KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting en lagere regelgeving

19 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ecd477de13938083 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 512Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht,de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, deWet maatschappelijke ondersteuning 2015 en deWoningwet in verband met de versterking vande regie op de volkshuisvesting en met het oogop enkele andere met de volkshuisvestingsamenhangende maatregelen (Wet versterkingregie volkshuisvesting)Nr. 104 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2025Nederland kampt met grote woningnood en dat is voor iedereenmerkbaar. Om dit op te lossen moeten er meer betaalbare woningengebouwd worden, met meer tempo en met meer kansen voor urgentwoningzoekenden op deze woningen. De overheid heeft de grondwette-lijke taak om zorg te dragen voor de bevordering van voldoende woonge-legenheid. Het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting geeft deMinister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, provincies engemeenten de benodigde instrumenten om met alle betrokken partnersuitdrukkelijker te sturen op hoeveel, waar en voor wie er wordt gebouwd.Daarom is mijn inzet er maximaal op gericht deze wet zo spoedig mogelijkin werking te laten treden, in het belang van al die woningzoekenden.Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van de verschil-lende wetgevingssporen voor dit wetsvoorstel. Ten tweede wil ik u inzichtbieden in de wijze waarop ik uitvoering geef aan de voor het wetsvoorstelrelevante moties die zijn aangenomen bij onder meer de behandeling vanhet wetsvoorstel in uw Kamer, en de wijze waarop ik de aangenomenamendementen uitwerk in het ontwerp van het Besluit versterking regievolkshuisvesting (hierna: het besluit). Eenzelfde brief heb ik aan de EersteKamer gestuurd.1. Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting Op 3 juli 2025 is het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting(hierna: wetsvoorstel) door uw Kamer aangenomen. Vervolgens is op15 oktober 2025 de nota naar aanleiding van het verslag aan de Eerste kst-36512-104ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 1041 Kamer gezonden.1 De Eerste Kamer heeft besloten de verdere behan-deling van het wetsvoorstel aan te houden totdat uw Kamer heeftgestemd over een wetsvoorstel ter reparatie van een aantal amende-menten die juridisch niet houdbaar of niet uitvoerbaar zijn (hierna tenoemen: novelle). Dit wordt hieronder toegelicht.2. Novelle ter reparatie van het wetsvoorstel In mijn brief van 9 september 2025 heb ik de Eerste Kamer geïnformeerddat ik een wetsvoorstel (novelle) in consultatie zal brengen ter reparatievan drie geamendeerde onderdelen van het wetsvoorstel waarbij ikproblemen zie voor de uitvoerbaarheid en de juridische houdbaarheid.2De novelle voorziet in reparatie van geamendeerde onderdelen van hetwetsvoorstel die zien op:1.Een absoluut verbod op het verlenen van urgentie aan personen meteen vergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000 op eensociale huurwoning.3 De novelle voorziet in het geheel laten vervallenvan dit gewijzigde onderdeel. Het onderdeel is juridisch niet houdbaaromdat het in strijd is met artikel 1 van de Grondwet en artikel 14 vanhet Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.2.Een regeling voor de overgang van de bevoegdheid tot vergunningver-lening voor een technische bouwactiviteit na een fatale beslistermijnvan de gemeente naar het Rijk.4 De novelle voorziet in het geheel latenvervallen van dit gewijzigde onderdeel. Het onderdeel is niet effectief,omdat het niet leidt tot versnelling en zelfs kan leiden tot vertraging.Daarnaast levert het aanzienlijke problemen op voor de uitvoering.3.Een regeling tot wijziging van de regeling over het verlengen enhervestiging van voorkeursrechten op onroerende zaken.5 De novellevoorziet er in dat de regeling weer proportioneel is met het oog op debescherming van het eigendomsrecht. Daarbij wordt de essentie vande bedoeling van het amendement behouden, namelijk de mogelijk-heid om in de vroege fase van planvorming eerder en langer eenvoorkeursrecht te vestigen om grondspeculatie tegen te gaan.Naast deze drie geamendeerde onderdelen ben ik in mijn brieven aan deEerste Kamer ook ingegaan op het geamendeerde onderdeel van hetwetsvoorstel dat vastlegt dat gezinnen met minderjarige kinderen zondervaste verblijfplaats een verplichte categorie urgent woningzoekendenzijn.6 De zorgen die ik rond dat amendement heb wil ik adresseren in deRegeling versterking regie volkshuisvesting. Ik kom hier later in deze briefop terug.Om concreet inzicht te krijgen in de uitvoerbaarheid en de daarvoornoodzakelijke reparatie van de geamendeerde onderdelen die zien op hetinvoeren van een fatale beslistermijn voor vergunningen voor eentechnische bouwactiviteit en het amendement dat ziet op urgentie voordakloze gezinnen met minderjarige kinderen, heb ik in het kader van devoorbereiding van de novelle een uitvoeringstoets decentrale overheden(UDO) uitgevoerd.7 Deze UDO is gelijktijdig met de nota naar aanleidingvan het verslag op 15 oktober jl. verzonden aan de Eerste Kamer en op24 november 2025 ook toegezonden aan uw Kamer.8 De uitvoeringstoetsondersteunt mijn analyse dat reparatie via een novelle van het1Kamerstukken I 2024/25, 36 512, nr. G.2Kamerstukken I 2024/25, 36 512, nr. E.3Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 304Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 98.5Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 97.6Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 937Kamerstukken I 2024/25, 36 512, nr. G82025Z19117.