KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op het advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) ‘Consequenties op de lange termijn van het oprichten van een alternatief tribunaal om de misdaad van agressie te berechten en andere mogelijkheden om de Russische president Poetin te berechten’

11 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 547ac810ae215bad · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 410 VVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Buitenlandse Zaken (V) voor hetjaar 2024Nr. 86 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juni 2024Naar aanleiding van uw verzoek hiertoe van 5 februari 2024, bied ik ubijgaand de kabinetsreactie aan op het advies van de Commissie vanadvies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV): «Advies over deconsequenties op de lange termijn van het oprichten van een alternatieftribunaal om de misdaad van agressie te berechten en andere mogelijk-heden om de Russische president Poetin te berechten» (nr. 45).De Minister van Buitenlandse Zaken,H.G.J. Bruins Slot kst-36410-V-86ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 V, nr. 861 Kabinetsreactie op het advies van de Commissie van Adviesinzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) «Consequentiesop de lange termijn van het oprichten van een alternatieftribunaal om de misdaad van agressie te berechten en anderemogelijkheden om de Russische president Poetin te berechten» 1. Inleiding Op 17 oktober 2023 heeft de Tweede Kamer de CAVV om advies gevraagdover de consequenties op de lange termijn van het oprichten van eenalternatief tribunaal om het misdrijf agressie te berechten en anderemogelijkheden om de Russische president Poetin te berechten (Bijlage bijKamerstuk 36 410 V, nr. 7). Op 24 januari 2024 heeft de CAVV het adviesvastgesteld (Kamerstuk 36 410 V, nr. 29). Op 5 februari heeft de TweedeKamer mij gevraagd om een reactie van het kabinet op dit advies.Op verzoek van de Tweede Kamer beantwoordt de CAVV in haar advies devolgende vijf vragen:1.Welke mogelijkheden biedt het internationaal recht om de Russischemisdaden in Oekraïne te vervolgen?2.Welke verschillende alternatieven zijn er om de Russische presidentPoetin te vervolgen?3.Wat is de mogelijke toegevoegde waarde of noodzaak van eenalternatief tribunaal inzake het misdrijf agressie?4.Wat is het nut en de noodzaak om het Statuut van Rome te amende-ren op artikel 15bis zodat het Internationaal Strafhof ook rechtsmachtkan uitoefenen over betrokken individuen t.a.v. agressie gepleegddoor een staat die geen partij is bij het Statuut, maar op het grondge-bied van een staat die dat wel is?5.Wat zijn de consequenties voor de internationale rechtsorde van hetoprichten van een agressietribunaal (in welke vorm dan ook)? Watzijn de verwachte effecten op het functioneren van het InternationaalStrafhof in het bijzonder?Bij het beantwoorden van deze vijf vragen bouwt de CAVV voort op haaradvies nr. 40 over uitdagingen bij de berechting van het misdrijf agressie(rechtsmacht en immuniteiten)1 en op advies nr. 43 ontwerpartikelen vande International Law Commission over immuniteit van staatsfunctiona-rissen ten aanzien van buitenlandse strafrechtsmacht.22. Kern van het CAVV-advies Vraag 1: Welke mogelijkheden biedt het internationaal recht om deRussische misdaden in Oekraïne te vervolgen?De CAVV zet uiteen dat misdrijven die worden gepleegd in de oorlogtussen Rusland en Oekraïne strafrechtelijk kunnen worden vervolgd doorhet Internationaal Strafhof (ISH), nationale autoriteiten of door een nog opte richten tribunaal.Ten aanzien van het ISH licht de CAVV toe dat – hoewel noch Ruslandnoch Oekraïne partij is bij het Statuut van Rome van het ISH (hierna: hetStatuut) – Oekraïne twee verklaringen heeft afgelegd in lijn met artikel 12,lid 3 van het Statuut, waarin het de rechtsmacht van het ISH aanvaardt tenaanzien van misdrijven gepleegd op zijn grondgebied sinds 21 november2013. Op basis hiervan heeft de Aanklager van het ISH een onderzoekgeopend met betrekking tot mogelijke oorlogsmisdrijven, misdrijven1CAVV, Uitdagingen