Voortgang aanpak overlastgevende asielzoekers
Brontekst
Versie 8264305b26d3f316 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202619 637VreemdelingenbeleidNr. 3559 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 mei 2026Asielzoekers die betrokken zijn bij overlast en criminaliteit, zetten deveiligheid op straat en in de opvang onder druk. Inwoners, ondernemers,maar ook de meerderheid van de asielzoekers die zich gedragen, zijnhiervan de dupe. Daarom committeert dit kabinet zich aan een hardereaanpak van criminele asielzoekers. Met deze periodieke voortgangsbriefinformeer ik uw Kamer over de voortgang van de nationale aanpak enlicht ik toe langs welke lijnen extra maatregelen worden uitgewerkt.De inzet van de bestaande nationale aanpak is helder: negatief gedrag niettolereren en normerend optreden. De nationale aanpak overlast bestaatdaarom uit vier pijlers: snel beslissen in procedures van asielzoekers metoverlastgevend gedrag, maatwerk bieden in de opvang, lik-op-stuk toepassen in de openbare ruimte en inzetten op terugkeer. Met die solidebasis voorkomen we dat asielzoekers met overlastgevend gedrag van wiede asielaanvraag niet wordt ingewilligd, langer in Nederland verblijvendan nodig is. We stellen duidelijke grenzen.Tegelijkertijd ontvangt het Rijk signalen van meerdere (grote) steden overeen ervaren toename van rondtrekkende overlastgevers. Daarbij zien wedat een groep van met name jonge asielzoekers strafbare feiten pleegt ineen andere gemeente dan waar die asielzoekers zelf feitelijk verblijven.Hierover heeft het kabinet ook gesprekken gevoerd met de overheden.Om de aansluiting tussen lokale driehoek en de vreemdelingenketen in deaanpak van overlast te verstevigen, zet het kabinet daarom in op eenaantal acties.Er wordt, naar het voorbeeld van de lokale persoonsgerichte aanpak, eenlandelijk team ingericht om de mobiele groep overlastgevende asiel-zoekers effectiever aan te pakken, waaronder de groep jonge Syrischeasielzoekers die betrokken is bij overlast en criminaliteit. Het doel vandeze landelijke persoonsgerichte aanpak voor overlastgevende encriminele vreemdelingen is het tijdig informeren van betrokken(keten)partners en het voeren van casusregie («er bovenop zitten»). kst-19637-3559ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35591 Daarbij wordt gebruikgemaakt van een samenhangende inzet vanbestuursrechtelijke, civielrechtelijke, vreemdelingenrechtelijke enstrafrechtelijke interventies. De doorontwikkeling van deze aanpak wordtuitgewerkt in samenspraak met betrokken gemeenten en (keten)partners.Hiermee kom ik tegemoet aan de motie van het lid Boomsma1 om insamenwerking met gemeenten, het COA en andere betrokken instantiesmet een landelijk actieplan te komen voor een toenemend aantal jongealleenstaande Syrische asielzoekers dat afglijdt richting overlast encriminaliteit.Parallel wil het kabinet asielzoekers met overlastgevend gedrag uit delokale situatie halen. Mogelijke oplossingen zijn overplaatsen naar eenopvangmodaliteit voor overlastgevers of vreemdelingendetentie voorasielzoekers met overlastgevend gedrag, dan wel toeleiding naarpassende zorg. In dit verband wordt gewerkt aan de uitbreiding van decapaciteit van de bijzondere opvangmodaliteiten voor overlastgevendeasielzoekers. Meer specifiek is het streven om de gespecialiseerdekleinschalige opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen metoverlastgevend gedrag uit te breiden (Perspectief Opvang Nidos).Daarnaast verwacht ik dat de beoogde uitbreiding van bewaringsgrondenonder het Europese Asiel- en Migratiepact (openbare orde en nationaleveiligheid) een positieve bijdrage kan leveren aan het effectueren vanoverdrachten van Dublinclaimanten. Daarnaast wordt intensiever ingezetop ondersteuning richting gemeenten en betrokken medewerkers bij hetnemen van maatregelen. Daarom heeft het Ministerie van Justitie enVeiligheid met COA en Nidos meerdere informatiesessies georganiseerdvoor gemeenten over het handelingskader bij overlastgevende alleen-staande minderjarige vreemdelingen, een geactualiseerde Top-Xwerkinstructie opgeleverd voor professionals van de asielketen, en werkthet nu toe naar een aanpassing van de bestaande Toolbox met meeraandacht voor het instrumentarium in de aanpak van overlast dooralleenstaande minderjarige vreemdelingen.In deze brief geef ik verder ook kort een reactie op het rapport van hetWetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) over hetonderzoek naar factoren van overlastgevend en crimineel gedrag vanbewoners