Verslag van een commissiedebat, gehouden op 29 januari 2026, over Maritiem
Brontekst
Versie d36e1b330255d583 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 409Zee- en binnenvaartNr. 497 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 4 maart 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 29 januari2026 overleg gevoerd met de heer Tieman, Minister van Infrastructuur enWaterstaat, over:-–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.16 juni 2025 inzake uitkomst IMO-klimaatonderhandelingeninternationale zeevaart (Kamerstuk 32 813, nr. 1517);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.18 augustus 2025 inzake ongevalscijfers scheepvaart 2024(Kamerstuk 31 409, nr. 485);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.26 augustus 2025 inzake evaluatie Nederlandse MaritiemeAutoriteit (Kamerstuk 31 409, nr. 486);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.10 juli 2025 inzake non-paper over Europese havenstrategie(Kamerstuk 22 112, nr. 4100);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.21 oktober 2025 inzake rapport van de Onderzoeksraad voorVeiligheid (OVV) naar aanleiding van ongeval de NieuwAmsterdam (Kamerstuk 31 409, nr. 488);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d.12 december 2025 inzake fiche: Investeringsplan duurzaamVervoer (Kamerstuk 22 112, nr. 4222);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.10 december 2025 inzake landelijke Monitor NautischeVeiligheid Binnenwateren 2014–2023 (Kamerstuk 31 409,nr. 493);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.2 december 2025 inzake voortgang Actieplan Strategie terBescherming Noordzee Infrastructuur (Kamerstuk 33 450,nr. 136);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.1 december 2025 inzake jaarlijkse voortgangsrapportage MSCZoe 2025 (Kamerstuk 31 409, nr. 489);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.16 december 2025 inzake rapport over verkenning veiligheids- kst-31409-497ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4971 aspecten op afstand bestuurd varen (Kamerstuk 31 409,nr. 494);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.28 januari 2026 inzake stand van zaken aanpak schaduwvloot(Kamerstuk 36 124, nr. 57);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.27 januari 2026 inzake MARIN-onderzoek naar een veiligevaarsnelheid op de Waddenzee in het donker (Kamerstuk29 684, nr. 297);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.26 januari 2026 inzake verzamelbrief maritieme zaken(Kamerstuk 31 409, nr. 495 ).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,Peter de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4972 Voorzitter: KrögerGriffier: SchukkinkAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Boelsma-Hoekstra, VanDuijvenvoorde, Goudzwaard, Heutink, Kröger, Schutz, Stoffer enVellinga-Beemsterboer,en de heer Tieman, Minister van Infrastructuur en Waterstaat.Aanvang 10.01 uur.De voorzitter:Hierbij open ik deze vergadering van de vaste commissie voor Infra-structuur en Waterstaat voor het commissiedebat Maritiem. Ik heet deleden van de commissie en de bewindspersoon van harte welkom.Ik zou graag willen afspreken dat we in principe vier interrupties doen inde eerst termijn van de Kamer. Ik hoop daardoor genoeg ruimte te hebbenvoor interrupties en debat met de bewindspersoon. Ik geef heel graag alseerste het woord aan de heer Heutink van de Groep Markuszower.Sorry! Ik moet de commissie eerst om toestemming vragen om de heerHeutink, die op dit moment geen lid is van de commissie, deel te latennemen aan dit debat.De heer Stoffer (SGP):Als hij zich netjes gedraagt, dan mag dat.De voorzitter:Daar zal ik streng op toezien, zeg ik toe. Meneer Heutink, gaat uw gang.De heer Heutink (Groep Markuszower):Ik zeg tegen de heer Stoffer: maakt u zich vooral geen zorgen. Dank aan decommissieleden.Voorzitter. Tijdens de begrotingsbehandeling heb ik het uitgebreid gehadover het feit dat onze infrastructuur helaas niet meer is wat ze was. Najaren van verwaarlozing en een gebrek aan geld moeten we aanschouwenhoezeer de bereikbaarheid en de veiligheid van onze wegen, bruggen enviaducten achteruit aan het gaan is. Dat is niet alleen pijnlijk, maar ookzorgwekkend. Het wordt tijd dat het tij gekeerd wordt, dat de neuzendezelfde kant op gaan en dat we deze problemen het hoofd bieden.Dat er problemen zijn, bewijst het volgende verhaal wel. Vorige weekkwam een 58-jarige bestuurster om het leven toen zij met haar auto debrug over de Julianasluis in Gouda over wilde steken. Een doodnormalehandeling met een verschrikkelijke uitkomst! Het doet de vraag rijzen ofwe in Nederland nog wel veilig over een brug kunnen. Hebben anderebruggen mogelijk ook deze fouten in het systeem zitten? Ik vraag dat,omdat het in het geval van deze brug om een softwarefout ging die weerhet gevolg was van het feit dat de brug in onderhoud was. Ik had de ogenop steeltjes toen ik dit las, want wist dan niemand dat dergelijk onderhoudten koste zou gaan van de veiligheid? Zijn er misschien nog meer bruggendie niet meer veilig zijn? Digitalisering is natuurlijk goed en handig, maarhoe zit het met de kwetsbaarheid van onze bruggen, sluizen en infra-structuur? Lopen we niet een enorm groot risico? Graag een reactie vande Minister op dit punt.Voorzitter. Ik wil vandaag toch ook weer doorgaan over de bereikbaarheidvan Ameland. We hebben het in deze commissie al jaren over dewatertaxi en de snelheid waarmee die taxi’s in het donker mogen varen.Eindelijk is het verlossende woord van de Minister daar! 40 kilometer peruur is gewoon veilig, stelt het onderzoeksinstituut MARIN. Dat is goednieuws, maar toch zit er weer een kink in de kabel. Hoe kan dat nou, vraagik de Minister. Het was de Minister die in het afgelopen tweeminutendebatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4973 nog zei dat hij het zo snel als mogelijk zou gaan regelen. Tot mijnverbazing worden er echter gewoon opnieuw voorwaarden gesteld aan dewatertaxi. Er komt dus weer in dit toch al dikke dossier een extrahoofdstuk bij, want nu zijn ook de milieuregels in een keer een grotehoepel.De veiligheidsvoorwaarden zijn inmiddels afgevinkt en uitbater Veltmanheeft een ecologisch onderzoek bij IenW ingeleverd. Er is daardoor zichtop legalisatie. Mijn vraag aan de Minister is daarom of hij in ieder geval,nu we dit uitzicht op legalisatie hebben en we die watertaxi in de nachtgedogen, een toezegging wil doen. Zo niet, dan komen we hierover meteen motie in het tweeminutendebat. Maar ik wil ook weten in hoeverre datmilieuaspect echt een kink in de kabel wordt. Hoe kijkt de Ministerdaarnaar? Gaat hij er bijvoorbeeld voor zorgen dat hij zijn belofte aan deKamer nakomt om het gewoon te gaan regelen? Ik hoor daar graag eenuitgebreide reactie op.Tot slot, voorzitter, wil ik het hebben over de maritieme sector in zijngeheel. In maar liefst elf jaar is het aandeel Nederlandse schepen met24,8% gedaald. Dat is pijnlijk. Nederland is een land van de wereldontdekken en de zeeën bevaren, maar wij zien landen als Denemarken enNoorwegen in marktaandeel langszij komen.Voorzitter. Een slechte maritieme sector heeft direct een negatief effect oponze economie, onze werkgelegenheid en onze welvaart. Daarom vragenwij de regering om de maritieme sector weer aantrekkelijk te maken. Deeerste simpele stap die we daarvoor kunnen zetten, is gewoon hetverlagen van de regeldruk en het schrappen van nationale koppen opEuropees beleid. We willen graag weten welke plannen de regering inpetto heeft. Ik snap dat deze Minister misschien ook in de nadagen vanzijn termijn zit, maar goed, toch hoop ik dat hij hier al wat plannen op tafelkan gooien en dat hij kan zeggen waar hij naar kijkt en welke plannen hijheeft om van de maritieme sector in Nederland weer een bloeiende sectorte maken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu heel graag het woord aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer van D66.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Dank u wel, voorzitter. Tot drie maanden geleden voer ik minstens tweekeer per week met de veerboot over de Waddenzee. Daar heb ik vandichtbij ervaren hoe essentieel een goed functionerende maritieme sectoris voor bereikbaarheid, economie, natuur en leefbaarheid. Dat is eenpraktijkervaring die ik graag meeneem naar deze Kamer. De liefde voorvaren op zee en zoet water zit diep verankerd in onze samenleving, vanzeilen op het Sneekermeer en de historische bruine vloot tot eeninnovatieve maritieme maakindustrie en zeehavens van wereldklasse. Datis niet alleen economie; dat is ook cultuur en identiteit. De maritiemesector, groot en klein, staat voor een grote verduurzamingsopgave. Eenvan die opgaven is het lozen van afvalwater, van vuil water van derecreatieve en binnenvaart tot scrubberwater en ladingresiduwater van degrote vaart. Niet alle havens en schepen beschikken over de benodigdeinstallaties om vuil water af te pompen. Hoewel er lokaal ondertussenverboden gelden, hebben we op nationaal niveau nog geen verbodeningesteld voor het lozen van vuil water. Kan de Minister schetsen waar derealisatie van deze installaties op stukloopt en wat er gedaan moetworden om dit in 2030 wel gerealiseerd te hebben? En kan de Ministeraangeven wanneer er een nationaal verbod kan komen op het lozen vanscrubberwater?Voorzitter. De energietransitie in en verduurzaming van de maritiemesector is een grote uitdaging, maar tegelijkertijd een voorwaarde voor eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4974 toekomstbestendige, veilige en winstgevende zeevaart. Voor binnenvaart,zeevaart en baggerindustrie is schonere aandrijving noodzakelijk encomplex. Hernieuwbare brandstoffen zoals HVO, methanol en waterstof,maar ook elektrificatie, windondersteuning en op termijn mogelijk ookkerntechnologie vragen forse investeringen en vooral duidelijke,voorspelbare kaders. In de praktijk lopen ondernemers echter aan tegenonzekerheid, versnipperde en soms tegenstrijdige regelgeving en eengebrek aan opschalingsmogelijkheden. Daardoor vallen delen van debinnenvaart bij hoge prijzen weer terug op minder milieuvriendelijkebrandstoffen, waaronder de veerboten naar de Waddeneilanden. Ik hebhierover de volgende vraag. Kan de Minister een overzicht geven van debelangrijkste knelpunten bij de overstap naar schonere aandrijving enaangeven waar en hoe we vanuit het Rijk versnelling zouden kunnenaanbrengen?De innovatiekracht in Nederland is groot. Met de sectoragenda No guts,no Hollands Glorie! is een belangrijke stap gezet om de maritiememaakindustrie te versterken. Dat is essentieel. Zoals de heer Heutink netook al zei: deze sector levert hoogwaardige werkgelegenheid en techno-logie, die zowel civiel als militair toepasbaar is. Versterking van dezesector borgt strategische autonomie en houdt innovatie, waardecreatie enbanen in Nederland. Tegelijkertijd raakt dit direct aan onze veiligheid. Vande Noordzee tot de Cariben nemen geopolitieke spanningen toe en staatvitale maritieme infrastructuur onder druk. Kabels, pijpleidingen enwindparken op de Noordzee vragen om betere bescherming. Nederlandmoet hierin een voortrekkersrol nemen binnen Europa en internationaal.Voor D66 betekent dit: no guts, no European glory, met sterke Europesesamenwerking en een Nederlandse sleutelrol. Welke koppelkansen methet beleid van onze Europese partners ziet de Minister om enerzijds tewerken aan een Nederlandse koploperspositie en anderzijds de Europesemaritieme samenwerking te versterken? En in hoeverre wordt al gewerktaan een sectoragenda maritiem 2.0, waarin veiligheid, defensie eninternationale samenwerking een duidelijker plek krijgen, naast econo-mische versterking?Voorzitter, tot slot de haven van Terschelling. De gemeente heeft zelf al15 miljoen euro gereserveerd voor het renoveren van de haven en detoegangsweg. Als oud-wethouder van een Waddeneiland weet ik dat ditvoor een kleine eilandgemeente een uitzonderlijke inspanning is. Zonderhaven geen toegang tot Terschelling. Er is dus zo snel mogelijk duide-lijkheid nodig. Ik roep de Minister ertoe op om regie te nemen en op zokort mogelijke termijn in gesprek te gaan met Terschelling en de mogelijk-heden in kaart te brengen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank. Er is een interruptie van de heer Heutink.De heer Heutink (Groep Markuszower):We zien dat er vanuit de Europese Commissie hele strenge eisen wordengesteld aan onder andere de scheepvaart en ook nog gesteld gaanworden. Daarmee wordt met name de binnenvaart heel erg hard geraakt.Het gaat om het type brandstoffen en de wijze van uitstoot. Mijn vraagaan D66 is: ziet D66 dat als een bedreiging voor de binnenvaart? Zemoeten het immers wel kunnen opbrengen. Ziet D66 nucleaire voort-stuwing uiteindelijk als een mooie toekomstvisie? Op die manier kunnenwe toch werken aan een transitie en kunnen we wellicht ook de binnen-vaart en de scheepvaart in de toekomst beschermen.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Daarom noemde ik het ook concreet als optie bij de mogelijkheden voortoekomstige aandrijving. Er zijn heel veel opties mogelijk. Wat D66 betreftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4975 is de overstap naar verduurzaming een gegeven, maar zoals u terechtzegt: het moet wel te doen zijn voor de binnenvaartschippers. Je kan hetniet bij ze neerleggen en zeggen: regel het even met elkaar. Daarom roepik de Minister ook op om ons een overzicht geven van wat het op ditmoment tegenhoudt. Je zou daaraan de vraag kunnen toevoegen waar degrootste kansen liggen, zodat we die overstap op een goede manier metelkaar kunnen maken.De heer Heutink (Groep Markuszower):Ik zit hier naast bijna de grootste regeringspartij van Nederland. Gefelici-teerd met uw akkoord. Ik ben heel benieuwd wat daarin staat. Ik wil tocheven doorgaan op alle binnenvaartschippers. U zegt dat het een gegevenis. Ik hoop dat we daar nog wat aan kunnen sleutelen. Ik hoop dat D66 zichniet linksom of rechtsom laat vangen door het idee dat het zo snelmogelijk moet gebeuren. De technologie komt wel. De markt gaat hetvanzelf organiseren, maar laten we alsjeblieft wel oog houden voor allebinnenvaartschippers en überhaupt voor de scheepvaart in het algemeen.We moeten ze niet de nek omdraaien, want dat gaat funest zijn voor onzeeconomie. Ik hoop dat D66 daar in ieder geval met ons over wil nadenken.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Ik kan de heer Heutink bevestigen in die hoop: we gaan dit zo snelmogelijk met elkaar doen, maar het moet wel haalbaar zijn voor iedereen.De voorzitter:Ik zie geen andere interrupties, dus ik geef graag het woord aan de heerGoudzwaard van JA21.De heer Goudzwaard (JA21):Dank u wel, voorzitter. Nederland beschikt over een sterk en veelzijdigmaritiem cluster, dat van groot economisch en strategisch belang is. Dekracht van dat cluster ligt in de samenhang tussen de maritieme maakin-dustrie, ons onderwijs en de daaraan verbonden kennisinstellingen. Eenrobuuste vloot onder Nederlandse vlag is daarbij eveneens onmisbaar.Economisch gezonde rederijen moeten wat JA21 betreft primair op basisvan marktwerking de ruimte krijgen om te investeren in kwaliteit,innovatie en toekomstbestendigheid, want Nederland is nog steeds eenvlaggenstaat die er internationaal toe doet. We staan wereldwijd op de21ste plaats qua aantal schepen onder de Nederlandse vlag en op de29ste plaats qua tonnage. Dat is iets om trots op te zijn.Voorzitter. Om deze wereldwijde positie te behouden is een effectiefsamenspel tussen de sector en de overheid noodzakelijk. Laat die zin nieteen open deur zijn noch blijven, want op 18 februari zal de EuropeseCommissie naar verwachting de Europese maritieme-industriestrategie,de EMIS, presenteren, met richtlijnen voor de nationale maritiemesectoren. Het is van belang dat Nederland niet gaat afwachten, maarvanuit eigen kracht het voortouw neemt. Met de sectoragenda alsuitgangspunt moeten wij de Europese inzet actief vormgeven, zodat demaritieme sector sterker, weerbaarder en ook toekomstbestendig wordt.Mijn vraag aan de Minister is: welke concrete beleidsinstrumenten ziet deMinister binnen de EMIS om de Nederlandse maritieme maakindustrie,onze rederijen en kennisinstellingen strategisch te versterken?Voorzitter. Ik vraag ook graag aandacht bij de Minister voor een slependekwestie, genaamd het «uitstempeldossier». In de praktijk bestaat er voorNederlandse werven geen werkbare oplossing voor bemanningsleden dielanger dan 90 dagen aan boord blijven. Onze werven lopen sinds deinvoering van de Italiaanse en Franse visa jaarlijks op dit vlak veletientallen miljoenen aan prachtige opdrachten mis. Mijn vraag aan deMinister is als volgt. Onder het vorige kabinet is toegezegd dat dit dossierzou worden opgelost, maar dat is allerminst het geval. Welke concreteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4976 stappen zijn volgens de Minister mogelijk, natuurlijk in samenspraak metde Minister voor Asiel en Migratie – dat snap ik – om op korte termijn tekomen tot een werkbare en juridisch houdbare oplossing voor hetuitstempeldossier? En binnen welke termijn kan de Kamer hierover enigeduidelijkheid verwachten?Voorzitter. Dan heb ik nog een klein blokje over onze pleziervaart, wantons land wordt, zoals de heer Heutink net ook al schetste, geconfronteerdmet een grote vervangings- en onderhoudsopgave van bruggen, sluizenen vaarwegen. In tegenstelling tot weggebruikers en treinreizigers hebbenvaarweggebruikers vaak geen realistisch alternatief. Omvaren vergtdagen, terwijl uitwijken over zee voor veel schepen natuurlijk geen veiligemogelijkheid is. Daarom de volgende vragen aan de Minister. Hoe wordtde recreatievaart momenteel betrokken bij de planning en uitvoering vanonderhoud en renovatie van bruggen, sluizen en vaarwegen? Hoe borgtOnze Minister dat afspraken over afstemming, alternatieve routes encommunicatie ook daadwerkelijk door alle beheerders worden nageleefd?Welke concrete verbeteringen zijn het afgelopen jaar doorgevoerd naaraanleiding van gesprekken met de pleziervaartsector? En hoe wordtstructurele terugkoppeling en bestuurlijke bijsturing georganiseerdwanneer knelpunten blijven bestaan?Ter afronding: de overheid moet onze maritieme kennis en industrie alsstrategisch nationaal belang behandelen. Dat betekent gericht investeren,slim inkopen en zorgen voor ruimte, mens en innovatie. Alleen zobehoudt Nederland zijn leidende positie op zee.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik zie dat er geen interrupties zijn, dus geef ik graag het woord aan de heerStoffer.