KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 juni 2026, over Voorhang van het Besluit aanpassing regelgeving verhuur

23 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie fc5bef1d12e6b118 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 926HuurbeleidNr. 429 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 23 juli 2026 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeftop 3 juni 2026 overleg gevoerd met mevrouw Boekholt-O’Sullivan,Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, over:–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 20 april 2026 inzake toelichting op de maatrege-len optimalisatie huurregulering en ontwikkelingen in dehuursector (Kamerstuk 27 926, nr. 409);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 20 november 2025 inzake weging ontwikkelin-gen huursector 2025 (Kamerstuk 27 926, nr. 406);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 6 oktober 2025 inzake reactie op de motie vande leden Klaver en Kouwenhoven over de voorgestelderegelingen «Besluit aanpassing regelgeving verhuur» perdirect intrekken (Kamerstuk 36 800 IX, nr. 14) (Kamerstuk27 926, nr. 404);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 1 oktober 2025 inzake voorhang Besluitaanpassing regelgeving verhuur (Kamerstuk 27 926, nr. 402).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,BrometDe griffier van de commissie,De Vos kst-27926-429ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4291 Voorzitter: BeckermanGriffier: BeekmansAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Beckerman, Clemminck,Flach, Grinwis, De Hoop, Van Leijen, Mooiman, Nobel en Steen,en mevrouw Boekholt-O’Sullivan, Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening.Aanvang 12.01 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Welkom bij de vaste commissie voor Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening. Vandaag is aan de orde het commissiedebat met detitel Voorhang van het Besluit aanpassing regelgeving verhuur. Ik ben nietde voorzitter van deze commissie, maar omdat zowel de voorzitter als deondervoorzitter verhinderd waren, neem ik deze taak op mij. Ik heet vanharte welkom de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,mevrouw Boekholt-O’Sullivan, en alle Kamerleden, die ik aan u zalvoorstellen op het moment dat ze het woord voeren, en natuurlijkiedereen die of op de tribune of op een andere manier meekijkt ofmeeluistert.Een aantal Kamerleden hebben aangegeven dit debat eerder te moetenverlaten. Dit is een dag – ik heb daar zelf ook ervaring mee – die vol zitmet heel veel verschillende debatten. Dat is geen desinteresse, maar eenvolle agenda. Dus u zult zien dat er af en toe wat gewisseld wordt. Wehebben afgesproken om een spreektijd te hanteren van vijf minuten perfractie. Normaal doen we in deze commissie vier interrupties. Ik gaproberen u zes interrupties toe te staan, maar dan het liefst natuurlijk welkort en bondig. Als eerste geef ik het woord aan de heer Flach, namens defractie van de SGP. Ook hij zal dit debat eerder moeten verlaten. Aan u hetwoord, meneer Flach.De heer Flach (SGP):Dank, voorzitter. Iedereen die weleens een boot of een schip heeftbestuurd, weet het: een te grote ruk aan het roer kan een koers volledigdoen ontsporen. Koers houden betekent soms juist een beheerste endoordachte bijsturing. De Wet betaalbare huur was zo’n ruige ruk aan hetroer. Vandaar de tegenstem destijds van de SGP. Zeker, om de huurmarktin het spoor te houden was bijsturing nodig, maar we zien nu met ledeogen de uitpondgolf aan. Veel verhuurders hebben de laatste tijd hunwoning te koop gezet, niet alleen door deze wet, maar ook door fiscaleregels, hogere rentes en toenemende regelgeving. Gevolg: minderhuurwoningen en hogere huren. Mensen die zijn aangewezen op demiddenhuursector staan nóg meer op achterstand.Voorzitter. Volgend jaar wordt de Wet betaalbare huur geëvalueerd, maarvaak is gezond verstand ook bruikbaar. We hoeven die evaluatie echt nietaf te wachten om alvast wat aanpassingen te doen. Overigens ligt er ookeen stevig onderzoek van SEO aan ten grondslag.Voorzitter. Voor de SGP is van belang dat de middenhuursector gezondwordt en dat huurders daarin een betaalbare en redelijke huur betalen, datverhuurders daarin voldoende rendement hebben om de woning teblijven verhuren, dat excessen daarin worden aangepakt en dat de lustenen de lasten daarin eerlijk over huurders en verhuurders zijn verdeeld.Voorzitter. Een deel van de voorgestelde wijzigingen kunnen wij volgen.Neem de WOZ-prijsopslag. Daardoor kan de huur wat stijgen, maar blijftde woning gereguleerd. We steunen ook het schrappen van de minpuntenbij het ontbreken van een buitenruimte. Tegelijk is buitenlucht goed voorde mens. Het is daarom goed dat het positief waarderen van de buiten-ruimte nog wel in stand blijft. De SGP is kritischer over de huuropslagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4292 voor kleine rijksmonumenten. Er ligt al een prijsopslag van 35% en kleinerijksmonumenten krijgen daar nog een extra huurstijging bovenop. Datterwijl dit vaak panden zijn die slecht zijn geïsoleerd, waar de kosten ookvoor de huurders hoog zijn. Kortom, de huurprijs per vierkante meter is alhoog. Wat is precies de noodzaak van deze verhoging? Ik kan eroverheengelezen hebben, maar volgens mij zegt het SEO-onderzoek hier bijvoor-beeld niets over. Is de Minister bereid hier nog eens goed naar te kijken endit voorstel eventueel te schrappen?Voorzitter. De mogelijkheden voor tijdelijke contracten voor studentenworden uitgebreid. Vooropgesteld: we moeten voorkomen dat dit typecontract een recept voor uitwassen wordt. Maar met doordachterandvoorwaarden kan het veel doelgroepen juist helpen. Welke ruimte zietde Minister om tijdelijke contracten breder toe te staan? Wil zij ditonderzoeken?Voorzitter. Ik denk daarbij ook concreet aan het mogelijk maken vantijdelijke huurcontracten voor pastorieën: woningen behorend bij kerken.Dat speelt geen duizenden huurwoningen vrij, maar elke huurwoning is ereen. Door de Wet betaalbare huur kunnen leegstaande pastorieën nietmeer tijdelijk worden verhuurd. Dat gebeurde heel veel omdat er nietaltijd een predikant aan een gemeente verbonden is. Is de Minister bereidte onderzoeken of een tijdelijk contract hier weer toegestaan kan worden?We weten dat er een motie ligt om dit deel via wetgeving te regelen. DeMinister wil weten of de Kamer ruimte ziet om te bezien of dit toch via eenAMvB geregeld kan worden. Ik hoor graag van de Minister hoe zij dit voorzich ziet. Stel dat het toch inderdaad via een wet moet, op welke termijnkan het voorstel dan in de Kamer liggen?Voorzitter. Vooral door het bijbouwen van middenhuurwoningen kan devoorraad worden vergroot en kunnen de huren worden getemperd. Denieuwbouwopslag is daarvoor een goede stimulans. Deze wordt nu vooreen periode van vier jaar verlengd. Dat is mogelijk door een amendementdat ik destijds heb ingediend, en dat ook is aangenomen. Die vier jaarklinkt redelijk willekeurig. Verhuurders en ontwikkelaars moeten net alshuurders weten waar ze de komende tijd aan toe zijn. Waarom is preciesvoor deze termijn gekozen en waarom niet voor een langere periode?Volgend jaar wordt de Wet betaalbare huur verder geëvalueerd. Dat is eengoed moment om te bezien of er aanvullende aanpassingen nodig zijn,ook om bijvoorbeeld te bekijken of de theoretische waardering in hetWWS-stelsel nog aansluit bij de waardering van de huurders in depraktijk. Is de Minister bereid dit te onderzoeken?Voorzitter. Er is echter meer nodig om het aantal huurwoningen teverhogen. De EU heeft de weg gebaand voor corporaties om meermiddenhuurwoningen te bouwen. Het duurt echt veel te lang voordat ditomgezet is naar Nederlandse wetgeving. Fiscale wetgeving moet echtversneld verbeterd worden. Ik roep de Minister op om ook hierop bij testuren.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Dat was de heer Flach. Hij sprak namens de SGP. Ik zie dat ergeen interrupties zijn. Dan ga ik verder met de volgende spreker. Dat is deheer Clemminck. Hij spreekt namens de fractie van JA21. Aan u hetwoord.De heer Clemminck (JA21):Dank u wel, voorzitter. De Wet betaalbare huur is de wet geen beschikbarehuur geworden, precies zoals JA21 al voorspelde en waarom wij destijdstegenstemden. Enkele dagen geleden sprak ik met Raymond uit Limburg,een kleine ondernemer met twee jonge kinderen. Door hard te werken eneen stukje hypotheek heeft hij een pand kunnen kopen dat hij verhuurt.Het is zijn pensioen; daar moet hij als ondernemer natuurlijk ook zelf voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4293 zorgen. Door de Wet betaalbare huur werd zijn huurwoning plotsklapsgereguleerd. De politiek, de overheid, bepaalt hoeveel huur hij magvragen. De overheid bepaalt de jaarlijkse huurverhoging. De huurprijsdaalde met een dikke € 300 per maand. Hij draait nu op cashflow elkemaand verlies met zijn woning, zijn investering. Zijn pensioenvoorzieningis om zeep geholpen door deze wet. Uitponden, verkopen, is eigenlijk deenige optie die nog rest.Ik sprak ook met Johan uit Brabant. Hij heeft meerdere panden in stedelijkgebied in Brabant. Hij verhuurt een woning voor € 900 per maand in hetsociale segment. Beste collega’s, rekent u even mee. Dat is een opbrengstvan ongeveer € 10.800 per jaar. De woning is zo’n drie ton waard en overhet rendement in box 3 moet hij zo’n € 6.400 per jaar aan belastingbetalen. Dat is een bruto-opbrengst van zo’n € 4.000 per woning, maardaar moeten nog diverse kosten vanaf, die niet aftrekbaar zijn. Denk aanverzekeringen en groot onderhoud. Dan blijft op deze investering vanmeer dan drie ton een nettorendement over van € 2.500 per pand per jaar,een schamele 1%.Voorzitter. Dit zijn de voorbeelden uit de echte wereld. Dit zijn niet depandjesmelkers waar linkse partijen het altijd over hebben. Dit is gewoonniet het grootkapitaal. Politieke linkse ideologie verblindt het zicht op dewerkelijkheid. Dit zijn ondernemers, investeerders, groot en klein, die onzewoningmarkt proberen draaiende te houden door verhuur, doornieuwbouw, door verbouw. Zet ze niet op het verdachtenbankje, maarhelp ze te investeren.Voorzitter. Er is bijna geen middenhuur meer over. In de eerste21 maanden van deze wet zijn al 66.541 woningen van huur naar verkoopgegaan, uitgepond. Dat is 2,8 keer meer dan het meest optimistischescenario dat voorspeld was over een periode van tien jaar. We staan albijna op 50% uitponding van het meest negatieve scenario in tien jaar,maar dat in twee jaar tijd. De aanpassing die de Minister nu heeftvoorgesteld, zullen wij dan ook steunen. Maar het is too little, too late.Signalen die ik ontvang – de uitvraag onder vastgoedeigenaren laat ditook zien – zijn dat het uitponden niet gaat stoppen met deze maatregelen.Er is meer nodig. Is de Minister bereid om meer te gaan doen, bijvoor-beeld door de WOZ-prijsopslag toch te vergroten in plaats van wat er nuin het voorstel staat of door het verhogen van de WWS-indexering met deCPI plus 1%? Is de Minister daartoe bereid? En is de Minister bereidtijdelijke huurcontracten weer toe te staan? Kan de evaluatie van de Wetbetaalbare huur, al is het maar gedeeltelijk, naar voren worden gehaald,zodat we sneller kunnen handelen?Voorzitter. Het geduld met deze Minister begint wel langzaam op te raken.Als het een crisis is, moet je het aanpakken als een crisis, zei de Minister.Maar we merken daar eigenlijk te weinig van. In plaats van handelen gaatdeze Minister eerst zelf oriënteren en in gesprek. En als ze al handelt, doetze precies het verkeerde, namelijk de wet voorrang statushoudersintrekken, waardoor Nederlanders langer worden gediscrimineerd op deeigen woningmarkt. Dat is voor ons onvergeeflijk.Voorzitter. De Minister moet meer gaan doen. Raymond uit Limburgoverweegt te gaan uitponden. Johan uit Brabant verkoopt straks zijnwoning als die vrijkomt. Investeringskapitaal wordt niet opnieuw ingezetvoor Nederland, maar gaat naar het buitenland. We zien een kapitaal-vlucht. Het is crisis. We hebben een crisismanager nodig. Hadden we diemaar.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Clemminck. Er is een interruptie voor u van de heerDe Hoop, GroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4294 Inhoudelijk ben ik het behoorlijk oneens met de heer Clemminck. Debijdrage verrast mij niet, maar een aantal opmerkingen en tussenzinnen inde bijdrage wel. Daar wil ik graag even op doorvragen, want op eengegeven moment zei de heer Clemminck: het geduld met deze Ministerraakt op. Hij zei zelfs «onvergeeflijk». Ik vind dat best grote woorden. Watbetekent het dan dat hij die woorden gebruikt? Hoe moeten we dat lezen?De heer Clemminck (JA21):Dat had te maken met het intrekken van het wetsvoorstel voorrangstatushouders, dat in mijn ogen discriminerend werkt voor Nederlandersop de woningmarkt. Wij hebben – met een aantal andere partijen, zeg ik ermeteen even bij – een initiatiefwetsvoorstel ingediend om zo snelmogelijk een einde te maken aan discriminatie van Nederlanders op dewoningmarkt. Ik reken dat de Minister toch wel aan. Ik zie natuurlijk in hetcoalitieakkoord dat ze uiteindelijk ook wil naar het afschaffen van devoorrang voor statushouders, dus dat einddoel zit erin, maar ik snap echtniet waarom deze Minister een wetsvoorstel dat klaarlag voor behan-deling heeft ingetrokken. Het gaat om een zwaarwegend iets. Het gaat inmijn ogen over discriminatie van Nederlanders op de woningmarkt. Datvind ik onvergeeflijk.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het is volgens mij ook duidelijk dat mijn fractie best inhoudelijke kritiekheeft op deze Minister, maar woorden als «onvergeeflijk» zijn echt helegrote woorden. Daar komt vaak ook wel iets van een politieke daadachteraan, dus ik vraag hier toch even op door. U heeft een initiatiefwetdaartegenover ingediend. Of je daarvoor het woord «onvergeeflijk» moetgebruiken, is natuurlijk aan de heer Clemminck zelf, maar heeft dit danook een politieke consequentie, is dan toch de vraag, omdat u nu tweekeer dat woord gebruikt. Ik denk dat het dan wel eerlijk is dat u dat zegt.De voorzitter:Helder. We gaan naar de heer Clemminck, JA21.De heer Clemminck (JA21):De politieke consequentie is dat ik probeer deze Minister naar rechts tetrekken en haar een meer rechtse koers te laten varen, bijvoorbeeld doormet andere collega’s in deze Kamer gebruik te maken van een initia-tiefwet. Ik ben inderdaad ook benieuwd wat daar voor reactie op komtvanuit deze Minister. Ik ben ook benieuwd naar een aantal vragen die ikvandaag heb gesteld op dit dossier. Dat ga ik afwachten.De voorzitter:Helder. Ik geef het woord aan de heer Van Leijen van D66, maar voor u optafel staat het bordje van de heer Mooiman van de PVV. Dat is misschienwat verwarrend voor de kijkers.De heer Van Leijen (D66):D66 en de PVV zitten uiteraard volledig op één lijn. Nee, zonder dollen. Ikschrik ook even van het woord «onvergeeflijk». Ik zat dat ook nog eenbeetje af te pellen voor mezelf. U vindt wat van de voorrangspositie voorstatushouders; dat is bekend. De Minister heeft aangegeven dat ze meteen voorstel komt, dus volgens mij wordt u op uw wenken bediend.Tegelijkertijd zegt u: ik kom met een eigen initiatiefvoorstel en ik vind hetonvergeeflijk. Dat geeft mij toch een beetje de indruk dat het is: «Ja, hetmoet mijn voorstel zijn, want ik wil hier het politieke profiel op plakken.Het gaat mij om het fotootje met Mona Keijzer. Het gaat mij om hetfotootje met de heer Claassen van de Groep Markuszower», die tegen-woordig «DNA» heet ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4295 De voorzitter:En wat is uw vraag?De heer Van Leijen (D66):... terwijl er gewoon aan een wetsvoorstel wordt gewerkt. Kunt u dat eensverklaren?De heer Clemminck (JA21):Wat mij betreft – maar u kent het standpunt van JA21 – had die voorrangvoor statushouders al veel eerder afgeschaft moeten worden. Ik vind hetoprecht discriminerend voor Nederlanders op de woningmarkt. Je zalmaar jarenlang op een woning zitten te wachten. Dan komt er eindelijkeen keer een woning vrij en dan word je links ingehaald door eenstatushouder. Ik vind inderdaad dat we dat niet moeten doen. Het is hetdiscrimineren van Nederlanders op de woningmarkt. Dat is een zwaarmaatschappelijk effect. De wet moet zo snel mogelijk ingevoerd worden.Deze Minister had gebruik kunnen maken van een uitstekend wetsvoorsteldat klaarlag. Ze heeft er zelf voor gekozen om een andere route te varen;wel met hetzelfde doel, constateer ik. Dat levert wel extra keren op datNederlanders op de woningmarkt worden gediscrimineerd. Ja, ik vind datnogal wat.De voorzitter:Helder. Ik kom zo bij u, meneer Van Leijen, maar ik wijs u allen er wel opdat dit debat gaat over de voorhang van het Besluit aanpassing regel-geving verhuur. U gaat natuurlijk over uw eigen inbreng, maar bij deinterrupties wil ik daar ook nog één keer op wijzen.De heer Van Leijen (D66):Daar kom ik dan toch nog even op terug, want laten we wel wezen:mevrouw Keijzer is nergens gekomen met haar wetsvoorstel. Dat weet uzelf ook. Nu is er een Minister die wel een voorstel oplevert dat een doelheeft dat u deelt, en dan komt u met teksten als «onvergeeflijk». Ik kan datecht niet rijmen met elkaar, dus ik vraag u nog een keer: waar zit het ’mnou precies in? U krijgt precies wat u wil, maar toch komt u met dit soorttermen. Is dit voor de bühne of zit hier iets anders achter?De heer Clemminck (JA21):Het valt mij sowieso op dat de collega van D66 helemaal niet ingaat ophet onrecht dat Nederlanders wordt aangedaan op de woningmarkt, maarwel verdergaat over de parlementaire procedures. Ik blijf bij de consta-tering dat er een uitstekend wetsvoorstel voorlag. Dat hadden we kunnenbehandelen en dan waren we veel eerder van deze onwenselijke situatieaf geweest. Het is de keus geweest van deze Minister en de coalitie omdat niet te doen. Ik vind dat zeer kwalijk.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Mooiman. Hij spreekt namens de PVV.De heer Mooiman (PVV):Dank u wel, voorzitter. U zei het al: we hebben het vandaag over eenpakket aan wijzigingen van de Wet betaalbare huur. De wet is in het levengeroepen om huurders te beschermen tegen excessieve huurprijzen enstijgingen daarvan. Voor de invoering van de wet stegen huurprijzen harden werden bij een bewonerswisseling woningen steeds vaker voor forseen hogere prijzen verhuurd, waardoor ze onbereikbaar werden voor veelmensen. Dat zorgde voor gevallen waarin mensen gedwongen werdenom de hoofdprijs te betalen, terwijl de prijs vaak niet in verhouding stondtot de kwaliteit van de woning. De PVV heeft de wet indertijd ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4296 gesteund, omdat we het doel van de wet goed vonden, namelijk buiten-sporige huren die mensen in de problemen brachten tegengaan.Tegelijkertijd is er de afgelopen jaren veel veranderd op volkshuisvestelijken fiscaal gebied. Ik noem verschillende wetten die impact hebben ophuurders en verhuurders en het verbod op tijdelijke huurcontracten, maarhet belangrijkste van allemaal is wel de situatie omtrent box 3, die metname kleine particuliere verhuurders hard raakt. Deze zien zich steedsvaker gedwongen om een tweede woning voor verhuur, die ze in veelgevallen met moeite bij elkaar hebben gespaard, te verkopen omdatverhuur minder rendabel is of soms zelfs geld kost. Dit heeft geleid tot eengolf aan verkopen, die in 2025 een nieuw hoogtepunt heeft bereikt. Ruim42.000 huurwoningen werden individueel verkocht, bijna 14% meer daneen jaar eerder en een verdubbeling ten opzichte van 2022 en 2023. Hetgevolg is dat de middenhuursector aan het verdwijnen is. We moeten diecijfers ook serieus nemen. Uit een inventarisatie onder particuliereverhuurders blijkt dat 11% van de verhuurders de Wet betaalbare huuraanwijst als voornaamste oorzaak van de uitpondgolf, terwijl 35% desituatie in box 3 als belangrijkste reden noemt en 51% de combinatie vande Wet betaalbare huur en box 3. Ook dat signaal nemen we serieus.De voorzitter:Als u daar even een pauze wil laten vallen, geef ik het woord aan de heerFlach, SGP, voor een interruptie.De heer Flach (SGP):Ik ben het best regelmatig eens met de heer Mooiman op het gebied vanwoonbeleid, maar we hebben destijds verschillend gestemd over de Wetbetaalbare huur. Zoals de heer Mooiman het nu opsomt, rijst bij mij devraag: welke reflectie levert dat op bij de PVV-fractie omtrent hunvoorstem? De feiten zoals die werden opgesomd, zijn nadrukkelijkaangedragen, onder anderen door mij, maar ook door de woordvoerdervan de VVD destijds. Desondanks heeft de PVV-fractie gemeend voor diewet te moeten stemmen. Hoe reflecteert heer Mooiman daar nu,terugkijkend, op?De heer Mooiman (PVV):Ik zal daar straks in mijn betoog nader op ingaan, maar wil dat ook nualvast doen. Nogmaals, waar ik mijn betoog ook mee begon, is dat hetons was te doen om het doel achter de wet, namelijk het tegengaan vanexcessieve huurprijzen en stijgingen daarvan. Ik denk ook dat de huidigeproblematiek waar we nu mee zitten, deel is van een breder pakket aanoorzaken. Ik heb net al even box 3 genoemd, die toch echt met name voorde grote problemen zorgt waar verhuurders nu mee te maken hebben.Maar er zijn natuurlijk ook een aantal andere zaken, zoals de vastehuurcontracten en de manier waarop dat is vormgegeven, met het verbodop tijdelijke contracten. Als we moeten reflecteren, dan wil ik dus ookvooral vooruit gaan kijken, in de zin dat er wijzigingen zijn waar wij, denkik, steun aan kunnen verlenen, die verdergaan dan alleen dit pakket dat nuvoorligt. Daar zal ik straks in mijn bijdrage ook verder op komen.De voorzitter:Is dat voor u afdoende, meneer Flach? Ik kijk naar de heer Nobel, VVD,voor een interruptie.De heer Nobel (VVD):Ik moet zeggen dat ik het heel sterk vind wat de heer Mooiman hier doet.Hij geeft namelijk namens de PVV aan: we hebben deze wet ooitgesteund, omdat we de verwachting hadden dat die iets zou brengenwaar we volledig achter staan, namelijk dat de huren niet zo excessiefstijgen en dat we huurders beter willen beschermen. Tegelijkertijd geeftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4297 de heer Mooiman ook gewoon toe dat hij naar de feiten kijkt en ziet datdat niet het effect is wat heeft plaatsgevonden. Ik ben heel erg blij dat hijook vooruit wil kijken om te zien wat we nog meer kunnen doen, ookvoordat de evaluatie er ligt. Mijn handreiking naar de heer Mooiman zoudus ook zijn: laten we kijken wat we bijvoorbeeld bij het WWS-stelsel ofmet de tijdelijke huurcontracten nog zouden kunnen doen. Ik hoop de PVVaan de zijde van de VVD te vinden voor alle stappen die we nu kunnenzetten om dat wooninfarct tegen te gaan en als politiek niet met eenaspirientje te komen om dat op te lossen.De heer Mooiman (PVV):Als we kijken naar de wet en de gehele situatie daaromtrent, dan zien wenatuurlijk dat we in een onwenselijke situatie zitten op het moment dat demiddenhuursector dreigt te verdwijnen. Zoals ik al zei, zijn er natuurlijkmeerdere oorzaken die daaraan ten grondslag liggen, waarvan devoornaamste oorzaak waarschijnlijk ook niet deze wet is. Ik zal straksverder in mijn betoog komen op hoe we naar dit specifieke pakket kijkenen welke elementen daarin we wel en niet kunnen steunen, maar in de tijdvan de daadwerkelijke stemming over de Wet betaalbare huur hebben weook al aangegeven dat we goed zullen blijven kijken naar de effectenervan en kunnen bijsturen waar dat wenselijk is.De voorzitter:Is dat afdoende? Dan kunt u uw betoog vervolgen. Het woord is aan deheer Mooiman.De heer Mooiman (PVV):Wat de PVV betreft is het hierbij belangrijk – ik heb dat antwoord net ookgegeven – dat huurders en verhuurders niet tegen elkaar worden opgezet.Onze fractie zal verhuurders geen «louche pandjesbazen» noemen, maarwe willen ook huurders niet nog meer laten betalen dan zij al doen. Wemoeten kijken naar waar de daadwerkelijke oorzaak ligt, en dat is toch metname box 3. Het is immers de overheid zelf die kleine verhuurdersdermate zwaar belast dat zij gedwongen worden om een woning teverkopen. Ook ligt er ruimte om regels te versoepelen waar het niet gelijkgaat om het verhogen van de huur. Maar toch kiest het kabinet ervoor omde rekening nu wel voornamelijk bij de huurders neer te leggen.Voorzitter. De PVV heeft zich in een eerder stadium uitgesproken tegeneen deel van de wijzigingen zoals die nu worden voorgesteld. Van die lijnwijken we niet af. De voorliggende voorstellen die resulteren in eenhogere huur dan nu het geval is, steunen wij dan ook niet. Maar devoorgenomen aanpassingen zoals die nu worden voorgesteld, zullen deuitpondgolf naar verwachting ook maar met circa 6% doen temperen,terwijl de effecten voor veel mensen harder voelbaar zullen zijn.We steunen wel het verlengen van de nieuwbouwopslag, die ons inziensnodig is om de bouw van huurwoningen ook na 2027 mogelijk te maken,evenals het breder beschikbaar stellen van tijdelijke huurcontracten voorstudenten. Er zit al een tijd een mismatch tussen wat studenten willen ennodig hebben en wat er mogelijk is. Daarbij geef ik aan, ook richting deVVD, die recent het voorstel heeft gedaan ten aanzien van tijdelijkehuurcontracten, dat dat denk ik ook iets is waar we naar kunnen kijken,zolang dat in een goede vorm met voldoende waarborgen wordtvormgegeven.Voorzitter. Net als mijn collega’s wil ik de Minister ook vragen om haast temaken met de evaluatie van de wet. Daar is eerder ook al toe opgeroepenvanuit meerdere partijen uit de sector. Ik wil de Minister vragen hoe zijdaarnaast kijkt naar lokale koppen die boven op de Wet betaalbare huurworden toegevoegd. We zien namelijk dat er niet alleen bovenwettelijkeeisen zijn waar het gaat om de bouwvoorschriften, waar de Minister in hetkader van STOER mee bezig is, maar ook op gemeentelijk niveau, metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4298 uiteenlopend beleid waarin voorwaarden worden gesteld aan verhuur ofwoninggebruik. Die kunnen in sommige gevallen ook negatieve effectenmet zich meebrengen. De vraag aan de Minister is of zij scherp heeft inhoeverre deze gemeentelijke regelgeving impact heeft op het aantalbeschikbare huurwoningen en of zij bereid is om strijdige bovenwettelijkelokale bepalingen te inventariseren.