KamerkringInloggen
Kamerbrief

Programma Erfgoed en Leefomgeving Een toekomst met een verleden

3 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7386f9abe52fd23a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 820Nieuwe visie cultuurbeleid34 682Nationale OmgevingsvisieNr. 576 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juni 2026InleidingNederland staat aan de vooravond van grote ruimtelijke transities. Dit zalingrijpende gevolgen hebben voor hoe ons land eruit ziet. Als Ministervan OCW voel ik mij er medeverantwoordelijk voor dat Nederland ook in2050 en daarna een mooi en herkenbaar land blijft. Een land met buurten,dorpen, steden en regio’s waar we ons thuis voelen. Een toekomst meteen verleden. Cultureel erfgoed en ontwerp spelen daarin een cruciale rol.Met deze brief informeer ik u over het programma Erfgoed en Leefom-geving. Deze aanpak werd in het najaar van 2025 aangekondigd in deontwerpNota Ruimte en zal worden opgenomen in de definitieve NotaRuimte als onderdeel van de een integrale visie op de ruimtelijke ordeningtot 2050.1Alles wat we de komende decennia een plek moeten geven in ons landgrijpt direct in op wat er al is. Cultureel erfgoed, ontwerp en de opgavenin de fysieke leefomgeving zijn daarom onlosmakelijk met elkaarverbonden. Het programma Erfgoed en Leefomgeving heeft als ambitiede waarde van het bestaande als kracht en uitgangspunt te nemen en metbehulp van ontwerpkracht bij te dragen aan het met ruimtelijke kwaliteitoppakken van de opgaven. Zodat we bouwen aan een toekomstbestendigNederland dat tegelijkertijd zichzelf blijft.Erfgoed, cultuurlandschappen en de transities in de fysiekeleefomgevingWe kunnen zonder overdrijving stellen dat Nederland richting 2050 staatvoor de grootste ruimtelijke ontwikkelingsopgave uit haar geschiedenis.Alleen al de woningbouwopgave van 1,65 miljoen nieuwe woningen is1Ontwerp-Nota Ruimte (webversie) | Rapport | Rijksoverheid.nl kst-32820-576ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5761 omvangrijker dan tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog.Daar bovenop komen de groei en transities van de economie, natuur- enlandbouwopgaven in het landelijk gebied, het klimaatbestendig makenvan het bestaand bebouwd gebied, ruimte zoeken voor defensie en hetvernieuwen en uitbreiden van bestaande infrastructuur voor energie enmobiliteit.Cultureel Erfgoed geeft ons en de plek waar we wonen identiteit.Daarom vormt cultureel erfgoed met inbegrip van de waardevollecultuurlandschappen in ons land, een van de nationale belangen inde (Ontwerp) Nota Ruimte en is een goede omgang met erfgoedverankerd in de Erfgoedwet en de Omgevingswet.De Erfgoedwet (memorie van toelichting):Cultureel erfgoed is belangrijk voor onze sociale en fysieke leefom-geving. Het is de bron van het verhaal over de geschiedenis vanNederland: het maakt het verleden zichtbaar en versterkt zo onscultureel en historisch besef. We voelen ons door ons cultureelerfgoed verbonden met elkaar en met het verleden en daardoorontlenen we er ook in belangrijke mate onze identiteit aan. Cultureelerfgoed biedt ankerpunten om het heden te begrijpen en om over detoekomst na te denken. Het genereert herinneringen, vertelt verhalenen maakt deze tastbaar. Cultureel erfgoed is ook een belangrijkeinspiratiebron voor vernieuwing in vormgeving en voor ruimtelijkeontwikkelingen.Omgevingswet (memorie van toelichting):Omdat de maatschappij meer verwacht van de fysieke leefomgevingdan veiligheid en gezondheid is ‘een goede omgevingskwaliteit’opgenomen in de centrale doelstelling van de