Beantwoording vragen naar aanleiding van het verslag van de rapporteurs Faddegon en Maatoug over de begroting Financiën en Nationale Schuld 2025
Brontekst
Versie 1590b3160358e109 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 IXVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Financiën (IXB) en debegrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voorhet jaar 202531 865Verbetering verantwoording en begrotingNr. 28 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 november 2024Naar aanleiding van de vragen van rapporteurs Faddegon en Maatougover de Begroting van het Ministerie van Financiën en de NationaleSchuld (IX) 2025, die ons 12 november zijn toegezonden, beantwoordenwij middels deze brief de gestelde vragen per onderwerp. Omdat deonderwerpen in deze brief raken aan de portefeuilles van alle drie debewindspersonen, stuur ik deze brief mede namens de Staatssecretarisvan Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst.1. Neerslag Hoofdlijnenakkoord De commissie vraagt of en zo ja voor welke activiteiten van deWereldbank de verminderde bijdrage aan de Wereldbank – als invullingvan de taakstelling «Gerichte keuzes ontwikkelingssamenwerking» uit hetHLA – gevolgen heeft.De maatregel «Gerichte keuzes ontwikkelingssamenwerking» uit het HLAis verwerkt in de vorm van een taakstelling op de RijksbredeODA-middelen (Official Development Assistance). Bij Financiën slaat ditneer op de bijdrage aan de International Development Association (IDA),het onderdeel van de Wereldbankgroep dat concessionele leningen – en inbeperkte mate schenkingen – verstrekt aan de armste landen in de wereld.Op de Financiën-begroting staat een reservering voor toekomstigeNederlandse bijdrages aan IDA. Deze betrof € 1.955 mln. voor 2027 t/m2034 en is door het invullen van de taakstelling verkleind naar€ 1.517 mln.Daarnaast vraagt de commissie waar de HLA-taakstelling op inhuur vanexternen die oploopt tot € 9 miljoen is neergeslagen.De taakstelling op externe inhuur, oplopend tot € 9 mln., is neergeslagenbij de Belastingdienst (€ 8,6 mln.)., Douane (€ 0,1 mln.) en DienstToeslagen (€ 0,4 mln.), verdeeld op basis van structurele inhuurbudgettenvan deze drie organisaties. kst-36600-IX-28ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 281 Ook wil de commissie weten of en in hoeverre de HLA-apparaatstaak-stelling ook gedeeltelijk wordt doorverdeeld naar uitvoeringsorganisaties,zoals Rijksbreed afgesproken zou zijn.In het Regeerprogramma heeft het kabinet de HLA-taakstelling verderuitgewerkt. Het kabinet wil middels de taakstelling onnodige proceduresafschaffen, de overhead terugdringen, regels vereenvoudigen enverminderen, en administratieve verplichtingen voor burgers, onder-nemers en uitvoeringsorganisaties terugbrengen. Het kabinet kijkt hierbijprimair naar de beleidsdepartementen, maar sluit besparingen bijuitvoeringsorganisaties niet uit. Ook bij uitvoeringsorganisaties kan erimmers sprake zijn van overhead en/of onnodige procedures. Despecifieke keuzes waar hoeveel bespaard wordt is aan individuelebewindslieden. Zij leggen in hun eigen begrotingen en jaarverslagenverantwoording af aan de Tweede Kamer.Voor het Ministerie van Financiën zelf zijn er in de Ontwerpbegroting 2025reeds keuzes gemaakt voor de invulling van de taakstelling in 2025. Vande € 15,6 mln. taakstelling is € 11,9 mln. terecht gekomen bij hetbeleidsdepartement, en door een generieke efficiency korting van 0,1%komt € 3,7 mln. bij de uitvoeringsorganisaties Belastingdienst, Toeslagenen Douane.De opties voor (structurele) besparingen voor 2026 en verder worden opdit moment Financiën-breed in kaart gebracht. Komend voorjaar zal overde invulling van de taakstelling worden besloten. Op dit moment kan