KamerkringInloggen
Kamerbrief

Derde voortgang Meerjarenagenda Slachtofferbeleid

15 apr 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e57ca87ef97e5938 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202433 552SlachtofferbeleidNr. 116 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 april 2024In deze derde voortgangsbrief informeer ik u over de uitvoering in deafgelopen periode van de Meerjarenagenda Slachtofferbeleid 2022–2025(hierna: Meerjarenagenda).1 Erkenning van slachtofferschap en onder-steuning van slachtoffers bij het te boven komen van de gevolgen van eenstrafbaar feit vormt de basis van mijn beleid voor slachtoffers. Dieerkenning geef ik door slachtoffers een stevige positie in het recht tegeven, door hen waar nodig te beschermen en hen te ondersteunen op deweg naar herstel2. In de Meerjarenagenda heb ik uiteengezet dat ik mij wilrichten op het borgen van bestaande slachtofferrechten- en voorzieningendie de afgelopen jaren zijn geïntroduceerd en de invoering van de rechtendie hier met de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten in 2021 aan zijntoegevoegd. Slachtoffers moeten immers niet alleen op papier, maar ookin de praktijk ervaren dat zij hun rechten3 kunnen uitoefenen. Om daarvaneen goed beeld te krijgen, heb ik de afgelopen twee jaar als Minister voorRechtsbescherming veel gesprekken gevoerd met slachtoffers,nabestaanden en professionals die zich dagelijks inzetten voor debelangen van slachtoffers. Bij de herdenkingsdagen van de FederatieNabestaanden Geweldsslachtoffers (FNG) heb ik gesprekken gevoerd metnabestaanden over wat hun geliefde is aangedaan en dat het gemis zoindringend aanwezig blijft. De gesprekken met slachtoffers ennabestaanden van slachtoffers van wie de veroordeelde een levenslangegevangenisstraf is opgelegd hebben inzicht gegeven dat de huidigeprocedure voor hen zeer belastend is en dat verbeteringen nodig zijn. Aldeze gesprekken hebben een grote indruk op mij gemaakt en geven zichtop wat goed gaat, maar ook wat nog beter kan en moet in het belang vanslachtoffers en nabestaanden.1Kamerstukken II 2021–2022, 33 552, nr. 912Kamerstukken II 2021–2022, 33 552, nr. 913Zie bijlage 2 voor een actueel overzicht van alle slachtofferrechten. kst-33552-116ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 1161 In deze brief ga ik allereerst in op de resultaten die het afgelopen jaar zijngeboekt aan de hand van de vier hoofdthema’s:1.Versterken rechtspositie slachtoffers2.Verbeteren bescherming slachtoffers3.Herijken schadeverhaal slachtoffers4.Uitbreiden ondersteuning slachtofferDaarnaast ga ik in op de stand van zaken om te komen tot een herijktevisie op Slachtofferbeleid met bijbehorende Meerjarenagenda en deontwikkeling van de Strategische Evaluatie Agenda (hierna: SEA) die daarde basis voor biedt. Tevens bied ik u met deze brief het WODC-onderzoeknaar grootschalige incidenten aan (bijlage 3) en mijn beleidsreactie op datrapport.Voortgang MeerjarenagendaIk ben verheugd te kunnen constateren dat in goede samenwerking metketenpartners de uitvoering van de Meerjarenagenda 2022–2025 op koersligt en slachtoffers in de praktijk verschil merken. Slachtoffers van highimpact zaken worden sinds 2022 actief benaderd door SlachtofferhulpNederland(hierna: SHN) voor juridische ondersteuning. Slachtoffershoeven sinds 1 oktober 2023 niet meer zelf hun woning te reinigen na eenmisdrijf of voor de kosten daarvan op te draaien. Per 1 juli 2024 wordt deverschijningsplicht voor verdachten bij de inhoudelijke zitting gerealiseerdzodat slachtoffers hun spreekrecht desgewenst in aanwezigheid van deverdachte kunnen uitoefenen.In het afgelopen jaar zijn stappen gezet om de privacy van slachtoffers,zowel in het strafproces als in de media, te verbeteren. Ten aanzien van deprivacy van slachtoffers in het strafdossier is een concept-AMvB ininternetconsultatie gebracht. Daarnaast zijn er handreikingen opgesteldvoor de omgang met slachtofferschap in de media. Ook is de landelijkestichting van het Centrum Seksueel geweld versterkt en wordt in dezebrief aangekondigd dat stichting Fier een hulp- en ondersteuningspunt zalinrichten om betere hulp aan slachtoffers van gesloten gemeenschappenmogelijk te maken. Slachtofferhulp Nederland heeft daarnaast initiatievenontplooid om jongeren die slachtoffer worden beter te bereiken. Ook isgewerkt aan het verstevigen van de informatievoorziening aan slacht-offers in de tenuitvoerleggingsfase waarbij het Centraal JustitieelIncassobureau deze taken overneemt van het Openbaar Ministerie endaartoe een Slachtofferinformatiepunt wordt ingericht. Bij deze verbete-ringen is steeds acht geslagen op beschikbare capaciteit bij ketenpartnersen het absorptievermogen van deze organisaties, zodat we ook waarkunnen maken wat we willen bereiken. Hieronder licht ik aan de hand vande vier hoofdthema’s van de Meerjarenagenda deze en andere resultatennader toe. Voor een compleet overzicht van de activiteiten in het kadervan de Meerjarenagenda, verwijs ik u naar bijlage 1.1. Versterken rechtspositie slachtoffersDe schriftelijke slachtofferverklaring bij de OM-strafbeschikkingIn mijn tweede voortgangsbrief van 6 juni 2023 heb ik aangegeven dat hetOpenbaar Ministerie (hierna: OM) het slachtoffer expliciet zal gaan wijzenop de mogelijkheid van het indienen van een schriftelijke slachtofferver-klaring. Het OM heeft mij laten weten dat zij slachtoffers in het wensenfor-mulier, dat het OM na ontvangst van het proces-verbaal aan het slacht-offer zendt, inmiddels vraagt of het slachtoffer een schriftelijkeslachtofferverklaring wil indienen. In die verklaring kunnen slachtoffersaangeven wat zij van belang vinden bij de beoordeling van de zaak. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 1162 officier van justitie wordt op die manier in staat gesteld de belangen vanhet slachtoffer adequaat mee te wegen bij de keuze voor een afdoening.De expliciete verwijzing naar een schriftelijke slachtofferverklaring volgtook uit de nieuwe OM Aanwijzing «slachtoffers in het strafproces»4, dieper 1 maart jl. in werking is getreden. Indien de officier van justitievoornemens is een OM-strafbeschikking op te leggen, stelt hij hetslachtoffer tijdig op de hoogte van het OM-hoorgesprek met de verdachte.Het slachtoffer kan dan zijn onderbouwde schade en de schriftelijkeslachtofferverklaring aan de officier van justitie zenden.Onderzoek uitvoeringspraktijk OM-strafbeschikkingIk heb daarnaast aangegeven u te informeren over de uitkomsten van het(vervolg)onderzoek naar de uitvoeringspraktijk van het afdoen vanernstige spreekrechtwaardige delicten met een OM-strafbeschikking. HetOM heeft een dossieronderzoek uitgevoerd naar zaken waarin in deperiode van 1 januari tot 1 juli 2023 een OM-strafbeschikking is uitge-vaardigd voor spreekrechtwaardige delicten. Uit het onderzoek blijkt dat ingenoemde periode in 435 zaken een OM-strafbeschikking is opgelegdvoor spreekrechtwaardige delicten op een totaal van 32.000 zaken waarineen OM-beschikking is uitgevaardigd. Uit deze zaken zijn 26 zaken naderbekeken. De conclusie is dat er nog steeds feiten zijn die met eenOM-strafbeschikking worden afgedaan terwijl dat volgens de wet of hetbeleid van het OM niet zou mogen. Het gaat om een beperkt aantal op hettotaal maar dit mag niet gebeuren en voor het slachtoffer is iedere zaak eréén te veel. In acht zaken bleek dat de OM-strafbeschikking was uitge-vaardigd voor een feit waarop een maximale gevangenisstraf van meerdan zes jaren is gesteld, terwijl dat op grond van artikel 257a van hetWetboek van Strafvordering niet is toegestaan. Inmiddels is het in hetICT-systeem technisch onmogelijk gemaakt om de OM-strafbeschikkingvoor zesjaars feiten uit te vaardigen, zodat dit niet langer kan voorkomen.In vier zaken bleek dat er in strijd met het beleid van het OM een strafbe-schikking is uitgevaardigd terwijl het een ernstig spreekrechtwaardigdelict betrof waarbij slachtoffers hebben aangegeven van hun spreekrechtgebruikt te willen maken. In dit soort zaken geldt een contra-indicatie voorhet uitvaardigen van een strafbeschikking. Het OM heeft aangegeven deuitkomsten uit het onderzoek uiterst serieus te nemen en dit nogmaalsonder de aandacht te brengen van zijn medewerkers. Daarnaast zal hetOM bezien of de Aanwijzing OM-strafbeschikking op het punt van decontra-indicaties vereenvoudigd zou kunnen worden zodat de toepassingdaarvan beter kan verlopen. In het kader van de reguliere kwaliteitscon-troles wordt de OM-strafbeschikking ook gemonitord. Ik hecht er grotewaarde aan dat de praktijk van de OM-strafbeschikking in lijn is met hetgeldende beleid. Ik zal dit wederom met het College bespreken ennadrukkelijk een vinger aan de pols houden.«Van aangifte tot afdoening» en «Zittingswegwijzer»Uit onderzoek van het innovatieplatform van het OM, het TestlabOM, isgebleken dat slachtoffers een beter beeld kan worden geschetst hoe eenzitting verloopt, welke rollen de procespartijen hebben en wat slachtofferste wachten staat in bijvoorbeeld het contact met verdachten. Daarnaasthebben slachtoffers behoefte aan meer inzicht in het proces van aangiftetot aan de zitting en specifiek daarbinnen de rol en taken van de verschil-lende betrokken instanties. Om die reden ondersteun ik middels eenfinanciële bijdrage de ontwikkeling van twee informatieproducten van hetOM, te weten: «Van aangifte tot afdoening» (een animatie) en «Zittings-wegwijzer» (een scroll story). Deze worden op de website van het OM4Aanwijzing nr. 2024A001.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 1163 geplaatst. Door het slachtoffer goed voor te bereiden op de zitting kunnengevoelens van spanning worden gereduceerd en wordt beoogd hetslachtoffer meer het gevoel van eigen regie te geven. Tevens kan betereinformatievoorziening eraan bijdragen dat tijdens een gesprek tussen deofficier van justitie en het slachtoffer de vragen van het slachtoffer over dezaak centraal staan, en niet de algemene gang van zaken tijdens de zitting.Implementatie verschijningsplicht Wet uitbreiding slachtofferrechtenDe verschijningsplicht voor inhoudelijke zittingen treedt op 1 juli 2024 inwerking. De verschijningsplicht strekt ertoe dat in de meest ernstige zakende verdachte5 aanwezig is tijdens de zitting, waardoor de rechter enofficier van justitie zich een indruk kunnen vormen van de verdachte endeze kunnen bevragen. Slachtoffers die daarvoor kiezen, kunnen in bijzijnvan verdachte hun spreekrecht uitoefenen. De voorzitter van de rechtbankkan vanwege zwaarwegende belangen of als geen van de procesdeel-nemers de verplichte aanwezigheid wenselijk acht, besluiten om af te zienvan de verplichte verschijning.De verschijningsplicht geldt zowel voor zaken in eerste aanleg als in hogerberoep. Recent is gebleken dat de schakelbepaling (in het Wetboek vanStrafvordering) voor hoger beroep voor de verschijningsplicht in de fasevoorafgaand aan de zitting nog een technische onvolkomenheid bevat.Deze zal worden hersteld in de Verzamelwet Justitie en Veiligheid 2024,waarvan de internetconsultatie recent is afgerond. Dit staat echter niet inde weg aan inwerkingtreding van de verschijningsplicht voor zowel eersteaanleg als hoger beroep per 1 juli a.s. De betrokken ketenpartners hebbende afgelopen maanden hard gewerkt aan de implementatie van deverschijningsplicht en hun werkprocessen aangepast. De interpretatie entoepassing van de nieuwe wetgeving in de praktijk is aan de individuelerechter.Ik zet samen met SHN in op duidelijke communicatie richting slachtoffersen nabestaanden over de verschijningsplicht.Overwegingen met betrekking tot het spreekrecht in het nieuwe wetboekvan strafvorderingHet spreekrecht voor slachtoffers tijdens een zitting in een strafzaak komt,in het geval het slachtoffer overlijdt, toe aan diens familieleden.6 Sinds deinwerkingtreding van de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten op 1 januari2023 heeft ook de pleeg- en stieffamilie van het overleden slachtofferspreekrecht. Hiermee is recht gedaan aan de verschillende gezinssamen-stellingen die in de huidige samenleving bestaan.7 Nabestaanden dienenin onderling overleg tot overeenstemming te komen wie er op deterechtzitting het woord zal voeren. Wanneer zij het niet eens kunnenworden over wie van hen het woord zal voeren, beslist de rechter welkedrie personen van het spreekrecht gebruik kunnen maken. De echtgenoot,geregistreerd partner of levensgezel komt altijd spreekrecht toe. Goedevrienden, buren of mantelzorgers hebben geen spreekrecht.5Dit geldt voor verdachten die zich in voorlopige hechtenis bevinden of uit andere hoofdegedetineerd zijn.6Zie naar huidig recht art. 51e Sv over het spreekrecht, in art. 51a Sv is het begrip«nabestaande» gedefinieerd. In het nieuwe wetboek van Strafvordering vormt art. 1.5.8 debepaling over het spreekrecht, de definitie van de nieuwe term «indirect slachtoffer» staat inart. 