Voortgang vrij en veilig onderwijs
Brontekst
Versie 163d2d77b30291d9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 240Veiligheid op school31 293Primair Onderwijs31 289Voortgezet OnderwijsNr. 157 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 december 2024Een goede leeromgeving staat of valt met de veiligheid van de leerlingenen het personeel. Daarmee is veiligheid een randvoorwaarde voor goedonderwijs. Om deze veiligheid te borgen, zet ik niet alleen in op preventieen een positief pedagogisch klimaat, maar ook op het vergroten van hetzicht op de veiligheid zodat er sneller en gerichter wordt ingegrepenwanneer deze in het geding is. Daarbij dienen leerlingen, ouders enpersoneel ook de juiste ondersteuning te krijgen wanneer zij onveiligheidervaren.In het regeerprogramma is daarom opgenomen dat er een meldplicht bijde Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) wordt ingevoerd voorernstige incidenten, dat vertrouwenspersonen op school verplicht wordengesteld en dat de meld- en overlegplicht voor seksuele misdrijven bij devertrouwensinspectie wordt uitgebreid.1 Deze zaken zijn, samen met eenaantal andere maatregelen, opgenomen in het Wetsvoorstel vrij en veiligonderwijs dat ik recent aan de Raad van State heb voorgelegd teradvisering. Dit wetsvoorstel zal ik naar verwachting in het tweedekwartaal van 2025 aan uw Kamer aanbieden. De beoogde inwerking-treding is per 1 augustus 2026. Daarnaast heb ik u in de brief over hetHerstelplan kwaliteit funderend onderwijs op de hoogte gebracht van mijnplannen om, naast het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs, de continueVOG-screening in het onderwijs te realiseren en steviger in te zetten oppreventie door te onderzoeken hoe we scholen (verder) kunnen onder-steunen bij het versterken van een positief pedagogisch klimaat opschool.21Deze uitbreiding van de meld- en overlegplicht geldt ook voor het mbo en ho. De overigemaatregelen uit het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs beslaan alleen het funderendonderwijs.2Kamerstuk 29 240, nr. 138, p. 9–10. kst-29240-157ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1571 In het voorjaar stuur ik uw Kamer een brief over de stand van zaken vanhet herstelplan kwaliteit funderend onderwijs. Maar vooruitlopenddaarop, en als vervolg op een aantal moties en toezeggingen, ga ik in dezebrief in op een aantal zaken die samenhangen met preventie, waaronderpesten en online veiligheid. Ik vul de bestaande aanpak aan met hetversterken van de ondersteuning voor scholen op het gebied van agressieen criminaliteit, het stimuleren van dialoog tussen ouders, leerlingen enpersoneel over normen en waarden en het breed verspreiden vaninformatie over gegevensdeling. Daarnaast informeer ik u over de standvan zaken van de Landelijke Veiligheidsmonitor. Vóór de zomer van 2025stuur ik uw Kamer een volgende update van het volledige pakketmaatregelen rond vrij en veilig onderwijs.Pesten en online veiligheidPesten is nog steeds de meest voorkomende vorm van onveiligheid opscholen. In toenemende mate zien we ook dat pesten online voorkomt.Het is daarom belangrijk dat we leerlingen online weerbaar en mediawijsmaken. In de conceptkerndoelen van digitale geletterdheid is dan ookexpliciet aandacht voor veiligheid en privacy. Zo geven wij leerlingen dekennis die zij nodig hebben om veilig van sociale media gebruik te maken.Scholen kunnen daarbij ondersteuning krijgen van het Netwerk Media-wijsheid. Bovendien intensiveert Stichting School & Veiligheid haarondersteuning van scholen op het gebied van ontregelend online gedrag.Zo krijgen zij de handvatten om gericht in te grijpen, in samenwerking metouders en waar nodig politie. Daarnaast wordt gewerkt aan een actuali-satie van de Wegwijzer seksualiteit online.3 Daarin staan advies, stappen-plannen en meldpunten voor ouders en schoolteams om ongewenstesexting of shame-sexting aan te pakken. Jongeren van 13 tot 18 jaarkunnen op www.meldknop.nl terecht voor advies en informatie wanneerzij online onveiligheid ervaren. Scholen kunnen dit natuurlijk niet alleen.Ouders hebben de primaire verantwoordelijkheid om te waken over hetonline gedrag van hun kinderen. Niet alleen om te voorkomen dat zij hetslachtoffer worden van pesten, maar ook om te voorkomen dat zij zichdaar schuldig aan maken.Grondslag en verbetering Landelijke VeiligheidsmonitorTweejaarlijks wordt de Landelijke Veiligheidsmonitor (LVM) uitgevoerd omop landelijk niveau zicht te krijgen op de veiligheid op scholen inNederland. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de veiligheidsbelevingvan de leerlingen, maar worden ook het personeel en de schoolleidingbevraagd. Daarmee is dit de belangrijkste informatiebron voor de beleids-en besluitvorming over sociale veiligheid in het funderend onderwijs.Voor de zomer is uw Kamer op de hoogte gesteld van de noodzaak om hetafnemen van de LVM uit te stellen.4 Dat was nodig om te onderzoeken hoehet afnemen van de monitor in overeenstemming kan worden gebrachtmet de vereisten van de Algemene Verordening Gegevensbescherming(AVG). De verwachting was dat een jaar uitstel daarvoor genoeg tijd zouopleveren. Helaas blijkt dat niet zo te zijn. De enige manier om binnen dekaders van de AVG een volwaardige LVM te kunnen uitvoeren is door eenwettelijke grondslag te creëren om de benodigde persoonsgegevens teverwerken. Dat wetstraject is in gang gezet. Ik streef ernaar dezegrondslag per 1 januari 2027 in werking te laten treden, zodat het in het3Er zijn twee wegwijzers, één voor het po en één voor het vo. Deze zijn te vinden op dewww.rijksoverheid.nl.4Kamerstuk 29 240, nr. 138, p. 9–10.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1572 schooljaar 2027–2028 weer mogelijk is om de LVM uit te zetten. Tot die tijdis dat helaas niet mogelijk.Het is belangrijk dat er, ondanks het uitstel van de LVM, toch zicht is op deveiligheid van leerlingen. Ondanks de bovengenoemde belemmeringenzijn er manieren om toch enigszins zicht te houden op de veiligheid vanleerlingen op school. Het belangrijkste element is de jaarlijkse schoolmo-nitor leerlingveiligheid. Elke school moet jaarlijks de veiligheidsbelevingvan zijn leerlingen monitoren. Op basis daarvan kan de school waar nodighet veiligheidsbeleid aanpassen. De resultaten van deze monitor zijn nietbedoeld voor een landelijk beeld (daar is de LVM voor bedoeld), maarscholen moeten wel een korte weergave van de geaggregeerde resultatenvan de leerlingmonitor aan de inspectie sturen. Dat is bij lange na nietzo’n uitgebreid beeld als de LVM kan bieden. Maar op basis daarvan, enop basis van reguliere onderzoeken en alle ontvangen signalen, vormt deinspectie zich een beeld van de veiligheid op scholen. De inspectie neemtdit mee in het reguliere toezicht en rapporteert erover in de jaarlijkse Staatvan het Onderwijs. Deze schoolmonitor leerlingveiligheid heeft al eenwettelijke basis en kan daarom wel gewoon doorgaan. Met de maatre-gelen uit het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs, dat naar verwachtingna bespreking in uw Kamer in 2026 in werking zal treden, wordenbovendien de eisen aan deze schoolmonitoring verscherpt: alle leerlingenmoeten in staat worden gesteld om aan de monitor deel te nemen en erwordt gedetailleerder vastgelegd in welke zaken de monitor inzicht dientte geven. Vanaf dat moment moeten scholen ook het personeel in staatstellen in een vragenlijst hun veiligheidservaringen te delen. De uitvoeringhiervan is belegd bij het bevoegd gezag en de inzet is om het personeeldat voor de klas staat zo min mogelijk te belasten. Verder rapporteren