KamerkringInloggen
Kamerstuk

Nader verslag houdende een lijst van vragen

22 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 46b3a0eb1992824a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Economische Zaken (XIII) voorhet jaar 2026Nr. 21 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 22 januari 2026 De vaste commissie voor Economische Zaken, belast met het voorbe-reidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer nader verslag uitte brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegevenantwoorden.De vragen zijn op 12 december 2025 voorgelegd aan de Minister vanEconomische Zaken. Bij brief van 19 januari 2026 zijn ze door de Ministervan Economische Zaken beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De fungerend voorzitter van de commissie,Michon-DerkzenAdjunct-griffier van de commissie,Krijger kst-36800-XIII-21ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 211 Vragen en antwoorden1. Kunt u aangeven wat de vrij besteedbare ruimte op debegroting is en op welke artikelen deze staat?AntwoordDe vrij besteedbare ruimte op de begroting is € 0. Dat wil zeggen dat erop de begroting voor 2026 geen budgetten zijn die nog geen beoogd doelhebben. Alle budgetten zijn tenminste beleidsmatig gereserveerd. Ziehieronder de budgetflexibiliteit per beleidsartikel.Naam en omvang beleidsartikelJuridischverplichtBestuurlijkgebondenBeleids-matiggereser-veerdVrij tebesteden1. Goed functionerende economie enmarkten (€ 481,7 mln)94%4%2%0%2. Bedrijvenbeleid: innovatie en onderne-merschap voor duurzame welvaartsgroei(€ 1.792,0 mln)77%21%2%0%3. Toekomstfonds (€ 499,6 mln)36%49%15%0% 2. Kunt u een actualisering geven van de uitvoering van degewijzigde motie van het lid Grinwis c.s. over het verkennen opwelke manier het Rijnlandse denken beter verankerd kanworden? (Kamerstuk 36 600-XIII, nr. 45)AntwoordU heeft op 16 januari jl. mijn verzamelbrief ter voorbereiding op dezebegrotingsbehandeling ontvangen. Hierin geef ik een reactie op de motievan het lid Grinwis en daarmee wordt de motie afgedaan.3. Wanneer komt het wetsvoorstel inzake ondernemen met eenmaatschappelijke BV (BVm) in internetconsultatie?AntwoordGelet op de demissionaire status van het kabinet wil ik het vervolg van ditconcept-wetsontwerp aan een nieuw kabinet overlaten, zodat een nieuwkabinet gelegenheid wordt geboden u hierover nader te berichten perkamerbrief.4. Hoeveel procent van het bruto binnenlands product (bbp) wordtdoor Nederland uitgegeven aan onderzoek en ontwikkeling(R&D)? Hoe verhoudt dit zich tot de twee voorgaande jaren?AntwoordVoor 2024 en 2025 is nog niet bekend hoeveel procent van het bbp doorNederland precies werd uitgegeven aan R&D. In 2023 gaf Nederlandvolgens het CBS 2,30% van het bbp uit aan R&D, een lichte toename tenopzichte van 2022, toen de R&D-intensiteit 2,18% was. De cijfers van 2024komen naar verwachting binnenkort beschikbaar. Het blijft van belang inte zetten op het verhogen van private R&D-uitgaven in Nederland. Inandere Europese landen als Zweden, België en Oostenrijk betroffen deprivate R&D-uitgaven in 2023 respectievelijk 2,65%, 2,46% en 2,27% vanhet bbp, waar dat in Nederland op 1,44% geschat werd.1 De publiekeuitgaven van deze landen vielen in hetzelfde jaar net als in Nederland opof ook onder de 1% van het bbp.1Eurostat (2024), R&D Expenditure, https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/images/6/65/R_and_D_expenditure_2023_preliminary_20241126.xlsx.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 212 5. Kunt u een overzicht geven van de totale publieke investe-ringen in het startup- en scale-up ecosysteem voor 2023, 2024 en2025, uitgesplitst naar type instrument?AntwoordOp www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl wordt van alle instrumenten van hetMinisterie van Economische Zaken inzicht gegeven in het beleid en dedaarbij behorende middelen. De website is specifiek ingericht om eenvolledig en transparant overzicht te bieden van beleidsdoelen, instru-menten en de bijbehorende budgettaire inzet. Onder het strategische doel«ondersteunen van startups en scale-ups» zijn de relevante instrumentengebundeld, waaronder ecosysteeminstrumenten zoals Techleap, publieke(co-)investeringsinstrumenten via Invest-NL en de regionale ontwikke-lingsmaatschappijen (ROMs), en innovatie- en ondernemerschapsinstru-menten, zoals de WBSO en andere financieringsregelingen, die mede opdeze doelgroep zijn gericht. Daarmee lopen de totale directe en indirectepublieke investeringen in de vele honderden miljoenen.De activiteiten van Invest-NL en de ROMs samen vormen de meestomvangrijke publieke investeringen in het startup en scale-upecosysteem. Aanvullend aan de informatie die te vinden is opwww.bedrijvenbeleidinbeeld.nl, wordt in onderstaande tabel een overzichtweergegeven van de bedragen die in 2023, 2024 en 2025 door Invest-NLen de ROMs zijn gecommitteerd aan het startup en scale-up ecosysteem.Tabel: Bedragen zijn afgerond tot gehele getallen en in miljoenen euro’s.2023202420251Invest-NL2288235241ROMs33723672761 Betreft tot 1 december 2025.2 Betreft een combinatie van equity-investeringen, leningen en fonds-investeringen.3 Betreft alle fondsen van de ROM’s, waaronder de participatiefondsen (met EZ-middelen) en defondsen in beheer bij ROM’s (voornamelijk middelen van provincies). 