KamerkringInloggen
Kamerbrief

Onderhandelingen over het WHO pandemie-instrument en over de wijziging van de Internationale Gezondheidsregeling (IHR)

21 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f696b510ff10797c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202425 295InfectieziektenbestrijdingNr. 2184 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 mei 2024Met deze brief wil ik uw Kamer informeren over de laatste stand van zakenmet betrekking tot de onderhandelingen over het pandemie-instrument enover de wijzigingen op de Internationale Gezondheidsregeling (IHR), zoalstoegezegd in mijn brieven van 16 februari 2024 (Kamerstuk 25 295,nr. 2166) en 13 mei 2024 (Kamerstuk 25 295, nr. 2182). Ik zet hieronderuiteen hoe het proces rondom de beide onderhandelingstrajectenverloopt en zal ook ingaan op een aantal belangrijke thema’s waar noggesprekken over gevoerd worden bij de WHO in Genève. Ik wil hierbij ookvan de gelegenheid gebruik maken om nader in te gaan op de beweegre-denen van het kabinet om de motie Keijzer die uw Kamer op 16 april 2024heeft aangenomen, niet uit te voeren.1 Ten slotte geef ik met deze briefgehoor aan het informatieverzoek van uw Kamer van afgelopen vrijdag17 mei 2024, waarbij u vraagt om toezending van de meest recente versievan de onderhandelingstekst voor het WHO pandemie-instrument en omeen toelichting van de veranderingen tussen deze versie en de versie vande onderhandelingstekst die ik bij mijn brief van 16 februari 2024 hadbijgesloten. U vindt de gevraagde informatie in de bijlagen bij deze brief.1. Reactie op de motie Keijzer Zoals uiteengezet in mijn brief van 13 mei 2024, heeft het kabinet beslotengeen gevolg te geven aan voornoemde motie Keijzer. In deze motie roeptuw Kamer de regering op om bij de twee lopende onderhandelingstra-jecten te pleiten voor verlenging van de deadline of om tegen hetonderhandelingsresultaat voor beide instrumenten te stemmen wanneerde overige lidstaten dit verzoek niet honoreren.21Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 2175.2De 77e Wereldgezondheidsvergadering (WHA77) vindt plaats van 27 mei 2024 tot en met01 juni 2024 in Genève. kst-25295-2184ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21841 Zoals in voornoemde brief aangegeven, waren de beweegredenen van hetkabinet drieledig. Als belangrijkste reden heb ik gewezen op het aspectvan procedurele correctheid. Het kabinet hecht eraan de staatsrechtelijkerolverdeling tussen regering en Staten-Generaal te borgen zoalsweerspiegeld in de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.Het onderhandelen over verdragen en het vaststellen van het onderhan-delingsresultaat is een taak van de regering en het goedkeuren van hetverdrag en het goedkeuren van de ratificatie daarvan is een taak voor hetparlement.De regering heeft in het kader van dit verdrag gehandeld in lijn met deGrondwet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragenwaarin staat dat het Koninkrijk niet aan verdragen gebonden wordt endeze worden niet opgezegd zonder voorafgaande goedkeuring van deStaten-Generaal. Dit is in lijn met de wijze waarop de regering in het kadervan dit verdrag handelt. In de jaarvergadering van de WHO (Wereldge-zondheidsvergadering – WHA) wordt het onderhandelingsresultaatvastgesteld. Dat betekent nog niet dat lidstaten hieraan gebonden zijn. Navaststelling zullen er juridische en linguïstische checks plaatsvinden en zalde tekst worden vertaald. Dit zal naar verwachting enkele maanden inbeslag nemen. Hierna zal er een ceremonieel moment volgen waaropondertekening mogelijk is. De regering is verantwoordelijk voor deondertekening. Er zal