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Ik spreek vandaag mede namens de heer Grinwis van deChristenUnie. Wij hebben het volgende met elkaar bedacht.De onrust in de wereld vraagt om een sterke maritieme sector voor eenweerbare economie en logistiek. Dat vraagt ook om doorpakken met onzemaritieme agenda. De binnenvaart loopt keihard aan tegen geëxplodeerdeprijzen voor biobrandstoffen. Sinds de jaarwisseling en de REDIII-implementatie, met een schot tussen wegverkeer en binnenvaart, is deprijs verdubbeld. Schippers schakelen terug van biobrandstoffen naargasolie. Dat kan niet de bedoeling zijn. Wil de Minister met de sectorkijken naar een oplossing?Er speelt in de scheepvaart ook een ander probleem: Nederlandse bio-lngis duur, omdat hier de zogenaamde massabalansmethode niet istoegestaan, terwijl dat elders in Europa wel mag. Brussel heeft, naar ikbegreep, inmiddels bevestigd dat de massabalansmethode gebruikt magworden. Mijn vraag is of de Minister dit snel gaat rechttrekken.Scheepswerven zitten knel door rigide uitstempelregels. Verschillendeschepen, zoals grote jachten, liggen meer dan drie maanden op de werfvoor reparatie en renovatie. Volgens de Nederlandse regels moet debemanning na 90 dagen uitstempelen. Dat werkt niet. Scheepseigenarengaan naar andere Europese landen, waar de bemanning langer magblijven. Wil de Minister samen met zijn collega van Migratie zorgen vooreen snelle en werkbare oplossing?Voorzitter. Er ligt een toezegging om samen met de gemeente Altena tekijken naar oplossingsrichtingen voor uitbreiding van de binnenhaven vanWerkendam. Worden hier meters gemaakt?We maken graag vaart met het vlootvervangingsprogramma van deRijksrederij: negentien nieuwe schepen voor 2030. Maar dat gaat met hetbegrote budget niet lukken. Waar blijft in de Sectoragenda MaritiemeMaakindustrie de voorgestelde meerjarenbegroting en de inzet opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4977 voorfinanciering via de leenfaciliteit van Financiën? Wordt er onderzoekgedaan naar de mogelijkheid van een begrotingsfonds voor de Rijksre-derij? Want nieuwbouw kost veel tijd. En wordt er voor de komende jareningezet op het leasen van bestaande schepen, zodat bijvoorbeeld dekustwachtcapaciteit ook snel opgeschaald kan worden?Ik heb een paar vragen over de Europese havenstrategie, want in denon-paper ontbreken de scheepswerven; die zijn cruciaal voor het varendhouden van schepen. Worden deze in het vervolgtraject wél meege-nomen? De SGP maakt zich verder grote zorgen over de Antwerpse drukop de Westerschelde. De haven wil de grootste containerschepen kunnenontvangen. Moeten wij de vaargeul dan maar blijven uitbaggeren en alsnatuurmaatregel mogelijk duizenden hectares ontpolderen? Laat de grotecontainerschepen maar aanmeren in Zeebrugge. Gaat de Europesehavenstrategie ook geen extra druk op de Westerschelde leggen? Wantwe zijn getrouwd met Zeeland en niet met Antwerpen, zeg ik er maar bij.Voorzitter. De SGP wil aanscherping van de aanpak van de Russischeschaduwvloot. De Fransen hebben inmiddels een schip aan de kettinggelegd en de Britten brengen wetgeving in stelling. Waarom moet hetzolang duren voordat de nationale strategie voor de aanpak van deschaduwvloot en de aanscherping van onze wetgeving naar de Kamerkomen? Gebruik de bestaande wetgeving en kom met een spoedwet.Voorzitter. De Maritieme Autoriteit doet goed werk. De sector ziet graagdat de autoriteit vaker een voortrekkersrol pakt, met meer beslissingsbe-voegdheid. Mijn vraag is: wordt dit opgepakt? Voor meer slagkracht zalook meer budget nodig zijn. Loopt de autoriteit niet nu al tegen haarfinanciële grenzen aan, in plaats van op langere termijn, zoals de Ministerschreef?Tot slot, voorzitter. Het volgende kwam zojuist ook aan de orde in eeninterruptiedebatje tussen D66 en – ik moet even wennen aan die naam,maar het begint inmiddels een beetje in te burgeren – de Groep Markus-zower. De nucleaire voortstuwing van schepen is een innovatie die hetverschil kan maken. Het Nederlandse familiebedrijf Allseas is hier volopmee bezig. De overheid moet meeschakelen. Mijn vraag is: werkt ookIenW mee aan de versnelling van vergunningsprocedures? Krijgt deMaritieme Autoriteit extra capaciteit om te zorgen voor ruimte ininternationale regels? Ik hoop dat het nieuwe coalitieakkoord, waar wenatuurlijk heel nieuwsgierig naar zijn, een dusdanig nucleair karakter heeftdat er ook financiële ruggensteun komt.Daar laat ik het bij, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Schutz van de VVD.De heer Schutz (VVD):Dank u wel, voorzitter. Havens, vaarwegen en de maritieme sector zijncruciaal voor banen, export, logistiek en economie. Juist daarom moeteninvesteringen, regels en infrastructuur in de praktijk werken. De VVD wilvooruit, maar het duurzaamheidsbeleid moet wel realistisch enuitvoerbaar zijn.In de Kamerbrief over het Europese investeringsplan voor duurzaamvervoer wordt gesproken over een investeringsopgave van ongeveer100 miljard euro in heel Europa, terwijl daar slechts 7 miljard euro aanpublieke stimuleringsmiddelen tegenover staat. De rest moet vrijwilligdoor lidstaten worden opgebracht of uit de markt komen. Dat kan alleenwerken als de randvoorwaarden op orde zijn.Eergisteren was de technische briefing over duurzame stoffen onderandere van belang voor de binnenvaart en de zeevaart. Er bleek opEuropees niveau overleg met marktpartijen te zijn geweest. Ons werdmeegedeeld dat investeringsbeslissingen worden geremd door nationaleknelpunten. Het probleem was al groot; nu komt er nog een doelstellingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4978 bij. Noodzakelijke randvoorwaardelijke oplossingen zijn het versnellen vanhet tempo van vergunningverlening, consistente omgevingsregels, eendoorbraak in het stikstofdossier, oplossingen voor netcongestie en het opkorte en lange termijn in verhouding houden van energieprijzen totandere Europese landen. Met andere woorden: het gaat om een gelijkspeelveld.Voorzitter. Ik hoor daarom graag van de Minister hoe hij voorkomt datEuropese ambities vooruitlopen op nationale randvoorwaarden. Watbetekent het voor Nederland als andere landen hierin sneller stappenzetten dan wij? Wat is de impactanalyse daarover?Het belang van een gelijk speelveld zien we bijvoorbeeld recent scherp bijde binnenvaart. De invoering van de herziene Europese richtlijn voorhernieuwbare energie, RED III, leidt tot een forse prijsstijging van HVO,waardoor men weer op diesel- of gasolie vaart. Jammer. Dat remtverduurzaming en zet de concurrentiepositie onder druk.Voorzitter. Mijn vraag aan de Minister is hoe hij voorkomt dat goedbe-doeld beleid de binnenvaart en andere sectoren op achterstand zet. Hoewordt voorkomen dat we met de huidige HVO-prijs de ETS-slag vanwegede prijsniveaus volgend jaar illusoir maken? Sectoren zoeken immersduidelijkheid en voorspelbaarheid.Dan over de betrouwbaarheid van de infrastructuur. Zonder die is er geensterke binnenvaart en geen modal shift. Stremmingen en hinder opvaarwegen nemen structureel toe door toenemend onderhoud. Dat raaktde binnenvaart en, zoals net ook al werd gememoreerd, de watersport ende watersportondernemers. De huidige benadering van hinderma-nagement, ook het antwoord in tweede termijn tijdens de begrotingsbe-handeling, is voor de VVD te technisch en te defensief. Met toenemendeopgaven moeten we aan hindermanagement navenant meer aandachtgeven. Ik vraag de Minister daarom wederom of hij bereid is te komen toteen breder en toekomstgerichter perspectief op hindermanagement, omzelf in overleg met de natte sector te treden over wat daar leeft en deoogst en visie met de Kamer te delen in een Kamerbrief, zodat wehierover het juiste politieke gesprek met elkaar kunnen voeren. Ik vraagdaarom een toezegging.De VVD maakt zich ook zorgen over het toekomstperspectief van demaritieme sector in het Amsterdamse Noordzeehavengebied vanwege deoverigens begrijpelijke wens tot woningbouwplannen aldaar. Onder-nemers hebben recht op en behoefte aan duidelijkheid. Als verplaatsingaan de orde is, dan alleen met volwaardige en realistische alternatieven,zoals deze Kamer eerder heeft uitgesproken. Daar komt het nieuws bij datde gemeente Amsterdam vorige week besloot de cruiseterminal niet teverplaatsen, maar vanaf 2035 zelfs te stoppen als bestemming, ondankseerdere grote rijksinvesteringen als de zeesluis, mede met het oogdaarop. Dat is best bijzonder. Ik lees in het persbericht dat de preciezeconsequenties van het stoppen met de cruisevaart, ook aan verlies vandirecte en indirecte werkgelegenheid, verder worden uitgewerkt, en welsamen met onder andere het Rijk. Ook bijzonder. Mijn vraag aan deMinister is hoe hij dit besluit beoordeelt in het licht van de maritieme ende afgeleide economische belangen aldaar, en welke rol hij voor zichzelfen het Rijk ziet om te voorkomen dat waardevolle havenactiviteiten daarverdwijnen.Ten slotte de watertaxi van Ameland. De heer Heutink zei daar al wat overen daar sluit ik mij bij aan. Hoe helpen we Ameland?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4979 Ik heb zojuist in mijn bijdrage iets gezegd over de Europese havenstra-tegie, en met name over de druk die bijvoorbeeld op de Westerscheldekomt te liggen doordat wij de haven van Antwerpen nogal aan hetfaciliteren zijn. Ik heb de heer Schutz weleens hele mooie woorden overZeeland horen zeggen. Ik weet niet meer precies wat het was, maar hetging over er niet geboren zijn maar je wel Zeeuw voelen. Hoe kijkt de heerSchutz aan tegen de Europese havenstrategie en wat die betekent voorZeeland?De heer Schutz (VVD):Zeeland, je hoeft er niet geboren te zijn om ervandaan te komen. Dat washet gezegde. Dan ligt dat nu vast in de annalen. De heer Stoffer stelt mijwel een hele brede vraag. Uiteraard hebben alle gebieden recht opontwikkeling, maar ook ik kijk wel degelijk met zorg naar de economischeontwikkeling die de haven van Antwerpen vraagt en hetgeen Zeelandiedere keer heeft te leveren aan verdieping en natuurcompensatie endergelijke. Daar wou ik het even bij houden, maar ik deel in algemene zinwel de zorg van de heer Stoffer dat we vooral ook moeten kijken wat hetdoet met óns deel van de Westerschelde en de Westerschelde zelf. Omeen voorbeeld te noemen: recent waren er stakingen bij de aansturing vande zeevaart, en dan ligt ook de binnenvaart op de Westerschelde stil. Nou,je zou best kunnen zeggen dat de binnenvaart door zou kunnen varenover de Westerschelde, zeker als er geen zeevaart is. Je ziet dus aan allekanten dat het af en toe schuurt, en ik denk dat we daar aandacht voormoeten hebben. Maar u stelt een algemene vraag en dan krijgt u van mijook dit algemene antwoord.De voorzitter:De heer Stoffer voor een vervolgvraag.De heer Stoffer (SGP):Vooralsnog ben ik tevreden met een algemeen antwoord. Na morgengaan we wat specifiekere vragen stellen!De voorzitter:Dan zou uw voorzitter graag zelf ook een interruptie plaatsen. Ik geef hetvoorzitterschap dus even over aan de heer Heutink.Voorzitter: HeutinkDe voorzitter:Meneer Schutz, u heeft een interruptie, zoals u heeft gehoord. Gaat uwgang, mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik heb goed geluisterd en ik ben eigenlijk benieuwd naar het volgende.Heel veel debatten gaan nu over de huidige geopolitieke situatie en watdie betekent voor Nederland, dus hoe we ons hiertegen weren. Nou is inhet nieuws dat ook in de Rotterdamse haven steeds meer buitenlandseinvesteerders een deel van de haveninfrastructuur opkopen, of aandelendaarin kopen. Ik ben heel benieuwd hoe de VVD hiertegen aankijkt. Inhoeverre zouden wij toch sterkere maatregelen moeten nemen voor onzeautonomie?De heer Schutz (VVD):Dat is ook weer zo’n algemene vraag. Het antwoord is: ja, natuurlijkmoeten we daar ook oog voor hebben. Aan de andere kant denkt de VVDook niet meteen in belemmeringen en dergelijke. Vrij verkeer van kapitaalmoet ook in Nederland en Europa mogelijk zijn, maar daar waar sprake isvan een geopolitieke context is die zeker relevant.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49710 De voorzitter:Ik zie dat er nog een vervolgvraag is van mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ja, ik ga mijn vraag dan heel specifiek maken. We hebben de Wet vifo, dieerover gaat dat je altijd kan wegen of een bepaalde buitenlandse aankoop,investering of overname geopolitiek strategische consequenties heeft. Isde VVD het met me eens dat we er serieus naar moeten kijken om ookhaveninfrastructuur daaronder te laten vallen?De heer Schutz (VVD):Daar zou ik me nader in moeten verdiepen. Ik kan hierop niet zo uit deheup een antwoord geven. Ik deel dat er aandacht zou moeten zijn. Ik hoorzeggen dat er een wet voor geldt. Nou, dura lex sed lex: de wet is hardmaar het is de wet. Maar voor een specifieke toezegging over de vraag ofer uitbreidingen moeten zijn of niet, heb ik iets meer informatie nodig daner enkel in deze vraag besloten ligt.De voorzitter:Is dat zo voldoende beantwoord, mevrouw Kröger, of wilt u nog een vraagstellen?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik laat het er even bij.De voorzitter:Oké, dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan mevrouw Kröger.Voorzitter: KrögerDe voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Boelsma-Hoekstra.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Dank u wel, voorzitter. Onze maritieme sector is veelzijdig en belangrijkvoor Nederland. We hebben dat van de vorige sprekers ook al gehoord. Inde afgelopen periode zijn er bij mij een aantal vraagstukken metbetrekking tot de maritieme sector voorbijgekomen. Een van dezorgpunten die meermaals voorbijkomt, is de toestroom in het onderwijs.Die is nodig om op termijn de mooie functies in deze sectoren te kunnenvervullen. Er zijn gelukkige hele mooie initiatieven, zoals in Stellendam,waar men graag wil onderzoeken hoe je een maritiem cluster inclusiefonderwijs kunt vormen. Kan de Minister aangeven hoe het contact metOCW hierover is en hoe dit soort initiatieven – het gaat dus echt om ditsoort initiatieven – verder gebracht kunnen worden? Is hierbij dan ook eenrol weggelegd voor de NML Human Capital Council? Zijn zij daarvoor ookvoldoende toegerust?Voorzitter. Ik wil het vervolg van mijn betoog beginnen met goed nieuws.Ik citeer een het artikel uit Schuttevaer: «Koninklijke BinnenvaartNederland blij dat kleine schepen blijven varen dankzij omzettenovergangsbepalingen.» De motie van mijn voorganger Eline Vedderverzocht de mogelijkheden te onderzoeken van een algemene regeling opinternationaal niveau met betrekking tot CCR-eisen voor kleine schepen,met extra aandacht voor de technisch moeilijke uitvoerbaarheid en deonevenredig hoge kosten voor de kleine schepen. We zijn daarom oprechtblij dat hierop actie is ondernomen. De vraag aan de Minister is nog welof er nog vervolgstappen nodig zijn.Voorzitter. Het kan dus wel. In dit kader kwam ons de situatie rond deEnterse Zomp en de Berkelzomp ter ore. In juli 2025 is er een brief naar deMinister gestuurd met de vraag om ruimte te creëren voor historischeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49711 vaartuigen in het kader van de nieuwe Binnenvaartwet als uitvoering vande Europese richtlijn. In Duitsland bestaat zo’n uitzondering al. De wet lijktniet uitvoerbaar voor deze zompen en buitenproportioneel voor dezestichtingen. Ik vraag aan de Minister: hoeveel situaties die vergelijkbaarzijn met de Enterse Zomp zijn er in Nederland? Is er een mogelijkheid omsamen met de sector tot een oplossing te komen? We hebben namelijkgezien dat het kan.Voorzitter. We blijven bij de binnenvaart, maar ik wil het nu hebben overde kleine passagiersschepen en de regelgeving. Collega Vellinga heeftdaar ook al aan gerefereerd. Het gaat om de maritieme sector in relatie totde waterkwaliteit. Zoals bekend mogen bepaalde kleine passagiers-schepen geen huishoudelijk afvalwater meer lozen op het oppervlakte-water op de binnenwateren. In 2030 is dat de gehele vloot. Er is echteronvoldoende zicht op afgiftepunten. Omdat er onvoldoende en daardoorduur aanbod is van boordzuiveringsinstallaties, is dit voor deze sectoreneen lastig alternatief. Ik vraag aan de Minister: hoe gaat de Minister hierregie op voeren, zodat er een oplossing komt en welke overheidslaagstaat er aan de lat als het om de investeringskosten gaat? Ik waarschuwalvast: in het WGO Water kom ik hierop terug.Dan de binnenvaart en het goederenvervoer. Hoe stimuleert de Ministeractief multimodaal vervoer en de verduurzaming van de binnenvaart?Mijn voorgangers hebben daar al heel erg veel over gesproken. We ziendat dit stagneert. Wat is hiervoor nodig?We blijven op de binnenwateren. Ik heb de landelijke Monitor NautischeVeiligheid Binnenwateren gelezen en de ongevalscijfers van de scheep-vaart over 2024 gezien. Uit beide komt naar voren dat er een stijging isvan botsingen van de beroepsvaart met infrastructuur en van enkelzijdigeongevallen met de recreatievaart. Dat vraagt om aandacht. Dat is logischals het stijgt. Hier wordt onderzoek naar gedaan, maar mijn vraag iseigenlijk: kan het wel zo lang wachten? We zien namelijk elk jaar eentoename. Is hier recent al actie op ondernomen? Wat zijn de stappen diesnel worden genomen?Dan maken we een sprong van de binnenwateren naar de Noordzee. Mijnvoorgangers hebben het hier ook al gehad over de voortgang ActieplanStrategie ter Bescherming van Noordzee Infrastructuur. We zijn contentmet de uitvoering van de motie-Krul over adviseren over de inrichting vande governance ten aanzien van maritime security op zee. Dat heeftgeresulteerd in een advies voor een NMSC. De vraag aan de Minister is:wat is de stand van zaken en is er zicht op structurele borging van degoede afstemming die daarin plaats zal moeten vinden?Voorzitter. Ik vervolg met nog een punt over de zeevaart, namelijk deMaritieme Autoriteit. Het is heel mooi om te lezen dat 80% van de sectorhier positief over is. Dan is de vervolgvraag aan de Minister: hoe draagtdeze autoriteit bij aan het vestigingsklimaat?Voorzitter. Ik maak een sprongetje van de Noordzee naar de Europesehavenstrategie. Er was net al een interruptie van mevrouw Kröger op deheer Schutz. Daar wil ik even op verdergaan. Rapporteur Berendsen heeftde havenstrategie gepresenteerd. Die bevat drie pijlers: veiligheid,weerbaarheid en toekomstbestendigheid. Centraal staat: onze havens zijnde poort naar Europa, maar we hebben de sleutels uit handen gegeven endie moeten we terugpakken. In een andere commissie – daarmee kan ik deheer Schutz misschien helpen – zijn verschillende moties ingediend overde net besproken Wet vifo in verband met de inmenging van buitenlandsebedrijven. Daarin is ook gevraagd om verruiming naar andere sectoren. Isde Minister daarvan op de hoogte? En is hier ook afstemming over als hetgaat om onze havens? Misschien kan de beantwoording de heer Schutzverder helpen.Voorzitter. Dan gaan we van de havens naar de watertaxi op Ameland. Iksluit me aan bij de vragen van ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49712 De voorzitter:U bent ruim over uw spreektijd heen.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):O, is het waar?De voorzitter:Dus u kunt nog een enkele zin zeggen, en dan een punt.