KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang hospitaverhuur

14 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 650c94db0d7a4070 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202427 926Huurbeleid32 847Integrale visie op de woningmarktNr. 386 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 juni 2024In de vorige eeuw was het decennialang gebruikelijk dat mensen kamersin hun eigen woning aan anderen verhuurden die op zoek waren naar eenplek om te wonen. Zij boden niet alleen onderdak, maar vaak ookmaaltijden en een gevoel van gemeenschap aan hun huurders. Het hurenvan kamers werd vooral populair onder studenten, jonge werkenden enmensen die nieuw waren in een stad. Voornamelijk in tijden vanwoningnood helpt deze vorm van verhuur meer mensen aan woonruimte.Hospitaverhuur is een bijzondere vorm van huisvesting. Het biedt ook indeze tijd een oplossing voor mensen die op korte termijn een tijdelijkewoonruimte zoeken, het sluit goed aan bij het tegengaan vaneenzaamheid, draagt bij aan het dagelijks sociaal contact en kan definanciële positie van de hospita versterken. Tevens wordt er (betaalbare)woonruimte gecreëerd, zonder woningen bij te bouwen. Dit draagt bij aanhet beter benutten van de bestaande voorraad.In deze brief over hospitaverhuur wil ik allereerst stilstaan bij de potentievan hospitaverhuur, want die is groot. Eerder dit jaar is hier eenonderzoek naar verricht en deze uitkomsten heb ik onlangs naar deTweede Kamer verzonden1. De potentie is groot omdat hospitaverhuur inkoopwoningen, corporatiewoningen en private verhuur (institutionelebeleggers en particuliere personen) mogelijk is. Wel dienen zich per sectorandere uitdagingen aan. Zo moeten woningeigenaren – als zij eenhypotheek hebben – toestemming krijgen van hun hypotheekverstrekker.Huurders moeten toestemming krijgen van hun (hoofd)verhuurder.Na de potentie van hospitaverhuur, ga ik in deze brief in op de ervarenbelemmeringen voor hospitaverhuur en de mogelijkheden om dezebelemmeringen weg te nemen. Daarna bespreek ik de stand van zakenvan de informatiecampagne. Ook besteed ik aandacht aan de definitie van1Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 33 104, nr. 32. kst-27926-386ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 926, nr. 3861 een zelfstandige en onzelfstandige woning in het kader van het Woning-waarderingsstelsel (WWS). Deze definitie wijzigt door toepassing van hetwetsvoorstel Betaalbare huur en dit heeft effect op hospitaverhuur. Tenslotte maak ik van de gelegenheid gebruik om in te gaan op eentoezegging in het kader van de Wet vaste huurcontracten.Eerder dit jaar is toegezegd om de Eerste en Tweede Kamer te informerenover de kansen en belemmeringen bij hospitaverhuur. Met deze briefwordt invulling gegeven aan deze toezeggingen2. Tevens wordt hiermeeinvulling gegeven aan de motie Rietkerk3 die de regering verzoekt tebezien hoe de mogelijkheden voor hospitaverhuur kunnen wordenverruimd.Potentie van hospitaverhuurIn het publieksonderzoek dat aan de Tweede Kamer is verzonden bij deKamerbrief stand van zaken studentenhuisvesting is gekeken naar depotentie van hospitaverhuur4. Hierin is het brede Nederlandse publiekbevraagd, waarbij zowel landelijk als in de 13 grote (studenten-)stedenreacties zijn opgehaald. Naar verluidt wordt het totale huursegment inNederland geschat op circa 3.071.000 woningen. De totale koopsectorwordt geschat op 4.634.411 woningen5. Uit het onderzoek blijkt dat naarschatting 2% van de Nederlanders momenteel een kamer verhuurt en 7%dat in het verleden heeft gedaan. Uit het onderzoek blijkt ook dat depotentie van hospitaverhuur aanzienlijk is. Ongeveer een derde van deNederlanders beschikt over een geschikte ruimte voor hospitaverhuur, datzijn vaker woningeigenaren dan woninghuurders. Ongeveer 8% van deNederlanders overweegt hospita te worden. Van deze groep geeft eenkwart aan «wel of zeker wel» tot hospitaverhuur over te willen gaan engeeft