Omgevingswet. Ditduidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architecto-nische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit enkwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om demenselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om deintrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteitvan gebieden {Nota Ruimte, nationaal belang 13:Cultureel erfgoed en landschappelijke kwaliteiten van (inter)na-tionale betekenis.Nederland kent een lange en rijke traditie van zorgvuldig omgaan metbestaande waarden in de fysieke leefomgeving. Als een van de snelstgroeiende landen in Europa wist Nederland in de vorige eeuw de groeizodanig vorm te geven dat nieuwe ruimtelijke kwaliteit werd gecreëerd.Dat gebeurde door zowel het bestaande een nieuw leven te geven alsdoor het nieuwe met zorg te ontwerpen. Het maakte dat Nederlandtegelijk klaar was voor de toekomst én herkenbaar zichzelf bleef. Tegelij-kertijd werd deze werkwijze met ons erfgoed in de Nederlandse aanpakverankerd, wat inspiratie biedt voor de toekomst.En dat is relevanter dan ooit. Want veel meer dan voorheen zullenontwikkeling en verandering plaatsvinden in cultuurhistorisch waarde-volle dorpen, steden en landschappen. Denk aan de woningbouwopgave:nieuwe woningen die grotendeels gebouwd zullen worden in hetbestaand bebouwd gebied of zullen verrijzen in de Nederlandse cultuur-landschappen. Denk ook aan de ontwikkelingen in het landelijk gebied,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5762 waardoor een opgave ontstaat voor de herbestemming van agrarischerfgoed. Klimaatverandering en -adaptatie vragen om een andereinrichting van openbare ruimten in historische binnensteden en omnieuwe oplossingen voor waterberging en ecologische structuurver-sterking in cultuurlandschappen. Tot slot zijn voor het oplossen van denetcongestie boven- en ondergrondse energievoorzieningen nodig, dieimpact zullen hebben op werelderfgoedsites, landschappen en op hetarcheologisch bodemarchief.Al die veranderingen grijpen niet alleen in op bestaande waarden vandorp, stad en landschap. Ze vragen ook veel van de samenleving.2Uitonderzoeken en raadplegingen blijkt hoeveel waarde Nederlandershechten aan de kwaliteit van hun leefomgeving. Uit de Ruimteraadpleging«Op de stoel van de Minister» – Participatieve Waarde Evaluatie in hetkader van het Voorontwerp Nota Ruimte blijkt dat de bescherming vanhistorische dorpen, steden en landschappen op de vierde plaats komt, naeen aantal basisbehoeftes.3 Draagvlak voor groei en verandering kanwegvallen als wat herkenbaar en vertrouwd is, verdwijnt.Uw Kamer vraagt dan ook niet voor niets regelmatig aandacht voorcultureel erfgoed, landschap en de beleving ervan bij het maken vanruimtelijk beleid.4 Ook de erfgoedsector zelf maakt zich zorgen over deschaal, stapeling en snelheid van de huidige transities, zo blijkt onderandere uit de Beleidsdoorlichting Erfgoed 2023:–Ondanks de positie van erfgoed in de Omgevingswet en NationaleOmgevingsvisie (NOVI) worstelen veel gemeenten met de inbeddingvan erfgoed in ruimtelijke opgaven. Hierdoor valt het onderwerpgeregeld van tafel. Uit de in 2025 uitgekomen inventarisatie vanLYSIAS blijkt dat om erfgoed een goede plek te geven in ruimtelijketransitieopgaven, naast capaciteit en deskundigheid ook de juistevaardigheden en competenties nodig zijn.5–Diverse partijen uit het veld vragen met klem om specifiek beleid voorerfgoed in de leefomgeving.6 Zij zien in hun dagelijkse praktijk goedemaar ook minder goede ontwikkelingen. Het College van Rijksbouw-meester en Rijksadviseurs (CRa) vraagt in Richting geven en