nogniet aangegeven worden hoe groot de bijdrage van de uitvoeringsorgani-saties gaat zijn.2. Doelstelling en prestatie-indicatoren Prestatie-indicatoren BelastingdienstDe commissie verneemt graag welke twee prestatie-indicatoren van«Effectief informeren» door de Belastingdienst zijn vervangen door welkenieuwe prestatie-indicator (Tabel 18, p.77).De indicator «Klanttevredenheid informatie op de website» vervangt deprestatie-indicatoren «klanttevredenheid website» en «klantontevre-denheid website».Daarnaast vraagt de commissie of en wanneer een nulmeting wordtgedaan voor de indicator die is toegevoegd om de prestatie van deBelastingdienst ten aanzien van startende ondernemers te meten op hettussendoel «Gemak» (p.79).De Belastingdienst wil startende ondernemers gemak bieden en henhelpen met informatievoorziening op maat. De activiteiten vanuit GoedeStart Belastingdienst voorzien in deze behoefte. Deze dienstverlenende enpreventieve benadering sluit aan bij de Uitvoerings- en Handhavingsstra-tegie van de Belastingdienst. Omdat het hier een nieuwe indicator betreft,is er voor 2025 geen streefwaarde aan verbonden. Op basis van deresultaten zullen de meetmethodiek en de werking worden geëvalueerden zo nodig verbeterd. Met deze stappen zal er in 2025 een nulmetingworden gedaan ten behoeve van de volgende begroting.Ook vraagt de commissie waarom de Minister ervoor kiest om destreefwaarde bij de prestatie-indicator «Betalingsachterstand» van deBelastingdienst bij te stellen, in plaats van in te zetten op oplossingsrich-tingen met als doel de streefwaarde in de toekomst wel weer te halen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 282 De Belastingdienst neemt verschillende maatregelen om uiteindelijk descore op de prestatie-indicator «betalingsachterstand» te verbeteren,onder andere het vergroten van personele capaciteit en efficiënter werken.Deze en andere maatregelen zijn toegelicht in de «Voortgangsbrief motiesen toezeggingen Belastingdienst oktober 2024» (Belastingdienst | TweedeKamer der Staten-Generaal). Naast de maatregelen kiest de Belasting-dienst expliciet ook voor het aanpassen van de streefwaarde van deprestatie-indicator, omdat de nieuwe streefwaarde een meer realistischenorm stelt gezien de veranderde situatie. Dit laatste betreft bijvoorbeeldintrekkingen van coronabetalingsregelingen waardoor vorderingen directterugvallen in betalingsachterstanden en het opheffen van eerderepauzeringen.RijksbegrotingsvoorschriftenDe commissie verneemt graag of de Minister bereid is om in de Rijksbe-grotingsvoorschriften in aanvulling op de Groeiparagraaf een «krimppara-graaf» op te nemen waarin neerwaartse bijstellingen van ambitie wordenvermeld. Zo nee, waarom niet?De Groeiparagraaf uit de Leeswijzer in de begrotingen en jaarverslagenheeft betrekking op de belangrijkste verbeteringen in de informatievoor-ziening aan het parlement in die begrotingsstukken. Ik heb geenvoornemen om een «krimpparagraaf» met verminderde ambities in deinformatievoorziening aan het parlement op te nemen. In de Agendatoekomstbestendig begroten en verantwoorden1 is verwoord welkeverbeteringen ik beoog.Dienst ToeslagenDe commissie verneemt graag of het klopt dat Dienst Toeslagen accep-teert dat tot 22% van de toeslagenontvangers noch tevreden, nochontevreden is (Tabel 51, p.126) en dat tot 37% van de toeslagenontvangershet eens, noch oneens is met stellingen over het gestand doen doorDienst Toeslagen van zogenaamde burgerbeloften (Tabel 51, p.126).Onderstaand antwoord betreft uitsluitend Toeslagen – Regulier; de cijfershebben geen betrekking op Toeslagen – Herstel.Dienst Toeslagen heeft ervoor gekozen om de groepen «neutraal» en/of«weet niet» apart inzichtelijk te maken. Dit omdat deze