Verslag van een schriftelijk over de geannoteerde agenda informele Telecomraad 11 en 12 april 2024 (Kamerstuk 21501-33-1062) en het verslag Formele Telecomraad 5 december 2024 (Kamerstuk 21501-33-1055)
Brontekst
Versie b277cbae5d788510 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1064 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 9 april 2024 De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken enKlimaat en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties over de brief van 2 april 2024 over de geannoteerde Agendainformele Telecomraad 11 en 12 april 2024 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1062)en over de brief van 26 januari 2024 over het verslag FormeleTelecomraad 5 december 2023 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1055).De vragen en opmerkingen zijn op 3 april 2024 aan de de Minister vanEconomische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties voorgelegd. Bij brief van 9 april 2024 zijn devragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,KathmannAdjunct-griffier van de commissie,Muller kst-21501-33-1064ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10641 Inhoudsopgaveblz.IVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonen2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie enreactie van de bewindspersonen2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersonen4Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersonen13Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie enreactie van de bewindspersonen16Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie enreactie van de bewindspersonen18Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie enreactie van de bewindspersonen21Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie enreactie van de bewindspersonen23Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie enreactie van de bewindspersonen23 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en en reactie van debewindspersonen Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het verslag vande formele Telecomraad van 5 december 2023 in Brussel alsook degeannoteerde agenda voor de Telecomraad (informeel) van 11 en 12 aprilen de onderliggende stukken.De leden van de PVV-fractie lezen in de geannoteerde agenda over het tevoeren beleidsdebat «User Responsibility Online» dat de Minister van EZKhet belang van het informeren van burgers over hun rechten binnen dedigitale ruimte, specifiek onder de nieuwe Digitale dienstenverordening(DSA), erkent. Deze leden zouden willen zien dat de Minister bij ditonderwerp de kans aangrijpt om een kritische kanttekening bij de DSAbespreekbaar te maken. Zo zijn er maatschappelijke dienstverleners (e.g.de Kindertelefoon) die voor een groot deel afhankelijk zijn van «socialadvertising» om hun doelgroep op discrete wijze te bereiken, maar ditonder de huidige DSA niet meer kunnen doordat niet alleen niet-passendereclame richting de doelgroepen wordt verboden, maar alle reclame. Hoegaat de Minister dit onder de aandacht brengen?Antwoord kabinet:De DSA bepaalt in artikel 28, tweede lid, dat aanbieders vanonline platforms geen reclame op hun interface mogen tonen opbasis van profilering (in de zin van artikel 4, punt 4 van de AVG)met gebruikmaking van persoonsgegevens van minderjarigen.Het artikel verbiedt dus niet alle reclame richting minderjarigen,slechts die op basis van profilering van minderjarigen. Het onderde aandacht brengen van initiatieven als de Kindertelefoon bijminderjarigen is onder de DSA dus nog steeds mogelijk, zij hetdat dit niet mag op basis van profilering. Zo laat de DSA het nogsteeds toe om bijvoorbeeld reclames te richten op een bepaaldedoelgroep, zoals personen in een bepaalde leeftijdscategorie. Zolang gebruikers hun leeftijd hebben verstrekt en een onlineTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10642 platform die verwerkt binnen de kaders van AVG, kan zo eendoelgroep worden benaderd met een advertentie, zonder datdaarvoor profilering hoeft te worden toegepast. Profilering iselke vorm van geautomatiseerde verwerking van persoonsge-gevens waarbij aan de hand van persoonsgegevens bepaaldepersoonlijke aspecten van een natuurlijke persoon wordengeëvalueerd, met name met de bedoeling zijn beroepsprestaties,economische situatie, gezondheid, persoonlijke voorkeuren,interesses, betrouwbaarheid, gedrag, locatie of verplaatsingen teanalyseren of te voorspellen.De DSA is een rechtstreeks werkende verordening die voorziet inmaximumharmonisatie. Het is niet mogelijk om daar op nationaalniveau van af te wijken. Mocht blijken dat artikel 28, tweede lid,in het algemeen onwenselijke neveneffecten creëert dan kan datbespreekbaar worden gemaakt op Europees niveau.Voorts lezen de leden van de PVV-fractie bij het te voeren beleidsdebat«Digitale infrastructuur en connectiviteit» over het recent gepubliceerdewitboek van de Europese Commissie over digitale infrastructuur. Dezeleden zouden graag vernemen wat de inbreng van Nederland is geweestbij de totstandkoming van dit witboek alsook of Nederland hierover eennon-paper heeft opgesteld. Daarnaast zouden de leden gaarne vernemenwanneer de Minister een kabinetsappreciatie aan de Kamer kan doentoekomen.Antwoord kabinet:Nederland heeft actief bijgedragen aan het Europese connectivi-teitsdebat dat voorafging aan de publicatie van het witboek in dediverse Telecomraden het afgelopen jaar en in D9+ verband1.Daarnaast heeft Nederland in mei 2023 een uitgebreide reactiegegeven op de verkennende consultatie van de EuropeseCommissie over toekomstige elektronische connectiviteit endigitale infrastructuur die met de Kamer is gedeeld.2 De appre-ciatie van het witboek is op vrijdag 5 april jl. aan uw Kameraangeboden.Verder vragen de leden van de PVV-fractie hoe de regel «Het risico vaneen te eenzijdige focus op de positie van grote telecombedrijven is ookdat dit juist ten koste kan gaan van Europese innovatie en concurrentie-kracht» op pagina 4 geduid dient te worden.Antwoord kabinet:De liberalisering van de telecommarkt die sinds de jaren ’90 vande vorige eeuw is ingezet heeft gezorgd voor de toetreding vanveel nieuwe aanbieders die gingen concurreren met devoormalige grote staatsbedrijven. Dit heeft gezorgd voorhoogwaardige netwerken en diensten tegen een scherpe prijs.Een te eenzijdige focus op de positie van grote telecombedrijven– en dus minder op gezonde concurrentie die zich heeft bewezen– kan ten koste gaan van Europese innovatie en concurrentie-kracht. Het kabinet acht het daarom van groot belang dat aaneventueel nieuw beleid een zorgvuldige probleemanalyse tengrondslag wordt gelegd en voldoende aannemelijk wordt1De D9+ is een coalitie van Europese digitale koplopers, bestaande uit Zweden, Finland, Estland,België, Nederland, Luxemburg, Denemarken, Ierland, Tsjechië, Polen, Portugal en Spanje.2Kamerstuk 21 501-33, nr. 1029Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10643 gemaakt dat dit nieuwe beleid effectief is. Juist vanwege hetgrote belang van de digitale infrastructuur en de complexiteithiervan moet goed worden nagedacht over de mogelijke gevolgenvan beleid.In het verslag lazen deze leden al op pagina 4, eerste alinea, dat decommissie had aangegeven voorstander te zijn van verdere consolidatieen schaalvergroting om wereldwijde concurrentie aan te kunnen gaan.Wanneer gekeken wordt naar Nederland herkennen deze leden ditgeschetste beeld niet. Het creëren van EU-kampioenen op operatorniveauschakelt concurrentie uit, waarmee de noodzaak om te innoveren vervalt.De leden van voornoemde fractie zouden gaarne vernemen op welkewijze de Minister hier de stelling zal innemen dat dit onwenselijk is.Antwoord kabinet:Het kabinet acht het allereerst wenselijk dat deze constatering inhet witboek dat telecomnetwerken onvoldoende schaal kunnenverkrijgen goed wordt onderbouwd. Juist vanwege het grotebelang en de complexiteit van de digitale infrastructuur blijft hetkabinet aandringen op een zorgvuldige probleemanalyse en eendegelijke onderbouwing van eventueel beleid om hiermee om tegaan. Daarnaast acht het kabinet het van belang dat effectieveconcurrentie ook in nieuwe wetgevende voorstellen wordtgeborgd, en zal zij zich met gelijkgestemde lidstaten hiervoor inEuropa sterk maken.