KamerkringInloggen
Kamerstuk

Nota naar aanleiding van het verslag

6 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 826c53b810626fb9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 486Wijziging van de Wet langdurige zorg, de Wetfinanciering sociale verzekeringen, de Wetmarktordening gezondheidszorg en deAlgemene wet bestuursrecht, in verband met deuitbreiding en verdere uitwerking van debekostigingsmogelijkheden met middelen vanuithet Fonds langdurige zorgNr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAGOntvangen 6 juni 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast methet voorbereidend onderzoek van voorliggend wetsvoorstel, heeft de eerals volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.Onder het voorbehoud dat de in het verslag opgenomen vragen enopmerkingen afdoende door de regering worden beantwoord, acht decommissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoendevoorbereid.Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingenin het verslag van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport. Graag ga ik in op de door u gestelde vragen. De beantwoordingvan de vragen is geplaatst in de integrale tekst van het verslag. Hetverslag is cursief weergegeven.Inhoudsopgaveblz.1.Inleiding12.Preventieve maatregelen73.Aanvullende bekostiging voor randvoorwaardelijke maatrege-len244.In stand laten Wlz-uitgaven door de NZa295.Meerjarige contractering316.Gevolgen van het wetsvoorstel367.Advies en consultatie398.Advies ATR419.Overig42 1. INLEIDING De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de wijzigingvan de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet financiering sociale verzeke-ringen, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Algemene wet kst-36486-6ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 61 bestuursrecht in verband met de uitbreiding en verdere uitwerking van debekostigingsmogelijkheden met middelen vanuit het Fonds langdurigezorg (Flz) en hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interessekennisgenomen van het wetsvoorstel in verband met uitbreiding enverdere uitwerking van de bekostigingsmogelijkheden met middelenvanuit het Flz. De wet heeft een aantal verschillende doelen, die inprincipe door genoemde leden worden ondersteund. Zij hebben nog weleen aantal vragen over de effectiviteit van het wetsvoorstel en ofgenoemde problemen daadwerkelijk worden opgelost.Ten eerste zien de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat het probleemwat met het onderhavige wetsvoorstel moet worden opgelost, voortkomtuit de versnippering van het stelsel. Deze versnippering speelt op tweevlakken. Ten eerste starten ouderen in de Wet maatschappelijke onder-steuning (Wmo) 2015 en de Zorgverzekeringswet (Zvw) als zij langdurigeondersteuning nodig hebben om later, als de zorgvraag toeneemt, pasover te stappen naar de Wlz. Hierdoor zit er een knip in de stelsels dieworden aangesproken door ouderen als zij langdurige zorg en onder-steuning nodig hebben. Ten tweede zien zij versnippering, omdat een deelvan de zorg voor ouderen die thuis wonen, ook als zij intensief zorg nodighebben, wordt bekostigd uit de Wmo 2015, Zvw en Wlz. Genoemde ledenvragen de regering te reflecteren op een stelselwijziging waarbij alleouderenzorg in één stelselwet wordt geplaatst en vragen de regering ofgenoemde problemen daarmee niet ook worden opgelost.1.Met dit wetsvoorstel wordt het mogelijk voor zorgkantoren om teinvesteren in preventieve maatregelen om op deze manier de behoefteaan zorg op grond van de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz) tevoorkomen, verminderen of uit te stellen. Hiermee komt er meermanoeuvreerruimte tussen de verschillende stelselwetten. In het Rapport«Technische werkgroep macrobeheersing zorguitgaven»1 zijn deoverwegingen omtrent een stelselwijziging opgenomen. Het overhevelenvan (delen van) de ouderenzorg is een ingrijpende stelselwijziging envereist dat alle randvoorwaarden op een adequate wijze worden ingevuld.De implementatie hiervan neemt een aantal jaren in beslag, terwijl ditwetsvoorstel relatief eenvoudig geïmplementeerd kan worden. Met ditwetsvoorstel worden geen onomkeerbare stappen gezet ten aanzien vaneen stelselwijziging. Het is aan een nieuw kabinet om hier beleidskeuzesin te maken.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering verder hoezij wil waarborgen dat investeringen in domeinoverstijgende samen-werking duurzaam wordt gefinancierd en waardevolle projecten nietvanwege een gebrek aan financiering vroegtijdig moeten stoppen.Wordt het bijvoorbeeld mogelijk om meerjarig financiële afspraken temaken.2, 3.De ruimere bekostigingsmogelijkheid van zorgkantoren verlaagt definanciële drempel voor gemeenten en zorgverzekeraars om samen metde zorgkantoren preventieve maatregelen te realiseren die de behoefteaan Wlz-zorg voorkomen, verminderen of uitstellen. Tussen 2024 en 2026loopt het beschikbare bedrag voor preventieve maatregelen geleidelijk opvan € 26 miljoen naar € 45 miljoen. De zorgkantoren kunnen meerjarigeafspraken voor het leveren van een financiële bijdrage aan de preventievemaatregelen. Hiermee kan samenwerking duurzaam worden gefinancierd.1Kamerstukken II, 12 december 2023, 2023D48810Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 62 De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de wijzigingvan de Wlz in verband met de uitbreiding en verdere uitwerking van debekostigingsmogelijkheden met middelen van het Flz. De leden van deVVD-fractie hebben meermaals in debatten het belang benadrukt van demogelijkheden om bepaalde domeinoverstijgende (preventieve) zorggemakkelijker te kunnen realiseren. Zij zijn blij dat het voorliggendewetsvoorstel nu in de Kamer ligt en hebben nog enkele vragen. Erkent deregering het belang van systeemfuncties in de wijk, zodat mensen langerthuis kunnen blijven wonen en zware zorg kan worden voorkomen?4.Ja, ik herken het belang van systeemfuncties. Systeemfuncties in dewijkverpleging zijn functies die niet door alle aanbieders georganiseerdhoeven te worden maar die wel cruciaal zijn voor het onderhouden vaneen netwerk, infrastructuur en organisatie om de zorglevering heen.Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de onplanbare avond-, nacht- enweekendzorg. De inzet van wijkverpleging is belangrijk voor verzekerdenom thuis te kunnen blijven wonen. De wijkverpleging behoort tot hetverzekerde basispakket voor de Zvw en daarmee tot de zorgplicht vanzorgverzekeraars. Om die reden valt dit buiten dit wetsvoorstel.Hoe verhoudt de wetswijziging zich tot de huidige inzichten dat erfundamentele aanpassingen nodig zijn gericht op vereenvoudiging vanhet stelsel en de noodzakelijke transformatie van zorg voor ouderen?5.Dit wetsvoorstel is erop gericht om het huidige stelsel te optimaliserendoor meer manoeuvreerruimte tussen de verschillende domeinen tecreëren. Met dit wetsvoorstel kunnen zorgkantoren investeren in onderandere het sociale domein om zwaardere en duurdere Wlz-zorg tevoorkomen of uit te stellen. Het is aan een volgend kabinet om keuzes temaken over mogelijke aanpassingen van het stelsel. Als een volgendkabinet voor fundamentele aanpassingen kiest, dan kost het implemen-teren hiervan tijd. Dit wetsvoorstel kan in die tussenliggende periodeervoor zorgen dat de zorg en ondersteuning rondom de cliënt beter wordtgeorganiseerd.De leden van de VVD-fractie hebben begrepen dat op dit moment devoorliggendheid van de Wlz onder de loep genomen wordt: als passendezorg en ondersteuning in andere domeinen goed tot stand kan komen,moet dat mogelijk zijn en bij voorkeur gestimuleerd worden. Op welketermijn kan een eventueel advies van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)hierover worden verwacht?6.Dit onderwerp loopt mee in de gezamenlijk werkagenda van de Neder-landse Zorgautoriteit (NZa), Zorginstituut Nederland (ZIN), CIZ en hetCAK. De verwachting is dat kort na de zomer meer bekend is over deplanning.De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van onderhavigwetsvoorstel. Zij zijn van mening dat preventie van groot belang is en datdit een groter beroep op (zwaardere) zorg kan voorkomen. Dit vergt, tenopzichte van de huidige werkwijze, een domeinoverstijgende blik enaanpak, zoals dit wetsvoorstel ook mede beoogt.De leden van de NSC-fractie zijn echter kritisch op de gekozen aanpak indit wetsvoorstel. Deze leden zien niet in hoe het toevoegen van een extraspeler op het gebied van preventie (de zorgkantoren) gaat bijdragen aanbetere preventie, minder regeldruk en een lager beroep op zwaarderezorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 63 7.Dit wetsvoorstel verlaagt de financiële drempels voor gemeenten,zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbescherming om samen metde zorgkantoren preventieve maatregelen te realiseren. Het moet dan welgaan om preventieve maatregelen die de behoefte aan Wlz-zorgvoorkomen, verminderen of uitstellen. Dit biedt een oplossing voor desituatie dat de lasten van preventieve maatregelen buiten het Wlz-domeinvallen terwijl de baten van die maatregelen binnen het Wlz-domein vallen.Dit wetsvoorstel betreft dus een aanvulling op de bekostigingsmogelijk-heden en niet de introductie van een extra speler. De voorgestelderegeling versterkt de rol van bestaande spelers op het gebied vanpreventie.Deze leden zien het risico dat deze wetswijzigingen de zorg nog duurder,gefragmenteerder en complexer maakt.8.Dit wetsvoorstel draagt bij aan meer preventie en daarmee aan een lagerberoep op zwaardere zorg. Hierdoor wordt zorg juist minder duur. Met degrotere financiële mogelijkheden voor zorgkantoren is beoogd domein-overstijgende initiatieven te realiseren die thans nog niet (voldoende) vande grond komen. De voorgestelde regeling versterkt de rol van bestaandespelers op het gebied van preventie. De zorgkantoren mogen alleensamen met de bestaande spelers preventieve maatregelen treffen. De zorgwordt daarmee niet meer gefragmenteerd of complex. Ook wordt de zorgniet duurder, maar worden per saldo juist besparingen beoogd.De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het onder-havige wetsvoorstel en hebben nog een aantal vragen aan de regering.De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het onder-havige wetsvoorstel. Zij hebben nog een aantal vragen over de memorievan toelichting.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het onder-havige wetsvoorstel. Het doel van dit wetsvoorstel wordt door genoemdeleden onderschreven namelijk het mogelijk maken dat zorgkantorenkunnen investeren in preventieve maatregelen, zodat domeinoverstij-gende samenwerking tussen een aantal zorgdomeinen vergemakkelijktwordt om zo duurdere en zwaardere zorg te verminderen of uit te stellen.De Raad van State stelt echter dat dit wetsvoorstel belemmeringenwegneemt, maar dat het niet «automatisch» ertoe zal leiden dat desamenwerking tot stand komt. Kan de regering aangeven hoe zij dit ziet?9.Met dit wetsvoorstel wordt beoogd de in de praktijk geconstateerdebelemmeringen voor het realiseren van domeinoverstijgende initiatievenweg te nemen. Het is aan de zorgkantoren of zij van de nieuwe mogelijk-heden gebruik maken. In die zin ben ik het met de Afdeling advisering vande Raad van State eens dat dit wetsvoorstel niet automatisch totsamenwerking zal leiden. Echter, mijn verwachting is dat deze samen-werking wel van de grond zal komen.Hoe wil de regering willekeur voorkomen?10.De voorgestelde regeling voor preventieve maatregelen heeft tot doel ombestaande, in de praktijk geconstateerde, belemmeringen voor detotstandkoming van die initiatieven weg te nemen. Er kunnen verschillenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 64 tussen de zorgkantoorregio’s ontstaan. Omdat er nu nog geen compleetbeeld bestaat van succesvolle preventieve maatregelen, hoeven dieverschillen niet problematisch te zijn. De praktijk moet uitwijzen welkeresultaten de uitgevoerde projecten voor preventieve maatregelenoplevert. Dit wetsvoorstel bevat een aantal waarborgen. Zo moetenzorgkantoren preventieve maatregelen samen met één of meergemeenten of zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbeschermingrealiseren.2 De zorgkantoren moeten bovendien via een positievebusinesscase aannemelijk maken dat de preventieve maatregelen debehoefte aan Wlz-zorg voorkomen, verminderen of uitstellen.Kan de regering schetsen hoeveel Wlz-indicaties er door middel van ditwetsvoorstel later aangevraagd zullen worden? Kunnen zij hiervan eenschatting geven?11.Het aantal later aangevraagde Wlz-indicaties is onder meer afhankelijk vanhet aantal deelnemers dat via domeinoverstijgende initiatieven start. Ditaantal is op dit moment niet bekend. In het eerder uitgevoerde onderzoekvan Significant bij de experimenten in Ede, Dongen en Hollandscheveld(gemeente Hoogeveen) is naar voren gekomen dat in 62,5% van deonderzochte business cases door de domeinoverstijgende aanpak eenopname in een zorginstelling is voorkomen of uitgesteld, met eengemiddelde duur van 8 maanden.3Is bekend hoeveel zorgkantoren er mogelijkheden zien om met dezeregeling actief aan de slag te gaan?12.Dit wetsvoorstel is mede op verzoek van zorgkantoren tot stand gekomen.Vooruitlopend op dit wetsvoorstel heb ik de Regeling specifieke uitkeringdomeinoverstijgende samenwerking (hierna: SPUK DOS) geïntroduceerd.Deze geeft gemeenten de mogelijkheid om een specifieke uitkering aan tevragen voor domeinoverstijgende samenwerking. In 2024 zijn 36aanvragen ingediend. Alle zorgkantoren zijn bij minimaal één initiatiefbetrokken.Kan de regering toelichten hoe deze wetswijziging bijdraagt aan demaatschappelijke omslag zoals die wordt nagestreefd in akkoorden enprogramma’s, zoals het Integraal Zorgakkoord, Wonen, Zorg en Onder-steuning voor Ouderen (WOZO) en de Juiste Zorg op de Juiste Plek?13.Met de verschillende akkoorden wordt ingezet op het stimuleren en hetondersteunen van de zelf- en samenredzaamheid van burgers. Dezeakkoorden beogen om de zorg ook in de toekomst toegankelijk te houden.Met een toenemende zorgvraag en een toenemende krapte op dearbeidsmarkt is het noodzakelijk om de zorg anders te organiseren. Ditwetsvoorstel draagt hieraan bij door zorgkantoren de mogelijkheid tegeven ook financieel bij te dragen aan initiatieven die een behoefte aanzwaardere Wlz-zorg voorkomen, verminderen of uitstellen. Bij deexperimenten in de gemeenten Ede, Dongen en Hoogeveen(Hollandscheveld) wordt met de inzet van een zorgarrangeur eenzwaardere zorgvraag uitgesteld. Daarmee wordt een minder groot beroepop Wlz-zorg gedaan. Een ander voorbeeld is de sociale benaderingdementie, waarbij vooral de naasten van een cliënt met dementie2Het voorgestelde in artikel 4.2.4 Wlz in te voegen zesde lid.3Kamerstukken II 2020/21, 31 765, nr. 544.