KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 2 oktober 2025, over actuele stand van zaken in de wereld

5 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 25121545c2aa0dc5 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 623Actuele situatie in Noord-Afrika en hetMidden-OostenNr. 377 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 5 november 2025 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 2 oktober 2025overleg gevoerd met de heer Van Weel, Minister van Buitenlandse Zaken,over:−inventarisatie onderwerpen voor het commissiedebat over deactuele stand van zaken in de wereld (2025Z16874);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 4 septem-ber 2025 inzake internationaalrechtelijke procedures neerha-len vlucht MH17 (Kamerstuk 33 997, nr. 187);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 19 sep-tember 2025 inzake kabinetsbeleid ten aanzien van Syrië, metaandacht voor de bescherming van Syrische minderheden(Kamerstuk 32 623, nr. 376).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,KlaverDe griffier van de commissie,Westerhoff kst-32623-377ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 3771 Voorzitter: PiriGriffier: Coco MartinAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Boswijk, Van derBurg, Dobbe, Kahraman en Piri,en de heer Van Weel, Minister van Buitenlandse Zaken.Aanvang 19.30 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering. De commissie voor Buitenlandse Zaken spreektvanavond over de actuele stand van zaken in de wereld. Ik heet deMinister welkom. Gezien het onderwerp zal ongetwijfeld zo’n beetje hethele ministerie meeluisteren. Van de kant van de Kamer zijn aanwezigmevrouw Dobbe van de SP en de heer Kahraman van NSC. Welkom.Aangezien dit het laatste debat is voor het verkiezingsreces en op onswordt gewacht met de plenaire stemmingen, zou ik een poging willendoen om de hele wereld in een iets kortere tijd te bespreken. Iedereenheeft vier minuten spreektijd. Ik stel voor elkaar in de eerste termijnmaximaal twee keer te interrumperen als dat nodig is. Met deze bezettingmoet dat lukken. Ik geef het woord aan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. De humanitaire ramp in Sudan is een van degrootste van dit moment. Meer dan 30 miljoen mensen zijn afhankelijkvan hulp en miljoenen mensen zijn op de vlucht. Honger en seksueelgeweld worden ingezet als oorlogswapen en hulpverleners wordensystematisch aangevallen. Wij begrijpen dat het door exportrestricties vande Verenigde Arabische Emiraten en Kenia voor humanitaire organisatiesingewikkeld is om medicijnen en medische apparatuur Sudan in tekrijgen. Daarom worden nu in Nederland voorraden opgekocht en naarSudan verscheept. Dit stelt Nederland in staat om echt iets voor Sudan tebetekenen. Het is best wel moeilijk om te achterhalen waarmee wij nogeen verschil kunnen maken bij zo’n gruwelijk conflict. Is het mogelijk,vraag ik aan de Minister, om de autorisaties voor de export van dezespullen versneld te behandelen en ervoor te zorgen dat de douane inhavens en op vliegvelden prioriteit geeft aan medisch materiaal voorSudan? Is er een manier om humanitaire organisaties te ondersteunen bijde logistiek of bij het dragen van de hogere kosten die gemoeid zijn methet uit Nederland halen van deze spullen?Ik heb vaker gevraagd naar de fact-finding mission in Sudan. Hetaanpakken van straffeloosheid is cruciaal bij het bestrijden van oorlogs-misdaden zoals systemisch seksueel geweld. Ik weet dat Nederlandbijdraagt aan de fact-finding mission, maar van humanitaire organisatiesin Sudan begrijpen wij ook dat er onvoldoende budget is, bijvoorbeeld omeen specialist in te huren die de misdaden tegen vrouwen en kinderenonderzoekt. Met name door de schaal waarop seksueel geweld wordttoegepast, is het volgens ons wel belangrijk om dat te doen. Is hetmogelijk om bij het verlenen van de Nederlandse bijdrage aan defact-finding mission te vragen specifiek in te zetten op het onderzoekenvan misdaden tegen vrouwen en kinderen of daar extra ondersteuningvoor te geven? Dit gaat volgens mij echt niet om een enorme investering,terwijl het wel cruciaal is.In Congo verwoest de rebellengroep M23 met steun van Rwanda grotedelen van het land. Seksueel geweld tegen kinderen en vrouwen wordtook hier op een schrikbarende manier gepleegd. Humanitaire organisatieskunnen nauwelijks nog hulp verlenen door gebrek aan financiering entoegang. Wij vinden dat Nederland moet pleiten voor sancties tegen meerverantwoordelijke leiders, tegen leden van M23 en tegen Rwanda als datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 3772 M23 steunt, en dat het moet pleiten voor een EU-verbod op de import vanmineralen uit Rwanda zolang dat land M23 blijft steunen. Is de Ministerbereid om zich hiervoor in te zetten? Ook acute medische en psychoso-ciale hulp voor slachtoffers van seksueel geweld is noodzakelijk. Op welkemanier staat de Minister in contact met hulporganisaties om te doen watnodig is?Afgelopen dinsdag spraken wij in de Tweede Kamer met een aantalmensen uit Syrië over As-Suwayda, waar de druzenbevolking wordtbelegerd. Mijn collega Kahraman heeft daar eerder aandacht voorgevraagd. Meer dan 2.000 mensen zijn omgekomen en voedsel, water enmedische zorg worden er steeds schaarser. Amnesty International enandere organisaties waarschuwen voor buitensporig geweld en zelfs voorexecuties. De Kamer heeft deze week een motie van de heer Kahramandaarover aangenomen. Daarnaast willen we vragen naar de mogelijkheidvan humanitaire corridors. Hoe kan de regering zich daarvoor inzetten?Wil de Minister hierover in gesprek gaan met humanitaire organisaties omte kijken welke mogelijkheden er zijn om ervoor te zorgen dat daar welhumanitaire hulp binnenkomt?Tot slot heb ik een algemene vraag. Vorige week hadden wij het over hetmensenrechtenbeleid. In de nota over het mensenrechtenbeleid wordtook de invloed van de mondiale antirechtenbeweging genoemd. Diewordt gefinancierd vanuit een conservatief-rechtse beweging met het doelvrouwenrechten, maar ook rechten van lhbtiq’ers onder druk te zetten. Indie nota erkent het kabinet dat dit schadelijk is voor de positie en derechten van vrouwen. Deze beweging is supergoed gefinancierd. Ik geloofdat er onderzoeken zijn die laten zien dat zelfs 1 miljard euro in diebeweging wordt gestopt. Vorige week hebben wij het gehad over debezuinigingen en de financiering. Dat hoef ik deze week niet over te doen,maar ik zou wel willen vragen wat Nederland kan doen om bij te dragenaan een onderzoek naar de financiering en de effecten en wat Europa enNederland kunnen doen om zich in te zetten voor de rechten van vrouwenen meisjes en hen te beschermen tegen deze beweging.Dat was ’m, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. De collega’s die net zijn binnengekomen, de heer Van derBurg van de VVD, de heer Van Baarle van DENK en de heer Boswijk vanhet CDA, heet ik welkom. Voor hen merk ik op dat we hebben afgesprokendat de leden elkaar in de eerste termijn maximaal twee keer interrum-peren en dat we echt pogen om, alhoewel we de hele wereld bespreken,het zo kort mogelijk te houden. Dan geef ik nu het woord aan de heerKahraman.De heer Kahraman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Het zal u niet verbazen dat ik begin met de situatiein Syrië. Syrië is al jaren een verscheurd land. Eerst zat het jarenlangonder het juk van de familie Assad en nu voert de voormaligAl-Qaidaleider Al-Jolani er de heerschappij. Ruim een half miljoenmensen zijn gedood, onder wie meer dan 30.000 kinderen. Toch blijft deinternationale aandacht opvallend beperkt. Na de machtswisseling inSyrië heb ik