Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 juni 2025, over JBZ-Raad 12 – 13 juni 2025 te Luxemburg (vreemdelingen- en asielbeleid)
Brontekst
Versie 2c320ad10c219db8 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 317JBZ-RaadNr. 966 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 3 juli 2025 De vaste commissie voor Asiel en Migratie en de vaste commissie voorEuropese Zaken hebben op 11 juni 2025 overleg gevoerd met de heer VanWeel, Minister van Asiel en Migratie, over:–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 28 mei2025 inzake geannoteerde agenda JBZ-Raad 12–13 juni 2025(Kamerstuk 32 317, nr. 948);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 23 mei2025 inzake fiche: Verordening veilige landen van herkomst(Kamerstuk 22 112, nr. 4064);–de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 20 mei 2025inzake adviesaanvraag over migratiepartnerschappen (Kamer-stuk 30 573, nr. 226);–de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 7 april 2025inzake kabinetsreactie inzake achtste jaarverslag over deFaciliteit voor vluchtelingen in Turkije (Kamerstuk 30 573, nr.225 );–de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 26 maart2025 inzake antwoorden op vragen commissie over deimplementatie van het EU-Migratiepact (Kamerstuk 32 317, nr.908) (Kamerstuk 32 317, nr. 936);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.21 maart 2025 inzake verslag JBZ-Raad van 5 en 7 maart 2025(Kamerstuk 32 317, nr. 935).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie,VijlbriefDe voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van der PlasDe griffier van de vaste commissie voor Asiel en Migratie,Burger kst-32317-966ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9661 Voorzitter: VijlbriefGriffier: BurgerAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Boomsma,Eerdmans, Van Nispen, Piri, Podt, Rajkowski, Vijlbrief, Vondeling en VanZanten,en de heer Van Weel, Minister van Asiel en Migratie.Aanvang 14.30 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Ik heet u allemaal hartelijk welkom bij een vergadering vande vaste commissie voor Asiel en Migratie. We spreken over de JBZ-Raadover vreemdelingen- en asielbeleid, die morgen en vrijdag zal plaats-vinden in Luxemburg. Welkom aan Minister van Weel en zijn ambtenaren.Welkom aan de leden Eerdmans, Boomsma, Vondeling, Rajkowski, Piri enVan Nispen. U heeft vier minuten in de eerste termijn en drie interruptiesof korte vragen. U kent het allemaal wel. We gaan gewoon beginnen metde heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter, dank je wel. De grote vraag is, denk ik, vooral: wie gaat ermorgen naar Brussel? Wie van de drie? Gaan ze alle drie tegelijk? Of gaaner twee? Het is een ongekende soap wat betreft de portefeuille Asiel op ditmoment. Ik neem dat de Minister niet kwalijk, want hij is misschien wel delaatste die er iets aan kan doen, maar fraai is het niet. Er is een openlijkeruzie over wie er nou over Asiel gaat, terwijl het zo’n belangrijk onderwerpis, zeker voor JA21. Kan de Minister garanderen dat het gekonkel achterde schermen niet leidt tot vertraging op de portefeuille Asiel en dewetsvoorstellen die voorliggen? Ik heb daar wel mijn zorgen over.Voorzitter. Dan naar Syrië. Syrië is veilig, zo komt tot ons. Dat lijkt eenbeetje de instroombeperkende goednieuwsshow. Of, zoals anderenzeggen: de VVD-campagne is begonnen. Het verklaart misschien welwaarom iedereen in de huidige coalitie zo graag de portefeuille Asiel wil.Maar de timing vind ik vrij pikant. Hoelang was dit al bekend? Ik begreepdat het ambtsbericht over Syrië al een tijdje op het bureau lag, op hetdepartement. Waarom komt het nu naar buiten? Is dat heel toevallig ofheeft dat een andere oorzaak? Ik wil daar graag meer van weten. Het ishoe dan ook een goede zaak. Syrië staat op de agenda van de JBZ-Raad.Ik denk dat het een goede zaak is als mensen terug kunnen als Syrië veiligis. Hoe gaat dat gebeuren? Heeft de Minister daar al een plan voor in zijnhoofd?Voorzitter. Dan over de brief aan Brussel. Het lijkt al een eeuwigheidgeleden, maar zo lang geleden is het niet. 22 mei was er een verzoek vanzeven lidstaten om Nederland mee te laten doen met een brief aanBrussel over de interpretaties en de reikwijdte van het Europees Verdragvoor de Rechten van de Mens. Ik heb niet kunnen begrijpen waaromNederland die brief niet heeft getekend. Dat is onbegrijpelijk. Het gaatover een gesprek, over interpretaties van de artikelen 6 en 8, volgens mij,of over de artikelen 3 en 8. Waarom is het kabinet niet akkoord gegaanmet die brief? Waarom is daar zo moeilijk over gedaan door het meestrechtse kabinet ooit? Ik snap niet dat daar nog over getwijfeld is. Watwaren we niet eens met deze brief? Als je «m leest, zie je dat er gewoonhele duidelijke gevaren in staan over de reikwijdte van het verdrag en watvoor gevolgen dat heeft voor asiel enzovoorts. Kortom: waarom? Ik wilheel graag weten wat het standpunt is van deze Minister. En hoe is hetgeland bij die andere negen landen dat Nederland zich heeft onthoudenvan het tekenen van die brief aan Brussel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9662 Voorzitter. Dan naar agendapunt 3. De EU als entiteit gaat nu ook zelftoetreden tot het EVRM. Dat staat op de agenda. Ik vind dat eerlijk gezegdeen shock. Het lijkt alsof het een hamerstuk is, terwijl er wel een negatiefadvies ligt van het Hof van Justitie. Het lijkt allemaal heel technischonschuldig, maar het gaat erom dat je als asielzoeker nog een keer kanprocederen vanwege deze toetreding. Een EU-lidstaat kan ook nog hetEHRM erbij betrekken. Dat betekent nog meer rechtszaken, nog meerjurisprudentie vanuit Europa en nog meer rechten voor asielzoekers,terwijl het EVRM het fundament is. We krijgen er al een hele hoopasielellende van. Dat wordt dus alleen maar erger. Is de Minister hethiermee eens of niet? Zie ik dingen over het hoofd?Voorzitter. Dan de terugkeer. Er zit een lunch bij, een werklunch, waarbijhet gaat over de hubs. Dat is heel goed. Waarom neemt Nederland nouniet het initiatief, ook samen met België en Duitsland – ik las iets overBelgië, maar ik heb het ook over andere landen, bereidwillige landen – omdie hubs concreet uit te gaan werken? Ik vind het nogal erg op de theoriehangen. Ik zie graag een plan voor uitwerking van de terugkeerhub. Graageen reactie.Voorzitter, tot slot. We zien het probleem van de binnenlopende asiel-zoekers in elk Europees land. In Ter Apel nemen mensen zelf het heft inhanden uit pure frustratie. Terecht zegt de Minister: dat is niet debedoeling. Maar we komen niet tot handhaving van het Dublinverdrag. Ishet niet eens tijd voor een instroomhub? Ik bedoel dat je als Europa ookzegt: mensen die maar door de grenzen lopen, door de veilige landenheen, moeten worden opgevangen en elders in procedure wordengenomen, want het gaat nu gewoon verkeerd.Voorzitter, staat u mij toe om nog één vraag te stellen?De voorzitter:Heel kort.De heer Eerdmans (JA21):Een heel korte vraag, over de vorige Minister. We hadden natuurlijk eenMinister die op z’n zachtst gezegd niet al te diplomatiek handelde. Daarwas best wel wat wrevel over. Die werkhouding beviel veel collega’s niet.Is deze Minister, als hij deze portefeuille houdt, van plan om op eenandere manier om te gaan met de verhoudingen in de Kamer? Dan vraagik, met het oog op de behandeling van de wetsvoorstellen, wat u andersgaat doen dan uw voorganger.Voorzitter, dank je wel.De voorzitter:Dank u wel. Een beetje over de tijd. De heer Boomsma, NSC.De heer Boomsma (NSC):Dank u wel, voorzitter. Voor de tweede keer is een kabinet gevallen overasielmigratie. Dat is natuurlijk buitengewoon treurig. Maar wie het zometeen ook gaat doen: heel veel mensen in Nederland snakken gewoonnaar maatregelen om de instroom te beperken. Ik blijf herhalen dat debeste manier om dat te doen is door in Europa op te trekken, samen metgelijkgestemde landen, om tot strenger beleid te komen. Het is goed dater op korte termijn een Europese lijst met veilige landen komt, maarwanneer wordt die van kracht? Hoe verhoudt die Europese lijst zich tot deNederlandse lijst en de lijsten van eventuele andere landen in Europa, metname buurlanden? Je wilt natuurlijk geen secundaire migratie krijgen, dusdat het in het ene land veilig is en in een ander land niet. Hoe zit dat? Is ereen analyse over hoe dat zich tot elkaar verhoudt?Dan over Syrië. Het landenbeleid wordt nu dus toch openbaar, na hetWoo-verzoek. Ik had eerder een toezegging, van de vorige Minister, dat ereen brief gestuurd zou worden over hoe dat landenbeleid tot stand komtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9663 en hoe dat zich verhoudt tot de manier waarop andere landen hunlandenbeleid tot stand brengen, met name als het gaat om welke delen zegeheimhouden. Ik begrijp namelijk dat het in andere landen wel zo is.Wanneer krijgen we die brief?Vindt de Minister dat het nu veilig genoeg is in Syrië om huidigeaanvragen te hervatten? Het moratorium stopt, maar niet voor status-houders. Hoe verhoudt dat zich nou tot elkaar? Hoe verschilt die beoor-deling daarin? Op welke passages in het ambtsbericht baseert hij zichprecies? Ik zag dat hij wel alawieten en lhbtiq+’ers noemt als kwetsbaregroep, maar niet de christenen, terwijl die volgens mij ook risico lopen.Hoe zit dat? Betekent het nou dat met name soennitische moslims inprincipe geen asiel meer krijgen, tenzij zij uitzonderlijke individueleredenen aanvoeren? En wat wordt nou de inzet voor een «go andsee»-regeling op Europese schaal?Als ik het goed begrijp, gaat het kabinet niet over tot herbeoordeling enmogelijk gedwongen terugkeer, maar wel zodra dat kan.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Een maand geleden zei collega Kahraman in een debat over Syrië: het isnaïef om te denken dat we op dit moment ook maar één vluchtelinggedwongen kunnen terugsturen. Ik hoor de vragen van NSC aan dezeMinister, maar ik ben vooral benieuwd naar het standpunt van NSC opbasis van het ambtsbericht. Is die beoordeling voor u nu veranderd? Ofstaat dit nog steeds?De heer Boomsma (NSC):Onze mening is dat je mensen terug kunt sturen zodra dat kan. Zo staathet ook in die brief. Mijn vraag is nu: wanneer kan dat dan, naar hetoordeel van het kabinet? Je kunt mensen niet terugsturen als het nogonveilig is, of te onveilig. Wanneer is dat dan volgens het kabinet? In iedergeval zul je vrijwillige terugkeer beter moeten stimuleren. Wat wordt noude inzet voor de terugkeerregeling? Ik denk dat je veel meer moet inzettenop hogere bonussen en premies om mensen te verleiden om terug tekeren.De voorzitter:Mevrouw Piri voor haar tweede interruptie.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ja, heel leuk. Het leek een dialoog richting de Minister. Ik heb nog geenantwoord op mijn vraag gekregen. Een maand geleden vond NSC opbasis van alle informatie ... Volgens mij heeft ze hier ook bijeenkomstengehad met groepen. Ik zag grote zalen vol. De heer Kahraman, debuitenlandwoordvoerder, zei een maand geleden heel duidelijk over Syrië:het is naïef om te denken dat we op dit moment ook maar één vluchtelinggedwongen kunnen terugsturen. Nu heeft de heer Boomsma hetambtsbericht zelf ook gelezen. Ik hoef niet te horen wat de vraag van deheer Boomsma aan de Minister is. Mijn vraag is: vindt NSC, op basis vandit ambtsbericht, nog steeds dat je vandaag geen mensen gedwongenkunt terugsturen naar Syrië, of is dat standpunt veranderd?De heer Boomsma (NSC):Nee. Toen de heer Kahraman daar eerder op inging, was er nog geennieuw landenbericht. Dat is er nu wel. Daarin wordt geconstateerd dat desituatie is verbeterd, dat het nu veiliger is. Je kunt nu dus meer. Je kunt nuin ieder geval bepaalde mensen die hier asiel aanvragen en voor wie algeconcludeerd wordt dat ze geen gevaar lopen, terugsturen. Een andereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9664 vraag gaat over herbeoordeling van mensen die nu al een tijdelijkevergunning hebben. Ik wil weten hoe dat zich tot elkaar verhoudt. Maarals beoordeeld wordt dat ze terug kunnen, moeten ze terug. We zien datmensen ook al vrijwillig terugkeren. Laten we dat vooral stimuleren.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Boomsma (NSC):Dan over de Duitse grens. Ik begrijp de frustratie van de mensen in TerApel ook wel, maar dat moet natuurlijk worden uitgevoerd door hetbevoegd gezag. Maar wat doet Duitsland nu precies? Klopt het dat Merzde rechterlijke uitspraak aan zijn laars lapt en doorgaat met het beleid? Ofgaat hij het aanpassen? Wat gaan ze nu doen? Welke mensen aan degrens worden nu precies teruggestuurd naar Nederland?De voorzitter:De volgende interruptie van de heer Van Baarle. Interrupties korter enantwoorden ook graag korter. Anders gaan we het lang niet halen.De heer Van Baarle (DENK):Ook ik heb een vraag over het nieuwe landenbeleid, over Syrië. De heerBoomsma gaf, zoals ik het begreep, aan dat uit het ambtsbericht zoublijken dat de situatie veilig genoeg is. Het kabinet zegt zelf in zijn eigenbrief dat men nog niet kan concluderen dat de wijzigingen ingrijpend envan niet-voorbijgaande aard zijn. Het kabinet betwist dat dus eigenlijk.Alle mensenrechtenorganisaties, Amnesty, UNICEF, VluchtelingenWerk ende Nederlandse tak van UNHCR, geven aan dat het besluit dat de Ministerover Syrië neemt, volstrekt voorbarig is. Waar baseert de heer Boomsmadit nou op?De heer Boomsma (NSC):Ik baseer me op het landenbericht dat ik heb gelezen en de brief van deMinister daarover. Vandaar dat ik hierover enkele vragen heb gesteld,bijvoorbeeld op welke passages hij die brief baseert en hoe het zit metchristenen. Maar ik constateer wel dat daarin staat dat het veiliger isgeworden en dat dat genoeg aanleiding biedt voor een wijziging vanbeleid.De voorzitter:U vervolgt uw betoog. Of de heer Van Baarle heeft een tweede vraag. Erzijn drie interrupties per persoon.De heer Van Baarle (DENK):Een tweede vraag, voorzitter. De Minister schrijft zelf dat er nog nietgeconcludeerd kan worden dat de verandering ingrijpend enniet-voorbijgaand is. Wat de heer Boomsma stelt, namelijk dat je op basisvan het ambtsgericht de conclusie kunt trekken dat het veilig genoeg is:de regering doet dat niet en alle mensenrechtenorganisaties geven aan –UNICEF heeft het nota bene over de bommenresten, waardoor kinderen inSyrië risico lopen als ze teruggaan – dat je dit niet moet doen. Ik vraag aande heer Boomsma waarom hij bereid is dit risico met Syriërs wel tenemen. Er is geen enkel bewijs dat het daar veilig zou zijn.De heer Boomsma (NSC):Nogmaals, ik heb het ambtsbericht en de brief van de Minister gezien. Ikzie dat men constateert dat er aanleiding is voor een wijziging van hetbeleid, waardoor je nu het moratorium opheft en geen generiekebeslissingen meer neemt in het geval van Syrië maar individueel gaatbeoordelen. Als daaruit komt dat mensen op grond van individueleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9665 risico’s niet terug kunnen, moet je ze natuurlijk niet terugsturen. Maar er isblijkbaar reden voor de Minister geweest om te zeggen: ja, we wijzigendat beleid. Ik ga ervan uit dat dat klopt en ik heb gevraagd om eenonderbouwing op basis van het ambtsbericht. Ik wil daar graag hetantwoord op horen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Boomsma (NSC):Mijn vraag over Duitsland had ik gesteld. In de vorige vergadering isbesloten dat de commissie besloten bijgepraat zou worden over migratie-deals – wij hebben natuurlijk ook een plan voor die hubs en dergelijke – ende deals met derde landen. Ik wil graag een bevestiging