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 65 ondersteund worden en waarbij centraal staat wat mensen zelf nogkunnen met behulp van hun omgeving en niet de ziekte.De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de voorgesteldewetswijziging. Zij hebben hier een aantal vragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie missen allereerst een zorgvuldige afweging inde memorie van toelichting, waarin ook de mogelijke nadelen van hetwetsvoorstel worden meegenomen. Zou de regering deze alsnog kunnengeven? Welke potentiële nadelen ziet de regering van dit voorstel enwelke potentiële nadelen zijn er bij de consultatie, uitvoeringstoets enRaad van State-advisering naar voren gebracht?14.Het in de internetconsultatie en door de Afdeling advisering van de Raadvan State genoemde potentiële nadeel van de voorgestelde regeling voorpreventieve maatregelen is dat gemeenten en zorgverzekeraars minderprikkels zouden kunnen hebben voor het realiseren van preventievemaatregelen. Echter, omdat de voorgestelde regeling de financiëledrempels voor gemeenten en zorgverzekeraars verlaagt om samen met dezorgkantoren preventieve maatregelen te realiseren, zal dit nadeel naarverwachting niet optreden.De leden van de SP-fractie benadrukken dat zij voorstander zijn van meerinvestering in preventie, maar zij vragen de regering wel of dit de meestlogische manier is om dit te bevorderen.15.Dit wetsvoorstel biedt een oplossing voor het in de praktijk optredendeprobleem dat zorgkantoren niet kunnen investeren in andere domeinen ende lasten van preventieve maatregelen buiten het Wlz-domein vallen ende baten van die maatregelen binnen het Wlz-domein. De uitvoering vandie maatregelen behoren tot de gemeentelijke zorgplicht op grond van deWmo 2015 terwijl de opbrengsten bij de zorgkantoren en daarmee bij hetFonds langdurige zorg (hierna: Flz) in vorm van het voorkomen vanduurdere Wlz-zorg terechtkomen. Het is voor gemeenten niet aantrekkelijkom als enige in die preventiemaatregelen te investeren. De bekostigingvan preventiemaatregelen die duurdere Wlz-zorg voorkomen kan op ditmoment niet plaatsvinden vanuit het Flz. De zorgkantoren kunnen opgrond van dit wetsvoorstel ten laste van het Flz financieel bijdragen aandomeinoverstijgende preventiemaatregelen. Het wegnemen van dezebelemmering kan leiden tot nieuwe domeinoverstijgende initiatieven metbetrekking tot preventieve maatregelen die een completer beeldopleveren van succesvolle initiatieven. Binnen het huidige zorgstelsel isdit een verbetering om preventie te bevorderen.Wordt de financiering van preventie niet te complex, op het moment dater nog een extra aparte financieringsstroom in wordt gevoerd?16.De financiering van preventieve maatregelen ingevolge dit wetsvoorstel isniet complex. Er is geen sprake van een extra bekostigingsstroom.Zorgkantoren moeten een initiatief samen met één of meer gemeenten ofzorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbescherming realiseren.4 Degrotere financiële mogelijkheden voor zorgkantoren beogen domeinover-stijgende initiatieven te realiseren die thans nog niet (voldoende) van degrond komen. De voorgestelde regeling versterkt de rol van bestaandespelers op het gebied van preventie en sluit daarbij aan. Er is alleen voor4Het voorgestelde in artikel 4.2.4 Wlz in te voegen zesde lid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 66 zorgkantoren sprake van een nieuwe financiële stroom, zodat zij financieelbij kunnen dragen aan preventieve maatregelen.Welke alternatieven zijn bekeken voor het huidige voorstel?17.Binnen het huidige stelsel is de voorgestelde aanpassing het minstcomplex. Met dit wetsvoorstel wordt het mogelijk voor zorgkantoren omte investeren in preventieve maatregelen om op deze manier de behoeftaan zorg op grond van de Wlz te voorkomen, verminderen of uit te stellen.Hiermee komt er meer manoeuvreerruimte tussen de verschillendestelselwetten.De leden van de SP-fractie vragen de regering in hoeverre preventie echtkan gaan slagen binnen de Wlz op het moment dat er tegelijkertijd doormarktwerking en de mogelijkheid tot winstuitkering een productieprikkelblijft bestaan.18.De zorgkantoren zijn zelfstandige bestuursorganen en voeren de Wlz nietrisicodragend uit. Tussen zorgkantoren is er dus geen sprake vanmarktwerking. De zorgaanbieders hebben vanwege de schaarste aanpersoneel belang bij preventieve maatregelen. De verwachting is dan ookdat er vanuit de optiek van marktwerking, geen belemmeringen zijn voorhet treffen van preventieve maatregelen.De leden van de SP-fractie vragen de regering ook naar hun reactie op dekritiek van Actiz dat dit wetsvoorstel juist een aansporing zou creëren voorgemeenten en zorgverzekeraars om minder in preventie te investeren.19.Dit wetsvoorstel creëert geen prikkel voor gemeenten of zorgverzekeraarsom minder in preventie te investeren. Voor gemeenten en zorgverzeke-raars blijft investeren in preventie belangrijk. Waar de lasten van dezepreventieve maatregelen buiten het Wlz-domein vallen en baten binnenhet Wlz-domein, versterkt dit wetsvoorstel de mogelijkheden voorpreventieve maatregelen samen met bijvoorbeeld gemeenten, juist. Devoorgestelde regeling draagt dus wel bij aan meer preventie en een lagerberoep op zwaardere zorg.2. PREVENTIEVE MAATREGELEN De leden van de PVV-fractie delen de mening dat gemeenten enzorgverzekeraars weinig prikkels hebben om te investeren in preventievemaatregelen die ertoe moeten leiden dat mensen langer thuis blijvenwonen omdat de kosten van gezamenlijke initiatieven voor betereondersteuning van en zorg voor zelfstandig wonende ouderen, die medebeogen de noodzaak van een Wlz-indicatie aan te vragen, uit te stellen ofte voorkomen, vaak neerslaan bij de gemeenten en bij de zorgverzekeraar,terwijl de financiële baten in de Wlz landen. Genoemde leden vragenwaarom de regering hiervoor een rol voor zorgkantoren zien binnen hetsociale domein. Wordt het zorgstelsel met deze extra schakel niet juistingewikkelder en complexer?20, 21.Voor de transformatie van de zorg is het nodig dat zorgkantoren,zorgverzekeraars, zorgaanbieders en gemeenten afspraken kunnen makenmet elkaar en zo kunnen samenwerken. In het huidige wettelijke systeemkunnen zorgkantoren hier niet financieel aan bijdragen. Met hetwetsvoorstel wordt dit mogelijk gemaakt. Hiermee wordt de samen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 67 werking tussen inkopende partijen gestimuleerd en ontstaat er op hetgrensvlak tussen onder andere de Wmo 2015 en de Wlz meer financiëleruimte om initiatieven te ontplooien die een zwaardere en daarmee vaakeen duurdere zorgvraag voorkomen.Zorgkantoren zijn de meest geschikte partij om, in samenwerking met éénof meer gemeenten, zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbe-scherming, preventieve maatregelen te realiseren voor het voorkomen,verminderen of uitstellen van Wlz-zorg. De zorgkantoren hebben immershet beste zicht op de instroom in de Wlz-zorg en weten dus ook wat nodigis om deze instroom te voorkomen, verminderen of uit te stellen. Degrotere financiële mogelijkheden voor zorgkantoren beogen domeinover-stijgende initiatieven te realiseren die thans nog niet (voldoende) van degrond komen. De voorgestelde regeling versterkt de rol van bestaandespelers op het gebied van preventie en sluit daarbij aan. Er is geen sprakevan een extra bekostigingsstroom.Zo zien de leden van de PVV-fractie dat er al jaren sprake is van omzetpla-fonds, terwijl er ook al jaren sprake is van een onderbesteding op dewijkverpleging. Is de regering van mening dat inzet van wijkverplegingeen preventieve maatregel is die kan bijdragen om het beroep op zorg opgrond van de Wlz te voorkomen, verminderen of ten minste uit te stellen?Zo ja, waarom is er dan nog steeds sprake van omzetplafonds?22, 23.De inzet van wijkverpleging kan belangrijk zijn om thuis te kunnen blijvenwonen. De wijkverpleging behoort tot het verzekerde basispakket voor deZvw en daarmee tot de zorgplicht van zorgverzekeraars. In hetwetsvoorstel is opgenomen dat de preventieve maatregelen niet mogenbehoren tot de zorgplicht van de zorgverzekeraars5. De zorgkantorenkunnen dus niet bijdragen aan de inzet van wijkverpleging als preventievemaatregel.De omzetplafonds zijn onderdeel van de afspraken tussen zorgaanbiedersen zorgverzekeraars.Is de regering er gerust op dat deze extra taakstelling bij de zorgkantorenin de juiste handen is? Zo ja, waaruit blijkt dat?24.Zorgkantoren zijn de meest geschikte partij om, in samenwerking met éénof meer gemeenten, zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbe-scherming, preventieve maatregelen te realiseren voor het voorkomen,verminderen of uitstellen van Wlz-zorg. De zorgkantoren hebben immershet beste zicht op de instroom in de Wlz-zorg en weten dus ook wat nodigis om deze instroom te voorkomen, verminderen of uit te stellen. Hetvertrouwen in de zorgkantoren is mede gebaseerd op hun betrokkenheidbij de 36 initiatieven waarvoor gemeenten aanvragen hebben ingediendvoor de SPUK DOS.Op welke manier borgt de regering dat zorgverzekeraars voldoendesysteemfuncties in de wijk inkopen en kostendekkend mogelijk maken?Op welke manier borgt de regering voldoende systeemfuncties in de wijkals zorgverzekeraars deze ontoereikend hebben ingekocht?25, 26.Systeemfuncties in de wijkverpleging zijn functies die niet door alleaanbieders georganiseerd hoeven te worden maar die wel cruciaal zijnvoor het onderhouden van een netwerk, infrastructuur en organisatie omde zorglevering heen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de onplanbare5Het voorgestelde in artikel 4.2.4 Wlz in te voegen achtste lid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 68 avond-, nacht- en weekendzorg. De Minister van VWS heeft bij aanwijzingvan 25 april 2021, de NZa opgedragen om voor de systeemfunctieorganisatie en beschikbaarheid van onplanbare avond-, nacht- enweekendzorg en een prestatiebeschrijving vast te stellen6. De NZa heeftdie prestatiebeschrijving vastgesteld.7 Het goed organiseren vanonplanbare avond-, nacht en weekendzorg is noodzakelijk voor mensenom langer thuis te kunnen blijven wonen. Mensen moeten ervan op aankunnen dat er bij een onplanbare zorgvraag, ook tijdens de avond,weekend of nacht, er iemand beschikbaar is. De onplanbare nachtzorgwordt vanaf 2024 op inhoud en prijs op regionaal niveau onder dezelfdevoorwaarden in gezamenlijkheid ingekocht door zorgverzekeraars. De NZahoudt op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (hierna:Wmg) toezicht op de nakoming van hun zorgplicht door zorgverzekeraarsen kan zo nodig handhavingsmaatregelen treffen.Hoe gaat de regering voorkomen dat er willekeur ontstaat bij deuitvoering van dit wetsvoorstel?27.De voorgestelde regeling voor preventieve maatregelen heeft tot doel ombestaande, in de praktijk geconstateerde, belemmeringen voor detotstandkoming van die initiatieven weg te nemen. Er kunnen verschillentussen de zorgkantoorregio’s ontstaan. Omdat er nu nog geen compleetbeeld bestaat van succesvolle preventieve maatregelen, hoeven dieverschillen niet problematisch te zijn. De praktijk moet uitwijzen welkeresultaten de uitgevoerde projecten voor preventieve maatregelenoplevert. Dit wetsvoorstel bevat een aantal waarborgen. Zo moetenzorgkantoren preventieve maatregelen samen met één of meergemeenten of zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbeschermingrealiseren.8 De zorgkantoren moeten bovendien via een positievebusinesscase aannemelijk maken dat de preventieve maatregelen debehoefte aan Wlz-zorg voorkomen, verminderen of uitstellen.Waarom onderzoekt de regering de (financiële) voordelen en mogelijkheidvan één wet voor de ouderenzorg niet?28.Met dit wetsvoorstel wordt het mogelijk voor zorgkantoren om teinvesteren in preventieve maatregelen om op deze manier de behoeft aanzorg op grond van de Wlz te voorkomen, verminderen of uit te stellen.Hiermee komt er meer manoeuvreerruimte tussen de verschillendestelselwetten. In het Rapport «Technische werkgroep macrobeheersingzorguitgaven»9 zijn de overwegingen omtrent een stelselwijzigingopgenomen. Het overhevelen van (delen van) de ouderenzorg is eeningrijpende stelselwijziging en vereist dat alle randvoorwaarden op eenadequate wijze worden ingevuld. De implementatie hiervan neemt eenaantal jaren in beslag, terwijl dit wetsvoorstel relatief eenvoudig geïmple-menteerd kan worden. Met dit wetsvoorstel worden geen onomkeerbarestappen gezet ten aanzien van een stelselwijziging. Het is aan een nieuwkabinet om hier beleidskeuzes in te maken.6Artikel 3 van de Aanwijzing invoering systeemfunctie organisatie en beschikbaarheid vanonplanbare avond-, nacht- en weekendzorg en experiment bekostiging via cliëntprofielen in dewijkverpleging.7Prestatie-en tariefbeschikking verpleging en verzorging met kenmerk TB/REG-24619-01.8Het voorgestelde in artikel 4.2.4 Wlz in te voegen zesde lid.9Kamerstukken II, 12 december 2023, 2023D48810Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 69 De leden van de PVV-fractie lezen dat de «arrangeur» verantwoordelijk isvoor het organiseren van alle ondersteuning en zorg voor de oudere.Verricht deze arrangeur nog zorgtaken en zo ja, welke? Of is dit eenoverhead functie?29, 30.De rol van arrangeur is in de initiatieven voor domeinoverstijgendesamenwerking op verschillende manieren ingevuld. Zo kan een wijkver-pleegkundige de rol van arrangeur uitvoeren naast de eigen zorgtaken. Inde meeste initiatieven zien we een combinatie van arrangeurs die welzorgtaken verrichten maar niet bij de client die zij als arrangeurbegeleiden, juist om de onafhankelijke blik te waarborgen. Er zijn ookprojecten waarin andere professionals dan een zorgprofessional de rolvan arrangeur vervullen. Bijvoorbeeld professionals met een achtergrondin het welzijnswerk of maatschappelijk werk.Een arrangeur is al werkzaam bij een zorgaanbieder. Wanneer eenarrangeur deze rol vervult binnen het eigen takenpakket is dit onderdeelvan de functie. Als een arrangeur dit naast het eigen takenpakket vervultgaat dit niet ten koste van in de inzet in de zorg voor cliënten. Alle inzetvan een arrangeur is gericht op de begeleiding van de cliënt en deomgeving. Dat wil zeggen direct gericht op het primaire proces endaarmee geen overhead functie. De inzet van een arrangeur leidt tot beterafgestemde en passende zorg en is erop gericht om Wlz-zorg uit te stellen,te verminderen of te voorkomen.Genoemde leden willen ditzelfde weten van de «dorpsregisseur».31.Een dorpsregisseur is werkzaam bij een gemeente. Een dorpsregisseur isonderdeel van een team van arrangeurs met als expertise Wmo 2015 envoorliggend veld. Wanneer een dorpsregisseur deze rol vervult binnen heteigen takenpakket is dit onderdeel van de functie. Als diegene dit naasthet eigen takenpakket vervult gaat dit niet ten koste van in de inzet in dezorg voor cliënten. Alle inzet van een dorpsregisseur is gericht op debegeleiding van de cliënt en diens omgeving. De inzet is dus direct gerichtop het primaire proces en daarmee geen overhead functie. De inzet vaneen dorpsregisseur leidt tot beter afgestemde en passende zorg.In het wetsvoorstel staan twee praktijkvoorbeelden genoemd metbetrekking tot dementie. Kan de regering inhoudelijk op de taken van degenoemde functie vertrouwenspersoon ingaan?32.De vertrouwenspersoon in het kader van de sociale benadering dementieis degene die samen met de persoon met dementie en de naasten bezietop welke wijze de zorg en ondersteuning vormgegeven kan worden enwelke mensen (zowel zorgprofessionals als anderen in en buiten hetnetwerk van de persoon met dementie) daarbij ingezet kunnen worden.Dit alles vanuit de visie dat het om de mens gaat en niet om de ziekte. Denadruk ligt daarbij op het welzijn van de persoon met dementie. Dit vanuithet besef dat het om de kwaliteit van leven gaat.Welke rol speelt de casemanager dementie hierin?33.De casemanager dementie kan in de genoemde praktijkvoorbeelden eenrol in spelen en kan ook gezien worden als een aanspreekpunt voor depersoon met dementie en de naasten. Een casemanager staat naast eenpersoon met dementie vanaf de diagnose tot aan het overlijden ofopname in een verpleeghuis. Het is dan ook vanzelfsprekend dat Tao ofTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 610 Care (de spil achter de sociale benadering dementie) en de beroepsver-eniging voor casemanagers dementie samen met Alzheimer Nederlandaan het onderzoeken zijn op welke wijze de sociale benadering dementieen casemanagement dementie elkaar kunnen versterken. Case-management dementie maakt deel uit van het Zvw-basispakket, namelijkals onderdeel van de aanspraak verpleging en verzorging10.Hoeveel ontmoetingscentra met daaraan gekoppeld zinvolle activiteitenvoor mensen met dementie zijn er? Hoeveel mensen met dementie makengebruik van zo’n ontmoetingscentra? Hoeveel mensen met dementiestaan op een wachtlijst voor zo’n ontmoetingscentra of dagbesteding?34.Er zijn in Nederland op dit moment circa 200 ontmoetingscentra voormensen met dementie en hun mantelzorgers. Daar krijgen zij geïnte-greerde ondersteuning, op een laagdrempelige plek in de wijk. Mensenmet dementie nemen er deel aan (re)creatieve activiteiten en mantel-zorgers aan informatiebijeenkomsten en gespreksgroepen. Het is op ditmoment niet bekend hoeveel mensen daar gebruik van maken, ook omdathet veelal vrij toegankelijk is. Er zijn dan ook geen wachtlijsten voor.Daarnaast zien we steeds meer de ontwikkeling van gemengde ontmoe-tingscentra om mensen met dementie en zonder dementie gezamenlijkdeel te laten nemen aan activiteiten.De leden van de PVV-fractie willen graag van de regering weten wat hetverschil is tussen het genoemde praktijkvoorbeeld 4 PlusWonen en eenverzorgingshuis.35.Bij PlusWonen, zoals in het voorbeeld beschreven, wonen mensen zondereen Wlz-indicatie. Deze mensen maken geen aanspraak op Wlz-zorg maarwonen wel geclusterd. Uit dit initiatief blijkt dat bewoners van dezewoonvorm langer zelfstandig kunnen blijven wonen, minder risico hebbenop ziekenhuis- of crisisopname en meer sociale contacten hebben endaarmee ook gelukkig zijn. Ook is zorg en ondersteuning beter teorganiseren dan bij mensen die thuis blijven wonen. Naast dezemaatschappelijke voordelen bespaart deze manier van wonen ook kostenin de Wlz. Mensen die wonen in een verpleegtehuis zijn over hetalgemeen wel geïndiceerd voor de Wlz.Bestaande verpleeghuizen kunnen een centrale ontmoetingsplaats voorouderen worden en gezamenlijke activiteiten, zoals een maaltijd,aanbieden. Zijn er op dit moment voldoende verpleeghuizen om deze rolte gaan vervullen?36.Volgens Zorgkaart Nederland zijn er 2.356 locaties waar verpleegzorggeleverd wordt. Het is mij niet bekend of al deze locaties ook geschikt zijnals ontmoetingsplaats. Het zijn niet alleen verpleegzorglocaties die dezefunctie kunnen vervullen. Er zijn ook woningbouwcoöperaties, burgeriniti-atieven en andere marktpartijen die zich hiervoor inzetten. Om dit testimuleren heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvestingingesteld.1110Artikel 2,10 van het Besluit zorgverzekering.11195 ontmoetingsruimten voor ouderen door Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten inOuderenhuisvesting | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 611 Wat is de verwachte kostenbesparing in de Wlz door de inzet van deregeling Specifieke uitkering