KamerkringInloggen
Kamerbrief

Inzet overbrugging energiefonds 2025 naar implementatie Social Climate Fund

27 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f9f095277a499e34 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202524 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluiting29 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 813 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 juni 2025In de Kamerbrief over het Nationaal Programma Armoede en Schulden1van 6 juni jongstleden heb ik u reeds geïnformeerd over de interdeparte-mentale aanpak van de betaalbaarheid van energie voor huishoudens ineen financieel kwetsbare positie. Nu en in de toekomst. Deze voorliggendebrief geeft aanvullende informatie over welke inzet ik samen met eenaantal partijen de komende periode pleeg. Dit ter overbrugging van hetenergiefonds 2025 richting een meerjarig fonds binnen het Social ClimateFund (SCF). Daarbij beoog ik dat huishoudens zo snel mogelijk zelf meergrip kunnen krijgen op de energierekening.Laatste stand van zaken Energiefonds 2025In totaal hebben zo’n 224.000 huishoudens een aanvraag gedaan bij deStichting Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) in 2025. De verwachting is datdaarvan zo’n 110.000 huishoudens voldoen aan de vooraf gecommuni-ceerde voorwaarden (inkomen en energiequote). Het aantal huishoudensdat in 2025 steun krijgt, is vergelijkbaar met het aantal in 2024. Dehuishoudens die aan de voorwaarden voldoen, ontvangen in 2025gemiddeld zo’n € 80 per maand voor een periode van zes maanden.Ik ben positief over het feit dat het kabinet € 56,3 miljoen ter beschikkingkon stellen aan TNE om daarmee veel huishoudens te ondersteunen bijhet betalen van hun energierekening. Daarmee zijn betalingsachter-standen, schulden en mogelijke afsluitingen voorkomen. Tegelijkertijderken ik dat het ontzettend spijtig is dat daarmee niet alle huishoudenskonden worden geholpen. Het was begin dit jaar een keuze tussen geensteun verlenen in 2025 of voor een gelimiteerde, maar toch omvangrijkegroep, steun mogelijk te maken. In nauw overleg met betrokken stake-holders en samenwerkingspartners is voor het laatste gekozen.1Brief «Nationaal Programma Armoede en Schulden», 6 juni 2025 – Kamerstuk 24 515, nr. 799 kst-24515-813ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 8131 TNE heeft tijdens de openingsperiode eind april ontzettend veelhuishoudens te woord gestaan en geholpen bij het doen van eenaanvraag. Dit deden zij samen met vele vrijwilligers en medewerkers bijdiverse (lokale) hulporganisaties. Medio juni heeft TNE voor zo’n 70.000huishoudens de overboeking aan energieleveranciers gedaan. Deenergieleveranciers kunnen vanaf dat moment de bedragen gaanverrekenen op de rekening van hun klanten en daarmee de komende zesmaanden de verlichting bieden die zo hard nodig is.Ik ben alle betrokken organisaties erkentelijk voor al het werk dat zijhebben verricht om de huishoudens in een financieel kwetsbare positie teondersteunen.Huishoudens zijn na afloop van de aanvraag bij het energiefonds gewezenop aanvullende hulp via Geldfit. Circa 63.000 aanvragers zijn via dezeroute op de website van Geldfit gekomen om te bezien wat zij nog meerkunnen doen om meer grip te krijgen op hun uitgaven of het besparenvan energie. De helft van deze groep heeft vervolgens de Potjescheck opGeldfit benut. Via de Potjescheck konden zij zien of zij in aanmerkingkomen voor landelijke toeslagen of lokale regelingen.Aanvullende hulp bij verduurzamingDe inzet van het Ministerie van SZW is om huishoudens die gebruikhebben gemaakt van het energiefonds actief door te verwijzen naarbestaande initiatieven op het gebied van verduurzaming. Zo krijgen zij zelfstructureel meer grip op de hoogte van de energierekening. In de briefaan de Tweede Kamer van 12 mei 2025 berichtte ik u al over mijn inzet opverduurzaming in relatie tot het energiefonds 2025. Er is al een breedaanbod aan hulp bij verduurzaming, maar