wendbaarblijven. Reflectie op de ontwerpNota Ruimte aandacht voor erfgoed alsinspiratiebron en drager van ruimtelijke kwaliteit.2Zie ook het Verdrag van Faro dat Nederland in januari 2024 heeft ondertekend. Het verdraggaat uit van het belang om iedereen in de samenleving te betrekken bij het voortdurendeproces van wat erfgoed is en zet in op de waarde en het potentieel van cultureel erfgoed alsbron van duurzame ontwikkeling en voor de kwaliteit van leven in een voortdurend verande-rende samenleving.3Tussen 27 november 2023 en 14 januari 2024 hebben 9.553 inwoners (18 jaar en ouder)meegedaan aan de ruimteraadpleging (Participatieve Waarde Evaluatie, PWE). Op eenlaagdrempelige manier zijn de deelnemers in een digitale omgeving gevraagd om «op de stoelvan de Minister» te gaan zitten. Het doel van de ruimteraadpleging was onder meer om deontwikkeling van de Nota Ruimte te ondersteunen met inzichten in de afweging die burgersmaken op vergelijkbare keuzes als die de overheid moet maken voor de Nota Ruimte. Zie:Resultaten+inwonersraadpleging+ruimtelijke+inrichting+Nederland.pdf. En hoewel de top drieprioriteit heeft, kunnen de (uiteindelijk) te maken keuzes op weinig steun rekenen als er geenrekening wordt gehouden met de andere doelen en principes zoals een goede omgang met onserfgoed, eigenheid van regio’s en rekening houden met water en de bodem.4Motie Gabriels landschappen MVRO, kamerstuk 34 682, nr. 202, 15 oktober 2024: Constate-rende dat er ingrijpende keuzes nodig zijn in de ruimtelijke ordening van Nederland om aanalle ruimteclaims te kunnen voldoen; constaterende dat veel mensen zich betrokken voelen bijhun (regionale) landschap; overwegende dat het belangrijk is om dit gevoel, de verhalen en dehistorie van het landschap te behouden; verzoekt de regering om erfgoed, historie en belevingin het landschap nadrukkelijker een plek te geven in de verdere uitwerking van de Nota Ruimte.5Kamerstuk 32 156, nr. 140 Inventarisatie Erfgoed en Overheid. Inventarisatie, knelpunten,kansen en oplossingen bij gemeenten en provincies voor uitvoering van erfgoedtaken in defysieke leefomgeving.6De Federatie Instandhouding Monumenten (FIM), de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (FRK) en debranchevereniging Kunsten»92.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5763 –Uit de Stresstest Kwetsbare gebieden. Ruimtelijke analyse van risico’sdoor mogelijke stedelijke ontwikkelingen van het PBL (2026) blijkt datongeveer 40% van de mogelijke verstedelijking in Nederland terechtkomt in kwetsbare gebieden.–Uit de Monitor Landschap 2024 die ik samen met het Ministerie vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) uitvoer, blijkt dat oudepatronen in het landschap, die voor de herkenbaarheid juist vanbelang zijn, achteruit gaan.Programma Erfgoed en Leefomgeving: bestaande waarden alskracht en uitgangspuntWe kunnen het ons niet veroorloven om niet mee te bewegen bij hetaanpakken van de grote ruimtelijke opgaven. Daarvoor is de nood tehoog. Maar de urgentie van vandaag mag niet leiden tot verlies vanwaarde in de toekomst. Het is mijn overtuiging dat juist wanneer webestaande waarden als kracht en uitgangspunt nemen, we vaart kunnenmaken; met behoud van maatschappelijk draagvlak en gericht op nieuweruimtelijke kwaliteit.Zoals de ontwerpNota Ruimte het stelt: «Een hoge kwaliteit van deleefomgeving is onmisbaar voor welvaart. Zowel voor individueelwelbevinden en het functioneren van de samenleving, als voor hetvestigingsklimaat en daarmee de economie. Ontwikkelingen in hetbebouwd gebied en in het landschap moeten bijdragen aan die