domeinoverstijgend samenwerken (SPUKDOS) voor experimenten die bij moeten dragen aan een verminderdebehoefte aan Wlz-zorg?37.De inschatting is dat de investeringen voor preventieve maatregelen zichten minste volledig terugverdienen via de bespaarde kosten voor deWlz-zorg. Immers, een voorwaarde voor zorgkantoren om financieel bij tedragen aan preventieve maatregelen is een positieve businesscase waarinde verwachte uitgaven voor de preventieve maatregelen in het voorstelniet hoger zijn dan de verwachte besparingen voor de Wlz als gevolg vandie maatregelen. De daadwerkelijke verwachte kostenbesparing isafhankelijk van de verwachte kosten en baten van preventieve maatre-gelen. In het wetsvoorstel zijn extra middelen beschikbaar gesteld omdater nog te weinig inzichten zijn in de daadwerkelijke besparingen.Kan de regering een aantal voorbeelden noemen van succesvollepreventieve maatregelen en de daarbij behorende financiële resultaten?Zo nee, waarom niet?38.Op dit moment zijn de resultaten bekend van de eerste experimenten diezijn gestart in 2018 in de gemeenten Ede, Dongen en Hoogeveen(Hollandscheveld).12 Hier is door Significant in opdracht van het Ministerievan VWS onderzoek naar gedaan.13 In deze regio’s werken partijen samenom ervoor te zorgen dat kwetsbare ouderen (en hun naasten) langer opeen kwalitatief goede wijze het leven kunnen blijven leven zoals ze datwillen in hun eigen vertrouwde omgeving. Significant concludeert dat deexperimenten bijdragen aan een grotere maatschappelijke doelmatigheiden effectiviteit. Uit 40 mini-businesscases blijkt dat domeinoverstijgendsamenwerken leidt tot meer doelmatige zorg, vanwege de besparingendie in de Wlz worden gerealiseerd. Naast deze financiële besparingenkomt uit de evaluatie naar voren dat de werkwijze bij zowel cliënten,naasten als zorgprofessionals als positief wordt ervaren. Verdereresultaten worden aan het einde van het jaar 2024 verwacht. De initia-tieven die in 2024 starten, worden gemonitord door de Vrije UniversiteitAmsterdam. De monitor onderzoekt de kosten en baten, maar ook thema’sals mantelzorgbelasting en kwaliteit van leven.Welke investeringen in preventieve maatregelen kunnen bijdragen aanmaatregelen die het beroep op zorg op grond van de Wlz voorkomen,verminderen of ten minste uitstellen?39.Per zorgkantoorregio of gemeente zal het verschillen welke interventieshet beste passen. Het kan bijvoorbeeld gaan om initiatieven waarin eencentraal persoon (arrangeur) informele en formele oplossingen uitverschillende zorgdomeinen zoekt voor een cliënt. Het kan ook gaan omeen project waarbij teams bestaande uit vrijwilligers, professionals ofbetrokkenen worden ingezet om mensen met dementie te ondersteunenvanuit een sociale benadering. Dit wordt ook wel de sociale benaderingdementie genoemd.In welke bestaande en/of nieuwe initiatieven ten laste van het Flz kan er nadeze wetswijziging geïnvesteerd worden?12Kamerstukken II 2020/21, 31 765, nr. 544.13Bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 31 765, nr. 544.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 612 40.Er kan bij de bestaande initiatieven gedacht worden aan de initiatieven diethans vanuit de SPUK DOS voor het voorkomen, verminderen of uitstellenvan de behoefte aan Wlz-zorg worden bekostigd. Het kan bij nieuweinitiatieven gaan om verscheidenheid aan initiatieven die naarverwachting de behoefte aan Wlz-zorg voorkomen, verminderen ofuitstellen en niet tot de zorgplicht van de zorgverzekeraars behoren. Erbestaat thans nog geen compleet beeld van succesvolle preventievemaatregelen.Hoe bereikt deze wetswijziging dat gemeenten geen hulpmiddelenweigeren die ervoor moeten zorgen dat mensen langer thuisblijven,omdat de gemeente vindt dat de noodzaak van bijvoorbeeld eenplafondlift indiceert dat iemand in een instelling zou moeten wonen en hetgevolg is dat vanuit de Zvw veertien keer per week een thuiszorgmede-werker ingezet moet worden?41.Dit wetsvoorstel laat de gemeentelijke zorgplicht op grond van de Wmo2015 ongewijzigd. Het gaat dan om het verstrekken van ondersteuningvoor zelfredzaamheid en participatie waar iemand dit niet op eigen krachtof met bijvoorbeeld mantelzorg kan realiseren. Dit wetsvoorstel bevatgeen wijziging met betrekking tot de vraag wat onder de Wlz valt en watonder de Wmo 2015.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie herkennen de geschetsteproblematiek, namelijk dat er vanuit de Wlz niet geïnvesteerd kan wordenin preventie. Zij onderschrijven ook de noodzaak voor zorgkantoren omeerder te kunnen investeren in de gezondheid van ouderen om ouderenzo langer gezond te houden en daarmee de instroom in de Wlz tebeperken. Genoemde leden vragen de regering hoe zij verwacht datzorgkantoren budget kunnen vrijmaken voor investeringen in preventie.De huidige tarieven worden al als zeer knellend ervaren in langdurigezorg. Het verplaatsen van budget van zorg naar preventie zou op kortetermijn leiden tot nog minder budget voor zorg die op dit moment nodigis. De baten van preventie vallen immers pas in de toekomst. De ledenvan de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering welk deel van hetbudget zij idealiter besteed ziet worden aan preventie en of zij bereid isom het Flz uit breiden met budget specifiek gericht op preventie.42, 43.Tot en met 2026 zijn er aanvullende middelen beschikbaar gesteld om teinvesteren in preventieve maatregelen. Voor 2025 is dit € 35 miljoen envoor 2026 is dit € 45 miljoen. Vooruitlopend op dit wetsvoorstel is deSPUK DOS vastgesteld. Op basis hiervan kunnen gemeenten aanvragendoen voor preventieve maatregelen. Het is aan de zorgkantoren inhoeverre ze gebruik willen maken van de nieuwe bekostigingsmogelijk-heden voor preventieve maatregelen. Er bestaat thans nog geen compleetbeeld van succesvolle preventieve maatregelen. De praktijk zal uit moetenwijzen welke resultaten de uitgevoerde projecten voor preventievemaatregelen opleveren. De initiatieven worden door de Vrije UniversiteitAmsterdam gemonitord. De verwachting is dat medio 2025 de eersteresultaten beschikbaar zijn. De regering heeft dan ook nog geen duidelijkbeeld welke deel van het budget idealiter aan preventieve maatregelenbesteed zou moeten worden.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat zorgkantoren altijd metéén of meerdere gemeenten of zorgverzekeraars of de Minister voorRechtsbescherming een initiatief moeten financieren. Zij begrijpen dewens om gemeenten, verzekeraars of de Minister voor Rechtsbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 613 scherming te betrekken bij preventieve domeinoverstijgende initiatieven.Toch hebben zij daar twee vragen over. Hoe kunnen preventieve initia-tieven worden gestart als deze een sterk dempend effect hebben op dezorgkosten van de toekomst, maar geen van de andere partijen daaraanwil bijdragen, omdat zij daar geen baten uit halen? En verder: dienen allepartijen verhoudingsgewijs evenveel te financieren? Of ziet de regeringdaar een andere verdeling voor zich?44.Dit wetsvoorstel verlaagt de financiële drempels voor gemeenten,zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbescherming om samen metde zorgkantoren preventieve maatregelen te realiseren. Dit door aanzorgkantoren de mogelijkheid te geven ook financieel bij te dragen.Hiermee is de verwachting dat initiatieven gericht op het voorkomen,verminderen of uitstellen, van de behoefte aan Wlz-zorg nu meer van degrond komen. Het zal niet in regelgeving worden vastgesteld in welkeverhouding de betrokken partijen moeten bijdragen, dit moeten zijonderling afspreken.Tot slot, waarom verwacht de regering dat gemeenten en verzekeraarsinvesteren in preventie als zij daar weinig tot geen baten uit halen?45.De wettelijke taken van zowel zorgverzekeraars als gemeenten blijvenonverkort bestaan. De regering verwacht dat zij hun taken naar behorenuitvoeren. Het wetsvoorstel biedt alleen een extra mogelijkheid ompreventieve maatregelen (sneller) van de grond te krijgen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering welkeinstantie is betrokken bij het vormgeven van preventieve maatregelen. Ishet Zorginstituut, zoals zij haar rol in de Zvw vervult, ook betrokken bij deduiding van preventieve maatregelen? Worden de kosten ook in qalysuitgedrukt of is het een puur economische afweging?46.Er is geen overkoepelende instantie zoals ZIN, betrokken bij devormgeving van de preventieve maatregelen. Het is aan de zorgkantorenom daar samen met één of meer gemeenten, zorgverzekeraars of deMinister voor Rechtsbescherming vorm te geven. De preventievemaatregelen maken geen deel uit van het Zvw-basispakket of hetverzekerde pakket van de Wlz. Een voorwaarde voor zorgkantorenfinancieel bij te dragen aan preventieve maatregelen is een positievebusinesscase waarin de verwachte uitgaven voor de preventievemaatregelen in het voorstel niet hoger dan de verwachte besparingenvoor de Wlz als gevolg van die maatregelen. Hierbij wordt niet gekekennaar qalys.De leden van de VVD-fractie lezen dat er thans nog geen compleet beeldbestaat van succesvolle preventieve maatregelen. Wanneer verwacht deregering hier wel een beeld van te hebben?47.Het beeld van succesvolle preventieve maatregelen moet gaandewegontstaan. Op dit moment zijn de resultaten bekend van de eersteexperimenten die zijn gestart in 2018 in Ede, Dongen en Hollandscheveld(gemeente Hoogeveen).14 Uit het evaluatieonderzoek dat Significantuitvoerde in opdracht van het Ministerie van VWS, blijkt dat cliënten,14Kamerstukken II 2020/21Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 31 765, nr. 544.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 614 naasten en professionals de werkwijze als positief ervaren.15 Daarnaastdraagt de werkwijze bij aan een grotere maatschappelijke doelmatigheiden effectiviteit. Uit 40 mini-businesscases blijkt dat domeinoverstijgendsamenwerken leidt tot meer doelmatige zorg, vanwege de besparingendie in de Wlz worden gerealiseerd.In 2024 worden er nog meer initiatieven verwacht. In de eerste ronde vande SPUK DOS voor 2024 zijn er 22 aanvragen gedaan, in de tweede ronde14 aanvragen. Tot nu toe zien we veel aanvragen die werken met eencentraal persoon en initiatieven over de sociale benadering dementie.Daarnaast zien we aanvragen met nieuwe ideeën. Alle initiatieven wordengemonitord. De Vrije Universiteit Amsterdam voert deze monitor middelsobjectief en onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek uit. De verwachtingis dat medio 2025 de eerste resultaten beschikbaar zijn.Verder merken genoemde leden op dat in de praktijkvoorbeelden voormensen met dementie trials gehouden worden om te kijken hoe hetberoep op duurdere zorg wordt uitgesteld en de kwaliteit van leven voordeze mensen wordt verbeterd. De leden van de VVD-fractie menen dat deonafhankelijk casemanager dementie van grote toegevoegde waarde isvoor patiënten en hun naasten met dementie en dat deze hier een rol in tevervullen heeft. Hoe neemt de regering onafhankelijk casemanagementdementie mee? Overweegt de regering onafhankelijke casemanagers eeneigen betaaltitel te geven?48, 49.Onafhankelijk casemanagement dementie heeft een relevantemeerwaarde voor de mensen met dementie en hun naasten. Mede naaraanleiding van de aangenomen motie van de Kamerleden Van den Hil enAgema is een onderzoek gestart naar casemanagement dementie.16 Hetgaat om een doorrekening ervan (in geld en fte) en om voorwaarden omhet te stimuleren. De onafhankelijkheid van casemanagement dementiewordt daarin meegenomen. De uitkomsten van dit onderzoek worden inhet najaar 2024 verwacht. Op basis van die uitkomsten wordt bezien ofvoor casemanagement dementie een eigen prestatiebeschrijving(betaaltitel) wordt vastgesteld.Hoe wordt geborgd dat er na opname in een instelling voor 24-uurszorgde casemanager nog een afsluitend gesprek kan voeren?50.In principe is het mogelijk dat na opname in een 24-uurszorg instelling decasemanager dementie nog een afsluitend gesprek heeft met de persoonmet dementie en de naasten, ook in het kader van een goede overdracht.De praktijk laat zien dat het niet altijd gebeurt. Mede naar aanleiding vande aangenomen motie van de Kamerleden Van den Hil en Agema is eenonderzoek gestart naar casemanagement dementie. Het onderzoek richtzich ook op het doorzetten van casemanagement dementie nadat er eenWlz-indicatie is afgegeven. De uitkomsten van dit onderzoek worden inhet najaar van 2024 verwacht.Op welke manier komen succesvolle praktijkvoorbeelden beschikbaarvoor andere partijen zodat men van elkaar kan leren en om te voorkomendat men het wiel telkens opnieuw uit moet vinden? Hoe wordt ervoorgezorgd dat dit ook over de verschillende regio’s gebeurt?15Bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 31 765, nr. 544.16Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 111.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 615 51, 52.Een belangrijk onderdeel bij de al lopende initiatieven is kennisuitwis-seling en het delen van goede voorbeelden. Dit is ook een uitdrukkelijkewens van partijen in het veld. Er is documentatie over goede voorbeeldenbeschikbaar, er worden webinars en regiobijeenkomsten georganiseerden er wordt informatie gedeeld op bestaande online kanalen als de JuisteZorg op de Juiste Plek (JZOJP) en Waardigheid & Trots voor de Toekomst.Daarnaast bezoekt VWS dit jaar lopende initiatieven en komen erdialoogtafels waar we de belangrijkste partijen bij domeinoverstijgendesamenwerking uitnodigen om met elkaar in gesprek te gaan over goedevoorbeelden en kansen voor de toekomst. De documentatie en deinformatie op bestaande onlinekanalen is beschikbaar voor de veldpar-tijen in alle zorgkantoorregio’s. Dit geldt evenzeer voor de mogelijkheid totdeelname aan de webinars en aan de regiobijeenkomsten. Succesvollepraktijkvoorbeelden zijn voor alle regio’s beschikbaar.De beoordeling van preventieve maatregelen door middel van eenbusinesscase is voorbehouden aan de zorgkantoren. Hoe kijkt de regeringnaar het eventueel betrekken van gemeentelijke expertise bij de beoor-deling van de voorstellen?53.Het zorgkantoor is verantwoordelijk voor het uitvoeren van een busines-scase om aannemelijk te maken dat de verwachte besparingen voor dekosten van Wlz-zorg (intertemporeel) gelijk of meer bedragen dan definanciële bijdrage die het verleent aan het project voor preventievemaatregelen. Het zorgkantoor bepaalt welke expertise het daarbij nodigheeft. Het kan daarbij ook gaan om gemeentelijke expertise.De leden van de VVD-fractie lezen dat er vanaf 2023 verdere ervaringenopgedaan is via de SPUK DOS voor experimenten die bij moeten dragenaan een verminderde behoefte aan Wlz-zorg en daarmee een verwachtekostenbesparing in de Wlz. Zij lezen tevens dat er nog geen compleetbeeld bestaat van succesvolle preventieve maatregelen. Voor het jaar2024 is het verplicht dat de gemeente of coördinerende gemeentemeewerkt aan monitoring van de resultaten van de experimenten. Geziende aankondiging van onderliggend wetsvoorstel al voor 2023 gedaan is,vragen deze leden van de VVD-fractie waarom er in 2023 geen monito-ringsplicht gold.54.De eerdere drie experimenten zijn wel geëvalueerd. Voor de SPUK DOS2023 was het aan de deelnemers zelf om de effecten van domeinoverstij-gende samenwerken in kaart te brengen. Hiervoor was een standaardformat beschikbaar.Hoe wordt geborgd dat de wet goed aansluit op eventuele positieveresultaten vanuit de monitoring in 2024?55.Dit wetsvoorstel biedt de mogelijkheid om ook in de toekomst deinitiatieven die nu vanuit de SPUK DOS worden bekostigd, structureelvoort te zetten. De monitoring draagt hieraan bij doordat er op dezemanier inzicht wordt gekregen in de resultaten. Daarmee ontstaat er eenoverzicht van succesvolle experimenten die ervoor zorgen dat zwaardereen/of duurdere zorgvraag wordt voorkomen, verminderd of uitgesteld.Daarnaast worden de resultaten uit de monitoring verzameld en breedgedeeld zodat goede projecten die bewezen effectief zijn ook door andereregio’s opgeschaald kunnen worden. Het is uiteindelijk ook in het belangvan de zorgkantoren dat succesvolle experimenten doorgang vinden. ViaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 616 dit wetsvoorstel krijgen de zorgkantoren de mogelijkheid om hierfinancieel aan bij te dragen. Tot slot zullen de resultaten van eerdereexperimenten ook wordenmeegenomen in het opstellen van het format voor de business case, bijhet vormgeven van de monitoring in de nog op te stellen algemenemaatregel van bestuur voor preventieve maatregelen.De leden van de NSC-fractie vragen de regering nader aan te geven watde motieven zijn om zorgkantoren een rol te geven bij preventie in hetsociaal domein.56.Voor de transformatie van de zorg is het nodig dat zorgkantoren,zorgverzekeraars, zorgaanbieders en gemeenten afspraken kunnen makenmet elkaar en zo kunnen samenwerken. In het huidige wettelijke systeemkunnen zorgkantoren hier niet financieel aan bijdragen. Met hetwetsvoorstel wordt dit mogelijk gemaakt. Hiermee wordt de samen-werking tussen inkopende partijen gestimuleerd en ontstaat er op hetgrensvlak