6. Hoeveel durfkapitaal is in de afgelopen vijf jaar door Neder-landse pensioenfondsen en verzekeraars in Nederlandse startupsen scale-ups geïnvesteerd?AntwoordIn de Kamerbrief «Investeringen institutionele beleggers in durfkapitaal»die mijn voorganger in december 2024 verzonden heeft, staat eenoverzicht van de investeringen die pensioenfondsen hebben gedaan in hetNederlandse durfkapitaallandschap tot en met eind 2024 (Tweede Kamer,vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 657). Daarnaast publiceert InvestEurope jaarlijks een overzicht van investeringsstromen in investerings-fondsen. Daaruit komt naar voren dat pensioenfondsen en verzekeraars inde afgelopen vijf jaar respectievelijk € 642 mln en € 33 mln in Neder-landse durfkapitaalfondsen hebben geïnvesteerd. In zogenoemde «growthfunds» waren deze investeringen respectievelijk € 141 mln en € 30 mln.Dit geeft echter enkel de investeringen op fondsniveau weer, diepensioenfondsen en verzekeraars zelf openbaar hebben gemaakt. Veelinstitutionele beleggers investeren ook in individuele bedrijven viaco-investeringen, waardoor het totaal geïnvesteerde kapitaal in startupsen scale-ups hoger komt te liggen. Daarnaast hebben een aantal (zorg)ver-zekeraars zelf zogenoemde corporate venture capital fondsen, zoalsCbusineZ, Achmea Innovation Fund, Achmea Impact Fund, en CooperatieVGZ, waarmee zij in innovatie investeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 213 Het is belangrijk om te benadrukken dat pensioenfondsen en verzekeraarsprivate entiteiten zijn en niet verplicht zijn om gedetailleerde, publiektoegankelijke informatie over hun investeringen in durfkapitaal aan deoverheid te verstrekken. Hoewel pensioenfondsen en verzekeraars welrapporteren aan toezichthouders, is deze informatie doorgaans geaggre-geerd en niet volledig uitgesplitst. Hierdoor kunnen de hierbovengepresenteerde gegevens een onvolledig beeld geven.7. Welke belemmeringen ervaren institutionele beleggers om instartups te investeren?AntwoordIn de Kamerbrief «Investeringen institutionele beleggers in durfkapitaal»die mijn voorganger in december 2024 verzonden heeft, wordt ingegaanop de belemmeringen die worden ervaren door institutionele beleggerszoals pensioenfondsen bij investeringen in durfkapitaal (Tweede Kamer,vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 657). Institutionele beleggers zoalspensioenfondsen investeren vooral via durfkapitaalfondsen in startups enscale-ups. We zien in 2024 en 2025 toenemende interesse in investeringenin durfkapitaal vanuit institutionele beleggers zoals pensioenfondsen.Belemmeringen om dit verder te intensiveren zijn met name de kleineschaal en een gebrek aan bewezen resultaat (track-record) van Neder-landse durfkapitaalfondsen, het relatief hoge risicoprofiel van dezeinvesteringen, en soms de ontbrekende kennis en ervaring om hiermeeom te gaan. Dat laatste geldt met name voor kleinere tot middelgrotepensioenfondsen. Daarnaast moeten pensioenfondsen voldoen aan dezogenoemde prudent-person regel. De prudent-person-regel verplichtpensioenfondsen om beleggingen te doen met de zorgvuldigheid envoorzichtigheid die past bij het belang van deelnemers, waarbij risico’sbeheersbaar moeten zijn en de portefeuille voldoende gespreid. Hoewelinvesteringen in durfkapitaal niet zijn uitgesloten, kan dit in de praktijkleiden tot terughoudendheid, met name bij kleinere pensioenfondsen metbeperkte expertise en schaalgrootte.Om deze belemmeringen te helpen wegnemen werkt het Ministerie vanEconomische Zaken zoals in voorgenoemde brief beschreven nauwsamen met de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen(NVP) en Invest-NL. Invest-NL is sinds eind 2024 actief in gesprek metverschillende institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzeke-raars, om gezamenlijk met deze partijen het opzetten van een fonds-in-fonds vehikel gericht op start- en scale-up investeringen te verkennenwaar private partijen in kunnen investeren. Daarnaast maakt het kabinet€ 200 mln vrij voor een vervolg op het European Tech Champion Initiative(ETCI), waarbij tevens wordt verkend om institutionele beleggers in telaten stappen. Dergelijke initiatieven mobiliseren niet alleen direct privaatkapitaal, maar dragen ook bij aan het vergroten van de schaal vanNederlandse durfkapitaalfondsen zodat deze aantrekkelijker worden voorinvesteringen van institutionele investeerders.8. In hoeveel kunstmatige intelligentie (AI)-gerichte startups is viaInvest-NL en de Regionale Ontwikkelings Maatschappijen (ROM’s)geïnvesteerd, wat is de orde van grootte van deze investeringen,en hoe ziet u de bijdrage hiervan aan de Nederlandse positie ophet gebied van AI en deep tech?AntwoordVia Invest-NL en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) istot op heden geïnvesteerd in ruim 100 AI-gerichte startups en scale-ups,waarbij Invest-NL zich primair richt op een beperkt aantal kapitaalinten-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 214 sieve, strategische investeringen en de ROM’s op een groot aantalkleinere vroegefase investeringen.Invest-NL heeft reeds direct geïnvesteerd in vijf AI-gerichte bedrijven, meteen totale omvang van circa € 65 mln: drie bedrijven gericht op kern-AI-technologie (€ 52,6 mln) en twee AI-enabled toepassingen (€ 12,2 mln).Daarnaast wordt indirect via fondsen geïnvesteerd in AI, en dragensemicon- en fotonica-investeringen indirect bij aan AI-hardware en deeptech.De ROM’s hebben vooralsnog 96 AI-native startups in portefeuille.Gemiddeld investeerden zij circa € 1 mln per bedrijf; inclusief cofinan-ciering ligt de totale investering per startup doorgaans rond € 2 mln. Hetgaat daarbij hoofdzakelijk om jonge, snelgroeiende bedrijven.Gezamenlijk versterken Invest-NL en de ROM’s met hun investeringen deNederlandse AI- en deeptech-positie door zowel kerntechnologieën alstoepassingsgerichte innovaties te ondersteunen en het onderliggendetechnologische ecosysteem te