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dat was de heer Mooiman namens de PVV. Er is nog eeninterruptie van de heer Clemminck, JA21.De heer Clemminck (JA21):Ik zat te luisteren naar het betoog van mijn collega van de PVV. Hij deeltde zorgen die we hebben dat de middenhuur eigenlijk aan het verdampenis en als we niet opletten zelfs bijna helemaal verdwenen is, terwijl diekeihard nodig is voor de doorstroming naar sociale woningen, maar ookbijvoorbeeld voor mensen die gaan scheiden en ineens een tijdelijkewoning nodig hebben. De collega steunt een deel van de voorgesteldemaatregelen, een ander deel steunt hij niet. Maar is overall dan het beelddat er nu voldoende wordt gedaan om dat uitponden tegen te gaan? Ikdenk namelijk niet dat dat de conclusie kan zijn uit de bijdrage van mijncollega van de PVV. Dat roept dan de vraag op: wat wil hij nog wel doende komende jaren, voordat we bijvoorbeeld aan de box 3-discussiekunnen beginnen?De voorzitter:Twee vragen ineen; slim gedaan.De heer Mooiman (PVV):Het zijn goede vragen. Ik deel zeker niet de conclusie dat er nu voldoendewordt gedaan. Dat denk ik niet. Tegelijkertijd is, zoals ik al zei, deverwachting dat het pakket dat nu voorligt slechts 6% van de daadwerke-lijke uitpondgolf tempert. We moeten dus ook niet doen alsof het pakketdat nu voorligt, dat ook hele zware neveneffecten heeft, namelijk hogerehuren ... Alleen al de WOZ-prijsopslag kan leiden tot ongeveer € 96 permaand aan extra huur. Dat zijn zwaardere neveneffecten dan de voordelendie deze wijzigingen in het besluit opleveren.Uiteindelijk, en die mening wordt toch wel breed gedeeld als ik zo naar deanalyses en inventarisaties kijk, ligt het echte probleem bij box 3. Ik denkdat we ook voor die tijd best met elkaar om tafel kunnen zitten om aanoplossingen te werken. Tegelijkertijd denk ik ook dat er qua regelgevingversoepelingen kunnen plaatsvinden op gemeentelijk niveau dan wel,zoals de collega van de VVD, de heer Nobel, zei, ten aanzien van tijdelijkehuurcontracten. De heer Nobel heeft daarover een motie ingediend. Jezou daarover ook kunnen nadenken: hoe zouden we dat op een manierkunnen vormgeven die verlichting biedt, maar tegelijkertijd ook eenincentive is om wel een vast contract aan te bieden en waar het echt nietanders kan een tijdelijk contract? Ik denk dat we naar dat soort vormenkunnen kijken en dat zowel huurders als verhuurders daar baat bij kunnenhebben. Die vormen zie ik echter niet terug in dit pakket, en ik reflecteerop dit moment op dit pakket.De voorzitter:Dat is afdoende.Dan gaan we luisteren naar de inbreng van de heer Van Leijen. Hij spreektnamens de fractie van D66.De heer Van Leijen (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4299 Dank, voorzitter. Dank ook dat u geheel vrijwillig weer wilt voorzittenvandaag!Voorzitter. Het tekort aan huurwoningen is enorm, vooral in het midden-segment. Veel Nederlanders zijn juist op die woningen aangewezen: jongestarters die aan hun leven willen beginnen, ouders die in scheiding liggen,of de leraar die dicht bij de school wil wonen waar hij of zij werkt. Daaromis het zo belangrijk dat wij als collega’s hier elke dag werken om dewooncrisis te lijf te gaan en daarvoor oplossingen op alle vlakken aan tegrijpen.Voorzitter. Mijn fractie wil huurbescherming die werkt. De huurbe-scherming in de Wet betaalbare huur is er natuurlijk met een reden:huurwoningen die in het middensegment vallen, werden in het vrijesegment verhuurd tegen hoge prijzen. Dat willen we niet meer: D66 wiljuist meer middenhuurwoningen zien. Huurders en woningzoekendenverdienen een overheid die hen beschermt tegen te hoge huren, maar ooktegen een tekort aan woningen om überhaupt in te wonen.Daarom moeten we bouwen aan een Wet betaalbare huur die nogdecennia meekan. Waar we vóór de invoering van de Wet betaalbare huurzagen dat middenhuurwoningen voor € 2.000 per maand werdenverhuurd, zien we nu namelijk dat ze massaal worden verkocht. Weermaken woningzoekenden geen kans op een middenhuurwoning, terwijlhet aanbod al enorm klein is. Dat is slecht nieuws voor de starter, degescheiden ouder of de leraar.De voorzitter:Als u daar heel even een pauze zou willen laten vallen ...De heer Van Leijen (D66):Zeker. Een mooi moment!De voorzitter:Dan gaan we luisteren naar een interruptie van de heer De Hoop vanGroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ben wel benieuwd naar de analyse van de heer Van Leijen over dewoningen die nu uitgepond worden. Mijn beeld is dat dit vooral heel veeldure woningen zijn, die werden verhuurd voor een te hoge prijs. Diezouden nu gereguleerd worden, maar die worden nu verkocht. Het gaatdaarbij alleen niet om woningen die verhuurd worden voor die midden-huurprijs die we wilden faciliteren in de Wet betaalbare huur. Zijn dit nietvooral die woningen die voor te veel geld verhuurd werden en nu naar dekoopmarkt gaan? Dan doet dit toch niet iets voor de middenhuurwo-ningen die we zouden willen?De heer Van Leijen (D66):Dat is dus juist wel de situatie waar we naartoe moeten, zeg ik tegen deheer De Hoop. We willen juist dat die woningen middenhuurwoningenworden, met huurbescherming. We willen dat die niet meer wordenverkocht, maar ook niet meer in het vrije segment worden aangeboden.We willen er met een goed functionerende Wet betaalbare huur voorzorgen dat dit middenhuurwoningen worden, want die woningzoekendenhebben die woningen nodig.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag is dan hoeveel middenhuurwoningen deze aanpassing volgensde heer Van Leijen oplevert. Mijn beeld is dat bijvoorbeeld geborgdefinanciering veel meer middenhuurwoningen oplevert en meer investe-ringsruimte geeft. Wij wachten nog steeds op dat soort wetgeving vanuithet kabinet. Ik denk dat zoiets netto veel meer oplevert dan dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42910 maatregel, waarbij vooral hele dure huurwoningen uitgepond worden. Ikdenk dat je daarmee ook niet voorkomt dat je meteen best wel scherpmoet afwijken van de Wet betaalbare huur. Ik zou wat uitgebreider van deheer Van Leijen willen horen waarom hij denkt dat dat dan een goed ideeis.De heer Van Leijen (D66):Het gaat natuurlijk om het totaalpakket. De heer De Hoop heeft helemaalgelijk: er moet zo snel mogelijk iets komen voor de positie van woningcor-poraties als het gaat om de middenhuur; dat gaat heel veel doen. De heerMooiman had ook gelijk: box 3 gaat ook enorm helpen. Het is uiteindelijkeen combinatie van maatregelen die ervoor gaat zorgen dat je datmiddenhuuraanbod op orde krijgt. Daar moet je naar kijken. Tegelijkertijdmoet je ook niet blind zijn voor het feit dat er nu massaal middenhuurwo-ningen verdwijnen. Als we dat met elkaar zien gebeuren, dan moeten weook het lef hebben om daar maatregelen voor te durven nemen. Dan hebik het over gerichte maatregelen rond de Wet betaalbare huur.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik wil toch graag even wat uitzoomen met de heer Van Leijen. Stel dat jede situatie vergelijkt met bijvoorbeeld 2021. Dan zijn er op dit moment inde grote steden nog altijd meer woningen die verhuurd worden in deprivate sector. Die aantallen zijn zelfs nu nog hetzelfde, of liggen noghoger. Vergeleken met 2015 worden er nu veel meer private huurwo-ningen verhuurd. Staart de heer Van Leijen zich niet blind op 2021 en2022, op het moment dat die wet werd ingevoerd? Is het niet verstandigerom wat meer uit te zoomen en met elkaar te beseffen dat er überhauptrelatief veel private huurwoningen waren, en dat het niet gek is dat ditaantal nu een beetje inslinkt?De voorzitter:De wet werd in 2024 ingevoerd, maar goed. De heer Van Leijen, D66.De heer Van Leijen (D66):Volgens mij gaat het niet om blindstaren of uitzoomen, maar omvooruitkijken. Waar wil je naartoe? Je wilt middenhuurwoningen krijgen.Volgens mij kan de heer De Hoop het niet met mij oneens zijn dat we daareen probleem hebben. We hebben veel te weinig middenhuurwoningen.Ik weet dat u dat ook belangrijk vindt; u staat ook voor de verpleeg-kundige, voor de onderwijzer en voor de politieagent. Laten we nou metelkaar werken aan een pakket dat ervoor zorgt dat het aantal middenhuur-woningen op orde blijft. Het massaal verkopen van die woningen helptdaar niet bij.De voorzitter:Er zijn nog twee interrupties voor u. Er is er eerst een van de heer Nobelvan de VVD en daarna van de heer Flach van de SGP.De heer Nobel (VVD):Laten we inderdaad even uitzoomen bij dit probleem. Ik ben het met D66eens dat grofweg twee zaken dan van belang zijn. Aan de ene kant is datde fiscaliteit. Maar als we uitzoomen, is het eerlijke verhaal dat wewaarschijnlijk pas na 1 januari 2028 iets op fiscaal gebied kunnen doen. Ikdenk dat de heer Van Leijen dat met mij eens is. Dat betekent dat we tot1 januari 2028 naar de andere knop moeten kijken: de regels. Mijn vraagaan de heer Van Leijen is of hij vindt dat er nu voldoende stappen op deWet betaalbare huur zijn gezet om in ieder geval aan die regelkant iets tedoen. Slechts 6% van de investeerders in die middenhuurwoningen vindtnamelijk dat dat het geval is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42911 De heer Van Leijen (D66):Ik ben het ermee eens dat er meer stappen nodig zijn. Die zijn deels nodigrond de Wet betaalbare huur. Als we zien dat er daar iets ontstaat, danmoeten we durven optreden en maatregelen durven nemen. Dat moetendan ook gerichte maatregelen zijn. Ik ben het met de heer Nobel eens dater meer nodig is en dat we verdere stappen moeten zetten. Zoals de heerNobel zelf zegt, is fiscaliteit de knop waar je aan moet draaien; dat weet uzelf ook. Er is gisteren nog gestemd over een motie van u, mevrouw Steenen mijzelf, die vroeg om hier voor buitenlandse pensioenfondsen naar tegaan kijken. Volgens mij zorgen wij er dus met elkaar voor dat we haastblijven maken.Ik ga echter niet de huurder weer volledig overleveren aan de grillen vande markt. De heer Nobel schetst het beeld dat het voor de Wet betaalbarehuur allemaal halleluja was, dat je op het moment dat je je deur opendeeden naar buiten liep, struikelde over de woningen omdat die zo massaalbeschikbaar waren. Dat was niet zo. De Wet betaalbare huur was eenreactie op een wooncrisis die er al was. Als je ziet dat daar dingen in zittendie beter kunnen, dan moet je die durven aanscherpen. Maar je moet ookverder blijven kijken om dat klimaat echt op orde te krijgen. Dat zit ’m inde fiscaliteit.De heer Nobel (VVD):Ik vind het jammer dat ik buiten dat punt van die fiscaliteit eigenlijk nikshoor van D66. Waarom vind ik dat jammer? D66 geeft telkens aan tiennieuwe steden te willen bouwen. Mijn angst is dat er straks tien stedenverdwijnen in het middensegment als we door blijven gaan op de weg diewe ingeslagen zijn. Dat is de reden waarom ik namens de VVD meerstappen zal zetten, meer dan de kleine stappen die nu gezet zijn, rond deevaluatie van de Wet betaalbare huur. Daarbij hoop ik D66 aan mijn zijdete krijgen, want anders komen er geen steden bij, maar verdwijnen diestraks juist in het middensegment. Ik denk dat we dat allebei niet willen.De heer Van Leijen (D66):Dat willen we inderdaad allebei niet. Daar doen we ook meerdere dingenaan. Dat zit ’m in de Wet betaalbare huur. Daar doen we ook iets aan opdit moment; laten we dat niet vergeten. Dat zit ’m in de woningcorporatiesdie de ruimte krijgen wat betreft middenhuur en daardoor veel meerinvesteringsruimte krijgen. Dat zit ’m ook in de fiscaliteit. Ik waardeer hetgevoel van urgentie dat de heer Nobel schetst. Dat meen ik. Ik vind hetecht top dat u daar zo hard aan wilt werken. Maar er zit een verschiltussen een gevoel van urgentie en uit paniekvoetbal rare stappen gaanzetten. De heer Flach had het net over «een flinke ruk aan het stuur». Jekunt een flinke ruk aan het stuur de andere kant op geven, maar als je datdoet, gaat je auto over het algemeen slippen en kom je tegen een muur testaan. Dat ga ik niet doen. Ik wil kijken naar die fiscaliteit. Ik kijk naar deWet betaalbare huur. Ik denk dat het heel goed is dat we dat met z’n allendoen. Ik wil ook zo snel mogelijk de uitwerking wat betreft middenhuurvanuit Europa zien. Volgens mij zetten we zo de juiste stappen.De voorzitter:Is dat afdoende voor de heer Nobel? Nee, hij heeft een derde interruptie.De heer Nobel (VVD):We zien dat er alleen afgelopen jaar al 65.000 woningen zijn uitgepond.Dan vraag ik me af wat D66 nog meer nodig heeft om in te zien dat destapjes die worden gezet, onvoldoende zijn. Het is niet een ruk aan hetstuur: de auto ligt allang in de vangrails. Dat is waar ik me zorgen overmaak op het moment dat D66 aangeeft pas op 1 januari 2028 naar defiscaliteit te willen kijken, omdat dat de eerste mogelijkheid wordt om ietsdoor te voeren rond die fiscaliteit. Waarom zouden we dan geen verdereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42912 stappen zetten op het gebied van regelgeving, bijvoorbeeld als het gaatom de tijdelijke huurcontracten en het WWS-stelsel? We zouden toch allesmoeten aangrijpen om de markt iets meer lucht te geven? Misschien is diestap in het verleden niet altijd vanuit ons gezet, maar dan ben ik als VVDook bereid om te zeggen: misschien moeten we dan kijken naar tijdelijkehuurcontracten voor bijvoorbeeld drie of vijf jaar.De heer Van Leijen (D66):Nogmaals, we zetten meerdere stappen. We zien dat dit een belangrijkestap is, maar we zien ook dat er meer nodig is. Box 3 komt in 2028. Dat isprima. Als u wilt dat dit sneller gaat, heeft u daarvoor vast het telefoon-nummer van uw eigen Minister van Financiën. Op een ander punt, defiscaliteit van pensioenfondsen, is gisteren nog een motie ingediend. Watbetreft de woningcorporaties en middenhuur: ik verwacht dat er uiterlijkeind van het jaar, of begin volgend jaar, een wetsvoorstel voor dewoningcorporaties en middenhuur ligt. Er gebeuren dus al heel veeldingen tegelijkertijd. Ik ga me niet blindstaren op één maatregel, wantuiteindelijk gaat het wel om balans. U hoort ook de klachten van dehuurders. U heeft het over het uitponden, maar u hoort ook de huurdersdie straks hun rekeningen niet meer kunnen betalen. We zijn met elkaarecht op zoek naar een juiste balans daarin, waarbij je én de huurbe-scherming hebt én het middenhuursegment aantrekkelijk maakt. Dat íseen balans vinden, en daar horen gekke stappen uiteindelijk niet bij.De voorzitter:Ik ga naar de heer Flach en daarna naar de heer Clemminck.De heer Flach (SGP):Ik hoorde de heer Van Leijen zeggen dat het ook lef vraagt om de wet aante passen. Bij lef hoort ook dat je enigszins terugkijkt. De heer Van Leijenwas toen zelf geen woordvoerder, – begrijp me niet verkeerd – maar ookzijn fractie heeft ingestemd met de wet. Alles wat hij hier opsomt, wastoen bekend. Ook de effecten waren uitgebreid in beeld. We zijn er alsKamerleden destijds mee bestookt, dus het kan geen verrassing zijn. Watis nu nieuw in de inzichten van de heer Van Leijen dat hij zegt: we moetennu het lef hebben om de wet aan te passen? Het was namelijk allemaal albekend op het moment dat we over die wet stemden.De heer Van Leijen (D66):Ik ben wel blij dat u die vraag stelt, want ik denk dat het een goede vraagis, waar we ook als D66 een goed antwoord op moeten geven. Laat ik datdus ook doen. Ik ben niet blind voor wat er de afgelopen periode isgebeurd. Er was gewaarschuwd. We zien het gebeuren. Dan ben ikinderdaad bereid om over mijn eigen schaduw heen te stappen en tezeggen: ja, dan nemen we gerichte maatregelen. Daar loop ik helemaalniet voor weg.De heer Flach (SGP):Dat heb ik de heer Van Leijen ook horen zeggen, maar ik zou het liefst nogeen stapje verder willen gaan. Ik zou ook graag willen horen: we hebbenons destijds ook een beetje in de luren laten leggen door de power van dewoonminister die we toen hadden. Die trok dat voorstel er met veelgeweld doorheen, herinner ik me nog wel. Of: we hebben de effecten, diedestijds ook bekend waren, onderschat. Vooruitkijken is prima, maar daarpast ook wel even de reflectie bij: ja, het was misschien toch niet zohandig dat we ingestemd hebben met de wet in die vorm. Er zijn namelijkook diverse amendementen geweest die op dat moment niet op steunhebben kunnen rekenen van D66.De heer Van Leijen (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42913 Het blijft natuurlijk moeilijk om te reflecteren op iets wat ik zelf niet hebgedaan, maar laat ik een poging wagen. Wat wilde ik daarbij zeggen? Alswe nu met z’n allen die effecten zien, dan moeten we daarop acteren. Datheb ik al een paar keer aangegeven. Waar het volgens mij op neerkomt, isdat we met elkaar zoekende zijn naar een juiste balans tussen aan de enekant huurbescherming, die ik nog decennia wil houden, en aan de anderekant een goed investeringsklimaat om te zorgen dat er voldoendewoningen zijn. We willen dat mensen betaalbare huren hebben en dat wevoldoende woningen hebben. Dat is zoeken naar een balans. Er is eenstap genomen waarvan we nu met z’n allen concluderen: die balans is nietgevonden. Dan moet je naar maatregelen kijken en zorgen dat die balanser wel komt.De heer Flach (SGP):Tot slot. Dan sluit ik me toch aan bij de heer Nobel, die zei dat ditwaarschijnlijk ook niet genoeg zal zijn en we nu opnieuw in zo’n situatiezitten dat we goed moeten nadenken of dit voldoende is. We moetenkijken naar tijdelijke huurcontracten, dus laten we daar vooral goed naarkijken als die motie in stemming komt. Maar ook het feit dat huurders nietkunnen indexeren zoals dat mogelijk is, omdat ze tegen de bovenkant vande WWS-tabel aanbotsen, wat in feite een fictieve ruimte is die gewoonniet geboden wordt, gaat leiden tot het verdwijnen van nog meermiddenhuurwoningen. Is dit nu niet weer zo’n moment dat we even goedde effecten tot ons moeten laten doordringen en moeten zeggen: dit isgewoon niet voldoende; er moet nog iets bij?De heer Van Leijen (D66):Het is weer zo’n moment waarop we met z’n allen even heel scherpmoeten kijken naar: wat is nou de juiste balans? Daar moeten we naarkijken: aan de ene kant de huurbescherming, aan de andere kantvoldoende woningen. Als ik iedereen hier hoor zeggen dat het ’m eigenlijkin de fiscaliteit zit, dan is de vraag of je, als je nog harder aan de knopbetaalbare huur gaat draaien, aan de juiste knop draait en of je de juistebalans gaat vinden. Specifiek is uw voorstel: WBI plus 1% of 2%. Dat is hetvoorstel, technisch gezien. Ik ga het proberen af te pellen. Dat betekentdus dat je elke keer de huren verhoogt met de inflatie plus eenpercentage. Die percentages van inflatie en waarmee je de hurenverhoogt, gaan exponentieel uiteenlopen. Uiteindelijk kom je op eensituatie uit waarin de huurder 17% meer huur betaalt dan de inflatie isgestegen. Dat is ook niet de juiste balans. Dat is weer die flinke ruk aanhet stuur waar u zelf ook voor waarschuwde.De heer Clemminck (JA21):In een bijzin bij een interruptie zei de heer Van Leijen dat het een goedezaak is dat woningbouwcorporaties straks met staatssteun, Europeseregelgeving, in het middenhuursegment kunnen gaan investeren. Is D66het met JA21 eens dat er dan ook een gelijk speelveld moet zijn metandere investeerders, niet zijnde de woningbouwcorporaties? Dus dat devoordelen die woningbouwcorporaties hebben in het middenhuur-segment alleen acceptabel zijn als die ook gaan gelden voor andereinvesteerders in het middenhuursegment?De heer Van Leijen (D66):Ik ken die regels als geen ander. Ik heb in mijn werkzame leven bij Aedesdaar heel hard aan gewerkt. Dat is het uitgangspunt van die regels. Diestaatssteuninstrumenten staan open voor zowel de woningcorporaties alsde marktpartijen. Het einddoel is wat mij betreft wel heel duidelijk,namelijk voldoende middenhuurwoningen, want daar stuur ik op.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42914 Helder. Dan kunt u uw betoog vervolgen.De heer Van Leijen (D66):D66 wil juist middenhuurwoningen zien, dus moeten we nu stappenzetten die we gericht kunnen nemen. Niks doen is immers geen optie. Nade evaluatie van de Wet betaalbare huur kijken we wat verdere verbeter-punten zijn. Tegelijkertijd werken we aan andere oplossingen om ervoor tezorgen dat er uiteindelijk voldoende middenhuurwoningen komen enblijven, met huurbescherming. Dat kan, door verbeteringen in onsbelastingstelsel door te voeren en corporaties in staat te stellen veel meermiddenhuur te bouwen.Voorzitter. Vorige week donderdag stond ik met een groot deel van decollega’s in deze commissie net buiten dit Kamergebouw. Daar werd onsde Zware Beslisagenda aangeboden. We spraken met woningzoekendendie elke dag om 8.00 uur ’s ochtends klaarzaten om te reageren op eenhuurwoning, om daarna een van de honderden te zijn die hebbengereageerd. In heel Nederland zijn wel meer dan een miljoen mensen opzoek naar een woning om hun leven weer voort te kunnen zetten. Daarmoeten wij als Kamer dan ook mee aan de slag.Voorzitter. Het is goed dat dit kabinet nu een stap naar voren zet. Op kortetermijn kunnen we de Wet betaalbare huur nu gericht optimaliseren op depunten waar het het meeste knelt. Wat mij betreft maakt de Ministertempo met het doorvoeren van dit pakket. Als er nog steeds 30 leden zijndie vragen om een wetsvoorstel in te dienen voor aanpassing van detijdelijke contracten voor studenten, dan zal de Minister dat ook moetendoen en zal ik haar op dat moment ook per motie vragen om dat te doen.Voorzitter. Deze hele commissie is het erover eens dat we moeten zorgendat er minder huurwoningen worden verkocht. Daar helpt dit besluit bij,maar dat is natuurlijk niet alles wat we moeten doen. We zullen dewooncrisis van alle kanten te lijf moeten. Het moet makkelijker wordenvoor buitenlandse pensioenfondsen om in Nederlandse huurwoningen teinvesteren. Kan de Minister aangeven op welke termijn zij de Kamer kaninformeren over welke maatregelen zij wil nemen? Woningcorporatiesmoeten op korte termijn in staat worden gesteld om meer middenhuur tegaan bouwen. Graag vragen wij de Minister wat de snelst mogelijketermijn is waarop woningcorporaties met geborgde leningen kunneninvesteren in middenhuurwoningen. Kan de Minister aangeven of dit ookbetekent dat de vermogensscheiding wordt afgeschaft? Dan kunnenwoningcorporaties pas echt meters maken. De belasting voor verhuurderszoals de bakker op de hoek zal moeten worden hervormd om goedeverhuurders te laten verhuren en niet te laten verkopen.Voorzitter. Ik roep de Minister dan ook op om voortvarend aan de slag tegaan met de door haar voorgestelde maatregelen. Het is net zo belangrijkom ook werk van te maken van al die andere oplossingen voor dehuurmarkt, die nu zo onder druk staat. Want Nederlanders verdienenallemaal een kans op een huurwoning.Dank.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Leijen. Er is nog een interruptie van de heer DeHoop, GroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zou nog één keer wat willen vragen over de tijdelijke huurcontractenvoor studenten, want ik weet echt werkelijk niet wat die maatregeltoevoegt. Er zijn natuurlijk al een aantal mogelijkheden. Je mag bijvoor-beeld studenten die buiten de gemeente wonen al een tijdelijk contractaanbieden. Je hebt al campuscontracten, waar al een tijdelijkheid in zit.Zolang je inschreven staat voor een studie mag je in een woning wonenen daarna niet meer. Wat voegt deze maatregel dus toe, behalve dat bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42915 nieuwe contracten de onzekerheid voor studenten verder toeneemt? Ikgeloof echt niet dat dit nou heel veel extra woningen voor studentenoplevert. Ik zou de heer Van Leijen en D66 willen vragen om daar nogeven goed over na te denken, omdat het volgens mij ook een doelgroep isdie u een warm hart toedraagt. Ik denk dat dit vooral leidt tot meeronzekerheid.De heer Van Leijen (D66):Je probeert natuurlijk te voorkomen dat aanbieders van tijdelijkecontracten hun woningen uitponden. Een van de redenen dat ze willenuitponden, is dat het klimaat voor hen nu niet gunstig is. Daar werken weaan. Daar gaan we allemaal maatregelen voor nemen. Als je ze daarmeeook vraagt om vaste contracten aan te gaan met studenten, dan kan datvoor hen een trigger zijn om zo’n woning te verkopen. Die probeer je dusweg te nemen.De voorzitter:U kijkt de heer De Hoop hoopvol aan, maar die is door zijn interruptiesheen, dus ik ga hem het woord geven voor zijn bijdrage in eerste termijn.O, excuses, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Wat mij een beetje bevreemdt, is dat mijn D66-collega Van Leijen zopositief is over tijdelijke huurcontracten voor onzelfstandige kamers,terwijl het D66 zelf is geweest die samen met de SP het initiatief heeftgenomen om die contracten vast te maken. Het waren nietGroenLinks-PvdA en de ChristenUnie die het initiatief hebben genomentot de Wet vaste huurcontracten. Het is een amendement van D66geweest. De draai van D66 is dus nog groter dan alleen maar voor oftegen de Wet betaalbare huur stemmen. Hoe moet ik dat met elkaarrijmen?De heer Van Leijen (D66):Ik zeg hetzelfde als bij de vraag van meneer Flach. Ik dank de heer Grinwisvoor deze vraag, want ik denk dat het goed is dat we het goed uitleggen.We zien nu dat huurwoningen massaal verdwijnen. Dan zijn wij bereid omover onze eigen schaduw te stappen. We lopen daar niet voor weg. Wedurven dat soort maatregelen te nemen. Dat vinden we niet leuk. U vertelthet alsof wij het heel positief vinden, meneer Grinwis. Sorry, ik vind heteen vervelende maatregel. Ik doe het liever niet. Maar als het noodzakelijkis, dan moet het.De heer Grinwis (ChristenUnie):De discussie over de onzelfstandige woningen en de studenten is echt eenandere dan die over sec de regulering van de betaalbare huur. We moetende dingen hier wel onderscheiden. Ik vind die discussie op zichzelf heellegitiem. Daarom mijn vraag waarom dit amendement van D66 wordtteruggedraaid. Mijn andere vraag is als volgt. De heer Van Leijenonderbouwt het met een verwijzing naar de uitpondcijfers. De uitpond-cijfers zijn echter hoog, maar niet hoger dan de zware scenario’s diebekend waren op het moment dat de wet werd behandeld en dat dezediscussies plaatsvonden. Dus wat is precies de aanleiding om nu dezebeweging te maken? Eigenlijk wijzen de daadwerkelijke cijfers die we totnu hebben niets anders uit dan de diverse scenario’s die we hadden bij debehandeling. Of ziet de heer Van Leijen dat echt anders?De heer Van Leijen (D66):Ik hoor de heer Grinwis eigenlijk zeggen: het had allemaal nog veel ergergekund. Oké, dat kan. Ik vind dit erg genoeg. Ik vind dat we zo’n probleemTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42916 hebben, met een tekort aan middenhuurwoningen en een tekort aanstudentenwoningen, dat we moeten handelen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat is niet precies mijn punt. Misschien staan we inhoudelijk helemaalniet zo ver van elkaar af. Maar nu net doen alsof we zijn overvallen en datnu leidt tot een andere koers, is een beetje raar. We wisten het namelijk bijde behandeling van de Wet betaalbare huur. Ik zit dus toch een beetje tepuzzelen: waarom nu? Tot een paar maanden terug hebben we debehandeling van de wijzigingen van de voorganger van deze Minister,Mona Keijzer, tegengehouden. Nu gaat men alsnog overstag, terwijl hetverhaal eigenlijk niet anders is. «Ik voel het nu als een groot probleem.Een paar maanden terug was het heel anders. Bij de behandeling van deWet betaalbare huur was het ook anders.» Dat terwijl het ook metzwartere scenario’s qua uitpondcijfers had kunnen worden gerealiseerd. Ikblijf dus een beetje zitten met de vraag wat nou echt de inhoudelijkeonderbouwing is. Of is het uiteindelijk een soort van de politieke golfwaarop D66 zit? «Gisteren hadden we deze mening. Vandaag hebben weeen andere mening.»De voorzitter:Uw vraag is helder.De heer Van Leijen (D66):Lekker geframed, zeg ik tegen de heer Grinwis. Laat ik er even nog eenkeer op terugkomen. Ja, er waren waarschuwingen dat dit een effect wasdat kon optreden. Als je dat effect dan ziet optreden, dan vind ik het heelgoed dat je daarnaar handelt, dat je over je eigen schaduw heen stapt endat je met oplossingen komt.De voorzitter:We gaan door naar de inbreng van het Kamerlid De Hoop. Hij spreektnamens GroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. De afgelopen decennia kreeg de markt ruim baanin de volkshuisvesting. Huren werden zo vrij mogelijk gelaten. Het ideewas dat dit vanzelf zou leiden tot heel veel meer woningen. Dat is eigenlijkniet gebeurd. De vrije sector groeide weliswaar sterk, maar vooral in hetdure segment. Die groei ging ten koste van de bestaande koopwoning-voorraad. Woningen schoven van de koopmarkt naar de huurmarkt.Instapwoningen voor starters werden voor de neus weggekocht omverhuurd te worden. Tussen 2018 en 2022 verdwenen zo’n 75.000woningen van de koopmarkt. Die werden voor de hoofdprijs verhuurd.Vooral jongeren waren en zijn de dupe. Zij zijn vaak wel de helft van huninkomen kwijt aan huur en vinden überhaupt nauwelijks nog eenbetaalbare woning.Gelukkig durfde Minister De Jonge na decennia liberaal beleid eindelijk inte grijpen met de Wet betaalbare huur. Die wet hebben we hier uitvoerigmet elkaar besproken. De gevolgen waren voor ons allemaal eigenlijk welduidelijk. De gegroeide vrije sector zou iets inkrimpen. Dat vonden weacceptabel, want de huren waren veel en veel te hoog. Daar moest ietsaan gebeuren. Het is ook niet voor niks dat een ruime meerderheid in dezeKamer, van 114 zetels, deze wet heeft aangenomen. De verwachting wasdat voor 300.000 woningen de huur met € 190 per maand naar benedenging.Dat geeft lucht aan gewone mensen die gewoon een betaalbaar huiswillen. We hebben deze wet telkens voor de poorten van de hel moetenwegslepen. Het vorige kabinet wilde er eerder al aan tornen, maar demotie van mij en mevrouw Beckerman, met gelukkig ook steun van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42917 CDA en D66, stak daar een stokje voor. Eind vorig jaar kwamen het CDAen D66 met hun agenda. Ik hield, eerlijk gezegd, van tevoren even mijnhart vast: gaan ze wat doen aan die Wet betaalbare huur? Maar gelukkigbleven ze standvastig. De wet bleef in stand. Toen kwam de VVD aan tafelen werd in het coalitieakkoord opgenomen dat deze wet, net aangenomenen nog niet geëvalueerd, meteen zou worden versoepeld. Deze Ministerheeft vervolgens de versoepelingen van het PVV-kabinet, die ik nog methaar eigen partij tegen heb gehouden, afgestoft en naar de Kamergestuurd. Wat betekent een versoepeling van deze wet voor gewonemensen? Voor 13.000 woningen kunnen de huren met € 114 per maandstijgen. Denkt de Minister dat nieuwe huurders dat kunnen betalen terwijlmensen nu al 42% van hun netto-inkomen kwijt zijn aan huur?De heer Flach (SGP):Een mooi historisch betoog. Er ontbreken nog wel wat elementen, maarhet is heel fijn dat de VVD destijds aan boord gekomen is, zou ik haastzeggen, want anders zou er niks gebeurd zijn aan deze wet. Met enigetriomf hoor ik de heer De Hoop ook zeggen dat er 114 stemmen voor diewet waren. Dat heb ik destijds ook met lede ogen aangezien. Ook aan deheer De Hoop is er de vraag of de effecten die de wet heeft gehad hemdan helemaal niets doen. Neemt hij dan voor lief dat er zoveel woningenvan de markt verdwijnen of gebruikt hij daarvoor het antwoord dat hetooit nog veel erger was en we dus niet mogen mopperen? Nee, erverdwijnen nu gewoon echt tienduizenden woningen van de markt. Doetdat hem dan helemaal niets?