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 1042 amendement over een fatale beslistermijn gewezen is. Mede op basis vande uitvoeringstoets is mijn beeld voor het amendement dat voorziet inurgentie voor dakloze gezinnen met minderjarige kinderen dat daarvoorafbakening bij ministeriële regeling passend is om deze regelinguitvoerbaar te maken.De novelle is geconsulteerd van 3 tot 17 oktober 2025. Uit de consultatievan de novelle blijkt brede steun voor de voorstelde reparatie De Afdelingadvisering van de Raad van State heeft op 4 december 2025 een spoed-advies vastgesteld over de novelle en geadviseerd deze in te dienen bij deTweede Kamer (dictum a).9 Ten behoeve van de indiening van de novellebij uw Kamer is het nader rapport op 19 december 2025 aangeboden aande Koning.3. Besluit versterking regie volkshuisvesting De woningbouwopgave waar we voor staan is niet slechts een kwestievan aantallen. Het is niet alleen belangrijk dát er voldoende gebouwdwordt, maar ook dat het aanbod aansluit bij wat er nodig is. Het besluitbevat, ter uitwerking van het wetsvoorstel, kaders om te kunnen sturen ophoeveel, waar en voor wie we bouwen, met meer tempo. De instructie-regels in het besluit zijn gericht op het realiseren van 100.000 woningenper jaar, waarvan twee derde betaalbaar en 30% sociale huurwoningen,zowel landelijk, provinciaal en regionaal. Deze woningen moetengerealiseerd worden via zowel nieuwbouw als het beter benutten van debestaande voorraad, bijvoorbeeld door transformatie, optoppen ensplitsen. Daarnaast voorziet het besluit in de versnelling van de realisatievan woningbouwprojecten door;–versnelling van beroepsprocedures tegen aangewezen besluiten diezien op de bouw van één of meer woningen;–mantelzorg- en familiewoningen op het eigen erf vergunningvrij temaken; en–het uitzetten van de Ladder voor duurzame verstedelijking voorwoningbouwlocaties.Het besluit is twee maal geconsulteerd (in maart 2024 en mei 2025),waarbij de tweede consultatie nodig was vanwege aanvullende wijzi-gingen in het besluit. Het ging om:–de nadere uitwerking van instructieregels voor gemeenten, provincieen Rijk over betaalbaar programmeren;–de introductie van de regels voor vergunningvrije mantelzorg- enfamiliewoningen op het achtererf;–het uitzetten van de Ladder voor duurzame verstelijking voor woning-bouw; en–de uitwerking van de regels over gegevensverzameling en monitoring.Op diverse onderdelen zijn het besluit en de toelichting aangevuld, medenaar aanleiding van moties en amendementen die zijn aangenomen bij dewetsbehandeling in uw Kamer. Een overzicht hiervan heb ik in bijlage 1 bijdeze brief opgenomen. Ik heb het besluit op 19 december voorgehangenbij de Eerste en Tweede Kamer.4. Regeling versterking regie volkshuisvesting incl. afbakeningvan de urgentiecategorie m.b.t. gezinnen met kinderen De Regeling versterking regie volkshuisvesting voorziet hoofdzakelijk inde nadere afbakening van woningzoekenden die in het wetsvoorstelworden aangewezen als categorieën urgent woningzoekenden. Ik voorzieook in een nadere afbakening van de categorie urgent woningzoekenden9Te vinden op de website van de Raad van State onder nummer: W04.25.00335/I.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 1043 die bij amendement is toegevoegd aan de categorieën groepen diegemeenten verplicht zijn om op te nemen in de urgentieregeling, namelijkdakloze gezinnen met minderjarige kinderen.10 Een nadere afbakening vandeze urgentiecategorie is naar mijn oordeel vereist om te zorgen voor eenuitvoerbare regeling. De verwerking van deze urgentiecategorie in deregeling verwacht ik binnenkort in consultatie te brengen. De regeling isvoor het overige reeds gezamenlijk met het besluit in maart 2024geconsulteerd.Ik deel uiteraard de wens van de indieners van het amendement om eeneinde te maken aan dakloosheid van kinderen. Ik voorzie door demogelijke omvang van deze groep echter substantiële uitvoeringsge-volgen voor gemeenten. Op basis van de UDO en gesprekken met de VNGen gemeenten kom ik tot de conclusie dat voor de uitvoerbaarheid van hetamendement een nadere afbakening van deze urgentiecategorie vereist.Dit is nodig om te voorkomen dat de omvang van de potentiële groep tegroot wordt en daardoor de mogelijkheden van andere woningzoekendente beperkt worden. Dat laat onverlet dat het kabinet zich ook op anderemanieren inzet om dakloosheid, en specifiek ook dakloosheid vankinderen, te voorkomen en op te lossen. In het kader van deze regelingvind ik het noodzakelijk om gemeenten wel voldoende middelen te gevende omvang van de groep, die door het amendement Grinwis c.s. rechtkrijgt op urgentie, zoveel mogelijk te beperken en om de uitvoeringslastenen -problemen van gemeenten bij het beoordelen van urgentievragen opgrond van deze categorie zo beperkt mogelijk te houden.Ik heb dit in de regeling vormgegeven door de toelichting van hetamendement Grinwis c.s.11 als uitgangspunt te nemen, waarbij wordtgekeken naar de leefsituatie van de woningzoekende om te beoordelen ofiemand in aanmerking komt voor urgentie onder deze categorie.Daarnaast zijn verschillende voorwaarden van toepassing die toezien opde omstandigheden van de woningzoekenden, waaronder dat deaanvrager het gezag moet hebben over ten minste één minderjarig kind,de aanvrager niet zelf kan voorzien in een oplossing voor het huisves-tingsprobleem en de aanvrager het huisvestingsprobleem redelijkerwijsniet had kunnen voorkomen.Om de balans te bewaken tussen de verplichte urgentie categorieën enandere woningzoekenden heb ik ervoor gekozen om het terugvalper-centage in de ontwerpregeling te laten staan op vijftien procent. Ditpercentage treedt in werking indien gemeenten niet binnen de gesteldetermijn tot regionale afspraken komen over de evenwichtige verdeling vande verplichte urgent woningzoekenden. Indien dit gebeurt betekent dit datvijftien procent van de aangewezen categorieën van woonruimte gaatnaar woningzoekenden die zijn ingedeeld in één van de verplichteurgentie categorieën.VervolgprocesHet wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting ligt ter behandeling inde Eerste Kamer. De Eerste Kamer heeft aangegeven de behandeling vandit wetsvoorstel voort te zullen zetten na stemming in de Tweede Kamerover de novelle. Het nader rapport betreffende de novelle is aan deKoning aangeboden op 19 december 2025. Ik wil nogmaals het belangbenadrukken van dit wetsvoorstel voor het aanpakken van de woning-crisis, en hoop op een spoedige behandeling van de novelle in de Tweede10Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 93.11Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 93.