dat dat doorgaat,dat dat op korte termijn kan plaatsvinden. Nederland moet z.s.m. hetzijbilateraal, maar bij voorkeur in samenwerking met andere Europeselanden hiertoe overgaan.Dan over het opheffen van het bandencriterium met derde landen. Dat iseen cruciale stap. Die hebben wij lang bepleit. Kan de Minister toezeggendat dat inderdaad nu de inzet is van de Nederlandse regering en dat nuook de voorbereidingen worden getroffen om meteen tot handelen tekunnen overgaan zodra een en ander is aangepast? Uiteindelijk is hetnatuurlijk veel beter als mensen niet in het overbevolkte Nederlandworden opgevangen maar elders. Daarom zal Nieuw Sociaal Contract hetblijven herhalen: om echt grip te krijgen op asiel is een fundamenteelander asielstelsel vereist, zodat niet de mensensmokkelaars gaan bepalenwie hier komen, maar wijzelf. Dan is het Migratiepact zelf niet genoeg. Wemoeten ook kijken naar het aanpassen van Europese en internationaleverdragen, zodat die opvang en de procedures buiten Europa kunnengaan plaatsvinden. Die hele perverse prikkel van asiel hier alleen op hetgrondgebied kunnen aanvragen, waardoor je eerst een gevaarlijke reismoet afleggen, moet je doorbreken. Hoe ziet de Minister dat? Is hijdaartoe bereid? Is dat de inzet? Wil hij daarin het voortouw nemen?De voorzitter:U bent bijna door uw tijd.De heer Boomsma (NSC):Dan stop ik.De voorzitter:U bent klaar zelfs, dat is helemaal fijn. Dan gaan we naar mevrouwVondeling van de PVV.Mevrouw Vondeling (PVV):Dank u wel, voorzitter. Honderdduizenden gevluchte Syriërs zijn alteruggekeerd naar hun eigen land. Zij vieren feest in de straten vanDamascus. Zelfs in Nederland werd er overal feest gevierd na het vertrekvan Assad. De VS en de EU hebben de economische sancties tegen Syriëinmiddels opgeheven. Er worden groepsreizen aangeboden naar Syrië.Syriërs kunnen dus gewoon terug naar Syrië, maar deze Minister weigertdoor te pakken. Deze Minister weigert de tijdelijke vergunning voorongeveer 50.000 Syriërs die nu in Nederland zijn in te trekken, met alsgevolg dat we al die Syriërs straks niet meer wegkrijgen uit Nederland. DePVV roept de Minister dan ook op om al die Syriërs met een tijdelijkeverblijfsvergunning vandaag nog te laten weten dat ze morgen teruggaannaar Syrië om daar hun land op te bouwen.Voorzitter. Dit kabinet weigert ook onze grenzen te sluiten en dat islevensgevaarlijk. De directeur van de luchthavenpolitie van Zaventem inBelgië is van plan om komende zomer de paspoortcontroles vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9666 passagiers drastisch terug te schroeven. Dat is een enorm risico voor onzeveiligheid, helemaal gezien recente meldingen van tekortkomingen in debeveiliging op Zaventem, zoals problemen met de detectie van explo-sieven. De afstand van Zaventem tot de Nederlandse grens is nog geen 70kilometer. Wat gaat de Minister doen om ervoor te zorgen dat terroristenof criminelen straks niet via België naar ons land komen?Dan de opvang van Oekraïners. Naast de honderdduizenden asielzoekersdie we de afgelopen decennia hebben toegelaten en opgevangen, zijn erook meer dan 120.000 Oekraïners naar ons land gekomen. Dat zijn er heelveel. Nederland kan dit allemaal niet aan. De massale instroom vanasielzoekers en andere vreemdelingen heeft enorme gevolgen voor onzevoorzieningen, woningen, veiligheid, infrastructuur en zorg. Het kost onsook klauwen vol met geld. De opvang van Oekraïners alleen al kost dit jaarmeer dan 3 miljard euro.De Europese Commissie is van plan de richtlijn die ons verplicht Oekra-ïners op te vangen, nog eens met één jaar te verlengen. Dat is een slechtidee. Steeds meer Oekraïners die zich in Nederland melden voor opvang,komen namelijk helemaal niet uit Oekraïne, maar komen vanuit Duitsland,Polen, Roemenië, Hongarije, België en Zweden. Ook komen er meer enmeer Oekraïners naar Nederland om te werken, om na het seizoengewoon terug te keren naar Oekraïne. Oekraïners gaan zelfs terug naarOekraïne voor vakantie of familiebezoek. Er wordt dus enorm misbruikgemaakt van die tijdelijke beschermingsstatus. Wat de PVV betreft stemtdit kabinet dan ook niet in met de verlenging van de richtlijn die onsverplicht Oekraïners op te vangen, maar wordt er ingezet op terugkeer,met name voor de mannen. Nota bene de vicepremier van Oekraïne zegtdat Oekraïne staat te springen om zijn eigen mensen om het land weer opte bouwen.Onder de 120.000 Oekraïners die naar ons land zijn gekomen, zit ook eengroep van zo’n 2.000 derdelanders die geen Oekraïners zijn maar wel inOekraïne werkten of studeerden. Deze groep kreeg onder Rutte IV dezelfdebescherming als alle andere mensen uit Oekraïne, terwijl dat helemaalniet hoeft. Inmiddels heeft de vorige Minister dit weer teruggedraaid.Derdelanders moet ons land uit, en wat de PVV betreft moeten ze directons land uit en niet pas in oktober.Tot slot, voorzitter. Er is al een hele tijd grote onrust onder de inwonersvan Venlo vanwege de komst van nog eens 600 asielzoekers naar hunstad. Er zijn zorgen over de openbare orde en veiligheid. Meerdereomwonenden zijn uit de klankbordgroep met de gemeente en het COAgestapt. Maar gisteren las ik in De Limburger dat Venlo helemaal geenextra asielzoekers meer op hoeft te vangen en dat dat azc in het Bethani-ëklooster er helemaal niet hoeft te komen, omdat Venlo al voldoet aan hetverdeelbesluit dat is vastgesteld door de provincie. Dat is goed nieuws,want dat betekent dat er per direct een streep kan door de plannen voordat azc in Venlo. Gaat de Minister dit direct regelen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Boomsma heeft een interruptie voor u.De heer Boomsma (NSC):Nog een vraag over Syrië. Syriërs die nu vrijwillig terugkeren, kunnen eengeldbedrag meekrijgen om dat te stimuleren. Staat de PVV ervoor openom dat bedrag te verhogen om mensen ertoe te verleiden om eerderterug te keren, zodat ze huizen weer kunnen opbouwen en dergelijke?Mevrouw Vondeling (PVV):Wij zijn in principe gewoon voor gedwongen terugkeer. Vrijwilligeterugkeer steunen we op zich wel, maar we willen mensen geen tas volgeld geven om terug te keren. In het verleden werkte dat ook niet. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9667 hebben we gezien met de Albanezen. Het trekt namelijk juist meermensen aan; ze komen hier geld innen in plaats van dat ze daadwerkelijkteruggaan en ook niet meer terugkomen. Wij hebben dus lievergedwongen terugkeer, maar wij steunen nu wel de vrijwillige terugkeer ende ondersteuning die wordt geboden. Alleen, we willen dat bedrag nietverhogen.De voorzitter:Ik ga naar mevrouw Rajkowski van de VVD.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. Migratie staat hoog op de agenda, niet alleen op die vanNederland, maar ook op die van Europa. Ook al is het kabinet inNederland gevallen, de problemen wachten niet. Het is dan ook onzeverantwoordelijkheid om door te gaan met maatregelen, zodat we gripkrijgen op migratie, ook in Europa.Mijn eerste punt gaat over het landenbeleid en de brief die we gisterenhebben gekregen. Ons asielsysteem is bedoeld om mensen op te vangendie onveilig zijn in hun eigen land. Als de situatie in dat land verandert enmensen veilig terug kunnen, moet dat ook gebeuren. DemissionairMinister van Weel heeft de Kamer er gisteren over geïnformeerd dat erweer gestart gaat worden met het beoordelen van alle nieuwe enbestaande asielaanvragen van Syriërs. De VVD vindt dit een verstandigestap, maar we hebben hier nog een aanscherping op. Sommige Syrischevluchtelingen weten zich hier niet te gedragen: messteken, drugs,vechtpartijen onder het bollendak in Utrecht, het stelen van knuffels vaneen gedenkplek voor Jeffrey en Emma in Winschoten of zwartrijden in hetopenbaar vervoer. De VVD zou willen dat de asielaanvragen van Syrischevluchtelingen die veroordeeld zijn voor een strafbaar feit, als eerstebehandeld worden. Kan de Minister toezeggen dat dit waar mogelijkgebeurt? Mensen die misbruik maken van onze gastvrijheid, heb ik hetliefst zo snel mogelijk terug naar hun eigen land.Dan de Terugkeerverordening. Asielmaatregelen werken alleen alsuitgeprocedeerde asielzoekers daadwerkelijk weer vertrekken naar huneigen land. Dat lijkt heel logisch, maar dat gebeurt nog te weinig. InEuropa gaat dat slechts om 20%. De Terugkeerverordening is voorNederland en Europa heel belangrijk, maar ik zie dat deze voor dekomende Raad niet op de lijst met de te bespreken onderwerpen staat.Wat gaat de Minister doen om wel vaart te houden op dit dossier? DeEuropese Commissie heeft aangegeven dat het instellen van een beroeptegen een uitzetting van een veilig derde land geen automatischeschorsende werking heeft, omdat dit mechanisme al in de Terugkeerveror-dening zit. Dat begrijpt de VVD, maar wij willen deze schorsende werkingook niet in de Terugkeerverordening hebben. We vinden het asielsysteemzoals we dat in Nederland geregeld hebben juist goed. De asielprocedureen de terugkeerprocedure zijn van elkaar gescheiden. Kan de Minister opEuropees niveau pleiten om de schorsende werking uit de Terugkeerveror-dening te halen?Voorzitter. Dan het Migratiepact. Volgend jaar gaat het Europese Asiel- enMigratiepact in. Dit gaat ervoor zorgen dat we Europabreed meer controlegaan krijgen over wie Europa binnen kan komen, over wie er mag blijvenen dus ook over wie er naar Nederland komt. In juni volgend jaar moet ditpact ingaan. Dat is toch echt dichterbij dat je denkt. Daarom is het voor deVVD van belang dat we zo snel mogelijk de benodigde implementatiewet-geving hiervoor ontvangen, zodat we deze zorgvuldig en voortvarendkunnen bespreken in de Tweede Kamer. Kan de Minister de VVDtoezeggen dat de Kamer deze wetgeving nog voor het zomerrecesontvangt?Voorzitter. Dan mijn laatste punt: de Oekraïners. Een aantal maandengeleden sprak de Tweede Kamer met de voormalige Minister over deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9668 Oekraïners, hun tijdelijke bescherming en hun rechten en plichten. Erzouden verschillende programma’s worden opgezet rondom scholing dienuttig zouden kunnen zijn voor de mensen hier, maar ook voor deheropbouw van Oekraïne. Wanneer kan de Kamer hierover een updateverwachten?Voorzitter. Dat was het.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van Nispen heeft een interruptie.De heer Van Nispen (SP):Ik heb een korte vraag. Ik ben ook benieuwd naar de implementatiewetvoor de uitvoering van het EU-Migratiepact. Maar de vraag is toch welhoeveel eerder de asielwetten, waar zo veel om te doen is en waariedereen nu van vindt dat ze allemaal snel behandeld moeten worden,naar verwachting in werking kunnen treden dan de implementatiewet-geving voor het EU-Migratiepact. Wat is de inschatting van mevrouwRajkowski?Mevrouw Rajkowski (VVD):Tijdens een rondetafel heeft onder andere de IND als uitvoeringsorgani-satie aangegeven dat de Asielnoodmaatregelenwet bij wijze van sprekenmeteen doorgevoerd zou kunnen worden. Daar ligt volgens mij niet hetlastige deel. Als Kamer moeten we nog wel een ei leggen over hettweestatusstelsel. Dat zou ingevoerd kunnen worden zodra we ditbehandeld hebben. Als wij het als Tweede Kamer nu behandelen voor hetzomerreces, dan kan de Eerste Kamer er misschien na het zomerreces eenei over leggen. Dan zou het in ieder geval eerder behandeld kunnenworden of in werking kunnen treden dan het Migratiepact. Ik sta echt welopen om te kijken wat nou een verstandige datum is om dat tweestatus-stelsel in te voeren. Maar als we als Tweede Kamer zeggen dat we eenstrenger beleid willen en als dat dan over een jaar ingaat, dan weet ik welwat er in de tussentijd gebeurt. Die weging zal ik dus altijd maken. Maarwij staan open om het gesprek hierover te voeren. Voor ons is hetbelangrijk dat er verandering komt in de asielketen, maar het moet ooknetjes en zorgvuldig gebeuren. Als er voorstellen zijn, zie ik die dus graagtegemoet.De voorzitter:Mevrouw Podt en daarna de heer Van Baarle.Mevrouw Podt (D66):Ik hoor mevrouw Rajkowski twee dingen zeggen; ik hoor haar eigenlijkeen heleboel dingen zeggen. Maar ik hoor haar zeggen dat de implemen-tatie van het Migratiepact hartstikke belangrijk is. Dat ben ik zeer met haareens. Volgens mij is dat by far de meest effectieve maatregel die we metz’n allen kunnen nemen. Maar ondertussen hoor ik ook een verlanglijstvan hier tot Tokio, met allerlei andere dingen die deze Minister ook nogmoet gaan doen. Ik heb begrepen dat de Minister vanmorgen ook een vrijstevig debat heeft gehad over alle dingen die hij op een ander depar-tement nog te doen heeft. Is mevrouw Rajkowski het met mij eens dat deimplementatie van het Migratiepact prioriteit nummer een, twee en driemoet zijn?Mevrouw Rajkowski (VVD):Nee. Voor mij zijn de twee asielwetten prioriteit een, twee en drie. Daarnakomt de implementatie van het Migratiepact. Dus die staat zeker hoog opmijn lijstje.De heer Van Baarle (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9669 Ook mevrouw Rajkowski zou ik een vraag willen stellen over het nieuwebeleid ten aanzien van Syrië. Ik vraag haar in te gaan op het volgende.Zoals ik net zei, zegt het kabinet zelf: de veranderingen zijn niet ingrijpenden men kan er niet van uitgaan dat het zo blijft. Dan zijn er al die mensen-rechtenorganisaties die aangeven: het nieuwe beleid is gewoon gokkenmet de levens van Syriërs. Gokken met de levens van Syriërs. Wat is dereactie van mevrouw Rajkowski daarop? Zij kan toch niet vasthouden datje op basis van de huidige informatie dit beleid nu kunt doorvoeren?De voorzitter:Dat was uw laatste interruptie, meneer Van Baarle. Ik ga naar mevrouwRajkowski.Mevrouw Rajkowski (VVD):Ik begrijp de vraag. Zoals ik de brief lees, staat er niet dat er per directmensen teruggestuurd worden. Er staat dat het herbeoordelen weeropgestart gaat worden. Dat is inderdaad een tussenstap die genomenwordt voordat je mensen terug gaat sturen. Ik lees ook een hoop nuancein de brief. Er staat namelijk dat het wel veilig moet zijn en dat mensenterug moeten kunnen komen. Er worden ook risicoprofielen aangewezenvoor een aantal groepen. Ik maak me geen zorgen dat deze Ministerervoor gaat zorgen dat mensen rücksichtslos worden teruggestuurd als zeniet veilig zouden zijn. We krijgen een ambtsbericht. Op basis vanexpertise en op basis van internationale regels, richtlijnen en mensen-rechten moet er beoordeeld worden of mensen hier mogen blijven of niet.Daarna volgt nog een terugkeerbesluit, als dat aan de orde is.De voorzitter:Mevrouw Piri voor haar laatste interruptie.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp dat de IND op dit moment 17.000 zaken in behandeling heeftvan Syriërs, die hier soms al vele, vele maanden wachten op een besluit.Er was een moratorium. Als ik het goed begrijp, is de VVD het ermee eensdat de meeste van deze mensen worden afgewezen, behalve alawieten enlhbti’ers, maar niet gedwongen worden uitgezet. Begrijp ik dat goed?Mevrouw Rajkowski (VVD):Als mensen gedwongen kunnen worden uitgezet, dan is de VVD daarzeker voor. Ik geef alleen aan dat we de procedures moeten volgen zoalsdie opgeschreven staan. We baseren ons op ambtsberichten, op expertise,op diplomatieke mensen die hier kennis van hebben. Daar baseer ik meop. Ik ben niet degene die gaat beoordelen of mensen hier wel of nietmogen blijven. Voor mij waren het ambtsbericht en de landenbriefduidelijk. We heffen het moratorium op in die zin dat de nieuwe en delopende asielaanvragen beoordeeld gaan worden. Dat lijkt mij verstandigen ook wenselijk voor de mensen die hier al een halfjaar zitten te wachtenof ze hier op lange termijn überhaupt mogen blijven. Nog even los van devraag of mensen meteen terug kunnen of niet, lijkt het me ook fijn om teweten of je je leven in Nederland straks kan gaan opbouwen of niet.