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Dat kan. Oké. Bij de vragen over Ameland en Terschelling sluit ik me dusaan. Dan heb ik nog één vraag. Die gaat over de voortgangsrapportageover de sectoragenda No guts, no Hollands Glorie! Daarin zien wenamelijk een heel mooi voorbeeld van regie.Dank u wel voor die twee tellen die ik nog kreeg, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik graag hetwoord aan de heer Van Duijvenvoorde van Forum voor Democratie.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Dank je wel, voorzitter. Forum voor Democratie ziet de Noordzee als eenstrategisch veiligheidsdomein. Het kabinet erkent dat inmiddels ook enwerkt aan een nationaal maritiem security center. Maar zolang middelen,bevoegdheden en aansturing versnipperd blijven, verandert erkenningniets aan de realiteit op zee. Mijn eerste vraag aan de Minister is daarom:hoe borgt ... Ik kan mijn eigen handschrift niet lezen; goed dat ercomputers zijn gekomen. Hoe borgt hij vanuit zijn coördinerende rol datde Kustwacht en de beveiliging van de Noordzee niet alleen op papierworden erkend, maar in de praktijk beschikken over structurele middelen?En is hij bereid dit expliciet te beleggen bij één verantwoordelijkebewindspersoon?Voorzitter. De noodzaak van die vraag is evident. Terwijl buitenlandseschepen onze kabels, leidingen en maritieme infrastructuur systematischin kaart brengen, heeft de Kustwacht vandaag beperkte slagkracht.Verantwoordelijkheden zijn verdeeld over meerdere ministeries enfinanciering blijft incidenteel. Een veiligheidscentrum op papier is snelopgericht, maar zonder structureel mandaat en structurele middelen blijfthet een lege huls. We bevinden ons daarmee in een merkwaardigesituatie. De risico’s worden wel benoemd, maar de consequenties wordenniet structureel gedragen, financieel noch bestuurlijk.Voorzitter. Die kwetsbaarheid wordt bovendien niet alleen veroorzaaktdoor de externe dreiging, maar ook door de beleidskeuzes van het kabinetzelf. We zien een snelle en grootschalige industrialisering van deNoordzee met windturbines, waarbij de veiligheidsconsequentiesstructureel worden onderschat. Defensie en kennisinstituten als TNO zijnhier helder over. De stroomkabels van deze windparken zijn in de praktijknauwelijks te beveiligen. Het kabinet erkent in zijn eigen actieplan dat deuitbreiding op zee de maatschappelijke kwetsbaarheid vergroot, maar zetdeze uitbreiding desondanks toch door. Dit is geen theoretisch risico.Kilometers aan onbeveiligde kabels liggen bloot op de zeebodem. Eéngerichte verstoring kan voldoende zijn om grote delen van onze energie-voorziening te ontregelen. Daarmee wordt Nederland kwetsbaar enchantabel, precies wat je in een geopolitiek instabiele wereld zou moetenvoorkomen. Mijn tweede vraag aan de Minister luidt daarom: hoe kan deMinister verantwoorden dat KGG de Noordzee vol wil bouwen metinfrastructuur waarvan de Minister weet dat deze niet effectief tebeveiligen is en die de beveiligingsopgave op zee verder vergroot inplaats van verkleint? En hoe is het contact hierover met KGG en Defensie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49713 Voorzitter. Dan innovatie. In de stukken wordt terecht gesproken oversmart shipping en op afstand bestuurd varen. Die ontwikkeling biedtkansen voor veiligheid, efficiëntie en het opvangen van personeelste-korten. Forum voor Democratie ziet die kansen en wil die ook graagbenutten, maar innovatie slaagt alleen met proportionele regelgeving.Zolang de techniek niet feilloos is, is menselijk toezicht noodzakelijk. Daaris geen discussie over. Maar als de overheid vervolgens eist dat dezetoezichthouder per definitie een volledig gekwalificeerde schipper moetzijn, wordt innovatie niet begeleid, maar gefrustreerd. Het MARIN-rapportwijst expliciet op de mogelijkheid van een secondary qualificationstandard, een lichtere, specifieke kwalificatie voor toezicht bij afstandsbe-sturing. Dat is geen afzwakking van de veiligheid, maar een manier omveiligheid en innovatie te combineren. Mijn derde en vierde vraag aan deMinister zijn daarom de volgende. Is de Minister bereid om daadwerkelijkwerk te maken van een proportionele lichtere kwalificatiestandaard voortoezichthouders bij op afstand bestuurd varen, conform het advies vanMARIN? Hoe voorkomt hij dat Nederland door overregulering enrisicomijdend beleid zijn maritieme innovatiepositie verliest aan landendie wel durven te experimenteren binnen duidelijke veiligheidskaders?Voorzitter. Maritieme veiligheid, energie-infrastructuur en innovatie zijngeen losse dossiers, maar raken allemaal aan dezelfde kernvraag: nemenwij onze strategische positie serieus of laten we haar uithollen doorversnippering en te voorzichtig beleid? Forum voor Democratie kiest voorhet eerste. Daarom hoor ik graag duidelijke antwoorden van de Ministerop mijn vragen.Dank u wel.De voorzitter:Ik zou graag een interruptie plaatsen, dus ik geef wederom het voorzitter-schap aan de heer Heutink. Dat kan hij dan houden tijdens mijn eigeninbreng in deze termijn.Voorzitter: HeutinkDe voorzitter:Gaat uw gang.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik hoor een analyse over de veiligheid en met name over de risico’s vanbuitenlandse mogendheden voor onze veiligheid. Ik ben benieuwd ofForum voor Democratie erkent dat met name Rusland op de Noordzeeeen grote dreiging vormt.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ik denk eigenlijk dat het niet zo relevant is of het Rusland is. Stel datRusland volgend jaar besluit om de oorlog te stoppen of dat de oorlogdan wordt gestopt; dan nog zijn deze maatregelen noodzakelijk. Volgensmij hebben we in de afgelopen tijd informatie gekregen over de democra-tisering van oorlogsmiddelen. Het gaat er dus niet om of het nou Ruslandis of over vijf jaar een ander gebied of een andere rebellengroep. Volgensmij is deze vraag ook zonder Rusland van belang, want het zou allemaalzinloos zijn als het alleen om Rusland zou gaan en er dan over drie jaarvrede zou zijn. Volgens mij zijn we dus bezig met een veel langer verhaaldan één concrete mogendheid die ons zou aanvallen.De voorzitter:Mevrouw Kröger, uw laatste interruptie.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49714 Dat was een lang antwoord op een hele simpele vraag, namelijk: erkentForum voor Democratie dat Rusland op dit moment gewoon een grotedreiging is op de Noordzee met betrekking tot de veiligheid van onzestrategische infrastructuur?De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ik blijf toch bij mijn vorige antwoord: ik vind dat niet de relevante vraagvoor de langetermijnmaatregelen waar we het met elkaar over hebben.De voorzitter:Daar moeten we het dan mee doen. Dan geef ik nu het woord aanmevrouw Kröger. Zij zal spreken namens de fractie van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Onze havens zijn geopolitiek, strategisch en economischvan groot belang. Ze zijn ook kwetsbaar. Daar hebben meerdere sprekershet nodige over gezegd. Ik wil graag twee dingen uitlichten, namelijk deveiligheid op korte termijn en die op lange termijn. Wat betreft deveiligheid op korte termijn zijn er een aantal zaken waar wij ons grotezorgen over maken. In de eerste plaats is er het feit dat steeds meerbuitenlandse investeerders binnen het havenbedrijf activiteiten opkopenof zich inkopen, en in hoeverre dat raakt aan onze strategische autonomie.Eerder heb ik in een interruptie gevraagd naar de Wet vifo. Ik wil heelgraag van de Minister horen of het mogelijk is om de infrastructuurbinnen de havens onder de Wet vifo te laten vallen, zodat die afweginggemaakt kan worden.Dan de Russische schaduwvloot. Daar kwam gisteravond te elfder ure eenbrief over. Dit speelt dus al vier jaar. Er wordt nu eindelijk gekeken naarjuridische stappen. Waarom heeft dat zo lang moeten duren? Waarom iser niet veel en veel eerder gekeken naar hoe wij inderdaad binnen onzeeconomische zone kunnen zorgen dat we papieren van Russischeschaduwvloten kunnen checken? Is het mogelijk om nu over te gaan totspoedwetgeving, zoals de SGP ook vraagt? Waarom moet dit dan weer totde zomer wachten?Dan de veiligheid van de kritieke infrastructuur op de Waddenzee. Nee,excuus: op de Noordzee. Daar is ook een aantal vragen over gesteld. Mijnvraag is eigenlijk waarom er niet voor wordt gekozen om dat primair tebeleggen bij de Kustwacht en Defensie, waarbij dat het verantwoordelijkeministerie wordt gemaakt. Hoe kijkt de Minister daarnaar?Voorzitter. De kortetermijnveiligheid, of eigenlijk wat er nu acuut speeltom onze geopolitieke situatie veilig te houden, heeft natuurlijk ook veel temaken met de lange termijn. Om onze havens op de lange termijnrelevant te houden moeten we voortvarend de overstap maken van fossielnaar groen, naar duurzaam. Ik was eigenlijk zeer verbaasd over detechnische briefing die wij eergisteren hadden, waarbij met de cijfers vanhet ministerie over de fossiele activiteiten vanuit onze havens werdgeschetst dat er in 2040 slechts een daling van 2% tot 4% zou zijn. Dat isvolstrekt onmogelijk gegeven de klimaatdoelen die we hebben. Ik zoudaar graag een reflectie van de Minister op willen hebben. Ik begreep laterdat deze cijfers uit een rapport van de fossiele industrie zelf kwamen. Hetlijkt mij heel verstandig als het ministerie eigen cijfers heeft. Ik wil hetministerie dan ook vragen om dat in kaart te gaan brengen. Gisteren is ereen uitspraak geweest in een klimaatzaak, waarbij de Nederlandseoverheid wederom op de vingers is getikt. Relevant daaraan voor ditdebat is dat heel duidelijk is gezegd dat zeescheepvaart meegenomenmoet worden in de klimaatmaatregelen die Nederland neemt. Ik zou dusheel graag een eerste reactie van deze Minister daarop krijgen.Mijn zorg is dat de Havenvisie en de Nederlandse inzet op de Europesehavenstrategie onvoldoende duidelijk maken wat de strategischepositionering van onze havens wordt als je echt van fossiel af gaat. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49715 vraag ik ook omdat het bij een heel groot deel, bijna de helft, van descheepsbewegingen naar onze havens, met name de Rotterdamse haven,om fossiele brandstoffen gaat. Op het moment dat we die veel mindergaan gebruiken en dus ook minder gaan verschepen, doet dat iets met dehele positionering van je haven. Ik denk dat het heel verstandig zou zijnom een maatschappelijke kosten-batenanalyse uit te rollen voor deRotterdamse haven, waarbij echt gekeken wordt naar 2040, 2050 enwaarbij we die verschillende scenario’s met elkaar kunnen wegen op basisvan maatschappelijke kosten en baten. Ik zou de Minister willen vragenom opdracht te geven tot dergelijk onderzoek.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond. Er zijn geen interrupties, dus zou ik graaghet voorzitterschap aan u willen teruggeven.Voorzitter: KrögerDe voorzitter:Dan kijk ik op mijn beurt naar de Minister. Hoeveel tijd heeft u nodig voorde beantwoording? Twintig minuten, hoor ik. Dan komen wij hier om11.05 uur weer bij elkaar.De vergadering wordt van 10.46 uur tot 11.08 uur geschorst.De voorzitter:Hierbij heropen ik de vergadering van de vaste commissie voor Infra-structuur en Waterstaat voor de beantwoording door de Minister. Webeginnen met vier interrupties per lid, maar we zitten ruim in de tijd, dushopelijk is het mogelijk om nog wat extra vragen te kunnen stellen. Hierbijgeef ik het woord aan de Minister.Minister Tieman:Dank u wel, voorzitter. Ik heb een set mapjes. Die wil ik u even meegeven.Ik begin met de zeehavens en de schaduwvloot. Dan het PBNI, zeevaart,duurzame scheepvaart, binnenvaart en infra, snelvaren op de Waddenzeeen overig.Als voormalig zeevarende vind ik het toch bijzonder om hier in uw middente mogen zijn om over dit onderwerp te spreken. Het betreft een breedpalet aan onderwerpen. Ik ga er zo goed mogelijk op in. De heer Heutinkhad ook al aangegeven dat we mogelijk in de nadagen van dit kabinetzitten, gelet ook op wat de media ons bericht, maar u kunt me aansprekenop zaken die ik mee kan geven in een overdrachtsdossier. Dat doe ikgraag, zeker op dit onderwerp.Ik begin bij de oproep van de heer Stoffer ten aanzien van zeehavens ende schaduwvloot: verscherp de aanpak en kom met een spoedwet.Mevrouw Kröger had daar ook het een en ander over gezegd: waaromheeft het zolang geduurd? Weet dat ik toen ik deze zomer toch het roer inhanden kreeg, een koerswijziging heb ingezet. We zijn zeer scherp aan dewind gaan varen en we gaan nog scherper aan de wind varen. Alles ligtop tafel, ook een spoedwet. Ik hoor komende zomer als datum. Dat zienwe natuurlijk ook, gelet op de brief die ik naar uw Kamer heb gestuurd. Ikzie ook handelingsperspectief in de tussentijd. We houden op dit momentalles wat er gebeurt op de Noordzee in de gaten, in goed overleg met deom ons heen liggende landen. We hebben de afgelopen tijd geïnvesteerdin een goede beeldopbouw en in de uitwisseling van gegevens, ook metlanden die al een ander type wetgeving hebben, om zo veel meerinformatie uit te wisselen en schepen op te roepen evenals de Kustwachtin te schakelen, met fly-overs bij verdachte schepen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49716 En we gaan nog verder. Op dit moment heb ik wel te maken metwetgeving die aangepast moet worden. Dat erkennen we allemaal,kabinetsbreed. Daar zetten we ons nu voor in, maar weet dat we ook opdit moment niet blind zijn. We houden alles in de gaten. Wellicht dat ermogelijk al op kortere termijn het een en ander zal gaan gebeuren. Wehouden dat per casus in de gaten. We zien ook wat er in Frankrijk isgebeurd. Ik heb ook de oproep van Duitsland gezien om die internationalewetgeving aan te passen. Ik richt me nu even op het Nederlandse deel,waar we nu echt een stap in gaan zetten. Daar heb ik wel wat tijd voornodig. Wij werken op dit moment met man en macht om dit zo snelmogelijk verder te brengen. Ik heb daar ook extra capaciteit op gezet. Hetstandpunt van het kabinet is nu om hier veel duidelijker aan te gaanwerken, met wetgeving rondom de exclusieve economische zone en deterritoriale zee. Ik heb wat zeerecht mogen volgen in het verleden, maarhet is toch wat weerbarstiger dan je zou denken. Je zou denken dat ditallemaal al sinds jaar en dag bekend is. We hebben gewoon te maken metleemtes. Ik werk op dit moment zo snel mogelijk ten aanzien van de vierjaar die mevrouw Kröger noemde. Ik hoor wat u zegt. Ik ben daarvanafgeweken om sneller te kunnen gaan zeilen. Dat is in ieder geval mijnafdronk geweest van dit dossier, waar u de komende tijd ook nog veelvaker over zult gaan spreken met elkaar.Als het sneller kan, wordt u ook geïnformeerd, maar dit is een beetje detijdslijn die we hebben. We hebben er extra menskracht op gezet, maar inde tussentijd kijken wij natuurlijk ook naar zaken. Mensen worden op ditmoment ook getraind om te kunnen boarden. Weet dat wij een land meteen volle zee hebben. Daar moet je ook met capaciteit naartoe gaan enniet met één schip, wellicht. Je komt in een situatie die je nu nog nietgoed kent. Afijn, dat is dan even mijn hartenkreet: als je echt op volle zeezit, sta je er soms ook wel alleen voor. Dat moet je met het team goedoverwogen doen. Daar zijn die procedures voor in de maak, en eigenlijkzijn ze al afgerond. We hebben nog wat wetgeving nodig. We hebben veelzaken al in gang gezet.De voorzitter:Een interruptie van de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Ik zat even te twijfelen of het aan het eind van het blokje moest, maar fijndat het nu mag, voorzitter. Ik heb een vraag over dit punt. Ik hoor op zichvertrouwenwekkende woorden van de Minister. Ik ga ervan uit dat hetinstituut van de Minister dat straks ook gewoon doorzet. Echter, ik hebtoch nog een vraag. Ik hoor heel veel goede inzet, maar ergens blijft hetnatuurlijk wel... Het lijkt veel langzamer te gaan dan in landen om onsheen. Zijn er nog bepaalde barrières die weggenomen kunnen worden,bijvoorbeeld financiële? Speelt er nog wat? Zou de Kamer iets kunnendoen om bepaalde barrières weg te nemen? Dat is eigenlijk mijn vraag.Minister Tieman:Op dit moment ligt er een financieel plaatje op tafel. IenW heeft voor eenlangere periode geld gereserveerd om hier structureel aandacht aan tegeven. Laat dit niet uit uw handen glippen, zou ik u willen meegeven. Ukunt daarbij helpen als het nieuwe kabinet bij elkaar blijft. Er komt ook eenevaluatie van de governancestructuur van de Kustwacht. Ik verwacht dierond de zomer. Dan gaat u daar weer verder over spreken. Daar hoort ookeen financieel plaatje bij. Wij hebben op dit moment met de middelen dieik heb – u was ook bij de begrotingsdebatten – in mijn optiek zo veelmogelijk gereserveerd. Maar we hebben ook te maken met anderedepartementen. Ik spreek hier met de mond van het kabinet. Het is welvan belang dat het team dat hierna komt hetzelfde inzicht heeft. Of datdan uiteindelijk een aanpassing van die governancestructuur zal bewerk-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49717 stelligen, blijkt later. Wij zijn het coördinerend Ministerie van deKustwacht. De beheersing zit bij Defensie; dat klopt. Laten we dat rapportnog even afwachten. Het gaat mij ook om het financiële plaatje, om dezaken die we met elkaar afgesproken hebben, waar ik uw steun dus bijnodig heb. Het gaat erom dat we met elkaar zeggen: dit is serieus en ditmoet je niet op jaarbasis gaan doen. Ik heb nu een overbruggingskredietgerealiseerd, samen met Defensie. Anders hadden we al eerder naar umoeten komen, zo van: we hebben een soort leemte en we gaan kijkenwat het nieuwe kabinet gaat doen. Ik denk dat ik uw steun nodig heb bijdie continuering.De voorzitter:De voorzitter zou graag ook zelf een vraag stellen, dus ik geef hetvoorzitterschap even aan de heer Heutink.Voorzitter: HeutinkMevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik hoor van de Minister de erkenning dat er vier jaar echt veel te weinig isgebeurd en dat er in de zomer een koerswijziging is ingezet. Wat mijechter verbaast, is dat in de brief die deze Minister toch echt wel zelf heeftgestuurd eind juni 2025, geschetst wordt dat het grootste obstakelfinancieel is en dat er geen capaciteit is om in die economische zone tegaan controleren. Daar wordt eigenlijk niet gerept over de noodzaak omwetgeving aan te passen. Ik zou dus eigenlijk toch van de Minister opschrift willen wat nou precies de wetgeving is die moet worden aangepasten waarom dat dus niet al in juni duidelijk was, want dan hadden we diewetgeving nu al gehad.Minister Tieman:Het is een onderwerp dat ook echt groter is geworden in de loop van dieperiode, sinds de zomer. Ga je al meteen aan boord op volle zee? Daar isecht een behoorlijk wetgevend aspect dat knelt. Als overheid ben jekwetsbaar voor mogelijke claims. Om dat op schrift te zetten... Ik ga evenkijken of dat allemaal goed en handig is, of dat dat wellicht een beslotendiscussie met u gaat worden, want ik leg dan wel al mijn kaarten op tafel.Als wij nu al zouden gaan handelen zonder dat wetgevende kader, ben jeook kwetsbaar als je teruggefloten wordt voor een rechter. Ik ben er duseen beetje terughoudend in om dat allemaal op schrift te gaan zetten.Misschien kan ik wel al een paar dingen aan u meegeven. We hebben temaken met UNCLOS-wetgeving: Europese verdragen in VN-verband.Daarin bestaat een leemte met betrekking tot wanneer je bepaalde zakenkunt aanpakken, zoals wanneer je een schip naar je territoriale zee kuntbegeleiden. Dat schip is vaak ook niet in goede conditie. Als er eennajaarsstorm ontstaat, moet je zo’n schip naar een haven begeleiden. Zo’nschip ligt dan langere tijd aan de ketting. Er zijn risico’s bij het boarden. Jehebt te maken met een exclusieve economische zone en een volle zee, enmet een IMO-vlag of een willekeurige vlag. We hebben nu ook scheepsre-gisters gezien die niet eens bestaan, dus bij schepen die de vlag van eenland voeren dat geeneens een scheepsregister heeft. Het is dusweerbarstig. Ik zal zo veel mogelijk informatie met u delen als ik dat kan,zonder dat we in een kwetsbare positie komen totdat we die wet- enregelgeving hebben gemaakt met elkaar. Het liefst zou ik nu ook al kijkenwat kan. De wetgeving is af en toe namelijk een beetje grijs. Ik wil ook welbestuurlijke moed tonen, samen met het kabinet, om te kijken wat we nual zouden kunnen doen.