driekwart aan dit «waarschijnlijk wel» te doen. Deze huishoudenskunnen echter in de praktijk nog tegen belemmeringen aanlopen,bijvoorbeeld vanuit hun hypotheekverstrekker, gemeente of deverhuurder. Veel Nederlanders weten niet of zij van hun verhuurder ofhypotheekverstrekker een deel van hun woning mogen verhuren of het isvoor hen op dit moment nog niet mogelijk wegens lokale regelgeving.Met de informatiecampagne kan hierover meer duidelijkheid wordenverschaft.Als verhuurders en hypotheekverstrekkers kamerverhuur zoudentoestaan, dan zou 3 á 4% van de Nederlanders met een geschikte ruimtevoor hospitaverhuur, die hospitaverhuur eerder niet overwogen datvervolgens wél doen. Uit het onderzoek blijkt dat de grootste belemme-ringen voor potentiële hospitaverhuurderszijn: verminderde privacy enbelemmerende of onduidelijke regelgeving. Verder komt uit het onderzoeknaar voren dat 8% van de Nederlanders hospitaverhuur wel zouoverwegen, als de regelgeving eenvoudiger en/of het verkrijgen vantoestemming van hun verhuurder of hypotheekverstrekker makkelijker zouzijn.De uitkomsten van dit onderzoek laten zien dat hospitaverhuur eenbijdrage kan leveren aan het starten van een wooncarrière, als dit voormeer mensen mogelijk wordt gemaakt en de bekendheid ervan wordtvergroot. Om deze reden zet ik een aantal stappen gericht op hetwegnemen van belemmeringen voor hospitaverhuur doormiddel vanbeoogde wetswijzigingen en het vergroten van de bekendheid daarvan.2Motie Kamerstuk 36 195, E, toezegging 6806, toezegging 6721, toezegging 4411.3Kamerstukken I 2023, 36 195, E.4Publieksonderzoek hospitaverhuur | Rapport | Rijksoverheid.nl.5CBS 2023 Cijfers woningmarkt. Datawonen - Koopsector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 926, nr. 3862 Met dit onderzoek is een beter beeld van de potentiële hospitaverhuurdersverkregen. Binnenkort wordt er ook een onderzoek onder (potentiële)hospitahuurders gestart. Dit onderzoek heeft als doel om meer inzicht tekrijgen in de situatie en de wensen van hospitahuurders. Zodra ditonderzoek is afgerond, zal het op de website van de Rijksoverheid wordengepubliceerd en bij de verdere beleidsvorming rondom hospitaverhuurworden betrokken.Drempels hospitaverhuur wegnemen in de regelgevingNaast het potentieonderzoek is er de afgelopen periode met meerderepartijen, zoals hospitabemiddelaars, hypotheekverstrekkers, hypotheekbe-middelaars, gemeenten, en brancheverenigingen, over hospitaverhuurgesproken. Het doel van deze gesprekken was een beter beeld te krijgenvan de potentie van hospitaverhuur, de belemmeringen en de mogelijk-heden tot het wegnemen daarvan. Hieronder ga ik in op de belangrijksteinzichten uit de gevoerde gesprekken en mogelijke oplossingen.Woningeigenaren krijgen meestal geen toestemming van hunhypotheekverstrekkerZoals eerder aan de Tweede Kamer is bericht6, zijn hypotheekverstrekkersvaak terughoudend met het toestaan van hospitaverhuur. Met eenhuurder in de woning levert de woning bij verkoop minder op. Dit kanleiden tot een restschuld of een lagere overwaarde. Vanwege dit risicogeven de meeste hypotheekverstrekkers geen toestemming voorhospitaverhuur of doen ze dit alleen onder voorwaarden (bijvoorbeeldvoorwaarden over de maximale hoogte van de hypotheek). Soms vindt erzonder toestemming van de hypotheekverstrekker hospitaverhuur plaats,met risico’s voor de woningeigenaar en de huurder. Ook NationaleHypotheek Garantie (NHG) staat hospitaverhuur om deze redenen niet toebij NHG-hypotheken. Zij wijst daarbij vooral op het risico voor dewoningeigenaar dat de woning bij verkoop minder oplevert. Dit kan leidentot een restschuld of een lagere overwaarde.Met hypotheekverstrekkers en NHG is ook over mogelijke oplossingengesproken.7 Uit die gesprekken kwam naar voren dat het risico voorwoningeigenaren en hypotheekverstrekkers kan worden weggenomen alshospitaverhuurders de mogelijkheid krijgen om het huurcontract tebeëindigen bij overdracht van de woning. Verschillende