herhaaldelijk gewaarschuwd voor het te snel opheffen vansancties, voor het witwassen van de voormalig Al-Qaidastrijder totstaatsman en voor de loze beloftes over een inclusief Syrië. Waarvoor isgewaarschuwd, is nu helaas werkelijkheid geworden. Minderheden zoalsalawieten, druzen en christenen zijn slachtoffer van moordpartijen enworden geïntimideerd en uitgesloten van humanitaire hulp.Voorzitter. Mijn collega Dobbe merkte het ook op: afgelopen dinsdag zijnhier druzen op bezoek geweest die een petitie hebben aangeboden. Desituatie is echt nijpend. De provincie van de druzen, As-Suwayda, wordtop dit moment omsingeld door regeringstroepen. Die zorgen ervoor datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 3773 er niks kan binnenkomen, dus ook geen eten. Zelfs meel, een basisbe-hoefte, mag niet meer binnenkomen. Zij roepen de internationalegemeenschap echt op om hen te helpen en ervoor te zorgen dat er inAs-Suwayda weer humanitaire hulp binnenkomt. Ik heb eerder een motieingediend over het bestemmen van humanitaire hulp, specifiek voor dezekwetsbare groepen in Syrië. Ik zou echt van de Minister willen weten inhoeverre hulp op dit moment bij de druzen terechtkomt. Ik heb ook eerderaan de Minister gevraagd hoe het kan dat humanitaire hulp nietbinnenkomt. Ik krijg dan vaak het verhaal te horen dat de druzen de hulpniet binnenlaten. Dat gaat er bij mij niet in. We moeten echt alles proberenom deze groep zo veel mogelijk te helpen en ervoor te zorgen dat voor debasisbehoeften gewoon humanitaire hulp het land binnenkomt.Voorzitter. Laat ik nog iets benoemen. Vanavond kreeg ik tijdens het vorigedebat allemaal appjes binnen. Ik dacht: wat is er aan de hand? Ik kreegvan familie en vrienden uit Syrië te horen dat zojuist twee christelijkemannen zijn vermoord door twee mannen die op motoren reden en henhebben neergeschoten. Ik zou de Minister dus echt willen oproepen om tekijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat deze mensen, de kwetsbaren – ikga ze geen «minderheden» noemen, want het zijn de oorspronkelijkebewoners van het land Syrië – gewoon veilig in hun eigen land kunnenblijven wonen.Voorzitter. Dan heb ik aan de Minister een vraag over de motie die eenaantal weken geleden door de heer Ceder en mij is ingediend en door deKamer is aangenomen. Daarin hebben wij de Minister verzocht om inVN-verband na te gaan hoe we een coalitie van landen kunnen vormenom Al-Jolani onder druk te zetten, opdat hij deze kwetsbare groepen metrust laat en hen respecteert als inwoners van zijn land. Ik hoor graagwelke resultaten de Minister in VN-verband heeft geboekt bij het vormenvan coalities en het zetten van druk op Al-Jolani.Voorzitter. De vorige Minister heeft ingestemd met het opheffen van desancties. Daarvoor was unanimiteit nodig. Hij heeft zijn veto niet gebruikt,maar hij heeft wel geëist dat dan aan een aantal voorwaarden werdvoldaan, waaronder de voorwaarde dat de sancties niet zouden wordenopgeheven, maar opgeschort, zodat wij dat makkelijk kunnen terug-draaien, mocht Al-Jolani zich niet houden aan de afspraken. Voor mij isecht de vraag: hoelang wachten we nog met Al-Jolani te wijzen op zijnverplichting om ook deze groepen met rust te laten en hen te beschouwenals inwoners van zijn land? Ik zou dus graag van de Minister willen wetenof het niet tijd wordt om het opschorten van die sancties weer terug tedraaien.Voorzitter. Ik wil toch echt ook stilstaan bij een aantal conflicten in de restvan de wereld.De voorzitter:U heeft nog vier seconden.De heer Kahraman (NSC):O! Nou ja, laat ik dan noemen: de humanitaire ramp in Jemen, devluchtelingen in Congo, het uitmoorden van christenen in de Sub-Saharaen de vrouwen en meisjes in Sudan die door de strijdende partijen op eengruwelijke wijze seksueel worden misbruikt.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van der Burg, VVD. O! Er is eeninterruptie van de heer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Er stond ook nog een ander onderwerp op de agenda, namelijk Afgha-nistan en de Afghaanse bewakers. Dat is een van de eerste onderwerpenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 3774 waar dit kabinet een streep door heeft gezet en waarbij het een afspraakheeft teruggedraaid. Vandaag is in de NRC hierover een artikelverschenen. Heeft dat NSC van standpunt doen veranderen? Want ik hooreen vurig pleidooi voor minderheden, voor kwetsbare mensen. Daar benik het erg mee eens; wat dat betreft alle steun van het CDA. Horen deAfghaanse bewakers daar ook bij?De heer Kahraman (NSC):Ik kan de heer Boswijk nu een sneer geven, maar dat zal ik niet doen, wantwe hebben dit drie uur geleden in de vorige commissie uitvoerig metelkaar besproken. Ik kan dat dus herhalen. Wij hebben ook aangegevendat onze fractie over het antwoord van de Minister in conclaaf zal gaanom te kijken of er nieuwe informatie is op basis waarvan wij een oordeelgaan vormen over de Afghaanse bewakers. In de afgelopen maanden hebik meerdere keren met de vorige Minister gebeld en gevraagd hoe hetstaat met de Afghaanse bewakers. Ik was verheugd om te horen dat hij aleen schrijnend geval had toegelaten. Nou, deze Minister bevestigde zelfdat het zelfs een vrouwelijke bewaker was. Ik ben blij dat de vorigeMinister een geval als schrijnend heeft aangemerkt en haar en haarfamilie naar Nederland heeft gehaald. Ik hoop dat ook deze Ministerbarmhartig zal omgaan met zijn bevoegdheid.De voorzitter:De Minister heeft aangegeven in dit debat straks nog even op een aantalvragen terug te komen. Meneer Boswijk, heeft u nog een vervolgvraag?De heer Boswijk (CDA):Nee.De voorzitter:Oké. Dan gaan we door naar de heer Van der Burg, VVD.De heer Van der Burg (VVD):Voorzitter. Gezien de manier waarop we de laatste tijd in de Kamer metelkaar omgaan en omdat er verkiezingen komen, had ik mij heiligvoorgenomen om overal de verbinding in te zoeken en dus niet hetgevecht met collega’s aan te gaan. Dat is vandaag in dit debat wel extralastig, want voor een debat over Gaza weet iedereen tijd te vinden en danzijn we met vijftien woordvoerders, maar vandaag zijn we met zijn zessen.Ongetwijfeld zullen er collega’s zijn die hele goede redenen hebben omhier niet te zijn. Ik ken ook een aantal collega’s die hier altijd zijn, alleentoevallig nu niet. Ik vind het toch wel bijzonder dat, nu het gaat overSudan, Congo en Afghanistan, er maar zes partijen aanwezig zijn, terwijler vijftien het gevecht aangaan in debatten over Gaza.Voorzitter. Ik ga in op Sudan. Eigenlijk heb ik niks aan te vullen op hetgeenmevrouw Dobbe allemaal over Sudan heeft gezegd. Mevrouw Dobbe en iktrekken volgens mij redelijk gezamenlijk op bij het vragen van aandachtvoor Sudan. 