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 1044 Kamer en verdere behandeling van het wetsvoorstel én de novelle in deEerste Kamer.In mijn eerdere brieven over het wetsvoorstel heb ik in dat kaderaangegeven dat het wetsvoorstel een belangrijke mijlpaal in het Neder-landse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) is. Het mislopen van een deadlineuit het HVP kan leiden tot een korting van maximaal € 600 miljoen doorde Europese Commissie aan bijdragen aan Nederland. De EuropeseCommissie heeft dit najaar ingestemd met het uitstellen van de deadlinevoor het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting tot 1 juli 2026.Per 1 juli 2026 dient het wetsvoorstel dus in werking te treden om eenkorting door de Europese Commissie te voorkomen.Nu inmiddels ook het besluit is voorgehangen en ik in deze brief devoorgenomen afbakening van het amendement Grinwis c.s. in deministeriële regeling heb geschetst, ligt alles op koers om hetwetsvoorstel en alle onderliggende regelgeving per 1 juli 2026 in werkingte laten treden. Ik zie uit naar de behandeling van de novelle in de TweedeKamer en vervolgens de behandeling in de Eerste Kamer van hetwetsvoorstel Versterking regie Volkshuisvesting in samenhang met denovelle. Dit wetsvoorstel zal bijdragen aan de bouw van voldoendebetaalbare woningen met meer tempo. Dat is dringend noodzakelijk vooralle woningzoekenden in Nederland.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 1045 UITVOERING VAN RELEVANTE MOTIES EN UITWERKINGAMENDEMENTEN IN HET ONTWERPBESLUIT1. Overzicht uitwerking moties 25% betaalbare koopwoningenDe motie van de leden Peter De Groot en Welzijn12 verzoekt de regering ininstructieregels op regionaal niveau op te nemen dat minimaal 25% vande te bouwen woningen uit betaalbare koopwoningen bestaat, alsonderdeel van 2/3e betaalbare woningen. Het uitvoeren van deze motiedoor wijziging van het besluit vermindert de ruimte voor maatwerk voorgemeenten voor gebiedsontwikkeling – door het toevoegen van een extraregel over de programmering – en is bovendien een wijziging van deafspraken in de Woontop 2024. Ik onderschrijf wel de bedoeling van demotie om extra te sturen op voldoende realisatie van betaalbare koopwo-ningen. Om die reden geef ik uitvoering aan deze motie door aan alleprovincies te verzoeken expliciet aandacht te besteden aan voldoendebetaalbare koopwoningen in de woningbouwprogrammering.DoorbraaklocatiesDeze motie van het lid Vijlbrief c.s. verzoekt de regering om aanvullendaan de 24 doorbraaklocaties ook meer locaties te kiezen buiten deRandstad13. Bij de Woontop 2024 zijn afspraken gemaakt over doorbraak-locaties. In juni 2024 is uw Kamer geïnformeerd over de selectie van deeerste 24 locaties. Inmiddels zijn de eerste resultaten bereikt en ontstaat erruimte om nieuwe locaties toe te voegen. Onlangs heeft de stuurgroepvan deze Woontopafspraak, waarin VRO, de NEPROM en Aedesdeelnemen, afgesproken te bezien of een nieuw selectieproces kanworden opgestart. Daarbij wordt ook deze motie betrokken. Ik zal uwKamer daar in het eerste kwartaal van 2026 over informeren.Afspraken over regionale verdeling betaalbaar bouwen binnenhalf jaarDe motie van het lid Vijlbrief c.s.14 roept o.a. op om in onderliggenderegelgeving vast te stellen dat regio’s binnen een half jaar na inwerking-treding afspraken moeten hebben over de verdeling van 30% sociale huuren twee derde betaalbare woningen. Ik geef uitvoering aan deze motiedoordat in de toelichting bij het besluit is geëxpliciteerd dat de regionaleverdeling binnen een half jaar na inwerkingtreding dient te gebeuren omdit tijdig in de volkshuisvestingsprogramma’s op te kunnen nemen.Aanvullend voorziet de Omgevingswet erin dat provincies en Rijk viainstructiebesluiten (of instructieregels) op het volkshuisvestingspro-gramma de knoop zullen doorhakken over de verdeling wanneer tijdigeafspraken uitblijven. Dit is in de nota van toelichting toegelicht.Evaluatie toegevoegde waarde Verdrag van Aarhus ter versnellingvan proceduresDe motie Wijen-Nass15 verzoekt de regering om de toevoegde waarde vanhet Verdrag van Aarhus (hierna: het Verdrag) te evalueren en opzegging teverkennen met het oog op versnelling van woningbouw. Ik geef medenamens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, die primair12Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 102.13Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 76.14Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 74.15Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 83.BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 1046 verantwoordelijk is voor het Verdrag, uitvoering aan deze motie door uwKamer in deze brief als volgt te informeren. Opzegging van het Verdragvan Aarhus zal geen effect sorteren, omdat de Europese Unie (EU) ookpartij is bij het Verdrag. Hierdoor is het Verdrag bindend voor deEU-lidstaten en maken de bepalingen van het Verdrag integraal onderdeeluit van het Unierecht. Ook is het Verdrag van Aarhus verwerkt inverschillende EU-richtlijnen. Een evaluatie naar de toegevoegde waardevan het Verdrag is daarom achterwege gelaten. Overigens heeft deUniversiteit Utrecht in 2024 een onderzoek uitgevoerd naar de implemen-tatie en uitvoering van het Verdrag van Aarhus door Nederland. Hetrapport van dit onderzoek («Naar een robuuste implementatie van hetVerdrag van Aarhus?») is op 25 april 2024 aan de Tweede Kamer aange-boden.16 Een eerste beleidsreactie daarop is op 20 december 2024 naar deTweede