KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang aanpak woondiscriminatie

25 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 78d3954dfbdd7bee · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 847Integrale visie op de woningmarkt30 950Racisme en DiscriminatieNr. 1391 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 november 2025Iedereen verdient een eerlijke kans op een woning, maar in de praktijk isdat nog niet vanzelfsprekend. Helaas komt woondiscriminatie nog steedsin Nederland voor. Woningzoekenden worden soms afgewezen voor eenwoonruimte vanwege hun afkomst, seksuele gerichtheid of gender. Waardit voorkomt, vraagt dat om een stevige aanpak. Daarom werk ik met deAanpak Woondiscriminatie aan vier actielijnen: (1) monitoring enonderzoek, (2) voorlichting en bewustwording, (3) afdwingbare regels viade Wet goed verhuurderschap, en (4) versterking van lokale en branchege-richte initiatieven.Deze aanpak begint resultaat te laten zien. Uit de cijfers van de meestrecente landelijke monitor Discriminatie bij woningverhuur blijkt namelijkdat woningzoekenden nu meer gelijke kansen krijgen om een huurwoningte bezichtigen. Uit de monitor volgt dat er in 2024–2025 géén statistischsignificante discriminatie is op basis van etniciteit, seksuele gerichtheid ofgender tijdens de eerste selectiefase voor de bezichtiging van eenhuurwoning. Dit is een positieve ontwikkeling. Ook blijkt uit de vierdelandelijke monitor dat het bewustzijn bij verhuurbemiddelaars ten aanzienvan woondiscriminatie verder is toegenomen.Tegelijkertijd laat de monitor echter ook zien dat, ondanks het gegroeidebewustzijn, een groot deel van de verhuurbemiddelaars nog steedsmeegaat met een discriminerend verzoek. Er is dus ook nog volop werkaan de winkel.In deze brief licht ik de resultaten van de vierde landelijke monitor nadertoe en ga ik in op de wijze waarop ik de aanpak tegen woondiscriminatie kst-32847-1391ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13911 onverminderd voortzet. Met deze brief doe ik tevens de motie van deleden Welzijn en El Abassi1 af.1. Monitoring en onderzoek: Resultaten monitor discriminatie bijwoningverhuur 2024/2025 In 2020 is mijn voorganger gestart met de jaarlijkse monitoring vandiscriminatie bij woningverhuur om beter inzicht te krijgen in de mate vanwoondiscriminatie. In eerdere brieven bent u hierover geïnformeerd2.Hierbij bied ik u de resultaten aan van de vierde landelijke monitor (demonitor is opgenomen in de bijlage). Deze beslaat de periode 2024–2025.1.1 Methode In de Landelijke monitor Discriminatie bij woningverhuur is door hetVerwey Jonker Instituut onderzoek gedaan naar objectieve discriminatie3.In het eerste deel van het onderzoek is daarbij middels correspondentie-testen4 onderzocht in hoeverre etniciteit, seksuele gerichtheid of gendervan invloed is op de uitnodigingskans om een huurwoning te bezichtigen.Daarnaast is in het tweede deel van het onderzoek middels mystery calls5onderzocht in hoeverre verhuurbemiddelaars bereid zijn om mee tewerken aan een discriminerend verzoek. Voor deze vierde monitor zijn intotaal 3776 correspondentietesten en 200 mystery calls uitgevoerd.1.2 Resultaten Uit de resultaten van de vierde landelijke monitor volgt dat de sinds2021–2022 ingezette daling van de discriminatiecijfers van de afgelopenlandelijke monitoren zich ook in deze vierde landelijke monitor heeftvoortgezet. In de vierde monitor is bij de correspondentietesten voor heteerst bij geen enkel onderzocht profiel6 een significante discriminatie-graad vastgesteld. Op basis van de correspondentietesten kan wordengeconcludeerd dat er in 2024–2025 géén statistisch significante discrimi-natie (meer) is op basis van etniciteit, seksuele gerichtheid of gendertijdens de eerste selectiefase voor de bezichtiging van een huurwoning.Verder blijkt uit de mystery calls dat het bewustzijn bij verhuurbemidde-laars over de discriminerende aard van bepaalde verzoeken verder istoegenomen ten opzichte van de eerdere landelijke