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersonenDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van de geannoteerde agenda. Wel merken zij op dat dezeagenda laat is ontvangen en vragen zij deze voortaan eerder toe te sturen.Over de agenda hebben deze leden vragen, suggesties en opmerkingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vragen, suggesties enopmerkingen over het beleidsdebat «User Responsibility Online». Dezeleden steunen de inzet op het gebied van online kinderrechten. Echtermerken zij op dat maximale privacy en bescherming online voor elkeinternetgebruiker moet gelden. Bovendien merken de leden op dat veelinzet op dit gebied afhangt van leeftijdsverificatie. Zijn de bewindsper-sonen bekend met het onlangs verschenen onderzoek aangevraagd doorDe Groenen/Vrije Europese Alliantie, dat stelt dat betrouwbare leeftijdsve-rificatie niet mogelijk is zonder het schenden van digitale grondrechten?3Deze leden vragen het kabinet om een korte reflectie op dit onderzoek.Zijn de bewindspersonen het eens met de conclusie dat het overhaastimplementeren van nieuwe methoden voor leeftijdsverificatie het doelvoorbij schiet en digitale rechten daardoor in gevaar komen? Welke optiesvoor privacyvriendelijke leeftijdsverificatie kent het kabinet, welke acht zijkansrijk? Hoe kijkt zij naar leeftijdsverificatie op basis van attributen en«zero-knowledge proof» via de Europese digitale identiteit (eID) ofalternatieve applicaties als Yivi? Zijn de bewindspersonen bereid om hetmaximaal borgen van privacy als voorwaarde te stellen voor het steunenvan de verklaring die het Belgische voorzitterschap wil aannemen?Kunnen zij uitleggen onder welke voorwaarden zij níet instemt met eenalgemene verklaring vanuit de Telecomraad?3Greens-EFA, 8 maart 2024, Trustworthy age assurance?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10644 Antwoord kabinet:We zijn op de hoogte van het onderzoek door de KU Leuven en deUniversiteit van Brussel over betrouwbare leeftijdsverificatie.Hierbij is het van belang om op te merken dat voor het Neder-landse beleid geldt dat het verkennen van methoden voorleeftijdsverificatie slechts één van de onderdelen van het beleidis. Naast sterke regelgeving om kinderen te beschermen (zoals deAVG, de AVMSD en de DSA) en het toezicht daarop, zet hetkabinet in op verschillende beleidsinstrumenten. Zoalsbeschreven in de brief over kinderrechten in de digitale wereld4,zien deze instrumenten onder andere op educatie, voorlichting,kennisopbouw en handvatten voor bedrijven.Wat betreft leeftijdsverificatie zien wij enerzijds dat de metho-dieken die momenteel door sociale media worden ingezet – veelalzelfverklaring – onvoldoende adequaat zijn. Een recente studiedoor Ofcom laat zien dat een derde van de kinderen jonger dan18 op sociale media aangeeft dat zij 18 jaar of ouder zijn.5Hierdoor kunnen deze kinderen onder andere in aanraking komenmet voor hen ongeschikte content, kunnen hun persoonsge-gevens zonder toestemming van ouders verwerkt worden enkunnen ze voor commerciële doeleinden geprofileerd wordenterwijl dat voor kinderen onder de 16 jaar niet is toegestaan.Anderzijds zien wij ook dat sterkere vormen van leeftijdsverifi-catie (bijvoorbeeld het gebruik van digitale identiteiten) eenaanmerkelijke impact kunnen hebben op fundamentele waardenzoals zelfbeschikking, privacy en inclusie.We zijn het ermee eens dat zorgvuldig en goed doordacht beleid(ook hier) noodzakelijk is. Daarbij is het belangrijk op te merkendat de mate waarin de inzet van sterkere typen leeftijdsverificatieproportioneel is, afhankelijk is van de context. Wanneer er groterisico’s zijn voor het welzijn van kinderen, is de inzet van eensterkere leeftijdsverificatie methodiek eerder gelegitimeerd danbij kleinere risico’s. Per geval moet goed gekeken worden wat derisico’s zijn en een onderbouwde en doordachte afweging wordengemaakt ten aanzien van de inzet van een leeftijdsverificatiemethodiek. Om organisaties hierbij te helpen heeft het Ministerievan BZK het raamwerk leeftijdsverificatie laten ontwikkelen datmet de Verzamelbrief aan uw Kamer zal worden toegezonden.Zowel bij zwakkere als bij sterkere methodieken van leeftijdsveri-ficatie moeten fundamentele rechten zoals privacy te allen tijdegeborgd zijn. Belangrijke wetgeving in dit kader is de AlgemeneVerordening Gegevensbescherming (AVG). Het maximaalwaarborgen van privacy door de bescherming van persoonsge-gevens is uitgangspunt van deze wetgeving; zo verplicht de AVGom «privacy by design principes» toe te passen. Benaderingenzoals «zero-knowledge proof» en het enkel kenbaar maken vaneen attribuut zijn gestoeld op deze privacy by design benadering.In lijn met deze principes ontstaat er onder de herziene eIDAS-verordening een raamwerk van (publieke en/of private) EuropeseDigitale Identiteit (EDI)-wallets die in de hele EU te gebruikenzijn. Burgers die dat willen kunnen een EDI-wallet krijgenwaarmee zij attributen, zoals leeftijd, kunnen delen zonderdaarbij andere identificerende gegevens vrij te geven. De4Kamerstuk 26 643, nr. 10635A third of children have false social media age of 18+ – OfcomTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10645 herziene eIDAS-verordening vereist dat het gebruik vanEDI-wallets vrijwillig is.We zijn het met u eens dat wanneer technologische oplossingenworden ontwikkeld en/of ingezet, strikte en hoge standaardenmoeten worden toegepast voor het beschermen van funda-mentele rechten. Dit uitgangspunt zien wij terug in de verklaringvan het Belgische voorzitterschap «on promoting a safer,responsible and trustworthy online environment». De verklaringvraagt om Europese begeleiding van online platforms bij hetverkennen van mogelijkheden tot leeftijdsverificatie, met daarbijstrikte inachtneming van de hoogste privacynormen en de keuzevan gebruikers om deel te nemen via anonieme, pseudonieme ofechte identiteitsprofielen. Deze benadering is in lijn met onsbeleid en daarom zien wij (nu) geen reden om aanvullendevoorwaarden te stellen op het gebied van privacybescherming.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben verdere vragen enopmerkingen over verslavend ontwerp op online platformen. Deze ledensteunen verstrekkende voorstellen die mensen helpen om schermgebruikte verminderen door verslavend ontwerp te verbieden. Dit is volgens heneen onmisbare stap om het perverse verdienmodel van Big Tech bedrijvenop te breken. Hiertoe heeft het Europees Parlement (EP) een initiatiefingediend.6 Wat is het kabinetsstandpunt over dit initiatiefrapport? Ziethet kabinet de noodzaak voor aanvullende Europese wetgeving tegenverslavend ontwerp en een verbod op de meest verslavende elementen?Wat vinden andere lidstaten van dit initiatiefrapport? Zijn de bewindsper-sonen bereid om bij de Telecomraad steun uit te spreken voor dit rapporten dit onder de aandacht te brengen bij de andere aanwezigen? Wat isvolgens de bewindspersonen het belang van Europese wetgeving voorconsumentenbescherming in het tegengaan van verslavend ontwerp? Zijnzij bereid om het aanpakken van verslavend ontwerp via consumenten-wetgeving vast te leggen? Welke rol speelt de Digital Services Act in hettegengaan van verslavend ontwerp? De leden zijn benieuwd hoe debewindspersonen reageren op de volgende concrete aanbevelingen uithet rapport van het EP: het verbieden van eindeloos scrollen en auto-playop video’s; het verleggen van de bewijslast voor verslavend ontwerp naarde providers en niet de toezichthouders; het recht om niet gestoord teworden. Kunnen de bewindspersonen afzonderlijk per maatregeltoelichten of zij deze steunen en hoe deze aanbevelingen kunnen wordenbereikt? Kunnen zij deze aanbevelingen ter aandacht brengen in deTelecomraad?Antwoord kabinet:Het kabinet ziet de urgentie van deze problematiek en juicht hettoe dat hier door het Europees Parlement aandacht voor wordtgevraagd. Het kabinet is voorstander van een verdere Europeseaanpak van verslavende algoritmen en ontwerptechnieken en zetzich hier in Europees verband ook actief voor in. Hoewel derge-lijke technieken deels onder de huidige Europese wetgevinglijken te vallen (zowel DSA als consumentenwetgeving) bestaater ook nog onduidelijkheid over de reikwijdte van het juridischkader. Dit dient zich ook uit te kristalliseren nu de DSA recen-telijk volledig van toepassing is geworden. De Nederlandse inzetis er daarom in gelegen de Europese Commissie erop te wijzendat verduidelijking van definities en reikwijdtes van bestaandewetgeving en de toepasbaarheid daarvan op verslavende6Europarl, z.d., Addictive design of online services and consumer protection.