Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda Formele Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid (Kamerstuk 21501-08-946)
Brontekst
Versie 8df6972b3ecef62b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-08MilieuraadNr. 955 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 22 augustus 2024 De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken enKlimaat over:−de brief van 3 juni 2024 inzake de geannoteerde agenda van de RaadAlgemene Zaken cohesiebeleid d.d. 18 juni 2024 (Kamerstuk 21 501-08,nr. 946),−de brief van 11 maart 2024 inzake het verslag van de Raad AlgemeneZaken cohesiebeleid d.d. 6 februari 2024 (Kamerstuk 21 501-02,nr. 2842),−en over het voorstel van de Europese Commissie d.d. 25 april 2024inzake de Mededeling over het 9e cohesieverslag (2024Z07504).De vragen en opmerkingen zijn op 11 juni 2024 aan de Minister vanEconomische Zaken en Klimaat voorgelegd. Bij brief van 22 augustus 2024zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,BrometDe adjunct-griffier van de commissie,Hoedemaker kst-21501-08-955ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9551 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van deMinister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda van de Raad Algemene Zaken cohesiebeleid die op 18 juni plaatszal vinden in Luxemburg. Zij hebben hierover nog enkele vragen enopmerkingen.1De leden van de PVV-fractie vragen zich af of er een indicatie gegeven kanworden van de investeringen die nodig zijn in klimaatmitigatie enklimaatadaptie om de doelstellingen van de Europese Green Deal tebehalen.AntwoordDe Europese Commissie heeft in januari 2020 haar investeringsplan voorde Europese Green Deal gepresenteerd.1 In het plan kondigde deCommissie een raamwerk aan om publieke en private investeringen tefaciliteren die nodig zijn voor de transitie naar een klimaatneutrale,groene, concurrerende en inclusieve economie. Met het plan zou volgensde Commissie in de periode 2020–2030 ten minste 1 biljoen euro aanduurzame investeringen gemobiliseerd moeten worden.Europese publieke investeringen lopen via het Meerjarig Financieel Kader(MFK). De omvang van het MFK voor 2021–2027 en de EU herstel- enveerkrachtfaciliteit (HVF) bedraagt in totaal 1.835 miljard euro (prijzen vanhet jaar 2018), waarvan 360 miljard euro aan leningen. Op de EuropeseRaad van 17-21 juli 2020 (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1575) is afgesprokendat ten minste 30% van de uitgaven onder het MFK en de HVF gezamenlijkmoeten bijdragen aan de Green Deal klimaatdoelstellingen voor 2030 en2050. Dit gaat over zowel klimaatmitigatie als -adaptatie. De Commissieschat in dat in deze MFK-periode ongeveer 550 miljard euro zal bijdragenaan klimaatdoelstellingen, waarvan ongeveer 133 miljard euro vialeningen onder de HVF. Binnen die 550 miljard euro vallen verder uitgavendie specifiek gericht zijn op klimaat, zoals het Just Transition Fund, enmiddelen uit andere EU-instrumenten die voor een deel voor klimaatmoeten worden aangewend, zoals binnen het cohesie- en landbouwbeleiden het Horizon Europe programma.In aanvulling op de publieke klimaatuitgaven voor de Green Deal zijn erook private investeringen. De Europese Commissie heeft in de impactassessment van het Fit for 55-pakket2 een raming gemaakt van de totaleinvesteringsbehoefte in het energiesysteem ten opzichte van hetbasispad. Dit komt uit op circa. 65 tot 102 miljard euro op jaarbasis voorde gehele EU.2De aan het woord zijnde leden vragen zich af hoe het cohesiebeleid goedbestuur, samenwerking en bestuurlijke efficiëntie heeft ondersteund inNederland. Kan de Minister hier concrete voorbeelden van geven?AntwoordAnders dan programma’s in direct beheer worden de programma’s onderhet Cohesiebeleid uitgevoerd in partnerschap tussen de EuropeseCommissie, de nationale overheden van lidstaten en regionale/lokaleoverheden. Dit zorgt, binnen Nederland, voor verbinding tussen het Rijk,1De groene transitie financieren (europa.eu)2SWD (2020) 176, onderdeel 6.4.1.3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9552 Brussel en de 12 provincies en op deze manier wordt kennis gedeeld.Vanwege deze werkwijze, die ook wel multi-level governance wordtgenoemd, wordt er tussen de Europese Commissie, het Rijk en deprovincies veel samengewerkt aan de programmering van de middelen.Zo moeten bijvoorbeeld alle regio’s een zogenaamde Research andInnovation Strategy for Smart Specialisation (RIS3) opstellen. Hierinbeschrijft een regio waar zij zien dat hun regionaal economische sterkteligt, ook ten opzichte van andere gebieden in de EU. Deze strategieëndienen in eerste instantie als basis voor de investeringen die gedaanworden met middelen uit het cohesiebeleid, maar ze kunnen ook brederworden gebruikt voor de regionale economische ontwikkeling. BinnenNederland worden deze stukken in gezamenlijkheid opgesteld, wat ertoeleidt dat een goede overlegstructuur tussen de verschillende lagen vanoverheid ontstaat waarbinnen gesproken en afgestemd wordt over deregionale economieën en hoe die te verbeteren. Deze strategieën zijn tevinden op de websites van de managementautoriteiten van het EuropeesFonds voor de Regionale Ontwikkeling: het SamenwerkingsverbandNoord-Nederland (SNN), de provincie Gelderland, Stimulus en Kansenvoor West. Voor concrete voorbeelden van alle