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri voor haar inbreng. Ik wijs deKamerleden erop dat het allemaal iets korter moet, want we hebben maardrie uur en we zitten hier met negen Kamerleden.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Moet mijn inbreng korter, voorzitter?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96610 Dat is altijd wenselijk in uw geval, maar doe een poging.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. De restanten van het kabinet-Wilders/Yes¸ilgöz zijn publiekelijkruzie aan het maken over wie voor een paar maanden de afleidingsma-noeuvres de wereld in mag slingeren. Vooralsnog zal het deze Ministerzijn die morgen en overmorgen namens Nederland aanwezig is inLuxemburg. De voorganger van deze Minister was vaak rijkelijk laat methet toesturen van brieven. Ook deze Minister heeft gisteravond nog eveneen grote beleidswijziging kenbaar gemaakt, namelijk dat Syrië voor veelmeer Syriërs veilig verklaard kan worden om naartoe terug te keren. Hetmet stoom en kokend water aangepaste landenbeleid roept bij mijn fractievooral veel vragen op. Het ambtsbericht beschrijft de situatie als«volatiel», «instabiel» en «fragiel». En in de beslisnota staat: «het valt nietgoed in te schatten hoe de situatie zich verder zal ontvouwen». Daarnaaststelt de Minister zelf: «De bestendigheid van de situatie in Syrië valt nietgoed in te schatten.» Dit zijn de quotes. Hoe kan de Minister ondanks dezeopsomming besluiten om mensen terug te sturen naar Syrië? Hoe groot isde kans dat de Minister binnenkort weer het beleid zal moetenaanpassen? Hoe komt het dat organisaties zoals UNHCR tot een andereconclusie komen, namelijk dat niet is voldaan aan de vereisten voor hetbeëindigen van de vluchtelingenstatus voor vluchtelingen uit Syrië? In hetambtsbericht wordt bijvoorbeeld de situatie van sjiieten als «precair»omschreven. Waarom zijn zij dan weer niet als risicogroep benoemd, metverwijzing naar de precaire situatie? Wat moet volgens deze Minister ineen volgend ambtsbericht staan om over te gaan tot een herbeoordelingvan de al afgegeven verblijfsvergunningen? Wat zijn dan precies devoorwaarden waar de Minister naar kijkt?Voorzitter. Veel Syriërs zijn sinds 2011 naar Europa gekomen. Volgens mijis dit de allergrootste groep asielzoekers in Europa. Dat geldt niet alleenvoor Nederland, maar ook voor heel veel Europese landen. Waarom is erdan geen Europese aanpak? Als je naar Syrië zelf kijkt, waar op ditmoment 7,5 miljoen intern ontheemden zijn, terwijl er daarnaast 5 miljoenSyriërs buiten Syrië zijn, dan zou je toch hopen dat de internationalegemeenschap gaat kijken hoe ze hier samen uit kan komen, in plaats vanallemaal een voor een apart een verschillend bilateraal beleid te gaanvoeren.Dan de «go and see»-regeling. De Minister weet inmiddels ongetwijfelddat deze Kamer daarover een motie van het CDA en GroenLinks-PvdAheeft aangenomen. Zijn voorganger weigerde om die uit te voeren. Ik benbenieuwd hoe deze Minister ernaar kijkt, want als ik het goed zie, is inBrussel wel naar voren gebracht om te kijken naar een Europese regelingen heeft het kabinet zich daar niet tegen verzet. Ik hoor dus graag wat hetis.Voorzitter, kan ik mijn laatste zinnen nog uitspreken? Ja? Gelukkig.De tijdelijke bescherming van Oekraïners. De Russische invasie vanOekraïne duurt voort. Helaas zien we elke ochtend verschrikkelijk nieuwsin de kranten binnenkomen. Dat betekent dat we ook rekening moetenhouden met een scenario waarin de oorlog niet op korte termijn voorbij isen de beschermingsopdracht niet meer tijdelijk is. Wat is de stand vanzaken van de nationale terugvaloptie? In hoeverre sluit de terugvaloptieaan bij de bescherming van andere vluchtelingen in Nederland als hetgaat om rechten en plichten? Is de Minister hierover in gesprek metandere EU-lidstaten? Want de Oekraïners en de Syriërs, hoewel ze ondereen ander juridisch kader vallen, zijn natuurlijk de twee grote groepenwaarvoor mijn fractie echt hoopt dat we tot een Europese aanpak kunnenkomen.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96611 Dank u wel, mevrouw Piri. Ik ga naar de heer Van Nispen van de Socialis-tische Partij.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel, voorzitter. Ook ik begin met de constatering dat de post vandeze Minister zeer populair is, dat er openlijk over geruzied wordt en dat ikdat toch tamelijk gênant vind. Volgens mij heeft de Minister zelf ook eenkeuze om te bepalen of hij deze twee banen naast elkaar verstandig vindt.Alsof er niet genoeg te doen is op Justitie en Veiligheid! Mijn vraag is wel:wat gaat deze Minister nou anders doen dan zijn voorganger? Misschienzijn dat honderd dingen, maar kan hij een top vijf geven?Als ik vervolgens naar de inzet van de regering bij de aankomende JBZAsiel kijk – die is, denk ik, nog voornamelijk onder de vorige Minister totstand gekomen – zie ik vooral heel veel trots op de harde lijn. Ik vind datmisplaatste stoerdoenerij en die vind ik niet zo verstandig. Die is erbijvoorbeeld ten aanzien van het herzien van het veiligderdelandconcept.Dat moet namelijk scherper en nog meer schuren met de mensenrechten.Het bandencriterium gaat eraf, wat betekent dat een asielzoeker naar eenland kan worden gestuurd zonder daar ooit te zijn geweest. De Ministernoemt dit out of the box denken en een goede manier om meer ruimte tegeven om innovatieve oplossingen te creëren. Maar op welke manier ishet verzwakken van de definitie van «veilig derde land» creatief en out ofthe box? Wordt het opzoeken van de randen van de mensenrechten nuecht gedefinieerd als creatief? Ik vind dat opmerkelijk. Ik snap het idee vaneen EU-lijst wel, maar het moet daar wel echt veilig zijn. Wat is er veiligaan Egypte, waar sprake is van grootschalige repressie en waarvreedzame critici van het regime gedetineerd en gemarteld worden? Ookbij Tunesië en Servië zijn serieuze vraagtekens te plaatsen. Kan deMinister aandringen op het opschorten van dit besluit, in ieder geval tenaanzien van deze landen, tot we de gebruikte bronnen hebben kunnencontroleren?Ook de terugkeerhub wordt gezien als iets innovatiefs, dus de afsprakenmet landen zoals Rwanda of Uganda om tegen betaling mensen die daarniet vandaan komen tijdelijk onder te brengen. Van terugkeer is eigenlijkgeen sprake, want die mensen komen er niet vandaan. Ik vind dat ditvooral het falen van het terugkeerbeleid laat zien, want waarom kan nietbij de landen van herkomst worden afgedwongen, zo mogelijk inEuropees verband, dat mensen gewoon worden teruggenomen? Hoereageert de Minister op recente berichten over de terugkeerhub inAlbanië, die wordt omschreven als een gevangenis waarin asielzoekers inslechte omstandigheden leven en waar hulporganisaties niet naar binnenmogen? Ook de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VNheeft hierover zijn zorgen geuit. Is dit nou de koers die wij als land moeteninzetten?We lezen ook dat de Europese Commissie een voorstel heeft gedaan omonderdelen van het EU-Migratiepact te versnellen. Daarmee komen we inde onwenselijke situatie dat niet alleen de Nederlandse asielwetten en hetMigratiepact op een ander moment in dreigen te gaan, maar ook dat ditEU-pact zichzelf nog eens opsplitst. Hoe kijkt de Minister hiernaar? Hoeingewikkeld gaan we het nou maken voor de uitvoering? Is hij, integenstelling tot zijn voorganger, wel bereid om het de uitvoeringsorgani-saties niet voor eigen politiek gewin onmogelijk te maken en om allebelangrijke veranderingen juist tegelijkertijd te laten doorvoeren en telaten samenlopen? Vindt de Minister ook dat wij vooral moeten kijkennaar wat uitvoerbaar is voor de mensen die daadwerkelijk dit werk voorons doen, zoals het COA en de IND, voordat wij gaan zeggen dat dit erallemaal nog even doorheen kan, ook op Europees niveau? Wordt erüberhaupt nog gevraagd naar de impact voordat dit op Europees niveauwordt besproken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96612 Het kabinet dacht ermee weg te komen om ambtsberichten niet meer teopenbaren. Dat vond ik heel gek, want wat was er nou eigenlijk teverbergen? Een rechter was ons als Kamer voor. De regering is terugge-floten; het moest gewoon openbaar worden. Hoe gaat dit nu verder, vraagik aan de Minister. Worden de ambtsberichten weer gewoon openbaarzoals dat het geval was?Dan inhoudelijk over het landenbeleid Syrië. Ik vind het onderscheid heelgek. Er is al een vraag over gesteld, maar Syrië is dus kennelijk niet veiliggenoeg voor statushouders met een verblijfsvergunning maar wel voorasielzoekers waarvan de aanvraag nog in behandeling is. Is het nou wel ofniet veilig voor mensen uit Syrië? Hoe voorkomt de Minister dat mensenworden teruggestuurd naar een onveilig land of dat kinderen naar eenland moeten vol explosieve oorlogsresten, maar zonder huizen, onderwijsof schoon drinkwater? Is dit nieuwe landenbeleid niet te voorbarig, vraagik aan de Minister.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Nispen. Dat brengt ons bij mevrouw Podt vanD66.Mevrouw Podt (D66):Dank u wel, voorzitter. De coalitie die er alleen vanwege de asielplannenkwam, is uiteengevallen. Dat is zonde voor de kiezer die een strengermigratiebeleid wilde, zou je denken, maar het is eigenlijk onmogelijk omnog minder asielbeleid te voeren dan dit kabinet van PVV, VVD, NSC enBBB de afgelopen elf maanden heeft gedaan. Hopelijk kunnen we vanafnu aan de slag met beleid dat werkt.Ik wil de Minister welkom heten bij deze commissie en hem vooral succeswensen met het huiswerk dat de vorige Minister heeft laten liggen.Daarover een aantal vragen. Allereerst – ik zei het net al even – deimplementatie van het Migratiepact, waarover tijdens de Raad zal wordengesproken. Het pact is verreweg de meest effectieve manier om grip opmigratie te krijgen. Waarom ligt de Nederlandse uitvoeringswet dan nogsteeds niet bij de Raad van State? De deadline van juni 2026 nadert snel.Is de Minister bereid om dit als hoogste prioriteit op te pakken? Doet hijdat niet, dan dreigt Nederland zelf in de weg te staan van effectiefEuropees asielbeleid.Voorzitter. Op de voorbereidingen heeft de Kamer ondertussen vrij weinigzicht. Zo zie ik verschillende deadlines staan deze maand voorICT-aanpassingen, opvang en personeel, maar de status hiervan is totaalonduidelijk. Kan de Minister nog voor de zomer een brief naar de Kamersturen met een stand van zaken van de implementatie? Het kabinet moetbovendien deze maand nog een plan inleveren om aanspraak te kunnenmaken op geld van de EU voor implementatie, maar ik heb gehoord datNederland dat, in tegenstelling tot veel andere landen, nog niet heeftgedaan. Waar wacht dit kabinet op? Al met al is het gebrek aan voortgangen transparantie echt zorgelijk. Ik hoop dat dit onder de nieuwe Ministersnel verbetert.Voorzitter. In het verlengde hiervan het Entry/Exit-systeem. Het live gaanvan het EES is blijkbaar vertraagd omdat drie lidstaten nog niet klaar zijn,waaronder Nederland. Kunt u daarvoor redenen geven en zich eraancommitteren om zo snel mogelijk klaar te zijn?Voorzitter. Dan over het verblijf van Oekraïners. We hebben het hier vakerover gehad. Het helpt niet dat dit steeds een jaar vooruit wordt gepland ener dan duidelijkheid wordt gegeven aan Oekraïners en de mensen die henopvangen. De Commissie raadt de lidstaten nu aan om de status vanOekraïners langzamerhand te gaan omwisselen: werkenden eenwerkvisum en studenten een studievisum. Zo zorgen we voor zekerheid,maar zo zorgen we er ook voor dat mensen niet stil komen te staan. Datmensen zich blijven ontwikkelen is van belang, of hun toekomst nouTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96613 uiteindelijk in Nederland of in Oekraïne ligt. Is het kabinet bereid dit adviesinderdaad over te nemen? Ook gaat de Commissie maatregelen nementegen Oekraïners die zich hebben ingeschreven in meer dan één lidstaat.Is dit iets waar Nederland al maatregelen tegen neemt?De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Van Zanten van BBB.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik hoorde mevrouw Podt eerder over de coalitie van vier partijen zeggendat die naar haar idee nog nooit zo weinig heeft bereikt. Ik vroeg me afwat D66 dan precies heeft bereikt in de vorige kabinetten met betrekkingtot het inperken van de asielinstroom, want volgens mij was het toch ookecht D66 die in een kabinet zat toen de instroom heel erg volliep en deazc’s helemaal volliepen.Mevrouw Podt (D66):Hier hebben we het vorige week in de debatten ook over gehad. Volgensmij waren we een heel, heel end om daar met elkaar uit te komen en toendonderde de boel ook in elkaar. Blijkbaar zijn er mensen die steeds denoodzaak voelen om weg te lopen op momenten dat het moeilijk wordt.Dat kan ik ook niet helpen.De voorzitter:Mevrouw Van Zanten, ik wijs de Kamerleden er wel op dat het gaat overde JBZ-Raad van de komende twee dagen. Ik wil niet het aureool vanpartijdigheid krijgen, maar probeer zo veel mogelijk daar in de buurt teblijven.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik heb er slechts één opmerking over. We begrijpen elkaar, maar ik vindhet dan eigenlijk ook niet terecht dat mevrouw Podt net BBB, NSC en VVDnoemde.Mevrouw Podt (D66):Laat ik dan een geste doen richting mevrouw Van Zanten: we bevindenons tot op zekere hoogte in hetzelfde bootje.Dan ga ik naar ...De voorzitter:Mevrouw Podt vervolgt haar betoog. Ze is erg snel vandaag. MevrouwPodt vervolgt haar betoog. Gaat uw gang.Mevrouw Podt (D66):Voorzitter. Ik kom bij mijn laatste punt, over het Schengengebied. Ookdaar komt de Minister over te spreken. Hij zegt dat te willen versterken.Applaus; daar kan ik alleen maar heel erg blij mee zijn. De vraag is welhoe binnengrenscontroles in dat plaatje passen, want volgens mij staatdat een beetje haaks op het hele idee van het Schengengebied. U weetwel, die binnengrenscontroles waarover de Rekenkamer recent nog zei:niet effectiever tegen grenscriminaliteit dan MTV-controle. En: «... hetaantal asielzoekers en secundaire migranten dat bij een binnengrenscon-trole werd aangetroffen, daalde. Deze aantallen lagen altijd al laag enhalveerden sinds de herinvoering van de binnengrenscontroles». Dat lijktme geen overweldigend succes. Dus ik vraag me af waarom we diteigenlijk nog doen.Ondertussen vraagt de Duitse Minister van Binnenlandse Zaken zich afwat het Nederlandse kabinet in hemelsnaam gaat doen aan Nederlandseburgers die aan de grens auto’s staan te controleren. Ook dat lijkt me nietde bedoeling. Is deze Minister het eens met onze premier, die dit «eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96614 vorm van demonstreren» noemde? Zo nee, heeft de Minister daninmiddels stappen ondernomen tegen de mensen die dit staan te doen?Dat was het, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik ga naar mevrouw Van Zanten van BBB.