hiervoor wel eerst nog in de Rijksministerraadakkoord gegeven dienen te worden. Dit is dus hoogstwaarschijnlijk aanhet nieuwe kabinet. Indien de regering overgaat tot het tekenen van hetverdrag zal de regering daaropvolgend het verdrag en een voorstel voorde wijze waarop het verdrag in de Nederlandse wet wordt vertaald terinstemming aan de Tweede en Eerste Kamer voorleggen. Later in dezebrief worden deze procedures voor beide instrumenten nader toegelicht.Ten tweede ga ik graag in op de wijze waarop uw Kamer betrokken is bijde onderhandelingsinzet van Nederland. Uw Kamer is in de afgelopenjaren meerdere malen geïnformeerd over de voortgang van beideonderhandelingsprocessen en heeft ook gebruik gemaakt van demogelijkheid om invloed uit te oefenen op beide onderhandelingsman-daten.3 Zo heeft uw Kamer de regering in de motie Van Houwelingenbijvoorbeeld in 2022 gevraagd, ervoor te zorgen dat er op basis van hetpandemie-instrument door de WHO nooit een vaccinatieverplichting aanons land kan worden opgelegd.4 Deze motie is ter harte genomen enmeegenomen in de onderhandelingen. Een dergelijke verplichting zalgeen plaats krijgen in het verdrag. Als eerder gesteld, het concept-Pandemieverdrag is überhaupt niet gericht op het opleggen van nationalemaatregelen en kent zelfs een artikel (24.3) dat expliciet stelt dat de WHOop basis van het Pandemie-instrument geen enkele bevoegdheid heeft tothet opleggen van nationale maatregelen.In dit kader is van belang te benadrukken dat de onderhandelingen in ditinternationale verband verlopen via vooraf vastgestelde voorschriften enprocedures. De motie Keijzer was gebaseerd op de aanname dat dewijzigingsvoorstellen met betrekking tot de IHR niet op tijd wareningediend volgens de geldende bepalingen conform artikel 55 van de IHR,namelijk vier maanden voor de aankomende WHA. Mede hierdoor was ervolgens de overwegingen in de motie geen tijd geweest voor de Kamerom te reageren op deze processen.3Zie bijlage 3 voor een overzicht van Kamerbrieven, antwoorden op Kamervragen en andereKamerstukken.4Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 21 501-20, nr. 1790.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21842 Zoals ik in mijn brief van 13 mei 2024 aangegeven heb, zijn deze wijzi-gingsvoorstellen al in september 2022 door de lidstaten die partij zijn bijde IHR ingediend, kort daarna openbaar gemaakt en sindsdien in achtonderhandelingsronden besproken. Uw Kamer is op 23 februari 2023 perbrief over de wijzigingsvoorstellen geïnformeerd en in de mogelijkheidgeweest hier richting aan te geven (Kamerstuk 25 295, nr. 2019). Ook isvan belang te vermelden dat deze genoemde vier-maanden termijn, nietvan toepassing is op de onderhandelingen voor het pandemie-instrument.Ten derde heb ik ook tijdens het debat op 10 april 2024 aangegeven dat ikvanuit oogpunt van pandemische preventie, paraatheid en respons,internationale samenwerking op dit vlak van groot belang acht bij hetvoorkomen van toekomstige pandemieën. De versterking van hetinternationale kader om dergelijke ernstige grensoverschrijdendegezondheidsbedreigingen beter te kunnen aanpakken kan daaraan eenbelangrijke bijdrage leveren.Dit altijd vanuit de overtuiging en inzet bij de onderhandelingen dat onsland te allen tijde zelfstandig zal kunnen blijven beslissen of en zo ja welkemaatregelen tijdens een gezondheidscrisis of een pandemie noodzakelijk,passend en wenselijk zijn.Samenvattend, de motie Keijzer vraagt om de besluitvorming over hetonderhandelingsresultaat van beide instrumenten in de jaarvergaderingvan de WHO (World Health Assembly – WHA) uit te stellen. Dit acht hetkabinet niet opportuun en niet