1.5.1.7Dit betreft personen die het slachtoffer als behorende tot hun gezin hebben verzorgd enopgevoed en personen die deel van dit gezin hebben uitgemaakt, mits er sprake is geweest vaneen nauwe persoonlijke betrekking tot het slachtoffer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 1164 Tijdens de behandeling van de Wet Uitbreiding Slachtoffers in de EersteKamer hebben de fracties van GroenLinks en de PvdA gevraagd of dehuidige limitatieve opsomming van spreekgerechtigden kon wordenvervangen door een criterium als een nauwe persoonlijke betrekking, incombinatie met de mogelijkheid voor de rechtbank om het aantalspreekgerechtigden te limiteren, zodat niet alleen (pleeg/stief)familie maariedereen met een relevante band met het overleden slachtoffer spreek-recht zou toekomen.8 Mijn ambtsvoorganger heeft toegezegd om in hetkader van het nieuwe Wetboek van Strafvordering te bezien of toegewerktzou kunnen worden naar een overkoepelend, materieel criterium. Ookrecent hebben de leden Faber-Van de Klashorst en Vondeling (beiden PVV)mij gevraagd of ik bereid ben het spreekrecht uit te breiden naarvrienden.9De afgelopen periode heb ik dit verkend en ben ik in gesprek gegaan metdiverse organisaties, waaronder Slachtofferhulp Nederland en de Raadvoor de Rechtspraak. Hieruit is naar voren gekomen dat de huidigeafbakening van de kring van spreekgerechtigden in de praktijk geenknelpunt vormt. Daarnaast wijkt de rechter nu soms af van de huidigekring van spreekgerechtigden door in hele bijzondere omstandighedenpersonen die formeel niet spreekgerechtigd zijn, in de gelegenheid testellen een verklaring af te leggen. Hiervoor is echter (nog) geen wettelijkegrondslag.Daarentegen is wel gebleken dat een open criterium mogelijk bezwarengeeft. De huidige vaste kring biedt duidelijkheid over wie spreekge-rechtigd is. Een open criterium als «een nauwe persoonlijke band» laatzich moeilijker vaststellen dan een familierelatie. De grens van een nauwepersoonlijke betrekking is niet scherp en kan voorafgaand of tijdens dezitting tot discussie leiden. Onwenselijk aan een open norm vind ik verderdat personen die willen spreken hun band met het overleden slachtoffermoeten onderbouwen. Dit kan een aanzienlijke belasting geven, zeker alsvervolgens wordt geoordeeld dat de band onvoldoende is aangetoond.Daarnaast zal de rechter naar verwachting vaker keuzes moeten maken,omdat de inschatting is dat zich vaker de situatie zal voordoen waarin degroep spreekgerechtigden (familie versus andere personen) het er nietover eens wordt welke drie personen mogen spreken. Het afwijzen vaneen persoon die graag het spreekrecht zou willen uitoefenen, kan totpijnlijke situaties leiden. Dit moet waar mogelijk worden voorkomen.Er kan altijd sprake zijn schrijnende of bijzondere gevallen waar anderendan familie in aanmerking voor spreekrecht kunnen komen. Om de rechterin die gevallen een grondslag te geven, overweeg ik om in hetwetsvoorstel voor de eerste aanvullingswet in het kader van het nieuweWetboek van Strafvordering een hardheidsclausule op te nemen. Dieclausule biedt de rechter de expliciete mogelijkheid om in bijzondere enschrijnende situaties (ook) spreekrecht toe te kennen aan andere personendan degenen die in een familie- of gezinsrelatie tot het overledenslachtoffer stonden. De komende periode zal ik bij de betrokken organi-saties nagaan wat de uitvoeringsconsequenties van een hardheids-clausule zijn, om een definitieve beslissing hierover te nemen.Een ander onderdeel van het spreekrecht dat mijns inziens aanpassingbehoeft, is de lijst van spreekrechtwaardige delicten. Er zijn enkeleernstige delicten waarbij wél de verschijningsplicht voor verdachten bijinhoudelijke zittingen zal gelden, maar waarbij geen spreekrecht kan8Handelingen I 2021/22, nr. 34, item 7, p. 1 en 11.9Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 1187Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 1165 worden uitgeoefend. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij het delictmishandeling gepleegd met voorbedachten rade. Ik zie geen inhoudelijkegrond voor een verschil in de reikwijdte van delicten bij het spreekrechtten opzichte van de verschijningsplicht. Daarom overweeg ik om in hetvoorstel voor de eerste aanvullingswet de delicten waarvoor het spreek-recht geldt uit te breiden, zodat de afbakening van delicten dezelfde is alsbij de verschijningsplicht. Ook voor deze uitbreiding zal ik de keten-partners vragen wat de uitvoeringsconsequenties zijn.2. Verbeteren bescherming slachtoffersPrivacy van slachtoffers (Amendement Van Wijngaarden)Het amendement van Wijngaarden/Toorenburg10 roept op de privacy vanslachtoffers in het strafproces beter te beschermen en middels een motieom daarbij tot een uitvoerbare oplossing te komen.11 Inmiddels ligt deconcept-AMvB voor ter (internet)consultatie. Uitgangspunt in de AMvB isdat bepaalde slachtoffergegevens bij de bron – dus door de auteur vaneen stuk, waarmee opsporingsambtenaren van de politie en het OMworden bedoeld – worden weggelaten. Op deze manier wordt voorkomendat gegevens van slachtoffers zonder noodzaak in het strafdossier endaarmee bij de verdachte terecht komen. Met dit voorstel is een balansgevonden tussen effectiviteit en praktische uitvoerbaarheid. 100%zekerheid dat slachtoffergegevens nooit meer onnodig voor komen in eenstrafdossier kan niet worden gegeven. Bijvoorbeeld omdat er ruimte moetzijn voor het uitvoeren van taken ten behoeve van de opsporing,waardoor in een proces-verbaal nog steeds aan slachtoffers gerelateerdeinformatie kan staan. De verwachting is dat de ontwerp AMvB in Q2 van2024 aan uw Kamer wordt voorgelegd, waarna de Raad van State omadvies wordt gevraagd. Het streven is de AMvB per 1 januari 2025 inwerking te laten treden. Naast normstelling, vraagt het zorgvuldigomgaan met persoonlijke gegevens van slachtoffers om (meer) bewust-wording van de professionals in de strafrechtketen. Ik heb daarom ookafspraken gemaakt met betrokken organisaties waarop het besluit nietdirect van toepassing is, zoals Slachtofferhulp Nederland, het NederlandsForensisch Instituut, de Raad voor de Kinderbescherming en de reclas-sering, omdat deze partijen ook geregeld stukken aanleveren ten behoevevan het strafdossier. Met deze stappen wordt de bescherming van deprivacy van slachtoffers in het strafproces aanzienlijk verbeterd.Privacy van slachtoffers in de mediaOok het vermelden van namen van slachtoffers of het tonen van beeldenin de media kan pijnlijk zijn voor slachtoffers en nabestaanden en kanbijdragen aan het leed dat zij al ervaren. Zoals ik in mijn brief van3 november 202212 heb laten weten, voert het Fonds Slachtofferhulp een(vervolg)traject uit, waarin zij de bewustwording bij de media over deimpact van berichtgeving op slachtoffers wil verstevigen en borgen. Eenvan de resultaten van dit traject is de website «Slachtoffers in de Media»,die in november 2023 door het Fonds Slachtofferhulp en de HogeschoolUtrecht is gelanceerd. De website biedt mediaprofessionals zevenhandreikingen voor het omgaan met slachtofferschap in de media.13 Dezehandreikingen zijn ontstaan vanuit dilemma’s uit de beroepspraktijk.Daarnaast heeft in januari 2024 een reflectiebijeenkomst plaatsgevondenmet journalisten en slachtoffers waarbij is teruggekeken op de eerste10Kamerstukken II 2020–2021, 35 349, nr. 711Kamerstukken II 2020–2021, 35 349, nr. 1412Kamerstukken II 2022–2023 33 552, nr. 103.13www.slachtoffersindemedia.