hypotheekver-strekkers verwachten dat zij in dat geval veel vaker toestemming zullenverlenen voor hospitaverhuur. Na implementatie van de beoogdewetswijzing staat NHG hospitaverhuur toe bij consumenten met eenNHG-hypotheek.Gelet op de bijdrage die hospitaverhuur kan leveren aan het oplossen vanhet woningtekort, werk ik aan een ontwerpwetswijziging die hospitaver-huurders de mogelijkheid biedt om het huurcontract te beëindigen bijoverdracht van de woning. Dat doe ik in samenspraak met de Ministervoor Rechtsbescherming vanwege zijn verantwoordelijkheid voor hetBurgerlijk Wetboek. Daarbij zal ook rekening worden gehouden met depositie van de hospitahuurder. Bijvoorbeeld door de beëindiging van hethuurcontract alleen mogelijk te maken als daarbij een passende opzeg-termijn in acht wordt genomen. Vanuit het oogpunt van huurbeschermingvind ik het daarnaast belangrijk dat deze mogelijkheid van opzeggingbeperkt blijft tot de specifieke situatie van hospitaverhuur. Diemogelijkheid wordt gerechtvaardigd door het persoonlijke karakter van6Onder andere: Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 32 847, nr. 1135.7Toezegging 6721.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 926, nr. 3863 het hospitaverhuur. Daarnaast kan een parallel getrokken worden methospitaverhuur in het geval van onderhuur. Bij onderhuur van eenonzelfstandige woonruimte eindigt het huurcontract met de onderhuurderop het moment dat het huurcontract en daarmee de huurrelatie met dehoofdhuurder eindigt.Hospitaverhuurders zijn terughoudend om voor onbeperkte tijd eenhospitahuurder in huis te nemenEr zijn geen precieze cijfers beschikbaar over het type huurcontract dathospitahuurders doorgaans hebben. Uit de gesprekken kwam naar vorendat meestal een huurcontract voor bepaalde tijd van twee jaar of eenhuurcontract voor onbepaalde tijd wordt gesloten. Huurcontracten vooronbepaalde tijd hebben een wettelijke proeftijd van negen maanden. Dezecontracten worden meestal binnen deze wettelijke proeftijd opgezegddoor de hospitaverhuurder. Dit wordt door hospitabemiddelaars ook vaakgeadviseerd. Volgens deze bemiddelaars zijn de meeste hospitaver-huurders terughoudend met het voortzetten van het huurcontract na deproeftijd. Na het verstrijken van die proeftijd zit de verhuurder vooronbepaalde tijd aan de huurder vast. Dat kan als een drempel wordenervaren. Dat geldt ook voor verhuurders die gebruik maken van eentijdelijk contract. In dit geval is er namelijk geen proeftijd mogelijk. Als dehospitaverhuurder er dan na een paar maanden achter komt dat er met dehuurder geen goede verstandhouding is en/of het delen van voorzie-ningen niet bij hem past, dan kan hij het contract niet eenvoudig eerderbeëindigen dan de afgesproken tijd.Vaak is hospitaverhuur daardoor kortdurend, terwijl huurder enverhuurder mogelijk wel tevreden zijn met de huurrelatie en deze bestvoor iets langere tijd zouden willen voortzetten. Uit de gesprekken methospitabemiddelaars kwam naar voren dat hospitaverhuur óók doorhuurders als een tijdelijke woonoplossing wordt gezien. Bijvoorbeeldtijdens de studie, voor een expat of als er na een scheiding acuut eennieuwe woning gezocht moet worden. De verwachting is dat de meestehospitahuurders uiteindelijk een andere woonsituatie zoeken. Dit alles inaanmerking nemend onderzoek ik op welke wijze de wetgeving kanworden aangepast zodat de contracten voor bepaalde en onbepaalde tijdbeter kunnen worden toegesneden op de wensen in de huidige praktijk enals stimulans voor hospitaverhuur. Daarbij onderzoek ik een verruimingvan de mogelijkheid om bij hospitaverhuur huurcontracten van twee jaarof vijf jaar aan te gaan. Voornoemde drempels kunnen dan wordenbeperkt of weggenomen. Zoals eerder in deze brief benoemd, wordtbinnenkort een onderzoek gestart onder (potentiële) hospitahuurders metals doel om meer inzicht te krijgen in de situatie en de wensen vanhospitahuurders. De uitkomst van het onderzoek onder (potentiële)hospitahuurders