bij de berechting van het misdrijf agressie: rechtsmacht en immuniteiten,Advies 40, 12 september 2022.2CAVV, Advies inzake de ontwerpartikelen van de International Law Commission overimmuniteit van staatsfunctionarissen ten aanzien van buitenlandse strafrechtsmacht, Advies43, 30 juni 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 V, nr. 862 tegen de menselijkheid of genocide gepleegd in Oekraïne sinds diedatum, in het kader waarvan inmiddels aanhoudingsbevelen zijnuitgevaardigd tegen verschillende Russische gezagsdragers, waaronderpresident Poetin. Zoals de CAVV al heeft opgemerkt in advies nr. 40, kanhet ISH echter geen rechtsmacht uitoefenen met betrekking tot hetmisdrijf agressie in deze context. Dit omdat het in het Statuut voorzienerechtsmachtsregime ten aanzien van het misdrijf agressie afwijkt van hetregime ten aanzien van de andere misdrijven waarover het ISH rechts-macht heeft (hierover meer onder vraag 4).Ten aanzien van berechting voor nationale rechtbanken, licht de CAVV toedat de in Oekraïne gepleegde misdrijven kunnen worden berecht voorOekraïense rechtbanken. Ook andere landen kunnen deze misdrijvenberechten op basis van het (actief of passief) personaliteitsbeginsel of hetuniversaliteitsbeginsel. De CAVV merkt op dat inmiddels meerderepersonen daadwerkelijk zijn vervolgd en veroordeeld door Oekraïenserechtbanken voor oorlogsmisdrijven en agressie gepleegd in Oekraïne, endat ook enkele andere landen onderzoeken gestart zijn. Evenals in adviesnr. 40 wijst de CAVV erop dat er verschillende visies bestaan overdergelijke uitoefening van rechtsmacht over het misdrijf agressie opnationaal niveau door andere landen dan de agressor-staat. De CAVVroept echter in herinnering dat er meerdere gronden zijn voor uitoefeningvan rechtsmacht over internationale misdrijven, waaronder het misdrijfagressie. In Nederland bestaat op basis van de Wet InternationaleMisdrijven universele rechtsmacht over het misdrijf agressie, voor zoverde verdachte op het grondgebied van Nederland aanwezig is.Vraag 2: Welke verschillende alternatieven zijn er om de Russischepresident Poetin te vervolgen?De CAVV zet uiteen dat het ISH rechtsmacht kan uitoefenen over presidentPoetin en wijst erop dat het reeds een aanhoudingsbevel tegen hem heeftuitgevaardigd. De CAVV licht toe dat een beroep op immuniteit voor hetISH niet mogelijk is en dat de beroepskamer van het ISH in 2019 heeftgeoordeeld dat deze regel van internationaal-gewoonterechtelijke aard isen ook geldt voor staatshoofden van staten die geen partij zijn bij hetStatuut. De CAVV roept in herinnering dat het in advies nr. 40 nietovertuigd was van het bestaan van een dergelijke regel van internationaalgewoonterecht, maar noemt het onwaarschijnlijk dat het ISH op dezebeslissing zal terugkomen.Daarnaast zet de CAVV uiteen dat president Poetin in beginsel niet kanworden vervolgd voor de nationale rechtbanken van Oekraïne dan weleen ander land zolang hij in functie is. Dit is in lijn met de beslissing vanhet Internationaal Gerechtshof (IGH) in de Arrest Warrant zaak, waarin hetbepaalde dat zittende staatshoofden, regeringsleiders en Ministers vanBuitenlandse Zaken absolute persoonlijke immuniteit genieten van destrafrechtelijke jurisdictie van andere staten, ook waar het gaat om deberechting van internationale misdrijven.De CAVV stelt dat dit mogelijk verandert zodra Poetin geen president meeris, omdat hij dan geen persoonlijke immuniteit meer geniet. De CAVVroept in herinnering dat het in advies nr. 43 uit 2023 heeft gesteld datfunctionele immuniteit van staatsfunctionarissen niet van toepassing is opmisdrijven onder internationaal recht waarvoor individuele aansprake-lijkheid en universele rechtsmacht onder internationaal gewoonterechtaanvaard zijn. Tegelijkertijd heeft de CAVV in advies nr. 40 gesignaleerddat universele rechtsmacht ten aanzien van het misdrijf agressie contro-versieel is. De CAVV stelt dat een en ander in ieder geval zou kunnenbetekenen dat president Poetin na afloop van zijn ambtstermijn geenberoep op functionele immuniteit toekomt voor berechting door buiten-landse