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ook al is de PVV vorige week uit het kabinetgestapt, wij geven niet op en blijven werken aan een streng asielbeleid,want dat is wat Nederland wil en wat BBB wil: geen stilstand, maarresultaat.Voorzitter. Telkens horen we dat het allemaal niet mag, niet kan ofjuridisch ingewikkeld is. Ook de voormalige Minister zei of schreef ditgeregeld, bijvoorbeeld in december naar aanleiding van mijn motie overhet tijdelijk stopzetten van gezinshereniging. Vorige maand deed ik eennieuwe poging. Deze motie werd opnieuw ontraden, maar is welaangenomen. Mijn vraag aan deze plaatsvervangend demissionairMinister is: hoe staat het met de uitvoering daarvan? Is hij van plan hiervoortvarend mee aan de slag te gaan? Graag een reactie.Voorzitter. Keer op keer lijken we met ons asielbeleid aan te lopen tegeninternationale wetten en verdragen. BBB is behoorlijk klaar met «dat kanniet, dat mag niet». Overal binnen de Europese Unie zien we landen diedie ruimte wel pakken: Zweden, Polen, Oostenrijk, Duitsland, België. Zezoeken de grenzen van het Europees recht op en benutten die. DurftNederland die ook eens te zoeken en te benutten? Dat vraag ik aan deMinister.Wat BBB betreft is het daarnaast tijd om die achterhaalde verdragen enwetten aan te passen of op te zeggen. Sommige zijn nota bene zo’n 75jaar geleden opgesteld in een totaal andere situatie. Is de Minister dit metons eens? En, zo ja, welke concrete stappen gaat hij dan zetten?De Duitse bondskanselier zei over zijn eigen maatregel om asielzoekers bijde grens tegen te houden: «Wij denken dat dit gewoon kan. Mocht derechter ons toch terugfluiten, dan kan dat nog jaren duren en intussenhebben we resultaten geboekt.» Precies dit. Intussen heb je als land danook het signaal afgegeven dat het niet langer zo aantrekkelijk is alsvoorheen om naar dit land te komen.De voorzitter:Mevrouw Podt heeft een interruptie voor u.Mevrouw Podt (D66):Mijn mond valt wel een klein beetje open. Eigenlijk zegt mevrouw VanZanten hier gewoon: «Laten we de wetten gewoon maar uit het raamgooien. Het maakt allemaal niet uit. We gaan het gewoon proberen en danwachten we wel tot we terug worden gefloten door de rechter.» Dat istoch geen manier van doen? Ik had het net over die mensen die dit bij degrens staan te doen. Dat kan gewoon niet; dat is tegen de wet. Je hebt jeals overheid gewoon aan je eigen wetten te houden. Je gaat daar tochniet overheen, gewoon om te kijken wat er dan gebeurt? Dat is toch nietde manier waarop we dingen doen met elkaar? Of het nou over asiel gaatof over landbouw of over iets heel anders, dat doen we gewoon niet. Hetlijkt me echt ook ...De voorzitter:Zullen we het bij vragen houden? Kunt u uw vraag stellen?Mevrouw Podt (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96615 Ik wil mevrouw Van Zanten voornamelijk oproepen om zich juist alsparlementariër te onthouden van dit soort dingen. Volgens mij moeten wedat niet doen. Dus nee, ik heb geen vraag. Ik heb een oproep.De voorzitter:Daar mag mevrouw Van Zanten wat op zeggen en dan vervolgt ze daarnahaar betoog.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik wil daar wel wat op zeggen. Volgens mij gaat het hier in de eerste plaatsom een politieke keuze die je maakt. Wij zijn uiteindelijk ook verantwoor-delijk voor het maken van wetten. Als wij zien dat Europese wetten onsnationale beleid zo in te weg zitten, dan vind ik dat wij daar absoluut naarmoeten kijken, zeker als die wetten bijvoorbeeld uit 1951 zijn en allangniet meer passen in deze huidige tijd met deze enorme massa’s zichverplaatsende mensen. Dat was in 1951 nog niet het geval.De voorzitter:De laatste interruptie van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Het staat mevrouw Van Zanten volkomen vrij om dat te vinden en om danvervolgens de wet te veranderen. Dat is de manier; dat is waar wij voorzijn besteld. Maar oproepen om de wet te gaan overtreden en dan tekijken wat de rechter doet, past ons niet als Kamer.De voorzitter:Mevrouw Van Zanten mag een antwoord geven en vervolgt daarna haarbetoog.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik wil daar nog wel even op antwoorden. Ik vraag ook juist om hetaanpassen van Europese wet- en regelgeving en om er, als dat niet kan,desnoods uit te stappen. Wij kunnen dat wat mij betreft. Volgens mij kandat juridisch gezien ook gewoon. Als je er niet uit komt, kan je eruitstappen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik wil het graag even hebben over Syrië, zoals meerdere collega’s ook alhebben gedaan. De Minister kwam gisteravond met een brief naaraanleiding van het laatste ambtsbericht over Syrië. Hij schreef dat desituatie in Syrië ten goede is gekeerd en dat hij daarom het landenbeleidper direct aanpast. Hij schreef ook dat onder een risicoprofiel vallen nietautomatisch een verblijfsvergunning betekent. De IND beoordeelt perindividu of de asielzoeker gegronde vrees heeft voor vervolging ofernstige schade. Hij schrijft dat Syriërs die niet tot deze risicoprofielenbehoren zelf met bewijs moeten komen, iets wat we overigens al haddenopgenomen in het hoofdlijnenakkoord. Iets verderop in de brief schrijft hij:«Hoewel de veiligheidssituatie een redelijke verbetering laat zien, nog nietkan worden geconcludeerd dat de positieve wijzigingen reeds ingrijpenden van niet-voorbijgaande aard zijn.» En daarom wordt niet overgegaanop herbeoordeling van Syrische statushouders. Als er geen reden meer isom Syrische asielzoekers een verblijfsvergunning te geven, dan is er tochook geen reden meer om de tijdelijke verblijfsvergunning van Syrischestatushouders niet in heroverweging te nemen? Veilig is veilig. Graag eenreactie van de Minister. En kom dan alstublieft niet aan met zoiets als deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96616 Europese kwalificatierichtlijnen, want dat is in dit geval een papierenwerkelijkheid.Afrondend, voorzitter. Na minstens vijftien jaar wanbeleid op asiel kondenwe eindelijk stappen maken, maar het kan en mag niet zo zijn dat hetasielbeleid door de val van het kabinet wederom tot stilstand komt. Allesloopt al jaren vast in Nederland. Ik hoef u niet te vertellen hoe groot deproblemen zijn met onder meer de asielopvang en in het algemeen ook dehuisvesting, de zorg, het onderwijs en de aanleg van infrastructuur, ommaar wat te noemen. Als we geen stopknop instellen met elkaar, danwordt zelfs de allerbeste opvang onhoudbaar.Dank u wel.De voorzitter:Dat brengt ons bij de heer Van Baarle. Dan gaan we naar de heer VanBaarle voor zijn inbreng.De heer Van Baarle (DENK):Dank u wel, voorzitter. Door de val van dit kabinet zijn we eindelijk verlostvan het circus-Faber. Onder het vorige bewind werden niet-bestaandeborden in Denemarken aangehaald waarop zou staan: wij werken aan uwterugkeer. We kregen geen antwoord op vragen en de meest gevleugeldeuitspraak waar we de voorganger van deze Minister door herinneren zijnde woorden «ik ben beleid». Nu zien we weer een grote aanfluiting,waarbij de coalitiepartijen rollebollend over straat gaan over de invullingvan de portefeuille. Mijn eerste vraag aan deze Minister is: denkt hij ookdat hij beleid is, net zoals zijn voorganger? Gaat hij breken met de maniervan besturen van zijn voorganger? Wat vindt hij van de ontstane chaosrondom zijn portefeuille?Voorzitter. De afgelopen tijd hebben we gezien hoe in Nederland illegalegrenscontroles werden uitgevoerd. Een groep op hol geslagen burgers islukraak grenscontroles gaan uitvoeren. Dat is natuurlijk totaal onaan-vaardbaar en moet in de strengste bewoordingen veroordeeld worden.Een woordvoerder van de gemeente Westerwolde zei terecht dat hetverboden is voor burgers om auto’s aan te houden op de manier waaropde politie dat doet en dat dergelijke acties voor onveiligheid zorgen. Vandeze Minister kregen we een reactie in slappe bewoordingen, waarbij hijvooral aangaf begrip te hebben voor de zorgen van deze mensen. PremierSchoof zei zelfs dat hij begrijpt dat deze acties zijn uitgevoerd en dat heteen vorm van demonstreren is. Ik viel echt van mijn stoel door de slappereacties van deze bewindspersonen: begrip voor het uitvoeren van actiesdie indruisen tegen de wet. Ik vraag deze Minister, die ook verantwoor-delijk is voor de portefeuille JenV, om hier echt op een andere manier meeom te gaan dan hij nu doet, waarbij eigenlijk begrip wordt opgebrachtvoor het verbreken van de wet.De voorzitter:Ik zou ook u wel willen vragen om u te richten op de JBZ-Raad; daarvoorzitten we hier bij elkaar. U heeft een interruptie van mevrouw Piri. Datdoen we eerst en daarna gaat u verder vragen stellen over de JBZ-Raad,hoop ik.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik heb eigenlijk een klein punt van orde. Er is net bekendgemaakt dat erkennelijk een akkoord ligt en dat de post van deze Minister toch in drieënwordt gedeeld. Dus ik vraag me vooral af, voordat we dit debat vervolgen,of het wel deze Minister is die de komende twee dagen in Luxemburg is.O, meneer Eerdmans had die vraag al gesteld? Wist hij het dan al eerder?(Geroezemoes)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96617 De voorzitter:Even allemaal ophouden. We houden even de orde hier. Niet buiten demicrofoon met elkaar gaan zitten praten. Doe dat nou allemaal niet.Mevrouw Piri, dat is een terechte vraag die u allemaal mag stellen. Dieheeft u nu tussendoor even gesteld. Maar ten eerste is dat eigenlijk niet debedoeling. Ten tweede zit deze Minister hier nu; hij is nu de waarnemendMinister. We gaan rustig verder met het debat. We gaan naar de heer VanBaarle, die nu vragen gaat stellen over de JBZ-Raad.De heer Van Baarle (DENK):Dat ga ik doen, voorzitter. Mijn volgende onderwerp is Syrië, dat weldegelijk ook op de agenda van de JBZ staat, en in relatie daarmee ook hetlandenbeleid van deze Minister, omdat dat ook de stellingname vanNederland impliceert. In de afgelopen periode hebben we gezien dat heelveel politieke partijen in dit huis de Syriërs in Nederland hebben gebruiktals een soort speelbal in hun campagne. De PVV ging daarin het verst,maar andere politieke partijen volgden door te stellen dat Syriërs perdirect teruggestuurd zouden moeten worden en zelfs dat ze testosteron-bommen zouden zijn. Ik krijg in de afgelopen periode ontzettend veelberichten van Syriërs in Nederland die aangeven zich zorgen te makenover hun toekomst vanwege al die haatcampagnes vanuit politiekepartijen, maar ook vanwege het landenbeleid van deze Minister. DeMinister geeft aan het landenbeleid te wijzigen, terwijl hij zelf in zijn briefaangeeft dat de wijzigingen in Syrië niet «ingrijpend» genoemd kunnenworden en dat nog niet gesteld kan worden dat ze van niet-voorbijgaandeaard zijn. Ook alle toonaangevende mensenrechtenorganisaties –Amnesty, UNICEF, VluchtelingenWerk, UNHCR Nederland – noemen hetbesluit van deze Minister om het landenbeleid voor Syrië aan te passen«volstrekt voorbarig» en nemen hier stelling tegen. Ik vraag deze Minister:hoe kan hij zijn beleid aanpassen als deze mensenrechtenorganisatiesstellen dat het niet kan en dat de situatie in Syrië te onveilig is, als hetambtsbericht stelt dat de situatie onzeker is en als ook deze Minister zelfzegt dat de situatie in Syrië eigenlijk niet ingrijpend is veranderd? Dan kanje dat toch niet volhouden?Voorzitter. Bij een afgelopen JBZ-Raad werd ook gesproken over de «goand see»-regeling, waarbij Syriërs tijdelijk zouden kunnen terugkeren omde situatie in hun eigen land te beoordelen. In een eerder stadium heefthet kabinet zich daar in Europees verband niet tegen uitgesproken, terwijlhet zich wel uitsprak tegen de desbetreffende Kamermotie, die inderdaadis aangenomen. De vraag aan de Minister is: hoe gaat de Minister zich inEuropees verband uitspreken ten aanzien van die «go and see»-regeling?Voorzitter. Daar zou ik het in de eerste termijn bij willen laten.De voorzitter:Ik schors tot 15.45 uur.De vergadering wordt van 15.21 uur tot 15.45 uur geschorst.De voorzitter:Goedemiddag. Ik heropen de vergadering van de commissie voor Asiel enMigratie. We hebben het over de JBZ-Raad. Het woord is aan Minister vanWeel voor zijn eerste termijn. Misschien kunt u aangeven welke onder-werpen u wilt behandelen. Dank u wel.Minister Van Weel:Voorzitter, dank. Het is een genoegen om hier te zijn in uw commissie. Ikzal zo heel kort aftrappen. Daarna heb ik de volgende onderwerpen: Syriëen het landenbeleid in het algemeen, de implementatie van het Migra-tiepact, grenzen, in de brede zin van het woord, terugkeer, innovatieveTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96618 oplossingen, Oekraïne en tot slot een klein kopje overig. Langs die lijnenzal ik de beantwoording doen.Voorzitter. Even in algemene zin. Ik zit hier op dit moment alswaarnemend Minister van Asiel en Migratie. Dat vloeit voort uit devervangingsregeling zoals die was afgesproken bij het aantreden van hetkabinet. Dat betekent dat ik volwaardig de portefeuille Asiel en Migratiewaarneem, zolang dat nodig is. U heeft net in de schorsing ongetwijfeldde berichten gezien. Ik kan u nog niet vertellen wat daarvan exact deuitkomst is dan wel op welke termijn dat in zou gaan. Ik ga ervan uit dathet op korte termijn is. Maar gedurende dit debat ben ik de enige Ministervan Asiel en Migratie, die met u het debat voert over de JBZ-Raad die dekomende dagen plaatsvindt. Overigens moet ik u vertellen dat geen vanons drieën, noch ik, noch de andere twee die worden genoemd voor deportefeuille, aanwezig zal zijn bij de JBZ-Raad. Staatssecretaris TeunStruycken neemt deze JBZ-Raad waar.De voorzitter:Ik stel voor dat u een band begint met z’n vieren! Dat zou kunnen.Minister Van Weel:Om nog meer verwarring voor u te zaaien.De voorzitter:Dank aan Minister van Weel. U vervolgt uw betoog.Minister Van Weel:Hoe dat zich verder uitkristalliseert, hoort u natuurlijk op de kortstmogelijke termijn. Maar voor nu zal ik gewoon met u door de vragen opalle onderwerpen heen gaan.Dat brengt mij bij Syrië. De vraag was: «Is het toeval dat dit nu ineensuitkomt? U zit een paar dagen op dit ministerie, maar het ambtsbericht lager toch al heel lang? Waarom ineens nu?» Dat hangt samen met hetbesluit- en vertrekmoratorium dat van kracht was vanaf december. Datgold tot 14 juni. Alle inspanningen waren erop gericht om voor 14 juni tekomen met een antwoord op de vraag: wat doen we na 14 juni, als datmoratorium ophoudt? Daar was het ambtsbericht op gericht. Dat isuiteindelijk ontvangen. De besluitvorming op basis van het ambtsbericht –ook dat is een expertproces en geen politiek proces – dateert van 29 mei.Bij mijn aantreden kreeg ik te maken met het besluit, naar aanleiding vaneen Woo-verzoek, om het ambtsbericht over Syrië openbaar te maken. Datis ingewilligd door de Minister van Buitenlandse Zaken. Dat creëertnatuurlijk ook al de nodige onrust. Wij hadden vandaag een debatgepland staan over de JBZ-Raad, dat raakt aan Syrië. Gisteren leek mijuiteindelijk dus de beste datum, zowel om zo snel mogelijk duidelijkheidte bieden aan de mensen die hierin onderwerp van gesprek zijn, alsookom met uw Kamer nog het debat daarover te kunnen voeren. Dat doen weop dit moment. Dat was dus de enige reden.Hoe moet u dat landenbeleid dan lezen? Er is inderdaad een onderscheid...De voorzitter:Mevrouw Podt heeft een vraag voor u, Minister. Ik sta weer drie inter-rupties toe.Mevrouw Podt (D66):Ik wil eigenlijk een punt van orde maken, voorzitter. Ik heb ervoor gekozenom het er nu juist niet over te hebben, want volgens mij zitten we bijelkaar voor de JBZ-Raad. Ik vind het wat wonderlijk dat de Minister aandeze vergadering refereert als «de vergadering waarin dit zou moetengebeuren en besproken zou moeten worden». Ik ga ervan uit dat dit nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96619 het moment is en dat we daar bijvoorbeeld volgende week ook nog overkunnen praten, als dat nodig is.De voorzitter:De Minister geeft gewoon de antwoorden die hij wil geven. En als u daarvolgende week weer over wil praten, kan dat ongetwijfeld altijd. DeMinister vervolgt zijn betoog.Minister Van Weel:Dan kom ik, of een ander, daar graag voor terug.Laat ik beginnen met wat er in de brief staat die ik heb gestuurd en hoedie is opgebouwd. Een