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 1166 periode van het initiatief en de handreikingen zijn besproken. Het geheletraject van het Fonds loopt nog tot eind 2025. Hiermee krijgt de ingezettelijn van bewustwording een stevige verankering in het handelen endenken van journalisten.Informeren en raadplegen tijdens de tenuitvoerlegging van sanctiesOok in de fase van tenuitvoerlegging hebben slachtoffers recht op goedeinformatievoorziening en het adequaat meewegen van hun mogelijkebeschermingsbehoefte. De verantwoordelijkheden van het OM voor hetinformeren en raadplegen van slachtoffers in deze fase worden gefaseerdovergedragen naar mij als Minister en voor mij het Centraal JustitieelIncasso Bureau (hierna: CJIB). Hierdoor wordt het slachtoffer in detenuitvoerlegging zoveel mogelijk vanuit één organisatie geïnformeerd engeraadpleegd. Daarbij is tevens oog hoe de communicatie richting hetslachtoffer verder verbeterd kan worden. Het eerste deel van de taakover-dracht naar het CJIB is per 1 februari 2023 gerealiseerd met de overgangvan het Informatiepunt Detentieverloop (IDV). Op 1 april 2024 is eennieuwe mijlpaal bereikt. Het CJIB informeert vanaf dat moment hetslachtoffer over de onherroepelijke uitspraak. Slachtoffers in die zakenhebben hierdoor één vast aanspreekpunt in de fase van tenuitvoerleggingwaar ze terecht kunnen voor informatie. Dit zal juridisch wordenverankerd middels de Verzamelwet Justitie en Veiligheid 2024. Omdat detaakoverdracht gefaseerd plaatsvindt, zullen ook in 2025 nog onderdelengeïmplementeerd worden bij het CJIB waaronder de inwerkingtreding vanhet beperkte spreekrecht bij verlengingszittingen over terbeschikking-stelling of plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. Naar verwachtingtreedt dit per 1 januari 2025 in werking. De slachtoffers en nabestaandenworden geïnformeerd over hun spreekrecht. Hiermee wordt de toezeggingaan de Eerste Kamer als afgedaan beschouwd.14 Ook de implementatievan het laatste onderdeel van de Wet Straffen en Beschermen, hetmeewegen van het slachtofferbelang bij re-integratieverlof op basis vanactuele informatie, wordt opgepakt in het traject van de overdracht van deverantwoordelijkheid voor het informeren en raadplegen van slachtoffersin de tenuitvoerleggingsfase. Op dit moment is hier nog geen implemen-tatiedatum voor bepaald.3. Herijken schadeverhaal slachtoffersPilot conservatoir beslagEerder heb ik aangegeven dat ik mogelijkheden verken van een pilotgericht op het intensiveren van conservatoir beslag bij in ieder gevalbepaalde vermogensdelicten.15Dit om te bezien of de inning van deschadevergoedingsmaatregel door het CJIB kan worden verbeterd doorvroegtijdig conservatoir beslag te leggen, waardoor slachtoffers hunschade sneller vergoed krijgen en daders de schade betalen. Hierovervoer ik verkennende gesprekken met het OM, de politie en het CJIB voorde Regio Midden-Nederland. Daarnaast kan ik mededelen dat in Zuid3(parket Zeeland-West-Brabant, Oost-Brabant en Limburg) op initiatief vanOM, politie, CJIB en infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen(iCOV) reeds een kleinschalige pilot van start is gegaan. Deze pilot ispraktisch en laagdrempelig opgezet en richt zich op gedigitaliseerdecriminaliteit en cybercrime, zedendelicten en mensenhandel. Hiermeericht de pilot zich niet alleen op slachtoffers die vallen onder de gemaxi-14Toezegging 13 april 2021 TO3283: De Minister voor Rechtsbescherming zegt de Kamer, naaraanleiding van een vraag van het lid De Boer (GroenLinks), toe ervoor te zorgen dat slacht-offers en nabestaanden op de hoogte zijn van zittingen met spreekrecht.15Kamerstukken II 2022–2023, 33 552 en 29 279, nr. 111Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 1167 meerde voorschotregeling en mogelijk met restschade achterblijven, maarook op slachtoffers die een beroep kunnen doen op de ongemaximeerdevoorschotregeling. Deelname binnen de pilot is op vrijwillige en vrijblij-vende basis, waarbij ruimte wordt gegeven te experimenteren. De pilotloopt tot medio 2024, waarna een evaluatiemoment zal plaatsvinden. Ikhoud uw Kamer op de hoogte van dit onderwerp via de voortgangs-brieven Slachtofferbeleid.Fonds BuitenlandVan 1 mei 2021 tot 1 april 2023 konden nabestaanden van Nederlandsegeweldsslachtoffers in het buitenland, die als gevolg van het gebeurde ineen financiële noodsituatie zijn beland en niet in aanmerking komen voorandere financiële hulp, in aanmerking komen voor een financiëletegemoetkoming van het Fonds Slachtofferhulp. In totaal zijn er zesaanvragen ingediend, waarvan er één weer is ingetrokken en vijf zijntoegekend met een totaalbedrag van € 42.500,–. Het ging onder meer omkosten voor vliegtickets, repatriëring van het lichaam, advocaatkosten ensectiekosten. Deze resultaten en de ervaringen van het Fonds Slachtof-ferhulp zal ik betrekken bij mijn verkenning van de mogelijkheden van eenproeftuin bij het Schadefonds geweldsmisdrijven voor Nederlanders diein België en Duitsland slachtoffer zijn geworden van een geweldsdelict.Inmiddels is wel duidelijk dat een deugdelijke juridische basis hiervoorontbreekt en dat daarvoor de wet moet worden aangepast. In de volgendevoortgangsbrief Slachtofferbeleid informeer ik uw Kamer u over deuitkomsten van de verkenning.4. Uitbreiden ondersteuning slachtoffersInrichting online advies-, hulp- en kennisplatform dwingende groepscul-turenEerder heb ik naar aanleiding van moties van de leden Van Nispen (SP) enVan Wijngaarden (VVD)16 aangegeven dat meer herkenbaar kan wordeningezet op slachtoffers en naasten van sektarische bewegingen en anderedwingende, vaak gesloten, groeperingen. Ook heb ik aangegeven dathierover meer expertise moet worden opgebouwd. Dit onder andere metbehulp van de relevante uitkomsten van het WODC-onderzoek naaruitsluiting17 van ex-leden door religieuze gemeenschappen. Ik benverheugd u te kunnen melden dat gesprekken met stichting Fier, dieexpertise heeft op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties,hebben geleid tot een overeenkomst.18 Er zal een online advies-, hulp- enkennisplatform inzake dwingende groepsculturen worden ingericht zodater één herkenbaar punt komt voor hulp en doorverwijzing. Fier gaat hiermeteen mee aan de slag, maar heeft wel tijd nodig om het platform in terichten en te investeren in uitgebreidere kennisopbouw. Fier zal:–Een separate ruimte inrichten op de website met informatie overdwingende groepsculturen, risico-indicatoren en een hulpwijzer;–Met een chatfunctie op een veilige en laagdrempelige manier gratisinformatie, advies en hulp bieden aan slachtoffers van misstandenbinnen dwingende groepsculturen en hun naasten, en hen waar nodigdoorverwijzen naar de juiste hulpverlening;–Bijdragen aan kennisopbouw en -deling, bijvoorbeeld door kennisver-garing over trends en ontwikkelingen in binnen- en buitenland en viavoorlichtingssessies voor professionals over het onderwerp dwin-gende groepsculturen. Hierbij wordt nadrukkelijk stilgestaan bij de16Kamerstukken II 2020–2021, 35 570 VI, nr. 5417Kamerstukken II 2022–2023 36 410 VI, nr. 2518Kamerstukken II, 2023–2024, 34 843, nr. 100.