haalbaar. Het moment van behandelingvan het onderhandelingsresultaat in mei op de WHA, is al meer dantwee-en-een-half jaar geleden vastgesteld en wordt door geen land terdiscussie gesteld. Het tweede element van de motie betreft het verzoekom als uitstel niet mogelijk is, tegen de voorgestelde amendementen opde IHR en het nieuwe pandemieakkoord in het geheel te stemmen. Dit isinhoudelijk niet logisch, lopende de onderhandelingen. Het kabinet heefttot nu toe, en zal bij de vaststelling van het onderhandelingsresultaat,uitgaan van de onderhandelingsinzet zoals deze eerder met de Kamer isgedeeld, alsmede de aandachtspunten die de Kamer heeft meegegeven.De motie Keijzer geeft verder niet aan op welke punten het onderhande-lingsresultaat mogelijk tekortschiet en andere landen zullen niet begrijpendat Nederland tegen dit resultaat stemt, zonder inhoudelijke onder-bouwing.Het is om deze procedurele en inhoudelijke redenen dat het kabinet demotie niet heeft opgevolgd.2. Voortgang onderhandelingen pandemie-instrument en IHR Met deze stand van zaken brief wil ik uw Kamer graag nader informerenover hoe de twee parallelle onderhandelingsprocessen bij de Wereldge-zondheidsorganisatie (WHO) verlopen en ook inzicht geven over enkelebelangrijke onderwerpen waar nog over onderhandeld wordt.De onderhandelingen over het pandemie-instrument en over de wijzi-gingen van de IHR zijn de afgelopen weken doorgegaan. Het zijntwee grotendeels van elkaar gescheiden trajecten, maar er zijn enkeledwarsverbanden en horizontale thema’s, zoals financiering en toegang totmedische producten, waar beide instrumenten elkaar raken. Eenbelangrijk uitgangspunt is dat beide instrumenten complementair zijn aanelkaar.Zoals aangegeven in mijn brief van 16 februari 2024, coördineert hetMinisterie van VWS de nationale inbreng voor het Koninkrijk ten behoevevan de onderhandelingen. Op grond van artikel 218 van het Verdragbetreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) is de EuropeseTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21843 Commissie door de Raad gemandateerd om namens de EU als onderhan-delaar op te treden in beide onderhandelingstrajecten. Het onderhande-lingsteam van de Europese Commissie verzorgt de inhoudelijke voorbe-reiding van de onderhandelingen en stemt dit voortdurend af met delidstaten tijdens coördinatiebijeenkomsten in Genève. Waar een voorstelindruist tegen de inzet van de EU, wordt een gezamenlijke positie eninbreng bij de onderhandelingen vastgesteld. Op deze wijze wordt er naartoe gewerkt dat de bepalingen in het pandemie-instrument en dewijzigingsvoorstellen op de IHR waar mogelijk in lijn zijn met de Europeseen nationale prioriteiten en belangen.2.1. Stand van zaken pandemie-instrument Het pandemie-instrument is een nieuwe bindende overeenkomstwaarmee de WHO en haar lidstaten de gezamenlijke paraatheid enrespons op een toekomstige pandemie kunnen verbeteren. In deafgelopen weken is door-onderhandeld door de lidstaten van de WHO inde negende onderhandelingsronde van de Intergovernmental NegotiatingBody (INB). Er is in de onderhandelingstekst overeenstemming bereikt opeen toenemend aantal artikelen. Deze week zal er iedere dag door-onder-handeld worden en mogelijk lopen de onderhandelingen voor hetpandemie-instrument nog tot 77e WHA die op 27 mei 2024 begint.2.1.1. Procedure voor de mogelijke totstandkoming van het pandemie-instrument Indien de INB tot afronding van de onderhandelingen komt, dan zal deonderhandelingstekst via een resolutie aan de WHA worden voorgelegd.In principe zal dit gebeuren wanneer er in de INB consensus bestaat overde tekst. Op dat moment zal een stemming in