van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).Voortgang nationale aanpak overlastDe toelichting volgt de opbouw van de nationale aanpak die stoelt op dehierboven genoemde pijlers.AsielprocedureHet interventieteam van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)onderkent al aan het begin van de asielprocedure of sprake is van eenbewoner met (potentieel) overlastgevend gedrag en een kansarmeaanvraag. Sinds de start van de pilot in september 2022 tot en met1 februari 2026 heeft de IND ongeveer 4.130 aanvragen van asielzoekers1Kamerstuk 19 637, nr. 3413Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35592 met overlastgevend gedrag prioritair behandeld, waarvan op 1 februari2026 in ongeveer 3.730 zaken was beslist2.De Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) is direct aangesloten op hetinterventieteam met een speciaal ingericht «Thematisch team overlast-gevers» (TTOV). Zo is DTenV aanwezig bij de uitreiking van de negatievebeschikking aan de vreemdeling door het interventieteam, zodat hetvertrektraject direct kan worden ingezet en het eerste vertrekgesprekdirect na ontvangst van de beschikking kan worden gevoerd.Lik-op-stuk in de openbare ruimteDe Ministeries van JenV en IenW, het COA, de politie en vervoerderswerken met een integraal plan om overlastgevend gedrag van asiel-zoekers in het openbaar vervoer aan te pakken. De aanpak van overlastge-vende asielzoekers in het openbaar vervoer, gaat over de thema’sbetalingsproblematiek, verbetering van gegevensdeling en dossier-opbouw. Zo zijn er door de Ministeries van IenW en JenV in gezamen-lijkheid met vervoerders en het COA preventieve maatregelen getroffen.De voorlichting aan asielzoekers over de werking van het OV is verbeterden alle asielzoekers kunnen sinds 2024 met een nieuw betaalmiddel reizenin het OV. Vervoerders geven aan dat de ervaringen hiermee positief zijn.In het commissiedebat Asiel en Migratie van 2 oktober heeft detoenmalige minister toegezegd de Kamer te informeren over de bevoegd-heden van boa’s en politie op COA-terreinen3. Zoals eerder opgenomen inde Kamerbrief van 5 september jl.4 naar aanleiding van de motie VanNispen is de politie niet verantwoordelijk voor en bevoegd om, deveiligheid op het COA-terrein te handhaven. De politie mag alleenoptreden in het geval er een incident plaatsvindt en zij doen dit ook. Alshet gaat om de veiligheid buiten het COA-terrein, dan is de politieverantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde, onderbevoegdheid van het lokaal gezag. Het COA-terrein betreft geen openbareruimte. Hetzelfde geldt voor toezichthouders met boa bevoegdheden. Zijkunnen niet worden ingezet op het COA-terrein.Een uitzondering hierop vormt de Handhaving- en Toezichtlocatie (htl) inHoogeveen en de boa’s van Dienst Vervoer en Ondersteuning. De htl iseen aparte opvangvoorziening voor ernstig overlastgevende asielzoekersmet een streng en sober regime en bedoeld om onder meer stringent opte treden tegen onaanvaardbaar gedrag, om de veiligheid en leefbaarheidvan bewoners, medewerkers en omwonenden van reguliere opvanglo-caties te bevorderen en om de veiligheid op de htl te vergroten.De boa’s van DV&O houden op de htl toezicht op de naleving vanvreemdelingenrechtelijke maatregelen, zoals het gebiedsgebod van artikel56 van de Vreemdelingenwet 2000, en zijn daarnaast aanwezig in verbandmet situaties van (ernstige) overlast die dreigen te escaleren. Hunaanwezigheid is essentieel om de veiligheid en beheersbaarheid op de htlte waarborgen en daarmee randvoorwaardelijk voor het adequaatfunctioneren van de htl. Zij beschikken in de uitoefening van hun taak als2Bron IND (Metis). Standmaand: oktober 2025.De cijfers kunnen afwijken van eerdere cijfers over eenzelfde periode in vorige rapportages,omdat de cijfers zijn geactualiseerd. In een aantal zaken worden correcties uitgevoerd na hetverstrijken van de rapportageperiode die pas zichtbaar worden in cijfers met een laterepeildatum. Alle cijfers (zowel de totalen als de verschillende deelcijfers) zijn afgerond optientallen. Cijfers tussen 0–9 worden vermeld als < 10. Door de afrondingen kan eenogenschijnlijk verschil ontstaan tussen de eindtotalen en de optelsommen van de verschillendedeelcijfers.3TZ202510-052.4Kamerstuk 19 637, nr. 3469.