Kamer verstuurd.17 Het voornemen is om op korte termijn eentweede beleidsreactie te verzenden.Jongeren uit jeugdzorgDe motie Bruyning18 verzoekt de regering te onderzoeken of en hoewettelijk kan worden verankerd dat iedere jongere die uit de jeugdzorgstroomt voor zijn of haar 18e verjaardag zicht heeft op een duurzaamwoonperspectief. Deze motie is wordt uitgevoerd doordat uw Kamerhierover in de voortgangsbrief over het nationaal actieplan dakloosheidwordt geïnformeerd.Mogelijke uitbreiding urgentiecategorieënDe motie Grinwis c.s.19 verzoekt de regering de uitvoerbaarheid eneffectiviteit van urgentie voor de bredere ETHOS-light-groep daklozewoningzoekenden en een mogelijke uitbreiding van de verplichteurgentiecategorieën in kaart te brengen. Het ligt in de rede dat ditonderdeel wordt van de wetsevaluatie waarmee uitvoering wordtgegeven aan deze motie.Achterblijvende gemeenten aandeel sociale huur en huisvestingdaklozenHet lid Bruyning20 verzoekt in haar motie om instrumenten te ontwikkelenwaarmee gemeenten die achterblijven effectief kunnen worden aange-sproken en gestimuleerd om hun aandeel in de bouw van socialehuurwoningen en het huisvesten van dakloze gezinnen te leveren. Aan demotie wordt invulling gegeven doordat in het besluit Versterking regie opde volkshuisvesting wordt geregeld dat twee derde van alle toevoegingenbetaalbare woningen moeten zijn, waarvan 30% van alle toevoegingensociale huurwoningen.Deze doelstellingen moeten op nationaal, provinciaal en regionaal niveaugerealiseerd worden. Aanvullend geldt dat gemeenten ook een bijdragemoeten leveren om gezamenlijk het regionale doel te realiseren dat tweederde van de gerealiseerde woningbouw betaalbaar is, waarvan30 procent sociale huurwoningen. Daarvoor moeten zij zo nodig – onderregie van de provincie – met andere gemeenten in de woningbouwregioin overleg vaststellen welke bijdrage iedere gemeente aanvullend gaatleveren aan deze regionale doelstellingen. Gemeenten met weinig sociale16Kamerstukken II 2023/24, 28 663, nr. 82.17Kamerstukken II 2024/25, 28 663, nr. 83.18Kamerstukken II 2024/25, 36 614, nr. 10.19Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 65.20Kamerstukken II 2025/26, 36 614, nr. 11.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 1047 huur in de voorraad zullen een extra stap moeten zetten in de bouw vansociale huurwoningen. Gemeenten met een aandeel sociale huurwo-ningen onder of gelijk aan het landelijk gemiddelde aandeel sociale huurkrijgen een verplichting om 30 procent sociale huurwoningen te reali-seren. Doel van deze gemeentelijke instructies is dat hiermee een basiswordt gelegd voor het behalen van regionale doelen, met oog voor eenevenwichtige verdeling in de woningvoorraad tussen gemeenten maarook ruimte voor regionale differentiatie zoals in het Hoofdlijnenakkoord isafgesproken.Wanneer de regionale verdeelafspraken gemaakt zijn over de totaleaantallen en het aantal betaalbare woningen, moeten deze opgaven doorgemeenten worden vastgelegd in hun volkshuisvestingsprogramma.Gemeenten moeten daarbij vastleggen welke maatregelen zij gaan nemenom deze opgave te realiseren. Provincies moeten erop toezien dat dit inlijn met de afspraken gebeurt, en hebben ook de mogelijkheid om opbasis hiervan in het uiterste geval in te grijpen als gemeenten zich niethouden aan hun volkshuisvestingsprogramma en de regionale afspraken.Waar bestuurlijk overleg niet tijdig in een verdeling resulteert die voldoetaan de regionale doelstellingen, biedt de wet de mogelijkheid voorprovincies en Rijk om een instructie te geven over deze verdeling in hetvolkshuisvestingsprogramma van gemeenten of over opname vanwoningbouwlocaties in het omgevingsplan.Drinkwaterbesluiten aanwijzen als zwaarwegend maatschappelijkbelangDe motie Grinwis c.s.21 verzoekt de regering projectbesluiten voordrinkwaterinfrastructuur aan te wijzen als besluiten van «zwaarwegendmaatschappelijk belang». Ik heb hieraan uitvoering gegeven door in dekabinetsreactie op het eindrapport over STOER toe te lichten datprovincies ervoor kunnen kiezen om een projectbesluit op te stellen tenbehoeve van de drinkwatervoorzieningen. Voor projectbesluiten op grondvan de Omgevingswet gelden al procedurele versnellingen.22 Daarmee isinvulling gegeven aan deze motie.LeegstandDe motie Boswijk c.s.23 verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat inde handreiking over beter benutten ook aandacht is voor opname in deleegstandsverordening van het aanpakken van braakliggende gronden,transformatie van leegstaande winkelverdiepingen en herontwikkelingvan agrarische bebouwing en daarbij te bezien hoe het Rijk gemeentenkan helpen bij de uitvoering van leegstandsbeleid. In de brief over devoortgang op de aanpak beter benutten en het Programma Innovatie enOpschaling Woningbouw24 staat beschreven hoe deze motie is ingevuld,namelijk via de handreiking Leegstand te lijf, waarin recent een onderdeelis toegevoegd dat ziet op leegstand van agrarische bebouwing. Ook dehandreiking Vertraging voorkomen met grondbeleid en de beschik-baarheid van het Expertteam woningbouw voor vraagstukken die zien optransformatie vormen onderdeel van de genoemde invulling.21Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 68.22Kamerstukken II 2025/26, 32 847, nr. 1383.23Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 69.24Kamerstukken II 2025/26, 32 847, nr. 1390.