Voortgang slavernijverleden
Brontekst
Versie 81b9b5e0d6b3c5af · officiële bronInleiding Dit kabinet geeft verdere invulling aan de stappen die sinds de excuses voor het slavernijverleden zijn gezet om bewustwording, erkenning en aandacht voor de doorwerking van het slavernijverleden te versterken. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van deze inzet. Ook informeer ik u over de voortgang van de vervolgtrajecten in het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname. Dat doe ik mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie en de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid. Voortgang beleidsintensiveringen Kennis van onze gedeelde geschiedenis in het funderend onderwijs Het doel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) was dat alle scholieren meer en brede kennis hebben over de gedeelde geschiedenis. Hiertoe zijn veel stappen gezet. In 2025 zijn de definitieve conceptkerndoelen voor het leergebied Mens en Maatschappij opgeleverd. Hierin is, specifieker dan in de huidige kerndoelen, opgenomen dat leerlingen kennis moeten opdoen over het koloniaal en slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden. Deze kerndoelen worden momenteel vastgelegd in wet- en regelgeving, en treden naar verwachting op 1 augustus 2027 in werking. Daarnaast zijn er in 2025 opdrachten uitgezet voor het ontwikkelen van een handreiking koloniaal en slavernijverleden, en het opleiden van gastsprekers voor het verzorgen van gastlessen. De handreiking wordt naar verwachting eind dit jaar opgeleverd. Dit jaar wordt daarnaast een opdracht uitgezet voor het ontsluiten van bronmateriaal. Dit heeft als doel om leraren en methodemakers te ondersteunen bij hun handelingsverlegenheid om het brede gesprek in de klas te voeren over het slavernijverleden. Tevens is het onderzoeksrapport opgeleverd over de verhalen van antikoloniale vrijheidsstrijders en verzetshelden in het funderend onderwijs in Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie Simons.[voetnoot 2] Het onderzoek is als bijlage toegevoegd aan deze brief. We onderzoeken of de aanbevelingen kunnen worden meegenomen in toekomstig beleid. Meerjarig onderzoek en internationale kennisdeling Onderzoeksprogramma Nationale Wetenschapsagenda Het ministerie van OCW en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) investeren via een thematisch programma binnen de Nationale Wetenschapsagenda in onderzoek naar de vaak minder bekende gevolgen van het Nederlandse koloniale slavernijverleden. Na een wereldwijde oproep in 2025 aan maatschappelijke en onderzoekspartijen ondersteunde NWO de consortiumvorming met een Sandpit-workshop, waarin geselecteerde deelnemers gezamenlijk op locatie een onderzoeksvoorstel ontwikkelden. In april 2026 is financiering toegewezen aan één project dat de komende jaren wetenschappelijk en toegepast onderzoek op dit thema stimuleert. Het NWA-project Slavery past present: Dutch slavery and colonialism and their present-day impact onderzoekt de doorwerking van de slavernij en het kolonialisme, en verkent mogelijkheden voor herstel vanuit de perspectieven van nazaten van tot slaaf gemaakte mensen en Inheemse gemeenschappen in en uit Suriname, het Caribisch deel van het Koninkrijk, Zuid-Afrika, Indonesië en Europees Nederland. Praktijkgericht onderzoeksprogramma Slavernijverleden Samen met het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA, onderdeel van NWO, en nazaten van tot slaaf gemaakten wordt een onderzoeksubsidie van €1,4 miljoen uitgewerkt. De regeling stelt onderwijsinstellingen vanaf 2027 in staat laagdrempelig praktijkgericht onderzoek te doen naar vraagstukken rond het slavernijverleden en de doorwerking daarvan. Internationale kennissamenwerking Nederlands slavernijverleden Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) werkt op verzoek van OCW met lokale coördinatoren in Suriname, Zuid-Afrika en Indonesië aan onderzoek naar het Nederlandse slavernijverleden en de doorwerking daarvan. Lokale onderzoekers en de onderzoeksbehoeften van deze landen staan centraal. Het programma wordt per land gefaseerd uitgevoerd. In 2025 sloot het KITLV hiervoor een samenwerkingsovereenkomst met de Anton de Kom Universiteit van Suriname voor de duur van het programma. OCW heeft €924.000 beschikbaar gesteld tot en