zal eveneens bij de verdere beleidsvorming wordenbetrokken.Hospitaverhuur kan gevolgen hebben voor de aanspraak op andereregelingenPotentiële hospitaverhuurders moeten bij hun keuze om over te gaan totverhuur onderzoeken wat het effect van hun huuropbrengsten is op voorhen relevante regelingen, zoals toeslagen. Voor hospitaverhuur geldenverschillende voorwaarden waarmee de verhuurder en huurder rekeningmoeten houden. De afgelopen periode is geïnventariseerd waar huurdersen verhuurders rekening mee moeten houden en is de communicatiehierop verbeterd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 926, nr. 3864 Er is wet- en regelgeving waarvoor de positie van de hoofdbewoner inprincipe verandert als hij een hospitahuurder in huis neemt. Tweeinkomensregelingen betreffen de sociale zekerheid en één betreft dehogere inkomensafhankelijke huurverhoging. De twee regelingen in desociale zekerheid zien op de bijstand en de aanvullende inkomensvoor-ziening ouderen (IAO) uit de Participatiewet. Voor deze twee regelingendient de aspirant-hospitaverhuurder contact op te nemen met degemeente of met de SVB (voor de AIO) als hij een kamer gaat verhuren,vanwege een wijziging in de persoonlijke omstandigheden en om tebezien wat het gevolg kan zijn voor het recht op bijstand, of voor dehoogte van de uitkering. Omdat dit vangnetregelingen zijn met eencomplementair karakter wordt gekeken naar alle mogelijke inkomsten vaneen ontvanger van deze uitkeringen en dus ook naar huurinkomsten.Daarnaast geldt dat – indien de hospitaverhuurder zelf een huurder is vaneen zelfstandige sociale huurwoning – bij de inkomensafhankelijke hogerehuurverhoging wordt gekeken naar de inkomens van alle bewoners opeen bepaald adres, dus ook het inkomen van de hospitahuurder. Het kanvoorkomen dat door het inkomen van de hospitahuurder het gezamenlijkeinkomen boven de inkomensgrens komt, waardoor de (hoofd)verhuurderde huurder/hospitaverhuurder een hogere huurverhoging kan voorstellen.Dit kan leiden tot een negatieve prikkel voor hospitaverhuur. Om dezereden wil ik graag onderzoeken of de hogere inkomensafhankelijkehuurverhoging aangepast kan worden, zodat deze negatieve prikkelverdwijnt. De wenselijkheid en de mogelijkheden zal ik nader onder-zoeken.Voor veel regelingen maakt het overigens niet uit of je een hospitahuurderin huis hebt. Dat is positief omdat dit de keuze voor hospitaverhuur nietnegatief beïnvloedt. Zo hoef je als eigenaar-bewoner – mits de jaarhuuronder de 5.998 euro (in 2024) blijft – geen inkomstenbelasting te betalenover de huuropbrengsten. Dit heet de kamerverhuurvrijstelling. Eenhurende hospitaverhuurder hoeft over de huurinkomsten geen inkomsten-belasting (box 1) te betalen, maar die inkomsten vallen wel onder hetbank- of spaartegoed (box 3-belasting indien het vrijstellingsbedrag wordtoverschreden). Ook is er geen effect op de toeslagen, omdat de hospita-verhuurder geen gezamenlijk huishouden met de hospitahuurder voert.De gewijzigde definitie van zelfstandige en onzelfstandige woning tenaanzien van de huurprijs kan hospitaverhuur negatief beïnvloedenIn het nieuwe Besluit huurprijzen woonruimte wordt de WWS-definitievan een zelfstandige woning verduidelijkt en aangescherpt. Dezeaanpassing leidde tot de vraag hoe dit doorwerkt voor hospitaverhuur. Desituatie kan namelijk ontstaan waarin door het verhuren van een deel vande woning middels hospitaverhuur, zowel de hoofdhuurder (de hospita)als onderhuurder een huurprijs krijgen zoals bepaald volgens hetWoningwaarderingsstelsel voor onzelfstandige woningen (WWSO). Dewoonsituatie kan bij drie of meer personen die niet samen een duurzaamgemeenschappelijk huishouden vormen, worden aangemerkt als feitelijkekamerverhuur (onzelfstandig). De (hoofd)huurder/hospitaverhuurder zouvoorafgaand aan de hospitaverhuur een huurprijs betalen volgens hetWoningwaarderingsstelsel voor zelfstandige woningen (WWS), datmogelijk een hogere huurprijs zou opleveren voor de (hoofd)verhuurderdan volgens het WWSO. De terugval van een huurprijs op basis van eenWWS naar een huurprijs op basis van het WWSO zal er waarschijnlijk toeleiden dat de hoofdverhuurder geen akkoord geeft op het verzoek van zijnhuurder om een kamer onder te verhuren. De hoofdverhuurder heeft daarnamelijk direct nadeel van. Om te voorkomen dat verhuurders hospita-verhuur niet meer toestaan door hun huurders, is het daarom nodig eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 926, nr. 3865 uitzondering op de aangescherpte definitie voor toepassing van het WWSte maken voor hospitaverhuur. Om te voorkomen dat deze uitzonderingleidt tot oneigenlijk gebruik is gekeken naar bestaande lokale aanvullenderegels om misbruik te voorkomen bij bijvoorbeeld kamerverhuur. Veelgemeenten in Nederland hebben een soortgelijk aanvullend regime voorhospitaverhuur. Naar deze lokale regelgeving is als inspiratie gekeken omeen uitzondering voor hospitaverhuur door een huurder (van eenzelfstandige woning) mogelijk te maken in het Besluit betaalbare huur.Concreet betekent de wijziging het volgende. De hoofdhuurder die eendeel van de huurwoning wil onderverhuren zal zelf de huurprijs voor dehele woning blijven betalen aan de hoofdverhuurder, eigenaar, op grondvan het WWS. De onderhuurder (hospitahuurder) betaalt dan eenhuurprijs voor een deel van de woning volgens het WWSO aan dehospita. Deze uitzondering zal worden opgenomen in het Besluitbetaalbare huur. Echter, voor deze uitzondering gelden aanvullende eisen;het huishouden van de hoofdhuurder (de hospita) moet tenminste tweejaar zelfstandig de huurwoning hebben bewoond, de (hospita-)onderhuurder betreft maximaal één huishouden en de (hospita-)onderhuurder mag alleen een huurovereenkomst hebben met dehoofdhuurder (de hospita) van de woning (niet met de hoofdverhuurder/eigenaar van de woning). Deze voorwaarden zijn nodig om te voorkomendat deze uitzondering ook wordt toegepast in situaties waarin er eigenlijkgeen sprake is van hospitaverhuur. Op deze wijze wordt oneigenlijkgebruik voorkomen, maar wordt tegelijkertijd voor hospitaverhuur welruimte geboden.Samenvattend ten aanzien van de drempelsUit alle gesprekken met stakeholders in de afgelopen periode zijn diversebelemmeringen en oplossingsrichtingen naar voren gekomen. Degesprekken met gemeenten en corporaties over eventuele belemme-ringen en hoe deze kunnen worden verminderd zijn nog gaande.Bijvoorbeeld rondom de effecten van bestemmingsplannen en vergun-ningsvereisten van de gemeenten ten aanzien van hospitaverhuur. In hetalgemeen kan worden gezegd dat de G13 gemeenten en de VNG positiefzijn over de ingezette lijnen vanuit het Rijk. De informatievoorzieningrondom de wet- en regelgeving voor zowel burgers als ambtenaren zelf iswel een aandachtspunt. Bijvoorbeeld het verduidelijken van de huidigeregels rondom inkomensafhankelijke huurverhoging is nodig.Wat betreft de corporaties zijn er reeds individuele gesprekken gevoerdmet partijen in het kader van de aankomende wetswijziging en heeft erook een klankbordgroep plaatsgevonden. Hierin is in den brede hetgesprek gevoerd met gemeenten, woningcorporaties, Aedes, VNG,Kences, hospitabemiddelingspartijen en andere betrokken partijen. Dezeklankbordgroep heeft als doel informatie uit te wisselen, beleidsvoor-nemens te toetsen aan de praktijk en input op te halen voor deinformatiecampagne.Naast het contact met individuele corporaties en Aedes, is er vanuit hetMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) eenkoplopersgroep ingericht. Hieraan nemen twaalf corporaties deel diehospitaverhuur toestaan en actief met deze vorm van beter benutten bezigzijn. De intentie van de koplopersgroep is dat kennisdeling plaatsvindt ensteeds meer corporaties zich aansluiten bij de groep, zodat de bekendheidvan hospitaverhuur in de sector wordt vergroot en het geven vantoestemming bij steeds meer corporaties standaard wordt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 