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 1048 Straatje erbijDe motie Boswijk c.s.25 verzoekt de regering te bezien wat het Rijk kanbijdragen aan het weghalen van belemmeringen en voorkomen vanvertragingen bij de daadwerkelijke realisatie van straatjes erbij. Met hetbesluit geef ik uitvoering aan deze motie omdat daarin is geregeld dat deLadder voor duurzame verstedelijking niet meer van toepassing is opnieuwe woningbouwlocaties. Daarnaast heb ik ook een onderzoekuitgevoerd naar welke belemmeringen er nog meer zijn bij de realisatievan «een straatje erbij», en welk handelingsperspectief er is voorgemeenten, provincies en Rijk bij het wegnemen van deze belemme-ringen. Het onderzoek wordt in december gepubliceerd en is toegezondenaan uw Kamer bij de Staat van de Volkshuisvesting.26 Ook heb ik in deOntwerp Nota Ruimte opgenomen dat in heel Nederland een «wijkjeerbij» (tot 100 woningen) binnen of aansluitend op een bestaande kerngerealiseerd kan worden, passend in de ruimtelijke context.Gelijk opgaan van realisatie bouwprojecten in alle segmentenDe motie Welzijn c.s.27 verzoekt de regering een aanpak te ontwikkelenwaarmee gemeenten de realisatie van bouwprojecten in alle segmentengelijk laten opgaan, zodat minder rendabele segmenten niet achterblijvenin de programmering. Aan deze motie wordt uitvoering gegeven doordatRijk en provincie toezien op de uitvoering van de instructieregels in hetbesluit over betaalbaar bouwen. Via monitoring wordt zicht gehouden opde voortgang van een gemeente ten aanzien van de programmering vanbetaalbare woningen. De Omgevingswet voorziet waar nodig in instru-menten om te interveniëren bij achterblijvende gemeenten. Dit is in hetbesluit toegelicht. Daarnaast geef ik uitvoering aan de motie via deinvoering van de Realisatiestimulans per 1 januari a.s.28 Deze regeling iszo ingericht dat gemeenten een bijdrage ontvangen per jaar over hetaantal betaalbare woningen waarvan de start bouw is aangevangen, ookop deze wijze stuur ik op een over de jaren gelijkmatige programmeringvan betaalbare woningen.Landelijk woonruimteverdeelsysteemDe motie Welzijn c.s.29 verzoekt de regering te onderzoeken hoe via eenlandelijk systeem voor woonruimteverdeling gewaarborgd kan wordendat opgebouwde rechten deels behouden blijven bij verhuizing naar eenandere regio passend binnen de Huisvestingsverordening. Ik betrek deuitvoering van deze motie bij de kabinetsreactie op het IBO Huurbeleid,gelet op de inhoudelijke raakvlakken met één van de aanbevelingen uithet IBO.Werken met projectbesluitenDe motie Welzijn c.s.30 verzoekt de Minister te verkennen of en op welkewijze en binnen welke termijn er ook bij woningbouwprojecten gewerktkan worden met projectbesluiten. Ik geef uitvoering aan deze motie dooruw Kamer hierover als volgt in deze brief te informeren. Het projectbesluitkent verschillende procedurele stappen, waaronder een verkenningsfasemet bijbehorend participatie. Deze procedure neemt in de praktijk al gauw25Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 70.26Bijlage 2025D50428 bij Kamerstuk 32 847, nr. 1394.27Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 71.28Stcrt. 2025, nr. 36777.29Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 72.30Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 73.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 1049 twee jaar in beslag. Gemiddeld genomen leidt de inzet van het projectbe-sluit dan ook niet tot een versnelling. Het werken met projectbesluitenvoor woningbouwprojecten is daarom niet het instrument om bij voorbaateen versnelling te bewerkstelligen. De besluitvorming over woningbouw-locaties ligt primair bij de gemeente. Provincies en gemeenten hebben hetbeste zicht op de lokale omstandigheden en ontwikkelingen. Mochtenwoningbouwlocaties desondanks onvoldoende tot stand komen, dan zijner andere instrumenten die ingezet kunnen worden, zoals het instructiebe-sluit waarmee een specifieke gemeente de wettelijke opdracht kan krijgenom een woningbouwlocatie verder uit te werken.Kwantitatieve bouwdoelen ouderen en jongerenDe motie Vijlbrief c.s.31 verzoekt de regering een instructie met kwantita-tieve woningbouwdoelen voor jongeren en ouderen per gemeente op tenemen. Aan deze motie is uitvoering gegeven doordat in het besluitstarters zijn toegevoegd als aandachtsgroep in de instructieregels voorhet volkshuisvestingsprogramma. Ouderen waren al onderdeel daarvan.Voor deze aandachtsgroepen moet de opgave in kaart worden gebrachten de wijze waarop daarin wordt voorzien. Ook is de nota van toelichtingter uitvoering van deze motie op dit punt aangevuld.Voldoende sociale huurwoningen tot de aftoppingsgrensDe motie Beckerman en de Hoop32 verzoekt de regering te borgen dat inde nieuwbouwopgave ook voldoende betaalbare sociale huurwoningentot de aftoppingsgrens worden gebouwd. Aan deze motie wordt met hetbesluit en het wetsvoorstel uitvoering gegeven doordat wordt voorzien inversterking van de naleving van lokale prestatieafspraken tussengemeenten en woningcorporaties en huurdersorganisaties. Eén van deaspecten waarover in dit driehoeksoverleg (gemeente, woningcorporatieen huurdersorganisatie) afspraken worden gemaakt, is over de gewensteonderverdeling in betaalbaarheidssegmenten van de nieuw te realiserensociale huurwoningen. Corporaties realiseren de nieuwbouw van socialehuurwoningen conform de gemaakte afspraken. Op die manier kan in hetlokale proces worden geborgd dat voldoende sociale huurwoningen totaan de aftoppingsgrens worden gebouwd.Verhogen aandeel sociale huurwoningenDe motie El-Abassi33 verzoekt de regering te waarborgen dat het aandeelbetaalbare woningen in elke regio substantieel wordt verhoogd en datzowel het netto aantal woningen als de betaalbaarheid op lange termijnleidend zijn. Aan deze motie wordt in het besluit uitvoering gegevendoordat de instructieregels over betaalbaar bouwen in het besluit gerichtzijn op het realiseren van 100.000 woningen waarvan twee derdebetaalbaar. Deze doelstelling is – onder meer rekening houdende metsloop – gericht op een netto toename van het aandeel betaalbarewoningen. Doordat de instructieregels van toepassing zijn voor elkewoningbouwregio geldt deze substantiële verhoging in elke regio.31Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 74.32Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 79.33Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 89.