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35593 toezichthouder op de htl daarom over aanvullende (opsporing)bevoegd-heden om op te kunnen treden tegen (ernstige) incidenten veroorzaaktdoor bewoners.5Na het nemen van een overdrachtsbesluit, als bedoeld in artikel 44aVreemdelingenwet 2000, of een afwijzend asielbesluit, als bedoeld inartikel 45 Vw 2000, kunnen op opvanglocaties van (vooral) het COA,personen staande worden gehouden om in vreemdelingenbewaring teworden gesteld met het oog op hun overdracht of terugkeer. De ambte-naren belast met toezicht op vreemdelingen mogen hiertoe een woningzonder toestemming van de bewoner betreden, mits dit gebeurt met eenmachtiging conform de Algemene wet op het binnentreden (Awbi). Boa’svan de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) zijn hiervoor thans nietzelfstandig bevoegd, waardoor inzet van een andere toezichthouder,doorgaans de politie, nodig is. Dit leidt tot vertraging in de uitvoering entot onnodige inzet van schaarse politiecapaciteit. Daarom heb ik beslotenom middels een wijziging van artikel 4.1 van het Voorschrift Vreemde-lingen (Vv 2000) de bevoegdheden van deze boa’s uit te breiden. Dewijziging van het Vv 2000 is 20 mei jl. in de Staatscourant gepubliceerd en21 mei jl. in werking getreden.Met deze wijziging kunnen DV&O-boa’s, als toezichthouders in de zin vanartikel 47 Vw 2000, met een Awbi-machtiging zelfstandig binnentreden inwoningen bij COA-locaties, gemeentelijke opvangvoorzieningen onder deTijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne (Twoo) en andere locatiesonder COA-beheer. Dit geldt uitsluitend voor de uitoefening van de inartikel 4.1, vierde lid, Vv 2000 genoemde toezichtbevoegdheden (tenbehoeve van staandehouding, ophouding en overbrenging). Allewaarborgen van de Awbi blijven onverkort van toepassing: voorafgaandemachtiging door de bevoegde autoriteit, legitimatie en doelmelding,proportionaliteit en subsidiariteit, zorgvuldige uitvoering en verslag-legging. De verwachting is dat op die manier vertraging in de uitvoeringwordt tegen.Sociale veiligheid in het openbaar vervoerOok in het openbaar vervoer is sprake van overlast. In samenspraak metmedeoverheden wordt eveneens ingezet op lokale en regionale initia-tieven om overlast in het openbaar vervoer te verminderen. Zo wordenmet subsidie vanuit het Ministerie van JenV en de verantwoordelijkeconcessieverlener extra medewerkers service en veiligheid ingezet op delijn Zwolle-Emmen, ook wel bekend als de Vechtdallijn. In februari 2025 iser een motie ingediend over het opleggen van een reisverbod voorzwartrijders van en naar Ter Apel6. Mijn ministerie werkt samen met devervoerders binnen de grenzen van de bestaande wet- en regelgeving aandiverse maatregelen om zwartrijden te voorkomen en te sanctioneren. Hetopleggen van een reisverbod kan hier onderdeel van zijn. Tevens zijn doorvervoerders extra maatregelen genomen om incidenten en overlast tevoorkomen bij de spoorverbindingen en stations in de buurt van deaanmeldlocaties in Ter Apel en Budel.In navolging op de toezegging opgenomen in de Kamerbrief van5 september jl.7 om te onderzoeken hoe de boetes voor zwartrijdenkunnen worden verhaald op de veroorzaker, zoals ook is verwoord in hetCommissiedebat over de (veiligheids)situatie op de buslijnen in Ter Apelvan 8 april jl., bijvoorbeeld door te korten op leefgeld, heeft het COAaangegeven daartoe geen juridische grondslag te zien. Bewoners van het5Staatscourant 2024, nr. 18486.6Kamerstuk 19 637, nr. 3374.7Kamerstuk 19 637, nr. 3469.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35594 COA vallen onder de Regeling verstrekking asielzoekers, de Rva 2005. Zijhebben op grond van de Rva 2005 recht op verstrekkingen. Conformartikel 10 van de Rva 2005 kan onthouding van verstrekkingen alleenindien bewoners zich niet aan hun verplichtingen, zoals naleving van deCOA huisregels of aanwijzingen van het personeel houden. Het COA heeftderhalve geen grondslag om een ROV-maatregel op te leggen voor hetreizen zonder geldig vervoersbewijs. Het COA biedt wel de mogelijkheidaan alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) om, – op basis vanvrijwilligheid, – boetes die zij hebben ontvangen voor het reizen zondergeldig vervoersbewijs eenmalig voor te schieten waarna een afbetalings-regeling met hen wordt afgesproken.Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in een Kamerbrief8naar uw Kamer de stand van zaken met betrekking tot identificatie doorov-boa’s aangegeven. In de brief is opgenomen dat het Ministerie vanJustitie en Veiligheid werkt aan het beter innen van boetes door asiel-zoekers. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft de afgelopenmaanden verkend in hoeverre het mogelijk is boa’s toegang tot deBasisvoorziening Vreemdelingen, de BVV te geven.Ten aanzien van de BVV geldt dat toegang voor boa’s onder meer om eenwetswijziging vraagt. Zoals toegezegd in het Commissiedebat van 8 apriljl. zal ik uw Kamer nader informeren zodra de uitwerking hiervan verder isgebracht.Om de veiligheid van zowel het personeel als de reizigers te waarborgen,is het van belang om ook zwartrijden tegen te gaan en mogelijk tebestraffen.Op 27 mei heeft uw Kamer de motie aangenomen van het lid Van Zanten(BBB), waarin de regering wordt verzocht zich ervoor in te spannenasielbeslissingen in grensdetentie eerder te nemen dan de huidige zesweken bij asielzoekers die geen strafbaar feit hebben gepleegd, zodat dedoorstroom wordt bevorderd (Kamerstuk 19 637, nr. 3408).Op grond van de Asielprocedurerichtlijn9 moet een beslissing in degrensprocedure binnen vier weken worden genomen. Het uitgangspunt isdat de IND de asielaanvraag zo zorgvuldig en spoedig mogelijk behandeltom daarmee de grensdetentie zo kort mogelijk te laten duren. Dit leidtertoe dat in de grensprocedure meestal al binnen 16 dagen een asielbe-sluit wordt genomen. Waar nodig wordt de volledige termijn van28 dagen benut voor het nemen van een besluit.Indien de asielaanvraag door de IND wordt afgewezen, kan de detentienog voortduren gedurende de behandeling van de asielzaak door derechtbank als door de asielzoeker beroep is ingesteld, of als asielzoekersaansluitend op een andere grondslag aan de grens worden gedetineerdter fine van terugkeer.Na invoering van het Asiel- en Migratiepact zullen voor de asielgrenspro-cedure in totaal 12 weken beschikbaar zijn. Anders dan bij de bovenge-noemde huidige termijn is dit inclusief het doorlopen van de beroepspro-cedure. Nadien kan de detentie worden gecontinueerd op een anderegrondslag gericht op vertrek.Gezien het vorenstaande vat ik deze motie op als een aansporing om dehuidige werkwijze te handhaven. Een wijziging van wet- of regelgeving ofvan beleid is naar mijn oordeel dan ook niet aan de orde.OpvangOm opvanglocaties van het COA veilig en leefbaar te houden voor zowelbewoners, medewerkers als omwonenden, is tijdig en consequent8Kamerstuk 23 645, nr. 872.9Richtlijn 2013/32/EU.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35595 optreden tegen overlastgevend gedrag noodzakelijk. In de opvang wordtgericht maatwerk geleverd en intensieve begeleiding aangeboden, waarnodig wordt direct ingegrepen.Binnen de asielketen is in Budel en Ter Apel gestart met een pilotprocesbeschikbaarheidsaanpak (pba). Het doel van deze pilot is hetversneld afhandelen van asielaanvragen die op basis van land vanherkomst van de aanvrager als kansarm worden ingeschat. Er is sprakevan een escalatiemodel. Dit zijn de inhuisregistratie, de verscherpttoezicht locatie (vtl), de procesbeschikbaarheidslocatie, de handhavings-en toezichtslocatie en vreemdelingenbewaring. De verscherpt toezichtlocatie heeft 75 plekken. De procesbeschikbaarheidslocatie (pbl) is gestartmet vijf plaatsen in juli 2025. Bij aanvang is afgesproken dat er méérmensen kunnen worden geplaatst indien hier aanleiding toe is. Het isdaarmee niet zo dat maximaal 5 personen op de pbl kunnen wordengeplaatst.Momenteel zien we dat veel overlast veroorzaakt wordt door groepenmensen die niet in de pbl kunnen worden geplaatst, zoals mensen meteen Dublinclaim en minderjarige asielzoekers. De pbl is erop gericht omde aanvragen van asielzoekers versneld af te handelen (binnen 4 weken).Mensen met een Dublinclaim kunnen niet in de pbl worden geplaatst,omdat het doorlopen van hun procedure langer dan vier weken kanduren. Daarom is momenteel het aantal pbl plaatsingen beperkt. DeDublinclaimanten die overlast veroorzaken, zoals het plegen vanwinkeldiefstal, worden wel in de verscherpt toezicht locatie geplaatstwaarbij dossieropbouw voor (eventuele) htl-plaatsing of inbewaring-stelling plaatsvindt. Daarnaast heeft het verspreiden van mensen met eenDublinclaim prioriteit.Momenteel wordt de pba geëvalueerd. Hierbij wordt ook verkend onderwelke voorwaarden een uitbreiding (van de doelgroep) van de pblmogelijk is. Het plaatsen van Dublinclaimanten in de pbl zal meegenomenworden in de verkenning. In lijn met het coalitieakkoord wordt tevensverkend op welke wijze meer verscherpt toezicht locaties kunnen wordengeopend.Op reguliere COA-locaties met een bestuursovereenkomst van minimaaleen jaar wordt Intensieve begeleiding op locatie (Ibl) geïmplementeerd:(potentieel) overlastgevende bewoners worden intensief begeleid engeactiveerd, waardoor zij beter in beeld zijn, grenzen scherper zijn en derust toeneemt. De Ibl draait inmiddels op 86 locaties. Het AmbulantOndersteuningsTeam (AOT) versterkt locaties bij herhaalde overlast ofincidenten met grote impact, met snelle inzet op locatie én structureleteamversterking via coaching, kennisdeling en praktijkbegeleiding. Zoworden medewerkers ontlast en beter toegerust, en verbetert de kwaliteitvan begeleiding en interventies. De pilot loopt tot eind 2026. Het doel ishet AOT in 2026 structureel onderdeel te maken van de COA-aanpak en deveerkracht van locaties te vergroten.Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv)Begin 2025 is het COA gestart met een pilot locatie: IBA (intensievebegeleiding amv). De doelgroep bestaat uit amv met zorgelijk gedrag, vanwie wordt ingeschat dat er een specifieke hulp- of begeleidingsvraag aanten grondslag ligt. Deze jongeren ontvangen op deze locatie tijdelijkintensieve begeleiding.Deze pilot loopt tot eind 2026 en wordt onderzocht door een externonderzoeksbureau.Het COA kan een amv die ernstige overlast veroorzaakt, plaatsen in dePerspectief Opvang Nidos (PON). Dit gebeurt in overleg met Nidos. DezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35596 stap wordt gezet wanneer het COA niet meer in staat is om de jongere opeen adequate manier te begeleiden. In de PON ontvangen jongerenintensieve begeleiding, waarbij zij werken aan hun gedrag en toekomst-perspectief, zowel binnen als buiten Nederland.In maart 2025 hebben het COA en Nidos besloten tot een (tijdelijke)plaatsingsstop van alleenstaande minderjarige vreemdelingen op dehandhaving- en toezichtlocatie. Dit naar aanleiding van diverse incidentenwaar amv bij betrokken waren. Van deze incidenten is melding gedaan bijde betrokken Inspecties en zijn er evaluatieverslagen opgesteld. In deevaluaties werd geconstateerd dat een aantal verbeteringen moet wordendoorgevoerd, voordat de plaatsingsstop van amv opgeheven kan worden.Het COA en Nidos werken er in gezamenlijkheid aan om een duurzaam,goed en veilig werk-, woon-en begeleidingsklimaat te bewerkstelligenvoor amv. Zij verkennen de mogelijkheden om deze doelgroep passendeopvang te bieden waarbij aan de waarborgen zoals gesteld door deInspectie Justitie en Veiligheid voldaan kan worden10. Tegelijkertijd wordtde urgentie en dringende behoefte aan opvangplekken voor amv metgrensoverschrijdend gedrag gevoeld.TerugkeerDe vierde pijler is het inzetten op terugkeer. De Dienst Terugkeer enVertrek (DTenV) gebruikt verschillende manieren om het terugkeerproceste bevorderen.Thematisch team overlastgevende Vreemdelingen (TTOV)Dit team wordt ingezet voor vreemdelingen die bekend staan alsoverlastgevend en een vertrekplicht hebben. Het thematisch teamoverlastgevende vreemdelingen richt zich in samenwerking met regie-voerders op een persoonsgerichte aanpak van overlastgevers met als doelhet realiseren van terugkeer en versterkt daarmee de bestaande landelijkeTop-X aanpak.Verder fungeert het TTOV als landelijk aanspreekpunt voor betrokkenketenorganisaties en gemeenten om af te stemmen over de aanpak entijdig te kunnen interveniëren. Daarnaast borgt het TTOV effectieveaansluiting op het interventieteam van de IND en de landelijke dooront-wikkeling hiervan. Tevens verleent DTenV bijstand aan de politie bijdiverse handhavingsacties. Het gaat hierbij om acties in het openbaarvervoer om overlastgevende of zonder vervoersbewijs reizende vreemde-lingen die vertrekplichtig zijn, indien nodig en waar mogelijk direct inbewaring te stellen ter fine van uitzetting.Financiering voor lokale maatregelenOverlast wordt op lokaal niveau ervaren. Daarom is naast een nationaleaanpak lokaal maatwerk nodig. Om deze lokale aanpak binnen gemeenteste ondersteunen, is in 2025 een budget van 3 miljoen euro beschikbaargesteld voor (gedeeltelijke) financiering van lokale maatregelen. Dezeregeling geeft gemeentes de mogelijkheid om zelf te bepalen welkemaatregelen het beste bij de ervaren problematiek past. Het indienen vaneen aanvraag voor de decentralisatie uitkering zal ook in 2026 beschikbaarworden gesteld.10Zie in dit verband ook de beleidsreactie van 24 april jl. Kamerstuk 19 637, nr. 3555Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35597 Beleidsreactie Rapport Wat hen BeweegtBureau Beke heeft in opdracht van het WODC onderzocht welke factorenten grondslag kunnen liggen aan verschillende vormen van overlast encrimineel gedrag door COA-bewoners. Dit onderzoeksrapport is eind vorigjaar gepubliceerd. Doel van het onderzoek is om meer inzicht te krijgen inde verklarende factoren van overlastgevend en crimineel gedrag vanCOA-bewoners buiten de opvanglocaties. Ik wil vooropstellen dat elkevorm van