KamerkringInloggen
Kamerbrief

Eindverslag verkenning mondzorg – Project vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen

16 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a6c774cfdd71b130 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 620Beleidsdoelstellingen op het gebied vanVolksgezondheid, Welzijn en SportNr. 292 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 mei 2024In mijn brief van 23 december 2023 over Stand van zaken project«Vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen» 1 heb ik,mede namens de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioen,toegezegd uw Kamer voor de zomer van 2024 het eindverslag van ditproject toe te sturen. Het project «Vermindering mijding mondzorg omfinanciële redenen» is een samenwerking van het Ministerie van VWS, hetMinisterie van SZW, de Mondzorgalliantie2, Divosa, VNG, ZN en Patiën-tenfederatie Nederland. Dit project is organisatorisch onderdeel van de«Aanpak geldzorgen, armoede en schulden»3, waarbij VWS de trekkersrolvoor dit onderdeel op zich heeft genomen. In deze brief informeer ik u,mede namens de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioen,over het eindverslag van het project waarin de projectgroep rapporteertover de uitkomsten van de verkenning van de problematiek en mogelijkeoplossingsrichtingen.Samenvatting eindverslagIn totaal blijkt dat circa 1,4 mln volwassenen in Nederland niet ten minsteom de twee jaar naar de tandarts gaan. Dit leidt niet bij iedereen totproblemen. De gevoeligheid van het gebit voor mondziekten is afhankelijkvan de predepositie (bijvoorbeeld de sterkte van het glazuur) en demondhygiëne.Op basis van een onderzoek door onderzoeksbureau Gupta4 in opdrachtvan Zorgverzekeraars Nederland is de nieuwe inschatting dat ca. 640.000volwassenen de mondzorg mijden om financiële redenen. Frequentspelen andere redenen mee, zoals angst (bij ca. 426.000 volwassenen),1Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 620, nr. 2902Samenwerking van KNMT, NVM-mondhygiënisten en ONT.3Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 24 515, nr. 6434Gupta, Onderzoek toegankelijkheid mondzorg, 2023 kst-32620-292ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 620, nr. 2921 gebrek aan besef van urgentie (bij ca. 355.000 volwassenen), ontevre-denheid over zorg, moeite met navigeren in de zorg en een andere kijk ophet belang van preventieve zorg. Daarbij zien de in dit project samenwer-kende partijen de verdeling van de beschikbare capaciteit aan mondzorg-verleners als belangrijk bijkomend vraagstuk.De partijen zien de volgende met elkaar samenhangende oplossingsrich-tingen:1.Verbeter de financiële toegankelijkheid van de mondzorg: de partijenadviseren hiervoor het voorstel voor een landelijke aanvullendemondzorgverzekering / regeling uit te werken op basis van dehandreiking (acute en) noodzakelijke mondzorg voor financieelkwetsbare mensen. Pakketmaatregelen (zonder mitigerende maatrege-len) worden door sommige partijen gezien als een te grove maatregelmet forse financiële impact en ook de nodige volumerisico’s.2.Versterk het sociaal vangnet: geen enkele landelijke maatregel zal deproblematiek volledig wegnemen. Een gemeentelijk – en maatschap-pelijk vangnet, ofwel een sociaal vangnet, zeker voor mondzorgkosten,blijft daarom nodig. Rijksbijdragen kunnen hierbij helpen.3.Geef mondzorg hernieuwde aandacht in de publieke gezondheid: deverbeteringen in de mondgezondheid vanaf de jaren ’70 waren medehet resultaat van de aandacht voor mondgezondheid in de publiekegezondheidszorg en de samenwerking tussen organisaties gericht opmondgezondheidszorg en de publieke gezondheidszorg. Een her-nieuwde aandacht voor mondgezondheid is nodig, bijvoorbeeld doordoelgroepgerichte voorlichting, betere informatievoorziening aanhulpverleners, mondzorg als onderdeel van de preventieketens enmeer aandacht voor de mondgezondheid van de jeugd.Daarnaast stellen de Mondzorgalliantie en zorgverzekeraars dat hetvoorwaardelijk is om de opleidingscapaciteit mondzorg breed uit tebreiden én daarnaast rekening te houden met betere spreiding naar deregio’s. Spreiding kan aanvullend worden gerealiseerd door een praktijk-ervaringsjaar aan de opleiding Tandheelkunde toe te voegen, waarinstudenten ingezet kunnen worden in praktijken (evenwichtig) verspreidover het hele land.De uitwerking van de landelijke oplossingsrichtingen kost tijd. Desamenwerkende partijen starten daarom met een pilot met tiengemeenten en drie zorgverzekeraars. De gemeentepolis, communicatie ende zogenaamde «Compassie Netwerken» (in samenwerking met Doktersvan de Wereld) hebben daarin een centrale rol.Reactie op het eindverslagIn de eerste plaats wil ik de samenwerkende partijen bedanken voor huninspanningen om de problematiek en mogelijke oplossingsrichtingen teverkennen. Ik constateer een duidelijke gezamenlijke ambitie om te blijvenwerken aan een toegankelijke