dit bereikt niet altijd de meestkwetsbare doelgroep. Juist het gerichte en grote bereik dat het energie-fonds heeft, helpt om ook de hulp voor verduurzaming op de juiste plekaan te kunnen bieden.Aan huishoudens zijn daarom bij het aanvragen van steun via hetenergiefonds twee vragen voorgelegd. Allereerst konden zij vrijblijvendtoestemming geven om hun contactgegevens in de toekomst aan deeigen gemeente te verstrekken. Zo kan de gemeente hen gericht infor-meren over lokale mogelijkheden voor verduurzaming en energiebe-sparing. De keuze om dit wel of niet te doen, had uiteraard geen invloedop de beoordeling van de aanvraag. Zo’n 130.000 huishoudens hebbenaangegeven dat zij mogen worden benaderd. Dit is een zeer positiefsignaal en het is belangrijk om deze huishoudens waar mogelijkaanvullend te helpen.Ook kon de aanvrager optioneel aangeven of het huishouden in een koop-of huurhuis woont. Deze informatie biedt de mogelijkheid omhuishoudens met gepaste hulp te kunnen benaderen. Zo’n 54.000huishoudens hebben deze vraag ingevuld; 45.000 huishoudens hebbenaangegeven in een huurwoning te wonen en zo’n 9.000 in eenkoopwoning.Op dit moment vindt nog een analyse plaats hoe deze informatie op eenveilige en zorgvuldige wijze gedeeld kan worden met gemeenten. Erwordt gedacht aan een bestaand of nieuw digitaal platform dat voldoetaan alle privacy-vereisten die daarbij gelden. Deze ontsluiting sluit aan bijde behoefte van gemeenten. Uit de halfjaarlijkse monitoring bijgemeenten over de uitvoering van energiearmoedebeleid, komt naarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 8132 voren dat 30 procent van de gemeenten moeite heeft met het identificerenvan de doelgroep.2Een dergelijk databestand kan gemeenten, in samenwerking met(energiehulp)organisaties, dus in staat stellen om zeer gericht hulp tebieden aan huishoudens die moeite hebben met het betalen van deenergierekening en het verduurzamen van hun huis.Mogelijk wordt eerst gestart met het delen van de data met gemeentenwaarvan bekend is dat er effectieve lokale energiehulp aanwezig is,waarna verdere uitrol mogelijk is. Het is uiteraard essentieel dat het delenvan de data ook leidt tot daadwerkelijk contact en het doen van eenhulpaanbod. Dit vraagt verdere afstemming met gemeenten.Uit dezelfde monitor van TNO blijkt dat er bij veel gemeenten vooralsnogmiddelen van de drie tranches van de Specifieke Uitkering Energiear-moede van het Ministerie van VRO beschikbaar zijn. Zo’n 19 procent heeft0 tot 40 procent van de beschikbare middelen gealloceerd, bij zo’n 60procent van de gemeenten gaat het om 40 tot 80 procent en 21 procentvan de gemeenten heeft al 80 tot 100 procent gealloceerd. De middelenmogen nog tot eind 2027 worden uitgegeven.Gedurende de doorlooptijd van het hierboven geschetste traject wordtmet alle betrokken partijen bezien of huishoudens in de tussentijd ook alvia andere routes kunnen worden benaderd om hen (nogmaals) teattenderen op lokale energiehulp. Om het bovenstaande te kunnenrealiseren, wordt samengewerkt met TNE, de VNG, energieleveranciers,de Nederlandse Schuldhulproute (NSR) en een aantal energiehulporgani-saties. Het netwerk van onder meer de lokale sociaal-maatschappelijkeenergiehulporganisaties dat de afgelopen jaren is opgebouwd, is hierbijessentieel. Deze energiehulporganisaties komen vaak als eerste «achterde voordeur» om hulp te bieden.Het streven is om de huishoudens nog voor de winter van 2025 tebereiken, maar dit is mede afhankelijk van hoe snel kan worden voldaanaan de juridische vereisten en inkoopvoorwaarden ten aanzien van hetdigitale platform. Uiteraard wordt dit met urgentie opgepakt.Extra inzet op het bereik van het WarmtefondsOnderzoek3 laat zien dat de gemiddelde woningvoorraad van woningcor-poraties van hogere energetische kwaliteit is dan die van huiseigenarenen particuliere huurders. Bij energiearmoede speelt zowel inkomen als dekwaliteit van de woning een rol. Bij energiearmoede van