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10646 ontwerptechnieken die worden gebruikt op sociale mediaplat-forms noodzakelijk is en om deze technieken verder te regulerenals dit nodig blijkt. Het is uiteindelijk aan de Europese Commissieom eventueel met een voorstel te komen voor nieuwe wetge-vende maatregelen op Europees niveau rondom het verslavendontwerp en te beslissen waar dergelijke regulering in dient telanden. De Commissie bekijkt momenteel of de huidige regelsconsumenten ook online voldoende beschermen («fitnesscheck»). Hierbij wordt ook gekeken naar verslavend ontwerp.Mogelijk zal de Europese Commissie verdere regulering vanverslavend ontwerp in de herziening van deze wetgevingmeenemen. Hierbij zij wel opgemerkt dat het de vraag is of hetconsumentenrecht de meest geschikte plek is om verslavendealgoritmen te reguleren. Het consumentenrecht is in hoofdzaaknamelijk gericht op de economische verhoudingen tussenconsumenten en ondernemers. In de regel worden verslavendeproducten veelal middels separate wetgeving gereguleerd, zoalshet geval is bij alcohol, gokken of tabak.De Digital Services Act (DSA), die sinds 17 februari 2024 vantoepassing is op alle tussenhandeldiensten, bevat een aantalbepalingen die relevant kunnen zijn voor het aanpakken vanverslavende ontwerpen. Zo stelt de DSA in de artikelen 27 en 38voorwaarden aan het gebruik van aanbevelingsalgoritmes. Opgrond van artikel 38 moeten zeer grote online platforms enzoekmachines – zoals TikTok, Instagram en YouTube – hungebruikers ten minste één optie aanbieden waarmee ze de dienstkunnen gebruiken zonder dat die dienst gebruik maakt vanprofilering voor het doen van aanbevelingen. Gebruikers van dezeplatformen en zoekmachines krijgen dus de mogelijkheid omgepersonaliseerde aanbevelingssystemen uit te zetten en inplaats daarvan gebruik te maken van een aanbevelingssysteemdat niet gebaseerd is op profilering. Zeer grote online platformsen zoekmachines zullen dan een andere manier moetenaanbieden voor het ordenen van de informatie die zij toegankelijkmaken of verspreiden.Op grond van artikel 27 in de DSA moeten alle online platforms –dus niet alleen de allergrootste – bovendien transparant zijn overde belangrijkste parameters die in hun aanbevelingssystemenworden gebruikt. Tevens dienen zij transparant te zijn overeventuele opties voor afnemers van de dienst om dezeparameters te wijzigen of te beïnvloeden. Als gebruikers demogelijkheid hebben om het aanbevelingssysteem aan te passen,dan moet die functionaliteit makkelijk toegankelijk zijn.Verder verplicht artikel 25 van de DSA aanbieders van onlineplat-forms om hun online-interface niet zo te ontwerpen, organiserenof beheren dat zij afnemers misleiden, manipuleren, of hunvermogen om vrije en geïnformeerde beslissingen te nemenwezenlijk verstoren of ondermijnen. Artikel 28 verplichtaanbieders van onlineplatforms verder om passende enevenredige maatregelen te nemen die een hoog niveau vanbescherming van minderjarigen waarborgt. Artikel 34 en 35 vande DSA, ten slotte, scheppen de verplichting voor zeer groteonline platforms- en zoekmachines om de zogenaamde systeemri-sico’s voor onder andere de rechten van het kind in kaart tebrengen en risico mitigerende maatregelen te nemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10647 Het is duidelijk uit verschillende bronnen, waaronder gesprekkenmet de Commissie en openbare uitspraken van CommissarisBreton, dat de Commissie actief toezicht houdt op de nalevingvan de DSA door zeer grote online platforms. De Commissieonderzoekt momenteel of de huidige regels consumenten ookonline voldoende beschermen («fitness check»). Hierbij wordtook gekeken naar verslavend ontwerp.Het kabinet vindt dat het verslavend ontwerp van onlinedienstendient te worden aangepakt en heeft dit meermaals bij deCommissie onder de aandacht gebracht.De leden van de voornoemde fractie ontvangen na de informeleTelecomraad graag een terugkoppeling over hoe de verklaring na afloopvan het beleidsdebat tot stand is gekomen. Ook horen deze leden graagwelke standpunten andere lidstaten innemen op het gebied van privacy-vriendelijke leeftijdsverificatie en het initiatiefrapport van het EP oververslavend ontwerp.Antwoord kabinet:Het kabinet zal hierop terugkomen in het verslag van deze Raad.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tevens vragen,suggesties en opmerkingen over de digitale infrastructuur en strategischeautonomie. Deze leden horen graag wanneer de Kamer de kabinetsappre-ciatie op het witboek over Europese digitale infrastructuur ontvangt.Antwoord kabinet:De appreciatie van het witboek is op vrijdag 5 april jl. aan uwKamer aangeboden.Zij vinden het van groot strategisch belang dat Europa digitaal onafhan-kelijk wordt, met Nederland voorop. De bewindspersonen geven aan datzij concurrentie op digitale connectiviteit willen bevorderen. Welkevoorwaarden zouden er volgens het kabinet gesteld moeten worden aanconcurrentie op netwerken? Wat is de rol van Nederland bij het bevor-deren van concurrentie en innovatie? Is er oog voor duurzaamheid in deuitrol van netwerken?Antwoord kabinet:Het kabinet beschouwt concurrentie als een noodzakelijkeaanjager van investeringen, innovatie en betaalbaarheid. Hethuidige uitgangspunt in het Europese kader is dat wanneer ergeen sprake is van effectieve concurrentie, dominante aanbiedersverplicht kunnen worden om toegang te geven aan concurrenten.Zo wordt naast concurrentie tussen netwerken ook concurrentieop netwerken mogelijk gemaakt. Het kabinet hecht eraan dateffectieve concurrentie ook in de toekomst door het regelgevendkader wordt geborgd. Het kabinet ziet het als zijn rol om zich metgelijkgestemde lidstaten hiervoor in Europa sterk te maken.Het kabinet ziet duurzaamheid als een integraal onderdeel vanhet beleid rondom de digitale infrastructuur. Dat betekent datduurzaamheidsoverwegingen niet alleen een rol moeten spelenbij de uitrol van netwerken, maar ook in de exploitatie ervan.Overigens wijst het kabinet er ook op dat excellenteTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10648 connectiviteits-markten bij kunnen dragen aan duurzaamheids-verbeteringen in andere sectoren van de economie.Ook stellen de bewindspersonen dat «de goede vragen [moeten] wordengesteld» over de toekomst van de connectiviteitssector. Wat zijn deantwoorden van Nederland op die vragen? Welk standpunt draagt hetkabinet op elk van de genoemde vragen uit? Wat heeft Nederland nognodig om deze vragen goed te beantwoorden?Antwoord kabinet:Het witboek kan worden gezien als een visie van de EuropeseCommissie vooruitlopend op eventuele wetgevingsvoorstellen.Juist vanwege het grote belang en de complexiteit van de digitaleinfrastructuur hecht het kabinet grote waarde aan eenzorgvuldige probleemanalyse en een degelijke onderbouwing vaneventueel beleid om hiermee om te gaan. Om in Europeesverband tot zorgvuldige beleidsafwegingen te komen moeten nogde nodige stappen gezet worden. In de Nederlandse reactie7 opde verkennende consultatie van de Europese Commissie vorigjaar over toekomstige elektronische connectiviteit en digitaleinfrastructuur en in de Staat van de Digitale Infrastructuur8 heefthet Kabinet haar visie op de digitale infrastructuur uiteengezet.Het kabinet meent dat grootschalige Europese consolidatie geendoel op zichzelf is, en dat de noodzaak hiervan vooralsnog nietvoldoende is gesubstantieerd, mede gelet op de positieve invloeddie (de vele) marktpartijen de afgelopen jaren hebben gehad opde uitrol van netwerken en de dienstverlening. Nederland ziet hetversterken van interoperabiliteit en standaardisatie, dat wilzeggen het zorgen voor goede koppelingen tussen de netwerkenen diensten van verschillende aanbieders, als mogelijke route omde Europese positie te versterken zonder afbreuk te doen aangezonde concurrentie tussen aanbieders.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen ook dat enkele lidstatenzorgen hebben over de consolidatie van telecombedrijven en de gevolgendaarvan op consumenten. Welke lidstaten zijn dit? Wat is daarop dereactie van het kabinet? Welke bescherming voor betaalbaarheid enconsumentenrechten bepleit het kabinet in Europa? Wat kan daarnationaal aan gedaan worden?Antwoord kabinet:Het kabinet kan in dit kader geen uitspraken doen over destandpunten van individuele lidstaten. Het kabinet meent datgrootschalige Europese consolidatie geen doel op zichzelf is, endat de noodzaak hiervan vooralsnog niet voldoende is onder-bouwd. Het in stand houden van voldoende concurrentie is debelangrijkste randvoorwaarde om hoogwaardige, betaalbarediensten te houden. In het bestaande wettelijk kader van deEuropese Telecomcode is sprake van een relatief hoog niveau vangeharmoniseerde consumentenbescherming. Het kabinet ziet opdit moment geen aanleiding om dit niveau te verzwaren of teverlichten.7Kamerstuk 21 501-33, nr. 1029.8Kamerstuk 26 643, nr. 1119Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10649 Deze leden vragen of het bouwen aan sterke Europese leveranciers deconcurrentie van landelijke operators gaat beïnvloeden. Hoe kijken debewindspersonen naar de concurrentie tussen operators op landelijkniveau? Is dit ook onderdeel van de besprekingen met andere lidstaten?Hoe gaat het kabinet daarbij de concurrentie tussen Nederlandseoperators bewaken?Antwoord kabinet:De huidige concurrentie tussen operators op landelijk niveauwordt beoordeeld door de Autoriteit Consument en Markt (ACM)als onafhankelijk markttoezichthouder. In recente besluiten heeftde ACM geconcludeerd dat er voldoende concurrentie is in detelecommarkt.9 De vraag of en in welke mate het bouwen vansterke Europese leveranciers de concurrentie op landelijk niveaugaat beïnvloeden, is afhankelijk van de concrete invulling van hetdoor de Europese Commissie beoogde nieuwe beleid. Dezeinschatting is op dit moment niet goed te maken. Het waarborgenvan voldoende concurrentie op landelijk niveau is een belangrijkonderdeel van het Europese beleidsdebat en daarmee eengespreksonderwerp met de Commissie en lidstaten.Bovendien zien de leden dat de uitrol van 5G gepaard gaat met grotekosten. Welk financieringsmodel zien de bewindspersonen voor zich voorde dure uitrol van 5G in Europa? Welke investeringen verwacht hetkabinet van lidstaten, leveranciers en grootgebruikers?Antwoord kabinet:Private investeringen in de digitale infrastructuur zijn hetuitgangspunt in het Europese telecomkader. Daar waar de marktonvoldoende voorziet in de gewenste investeringen kunnenpublieke investeringen een rol spelen, mits wordt voldaan aan deEuropese kaders voor staatssteun. De verdere uitrol van 5G vergtnet als de uitrol van eerdere generaties mobiele technologie denodige investeringen van telecomaanbieders. Er zijn op ditmoment geen concrete aanwijzingen dat er onvoldoendemiddelen beschikbaar zijn om deze investeringen te doen. Wel ishet belangrijk dat zich voldoende vraag ontwikkelt naar5G-diensten, omdat er anders onvoldoende prikkels zijn voortelecombedrijven om hun netwerken steeds verder te ontwik-kelen. Om die reden vindt het kabinet het belangrijk dat er inEuropees verband voldoende aandacht is voor het stimuleren vande vraag naar geavanceerde use-cases.