kwaliteitvan de leefomgeving. Dat is geen luxe, maar noodzaak.» Dat onderschrijfik van harte.Daarom start ik met het programma Erfgoed en Leefomgeving.7 Binnendit programma zullen we optimaal gebruik maken van onze rijke traditieen de stevige institutionele basis voor het beschermen en benutten vanerfgoed. Het moet een aanpak opleveren waarmee overheden enprofessionals aan de slag kunnen. Zowel het Rijk als de waterschappen,provincies, gemeenten, het erfgoedveld en andere relevante partijen.Daarvoor werk ik langs drie lijnen.1. Duidelijkheid en voorspelbaarheid: geen nieuwe regels, maarbestaande regels verduidelijkenGemeenten, ontwikkelaars en andere partijen die werken aan ruimtelijkeontwikkelingen geven regelmatig aan dat ze behoefte hebben aanvoorspelbaarheid en transparantie. De omgang met cultureel erfgoed isweliswaar maatwerk, maar er is ook meer voorspelbaarheid mogelijk engewenst.7De basis daarvoor ligt in de internationale verdragen van Granada (architectuur), Valletta(archeologie), Unesco (werelderfgoed) en Florence (landschap). Deze zijn stevig verankerd inde ruimtelijke ordening:– Sinds 2020 vigeert de nieuwe Nationale Omgevingsvisie (NOVI) waarin Erfgoed enLandschap alsmede Ruimtelijke Kwaliteit, als twee nationale belangen zijn aangemerkt. Enwaarin een van de drie afwegingsprincipes ervan uitgaat dat bij ontwikkelingen de kenmerkenen identiteit van een gebied centraal staan.– Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking die uitgaat van integraal werken bijontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, waar cultureel erfgoed onderdeel van uitmaakt.– Interdepartementaal wordt gewerkt aan de Nota Ruimte, de nationale omgevingsvisiewaarmee de rijksoverheid de regie in het ruimtelijk domein weer terugpakt. Cultureel erfgoedmet inbegrip van cultuurlandschappen en werelderfgoed zijn daarin conform deOmgevingswet en de NOVI opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5764 Cultureel erfgoed en werelderfgoed maken onderdeel uit van de NOVI, deOmgevingswet en de Ontwerp Nota Ruimte. Aanvullende regels zijnhiervoor niet nodig. Daarom doe ik het volgende:–Ik zorg via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) voorduidelijke criteria voor ingrepen in en om werelderfgoedsites,(rijks)beschermde stads- en dorpsgezichten, de 30 wederopbouwge-bieden van nationaal belang en de waardevolle cultuurlandschappen.Met die criteria maken we bijvoorbeeld duidelijk bij welke grootscha-lige ontwikkelingen het goed is om met een ontwikkelgerichtegebiedsbiografie te werken. Een gebiedsbiografie maakt inzichtelijkhoe een bepaald gebied is ontstaan, wat de kernkwaliteiten zijnwaarop je bij nieuwe ontwikkelingen kunt voortborduren en welkeoplossingen uit het verleden ook nu kunnen worden benut. 8 Hetopstellen van een gebiedsbiografie zorgt voor onderling begrip endraagvlak.In het verlengde van zo’n gebiedsbiografie kan een ontwerpatelierworden ingezet. Zo’n atelier kan verschillende mogelijkheden voor degewenste ontwikkelingen in beeld brengen zodat weloverwogen vooreen bepaalde oplossing kan worden gekozen. Voor het opstellen vandergelijke gebiedsbiografieën en ontwerpateliers stel ik middelenbeschikbaar via het programma Erfgoed en Overheid (zie hierna).–Met provincies, gemeenten, landschapsorganisaties en de ministeriesvan BZK, LVVN, IenW en KGG ontwikkel ik een ontwikkelgerichteaanpak voor de waardevolle cultuurlandschappen uit de ontwerpNotaRuimte. Doel daarvan is het landschap niet op slot te zetten, maarervoor te zorgen dat transformaties weloverwogen plaatsvinden. Debasis hiervoor ligt mede in de verschillende Ruimtelijke Arrangemen-ten, ofwel de ruimtelijke afspraken die het Rijk in 2025 met deprovincies in het kader van de Nota Ruimte heeft gemaakt. De inzet isgericht op het benutten en versterken van de kwaliteiten op de langetermijn, het uitwisselen van kennis en het stimuleren van goedevoorbeelden.