30 miljoen mensen hebben op enigerlei wijze hulp nodig.10 miljoen mensen zijn op de vlucht. Overigens is het merendeel in hetland zelf op de vlucht, maar kijk ook naar de hoeveelheid mensen die naarEgypte is gegaan. Een deel van hen wordt niet eens als vluchtelingerkend. Volgens de laatste cijfers verkeren 638.000 mensen in acute nooden zijn er al meer dan 150.000 doden gevallen. Het wrange is dat ooksteeds meer hulporganisaties zeggen: we redden het daar niet; de situatieis daar niet veilig, dus we trekken ons daar terug. Ik snap dat overigens.Het is geen verwijt aan enige hulporganisatie, maar het is wel wrang. Ditconflict krijgt ook niet de aandacht die andere conflicten krijgen. Ik vinddat we daar toch nadrukkelijk aandacht aan moeten besteden, niet alleenomdat het om deze aantallen mensen gaat, wat op zich al een morelereden is om met Sudan bezig te zijn, maar ook omdat de westerseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 3775 samenleving er belang bij heeft dat daar vrede ontstaat, al was hetinderdaad maar vanwege de door vele Nederlanders gevoelde prioriteitom migratiestromen in te dammen. Want hier hebben we het echt overheel grote aantallen. Het is belangrijk dat we daar toch bij stil blijvenstaan.Ik ga het vandaag op geen enkele wijze hebben over Israël en Gaza, wantik heb heel nadrukkelijk gezegd dat dit overleg juist over de andereconflicten moet gaan. Maar het ingewikkelde is wel dat een aantalArabische landen die wij nodig hebben in het kader van het conflictIsraël-Hamas, een rol spelen in het conflict in Sudan. Er zijn dus geopoli-tieke redenen om met bepaalde partijen voorzichtig om te gaan, maar datzijn tegelijkertijd partijen waar we druk op zouden moeten uitoefenen omeen bijdrage te leveren aan het stoppen van dit conflict. Ik vraag toch eenreactie van de Minister. Ik besef dat deze Minister in het openbaar indezen op eieren moet lopen, want deze Minister heeft natuurlijk een hellof a job met alles wat hierbij speelt. Luns zei ooit: «Het voordeel van eenklein land is dat het heel veel buitenland heeft. Het nadeel is dat je alsMinister van Buitenlandse Zaken eigenlijk 20 banen hebt en 30 ballentegelijk in de lucht moet houden.» Toch vraag ik hierop van de Ministereen reflectie.Over Congo is al het nodige gezegd, maar Congo kan hier nietonbenoemd blijven, al was het maar omdat er nu een soort vanvredesdeal ligt, ingestoken door de Verenigde Staten. We zien dat dievredesdeal – laat ik het voorzichtig zeggen – niet heel erg lijkt te werken endat een aantal zaken die daarbij zijn afgesproken, toch niet van de grondlijken te komen. Amerika speelt daar niet automatisch een goede rol in,anders dan dat Trump dit kon vermelden op zijn lijstje van zeven oorlogendie hij had gestopt, waardoor hij nu toch echt de Nobelprijs verdient. Wezien daarin natuurlijk ook de dubieuze rol van Rwanda. In dit kader noemik ook even de discussie over de grondstoffen, die dit niet alleen voorRwanda, maar ook voor de rest van de wereld belangrijk maken.Een interruptie, voorzitter?De voorzitter:Nee, u bent door uw tijd heen. Dank voor uw inbreng. Ik zie geeninterrupties. Ja, toch. Mevrouw Dobbe komt u helpen. Mevrouw Dobbe,een aardige interruptie voor de heer Van der Burg.Mevrouw Dobbe (SP):Ik ga hem toch niet vragen wat hij nog meer had willen zeggen, want ikwil iets anders vragen. Aangezien we hier vanavond de verbindingzoeken, wil ik eens even kijken hoever we kunnen komen voor Sudan. Ikweet dat er signalen zijn dat er te weinig budget is voor de fact-findingmission. Ik weet ook hoe belangrijk het tegengaan van straffeloosheid isom te voorkomen dat nieuwe oorlogsmisdaden worden begaan, zoals hetseksueel geweld tegen vrouwen en meisjes dat we nu zien. Daarvoormoet je straffeloosheid aanpakken, want anders kun je dat nooit stoppen.Als nu blijkt dat er inderdaad onvoldoende budget is voor de fact-findingmission, is de VVD dan bereid om in het belang van Sudan en gelet op dewaarde die de VVD daaraan hecht, te zeggen dat daar misschien wat extramiddelen bij moeten?De heer Van der Burg (VVD):Extra middelen erbij betekent dat van andere budgetten extra middelen afmoeten. We moeten dit dus altijd in dat kader bekijken. Ik wil welwelwillend naar de vraag van mevrouw Dobbe kijken, want het is nietalleen put your money where your mouth is. Het is echt belangrijk om tekijken wat we in dezen kunnen doen, maar ik kan hier nooit ja op zeggenzonder dat ik weet waar een eventuele dekking vandaan komt, want hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 3776 gaat ten koste van iets anders. Maar ik kijk graag met u mee. Sorry! Ik kijkgraag met mevrouw Dobbe mee, voorzitter.De voorzitter:Heel netjes. Mevrouw Dobbe heeft nog een vervolgvraag.Mevrouw Dobbe (SP):Nou, dank u wel. Dan hoop ik dat er inderdaad positief wordt geoordeeldover deze plannen, die de VVD ongetwijfeld hartstikke goed vindt.In mijn inbreng heb ik over de verschrikkelijke oorlog in Congo gezegd datwe moeten pleiten voor een EU-verbod op de import van mineralen uitRwanda zolang dat land M23 blijft steunen. Kan de heer Van der Burg datook steunen?De heer Van der Burg (VVD):Dat weet ik niet. Maar als ik hier zeg «dat weet ik niet», dan zit dat dichterbij een nee dan bij een ja. En dat heeft te maken met de geopolitiekesituatie rondom de grondstoffen. Daarom heb ik die vraag ook zelf aan deMinister gesteld. Ik kan het er nu niet meer over hebben, want ik ben doormijn spreektijd heen en de voorzitter is terecht streng, maar we ziennatuurlijk dat China bezig is met het creëren van een monopolie op eenaantal cruciale grondstoffen. Ik zie dat in andere landen die deze crucialegrondstoffen hebben, ook een mensenrechtenvraagstuk aan de orde is.Tegelijkertijd zie ik dat wij in Europa wel afhankelijk zijn van die crucialegrondstoffen, die wij bijvoorbeeld gebruiken ten behoeve van onze eigenveiligheid. Ik vind dit dus een heel ingewikkelde. Ik neig dus naar een nee,tenzij de Minister mij ervan overtuigt dat wat mevrouw Dobbe vraagt, heelerg zinnig is.De voorzitter:Dat wachten we in spanning af. Er is nog een interruptie van de heerBoswijk.De heer Boswijk (CDA):Aangezien we de verbinding zoeken, ben ik benieuwd wat de heerVan der Burg nog meer te melden heeft.De voorzitter:Nou, nou. De heer Van der Burg. Maar wel graag binnen één minuut.De heer Van der Burg (VVD):Ja, voorzitter. Ik vind het buitengewoon aardig van het CDA om hierbij stilte staan. Ik had in ieder geval nog stil willen staan bij Afghanistan, maardan niet bij de Afghaanse bewakers. Daar hebben wij het vanmiddag overgehad en toen heb ik ook mijn bijzondere positie in dezen uitgelegd. Wijhebben natuurlijk wel te maken gehad met een regering-Biden dieAfghanistan in de steek heeft gelaten. Zonder de Amerikanen waren wijniet in staat om daar zelf nog een toonaangevende rol te spelen. Wehebben ons dus ook terug moeten trekken, met alle gevolgen van dien.Vanmiddag hebben we het daar onder andere in een specifieke situatieover gehad. Ik zie wel dat bijvoorbeeld de laatste berichten niet alleengingen over het internet, dat af werd geschaald en nu weer enigszinsterugkomt, maar ook over de positie van vrouwen en meisjes. Vrouwen enmeisjes bestaan niet meer in het openbare leven. Hun stem mag nietmeer gehoord worden. Normaal gesproken zou je dat figuurlijk bedoelen,maar hier is dat zelfs letterlijk het geval. Alhoewel wij ons hebben moetenterugtrekken door de terugtrekking van de Amerikanen, vind ik toch datwij een bijzondere relatie hebben met Afghanistan en dus ook metspecifiek deze groep, die nu – ik zou bijna zeggen: meer dan in welk anderland ook – totaal van de visuele kaart wordt geduwd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 3777 De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van Baarle van DENK.De heer Van Baarle (DENK):Dank u wel, voorzitter. In vervolg op de heer Van der Burg wil ik beginnenmet Afghanistan. Het is inderdaad een land waarin het Westen twintig jaarlang militair aanwezig was, maar uiteindelijk leven talloze Afghanen er inarmoede en honger. Afghanistan wordt niet alleen geteisterd door diearmoede en die honger, maar ook door het leed dat is veroorzaakt dooreen allesvernietigende aardbeving waarbij meer dan 3.000 doden zijngevallen en tienduizenden gewond zijn geraakt. Dat leed is onbeschrij-felijk. Naar aanleiding van vragen die ik een tijd terug bij de regeling vanwerkzaamheden heb gesteld, hebben wij een brief gekregen van deregering. Daarin somt de regering eigenlijk op wat zij al deed. Mijn vraagis hoe de Nederlandse regering de hulp aan de slachtoffers van dieaardbeving kan vergroten en de