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 10410 Uitwerking van de voor- en nadelen van contourenbeleidDe motie Rietkerk c.s.34 verzoekt de regering om na afstemming met deprovincies met een uitwerking te komen van voor- en nadelen voor deverhoging van de woningbouwproductie van (rode) contourenbeleidversus blauwe- en groene contourenbeleid. De achterliggende gedachtevan deze motie is dat de (rode) contouren om steden, dorpen en kernenversnelling van de woningbouwopgave in de weg zitten en dat hetwenselijk is dat er meer locaties beschikbaar komen voor woningbouwbuiten de rode contour. In het besluit wordt de Ladder voor duurzameverstedelijking voor nieuwe woningbouwlocaties uitgezet. Met dezewijziging wordt de motiveringplicht voor het ontwikkelen van buitenstede-lijke woningbouwlocaties verminderd. Hierdoor wordt aan de motietegemoet gekomen. Dit is in de nota van toelichting van het besluit nadertoegelicht.Landelijk kader splitsingDe motie Wijen-Nass35 verzoekt de regering zo snel mogelijk een uniformlandelijk beleidskader voor woningsplitsing op te stellen. In mijnbovengenoemde brief over de voortgang van het beter benutten van debestaande voorraad heb ik de Tweede Kamer toegelicht geïnformeerdover de stand van zaken over dit onderwerp.RijksmiddelenDe motie Peter de Groot en Vijlbrief36 verzoekt de regering bij hettoekennen van rijksmiddelen voor woningbouw deze middelen teoormerken voor de bouw van betaalbare koopwoningen. Met hetinrichten van de Realisatiestimulans voorzie ik in de uitvoering van dezemotie. Deze regeling is inmiddels vastgesteld en gepubliceerd.37Urgentie voor slachtoffers van huiselijk geweldDe motie van de leden Beckerman en Van Nispen38 verzoekt de regeringom afspraken te maken met gemeenten en corporaties over de toepassingvan de mogelijkheden uit de Huisvestingswet 2014 voor urgentie vanslachtoffers van huiselijk geweld.Voor slachtoffers van huiselijk geweld is het uitstromen naar een woningbelangrijk voor verder herstel en een toekomst zonder geweld. Waar deveiligheid het toelaat is een zo snel mogelijke uitstroom uit de opvang vanbelang. Daarbij is het ook van belang dat personen in een omgevingterecht komen waar de beschermende factoren zo groot mogelijk zijn omterugval te voorkomen en (verder) herstel van trauma of andereopgelopen schade te bevorderen. Een belangrijke beschermende factorhierbij is een steunend en veilig netwerk. De omgeving waar bescher-mende factoren zo groot mogelijk zijn, is niet altijd de gemeente of regiovan herkomst. Soms is het voor de veiligheid en het voorkomen vanterugval juist nodig dat vervolghuisvesting plaatsvindt in een anderegemeente of regio.34Kamerstukken I 2023/24, 36 410 VII, H.35Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 84.36Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 86.37Stcrt. 2025, nr. 36777.38Kamerstukken II 2024/25, 32 847, nr. 1353.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 10411 Om deze reden zijn woningzoekenden die uitstromen uit de opvang voorslachtoffers van huiselijk geweld één van de verplichte urgentie catego-rieën. Indien een gemeente een urgentieregeling vaststelt dan moet dezegroep één van de urgentie categorieën zijn.39 Voor deze urgentie categoriemag een gemeente geen bindingseisen stellen.40 Mocht dat tochgebeuren dan vind ik dat onwenselijk. Ik zal hierover het gesprek aangaanmet het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport envrouwenopvang-instellingen.Woningzoekenden die uitstromen uit een opvang voor slachtoffers vanhuiselijk geweld zijn ook onderdeel van het wetsvoorstel versterking regievolkshuisvesting. Gemeenten worden verplicht om een urgentieregelingvast te stellen met daarin een aantal bij wet vastgelegde categorieën vanurgent woningzoekenden en regionale afspraken te maken over deverdeling van deze urgent woningzoekenden. Ook hierbij mogen geenbindingseisen worden gesteld aan woningzoekenden die een opvang voorslachtoffers van huiselijk geweld verlaten. Tijdens de implementatie vande wet zal hier aandacht voor zijn.Vergunningvrije mantelzorg- en familiewoningenDe motie Bromet en Koerhuis41 verzoekt de regering bestaande obstakelsvoor tijdelijke mantelzorgwoningen te elimineren en te regelen dat onderde Omgevingswet tijdelijke mantelzorgwoningen ook zijn toegestaan. Methet besluit wordt voorzien in een landelijk uniforme regeling voorvergunningvrije mantelzorgwoningen, waarmee uitvoering wordtgegeven aan deze motie.De motie Vedder c.s.42 verzoekt de regering samen met de VNG eenconceptbeleidsregel op te stellen voor gemeenten die bij premantelzorg-woningen de voorwaarde willen laten vervallen dat er sprake moet zijnvan een toekomstige mantelzorgrelatie, om zo meergeneratiewonenmogelijk te maken, daar waar dat kan. Met het besluit wordt het in allegemeenten mogelijk om vergunningsvrij mantelzorgwoningen te bouwenen gebruiken. Deze regeling gaat daarnaast ook gelden voor familiewo-ningen. Op deze manier kan worden voorzien in de behoefte aanpremantelzorgwoningen voor familie in de eerste graad, zonder datdaarbij de voorwaarde geldt dat sprake moet zijn van een toekomstigemantelzorgrelatie. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan deze motie.2. Overzicht uitwerking amendementen in het Besluit versterkingregie volkshuisvesting •Amendement 32 (starters toevoegen als aandachtsgroep): Aanhet amendement van de leden Flach en Vijlbrief43 is uitwerkinggegeven door in het besluit de groep starters toe te voegen alsaandachtsgroep in de instructieregels. Dat betekent dat gemeenten inhun volkshuisvestingsprogramma’s aandacht moeten besteden aan dewoonopgave van starters en de plannen ter verwezenlijking van dezewoonopgave.•Amendement 42 (delegatie o.g.v. 2.24 om bij het nationaalvolkshuisvestingsprogramma bouwlocaties die verhoogdeattentie vereisen in kaart te brengen): Aan dit amendement van39Artikel 12, derde lid van de Huisvestingswet 201440Artikel 16 van de Huisvestingswet 201441Kamerstukken II 2021/22, 35 503, nr. 5.42Kamerstukken II 2024/25, 36 600 XXII, nr. 34.43Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 32.