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Leidt dat tot een vervolgvraag bij mevrouw Kröger? Ja, dat is het geval.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49718 Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik vind het eigenlijk echt schokkend om de Minister te horen zeggen dathet probleem groter is geworden in de afgelopen zomer, terwijl hier in2022 al een toezegging over is gedaan aan de Kamer. Dit speelt al lang.Het is overduidelijk dat dit een groot probleem is dat moet wordenaangepakt. Mijn vraag was vrij specifiek. In juni heeft de Minister gezegddat de capaciteit en de mogelijkheden voor autoriteiten om te controlerenhet grootste obstakel vormden. Gisteravond zegt hij: nee, er moetwetgeving komen. Wat is er veranderd? Is er nog steeds een capaciteits-probleem? En om wat voor wetgeving gaat het dan? Ik wil toch graag datde Minister op schrift een analyse geeft. Het gaat mij dus niet om hethuidige juridische kader, maar om de wetgeving die hij van plan is temaken.Minister Tieman:Dit is dan een toezegging aan mevrouw Kröger om dat zo goed mogelijkop papier te zetten, zodat u weet waar wij mij bezig zijn. Het gaat omwetgeving van JenV en IenW. De plaat die sinds de brief van medio vorigjaar is geschetst, is dat er nog steeds een financieel aspect is; laat dat ookhelder zijn. Echter, mijn ministerie heeft, daarop anticiperend, al welmiddelen daarvoor gereserveerd. Dat geld is dus beschikbaar. Het planvan aanpak voor de toekomst, vanuit het NMSC maar ook vanuit het PBNI,is beschikbaar. We hebben al geïnvesteerd in eerdere middelen vanuit eenander kabinet. Ik zorg dat u daar binnen een maand een brief over krijgt,zodat u precies weet waar wij nu aan werken. Als wij na die maand al hetinzicht hebben dat wij wellicht wat sneller zouden kunnen gaan dan wat ikgisteravond heb kunnen communiceren, laat ik u dat ook al weten. Danheeft u een goed beeld van de complexiteit. Ik zie op dit moment ook welecht grote inspanning en extra capaciteit om dit op een kortere termijnvlot te trekken.De voorzitter:Dank u wel. Dat noteren we dan ook als toezegging. Hierbij geef ik hetvoorzitterschap weer terug aan mevrouw Kröger.Voorzitter: KrögerDe voorzitter:Dank u wel. Ik geef het woord aan de Minister om zijn betoog tevervolgen.Minister Tieman:De heer Schutz vraagt: welke rol heeft het Rijk in relatie tot het besluit vande gemeente Amsterdam? Ik heb hier ook kennis van genomen. U gafaan: ik lees in de media al dat het Rijk wordt genoemd. Ik heb dat ookvernomen in de media. Het is niet zo dat wij gezamenlijk een persberichthebben gemaakt hierover; dat wil ik even duidelijk zeggen. Ik was welverrast, zeg ik via de voorzitter tegen de heer Schutz, door de bericht-geving. We gaan op korte termijn op hoogambtelijk niveau met degemeente om tafel, ook om te kijken wat de financiële effecten hiervanzijn. Wij hebben een subsidie verstrekt, onder andere aan de walstroomin-stallatie die daar operationeel is. We hebben ook geïnvesteerd in eenzeesluis. Dat zijn behoorlijke bedragen, zeg ik tegen de heer Schutz via devoorzitter. Ik weet op korte termijn meer te vertellen. Weet dat dit eenvoornemen is van het college van B en W; het is nog geen gemeenteraad-besluit in de gemeente Amsterdam. Ik laat u nog weten hoe we diegesprekken verder aangaan met elkaar en hoe concreet dit wordt. Ik hebdit ook uit de media moeten vernemen. Ik ga graag het gesprek aan metde counterparts in Amsterdam. 2035 is de datum die op dit momentgenoemd wordt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49719 Tot zover, voorzitter.De heer Schutz (VVD):Dank voor het eerlijke antwoord van de Minister dat hij ook verrast is, netals ik. Ik noemde het in mijn bijdrage «bijzonder», maar eigenlijk zit er eenklein beetje verbijstering achter, omdat ik verondersteld had dat degemeente u in ieder geval wel op de hoogte zou hebben gebracht van ditvoornemen. Ja, het is nog geen gemeenteraadbesluit, maar is hetnatuurlijk ook wel iets dat een college van B en W dit even mededeelt enfeitelijk voor de oplossing ook nog naar het Rijk kijkt. In mijn maiden-speech heb ik dat zelf ook aangegeven. We moeten vooral samenwerken.Ik zou de Minister heel graag willen meegeven dat als er adviezen zijn dievooral inzoomen op verplaatsing, ook vanuit het gemeentehuis, externepartijen of de provincie, we het kind niet met het badwater moetenweggooien. Mijn vraag aan de Minister is: gaat hij daar stevig en metverontwaardiging heen? Wat is de agenda van de Minister?Minister Tieman:Gezien de aanstaande wisseling zal ik dit meegeven in het overdrachts-dossier. Ik zal er wat steviger in gaan zitten, ook kijkende naar definanciële knelpunten in het MIRT. Als zo’n terminal verhuist naar een plekbuiten de sluizen in IJmuiden, bijvoorbeeld de Felison Terminal, dan zaldat ook de nodige verkeersbewegingen opleveren, waardoor de vraagmogelijk naar voren komt of we kunnen investeren in additioneel asfalt.Dan kom je in een cirkelredenering terecht. Is er goed gekeken naarwalstroom en naar de nulemissieopties die een gemeente heeft om eenschip te bewegen naar zo’n sluis? Maar ik moet ook kijken naar definanciën die ik voor me heb liggen en naar de investeringen die het Rijkhier nog niet eens zo lang geleden in heeft gedaan. Ik zal hier dus watsteviger in zitten en het hele plaatje schetsen. Ik hoop op begrip, maar ikga ook constructief het gesprek aan met de gemeente Amsterdam,meneer Schutz.De voorzitter:Dat roept geen verdere vragen op, dus u kunt uw betoog vervolgen.Minister Tieman:Dank u. Gaat de Europese havenstrategie geen extra druk op de Wester-schelde leggen? Deze vraag was van de heer Stoffer. Het is nog evenafwachten wat de Europese havenstrategie precies zal gaan bevatten. Descope van de havenstrategie is naar verwachting hoofdzakelijk meer ophoofdlijnen gericht, op concurrentiekracht en op economische veiligheid.Extra druk op de Westerschelde als gevolg van de EU-havenstrategiewordt daarom niet meteen verwacht. Een verdere verdieping van deWesterschelde is wat Nederland betreft niet aan de orde. Ook vanVlaanderen zijn hier vooralsnog geen signalen over ontvangen.Tot zover, voorzitter.De heer Stoffer (SGP):Dank voor het antwoord. Dat is helder. Ik had nog één specifieke vraagover de scheepswerven. Die ontbraken in de non-paper. Worden die welmeegenomen in het vervolgtraject?Minister Tieman:Daar kom ik zo meteen nog op terug.Mevrouw Boelsma-Hoekstra had ook een vraag over de Europesehavenstrategie. Het kabinet heeft volop aandacht voor de invloed vanderde landen op onze havens en onze economie. Met de aankomende Wetweerbaarheid kritieke entiteiten en de Cyberbeveiligingswet alsmede dehuidige Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames, de WetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49720 vifo, treft het kabinet maatregelen om de weerbaarheid te verhogen.Daarnaast zal de Europese Commissie de havenstrategie volgende maanduitbrengen. Op voorspraak van Nederland zal ingegaan worden op deeconomische veiligheid en de concurrentiekracht van de Europesezeehavens ten behoeve van de weerbaarheid.Mevrouw Kröger had ook een vraag, over de strategische positioneringvan onze havens ten aanzien van het volledig afstappen van fossiel, overeen huidige maatschappelijke kosten-batenanalyse, een visie en eendergelijk onderzoek. Als Nederland zetten we in op een klimaatneutralescheepvaart in het jaar 2050. De Rotterdamse haven werkt toe naar hetmeest duurzame havencomplex ter wereld, het HIC, het Haven IndustrieelComplex. We zijn nauw betrokken bij de visie van het HavenbedrijfRotterdam, waarin dat is opgenomen. We faciliteren het verduurzamenvan de scheepvaart en de haven.Tot zover het kopje zeehavens en schaduwvloot, voorzitter.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Misschien komt het antwoord nog op mijn vraag over de moties die inandere commissies zijn ingediend. U noemde al de Wet vifo. Betekent datconcreet dat ook de havenindustrie daarin wordt meegenomen? Heeft ucontact met uw collega’s van de andere ministeries?Minister Tieman:Het Ministerie van JenV is in de lead, maar het meenemen van anderesectoren wordt op dit moment bekeken. Daar kan ik u binnenkort eenantwoord op geven en dan gaan wij u informeren over wat er wordtmeegenomen.De voorzitter:Een vervolgvraag.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Ik denk dat u de vervolgvraag wel kunt raden, want wat is «binnenkort»?Dat is maar net hoe je in het leven staat, denk ik. Mijn concrete vraag is alsvolgt. Het is relevant. Het is binnen andere ministeries aangedragen. JenVis in de lead, maar u kunt ook vanaf deze kant input leveren; danformuleer ik de vraag even anders.Minister Tieman:Die input zullen wij leveren. Ik kom hier echt op zeer korte termijn opterug, maar wij geven deze input en dat is ook in lijn met uw inbreng.De voorzitter:De voorzitter wil zelf een interruptie plegen.Voorzitter: HeutinkDe voorzitter:Dan neem ik het voorzitterschap even over van mevrouw Kröger en geefik haar het woord om een interruptie te plegen.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):De vragen die gesteld zijn vanuit de fractie van het CDA, maar ook vanuitGroenLinks-PvdA, zijn vrij specifiek, namelijk of gekeken kan worden of deinfrastructuur binnen havens – dus niet het havenbedrijf zelf, maar dekritieke infrastructuur daar – toegevoegd kan worden onder de vifo. Zegtde Minister hier nou toe dat dat ook zijn inzet is in de gesprekken metcollega’s over de vifo?Minister Tieman:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49721 Dat is mijn inzet.De voorzitter:Ik kijk even naar mevrouw Kröger om te zien of er nog een vervolgvraagis.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog een vervolgvraag. Dat is dan meteen de laatste, vrees ik. Diegaat over een heel kort antwoord dat de Minister net gaf op een vrij grotevraag, namelijk over de langetermijntoekomst voor onze havens. Dat kanalleen op het moment dat je fossiel afbouwt. Dat gaat ook over descheepsbewegingen, aangezien we op dit moment veel fossiele brand-stoffen vervoeren. De Minister noemde in zijn reactie een doelstellingvoor klimaatneutrale zeevaart, maar mijn vraag ging specifiek over hethavenbedrijf, inclusief alle industrie die daar gevestigd is, en demogelijkheid om een MKBA te doen naar verschillende scenario’s voor deontwikkeling richting 2050.Minister Tieman:Daar zal ik op terugkomen in de tweede termijn. Dan kan ik u eenduidelijker antwoord geven over dat belangrijke onderwerp.Ik had nog een korte toevoeging voor de heer Stoffer. In de non-paperontbreken de scheepswerven, die cruciaal zijn voor het varend houdenvan de schepen. De scheepswerven worden meegenomen in de Europesemaritieme-industriestrategie. Deze strategie wordt medio februari,gelijktijdig met de havenstrategie, gepresenteerd.De voorzitter:Dank aan de Minister. Dan geef ik nu het voorzitterschap terug aanmevrouw Kröger.Voorzitter: KrögerDe voorzitter:Dank u wel. Ik zag een interruptie van de heer Schutz.De heer Schutz (VVD):Ja, die gaat over de Wet vifo. Ik hoorde net hetgeen de Minister daaroverzei. Ik zou willen vragen om in het kader van de uitbreiding ook oog tehouden voor de administratieve last. Enerzijds moeten we natuurlijk deveiligheid verhogen. In antwoord op de voorzitter in haar rol als interrup-tiepleger naar mij toe: de VVD vindt die uitbreiding ook belangrijk, maarwel in de context dat het te behappen is en we het praktisch moeteninrichten. Zou de Minister ook aandacht willen hebben voor hoe dat danmoet?Minister Tieman:Ik zal daar zeker aandacht voor hebben. Ik heb nu even geen panklaarantwoord, maar lastenverlichting is een inzet van dit kabinet. Ik neem aandat dat ook de inzet van het volgende team zal zijn. We hebben net al evenuitgewisseld wat wij doen met omliggende landen, maar je hebt wel eenlevel playing field nodig op een aantal zaken. Wij zetten er echt op in omten aanzien van de administratieve lasten op een pragmatische wijze eenstap te zetten met de Wet vifo.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Tieman:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49722 Het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur. We hebben kabels,windparken en heel wat kilometers pijpleiding in onze Noordzee die wijmoeten gaan beschermen. Het een en ander was afgelopen weekend al inde media gekomen. Dit is echt een punt dat verder gebracht moet worden.Ik geef dit antwoord aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer. IenW heeftfinanciële middelen gereserveerd om dit programma voor de langeretermijn te borgen, maar het is echt aan een volgend team, aan eenvolgend kabinet, om daar daadwerkelijk een besluit over te nemen. Hierbijzijn meerdere departementen betrokken. Vanuit IenW is het opgenomen inde begroting voor de langere termijn. Dat heeft u ook kunnen zien. Wemoeten het programma nu echt gaan borgen.De nationale veiligheid op en vanuit zee staat hoog op de agenda van deverschillende internationale partners en organisaties, en wordt nu ookactief vanuit de NAVO en de EU gestimuleerd. Zo is vanuit de NAVO deCritical Undersea Infrastructure Coordination Cell opgericht, waarinNederland actief participeert. Vanuit het interdepartementale PBNI wordtonderzocht welke financiële mogelijkheden ook vanuit de Europese Uniemogelijk zijn, bijvoorbeeld via het EU Action Plan on Cable Security. Dit isechter geen oplossing voor structurele verbetering. Daarvoor hebben weop dit moment echt die aanvulling nodig. We gaan inzetten op veel meergebruik van data en AI om ons te ondersteunen bij scheepvaartbewe-gingen, ook gelet op de enorme hoeveelheid vierkante kilometersNoordzee die wij voor onze kust hebben liggen.Ik kom bij de heer Van Duijvenvoorde van Forum voor Democratie. In hetonderzoek staat iets over de governance van de Kustwacht. Ik heb daarnet al het een en ander over gezegd. In het onderzoek dat ik net hebaangekondigd en dat u deze zomer zult krijgen vanuit een van deonderzoeksbureaus uit de top vier – we trekken het goed breed en doenhet secuur – wordt ook gekeken of het huidige organisatiemodeltoereikend is voor de opgave op de Noordzee. Er zal ook gekeken wordenof de Kustwacht toekomstbestendig is en of er bijvoorbeeld een meergeïntegreerde, programmatische en zelfstandige vorm nodig is. MevrouwKröger gaf al aan: hoort het niet gewoon bij Defensie? Dit is wat weerbar-stiger. LVVN heeft taken op het gebied van de Visserijwet en IenW heeftook verantwoordelijkheden. Die puzzel gaan we met elkaar leggen, wanter moet geen reden zijn om wellicht te laat op bepaalde zaken in tespringen. Het moet heel erg duidelijk zijn. De insteek is om te behoudenwat goed werkt in de huidige structuur en om te veranderen wat nodig is.Het onderzoek zal in de eerste week van februari starten en dient dezezomer afgerond te zijn.Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg: wat is de stand van zaken van demotie-Krul over de governance op de Noordzee en de structurele borgingdaarvan, en hoe draagt het NMSC bij aan het veiligheidsklimaat? Naaraanleiding van de motie-Krul is een rapport opgesteld over de governancevan de rollen en de verantwoordelijkheden op de Noordzee ten aanzienvan de infrastructuurbescherming. In dit rapport is aanbevolen om eenNMSC op te richten. Dat is nodig voor het bijeenbrengen en analyserenvan alle informatie van alle partijen die actief betrokken zijn bij deNoordzee. Door gestructureerde samenwerking tussen de Kustwacht, denationale politie, Defensie, private partijen, buurlanden, inlichtingen-diensten et cetera moet een completer en actueler beeld ontstaan van desituatie op de Noordzee. Een belangrijk onderdeel van het NMSC is omuitvoerende organisaties, zoals de Kustwacht, de maritieme politie en demarine, sneller in te kunnen zetten, onder andere bij incidenten. Omuitvoering te kunnen geven aan het Actieplan Strategie ter BeschermingNoordzee Infrastructuur en het PBNI is er financiering beschikbaar gestelddoor het huidige kabinet, maar het volgende kabinet zal ook echt een stapmoeten maken. Het ligt klaar om te tekenen bij het kruisje. Wellichtkunnen we daar deze vrijdag om 13.00 uur al wat meer over lezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49723 Mevrouw Kröger vroeg naar het onderbrengen van de infrastructuurbinnen de havens onder de Wet vifo. Op grond van de Wet vifo, de Wetveiligheidstoets investeringen, fusies en overnames, staat het Ministerievan EZ aan de lat voor een eventuele toets op kwetsbaarheden. Dehaventerreinen zijn in eigendom van de Staat en de gemeente Rotterdam.Havenbedrijf Rotterdam geeft deze gronden in erfpacht uit aan bedrijven.In het geval dat een buitenlandse partij misbruik maakt van een terminal,kan een concessie worden ingetrokken. Wij staan in nauw contact metHavenbedrijf Rotterdam over de mogelijke risico’s in de haven dievoortkomen uit de aanwezigheid van derde landen, waaronder China.De heer Van Duijvenvoorde en mevrouw Kröger vroegen naar hetNational Maritime Security Centre. Ze vroegen: hoe borgt de Ministervanuit zijn rol dat de beveiliging van de Noordzee beschikt over de juistemiddelen en dat de regie ligt bij één bewindspersoon? En: moet je dit nietbeleggen bij Defensie? Dan kom ik een beetje terug op het onderzoek datgaande is ten aanzien van die governance. Daar gaat u op dat moment,deze zomer, verder over spreken. Ik ga daar nu niet zo’n grote wijziging inaanbrengen. Nogmaals, wij zijn het coördinerend ministerie, maar wetrekken wel echt samen op met diverse ministeries. Ik denk dat dediscussie die u gaat voeren op basis van het rapport dat op korte termijnin uw bezit zal komen, interessant wordt.De heer Van Duijvenvoorde zei dat de veiligheidsconsequenties voorNoordzee-infrastructuur worden onderschat en vroeg: hoe kan de Ministerverantwoorden dat KGG de Noordzee wil volbouwen met infra, terwijl hijweet dat de veiligheid niet geborgd kan worden en dat de veiligheids-opgave vergroot wordt? Naar aanleiding van Nord Stream en de dreigingop de Noordzee is het interdepartementale Programma BeschermingNoordzee Infrastructuur opgericht. Dit is een programma met IenW, JenV,Defensie, Economische Zaken, KGG en Buitenlandse Zaken. Samenhebben zij een actieplan voor de strategie ter bescherming van deNoordzee opgesteld. Langs een vijftal lijnen wordt het vergroot. Ik gaf datnet al kort aan en ik doe dat nog een keer: er is geïnvesteerd in eenversterkte beeldopbouw. We hebben ook betere camera’s op de patrouille-vaartuigen om de beeldopbouw enigszins te versterken en we hebbengeïnvesteerd in satellietcapaciteit. Er is een pilot gestart voor datafusie,waarbij data van sensoren van verschillende organisaties samenkomen endie veel sneller geanalyseerd kunnen worden. De publiek-privatesamenwerking is verder versterkt door middel van structurelecommunicatie- en klankbordgroepen, waarbij ook partijen uit de telecom-sector, EZ en de energiesector betrokken zijn. Voor 2026 hebben IenW enDefensie overbruggingsfinanciering geregeld voor de doorgang van ditprogramma. De structurele financiering – nogmaals, het staat in onzebegroting – laat ik dan over aan het volgende kabinet, maar wel met dieopmerkingen.De heer Heutink (Groep Markuszower):Hoor ik nou goed dat de Minister een overbruggingskrediet moet afsluitenomdat hij te weinig geld heeft? Omdat er te weinig geld is, moeten we nudus leningen afsluiten. Hoor ik dat nou goed?Minister Tieman:Het PBNI zou al financiering moeten hebben gehad vanuit de Miljoe-nennota, met de andere departementen. We hebben als IenW deverantwoordelijkheid genomen om dat toch doorgang te kunnen latenvinden tot aan de volgende kabinetsroulatie, wanneer die dan ook hadplaatsgevonden. Wij hebben dus als Defensie en IenW gezegd: laten weeven kijken hoe deze discussie verdergaat, maar wij gaan dit nu nietafbouwen; wij houden dit nu als status quo. Maar je moet het gaanuitbreiden. Zo moet u dat zien. Het is geen lening. We hebben deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49724 portemonnee getrokken om er in ieder geval voor te zorgen dat we hetkantoor niet hoeven te sluiten.