monitoren. In de helftvan de reacties benoemde de verhuurbemiddelaars in 2024–2025 explicietdat het verzoek van de verhuurder discriminerend is. Tegelijkertijd is hetaandeel verhuurbemiddelaars dat vervolgens toch expliciet meegaat in1Tweede Kamer 2025, 32 847, nr. 1310. De regering wordt verzocht om de jaarlijkse monitoringvan discriminatie voort te zetten en de Tweede Kamer hierover te informeren, en ombekendheid te geven aan de loketten waar discriminatie gemeld kan worden.2«Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor discriminatie bij woningverhuur»,Art. 1/Radar, februari 2021. 4, Kamerstukken II, 2021/2022, 32 847, nr. 922 en Kamerstukken II,2022/2023, 32 847, nr. 1079.3Met objectieve discriminatie wordt discriminatie bedoeld, die kan worden vastgesteld aan dehand van objectieve criteria.4Bij correspondentietesten wordt met twee fictieve, quasi-identieke profielen gereageerd opadvertenties van huurwoningen die via verhuurplatform Pararius worden aangeboden.5Acteurs deden het volgende discriminerende verzoek: «Zou het mogelijk zijn om niet teverhuren aan buitenlanders; van die Marokkanen, Turken en Polen?».6Om discriminatie op basis van etniciteit te onderzoeken is de kans op een uitnodigingvergeleken tussen profielen met een Pools of Nederlands klinkende mannennaam, vanprofielen met een Marokkaans of Nederlands klinkende mannennaam, en van profielen meteen Marokkaans of Nederlands klinkende vrouwennaam. Daarnaast is gekeken naar verschillenin de uitnodigingskans tussen mannen en vrouwen (gender) alsook naar de invloed vanseksuele gerichtheid op de uitnodigingskansen van stellen bestaande uit twee mannen tenopzichte van stellen bestaande uit een man en een vrouw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13912 het discriminerende verzoek ook gestegen ten opzichte van de vorigelandelijke monitoren. Het percentage verhuurbemiddelaars dat hetverzoek actief afwijst is daarentegen ook gestegen ten opzichte van devorige monitoren. Op basis van de mystery calls kan worden geconclu-deerd dat meer verhuurbemiddelaars bewust zijn van de discriminerendeaard van het verzoek, maar het desondanks faciliteert.1.3 Reflectie en vooruitblik De afgelopen jaren zijn door de aanpak Woondiscriminatie, bestaande uitmonitoring, voorlichting, sanctionering via de Wet goed verhuurderschapen de lokale en branchegerichte aanpak, stappen gezet om woondiscrimi-natie terug te dringen.De dalende discriminatiecijfers in de correspondentietesten, de toege-nomen mate van bewustwording én het gestegen aandeel verhuurbemid-delaars dat een discriminerend verzoek expliciet afwijst, zijn een indicatiedat het ingezette woondiscriminatiebeleid effect heeft. Dat is hoopvol enweer een stap in de goede richting. Anderzijds toont de monitor ook datde groep verhuurbemiddelaars die expliciet meegaat met een discrimi-nerend verzoek eveneens is gestegen. Ik besef dan ook dat we er nog nietzijn. De noodzaak om door te blijven gaan met een stevige aanpak blijftderhalve onverminderd groot.Ik zal de monitoring jaarlijks blijven uitvoeren. Voorafgaand aan dezevierde landelijke monitor is een Europees aanbestedingstraject succesvolafgerond. Hierdoor kan de monitor ook de aankomende drie jaar door hetVerwey Jonker instituut worden uitgevoerd. Hiermee is ook invullinggegeven aan het verzoek in de motie van de leden Welzijn en El Abassiom de jaarlijkse monitoring voort te zetten en de Kamer hierover teinformeren. Monitoring alleen is echter niet voldoende. Zoals hiernaverder toegelicht, blijf ik ook inzetten op de andere drie actielijnen van deaanpak van woondiscriminatie. Via de aanpak woondiscriminatie en doorde samenwerking met partners is het onderwerp immers meer belicht, iser meer bewustwording gecreëerd én is het bovendien mogelijk sanctio-nerend op te treden.2. Voorlichting- en bewustwording Kennis en informatievoorziening is cruciaal bij de aanpak van discrimi-natie. Het is belangrijk dat bij relevante partijen bekend is wanneer ersprake is van