honger en de armoede die daardoor zijntoegenomen, kan verlichten. Hoe vestigt Nederland ook in de diploma-tieke contacten die het met andere landen heeft, de aandacht op denoodzaak van het vergroten van die hulp?Voorzitter. Dan de Oeigoeren. De genocide die op de Oeigoeren wordtgepleegd, is echt verschrikkelijk. China vierde recent nog de70ste verjaardag van de annexatie van Oost-Turkestan. Het kondigde aanvia tientallen nieuwe luchtroutes naar Europa producten te gaan verkopendie eigenlijk zijn gemaakt met inzet van Oeigoerse slavenarbeid. Kan deMinister in ieder geval beloven dat geen van deze vluchten ooit naarNederland zal gaan? Kan hij ook een update geven van de uitvoering vande motie van DENK waarin de regering wordt opgeroepen te pleiten voormeer sancties tegen de schenders van de mensenrechten van deOeigoeren? Kan de Minister duidelijk aangeven hoe de maatregelen diebedoeld zijn om producten die met inzet van dwangarbeid tot stand zijngekomen te weren, ingezet zullen worden om producten te weren die totstand zijn gekomen met inzet van Oeigoerse dwangarbeid? Dat zou metsnelheid gebeuren, maar daar hebben we nog niks van gehoord.Voorzitter. Ook ik wil een blik op Syrië werpen. De pleidooien die in deKamer worden gehouden en vrijwel alle moties over de posities vanminderheden steunen wij. Het moedige Syrische volk heeft jarenlanggevochten om het bloedige bewind van Assad ten val te brengen. TegenAssad is nu een arrestatiebevel uitgevaardigd. Het is zaak alles op alles teblijven zetten om ervoor te zorgen dat Assad voor het gerecht gebrachtwordt. Daar is gewoon hulp van Nederland bij nodig. Hoe staat Nederlandertegenover om de slager van Damascus te laten vervolgen? Welkeinspanningen verricht Nederland om ervoor te zorgen dat Assad dievervolging niet ontloopt?De humanitaire situatie in Syrië blijft uiterst zorgwekkend. Kan de Ministereen update geven van de inspanningen die de Nederlandse regering opdit moment levert inzake het ondersteunen van de wederopbouw en hetgeven van steun aan de bevolking?Voorzitter. Ik zou de Minister ook willen vragen welke de inspanningen deNederlandse regering levert om de Rohingya in Myanmar te helpen, eenminderheid die toch wel een van de grootste slachtoffers is van de oorlogdie daar nu woedt en die nu onder erbarmelijke omstandigheden invluchtelingenkampen in de aangrenzende landen leeft. Dat moet onzeaandacht krijgen. Hoe is bijvoorbeeld mijn aangenomen amendementuitgevoerd dat ertoe strekt daarvoor budget vrij te maken?Voorzitter. Ik zou ook stil willen staan bij Bosnië, een prachtig land datverscheurd is door de verschrikkelijke genocide die daar heeft plaatsge-vonden. Ook vele Bosnische Nederlanders dragen dat verleden nog elkedag met zich mee. Tot op de dag van vandaag vragen zij of er inNederland een permanent monument kan komen om de slachtoffers vandie genocide te herdenken. Nu is pas door de Nederlandse regering eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 3778 plek onthuld. Mijn laatste vraag aan de Minister is of hij kan toezeggen datdit permanente monument op die plek op de kortst mogelijke termijn zalworden gerealiseerd.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Boswijk van het CDA.De heer Boswijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. We hebben het hier vaak over Gaza en Oekraïne.Het is goed dat we nu eindelijk ook stilstaan bij veel andere conflicten enschrijnende situaties. Zoals velen wil ik beginnen met Afghanistan. Eerlijkis eerlijk: ik moet keuzes maken tussen debatten. Het was geen sneer. Hetwas een oprechte interesse; ik wilde weten hoe mijn collega’s van deandere partijen daarin staan. Aangezien Afghanistan op de agenda van ditdebat staat, heb ik niet aan het andere debat deelgenomen. Ik ben heelbenieuwd hoe de Minister reflecteert op het artikel in de NRC en watdaarvan waar is. En als dat waar is, ben ik benieuwd of dat een reden isom het hoger beroep te stoppen. Het CDA is altijd tegen het terugdraaienvan dit besluit geweest. Wij hebben dat toen «beschamend» genoemd.Door de informatie van nu voelen wij ons alleen maar gesterkt in onsoordeel. Ik hoop dus van harte dat de partijen die destijds voor hetterugdraaien van die deal waren, dat nu zullen heroverwegen.Voorzitter. Wereldwijd wordt een op de zeven christenen vervolgd.Volgens Open Doors zijn dat 380 miljoen mensen. Het CDA wil datNederland bouwt aan een internationale coalitie tegen geloofsvervolgingen voor de bescherming van christenen in het bijzonder. Wij vroegeneerder naar een speciale VN-resolutie over religie in conflict en vrede,vergelijkbaar met VN-resolutie 1325 over Women, Peace and Security. DeMinister, toen de heer Veldkamp, stond daar toen niet echt voor open. Isdeze Minister wel bereid om zich nu voor deze resolutie in te zetten? Hoevoert hij de motie van de ChristenUnie en de SGP uit waarin de regeringwordt opgeroepen om christenvervolging structureel op te nemen indiplomatieke gesprekken?Voorzitter. In het licht daarvan maak ik mij ook grote zorgen over depositie van christenen, maar ook van druzen in Syrië. Ik ga daarbij nogniet zover als collega Kahraman. Ik zeg niet dat we moeten stoppen metdiplomatieke banden enzovoort, want ik zie ook andere dilemma’s, maarik ben wel benieuwd hoe de Minister hiernaar kijkt.Collega Dobbe vraagt altijd terecht aandacht voor Sudan. Daar sluit ik mijhelemaal bij aan. Daar woedt een bloedige strijd waar wij veel te weinigover horen. We weten dat onder andere de Verenigde Arabische Emiratendaar een rol in spelen. Hoe kijkt de Minister daarnaar? Hoe kunnen wijdaarbij onze relatie met die partijen gebruiken?In Congo zien we eigenlijk hetzelfde. De collega van de VVD, de heerVan der Burg, maakte daar ook al een opmerking over, net als over hetvredesplan, dat ook nog niet echt van de grond komt, om het maar evenlicht uit te drukken. Hoe kijkt de Minister daarnaar? Welke rol kan Europaspelen, ook als het gaat om de grondstoffen? We zien natuurlijk ook datChina daarin een heel grote rol speelt.Ik wil afsluiten met de volgende, laatste vraag. Net is bekend gewordendat het Chinese staatsbedrijf CITIC Telecom CPC voor 99% aandeelhouderis van de onderzeese kabels tussen Finland, Zweden en Estland. Daarmeekan het praktisch al het verkeer afluisteren. Is de Minister bereid om teonderzoeken hoe groot de Chinese invloed is bij de onderzeese kabels dieop Nederlands grondgebied liggen?Dat was ’m. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Aangezien ik de collega’s heb gevraagd of het wat korter kon,zie ik af van mijn eigen inbreng. Daar zullen een aantal ambtenaren dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 3779 zich bezighouden met Georgië, Turkije, de Kaukasus en Servië heel blijmee zijn. Ik kijk naar de Minister. Hoeveel tijd heeft u nodig? Twintigminuten. Dan gaan we verder om 20.20 uur.De vergadering wordt van 19.58 uur tot 20.21 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van hetkabinet. Voor ik het woord geef aan de Minister: we hebben net eenexperiment afgesproken waarbij er een onbeperkt aantal interrupties is,maar van maximaal 30 seconden. Zodra iemand daaroverheen gaat, zijnalle interrupties voor diegene op. Ik geef eerst het woord aan de Minister.Minister Van Weel:Creatief, voorzitter. Ik ben benieuwd. Ik heb twee blokjes: de landensitu-aties en de thema’s. Ik begin met de landensituaties. Binnen de landensi-tuaties begin ik met een leftover van het vorige debat, namelijk deschrijnende gevallen. Wat is de omschrijving daarvan, wat zijn de criteriaen hoeveel zijn er in deze kabinetsperiode toegekend? Ik begin met datlaatste. Dat was er één: de vrouwelijke bewaker over