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik wil een aantal dingen zeggen. Ik heb dit debat tijdens de wetsbehan-deling ook met de heer Flach gevoerd. Ik vind het wel interessant dat deheer Flach nu doet alsof hij heel overtuigend tegen die wet heeft gestemd,maar ik weet ook dat de SGP er tijdens dat debat meermaals overgetwijfeld heeft of de SGP voor die wet moest stemmen. Die nuancenoem ik richting de heer Flach. Ik hoop dat hij dat niet erg vindt. Hij zegtnamelijk zelf ook dat er iets meer context bij de behandeling van de wetmag worden genoemd, dus dan doe ik dat ook vanaf de andere zijde. Ikzie dat de uitkomst nu echt niet heel veel afwijkt van de verwachtingen diehet ministerie bij de behandeling van de wet schetste; dat lees ik ook in debrief van de Minister. Het scheelt echt niet ontzettend veel. De heer Flachschetst dat er tienduizenden woningen worden uitgepond; dat zie ik ook.Maar ik zie ook dat er juist in de afgelopen periode in die private huur26.000 woningen zijn toegevoegd, er 14.500 woningen zijn aangekocht; erwerden nog 11.500 woningen toegevoegd. Per saldo nam het bezit vanprivate investeerders dus af met ongeveer 10.000 woningen. We moetenniet doen alsof er alleen sprake is van uitponding. Er worden ook weernieuwe woningen toegevoegd. Dat mis ik ook wel in dit debat. Er wordtalleen geschetst hoeveel woningen er worden uitgepond, maar niet hoevanuit diezelfde sector ook weer woningen worden toegevoegd. Dat isprima, maar volgens mij is dit dan ook de verbreding van de context, zegik tegen de heer Flach.De heer Flach (SGP):Dank voor de uitdaging, voorzitter, zeg ik tegen de heer De Hoop. Ja, deSGP heeft namelijk best veel gevoel bij het doel van de wet dat jewoningen beschikbaar wilt hebben in het middensegment, juist voormensen die dat nodig hebben. Laat dat helder zijn. Dat was de redenwaarom wij ook wel enige sympathie hadden voor het doel van de wet,maar wij hadden amendementen klaarliggen die precies bedoeld warenvoor het punt waarop het nu misgaat, namelijk het punt van de kleinebelegger, zoals de bakker die voor zijn pensioen een woning boven zijnwinkel verhuurt. Die amendementen hebben het niet gehaald. DaarmeeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42918 was de wet gewoon volstrekt uit balans en daarom heb ik met overtuigingtegengestemd, juist om die punten, dus voor die kleine ondernemer dieverhuurt en die nu helemaal buiten de boot valt door de combinatie vande regels voor box 3 en deze verhuurregels, maar ook voor die institu-tionele beleggers die eigenlijk gewoon nauwelijks meer nieuwbouwkonden plegen. Dat soort signalen hebben uiteindelijk bij ons duidelijk dedoorslag gegeven om tegen die wet te stemmen. Ik maak me er echtzorgen over dat deze wet niet gebracht heeft wat we ervan verwachtten,maar wel heel veel woningen naar de koopmarkt heeft doen verschuiven,waar ze al snel ook weer onbetaalbaar zullen blijken te zijn voor startersen waar ze in ieder geval voor middenhuurders onbereikbaar zijngeworden.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank ook aan de heer Flach voor zijn toelichting. Zo herinner ik mij datdebat met hem inderdaad ook. Mijn inschatting is dat het grootste deelvan de woningen die uitgepond worden, inderdaad woningen zijn diedoor kleine verhuurders verkocht of verhuurd werden voor best hogerendementen. We zagen toen dat die rendementen ongeveer op 8% of 9%lagen. Volgens mij vond iedereen, breed in de Kamer, dat te hoog. Het isniet gek dat als je zegt dat verhuurders bij nieuwe huurders minder huurmogen vragen, een deel van die verhuurders de woningen dan op dekoopmarkt zet. Mijn grootste zorg zat met name bij partijen die groot-schalig woningen toevoegen, bijvoorbeeld die pensioenfondsen. Ik vindhet redelijk om rendementen van 4%, 5% te halen. Ik vind dat je moetkijken hoe je ervoor zorgt dat partijen die daadwerkelijk echt heel veelwoningen toevoegen, daar uiteindelijk ook een rendement op draaien,maar nu zie ik vooral aanpassingen die de kleine verhuurder helpenwaarvan ik denk dat ze voor de vermogensopbouw van diegene fijn zijn,maar waarvan ik me afvraag hoeveel ze daadwerkelijk toevoegen. Ik bener dus van overtuigd dat deze aanpassingen niet de toegevoegde waardehebben waarmee het doel dat de heer Flach in zijn hoofd heeft daadwer-kelijk verder wordt gebracht. Dat is echt mijn grote zorg over de aanpas-singen van deze Minister.De voorzitter:De heer Flach is door zijn interrupties heen. Er zijn nog interruptiesaangemeld door de heer Nobel en Clemminck, maar ik wacht even tot delange bel die we nu horen voorbij is, want het is altijd vervelend omdaardoorheen te moeten praten.De bel is voorbij. Ik geef het woord aan de heer Nobel van de VVD voorzijn interruptie.De heer Nobel (VVD):De heer De Hoop komt vaak met feiten, meestal om zijn verhaal teonderbouwen, alleen is het, denk ik, in dit geval zo dat de feiten ook eenbeetje misbruikt worden. U heeft het namelijk bijvoorbeeld over woningendie worden toegevoegd, maar in de afgelopen vijf jaar is dat gewoonhelemaal niet gebeurd. U baseert zich dus op oude feiten. Over dewoningen die zijn uitgepond, gaf u zojuist aan dat het gaat om woningendie met name torenhoge huren hadden en om woningen die eigenlijk tothet vrije segment zouden moeten behoren. Dat waren voor 80% woningenuit het sociale segment en het middensegment. De woningen waar u zovoor zegt te pleiten, verdwijnen nu dus als sneeuw voor de zon door demaatregelen die in een eerder kabinet genomen zijn, maar ze verdwijnenook vooral doordat uw partij voorstellen om kapitaal vanuit het buitenlandaan te trekken, niet steunt. Vorige week nog – de heer Van Leijenrefereerde daar zojuist ook al aan – kwam de VVD samen met D66 en hetCDA met een motie om buitenlandse pensioenfondsen eerder naar deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42919 Nederlandse markten te halen en ervoor te zorgen dat het kapitaal uit hetbuitenland meer wil investeren in Nederland.De voorzitter:Kunt u richting de vraag gaan?De heer Nobel (VVD):Ik kom bij de vraag. Uw partij stemde toen tegen, want telkens als het gaatover geld verdienen en ook over het kunnen investeren in de woning-markt, haakt PRO af. Is het voor GroenLinks-PvdA uiteindelijk belangrijkerom in die ideologie te blijven hangen of wil u uiteindelijk gewoonwoningen bouwen? Dan verwacht ik namelijk ook dat u boter bij de visdoet; dat is tot nu toe niet gebeurd.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan noem ik toch maar een feitje. In de jaren tachtig ging 8% van derijksbegroting naar woningbouw en bouwden we elk jaar meer dan100.000 woningen. Nu is het 1,5% en dat is uiteindelijk toch zo gekomendoor heel veel kabinetten van de VVD die veel minder investeerden involkshuisvesting. Wat betreft buitenlands kapitaal hoop ik echt dat wijonze lessen van een jaar of tien geleden hebben geleerd, toen wij onzemarkt volledig open hebben gegooid voor heel veel private investeerders,mensen met heel veel kapitaal die uiteindelijk vooral koopwoningenhebben opgekocht en voor hoge huurprijzen hebben verhuurd, waarjonge mensen heel weinig mee opschieten. Mijn angst is dat wij elke keerdat wij weer een beetje volkshuisvesting opbouwen – ik vond dat dat deafgelopen periode gebeurde – dat nog sneller weer afbreken. Ik zie dat nugebeuren. Deels is dat ideologisch en dat ben ik met de heer Nobel eens,en daarom vind ik debatten met hem ook ontzettend leuk, maar dat heeftvooral ook heel veel consequenties voor gewone mensen. Daar maar ikme echt heel erg zorgen over.De voorzitter:De voorzitter vindt dit soort debatten ook heel erg leuk, maar ik wil u welvragen om de interruptie kort te houden, meneer Nobel.De heer Nobel (VVD):Ik hou het korter, voorzitter. Ideologische verschillen zijn mooi, totdat opeen gegeven moment mensen op straat komen te staan. Het ideologischeverschil tussen de VVD en, in dit geval, GroenLinks-PvdA is dat de VVDzegt dat buitenlands kapitaal gewoon keihard nodig is. Als we in tien jaartijd een miljoen woningen willen bouwen, hebben we 400 miljard nodig.De realiteit is gewoon dat corporaties dat niet aankunnen, want kapitaalheeft geen paspoort. Ik vraag dus nogmaals aan de heer De Hoop: zet dieideologie een beetje opzij en laten we woningen gaan bouwen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Wat ons betreft mogen mensen investeren in de woningmarkt, maar diegaan we wel reguleren. Dat is natuurlijk ook wat er met deze wet gebeurt.Eenieder die wil investeren in volkshuisvesting kan dat dus doen, wat onsbetreft waar dat gereguleerd wordt met normale prijzen voor gewonemensen. Daar heb je ook private verhuurders voor nodig. Daar heb je ookparticuliere verhuurders voor nodig. Maar ik ben ervan overtuigd dat jevooral heel veel geld vanuit corporaties nodig hebt. Ik zie dat als wij daarvoorstellen voor doen, die telkens door deze coalitie worden weggestemd.Dat stelt mij wel teleur, omdat ik denk dat als wij stappen zetten om devpb sneller af te schaffen en sneller die geborgde financiering voor elkaarte krijgen, wij dan snel voor heel veel meer betaalbare woningen zorgen.Maar dan merk ik ook bij de VVD dat er toch ideologisch iets tegenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42920 corporaties is. Dat vind ik heel jammer, omdat die toch vaak heel veelbetaalbare woningen kunnen toevoegen.De heer Clemminck (JA21):Ik gaf net het voorbeeld van Raymond met een extra woning om zijnpensioen te borgen. Deze wet dwingt hem, net als andere kleine inves-teerders, eigenlijk om verlies te lijden. Gezien het rendement van eenschamele 1%, wil hij nog een middenhuurwoning beschikbaar stellen voorNederlanders. Nou zegt de heer De Hoop: ik vind een rendement van 4%nog wel acceptabel. Dan kunnen we gaan discussiëren of het aan ons isom het rendement van ondernemers bepalen. Feit is natuurlijk dat tot aaneen discussie over deze aanpassing dan wel box 3 2028 het rendementvoor middenverhuurders, zoals Raymond en Johan, maar 1% is. Duswelke voorstellen doet collega De Hoop om tussen nu en 2028 in iedergeval iets aan het rendement te doen, waardoor we uiteindelijk diemiddenhuurwoningen beschikbaar houden?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het terechte aan deze vraag vind ik dat de analyse dat er voor sommigeverhuurders misschien veel te weinig rendement is, veel breder gaat danalleen de Wet betaalbare huur en de huur die je vraagt. Er zitten heel veeldingen aan: box 3 en overdrachtsbelasting. Het is natuurlijk heel terechtom daarover met elkaar het debat te voeren. Maar daar doen wij met dezeaanpassingen heel weinig aan. Wat je met deze aanpassingen wel doet, isde huren voor heel veel mensen verhogen die dat echt niet meeraankunnen. Heel veel jonge mensen zijn de helft van hun netto-inkomenkwijt aan huur. Ik vind het terecht om met de heer Clemminck het debat tevoeren over überhaupt fiscaliteit en wonen en hoe elkaar dat bijt, maardat staat echt los van het pakket van de Minister dat hier nu voorligt. Ik zienu dat de Minister kiest voor maatregelen die de huurder treffen. Datgebeurt zo snel; dat vind ik heel erg jammer. Ik ben er dus helemaal niettegen om dat debat breder te voeren. Dat gesprek willen wij best aangaan,zeker omdat fiscaliteit een rol speelt als het gaat om het aanbod vanwoningen.De heer Clemminck (JA21):Wij hebben inderdaad een debat over de voorgestelde aanpassing. Maarlaat ik even uitzoomen: dit gaat natuurlijk over de vraag of we voldoendemiddenhuurwoningen overhouden. Volgens mij is dat het maatschappe-lijke debat dat we hier voeren. Ja, dat gaat uiteindelijk over een concreteaanpassing. Mijn vraag blijft dus staan, want daar heb ik eigenlijk noggeen antwoord op gehad: wat stelt collega De Hoop voor om tussen nu ende echte discussie over box in 2028 te doen om dat rendement teverhogen, dat nu nog maar een schamele 1% is, om in ieder geval tussennu en 2028 voldoende middenhuurwoningen te behouden?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ben er echt van overtuigd dat die klap het snelst te maken is bijcorporaties, door ervoor te zorgen dat zij veel meer mogen bouwen in demiddenhuur en door de vpb af te schaffen. Dan kun je op heel kortetermijn heel veel woningen toevoegen. Volgens corporaties zou dit160.000 betaalbare woningen in acht jaar kunnen opleveren. Kom daarmaar eens aan. Dus er zijn echt mogelijkheden voor. Helaas steunt JA21die voorstellen weinig. Uiteindelijk gaat het om de keuze die je maakt.Zorg je ervoor dat mensen die klein verhuren wat meer rendementbehalen of zorg je ervoor dat je mensen die heel veel woningentoevoegen, meer financieringsruimte geeft? Dat laatste is wel de keuze diewij maken.De heer Clemminck (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42921 De obsessie met het rendement ontgaat mij. Het feit blijft dat er elke dagwoningen uitgepond worden en blijven worden. De rekensom die ikmaakte, is voor heel veel verhuurders op dit moment gewoon een feit.Dus we kunnen gaan wachten tot box 3 2028 en we kunnen gaan wachtenop nieuwbouw, die misschien over vier tot zes jaar een keer tot nieuwewoningen in het middensegment gaat leiden, maar er verdwijnen nu elkedag middenhuurwoningen. De vraag blijft dus nog steeds: wat gaat deheer De Hoop tussen nu en bij wijze van spreken morgen doen, met welkevoorstellen komt hij als hij dit niks vindt, om in ieder geval het rendementomhoog te brengen, niet met als doel het rendement te verhogen maarmet als doel om de middenhuurwoningen in de komende dagen, weken,maanden en jaren te behouden?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Maar nu komen we meer bij de probleemanalyse. Wat dat betreft zitten deheer Clemminck en ik gewoon niet op één lijn. Het grootste deel van dewoningen die uitgepond worden, zijn dure huurwoningen, die zo meteengereguleerd worden, waardoor kleine verhuurders de afweging maken: ditkan voor mij niet meer uit, dus verkoop ik die woning. Gelukkig gaat eenheel groot deel van die woningen ook naar starters, ook onder degemiddelde verkoopprijs. Ik vind die consequentie dus draaglijk. Daaromhebben wij ook met overtuiging voor die wet gestemd. Het verbaast mijecht dat in dit debat blijkt – ik weet dat JA21 er niet voor was – dat heelveel partijen die voor die wet waren, nu zo schrikken van de conse-quenties die al te voorzien waren, en nu dit paardenmiddel gebruiken omdie wet te wijzigen, terwijl je ook op hele andere manieren kunt zorgenvoor meer betaalbare woningen. Daar gaan wij elkander niet vinden, maardat is, denk ik, ook geen verrassing.De voorzitter:Dank. Ik zie dat er geen interrupties meer zijn ... Nee, toch nog de heer VanLeijen van D66.De heer Van Leijen (D66):Excuses voor de vertraging. Wat voldoende middenhuurwoningen en derol van de corporaties betreft denk ik dat de heer De Hoop en ik daarbeiden een enorme kans in zien. Dat delen wij. Maar ik weet dat de extrauitbreiding van de staatssteunregels per jaar ongeveer 5.000 middenhuur-woningen kan opleveren, terwijl de behoefte bij 15.000 woningen per jaarligt. Waar haal je dan de resterende 10.000 woningen vandaan? Excuses,dat zeg ik via de voorzitter tegen de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat gaat dan over de vpb, waar wij ook het gesprek over hebben gehad.Je hebt de geborgde financiering, en als je tegelijkertijd ook de winstbe-lasting afschaft, dan kun je natuurlijk met die investeringsruimte nietalleen meer sociale huur maar ook meer middenhuur bouwen. Decombinatie daarvan levert volgens mij ontzettend veel meer betaalbarewoningen op. Ik weet dat de heer Van Leijen daar hetzelfde over denkt,omdat ik deze gesprekken ook in zijn vorige rol met hem heb gehad. Dusik zou het zo mooi vinden als we die stap met elkaar zetten. Dit is, denk ik,iets waar D66 en Progressief Nederland het heel erg met elkaar over eenszijn. Dus ik hoop dat wij elkaar ook opzoeken. Ik merk gewoon dat er bijhet thema wonen toch veel meer naar rechts wordt gekeken, en dat vindik heel erg jammer.De heer Van Leijen (D66):Ik denk dat de heer De Hoop een terecht punt maakt. We delen hier heelveel; dat is absoluut waar, zeker wat betreft de rol van de woningcorpo-raties. Maar toch nog even dit. Als je de vpb afschaft, als je de vermogens-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42922 scheiding afschaft en als je woningcorporaties in staat stelt om teinvesteren in middenhuur – volgens mij moeten we dat doen; daarhebben we ze keihard voor nodig en daar hebben ze een rol in te spelen;die rol moeten ze weer krijgen – dan nog heb je óók de markt nodig voordie middenhuurwoningen. Dat is echt een realiteit. Dus hoe gaat u daardan voor zorgen?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ben ervan overtuigd dat met de regulering van de middenhuur ookmarktpartijen gewoon nog een redelijk rendement kunnen halen, zekermensen die grootschaliger verhuren; hoe minder woningen je verhuurt,hoe meer dat ene percentage wat doet. Maar ik ben ervan overtuigd datvooral partijen die woningen toevoegen met die Wet betaalbare huurgewoon uit de voeten kunnen, zeker ook pensioenfondsen, die met namevoor de middenhuur bouwen. In dit coalitieakkoord zie ik ook staan dat er«meer betaalbare koopwoningen moeten komen». Wat doet dat? Datdrukt juist die middenhuur uit die betaalbaarheidsafspraken. Dus begrijpik niet helemaal waarom D66 en CDA daarin zijn meegegaan met de VVD,want dat leidt weer tot minder ruimte voor de middenhuurwoningen. Ikvind dat dat elkaar best wel bijt, zo zeg ik tegen de heer Van Leijen vanD66. Maar laten we met elkaar de handschoen snel oppakken om op dekorte termijn te zorgen voor meer ruimte voor corporaties om te bouwen.Dat verzoek doe ik bij dezen.De heer Van Leijen (D66):Uiteraard, maar ik heb nog steeds niet helemaal een antwoord op mijnvraag. Ik zie dat we het niet met elkaar eens zijn over de rol van de Wetbetaalbare huur. Waar we het wel over eens zijn, is dat we de woningcor-poraties keihard nodig hebben en dat de middenhuur en de vpb helebelangrijke elementen zijn om daar sturing aan te geven. Maar als je datallemaal doet, heb je daarnaast nog steeds marktpartijen nodig omvoldoende middenhuur te realiseren. De heer De Hoop is het niet met mijeens over de Wet betaalbare huur, maar deelt hij dan wel de mening dater marktpartijen nodig zijn en dat er dan buiten de Wet betaalbare huuraan knoppen gedraaid moet worden?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja, dat deel ik. Ik zie ook dat naast dat er uitgepond wordt, ook ontzettendveel private verhuurders elk jaar nog woningen toevoegen. De netto-afname is 10.000, dus het valt in die zin reuze mee. Zeker als je hetvergelijkt met eerdere jaren en een beetje uitzoomt, dan hebben wegewoon nog een heel groot aandeel private verhuur in Nederland. Daarkunnen mensen een redelijk rendement mee halen. Dat kan gewoon metde Wet betaalbare huur. Wij stappen daar nu veel te snel van af, vind ik.De voorzitter:Ik zie allemaal mensen naar mij kijken die al door hun interrupties heenzijn, maar niet mevrouw Steen van het CDA; dus die geef ik het woord.Mevrouw Steen (CDA):Ik sloeg even aan op de schijnbare tegenstelling die de heer De Hoopnaast mij aan het maken is tussen betaalbare koop en betaalbare huur. Ishet niet zo dat we in het middensegment over het algemeen veeltekortkomen? Waarom zet GroenLinks-Partij van de Arbeid koopwoningentoch steeds tegenover huurwoningen? Want we hebben toch allebei nodigom al die mensen en jongeren, politieagenten en verpleegkundigen die inhet middensegment zoeken naar een betaalbaar huis, van woningen tevoorzien?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42923 Ik denk dat ik me of verkeerd heb uitgedrukt of dat mevrouw Steen mijniet begrijpt. Mijn punt was het volgende. We hebben betaalbaarheidsaf-spraken. Twee derde van de woningen die we bouwen, moet betaalbaarzijn. Binnen die betaalbaarheidsafspraken hadden we afspraken over hetgedeelte sociale huurwoningen. Bij de rest zitten natuurlijk ook betaalbarekoopwoningen. Doordat nu zo expliciet in het coalitieakkoord is gezet «wijwillen een hoger aandeel betaalbare koop», zie ik het volgende. MevrouwSteen moet het zeggen als zij dat anders ziet. Daarmee komt het aantalsociale huurwoningen niet zozeer in het gedrang, want daarvoor hou jedie 30% aan, waarschijnlijk. Maar het aantal middenhuurwoningen wordtwel kleiner als je kijkt naar de betaalbare woningen die je toevoegt. Datheeft effect als je zegt: we willen minimaal 25% betaalbare koop. Daar bijthet ’m. Dat is waarom ik dat ter tafel legde. De pensioenfondsen – ik noemIVBN – die ik spreek, zeggen ook dat dit een probleem wordt bij hettoevoegen van voldoende middenhuurwoningen de komende tijd.De voorzitter:Mevrouw Steen, dan zijn we aangekomen bij uw inbreng in de eerstetermijn. O, meneer De Hoop was nog niet klaar, hoor ik. Excuses. Dan geefik het woord terug aan de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik was ook nog aan het nadenken, voorzitter. Volgens mij was ik nog nietklaar. Ik weet niet precies hoeveel tijd ik nog had. Kijk, ik hoor dat ik nog2.40 minuten heb. Dat scheelt. Ik zoek ondertussen wel even naar waar ikongeveer was.We zagen gisteren nieuwe cijfers van het CBS: de hoogste inflatie in eenjaar. Dat betekent: duurdere boodschappen de komende tijd en ooksowieso al hogere huren. Ik vind het wel belangrijk om dat hier ook weerop tafel te leggen. We weten al dat mensen de komende jaren weerhogere huren krijgen. Dan stelt het me toch teleur dat we met deze routedoorgaan. Volgens mij zijn de mensen die meer huur gaan betalen vooralde mensen waar de Minister zelf heel graag voor op wil komen. DeMinister stelt dat het nodig is om te voorkomen dat huurwoningenworden verkocht, maar de grote steden herkennen die signalen niet. Diehebben de afgelopen periode ook gesprekken met de Minister gehad enhebben een brief naar ons gestuurd. Het aantal middenhuurwoningen ligtnog steeds boven het niveau van voor de opkoopgolf, zeggen zij. Kan deMinister dat bevestigen? Zo niet, wat is dan het andere inzicht dat deMinister heeft over deze cijfers? Klopt het dat het aantal middenhuurwo-ningen nog steeds boven het niveau van de opkoopgolf in de grote stedenligt?Daarnaast komt het verkopen van huurwoningen natuurlijk door allerleifactoren. In haar brief noemt de Minister zes verschillende oorzaken vanhet verkopen van huurwoningen. Waarom begint zij dan toch eerst metiets meer vragen van huurders en niet met de andere vijf oorzaken die zijnoemt in de brief? Mijn fractie is ervan overtuigd dat dit niet de oplossingis voor het tekort aan middenhuurwoningen. De oplossing is wel:wetgeving maken, zodat corporaties meer ruimte krijgen om te bouwen inhet middensegment en zodat ook leraren en agenten woningen kunnenvinden. Hoe staat het daarmee?Voorzitter. Mensen in Nederland zoeken een betaalbare woning enzekerheid. Het verleden laat zien dat vrije huren niet leiden tot meerwoningen, maar vooral tot hogere huren. Volkshuisvesting opbouwenduurt altijd best wel lang, maar deze daarna weer afbreken gaat helaas vrijsnel. Als het aan Progressief Nederland ligt, moet dit kabinet zich richtenop huizen bouwen en niet op huren verhogen.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42924 Dank aan de heer De Hoop namens GroenLinks-PvdA. Excuses namens devoorzitter, want ik had u inderdaad onderbroken voor de interruptiestijdens uw inbreng.