discriminatie, hoe dit te herkennen en wat men kan doen alser vermoedens zijn van discriminatie. Dit doe ik op verschillendemanieren, waaronder de in 2022 gestarte campagne «Wijs Discriminatiede deur» en met extra communicatie-inzet rondom de Wet goed verhuur-derschap begin 2024. Via onder meer sociale media, brancheverenigingenen gemeenten zijn huurders, woningzoekenden en verhuurders geïnfor-meerd over de wet, waaronder de regels om woondiscriminatie tevoorkomen. Speciaal voor woondiscriminatie zijn social mediapostsontwikkeld en is de brochure over het herkennen en voorkomen vanwoondiscriminatie geactualiseerd. Ook zijn in 2024 diverse verdiependesessies georganiseerd over de Wet goed verhuurderschap metgemeenten, de VNG en de Huurcommissie.Zoals blijkt uit de resultaten van de vierde landelijke monitor begint dezeaanpak zijn vruchten af te werpen en neemt de bewustwording onderverhuurders en verhuurbemiddelaars toe. Tegelijkertijd laten de resultatenook zien dat er nog werk aan de winkel is om gelijke kansen op dewoningmarkt verder te bevorderen. Om het onderwerp onder de aandachtte blijven houden deel ik, bij de publicatie van deze Kamerbrief, praktijk-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13913 verhalen over de aanpak van woondiscriminatie en de uitvoering van deWet goed verhuurderschap. Begin november ben ik opnieuw eenbewustwordingscampagne gestart om woondiscriminatie tegen te gaan.Via gerichte sociale mediaberichten op verschillende kanalen wordenzowel huurders en woningzoekenden als verhuurders en verhuurbemid-delaars aangesproken. De campagne informeert verhuurders en verhuur-bemiddelaars over hun wettelijke plichten en maakt huurders enwoningzoekenden bewust van hun rechten én van de mogelijkheden ommelding te doen indien zij worden gediscrimineerd.Vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)wordt daarnaast gewerkt aan een brede aanpak op het gebied vaninformatievoorziening. Discriminatie komt immers ook voor op anderegebieden dan enkel wonen. Zo werkt de Minister van BZK aan deversterking van het stelsel van de gemeentelijke antidiscriminatievoorzie-ningen. Die versterking van het stelsel beoogt in de eerste plaats eenbetere vindbaarheid en toegankelijkheid van de meldpunten voor burgerste bewerkstelligen. Daarvoor zijn een aantal belangrijke stappen gezet,zoals de naamswijziging van alle losse antidiscriminatievoorzieningennaar één naam (Discriminatie.nl), het landelijk meldpunt met eentoegankelijke website en een gratis 0800-nummer. Ook werkt de Ministervan BZK, in samenwerking met uiteenlopende stakeholders uit hetmaatschappelijk middenveld, aan brede publiekscommunicatie terverhoging van de meldingstoegankelijkheid. Daarvoor liet hij eenvooronderzoek7 doen dat uitgangspunten biedt voor de strategie van depubliekscommunicatie. De ontwikkeling van de communicatie is beoogdvoor Q1 van 2026.3. Afdwingbare regelgeving via de Wet goed verhuurderschap De resultaten uit de vierde landelijke monitor laten enerzijds een positieveontwikkeling zien, maar onderstrepen ook dat bewustzijn alleen nietvoldoende is. Er is ook behoefte aan duidelijke normstelling, hande-lingsperspectieven en handhaving om daadwerkelijk verandering tebewerkstelligen.De Wet goed verhuurderschap, die sinds 1 juli 2023 geldt, biedt landelijkeregels ter bevordering van goed verhuurderschap en ter voorkoming vanwoondiscriminatie én zorgt ervoor dat opgetreden kan worden indienverhuurders en verhuurbemiddelaars toch discrimineren. De wet bepaalthoe verhuurders en verhuurbemiddelaars woondiscriminatie moetenvoorkomen. Zo zijn verhuurders en verhuurbemiddelaars verplicht tewerken met objectieve selectiecriteria, een transparant selectieproces eneen motiveringsplicht voor de gekozen huurder. Zij moeten beschikkenover een vastgelegde werkwijze om woondiscriminatie te voorkomen, dieopenbaar is gemaakt en bekend is bij alle werknemers van de verhuurder/verhuurbemiddelaar. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor dehandhaving van de Wet goed verhuurderschap en beschikken over eenmeldpunt waar ongewenst verhuurgedrag (anoniem) gemeld kan worden.Valt een melding niet onder de Wet goed verhuurderschap dan verwijst degemeente de melder door naar de juiste instantie, bijvoorbeeld eenantidiscriminatievoorziening.Gemeenten zijn volop bezig met het zich eigen maken van de nieuwewettelijke taken. Het Rijk ondersteunt gemeenten hierbij zowel financieelen anderszins. Zo zet het Rijk in op het organiseren van verdiependesessies over de Wet goed verhuurderschap om gemeenten te onder-7Gedragsbureau Duwtje (2025). Van ervaren tot melden: motivaties en barrières bij discriminatiemelden | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13914 steunen bij de uitvoering van de wet. Daarnaast is ondersteunendinformatiemateriaal ontwikkeld, waaronder een handreiking. Ook op hetgebied van communicatie biedt het Rijk ondersteuning. Begin 2024 is eentoolkit met communicatiemiddelen ontwikkeld om gemeenten te helpenbij het onder de aandacht brengen van het gemeentelijk meldpunt en ommeldingen door huurders en woningzoekenden te stimuleren. Gemeentenen brancheorganisaties kunnen deze communicatiemiddelen voorzien vaneigen informatie en gebruiken om het meldpunt verder onder de aandachtte brengen. Het is aan gemeenten om te besluiten of, en zo ja hoe, zij overhet meldpunt communiceren. Dat zal onder meer afhangen van de aarden omvang van de (huur)woningvoorraad en de lokale situatie. Ik blijfactief aandacht vragen voor de meldpunten. Begin november ben ik eenbewustwordingscampagne gestart op sociale media, zoals aangegeven bijactielijn 2. Die campagne informeert huurders en woningzoekenden overde Wet goed verhuurderschap en laat zien dat ze bij de gemeenteterechtkunnen als ze misstanden, zoals woondiscriminatie, meemaken. In2026 wordt de Wet goed verhuurderschap geëvalueerd. De uitkomstenvan deze evaluatie zal ik met uw Kamer delen.Met de hiervoor geschetste inzet op de informatievoorziening ten aanzienvan de gemeentelijke meldpunten, in samenhang met de maatregelenbeschreven in actielijn 2, wordt tevens gehoor gegeven aan het verzoek inde motie van de leden Welzijn en El Abassi om meer bekendheid gegevente geven aan loketten waar discriminatie gemeld kan worden.4. Versterking van de lokale en branchegerichte aanpak Alleen gezamenlijk en op verschillende niveaus met alle betrokkenpartijen kan woondiscriminatie aangepakt worden. Partners, zoalsbrancheorganisaties, gemeenten en antidiscriminatievoorzieningen staandicht bij de praktijk, hebben direct contact met verhuurders, verhuurbe-middelaars, huurders en/of woningzoekenden en beschikken daardoorover actuele signalen en ervaringen die van groot belang zijn voor eeneffectieve aanpak. De kennis en expertise van deze partijen is dan ookonmisbaar.Ik blijf in gesprek met relevante partijen om gezamenlijk discriminatie bijwoningverhuur tegen te gaan. Op 27 november organiseer ik opnieuween Bestuurlijk Overleg om de samenwerking met gemeenten enbrancheverenigingen te versterken en de resultaten van de vierdelandelijke monitor te bespreken.Tot slotDe aanpak van woondiscriminatie begint resultaat te krijgen: woningzoe-kenden worden minder vaak uitgesloten en het bewustzijn over discrimi-natie bij woningverhuur neemt toe. Dit is hoopvol. Het laat zien dat mijnaanpak van woondiscriminatie middels monitoring, voorlichting,wetgeving en samenwerking werkt. Ik constateer daarnaast ook dat nogsteeds te veel verhuurbemiddelaars discriminatie direct of indirectfaciliteren. We zijn er dus nog niet! Daarom blijf ik mij, samen met allepartners en betrokkenen, onverminderd inzetten om discriminatie op dewoningmarkt uit te bannen. Samen maken we het verschil – voor eerlijkekansen en een woonomgeving waarin iedereen welkom is.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13915

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e1c6561f90238a08

14 okt 2026 · 033f3b89a3c3cf03

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.