926, nr. 3866 Hieronder in de tabel volgt op hoofdlijnen een puntsgewijze samenvattingvan belemmeringen waarvoor als oplossingsrichting een wetswijzigingvereist is. Deze wetswijziging wordt nader uitgewerkt en voorbereid, zodathet volgend kabinet en de Kamers hier verder mee aan de slag kunnen. Deverwachting is dat het wetsvoorstel aan het einde van dit jaar terconsultatie wordt gegeven.BelemmeringMogelijke oplossingHypotheekverstrekkers geven geen toestem-mingIntroduceren mogelijkheid beëindigenhuurcontract met hospitahuurder bij over-dracht woningHospitaverhuurders zijn terughoudend omvoor onbeperkte tijd een hospitahuurder inhuis te nemenIntroduceren huurcontract voor bepaalde tijdvoor hospitaverhuurHospitaverhuur kan gevolgen hebben voor deaanspraak op andere regelingenVerkennen van een aanpassing van deinkomensafhankelijke huurverhogingDe gewijzigde definitie van zelfstandige enonzelfstandige woning ten aanzien van dehuurprijs kan hospitaverhuur negatiefbeïnvloedenDeze wijziging wordt reeds meegenomen bijde aanpassing van het Besluit betaalbare huurwaarvan de beoogde inwerkingtreding 1 juli2024 betreft. InformatiecampagneEen toekomstig verhuurder moet veel uitzoeken om tot hospitaverhuurover te gaan. Zowel voor huurders als kopers geldt dat toestemming vande hypotheekverstrekker of verhuurder nodig is en dat per gemeenteregels over het toestaan van kamerverhuur verschillen. Ook is hetbelangrijk om te weten of de inkomsten uit verhuur invloed hebben optoeslagen en uitkeringen en wat het verhuren betekent voor je belasting-aangifte. Hospitaverhuur is in veel gevallen mogelijk, echter zijn er veelregels die aan hospitaverhuur raken. In het potentieonderzoek kwam alnaar voren dat verduidelijking van informatie ervoor zorgt dat 8% van deNederlanders geïnteresseerd is om hospitaverhuurder te worden. Ook iser een aanzienlijke informatiebehoefte bij gemeenten en corporatiesrondom hospitaverhuur.Om te voorzien in de behoefte aan duidelijke informatie over de mogelijk-heden en regels, zal begin augustus vanuit het ministerie een informatie-campagne gaan lopen. In aanloop daarnaar toe is er sinds vorige maandeen nieuwe pagina op Rijksoverheid.nl bestemd voor huidige entoekomstige hospitaverhuurders gelanceerd. Hier is op één plek deregelgeving te vinden voor hospitaverhuur. Deze informatie wordtonderschreven door Aedes en de Woonbond.Als onderdeel van de lancering van de informatiecampagne werken weaan een communicatieaanpak om de bekendheid met hospitaverhuur tevergroten. Zo komt er voor gemeenten en verhuurders een handreikingdie gemeenteambtenaren en beleidsmedewerkers van woningcorporatiesen particuliere verhuurders ondersteuning biedt in de omgang met en hetinformeren van bewoners over hospitaverhuur. Ook komt er als onderdeelvan de campagne een «toolkit» met communicatiemiddelen beschikbaardie zij, samen met BZK, in kunnen zetten om de bekendheid met hospita-verhuur te vergroten. Daarnaast worden andere middelen ingezet om ookbij het bredere publiek de bekendheid met hospitaverhuur te vergroten,zoals animatievideo’s. Als onderdeel van de campagne informeren webijvoorbeeld over eventuele verminderde privacy die als een van degrootste belemmeringen bij hospitaverhuur uit het onderzoek naar vorenkwam. Om hier handelingsperspectief te bieden willen we burgersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 926, nr. 3867 informeren over welke mogelijkheden er zijn om een privacy-bewustesamenwoonervaring te creëren, bijvoorbeeld in de vorm van informatievi-deo’s met praktische oplossingen en creatieve maatregelen om privacy tewaarborgen.Aanpassen Wet vaste huurcontractenZoals ik in de introductie aangaf, maak ik van de gelegenheid gebruik omin deze hospitabrief ook in te gaan op een openstaande toezegging tenaanzien van de Wet vaste huurcontracten. Ik neem dit mee in deze brief,omdat de beoogde wetswijziging meegenomen kan worden in dewijzigingsvoorstellen ten aanzien van de