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ik heb een korte verduidelijkende vraag aan de Minister. Hij heeft het overde investeringen die gedaan worden in de veiligheid van de Noordzee.Toen ik twee maanden terug Kamerlid werd, gebeurde dat al. Mijn vraagbetreft de nieuwe plannen voor de windparken. In hoeverre gaan dus ookde investeringen omhoog voor de beveiliging van de nieuwe kabels diedaar gaan komen? Anders loopt het natuurlijk asymmetrisch.Minister Tieman:Ik kan een overzicht geven van hoe wij de investeringen zien voor dekomende periode en hoe de andere partijen daarin zitten. Daar zit dan degelijke tred in van de extra activiteiten die gaan plaatsvinden, maar wekijken ook naar slimmigheden, zoals een publiek-private samenwerking.Multraship heeft bijvoorbeeld een wachtschip met een kustwacht. Daarzijn ook slimmigheden te bedenken met elkaar. Ik gaf net aan dat je ookmet AI op een andere manier meer zou kunnen doen zonder dat je meteenadditionele vaartuigen nodig hebt. Die heb je sowieso nodig, maar het isniet meer een afweging zoals we die wellicht in de jaren negentig zoudenhebben gemaakt.Voorzitter. Dan ga ik naar zeevaart. Het is goed om te vernemen dat er veelaandacht is voor nucleaire aandrijving. Onder anderen de heer Stoffer,maar ook de heer Heutink hoorde ik daarover. Weet dat mijn ministerienauw samenwerkt met de sector om het varen op nucleaire energiemogelijk te maken. Daartoe wordt samengewerkt met andere ministeriesen met toezichthouders. U moet daarbij denken aan externe veiligheid etcetera. Waar kan zo’n schip, in dit geval de Pioneering Spirit, allemaalgaan aanlanden? Is dat ook in het Noorden of alleen in de Rotterdamsehaven? Daar komt het een en ander achter weg, dus dat moeten weinterdepartementaal gaan doen.Ook met toezichthouders zijn wij in gesprek. We zetten ons ervoor in ominternationaal én nationaal tot regelgeving te komen. Ik heb dit ookbespreekbaar gemaakt in mijn gesprek met de secretary-general van deInternationale Maritieme Organisatie, om toch een acceleratie te bewerk-stelligen wat betreft wat we daar verder nog voor nodig hebben. Ik zie datdat gebeurt, onder andere in Londen, maar ook hier in Den Haag.Een brede maar ook veilige inzet van nucleaire scheepvaart vraagt omstrenge veiligheidseisen, transparantie en internationale afstemming. Desector streeft ernaar om in 2030 – dat is niet zo ver van nu – een eerstetoepassing op land te testen, en in 2032 op een ponton. De inzet is ook omalle regelgeving die daarvoor nodig is, op deze datum echt gereed tehebben. Dat vergt ook echt wat van ons. Wellicht hebben we hem eerderop een schip dan dat hij er op land is. Dat zeg ik niet om er een wedstrijdvan te maken, maar ik heb hier veel vertrouwen in met het team dat hiernu mee bezig is. Varen op nucleaire energie is een goed voorbeeld vaneen innovatie waar de Maritieme Autoriteit voor bedoeld is. De samen-werking tussen de sector en het ministerie via de Maritieme Autoriteitwerkt prima op dit moment.De heer Heutink (Groep Markuszower):Ik ben heel benieuwd of er door de Minister of een andere instantieonderzoek is gedaan naar de langetermijneffecten van nucleaire voort-stuwing wat betreft de kosten en betaalbaarheid van brandstoffen. Wezien nu dat al die schippers met die schepen verplicht die transitie doormoeten gaan. Dat heeft effect op of ze nog kunnen blijven bestaan. Zemoeten allemaal meer gaan betalen. Ze moeten investeren. Mijn vraag isof onderzocht is wat het effect daarop is bij nucleaire voortstuwing. AlsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49725 dat niet zo is, is de Minister dan bereid om daar eens naar te kijken en onsdaar meer informatie over te geven, bijvoorbeeld per brief?Minister Tieman:Ik ga de vraag beantwoorden, maar nucleaire voortstuwing van eenbinnenvaartschip zie ik niet voor me. Oké, de heer Heutink ook niet;helder.De kosten voor bijvoorbeeld de brandstoffen worden natuurlijk verderuitgerekend in deze casus. Daarmee heeft u niet een representatief schip,kan ik u vertellen. Het is een groot werktuigschip. Als u vraagt hoe zoietsop een groot containerschip zou gaan, of dat voor de hand ligt enwanneer dat dan komt: ik denk dat we met deze casus al heel veelinformatie over die kosten krijgen. Het zijn kleine units, zeg ik om het inperspectief te plaatsen. Uit deze casus komt heel veel informatie.Er is ooit – in de jaren zestig, zeg ik uit mijn hoofd – één koopvaardijschipgeweest, onder Amerikaanse vlag, die nucleaire voortstuwing had, omeen afweging te maken of het ook naar een ander type schip zou kunnengaan dat daarvoor voldoende capaciteit heeft. Laten we hiermeebeginnen, zou ik zeggen. De studies komen. Als er nog leemtes in diestudies zitten, gaan we daarop inzetten. Ook gelet op de capaciteit, wil ikme nu richten op deze casus. Mijn inschatting is dat dit een vlucht gaatnemen, maar we hebben ook nog ammoniak en methanol voor diegrotere schepen. Iedere brandstof heeft zo zijn eigen voor- en nadelen.Komt er een sectoragenda 2.0 voor de maritieme maakindustrie? Dievraag kwam van mevrouw Vellinga van D66. In 2026 zal het kabinet hetuitvoeringsprogramma van de sectoragenda evalueren, inclusief dekoploperprojecten daarin. De maritieme maakindustrie ligt ook mij na aanhet hart. We hebben daarvoor verschillende subsidierondes neergezet. Eris nu ook een internetconsulatie gaande; ik weet niet of u dat wist. Wedoen dat voor de hele sector. Daar zitten dus ook scheepswerfprojecten in.Bijvoorbeeld Padmos uit Stellendam is in de prijzen gevallen met eenscheepswerf van de toekomst. Er zitten ook binnenvaartzaken in, net alszeevaart; heel breed dus. We gaan met een evaluatie kijken wat wekunnen doen en dan kunnen we een volgende stap gaan zetten.Daarbij wordt niet alleen bekeken of alle maatregelen zijn gerealiseerd,maar ook wat het effect in de praktijk is. Is er sprake van een spin-off? Bijsubsidie wil je graag dat een pilotproject expandeert en leidt tot eenopschaling, zodat wanneer een binnenvaartschip subsidie heeft gekregenvoor een bepaalde pilot, de collega’s dat vervolgens ook gaan omarmen.Op grond van die evaluatie zal besloten worden over een sectoragenda2.0. Op dit moment denken sector en departementen al na over dieagenda. Dat doen ze met onder anderen mijn gezant, mevrouw VanBijsterveldt. Het besluit zal ook in dit geval aan een volgend kabinet zijn.Dat zal ook de prioriteiten moeten stellen.De heer Goudzwaard: welke instrumenten ziet u bij de EMIS, de EuropeseMaritieme Industrie Strategie, om de maritieme sector te versterken?Nederland heeft zich samen met Duitsland sterk gemaakt voor eenEuropese sectoragenda voor de maritieme maakindustrie naar voorbeeldvan de eigen nationale sectoragenda. Het versterken van de concurrentie-kracht van de Europese maritieme sector ten opzichte van niet-EU-landenis daarin een belangrijk thema. Daarbij wordt onder andere gekeken naarandere vormen van aanbesteding en ook wordt gekeken naar de regelsomtrent staatssteun. Maar ook ik ben benieuwd wat er uiteindelijk preciesin de EMIS zal staan die over een aantal weken zal verschijnen.De heer Heutink had een vraag over de aantrekkelijkheid van de maritiemesector. Ik vind het belangrijk dat de Nederlandse maritieme sector, en deNederlandse vlag, aantrekkelijk blijft. In de kortere periode dat ik Ministerben, heb we hier echt een accent gezet, zeker gezien de tijden waarin wenu leven. Daarom werken we als vijf ministeries met de sector samen aande Sectoragenda Maritieme Maakindustrie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49726 In 2024 zijn we begonnen met de Maritieme Autoriteit. In de evaluatie vanhet eerste jaar was de sector hier zeer positief over. Op die manier werkenwe aan een betere dienstverlening, modernere en eenvoudigere regels enbevorderen we innovaties. Een punt van aandacht dat ik wel meegeef enwaarover binnenkort wellicht meer te vertellen is, is het landenbeginsel. Ikheb hierover nauw contact met de sector gehad. Dit betreft met nameSociale Zaken en Werkgelegenheid. Er ligt een uitspraak van het Collegevoor de Rechten van de Mens die mogelijk grote implicaties heeft. Er komtnu ook een juridische procedure. Wij zorgen ervoor dat we ons huiswerkgoed op orde hebben, wat de consequenties dan ook zijn. Zo trekken wesamen op. Dit is wel een punt van zorg dat we nauwlettend in de gatenmoeten houden. Aan de andere kant: wellicht veegt deze juridische casusdit hele onderwerp ook van tafel.De heer Schutz (VVD):Ik heb een vraag aan de Minister. Houdt hij, dan wel zijn opvolger, onsgeïnformeerd middels Kamerbrieven?Minister Tieman:Ik hou u op de hoogte van deze ontwikkelingen en mogelijk ook overhandelingsperspectieven en de afdronk ervan, jazeker.Voorzitter. Over de aantrekkelijkheid van de maritieme sector hebben wehet gehad. De heer Heutink vroeg ook naar regeldruk. Meerderen van uhebben die vraag gesteld. Ten aanzien van de Sectoragenda MaritiemeMaakindustrie proberen we verdere stappen te zetten.De heer Heutink (Groep Markuszower):Ten aanzien van het aantal regels. Het is natuurlijk een paradepaardje vanhet kabinet om in één jaar tijd 500 regels te schrappen. Ik ben dus heelbenieuwd hoeveel regels er nou zijn geschrapt ten aanzien van demaritieme sector en hoeveel regels er op de planning staan om geschraptte worden.Minister Tieman:Dank voor de vraag, heer Heutink. Het lijkt me ook goed om nog watdieper in te gaan op zo’n analyse. Het is namelijk een insteek geweest,maar ik wil dat de potentie, dus wat er nog mogelijk is, ook duidelijkwordt. Hierbij zou ik u dus willen toezeggen dat we dat gaan analyseren.Denk aan een soort benchmark. Zijn er bijvoorbeeld nog echt zaken die wekunnen oplossen op korte, middellange en wat langere termijn? Daarbijwegen we natuurlijk ook de veiligheid, waarbij we geen compromissenwillen maken. Maar je moet het niet dubbel en dwars gaan doen voorzaken die mogelijk weer via andere zaken geregeld zijn. Dat is, denk ik,een heel goed idee van u. Dat omarm ik graag.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Tieman:Voorzitter. Mevrouw Boelsma vroeg wat ik doe om de instroom in hetmaritiem onderwijs te versterken. We zien de cijfers, mevrouw Boelsma.Die heeft u ook gezien. Die verontrusten mij ook. Vanuit NederlandMaritiem Land wordt in de Human Capital Council gewerkt aan allerleiacties om de aantrekkelijkheid van het maritieme beroep te verbeteren.Als overheid helpen we daarbij door waar nodig bemanningsregelgevingte vereenvoudigen. Er is onlangs ook een uitwisseling met bijvoorbeeldMarokko geweest om elkaars certificaten te erkennen. Zo zijn er nog veelmeer voorbeelden te noemen van hoe we veel meer stappen kunnenzetten, met name op mbo-niveau. We praten namelijk al heel lang over depotentie. Ik laat het echt aan een volgend kabinet om vervolgstappen teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49727 maken voor het daadwerkelijk bewerkstelligen van een mindshift in hetmbo, hbo en universitair onderwijs.Ik denk dat de kaasschaafmethode zelf niet meer toereikend zal zijn en dateen grotere koerswijziging nodig is, maar dat ligt ook echt bij een volgendkabinet. Wij zien mooie voorbeelden en steunen die waar mogelijk. Denkaan de Wereldhavendagen, waarbij Rijkswaterstaat en de Kustwacht actiefzijn en waar ieder jaar weer zo’n 300.000 mensen op afkomen. Bij SAILhebben we echt veel vlagvertoon laten zien vanuit onze diensten en ik ziedaar ook veel scholen, maar ik denk zelf dat er nog meer nodig zal zijn.Dat moet ik wel echt overlaten aan een volgend kabinet, omdat er ooknauw met OCW moet worden opgetrokken om meer mensen richting hetmooie vak van de maritieme maakindustrie te begeleiden.De heer Goudzwaard en de heer Stoffer vroegen: gaat de Minister samenmet de collega van Asiel en Migratie zorgen voor een snelle en werkbareoplossing voor het uitstempeldossier? Hier hebben we nog wat werk metelkaar te verrichten. Visumplichtige zeevarenden die langer dan 90 dagenbinnen het Schengengebied schepelingendienst verrichten, moeten overeen reguliere verblijfsvergunning beschikken. Hiervoor is door de Ministervan AenM een nieuwe, specifiek op de zeevaart toegespitste toelatingsre-geling opgesteld. Afgesproken is dat de zeevarende per 1 april aanstaandeeen verblijfsvergunning kan krijgen voor maximaal elf maanden. Met denieuwe toelatingsregel is ook een wezenlijk economisch Nederlandsbelang bij het behoud van de sector gemoeid.Ik weet dat de maritieme maakindustrie nog niet tevreden is met dezeregeling. Daarom wordt vanuit het Rijksregiebureau Maritieme Maakin-dustrie bezien of de regeling nog verder verbeterd en werkbaarder moetgaan worden. Daarvoor hebben we ook nog wat meer informatie van desector nodig.De heer Stoffer (SGP):Ik hoor «elf maanden» en dat het er eigenlijk nog niet is. Waarom wordt erdan nu zo’n voorstel voor elf maanden gemaakt, terwijl er eigenlijk tegelijkwordt gewerkt aan iets wat wél ideaal past voor de sector? Is er ergenseen lastig te nemen hobbel of wordt er langs elkaar heen gewerkt? Ik zouzeggen: laten we gelijk gaan voor het optimale.Minister Tieman:Dit is wat ik er op dit moment uit heb weten te halen. Er is nog wat meercontact nodig op bestuurlijk niveau tussen de diverse ministeries en desector om ook echt aan te geven waar de schoen gaat knellen. AenM heeftook een afweging gemaakt. Hier is het laatste woord nog niet overgezegd, maar er is wel wat meer tijd voor nodig. Hierbij zeg ik wel toe datwe dat gesprek met elkaar gaan voeren. Ik heb het zover kunnen brengenals ik het heb kunnen brengen.De heer Stoffer (SGP):Dan geef ik een compliment aan de Minister omdat hij zich hier zo voorheeft ingezet en blijft inzetten; dat waardeer ik. Zou er, als dat vervolgge-sprek heeft plaatsgevonden, actief een brief naar de Kamer gestuurdkunnen worden, of kan het meegenomen worden in een brief die toch alkomt? Dan zijn we op de hoogte van de uitkomst.Minister Tieman:Zeker. Dat is een toezegging, voorzitter. Die periode van elf maanden komtuit de internationale wetgeving die hierop van toepassing is. Daar wringtwellicht ook al meteen een schoen ten aanzien van een nationale kop, eennationale afwijking, en de mogelijkheden daarvoor. Aan de andere kantheeft Nederland soms ook een unieke positie.Voorzitter. Mevrouw Vellinga vroeg naar de scrubbers. Dat is ook eenonderwerp dat u, voorzitter, na aan het hart ligt. De vraag was: wat doet uTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49728 om milieueffecten door scrubberwaswaterlozingen te voorkomen? In debrief van 31 maart jongstleden heb ik aangegeven dat Nederland eennationaal verbod zal voorbereiden voor lozingen van scrubberwaswaterdoor open-loop scrubbers in Nederland, in de havens en de binnenwa-teren. De verdere details van een verbod zullen in de loop van dit jaarworden ingevuld, waarbij we dat bespreken met de sector. Dan zal ermeer duidelijkheid komen. Vanuit de IMO is er wel beperkt draagvlak.Regionaal, in OSPAR-verband, is dan ook besloten dat alle landen in hetOSPAR-gebied een verbod zullen implementeren voor binnenwateren enhavens. Ook wordt er in OSPAR-verband onderzoek gedaan om tebeoordelen of het OSPAR-verbod, dat nu al in gang is gezet voor debinnenwateren en de havens, uitgebreid zal worden naar de 12 mijlszone.Hierover wordt in 2027 een definitief besluit genomen.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Dank aan de Minister voor dit antwoord. Fijn dat dit al zo in gang is gezet,maar waar zit de tegenstand ’m in? Waar hangt het op?Minister Tieman:Voor het IMO-draagvlak kom ik erop terug waar de schoen precies wringt,maar dit heeft ook te maken met de operationele kosten en met delidstaten – dat zijn er heel wat – die in de IMO vertegenwoordigd zijn. Kijktu alleen al naar de discussie over IMO’s MEPC, zeg maar denet-zerostrategie die daar heeft plaatsgevonden. Het kan somsweerbarstig zijn. We hebben nu, na zo veel jaren, ook een stap gezet voorhet HNS-verdrag. Zo gaan die internationale tafels. U wilt een duidelijkeanalyse van waar de schoen wringt, maar ik krijg hier echt door dat ertoch veel weerstand is. Vandaar ook dat we naar OSPAR kijken. Dat is eeniets kleiner verband, waarin we in het verleden ook al echt stappenhebben gezet, om te voorkomen dat we als Nederland een Einzelgangmaken, want dat zou ook weer consequenties voor ons vestigingsklimaathebben. Zo zijn we aan het puzzelen.