wie ik eerder sprak.Dat is het enige geval dat tijdens deze kabinetsperiode door mijnvoorvoorganger is toegekend.Ik zal de tekst voorlezen die over de schrijnende gevallen gaat. Het zijnuitzonderingsgevallen die net buiten de grenzen van de bestaande kadersvallen en niet op voorhand te definiëren, unieke situaties zijn. Dezeuitzonderlijke gevallen worden via verschillende kanalen onder deaandacht gebracht. Vervolgens wordt hier goed naar gekeken enuiteindelijk wordt de betrokken Minister daarvan op de hoogte gebracht,en wordt hij geadviseerd om deze unieke gevallen goed te keuren alsschrijnend. Dat betekent dat we al die verzoeken zien, kijken of erbestaande voorzieningen zijn waarvoor iemand in aanmerking komt en ofer bijzondere omstandigheden zijn die in dit geval wellicht als schrijnendgezien kunnen worden, terwijl de casus als zodanig buiten de bestaandevoorzieningen valt. Juist daarom zijn er geen vaste criteria, omdat als jevaste criteria had gehad, je nieuwe voorzieningen had kunnen maken. Ikzegde u toe dat dit vast gedefinieerd was, maar dat is het dus niet. Erbestaat een discretionaire bevoegdheid om, bij het vallen buiten diecriteria, daar enige ruimte in te vinden; dat gebeurt altijd op advies vanhet apparaat.Mevrouw Dobbe (SP):Was de eerste zin «net buiten de kaders vallen»? Wat bedoelt u dan met«net buiten»?Minister Van Weel:Bedoelt u hoe ver het buiten de kaders valt? Daar gaan we al, voorzitter.Mevrouw Dobbe (SP):Het is een nogal vage beschrijving, die kan leiden tot willekeur. Daaromben ik dus benieuwd wat «net buiten de kaders» betekent.Minister Van Weel:In algemene zin ben ik geen voorstander van discretionaire bevoegd-heden, juist omdat daar altijd enig gevaar van willekeur ligt. Bij hetasieldebat vanmorgen had u dat kunnen horen. In dit geval kan ik hetalleen maar duiden aan de hand van het laatste voorbeeld dat we hebbengehoord: iemand die eigenlijk in een groep viel waar nu over geproce-deerd wordt, is toch wel toegelaten, ondanks dat zij strikt gezien toch welvoldeed aan dezelfde criteria. Vanwege het zijn van vrouw in een landwaar het leven aan vrouwen compleet wordt ontzegd, is in dit geval tochTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 37710 een uitzondering gemaakt. Ik denk dat dit een voorbeeld is waarbij devoorziening als zodanig niet de ruimte had geboden, maar de schrij-nendheid van dit individuele geval daar wel ruimte voor heeft geboden. Ikkan het niet harder maken dan dat. De opdracht is natuurlijk om willekeuraltijd te voorkomen.De voorzitter:Mevrouw Dobbe. U mag van mij interrumperen, zolang u onder de 30seconden blijft.Mevrouw Dobbe (SP):Zijn de 42 bewakers die het kort geding hebben aangespannen ookbeoordeeld op deze criteria?Minister Van Weel:Alle gevallen worden beoordeeld langs de meetlat van de bestaandevoorzieningen. Als ze erbuiten vallen, maar er sprake is van bijzondereomstandigheden die schrijnendheid zouden kunnen veroorzaken, danworden die onder de aandacht gebracht. Dit ene geval is zo naar bovengekomen, maar de andere 42 dus niet.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Echt tot slot. Zijn die 42 bewakers nou op basis hiervan beoordeeld ofniet?Minister Van Weel:Er is geen vinkje schrijnendheid, want het is juist iets dat buiten debestaande voorzieningen valt. Er zijn dus wel vinkjes voor de bestaandevoorzieningen. Bij het beoordelen van mensen langs de bestaandevoorzieningen kun je aanlopen tegen een casus waarvan je zegt: alles aandeze casus zegt eigenlijk dat je hier wel zou willen inwilligen, maar mijnvinkjes uit de voorzieningen passen niet. Dan komt zoiets omhoog als eenschrijnende casus.De heer Kahraman (NSC):Ik wil dit echt ook begrijpen en ik begrijp het: als het onder de voorzie-ningen was gevallen, hadden we ze gewoon opgehaald. Dit zijn precies degevallen die buiten de boot vielen, die dus niet direct in dienst waren vande Staat, die niet in de eerste ring waren. Een mooi voorbeeld inderdaad:het is een vrouw, de situatie is echt veranderd en vrouwen hebben geenleven meer na de machtsovername; daarom heeft de Minister haarwaarschijnlijk toegelaten.Minister Van Weel:Ja, daar heeft de heer Kahraman gelijk in. Hij zei: goh, er waren zelfsvrouwelijke bewakers in Afghanistan. Ik ben heel veel naar politieagenten-opleidingen voor vrouwen en vrouwelijke Afghan NationalArmy-opleidingen geweest. Dan zie je hoe dit land gewoon honderdenjaren in de tijd is teruggeworpen; dat is echt schrijnend om te zien.De voorzitter:Ik zie verder geen interrupties, dus de Minister vervolgt zijn betoog.Minister Van Weel:Ik denk dat ik zo nog wel een stukje Afghanistan tegenkom, maar dan vaneen andere orde. We schieten nu toch even naar Sudan. Ik begin met devraag van mevrouw Dobbe of het mogelijk is om exportautorisaties vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 37711 medische spullen versneld te behandelen en prioriteit te geven. Er is geenspecifieke exportautorisatie voor humanitaire hulp. Door welk malletje hetmoet, hangt elke keer af van wat voor soort goed het is, in het kader vande exportvergunning. De strategische goederen hebben bijvoorbeeldmisschien een ABDO-autorisatie nodig via het Ministerie van BuitenlandseZaken, terwijl andere goederen weer vallen onder algemene exportregelsen een certificaat van oorsprong vereisen voor het land van bestemming.Het hangt dus niet af van het doel van de goederen, maar van de aard vande goederen. Dat maakt het moeilijk om een specifieke categorie te makenvoor medisch of humanitair. Ik snap natuurlijk uw verzoek; hoe makke-lijker we dit kunnen maken, hoe beter. Alleen, via de exportcategorie kanhet dus niet.De voorzitter:Heeft de Minister dit onderwerp afgesloten?Minister Van Weel:Sudan niet, maar wel deze vraag.De voorzitter:Zullen we dan gewoon eerst het blokje Sudan doen? Gaat u door.Minister Van Weel:Hoe dragen we bij aan de fact-finding mission in Sudan? Heeft dievoldoende middelen? We steunen in de VN-Mensenrechtenraad als lidvan de kerngroep de mandaatverlengingen van de fact-finding mission inSudan, want zonder die mandaatverlengingen kan de fact-finding missionüberhaupt niks doen. We kunnen niet direct financieel bijdragen aan defact-finding mission in Sudan vanwege de onafhankelijkheid van defact-finding mission, maar indirect steunen we die wel, via ongeoormerktebijdrages aan het OHCHR. Het gaat om 6,5 miljoen euro in 2025 en eenrecente bijdrage van 2 miljoen euro aan het landenkantoor in Sudan, datindirect ook het werk van de FFM ondersteunt. Helaas zijn ook demiddelen van de FFM wel beperkt, vanwege de financiële crisis bij de VN.Ik heb zelf een event gehost in New York waarbij we ook leden van defact-finding mission op beeld hadden om te vertellen over het werk dat zijdoen; zeer indrukwekkend en zeer nodig. Ook hier toont het aan datzonder accountability het conflict in ieder geval nooit tot een einde zalkomen, dus ik ondersteun hun werk van harte en zal dat ook blijven doen.Ik heb nog een aanvulling op het vorige punt van mevrouw Dobbe. Wegaan wel op een andere wijze in overleg met hulporganisaties, om tekijken wat we meer kunnen doen om hen logistiek te ondersteunen, om inieder geval de flow van goederen naar Sudan zo snel en zo goed mogelijkte laten verlopen. Dat gaat dus niet via de exportrestricties, maar wel opandere wijzen.Dan de rol van Arabische landen in het conflict in Sudan. Er waren eenaantal vragen daarover: eentje specifiek gericht op de VAE en eentje vande heer Van der Burg, wat meer in zijn algemeenheid. Ja, ik denk datArabische landen en ook de VAE een belangrijke rol kunnen spelen in devoortzetting dan wel de beëindiging van dit conflict. We wijzen ze ook ophun verantwoordelijkheden onder het internationaal recht, wanneer datnodig is, en we moedigen ze van harte aan om een positieve bijdrage televeren aan het beëindigen van het conflict. Het is in die zin een van devaste gespreksonderwerpen met al deze landen. Zo kijken we of we inieder geval een klein duwtje kunnen geven in de richting van de-escalatie,in ieder geval wat betreft de naleving van het internationaal humanitairrecht en de ongehinderde humanitaire toegang; daar schort het op ditmoment zeker aan.Dan kom ik, in ieder geval tijdelijk, bij Congo en Rwanda.