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 1168 samenwerking en het uitwisselen van informatie over trends enontwikkelingen met politie en OM;–Bij livegang campagne voeren ter bevordering van de bekendheid vanhet online hulp-, advies- en kennisplatform dwingende groepsculturen.Het online platform zal medio 2025 live gaan. In de tussentijd zal Fierslachtoffers uit deze specifieke doelgroep, zoals zij dat in de praktijk nuook al doen, zo goed mogelijk blijven helpen. Door deze hulp en onder-steuning bij Fier te beleggen wordt verdere versnippering van hethulpverleningslandschap voorkomen. De overeenkomst is vooralsnogvoor een periode van 2,5 jaar. Dan zal op basis van voortgangsgesprekkenen (tussentijdse) evaluaties worden besloten of en hoe dit wordt geborgdbinnen het structurele hulpaanbod.Hulpverlening slachtoffers seksueel misbruik en geweld in afhankelijk-heidsrelatiesOrganisaties als de politie, het openbaar ministerie, de Centra SeksueelGeweld, Slachtofferhulp Nederland, Fier en Veilig Thuis leveren elke dageen enorme inspanning om ervoor te zorgen dat slachtoffers van seksueelmisbruik en geweld de hulp ontvangen die zij nodig hebben. In het kadervan verbeteren van de hulpverlening aan slachtoffers van seksueelgeweld is onder meer besloten tot de versterking van de landelijkestichting Centrum Seksueel geweld naar aanleiding van de aangenomenmotie Van der Laan en Van der Werf (D66).19 Dit neemt niet weg dat dehulpverlening kan worden verbeterd, waartoe uw Kamer ook heeftopgeroepen, zodat hulpvragen altijd worden herkend, adequate doorver-wijzing plaatsvindt en slachtoffers niet meerdere keren hun verhaalhoeven te doen voordat zij op de juiste plek terecht komen.20 Daarom ishet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport samen met mijnministerie en alle betrokken organisaties een traject gestart waarinopnieuw wordt gekeken hoe hulp moet worden georganiseerd vanaf defase dat een slachtoffer op zoek gaat naar hulp tot aan de fase van hetdaadwerkelijk ontvangen ervan. Dit betreft tevens actielijn 5 van hetNationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedragen seksueel geweld (NAP).Per doelgroep en per fase worden in een korte periode de knelpunten inde huidige praktijk in kaart gebracht. Dit richt zich in eerste instantie optriage en goede doorverwijzing. Daarna worden door de betrokkenprofessionals mogelijke oplossingsrichtingen verkend, die vervolgensdirect worden doorleefd aan de hand van en samen met diverse casussenvan ervaringsdeskundigen. Zo kan meteen worden getoetst of de gekozenoplossingsrichting ook inderdaad tegemoetkomt aan de belangen vanslachtoffers. Op basis van de uitkomsten wordt bepaald welke vervolg-vraag in de weken erna wordt opgepakt.21 Hierin wordt ook meegenomenof het niet beter is om één herkenbare (fysiek) toegang in te richten waarslachtoffers van seksueel geweld terecht kunnen en de samenwerkingdaarachter verder te versterken22, zoals in enige vorm ook wordtaanbevolen door de commissie Hendriks in het rapport «georganiseerdsadistisch misbruik van minderjarigen». Daarbij worden ook deervaringen uit België met het Zorgcentrum voor slachtoffers van seksueelgeweld en de fysieke inloopmogelijkheid die daar bestaat meegenomen.Op dit moment worden in Nederland in Rotterdam en Amsterdam ook alervaringen opgedaan met de inrichting van fysieke inlooplocaties welke19Kamerstukken II, 2023–24, 34 843 en 36 234 nr. 97.20Kamerstukken II 2022–2023, 33 552, nr. 112.21Zie voor een nadere toelichting bijlage 422Kamerstukken II 2021–2022, 31 015, nr. 230Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 1169 ook worden meegenomen conform de motie Synhaeve (D66).23 Hetstreven is tot een breed en gezamenlijk gedragen voorstel te komen vooreen effectieve inrichting van het hulpverleningslandschap. Om ditzorgvuldig te doen moet voldoende tijd worden uitgetrokken. Uw Kamerzal dit najaar nader worden geïnformeerd over de verbeterinitiatieven diehet traject tot dan toe heeft opgeleverd. Het hele traject zal nog doorlopenin 2025.Ondersteuning jongeren door SHNEen groot aantal jongeren meldt zich na een ingrijpende gebeurtenishelaas niet bij de politie of hulpinstantie. Zoals toegezegd tijdens hetcommissiedebat Slachtofferbeleid van 23 februari 2023 (Kamerstuk33 552, nr. 108) ben ik met SHN in gesprek gegaan om te bezien watervoor nodig is om jonge slachtoffers beter te kunnen bereiken. SHN heeftin dit kader een aantal maatregelen genomen om deze doelgroep beter tebereiken en te zorgen dat ook deze groep de juiste hulp en ondersteuningontvangt. Door middel van co-creatie met jongeren wordt het hulpaanbodvormgegeven en getoetst, om zo nog beter aan te sluiten bij de behoeftenvan jongeren. In januari 2024 is het online platform voor jongeren livegegaan, waar jongeren anoniem, behapbare en laagdrempelige infor-matie kunnen vinden. Daarnaast startten binnen de online communitytwee openbare groepen, speciaal gericht op jongeren waar zij elkaarkunnen treffen en ervaringen kunnen uitwisselen. Na een analyse waarbijis gekeken hoe jongeren kanalen als YouTube en TikTok gebruiken, is eenaantal video’s met uitleg en veelvoorkomende (juridische) vragenopgenomen24en zal in mei een landelijke lanceringscampagne plaats-vinden. Ook wordt WhatsApp per 1 april als eerste instroomkanaalgeïmplementeerd, waarbij de privacy van de slachtoffers gewaarborgd is.Hiermee kunnen jongeren op een laagdrempelige wijze in contact komenmet SHN. Afgesproken is dat dit traject wordt gemonitord, niet alleen opaantallen, maar ook op effectiviteit en doelmatigheid. De Kamer zalhierover worden geïnformeerd via de voortgangsbrieven slachtoffer-beleid.Opvolging onderzoek «What works».Naar aanleiding van het WODC-onderzoek «What Works. Psychosocialedienstverlening Slachtofferhulp