projecten die zijnuitgevoerd onder het cohesiebeleid, kunt u op www.europaomdehoek.nlterecht.3Ook hebben de voornoemde leden vragen over de veronderstelde directesociale en economische gevolgen van het cohesiebeleid en hoe hetcohesiebeleid heeft bijgedragen tot de verbetering van de bestuurlijkecapaciteit en de kwaliteit van het bestuur in de lidstaten. Kan de Ministerdit kwantificeren voor heel Nederland?AntwoordZie voor de veronderstelde directe sociale en economische gevolgen ookhet antwoord op vraag 4. Het is niet mogelijk de verbetering vanbestuurlijke capaciteit en kwaliteit van bestuur te kwantificeren voor heelNederland. De Europese Commissie heeft in het op 27 maart jl. gepubli-ceerde 9e cohesieverslag3 wel een hoofdstuk opgenomen over de kwaliteitvan bestuur. Op pagina 222 van dat verslag, zijn kaartjes te zien van deverandering in de «European Quality of Government index» per regio,tussen 2010–2017 en tussen 2017–2024.4Tenslotte willen de leden van de PVV-fractie weten wat het aandeel is vanhet cohesiebeleid in het algeheel verbeteren van de werkgelegenheid ensociale indicatoren in Nederland. Deze leden zouden tevens willen wetenom welke sociale indicatoren het gaat en willen graag per indicator eenkwantificering om deze stelling uit het negende cohesieverslag teonderbouwen.AntwoordVolgens het 9e cohesierapport van de Europese Commissie heeft hetCohesiebeleid positieve effecten op de bnp-groei. De twee programma’s(2014–20 en 2021–27) zouden, volgens macro-economische modellen, hetbnp van de EU met 0,9% kunnen laten stijgen tot aan 2030, of 0,6% tot aan2043. Het groei-effect wordt groter ingeschat in lidstaten die relatief meercohesiemiddelen besteden. Ik ben niet bekend met studies over de directeimpact van cohesiemiddelen op de groei van de werkgelegenheid. Welzien we dat de verschillen tussen regio’s sinds 2013 verkleind zijn. Anderesociale indicatoren waar de Commissie naar kijkt zijn onder andere hetaandeel NEETs (aandeel mensen die noch werkzaam is, noch een3https://ec.europa.eu/regional_policy/information-sources/cohesion-report_enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9553 opleiding volgt, noch aan bijscholingstrajecten deelneemt), de werkgele-genheid onder vrouwen, het aandeel huishoudens dat moeite heeft metrondkomen, risico op armoede en sociale exclusie, het aandeel mensenmet een behaald diploma in het voortgezet onderwijs en het werkloos-heidspercentage. Het is echter niet mogelijk te concluderen wat het exacteaandeel van het cohesiebeleid is in de ontwikkeling van deze indicatoren.Onderstaand kader geeft indicatoren weer zoals opgenomen in het9e cohesierapport.EU (gemiddelde)Noord-West EU (w.o. NL)Indicator (EU-gemiddelde)Ontwikkeling2013–2022, inprocent-basispunten% 2022Ontwikkeling2013–2022, inprocent-basispunten% 2022Werkgelegenheid+ 7,8%74,6%+ 4,8%78,2%Werkloosheid– 5,4%6,2%– 2,4%5,1%NEET1 (15–29 jaar)– 4,4%11,7%– 1,7%9,1%Aandeel mensen die eendiploma in het voortgezetonderwijsdiploma+ 7,2%34,3%+ 7,5%38,8%Risico op armoede en socialeexclusie– 2,1%(sinds 2016)21,6%+ 0,2%(sinds 2016)20,0%1 «Not in Education, Employment, or Training», niet in een opleiding noch ergens werkzaam of intraining In Nederland worden de effecten van het Europees Sociaal Fonds (ESF)gemeten door middel van monitoring en evaluaties. De evaluaties van hetESF-programma zijn te vinden op de website4 van de instantie die het ESFin Nederland uitvoert (Uitvoering van Beleid als onderdeel van hetMinisterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid).Op grond van de Europese verordeningen moet aan de EuropeseCommissie worden gerapporteerd over bepaalde gemeenschappelijkeindicatoren. Hieronder valt bijvoorbeeld ook hoeveel mensen zijngeholpen met ondersteuning vanuit het ESF en hoeveel mensen aan hetwerk zijn geholpen. Voor het Nederlandse ESF-programma, worden dezedata gepubliceerd met een dashboard5 van het CBS. Hierop is bijvoor-beeld te zien dat in de periode tussen 2014 en 2022 383.370 uniekedeelnemers zijn bereikt, waarvan 132.520 deelnemers zijn uitgestroomdnaar (verbeterd) werk.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken cohesiebeleid. Dezeleden willen het belang van cohesiebeleid benadrukken omdat desamenwerking en concurrentiekracht van de EU essentieel zijn en hetcohesiebeleid hier een belangrijke bijdrage aan levert. Zij hebben hier nogenkele vragen opmerkingen en vragen bij.De aan het woord zijnde leden zijn van mening dat de cohesiefondsen vancruciaal belang zijn voor regionale ontwikkeling, het halen van doelstel-lingen van de Europese Green Deal, en zodoende voor het versterken van4https://www.uitvoeringvanbeleidszw.nl/evaluatierapporten5https://dashboards.cbs.nl/v3/ESF_2014tm2022/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9554 de concurrentiekracht en samenwerking in de EU. Deze leden lezen dat dedemissionair Minister verder het belang van deze fondsen in relatie tot hetafbouwen van strategische onafhankelijkheden benadrukt. Ook dezedoelstelling onderstrepen deze leden.5Is de demissionaire Minister het eens met de noodzakelijkheid van dezefondsen in het kader van een weerbare EU, onze strategische autonomieen concurrentiekracht? Welke consequenties hebben bezuinigingen opdeze fondsen op de concurrentiekracht en weerbaarheid van de EU?AntwoordHet kabinet is van mening dat horizontaal