verbreden.9. Kunt u schetsen hoe het aantal startups en scale-ups zich deafgelopen jaren in Nederland heeft ontwikkeld en welk beeldheeft u van de doorgroei van startups naar scale-ups in verge-lijking met andere Europese landen?AntwoordStartups zijn jonge innovatieve technologiebedrijven met groeiambitie. Erzijn – volgens het State of Dutch Tech 2025 report – in Nederland over2024 ongeveer 9.250 startups, waarvan ongeveer 1.220 kennisintensievedeeptech bedrijven. In totaal hebben er in 2024 1.245 startups meer dan€ 0,1 mln aan durfkapitaal opgehaald en 268 bedrijven meer dan 10miljoen euro aan durfkapitaal opgehaald. Nederland heeft relatief veelstartups en het aantal nieuw opgerichte startups is vrij stabiel inNederland. Echter het aantal startups dat een eerste financieringsrondeheeft opgehaald in 2024 is wel afgenomen ten opzichte van devoorgaande drie jaren. In februari 2026 zal de nieuwe data over 2025beschikbaar komen.Het grootste knelpunt in Nederland is en blijft de doorgroei. Nederlandheeft in vergelijking tot andere landen relatief veel startups, maar dedoorgroei blijft achter. De scale-up ratio – het percentage latere fasestartups dat doorgroeit tot scale-up – is in Nederland met 21,5% lager danhet Europese gemiddelde van 23%. In landen als Duitsland (41%),Zwitserland (35%), Verenigd Koninkrijk (27%) en Frankrijk (26%) is de scaleratio aanmerkelijk hoger dan in Nederland. Hierbij is de scale-up ratiogedefinieerd als het aantal bedrijven dat meer met € 10 mln financieringophaalt gedeeld door het aantal bedrijven met meer dan € 0,1 mlndurfkapitaal.Voor een nadere toelichting verwijs ik u naar de kamerbrief van april jl.«Het Nederlandse startup en scale-up ecosysteem in internationaalperspectief» (Kamerstuk 32 637- Nr. 690).10. Beschikt u over cijfers over het aantal startups en scale-upsdat de afgelopen jaren Nederland heeft verlaten?AntwoordHet vertrek van bedrijven is ongewenst, omdat dit het verdienvermogenvan Nederland raakt. We maken er dan ook werk van om hetondernemings- en vestigingsklimaat voor jonge innovatieveTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 215 tech-bedrijven te versterken, zodat het aantrekkelijker wordt voor dezebedrijven om in Nederland te starten en te groeien.Over (voorgenomen) vertrekbewegingen van startups en scale-ups zijngeen betrouwbare en representatieve gegevens publiekelijk beschikbaar.Wel is er door de Dutch Start-up Association onlangs een kleine steek-proef uitgevoerd onder 45 startups en scale-ups, waaruit 37% van debedrijven aangeeft om binnen 2 jaar een vertrek te overwegen (DSA,Veelbelovende Nederlandse startups overwegen vertrek uit Nederland,28 oktober 2025).Daarnaast biedt de Monitor Ondernemingsklimaat een kwantitatieveonderbouwing van voorgenomen vertrekbewegingen van bedrijven. In demeest recente editie (november 2025) geeft ongeveer één op de vijfbedrijven aan te overwegen om binnen twee jaar (delen van) hunactiviteiten naar het buitenland te verplaatsen. In de Monitor Onderne-mingsklimaat zijn startups en scale-ups echter niet specifiek uitgesplitst.11. Wat zijn volgens u de belangrijkste redenen waarom innova-tieve bedrijven Nederland verlaten of overwegen te vertrekken,en welke maatregelen acht u nodig om dit te beperken?AntwoordNederland is en blijft aantrekkelijk voor innovatieve bedrijven. Nederlandbiedt een hoge kwaliteit van leven en aantrekkelijke voorwaarden metregelingen zoals de 30%-regeling, WBSO en innovatiebox. Deze positiestaat echter wel onder druk. Er zijn verschillende factoren die bijdragenaan de beslissing van bedrijven om uit Nederland te vertrekken. Ruimteom uit te breiden is hier één van, zowel fysieke ruimte maar ook ruimte ophet stroomnet. Regeldruk en stroperige vergunningsverlening zorgen vooronzekerheid bij innovatieve bedrijven. Ook kunnen een gebrek aantechnisch en digitaal talent, sociale wet- en regeling en beperkte toegangtot kapitaal redenen om te vertrekken naar het buitenland. Het aanpakkenvan deze belangrijke randvoorwaarden wordt ook bemoedigd doorRapport Wennink2 en met die aanbevelingen ga ik ook aan de slag.Met de nieuwe aanpak regeldruk3 wil ik onnodige regels schrappen omNederland voor alle bedrijven aantrekkelijk te houden. In het 3% R&DActieplan4 heb ik verschillende maatregelen aangekondigd die wordenuitgewerkt om innovatieve bedrijven in Nederland te houden en te latengroeien, zoals het oprichten van een R&D lanceerplatform, vergroten vanexperimenteerruimte en het vergroten van de beschikbaarheid vantechnisch talent.In de Actieagenda startups en scale-ups5 zijn maatregelen aangekondigddie de toegang tot, talent, kapitaal, kennis, ruimte en internationalemarkten voor innovatieve bedrijven moeten vergroten. In de KamerbriefIndustriebeleid met focus6 heb ik gerichte programma’s aangekondigd ombedrijven in strategische markten te ondersteunen en richten we eenaantal bestaande instrumenten op de NTS.12. Hoeveel regels voor ondernemers zijn er het afgelopen jaarbijgekomen en hoeveel zijn er afgeschaft?2Tweede Kamer 2025–2026, 32 637 nr. 7393Tweede Kamer 2025–2026, 32 637 nr. 7414Tweede Kamer 2025–2026, 33 009 nr. 1655Tweede Kamer 2025–2026, 32 637 nr. 7096Tweede Kamer 2025–2026, 29 826 nr. 277Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 216 AntwoordOp de regeldrukmonitor houd ik de ontwikkeling bij van de regeldruk-kosten van nieuwe, gewijzigde en geschrapte wet- en regelgeving voorondernemers. Dit zijn de netto kosten: zowel de toegenomen enafgenomen regeldrukkosten. In 2025 kwamen de totale structurele kostenvoor ondernemers als gevolg van nieuwe en gewijzigde wet- en regel-geving uit op ongeveer € 