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):De Minister waarschuwt voor een einzelgängergevolg, maar ik begrijp datlanden om ons heen zo’n nationaal verbod al wel hebben ingesteld.Merken deze landen hier negatieve gevolgen van? Is dat de conclusie vande Minister?Minister Tieman:Dat kan ik niet geheel duiden. In dit geval is het alleen Duitsland datdergelijke wet- en regelgeving heeft.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Tieman:Dank u wel. Er is gevraagd: gaat u zorgen voor meer beslissingsbe-voegdheid voor de Nederlandse Maritieme Autoriteit? Ik ben blij met depositieve reacties vanuit de sector op de eerstejaars evaluatie van deNederlandse Maritieme Autoriteit. Dat is denk ik een compliment waardaan eenieder die daarbij betrokken is. De NLMA is onder andere bedoeldom een betere samenwerking te krijgen in de gehele keten, van beleid totvergunningverlening. Daarvoor is vooralsnog geen aanpassing vanbevoegdheden nodig, maar de NLMA loopt met de nu beschikbaremiddelen, 1,3 miljoen euro per jaar, wel aan tegen de grenzen van wat zekan doen. Uitbreiding van haar rol zal dan ook vragen om additionelemiddelen. Een briefing hierover, een voorstel hierover, is echt aan eenvolgend kabinet. Het is aan een volgend kabinet om een volgende stap tezetten, maar met deze bemoedigende evaluatiecijfers kunt u dan sprekenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49729 over wat een volgende stap zou kunnen zijn in een 2.0-versie, inclusief definanciële bijdrage daaraan.De SGP vroeg namens de ChristenUnie: negentien nieuwe schepen voor2030, hoe gaan we dat doen met de beschikbare budgetten? Waar blijft dein de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie voorgestelde meerjarenbe-groting? Ook ik maak graag vaart met de vlootvervanging voor deRijksrederij. De vloot van de Rijksrederij dient zo spoedig mogelijkvernieuwd en verduurzaamd te worden. We zijn vaak een launchingcustomer voor alternatieve brandstoffen; dat is in ieder geval mijn beeld.Het is dan niet de bedoeling dat we een experiment doen dat vervolgensdood in het water valt, maar dat de sector – dus de private partijen, onzeondernemers in Nederland – daar wat aan heeft, omdat wij de eerstehorde dan hebben genomen en die wet- en regelgeving eigenlijk al gladgemaakt hebben voor deze partijen. Maar weet ook dat ik in het verledenvoor de binnenvaart een handtekening heb mogen zetten voor het gebruikvan lng, maar dat dat helaas beperkt is gebleven tot een aantal schepen.You win some, you lose some. Maar de vloot van de Rijksrederij dient zospoedig mogelijk die vernieuwing te krijgen.De voorbereiding voor de vernieuwing van schepen voor de Douane,LVVN, de Kustwacht en Rijkswaterstaat vordert gestaag. Op dit momentzijn er vier vernieuwingsprojecten in voorbereiding voor de bouw van intotaal achttien vaartuigen. Het gaat om noodslepers voor de Kustwacht,twee schepen voor de vaarwegmarkering voor Rijkswaterstaat, achtonderzoeksschepen voor LVVN en vijf patrouillevaartuigen voor deDouane. Het zicht op langjarig beschikbare middelen wordt steedshelderder door het gebruik van de leenfaciliteit en de vastlegging van debenodigde middelen voor rente en aflossing in de meerjarige begrotings-reeksen van de opdrachtgevers. Een deel van de dekking is nog afhan-kelijk van de lopende begrotingsvoorbereiding. Zodra hier duidelijkheidover is, zal ik de Kamer hierover informeren.Bij het vernieuwen van de vloot wordt het huren of leasen van de schepenbij iedere investeringsbeslissing als optie meegenomen. Voor deKustwacht is voor 2026 een uitbreiding van de dienstverlening geplandmet een extra geleased handhavingsvaartuig, de Enforcer. Die zal 24/7beschikbaar zijn.De heer Stoffer vroeg: hoe staat het met de havenuitbreiding inWerkendam, in Altena? Sinds januari 2025 is het RijksregiebureauMaritieme Maakindustrie in gesprek met Werkendam over de havenuit-breiding. Het Rijksregiebureau ondersteunt Werkendam bij de voorberei-dende werkzaamheden, zoals het opstellen van een businesscase. Nu devoorbereidende werkzaamheden in een vergevorderd stadium zijn, zal nade gemeenteraadsverkiezingen de nieuwe gemeenteraad wordengeïnformeerd over de havenuitbreiding. Verwacht wordt dat die dan zalaangeven wat het vervolg zal zijn.Voorzitter. Dan het kopje duurzame scheepvaart. De biobrandstofprijzenexploderen: ze zijn verdubbeld sinds RED II. Dat geldt dan specifiek voorHVO100. We hebben een stap gezet om bunkertoerisme naar de omlig-gende landen te bewerkstelligen, maar in dit geval is Duitsland eenandere koers gaan varen ten opzichte van een Oostenrijk of een België.Maar er is nog iets meer gebeurd, iets wat wij ook niet helemaal helderhadden, en ook de sector niet, ten aanzien van de specifieke brandstofHVO100. Sinds 1 januari zijn de brandstofleveranciers in de binnenvaart-sector verplicht om die hernieuwbare energie te leveren; ze moeten hierook zelf voor betalen. Er was een kruising met het wegtransport, maar dieis weggevallen, waardoor er voor dit type brandstof een verhoging heeftplaatsgevonden. Ik heb hierover morgen een gesprek met de Staatssecre-taris – het is zijn dossier – om te kijken wat wij hier als overheid aankunnen doen. Ik heb ook een brief gekregen van de Koninklijke Binnen-vaart Nederland, die het aanhangig heeft gemaakt. Het heeft dus mijnaandacht. We gaan het gesprek met de sector hierover aan. Ik kijk nog welTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49730 even of dat op hoogambtelijk niveau is en of dat, met het oog op dewisseling, op korte termijn moet. Ik kijk wat er mogelijk is, maar dat doe ikdan in nauwe afstemming met de Staatssecretaris, om te horen welkestappen hij hierin voor zich ziet. Ik kijk ook hoe we u kunnen informerenover wat daaruit komt.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):In de aanbesteding voor de veerdiensten voor de Waddeneilanden is voorverduurzaming ook ingezet op HVO100. Die aanbesteding loopt en ... Nou,nee, die loopt nog niet, maar die is al behoorlijk ver in het proces. Inhoeverre gaat dit elkaar beïnvloeden? Beïnvloedt dit de duurzaamheids-opgave bij de veerdiensten?Minister Tieman:Goed dat u dit onder de aandacht brengt. Ik zal dit morgen met deStaatssecretaris bespreken. We zullen nagaan of dit een knop is waar weaan kunnen draaien voor specifiek het HVO-gedeelte.De heer Stoffer vroeg naar de massabalans. Dat is een onderwerp dat ookal de nodige tijd aan de orde is. Het is een onderwerp dat invloed heeft ophet vestigingsklimaat van Nederland, omdat het echt een heel belangrijkpunt behelst, waar andere landen toch heel anders over denken. U geeftaan dat het van Europa mag. Nou, die informatie hebben wij echt nog nietgekregen. Ik denk wel dat we in het staartje van tot duidelijkheid komenzitten. Dit loopt al een hele lange tijd. Ik wil dat echt vastgelegd hebben.Voor de geïnformeerden meld ik dat het gaat over de massabalans via hetgasnet. Wat kun je meetellen? Dat is een behoorlijk complexe puzzel, maarhet kan niet zo zijn, in mijn optiek, dat daardoor het level playing fieldwordt verstoord. We hadden het net over CO2. Dat gaat ook de lands-grenzen over, dus we hebben daar echt aandacht voor.De Europese Commissie is bezig met het herzien van de uitvoeringsveror-dening. Het ministerie blijft aandringen op verduidelijking. U geeft aan datdie verduidelijking heeft plaatsgevonden, maar zover zijn we nog net niet.Als die duidelijkheid er op korte termijn niet komt en de EuropeseCommissie zegt dat die er wel is, hebben we een andere discussie metelkaar. Weet dat er contacten zijn. Maar die duidelijkheid zullen wij opkorte termijn krijgen. Daar zult u over geïnformeerd worden. Wellicht zultu dan ook een afdronk krijgen van hoe andere landen dat dan weer zien ofhoe ze reageren op die duidelijkheid, die dan vanuit de EuropeseCommissie is gekomen. Ik heb het idee dat wij hier echt aan het staartjevan de discussie zijn om duidelijkheid te krijgen van Europa. Dan kunnenwe de discussie voeren met elkaar over welke kant het op valt: moeten wijiets aanpassen of moeten Duitsland en België iets aanpassen? We zittenwel in één EU op dit gebied.De heer Stoffer (SGP):Dit is mijn laatste interruptie, denk ik. Of niet, voorzitter? Ja. Nou, we zijntoch bijna aan het einde. Heeft de Minister er enig zicht op waar datstaartje ongeveer eindigt? Is dat nog voor de zomer? Soms zijn staartjesnamelijk heel lang. Een indicatie zou fijn zijn.Minister Tieman:Ik heb daar nog geen informatie over, maar u krijgt wel duidelijkheid in devoortgangsbrief over de RED III. Daarin nemen we het mee. U had hetover «voor de zomer». We zitten nu in januari, dus dat lijkt mij goed.Mocht dat niet zo zijn, dan zullen we u informeren. Zullen we het zoafspreken? Ik zie de heer Stoffer knikken.Mevrouw Kröger sprak over de klimaatzaak van gisteren en zei datzeevaart moet worden meegenomen in de klimaatregels. Zij vroeg wat deeerste reactie hierop is. U krijgt vandaag een brief van KGG; die heb ik inieder geval vanmorgen voorbij zien komen. Daarin staat een eersteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49731 procesantwoord, namelijk dat een volgend kabinet u een uitgebreidereactie zal gaan geven. Mitigerende en klimaatadaptieve maatregelen ende consequenties daarvan zitten in de uitspraak. Het volgende kabinet zalu daar dus over informeren.Maar ik kan u ook een eerste reactie van mijn kant geven. Vanuit de EU iser beleid voor de zeevaart met FuelEU Maritime en hetEU-emissiehandelssysteem. Uiteraard – volgens mij zit ik helemaal op éénlijn met mevrouw Kröger – had ik vanuit de IMO witte rook gezien bij delaatste MEPC-bijeenkomst om wereldwijd een stap te zetten in deverduurzaming van de zeevaart. Dat heb niet alleen ik gezien; dat heeftook het bedrijfsleven – vertegenwoordigers daarvan zitten hier vandaagop de tribune – gezien. Die werkelijkheid is anders geworden. Wij werkenop dit moment toch richting een volgend besluitmoment in oktober, bij deIMO, met een kopgroep van landen, om te kijken waar we elkaar nukunnen vinden. Dat doen we met Griekenland en Cyprus, eerst vanuit deEU, zodat we daar echt de plaat gelegd hebben met elkaar, en dan met deandere landen, die ook wat bezwaren hadden, bijvoorbeeld ten aanzienvan lng. Ik denk dat daar echt een grote stap gezet zou kunnen gaanworden. Anders krijg je vanuit de EU toch gefragmenteerde zaken. Hoemooi zou het zijn om dit echt mondiaal op te pakken?In Nederland hebben we FuelEU Maritime en hetEU-emissiehandelssysteem aangevuld met de brandstoftransitiever-plichting vanuit RED III. Nederland zet erop in om dit in internationaalverband te doen, met het Net-Zero Framework. Samen met bijvoorbeeldDenemarken hebben we ook al een technische sessie gehad, met deGrieken. Ik wil niet vooruitlopen op de zaak. Het internationale geheel isop dit moment wispelturig. Ik heb aan alle kanten aan partijen, ook deAmerikaanse ambassadeur, aangegeven: laat me weten waar de schoenvanuit Amerika wringt. Er zou nog duidelijkheid over moeten komen of weook voldoende brandstoffen hebben om die stap te zetten. Maar dekaarten moeten wel op tafel komen; anders heb je geen discussie metelkaar. We hebben nu een jaar de tijd – het is een jaar in de ijskastgezet – om mondiaal die stap te gaan zetten. Alles is erop gericht om daarbij de IMO in oktober alsnog een besluit over te nemen. We werken eraanom daar in ieder geval een besluit te nemen. Daarmee lopen we iets uit depas ten opzichte van vorig jaar oktober, maar zouden we een enorme stapkunnen zetten op internationaal gebied. Tot zover mijn eerste reactie,mevrouw Kröger, op de uitspraak van gisteren ten aanzien van Green-peace en Bonaire.De heer Schutz zei: ik hoor graag van de Minister hoe hij voorkomt dat deEU-ambities vooruitlopen op nationale randvoorwaarden. Wat betekenthet voor Nederland als andere landen hierin sneller zijn dan wij en wat isde impactanalyse hiervan? Op EU-niveau wordt met regelgeving deverduurzaming gestimuleerd, zoals voor zeevaart met FuelEUMaritime – ik had het er net al over – en het emissiehandelssysteem vande EU. Op nationaal niveau is er een brandstoftransitieverplichting en opEuropees niveau zal het STIP, het EU-investeringsfonds voor duurzaamvervoer, bijdragen aan de stimulering van brandstofproductie en deinfrastructuur. Hiermee brengen we de EU-ambities en de nationalerandvoorwaarden in één lijn.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer vroeg: kan de Minister een overzichtgeven van de belangrijke knelpunten bij de overstap naar schonerebrandstoffen? De energietransitie in de scheepvaart is complex. Iknoemde net al een drietal alternatieve brandstoffen: methanol, ammoniaken nucleaire voortstuwing. De belangrijkste obstakels zijn de verschillendeopties voor die hernieuwbare aandrijving, het prijsverschil tussen defossiele en de hernieuwbare energie en het niet tijdig tot stand komen vande bijbehorende infrastructuur. Om de sector hierbij te helpen, biedt hetMinisterie van IenW gerichte ondersteuning aan, onder andere vanuit hetKlimaatfonds en het Maritiem Masterplan en het investeren inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49732 walstroom – we hadden het net over de casus Amsterdam – en brandsto-finfrastructuur. De brandstoftransitieverplichting onder RED III stimuleertelk jaar de toename van het gebruik van deze hernieuwbare brandstoffen,maar ik heb net ook aangegeven – u deed dat ook – dat over RED III hetlaatste woord nog niet gezegd is. België gaat de stap ook zetten, conformwat wij doen. Daar gaat alweer een dempend effect van uit. Zij waren nogniet zo snel, maar wij hadden ook alweer het een en ander in gang gezet.De insteek daarbij is wel echt het level playing field.Mevrouw Kröger vroeg naar geopolitieke veiligheid, langetermijnhavensen de overstap van fossiel naar duurzaam. Zij zei: in 2040 is er slechtssprake van een daling van 2% tot 4%; graag een reflectie op die cijfers. Enzou het ministerie geen eigen cijfers moeten hebben, in plaats van decijfers van bijvoorbeeld VEMOBIN? Dit percentage komt uit een externonderzoek door PwC in opdracht van branchevereniging VEMOBIN,voorheen de VNPI. Dat percentage van 2% tot 4% betreft een gemiddeldejaarlijkse afname van raffinageproducten van 2025 tot 2040 in Europa.PwC heeft zich hiervoor gebaseerd op twee scenario’s van het Interna-tional Energy Agency. Ik denk dat die percentages al bemoedigend zijnvoor het eindgetal ten aanzien van de rekensom die u wellicht al in uwhoofd had gemaakt. Dit is dus op jaarbasis. Ik heb nu geen Nederlandsecijfers. U vraagt mij of het ministerie die cijfers in kaart kan brengen. Ik gadaar graag over in gesprek met de sector. Maar ik moet ook kijken, geletop de zaken die net ook gepasseerd zijn, wat we hier kunnen doen. Ik zalhierover ook met KGG het gesprek aan moeten gaan, om te kijken of onzeeigen cijfers kunnen bevestigen of we additioneel onderzoek moetendoen. Dit komt vanuit PwC, maar is wel in opdracht van de VEMOBIN opde mat gelegd.Dan kom ik bij het blokje binnenvaart en infra.De heer Schutz (VVD):Ik wachtte rustig op het einde van het blokje, maar dat was er al direct. DeMinister gaf net antwoord op mijn vraag over hoe het nou zit met STIP endie transitieverplichting. Maar ik kreeg een technisch antwoord over hoedat in elkaar steekt. Mijn pleidooi dat voorafging aan de vraag, ging metname over iets anders. Aan de ene kant heb je die Europese stimulering,maar ook de verplichting om te verduurzamen. Aan de andere kanthebben we bij de technische briefing vijf, zes, misschien wel zeven metname nationale belemmeringen gezien waardoor dat knelt. Met anderewoorden, de sector komt in een squeeze terecht. Dan kan het dus zo zijndat Europa harder loopt dan je nationaal kan waarmaken, waardoor desector daar pijn door voelt. Daar ging mijn vraag met name over. Hoekomen we daar nu uit? De Minister hoeft de netcongestie niet op telossen, maar misschien wel die squeeze. Ik zou daar dus een wat gerichterantwoord op willen van de Minister, alstublieft.Minister Tieman:De heer Heutink vroeg net welke knelpunten er zijn, ook qua regelgeving.Als wij daar een nationale kop op hebben gezet, dan kan ik me voorstellendat we dat dan ook nog een keer expliciet benoemen. Ik kan netcongestieinderdaad niet oplossen. Het rapport-Wennink geeft in een actiepunt aandat er binnen nu en vijf jaar een eindtermijn moet komen voor inzage,bezwaarprocedures, milieuvergunningen et cetera. Ik ben benieuwd wathet volgende kabinet daarover zal gaan zeggen. Ik kan misschien nog ietszeggen over de afdronk wat STIP betreft, maar anders kom ik toch in detweede termijn even terug op die knelpunten in relatie tot de brandstoffenen de vergunningen. Maar het is nu wel wat breder.De voorzitter:U bent door uw interrupties heen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49733 De heer Schutz (VVD):Het is een vervolgpunt om de Minister te helpen.De voorzitter:Nou, heel kort dan. Heel snel.De heer Schutz (VVD):Het punt is namelijk dat er een positieve houding is ten aanzien van datSTIP-verhaal. Maar u weet dat u daarmee ook de sector onder druk zet.Enerzijds kunt u netcongestie en die andere problemen niet oplossen,maar wees u dan in ieder geval bewust van die belemmeringen. Die kuntu meenemen in uw positieve reactie op dat document, dat investe-ringsplan dat voorligt, richting Europa.Minister Tieman:Dat neem ik mee, meneer Schutz.De heer Heutink vroeg naar de beweegbare brug in Gouda. Ik ben bekendmet het ongeval. Ik betreur de tragische afloop ook echt. We hebben debeelden gezien, ik in ieder geval wel. De OVV, de Onderzoeksraad voorVeiligheid, heeft al eerder onderzoek gedaan naar de veiligheid van opafstand bedienbare bruggen. Toen werd er geadviseerd om een landelijkkader voor brugbediening te ontwikkelen. Deze aanbeveling is verbreednaar alle beweegbare bruggen en de bediening van sluizen. Dezelandelijke richtlijn is inmiddels gereed en ook beschikbaar via CROW.Hierover wordt in maart een webinar voor de betrokken partijengehouden. Ik krijg op dit moment geen signaal dat er nu onveiligebruggen zijn. Echter, ik wil ook aan de heer Heutink meegeven dat dit omeen provinciale brug gaat. Er loopt een onderzoek bij de provincie. Ik ga incontact treden met de provincie Zuid-Holland. Op het moment dat daarnamelijk iets uit naar voren komt wat meerdere bruggen beïnvloedt, danhebben we wel wat te pakken met elkaar. Ik ga dus een lijntje uitzettennaar de nieuwe gedeputeerde – hij is gisteren geïnstalleerd als opvolgervan de heer Frederik Zevenbergen – om te zorgen dat het onderzoek in decasus Gouda wel gedegen gedaan wordt et cetera. Ik laat me dusinformeren. Op het moment dat daar iets uitkomt, dan weten we dat ook.Ik laat onze bruggenexperts bij Rijkswaterstaat meekijken. Signalen zoalsu die net wel even gaf, heb ik nog niet gekregen. Wellicht zijn die via demedia gekomen. Ik pak ’m even helemaal op. Zal ik