groepen geenuitgesproken mening weergeven, mogelijk vanwege onvoldoendeervaringen of (recent) contact, of omdat men de ervaring als neutraal (nietpositief of negatief) beoordeelt. Voorheen werden deze percentagesmeegeteld bij tevredenheid/ontevredenheid en eens/oneens. Om eenzuiverder beeld te geven van de (on)tevredenheid over Dienst Toeslagenis in de ontwerpbegroting deze kpi aangepast en accepteert DienstToeslagen daarmee het percentage.3. Strategische Evaluatie Agenda Budgettair belangDe commissie verneemt graag of voor de afzonderlijke jaren 2024, 2025,2026, 2027, 2028 en 2029 het budgettaire belang kan worden aangevenvan het evaluatieonderzoek dat in die jaren wordt afgerond.1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 670, nr. 18Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 283 Alle beleidsartikelen op de begroting van het Ministerie van Financiënstaan op de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) middels een koppelingaan beleidsthema’s. Beleidsthema’s worden op hun beurt gedekt door tenminste één periodieke rapportage elke 4–7 jaar, zodat tussen 2024 en 2030alle begrotingsartikelen worden gedekt door evaluatieonderzoek. Conformde Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022 zijn alle belangrijkethema’s in termen van maatschappelijke en budgettaire relevantievertegenwoordigd. De SEA-thema’s, periodieke rapportages en begro-tingsartikelen zijn als volgt verbonden:SEA-themaPeriodieke Rapportage (Afrondingsjaar)BegrotingsartikelBegrote uitgavenper artikel in 2025(bedragen x € 1 mln)Solide overheidsfinanciën– BTW-compensatiefonds (2028)1– Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onderacceptabel risico (2025)– Optimaal kasbeheer van het Rijk en van gelieerdeinstellingen (2024)611124.24827.6835.598Economie en vestigingsklimaat– Het borgen van publieke belangen via het aandeelhouder-schap op een zo efficiënt mogelijke wijze (2027)– Evaluatie crisismaatregelen COVID-19 pandemie IFI’s enEuropese instellingen (2025)– Exportkredietverzekering (2030)34514.783629148Financiële sector– Stabiele, integere en betrouwbare financiële markten(2024)228Fiscaal beleid– Vereenvoudiging belastingstelsel– aanpak fiscale regelingen (2028)13.682Belastingdienst– Verduurzaming van het belastingstelsel (2030)– Uitvoering en handhaving Belastingdienst (2029)13.682Toeslagen– Recht doen aan het verleden (2028)– Presteren in het heden/Anticiperen op de Toekomst (2026)132.821Douane– Effectgericht Sturen (2026)98371 uiterlijk 2028; mogelijk eerder afhankelijk van vervolgonderzoeken op beleidsdoorlichting 2021. Onderliggend aan de periodieke rapportages vinden evaluaties plaats dieeen kleinere omvang hebben. Naast het maatschappelijke en budgettairebelang van onderwerpen, speelt ook de inzichtbehoefte van de organisatieeen belangrijke rol bij het opzetten van deze evaluaties. De budgettairegrondslag van deze evaluaties is soms moeilijk te meten, zoals bijwetsevaluaties of artikeloverschrijdende onderwerpen, waardoor hetingewikkeld is op dit niveau een optelsom van het budgettaire belang vanevaluatieonderzoek per jaar aan te geven. Een dergelijke optelsom gaatbovendien voorbij aan de realiteit van evaluatieonderzoek waarbij hetnodig is focus aan te brengen om te komen tot de meest bruikbareinzichten. Het (kern)doel van de SEA is om betere en meer bruikbareinzichten te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid endoelmatigheid van beleid om daarmee bij te dragen aan een hogeremaatschappelijke toegevoegde waarde van beleid.DiscontovoetDe commissie verneemt graag wanneer duidelijk is wanneer de tussen-tijdse herziening van de evaluatie van de discontovoet start en wanneerdeze zal zijn afgerond.De discontovoet wordt iedere 5 