devertrouwensinspecteurs van de inspectie jaarlijks over de meldingen diebij hen binnenkomen. Een overzicht hiervan wordt in 2025 met uw Kamergedeeld.In de tijd tot 2027 zal verkend worden of de LVM kan worden aangepastom tegemoet te komen aan een aantal wensen die door uw Kamer zijngeuit. In het commissiedebat veiligheid op scholen van 15 mei 2024 ginghet onder meer over het zicht op de veiligheid in het (voortgezet) speciaalonderwijs, de veiligheid van lhbtiq+-leerlingen, van leerlingen met eenbeperking en van leerlingen met een religieuze of levensbeschouwelijkeovertuiging. Naar aanleiding van deze wensen ga ik in 2025 verschillendestappen zetten. Ten eerste voert het Ministerie van OCW, zoalstoegezegd,5 een verkennend onderzoek uit naar de manier waarop deveiligheid in het (voortgezet) speciaal onderwijs in kaart kan wordengebracht. Dat onderzoek moet in het najaar van 2025 leiden tot concreteaanbevelingen om het veiligheidsklimaat in deze onderwijssoortstructureel te monitoren. Ten tweede gaat het Ministerie van OCW, inopvolging van mijn toezegging,6 verkennen welke kwetsbaredoelgroep(en) we specifiek in het oog zouden moeten hebben bij detoekomstige LVM. Daarbij wil ik ook weten of het haalbaar is om dezekwetsbare groepen zichtbaar te maken in de monitor, gegeven de groottevan de doelgroep(en) en dus het verwachte aantal leerlingen op eenschool dat tot die doelgroep(en) behoort. Dat brengt mogelijk methodolo-gische beperkingen met zich mee, want het kan betekenen dat gegevensherleidbaar zijn naar individuele leerlingen. Dat vergt dus een zorgvuldigeafweging van onder meer het belang van een LVM, de methodologischevereisten en de rechten van de betrokken leerlingen. De uitkomsten vandeze tweede verkenning worden verwerkt in de LVM vanaf 2027.5TZ202405-038 in het debat van 15 mei 2024 en TZ202406-040 in het tweeminutendebat op12 juni.6TZ202405-040 in het debat van 15 mei 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1573 Daarnaast heeft het lid Van Zanten (BBB) in het tweeminutendebatVeiligheid op scholen van 12 juni 2024 gevraagd om het toezicht teintensiveren op het welbevinden en de (sociale) veiligheid van leerlingenin het gespecialiseerd onderwijs.7 Daar is ook toegezegd uw Kamer teinformeren over de wijze van toezicht op gespecialiseerd onderwijs.8 Dewens van het lid Van Zanten (BBB) sluit aan bij de bredere wens in uwKamer om meer zicht te krijgen op de veiligheid van deze leerlingen. Zoalsin de voortgangsbrief over het toezicht vermeld, is het toezicht op desociale veiligheid in het gehele funderend onderwijs geïntensiveerd.9 Deinspectie kijkt strenger naar de resultaten van de schoolmonitor en hetaanleveren daarvan door de scholen. De resultaten geven ook inzicht inhet welbevinden van leerlingen. De inspectie betrekt daarnaast ooksignalen en meldingen die via het reguliere contactpunt of de vertrou-wensinspecteurs binnenkomen – ook signalen over het gespecialiseerdonderwijs – sneller en gerichter bij het toezicht.Motie Franse strijdplan tegen geweld onder minderjarigenOp 18 april 2024 heeft toenmalig premier van Frankrijk Attal een«strijdplan» aangekondigd om de oorzaken van geweld onder minderja-rigen te bestrijden. Naar aanleiding van een motie van het lid Eerdmans(JA21) is op basis van input van de Nederlandse ambassade in Frankrijkbezien hoe dit plan zich verhoudt tot de Nederlandse context.10De analyse van het plan laat zien dat er in de visies achter de Franseaanpak en die in Nederland duidelijke raakvlakken zijn. Zo wordt inFrankrijk net als in Nederland veel aandacht besteed aan preventie, aanscherp zicht krijgen op incidenten en aan manieren om in te grijpen waardat nodig is. Het kabinet zet hier in Nederland al fors op in met ondermeer het Actieplan Wapens en Jongeren, de programma’s