Nederland» uit 2022 is afgelopen periodebezien of het mogelijk is dat SHN aan sommige slachtoffers van ernstiggeweld- en zedendelicten langer nazorg blijft verlenen of slachtoffers naeen doorverwijzing naar een andere instantie ook nog langer door SHNgevolgd kunnen worden. Uit nader uitgevoerd kwantitatief en kwalitatiefonderzoek blijkt onder meer dat slachtoffers in het algemeen eennazorggesprek prettig zouden vinden. Ook medewerkers van SHN zieneen meerwaarde in de uitbreiding van nazorg. In 2024 wordt daarom eenpilot uitgevoerd om de impact van deze werkwijze concreet te bepalen.Daarnaast heeft SHN twee aanvullende instrumenten ingevoerd; te weteneen standaard cliënttevredenheidsonderzoek en een slachtofferpanel. Aande hand hiervan kunnen slachtoffers gedurende langere tijd gevolgdworden, mits zij dat willen. Tenslotte is een vernieuwde en laagdrem-pelige «Herstelmeter» ontwikkeld die qua methodologie aansluit bij delaatste wetenschappelijke inzichten. Met dit instrument verkrijgenslachtoffers inzicht in hun herstel en kunnen zij dit in de tijd blijvenvolgen. Focus ligt hierbij op herstel en veerkracht. Deze Herstelmeterwordt in 2024 getest en op de website van SHN geplaatst.23Kamerstukken II, 2023–2024, 34 843, nr. 99.24Veelgestelde vragen juridische hulp – YouTubeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 11610 Toegang algemene voorzieningenEerder heb ik het belang van een goede toegang tot algemene voorzie-ningen, benadrukt.25 Dit is een belangrijke voorwaarde voor herstel. Degidsfunctie die SHN op dit terrein reeds vervult heb ik daarom versterkt.Zo is een campagne gevoerd om meer bekendheid aan de beschikbaredienstverlening van SHN te geven.26 Dit heeft geleid tot meer websitebe-zoeken en telefoontjes naar SHN en tevens een toename van (online)dienstverlening. Daarnaast worden door SHN nieuwe communicatiemate-rialen ontwikkeld zodat de informatieverstrekking aan (moeilijkbereikbare) slachtoffers structureel verbeterd wordt. Verder zijn insamenwerking met de organisatie Steffie animaties met laagdrempeligeuitlegmodules (voice-over) ontwikkeld om de website van SHN nogtoegankelijker te maken voor o.a. laaggeletterden en licht verstandelijkbeperkte slachtoffers.27LotgenotencontactIn voornoemde beleidsreactie heb ik tevens laten weten mogelijkheden tezien voor het stimuleren en ontwikkelen van lotgenotencontact. SHN heefthiervoor verschillende (gebruikers) onderzoeken gestart. De resultatenzullen worden gebruikt om de dienstverlening aan lotgenoten te verbe-teren en verder uit te breiden. De ambitie is om nog dit jaar het aantallotgenotengroepen uit te breiden.Overige onderwerpen, moties en toezeggingenSlachtoffers schoolgijzeling BovensmildeEerder heb ik u geïnformeerd dat ik wil bezien wat ik voor de slachtoffersvan de gijzeling van de lagere school in 1977 in Bovensmilde kanbetekenen in het kader van hun erkenning en ondersteuning. Vorig jaar isonder leiding van een projectleider vanuit mijn departement gestart meteen samenwerkingsverband van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,de gemeente Midden-Drenthe – waartoe Bovensmilde behoort – en deExpertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) van het Ministerie van SocialeZaken en Werkgelegenheid om dit vorm te geven. Een belangrijkevolgende stap is het doen van een onderzoek. Vanwege de gewensteonafhankelijkheid heb ik het WODC gevraagd dit onderzoek te laten doen.Goed luisteren naar de ervaringen en behoeften van de betrokkenen zelfen het optekenen daarvan vormt het fundament onder de aanpak. ARQNationaal Psychotrauma Centrum gaat het onderzoek uitvoeren. ARQheeft ruime ervaring met traumaverwerking na ingrijpende gebeurte-nissen en met onderzoek hiernaar. Het onderzoek zal dit voorjaar van startkan gaan. Zorgvuldigheid in dit proces en in de communicatie metvoormalig gegijzelden en hun naasten is van het grootste belang en staatvoor mij voorop. Uw Kamer wordt over de belangrijkste mijlpalengeïnformeerd via de voortgangsbrieven Slachtofferbeleid.WODC-onderzoek grootschalige incidentenMet deze voortgangsbrief wil ik uw Kamer ook hetWODC-onderzoeksrapport «behoeften van slachtoffers van grootschaligeincidenten» aanbieden (bijlage 3), de onderzoekers mijn dank uitsprekenen mijn reactie geven. Het onderzoek is ingegeven door verschillendegrootschalige incidenten die in de afgelopen jaren hebben plaatsge-25Kamerstukken II, 2022–2023, 33 552, nr. 111.26Elke stap een overwinning- Slachtofferhulp Nederland27Steffie helpt je verder!Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 11611 vonden. Op basis van de definitie van «grootschalig incident» zijn drietechnologische, één natuurramp en drie intentioneel veroorzaakte rampengeselecteerd.28 Gekeken is naar 1) de behoeften van slachtoffers vangrootschalige incidenten29 en in hoeverre deze verschillen van andereslachtoffers van kleinschalige criminaliteit met grote impact en 2) in welkemate het huidige slachtofferbeleid tegemoet komt aan hun behoeften.Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd dat er weinigstructurele verschillen bestaan in de behoeften van slachtoffers van dedrie verschillende typen grootschalige incidenten, met uitzondering vanéén wezenlijk aspect dat specifiek is voor intentioneel veroorzaaktegrootschalige incidenten. Slachtoffers van deze incidenten lopen eengroter risico op een (zeer) ernstige verstoring van hun psychologischfunctioneren omdat dergelijke incidenten vaak niet gericht zijn opspecifieke personen en daardoor in sterkere mate als bedreigend wordenervaren, waardoor psychologische verwerking en herstel extra moeilijkzijn.Uit de bevindingen blijkt dat er in Nederland een ruim aanbod is aanondersteuning voor slachtoffers van grootschalige incidenten en datwordt voorzien in goede ondersteuning aan hen en dat de wijze waaropdit gebeurt, professioneel georganiseerd is. Ik ben me ervan bewust datdit te danken is aan de professionals en vrijwilligers die – op het momentdat zich een ramp voltrekt of incident voordoet – alles uit hun handenlaten vallen om ter plaatse ondersteuning te bieden. Tegelijk laat hetonderzoek zien dat de invulling van de ondersteuning niet altijd voldoetaan de specifieke behoeften die slachtoffers kunnen hebben op enigmoment en dat de ondersteuning ook niet altijd alle slachtoffers bereiktdie het nodig hebben. In dat kader noemt het onderzoek een aantaladditionele voorzieningen die zouden kunnen bijdragen aan een betereondersteuning van slachtoffers, het gaat kort gezegd om:–Eén centrale contactpersoon die slachtoffers voor een langere tijdondersteunt en hen informeert en begeleidt. Er zijn al professionals diedeze rol