tussen de Wmo 2015 en de Wlz meer financiële ruimte ominitiatieven te ontplooien die een zwaardere en daarmee vaak eenduurdere zorgvraag voorkomen, te verminderen of uit te stellen.Wanneer en hoe krijgen zorgkantoren mensen in beeld die baat kunnenhebben bij preventie, om zo een beroep op grond van de Wlz tevoorkomen, te verminderen dan wel uit te stellen?57.De zorgkantoren hebben, in ieder geval, via de bestaande initiatieven voorpreventieve maatregelen die vanuit de SPUK DOS worden bekostigd,personen in beeld die baat hebben bij preventieve maatregelen. Op basisvan de nieuwe initiatieven waaraan zij bijdragen zullen zij een veelcompleter beeld krijgen. Een zorgkantoor investeert samen met één ofmeer gemeenten, zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbe-scherming in een project voor preventieve maatregelen. De nieuweinitiatieven komen in samenspraak met zorgaanbieders en anderezorginkopers tot stand.De leden van de NSC-fractie lezen dat de regering ervan uitgaat dat, alshet zorgkantoor meer financiële ruimte krijgt voor preventie, de domein-overstijgende samenwerking vergemakkelijkt wordt. Deze leden vragen opwelk mechanisme de regering dit baseert en waarmee dan de samen-werking tussen de verschillende financiers wordt gestimuleerd.58.Dit wetsvoorstel verlaagt de financiële drempels voor gemeenten,zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbescherming om samen metde zorgkantoren preventieve maatregelen te realiseren. De groterefinanciële mogelijkheden voor zorgkantoren beogen domeinoverstijgendeinitiatieven te realiseren die thans nog niet (voldoende) van de grondkomen. De voorgestelde regeling versterkt de rol van bestaande spelersop het gebied van preventieve maatregelen.Voorts vragen de leden van de NSC-fractie de regering aan te gevenwaarom er niet voor gekozen is om het budget, dat geoormerkt is voor hetzorgkantoor, beschikbaar te stellen aan gemeenten met de opdracht dat zezoveel mogelijk mensen uit de Wlz moeten houden – of door hetonderdeel uit te laten maken van het Gezond en Actief Leven Akkoord(GALA). Wil de regering dit heroverwegen? Zo nee, kan de regering dittoelichten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 617 59.Door deze middelen onderdeel te maken van Gezond en Actief LevenAkkoord (GALA) en enkel aan gemeenten beschikbaar te stellen zouden eronvoldoende prikkels zijn om meer samen te werken over de domeinenheen.De leden van de NSC-fractie vragen de regering op welke manier ditvoorstel bijdraagt aan het verbeteren van het zorgstelsel. Op basiswaarvan concludeert de regering dat de zorg minder gefragmenteerdwordt met dit wetsvoorstel, terwijl er weer een financier en aanbieder vanpreventieve zorg bij komt?60.Dit wetsvoorstel verlaagt de financiële drempels voor gemeenten,zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbescherming om samen metde zorgkantoren preventieve maatregelen te realiseren. Hierdoor is ermeer financiële manoeuvreerruimte tussen de verschillende domeinen,waardoor het huidige stelsel wordt verbeterd. Immers de voorgestelderegeling voor preventieve maatregelen draagt bij aan meer preventie eneen lager beroep op zwaardere zorg. De grotere financiële mogelijkhedenvoor zorgkantoren beogen domeinoverstijgende initiatieven te realiserendie thans nog niet (voldoende) van de grond komen. De voorgestelderegeling versterkt de rol van bestaande spelers op het gebied vanpreventieve maatregelen.Hoe denkt de regering te voorkomen dat de verschillende spelers(gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren) hun preventieve taken opelkaar gaan afschuiven? En hoe denkt de regering te voorkomen dat erwillekeur ontstaat bij uitvoering van deze wet, zo vragen deze leden. Deleden van de NSC-fractie vragen de regering voorts aan te geven inhoeverre dit wetsvoorstel de financiële prikkels voor gemeenten enzorgverzekeraars om te investeren in preventieve maatregelen zouwijzigen. Waarom zou volgens de regering een financiële bijdrage vanzorgkantoren de belemmering voor gemeenten en zorgverzekeraarsverminderen om bij te dragen aan preventie?61, 62, 63.Dit wetsvoorstel wijzigt de financiële prikkels om te investeren inpreventieve maatregelen voor gemeenten en zorgverzekeraars door hetmogelijk te maken dat zorgkantoren financieel bijdragen aan dezepreventieve maatregelen. Doordat de baten van deze preventievemaatregelen veelal bij zorgkantoren en daarmee van het Flz vallen,verlaagt dit de drempel voor gemeenten en zorgverzekeraars om, samenmet zorgkantoren te investeren in preventieve maatregelen.De gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben op grond vanhun eigen wettelijke taken een rol bij preventie en een belang bij goedesamenwerking.Er kunnen verschillen tussen de zorgkantoorregio’s ontstaan. Omdat er nunog geen compleet beeld bestaat van succesvolle preventieve maatre-gelen, hoeven die verschillen niet problematisch te zijn. De praktijk zaluitwijzen welke resultaten de uitgevoerde projecten voor preventievemaatregelen opleveren. Dit wetsvoorstel bevat wel een aantalwaarborgen. Zo moeten zorgkantoren preventieve maatregelen samenmet één of meer gemeenten of zorgverzekeraars of de Minister voorRechtsbescherming realiseren.17 De zorgkantoren moeten bovendien viaeen positieve businesscase aannemelijk maken dat de preventievemaatregelen de behoefte aan Wlz-zorg voorkomen, verminderen ofuitstellen.17Het voorgestelde in artikel 4.2.4 Wlz in te voegen zesde lid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 618 Genoemde leden constateren dat er op dit moment al de mogelijkheid isdat zorgverzekeraars systeemfuncties betalen in de wijk, zoals coördinatiein de wijk en ongeplande avond-, nacht- en weekendzorg. Voor dezesysteemfuncties is er een onderbesteding in het macrobudget wijkver-pleging. Op welke manier borgt de regering dat zorgverzekeraars dezesysteemfuncties in alle wijken beschikbaar stellen en dat er geenonderbesteding is van het macrobudget voor systeemfuncties?64.Dit wetsvoorstel ziet hier niet op toe. De inzet van wijkverpleging isbelangrijk voor verzekerden om thuis te kunnen blijven wonen. Dewijkverpleging behoort echter tot het verzekerde basispakket voor de Zvwen daarmee tot de zorgplicht van zorgverzekeraars. Het goed organiserenvan onplanbare avond-, nacht- en weekendzorg behoort tot de zorgplichtvan de zorgverzekeraars. De NZa houdt op grond van de Wmg toezicht opde uitoefening van de zorgplicht door zorgverzekeraars en kan zo nodighandhavingsmaatregelen treffen.Waarom kiest de regering er niet voor om te zorgen voor een passendeverevening van besparingen in het zorgdomein (op de Wlz) en in detoegenomen kosten in het sociaal domein?65.Het is een bewuste keuze om zorgkantoren de mogelijkheid te geven omrechtmatig te investeren in het sociale domein. Voor de transformatie dienoodzakelijk is omdat de zorgvraag toeneemt en de arbeidsmarkt daalt ishet nodig dat zorgkantoren, zorgaanbieders en gemeenten afsprakenkunnen maken met elkaar en zo kunnen samenwerken. Op dit momentkunnen zorgkantoren hier niet financieel aan bijdragen. Met hetwetsvoorstel wordt dit mogelijk gemaakt. Hiermee wordt de samen-werking tussen inkopende partijen gestimuleerd en ontstaat er op hetgrensvlak tussen de Wmo 2015 en de Wlz meer financiële ruimte ominitiatieven te ontplooien die een zwaardere en daarmee vaak eenduurdere zorgvraag voorkomen.Hoe verhoudt deze wetswijziging zich tot de huidige inzichten dat erfundamentele aanpassingen nodig zijn, gericht op vereenvoudiging vanhet stelsel en de noodzakelijke transformatie van zorg voor ouderen?66.Met dit wetsvoorstel wordt het mogelijk voor zorgkantoren om teinvesteren in preventieve maatregelen om op deze manier de behoeft aanzorg op grond van de Wlz te voorkomen, verminderen of uit te stellen.Hiermee komt er meer manoeuvreerruimte tussen de verschillendestelselwetten. Het is aan een volgend kabinet om keuzes te maken overmogelijke aanpassingen van het stelsel. Als een volgend kabinet voorfundamentele aanpassingen kiest, dan kost hetimplementeren hiervan tijd. Dit wetsvoorstel kan in die tussenliggendeperiode gebruikt worden om ervoor te zorgen dat de zorg en onder-steuning rondom de cliënt wordt georganiseerd.De wetswijziging ziet in een aanpassing in bekostiging van preventiemaat-regelen door zorgkantoren. De leden van de D66-fractie erkennen dathet wegnemen van belemmeringen op dit gebied ten gunste zal komenaan de financiële houdbaarheid van de zorg en daarmee ook aan dekwaliteit en toegankelijkheid voor de cliënt. Echter, in de wijziging is geenverplichting of stimulans opgenomen dat de zorgkantoren de preventievemaatregelen ook daadwerkelijk zullen nemen. Kan de regering toelichtenhoe zorgkantoren daartoe worden bewogen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 619 67.De zorgkantoren hebben een zorgplicht op grond van de Wlz. Zij zijn voorhet nu en in de toekomst voldoen aan hun zorgplicht gebaat bij detransformatie van zorg omdat de zorgvraag stijgt en de arbeidsmarkt daalten daarmee bij preventieve maatregelen. Voor die transformatie is hetnodig dat zorgkantoren, zorgaanbieders en gemeenten afspraken kunnenmaken met elkaar en zo kunnen samenwerken. Op dit moment kunnenzorgkantoren hier niet financieel aan bijdragen. Met het wetsvoorstelwordt dit mogelijk gemaakt. Hiermee wordt de samenwerking tusseninkopende partijen gestimuleerd en ontstaat er op het grensvlak tussen deWmo 2015 en de Wlz meer financiële ruimte om initiatieven te ontplooiendie een zwaardere en daarmee vaak een duurdere zorgvraag voorkomen.Onder de randvoorwaarden voor het realiseren van preventieve maatre-gelen door de zorgkantoren staat opgenomen dat zorgkantoren nietzelfstandig dergelijke maatregelen kunnen bekostigen, maar altijd ingezamenlijkheid. De leden van de D66-fractie zien graag een toelichtingvan de regering waarom hiervoor is gekozen en of er nog verdere criteriaaan de samenstelling worden opgelegd.68.Preventieve maatregelen om een beroep op langdurige zorg uit te stellen,te verminderen of te voorkomen hebben gevolgen voor zorg op grond vande Zvw of de Wet forensische zorg of ondersteuning op grond van deWmo 2015. Om deze reden is samenwerking tussen deze domeinenessentieel en geldt dit ook als voorwaarde voor zorgkantoren om aan diemaatregelen bij te kunnen dragen. Dit wetsvoorstel legt geen naderecriteria op aan de samenstelling dan de samenwerkende partijen. De bij ofkrachtens algemene maatregel van bestuur voor de uitvoering van deregeling voor preventieve maatregelen zal ook geen nadere criteria aan desamenstelling opstellen.In hoeverre is er een maximum aan het bedrag dat door een zorgkantoorwordt benut voor preventieve maatregelen?69.Er is een maximum aan het bedrag dat een zorgkantoor kan besteden aanpreventieve maatregelen. Dit is het bedrag voor overige uitvoeringskostenover het kalenderjaar dat de Minister van VWS aan de betrokkenzorgkantoorregio heeft toegedeeld verminderd met de kosten van deonafhankelijke cliëntondersteuning en de cliëntvertrouwenspersoon.18Er bestaat geen overzicht van effectieve preventieve maatregelen. Datwekt de verbazing van deze leden. In hoeverre is hier onderzoek naargedaan, zo vragen zij. En hoe worden beoogde preventieve maatregelen,die onder andere zorgkantoren willen nemen, beoordeeld?70.Het beeld van succesvolle preventieve maatregelen moet gaandewegontstaan. Op dit moment zijn de resultaten bekend van de eersteexperimenten die zijn gestart in 2018 in Ede, Dongen en Hollandscheveld(gemeente Hoogeveen).19 Uit het evaluatieonderzoek dat Significantuitvoerde in opdracht van het Ministerie van VWS, blijkt dat cliënten,naasten en professionals de werkwijze als positief ervaren.20 Daarnaastdraagt de werkwijze bij aan een grotere maatschappelijke doelmatigheid18Het derde lid, onderdeel c, van het voorgestelde artikel 49e Wmg en de voorgestelde aanartikel 4.2.1, tweede lid, toe te voegen onderdelen c en d.19Kamerstukken II 2020/21Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 31 765, nr. 544.20Bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 31 765, nr. 544.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 620 en effectiviteit. Uit 40 mini-businesscases blijkt dat domeinoverstijgendsamenwerken leidt tot meer doelmatige zorg, vanwege de besparingendie in de Wlz worden gerealiseerd.In 2024 worden er nog meer initiatieven verwacht. In de eerste ronde vande SPUK DOS voor 2024 zijn er 22 aanvragen gedaan, in de tweede ronde14 aanvragen. Tot nu toe zien we veel aanvragen die werken met eencentraal persoon en initiatieven over de sociale benadering dementie.Daarnaast zien we aanvragen met nieuwe ideeën. Alle initiatieven wordengemonitord. De Vrije Universiteit Amsterdam voert deze monitor middelsobjectief en onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek uit. De verwachtingis dat medio 2025 de eerste resultaten beschikbaar zijn.Het wetsvoorstel creëert openingen waardoor er voor gemeenten enzorgverzekeraars juist minder aansporing ligt voor preventie, zo consta-teren de leden van de BBB-fractie. Immers, het zorgkantoor krijgt ookdeze taak. De verantwoordelijkheid van de zorgkantoren is dat iedereenmet een Wlz-indicatie de juiste zorg krijgt en zij maken hiervoor afsprakenmet zorgaanbieders. De leden van de BBB vragen de regering waarom zijnu deze rol moeten oppakken. Ook vragen deze leden waarom de regeringüberhaupt een rol ziet voor zorgkantoren voor preventie in het sociaaldomein en hoe de regering naar de complexiteit van het zorgstelsel kijktals zorgkantoren, naast gemeenten en zorgverzekeraars, de taak krijgen inte zetten op preventieve activiteiten in het sociaal domein.71, 72.Voor de transformatie van de zorg is het nodig dat zorgkantoren,zorgverzekeraars, zorgaanbieders en gemeenten afspraken kunnen makenmet elkaar en kunnen samenwerken. Op dit moment kunnen zorgkantorenhier niet financieel aan bijdragen. Met het wetsvoorstel wordt dit mogelijkgemaakt. Hiermee wordt de samenwerking tussen inkopende partijengestimuleerd en ontstaat er op het grensvlak tussen de Wmo 2015 en deWlz meer financiële ruimte om initiatieven te ontplooien die eenzwaardere en daarmee vaak een duurdere zorgvraag voorkomen. Dit is dereden waarom zorgkantoren een rol krijgen bij preventieve maatregelen inhet sociaal domein. Het gaat dus niet alleen om preventieve maatregelenin het sociaal domein maar met name om het voorkomen, verminderen ofuitstellen van het beroep op Wlz-zorg. Het zorgstelsel wordt nietcomplexer met dit wetsvoorstel. Zorgkantoren zullen niet zelfstandigpreventieve maatregelen treffen in het sociaal domein en hier als nieuwespeler optreden. De zorgkantoren mogen op grond van dit wetsvoorstelalleen samen met één of meer gemeenten preventieve maatregelen in hetsociaal domein realiseren. Juist door de samenwerking met gemeenten,kan een ieder binnen zijn eigen rol en taak preventieve maatregelen in hetsociaal domein treffen die het zorgstelsel als geheel beter maken.Verder vragen genoemde leden hoe de regering de wetswijziging ziet inrelatie tot gemeenten en zorgverzekeraars die «achterover zouden kunnenleunen» omdat zorgkantoren een taak krijgen om in het sociaal domeinzwaardere zorg te voorkomen/uit te stellen.73.Dit wetsvoorstel verlaagt de financiële drempels voor gemeenten,zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbescherming om samen metde zorgkantoren preventieve maatregelen te realiseren. Het moet dan welgaan om preventieve maatregelen die de behoefte aan Wlz-zorgvoorkomen, verminderen of uitstellen. De zorgkantoren moeten depreventieve maatregelen samen met één of meer gemeenten of zorgver-zekeraar of de Minister voor Rechtsbescherming treffen. De voorgestelderegeling voor preventieve maatregelen biedt een oplossing voor het in depraktijk geconstateerde probleem dat de lasten van preventieve maatre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 621 gelen buiten het Wlz-domein terwijl de baten van die maatregelen binnenhet Wlz-domein vallen. De grotere bekostigingsmogelijkheden voorzorgkantoren beogen domeinoverstijgende initiatieven te realiseren diethans nog niet (voldoende) van de grond komen. De voorgestelderegeling versterkt de rol van bestaande spelers op het gebied vanpreventie. Omdat zorgkantoren niet de taken van zorgverzekeraars engemeenten overnemen op het gebied van preventie hebben deze geenreden om achterover te leunen.De leden van de BBB-fractie lezen dat de Raad van State opmerkt dat deverruiming van de financieringsmogelijkheden voor zorgkantoren eenbelemmering wegneemt voor samenwerking op het gebied van preventie.Echter, er wordt afgevraagd of deze samenwerking daadwerkelijk tot standzal komen, gezien de vrijwillige aard van de afspraken en de financiëleprikkels die nog steeds afwentelgedrag kunnen bevorderen. De leden vande BBB-fractie vragen de regering hoe ervoor gezorgd kan worden dat deverschillende partijen daadwerkelijk samenwerken op preventiegebied enhoe de financiële prikkels kunnen worden aangepast om afwentelgedragte voorkomen.74.Een zorgkantoor beoordeelt zelf de beoogde preventieve maatregelenwaarvoor het samen met één of meer gemeenten of zorgverzekeraars ofde Minister voor Rechtsbescherming wil zorgen. Zij moeten wel via eenpositieve businessbijdrage aannemelijk maken dat de verwachtebesparingen op het gebied van Wlz-zorg gelijk zijn aan of hoger zijn dande financiële bijdrage. Dit zal worden neergelegd in de vast te stellenamvb voor de preventieve maatregelen.21 Een zorgkantoor mag eeninitiatief voor preventieve maatregelen niet alleen maar alleen samen metéén of meer gemeenten of zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbe-scherming bekostigen. Elke partij houdt de eigen verantwoordelijkheidvoor preventieve maatregelen. Door de financiële prikkels die ditwetsvoorstel introduceert, ontstaat juist geen afwentelgedrag, maarsamenwerking om tot goede preventieve maatregelen te komen.De regering stelt in de memorie van toelichting dat gemeenten enzorgverzekeraars een financiële bijdrage kunnen leveren aan domeinover-stijgende samenwerking maar dat zorgkantoren dit wettelijk nu nietkunnen, zo lezen de leden van de CDA-fractie. Kan de regering aangevenhoeveel gemeenten en zorgverzekeraars met de huidige wetgevingdomeinoverstijgend samenwerken?75.In de verschillende zorgkantoorregio’s wordt al veel ingezet op domein-overstijgende samenwerking. Op de websitewww.dejuistezorgopdejuisteplek.nl zijn meerdere praktijkvoorbeeldenopgenomen. Ook zijn er via de IZa transformatiemiddelen domein-overstijgende plannen die ontwikkeld worden. Al deze initiatieven zittenvoornamelijk op de samenwerking tussen de Zvw en het sociale domein.Ten aanzien van de samenwerking tussen de Wlz en het sociale domeinzijn in 2018 in de gemeenten Ede, Dongen en Hoogeveen (HollandscheVeld) experimenten gestart waarvan de resultaten nu bekend zijn.22 Verderzijn er 36 aanvragen in 2024 voor de SUK DOS voor nieuw te starteninitiatieven in preventieve maatregelen om het beroep op Wlz-zorg tevoorkomen, te verminderen of uit te stellen.Tegen welke problemen lopen zij in de praktijk aan?21Het voorgestelde in artikel 4.2.4 Wlz in te voegen zevende lid.22Kamerstukken II 2020/21, 31 765, nr. 544.