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn blij te lezen dat de bewinds-personen van mening zijn dat voor het versterken van economischeveiligheid een alomvattende aanpak nodig is. Deze leden hebben wel eenaantal vragen hierover. De bewindspersonen geven aan dat Nederlandinzet op maatregelen die proportioneel, gericht, landenneutraal enrisico-gebaseerd zijn. Kunnen de bewindspersonen aangeven waarom ergekozen is voor een landen neutrale aanpak terwijl bekend is dat bepaaldestaten en statelijke actoren meer risico met zich meebrengen dananderen? Kunnen de bewindslieden aangeven wat zij precies verstaanonder een «open» strategische autonomie? Wanneer is de economie wathen betreft veilig?9ACM ziet voldoende concurrentie telecommarkt, maar houdt vinger aan de pols | ACM.nl enKPN mag Youfone overnemen | ACM.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106410 Antwoord kabinet:Het aanpakken van economische veiligheidsrisico’s luistert nauw. Hetvereist maatregelen die gericht, proportioneel, adaptief en risico-gebaseerd zijn. Dit vergt een landenneutrale aanpak. Oftewel eengenerieke aanpak die toepasbaar is op dreigingen die een risico vormenvoor de nationale veiligheid vanuit elke actor. De instrumenten binnendeze aanpak kunnen worden toegepast op de geïdentificeerde landenspe-cifieke risico’s. Een landenneutrale en risico-gebaseerde aanpak is ookbelangrijk in het kader van de naleving van het op regels gebaseerdemultilaterale systeem, waar Nederland grote waarde aan hecht. Waarnodig worden gerichte maatregelen getroffen om de dreiging vanstatelijke actoren te verminderen, statelijke actoren te ontmoedigen of deweerbaarheid van Nederland te verhogen.Onder «open» strategische autonomie verstaat het kabinet datNederland open is waar het kan, beschermend waar het moet.Juist onze open economie heeft er de afgelopen decennia medevoor gezorgd dat de Nederlandse welvaart hoog is en Neder-landse bedrijven internationaal innovatief én concurrerend zijn.Belangrijker is het om, op basis van een gedegen kennis van waarde kansen en risico’s zich voordoen, slimme keuzes te maken watwe wel zelf willen doen in Nederland en in EU-verband, en waarwe met partnerlanden op samen willen werken. Daarbij is hetbelangrijk om te realiseren dat volledige uitbanning van allerisico’s en afhankelijkheden onrealistisch is. Voor het kabinet isbelangrijk dat de risico’s van specifieke afhankelijkheden met degrootste impact op de nationale veiligheid, het verdienvermogenen de maatschappij op een bewuste en evenwichtige maniergeadresseerd worden om de weerbaarheid te versterken.De bewindspersonen geven aan dat de EU strategische keuzes moetmaken voor de ontwikkeling van welke technologieën het middelen voorstimulering, bescherming en samenwerking beschikbaar stelt. Deze ledenzijn het hiermee eens, maar vragen wat de voorkeur is van de bewindsper-sonen voor deze specifieke technologieën. Waar zijn zij van plan om op inte zetten? Zitten hier specifieke technologieën en industrieën tussen waarNederland zelf sterk in is of een sterke sector in heeft? Zo nee, zijn zij vanplan om daar op in te zetten?Antwoord kabinet:In de agenda Digitale Open Strategische Autonomie (DOSA) zethet kabinet in op negen specifieke digitale technologieën dievanuit geopolitiek en geo-economisch perspectief het meestcruciaal zijn. Dit vanwege de grote impact op onze publiekebelangen en omdat de EU er ofwel (toekomstige) risicovollestrategische afhankelijkheden heeft, ofwel juist een sterkepositie heeft wat tot een omgekeerde afhankelijkheid kan leiden.Hierbij gaat het om: halfgeleiders, quantumtechnologie, fotonica,AI, cloud, netwerktechnologie waaronder 6G, cybersecurity, opensource software en kantoorsoftware. Als tiende prioriteit istoegang tot kritieke grondstoffen die nodig zijn voor deproductie van digitale technologie ook cruciaal. De technologieëndie eruit springen waar Nederland een sterke positie op heeft,zijn bijvoorbeeld halfgeleiders, fotonica, quantum computing encybersecurity (cryptografie). In de agenda zijn ook technologieënopgenomen waar andere EU-landen een dominante positie ophebben, en waar Nederland een rol vervult in de waardeketen,bijvoorbeeld bij netwerktechnologie. Daarentegen zijn er ookTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106411 prioriteiten waarin de EU grotendeels afhankelijk is van derden.Dit gaat om grondstoffen, cloud, AI en kantoorsoftware enopnieuw halfgeleiders. Volgens het kabinet is er aanleiding om opalle in de agenda DOSA genoemde prioriteiten de Nederlandse ende Europese inzet te versterken, met maatregelen die stimuleren,die beschermen en die onze internationale partnerschappenversterken. Hierbij wil het kabinet nogmaals benadrukken dat hetafbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden, endaarmee het bevorderen van onze autonomie, zeer complex enkostbaar is en dat dit daarom gericht ingezet moet worden.De bewindspersonen geven aan dat er interpretatieverschillen bestaan tenaanzien van oproepen van de digitale open strategische autonomie vanEuropa. Kunnen de bewindspersonen aangeven welke interpretatiever-schillen dat zijn? Waarin verschilt de Nederlandse opvatting van die vanandere landen, waar liggen de grootste verschillen? Wat zijn de grootsteovereenkomsten en hoe zijn de bewindspersonen van plan om op tetrekken met landen waarmee we deze overeenkomsten in zienswijzedelen? Hoe zijn de bewindspersonen van plan om in te zetten op meerruimte voor Europese en Nederlandse alternatieven?Antwoord kabinet:Een belangrijke overeenkomst is dat ook andere Europeselidstaten het belang zien van een gerichte Europese aanpak omafhankelijkheden in kaart te brengen en de concurrentiekracht enhet digitale leiderschap van Europa te versterken. Verschillenzitten in de mate waarin en de manier waarop de staat kanoptreden om industrieën te ondersteunen, in de vraag in hoeverrehet wenselijk is om bij álle digitale technologieën te kiezen voorproductie op nationaal grondgebied en de vraag hoe de samen-werking met gelijkgestemde landen en partners buiten de EUvormgegeven moet worden.Voor Nederland is het belangrijk om te beschermen waar hetmoet, maar open te zijn waar het kan. Het is belangrijk omafhankelijkheden van derden nauwkeurig af te wegen. Risicovollestrategische afhankelijkheden moeten worden gemitigeerd.Tegelijkertijd moeten we waken om niet door te slaan in protecti-onisme, dat op termijn schadelijke gevolgen kan hebben vooronze internationale concurrentiepositie.Nederland is actief in gesprek met andere Europese lidstaten overdigitale open strategische autonomie, zowel met lidstaten dieonze zienswijze delen als met lidstaten waarmee er meerverschillen in zienswijze zijn. Ook brengt Nederland hetonderwerp onder de aandacht van de Europese Commissie.Of meer ruimte voor Europese en Nederlandse alternatievenwenselijk is moet per digitale technologie en productcategorieworden bezien. De Agenda DOSA en de Nationale TechnologieStrategie bieden hier aanknopingspunten voor. Om een voorbeeldte geven, zet het kabinet zich voor de prioriteit cybersecurity indoor te onderzoeken hoe de Nederlandse cryptografiemarktverder versterkt kan worden, en door te bezien of de duur vancontracten voor levering van cybersecuritydiensten aan deoverheid verlengd kan worden, om op die manier strategischer tekunnen samenwerken met de sector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106412 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vragen en opmerkingenover de verordening gigabit infrastructuur. Zij erkennen het belang vaneen stevig digitaal netwerk, maar benadrukken ook dat hierin een grote rolis weggelegd bij nationale medeoverheden. Kunnen de bewindspersonenhaar inzet op de verordening nader toelichten? Welke nationale invullingwordt er nog aan de verordening gegeven zodra deze van kracht is?Hoeveel zeggenschap krijgen lidstaten daarin? Wat zijn de gevolgen vande verordening op de vergunningverlening vanuit lokale en regionaleoverheden? Is hierover overleg geweest met vertegenwoordigers vanmedeoverheden? Wat zijn hun wensen ten aanzien van deze verordeningen zijn deze ingewilligd?Antwoord kabinet:Aangezien de verordening gigabit infrastructuur niet op deagenda van de informele Telecomraad staat, zal de beant-woording van bovenstaande vragen worden meegenomen in hetverslag van deze Raad.De leden van voornoemde fractie bedanken de bewindslieden en debetrokken ambtenaren voor de beantwoording.