de WHA over vaststellingniet nodig zijn. In uitzonderlijke situaties kan het voorkomen dat de in deINB-vastgestelde consensus over de onderhandelingstekst tijdens deWHA toch doorbroken wordt doordat een lidstaat om een stemmingverzoekt. De WHA kan dan besluiten tot een stemming. Dit is ongebrui-kelijk omdat de lidstaten immers gezamenlijk tot een gedragen onderhan-delingsresultaat zijn gekomen in – in dit geval – de INB. In dat geval isvoor het aannemen van de onderhandelingstekst door de WHA een tweederde meerderheid van stemmen vereist.Indien de WHA – hetzij via consensus of na stemming – haar akkoordgeeft op de onderhandelingstekst, dan is deze inhoudelijk definitiefvastgesteld. Dat betekent nog niet dat lidstaten hieraan gebonden zijn. Navaststelling zullen er juridische en linguïstische checks plaatsvinden en zalde tekst worden vertaald. Dit zal naar verwachting enkele maanden inbeslag nemen. Hierna zal er een ceremonieel moment volgen waaropondertekening mogelijk is. De dan zittende regering is verantwoordelijkvoor de ondertekening. Er zal hiervoor wel eerst nog in de Rijksminis-terraad akkoord gegeven dienen te worden.Ook na ondertekening is het Koninkrijk nog niet gebonden aan hetverdrag, want eerst zal ons land de nationale goedkeuringsproceduremoeten doorlopen voordat ratificatie mogelijk is. Voor het Koninkrijk is ditde uitdrukkelijke parlementaire goedkeuringsprocedure. Hiervoor zal degewone procedure voor de totstandkoming van een wet worden gevolgd.Via een wetsvoorstel zal aan de Staten-Generaal gevraagd worden hetverdrag goed te keuren. Daarbij is het mogelijk in beperkte mate eenvoorbehoud te maken bij specifieke bepalingen in het verdrag, zolangdeze niet tegenstrijdig zijn met het doel en de werking van het verdrag.Pas wanneer de Staten-Generaal het wetsvoorstel en daarmee het verdraggoedkeurt, kan de regering overgaan tot ratificatie. Hiervoor zal deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21844 regering via een akte van aanvaarding de Directeur-Generaal van deVerenigde Naties op de hoogte stellen dat het Koninkrijk instemt metbinding aan het verdrag. Pas hierna is het Koninkrijk gebonden aan hetverdrag.Mocht de INB niet tot afronding van de onderhandelingen komen voorWHA77, dan zal dit gerapporteerd worden aan de WHA, waarna deze eenbesluit kan nemen over een eventueel vervolg, waarbij ook verlenging vande onderhandelingen tot de mogelijkheden behoort.2.1.2. Inhoudelijke ontwikkelingen pandemie-instrument De hoofdthema’s van het pandemieverdrag zijn in eerdere onderhande-lingsrondes bepaald en in de kamerbrief van 16 februari 2024 zijn deze opbasis van de onderhandelingstekst van oktober 2023 artikelsgewijsbenoemd en toegelicht. In bijlage 1 bij deze brief vindt u een overzicht vandeze hoofdthema’s en de wijze waarop deze zich hebben ontwikkeld tot demeest recente integrale versie van de onderhandelingstekst die op 22 april2024 is gepubliceerd (zie bijlage 2). Tevens is een overzicht opgenomenvan documenten die bij de opeenvolgende onderhandelingsrondes zijngepubliceerd.Op basis van de huidige stand van zaken kunnen een aantal conclusiesworden getrokken. Zoals aangegeven in mijn brief van 16 februari 2024 enook tijdens het debat van 10 april 2024, zal het pandemie-instrumentnadrukkelijk géén bepalingen bevatten waarmee de WHO of de Directeur-Generaal van de WHO de bevoegdheid krijgt om de nationale soeverei-niteit van lidstaten te veranderen of te beperken bij het nemen vanmaatregelen ter bescherming van de volksgezondheid en/of het reizigers-of goederenverkeer ten tijde van een pandemie. Dit is ook explicietopgenomen in artikel 24 lid 3 van de