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank. Ook excuus van mijn kant omdat ik af en toe het debat moetverlaten. Ik heb namelijk ook een commissiedebat Spoor. Maar ik probeerhet grootste deel van het debat mee te doen.De voorzitter:Helder. Dat geldt voor meerdere aanwezige Kamerleden: zij hebbengelijktijdig ook andere debatten. Daarom wordt er wat heen en weergelopen. Er is niemand boos weggelopen tot nu toe; dat is allemaalvanwege andere debatten. Maar wie weet.Ik ga naar mevrouw Steen. Zij spreekt namens het CDA.Mevrouw Steen (CDA):Voorzitter. Wonen gaat over meer dan alleen stenen. Het gaat over devraag of mensen voldoende betaalbare woningen kunnen vinden en ofhuurders beschermd zijn tegen excessen, maar ook over de vraag of ervoldoende woningen beschikbaar blijven voor de mensen die vandaag enmorgen een huis zoeken. Dat vraagt om balans, want zonder beschermingkunnen huurprijzen doorschieten, maar zonder verhuurders zijn eruiteindelijk geen huurwoningen meer. Voor het CDA zijn beide belangenlegitiem. Dat is ook de bril waardoor we naar dit voorhangbesluit kijken.Want een woningmarkt werkt alleen als die belangen in evenwicht zijn.Voor het CDA staat daarom één vraag centraal: hoe zorgen we ervoor dater ook over vijf of tien jaar voldoende betaalbare huurwoningenbeschikbaar zijn? Juist die lange termijn verdient meer aandacht in hetdebat over de huurmarkt. Want de middenhuur vervult een cruciale rolvoor starters die nog niet kunnen kopen, voor mensen die na eenscheiding snel woonruimte nodig hebben, voor leraren, verpleegkundigenen politieagenten die te veel verdienen voor sociale huur maar voor wieeen koopwoning vaak nog buiten bereik ligt. Voor deze groep moetenwoningen niet alleen betaalbaar zijn, maar ook beschikbaar blijven.Daarom proberen we steeds beide kanten van de medaille te zien, nietomdat huurders en verhuurders tegenover elkaar staan, maar omdat eengezonde huurmarkt beide nodig heeft.Voorzitter. We zien dat er de afgelopen jaren veel is veranderd op dehuurmarkt. Tegelijkertijd zien we ook een uitpondgolf die verschillendeoorzaken kent, waaronder fiscale ontwikkelingen en veranderingen in deregelgeving. Dat vraagt niet om een voortdurende slingerbeweging vanbeleid, maar wel om de bereidheid om scherp te kijken naar de effectenvan regels in de praktijk. Tegen die achtergrond vinden we het verstandigdat er nu gerichte aanpassingen en maatregelen worden voorgesteld.Daarbij is het voor ons van belang dat de kern overeind blijft, namelijkbetaalbare huren, bescherming van huurders en het tegengaan vanmisstanden. Het zwaarder laten meewegen van een WOZ-componentzorgt ervoor dat woningen in gebieden met hoge grond- en woning-waarden beter aansluiten bij de economische realiteit. Meer verhuurderszullen daardoor hun huurwoningen aan kunnen houden en kunnen blijvenverhuren. Het verminderen van de minpunten voor het ontbreken van eenbuitenruimte doet bijvoorbeeld meer recht aan stedelijke woningen,waarbij het simpelweg niet altijd mogelijk is om een balkon of tuin tehebben. Het toekennen van extra punten aan kleine rijksmonumentenhelpt om dit bijzondere vastgoed te behouden en te blijven verhuren. Detijdelijke contracten voor studenten helpen om meer studentenkamers tebouwen en minder studio’s. We willen uiteindelijk namelijk ook datstudenten bij elkaar kunnen gaan wonen en minder eenzaam worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42925 Daarvoor is het ook nodig om het aantrekkelijker te maken om onzelf-standige studentenkamers te gaan verhuren.Voorzitter. Ik heb een paar vragen hierover. Ten eerste. Hoe wordt eropgetrokken met studentenorganisaties op het gebied van die tijdelijkecontracten? Twee. In onze ogen zitten er echt knelpunten in de bouw vankamers buiten de traditionele studentensteden. Gespecialiseerdestudentenhuisvesters zijn maar beperkt actief in veel middelgrote stedenen corporaties hebben vaak niet de specifieke expertise. Hier zit echt eengat. Welke inspanningen gaat de Minister hier verrichten, ook gezien onzemotie van januari? Kan de Minister reflecteren op de samenhang van dezeaanpassing en dit vraagstuk?Voorzitter. Wat ik mis in dit maatregelenpakket, is de serieuze aanpak vanbox 3. Ik heb gehoord dat meerdere collega’s dit missen. We kunnen ditniet laten versloffen. Ik wil graag een nadrukkelijke reactie, zonder dat wemeteen weer naar Financiën kijken. Ik denk namelijk dat het nodig is omvan de Minister die de woningnood moet aanpakken, te horen hoe erhierover wordt nagedacht.Voorzitter. Met dit aanpassingenpakket nemen we gerichte maatregelenom ook de uitpondgolf te stoppen of in ieder geval verder te verminderen.Vooruitkijkend naar de evaluatie in 2027 is de huurmarkt er vooral bijgebaat dat er niet weer allerlei wijzigingen komen in de tussentijd. Wat hetCDA betreft, nemen we daarom deze maatregelen, maar gunnen we dehuurmarkt ook die rust tot aan de evaluatie.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Steen namens het CDA. Ik zie dat er geen inter-rupties zijn. Dan ga ik naar de heer Nobel. Hij spreekt namens de VVD.De heer Nobel (VVD):Voorzitter, dank u wel. We zijn toeschouwers van een catastrofaleontwikkeling op de woningmarkt. Het is een wooninfarct; zo heb ik heteerder ook al genoemd. Nederland heeft de ambitie om jaarlijks 100.000woningen te bouwen, maar ondertussen lopen de wachtlijsten op, vindenstarters geen woning en zien mensen met middeninkomens hun kansenop de woningmarkt verder afnemen. We spreken vandaag over demaatregelen die de Minister treft om het investeringsklimaat en daarmeede huursector te redden uit het moeras van regels.Voorzitter. Maar wonen begint niet met regels. Wonen begint metbouwen, het aanbod vergroten. Daar zit de crux. De Wet betaalbare huuris ingevoerd met een begrijpelijk doel, namelijk de huurprijzen beter latenaansluiten bij de kwaliteit van woningen en de excessen aanpakken. Hoegoedbedoeld de wet ook is of was, de VVD heeft er toen ook al voorgewaarschuwd dat dit hele negatieve effecten gaat hebben.Helaas zijn inmiddels veel van de zorgen die de VVD aan de voorkant alhad, werkelijkheid geworden. Zelfs partijen die voor regulering zijn,kunnen inmiddels toch moeilijk volhouden dat deze wet een succes is.Beleggers trekken zich massaal terug, nieuwbouwprojecten wordenuitgesteld of geschrapt en steeds meer huurwoningen verdwijnen van demarkt. In 2025 alleen al ging het om een uitponding van 65.000 woningen.Kortom, het aanbod verdwijnt en de huurder vindt geen woning.De Minister heeft de afgelopen maanden wel laten zien dat zij hetprobleem ook inziet. Recentelijk heeft ze de provincie Zuid-Holland nog opde vingers getikt toen die woningbouw blokkeerde, waarvoor ik haar wilcomplimenteren.De VVD is ook blij met de eerste stappen die worden gezet. Denkbijvoorbeeld aan het aanpassen van de WOZ-component, het verlengenvan de nieuwbouwopslag en het opnieuw toestaan van tijdelijke huurcon-tracten voor studenten. Het zijn stapjes in de goede richting, maar eenwooninfarct is niet op te lossen met het aspirientje dat de politiek nuTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42926 voorschrijft. Als maar 6% van de verhuurders aangeeft door dezemaatregelen hun woning niet uit te willen ponden, doen we gewoon teweinig.In het coalitieakkoord is afgesproken dat de Wet betaalbare huurvoorafgaand aan de evaluatie zou worden geoptimaliseerd om zo hetaanbod van huurwoningen te vergroten. Helaas gaf de Minister vorigeweek nog aan niet van plan te zijn om verdere stappen te ondernemen ophet gebied van de Wet betaalbaar huur voordat de evaluatie in 2027 isafgerond. Maar mensen kunnen niet zo lang wachten op een woning. Zekunnen niet wachten tot die evaluatie is afgerond. De belofte was tiennieuwe steden en niet het verdwijnen van steden in het middensegment.Het woningtekort is te groot. Zolang het geld uit de woningmarkt blijftvloeien, worden er niet meer maar minder woningen gebouwd dan weuiteindelijk met elkaar kunnen.De voorzitter:Kunt u zo een pauze laten vallen?De heer Nobel (VVD):Ja, dat doe ik nu.De voorzitter:Dank u wel. Dat is sympathiek. Dan ga ik naar een interruptie vanmevrouw Steen, CDA.Mevrouw Steen (CDA):Ik heb toch een korte vraag aan de heer Nobel van de VVD. U begon uwbetoog net met een constatering en u zei iets in de richting van: wekunnen dit toch moeilijk een succes noemen. Maar is de VVD het niet methet CDA eens dat deze wet niet alleen maar betaalbaarheid beoogt, maarook bescherming van huurders? We hebben toch gezien dat deze Wetbetaalbare huur een aantal negatieve effecten heeft, maar dat die ookheeft gezorgd voor de bescherming van huurders tegen excessieve hurenen tegen huisjesmelkers. Die heeft er ook voor gezorgd dat verduur-zaming doorgaat, wat ook een enorm voordeel is als het gaat ombetaalbaarheid. Ik hoor van de VVD dus ook graag die kant van demedaille.De heer Nobel (VVD):Ik ben het in die zin met het CDA eens dat de wet ook positieve effectenheeft. Die schetste u zojuist voor een deel. Tegelijkertijd was het middelveel erger dan de kwaal; daar heeft de VVD voor gewaarschuwd. Dat iseigenlijk waar de VVD mee in de maag zit. Ik heb het over het doel van dewet en de gedachte die veel partijen daar aan de voorkant bij hadden.Daarom zei ik ook dat ik het dapper en goed vond van de heer Mooimanvan de PVV dat hij daarop reflecteerde. Hij zei: «De PVV had de gedachtedat de wet dit zou brengen. Dat is uiteindelijk maar ten dele gelukt en heteffect is veel erger dan de kwaal die we wilden oplossen.» Daar wil ikmeer stappen op zetten dan we nu met elkaar doen. Misschien heeft u datin het verleden niet of minder bij de VVD gezien. Daarom ben ik ookbereid om te bekijken of we huurders met tijdelijke huurcontracten meerrechten kunnen geven, bijvoorbeeld met een huurcontract van drie of vijfjaar. In het verleden was dat minder. Ik wil dus echt nadenken over derechten van de huurder. Op dat punt doe ik een handreiking vanuit deVVD. Maar we moeten iets doen om het verdampen in het midden-segment tegen te gaan.De voorzitter:Helder. Mevrouw Steen heeft nog een vervolgvraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42927 Mevrouw Steen (CDA):Dank voor deze verheldering. De reden dat ik het vraag, is dat ik hetbelangrijk vind dat we nuance houden in dit debat. Ik zie dat er op hetwoondossier aan alle kanten wordt gepolariseerd: de Wet betaalbare huurdeugt niet of eigenwoningbezit deugt niet. Ik denk dat we er allemaal bijgebaat zijn om gewoon scherp te kijken naar wat er aan de hand is. En ja,er wordt uitgepond. Ik vind «verdampen» dan wel een groot woord. Alswe kijken naar de cijfers in de grote steden, dan zien we een teruggangsinds 2024, maar we zien ook dat er nog steeds middenhuurwoningenbeschikbaar zijn. We zien dat stabiliseren. Dus ja, we moeten maatregelennemen. Vandaar ook dit gerichte pakket. Dat is overigens zwaarder dan weaan de voorkant dachten dat nodig zou zijn. Ik vind het dus eigenlijk mooidat we dat op deze manier kunnen doen, maar ik zou er toch wel toewillen oproepen, misschien wel aan deze hele tafel, om het debatgenuanceerd te voeren. Het is aan allebei de zijden nodig om maatregelente nemen en goed en realistisch te blijven kijken naar wat nodig is.De heer Nobel (VVD):Ik denk dat ik dat deel met mevrouw Steen. Tegelijkertijd zijn er de feitenzoals het Kadaster die laat zien: alleen het afgelopen jaar al 65.000woningen. Ik kan dan niet anders dan concluderen dat dit gewoon enormis. Dan heb ik het over «verdampen». Dit zijn niet een paar woningen dieverdwijnen. Ieder moet er uiteraard zijn eigen woorden bij kiezen, maarwat de VVD betreft is het overduidelijk dat we meer moeten doen om dattegen te gaan in zowel de regelgeving als de fiscaliteit.Voorzitter. Het is voor mijn partij heel duidelijk dat we nu iets moetendoen. Zoals ik eerder al namens de VVD heb aangegeven, heb ik deevaluatie helemaal niet nodig om verdere stappen te zetten en ... Mag ikverdergaan?De voorzitter:Nee, eigenlijk niet.De heer Nobel (VVD):O, excuus.De voorzitter:Ik werd erop gewezen door de heer Van Leijen dat hij ook graag wilinterrumperen. Daarna is ook nog de heer Mooiman. Excuus.De heer Van Leijen (D66):Ik zou het pleidooi van mevrouw Steen voor nuance volledig willenonderstrepen. Ik denk dat dat een heel belangrijke nuance voor nuance is.U noemde de uitpondcijfers van het Kadaster. Kunt u voor mij een top driegeven van de belangrijkste reden waarom woningen worden uitgepond?Is de heer Nobel het met D66 eens dat de Wet betaalbare huur wel eenvan de redenen is, maar niet top één of top twee?De heer Nobel (VVD):Ik geef altijd aan dat er twee belangrijke knoppen zijn. Aan de ene kant isdat het fiscale klimaat en aan de andere kant is dat de overregulering.De heer Van Leijen (D66):Als je dat pleidooi voor nuance en een gerichte blik van mevrouw Steendoortrekt en als je dit zo stelt en je het met D66 eens bent, dan is delogische stap om te zetten toch om nu gerichte maatregelen te nemenvoor de Wet betaalbare huur, zoals werd voorgesteld, om door te pakkenmet de middenhuur, om door te pakken met box 3 en om door te pakkenmet de pensioenfondsen? Dat is dan toch de volgorde?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42928 De heer Nobel (VVD):Ja, dat ben ik met de heer Van Leijen eens, alleen zijn de stappen die nuworden gezet veel te klein. Ik noem bijvoorbeeld het verder verruimen vantijdelijke huurcontracten voor alleen studenten. U gaf zojuist hetvoorbeeld van de bakker die een woning boven zijn winkel heeft en diewoning wel wil verhuren, maar dat mogelijk alleen gaat doen als hij eentijdelijk huurcontract kan geven. Waarom zou die bakker die woning alleenaan een student kunnen verhuren? Waarom proberen we die leegstandniet tegen te gaan? Daar zoek ik de ruimte, met alle nuance. Ik denk dat ikdaarbij namens de VVD handreikingen doe die in het verleden niet zijngedaan. Ik ben echt op zoek naar waar we elkaar kunnen vinden. Ik hoopdat u daar ook over wilt nadenken. Dat hoeft niet nu in het debat, maarook naar de toekomst toe. Nogmaals, wij hebben de evaluatie niet nodig,andere partijen wel. Daarom wil ik daar, als ik straks mijn betoog magvervolgen, nog wat over zeggen.De voorzitter:Maar voordat u vervolgt, ga ik naar de heer Mooiman van de PVV.De heer Mooiman (PVV):Ik ben ook blij dat de heer Nobel aangeeft dat hij inziet dat de wet ookpositieve effecten heeft. Zoals ik heb aangegeven, was de reden dat wijuiteindelijk de wet hebben gesteund juist het tegengaan van excessen enhet beter borgen van de huurbescherming. Die gedachte ondersteunenwij nog steeds. Tegelijkertijd moeten we, zoals de heer Nobel terechtaangeeft, ook pragmatisme hanteren en kijken waar moet wordenbijgestuurd op een manier die recht doet aan iedereen. Wat ons betreft isdat in ieder geval niet met het verhogen van de huren. U stelde voor omiets te doen aan de tijdelijke contracten. Ik hoor u net aangeven: drie totvijf jaar, geen jaarcontracten waarmee mensen in onzekerheid belanden.De voorzitter:Richting de vraag, alstublieft.De heer Mooiman (PVV):Dan kom ik bij de vraag, voorzitter. Ziet de heer Nobel daar ook ruimtevoor een soort incentive? Ik ben aan het nadenken over hoe we datkunnen vormgeven, maar desnoods een fiscaal voordeel voor deverhuurders die wel een vast contract willen aanbieden, zodat het nietgaat leiden tot een situatie waarin er standaard alleen maar tijdelijkecontracten worden aangeboden.De voorzitter:Een prikkel.De heer Nobel (VVD):Dat is een goede vraag van de heer Mooiman; vandaar dat ik er even overnadenk. In principe kan er in het middenhuursegment op het moment dater een aanvraag wordt gedaan, nu ook al een fiscale subsidie wordenaangevraagd. Ik ben dus ook even op zoek naar wat we dan gaantoevoegen. Fiscaliteit is ook complex. Ik wil dus ook voorkomen dat weeen incentive bedenken die zo complex is dat het eigenlijk niet werkt. Daarlaat ik het voor nu even bij. Ik heb nu niet een panklare fiscale oplossingom tegemoet te komen aan het verzoek van de heer Mooiman. Ik denk datdat meer in de duidelijkheid van de contracten moet zitten. Het zit ook inde duur van de contracten, want bij drie of vijf jaar heb je best lang eendak boven je hoofd, ook om verder te kijken als je weet dat dat eindigt. Bijeen jaar, zoals in het verleden, is dat natuurlijk toch anders.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42929 Dan kunt u nu uw betoog vervolgen. De heer Nobel, VVD.De heer Nobel (VVD):Voorzitter. Ik wil even naar de evaluatie van de Wet betaalbare huur, wantwat de VVD betreft moet die dus naar voren worden gehaald, omdat veelpartijen die volgens mij nodig hebben om een eventuele vervolgstap tekunnen zetten. Mijn vraag aan de Minister is dus: welke kansen ziet deMinister om de evaluatie van de wet naar voren te halen en toch snellertot meer actie over te gaan? Want mensen die nu geen huis kunnenvinden en niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning,worden op dit moment gewoon richting die vrije huursector geduwd. Datbetekent dat 42% van de huurders straks een vrijesectorwoning nodiggaat hebben met een huur van meer dan € 2.000 per maand.Het verdampte middensegment moet worden hersteld; daar heb ik hetzojuist ook over gehad. Daarom moeten de huren weer iets opleveren,ook voor de verhuurders, want niemand gaat investeren in een woningdie uiteindelijk verlieslatend is. Daarover ben ik het volledig eens met deheer Clemminck. Ook de bakker op de hoek moet een kamer boven zijnwinkel weer willen en kunnen verhuren. De VVD heeft een motie overtijdelijke huurcontracten aangehouden, maar ik ben benieuwd – we zijninmiddels ook een paar dagen verder – of de Minister toch al kanreflecteren op die drie of vijf jaar die zojuist ook al voorbijkwam. Ik benook benieuwd naar de reflectie van de Minister op de vraag van bijvoor-beeld de heer Flach, die zei: kunnen we bijvoorbeeld pastoriewoningenniet ook toevoegen aan die tijdelijke huurcontracten, zoals we eerder ookmet studenten hebben gedaan? En zijn er nog andere groepen tebedenken die de Minister zou willen toevoegen, zodat het ruimer wordtdan het nu is?De heer Grinwis (ChristenUnie):Gelukkig ben ik net op tijd terug. Dank aan mijn collega’s dat ze elkaargoed bezig hebben gehouden.Mijn vraag aan collega Nobel is als volgt. Ik ga het interruptiedebat dat ikplenair met hem heb gevoerd over de tijdelijke contracten niet helemaaloverdoen, maar ik denk dat we er echt voor moeten oppassen dat hetmiddel niet erger wordt dan de kwaal, ook vanuit het belang van dehuurder.Tegelijkertijd ben ik niet blind. We hebben bijvoorbeeld met die Wet vastehuurcontracten echt gekeken naar dit soort woningen, bijvoorbeeld eenruimte boven een winkel of een pastorie die af en toe tijdelijk leegstaat:kun je daar niet tijdelijke contracten toepassen? Tot dan toe was steeds deanalyse: je kunt in de wet wel tijdelijke contracten gericht op doelgroepenregelen, maar je kunt niet op een soort object een tijdelijk contract vantoepassing verklaren. Als dat namelijk zou kunnen – dat is dan ook mijnvraag aan de Minister – als het ons inderdaad lukt om voor bepaaldeobjecten een tijdelijkcontractmogelijkheid te bieden, dan verlicht dat dezediscussie ook een beetje. Dan kun je namelijk gewoon de normhandhaven van een vast contract voor een huurder, terwijl het dan voorsommige woningen anders kan.De voorzitter:Ik ga u toch vragen of u naar uw vraag wil.De heer Grinwis (ChristenUnie):Graag een reactie.De heer Nobel (VVD):Ik haalde het voorbeeld van de heer Flach aan omdat ik hoop dat deMinister met meer voorbeelden kan komen dan de voorbeelden die ze nuheeft aangegeven qua doelgroepen of eventueel ook qua type woning. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42930 weet niet of dat mogelijk is; dat gaan we zo horen. Maar ik hoop ook datde heer Grinwis in het betoog van de VVD hoort dat waar we voorheenaltijd pleitten voor tijdelijke huurcontracten, ook van een jaar, ik hier echtnadrukkelijk een handreiking doe, ook om de nuance te vinden, om juist indeze markt, een markt waarin niet alleen door deze wet maar door tal vanzaken uiteindelijk beleggers en verhuurders afhaken, toch te kijken naarwat we wél kunnen doen om misschien de investeerder bereid te vindenom de woning nog wat langer aan te houden, zolang box 3 niet geregeldis. We zullen dus toch met elkaar naar oplossingen moeten kijken.Vandaar dat ik ook spreek over drie of vijf jaar. U weet dat mijn partij daareigenlijk veel strakker in zit, maar we kunnen als politiek niet toe blijvenkijken hoe er steeds meer woningen uit het middensegment verdampen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik mag niet meer, hè?De voorzitter:Het mag, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank u wel.Dank. Dat hoor ik wel, alhoewel ik denk dat dat de kritiek niet helemaalwegneemt. Maar wat ik zei over het type woning is ook een handreiking,om het zo maar te zeggen. Ik snap heus wel dat we bereid moeten zijn omnaar elkaar te luisteren en te kijken of we verder kunnen komen. Maar ikwil nogmaals aan collega Nobel meegeven dat we het vaste contract éénkeer eerder opzij hebben geschoven, waaruit veel grotere effecten zijnvoortgevloeid dan in 2015 of 2016, toen dat werd geregeld, voor mogelijkwerd gehouden. We moeten dus van beide kanten bereid zijn om naarelkaar te luisteren. Laten we dan typen tijdelijke contracten herintrodu-ceren die niet die schade kunnen aanrichten in plaats van hier generiekweer een tijdelijkcontractmogelijkheid op tafel te leggen in de trant van:dat moeten we maar doen, want het is zo zielig voor de winkelier die nuzijn woning niet kan verhuren. Ik voel daarin mee, maar ik zie ook hetbelang van de huurder. Ziet de heer Nobel dat ook? Is hij bereid om echtdie beide kanten te wegen en om de lessen die we hebben geleerd van2016 ...De voorzitter:De vraag is helder, denk ik.De heer Grinwis (ChristenUnie):... te trekken?De heer Nobel (VVD):Ik denk dat het in het belang van de huurder is dat je uiteindelijk eenwoning vindt. Er zijn ontzettend veel mensen die nu heel graag, denk ik,een woning voor drie of vijf jaar zouden willen hebben, veel liever dan datze op hun 30ste nog bij hun ouders op zolder wonen. Ik denk dus dat daareen stuk verlichting zit, niet alleen voor de verhuurder die mogelijk denkt«ik kijk het nog even aan tot die fiscaliteit gerepareerd is» – ik denk dat datgewoon lastiger op korte termijn te bewerkstelligen is – maar ook zekervoor de huurder, want er zijn heel veel mensen die het willen. Ik weetzeker dat als jij in een grote stad maar ook buiten de grote steden de kanskrijgt om voor drie of vijf jaar een woning te huren, ook als de huur danmisschien iets hoger ligt dan je zou willen, heel veel mensen daarvanzouden zeggen: ja, doe mij alsjeblieft die woning.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen. De heer Nobel, VVD.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42931 De heer Nobel (VVD):Voorzitter. Wat de VVD betreft moeten er harde keuzes worden gemaakt.Wij zijn ook bereid om die keuzes te maken. We zijn ook bereid omcompromissen te sluiten. Ik heb zojuist al een aantal handreikingengedaan. Recent heb ik een motie ingediend en ook aangehouden, over deindexatie van het woningwaarderingsstelsel. Deelt de Minister dat hetwoningwaarderingsstelsel op dit moment uiteindelijk het uitpondenstimuleert in plaats van tegengaat? Daar ben ik heel benieuwd naar.Voorzitter, tot slot. We moeten voorkomen dat goedbedoelde regelgevingertoe leidt dat er minder woningen worden gebouwd, omdat niemandmeer wil investeren, van particuliere belegger tot investeerder. Deoplossing is helder: we moeten het aanbod vergroten en dus meerwoningen bouwen, want woningzoekenden hebben niets aan eengereguleerde huurprijs als er straks helemaal geen woning meerbeschikbaar is.De voorzitter:Dank u wel, meneer Nobel. U sprak namens de VVD. Er zijn nog tweeinterrupties voor u. Eerst de heer Clemminck met zijn laatste interruptie endaarna de heer Grinwis met zijn laatste interruptie. O, toch niet, meneerGrinwis? Dat scheelt. De heer Clemminck dan.De heer Clemminck (JA21):Ik hoor de collega van de VVD zeggen dat hij eigenlijk geen evaluatienodig heeft. Daar maak ik uit op dat hij deze wet eigenlijk liever zietverdwijnen dan dat deze wet blijft staan. Nou, daarin vindt u JA21 in iedergeval aan uw zijde. Dan komen er een aantal aanvullende voorstellen vande collega van de VVD op het voorstel van de Minister. Oftewel, ergebeurt niet genoeg. Ik had er ook nog één genoemd in mijn bijdrage, diede heer Nobel van de VVD nog niet heeft genoemd. Ik ben benieuwd of hijJA21 daarin wil steunen. Dat is namelijk om de WOZ-prijsopslag die nu alin het pakket zit nog even aan te sterken, iets op te slaan, waardoor wetoch nog iets meer kunnen gaan doen om dat uitponden te voorkomen.De heer Nobel (VVD):Ik zal welwillend kijken als er een voorstel wordt gedaan over de WOZ,maar ik zie dat de Minister daar al een stap in heeft gezet, waardoor dehuren in ieder geval tijdelijk verhoogd kunnen worden. Mijn kritiek daaropis: als je dit doet, waarom moet die woning dan nog in die gereguleerdesector vallen? Tegelijkertijd vraag ik me af of dit iets gaat doen aan hetverder uitponden, want het gaat uiteindelijk ook gewoon om hetrendement dat gehaald kan worden. Nou, dat is mogelijk, maar je kunt jeafvragen: waarom doe je dit, als je uiteindelijk zelf toegeeft, doordat je eenverhoging toestaat, dat je iets hebt gedaan wat niet helemaal hoort? Maarik ben ook vooral op zoek naar oplossingen. Ik weet niet of dit nu per seiets oplost of dat dit vooral ideologisch belangrijk is. U weet hoe de VVDhier in het verleden op heeft geacteerd. Maar ik ben vooral op zoek naarstappen zetten. Ik denk dat de stap die de Minister heeft gezet, een stap inde goede richting is.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee zijn we dan echt aan het einde gekomen van deinbreng van de heer Nobel van de VVD. Dan gaan we luisteren naar deheer Grinwis. Hij spreekt namens de fractie van de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Toen de Wet betaalbare huur werd behandeld, zeiik: het is een waagstuk. Dat is gebleken. Tegelijkertijd is de uitpondingnetto en cumulatief niet echt zo veel groter dan in de zwarte scenario’svan de ambtsvoorganger van deze Minister, Hugo de Jonge, toch? GraagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42932 een reactie daarop. Zover ik daar zicht op heb, is het antwoord daaropklip-en-klaar: nee. De uitpondgolf lijkt bovendien over zijn hoogtepuntheen. Wat is de reactie van de Minister op die cijfers, feiten en trends? Eenuitgeponde woning verdwijnt natuurlijk ook niet op de mestvaalt maarwordt gekocht, door jongeren veelal. Dat zijn jongeren die hun leven,inclusief nieuwe levens, niet langer hoeven uit te stellen. Ik vraag hetmisschien wat speculatief, maar is daarom het geboortecijfer, na jaren vandaling, nu misschien iets hoger? Misschien is het dus te ver gezocht, maarzekerheid in de vorm van een betaalbare koopwoning of een vasthuurcontract is essentieel om je leven niet op de pauzestand te hoevenzetten.De voorzitter:Er wordt hier gespeculeerd of er heel veel jongetjes geboren worden metde naam Hugo.