Europees beleid van belang isvoor de versterking van de economie en de ondersteuning van hetEuropees concurrentievermogen ten opzichte van derde landen. Europesefondsen bieden Europa de mogelijkheid om met inachtneming van hetgelijk speelveld strategisch industriebeleid te voeren ter bevordering vanhet concurrentievermogen en het afbouwen van risicovolle strategischeafhankelijkheden van derde landen. Daarnaast onderstreept het kabinethet belang van het versterken van de interne markt (als basis voor eensterk en concurrerend Europa), het aantrekken van privaat kapitaal ennationale investerings- en hervormingsmaatregelen. Dat zijn allemaalbelangrijke bouwstenen voor het versterken van het Europees concurren-tievermogen, die in samenhang moeten worden bezien. Op dit momentzijn geen directe bezuinigingen op de fondsen onder het cohesiebeleidvoorzien.6De demissionaire Minister schrijft in haar brief over een gebiedsgerichteaanpak. Wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie betreft is het belangom ongelijkheid tussen regio’s te verkleinen bij de inzet van cohesie-fondsen groot. Is de demissionaire Minister het met deze leden eens? Is zijbereid ook hiermee rekening te houden in de gebiedsgerichte aanpakzodat achtergestelde regio’s geholpen worden in hun ontwikkeling? Is zijbereid dit mee te nemen in haar inzet? In het negende cohesierapportkomt naar voren dat veel delen van Europa een opmerkelijke opwaartseeconomische en sociale convergentie hebben doorgemaakt. In degeannoteerde agenda noemt de demissionaire Minister dat er ookgebieden zijn die in een «ontwikkelingsval» dreigen te raken. Hier pakt deMinister vervolgens niet op door in haar inzet. De voornoemde ledenvinden de uitdagingen voor sommige regio’s zeer zorgelijk. Is dedemissionaire Minister bereid zich ervoor in te zetten dat de aanbeve-lingen rondom sterktes, kansen en behoeften van gebieden, juist ook voorde gebieden die in een «ontwikkelingsval» dreigen te raken, wordenopgenomen in de Raadsconclusies? Op welke manier gaat de demissio-naire Minister zich er verder voor inzetten dat juist de meest kwetsbareregio’s ook baat hebben bij de cohesiefondsen en ook worden bereikt?AntwoordHet cohesiebeleid dient zich, wat Nederland betreft, zo veel mogelijk teblijven richten op de meest achterblijvende regio’s, maar zou in principebeschikbaar moeten kunnen blijven voor alle regio’s in de Unie. Hierbij zalde inzet van het kabinet in de toekomst meer gericht worden op watregio’s specifiek nodig hebben; een meer plaatsgebonden beleid.Achtergestelde regio’s (en regio’s die in een zogenaamde ontwikkelingsvaldreigen te raken) zouden met het toekomstig cohesiebeleid meer moetenworden uitgedaagd hun productiviteit te vergroten en hun socialeproblematiek op te lossen door te kijken waar hun sterktes zitten endaarop te specialiseren; onderzoek en innovatie, multi-level samen-werking en slimme specialisatie zijn hiervoor essentieel en de beschik-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9555 baarheid van menselijk kapitaal en beleid op het gebied van socialeinclusie zijn randvoorwaardelijk. Wat het kabinet betreft zou hier blijvendgebruik moeten worden gemaakt van de regionale innovatiestrategieën(RIS3, zie ook antwoord op vraag 2) als basis voor de richting die eenregionale economie op zou kunnen gaan en kan meer specifiek wordengekeken naar sterktes van een regio op basis van de aanwezigeonderzoeks- en innovatie ecosystemen, uitgegeven patenten, aanwezigeonderzoeks- en onderwijsinstellingen etc.7Ook staat in het cohesierapport dat klimaatverandering regionaleongelijkheden dreigt te vergroten. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie achten het van belang dat voor deze regio’s concrete handvattenkomen. Op welke manier wordt deze dreiging het hoofd geboden? Gaatde demissionaire Minister zich inzetten om hiervoor ruimte te vinden inhet cohesiebeleid? Zo nee, waarom niet?AntwoordHet kabinet wil dat ook toekomstig cohesiebeleid, net als het huidige,bijdraagt aan de groene transitie. Het is hierbij wel van belang dat er goedonderscheid wordt gemaakt tussen klimaatmitigatie en -adaptatie; bijklimaatmitigerende maatregelen moet worden geborgd dat deze geenmarktverstorende effecten teweegbrengen, terwijl bij klimaatadaptatieoverheidsingrijpen noodzakelijk blijft.Binnen dit thema speelt ook het vraagstuk van een rechtvaardige transitie.Voor Nederland is dit essentieel, iedereen moet mee kunnen doen. Hetidentificeren van regio’s die een extra opgave hebben ten aanzien van deenergietransitie kan daarbij helpen. Qua inhoud zou hierbij kunnenworden gekeken naar de ontwikkelde Nederlandse (regionale) klimaat- enenergiestrategieën en eventuele sociale opgaven van een regio. Eenrechtvaardige transitie houdt daarnaast ook rekening met een eerlijkelastenverdeling tussen burgers, bedrijven, overheden en maatschappelijkeorganisaties en instellingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda van de Raad Algemene Zaken cohesiebeleid. Zij hebben bij dezeagenda nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat deMinister van mening is dat er binnen het cohesiebeleid aandacht moet zijnvoor het (door)ontwikkelen van strategische industrieën en het vermin-deren van strategische afhankelijkheden, op bijvoorbeeld het gebied vankritieke grondstoffen en de