onderhandelingstekst die het Bureauvan de INB op 13 maart 2024 heeft gepubliceerd en in de meest recenteversie van 22 april 2024.5 De bepaling wordt unaniem door de lidstatengesteund.Daarnaast zijn in het instrument op dit moment geen financiële verplich-tingen voorzien voor WHO-lidstaten, noch worden lidstaten verplicht omtijdens een pandemie medische producten met de WHO te delen.Een eerste belangrijk thema in de onderhandelingen betreft Preventie enOne Health, hetgeen voor Nederland en de EU ook een van de kernpriori-teiten vormt in het pandemie-instrument. In de laatste versie van deonderhandelingstekst zijn er verschillende prioriteiten op dit vlakbenoemd. Echter, een deel van deze prioriteiten zullen op een later tijdstipuitgewerkt worden in een onderliggend protocol of ander instrumentonder het verdrag. Dit geldt bijvoorbeeld voor toekomstige maatregelenop het vlak van preventie van zoönose, maar ook op het vlak vanbiologische veiligheid in laboratoria en maatregelen ter bestrijding vanantimicrobiële resistentie. Tijdens de onderhandelingen in de afgelopenmaanden, hebben de lidstaten ervoor gekozen om het verdrag meer ophoofdlijnen uit te werken, en specifieke operationele elementen later uit tewerken in protocollen of andere instrumenten of via richtsnoeren vanuitde Conference of the Parties (CoP).Een tweede belangrijk thema waarover de onderhandelingen overvoortduren betreft het beoogde «Pathogen Access and Benefit Sharing»(PABS) systeem waarbij WHO-lidstaten zo snel mogelijk ziekteverwekkersen relevante informatie te delen om nieuwe bedreigingen het hoofd te5Revised draft of the negotiating text of the WHO Pandemic Agreement.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21845 kunnen bieden. Landen in met name het Globale Zuiden die dergelijkematerialen en informatie delen, zien bij wijze van tegenprestatie graag eenmeer gelijkwaardige compensatie tegemoet van bedrijven die gebruikmaken van deze materialen en informatie en die medische productenmaken. Belangrijk onderdeel van dit mechanisme is dat bedrijven diehieraan deel gaan nemen en zo toegang krijgen tot genetische materialenen data, zich er ook vrijwillig aan verbinden dat zij – naast een jaarlijksecontributie – tijdens een pandemische noodsituatie een (beperkt)percentage van de productie van een vaccin, test of geneesmiddeldoneren en/of tegen kostprijs leveren aan de WHO. Hiermee kan de WHOdeze producten inzetten op die plekken in de wereld waar de medischenood het hoogst is en waarmee wordt bijgedragen aan het beheersenen/of verdere verspreiding van een virus. De hoogte van deze bijdragenzijn nog onderwerp van discussie. Ook dit specifieke onderdeel van hetpandemie-instrument zal op een later tijdstip nader worden uitgewerkt ineen protocol of ander instrument.Een derde thema waar nog gesprekken over gevoerd worden betreft definanciering van capaciteitsopbouw in landen die daartoe beperktemiddelen hebben. Hiertoe wordt ingezet op een betere afstemming metbestaande financieringsmechanismen en fondsen, zoals het PandemicFund onder de Wereldbank. Sommige WHO-lidstaten pleiten voor eennieuw op te zetten fonds onder het pandemie-instrument, maar ditvoorstel zal het zeer waarschijnlijk niet gaat halen. Zoals hierbovenaangegeven zijn er geen verplichte bijdragen van partijen voorzien voorde implementatie van het pandemie-instrument en Nederland zal meteventuele last-minute eisen hiertoe ook niet akkoord gaan. Het is echterwel duidelijk dat er meer (vrijwillige) middelen en financiële bijdragennodig zullen zijn om de mondiale pandemische paraatheid op termijn opeen hoger niveau te tillen.2.2. Stand van zaken wijziging Internationale