aantal van u heeft daaraan gerefereerd. Daar ziteen getraptheid in. We maken het besluit om nu al het moratorium op teheffen voor de asielaanvragen die zijn ingediend maar nog niet zijnbeoordeeld. Dat doen we op basis van de situatie zoals nu beschreven inhet ambtsbericht. Dat gaat dus nu al lopen. Het gaat om een kleine 17.000aanvragen die zijn ingediend, plus alle aanvragen die vanaf nu verderbinnenkomen. Daar kan de IND nu mee aan de slag op basis van hetlandenbeleid dat er nu is. Er staat inderdaad wel een clausulering in. Daarwerd onder anderen door de heer Van Baarle aan gerefereerd. Dieclausulering gaat over wat de bestendigheid is van deze veiligheidswij-ziging en hoe we daarmee omgaan als het gaat om herbeoordelingen. Eris gewoon een hoge drempel vereist voor de herbeoordelingen vanstatussen. Dat zijn er op dit moment 71.000. Dat is een enorm aantalmensen. Aangezien we sowieso al 17.000 nieuwe aanvragen hebbenliggen, kiezen we ervoor om daar nu mee aan te vangen. Wat betreft deherbeoordelingen wachten we op het volgende ambtsbericht, om te kijkenof wat we nu zien gebeuren, namelijk de bestendiging van de situatie ende verbeterde veiligheid, doorzet. Dat is volledig in lijn met het beleid datwe voor alle landen hanteren. Dat is ook in lijn met hoe wij dat normaliterdoen. Daar zit dus geen enkele discrepantie tussen. Kort en goed betekentdit dus dat alle nieuwe aanvragen, of de aanvragen die nog niet warenbeoordeeld, nu gewoon afgehandeld kunnen worden door de IND. Watbetreft de herbeoordeling wachten we het volgende ambtsbericht af om tebezien of deze veiligheidssituatie de verbetering daarvan bestendigt.De kern van die veiligheidssituatie, om daar dan mee af te ronden ...De voorzitter:De heer Van Nispen heeft een korte interruptie.De heer Van Nispen (SP):Die gaat precies hierover. Ik kan dit toch niet helemaal volgen. Is het nouzo dat de situatie in Syrië is zoals die is, dus verschillend per gebied, nogniet helemaal veilig en bestendig et cetera? Maar dat geldt toch vooriedereen, of iemand nou een lopende aanvraag heeft of dat iemandsaanvraag al is ingewilligd? Is het nou om redenen van uitvoerbaarheidvoor de IND dat de Minister kiest voor deze volgorde? Of zit er een anderereden achter?Minister Van Weel:Nee, de uitvoerbaarheid is niet doorslaggevend. Het juridische kader, datverschilt voor eerste aanvragen en herbeoordelingen, is leidend. Hetjuridische kader voor herbeoordelingen vereist dat er sprake is van eenniet-voorbijgaand karakter – dat is dus eigenlijk een bestendiging van hetbeeld dat nu al in het ambtsbericht opduikt – voordat je tot een herbeoor-deling over kan gaan. Maar dat geldt niet voor nieuwe aanvragen of vooraanvragen die nog niet zijn beoordeeld. Daarvoor is de huidige situatiezoals beschreven in het ambtsbericht, voldoende om de afweging temaken. Daarin zit het onderscheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96620 De voorzitter:De heer Van Nispen kijkt min of meer tevreden. De Minister vervolgt zijnbetoog. O, er is nog een interruptie van mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik heb dezelfde vraag als de heren Van Nispen en Boomsma: hoe kan hetnou dat voor de ene groep andere regels gelden dan voor de anderegroep? Hun land is toch veilig, of niet?De voorzitter:Volgens mij lichtte de Minister dit net precies toe, maar we vragen het nogeen keer aan hem. Hij gaat nog een poging doen.Minister Van Weel:Heel simpel: dat onderscheid is vastgelegd in de codificatie van deEU-richtlijn. Met andere woorden: er geldt gewoon een ander afwegings-kader voor nieuwe aanvragen dan voor herbeoordelingen. Dat hanterenwe hier.De voorzitter:Mevrouw Van Zanten voor haar tweede interruptie.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dat snap ik; dat heb ik net ook in mijn inbreng genoemd. Maar dat is dantoch een papieren werkelijkheid? Het is toch niet uit te leggen hoe eensituatie ... Voor de ene groep is het land wel veilig en voor de anderegroep is het land niet veilig. Ik snap dat het juridisch gezien anders werkt,maar dat hoort toch niet zo te zijn? Het is toch eigenlijk krankzinnig dat deene groep wel terug mag en de andere groep niet? Dat is dan niet opbasis van waar ze precies wonen, maar op basis van hun status.De voorzitter:De Minister, en daarna mevrouw Piri voor haar interruptie.Minister Van Weel:Eén. De wet is zoals de wet is. Dat zeg ik als Minister van Justitie heelvaak. Die wet hebben we ook met z’n allen opgesteld. In de kern is deveiligheidssituatie dezelfde en afdoende voor het maken van afwegingenin alle gevallen. Alleen, er is juridisch gezien een hogere drempelopgeworpen, voortvloeiend uit jurisprudentie daarna, voor de groep diehier al langer zit en waaraan al een status is toegekend. Waarom? Omdatje hiermee een status terugdraait. Daarvan is gezegd dat je een besten-diger beeld moet hebben om dat besluit te nemen, omdat je iemand defacto iets afneemt – ik spreek nu in mijn eigen lekentermen. Dat is andersvoor iemand die een nieuwe aanvraag indient. Daar komt het vandaan.Dat is de werkelijkheid die geldt.De voorzitter:Uw laatste interruptie, mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik ga de vraag toch stellen. Als de situatie nu wel duidelijk is voor nieuweof lopende aanvragen, maar nog niet voor mensen die al een statushebben omdat die situatie juridisch gezien anders is, dan vraag ik me afwanneer het dan wel genoeg is. Is dat over een week, of over een maand,of over een jaar? Wanneer besluiten we dan dat het nu echt veilig is?De voorzitter:De Minister. Daarna ga ik naar mevrouw Piri.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96621 Minister Van Weel:Het is nu dus echt veilig. De vraag is of dat zich bestendigt. Daarvoorhebben we opnieuw een ambtsbericht uitgevraagd. U heeft gezien hoeomvangrijk en gedetailleerd die zijn, dus daar zit echt wat tijd in. Ikverwacht dat ambtsbericht aan het einde van het jaar te hebben. Dan zouje bij een ongewijzigd beeld dus over zes maanden, over een halfjaar, ookhet landenbeleid ten aanzien van de herbeoordelingen kunnen aanpassen.Dan is het uitvoeringstechnisch gezien natuurlijk nog maar de vraag of die17.000 dan al door de pijplijn zijn, maar dat is een tweede.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag over specifiek de mensen van wie het asielverzoek nogloopt. Ook ik heb het ambtsbericht gelezen. Daarin staat nergens deconclusie die deze Minister trekt, namelijk dat het voor veel meer Syriërsveilig verklaard kan worden om terug te keren. Ik neem aan dat er gewerktgaat worden met elementen van dat ambtsbericht om tot die conclusie tekomen. Volgens mij had deze Minister drie opties: of verlengen van hetmoratorium – daar heeft hij niet voor gekozen – of alleen behandelen vande asielverzoeken die tot een positief besluit komen, bijvoorbeeld vanalawieten en lhbti’ers, of alles herbeoordelen. Kan hij mij iets zeggen overdeze drie opties? Het is niet zo dat dit besluit een logisch gevolg is van hetambtsbericht. Kan de Minister misschien iets meer helderheid verschaffenover die afweging?Minister Van Weel:Eén. Het is niet alleen een besluit dat de Minister neemt op basis van hoehij ’s morgens zijn ministerie binnenstapt en dan denkt: goh, dit is «m. Erligt ontzettend veel werk in het ambtsbericht. Er zit ook ontzettend veelexpertwerk in vanuit de uitvoeringsorganisaties en het Ministerie vanAenM om daar vervolgens een duiding aan te geven, om gezamenlijk tekomen tot iets waar je een politiek besluit over kunt nemen. Dus hetbegint niet met de politiek; het begint met het ambtelijke vakwerk. Delogica in dit landenbeleid, dat voortvloeit uit het ambtsbericht, is dat degrootste dreiging op vervolging voor Syriërs kwam vanuit het regime vanAssad en vanuit het feit dat de enige terugweg naar Syrië via Damascuswas, waarbij je geregistreerd werd door het regime van Assad. Metandere woorden, zolang het regime van Assad daar zat, kon je nietuitsluiten dat iedere Syriër die terugging het risico liep op vervolging ineigen land. Dat staat dus los van de veiligheidssituatie in algemene zin,die in Syrië natuurlijk al meer dan tien jaar te wensen overlaat en ook nuniet perfect is. Maar dat is niet waar dit landenbeleid op ziet. Dit ziet op devraag of mensen individueel kans lopen op willekeurig geweld in eenbepaalde mate, dan wel op vervolging. Door het wegvallen van hetregime van Assad en door de eerste tekenen die het nieuwe regime laatzien ten aanzien van welke groepen het wel of niet gunstig gezind is,trekken we nu de conclusie dat we op basis van het ambtsbericht eenuitzondering maken voor twee risicocategorieën: de lhbtiq+’ers en dealawieten. Voor de overige Syriërs geldt wat ons betreft een lageredreiging. Nogmaals, de main driver daarvoor is het feit dat het regime vanBashar Assad daar niet meer de dienst uitmaakt.De voorzitter:Mevrouw Piri voor haar tweede interruptie.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Het blijft natuurlijk zo dat er op basis van de mening van alle experts eenambtsbericht gemaakt is, dat er vervolgens uit dat ambtsbericht verschil-lende beleidsopties komen en dat hiervoor gekozen is. Maar even losdaarvan, even kijkend naar het ambtsbericht: we weten dat de regeringniet alle delen van Syrië onder controle heeft. We weten ook dat er eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96622 Turkse bezetting is in het noorden van Syrië. We weten dat er eenIsraëlische bezetting is in het zuiden van Syrië. We weten hoe het voordruzen is. Dat hebben we de afgelopen week gezien. Het is ook te lezen inhet ambtsbericht. Er wordt iets gezegd over de situatie van sjiieten in hetalgemeen, niet alleen die van alawieten. Dus mijn vraag is alsnog:waarom kom je dan uiteindelijk op twee beperkte categorieën?Minister Van Weel:Ook dat is een weging. Dat is niet alleen een keuze van de Minister; ookdaar komen expertgroepen aan te pas. Er zitten gradaties in het gewelddat alawieten, sjiieten in algemene zin en christenen hebben ondergaanen in wat de verwachting is ten aanzien daarvan. Het ambtsbericht is eenenorme stapel papier; dit is de vertaling en weging daarvan. Die ziet eriets meer zwart-wit uit, omdat je uiteindelijk wel moet bepalen: welkerisicocategorie wel en welke risicocategorie niet. Dat ziet er iets meerzwart-wit uit dan alle nuances die je in een ambtsbericht hebt. Uiteindelijkgeldt natuurlijk nog steeds dat elke individuele casus op zijn meriteswordt beoordeeld. Dat is een proces dat nog steeds voor al die aanvragengaat lopen. Alleen is de basisgrond daaronder dat we vinden dat hetniveau van willekeurig geweld laag is en dat de algemene dreiging dievan het regime uitging, is komen te vervallen.De voorzitter:De heer Van Baarle voor een interruptie. Sorry, mevrouw Piri heeft eersthaar derde interruptie.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Omdat het voor heel veel mensen in ons land nogal wat betekent, ga ikhier toch even op door. We waren met de commissie voor BuitenlandseZaken een maand geleden in Libanon. Daar vangen ze heel veel Syriërsop. Sinds de val van Assad zijn er ongeveer 100.000 Syriërs teruggegaanen hebben ze 110.000 Syriërs ontvangen. Ik snap natuurlijk dat het voorandere groepen misschien niet meer veilig is in Syrië. Daar zit dus mijnongemak. Was het ambtsbericht er voor die enorme massaslachting vanalawieten in het noorden geweest, dan was je asielaanvraag als alawiet inNederland gewoon afgewezen. Een paar weken later zagen we groteaanvallen op druzen. Het hangt er dus ook maar net van af: de situatie isheel volatiel, maar er worden wel definitieve besluiten genomen door deIND op basis van wat er in dit specifieke ambtsbericht staat. Vandaar dat ikverbaasd ben dat je nu zo definitief besluiten durft te nemen in zo’nvolatiele situatie over iets wat nogal fundamenteel is, namelijk of je rechthebt op bescherming of niet. Ik heb dat bij andere Europese landen ookniet gezien. Dus ik vraag aan de Minister: waarom pakken we dit niet inEuropees verband aan?Minister Van Weel:Laat ik met die laatste vraag beginnen. Ik denk dat het een hele groteopgave is om het asielbeleid van alle EU-lidstaten op één lijn te krijgen. Ikdenk dat we met het Migratiepact een grootse poging gaan doen om daarin grote lijnen wel een aantal kaders in te stellen. Ik kom zo nog terug opde vraag van de heer Boomsma over het landenbeleid van andere landen,maar ik heb niet de illusie dat we het landenbeleid nu allemaal in één keerrecht gaan trekken, ook niet waar het gaat om het beleid op Syrië op ditmoment. We gaan zien wat andere landen gaan doen met dit moratorium.Op basis van wat we de afgelopen maanden hebben gezien en op basisvan wat het ambtsbericht ons vertelt, vind ik dit op dit moment eenverantwoord besluit. Ik zeg er nog steeds bij dat de individuele afwegingper dossier daar nog altijd bij geldt. Maar ik sta voor de brief die ik hebgestuurd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96623 De voorzitter:De heer Van Baarle en daarna mevrouw Podt. Eerst de heer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):In de beslisnota lezen we dat Syrië nog altijd te maken heeft «metverschillende actieve gewapende conflicten, vele gewapende groepen,een zeer slechte economische situatie» en een fragiele veiligheidssituatie.Over de cijfers van burgerdoden staat in het ambtsbericht dat er deafgelopen periode in Syrië ontzettend veel burgerdoden gerapporteerdzijn. Als de Nederlandse regering dan zegt dat ze dit veilig genoeg vindt,dan snap ik gewoon niet in welke werkelijkheid deze Minister leeft. Ofdeze Minister ziet gewoon niet dat het daar niet veilig is, of hij speeltbewust Russische roulette met mensen. Welke van de twee is het?Minister Van Weel:Ik hou nooit zo van de binaire keuzes die de heer Van Baarle mijvoorspiegelt, omdat dat nooit mijn woorden zijn geweest. Deze Ministerleeft in de werkelijkheid van de afspraken zoals we die hebben gemaaktover het behandelen van asielaanvragen. Daarbij is zeker in het geval vanmensen die gevlucht zijn uit een conflictgebied zelden sprake vanvolledige en absolute veiligheid of rust in het land van herkomst. Dat isgeen reden om te zeggen dat je geen asielaanvragen kunt behandelen ofdat je asielaanvragen op individueel niveau niet kunt afwijzen. Wij wijzenook asielaanvragen uit Jemen af. Dat is ook niet in alle opzichten eenrustig land. Dat geldt ook voor Afghanistan, en zo kan ik nog wel meerlanden noemen. Het systeem werkt niet met het criterium dat eenasielstatus alleen afgewezen mag worden als een land geen enkel geweld,geen zwakke economische situatie of iets dergelijks kent.De voorzitter:Uw tweede interruptie.De heer Van Baarle (DENK):Mijn vraag was hoe deze Minister tot zijn conclusie is gekomen dat het inSyrië veilig genoeg zou zijn om asielaanvragen van mensen te kunnenafwijzen. We zien dat in de eigen stukken van deze Minister gesprokenwordt over vele gewapende groepen, vele conflicten en bijna 200burgerdoden in de meest recente cijfers. Mensenrechtenorganisatiesgeven aan dat je dit niet moet doen en dat kinderen kunnen sneuvelendoor bommenresten. Hoe kan de Minister aangeven dat dat veilig genoegis om asielaanvragen van mensen af te wijzen? Dat kan toch niet?Minister Van Weel:Dat kan wel, want dat doen we op basis van de criteria die we hanteren.We hebben ingeschat dat het risico op willekeurig geweld in algemene zinlaag is, met uitzondering van het risico voor enkele risicogroepen. Zodoen we dat ook voor een heleboel andere landen. Ik zou niet wetenwaarom we dat voor Syrië anders zouden moeten doen.De voorzitter:Uw laatste vraag. U