rechtbanken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 V, nr. 863 Vraag 3: Wat is de mogelijke toegevoegde waarde of noodzaak van eenalternatief tribunaal inzake het misdrijf agressie?De CAVV is van oordeel dat, hoewel het ISH reeds vervolging heeftingesteld wegens andere in Oekraïne gepleegde internationale misdrijven,vervolging van het misdrijf agressie tegen Oekraïne door een alternatieftribunaal een belangrijke toegevoegde waarde heeft. Volgens de CAVVgeeft de oprichting van een dergelijk tribunaal een belangrijk signaal afdat het in artikel 2, lid 4 van het Handvest van de Verenigde Naties (VNHandvest) neergelegde geweldsverbod niet ongestraft geschonden kanworden. Ook dwingt de vervolging van het misdrijf agressie de agressorertoe rekenschap af te leggen voor leed dat niet als een ander internati-onaal misdrijf kwalificeert; de CAVV noemt bijvoorbeeld het leedberokkend aan Oekraïense strijders.De CAVV stelt zich ervan bewust te zijn dat de pleitbezorgers van eenspeciaal tribunaal voor de berechting van het misdrijf agressie tegenOekraïne zich blootstellen aan de beschuldiging van hypocrisie, nueerdere vermeende daden van agressie niet werden vervolgd. Volgens deCAVV kan de oprichting van een agressietribunaal echter de weg bereidenvoor een meer consistente vervolging van agressie, zeker nu er sinds 2010een duidelijke definitie van agressie bestaat in artikel 8bis van het Statuut.In samenhang met amendering van het Statuut, kan de oprichting van eendergelijk tribunaal volgens de CAVV een belangrijk precedent scheppen.De CAVV spreekt zich niet uit over de precieze vorm die een alternatieftribunaal zou kunnen aannemen. Wel wijst de CAVV er, evenals in adviesnr. 40, op dat een tribunaal dat niet mede is opgericht door de thuisstaatvan de verdachte en dat geen basis heeft in Hoofdstuk VII van het VNHandvest, de persoonlijke immuniteit van zittende staatshoofden,regeringsleiders en Ministers van Buitenlandse Zaken moet respecteren.Dit neemt voor de CAVV niet weg dat een alternatief tribunaal wel anderepersonen, die geen persoonlijke immuniteit genieten, zou kunnenvervolgen.Vraag 4: Wat is het nut en de noodzaak om het Statuut te amenderen opartikel 15bis zodat het Internationaal Strafhof ook rechtsmacht kanuitoefenen over betrokken individuen t.a.v. agressie gepleegd door eenstaat die geen partij is bij het Statuut, maar op het grondgebied van eenstaat die dat wel is?De CAVV zet uiteen dat het in het Statuut voorziene rechtsmachtsregimevan het ISH over het misdrijf agressie op een aantal punten afwijkt van hetregime dat geldt ten aanzien van de overige internationale misdrijvenwaarover het ISH rechtsmacht heeft. Allereerst is de «derdenwerking» vande rechtsmacht van het ISH uitgesloten ten aanzien van het misdrijfagressie. De CAVV licht toe dat het ISH alleen rechtsmacht heeft over hetmisdrijf agressie wanneer de herkomststaat van de verdachten partij is bijhet Statuut, en dus niet in gevallen waarin de agressie is gepleegd dooronderdanen van een staat die geen partij is bij het Statuut op het territoirvan een staat die wel partij is – zoals het geval is bij de overige interna-tionale misdrijven waarover het ISH rechtsmacht heeft. Ten tweede is inartikel 15bis, lid 4 van het Statuut een opt-out-mogelijkheid gecreëerd tenaanzien van de uitoefening van rechtsmacht door het ISH over het misdrijfagressie voor staten die partij zijn bij het Statuut. Ten derde is afstemmingmet de VN-Veiligheidsraad vereist alvorens de Aanklager kan overgaan toteen proprio motu onderzoek (een onderzoek op eigen initiatief) naar eensituatie van agressie.De CAVV merkt op dat het beperkte rechtsmachtsregime ten aanzien vanhet misdrijf agressie ter discussie staat sinds de oorlog in Oekraïne. Er zijnvoorstellen gedaan om de rechtsmachtsregeling ten aanzien van datmisdrijf gelijk te schakelen met het reguliere rechtsmachtsregime onderTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 V, nr. 864 artikel 12 van het Statuut, met name door het schrappen van de bepalingdie de derdenwerking voor niet-verdragspartijen uitsluit. De CAVV achteen