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, om even op die speculatie buiten de microfoon in te gaan: nee,dat was niet ons plan. Het is wel zo dat het de ChristenUnie aan het hartgaat dat mensen hun leven op de pauzestand zetten en daarmee huneigen leven en ook nieuwe levens uitstellen, omdat ze eigenlijk nietgewoon kunnen beginnen met een betaalbaar thuis. Daarvoor is eenbetaalbare koopwoning of een betaalbare huurwoning met een vastcontract, waar je dus niet over een, twee of drie jaar wordt uitgeschopt,heel erg belangrijk. Dat wil ik dus even aan de orde stellen.Anderzijds is de uitponding wel hoog. Ik ben natuurlijk niet blind. Hetaantal nieuw toegevoegde middenhuurwoningen blijft achter. Allesoverwegend ben ik dus bereid om wel welwillend naar een aantalaanpassingen in de Wet betaalbare huur te kijken. De ChristenUniefractiebeseft namelijk terdege dat het middensegment cruciaal is voor dehuisvesting van mensen met een middeninkomen en voor de werking vande hele woningmarkt. Het is dus goed om kritisch naar de Wet betaalbarehuur te kijken, maar het besluit tot aanpassing werd wel al een jaar naingang van de wet genomen. Dat is erg snel. De wet wordt nu al wezenlijkbijgestuurd, zonder dat de evaluaties zijn afgerond en het totaalbeeldscherp is. Als je niet weet wat er precies mis is met een wet, hoe kan je diedan aanpassen? Mijn vraag aan de Minister is of zij wel voldoende vaartop feiten en harde data en niet te veel op belangen. Leidt een objectieveanalyse niet eerder naar de fiscaliteit dan naar de Wet betaalbare huur?Waarom kiest de Minister ervoor om vooruit te lopen op de evaluatie vande Wet betaalbare huur in ’27? Waarom wacht zij niet ten minste deonderzoeken af die na de zomer worden verwacht? Welke boodschapheeft de Minister aan de noodzaak van een stabiel en voorspelbaarbeleid? Koerst zij niet te veel op de golven in plaats van op de sterren, omKierkegaard te citeren? Ik roep haar op tot nuchterheid, met hart voormensen met gewone inkomens die een dak boven hun hoofd willenhebben, een dak dat betaalbaar is, een thuis met zekerheid, waar mensentot bloei kunnen komen. Laat dat gezegd zijn.Ik kan me overigens bij een aantal aanpassingen best wat voorstellen,misschien wel meer dan een aantal collega’s nu voor mogelijk houden.Het schrappen van de minpunten voor het ontbreken van buitenruimte:prima. De kleinerijksmonumentenmaatregel kan ik ook dragen, al snap ikde vraag van collega Flach daarbij: wordt dit nou niet heel veel geld vooreen kleine ruimte waarbij isoleren moeilijk is? Ik snap echter de bewegingdie de Minister in dezen maakt. De tijdelijke contracten voor studenten-kamers snap ik ook. Onzelfstandige woningen waar studenten tijdelijkstuderen en tijdelijk wonen, begrijp ik. Ik heb collega Van Leijen van D66net een beetje geplaagd, want het was zijn amendement, althans van zijnambtsvoorganger. Achteraf heb ik wel gedacht: hm, dat was misschienniet zo’n goede toevoeging aan de Wet vaste huurcontracten. Daar ben ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42933 dus best reflectief op. Verlenging van de nieuwbouwopslag, daar ben ikerg voor. Mijn vraag is zelfs of dat wel voldoende is. Ik weet en snapnamelijk hoe lastig het is om nieuwe woningen te bouwen met eensluitend begroting.Maar de pièce de résistance is wat mij betreft de prijsopslag bij deWOZ-cap. Die zit me echt dwars. Mijn vraag aan de Minister is ronduit ofzij bereid is om deze maatregel te schrappen uit haar besluit. Het is hetingrijpendste onderdeel van het besluit. Ook met de huidige WOZ-capweegt de locatie, en dus de WOZ-waarde, al fors mee in de huurprijs. Hetversoepelen van deze cap heeft directe impact op huurprijzen. Waaromniet de leegwaarderatio verruimen, in plaats van huurders in grote stedenopzadelen met een nog hogere huurprijs? Sowieso verwacht ik eigenlijkeen pakket fiscale maatregelen dat in werking treedt tegelijk met ditbesluit. Gaat het lukken om en-en te doen en niet alleen maar de rekeningop het bordje van de huurder te leggen?De voorzitter:Meneer Grinwis, ik wil u erop wijzen dat u al door de vijf minutenspreektijd heen bent, dus als u richting een afronding kunt gaan ...De heer Grinwis (ChristenUnie):Sorry, voorzitter. Dan doe ik dat heel kort met een paar gerichte vragen bijde WOZ-cap. Erkent de Minister dat ze hiermee de oorspronkelijkebedoeling van de WOZ-cap fundamenteel uitholt? Hoe reageert deMinister op de kritiek van de grote steden zelf, die zeggen dat dezemaatregel onnodig en onwenselijk is? En wat gaat de Minister doen omwonen in grote steden betaalbaar te houden, zodat daar wonen niet enkelis weggelegd voor mensen met nog hogere inkomens of mensen metlagere inkomens die een sociale huurwoning hebben?De voorzitter:Dank u wel. Dan is er een interruptie voor u van mevrouw Steen, CDA.Mevrouw Steen (CDA):Toch even over die WOZ-cap, want het is toch zo dat een woning in degrote stad gewoon meer waard is dan een woning in, laten we zeggen,Drenthe? Dat zeg ik niet om Drenthe tekort te doen. Dat is nu toch ook zo?Is de heer Grinwis zich er ook van bewust dat het om ongeveer 25.000woningen gaat? Die huurstijging zal ook niet heel veel meer zijn dan € 100per maand. Dat is best veel geld, maar we weten tegelijkertijd ook dat wedaarmee toch een fors aantal middenhuurwoningen kunnen behoudenvoor het gereguleerde segment, want dat is natuurlijk waar het over gaat.Die WOZ-cap zorgt ervoor dat die woningen niet in het hogere segmentvallen, maar behouden blijven als huurwoning en ook nog eens geregu-leerd blijven. Vindt de heer Grinwis dat eigenlijk niet een hele mooiemaatregel?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor deze vraag. Ik snap ’m, maar langs twee lijnen ga ik hier niet inmee. Ten eerste denk ik dat die kleine € 100 huurverhoging zwaaronvoldoende zal zijn voor verhuurders om alle belastingen die ze overdeze woning, met vaak een hoge WOZ-waarde, in de grote stad betalen,alsnog te kunnen betalen en te besluiten deze woning niet uit te pondenmaar aan te houden. Een maatregel als de leegwaarderatio verruimen zaldus veel effectiever zijn voor dit type woningen dan de huurders hier eenhogere prijs laten betalen. Dat is een.Twee. Ja, het klopt dat een woning in het centrum van de stad of in deRandstad een hogere waarde heeft dan veel woningen in Drenthe,Groningen en Zeeland. Dat is waar, maar tot een aantal jaar geledendeden de woningprijzen helemaal niet mee in de huursomberekening, inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42934 de WWS-tabel waarmee de huurprijs werd betaald. Tot een aantal jaargeleden deed de waarde van woningen, dus waar de woning stond, delocatie, helemaal niet mee. Op dit moment doet de WOZ voor 33% mee.Dan denk ik: nou, dat vind ik een mooi midden tussen enerzijds dat wonenbetaalbaar moet zijn en dat de prijs daarvoor gerelateerd moet zijn aan destenen en de kwaliteit van de woning en anderzijds deels gerelateerdmoet zijn aan de marktwaarde. Dan vind ik de huidige WOZ-cap van rondde 33% een goed midden daartussen. Wat mij betreft had die misschiennog wat lager kunnen zijn, 25% bijvoorbeeld, maar oké, daarover kun jetwisten. Maar nu aan die knop gaan draaien en zeggen dat daarmee pasrecht gedaan wordt aan die locatie, daarin ga ik niet mee met mevrouwSteen, want ik denk dat die stap een aantal jaar geleden al is gezet.De voorzitter:Mevrouw Steen. Een korte vraag en een kort antwoord alstublieft.Mevrouw Steen (CDA):Zeker. Het klopt natuurlijk dat de fiscale behandeling van deze woningenaandacht behoeft – dat is precies de vraag over box 3 – maar daarmeelossen we het verschil tussen de economische realiteit van een woning inde grote stad en de economische realiteit van een woning in Drenthe nietop. Dan is die 33%, die voor allebei de locaties geldt, nog steeds onvol-doende om die economische realiteit recht te doen, omdat we zien dat dieveel meer uit de pas lopen dan waar nu recht aan wordt gedaan met deWOZ-behandeling binnen dat WWS-stelsel. Dat is dus precies de redendat die WOZ-cap handig en goed kan zijn om met name die particulierenmet één of twee huurwoningen in de stad te verleiden hun woningen tebehouden. Ik ben het met de heer Grinwis eens ...De voorzitter:We gaan naar de vraag.Mevrouw Steen (CDA):... dat we dat dan moeten mét al die aanpassingen die binnen box 3 nodigzijn. Mijn vraag aan de heer Grinwis is dus of hij misschien iets milder wilzijn over de WOZ-cap, want volgens mij zetten we daarmee gewoon eenhele mooie stap vooruit.De voorzitter:Dit zou een vraag kunnen zijn met een ja-neeantwoord. Ik geef u iets meer,maar alstublieft beknopt. Meneer Grinwis, ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik vind dat je altijd in de politiek moet zitten om overtuigd te worden doorbetere argumenten. Ik luister dus echt goed naar wat collega Steen zegt. Ikga dus ook goed luisteren, live of terugluisterend, naar wat de Ministerzegt over dit onderwerp. Ikzelf denk dat we op basis van het verleden aleen aantal stappen hebben gezet waarmee we de locatie al hebbeningeprijsd. Ik zag de heer Nobel al fluisteren: ja, maar de afgelopen jarenzijn de huizenprijzen zo enorm gestegen en daarmee knelt dit toch weer teveel. Ik ga goed luisteren naar wat de Minister hierover zegt. Ik vindfundamenteel dat de prijs voor wonen niet alleen maar een uitkomst moetzijn van wat de gek ervoor geeft, maar dat het ook gerelateerd moet zijnaan de daadwerkelijke waarde van de stenen die een huis vormen. Dat isdus inderdaad een gemengde visie, dat niet alleen de markt het voor hetzeggen heeft, maar dat er ook een andere benadering mogelijk is: wat zijndeze stenen waard en hoeveel mag wonen mensen met een heel gewooninkomen kosten? Ik vind dat we hier wel heel makkelijk de prijs op hetbordje leggen van de huurder die in de grote stad woont en ik vind dat wete weinig doen om de lasten voor de verhuurder wat draaglijker te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42935 Ik denk dat de uitpondgolf hierdoor niet wordt afgeremd, onvoldoende inieder geval.De voorzitter:De laatste interruptie van mevrouw Steen, CDA.Mevrouw Steen (CDA):Dat is dan toch precies de reden dat we deze woningen willen behoudenin het gereguleerde segment? Dat is namelijk om ervoor te zorgen dat diehuizenprijzen niet excessief kunnen stijgen en dat de huurder debescherming geniet die hij verdient, in plaats van dat deze woningen juistin het hogere segment gaan vallen. Op het moment dat die hurennamelijk zo veel verhoogd worden dat ze erbuiten vallen, is helemaal hethek van de dam. Daarmee houden we toch juist die bescherming van dehuurder in die woningen en doen we tegelijkertijd recht aan de econo-mische waarde van het object?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik zei: ik waag het te betwijfelen. Misschien heeft de Minister er onder-bouwde verwachtingen bij om aan te tonen dat deze maatregel voldoendeis om bij verhuurders te leiden tot: «Nou ja, weet je wat? Nu ik € 100 huurmeer kan vragen, hou ik ze maar aan en pond ik ze maar niet uit.» Datwaag ik te betwijfelen. Maar oké, dat gaan we horen. Als je dezemaatregel niet neemt en ze worden niet uitgepond, blijven ze natuurlijksowieso in het gereguleerde segment. Ik snap helemaal waarom dezemaatregel is genomen, namelijk omdat de vrees extreem groot is dat zeallemaal uitgepond worden. Nogmaals, ik vind een uitgepondehuurwoning niet iets slechts op voorhand. Dat wordt namelijk vaak eenrelatief betaalbare koopwoning ...De voorzitter:Richting een afronding.De heer Grinwis (ChristenUnie):Maar ik ga goed luisteren naar de antwoorden van de Minister.Voorzitter, nog één ding en dan stop ik. De WOZ-cap is een discussie meteen hele lange baard. We hebben hier heel veel politieke gevechten overgehad, omdat we uit een tijd komen dat de WOZ helemaal niet meewoog.Elke verruiming met meer nadruk voor de WOZ is uiteindelijk misschiengedaan met als argument dan bepaalde woningen in een segment tehouden, maar wie betaalt onder de streep de rekening? De huurder.Collega Steen moet dus ook begrijpen dat ik dat meeneem ...De voorzitter:Helder.De heer Grinwis (ChristenUnie):... in mijn overweging.De voorzitter:Dank u wel. Voor iedereen die nu zijn hoop had gevestigd op een pauze:dat is nog niet het geval, want de voorzitter wil graag een inbreng leveren.Daarvoor gaat de heer Clemminck het voorzitterschap overnemen.Voorzitter: ClemminckDe voorzitter:Dat klopt. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van mevrouwBeckerman namens de SP.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42936 Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel, voorzitter. Als je dit debat zo volgt, lijkt het alsof er tweeopties zijn: of we hebben hoge huren of we hebben een tekort aanwoningen. Alsof dat de enige twee smaken zijn. Alsof betaalbare hureniets zijn wat iedereen eigenlijk zou willen, maar wat helaas niet gaatomdat we dan geen woningen meer zouden hebben. Maar er is ook eenalternatief mogelijk, met betaalbare huren en voldoende woningen. Het istijd dat we echt voor dat alternatief gaan. Het is nu 30 jaar lang gepro-beerd, van wonen een markt maken, en het werkt gewoon niet. We zittenin een enorme wooncrisis. Er wordt te weinig gebouwd en voor veelmensen is er geen betaalbare woning. Dit kabinet kiest ervoor, volgensmij onder druk van de VVD, kampioen wonen onbetaalbaar en onzekermaken, om de huren weer te verhogen, zogenaamd om de verkoop vanhuurwoningen te stoppen. Maar als je de verkoop van huurwoningen wilstoppen, is er ook een alternatief. Koop een deel van deze woningen op,maak ze onderdeel van wooncoöperaties en wooncorporaties. Danbehoud je huurwoningen en zorg je ervoor dat huren betaalbaar zijn. Ditals eerste stap om weer te bouwen aan echte volkshuisvesting. Het kanwél, je moet het alleen willen.Nu wil het kabinet de huren weer flink verhogen. De SP vindt middenhuuraltijd al veel te duur en wil dat ook mensen met een middeninkomen weerin een corporatiewoning moeten kunnen wonen. Maar nu gaan demiddenhuren naar € 1.300 per maand, € 16.000 per jaar. Dat terwijl voorvelen de huren al veel te hoog zijn. De gemiddelde woonquote, zeker vanjongeren, de 35-minners, bedroeg in 2024 40%. Dat is een gemiddelde;juist armere huishoudens betalen vaak veel meer. Jongeren kunnen bijnaniet aan een sociale huurwoning komen en zitten vast in die privatesector. Ook dat is een politieke keuze, die door dit kabinet nog erger wordtgemaakt zonder – dat is het belangrijkste – dat ze weten of dit gaatwerken. Niemand, maar dan ook niemand, kan vertellen hoeveelhuurwoningen deze voorstellen opleveren. Sterker nog, eigenlijk geeft hetkabinet ook wel toe dat dit niet gaat werken. Je kunt beleggers nog welhuurders laten uitknijpen, het is waarschijnlijk niet genoeg.Maar er is een alternatief. Dit vond ik een leuke. Wist u dat er één groepNederlanders is voor wie huren bewust laag worden gehouden? U magdrie keer raden voor wie dat is. Het zijn niet de sociale huurders, niet demiddenhuurders en niet de vrijesectorhuurders. Nee, het zijn burge-meesters. Voor hen is geregeld dat zelfs al hebben ze een kast van eenambtswoning, maximaal 18% van hun inkomen naar huur gaat. Dit isgewoon vastgelegd in wet- en regelgeving. Je kunt de SP, en mijpersoonlijk, niet kwader krijgen dan wanneer iets voor politici wel goedgeregeld is, maar voor inwoners niet. Maar laten we dit positief bekijken:als het voor burgemeesters kan, kan het voor de rest van Nederland tochook?Dit bestond ook voor alle Nederlanders, tot 1984. Ik heb uw oproepgehoord om positief te blijven, voorzitter. Dit lijkt me nou echt een positiefvoorstel: zorg dat huren betaalbaar zijn. Het kan al voor burgemeesters.Zo bijzonder zijn die niet, ook al heb ik misschien een hele goede; dit kanvoor veel meer mensen.Voorzitter. Het lijkt alsof het kabinet ervoor kiest om de wooncrisis aan tepakken met maatregelen waarvan al gebleken is dat ze die wooncrisisalleen maar vergroten. Neem het flexibiliseren van huurcontracten. Datbestond vanaf 2015. In 2021 is door Companen geëvalueerd of het werkte.Die evaluatie was echt vernietigend. De wet miste haar doel. Tijdelijkecontracten zorgden niet voor meer aanbod of beter doorstroming. Erwerden niet meer woningen verhuurd. Waar het wel toe leidde, wassnellere huurstijging, afname van de leefbaarheid en grote onzekerheidonder huurders. Waarom voor zo’n maatregel kiezen, die niet effectief isen heel veel leed veroorzaakt? De Minister wil het nu doen voorstudenten, maar de VVD wil alweer meer huurders in onzekerheid storten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42937 Gaat u daarin mee, vragen we aan de Minister. We zien nu jongeren diedakloos raken omdat hun huurcontract afloopt. Wat zegt u tegen hen? Zijkunnen namelijk echt geen kant op. Dat is niet uit te leggen.Ik zie dat ik nog tien seconden heb. De Minister luistert nu naar de lobbyvan private verhuurders, maar waar is het luisterend oor voor al diemensen die hun huur niet kunnen betalen, die in diepe onzekerheid zitten,die straks nog moeilijker in verzet kunnen komen als er misstanden zijnmet hun verhuurder? Gemeentes, Woonbond, Aedes, jongerenorgani-saties, ze hebben maar één oproep: doe dit niet en ga eerst gedegen dewet evalueren.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Beckerman namens de SP. Ik zie geen interrupties.Ik draag het voorzitterschap weer aan u over.Voorzitter: BeckermanDe voorzitter:Dank u wel. Ik heb overlegd met de Minister. Zij verzoekt om eenschorsing van 20 of 25 minuten. Ik denk dat we er wel 25 van kunnenmaken. Ik schors de vergadering tot 14.25 uur.De vergadering wordt van 13.57 uur tot 14.27 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Welkom bij de vaste commissie voorVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Vandaag debatteren wij over devoorhang van het Besluit aanpassing regelgeving verhuur. We hebbenzojuist geluisterd naar de inbreng van de zijde van de Kamer in eerstetermijn. We gaan zo meteen luisteren naar de reactie en de beant-woording van de Minister, mevrouw Boekholt-O’Sullivan.Voor de Kamerleden. Ik stel voor om net als zojuist zes interrupties opelkaar te doen. Die mogen wel wat korter dan zojuist. Ik geef het woordaan de Minister met de vraag om eerst even op te noemen uit welkeblokjes de beantwoording bestaat.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat doe ik graag, voorzitter. Ik begin met het blokje betaalbaarheid. Dankomt er een blokje over de investeringsmaatregelen en daar zitten ook defiscaliteit, de borging en de indexering in. Dan heb ik een mapje overmaatregelen en de evaluatie. En vervolgens een mapje overig.De voorzitter:Helder. Dan kunt u nu beginnen met de beantwoording.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dank u wel. Sinds mijn aantreden als de Minister van VRO heb ik gemerktdat de discussie over de Wet betaalbare huur altijd met passie wordtgevoerd, zowel door mijn voorgangers als door u en uw voorgangers. Hetis een onderwerp dat leeft! En gelukkig maar, want het gaat niet overmetaforen. Het gaat over mensen. Het is een onderwerp dat leeft bijverschillende partijen, niet alleen bij ons en in de Kamer, maar ook in desamenleving. En terecht, want het is een discussie die niet alleen gaatover een huis, maar ook over iemands thuis.De overheid heeft de taak om voor een goed functionerende huursector tezorgen, waarbij vraag en aanbod zich op een gezonde wijze tot elkaarverhouden en er plek is voor zowel woningcorporaties als marktpartijen.We kunnen dit alleen maar voor elkaar krijgen als we het samen doen. Ikstreef naar een huursector met een volwassen middensegment, waarinTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42938 genoeg middenhuurwoningen verhuurd worden voor een brede groepmiddeninkomens. Enerzijds moeten voor middeninkomens de hurenbetaalbaar blijven. Anderzijds moet het verhuurders in deze sectormogelijk zijn met een betaalbare huurprijs een redelijk rendement tebehalen, want zonder een redelijk rendement zullen zij niet verhuren. Endaar is niemand bij gebaat.Op dit moment zien we dat verhuurders vaak huurwoningen uitponden endat met name het woningbezit van particuliere verhuurders afneemt. Deontwikkeling van het uitponden zit op dit moment tussen het midden- enhet hoge scenario van de doorrekeningen die destijds zijn gemaakt bij hetopstellen van de wet. Dat zet druk op een voldoende voorraad aanmiddenhuurwoningen. Ik wil het uitponden tegengaan door dezeverhuurders snel en gericht iets meer ruimte te bieden op onderdelenwaar ik dat verantwoord acht. Daarom heb ik in lijn met het coalitieak-koord een optimalisatie van de Wet betaalbare huur aangekondigd.Vandaag zijn we hier om daarover te spreken.De optimalisatie bevat gerichte maatregelen die verlichting bieden opspecifieke knelpunten, die vooral door particuliere verhuurders ervarenworden. Daarnaast bevat de optimalisatie het voorstel om de nieuwbouw-opslag te verlengen met vier jaar. Hiermee wil ik ontwikkelaars meerjarigezekerheid bieden en ervoor zorgen dat de middenhuurwoningen, die wijzo hard nodig hebben, daadwerkelijk worden gebouwd.De betaalbaarheid voor de huurder blijft vooropstaan. De belangrijksteelementen van de Wet betaalbare huur worden niet aangepast enhuurders blijven beschermd tegen te hoge huren. Het gaat om gerichtemaatregelen, zonder afbreuk te doen aan huurbescherming. Hoewel dezemaatregelen bijdragen aan het terugdringen van het aantal uitpondingen,zijn zij op zichzelf niet voldoende om te zorgen voor voldoende aanbodvan middenhuurwoningen. Daarvoor moet er nadrukkelijk breder wordengekeken.Dat doe ik in de Taskforce Versnelling Woningbouw. Een van de priori-teiten van de taskforce is, zoals ik u eerder heb gemeld, het verbeterenvan het investeringsklimaat voor private verhuurders en woningcorpo-raties. In het actieplan van deze taskforce zal het kabinet in september meteen integraal plan komen ter verbetering van het investeringsklimaat voorhet creëren van nieuwe en betaalbare woningen. Hierbij kijk ik zowel naarhet huurbeleid als naar het fiscale beleid. In de tussentijd start ikbovendien met een grondige evaluatie van de Wet betaalbare huur, die ikuiterlijk 1 juli ’27 aan uw Kamer aanbiedt.De voorzitter:Als u even pauzeert, kan ik de heer Nobel het woord geven voor eeninterruptie. Tegen de mensen die denken «waarom zit de voorzitter teappen?» wil ik zeggen dat ik de leden die er niet zijn, de blokjes hebgestuurd. Vandaar dus.De heer Nobel, VVD.De heer Nobel (VVD):Ik wilde deze interruptie eigenlijk al eerder plegen, maar ik heb evengewacht op een logisch moment in het betoog van de Minister. DeMinister had het erover dat verhuurders een redelijk rendement moetenkunnen behalen. Ik ben benieuwd wat zij daaronder verstaat. Ik ben ookbenieuwd hoe de Minister dat ziet in het licht van het feit dat slechts 6%van de verhuurders aangeeft dat de maatregelen die nu genomenworden, voldoende zijn. We weten dus eigenlijk al dat er niet een normaalrendement behaald kan worden, want slechts 6% van de verhuurdersgeeft dat aan. Is de Minister bereid om meer stappen te zetten dan destappen die zij nu zet? Ik vraag dat ook omdat zij in haar betoog wijst opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42939 de fiscaliteit. De fiscaliteit kan immers pas op zijn vroegst in januari 2028worden bewerkstelligd. Gaat de Minister in de tussentijd ook stappenzetten?De voorzitter:Vier vragen in één.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik begrijp de vragen van de heer Nobel. Hij heeft deze in zijn eigen inbrengal gesteld en een aantal daarvan ga ik later ook zeker beantwoorden. Deevaluatie is zo belangrijk, omdat het belangrijk is om met elkaar naardezelfde cijfers en naar dezelfde duiding van die cijfers te kijken.Klopt die 6%? Dat cijfer is gebaseerd op een onderzoek dat is gedaan metbehulp van een enquête onder 1.100 mensen. Dat is dus een redelijkbeperkt beeld. Maar het is ook weer niet helemaal nietszeggend. Daaromhebben we ook nadrukkelijk gekeken naar de uitkomsten van die enquête.Een aantal elementen die daarin worden aangegeven, pakken we ook aanmet deze optimalisatie op de Wet betaalbare huur.Als u dus aan mij vraagt of het genoeg is, zal ik net als zojuist zeggen – ikzal dat vermoedelijk nog een aantal keer herhalen in dit debat – dat hetniet genoeg is. Er moet meer gebeuren. Dat ben ik met u eens, maar ikvoorzie alleen dat ik dat niet via de Wet betaalbare huur moet proberen opte lossen. Ik zal dat moeten doen in een breder pakket en daar is detaskforce dan ook hard mee bezig. Ik heb u toegezegd dat u in septembereen actieplan van mij ontvangt, waar dit onderdeel van is.Ik ben op dit moment heel nadrukkelijk op zoek naar maatregelen die snelingevoerd kunnen worden en die geen wetswijziging nodig hebben. Metdie maatregelen willen we snel iets kunnen doen tegen het scenario vanhet uitponden. We willen voorkomen dat het nog erger wordt en datmensen hierdoor geraakt worden. Zij kunnen dat huis dan immers nietmeer huren. Ik wil dat tegengaan, ook al snap ik ook dat het positief isvoor de mensen die dat huis dan kunnen kopen.De middenhuursector staat onder druk. Dat ben ik met u allemaal eens enik vind ook dat we meer moeten doen dan dit. Ik vind alleen niet dat weom dat te corrigeren meer moeten doen in de Wet betaalbare huur.De heer Nobel (VVD):Ik weet niet of ik hier nog een interruptie aan wil wijden. Daarom vraag iknu alleen maar of die andere drie vragen later beantwoord worden. Zo ja,dan laat ik het hier nu bij.Minister Boekholt-O’Sullivan:Alle vragen die de heer Nobel heeft gesteld in zijn inbreng, ga ikbeantwoorden.De voorzitter:Minister, vervolgt u de beantwoording.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik was nog niet toe aan de beantwoording, want ik was nog bezig metmijn openingstekst. Daar ga ik nog heel even mee door.Vandaag wil ik met u in gesprek over de vraag of u met mij de overtuigingdeelt dat optimalisatie nodig is om een balans in de wet te vinden. Ik wilmet u onderzoeken of er voldoende draagvlak is om het ontwerpbesluit,dat nu voorgehangen is in uw Kamer, verder te brengen naar de Raad vanState, zodat deze snel in werking zou kunnen treden.Dit ontwerpbesluit bevat de WOZ-prijsopslag, het schrappen vanminpunten voor het geheel ontbreken van buitenruimtes, een beterewaardering voor kleinere rijksmonumenten en het voorstel om eentijdelijk contract toe te staan voor alle studenten. De verlenging van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42940 nieuwbouwopslag zit nog niet in dit ontwerpbesluit. Het voorstel voor deverlenging moet namelijk via internetconsultatie en een separaatontwerpbesluit bij uw Kamer worden voorgehangen. En dat zal ik danuiteraard ook doen.De verruiming van de groep studenten met wie een tijdelijke huurover-eenkomst kan worden afgesloten. Nou, voor alle studenten geldt dat meerdan een vijfde van uw Kamer verzocht heeft om dit onderwerp bij wet teregelen. Ik wil uw Kamer desondanks vragen of zij ruimte ziet om ditonderwerp in een algemene maatregel van bestuur te regelen, waardoorhet onderdeel kan blijven van het ontwerpbesluit en het ook sneller inwerking kan treden. Op dit moment hebben namelijk alleen studenten diestaan ingeschreven buiten de gemeente waar zij een woning willen gaanhuren, de mogelijkheid van een tijdelijk contract. Dat zou ik graagrechttrekken voor alle studenten. Ik zie dit als een weeffout en ik wil dezegraag herstellen. Dat kan snel, maar daarvoor is nodig dat dit onderdeelniet op wetsniveau geregeld hoeft te worden maar bij AMvB, net als alleandere uitzonderingen.Tot slot wil ik benadrukken dat ik als Minister van VRO weiger huurders enverhuurders tegenover elkaar te zetten. Zij zijn twee zijden van dezelfdemunt. Ik kies niet voor de verhuurders. Ik kies niet voor de huurders. Ikkies voor hen allebei. Dat lukt alleen als we goed kijken naar beschik-baarheid en betaalbaarheid.