jaar herzien, tenzij er aanleiding is vooreen tussentijdse technische update, bijvoorbeeld vanwege veranderingenin de reële rente. Dit is conform de gemaakte afspraken in de werkgroepTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 284 discontovoet. In 2020 heeft de laatste herziening van de discontovoetplaatsgevonden. De volgende herziening vindt plaats in 2025. Omdat hetCPB heeft gesignaleerd dat de reële rente dermate gestegen is dat ditaanleiding geeft voor een tijdige update, zal de werkgroep vroeg in 2025starten. Het streven is dat de herziening voor het zomerreces 2025 wordtafgerond.De commissie vraagt in hoeverre en wanneer eventuele herziening van demethodologische onderbouwing bij de evaluatie Discontovoet is voorzien.Het advies van de werkgroep discontovoet 2020 bevat twee aanbeve-lingen voor methodologische verbeteringen. Deze aanbevelingen wordenin ieder geval behandeld in het rapport van de werkgroep discontovoet2025. Daarnaast kunnen de betrokken experts in de werkgroep discon-tovoet 2025 vaststellen of er aanleiding is voor herziening van demethodologische onderbouwing.De commissie vraagt verder in hoeverre de evaluatie discontovoet directof indirect invloed heeft op de discontovoet waarmee het houdbaarheids-saldo wordt bepaald en een eventuele actualisatie van het rapport van de17e Studiegroep Begrotingsruimte.De werkgroep discontovoet 2025 is alleen gericht op de discontovoetendie gehanteerd dienen te worden in maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA’s). Het is aan het CPB om te bepalen of deuitkomsten van de werkgroep aanleiding geven tot actualisatie van dehoudbaarheidsberekeningen. Op basis hiervan is er geen spraken van eenbeoogde actualisatie van de 17de studiegroep begrotingsruimte.Fiscale regelingenDe commissie verneemt graag waarom ervoor is gekozen sommigeevaluaties van fiscale regelingen samen te voegen en of de Minister erconform een eerdere aanbeveling van de Algemene Rekenkamer op kantoezien dat in lopende en komende evaluaties het toetsingskader voorelke fiscale regeling afzonderlijk wordt gehanteerd.Het klopt dat bij sommige evaluaties fiscale regelingen worden samenge-voegd, bijvoorbeeld bij de evaluatie van de verlaagde btw-tarieven of defiscale ondernemerschapsregelingen. De voornaamste reden hiervoor isdat het gaat om regelingen die beleidsmatig sterk met elkaar samen-hangen. Het is dan niet alleen efficiënter, maar ook zinvoller om deregelingen gezamenlijk te evalueren. Wel worden in deze evaluatierap-porten de verschillende fiscale regelingen apart beoordeeld op doeltref-fendheid en doelmatigheid. Dat geldt ook voor de toepassing van hettoetsingskader fiscale regelingen. Ook in lopende en komende evaluatieszal voor elke fiscale regeling het toetsingskader afzonderlijk gehanteerdworden.De commissie vraagt vooruitlopend op de Voorjaarsnotabesluitvormingvoor het totaal aan uitgevoerde evaluaties van fiscale regelingen na tegaan in hoeverre die (alsnog) nopen tot aanpassing of afschaffing van debetrokken fiscale regelingen.Het uitgangspunt is dat negatief geëvalueerde regelingen afgeschaft ofaangepast worden. In het ambtelijk rapport aanpak fiscale regelingen van7 juli 2023 staat een overzicht met beoordelingen van fiscale regelingen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 285 inclusief evaluatie-uitkomsten op doeltreffend- en doelmatigheid.2 Napublicatie van dat rapport zijn een aantal evaluaties uitgevoerd, waarophet kabinet een reactie heeft gegeven in de brief van 17 oktober jl.3 Indiezelfde brief staat de toezegging dat richting het voorjaar een breedscala aan beleidsmaatregelen uitgewerkt wordt voor negatief beoordeeldefiscale regelingen.De commissie verneemt graag welke mogelijkheden