Gezondheidsregeling De Internationale Gezondheidsregeling (IHR) uit 2005 is een al langbestaand internationaal bindend instrument op basis waarvanWHO-lidstaten in de afgelopen decennia hun nationale capaciteitenrondom surveillance en monitoring, detectie en notificatie, inperken enbestrijden van internationale gezondheidscrisis hebben ontwikkeld.6Tijdens de achtste onderhandelingsronde over de wijzigingsvoorstellen opde IHR die binnen de Working Group on the Amendments to the IHR(WGIHR) hebben plaatsgevonden, is er ook hier flinke vooruitganggeboekt op een flink aantal wijzigingsvoorstellen. Afronding van deonderhandelingen was echter ook hier nog niet mogelijk. Het Bureau vande WGIHR is optimistisch dat voor de WHA77 overeenstemming zalworden bereikt over de amendementen.2.2.1. Procedure voor het aannemen van de wijzigingen van de IHR Indien de WGIHR tot afronding van de onderhandelingen komt, zal hetonderhandelingsresultaat met daarin de voorgestelde wijzigingen van deIHR via een resolutie of voorgenomen besluit aan de WHA wordenvoorgelegd. In principe zal dit gebeuren wanneer er consensus binnen deWGIHR bestaat over de wijzigingen. In dat geval zal een stemming in deWHA over vaststelling niet nodig zijn. Het is in uitzonderlijke gevallenmogelijk dat tijdens de WHA blijkt dat er geen consensus bestaat en dateen lidstaat om stemming verzoekt. In dat geval kan er een stemminggehouden worden. Dit is ongebruikelijk omdat de lidstaten immersgezamenlijk tot een gedragen onderhandelingsresultaat zijn gekomen in –6De eerste voorloper van de IHR was de International Sanitary Regulations (ISR) uit 1951.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21846 in dit geval – de WGIHR. Er is in dat geval een absolute meerderheidvereist voor het aannemen van de wijzigingen van de IHR.Nadat de wijzigingen zijn aangenomen door de WHA, zal de Directeur-Generaal van de WHO een notificatie sturen aan de lidstaten. Daarmeestart een periode van 18 maanden waarbinnen de partijen bij de IHR opnationaal niveau de wijzigingen dienen goed te keuren.7 In mijn kamer-brief van 16 februari 2024 heb ik toegezegd dat voor deze wijzigingsrondevan de IHR de uitdrukkelijke goedkeuringsprocedure gevolgd zal worden,in plaats van de voor dit type uitvoeringsverdrag gangbare voorhangpro-cedure. Dat betekent dat ook de wijzigingen van de IHR via eenwetsvoorstel en de daarbij behorende procedure ter goedkeuring wordenvoorgelegd aan de Staten-Generaal. Het is pas mogelijk om de wijzi-gingen te aanvaarden op het moment dat dit wetsvoorstel, en daarmee dewijzigingen van de IHR, goedgekeurd worden door de Staten-Generaal.Het aanvaarden van de wijzigingsvoorstellen is naar alle waarschijn-lijkheid aan het nieuwe kabinet.De wijzigingen van de IHR treden in werking voor alle partijen bij de IHRdie binnen de gestelde periode van 18 maanden de wijzigingen nietformeel verworpen hebben. Omdat de uitdrukkelijke goedkeuringspro-cedure langer kan duren dan 18 maanden zal het Koninkrijk, net als bij dewijziging van de IHR in 2022, de wijzigingen verwerpen hangende denationale goedkeuringsprocedure.Indien de Staten-Generaal de wijzigingen goedkeurt, zal de regering aande Directeur-Generaal van de WHO kenbaar maken dat de eerdereverwerping wordt ingetrokken waarmee het Koninkrijk de wijzigingenalsnog aanvaardt. Pas daarna zullen deze in werking treden en is hetKoninkrijk gehouden aan de wijzigingen.Mocht de WGIHR niet tot afronding van de onderhandelingen komen voorWHA77, dan zal dit gerapporteerd worden aan de WHA, waarna deze eenbesluit kan nemen over een eventueel vervolg, waarbij ook verlenging vande onderhandelingen tot de mogelijkheden behoort.2.2.2. Inhoudelijke ontwikkelingen Internationale Gezondheidsregeling(IHR) Inhoudelijk zijn er verschillende belangrijke punten waar momenteel nogover wordt gesproken betreft de afronding van de definitie van de«pandemic emergency» (zie ook hieronder) maar ook over het versterkenvan de ondersteunende en coördinerende rol van de WHO bij debeschikbaarheid van en toegang tot medische producten bij een interna-tionale gezondheidscrisis. Net als bij de vergelijkbare bepalingen hieroverin de onderhandelingstekst over het pandemie-instrument, blijvenlidstaten hierbij zelf verantwoordelijk en autonoom voor het borgen vande beschikbaarheid, toegankelijkheid, inkoop en distributie van medischeproducten die zij nodig hebben in geval van een internationale gezond-heidscrisis of pandemie. Rondom het thema financiering wordt net als bijhet pandemie-instrument vooralsnog ingezet op het beter stroomlijnen enop elkaar laten aansluiten van bestaande internationale financieringsme-chanismen en fondsen voor pandemische paraatheid en respons. Er zijngeen nieuwe verplichte financiële bijdragen voorzien. Ten slotte wordt ernog gesproken over installatie van een comité van lidstaten dat de7De implementatieperiode van 18 maanden is in 2022 door de WHA aangepast door hetaannemen van een amendement op art. 59 van de IHR. Daarmee is deze periode ingekort van18 naar 9 maanden. Voor Nederland geldt deze bepaling (nog) niet, aangezien de parlementairegoedkeuringsprocedure nog niet is afgerond. Het amendement is (voorlopig) verworpen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21847 implementatie van de IHR zal gaan volgen en dat advies kan uitbrengeneventuele ondersteuning kan bieden aan lidstaten om de implementatievan de nationale capaciteiten te verbeteren.Ik wil van deze gelegenheid gebruik maken om terug te komen op enkelevragen die tijdens het debat van 10 april over het pandemieverdrag en deIHR zijn gesteld. In de wijzigingsvoorstellen op de IHR die in september2022 door lidstaten van de WHO zijn ingediend, is voorgesteld om in dedefinities van art. 1 voor de begrippen «standing recommendations» en«temporary recommendations» de woorden «non-binding» te latenvervallen. Uw Kamer vroeg naar mijn mening over deze voorstellen. HetReview Committee on the amendments to the International HealthRegulations (IHR-RC) constateerde eerder dat het schrappen van dezewoorden op zichzelf niets verandert aan het karakter van «aanbeve-lingen», maar adviseerde tegen het schrappen daarvan om verwarringover de status van aanbevelingen ten opzichte van de bestaande tekst uit2005 te voorkomen. Mijn inzet en die van de Europese Unie is dan ook omde huidige bewoording te behouden, ook al zou de wijziging in de praktijkniets veranderen.Tijdens het debat op 10 april kwam ook de vraag aan de orde wat debeleidsvrijheid is van WHO-lidstaten tijdens een toekomstige pandemiec.q. een internationale gezondheidscrisis (Public Health Emergency ofInternational Concern (PHEIC)). Volgens artikel 12 van de IHR kan deDirecteur-Generaal van de WHO, op basis van beschikbare informatievanuit de betreffende lidstaten, het IHR-afwegingskader, advies van deonafhankelijke Emergency Committee, risicoschattingen, wetenschappe-lijke inzichten en andere beschikbare informatie, besluiten tot hetuitroepen van een PHEIC.Bij de onderhandelingen wordt momenteel nog gesproken over hetopnemen van een definitie voor een pandemische noodsituatie(«pandemic emergency») in de IHR en de voorwaarden daarbij. Aan dedefinitie wordt nog gewerkt, maar het zal hierbij naar alle waarschijn-lijkheid gaan om een situatie waarbij er sprake is van een