hospitaverhuur.Als onderdeel van de Wet vaste huurcontracten is het mogelijk gemaaktdat een verhuurder van een zelfstandige woning eenmalig een huurcon-tract kan beëindigen om de woning te verkopen. Deze mogelijkheid isgericht op situaties waarbij mensen nog niet zeker weten wat ze met eenleegstaande woning in hun bezit willen gaan doen, bijvoorbeeld nadat zezijn gaan samenwonen. Een huurcontract voor onbepaalde tijd, zondereen mogelijkheid tot verkoop, is in een dergelijk geval niet passend en kanleiden tot leegstand. Deze mogelijkheid is aan strikte voorwaardenverbonden; de verhuurder mag hier slechts eenmalig gebruik van maken,handelt niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, verhuurt nietmeer dan één woning, heeft de woning zelf ten minste twee jaar alseigenaar bewoond en in de huurovereenkomst is bedongen dat deverhuurder de huurovereenkomst na afloop van de bij dat bedingovereengekomen termijn – van maximaal 2 jaar – kan opzeggen tenbehoeve van verkoop. Een laatste voorwaarde is dat de verhuurder nieteerder dan drie maanden voor het eind van die overeengekomen termijneen huwelijk of een geregistreerd partnerschap is aangegaan. Deze laatstevoorwaarde is na amendering in de wet opgenomen.8 Doel van dezevoorwaarde is om misbruik van deze mogelijkheid te voorkomen: uit hetsluiten van dit huwelijk of het geregistreerd partnerschap tijdens delooptijd van de huurovereenkomst moet blijken dat het samenwonensuccesvol is.Bij de behandeling van de wet in de Eerste Kamer in november 2023 istoegezegd om te kijken naar andere samenlevingsvormen dan eenhuwelijk of het geregistreerd partnerschap als uitzonderingsgrond op dehoofdregel. Ook is toegezegd, dat dit mee zou kunnen worden genomenin een ander nog op te stellen wetsvoorstel Deze toezeggingen zijngedaan na vragen van het lid Talsma (ChristenUnie). Ik ben tot deconclusie gekomen dat de voorwaarde waarmee moet worden aange-toond dat er sprake is van een zogenaamd «geslaagd samenwonen» moetworden geschrapt. Het betreft een inmenging in de persoonlijke levens-sfeer, waarbij vraagtekens kunnen worden gezet bij nut en noodzaakhiervan. Mijns inziens is niet aangetoond dat met de voorwaarde eenhuwelijk of geregistreerd partnerschap te sluiten een gerechtvaardigde,proportionele en praktische uitvoerbare route wordt gecreëerd waarmeehet maatschappelijk doel om leegstand in dergelijke situaties tevoorkomen wordt bereikt. Daarom zal een wijzigingsvoorstel waarin devoorwaarde (artikel 7:274 lid 7, onderdeel b, BW) wordt geschrapt, wordenmeegenomen met de wijzigingsvoorstellen gericht op het stimuleren vanhospitaverhuur. De overige voorwaarden blijven ongewijzigd en bieden inde ogen van het kabinet voldoende waarborgen misbruik te voorkomen.8Kamerstukken II 2022–2023, 36 195, nr. 32.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 926, nr. 3868 AfsluitingOm hospitaverhuur weer écht op de kaart te zetten, is langdurige inzetnodig van zowel het Rijk als gemeenten, hypotheekverstrekkers, woning-corporaties en private verhuurders. In die lijn en in overeenstemming metde toezegging9 zijn er ook lopende initiatieven gesteund, zoals de pilotgeef tijdelijk thuis. Hier is de potentie in de praktijk verder onderzocht.Gebleken is dat hospitaverhuur een passende manier is om snelwoonruimte te creëren en dat schaalvergroting alleen kan plaatsvindenals woningcorporaties, gemeenten, hypotheek-verstrekkers en privateverhuurders hospitaverhuur meer gaan toestaan. Deze partijen wordendaarom opgeroepen tot het stimuleren van hospitaverhuur en samen aande slag te gaan om onbenutte kamers beschikbaar te krijgen voor hen dieeen (tijdelijk) thuis nodig hebben.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.M. de Jonge9Toezegging 4411.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 926, nr. 3869

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1c09c0b0918f84a1

14 okt 2026 · 16efd7fe0e1613b6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.