er zijn om hettoetsingskader voor fiscale regelingen nog verder te verbeteren zodateventueel geconstateerde negatieve neveneffecten van een fiscaleregeling expliciet in de politieke besluitvorming over de regeling kunnenworden betrokken.Het toetsingskader is vanaf deze kabinetsperiode aangescherpt opaanbevelingen van de 17e studiegroep begrotingsruimte. Daarbij zijnonder andere vragen over doeltreffend- en doelmatigheid geïntegreerd inhet toetsingskader en komt de noodzaak tot overheidsingrijpen explicietaan bod. Indien er sprake is van negatieve neveneffecten komen deze aanbod in de doelmatigheidsanalyse, het toetsingskader fiscale regelingen endus ook in de uiteindelijke evaluatie-uitkomsten. Daar kan vervolgenspolitieke besluitvorming over plaatsvinden.Start- en afrondingsjarenDe commissie verneemt graag of kan worden aangeven van alle evalu-aties waarvan startjaar niet is aangegeven («te starten») en/of hetafrondingsjaar («n.t.b.»), wanneer deze zullen starten en wordenafgerond.De afrondingsjaren van de evaluaties waar dit nog niet was aangegevenzijn:EvaluatieAfrondingsjaarEvaluatie Discontovoet2025Evaluatie verduurzaming publieke belangen2030Evaluatie MVO-beleid2030Evaluatie verduurzaming exportkredietverzekering2030Evaluatie verduurzaming financiële markten2030Evaluatie doeltreffendheid en effecten art. 4:24a Wftn.t.b. Bij de «Evaluatie doeltreffendheid en effecten art. 4:24a Wft» is nog steedssprake van een n.t.b. omdat nog niet bekend is wanneer deze evaluatiekan worden uitgevoerd. Dit komt omdat nog niet formeel gehandhaafd isop grond van art. 4:24a Wft en de evaluatie zal worden uitgevoerd op eenmoment dat de AFM handhaving heeft ingezet op grond van hetgenoemde artikel en er voldoende ontwikkelingen in de bestuursrechte-lijke rechtspraak zijn om een oordeel over de effecten te kunnen vormen.Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften is het startjaar niet in detabellen van de Strategische Evaluatie Agenda opgenomen. Onder«status» wordt alleen aangegeven of de evaluatie «te starten», «lopend»,of «afgerond» is. Voor alle onderzoeken en evaluaties op de SEA van hetMinisterie van Financiën geldt dat het jaartal in de tabel het jaar vanafronding betreft. Hoe ver voor het afrondingsjaar de evaluaties wordenopgestart is onder andere afhankelijk van de omvang en of het een intern2Kamerbrief aanbieding ambtelijk rapport aanpak fiscale regelingen | Kamerstuk | Rijksover-heid.nl3Kamerbrief met kabinetsreactie evaluaties fiscale regelingen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 286 of extern onderzoek betreft. Echter worden alle evaluaties in principebinnen 2 jaar voor het aangegeven afrondingsjaar gestart. In een deel vande gevallen zal de start een jaar eerder zijn dan het jaar van afronding, inandere gevallen is start en afronding in hetzelfde jaar.Evaluatie hersteloperatie toeslagenDe commissie verneemt graag wanneer de Kamer de opzet van deperiodieke rapportage naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van hetfinancieel herstel van gedupeerden van de toeslagenaffaire kanverwachten.De opzet voor de periodieke rapportage naar de doeltreffendheid endoelmatigheid van het financieel herstel van gedupeerden van detoeslagenaffaire zal, mede op basis van de evaluatie van de wet herstel-operatie toeslagen, in 2026 aan de Kamer worden verzonden.4. Brede Welvaart De commissie verneemt graag welke streefwaarden het kabinet hanteertvoor de indicatoren opgenomen in de factsheet Brede Welvaart voor hetMinisterie van Financiën.Het Ministerie van Financiën onderschrijft de informatiewaarde van BredeWelvaart en de indicatoren die zijn opgenomen in de factsheet BredeWelvaart van het CBS. Voor een lerende overheid is het belangrijk