met 2027. Aruba, Curaçao en Sint-Maarten werken met steun van OCW samen aan de Gedeelde Leerstoel Doorwerking Slavernijverleden. Het onderzoeksprogramma is ondergebracht bij de onderwijsinstellingen van de Caribbean Higher Education Council of the Kingdom of the Netherlands (CHECK). Na de voorbereiding in 2024 loopt de uitvoeringsfase tot en met 31 december 2027. De leerstoel onderzoekt de maatschappelijke, culturele, educatieve en intergenerationele doorwerking van het slavernijverleden. Inzicht in doorwerking in gezondheid en welzijn Het ministerie van VWS werkt aan het zichtbaar maken en tegengaan van de doorwerking van het slavernijverleden in zorg en welzijn. Het onderzoek ‘Gezondheidseffecten van slavernij’ van dr. Alana Helberg-Proctor van de Universiteit van Amsterdam laat zien dat deze doorwerking zichtbaar is in de mentale en fysieke gezondheid van nazaten van tot slaaf gemaakten en in de gezondheidszorg. Het rapport is op 13 februari 2026 met uw Kamer gedeeld.[voetnoot 3] Naar aanleiding hiervan ontwikkelt VWS samen met partijen uit het zorg- en welzijnsdomein en nazaten concrete interventies[voetnoot 4]. In maart 2026 is daarvoor een denktank gestart van nazaten met expertise op verschillende relevante gebieden. Nationaal Slavernijmuseum, kenniscentrum en erfgoed Het Nationaal Slavernijmuseum draagt bij aan maatschappelijk herstel en het tegengaan van de doorwerking van het slavernijverleden. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft uw Kamer geïnformeerd over de voortgang. [voetnoot 5] Ook wordt geïnvesteerd in het behoud en de ontwikkeling van musea en archieven en de bescherming van cultureel erfgoed. Op 26 november 2025 opende Zijne Majesteit de Koning het Surinamemuseum, waarmee nieuwe bronnen en verhalen over de verschillende gemeenschappen toegankelijk zijn voor een breed publiek. Op 22 november 2025 is de deelregeling Bewustwording Slavernijverleden van het Mondriaan Fonds gepubliceerd in de Staatscourant. Hiermee kunnen instellingen, individuele kunstenaars en onafhankelijke curatoren in Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk plannen uitvoeren die bijdragen aan bewustwording. In andere herkomstlanden kan het Internationaal Cultuurbeleid dergelijke kunstuitingen ondersteunen. Wet bescherming tegen discriminatie op de BES In 2023 besloot het toenmalige kabinet de gelijkebehandelingswetgeving ook op de BES-eilanden van toepassing te verklaren. Op 1 januari 2026 is de Wet bescherming tegen discriminatie in werking getreden op Bonaire, Saba en Sint Eustatius (Staatsblad 2025, 389). De wet introduceert gelijkebehandelingswetgeving en een antidiscriminatievoorziening. Inwoners kunnen bij Lokèt Hurídiko op Bonaire en Legal Desk op Sint Eustatius en Saba terecht voor gratis informatie, advies en ondersteuning bij discriminatie en juridische vragen. Het College voor de Rechten van de Mens krijgt een oordelende taak op de eilanden, conform het besluit uit 2023. Burgers kunnen het College verzoeken te beoordelen of in hun situatie sprake is van discriminatie. Publiekscommunicatie antidiscriminatievoorzieningen In het kader van de stelselherziening van de antidiscriminatievoorzieningen werkt het kabinet met brede publiekscommunicatie aan het toegankelijker maken van het melden van discriminatie. Onderdeel hiervan is een campagne met media-inzet, die momenteel wordt ontwikkeld. De campagne helpt mensen Discriminatie.nl te vinden, zodat zij passende ondersteuning ontvangen en discriminerend gedrag beter kan worden aangepakt. BZK werkt hiervoor samen met Discriminatie.nl, de landelijke vereniging van antidiscriminatievoorzieningen, en partners die verschillende doelgroepen vertegenwoordigd. Meer inzicht in de doorwerking van het slavernijverleden In december 2024 startten het Verwey-Jonker Instituut en Movisie in opdracht van SZW een kennissynthese, in gelijkwaardige samenwerking met de initiatiefnemers van het Zwart Manifest. Deze brengt de doorwerking van het trans-Atlantische koloniale en slavernijverleden op hedendaags racisme en discriminatie in verschillende domeinen van de Nederlandse samenleving in kaart. De kennissynthese bestaat uit een onderzoeksrapport[voetnoot 6] (in opdracht van SZW) en een docentenhandreiking[voetnoot 7] (mede mogelijk gemaakt door SZW). Beide zijn in september 2026 