huishoudens incorporatiewoningen is een laag inkomen vaker een probleem en bijwoningeigenaren is dit vaker de kwaliteit van de woning. Dat betekent datals ervoor gezorgd wordt dat een koophuis beter geïsoleerd is, de kansgroter is dat een huishouden structureel uit energiearmoede geholpen is.Bij het Nationaal Warmtefonds kunnen eigenaar-bewoners van eenwoning een lening aanvragen. Voor eigenaar-bewoners met een verzamel-inkomen minder dan € 60.000 geldt een rente van 0%. Van de woningei-genaren die lenen bij Warmtefonds, komt inmiddels 70% in aanmerkingvoor de renteloze lening. Het Warmtefonds biedt huishoudens toekomst-perspectief voor de langere termijn. Een lening afsluiten op het moment2Halfjaarlijkse Monitoring bij gemeenten over de uitvoering van energiearmoedebeleid, mei2026, TNO3Onderzoek «De energiekosten van verschillende typen huishoudens in Nederland», 10 juli 2023,TNOTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 8133 dat je geldzorgen hebt, kan als een drempel worden ervaren. Eenlangetermijnplan past dan vaak niet bij de dagelijkse realiteit en dit vraagtdus om inzet van lokale (energiehulp)netwerken om huishoudens hiervoorte interesseren en bij het helpen.Het Warmtefonds kan in haar rol als kredietverstrekker huishoudens nietook begeleiden en adviseren bij welke maatregelen er nodig zijn.Het Warmtefonds en de NSR verkennen daarom samen hoe huishoudens(met een laag inkomen) beter kunnen worden bereikt via bestaande lokaleorganisaties. Zij kunnen huishoudens vervolgens ondersteunen bij deaanvraag van een verduurzamingslening, waarbij ook hulp tijdens deverduurzaming zelf geboden wordt. Dan ontstaat er een totaalpakket voorinwoners die de verduurzaming zelf niet kunnen betalen en/of deaanvraag niet zelf kunnen doen. In onder meer de provincie Friesland,waarbij de lokale energiehulp deze ontzorging aanbiedt, is hier al goedeervaring mee opgedaan. Dit wordt meegenomen in het plan dat dekomende periode wordt uitgewerkt.Uitwerking voorstel Social Climate FundVoor de lange termijn werken het Ministerie van SZW en het Ministerievan VRO gezamenlijk aan de verdere uitwerking van een voorstel binnenhet SCF-plan. Dit voorstel is gericht op meerjarige financiële steun voorhuishoudens (publiek energiefonds) in combinatie met de verduurzamingvan woningen. Het SCF is opgericht om de effecten van het ETS-2-systeem op huishoudens in de meest (financiële) kwetsbare posities teverzachten. Over het afgelopen en komende proces van het SCF bent useparaat per brief geïnformeerd.4Het kabinet heeft besloten om, onder voorbehoud van goedkeuring vande Europese Commissie, uit de middelen voor het SCF € 174,5 miljoen inte zetten voor het in te richten publiek energiefonds.5 Samen met de€ 60 miljoen uit de Rijksbegroting is er € 234,5 miljoen beschikbaar voorde periode van 2026 tot 2032. De hoogte van dit bedrag vraagt dus(opnieuw) om keuzes bij de uitvoering zoals de looptijd en doelgroep, ookgezien het feit dat de € 56,3 miljoen voor het energiefonds 2025 binnenéén week uitgeput was. Belangrijk is ook te beseffen dat de middelen uithet SCF (€ 174,5 miljoen) alleen kunnen worden gebruikt ter compensatievan de stijging van de energierekening als gevolg van ETS-2.Het opzetten van een publiek fonds met een publieke uitvoerder enwettelijke borging van dit instrument vraagt tijd. De verwachting is dat hetpublieke energiefonds op z’n vroegst in het vierde kwartaal van 2026operationeel kan zijn. Het tijdspad is afhankelijk van het type uitvoerder enwelke wettelijke vereisten dat met zich meebrengt. Indien uitvoerbaar, isde inzet dat huishoudens dan alsnog financiële steun over heel 2026kunnen ontvangen. De lessen van de afgelopen jaren over de effectiviteitvan het fonds, zoals het bereik van de doelgroep, worden meegenomen ineen vervolgtraject van het SCF. Daartoe zal ik een evaluatie uitvoeren.Daarbij wil ik benadrukken dat er gedurende de afgelopen jaren ook alveel kennis is opgedaan en dat