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 622 76.De lasten van preventieve maatregelen vallen buiten het Wlz-domeinterwijl baten van die maatregelen binnen het Wlz-domein vallen. Hetprobleem is dan dat de zorgkantoren niet financieel kunnen bijdragen aande preventieve maatregelen. De zorgkantoren kunnen in de huidigesituatie niet financieel bijdragen aan een project voor preventievemaatregelen. De voorgestelde regeling voor preventieve maatregelen indit wetsvoorstel beoogt het bovenbedoelde in de praktijk geconstateerdeprobleem op te lossen.De investeringen kunnen wat betreft zorgverzekeraars niet wordenaangemerkt als schadelast. Ze ontvangen hiervoor geen compensatie inde vorm van een vereveningsbijdrage. Kan de regering aangeven inhoeverre zorgverzekeraars door mee te doen aan domeinoverstijgendesamenwerking elders in de Zvw (preventief) financiële voordelen behalen?Is dat inzichtelijk te maken?77, 78.De zorgverzekeraars hebben op grond van de Zvw een zorgplicht jegenshun verzekerden23. Succesvolle preventieve maatregelen die de behoefteaan Zvw-zorg voorkomen, verminderen of uitstellen verminderen deomvang van de toekomstige zorgplicht en daarmee van de toekomstigeschadelast van de zorgverzekeraars. Dit is een financieel voordeel voor dezorgverzekeraars. Getallen over de omvang zijn niet bekend.Kan de regering toelichten waarom gekozen is om zowel in bestaande alsin nieuwe initiatieven te investeren ten laste van het Flz als er aan dewettelijke voorwaarden wordt voldaan?79.De bestaande initiatieven worden tot nu toe bekostigd vanuit de SPUKDOS. Die uitkering zal met de inwerkingtreding van voorliggendwetsvoorstel de voorgestelde regeling voor voorgestelde maatregelenvervallen. De zorgkantoren moeten op grond van het wetsvoorstelbestaande initiatieven die daadwerkelijk de behoefte aan Wlz-zorgvoorkomen, verminderen of uitstellen kunnen bekostigen. Het is aan dezorgkantoren in hoeverre ze aan bestaande dan wel nieuwe initiatievenvoor preventieve maatregelen bijdragen ten laste van het Flz.Wat zijn de eerste resultaten van de SPUK DOS die bij moeten dragen aaneen verminderde behoefte aan Wlz-zorg en aan een verwachte kostenbe-sparing in de Wlz? Zijn de praktijkvoorbeelden die worden genoemdgefinancierd via de specifieke uitkering?80.De praktijkvoorbeelden die worden genoemd in de memorie vantoelichting kunnen worden bekostigd via de SPUK DOS, een specifiekeuitkering. Voor de initiatieven die in 2024 zijn gestart is het invullen van demonitor verplicht. Hierbij wordt geëvalueerd of de initiatieven hetgewenste effect hebben. De Vrije Universiteit Amsterdam voert dezemonitor middels wetenschappelijk onderzoek uit. De verwachting is datmedio 2025 de eerste resultaten beschikbaar zijn.In hoeverre zijn deze resultaten of eerste uitkomsten in dit wetvoorstelverwerkt? De leden van de CDA-fractie verzoeken de regering voor deplenaire behandeling van onderhavige wet de algemene maatregel vanbestuur (AMvB) naar de Kamer te sturen.23Artikel 11, eerste lid, Zvw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 623 81.De resultaten of uitkomsten van de projecten die worden bekostigd vanuitde SPUK DOS waren ten tijde van het opstellen van dit wetsvoorstel nogniet bekend. Wel is bij de voorbereiding van dit wetsvoorstel rekeninggehouden met de experimenten die liepen, zodat deze bij de inwerking-treding van dit wetsvoorstel voortgezet kunnen worden. De resultaten vaneerdere experimenten en de initiateven die vanuit de SPUK DOS wordenbekostigd, worden betrokken bij het vormgeven van de monitoring in denog op te stellen algemene maatregel van bestuur.24Het ontwerp van de amvb zal zo spoedig mogelijk na inhoudelijkeafronding aan de beide kamers der Staten-Generaal worden toegezonden.Het is nu nog niet te voorzien of die overlegging voor of na de plenairebehandeling van het wetsvoorstel zal plaatsvinden.De leden van de SP-fractie lezen dat de zorgkantoren een preventievemaatregel niet geheel zelf kunnen bekostigen. Zij vragen de regeringwaarom deze keuze is gemaakt. Waarom zou een zorgkantoor eenpreventieve maatregel niet volledig zelf mogen financieren, als deze naarverwachting voor meer geld aan Wlz-zorg zou besparen dan het zoukosten om deze maatregel in te voeren?82.Voor de transformatie van de zorg is het nodig dat zorgkantoren,zorgaanbieders en gemeenten afspraken kunnen maken met elkaar en zokunnen samenwerken over de domeinen heen. Om deze reden is ookvoorgeschreven dat een zorgkantoor niet alleen voor de bekostiging vanpreventieve maatregelen zorg kan dragen.253. AANVULLENDE BEKOSTIGING VOOR RANDVOORWAARDE-LIJKE MAATREGELEN Wat zijn de verschillende bestaande bekostigingsproblemen die ditwetsvoorstel oplost, zo vragen de leden van de PVV-fractie de regering.Welke specifieke cliëntgroepen krijgen geen passende zorg? Of dreigt decontinuïteit van zorg in het geding te komen?83, 84.Het gaat om de kosten van maatregelen die niet in de reguliere bekos-tiging per cliënt zijn in te passen. Deze kosten hebben betrekking op eenmoeilijk af te bakenen groep van cliënten met een zeer complexezorgvraag. Daarbij moet zijn geconstateerd dat geen oplossing gevondenkan worden in het zorginkoopbeleid van de zorgkantoren door binnen hetdoor de NZa vastgestelde maximumtarief een hogere prijs af te sprekenmet de zorgaanbieders. Het gaat om cliënten met een Wlz-indicatiewaarvoor de vastgestelde tarieven niet toereikend zijn en zorgaanbiedersaantoonbaar een buitenproportioneel verlies zullen lijden als deze cliëntenin zorg worden genomen. Een voorbeeld hiervan zijn de cliënten voorgehandicaptenzorg met een complexe zorgvraag waarvoor maatwerk-plekken zijn gecreëerd in het kader van het programma «Volwaardigleven». De aanvullende bekostiging in aanvulling op de persoonsvolgendebekostiging per zorgprofiel verlaagt de financiële drempels voor zorgaan-bieders om de desbetreffende cliënten in zorg te nemen. Dit wetsvoorstelstelt de zorgkantoren beter in staat om ook in uitzonderlijke gevallenwaarin is geconstateerd dat geen oplossing kan worden binnen depersoonsvolgende bekostiging hun zorgplicht jegens de betrokkenverzekerden na te komen. Dit wetsvoorstel bevordert de continuïteit van24Het voorgestelde in artikel 4.2.4 Wlz in te voegen zevende lid.25Het voorgestelde in artikel 4.2.4 Wlz in te voegen zesde lid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 624 zorg voor moeilijk af te bakenen groepen van cliënten met een complexezorgvraag.De leden van de PVV-fractie willen verder weten of zorgprofiel VG7 valtonder de zorgverlening aan een moeilijk af te bakenen specifieke groepvan cliënten. Zo nee, waarom niet?85.Het zorgprofiel VG7 valt volgens de huidige inzichten niet onder eenmoeilijk af te bakenen specifieke groep van cliënten met een complexezorgvraag waarvoor geen oplossing kan worden gevonden in hetzorginkoopbeleid van de zorgkantoren voor persoonsvolgende bekos-tiging. Een oplossing via de persoonsvolgende bekostiging sluit aanvul-lende bekostiging via het sluittarief uit.26Kan de regering een aantal voorbeelden geven van maatregelen dieingezet kunnen worden om toe te groeien naar het kwaliteitskaderverpleeghuiszorg? Kan de regering een aantal voorbeelden geven vanmaatregelen die ingezet kunnen worden met betrekking tot een toekomst-bestendige personeelsinzet?86, 87.De zorgaanbieders hebben sinds 2017 de maatregelen genomen om toe tegroeien naar het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Hierbij is dekking voorzorgaanbieders via de persoonsvolgende bekostiging het uitgangspunt.Aanvullende bekostiging via het sluittarief is de uitzondering. Ditwetsvoorstel bepaalt met het oog op het uitzonderingskarakter van deaanvullende bekostiging via het sluittarief dat de NZa voor het regelendaarvan een aanwijzing van de Minister van VWS nodig heeft.27Het kwaliteitskader verpleeghuiszorg wordt doorontwikkeld met het oogop de toekomstbestendigheid waaronder toekomstbestendige inzet vanpersoneel. Voor een toekomstbestendige inzet van personeel zijnmaatregelen nodig die het werken en leren in de zorg anders organiserenmet een direct effect merkbaar voor de professional in zorg en welzijn. Ditvraagt om samenwerking in de regio gericht op het optimaliseren van hetarbeidspotentieel en strategisch opleiden voor de toekomst. Voorbeeldenvan maatregelen die ingezet kunnen worden:–introductie van regionaal werkgeverschap om werken in loondienstaantrekkelijker te maken en talenten optimaal te benutten;–implementatie en opschaling van innovatieve werkvormen diearbeidsverlichtend zijn voor de professional;–bevorderen van een skillsgerichte arbeidsmarkt gebaseerd op hetuitgangspunt «bekwaam is inzetbaar»;–stimuleren van flexibel en modulair opleiden in de regio.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen uit de memorievan toelichting dat zorgkantoren in een drietal gevallen extra bekosti-gingsmogelijkheden nodig hebben. Kan de regering in een aantalconcrete casussen uitleggen welke problemen zich voordoen en hoe devoorgestelde oplossing met een Wlz-sluittarief hier een oplossing voor dieconcrete gevallen een oplossing biedt?88.Hieronder volgen twee voorbeelden van hoe de voorgestelde wijzigingmet betrekking tot het Wlz-sluittarief voor een concreet geval eenoplossing kan bieden.26Het in artikel 50 Wmg in te voegen vijfde lid, onderdeel b, 3°.27Het in artikel 59 Wmg in te voegen onderdeel e.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 625 Voorbeeld 1:Een zorgaanbieder moet bijzondere investeringsmaatregelen en perso-neelsmaatregelen treffen voor intramurale zorgverlening met verblijf aancliënten met een zeer complexe zorgvraag die als groep moeilijk zijn af tebakenen. Binnen de reguliere systematiek van persoonsvolgendebekostiging per zorgprofiel is daarmee geen rekening gehouden. Dezorgaanbieder kan de getroffen maatregelen niet met persoonsvolgendebekostiging voor de betrokken cliënten terugverdienen. De zorgaanbiederkrijgt via het sluittarief aanvullende bekostiging voor al zijn geleverde zorgdie niet aan individuele zorgverlening aan deze cliënten is toe te rekenen.Voorbeeld 2.Er treedt een pandemie zoals COVID-19 op. Er kan met de effecten van depandemie uiteraard geen rekening worden gehouden bij de tariefstellingbinnen de reguliere systematiek van de persoonsvolgende bekostiging.De zorgaanbieders maken in verband met de pandemie extra kosten enlijden als gevolg van de pandemie omzetverlies waardoor ze hundoorlopende kosten niet geheel kunnen terugverdienen. De zorgaan-bieders kunnen via het sluittarief aanvullende bekostiging krijgen voor alhun geleverde zorg die niet aan individuele zorgverlening aan cliënten istoe te rekenen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie verwachten dat, met invoeringvan een sluittarief, de aanspraak van zorgaanbieders op het Flz ookverandert. Zij kunnen extra aanspraak maken en in bepaalde gevallenextra financiering krijgen. Dat betekent ook dat het Flz verhoogt dient teworden. Kan de regering aangeven in hoeverre het budget wordtverhoogd?89.Zorgaanbieders hebben geen rechtstreekse aanspraak op het Flz.Zorgaanbieders sluiten contracten met de zorgkantoren. Zorgkantorengeven voor de nakoming van die contracten betaalopdrachten aan hetCAK. Het CAK doet vervolgens een beroep op het Flz. Het Flz moetvoldoende financiële ruimte hebben voor de nakoming van dezecontracten, en dus ook voor overeengekomen aanvullende bekostiging.Zo nodig vindt er een aanvullende rijksbijdrage aan het Flz plaats.28De leden van de VVD-fractie merken op dat het voorstel wel demogelijkheid, maar niet een verplichting regelt voor zorgkantoren om teinvesteren in preventie. Zij merken op dat er zorgen zijn dat dit kan leidentot grote regionale verschillen, waarin de ene regio wel investeert inpreventie en de andere niet. Daarnaast hebben genoemde leden zorgenover de vrijblijvendheid voor zorgkantoren om te investeren in preven-tieve maatregelen. Wat is de visie van de regering hierop?Hoe wordt gezorgd dat met deze vrijblijvendheid wel de urgentie wordtgevoeld? Hoe voorkomt de regering dat grote regionale verschillenontstaan?90, 91.Het is aan de zorgkantoren of ze gebruik willen maken van de nieuwemogelijkheden voor de bekostiging van domeinoverstijgende initiatieven.De zorgkantoren hebben een zorgplicht op grond van de Wlz. Zij zijn voorhet nu en in de toekomst voldoen aan hun zorgplicht gebaat bij initia-tieven voor preventieve maatregelen over de domeinen heen. Dit kan dusleiden tot verschillen tussen de zorgkantoorregio’s. Ik vind die verschillenniet problematisch omdat er thans nog geen compleet bestaat vansuccesvolle preventieve maatregelen. De voorgestelde regeling voor28Artikel 14, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 626 preventieve maatregelen heeft tot doel om bestaande in de praktijkgeconstateerde belemmeringen voor de totstandkoming van dieinitiateven weg te nemen. De praktijk zal uitwijzen welke resultaten deuitgevoerde projecten voor preventieve maatregelen opleveren. Ditwetsvoorstel bevat wel een aantal waarborgen. Zo moeten zorgkantorenpreventieve maatregelen samen met één of meer gemeenten of zorgver-zekeraars of de Minister voor Rechtsbescherming realiseren.29 Dezorgkantoren moeten bovendien via een positieve businesscase aanne-melijk maken dat de preventieve maatregelen de behoefte aan Wlz-zorgvoorkomen, verminderen of uitstellen.Op welke manier gaat de regering monitoren of zorgkantoren daadwer-kelijk investeringen doen?92.Op dit moment zijn de resultaten bekend van de eerste experimenten diezijn gestart in 2018 in Ede, Dongen en Hollandscheveld (gemeenteHoogeveen).30 Uit het evaluatieonderzoek dat Significant uitvoerde inopdracht van het Ministerie van VWS, blijkt dat cliënten, naasten enprofessionals de werkwijze als positief ervaren.31 Daarnaast draagt dewerkwijze bij aan een grotere maatschappelijke doelmatigheid eneffectiviteit. Uit 40 mini-businesscases blijkt dat domeinoverstijgendsamenwerken leidt tot meer doelmatige zorg, vanwege de besparingendie in de Wlz worden gerealiseerd.In 2024 worden er nog meer initiatieven verwacht. In de eerste ronde vande SPUK DOS voor 2024 zijn er 22 aanvragen gedaan, in de tweede ronde14 aanvragen. Tot nu toe zien we veel aanvragen die werken met eencentraal persoon en initiatieven over de sociale benadering dementie.Daarnaast zien we aanvragen met nieuwe ideeën. Alle initiatieven wordengemonitord. De Vrije Universiteit Amsterdam voert deze monitor middelsobjectief en onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek uit. De verwachtingis dat medio 2025 de eerste resultaten beschikbaar zijn.Verder vragen de leden van de VVD-fractie op welke wijze geborgd kanworden dat zorgkantoren duurzaam blijven investeren in domeinoverstij-gende aanpakken en succesvolle initiatieven.93.Dit wetsvoorstel is mede ingegeven door verzoeken vanuit het veld,waaronder verzoeken van de zorgkantoren. De preventieve maatregelenmoeten leiden tot het voorkomen, verminderen of uitstellen van Wlz-zorgen daarmee tot minder zorgkosten. Om hier ervaringen mee op te doenzijn er in 2025 (€ 35 miljoen) en 2026 (€ 45 miljoen) extra middelenbeschikbaar gesteld. Het bepalen van de financiële ruimte voor preven-tieve maatregelen na 2026 is aan het volgende kabinet. Vooruitlopend opdit wetsvoorstel is de SPUK DOS vastgesteld om meer inzichten te krijgenin de macro-effecten. Die effecten worden gemonitord door de VrijeUniversiteit Amsterdam. Op basis van de monitor, waarin de (financiële)effecten van de preventieve maatregelen in beeld worden gebracht, kanhet volgende kabinet besluiten.De leden van de D66-fractie lezen in de memorie van toelichting dat descherpe randen van strike cliëntvolgende bekostiging kan zorgen voorverliezen bij aanbieders en dat dit ertoe kan leiden dat specifiekecliëntgroepen geen passende zorg krijgen of dat de continuïteit van zorg29Het voorgestelde in artikel 4.2.4 Wlz in te voegen zesde lid.30Kamerstukken II 2020/21Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 31 765, nr. 544.31Bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 31 765, nr. 544.