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van destukken aanhangig de Telecomraad d.d. 11–12 april 2024. Deze ledenhebben nog enkele vragen en opmerkingen.Het stemt de leden van de VVD-fractie positief dat er mogelijk ruimte isvoor een gedeelde aanpak om de weerbaarheid van zeekabels teversterken. Zeker gezien besloten is om onderzeese datakabel infra-structuur in Nederland als vitale dienst aan te merken, naar aanleiding vande oproep van de VVD-fractie. Deze leden vragen hoe het kabinet zich ingaat zetten voor een passende beveiliging van deze vitale infrastructuur.Wanneer zal het kabinet besluiten welke aanbieders worden beschouwdals vitale aanbieder en hoe zal het kabinet dit meenemen in de samen-werking in de Europese Unie? Gezien de veiligheidsdreiging vragen dezeleden hoe het kabinet de onderzeese datakabel infrastructuur meeneemtin de versterkte aanpak vitaal en wat dit betekent voor de gezamenlijkeEU-inzet voor het versterken van de weerbaarheid van zeekabels?Antwoord kabinet:Er wordt op dit moment een vitaal beoordeling uitgevoerd naarde gehele digitale infrastructuur, onderzeese datakabels zijn hieronderdeel van. Dit is conform de versterkte aanpak vitaal waarde Minister van JenV vorig jaar een Kamerbrief over heeftgestuurd10. In deze vitaal beoordeling worden objectieve criteriaopgesteld om te bepalen welke onderzeese datakabelaanbiedersaangewezen kunnen worden als vitaal. Het onderzoek en dedaarbijbehorende beoordeling is naar verwachting aan het eindvan dit jaar afgerond.Daarnaast vallen onderzeese datakabelaanbieders, wanneer hetopenbare elektronische communicatienetwerken en/of dienstenbetreft, binnen de reikwijdte van de telecommunicatie wet enstraks binnen de nieuwe richtlijn netwerk- en informatiebevei-10Kamerstuk 30 821, nr. 182.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106413 liging (de NIS2-richtlijn, ter vervanging van de NIS1-richtlijn).Deze richtlijn schrijft voor dat essentiële en belangrijke dienstenpassende en evenredige technische, operationele en organisato-rische maatregelen moeten nemen om de risico’s voor debeveiliging van de netwerk- en informatiesystemen te beperken.Uw Kamer is eerder dit jaar geïnformeerd over de stand vanzaken van de implementatie van de NIS2-richtlijn.11Daarnaast publiceerde de Europese Commissie 21 februari jl. eenaanbeveling omtrent onderzeese kabelinfrastructuren. Dezeaanbeveling is een eerste aanzet van de Commissie om te komentot een gecoördineerde EU-aanpak, met als doel de veiligheid enweerbaarheid van de onderzeese data-infrastructuur te vergroten.De Commissie benadrukt hierbij dat de gecoördineerdeEU-aanpak daarbij geen afbreuk doet aan bijvoorbeeld debevoegdheden van de lidstaten met betrekking tot nationaleveiligheid. De Commissie beveelt zowel acties op nationaal alsEU-niveau aan. Het BNC-fiche dat ingaat op deze aanbeveling vande Commissie over veilige en weerbare onderzeese kabelinfra-structuren, is op vrijdag 5 april jl. aan uw Kamer aangeboden.Naar aanleiding van de genoemde stappen die worden gezet in Nederlandmet betrekking tot de implementatie van de AI-verordening, vragen deleden van de VVD-fractie hoe het toezicht op de verordening ingericht zalworden in Nederland en hoe dit bijdraagt aan de helderheid voor (mkb-)bedrijven die willen weten hoe ze kunnen of moeten voldoen aan deverordening, zonder hen meer kosten en administratie op te leveren.Tevens vragen de leden van de VVD-fractie hoe het kabinet probeert tevoorkomen dat toezicht op AI wordt verenigd tot persoonsgegevens endata en hoe wordt voorkomen dat bedrijven te maken krijgen met AItoezichthouders die elkaar tegenspreken?Antwoord kabinet:Aangezien de AI-verordening niet op de agenda van de informeleTelecomraad staat, zal de beantwoording van bovenstaandevragen worden meegenomen in het verslag van deze Raad.Naar aanleiding van de genoemde discussiepunten, vragen deze ledenhoe Nederland zich zal blijven inzetten voor het verantwoordelijk houdenvan Big Tech bedrijven met betrekking tot het creëren en in stand houdenvan verslavende apps? Op welke manier gaat het kabinet ervoor zorgendat onze mentale gezondheid beschermd wordt en dat bedrijven diewillens en wetens apps op een schadelijke manier maken, aangepaktworden? Wie houdt het toezicht hierop en hoe wordt ervoor gezorgd dathier de juiste middelen en bevoegdheden voor zijn?Antwoord kabinet:Het Nederlandse beleid is gericht op het creëren van een gezondeen veilige online omgeving. Nederland voert in dat verbandregelmatig besprekingen met vertegenwoordigers van Big Techom te praten over verdergaande maatregelen ter beschermingvan kinderen die gebruik maken van digitale diensten zoals dieonder meer door de grote platforms worden aangeboden.Nederland vindt dat de verantwoordelijkheid voor een veilige engezonde online omgeving niet bij één speler moet worden belegd.11Kamerstuk 22 112, nr. 3868.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106414 Het voert daarom ook zelf beleid, onder meer specifiek opverslavende elementen in apps. Zo wordt door Nederland inEuropees verband aangestuurd op het verbieden van loot boxesen het strenger reguleren van andere verslavende elementen inapps en games. Nederland ontwikkelt op dit moment eengame-check die verslavende technieken in games inzichtelijkmaakt voor de gebruiker.Vanuit het Ministerie van VWS is in samenwerking met OCW enSZW in juni 2022 de «Aanpak mentale gezondheid voor onsallemaal» gelanceerd. Deze heeft tot doel om de mentalegezondheid van inwoners van Nederland te verbeteren. Deaanpak besteedt specifiek aandacht aan jongeren en de onlineleefwereld. Zo bevat actielijn «Mentaal Gezond Online» van dezeaanpak doelen en acties om ervoor te zorgen dat jongerenmediawijs worden en blijven. Hierbij wordt ingezet op bewust-wording over de digitale balans en hoe deze kan wordenbehouden.Tegelijkertijd zien we een zekere versnipperdheid in kennis overdigitalisering en welzijn. Met het doel die de kennis te bundelen,up to date te houden en vervolgens weer te delen, gaf deStaatssecretaris van BZK op 3 april 2024, samen met de directeurvan Trimbos instituut het startsein voor het Expertise centrumDigitalisering en Welzijn. Daarnaast start BZK in het najaar eenpubliekscampagne om kinderen en ouders meer bewust te latenworden van het gebruik van digitale diensten (kansen en risico’s).De bewustwording moet er toe leiden dat kinderen (en ouders)tot een meer verantwoord gebruik van digitale diensten komen.Voor wat betreft deze publiekscampagne vond Nederlandinspiratie in het Franse programma «Je protege mon enfant» (ikbescherm mijn kind), dat ziet op digitaal ouderschap.Toezicht is van wezenlijk belang. In Nederland wordt doorverschillende instanties toezicht gehouden. Geconstateerd is dathet toezicht, waar het digitale diensten betreft, versnipperd is.Met deze toezichthouders wordt gesproken om te komen tot eenversterkt en meer coherent toezicht op digitale diensten.In de EU is het belangrijk om te noteren dat de Digital ServicesAct (DSA) van toepassing is op zeer grote online platforms enzoekmachines. De DSA beoogt onder meer de verspreiding vanillegale online content en systeemrisico’s aan te pakken, onderandere vanwege de bescherming van de volksgezondheid enminderjarigen en ernstige negatieve gevolgen voor het lichame-lijke en geestelijke welzijn van de persoon.Het primaat van het DSA-toezicht ligt bij de Europese Commissie.De Commissie is exclusief bevoegd voor het toezicht op en dehandhaving van de verplichtingen uit de DSA die gelden voorzeer grote online platforms. De Europese Commissie is al actiefop deze verplichtingen aan het handhaven en heeft ook al eengroot aantal informatieverzoeken gestuurd naar deze zeer groteonline platforms. Tegen X (voorheen Twitter) en TikTok is deEuropese Commissie ook een handhavingstraject gestart, dat zichonder meer richt op dark patterns en het verslavend ontwerp inde interfaces van deze platforms.