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 10412 het lid Welzijn44 is invulling gegeven door aan het besluit toe tevoegen dat de beschrijving van het woningbouwbeleid in het nationaalvolkshuisvestingsprogramma in ieder geval een overzicht van dewoningbouwlocaties die verhoogde attentie vereisen, bevat.•Amendement 57 (woningbouwprojecten van minder dan12 woningen aanwijzen als categorie projecten voor versnel-ling): Met het amendement Wijen-Nass45 is aan artikel 16.87a Ow eenlid toegevoegd waarin is bepaald dat woningbouwprojecten waarbijten minste één woning wordt gerealiseerd, moeten worden aangewe-zen als een categorie waarop artikel 16.87a Ow van toepassing is.Daarmee is in het besluit het minimumaantal van twaalf woningenkomen te vervallen. De versnelling geldt dus vanaf één woning.•Amendement 94 (delegatie o.g.v. 20.6 over het verzamelen vangegevens over de stand van de woningbouwopgave): In hetbesluit is uitgewerkt dat deze gegevens per kwartaal worden verza-meld, conform de bedoeling blijkens de toelichting van het amende-ment van Welzijn c.s.46•Amendement 98 (fatale termijn voor aanvraag bouwactiviteitvan 8 tot 12 weken door BG, daarna beslist Minister binnendrie maanden): De novelle voorziet in verwijdering van dit door hetlid Welzijn geamendeerde onderdeel47, waardoor uitwerking daarvanin het besluit niet toepasselijk is.44Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 4245Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 57.46Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 94.47Kamerstukken II 2024/25, 36 512, nr. 13.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 10413 OVERZICHT WET VERSTERKING REGIE VOLKSHUISVESTINGDe regie op de volkshuisvesting wordt met de wet, het besluit en deregeling versterkt langs de volgende pijlers:I.Regie op hoeveel, waar en voor wie we bouwenII.Regie op voldoende betaalbare woningenIII.Versnelling van proceduresIV.Meer kansen voor urgent woningzoekendenVoor de inzichtelijkheid in het samenstel van de wet, dit besluit en deregeling wordt hieronder in de tabellen hieronder per wet weergegevenwelke onderwerpen op het niveau van de wet, het besluit en de navol-gende voorgenomen regeling regelt en aan welke pijler dit bijdraagt.•Het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting wijzigt deOmgevingswet, de Huisvestingswet 2014, de Woningwet, de Wetmaatschappelijke ondersteuning 2015 en de Algemene wet bestuurs-recht. Het overzicht is inclusief de onderdelen die bij de wetsbehande-ling geamendeerd zijn. De bij amendement gewijzigde onderdelen dieook onderdeel zijn van het wetsvoorstel (novelle) ter reparatie van hetwetsvoorstel versterking regie zijn daarbij lichtblauw gearceerd.•Het Besluit versterking regie volkshuisvesting wijzigt het Besluitbouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, hetOmgevingsbesluit en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisves-ting.•De regeling Versterking regie volkshuisvesting wijzigt deOmgevingsregeling de Regeling toegelaten instellingen volkshuisves-ting en bevat uitwerking van de bepalingen in de Huisvestingswet 2014die bij het wetsvoorstel worden toegevoegd.PijlerOmgevingswetBesluit kwaliteit leefomgeving,Besluit bouwwerken leefomgeving enOmgevingsbesluitOmgevingsregelingI. Regieop hoeveel, waar en voorwie we bouwenII. Regie op voldoendebetaalbare woningenToevoeging evenwichtige samenstellingvan de woningvoorraad als oogmerk inde Omgevingswet(artikel 2.1, vijfde lid)I. Regieop hoeveel, waar en voorwie we bouwenII. Regie op voldoendebetaalbare woningenGrondslag voor aanwijzen bouwlocatiesdie verhoogde attentie vereisen(art. 2.26, vierde lid)Uitwerking in artikel 4.36,derde lid, Bklt.a.v. nationaal volkshuisvestings-programmaI. Regieop hoeveel, waar en voorwie we bouwenII. Regie op voldoendebetaalbare woningenIV. Meer kansen voorurgent woningzoekendenGrondslag voor instructieregels eninstructies op volkshuisvestings-programma’s en getrapte instructie t.a.v.het omgevingsplan(artikel 2.33 en 2.34)Uniforme definities betaalbarewoningen (4.32 Bkl)Instructieregels over de inhoud van devolkshuisvestingsprogramma’s (4.34,4.35 en 4.36 Bkl), waaronder:instructieregels over percentagesbetaalbare woningen, woningbehoeftevan aandachtsgroepen, zorggeschiktewoningen, voldoende bouwlocaties,130% plancapaciteit.Ontheffing van instructieregelsbetaalbare woningen voor gemeentelijkvolkshuisvestingsprogramma(afdeling 4.7 Bkl)Afwijkend percentage betaalbarewoningen in omgevingsverordening(artikel 7.8c Bkl)Uitwerking termijnbetaalbaarheidsopgave enpercentage landelijkgemiddelde aandeel socialehuurwoningenBIJLAGE 2:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 10414 PijlerOmgevingswetBesluit kwaliteit leefomgeving,Besluit bouwwerken leefomgeving enOmgevingsbesluitOmgevingsregelingI. Regieop hoeveel, waar en voorwie we bouwenII. Regie op voldoendebetaalbare woningenVerplichte volkshuisvestings-programma’s (VHP) voor gemeenten,provincies en Rijk (artikel 3.6, 3.8 en 3.9)Aanwijzing woningbouwregio’s inomgevingsverordening door PS(artikel 7.8b Bkl)NVTToevoegen grondslag voor aanwijzingvan gevallen waarin de Ministerbevoegd gezag wordt voor bouw-activiteiten na de beslistermijn(artikel 5.11, eerste lid, onderdeel j)NVTAanpassing regeling termijnenvoorkeursrecht(artikel 9.3 en 9.4)III. Versnelling vanproceduresBevordering toepassing coördinatie-regeling(artikel 16.7a)III. Versnelling vanproceduresVersnellen procedures voor woning-bouwprojecten:– artikel 16.83a: prorogatie– artikel 16.83b: geen beroep gemeentenonderling– artikel 16.86a: geen tweede zitting– artikel 16.87: versnelde behandeling– artikel 16.87a: aanwijzing categorieënvoor versnelde behandeling– artikel 1687b: verkorte uitspraakAanwijzing woningbouwprojecten vanaféén woning(artikel 10.26f Omgevingsbesluit)I. Regieop hoeveel, waar en voorwie we bouwenII. Regie op voldoendebetaalbare woningenGrondslag voor