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 627 in het geding is. De leden van de D66-fractie zien graag een toelichtingvan de regering in hoeverre dit nu het geval is en bij welke groepen.94.Een aanleiding voor dit onderdeel in het wetsvoorstel zijn de maatwerk-plekken in de gehandicaptenzorg die gecreëerd zijn in het kader van hetprogramma «Volwaardig Leven». Hierbij ging het om mensen met eenzeer complexe zorgvraagwaarbij vaak sprake is van combinatieproblematiek en die moeilijkgeplaatst konden worden en waar vooruitlopend op de opname specifiekeinvesteringen gedaan moesten worden om de plek passend te makenvoor die persoon. Omdat het ging om voorinvesteringen en het niet zekerwas dat een cliënt opgenomen zou worden, werden deze investeringenniet of te beperkt gedaan waardoor er onvoldoende plekken waren voordeze groep cliënten. Daarnaast werken zorgaanbieders en welzijnsorgani-saties steeds vaker samen over de grenzen van wettelijke domeinen enzorgsectoren heen. Dit doen ze – aangespoord door bestuurlijkeakkoorden zoals IZA, WOZO en GALA – steeds meer binnen regionalesamenwerkingsverbanden en op basis van regioplannen. Waar goedeafstemming van zorg en ondersteuning tussen zorgaanbieders enwelzijnsorganisaties nodig is om tot passende zorg voor specifieke(kwetsbare) groepen verzekerden te komen kan het nodig zijn omsamenwerking «patiëntengroepsgebonden» in te richten. Dat wil zeggensamenwerking die niet specifiek is gericht op individuele verzekerden,maar meer in algemene zin op groepen verzekerden met specifiekekenmerken. Op dit moment zijn er signalen dat die samenwerking nogonvoldoende van de grond komt en dat de mogelijkheden tot bekostiginghierbij een rol spelen. Mocht blijken dat hiervoor geen andere oplossingenzijn, dan kan dit wetsvoorstel hier een oplossing voor bieden.In de toelichting voor een aanvullende niet-cliëntvolgende bekostiginglezen deze leden dat dit in eerste plaats is bedoeld voor plotselingoptredende omstandigheden. In hoeverre biedt deze voorgestelderegeling dan een oplossing voor complexe doelgroepen waarbij deonderlinge verschillen een vaste prestatie niet werkbaar maakt, zoals bijde zogenaamde VG7-doelgroep, zo vragen deze leden.95.Het zorgprofiel VG7 valt volgens de huidige inzichten niet onder eenmoeilijk af te bakenen specifieke groep van cliënten met een complexezorgvraag waarvoor geen oplossing kan worden gevonden binnen dereguliere bekostigings- en inkoopsystematiek. Een oplossing via depersoonsvolgende bekostiging sluit aanvullende bekostiging via hetsluittarief uit.32De leden van de CDA-fractie constateren dat dit wetsvoorstel eenmaatregel behelst waarvan de bekostiging niet in de reguliere bekostigingper cliënt is in te passen maar die wel randvoorwaardelijk zijn ompassende Wlz-zorg die behoort tot het verzekerde pakket van de Wlz tekunnen leveren. Als voorbeeld geeft de regering een moeilijk af tebakenen groep van cliënten met een zeer complexe zorgvraag. Deze ledenvermoeden dat dit dan om de zogenaamde maatwerkplaatsen gaat. Kloptdit?96.De cliënten voor de zogenaamde maatwerkplaatsen vormen inderdaadeen groep van moeilijk af te bakenen cliënten met een zeer complexezorgvraag.32Het in artikel 50 Wmg in te voegen vijfde lid, onderdeel b, 3°.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 628 Verder vragen de leden van de CDA-fractie of de regering hier ook doeltop zeer complexe gehandicaptenzorg voor cliënten met een VG7-profiel.Of moet hier een oplossing gevonden worden in het zorginkoopbeleiddoor binnen het door de NZa vastgestelde maximumtarief een hogereprijs per cliënt af te spreken met zorgaanbieders?97.Het zorgprofiel VG7 valt volgens de huidige inzichten niet onder eenmoeilijk af te bakenen specifieke groep van cliënten met een complexezorgvraag waarvoor geen oplossing kan worden gevonden binnen dereguliere bekostigings- en inkoopsystematiek. Een oplossing via depersoonsvolgende bekostiging sluit aanvullende bekostiging via hetsluittarief uit.33De leden van de SP-fractie lezen op pagina’s 10 en 11 van de memorievan toelichting de volgende zin: «De Wlz-uitvoerders zijn bij hunzorginkoop, waartoe ook de aanvullende bekostiging behoort, gebondenaan de aanbestedingsbeginselen». Om welke aanbestedingsbeginselengaat het hier precies?98.Het gaat om de beginselen van non-discriminatie (geen onderscheid naarnationaliteit), gelijkheid, transparantie en proportionaliteit. De zorgkan-toren moeten op grond van die beginselen in het kader van het inkoop-proces op een transparante, niet-discriminatoire en proportionele wijzehandelen.4. IN STAND LATEN WLZ-UITGAVEN DOOR DE NZA De leden van de PVV-fractie lezen dat er elk jaar sprake van is casuïstiek,waarbij vanuit het belang van de uitvoering van de zorgplicht jegens deverzekerden het wenselijk is dat uitgaven in stand gehouden (kunnen)worden maar waar geen wettelijke grondslag voor is. Het kan hierbijbijvoorbeeld gaan om individuele casuïstiek, waarbij geen passende zorggeleverd kan worden omdat de geldende wet- en regelgeving in deindividuele situatie onwenselijk uitvalt. Kan de regering een overzichtgeven van de uitgaven voor de uitvoering van de zorgplicht die de NZawenselijk vindt?99.Het is thans nog niet te voorzien welke individuele casuïstiek zich zalvoordoen waarvoor de NZa de uitoefening van haar bevoegdheid tot hetin stand laten van Wlz-uitgaven gaat toepassen. Het bedrag aanWlz-uitgaven dat de NZa in stand kan laten is voor wat betreft de Wlz-zorgin natura beperkt tot 1% van het landelijk kader voor Wlz zorg in natura(€ 320 miljoen) en voor wat betreft de Wlz-pgb’s beperkt tot 1% van hetlandelijk kader voor de verstrekking van pgb’s (€ 40 miljoen).34 Het is niette verwachten dat de NZa de bovenbedoelde grenzen zal halen. Afgaandeop de individuele casuïstiek waarvoor de NZa de uitgaven in stand wildelaten gaat het jaarlijks om enkele tientallen miljoenen euro’s.Op welke wijze wordt gegarandeerd dat rondom de verzwaring van deZvw zorg thuis voldoende wordt vergoed?100.De zorgverzekeraars hebben op grond van de Zvw voor zorg die valtonder het te verzekeren basispakket van die wet een zorgplicht jegens hun33Het in artikel 50 Wmg in te voegen vijfde lid, onderdeel b, 3°.34Het voorgestelde artikel 91a, vijfde en zesde lid WfsvTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 629 verzekerden. Verzekerden kunnen hun zorgverzekeraar hierop aanspreken.Daarnaast houdt de NZa op grond van de Wmg toezicht op de nakomingvan hun zorgplicht door zorgverzekeraars en kan zo nodig handhavings-maatregelen treffen.De leden van de D66-fractie onderschrijven het nut om de bevoegdheiduit te breiden om de Wlz-uitgaven in stand te laten. De NZa zal debevoegdheid slechts gebruiken voor bepaalde gevallen van zorgaan-bieders. Dit is beperkt tot situaties waarin de NZa kan anticiperen optoekomstige wet- en regelgeving. Deze leden vragen in hoeverre deTweede Kamer zal worden geraadpleegd over een beoogd besluit omdeze bevoegdheid te benutten.101.De NZa kan haar bevoegdheid tot het in stand laten van Wlz-uitgaveninzetten voor bepaalde gevallen en voor groepen van gevallen. De NZakan als zelfstandig bestuursorgaan binnen de kaders van de Wetfinanciering sociale verzekeringen zelf beslissen over het in stand latenvan Wlz-uitgaven. De besluiten die de NZa neemt, zijn besluiten in de zinvan de Algemene wet bestuursrecht. Hiertegen staat bezwaar en beroepopen. Deze zelfstandige bevoegdheid van de NZa is gemaximeerd tot eenbedrag van 1% van het landelijk kader voor de Wlz-zorg en 1% van hetlandelijk kader voor de verstrekking van pgb’s. De NZa hoeft niet deMinister van VWS over het beoogde besluit tot benutting van diebevoegdheid te raadplegen. Dit betekent dat de Eerste en Tweede Kamerder Staten-Generaal niet geraadpleegd worden over een beoogd besluitomtrent het in stand laten van Wlz-uitgaven.De NZa kan momenteel de bevoegdheden die zij hebben niet inzettenvoor groepen van gevallen waarbij zij niet kan anticiperen op toekomstigewet- en regelgeving waarvan het tijdstip van inwerkingtreding nog niet isvastgesteld. Op verzoek van de NZa is de verruiming van deze wetbegrensd door het anticiperen op toekomstige wet en regelgeving op tenemen. Waarom is hiervoor gekozen en kan de regering enkelevoorbeelden geven wanneer dit het geval zou kunnen zijn, zo vragen deleden van de CDA-fractie.102.Deze bevoegdheid moet naar haar aard telkens een tijdelijke situatiebetreffen. De NZa kan uitgaven slechts aanvaardbaar achten voor één jaar.Het inzetten van de bevoegdheid zal gelijktijdig onderstrepen dat debetreffende situatie zich niet mag herhalen. Dat maakt de noodzaakkenbaar dat hiervoor een permanente oplossing komt. De ervaring leertdat zich altijd onverwachte situaties voor kunnen doen die invoering vaneen amvb of ministeriële regeling vertragen of ervoor zorgen dat deinvoering geen doorgang vindt. Het anticiperen op toekomstige regel-geving is dan risicovol. Daarom wordt in het wetsvoorstel voorgesteld hetcriterium om te kunnen anticiperen te verschuiven naar de fase waarin dedatum van inwerkingtreding van de regelgeving die de onzekerheden zalwegnemen bekend is. Het gaat hier, als gezegd, noodzakelijkerwijze omtijdelijke situaties die in het navolgende jaar moet zijn opgelost.De NZa constateerde in het verleden onrechtmatige uitgaven voor zorgaan cliënten met een lichte verstandelijke beperking en ernstige gedrags-enpsychiatrische problemen. Het gaat om de doelgroep Sterk Gedragsge-stoord Licht Verstandelijk Gehandicapt (SGLVG). De NZa constateerde inhet verleden ook onrechtmatige uitgaven voor de cliëntvertrouwens-persoon (CVP).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 630 De leden van de SP-fractie vragen of de regering voorbeelden kan gevenvan Wlz-uitgaven die niet het op grond van de Wlz verzekerde pakket of deuitvoering van die wet betreffen, die als gevolg van de uitbreiding van debevoegdheid van de NZa in stand zouden kunnen blijven.103.Het is thans nog niet te voorzien welke individuele casuïstiek zich zalvoordoen waarvoor de NZa de uitoefening van haar bevoegdheid tot hetin stand laten van Wlz-uitgaven gaat toepassen. Het gaat in zijnalgemeenheid om uitgaven voor zorg genomen niet tot het verzekerdepakket van de Wlz of tot de uitvoeringskosten van die wet behoren. DeNZa constateerde in het verleden onrechtmatige uitgaven voor zorg aancliënten met een lichte verstandelijke beperking en ernstige gedrags- enpsychiatrische problemen. Het gaat om de doelgroep Sterk Gedragsge-stoord Licht Verstandelijk Gehandicapt (SGLVG). De NZa constateerde inhet verleden ook onrechtmatige uitgaven voor de cliëntvertrouwens-persoon (CVP).5. MEERJARIGE CONTRACTERING Op welke manier moeten investeringen besparingen van € 125 miljoen(2024), € 245 miljoen (2025) en € 135 miljoen (structureel vanaf 2026)realiseren, zo vragen de leden van de PVV-fractie.104.De maatregel meerjarige contracten en budgetafspraken beoogt dedoelmatigheid van de sector te verhogen door meerjarige zekerheid aanzorgkantoren en zorgaanbieders te bieden. Deze doelmatigheidsom-buiging is becijferd in Zorgkeuzes in Kaart en gevalideerd door hetCentraal Planbureau35. Het kabinet heeft besloten dat deze bedragenmiddels tariefkortingen op de tarieven die door de zorgautoriteit wordenvastgesteld worden verwerkt. Het is daarbij aan de zorgaanbieders omhun zorg doelmatiger te organiseren met inachtneming van de relevantekwaliteitsstandaarden. Het kabinet schrijft niet voor op welke wijze zij datprecies moeten doen.Omdat het voorliggende wetsvoorstel nog niet per 1 januari 2024 vankracht was, heeft het kabinet besloten de tariefkorting voor 2024 voort-vloeiend uit de maatregel meerjarige contracten met financiële afsprakenen meerjarige contracteerruimte uit het Coalitieakkoord in 2024(€ 125 miljoen) niet door te voeren36.De leden van de NSC-fractie horen van zorgorganisaties dat er behoefteis aan meerjarige contractering. Anderzijds wijst de Raad van State op hetfeit dat het soms noodzakelijk is om tussentijds financiële aanpassingen tedoen vanwege bijvoorbeeld bezuinigingen. Vanwege de wijziging van dewettekst lijkt het erop dat er nu geen garanties voor meerjarige contractenmogelijk zijn. Deze leden vragen welke garanties zorgkantoren kunnengeven aan zorgorganisaties bij meerjarige contacten na invoering vandeze wijziging van de wet.105.Dit wetsvoorstel regelt dat, voor zover de Minister van VWS het landelijkeWlz-kader gelijktijdig voor een aantal jaren vaststelt, de NZa de regionalecontracteerruimten voor dezelfde periode meerjarig moet vaststellen.37 DeMinister van VWS zal geen meerjarige zekerheid bieden over dezogenaamde herverdeelmiddelen hetgeen betekent dat de NZa ook geen35Centraal Planbureau, «Analyse coalitieakkoord 2022–2025», januari 202236Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 79637Het voorgestelde artikel 49e, negende lid, Wmg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 631 volledige zekerheid kan bieden over de gehele regionale contracteer-ruimte voor een zorgkantoorregio. De zorgkantoren hebben dus welzekerheid voor een groot deel van hun contracteerruimten hetgeen deruimte voor meerjarige contracten met zorgaanbieders vergroot.De leden van de NSC-fractie zien dat de kosten voor domeinoverstijgendesamenwerking lijken af te gaan van de vaste contracteerruimte voor dezorgorganisaties. Dit betekent dat zij aan minder cliënten zorg kunnenleveren. Deze leden vragen of het klopt dat er door deze regeling mindercontracteerruimte is en welk bedrag is hiervoor dan voor geraamd is.106.Tot en met 2026 zijn er aanvullende middelen beschikbaar gesteld om teinvesteren in preventieve maatregelen. Voor 2025 is dit € 35 miljoen envoor 2026 is dit € 45 miljoen. Vanaf 2027 zijn er nog geen aanvullendemiddelen meer beschikbaar. Vooruitlopend op dit wetsvoorstel is de SPUKDOS vastgesteld om meer inzichten te krijgen in de macro-effecten. Demiddelen voor preventieve maatregelen tot en met 2026 zijn aanvullenden niet ten koste gegaan van de contracteerruimte. Die effecten wordengemonitord door de Vrije Universiteit Amsterdam. Op basis van demonitor, waarin de (financiële) effecten van de preventieve maatregelen inbeeld worden gebracht, kan het volgende kabinet de ruimte voorpreventieve maatregelen vanaf 2027 vaststellen en daarbij beslissen ofmiddelen al dan niet uit de contracteerruimte worden genomen.De leden van de D66-fractie constateren dat zowel de herverdeelmid-delen en de groeiruimte zijn uitgesloten van de regel om meerjarig vast testellen. Kan de regering toelichten in welke mate deze middelenvoldoende zullen zijn om de benodigde flexibiliteit te behouden, zo vragende leden van de D66-fractie.107.De herverdeelmiddelen betreft dat deel van de groeiruimte dat niet opvoorhand ter beschikking is gesteld, maar waarvan de Minister van VWSjaarlijks op basis van informatie van de NZa besluit over de benodigdeinzet. Deze middelen blijven dus flexibel inzetbaar. De NZa informeert deMinister van VWS periodiek over de toereikendheid van het landelijkeWlz-kader. De Minister van VWS zal deze informatie blijven benutten bijde besluitvorming over de inzet van het deel van de groeiruimte dat voorde betrokken kabinetsperiode als herverdeelmiddelen is gereserveerd.Over de herverdeelmiddelen wordt dus geen meerjarige zekerheidgeboden. De inzet van de herverdeelmiddelen kan geheel of gedeeltelijkachterwege blijven in het geval van een meevallend uitvoeringsbeelden/of aanvullende maatregelen. Dit zorgt voor het behoud van een zekeremate aan flexibiliteit voor eventuele aanpassingen aan nieuwe omstandig-heden of nieuwe (politieke) inzichten.De leden van de BBB-fractie lezen dat de Raad van State begrijpt datmeerjarige contracten zekerheid bieden aan zorgaanbieders en bespa-ringen kunnen opleveren. Echter, er wordt benadrukt dat het langjarigvastleggen van budgetten ook nadelen heeft, omdat het de besteding vancollectieve middelen voor een langere periode vastlegt en beleidswijzi-gingen