opgeleverd. De handreiking van Nederland Wordt Beter ondersteunt docenten bij het herkennen, bespreekbaar maken en tegengaan van institutioneel en ander racisme in de klas. Een maatschappelijk gedragen sociale norm tegen racisme en discriminatie Eind juli heeft Tabula Rasa in opdracht van SZW en BZK advies uitgebracht over de haalbaarheid van het uitdragen van een sociale norm tegen racisme en discriminatie door maatschappelijke en private organisaties. Eind dit jaar volgt een opdracht voor een organisatieadvies over de praktische uitvoering van de aanbevelingen. Op basis daarvan besluit het kabinet over de vervolgstappen. Gemeenten ondersteunen bij erkenning en bewustwording Het ministerie van SZW heeft het Leernetwerk Slavernijverleden voor gemeenten onder leiding van Radar Advies uitgebreid en voortgezet. Deelnemende gemeenten werken aan het herkennen, erkennen en herdenken van het slavernijverleden, delen ervaringen en leren van wetenschappelijke en maatschappelijke experts. In de eerste fase vonden bijeenkomsten plaats over de geschiedenis en de rol van Nederland, de doorwerking in anti-zwart racisme, samenwerking met maatschappelijke organisaties, omstreden erfgoed, dialoog en herstel. Dit leverde kennisuitwisseling, concrete kennisproducten[voetnoot 8] en samenwerking tussen gemeenten op. De kennisproducten zijn ook beschikbaar voor niet-deelnemende gemeenten. Verschillende gemeenten hebben een decentralisatie-uitkering benut om de kennis te vertalen naar lokale activiteiten. De eerste groep krijgt in een verdiepend vervolg ondersteuning bij het ontwikkelen van gemeentelijk beleid tegen de doorwerking van het slavernijverleden. In mei 2026 is daarnaast een nieuwe groep gestart. Kosteloze naamswijziging Sinds 1 juli 2024 geldt in Europees Nederland de tijdelijke regeling kosteloze naamswijziging voor nazaten van tot slaaf gemaakten. Deze verlaagt financiële drempels en draagt bij aan erkenning en herstel, doordat nazaten hun familienaam in overeenstemming kunnen brengen met hun geschiedenis en identiteit. De regeling wordt in 2027 geëvalueerd. Tijdens het commissiedebat van 11 juni 2025 verzocht uw Kamer om informatie over afgewezen aanvragen. Volgens Justis zijn van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2026 in totaal 307 aanvragen ingediend: 226 zijn toegekend, 39 buiten behandeling gesteld, 4 afgewezen en 38 nog in behandeling. Aanvragen worden buiten behandeling gesteld als deze onvolledig zijn en ontbrekende gegevens niet binnen de gestelde termijn worden aangeleverd, of als de aanvrager niet bevoegd is het verzoek in te dienen. Kosteloze naamswijziging BES In de Kamerbrief van 11 februari 2025 werd afronding van de implementatie op Bonaire, Saba en Sint Eustatius uiterlijk eind 2026 voorzien. Dit blijkt complexer dan verwacht, onder meer doordat Nederlandse uitvoeringsstructuren met de betrokken partijen moeten worden aangepast aan de lokale context. Volgens de huidige planning start de regeling halverwege 2027. Ook op deze eilanden blijft kosteloze naamswijziging vijf jaar mogelijk, evenals in Europees Nederland. Actieagenda’s Caribisch deel van het Koninkrijk In de zomer van 2025 boden de lokale overheden van Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten hun actieagenda’s aan BZK aan. Vervolgens zijn middelen toegekend voor de uitvoering. De agenda’s geven invulling aan de toezeggingen bij de excuses van 19 december 2022, met meerjarige projecten voor erkenning, herdenken en het tegengaan van doorwerking. De uitvoering loopt tot en met het derde kwartaal van 2029. De agenda’s en de inzet van middelen zijn samen met aangewezen ambtelijke vertegenwoordigers van de zes lokale overheden uitgewerkt. Met hen blijven we doorlopend in contact over de voortgang en eventuele behoefte aan aanvullende ondersteuning. Enkele voorbeelden van deze projecten zijn de volgende. Op Aruba ronden medewerkers van het Nationaal Archief dit jaar een archiefopleiding af. Op Bonaire is de Canon van Bonaire gelanceerd, met onderwerpen die de gemeenschap heeft aangedragen. Op Curaçao start de digitalisering van bijna 600 strekkende meter koloniaal archief. En op de Bovenwindse eilanden wordt onder meer gewerkt aan genealogisch onderzoek naar herkomst en de ontwikkeling van erfgoedcentra. Suriname De dialoog over het