energietransitie. Deze leden zijn vergenoegdmet het feit dat het kabinet deze aandachtspunten breed op de Europeseagenda wil zetten.8Op welke manier worden nu in Nederland cohesiegelden ingezet omafhankelijkheid van Nederland ten opzichte van bijvoorbeeld China teverminderen?Antwoord(Open) strategische autonomie is geen directe doelstelling van hetcohesiebeleid, maar er gaat wel veel geld onder het cohesiebeleid naarinnovatie; voor meer ontwikkelde regio’s is minstens 85% van demiddelen uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling opnationaal niveau bestemd voor innovatie -of vergroeningsdoelstellingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9556 Dit helpt om de Unie als geheel competitiever te maken en minderafhankelijk van derde landen als China.Op 29 februari 2024 is in Straatsburg de verordening tot oprichting vanhet platform voor strategische technologieën voor Europa («STEP»)6opgericht. Dit platform heeft o.a. tot doel om de strategische afhankelijk-heden van de Unie in strategische sectoren te verminderen, het concur-rentievermogen van de Unie te vergroten. Lidstaten kunnen er overigensnu al voor kiezen om hun JTF, ESF+ en/of EFRO-middelen in te zetten voordeze technologieën.9De aan het woord zijnde leden vragen ook aan de Minister hoe op ditmoment (tijdens het huidige Meerjarig Financieel Kader (MFK)) aan zakenals veiligheid en defensie prioriteit wordt gegeven bij besteden vancohesiegelden? Hoeveel van de cohesiegelden wordt er momenteelbesteed aan de defensie-industrie in de EU? Is het mogelijk om ookbinnen het huidige MFK en cohesiebudget meer te investeren in dedefensie-industrie, bijvoorbeeld door dit in de Europese regio’s tebesteden? Deze leden zijn namelijk van mening dat de cohesiefondsenaan modernisering toe zijn en zien daarbij kans voor het robuuster makenvan de Europese defensie-industrie. Deelt de Minister deze mening en zietde Minister kans om dit ook mee te geven in de Raad?AntwoordHet cohesiebeleid richt zich op lange termijn structurele hervormingen eninvesteringen in innovatie, vergroening, digitalisering, menselijk kapitaalen sociale inclusie. Hierop wordt soms een uitzondering gemaakt in gevalvan crisis. Vanwege de situatie in Oekraïne is het nu mogelijk ommiddelen uit het Cohesiebeleid over te hevelen naar het financiëleinstrument onder de «verordening ondersteuning munitieproductie», dezeondersteunt acties die knelpunten in de productiecapaciteit en toebeho-rende toeleveringsketens aanpakken. Uw kamer is hier destijds overgeïnformeerd7.Tijdens deze Raad was het nieuwe kabinet nog niet geïnstalleerd en dus iser niet vooruitgelopen op de positie van Nederland ten aanzien van hetvolgend MFK, want dit is aan het nieuwe kabinet. Een standpunt tenaanzien van het volgend MFK zal de komende tijd verder wordenuitgewerkt en uw Kamer zal daar te zijner tijd over worden geïnformeerd.De voornoemde leden hebben vernomen dat er discussies lopen, en ookop zullen komen, over de hervorming van het nieuwe MFK vanaf 2027.10Kan het kabinet een schets geven van het krachtenveld in de EU waar hetgaat om hervormingen van het MFK en dan met name het herprioriterenvan de huidige cohesiegelden, bijvoorbeeld door cohesiegelden anders inte zetten aan bijvoorbeeld de Europese defensie-industrie? Deelt deMinister de mening dat het volgende MFK juist veel meer zou moetenfocussen op thema’s als defensie en veiligheid, zeker kijkend naar degeopolitieke realiteit? Hoe weegt de Minister de oproep van de PortugeseEurocommissaris Elisa Ferreira om de cohesiegelden niet anders tebesteden?86Verordening (EU) 2024/795 van het Europees Parlement en de Raad7Kamerstuk 22112, nr. 3720 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakin-gen.nl)8«EU-defence spending should not cut into cohesion funds, Commissioner warns (Euractiv, 4juni 2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9557 AntwoordDe cohesiegelden voor dit huidige MFK liggen vast in landenenveloppen.De prioriteiten zijn vastgelegd in de verordening. Voor rijke regio’s zijn dedoelstellingen innovatie en verduurzaming en sociale inclusie, ontwik-keling. Voor armere regio’s geldt dat een meer verbonden Europa enburgerschap ook doelstellingen zijn. Defensie valt daar niet onder. Wel ishet zo dat sinds het aannemen van de STEP-verordening (zie tevens hetantwoord op vraag 8) het mogelijk is om met middelen uit het cohesie-beleid in te zetten op specifieke technologieën waarin de EU op ditmoment een strategische afhankelijkheid kent.Eurocommissaris Ferreira gaf aan dat ze niet wilde dat defensie-uitgavenin het volgende MFK ten koste gaat van het budget voor Cohesiebeleid.Het is nog te vroeg om uitspraken te doen over de verschillende uitgaven-categorieën binnen het volgende MFK, het kabinet zal uw Kamer te zijnertijd informeren over de Nederlandse MFK-inzet.