6,9 mln bestaande uit een toename als gevolgvan Europese regelgeving met € 7,1 mln en een afname als gevolg vannationale regelgeving met ongeveer € 0,1 mln. Hierin zijn de resultatenvan de nieuwe kabinetsaanpak om voor de zomer 2026 voor 500 regelsregeldruk te verminderen nog maar beperkt zichtbaar. Ik verwacht dat in2026 de gevolgen van de nieuwe aanpak voor regeldrukverminderingmerkbaar zullen zijn. Deze stijging van de regeldrukkosten in 2025onderstrepen de noodzaak van de aanpak voor regeldrukvermindering.13. Bij hoeveel van de negatieve adviezen van het Adviescollegetoetsing regeldruk (ATR) in 2024 is de voorgenomen regelgevingtoch doorgezet?AntwoordIn 2024 heeft het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) in totaal 49negatieve adviezen uitgebracht. Het gaat om 13 adviezen met een dictum4 (niet indienen) en 36 adviezen met een dictum 3 (niet indienen, tenzij).Van deze negatieve adviezen zijn er 38 doorgezet na aanpassing van debetreffende regelgevingsvoorstellen en bijbehorende toelichting aan dehand van de ATR-adviezen. Over de overige voorstellen is nog geendefinitief besluit genomen en kan het zijn dat ze op een later moment nogworden doorgezet. Ook kan het zijn dat ze ingetrokken zijn of nog wordeningetrokken.14. Wat is de stand van zaken van de voorgenomen fiscaleregeling voor medewerkersparticipatie in startups en scale-ups,inclusief de beoogde ingangsdatum, en welke onzekerheden zietu nog bij de uitvoering?AntwoordUw Kamer is recent geïnformeerd over de stand van zaken met betrekkingtot de voorgenomen fiscale regeling voor medewerkersparticipatie instartups en scale-ups.7 Het kabinet streeft ernaar het wetsvoorstel opkorte termijn te consulteren. De beoogde datum voor inwerkingtreding is1 januari 2027. De bedrijventoets zal door RVO worden uitgevoerd, decontrole en handhaving van de regeling door de Belastingdienst. Beideuitvoeringsorganisaties zijn nauw betrokken in het traject en zullen nogeen uitvoeringstoets doen. Uw Kamer wordt hier via de gebruikelijke wijzeover geïnformeerd.15. Kunt u toelichten wat de gevolgen zijn van de recentewijzigingen in de 30%-regeling en in de daarbij horende salaris-normen voor het vermogen van startups en scale-ups om interna-tionaal talent aan te trekken?AntwoordWanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan, kan vanuit het buitenlandaangeworven talent in aanmerking komen voor de 30%-regeling.Verhogingen van salarisnormen kan het voor startups en scale-upslastiger maken om internationaal talent aan te trekken. Zij moeten danimmers een hoger salaris bieden, wil de 30%-regeling van toepassing zijn.Dit heeft ook effect op de beschikbare liquide middelen om te kunnen7Kamerstuk 32 140, nr. 285Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 217 ondernemen. Het grote aantal aanpassingen in de 30%-regeling heeft eennegatief effect op het vestigingsklimaat, mede door het gebrek aanvoorspelbaarheid en stabiliteit. Met het oog hierop is het kabinet geenvoorstander van nieuwe aanpassingen, behoudens jaarlijkse indexatie vande salarisnormen.16. Hoe weegt u de mogelijke gevolgen van eventuele beper-kingen op de instroom van internationale studenten voor debeschikbaarheid van technisch en digitaal talent voor Neder-landse startups en scale-ups?AntwoordHet Wennink rapport benadrukt het belang van technisch en digitaal talentvoor de toekomstige groei van de Nederlandse economie, zondervoldoende talent stagneert onze economie. Belangrijke aanjagers vaninnovatie zijn start- en scale-ups, deze zijn in hoge mate afhankelijk vaninternationaal STEM-talent. Een vermindering van internationale STEMstudenten zal dan ook gevolgen hebben voor de doorgroei en concurren-tievermogen van start- en scale-ups en Nederlandse economie.Het Kabinet onderkent het belang van technisch en digitaal talent voorNederlandse startups en scale-ups, en zet zich daarom ook in om dezestudenten te blijven aantrekken en behouden. Ook omdat InternationaleSTEM-studenten na hun studie, bovengemiddeld veel in Nederlandblijven, ten opzichte van andere studies. De Netherlands Point of Entryheeft vanuit EZ de opdracht om kansen bij en voor start- en scale-upsonder de aandacht te brengen bij internationaal STEM-talent zowel in hetbuitenland als in Nederland. In dit kader financiert EZ het MIT-MISTIprogramma dat studenten aan het Massachussets Institute of Technology(MIT) de kans biedt om stage te lopen bij Nederlandse bedrijven en zijnwe in Maart 2026, samen met regio’s, bedrijven en kennisinstellingenaanwezig bij de European Carreer Fair van MIT.Parallel werkt de Minister van OCW aan het wetsvoorstel Wet internatio-nalisering in balans (WIB), dat instellingen meer regie geeft op deinstroom van internationale studenten en het Nederlands als onderwijs-en wetenschapstaal tracht te beschermen. Zoals aangekondigd in deKamerbrief8 van juli jl. blijft het bestaande anderstalige aanbodongemoeid. Opleidingen waar momenteel internationaal technisch endigitaal talent instroomt, worden daardoor niet geraakt. Voor nieuwanderstalig aanbod bevat de WIB voldoende ruimte voor nieuweanderstalige opleidingen die bijdragen aan arbeidsmarkttekorten,waaronder in de techniek en digitalisering. In conclusie, de beperkingendie voortkomen uit de WIB zullen niet de studies raken waar het noodza-kelijke talent voor start- en scale-ups vandaan komt.In conclusie, blijft het kabinet zich inzetten op het aantrekken en behoudenvan de nodige internationale studenten en wordt via de WIB gewaarborgddat de internationale studenten die naar Nederland komen aansluiten opde tekorten van de arbeidsmarkt. Hiermee zorgen we dat er