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van De Hoop, GroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb een heel kort deel van de inleiding gemist en misschien dat ikdaardoor een vraag stel over iets waar de Minister al wat over gezegdheeft. Kan de Minister nog iets uitgebreider schetsen wat uiteindelijk heelanders is dan de inschatting van het Ministerie van de consequenties vande Wet betaalbare huur? En waarom wil de Minister daar nu op ingrijpen?Hoe groot is dat contrast, zeg maar? Ik zou daar ook graag het beeld vande Minister van krijgen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik kan daar nu iets over zeggen of later bij de mapjes waarin ik hieropterugkom. Maar mijn algemene beeld is dat deze aanpassing van de Wetbetaalbare huur ... Ik sta namelijk voor die wet. Ik geloof ook in de wet. Ikgeloof alleen ook dat de wet een consequentie heeft die voorspeld was.Maar soms komen voorspellingen uit en dan vind ik dat je niet met jehanden in je zakken moet kijken hoe een voorspelling uitkomt. Je moetdan iets doen om te voorkomen dat datgene gebeurt wat ongewenst is, indit geval zowel voor de verhuurders als voor de huurders. Daar probeer ikiets aan te doen, maar ik kom later terug op uw nadere vragen.De voorzitter:Er is toch nog een andere vraag en wel van de heer Clemminck, JA21.De heer Clemminck (JA21):De Minister komt met een pakket maatregelen en die zijn eigenlijkvergelijkbaar met de maatregelen die haar ambtsvoorganger heeftaangekondigd. Dat was in september, oktober vorig jaar. Op dat momentvond de ambtsvoorganger van de Minister dus al dat de situatie dusdanigernstig was dat zij met dit pakket maatregelen moest komen. U komt nupas, ruim een halfjaar later, met dit pakket maatregelen, terwijl de situatienog veel erger is. Ik had eigenlijk wel verwacht dat het dan niet alleen eencopy-paste zou zijn van het maatregelenpakket dat al was voorgesteld.Aangezien de situatie nog veel erger is, had ik verwacht dat u er nog eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42941 schepje bovenop zou hebben gedaan. Waarom heeft de Minister daar nietvoor gekozen?Minister Boekholt-O’Sullivan:Een prima vraag van de heer Clemminck. Zoals ik vorige week ook in hetplenaire debat heb gezegd: niet alles wat je voorganger heeft verzonnen,is per definitie niet goed. Met het coalitieakkoord in de hand en met wat jezelf vindt, moet je zoiets opnieuw bekijken en je afvragen of het oplevertwat het op moet leveren. Ik kom tot de conclusie dat deze drie maatre-gelen, die inderdaad al eerder op de plank lagen maar nog niet met deKamer waren besproken, prima zijn als een eerste reparatie van de wet.Het is een eerste reparatie van de wet, want dit kan je doen zonder de wetin zijn totaliteit geweld aan te doen. Daarmee loop ik dus vooruit op deevaluatie die nog moet plaatsvinden.Tegelijkertijd onderschrijf en onderken ik dat er meer moet gebeuren. Ikben alleen van mening dat dat niet via de Wet betaalbare huur moetworden gedaan. Dat moeten we wat mij betreft op een andere manier metelkaar organiseren en dat is de reden dat ik het beperk tot deze driemaatregelen. Ik vind echt dat dat grotere probleem op een andere maniermoet worden geadresseerd.Wat ik heb toegevoegd, is de nieuwbouwopslag. Ik heb dat gedaan, omdatik het een prima initiatief vond dat daadwerkelijk tot iets heeft geleid. Datis de reden waarom ik die met vier jaar wil verlengen.De heer Clemminck (JA21):Ik vraag me dan nog wel af of er tijdens de voorbereiding van het pakketmaatregelen dat de Minister naar ons heeft gestuurd, nog anderemaatregelen zijn overwogen. Zijn er nog andere maatregelen dan demaatregelen in het pakket, dat nu voorligt en dan uw ambtsvoorgangerheeft gepresenteerd, overwogen door u als Minister? En waarom zijn diedan uiteindelijk afgevallen?Minister Boekholt-O’Sullivan:Bij mijn afweging om te kijken of ik meer wil doen dan dit of niet, wasmijn uitgangspunt ... Ik ben in de geschiedenis van de wet gedoken endeze wet doet heel veel goed. Met de wet is echt iets aangepakt wataangepakt moest worden voor de bescherming van de positie van dehuurder. Ik ben dus heel voorzichtig, omdat ik wil voorkomen dat we tever gaan en het ertoe leidt dat de positie van de huurder nog meer wordtgeraakt.Ik heb met de hele sector gesproken. Je zou kunnen zeggen «lobbyistenvan alle kanten»! Met hen heb ik gekeken naar wat nu echt het probleemop de woningmarkt is. Het probleem is dat de bestaande bouw onvol-doende wordt gebruikt en dat er te weinig woningen zijn. Dat moeten wemet elkaar oplossen. Daarvoor hebben we legio wetten, regelgeving eninitiatieven. Die proberen we nu allemaal op de kar te krijgen, maar ik doedat het liefst in samenhang en integraal. Daarmee wil ik voorkomen datmijn gesprekken met de Kamer elke keer over een klein stukje van hetprobleem gaan. Ik zou heel graag met u praten over het hele pakket aanproblematiek dat moet worden opgelost.De grootste knelpunten, fiscaliteit en betaalbaarheid, komen elke keerterug. Die breng ik naar de taskforce, omdat we het dan niet besprekenover de band van de Wet betaalbare huur, maar in de grotere context. Dusja, ik heb er heel bewust voor gekozen om dit te behouden en het geheel,met de nieuwbouwopslag en de studenten, hierin bij elkaar te brengen.De rest breng ik naar de taskforce.De voorzitter:Is dat afdoende? Dat is het geval. Vervolgt u de beantwoording.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42942 Minister Boekholt-O’Sullivan:Dan begin ik met het eerste mapje: betaalbaarheid en het aantal midden-huurwoningen. Ik begin met de vraag van de heer De Hoop en mevrouwBeckerman: wat betekent deze versoepeling voor de mensen? Zoals ik netal zei, sta ik echt voor deze wet. Als ik kijk naar de ontstaansgeschiedenisvan deze wet, geloof ik echt dat we hier iets hebben wat ervoor zorgt datwe mensen beschermen tegen te hoge huren. Het is bedoeld ommiddeninkomens te beschermen tegen te hoge huurprijzen in gewooneen hele krappe huursector. We willen betaalbaar wonen tegen eeneerlijke huurprijs.Tegelijkertijd ben ik niet blind voor wat er gebeurt bij het uitponden. Zoalsik al zei, wil ik niet met m’n handen in m’n zakken gaan staan kijken of eenscenario waarheid wordt en daar vervolgens niets mee doen. Hoewel hetpositief is dat deze huizen worden uitgepond voor de mensen die ze dankunnen kopen, is het negatief voor mensen met een middeninkomen dieeen middenhuurwoning zoeken. Dus wat mij betreft moeten we voort-durend naar dit vraagstuk kijken door een beetje uit te zoomen en doorerboven te gaan hangen. We moeten daarbij streven naar betaalbaarheiden beschikbaarheid voor alle verschillende groepen en in deze instantiedus voor de middenhuurwoningen.Het is niet zo dat alle huurders te maken krijgen met veel hogere huren.Het is verder ook goed om ons te realiseren dat voor de zittende huurdershet nooit duurder kan worden dan het maximale percentage dat al wasafgesproken. Die hogere bedragen gaan nadrukkelijk impact hebben opnieuwe huurders, huurders die ergens gaan wonen en dan met die helehoge bedragen te maken krijgen. Ik vind het belangrijk dat we dat goedbenadrukken. We moeten voorkomen dat straks heel Nederland denkt datbij iedereen de huur rücksichtslos omhooggaat, want dat is niet het geval.Het speelt niet bij de zittende huurders, want die kunnen alleen met demaximale stijging te maken krijgen. Het gaat met name over nieuwehuurders. Bij nieuwe huurders kan die hogere prijs dus tot stand komen.Als die woning bij mutatie niet langer verhuurd wordt, dan wordt dieverkocht en dan heeft de middenhuursector daar helemaal niks aan.Daarom kies ik er dus liever voor om een deel van de voorraad naar eenhogere huurprijs te brengen, want die huurprijs is voor veel tweever-dieners met een middeninkomen nog steeds betaalbaar.De heer De Hoop vroeg naar het aantal middenhuurwoningen en de briefvan de G5. Ik heb de G4 plus Eindhoven in de aanloop naar dit debatuitgenodigd voor een gesprek. De Kamer heeft dezelfde brief ontvangendie ik heb ontvangen. Ik heb met hen over deze brief gesproken en in datgesprek hebben we met elkaar gekeken naar wat er nou eigenlijk in degrote steden gebeurt. En ja, deze maatregelen gaan Amsterdam harderraken dan een aantal andere steden. Tegelijkertijd geven zij terug, en datheeft u natuurlijk ook in de brief gelezen, hoe zij de aantallen zien.Er is sprake van een verschil in interpretatie van die cijfers tussen mij ende wethouders. In de brief van de wethouders wordt vooral gekeken naarde periode vanaf 2015. Ik erken dat het totale aantal private huurwoningenten opzichte van 2015 is gestegen. Na de invoering van de Wet betaalbarehuur hebben we echter te maken met een daling van 9,31% naar 8,96%.Dat heeft meerdere redenen. Daarom is het nodig dat we maatregelennemen in de Wet betaalbare huur, maar ook dat we kijken naar het fiscalebeleid en het huurbeleid.De voorzitter:Als u daar even pauzeert, want er is een interruptie van de heer Nobel,VVD.De heer Nobel (VVD):De Minister schetst een beeld van woningen die straks onbereikbaar zijn.Ik denk echter dat het niet straks is, maar nu. En het probleem wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42943 alleen maar groter. We hebben straks alleen nog maar woningen in hetsociale segment en de vrije sector, omdat alle middenhuurwoningenverdwijnen. Als u die woningen beschikbaar wilt houden, bent u het danmet de VVD eens dat er juist meer gedaan moet worden om de midden-huurwoningen te bouwen, maar ook om het aantrekkelijk te houden voorbeleggers en investeerders om die woningen aan te houden? Nuverkopen ze die woningen en het geld verdwijnt naar het buitenland.Kapitaal heeft geen paspoort. Een belegger kijkt gewoon waar hijrendement kan maken. De Minister is nu iets aan het beschermen, maarstraks hoeven we niets meer te beschermen omdat het hele midden-segment is verdampt. Hoe kijkt de Minister daarnaar?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik ben het niet eens met de heer Nobel dat het hele middenhuursegmenthierdoor verdampt. Het wordt wel aanzienlijk geraakt. Als ik dat niet zouvinden, zou ik deze maatregelen niet voorstellen. Ik stel ze voor omdat ikhet met u eens ben dat het segment wordt geraakt. Ik erken de noodzaakom iets te doen voor de middenhuur. Tegelijkertijd zeg ik: je moet nietalles proberen op te lossen via de Wet betaalbare huur. Naar het fiscaleklimaat en het huurbeleid moet ook goed gekeken worden. Dat is wat mijbetreft onderdeel van een breder gesprek en van afwegingen die wemoeten maken in de aanloop naar het actieplan dat er in september komt.De voorzitter:Vervolgt u de beantwoording.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik ga door met de vraag van de heer Grinwis over de duiding van decijfers. De cijfers van het Kadaster laten inderdaad zien dat de piek van hetuitponden bereikt lijkt te zijn. Daarnaast verwacht ik vanaf volgendkwartaal een afzwakking, doordat de laatste tijdelijke contracten aflopen.Het was voorspeld dat dit zou gebeuren. In de cijfers van de volgendekwartalen moeten we nog wel zien of die analyse daadwerkelijk stand-houdt. Ondanks deze cijfers krimpt de private huurmarkt nog steeds enblijft het uitponden wel op een hoog niveau. Het uitponden zit op ditmoment tussen het midden- en het hoge scenario van de doorrekeningendie zijn gemaakt bij het opstellen van de wet. Dat zet druk op de voorraad.Dat is precies de reden waarom ik die druk wil compenseren door iets tedoen op de Wet betaalbare huur en op een later moment iets wil doen aande fiscaliteit.Ik ga door naar het volgende mapje.De voorzitter:Maar niet voordat ik een interruptie heb toegestaan van de heer De Hoop.Voor die tijd wil ik nog iets melden. Ik was de heer Nobel al aan het appen.Meneer Flach heeft aangegeven dat hij niet terugkomt, dus u kunt aandeze kant van de tafel komen zitten.Dan is er ruimte voor een interruptie van de heer De Hoop. Namens PRO,zoals ik heb begrepen uit het nieuws.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja, dat is fijn, voorzitter. Ik zou met de Minister even willen doordenkenover de interpretatie die de grote steden geven en überhaupt over hetpercentage private huur. De Minister heeft namelijk een andervertrekpunt, bijvoorbeeld de invoering van de Wet betaalbare huur. PROvond dat het percentage private huur überhaupt te hoog was en dat webijvoorbeeld meer sociale huur zouden moeten hebben. Als hetuitgangspunt van de Minister is dat het aantal private huurwoningengelijk zou moeten zijn aan dat bij de ingang van de wet, dan doet dat weliets met de wijze waarop wij het debat met haar moeten voeren. Dat isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42944 blijkbaar wat de Minister belangrijk vindt. Ik zit een beetje te zoeken: hetaandeel sociale huur versus private huur en middenhuur. Wat vindt deMinister daar een goede verhouding in? Als we dat weten, debatteert datwat gemakkelijker. Dan weet ik hoe de Minister erin staat. Ik denk dat datbehulpzaam is in het debat. Gaat zij uit van de situatie uit 2024 en vindt zijdat die overeind moet blijven? Of mag het best een beetje minder zijn?Minister Boekholt-O’Sullivan:In antwoord op de vraag van de heer De Hoop: ik ga uit van 2024, omdatdat heel nadrukkelijk de aanpassing op de wet betreft. Tegelijkertijd wil ikniet blind zijn voor wat er daarvoor is gebeurd en voor wat er potentieeldaarna nog gaat gebeuren. Mijn inzet zien we terug in de regiewet. Als uuitzoomt en vraagt «wat vindt u belangrijk», zeg ik: wat ik belangrijk vind,is dat we straks een markt hebben waarin twee derde betaalbaar is enwaarvan 30% sociaal is. Dat vind ik belangrijk en ik ga alles op alles zettenom dat op 1 juli te laten ingaan. Gelukkig is er een datum met de EersteKamer vastgesteld, waardoor ik daarover het debat kan aangaan. Ik hoopdat we dat zo snel mogelijk voor elkaar gaan krijgen. We hebben daarvolgens mij vandaag nog een tweeminutendebat voor staan. Dus dat vindik belangrijk. Ik kijk vanuit betaalbaarheid en beschikbaarheid naar alleonderliggende, aanpalende en bovenliggende vraagstukken. Als het gaatover de Wet betaalbare huur, dan probeer ik de balans te vinden tussenbetaalbaarheid en beschikbaarheid. Hier hoort dan ook nog debescherming van de huurder bij. Dus ik kijk heel nadrukkelijk op welkemanier we ervoor kunnen zorgen dat voor elke Nederlander, of dat eenpolitieman, een politievrouw, een leraar, een lerares of wat dan ook is, dieeen dak boven zijn of haar hoofd wil, dat dak er ook is. Dat is mijn inzet.Daarvoor moet er bijgebouwd worden. We moeten beter benutten. Wemoeten iets met de leegstandswet. Vandaag gaat het over de Wetbetaalbare huur. Vandaag gaat het voor mij over het volgende. Ik kijk naareen wet. Ik zie dat er iets gebeurt wat was voorspeld. Het is dus niet ietsnieuws wat er gebeurt en wat niemand zag aankomen. Dat uitponden wasvoorspeld. Maar het gebeurt en het gebeurt tussen het middensegmenten het hoge segment. Mijn strategie is: dan ga je er niet met je handen inje zakken naar staan kijken, maar dan kijk je of er maatregelen te nemenzijn waardoor je het in ieder geval afvlakt of stopt. Is het genoeg? Het isniet genoeg. Dat onderken en onderschrijf ik ook. Dat is onderdeel vanmijn taskforce. Dus dat zou het antwoord zijn op de vraag: waar staat dezeMinister voor? Nou, ik sta voor beschikbaarheid en betaalbaarheid, zodatiedereen een dak boven zijn of haar hoofd kan krijgen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):De reden dat ik deze vraag stelde, is de volgende. Mijn interpretatie vanhet doel van de wet was dat de woningen die we bouwen, ook betaal-baarder worden. Wat de Minister met de aanpassingen doet, is wel ruimtebieden om de woningen die we bouwen weer wat duurder te laten zijn,met name in de grote steden. De Minister zegt: ik heb met veel partijengesproken. Hoe kijken organisaties als de Woonbond en de studenten-bonden naar de aanpassingen van de Minister?Minister Boekholt-O’Sullivan:Daar kom ik zo terug op aanvullende vragen. Als u het goedvindt, neem ikdie zo meteen in het mapje mee.De voorzitter:Maar eerst is er nog een vraag van de heer Nobel, VVD.De heer Nobel (VVD):De Minister geeft aan te staan voor betaalbaarheid en beschikbaarheid. Ikschetste zojuist ook al: die betaalbaarheid kunnen we heel strak regelen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42945 maar er is gewoon niets beschikbaar. U kunt niet blijven volhouden, zeg ikvia de voorzitter, dat er voldoende beschikbaar is. Dat is gewoon niet zo.De stappen die nu worden gezet, zijn gewoon echt onvoldoende. Straks isiedereen beschermd, maar bij wijze van spreken wel dakloos. Of iedereenis beschermd, maar ze wonen nog wel op de zolderkamer bij pa en mathuis. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ik weet zeker dat deze Minister datniet wil. Hoe reflecteert u daar zelf op?De voorzitter:Hoe reflecteert de Minister daar zelf op, tenzij u van de voorzitter eenreflectie wilt.De heer Nobel (VVD):Excuus. Hoe reflecteert de Minister daarop?Minister Boekholt-O’Sullivan:De heer Nobel en ik trekken echt aan dezelfde kant van het touw. Ermoeten meer woningen zijn, zodat er ook veel meer diversiteit is enmensen kunnen kiezen waar ze willen wonen en waar ze kunnen wonen,gekoppeld aan betaalbaarheid. Dat er een enorme bouwopgave ligt,weten we allemaal. Zoals u in uw eigen inbreng aangaf: ik doe inter-venties. U heeft mij in eerdere debatten gevraagd om niet alleen te praten,maar soms ook dingen te doen. Zo heb ik gisteren de provincieZuid-Holland gevraagd om met dezelfde bril naar het vraagstuk te kijkenzoals ik dat doe. Ik zal ook niet schromen om dat op andere plekken tedoen als dat noodzakelijk is om te komen tot die bouw, gekoppeld aan deafspraken waarvan ik hoop dat wij die gaan maken in het kader van deregiewet. Dus wij trekken aan dezelfde kant van het touw. Tegelijkertijdhebben we het hier over de Wet betaalbare huur. In het coalitieakkoord isafgesproken dat we op een aantal punten een aanpassing zouden doen.Niet is afgesproken in het coalitieakkoord op welke punten. Ik sta voor depunten die hier nu in zijn opgenomen. Dat zijn punten die ik kan verkopenen verdedigen. Zo wil ik uiteindelijk samen met u aan dezelfde kant vanhet touw trekken, om ervoor te zorgen dat het niet erger wordt. Ikonderschrijf echter volmondig dat de beschikbaarheid een probleem is.De voorzitter:Dank u wel. U kunt verder met de beantwoording.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dan ga ik door naar het tweede mapje, met vragen over het investerings-klimaat, box 3 en nog een aantal andere aanpalende onderwerpen, dieallemaal te maken hebben met investeringen en fiscaliteit. MevrouwSteen vroeg wat ik ga doen met box 3. Het wetsvoorstel Wet werkelijkrendement box 3 is aangenomen door de Tweede Kamer. Het ligt bij deEerste Kamer. Daarin staat dat voor verhuurders een vermogenswinstbe-lasting wordt voorgesteld, waarbij pas belasting over de waardeontwik-keling wordt betaald bij de verkoop. De verhuurders geven aan hiermeegoed uit de voeten te kunnen. Dit nieuwe stelsel zal op 1 januari 2028 inwerking treden.Dan de vraag van de heer Grinwis over fiscaliteit: doe iets aan defiscaliteit. Ik ben het helemaal met hem eens en ook met zijn oproep dat eriets moet gebeuren. Tegelijkertijd hebben we de uitdaging om voldoendemiddenhuurwoningen beschikbaar te houden. De huidige situatie is datverhuurders vaker hun huurwoningen verkopen. We moeten daar iets aandoen, maar niet alleen via de band van de Wet betaalbare huur. Dit wil ikecht in een groter pakket aanpakken en via de taskforce in septembernader toelichten, zoals ik al eerder heb gezegd. Daarna zal ik er met u overspreken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42946 Een andere vraag van de heer Grinwis ging over de leegwaarderatio. Hetinvesteringsklimaat staat onder druk door de genomen maatregelen in hethuurbeleid, in de fiscaliteit en door de gestegen rente. Daarom is hetnodig iets te doen. Ik ga in het actieplan van de taskforce terugkomen ophet fiscale beleid.Dan de vraag van de heer Mooiman over bovenwettelijke eisen. UwKamer weet inmiddels dat ik niet dol ben op bovenwettelijke eisen, omdatdie leiden tot duurder worden, maar vooral tot vertraging. Ik ontvangsignalen dat er gemeenten zijn die bovenwettelijke eisen stellen. Wehebben via de versnellingstafels afgesproken dat er een plek is waar jedaarover klachten kunt indienen. We kijken nadrukkelijk hoe we degemeenten daarbij kunnen ondersteunen. Er zit vaak een zorg onder dieeen antwoord behoeft. Dus ook in de taskforce ga ik kijken naar mogelijk-heden om dit verder te harmoniseren.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Steen een vraag wil stellen, maar ik zie ook dat deMinister nog maar één briefje in dit mapje heeft, geloof ik, of zijn het ernog meer? O, het zijn er nog meer. Wilt u nu interrumperen, of wilt u evenwachten om te zien of uw vraag alsnog wordt beantwoord? U wacht heeleven. Dan geef ik de Minister de ruimte om het blokje af te maken.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dank u wel, voorzitter. Dan ga ik naar de vraag van de heer Van Leijenover pensioenfondsvrijstelling. Gisteren heeft uw Kamer een motie van deheer Nobel aangenomen, waarin het kabinet wordt verzocht om duide-lijker te maken wanneer buitenlandse pensioenfondsen onder devrijstelling vallen. De Staatssecretaris van Financiën en van de Belasting-dienst werkt hard aan het moderniseren van de voorwaarden waaraan deBelastingdienst toetst of een buitenlands pensioenfonds in aanmerkingkomt voor deze vrijstelling. Hij heeft mij aangegeven dat dit zorgvuldigmoet gebeuren. Ik ben dat met hem eens. Ik heb begrepen dat hij heeftaangegeven de Kamer na de zomer hierover nader te zullen informeren.Het Ministerie van Financiën zit ook in de taskforce, dus we sprekenhierover in het kader van het verbeteren van het investeringsklimaat inden brede. Ik informeer u daar ook over, maar dan via de taskforce. Dus uheeft twee routes om hierover te worden geïnformeerd.Dan de vraag van de heer Van Leijen over de borging middenhuur van devan de corporaties. Ik ben met u eens dat we een en ander snel mogelijkmoeten maken. Ik deel de positieve effecten van het opheffen van devermogensscheiding. Op de motie van de heren Grinwis en De Hoop hebik aangegeven dat er geen snelle invoering bestaat. De eerstemogelijkheid is 1 juli 2028. Wat ik wel ga doen en wat ik ook hebtoegezegd, is dat ik voor de zomer met een contourenbrief kom over hoehet er ongeveer uit zou kunnen gaan zien. Na de zomer kijk ik via detaskforce – daarom zei ik net al dat ik daar de boel integraal bij elkaarbreng – op welke manier we hier invulling aan kunnen geven en hoe wekunnen aansluiten op Europese regelgeving.Dan heb ik nog een laatste vraag, van de heer Clemminck, de heer Nobelen de heer Grinwis over de indexatie van de WWS: de CPI plus 1% of plus0,5%. Ben ik bereid om te verhogen? Nee. De reden daarvoor is dat dit eennegatief effect gaat hebben op de betaalbaarheid en dat het ook slecht teonderbouwen is. Er is hier een Kamerbrief over geweest, op 20 november2025, naar aanleiding van een motie van de heer Grinwis. Daarin isuitgelegd waarom mijn voorganger dit een slecht idee vindt, en daarmeeik ook. Qua betaalbaarheid lijkt het niet iets heel groots te zijn, want hetgaat slechts over 1%. Dat is op het gezicht niet substantieel, maar als jehet doorrekent, is het dat wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42947 Ik zie dat de Minister daarmee aan het einde van dit blokje is. De eerstevraag die was aangemeld, is van mevrouw Steen, CDA.Mevrouw Steen (CDA):Ik vermoed maar zo dat de Minister mijn vraag aan voelt komen, want ikga beginnen over de taskforce. Ik hoor de Minister op veel van onzevragen antwoorden dat zij daar in de taskforce op terugkomt. Ik ben bang,ik voel en zie, dat dit het debat hier een klein beetje aan het doodslaan is.Als we nu alles afdoen met «ja, dat ziet u als we bij u komen met een briefover de taskforce» en dat in september dan gaan doen en er dan ook overgaan praten, voeren we dit debat gewoon nog een keer, maar dan inseptember. De opdracht van de taskforce is goed, integraal en prachtig,maar gaat ook wel over echt álles. Die gaat over de woningbouwlocaties,over de koppelkansen, over de fiscaliteit, over het investeringsklimaat,over netcongestie, over het schrappen en versoepelen van regels. Ik benzo bang dat als we het zo doen, we vervolgens in een zaal als deze weer aldie maatregelen met vijf minuten spreektijd met elkaar moeten bespreken.Ik ben bang dat we dan niet de kern raken van het debat dat we ookvandaag voeren, namelijk: hoe gaan we ervoor zorgen dat we demiddenhuurwoningen krijgen die we nodig hebben? Ik ben bang dat wede discussie die we eigenlijk vandaag moeten voeren, op die manierverplaatsen naar september.Ik ben dus benieuwd of de Minister toch nog iets meer kan zeggen over defiscale maatregelen die ze wil treffen om ervoor te zorgen dat diemiddenhuurwoningen behouden blijven, want ik denk dat onverstandig isom alles in september te doen.De voorzitter:Helder. Ik ga naar de Minister.