het zo doen?De heer Goudzwaard en de heer Schutz vroegen naar de hinderplanningen de recreatievaart, waar onder andere HISWA-RECRON toe behoort. Deheer Goudzwaard en de heer Schutz vroegen hoe ik borg dat de plannenvoor iedereen worden nageleefd en hoe bestuurlijke bijsturing wordtgeorganiseerd als knelpunten ontstaan. Bereikbaarheid over water heeftmijn volle aandacht, zoals u de laatste negen maanden wellicht heeftkunnen zien. Dat geldt niet alleen voor de beroepsvaart, maar ook voor derecreatievaart. Met de hinderaanpak slim plannen, slim bouwen en slimreizen wordt erop ingezet om hinder als gevolg van de werkzaamhedenop een acceptabel niveau te houden. Ik hoor u nu al een paar keer over dehinderaanpak, dus ik proef wat meer behoefte. Wellicht zijn er ook van uwkant visies en denkrichtingen. Die wil ik graag omarmen, want andersgaan we dit wellicht bij ieder gesprek met elkaar hebben. Ik zou eentoezegging willen doen dat wij met uw commissie in de lijn en in de loopvan de tijd een technische sessie specifiek over dit onderwerp organi-seren, misschien aangevuld met een ander onderwerp. U heeft net eentechnische sessie gehad. Ik wil u niet overstelpen met sessies, maar zowordt de hinderaanpak zoals wij die nu voor ogen hebben echt een keertjegoed beetgepakt. Ik hoor dan graag de input vanuit de commissie om diewellicht naar een 2.0 variant te brengen. Gelet op de enorme instandhou-dingsopgave die we met elkaar hebben, is dit echt wel een onderwerp datmeer gaat spelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49734 De fractie van D66 vroeg naar de zorgen van de passagiersvaart over hetfeit dat er op dit moment onvoldoende afgiftepunten zijn voor hetScheepsafvalstoffenverdrag. De SAB is daarin in de lead, als nationaalinstituut voor huishoudelijk afvalwater. Ik ben in het verleden regelmatignaar Straatsburg gegaan voor de binnenvaart en de infrastructuur, wantvia gasolie zit daar een opbrengstaspect. Dat halen we op. Via hetCDNI-verdrag, het Scheepsafvalstoffenverdrag, wordt dat verdisconteerdrichting een nationaal instituut, zijnde de SAB. Ik begrijp de zorgen van desector. We moeten dit met z’n allen goed regelen. Bij de totstandkomingvan het verbod in 2021 zijn alle gemeenten geïnformeerd over het verboden hun zorgplicht om het afvalwater binnen de bebouwde kom in tenemen. Tezamen met de sector hebben we afgelopen jaar in kaartgebracht welke extra afgiftepunten er moeten komen en waar dezegeografisch gezien moeten komen. We zullen dit opnieuw bij degemeenten onder de aandacht brengen. Tegelijkertijd is het hebben vaneen boordzuiveringsinstallatie ook een manier om aan de regels omtrentdat verbod te voldoen. Ik doe hier toch nog even een oproep. We hebbennet voor de kerst de MIA/VAMIL-lijst gepubliceerd. Dat gaat om demilieu-investeringsaftrek, met allerlei maatregelen. Grijs water zit er ookbij. Hier wordt 155 miljoen voor uitgetrokken. Dat is toch een reductie vanzo’n 20%. Het moet wel een investeringsaftrek zijn. Voor particulieren ishet dan wat minder aantrekkelijk. Ik heb goede hoop dat het systeem laterdit jaar wordt gecertificeerd, ook voor aan boord, zodat er relatiefgoedkope oplossing voor de sector is voor het afvangen en verwerkenvan vuil water aan boord. Met deze maatregelen is het ons streven om optijd aan het verbod op het lozen van huishoudelijk afvalwater te kunnenvoldoen.Ik ga verder met afvalwater en wie daarvoor verantwoordelijk is. MevrouwBoelsma-Hoekstra vroeg daarnaar. Het Scheepsafvalstoffenverdragbepaalt dat lidstaten voldoende ontvangstinrichtingen voor huishoudelijkafvalwater in moeten richten of moeten laten inrichten. Ik denk dat dat eenbelangrijke zin is. Het is aan de lidstaten om hier nationale invulling aan tegeven. In Nederland is het streven dat gemeenten vanuit hun zorgplichtpunten realiseren binnen de bebouwde kom. Gemeenten kunnen dezekosten gaandeweg terugkrijgen door een afgiftevergoeding te rekenenaan de sector. Dit is in lijn met het principe dat de vervuiler betaalt. IenW,wij dus, voert hierover regelmatig overleg met de betrokken partijen.Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg naar vervolgstappen in relatie tot de aldecennialang lopende discussie over de overgangsbepalingen voorkleinere schepen. Dan heb ik het over binnenvaartschepen. Diebepalingen bewerkstelligen eigenlijk een omgekeerde modal shift en datis zeer onwenselijk. Daar is na zo veel jaren nu toch een ei over gelegd;dat ik dat nog eens mee mag maken! De Centrale Commissie voor deRijnvaart heeft op basis van een systematische aanpak gewerkt aan eenalgehele oplossing per technische eis. De resultaten van de werkzaam-heden zijn gedeeld met de sector, waaronder ook met de AlgemeeneSchippers Vereeniging, ASV, en Koninklijke Binnenvaart Nederland. Beginmaart wordt de discussie in Straatsburg afgerond. Ik wilde hier graag aleerder wat over zeggen in het publieke domein, maar laten we dit nogeven afwachten, want soms geldt: the devil is in the details. Daarnaworden de voorgestelde oplossingen besproken met de EU-lidstaten enerkende organisaties binnen de CCR. De verwachting is dat er aan heteind van dit jaar een besluit zal worden genomen door het Europeseoverleg CESNI. Dan kan er volgens mij een mooie strik om deze decenniadurende discussie over kleine schepen.De voorzitter:Hoeveel beantwoording heeft u nog, Minister?Minister Tieman:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49735 Ik heb hierna nog twee mapjes, voorzitter.De voorzitter:Oké. Dan vraag ik de Minister om een klein beetje vaart te maken.Minister Tieman:Ja. Dank u wel, voorzitter.Meneer Van Duijvenvoorde vroeg: is de Minister bereid werk te makenvan proportionele regelgeving voor smart shipping? Hoe voorkomt deMinister dat Nederland zijn positie verliest doordat andere landen wéldurven te experimenteren? We houden elkaar echt vast. België experi-menteert op dit moment met het eerste ADN-binnenvaartschip datautonoom vaart. We complementeren elkaar. Dat betekent dat wij niet oponze handen zitten. Binnen CCR-verband of binnen UNECE-verbandstappen zetten is dan ook een logisch vervolg. Dat is dan complementairaan elkaar. Ik vond het wel opvallend dat men meteen koos voor een schipmet gevaarlijke stoffen, maar zo leggen we de lat wellicht hoger. Wellichtgebeurt het op een bepaald stuk vaarweg. Smart shipping biedt kansenvoor het duurzamer en concurrerender maken van de binnenvaart. Wekijken dan ook erg positief naar deze ontwikkeling en de verschillendeproefprojecten. Het is belangrijk om eerst voldoende ervaring op te doenmet de regelgeving alvorens we naar een aanpassing van de bemannings-sterkte gaan. Veiligheid staat voorop.Dan toch nog even een stukje over aanvaringen met kunstwerken, onderandere bij Harlingen en op de vaarweg Lemmer-Delfzijl. Dit is financieelniet vol te houden. Er wordt een OVV-onderzoek gedaan, maar kunnen wijhier wel op wachten? Ik heb een aantal opties op tafel gelegd waar ik metde sector over wil spreken, maar dit kan zo niet langer doorgaan. Er kanbijvoorbeeld ook sprake zijn van een beperking van de aansprakelijkheidtot maar 1,5 miljoen euro, terwijl we bij een aanvaring met een kunstwerkmeteen al boven die bedragen zitten. Je zit ook meteen met eenstremming voor de omgeving; over hinder gesproken! Moeten we daardan een nationale kop op gaan zetten met Streckengeld? Dan moet jenamelijk ook weer gaan opletten. «Streckengeld» is een Duitse term, maardie is in de binnenvaart bekend.Er zijn op dit moment echter te veel aanvaringen, met name op dat stukvaarweg, waardoor ik genegen ben om vooruitlopend op het OVV-rapporttoch zaken in gang te gaan zetten; «no-regretmaatregelen» noem ik diedan. Ik zit echter ook te kijken naar de datum en de wisseling van dewacht. Ik heb hierover gesprekken binnen het ministerie en daar wil ik desector bij betrekken. Het zal ook een onderwerp worden in hetoverdrachtsdossier. Er zijn mogelijk ook nog andere alternatieven,waaronder smart shipping, of technische maatregelen om het in destuurhut makkelijker te maken, maar de hoeveelheid aanvaringen op datstuk vaarweg en de enorme kosten die daarmee gemoeid zijn, zijn wel ergopvallend.Mevrouw Boelsma-Hoekstra van het CDA vroeg: kan de Minister voorschippers op de Enterse zompen een uitzondering maken op deverplichting om het speciale vaarbewijs voor de rondvaart te behalen? Derichtlijn voor beroepskwalificaties voor de binnenvaart schrijft schippersop passagiersschepen een kwalificatiecertificaat voor; dit geldt ook voorrondvaarten. Hier mag onder voorwaarden van worden afgeweken, maardan moet er een certificaat worden afgegeven dat een gelijkwaardigveiligheidsniveau kent. Nederland heeft van deze mogelijkheid gebruikge-maakt. Voor open rondvaartboten gold eerder alleen de verplichting eenklein vaarbewijs te hebben. Voor dit vaarbewijs is alleen een theoretischexamen vereist. Dat kan echter niet worden beschouwd als gelijkwaardigaan het kwalificatiecertificaat schipper. Ik heb daarom een speciaal op desector afgestemd vaarbewijs laten ontwikkelen, dat met name gericht isop de praktijkervaring. Voor bestaande schippers met aantoonbareTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49736 ervaring is er een overgangsregeling. Voor alle schippers geldt eenovergangstermijn van drie jaar.Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg welke stappen er snel genomenkunnen worden op het gebied van de incidenten die ik net heb genoemd.Daar geef ik u hetzelfde antwoord op: ik ga in overleg, ook met hetPlatform Zero Incidents, om hier stappen in te zetten en de sector ook echteven zelf aan zet te hebben. Dat gaan we samen oppakken, zeg ik kijkendnaar de tribune.Dan ga ik naar het kopje snel varen op de Waddenzee. De heer Heutinkheeft hierbij ook een punt gemaakt van de aanlooptijd. Er zijn door decommissie meerdere vragen gesteld over de watertaxi en de bereik-baarheid van Ameland. Ik vind de bereikbaarheid van de Waddeneilandenerg belangrijk, maar ik vind ook dat het vervoer veilig moet zijn. Ik ben bijinstituut MARIN geweest. Ik heb daar in een simulator gezeten, maar afijn.Ik heb daar ook aangegeven: doe wat u kunt ten aanzien van de snelheid.Zij hebben in een onafhankelijk onderzoek gekeken onder welkevoorwaarden er in het donker veilig snel gevaren kan worden met eenwatertaxi. Ik heb ook mijn eigen ervaringen enigszins meegenomen. Ikkrijg positieve signalen van de sector over wat er nu op de mat ligt. Dat isbelangrijk. Ik ben blij met het rapport en met het perspectief dat daarmeewordt geboden voor de mogelijkheid om sneller te varen. Voor sommigepartijen heeft het lang geduurd.We mogen echter niet vergeten dat we dit onderzoek in de context van heternstige ongeval bij Terschelling moeten plaatsen, dat bij alle betrokkenendiepe sporen heeft nagelaten. De OVV onderzocht dit ongeval en deedaanbevelingen om het varen veiliger te maken, maar tegelijkertijd liep erook een rechtszaak tegen de betrokken schippers. Zowel de OVV als derechtbank benoemden in hun bevindingen de snelheid. Dit benoem ik omenigszins het belang van zo’n MARIN-rapport aan te geven.Dat ligt nu achter ons, maar ik geef ook aan dat er nog wat voor ons ligt. Ikheb aangegeven: ik ga dit regelen. In juni weet ik of ik daarna ruimte hebvoor een pilotfase. Juni is de termijn die ik nodig heb voor een passendebeoordeling. Die is nodig, heb ik mij laten informeren door het Ministerievan LVVN. De voortoets die eerder gedaan is, is niet toereikend. Departijen die daarbij betrokken zijn, zijn hierover geïnformeerd. Mocht ulater nog een vacature voorbij zien komen: we hebben op dit momentecologen nodig, want de schoen wringt door het gebrek aan capaciteit. Ikga zo snel mogelijk aan de slag. Ik noem hier de maand juni, want danweten we hier meer over. Dan kunnen we voor de volgende donkereperiode echt voor iedereen duidelijkheid hebben. Dit gaat geen jaar duren.Juni is de termijn; ik moet over deze horde heen.De voorzitter:Dat roept een vraag op van de heer Heutink. Dat is tevens zijn laatsteinterruptie.De heer Heutink (Groep Markuszower):Aan de ene kant is het fijn dat er zicht op is dat we weer veilig kunnenvaren. Feit is wel dat er nu dus een nieuwe horde is, als we het al eenhorde kunnen noemen, want eigenlijk wisten we dit allemaal al. Sterkernog, Veltman heeft al eerder een ecologisch onderzoek hiernaar uitge-voerd. De Minister heeft gezegd: ik ga het regelen. Dat gaf hij net al aan.Mijn vraag is: gaat de Minister het nou regelen? Ik hoor namelijk allemaalvoorwaarden, mitsen en maren. Hij zei: ik kan misschien in juni of juli eenbesluit nemen. Het is nog vol vaagheden, als ik heel eerlijk ben. Ik wilgewoon van de Minister weten: sprak hij met de uitspraak «ik ga hetregelen» mooie woorden voor de bühne of woorden waarmee Amelandstraks ook echt vooruit kan?Minister Tieman:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49737 Het zijn woorden waar Ameland straks echt mee vooruit kan. De voortoetsdie gedaan is door de betreffende ondernemer, is echter onvoldoendegebleken. U moet dan echt denken aan de Natuurbeschermingswet. Wezitten daar in een Natura 2000-gebied. Ik heb geen signalen dat we nietdoor die beoordeling komen; laat dat ook helder zijn. We doen het echtmet betrokkenheid van de partijen. Ik ga op de negende ook in gesprekmet alle partijen. Ik heb de druk hier echt zo veel mogelijk op zitten.Alleen, ik ben blij dat we een deskundig bureau hebben gevonden dat ditop deze termijn kan doen. Natuurlijk had ik het liever veel eerder gezien,maar met die voortoets viel het een en ander anders uit. We moeten nuecht zo’n passende beoordeling doen. Daar moet je een extra aanloopvoor nemen, gelet op de wet- en regelgeving die we in dit land kennen opdit onderwerp, maar ik neem de woorden die ik destijds heb uitgesproken,niet terug. Ik als Minister zal hierin echt een stap gaan zetten, en daarbijkijk ik ook naar de overdracht. Ik heb de signalen gekregen: in juni heeftMinister meer handelingsperspectief voor ruimte. Met «ruimte» bedoel ik:dan heb ik meer vrijheden, die ik op dit moment, gelet op de wet- enregelgeving die we hebben, niet heb. Ik moet dus echt eerst die passendebeoordeling laten doen.De voorzitter:Goed. De Minister vervolgt zijn betoog. Ik wil hem echt vragen dat rap tedoen, want de leden willen ook een tweede termijn, denk ik.Minister Tieman:Voorzitter. Dan ga ik naar het laatste kopje: overig. Daarin zit maar éénantwoord. Gelet op de tijd, komt dat goed uit, denk ik. D66 vroeg: is deMinister bereid in gesprek te gaan voor de kade op Terschelling? Ja, ik gaop korte termijn in gesprek. Ik heb hier bij de begrotingen twee keer opgereageerd, ook in overleg met BZK; misschien heeft u dat niet meege-kregen. In maart gaan we het overleg aan. Ik wil dat we het voor die tijdals Rijk op een rij hebben. Dan treden we daarop toe. Ik wil ook deprovincie erbij betrekken om de problematiek en het handelingsper-spectief inzichtelijk te maken. Ik informeer uw Kamer zo spoedig mogelijkdaarna. Daarbij kijken we naar het seizoen dat aanstaande is. Dietijdspanne is dus duidelijk.Voorzitter. Dan kom ik nog even terug op uw vraag over een klimaatneu-trale haven en de MKBA. Haven en kabinet werken toe naar het meestduurzame havenindustriële complex ter wereld. Ik kan toezeggen dat wede MKBA meenemen in de verkenning van het ruimtegebrek in deRotterdamse haven. Die vindt plaats in NOVEX-verband. We werken ooktoe naar een visie over bunkerbrandstoffen, waarin dit ook aan de ordekomt, maar dat is dan geen MKBA. De toekomstvisie voor de haven gaatover zowel economische als duurzaamheidszaken die in balans zijn metde omgeving. Zeewaartse uitbreiding is daarin een van de onderwerpen,maar het gaat echt over veel beter ruimtegebruik. Daar zit de leefbaarheidook veel meer in geborgd. Ik doe dus de toezegging om een MKBA in dezeverkenning mee te nemen.De voorzitter:Oké. Ik kijk naar de leden om te zien of er behoefte is aan een tweedetermijn. Er wordt geknikt. De spreektijd in de tweede termijn is 1 minuuten 20 seconden. Ik geef graag eerst het woord aan de heer Heutink.De heer Heutink (Groep Markuszower):Voorzitter, dank. Ik wil een tweeminutendebat aanvragen en ik zal meteeneven zeggen waarom. Ik doe dat vanwege de watertaxi. Ik snap waar deMinister doorheen moet, maar ik vind het te lang duren. Het is nu aldonker en het blijft ook nog een hele lange tijd donker. De Minister zou nual kunnen zeggen dat we het gewoon gaan gedogen, vooruitlopend opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49738 wat er komen gaat. Er is zicht op legalisatie. Zoals de Minister net heeftaangegeven, gaat hij het regelen. Met die woorden kunnen we gewoongedogen. Dat betekent dat we ook nu, in de resterende donkere dagen diewe nog hebben, per direct de bereikbaarheid van Ameland kunnenverbeteren. Ik vind dat we die verantwoordelijkheid hebben richtingAmeland. Tenzij de Minister dat nu kan toezeggen in de tweede termijn,zal ik daarover een motie indienen, waarbij ik hoop op brede steun van deKamer, zodat we ook daadwerkelijk de bereikbaarheid en de veiligheid vanal die mensen die van en naar Ameland moeten, kunnen garanderen.Dank.De voorzitter:Mevrouw Vellinga-Beemsterboer.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik heb veel gehoord en geleerd vandaag, over eenonderwerp dat voor mij relatief nieuw is. Ik ben blij om te horen dat er alwordt vooruitgekeken naar een Sectoragenda Maritieme Maakindustrie2.0. De Minister zegt terecht dat je nu geen antwoord kunt geven op definanciële vraagstukken die daaruit voortkomen, maar we kunnen er opdeze manier wel voor zorgen dat de vaart erin blijft.Ik heb nog één vraag aan de Minister. Ik ben blij om te horen dat hijgesprekken heeft over de problematiek rond HVO. Ik zou de Ministerwillen vragen om ook in gesprek te gaan met de eilandgemeenten over demogelijke gevolgen voor de aanbesteding en hen daarbij te betrekken,zodat zij niet verrast worden. Er leven op de eilanden namelijk verschil-lende wensen ten aanzien van de verduurzamingsstappen die voor deveerdiensten genomen kunnen worden.