bent er gelijk weer doorheen.De heer Van Baarle (DENK):Ja, ik ga mijn laatste vraag stellen, want deze Minister geeft alleenprocesantwoorden. Ik vraag de Minister naar onderbouwing. Heel veelmensen in Nederland, de Syrische Nederlanders, zijn op dit moment inhele grote onzekerheid over de implicaties van dit besluit. Wat we weten,is wat er in de stukken staat: de vele burgerdoden, de mensenrechtenor-ganisaties die aangeven dat je dit niet moet doen en de stukken van deMinister die aangeven dat er vele gewapende conflicten zijn; veleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96624 gewapende conflicten. En dan komt de Minister hier met het procesant-woord dat hij dit veilig mag verklaren op basis van het proces, terwijl uitalles blijkt dat het niet veilig is. Ik vind dat immoreel; ik vind dat echtimmoreel.De voorzitter:De vragen kunnen korter, want anders gaan we de eindtijd niet halen. Dusik vraag de Minister ook kort antwoord te geven.Minister Van Weel:Dat «immoreel» werp ik verre van mij. Dit zijn nooit gemakkelijkebesluiten, maar er ligt wel ontzettend veel grondwerk aan ten grondslag.Zoals ik zei, is er geen enkele vereiste dat een land volledig zondercriminaliteit of geweld moet zijn. Het gaat erom of mensen daar met eenlaag risico op willekeurig geweld en zonder angst voor vervolging eenleven kunnen opbouwen. Ik kan hier de 160 pagina’s van het ambtsberichtwel gaan doornemen, maar de conclusie die wij eruit trekken is dat datkan, tenzij je tot enkele risicogroepen behoort of tenzij de individueleafweging aanleiding geeft om dat anders te zien. U zegt dat mensen inonzekerheid zitten. Dat zie ik ook, maar ik zie het ook de andere kant op.17.000 mensen zitten al sinds december van afgelopen jaar in een procesdat compleet gestopt is en waarin helemaal niets gebeurt. Er wordt geenhoorzitting meer gehouden. Er wordt geen dossier opgebouwd. Er is geenbehandeling. Die mensen bevinden zich in onze overvolle opvangcentraen weten ook niet waar ze aan toe zijn. Vanuit die optiek denk ik dat daarnu in ieder geval beweging in komt. Dat zal niet voor iedereen uitpakkenop de manier zoals ze dat wellicht voor zich zouden zien, maar dat is welhoe het asielbeleid werkt.Mevrouw Podt (D66):De Minister zegt dat we meer dan 17.000 mensen opnieuw gaan beoor-delen. We hebben op dit moment geen diplomatieke relatie met Syrië.Dus mensen die terug moeten en niet zelf terug willen, kunnen op ditmoment niet terug. De situatie is bovendien enorm volatiel, dus tegen detijd dat we die diplomatieke relatie wel hebben, is de situatie misschienalweer helemaal veranderd. Het klinkt natuurlijk heel stoer dat we mensennu zouden gaan uitzetten, of weet ik veel wat de terminologie was, maarik vraag me wel af, naast al het andere wat al is genoemd, of het nou debeste besteding van iedereens tijd is om dit op deze manier te gaan doen.Minister Van Weel:Dat denk ik wel. Nogmaals, een moratorium eindeloos laten voortduren isook voor de mensen die in een procedure zitten niet goed. Het is ook nietgoed voor de asielzoekerscentra, die overvol zitten. En de instroom duurtverder voort. Dus ik sta achter dit besluit om nu in ieder geval werk tegaan maken van deze groep van 17.000 mensen. Het zijn er volgens delaatste telling die ik tot me kreeg overigens iets minder dan 17.000. Dat wegeen diplomatieke betrekkingen hebben met Syrië is overigens geenbeletsel voor het vrijwillig kunnen laten terugkeren van mensen; datgebeurt nu ook al. Daar hebben we die banden niet voor nodig. Overigensis het natuurlijk nog maar de vraag hoe dat de komende maandenverloopt, want we zien dat er wel degelijk een kans wordt geboden aanhet nieuwe regime in Syrië om er een reputabel land van te maken en omdat land verder op te bouwen.De voorzitter:Ik wil wel dat de Minister zo door kan met het volgende onderwerp,anders komen we er echt nooit. Mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96625 Nu ben ik wel de draad kwijt, voorzitter.De voorzitter:Dit is uw tweede interruptie.Mevrouw Podt (D66):Ja, dat begrijp ik, maar ik ben even kwijt wat de Minister nou als laatstezei, waar ik op in wilde gaan.De Minister zegt: de azc’s zijn overvol en er zitten mensen al heel lang tewachten. Daar kun je natuurlijk ook andere besluiten voor nemen. Je zoukunnen zeggen: de aanvragen van de specifieke groepen die nu in de briefvan de Minister zijn aangemerkt, gaan we wel vast behandelen. Voor hetoplossen van het probleem van de volle azc’s is dit sowieso geenoplossing, want zoals gezegd: ja, er zullen misschien een paar mensenvrijwillig teruggaan, maar mensen die dat niet willen, gaan op dit momentniet terug. Het zou natuurlijk hartstikke mooi zijn als die diplomatiekerelatie er op een gegeven moment weer is en mensen veilig terug kunnen,maar de situatie is zo volatiel dat je ook zou kunnen beslissen om nogheel even door te gaan met de mensen die op dit moment niet onder diespeciale groepen vallen. Op het moment dat die diplomatieke relatie er is,kun je dat natuurlijk altijd nog doen, maar dan hebben we onze tijd goedbesteed. Ik snap gewoon niet waarom het op deze manier moet.Minister Van Weel:Omdat het de bedoeling is dat we ook de aanvragen die uiteindelijk geenkans maken, wel doorgang laten vinden, en dus niet alleen de asielaan-vragen die automatisch leiden tot een positief besluit. Anders doen weook geen recht aan de situatie. Om dit maar door te laten lopen onder hetmotto «we kijken het nog even aan» ... We hebben het aangekeken. Wehebben dit ambtsbericht afgewacht. We zijn nu ruim zes maanden verder.Het is nu tijd voor een volgende stap en we beginnen met deze groep van17.000-min.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Van Weel:Laat ik dan nog één voorbeeld eruit halen. De christenen werdengenoemd. Waarom hebben we die niet aangemerkt en de alawieten wel?Op het moment dat er nieuwe berichten binnenkomen die daar aanleidingtoe zouden geven, wordt daar natuurlijk naar gekeken. Dit is geen 100%statisch proces. Ik zei al: in algemene zin geldt dat iedereen een indivi-duele behandeling van zijn asielaanvraag krijgt. Gedurende de verslagpe-riode van het ambtsbericht waren de kerken geopend, konden daarchristelijke feestdagen worden gevierd en hadden christelijke leiders overhet algemeen goede relaties met de overgangsregering. Er zijn incidentengeweest tegenover christenen, maar de overgangsregering heeft dit ineen enkel geval veroordeeld en heeft hun in andere gevallen toestemminggegeven om zichzelf te beschermen in de vorm van vrijwillige burger-wachten. Daarom zijn christenen niet aangemerkt als risicogroep. Omandere redenen zijn ook sjiieten in bredere zin dat niet, maar alawietenweer wel. Er zit dus een gradatie in de afweging die uiteindelijk tot hetlandenbeleid leidt.Mevrouw Rajkowski vroeg hoe we kunnen omgaan met crimineleSyrische asielzoekers die zijn veroordeeld en of we daar een versneldebehandeling van de asielaanvragen op kunnen zetten. Een versneldebehandeling van asielaanvragen is al onderdeel van de aanpak vanoverlast en criminaliteit. Dat gebeurt nu hoofdzakelijk bij mensen met eenkansarme aanvraag, maar met het nieuwe landenbeleid wil ik graag gaankijken of dat ook voor Syrische criminele asielzoekers zou kunnen gelden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96626 Hoe gaan we nu om met het openbaar maken van de ambtsberichten? Ditkabinet had inderdaad besloten om dat niet meer te doen, maar u heeftafgelopen vrijdag gezien dat de Minister van Buitenlandse Zaken inantwoord op een Woo-besluit het ambtsbericht toch in zijn volledigheidnaar buiten heeft willen brengen. Er loopt ook nog een tweetal rechts-zaken, eentje naar aanleiding van het Syrische ambtsbericht en eentjenaar aanleiding van het Jemenitische ambtsbericht. Ik wil niet vooruit-lopen op hoe we hier in de toekomst mee omgaan, maar het mogeduidelijk zijn dat de route die is gekozen, niet houdbaar blijkt. De redenwaarom daarvoor werd gekozen, is nog steeds legitiem, namelijkvoorkomen dat er casus worden opgebouwd op basis van ambtsberichtendie uiteindelijk niet legitiem zijn, maar ik zal er bij u op terug moetenkomen hoe we hier in de toekomst mee omgaan, want hier is wel watveranderd. Ik ga ervan uit dat de Minister van Buitenlandse Zaken ook hetambtsbericht over Jemen naar aanleiding van het Woo-verzoek op helekorte termijn openbaar zal maken.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Van Weel:Dat was het kopje Syrië, voorzitter.Dat brengt mij bij de implementatie van het Migratiepact. MevrouwRajkowski en anderen vroegen: krijgen we dat nog voor het zomerreces?Ja. Volgende week gaat de implementatiewet naar de ministerraad, dangaat hij naar de Raad van State en dan komt hij na de zomer terug naaruw Kamer.Mevrouw Podt vroeg of het financiële plan voor de implementatie van hetMigratiepact al ingediend is. Waarom is dat vertraagd en wanneer gaanwe dat doen? Hierover zijn wij nu in gesprek met de Commissie. We zijnecht in de finale fase om deze plannen te bespreken. We gaan ervan uitdat we de deadline van eind juni gewoon kunnen halen.De heer Van Nispen vroeg naar het opsplitsen van het EU-pact en of wemet het versnellen van delen het de uitvoeringsorganisaties niet nogmoeilijker maken, ook met de twee wetten die nu nog boven de markthangen, namelijk de noodmaatregelenwet en het tweestatusstelsel. Het isiets wat EU-lidstaten vrijwillig kunnen doen. Het kabinet kiest daarnadrukkelijk niet voor. Wij versnellen dus niet, juist om de reden die unoemt, om de uitvoering niet overmatig te belasten.Hoe kijk ik naar de samenloop met nationale wetgeving en hoeingewikkeld wordt dat? Dat is eigenlijk een beetje een aanhangige vraag.De Asielnoodmaatregelenwet en het tweestatusstelsel zijn niet strijdigmet het Migratiepact. In die zin vallen die binnen de reikwijdte van hetMigratiepact en zullen er dus geen stappen heen en weer terug wordengezet. Er worden stappen heen gezet en met het Migratiepact worden ernog aanvullende stappen gezet om te voldoen aan het Migratiepact.Sorry, ik leg het heel simpel uit. Daarmee zijn er wel degelijk tweemomenten van inspanning voor de uitvoeringsorganisaties, maarnatuurlijk gaan we ook met de Asielnoodmaatregelenwet goed kijken naarwat de uitvoering op dat punt aankan.Mevrouw Podt vroeg of ik een brief naar de Kamer kan sturen met inzichtin de stand van zaken van de implementatie van het pact. Het korteantwoord daarop is ja.Dat was alweer mijn blokje implementatie Migratiepact.De voorzitter:Kunt u misschien gelijk even aangeven wanneer die brief ongeveer kankomen? Staat dat toevallig in de ...Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96627 Nee, maar dan geeft dat mij alle vrijheid.De voorzitter:Ja, zo is dat.Minister Van Weel:Ik heb «voor de zomer» gezegd, dus dat is dan voor uw zomerreces.De voorzitter:Dank u wel. U vervolgt uw betoog.Minister Van Weel:De heer Boomsma vroeg wat Duitsland nu precies doet aan de binnen-grenzen, of de Minister de uitspraak van de rechter aan zijn laars lapt enwat wij daarvan vinden. Hij vroeg ook naar de «burgergrenswachten», zegik met opzet tussen aanhalingstekens. Duitsland voert al enige tijdbinnengrenscontroles uit. Sinds mei hebben ze die geïntensiveerd.Daarmee geeft Duitsland een duidelijk signaal af dat het secundairemigratie wil tegengaan. Daar steunen wij Duitsland in. Nogmaals, wijhebben zelf ook weer grenscontroles opgestart. Uiteraard moet Duitslandzich daarbij aan de Europese en nationale regels houden. Het is te vroegom op basis van die ene uitspraak in die specifieke casus te zeggen ofdaar een opschortende werking van uitging voor de volledige Duitsegrenscontroles. Ik kan dus vanaf hier niet beoordelen of ze de uitspraakvan de rechter aan hun laars lappen doordat ze nu doorgaan, maar het isduidelijk dat ze daar voorlopig wel mee doorgaan.Via allerlei rare omwegen schijnt dat te hebben geleid tot wat wij hebbengezien aan de grens bij Ter Apel, in de vorm van Nederlandse burgers diedaar een soort van grenscontroles uitvoerden. Laat ik vooropstellen: ikheb absoluut begrip voor de frustratie die mensen voelen rondom deinstroom die te hoog is en ik heb er begrip voor dat elk signaal dat zijdaarover oppikken op de emotie speelt. Maar het recht in eigen handnemen is niet de oplossing daarvoor. Dat heb ik ook al eerder gezegd. Watdoen we daar dan vervolgens aan? Ik kan daarover zeggen dat als depolitie strafbare feiten constateert, die daartegen optreedt. Dat weten demensen die deze controles willen uitvoeren ook. Laat ik twee voorbeeldengeven van wanneer je de grens van de wet over gaat en je dus strafbaarbezig bent. Ten eerste is dat als je doet alsof je gezag bent, zoals politie,marechaussee of iemand die de autoriteit heeft om mensen te controlerenterwijl dat eigenlijk niet zo is. Dat is strafbaar. Ten tweede is het strafbaarom het verkeer te hinderen zonder dat daarvoor een gerechtvaardigdeaanleiding is. Zodra de politie dat ziet, zal daartegen worden opgetreden.Deze mensen weten dat ook. Dat is niet aan mij, maar aan de lokaledriehoek. Ik heb daarover contact gehad met de burgemeester van TerApel.De voorzitter:De heer Eerdmans heeft een vraag.De heer Eerdmans (JA21):Dat is natuurlijk de ene kant van het verhaal. De Minister heeft inderdaadgezegd dat dat niet de bedoeling is. De andere kant is: kunnen we diemensen ter wille zijn? Is er niet een intensivering van de grenscontrolesbij Ter Apel mogelijk? Kan dat die mensen worden toegezegd? Ze zittennamelijk hoog in de frustratie en wij begrijpen dat. Ik zou de Minister duswillen oproepen om naar die bewoners te gaan en hun te melden dat erextra controles gaan plaatsvinden bij de grens bij Ter Apel. Punt.Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96628 Twee dingen in antwoord op de heer Eerdmans. Eén. In algemene zin isde samenwerking met de Duitse politie goed en vinden dit soortoverdrachten van asielzoekers plaats in goede harmonie. Dat gebeurtsoms in aanwezigheid. Dat heet dan een «warme overdracht». Somsgebeurt dat ook via een melding. Dat heet dan een «koude overdracht».Dat is dus in algemene zin, maar ik sluit niet uit dat het soms andersgebeurt.Dan over de grenscontroles. Die hebben wij zelf ook, zoals u weet. Daarwerden ook al vragen over gesteld, onder anderen door mevrouw Podt. Erwerd gevraagd om te reageren op de bevindingen uit het AlgemeneRekenkamerrapport dat de grenscontroles niet effectief zijn. Wij zetten diewel door. U ontvangt binnenkort een nieuwe evaluatie daarvan. De ARKerkent in het rapport namelijk ook dat het aantal mensen dat de toegangwerd geweigerd aanzienlijk hoger is dan tijdens de MTV-controles en dathet daarmee een grotere bijdrage levert aan het tegengaan van irregulieremigratie dan eerdere MTV-controles hebben gedaan. Ik ben dus niet zovan de school dat deze grenscontroles geen effect hebben. Ik wil ookgraag in overleg met de marechaussee kijken hoe we dat op een nogeffectievere wijze kunnen doen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog. O, sorry, de heer Boomsma op hetzelfde punt.De heer Boomsma (NSC):De Minister zegt dat de grenscontroles door de Duitsers doorgaan. Oké,maar er worden nu dus ook heel veel mensen teruggestuurd naarDuitsland. Mijn vraag is hoe er wordt gereageerd op de verschillendesoorten mensen die zich daar melden. Je hebt dus Dublinclaimanten,mensen zonder papieren en mensen die asiel aanvragen. Wat is nu deprocedure voor de Duitsers en voor onszelf ten aanzien van die drieverschillende groepen?Minister Van Weel:Ik ga het risico lopen dat ik bij een categorie net de plank missla, dus ik gau een brief toezeggen waarin ik uit de doeken doe hoe er met de verschil-lende categorieën wordt omgegaan.