–De inzet van ontwerpkracht is voor het gebruik maken van erfgoed bijgrote ruimtelijke ontwikkelingen cruciaal. Ontwerp en erfgoed zijntwee kanten van dezelfde medaille van ruimtelijke kwaliteit. Ikstimuleer de samenhang tussen erfgoed en ontwerp door de samen-werking met het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs teintensiveren. Ook stimuleer ik via de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp2026–2028 (ARO), samen met het Ministerie van BZK, de inzet vanruimtelijk ontwerp bij complexe opgaven in de fysieke leefomgeving.Via het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie (SCI) worden ontwer-pende onderzoeken op lokaal niveau ondersteund, waarbij «erfgoedin-clusief» en met oog voor ruimtelijke kwaliteit wordt gewerkt aanoplossingsrichtingen en handelingsperspectieven.–Ik verken met welke Europese lidstaten ik kennis kan uitwisselen op hetgebied van erfgoed, ontwerp en transities. Het programma NewEuropean Bauhaus en de Verklaring van Davos zetten eveneens in opeen aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. De uitgangspuntendaarbij van integraal samenwerken, inzetten op ruimtelijke kwaliteit,gezonde leefomgeving en verduurzaming betrek ik bij dit programmaErfgoed en Leefomgeving.Daarnaast heb ik middelen beschikbaar gesteld voor de Rijksdienstvoor Ondernemend Nederland (RVO) om overheden te faciliteren bijhet aanvragen van subsidies bij Europese fondsen zoals NewEuropean Bauhaus.8Verleden, heden en toekomst. Evaluatie NOVEX-gebiedsbiografieën. BMC mei 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5765 2. Samenwerken en het goede voorbeeld gevenHet programma Erfgoed Deal liep eind 2025 af. Dit programma zette in opde koppeling tussen ruimtelijke ontwikkelingen en het aanwezige cultureelerfgoed op lokaal niveau. Ik schaal nu verder op en werk met een aantaldepartementen samen aan grootschalige voorbeeldprojecten waarbij welaten zien hoe we cultureel erfgoed kunnen benutten bij actuele opgavenin de fysieke leefomgeving. Met deze voorbeeldprojecten geef ik ookinvulling aan de motie Mohandis.9 Conform deze motie werk ik integraalsamen met andere departementen met expertise en middelen. Het gaatom projecten die grote impact hebben en waarbij mijn bijdrage helpt deidentiteit van de betreffende gebieden te behouden en te versterken. Enuiteraard werken we daarbij ook samen met de gemeenten en provincieswaar de ontwikkelingen plaats vinden. Op dit moment werk ik metmedebewindslieden bij de volgende showcases samen:–Ik werk interdepartementaal en interbestuurlijk samen met deprovincies Noord-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant aanhet ruimtelijk perspectief voor werelderfgoed Hollandse Waterlinies.Zo kunnen we zowel de transities realiseren als de werelderfgoedwaar-den in stand houden. Ik zet me daar ook richting Unesco voor in.Het UNESCO-werelderfgoed Hollandse Waterlinies ligt in en nabij dedrukste stedelijke gebieden van Nederland. In dit karakteristiekegebied met forten, dijken, verboden kringen en open inundatie-vlaktes is ook ruimte nodig voor het transporteren van elektriciteit,recreëren, groen, stedelijke ontwikkeling en mobiliteit. Het respec-teren van de uitzonderlijke universele waarde van het werelderfgoedHollandse Waterlinie vraagt om een zorgvuldige