vervullen, maar zij worden niet bij alle typen grootschaligeincidenten ingezet. Bovendien zijn zij niet beschikbaar voor bijvoor-beeld familie en vrienden;–Een handleiding met praktische tips voor zaken waarmee slachtoffersop korte en lange termijn te maken kunnen krijgen;–Vinger aan de pols houden om psychologische problemen te signale-ren en tijdig hulpverlening op te starten;–Begeleiding voor gezin, waarbij rekening wordt gehouden met debehoeften niet alleen van het directe slachtoffer, maar ook van hetgezin eromheen.Deze additionele voorzieningen zie ik als ondersteuning van mijn beleid.Ten aanzien van de aanbeveling om te werken met één centrale contact-persoon of één centraal informatiepunt vervullen de casemanagers vanSHN deze rol al. Nabestaanden van dodelijke slachtoffers maar ookslachtoffers met ernstig letsel komen in aanmerking voor deze onder-steuning die «systeemgericht» is en zich richt op de eerste ring aanfamilieleden rondom een slachtoffer. Daarnaast voorziet SHN in (digitale)28Het gaat om de vuurwerkramp Enschede (2000, technologische ramp), de nieuwjaarsbrandVolendam (2001, technologische ramp), de tsunami in de Indische oceaan (2004, natuurramp),de vliegtuigcrash Tripoli (2010, technologische ramp), de vliegramp MH17 (2014, intentioneelveroorzaakte ramp), het schietincident Alphen aan den Rijn (2011, intentioneel veroorzaakteramp) en de tramaanslag Utrecht (2019, intentioneel veroorzaakte ramp).29Zij hebben onder meer behoeften aan 1) betrouwbare en begrijpelijke informatie,2) hereniging en contact met dierbaren, 3) basale middelen, praktische en medische hulp,4) emotionele en sociale steun, 5) erkenning en aandacht, 6) rust, controle en overzicht (zonderverstoring van de media), 7) vervolging/berechtingTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 11612 individuele ondersteuning van overige slachtoffers, getuigen en betrok-kenen. Dit geldt ook voor familie en vrienden. Waar dit bij kleinschaligeincidenten via de website van de organisatie gebeurt, wordt bij groot-schalige incidenten vaak een voor het specifieke incident opgerichtinformatie en adviescentrum, (IAC) opgetuigd, waarin direct na degebeurtenis online alle informatie met betrekking tot het incident en degevolgen beschikbaar zijn. Ook een handleiding over zaken waarmee eenslachtoffer te maken kan krijgen is beschikbaar op de website vanSlachtofferhulp Nederland en in het geval van een grootschaligecalamiteit vindbaar op het online IAC.Ik ben er voorts van op de hoogte dat problemen na een incident zich ooklater pas kunnen ontwikkelen. En dat het belangrijk is dat dit tijdig wordtgesignaleerd zodat snel behandeling plaatsvindt. In de praktijk wordt ditop dit moment al vormgegeven door «watchful waiting». Dat is eenbeproefde en werkbare methode gebleken waarbij in een korte periode nahet incident (4–6 weken) wekelijks contact wordt opgenomen door SHNom te toetsen of het slachtoffer klachten ontwikkelt. Als in het contactblijkt dat het slachtoffer bijvoorbeeld PTSS ontwikkelt, kan wordendoorverwezen naar gespecialiseerde psychische hulpverlening (GGZ). Alshet gaat om het langdurig vinger aan de pols houden bij alle slachtoffersdan acht ik dat praktisch onuitvoerbaar. Wel kan ik mij voorstellen dat ditvoor bepaalde groepen slachtoffers van meerwaarde kan zijn. DeStaatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is naar aanleidingvan de motie van het lid Van der Werf30 een verkenning gestart naar devoor- en nadelen van een periodieke check-up voor minderjarigeslachtoffers van seksueel geweld. De resultaten hiervan worden dit najaarverwacht.Afschrift vonnis (motie Ellian)Bij motie van 8 juni 2022 heeft het lid Ellian (VVD)31 verzocht ervoor tezorgen dat een slachtoffer, of diens advocaat of vertegenwoordigerautomatisch binnen een week een afschrift ontvangt van het vonnis ofarrest in de strafzaak waarin het strafbare feit tegen het slachtoffer isbehandeld. In eerste instantie is deze opgevat als een verzoek datslachtoffers geïnformeerd moeten worden over de inhoud van het vonnis.Dit is reeds mogelijk. Pas later bleek dat bedoeld is om slachtoffers teinformeren door hen een fysiek kopie (afschrift) van het complete vonnistoe te sturen. Ik sta er positief tegenover dat slachtoffers die dat willen opeen eenvoudige manier een fysiek afschrift van het vonnis kunnenontvangen, zonder dat zij hiertoe een verzoek hoeven te doen zoals de wetnu voorschrijft. Omdat de behoeften van slachtoffers hierin kunnenverschillen, is het echter niet wenselijk dat aan elk slachtoffer automatischeen afschrift wordt verstrekt. Met het oog hierop ben ik met betrokkenpartijen, te weten het OM, de Rechtspraak en SHN in gesprek gegaan hoegekomen kan worden tot een praktische oplossing die ook tegemoet komtaan de verschillende behoeften van slachtoffers. Er liggen intussen tweeoplossingsrichtingen die op dit moment nader worden bekeken opuitvoerbaarheid. De eerste oplossingsrichting is dat slachtoffers in degelegenheid worden gesteld om actief aan te geven of zij een afschriftwillen ontvangen. De tweede is dat slachtoffers toegang krijgen tot hetvonnis, zodat zij dat desgewenst zelf kunnen opzoeken. Zodra er meerbekend is zal ik uw Kamer hierover nader berichten.30Kamerstukken II 2022–2023, 36 222, nr. 3331Kamerstukken 2020–2021, 33 552, nr. 97.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 11613 Mogelijkheden anoniem spreekrechtTijdens het commissiedebat Rechtspraak van 28 februari jl. heeft het lidEerdmans (JA21) aangedragen dat tijdens het Marengo-proces geenenkele nabestaande gebruik heeft durven maken van zijn spreekrecht. Indat kader heeft hij aangegeven het onwenselijk te vinden dat slachtoffershun rechten niet kunnen uitoefenen en gevraagd naar mogelijkheden omslachtoffers anoniem van hun spreekrecht gebruik te kunnen laten maken.Ik heb uw Kamer toegezegd de mogelijkheden na te gaan bij de Raad voorde Rechtspraak (RvdR) om slachtoffers geanonimiseerd te laten sprekenen u hierover binnen 8 weken schriftelijk te informeren. In deze brief komik hieraan tegemoet. Een vervolgens ingediende motie hieromtrent isdoor uw Kamer niet aangenomen. Het waarborgen van de privacy vanslachtoffers binnen het strafproces vind ik erg belangrijk. Er zijn verschil-lende manieren waarop ik het slachtoffer daarin reeds tegemoet kom.Voor wat betreft het verzoek van het lid Eerdmans zie ik vanuit praktischeen meer principiële overwegingen geen mogelijkheden om slachtoffersanoniem gebruik te laten maken van hun spreekrecht. Ik heb ditbesproken met de RvdR, maar ook met SHN, die beide hebben aange-geven bedenkingen te hebben met betrekking tot dit onderwerp. In