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106415 Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de NSC-fractie constateren dat de Minister van EZK en deStaatssecretaris van BZK namens Nederland in het kader van hetbeschermen van kinderen en jongeren online al een duidelijke koers envisie hebben. Tegelijkertijd, constateren deze leden, spelen er momenteelnog substantiële problemen rondom het mentale welzijn van kinderen enjongeren, waarbij digitale media waarschijnlijk een versterkend effectheeft. Waar zien de Minister en de Staatssecretaris nog tekortkomingen inhet Nederlands beleid rondom mentaal welzijn in relatie tot digitale mediaen verwachten zij dat er lessen te trekken zijn uit het beleid van specifiekeandere EU-landen?Antwoord kabinet:Zoals benoemd in bovenstaand antwoord op de vraag van deleden van de VVD-fractie, is vanuit het Ministerie van VWS insamenwerking met OCW en SZW in juni 2022 de «Aanpakmentale gezondheid voor ons allemaal» gelanceerd. Deze heefttot doel om de mentale gezondheid van inwoners van Nederlandte verbeteren. De aanpak besteedt specifiek aandacht aanjongeren en de online leefwereld. Zo bevat actielijn «MentaalGezond Online» van deze aanpak doelen en acties om ervoor tezorgen dat jongeren mediawijs worden en blijven. Hierbij wordtingezet op bewustwording over de digitale balans en hoe dezekan worden behouden.Tegelijkertijd zien we een zekere versnipperdheid in kennis overdigitalisering en welzijn. Met het doel die kennis te bundelen, upto date te houden en vervolgens weer te delen, gaf de Staatsse-cretaris van BZK op 3 april 2024, samen met de directeur vanTrimbos instituut het startsein voor het Expertise centrumDigitalisering en Welzijn. Daarnaast start BZK in het najaar eenpubliekscampagne om kinderen en ouders meer bewust te latenworden van het gebruik van digitale diensten (kansen en risico’s).De bewustwording moet er toe leiden dat kinderen (en ouders)tot een meer verantwoord gebruik van digitale diensten komen.Voor wat betreft deze publiekscampagne vond Nederlandinspiratie in het Franse programma «Je protege mon enfant» (ikbescherm mijn kind), dat ziet op digitaal ouderschap.Met inachtneming van het feit dat de Europese Commissie aanstuurt opeen centrale, orkestrerende rol voor grote Europese telecombedrijven en-apparatuurleveranciers om zo tegenwicht te kunnen bieden tegen dedominantie van voornamelijk Amerikaanse partijen op de cloudmarkt,vragen de leden van de NSC-fractie aan de Minister of zij voornemens istijdens de Telecomraad in gesprek te gaan met andere deelnemendelanden die momenteel telecombedrijven al aan het positioneren zijn omdeze rol op nationaal niveau te pakken. Zijn er lessen zijn die de Ministerwil trekken uit de manier waarop andere EU-landen met het cloud-vraagstuk omgaan, vragen deze leden. Ook zijn zij benieuwd of deMinister eventueel een samenwerking met andere landen voor zich ziet inhet strategisch positioneren van Europese telecombedrijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106416 Antwoord kabinet:Tijdens de Telecomraad zal Nederland aandacht vragen voor hetnader concretiseren van de geschetste beleidsrichtingen in hetwitboek van de Europese Commissie. Specifiek ten aanzien vaneen beoogde centrale, orkestrerende rol voor telecombedrijven ishet belangrijk om te begrijpen wat het witboek hieronderconcreet verstaat. Het witboek is hierover nog relatief abstract.Meer duidelijkheid is nodig voor een verdere appreciatie, en omvast te stellen in hoeverre een dergelijke rol een realistisch enwenselijk beleidsdoel is. De digitale infrastructuur is voortdurendin beweging, waarbij de rollen van en verhoudingen tussen deverschillende actoren zoals telecombedrijven en cloudaanbiedersin de waardeketen geen vaststaand gegeven zijn. Tijdens deTelecomraad zal Nederland in gesprek gaan met de anderelidstaten om kennis te nemen van hun gedachten over de manierwaarop we samen met deze partijen innovatie kunnen stimuleren.Nederland blijft de samenwerking met andere lidstaten zoeken enzal ook met hen van gedachten wisselen over het strategischpositioneren van Europese telecombedrijven.Het ontwikkelen van Europees aanbod van clouddiensten is eenbelangrijk beleidsonderwerp, dat het telecombeleid overstijgt enwaarbij veel verschillende initiatieven op nationaal en Europeesniveau een rol kunnen spelen. Nederland werkt hierop samen metde Europese Commissie en andere lidstaten, waarbij ook steedsover en weer lessen worden getrokken. Uitgangspunten zijn datonze digitale open strategische autonomie en verdienvermogenversterkt worden, waarbij aandacht moet zijn voor innovatie enconcurrentie. Beleid dat zich hierop richt moet niet beperkt zijntot alleen het positioneren van telecombedrijven, maar ookaandacht hebben voor nieuwe innovatieve Europese bedrijfsmo-dellen. Nederland steunt beleid gericht op de ontwikkeling vaninnovatieve clouddiensten door Europese partijen die veelbelo-vende cloudtechnologie ontwikkelen, waaronder maar nietuitsluitend telecombedrijven. Zo hebben de lidstaten van deEuropese Unie op 15 oktober 2020 een verklaring ondertekendom samen te werken aan de uitrol van veerkrachtige en concurre-rende cloudinfrastructuur en -diensten in heel Europa.Aan deze verklaring wordt onder andere concreet invullinggegeven middels een aantal initiatieven. Via het «ImportantProjects of Common European Interest on the next generationCloud Infrastructure and Services» (IPCEI CIS) stelt Nederlandruim 71 miljoen euro subsidie beschikbaar voor de ontwikkelingvan een nieuwe generatie innovatieve, duurzame en veiligeEuropese cloudoplossingen. De Tweede Kamer is op 21 december2023 over de IPCEI CIS geïnformeerd middels de beantwoordingvan vragen van de Kamer en een Kamerbrief. De projecten,inclusief de uitrolfase, lopen tot en met 2028. Daarnaast neemtNederland deel aan de European Alliance for Industrial Data,Edge and Cloud, waarin overheden en bedrijven op Europeesniveau samenwerken om de ontwikkeling en uitrol van nieuweoplossingen te stimuleren. Ook loopt het Gaia-X initiatief, daterop gericht is om een alternatief te ontwikkelen voor de deelsgesloten ecosystemen van bestaande grote cloudspelers. DiverseNederlandse bedrijven en organisaties zijn hierachter dedrijvende kracht, het gaat hierbij zowel om telecombedrijven alsandere innovatieve spelers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106417 We betrekken deze partijen ook actief bij de vormgeving van onsbeleid, en blijven vanzelfsprekend met bedrijven en experts ingesprek. In de op 22 maart aan uw Kamer verzonden beant-woording van vragen van de leden Kathmann, Six Dijkstra enSneller12 over de verhuizing van het «.nl domein» hebben deMinister van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecre-taris voor Koninkrijksrelaties en Digitalisering aangegeven ingesprek te gaan met de Nederlandse cloudsector en anderebelanghebbenden zoals gebruikers en experts. Dit gesprek heeftop 27 maart plaatsgevonden en werd door alle aanwezigen alszeer nuttig ervaren. Het werd door de deelnemers gewaardeerddat het kabinet nadrukkelijk aandacht heeft voor risicovollestrategische afhankelijkheden op het gebied van cloud. Vanuithet afwegingskader zoals neergelegd in de Agenda Digitale OpenStrategische Autonomie13 zijn verschillende aandachtspunten enoplossingen besproken. Daarbij kwamen verschillende ideeën aande orde, waaronder het versterken van handhaving en toezichtvan bestaande wet- en regelgeving vanuit o.a. de Dataveror-dening en de Digitalemarktenverordening, de (potentiële) rol vande overheid als aanbesteder van clouddiensten (via het Rijks-cloudbeleid), als ook het investeren in concrete projecten diekunnen opschalen tot alternatieve cloudproducten en diensten,(waarbij ook de hierboven genoemde IPCEI CIS werd genoemd).Er was overeenstemming dat betere samenwerking tussen allebetrokkenen (overheid, bedrijfsleven, wetenschap, maatschappe-lijke organisaties) vereist is. Het idee is dan ook om de inzichtenvan deze bijeenkomst te betrekken in de verdere beleidsontwik-keling rond het cloud vraagstuk.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde stukken voor de informele Telecomraad d.d. 11–12 april.Deze leden hebben daar nog enkele vragen en opmerkingen bij.Ten eerste zal een groot deel van de agenda van de Telecomraad wordengevuld met ontwikkelingen aangaande het Europese telecombeleid. Deleden van de D66-fractie begrijpen dat het in de lijn der verwachting ligtdat de Europese Commissie een fundamentele herziening zal voorstellenaangaande het Telecombeleid. Deze leden vragen de Minister of zij hieropkan reflecteren en of zij kort het huidige kabinetsstandpunt kan samen-vatten aangaande het (Europese) telecombeleid?Antwoord kabinet:De appreciatie van het witboek is op vrijdag 5 april jl. aan uwKamer aangeboden.Verschillende uitingen van de Europese Commissie schetsen de noodzaakvoor financiële investeringen in de Europese telecomsector. Volgensschattingen is er € 200 miljard nodig om de doelen te behalen die zijzichzelf heeft gesteld (bijvoorbeeld op het gebied van 5G). Hoe kijkt deMinister naar deze opgave, vragen de leden van de D66-fractie.12Antwoord op vragen van de leden Kathmann, Six Dijkstra en Sneller over de verhuizing vanhet .nl domein | Tweede Kamer der Staten-Generaal13Kamerstuk 36 259, nr. 21.