dergelijke verruiming en gelijkschakeling van het rechtsmachtsregimeten aanzien van agressie wenselijk. De CAVV merkt op dat de opdrachtvan het ISH om «een einde te maken aan de straffeloosheid van dedaders» van (internationale) misdrijven geldt ten aanzien van allemisdrijven onder de rechtsmacht van het ISH. De wijziging van hethuidige beperkte rechtsmachtsregime is volgens de CAVV van belang omde uitzonderingspositie die het misdrijf agressie inneemt onder hetStatuut te beëindigen en dit misdrijf op gelijke voet te behandelen metoorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en genocide. Voorde CAVV is het nut en de noodzaak van aanpassing van artikel 15bis vanhet Statuut er dan ook in gelegen dat het agressie gelijkschakelt aanandere internationale misdrijven en de onenigheid over het huidigerechtsmachtsregime ten aanzien van agressie beëindigt.Vraag 5: Wat zijn de consequenties voor de internationale rechtsorde vanhet oprichten van een agressietribunaal (in welke vorm dan ook)? Wat zijnde verwachte effecten op het functioneren van het Internationaal Strafhofin het bijzonder?De CAVV is van oordeel dat het steunen van een initiatief tot oprichtingvan een speciaal agressietribunaal gepaard dient te gaan met het steunenvan voorstellen tot amendering van de huidige rechtsmachtsregeling tenaanzien van agressie onder het Statuut – het zogenaamd «tweesporen-beleid». Door het volgen van een dergelijk tweesporenbeleid kantegemoet worden gekomen aan de, reeds in advies nr. 40 beschreven,kritiek van selectieve toepassing van het internationaal recht en aan dekritiek dat het oprichten van een speciaal agressietribunaal het ISH zouondermijnen.De oprichting van een speciaal agressietribunaal dient volgens de CAVV teworden benaderd als een tussenstap, in afwachting van volledigerechtsmacht van het ISH, om de huidige lacune ten aanzien van demogelijkheid tot berechting van het misdrijf agressie te vullen. Het volgenvan een tweesporenbeleid versterkt volgens de CAVV zowel de legitimiteitvan het speciaal agressietribunaal als het ISH, dat uiteindelijk het meestgeschikte instituut is voor de vervolging en berechting van het misdrijfagressie. De CAVV benadrukt daarbij wel het belang van het maken vanafspraken over samenwerking en werkverdeling tussen een mogelijkagressietribunaal en het ISH. Ten slotte merkt de CAVV ook op dat hetsteunen van de verruiming van het rechtsmachtsregime van het ISH totgevolg kan hebben dat het Statuut in meer gevallen van toepassing kanworden op Nederlandse overheidsfunctionarissen, wanneer Nederlanddeelneemt aan militaire operaties die niet zijn te kwalificeren als zelfverde-diging in de zin van het VN-Handvest, dan wel zonder machtiging van deVN-Veiligheidsraad worden uitgevoerd.33. Kabinetsreactie op het advies 3.1 Inleiding Met waardering heeft het kabinet kennisgenomen van het advies van deCAVV. Het kabinet merkt op dat dit advies aansluit bij, en voortbouwt op,de eerdere adviezen van de CAVV over rechtsmacht en immuniteiten bijde berechting van het misdrijf agressie (nr. 40) en over de ontwerparti-kelen van de International Law Commission over immuniteit vanstaatsfunctionarissen ten aanzien van buitenlandse strafrechtsmacht3Zie CAVV Advies 45, p.10 en voetnoot 51.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 V, nr. 865 (nr. 43). In zijn reactie op dit advies zal het kabinet dan ook voortbouwenop zijn eerdere reacties op die twee adviezen.43.2 Bestaande mogelijkheden voor het vervolgen van het misdrijf agressietegen Oekraïne De CAVV stelt vast dat zowel het ISH als nationale rechters internationalemisdrijven kunnen berechten die worden gepleegd in de oorlog tussenRusland en Oekraïne, en dit ook al doen. De CAVV stelt echter ook vastdat, ten aanzien van het misdrijf agressie, een afwijkend – en beperkter –rechtsmachtsregime bestaat onder het Statuut dan ten aanzien vanandere internationale misdrijven, als gevolg waarvan het ISH geenrechtsmacht kan uitoefenen over het misdrijf agressie tegen Oekraïne.Nationale rechters kunnen volgens de CAVV wel rechtsmacht uitoefenenover deze agressie, op basis