School enOmgeving en Preventie met Gezag en het Wetsvoorstel vrij en veiligonderwijs. Daarmee lopen er al de nodige gerichte acties. Ik ben terug-houdend om hieraan extra maatregelen toe te voegen en wil scholen eerstde kans geven werk te maken van de maatregelen in het Wetsvoorstel vrijen veilig onderwijs die voor een groot deel in lijn liggen met het Fransestrijdplan.Onderdeel van het Franse strijdplan is de inzet op het maken vanafspraken met leerlingen en ouders over rechten en plichten in de vormvan een contract. Ook in de Nederlandse context is het is belangrijk datscholen, leerlingen en ouders de dialoog over de wederzijdse verwach-tingen aangaan. Uit gesprekken met het onderwijsveld blijkt namelijk datdie dialoog over gezamenlijk gedragen gedragsnormen de veiligheid opschool kan bevorderen. Ik vertrouw erop dat scholen dat goede gesprekaangaan met leerlingen en ouders. Scholen hebben hierin ook eenverantwoordelijkheid vanuit de burgerschapsopdracht en de zorgplichtvoor de sociale veiligheid. Het Ministerie van OCW zal komende periodeverkennen hoe het deze dialoog samen met het veld kan stimuleren. UwKamer wordt hier vóór de zomer van 2025 verder over geïnformeerd. Voorde zomer wordt uw Kamer hier verder over geïnformeerd.Motie informatiedeling tussen politie, justitie en scholenHet lid De Kort (VVD) heeft in een motie verzocht om te onderzoeken inhoeverre informatie van politie en justitie over leerlingen gedeeld mag7Kamerstuk 29 240, nr. 148.8TZ202406-029 in het debat over de Staat van het Onderwijs op 10 juni 2024.9De brief over het toezicht ontvangt uw Kamer ongeveer gelijktijdig met de onderhavige brief.10Kamerstuk 29 240, nr. 145.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1574 worden met scholen.11 De ruimte om dit te doen is beperkt vanwege deWet politiegegevens. Ik zie dat er op lokaal niveau al verschillendeinitiatieven lopen om te onderzoeken wat er toch mogelijk is, juist ookvanuit het perspectief van veiligheid. Zo lopen er pilots in Amsterdam enRotterdam. De pilot in Amsterdam zal medio 2026 worden afgerond. Depilot in Rotterdam, waarbij ook de MBO Raad is betrokken, richt zich ineerste instantie op het mbo, maar kan op den duur ook goed wordenaangepast zodat deze ook bruikbaar is in het primair of voortgezetonderwijs.Overigens bestaat er al veel ruimte voor de informatiestroom andersom:van scholen naar politie en justitie. De beleving bij een deel van descholen dat er met de invoering van de AVG weinig meer mogelijk is ophet gebied van gegevensuitwisseling is dan ook niet juist. Daarom zijn erhandreikingen voor scholen gemaakt om hen hierbij te helpen.12 Scholendienen uiteraard zorgvuldig te handelen als zij gegevens uitwisselen metandere partijen. Ik zal met de PO-Raad en de VO-raad in gesprek gaan omde nu al beschikbare informatie opnieuw onder de aandacht van scholente brengen. Daarnaast zal ik met hen bezien of en hoe de uitkomsten vande pilots in Rotterdam en Amsterdam kunnen worden gedeeld metscholen.Motie en toezegging aangifteplichtNaar aanleiding van een motie van het lid De Kort (VVD heb ik demogelijkheden, wenselijkheid en eventuele uitvoerbaarheid verkend vaneen aangifteplicht voor scholen bij ernstige veiligheidsincidenten.13 Opbasis hiervan is geconcludeerd dat het op dit moment niet wenselijk iseen aangifteplicht op te leggen aan scholen voor elk ernstig veiligheidsin-cident.Uit deze verkenning komt naar voren dat scholen soms twijfelen omaangifte te doen omdat zij niet goed weten wat de mogelijkheden zijn ofomdat ze bang zijn voor imagoschade. Bij twijfel of aangifte de juiste wegis, kunnen scholen in overleg treden met de politie. Ik zal scholen op kortetermijn informeren over de mogelijkheden die er zijn om aangifte te doen,ook namens het slachtoffer, en over de verantwoordelijkheid