaar meer geldbeschikbaar voor het opstarten of het overnemen van agrarischebedrijven. Daarnaast staat het mij voor ogen in de nieuwe GLB-periodevooraf duidelijkheid te geven over de beschikbaarheid van financiëlemiddelen en subsidieregelingen voor het ondersteunen van bedrijfsover-names voor de gehele GLB-periode. Op die manier hoop ik de drempel teverlagen voor jonge boeren om een overnameproces – dat vaak lang kanduren – in te gaan.Tijdens de laatste Algemene Politieke Beschouwingen is een motieaangenomen op het gebied van belastingen en landbouw. Aan deregering is gevraagd om richting de komende formatie knelpunten teinventariseren en onderzoek te doen naar mogelijkheden voor een betereaansluiting van de vennootschapsbelasting op de landbouwpraktijk(Kamerstuk 36 800, nr. 53). Samen met de Staatssecretaris Fiscaliteit,Belastingdienst en Douane geef ik invulling aan deze motie. Hierbij kijk ikook specifiek naar de mogelijk- en onmogelijkheden met het oog opbedrijfsopvolging. Dit doe ik door sectororganisaties te raadplegen,waaronder het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK).Meer algemene initiatieven rondom langjarige contracten voor agrarischnatuurbeheer (ANB en ANLb) en verruiming van de de-minimisregelingzijn vanzelfsprekend ook voor jonge boeren van belang. Meer en beteremogelijkheden om boeren te compenseren voor het leveren vanmaatschappelijke diensten, bieden ook voor jonge boeren meer zekerheidbij hun bedrijfsvoering en kunnen ook extra zekerheid bieden bij eenproces rondom de overname van een bedrijf.Het Investeringsfonds Duurzame Landbouw (IDL) ondersteunt boeren diede bedrijfsvoering integraal aanpassen naar vormen van toekomstbe-stendige productie. Uit de evaluatie van de pilot IDL is gebleken dat jongeboeren de weg naar het instrument goed weten te vinden. Ongeveer tweederde van de IDL-aanvragen is afkomstig van jonge boeren (<40 jaar).1Mede op basis hiervan is in de zomer van 2024 besloten dat binnen hetstructurele IDL jonge landbouwers -maximaal 70% (in plaats van 60%) vanhun omschakellening onder de gunstige IDL-voorwaarden kunnen krijgen(Kamerstuk 30 252, nr. 170).1Evaluatie Investeringsfonds Duurzame Landbouw (IDL)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2102 Naast de «harde kant» speelt ook de «zachte kant» een rol bij bedrijfsover-names. Een boerenbedrijf is geen gewone onderneming: het is familiege-schiedenis, toewijding en identiteit. Het zijn vaak juist deze sociaalemotionele aspecten die ervoor zorgen dat een bedrijfsovername stroefloopt of mislukt. Voor veel ouders is het loslaten van hun levenswerk eenzware opgave. Van jongs af aan is de opvolger al op het boerenerf tevinden. Het besef dat dit binnenkort anders wordt vormgegeven, is eenlastige factor voor de overdrager.Daarom is het belangrijk om breder te kijken dan alleen naar de financiëlekant. Ik zet in op ondersteuning bij het overnameproces zelf: begeleiding,toegang tot kennis, mentale gezondheid en het versterken van familiever-houdingen. Ook werk ik aan een onafhankelijk, centraal punt waaroverdragers, opvolgers en hun gezinnen terecht kunnen met vragen,zorgen of begeleiding. In deze brief licht ik deze acties verder toe.Kennis en vaardighedenIn de praktijk is veel ervaring, kennis en kunde rondom bedrijfsovernamebeschikbaar, maar deze informatie is versnipperd beschikbaar bijverschillende organisaties. Door al deze kennis en kunde te bundelenkunnen we deze informatie en ervaringen effectiever delen.Daarom wordt op 2 oktober het Kenniscentrum Bedrijfsovername JongeBoeren officieel gelanceerd samen met het NAJK. Hierdoor komt er eencentraal, onafhankelijk