van – in het geval van Oekraïne – hetterritorialiteitsbeginsel en op basis van het (actief en passief) personali-teitsbeginsel en het universaliteitsbeginsel. Het kabinet onderschrijft dezeconclusies.Hoewel er verschillende gronden zijn waarop nationale rechtbankenrechtsmacht kunnen uitoefenen over het misdrijf agressie, is het kabinet –met de CAVV – van oordeel dat deze rechtsmacht ten aanzien van hetzittend staatshoofd, evenals de zittende regeringsleider en de zittendeMinister van Buitenlandse Zaken, wordt beperkt door persoonlijkeimmuniteit. Het kabinet sluit op dit punt aan bij zijn eerdere opmerkingenover persoonlijk immuniteit bij nationale berechting in zijn reacties opadvies nr. 43 en advies nr. 40 van de CAVV.Met de CAVV is het kabinet verder van oordeel dat de persoonlijkeimmuniteit van het staatshoofd, van de regeringsleider en van de Ministervan Buitenlandse Zaken komt te vervallen op het moment dat hunambtstermijn is beëindigd, of indien de herkomststaat afstand vanimmuniteit doet. Wel geniet een voormalig staatshoofd, regeringsleider ofMinister van Buitenlandse Zaken functionele immuniteit voor handelingenverricht in officiële hoedanigheid tijdens diens ambtstermijn. De CAVVmerkt op dat er controverse bestaat over de vraag of functioneleimmuniteit van toepassing is op het misdrijf agressie. De CAVV conclu-deert dat een en ander in ieder geval zou kunnen betekenen dat Poetin naafloop van zijn ambtstermijn kan worden vervolgd door nationalerechtbanken voor besluiten die hebben geleid tot internationalemisdrijven, waaronder het misdrijf agressie. Het kabinet deelt dezeconclusie. Volgens het kabinet staan functionele immuniteiten niet zondermeer in de weg van strafrechtelijke vervolging op nationaal niveau vaninternationale misdrijven. Dit sluit ook aan op hetgeen hierover in dememorie van toelichting bij de Wet internationale misdrijven isopgenomen.5 Hierbij dient te worden opgemerkt dat het uiteindelijkeoordeel over deze vraag aan de rechter is.Ten slotte merkt de CAVV op dat, volgens de uitspraak van de beroeps-kamer van het ISH in de Al Bashir zaak, een beroep op immuniteit –waaronder de persoonlijke immuniteit van een zittend staatshoofd – nietmogelijk is voor het ISH. Het ISH kan dus volgens het Hof zelf rechtsmachtuitoefenen ten aanzien van president Poetin, wat ook blijkt uit deuitvaardiging van het arrestatiebevel tegen hem. Het kabinet erkent datdeze interpretatie van het ISH voor verdragspartijen een gegeven is enverplichtingen jegens het Hof met zich brengt ten aanzien van desamenwerking met het ISH bij de aanhouding en overlevering vanverdachten. Tegelijkertijd onderkent het kabinet dat dit kan leiden tot eensituatie waarin er conflicterende internationaalrechtelijke verplichtingen4Respectievelijk Kamerstukken II 2023/24, 36 410 V, nr. 13 en Kamerstukken II 2023/24, 36 410 V,nr. 20.5Zie Kamerstukken II 2001/02, 28 337, nr. 3, pp. 19–23.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 V, nr. 866 rusten op een verdragspartij, aangezien deze onder internationaalgewoonterecht verplicht is de persoonlijke immuniteit van een zittendstaatshoofd, regeringsleider of Minister van Buitenlandse Zaken terespecteren. Zulks is ook reeds onderkend in de memorie van toelichtingbij de Wet internationale misdrijven, waarin is aangestipt dat het in zo’ngeval in eerste instantie aan het ISH zal zijn om zich over de mogelijkeimmuniteit een oordeel te vormen en na te gaan of het zijn verzoek jegensde aangezochte staat kan handhaven.6 Zoals hierboven reeds uiteengezet,kan het ISH echter geen rechtsmacht uitoefenen over president Poetin, ofover andere Russische functionarissen, voor het misdrijf agressie.3.3 Nut en noodzaak van een speciaal agressietribunaal De CAVV ziet een duidelijke meerwaarde voor een speciaal agressietri-bunaal. Deze is er voor de CAVV in gelegen dat de oprichting van eendergelijk tribunaal het geweldsverbod in het interstatelijk verkeer, zoalsneergelegd in artikel 2, lid 4 van het VN Handvest, verstevigt en de wegkan bereiden voor een meer consistente vervolging van het misdrijfagressie en voor