talentbeschikbaar is en blijft voor onze start- en scale-ups.17. In welke mate treedt de rijksoverheid bij haar inkoop op alseerste klant van innovatieve oplossingen van Nederlandsestartups en scale-ups, en bent u bereid hiervoor concrete doelenof streefwaarden vast te stellen?Antwoord8Kamerstukken II 24/25 36 555 nr. 12Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 218 We zien dat er veel kansen liggen om overheden meer op te laten tredenals launching customer van innovatieve oplossingen. Voorbeelden latenzien dat de overheid een eerste markt kan creëren voor de meestinnovatieve en disruptieve bedrijven, waardoor zij makkelijker vervolgfi-nanciering kunnen ophalen en verder kunnen groeien. We hebben hierverschillende kleine instrumenten voor zoals de Innovation ImpactChallenge en de opdracht naar PIANOo.In de Europese benchmark voor innovatiegericht inkopen van 2024 isNederland zeven plaatsen gedaald ten opzichte van de vorige benchmark(2021): van de 3e naar de 10e plek. Deze achterstand is een gemiste kans,daarom is het streven om weer in de top 3 te landen.Om dat te bereiken ben ik o.a. samen met de Ministeries van Defensie,KGG & LVVN; en externe partners als Techleap, bezig met een verkenningnaar een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), naarvoorbeeld van het Amerikaanse DARPA en de Europese SPRIN-D (DE) enARIA (VK). Hier wordt de inzet op innovatiegericht inkopen en de rol vanbijpassende instrumenten in meegenomen. De resultaten van dieverkenning zal ik in het voorjaar 2026 met de TK delen.18. Welke instrumenten zet u op dit moment in om samenwerkingtussen kennisinstellingen, chipbedrijven en AI-startups tebevorderen, zodat technologische voorsprong in hardware endeep tech ook daadwerkelijk leidt tot succesvolle AI-softwarestartups en scale-ups?AntwoordOm de samenwerking tussen kennisinstellingen, chipbedrijven enAI-startups te bevorderen worden specifieke innovatie-instrumententhematisch ingezet, zoals meerjarige projecten in het Nationaal Groei-fonds, waaronder NXTGEN HighTech. Ook in de IPCEI Advanced Semicon-ductor Technologies, waarin bedrijven worden opgeroepen tot (Europese)kennisdeling en samenwerking met andere bedrijven en kennisinstel-lingen, is AI expliciet als focusgebied aangemerkt. Dat betekent dat erprojecten ingediend kunnen worden die zich richten op innovaties tenaanzien van AI-chips. Dit staat ook open voor start-ups.Daarnaast zijn financiële instrumenten beschikbaar voor relevante spelersin het desbetreffende ecosysteem, zoals voor startups en scale-ups. Hetgaat bijvoorbeeld om InvestNL, en specifiek het Deeptech Fonds datinvesteert in deeptech-technologieën waaronder AI en semicon en demogelijkheden voor Seed Capital. Techleap kan een rol spelen bij hetondersteunen van de groei van startups naar scale-ups. Daarbij zetTechleap samen met private partners, de AI Coalitie voor Nederland, en deAI-hubs in op het versnellen van AI-bedrijven. Digitale diensten, met nameAI, is een belangrijk focusgebied van het nieuwe industriebeleid.Momenteel loopt een verkenning naar een gerichte aanpak en governancevoor een sectorplan, inclusief samenwerking tussen de genoemdespelers.19. In hoeverre ziet u het risico dat Nederland vooral gebruikerwordt van Amerikaanse AI-producten en -platforms, en welkemogelijkheden ziet u om Nederlandse AI-startups en scale-ups tehelpen uitgroeien tot volwaardige aanbieders van zulkeoplossingen?AntwoordHet is duidelijk dat Nederland en de EU in grote mate afhankelijk zijn ophet gebied van AI-technologie, en in het bijzonder van AI-infrastructuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 219 Niet alle afhankelijkheden zijn problematisch, zo kunnen wederzijdseafhankelijkheden bijdragen aan onze welvaart. Enkel afhankelijkheden diesignificante risico’s voor onze publieke belangen behelzen moeten wordengemitigeerd. Om deze risico’s beter in kaart te brengen wordt eenvertrouwelijke analyse uitgevoerd in het kader van de interdepartementaleTaskforce Strategische Afhankelijkheden. Zowel in Europa als nationaalzijn er verschillende acties om tot een sterker Europees en Nederlandsaanbod te komen. Het vestigen van een AI-fabriek in Groningen omgeavanceerde AI-modellen te kunnen trainen, draagt hier ook aan bij. Voorhet bevorderen van startups en scale-ups, ook voor AI, zijn verderverschillende instrumenten beschikbaar, zoals genoemd in het antwoordop vraag 18. Daarnaast investeren Europese lidstaten en bedrijvengezamenlijk € 4 mld in het creëren van Europese alternatieven op hetgebied van cloud in het Important Project of Common European Intereston Cloud Infrastructure and Services (IPCEI CIS). Cloud vormt eenbelangrijk fundament voor de ontwikkeling en de inferentie vanAI-producten en diensten.20. Hoe wordt het ecosysteem van startups en scale-ups onder-steund? Is er ook een Europees netwerk om op te bouwen of bijaan te haken?AntwoordHet kabinet zet in op het versterken van het ecosysteem voor startups enscale-ups door de toegang tot talent, kapitaal, kennis, ruimte en interna-tionale markten te verbeteren. In september jl. heb ik u hierover in dekamerbrief «Bouwen aan de Tech kampioenen van morgen» geïnfor-meerd. In deze brief heb ik een actieagenda voor startups en scale-upsgepresenteerd, waarin ik onder andere de verlenging van het Techleapprogramma heb aangekondigd.Kansen voor innovatieve startups en scale-ups liggen vaak in hetbuitenland. In de eerdergenoemde kamerbrief had ik aangegeven opwelke manier het kabinet de toegang tot internationale markten ennetwerken verbetert. Ik hecht veel belang aan het versterken van deEuropese interne markt. Om dit te