vertraagt. Kan de Minister de voor- en nadelen uiteenzetten vanmeerjarige contracten met betrekking tot de besteding van collectievemiddelen? En hoe kan er een balans gevonden worden tussen zekerheiden flexibiliteit in de financiering van langdurige zorg?108.Met de leden van de BBB-fractie ben ik eens dat een balans moet wordengevonden tussen zekerheid en flexibiliteit in de financiering van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 632 langdurige zorg. Het meerjarig vaststellen van de landelijke en regionalecontracteerruimte heeft tot gevolg dat besteding van collectieve middelenvoor een langere periode wordt vastgelegd. Dit vermindert dewendbaarheid. De Minister van VWS zal daarom bij meerjarige financiëlekaders zorgdragen voor het behoud van een zekere mate aan flexibiliteit.Dat betekent dat niet voor de gehele landelijke contracteerruimte endaarmee ook niet voor de gehele regionale contracteerruimten meerjarigezekerheid zal worden geboden. In de meerjarige voorlopige KaderbriefWlz (2023–2028) van 22 juni 2023 aan de NZa is het behoud van eenzekere mate aan flexibiliteit uitgewerkt. De NZa adviseert periodiek overde toereikendheid van het landelijke Wlz-kader.38 De Minister van VWSgebruikt de adviezen van de NZa bij de besluitvorming over de inzet vanhet deel van de groeiruimte voor de betrokken kabinetsperiode dat alsherverdelingsmiddelen is gereserveerd en dus niet op voorhand terbeschikking is gesteld.Tevens vinden genoemde leden dat de regering te soepel omgaat met deadviezen van de Raad van State. De regering verwijst naar de SPUK-DOSdie bijdraagt aan de financiële drempels voor gemeenten als weerleggingvan de adviezen. Echter, in het wetsvoorstel DOS ligt de taak niet bij degemeenten maar bij het zorgkantoor. Hoe verklaart de Minister dit?109.Dit wetsvoorstel verlaagt de financiële drempels voor gemeenten,zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbescherming om samen metde zorgkantoren preventieve maatregelen te realiseren. Het moet dan welgaan om preventieve maatregelen die de behoefte aan Wlz-zorgvoorkomen, verminderen of uitstellen. De zorgkantoren moeten depreventieve maatregelen samen met één of meer gemeenten of zorgver-zekeraar of de Minister voor Rechtsbescherming treffen.39 De voorge-stelde regeling voor preventieve maatregelen biedt een oplossing voorhet in de praktijk geconstateerde probleem dat zorgkantoren nietrechtmatig kunnen investeren in andere domeinen en de lasten vanpreventieve maatregelen buiten het Wlz-domein vallen terwijl de batenvan die maatregelen binnen het Wlz-domein vallen. De grotere financiëlemogelijkheden voor zorgkantoren beogen domeinoverstijgende initia-tieven te realiseren die thans nog niet (voldoende) van de grond komen.De SPUK DOS is een tijdelijke oplossing vooruitlopend op ditwetsvoorstel. De SPUK DOS biedt gemeenten meer financiële ruimte ompreventieve maatregelen te treffen, ook als de baten hiervan neerslaan inhet Wlz-domein.In het tweede lid van het voorgestelde artikel 49e Wmg, is neergelegd datde Minister voor Langdurige Zorg voor maximaal vijf jaar een financieelkader vast kan stellen, zo lezen de leden van de CDA-fractie. Dezebeperking bewerkstelligt dat toekomstige kabinetten de mogelijkheidhebben om beleidsmaatregelen te treffen die zij nodig achten voor detoegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van zorg. Dit lijkt de ledenook in lijn met de opmerkingen van de Raad van State.Vervolgens lezen de leden van genoemde fractie dit onderdeel van hetwetsvoorstel zo, dat het wetsvoorstel er standaard vanuit gaat om vooreen kalenderjaar het kader voor zorg in natura, het PersoonsgebondenBudget (PGB) en uitvoeringskosten vast te stellen en dat de Minister hiervia dit wetsvoorstel van kan afwijken. Begrijpen zij dit goed? Ook is in ditwetsvoorstel een koppeling met de verdeling van de contracteerruimtevoor meerdere jaren gemaakt. Waarom wordt er alleen aan de lopende38Bijlage bij Kamerstukken II 2022/23, 34 104, nr. 390.39Het voorgestelde in artikel 4.2.4 Wlz in te voegen zesde lid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 633 coalitieperiode gerefereerd? Wetgeving maak je immers voor een langereperiode.110.Dit wetsvoorstel verplicht de Minister van VWS niet tot een gelijktijdigevaststelling van het landelijke Wlz-kader en de landelijke contracteer-ruimte voor een aantal jaren. Dit wetsvoorstel beperkt de periodewaarvoor de Minister die gelijke vaststelling kan doen tot vijf jaar.40 Het isaan de Minister van VWS of hij tot gelijktijdige vaststelling van hetlandelijk Wlz-kader voor een aantal jaren overgaat.Genoemde leden lezen verder dat niet voor de gehele landelijke contrac-teerruimte en daarmee ook niet voor de gehele regionale contracteer-ruimten meerjarige zekerheid kan worden geboden. Op welke onderdelendoelt de regering? Gaat dit alleen om de herverdelingsmiddelen of gaathet om meer?111.De Minister van VWS biedt geen meerjarige zekerheid over dezogenaamde herverdelingsmiddelen. De Minister van VWS gebruikt deadviezen van de NZa bij de besluitvorming over de inzet van het deel vande groeiruimte voor de betrokken kabinetsperiode dat als herverdelings-middelen is gereserveerd en dus niet op voorhand ter beschikking isgesteld. De groeiruimte is gebaseerd op ramingen van het CentraalPlanbureau waarin ook demografische en epidemiologische ontwikke-lingen zijn verwerkt.De leden van de SP-fractie vragen de regering waarom er niet voor isgekozen om de introductie van meerjarige contractering in een apartwetsvoorstel te regelen.112.De Wlz maakt reeds meerjarige contractering mogelijk. De duur van deovereenkomst met de zorgaanbieder kan maximaal vijf jaren bedragen.41Meerjarige zekerheid omtrent een aanzienlijk deel van de regionalecontracteerruimte vergroot aanzienlijk de speelruimte voor eenzorgkantoor omtrent meerjarige contractering. Een apart wetsvoorstelvoor meerjarige contractering ligt hiermee niet voor de hand.De leden van de SP-fractie vragen of de regering nader kan toelichtenwaarom een meerjarig financieel kader voor de Wlz noodzakelijk en/ofwenselijk is.113.Meerjarige contracten met budgetafspraken gecombineerd met eenmeerjarige contracteerruimte voor de Wlz-sectoren ouderenzorg,gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg leiden tot bespa-ringen42. Een meerjarige landelijke contracteerruimte gecombineerd metmeerderjarige regionale contracteerruimten vergroten de ruimte voorzorgkantoren om meerjarige contracteren af te sluiten. De combinatie vande meerjarige contracteerruimte en contracten biedt de zorgaanbiedersmeer financiële zekerheid. Zij kunnen daarmee gemakkelijker investe-ringen doen die gedurende langere tijd hun vruchten afwerpen.40Het voorgestelde artikel 49e, tweede lid, Wmg.41Artikel 4.2.2, derde lid, Wlz.42Bijlage bij Kamerstukken II 2021/22, 35 788, nr. 77.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 634 De leden van de SP-fractie vragen de regering welk deel van hetWlz-budget onder dit meerjarig financieel kader zou vallen. Kan deregering hierbij zowel aangeven welke deelsectoren hieronder zoudenvallen als welk percentage van het totale Wlz-budget dit zou beslaan?114.De reikwijdte van het meerjarig budgettair kader sluit qua inhoud inbeginsel aan bij de inhoud van het huidige eenjarige Wlz-kader, zoalsbijvoorbeeld opgenomen in de Wlz-kaderbrief 2024.43 Het gaat hierbij dusom zowel de uitgaven aan zorg in natura als het persoonsgeboden budgetvoor Wlz-cliënten vanuit de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en delangdurige ggz. De posten buiten het Wlz-kader, zoals de beheerskostenvan zorgkantoren en de SVB, vallen buiten het meerjarig financieel kader.Uitgaande van de ontwerpbegroting 2024 bedroeg het aandeel van hetWlz-kader in de totale bruto Wlz-uitgaven in 2024 afgerond 91,0% (zie ooktabel 9 van het Financieel Beeld Zorg in de Ontwerpbegroting 2024)44. Ditpercentage geeft tevens een goede indruk van het aandeel voor dekomende jaren.De leden van de SP-fractie lezen in de memorie van toelichting dat «Hetlangdurig vastleggen van collectieve middelen [...] de wendbaarheid enhet aanpassingsvermogen bij gewijzigde omstandigheden of nieuw(politieke) inzichten gedurende de betrokken kabinetsperiode[vermindert]». Betekent dit dat budgetten ook niet meer naar bovenbijgesteld kunnen worden als blijkt dat er grote tekorten ontstaan binnende Wlz?115.Het landelijke Wlz-kader kan naar boven worden bijgesteld indien daartoeaanleiding bestaat. De NZa adviseert periodiek over de toereikendheid vanhet landelijke Wlz-kader. De Minister van VWS gebruikt de adviezen vande NZa bij de besluitvorming over de inzet van het deel van de groei-ruimte voor de betrokken kabinetsperiode dat als herverdelingsmiddelenis gereserveerd en dus niet op voorhand ter beschikking is gesteld. Degroeiruimte is gebaseerd op ramingen van het Centraal Planbureauwaarin ook demografische en epidemiologische ontwikkelingen zijnverwerkt.De leden van de SP-fractie vragen de regering daarnaast of het vaststellenvan een meerjarig financieel kader niet het risico geeft dat er makkelijkerwordt bezuinigd, aangezien tussentijdse kostenstijgingen dan niet meerkunnen worden opgevangen met extra geld.116.Het meerjarig vaststellen van het landelijke Wlz-kader en van de regionaleWlz-kaders heeft tot gevolg dat bestedingsruimte voor de Wlz voor eenlangere periode wordt vastgelegd. Het langdurig vastleggen vancollectieve middelen geeft meerjarige zekerheid aan betrokken partijen envermindert dus de wendbaarheid en het aanpassingsvermogen bijgewijzigde omstandigheden of nieuwe (politieke) inzichten gedurende debetrokken kabinetsperiode. Enkel ten aanzien van de herverdeelmiddelenwordt deze meerjarige zekerheid niet geboden en blijft er sprake vanenige flexibiliteit. In de huidige praktijk stelt de Minister van VWS hetlandelijke Wlz-kader enkel voor het volgende jaar vast. Over de daaropvol-gende jaren hebben zorgkantoren en zorgaanbieders hierdoor geenzekerheid en is er dus ook geen begrenzing aan wat kan worden43Kamerstukken II 2023/24, 34 104, nr. 395.44Kamerstukken II 2022/23, 36 410, nr. 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 635 bezuinigd. Het wetsvoorstel verkleint daarmee de ruimte om te bezuinigenbinnen de meerjarige periode.De leden van de SP-fractie vragen de regering ook of de introductie vaneen meerjarig financieel kader er niet ook voor zorgt dat een kabinet overdiens graf heen kan regeren, aangezien een nieuw kabinet wordt beperktin het aanpassen van de budgetten. Hoe verhoudt dit zich bovendien tothet budgetrecht van de Tweede Kamer? De leden van de SP-fractie lezenook dat «De Minister voor LZS [...] in beginsel toekomstige kabinetten nietde mogelijkheid [zal] ontnemen om beleidsmaatregelen te treffen dienodig zijn in het licht van de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteitvan zorg.» Betekent dit dat het bij uitzondering wel kan voorkomen dat ditalsnog gebeurt?117, 118.De Minister van VWS zal meerjarige zekerheid bieden over ten hoogstevijf jaar. De Minister van VWS zal hiermee in beginsel toekomstigekabinetten niet de mogelijkheid ontnemen om beleidsmaatregelen tetreffen die nodig zijn in het licht van de toegankelijkheid, betaalbaarheiden kwaliteit van zorg. De uitgaven van het Flz worden niet vastgesteld bijeen begrotingswet hetgeen betekent dat ze niet onder het budgetrechtvan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal vallen.6. GEVOLGEN VAN HET WETSVOORSTEL Hoeveel bedraagt het budget voor de zorgkantoren om preventievemaatregelen te bekostigen, zo vragen de leden van de PVV-fractie deregering.119.Tot en met 2026 zijn er aanvullende middelen beschikbaar gesteld om teinvesteren in preventieve maatregelen. Voor 2025 is dit € 35 miljoen envoor 2026 is dit € 45 miljoen.Hoeveel bedraagt het budget voor de zorgkantoren om onafhankelijkecliëntondersteuning en cliëntvertrouwenspersonen in te kopen?120.Het budget voor onafhankelijke cliëntondersteuning en cliëntvertrouwens-personen wordt jaarlijks vastgesteld. Voor 2024 is het budget€ 39,3 miljoen, waarvan € 13,6 miljoen voor de clientvertrouwenspersoon(CVP) en € 25,7 miljoen voor onafhankelijke clientondersteuning (OCO).De leden van de VVD-fractie lezen dat een belangrijke voorwaarde ompreventieve maatregelen te bekostigen met middelen vanuit het Flz is dathet aantoonbaar leidt tot lagere zorguitgaven. Omdat de kosten voor debaten uitgaan, worden in beginsel voor drie jaar middelen beschikbaargesteld. Als aangetoond wordt dat de preventieve maatregelen leiden totlagere zorguitgaven, dan kunnen op termijn middelen voor preventievemaatregelen beschikbaar gesteld worden door de middelen om zorg innatura in te kopen met eenzelfde bedrag te verlagen. Betekent dit datsuccesvolle preventieve maatregelen standaard onderdeel zullenuitmaken van de zorg- en hulpverlening?121.Er bestaat thans nog geen compleet beeld van succesvolle preventievemaatregelen. De voorgestelde regeling voor preventieve maatregelenbeoogt door de verlaging van financiële drempels meer initiatieven totstand te laten genomen. De amvb voor preventieve maatregelen zalgezien het huidige niet complete beeld ook de wijze van evaluatie enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 636 monitoring door zorgaanbieders betreffen. Succesvolle preventievemaatregelen zijn effectief in het voorkomen, verminderen of uitstellen vanWlz-zorg en zijn uitvoerbaar.45 De praktijk zal uitwijzen welke resultaten deuitgevoerde projecten voor preventieve maatregelen opleveren. Deresultaten kunnen aanleiding geven tot een meer verplichtende bekosti-gingsregeling voor bepaalde preventieve maatregelen. Dit is aan eennieuw kabinet.En zo ja, hoe wordt geborgd dat deze maatregelen spoedig hun wegvinden in kwaliteitsstandaarden en de zorgpraktijk?122.De professionele standaarden en de kwaliteitsstandaarden vormenonderdeel van de goede zorg die een zorgaanbieder op grond van de Wetkwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) moet leveren.46 Detotstandkoming of aanpassing van professionele standaarden is aanorganisaties van zorgaanbieders of zorgverleners. De totstandkoming vankwaliteitsstandaarden is aan organisaties van cliënten, zorgaanbieders ofzorgverleners en zorgverzekeraars of Wlz-uitvoerders of de Adviescom-missie Kwaliteit van ZIN. Dat instituut kan de totstandkoming vankwaliteitsstandaarden bevorderen via zijn meerjarenagenda en deinschakeling van zijn Adviescommissie Kwaliteit indien de kwaliteitsstan-daard niet tijdig tot stand komt.47 Het ZIN kan dus bevorderen datsuccesvolle preventieve maatregelen voor zover het zorg in de zin van deWkkgz betreft, hun weg vinden in kwaliteitsstandaarden en dezorgpraktijk.De leden van de D66-fractie dat in beginsel voor drie jaar middelenbeschikbaar worden gesteld om preventieve maatregelen in te voeren.Deze middelen lopen op van € 26 naar € 45 miljoen. Kan de regeringtoelichten in hoeverre deze middelen voldoende zijn en of er eeninventarisatie is gedaan onder zorgkantoren voor beoogde maatregelen?123.Experimenten hebben laten zien dat domeinoverstijgende samenwerkingtot doelmatige zorg kan leiden, maar het effect op de macro-uitgaven isnog onduidelijk. Ook de zorgkantoren hebben hier nog geen zicht op. Hetbeschikbaar gestelde bedrag is dermate substantieel dat het voldoenderuimte moet geven om hiermee aan de slag te gaan. Als er op termijnmeer kennis en onderbouwing is van de macro-effecten dan kan ditbedrag aangepast worden. Voor de SPUK DOS 2024 is er 26,7 miljoenbeschikbaar. In de eerste ronde is er voor 8,7 miljoen aangevraagd. Detweede aanvraagronde is net gesloten en hiervan vindt nu de toekenningplaats.Deze leden zien ook graag een uitleg over hoe reëel het is dat preventievemaatregelen binnen drie jaar direct effect laten zien? In hoeverre wordt errekening gehouden met een langere aanlooptijd?124.Hoe snel preventieve maatregelen effect hebben, is afhankelijk van demaatregel die genomen wordt. Er zijn maatregelen die direct effectsorteren. Dit blijkt ook uit de evaluatie van Significant naar de drielopende experimenten in de gemeenten Ede, Dongen en Hoogeveen(Hollandscheveld).48 Significant concludeerde destijds dat de experi-45Het in artikel 4.2.4 Wlz in te voegen zevende lid.46Artikel 2, tweede lid, onderdeel b, Wkkgz.47Artikel 11g, eerste tot en met derde lid, Wkkgz.48Bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 31 765, nr. 544.