die zij hierinhebben. Over imagoschade kan ik kort zijn: angst voor imagoschade magen kan nooit reden zijn om geen aangifte te doen.Bij het doen van aangifte moet het belang van het slachtoffer altijd vooropstaan. Het doen van aangifte is een afweging die in de eerste plaats bij hetslachtoffer zelf ligt. Daarnaast kan het wenselijk zijn dat de school namenshet slachtoffer aangifte doet om hen in bescherming te nemen. Indergelijke situaties is het belangrijk dat scholen vanuit hun zorgplicht eenzorgvuldige afweging maken met het belang van het slachtoffer en van deoverige leerlingen en het personeel voor ogen. Ook de pedagogischeopdracht speelt daarbij een rol. De school heeft uiteindelijk een verant-woordelijkheid naar alle leerlingen, zowel naar het mogelijk slachtoffer alsde dader. Daarbij kan het zo zijn dat aangifte meer schade aan deontwikkeling en het welzijn van de leerlingen kan doen dan een alterna-tieve, pedagogisch ingestoken afhandeling. Maar deze pedagogische11Kamerstuk 36 560 VIII, nr. 11.12«Handreiking gegevensuitwisseling. Voor scholen die samenwerken met externe partners»van het NJi (Handreiking gegevensuitwisseling. Voor scholen die samenwerken met externepartners). Handreiking «Zó krijg je samen zicht op jongeren» van het CCV (Zó krijg je samenzicht op jongeren) en de privacytool van het Steunpunt Passend Onderwijs (Privacytool –Steunpunt Passend Onderwijs).13Kamerstuk 36 560 VIII, nr. 10.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1575 opdracht kan niet als excuus worden gebruikt om geen aangifte te doenals de aard van de situatie en de veiligheid van het slachtoffer datvereisen. Daarnaast is het soms noodzakelijk dat er in het bredere belangvan de veiligheid op school aangifte wordt gedaan. Zo bestaat er al eenaangifteplicht voor scholen bij een redelijk vermoeden van seksueelmisbruik. Maar ook in andere gevallen kan het wenselijk zijn dat scholennamens het slachtoffer aangifte doen om het slachtoffer op die manier inbescherming te nemen. Daarom wil ik scholen stimuleren om aangifte tedoen als iemand op school een (mogelijk) strafbaar feit heeft gepleegd enhier per situatie een zorgvuldig afweging in te maken, waar nodig inoverleg met de politie.Uit de verkenning blijkt ook dat een belangrijk voordeel van een aangifte-plicht kan zijn dat de politie beter zicht krijgt op veiligheidsincidenten en-problemen in en om school. Dit zicht kan echter ook op andere wijzeworden verkregen. Duidelijke afspraken en geregeld contact met een vastaanspreekpunt bij de politie kunnen hieraan bijdragen. Ook blijkt uit deverkenning dat er verschillende complicaties en risico’s zijn ten aanzienvan de uitvoerbaarheid en juridische haalbaarheid van een aangifteplicht.Zo geldt het (jeugd)strafrecht voor kinderen vanaf 12 jaar. Incidenten inhet primair onderwijs waarbij jongere leerlingen strafbare feiten plegen,zullen daardoor buiten de plicht vallen. Ook biedt de aangifteplicht geengarantie op een snelle en passende afhandeling. De politie zal door dedruk op de politiecapaciteit steeds een afweging moeten maken metwelke prioriteit aangiften worden afgehandeld.In de gesprekken is er ook nadrukkelijk gewezen op het belang vanvroegtijdig signaleren en ingrijpen om tot een oplossing te komen die ookpositief doorwerkt binnen de school. Een ernstig incident moet uiteraardook op school zelf opvolging krijgen. De databank effectieve jeugdinter-venties van het Nederlands Jeugdinstituut biedt scholen inzicht in deinterventies die zij hiervoor kunnen gebruiken.14 Het is van belang dat deschool en de partners om de school heen, waaronder de politie, bijsignalen (vroeg)tijdig samenwerken. Binnen de basisteams van de politiezijn er vaste aanspreekpunten die de samenwerking met scholen op hetterrein van veiligheid vormgeven. Ook kunnen scholen bij de afhandelingvan ernstige incidenten gebruikmaken van de ondersteuning van hetCalamiteitenteam van Stichting School & Veiligheid of de vertrouwensin-specteurs bij de inspectie.Samenwerking voor een veilige schoolomgevingEen veilige schoolomgeving is niet de verantwoordelijkheid van scholenalleen. Er wordt dan ook op verschillende vlakken samengewerkt tussenhet Ministerie van OCW, JenV en VWS.Als het gaat om domeinoverstijgende problemen zoals agressie, gewelden ondermijnende criminaliteit, werkt het Ministerie van OCW samen metde VNG en met de Ministeries van JenV, SZW en VWS. Dat gebeurt onderandere binnen het programma Preventie met Gezag, het NationaalProgramma Leefbaarheid en Veiligheid en het Actieplan Wapens enJongeren. Om gemeenten die samenwerken in het Actieplan Wapens enJongeren verder specifiek te ondersteunen op het gebied van veiligheidop school, heeft OCW 1 miljoen euro vrijgemaakt. Deze middelen zijn indecember 2024 als decentrale uitkering uitgekeerd aan de betrokkengemeenten. De VNG organiseert in 2025 twee bijeenkomsten voor debetrokken gemeenten om aanpakken uit te wisselen en ervaringen tedelen.14«Kies effectieve interventies tegen jeugdcriminaliteit» | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1576 Daarnaast is er in het programma Preventie met Gezag ook aandacht voorschoolveiligheid via het lerende netwerk «School en Veiligheid», waaraanscholen uit de deelnemende gemeenten kunnen meedoen. In dit netwerkdelen gemeenten, scholen en professionals best practices. Ook StichtingSchool & Veiligheid is betrokken bij dit netwerk. De lessen en ervaringenuit het programma Preventie met Gezag zullen breed beschikbaar wordengesteld. Mijn ministerie, het Ministerie van JenV, het NederlandsJeugdinstituut en Stichting School & Veiligheid kijken samen hoe dezegeleerde lessen breder verspreid kunnen worden. Ten slotte verkentStichting School & Veiligheid in opdracht van het Ministerie van OCW hoede stichting scholen beter kan ondersteunen bij de toenemende uitda-gingen rondom harde veiligheid, zoals geweld, drugs en criminaliteit.Alle leerlingen en personeel hebben recht om een veilige schoolom-geving. Het kabinet zet zich daar vol voor in, want het is een randvoor-waarde voor goed onderwijs. In het komende jaar zal ik hier met hetWetsvoorstel vrij en veilig onderwijs en het herstelplan kwaliteitfunderend onderwijs verdere stappen in zetten.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 240, nr. 1577
Gerelateerde bronnen
- Voor het eind van 2024 ontvangt de Kamer een brief over de wijze van toezicht op veiligheid op het speciaal onderwijs.
Voor het eind van 2024 ontvangt de Kamer een brief over de wijze van toezicht op veiligheid op het speciaal onderwijs.
- Voor het einde van het kalenderjaar wordt de Kamer geïnformeerd hoe meer zicht wordt gekregen op de veiligheid in het voortgezet speciaal onderwijs.
Voor het einde van het kalenderjaar wordt de Kamer geïnformeerd hoe meer zicht wordt gekregen op de veiligheid in het voortgezet speciaal onderwijs.
- Inzake het op landelijk niveau beter zicht krijgen op de veiligheid van de leerlingen in het vso: de minister gaat verkennen op welke wijze dat het beste kan. V
Inzake het op landelijk niveau beter zicht krijgen op de veiligheid van de leerlingen in het vso: de minister gaat verkennen op welke wijze dat het beste kan. Voor het einde van het kalenderjaar zal zij de Kamer informeren over de wijze waarop de minister dit beeld gaat creëren.
- Voor het eind van dit kalenderjaar ontvangt de Kamer een brief over doelgroepen in de landelijke veiligheidsmonitor.
Voor het eind van dit kalenderjaar ontvangt de Kamer een brief over doelgroepen in de landelijke veiligheidsmonitor.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.