slavernijverleden is een belangrijk onderdeel van de relatie tussen Nederland en Suriname. Een historisch moment was de bijeenkomst tijdens het staatsbezoek op 1 december 2025, waarbij vertegenwoordigers van nazaten van tot slaaf gemaakten, inheemse gemeenschappen en marron de excuses en het verzoek om vergiffenis van de Koning aanvaardden. Hieraan ging een door Nederland gesteunde Gran Krutu vooraf: een volksraadpleging van traditionele gezagdragers, als sluitstuk van meerdere gran komparsi’s en krutu’s. Daarin formuleerden de betrokken gemeenschappen gezamenlijk hun reactie op de excuses van de Koning in 2023. De bijeenkomst tijdens het staatsbezoek begon met een ceremonieel gedeelte, waaronder het bijwonen van een plengoffer, gevolgd door het gesprek met de Koning. Deze waardige en indrukwekkende bijeenkomst kwam dankzij gezamenlijke inspanningen van Nederland en Suriname tot stand. In 2026 werken Nederland en de Surinaamse autoriteiten met de betrokken gemeenschappen aan de besteding van €66,6 miljoen: €33,3 miljoen voor maatschappelijke initiatieven en €33,3 miljoen voor beleidsintensiveringen op overheidsniveau. Voor de beleidsintensiveringen werken Nederland en Suriname in goed overleg aan de bestedingsmodaliteiten, aansluitend bij de doelen van het fonds en de Surinaamse beleidsprioriteiten. De inzet is om in de komende maanden tot concrete besteding te komen. Toescheidingsovereenkomst Suriname Uw Kamer vroeg op 23 juni jl. naar de Toescheidingsovereenkomst van 25 november 1975. Een verdrag tussen Nederland en Suriname, die de nationaliteitsaspecten bij de onafhankelijkheid van Suriname regelde. Nederland en Suriname kunnen als gelijkwaardige verdragspartijen op elk moment spreken over de parameters en toepassing ervan. Dit verdrag heeft geen directe link met het dossier slavernijverleden. Voortgang subsidieregeling voor maatschappelijke initiatieven Op 1 juli 2025 zijn de subsidieregelingen maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk gepubliceerd. De regelingen zijn op 11 augustus opengesteld. De eerste aanvraagtijdvakken voor categorie 3 en 4, de middelgrote en grote projecten, zijn gesloten. [voetnoot 9] De resterende tijdvakken lopen tot en met 2028. De grote belangstelling benadrukt de behoefte aan initiatieven voor bewustwording, erkenning en dialoog over het trans-Atlantisch slavernijverleden en de doorwerking daarvan. Ook bevestigt zij de actieve rol van gemeenschappen en maatschappelijke organisaties bij het levend houden van deze geschiedenis en het zichtbaar maken van de doorwerking. Verder zijn op 1 april 2026 voor beide regelingen onafhankelijke adviescommissies ingesteld. Zij adviseren Uitvoering van Beleid (UvB) van SZW over middelgrote en grote projectaanvragen die inhoudelijk onvoldoende lijken aan te sluiten bij de doelen van de regeling en daardoor niet voor subsidie in aanmerking lijken te komen. Ook zijn de voorgeschreven tussentijdse evaluaties gestart. De resultaten worden voor het Caribisch deel van het Koninkrijk medio oktober 2026 verwacht en voor Europees Nederland medio januari 2027. De conclusies worden benut voor de doorontwikkeling en eventuele aanpassing van de regelingen. Ik informeer uw Kamer te zijner tijd over de conclusies en eventuele wijzigingen. Subsidieregeling Suriname Op 19 november 2025 is het eerste besluit subsidieprogramma maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname gepubliceerd[voetnoot 10] in de Staatscourant. Op 29 juni 2026 volgde een aanvullend besluit met nadere informatie over het indienen van aanvragen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de regeling namens de minister van Buitenlandse Zaken uit[voetnoot 11]. De eerste twee openstellingen voor projectaanvragen vinden plaats in september en oktober 2026. [voetnoot 12] Herdenkingscomité Slavernijverleden Sinds 6 januari 2025 bestaat het Herdenkingscomité Slavernijverleden formeel. Het afgelopen jaar zijn het Comité en de professionele werkorganisatie verder opgebouwd, met vestigingen in Den Haag, Curaçao en Sint Eustatius. Per 1 mei 2026 is de directeur aangetreden. Daarmee is de werkorganisatie gereed voor haar werkzaamheden. De Nationale Herdenking Slavernijverleden op 1 juli is voor de tweede keer onder verantwoordelijkheid van het Comité georganiseerd, in nauwe samenwerking met