kwartaalrapportagesstand van de woningbouwopgave(Artikel 20.7, tweede lid en artikel 20.15a)Uitwerking in artikel 11.76, tweede lid,onder e en 11.77, onder g, BklIII. Versnelling vanproceduresUitbreiden toepassingsgebied van eenaangewezen experiment bij regelingi.p.v. AMvB (artikel 23.3)III. Versnelling vanproceduresUitzetten Ladder voor duurzameverstedelijking voor nieuwe woning-bouwlocaties(artikel 5.129g Bkl)I. Regieop hoeveel, waar en voorwie we bouwenII. Regie op voldoendebetaalbare woningenActualisatie instructie over aanwijzingwoningbouwcategorieën in hetomgevingsplan(artikel 5.162a Bkl)I. Regieop hoeveel, waar en voorwie we bouwenII. Regie op voldoendebetaalbare woningenGegevensverzameling en verslag-legging i.h.k.v. de volkshuisvestings-programma’s(afdeling 11.6 in Bkl)Publicatie verslagen(10.49e Omgevingsbesluit)III. Versnelling vanproceduresMantelzorg- en familiewoning alsvergunningvrij bijbehorend bouwwerk(artikel 2.21b en paragraaf 2.3.4 Besluitbouwwerken leefomgeving) Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 10415 PijlerWoningwetBesluit toegelaten instellingenvolkshuisvesting 2015Regeling toegelateninstellingen volkshuis-vesting 2015III. Versnelling vanproceduresVerklaring van geen bezwaar van B&Wvervalt voor plaatsen flexwoningen(artikel 41, zevende lid)I. Regieop hoeveel, waar en voorwie we bouwenII. Regie op voldoendebetaalbare woningenWijzigen werkgebied woningcorporatiesnaar provinciegrenzen i.p.v. woning-marktregio’s (artikel 41b)Uitwerking woningmarktregio’swoningcorporaties inclusief versoepelenontheffingsregeling (artikel 35, 37 en37b)Overzicht woning-corporaties in woning-marktregio’sI. Regieop hoeveel, waar en voorwie we bouwenII. Regie op voldoendebetaalbare woningenVervallen gemeentelijke woonvisie(artikel 42)I. Regieop hoeveel, waar en voorwie we bouwenII. Regie op voldoendebetaalbare woningen(Zorg)aanbieders worden uitgenodigdbij maken lokale prestatieafspraken(artikel 44)I. Regieop hoeveel, waar en voorwie we bouwenII. Regie op voldoendebetaalbare woningenIII. Versnelling vanproceduresGeschillenbeslechting lokale prestatie-afspraken ook over nakoming(artikel 44bis)I. Regieop hoeveel, waar en voorwie we bouwenII. Regie op voldoendebetaalbare woningenIV. Meer kansen voorurgent woningzoekendenGrondslagen voor volkshuisvestings-programma’s:– aanwijzing aandachtsgroepen(artikel 62a)– gegevensverzameling over aandachts-groepen (artikel 66)– beleid over huisvesting van aandachts-groepen (artikel 67)– beleid over stedelijke vernieuwing(artikel 80a)Aanwijzing aandachtsgroepen (4.33 Bkl)Gegevensverzameling aandachts-groepen(afdeling 11.6 Bkl)Beleid over huisvesting van aandachts-groepen (artikel 4.34, eerste lid, onder d,Bkl)Beleid over stedelijke vernieuwing:leefbaarheid en sociale samenhang(artikel 4.34, onder e, Bkl)III. Versnelling vanproceduresOpschorten termijn bindende uitspraakbij verzoek tot verkoop (artikel 25, vierdelid) PijlerWet maatschappelijke ondersteuning 2015BvrvI. Regie op hoeveel, waaren voor wie we bouwenIn Wmo-plan aandacht besteden aan woongerelateerdezorg- en ondersteuningsbehoefte van aangewezenaandachtsgroepen én dit integraal in het gemeentelijkvolkshuisvestingsprogramma opnemen. Inclusiefafstemmen met andere gemeente(artikel 2.1.2 en 5.4.2 Wmo).Beleid over woongerelateerde zorg in relatie tot hetWmo-plan(artikel 4.34, tweede lid, Bkl)I. Regie op hoeveel, waaren voor wie we bouwenAanleveren informatie over woongerelateerde zorg- enondersteuningsbehoefte van aandachtsgroepen in hetkader van de lokale prestatieafspraken tussengemeenten, woningcorporaties en huurders-organisaties(artikel 2.5.5 Wmo). PijlerHuisvestingswetRvrvII. Regie op voldoendebetaalbare woningenBegripsbepaling betaalbare koopwoonruimte (artikel 1)Indexering prijsgrens betaalbare koopwoonruimteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 10416 PijlerHuisvestingswetRvrvIV. Meer kansen voorurgent woningzoekendenVerplichte aanwijzing categorieën woonruimte vooraangewezen urgenten(artikel 2)IV. Meer kansen voorurgent woningzoekendenAfspraken over evenwichtige verdeling urgenten in deregio en GS moeten een woningmarktregio aanwijzen(artikel 3 en 6)Normpercentage voor vrijmaken 15% van de aangewe-zen huurwoonruimte voor urgenten (voor gemeenten dieniet in regionaal verband tot een andere afspraak komen)IV. Meer kansen voorurgent woningzoekendenOnderbouwing in gemeentelijk volkshuisvestings-programma van invulling huisvestingsverordening(artikel 6)II. Regie op voldoendebetaalbare woningenBetaalbare nieuwbouwkoopwoonruimte aanwijzenvoor huisvestingsvergunning(artikel 7)IV. Meer kansen voorurgent woningzoekendenVerplichting urgentieregeling met verplichte urgentie-categorieën (incl. grondslag voor nadere voorwaarden)voor gemeenten en gegevensverzameling(artikel 12)Algemene en specifieke voorwaarden urgentenNVTAbsoluut verbod op urgentie voor vreemdelingen(art 12, vierde lid)IV. Meer kansen voorurgent woningzoekendenVerboden weigeringsgronden huisvestingsvergunningaan urgenten(artikel 15)N.B.: voor de Huisvestingswet 2014 zijn er geen regels op besluitniveau PijlerAlgemene wet bestuursrechtIII. Versnelling vanproceduresVerhoging griffierecht voor niet-natuurlijke personen in woningbouwzaken (artikel 8:41)II. Regie op voldoendebetaalbare woningenIII. Versnelling vanproceduresUitsluiten bezwaar en beroep bij (bijlage 2, artikel 1):– verlening of weigering van een ontheffing van instructieregels over percentages betaalbare woningen t.a.v. hetgemeentelijk volkshuisvestingsprogramma; en– de instructie t.a.v. het gemeentelijk en provinciaal volkshuisvestingsprogramma.III. Versnelling vanproceduresUitsluiten beroep bij aangewezen besluiten op grond van artikel 16.87a Bkl (bijlage 2, artikel 2) Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 512, nr. 10417

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c9fdacd46e33c980

14 okt 2026 · abb2a7cf2849a9ef

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.