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:De heer Goudzwaard.De heer Goudzwaard (JA21):Dank, voorzitter. Ik heb eigenlijk niets te melden. Ik ben blij met hetantwoord van de Minister dat hij een technische sessie wil beleggenaangaande de perikelen en de uitdagingen in de pleziervaart. Dat wachtenwe dus af.Dank u wel.De voorzitter:De heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Voorzitter. Dank aan de Minister en allen die hem ondersteunen voor debeantwoording die we hebben gehad, ook gezien waar de Ministertegenaan loopt. Ik denk dat wij ook wel gebruik zullen maken van hettweeminutendebat, maar ik wil de Minister danken voor zijn goede inzetvoor maritieme zaken. Dit zal wellicht zijn laatste debat zijn op dit gebied,maar ik heb van hem een warm hart voor de maritieme sector gezien. Datwaardeer ik enorm, dus dat compliment wilde ik hier maar neerleggen.Dank u wel.De voorzitter:De heer Schutz.De heer Schutz (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ter afhechting van het gesprek over Amsterdam:om het een toezegging te laten zijn, moet ik u vragen of u ook eenterugkoppeling zou willen geven per brief, dus bij dezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49739 Tweede punt: Ameland. Het moment van dat ecologisch onderzoek komtwel heel erg ongelukkig uit, zeker gezien de uitspraak dat het voor devolgende donkerperiode, waar we nu in zitten, geregeld zou zijn. Dat is hetniet. Natuur is belangrijk, geen syllabe daaraf, maar bereikbaarheid vooreilanders is dat ook. Daarom zou ik de Minister eigenlijk willen vragen ofhij in gesprek wil gaan met de Minister van LVVN, die verantwoordelijk isvoor Natura 2000, om te kijken of hier maatwerk mogelijk is. Ik vraag omeen toezegging om bij wijze van spreken vanaf morgen of volgende weekin ieder geval te gaan varen tot juni, wanneer dat onderzoek gedaanwordt, want Amelanders kunnen niet meer wachten.Voorzitter, laatste punt. Dank voor de toezegging voor de pleziervaart,maar het gaat niet alleen om pleziervaart; het gaat ook om de binnen-vaart. Ik wil dus ook graag dat die betrokken wordt bij het gesprek dat wein technische zin met elkaar gaan hebben.Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Boelsma-Hoekstra.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Dank u wel, voorzitter. Er zijn nog een paar open eindjes. Ik had over devoortgangsrapportage van de sectoragenda No guts, no Hollands Glorie!een vraag gesteld, maar daar heb ik nog geen antwoord op. Het antwoordover de Enterse zompen neem ik even mee terug. Ik ga even nadenken ofdat voldoende is. Ik had ook gevraagd hoe de Maritieme Autoriteitbijdraagt aan het vestigingsklimaat.En dan het belangrijkste. Alhoewel, de andere dingen zijn ook heelbelangrijk. We hebben van de Minister echter geen goede toezegginggekregen over de fysieke infrastructuur in de havens. Het eerste antwoordwas goed. Toen dacht ik: ja, dat is geborgd. Vervolgens kwam de Ministerer in een ander mapje op terug en kwam er wat ruimte. De heer Stofferheeft in een andere commissie een motie ingebracht; ik heb hier eenvergelijkbare voor me, van de heer Dekker, die de Minister vraagt demogelijkheden te onderzoeken om het beschermd instrumentarium datdoor de Wet vifo geboden wordt, te verruimen naar andere sectoren. Mijnvervolgvraag is: kan de Minister toezeggen dat hij dat doet voor de fysiekeinfrastructuur in de havens? Als hij daar ja op zegt, dan is het geborgd enhebben wij de juiste toezegging.Tot zover.De voorzitter:De heer Van Duijvenvoorde.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording van devragen. Ik acht mijn vragen afdoende beantwoord en ik zie uit naar detoezegging van een document omtrent de investering in de veiligheid vande Noordzee.De voorzitter:Dan geef ik mezelf even het woord, voor GroenLinks-Partij van de Arbeid.Ook ik dank de Minister voor de beantwoording. Ik sluit me geheel aan bijde vraag van het CDA over de Wet vifo. Volgens mij was de vraagstellingheel helder. Het gaat om onze havens en het gaat erom dat er binnen hetterrein van de havens kritieke infrastructuur is, of het nou gaat om decontaineroverslag of om de raffinaderijen. Het gaat erom dat de infra-structuur binnen dat terrein onder de Wet vifo gaat vallen; dat is volgensmij de inzet die wij hebben.Het is verder goed om te horen dat de Minister bereid is om een MKBA tedoen op de havens. Ik denk dat het ongelofelijk belangrijk is dat we heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49740 zorgvuldig kijken naar de rol van de havens in een klimaatneutrale wereld,waarbij we geen fossiele brandstoffen meer verschepen en er dus ookruimte komt voor iets anders. Hoe gaan we dat optimaliseren? Ik wil ookgraag horen op welke termijn deze MKBA gedaan wordt.Dan vraag ik de Minister hoeveel tijd hij nodig heeft om de beantwoordingvoor te bereiden.Minister Tieman:Een ruime vijf minuten.De voorzitter:Dan gaan we over vijf minuten verder.De vergadering wordt van 12.46 uur tot 21.51 uur geschorst.De voorzitter:Ik open de vergadering voor de beantwoording van de Minister in tweedetermijn.Minister Tieman:Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de Wet vifo. Voor de Wet vifo staatecht het Ministerie van EZ aan de lat. Er wordt ook echt geen lijst gemaaktmet welke sectoren et cetera. En we hebben ook de Wet weerbaarheidkritieke entiteiten, dus ik moet voor dit punt echt doorverwijzen naar EZ.We zijn met elkaar in overleg. Wij zetten in op die scheepvaartafwikkelingmaar ook op de terminals. Daarbij zal echt rekening worden gehoudenmet de administratieve lasten, maar het Ministerie van EZ staat hiervooraan de lat, en communiceert hier dan ook over. Zo zou ik het willenterugleggen bij u.Dan de terugkoppeling per brief in verband met Amsterdam. Ik kandaarop een toezegging doen. Ik doe dat na het bestuurlijke overleg en nahet politieke gesprek met de nieuwe Minister en het nieuwe college.Dan HVO en de Waddenveren. We nemen dit mee. Dat is dus ook eentoezegging van mijn kant. We nemen dit mee voor de Waddenveren die erzijn. Ik kan het ook al meenemen in mijn bezoek aan onder andereAmeland op 9 februari, als gespreksonderwerp voor de concessie die daarzal plaatsvinden.Dan toch echt even de heer Heutink. Ik hoor wat u zegt, maar ik heb hetmaximale van LVVN gevraagd, echt het maximale. Het wordt ook echt éénvergunning; het worden geen aparte deelvergunningen. We hebben dusvooraf al heel veel huiswerk gedaan. Ik kan alleen niet ... Mijn handen zijngewoon gebonden, net als met de gekorfde vleermuizen bij de A2.Bestuurlijke moed heeft hier in mijn optiek niks mee te maken. Ik moetwachten tot juni, meneer Heutink. Ik moet wachten tot we die passendebeoordeling hebben gedaan. Dat is gewoon het wettelijke kader. Ik hebgeen ruimte om daarvan af te wijken. Dat is wat ik terugkrijg. Ik heb demensen gechallenged en ik heb ze nog een keer gechallenged. Dat is deinformatie die ik heb, en ik vertrouw op mijn mensen voor dit advies. Alsik de ruimte enigszins zou hebben, zou ik die benutten, maar ik heb me tehouden aan deze wet- en regelgeving, meneer Heutink. Maar uiteraardheb ik sympathie voor uw voorstel. Dit moet zo snel mogelijk geregeldworden. Als we in juni het handelingskader van de Minister hebben en depassende beoordeling is gedaan, hebben we dit gewoon voor devolgende donkerperiode geregeld met elkaar. Dat gaat om sneller varen inde nachtelijke uren. Daar gaat het om. Toch even, voorzitter, in verbandmet de nieuwigheid van de Kamer: informeert u zich ook goed over hoehet eiland op dit moment bereikbaar is. Ik wil verder gaan. Ik wil helemaalmet u meegaan, maar dat wordt dan in de nacht in de volgende periode.In juni heeft de Minister handelingsperspectief met betrekking tot pilots etcetera. Nu niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49741 De heer Heutink (Groep Markuszower):Als de Minister zijn medewerkers kan challengen dan kan ik de Ministerchallengen, dus dat ga ik even doen. De Minister doet namelijk net alsofdat snel varen in de nacht richting Ameland een nieuw feit is, maar ik wilde Minister er toch op wijzen dat er vóór het ongeval bij Terschelling aleen gedoogconstructie was. Daarin werd gedoogd dat er werd gevaren.Naar mijn weten is er vanaf het moment dat we ooit zijn begonnen metgedogen tot en met nu, aan de wet- en regelgeving niets dusdanigveranderd dat we nu niet opnieuw kunnen gedogen. Mijn vraag is dus water is veranderd, even los van het ongeval, want dat vinden we verschrik-kelijk en het is goed dat daar aanbevelingen voor zijn geweest. Wat is erdusdanig veranderd in de wet- en regelgeving dat we niet nu opnieuwkunnen gedogen?Minister Tieman:Dat gaat om het onderwerp nood. Op dit moment mag je sneller varen,namelijk 40 kilometer per uur, als er sprake is van nood. Dan is datmogelijk. Dat is dan het gedogen.De heer Schutz (VVD):Veiligheid gaat voor alles, maar daar hebben we het niet over, omdat deveiligheid is afgerond, zoals u heeft aangegeven. We komen hier met eennieuw element, namelijk die ecologische context. Die is ook belangrijk,maar het is wel zo duivels jammer dat dit is gemist in de achterliggendeperiode. Ik weet wel dat ecologie een onderwerp is dat via Natura 2000 bijeen ander ministerie hoort, maar daarom pleitte ik er net in tweedetermijn voor om vooral met uw collega van LVVN na te gaan wat hier aanmaatwerk mogelijk is, zodat iets wat altijd al was in de ecologischecontext geen geweld wordt aangedaan, terwijl de Amelanders tochgeholpen kunnen worden. Naar ik heb begrepen, verwees u vorig jaar ooknaar een volgende donkerteperiode. Met andere woorden: het gaat nu omtwee donkerteperiodes. Dat maakt het zo verschrikkelijk knellend. Het isniet voor niks dat wij dit appel doen.Minister Tieman:Ik wil u tegemoetkomen door dit bij LVVN aan te kaarten en verder hetgesprek aan te gaan. Ik ga zover als ik op dit moment kan gaan om u ende Amelanders tegemoet te komen. De negende heb ik hierover eengesprek, maar op dit onderwerp heb ik ook een paar handboeien om; daarmoet ik ook rekening mee houden. Dat weeg ik dan zo af. Als ik ruimte zouhebben, zou ik die benutten, maar ik heb geen ruimte tot juni.De heer Schutz (VVD):Is dat een toezegging?De voorzitter:U nam het woord voordat u het woord kreeg, maar ik begrijp dat dit eentoezegging is van de Minister en dat hij het gesprek aangaat.Minister Tieman:Ja, zeker.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn beantwoording.Minister Tieman:Dat was het, voorzitter. Nee, ik heb nog niet alles gehad. Excuus daarvoor.Ik ga nog in op de klimaatneutrale haven en de MKBA. We zijn netbegonnen met de verkenning. U wil een toezegging? Nou, dan geef ik udie: Q1 volgend jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49742 Dan regelgeving en het verminderen van de regeldruk. Het verminderenvan de regeldruk is onderdeel van het kabinetsbeleid. Enfin, voor dezomer zijn 500 regels aangepakt. Daarover wordt u voor het eind van 2026geïnformeerd. Om even specifiek in te gaan op de opmerking van de heerHeutink: dat was al toegezegd, dus dat gaan we gewoon oppakken.Tot zover, voorzitter.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Ik mis nog de antwoorden op twee vragen uit de eerste en de tweedetermijn. Hoe draagt de Maritieme Autoriteit bij aan het vestigingsklimaat,en wanneer krijgen we de voortgangsrapportage van de sectoragenda?Die twee vragen heb ik in beide termijnen gesteld.Minister Tieman:Eén moment alstublieft. Ik overleg even met mijn ambtenaren.Voorzitter. De sectoragenda: Q2. Dan krijgt u er nog eentje.Nog een moment, alstublieft.De voorzitter:Terwijl er druk wordt gezocht, zie ik dat mevrouw Vellinga-Beemsterboerook een vervolgvraag heeft.Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Volgens mij had ik ook nog een vraag openstaan, namelijk over de IMO enhet scrubberwater.Minister Tieman:Tegen mevrouw Boelsma-Hoekstra zeg ik dat ik bij de commissie zalterugkomen op de NLMA. Ik doe dat schriftelijk om die vraag even goed tebeantwoorden.De laatste vraag die gesteld is, heb ik even niet scherp, gelet op deconstellatie. Kunt u die nog eenmaal doorgeven, alstublieft?Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Ja. Ik zit zelf ook even te zoeken naar de formulering en het gesprekje datwe daar net over hadden. Ik had gevraagd naar de verboden op scrubber-water. Andere landen hebben wel verboden. De Minister zei: alleenDuitsland. Ik begrijp echter dat meer landen hier aanvullende regelgevingvoor hebben. Staan wij niet sterker door dit ook zo snel mogelijk in tevoeren?Minister Tieman:Een correctie is inderdaad nodig. Voor zeezwaaierscrubbers betreft ditDuitsland. Dat is ook weer zo’n terminologie, dus vandaar die verwarring.De weerstand bij de IMO zit ’m erin dat sommige partijen vinden dat demilieu-impact in bepaalde regio’s niet voldoende wordt aangetoondvanwege de verdunning. Dat heeft ook te maken met stromingen. Doe jedat in het Kattegat bij Denemarken bijvoorbeeld, doe je dat in het EngelseKanaal of bij een land dat echt aan een volle zee ligt, waar meer stromingis? In de IMO is consensus nodig voor het instellen van zo’n verbod.Daarom hebben we nu in OSPAR-verband zo’n verbod voor zeehavens enbinnenwateren afgesproken. Onderzocht wordt of we dat gaan oprekkennaar de 12 mijlszone. In 2027 verwachten we daar een besluit over tekunnen nemen. Ik ga nu niet voorstellen om dat op nationaal niveau tedoen, maar ik wil wel goed kijken naar de landen om ons heen die dat welal gedaan zouden hebben om te zien of het toch mogelijk is. Anders wil ikhier echt gezamenlijkheid betrachten, ook gelet op het level playing fieldwaar we het net over hadden en kijkend naar de termijn van 2027 die nietmeer heel ver weg is. Dat is echt volgend jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49743 De voorzitter:Goed. Daarmee is de beantwoording afgerond. Ik ga over tot hetvoorlezen van de toezeggingen. Dat zijn er best een hele hoop, dus dezevergadering loopt ietwat uit.–Ik begin met de eerste toezegging. De Minister van Infrastructuur enWaterstaat zegt toe binnen een maand zo veel mogelijk informatie overde juridische status ten aanzien van de bescherming van de Noordzee-infrastructuur en de aanpassingen die nodig zijn op schrift met deKamer te delen in aanloop naar de indiening van een wetsvoorstel.Minister Tieman:Ja.De voorzitter:De volgende toezegging.–Twee. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe op kortetermijn met de gemeente Amsterdam in overleg te treden over devoorgenomen sluiting van de zeecruiseterminal en rapport hieroveraan de Kamer.Wat is hierbij de termijn?Minister Tieman:Voorzitter. Q2.De voorzitter:Q2.–De derde toezegging. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegttoe aan de leden Boelsma-Hoekstra en Kröger om in overleg te tredenmet andere departementen met als inzet de Wet vifo te benutten voorde bescherming van de haveninfrastructuur en daarin op verzoek vanhet lid Schutz ook aandacht te hebben voor de lasten voor bedrijven.Minister Tieman:Correct.De voorzitter:De volgende toezegging.–Vier. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt op verzoek vanhet lid Van Duijvenvoorde een overzicht toe van toekomstig benodigdeveiligheidsgerelateerde investeringen die voortvloeien uit nog aan teleggen energie-infrastructuur op de Noordzee.Ik vraag hierbij naar de termijn.Minister Tieman:Q2.De voorzitter:Ja.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt aan het lid Heutinktoe een analysebenchmark uit te voeren ten aanzien van de regeldrukin de maritieme sector. Daarin worden ook de vragen van de heerSchutz meegenomen ten gevolge van het EU-investeringsplan voorduurzaam transport STIP.Ook daar stel ik de vraag naar de termijn.Minister Tieman:Q3.De voorzitter:Dan de volgende toezegging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49744 –Zes. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe aan het lidStoffer in gesprek te gaan met de Minister van Asiel en Migratie overhet uitstempeldossier en de Kamer daarover schriftelijk te informeren.Ook hier vraag ik naar de termijn.Minister Tieman:Q2.De voorzitter:De volgende.–Zeven. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe op kortetermijn in overleg te treden met de Staatssecretaris van IenW en debinnenvaartsector over verduurzaming en de Kamer hierover teinformeren.Op welke termijn?Minister Tieman:Q1.De voorzitter:Dan de volgende.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe de door het lidKröger gevraagde MKBA in relatie tot de Rotterdamse haven in eenklimaatneutrale wereld te zullen uitvoeren.Ik begreep dat dat ging om volgend jaar Q1.Minister Tieman:Correct.De voorzitter:Oké.–De Minister zegt toe aan het lid Schutz het gesprek aan te gaan met hetMinisterie van LVVN inzake de sneldienst Ameland.Om welke termijn ging dit?Minister Tieman:Q1.De voorzitter:Q1.–En dan was er nog een toezegging gedaan aan mevrouw Boelsma-Hoekstra voor Q2 over een...Dat hebben we net niet zo goed kunnen notuleren. Waar ging het om?Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Ja. Dat ging om het volgende:–... een voortgangsrapportage van de sectoragenda.Minister Tieman:Q2.De voorzitter:En tot slot.–De Minister komt nog schriftelijk terug op de vraag van het lid Vellingainzake IMO-scrubber en dat gebeurt in Q1.De heer Schutz heeft nog een opmerking over de toezeggingen.De heer Schutz (VVD):Ja, ik mis één toezegging. In mijn ogen heeft de Minister toegezegd dat hijeen technische briefing zou organiseren met de recreatievaart. Ik vuldedaarbij aan dat het vooral ook voor de binnenvaart was.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49745 De voorzitter:Een technische briefing is een instrument van onze Kamer zelf. Daar gaanwij zelf over. Dat is voor de rest geen schriftelijke toezegging, maar ikbegreep dat het ministerie wil meewerken aan deze technische briefing.En wij pakken dat op, zeggen we hier!Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):Heel kort nog. Ik mis nog de toezegging dat de Minister ook in gesprekgaat met de eilanden over de mogelijke gevolgen van de hogere kostenvan HVO voor de aanbesteding.De voorzitter:De Minister knikt, dus dat is een toezegging.Minister Tieman:Ik probeer die ook meteen smart te maken. Dat gebeurt dan in Q2. Ik hebdaar even voor nodig, ook kijkend naar de onderwerpen, de nieuweMinister et cetera.De voorzitter:Helder. Dan was er nog een opmerking van mevrouw Boelsma-Hoekstra.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Volgens mij had ik nog de toezegging gekregen dat ik schriftelijk te horenkrijg hoe de Nederlandse Maritieme Autoriteit bijdraagt aan hetvestigingsklimaat.Minister Tieman:Q1.De voorzitter:En dat gebeurt in Q1.Het lid Heutink vraagt een tweeminutendebat aan. Er is een ongelofelijkehoeveelheid toezeggingen gedaan. Misschien komt dat doordat dit eenvan de laatste maritieme debatten van de Minister is en er een nieuweKamer is. Met dat heugelijke feit sluit ik deze vergadering. Dank u wel.Sluiting 13.08 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 49746
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
- Verslag van een commissiedebat, gehouden op 29 januari 2026, over MaritiemActuele officiële versie
- application/x-unknown-content-type kst-31409-497.odtDownload ↗
- application/xml kst-31409-497.xmlDownload ↗
- text/html kst-31409-497.htmlDownload ↗
- PDF kst-31409-497.pdfDownload ↗
- Metadata metadata_owms.xmlOpen metadata ↗
- Metadata metadata.xmlOpen metadata ↗
Bijlagen
Geen gekoppelde bijlagen gevonden.
Bij dit hoofddocument
Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.
Gerelateerde bronnen
- Maritiem
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 29 januari 2026, over Maritiem
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie