KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang aanpak netcongestie FGU-regio

21 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7e475131839683a3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 645 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKENEN KLIMAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 april 2026Op 12 maart jl. heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd1 over degezamenlijke aanpak met TenneT en de regionale netbeheerders enoverheden om een volledige aansluitstop in de Flevopolder, Gelderlanden Utrecht (de «FGU-regio») te voorkomen. Aanleiding daarvoor was hetsignaal van TenneT medio februari dat zonder aanvullende maatregelen indeze regio geen nieuwe of zwaardere kleinverbruikaansluitingen meermogelijk zouden zijn vanaf aankomende zomer. De afgelopen wekenhebben de betrokken partijen gewerkt aan krachtige interventies omervoor te zorgen dat het aansluiten van woningen en bedrijven metmaatschappelijke prioriteit zoveel mogelijk door kan gaan, terwijl deveiligheid van het elektriciteitsnet geborgd blijft. Hierbij is geen enkelemaatregel op voorhand uitgesloten en zijn ook ingrijpende maatregelenonderzocht en voorbereid. In deze brief worden de resultaten van deaanpak tot op heden en de voorlopige consequenties voor de betrokkenregio’s toegelicht.De situatie op het elektriciteitsnet in de FGU-regio is zodanig krap datscherpe keuzes onvermijdelijk zijn. Het elektriciteitsnet moet veilig, stabielen betrouwbaar functioneren, zodat bestaande huishoudens, bedrijven eninstellingen zoals scholen en ziekenhuizen verzekerd blijven van elektri-citeit. De voornaamste structurele oplossing voor netcongestie is hetuitbreiden van het elektriciteitsnet, met in deze regio in het bijzonder decruciale netuitbreidingen in Utrecht. Dit heeft daarom binnen de landelijkeaanpak van netcongestie de hoogste prioriteit. Dit geldt zeker voor deFGU-regio, omdat er daar met potentiële overbelastingen een risico is opnetuitval.De voornaamste uitkomst is dat met de gezamenlijke inzet een algehele,langdurige aansluitstop is afgewend. De oplossingen die zijn gevonden,hebben het vooruitzicht voor de FGU regio sterk verbeterd. Dat wil echter1Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 638 kst-29023-645ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6451 niet zeggen dat er voor iedereen ruimte op het net is. Dit is een zwareboodschap voor alle inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingendie daardoor geraakt worden. De komende jaren blijft het dus in de heleFGU-regio noodzakelijk om alles op alles te zetten om scherp aan de windte varen en continu te monitoren waar en voor wie netcapaciteitbeschikbaar komt. Concreet zullen netbeheerders twee keer per jaar, opbasis van de meest actuele inzichten, capaciteit vrijgeven.De FGU-regio wordt voortaan opgedeeld in vijf afzonderlijke congestiege-bieden:•In alle gebieden is er ruimte gecreëerd voor geplande en bij denetbeheerder aangemelde woningbouwprojecten («onderhandenwerk»). Dat betekent dat reeds lopende woningbouwprojecten dievoldoende concreet zijn en binnen afzienbare tijd starten met de bouw,zekerheid krijgen over transportcapaciteit. Deze projecten krijgen nogtransportcapaciteit toegekend voor 1 juli 2026 en worden nietbelemmerd bij een eventuele beperkingen in aansluitingen.•In Gelderland, Flevoland en delen van de provincie Utrecht (vier van devijf congestiegebieden) is daarnaast ruimte vrijgemaakt om een deelvan de aanvragen met maatschappelijke prioriteit, conform hetACM-kader, aan te sluiten. Dit betreft bijvoorbeeld politiebureaus,scholen en, bij voldoende capaciteit, ook nieuwe toekomstigewoningbouw en zwaardere aansluitingen voor consumenten.•Voor een groot deel van de provincie Utrecht (één congestiegebied) ishet voorspelde tekort aan transportcapaciteit nog té groot omonveranderd door te gaan met het honoreren van nieuwe aansluitin-gen; een tijdelijke pas op de plaats is daar helaas onvermijdelijk.Hierdoor zullen alle aanvragers van nieuwe of zwaardere aansluitingendaar vanaf aankomende zomer – in ieder geval tijdelijk – moetenwachten. Dit geldt voor zowel kleine verbruikers (waaronder huishou-dens en maatschappelijke instellingen) als grootverbruikers, die allanger op de wachtrij staan. De precieze technische vormgevinghiervan zal de komende weken plaatsvinden. Wel is al duidelijk dat indit gebied in ieder geval de eerder benoemde «onderhanden»woningbouwprojecten wél doorgang kunnen vinden; dit betreft circa35.000 woningen in de provincie Utrecht.•In geen van de gebieden is op dit moment voldoende netcapaciteitvoor aansluitingen zonder maatschappelijke prioriteit.Onderdeel van deze uitkomst is ook dat betrokken partijen de situatiegezamenlijk nauwlettend blijven monitoren, zodat wordt geborgd dat demaatregelen succesvol worden uitgevoerd en, waar nog werk te doen is,zo snel mogelijk ruimte voor nieuwe aansluitingen wordt vrijgemaakt.Daar blijven alle partijen, inclusief het Rijk, zich nadrukkelijk voor inzetten.Een eerste weging vindt plaats in oktober; dan zal er weer wordenbekeken of, en zo ja hoeveel, ruimte er per 1 januari 2027 kan wordenvrijgegeven.De FGU-aanpak is opgezet vanwege de urgentie en het belang vannetveiligheid in de regio. De aanpak staat niet op zichzelf, maar deinspanningen maken onderdeel uit van de bredere landelijke aanpak vannetcongestie; de lessen en aanpak uit deze regio zijn ook belangrijk voorde rest van Nederland. Het blijft aannemelijk dat de komende jaren metregelmaat afwegingen nodig zijn over het gebruik van het elektriciteitsnet.Bij schaarste zijn moeilijke keuzes onvermijdelijk en moeten maatschappe-lijke belangen tegen elkaar worden afgewogen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6452 Maatregelen en afspraken FGU-aanpakContracteren van flexibiliteit bij grote verbruikersGrote bedrijven en zogenoemde «congestieverzachters», zoals groot-schalige batterijsystemen, leveren een belangrijke bijdrage aan hettegengaan van netcongestie. Netbeheerders sluiten in toenemende matecontracten met dit soort partijen om het elektriciteitsnet op piekmomentente ontlasten. Binnen de geïntensiveerde samenwerking in de FGU-aanpakpakken provincies en gemeenten actief hun rol door netbeheerders teondersteunen bij het benaderen van geschikte partijen en bij crucialeprocesstappen zoals ruimtelijke inpassing en vergunningverlening.Daarnaast committeren netbeheerders zich om, conform de afspraken inhet aansluitoffensief2, deze flexibiliteit bij bedrijven voortvarend in tekopen. Dit commitment is door betrokken partijen vastgesteld, inclusief derandvoorwaarde van kosteneffectiviteit en een zorgvuldige kosten-batenafweging bij verwerking van de te maken kosten in tarieven, zoalsgebruikelijk.Modelberekeningen, aannames en risico’sGezien de verstrekkende gevolgen van een mogelijke aansluitstop heeftEZK een gespecialiseerd bureau opdracht gegeven om de rekenmodellenvan TenneT voor de FGU-regio te valideren. De hoofdconclusie van dezeonafhankelijke toets is dat de modellen van TenneT geen inconsistentiesbevatten en methodologisch degelijk zijn opgebouwd. Dit vergroot hetvertrouwen in de robuustheid van de modellen die ten grondslag liggenaan de netcongestie aanpak en versterkt de basis voor besluitvorming,maar onderstreept tegelijkertijd de noodzaak om aanvullende effectievemaatregelen te nemen.Tegelijk is des te duidelijker geworden dat, zoals bij elk model, deaannames die in de «rekenmachine» gaan grote invloed hebben op deuitkomsten, ondanks dat de rekenmethodiek zelf robuust is. Zulkeaannames betreffen bijvoorbeeld de groei van de belastingvraag, deimpact van verwachte beleids- en marktontwikkelingen en de verwachteinzet van grootschalige batterijsystemen. De betrokken partijen hebbenafspraken gemaakt over de aannames die de netbeheerders hanteren.Uitgangspunt daarbij is een realistische inschatting van prognoses enbijbehorende risico’s, zonder onnodig conservatief te rekenen. Voor deFGU-regio leidt dat tot een drietal aanpassingen in de aannames diegezamenlijk resulteren in een aangescherpt beeld van de toekomstigenetbelasting.Ten eerste wordt het effect van toekomstige prijsprikkels voortaanmeegenomen. Het gaat daarbij onder meer om de tijdsafhankelijkenettarieven die momenteel in voorbereiding zijn en de verwachtetoename van het aantal dynamische leveringscontracten. EZK heeftexterne expertise gevraagd om de impact van deze ontwikkelingen op depiekvraag in beeld te brengen, zodat netbeheerders hun prognoses hieropde komende periode kunnen bijstellen. Ten tweede zijn de aannames overde groei van het verbruik door bestaande bedrijven, instellingen enhuishoudens bijgesteld. Uit recente analyses blijkt dat een deel van degeplande projecten bij bedrijven vertraging oploopt of niet wordtgerealiseerd, waardoor de benodigde transportcapaciteit lager uitvalt daneerder werd aangenomen. Ten derde hanteren netbeheerders voortaaneen aangepast weerscenario; er wordt uitgegaan van een gemiddeldeetmaaltemperatuur van –4 graden op de koudste dag, met een kans van2Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 626Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6453 circa 22 procent per jaar dat de gemiddelde etmaaltemperatuur lagerwordt (bron: KNMI). Het effect hiervan betreft een inschatting, waarvanuiteindelijk gevolgd zal worden hoe realistisch deze is.Naast deze aanpassingen voor een aangescherpte en risicogebaseerdeinschatting van prognoses, is het ook mogelijk om scherper aan de windte varen bij het accepteren van risico op storingen en stroomuitval.Ditvraagt om een expliciete maatschappelijke afweging tussen betrouw-baarheid en beschikbaarheid; wanneer is het aanvaardbaar om een lagerebetrouwbaarheid van het net te accepteren, om zo meer aansluitingenvoor maatschappelijke doelen mogelijk te maken. Deze afweging moetplaatsvinden binnen technisch verantwoorde grenzen, omdat ongecontro-leerde storingen tot onveilige situaties en langdurige uitval door herstel-werkzaamheden leiden en daarom te allen tijde moeten wordenvoorkomen. Maar wanneer tijdelijke, gecontroleerde en vooraf aangekon-digde afschakeling van groot- en/of kleinverbruikers kan bijdragen aanaanzienlijk meer ruimte op het net voor maatschappelijke doelen,waaronder nieuwe woningbouw, acht het kabinet het wenselijk om teonderzoeken hoe en in welke situaties dit veilig kan worden geaccepteerd.Uitgangspunt hierbij is dat dit uitzonderlijke situaties betreft die zichslechts incidenteel voordoen; het elektriciteitsnet is namelijk niet continute zwaar belast, maar vooral op enkele koude en windstille piekdagen.Hieronder volgt een beschrijving van maatregelen die worden uitgewerktom risico’s te mitigeren.Als eerste worden afsprakenkaders uitgewerkt voor het vrijwillig, gerichtafschakelen van niet-kritieke grote afnemers in noodsituaties. Dit betreftnaast grote bedrijven ook utiliteitsgebouwen, zoals grote kantoorpandenen sporthallen met zwembaden. Tijdelijke afschakeling op deze piekmo-menten kan het elektriciteitsnet ontlasten en helpt te voorkomen dat ookwoonwijken zonder stroom komen te zitten.Het kabinet verkent met sectoren met flexibiliteitspotentieel, zoalsdatacenters en grootschalige koelhuizen, de mogelijkheden om hunelektriciteitsverbruik in pieksituaties te beperken. Deze afspraken wordenin nauw overleg met brancheverenigingen en het bedrijfslevenvoorbereid, zodat belangen en randvoorwaarden zorgvuldig wordengeborgd. Daarnaast wordt bezien hoe nieuw te ontwikkelen grootschaligedefensieterreinen zo kunnen worden ingericht dat zij het net niet extrabelasten («netneutraal») of zelfs juist bijdragen aan het verminderen vancongestie («congestieverzachtend»). Het kabinet gaat het gesprek aan metpartijen in de mobiliteitssector om te bezien in hoeverre noodbeperkingvan hun verbruik, bijvoorbeeld via een afgeschaalde dienstregeling inuitzonderlijke situaties met acute dreiging op overbelasting van hetstroomnet, kan bijdragen aan het verminderen van netcongestie. Dit isaanvullend op de gesprekken die al lopen met de sector over innovatieveoplossingen voor netcongestie in het kader van het Bestuurlijk AkkoordNetcongestie en OV (BANOV). Ook wordt voorbereid op het effectieftijdelijk afschakelen van overheidskantoren, zodat de overheid zelfbijdraagt aan het ontlasten van het stroomnet op piekmomenten.Regionale netbeheerders schalen de inzet van noodaggregaten op,waarmee via tijdelijke lokale opwek het elektriciteitsnet kan wordenontlast.Ten slotte verkent EZK samen met netbeheerders de inzet van communi-catie richting burgers bij acute situaties waarin storingen dreigen. Dezeinzet is aanvullend op de flexibiliteitsdiensten voor kleinverbruikers die inontwikkeling zijn en is uitsluitend bedoeld voor uitzonderlijke situaties.Het kabinet kijkt daarbij naar voorbeelden uit het buitenland, zoalsFrankrijk en Finland, waar dergelijke instrumenten al in de praktijk wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6454 toegepast. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het inzetten en testenvan spoedberichten of congestie-alerteringen, bijvoorbeeld via energiele-veranciers, om burgers tijdig te informeren over dreigende stroomsto-ringen en hoe zij kunnen bijdragen om deze te voorkomen. Dit gebeurt inafstemming met publieke en private partners, zoals medeoverheden enveiligheidsregio’s, zodat vitale voorzieningen, waaronder ziekenhuizen,verzorgingstehuizen en meldkamers, tijdig zijn voorbereid en toegerust.Nog verdergaande acceptatie van risico’s kan ertoe leiden dat tijdelijke,preventieve afschakeling van hele netdelen nodig wordt om de netvei-ligheid te waarborgen. Dit betekent dat gebieden tijdelijk zonder stroomkunnen komen te zitten, met potentieel grote impact.Opsplitsen van de FGU-regio in vijf congestiegebiedenDe FGU-regio is een vermaasd net, wat betekent dat het elektriciteitsnet inhet gebied onderling verbonden is. Tot op heden werd de regio daaromals één congestiegebied beschouwd. Inmiddels blijkt echter dat er binnende regio aanzienlijke verschillen bestaan in het effect van flexibiliteit op deknelpunten in het net; hetzelfde geldt voor de impact van nieuweaansluitingen.Om flexibiliteit effectiever te kunnen inzetten, is onderzocht of deFGU-regio op basis van technische kenmerken kan worden onderverdeeldin meerdere congestiegebieden. Naar aanleiding van deze analyse wordttoegewerkt naar een opsplitsing in de FGU-regio in vijf congestiegebiedenper 1 juli 2026; een indicatieve weergave hiervan treft u aan in de bijlage.Dit is geen eenvoudige afweging geweest, met uiteenlopende opvat-tingen. Uiteindelijk is door TenneT, gesteund door het Rijk, deze richtingmet waarborgen vastgelegd.Deze indeling is gebaseerd op de technische kenmerken van het net en delocatie van knelpunten binnen de regio. Door over te gaan op kleineregebieden kan flexibiliteit naar verwachting effectiever ingezet worden, watruimte creëert voor nieuwe aansluitingen. Door binnen een gebied nieuweaansluitingen te koppelen aan gevonden flexibiliteit wordt voorkomen datnieuwe aansluitingen in het ene gebied negatieve effecten hebben op decongestie in een ander gebied.Versnelling van cruciale netuitbreidingenDe structurele oplossing voor de netcongestieproblematiek in deFGU-regio is het bijbouwen van nieuwe infrastructuur. Onder andere hetnieuwe hoogspanningsstation Utrecht-Noord (op de locatie «Haarrijn») ende uitbreiding van het station Breukelen-Kortrijk inclusief de bijbehorendeverbindingen voor deze stations zijn daarin van groot belang en de meestcruciale netuitbreiding binnen de FGU-regio en essentieel voor hetvergroten van de netcapaciteit voor het hele gebied. Om de benodigdeinfrastructuur sneller in gebruik te nemen, hebben TenneT, Stedin en debetrokken overheden ruim tien versnellingsmaatregelen uitgewerkt.Daarmee is de realisatie van dit station in Utrecht en de bijbehorendeverbindingen met twee jaar te versnellen, van 2033 naar 2031. Dekomende periode zal daarop steeds gemonitord worden, om voortgang tebewaken en eventuele uitlooprisico’s te mitigeren.De versnelling wordt onder meer gerealiseerd door extra menskracht vanzowel TenneT als de overheid in te zetten en door processen bij TenneT ende provincie parallel uit te voeren, in te korten en waar mogelijk op tesplitsen. Dit leidt tot een verkort ontwerptraject en een versneldebesluitvormingsprocedure. Tegelijk kan het inzetten van extra capaciteitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6455 op dit project menskracht gevolgen hebben voor projecten elders inNederland. De komende jaren zullen we meer adaptief en flexibel ommoeten gaan met de inzet van mensen en middelen, zodat crucialeenergie-infrastructuur zo doelgericht mogelijk wordt gerealiseerd. In dezeprocessen worden de belangen van betrokken partijen, waarondergemeenten en omwonenden, zorgvuldig meegewogen, inclusief de inzetvan ondersteunende instrumenten (zoals het «Gebiedsfonds») zoals ookbenadrukt door de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningen de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei in recente gesprekkenmet omwonenden en regionale overheden. Daarnaast worden er voorstation Utrecht-Noord gerichte maatregelen genomen om het risico opvertraging door onteigening te beperken. Zo heeft Rijkswaterstaatgronden ter beschikking gesteld, waardoor er minder particuliere grondennodig zijn.Bovenstaande versnellingsmaatregelen zijn aanvullend op het wetge-vingsprogramma «Stroomlijnen Energieprojecten», waarmee het kabinetinvulling geeft aan de crisiswet netcongestie zoals aangekondigd in hetcoalitieakkoord. Dit programma richt zich op de eerste fase van energie-projecten; omdat de projecten in Utrecht deze fase al hebben doorlopen,biedt het programma hier slechts beperkt soelaas. Wel worden aanvul-lende juridische versnellingsopties voorbereid, waaronder het splitsenvan de vergunning voor station en kabels en een uniforme taxatieme-thodiek voor grondaankoop.Naast stations Utrecht-Noord en Breukelen-Kortrijk zijn ook anderenetuitbreidingen in Flevoland, Gelderland en Utrecht van belang omnetcongestie te verminderen. Lessen uit Utrecht-Noord worden daarbijtoegepast om vertragingen van andere cruciale projecten te voorkomen,al geldt steeds dat onverwachte ontwikkelingen de planningen kunnenwijzigen. Deze projecten doorlopen een vergelijkbare aanpak omversnellingsmaatregelen te identificeren en te implementeren. De meestkritieke projecten worden opgenomen in de Projectenaanpak netcon-gestie, waarbij EZK, TenneT en de regionale overheden als bevoegd gezagondersteunt bij het versnellen van inpassing en het beperken vanuitlooprisico’s.Netbewust en netneutraal bouwenWoningbouw is een van de hoogste prioriteiten van dit kabinet. Netcon-gestie vormt daarbij een steeds groter knelpunt. Het vertragen of niet totuitvoering komen van woningbouwprojecten door netcongestie kanzonder aanvullende maatregelen tienduizenden woningzoekenden in hetFGU-gebied raken.Om er alles aan te doen dat er zoveel mogelijk woningbouw kan wordengerealiseerd werkt het kabinet aan (landelijke) eisen voor netbewustenieuwbouw, zodat die landelijk en provinciaal kunnen worden toegepast.Deze eisen zullen toezien op het verminderen van de elektriciteitsvraagtijdens piekuren, bijvoorbeeld door toepassing van slimme installaties inde woning. Bovendien worden er met betrokken partijen conceptenontwikkeld die het mogelijk maken om woningbouwprojecten toch aan tesluiten op het net, ondanks netcongestie. Dat betreft aansluitingen diecongestieneutraal of non-firm zijn of die met flexibele opwek kunnenworden aangesloten. Dit zijn concepten waarbij elektriciteitsgebruik zowordt geregeld dat er tijdens de piekuren niet of nauwelijks gebruik vanhet net wordt gemaakt. Denk hierbij aan maatregelen voor slimmeaansturing en lokale opwek en opslag van energie. Dit zijn oplossingendie woningbouw bij zeer schaarse capaciteit toch mogelijk maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6456 Flexibiliteit bij kleinverbruikersFlexibel elektriciteitsverbruik door kleinverbruikers – huishoudens, kleinebedrijven en maatschappelijke instellingen – biedt serieuze potentie omhet elektriciteitssysteem in de FGU-regio op piekmomenten te ontlasten.Dat kan door het verbruik van elektrische apparaten te verplaatsen naarmomenten buiten de piek; waarbij vooral «net-intensieve» (zware)apparaten als laadpalen, thuisbatterijen en warmtepompen veel impactmaken. Dit flexibiliteitspotentieel bij kleinverbruikers wordt nu nog maarbeperkt benut, terwijl het juist in stedelijke gebieden van groot belang isomdat daar het aandeel kleinverbruikers relatief groot is.Om dit potentieel op korte termijn te benutten, zetten netbeheerders eengerichte marktvraag uit voor flexibiliteit. Via Congestion Service Providers(CSP’s), waaronder energieleveranciers, worden huishoudens benaderdom tegen vergoeding hun verbruik van bijvoorbeeld warmtepompen,thuisbatterijen en laadpalen tijdelijk te verschuiven naar rustigemomenten. Zo worden huishoudens financieel beloond om drukkemomenten op het stroomnet te vermijden. De marktuitvraag is eropgericht om al komende winter flexibiliteit bij kleinverbruikers te kunneninzetten. Netbeheerders Liander en Stedin hebben hiervoor op 10 aprileen Letter of Intent ondertekend met energieleveranciers, waarin zij zichgezamenlijk committeren aan het ontsluiten van een aanzienlijk flexibelvermogen bij kleinverbruikers, waarbij consumenten financieel profiterenvan deelname aan het tegengaan van netcongestie. Het kabinet onder-steunt deze ontwikkeling, in lijn met motie-Klos3, en werkt samen met deACM om belemmeringen in wet- en regelgeving voor brede toepassingweg te nemen.Slimme net-intensieve apparaten, zoals warmtepompen, laadpalen enthuisbatterijen, stellen huishoudens in staat om gemakkelijker teprofiteren van dit soort nieuwe «flexibiliteitsdiensten» van CSP’s. Slimmeapparaten kunnen namelijk automatisch hun stroomverbruik optimali-seren op basis van externe signalen, zoals de actuele stroomprijs en debeschikbare ruimte op het net. Zo helpen slimme apparaten bij eenefficiëntere benutting van het stroomnet én een lagere energierekeningvoor huishoudens.De meeste nieuwe warmtepompen die momenteel via de ISDE wordengesubsidieerd, ondersteunen in de praktijk vrijwel allemaal al dit soortslimme functionaliteiten. Wat echter nog ontbreekt is technische unifor-miteit, zodat warmtepompen naadloos kunnen samenwerken met andereapparaten en diensten, en consumenten meer keuzevrijheid en transpa-rantie hebben. Om die uniformiteit te borgen, ontwikkelt het Nederlandsenormalisatie instituut, NEN, samen met de sector een Nederlandstechnische afspraak (NTA) voor slimme warmtepompen. Deze NTA wordtper 2028, wanneer de NTA en bijbehorende certificering gereed zijn,geïmplementeerd via de voorwaarden van de ISDE. Vooruitlopend hieropworden consumenten die een ISDE-subsidie aanvragen geïnformeerd engestimuleerd om te kiezen voor een slimme warmtepomp. Daarnaast zetEZK erop in om, vooruitlopend op volledige certificering, per 1 januari2027 al onderdelen van de NTA als technische voorwaarden in de regelingop te nemen.3Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 618Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6457 Consequenties voor inwoners, bedrijven en instellingen in deFGU-regioDeze maatregelen en de bestuurlijke afspraken die daarbij horen vormeneen aanvulling op de inspanningen die reeds lopen binnen de bestaandeFGU-aanpak, het Landelijk Actieprogramma Netcongestie en gevendaarnaast concreet invulling aan onderdelen van het aansluitoffensief. Inhet licht van deze aanvullende interventies en de gemaakte afsprakenheeft TenneT de situatie opnieuw beoordeeld. Op basis daarvan is eennieuw beeld ontstaan van het perspectief voor de FGU-regio en van watdit betekent voor inwoners, bedrijven en andere partijen in de regio dieafhankelijk zijn van nieuwe of zwaardere aansluitingen op het stroomnet.Deze acties en actualisatie leiden ertoe dat op dit moment in vier van devijf congestiegebieden een onmiddellijke aansluitstop in zijn geheelvoorkomen kan worden. In deze gebieden is met aanvullende interventiesruimte vrijgemaakt, waarmee nieuwe partijen aangesloten kunnenworden op basis van het maatschappelijke prioriteringskader van de ACM.Het vinden van ruimte is voorwaarde om nieuwe partijen te kunnenaansluiten en blijft een continu proces. Uiteindelijk is de omvang van degevonden ruimte bepalend voor het kunnen blijven aansluiten van nieuwepartijen, zoals dat in heel Nederland geldt.Tegelijkertijd zijn de aanvullende interventies en resultaten op dit momentvoor één van de vijf gebieden – te weten, een groot deel van de provincieUtrecht – onvoldoende zeker ten behoeve van de netveiligheid en isdaarmee maatwerk en een «pas op de plaats» noodzakelijk vóórdatnieuwe aansluitingen mogelijk zijn. Voor nieuwe aansluitingen is nogaanvullende ruimte nodig. Die ruimte kan gevonden worden door hetverder brengen en het concreter en succesvoller maken van de ingezetteinterventies, maar natuurlijk ook door nieuwe initiatieven. Wel is zekergesteld dat geplande en bekende woningbouw in provincie Utrechtdoorgang kan vinden, aangezien het hier gaat om «onderhanden» werk.Voor overige grote en kleine verbruikers, zoals bedrijven en instellingen,zonder prioriteit, geldt helaas dat geen nieuwe mogelijkheden zijngevonden om hen sneller van een aansluiting of verzwaring te voorzien,en dat een pauze in nieuwe aansluitingen noodzakelijk is.Deze uitkomst is vanzelfsprekend ongewenst en alle betrokkenen zijn zichzeer bewust van de impact bij mensen, bedrijven, maatschappelijkeinstellingen en samenleving. Tegelijkertijd is deze tijdelijke maatregelonvermijdelijk; dat is de reden waarom we hebben afgesproken alles opalles te zetten om ook in deze gebieden capaciteit vrij te maken dievervolgens kan worden benut voor nieuwe aansluitingen. In oktober zalworden vastgesteld in hoeverre nieuwe capaciteit beschikbaar is. Ook inde tussenliggende periode gaan de inspanningen onverminderdgezamenlijk door.VervolgOndanks het verbeterde perspectief als gevolg van de ingezette inter-venties, is de aanpak nog niet afgerond. De situatie op het stroomnet in deFGU-regio blijft kwetsbaar en het blijft noodzakelijk om zorgvuldig tebalanceren tussen het borgen van de netveiligheid en het zoveel mogelijkcreëren van ruimte voor maatschappelijke opgaven.Alle betrokken partijen hebben zich gecommitteerd om ook de komendemaanden en jaren intensief samen te werken om de afgesprokenmaatregelen uit te voeren, het stroomnet versneld uit te breiden en debeschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk te benutten. BovendienTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6458 worden dwarsdoorsnijdende blokkerende zaken zoals stikstofvraag-stukken, uitvoeringsaspecten, kosten en verwerking daarvan in tarievensteeds aandachtig gevolgd en voortvarend opgelost, niet alleen inNederland, maar waar nodig ook op Europees niveau (bijvoorbeeld in hetkader van het «European Grid Package»). Specifiek ten aanzien van detarieven geldt dat deze maatregelen en inzet een opwaartse druk daaropgenereren; die ontwikkeling zal ook nadrukkelijk gemonitord worden. Tenslotte geldt dat dit geen vrijblijvende inzet kan zijn; alleen als allebetrokkenen – binnen hun rol en taken – hun verantwoordelijkheid nemenkan deze aanpak succesvol zijn.Het Rijk, de netbeheerders en de interbestuurlijke partners blijven desituatie daarbij nauwlettend monitoren; in oktober 2026 volgt een nieuwebeoordeling van de beschikbare ruimte per deelgebied in de FGU-regio.Extra transportcapaciteit is alleen mogelijk zolang de ingezette maatre-gelen aantoonbaar effect sorteren en de veiligheid van het net kan wordengeborgd. Voor het vastleggen van de maatregelen en de opvolgingdaarvan zijn stevige bestuurlijke afspraken gemaakt met alle betrokkenpartijen, inclusief een robuust proces voor monitoring en bijsturing van deaanpak.Het kabinet zal de Kamer hierover via de reguliere rapportages inzake delandelijke netcongestie aanpak blijven informeren.De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,J. de BatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6459 – INDELING CONGESTIEGEBIEDEN FGU-REGIOBIJLAGETweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 64510

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 54b6f7d73b6c55a7

14 okt 2026 · bc1712c2348bb60d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.