hetMarengo-proces was sprake van veel slachtoffers en nabestaanden, maarin het merendeel van de strafzaken is sprake van een beperkt aantalslachtoffers van één hooguit twee slachtoffers. In veel zaken kennen deverdachte en het slachtoffer elkaar. Hiervoor biedt het anoniem spreek-recht dan ook geen oplossing. Daarnaast kan de inhoud van een slachtof-ferverklaring herleidbaar zijn naar het betreffende slachtoffer of denabestaanden. Zeker nu slachtoffers zich, sinds de invoering van hetonbelemmerd spreekrecht, mogen uitlaten over alle onderwerpen die zijwillen bespreken. Daarnaast verhoudt anoniem spreekrecht zich moeilijktot de principiële beginselen van het strafrecht zoals het recht van deverdachte om te weten waarvan hij wordt beschuldigd en door wie(equality of arms), en het vereiste dat rechtspraak in beginsel in deopenbaarheid dient plaats te vinden.Dat laat onverlet dat het van belang is slachtoffers in staat te stellen omhun spreekrecht uit te oefenen en zich veilig te voelen. Het slachtoffer kande officier van justitie vragen zich in zijn requisitoir in generieke zin uit telaten over de impact op het slachtoffer. Slachtoffers en nabestaandenkunnen op deze wijze hun gevoelens vertaald zien in het strafproces.Verder zijn er mogelijkheden om een directe confrontatie met deverdachte voor het slachtoffers en de nabestaanden te voorkomenwanneer zij hun spreekrecht willen uitoefenen. Zo kunnen slachtoffersbinnen het rechtbankgebouw in een andere ruimte spreken of via eenvideoverbinding. Ook kunnen spreekgerechtigden de rechter verzoekenom hun raadsman of een daartoe bijzonder gemachtigde (bijvoorbeeldeen medewerker van Slachtofferhulp Nederland) namens hen hetspreekrecht uit te oefenen. Slachtoffers kunnen ook een schriftelijkeslachtofferverklaring indienen.Een gefundeerd en toekomstbestendig slachtofferbeleidDe afgelopen jaren heeft de focus gelegen op het borgen van de rechtenvan slachtoffers en het effectueren van deze rechten in de praktijk. Ik hebgezien en gehoord dat iedere dag weer door professionals en vrijwilligersmet veel inzet wordt gewerkt om het slachtoffer recht te doen. Slachtoffer-bewustzijn is daarbij van groot belang, het zijn immers de professionals inde strafrechtketen die het gezicht van de overheid zijn voor slachtoffers ennabestaanden. Daarom juich ik initiatieven vanuit de ketenpartnerswaarbij het slachtofferbewustzijn wordt vergroot van harte toe. Zo zijnvanaf dit najaar de cursussen bejegening van slachtoffers ter zitting enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 11614 civiele vordering in het strafproces een verplicht onderdeel van destrafrecht opleiding, daar waar dat nu aanbevolen onderdelen zijn. Verderondersteun ik middels een financiële bijdrage de pilot van de online-training «Recht door de Keten» die in de eerste helft van 2024 van startgaat en tot doel heeft het slachtofferbewustzijn onder medewerkers in destrafrechtketen te vergroten.32Zoals ik al heb aangegeven zijn er grote stappen gezet met betrekking totde implementatie van de Meerjarenagenda. Nu is het van belang dat wemeer zicht krijgen op de effectiviteit van de maatregelen die we treffen. Ditzijn we verplicht aan de slachtoffers voor wie we het doen en de samen-leving als geheel en is ook nodig om tot een nieuwe Meerjarenagenda tekomen. Ook is het van belang zicht te krijgen waar toekomstig beleid zichop zou moeten richten.In mijn tweede voortgangsbrief heb ik daarom aangekondigd te werkenaan een meerjarig onderzoeksprogramma, vastgelegd in een StrategischeEvaluatie Agenda (hierna: SEA) die hiervoor de basis biedt. In deafgelopen periode is voor de SEA een analyse gemaakt van de onder-zoeken die reeds zijn uitgevoerd, welke informatie voorhanden is en welkeinformatie ontbreekt. Hiervoor zijn vanuit het departement gesprekkengevoerd met het veld, betrokken ketenorganisaties, ervaringsdeskun-digen, de slachtofferadvocatuur en de wetenschap. Op basis hiervan iseen eerste beeld ontstaan van waarop nader onderzoek zich zou moetenrichten. Dit betreft in ieder geval het meten van output in plaats vanslechts de tevredenheid van slachtoffers. Op die manier ontstaat meerzicht op hoeveel slachtoffers gebruik maken van bepaalde rechten ofvoorzieningen en wat in dat licht de prestaties van de slachtofferketen zijn.Daarnaast bestaat de wens voor een langjarig onderzoek waarin eenspecifieke groep slachtoffers wordt gevolgd om inzicht te krijgen in hunervaringen in de verschillende fasen van het strafproces. Verder wil ik eennieuwe meta-analyse laten uitvoeren naar de behoeften van slachtoffers.De huidige doelen die met het slachtofferbeleid worden nagestreefd(versterken rechtspositie, ondersteunen, beschermen en tegemoetkomenin geleden schade) zijn gebaseerd op een meta-analyse van onderzoekennaar de behoeften van slachtoffers uit 1980 en zijn de afgelopen jaren niet,of nauwelijks veranderd. De vraag is in hoeverre deze nog tegemoet-komen aan de behoeften van (mogelijk nieuwe groepen) slachtoffers annonu. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de behoeften vanslachtoffers van relatief nieuwe delicten zoals online seksueel geweld enonline fraude, zeker nu dit al een aantal jaren toeneemt33 en de impactgroot kan zijn, maar ook slachtoffers van traditionele criminaliteit. Uit demeest recente slachtoffermonitor blijkt dat na een aantal jaren waarin hetaantal slachtoffers van traditionele criminaliteit afname er weer sprake isvan een toename van het aantal slachtoffers.34 Op basis van deuitkomsten van de onderzoeken zullen we meer kunnen zeggen over dewerking van het huidige beleid en waar aanpassingen nodig zijn. Dit zalook worden meegenomen bij de herijking van de huidige visie opslachtofferbeleid en een bijbehorende Meerjarenagenda 2025–2029.32Project online training «Recht door de Keten» is van W. Hoogendijk (theatermaker, presenta-trice en zangeres). Zij werkt samen met A. Autar (landelijk beleidsadviseur Slachtofferrechtenvan het Openbaar Ministerie, inhoudelijk bij dit project betrokken).33Veiligheidsmonitor 2021, CBS34Veiligheidsmonitor 2023, CBS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 11615 Tot slotMet de bovenstaande ontwikkelingen wordt de positie van slachtoffersvan strafbare feiten nog beter geborgd. Hier hecht ik groot belang aan ende komende periode ga ik verder met de uitvoering van mijn Meerjare-nagenda slachtofferbeleid.De Minister voor Rechtsbescherming,F.M. WeerwindTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 552, nr. 11616

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · cb118971cda98c21

14 okt 2026 · f961b2c69455e12c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.