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106418 Antwoord kabinet:Het kabinet onderkent dat de verdere uitrol van 5G en glasvezelvoor Europese telecombedrijven een flinke opgave is, net zoalsdit gold voor eerdere generaties mobiele technologie en vastenetwerken. Deze investeringsbehoefte moet tegelijkertijd inperspectief gezet worden tegen de gangbare totale jaarlijkseinvesteringen door de sector. Deze bedragen op basis van cijfersvan de grote Europese telecombedrijven tussen de 50 en60 miljard euro per jaar14. Daarbij is het belangrijk dat zichvoldoende vraag ontwikkelt naar 5G-diensten, omdat er andersonvoldoende prikkels zijn voor telecombedrijven om hunnetwerken steeds verder te ontwikkelen. Om die reden vindt hetkabinet het belangrijk dat er in Europees verband voldoendeaandacht is voor het stimuleren van de vraag naar geavanceerdeuse-cases.Er is een witboek opgesteld door de Europese Commissie («Hoe kunnenwe de behoeften van Europa op het gebied van digitale infrastructuurbeheersen?»), waarin drie pijlers van initiatieven worden genoemd. Kande Minister toelichten in hoeverre Nederland heeft bijgedragen aan detotstandkoming van dit witboek, zo vragen de leden van de D66-fractie.Antwoord kabinet:Nederland heeft actief bijgedragen aan het Europese connectivi-teitsdebat dat voorafging aan de publicatie van het witboek in dediverse Telecomraden het afgelopen jaar en in D9+ verband15.Daarnaast heeft Nederland in mei 2023 een uitgebreide reactiegegeven op de verkennende consultatie van de EuropeseCommissie over toekomstige elektronische connectiviteit endigitale infrastructuur die met de Kamer is gedeeld.16Hoe kijkt de Minister specifiek naar de tweede pijler, waarin wordtgeconstateerd dat de huidige Europese telecommarkt te gefragmenteerdis voor de nodige schaalvergroting en de bijbehorende investeringen? Inhoeverre deelt zij deze analyse van de Europese Commissie, en inhoeverre komt dit overeen met het Nederlandse kabinetsstandpunt, zovragen deze leden?Antwoord kabinet:Het kabinet meent dat grootschalige Europese consolidatie geendoel op zichzelf is, en dat de noodzaak hiervan vooralsnog nietvoldoende is gesubstantieerd, mede gelet op de positieve invloeddie (de vele) marktpartijen de afgelopen jaren hebben gehad opde uitrol van netwerken en de dienstverlening. Nederland ziet hetversterken van interoperabiliteit en standaardisatie, dat wilzeggen het zorgen voor goede koppelingen tussen de netwerkenen diensten van verschillende aanbieders, als mogelijke route omde Europese positie te versterken zonder afbreuk te doen aangezonde concurrentie tussen aanbieders.14Zie het rapport «State of Digital Communications», ETNO, januari 2023: Reports (etno-state ofdigital communications 2023.pdf).15De D9+ is een coalitie van Europese digitale koplopers, bestaande uit Zweden, Finland,Estland, België, Nederland, Luxemburg, Denemarken, Ierland, Tsjechië, Polen, Portugal enSpanje.16Kamerstuk 21 501-33, nr. 1029Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106419 De leden van de D66-fractie vragen de Minister in hoeverre de analyse vande Commissie over een komt met de eerdere reactie die Nederland gaf opde verkennende raadpleging, waarin werd gesteld dat Nederlandonvoldoende marktfalen ziet wat ingrijpen zou rechtvaardigen in detelecomsector.Antwoord kabinet:Juist vanwege het bestaan van marktfalen is de telecomsector algedurende decennia onderworpen aan sectorspecifiekewetgeving om hoogwaardige netwerken en diensten tegenscherpe prijzen te garanderen. Het kabinet meent dat er weldegelijk sprake van marktfalen zou zijn in afwezigheid van hethuidige Europese wetgevend kader. Nederland heeft daarom inzijn reactie op de verkennende raadpleging benadrukt dat nieuwewetgevende voorstellen gebaseerd dienen te zijn op eenzorgvuldige probleemanalyse. Specifiek ten aanzien van demogelijke beleidskeuze voor het opleggen van een internettol-heffing heeft Nederland in zijn zienswijze duidelijk gemaakt dater geen sprake is van marktfalen dat dit specifieke instrumentrechtvaardigt.Daarin werd ook gesteld dat regulering negatieve gevolgen zou hebbenvoor de kleinere telecomexploitanten, wat uiteindelijk leidt tot hogerekosten voor eindgebruikers en tot minder innovatie. Tegelijkertijd erkentdit kabinet ook dat het uitbesteden van diensten door Nederlandseoverheden aan buitenlandse partijen ook risico’s met zich meebrengt.17Deze leden zien graag een toelichting over hoe de Minister de terughou-dendheid in marktconcentratie rijmt met deze kwetsbaarheid in onzestrategische autonomie.Antwoord kabinet:De passage uit de Nederlandse consultatiereactie die de ledenvan de D66-fractie aanhalen doelt op de eventuele invoering vaneen internettolheffing. In bredere zin ziet het kabinet voldoendeconcurrentie als een belangrijk fundament voor de Europeseconcurrentiekracht en daarmee als een bouwsteen voor digitaleopen strategische autonomie. Het kabinet ziet geen directverband tussen het nastreven van voldoende concurrentie op detelecommarkt en het uitbesteden van diensten door de Neder-landse overheid. Het kabinet is van mening dat eventueel nieuwbeleid gebaseerd moet zijn op een zorgvuldige probleemanalyse,juist vanwege het grote belang en de complexiteit van de digitaleinfrastructuur.Tevens staat er tijdens de informele Telecomraad een beleidsdebatgepland over online gebruikersverantwoordelijkheid, waarbij ook zalworden gesproken over strengere regulering voor verslavendealgoritmes. Het Europees Parlement is van mening dat de DSA nogonvoldoende in staat is om het verslavende karakter van platforms aan tepakken. In hoeverre deelt de Staatssecretaris deze overtuiging, zo vragende leden van de D66-fractie. In hoeverre zijn er nu mogelijkheden binnende Richtlijn betreffende consumentenrechten (25 oktober 2022) om hierbijop te treden en zo ja, welke zijn dat dan? Kan de Minister toelichten watde positie van het kabinet is ten aanzien van een mogelijk Europeesinitiatief op het gebied van verslavende apps?17Binnenlandsbestuur, 1 maart 2024, Overheden besteden maildiensten uit aan VS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106420 Antwoord kabinet:Het is te vroeg is om de conclusie te trekken dat de DSA nietvoldoet om het verslavende karakter van platforms aan tepakken. De DSA is pas nét volledig in werking en de aangewezenzeer grote online platforms en zoekmachines hebben pas éénkeer de verplichte een systeemrisico-analyses verricht, waar nogexterne audits op moeten plaatsvinden.De Autoriteit Consument en Markt geeft in haar leidraadbescherming online consument aan dat bedrijven consumentenniet mogen misleiden of ongepast beïnvloeden om een dienstmeer te gebruiken dan zij anders zouden doen.18 Definitiefuitsluitsel over de vraag of op grond van de huidige Europeseconsumentenwetgeving opgetreden kan worden tegen versla-vende algoritmen is er echter niet.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het verslag vande formele Telecomraad van 5 december 2023 in Brussel. Daarnaasthebben deze leden kennisgenomen van de publicatie van de definitievetekst van de Dataverordening van de Europese Unie. Zij hebben enkelevragen en opmerkingen bij de brief en de tekst.In de brief lezen de leden van de BBB-fractie dat er tijdens de Telecomraadunaniem een algemene oriëntatie is aangenomen over het voorstel voorde verordening gigabit infrastructuur. Deze leden hebben hierbij vragenover het verbeteren van EU-brede toegang tot hoge capaciteitsnetwerken.Kan nader worden toegelicht waarom het verwijderen van maatregelenomtrent automatische vergunningverlening door Nederland is onder-streept, en waar de amendering van de procedures en vereisten omtrentde Single Information Points exact betrekking op hadden?Antwoord kabinet:Aangezien de verordening gigabit infrastructuur niet op deagenda van de informele Telecomraad staat, zal de beant-woording van bovenstaande vragen worden meegenomen in hetverslag van deze Raad.De leden van de BBB-fractie beamen dat de uitvoerbaarheid van de CyberSolidarity Act een belangrijk punt is en zien het belang van het voorstel inde context van geopolitieke spanningen en de behoefte voorEU-samenwerking op cyberveiligheid. Deze leden hebben hierbij de vraagof dit de oprichting van Europese certificeringsschema’s voor beheerdebeveiligingsdiensten mogelijk maakt. En op welke wijze kan de CyberSolidarity Act de fragmentatie van de interne markt helpen voorkomen?Antwoord kabinet:De EU-wet inzake cybersolidariteit heeft tot doel de capaciteit inde EU te versterken om aanzienlijke en grootschalige cyberdrei-gingen en -aanvallen op te sporen, zich erop voor te bereiden enerop te reageren. De wet omvat een Europees waarschuwings-systeem voor cyberbeveiliging, bestaande uit beveiligingsopera-tiecentra die in de hele EU met elkaar verbonden zijn, en een18Regels als u het gebruik van uw online dienst stimuleert | ACM.