overlast en crimineel gedrag onacceptabel is en ondermijnendvoor het draagvlak van het asielbeleid in Nederland. Daarom is het vanbelang om de essentiële normatieve kaders te blijven benadrukken envervolgens bij misdragingen normerend op te treden.Passende zorgDe onderzoeksbevindingen wijzen op het belang van een differentiatie inde aanpak waar overlastgevend gedrag en criminaliteit voortkomen uitpsychische problematiek, verslaving of trauma’s. In zulke gevallen is eenmultidisciplinaire aanpak en toeleiding naar passende zorg randvoorwaar-delijk. COA richt zich onder andere op het signaleren van sociaal-medische problematiek en het doorverwijzen naar GezondheidszorgAsielzoekers (GZA). GZA kan bewoners zo nodig doorverwijzen naarorganisaties die gespecialiseerd zijn in de behandeling van psychischeproblematiek. In het multidisciplinaire overleg tussen COA, GZA en evt.overige (zorg)ketenpartners worden begeleiding en zorg voor bewonersop elkaar afgestemd.In de praktijk blijkt het organiseren van passende zorg voor asielzoekerseen ingewikkelde opgave. Voor specialistische GGZ en verslavingszorggelden in veel gevallen bovendien wachttijden. Een bijkomend knelpunt isdat in de meeste gevallen sprake moet zijn van behandeling op basis vanvrijwilligheid. Het ontbreken van passende zorg kan leiden tot eenverergering van de problematiek en leidt soms tot schrijnende situatiesvoor de asielzoeker en betrokken medewerkers. Ook het ontbreken vanpassende jeugdhulp met verblijf voor amv met complexe (multi-)problematiek is zorgelijk. De Ministeries van JenV en VWS verkennensamen met de VNG, Nidos, het COA en Jeugdzorg Nederland in dekomende periode de mogelijkheden om te komen tot een vorm vanpassend aanbod. Om ondanks de belemmeringen in de zorg de versla-vingsproblematiek het hoofd te bieden, zet het COA verslavingsexperts inin Ter Apel en Budel. Deze GZA-verslavingsexperts zijn het eersteaanspreekpunt voor vragen over middelengebruik en verslaving. In derest van het land zijn de verslavingsexperts inzetbaar indien COA of GZAdaar een verzoek voor doet. Daarnaast zet het COA op locatie in opbeschermende factoren, zoals een zinvolle dagbesteding en socialecontacten. COA kan voorts een beroep doen op de GGD (waarmeesamenwerkingsafspraken zijn) om groepsvoorlichtingen over middelenge-bruik te geven aan bewoners. Het COA heeft voor medewerkers eene-learning over middelengebruik beschikbaar en ook de verslavingsex-perts bieden een training aan.VerhuisbewegingenDe onderzoekers constateren dat verhuisbewegingen van COA-bewonersbelemmeringen met zich meebrengen in relatie tot (toeleiding tot) zorg,werk strafrechtelijke vervolging of vroege integratie en participatie enpleiten daarom voor strategieën om daar beter mee om te gaan. In dehuidige inrichting van de asielopvang volgt de asielzoeker het asielprocesen verhuist daardoor een aantal keer. Met de herijking van de Uitvoerings-agenda Flexibilisering Asielketen wordt de opvangmodaliteit losge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35598 koppeld van de asielprocedure. Elke asielzoeker start in een azc metaanmeldfaciliteiten. Hierna worden opvang en asielprocedure losge-koppeld van elkaar, waardoor het aantal verhuisbewegingen in principebeperkt wordt tot één verhuizing in het asielproces. Indien er andereverhuizingen noodzakelijk zijn (bijvoorbeeld vanuit een azc naar deintensief begeleidende opvang, dan is dit ingegeven door de (begelei-dings)behoefte van de bewoner en dus niet meer door het asielproces.Structurele opvangDaarnaast is voor het verminderen van verhuisbewegingen in de huidigepraktijk van wezenlijk belang dat er voldoende stabiele en duurzameopvangvoorzieningen en woningen voor statushouders zijn zodat zij deopvang kunnen verlaten. Tegelijkertijd is het van belang om grip opmigratie te krijgen en de instroom te beperken. Zo kunnen beschikbareopvanglocaties zo efficiënt mogelijk gebruikt worden en de verhuisbewe-gingen tot een minimum beperkt worden. De onderzoekers benoemen datstructurele en kleinschalige opvang van meerwaarde is als bewoners ookdaadwerkelijk sociale binding hebben met medebewoners enomwonenden en de opvanglocatie korte lijnen heeft met politie,gemeente en omwonenden. De stabiliteit van locaties is belangrijker dande omvang, er zijn grote structurele locaties waar de bewoners ook goedin beeld zijn. COA zet op locatie op verschillende manieren in op eenzinvolle dagbesteding en sociale contacten. In de Toolbox die door hetMinisterie van Justitie en Veiligheid voor gemeenten is ontwikkeld,worden