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 37712 De voorzitter:Er zijn nog een aantal interrupties.Mevrouw Dobbe (SP):Om te beginnen, het is heel fijn dat u het gesprek wil voeren om te kijkenhoe we dat kunnen ondersteunen. Krijgen we daar een terugkoppelingvan? Dan kunnen we namelijk ook kijken of we daarmee kunnen helpen.Minister Van Weel:Nee, dat valt echt onder de vertrouwelijkheid van het diplomatiekeverkeer. Dat is ook een groot goed, want daardoor kun je in meeropenheid spreken met die landen. Als zij zouden weten dat alles wat wijdaar bespreken naar buiten komt, dan houdt het open verkeer al snel op.Het diplomatieke verkeer is daarom dus ook uitgezonderd van bijvoor-beeld de Wet open overheid of andere verzoeken.Mevrouw Dobbe (SP):Oké. Dan heb ik nog gevraagd om een specialist die misdaden tegenvrouwen en kinderen onderzoekt. Daar hebben verschillende organisatiesverzoeken voor gedaan. Kunnen we daar misschien nog wat inbetekenen?Minister Van Weel:Wij kunnen dat zelf dus niet, omdat we niet direct de fact-finding missionkunnen financieren. Dat moet dan echt gaan via het OHCHR, vanwege deonpartijdigheid van de fact-finding mission. Ik kan wel toezeggen dat wijin overleg gaan met het OHCHR om te vragen of dit een van de zaken iswaar aandacht voor is. Dan nog kunnen wij niet direct financieren enfinancieren wij via het OHCHR. Maar we zullen kijken of dit op hun lijststaat.De voorzitter:Dan was er nog een vraag van de heer Van der Burg. Nee? O, dan zag ikdat verkeerd. Dan vervolgt de Minister zijn betoog.Minister Van Weel:Congo, Rwanda en M23. Over onderwerpen die wij opbrengen gesproken:ook dit onderwerp heb ik in het eerste contact met mijn Rwandese collegaopgebracht. Ook daarover zal ik weer niet in details treden, maar weet datdit onze aandacht heeft in de contacten die wij hebben. In januari hebbenwe in EU-verband gepleit voor sancties tegen M23 en het Rwandese leger.Die sancties zijn in maart in werking getreden. We hebben ook inEU-verband gepleit voor opschorting van de MoU met Rwanda overkritische grondstoffen. Momenteel is dat MoU under review geplaatstdoor de Commissie. De uitvoering daarvan ligt op dit moment dus stil. Dathebben we ook opgenomen in de Afrikastrategie en de Grote Merenstra-tegie, die we deze week hebben verzonden.Op welke wijze staan wij in contact met organisaties voor de medischeondersteuning van slachtoffers van seksueel geweld in Congo? Wijondersteunen de humanitaire partners die betrokken zijn bij de hulpver-lening daar in de DRC, dus de Dutch Relief Alliance, het Rode Kruis,UNICEF, het World Food Programme en het ICRC. Dat doen we metflexibele financiering. De medische ondersteuning van slachtoffers vanseksueel geweld is onderdeel van de humanitaire hulpverlening in Congo.Via de EU pleiten wij voor verbeterde humanitaire toegang en humani-taire corridors. De EU Speciaal Vertegenwoordiger voor het GroteMerengebied is hier doorlopend over in gesprek met de strijdendepartijen in de regio.Hoe kijk ik dan naar het vredesproces, een van de zeven van Trump, zeg ikdan maar? Welke rol kan Europa spelen op bijvoorbeeld het gebied vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 37713 mineralen? De inspanningen van de VS, om welk conflict het dan ookgaat, juichen we natuurlijk van harte toe. Alles wat kan helpen om tekomen tot een diplomatieke oplossing, moeten we aangrijpen, of dat nugeldt voor het conflict in Gaza, in Armenië en Azerbeidzjan of in dit gevalin Congo. De Europese grondstoffenpartnerschappen beogen bij tedragen aan transparantie en traceerbaarheid, en daarmee ook aanmitigatie van de grondoorzaken van de instabiliteit in de regio. In reactieop de schending van de territoriale integriteit van de DRC door Rwandabegin dit jaar heeft mijn voorganger in EU-verband meermaals gepleitvoor het opschorten van het grondstoffenpartnerschap met Rwanda voorkritieke grondstoffen. Dat ligt dus stil, zoals ik net had verteld.Ik ga voor de heer Van Baarle weer even terug naar het onderwerpAfghanistan, maar dan specifiek met betrekking tot de aardbeving. Wijondersteunen de humanitaire organisaties die al betrokken zijn bij dehulpverlening in Afghanistan. Dat doen we met meerjarige flexibelefinanciering. Juist door die flexibele financiering kunnen zij ookinspringen op rampen, zoals deze aardbeving. Zonder dat wij daar dusdirect aan bijdragen, kunnen zij daar wel een bijdrage leveren aan hetverzachten van het leed. Ook het door Nederland gesteunde Rode Kruisen de Rode Halve Maanbeweging verleenden hulp en boden onder-steuning aan hulpverleners bij zoekacties naar vermiste personen diemogelijk onder het puin lagen. Het Central Emergency Response Fund,het noodhulpfonds van de VN, waar wij dit jaar met 59 miljoen dollar eenvan de grootste donoren van zijn, maakte in de dagen na de aardbevingook nog 5 miljoen dollar beschikbaar voor hulpverlening. Ook hetAfghanistan Humanitarian Fund, waar wij dit jaar 10 miljoen aan hebbengedoneerd, maakte geld vrij voor de hulpverlening daar. Als Nederlandhebben we dus niet direct, maar indirect zeker een rol gespeeld in hetlenigen van de noden daar.Dat brengt mij bij Syrië. Er werd gevraagd naar een coalitie over deveiligheidssituatie in Syrië. We hebben diverse politieke en hoogambte-lijke bijeenkomsten gehad in New York om te spreken over de veiligheids-situatie in Syrië. In elk gesprek hebben we opgeroepen tot een zogezamenlijk mogelijke inzet op dat punt. Zelf heb ik gesproken metAl-Shaibani, de Syrische Minister van Buitenlandse Zaken in deovergangsregering. Ik heb met hem gesproken over de zorgelijkeveiligheidssituatie, niet alleen met betrekking tot de druzen, maar ook metbetrekking tot de alawieten en de Koerdische gemeenschap in hetnoordoosten, en over de stappen die nodig zijn om de veiligheidssituatievoor die gemeenschappen te verbeteren.Ik merk in die gesprekken wel dat het zeer noodzakelijk is dat de Syrischeovergangsregering samen met de Israëlische regering komt tot eenvergelijk, met name over de druzen in de regio. Die gesprekken lopen ookweer. Die hebben een tijdje stilgelegen. Al-Shaibani was in ieder gevalpositief gestemd dat hier mogelijk tot een vergelijk zou kunnen wordengekomen dat in ieder geval de onrust die daar heeft geheerst, enigszinskan lenigen.We hebben ook een anti-ISIS-coalitie gehad om over de dreiging van ISISin Syrië te spreken. Er was ook een ministerieel event met de VN over desituatie in de kampen in Noordoost-Syrië en de hele grote inspanningendie Irak levert om mensen daar weg te halen en te re-integreren in Irak.Inmiddels zijn dat al zo’n 18.000 mensen, maar het is dan ook al bijna tienjaar na de datum dat die mensen daar beland zijn. Het is dus ook dehoogste tijd om daar een verschil te maken.De heer Van Baarle vroeg: wat doen we dan voor de wederopbouw vanSyrië en de ondersteuning van de bevolking daar? Het werd al genoemd:de eerste stappen zijn gezet met de opschorting van de sectorale sanctiesvan de EU en de VS, waardoor het economisch herstel en de weder-opbouw van Syrië bevorderd kan worden. De