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met interesse kennisgenomen van destukken voor de Raad Algemene Zaken cohesiebeleid. Zij hebben hierbijenkele vragen en opmerkingen.De leden van de NSC-fractie lezen in het verslag van de Informele RaadAlgemene Zaken van 6 februari jl. dat het voorzitterschap oproept tot hettonen van meer solidariteit. Deze leden zijn het er in het kader vancohesiebeleid mee eens dat solidariteit tussen lidstaten belangrijk is.11Echter, de leden van de NSC-fractie vragen de Minister of er ookgesproken is over financiële solidariteit? Hierbij vragen deze leden uitwelke aspecten de financiële solidariteit zou moeten bestaan, zowel in deogen van de Minister zelf als van de andere EU-lidstaten?AntwoordHier is op de informele RAZ Cohesie van 6 februari niet expliciet overgesproken.De aan het woord zijnde leden zijn het met Eurocommissaris Ferreira eensdat het cohesiebeleid de afgelopen jaren heeft laten zien zich aan tekunnen passen en bij te dragen aan uitdagingen.12Hierbij vragen deze leden of er ook kaders zijn vastgelegd binnen hetcohesiebeleid voor toekomstige uitdagingen? Indien dit het geval is,vragen deze leden zich af welke kaders dit zijn?AntwoordBinnen het cohesiebeleid is sinds deze programmaperiode (2021–2027)verplicht om een tussentijdse evaluatie van de verschillende JTF, EFRO,ESF+ en (eventueel) cohesiefonds programma’s uit te voeren. Dezeevaluatie moet rekening houden met de nieuwe uitdaging die deCommissie heeft geïdentificeerd in de in 2024 aangenomen landspecifiekeaanbevelingen9, de vooruitgang bij de uitvoering van de energie- enklimaatplannen, de vooruitgang bij de uitvoering van de beginselen vande Europese pijler van sociale rechten, de sociaaleconomische situatievan de lidstaat, de uitkomsten van de evaluatie en de vooruitgang bij hetbereiken van de tussendoelen van de programma’s. Op basis van al dezezaken kan gekozen worden herzieningen voor te stellen aan deCommissie. Vijftig procent van de totaalbudgetten van 2026 en 2027 van9https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11711-2024-INIT/nl/pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9558 de programma’s kan dan worden gebruikt voor eventuele nieuweprioriteiten die ondersteund zouden moeten worden gegeven deevaluatie. Binnen Nederland zijn de verschillende beheerautoriteiten opdit moment bezig met de selectie van onderzoeksbureaus voor deevaluatie van de programma’s. Deze evaluatie zal na afronding gepubli-ceerd worden op de websites van de verschillende beheerautoriteiten.De voornoemde leden lezen dat EU-uitbreiding, klimaatverandering,arbeidsmarktkrapte en de toename van milieurampen hedendaagse entoekomstige uitdagingen zijn.13Deze leden vragen de Minister of volgens haar de thema’s veiligheid,voedselzekerheid en energiezekerheid ook onderdeel zouden moetenuitmaken van het cohesiebeleid? Voorts vragen zij de Minister welkeuitdagingen er zijn voor het cohesiebeleid met betrekking tot deEU-uitbreiding?AntwoordVoor wat betreft de uitdagingen voor het cohesiebeleid met betrekking totEU-uitbreiding verwijs ik uw Kamer graag naar de kabinetsappreciatie10van de mededeling van de Europese Commissie over de toekomst vanEuropa in het licht van uitbreiding van de EU. Daarin heeft het kabinetaangegeven de visie van de Commissie te delen dat cohesiebeleidgemoderniseerd te worden. Het kabinet is van mening dat nadere analysenodig is om te bezien op welke manier dit kan gebeuren. Zoals aange-geven in de appreciatie is een houdbare en moderne EU-begroting daarbijvoor het kabinet het uitgangspunt.Uw Kamer zal te zijner tijd worden betrokken bij de Nederlandse positie-bepaling voor het volgende MFK.14De leden van de NSC-fractie vragen de Minister welk effect het voorlig-gende cohesiebeleid 2024–2029 heeft voor Nederland. Deze leden zijndaarbij onder andere benieuwd naar de gevolgen voor het bbp, hetwerkloosheidspercentage en de arbeidsparticipatie.AntwoordZie het antwoord op vraag 4 voor een inschatting van de effecten van hetcohesiebeleid op het bnp tot en met 2043 en een inschatting van deeffecten op werkloosheid en de arbeidsparticipatie in de huidige program-maperiode tot en met 2027.15De aan het woord zijnde leden zijn blij te lezen in de geannoteerde agendadat het van uiterst belang is dat de rechtsstaat wordt gerespecteerd.Hierbij vragen deze leden of het inzetten van de Common ProvisionsRegulation van de Europese Commissie een gewenst effect heeft gehadmet betrekking tot de rechtsstaat in Hongarije?AntwoordNaar aanleiding van de aanhoudende zorgen over de rechtsstaat en decorruptieproblematiek in Hongarije zijn er in 2022 drie instrumenteningezet tegen Hongarije, om door middel van opschorting van uitbetalingvan EU-middelen hervormingen op het terrein van rechtsstaat af tedwingen. Op basis van de Common Provisions Regulation (CPR) is in 202210Geannoteerde Agenda informele Raad Algemene Zaken 29 en 30 april 2024 | Publicatie |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9559 21,3 miljard euro opgeschort. Zoals ook vermeld in het verslag van deEurogroep en Ecofinraad 7 en 8 december 2023 (Kamerstuk 21 501-07,nr. 1995), is van dit bedrag inmiddels 10,2 miljard euro weer gedeblok-keerd. Dit omdat Hongarije stappen heeft ondernomen om tegemoet tekomen aan de zorgen op het terrein van corruptie en rechterlijke onafhan-kelijkheid, en de Commissie op 13 december 2023 oordeelde datHongarije hiermee gedeeltelijk voldoet aan de horizontale randvoor-waarde uit de CPR. Dit toont aan dat het CPR heeft aangezet tot rechts-staathervormingen. Het kabinet blijft zich onverminderd inzetten op eeneffectieve en duurzame aanpak van de rechtsstaat- en corruptieproblemenin Hongarije.