verschillende handvatten aangereikt om het overleg metomwonenden in te richten en sociale binding te versterken.Uit de onderzoeksbevindingen destilleren de onderzoekers vier aandachts-punten voor beleid.BewustwordingDe onderzoekers vragen aandacht voor bewustwordingsacties omdaarmee te wijzen op het belang van aangifte doen om zo de effectiviteiten zichtbaarheid van de strafrechtelijke aanpak te versterken. Bewonersdie slachtoffer worden van een strafbaar feit worden doorCOA-medewerkers altijd gestimuleerd om aangifte te doen. IndienCOA-medewerkers slachtoffer zijn van een strafbaar feit, worden zij interngeïnstrueerd om aangifte te doen onder vermelding van Veilige PubliekeTaak (VPT). Het kabinet blijft met het COA bezien hoe deze werkwijzeconsequent op alle locaties kan worden toegepast en hoe de toerustingvan medewerkers en informatievoorziening richting COA-bewoners overhet doen van aangifte verder kan worden geoptimaliseerd. Op die maniermoet worden geborgd dat overlast en criminaliteit niet ongestraft blijven.Handhaving van de openbare orde en veiligheid buiten de COA-locaties isaan de burgemeester. Het Openbaar Ministerie zet ten aanzien vanoverlastgevende asielzoekers die misdrijven plegen in op lik-op-stuk. Denkdaarbij aan de inzet van (super)snelrecht en directe tenuitvoerlegging vande sanctie (vaak een gevangenisstraf). Of dit in een concreet gevalmogelijk is hangt af van de omstandigheden en is aan de officier vanjustitie. In recente gesprekken tussen kabinet en lokale bestuurders overde toename van overlast in grote steden, is het belang van een optimaleaansluiting tussen strafrecht en vreemdelingenrecht benadrukt tussen allebetrokken partners.SporenbeleidDe onderzoekers geven in overweging om het sporenbeleid in deprocedure ten aanzien van kansarme asielzoekers los te laten om gedragTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35599 centraal te stellen in plaats van terminologie. Tegelijkertijd gevenrespondenten aan dat de groep COA-bewoners met overlastgevend en/ofcrimineel gedrag deels bestaat uit COA-bewoners met andere intentiesdan asiel (zoals geld verdienen, avontuur), wat volgens respondenten leidttot meer berekenend en crimineel gedrag. Zoals de onderzoekers terechtopmerken, raakt het bestaande onderscheid in asielprocedures diekansarm en kansrijk zijn aan verplichtingen die voortvloeien uit Europesewet- en regelgeving. Het op 12 juni 2026 in werking tredende Europeesmigratiepact introduceert een verplichte, versnelde asielprocedure vooraanvragers uit een land waarvan gemiddeld in Europa minder dan 20%van de aanvragen wordt ingewilligd. Kern van het pact is het versterkenvan de Europese buitengrenzen door het invoeren van een screening vanvreemdelingen en een versnelde grensprocedure voor asielzoekers dieafkomstig zijn uit landen met weinig perspectief op verblijf, zodat devreemdeling die geen recht heeft op bescherming het grondgebied snelkan verlaten om terug te keren naar land van herkomst. Op die manierdraagt het Europese Asiel- en Migratiepact en spoorbepaling voorkansarme asielzoekers ook bij aan het voorkomen van overlast encriminaliteit.MaatregelenHet maatregelenbeleid van het COA richt zich op het feitelijke gedrag vande individuele bewoner. De impact van het incident bepaalt de zwaartevan de maatregel. Uitgangspunt is dat er consequenties volgen op hetniet naleven van de huisregels. Om dit uitgangspunt te borgen, wordenmedewerkers in de uitvoering getraind in de omgang met incidenten enmet betrekking tot op te leggen maatregelen.De signalen van professionals die wijzen op de groep COA-bewoners metoverlastgevend en/of crimineel gedrag op wie maatregelen geen effecthebben, of die zich afkeren van de COA-medewerkers en hun eigen ganggaan, onderstrepen twee aandachtspunten in de begeleiding. Enerzijds denoodzaak om in de begeleidingsmethodiek tijdig zulke signalen teonderkennen. En anderzijds (potentieel) overlastgevend gedrag bij testuren. Inmiddels is op 86 locaties de werkwijze intensieve begeleiding oplocatie (Ibl) geïmplementeerd. Tegelijk moet duidelijk worden gemaakt datovertreding van normen niet wordt geaccepteerd. Daarom is demogelijkheid van een vrijheidsbeperkende maatregel in de vorm van eengebiedsgebod toegevoegd als onderdeel van de procesbeschikbaarheids-aanpak. Het kabinet blijft sturen om de beschikbare capaciteit voorvreemdelingenbewaring maximaal te benutten door in samenspraak metpolitie (incl. AVIM), KMar en DTenV vreemdelingenbewaring te intensi-veren voor asielzoekers die zich onttrekken aan het toezicht, zich nietbeschikbaar houden voor de procedure of niet meewerken aanvaststelling van hun identiteit.Inzet op dagbestedingMeedoenbaliesEen ander aandachtspunt is de inzet op dagbesteding (scholing/werk). Omactieve participatie te faciliteren zijn er op 38 van de rond 300COA-locaties «Meedoenbalies» in samenwerking met de Vereniging vanNederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) ingericht. Het Ministerievan Sociale Zaken en Werkgelegenheid financiert de Meedoenbaliesmiddels een subsidie in het kader van het programma Vroege Integratieen Participatie (VrIP). Op ruim 50 andere COA-locaties waar geenMeedoenbalies zijn, zet COA in op Meedoenbalies light.