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Van Weel:Mevrouw Vondeling vroeg wat ik eraan ga doen, met het oog opZaventem en het artikel waaraan gerefereerd werd, om te voorkomen datterroristen of criminelen vanuit België naar Nederland toe komen.Lidstaten zijn zelf primair verantwoordelijk voor de bewaking van hun deelvan de gezamenlijke buitengrenzen. Dat geldt ook voor België in het gevalvan Zaventem. Zij moeten gewoon voldoen aan dezelfde eisen als hier,namelijk de Europese regelgeving en de Schengengrenscode. OokZaventem moet daaraan voldoen. Ik weet niet wat de directeur vanZaventem heeft aangekondigd, maar die komt niet weg met lichterecontroles dan wij die hier hanteren. Als lidstaten wel in gebreke blijven,kan dat voor de Commissie aanleiding zijn om een Schengenevaluatie uitte voeren om de naleving van de grensbewaking te toetsen.De voorzitter:Mevrouw Vondeling wil daar nog iets over vragen.Mevrouw Vondeling (PVV):De Minister zegt: ze komen er niet mee weg. Misschien komen ze er welmee weg. Dat maakt mij verder ook niet uit. Het gaat mij om Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96629 Het ligt gewoon vlak bij Nederland. Kennelijk gaat het daar ook helemaalniet goed met de detectie. Dat geeft een enorm veiligheidsrisico. DeMinister zegt dat ze daar niet mee wegkomen, maar kan hij bij deJBZ-Raad niet even met zijn Belgische collega praten over wat ze daar nuvan plan zijn en welke gevolgen dat voor Nederland kan hebben?Minister Van Weel:Ik heb er geen enkel probleem mee om dat te doen. Ik zal in dit geval aande Staatssecretaris meegeven om dat te bespreken met mijn collega, deheer Quintin.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Van Weel:De livegang van het Entry/Exit System is vertraagd. Hoe komt dat?Wanneer gaan we alsnog klaar zijn? Ik kan hier de blijde boodschapbrengen dat wij tijdens deze JBZ-Raad gaan melden dat wij in oktober livekunnen gaan, samen met Frankrijk en Duitsland, wat betreft het Entry/Exit-systeem.Dat brengt mij op het kopje terugkeer. Mevrouw Rajkowski vroeg of deMinister er op Europees niveau voor kan pleiten om de schorsendewerking van het terugkeerbesluit uit de Terugkeerverordening te krijgen.Het korte antwoord is ja. Wij zullen hiervoor pleiten. Het is nieuw tenopzichte van de Terugkeerrichtlijn. Het huidige systeem functioneert naaronze mening goed. Een schorsende werking zou de terugkeerprocedurekunnen vertragen, dus daar zijn wij niet voor. Daarom zijn wij wel voorhetgeen mevrouw Rajkowski vraagt.U vroeg ook wat we eraan doen om de vaart erin te houden, aangezienhet niet tijdens de komende Raad voorligt. Er vindt wel een gedachtewis-seling over terugkeer plaats tijdens de lunch. Daar zullen wij ook aandachtvragen voor het voortvarender verlopen van de lopende onderhande-lingen daarover, want ook wij willen sneller komen met een efficiëntere eneffectievere Terugkeerverordening.De heer Van Nispen vraagt of er in EU-verband niet een grotere vuist kanworden gemaakt richting landen van herkomst om meer voortgang temaken bij het terugnemen van inwoners. Wij zijn er enorm voorstandervan om dat in EU-verband te doen en om meer druk uit te oefenen. Wehebben verschillende maatregelen om die druk uit te oefenen. Denk aannegatieve visummaatregelen, maar ook aan het beperken van deEuropese markt onder het Algemeen Preferentieel Stelsel voor landen diehier onvoldoende aan zouden meewerken. Maar om echt tot een grotestructurele verbetering te komen, hebben wij ons gericht op het verbredenvan de terugkeeropties, waaronder bijvoorbeeld terugkeerhubs. Dat is eenvan de zaken die ook in de Terugkeerverordening terugkomen, omdat wijdenken dat dat de druk zal opbouwen.Dan innovatieve oplossingen.De voorzitter:De heer Van Nispen had hier nog een vraag over, zo te zien.De heer Van Nispen (SP):Nu komt de Minister net op de innovatieve oplossingen, die ik helemaalniet zo innovatief vind. Ik vind dat kopje al vreemd. Dat geef ik de Ministeralvast mee, voordat hij dadelijk aan dat kopje begint.«Terugkeerhubs» is ook een vreemd woord, want het zijn natuurlijk geenterugkeerhubs. Die mensen komen daar namelijk niet vandaan en zijndaar nooit geweest. Als de Minister zegt er voorstander van te zijn om metEuropese landen een vuist te maken richting de landen van herkomstzodat zij mensen terugnemen, zet daar dan vooral op in. Als dat eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96630 succes zou worden, dan heb je die terugkeerhubs toch helemaal nietnodig? Volgens mij mag de Minister zelfvertrouwen uitstralen: dat gaanwij met elkaar bereiken. Volgens mij zijn er met Marokko ook goederesultaten bereikt in het verleden. Ik zou zeggen: zet daar nou vooral op in,organiseer dat met de Europese collega’s en zorg dat je daar deinspanning op levert. Aan die terugkeerhubs zitten allerlei haken en ogen.Je koopt eigenlijk die plaatsen af. Die mensen komen daar niet vandaan,dus het zijn geen terugkeerhubs.Minister Van Weel:Wij zetten daar vol op in, zowel met andere EU-landen als bilateraal. Wehebben gezien dat dat bilateraal met Marokko ook enig effect heeft gehad.Uiteindelijk zul je zowel met de carrot als de stick deze landen moetenbewegen om hun eigen landgenoten terug te nemen. Die balans is vanbelang. Ik ben het met u eens dat de terugkeerhubs geen alternatiefdaarvoor zijn, maar die kunnen natuurlijk wel bijdragen aan een versneldeterugkeer, in ieder geval uit de EU. Daar komt het vandaan.Het woord «innovatief» zal ik niet meer gebruiken. Ik zal het «andereavenues» noemen.De voorzitter:U mag dat best «innovatieve oplossingen» noemen, hoor. De heer VanNispen gaat niet over uw woorden.Minister Van Weel:Ik veer gaarne mee als dat leidt tot een meer constructieve houding tenopzichte van deze oplossing.Het buiten de EU opvangen van asielzoekers is een van de avenues diehet kabinet graag wil verkennen. Dat kan via de toepassing van een «veiligderde land» zijn, zeker wanneer het bandencriterium daar niet meer aanverbonden is. Daar pleiten we dus ook actief voor. We verwelkomen danook het voorstel om het bandencriterium niet langer als verplichtendevoorwaarde te stellen.De heer Eerdmans vroeg waarom Nederland niet het initiatief neemt omconcreet hubs uit te werken. Hij ziet graag een concreet plan voor deuitwerking van de terugkeerhubs. Wij zijn koploper als het gaat om hetverkennen, onderzoeken en uitwerken van de transithubs. De Minister-President heeft hier samen met Italië en Denemarken aandacht voorgevraagd tijdens de laatste Europese Raad. Zoals u weet, zijn we ook ingesprek met Uganda om een samenwerking op het gebied van detransithubs te verkennen. Bij dit soort nieuwe afspraken is het van belangdat juridische en operationele kaders goed in kaart worden gebracht. Daarzijn we op dit moment mee bezig. Dit zijn wel allemaal zaken die gebeurenin de vertrouwelijke sfeer. Daarom kan ik daar nu niet veel over delen. Iksluit wel een beetje aan bij de vraag van de heer Boomsma of u op dehoogte wordt gehouden van wat er gebeurt in de diplomatieke bubbel,om het zo maar te zeggen. Ik bied u een vertrouwelijke briefing aan opkorte termijn, op een moment van uw wens, om u bij te praten over deverschillende initiatieven die lopen met derde landen.De heer Van Nispen vroeg hoe ik reageer op de recente berichten over deterugkeerhub in Albanië, die wordt omschreven als een gevangenis. Devoorziening was eerst voorzien als een gesloten locatie voor de behan-deling van asielaanvragen, maar wordt nu ook ingezet als terugkeerlo-catie. De terugkeerprocedure wordt hier onder Italiaanse jurisdictieuitgevoerd, in lijn met de Europese wetgeving, inclusief de fundamentelerechten. Het concept van de transithub die Nederland verkent en deterugkeerhub die in de Terugkeerverordening staat genoemd, is vormvrij.Dat kan dus ook een open locatie betreffen. In ieder geval moet de hubaltijd voldoen aan de fundamentele rechten en het EVRM. NoodzakelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96631 hierbij is dat er onafhankelijke monitoring plaatsvindt, ook ten aanzien vande condities.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Eerdmans. Dat is zijn tweede.De heer Eerdmans (JA21):Er is dus een kopgroep voor die returnhubs; dat zegt de Minister op mijnvraag of er een plan is. Dan wil ik dat plan weleens zien. We kennen dezewoorden: er is een ontwikkeling, een hub, en die wordt met een aantallanden besproken. Waar is het plan, gewoon met een kop en een staart?Daar ben ik gewoon benieuwd naar. Anders dien ik daar een motie overin, maar ik hoop dat het ons kan worden toegezonden.Minister Van Weel:Mag ik dat, gelet op het vertrouwelijke karakter, meenemen in de briefingdie we hebben toegezegd? Want we zijn daar nog mee bezig. Dan krijgt uook een update van hoe dat plan eruitziet. Ik heb het over de briefing dieik net heb aangeboden.De heer Eerdmans (JA21):Mag ik nog iets zeggen?De voorzitter:U mag altijd iets zeggen als u nog interrupties heeft. Die heeft u nog.De heer Eerdmans (JA21):Nee, die heb ik niet.De voorzitter:Doe maar.De heer Eerdmans (JA21):Over die briefing: het is voor mij altijd heel makkelijk om te zeggen dat ikkom, maar ik ben ook nu in mijn eentje. Dan is het dus wat lastig om datzeker toe te zeggen. Kan dat dan ook op papier, zodat ik dat krijg? Of kandat niet omdat het vertrouwelijk is?Minister Van Weel:Ik vrees dat ik als eerste toch die vertrouwelijke briefing moet aanbieden.Dan kunt u ons na afloop laten weten of zij voldeed aan de informatiebe-hoefte of niet.De voorzitter:Laten we het als volgt doen: u geeft die vertrouwelijke briefing. Als deheer Eerdmans die niet kan bijwonen, is er weer nader contact. U vervolgtuw betoog.Minister Van Weel:Oekraïne. Mevrouw Rajkowski vroeg naar nuttige scholing voor Oekra-ïners met het oog op de heropbouw. We denken erover na om scholing tekoppelen aan sectoren waarin Nederland een bijdrage kan leveren aan dewederopbouw. Voor de zomer kom ik nog met een verzamelbrief OpvangOekraïne. Daarin zult u ook aandacht hieraan besteed zien.Mevrouw Piri vroeg naar de stand van zaken met betrekking tot denationale terugvaloptie ten aanzien van Oekraïne: moeten we aansluitenbij de rechten en plichten zoals ook andere vluchtelingen die hebben en inhoeverre sluiten we aan bij wat andere lidstaten daarbij doen? Er wordtook nagedacht over de lange termijn, voor de periode na de RichtlijnTijdelijke Bescherming. Een onderdeel daarvan is een nationaal alternatiefTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96632 voor terugkeer en verblijf. Daarbij kijken we ook naar de rechten, plichtenen voorzieningen van andere vluchtelingen als voorbeeld. En ja, wehebben ook oog voor de initiatieven die in andere EU-lidstaten en door deEuropese Commissie naar voren worden gebracht. Zo hebben we metinteresse kennisgenomen van de aanbeveling van de EuropeseCommissie voor de transitie uit de tijdelijke bescherming. Die aanbevelingricht zich op een gecoördineerde aanpak. Ook daarover zal ik in deverzamelbrief Opvang Oekraïne voor de zomer informatie opnemen. Ik zalop korte termijn ook de aanbeveling van de Europese Commissieappreciëren. Hierover praten we de komende tijd verder op Europeesniveau.De voorzitter:Mevrouw Podt twijfelt.Mevrouw Podt (D66):Ja, dit was nog in vrij algemene termen. Ik had ook specifiek gevraagdnaar het idee om die visa om te gaan wisselen.Minister Van Weel:Ik kan u daar vooruitlopend op de brief nog geen definitief antwoord opgeven. Ik beloof u dus om daar in de brief Opvang Oekraïne voor dezomer een antwoord op te geven.De voorzitter:Prima. U vervolgt uw betoog.Minister Van Weel:U vroeg ook of Nederland al maatregelen neemt tegen Oekraïners die inmeerdere landen zijn geregistreerd. Wij maken gebruik van het TPP, hetTemporary Protection Registration Platform. Daarmee kunnenEU-lidstaten informatie uitwisselen over tijdelijk beschermden. Als eenbegunstigde van tijdelijke bescherming bescherming aanvraagt in eenandere lidstaat, kan de IND de tijdelijke bescherming hier stopzetten. Datis dus het systeem dat we daarvoor hanteren.Dat brengt mij bij het kopje overige belangrijke vragen.De voorzitter:Mevrouw Vondeling wil iets vragen.Mevrouw Vondeling (PVV):Ik had nog een vraag over de derdelanders uit Oekraïne. Ik neem aan datzij vallen onder het kopje Oekraïne. Op de site van de IND en ook in debrief van de Minister lees ik dat de opvang pas in september wordtbeëindigd. Ik vraag me af of dat versneld kan worden.Minister Van Weel:Daar kom ik zo bij u op terug.De voorzitter:Dat doen we in de tweede termijn. Anders kan het misschien in die brief.De Minister vervolgt zijn betoog en was bij het blokje overigeaangekomen.Minister Van Weel:Ik begin met de vraag van de heer Eerdmans of de EU als entiteit gaattoetreden tot het EHRM. Hij vroeg ook naar het negatieve advies van hetEuropees Hof, of je als asielzoeker dan nog een keer een procedure in kanet cetera, et cetera. Wat vind ik daarvan? Wij zijn al lid van het EVRM.Daaruit vloeit voort dat we ook voorstander zijn van de toetreding van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96633 EU als zodanig tot het EHRM. Het negatieve advies zit «m niet op asiel- enmigratiegerelateerde zaken, omdat we daar geen dubbeling in voorzien,maar bijvoorbeeld in de toepasbaarheid tijdens EU-missies die niet opEuropees grondgebied plaatsvinden, maar waar in een keer via de EU weleen jurisdictie zal liggen over bijvoorbeeld Nederlandse onderdanen diedaar actief zijn in een missie. Daarin zien wij een risico. Dat zijn debeperkingen die we daarbij willen meegeven. Vreemdelingen kunnen nual procederen bij het Europees Hof op basis van wat ze in individuelelidstaten meemaken, maar daar gelden ook zeer strikte voorwaarden voor.Ik verwacht dus geen verhoging van het aantal processen door detoetreding van de EU tot het Europees Hof.De heer Eerdmans (JA21):De conclusie is dus dat er door deze toetreding van de EU niet een extramogelijkheid wordt geschapen voor vreemdelingen om nog een keer inprocedure te gaan tegen de beslissing. Dat vind ik heel belangrijk. Danhebben we dat afgekaderd.Minister Van Weel:Het antwoord is nee.O ja, dit was ook nog een overige vraag: wat gaat de Minister anders doendan zijn voorganger? Er werd gevraagd om een top vijf. De heer VanNispen vroeg om een top tien, geloof ik. Laat ik helder zijn: de prioriteitdie het kabinet, ook in demissionaire staat, toekent aan asiel, zoalsverwoord in het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma, isonverminderd. Zolang ik waarnemend Minister ben op deze portefeuille,ligt de prioriteit bij het uitvoeren van het hoofdlijnenakkoord. Als ik moetkijken naar de top vijf van prioriteiten daarbinnen, gaat het natuurlijk omde asielwetgeving die nu in uw Kamer voorligt, de implementatie van hetMigratiepact, de terugkeerverordeningen en wat ik niet meer «innovatieveoplossingen» zal noemen. Ik wil dat doen op een constructieve en openmanier. Ik heb daar zeer goede ervaringen mee in andere commissies. Ikweet wat het belang is van uw Kamer als medewetgever. De zorgvul-digheid die u betracht in het helpen om wetten beter te maken, is wat mijbetreft de insteek die ik meeneem zolang ik dit dossier onder mijn hoedeheb.Dan was er de vraag waarom het kabinet de EVRM-brief niet heeftondertekend. Met de strekking van die brief zijn we het helemaal nietoneens. Wij willen een strengere asielaanpak. Als we daarvoor juridischekaders moeten veranderen of zelfs het EVRM, dan deinzen we daar nietvoor terug; dan moeten we dat