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Raad Algemene Zaken cohesiebeleid. Daarover hebben zijeen set opmerkingen en vragen.De leden van de BBB-fractie vragen zich af – in overeenstemming met dedoor de Minister opgestelde geannoteerde agenda – hoe er meerdoelgericht cohesiebeleid kan worden gevoerd, waar concrete doelenmomenteel soms lijken te missen. Nederland heeft circa 2 miljard Eurovoor het cohesiebeleid gekregen.11 Italië heeft het beter onderhandeldmet 42,7 miljard euro,12 en Spanje ook met 37,3 miljard euro.1316Waarom is Nederland akkoord gegaan met zo’n laag bedrag? De ledenvan de BBB-fractie vrezen dat de EU steeds meer een transferunieverworden is, waarin geld van Noord-Europa naar Zuid-Europa vloeit.AntwoordDe middelen uit het cohesiebeleid worden verdeeld in zogenaamdelandenenveloppen. De Europese Commissie gebruikt daarvoor een vasteverdeelsleutel: de «Berlijn methode». Deze verdeelsleutel is gebaseerd opregionaal bbp per capita, en verdeelt Europese regio’s in drie categorieën:meer ontwikkeld, transitie, en minder ontwikkeld. Hoe groter het aantal«minder ontwikkelde» regio’s een lidstaat heeft, hoe meer middelen zijkrijgen toebedeeld. Dit past binnen de doelstellingen van het cohesie-beleid. Lidstaten kunnen vervolgens zelf de aan hen toegewezen middelenbinnen de lidstaat verder verdelen. Het kabinet vindt dat onder hetcohesiebeleid de meeste middelen moeten blijven gaan naar de regio’sdie sociaaleconomisch gezien het minst ontwikkeld zijn. Zowel Italië alsSpanje hebben in de huidige periode 2021–2027 meer regio’s die in decategorie «minder ontwikkeld» vallen dan Nederland. Voor de totalemiddelenverdeling naar lidstaten verwijs ik u naar de websitehttps://cohesiondata.ec.europa.eu/ van de Europese Commissie. Tussen2018 en 2020 zijn hier onderhandelingen over gevoerd, de BerlijnMethode is hierbij door Nederland slechts beperkt ter discussie gesteld,zie ook het BNC-fiche over de gemeenschappelijke bepalingen voor deESI-fondsen van juli 201814. De Nederlandse inzet was er destijds opgericht om de middelen uit cohesiebeleid te richten op de minderwelvarende lidstaten.11«Cohesiebeleid van de EU: Commissie keurt partnerschapsovereenkomst met Nederland terwaarde van 2 miljard euro voor 2021–2027 goed» (Persbericht Europese Commissie, 24 juni2022).12«EU Cohesion Policy: € 42.7 billion for Italy to support sustainable growth, employment andmodernisation while reducing regional disparities» (Persbericht Europese Commissie, 19 juli2022).13«EU Cohesion Policy: € 37.3 billion for Spain to support its green transition and a fair andcompetitive economy» (Persbericht Europese Commissie, 21 november 2022).14Kamerstuk 22 112, nr. 2628Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 95510 De voornoemde leden vrezen ook dat de Minister op de Raad AlgemeneZaken cohesiebeleid mogelijk een verkeerde indruk geeft van wat mogelijkde toekomstige inzet zal worden van Nederland in het nieuwe politiekelandschap.17Kan de Minister waarborgen dat er op de Raad Algemene Zaken geentoezeggingen van Nederland gedaan worden over nieuwe geldbedragenen onderhandelingsverwachtingen? Is het de verwachting van de Ministerdat Nederland wederom naast het net vist en wederom slechts een paarmiljard gaat kunnen krijgen ná de volgende termijn, terwijl Zuid-Europeselidstaten tevreden weg kunnen lopen met tientallen miljarden?AntwoordNederland heeft tijdens de RAZ-Cohesie geen toezeggingen gedaan overgeldbedragen en onderhandelingsverwachtingen. Zoals aangegeven in debrief van donderdag 13 juni jl. (Kamerstuk 21 501-08, nr. 950) over ditSchriftelijk Overleg, heeft Nederland tijdens de discussie in de Raadaangegeven dat de Nederlandse positie op het volgende MFK (inclusiefhet cohesiebeleid) zal worden uitgewerkt door het nieuwe kabinet. Op hetmoment van de Raad Algemene Zaken – Cohesie, was het kabinet nogniet geïnstalleerd.18De Minister schrijft dat er «groene investeringen nodig zijn». De aan hetwoord zijnde leden vragen zich af wat de Minister hiermee bedoelt. Kande Minister specificeren of ook kernenergie hier volgens de Minister ondervalt?AntwoordMet deze formulering worden investeringen bedoeld die op dit momentvallen onder de beleidsdoelstelling 2 van het cohesiebeleid: een GroenerEuropa. Binnen de relevante wetgeving wordt dit uitgelegd als: «eengroenere, koolstofarme transitie naar een koolstofneutrale economie eneen veerkrachtig Europa door de bevordering van een schone enrechtvaardige energietransitie, groene en blauwe investeringen, decirculaire economie, klimaatmitigatie en -adaptatie, risicopreventie enrisicobeheersing, en duurzame stedelijke mobiliteit». Hierbij kan – op ditmoment – geen steun worden verleend aan de bouw of ontmanteling vankerncentrales vanuit twee grote fondsen onder het cohesiebeleid(Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling; EFRO en het Fondsvoor een Rechtvaardige Transitie) aangezien dat soort investeringen op deuitsluitingslijst staan.19De leden van de BBB-fractie zijn het ermee eens dat regionale overhedenvoor grote uitvoeringsopgaven liggen. Deze leden menen dat de redendaarvoor ook bij de EU zelf ten grondslag ligt, bijvoorbeeld op het gebiedvan steeds verdergaande klimaat-, natuur-, en IMVO-opgaven. Hoe ziet deMinister dit?AntwoordHet kabinet vindt het belangrijk dat er op EU-niveau wordt gewerkt aanonderwerpen als digitalisering, natuur, klimaat en IMVO. Dit brengtonvermijdelijk uitvoeringsopgaven met zich mee, ook voor regionaleoverheden. Het