punt waar jonge boeren, familiebedrijven enzij-instromers terechtkunnen voor advies, begeleiding en inspiratie bijbedrijfsovername. Hier bundelen overheid, agrarische organisaties,onderwijsinstellingen en adviespartijen hun krachten om de opvolging inde landbouw toekomstbestendig te maken. Alle beschikbare kennis entools komen samen op één centraal platform: bedrijfsovernamewijzer.nl.Het centrale platform zal verder worden ontwikkeld vanuit het programma«Voor de volgende generatie», waarin de overheid (LVVN), agrarischeorganisaties (NAJK, LTO), adviespartijen (VLB, VAB) en onderwijs-instellingen (AERES, InHolland, Universiteit Utrecht) hun krachten hebbengebundeld om de toekomst van de Nederlandse landbouw te versterken.Dit zodat er meer succesvolle duurzame bedrijfsovernames gaan plaatsvinden. LVVN heeft hiervoor € 4,4 mln. beschikbaar gesteld. Daarnaaststelt LVVN € 1,2 mln. beschikbaar aan het Nationaal RegieorgaanPraktijkgericht Onderzoek SIA, onderdeel van de Nederlandse Organisatievoor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), om te investeren in kennisont-wikkeling en praktijkonderzoek ten behoeve van het kenniscentrum.Het Kenniscentrum maakt kennis uit onderzoek en praktijk direct toegan-kelijk. Naast juridische en financiële thema’s is er bijzondere aandachtvoor de sociale en emotionele kanten van bedrijfsovername. Zo krijgenboeren niet alleen hulp bij cijfers en contracten, maar ook bij gesprekkenbinnen de familie en het maken van keuzes voor de toekomst. Doorverbinding te leggen met andere boeren, adviseurs en hogescholenontstaat er een sterk netwerk dat opvolgers en overdragers ondersteunt inelke fase van het proces.Het centrum biedt:•Praktische begeleiding bij bedrijfsovername, inclusief aandacht voorde sociale en emotionele aspecten.•Toegang tot advies, kennisdeling en een sterk netwerk.•Regionale ondersteuning direct op het boerenerf, waardoor daar waaropvolging stokt, praktische hulp nabij is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2103 De komende vier jaar wordt het Kenniscentrum financieel ondersteunddoor het Ministerie van LVVN. Het is de bedoeling dat het Kenniscentrumdaarna op eigen benen staat, gedragen door de sector zelf.Daarnaast draagt de Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering enEducatie (Sabe-regeling) uit het GLB-NSP bij aan het vergroten van kennisdie relevant is voor bedrijfsopvolging en voor de actuele vragen en temaken keuzes waar zeker ook de jonge boeren voor staan binnen demaatschap van de landbouwpraktijk. Bedrijfsovername is een aandachts-gebied binnen de Sabe-regeling waar 1-op-1 onafhankelijk advies op maatover kan worden verkregen. In oktober van dit jaar gaat de Sabe-regelingweer open. Er is € 7,2 miljoen euro beschikbaar gesteld voor dezeopenstelling voor het aanvragen van onafhankelijk agrarisch adviesgericht op verduurzaming van de landbouw en op het laten opstellen vaneen bedrijfsplan ten behoeve van duurzame omschakeling van debedrijfsvoering.Mentale gezondheid en begeleidingToenemende onzekerheid, wet- en regelgeving, financiële druk enmaatschappelijke eisen leggen een zware last op veel agrarischeondernemers.De mentale gezondheid van agrariërs, jong en oud, vereist meeraandacht. Vertrouwen is hier het sleutelwoord: vertrouwen van deomgeving, van de familie en vertrouwen van de boer in zichzelf.Daarnaast is continuïteit in financiering en regelgeving van belang. Ikonderzoek daarom of en hoe er ingezet kan worden op meer langjarigesubsidieregelingen. Deze initiatieven zijn voor de hele sector van belang,maar kunnen jonge boeren meer specifiek ondersteunen.Het versterken