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106421 alomvattend noodmechanisme voor cyberbeveiliging om decyberweerbaarheid van de EU te verbeteren.Met betrekking tot Europese certificeringsschema’s voorbeheerde beveiligingsdiensten ligt er momenteel een voorstel omde Cyber Security Act aan te passen. Met dit voorstel wordt deontwikkeling van Europese certificeringsschema’s voor beheerdebeveiligingsdiensten zoals incidentrespons en penetratietestenmogelijk gemaakt. Op 20 maart 2024 heeft COREPER unaniemingestemd met de Cyber Solidarity Act en met de aanpassing vande Cyber Security Act.Met de amendering van de Cyber Security Act wordt beoogdfragmentatie van de interne markt te voorkomen. Het bevat eencertificeringskader voor ICT-producten, diensten en processen enbeheerde beveiligingsdiensten zodat bedrijven die zaken doen inde EU slechts één keer hoeven te certificeren, waarna huncertificaten in de hele Europese Unie worden erkend. Certifi-cering is essentieel om de kwaliteit en betrouwbaarheid van dezezeer kritieke en gevoelige cybersecuritydiensten te waarborgen.Dit bevordert het gelijk speelveld van de digitale interne marktgezien de verwachte bijdrage van de verbetering van de kwaliteitvan zowel leverende organisaties, de geleverde diensten alsdaarmee de beveiliging van Europese ondernemingen.De leden van de BBB-fractie beamen dat de digitale infrastructuur eennauw verweven ecosysteem is dat bestaat uit vele schakels. Kan naderworden toegelicht hoe er invulling kan worden gegeven aan eenholistische benadering van beleid op het gebied van digitale connecti-viteit? En op welke wijze kan dit leiden tot het bevorderen van concur-rentie en investeringsprikkels voor alle spelers? Binnen dit ecosysteemzien deze leden de essentie van de veiligheid en continuïteit vanzeekabels. Kan nader worden toegelicht hoe verdere EU-samenwerking opdit vlak kan worden bevorderd en welke faciliterende rol de Commissiehierin kan hebben?Antwoord kabinet:Zoals het kabinet ook heeft benadrukt in de Staat van de DigitaleInfrastructuur19 is het van groot belang om beleid voor deverschillende onderdelen van het ecosysteem in onderlingesamenhang te bekijken. In sommige gevallen kan dit betekenendat bepaald beleid meer gelijkgetrokken moet worden, terwijl inandere gevallen juist verschillend beleid wenselijk kan zijn. Zo iser al langer regelgeving om wisselen van telecomaanbiedereenvoudiger te maken en wordt dat nu met de Data Act ook voorhet wisselen van cloudaanbieder geregeld. Dit kan niet in zijnalgemeenheid worden bepaald en vergt zorgvuldige analyse pergeval. Op basis van een zorgvuldige analyse kan bij hetvaststellen van beleid ten aanzien van de digitale infrastructuuroptimaal rekening worden gehouden met concurrentie- eninvesteringsprikkels, maar ook andere belangrijke aspecten zoalsweerbaarheid en duurzaamheid.Op 21 februari jl. publiceerde de Europese Commissie eenaanbeveling omtrent onderzeese kabelinfrastructuren. Dezeaanbeveling is een eerste aanzet van de Commissie om te komen19Kamerstuk 26 643 nr. 1119Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106422 tot een gecoördineerde EU-aanpak, met als doel de veiligheid enweerbaarheid van de onderzeese data-infrastructuur te vergroten.De Commissie benadrukt hierbij dat de gecoördineerdeEU-aanpak daarbij geen afbreuk doet aan bijvoorbeeld debevoegdheden van de lidstaten met betrekking tot nationaleveiligheid. De Commissie beveelt zowel acties op nationaal alsEU-niveau aan. Het BNC-fiche dat ingaat op deze aanbeveling vande Commissie over veilige en weerbare onderzeese kabelinfra-structuren, is op vrijdag 5 april jl. aan uw Kamer aangeboden.Verder lezen de leden van de BBB-fractie in de brief dat de «onderhande-lingen over het raamwerk voor een Europese digitale identiteit zijnafgerond.» Deze leden benadrukken dat een verplichte digitale identiteitdie het bestaande paspoort of identiteitsbewijs vervangt en gekoppeld isaan een vergaande persoonsdigitalisering voor deze fractie onwenselijk isen gevaarlijk voor de vrijheid van het individu.Antwoord kabinet:Er is geen sprake van een verplichte digitale identiteit op basisvan de herziene eIDAS-verordening. Uit de herziene verordeningvolgt dat het gebruik van een Europese Digitale Identiteit(EDI)-wallet vrijwillig is. De toegang tot publieke en privatediensten, toegang tot de arbeidsmarkt en ondernemingsvrijheidkunnen en mogen dus niet beperkt of belemmerd worden voornatuurlijke personen en rechtspersonen die geen EDI-walletwillen gebruiken.Het Europees raamwerk voor digitale identiteiten leidt erbovendien niet toe dat het bestaande fysieke identiteitsbewijs ofpaspoort komen te vervallen.Tot slot lezen deze leden over de publicatie van de definitieve tekst van deDataverordening. Nu de verordening is gepubliceerd kan het kabinet aande slag met de implementatie van deze verordening. We zullen deuitvoeringswet waarin de verordening zal resulteren kritisch beoordelen.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de CDA-fractie hebben met instemming kennisgenomen vande kabinetsinzet voor de komende informele Telecomraad en hebbenhierover op dit moment geen verdere vragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de informele Telecomraad van 11–12 april 2024. Deze ledenhebben nog enkele vragen.De leden van de SGP-fractie lezen dat leeftijdsverificatie als voorbeeldwordt genoemd van wat er gedaan wordt om digitale kinderrechten teversterken. Deze leden constateren dat enkele afzonderlijke lidstaten(Duitsland, Frankrijk en Denemarken), maar ook de Europese Unie, alverder zijn met het gezamenlijk ontwikkelen en optreden bij grensover-schrijdende kwesties zoals de digitale agenda van (en met) jongeren in hetkader van leeftijdsverificatie. Zij vragen de regering hoe het kabinet kijktnaar de mogelijkheden op het gebied van leeftijdsverificatie op besturing-sniveau (OS-niveau) in plaats van op app-niveau.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106423 Antwoord kabinet:Leeftijdsverificatie is een gecompliceerd instrument omdat hetaan verschillende rechten raakt die moeten worden gerespec-teerd bij toepassing van een dergelijk instrument, zoals het rechtop privacy. Nederland heeft een raamwerk leeftijdsverificatielaten ontwikkelen dat een wegwijzer vormt voor het soortleeftijdsverificatie dat nodig is voor een bepaalde digitale dienst.Dit is nodig omdat er geen «one size fits all» leeftijdsverficatie-systeem bestaat. Welk systeem adequaat en passend is hangt vanomstandigheden af. Dit raamwerk is bekend bij de EU. Het iscorrect dat in EU-verband ook wordt gewerkt aan leeftijdsverifi-catie. Nederland volgt uiteraard de ontwikkelingen aldaar. Het isnu nog te vroeg om te kunnen zeggen op welke wijze welkleeftijdsverificatiesysteem waar kan worden ingezet.De leden van de SGP-fractie lezen dat de Minister van EZK zich inEuropees verband inzet voor strengere Europese regels omtrent in-app enin-game aankopen. Deze leden vragen het kabinet waarom in dit verbandniet gekozen wordt om op te trekken met lidstaten die al verder zijn zoalsDuitsland, Frankrijk en Denemarken.Antwoord kabinet:De Minister van EZK trekt op met andere lidstaten bij deEuropese inzet voor strengere Europese regels voor in-app enin-game aankopen. Het Ministerie van EZK heeft onder andere innovember 2023 een bijeenkomst in Brussel georganiseerd ommet lidstaten en de Europese Commissie van gedachten tewisselen.Voorts vragen zij of het kabinet bereid is te pleiten voor het verplichtgebruik van applicaties zoals «SafeToNet», waarbij kinderen wordenbeschermd tegen seksuele en gewelddadige beelden, zonder dat er sprakeis van de uitwisseling van persoonsgegevens. Deze leden vragen of hetkabinet bereid is hierover in gesprek te gaan om van goede ervaringenvan onder andere het Verenigd Koninkrijk te leren en zich hier in Europeesverband voor in te spannen.Antwoord kabinet:Het Nederlandse beleid inzake kinderrechten en digitalisering zietop bescherming van kinderen die gebruik maken van digitalediensten. Een veilige en gezonde online omgeving is eenbelangrijk uitgangspunt. Het is de vraag of de inzet van eenspecifieke applicatie, waarbij afhankelijkheid van een marktpartijontstaat, de aangewezen weg is. Nederland is voorstander vanhet in kaart brengen van de eisen die gesteld zouden moetenworden aan het creëren van een veilige online omgeving. In diezin is het relevant de ervaringen van andere landen te horen.De leden van de SGP-fractie lezen dat het Kinderrechten ImpactAssessment (KIA) en de Code Kinderrechten Online (CKO) ontworpen zijnom ontwikkelaars van digitale diensten te helpen om risico’s voorkinderrechten in kaart te brengen en te beperken danwel handelingsper-spectieven te bieden. Deze leden constateren dat diensten als Meta enandere VLOPs onder Europese wetgeving en toezicht (DSA) al uitvoerigerisico-assessments uitvoeren waar punten die in de KIA en CKO wordenbelicht worden meegenomen. Zij vragen het kabinet of het klopt dat dezecodes dan voor lokale spelers bedoeld zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106424 Antwoord kabinet:De door Nederland ontworpen kinderrechten impact assessmenten de Code kinderrechten online zien, heel specifiek, op kinder-rechten in de ontwikkelingsfase van een digitale dienst. Zehelpen mee uitvoering te geven aan de verplichtingen uit hetEU-recht. De instrumenten zijn dus nuttig voor alle ontwikkelaarsvan digitale diensten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106425
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.