kabinet vindt het belangrijk dat we die uitvoering zo goedmogelijk vormgeven, met zo min mogelijk regeldruk. Voor het kabinet isbetere EU-regelgeving dan ook al jaren prioriteit en Nederland zet,evenals een aantal andere lidstaten, hier op EU-niveau stevig op in. Zodringt het kabinet er bij de Europese Commissie op aan om per voorstelTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 95511 de effecten vooraf goed in kaart te brengen middels impact assessments.Ook de uitvoeringslasten voor overheden moeten daarbij goed wordenmeegenomen. Daarnaast bepleit het kabinet het onderzoeken van decumulatieve effecten van wet- en regelgeving op (lokale en regionale)overheden, burgers en bedrijven en is het kabinet voorstander van het«one in one out» principe voor EU wet- en regelgeving. Om administra-tieve lasten te verminderen onderschrijft het kabinet daarnaast het doelvan een 25%-daling van de lasten die veroorzaakt worden doorrapportageverplichtingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de Volt-fractieDe leden van de Volt-fractie hebben met genoegen gelezen dat deaankomende Raad Algemene Zaken d.d. 18 juni 2024 in het teken zal staanvan het cohesiebeleid. Naar aanleiding van de punten op de geannoteerdeagenda hebben de leden van de Volt-fractie enkele vragen.In de geannoteerde agenda wordt door de Minister uitgesproken dat erbinnen het cohesiebeleid meer aandacht moet komen voor een «humancapital agenda», die ondersteunend moet werken aan de transities.20De leden van de Volt fractie vragen zich het volgende af: hoe ziet hetkabinet een «human capital agenda» voor zich binnen het cohesiebeleid?Kan de Minister een voorbeeld geven van wat er onder een «humancapital agenda» valt? En onderstreept zij deze agenda?AntwoordHet Cohesiebeleid kan lidstaten ondersteunen bij de verwezenlijking vanhoge werkgelegenheidsniveaus en een rechtvaardige socialebescherming, en bij de ontwikkeling van een geschoolde en veerkrachtigeberoepsbevolking die voorbereid is op de overgang naar een groene endigitale economie. Investeren in menselijk kapitaal is van groot belang omdeze transities te kunnen maken en om iedereen mee te krijgen. Dezeinvesteringen dragen bij aan de bevordering van productiviteit, arbeids-marktparticipatie en sociale inclusie op individueel niveau en aan hetconcurrentievermogen op collectief niveau. Binnen het cohesiebeleid is deondersteuning van leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs (vso)en het praktijkonderwijs (pro) met financiering uit het ESF+ 2021–2027 hiereen voorbeeld van. Deze subsidie is beschikbaar gesteld voor dearbeidsmarktgerichte begeleiding van leerlingen in het vso en het pro. Zievoor meer details https://www.uitvoeringvanbeleidszw.nl/subsidies-en-regelingen/esf/hoofdstukken-esf-2021-2027/vso-pro-esf-2021-2027.De aan het woord zijnde leden lezen ook dat er in de concept Raadscon-clusies voor de Raad Algemene Zaken cohesiebeleid expliciet meldingwordt gemaakt van de mogelijkheid om na te denken over de manierwaarop het cohesiebeleid prestatiegerichter kan worden gemaakt. Ditwordt verder aangemerkt via de door de Europese Commissie opgerichtehigh-level expert group.21Deze leden vragen zich dan ook af hoe de Minister kijkt naar het prestatie-gerichter maken van het cohesiebeleid. Staat de Minister achter deuitspraken in de Raadsconclusies en gedaan door de high-level expertgroup hierover? Aan wat voor specifieke prestaties wordt er gedacht?AntwoordHet kabinet heeft ingestemd met de raadsconclusies en dus met debetreffende passage dat er zou moeten worden gekeken naar mogelijk-heden het volgende Cohesiebeleid meer prestatiegericht te maken door teTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 95512 kijken naar lessen die te trekken zijn uit de huidige instrumenten onder ditbeleid als ook andere EU-begrotingsinstrumenten. Dit mag dit niet tenkoste gaan van de effectiviteit en hierbij moet gebruik worden gemaaktvan gedegen beleidsevaluaties waarbij ook goed wordt gekeken daar deimplicaties voor de uitvoering en controlesystemen.Het kabinet heeft geen positie ingenomen ten aanzien van de adviezenvan de high-level expert groep.Een precieze positie ten aanzien van het meer prestatiegericht maken vanEU-uitgaven zal onderdeel zijn van de bredere Nederlandse inzet op hetvolgende Meerjarig Financieel Kader. Uw Kamer zal hier op een latermoment over worden geïnformeerd.22De voornoemde leden lezen ook dat de bureaucratie verminderd moetworden. Kan de Minister aangeven hoe zij de bureaucratie rondom decohesiemiddelen gaat verminderen? Krijgen minder goed ontwikkelderegio’s hier ook ondersteuning bij?AntwoordOp dit moment kunnen beheerautoriteiten gebruik van technischeassistentie binnen het cohesiebeleid. Zoals in de raadsconclusies isopgenomen is het belangrijk dat ook in het volgend MFK goed wordtgekeken hoe het Cohesiebeleid verder kan worden vereenvoudigd voorbegunstigden en beheerautoriteiten, bijvoorbeeld door meer te declarerenop uitkomsten in plaats van kosten en meer gebruik te maken vanvereenvoudigde kostenopties, hierbij rekening houdend met specifiekekenmerken van de verschillende lidstaten. Nederland is er verdervoorstander van te kijken naar verbetering en vereenvoudiging vanbestaande instrumenten, en afhoudend te zijn bij het oprichten vannieuwe fondsen. De komende tijd