Nederlandse steun,bijvoorbeeld door bijdragen aan stabilisatie, ontmijning en bewijsver-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 37714 garing, wordt in het nieuwe Syrië voortgezet en uitgebreid. Daarmeebouwen we aan een veiliger Syrië, waar hopelijk ook meer mensennaartoe kunnen en willen terugkeren. Op de lange termijn moeten we datecht in EU-verband doen. Wij zetten ons dus in voor versterkte Europesecoördinatie ten aanzien van de wederopbouw en het onderzoeken vaneventuele verdere sanctieverlichting die nodig is voor economisch herstel.Daarnaast kijken we ook naar de ontwikkelingsbanken en de VN en deslagkracht die zij hebben om een verschil te maken.Ten slotte zit Assad gelukkig niet meer in Syrië, maar hij is ook nog niethier in Den Haag. We hebben in dit geval alleen maar rechtsmacht als ereen link is met Nederland. Het is aan het OM om te zien of die in dit gevalop enigerlei wijze te vinden is. Anders zijn we toch echt afhankelijk vaninternationale inspanningen.Ten slotte. De heer Kahraman vroeg naar de situatie met christenen inSyrië. Het geweld dat heeft plaatsgevonden rondom die verschillendegemeenschappen baart ons ernstige zorgen. Ook de terroristischezelfmoordaanslag op de Grieks-orthodoxe kerk in Damascus op 22 juni enandere vormen van geweld tegen christenen vallen daaronder. Allegeloofsgemeenschappen, alawieten, Koerden, christenen, druzen, moetenin Syrië beschermd worden. Dat is een boodschap die ik, maar ook depremier, heel duidelijk bij onze counterparts heb neergelegd, inclusief devrijheid van religie. Daarnaast zijn er ook VN-instellingen. We laten dusniet alles aan de Syrische regering. Ook de VN-instellingen doenonderzoek naar de mensenrechtenschendingen, waaronder de UNCommission of Inquiry. Die mechanismen steunen we. We volgen ook deuitkomsten van die onderzoeken nauwgezet.Ik ga nog even door met Syrië. Daarna doe ik een algemene afronding. Inhoeverre komt hulp bij de druzen terecht? Moeten we werken aanhumanitaire corridors? Ook de humanitaire situatie in Syrië steunen wijmet ongeoormerkte meerjarige financiering. Onze humanitaire partnershebben dus ook daar de flexibiliteit om te reageren bij acute of nieuwenoden. Dat doen ze op basis van de grootste noden en ten behoeve vande meest kwetsbare groepen. Daar vallen minderheden zoals de druzenabsoluut onder. Uit de gesprekken met die organisaties komt geenindicatie naar voren dat bepaalde gemeenschappen niet worden bereiktmet hulp. Natuurlijk staan we hierover in nauw contact met onze partners,maar het lijkt op dit moment niet nodig om aparte humanitaire finan-ciering voor kwetsbare groepen ter beschikking te stellen. We vragen eraandacht voor. Zij verzekeren ons dat ze dat meenemen in hun respons.De heer Kahraman vroeg ook om Al-Jolani en Al-Sharaa te wijzen op deverplichting ten opzichte van de kwetsbare groepen. Ik vertelde net dat depremier en ik dat allebei hebben gedaan. U vroeg: moeten we nietopnieuw sancties instellen? Ik ben met u eens dat de situatie enorm broosis. Honderd procent vertrouwen zou te veel gevraagd zijn, ook gelet op hetverleden van het geweld in Syrië in tien jaar burgeroorlog. Maar na tienjaar burgeroorlog merk ik ook dat we wel bereid moeten zijn om in iedergeval te hopen op een verbetering van de situatie, ook omdat de Syriërsdaar zo veel recht op hebben. Deze overgangsregering zit er nu. Daarzullen we heel scherp op blijven. We vertrouwen die niet blind, maar wijwillen die ook een kans geven om wél het goede te doen, om wél te zienof Syrië verenigd kan worden, met behoud van de diversiteit en depluriformiteit die voor Syrië altijd zo kenmerkend was. Dat betekent ookdat we ze aanspreken op geweldsmisstanden die wij zien.Dan kom ik bij Myanmar.De voorzitter:Er zijn interrupties. Ik geef eerst het woord aan de heer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 37715 Ik begrijp de Minister. Ik heb er ook altijd voor gepleit te helpen om hetland weer op te bouwen, zodat de mensen gewoon in vrede kunnen leven.Maar het probleem is dat Al-Jolani zich gewoon niet houdt aan afspraken.Hij heeft eerst de alawieten uitgemoord, toen de christenen en nu dedruzen. Ik houd mijn hart vast voor als hij in conflict komt met deKoerden. Wanneer denkt de Minister dat het genoeg is? Wanneer gaan wemisschien een aantal sancties weer instellen?Minister Van Weel:Dit is waar we nu naar kijken. De Commissions of Inquiry zullen moetenuitzoeken in hoeverre dit geweld plaatsvond in opdracht van de centraleregering. Ik sluit niet uit dat er troepen zijn van onder de vleugels vanAl-Jolani die ook in sommige opzichten zelfstandig hebben geopereerd.Nog belangrijker is: hoe snel komt er een einde aan dit soort incidenten enhoe treedt de regering daartegen op? Dat is waar we heel scherp opmoeten zijn. Dat moet ons het vertrouwen geven dat inderdaad de intentieerachter is om rust, stabiliteit en samenhang te beleven. Voor zover wijkunnen nagaan en voor zover we moeten afgaan op de informatie die wekrijgen van onder andere de Syrische overgangsregering, is de situatiemet betrekking tot de alawieten op dit moment gekalmeerd en rustig. Desituatie met betrekking tot de druzen is dat nog niet. Maar zoals ik al zei:daar is ook voor nodig dat Israël en de Syrische overgangsregering nadertot elkaar komen en afspraken maken over de veiligheid in het gebied. Ikhoop dat dat wel snel gaat gebeuren.De heer Kahraman (NSC):Met betrekking tot de alawieten hebben de VN volgens mij een rapportuitgebracht waarin heel veel vingers naar het hoogste niveau inDamascus wijzen. Maar laat ik het even over de druzen hebben. Die zittennu in de situatie dat regeringstroepen het gebied gewoon afgezet hebben.U wijst naar Israël. De druzen zeggen tegen mij altijd dat zij Israëldankbaar zijn dat het het moorden heeft gestopt. Anders zou het gewoondoor zijn gegaan.De voorzitter:Ik neem aan dat de heer Kahraman een reactie hierop wil van de Minister.Minister Van Weel:Ik snap wat hij zegt, en ik wijs ook niet naar Israël, maar gelet op de defacto grote invloed op het gebied die Israël nu heeft, zal er toch ergensgesproken moeten worden met de Syrische overgangsregering. Het is ookniet de bedoeling dat het Israëlische leger daar tot in het einde van dagenverblijft. Maar de Israëlische zijde wil natuurlijk wel garanties hebben datook de druzen kunnen rekenen op veiligheid in het Syrië van dezeovergangsregering. Dat is het soort gesprekken dat ik zoek. Ik ben er bangvoor dat als je nu sancties zou instellen, we eerder een achteruitgang ziendan een vooruitgang. De situatie in het land is heel broos. Economischetegenspoed draagt niet bij aan een verdere versterking van de situatiedaar. Daarom ben ik toch geneigd om, weliswaar met een scherp oog, debenefit of the doubt op dit moment te laten prevaleren.De heer Kahraman (NSC):Een laatste vraag met betrekking tot de situatie van de druzen. Ik krijg echtrechtstreeks signalen van de druzen dat er gewoon geen humanitaire hulpbinnenkomt in As-Suwayda. Er is zelfs een motie van mij aangenomenwaarmee we zeggen specifiek voor deze kwetsbare groepen hulp tewillen. Ik krijg van de druzen continu te horen dat zij zelfs mail nietbinnenkrijgen in hun provincie. Kan de Minister daarop reflecteren?Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 37716 Humanitaire toegang tot As-Suwayda was begin juli inderdaad zeerbeperkt. Ik weet niet van wanneer de signalen die u heeft, dateren. Tussen20 juli en 29 september hebben 41 hulpkonvooien As-Suwayda metlevensreddende hulp bereikt, inclusief voedsel, medische hulpmiddelenen brandstof. In eerste instantie werd deze voornamelijk geleid door deSyrische Rode Halve Maan, maar naarmate toegang voor de VN enandere organisaties toenam, gebeurde dat ook door andere humanitaireorganisaties. Daar dragen wij dus aan bij. Met die organisaties staan wij incontact. Op dit moment geven zij ons aan dat er geen noodzaak meer istot separate humanitaire corridors voor de toegang tot As-Suwayda.Nogmaals, dat komt van de organisaties. Wij zijn daar niet zelf geweest.De voorzitter:Dank u wel. Dan kunt u nu volgens mij vervolgen met blok twee.Minister Van Weel:Rohingya nog.De voorzitter:O, excuus. Rohingya.Minister Van Weel:Het was een rondje wereld, en dat maken we ook af. De heer Van Baarlevroeg hoe het staat met zijn amendement om budgetten vrij te makenvoor de Rohingya in Myanmar. Conform het amendement dragen we met1 miljoen euro direct bij aan Rohingya Response. Door middel van eenproject van de UNHCR, dat zowel de Rohingya in Myanmar als deRohingya in Bangladesh ten goede zal komen, met vooral medische hulp,opvang en bescherming, wordt invulling gegeven aan dat amendement.Dan kom ik bij mijn tweede blokje, voorzitter. Ik begin met het mensen-rechtenbeleid. Dan kom ik op de strategische afhankelijkheden en daarnaop de geloofsvervolging. Welke stappen hebben wij genomen omproducten te werven uit ... Het lijkt op iets van landen, maar ook opmensenrechten; het overlapt elkaar altijd. Maar het gaat over deproducten die voortkomen uit schendingen van de mensenrechten van deOeigoeren. Uiteraard is de situatie van Oeigoeren in China buitengewoonzorgelijk. Op 13 december vorig jaar is de Europese Anti-dwangarbeid-verordening in werking getreden. Die bevat een verbod om goederenvervaardigd met dwangarbeid op de Europese markt aan te bieden. Vanafdecember 2027 worden die verplichtingen daadwerkelijk toegepast. Ikdenk dat dat een belangrijke stap is om dwangarbeid tegen te gaan, maardaarnaast ook om oneerlijke concurrentie te bestrijden. De vraag was ofwij nationaal stappen kunnen zetten om deze producten te weren voor dietijd. Wij zullen in eerste instantie inzetten op effectieve implementatie enhandhaving van die verordening. We zijn al begonnen met de implemen-tatie daarvan. In lijn met eerder ingediende moties van de heer Van Baarlezullen we in Brussel aandacht vragen voor het tegengaan van staatsge-leide dwangarbeid in onder meer China. Dit doen we ook met het oog opde richtsnoeren en de database die de Commissie voor die verordeninggaat ontwikkelen.Verder verwachten wij van bedrijven dat ze internationaal zakendoen inlijn met de OESO-richtlijnen. Ook dat zou moeten bijdragen aan hetuitbannen van in ieder geval het importeren van producten uit Xinjiang,waarbij van dwangarbeid sprake kan zijn.De heer Boswijk had een vraag over het Chinese staatsbedrijf CITICTelecom, dat voor 99% eigenaar is van de kabels in de Baltische Zee. Daargaan we naar kijken. Dat is een hele specifieke vraag, maar die ga ik metEZ opnemen. Daar zal ik op terugkomen in het kader van onze vitaleinfrastructuur. Het lijkt mij een relevant genoeg onderwerp daarvoor.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 37717 De voorzitter:Mag ik vragen op welke manier het kabinet daarop wil terugkomen?Minister Van Weel:Hebben we een rapportagelijn voor vitale infrastructuur?De voorzitter:Vanaf nu wel.Minister Van Weel:Nee, ik weet zeker dat er zoiets is, waarbij we rapporteren over econo-mische beschermingsmaatregelen et cetera. Dan nemen we deze vraagdaarin mee. Dat zal waarschijnlijk het voortouw zijn van de collega van EZ.De voorzitter:Oké. Dan noteren we dat.Minister Van Weel:Dan vroeg mevrouw Dobbe: wat kunnen we doen aan onderzoek naarfinanciering in Europa van met name de antirechtenbeweging? Het is zeerzorgelijk; dat deel ik met mevrouw Dobbe. Ik doel ook op de bedragen dieerachter zitten en die u noemt. Daarmee kan echt impact gegenereerdworden. Voor ons blijven deze rechten in het mensenrechtenbeleidwereldwijd leidend in ons mensenrechtenbeleid, of het nu gaat omlhbtiq+-rechten of om vrouwenrechten. Met het Mensenrechtenfonds enhet focuskader dragen we hieraan bij. We zullen de situatie monitoren enwaar nodig agenderen. Ook in EU-verband wil ik hier aandacht voorvragen. Het is niet een specifiek Nederlands probleem. Deze organisatieszijn vaak groot en actief in heel veel landen. Wellicht kunnen we iets inbeweging krijgen, of het nu in de vorm van onderzoek is of anderszins.De voorzitter:Op dit punt is er een interruptie van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Mijn zorg zit in het volgende. Zij bewegen sneller dan wij. De impact diezij hebben, is echt gigantisch. Zou u, als u er toch over in gesprek gaat,willen bekijken of er echt een concreet plan uit voort kan komen? Ik weetdat er een aantal onderzoeken zijn. Een aantal onderzoeken zijn ook nodig.Maar een plan van aanpak vanuit Europa zou wel heel erg helpen.Minister Van Weel:Ja, ik ben bereid om te bekijken of ik dat in Europees verband van degrond kan krijgen.Mevrouw Dobbe (SP):...De voorzitter:Dat doen we even in de microfoon.Mevrouw Dobbe (SP):Wilt u dat ook terugkoppelen aan ons, meneer de Minister?Minister Van Weel:Ja. Dat doen we dan in een rapportage van een RBZ-Raad waarin we dit aldan niet in de vergadering of in de marges hebben kunnen bespreken metrelevante actoren.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 37718 Oké, dat noteren we. Dan kan de Minister zijn betoog vervolgen.Minister Van Weel:Dan had ik nog een vraag van de heer Kahraman: wat doen we zowel inEU-verband als mondiaal om te voorkomen dat christenen van hungeboortegrond worden verdreven? We zetten ons actief in voor de vrijheidvan religie en levensovertuiging, in de EU, in de VN, maar ook in alleandere multilaterale fora waarin we zitten. We vragen altijd specialeaandacht voor vervolging van minderheden zoals christenen. InEU-verband pleiten wij voor sancties tegen daders van religieus gemoti-veerd geweld en bespreken we de zorgen rond blasfemie en geloofsver-volging bij de beoordeling van de handelspreferenties, bijvoorbeeld in hetkader van die met Pakistan. Wij steunen ook VN-instellingen die mensen-rechtenschendingen onderzoeken. We roepen via de Mensenrechtenraadop tot afschaffing van blasfemiewetgeving wereldwijd. In 2024 is vanuithet Mensenrechtenfonds 11,3 miljoen euro besteed aan vrijheid vanreligie. Wij financieren ook een vijfjarig programma van 37 miljoen euro,gericht op interreligieuze dialogen en het tegengaan van extremisme inverschillende landen. Ik deel de zorgen van de heer Kahraman, maar ikkan hem niet beloven dat het in elk gesprek aan de orde komt. Maar daarwaar relevant, bijvoorbeeld in het gesprek met de Syrische overgangsre-gering, heeft dit zeker de aandacht.Daarmee heb ik, denk ik, alle vragen beantwoord, voorzitter.De voorzitter:Ik kijk even om te zien of dat klopt of dat er nog onbeantwoorde vragenzijn. Ja, het klopt. Dan wil ik de Minister danken. We hebben afgesprokenom geen tweede termijn te doen. Ik wil de ondersteuning bedanken. Zoalsik al zei, kan ik mij voorstellen dat er bij dit onderwerp veel ondersteuningwas. Uiteraard wil ik de collega’s bedanken dat we het op een christelijktijdstip hebben weten af te ronden. Ik hoop alle collega’s na de verkie-zingen terug te zien, maar speciale dank gaat uit naar collega Kahraman.Als we niet terugkomen van reces, was dit zijn laatste debat, vermoed ik.Dank, ook namens alle collega’s, denk ik. Dank u wel. Dan sluit ik devergadering.Sluiting 20.53 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 623, nr. 37719

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2ea8fbd8645769c4

14 okt 2026 · 4a2ab11c4f14af45

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.