bevorderen worden op (hoog)ambtelijkniveau regulier gesprekken gevoerd met onder andere de EuropeseCommissie (EC) en vertegenwoordigers van andere lidstaten.Onder het EU-kadeprogramma voor onderzoek & innovatie (HorizonEurope) wordt o.a. ingezet op beter verbonden en efficiënte innovatie-ecosystemen om de opschaling van bedrijven te ondersteunen, innovatieaan te moedigen en samenwerking tussen nationale, regionale en lokaleinnovatieactoren te stimuleren.De Europese Commissie is momenteel bezig met het verder uitwerkenvan plannen om het ecosysteem van startups en scale-ups verder teondersteunen. Zo is uw Kamer middels het BNC-fiche «The EU startupand scaleup strategy: Choose Europe to start and scale» in juli jl.geïnformeerd over de kabinetspositie ten aanzien van de EU startup enscale-up strategie van de EC. De daarin aangekondigde actiepunten zal hetKabinet na hun publicatie in 2026 en 2027 appreciëren en de Kamerhierover informeren.21. Wanneer wordt de Europese kapitaalmarktunie voltooid?AntwoordHet beleid en de wetgeving rond de kapitaalmarktunie is erop gericht omde interne Europese markt van kapitaal te versterken, zodat er meerkapitaal beschikbaar komt en dat makkelijker kan bewegen tussenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 2110 EU-lidstaten. Naar zijn aard is de voltooiing van de interne markt voorkapitaal een traject van de lange adem. Tegelijkertijd worden ermomenteel belangrijke stappen gezet. Het kabinet stelt zich constructiefen ambitieus op in de dialoog over de voorstellen van de EuropeseCommissie in dit kader. Dit doet het kabinet conform de kabinetsinzetkapitaalmarktunie van maart jl.9 neemt Nederland deel aan de kopgroepvan landen als onderdeel van de European Competitiveness Labs waarineen groep van welwillende landen gezamenlijk optrekt om verdereintegratie van de Europese kapitaalmarkten te bewerkstelligen. In dezeKamerbrief richt de inzet van het kabinet zich op (i) versterkingen van hetEuropees toezicht op de kapitaalmarkt, (ii) meer en divers aanbod vankapitaal voor financiering van bedrijven en (iii) eenduidigere regels in deEU.Gelijktijdig werkt de Europese Commissie – ook in het kader van haaragenda voor de Spaar- en Investeringsunie (SIU) – doorlopend aanvoorstellen om verbetering en verdieping van de Europese kapitaal-markten te bewerkstelligen10. Op 19 november jl. heeft de Commissie hetSupplementary Pensions Package gepubliceerd met daarin voorstellen diebeogen pensioenopbouw te stimuleren in landen waar dit nu nog nietvoldoende het geval is. Op 3 december jl. heeft de Europese Commissieverschillende voorstellen gepresenteerd via het Kapitaalmarktintegratie enToezichtcentralisatie Pakket (KTP) Dit pakket bevat herzieningen van eengroot aantal richtlijnen en verordeningen waarmee wordt beoogd hettoezicht, de infrastructuur en het toezicht op de Europese kapitaalmarktente verbeteren en bestaande barrières weg te nemen. Over beidevoorstellen zal de Tweede Kamer binnen de gebruikelijke termijn perBNC-fiche worden geïnformeerd.22. Waar worden de sterk gestegen kosten van de Kamer vanKoophandel (KvK) in 2025 door veroorzaakt?Antwoord op vragen 22 en 23De in de begroting genoemde bedragen betreffen niet de kosten van deKamer van Koophandel (KVK) maar de rijksbijdragen van het ministerieaan de KVK. Deze rijksbijdragen zijn niet een-op-een te vertalen naar dekosten, de KVK-begroting bestaat namelijk uit meer dan alleen derijksbijdragen. Een volledige uitsplitsing van de daadwerkelijke kosten vande KVK is opgenomen in de jaarverslagen van de KVK, te vinden op dewebsite kvk.nl/over-kvk/jaarverslagen.Gedurende 2025 is de rijksbijdrage aan de KVK verhoogd met in totaal€ 26,3 mln, wat neerkomt op een stijging van circa 16,4% ten opzichte vande oorspronkelijke rijksbijdrage. Deze stijging wordt verklaard door devolgende drie posten. Ten eerste zijn er additionele opdrachten aan deKVK verleend waarvoor extra middelen benodigd waren, ter hoogte van€ 11,2 mln. Hieronder vallen onder meer € 6,1 mln voor de ontwikkeling,het onderhoud en de promotie van de financieringsgids en € 2,5 mln voorde uitvoering van de digitaliseringsrichtlijn. Ten tweede heeft de KvK in2025 circa € 5,5 mln ontvangen aan loon- en prijsbijstelling. Ten derde isde zogenoemde inputfinanciering verhoogd met ongeveer € 9,7 mln. Dezeinputfinanciering betreft de bijdragen van andere bestuursorganen aan deKVK voor publiek gebruik van het handelsregister en is verhoogdvanwege kostenstijgingen sinds de laatste wijziging in 2014. Deze bijdrageloopt middels overboekingen van andere departementen aan deEZ-begroting naar de KVK, waardoor deze dus ook op de EZ-begrotingzichtbaar is.9Kamerstukken II 24/25 21 501-07, nr. 209910Kamerstukken II 24/25 22 112 nr. 4043.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 2111 Het grootste deel van de verhoging van de rijksbijdrage in 2025 betrefttijdelijke middelen. Van de totale verhoging van de rijksbijdrage in 2025,ter hoogte van € 26,3 mln, is circa € 3,5 mln structureel van aard. Over detotale kosten van de KvK in 2025 kan nog geen uitspraak worden gedaan,aangezien deze pas objectief kunnen worden vastgesteld na publicatie vanhet jaarverslag 2025 van de KvK, inclusief controleverklaring van deonafhankelijke accountant.23. Met hoeveel procent zijn de kosten van de KvK gestegen alspercentage van de totale kosten van de KvK in 2025?AntwoordZie het antwoord op vraag 22.24. Hoeveel procent van de totale Tegemoetkoming Vaste Lasten(TVL) is in 2025 reeds terugbetaald?AntwoordUitgaande van de gehele looptijd van de TVL (per 1-1-2020) is per31-12-2025 77% van de totale vorderingen tot terugbetaling