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik begrijp het goed. Ik zei het zelf ook al: het gaat u vast vermoeien dat hetwoord «taskforce» zo vaak voorbijkomt. Tegelijkertijd is een van degrootste commentaren op hoe het tot op heden is gegaan, dat dat veel teversnipperd was. We hebben hier dus enerzijds «wilt u het alstublieft nietzo versnipperd aanpakken, want dan hebben we het elke keer maar overeen klein stukje en zien we het grote overzicht niet meer» en anderzijds«wilt u het niet zo groot maken, want we vragen ons af of we het dan welmet voldoende diepgang hebben over de goede onderwerpen». Ik begrijpallebei. Ik probeer echt om zo goed mogelijk antwoord te geven op uwvragen over de Wet betaalbare huur en wat er voorligt, en te zeggen dat ikbegrijp dat er iets moet gebeuren op fiscaliteit. Dat borg ik niet in dezewet. Dat voorstel heb ik ook niet gedaan en zal ik ook niet doen, omdat ikervan overtuigd ben dat de fiscaliteit zich niet laat oplossen door een Wetbetaalbare huur. Dat krijg ik ook terug vanuit de gesprekken die ik voermet de mensen die hier daadwerkelijk over gaan, dus de investeerders, demensen die goede, heel doordachte ideeën hebben over die fiscaliteit. Ikzit heel geregeld met hen aan tafel. Zij hebben een plan van aanpakgemaakt voor hoe zij het graag zouden willen zien.Ik doe het denkwerk daarin dus gewoon tekort als ik zonder dat het binnenhet kabinet breed is afgestemd, nu ga vertellen wat ik allemaal wel zouwillen op het punt van het investeringsklimaat richting de woningcorpo-raties. Ik denk dat het niet passend is om dat via de Wet betaalbare huur tedoen. Ik ga echt mijn uiterste best doen om zo veel mogelijk antwoord tegeven op de vragen die ik nu kan beantwoorden.Daarnaast vraag ik u ook om te kijken naar die «enerzijds/anderzijds»,waarbij enerzijds ik begrijp dat het overzichtelijker is om het over alleelementen individueel te hebben, maar anderzijds we het ook nodighebben om deze woningcrisis op te lossen op basis van de volledigecomplexiteit die er ligt. Dan begrijp ik het als u zegt: er is netcongestie, erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42948 is stikstof en er is nog van alles. Toch, als we daar geen rekening meehouden, plan ik straks ergens woningbouw die vervolgens niet gereali-seerd kan worden. Ik ga echt proberen u niet te irriteren met de taskforceen ik hoop een beetje op uw begrip voor het feit dat ik dit ergens wel bijelkaar moet kunnen brengen.Mevrouw Steen (CDA):Zeker. Ik heb heel erg veel begrip voor integraliteit. Ik denk dat voormensen die mij kennen uit een vorig leven integraliteit zo ongeveer mijnmiddle name was. Dus ja, natuurlijk moeten we de besluiten met elkaar insamenhang nemen. De vraag is alleen: wanneer voeren we de inhoude-lijke, richtinggevende gesprekken over de kant die het op kan? Dat kunnenwe natuurlijk niet in één keer doen. Ik zou het mooi vinden als het ons zoulukken om net iets meer verdieping in dit debat te kunnen krijgen. Ookvanavond gaan we in een tweeminutendebat weer spreken over allerleimaatregelen op de woningmarkt, net zoals we vandaag over de hurenspreken. Ik denk dat het elkaar niet hoeft uit te sluiten en dat we iets meerverdieping kunnen krijgen wat betreft deze maatregelen, vandaag en in dedebatten die nog komen de komende weken. Dan kunnen we inseptember, wanneer de taskforce komt met het samenhangende pakket –ik zie dat dit ook gaat over netcongestie en zo – dat pakket met elkaar insamenhang beschouwen. Daar ben ik helemaal voor, maar ik zoek naareen manier waarop we net even iets meer verdieping kunnen krijgen. Datis even mijn opmerking hierbij.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik hoor en begrijp de wens van mevrouw Steen ook goed. Ik probeer dediepgang niet te ontlopen. Ik probeer alleen te voorkomen dat ik nudingen ga zeggen over het investeringsklimaat waar we in het kabinet noggeen eenduidige zienswijze op hebben. U kunt zich – zeg ik uiteraard viade voorzitter – ongetwijfeld voorstellen dat er voor het investeringsklimaatook geld nodig is. Daar zullen keuzes over gemaakt moeten worden. Wemoeten ook kijken naar wat er enerzijds en anderzijds mogelijk is. Ik zaliets zeggen over hoe ik hiernaar kijk, om u wel tegemoet te komen, wantik heb de vraag van mevrouw Steen gehoord. Als we het investerings-klimaat zouden richten op woningcorporaties bijvoorbeeld, dan denk ikdat zich dat alleen maar theoretisch rond rekent. Daar hebben we heteerder ook over gehad. Ik heb in mijn brief heel bewust «theoretisch»geschreven, omdat ik niet geloof dat deze theorie waar wordt. Ik heb ueerder gezegd dat ik niet met mijn handen in mijn zakken toekijk hoe ietsmisgaat. Dan haal ik mijn handen uit mijn zakken en ga ik bekijken hoe ikdaarin iets kan betekenen. Ik ben van mening dat wij daarin iets te doenhebben.Tegelijkertijd ben ik ook van mening dat de woningcorporaties daarin zelfook nog een stap kunnen zetten. Ik wil het gesprek aangaan, en ben datook aan het doen, over de vraag wat de corporaties zelf kunnen doen.Daar zit ook vermogen en zij hebben het vermogen om te kijken of allemensen de huur betalen die passend is bij de woning et cetera. Dat isnadrukkelijk iets waar ik naar kijk.Tegelijkertijd moet het Rijk ook iets doen, want ze kunnen het niet in huneentje oplossen. Ik hoor dus al uw opmerkingen in alle debatten en dieneem ik allemaal mee in mijn bredere analyse. Ik probeer voortdurenvanuit «enerzijds/anderzijds» hiernaar te kijken. Enerzijds hebben decorporaties iets te doen. Anderzijds heeft het Rijk iets te doen. We hebbende private verhuurders nodig. Zij hebben 1,2 miljoen woningen in beheer.We moeten daar echt niet lichtzinnig over denken. Dus ja, we moetenbekijken of het juiste klimaat te creëren is, en ondertussen moeten weblijven bouwen. Als er uiteindelijk voldoende huizen gebouwd zijn, gaatdat iets doen met de WOZ-waarde. Dat gaat iets doen met de huur. Datgaat iets doen met de koopprijzen. Dus we hebben het allemaal te doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42949 Als dat voor mevrouw Steen een blik is in hoe ik kijk naar het investerings-klimaat, dan ga ik daarna verder met een interruptie of met mijn mapje.De voorzitter:U gaat verder met een aantal interrupties, want ik heb ook nog staan VanLeijen, Nobel en Beckerman. Als eerste Van Leijen van D66.De heer Van Leijen (D66):Ik kom eerst even terug op wat de Minister zegt over de woningcorpo-raties en de nationale prestatieafspraken over 30.000 woningen per jaar. Ikdeel de conclusie die de Minister uitspreekt. Ik heb het ook gelezen in detaskforcebrief. Theoretisch komt het uit, maar in de praktijk kan heteigenlijk alleen met een vrij vergaande vorm van solidariteit, en gaat datwaarschijnlijk niet vliegen. Fijn dus dat u daarover met de sector ingesprek bent. Dat waardeer ik erg. Over de middenhuur in Europa; datdossier ken ik inderdaad vrij goed, met een historisch verleden. Ik snapheel goed wat de Minister hier zegt. Er wordt snel naar gekeken in de zinvan: goh, dat is simpel, het uitbreiden van borging. Maar dat is het niet.Zeker niet als je ook de vermogensscheiding eraf wilt halen. Dat hoor ik deMinister namelijk ook zeggen en daar ben ik erg positief over. Het is danbest een forse uitbreiding van de Woningwet, dus alle begrip daarvoor.Dan juli 2028: ik zou de Minister willen vragen of er een manier is waarophet toch net nog wat sneller kan. Als wij daarin flinke stappen kunnenzetten en als dat versneld kan worden, zou dat heel erg helpen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik zou ook graag willen dat dergelijke initiatieven veel sneller wordeningevoerd dan soms volgens de tijdslijnen gebeurt. Zo heb ik me eronlangs door laten verrassen dat een spoedwet zomaar twee jaar kanduren. Inmiddels raak ik een klein beetje gewend aan de langere termijnendie bij dit soort activiteiten horen. Ik ga dus kijken wat ik kan doen. Ik gaook kijken of we toch al ruimte kunnen bieden vooruitlopend op deinwerkingtreding van de wet. Ik zeg u toe dat ik daar dan op terugkom alswe daarnaar gekeken hebben.De voorzitter:Dat is afdoende voor de heer Van Leijen. Dan ga ik naar de heer Nobel,VVD.De heer Nobel (VVD):Ik ben het eigenlijk wel eens met mevrouw Steen, die zojuist zei: we horencontinu over die taskforce en actieplannen, waarvan de Minister zei «ikkom er later op terug». Het probleem is een beetje dat we nu ook zakenbespreken. Straks gaat dit luikje dicht en wordt er verwezen naarfiscaliteit. Dan zijn we die hele grote andere knop, «regels», met elkaarvergeten, of we kunnen daar niet meer zo makkelijk iets aan doen. Ikbegrijp het gewoon niet. De Minister schetst een beeld waarbij zij zegt: ikzie wat er gebeurt, de beschikbaarheid gaat omlaag, want de middenhuur-woningen worden uitgepond. Waarom is de Minister dan niet bereid omtoch serieus te kijken naar concrete maatregelen, zoals de indexatie vanhet woningwaarderingsstelsel, de 1%? Heeft de Minister voor ogen wat deeffecten zijn op het toevoegen van middenhuurwoningen als zij niet detijdelijke huurcontracten wil toestaan? Er zijn heel veel stappen die hier inde Kamer worden aangedragen. De reactie van de Minister bevreemdt mijdan enigszins. Zij geeft aan: ik wil er eerst goed naar kijken, ik kom metactieplannen en ik ga aan de slag met een taskforce. We kunnen er nogheel lang naar blijven kijken, maar dit jaar alleen al zijn er 65.000huurwoningen uitgepond. Mensen willen een woning en zijn best bereid –daar ben ik van overtuigd – om iets meer huur te betalen als zij wel dezekerheid hebben dat zij een woning krijgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42950 Minister Boekholt-O’Sullivan:De heer Nobel is een warm pleitbezorger van nog veel meer aanpas-singen van de Wet betaalbare huur dan ik, dat is evident. We moetenvoorkomen om nu het beeld te schetsen dat ik helemaal geen antwoordengeef, want dat is volgens mij niet aan de orde. Wat ik u en alle Kamer-leden teruggeef, is dat ik begrip heb voor alle zorgen die er zijn. Decomplexiteit op dit dossier is dat er voortdurend een enerzijds/anderzijdsis. Waar de heer Nobel pleitbezorger is van het nog wat verder verhogenvan de huren, zijn er collega-Kamerleden van hem die ervoor pleiten dat ikdat vooral niet moet doen. Uiteindelijk moet ik dan kijken naar wat ikzelfvind. Ik kijk naar beschikbaarheid en betaalbaarheid. Daarvan zeg ik: vandeze drie elementen kunnen we uitgaan. Daar komt de nieuwbouwopslagbij en daarnaast regelen we het voor de studenten. Ik kom in de laterebeantwoording van de vragen nog terug op hoe ik naar de tijdelijkecontracten kijk. Ik zeg u toe dat ik iets doe met de fiscaliteit. Ik hoop ook openig vertrouwen dat ik doe wat ik zeg.De voorzitter:Dat is mooi. Ik ga de heer Clemminck vragen het voorzitterschap over tenemen.Voorzitter: ClemminckDe voorzitter:Als nieuwe voorzitter geef ik mevrouw Beckerman graag het woord vooreen interruptie.Mevrouw Beckerman (SP):Ik hoorde volgens mij de Minister ineens in een tussenzinnetje een hogehuurverhoging aankondigen voor sociale huurders. Ik hoop dat zij dit kanontkennen. Op mijn vraag over het investeringsklimaat kwam alsantwoord: er is een gigantisch tekort voor corporaties. Toen kwam ze nietmet een oplossing die het kabinet voorstelt, zoals het afschaffen van devpb. Nee, toen zei zij: ik ga het gesprek aan en ik ga aan corporatiesvragen of iedereen wel de huur betaalt die bij de woning hoort. Kondigtde Minister hier nou aan dat sociale huurders de problemen van hetkabinet moeten gaan betalen?Minister Boekholt-O’Sullivan:Mevrouw Beckerman vraagt aan mij of ik dat in een tussenzin aankondig.Nee, dat doe ik niet. Ik heb een antwoord willen geven op een verdie-pingsvraag van mevrouw Steen over het investeringsklimaat. Ik hebdaarin toegelicht hoe je ernaar kijkt als het bijvoorbeeld gaat over hetuitkomen van woningcorporaties die niet alleen sociale huurwoningen inbeheer hebben. Ik zeg alleen dat ik vind dat als we daarin iets willen doen,het Rijk daarin een verantwoordelijkheid heeft en de woningcorporatiesdaarin zelf ook een verantwoordelijkheid hebben. Ik heb gezegd: alsiemand in een sociale huur- of in een middenhuurwoning woont en je opeen gegeven moment tot de conclusie komt dat die persoon een inkomenheeft dat veel hoger is dan bij een sociale huurwoning passend is – dit isnadrukkelijk aan de orde bij sociale huurwoningen – dan moet je daaroverhet gesprek voeren. Er zijn voldoende corporaties in Nederland die dat aldoen. Ze doen het nog niet allemaal. Ik ben van mening dat we eenpassend gesprek moeten hebben over hoe dat er dan uitziet.De voorzitter:Een vervolginterruptie van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42951 De Minister presenteert dit als iets heel logisch. Maar de problemen bijcorporaties zijn ontstaan door eerst een hele grote greep uit de kassenvan de corporaties, en daarmee eigenlijk van onze huurders, door deverhuurderheffing, die ook gezorgd heeft voor een huurverhoging – datgaat in totaal om ongeveer 13 miljard – en nu nog door de jaarlijksewinstbelasting. Gisteren is er een motie aangenomen die zegt datbuitenlandse pensioenfondsen geen winstbelasting hoeven te betalen alsze investeren in woningen. Onze sociale huurders, die geen enkelwinstoogmerk hebben, moeten dat wel. Ze moeten zelfs nog eenbelasting betalen voor belastingontwijkende multinationals. Als dat dantot grote problemen leidt, wat het nu doet – er is 20 miljard te kort bijcorporaties – dan komt het kabinet over twee jaar met 250 miljoen, wat deproblemen alleen maar vergroot. Dan is het enige antwoord: dan gaan wede corporaties vragen om de huren omhoog te gooien. Dat is deoplossing die we keer op keer horen. Waarom komt het kabinet niet zelfover de brug? Want deze problemen worden veroorzaakt door politiekekeuzes.Minister Boekholt-O’Sullivan:Mevrouw Beckerman en ik horen blijkbaar niet hetzelfde, of zeggen niethetzelfde, of misschien is dat wel zo en trekken we nog steeds aandezelfde kant van het touw; ik denk dat laatste. Natuurlijk kijk ik ook naarde vpb. Natuurlijk kijk ik ook naar andere maatregelen. Maar dat zijnnadrukkelijk de maatregelen die horen bij de kant van het Rijk. Het enigewat ik zeg, en ook heb gepoogd te zeggen, tegen mevrouw Beckerman,ook in een eerder debat, is: laten we kijken wat we met elkaar kunnendoen. Ik weet dat woningcorporaties geen winstgevende organisaties zijn,dus ik vind ook dat we daarnaar moeten kijken. Ik vind alleen dat je alssamen naar een oplossing zoekt, het gerechtvaardigd is dat je dan ookallebei kijkt naar wat je kan doen om gezamenlijk het probleem op telossen. Nederland heeft namelijk meer problemen dan alleen dewoningbouw. Daar is een bepaald budget voor beschikbaar, dus we zullenmet elkaar naar oplossingen moeten zoeken.Mevrouw Beckerman (SP):Dat klinkt heel erg leuk, maar de huurders hebben dit probleem nietveroorzaakt. De sociale huurders betalen ook al een groter deel van huninkomen aan wonen dan bijvoorbeeld woningeigenaren. Van dat groteredeel van hun inkomen gaat ook nog eens een deel naar de staatskas, viade winstbelasting. Dat is natuurlijk een bizarre gedachte, want diecorporaties maken geen winst. Dat bevreemdt mij. De Minister komt welmet oplossingen waarbij huurders de wooncrisis betalen, maar komt nietmet een oplossing voor hoe het Rijk nou gaat zorgen voor een oplossingvan dit grote probleem, dat er nu al toe leidt dat woningbouwplannen nietdoor kunnen gaan doordat corporaties te weinig geld hebben. Het is nietde schuld van huurders, wel de schuld van de politiek. Wat is dan iets wathet Rijk, de Minister, gaat doen?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik betreur het dat de discussie een enerzijds-zonder-anderzijdskarakterbegint te krijgen, want ik heb niet tegen mevrouw Beckerman gezegd dater alleen maar het ene is en het andere niet. Ik heb ook zeker niet gezegddat mensen die in de sociale huur zitten en het bedrag betalen datpassend is en daarbij hoort, een hoger bedrag moeten gaan betalen. Datzijn allemaal woorden die ik helemaal niet heb gezegd. Ik vind het dusjammer dat de discussie die wending krijgt. Ik ga dus weer terug naarmijn eigen verhaal. Mijn eigen verhaal is dat er iets moet gebeuren met dewoningcorporaties. Dat weten zij en dat weet het Rijk ook. Dat moeten wein gezamenlijkheid doen. Aanstaande vrijdag krijgt u een brief met deduiding van de tekorten van de corporaties. Die had ik u eerder alTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42952 toegezegd, maar die ontvangt u aanstaande vrijdag. Ik vind dat dit eenproblematiek is waar we met elkaar over in gesprek moeten. Met «metelkaar» bedoel ik: met het Rijk en met de corporaties. Dat doen we metAedes. We moeten kijken naar hoe we allebei iets bij kunnen dragen omdeze problematiek te duiden en hoe we daar vervolgens ook oplossingenvoor krijgen. Dat kán samen.De voorzitter:Dank voor de antwoorden. Dan geef ik het voorzitterschap weer over aanmevrouw Beckerman.Voorzitter: BeckermanDe voorzitter:Dank u wel. Dan sta ik een interruptie toe van Kamerlid De Hoop namensPRO.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, ik zou nog even bij u willen checken hoeveel interrupties ik nogheb in de termijn waarin we zitten. Dan hou ik daar rekening mee in devragen die ik stel.De voorzitter:U heeft er drie gehad, maar u heeft er ook nog drie.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Helder. Ik was nog benieuwd naar de toezegging die de heer Van Leijennet kreeg over de geborgde financiering voor corporaties voor demiddenhuur, omdat toen wij en andere collega’s daar eerder voorstellenvoor deden, de Minister best scherp zei dat dat gewoon niet lukt voor2028. Nu zegt de Minister toe aan de heer Van Leijen erop terug te komenom te kijken of dat toch niet eerder kan. Dat begrijp ik niet helemaal,omdat de Minister daar in haar beantwoording best wel scherp over was.Toen wij dat voorstel deden, bijvoorbeeld via die motie, zei zij dat dat nietmogelijk was. Ik zit dus even te kijken waar het ’m dan in zit. De Ministerheeft eerder namelijk wel moties die hierover gingen naast zichneergelegd.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dank u wel voor deze vraag. Ik heb net toegezegd dat ik ga kijken op welkemanier dit kan. Dat is voor mij wezenlijk iets anders dan wanneer ik vande heer De Hoop of van welk lid dan ook daar een motie over krijg,waarna ik moet toezeggen dat ik dat ga doen. Zo’n motie is voor mijwezenlijk iets anders dan wanneer ik de vraag krijg: wilt u kijken of er tochnog iets mogelijk is om dat voor 1 juli 2028 te gaan doen? Als ik ook uwverzoeken daarmee inwillig, is dat alleen maar prettig. Hoe meerverzoeken waar ik ja op kan zeggen, hoe beter. Dat doe ik natuurlijk graag.Voor mij zit het verschil dus in de manier waarop de vraag gesteld is enwelke toezegging ik dan doe. Ik heb nu de toezegging gedaan dat ik gakijken. Ik hoor u. Ik heb u eerder ook gehoord. Ik heb anderen ookgehoord. Ik ga er echt iets mee doen en ik ga kijken wat er wél kan. Daarzal ik u over informeren.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Helder. Fijn dat de Minister daar actief naar gaat kijken. Ik denk dat datheel behulpzaam is. Over dingen die misschien eerder kunnen: hetregeerakkoord heeft vanaf 2028 dus inderdaad geld vrijgemaakt om deinvesteringscapaciteit van corporaties te vergroten, door stapsgewijsdingen met die vpb te doen. Is er ook nagedacht of dat geld, dat vanaf2028 ingeboekt is, niet naar voren gehaald kan worden? Het geld staat alTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42953 op de begroting verder ingeboekt. We zien nu al problemen met debetaalbaarheid. Wordt daar ook over nagedacht en is het een optie voordeze Minister om toch bijvoorbeeld dit jaar al bij de begroting te kijken ofwe daar niet al een eerste stap kunnen zetten?Minister Boekholt-O’Sullivan:Een terechte vraag. Dat zijn ook vragen die ik zelf intern stel om te kijkenof er al reeksen zijn die naar voren kunnen op bredere problematiek danalleen maar deze. Ik zeg nooit nee tegen ergens naar kijken om te zien ofer ergens iets mogelijk is. Het moet wel passen binnen de begrotings-regels. Het moet ook passen binnen de afspraken die we daarover met hetMinisterie van Financiën maken. Als ik namelijk een te grote toezeggingdoe, dan moet die ook uit de eigen begroting kunnen komen en moet dieook eerder naar voren te halen zijn. Ik kan dus zeker tegen de heer DeHoop zeggen dat ik hiernaar ga kijken. Ik wil graag de problemenoplossen. Ik probeer ook in elk debat naar voren te brengen dat ik zoeknaar handelingsperspectieven om ervoor te zorgen dat mensen gewooneen dak boven hun hoofd hebben. Tegelijkertijd moet ik dit wel in eenbredere context blijven beschouwen, om te kijken of dit dan inderdaad hetmedicijn is dat bij de pijn hoort.De voorzitter:Ik ga heel even ... Meneer De Hoop, misschien help ik u hiermee. Weproberen toezeggingen altijd goed te noteren. De Minister heeft het hierover de vpb bij corporaties. Dat willen we noteren als toezegging. Is datonderdeel van de brief die vrijdag komt met de duiding van de tekorten ofvan de contourenbrief die voor de zomer komt over fiscaliteit? Het is altijdhandig om even te weten wanneer de Minister daarop terug kan komen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik moest even zeker weten dat ik geen toezeggingen doe die we niet waarkunnen maken. De vraag van de heer De Hoop kan meegenomen wordenin de brief van aanstaande vrijdag. De vraag van de heer Van Leijen wordtmeegenomen in het antwoord na de zomer. Nee, in de contourenbrief vanvoor de zomer, hoor ik naast me. Sorry. Die komen dus voor de zomer enaanstaande vrijdag al.De voorzitter:Helder. De vraag over de vpb bij corporaties wordt vrijdag meegenomenin de brief met de duiding van de tekorten bij corporaties. De vraag vanVan Leijen over de middenhuur wordt voor de zomer meegenomen in decontourenbrief over fiscaliteit. Oké. Dan ga ik ruimte geven ... Ik zeg hetverkeerd, hoor ik. Het gaat niet over de contourenbrief over fiscaliteit,maar over de contourenbrief over de middenhuur. Helder. Helemaal goed.Dan ga ik naar de heer Clemminck van JA21 voor een interruptie.De heer Clemminck (JA21):Kent u het verhaal van de aangekondigde teleurstelling? Dat lijkt detaskforce wel te gaan worden in september. Ik hoor de Minister zeggen: ikwil er een integraal verhaal van maken en niet alleen maar met indivi-duele instrumenten gaan schaken nu. Tegelijkertijd hoor ik in het verhaalvan de Minister ook wel allerlei momenten waarop zij zegt: dit wil ikeigenlijk niet doen. Er kwam rood licht voor de CPI plus 1% als het gaatom de WWS. Op mijn eigen vraag of de WOZ-cap niet iets sterker kan,was het antwoord nee. Ik hoor tussen de regels door ook dat de Ministerniks ziet in het intrekken van de Wet betaalbare huur. Als de Ministereigenlijk wel weet wat ze niet wil, ben ik wel benieuwd wat er nogoverblijft van de brief van de taskforce van september. Ik ben benieuwd ofde Minister toch alvast kan aangeven – dat mag nu, maar dat mag ook perTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42954 brief – wat bij haar blijkbaar al rode seinen zijn, zodat we dat in ieder gevalniet hoeven af te wachten in de taskforcebrief van september.Minister Boekholt-O’Sullivan:Als iets een rode vlag of een rood sein wordt, is dat iets wat we hiernatuurlijk nadrukkelijk met elkaar gaan bespreken. Ik denk dat ik per debatdat we met elkaar voeren – we voeren er best wel veel, soms wel vier opeen dag – heel helder aangeef wat voor mij wel en niet een rode vlag is.Bij dit debat, over de Wet betaalbare huur, zeg ik dat ik drie maatregelenzie, plus de twee die ik extra heb aangekondigd. Dat is het pakket van mijnzijde. Daar kan uw Kamer een ander oordeel over hebben. Dan is dat wathet is en dan ga ik me daar natuurlijk naar voegen. Maar vanuit mij is diteen pakket aan maatregelen dat passend is bij de vooraankondiging in hetcoalitieakkoord, dat ik ook gewoon uitvoer, dat ik kan uitleggen en dat ikkan verantwoorden. Ik vind dat we er op die manier voor zorgen datbeschikbaarheid en betaalbaarheid in balans komen. Bij elk debat dat wevoeren, ben ik meer dan bereid om aan te geven wat ik niet en wel wil. Ditdebat gaat over wat ik wel wil. Dat heb ik opgeschreven en daar voer ikheel graag het gesprek over met u.De heer Clemminck (JA21):Het al dan niet verhogen van het WWS met de CPI plus 1% kan best welwat betekenen in het rendement van verhuurders en kan dus ook ietsbetekenen voor de discussie over fiscaliteit, waar je dan wel in septemberop komt. Die dingen kunnen dus niet los van elkaar gezien worden. DeMinister benadert dat ook in zijn integraliteit.Dan stel ik nog even concreet de vraag of de Minister in de taskforcerichting september bijvoorbeeld zo’n maatregel, zo’n instrument als deverhoging met de CPI plus 1%, wel meeneemt en doorrekent. Dan kan zeons misschien in september vertellen waarom ze wel of niet voor dezemaatregel heeft gekozen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Wat betreft de maatregel waar de heer Clemminck mij naar vraagt, hoef ikniet te wachten tot september, want als ik die maatregel doorreken, vind ikdie een te grote impact hebben. Als u dat van mij op schrift wil hebben,dan wil ik u best een brief doen toekomen over wat de consequenties zijnvan deze maatregel, maar ik kan nu vast aangeven dat er vanuit mij eenrode vlag is.De voorzitter:We zijn het even aan het noteren als toezegging. De toezegging is dus dater een brief komt over de doorrekening van CPI plus 1%. Dat gaat over dehuurverhoging. Daar moet ook altijd een datum bij.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat kan voor de zomer.De voorzitter:Voor de zomer; staat genoteerd. Is dat voor u afdoende, meneerClemminck? Ja. Volgens mij zijn we dan door de interrupties heen en kande Minister verder naar het blok maatregelen en evaluatie.