van de mentale veerkracht staat niet alleen op de agendavan mijn ministerie, maar ook op die van de Europese Unie. De mentalegezondheid van de boer is onderdeel van de gepresenteerde visie opVoedsel en Landbouw van de Europese Commissie.2Veel boeren en tuinders vinden het lastig om over gevoelens te praten ente erkennen dat ze (mentale) problemen ervaren. Praten over (psychische)problemen bij ondernemers kan hierbij helpen, maar is in de agrarischesector vaak taboe. Programma Taboer richt zich op een gedragsveran-dering om mentale gezondheid bespreekbaar te maken. Taboer vervultdaarmee een belangrijke rol in de agrarische sector en ik heb daarombesloten om dit jaar weer € 540.000 uit te trekken om Taboer financieel teondersteunen. Ik ben met hen in gesprek over langjarige ondersteuning.Financiering komt beschikbaar uit de 6 miljoen euro die het kabinet heeftvrijgemaakt voor mentale fitheid. Het programma richt zich onder meerop jongeren en het onderwijs, met als doel om potentiële bedrijfsop-volgers te leren praten over mentale gezondheid en dit te normaliseren.Verder wil ik mijn waardering uitspreken voor de door de sector geleideinitiatieven zoals het programma «Boer zoekt Boer». Dit platformbegeleidt bedrijfsovernames van buiten de familie, voor jongeren die boerwillen worden maar geen direct zicht hebben op een agrarisch bedrijf.Via Sociaal Economische Begeleiding (SEB) kunnen boeren, waaronderook jonge boeren, meerjarige procesbegeleiding krijgen bij transitievraag-stukken op het eigen landbouwbedrijf en hun ontwikkelbehoeften als2A Vision for Agriculture and Food Shaping together an attractive farming and agri-food sectorfor future generations [COM(2025) 75 final]Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2104 ondernemer. Hiervoor zijn regionale knooppunten ingericht voor en doorboerennetwerken op basis van het plan BoerenPerspectief. Boerenkunnen zich melden bij de knooppunten als zij begeleid willen wordendoor een onafhankelijke procesbegeleider die hen helpt om stappen tezetten. Het plan BoerenPerspectief wordt ondersteund door het Ministerievan LVVN en gedragen door partijen als het NAJK, LTO, BoerenNatuur,Wij.Land en de transitiecoalitie Voedsel.«Samenwerking voor generatievernieuwing»Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is erg belangrijk voor deondersteuning van generatievernieuwing. Wat mij betreft blijft dit ook inde volgende GLB-programmeringsperiode een duidelijke prioriteit.Afgelopen jaar heb ik daarnaast gewerkt aan een nieuwe regeling binnenhet GLB. De regeling «samenwerking voor generatievernieuwing» is per24 maart 2025 voor het eerst opengesteld. Hiervoor is € 1,13 mln.beschikbaar gesteld in de GLB-periode 2023–2027. Er zijn zeven aanvrageningediend en daarmee zal naar verwachting het budget voor dit jaarvolledig worden benut.Deze regeling zet in op de fase voorafgaand aan agrarisch ondernemer-schap. Doel van de interventie is de drempel te verlagen voor jongerenom in de land- en tuinbouw actief te worden en te blijven. De onder-steunde samenwerkingsprojecten richten zich op het aantrekken enbehouden van jonge landbouwers. Innovatie en schaalbaarheid staanhierbij centraal. De regeling biedt ruimte om bottom-up initiatieven uit desector te ondersteunen, specifiek gericht op uitdagingen zoals toegang totlandbouwgrond, kennis en financiering.VisserijNet als jonge landbouwers, zijn jonge vissers essentieel voor eenrobuuste en duurzame sector: zij zorgen voor de continuïteit en toekomst-bestendigheid van de Nederlandse visserij. Daarom is het ook voor jongevissers belangrijk om te investeren in de toekomst. Toekomstperspectiefvoor