om hierelk jaar kennis van te nemen, en dit mee te nemen in het opstellen vannieuw beleid. Brede welvaartsindicatoren vormen hiermee belangrijkeinput in het beleidsproces, maar zijn geen uitkomstmaten waar explicietop wordt gestuurd, noch hanteert het kabinet streefwaarden voor deindicatoren die zijn opgenomen in de factsheet Brede Welvaart.5. Arbeidsmarktkrapte De commissie vraagt de Minister te reflecteren op de uitdaging diearbeidsmarktkrapte en het tekort aan IV-capaciteit vormen voor deBelastingdienst en de Dienst Toeslagen.De personele bezetting van zowel de Belastingdienst als Dienst Toeslagenstaat blijvend onder druk door taakuitbreidingen en intensiveringen,alsmede door de (structurele) krappe arbeidsmarkt en de verderoplopende pensioen- en reguliere uitstroom. Dit geldt nog meer voorIV-functies. Om kritisch (IV) personeel blijvend te kunnen aantrekken enbehouden, zetten de Belastingdienst en Dienst Toeslagen in op eenintensievere (pre)arbeidsmarktbenadering, werving en opleidingstra-jecten. Daarnaast wordt geïnvesteerd in vitaliteit en vakmanschap vanonze medewerkers en het minder arbeidsintensief organiseren van onzewerk- en IV-processen.6. Risicoparagraaf De commissie vraagt of en in hoeverre de Minister bereid is de Rijksbe-grotingsvoorschriften aan te vullen met een risicoparagraaf per beleidsar-tikel voor beleidsmatige risico’s met bijvoorbeeld risicomatrices? En zoniet, waarom niet?Iedere vakminister is verantwoordelijk voor het behalen van beleidsdoel-stellingen en daarmee om aandacht te schenken aan mogelijke debeleidsrisico’s die het behalen van de doelstellingen in de weg staan. Dezerisico’s kunnen worden benoemd in de beleidsagenda en het beleids-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 287 verslag. In de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt reedsgerapporteerd over bedrijfsvoeringsrisico’s, M&O, fraude en corruptie. Opdiverse plaatsen wordt dus al ingegaan op (beleidsmatige) risico’s.De rapporteurs constateren dat de begroting conform rijksbegrotingsvoor-schriften wel gestructureerd inzicht geeft in de financiële risico’s vangarantieverplichtingen, maar niet in de risico’s voor de verwezenlijkingvan het voorgenomen beleid waaronder de belastinginkomsten. Hoeweldat laatste ook niet in de rijksbegrotingsvoorschriften is voorgeschreven,laat de Minister dit over aan de vakministers. De commissie verneemtgraag of ik als vakminister bereid ben, om voor mijn eigen begrotingFinanciën en Nationale Schuld van 2026 een risicoparagraaf per beleidsar-tikel voor beleidsmatige risico’s op te nemen? En zo niet, waarom niet?Ik hecht veel waarde aan het belang van identificeren, beheren enevalueren van risico’s. Ik zie echter geen toegevoegde waarde om dit nuper artikel op de begroting van Financiën toe te voegen. Op diverseandere momenten informeer ik hier reeds over. Dat zit onder andere inbehandeling van het Belastingplan, waarbij ik met uw Kamer in gesprekga over het voorgenomen beleid die belastinginkomsten raken. Ookinformeer ik u in de Miljoenennota, voor- en najaarsnota over deramingen en realisatie van de belastinginkomsten. Daarnaast worden opalle wetsvoorstellen ook uitvoeringstoetsen uitgebracht waarin aandachtis voor risico’s. Met betrekking tot andere financiële risico’s voor mijneigen begroting geldt dat er een overzicht met de risicoregelingen isopgenomen. Met betrekking tot (strategische) risico’s in de uitvoeringgeldt dat ik u hierover informeer via de jaarplannen van de Belasting-dienst, Douane en Toeslagen.Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.De Minister van Financiën,E. HeinenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 288
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.