voldaan. Ditkomt neer op een bedrag van € 730 mln.25. Verloopt het terugbetalen van de TVL-gelden volgens schema?AntwoordDe TVL wordt teruggevorderd wanneer bij de definitieve vaststelling blijktdat de daadwerkelijke omzetderving lager is dan aanvankelijk door deaanvrager is opgegeven. Dit verloopt grotendeels volgens schema.Wanneer ondernemers gebruikmaken van een terugbetalingsregelingkomen de ontvangsten gespreid over meerdere jaren binnen. Ook devorderingen waarvoor een betalingsregeling met ons is afgesproken,worden volgens schema terugbetaald.26. Hoeveel ondernemers hebben grote moeite met het terugbe-talen van de TVL-gelden?AntwoordHet aantal ondernemers bepalen dat «grote moeite» heeft met betalen islastig te beantwoorden, het gaat hier immers om een subjectief begrip.Voor zo’n 5352 zaken loopt een incasso, 673 heeft te maken met faillis-sement, en 599 heeft te maken met schuldhulpverlening, Wet Schuldsa-nering Natuurlijke Personen (WSNP) of Wet Homologatie OnderhandsAkkoord (WHOA) voor ondernemers.27. Wat wordt bedoeld met de zinsnede dat in 2025 de begrotings-reserves van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB), de GarantieOndernemingsfinanciering (GO) en de Kleine Kredieten Coronagarantieregeling (KKC) ten guste gaan van het generale beeld?AntwoordDe reguliere garantie instrumenten, de Borgstelling MKB kredieten(BMKB) en de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO), delen eenrisicoreserve met hun corona-variant (de BMKB-C en de GO-C).De risicoreserves van deze corona-varianten van de BorgstellingMKB-kredieten (BMKB) en de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)zijn net als de Kleine Kredieten Corona garantieregeling (KKC) ten tijdevan COVID-19 gedekt met generale middelen, dat wil zeggen, metalgemene middelen uit de staatskas die niet zijn toegewezen aan eenspecifieke begroting. Daarbij is de afspraak gemaakt dat de middelen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 2112 vrijkomen door de afbouw van de risicoreserve terugvloeien naar hetgenerale beeld, met andere woorden, teruggaan naar de algemenestaatskas. Per 1 juli 2022 zijn de corona-garantieregelingen gesloten voornieuwe aanvragen. Omdat openstaande leningen sindsdien wordenafgelost, neemt het risico af en wordt de bijbehorende risicoreserveafgebouwd. Daarmee komen deze begrotingsreserves ten gunste van hetgenerale beeld.28. Kunt u in de operationalisering van het definitieve 3%actieplan R&D, best practices meenemen zoals die in België,Denemarken en Duitsland?AntwoordIn de uitwerking van de beleidsopties uit het 3%-actieplan worden bestpractices uit andere landen bestudeerd en meegenomen. Specifiek bij deverkenning van het ARPA-model voor Nederland (onder de noemer NADI)wordt gekeken naar vergelijkbare landen die al een dergelijk modelhanteren. In deze verkenning wordt bijvoorbeeld nauw contact onder-houden met SPRIN-D, de Duitse organisatie voor innovatiegerichteinkoop. In de andere verkenningen naar beleidsopties zullen de genoemdelanden betrokken worden waar relevant, zoals het fiscale regime vanBelgië bij de opvolging van de WBSO-evaluatie of ten aanzien van demaatwerkaanpak van deze landen bij het aantrekken van buitenlandseinvesteringen voor de opzet van het R&D-lanceerplatform. HetR&D-lanceerplatform moet praktische belemmeringen (binnen deinvloedssfeer van EZ) wegnemen voor bedrijven die substantiële R&Dinvesteringen in Nederland willen doen.29. Hoe denkt u concreet over het toepassen van de blauwdrukvan opzet, structuur en structurele financiering van het VlaamsInstituut voor Biotechnologie (VIB) voor sleuteltechnologieën inNederland (halfgeleiders, lifescience, quantum etc.)?AntwoordIn Nederland kennen we een gevarieerde structuur aan instituten enstichtingen binnen het onderzoeks- en innovatiebeleid. Deze hebben alsdoel onderzoek te stimuleren en onderzoeksresultaten te vertalen naarmaatschappelijke en economische waarde. Voorbeelden hiervan zijn deTKI’s uit het voormalige Topsectorenbeleid, NGF-Stichtingen,TO2-kennisinstellingen en instituten zoals Wetsus, Holst en QuTech, metde bijbehorende financieringsinstrumenten. Verder heeft het organisatie-model en de werkwijze van het VIB als inspiratie gediend voor Neder-landse initiatieven waaronder het NGF-project Biotech Booster.In mijn Kamerbrief Industriebeleid met focus heb ik aangegeven op welkezes markten het industriebeleid zich zal richten en waarvoor programma’sworden ontwikkeld, waaronder voor biotechnologie en halfgeleiders. In deuitwerking van deze programma’s zal worden gekeken naar de opzet,structuur en financiering van instituten, waarbij ik de lessen van het VIBter harte zal nemen. Een belangrijk onderdeel in de uitwerking van eenprogramma is de wijze waarop instituten kunnen bijdragen aan hetversterken van de innovatie-ecosystemen van technologiegebieden en devertaling van de onderzoeksresultaten. Momenteel worden door kennis-partijen en bedrijfsleven Nationale Technologie Strategie (NTS) actie-agenda’s opgesteld voor onder andere biomolecular & celltechnologies,semiconductor technologie en quantum technologie. De NTS actie-agenda’s geven hierbij richting voor publieke en private inzet in funda-menteel, experimenteel en industrieel onderzoek. De verdere ontwikkelingvan de programma’s en agenda’s zal aan het volgende kabinet wordenovergelaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 2113 30. Hoeveel van de 500 beoogde regels verwacht u per zomer2026 gereduceerd te hebben?AntwoordOp 15 december 2025 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de voortgangvan de nieuwe aanpak regeldruk voor ondernemers.11 