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dan gaan we inderdaad door met het volgende mapje. Ik begin met devraag van de heer Flach over tijdelijke contracten voor studenten en of datper wet of per AMvB geregeld wordt. Hij vroeg mij of ik een voorstel hebvoor hoe dat zou kunnen. In mijn brief van 20 april heb ik u gevraagd of uhier welwillend naar wil kijken. Ik realiseer me dat ik u vraag om terug tekomen op iets wat in een eerdere samenstelling van het kabinet tot standTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42955 is gekomen. Ik ga niet over het hoe. Ik kan alleen de vraag aan u stellen ofu zich hier met elkaar een mening over wil vormen. Natuurlijk ga ik hetrespecteren als u zegt: het moet per wet. Dan betekent het dat het nogtwee jaar duurt. Maar dat laat ik aan uw Kamer.Dan de vraag van mevrouw Steen over de betrokkenheid van studentenor-ganisaties. Daarover kan ik zeggen dat er heel wisselend naar gekekenwordt. Er is met LSVb geschakeld over deze maatregel. Die zijn tegen elkeversoepeling ten aanzien van studenten en dus ook tegen deze. Zij zijn erüberhaupt tegenstander van om studenten een uitzonderingsgroep temaken op de Wet vaste huurcontracten. Tegelijkertijd zien ze ook dat ereen tekort is aan studentenkamers en dat er iets moet gebeuren. Zij zienook de uitponding. Zij geven eigenlijk aan: wij zijn tegen, maar wij zienwel dat er iets gebeurt wat eigenlijk ook onwenselijk is. De studentenhuis-vesters zijn wel voorstander van deze maatregel. Dat geldt ook voor hetLandelijk Platform Studentenhuisvesting. Zij denken dat deze maatregelgaat helpen tegen het uitponden van studentenwoningen. Aangezien departiculiere verhuurders bijna de helft van de studentenhuisvesting inNederland verzorgen en zij momenteel veel uitponden, acht ik het vanbelang om deze maatregel wel door te voeren. Als ik dit via een besluit wilkunnen regelen, heb ik de steun van uw Kamer nodig. Anders wordt heteen wet. Dat ga ik dan natuurlijk ook gewoon doen.Dan een additionele vraag van mevrouw Steen over de studentenwo-ningen buiten de traditionele studentensteden. In het Landelijk ActieplanStudentenhuisvesting zijn tot 2030 afspraken gemaakt met maatschappe-lijke organisaties, gemeentes en studentenhuisvesters over het bouwenvan voldoende woningen voor studenten. Dat gaat niet alleen over destudentensteden, maar ook juist over de plaatsen eromheen. Dat moetwel, want de totale opgave is 60.000. De vanuit het ministerie aangesteldestudentenhuisvestingsregisseur helpt de regio’s om afspraken teversnellen. Ik heb ook een eerste keer bij hen gezeten om te kijken wat zijvan mij nodig hebben om hierin tempo te kunnen blijven maken. De inzetis om flink in te gaan zetten op woningdelen, het hospiteren eenvoudigerte maken en bestaande gebouwen te transformeren, om die voorstudenten beschikbaar te maken. In de woondeals maken we afsprakenover de bouwopgave voor studenten. Er is een motie van januari dieoproept tot het oprichten van een ondersteuningsteam voor dezegemeenten. Hoe daar invulling aan te geven wordt meegenomen in detussenevaluatie van het landelijk actieplan.Dan de vraag van de heer Flach over de huurverhoging voor de rijksmo-numenten: er is al die 35%; is dit dan nog nodig? We zien geen verbandtussen het SEO-onderzoek en deze maatregel. We zien wel dat kleinerijksmonumenten doorgaans een lage basishuur hebben en hele hogeonderhoudskosten. Dat knelt. Ondanks die 35% voor onderhoud is dat nogniet genoeg. Tegelijkertijd zijn dit vaak hofjes, hebben deze monumentalepanden een goede ligging en is de gewildheid groot. Om ervoor te zorgendat dit soort woningen beschikbaar blijven voor huurders, hebben weervoor gekozen hier toch iets aan te doen.Dan kom ik bij de vraag van de heer Clemminck over meer doen dan deWOZ-prijsopslag. Ik vind het inderdaad niet verantwoord om dat op ditmoment te doen. De door mij voorgestelde maatregel zorgt ervoor dat delocatie volledig doorwerkt in de huurprijs, terwijl de woning wel eenmiddenhuurwoning blijft. Verder ingrijpen zorgt of voor liberalisaties ofvoor nog hogere huurprijzen. Dat vind ik niet passend.Dan kom ik bij de vraag van de heer Grinwis over de WOZ-prijsopslag. Ikwil heel graag de bedoeling van de WOZ-cap in stand houden. Ik benalleen op zoek naar ruimte om daar toch iets in te kunnen bewegen. Deessentie van de WOZ-cap blijft overeind, dus de woningen blijvenmiddenhuurwoningen en er is een gereguleerde huurprijs. Dat zorgt voorhuurbescherming voor de huurders. Het is ontzettend vervelend voornieuwe huurders, die dus in één keer te maken krijgen met de hogereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42956 huur, maar ik wil wel blijven benadrukken dat het voor de zittendehuurders de maximale huurverhoging is die jaarlijks toegekend magworden. Dat weten de bewoners die hun huurcontract daarop zijnaangegaan ook.Dan kom ik bij de vraag van de heer Flach over de nieuwbouwopslag:waarom vier jaar? Hij was vier jaar. Door hem gewoon nog een keer vierjaar door te trekken zorgen we voor in ieder geval enige mate vanconsistentie. Als u echter vindt dat dat een andere termijn zou moetenzijn, dan wil ik daar zeker met u van gedachten over wisselen.Dan kom ik bij de vraag van de heer Clemminck en de heer Mooiman overhet naar voren halen van de evaluatie. Ik vertel de heer Clemminck en deheer Mooiman niks nieuws als ik zeg dat de evaluatie al van vijf jaar naarvoren is gehaald. Tegelijkertijd zijn wij al bezig om alles klaar te zetten,zodat die evaluatie van start kan gaan. Maar zoals ik in mijn opening zei,leidt de Wet betaalbare huur tot enig debat over de vraag: is het genoeg ofniet; werkt de wet voldoende door? Dat moet wel heel zorgvuldig. Datverdient u. Dat verdienen de mensen om wie dit uiteindelijk gaat. We zijnin de voorbereidingsfase. We gaan hiermee door. Ik heb u toegezegd dat ude evaluatie in de zomer van volgend jaar krijgt. Het is ook nodig dat wevoldoende data ophalen. We moeten ook met al die gemeentes gaanpraten. Dit is echt een hele grote klus. Daarom staat er idealiter altijd vijfjaar voor dit soort evaluaties, want dan heb je én voldoende data én detijd om dat heel zorgvuldig te doen. Het blijft voor mij dus staan op 1 juli,want alles wat ik voor 1 juli doe, heeft de potentie dat het ten koste gaatvan de kwaliteit van de evaluatie. Ik denk dat dat onwenselijk is.Tot slot de laatste vraag in dit mapje, van de heer Flach. Hij vroeg of ikbereid ben om het WWS breed te evalueren. Zoals gezegd: de evaluatievan de Wet betaalbare huur wordt 1 juli opgeleverd en de voorberei-dingen zijn in gang gezet. Als onderdeel van deze evaluatie worden ookdelen van het WWS geëvalueerd. Delen daarvan worden dus gewoonmeegenomen in de evaluatie.Dat was dit mapje, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Twee mensen hebben zich aangemeld voor interrupties. Ikwijs de Kamer erop dat het debat een eindtijd heeft van 16.00 uur, dus ikvraag u nogmaals en met klem om de interrupties kort te houden. Alseerste had de heer Van Leijen van D66 zich aangemeld.De heer Van Leijen (D66):Ja, inderdaad voor een korte interruptie. Ik hoor de Minister overhospitaverhuur. Op dat gebied zie ik ook heel veel potentie. Er komtnatuurlijk nog een wetsvoorstel over hospitaverhuur, dus mijn vraag iseigenlijk heel simpel: wat zou de kortst mogelijke termijn zijn waarop hetwetsvoorstel naar de Kamer zou kunnen komen?Minister Boekholt-O’Sullivan:Daar moet ik in tweede termijn op terugkomen of straks als ik hetantwoord eerder hoor, als de voorzitter dat goedvindt.De voorzitter:Ja. Mag ik naar het lid De Hoop, meneer Van Leijen, of wilde u nog eenvervolgvraag stellen? De heer De Hoop, PRO.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik wil toch even specifiek inzoomen op de studenten, want ik snapeigenlijk gewoon niet waarom die maatregel getroffen wordt, om tweeredenen. Ten eerste staat in de probleemanalyse van de Minister nietsover de tijdelijke contracten voor studenten, maar heel veel studentenhebben gewoon een campuscontract. Dat betekent dat zij de woningTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42957 moeten verlaten als zij niet meer ingeschreven staan. Ik snap dus niet zogoed wat de toegevoegde waarde is van het verruimen van demogelijkheid voor tijdelijke contracten voor studenten. Daarbij komt dat ikvan de studentenbonden hoor dat ze daar ook niet in gekend zijn. Ook hetlandelijke platform voor studenten, de LSVb, zegt dat. De Minister zei netechter in haar antwoord richting mevrouw Steen dat dat wel zo zou zijn.Misschien kan ze daar dus ook nog iets meer over zeggen, maar hetbelangrijkste deel is het doel. Wordt dat nou echt behaald met dezeverruiming van de mogelijkheid voor tijdelijke contracten voor studenten?Minister Boekholt-O’Sullivan:Het is natuurlijk altijd vervelend als ik zeg dat er met mensen is gesprokenwaarvan de heer De Hoop zegt dat dat niet zo is. Dus ik stel voor dat ikcheck of die gesprekken inderdaad hebben plaatsgevonden, maar mijnuitgangspunt is dat die inderdaad hebben plaatsgevonden. Ik heb net inde beantwoording van de vraag van mevrouw Steen aangegeven dat ereen wisselend beeld van is of dit inderdaad iets gaat doen aan hetprobleem dat we met elkaar proberen op te lossen. Er zijn dusvoorstanders en tegenstanders, die zeggen dat dit wel of niet iets gaatdoen. Voor mij staat voorop dat we er in ieder geval ... Ik weet niet of deheer De Hoop toen al binnen was, maar ik heb aangegeven dat ik het eenweeffout vind in de wet dat we studenten niet tegelijkertijd hetzelfde levelplaying field hebben gegeven onderling. Wat mij betreft is de inzet op hetgebied van studenten dat het voor alle studenten op dezelfde manierwerkt en dat het dus niet uitmaakt of iemand woont in de stad waar hij ofzij studeert of dat iemand buiten die stad woont. Wat mij betreft is dit dusenerzijds een inzet om ervoor te zorgen dat er een gelijk speelveld is enanderzijds om ervoor te zorgen dat de belasting die het de verhuurdergeeft, namelijk dat hij of zij moet uitzoeken waar deze ingeschreven ofwoonachtig is, verlicht wordt. Dat leidt tot een versimpeling van hetproces. Daar ben ik altijd een voorstander van.De voorzitter:Helder. Meneer De Hoop, bent u klaar met uw interrupties? U heeft er nogéén, een korte, staat hier.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zou de Minister toch ter overweging willen geven om het niet te doen,omdat het best wel onduidelijk is of dit überhaupt een toegevoegdewaarde heeft. Het kan zijn dat de Minister toch zegt: laten we heteenvoudiger maken. Wat mijn fractie betreft zou je helemaal geen ruimtevoor tijdelijkheid voor studenten moeten hebben. Als dit de lijn van deMinister is, zou ze ook kunnen zeggen: misschien moet ik überhauptheroverwegen dat studenten die niet in de gemeente wonen waar zestuderen, tijdelijke contracten kunnen krijgen. Het is niet zo dat dieredenering maar één kant uit kan gaan, dus ik zou de Minister willenvragen om toch nog een keer te heroverwegen of dit een verstandigemaatregel is op het gebied van studenten.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dank u wel. Inmiddels heb ik de bevestiging dat we inderdaad met destudentenorganisaties hebben gesproken. De heer De Hoop vraagt mij ofik het toch nog een keer wil overwegen. Ik heb alle mitsen en marenenerzijds en anderzijds bekeken. In het hele woonvraagstuk zijn er alleenmaar enerzijds en anderzijds; dat geldt ook hiervoor. Met mijn inzet wil ikgraag vasthouden aan wat ik hierover heb opgeschreven.Mevrouw Steen (CDA):Nog even over de motie over studentenhuisvesting buiten de studenten-steden. Ik wil even kijken of ik de Minister nou goed begrepen heb. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42958 dacht namelijk dat ik haar hoorde zeggen: ik ga nadenken over datondersteuningsteam en ik zal u daar bij het actieplan over rapporteren. Demotie roept echter op om het nu te regelen en niet pas op het moment datwe het actieplan gaan actualiseren, en het vervolgens in het actieplan teverankeren. Mijn vraag is dus: is de Minister nou bezig met het inrichtenvan het ondersteuningsteam om ervoor te zorgen dat de informatie-uitwisseling nu op gang komt? Mijn tweede vraag daarbij is: wanneerkrijgen we dan de actualisatie van het actieplan?De voorzitter:Het moet wel iets korter.Minister Boekholt-O’Sullivan:Toen ik bij de laatste zin van mijn beantwoording was, zag ik mevrouwSteen al en dacht ik: ik weet niet of wij precies hetzelfde zeggen. Wijzeggen precies hetzelfde op basis van uw vraag. Het wordt ingezet.Tijdens de evaluatie nemen we dit mee. Daar rapporteren ik u over. Wedoen het dus, maar ik moet wel weten of het werkt. De werking ervan isonderdeel van de evaluatie. Daar rapporteren we gewoon over.De voorzitter:Mevrouw Steen, het moet echt wel kort.Mevrouw Steen (CDA):Maar wanneer komt de actualisatie van het Landelijk Actieplan Studenten-huisvesting dan naar de Kamer?Minister Boekholt-O’Sullivan:Die komt in het najaar van dit jaar.De voorzitter:Kijk, dit zijn mooie korte vragen en korte antwoorden. Minister, u kuntvervolgen met het blokje overig, als ik het goed heb.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat klopt. Voordat ik daaraan begin, kan ik antwoord geven aan de heerVan Leijen op zijn vraag wanneer de hospitawet komt: die komt nog voorhet aanstaande zomerreces uw kant op.Dan ga ik door met het laatste mapje; dat is overig. Wat er in dat mapje zit,is echter niet minder belangrijk. Ik begin met de vraag van de heer Flach,de heer Nobel en de heer Clemminck of ik ruimte zie om tijdelijkecontracten breder toe te staan en of ik dit wil onderzoeken. Met de Wetvaste huurcontracten zijn vaste huurcontracten in Nederland de norm.Alleen voor groepen huurders die zijn opgenomen in de AMvB geldthiervoor een uitzondering. Daarbij eindigt een eventueel tijdelijk contractwel op de afgesproken datum. Dat aanpassen of verruimen vraagt om eenwetswijziging. Maar ook ik zie dat het huidige stelsel links en rechts knelt.Daarmee bedoel ik niet politiek links en rechts, maar de manner of speechlinks en rechts. De lijst met doelgroepen wordt met enige regelmaat terdiscussie gesteld. Dan wordt er gevraagd of er nog een doelgroep bij kan.Dat maakt het stelsel complex en niet eenduidig. Ook zie ik dat deuitzondering voor de korteduurverhuur, de short stay, substantieeloneigenlijk wordt gebruikt, terwijl daarbij dan weer geen huurbe-scherming geldt. Tegelijkertijd ontvang ik ook signalen dat het in depraktijk vastloopt als we niks doen. Om die reden wil ik verkennen hoe hetstelsel zo kan worden ingericht dat passende tijdelijke contracten wélmogelijk zijn, maar dan wel onder de voorwaarde dat er huurbeschermingop zit voor deze categorieën. Ja, ik wil dus verkennen hoe ik dat ga doen.Ik kom er dan in september op terug wat de uitkomsten van dieverkenning zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42959 De voorzitter:Zit dit weer in het actieplan van de taskforce of is dit een apartetoezegging?Minister Boekholt-O’Sullivan:Nee, deze wordt geborgd in de brief van de taskforce. Ik verken, ik hooruw oproepen, ik zie de complexiteit en ik kijk daar dan ook niet van weg,maar ik vind het wel belangrijk om alvast te zeggen dat ik vind dat daarhuurbescherming aan gekoppeld moet zijn voor de huurders.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Nobel. Meneer Nobel, ook aan u hetverzoek om ze kort te houden.De heer Nobel (VVD):Dank aan de Minister voor de beantwoording van de vragen. Ik zal kijkennaar de aangehouden motie en bedenken of de Minister dan namens deKamer ook een richting mee kan geven om dat verder te bekijken. Ik denkdat dat behulpzaam is. Ik denk ook dat het echt noodzakelijk is dat demarkt een ventiel krijgt voordat we box 3 hebben opgelost.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik denk niet dat ik een vraag hoorde, maar alleen een aanmoediging. Dieneem ik graag aan. Ik houd ervan aangemoedigd te worden.De voorzitter:Vervolgt u de beantwoording. Dat was een aanmoediging.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat was een aanmoediging; heel goed. Dan ga ik door met de vraag vande heer Flach over tijdelijke contracten voor de pastorieën. Dat is nou netzo’n uitbreiding van de doelgroepen waar ik het zojuist over had. Dit moeteigenlijk via een wet, maar ik heb gezegd dat ik daarnaar zal kijken, dus ikstel voor dat ik dit onderdeel maak van het antwoord dat ik hiervoor hebgegeven. Er zijn zo veel extra doelgroepen mogelijk, dus in de bredereverkenning die ik zojuist heb toegezegd, maak ik dit onderdeel van hetvraagstuk.Tot slot heb ik nog een vraag van de heer Nobel over doelgroepentoevoegen aan de AMvB tijdelijke huurcontracten. Hij vroeg of ik daar ietsover wil toezeggen. Ik zei zojuist ook al dat ik die vragen krijg, dus wat mijbetreft ga ik dit snel verkennen en zorg ik dat dit in september onderdeelis van ons bredere antwoord.De heer Nobel (VVD):Op dat laatste punt vroeg ik me nog af of de Minister misschien al iets inde AMvB kan doen. Dan hoeft dat niet te wachten op die hele wet. Ik bendus wel benieuwd of de Minister daar sneller op kan acteren dan op detijdelijke huurcontracten, omdat die generieker zijn. Dat hoor ik namelijkeen beetje in het antwoord van de Minister, maar misschien heb ik datverkeerd begrepen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik zou willen voorstellen aan de heer Nobel dat ik met het verkennen –daarmee wacht ik natuurlijk niet noodzakelijkerwijs tot september –uitzoek wat er al wel kan en onder welke voorwaarden, en dat ik u datterugkoppel.De voorzitter:Dank u wel, Minister. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deeerste termijn. We hebben nog elf minuten. Ik ga ruimte geven voor eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42960 korte tweede termijn, maar ik verzoek de leden om daar geen langebeschouwingen van te maken en zich te beperken tot een laatste vraag ofopmerking. Anders lopen we namelijk uit. Ik kan niet langer voorzitten dantot 16.00 uur. We zien de Minister vandaag ook nog terug in anderedebatten.De heer Clemminck, JA21.De heer Clemminck (JA21):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording in de eerstetermijn. Ik had het al gezegd: de Wet betaalbare huur is eigenlijk de Wetgeen beschikbare huur geworden. Ik houd het kort; ik heb nog één vraagnaar aanleiding van een debat dat ik met collega De Hoop had over hetrendement. In mijn eerste termijn gaf ik een aantal voorbeelden waarbijhet rendement op dit moment eigenlijk maar 1% is. Ik vraag de Minister ofzij 1% als rendement voor verhuurders inderdaad veel te weinig vindt enwat in haar ogen een acceptabel rendement zou kunnen zijn.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Helder. Dank u wel, meneer Clemminck van JA21. Dan ga ik naar de heerVan Leijen, D66.De heer Van Leijen (D66):Voorzitter, dank. Ik wil graag nog een keer benadrukken hoe belangrijk ikmiddenhuurwoningen vind. Daar zijn zo veel mensen op aangewezen. Alsje kijkt naar de situatie van voor de Wet betaalbare huur, zie je dat heteigenlijk gewoon misging. Die woningen werden in het hogere segmentverhuurd tegen te hoge prijzen; dat was niet goed. Nu zien we dat diewoningen massaal worden verkocht; ook dat is niet goed. Volgens mij zijnwe dus met elkaar op zoek naar de juiste balans. Een deel van deoplossing zit in de Wet betaalbare huur, dus de gerichte maatregelen diede Minister voorstelt, zal mijn fractie steunen. Ik denk ook dat er verderestappen nodig zijn op het gebied van fiscaliteit op het gebied van demiddenhuur. Volgens mij is de Minister daarmee bezig. Ze zei dat ze graagwordt aangemoedigd, dus ik zou zeggen: go, Minister! Laten we hetafmaken.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de heer De Hoop, PRO.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, heel kort. Mijn fractie steunt de wijzigingen van de Ministerniet. Dat is ook geen verrassing. Wij zijn nog steeds voorstander van deWet betaalbare huur. We zien inderdaad een uitpondgolf. We zien gelukkigook dat er heel veel nieuwe woningen bij worden gebouwd. De angst vanmijn fractie is dat het beeld dat geschetst wordt, ertoe leidt dat heel veelgewone mensen zo meteen gewoon weer veel meer huur gaan betalen.De Minister heeft gelijk dat het vooral bij nieuwbouwwoningen gebeurt,maar we zien ondertussen ook dat door de hoge inflatie de huren voormensen de komende jaren weer hoger worden. Er zijn dus gewoon bestwel veel zorgen. Dat leidt gewoon tot permanente onzekerheid.Het laatste punt dat ik wil maken, is dat de tijdelijke contracten, die hier deafgelopen week toch weer heel erg op de agenda zijn gekomen, mij helegrote zorgen baren. Het is niet voor niks dat de Kamer heeft gezorgd voorde Wet vaste huurcontracten. We zien het nu ook weer bij studenten: ophet moment dat je één kleine groep een tijdelijk contract geeft, wordt datlater bijna als excuus gebruikt – sorry dat ik die woorden gebruik, Minister,maar zo voel ik het wel – of beschouwd als weeffout om dan maar voor dehele groep tijdelijke contracten te organiseren. Dat is echt een hele groteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42961 glijdende schaal. Ik wil voorkomen dat we daar weer in belanden, dus diehartenkreet wilde ik de Minister nog meegeven.De voorzitter:Dank u wel, meneer De Hoop namens PRO. Mevrouw Steen, CDA.Mevrouw Steen (CDA):Voorzitter, dank u wel. Dank aan de Minister voor het beantwoorden van alonze vragen. Wat bij mij blijft hangen van dit debat, is eigenlijk dat weallemaal vooruit willen. We weten allemaal dat er van alles gebeurenmoet. We voelen allemaal urgentie. Ik merk bij mezelf wel ... Aan de kantkomt de taskforce in september met een brief. Tegelijkertijd willen we ookheel graag dingen doen met elkaar. Ik wil voorkomen dat we, als westraks, na de zomer, over de taskforcebrief gaan praten, over heel veeldingen heel weinig praten in plaats van dat we echt de verdieping zoeken.Ik gun ons in dit dossier, over huur, maar ook in al die andere dossiersover wonen, dat we verdieping kunnen vinden en maatregelen kunnennemen, zodat we de woningbouw, zowel huur als koop, vooruit kunnentrekken. Mijn oproep is: kom dan straks in september, als de taskforcebriefonze kant opkomt ... Ik heb daar nu hele hoge verwachtingen van, wantwe moeten echt aan de slag en zorgen dat die huurwoningen beschikbaarblijven.Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Steen namens het CDA. Dan ga ik naar de heerNobel van de VVD.De heer Nobel (VVD):Voorzitter, dank u wel. Ik wil de Minister bedanken voor het beantwoordenvan de vragen. Ik wil de Minister er ook voor bedanken dat zij – net als eenmeerderheid van de Kamer, denk ik zo – toch welwillend wil gaan kijkennaar wat we in ieder geval wel kunnen doen met tijdelijke huurcontractenen om, totdat ook de fiscaliteit geregeld is, ook naar de regels kijken enkijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat verhuurders een normaalrendement kunnen halen, omdat anders het uitponden maar blijftdoorgaan. Daar ben ik namens de VVD blij mee en optimistisch over.Tegelijkertijd zijn er een aantal stappen gezet door dit kabinet op hetgebied van de Wet betaalbare huur, maar ik zal namens de VVD ook nogmet andere voorstellen komen, bijvoorbeeld op het gebied van de CPI,omdat ik straks in september, als we de brief krijgen, niet teleurgesteld wilzijn omdat er fiscaal toch niet zo veel kan of dat het nog heel lang gaatduren. Dan wil ik niet dat we deze luikjes gesloten hebben. Wat de VVDbetreft blijven we dus inzetten op én minder regels én een beter fiscaalklimaat. Ik zal pogen om de Minister en het kabinet daarbij te helpen.De voorzitter:Dank u wel, meneer Nobel. Ik vraag de heer Clemminck het voorzitter-schap over te nemen.Voorzitter: ClemminckDe voorzitter:Het woord is aan mevrouw Beckerman namens de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter, dank. Ik vraag een tweeminutendebat aan, want ik denk dat hetgoed is om hier nog voorstellen voor in te dienen. We zitten heel erg krapin de tijd, maar mijn oproep in tweede termijn is als volgt. Ik vind dat dealternatieven, namelijk volkshuisvesting, te weinig worden meegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42962 Ik heb toen we de Wet betaalbare huur behandelden, gepleit voor eenopkoopfonds, want je ziet dat er ooit heel veel sociale huurwoningen zijnverkocht, ook bewust, en dat die nu verdwijnen. Dat vind ik een van dealternatieven die moeten worden meegewogen; dat blijft voor ons eenbelangrijk punt. Dat geldt ook voor de woonlastengarantie. Ik heb hetvoorbeeld genoemd: we regelen het wel goed voor burgemeesters, maarniet voor inwoners. Ook dat vind ik een logisch alternatief, waar overnagedacht moet worden.Daar laat ik het bij, gelet op de tijd.De voorzitter:Dank u wel. Ik draag het voorzitterschap weer aan u over, mevrouwBeckerman.Voorzitter: BeckermanDe voorzitter:Dank u wel. Ik vraag aan de Minister of zij direct kan antwoorden.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, dat kan ik. Ik zal dat direct doen. Ik heb een aantal dingen gehoord,maar ik wil graag beginnen met de vraag van de heer Clemminck over hetrendement van 1%. Het rendement dat investeerders verlangen, hangtvan verschillende factoren af, zoals het risicoprofiel van de woning alsbelegging, de risico-inschatting van de investeerder, de financieringsmixvan de investeerder en de rente op de internationale kapitaalmarkten.Daardoor zijn de rendementseisen voor elke investeerder anders. Het iszeer complex om vanuit de overheid stellige, generieke uitspraken te doenover een passend rendement voor investeringen in woningen. Het is in deeerste plaats aan de private partijen om te besluiten welke rendement zijwillen voor hun investeringen in de woningbouw. Dat is mijn antwoord opuw vraag.Dan de hartenkreet die ik denk gehoord te hebben bij zowel de heer DeHoop als mevrouw Steen. Ik hoor die. Ik ben niet doof voor wat u zegt.Tegelijkertijd blijf ik dit vraagstuk benaderen vanuit de beschikbaarheid ende betaalbaarheid. Ik blijf de cijfers monitoren. Wij kijken ogenschijnlijknaar iets andere cijfers, maar ik blijf de cijfers monitoren om te zien wathet effect is. Ik heb een aantal keren tijdens dit debat gezegd: ik ben nietiemand die met de handen in de zakken gaat staan kijken hoe ietsmisgaat. Tegelijkertijd blijf ik ook niet met mijn handen in mijn zakkenstaan als iets een omgekeerd effect heeft. Op dit moment heb ik op basisvan de kennis die ik nu hierover heb, voor deze inzet gekozen, maar ik zaluw zorgen niet vergeten en ook niet naast me neerleggen. Die zal ik bij alhet vervolgbeleid in mijn achterhoofd horen.De oproep van mevrouw Steen over de taskforce begrijp ik. Tegelijkertijdzitten er een heleboel afwegingen in die kabinetsbreed besproken moetenworden om te zien op welke manier de minderheidscoalitie eenmeerderheid kan vinden, ook bij het vraagstuk wonen. Dat kan ik gewoonsimpelweg niet via de individuele debatten doen. Tegelijkertijd ben ik hethelemaal met u eens: als er dan straks iets heel groots ligt, maar u maarvijf minuten per persoon heeft om erover te praten, dan is dat te weinig.Wellicht moeten we een keer met elkaar buiten deze Kamersetting ombespreken op welke manier we recht doen aan het gesprek dat we metelkaar voeren. Misschien kunnen we dat doen met een technische briefingvan tevoren, zodat er wat meer duiding en uitleg gegeven kan wordendoor de specialisten.Het is fijn dat de heer Nobel graag wil helpen, want op dit vraagstukhebben we de hulp van iedereen nodig. Het is dus fijn als die er is.Mevrouw Beckerman, ik zie u op uw horloge kijken, dus ik rond echt af.We hebben nog drie minuten, dus ik zal het kort houden. Ook u heb ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42963 gehoord. Het is goed om daar in een tweeminutendebat over door tespreken, maar het punt dat u nadrukkelijk noemt, wil ik graag onderdeellaten zijn van de evaluatie, dus dat nemen we daarin dan ook gewoonmee.De voorzitter:Dank u wel, Minister. Ik ga nog even de toezeggingen met u allendoorlopen. Een aantal zijn al voor aanstaande vrijdag.–Allereerst. De Minister komt aanstaande vrijdag met een contouren-brief over de mogelijkheid op het gebied vanfinancieringsmogelijkheden/vpb bij woningbouwcorporaties.Overigens zeg ik alvast tegen de leden dat ik brieven die eerder altoegezegd zijn, niet opnieuw uitgebreid ga benoemen. Ik probeer duseigenlijk alleen de brieven of de onderdelen in brieven te noemen dienieuw zijn.–De Minister komt voor de zomer met een contourenbrief over demiddenhuur.–Er is een specifieke toezegging aan het lid Clemminck. De Ministerkomt voor de zomer met een brief over de doorrekening van de «CPIplus 1»-huurverhogingen en wat die zouden betekenen.Voor de mensen thuis: dat is dus de inflatie plus één.–De Minister komt dit najaar met de actualisatie van het LandelijkActieplan Studentenhuisvesting.–De Minister komt in september met een brief met daarin een verken-ning naar mogelijkheden om de opties voor tijdelijke huurcontractenuit te breiden.Dat is een element van het actieplan van de taskforce, maar dat is eenoudere toezegging, dus die stond al.Het lid Beckerman heeft een tweeminutendebat aangevraagd.Zijn deze zo allemaal juist voorgelezen?De heer Van Leijen (D66):Een kleine nuance. Voor de contourenbrief over de middenhuur zou ergekeken worden of er een mogelijkheid is om het sneller te doen.De voorzitter:Ja, maar «sneller» is een beetje lastig te kwantificeren, dus we laten hetop deze manier staan, denk ik.Minister Boekholt-O’Sullivan:Voor 1 juli 2028, denk ik.De voorzitter:Het zomerreces begint één dag eerder, dus dat is letterlijk één dag eerder,maar we zullen het op 1 juli zetten; helemaal goed. Dank u wel, allen. Ikwens u nog een fijne dag en prettige debatten toe.Minister Boekholt-O’Sullivan:Helemaal goed.De voorzitter:Dank u wel allemaal. Ik wens u nog een fijne dag toe.Sluiting 16.00 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 42964

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6927c459bdc84aa7

16 okt 2026 · d9e688863b430c9b

14 okt 2026 · 0750a49ec4ab3214

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.