het NiNsee. Ook droeg het Comité bij aan lokale en gemeenschapsspecifieke herdenkingen en andere activiteiten gericht op het slavernijverleden en de doorwerking daarvan, in Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Naast enkele personele wijzigingen is de vertegenwoordiging verder uitgebreid. Openstaande vacatures worden via de daarvoor ingerichte benoemingsprocedure ingevuld. Aruba heeft voor het eerst een lid voorgedragen. Met de Republiek Suriname wordt gesproken over mogelijke vertegenwoordiging binnen het Comité Blik op de toekomst Sinds de excuses is intensief gewerkt aan bewustwording, erkenning en aandacht voor de doorwerking van het slavernijverleden. De maatregelen uit de kabinetsreactie vormen hiervoor een belangrijk fundament. Het kabinet acht blijvende investeringen in kennis, bewustwording en begrip van de huidige gevolgen noodzakelijk. Daarnaast blijft de jaarlijkse herdenking en viering van Keti Koti op 1 juli belangrijk voor het erkennen en herdenken van onze gedeelde geschiedenis en de doorwerking daarvan. Als onderdeel van zijn opdracht onderzoekt het Herdenkingscomité met maatschappelijke partners de mogelijkheid van een nationale feestdag op 1 juli in het Koninkrijk in relatie tot het slavernijverleden. Uw Kamer ontvangt in de loop van 2027 de onderzoeksresultaten en de kabinetsappreciatie. Ten slotte heeft uw Kamer op 10 juni jl. de motie Bamenga c.s. [voetnoot 13] aangenomen over het opnemen van Keti Koti in de vlaginstructie voor rijksgebouwen. Uw Kamer wordt in het voorjaar van 2027 over de voortgang geïnformeerd. Tot slot De resultaten laten zien dat op uiteenlopende terreinen hard is gewerkt aan het zichtbaar maken van onze gedeelde geschiedenis en de betekenis daarvan voor het heden. Het kabinet blijft zich inzetten voor een zorgvuldige uitvoering van de maatregelen die in gang zijn gezet en voor het verder vergroten van de maatschappelijke bewustwording van het koloniale verleden en het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden. Op deze manier geven we concreet en stap voor stap invulling aan de verantwoordelijkheid die de overheid heeft genomen, samen met de gemeenschappen en andere betrokken partijen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Pieter Heerma Kamerstukken, Vergaderjaar 2022-2023, 36200 VIII, nr.142. Kamerstukken, Vergaderjaar 2025/2026, 36 284, nr. 62. Kamerstukken II, 2024/25, 36284, nr. 39. https://open.overheid.nl/documenten/582932ba-f501-4c7f-922f-a1067fd553b4/ https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/de-doorwerking-van-het-nederlands-trans-atlantisch-slavernijverleden nederlandwordtbeter.nl/docentenhandreiking/ www.rijksoverheid.nl/themas/migratie-en-reizen/discriminatie-en-racisme/slavernijverleden/plannen-kabinet-bewustwording-slavernijverleden/leernetwerk-doorwerking-slavernijverleden Kamerstukken II 2024/25, 36 284, nr. 44 Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 11 november 2025, nr. BZ2521269 (Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030), Stcrt. 2025, 39224. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie Van Baarle 20361, nr. 229 over het aanstellen van een uitvoerder voor maatschappelijke initiatieven in Suriname. Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 22 juni 2026, nr. BZ2629274 (Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030), Stcrt. 2026, 22907. Kamerstukken II 2025/26, 30 950, nr. 549, motie van de leden Bamenga, Ceder en Van Baarle over het opnemen van Keti Koti in de vlaginstructie voor rijksgebouwen. DG Openbaar Bestuur & Democr Rechtsstaat DGOBDR-D&B-Democratie Onze referentie 2026-0000284251 DG Openbaar Bestuur & Democr Rechtsstaat DGOBDR-D&B-Democratie Onze referentie 2026-0000284251 Pagina 1 van 1 Pagina 1 van 1 > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Datum 12 oktober 2026 Betreft Voortgang slavernijverleden Datum 12 oktober 2026 Betreft Voortgang slavernijverleden DG Openbaar Bestuur & Democr Rechtsstaat DGOBDR-D&B-Democratie Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag Onze referentie 2026-0000284251 DG Openbaar Bestuur & Democr Rechtsstaat DGOBDR-D&B-Democratie Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag Onze referentie 2026-0000284251 Pagina 1 van 1 Pagina 1 van 1
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.