dit benut zal worden.4Brief «Stand van zaken Sociaal Klimaatplan», 24 juni 2025- Kamerstuk 32 813, nr. 15195Brief «Pakket voor Groene Groei: voor een weerbaar energiesysteem en een toekomstbe-stendige industrie», 25 april 2025, Kamerstuk 33 043, nr. 114Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 8134 Laatste privaat-publiek energiefonds in 2025Zoals ik al eerder aan uw Kamer heb bericht, was 2025 de laatste keer dateen publiek-privaat energiefonds is ingericht. De privaat-publiekesamenwerking heeft tot zeer gerichte hulp voor huishoudens geleid, maarhet is wenselijk om dit nu (meerjarig) volledig publiek in te richten.Gezien de eerder gemaakte afspraken met de private partijen, is hetonwenselijk, vanuit de gedachte van een betrouwbare overheid, omprivate organisaties voor de winter 2025–2026 opnieuw om een financiëlebijdrage te vragen.De energieleveranciers hebben overigens al aangegeven mee te willenwerken aan de planvorming van het SCF. Zij worden nauw betrokken bijde uitwerking van een toekomstbestendig plan.De hierboven reeds genoemde beschikbare € 60 miljoen voor 2026 zal ikinzetten voor het SCF vanaf 2026 en is daarmee dus niet beschikbaar voorde winter van 2025. Hier zit een goede reden achter. Door € 60 miljoenaan nationale middelen in te zetten als de verplichte 25 procent aancofinanciering binnen dit fonds, is het namelijk mogelijk om vervolgenstot een viervoudig bedrag te komen dankzij de 75 procent verstrekkingvan Europese middelen.Meer inzet op niet-gebruik van regelingenIk begon deze brief met een verwijzing naar de Kamerbrief over hetNationaal Programma Armoede en Schulden en ik wil daar ook meeeindigen. De inzet van dit programma zal namelijk de groep die inenergiearmoede leeft, ook helpen en ondersteunen. Daarbij gaat het nietalleen om zaken op het gebied van de energierekening of om koopkracht-maatregelen, maar om de aanpak in den brede.Uit de cijfers blijkt dat meer dan 50 procent van de aanvragers van hetenergiefonds afhankelijk is van diverse inkomensondersteunenderegelingen en toeslagen om uit te komen op een inkomen dat hoger isdan 100 procent van het sociaal minimum. TNE beschikt niet overinformatie om te bepalen of deze huishoudens ook daadwerkelijk dezeregelingen en toeslagen aanvragen.Het is daarom van belang dat deze groep op de hoogte is welke (finan-ciële) ondersteuning er is waar zij mogelijk aanspraak op kunnen maken.De inzet zoals beschreven in het Nationaal Programma Armoede enSchulden is daarbij essentieel. Hierin staan verschillende maatregelen diezich richten op de preventie van geldzorgen en het vergroten van hetbereik van kwetsbare groepen, bijvoorbeeld via de geboortezorg. Ook hetwetsvoorstel proactieve dienstverlening beoogt het niet-gebruik vaninkomensondersteunende regelingen terug te dringen. Zeker bij groependie nu niet in beeld zijn bij gemeenten, zoals werkenden.Eveneens starten er na de zomer twee communicatiecampagnes gerichtop werkenden met een inkomen rond de armoedegrens. De attenderings-actie van Dienst Toeslagen levert een bijdrage aan het verminderen vanniet-gebruik van toeslagen. En de opschaling van de Voorzieningenwijzeren de potjescheck – beschikbaar op verschillende laagdrempeligeinlooppunten – vergroot het gebruik van zowel landelijke en lokaleregelingen. U wordt in de eerste helft van 2026 in de voortgangsrap-portage van het Nationaal Programma Armoede en Schulden nadergeïnformeerd over de voortgang op het niet-gebruik van regelingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 8135 Met de hiervoor genoemde inzet beoog ik om huishoudens met een laaginkomen en een hoge energierekening de komende periode aanvullend teontzorgen ter overbrugging naar de implementatie van het voorstel voorhet SCF.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 8136

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d62c396483dbfb63

14 okt 2026 · f01258c38594a88f

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.