mondzorg voor iedereen. Ik deel dezeambitie volledig. Het is niet acceptabel dat mensen onnodig te makenkrijgen met mondziekten en/of hier te lang mee blijven rondlopen.Mensen kunnen door de pijn niet meer goed eten. Ze schamen zich,waardoor ze niet durven te lachen in gezelschap of niet durven tesolliciteren.Het is aan een volgend kabinet om passende maatregelen te nemen. Dit isniet gemakkelijk. Er is geen eenvoudige maatregel en het probleem vanmijding van mondzorg is multifactorieel. Onder andere, omdat opvoorhand de bredere kosten en baten van maatregelen nooit helemaal inbeeld kunnen worden gebracht, zo is gebleken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 620, nr. 2922 De keuze voor pakketmaatregelen kent (zeker zonder mitigerendemaatregelen) grote volume risico’s, waardoor de zorg onbetaalbaar dreigtte worden. Ook heeft opname in het basispakket een premie-opdrijvendeffect. Daarnaast wordt de financieel kwetsbare doelgroep niet geholpenwanneer het eigen risico op mondzorg in het basispakket van toepassingzou zijn.Een gerichtere aanvullende zorgverzekering/regeling voor financieelkwetsbaren vraagt nog nadere uitwerking. Ik ben positief over de ambitievan Zorgverzekeraars Nederland en de Mondzorgalliantie om dit voorsteltechnisch verder uit te werken. Tegelijk is Zorginstituut Nederlandgevraagd om te adviseren over eventuele pakketmaatregelen. Dezeverkenning wordt mede uitgevoerd met het oog op de ontwikkelingen vanhet Verbeteren en Verbreden van de Toets op het Basispakket (VVTB) ende grotere beweging van een sterke, integrale eerste lijn en passendezorg, zoals onder meer vastgelegd in het IZA en het programma Wonen,Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO). Uw Kamer wordtgedurende het onderzoek op de hoogte gesteld van de tussentijdseresultaten.De projectgroep doet het voorstel om te investeren in meer opleidings-plaatsen conform de adviezen van het Capaciteitsorgaan voor deopleidingen Mondzorgkunde en Tandheelkunde, in combinatie met detoevoeging van een praktijkervaringsjaar aan de opleiding Tandheelkundeen meer spreiding over het land. Ik ben het eens met de noodzaak om deopleidingscapaciteit Tandheelkunde uit te breiden. Dit kabinet heeft eerderbekend gemaakt5het minimumadvies van het Capaciteitsorgaan voorTandheelkunde en Mondzorgkunde stapsgewijs op te volgen. Het is aaneen volgend kabinet de genoemde voorstellen te wegen als onderdeel vande inspanningen om de mijding van mondzorg te verminderen.Ik deel de aanbeveling van de projectgroep om de mondgezondheid enmondzorg hernieuwde aandacht te geven in de publieke gezondheid. Ikmerk op dat met de betaaltitel voor mondzorgcoaches in de jeugdgezond-heidszorg (voor kinderen van 0–4 jaar), waarover gesproken wordt met deberoepsroepen, hier stappen mee wordt gezet. Het is aan een volgendkabinet om eventueel verder invulling te geven aan deze aanbeveling.Tot slot zie ik uit naar de uitkomsten van de gestarte pilot met gemeentenen zorgverzekeraars. Het is goed om ook meteen te proberen om mensenin een kwetsbare financiële positie beter te helpen met de financiering vanhun mondzorg en niet langduriger trajecten af te wachten. Bovendien kande pilot waardevolle informatie opleveren voor de voorgestelde landelijkeregeling. Ik zal uw Kamer begin 2025 informeren over de uitkomsten vandeze pilot.MotiesIk wil in deze brief nog in gaan op twee moties. Met de motie Mohandis,Ellemeet, Van den Berg en Van den Hil6 wordt de regering verzocht ommet betrokken partijen in gesprek te gaan om te bevorderen dat kinderenuit risicogroepen via de jeugdgezondheidszorg in aanraking wordengebracht met mondzorg, bijvoorbeeld door middel van een regionaalcoördinator die aandacht heeft voor de rol van mondzorg in preventieveprogramma’s. Deze motie wordt afgedaan met het opnemen van aandachtvoor mondzorg in Kansrijke Start en met de betaaltitel voor mondzorg-5Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 282, nr. 5536Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 XVI, nr. 66Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 620, nr. 2923 coaches in de jeugdgezondheidszorg, waarover op dit moment met deberoepsgroepen wordt gesproken.Met de motie van Dijk en Drost7 is de regering verzocht om op kortetermijn met concrete voorstellen te komen om voor bepaalde groepen,zoals dak- en thuislozen, ongedocumenteerden en mensen in de prosti-tutie, de mondzorg te verbeteren. In reactie op deze motie verwijs ik naarhet eindverslag. Met name voor deze groepen is het belangrijk om hetsociale vangnet te versterken.De Minister voor Medische Zorg,P.A. Dijkstra7Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 33 578, nr. 105Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 620, nr. 2924

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 414e675a41f17d6d

14 okt 2026 · 4bcc5f65cfe86ff6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.