aanpassing van het Statuut (waarover meer in paragraaf3.4). Het kabinet deelt deze visie.In zijn reactie op advies nr. 40 van de CAVV, heeft het kabinet de onmoge-lijkheid voor het ISH om rechtsmacht uit te oefenen over de Russischeagressie omschreven als «een lacune» ten aanzien van de situatie inOekraïne. Deze kwalificatie acht het kabinet nog altijd van toepassing. Omdeze lacune te dichten zet Nederland zich ervoor in om andere mogelijk-heden van berechting van het misdrijf agressie te verkennen, in hetbijzonder via een speciaal agressietribunaal. Nederland neemt actief deelaan discussies over het oprichten van een dergelijk tribunaal, dievoornamelijk plaatsvinden in de kerngroep van meer dan 30 landen. In hetkader van deze discussies heeft het kabinet zich bereid verklaard omgastvrijheid te verlenen aan het op te richten agressietribunaal mits daar(a) brede internationale politieke en financiële steun voor is, (b) het dewerkzaamheden van het ISH niet zal ondermijnen en (c) er voldoendecapaciteit is voor Nederland als gastland, waaronder voldoende financiëledekking, om zo’n tribunaal te huisvesten.De CAVV merkt verder op dat persoonlijke immuniteit naar huidiginternationaal recht een obstakel vormt voor vervolging van presidentPoetin door een speciaal agressietribunaal. Wat dat aangaat blijft hetkabinet bij zijn standpunt dat het opzijzetten van persoonlijke immuniteitdoor andere tribunalen dan het ISH voldoende moet worden gedragendoor de internationale gemeenschap.7Ten slotte merkt de CAVV op dat het voor de integriteit en geloofwaar-digheid van het internationaal recht nodig is dat Nederland zich nu en inde toekomst ook hard maakt voor de berechting van het misdrijf agressie,ook als de agressor een bondgenoot is. Het kabinet sluit zich hierbij aanen onderstreept dat ernstige en grootschalige mensenrechtenschen-dingen en internationale misdrijven als agressie, oorlogsmisdrijven,misdrijven tegen de menselijkheid en genocide niet onbestraft mogenblijven, ongeacht waar en door wie zij worden gepleegd. Het kabinetmerkt op dat de Nederlandse inzet voor Oekraïne past binnen het bredereNederlandse beleid van bevordering van accountability voor interna-tionale misdrijven wereldwijd.8 Door de verantwoordelijken voor de6Kamerstukken II 2001/02, 28 337, nr. 3, p. 23.7Zie hierover de Kabinetsreactie op advies nr. 40 van de CAVV over «uitdagingen bij deberechting van het misdrijf agressie: rechtsmacht en immuniteiten», Kamerstukken II 2023/24,36 410 V, nr. 13, p. 8.8Zie hierover de Beleidsnota Mensenrechten – Democratie – Internationale Rechtsorde, bijlagebij de brief van de Ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking aan uw Kamer d.d. 30 juni 2023, Kamerstukken II 2022/23, 32 735, nr. 370.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 V, nr. 867 meest ernstige schendingen van het internationaal recht ter verant-woording te roepen en straffeloosheid tegen te gaan, draagt Nederland bijaan het effectief functioneren van de internationale rechtsorde, hetnaleven van de mensenrechten en genoegdoening voor slachtoffers. Hetkabinet is daarbij van mening dat Nederland, als gastland van verschil-lende internationale strafhoven en tribunalen, met Den Haag als stad vanvrede en recht, een bijzondere rol op zich heeft genomen waarbij hetpassend is bepaalde verantwoordelijkheden te nemen.3.4 Tweesporenbeleid en de consequenties van het oprichten van eenspeciaal agressietribunaal voor de internationale rechtsorde Voor de CAVV is aanpassing en verruiming van het rechtsmachtsregimeten aanzien van het misdrijf agressie onder artikel 15bis van het Statuutwenselijk, om zo het mandaat van het ISH te versterken en het misdrijfagressie gelijk te schakelen met andere internationale misdrijven. Volgensde CAVV kan het initiatief tot oprichting van een speciaal agressietribunaalvoor Oekraïne een positief effect hebben op de internationale rechtsorde,en op het functioneren van het ISH in het bijzonder, zolang het gepaardgaat met het steunen van voorstellen tot amendering van het Statuutlangs deze lijn – een zogenaamd «tweesporenbeleid». Het