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 637 menten bijdragen aan een grotere maatschappelijke doelmatigheid eneffectiviteit. In het eerder uitgevoerde onderzoek van Significant bij depilot experimenten is naar voren gekomen dat in 62,5% van de onder-zochte business cases door de domeinoverstijgende aanpak een opnamein een zorginstelling is voorkomen dan wel uitgesteld, met een gemid-delde duur van 8 maanden.De leden van de CDA-fractie lezen dat de ruimte voor preventievemaatregelen per jaar begrensd wordt door het budget dat de Ministerhiervoor beschikbaar stelt. Tussen 2024 en 2026 loopt het beschikbarebedrag voor preventieve maatregelen geleidelijk op van € 26 miljoen naar€ 45 miljoen. Kan de regering aangeven waar dit bedrag op gebaseerd is?125.Experimenten hebben laten zien dat domein-overstijgende samenwerkingtot doelmatige zorg kan leiden, maar het effect op de macro-uitgaven isnog onduidelijk. Ook zorgkantoren hebben hier nog geen zicht op. Hetbeschikbaar gestelde bedrag is dermate substantieel dat het voldoenderuimte moet geven om hiermee aan de slag te gaan. Als er op termijnmeer kennis en onderbouwing is van de macro-effecten dan kan ditbedrag aangepast worden. Voor de SPUK DOS 2024 is er 26,7 miljoenbeschikbaar. In de eerste ronde is er voor 8,7 miljoen aangevraagd. Detweede aanvraagronde is net gesloten en hiervan vindt nu de toekenningplaats.Vervolgens stelt de regering dat, als aangetoond wordt dat de preventievemaatregelen leiden tot lagere zorguitgaven, de middelen voor preventievemaatregelen op termijn beschikbaar worden gesteld door de middelen omzorg in natura in te kopen met eenzelfde bedrag te verlagen. Deze ledenbegrijpen dit enerzijds omdat dit de doelstelling is van de domeinoverstij-gende maatregelen. Anderzijds lezen zij dit als een kan-bepaling waar deregering van kan afwijken. In dit verband willen de leden van deCDA-fractie opmerken dat de vergrijzing tot 2040 fors zal toenemen, zoook de vraag naar ouderenzorg en verpleeghuiszorg. Hoe wordt hierrekening mee gehouden bij deze preventieve maatregelen?126.De beweging die ingezet is met WOZO, IZA en GALA, is bedoeld om dezorg ook in de toekomst toegankelijk te houden. Dit wetsvoorstel draagthieraan bij omdat zorgkantoren kunnen investeren in initiatieven die eenzwaardere en/of duurdere zorgvraag voorkomen, verminderen ofuitstellen. Dit wetsvoorstel biedt daarnaast de ruimte om op regionaal/lokaal niveau te kijken wat er nodig is en om samenwerking tussenverschillende domeinen vorm te geven. Indien er meer gegevensbeschikbaar zijn die onderbouwen dat de preventieve maatregelendoelmatig zijn, kan de Minister van VWS ervoor kiezen om het bedrag datingezet kan worden voor preventieve maatregelen te verhogen.Stel dat een regio/gemeente actiever is om ouderen langer thuis tehouden dan een andere regio. Hoe werkt dit dan financieel door in deregionale contracteerruimte?127.De effecten van preventieve maatregelen worden gemonitord doorzorgkantoren, waar de NZa toezicht op houdt. Indien de preventievemaatregelen succesvol zijn zal dit leiden tot minder zorg vanuit de Wlz. Ditloopt dan mee in de monitoring van de benutting van het Wlz kader.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 638 Genoemde leden stellen deze vragen omdat zij vrezen dat preventievekoplopers op de lange termijn financieel bestraft worden. Ziet de regeringdit probleem ook en zo ja, hoe denken zij hier mee om te gaan?128.De NZa stelt jaarlijks een beleidsregel vast voor de verdeling van delandelijke contracteerruimte over de zorgkantoorregio’s via bepaling vanregionale contracteerruimten. In het verdeelmodel dat zij hanteren wordtrekening gehouden met de aanspraken op Wlz zorg via de afgegevenindicaties. Indien de instroom door de inzet van preventieve maatregelenlager wordt dan wordt daarmee ook het aandeel in de contracteerruimtevan het betreffende zorgkantoor lager. Ik ga met de NZa in gesprek om tebezien in hoeverre het verdeelmodel rekening kan houden met deinvesteringen die worden gedaan in preventieve maatregelen.De leden van de SP-fractie vragen de regering waar de extra budgettendie met dit wetsvoorstel worden geïntroduceerd precies vandaan zullenkomen.Gaat het hierbij om extra geld of om de verplaatsing van bestaandemiddelen?129.Er zijn afspraken gemaakt over het invoeren van scheiden wonen en zorg.Voor het invoeren van deze maatregel zijn tot en met 2026 transitiemid-delen beschikbaar gesteld. Een deel van deze transitiemiddelen wordengebruikt om te kunnen investeren in preventieve maatregelen. Hetinvesteren in preventieve matregelen om een duurdere zorgvraag tevoorkomen, draagt bij aan de maatregel van scheiden wonen en zorg.Door te investeren in preventieve maatregelen is de verwachting datmensen langer in hun eigen huis of hun eigen omgeving blijven wonen enwordt een intramurale opname uitgesteld en misschien zelfs welvoorkomen. Het gaat om extra middelen die niet ten koste zijn middelenvoor de Wlz-zorg.De leden van de SP-fractie vragen of de regering een toelichting kangeven op de negatieve post «Mutatie budget beheerskosten Wlz (5+6)» intabel 1 op pagina 17 van de memorie van toelichting.130.Zorgkantoren krijgen op dit moment middelen voor hun eigen beheer(personele en materiële kosten). In deze beheerskosten zijn nu echter ookmiddelen opgenomen voor de inkoop van de onafhankelijke cliëntonder-steuning en de cliëntvertrouwenspersoon. Dit zijn geen kosten diegerelateerd zijn aan de beheerskosten van de zorgkantoren. Met ditwetsvoorstel worden deze posten daarom ondergebracht naar de post deoverige uitvoeringskosten. Dit is een budgetneutrale schuif. De middelendie hiervoor opgenomen zijn in de beheerskosten worden één op éenovergeheveld.7. ADVIES EN CONSULTATIE Kan de regering de 37 openbare reacties met de beantwoordingmeesturen aan de Kamer, zo vragen de leden van de PVV-fractie.131.De 38 openbare reacties zijn opgenomen in de bijlage bij deze nota naaraanleiding van het verslag49.49Tevens ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 639 Klopt het dat partijen (branche, gemeenten, zorgkantoren) die met dezewetwijziging moeten gaan werken, geen meerwaarde zien in ditwetsvoorstel?132.Er hebben 38 partijen in de internetconsultatie gereageerd op hetwetsvoorstel. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel is hiereen samenvatting over opgenomen.Dit wetsvoorstel is op verzoek van het veldpartijen, waaronder zorgkan-toren, tot stand gekomen. Ten aanzien van de onderdelen van hetwetsvoorstel die toezien op het mogelijk maken van zorgkantoren om teinvesteren in preventieve maatregelen is er een aantal kritische geluiden.Deze zien met name op de rolverdeling tussen gemeenten en zorgkan-toren en op de administratieve laten. Een aantal partijen vinden dat metdit wetsvoorstel het stelsel nog ingewikkelder wordt en pleiten voor eenmeer fundamentele aanpassing van het stelsel. Met dit wetsvoorstelwordt het mogelijk voor zorgkantoren om te investeren in preventievemaatregelen om op deze manier de behoeft aan zorg op grond van de Wlzte voorkomen, verminderen of uit te stellen. Hiermee komt er meermanoeuvreerruimte tussen de verschillende stelselwetten. Het is aan eenvolgend kabinet om keuzes te maken over mogelijke aanpassingen vanhet stelsel. Als een volgend kabinet voor fundamentele aanpassingenkiest, dan kost het implementeren hiervan tijd. Dit wetsvoorstel kan in dietussenliggende periode gebruikt worden om ervoor te zorgen dat de zorgen ondersteuning rondom de cliënt wordt georganiseerd.De administratieve lasten worden zoveel mogelijk beperkt doordatzorgkantoren rechtstreeks kunnen bijdragen aan initiatieven voorpreventieve maatregelen van bijvoorbeeld gemeenten. Een zorgkantoorzal in een business-case moet onderbouwen dat de verwachte bespa-ringen op het gebied van de Wlz-zorg als gevolg van de preventievemaatregel ten minste gelijk aan bijdrage van het zorgkantoor aan diemaatregel.Op welke manier kan een meerjarig kader volgens een kostenverhogendeffect hebben?133.De maatregel «Verplichten meerjarige contracten en budgetafspraken inde Wet langdurige zorg» is uitgewerkt in Zorgkeuzes In Kaart 2020.50 In definanciële onderbouwing hierbij is aangegeven dat tegenover demogelijke besparingen ook mogelijke hogere uitgaven door beperkingenvan de concurrentie staan. Vanwege de maximale contracteerruimtebetekent een (deels) langjarige omzetgarantie op middellange termijnmarktmacht voor «oude» zorgaanbieders omdat minder ruimte overblijftvoor nieuwe, innovatieve zorgaanbieders. Na verloop van tijd zal hetbedingen van kortingen door het zorgkantoor daarom moeilijker worden.In Zorgkeuzes In Kaart 2020 is de opbrengst van de maatregel in hettweede jaar na invoering hoger dan de structurele opbrengst als gevolgvan dit verlies aan concurrentie.De NZa merkt op dat in het licht van de reguleringstaken van de NZa hetwetsvoorstel uitvoerbaar is, zo lezen de leden van de VVD-fractie. In hetlicht van haar uitvoeringstaken signaleert de NZa nog enkele aandachts-punten. Zo meent zij dat een volledige beoordeling van de toezicht-baarheid en handhaafbaarheid nog niet te toetsen is, alsmede eenfraudetoets, gezien dit afhangt van de aangekondigde AMvB. Wanneerverwacht de regering de aangekondigde AMvB uitgewerkt te hebben? Opwelke termijn volgt de uitvoeringstoets van de NZa hierop?50Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 29 689, nr. 1075, p. 90 en p. 91.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 640 134.De amvb moet gelijktijdig met dit wetsvoorstel in werking treden. Deinwerkingtreding is afhankelijk van de uitkomst van de behandeling vandit wetsvoorstel in de Eerste Kamer en Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het ontwerp van de amvb zal zo spoedig mogelijk na inhoude-lijke afronding aan de beide kamers der Staten-Generaal wordentoegezonden.De leden van de SP-fractie vragen de regering of er niet nog steeds eenprikkel blijft bestaan voor gemeenten om cliënten vanuit de Wmo 2015naar de Wlz te laten doorstromen, zoals de Raad van State in haar adviesook stelde: «Zolang de financiële prikkels in het stelsel niet zijn gewijzigd,kan het voor gemeenten bijvoorbeeld (financieel) aantrekkelijk zijn omcliënten zo mogelijk vanuit de Wmo 2015 naar de Wlz te latenuitstromen.» Hoe kan de investering in preventie die met dit wetsvoorstelwordt beoogd echt gaan plaatsvinden als deze prikkels in stand blijven?135, 136.Dit wetsvoorstel verlaagt de financiële drempels voor gemeenten,zorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbescherming om samen metde zorgkantoren preventieve maatregelen te realiseren. Het moet dan welgaan om preventieve maatregelen die de behoefte aan Wlz-zorgvoorkomen, verminderen of uitstellen. Dit biedt een oplossing voor het inde praktijk optredende probleem dat zorgkantoren niet kunnen investerenin andere domeinen en de lasten van preventieve maatregelen buiten hetWlz-domein vallen en baten van die maatregelen binnen het Wlz-domein.Dit wetsvoorstel draagt bij aan betere preventie en een lager beroep opzwaardere zorg. De grotere financiële mogelijkheden voor zorgkantorenbeogen domeinoverstijgende initiatieven te realiseren die thans nog niet(voldoende) van de grond komen. De voorgestelde regeling versterkt derol van bestaande spelers op het gebied van preventie.8. ADVIES ATR Veel partijen geven aan dat zij met dit wetsvoorstel verwachten dat deadministratieve lasten zullen toenemen, zowel voor de zorgkantoren alsvoor de zorgaanbieders. De leden van de PVV-fractie ontvangen op ditpunt graag een reactie van de regering.137.Bij het opstellen van dit wetsvoorstel is bijzondere aandacht besteed aanhet zo laag mogelijk houden van de administratieve lasten. Zo loopt hetinzetten op preventieve maatregelen via bestaande aanbestedingsproce-dures van gemeenten of via de bestaande zorginkoopprocedures van dezorgverzekeraars of de Minister voor Rechtsbescherming. Het zorgkantoorlevert een bijdrage aan de andere inkopende partijen voor preventievemaatregelen. Dit leidt voor zorgaanbieders niet tot extra administratievelasten, de inkoopprocedures en aanbesteding lopen immers al. Aan hetinvullen en beoordelen van de business cases en het uitvoeren van deevaluatie en monitoring zitten wel bestuurlijke lasten voor zorgkantoren,maar geen administratieve lasten voor zorgaanbieders en zorgverzeke-raars. De administratieve lasten worden zo laag mogelijk gehouden doorvooropgestelde formats voor de business case en monitoring. Deze zijn alontwikkeld en hiervan wordt door gemeenten voor de SPUK DOS algebruik gemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 641 9. OVERIG De leden van de BBB-fractie willen nog stilstaan bij de taakstelling vangemeenten. Als het gaat om de taakstelling van gemeenten vragen dezeleden of de regering van plan is om de financiële prikkels die afwentel-gedrag in de Wmo 2015 bevorderen, weg te nemen? Zo nee, waaromniet?138.Er worden momenteel verschillende onderzoeken – als onderdeel van hetzogeheten houdbaarheidsonderzoek – uitgevoerd die meer inzicht moetengeven op de verschillende prikkels in het zorg- en ondersteuningsstelsel.Uw Kamer wordt over de voortgang van dit houdbaarheidsonderzoekperiodiek geïnformeerd. Dit onderzoek beoogt een bijdrage te leveren aanduurzame bestuurlijke en financiële verhoudingen tussen het Rijk en degemeenten met een balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoe-ringskracht.Ook vragen zij de regering op welke manier de overheid borgt datzorgverzekeraars voldoende systeemfuncties in de wijk inkopen enkostendekkend mogelijk maken.139.Dit wetsvoorstel ziet hier niet op toe. De inzet van wijkverpleging isbelangrijk voor verzekerden om thuis te kunnen blijven wonen. Dewijkverpleging behoort echter tot het verzekerde basispakket voor de Zvwen daarmee tot de zorgplicht van zorgverzekeraars. Het goed organiserenvan onplanbare avond-, nacht- en weekendzorg behoort tot de zorgplichtvan de zorgverzekeraars. De NZa houdt op grond van de Wmg toezicht opde uitoefening van de zorgplicht door zorgverzekeraars en kan zo nodighandhavingsmaatregelen treffen.Tot slot willen deze leden nog stilstaan bij de ontwikkelingen in desamenleving en het zorgstelsel. De leden van de BBB-fractie zijn een grootvoorstander van het vereenvoudigen van het zorgstelsel. Hierom vragenzij waarom de regering kiest voor een aanpassing van taken van zorgkan-toren gericht op het sociaal domein, waardoor het stelsel nog complexeren onduidelijker wordt.140.Dit kabinet heeft gekozen voor optimalisatie van het zorgstelsel en nietvoor een stelselwijziging. Dit wetsvoorstel is gericht op een breed geuitewens om de schotten tussen stelsels minder rigide te maken en desamenwerking tussen verschillende domeinen te bevorderen. Dit is nietals verplichting weergegeven maar wel als een mogelijkheid, zodat ermeer manoeuvreerruimte komt tussen de verschillende domeinen. Ditwetsvoorstel verlaagt met de regeling voor preventieve maatregelen definanciële drempels voor gemeenten, zorgverzekeraars of de Minister voorRechtsbescherming om samen met de zorgkantoren preventievemaatregelen te realiseren. Het moet dan wel gaan om preventievemaatregelen die de behoefte aan Wlz-zorg voorkomen, verminderen ofuitstellen. De zorgkantoren moeten de preventieve maatregelen samenmet één of meer gemeenten of zorgverzekeraar of de Minister voorRechtsbescherming treffen.51 De voorgestelde regeling voor preventievemaatregelen biedt een oplossing voor het in de praktijk geconstateerdeprobleem dat de lasten van preventieve maatregelen buiten hetWlz-domein vallen terwijl de baten van die maatregelen binnen hetWlz-domein vallen. De grotere financiële mogelijkheden voor zorgkan-51Het voorgestelde in artikel 4.2.4 Wlz in te voegen zesde lid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 642 toren beogen domeinoverstijgende initiatieven te realiseren die thans nogniet (voldoende) van de grond komen. De voorgestelde regeling versterktde rol van bestaande spelers op het gebied van preventie. Ditwetsvoorstel maakt het stelsel niet complexer en onduidelijker.Ook vinden zij, kijkend naar de ontwikkelingen in de samenleving, hetbelangrijk dat wijzigingen ook werken richting de toekomst. Nederlandgroeit in 2040 naar vijf miljoen 65-plussers en een verdubbeling van hetaantal 90-jarigen. Tegelijkertijd neemt het aantal mantelzorgers af en gaateen toenemend aantal zorgprofessionals de komende jaren met pensioen.Hierom vragen genoemde leden hoe de wetswijziging zich verhoudt tot dehuidige inzichten dat er fundamentele aanpassingen nodig zijn gericht opvereenvoudiging van het stelsel en de noodzakelijke transformatie vanzorg voor ouderen?141.Met de verschillende akkoorden wordt ingezet op het stimuleren en hetondersteunen van de zelf- en samenredzaamheid van burgers en daarmeede zorg ook in de toekomst toegankelijk te houden. Met een toenemendezorgvraag en een krappe arbeidsmarkt is het noodzakelijk om de zorganders te organiseren. Dit wetsvoorstel draagt hieraan bij omdatzorgkantoren kunnen investeren in initiatieven die de behoefte aanWlz-zorg voorkomen, verminderen of uitstellen.Het is aan een volgend kabinet om keuzes te maken over mogelijkeaanpassingen van het stelsel. Als een volgend kabinet voor fundamenteleaanpassingen kiest, dan kost het implementeren hiervan tijd. Ditwetsvoorstel kan in die tussenliggende periode gebruikt worden omervoor te zorgen dat de zorg en ondersteuning rondom de cliënt wordtgeorganiseerd.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C. HelderTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 486, nr. 643

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · dcd0ab353acbfcd4

14 okt 2026 · 450089f5f8371838

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.