PHEIC metaanvullende criteria, zoals waarbij een infectieziekte de potentie heeft zichbreed te verspreiden over meerdere regio’s en landen, en kan leiden totoverbelasting van nationale zorgsystemen en tot aanzienlijke sociale eneconomische ontwrichting van de maatschappij en tot ontwrichting vanhet internationale reiziger- en goederenverkeer. Het vaststellen van eenpandemische noodsituatie is ook van belang om enkele maatregelen inhet pandemieverdrag te kunnen activeren, zoals de het opschalen van deproductie en distributie van medische producten zoals beschermingsma-terialen of vaccins.Met het uitroepen van een PHEIC kan de Directeur-Generaal van de WHOop grond van artikelen 15 en 18 van de IHR de hierboven genoemdeniet-bindende aanbevelingen doen aan lidstaten over maatregelen terbestrijding van een infectieziekte en/of over restricties voor het interna-tionale reizigers- en goederenvervoer. Deze aanbevelingen kunnen duszwaarwegend zijn, maar niet dwingend. Landen blijven zelf verantwoor-delijk voor het wegen van de aanbevelingen en het nemen van beslis-singen voor hun burgers, maatschappij en economie. Het is belangrijk tebenadrukken dat de Directeur-Generaal van de WHO ook bij het uitroepenvan een pandemische noodsituatie, geen extra bevoegdheden krijgt tothet nemen van maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid invergelijking met een PHEIC.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21848 3. Motie Jansen inzake bioveiligheid in laboratoria Ten slotte wil ik van de gelegenheid gebruik maken om uw Kamer teinformeren over de stappen die zijn ondernomen in opvolging van demotie Daniëlle Jansen die ook op 16 april 2024 door uw Kamer isaangenomen.8 Met deze motie verzocht uw Kamer de regering om bij deWHO ervoor te pleiten dat voor de preventie van nieuwe pandemieën erevenveel aandacht wordt geschonken aan de «One Health»-aanpak alsaan het verkleinen van risico’s van onderzoek naar ziekteverwekkers metpandemisch potentieel (bioveiligheid) en verzocht de regering tevens deWHO aan te sporen om een vervolg te geven aan de fact-finding missionin Wuhan om alsnog de oorsprong van het coronavirus op te helderen.Zoals hierboven uiteengezet zijn de onderhandelingen over het pandemie-instrument nog gaande. In de laatste iteraties van de onderhandelings-tekst staat aangegeven dat «laboratory risk-management» onderdeelvormt van prioriteiten die bij de verdere uitwerking van het pandemie-instrument mee worden genomen als onderdeel van pandemischepreventie. Ook zal aandacht worden besteed aan de concepten«biosafety» en «biosecurity», onder meer bij de nadere uitwerking van hettoekomstige mechanisme rondom «Pathogen Access and BenefitSharing» (PABS) waarbij het snel delen van informatie over nieuweziekmakers (genetisch materiaal en genetische sequentie informatie)tussen lidstaten de norm moet worden. Daarnaast vormt het themapreventie en One Health zoals hierboven aangegeven een van dekernprioriteiten van Nederland en de EU bij deze onderhandelingen.Ten slotte zal ik tijdens mijn bezoek aan de Wereldgezondheidsverga-dering bij de WHO in Genève ook een overleg georganiseerd worden metbetrokken senior leidinggevenden van de WHO waarbij ik het lopende entoekomstige onderzoek naar de oorsprong van het coronavirus ter sprakezal brengen.De Minister voor Medische Zorg,P.A. Dijkstra8Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 2177.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21849

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7434e2319f83d19d

14 okt 2026 · 748d51244c02f667

13 okt 2026 · aa20b60dda469ee1

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.