Verslag van een commissiedebat, gehouden op 13 mei 2026, over Vreemdelingen- en asielbeleid
Brontekst
Versie 1b082f91c8c04305 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202619 637VreemdelingenbeleidNr. 3619 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 14 juli 2026 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft op 13 mei 2026 overleggevoerd met de heer Van den Brink, Minister van Asiel en Migratie,Vice-Minister-President, over:−de brief van de Minister voor Asiel en Migratie d.d. 11 decem-ber 2025 inzake beslissingen op bezwaar verdeelbesluiten(Kamerstuk 19 637, nr. 3499);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 17 decem-ber 2025 inzake verkenning technische inrichting CATCH-vreemdelingen (Kamerstuk 36 859, nr. 7);−de brief van de Minister voor Asiel en Migratie d.d. 19 decem-ber 2025 inzake terugkoppeling van het werkbezoek aan TerApel (Kamerstuk 19 637, nr. 3502);−de brief van de Minister voor Asiel en Migratie d.d. 19 decem-ber 2025 inzake diverse onderwerpen op het gebied vanopvang (Kamerstuk 19 637, nr. 3501);−de brief van de Minister voor Asiel en Migratie d.d. 19 decem-ber 2025 inzake psychosociale ondersteuning voor minderja-rige vreemdelingen (Kamerstuk 19 637, nr. 3500);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 16 januari2026 inzake resultaten binnengrenscontroles (Kamerstuk30 821, nr. 328);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 26 januari2026 inzake vertrouwelijke terinzagelegging van stukken over«Toezeggingen over de voortgang en uitkomsten van hetvervolgonderzoek naar fraude bij de IND» (Kamerstuk 30 573,nr. 239);−de brief van de Minister voor Asiel en Migratie d.d. 30 januari2026 inzake uitkomsten van de pilot versnelde gegevensdelingIND-COA (Kamerstuk 19 637, nr. 3504);−de brief van de Minister voor Asiel en Migratie d.d. 3 februari2026 inzake beleidsreactie op het rapport «Goed geregeld.Asielopvang als maatschappelijke opgave» van de AdviesraadMigratie en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) (Kamer-stuk 19 637, nr. 3505);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 20 februari2026 inzake reactie op verzoek commissie over asielprocedu- kst-19637-3619ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36191 res met betrekking tot de situatie in Iran (Kamerstuk 19 637,nr. 3518);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 3 maart2026 inzake landenbeleid Sudan (Kamerstuk 19 637, nr. 3520);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 19 maart2026 inzake besluit- en vertrekmoratorium Iran (Kamerstuk23 432, nr. 668);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 20 maart2026 inzake opname COA-doelgroep in het Centrum voorTransculturele Psychiatrie Veldzicht (Kamerstuk 24 587,nr. 1092);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 30 maart2026 inzake uitwerking wooncomponent en vrijwilligersver-goeding voor gastgezinnen (Kamerstuk 19 637, nr. 3524);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 1 april 2026inzake publicatie besluit op Woo-verzoek over overlast encriminaliteit Syrische alleenstaande minderjarige vreemdelin-gen (Kamerstuk 27 062, nr. 145);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 1 april 2026inzake landenbeleid Eritrea (Kamerstuk 19 637, nr. 3527);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 24 maart2026 inzake kabinetsappreciatie op het achtste rapport van deEuropese Commissie inzake het visumopschortingsmecha-nisme voor visumvrijstelling (Kamerstuk 32 317, nr. 1000);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 15 april2026 inzake beleidsreactie op de brief van de InspectieJustitie en Veiligheid over haar toezicht in 2025 op deopvanglocatie Ter Apel (Kamerstuk 19 637, nr. 3548);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 17 april2026 inzake afschrift brief aan de medeoverheden over deevaluatie van de taakstelling huisvesting vergunninghouders2026-I en de vaststelling van de taakstelling huisvestingvergunninghouders 2026-II (Kamerstuk 32 847, nr. 1447);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 22 april2026 inzake maatregelen rondom het aanpakken van schijner-kenningen (Kamerstuk 19 637, nr. 3551);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 22 april2026 inzake landenbeleid Syrië (Kamerstuk 19 637, nr. 3554);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 8 mei 2026inzake verlenging herinvoering binnengrenscontroles (Kamer-stuk 30 821, nr. 334);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 24 april2026 inzake beleidsreactie op rapport Inspectie Justitie enVeiligheid inzake de handhaving- en toezichtlocatie in Hoog-eveen (Kamerstuk 19 637, nr. 3555);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie, d.d. 22 april2026 inzake het onderzoek Handelingsperspectieven enknelpunten in de aanpak van vreemdelingen met een psychi-sche zorg- en veiligheidsbehoefte (Kamerstuk 19 637,nr. 3552);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 24 april2026 inzake kernprognose en actuele situatie migratieketen(Kamerstuk 19 637, nr. 3556);−de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 24 april2026 inzake beleidsbrief Asiel en Migratie (Kamerstuk36 800 XX, nr. 41).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36192 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,BurgerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36193 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: NouseAanwezig zijn zestien leden der Kamer, te weten: Van Asten, Van Baarle,Boomsma, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Ellian, Peter de Groot, Keijzer,Markuszower, Van der Plas, Russcher, Straatman, Struijs, Vermeer,Vondeling en Westerveld,en de heer Van den Brink, Minister van Asiel en Migratie, Vice-Minister-President.Aanvang 16.20 uur.De voorzitter:Hartelijk welkom, dames en heren, bij dit commissiedebat Vreemdelingen-en asielbeleid. Hartelijk welkom aan de mensen op de publieke tribune ende mensen die dit debat op afstand volgen. Ook een hartelijk welkom aande leden. U heeft mij hier vandaag uitgenodigd om deze vergadering eenbeetje ordentelijk te laten verlopen. Hartelijk dank daarvoor. Ik ga datvandaag zo goed mogelijk proberen te doen. Ook hartelijk welkom aan deMinister, die rechtstreeks vanuit de plenaire zaal hierheen gekomen is.We hebben eerst een aantal administratieve zaken af te doen. Een aantalleden is geen lid van deze commissie en vraagt toestemming aan decollega’s om toch het woord te mogen voeren. Het gaat, als ik het goedheb, over de heer Markuszower en mevrouw Keijzer. Ik hoor dat daar geenbezwaar tegen is. De heer Vermeer heeft overigens aangegeven dat hijwellicht het eerste deel van het debat doet, en dat mevrouw Van der Plashem dan later in het debat gaat vervangen. Dan hebben we dat maaralvast aangegeven.Dan wil ik nog zeggen dat er sinds de convocatie van dit commissiedebateen heel aantal brieven is binnengekomen vanuit het kabinet. Die kunt uuiteraard naar vrijheid betrekken in de inbreng vandaag, maar we zullentijdens de procedurevergadering die brieven ook nog netjes toewijzen aande volgende debatten. Dan rest mij niets anders dan te zeggen dat we vijfminuten spreektijd per fractie hebben. Ik stel voor om te beginnen metvier interrupties. Dan kijken we hoe dat gaat, want we zijn met een heelaantal partijen. We hebben natuurlijk de tijd, maar dan nog zal ik op delengte van de interrupties letten. Let u daar zelf dus alstublieft ook op.We zullen beginnen met de heer Markuszower namens de GroepMarkuszower. Daarna zullen mevrouw Keijzer en de heer Struijs het woordvoeren, omdat zij zo meteen ook nog moeten stemmen. Zo hebben wij dathier in deze commissie nu met elkaar afgesproken. Ik zou willen zeggen:dank aan de collega’s voor die coulance. We gaan beginnen met de eerstetermijn aan de zijde van de Kamer. Ik wil het woord geven aan de heerMarkuszower. Gaat uw gang.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de collega’s dat ik mee mag doen met ditdebat. Ik zie in deze zaal, en de afgelopen dagen ook op de televisie,politici die met grote gretigheid klaarzitten om onder anderen mij de les tegaan lezen. Zij willen enkele wanordelijkheden omtrent de plaatsing vannepvluchtelingen ons in de schoenen schuiven. Ze zijn boos op volksver-tegenwoordigers, zoals die van De Nederlandse Alliantie, die wel luisterennaar de gewone man en vrouw, die wel begrijpen dat genoeg genoeg isen die wel snappen dat het eens afgelopen moet zijn met het binnenhalenvan de halve wereld. Dappere burgers zoals Karen en haar mooie en lievegezin, die ik vorige week in hun huis in Loosdrecht heb ontmoet, zijn nognooit in hun leven de straat op gegaan om te demonstreren tegen hunoverheid. Maar nu voelen ze terecht dat de overheid er niet meer voor henTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36194 is. Nou ja, wel als ze veel te veel belasting moeten betalen aan dieoverheid, maar voor de rest geeft die overheid niet thuis.Het politiebureau van Loosdrecht was gehuisvest op de plek waar nuasielzoekers worden geplaatst. De politie gaat weg uit de wijk, en dadersvan overlast en nog erger komen er letterlijk voor in de plaats. Deinwoners van Loosdrecht vroegen al jarenlang om een nieuwe bushalte,maar dat kon niet en het gebeurde niet. Maar nu er asielzoekers wordengeplaatst, is er ook gelijk een nieuwe bushalte voor die asielzoekersneergezet. Binnen een seconde was het geregeld. De afgelopen jarensmeekten de inwoners van Loosdrecht om wat meer woningen tebouwen. Dat kon allemaal niet; het was moeilijk en lastig door hetbestemmingsplan. Maar de waarnemend burgemeester verscheurdebinnen een seconde dat bestemmingsplan, zodat hij asielzoekers konplaatsen. De inwoners van Loosdrecht wilden niet zo veel: een beetjeinspraak, een beetje democratie, een beetje rechtsstaat, een beetjeveiligheid.Zo veel politici hier denken dat als zij het woord «rechtsstaat» gebruiken,het gaat om de plichten van de burgers. Wij van De Nederlandse Alliantieontkennen die plichten niet – natuurlijk niet! Wij zeggen ... Nee, wij eisentegelijkertijd, samen met zo veel Nederlanders, dat wij ons hier in deTweede Kamer realiseren dat de rechtsstaat vooral betekent dat deNederlanders rechten hebben. Die rechten worden nu vertrapt, verbrijzeld,kapotgebeukt. Waarnemend burgemeesters, benoemd door ongekozenfunctionarissen, moeten op de winkel passen en niet die winkelmoedwillig slopen. Volksvertegenwoordigers moeten ophouden met voorde verkiezingen dingen beloven en na de verkiezingen die beloftes breken.Wij worden hier allemaal niet betaald om elkaar vliegen af te vangen, omkleinzielige politieke spelletjes te spelen of om goede wetten, soms zelfsde eigen wetten, te saboteren, maar om te luisteren naar wat Neder-landers echt willen en dat dan voor hen te regelen.Ik doe hier vandaag een oproep aan alle partijen, van links tot rechts. Ikvraag u namens miljoenen Nederlanders om te stoppen met de zelfdes-tructie die massa-immigratie is. Nederland gaat eraan kapot en wij gaaner met z’n allen aan onderdoor. Tot die tijd, totdat wij het hier hebbenopgelost, vraag ik aan alle Nederlanders om in democratisch engeweldloos verzet te gaan, tegen een ondemocratische en soms zelfsgewelddadige overheid.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng, meneer Markuszower van Groep Markuszower.De heer Van Baarle (DENK):Toen de heer Markuszower met zijn betoog begon, had hij het over«enkele» ongeregeldheden. Dan vraag ik mij toch af of hij iets aan zijnogen heeft of dat hij doelbewust dingen probeert te bagatelliseren. Het isniet erg lang geleden dat de nazi’s hier in Den Haag stonden, relden,ongeregeldheden en geweld pleegden en Hitlergroeten deden. Wat betreftwat er allemaal gebeurt rondom opvanglocaties denk ik aan de brand diegisteravond nog is gesticht in Loosdrecht. Burgemeesters en raadsledenworden aan de lopende band geïntimideerd. In Den Bosch was er eenexplosief bij een opvanglocatie. Onlangs was er het nieuws dat opvang ingemeenten gewoon niet gerealiseerd wordt, omdat mensen bang zijn. Ditzijn toch niet «enkele» ongeregeldheden? Er raast toch gewoon eenpatroon van antivluchtelingenterreur over dit land?De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Van Baarle (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36195 Ik vraag de heer Markuszower hoe hij dit zo kan bagatelliseren enontkennen.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik noem een aantal dingen. Als de heer Van Baarle het goed vindt, laat ikalle vergelijkingen met de nazi’s en de bezettingsperiode even buitenbeschouwing. Ik was zelf twee keer in Loosdrecht. Ik heb de heerVan Baarle daar niet gezien. Ik heb met allemaal brave burgers gesprokendie niks met geweld hebben, die ook geen geweld hebben gebruikt en diezich gewoon zorgen maakten over de komst van zo veel mannelijkeasielzoekers midden in hun dorp, op een onplezierige plek, naast een parkwaar hun vrouwen en dochters willen wandelen, ook ’s avonds laat, enwaar wordt gesport. Ook hadden ze bezwaar tegen het feit dat het zoondemocratisch ging, ze niet mee werden genomen in het besluit en hetzo rauw op hun dak viel.Ik ontken helemaal niet dat daar wanordelijkheden waren. Ik zeg alleen datde enkelen die dat hebben gedaan, niets zeggen over de hele groep. Ikheb ook een getuigenverslag gelezen dat zegt dat een van de geplaatsteasielzoekers met zijn hand een gebaar maakte van het doorsnijden vaneen keel; misschien kent de heer Van Baarle het gebaar. Dat heeft ookweer tot reacties geleid. Ik vind dat de politie op moet treden als ergeweld wordt gebruikt. Van mij mogen ze ook hard optreden. Maar ik hebgelezen dat er een oudere vrouw tot bloedens aan toe is geslagen. Dievrouw had niet zo veel gedaan. Die had misschien wel helemaal niksgedaan. Ik vraag me ook af of het geweld dat tegen die demonstrantengebruikt is, proportioneel is.Ik heb ook gelezen dat dat vuur niet aangestoken was, maar dat ervuurwerk vlam heeft gevat. Laten we zeggen dat er nog heel veel moetworden uitgezocht. Maar ik ben het volgende met de heer Van Baarleeens. Als mensen geweld gebruiken en zich niet aan de wet houden, danmoet de politie, de overheid, optreden. Het had in Loosdrecht niet zo vermoeten komen. De Minister had ervoor moeten zorgen dat de grenzendicht zouden gaan en we niet meer zo veel instroom hadden. Dan haddenwe deze problemen niet gehad.De voorzitter:We hebben weliswaar vijf uur voor dit debat, maar als de antwoorden zolang zijn, en de vragen ook ... Ik zeg het nog maar een keer: interrupties enantwoorden graag binnen de 45 seconden.De heer Van Baarle (DENK):Hier zien we toch wel het problematische van de extreemrechtsecomplotkaravaan en leugenkaravaan. Blijkbaar heeft dat vuur namelijk uitzichzelf zomaar vlam gevat. Dat geweld is gelegitimeerd omdat ééniemand een gebaar gemaakt zou hebben. Het zouden maar enkeleincidenten zijn, terwijl bestuurders en burgemeesters aan de lopendeband bedreigd worden, er bommen gegooid worden en mensen, gewoonnazi’s, in Den Haag en masse rellen. Ik zou het volgende tegen de heerMarkuszower willen zeggen. Hij moet zich ervan bewust zijn dat hoe hijhier in Den Haag politiek bedrijft en heeft bedreven, ook toen hij nog bijdie andere politieke partij zat en hij woorden gebruikte zoals «testosteron-bommen» en «een tsunami van vluchtelingen die naar Nederland komt»en hij vluchtelingen vergeleek met verkrachters en misdadigers ...De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Van Baarle (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36196 Dat hij de voedingsbodem zaait voor de dingen die we nu in Nederlandzien. Ik zou tegen hem willen zeggen: stop daarmee, stop met die beeldenverspreiden en de boel ophitsen.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik heb het woord «testosteronbom» zelf nooit gebruikt. Ik denk juist dat debetreffende mensen te weinig testosteron hebben en dat ze daarom zoraar doen. Ik heb ook niet gezegd dat alle mensen die hier komen zichschuldig maken aan strafbare feiten – laten we dat dus allemaal ook evenbuiten beschouwing laten – maar ik heb wel grote bezwaren tegen demassa-immigratie. Heel veel Nederlanders hebben grote bezwaren tegende massa-immigratie. Heel veel Nederlanders herkennen hun eigen wijken dorp niet. Heel veel Nederlanders zeggen, voelen en weten dat als ernaast hun huis een asielzoekerscentrum wordt gebouwd, de waarde vanhun huis naar beneden gaat en dat er meer onveiligheid is. Dat kan deheer Van Baarle ontkennen; ík ontken dat niet. Er werd gesproken vanwanordelijkheden, maar de mensen in Loosdrecht en op andere plekkenin Nederland komen dagen achtereen, twee of drie weken lang, rustig bijelkaar. Ze vertellen aan hun stad of aan hun burgemeester: zorg nou dater een ander besluit valt. Dat gaat op een heel ordentelijke manier. Diemensen overtreden niet de wet. Op een paar incidenten na zijn dieprotesten gewoon geweldloos en democratisch gegaan; dát moeten weook kunnen benoemen.De voorzitter:Dat was anderhalve minuut. Ik ga er toch steeds wat over zeggen, want ikvind dat iedereen recht heeft op gelijke spreektijd. Ik vraag u om korter teblijven antwoorden. Meneer Van Baarle, gaat uw gang.De heer Van Baarle (DENK):Tot slot. Het probleem is dat deze meneer hier doet alsof problemen diewe in dit land hebben – we hebben het dan over problemen op dewoningmarkt, in het onderwijs en in de zorg en problemen op het gebiedvan criminaliteit – allemaal de schuld van de vluchteling zouden zijn enallemaal te koppelen zijn aan mensen die voor oorlog en geweld vluchten,terwijl de reden dat wij in dit land problemen met onderwijs en dewoningmarkt hebben, is dat dit kabinet, de politiek, te weinig doet om dieproblemen op te lossen. Ik zou dus tegen de heer Markuszower nogmaalswillen zeggen: stop nou met het zaaien van dit soort onwaarheden en hetverspreiden van dit soort theorieën over mensen die hiernaartoe komen.Die mensen hebben niks gedaan en hebben part noch deel aan deproblemen in dit land en worden nu geconfronteerd met relschoppendeonverlaten omdat de heer Markuszower en andere extreemrechtse politicihier zo nodig een nummertje willen maken over asiel en migratie. Ik vindhet walgelijk en de heer Markuszower moet ermee stoppen.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Er zijn veel problemen in Nederland. Niet alle problemen komen doormensen die hiernaartoe komen. Het zijn ook helemaal geen vluchtelingen,want ze komen door vijf, zes, zeven of acht veilige landen heen. Laten weze dus niet wegzetten als vluchtelingen die op de vlucht zijn voor oorlogen geweld. Ze komen hiernaartoe omdat de heer Van Baarle en zijn linksevriendjes ze allemaal een gratis woning willen geven. Die woningenhebben we hier niet meer, meneer Van Baarle, want we hebben inNederland 410.000 woningen te kort. Nee, niet alle woningtekorten komendoor de asielzoekers, maar we hebben veel te weinig woningen en wekunnen er dus geen asielzoekers meer bij hebben, zéker als we weten dathet nepvluchtelingen zijn, want waarom blijven die dan niet in die vijf, zes,zeven of acht veilige landen waar ze doorheen zijn gelopen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36197 De voorzitter:Ik dank u wel. Zoals ik aan het begin van het debat aankondigde, ben ikhier vandaag om de orde te handhaven. Ik vraag u via de voorzitter tespreken en niet direct uw collega aan te spreken. Ik zal u daar elke keer datdat gebeurt ook op wijzen. Ik geef mevrouw Westerveld het woord voorhaar interruptie.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb heel veel moeite met de manier waarop de heer Markuszower zijndebat begint, omdat hij lokale bestuurders, die de wet aan het uitvoerenzijn, hier voor de bus gooit, en ook omdat hij hulpdiensten, mensen dievoor ons het werk aan het doen zijn, verdacht maakt. Ik vraag me echt afof hij alles wat we de afgelopen dagen hebben gelezen echt kan afdoenals een paar rellen en als iets wat een enkeling heeft gedaan. Dat kan jetoch niet, vraag ik via de voorzitter, met droge ogen beweren als webijvoorbeeld zien wat er gisteren is gebeurd.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik heb volgens mij helemaal niemand voor de bus gegooid. Ik heb gezegddat een waarnemend burgemeester vooral op de winkel moet passen. Ikheb het idee dat de waarnemend burgemeester van Loosdrecht die winkeldaar aan het slopen is. Dat heb ik gezegd. Ik weet niet of dat voor de busgooien is. Ik heb ook gezegd dat ik geweld afkeur. Ik heb ook gezegd datals mensen geweld gebruiken, de overheid daartegen op moet treden. Datgeldt ook voor de vrienden van mevrouw Westerveld van ExtinctionRebellion of van de Rode Lijn, die door Hamas is geïnfiltreerd en waar zevolgens mij zelf in heeft meegelopen. Gelijke monniken, gelijke kappen. Ikben tegen geweld, dus laten we ook die klootzakken van ExtinctionRebellion eens oppakken. Laten we ook de mensen van de Rode Lijn, dieinfiltranten van Hamas, eens aanpakken en iedereen die daar heeftmeegelopen en dus iedereen die daar Hamas heeft gesteund en iedereendie zich door Hamas láát steunen! Laten we ook eens kijken naar demensen in Loosdrecht die geweld hebben gebruikt en die niet naar depolitie hebben geluisterd: die moeten ook worden opgepakt en moetenook worden vastgezet.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik stel hier gewoon een vrij simpele, normale vraag. Die wordt beant-woord met een ontwijking, met een jij-bak en met een aantijging. Volgensmij stelde ik gewoon de vraag aan de heer Markuszower hoe hij de rellenvan gisteren beoordeelt. Hij kan toch niet beweren dat dit een enkelingwas en hij kan toch niet beweren dat er een paar relschoppers waren? Ikvraag me af welke kwalificaties hij nou geeft aan het bekogelen vanhulpverleners, aan het belemmeren van hulpdiensten, aan het stichtenvan brand. Dat kan hij toch allemaal niet goedpraten op deze manier, en alhelemaal niet met dit soort debattrucjes waarbij hij weer om zich heenslaat zonder enige vorm en zonder enige poging om mijn vraag gewoonte beantwoorden?De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik heb gisteren al afstand genomen ... Of afstand genomen? Ik hebgisteren een goede post gezien van mevrouw Dilan Yes¸ilgöz. Zij isvicepremier van Nederland en heeft gezegd dat het ontoelaatbaar is watdaar gisteren is gebeurd. Ik heb haar tweet geretweet en heb gezegd:helemaal eens met de vicepremier. Ik heb al afstand genomen ... Ofafstand? Wie ben ik om afstand te nemen? Ik heb al gezegd dat ik ernatuurlijk afstand van neem als er geweld wordt gebruikt tegen hulpver-leners of als mensen zich niet aan de wet houden. Wij allemaal hier, hoopik, nemen daar afstand van. Wij zijn hier toch om de democratie teversterken? Ik begrijp helemaal niet wat mevrouw Westerveld mij in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36198 schoenen wil schuiven. Ik heb gisteravond al gezegd dat ik geweld nietvind passen bij onze rechtsstaat. Ik keur dat altijd en zonder enigeuitzondering af. Dat moet toch voldoende zijn voor mevrouw Westerveld?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Door de manier waarop de heer Markuszower hier om zich heen slaat, hebik de indruk dat hij deze vraag helemaal niet zo simpel vindt. Ik zou hemwillen vragen wat hij vindt van de rol van politici, dus ook van onzemorele rol als het gaat om dit soort zaken, waarbij mensen hulpdienstenbekogelen, waarbij het lokaal gezag onder druk staat. Wat vindt hij danvan de rol van de landelijke politici? Zouden we het vuurtje nog eens evenmoeten oppoken, spreekwoordelijk gezegd, of zouden we ook juistmoeten bijdragen aan de-escalatie en aan het aanpakken van de echteproblemen waar mensen mee zitten? Want dat is niet de schuld van devluchtelingen die hier verder nog nooit een stap in Nederland hebbengezet. Dat is toch echt te wijten aan politiek beleid van de afgelopen jaren,waar ook het afgelopen kabinet een flinke rol in heeft gespeeld door forste bezuinigen op sociale voorzieningen en op onderwijs, om maar eenpaar dingen te noemen. Wat vindt hij nou van de rol van politici, ook alshet gaat over wat hier nou aan de hand is in Nederland?De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik denk dat ik het helemaal eens ben met deze interruptie van mevrouwWesterveld. Ik denk dat wij hier als Tweede Kamer al twintig jaar falen ende Nederlanders in de steek laten en dat Nederlanders daarom woedendzijn en geen begrip meer hebben voor wat wij hier doen. Wij hebben geenbegrip meer voor wat er leeft in de samenleving. Ik heb in mijn bijdrageook ertoe opgeroepen dat wij hier van links tot rechts nu samen moetengaan werken om die problemen op te lossen. Dat begint echt bij eenasielstop, want Nederland is prop- en propvol. We kunnen het niet meeraan. Maar er zijn ook andere problemen, zoals de heer Van Baarle net zei.We moeten die allemaal oplossen, maar wij hier laten die mensen, ook inLoosdrecht, maar overal in Nederland, gewoon elke dag in de steek. Webeloven voor de verkiezingen a en we doen na de verkiezingen b. Mensenworden er knettergek van. De belastingen zijn te hoog, mensen kunnengeen woning meer vinden. Er komen allemaal mensen van hele verrelanden met een heel andere cultuur. Die mensen nemen hun wijk over, diepakken hun hun veiligheid af. Het gaat niet meer zo langer. Als wij dat nietoplossen voor die mensen, zullen we zien dat die wanordelijkheden, dienu nog beperkt zijn, veel erger gaan worden. We moeten er echt met z’nallen wat aan doen. Ik hoop dat ook samen met mevrouw Westerveld tegaan doen, want met haar laatste punt ben ik het voor 90% eens.De voorzitter:Ik kijk even rond. Mevrouw Westerveld heeft geen interruptie meer, zie ik.Dan ga ik eerst even naar mevrouw Straatman van het CDA en dan kom ikzo bij u, meneer Ceder.Mevrouw Straatman (CDA):Mijn vraag aan de heer Markuszower ging over zijn aanwezigheid bij dedemonstraties in Loosdrecht. Hij zegt: ik was daar aanwezig en heb daarmet veel lokale mensen gesproken. Maar we zien ook dat er heel weiniglokale mensen zijn en dat het vooral veel extreemrechtse groepen zijn dievan gemeente naar gemeente trekken om chaos en geweld teverspreiden. Mijn vraag aan de heer Markuszower is de volgende. U kiester, wetende dat die groepen komen, alsnog voor om daarnaartoe te gaan.Is de keuze om erheen te gaan, wetende dat die groepen er komen, nietook een vorm van legitimatie van het extreemrechtse gedachtegoed? Hoekijkt u daartegen aan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 36199 De heer Markuszower (Groep Markuszower):Mevrouw Straatman zegt «we zien toch», maar het probleem is dus datwé het niet zien. Ik heb het gezien, want ík was er. Maar mevrouwStraatman was er niet. Op wie baseert mevrouw Straatman nou ...De voorzitter:Via de voorzitter graag; ik vraag het nogmaals.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Dat vraag ik dan via de voorzitter. Op welke bron baseert mevrouwStraatman nou dat daar vooral mensen waren van buiten? Want ík wasdaar en ík heb vooral mensen van binnen gezien. Dus hoe kan het nou datmevrouw Straatman hier zegt «wé hebben toch allemaal gezien dat ermensen van buiten waren», terwijl degenen die er waren ... Tenzij u mijniet gelooft. Ik heb groene ogen, geen blauwe ogen – dus tenzij u mij nietop mijn groene ogen gelooft ... Ik heb met die mensen gesproken. Ik hebmensen van binnen gezien, uit Loosdrecht zelf. Ik ben bij die mensen thuisgeweest. Ik heb met ze gesproken. Waar haalt mevrouw Straatman, vraagik via de voorzitter, vandaan dat er vooral mensen van buiten waren? Watis «buiten» eigenlijk?Mevrouw Straatman (CDA):Ik denk dat we dit debat genuanceerd moeten voeren en dat we eenonderscheid moeten maken. Er zijn terechte zorgen van lokale mensen. Deheer Markuszower zegt dat hij daarvoor opkomt. We hoeven het niet metelkaar eens te zijn, maar het is goed dat mensen kunnen demonstreren.Dat doen we in een democratische rechtsstaat. Tegelijkertijd zien we ookdat extreemrechtse groepen de demonstraties gewoon kapen. Dat zijngeen demonstraties meer; het zijn pure rellen die we zien tegenover depolitie, tegenover burgemeesters en tegenover lokale bestuurders. Hetzou me een heel lief ding waard zijn als de heer Markuszower niet mij opwoordjes pakt, maar als de heer Markuszower ook zou zeggen: ja, er zijngroepen aanwezig in die demonstraties die het demonstratierecht inNederland uithollen en die daar misbruik van maken. Zij maken ookmisbruik van die lokale bewoners met terechte zorgen, waar u voor wiltopkomen. Zij maken het hun heel erg moeilijk om terechte zorgen teagenderen. Als u dat ook zou zeggen, zouden we denk ik een veelzuiverder debat met elkaar kunnen voeren.De voorzitter:Ik zeg niks, maar de heer Markuszower misschien wel. Gaat uw gang.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik weet niet of alles wat wordt gesteld zomaar waar is. Er zullen vast enzeker rondtrekkende groepen zijn. De vraag is ook of dat dan tegen dedemocratie is. Ik heb net al even genoemd – mevrouw Westerveld vonddat misschien niet leuk – dat we óók weten dat internationale organisaties,zoals nota bene Hamas, infiltreren in Rode Lijndemonstraties. Dat lijkt mijtoch een groter probleem dan als er Nederlandse clubs zijn die een beetjerondreizen van dorp tot dorp om te zeggen: ik ben het ook eens met water in dit dorp of deze gemeente gebeurt. Laten we het uitzoeken. Ik vinddat de overheid hard moet optreden tegen iedereen die onze democratiebedreigt, iedereen die een gevaar is voor onze rechtsstaat, zeker als datinvloeden van buiten zijn. Ik hoop dat wij als Kamer en de diensten die datzeggen eensgezind zijn, maar ik heb nog niet echt de bewijzen gezien en ikkan alleen maar zeggen dat ik twee keer in Loosdrecht was en ik niemandheb gezien die daar geweld ging gebruiken. Ik heb niemand gezien diedaar de boel op een oneigenlijke manier aan het opstoken was. Misschienis er toen ik daar niet was, wel wat gebeurd. Ik ontken dat ook helemaalniet. We hebben dezelfde beelden gezien. Ik keur net als mevrouwTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361910 Straatman die beelden af. Laten we nou echter niet zonder feiten zomaardingen de ether in slingeren.Mevrouw Straatman (CDA):Dan concludeer ik toch het volgende. Ik ben een positief ingesteld mens.Ik hoorde de heer Markuszower zeggen: laten we onderzoeken of erextreemrechtse groeperingen zijn. Dat ben ik helemaal met de heerMarkuszower eens. Ik concludeer dan ook dat hij stelt: op het moment datdie extreemrechtse groepen er zijn, dan moeten we daar wat mee; danmoeten we ervoor zorgen dat zij die demonstraties niet kunnen kapen endat we hen kunnen scheiden van lokale mensen met lokale zorgen. Datvind ik dan toch een positief punt.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Dat is allemaal prima, maar ik wil hier wel even benadrukken dat nietiedereen die tegen de komst van asielzoekers is, extreemrechts is. Ik vindhet inmiddels extreem dat partijen doorgaan met ons opengrenzenbeleid.Ik vind het inmiddels extreem dat partijen zeggen dat ze tegen eenasielstop zijn. Ik vind het inmiddels extreem als partijen zoals het CDA inde Eerste Kamer, die voor iets strengere asielwetten kunnen stemmen, datgewoon niet doen. Dat vind ik inmiddels extreem. Laten we oppassengroepen die gewoon een beetje hun eigen vrouw en kinderen willenbeschermen tegen mensen van ver hier vandaan met een cultuur die ververwijderd is van onze cultuur, neer te zetten als extreemrechts.De voorzitter:Dan ben ik als het goed is nu aangekomen bij de heer Ceder voor eeninterruptie namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik denk dat de beelden van gisteren schokkend waren. Er was niet alleeneen brand, er waren ook al mensen die gevlucht zijn overgebracht en erwaren medewerkers van het COA aanwezig. Daarbovenop is ook dedoorgang van de brandweer belemmerd. Gelukkig is het meegevallen,maar het had ook heel anders kunnen lopen. Ik proef bij de heer Markus-zower een verschil tussen mensen in het land ertoe oproepen in verzet tekomen, zoals hij in zijn tekst doet, en enige vorm van verantwoorde-lijkheid nemen op het moment dat dat mis dreigt te gaan. U en ik zijnbeiden politici; we weten dat woorden ertoe doen. Dat is het instrumen-tarium dat we hebben. U lijkt echter geen verantwoordelijkheid te nemenvoor de woorden die u nu bezigt. Mijn vraag is daarom ook: in uw betoogheeft u ertoe opgeroepen dat mensen overal in het land in verzet zoudenmoeten komen tegen noodopvang, als ik het zo goed begrijp. Wat bedoeltu daar dan mee? Hoe moeten mensen in verzet komen? Wat kan ervolgens u naast de geijkte democratische wegen van stemmen, zorgendat er een gemeenteraad is en die beïnvloeden, participatie en met elkaarin gesprek gaan? Welke andere middelen heeft u dan voor ogen? Bent uook bereid om verantwoordelijkheid te nemen voor de uitspraken die udoet?De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik neem verantwoordelijkheid voor wat ik hier en op andere plekken zeg.Aan het einde van mijn tekst zeg ik twee dingen. Ik vraag u, anderepartijen, van links tot rechts, om de problemen van Nederland op telossen. Ik zeg niet dat we tot die tijd, tot we de problemen hebbenopgelost, allemaal in verzet moeten gaan; ik vraag om democratisch engeweldloos verzet. Dat mag gewoon. Daar neem ik verantwoordelijkheidvoor. Als mensen heel graag een asielzoekerscentrum in hun gemeentewillen, moeten ze dat daar vooral plaatsen, maar als mensen dat nietmeer willen, moeten ze ... Nee, dat «moeten» ze niet. Dan mogen zeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361911 gewoon geweldloos en democratisch in verzet gaan. Dan moeten ze dusde straat opgaan, dan moeten ze de burgemeester figuurlijk aan zijn jasjetrekken, dan moeten ze inspreken bij de gemeenteraad, en dan moeten zegewoon zeggen: wij pikken het niet meer; wij pikken het niet meer! Zekunnen zelf referenda organiseren. Die hoeven niet rechtsgeldig te zijn,maar dan kunnen ze wel hun stem laten horen. Ik vind het heel goed alsmensen hun stem laten horen.Dat hebben we in Loosdrecht dag na dag gezien. Er zijn daar goedeprotesten geweest, waarbij mensen zich keurig hebben gedragen. Datheeft ook gewerkt, hè? De waarnemend burgemeester wilde namelijkeerst 110 mannen plaatsen, maar dat werden er 70. Hij wilde ze eerst opeen maandag plaatsen, maar dat werd twee weken later. Als de mensende straat opgaan en gewoon zeggen «we pikken het niet langer», wordtdaar meer naar geluisterd dan wanneer ze in hun woning blijven zitten.Maar liever nog heb ik dat wij het hier oplossen, want dan hoeven diemensen niet de straat op en dan kunnen ze gewoon verdergaan met hunleven, zoals ze altijd al deden. Omdat wij hier de bal hebben laten vallen,omdat wij een Minister hebben die de grenzen niet wil sluiten, omdat wijhier partijen hebben die hun eigen wetten saboteren en die voor deverkiezingen a beloven, maar na de verkiezingen b doen, worden diemensen boos. Ik hoop dat ze geweldloos en democratisch boos blijven,maar dat is niet heel lang meer in de hand te houden.De heer Ceder (ChristenUnie):De heer Markuszower heeft verduidelijkt dat hij met zijn oproep totlandelijk verzet «democratisch en geweldloos verzet» bedoelde, maarvervolgens omschrijft hij een situatie die volgens mij vrij normaal is. Als jehet ergens niet mee eens bent, kun je gaan stemmen. Dat kan. Vervolgenskun je inspreken. Dat kan. Je kunt in gesprek gaan. Dat kan. Maar u zoektook een grens op. U zegt: trek de burgemeester figuurlijk aan zijn jasje. Ikhoop dat de heer Markuszower doorheeft dat wat wij hier met elkaarcommuniceren en wat wij de afgelopen jaren hebben gecommuniceerd,invloed heeft op de sentimenten in de samenleving en dat wij ookverantwoordelijk zijn voor het klimaat dat we daarmee creëren. Ik wil deheer Markuszower toch vragen of hij vindt dat als een burgemeester ofeen gemeenteraad bij meerderheid een besluit neemt over een taak diehun is toebedeeld en waar ze verantwoordelijkheid voor nemen, datgerespecteerd dient te worden, ook door de bewoners. Uiteraard heb jehet demonstratierecht, maar dat kent wel echt grenzen. Is de heerMarkuszower het daarmee eens of vindt hij, gezien het standpunt dat hijheeft, dat mensen verder mogen gaan dan wat we volgens de geijktewegen met elkaar bepaald en besloten hebben?De heer Markuszower (Groep Markuszower):Dat is een vraag naar twee onderdelen. Ten aanzien van het eersteonderdeel: er was hier dus geen lokale democratie. De waarnemendburgemeester heeft een besluit genomen zonder inspraak van degemeenteraad, zonder dat er inspraakrecht was voor de burgers. Er warengeen verkiezingen. Alle andere gemeenten hebben een paar maandengeleden gemeenteraadsverkiezingen gehad, maar de gemeente Wijde-meren nou juist net niet. De lokale democratie is daar dus al heel languitgeschakeld. Dan moeten we ook niet verbaasd zijn dat die mensen hunstem op een andere manier moeten laten horen. Er was daar eendemocratisch deficit, een tekort aan democratie de afgelopen maanden.We zien dus dat dat niet werkt. Dat is één.Twee. Ik zei het al in mijn tekst: we zijn een rechtsstaat. Als er een besluitvalt, of dat nou hier is of in een gemeente, moeten mensen uiteindelijknaar dat besluit luisteren en ernaar handelen. Natuurlijk. Dat is democra-tisch. Ik had het over democratisch verzet. De definitie van democratischverzet is ... Uiteindelijk valt er een democratisch besluit en de politie moetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361912 dat besluit soms handhaven. Dan kan het niet zo zijn dat de politie wordtaangevallen, dat de hulpdiensten geen hulp kunnen bieden of dat demensen die daar worden geplaatst, worden aangevallen. Dat kannatuurlijk allemaal niet. Daar pleit ik ook niet voor. Ik neem er ook geenverantwoordelijkheid voor als het wel gebeurt. Maar we moeten ons welrealiseren dat als wij de problemen van die mensen niet oplossen – deChristenUnie is medeverantwoordelijk voor die open grenzen – we nietraar moeten opkijken als de mensen op een gegeven moment zeggen: «Ikheb genoeg van jullie politici. We nemen het heft in eigen handen.» Ik zegniet dat ik daar heel veel begrip voor heb, maar ik begrijp het wel.De heer Ceder (ChristenUnie):De heer Markuszower krabbelt dan weer terug. Hij zegt: als een besluitvalt, moet je dat uiteraard naleven. Er is een democratisch besluit gevallenin de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Het is vervolgens aangemeenten om in overleg met elkaar te kijken hoe ze daar invulling aangeven. Er is ooit besloten dat dat ook bij een herindeling de wijze iswaarop dat gaat. Maar vervolgens doet u aan het einde weer de suggestiedat als het niet gaat zoals u dat graag ziet, er gerechtvaardigde wegen zijnom de afspraken die we hier met elkaar gemaakt hebben te bypassen.Concluderend wil ik toch aangeven dat u daarmee een dubbel signaalafgeeft. Enerzijds zegt u «mensen, sta op» en legitimeert u een gevoel vanonbehagen, maar vervolgens weigert u verantwoordelijkheid te nemen alser in dat klimaat ook uitspattingen ontstaan. Dat vind ik eerlijk gezegdzwak. Ik vind dat zwak.De voorzitter:Ja, dank u wel. Het woord is aan de heer Markuszower.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik wil u graag meegeven om dat in ieder geval mee te nemen in dewoorden die u uitspreekt. Daarmee wil ik ook pleiten voor misschien eenwat milder gesprek met elkaar, waarin we hopelijk ook de democratischerechtsstaat goedhouden. Die is namelijk niet vanzelfsprekend; kijk maarnaar andere landen. En ja, we mogen met elkaar van mening verschillen,maar dat lossen we democratisch op.De voorzitter:Meneer Ceder, ik had het woord alweer aan de heer Markuszowergegeven, en u sprak door.De heer Ceder (ChristenUnie):Excuses, voorzitter. Sorry. Dat had ik niet door.De voorzitter:Dank u wel.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ik pleit er helemaal niet voor dat mensen zich niet aan de wet houden. Ikvind dat als mensen zich niet aan de wet houden, de overheid moet enmag optreden. Punt. Maar ik vind ook dat onder andere de ChristenUnie ...Het geldt ook voor andere partijen, zoals D66, die van de premier. Dieheeft voor de verkiezingen beloofd om iets te doen aan de asielinstroom,en na de verkiezingen doet hij het niet. Het geldt ook voor een partij alshet CDA, waarvan de heer Bontenbal zei tijdens de verkiezingen: we zijnvoor nationale maatregelen. Dan wordt er in de Eerste Kamer overnationale maatregelen gestemd, en dan stemmen ze tegen! Het geldt ookvoor een partij als de PVV, die haar eigen wet saboteert. Het geldt ookvoor een partij als de ChristenUnie, die al twee of drie kabinetten loopt tezieken over een aantal maatregelen waar ze dan nu toch weer voor is. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361913 leidt allemaal tot gigantische onvrede in dit land! En als wij politicionvrede organiseren, moeten we niet verbaasd opkijken dat er onvrede inhet land is. Dat moeten we onszelf aantrekken. Ik trek het mij aan, en ikhoop dat de heer Ceder het zichzelf ook aantrekt. Hij moet mij dan niet inde schoenen schuiven dat het door mij komt als enkele mensen zichmisdragen. Dan moet de politie de mensen die zich misdragen, oppakkenen vastzetten. Ik hoop dat ze dat eerst doen met de mensen van ExtinctionRebellion, daarna met de mensen die mee hebben gelopen met dieHamasdemonstratie van de Rode Lijn – dan is de Tweede Kamermisschien ook wat leger, want er liepen heel veel mensen mee – en dannatuurlijk ook met de mensen die zich in Loosdrecht niet zo goed aan dewet hebben gehouden.De voorzitter:Ik kijk of de heer Ceder nog een interruptie wil plegen. Dat is niet hetgeval. Dan ga ik naar de heer Van Asten van D66.De heer Van Asten (D66):Uit het betoog van de heer Markuszower, en vooral uit de uitgebreidebeantwoording van de interrupties, valt nog een rare lijn te halen. Zijnlaatste woorden waren dat iedereen zich aan de wet moet houden, terwijlhij eerder in het verhaal zei dat de burgemeester gewoon op de winkelmoet passen en zich juist niet aan de wet moet houden, want die wet is deSpreidingswet. Het is al eerder over die wet gegaan. Die is gewoondemocratisch vastgelegd. We verwachten daarmee dat onze bestuurders –burgemeesters, wethouders en raadsleden – dappere besluiten nemen.Daar moeten wij dan ook achter staan, want wij hebben die wetten in dithuis tenslotte aangenomen. Vervolgens hoorde ik de heer Markuszowereigenlijk continu zeggen dat vluchtelingen maar overlastgevers encriminelen zijn. U wakkert die zorgen ... De heer Markuszower wakkert diezorgen bij de mensen dus continu aan. Vervolgens werd er gezegd: wijzijn hier om de democratie te beschermen. Daarna kwam er weer eenmooi tussenzinnetje, en vervolgens werd er gezegd: het is niet heel langmeer in de hand te houden. Mijn vraag is: waar is de heer Markuszowernou eigenlijk op uit?De heer Markuszower (Groep Markuszower):De heer Van Asten begon met te zeggen dat mijn lijn niet duidelijk is. Weetde heer Van Asten wiens lijn niet duidelijk is? Die van u. Nou, niet die vanu, die van D66. Want voor de verkiezingen scoort Rob Jetten met eengroot verhaal dat hij iets aan asiel wil doen, en na de verkiezingen brekenal die D66-politici die belofte. Dát is pas slecht voor de democratie! Dát ispas een vage lijn! Verder zijn er zo veel dingen gezegd. Eén punt daaruit,want dat kan ik nog wel onthouden. Het lijkt alsof de heer Van Asten nietgoed in de materie zit. Het ging hier niet om de Spreidingswet. Het ginghier helemaal niet om de Spreidingswet. Dit was noodopvang. Diewaarnemend burgemeester hoefde helemaal niet zijn vinger op te steken.Maar waarom doet die waarnemend burgemeester dat? Precies vanwegewat de heer Van Asten daarna zei: «dappere besluiten». Die waarnemendburgemeester wilde bij zijn elitevriendjes, bij zijn vriendjes in al diebestuursorgaantjes, die ook allemaal maar benoemd zijn, bij de commis-sarissen van de Koning, bekendstaan als een dappere bestuurder, die nueventjes zijn gemeente opzadelt met de noodopvang van 110 mannen, dienaar de bevolking van Loosdrecht bewegingen maken dat ze hun keelgaan doorsnijden. Dat is niet democratisch; dat hoort niet bij de taak vaneen waarnemend burgemeester. Dat heeft helemaal niks met de Sprei-dingswet te maken. Het zou prettig zijn als de heer Van Asten zich zouinlezen in de materie voordat hij mij gaat aanvallen middels een inter-ruptie die totaal niet klopt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361914 De voorzitter:Ik onderbrak u al, niet vanwege de inhoud van uw betoog, want daar gaatu zelf over, maar vanwege de tijd die u ervoor neemt.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ja, maar het was een hele lange interruptie!De voorzitter:Het was geen hele lange interruptie, want ...De heer Markuszower (Groep Markuszower):Kneiterlang!De voorzitter:... wij timen dat hier, en daarmee kap ik dat af. Uw antwoord was meerdan anderhalve minuut lang. Dus vandaar. Meneer Van Asten, gaat uwgang.De heer Van Asten (D66):De heer Markuszower gaat wederom niet in op de vragen die gesteldworden in interrupties. Dat hebben we continu gezien. Wat ik het meestkwalijke vind, is niet zozeer de jij-bak naar mij, want die vind ik eigenlijkveel te goedkoop om op in te gaan, maar dat hij juist weer de lokalebestuurders wegzet als «elitevriendjes». Het is echt gif voor onzedemocratie door dat continu te injecteren. Ik vind het dus echt extreemkwalijk wat hier gebeurt. En dat gebeurt in een debat over vluchtelingen.De heer Markuszower heeft gelijk: dit is niet de Spreidingswet, dit zijn denoodmaatregelen. Heeft dit dan niks met de Spreidingswet te maken?Natuurlijk wel! Want op het moment dat elke gemeente zich zou houdenaan de Spreidingswet, hebben we geen noodopvangplekken meer nodig.Maar omdat dat te weinig gebeurt, hebben we die noodopvang wél nodig.Daarom heeft dit een-op-een met elkaar te maken en ben ik blij dat erlokale bestuurders opstaan die zeggen: dit gaan we doen, en dat gaan weop een goede manier doen. Wij zouden hen daar als lokale of alslandelijke politici in moeten ondersteunen, in plaats van hen weeronderuit te halen – wat de heer Markuszower doet.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Over die Spreidingswet: ik heb begrepen dat de heer Boomsma met eeninitiatiefwetsvoorstel komt om ’m in te trekken. Collega Lammers gaatgraag meetekenen, zodat we van die verschrikkelijke Spreidingswethopelijk snel af zijn. Ik geef de credits aan de heer Boomsma van JA21, diedat heeft bedacht. Dat gezegd hebbende, het tweede. Het zijn van dielange interrupties, dus ik weet het allemaal niet meer, maar diewaarnemend burgemeester ... Ik weet het weer. D66 staat voor«Democraten 66». Die waren voor de directe democratie. Uit mijn hoofdwaren ze ook voor het kiezen van de burgemeester. Dat standpunt, datkroonjuweeltje, heeft D66 allang laten vallen. Waarom eigenlijk, vraag ikaan de heer Van Asten? Dat is retorisch; u hoeft dat niet te beantwoorden.Waarom heeft D66 de eis laten vallen dat de burgemeester direct gekozenkan worden? Het antwoord is: omdat D66 helemaal niet van democratiehoudt.De voorzitter:Ik wil oproepen geen wedervragen te stellen in dit debat, want zo voerenwij niet het debat met elkaar. Ik kijk even naar mevrouw Westerveld vooreen punt van orde.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361915 Het punt dat ik wil maken, is dat ik het absurd vind hoe dit debat nu wordtgevoerd, hoe hier af wordt gegeven op lokale bestuurders, zonder dat diezich hier kunnen verdedigen. Ik vind dat niet de manier om een debat tevoeren. Vragen worden ontweken, er wordt een heel verhaal gehouden.Laten we dat gewoon niet doen op deze manier. Op geen enkele manierkunnen we zo goed dit gesprek met elkaar voeren vanavond.De voorzitter:Waarvan akte. U ziet ook dat ik zeer actief bezig ben om de orde van dezevergadering goed te handhaven als het gaat om de lengte van deinterrupties en over wie het woord heeft en dat ik daar moeite mee heb. Ikdoe nogmaals een oproep. U heeft mij vandaag daarvoor ingehuurd. Ikdoe dit met alle liefde, maar geef mij dan wel de ruimte om die orde hierte handhaven en te bewaken.De heer Struijs heeft een punt van orde.De heer Struijs (50PLUS):Ja, ik heb een klein punt van orde. Ik hoef niet weg, want mevrouwVan Brenk is boven water uit een ander debat, dus ik mag blijven.De voorzitter:Het is sowieso heel fijn dat zij boven water is. Dank u wel.Ik kijk even naar de leden om te zien of er nog interrupties zijn voor deheer Markuszower. Mevrouw Vondeling, gaat uw gang.Mevrouw Vondeling (PVV):Ik ben het grotendeels eens met de heer Markuszower. De massa-immigratie maakt ons land kapot. We moeten een asielstop invoeren.Maar als we een asielstop in willen voeren, is de vraag wel waarom DNAdan tegen een motie van de PVV stemt om die asielstop ook in te voeren.De voorzitter:Het betreft hier een vraag aan de Groep Markuszower in deze Kamer.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Allereerst dank aan mevrouw Vondeling voor de vraag. Ik had laatst eenplaatje op Twitter geknald, want ik zag die tweet van de partijleider vanmevrouw Vondeling en mijn voormalige partijleider, waar inderdaad instond dat wij tegen een motie zouden hebben gestemd voor eenasielstop. Dat was uit mijn hoofd op 3 februari. Op 5 februari hebben wevóór eenzelfde soort motie van mevrouw Vondeling en de heer Wildersgestemd, dus we zijn wel degelijk voor een asielstop. Ik ben blij datmevrouw Vondeling mij dat nog even laat verduidelijken hier. Bij de eerstemotie hebben we toen tegengestemd, maar daar hadden we ook voorkunnen stemmen, hoor. Die motie werd ingebracht in dat debat waarallemaal spreekt-uitmoties waren. We vonden het niet zo opportuun omwel voor sommige van die moties te stemmen en niet voor andere. Het iseen beetje een technische, saaie reden, maar ik ben blij dat ik hierklip-en-klaar kan zeggen dat wij net als mevrouw Vondeling voor eenasielstop zijn. Ik zou heel graag willen dat, nu ik dit klip-en-klaar hebgezegd, de PVV in ruil voor mijn duidelijkheid nooit meer de eigen goedewetten gaat saboteren. Als mevrouw Vondeling dat nou kan beloven, danzijn we allemaal weer goede vrienden van elkaar.De voorzitter:U mag dat straks in een interruptie aan mevrouw Vondeling vragen, niethier op deze manier.Mevrouw Vondeling heeft een interruptie.Mevrouw Vondeling (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361916 Allereerst hebben wij gewoon voor onze eigen wetten gestemd; laat datduidelijk zijn. U zegt wel dat u voor een asielstop bent, maar gisteren op tvof ergens anders hoorde ik u zeggen dat echte vluchtelingen welkom zijnin Nederland. Dat betekent dat uw partij kennelijk geen asielstop wenst.Daarnaast heeft meneer Claassen, uw collega, maanden geleden optelevisie gezegd dat een asielstop volgens hem helemaal niet kan. Datbetekent dus ook dat u kennelijk geen asielstop wil. En gisteren retweetteu een post van mevrouw Yes¸ilgöz die opriep om samen op te trekken.Mag ik u eraan herinneren dat de VVD helemaal geen asielstop wil? Wanttoen de PVV voorstelde om een asielstop in te voeren, gaf de VVD nietthuis. Hoe wilt u dan een asielstop bewerkstelligen met de VVD?De voorzitter:U stelt deze vraag niet aan mij, maar aan de heer Markuszower.Mevrouw Vondeling (PVV):Ja, sorry. Meneer Markuszower.De voorzitter:Gaat uw gang.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Als ik alleen maar mag praten met mensen die alles precies zo willenzoals ik of alleen die mensen mag retweeten, dan kan ik eigenlijk ook nietmeer met de PVV praten, want de PVV saboteert de eigen wetten. De VVDheeft ook heel veel dingen niet mogelijk gemaakt op asiel; dat klopt. Ikhoop dat we allemaal over onze eigen schaduw heen stappen. De VVD williever iets dan niets. Dat is waarom ik hoop soms met de VVD samen op tekunnen trekken. Ze willen veel te weinig, maar ze willen tenminste iets. DePVV speelt altijd dat spel: we willen alles, maar zelfs als we alles krijgenvia onze eigen wetten, saboteren we die alsnog. Al die spelletjes moetenophouden; dat zeg ik ook in mijn bijdrage. Laten we nou kijken met allemensen van goede wil, die iets willen doen aan asielbeperking. Dat gaanwe gewoon doen. Het liefst wil ik een asielstop. Wat de heer Claassendaarover zei, weet ik allemaal niet. In dat interview heb ik me misschienniet goed uitgedrukt. Ik ben blij dat mevrouw Vondeling mij nog steeds zogoed volgt; we werkten vroeger ook goed samen. Ik duidde in dattelevisieprogrammaatje een onderzoek, waarin werd gezegd dat heel veelNederlanders wel voor opvang zijn. Toen heb ik gezegd: natuurlijk zijnNederlanders best barmhartig en natuurlijk moet er ruimte zijn voor echtevluchtelingen.De voorzitter:Ja, dank u wel.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Nog één ding. Maar ik heb daarna wel gezegd: de afgelopen twintig jaarhebben we zo veel mensen toegelaten dat er nu geen ruimte meer is. Ikkan me best voorstellen dat er, in een wereld waarin er heel veel ruimtezou zijn in Nederland, voor enkele vrouwen en kinderen uit onze regiobest barmhartigheid kan worden getoond. Maar in deze fase van degeschiedenis ben ik voor een keiharde asielstop.De voorzitter:Vanaf dit moment in het debat zet ik de microfoon uit als u langer praatdan één minuut, want dit was bijna twee minuten.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Excuus, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361917 De voorzitter:Mevrouw Vondeling, ga uw gang.Mevrouw Vondeling (PVV):Ik vind dit een heel warrig verhaal. Ik heb geen idee waar de groep van deheer Markuszower nu voor staat. Kennelijk niet voor een asielstop, want«asielstop, maar minder mag ook». Ik kan u vertellen: als u dit kabinet inhet zadel blijft houden, komt er nooit een asielstop. Die partijen willenhelemaal niets. Die zijn alleen maar bezig met het openen van azc’s doorhet hele land en die houden de instroom niet tegen. Dat is waar GroepMarkuszower mee bezig is; die houdt dit kabinet in stand. Ik zeg tegen u:als u een asielstop wil, moet u daarmee stoppen.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Mevrouw Vondeling zegt dat ik warrig ben – zo ken ik mevrouw Vondelinghelemaal niet. Ik was helemaal niet warrig. Ik zeg heel duidelijk: wij zijnvoor een keiharde asielstop. Ik hou dit kabinet helemaal niet in het zadel.De partij die dit kabinet in het zadel heeft geholpen, is de PVV. Als de PVVniet uit het vorige kabinet was gestapt of als de partijleider van mevrouwVondeling – volgens mij delen we die frustratie – gewoon campagne hadgevoerd, dan was de PVV de grootste geweest. Dan had daar niet eenMinister van het CDA gezeten, maar misschien mevrouw Vondeling zelf,of misschien mevrouw Faber, als ze die gedragen motivering eindelijkeens af had; ik las in de krant dat dat niet is gebeurd. Als de PVV niet zolamlendig was geweest, hadden we nog steeds een PVV-kabinet. Onderandere omdat de PVV niet heeft geleverd, is die asielstop er niet gekomen.Ga nou niet mij of andere partijen in de schoenen schuiven dat dieasielstop er niet is. Trek die handschoen aan en zeg tegen Nederland:sorry, we hebben het verprutst, maar vanaf nu gaan we het beter doen.De voorzitter:Ja, dank u wel, heel netjes. Ik kijk even rond. Zijn er nog interrupties? Datis niet het geval. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Baarlenamens DENK. Gaat uw gang.De heer Van Baarle (DENK):Dank, voorzitter. De haatagenda van extreemrechts wordt steeds verderover ons land uitgerold. Gisteravond zagen we opnieuw een dieptepunt.Terwijl vluchtelingen zouden arriveren in het opvanggebouw inLoosdrecht, is door totale onverlaten een brand ontstaan. Toen debrandweer en politie iets wilden doen, werden ze bekogeld en tegenge-houden. We zien al tijdenlang racistisch en extreemrechts antivluchtelin-gengeweld en -terreur in ons land. We zien demonstraties die uitmonddenin gewelddadige rellen met «Heil Hitler»-roepende nazi’s, een gemeen-tehuis dat vernield werd, een explosief dat afging bij een opvanglocatie,een gemeente die aangeeft de opvang te schrappen vanwege ervarenonveiligheid, en raadsleden en burgemeesters die worden geïntimideerden bedreigd.Voorzitter. De maat moet echt vol zijn. Deze Minister moet erkennen datwe te maken hebben met terreur als mensen met geweld en intimidatiehet democratische bestuur willen ondermijnen en mensen willen belettenhun werk te doen als bestuurder – niets meer, niets minder – en dat datstructureel is. Is de Minister bereid om dat te erkennen? Welk actieplangaat de regering opstellen tegen deze extreemrechtse antivluchtelingen-terreur? Wanneer krijgen we het onderzoek van de diensten dat nu looptnaar de rol van extreemrechtse netwerken hierin? Wat gaat de Ministeracuut doen om naast het lokaal bestuur te gaan staan en te gaan zorgenvoor hun veiligheid? Die extreemrechtse antivluchtelingenterreur komtniet uit de lucht vallen. Terwijl de problemen in dit land zich opstapelen,zien we politici zoals Markuszower, Wilders en Keijzer op verschillendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361918 bijeenkomsten mensen ophitsen met spookverhalen. Dat gebeurt al jaren:leugens over zogenaamde nepvluchtelingen, testosteronbommen,koppelingen met criminaliteit, zondebokpolitiek die racistisch de schuldvan bijna alle problemen in ons land bij vluchtelingen legt. Die giftigepolitiek van partijen als de PVV, Markuszower, Keijzer en anderen hitst deboel op en zet ons land in de fik. Ik zeg tegen al die partijen: kap hiermee!Vluchtelingen worden hier het slachtoffer van. Ons hele land wordt erdooropgehitst. Lokale bestuurders zijn er ook het slachtoffer van.De heer Markuszower (Groep Markuszower):De heer Van Baarle neemt aanstoot aan het woord «nepvluchtelingen».Maar waarom ben je een vluchteling als je door vijf, zes, zeven of achtveilige landen bent gekomen? Ik lees zelfs dat die Palestijnse vrienden vande heer Van Baarle al een visum hadden gekregen in Griekenland en vande Minister toch nog hier asiel mogen aanvragen. Wat is daar vluchtelingaan? Waarom ben je een vluchteling als je al heel lang, of zelfs kort, veiligwas? Dan ben je toch geen vluchteling meer? Vluchteling ben je als jevlucht voor oorlog en geweld. Maar als je in een veilig land bent geweesten naar een ander veilig land gaat, en daarna naar nog een veilig land,hoezo ben je dan nog een vluchteling? Dan ben je toch een nepvluch-teling?De voorzitter:Ik zou de classificatie «vrienden van de heer Van Baarle» achterwegewillen laten.De heer Van Baarle (DENK):Alle mensen – want ik geloof in mensenrechten – zijn mijn vrienden. Alswe zien dat de mensenrechten van de Palestijnen enorm in het gedrangzijn, omdat onder anderen de heer Markuszower de afgelopen tijd heeftstaan klappen terwijl er een genocide op deze mensen wordt gepleegd, endeze mensen dus naar Nederland vluchten vanwege die genocide diegepleegd wordt, vind ik het ontzettend kwalijk dat politieke partijen hierop zo’n verschrikkelijke manier over Palestijnen spreken. Als we hethebben over woorden als «nepvluchteling»: het grootste deel van deaanvragen voor asielverzoeken in Nederland wordt nog steeds toegekend.Overal maar het woord «nep» op plakken, zoals de heer Markuszowerdoet, is ook weer een haatcampagne.Voorzitter. Als het gaat om aanstoot nemen: waar ik echt aanstoot aanneem, is de woordenterreur die de heer Markuszower eigenlijk al zijn helepolitieke bestaan uitstrooit over vluchtelingen. Vluchtelingen koppelenaan criminaliteit, vluchtelingen koppelen aan natuurrampen: dat zijn echtde meest demonische vormen van verdachtmaking die er bestaan. Eentsunami van vluchtelingen die over ons land zou spoelen: dat soortvunzige woorden heeft de heer Markuszower altijd gebezigd. De heerMarkuszower moet daar echt mee kappen.De voorzitter:Dank u wel.De heer Van Baarle (DENK):Wat hij doet, is mensen ontmenselijken, mensen verdacht maken, mensenin verband brengen met verschrikkelijke dingen. Dat kan echt niet.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Heel veel van de woorden die de heer Van Baarle zegt, heb ik echt nooitgebruikt. Echt niet. Bewijs het maar. Dat zijn dan Wilders» woorden. Ik hebdat nooit gezegd. De heer Van Baarle zei: heel veel van de aanvragenworden gehonoreerd, dus dan zullen het wel echte vluchtelingen zijn. Dátis dus juist het probleem. We geven mensen hier een status en zeggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361919 tegen mensen die helemaal geen vluchtelingen zijn: kom maarhiernaartoe; dan krijgt u van ons een gratis huis en gratis zorg. DeMinister moet zich er eigenlijk voor schamen dat dat gebeurt. De heerVan Baarle, die zegt dat dat een goede zaak is, moet zich daarvoorschamen. We moeten hier natuurlijk niet mensen tot vluchteling verheffendie door vijf, zes, zeven of acht veilige landen zijn komen reizen. Dat is dushet probleem. Ik hoop dat de heer Van Baarle eens ophoudt met mensendie helemaal geen vluchteling zijn, «vluchtelingen» noemen.De heer Van Baarle (DENK):De heer Markuszower probeert zichzelf nu een beetje wit te wassen en tezeggen: «Het was allemaal Wilders. Ik heb helemaal niks gezegd. Ik hebme helemaal niet schuldig gemaakt aan de meest verschrikkelijkebewoordingen.» De heer Markuszower heeft zijn hele volwassen bestaan –in het geval van de heer Markuszower is dat volwassen bestaan niet zoheel erg lang – vluchtelingen op een verschrikkelijke manier weggezet enzich racistisch geuit. De heer Markuszower ontkent nu dat hij het woord«tsunami» gebruikt heeft, maar er is een lange lijst van andere verschrik-kelijke bewoordingen die hij hier wel heeft uitgebraakt. We hebben hiereen instantie die bepaalt of mensen recht hebben op een verblijfsstatus.Dat is de IND. Als de afspraken die we hier gemaakt hebben – dat zijngewoon wetten die we hier in de Tweede Kamer gemaakt hebben – deheer Markuszower niet zinnen, dan zijn al die mensen blijkbaar nepvluch-telingen, dan deugen die mensen niet, dan maken die mensen misbruikvan ons systeem, dan parasiteren die mensen. Dat is precies de vunzige,extreemrechtse verdachtmakingspolitiek waar we in dit land een keer meemoeten stoppen. We moeten stoppen mensen collectief verdacht temaken omdat de uitkomst de heer Markuszower niet zint. Ik vind hetwalgelijk. Kap daarmee.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Van Baarle (DENK):Terwijl de samenleving verder polariseert, zitten vluchtelingen vast in dechaos van het falende beleid. Het COA slaat inmiddels voor de zoveelstekeer alarm. Na vragen van de NRC liet de organisatie weten te vrezen nietmeer te kunnen voldoen aan haar wettelijke taak om asielzoekers,vluchtelingen, opvang en begeleiding te bieden. Het bezettingspercentageis maar liefst opgelopen tot 104%. Het was nog nooit zo hoog. Mogelijkmoeten mensen weer buiten slapen. Ik vraag aan de Minister hoe hij kijktnaar deze alarmerende signalen van het COA. Welke concrete stappengaat deze Minister zetten om te voorkomen dat de opvangsituatie verderverslechterd en mensen opnieuw buiten moeten slapen? Wanneer kunnenwe maatregelen voor de structurele borging van voldoende capaciteittegemoetzien? Hoe gaat de Minister de structurele capaciteit van het COAen de IND vergroten? Hoe loopt dit tot dusver?Voorzitter. In ons land gaat het te veel over de opgeklopte discussie overde instroom, maar er is volstrekt te weinig aandacht voor het feit dat er inons land al heel erg lang een opvangcrisis is. Er is ook een beschavings-crisis, nu we op het punt zijn dat mensen mogelijk buiten moeten gaanslapen. Het kabinet komt ook nu weer met maatregelen die niet struc-tureel zoden aan de dijk zetten. Symboolmaatregelen zoals hetaanscherpen van grenscontroles of het afschaffen van dwangsommengaan ook niks doen aan de achterstanden. Wat echt gaat werken, zijnvoldoende structurele en flexibele opvangplekken met stabiele finan-ciering, en een opvangsysteem dat niet telkens van crisis naar crisis hoeftte gaan en moet buigen onder het feit dat rechtse kabinetten in hetverleden op die capaciteit hebben bezuinigd. Mijn vraag aan de Minister issimpel: hoe gaat hij daarnaartoe werken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361920 Ik wil ook specifiek aandacht vragen voor kinderen in de noodopvang,want de inspectie waarschuwt al heel erg lang voor de toestand vankinderen in de noodopvang, waar ze geen stabiele omgeving en privacyhebben. Kan de Minister aangeven hoeveel kinderen daar momenteel nogin verblijven en welke aanvullende stappen hij gaat zetten om kinderendaar weg te krijgen en op reguliere plekken te plaatsen? Hoe is de Ministeraan de slag om de situatie van kinderen te verbeteren?Voorzitter. Dan over Palestijnse vluchtelingen. Deze week vindt deherdenking van de Nakba plaats. Voor velen is dat misschien een gewonedag op de kalender, maar voor Palestijnen wereldwijd is dat eeninktzwarte dag van rouw, herinnering en verlies van hun land. Het is eendag waarop wordt stilgestaan bij de verdrijving van honderdduizendenPalestijnen. We zien dat er een genocide wordt gepleegd. We zien politicidie nu doen alsof Palestijnse vluchtelingen die hiernaartoe komen enmasse in verband zouden kunnen worden gebracht met geweld, terreur ofde meest verschrikkelijke zaken.De voorzitter:Meneer Van Baarle, u bent door uw tijd heen.De heer Van Baarle (DENK):Ik zou de Minister tot slot willen vragen of hij wil garanderen dat dePalestijnen die vluchten voor een genocide, hier gewoon een barmhartigeopvang krijgen en behandeld worden zoals iedere andere vluchteling.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef graag het woord aan mevrouw Westerveld namensGroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. De essentie van een democratie is dat we het over heelveel dingen fundamenteel oneens met elkaar kunnen zijn, maar dat we datuitspreken met woorden. Debatten mogen fel zijn, argumenten mogenscherp zijn en soms blijven we het ook oneens – dat hoort er allemaal bij –maar geweld, het gooien van vuurwerk, intimidatie, brandstichting, hetbelemmeren en zelfs aanvallen van hulpdiensten hoort op geen enkelemanier thuis in onze samenleving. Geweld en intimidatie zijn ook eenaanval op onze democratie. Er ligt hier ook een zware verantwoorde-lijkheid voor ons als parlementariërs om te staan voor die democratie.Ik zeg gewoon even waar het op staat: ik mis dat morele besef en diemorele verantwoordelijkheid bij een aantal collega’s. Bestuurders die nuworden belaagd en geïntimideerd, voeren wetten uit waar we hierdemocratisch met elkaar mee hebben ingestemd en waar nog steeds eenmeerderheid voor is. Zij voeren wetten uit onder enorme druk. Die druk isniet door hen veroorzaakt; die druk is ontstaan door de puinhopen die deafgelopen jaren zijn gecreëerd als het gaat over het asielstelsel. Nuworden dezelfde mensen die deze puinhopen mogen opruimen, die lokalebestuurders, door een aantal parlementariërs voor de bus gegooid, metalle gevolgen van dien. Datzelfde geldt voor de hulpdiensten. We wetenhier als geen ander dat woorden verregaande consequenties kunnenhebben.Voorzitter. Bij morele verantwoordelijkheid hoort dat we onze ogen nietsluiten voor mensen die zorgen hebben. Als ik spreek met mensen die inarmoede zitten, met mensen die enorme zorgen hebben, met mensen dieworden buitengesloten vanwege een beperking, met ouders van kinderenin de jeugdzorg, van kinderen die niet naar school kunnen gaan, vankinderen die een kamer zoeken, dan denk ik: ik zou ook pislink zijn oppolitici die de afgelopen jaren bepaalde besluiten hebben genomen, dieheel veel beloven en die niet leveren. Maar het is niet de schuld vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361921 vluchtelingen; het is de schuld van politici die zelf slecht beleid maken, dieniet in de spiegel durven kijken en vervolgens doen aan zondebokpolitiek.Ik hoop dat het debat vandaag in ieder geval ook leidt tot het besef dat wemet elkaar moeten komen tot een aantal oplossingen en tot de-escalatie.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Voelt mevrouw Westerveld enige verantwoordelijkheid voor diezogenaamde «puinhopen», gelegen in het feit dat haar politieke partij keerop keer op keer weigert maatregelen te nemen die iets doen aan de lengtevan procedures en de hoeveelheid mensen die naar Nederland komt?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Daar gaan we weer, wil ik bijna zeggen. Wij hebben de afgelopen jarenvoortdurend gepleit voor meer capaciteit bij de uitvoeringsorganisaties.Wij hebben de afgelopen jaren voortdurend gepleit voor het inkorten vanprocedures. Dat kan alleen als je gaat investeren in de mensen die hetwerk moeten doen. Dat kan niet als je daar keihard op gaat bezuinigen,zoals afgelopen kabinetten hebben gedaan. Dat mensen zo lang moetenwachten en dat zo veel mensen soms jarenlang in uitzichtloze situatieszitten en plekken bezet houden bij het COA ... Nee, daar voel ik mij zekerniet voor verantwoordelijk. Wij hebben namelijk de hele tijd geprobeerdom dat beleid tegen te gaan. We hebben de hele tijd tegenvoorstellengedaan. Ik voel me daar dus op geen enkele manier voor verantwoor-delijk.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Oké, ze voelt zich dus niet verantwoordelijk voor het feit dat haar politiekepartij nooit eens meestemt met beperkende maatregelen. Het gaat hier alde hele dag over het aansmeren van daden die door anderen wordengedaan aan mensen die op een bepaalde manier in het debat staan. Voeltzij zich dan wel verantwoordelijk voor wethouders die weigeren omstatushouders te huisvesten? Nu zitten er geloof ik zo’n 16.000 inasielzoekerscentra. Voelt zij zich daarvoor verantwoordelijk?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik kan deze vraag gewoon even niet plaatsen. Ik weet ook niet waarom ikme verantwoordelijk zou moeten voelen voor wethouders die iets wel ofniet doen. Ik kan de vraag dus even niet plaatsen.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Rechts van mij, links voor de kijker en ook links qua politieke kleur, wordtnu al dagen mensen zoals de heer Markuszower – maar ik zal die ladingstraks ook over me heen krijgen – van alles aanwreven wat wijzelf nietdoen, omdat er een stelletje idioten is dat zaken in de fik steekt en zakensloopt. Vervolgens zit mevrouw Westerveld hier te beweren dat de ellendewaar we in zitten, komt door eerdere kabinetten en andere partijen. Er zitdus geen greintje verantwoordelijkheid bij haarzelf of bij mensen van haarpolitieke kleur. Dat is toch volstrekt ongeloofwaardig? Dus nog een keer:ziet zij enige verantwoordelijkheid voor zichzelf, voor het tegen wettenstemmen die beperkende maatregelen aannemen, die procedures vlotterlaten verlopen en die een oplossing zoeken voor de grote aantallenmensen die hiernaartoe komen, of is het antwoord daarop gewoon «nee»of «ik snap het niet»?De voorzitter:«Zij» en «haar» ook graag via de voorzitter. Mevrouw Westerveld, gaat uwgang.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361922 Nee. Ik voel me zéker niet verantwoordelijk om op deze suggestiesantwoord te geven, omdat er hier een karikatuur wordt gemaakt van mijnverhaal. Ik gaf net in mijn verhaal heel duidelijk aan dat woorden ertoedoen. Ik gaf ook aan dat we moeten staan voor onze lokale bestuurders enhulpdiensten, die daar een wet aan het uitvoeren zijn, een wet waar dezeTweede Kamer democratisch mee heeft ingestemd en waar nog steedseen meerderheid voor is. Lokale bestuurders, maar ook deze Minister,doen nu enorm hun best om te zorgen dat mensen ergens wordenopgevangen, mensen die al in dit land zijn. Dat staat dus ook los van denieuwe instroom; het gaat om mensen die al in dit land zijn. Daar doetdeze Minister nu zijn best voor en daar doen lokale bestuurders hun bestvoor. Ik vind dat wij voor deze mensen moeten gaan staan.Ik gaf op dat punt ook aan dat ik best alle zorgen begrijp van mensen dieheel veel problemen hebben. Ik noemde er een aantal die bij andereportefeuilles liggen waarvoor ik verantwoordelijk ben. Ik merk dan vaakdat mensen denken – of ze denken dat niet per se, maar het wordt hunvaak aangepraat – dat alle problemen waar ze mee zitten, de schuld zijnvan vluchtelingen. Dat is niet zo. Die zijn de schuld van politiek beleid. Datis, iets samengevat, het verhaal dat ik heb gehouden. Dat is niet wat ikterughoorde in het verhaal en de vraag van mevrouw Keijzer.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog. Sorry, u heeft van iemand aan mijn rechterzijde eeninterruptie. Ik moet echt schakelen vandaag, want ook aan mijn rechter-zijde zitten leden.Mevrouw Van der Plas, welkom. U heeft een interruptie voor mevrouwWesterveld? Gaat uw gang.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dat klopt. Mevrouw Westerveld en haar partij roepen heel vaak datwoorden ertoe doen. Dat is ook zo; dat is zeker waar. Maar woorden doener ook toe voor de mensen in Apeldoorn, voor de mensen in Loosdrecht,voor de mensen in andere gemeenten in Nederland. Mensen die bezorgdzijn, die in een bepaalde buurt wonen, die zorgen hebben over grotegroepen alleenstaande jonge mannen die door hun buurt gaan struinen,die zich niet veilig voelen. Zij worden vervolgens weggezet als racist,fascist of nazi, terwijl het echte bewoners zijn die daar gewoon met hunechte, diepe zorgen staan. Vindt mevrouw Westerveld dan ook dat diemensen niet gelijk als racist of fascist of nazi moeten worden bestempeld,terwijl zij daar gewoon hun zorgen uiten? Zij zijn overigens heel vaak nietmeegenomen in de besluitvorming over het vestigen van eenasielzoekerscentrum.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ja, natuurlijk vind ik dat. Natuurlijk vind ik dat wij moeten luisteren naarzorgen van mensen, maar ik vind ook dat we als politici een verantwoor-delijkheid hebben om verhalen niet op te kloppen en feiten niet teverdraaien. We moeten het hebben over de echte feiten en cijfers.Daarover moeten we met mensen in gesprek gaan. Ik merk dat veiligheidheel vaak wordt genoemd, terwijl uit onderzoeken naar plekken waar albest lang geen noodopvang, maar gewoon permanente opvang is, blijktdat mensen vaak heel gewend zijn aan het azc. Daar is heel weinig aan dehand. In verreweg de meeste steden, dorpen en buurten is dat zo. Daargaat het in dit debat heel weinig over. Dus ja, we moeten zorgen altijdserieus nemen en er altijd serieus over met mensen in gesprek gaan,maar we moeten wel uitkijken dat we hier niet onterechte zorgen vanmensen aan het aanwakkeren zijn. Ik zeg niet dat mevrouw Van der Plasdat doet, maar ik hoor het wel te vaak in het politieke debat in hetalgemeen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361923 Mevrouw Van der Plas (BBB):Onterechte zorgen of verhalen opkloppen ... We hebben gewoon tallozevoorbeelden van verhalen waarin vrouwen en meisjes wat is aangedaan.Ik noem bijvoorbeeld Lisa, maar ook meisjes die ergens verkracht ofaangerand zijn. Die zorgen zijn niet onterecht. Die zorgen zijn er welzeker.Daarmee wil ik niet zeggen dat elke asielzoeker een meisje gaatvermoorden, zeker niet, maar het is wel gebeurd en het gebeurt ook nogsteeds. Die mensen maken zich daar dus wel degelijk terecht zorgen over.Ze zien namelijk die voorbeelden. Ik hoor mevrouw Westerveld zeggen: ikvind ook dat mensen niet als racist weggezet moeten worden, maar. Erkomt gelijk weer een maar achteraan. Ik zou mevrouw Westerveld willenvragen: spreekt u of uw partijleider zich dan ook een keertje uit op socialmedia als mensen – dan hebben we het gewoon over de bewoners diedaar staan om hun zorgen te uiten, dus zonder allerlei extremistischeuitingen of het gooien met vuurwerk – als racist en nazi wordenweggezet? Spreek eens uit: laten we nou voorzichtig zijn om mensen alsracist neer te zetten. Grote groepen mensen staan er gewoon omdat zezorgen hebben en bang zijn. Dat kan mevrouw Westerveld onterechtvinden, maar zij gaat niet over de gevoelens van andere mensen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Nee. Wat ik niet terecht vind, is dat mij nu dingen worden aangewreven.Alsof we dat niet zouden doen! Laten we even eerlijk zijn: iedere achtdagen wordt in Nederland een vrouw vermoord omdat ze vrouw is. Eenovergrote meerderheid, ook van de jonge meiden en vrouwen, heeft aleens een aanranding of seksueel grensoverschrijdend gedrag meege-maakt. Een heel groot aantal van hen krijgt daar ook hulp voor. Heel veelvrouwen en meisjes kampen nu nog met dat soort problemen. In hetalgemeen zijn vrouwen in Nederland op heel veel vlakken niet veilig. Danvind ik het onterecht dat in dit soort debatten te vaak wordt gedaan alsofdaarvoor één specifieke groep verantwoordelijk is. Dat is niet zo. Het vindtin alle lagen van onze samenleving, in alle delen van ons land, in allebuurten en wijken, op scholen en binnenshuis helaas nog veel te vaakplaats. Laten we daar heel eerlijk over zijn. Het vindt overal plaats. Daarmogen we best met elkaar het goeie gesprek over voeren. Maar te vaak,vind ik, worden hier suggesties gedaan dat er één bepaald daderprofiel is.Dat is niet zo. Of ja, het grote merendeel van de daders is man. Dat is dealgemene overeenkomst. Ik geloof dat dat voor 95% van de gevallengeldt. Maar: laten we een beetje uitkijken. Ik hoor bepaalde mensen hier –nogmaals, ik zeg niet dat mevrouw Van der Plas daarbij hoort – zich alleenmaar zorgen maken over de veiligheid van meisjes en vrouwen als hetgaat over de vestiging van een noodopvang of een azc. Dát vind ik nietterecht.De voorzitter:Ik doe een herhaalde oproep tot kortere interrupties en kortereantwoorden. We zijn hier vanavond sowieso tot wat later, maar als we indeze lengte doorgaan, zijn we hier zeker laat vanavond nog.Mevrouw Van der Plas (BBB):Waarom hebben we het hier over de alleenstaande jongemannen die hierasiel komen aanvragen? Omdat we hier in de commissie voor Asiel enMigratie zitten. Daarom wordt dit onderwerp nu hier zo besproken. Dat isvolstrekt logisch. We hebben ook debatten over femicide; dan gaat hetover andere vormen van vrouwengeweld. Het is toch volstrekt logisch datwe het in een asieldebat hebben over de personen? Nogmaals, niet elkeasielzoeker is een moordenaar, maar het gebeurt wel. Er is ook veelgeweld, veel vrouwenonderdrukking, noem alles maar op. Dat is waaromwe hier zitten. Dan zou je het er niet over mogen hebben, maar moet jeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361924 het een beetje vergoelijken: ja, maar andere mannen doen ook dingen bijvrouwen. Dit is de commissie voor Asiel en Migratie.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dat is mijn punt niet. Ik vind het volgende ingewikkeld. Ik ben nu een paarmaanden woordvoerder Asiel en Migratie. Ik ben ook woordvoerder opheel veel andere terreinen. Ik noemde er net een aantal: ggz, jeugdzorg. Ikheb ook een tijdje vrouwengezondheid in mijn portefeuille gehad. Het valtme op dat we bijvoorbeeld jaarlijks één commissiedebat hebben over deggz en we elke twee of drie weken uitgebreide debatten hebben over asielen migratie. Dat is prima, maar het is wel een politieke keuze om dieverdeling zo te maken in de Kamer. Dat zou niet mijn keuze zijn, maar hetis wel van een meerderheid van de Kamer. Ik vind het niet zo gek datmensen soms beelden in hun hoofd krijgen, omdat we het in de Kamerheel vaak, echt heel vaak, over asiel en migratie hebben. Dat is prima,maar daardoor krijgen mensen natuurlijk ook het idee dat we ons alleenmaar hier druk over maken en veel minder over al die andere zorgen. Danbegrijp ik wel dat mensen boos worden.Mevrouw Van der Plas (BBB):Waarom hebben we het hier zo vaak over? Omdat het niet alleen gaatover de asielzoekers die onze grens over komen, maar omdat ons heleland helemaal compleet is vastgelopen. Daar gaat het om. We hebben eenwoningtekort. We hebben niet genoeg leraren. We hebben niet genoegmensen in de zorg. Dan noem ik gewoon maar even drie voorbeelden.Een hele hoge instroom, met alle gevolgen van dien, ook bijvoorbeeldgezinshereniging ... We hebben in Nederland gewoon de capaciteiten nietom met zo’n hoge instroom om te gaan. Dat is waarom er hier heel vaakover wordt gesproken. Dat is ook volstrekt logisch, want dit gaat verderdan alleen vluchtelingen die hier proberen een status te krijgen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Als dat het probleem is, dan had er niet zo veel bezuinigd moeten wordenop de zorg. Dan had het vorige kabinet niet een miljard moeten bezui-nigen op het onderwijs, waarvan een groot deel bij de lerarenterechtkwam. Dan moeten we op al die andere terreinen ... Dan moetenwe het vaker hebben over woningen. Laten we dat soort debatten vakerplannen als dat het probleem is. Mijn bezwaar tegen deze manier vanredeneren is dus dat politici heel veel problemen hebben veroorzaakt. Eris inderdaad een lerarentekort. Er zijn grote problemen in de zorg. Iknoemde net de jeugdzorg. 70.000 kinderen gaan niet naar school. Latenwe het alsjeblieft veel vaker over dat soort problemen hebben. Laten wemet elkaar zorgen voor oplossingen en niet alleen maar rücksichtslosbezuinigen. Het laatste wat we moeten doen, is mensen die nog nooit eenstap in Nederland hebben gezet daar telkens maar de schuld van geven.De heer Diederik van Dijk (SGP):Asielzoekers zijn niet de bron van alle ellende. Dat ben ik volledig eensmet mevrouw Westerveld. Tegelijkertijd zijn heel veel mensen ontevredenen boos omdat de verzorgingsstaat wordt uitgekleed. Dat heb ik eenaantal keren gehoord, ook nu in de interrupties. Raakt dat dan niet eenheel belangrijk punt als we het hebben over asiel en migratie? Een royaleverzorgingsstaat zoals we die kennen en graag willen behouden, verhoudtzich niet tot een te grote instroom. Is dat niet een punt waarvan PROmisschien toch te lang heeft weggekeken?De voorzitter:In deze Kamer is dat nog steeds GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer Diederik van Dijk (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361925 Excuus.De voorzitter:Dank u wel.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik kan me de verwarring voorstellen, want ik moet zelf ook nog weleensnadenken over de vraag van welke partij ik nou precies ben. Ik begrijp watde heer Van Dijk zegt. Natuurlijk, op het moment dat veel mensenbinnenkomen, dan vraagt dat wat van het onderwijs en van onzeverzorgingsstaat. Natuurlijk is dat zo. We hebben in ons afgelopenverkiezingsprogramma ook aangegeven dat wij een bandbreedte zoudenwillen voor de instroom. Dan hebben we het over asielmigratie, maar ookover arbeidsmigratie. Dat is ook om die reden. Wat ook helpt, is veel meerinzetten op het meedoen – dat doet de coalitie wel; daar complimenteer ikze mee – zodat mensen die hier zijn en hier mogen blijven of nog inafwachting zijn, sneller kunnen meedoen met onze samenleving. Ik denkook dat dat zou helpen. Dan hoeven we misschien ook minder arbeidsmi-granten binnen te halen. Ik zie dus zeker de spanning die de heer Van Dijkschetst.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank voor deze reactie. Ik moet een beetje zuinig zijn met mijn inter-rupties. Ik heb namelijk nog een vraag op een ander punt waar mevrouwWesterveld een dikke streep onder zette. Dat is dat we moeten staan vooronze bestuurders, want de wet is de wet. Dat ging volgens mij vooral overde Spreidingswet. Dat is inderdaad wel onze verantwoordelijkheid. Als wenou moeten constateren dat die Spreidingswet vooral heel polariserendwerkt, zouden we ons dan niet een keer achter de oren moeten krabben?Ik erken dat het vóór de Spreidingswet ook ingewikkeld was, maar is datpolderen uit die tijd toch niet beter dan het polariseren van nu met deSpreidingswet?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik zou wel de vraag willen stellen of dat daadwerkelijk zo is. Afgelopenweek kwam uit een onderzoek van het RTL-panel naar voren dat eenmeerderheid van Nederland achter de opvang van mensen die vluchtenstaat. Daaruit bleek dat ook een meerderheid achter de Spreidingswetstaat. Dat is in de Kamer ook het geval. De Spreidingswet is er gekomenmet een meerderheid van de Kamer. Die is er nog steeds. Volgens mijstaat die ook in het coalitieakkoord. Het zou helpen als we met elkaarafspreken dat we achter die wet gaan staan. Laten we vooral ook dezeMinister en de bestuurders in het land die daarmee bezig gaan, helpen. Ikzie namelijk ook een andere kant hieraan. Ik heb met een aantal mensenuit Loosdrecht gesproken. Dan hoor ik ook mensen, deels uit onzeachterban, aangeven dat ze bijna niet meer kunnen demonstreren dat zevóór de opvang zijn, omdat ze dan geïntimideerd worden met de ergstebewoordingen. Laten we dus uitkijken dat we hier van alles beweren endoen alsof de meerderheid van Nederland dat wil. Er is namelijk nogsteeds een meerderheid van Nederland voor de opvang van mensen dievluchten. Dat blijkt in ieder geval uit dat panel, maar ook uit allerlei andereonderzoeken.De voorzitter:U kunt u betoog vervolgen. Gaat uw gang.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik was gebleven bij het dieptepunt van gisteren: de brand. Daar is al heteen en ander over gezegd. Ik vind het heel heftig dat politie en brandweerwerden tegengehouden en bekogeld toen ze die brand probeerden teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361926 blussen. De consequenties hadden ontzettend heftig kunnen zijn. Ikbegrijp dat de mensen die daarbinnen zaten, maar ook de COA-medewerkers, hevig geschrokken zijn. Ik wil hun enorm veel sterktewensen. Ik heb ook een aantal vragen aan de Minister daarover. Ik wilvragen of de Minister weet hoe het gaat met de mensen die in hetgebouw aanwezig waren. Krijgen zij ondersteuning na wat ze hebbenmeegemaakt? Zijn alle aanstichters opgepakt? Speelt het feit dathulpdiensten belemmerd werden terwijl er mensen binnen zaten een rolin de aanklacht? Was hier volgens de Minister sprake van een aanslag, ofhoe zou hij dit kwalificeren? Kan de Minister helder aangeven op welkemanieren hij lokale bestuurders en hulpdiensten elders in het land gaatondersteunen? Het is namelijk op meer plekken in het land flinkmisgegaan.Voorzitter. Daarbij weten we ook dat lang niet alle mensen die actievoeren,helemaal niet de mensen die dat op een gewelddadige manier doen ...Daar zijn ook extreemrechtse groepen bij betrokken. Die zijn onderdeelvan een groep die bijna beroepsmatig door het hele land trekt om zichoveral bij aan te sluiten. Defend lijkt zelfs een internationale organisatie. Ikben benieuwd naar het aangekondigde onderzoek naar deze groepen. Watons betreft moeten er snel stappen worden gezet.Voorzitter. Dan wil ik nog stilstaan bij een paar andere onderwerpen. Teneerste kinderen in de noodopvang. Het is al langer een wens van deKamer om kinderen niet in de noodopvang op te vangen. Noodopvang isongeschikt. Kinderen lopen schade op. Bovendien is die opvang ook eenheel stuk duurder. Dit kabinet wil de noodopvang de komende periodevervangen door gewone opvangplekken, maar op dit moment verblijvener nog meer dan 7.000 kinderen in de noodopvang. Hoe staat het met deuitvoering van de aangenomen motie uit februari, waarin we vroegen omgeen nieuwe kinderen meer te plaatsen in de crisisnoodopvang of denoodopvang? Is er een plan om versneld reguliere kindvriendelijkeopvangplaatsen te realiseren of kinderen voorrang te geven bij hetplaatsen in de reguliere opvang? Graag een reactie van de Minister.Ik heb nog een paar korte vragen, en dan rond ik af. Er is veel onrust, enterechte onrust, over lhbtqi+-vluchtelingen, die helaas soms de vrese-lijkste dingen meemaken in de opvang. Ik wil de Minister vragen of hij ookhier overleg over heeft met het COA, maar ook met organisaties die voordeze groepen opkomen, en van hem horen wat de plannen zijn. Wehebben recent een petitie aangenomen van mensen die al jaren inNederland zijn en die eigenlijk geen idee hebben van wanneer zeduidelijkheid krijgen. Ik sprak laatst met een ouder die aangaf: «We wonenal vier jaar in een COA-locatie, mijn kind groeit daar eigenlijk op. Wehebben nog geen enkele duidelijkheid. We hebben ook zorgen over hetMigratiepact, over dat we figuurlijk onderaan de stapel komen.» Ik wil deMinister vragen naar de plannen om deze mensen duidelijkheid te geven.Wat gaat hij doen om die procedures te versnellen? Want laten we nietvergeten dat een grote reden voor dat die opvanglocaties zo vol zitten,natuurlijk ook is dat veel mensen uitzichtloos aan het wachten zijn.De voorzitter:Ik dank u wel. Er is nog een interruptie van de heer Markuszower.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ja. Mevrouw Westerveld zegt – terecht, hè – dat er in die COA-locaties ookwantoestanden zijn en dat bewoners die een lhbtqi+-, of zo, achtergrondhebben, geweld meemaken. Ik kan me zelfs herinneren dat er een paarjaar geleden een kindje is vermoord in een COA-locatie. Hoe denktmevrouw Westerveld dat dat komt, dat die lhbtqi+’ers in die opvanglo-caties zo’n last hebben van geweld? En hoe denkt mevrouw Westervelddat degenen die dat geweld plegen, als ze later een status krijgen inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361927 Nederland zich verhouden tot de Nederlanders met een lhbtqi-achtergrond?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de grote betrokkenheid van de heer Markuszower bij deze groep ...De heer Markuszower (Groep Markuszower):Een rare suggestie, hoor! Dit is een persoonlijk feit: waarom zou ik geenbetrokkenheid hebben bij die groep? Wat is dat voor een rare suggestie?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Die opmerking had ik niet moeten maken. Maar dat «of zo»hoeft toch niet altijd. Daar doelde ik op. Ik kom daar zo even op terug.De voorzitter:Eén moment, ook voor de orde van de vergadering. U mag altijd eenpersoonlijk feit maken. Dat kunt u dan aangeven en dan krijgt u het woordvan mij, zodat we niet door elkaar heen praten. U heeft een persoonlijk feitgemaakt. Graag uw antwoord, mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik geef een antwoord op de vraag. Net als in de hele samenleving zijnlhbtqi+-personen helaas te vaak het slachtoffer van geweld, van intimi-datie. Dat vindt in de hele samenleving plaats. Het vindt wellicht nogvaker plaats in COA-locaties. Dat komt doordat daar heel veel mensen uitverschillende culturen met verschillende achtergronden op een locatie bijelkaar worden gezet, met vaak erg veel stress, en soms ook uit culturenwaarin men de Nederlandse cultuur minder goed begrijpt. Precies daaromvraag ik aan de Minister wat hij doet om organisaties die deze mensenhelpen, te ondersteunen. Ik weet natuurlijk ook dat er soms veelgesprekken nodig zijn om te vertellen hoe we in Nederland met elkaaromgaan en dat daar inzet voor nodig is. Ik zou juist willen dat we dieorganisaties, maar ook mensen die zijn gevlucht naar ons land, veiligheidbieden en ook laten zien wat in Nederland de afspraken zijn die we metelkaar maken en dat geweld, intimidatie om wie je bent, waar dan ook, opgeen enkele manier ergens thuishoort.De voorzitter:Dank u wel. Dat leidt niet tot een vervolgvraag, zie ik. Ik kijk ook even naarde rechterzijde. Nee? O, mevrouw Keijzer nog.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Ja, toch nog één vraag, want dit gaat mij toch iets te gemakkelijk. Toen deheer Markuszower die vraag stelde, ging zoiets ook door mijn hoofd heen:hoe denkt u nou dat het komt dat lhbtqi’ers, of net hoe je ze wilt noemen,«homo’s», «lesbiennes», het zo zwaar hebben in COA-locaties? Hetantwoord daarop is natuurlijk – en dat gaf mevrouw Westerveld ook – datvluchtelingen voor een groot gedeelte afkomstig zijn uit landen waar opeen totaal andere manier, negatief namelijk, gekeken wordt naar homo’s.Dus toch nog een keer even de vraag aan haar gesteld: denkt mevrouwWesterveld nou echt dat een gesprek met deze mensen helpt, dat als zestraks een status hebben, dat anders gaat? Toch graag even antwoord opdie vraag.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):We weten uit verschillend onderzoek dat als het gaat om deze groep ensowieso bij verschillende religieuze groepen, de tolerantie, dus hoe je metelkaar omgaat, een stuk minder is. En ja, dan helpt voorlichting; danhelpen gesprekken. Dan helpt het als mensen met elkaar, met mensen uitNederland en met organisaties die hen ondersteunen, in gesprek gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361928 over hoe we met elkaar omgaan, over wat onze waarden en normen zijn.Natuurlijk helpt dat. Op het moment dat wij naar andere landen gaan,weten we ook niet precies wat daar de gebruiken zijn, weten we ook vaakniet genoeg van culturen. Dus uiteraard helpt dat. Volgens mij moeten weop basis van wat wij zien en wat wij horen met elkaar het debat aangaan.Ik weet dat er problemen zijn in deze groepen. Het lijkt me heel legitiemom aan de Minister te vragen wat hij doet om gesprekken aan te gaan metCOA-locaties, waar deze problemen plaatsvinden, maar ook met groependie juist opkomen voor mensen die soms uit het land van herkomst zijngevlucht omdat ze homoseksueel zijn en hier weer in onveilige situatiesterechtkomen.De voorzitter:Mevrouw Keijzer, uw laatste interruptie.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Dit cultuurrelativisme is natuurlijk stuitend! In een tussenzin zeg je: als wijin andere landen komen, weten we ook niet hoe de cultuur daar is. Wijhebben hier te maken met Nederland, waar homo’s door de bankgenomen veilig zijn. Dat waren ze in ieder geval in de grote steden. InAmsterdam is in 2021 door een partijgenoot van mevrouw Westerveld eenonderzoek in een la verdwenen waaruit heel duidelijk bleek dat homo’svooral te vrezen hadden van mensen van allochtone herkomst. MevrouwWesterveld haalt gewoon met haar volle verstand weer een heleboelmensen hiernaartoe en gaat er dan werkelijk van uit dat een beetjevoorlichting dit probleem oplost. Het kan niet waar zijn. Zou mevrouwWesterveld in ieder geval willen toegeven dat we problemen importeren?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb de indruk dat het niet zo veel uitmaakt welk antwoord ik geef. Ikconstateer namelijk problemen. Ik draai daar niet omheen. Ik stel deMinister daar een vraag over en ik geef antwoord op de vragen vancollega’s daarover. Ik zou dus niet weten wat mevrouw Keijzer nou preciesvan mij wil horen. Ik heb alle antwoorden al gegeven. Ik draai ook niet omde problemen heen die we zien en waarover we horen van organisaties envan mensen zelf. Volgens mij is dat de manier om met elkaar een debat tevoeren. Ik heb geen idee waar mevrouw Keijzer nu naartoe wil.De voorzitter:U bent door uw interrupties heen, mevrouw Keijzer.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Jammer, ik had nog één korte vraag, maar dan gooi ik die maar in mijneigen betoog.De voorzitter:Ja, het leven is soms onverbiddelijk. Ik kijk even rond. Nee, u heeft zelfsvier interrupties gepleegd. Uw voorzitter is al coulant geweest. Deverduidelijkingsvragen die u in uw tweede en derde interruptie heeftgesteld, zijn al niet meegeteld. Ik had daar net contact over met de griffier,die dit allemaal netjes bijhoudt. Kijk, als we de grens overgaan naar vijf,zes interrupties, dan wordt het zeker half elf, elf uur vanavond, ofmisschien nog wel later. Dat doen we niet. Daarom gaan we nu luisterennaar de heer Ceder. Hij spreekt namens de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter. Gisteravond werd Loosdrecht geconfronteerd met een nieuwdieptepunt in de omgang met asielzoekers: fakkels, vuurwerk en brandvoor de opvanglocatie, waar vluchtelingen en medewerkers van het COAnet waren aangekomen. Het is schandalig, schofterig en buiten alle perkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361929 dat deze relschoppers zelfs de brandweer verhinderden hun werk te doen.Geweld is nooit geoorloofd. Asielzoekers moeten veilig zijn, ongeacht hoeje over de wenselijkheid van de opvang denkt.Voorzitter. De protesten tegen noodopvanglocaties gaan van kwaad toterger. Loosdrecht, Apeldoorn, IJsselstein. Demonstreren is een grootgoed, maar als het gepaard gaat met rellen, geweld en zelfs het tegen-houden van hulpverleners, dan moet dat recht ingeperkt worden. Ik hebbegrip voor mensen die oprecht bezorgd zijn over een locatie. Ze moetenook hun zorgen kunnen uiten. Ik heb de Minister ook vaker aangesprokenop het belang van het stap voor stap meenemen van een gemeenschapop het moment dat er een opvang wordt gevestigd. Ik heb ook continugewezen op het belang van kleinschaligheid bij het voornemen om eenasielopvang te plaatsen, juist om landelijk draagvlak te kunnen behouden.Maar ophitsers en relschoppers van buiten de gemeente verpesten hetgrondig en moeten wat de ChristenUnie betreft keihard wordenaangepakt. Het is ook heel goed dat de AIVD onderzoek doet naar dezemensen.Mijn vragen aan de Minister luiden als volgt. Heeft hij contact gehad metde burgemeesters en wethouders van alle plaatsen waar al onrust is ofwaar onrust mogelijk wordt verwacht? Hoe kan hij hen helpen om de ordete bewaren? Ik vroeg de vorige Minister van Asiel en Migratie om ook oplocatie langs te gaan, om de burgemeester en de gemeenteraad teondersteunen, maar die weigerde dat. Ik vraag me af of deze Minister datanders gaat doen, om gemeenteraden en burgemeesters, die het landelijkbeleid uitvoeren, te ondersteunen op het moment dat de druk hoog wordt.Voorzitter. Dan de aangekondigde asielmaatregelen van dit kabinet. DeChristenUnie wil een stap vooruit zetten naar uitvoerbare en effectieveasielwetgeving. Daarom kijken wij bij ieder wetsvoorstel of het bijdraagtaan een oplossing. Daarom steunt mijn fractie het afschaffen van dedwangsommen en het uitbreiden van de mogelijkheden voor eenongewenstverklaring. In het verleden hebben wij niet ingestemd metfabeltjes of symboolwetgeving, die vooral grote verwachtingen opriepen,maar in de praktijk weinig tot niets oplosten. Denk hierbij aan de algehelestrafbaarstelling van ongedocumenteerden. Wel willen wij onderdeel zijnvan de oplossing, met beleid dat daadwerkelijk werkt en zorgt voorminder druk op de asielketen, meer grip op migratie en duidelijkheidrichting mensen die hier niet mogen blijven. Tegelijkertijd blijven we rechtdoen aan mensen die gevlucht zijn voor oorlog of vervolging en onzebescherming echt hard nodig hebben.Om die reden zet de ChristenUnie een stap vooruit en is ze mede-indienervan het voorstel om de rechterlijke dwangsommen af te schaffen. Dat isook een verzoek van de IND zelf. Hoewel we het uitgangspunt van dedwangsommen in principe delen en de voorkeur geven aan een volledigdoorlopen wetstraject, herkennen we dat ze nu hun doel voorbijschieten.Het gaat ons wel om dat doel: snellere procedures. We hebben liever datgeld geïnvesteerd wordt in de capaciteit van de IND dan dat de IND steedsmeer dwangsommen betaalt voor het niet halen van de beslistermijnomdat de capaciteit niet toereikend is. Het debat moeten we hierover noggaan voeren, maar kan de Minister in ieder geval toezeggen dat hetuitgangspunt is dat gelden die bespaard worden daadwerkelijk wordenuitgekeerd aan het verbeteren van de keten, en niet aan de voorkant vaneen begroting elders worden ingeboekt?Voorzitter. Ook kunnen we de uitbreiding van de ongewenstverklaringsteunen. Dat zat al in een eerder wetsvoorstel en dat aspect uit de wetblijven we steunen. Het gaat ons erom dat er effectieve stappen wordengezet om overlastgevende asielzoekers die een gevaar voor Nederlandzijn te laten terugkeren. In een werkend asielstelsel is er in Nederlandsimpelweg geen ruimte voor deze groep.Voorzitter. Over een aantal weken start de werking van het EU-Migratie-pact. Mijn vraag is welke stappen er in de komende weken tot die tijd nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361930 gezet moeten worden. Welk verschil is er vanaf 12 juni te merken in deasielprocedures? Kan de Minister dat schetsen? Heeft de Minister al zichtop de capaciteit die wordt ingezet voor de bestaande voorraden bij deIND?Voorzitter. Er zijn zorgen over kwetsbare mensen in de opvang. Hoe gaatde Minister ervoor zorgen dat deze kwetsbare personen goed gesigna-leerd worden in het OVA-proces? Kan de Minister toezeggen de Kamerhierover snel te informeren? Er zijn inmiddels mensen aangenomen bij deIND die de juridische counseling gaan doen. Is dat momenteel afdoende?Gaan we op 12 juni een voortvarende start maken?Voorzitter. Dan wil ik het hebben over de instroom. We hebben het berichtgezien dat Nederland koploper is wat betreft asielaanvragen vanPalestijnen. Welke inzichten heeft de Minister over een mogelijk netwerk,misschien met onderlinge promotie, waardoor mensen die vaak al eenvergunning hebben, bijvoorbeeld in Griekenland, uiteindelijk in Nederlandterechtkomen? Kunnen we in Nederland misschien iets leren van hetbeleid in België? Welke maatregelen kan de Minister nu, en straks onderhet Migratiepact, nemen om asielzoekers die al een vergunning hebbenvoor een ander land daadwerkelijk terug te sturen naar dat land?Voorzitter. Voor het reces hebben we het uitgebreid over de opvanggehad, maar ik heb hier toch een extra vraag over. Heeft de Minister eenplan richting de zomer wat betreft noodopvang? We weten dat dat vaakpiekmomenten zijn. «Het is roeien met de riemen die we hebben», zei deMinister drie weken geleden, maar dat belemmert ons toch niet om nuvooruit te kijken?Over de kinderen in de noodopvang wil ik het volgende zeggen. Erverblijven inmiddels meer dan 7.000 kinderen in noodopvanglocaties.De voorzitter:Kunt u tot een afronding komen?De heer Ceder (ChristenUnie):Keer op keer trekken instanties aan de bel over de omstandigheden. Welkestappen gaat de Minister nu concreet zetten om hun veiligheid te bieden?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is nu aan de heer Dijk, die spreekt namens de SP.Gaat uw gang.De heer Jimmy Dijk (SP):Dank u wel, voorzitter. We hebben de afgelopen weken verschillendedemonstraties en prostesten gezien in buurten en wijken in ons land. Ikheb zelf vrij veel demonstraties en protesten meegemaakt. Ik heb ookweleens een protest of een demonstratie meegemaakt die aan het eindeuit de hand liep. Dan heb je twee keuzes: blijven staan of weglopen. Voormensen die op een vreedzame manier een demonstratie beginnen, vind ikhet heel erg als die vervolgens wordt overgenomen, wordt gecoupt. Ikvind het heel erg dat er dan veel geweld en ellende richting de brandweeren politie is en dat mensen die op een normale manier demonstrerengroot onrecht wordt aangedaan. Ja, daar zit ook heel, heel extreemrechtsgeweld bij en daar zitten ook hele, hele extreemrechtse teksten enuitingen bij. Ik vind het goed als de Minister daar onderzoek naar gaatdoen.Ik ben zelf niet aanwezig geweest bij die demonstraties. Ik heb er heelbewust voor gekozen om dat niet te doen. Ik wil altijd daar zijn waardingen plaatsvinden. Ik wil kunnen luisteren naar mensen en met mensenin gesprek kunnen gaan. Ik heb er dus voor gekozen om in de middagnaar Apeldoorn te gaan. Ik ben heel erg blij, heel erg dankbaar, voor demensen in de wijk De Maten die met mij in gesprek wilden, die hun vrijeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361931 zaterdagmiddag – het was ontzettend mooi weer – de tijd hebbengenomen om met mij in gesprek te gaan. Ik was met zo’n 30 bewoners.Het was een ontzettend goed gesprek. Was ik het 100% eens metiedereen? Nee. Waren zij het 100% eens met mij? Nee. Maar we conclu-deerden aan het einde wel dat we het voor 80% met elkaar eens waren.Het ging over het volgende. Het ging erover dat De Maten een wijk inApeldoorn is die de afgelopen jaren ontzettend veel klappen heeftopgevangen. Ik hoor politici vaak zeggen: het zijn kwetsbare wijken. Datzijn het niet. Het zijn sterke bewoners. Het zijn sterke wijken. Die hebbenkeer op keer op keer de klappen van Haagse bezuinigingspolitiekopgevangen: in het zorgcentrum dat daar staat, in de school voor speciaalonderwijs voor kinderen met gedragsproblemen en andere beperkingen,in de opstapwoningen die tegenover deze geplande locatie voornoodopvang staan. De mensen zeiden tegen mij: het zou eigenlijk nietuitmaken welke groep mensen hier gehuisvest zou worden, als het maarniet een groep is met een verleden dat problematisch kan zijn. Dat is welhet geval als het om noodopvang gaat. Mensen gaven bij mij aan dat dewijk De Maten problemen heeft met veiligheid. Het gaat twee kanten op,zeiden mensen. «Dat geldt voor ons, maar dat geldt ook voor de mensendie hier zo meteen gehuisvest worden. Die komen niet op een prettigeplek, dus pak alsjeblieft eerst de problemen met veiligheid aan. Zorgervoor dat onze zorg op orde is, dat onze kinderen een woning kunnenvinden. Waarom stapelen jullie, Den Haag, probleem op probleem opprobleem bij ons in De Maten?»Ik vind het karakteristiek voor alle plekken waar ik kom als het omnoodopvang of nieuwe azc’s gaat. Waarom is het altijd in de buurten enwijken die de hardste klappen opvangen van jullie – ik ga wel «jullie»zeggen in dit verband – bezuinigingspolitiek? Daarmee wordt namelijk desolidariteit in onze samenleving kapotgemaakt. Ik was net even aan hetluisteren naar de debatten die hier plaatsvinden. Het ging geen één keerover mensen. Wat zijn jullie met jezelf bezig! Ongelofelijk. Kijk naar debuurten en wijken waar het om gaat. Waarom gebeurt het altijd indezelfde buurten en wijken? Waarom niet in de rijkste gemeentes vanNederland? Ook met noodopvang is dat niet het geval, nog steeds niet. Eris tien keer meer opvang in de armste buurten en wijken van Nederland.Als we het dan over de Spreidingswet hebben: heel graag. Maar in deSpreidingswet stond iets cruciaals voor de SP om daarmee akkoord tegaan: dat we zouden beginnen bij de rijkste buurten en wijken vanNederland. Daar wordt niet aan gehouden. Dan is het wel vragen omproblemen. Dan vind ik het heel knap dat mensen die klap na klap na klaphebben gehad, op een nette manier hun geluid laten horen. Dat vind ikheel knap. Ik vind het verschrikkelijk dat extreemrechtse groeperingendeze demonstraties kapen. Ik vind het goed dat daar onderzoek naarwordt gedaan. Maar dan wil ik wel het volgende aan deze Minister vragen.Als de Minister echt van mening is dat problemen moeten wordenopgelost in Nederland – daar ga ik van uit; ik ga ervan uit dat dezeMinister dat van plan was toen hij aan deze taak begon – dan hebben weecht spreiding nodig. Dat betekent dat we gaan beginnen bij de rijkstebuurten en wijken.De voorzitter:Dank u wel.De heer Jimmy Dijk (SP):Dat betekent dat we stoppen met commerciële noodopvang in boten enhotels. Mijn motie daarover die aangenomen is, wordt niet uitgevoerd opdit moment.De voorzitter:Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361932 De heer Jimmy Dijk (SP):Er is meer commerciële noodopvang gekomen. Dat is én peperduur énmensen zien donders goed ...De voorzitter:Ik heb uw microfoon uitgezet. Ik heb u twee keer bedankt voor uwbijdrage. Dat heeft ermee te maken dat u nu al bijna een minuut over uwtijd heen bent, dus daarom heb ik uw microfoon uitgezet. U heeft eeninterruptie van de heer Markuszower. Gaat uw gang.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Ja, twee korte dingetjes. De heer Van Dijk zei dat niemand het hier over demensen in het land had gehad, maar juist mijn hele bijdrage gingdaarover, dus ik begrijp niet waarom de heer Van Dijk zegt dat ik bijvoor-beeld het niet over de mensen heb gehad; mijn hele bijdrage gingdaarover. Mijn vraag aan de heer Van Dijk is: waarom zegt de heer VanDijk niet dat dé oplossing voor heel veel van die problemen een asielstopis? Ik denk dat zijn kiezers dat ook zouden willen horen. Je kan spreidenwat je wil, maar als de aantallen te groot zijn ... Daar is Nederland te volvoor. Nederland is te vol. Het spreiden heeft dus ook helemaal geen zinmeer. Dan spreid je alleen de problemen. Ik denk dat de kiezers van deheer Van Dijk ernaar snakken dat de SP eindelijk een keer zegt: ja, wijluisteren echt naar de mensen en wij willen helemaal die asielopvanghelemaal niet meer in Nederland; wij stoppen daarmee en wij zijn nu ookvoor een asielstop. Waarom zegt de heer Van Dijk dat nou niet een keer?De voorzitter:Het is de heer Dijk.De heer Markuszower (Groep Markuszower):Sorry. De heer Dijk, sorry. De heer Van Dijk zegt het ook niet goed, maardie zegt het bíjna. Die is bíjna voor een asielstop, nog niet helemaal. Maarde heer Dijk ...De heer Jimmy Dijk (SP):Voorzitter, ten eerste: ik had niet door dat u mij probeerde te stoppen, dusgoed dat u dan op de knop heeft gedrukt. Laat ik dat even vooropstellen.Meneer Markuszower, ik was het eens met het deel van uw betoog overde bushalte. Ik denk dat ik het met u eens kan zijn over het politiebureau.Ik weet de specificaties niet, maar ik weet wel dat de afgelopen tien jaareen kwart van alle politiebureaus is gesloten. Dat is in de buurten enwijken waar ik het net over had. Ik ben in die zin voor een asielstop alsmensen niet op de vlucht zouden zijn voor oorlog en geweld. Ik kieservoor, voor de verkiezingen en na de verkiezingen, om glashelder te zijn.Als er kabinetten zijn – er zit nu weer een kabinet – die 30 miljard extra aanbommen en granaten willen gaan uitgeven, die weigeren om oorlogsmis-daden en genocide in Gaza te benoemen voor wat die zijn en niet inziendat als je je er internationaal niet keihard voor maakt dat het geweld stopten dat oorlog stopt, er dan mensen op de vlucht raken, dan hebben dieboter op hun hoofd. Als de internationale gemeenschap ... Ik las gistereneen bericht dat er 2.400 miljard euro extra aan wapens wordt uitgegevenop dit moment. Moet u eens nagaan hoeveel woningen je daarvan kanbouwen, hoeveel zorg je kan leveren en hoeveel rust je daarmee kancreëren in plaats van ellende en oorlog. Dus nee: geen asielstop. Ja: eenforse beperking van migratie door een migratiesaldo van 40.000, hetlaagste migratiesaldo van alle politieke partijen die hier zitten, als je kijktnaar de programma’s. Daar kiest de SP voor.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361933 Dank u wel voor uw bijdrage. Ik zie dat u verder geen interrupties krijgt.Dan is het woord aan mevrouw Keijzer van de Groep Keijzer. Ik moet hetgoed zeggen: Lid Keijzer.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Dank, voorzitter. Heb ik vier minuten of vijf minuten?De voorzitter:U heeft vijf minuten.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Wauw! Goed, voorzitter. Om te beginnen: wat er aan geweld te zien is vansommige demonstranten is onacceptabel. Daar kan je dus eigenlijk vrijkort over zijn. Dat zal ik dan ook doen.Maar de boosheid die ik gezien heb in Loosdrecht en in Apeldoorn, bijnade radeloosheid, komt niet uit het niets. Die bouwt zich al jaren op. Al tien,twintig jaar geven Nederlanders een duidelijk signaal af, via verkiezingen,via inspraak en via protesten. Het moet anders met de asielmigratie,minder, beheersbaar en met oog voor draagvlak. Wat krijgen mensenterug? Meer instroom en een overheid die gewoon doorgaat en dantussen neus en lippen door, of soms uitgesproken, ook nog eens zegt datze xenofoob, racistisch of nog erger zijn. Er wordt niet geluisterd. Dan zieje wat er gebeurt. Dorp na dorp komt in verzet tegen de komst van een azcof een noodopvang, niet omdat mensen extreem zijn, zoals altijd zomakkelijk wordt gezegd, maar omdat mensen zien dat hun leefomgevingverandert en dat voorzieningen onder druk komen te staan. Zoals de heerDijk het net zei, vond ik heel aansprekend. De mensen hebben daar zelfnauwelijks nog invloed op.Dat gevoel wordt versterkt door wat de overheid vervolgens doet. Wantwaar burgers vragen om grip, om invloed en om bescherming, krijgen zijhet tegenovergestelde: steeds meer beperkingen. Beperkingen van hunzeggenschap, beperkingen van hun inspraak en beperkingen van hunmogelijkheden om hun eigen woonomgeving vorm te geven. En wat doetDen Haag en wat doen in het kielzog daarvan de gemeentes die een taakhebben gekregen in het kader van de Spreidingswet? Die drukken door.Met de Spreidingswet wordt de zeggenschap van gemeenten en inwonershelemáál uitgehold. Er wordt dan gezegd dat er inspraak is. Dat klopt oppapier, maar het besluit is al genomen. Dat is trouwens precies waar hetstukloopt.Ondertussen zien mensen nog iets anders gebeuren. Zij zien dat deoverheid keer op keer prioriteit geeft aan nieuwkomers, terwijl hun eigenproblemen blijven liggen. Er zijn wachtlijsten voor woningen, terwijlstatushouders voorrang krijgen. Ze zien dat gemeenten kosten makenvoor opvang, terwijl hun eigen wijk achteruitgaat. Ze zien wat het doetmet de WOZ-waarde, terwijl statushouders de bonnetjes naar hetgemeentehuis mogen sturen. Ze zien dat voorzieningen en veiligheidonder druk komen te staan, terwijl tegen hen gezegd wordt dat ze solidairmoeten zijn. Zij mogen niet bouwen in strijd met het bestemmingsplan –er zijn vele voorbeelden – en de gemeente walst gewoon over het eigenbestemmingsplan heen.Voorzitter. Dit gaat dan ook uiteindelijk om rechtvaardigheid. Mensenwillen dat de overheid fatsoenlijk voor hén zorgt voordat zij steeds nieuweverplichtingen aangaat, maar die afweging is totaal uit het oog verloren.Hier zit een bredere kloof onder, een kloof tussen mensen die de gevolgenvan dit beleid elke dag voelen en een bestuurlijke, ambtelijke, juridischebovenlaag die deze gevolgen vooral van papier kent en blijft zeggen dathet allemaal wel meevalt. Voor die bovenlaag zijn dit cijfers, spreidingsop-gaven; voor de Nederlanders die dit aangaat, gaat het over hun straat,hun dorp, hun toekomst. Zolang dit niet serieus wordt genomen, zolangdeze signalen worden weggewuifd of weggezet, zal die boosheid blijvenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361934 groeien. De vraag is dus eigenlijk heel simpel. Wanneer gaat Den Haag, ditkabinet, luisteren? Wanneer gaat ervoor gekozen worden om échteinstroombeperkende maatregelen te nemen? Want laten we eerlijk zijn:datgene waarmee Rob Jetten afgelopen week kwam, was een bescha-mende vertoning. Dat doet niets met de instroom, wat wél beloofd was.Voorzitter. Er moet echt wat veranderen. Gelukkig is het wetsvoorstel overhet tweestatusstelsel aangenomen in de Eerste Kamer, maar ik heb hetkoninklijk besluit waarmee het in werking gaat treden nog niet gezien,terwijl er elke week 400 mensen in het kader van nareis naar Nederlandkomen. We houden dit op deze manier gewoon niet vol. De Spreidingswetmoet wat mij betreft dan ook van tafel. Ik ga graag meedoen – dat is ookal afgesproken – met het initiatiefwetsvoorstel dat JA21 zal gaan indienen,want dit is een onhoudbare situatie.Voorzitter. Ik wou nog iets zeggen over het wetsvoorstel dat vanavondbehandeld wordt en waarmee Wijdemeren gaat worden samengevoegdmet de gemeente Hilversum. Het resultaat daarvan is dat het bestuur weerverder af komt te staan van de burger, waardoor de burger zich weerminder gezien en begrepen voelt. Al met al holt de democratischelegimitatie van ons bestel verder achteruit en dat is een slechte zaak.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Dijk.De heer Jimmy Dijk (SP):Ik heb een oprechte nieuwsgierigheid. Mevrouw Keijzer weet, denk ik,heel goed dat er wel plekken moeten worden gevonden om mensen op tevangen. Wat gebeurt er in de optiek van mevrouw Keijzer als de Sprei-dingswet van tafel is? Wat is dan de manier om ervoor te zorgen dat ervoldoende opvang komt voor de betreffende mensen, bijvoorbeeld dekinderen waar we het over hebben die nu in een noodopvang zitten? Hoedenkt u, uw partij, uw fractie, dat dat dan opgelost moet worden?Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Er zijn nu in Nederland 50.000 plekken. 50.000 plekken! Realiseer je dateens. Ik geloof dat het inwilligingspercentage nu onder de 60% ligt, maardat wil niet zeggen dat de mensen die geen verblijfsvergunning krijgen,weggaan. Die blijven. Dat zien we constant. Die vragen vervolgens hunfamilie hiernaartoe te komen en dat heeft de afgelopen jaren elk jaargeleid tot het bijbouwen van een stad van ongeveer 60.000 inwoners. Dathouden we gewoon niet vol. Er moet dus veel meer worden gedaan aandie instroom. Tegen mensen die een status krijgen, moet gewoon gezegdworden: «U bent hiernaartoe gekomen omdat u hier familie had wonen» –we weten uit een WODC-rapport dat dat zo gaat – «dus u gaat maar netals de Nederlander bij uw familie wonen. U gaat het zelf doen. U gaat hetzelf organiseren.» Dat is een manier om dit op te lossen. Dit probleemgaat met de Spreidingswet niet over. Als we alle gratis voorzieningen diewe aan mensen geven in stand houden, gaan mensen niet zeggen «wegaan wel naar een ander land» of «we blijven ons eigen land opbouwen».Dat laatste is trouwens ook nog een oplossing.De voorzitter:De heer Dijk heeft geen vervolginterrupties. Mevrouw Westerveld, gaatuw gang.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik ben echt nog wel benieuwd naar het antwoord op de vraag van de heerDijk. De vraag was wat er bijvoorbeeld gaat gebeuren met de kinderen dienu in noodopvanglocaties zitten. Dat zijn er meer dan 7.000. We weten dathet schadelijk voor hen is dat ze op die locatie zitten. Daar hebben ze ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361935 niet voor gekozen. Bovendien is het een heel stuk duurder. Wat is dan, ophet moment dat zij aangeeft dat die Spreidingswet van tafel moet, deoplossing van mevrouw Keijzer voor mensen die er zijn?Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Een deel van de kinderen die naar Nederland toe komen, zijn hiergekomen in het kader van nareis. Die komen trouwens helemaal niet uitoorlogsgebieden. Die kinderen verbleven bijvoorbeeld al in Egypte ofTurkije. Daar was het veilig, alleen is het hier beter geregeld. De vader vanhet gezin haalt dus zijn kinderen hiernaartoe. Het is onhoudbaar. Het isecht de hoogste tijd dat we dit gesprek gewoon eens met elkaar gaanvoeren, want de Nederlandse jeugd begint niet meer aan gezinnen enwoont bij de ouders boven op zolder. Het is gewoon niet meer houdbaar.Een oplossing hiervoor is om er veel duidelijker over te zijn dat inNederland niet meer alles voor je geregeld wordt, dat we die nareiseindelijk daadwerkelijk gaan beperken en dat uiteindelijk ook de instroomnaar beneden gaat. Anders blijven wij dit probleem houden. Ik word hiereigenlijk ongelofelijk boos van, want deze vragen komen van partijen diekeer op keer weigeren iets te doen aan de instroom, waarmee dieasielloterij, die uiteindelijk ook als prijs de dood op de Middellandse Zeeheeft, zoals professor Koopmans dat genoemd heeft, in stand wordtgehouden.De heer Ceder (ChristenUnie):Ook de ChristenUnie vindt dat er stappen gezet moeten worden, maar deheer Markuszower, als ik een positief punt uit zijn betoog mag halen,begon erover dat we geen dingen moeten roepen waarvan mensen hetbeeld krijgen dat die iets oplossen. U kondigt een aantal keer eeninitiatiefwetsvoorstel aan – dat ga ik lezen zodra dat er is – maar op eensimpele vraag heeft u geen antwoord. Dat is de vraag wat we, als uw wetwordt aangenomen en de Spreidingswet ingetrokken is, doen met demensen die er zijn, die mede als gevolg van het EU-Migratiepact, door deverlengde termijnen, waarschijnlijk ook nog veel langer moeten wachtenop duidelijkheid. Mevrouw Keijzer past al een paar keer het trucje toe datze het vervolgens heeft over mensen die nog moeten komen, maar datlost niet het probleem op van mensen die er al zijn en geen opvanghebben. Er zijn dan een paar smaken. Of ze zijn dakloos; mevrouw Keijzerzei dat ze het maar uit moeten zoeken. Of mevrouw Keijzer zegt dat we zeterugsturen, maar dan moet ze ook nog een ander wetsvoorstel gaanindienen, namelijk een waarmee ze de vergunningen retroactief weerintrekt. Ik ben daar dus ook benieuwd naar. Of zegt u dat we gewoon hetwetsvoorstel moeten afwachten? Als u de vraag ontduikt, heb ik namelijkhet gevoel dat u er geen antwoord op heeft. Zoals ik ook bij de heerMarkuszower deed, zou ik ervoor willen pleiten dat we in dit debat,ongeacht hoe we naar verschillende invalshoeken kijken, wel goed kijkenwat er haalbaar is.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):De heer Ceder komt van de ChristenUnie. Dat is een partij van zachteheelmeesters. We weten allemaal dat die stinkende wonden maken.Eindelijk hebben we nu gezien dat dit onhoudbaar is. Het gaat niet helpenom met een paar stapjes te komen. Wij zullen veel duidelijker moeten zijntegen mensen die hier niet horen te zijn, zoals die grote groep Palestijnendie nu uit Griekenland met een verblijfsvergunning hiernaartoe komt.Daar is gewoon geen opvang voor. Wij doen dat niet, want we zetten zevervolgens weer in de opvang, die overvol is. Er komt weer een gratisadvocaat om een procedure te voeren. We moeten daarmee stoppen. Ikben heel erg blij met de interpretatieve verklaring die dit weekend inMoldavië wordt besproken om die gestoorde interpretatie van artikel 3van het EVRM overboord te gooien. Daardoor mag je mensen, mind you,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361936 niet terugsturen naar België en Griekenland. Zijn we helemaal gek met z’nallen? Dit soort zaken moeten wij gaan doen. Anders doen we het voor hetbuitenbeeld misschien heel mooi, maar laten we de Nederlander zakkenals een baksteen.Mevrouw Straatman (CDA):Het betoog van mevrouw Keijzer is duidelijk. Ze zegt eigenlijk tweedingen. De instroom moet maximaal naar beneden. Dat ben ik helemaalmet mevrouw Keijzer eens. Het tweede: de mensen die geen recht hebbenop opvang of asiel, moeten terug. Ook daarover ben ik het helemaal metmevrouw Keijzer eens. Maar de derde component blijft. Ook als we beidedingen volledig uitvoeren zoals mevrouw Keijzer dat zou willen, hebbenwe te maken met een groep mensen die nu in Nederland is en waar op ditmoment te weinig plekken voor zijn. Dan begrijp ik niet dat mevrouwKeijzer zegt ervoor te kiezen om die gebieden die bovenmatig lasthebben ... U bent als Minister ook in Ter Apel geweest, mevrouw Keijzer.Ik noem ook Hardenberg en Epe. Dat zijn de bekende gemeenten, diecontinu hun hand opsteken. Ik begrijp niet dat u zegt: ik vind dat zij hetvoor de groep die nu in Nederland is, maar in hun eentje moetenoplossen. Waarom kiest u dan niet, vraag ik ook naar aanleiding van hetheel duidelijke verhaal van de heer Dijk, om het eerlijk over Nederland tespreiden? Kunt u me dat laatste element nog eens toelichten? Ik begrijpdat namelijk gewoon niet.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Ik hoor mevrouw Straatman zeggen dat ze het ermee eens is dat deinstroom maximaal naar beneden moet en dat mensen terug moeten.Maar vervolgens stemt de Eerste Kamerfractie van het CDA tegen dewetten die daar iets aan gaan doen. Het is dus elke keer weer lippen-dienst. Er zal echt meer moeten gebeuren om hier wat aan te doen. Danmoeten er ook een aantal heilige huisjes om. Ik noem bijvoorbeeld hetuitgebreid in procedures nemen, met gesubsidieerde advocaten erbij, vanmensen die hiernaartoe komen en die hier niet mogen zijn. Hun wordtopvang gegeven, terwijl onze azc’s overvol zitten. We hebben nu50.000 plekken. Dat vind ik eigenlijk al veel en veel te veel. Als jevervolgens de statushouders uit de azc’s haalt, kom je een heel eind. Alshet wetsvoorstel over het tweestatusstelsel eindelijk een keer ingevoerdwordt – ik wist niet wat ik zag, toen ik het nazocht en zag dat er nog steedsgeen koninklijk besluit was genomen om dat te doen – dan doe je iets aande instroom. Het scheelt 400 mensen in de week. Als je dan op eendemocratische manier wil spreiden, spreid dan naar die gemeentes waarze in meerderheid D66, PvdA-GroenLinks, CDA en ChristenUnie hebbengestemd. Daar willen ze dit. Dan mogen ze het daar ook oplossen.De voorzitter:Nou, meneer Struijs, u bent aan de beurt. U zit er helemaal klaar voor, zieik. Gaat uw gang, namens 50PLUS.De heer Struijs (50PLUS):Dank, voorzitter. Het is een open deur, maar ik wil het punt toch maar evenmaken. Ik ben echt geschrokken van wat er gisteren weer gebeurd is. Ikheb uiteraard met veel politiemensen contact gehad. Ze staan letterlijk tevechten voor de democratie en zodat de boel, waar mensen binnen zitten,niet affikt. De brandweer wordt tegengehouden. We kunnen het nietgenoeg benoemen: geweld en intimidatie mag nooit een verdienmodelworden, wat je achtergrond ook is.Ook wij als 50PLUS zijn voor een strenger asielbeleid. We zijn teleurge-steld dat het in de Eerste Kamer niet gelukt is. Ik heb een paar nieuwsgie-righeidsvragen. Hoe denkt de Minister de komende tijd, gelet op alle goeievoornemens, toch met enige snelheid de instroom te gaan beperken? HoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361937 gaat hij zorgen dat we mensen hier nog wel redelijk fatsoenlijk opvangen?Dat geldt zeker voor kinderen, want we moeten nooit door de moreleondergrens. Dat is voor ons ook belangrijk.Maar we hebben een probleem. We moeten dat probleem, hoe moeilijkhet ook is ... Ik ben het volledig eens met de heer Dijk en mevrouw Keijzer:het is een stapeling van sociale problemen. Als ik met mensen in het landpraat over de asielproblemen, dan beginnen ze eerst over de schimmel inde woningen, over dat de kinderen te lang thuis wonen en over dat dezorg wordt uitgekleed. Dan koppelen ze dat in hun beleving, soms terechten misschien soms ook wel onterecht, aan de asielproblematiek. Het leeftenorm en niet alleen daar waar gedemonstreerd wordt en geweld wordtgepleegd: het leeft overal. Mensen hunkeren er dus naar dat wij alspolitiek met oplossingsrichtingen komen en dat we geen valse, irreëlebeloftes doen. Daar stoor ik mij wel aan. Je zult mij ook niet horen zeggen:ik regel dit wel eventjes. Ik ga me hardmaken voor een goed asielbeleid.De heer Jimmy Dijk (SP):Dan wil ik ook graag de conclusie van de heer Struijs horen als hij dithoort in buurten en wijken, want in andere buurten en wijken hoor je hetnamelijk niet; daar mag de migrant wel de tuinman zijn, maar mag demigrant niet de buurman zijn. Is de conclusie van de heer Struijs dan ookdat als we het hebben over spreiding, of je het nou in een Spreidingswetvervat of niet ... Ik gaf net aan dat de Spreidingswet wat mij betreft op ditmoment niet werkt, want het belangrijkste element wordt niet uitgevoerd,namelijk dat we opvang organiseren in de rijkste buurten en wijken vanNederland. Is dat ook de conclusie van de heer Struijs?De heer Struijs (50PLUS):Excuses, ik deed mijn microfoon net uit. Dat was niet de bedoeling,meneer Dijk, want ik wil echt uw vraag beantwoorden. Wij zijn voor eenrechtvaardige spreiding die ook naar deze elementen kijkt. Op hetmoment dat gemeentes die zeer welvarend zijn pertinent weigeren,zonder duidelijke redenen, om mensen op te vangen, dan vind ik dat nietkunnen. Laat ik daar duidelijk over zijn. Je moet altijd een gegronde redenhebben. Als een gegronde reden is «wij worden aangetast in onzeveiligheid; we kunnen het er niet meer bij hebben», vindt u me altijd. Ik ziedat gemeentes die er financieel gezien zeer riant bij zitten ook gegronderedenen hebben om te weigeren, maar ik zie ook gemeentes die het zeerriant hebben en waar het gesprek nog geeneens mogelijk is. U vindt mijdus voor een groot deel aan uw kant, want spreiden is alleen zinvol als jedat het meest democratisch doet, met instemming, en als je ook echtluistert naar de mensen en de zorgen die ze hebben. Dat klinkt heelidealistisch. Ik weet dat de werkelijkheid heel moeilijk in elkaar zit. U vindtmij dus voor een groot gedeelte aan uw kant.Een ander punt waar ik mij enorm aan stoor, is het volgende. Laat ik datook maar even zeggen; ik blijf het maar benoemen als nieuwe partij in deKamer. Het irriteert me, net zoals veel IND’ers en mensen binnen het COA,dat wij voor de zoveelste keer mensen in het systeem hebben diecriminaliteit plegen, die overvallen plegen en zakkenrollen. Laten we dezemensen nou gewoon vervolgen; dat is ook een vraag aan de Minister. Wehebben het namelijk niet over petty crime. We hebben het over ernstigemisdrijven. Voor mijn part bouwen we er versneld een bajes bij. Het gaatmij om gedragingen, niet alleen om asielzoekers. Iedereen die hierernstige strafbare feiten pleegt, moet vervolgd worden. Daar hebben deslachtoffers recht op. Ik zie daar te weinig van terug, omdat ik vaak vanhet OM hoor: we zijn al overbelast en hij zit in de procedure. Dat magnooit een excuus zijn. Ik wil graag een reflectie van de Minister daarop.Dan een ander punt waar wij als 50PLUS steeds meer tegenaan lopen. Wijvinden het belangrijk dat er transparantie is. Of je nou burgemeester,raadslid of Tweede Kamerlid bent, je hebt recht op zo goed mogelijke,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361938 zuivere informatie. Die is niet altijd kloppend. Vaak zie ik informatie dieingegeven wordt door hele moeilijke definities. Ik wil u een voorbeeldgeven en daar heb ik ook een vraag over. Het betreft de socialehuursector. Tot nu toe komen wij in de stukken tegen dat de heleasielstroom, waarbij asielzoekers sociale huurwoningen krijgen toebe-deeld, zorgt voor 7% tot 8% van alle huurbewegingen. Alleen zeggen onzeexperts: ja, maar wacht even, dat gaat over de bewegingen. Dus: Ans enArie gaan uit hun grote huis, want de kinderen zijn de deur uit, en gaannaar een kleinere woning. Er komt een wat groter gezin in die socialehuurwoning. Dat is de optelsom van de huurbewegingen. Nou zeggenmijn experts: ja, maar de instroom van asielzoekers in het systeem vansociale huurwoningen is meer dan 7% en zit misschien wel over de 20%.Daar heb ik een vraag over. Ik weet niet meer wat waar is, maar kan deMinister mij even meenemen in wat voor percentage we hier nu hebben.Dan heb ik het over de instroom. Ik wil als controlerend orgaan van deregering namelijk weten wat nou de werkelijkheid en de waarheid is. Ikloop daar een beetje op vast, dus vandaar dat ik deze vraag stel. Ik denkdat mijn experts mij deze vraag niet ten onrechte laten stellen.Dan wil ik ook nog even ...De voorzitter:Meneer Struijs, ik onderbreek u weer. U heeft wederom een interruptievan de heer Dijk. En zou u uw microfoon willen uitzetten?De heer Jimmy Dijk (SP):Ik stelde net een vraag over opvang in rijke buurten en wijken. Ik wil datook doen als het gaat om het huisvesten van statushouders. In de buurtenen de wijken die ik net in mijn eigen bijdrage noemde, hoorden wijverhalen van mensen die zeggen dat hun zoon of dochter nog thuis woonten geen sociale huurwoning kan vinden. Maar ook hier zien we dat rijkebuurten en wijken geen sociale huurwoningen hebben, dus daar komengeen statushouders te wonen. Dat is een scheve vorm van solidariteit éénkant op. Dat verhaal mis ik in deze Kamer. Ik heb het nu voor de tweedekeer in een interruptie bij u gedaan, maar ik kan dat eigenlijk bij heel veelandere partijen doen. Ik vind het namelijk wat makkelijk en gratuit pratenover wel of niet spreiden als je dit soort dingen niet meeneemt.De heer Struijs (50PLUS):Ik kan hier kort over zijn: ik ben het met u eens. Solidariteit is namelijkheel belangrijk. Solidariteit houdt in dat we elkaar allemaal door dezemoeilijke tijd heen moeten helpen. Dat houdt niet in dat er uitzonderlijkeplekken kunnen zijn die ... U heeft het in dit geval over rijkdom, maar erzijn ook andere redenen waarom mensen het niet doen. Maar er moet weleen gedragen motivatie zijn om het niet te doen. U weet dat ik veel inRotterdam kom. Het verbaast me echt dat er in sommige gefortuneerdewijken in Rotterdam helemaal geen sociale woningbouw is en zelfs nietgepland wordt. Maar u vindt mij echt op uw weg. Solidariteit is iets waarik echt naar op zoek ben. We mogen in de Kamer zó van meningverschillen, maar we moeten dit met z’n allen oplossen. Ik zal ook weleensdenken: nou, ik had dit liever anders gehad. Maar ik wil die solidariteit ookterugzien in de sociale woningbouw. Het kan niet zo doorgaan dat hetalleen plekken zijn waar al heel veel sociale woningbouw is, soms ook metde nodige veiligheidsproblemen en andere problemen. U vindt mij dusecht op uw weg als we daar in de toekomst over praten en besluiten overnemen.De voorzitter:U heeft nog een kleine minuut over voor uw betoog.De heer Struijs (50PLUS):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361939 Ik ben bijna klaar, voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de Minister. Ik wilgraag meer weten over de tijdelijke locaties. Die kosten ontzettend veelgeld. Dat loopt richting een miljard. Heeft de regering op korte en langetermijn plannen om over deze locatieproblematiek na te denken en omvaste locaties te maken? Dit vraag ik in combinatie met de interruptie vande heer Dijk, die me aan het hart gaat, als we kijken naar woningen.De allerlaatste vraag die ik heb, is of u wat meer duiding kunt geven. Ikkom in de asielopvang namelijk te veel jonge mensen tegen die er al eentijdje zitten en die heel graag willen werken. De lokale fietsenmakersmeekt om die mensen te hebben. Kunnen we ze niet wat sneller aan hetwerk krijgen, wat de uitkomst uiteindelijk ook wordt? We hebben namelijkheel veel mensen nodig.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Vondeling namens de PVV.Mevrouw Vondeling (PVV):Dank u wel, voorzitter. In het eerste kwartaal van 2026 zijn er 30% meerasielverzoeken ingediend dan in dezelfde periode vorig jaar. 30%! Zelfshet COA zegt het niet meer aan te kunnen. De bezetting in de opvang isopgelopen tot 104%. Dat is een record. Waar blijven de instroombeper-kende maatregelen die door het kabinet zijn beloofd?Terwijl Nederland al jaren kreunt en kraakt onder de asieltsunami, gooit deMinister de grenzen nog verder open, vooral voor Eritreeërs, de op één nagrootste groep asielzoekers van het afgelopen jaar. Door ze nog makke-lijker en vaker een verblijfsvergunning te geven, nodigt deze Ministerletterlijk meer problemen uit. Eritreeërs zijn zwaar oververtegenwoordigdin de criminaliteit; bij zedenmisdrijven tot wel zevenenhalf keer vaker.Nederlandse vrouwen en meisjes betalen de prijs voor dit roekeloze,onverantwoorde beleid. Kijk naar de wanhopige protesten van bezorgdemoeders en vrouwen in Loosdrecht en in andere plaatsen in Nederland.Waarom kiest dit kabinet keer op keer de kant van asielzoekers in plaatsvan de eigen bevolking te beschermen?Ondertussen komen er steeds meer Palestijnse asielzoekers naarNederland. We krijgen zelfs het hoogste aantal aanvragen van Palestijnenbinnen de EU. De meesten van hen zijn ook nog eens in het bezit van eenGriekse verblijfsvergunning. Waarom worden deze nepasielzoekers onsland binnengelaten, vraag ik de Minister. Stuur ze onmiddellijk terug naarGriekenland en laat niemand meer binnen.Dan is het helemaal gestoord dat de Minister ervoor kiest om de grens-controles juist af te gaan schaffen. Meer flexibiliteit en risicogestuurdecontroles en minder vaste controles voor de marechaussee betekent in depraktijk open grenzen. Dat is de droom van D66, maar een nachtmerrievoor Nederland. Nederland heeft juist meer grensbewaking nodig, met deinzet van het leger om onze grenzen te controleren.Verder is het volkomen onbegrijpelijk dat deze Minister nog steedsweigert om alle tijdelijke verblijfsvergunningen van Syriërs in te trekken.Er verblijven nog altijd zo’n 70.000 Syriërs met een vergunning inNederland, terwijl wij gewoonweg geen ruimte hebben. Alleen al door diebijna 30.000 Syriërs in de COA-locaties terug te sturen, kunnen we in éénklap ongeveer 100 azc’s sluiten. Doe dat, zeg ik tegen de Minister. Stuuralle Syriërs terug naar Syrië. Zet criminele vreemdelingen ook ons landuit. Waarom lukt het Duitsland wel om criminelen uit Syrië en Afghanistanuit te zetten en Nederland niet?Vandaag verscheen ook een bericht in De Telegraaf dat het grootste deelvan de Oekraïners in Nederland permanent wil blijven. Dat is natuurlijkniet wat we moeten willen. Oekraïners moeten terug naar hun eigen land.Graag een reactie van de Minister hierop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361940 Dan over schijnerkenningen. Ondanks de afspraken in het regeerakkoordom schijnerkenningen keihard aan te pakken, gebeurt er vrijwel niets.Fraudeurs lachen de Nederlandse overheid en de Nederlandse burgerkeihard uit. Dat is ronduit schandalig. Frauduleuze verblijfsvergunningenmoeten onmiddellijk worden ingetrokken en fraudeurs moeten zonderpardon ons land worden uitgezet. Wanneer gaat de Minister hier werk vanmaken?Voorzitter, ik rond af. Nederland is vol. Ons land gaat kapot aan demassale asielinstroom. Nederland heeft nu noodmaatregelen nodig omazc’s te sluiten en Nederland te de-islamiseren. Geen halfbakken enafgezwakte maatregelen, maar een keiharde asielstop en het intrekken vande Spreidingswet. Als de Minister dat weigert, dan moet hij zijn biezenpakken. Want door geen noodmaatregelen te nemen en de Nederlandsesamenleving blijvend bloot te stellen aan deze ellende, brengt de Ministerwillens en wetens onze samenleving in gevaar.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Het woord is aan de heer Diederik van Dijknamens de SGP.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. Nederland blijkt een magneet voor Palestijnseasielzoekers. Veel personen van wie de nationaliteit niet kan wordenvastgesteld, blijken in de praktijk Palestijn. Terwijl deze personen massaalnaar Nederland komen, hebben ze al een status gekregen in Griekenland.Toch laten de Griekse autoriteiten hen vertrekken, zodat ze in Europaverder kunnen reizen, op zoek naar een aantrekkelijk EU-opvangland naarkeuze, zonder dat is gecontroleerd wie zij zijn en zonder dat wij weten ofze geen kwaad in de zin hebben. Er zouden zelfs Hamas-sympathisantenof IS-aanhangers tussen kunnen zitten. De SGP vindt dat onacceptabel. Alte lang wordt asielzoekers een soort keuzemenu geboden. De Dublin-regels functioneren niet, omdat lidstaten zich er niet aan houden, maarook omdat rechterlijke uitspraken daar een stokje voor steken. Zo zoudende opvangmogelijkheden in Griekenland ondermaats zijn, waardoorterugsturen niet meer mag en asielzoekers hier naar believen langdurigkunnen verblijven. De SGP ziet graag dat de Minister ervoor zorgt dat erwel weer asielzoekers kunnen worden teruggestuurd naar andereEuropese lidstaten. Hoe gaat hij daar op korte termijn voor zorgen?Tot die tijd moet het kabinet geen asielzoekers meer binnenlaten die ineen ander land al asiel hebben gekregen, zoals ook België doet. Deasiellast drukt te zwaar op de schouders van onze samenleving.Eveneens belangrijk: de veiligheid van onze Joodse medelanders moetenwe waarborgen. In onze samenleving mag er op geen enkele wijze plaatszijn voor Jodenhaat, maar ondertussen zetten we de deur wel open voormensen uit islamitische landen, waar antisemitisme met de paplepelwordt ingegoten. Dat moet anders. Om die reden pleit de SGP al geruimetijd voor het zwaarder laten meewegen van veroordelingen voorantisemitisme als weigerings- en intrekkingsgrond in de verblijfsrechte-lijke procedures. Daar moeten we als samenleving een duidelijke streeptrekken. Dit punt zou worden meegenomen bij het onderzoek naar demogelijke aanscherping van de glijdende schaal. Wanneer horen we daarmeer over?Volgens mijn fractie moet binnen het asielsysteem zwaarder wordenmeegewogen dat we primair mensen toelaten die qua culturele enreligieuze achtergrond dicht bij de Nederlandse samenleving staan, omintegratieproblemen zo veel mogelijk te voorkomen. Dat is ook in hetbelang van de asielzoeker zelf. Het kabinet zet in op modernisering vanhet internationaal vluchtelingenrecht. Kan de Minister toezeggen ook ditpunt daarin mee te nemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361941 De heer Van Baarle (DENK):Het is nogal wat als je een politieke partij die altijd prat gaat op barmhar-tigheid, dit soort dingen hoort zeggen. Er wordt weer gewoon even heelgeneraliserend gedaan over culturen waarbij antisemitisme met depaplepel ingegoten zou worden. Palestijnen worden maar eveneen-op-een vergeleken met mensen die verdacht worden van het doenvan de meest verschrikkelijke dingen. Nog veel verdergaand dan dat, pleitde SGP gewoon voor discriminatie aan de grens, namelijk voor eenvoorkeur voor de eigen cultuur en het eigen geloof, zoals ze het zeggen.Dat betekent het volgende. Er staan twee vluchtelingen voor de deur.Tegen de een wordt gezegd: voor u is er geen plek, want u bent eenmoslim. Tegen de ander wordt gezegd: voor u is er wel een plek, want ubent christen. Dat is wat de SGP wil. Dat is toch in strijd met alle kernbe-ginselen die we met elkaar hebben afgesproken, namelijk dat we geenonderscheid maken op basis van geloof? Hoe kan de SGP dat hier noubepleiten? Dat druist toch tegen alles in?De heer Diederik van Dijk (SGP):Nee, dat druist gelukkig niet tegen alles in. Het is zelfs een heel consistentverhaal. Het begint natuurlijk al bij het gegeven dat wij groot voorstanderzijn van barmhartigheid, maar dat daar ook grenzen aan zitten. Je kuntniet iedereen opvangen. Je hebt asielzoekers met allerlei verschillendeachtergronden, zoals culturele achtergronden en godsdienstige achter-gronden. Sommige asielzoekers uit sommige landen staan dichter bij deNederlandse cultuur dan anderen. Dat kunnen bijvoorbeeld moslims ofmensen met een andere culturele achtergrond zijn. Laten we daaromkiezen, ook in het belang van de asielzoeker zelf, voor de asielzoekers wiercultuur het meest verwant is aan de onze. Laten we voor die andereasielzoekers vooral kijken naar andere landen. Als het bijvoorbeeld gaatom moslims, om daar concreet op in te gaan: die kunnen veel beterworden opgevangen in bijvoorbeeld een islamitische regio. Mijn vraag isom dat mee te wegen, ook als het gaat over de modernisering van hetinternationaal vluchtelingenrecht.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Diederik van Dijk (SGP):Voorzitter. De Minister geeft voortvarend uitvoering aan het SGP-voorstelom een vrijwilligersvergoeding te verstrekken aan gastgezinnen die eenstatushouder opvangen. Dank daarvoor. Ik wil daarbij nog één verzoekvoorleggen. Sommige personen die een statushouder opvangen,ontvangen een uitkering of toeslag. Ik lees in de beslisnota dat zij dievrijwilligersvergoeding dan niet terug hoeven te betalen. Maar als deontvanger jonger dan 27 jaar is, kan dit wel aan de orde zijn. Nu zijn erbijvoorbeeld studenten die een kamer over hebben en een statushouderonderdak bieden. Zij moeten daardoor niet in de problemen komen. Wilde Minister hier nog eens naar kijken, eventueel samen met zijnSZW-collega, zodat ook bij deze laatste categorie de vrijwilligersver-goeding niet hoeft te worden teruggestort?Voorzitter. Recent is het landenbeleid voor Syrië aangepast. Ik vraagopnieuw aandacht voor de kwetsbare positie van Syrische christenen.Hun situatie is dramatisch verslechterd, zoals blijkt uit de ranglijst vanOpen Doors. Wil de Minister toezeggen de positie van deze groepvoortdurend te monitoren? Wat de SGP betreft, wordt niet geschroomdom een apart risicoprofiel voor deze groep in te stellen als blijkt dat ersprake is van structureel geweld tegen Syrische christenen.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361942 Ik dank u wel. U heeft gezien dat een aantal collega’s inmiddels zijnweggegaan omdat ze andere verplichtingen hebben. Dat zeg ik even zodatu niet denkt dat zij nu de zaal uit rennen omdat ze zo’n trek hebben, maarik zie wel dat er meer mensen zijn die trek hebben. Ik wil voorstellen omsnel de eerste termijn af te maken. Er zijn bijna geen interrupties meerover. Dan gaan we ook langer schorsen in verband met de voorbereidingvan de antwoorden en de dinerpauze. Dat zal dan net voor zevenen zijn,rond die tijd. Dus hou nog heel even vol, wil ik vragen.We gaan luisteren naar de inbreng van mevrouw Straatman namens hetCDA.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met het uitspreken van steun aanalle dappere en daadkrachtige burgemeesters, wethouders en raadsledendie in deze woelige tijden durven te doen wat nodig is en die vanLoosdrecht tot Breda en van IJsselstein tot Hardenberg hun verantwoor-delijkheid nemen, solidariteit betrachten naar andere gemeenten en nietbuigen voor intimidatie en geweld. Laten we eerlijk zijn: de landelijkepolitiek kwam met de noodzakelijke Spreidingswet, maar liet die daarnaaan een jojokoord hangen. De resultaten daarvan zijn nu op lokaal niveaumerkbaar. Die verantwoordelijkheid moeten wij onszelf aantrekken.Daarom zeg ik eens te meer: de Spreidingswet staat en die is nodig. Allebestuurders die de Spreidingswet uitvoeren, hebben onze volledige steun.Voorzitter. Datzelfde geldt ook voor alle hulpverleners. Demonstreren doeje met woorden en niet met vuurwerkbommen. Wat we gisteren zagen inLoosdrecht was dan ook geen demonstratie; het waren rellen. Het zijnrelschoppers die misbruik maken van het demonstratierecht, aangestuurddoor extreemrechtse groepen. Die relschoppers moeten we heel hardaanpakken, want van onze hulpverleners blijf je af.De voorzitter:De heer Diederik van Dijk gaat zijn laatste interruptie gebruiken. Gaat uwgang.De heer Diederik van Dijk (SGP):Het CDA is voorstander van de Spreidingswet. Dat kan. De SGP staat daaranders in. Maar het verbaast me wel dat het CDA begint met zo’n lofzangop deze Spreidingswet. Ik ken het CDA namelijk al heel lang als de hoedervan de lokale democratie en als de partij van het polderen in plaats vanmet dwang iets opleggen. Dus waarom zo’n lofzang, terwijl mevrouwStraatman denk ik ook ziet wat deze wet losmaakt aan polarisatie, tussenDen Haag en gemeentebesturen en ook tussen Den Haag en de burger.Kan mevrouw Straatman daar toch nog wat achtergrondinformatie bijgeven?De voorzitter:Voordat ik mevrouw Straatman het woord geef: u heeft nu nog één inter-ruptie, meneer Van Dijk. Ik heb mij vergist. U heeft nu nog een interruptieover.Mevrouw Straatman (CDA):Dank voor deze vraag. Ik licht het heel graag toe. Ik ben nog maar kortwoordvoerder Asiel en Migratie, maar ik heb in aanloop naar dezedebatten met heel veel burgemeesters gesproken. Wat zij zeggen, is: gaalsjeblieft als landelijke politici achter de Spreidingswet staan, want dathelpt ons. De Spreidingswet is ingevoerd. In het begin hielp dat ook encreëerde dat heel veel plekken. Maar vervolgens kwam Schoof I. Diehebben heel veel onduidelijkheid laten bestaan over wat er zou gebeurenmet de Spreidingswet. Vervolgens zijn heel veel plekken weer verlorengegaan. Wat we zien, is dat er door de ambtenaren hele mooieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361943 documenten worden gemaakt tijdens de voorbereiding van dit rapport. Decijfers spreken voor zich. De reguliere opvangplekken kosten € 31.000 perstuk. Noodopvang: € 64.000. We zijn nu meer dan het dubbele kwijt aannoodopvang. We gooien een miljard euro per jaar weg omdat we hier metz’n allen een discussie aan het voeren zijn over solidariteit. Laten weduidelijk zijn: het CDA vindt dat we achter die bestuurders moeten staanen dat we solidariteit moeten betrachten als het gaat om opvang. Dat doetniets af aan andere opmerkingen die eerder gemaakt zijn, namelijk dat wede instroom moeten beperken en dat mensen die geen recht hebben opopvang heel snel terug moeten.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Straatman (CDA):Voorzitter. De vraag die dan overblijft, is: is er dan geen ruimte voor echtezorgen of vragen rondom azc’s of noodopvang? Tuurlijk zijn die er wel.Voor een deel begrijp ik die zorgen heel goed. Dat jojobeleid van delandelijke overheid vraagt nu namelijk niet alleen om noodopvang, maarfeitelijk zelfs om spoednoodopvang. Iedereen weet: haastige spoed iszelden goed. In die haast kan zorgvuldigheid verloren gaan. Voorbeeldendoor heel het land laten zien dat bij goede burgerbetrokkenheid zorgenover opvang vanzelf afnemen en er juist lokaal draagvlak ontstaat.Daarom is mijn vraag aan de Minister: hoe kunnen we gemeenten hierinnog meer helpen? Welke handvatten, richtlijnen of best practices kan deMinister bieden aan gemeenten om in de spoed die nodig is voornoodopvang, ook voldoende ruimte in te bouwen om op zorgvuldigewijze met burgers in gesprek te gaan?Voorzitter. Voor terechte zorgen, vragen of demonstraties heb ik allebegrip. Dat is een recht in Nederland. Maar ik trek een hele harde grens bijgeweld, intimidatie en pure chaos. Het heeft er alle schijn van dat eenklein groepje rechts-extremisten van gemeente naar gemeente trekt omhet vuurtje op te stoken, tegen de lokale gemeenschap en tegen de politie.Ik diende daar eerder ook al Kamervragen over in, omdat het belangrijk isom die groepen in beeld te krijgen en de onderlinge connecties duidelijkte maken. Wat kan de Minister daar nog meer over zeggen? Hij gaf eerderaan dat de AIVD onderzoek doet, maar ziet dat onderzoek ook op deaanwezigheid van extreemrechtse groepen bij deze specifieke demon-straties?Gisteren gaf de Minister aan dat relschoppers met prioriteit wordenopgespoord. Wat het CDA betreft worden deze mensen ook heel hardaangepakt en is dat goed. Wat ons betreft kunnen er ook gebiedsverbodenopgelegd worden. Maar wat kan de Minister preventief doen om tevoorkomen dat deze rondtrekkende groep extreemrechtse relschoppers iniedere gemeente weer oppopt en het demonstratierecht uitholt? Graageen reactie van de Minister.Voorzitter. We helpen burgemeesters niet alleen door pal achter deSpreidingswet te gaan staan, maar misschien nog wel meer door te latenzien dat we alles op alles zetten om de instroom te beperken. Ook die zorgvan demonstranten begrijp ik namelijk goed. Daarover heb ik nog drievragen. Allereerst is het CDA heel blij met de aangekondigde nota vanwijziging waarin de uitbreiding van de ongewenstverklaring terug in hetpakket aan asielnoodmaatregelen komt. Dat biedt een extra instrumentom asielzoekers vast te zetten en terug te sturen. Maar jurisprudentie vande hoogste Europese rechter maakt het ons weer lastig. Hoe kijkt deMinister naar de conclusie uit het Aroja-arrest? Worden de procedures alsde wiedeweerga daarop aangepast, zodat ongewenstverklaarden niet naachttien maanden weer vrijkomen?Twee: de situatie in Syrië. In Turkije, Jordanië en andere landen aan debuitengrenzen gaan Syriërs vrijwillig terug en in Europa niet. Dat vindt hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361944 CDA zorgelijk. Het is goed dat de Minister in New York met zijn Syrischecollega om tafel is gegaan. Welke updates kan hij daarover geven? Het isnamelijk duidelijk dat daar waar het juridisch kan, Syriërs terug moetengaan.Tot slot. De nieuwste cijfers laten ook zien dat de instroom van asiel-zoekers uit Palestijnse gebieden stijgt. Daarover hebben andere collega’shet zojuist ook al gehad. Ik zou beter kunnen zeggen «met Palestijnseafkomst», want ze komen nu uit Griekenland en andere EU-lidstaten. Ikvraag de Minister hoe dit kan. Waarom komen zij in Nederland terecht?Klopt het dat er ook statushouders tussen zitten? Worden zij in de geestvan het pact ook nu al teruggestuurd naar Griekenland en wachten weniet tot 12 juni van dit jaar?Voorzitter, tot slot. Voor het CDA is het geen keuze tussen een instroom-crisis of een opvangcrisis. Wie eerlijk naar de werkelijkheid kijkt, ziet dathet communicerende vaten zijn. Burgemeesters help je niet met Haagseschijntegenstellingen. De mensen die nu in Nederland zijn, zijn er namelijkal. Die verantwoordelijkheid kunnen we niet wegtoveren. Tegelijkertijdgeldt: zonder grip op instroom, blijft de druk op opvang, gemeenten en desamenleving oplopen. Daarom moeten we beide doen: zorgen voorfatsoenlijke opvang en de instroom omlaag brengen. Alleen dan brengenwe rust, regelmaat en reinheid terug in het asieldebat.De voorzitter:Ik dank u wel.Mevrouw Vondeling (PVV):Mevrouw Straatman zegt: de mensen in Nederland zijn er al. Tegelijkertijdzegt ze: we willen dat Syriërs teruggaan. Steunt het CDA dan de oproepvan de PVV om al die tijdelijke vergunningen van Syriërs in Nederland –het zijn er iets van 70.000 of 80.000 – te herbeoordelen en verblijfsvergun-ningen in te trekken? Heel veel Syrische statushouders, een stuk of 20.000à 30.000, zitten in azc’s. Als we die vergunningen intrekken en zorgen datze teruggaan naar Syrië, maken we ruimte vrij. Is het CDA daartoe bereid?Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel voor deze vraag. Ik begrijp de vraag namelijk heel goed. Als desituatie in Syrië steeds veiliger wordt, moeten we daar ook zeker naarkunnen kijken. Tegelijkertijd hebben we ook met een juridische werke-lijkheid te maken. Die is niet altijd heel makkelijk uitlegbaar. Dat begrijp ikook. Ik ga ervan uit dat de asielaanvraag van een groot deel van de Syriërsdie op dit moment nog in de asielbehandeling zitten, wordt afgewezen,tenzij er individuele omstandigheden spelen. Voor Syriërs die al eenvergunning hebben, wordt het juridisch een technischer verhaal. Dangeldt er een hogere toets. Helaas is dat wel de werkelijkheid. Op ditmoment kan de IND nog niet veel. Maar wanneer het juridisch mogelijk is,moeten Syriërs terug. Daarover ben ik het met mevrouw Vondelinghelemaal eens; daarom zeg ik het ook. Ik denk dat we alle capaciteitmoeten inzetten om hen vrijwillig terug te laten gaan.De voorzitter:Het woord is aan de heer Van Asten namens D66.De heer Van Asten (D66):Dank. De afgelopen weken heb ik met een knoop in mijn maag gekekennaar vernielingen bij gemeentehuizen, explosies bij opvanglocaties,geweld tegen hulpverleners en intimidatie van lokale raadsleden,wethouders en burgemeesters. Wat we gisteravond in Loosdrecht hebbengezien, gaat echt alle perken te buiten: geweld tegen de politie, brand-stichten bij een noodopvang waar nota bene mensen aanwezig waren enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361945 het vervolgens blokkeren van de brand, zodat die niet geblust konworden. Dat is natuurlijk onacceptabel.Laat ik vooropstellen dat het begrijpelijk is als mensen vragen hebben alser een noodopvang in de buurt komt. Ze willen weten wat het betekentvoor hun buurt en hun leefomgeving. Die zorgen moeten we nietwegzetten of kleiner maken dan ze zijn. Hier was echter geen sprake meervan demonstreren, maar van intimidatie en geweld. Dat raakt rechtstreeksaan onze democratische rechtsstaat. Ik ben dan ook blij dat de Minister enandere leden van het kabinet zich direct hebben uitgesproken, maar ikhoor ook graag welke maatregelen hij en vooral ook de Ministers van BZKen JenV nemen om ervoor te zorgen dat dit soort geweld niet loont. Ik kijkuit naar het onderzoek naar de extreemrechtse inmenging. Ik wil van deMinister ook graag weten hoe we de veiligheid waarborgen van onzeburgemeesters, wethouders en raadsleden die gehoor geven aan deoproep van de Minister en helpen bij de opvang.Ik wil de Minister bedanken voor de nota van wijziging die we volgendeweek behandelen en vooral ook voor de snelheid waarmee hij die naar deKamer heeft gestuurd. Afgelopen weken hebben laten zien hoe belangrijkhet is dat er weer rust komt in de asielketen, dat we grip krijgen op deinstroom en dat we voldoende reguliere opvangplekken krijgen, zodatnoodopvang overbodig wordt. Daarvoor is mede nodig dat statushoudersbeter uitstromen uit het azc. In het coalitieakkoord staat dat we gaaninzetten op doorstroomlocaties en alternatieve huisvesting voor status-houders. Ik ben benieuwd naar de ontwikkeling daarvan. Op welke termijnkunnen we daarvan resultaten zien? Zo kunnen we de uitstroom vanstatushouders uit de opvang versnellen.Voorzitter. Aangezien het verschil in kosten tussen een regulier azc en eennoodopvangplek zo’n € 32.400 is, loopt het totaalbedrag met de huidigeaantallen vluchtelingen in noodopvanglocaties fors op. Als ik dattegenover de wens van veel gemeenten zet om kleinere opvanglocaties teorganiseren en die als reguliere plek aan te bieden, dan zie ik daar tochkansen in. Het zal zeker duurder zijn dan de huidige reguliere plekken,maar als dit leidt tot meer plekken, die ook nog eens sneller te regelenzijn, omdat er sneller draagvlak voor gevonden kan worden, dan moet dieweg wellicht toch verkend worden, alleen al financieel gezien. Volgt deMinister deze redenatie? Is hij bereid deze verder te onderzoeken en uit tewerken?Voorzitter. Dan noem ik de kinderen in de noodopvang. Het aantalkinderen dat in de noodopvang zit, is de afgelopen vier jaar verdrie-voudigd naar ruim 7.000. Kinderen verdienen een eigen plek en goedonderwijs. Ik snap dat dat probleem niet van vandaag op morgen isopgelost, maar helderheid is daarbij wel nodig. Wanneer verwacht deMinister dat kinderen niet langer in noodopvanglocaties hoeven teworden opgevangen? Welke concrete doelen en welk tijdspad wordenhierbij gesteld? Welke maatregelen neemt hij om de noodopvanglocatieswaar kinderen dan nog moeten verblijven, daarvoor geschikt te maken?Hetzelfde geldt voor onderwijs. Met het Migratiepact hebben weafgesproken dat kinderen sneller naar school kunnen gaan, maar je zietdat kinderen in de noodopvang soms voor langere periodes zonderonderwijs komen te zitten. Mijn vraag is dan ook: wat is er nu concreetnodig om straks wel ieder kind binnen twee maanden onderwijs tebieden?Voorzitter. Onder het vorige kabinet lag er een duidelijk verzoek van eenmeerderheid van de Kamer voor een «go and see»-regeling voor Syriërs.Het gaat om een motie van de leden Piri en Bontenbal over demogelijkheid voor Syriërs om af te reizen en daar te beoordelen of zijvrijwillig willen terugkeren, zonder dat zij direct hun status in Nederlandzouden verliezen. Het zou de doorslag kunnen geven voor mensen dietwijfelen, maar eigenlijk wel terug willen. De vorige Minister heeft deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361946 aangenomen motie naast zich neergelegd, maar ik hoor graag hoe dezeMinister ernaar kijkt en of hij die mogelijkheid ook zou willen openstellen.Voorzitter. We moeten voor omwonenden, voor lokale bestuurders envoor vluchtelingen zelf voorspelbaarheid en duidelijkheid terugbrengen indit dossier. Met de inwerkingtreding van het Migratiepact en de maatre-gelen die we volgende week ook nog bespreken, zetten we daarin eengrote stap. Daarbij hebben we goede opvang nodig. Daarmee hebben weoveral in het land goede ervaringen. Er zijn azc’s die al jarenlang goedfunctioneren in een gemeente, die veel lokale initiatieven ontplooien omvluchtelingen en bewoners met elkaar in contact te brengen en die extravoorzieningen met zich meebrengen waarvan een dorp of wijk in zijngeheel profiteert. Laten we die voorbeelden meer naar voren brengen.Onbekend maakt namelijk onbemind.Dank.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Boomsma namens JA21. Gaat uwgang.De heer Boomsma (JA21):Dank u wel, voorzitter. Wij voeren dit debat te midden van enormemaatschappelijke onrust, die ontstaan is naar aanleiding van de aankon-diging om meer asielopvang te organiseren. Laat het helder zijn:demonstreren mag en wij begrijpen dat ook, maar geweld, vernieling enbrandstichting zoals wij dat gisteren hebben gezien, zijn natuurlijkvolstrekt en in alle gevallen verwerpelijk en onacceptabel.JA21-collega’s Clemminck en Ceulemans waren maandag de hele dag inLoosdrecht en hebben, nog los van de demonstraties, een groot aantalmensen gesproken. Twee zaken kwamen daarbij nadrukkelijk terug. Teneerste is het veiligheidsplan voor veel mensen veel te ad hoc, te ondui-delijk en ook te reactief. Als er asielopvang wordt gepland, dan moet er inieder geval, voordat zich incidenten voordoen, een gedegen en proactiefveiligheidsplan worden opgesteld. Dat plan moet gericht zijn op debescherming van omwonenden. Dat moet een keiharde voorwaarde zijn.Is de Minister het daarmee eens? Het tweede dat wij daar meekregen, isdat veel mensen de zorg hebben dat de opvang veel langer gaat duren. Desluitingsdata die worden vastgesteld, moeten dus ook hard zijn. Kan deMinister dat bevestigen?De voorzitter:Heel goed, u zet zelf de microfoon al uit, meneer Boomsma. Er isinderdaad een interruptie van meneer Van Asten.De heer Van Asten (D66):Ik heb een vraag over het veiligheidsplan. Dat heb ik ook gelezen. Dat zageruit zoals ik dat ook als wethouder wel kende. Er wordt door de heerBoomsma gezegd dat het te reactief is. Ik vraag me nu eigenlijk af wat erdan in een veiligheidsplan zou moeten staan dat proactief is. Welkevoorwaarden zouden daaraan verbonden moeten zijn?De heer Boomsma (JA21):Er is met een aantal mensen gesproken. Die gaven allemaal aan dat dateen belangrijke zorg was. In de veiligheidsplannen stond eigenlijk heelweinig concreets. Er stonden alleen dingen in zoals: mochten er zichincidenten voordoen, dan gaan we op dat moment bepaalde stappenzetten om de veiligheid te verbeteren, met toezicht et cetera. Dat is nietgenoeg, denk ik. Je moet mensen de zekerheid geven dat er maatregelenworden genomen om te voorkomen dat er zich incidenten voordoen. Datis de zorg die wij daar hebben meegekregen. Daaraan moet zo’n veilig-heidsplan dan ook voldoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361947 De heer Van Asten (D66):Als ik dat veiligheidsplan lees – ongetwijfeld zal dat qua lokale setting noganders kunnen; daar wil ik vanaf zijn – zie ik toch dat er maatregelenworden genomen. Dit gebeurt vanuit de driehoek. De politie is daaraanspreekbaar. Er is veel begeleiding in de noodopvang vanuit het COA,met ook nog eens 24 uursnummers erbij. Ik geef toe dat dat natuurlijkaltijd reactief is en pas wordt ingezet als er iets gebeurt, maar er is dusaltijd toezicht op zo’n locatie en in de buurt. Vandaar dat mijn vraag devolgende is. Wat zou dan voor JA21 rondom zo’n noodopvang voldoendezijn om mensen gerust te stellen?De heer Boomsma (JA21):Dit is de zorg die wij heel nadrukkelijk meekregen van mensen die wij daarhebben gesproken. Mijn collega’s waren daar de hele dag. Zij hebben ermeer dan vijftien mensen afzonderlijk van elkaar over gehoord. Datmoeten we dan natuurlijk heel serieus nemen. Een 24 uursnummer isinderdaad niet genoeg. Dat was precies waar mensen tegenaan liepen. Zezeiden: ja, dan kunnen we op een gegeven moment gaan bellen, maar datis niet genoeg. Er moet inderdaad toezicht zijn. Mensen moeten zich ervanverzekerd weten dat er voldoende wordt opgetreden, voordat zich allerleiellende gaat voordoen, en dat er mensen aanwezig zijn die meteen terplaatse zijn. Ik denk dat dat een hele legitieme vraag is van mensen diegeconfronteerd worden met zulke plannen voor een asielopvang.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Boomsma (JA21):Voorzitter. Hoe dan ook is JA21 van mening dat je asielopvang überhauptniet moet doorzetten als men daar lokaal in grote meerderheid op tegenis. Als er geen draagvlak is, moet je dit gewoon niet doen. Wij zien dat ditop veel plekken het geval is. Daarom komt mijn collega Ceulemansbinnenkort met een voorstel, dat velen zullen meetekenen, om deSpreidingswet in te trekken.Voorzitter. Wat de onvrede ook voedt, is dat de instroom gewoon week in,week uit heel hoog blijft. In de week van 28 april kwamen er weer duizendmensen. Minister, waarom daalt de instroom in België, in Zweden, inDuitsland en in zo veel andere landen, maar in Nederland niet? Kan hijdaarvoor een verklaring geven? Ziet hij dat als een waterbedeffect? Is hijbereid om extra stappen te zetten?Uiteindelijk moet er toch een fundamenteel ander asielstelsel komen; wijblijven dat herhalen. Het recht op asiel moet een gunst worden, wat onsbetreft. We moeten van een recht op asiel hier naar hulp en opvang buitenEuropa, zodat wij zelf weer kunnen gaan bepalen wie zich hier komenvestigen. Dat is ook de kern van democratische soevereiniteit. Dat vergtaanpassing van het internationale juridische kader. Dat is wat ons betreftonvermijdelijk om het primaat van de politiek hier te herstellen.Ondertussen moeten we echter ook alles op alles blijven zetten om binnenhet huidige juridische kader zo snel mogelijk resultaten te boeken. Dieurgentie en daadkracht moet het kabinet uitstralen. Waar blijft het voorstelvoor opvang in derde landen? Welke Ministers werken daar nu aan?Welke gesprekken zijn er geweest? Is er bijvoorbeeld met Rwandagesproken? Vanaf 12 juni geldt het bandencriterium dus niet meer. Er isook al een motie aangenomen. Er moeten een plan en een tijdlijn liggenom dat te realiseren. Dat geldt ook voor de terugkeerhubs.Wat ook echt inderdaad niet mag wachten wat ons betreft, is de inzet opterugkeer van de grote groep Syriërs. Friedrich Merz, nota bene eenchristendemocraat, heeft in Duitsland gezegd dat binnen drie jaar 80%terug moet keren. De Syrische regering sloot zich daarbij aan. KanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361948 Nederland zich daar dus ook bij aansluiten? Deelt de Minister dieuitspraak? Kan hij dat bevestigen?Ik ben het ook eens met de vragen die het CDA hierover heeft gesteld,namelijk wat de ervaringen zijn en of hij een update kan geven. Maar hetlandenbeleid geeft heel Syrië nu dus de laagste 15c-gradatie van geweld.Dat maakt het eigenlijk des te gekker en wranger dat je, behalve voor dedruzen en voor de christenen natuurlijk, nog steeds geen tijdelijkevergunningen zou kunnen gaan intrekken. Ik wil dat verder uitpluizen, omde juridische ruimte beter in zicht te hebben en die te verkennen. Wantwat is nu precies de juridische grens? Dan gaat het dus om dat begrip van«een duurzame situatie». Om welke jurisprudentie gaat het nu? Kan deMinister dat toelichten? Dit kan ook per brief. De Kamer heeft al een motievan JA21 aangenomen voor een taskforce terugkeer Syriërs die devergunningen moet gaan beoordelen. Waar blijft de uitwerking?Voorzitter. De EU draagt nu enorm bij aan de wederopbouw van Syrië,maar stel dan als voorwaarde aan Syrië dat het ook een terug- enovernameovereenkomst, een EU readmission agreement, gaat sluiten.Voorzitter. De komst van de Palestijnen uit Griekenland. De Minister zeieerst dat hij geen idee had wat dit veroorzaakt. Weet hij inmiddels almeer? Zoiets gaat natuurlijk niet vanzelf. Hoe dan ook moet dit stoppen.België heeft besloten dat asielzoekers die al in een ander Europees landopvang en bescherming hebben gekregen, geen recht meer krijgen opopvang. Die aanvragen worden ook niet-ontvankelijk verklaard. Kunnenwij dat hier niet ook gaan doen?De GGD constateert een behoorlijke toename van tuberculose en difteriein Utrecht en elders. Dat komt doordat veel migranten met eenbesmetting aankomen. Wij horen ook van de GGD dat de screening en debehandeling die nodig zijn om verspreiding te voorkomen, vaak niet goedgaan. Herkent de Minister dat? Wat gaat hij daarmee doen?Voorzitter. Dan de nieuwe procedure vanaf 12 juni. Wanneer is de ICT danwel op orde? Welke onderdelen van de nieuwe asielprocedure zijnvolledig operationeel per 12 juni? Wanneer ontvangt de Kamer een soortoverzicht van hoe we ervoor staan? Zijn er nu ook signalen dat anderelanden nog niet klaar zijn voor het pact en dat het vertraging gaatoplopen? Dan horen we dat ook graag.Hoeveel IND-capaciteit wordt na 12 juni ingezet voor de nieuweaanvragen en hoeveel voor de bestaande voorraad? Want die achterstandvan 50.000 aanvragen blijft natuurlijk nog wel even. In ieder geval willenwij echt de bevestiging dat die achterstanden en die druk er op geenenkele manier toe leiden dat er eerder of gemakkelijker asielvergunningenworden verleend.De voorzitter:Ja.De heer Boomsma (JA21):Ik heb nog een of twee zinnen.De voorzitter:Nou ja, u bent al over uw tijd heen, dus ik wou het hierbij laten.De heer Boomsma (JA21):Nee, wacht even, ik ben bijna klaar. U gaf een collega net ook een minuutextra. Die wil ik dan ook graag.De voorzitter:Komt u hier zelf maar kijken. U bent inmiddels 39 seconden over uwspreektijd heen.De heer Boomsma (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361949 39, dus dan heb ik nog 20 seconden, als u mij recht doet.De voorzitter:Ik zei «bijna een minuut», maar ik ga hierover geen discussie voeren.De heer Boomsma (JA21):Nee, maar u had me ook geen waarschuwing gegeven.De voorzitter:U bent zelf verantwoordelijk voor uw spreektijd.De heer Boomsma (JA21):Jawel, maar u geeft mijn collega een minuut extra en mij dan dus ook. Dithadden we al af kunnen ronden, voorzitter.De voorzitter:Neenee, we laten het hierbij. Ik geef het woord aan de heer Ellian.De heer Boomsma (JA21):Ik maak bezwaar, voorzitter. Waarom geeft u mij minder tijd dan mijncollega?De voorzitter:Dat doe ik niet.De heer Boomsma (JA21):Ik heb geen enkele interruptie gepleegd. Ik heb er speciaal over nagedachtdat we weinig tijd hebben. Geeft u mij dan niet minder tijd dan mijncollega. U gaf zelf aan dat hij een minuut over zijn spreektijd was.De voorzitter:Dat doe ik helemaal niet. Dat heb ik helemaal niet gedaan.De heer Boomsma (JA21):Ik vind dit zeer kwalijk en onwenselijk.De voorzitter:U mag het zelf na-timen. U kunt het terugkijken. Dan kunt u zien hoeveelspreektijd u heeft gekregen. Dat lijkt mij de beste oplossing in dezen. Ikgeef het woord aan de heer Ellian, namens de VVD.De heer Ellian (VVD):Ja, dat ga ik doen, voorzitter. Ik zat zo eens te luisteren naar dit debat. Ikheb tegenwoordig een app waarin wat wijsheden worden gedeeld. Ik vindmezelf overigens totaal niet wijs, maar de spreuk van vandaag was: wiemet wijzen omgaat, zal wijs worden, maar wie omgaat met dwazen zal hetslecht gaan. Ik dacht mijn bijdrage daarmee te beginnen.Uiteraard begin ik dan vervolgens met de situatie in Loosdrecht. Volgensmij is die vrij eenvoudig en duidelijk. Ik verwacht ook dat het kabinet daaractie op onderneemt. Eigenlijk had die actie er al moeten zijn. Er is eengroep die deze demonstratie, deze demonstraties, kaapt. Wat betekentdat? Het zijn mensen met hele foute denkbeelden – volgens mij kun jerustig spreken van extreemrechts – die zich verplaatsen van plek naarplek, daar op van alles uit zijn en daarbij ook geweld toepassen, zoals wehebben gezien. Daar moet actie op komen. Punt. Waarom? Ten eerste ishet ontoelaatbaar, maar ten tweede leidt het af van de zorgen vanmensen, die je serieus moet nemen, wat die zorgen ook zijn. Ik snap bestdat mensen in Loosdrecht of op een andere plek zorgen hebben enmisschien overvallen zijn. De communicatie zal op de ene plek beter zijndan op de andere. Dat mogen die mensen uiten, maar nu zijn het eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361950 paar ... Laat ik geen kwalificaties gebruiken, maar het zijn hele foute types,die geweld gebruiken. Laten we daarover duidelijk zijn: geweld tegenhulpverleners is volstrekt onacceptabel. Het beeld van een brandweerautodie tegengehouden wordt, is een beeld dat veel zegt, en niet in goede zin.Als je daar dus bij was en je er niet van gedistantieerd hebt, is dat fout.Wél wil ik het volgende opmerken. Het gaat nu over extreemrechts, maarer waren volgens de AIVD ook demonstraties in dit land waarbij Hamasbetrokken was, dus een terroristische organisatie. We moeten reëel zijnmet elkaar: we hebben wel een probleem als het erom gaat waartoedemonstraties leiden.Voorzitter. Ik denk dat de samenleving er, net als de VVD, naar snakt dataan de ene kant de instroom naar beneden gaat en aan de andere kant deCOA-locaties leegstromen. Daarop moet de Minister wel leveren. Diversecollega’s hebben volgens mij zinnige vragen gesteld die de VVD eerder alheeft gesteld over de Syriërs en de uitspraak van Merz over de 80%. Gaatde Minister hier werk van maken? Ga snel herbeoordelen en maak datprioriteit bij de IND, anders heeft het geen zin. Het betreft 36% van wat ernu in de COA-locaties zit. Ook moeten er doorstroomlocaties geregeldworden.Ook wil ik even stilstaan bij de Palestijnen die al een status zoudenhebben in Griekenland. Dat is niet uit te leggen aan de samenleving. Diehoren hier niet te zijn dus zij moeten terug. Mij maakt het niet uit hoe hetgeregeld wordt, maar dat moet gebeuren. Wel heb ik in dat licht een vraagaan de Minister die ik nog niet gehoord heb. Ik maak me wat zorgen omde mate waarin de IND onder druk staat. De nationale veiligheid moet welin het oog worden gehouden, want we weten uit vele rapporten dat in aldeze migratiestromen ook mensen met hele verkeerde bedoelingen – lees:terroristen – kunnen zitten. De AIVD heeft daar een rol in, maar loopt ditproces zoals het hoort te lopen? Ik vind dat van groot belang.Voorzitter. Dan ben ik benieuwd wat de Minister gaat doen om ervoor tezorgen dat de IND rapido die achterstanden kan wegwerken en hoe hijdaarover in gesprek gaat met de IND. Hoe gaat hij zorgen dat ze snel aande slag kunnen, met het herbeoordelen van de Syriërs maar bijvoorbeeldook met de Palestijnse aanvragen? Hup, beoordelen, afwijzen en deGrieken bellen, zoals ik zei. Overigens mag de Minister zich gesteundvoelen als de Grieken niet thuisgeven. Dan hebben we hier een heelandere discussie met elkaar, want dan hebben we sowieso een probleem.Hoe lang heb ik nog, voorzitter? Want ik wil u niet ...De voorzitter:Nee, bij sommige mensen moet ik de microfoon uitzetten, maar dat is biju nog niet het geval. U heeft nog bijna een minuut.De heer Ellian (VVD):Oké. Dat gaat lukken.In Europa loopt nu de onderhandeling over de Terugkeerverordening. Hetzou zo prettig zijn als die onmiddellijke werking krijgt. Is de Ministerbereid om daaraan vanuit het kabinet te werken? De combinatie van deTerugkeerverordening gekoppeld aan het pact steekt namelijk bestbehoorlijk in elkaar, met controle aan de buitengrens, digitale systemen,snel afhandelen en dan uiteindelijk natuurlijk naar die terugkeerhubs.Onmiddellijke werking dus.Tot slot wil ik aandacht vragen voor politieke vluchtelingen uit Iran. Er iseen moratorium van kracht. Ik begrijp dat; het is een logisch besluit. Maarvoor diegenen die echt voor vervolging moeten vrezen en al jarenwachten, is het natuurlijk een hard gelag. Voor hen is het wel pijnlijk. Ikweet dat een moratorium zwart-wit is, maar ziet de Minister eenmogelijkheid om iets te doen voor die groep die al lang aan het wachtenis en die vlucht voor een regime dat hen achternazit, overigens ook hier?Heeft hij daar oog voor, wil ik hem vragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361951 Dan ben ik er, voorzitter, want ik ga niet uw toorn riskeren.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van der Plas namens de BBB.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel. Ik sluit me helemaal aan bij de woorden van mijn collegaEllian over het kapen van de zorgen van oprechte burgers over wat er inhun gemeente gebeurt. Eigenlijk wordt de echte bezorgde burgersgewoon de mond gesnoerd door dit soort relschoppers, al dan niet metextreemrechtse denkbeelden. Dat is heel kwalijk, want je ziet, ook hier indit debat, dat mensen daarin meegaan. Bijna iedereen begint over hoeschandalig het is wat er in Loosdrecht gebeurt; het gaat dus eigenlijkalleen maar over die relschoppers. Het verhaal van de bewoners sneeuwthier gewoon een beetje onder en dat is jammer. Ik zou de bewoners in degemeenten die kampen met azc’s en met zorgen over azc’s een hart onderde riem willen steken, maar ook willen vragen: hou dit soort gastengewoon weg bij jullie eigen zorgen, jullie eigen protesten en jullie eigendemonstraties. Je hebt er niets aan dat ze erbij zijn. Nogmaals, het gaathier alleen maar over. Zelfs ik heb het er hier nu over.Ik wil eigenlijk beginnen met een citaat dat wij kregen van mensen uit dewijk De Maten in Apeldoorn, waar ook protesten zijn geweest en waar ookgereld is. Daar wil ik eigenlijk gewoon mee beginnen. De mensen dieschrijven: «Er speelt al veel, wij dragen al veel en wij kijken juist om naarelkaar in deze wijk, maar er zit een grens aan wat een buurt kan dragenzonder dat de leefbaarheid, veiligheid en sociale samenhang verder onderdruk komen te staan. Er zit ook een grens aan hoe je met mensen omgaat.Mensen voelen zich niet gehoord, maar weggezet alsof hun zorgenautomatisch haat zijn.» Dit is een deel van een lange mail die wij hebbengehad, die meerdere Kamerleden volgens mij hebben gehad. Ik vind datdit ook de aandacht verdient. Deze mail is getekend door gewone mensen,moeders, vaders, opa’s, oma’s, jongeren en werkenden, mensen van linkstot rechts die zich zorgen maken over hun buurt en zich niet gehoordvoelen. Dit is ook een deel van het citaat. Ik vond het belangrijk omhiermee te beginnen, om hier gewoon echt goede aandacht aan teschenken.Dit kabinet zit er nu drie maanden en drie maanden geleden werdNederland beloofd dat er eindelijk grip zou komen op asiel en migratie. Erzou daadkracht komen. The adults are back in town, stond in een krant, zoherinner ik me: de volwassenen zijn terug in de stad. De druk opgemeenten zou verminderen. Nederlanders zouden merken dat er eenandere koers kwam. Maar wat zien we? Een dwangbrief van deze Ministerin de richting van Nederlandse gemeenten om gedwongen duizendennieuwe opvangplaatsen te realiseren, een belangrijke asielwet diesneuvelt in de Eerst Kamer, een premier die belooft binnen twee wekenmet maatregelen te komen, maar die belofte niet waarmaakt en inwonersdie dan ook weer de straat op gaan omdat zij het gevoel hebben dat erover hun hoofden heen wordt besloten, een terecht gevoel denk ik. Dit isprecies waarom mensen afhaken: er wordt heel veel beloofd, er wordtweinig getoond.De cijfers laten zien dat de druk niet weg is. In het eerste kwartaal van2026 vroegen bijna 6.000 mensen voor het eerst asiel aan in Nederland.Dat is 33% meer dan een jaar eerder. Ook het aantal nareizigers steeg, met21%. Voor 2027 wordt gerekend met 90.000 benodigde opvangplekken,terwijl er begin 2026 nog geen 78.000 plekken waren gerealiseerd.90.000 opvangplekken, dat is een systeem dat structureel vastloopt. Jekunt niet volhouden dat dit beheersbaar is en het kost ook nog eensbakken met geld. Een reguliere opvangplek kost ruim € 31.000 per jaar.Een noodopvangplek kost ruim € 64.000 per jaar. BBB wil daarom van deMinister weten wanneer nu eindelijk het echte pakket komt dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361952 instroom aantoonbaar omlaag brengt. Niet weer een dwangbrief naargemeenten, niet weer een proces en niet weer «we zijn ermee bezig»,maar maatregelen die mensen echt merken. Vandaag nog, gewoonkeiharde maatregelen die helpen.Voorzitter. Op 21 april had de Eerste Kamer een wet kunnen aannemenmet stevige maatregelen om meer grip te krijgen op asiel en migratie,maar deze coalitie, met uitzondering van de VVD, stemde tegen. Dan komtik toch weer even terug op het zogenaamde plan B rond de asielwetten,want dat plan lag blijkbaar al voor de stemming op tafel. Wij hebben daarschriftelijke vragen over gesteld. De antwoorden daarop zijn binnen, maardie roepen nieuwe vragen op.De voorzitter:Komt u tot een afronding?Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja. Hoeveel heb ik nog?De voorzitter:U heeft geen seconde meer.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik heb geen seconde meer.De voorzitter:Nee.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dan ga ik hier verderop in het debat op in. Dan ga ik mijn tweede termijngebruiken om mijn vragen te stellen aan de Minister. Dan kunnen we nugewoon doorgaan met het debat. Dat was ook ongeveer het laatste. Datga ik dan in de tweede termijn doen.De voorzitter:Dank u wel. De heer Russcher namens Forum voor Democratie voor zijninbreng.De heer Russcher (FVD):Voorzitter. Nederland is vol; Koningin Juliana zei dat al in haar troonredevan 1950, toen ons land nog geen 10 miljoen inwoners telde. Zij herhaaldedat in 1979: «Nederland is vol, ten dele overvol.» Nu, in 2026, teltNederland meer dan 18,4 miljoen inwoners. Als we op deze manierdoorgaan, telt Nederland in 2050 wel 23 miljoen inwoners, waarvan meerdan de helft migrant. Al meer dan vijftien jaar wordt er keer op keerbeloofd dat de instroom van vreemdelingen omlaaggaat. Zo zei MarkRutte in 2010: «Nederland is geen land waar iedereen die dat wil, zichmaar kan vestigen.» In 2012 zei hij: «Wie zich hier niet gedraagt, vertrekt.»In 2017 zei hij: «Doe normaal of ga weg.» CDA’er Sybrand Buma zei in2017: «Migratie moet beheersbaar blijven.» Mark Rutte zei in 2021: «Wemoeten grip krijgen op migratie.» CDA’er Wopke Hoekstra zei in 2021:«Niet iedereen kan hierheen komen.» Dilan Yes¸ilgöz zei in alleVVD-verkiezingscampagnes dat de asielinstroom fors omlaag moet. Indiezelfde periode is de Nederlandse bevolking gegroeid met bijna2 miljoen mensen, uitsluitend door migratie.Voor de verkiezingen wordt beloofd dat er wat wordt gedaan aanimmigratie en na de verkiezingen gebeurt er helemaal niets. Vind je hetgek dat Nederlanders het vertrouwen in de politiek compleet hebbenverloren? Dat nog maar 21% van de Nederlanders vertrouwen heeft inpolitici, snap ik dus wel. Nederlanders worden namelijk iedere daggeconfronteerd met de gevolgen van de massale immigratie, met deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361953 onveiligheid op straat, het niet kunnen krijgen van een woning omdatstatushouders voorrang krijgen, en het verliezen van hun thuisgevoel. Nuworden gemeenten door de Spreidingswet gedwongen opgezadeld metasielzoekers. Het gaat om gemeenten waarin hier geen enkel draagvlakvoor is. De Spreidingswet werd bovendien door de VVD, die al zestien jaarniets doet aan de instroom, alleen gesteund onder het voorbehoud dat deinstroom drastisch omlaag zou gaan.Dit kabinet kondigde vorige week met heel veel bombarie aan dat erstrenge asielmaatregelen aankomen. Wat blijkt? Er zit geen enkelemaatregel bij die er ook maar iets aan gaat bijdragen dat wordtvoorkomen dat asielzoekers naar Nederland komen. Natuurlijk steuntForum voor Democratie de ongewenstverklaring, het afschaffen vanrechterlijke dwangsommen voor de IND en het strafbaar stellen vanterugkeerfrustreerders, maar mijn vraag aan de Minister is: wanneerkomen er nou eindelijk nationale maatregelen om de asielinstroom testoppen? Van het Europees Migratiepact is namelijk ook al bekend dat hetéén groot fiasco gaat zijn, omdat het recht om asiel aan te vragen gewoonblijft bestaan, lidstaten er helemaal niet klaar voor zijn en Nederland€ 20.000 per asielzoeker moet betalen om deze te laten opvangen in eenander land, zonder enkele garantie dat die niet nog alsnog ons landbinnenkomt.Voorzitter. Nederland kan het niet meer aan. In plaats van de instroom tebeperken, laat het kabinet de grenzen wagenwijd open. Dankzij deSpreidingswet krijgt iedere gemeente, elk dorp en elke stad, een azc. Injanuari van dit jaar kwamen er 3.200 asielzoekers naar Nederland, infebruari 2.600, in maart 3.500, in april opnieuw 3.500 en vorige week, inweek 17, 1.000 mensen in dus slechts één week tijd. Mijn vraag aan deMinister is wanneer dit kabinet de asielnoodtoestand uitroept, zodat deinzet van het noodrecht bespreekbaar wordt en er strengere maatregelenmogelijk zijn. Wat is daarvoor volgens hem nodig? Het vorige kabinet lietonderzoeken of artikel 103 van de Grondwet hiervoor gebruikt konworden, maar het EU-asielrecht en verdragen zoals het EVRM zouden datonmogelijk maken. Kan de Minister bevestigen dat dit de reden is datNederland de grenzen niet zelf kan sluiten? Is hij het dan met Forum voorDemocratie eens dat Nederland feitelijk geen enkele controle meer heeftover het eigen asielbeleid?Voorzitter. Zolang wij in de Europese Unie zitten en ons committeren aanhet EVRM en het VN-Vluchtelingenverdrag, kan het asielrecht niet volledigopgeschort worden, kunnen we onze grenzen niet sluiten en blijft de helewereld naar Nederland komen. Zo verliezen we in een heel snel tempoons mooie Nederland, ons enige thuis. Maar dit hoeft niet te gebeuren.Het is een kwestie van politieke keuzes: het opzeggen van hetVN-Vluchtelingenverdrag en het EVRM en het verlaten van de EuropeseUnie, zodat we hier in ons eigen land weer zelf bepalen wie erbinnenkomt.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Hiermee zijn we aan het einde gekomen vande eerste termijn van de zijde van de Kamer. We gaan schorsen voorzowel de voorbereiding van de eerste termijn van de zijde van het kabinetals de dinerpauze. Daarom schors ik deze vergadering tot 20.00 uur. Ik zieu dan graag terug.De vergadering wordt van 19.12 uur tot 20.02 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, welkom terug bij dit commissiedebat Vreemdelingen- enasielbeleid. We zijn toegekomen aan de eerste termijn van de kant van hetkabinet. De Minister heeft de antwoorden helemaal voorbereid en ik vraagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361954 hem of hij kan toelichten welke blokjes hij gaat behandelen. Ik zou decommissie verder vier interrupties tijdens de beantwoording willenvoorstellen.Minister Van den Brink:Voorzitter, de vraag is nog wel wat het betekent dat er tijdens de eerstetermijn van de Kamer heel veel vertegenwoordigers aanwezig waren endat het er nu wat minder zijn. Maar dat gaan we ...De voorzitter:Als uw onafhankelijke voorzitter heb ik daar geen oordeel over.Minister Van den Brink:Ik betrek het gewoon geheel op mijzelf.Ik wil eerst stilstaan bij wat we de afgelopen dagen hebben gezien op eenaantal plekken in Nederland. Daarbij wil ik ook een aantal vragenbeantwoorden over de opvang. Daarna heb ik een blokje over deasielprocedure, iets waar ook vragen over gesteld zijn. Ik wil apartstilstaan bij alle vragen rondom de statushouders die in Europa al eenvergunning hebben en ergens anders weer opnieuw asiel aanvragen.Daarnaast zijn er ook nog andere vragen over opvang gesteld, maar danmeer over kinderen, kosten en dergelijke. Ten slotte heb ik nog een blokjeoverig.De heer Ellian (VVD):Dat zijn best veel blokjes.Minister Van den Brink:Ja, of ik vertel gewoon heel lang over hoelang de blokjes lijken.Voorzitter. Ik denk dat er in de Kamer door heel veel partijen woorden zijngebruikt die ik zelf eerder vandaag, gisteravond en vanochtend in deministerraad ook heb gebruikt. Dat is dat ik met afschuw hebben zittenkijken naar alles wat er gisteren in Loosdrecht gebeurde. Helaas betrof datniet alleen gisteren, want het heeft nu bij herhaling plaatsgevonden. Dieafschuw gaat erover dat wij een land zijn waarin ontzettend veel ruimte isen de wet je ontzettend veel ruimte biedt.De wet beschermt je ontzettend op allerlei manieren, zodat je je grievenkunt uiten, je discussies kunt voeren en je tegen iedereen van alles kuntzeggen. Dat noemen wij onze rechtsstaat en daaronder valt ook alles watte maken heeft met demonstratierecht. Tegelijkertijd hebben meerderenhier ook gezegd: zodra daar geweld bij komt kijken, valt al datgeen weg,want dan is het niet meer te vatten onder wat dan ook. Meneer Struijsheeft het al eerder genoemd en helaas moest hij dat vandaag herhalen.Het is inderdaad een verdienmodel voor een aantal groepen in desamenleving. Nee, laat ik het «individuen» noemen.Daar valt alleen maar hard tegen op te treden en dat is ook wat dit kabinetdoet met de inzet van de politie. U heeft vandaag ook kunnen zien dat eronder leiding van het Openbaar Ministerie aanhoudingen hebbenplaatsgevonden en dat mensen met snelrecht vervolgd worden. Al diemiddelen zullen worden ingezet.De keerzijde hiervan is natuurlijk dat de mensen die discussies willenvoeren, daar op dit moment niet meer aan deel durven nemen. We krijgenserieuze signalen dat mensen ook niet meer naar bewonersavondendurven te gaan. Burgemeesters maken zich zorgen: hoe kan ik dit soortavonden nog organiseren als die avonden gekaapt kunnen worden? Dusop allerlei manieren dienen wij te normeren dat dit onacceptabel is inonze samenleving. De hulpverleners, de bewoners in de directeomgeving, de bewoners van een COA-locatie, medewerkers van eenCOA-locatie, burgemeesters: ze worden bedreigd. En dat is natuurlijkverschrikkelijk. Ik spreek daar dan ook mijn afschuw over uit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361955 Daarnaast komen er in dit debat ook heel snel allerlei verwijten naar heelveel mensen en naar partijen. Een reden waarom ik niet heel veelantwoorden hoef te geven, is dat er over en weer verwijten wordengemaakt. Laat ik het zo zeggen: dat gebeurt, terwijl mijn bijdrage toch echthet volgende gaat zijn. Hoe kan ik met u en met de Nederlandse samen-leving het gesprek blijven voeren om meer grip op migratie te krijgen?Ook daarover hoorde ik heel veel goede bijdragen en daar ga ik straks ookop reageren.Maar dat is wel een realistische aanpak. Ik ga niet de hele avond naar deheer Struijs verwijzen, maar ik doe het nu toch nog maar een keer. Deheer Struijs noemde ook in zijn bijdrage: we moeten geen valse beloftesdoen. Dat ga ik dus ook niet doen. We hebben er daar te veel van gehad,zeg ik gewoon even hier. Dat hoort ook in de context van wat er in desamenleving gaande is rondom migratie en het debat rondom migratie.Beloftes over grenzen dicht, asielstoppen of nog een keer de staatsnood-rechtdiscussie: dat hoeft u met mij niet te proberen, want ik ga hetgewoon niet doen. Het heeft geen zin. Het slaat ook nergens op.We hebben met elkaar meer grip op migratie te krijgen. Ik ben bereid allejuridische ruimte daarvoor te gebruiken, maar daar hoort niet de simpeleuitspraak «we doen een asielstop» bij. De complexiteit van vraagstukkenals migratie hebben echt meer nodig dan het woord «asielstop». Ik denkdat de heer Boomsma daar het beste voorbeeld van is. Hij heeft vandaagmet mij in de plenaire zaal een discussie gevoerd over het interpretatiefverklaren van het EVRM. Dat is enorm technisch en enorm ingewikkeld,maar dat is de context waarin wij debatten kunnen voeren over de ruimtedie er op het vlak van migratie wel of niet is.En ja, ik heb ook wensen voor de langere termijn. Ik heb de wens en hetkabinet heeft ook de wens om de hele asielprocedure buiten Europa teplaatsen, omdat wij geloven dat daarmee het mensensmokkelmodelwordt gebroken. Daardoor kunnen we mensen veel beter op een plek inde regio helpen. Maar dat zijn echt trajecten die een enorm lange ademvergen. Dat gaat waarschijnlijk over deze kabinetsperiode heen. Het gaatecht nog veel langer duren en dus vergt het ook heel veel inzet en tijd omdat te bereiken.Nou, dat was even van mijn hart geen moordkuil maken. Maar dat is, denkik, wat wij te doen hebben. Daarom ben ik ook vanaf dag één begonnenmet telkens met meerdere woorden uitspreken: als we het over migratieen asiel hebben, dan gaat het om de instroom en de instroombeperkendemaatregelen. En ja, ik ga straks in op de vragen die daarover gesteld zijnen ook op de constateringen over eerdere debatten en wetten, die het welof niet gehaald hebben. Tegelijkertijd moeten we werken aan terugkeer.Dat is een van de belangrijkste dingen die in de komende maanden op deagenda terecht zullen komen door de aanvaarding van de Terugkeerveror-dening.We hebben verder de opvang op orde te brengen. Ook hiervoor geldt ...Daar gaan we het, denk ik, zo meteen ook nog over hebben bij deSpreidingswet en alles daaromheen. Maar ik denk dat meerdere partijenterecht geconstateerd hebben dat er op dit moment mensen in Nederlandzijn. Die mensen kunnen aanspraak maken op het huidig geldendeinternationaal recht rondom vluchtelingen. Daar hebben wij een verant-woordelijkheid voor. Ik ga die verantwoordelijkheid ook niet wegpoetsen.Ik ga ’m ook niet ontkennen, want dat is gewoon een verantwoordelijkheiddie we met elkaar hebben. Daar hebben we in dit land procedures voorafgesproken. Die proberen we met elkaar na te leven. Daarbinnen heb jedan weer allerlei mogelijkheden voor debat. Maar dat is, denk ik, wat ikhierover vooraf wilde zeggen.Ik weet niet of dit voldoende is, maar als dat wel zo is, ga ik door met devragen die gesteld zijn over de specifieke situatie in Loosdrecht en opandere plekken. Door meerdere partijen, mevrouw Westerveld en de heerCeder, is gevraagd naar de contacten die we hebben. Die hebben weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361956 continu. Die komen over die onrust vanuit mij, maar ook vanuit deMinister van Justitie, de Minister van BZK en de premier. We hebbennatuurlijk ook contact met de burgemeester van Wijdemeren, zeker ook nade gebeurtenissen van gisteravond. We hebben daar natuurlijk ook deburgemeester van Utrecht gezien als voorzitter van de VNG.Wat daar gebeurt, heeft natuurlijk een enorm effect op de bewoners en demedewerkers van de locatie. Maar «bewoners» bedoel ik dit geval weldubbel, want het gaat om bewoners in de directe omgeving van de locatieen inmiddels ook om de bewoners op de locatie. Maar gelukkig zijn er dusverschillende personen aangehouden.Mevrouw Straatman en anderen vroegen wat we preventief kunnen doentegen die groep en tegen de mensen die rondtrekken. Dat gedrag heeftnatuurlijk niks te maken met demonstreren. We zetten politie en OM in omrelschoppers, die vernielingen aanrichten of lokale gezagdragersbedreigen, op te sporen en te berechten. Dat gaat via snelrecht. Dat gaatook via gebiedsverboden op locaties in gemeentes. Ik weet natuurlijk datin de Kamer binnenkort weer opnieuw gesproken gaat worden over hetdemonstratierecht en ik denk dat al deze punten daar ook aan de ordezullen komen.Verschillende partijen – ik ga de woorden van de partij van DENK nietallemaal tot de mijne maken – vroegen naar de mensen die dat geweldlaten zien en plegen. Daarover wordt natuurlijk continu overlegd door deMinister van Binnenlandse Zaken en JenV. We gaan dat gesprek natuurlijkvervolgen met de lokale bestuurders, omdat we gemeenten willen blijvenondersteunen om die excessen aan te pakken. Dat gaat natuurlijk ook overhet delen van de informatie waarover we beschikken. We staan duscontinu in contact met en naast het lokale bestuur.We voeren de Spreidingswet uit, niet omdat het «de Spreidingswet» heet,maar omdat het natuurlijk voortkomt uit een wens van lokale bestuurdersom op die manier de solidariteit in Nederland te herstellen. We hebbendaar onlangs ook al een debat over gehad. Maar heel veel gemeentenstellen ons de vraag: kunnen wij dit niet met elkaar oplossen? Daarvan isde Spreidingswet de uitkomst. Ik zie natuurlijk ook wel dat daar heel veeldiscussie uit voortvloeit. Maar voordat we alternatieven gaan bespreken,moet je wel weten wat het alternatief is. Dat alternatief is: terug naar deperiode daarvoor. Dat is de periode waarin gold: als jij het wel doet, hoefik het niet te doen. Daarmee hadden we ook niet voldoende opvang-plekken. Daarbij komt dat de kosten van allerlei vormen van noodopvang,bijvoorbeeld cruiseboten, dermate hoog zijn, dat dat, laat ik het zo zeggen,belastinggeldtechnisch ook niet de verantwoordingslat haalt, die wevolgens mij met elkaar willen bereiken. Het aantal vaste locaties moet dusomhoog en dat moeten we met elkaar zien te realiseren.Mevrouw Vondeling (PVV):Het is eigenlijk ongekend. Ik hoor deze Minister zeggen: het aantal locatiesmoet omhoog, ik ga voor genoeg opvang zorgen, er komt geen asielstop,we gaan geen noodwetten invoeren. Maar hij doet helemaal niets en hijkrijgt zijn coalitiepartijen, waaronder nota bene zijn eigen partij, niet eenszover om voor de Asielnoodmaatregelenwet te stemmen. Kan de Ministerdan niet gewoon het eerlijke verhaal vertellen, namelijk dat hij helemaalniets wil doen om de instroom te beperken? Zijn enige prioriteit is zo veelmogelijk azc’s openen.Minister Van den Brink:Ik heb net volgens mij heel duidelijk gemaakt wat mijn lijn is. Ik ga deinstroom beperken met de juridische middelen die mij ter beschikkingstaan. Dat zijn dus niet valse beloftes als een asielstop, «de grenzen dicht»of dingen die wel gezegd worden maar die niet uitgevoerd kunnenworden. Ik heb u er volgens mij in eerdere debatten ook al aan herinnerddat u niet zo heel lang geleden aan deze kant zat en dat alle pogingen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361957 daartoe zijn genomen op niks zijn uitgelopen. Tegelijkertijd hebben die,denk ik, wel degelijk een bijdrage geleverd aan de teleurstelling in desamenleving over het idee dat dat wel mogelijk zou zijn. Ik denk dat weserieus ... Ik neem dat zelf serieus, want de beloftes die toen zijn gedaan,zijn niet gerealiseerd, waardoor een grote groep mensen in de samen-leving teleurgesteld zijn geraakt.Tegelijkertijd hebben we wel een tweestatusstelselwet aangenomen.Tegelijkertijd gaat wel het Migratiepact in. Maar het zal natuurlijk gewoonenorme inzet blijven vergen om de instroom te beperken. Iedereen diedoet alsof dat morgen te realiseren is, valt en doet geen recht aan wat hierop tafel staat.Mevrouw Vondeling (PVV):Dat is heel makkelijk, maar de Minister doet gewoon helemaal niets. Ik zeial: hij krijgt nog niet eens zijn eigen partij zover om voor de Asielnood-maatregelenwet te stemmen, een wet met maatregelen om de instroom tebeperken. Dus nogmaals, wat is nou het eerlijke verhaal van dezeMinister? Op welke manier gaat deze Minister dan de instroom beperken?Andere landen gaan gewoon veel verder dan dat Nederland gaat. U kunt,Minister, wel zeggen dat dit allemaal niet kan en dat de PVV niets voorelkaar heeft gekregen, maar wij wilden wel. Andere partijen wilden niet!En dat is nu juist het probleem in Nederland. De protesten worden steedsheviger. Geweld is echt onacceptabel, maar luister nou eens naar diemensen en doe wat om de instroom te beperken. Waarom lukt het anderelanden wel om minder asielzoekers te krijgen en Nederland niet?Minister Van den Brink:Door de aanpassingen van het tweestatusstelsel, die wij nu in de EersteKamer hebben gerealiseerd, gaan er wel degelijk allerlei beperkingengelden voor nareis en het kerngezin. In het Migratiepact zitten dezelfdeaanpassingen, maar daar zit ook in dat de tijdelijke vergunning en deonvoorwaardelijke vergunning verdwijnen. Er zitten allerlei zaken in,waarvan u ook weet dat ze wel gerealiseerd worden. En u weet ook dat dedrie maatregelen die in de Asielnoodmaatregelenwet zitten, die het niethebben gehaald ... Dan gaat het over de ongewenstverklaring. Dat is eenonderdeel van terugkeer en dat gaat dus niet over instroom, maar welover het belangrijke onderdeel terugkeer. Die bespreken wij komendeweek. Een ander deel gaat over de dwangsommen. De SGP heeft weer hetinitiatief genomen om dat te herstellen. Het andere onderdeel, dat overhet strafbaar stellen van terugkeerfrustreerders, is ook iets wat overterugkeer gaat en dat zal ik zelf ter hand nemen met een wetsvoorstel.Op allerlei manieren wordt de instroom dus beperkt met de maatregelendie we al hebben en die we nu gaan invoeren. Maar ik blijf het uitleggenals iets wat je volgens mij ... Als je geloofwaardig wilt zijn en de samen-leving duidelijk wilt maken wat je wel doet, in plaats van iets zeggen maarhet niet doen, ga je met deze maatregelen wel degelijk de instroombeperken. Dus daar gaan wij gewoon mee door.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Voor een discussie over of noodrecht kan en of je wel iets kan doen watverder gaat dan wat kabinet wil, is dit, denk ik, in ieder geval voor mij nietde juiste plaats. Maar het is mij wel al te makkelijk om te zeggen: het gaatniet. Dat zijn keuzes die je maakt. Het zou de Minister sieren als hij datgewoon zou zeggen.Ik heb één concrete vraag, een vraag die ik ook al eerder heb gesteld.Wanneer treedt het wetsvoorstel tweestatusstelsel in werking? Ik hadverwacht dat er allang een klap op was gegeven door CATCH en dat erwas begonnen met nee te zeggen tegen nareizigers.Minister Van den Brink:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361958 Laten we even bij uw openingszinnen beginnen. Het zijn keuzes, maar water gekozen wordt, moet wel kunnen. Een asielstop is geen keuze die nuzomaar even te maken is en uit te voeren valt. Dat is dus geen keuze diehet kabinet niet neemt. Het kabinet is bereid om alle juridische ruimte dieer is in het asielrecht, nationaal en internationaal, te benutten. Tegelij-kertijd werken we ook door aan internationale aanpassingen, waar nodig,om ook buiten Europa asielprocedures te hebben. Het is dus geen kwestievan niet willen. Het is een kwestie van het debat weer terugbrengen naarwat kan. Dat is, denk ik, noodzakelijk.Dan uw vraag over de invoering van de tweestatusstelselwet. Ik heb in deEerste Kamer een debat gehad over de invoering daarvan. Daar heb iktoen met hen over gesproken. Deels kent u deze discussie, want die gaatover de wijze waarop de IND het kan uitvoeren. Op dit moment ben ikdaarover in gesprek met de IND. Want het klopt: wij kunnen door hettweestatusstelsel een nareisbeperking invoeren. Tegelijkertijd heeft de INDook aan ons aangegeven: dat is echt een flinke operatie. Daarnaast kent ude discussie over een aantal zaken waarmee ze beginnen. Dat zijn ze nuaan het voorbereiden. Zodra ik precies weet wanneer, kan ik dat KBopenslaan, zoals u het noemt. Maar we zitten inmiddels dicht tegen hetpact aan, dus dat ligt heel dicht bij elkaar. Dat komt ook door de heleprocedure die er hiervoor is geweest. Dat is mijn antwoord op uw vraagop dit vlak.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Dat is dan geen antwoord op de vraag. Want het is dus afhankelijk vanambtelijke molens. Ik had toch wel graag gezien dat deze Minister, zekerna de uitspraken van de Minister-President, zo snel als mogelijk, binnentwee weken, zou komen met instroombeperkende maatregelen. Dat is nietgebeurd. Als dat op dit onderwerp ook niet gebeurt, dan is het wel héélmager. Kan de Minister concreet zeggen wanneer dat KB geslagen wordt?Minister Van den Brink:Laat ik zeggen: in ieder geval binnen nu en vier weken. Dan is het immersal 12 juni. Maar ik zeg in alle ernst: die verandering ... U kent de vraag-stukken aan de uitvoeringskant die hierbij komen kijken. De IND heeft eenverandering in te voeren als het gaat om nareizen, ook in allerleisystemen. Dat moet natuurlijk op zo’n manier gaan dat op het momentdat je die nareisbeperking opwerpt, die ook standhoudt als je die moettoepassen. Het is niet even een soort vinkje zetten; het vergt echt meerdan dat. We hebben dat overleg. Ik ga zo snel mogelijk dat KB slaan. Danloopt het straks ook naast dat pact. Ik moet erkennen: de beperking die uliever gisteren dan morgen ziet, zit daar wel degelijk in. Daar zit natuurlijkde nareisbeperking in, zodat mensen die hiernaartoe willen komen eerstin een eigen inkomen moeten voorzien en een woning moeten hebben, ener een wachttijd gehanteerd wordt.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Even los van deze Minister: wat wordt Nederland toch belazerd. Watwordt Nederland toch belazerd. Het enige concrete in deze wetgeving datsnel ingevoerd kan worden en waardoor er elke week ongeveer400 mensen minder landen op Schiphol, wordt weer vooruitgeschoven enduurt veel langer dan wat mij betreft kan. Ik vind het diep-, dieptriest omdat te constateren.Minister Van den Brink:Volgens mij wacht ik geen dag langer dan nodig is en worden demaatregelen uit de Asielnoodmaatregelenwet die zijn vervallen, hersteld.Ook dat ligt volgende week weer op tafel. Daarmee doen we wat kan. Indie zin blijf ik op dezelfde manier mijn werk doen, namelijk door samenmet mensen die de uitvoering ter hand moeten nemen te zorgen dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361959 uitvoerbaar is. Dat zal hier zeker voor gelden, want dit gaat naast het pactnatuurlijk wel degelijk een enorme impact hebben en daar zullen weinstroombeperkende effecten van gaan zien. Die zullen zo spoedigmogelijk worden ingevoerd.Ik had over de meest concrete situatie van de afgelopen dagen nog eenvraag liggen van de heer Boomsma. Die ging over het veiligheidsplanwaarover hij heeft gesproken. Dat is een zeer belangrijk onderwerp,helemaal in dit soort situaties. Het is een standaardonderwerp dat bij hetopenen van een nieuwe locatie wordt betrokken. Dat is echt een samen-werking tussen COA en gemeenten. Het wordt per locatie op die maniervormgegeven. Er wordt ook vaak input gebruikt over lokale omstandig-heden, bijvoorbeeld in de vorm van vragen vanuit de buurt of de directeomgeving. Dat kan soms ook echt verschillen per plek. Het COA probeertdie voorbeelden zo goed mogelijk bij gemeentes op tafel te krijgen. Daarworden allerlei afspraken over gemaakt. Al die voorbeelden die u noemt,herken ik zeer. Die worden ook betrokken bij de uitwerking van dieveiligheidsplannen.Dan kom ik nu bij de asielprocedures.De voorzitter:Maar niet voordat mevrouw Westerveld een interruptie heeft gepleegd.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik had in mijn eerste termijn een aantal concrete vragen gesteld over debrand die gisteren ontstond en over het feit dat er mensen binnen waren.Mijn vraag aan de Minister was of hij weet hoe het gaat met degenen diebinnen waren. Ik vroeg ook of het feit dat de hulpdiensten werdenbelemmerd terwijl er mensen in het gebouw waren en dat degenen die ditdeden dat zeer waarschijnlijk wisten, een rol gaat spelen in de aanklacht.Ik weet niet of de Minister dat weet. De gevolgen hiervan hadden zeerernstig kunnen zijn. Ik vroeg ook: ik weet dat er een aantal mensen zijnopgepakt, maar geldt dat voor alle aanstichters? Weet de Minister dat?Minister Van den Brink:Over dat laatste: ik weet dat er op dit moment sprake is van drie aanhou-dingen. Vaak werkt het natuurlijk nog wel even door. Er kunnen dus nogmeer aanhoudingen volgen. Op de locatie zelf, binnen, is de rust wel weerwedergekeerd, maar er is natuurlijk wel sprake van enorme schrik. Datheeft impact, niet alleen op de bewoners van de locatie, maar natuurlijkook op de bewoners van de directe omgeving, die ook hun huis niet meeruit durfden. Als er aanhoudingen plaatsvinden, ook van mensen die dehulpverleners hebben tegengewerkt, dan zal dat op allerlei manierenonderdeel worden van het vervolgingsbeleid. Maar dat laat ik wel echtover aan het OM en aan de politie.Ik kom bij de vragen over de procedures. Die gaan over allerlei zaken, ookover het pact dat er aankomt. Het gaat ook over de IND. De vraag van deheer Ceder ging over de juridische counseling en of die staat voor 12 juni.Die medewerkers worden op dit moment geworven en opgeleid. De INDwerkt langs de planning om dat op 12 juni met voldoende medewerkers tekunnen doen. Dat is ook wat zij voor ogen hebben. De heer Ceder vraagt:welk verschil is er vanaf 12 juni te merken in de asielprocedures? De INDgrijpt de invoering van het Migratiepact aan om de hele asielprocedure tevereenvoudigen. Het aanmeldgehoor zal bijvoorbeeld worden afgeschaft.Er wordt al meteen veel meer informatie opgehaald in het screenings-proces. Er zijn allerlei stappen die uit de Screeningsverordening volgen.Vreemdelingen krijgen nog maar één gehoor. Er komen kortere termijnenen er komt sneller duidelijkheid. De hele voornemenprocedure die we nukennen, is eruit gevallen. We moeten ook sneller kunnen beslissen.We hebben van mevrouw Westerveld ook nog de vraag over ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361960 De voorzitter:Er is nog een interruptie van de heer Ceder voor u op dit punt, Minister.De heer Ceder (ChristenUnie):Ten aanzien van die counseling: ik denk dat het heel belangrijk is en ik benblij dat de Minister er voortvarend mee aan de slag gaat. Sommigeaspecten heeft de Minister niet in de hand, want ja: tijd, krapte en anderezaken. Ik wil vragen of de Minister kan toezeggen dat hij de stand vanzaken na 12 juni echt meeneemt in de volgende brief. Dat kan in devoortgangsbrief; ik weet niet wanneer de volgende komt. Voor onze fractieis het wel belangrijk dat we op de hoogte zijn van waar we dan staan.Minister Van den Brink:Zeker. Wij hebben op dit moment volgens mij al een soort ritme waarinwe verslag doen van de voortgang op het pact. Dat blijven we na 12 junidoen. Wij zullen op die onderdelen, zoals de IND-uitvoeringstoetsen dieonderdeel zijn geweest van het debat over het pact, terug blijven komenna 12 juni als we informeren over de voortgang van het pact. Dat doen wedus ook op deze onderdelen. Over de juridische counseling gaat hetdaarin ook, zeker.Het is goed om te horen dat de heer Ceder onder woorden bracht welkepositie de ChristenUnie nu inneemt rondom dwangsommen en deongewenstverklaring. Daaraan voegde u nog toe of de besparing dievoortvloeit uit dwangsommen dan weer ingezet kan worden in de keten.Dan hoor ik de Minister van Financiën bijna zeggen: zo werken debegrotingsregels niet. Dit zijn immers natuurlijk geen voorziene uitgaven.Laat ik zeggen dat we hopen dat deze uitgaven niet worden gedaan, dusdie zijn niet op die manier in de begroting ingeboekt. Er vloeit geenstructureel geld voort uit dwangsommen. De Minister van Financiënhoopt hiermee vooral een meevaller te krijgen en hoopt niet dat hij ditstructureel naar mij gaat overmaken de komende tijd. Daar ben ik hetoverigens zeer mee eens.De heer Ceder (ChristenUnie):De vraag is natuurlijk wel of je het geld dat je bespaart – het gaat nu omtientallen miljoenen – dan ook in de keten stopt. Je zou natuurlijk kunnenbedenken dat de IND ook een budget heeft en dat ze, als ze geld weten tebesparen, dat ook binnen de IND-kaders kunnen herinvesteren. Ik zouwillen voorkomen dat het geld vanuit een financiële meevaller nietgeïnvesteerd wordt in snellere procedures voor de opgaven die wehebben. Volgens mij zou dat budgettair opgelost kunnen worden als ereen wil is. Ik vraag me af of er gekeken kan worden naar die wil, andersvrees ik dat we over een paar jaar, misschien door een democratischemeerderheid hier, alsnog weer te weinig geld uittrekken. Dan zitten weweer in hetzelfde schuitje.Minister Van den Brink:We hebben met het coalitieakkoord natuurlijk gewoon een stabielefinanciering voor de hele keten gerealiseerd. Die houdt ook gewoonrekening met de Meerjaren Productie Prognose voor de asielketen. Ik hebop dit moment ook geen signalen dat dat onvoldoende is. Het heeftnatuurlijk wel een gevolg in de hele keten als het gaat over de advocatuuren de rechtbanken, waar natuurlijk ook nog hele grote opgaves liggen.Tegelijkertijd is daar ook financiering voor gerealiseerd, dus er zal nu nietopeens een stroom van dwangsommen naar de keten gaan, maar als daarsignalen van zijn, dan zullen we die gesprekken natuurlijk voeren met deuitvoeringsorganisaties.Ik had ook nog een vraag van de heer Ceder over de procedure rondomde screening aan de voorkant, zeg maar de kwetsbare personen die daarinzitten. Net als nu krijgt elke asielzoeker een gezondheidscheck. Tijdens deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361961 screening worden medische signalen en kwetsbaarheidssignalenopgehaald ten behoeve van het bepalen van de procedure. Indien nodigkan aanvullend advies worden ingezet, ook medisch advies. Dat gaat dusover beperkingen van mensen qua bijvoorbeeld horen, zien of lezen voorde procedure die daarna volgt. Op die manier worden ze ook ingedeeld inde procedure. Er wordt met VluchtelingenWerk Nederland gesproken overeventuele aanvullende voorzieningen voor kwetsbare vreemdelingen. Datgesprek loopt.Mevrouw Westerveld en ook anderen, dacht ik, hebben ook nog vragengesteld over de impact op de keten van de hele hervorming van hetMigratiepact en over de impact van de andere wetgeving die natuurlijkook komt. Tegelijkertijd zien we dat de IND natuurlijk nog met een enormaantal openstaande aanvragen zit. We hebben hier natuurlijk al eerderover gewisseld. De heer Ceder heeft ook een motie ingediend, volgens mijmet PvdA-GroenLinks, die oproept om voor 12 juni met een plan vanaanpak te komen. Dat probeer ik op dit moment af te ronden; diegesprekken lopen. De IND gaat natuurlijk over al die zaken die nog liggen.Tegelijkertijd willen we het Migratiepact bijhouden. Ik heb de hele tijdgesprekken over het realiseren van het Migratiepact en over hetwegwerken van de aanvragen en dat zo snel mogelijk realiseren, omdatnatuurlijk heel veel mensen soms al heel lang wachten. Dat vergt keuzes,ook in hoe we de procedures inrichten en welke groep er eerder in debehandeling wordt geholpen. De heer Ellian heeft eerder gevraagd of datniet de groep Syriërs zou kunnen zijn, waar het inwilligingspercentageheel laag is. Dat heeft natuurlijk ook weer gelijk effect. Als je een grotegroep afwijst, heeft dat verderop in de keten weer effect rondomadvocatuur en rechtbanken, dus dat is een puzzel van jewelste. Die zijn weop dit moment aan het leggen. Ik verwacht u in de komende twee, drieweken uitsluitsel te geven over wanneer we dat naar uw Kamer sturen.De heer Ellian vroeg mij over de procedure die er nu is en ook nog overmensen die hiernaartoe komen, de nationale veiligheid en de screeningvan die mensen. Bij de beoordeling van de asielaanvraag onderzoekt deIND standaard of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbareorde of de nationale veiligheid en of die zich schuldig heeft gemaakt aaneen zogenaamd 1F-misdrijf. We hebben u vorig juni nog geïnformeerdover alle evaluaties die daarvan zijn uitgevoerd, over het onderkennen vansignalen van mogelijke betrokkenheid bij radicalisering en terrorisme inde asiel- en nareisprocedure. In dat rapport is ook duidelijk gemaakt datde asiel- en nareisprocedure qua procedure voldoende is ingericht om diesignalen te onderkennen en ook naar boven te halen. Dat gebeurtnatuurlijk aan het begin van het proces en ook verderop in het proces, bijde IND, waar natuurlijk ook achterstanden zijn. Dat heeft natuurlijk ookeen effect in de keten. Bij het Asiel- en migratiepact dat eraan komt,hebben we natuurlijk een nieuwe screening, waar veiligheidscontrole eenbelangrijk verplicht onderdeel van is. Dat is een verplichting voor allelidstaten, dus dat is een belangrijke verandering. Die zit helemaal vooraanin de procedure, namelijk binnen zeven dagen als het gaat om personendie zijn aangetroffen aan de buitengrens en binnen 72 uur als zij toch inNederland zouden zijn aangetroffen met hun eerste asielaanvraag. Dat isdus de route voor hoe we daar zicht op proberen te krijgen.De heer Ellian (VVD):Het ging een beetje snel, maar dat is alleen maar prettig, want we zittenhier al een tijdje. Ik heb één interruptie. Ik laat aan u hoe u die beoordeelt,voorzitter. De Minister zei: ik moet goed kijken naar de totale achterstanden moet dan keuzes gaan maken. Dat is logisch. Ik hoorde de Ministerzeggen: wat je prioriteert, leidt op een andere plek mogelijk weer totopstapeling. Ja, maar kijk. Wat de VVD betreft is de boodschap hetvolgende. Ook het pact gaat uit van superkorte termijnen. De ellende isdat het allemaal zo enorm lang duurt, waardoor die mensen nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361962 weggaan, met alle gevolgen van dien. Op zich steun ik de Minister dus alshij zegt dat hij de IND boos gaat maken en dat die bijvoorbeeld Palestijnenof Syriërs gaat beoordelen, maar dan moeten we ook voor zorgen dat derechtspraak en de advocaten gewoon klaarstaan. Volgens mij kunnen zedat. Hupsakee, een paar weken die procedures. Dat kan allemaal. Oppapier kan het in ieder geval allemaal. Als het in de realiteit niet kan, danhoor ik graag wat het probleem is.Minister Van den Brink:Terecht. Het gaat erom dat als ik die keuze maak, ik dat met de hele ketenheb afgestemd, zodat ze er klaar voor zijn dat dat hun kant op komt, ommaar even in die woorden te spreken. Als daar beperkingen op zijn, danmoet ik dat natuurlijk zelf oplossen of aan u kenbaar maken waar iktegenaan loop. Dat zal ik doen. Dat is precies de aanpak die ik nu voorogen heb.De heer Ellian (VVD):Dat wacht ik dan met belangstelling af. Dit is essentieel. Mijn volgendeinterruptie, die u uiteraard zo mag tellen, voorzitter, gaat over de nationaleveiligheid. Ik ken de 1F-systematiek; die is al heel oud. Daar gaat het mijniet helemaal om. Ik en vele collega’s, denk ik, slaan aan op de kwestievan onbekende nationaliteit, allerlei vreemde figuren en de rapporten –diverse collega’s hier zitten ook in de J&V-commissie – waarin eropgewezen wordt dat diverse statelijke actoren er belang bij hebben ompotentiële terroristen mee te sturen in de migratiestromen. Ik maak mewel wat zorgen. Hebben we dit voldoende in beeld? Ik hoor de Ministerook zeggen dat het druk is bij de IND. Dat begrijp ik. Ik draag daar ook eenbeetje aan bij, want ik zeg: ze moeten rapido. Maar dat mag natuurlijkgeen reden zijn om bijvoorbeeld de AIVD niet goed in positie te brengen,want wij zijn er ook om ervoor te zorgen dat terroristen niet naarNederland komen.Minister Van den Brink:Dat deel ik ten volle. Dat kan ik alleen maar ... Daar mogen we het oog nietop verliezen, met de caveats die ik net maakte. We verliezen daar niet hetoog met de inzet van diensten.De heer Van Dijk vroeg mij of de aanpassing van het vluchtelingenrecht inde toekomst ook invloed heeft op welke mensen hier wel of niet naartoekomen en met welke religieuze achtergrond zij dat doen. Dat vluchtelin-genrecht maakt natuurlijk geen onderscheid op grond van dit soortaspecten. Dat is ook juridisch niet mogelijk. Dat onderscheid is niet op diemanier aan te brengen. Tegelijkertijd betekent dat natuurlijk niet dat alswij hier in Nederland mensen in de procedure hebben, we ze niet wijzenop hoe wij in Nederland staan voor onze waarden en normen, onzerechtsstaat en alles wat daarbij komt. Dat doen we natuurlijk ook, gelijkaan het begin van de procedure.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik wil hier toch even op doorgaan, ook om misverstanden te voorkomen.Het gaat er natuurlijk op geen enkele manier om dat de ene mens meerbescherming zou verdienen dan de andere. Het is echt wel vanuit tweekanten geredeneerd. De ene persoon, met bijvoorbeeld een islamitischeachtergrond, maar je kan ook andere voorbeelden noemen, zal in eenandere regio dan Nederland waarschijnlijk makkelijker integreren dan bijons. Zo’n hele rare gedachte is dat niet. Ik weet dat dat niet kan, maar mijnvraag is of het ook helemaal niet denkbaar is om daar op Europees niveaugewoon een zindelijke discussie over te voeren.Minister Van den Brink:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361963 Ik snap de analysevraag, maar ik zit even na te denken wat het «en dus»erachter is. Natuurlijk, het integratievraagstuk dat voortkomt uit mensendie naar Nederland komen, is natuurlijk gewoon een enorme opgave. Datis natuurlijk ook de reden dat we daar met z’n allen enorm aan hechten endat we daar eisen aan stellen, zoals dat de taal hier ontzettend belangrijkis. In dit akkoord stellen we ook weer hogere eisen aan taal als jenaturalisatie wil. Op die manier is dat dus wel zo, maar ik heb er nu nietzomaar een pasklaar idee bij hoe je dat aan de voorkant zou kunnensturen. Maar dat integratie ontzettend belangrijk is: ja.De heer Diederik van Dijk (SGP):Als we naar de toekomst kijken en het inderdaad zou gebeuren dat weasielverzoeken aan de buitengrens van Europa afhandelen, dan zou jeafspraken kunnen maken over dat je bepaalde categorieën asielzoekers –laat ik het voorbeeld toch maar noemen – beter in meer Arabische,islamitische regio’s opvangt dan in Nederland of een vergelijkbaar land.Minister Van den Brink:Dat is natuurlijk een van de redenen waarom we altijd als eerste beginnenmet opvang in de regio, want dat is natuurlijk een plek waar mensen denabijheid hebben van hun eigen afkomst. Op die manier gaan ze ook weersneller terug naar hun land, om daar bij te dragen aan het herstel van hetland, als dat ten gevolge van oorlog onveilig is geweest. Langs die lijnsnap ik zeker die analyse rondom opvang in de regio en die procedure aande buitenkant van Europa doen, maar het onderscheid zelf is nu niet aande orde.Ik wil in het volgende blokje apart stilstaan bij alle vragen die zijn gesteldover de statushouders die door Europa reizen nadat ze al ergens eenasielaanvraag hebben gedaan en zelfs al een status hebben gekregen.Misschien nog even ter toelichting: dat is dus echt een andere kwestie dande Dublinclaimant. Dat is iemand die ergens al een asielaanvraag heeftgedaan, dan doorreist naar een ander land en daar dan opnieuw eenasielaanvraag doet. Dat zijn echt twee verschillende vraagstukken. Voor depersoon die een status heeft in een ander land en daarna in Nederlandzou komen, geldt eigenlijk dat we die niet-ontvankelijk kunnen verklaren.Dus hij kan de aanvraag wel doen, maar daarna verklaar je dieniet-ontvankelijk en is hij gelijk weer de procedure uit. Dat was altijd deprocedure, totdat er uitspraken van het Europese Hof kwamen. Dieuitspraken zijn dus voor heel Europa en zijn ook herbevestigd door deRaad van State en mijn ambtsvoorganger. Ik moet niet naar mevrouwKeijzer kijken; het gaat om mevrouw Faber. Het Hof zei dat de situatie inGriekenland niet is veranderd, waardoor die procedure dus niet kanplaatsvinden voor die groep mensen die uit Griekenland komt. Tegelij-kertijd is dat natuurlijk een onwenselijke situatie; daar is door meerderenvan u op gewezen. Mensen hebben nu eenmaal een status gekregen, duswaarom zouden ze dan in Nederland opnieuw in de asielproceduremogen komen? Dit is niet mijn persoonlijke opvatting als Minister, want ikciteer gewoon de rechters, maar de situatie is dat mensen in Griekenlandwel een status krijgen, maar daarna geen toegang tot de arbeidsmarkt ofandere voorzieningen krijgen. De rechter heeft gezegd dat dat niet is hoehet hoort. Daarom is die ruimte geboden.Tegelijkertijd zijn wij van mening dat die mensen gewoon terug naarGriekenland moeten en dat we dat moeten gaan realiseren. Wij werkendaar nu dus ook aan. We hebben deze discussie natuurlijk al eerder overandere plekken in Griekenland gehad. Er zijn plekken in Griekenland diedoor ons gefinancierd worden. We proberen die mensen daar weernaartoe terug te brengen, maar dat gaat natuurlijk wel over kleinereaantallen dan de aantallen die nu in de asielprocedure zitten. Ik heb welaan de IND gevraagd om alle aanvragen die er nu liggen niet te behan-delen en dus ook niet in te willigen, zodat ik de tijd heb om aan de eneTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361964 kant te beslissen of een aantal mensen terug kunnen en tegelijkertijd metGriekenland het gesprek te blijven voeren over hoe we dit kunnenoplossen. Als Griekenland wel in staat is om een aantal voorzieningen tetreffen, dan zou dat probleem natuurlijk ook van de baan kunnen zijn enkunnen we ook weer mensen terugsturen. Overigens zal dit ongetwijfeldook weer tot juridische procedures leiden.Vergelijkingen met Duitsland en België herken ik, maar ook daar zijninmiddels weer nieuwe uitspraken gedaan. Zo wordt de Belgischeoverheid alweer teruggefloten bij wat ze aan het doen is. Meerderelidstaten hebben hier dus mee te maken. We trekken met elkaar op om ditprobleem op te lossen.Ik denk dat ik daarmee in één keer alles heb beantwoord als het gaat overdeze groep, maar laat ik voor de volledigheid nog even het volgendezeggen. Ik stond eerder op de dag in de plenaire zaal. Daar heb ik eenmotie van de heer Ellian, die mij vroeg om aanvragen van deze groep nietin te willigen, oordeel Kamer gegeven. Ik stond vanmiddag met het heleverhaal dat ik net hier hield in de plenaire zaal. Ik heb om die reden demotie oordeel Kamer gegeven. Die motie is inmiddels ook aangenomen.Ik sta nu dus eigenlijk al uit te leggen hoe ik een motie ga uitvoeren. Dat iswat ik aan het doen ben. Ziet u? Wat een enthousiasme.De voorzitter:Dat is hartstikke mooi. De snelheid van werken is ook goed. MevrouwVondeling heeft daar misschien nog een interruptie over.Mevrouw Vondeling (PVV):Ja, ik heb toch nog één dingetje. Ik zat zelf niet bij het debat, maar ik hebdie motie inderdaad een beetje meegekregen. De Minister heeft eerder inde media wel gezegd: ik heb er geen verklaring voor dat ze allemaalhiernaartoe komen. Nu zegt de Minister zelf dat de voorzieningen inGriekenland niet goed zijn. In Nederland zijn die voorzieningen natuurlijksupergoed: asielzoekers krijgen nog steeds met voorrang een woning, zekrijgen gratis zorg en gratis uitkeringen. Is het dan niet een idee dat ditkabinet aan de slag gaat om dit flink te versoberen en de voorrangsre-geling voor de sociale huurwoningen eraf te halen? Dat zal waarschijnlijkook leiden tot een lagere instroom.Minister Van den Brink:Ik zou daar toch graag een stapje voor blijven zitten, want dit veronder-stelt dat de vergunningen verstrekt en ingewilligd worden. Mijn doel isom die vergunningen niet in te willigen, zodat ze er dus ook geenaanspraak op maken en dat ze uiteindelijk teruggaan naar Griekenland. Ja,dat is complex. Wat betreft mijn veel herhaalde quote dat ik er geenverklaring voor heb: al doende leert men; ik zag mezelf terug en ging er alvan uit dat daar een paar tweets over zouden verschijnen. Die uitspraakging vooral over de verklaring voor de vraag waarom het nu opeens zoaan het veranderen is. Er waren ook vragen over of dit op social media ofop andere manieren wordt aangestuurd, maar ik heb er geen zicht op ofdaar op die manier iets in is veranderd.Mevrouw Vondeling (PVV):Ik wil daar toch even op doorgaan. Oké, u heeft het over die verklaring,maar dan nog komen ze hier natuurlijk heen met een reden. Wat is dan diereden? Ik denk dat de reden is dat ze denken, of in ieder geval de hoophebben, dat ze hier een vergunning, een huis, een uitkering en gratis zorgkrijgen, dat ze hier geen eigen risico hoeven te betalen en al die dingen.Het kabinet maakt er geen werk van om al die voorzieningen te verso-beren. Nederlanders komen amper rond, maar voor asielzoekers wordt derode loper uitgerold. Daarom nogmaals mijn oproep aan het kabinet: gaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361965 ermee aan de slag, zorg ervoor dat dat versoberd wordt en kijk naarlanden die dat wel doen. Dat zal ook een hoop schelen voor de instroom.Minister Van den Brink:Nogmaals, wij proberen deze groep dus gewoon niet in te willigen enproberen die terug te sturen naar Griekenland. Dat vind ik een betereoplossing dan voor alle mensen, nadat ze statushouder zijn geworden,aanpassingen te doen, die overigens ook – dat noemt u zelf al – weer heelveel discussies zouden geven. Mijn lijn is dus vooral dat de mensen diemet een status uit Griekenland zijn gekomen, gewoon weer teruggaannaar Griekenland. Dat zal al de nodige voeten in de aarde hebben.Mevrouw Straatman (CDA):Dank aan de Minister. Hij gaf een heel duidelijk antwoord, namelijk datalle inzet erop gericht is om deze groep terug te sturen. Ik heb nog éénverduidelijkende vraag. De Minister zei zojuist: het is niet hetzelfde als deDublinclaimanten. Maar ik denk dat ze uiteindelijk wel in dezelfdeopvangsituatie in Griekenland terechtkomen, met dezelfde juridischetoets. Wat betekent dat voor de uitvoering van het Migratiepact vanaf12 juni? Voorziet de Minister dan eenzelfde discussie over de toestand vande opvangsituatie in Griekenland of is dat echt een andere situatie?Minister Van den Brink:Mijn voorganger, de heer Van Weel, heeft afspraken gemaakt met deGriekse autoriteiten om Dublin weer te starten. Vanaf 12 juni zouden dieweer geclaimd kunnen worden, zoals dat heet. Daar zijn afspraken overgemaakt met de Griekse autoriteiten. Dat is een andere situatie dan dievan de statushouders.De heer Boomsma (JA21):Denkt de Minister ook dat we na vrijdag meer juridische ruimte hebbenom mensen terug te sturen? We hebben immers net een motie aange-nomen waarin staat dat artikel 3 anders geïnterpreteerd moet worden,zeker als het gaat om overdrachten binnen de EU en het principe vanwederzijds vertrouwen.Minister Van den Brink:U ziet mij denken. Ik zit even goed na te denken in hoeverre het onder-scheid tussen statushouders en Dublinclaimanten doorwerkt in hetEVRM-vraagstuk van de margin of appreciation. Ik denk dat ik daar nugeen makkelijk antwoord op kan geven, omdat ik het even niet weet. Ikkom daar nog op terug. Dat kan overigens ook in de brief die ikvanmiddag al heb toegezegd over het EVRM en het rapport vanClingendael. Dit zou ik daarin terug kunnen laten komen.De voorzitter:Dat is afdoende. Dan ga ik naar de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik vroeg me af of de Minister kan toezeggen dat hij een terugkoppelinggeeft over hoe de gesprekken met de Griekse autoriteiten of de GriekseMinister zijn geweest. Ik wil graag dat de Kamer daarvan op de hoogtewordt gehouden.Minister Van den Brink:Zeker. Bij dezen.De heer Ceder (ChristenUnie):Komt er een apart briefje wanneer dat gesprek is geweest?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361966 De voorzitter:Er ontstaat nu een soort bilateraal gesprek.De heer Ceder (ChristenUnie):Excuses, voorzitter, dat ik de middle man doorkruis.De voorzitter:Meneer Ceder, maakt u uw vraag even af. Daarna geef ik het woord aande Minister.De heer Ceder (ChristenUnie):De vraag is wanneer dat briefje komt, want dan kan ik dat controleren.Minister Van den Brink:We hebben in de afgelopen periode al contacten gehad. Zodra we hiertoekunnen overgaan en we het verder hebben uitgewerkt, zal ik dat per briefaan de Kamer laten weten.De voorzitter:Ik kijk even of er nog vragen zijn over dit onderwerp, de statushouders.Nee? Dan gaan we naar het volgende blokje, de opvang.Minister Van den Brink:Ja, dat klopt.Er zijn in dit debat ook andere vragen opgekomen over de opvang. Eenvan die vragen, vanuit verschillende partijen, ging over het aantalkinderen in de noodopvang. Het is een vaak geuite wens om die niet opde noodopvanglocaties te laten verblijven. Op dit moment vangt het COA19.482 kinderen op op de COA-locaties. Daarvan verblijven er meer dan7.000 op een noodopvanglocatie. Wij willen het uitgangspunt onder-schrijven dat zij niet in de noodopvang horen te verblijven en dat datverblijf onwenselijk is, maar de realiteit is dat op dit moment twee derdevan de opvanglocaties uit noodopvanglocaties bestaat. Daardoor is hetniet mogelijk om daar geen kinderen te plaatsen. Daarmee komen wegelijk weer op de discussie over hoe we van die noodopvanglocatiesafkomen. Dat vraagt om stabiele en reguliere opvanglocaties, zodat we afkunnen van de noodopvanglocaties en we kinderen gewoon kunnen latenverblijven op de reguliere opvanglocaties, met alle voorzieningen diedaarvoor nodig zijn. Daarnaast proberen we het aantal verhuisbewe-gingen van kinderen te beperken, maar op dit moment roeien we met deriemen die we hebben bij de opvang.Er werd gevraagd: wat is het toekomstperspectief? Dat is het beperken enhet afbouwen van het aantal noodopvanglocaties. We willen die overlaten gaan in reguliere opvanglocaties. In de tussentijd proberen wekinderen zo goed mogelijk de plek te geven die ze nodig hebben. Datgebeurt ook op noodopvanglocaties, maar we proberen dat tot eenminimum te beperken.De heer Van Asten had ook nog een vraag over hoe het nu zit met hetonderwijs voor kinderen, ook in de toekomst. Ze kunnen nu binnen driemaanden onderwijs volgen, maar we proberen met de ingang van hetpact naar twee maanden toe te gaan. Als het COA op zoek gaat naar eenlocatie, dan letten ze erop of dit onderwijs mogelijk is in de directeomgeving. Daar zijn allemaal coördinatoren bij betrokken, ook vanuitOCW, om alle knelpunten op te lossen. In de inventarisatie die nu wordtgemaakt, wordt de toegang tot onderwijs op locaties tegen het lichtgehouden om te bezien wat er verder nog nodig is om ieder kind binnentwee maanden onderwijs te kunnen bieden. Maar u bent ook wethoudergeweest in een grote stad. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het opsommige plekken heel ingewikkeld is om onderwijs te realiseren op deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361967 locaties. We werken er daarom met z’n allen aan om meer grip te krijgenop migratie.Mevrouw Westerveld vroeg mij naar het verbeteren van de opvang vanlhbti-personen op de COA-locaties. Dat is natuurlijk ontzettend belangrijk,want dit zijn vaak mensen die gevlucht zijn vanwege hun seksueleoriëntatie. Zij vergen een veilige omgeving. Tegen de personen die deopvang voor hen onveilig maken, moet hard worden opgetreden. HetCOA probeert te stimuleren dat er aangifte wordt gedaan, zodat erstrafrechtelijk vervolgd wordt. We staan in contact met verschillendebelangenorganisaties. Dat wordt ook gedaan vanuit het COA.COA-medewerkers worden ook getraind om signalen van onveiligheid tezien en te signaleren. Dat geldt breder dan alleen voor deze groep. Op ditmoment werken we uit hoe de daders van dit geweld sneller onderverscherpt toezicht kunnen worden geplaatst op de locaties. We hebbendaarbij zowel aandacht voor de mogelijkheden binnen het strafrecht alsbinnen het vreemdelingenrecht. Dat geweld moet op alle mogelijkemanieren bestreden worden. Het kan ook worden tegengeworpen in deasielprocedure.Er was ook nog een vraag over de financiering. De financiering is op ditmoment geen vraagstuk voor het COA. We hebben structurele finan-ciering gerealiseerd. Ik hoop dat er minder financiering nodig zal zijn alser meer vaste locaties zijn, waardoor we de dure cruiseboten kunnen gaanafbouwen. Dat geldt ook voor de andere dure opvanglocaties, waar deheer Dijk aandacht voor vroeg.Er werd door verschillende mensen aandacht gevraagd voor de uitstroomvan statushouders. Feit is dat als we dat oplossen, we een veel mindergroot opvangprobleem zouden hebben. Statushouders worden in veelgevallen namelijk niet tijdig gehuisvest in de gemeenten, onder meervanwege de krapte op de woningmarkt. Op dit moment zitten er ongeveer17.500 statushouders in de asielopvang. De achterstand van detaakstelling bij de gemeenten ligt boven de 9.000. Voor de uitstroom vanstatushouders naar de gemeenten worden maatregelen genomen,waaronder tijdelijke financiële ondersteuning voor gemeenten bij dehuisvesting van statushouders.De heer Van Asten vroeg mij of de regeling al in de maak is. Ja, diehebben we onlangs voor het eerst in het kabinet besproken. Ik hoop diebinnenkort te publiceren. Dat is de doelgroep flexibele regeling. Je creëertdaarmee locaties waar je statushouders, Oekraïners, mensen in deasielopvang en mensen die lokaal met spoed een woning nodig hebbenbij elkaar kunt brengen. Op die manier hopen we de druk op de socialewoningvoorraad te verlichten, omdat we daarmee met nieuwe locatieskomen.De heer Struijs stelde daar een concrete vraag over. Uw adviseurs hebbengelijk. Het CBS stelt vast wat het percentage is. In 2023 ging bijna 8% vanalle vrijgekomen corporatiewoningen naar huishoudens met een of meerstatushouders. Een jaar eerder was dat 7%. Dat houdt het CBS bij, maar ikken ook andere parameters. Het is maar net met welke parameter je werkt.Als je niet kijkt naar de parameter voor alle vrijgekomen corporatiewo-ningen maar naar de groep starters, dan ligt het percentage echt velemalen hoger. Het kan per gemeente ook weer verschillen en hoger liggen,want in sommige gemeenten zijn maar heel weinig corporatiewoningenbeschikbaar. Maar als je kijkt naar alle vrijgekomen corporatiewoningen,dan geldt de 7% of 8% waar u het over had.De heer Struijs (50PLUS):Dank, Minister. Dit bepaalt wel mijn controlerende taak als volksvertegen-woordiger, de moties die we gaan indienen en de knoppen waar we in detoekomst aan kunnen draaien om dingen beter te maken. Ik kom hier inhet vervolg nog op terug, maar dank voor het uitzoeken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361968 Minister Van den Brink:De heer Struijs stelde ook nog een vraag over allerlei mensen die actiefwillen worden, maar die dat lokaal niet voor elkaar krijgen. Dat zoubinnenkort tot het verleden moeten behoren. Tot aan een deel van hetvorige kabinet waren er enorme restricties op meedoen, maar die zijneraf. Tegelijkertijd veranderen we de wetgeving, waardoor mensen nu nadrie maanden mee kunnen doen. Dat geldt alleen voor asielzoekers meteen goede kans op een verblijfsvergunning en dus niet voor mensen dieweinig kans maken. Mijn collega, de Minister van Werk en Participatie, isop dit moment een plan aan het uitwerken om asielzoekers in de opvangbeter naar werk te kunnen begeleiden en om het taalaanbod te verbe-teren. Het gaat niet alleen om statushouders, maar ook om asielzoekersop COA-locaties. Dat plan komt voor de zomer. Dat is in de maak.De heer Boomsma vroeg: «Er zijn allerlei opvanglocaties. Worden diesluitingsdata wel hard gehanteerd?» Nou ja, de realiteit is dat dat op ditmoment niet overal lukt. Dat geeft natuurlijk ook enorm veel discussie. Wehebben dat in Hardenberg gezien. De feitelijke situatie is dat de bezet-tingsgraad 104% is. Dat werd ook door anderen aangehaald. Dan zou jedenken: dat kan helemaal niet, want 104% is meer dan 100%. Dat klopt, endus zitten er op allerlei locaties extra mensen omdat er te weinigopvangplekken zijn. Zolang er niet voldoende opvangplekken bij komen –we kennen de data van de locaties die sluiten – zitten we op sommigemomenten echt te schuiven met mensen. Letterlijk, want er wordt gewoon’s ochtends bedacht waar ze die avond naartoe worden gebracht. Datheeft natuurlijk een enorme impact op die mensen zelf, want de ene dagkrijgen ze te horen dat ze vertrekken en de andere dag weer niet. Hetaantal verhuisbewegingen is veel te groot. Ook hiervoor geldt dus weerdat we gewoon vaste opvangplekken nodig hebben. Zolang we dit inNederland niet op een eerlijke manier spreiden, krijgen we hier geencontrole over. Dat is dus de situatie op dit punt.Dan vroeg de heer Van Asten nog naar de kleine opvanglocaties. Die zijnduurder dan de huidige plekken, maar leveren ze niet evengoed eenbijdrage, vroeg hij. Ja. Ik heb dit debat hier vrij kort geleden ook deelsgevoerd, en toen heb ik u gezegd dat ik een inventarisatie zal doen. Datdoe ik samen met de VNG. Tegelijkertijd hoorde ik ook in dat debat vanverschillenden van u dat er gemeenten zijn die zeggen dat ze wel kleineopvanglocaties willen realiseren maar dat het ze onmogelijk wordtgemaakt. Ik heb toen een oproep gedaan, en die doe ik nog een keer.Iedereen die dat gesprek heeft met een gemeente, mag mijn nummergeven en dan gaan we ermee aan de slag. Iedere opvanglocatie die nietgerealiseerd wordt, is namelijk een gemiste opvanglocatie. Maar ik hebnog van niemand gehoord, dus ik krijg die telefoontjes graag.De voorzitter:Dat is mooi. Dan zijn we aangekomen bij het laatste blokje, hè? O, kijk,dan heeft mevrouw Westerveld nog een vraag, en mevrouw Van der Plasook, zie ik. Dan gaan we dat eerst even doen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Meerdere mensen hier hebben een vraag gesteld over de meer dan7.000 kinderen die in de noodopvang zitten. Ik hoorde de antwoorden vande Minister en ik weet ook dat hij een lastige opgave heeft. Tegelijkertijdvraag ik me wel af of hij ook een concreet plan heeft om ervoor te zorgendat er geen nieuwe kinderen meer in noodopvanglocaties wordengeplaatst. Is dit bijvoorbeeld ook expliciet onderdeel van de gesprekkendie hij heeft met gemeenten?Minister Van den Brink:Die urgentie wordt echt gevoeld. Men is zich daar op de werkvloer van hetCOA heel erg bewust van, en wij zijn dat ook. We proberen dat dus opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361969 allerlei manieren op te lossen, maar ik kan het nu gewoon niet garan-deren. Ik kom binnenkort wel naar uw Kamer toe met de uitvoering vaneen aantal moties, waaronder deze. Daarin zal ik hier dus opnieuw naarkijken, met de urgentie die u nu aangeeft. Ook zal ik het gesprek met hetCOA voeren over de vraag welke handvatten we nu hebben en wat wenaar de toekomst toe al als ambitie durven te hebben om dit te verbe-teren. Daar kom ik dus op terug.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dat is fijn, want ik weet niet of overal wel bekend is dat het om zo veelgezinnen met kinderen gaat en wat de enorme schadelijke effecten zijnvoor kinderen. Ik noem de vele verhuisbewegingen, maar ook deleerkrachten die onderwijs geven aan deze kinderen en die iedere keerweer afscheid moeten nemen van kinderen omdat die op tijdelijke locatiesworden geplaatst. Het zou goed zijn om hier meer aandacht voor tevragen.Datzelfde geldt voor de lhbti-vluchtelingen. Dat is mijn tweede vraag aande Minister. We horen dat er in vijf jaar tijd tien suïcides zijn geweest vanqueer vluchtelingen, dus er is echt wat aan de hand. Ik vind het fijn dat ergesprekken zijn en dat de Minister ook praat met vertegenwoordigers,maar mensen zitten hier echt in uitzichtloze situaties. Ik doe dus hetverzoek om hieraan urgentie te geven.Minister Van den Brink:Ja, dat doe ik. En ik heb eerder ook Kamervragen gehad over hetvolgende. Ik zeg dat hier gewoon even open, omdat ik niet weet of udaarop doelt, maar er zijn soms wat ingewikkelde discussies metbelangenvertegenwoordigers en we proberen die situatie op te lossen,omdat we er belang aan hechten om met alle organisaties op een goedemanier het gesprek te voeren over de veiligheid van deze mensen. Dit isnamelijk ontzettend belangrijk. Helemaal als je vanwege je veiligheidgevlucht bent, mag je toch hopen en rekenen op een veilige plek.Dan wat u zegt over kinderen. Dat is heel herkenbaar. Mijn enthousiasmevoor de Spreidingswet begint toch weer op te komen. Met de Sprei-dingswet creëren we namelijk vaste plekken, met een vaste plek kun jeeen afspraak maken met een school, en op een vaste plek heeft een kindde vaste omgeving de het nodig heeft en kan het naar een vaste schoolgaan. Dus ja, ik zou zeggen: you had me at hello. De Spreidingswet is ookhiervoor echt een oplossing, omdat kinderen daarmee een veilige plek kanworden geboden, juist in contact met de lokale gemeenschap, de buurt ende school. Ik ben het er dus heel erg mee eens en ik kom hierop terug inde brief die ik zonet heb toegezegd.Mevrouw Van der Plas (BBB):De Minister zei net: mensen mogen mij bellen als ze een locatie hebben;geef mijn nummer maar door. Nu heeft de Vereniging van NederlandseGemeenten zojuist een brief op de website gepubliceerd, waarin staat datde gemeenten met spoed in overleg willen met het kabinet over deongeregeldheden, het geweld, de intimidatie en de bedreigingen indiverse plaatsen, want de gemeenten loopt het een beetje over het hoofd.Ze weten eigenlijk niet meer hoe ze hiermee moeten omgaan. Ze willengraag dat er aanvullende maatregelen genomen worden. Heeft deMinister de brief gezien waarin deze oproep staat? Zo ja, wanneer gaat deMinister in gesprek met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten?De voorzitter:Ik zou hieraan willen toevoegen dat die brief ook aan de commissie isgestuurd. De commissieleden kunnen daar dus kennis van nemen.Minister Van den Brink:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361970 Ik heb ’m as we speak gelezen. De voorzitter van de Vereniging vanNederlandse Gemeenten, mevrouw Dijksma, had mij er ook al ergenstijdens dit debat of net voor het debat over geïnformeerd. Dat gesprekgaan we zeker aan, want dat is natuurlijk een belangrijk signaal. Ik denkook dat ze vandaag samen met de burgemeester van Loosdrecht terechteen streep in het zand heeft getrokken, in woordelijke zin, na alles wat eris gebeurd. Dit gesprek gaan we dus zeker voeren met de Vereniging vanNederlandse Gemeenten en mevrouw Dijksma. We staan hierbij naastelkaar. Ik voel me er ook verantwoordelijk voor. Dat zeg ik ook door wat iksoms op die burgemeesters af zie komen, natuurlijk ook omdat ik brievenstuur waarin ik ze vraag om mij te helpen, wat ik niet lichtvaardig doe. Wezien nu hoe dat in hun situatie, en soms ook in hun persoonlijk leven,uitpakt. Ik ben me daar zeer van bewust en probeer dus ook op allerleimanieren langs die lijnen contact met de burgemeesters te hebben. Maarwe zullen zeker met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hetgesprek voeren. Op korte termijn, ja; dat is dus geen kwestie van ...De heer Ellian (VVD):Ik hoorde de Minister zeggen: je mag mijn nummer geven als je een stadof plek kent waar opvang mogelijk is. Ja, oké, maar ik heb eigenlijk lieverdat de Minister dan ook zijn nummer geeft aan zijn Griekse ambtsgenoot,en die in Italië, in Syrië en in de landen waarvandaan de instroomdrastisch naar beneden gaat. Dat doet hij er dan toch ook bij, alsjeblieft?Minister Van den Brink:Daarmee houdt u mij precies aan mijn eigen mantra: de instroombeperken en de opvang op orde brengen. Dus: volmondig ja. Maar mijnopmerking over mijn nummer was meer een herhaling. In een vorig debatwerden namelijk verschillende voorbeelden genoemd van gemeentes diewel degelijk kleine opvanglocaties zouden hebben willen realiseren, maardaarbij tegen problemen aanliepen. Daarvan heb ik tegen verschillendewoordvoerders gezegd: nou, kom maar door. Maar daarna heb ik er niksmeer van gehoord. Ik dacht dus: ik herhaal die oproep nog een keer. Daarkwam de verwijzing naar mijn telefoonnummer vandaan. Mijn Grieksecollega heeft mijn nummer overigens al. Maar ik zal het gesprek zeker ookop die manier en met die urgentie voeren, ja.De voorzitter:Dan zijn we nu bij het kopje overig aangekomen, denk ik.Minister Van den Brink:Ja. Er zijn door verschillende partijen nog vragen aangevoerd over demaatregelen die nu aangekondigd zijn. Ik heb, denk ik, al best wat gezegdover het tweestatusstelsel, over de nareisbeperkingen en over deonderdelen van de Asielnoodmaatregelenwet die het niet haalden en diewe nu hebben voorgesteld, dus de ongewenstverklaring en dwang-sommen. Dat kan besproken worden bij het wetsvoorstel Terugkeer envreemdelingenbewaring, dat we volgende week bespreken. We zijn ooknog volop bezig met de afronding van de Terugkeerverordening, waaromverschillenden van u ook gevraagd hebben, onder wie de heer Ellian, dievroeg of het onmiddellijk gaat werken. De triloog loopt nog. Ik weet dat erverschillende posities zijn tussen parlement en lidstaten, ook omdatlidstaten natuurlijk zeggen: wij moeten ook dit weer in wetgevingverankeren. Maar in die zin probeert Nederland in ieder geval bij tedragen aan het zo snel mogelijk invoeren van de Terugkeerverordening.De triloog bevindt zich nu echt in een afrondende fase, dus ik hoop u daarbinnenkort, zo snel mogelijk, duidelijkheid over te verschaffen.Dan over criminaliteit door de asielzoekers. De heer Struijs vroeg hoe deaanpak daarvan opvolging krijgt. Het Openbaar Ministerie staat daarnatuurlijk voor aan de lat, maar we vragen voortdurend aandacht voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361971 inzet van de strafrechtketen in de aanpak van criminaliteit door asiel-zoekers. De afgelopen jaren heeft het Openbaar Ministerie ook geïnves-teerd in het verbeteren en de snellere afdoening van misdrijven gepleegddoor overlastgevende asielzoekers. Dit gebeurt vaak door in te zetten oplik-op-stukbeleid en door daar snel duidelijkheid over te verschaffen metsnelrecht. Als mensen dit soort delicten plegen of overlast veroorzaken –het gaat dus niet alleen om delicten, maar ook om overlast – worden zeook gelijk in een versnelde procedure bij de IND gebracht, en daarach-teraan ook gelijk in een werkvorm met de Dienst Terugkeer en Vertrek. Opdie manier gaan wij hier dus mee om.Mevrouw Straatman vroeg naar de jurisprudentie rondom het Aroja-arrest, die hier ook wel mee te maken heeft. Die uitspraak droeg ons opom de bewaringstermijn cumulatief te laten optellen. Je mocht dus niettelkens opnieuw beginnen als iemand in bewaring kwam. Daar werd eengrens van achttien maanden voor gesteld. Dat maakt het echt wel flinkcomplex, want daardoor moet dat voor iedere persoon telkens bijge-houden worden. De ongewenstverklaring wordt hier niet direct doorgeraakt, maar is deels juist een oplossing, omdat je, als je in het strafrechtzit omdat je een ongewenstverklaring opgelegd hebt gekregen en die nietbent nagekomen, ook vanuit het strafrecht in de terugkeerprocedureworden gebracht. Het Aroja-arrest ziet echt op vreemdelingenbewaring.Ongewenstverklaring is strafrecht. Dat zijn dus wel twee verschillendesporen. In de Terugkeerverordening zit ook een oplossing. We gaan er opdit moment van uit dat de bewaringsduur naar 24 maanden gaat.Personen die een veiligheidsrisico vormen, kunnen langer in bewaringworden gehouden dan die 24 maanden. Ook daarbij is de Terugkeerveror-dening dus helpend voor ons.Mevrouw Straatman (CDA):Ik heb nog één verduidelijkende vraag. Ik las dat naar aanleiding van hetarrest van het Hof van Justitie een aantal mensen vrijgelaten moetworden. Hoe zit het met het toezicht op die kleine groep mensen? Wordendie nog enigszins gemonitord? Want ze zullen niet voor niets in vreemde-lingenbewaring hebben gezeten.Minister Van den Brink:Nee, maar dat is wel vanwege zicht op terugkeer. Dit is dus echt bestuurs-rechtelijk. Dit debat gaan we volgende week, bij de Wet terugkeer envreemdelingenbewaring, ook krijgen. Dat is bestuursrecht, gericht opterugkeer. Iemand is vanuit het bestuursrecht in bewaring gesteld omdathet vermoeden bestaat dat diegene anders niet beschikbaar is voorterugkeer. Als deze mensen een strafrechtelijk delict hebben gepleegd,gaan ze gewoon de gevangenis in. Nadat ze uit de gevangenis komen,komen ze weer in beeld om in de vreemdelingenbewaring te komengericht op terugkeer. Er is dus – ik zeg het even uit mijn hoofd – geentoezichtarrangement voor mensen die uit de vreemdelingenbewaringworden vrijgelaten, hoewel zij wel degelijk overlast kunnen veroorzaken.Op lokaal niveau kan het dus wel degelijk impact hebben, waar dan, denkik, overigens wel overleg over zal zijn op lokaal niveau. Dit zijn de tweeregimes die hierop van toepassing zijn.Mevrouw Straatman (CDA):Als zij dan in vreemdelingenbewaring zaten vanwege zicht op terugkeer,neem ik aan dat ze ook nog wel in beeld zijn voor terugkeer, ondanks datze uit vreemdelingenbewaring zijn.Minister Van den Brink:Zeker, zeker. Daar zit een hele complexiteit aan vast van de laissez-passeren het verschijnen op een ambassade. Mocht u nog niet enthousiast zijnover de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, wordt het dan om dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361972 reden. In die wet zit bijvoorbeeld ook een verplichting waardoor iemandgedwongen wordt om te verschijnen bij een ambassade om een laissez-passer te krijgen zodat terugkeer kan worden gerealiseerd. Maar we gaanhier volgende week nog met veel meer enthousiasme over spreken.De heer Van Dijk had nog een vraag over de intrekkingsmogelijkheidrondom antisemitisme. In de brief van 22 september jongstleden isaangegeven dat antisemitische gedragingen of uitspraken die discrimi-nerend en/of beledigend zijn waarvoor een veroordeling vanwegediscriminatie heeft plaatsgevonden, een grond kunnen zijn om eenverblijfsvergunning te weigeren of die, als de veroordeling onherroepelijkis, in te trekken. Het kabinet is van mening dat discriminatie streng moetworden aangepakt. In dat kader is het relevant dat op 1 juli jongstledeneen nieuw wetsartikel in werking is getreden in het Wetboek vanStrafrecht dat bepaalt dat de maximumstrafmaat bij een delict met eendiscriminatoir aspect met een derde is verhoogd. Daarmee weegtantisemitisme indirect zwaarder in vreemdelingenrechtelijke procedures.U vroeg ook nog naar de glijdende schaal. Dat klinkt opeens alsof dat vooriedereen begrijpelijk moet zijn, maar dat gaat over de vraag in hoeverreverschillende veroordelingen meewegen in de beoordeling van deasielaanvraag. Ik verwacht u daar komende week een brief over te sturenmet de uitwerking daarvan, die al langere tijd is gevraagd.Mevrouw Vondeling vroeg naar de Oekraïners en het onderzoek daaroverdat vandaag verscheen. Dat is mij ook geworden. Wij werken op ditmoment met die vluchtelingen op grond van de Europese RichtlijnTijdelijke Bescherming, de zogenaamde RTB, die verlengd is tot en met4 maart 2027. Op dit moment – ik denk dat dit ook al onderdeel zal wordenvan de JBZ-Raad, die binnenkort weer is – wordt gediscussieerd over watwe na deze periode doen. U zal binnenkort geïnformeerd worden over dieinzet. Tegelijkertijd werkt het kabinet nog steeds aan een terugkeerpro-gramma, om ook hen weer mee te laten helpen aan de wederopbouw vanOekraïne, maar dat is op dit moment dus nog allemaal onder het huidigeregime, van de RTB.U vroeg ook nog naar schijnerkenningen. Daar hebben we een brief overgestuurd, die echt op de agenda staat, dus dank dat u daarvoor aandachtvraagt. Het kabinet wil harder optreden tegen schijnerkenningen en fraudemet verblijfsrecht. Als een erkenning frauduleus blijkt, kan die door derechter worden vernietigd. Dat kan betekenen dat een verblijfsrecht, ensoms ook de Nederlandse nationaliteit, vervalt, want als iemand daarnageen recht meer heeft om hier te blijven, kan het vertrek uit Nederlanddaarop moeten volgen. Dat gebeurt niet automatisch. Iedere zaak moetjuridisch zorgvuldig worden beoordeeld, ook vanwege de belangen vanhet kind. We werken nu aan strengere controles en betere samenwerkingtussen gemeenten – aan het loket van de gemeente verschijnt immersiemand die mogelijk verkeerde bedoelingen heeft – en ook de IND, omdatdie nodig is om fraude achteraf te kunnen aanpakken, en het strafrecht,dat daarna in beeld komt om iemand te vervolgen. We zijn nu bezig om tebekijken of erkenningen alleen nog in een aantal gespecialiseerdegemeenten kunnen plaatsvinden, zodat we de expertise niet over heelNederland hoeven te verdelen maar die er echt is op een aantal plekken.Maar daar zal waarschijnlijk aanpassing van wet- en regelgeving voornodig zijn, dus dat volgt nog.Dan waren er nog een aantal vragen over Syriërs. Ik denk dat ik daarmeebij het einde kom van alle vragen. Ik moet even kijken of dat klopt, voordatik naar Syrië overga. Nee, ik doe eerst nog een vraag van de heer Van Dijkover het terugstorten van de vrijwilligersvergoeding als iemand gebruik-maakt van de bijstand en ouder is dan 27 jaar. Een vergoeding voorvrijwilligerswerk wordt niet ingehouden op de bijstandsuitkering zolangdie maximaal € 220 per maand of € 2.200 per jaar is. Voor mensen diebijstand ontvangen en jonger zijn dan 27 jaar kan een vergoeding voorvrijwilligerswerk wel gevolgen hebben voor de hoogte van de uitkering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361973 Dit hangt af van het soort vergoeding. Gaat het om een algemenekostenvergoeding voor vrijwilligerswerk, dan worden personen gekort opde uitkering. Bij een vergoeding voor daadwerkelijk gemaakte onkostengebeurt dit niet. Het Ministerie van SZW gaat over de regels voor devrijwilligersvergoeding. In de evaluatie van de pilot zal gekeken wordennaar het effect en de uitvoerbaarheid van de vrijwilligersvergoeding, ende vraag of dat aanpassingen behoeft.De heer Diederik van Dijk (SGP):Een korte vraag. Het is uitstekend dat er gekeken wordt naar de effecten,maar is de Minister het met de SGP eens dat het wel heel ongelukkig zouzijn als juist degenen met de kleinste beurs zo’n vergoeding zoudenmoeten terugstorten?Minister Van den Brink:Ja, eens. U noemde volgens mij ook nog studenten. Daar gaan we evenspecifiek aandacht voor hebben in de evaluatie.De heer Boomsma stelde een vraag over tuberculose en de toenamedaarvan. Ik ben bekend met dat bericht. De stijging van het aantaltbc-meldingen sinds corona hangt samen met het herstel van de migratiein cijfers. Er was een hogere instroom na die periode uit landen waar tbcvaker voorkomt. We zien ook een stijging van een aantal groepenasielzoekers uit met name landen in de Hoorn van Afrika, maar bij de GGDen het RIVM zijn geen signalen bekend dat de tbc-screening van asiel-zoekers tekort zou schieten. Die verloopt conform de landelijke proto-collen hiervoor en gebeurt ook voordat zij een locatie kunnen verlaten. Bijeen positieve diagnose treedt onmiddellijk het tbc-protocol in werking,inclusief isolatie en behandeling. Op COA-locaties is er vaak ook echt eenaparte plek waar mensen in isolatie worden geplaatst.De heer Ellian vroeg nog naar ...De voorzitter:De heer Boomsma heeft een interruptie.De heer Boomsma (JA21):Ik heb begrepen dat het nu wel degelijk vaak niet goed gaat, en datmensen alweer verplaatst worden door Nederland voordat ze diebehandeling hebben afgemaakt. Dan kunnen er ook andere besmettingenoptreden. Bovendien stond in eerdere mediaberichten ook dat bepaaldebehandelingen, bijvoorbeeld voor kinderen, nu niet worden gebruikt inNederland, bijvoorbeeld omdat je daarvoor twaalf pillen moet nemen endat eigenlijk al te veel is. Daar gaat het ook mis.Minister Van den Brink:Dat zijn hele concrete aanwijzingen. Die signalen heb ik niet. Ze leiden erin ieder geval toe dat ik navraag ga doen bij het COA. Als daar actie opnodig is, zal ik die ondernemen. Als iemand in isolatie geplaatst wordt, ishet juist ontzettend belangrijk dat diegene die volledig uitloopt en dus nietmet tuberculose wordt verhuisd en door Nederland trekt, precies zoals uzegt. Ik ga dat dus even na. U kunt ervan uitgaan dat we actie onder-nemen als dat noodzakelijk is.De heer Ellian vroeg mij naar de politieke vluchtelingen en hetmoratorium. Dat hebben we gedaan naar aanleiding van de oorlog die erdaar is. We hebben een ambtsbericht over Iran opgevraagd om meerduidelijkheid te krijgen over de situatie. Dat ambtsbericht verwacht ik inde loop van het jaar. Daarin zal uiteraard ook aandacht zijn voor depolitieke opposanten uit Iran. Op basis daarvan kunnen we het landen-beleid weer formuleren. Dat is in de huidige situatie gewoon nietmogelijk. We hebben er zeker wel oog voor. U benoemt natuurlijk terechtdat deze mensen gevlucht zijn met politieke motieven, omdat ze in datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361974 land hun leven niet zeker waren. Tegelijkertijd is het wat zwart-wit als jeeen moratorium instelt, zoals u zelf al aangaf. Laat ik het zo zeggen: als desituatie aanleiding geeft om daarmee iets te kunnen, dan zullen we daarniet mee wachten. Dat is wat ik erover kan zeggen.Ik had de vragen van de heer Russcher eigenlijk aan de kop al gedaan,toen het ging over het asielnoodrecht en grenzen.Dan nog een aantal vragen over de Syriërs. Omdat dat onderwerpbovenop ligt, begin ik met het gesprek waarnaar is gevraagd. Ik hebvorige week met de vertegenwoordiging van Syrië bij de VN gesproken.We hebben daar een bijeenkomst met ze georganiseerd, en met eenaantal andere landen. Ik denk dat het in het contact ontzettend hielp dat deSyrische autoriteiten ontzettend graag samenwerking willen met Europa,vergelijkbaar met wat de Amerikanen doen, namelijk ontzettend bijdragenaan de wederopbouw van Syrië, om daar weer een stabiel land van temaken dat een stabiele rol kan krijgen in het Midden-Oosten. Daaraangekoppeld zeggen ze: wij willen wederopbouw en de terugkeer vanmensen naar Syrië heel graag hand in hand doen.Dat zijn overigens precies dezelfde gesprekken als die met Duitsland, diemensen ook aanhaalden. Er is volgens mij wel een nuance. Syriërs uittende wens dat 80% terugkwam en de reactie van Merz was: dat gaan wedoen. Een paar dagen later erkende hij toch ook wel: we proberen hetsubstantieel te doen. Het getal heeft het nieuws gehaald, maar daarna iser dus ook wel weer een nuance gekomen, omdat er ook in Duitsland opdit moment geen sprake is van gedwongen terugkeer, maar slechts vaneen enkele afspraak. Dan gaat het echt over een of twee mensen.Mevrouw Vondeling wees daarop, maar dat gaat dus echt om heel kleineaantallen. We gaan het gesprek met Syrië voortzetten en ook weerproberen om diplomatieke banden te organiseren waardoor je afsprakenkunt maken om in te zetten op vrijwillige terugkeer.Daarnaast zitten nu iets van 17.000 mensen in de asielprocedure. Dieliggen wel voorop, want die hebben de procedure nog niet doorlopen.Daar ligt juridisch dus ook de maximale ruimte om, als volgens hetlandenbeleid een vergunning kan worden afgewezen, te werken aanterugkeer. Dat is dus de route die we allereerst nemen. Daarna komen, opeen later moment, alle andere dingen in beeld.Ik heb u ook uitgelegd wat het landenbeleid is. De heer Boomsma haaldedat ook aan. De inzet van het kabinet blijft, in lijn met de keuze van mijnvoorganger, om over te gaan tot het herbeoordelen van al afgegevenverblijfsvergunningen zodra dat kan. Ik moet daarbij wel rekening houdenmet de uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid, want aan deherbeoordeling van een verblijfsstatus worden andere juridischevoorwaarden gesteld dan aan de beoordeling van een asielaanvraag. Datblijkt uit artikel 11 en artikel 16 van de Kwalificatierichtlijn. Voordat in zijnalgemeenheid tot herbeoordeling kan worden overgegaan, dient sprake tezijn van veranderende omstandigheden. Bij die veranderende omstandig-heden wordt beoordeeld of deze een voldoende ingrijpend enniet-voorbijgaand karakter hebben om te concluderen dat de vreemdelingniet meer te vrezen heeft voor iets in het land waarnaartoe diegene kanworden teruggestuurd. Op basis van wat we nu aan landeninformatiehebben, heb ik u laten weten dat dit nog niet kan worden geconcludeerdals het gaat om herbeoordelingen. Dat is conform dezelfde artikelen alsdie ik net al aanhaalde. Ik heb u toegezegd dat u hierover later in het jaareen nieuw landenbericht ontvangt.De heer Van Asten stelde een vraag over de «go and see»-regeling.De voorzitter:Er is eerst nog een vraag van de heer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361975 De vraag is of er geen enorme discrepantie zit tussen het afwijzen vanvergunningen. Er zit een spanning in, die ergens wrang is. Ik wil naderingaan op de juridische mogelijkheden die er liggen. Inderdaad, het moetvan niet-voorbijgaande aard zijn et cetera, maar hoe wordt dat dan in dehuidige jurisprudentie ingevuld? Waar staat bijvoorbeeld dat dat, zoals inde stukken staat, pas weer in het vierde kwartaal aan de orde zou komen?Ondertussen verstrijkt de tijd. Waarom zou dat niet bijvoorbeeld al overtwee maanden kunnen? Ik krijg dus graag iets meer duiding van waarprecies de ruimte zit.Minister Van den Brink:Laat ik dat – dat zeg ik voordat ik nu zelf de arresten ga aanhalen, die ikniet in mijn parate kennis heb, dus dan moeten ze me aangereikt worden –juridisch verder uitwerken en in een brief aan u toelichten, zoals u zelf ooksuggereerde. Over het ambtsbericht over het landenbeleid gaat hetkabinet zelf, maar dat heeft gewoon een doorlooptijd. Zoals u in hetlandenbeleid dat gepubliceerd wordt ook ziet, worden er per regioanalyses gemaakt van wat er aan gewelddadigheden heeft plaatsge-vonden en of het incidenten waren of dat het bij herhaling gebeurde. Datvergt dus gewoon echt een missie, in die zin dat er op allerlei manieren indie landen onderzocht moet worden wat er speelt. Dat is de reden dat hetdus niet zomaar even op stel en sprong opnieuw kan, net zoals mijnambtsvoorganger dat de vorige keer ook niet zomaar op stel en sprongopnieuw kon doen. Dat zal dus pas op zijn vroegst in Q4 kunnen.De heer Van Asten vroeg nog naar de «go and see»-regeling. Daarover iseerder al discussie geweest. Laat ik het zo zeggen: het dilemma dat eruitvoortkomt en de wens die erachter wegkomt, is natuurlijk of we mensenniet in de gelegenheid kunnen stellen om vrijwillig terug te keren. Maarhet gaat wel om mensen die al een status hebben en die dus bescherminggenieten omdat hun land onveilig is. Er zit dus iets dubbels in dat jeteruggaat naar een land om te checken of je daar opnieuw een toekomstziet terwijl je tegelijkertijd asielbescherming hebt die zegt dat je daar nietmoet zijn omdat het onveilig is. Wij zetten eigenlijk volop in op vrijwilligeterugkeer. Dat doen we via de Dienst Terugkeer en Vertrek. Als mensen dewens hebben om terug te keren of daarover nadenken, dan kan dat via deDienst Terugkeer en Vertrek, die in contact staat met IOM, een organisatiedie echt lokaal in Syrië goed zicht heeft op de omstandigheden. Het heeftdus mijn voorkeur om langs die lijn het beleid voor vrijwillige terugkeervorm te geven.De heer Van Asten (D66):Ik denk dat die motie er juist op zag om daar een tussenvorm in te vindenen mensen toch te laten kijken, zeker in dit soort situaties. Voorheen wasdie situatie er in Bosnië, nu is die er wellicht in Syrië. Het gaat een stukbeter met het land. Sterker, wij denken er hier over na of je delen van hetland weer veilig kunt verklaren voor echte terugkeer. Wellicht is een helegroep mensen wel degelijk geïnteresseerd om in de tussentijd terug tekeren, maar wil die wel graag poolshoogte gaan nemen om te zien of daarnu alweer een toekomst ligt. Dat zou al een verlichting kunnen betekenenen kunnen helpen om mensen die daar nu al kansen zien, gelijk een goedestart te laten maken. Ik snap dat het niet de gebruikelijke werkwijze is,maar zou het niet kunnen helpen in dit verband?Minister Van den Brink:Ik denk dat de Dienst Terugkeer en Vertrek, in contact met IOM, daar demeest aangewezen route voor heeft. Anders zou het toch zo kunnen zijndat iemand daarnaartoe gaat om voor zichzelf te beoordelen of diegenedaar opnieuw een toekomst op kan bouwen, maar diegene ook kanbesluiten om dat niet te doen, weer terug te komen en toch weer gewoonin Nederland te blijven, terwijl diegene tegelijkertijd aanspraak maakt opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361976 het asielrecht dat de bescherming biedt die er onvoldoende is op die plek.Dan kom ik een beetje terug bij het debat van net met de heer Boomsmaover het punt dat de omstandigheden in het land nog niet vanniet-voorbijgaande aard zijn. Door de «go and see»-regeling zou jeeigenlijk zeggen: je kunt er eigenlijk wel gewoon naar terug, maar je kunter ook voor kiezen om er niet naartoe te gaan. Ik zou dus willenvasthouden aan de route die we nu hebben met de Dienst Terugkeer enVertrek, omdat je daarmee ook recht blijft doen aan de asielbeschermingdie je nu biedt.De heer Van Asten (D66):Nog een laatste maal, om het wellicht toch wat te verduidelijken. Ik snapdat zolang wij het landenbeleid hebben ... Syrië is onveilig. Mensen diehier een aanvraag hebben ingediend of een status hebben gekregen,verdienen onze bescherming en blijven dus ook hier. Tegelijkertijd zien wehet schuiven. Dat is natuurlijk precies de reden dat we die veranderingaan het bespreken zijn. Het is niet dat mensen hun recht op beschermingverliezen met zo’n «go and see»-regeling. Ik zit dus even te kijken. Op hetmoment dat wij dit nu direct op het bordje van de Dienst Terugkeerleggen, ben je eigenlijk door het poortje heen van «deze mensen gaanterug; punt», terwijl dat natuurlijk niet de bedoeling is. Het is meer om tekijken, juist in deze tussenfase.Minister Van den Brink:Je kan met de Dienst Terugkeer en Vertrek natuurlijk ook het gesprekvoeren om uit te zoeken welke omstandigheden daar zijn. Het is dus nietzo dat je, als je je bij de Dienst Terugkeer en Vertrek meldt, ook gelijk terugmoet. Dit zijn mensen die een status hebben en die dus een vergunninghebben om in Nederland te blijven. Dat is veelal tijdelijk, maar er isnatuurlijk ook een groep die een permanente vergunning heeft. De DienstTerugkeer en Vertrek is in die zin een partner die met de IOM ter plekkevoor je kan onderzoeken wat de mogelijkheden daarvoor zijn. Ik wil aandie route vasthouden, om niet af te doen aan de asielbescherming. Datvind ik niet passend.Ik had nog een vraag van de heer Boomsma over de taskforce terugkeerSyrië. Mijn inzet is erop gericht om die terugkeer, als dat kan, te versnellenen te intensiveren. Op dit moment doet de IND wekelijks bijna200 Syrische zaken af. Dit zorgt reeds voor de benodigde uitstroom bij deIND en een grotere caseload bij de Dienst Terugkeer en Vertrek. Ik verweesnet al naar een gesprek van vorige week. De komende tijd zal samen metBuitenlandse Zaken en ook vanuit Europa de dialoog met Syrië wordenvoortgezet om de concrete mogelijkheden verder uit te werken. Al dezestappen gezamenlijk zien erop de gewenste toename in terugkeer tebewerkstelligen. Daarmee doe ik ook datgene waartoe de motie mijoproept. Ik zal u binnenkort over de volledige uitwerking van de motieinformeren.Ik denk dat ik daarmee ... Nee, sorry. Ik heb hier nog de vraag van de heerVan Dijk van de SGP over de Syrische christenen. Hij verwees ook naarrapportages daarover, maar uit ons meest recente ambtsbericht is nietgebleken dat christenen als groep in algemene zin een verhoogd risicolopen in Syrië. Gedurende de verslagperiode waren kerken geopend enkonden christenen de christelijke feestdagen vieren. De christelijke leidershadden over het algemeen ook goede relaties met de overgangsregering.Hoewel er natuurlijk wel een aantal incidenten met een mogelijk antichris-telijke dimensie hebben plaatsgevonden, was er over het algemeensprake van een vreedzaam samenleven tussen moslims en christenen inSyrië. Sinds het verschijnen van het ambtsbericht zijn er geen signalenbekend die op dit moment tot een wijziging van dat beleid zouden nopen.Dat is dus het bericht zoals wij dat hierover hebben.Daarmee ben ik tot het einde gekomen van mijn beantwoording.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361977 De heer Diederik van Dijk (SGP):Heel kort, want deze informatie spoort in ieder geval niet met de berichtendie wij krijgen van Open Doors. Ik wil de Minister natuurlijk graaggeloven, maar kan ik er in ieder geval van op aan dat de positie van diegroep christenen ook in nieuwe opstellingen van het landenbeleid nogsteeds serieus gemonitord wordt?Minister Van den Brink:Jazeker. Er is aandacht voor alle groepen die gevaar lopen. Er wordtgebruikgemaakt van openbare bronnen, dus er zal ook gebruikgemaaktkunnen worden van de informatie die u net aanhaalde.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik wil helemaal terug naar het begin, toen we het hadden over extreem-rechtse groepen die betrokken zijn. Er komt een onderzoek aan van deAIVD. De Minister ging er wat snel doorheen. Ik had de Minister nog devraag gesteld wanneer we dat onderzoek precies kunnen verwachten.Misschien kan hij ook iets meer vertellen over wat er nou precies wordtonderzocht en wat hij verwacht van het onderzoek. In ieder geval wasmijn vraag wanneer we dat precies kunnen verwachten.Minister Van den Brink:De diensten hebben als taak om bij extremisme naar organisaties enpersonen te kijken. Dat is wat de diensten ook doen, maar de uitkomstendaarvan zijn natuurlijk onderdeel van die diensten en ook de verantwoor-delijkheid van mijn collega, de Minister van Binnenlandse Zaken, alsverantwoordelijk bewindspersoon voor de AIVD. Alle signalen die er zijn,worden natuurlijk in die zin serieus genomen en onderzocht, maar ik kannu niet iets toezeggen over welk onderzoek op welk moment plaatsvindt.We kennen deze signalen, die al eerder zijn gerapporteerd, natuurlijk ookuit de jaarverslagen van de AIVD, dus ik kan nu alleen naar die plekverwijzen.De voorzitter:Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de eerste termijn van dezijde van het kabinet. Ik kijk even rond om te zien of er behoefte is aan eentweede termijn. Dat is niet bij elke fractie het geval. Dat kunnen wij in deoperatie natuurlijk zo in uitvoering brengen. Maar ik zie ook dat er bij eenaantal fracties wel behoefte is, dus dan doen we gewoon het rondje. Dankunt u altijd nog gebruikmaken van een tweede termijn. We hebben nogwat tijd, maar we gaan er wel snel doorheen wat mij betreft. We startende tweede termijn van de zijde van de Kamer; 1 minuut 40 max. MevrouwWesterveld namens GroenLinks-Partij van de Arbeid, gaat uw gang.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik zal het beknopt houden, voorzitter. Allereerst wil ik graag een tweemi-nutendebat aanvragen, en ook de Minister bedanken voor de antwoorden.Ik wil ook nog iets zeggen over een aantal dingen die vandaag in hetdebat besproken zijn. Want als we kijken naar de uitnodiging, of eigenlijkde oproep, van de VNG om zo snel mogelijk met de VNG in gesprek tegaan – het is goed dat dat gaat gebeuren – dan geven ze daar aan dat hetniet per se alleen over asiel gaat. Ze geven ook aan dat ze steeds meerzien dat er wordt geëscaleerd, dat ze tegen grenzen aan lopen, maar ookdat democratisch genomen besluiten steeds vaker worden ondermijnddoor intimidatie, bedreiging, geweld en ontregeling. En ook daarinhebben wij met elkaar natuurlijk wel een belangrijke taak, om te zorgendat we achter dat lokale gezag staan. En als ik in dit debat dan een aantalkeer de suggestie hoor dat besluiten, bijvoorbeeld in Loosdrecht, niet opeen democratische manier zijn genomen, dan wil ik wel benadrukken datdaar niet een burgemeester op eigen houtje heeft gehandeld, maar dat ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361978 een besluit is waarvoor de gemeenteraad is geconsulteerd en waar daargewoon een meerderheid voor is. Ik hoor van andere mensen dat ze ergraag voor willen openstaan, dat ze hun gemeente graag willenopenzetten om mensen die vluchten voor geweld op te vangen. Zij gevendan aan dat ze bijna geen protesten meer durven houden, omdat zekeihard worden geïntimideerd, omdat vrouwen dan horen dat ze maar zelfverkracht moeten worden. Met deze woorden! Natuurlijk begrijp ik dat jedan niet opstaat. Dus wij hebben ook de taak om te zorgen dat allestemmen worden gehoord en dat we echt staan achter het lokale gezag,dat op een democratische manier besluiten neemt en ook luistert naarzorgen van mensen.De voorzitter:Dank u wel. De heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Er is een veelheid aan onderwerpen. De ontwikke-lingen tijdens het debat en het feit dat de VNG in gesprek wil gaan, roepenbij mij wel de vraag op wat daarvan dan de uitkomst wordt. Ik ga ervan uitdat de Minister zo snel mogelijk deze week dat gesprek voert. Mijn vraagis dan deze. Er komt een tweeminutendebat aan. Dat kan dan denk ik eenpaar weken duren. Ik vraag hem of hij ons dan wel kan informeren dooreen brief met een toezegging van wat daaruit komt, en misschien ook metwat de maatregelen zijn en de stappen die de Minister zet. Dus mijn vraagis of de Minister dat kan toezeggen. Daarnaast heb ik alle antwoorden opmijn vragen gekregen, dus hier wil ik het even bij laten. Ik zal bij hettweeminutendebat wat richtinggevende voorstellen doen.De voorzitter:Dank u wel. Eén moment. Mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja, sorry. Ik had dit eigenlijk al aan mevrouw Westerveld willen vragen,maar het ging me even te snel. En ook gezien het tweeminutendebat.Misschien kan het verzoek worden gedaan bij het inplannen van hettweeminutendebat en bij de regeling van werkzaamheden van dinsdagom dat zo snel mogelijk te doen, ook gezien de oproep van de VNG en deactualiteit, zodat dit, zoals de heer Ceder aangaf, inderdaad niet pas overeen paar weken is. Ik denk dat de urgentie wel wat groter is. Dit is eigenlijkeen suggestie aan mevrouw Westerveld, of iemand anders, om er nogeven over na te denken om het volgende week te doen.De voorzitter:We kunnen dat verzoek, als de commissie dat wenst, sowieso doorge-leiden. Zullen we dat zo doen? Even kijken of iedereen dat ook zo vindt.Ja. Wij zullen dit met het besluit over het tweeminutendebat doorge-leiden.Nu de heer Struijs, namens 50PLUS.De heer Struijs (50PLUS):Dank, voorzitter. Even nog, heel kort, een verzoekje voor het tweeminuten-debat, ook aan de collega’s: dat daarbij ook de monitoring vanuit depolitie wordt meegenomen van de ernstige incidenten rond asielzoekers-procedures en -locaties. Daar is een continu overzicht van. Misschienkunnen we dat clusteren om een geheel overzicht te krijgen. Ik weet alleenniet wanneer dat klaar is. Is het mogelijk dat u met uw collega contact kanhebben over of dat geclusterd kan worden, of op een later tijdstip kanworden gedeeld?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361979 Nu mevrouw Vondeling.Mevrouw Vondeling (PVV):Ik zal niet alles herhalen. Ik deel natuurlijk de mening van de collega’s datgeweld absoluut niet mag, maar ik denk wel dat het heel belangrijk is datwij hier als Kamer ook zeggen dat mensen het recht hebben om tedemonstreren tegen de komst van een azc, en dat juridische mogelijk-heden gewoon uitgeput mogen worden. De voormalige StaatssecretarisVan der Burg heeft destijds bij de behandeling van die Spreidingswetgezegd dat gemeenten gewoon naar de bestuursrechter mogen stappenals er sprake is van indeplaatsstellingen. Dus die mogelijkheden zijn er. Enwe moeten denk ik ook niet doen alsof dat niet mag, of alsof dat in strijd ismet de wet of de rechtsstaat. Daar wil ik het bij laten. Dank u wel.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag zou dan zijn: wie doet dan de suggestie dat dat niet mag?Volgens mij heeft iedereen hier in deze commissie aangegeven datdemonstreren altijd mag, en dat we alleen een grens trekken bij geweld.Dus laten we nou niet doen alsof iemand de suggestie zou doen dat weniet mogen demonstreren, want ik heb dat in ieder geval niemand horenzeggen.Mevrouw Vondeling (PVV):Ik wilde het gewoon benadrukken.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Diederik van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de gegeven antwoorden. Ikhoop in het bijzonder dat hij stevig werk maakt van het aanspreken vanGriekenland en de door dat land gevolgde werkwijze met betrekking tothet doorlaten van Palestijnen richting Nederland.Dank voor de opmerking over de vrijwilligersvergoeding als het gaat omde opvang van statushouders. Ik geloof heel erg in de goede wil van deMinister om de instroom terug te dringen. Ik snap dat hij zegt: ik wil mijvooral niet schuldig maken aan valse beloften. Daar ben ik het mee eens.Tegelijkertijd is er wel al decennia sprake van dat een meerderheid vanonze bevolking de instroom wil terugdringen; dat is de andere kant.Zolang de politiek niet levert, verdampt gewoon het vertrouwen in onzedemocratie. Dat zien we terug in een groot deel van Europa. Dat creëerteen voedingsbodem voor een roep om een sterke man of sterke vrouw.Die kant moeten we bepaald niet op. Zet ’m dus op, Minister!De voorzitter:Nou, wat een mooie aanmoedigingen. Mevrouw Straatman, gaat uwgang.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording vande vragen. Die was heel duidelijk. Ik denk dat heel duidelijk is dat deasielopgaven heel complex zijn en dat we daarom ook niet moeten doenalsof er simpele oplossingen zijn. Het is een taak voor ons als politici omniet te doen alsof die simpele oplossingen er wel zijn.Voor het CDA zijn twee dingen belangrijk, namelijk dat de instroom naarbeneden gaat – ik hoor de Minister zeggen dat hij daar, binnen wat erjuridisch mogelijk is, maximaal op zal inzetten – en dat we de opvangnetjes en solidair inregelen voor alle gemeenten. Ik kijk naar de brief vande VNG, die zojuist binnenkomt. De boodschap is kraakhelder: gemeentenhelpen het kabinet, dus laten we ervoor zorgen dat het kabinet enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361980 landelijke politici de gemeenten helpen en dat we schouder aan schoudermet de gemeenten en de lokale bestuurders blijven staan. Daar zal hetCDA altijd voor zijn.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van Asten ziet af van zijn termijn. De heer Boomsma.De heer Boomsma (JA21):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister. Er was nog één vraag blijvenliggen. Die ging over het CATCH-systeem, de gegevensuitwisseling.Hoever zijn we met het repareren van die wet? Is het al mogelijk om debiometrische gegevens in de BVV uit te wisselen, om daar een zoekfunctievoor in te richten?Tot slot over de gesprekken met Syrië. Ik zei: kijk of het onderdeel kanworden van de readmission agreements.Over het landenbeleid: ik zag dat dat voor Eritrea is aangepast. Bijterugkeer civiele dienstplicht moeten vervullen is ook aangemerkt alsernstige schade. Dat betekent eigenlijk dat elke man die vlucht uit Eritrea,niet meer terug kan. Dat is wel een onwenselijke ontwikkeling, denken wij.Het is helemaal openbaar hoe dat is. Dat leidt tot de vraag: hoe zit hetnou? Ik wil graag een overzicht van hoe het landenbeleid in andere landenin de EU wordt vormgegeven. Ik weet dat men daar minder openbaarmaakt. Hoe verhoudt dit zich tot wat Nederland doet als basis voor deasielbeoordelingen?De voorzitter:Dank u wel. De heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Dank. Uiteraard dank ik de Minister voor zijn beantwoording en dank ikook zijn onvermoeibare ondersteuning. Ik dank de Minister ook voor hetprettige en menselijke antwoord ten aanzien van de Iraanse politiekevluchtelingen. Ik heb het over mensen die bijvoorbeeld met gevaar vooreigen leven gedemonstreerd hebben en nu hier zijn. Dat is voor hen eeningewikkelde situatie, maar ik proef dat daar oog voor is.Ik wil de Minister iets vragen over de triloog die nu loopt ten aanzien vande Terugkeerverordening. Ik begrijp hoe de triloog werkt, maar Nederlandkan daar nog wel invloed op hebben. Cyprus is voorzitter. Die vraagtnatuurlijk aan de leden van de Raad: wat vindt u? Alstublieft, onmiddel-lijke werking. Anders duurt het weer twee jaar voordat de Terugkeerveror-dening omgezet is in Nederlandse wetgeving. Overigens heeft deTerugkeerverordening een rechtstreekse werking. Mijn pleidooi zou zijn:alstublieft, laten we als Nederland nu de laatste strohalm pakken om ditsnel voor elkaar te krijgen.Tot slot, voorzitter. Ik maak mij wel zorgen over de nationale veiligheid.Wil de Minister daar echt oog voor hebben als het gaat om potentiëleterroristen die Nederland binnenkomen?De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik wilde nog wat vragen stellen over plan B, maar ik zie daar nu even vanaf. Ik ga schriftelijke vervolgvragen stellen, ook om ervoor te zorgen datwe het debat qua tijd een beetje ordentelijk kunnen afsluiten.Dank voor de antwoorden. Volgens mij was dit de snelste reactie ooit opeen motie; ik heb het dan over laten weten hoe die wordt uitgevoerd. Datkomt door deze Minister. Misschien kunnen we het uitzoeken, maar ikweet niet of er ooit een Minister is geweest die sneller heeft gezegd hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361981 die een motie gaat uitvoeren dan deze Minister. Dat wordt zeer gewaar-deerd. Dan weten we tenminste snel wat er gaat gebeuren.Ik ga het hierbij laten. Ik denk dat we een goed debat met elkaar hebbengevoerd en dat eigenlijk alles wat belangrijk is, ter tafel is gekomen. Dankaan allen.De voorzitter:Dank u wel. De heer Russcher ziet af van zijn termijn. Daarmee zijn we aanhet einde gekomen van de tweede termijn van de Kamer. Ik kijk even naarde Minister om te zien of hij gelijk door wil.Minister Van den Brink:Zeker.De voorzitter:De snelheid van werken vandaag ...Minister Van den Brink:Hou ik graag vol.De voorzitter:... ziet er goed uit. Gaat uw gang.Minister Van den Brink:In de Eerste Kamer krijg ik er altijd klachten over dat ik te snel praat. Daarkreeg ik van de Voorzitter de vraag of ik rustiger wil praten. Dat was welmijn eerste debat. Inmiddels valt dat hopelijk mee.Verschillende partijen stelden vragen over de VNG. Het is altijd spannendals je tijdens een debat een nieuwsbericht binnenkrijgt. Ik weet dat er nuop de achtergrond contact is en dat het ingepland zal worden. Daar zalzeker uit volgen dat het kabinet, als dat gesprek geweest is, daar op eenbepaalde manier over zal communiceren, ook naar de Kamer. Dat moet ikgewoon afstemmen met mijn collega’s in het kabinet.Ik ga even na wat de heer Struijs zei over de monitoring die in de maakzou zijn. Ik moet daar even over in gesprek met mijn collega’s van JenV.Ik loop even de woordvoerders af. Mevrouw Vondeling benoemt eenfeitelijke constatering over bestuursrecht in relatie tot de Spreidingswet.Daar is gewoon ruimte voor. Laat ik een beetje «touché» doen: tegelij-kertijd is het een erkenning van het feit dat we een wet hebben waaraangemeenten dienen te voldoen als daar gebruik van wordt gemaakt. Zekunnen daar zeker het bestuursrecht voor aanspreken, en dat gebeurt ook,maar dan wel vanuit het vertrekpunt dat dat de wet is die we uitvoeren.Ik deel heel erg wat de heer Van Dijk van de SGP zegt. Het migratiedebatis al lange tijd gaande in Nederland. Dat maakt dat er absoluut resultatennodig zijn om draagvlak te behouden. Tegelijkertijd hoor ik daarin ook deecho van mijn eigen woorden: met valse beloften kun je het draagvlak ookkapotmaken. Ik heb het over het ene niet doen en het andere wel bereiken.Dat is de opgave, denk ik.Mevrouw Straatman benoemde het belang van instroom en opvang.De heer Boomsma herinnert mij aan CATCH. Dat is een debat met eenbest wel lang verleden en best veel ingewikkeldheden met betrekking totde grondslagen. Ik heb bij de wet over biometrie in de Eerste Kameruitgelegd welke voorziening we daar nu voor op het oog hebben.Tegelijkertijd zie je in de uitvoering dat er nieuwe juridische vragen op onspad komen. We zijn ermee bezig, maar ik denk dat ik u binnenkort gainformeren over waar ik nu weer tegenaan ben gelopen. Het wordt dusvervolgd.U benoemde het landenbeleid. De IND moet gewoon op basis vangegevens uit de landen het landenbeleid toepassen. Dat is de enigemanier waarop we dit kunnen laten functioneren voor de IND. Dat geldtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361982 ook voor de situatie van Eritrea. U zegt: «Maar hoe zit dat dan? Het isnamelijk openbare informatie.» We hebben die discussie ook in hetverleden gehad. Ik weet nog dat ik daar met de heer Brekelmans allemaalmoties over heb ingediend. De vraag is in hoeverre we dat helemaal aanhet zicht zouden kunnen onttrekken. Daar is het bestuursrecht inNederland niet op ingericht. Maar dat is wel aanleiding geweest omallerlei zaken rondom werkinstructies en informatie die benut zou kunnenworden, daaruit weg te halen. Er is dus wel al een enorme slag gemaaktbij de IND om informatie die niet openbaar moet zijn, te verwijderen.De heer Ellian benoemde de terugkeer naar de triloog. Ik bevind mijtussen allerlei lidstaten in, als een van de lidstaten die zo snel mogelijkwillen. Er wordt nu gesproken over onder welke voorwaarden onmiddel-lijke werking kan. Ik moet wel benoemen dat het nog weleens juridischgeharrewar kan worden bij rechtbanken als een onmiddellijke werkingvanuit de verordening direct doorwerkt en we ook nog onze eigenterugkeerprocedures in Nederland hebben. Dat willen we ook niet. Wezoeken naar de snelst mogelijk inwerkingtreding. Dat is absoluut mijnopgave.De heer Ellian herhaalde zijn pleidooi over aandacht voor de nationaleveiligheid. Die deel ik heel erg. Ik ga er even opnieuw in duiken, ookrondom de Screeningsverordening die we nu hebben voor het pact. Ikbedoel dat ik het kussen even opschud. Dan weet ik dat de dingen die ubelangrijk vindt en die eerder in de rapporten stonden, zo meteen wel inhet pact en de uitvoering ter hand worden genomen.Ik dank mevrouw Van der Plas voor de bokaal van deze dag. Ik kan nietbeloven dat het elke keer op deze manier gaat, maar voor vandaag washet een mooi resultaat.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u wel. U krijgt nog een schriftelijke vraag van mevrouw Van derPlas nagestuurd.Minister Van den Brink:Ja, dat is nog wel een suspense.De voorzitter:Die ziet u vanzelf verschijnen. Dank voor de snelle beantwoording intweede termijn. We hebben toch bijna 21.45 uur gehaald. Er rest onseigenlijk alleen nog de administratie van dit debat rond te maken, en datgaan we nu doen. Ik heb het over de toezeggingen. Allereerst vermeld ikdat het lid Westerveld van GroenLinks-Partij van de Arbeid een tweeminu-tendebat heeft aangevraagd. Daarbij geven wij de wens van de commissiedoor om dat zo snel mogelijk in te plannen.Dan de toezeggingen:−De Minister neemt in de eerstvolgende voortgangsbrief over hetMigratiepact de stand van zaken van de capaciteit van de juridischecounseling bij de IND mee.−De Minister stuurt binnen drie weken het plan van aanpak voor hetwegwerken van de achterstanden en het verkorten van doorlooptijdenbij de IND naar de Kamer, met verwijzing naar de motie-Westerveld/Ceder.−De Minister verstuurt een brief naar de Kamer met daarin eenterugkoppeling van de gesprekken met de Griekse autoriteiten.De vraag is wanneer.Minister Van den Brink:Daar heb ik nog geen datum voor, maar laten we zeggen: voor de zomer.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361983 Dan noteren we dat: voor de zomer, voor het zomerreces.−De Minister van Werk en Participatie stuurt voor de zomer een plannaar de Kamer voor het beter naar werk begeleiden van asielzoekersen statushouders.Dat is eigenlijk geen toezegging van deze Minister, maar meer eenconstatering.Minister Van den Brink:Ik doe ook altijd toezeggingen namens mijn collega’s.De voorzitter:Toen ik het oplas, dacht ik: dit is heel makkelijk. Maar dit is wel gezegd.−De Minister stuurt binnen een paar weken een brief naar de Kamerover de uitwerking van een aantal moties, waaronder de motie van hetlid Westerveld over kinderen in noodopvanglocaties en de motie vanhet lid Boomsma over de taskforce terugkeer Syriërs.−De Minister stuurt aankomende week een brief naar de Kamer over deglijdende schaal, over hoe verschillende veroordelingen meewegen ineen asielaanvraag. Dat was volgens mij een toezegging aan de heerDiederik van Dijk.−De Minister stuurt een brief met een juridische uiteenzetting over deherbeoordeling van Syrische asielaanvragen aan de Kamer.Minister Van den Brink:Dat heb ik mezelf niet horen zeggen, maar als u het opgeschreven heeft,heb ik het schijnbaar ... O, over het verschil met betrekking tot dejuridische herbeoordeling in het arrest en de Kwalificatieverordening? Ja,dat wel.De voorzitter:Binnen welke termijn kunt u dat opleveren?Minister Van den Brink:Ik ga even overleggen of dat in de Clingendaelbrief kan. Nu zeg ik, denk ik,dingen waar mensen achter mij niet blij van worden. Die brief gaat overhet hele internationale gebied. Anders wordt het een andere brief. Het kanop hele korte termijn en anders duurt het iets langer.De voorzitter:Ik kijk naar de heer Boomsma. Volgens mij kan dat rekenen opinstemming.Dan de laatste toezegging:−De Minister stuurt een brief met de uitkomsten van de gesprekken metde VNG.Verschillende leden vroegen daarnaar. Kunt u een termijn noemen?Wanneer gaat u in gesprek met de VNG?Minister Van den Brink:Nee. Het is lopende de vergadering binnengekomen.De voorzitter:Ja, precies. Heeft u daar een ambitie op?Minister Van den Brink:Ja, asap. Maar ik denk dat er een aantal kabinetsleden bij wordenbetrokken, dus daar ben ik echt van afhankelijk.De voorzitter:Oké, maar deze toezegging staat in ieder geval. U kunt reclameren als hette lang duurt. Zullen we het dan maar zo afspreken? Ja.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361984 Dan hebben we volgens mij de toezeggingen gehad. Ik kijk even rond. Ja,dat is het geval. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit debat. Ik gaallereerst de mensen die dit debat op de publieke tribune of op afstandhebben gevolgd, danken voor hun belangstelling. Dank aan de Minister enzijn ondersteuning, zijn ambtenaren, voor dit debat. Dank aan alle leden.We hebben dit debat in korte tijd gepropt, met alle onderwerpen en hetaantal leden dat we vandaag hadden. Dank voor uw medewerking. Ik wilook de ondersteuning vandaag hartelijk danken voor het mogelijk makenvan dit debat.Ik sluit het debat. Dank u wel.Sluiting 21.51 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 361985
Gerelateerde bronnen
- Vreemdelingen- en asielbeleid
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 13 mei 2026, over Vreemdelingen- en asielbeleid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.