kabinet begrijptdie redenering.Het kabinet benadrukt nogmaals dat het nut en de noodzaak van deoprichting van een speciaal agressietribunaal voor het kabinet gelegen isin het vullen van de bestaande lacune in de situatie ten aanzien vanOekraïne als gevolg van de onmogelijkheid van uitoefening van rechts-macht door het ISH. Het kabinet benadrukt daarnaast dat Nederland zichvanaf het begin van de onderhandelingen over het Statuut in de jaren «90van de vorige eeuw een voorstander heeft betoond van het toekennen vandezelfde rechtsmacht aan het ISH over het misdrijf agressie als over deoverige drie in het Statuut opgenomen internationale misdrijven. Ditstandpunt is ongewijzigd en het kabinet blijft dit zowel in bilateraal als inmultilateraal verband uitdragen.Het kabinet merkt op dat, met het oog op de Review Conference die in2025 zal plaatsvinden,9 de discussie over de aanpassing van artikel 15bisvan het Statuut de komende maanden in diverse gremia zal wordengevoerd.10 Duitsland heeft in dit verband het initiatief genomen door hetoprichten van de Group of Friends for the Strengthening of the ICC’sJurisdiction over the Crime of Aggression. In lijn met het hierbovengenoemde consistente standpunt van de regering ten aanzien van hetrechtsmachtsregime van het ISH over het misdrijf agressie, neemtNederland hieraan deel. Voor het kabinet biedt deze Group of Friends degelegenheid om een beeld te vormen van het internationale krachtenveldten aanzien van de mogelijke aanpassing van artikel 15bis van het Statuut.4. Conclusie Het kabinet uit zijn waardering voor de grondige analyse door de CAVVvan de consequenties op lange termijn van het oprichten van eenalternatief tribunaal om het misdrijf agressie te berechten. In aanvullingop hetgeen de CAVV reeds heeft opgemerkt in advies nr. 40, biedt deze9In 2010 heeft de Review Conference in Kampala besloten om de amendementen inzake hetmisdrijf agressie zeven jaar na het begin van de uitoefening van rechtsmacht door hetInternationaal Strafhof ter zake van dit misdrijf te evalueren. Aangezien het Strafhof sinds 2018rechtsmacht uitoefent ter zake van het misdrijf agressie, zal artikel 15bis in 2025 moetenworden geëvalueerd. Zie paragraaf 4 van Resolutie RC/Res.6 (2010).10Zie hierover ook de recente antwoorden op de vragen van het lid Brekelmans aan de Ministersvan Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid over de Kamerbrief over de inzet voor dejaarlijkse Vergadering van verdragspartijen van het Statuut van Rome, Aanhangsel Hande-lingen II, vergaderjaar 2023/24, nr. 1212 .Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 V, nr. 868 analyse verdere verheldering en concretisering van de kaders voor deNederlandse inzet ten aanzien van de vervolging en berechting van hetmisdrijf agressie. Zo ziet de CAVV een duidelijke meerwaarde in deoprichting van een speciaal agressietribunaal, dat volgens de CAVV eenpositief effect kan hebben op de internationale rechtsorde. Het kabinetleest hierin steun voor de actieve rol die Nederland reeds speelt in dediscussie over de oprichting van een dergelijk tribunaal. Tegelijkertijdbiedt het advies handvatten voor de verdere gedachtenontwikkeling overde plaats van een dergelijk tribunaal in de internationale rechtsorde en, inhet bijzonder, over de te verwachten effecten ervan op het functionerenvan het ISH. De CAVV benadrukt dat de oprichting van een speciaalagressietribunaal met name dan een positief effect kan hebben op hetfunctioneren van het ISH, wanneer dit gepaard gaat met steun voorvoorstellen tot de verruiming van het rechtsmachtsregime ten aanzien vanhet misdrijf agressie onder het Statuut. Dit sluit aan bij het bestaande enconsequent uitgedragen Nederlandse standpunt ten faveure van hettoekennen van rechtsmacht aan het ISH over het misdrijf agressie opgelijke voet met de andere drie in het Statuut opgenomen internationalemisdrijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 V, nr. 869

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 20fe5eca7e1396cb

14 okt 2026 · 4248a752214025c1

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.