en voorspelbareaanpak van integrale ruimtelijke afwegingen. In een vroeg stadiumkijken we welke ontwikkelingen worden voorzien, wat de impact isop de uitzonderlijke universele waarde en wat alternatieve locaties,oplossingsrichtingen en inpassingen zijn die geen impact hebben opde erfgoedwaarden of de uitzonderlijke universele waarde kunnenversterken. Het Rijk werkt samen met linieprovincies binnen hetruimtelijk perspectief aan het in kaart brengen van de optelsom vande ontwikkelingen in een gebied voor een langere periode. Het effectvan één ontwikkeling is te overzien, de cumulatie van verschillendelosse ontwikkelingen heeft vaak een groter effect. Het Rijk brengtsamen met gemeenten en provincies de verschillende opgaven,belangen en oplossingsrichtingen op tijd in beeld, werkt aan hettoekomstbestendig houden van Nederland en werkt aan eenperspectief om het erfgoed door te geven aan volgende generaties.Ruimtelijke arrangementen, ontwerp-ateliers en gebiedsgerichtwerken zijn instrumenten. die worden ingezet.–Dit jaar start het Ontwerpprogramma Grootschalige Woningbouw.Hiermee ondersteun ik met ontwerp(end) onderzoek een aantalgemeenten waar wordt gewerkt aan grote woningbouwontwikkelin-gen.10 Doel is om erfgoed en ontwerp te verbinden aan deze woning-bouwopgaven. We creëren daarmee herkenbare aantrekkelijkewoningbouwlocaties met identiteit. Ik doe dat samen met hetStimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie en het Ministerie vanBZK.–Met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en deGasUnie werk ik aan een zorgvuldige inpassing van buisleidingen in de9Motie Mohandis erfgoed, Kamerstukken II 2024–25, 32 156, nr. 13010Het gaat om nationaal grootschalige woningbouwgebieden: https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/aanpak-woningnood/grootschalige-woningbouwgebiedenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5766 Delta Rhine Corridor in die gebieden waar een waardevol bodemar-chief aanwezig is. EZK, OCW en de GasUnie stellen met de betreffendegemeenten in een vroeg stadium een overkoepelende aanpak opvanuit één inhoudelijke visie. Zo kunnen gerichte maatregelen wordengenomen zoals de aanpassing van een buizentracé of juist eenopgraving om ruimte te bieden aan zo’n tracé. De procedures wordendaarmee korter waarmee de energietransitie voortvarend wordtopgepakt. Ook biedt dit de mogelijkheid om archeologische expertisedaar in te zetten waar de meeste kenniswinst behaald kan worden.–In het kader van de Wet op de defensie gereedheid (Wodg) heeft hetMinisterie van Defensie aangegeven graag samen te werken aan eenvoorbeeldproject waarbij archeologie wordt gekoppeld aan de aanlegvan oefenloopgraven. We zijn hierover in gesprek en dat geldt ookvoor een voorbeeldproject dat meer op het gebouwde erfgoed vanDefensie is gericht.–Met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werk ik samen aanhet in kaart brengen van de mogelijkheden van waterberging in hetgeval van piekbuien in Unesco werelderfgoed de Hollandse Waterli-nies.–Ook werk ik met het Ministerie van EZK samen om middels eenLandsdekkende Heritage Impact Assessment (HIA) de effecten van eentoekomstbestendig hoogspanningsnetwerk op werelderfgoed in kaartte brengen, zodat er goede tracékeuzes gemaakt kunnen worden,zonder de waarden van het Werelderfgoed aan te tasten.–Wat betreft de omgang met de waardevolle cultuurlandschappen uitde ontwerpNota Ruimte werk ik samen met de ministeries van BZK,LVVN, IenW en KGG om te komen tot een showcase.