Hierin heb ikaangegeven dat het kabinet aan de slag gaat om regeldruk te verminderenvoor 218 bestaande regels. Een regel staat op de lijst als het kabinet voordeze regel stappen gaat zetten om regeldruk te verminderen (voor dezomer 2026) of dat recent heeft gedaan (vanaf 1 januari 2025). Dekomende maanden zal het kabinet werken aan het schrappen en adminis-tratief luwer maken van de regels die reeds in kaart zijn gebracht endoorwerken aan het in kaart brengen van meer regels om het target van500 te halen. Mijn verwachting is dat het kabinet het huidige aantal regelsop de lijst de komende periode flink zal uitbreiden. Ik verwacht voor dezomer 2026 regeldruk van de 500 beoogde regels te hebben gereduceerd.31. Kunt u een overzicht delen hoe de inzet om 500 regels teschrappen bijdraagt aan regelreductie op het gebied van de«Terrible Ten» zoals geformuleerd in het Letta rapport?AntwoordDe inzet om 500 regels te schrappen of de regeldruk ervan te vermin-deren, draagt op verschillende manieren bij aan de regeldrukreductie vande «Terrible Ten», zoals benoemd in de horizontale interne-marktstrategiedie opvolging geeft aan het Letta-rapport. Voor een aantal punten kan ikdit al concreet maken, aan de hand van de voortgangsbrief die ik uwKamer 15 december 2025 heb gestuurd en waarin ik een lijst van 218bestaande regels waar het kabinet regeldruk gaat verminderen. Zo werkthet kabinet met de 500-regels aanpak aan het vereenvoudigen vancomplexe EU-regels. Het kabinet zet zich hiervoor actief in door zelfvoorstellen voor regeldrukvermindering te doen en daarin op te trekkenmet andere lidstaten, bijvoorbeeld via non-papers. Nederland doet ditbijvoorbeeld al ten aanzien van (transparantie)voorschriften in hetraamwerk met betrekking tot securitisaties, dat voor banken en verzeke-raars geldt. Ook zorgt het kabinet dat Europese regelgeving zo lastenluwmogelijk wordt geïmplementeerd in onze nationale wet- en regelgeving.Daarnaast maakt het schrappen of verminderen van belastende regels devestiging en exploitatie van bedrijven in Nederland toegankelijker.Tegelijkertijd pakt het kabinet het gebrek aan geharmoniseerde normenaan door verschillende regels te stroomlijnen en te standaardiseren. Eenvoorbeeld zijn regels bij aanbestedingen voor het herstellen van adminis-tratieve fouten. Ook zijn verschillende regels op het gebied van verpak-kingen, etikettering en afval, zoals het afschaffen van de meerprijs voorwegwerpbekers- en bakjes die plastic bevatten, het wegnemen vaninterne-marktbelemmeringen op het terrein van etikettering en de inzet opverdere harmonisatie van regels over afval, reeds opgenomen in de eerstelijst van 218 regels die ik op 15 december 2025 aan uw Kamer hebgestuurd. Verder zal de actualisering van de interne-marktactieagenda dieu in het eerste kwartaal van 2026 zult ontvangen, verder bijdragen aanregelreductie op het gebied van de «Terrible Ten».32. In welke mate heeft Nederland op basis van Europese regel-geving de verplichting om colportage (huis-aan-huis verkoop) toete staan en welke juridische mogelijkheden zijn er om hiervan afte wijken?11Kamerstukken II 2025–2026, 32 637 nr. 741.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 2114 AntwoordOp grond van Europese regelgeving is verkoop buiten de verkoopruimte,waaronder verkoop aan de deur, toegestaan. Een algeheel of sectoraalverbod op verkoop buiten de verkoopruimte is op dit moment nietmogelijk onder het Europese consumentenrecht.12 De Europese consu-mentenrichtlijnen bieden onder andere wel de mogelijkheid om nationaleregels te stellen voor overeenkomsten die worden gesloten in het kadervan ongevraagde huisbezoeken om de legitieme belangen van consu-menten verder te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken. Dezemaatregelen moeten evenredig, niet-discriminerend en gerechtvaardigdzijn op grond van consumentenbescherming.13 Ook mogen dezebepalingen de verkoop buiten de verkoopruimte niet als zodanigverbieden.14 Denemarken kent wel een verbod op verkoop aan de deurdat ertoe strekt het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeervan burgers te beschermen (privacy-oogpunt).Gemeenten hebben daarnaast de mogelijkheid om colportage tebeperken, bijvoorbeeld door het invoeren van een vergunningstelsel, ofdoor deze verkoopmethode te beperken in plaats en tijd.15Ik blijf mij in Europees verband ervoor inzetten dat lidstaten demogelijkheid krijgen om colportage geheel of sectoraal te verbieden. Ikheb deze inzet onder meer opnieuw kenbaar gemaakt in mijn non-paperover de Europese Consumentenagenda 2025–2030.1612Zie ook Kamerbrief van 22 april 2024 over de voortgang van de uitvoering van de Consumen-tenagenda. Kamerstukken II 2023/24, 27 879, nr. 94.13Artikel 3 lid 5 en 6 Richtlijn 2005/29/EC van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op deinterne markt (Richtlijn oneerlijke handelspraktijken).14Overweging 54 Richtlijn (EU) 2019/2161 van het Europees Parlement en de Raad van27 november 2019 tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en Richtlijnen 98/6/EG,2005/29/EG en 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft beterehandhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de Unie.15Zie bijvoorbeeld de verordening van de gemeente De Ronde Venen: Straatverkoop en verkoopaan de deur (venten) – Gemeente De Ronde Venen16Non-paper of The Netherlands on actions for the EC Consumer Agenda 2025-2030 | Rapport |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 2115

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a2a4e796a1a7927c

14 okt 2026 · 6191cfbf15f4f154

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.