zal de positie over het toekomstigCohesiebeleid verder worden uitgewerkt. Uw Kamer zal hier te zijner tijdover geïnformeerd worden.Verder lezen de leden van de Volt-fractie dat de high-level expert grouponderschrijft dat het cohesiebeleid hervormd moet worden om toene-mende ongelijkheden in de EU aan te pakken, het vertrouwen van deburgers in de EU te herstellen en de euroscepsis te verminderen.23Hoe kijkt de Minister naar de aanbeveling van de high-level expert group?Deelt de Minister dit beeld? Ook lezen deze leden dat de high-level expertgroup stelt dat er meer maatwerk geleverd moet worden en het beleidplaats- en mensgericht moet worden gemaakt. Deze leden vragen zich afof het kabinet hier concrete voorbeelden van kan geven wat er bedoeldwordt met meer maatwerk en hoe het beleid plaats- en mensgericht kanworden gemaakt?AntwoordHet kabinet is van mening dat er in de toekomst wel meer zou kunnenworden gekeken wat regio’s specifiek nodig hebben; een meer plaatsge-bonden beleid, zie een uitgebreider antwoord bij vraag 6.De voornoemde leden lezen dat het Europees Parlement pleitte voor eentoename van het totale cohesiebudget, met aandacht voor achtergeblevenregio’s. Deze leden onderstrepen dit en hebben daar de volgende vragenover.24Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 95513 Deelt de Minister de mening van het Europees Parlement dat eentoename in het totale cohesiebudget gerealiseerd moet worden? Zo ja,waarom wel? Zo niet, waarom niet? En mocht dit ter sprake komen tijdensde Raad Algemene Zaken, wat zal de Minister dan in deze discussieinbrengen?AntwoordZoals aangegeven in het antwoord op een van de vragen van de ledenvan de NSC-fractie is een houdbare en moderne EU-begroting voor hetkabinet het uitgangspunt. Uw Kamer zal te zijner tijd worden betrokken bijde Nederlandse positiebepaling op het volgende MFK.De aan het woord zijnde leden hebben ook enkele vragen over detoekomst van het cohesiebeleid.25Wat zijn de belangrijkste onderwerpen van discussie met betrekking tot detoekomst van cohesiebeleid, en wat is het belang van elk van dezeonderwerpen? Kan de Minister aangeven hoe het krachtenveld eruitzietmet betrekking tot deze onderwerpen? Welke principes zouden volgens deMinister leidend moeten zijn na 2027 bij het opstellen van het cohesie-beleid?AntwoordIn de Raadsconclusies over het 9e Cohesierapport is de Commissie doorde Raad opgeroepen om voor het cohesiebeleid na 2027 meer te kijkennaar meer regio-specifiek beleid met speciale aandacht voor de uitda-gingen waar de EU nu voor staat: groen, digitaal, industriële en geogra-fische en de verschillende niveaus van regio’s sociaal en economisch.Er wordt op dit moment door het kabinet gewerkt aan een gedetail-leerdere positie ten aanzien van het toekomstig Cohesiebeleid. Uw Kamerzal daar te zijner tijd over geïnformeerd worden. Het krachtenveld zal zichook verder uitkristalliseren naarmate we dichterbij de onderhandelingenover het MFK en de toekomstige programma’s komen.26Kan de Minister aangeven wat haar standpunt gaat zijn wanneer dittijdens de Raad Algemene Zaken cohesiebeleid ter sprake gaat komen?AntwoordNederland heeft tijdens de Raad aangegeven dat, in samenwerking metmedeoverheden, wordt gewerkt aan een gezamenlijk beeld over hettoekomstig cohesiebeleid, en dat de uiteindelijke positiebepaling aan hetvolgende kabinet is.27De oprichting van een zogenoemde solidariteitsfaciliteit waarin extrabudget beschikbaar is om externe factoren te beheren kan een soepeluitbreidingsproces faciliteren volgens Letta. Kan de Minister aangevenhoe zij tegenover zo’n solidariteitsfaciliteit staat? Wat zijn de voor- ennadelen van zo’n faciliteit en onderstreept zij de conclusie van Letta datwanneer er niks wijzigt, de politieke en publieke steun voor cohesiebeleidkan eroderen? Welke concrete mogelijkheden zijn er volgens de Ministerom de politieke en publieke steun voor het cohesiebeleid te waarborgen?AntwoordIn de appreciatie van het Letta-rapport, die op 8 mei jl. met uw Kamer isgedeeld, is aangegeven dat het kabinet voorstander is van eenomkeerbaar en op merites gebaseerd integratieproces. GeleidelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 95514 integratie moet goed voorbereid worden en dient de integriteit van deinterne markt niet aan te tasten. Ook dient geleidelijke integratie volgenshet kabinet in beginsel te passen binnen de kaders van de bestaandeassociatieakkoorden. Overname, implementatie en handhaving van hetEU-acquis en de Kopenhagen-criteria, waarbij de rechtsstaat centraalstaat, vormen de basis voor voortgang van kandidaat-lidstaten in hettoetredingsproces; op terreinen waar in te toekomst geleidelijke integratievoorgesteld wordt dient alle relevante EU-acquis overgenomen engeïmplementeerd te zijn.Zoals voorts aangegeven in de kabinetsappreciatie van het Letta-rapport,vindt het kabinet de conclusie dat effecten van eventuele EU-uitbreidingfinancieel ondervangen moeten worden te voorbarig. Uit het voorstel vanLetta wordt bovendien niet duidelijk op welke manier het voorgesteldefonds gefinancierd zou worden. Zoals in andere antwoorden aangegeven,zal uw Kamer te zijner tijd betrokken worden bij de Nederlandse positiebe-paling op het volgende MFK.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 95515
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.