–En met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ben ik ingesprek over een gebiedsgericht onderzoek naar hoe de opgaven voorerfgoed en gezondheid in samenhang kunnen worden opgepakt enelkaar kunnen versterken.3. Kennis delen en kennis ontwikkelenOCW heeft in de afgelopen decennia met programma’s als Belvedere,Visie Erfgoed en Ruimte en de Erfgoed Deal veel kennis gegenereerd.11 Ikvind het belangrijk dat die kennis wordt ingezet voor nieuwe ontwikke-lingen in de fysieke leefomgeving. Nog te vaak wordt deze kennisonvoldoende of te gefragmenteerd benut.Een recent voorbeeld is de polder Rijnenburg bij Utrecht waar in dekomende jaren een woonwijk zal verrijzen. De vele archeologischewaarden zijn al vóór de planvorming in kaart gebracht. De sporen uithet verleden zoals de verkavelingspatronen, zijn daarna verwerkt inhet stedenbouwkundig plan. Hierdoor worden de bouwkosten lager.Want als je in archeologisch waardevolle gebieden wilt bouwen, isopgraven verplicht. Door in de stedenbouwkundige opzet dearcheologisch meest waardevolle plekken, een functie gevenwaarvoor je niet de grond in hoeft (zoals een parkaanleg), scheelt datsubstantieel in de bouwkosten. Bovendien krijgt de wijk hierdoor eeneigen karakter en identiteit.Met een kennisprogramma wil ik de opgedane kennis beter vindbaar entoepasbaar maken. Daarom versterk ik de erfgoeddeskundigheid verderop verschillende schaalniveaus:–Ik bundel de kennisproducten die de afgelopen jaren door de Rijks-dienst voor het Cultureel Erfgoed zijn ontwikkeld en verbeter de11Het programma Erfgoed Deal liep van 2019 tot en met 2025. Zie ook Ecorys, Evaluatie ErfgoedDeal, Rotterdam 18 april 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5767 vindbaarheid daarvan voor ontwikkelaars en medeoverheden. Zokunnen zoveel mogelijk partijen handreikingen en tools goed vindenen toepassen. Ik leg daarbij ook de verbinding met de handreikingenvan Mooi Nederland en de kennisproducten van de Actie agendaRuimtelijk Ontwerp (ARO). 12–Naast alle kennis die in de afgelopen jaren is ontwikkeld, voorzie ik ineen flexibel kennisprogramma gericht op actuele vraagstukken tendienste van het Programma Erfgoed en Leefomgeving.–Met het programma Erfgoed en Overheid ondersteun ik gemeentenonder andere bij de inpassing van erfgoed en cultuurlandschap inruimtelijke ontwikkelingen. Hierover heeft mijn ambtsvoorganger uwKamer op 2 juni 2025 geïnformeerd.–Door de interdepartementale samenwerking bij voorbeeldprojectenwordt rijksbreed het bewustzijn en de expertise voor erfgoed in deleefomgeving versterkt.Financiële basisProgramma Erfgoed en Leefomgeving20262027202820291. Duidelijkheid en voorspelbaarheid (advisering,bijdrage Erfgoed en Overheid en cultuurlandschap)€ 2,5 miljoen€ 2,5 miljoen€ 2,5 miljoen€ 2,5 miljoen2. Grootschalige voorbeeldprojecten€ 1 miljoen€ 1 miljoen€ 1 miljoen€ 1 miljoen3. Kennis delen en ontwikkelen€ 200.000€ 200.000€ 200.000€ 200.000Totaal€ 3,7 miljoen€ 3,7 miljoen€ 3,7 miljoen€ 3,7 miljoen SlotWij zijn de erflaters van alle toekomstige Nederlanders. Het is mijn wensdat over dertig jaar onze dorpen, steden en landschappen nog mooier zijndan nu. Dat ze toekomstbestendig zijn en tegelijk voor hun bewoners engebruikers herkenbaar zijn gebleven. Met zorgvuldig ontworpen nieuwekwaliteit waar toekomstige generaties trots op kunnen zijn. Eentoekomstig Nederland met ruimte voor ons verleden.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. Letschert12Kamerbrief voortzetting Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5768

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d86ba81eb937f9d8

14 okt 2026 · 4301d554e359534b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.