de visserij is één van de leidende principes in de Uitvoeringsagendavoedsel uit zee en grote wateren.Er is onder jongeren interesse in het vak van visser. Daarom is er samenmet het Bestuurlijk Platform Visserij (BPV) en onderwijsinstellingen in hetVisserij Ontwikkelplan (VOP) gewerkt aan een onderwijsplan om dezejongeren een goede toekomst in de visserij te bieden. Duurzaamheid vande toekomstige visserijsector is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Hetonderwijsplan zet daarom in op structurele samenwerking van maritiemen groen in het visserij gerelateerde (mbo-) onderwijs. Om de drempelnaar visserij gerelateerd onderwijs te verlagen, wordt ingezet op regionaleleerplaatsen waarin de leerlingen zich met name bezighouden met despecifieke visserij in de desbetreffende regio.Ook zal er een nationaal netwerk van practoraten worden gecreëerd meteen sterke verbinding naar werkveld, onderzoek en onderwijs. Verderwordt er een nationaal kennissysteem doorontwikkeld waar nieuwevisserijkennis beschikbaar wordt gemaakt voor beroepsonderwijs enberoepspraktijk in samenwerking met sectorpartijen. Ik zet mij via het VOPook in om het visserijonderwijs beter aan te laten sluiten op het groeneonderwijs (Groenpact) om ook hiermee de sector toekomstbestendiger temaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2105 Bij het opstellen van de Uitvoeringsagenda heeft geen van de deelne-mende partijen aangegeven dat er behoefte is aan extra acties gericht opondersteuning bij bedrijfsovername. Uit gesprekken met vissers blijkt weldat er in algemene zin een groeiende behoefte is aan een anderebedrijfsvoering in de visserij, zoals de wens om niet meer zo lang en zovaak van huis te zijn. Nieuwe manieren van bedrijfsvoering en innovatiefondernemerschap zijn onderwerpen waar in het Visserij InnovatieNetwerk (VIN) actief aandacht aan wordt besteed. Het VIN is in 2022 vanstart gegaan om (jonge) vissers te faciliteren daar waar het gaat ominnovaties bij ondernemerschap in de visserij en innovaties in vang-, vaar-& nettechnieken. In het VIN wordt actief gewerkt aan een positiefinnovatieklimaat voor een duurzame en toekomstbestendige visserij inNederland, zodat de visserij ook in de toekomst aantrekkelijk blijft vooreen nieuwe generatie vissers. In de visserijsector is veel ervaring, kennisen kunde beschikbaar en in het VIN wordt deze kennis en ervaring bijelkaar gebracht en faciliteren LVVN en RVO dat visserij ondernemers aande slag gaan met innovaties. Het kan hierbij zowel gaan om technische,sociale als bedrijfsmatige innovaties.Om de voornoemde redenen is er geen specifieke subsidieregeling gerichtop de bedrijfsopvolging van jonge vissers. Om vissers – waaronder jongevissers – te ondersteunen bij de benodigde innovaties zijn onder hetEMFAF subsidieregelingen opengesteld voor innovatieve projecten in devisserij en aquacultuur (Kamerstuk 29 675, nr. 233).Desalniettemin onderzoek ik of en welke elementen uit het robuusteinstrumentarium voor jonge boeren kunnen worden uitgebreid naar jongevissers. Resultaten van dit onderzoek zullen besproken worden met desectorpartijen en begin volgend jaar met de Kamer gedeeld worden.Tot slotDe toekomst van de landbouw en de visserij ligt in de handen van devolgende generatie. Om hun positie te versterken is ondersteuningnoodzakelijk. Daarom blijf ik me met volle overtuiging inzetten voorpassende en praktische ondersteuning, zodat zij de ruimte krijgen om tedoen waar ze goed in zijn: zorgen voor het voedsel van morgen.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2106
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.