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 355910 Zoals opgenomen in het coalitieakkoord wil het kabinet dat iedereen, ooknieuwkomers, actief deelnemen en bijdragen aan de samenleving.Daartoe wordt erop ingezet dat alle grotere opvanglocaties een meedoen-balie hebben zodat asielzoekers sneller bemiddeld kunnen worden naaractiviteiten, taalles of (vrijwilligers)werk. Daarnaast wordt in het kader vanhet programma Wonen en leven op een COA-locatie, de training BasaalNederlands aangeboden. Aan een deel van de kansrijke asielzoekerswordt vanuit het programma VrIP 24 uur NT2-taalles aangeboden.Betaald werkSinds het vervallen van de 24-weken eis is een belangrijke belemmeringweggenomen voor asielzoekers om te kunnen werken, waardoor het voorasielzoekers ook mogelijk is om na een verblijf van zes maanden inNederland betaald werk te verrichten. Dit bevordert de mogelijkheden totparticipatie en biedt mogelijkheden om een eigen bijdrage voor deasielopvang te vragen via de Regeling Eigen Bijdrage Asielzoekers(REBA). In Nederland is een burgerservicenummer (BSN) verplicht om tekunnen werken. Bij een eerste inschrijving in de Basisregistratie Personen(BRP) wordt een bsn afgegeven. De achterstand bij de registratie vanasielzoekers in de BRP is ingehaald. Op dit moment kan iedereen11 die eenbsn nodig heeft voor werk, wonen of studie binnen twee weken wordenuitgenodigd bij een van de BRP-inschrijfvoorzieningen. In het kader vande Actieagenda Integratie en Vrije en Open samenleving wordt een vroegestart op de arbeidsmarkt voor nieuwkomers waaronder asielzoekers,zoveel mogelijk gestimuleerd. De mogelijkheden voor dienstverlening methet oog op toeleiding naar werk voor asielzoekers vanuit de opvang,worden onderzocht. Taallessen en taal op de werkvloer kunnen daaronderdeel van zijn.Toegang tot onderwijsBij het openen van een opvanglocatie wordt gekeken naar de aanwe-zigheid van een passende onderwijsvoorziening in de omgeving van delocatie. Door het aanhoudende tekort aan opvangplekken, lukt het echterniet altijd leerplichtige kinderen te plaatsen in locaties waar onderwijs-voorzieningen beschikbaar zijn. Wanneer onderwijs beschikbaar is opgrotere afstand, beschikt het COA voor die situaties over een regelingvoor leerlingenvervoer voor de doelgroep, dat overigens altijd insamenspraak met de gemeente wordt georganiseerd.Toegang tot zorgDe onderzoekers vragen voorts aandacht voor een versterkte inzet optoegang tot zorg om verslavingsproblematiek en psychische problemenaan te pakken. De recente toename van overlast door met name Syrischejongeren in grote steden, wordt door betrokken partijen vaak in verbandgebracht met middelengebruik zoals Rivotril en Lyrica. In aanvulling op debestaande inzet zoals hierboven beschreven wil het kabinet daarom metbetrokken departementen in gesprek gaan over de mogelijkheden om deondersteuning en zorg aan asielzoekers te versterken. Concreet gaat hetom het punt van het meenemen van de opgebouwde wachttijd voor deggz als een COA-bewoner verhuist naar een andere regio. Met het COAwil het kabinet gericht kijken hoe de bestaande inzet van verslavingsex-perts kan worden versterkt.11Met uitzondering van vreemdelingen als bedoeld in artikel 24a, lid 2, Besluit basisregistratiepersonen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 355911 Naast de in deze brief toegelichte maatregelen verwacht het kabinet datde lopende wetstrajecten bijdragen aan een afname van overlast. Zoalsaan het begin van deze brief is benoemd, zal het kabinet aanvullendinzetten op een drietal acties om de aansluiting tussen lokale driehoek ende vreemdelingenketen in de aanpak van overlast te verstevigen. Hiermeedringen we de overlast merkbaar en structureel terug.De Minister van Asiel en Migratie,G. van den BrinkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 355912
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.