doen. Dat is onze taak. Daar gaan wij alspolitiek over. Wij gaan niet over de interpretatie die rechters hebbengegeven aan het EVRM in specifieke uitspraken. Dan gaan we namelijkecht op de stoel van de rechter zitten. Dat was waar deze brief net eengrens over ging. Er zijn suggesties gedaan om dat met tekstvoorstellennog aan te passen, maar daar was helaas geen ruimte meer voor. Datheeft uiteindelijk geleid tot de afweging dat we de geest van de brief en dedialoog die we daarover kunnen hebben wel degelijk ondersteunen, maardat we de interpretatie daarvan door rechters niet kunnen veroordelen.De voorzitter:Eerst de heer Eerdmans voor zijn laatste interruptie, en daarna de heerBoomsma.De heer Eerdmans (JA21):Ik heb de brief van die negen landen hier. Daarin wordt geen enkeleconcrete zaak genoemd. Het gaat alleen om de algemene interpretatie vanhet Hof op basis van het EVRM. Er staat niets over een bepaald land waareen streep door een vonnis moet worden gezet. Het gaat puur en alleenom het gesprek over de interpretatie en de reikwijdte van het verdrag opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96634 het gebied van migratie en asiel en het feit dat lidstaten daar enorm veelmoeite mee hebben. Ik vraag me dus zeer af waarom dat niet past binnende kaders van het hoofdlijnenakkoord.Minister Van Weel:Nogmaals, de geest van wat we willen bereiken, is niet anders. Maarzodra je het hebt over de interpretatie door rechters, heb je het overuitspraken. Dat is namelijk de enige manier waarop rechters die interpre-tatie geven. Dat doen ze via uitspraken. Ze geven geen interviews in depers; nee, ze doen uitspraken. Dat is hun interpretatie van het EVRM, endaar vindt deze brief wat van. Daarin ligt de gevoeligheid in staatsrechte-lijke zin.De heer Boomsma (NSC):Dank voor de toelichting. Ik vind het zeker interessant dat de Minister zegt:wij steunen wel de geest van de brief en de achterliggende gedachte datje moet kunnen kijken naar de uitwerking van die verdragen en zelfs hetEVRM, en de manier waarop zich dat verhoudt tot de politieke ruimte omte komen tot het beleid dat we nastreven. Maar is het dan een idee om dieintentie en die geest, die het kabinet blijkbaar wel steunt, op een anderemanier over te brengen, bijvoorbeeld door zelf een andere brief op testellen? Hoe gaat het kabinet die intentie delen met collega’s, bijvoorbeeldnu bij de JBZ-Raad?Minister Van Weel:Of we in ons eentje ook The New York Times halen, weet ik niet, maar ikwil wel bekijken hoe we dat in JBZ-verband woorden kunnen geven.De voorzitter:Ik denk dat het handig is als de Minister of degene die daar geweest iseven terugkoppelt wat daarmee gedaan is in de brief die altijd komt nazo’n Raad.Minister Van Weel:Vanzelfsprekend. We gaan kijken hoe we daar een plek voor kunnenvinden binnen de agenda.Dan had mevrouw Vondeling nog de vraag of er nu een streep gaat doorhet azc in Venlo, want Venlo voldoet toch immers al aan het verdeelbe-sluit? Op basis van het provinciale verslag van de commissaris van deKoning van de provincie Limburg – ik moet eigenlijk «gouverneur» zeggen– is afgelopen najaar vastgesteld dat de provincie per 1 juli van dit jaar totsluitende invulling van de provinciale opgave zou komen. Op dat momentwas de precieze verdeling over de Limburgse gemeenten nog niet bekenden is het verdeelbesluit vastgesteld met de afspraak dat aan eenLimburgse regietafel tot een nadere en sluitende invulling gekomen zouworden. De plannen voor het azc in Venlo maken hiervan onderdeel uit enzijn dus nodig voor de Limburgse gemeenten om aan de provincialeopgave te voldoen. Verder wil ik daar niet in treden, want het is nu echtaan de provincies om voor 1 juli te voldoen aan de afspraken zoals die zijnvastgelegd in het verdeelbesluit. Pas daarna komt de jurisdictie in beeldvan mij of iemand anders op deze plek.Ik heb het al over het besloten bijpraten gehad. Voorzitter, volgens mij benik aan het einde van mijn beantwoording.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik mis volgens mij het antwoord op drie vragen, of ik heb het gemist. Hoestaat het met de uitvoering van mijn motie over het tijdelijk stopzetten vangezinshereniging? Ik had ook nog de vraag of de Minister, net als veel vande ons omliggende landen, de grenzen van het Europese recht wil gaanopzoeken en benutten. De derde vraag was of de Minister in EuropeesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96635 verband wil kijken of de achterhaalde verdragen kunnen wordenaangepast naar de huidige moderne tijd om zo niet meer af te gaan op 75jaar geleden.De voorzitter:Ik kijk even naar de Minister of hij de vragen nu wil beantwoorden of dathij dat liever in de tweede termijn doet. Het mag ook in de tweede termijn;wat u wil.Minister Van Weel:Ik kom er in tweede termijn op terug.De voorzitter:Ja, dat lijkt mij iets comfortabeler. We gaan snel over naar de tweedetermijn. U heeft ieder één minuut. Ik zou u willen vragen om zo minmogelijk te interrumperen op elkaar. Dan heeft de Minister ook een kansom antwoord te geven. Ik begin met de heer Eerdmans, die al met zijnpasje in de hand zit. Hij is al onderweg in geest!De heer Eerdmans (JA21):Ik ben al weg! Nee, ik moet dus naar een ander debat, maar ik wil graageen tweeminutendebat aanvragen voor straks. Ja, het is al aangevraagd,maar ik moest het nog definitief maken.De voorzitter:Zeker. Bemoeit u zich niet allen met de orde. De heer Eerdmans heeftzojuist een tweeminutendebat aangevraagd. Zo werkt dat.De heer Eerdmans (JA21):Hoe laat is dat tweeminutendebat?De voorzitter:Dat moet u mij nu niet allemaal gaan vragen. Ik hoor om 18.00 uur. Pastdat?De heer Eerdmans (JA21):Oké, dat is goed.De voorzitter:Ik ga naar de heer Boomsma voor zijn tweede termijn.De heer Boomsma (NSC):Dank, voorzitter. Ook dank aan de Minister voor de antwoorden.Misschien heb ik het antwoord gemist, maar ik had gevraagd wanneer debrief komt over de ambtsberichten in het buitenland en of daarin ookwordt ingegaan op geheimhouding en de aanpak daarvan in anderelanden.Ik had ook gevraagd naar de verhouding tussen de veiligelandenlijstenvan Nederland, de EU en buurlanden. Hoe verhouden die zich tot elkaaren hoe voorkom je dat daarin en in de secundaire migratie groteverschillen ontstaan?Dan Syrië. Betekent het dat mensen die geen alawiet of lhbtiq+’er zijn inprincipe geen asiel meer krijgen, tenzij ze dat op individuele gronden welkrijgen? Is dan ook de verwachting dat een groot deel van de aanvragendie nu nog lopen, wordt afgewezen? Kan de Minister al een inschattinggeven van wat daarvan de effecten zijn?De voorzitter:Mevrouw Vondeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96636 Mevrouw Vondeling (PVV):Voorzitter. Ondanks dat het weer veilig is in Syrië – de Minister zegt hetnet zelf – gaat de Minister geen verblijfsvergunningen intrekken vanSyriërs, met als gevolg dat meer dan 70.000 Syriërs straks permanent inNederland blijven. De PVV wil dat alle Syriërs teruggaan naar Syrië, hetliefst vandaag nog. Ik zal daarom een motie indienen.Verder wacht ik nog even het antwoord af op de vraag of de opvang vanderdelanders vanuit Oekraïne sneller kan worden beëindigd.Ook wil ik toch een motie indienen over Venlo. Voor zover ik het lees in demedia voldoet Venlo al aan de opgave en kan er een streep worden gezetdoor het azc van 600 asielzoekers.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Vondeling. Dan gaan we naar mevrouw Rajkowski.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. Dank ook aan de Minister voor een aantal toezeggingen.Het is belangrijk dat we de implementatiewetgeving voor hetEU-Migratiepact snel in de Kamer bespreken en dat die goed langs deRaad van State gaat, maar ook dat, waar mogelijk, de aanvragen vanSyrische asielzoekers die zijn veroordeeld voor een strafbaar feit, metvoorrang worden behandeld. Dus dank daarvoor.Ik wil ook nog even het belang onderstrepen vanuit de VVD – ik hoordehet de Minister ook zeggen – dat er in samenwerking wordt bekeken watwe de komende weken op het gebied van asiel kunnen doen. Het kabinetis misschien gevallen, maar Nederland wacht niet.De voorzitter:Mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ook namens mij dank aan de Minister. Ik heb een aantal vragen gestelddie niet zijn beantwoord. Wat moet er in een volgend ambtsbericht staanom over te gaan tot een herbeoordeling van de al afgegeven verblijfsver-gunningen? Dat wil de Minister nu nog niet doen. Welke criteria zijn dusnodig voordat daartoe kan worden overgegaan?Dan het tweede. Is de Minister bereid om te starten met de beoordelingvan de verzoeken van alawieten en lhbti’ers? We hebben het hier in totaalom 17.000 verzoeken. De Minister zegt zelf dat het zeer volatiel is, dus dathet zo kan zijn dat we dat nog moeten aanpassen. Start dan in ieder gevalmet degene die je moet toekennen in plaats van met degene die je moetafwijzen.Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag hoe deze Minister en hetrompkabinet nu staan tegenover de aangenomen motie in de Kamer vooreen «go and see»-regeling.Tot slot, voorzitter. Neemt u in de brief over Oekraïne alstublieft hetvolgende mee. Het is echt schrijnend dat er Oekraïense jongeren zijn dieeen vwo-diploma hebben gehaald, maar in september niet kunnen startenmet een studie. Niemand kan namelijk € 20.000 per jaar betalen voor eenstudie. Kan het kabinet daar ook naar kijken?De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Piri. Ik ga naar de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel, voorzitter. Op de vraag wat de Minister anders gaat doen danzijn voorganger, zei hij: ik ga op een constructieve en open manierwerken. Dat staat genoteerd en gemarkeerd. Ik vond dat opmerkelijk,maar ik snap het wel. Vervolgens noemde hij bij zijn prioriteiten wel alleenasiel. Ik wil hem eraan herinneren dat hij wel de Minister van Asiel énTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96637 Migratie is. Ik weet niet hoelang het nog gaat duren – nogmaals,misschien wordt hij binnenkort door drieën gesplitst – maar het gaat nietalleen om asiel. Dat moet ook gelden voor de prioriteiten. De arbeidsmi-granten vormen bijvoorbeeld een veel grotere groep. Ik vind dat hetkabinet juist daar ook meer aandacht voor moet hebben.Ik wil het punt van mevrouw Piri onderstrepen over de «go andsee»-regeling, niet alleen vanwege de inhoud, omdat het heel verstandigis, maar ook vanwege het principe dat dit kabinet aangenomen motiesbehoort uit te voeren. Deze Minister krijgt echt een herkansing van ietswat zijn voorganger heeft laten liggen.Inhoudelijk blijf ik bezorgd over de antwoorden op de vragen over hetlandenbeleid Syrië. Ik kan me toch heel moeilijk voorstellen dat een landals veilig kan worden bestempeld, ook voor kinderen, als er nog explo-sieve oorlogsresten liggen, maar er juist geen huizen, onderwijs of schoondrinkwater beschikbaar zijn. Ik vind dat toch heel moeilijk te volgen.Volgens mij geeft het ambtsbericht daar ook niet precies aanleiding toe.Tot slot, over het ambtsbericht gesproken: de discussie die wij vandaagkunnen hebben vanwege het ambtsbericht van 160 pagina’s, laat hetbelang zien dat die ambtsberichten openbaar zijn. Deze Minister gaat datheroverwegen, want hij is door de rechter gedwongen om dat nu, in ditgeval, openbaar te maken, maar het kan nooit tot een andere conclusieleiden dan dat ambtsberichten voortaan weer openbaar zijn.De voorzitter:Dank u wel. Dat was 30 seconden te lang, maar ik dacht: u was zo netjes.Mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Dank, voorzitter. Steun, zeker voor de laatste opmerking van collega VanNispen.Ik blik toch even terug op het debat. Het is wel verfrissend dat je antwoordkrijgt op vragen; ik was het al bijna niet meer gewend.Misschien heel kort nog even: we hebben het nieuws gekregen over dedrie-eenheid. Ik noem het even zo; laten we hopen dat dat het wordt. Ikmaak me daar wel een beetje zorgen over. Het is natuurlijk wel een beetjeeen gekke move om het ministerie in drieën te delen. Daar komt bij dat ikop het lijstje met de verdeling heb gezien dat de drie verschillendeuitvoeringsorganisaties, namelijk het COA, de IND en DT&V, alle drieonder een verschillende bewindspersoon komen te vallen. Dat lijkt mijnou niet echt hoopgevend op het gebied van goede ketensamenwerking.Ik wil dus eigenlijk aan de Minister vragen of hij met zijn collega’s eveneen brief wil maken voor de Kamer om uit te leggen hoe ze dat gaandoen. Hopelijk kan hij ons een beetje geruststellen dat deze constructieniet gaat leiden tot nog meer chaos.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Podt. Ik ga naar mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor het beantwoorden vande vragen. Ik wacht zijn tweede termijn af voor het restant van deantwoorden op mijn eerder gestelde vragen. Ik wilde als laatste toch nogeven zeggen dat ik het gek blijf vinden dat Syrië voor de ene groep, voorasielzoekers in de procedure en voor Syriërs die een nieuwe aanvraagdoen, veilig is, maar dat het voor de andere groep, statushouders, nietveilig is. In het tweeminutendebat kom ik daarop terug.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Ik ga naar de heer Van Baarle, ten slotte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96638 De heer Van Baarle (DENK):Voorzitter. Ik ga het heel kort houden. Ik sluit me aan bij de oproep vanonder anderen mevrouw Piri voor een reactie op de «go andsee»-regeling, de oproep van de heer Van Nispen voor het openbaarmaken van de ambtsberichten en de frustratie van vele andere sprekersdat de informatie in het ambtsbericht en de informatie van mensenrech-tenorganisaties die zich uiterste zorgen maken over de veiligheid in Syriënooit kunnen leiden tot de afweging die dit kabinet maakt in deze uiterstsummiere brief, dus wij zullen daar in ieder geval een motie overindienen.Ik dank u, voorzitter.De voorzitter:De Minister heeft aangegeven dat hij gelijk door kan, dus hij gaat nu deresterende vragen beantwoorden. Ik geef het woord aan de Minister.Probeer het aantal interrupties beperkt te houden, please.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Nogmaals dank voor de vragen en excuus voor degenedie ik heb gemist in eerste termijn. Die neem ik nu zo goed mogelijk mee.De heer Boomsma heeft gelijk: hij heeft nog een openstaande toezeggingvoor een brief over de manier waarop andere landen omgaan met hunlandenbeleid. Dat heeft wat voeten in de aarde, omdat niet alle landeneven forthcoming zijn, zeg ik maar in goed Nederlands, over hoe zijdaarmee omgaan. We zijn daar wel mee bezig. U krijgt die brief. Wemoeten t.z.t. wel even kijken of dat in de openbaarheid kan of datsommige landen daar bezwaar tegen maken. Daar kom ik dus nog opterug.Mevrouw Vondeling had een vraag over het versnellen van het uitzettenvan derdelanders. Dat kan helaas niet. De uitvoeringsorganisaties en demedeoverheden hebben daarvoor voorbereidingstijd nodig. Daar zullenwe op moeten wachten. Wat betreft Syriërs: ik heb u gehoord. Tegelij-kertijd wil ik zeggen dat we nu een behoorlijke stap zetten door in iedergeval het moratorium op te heffen en in gang te zetten dat we asielaan-vragen uit Syrië weer op een normale manier kunnen behandelen. Ik denkdat dat een belangrijke stap voorwaarts is.Wat moet er dan in dat volgende ambtsbericht staan om over te gaan toteen herbeoordeling? Dat was een vraag van mevrouw Piri. Eigenlijk gaatdat niet om meer dan een bestendiging van het huidige beeld. Het is dusmeer de voortduring van de huidige situatie zoals die is geschetst in hetambtsbericht. Die is dan voldoende om op basis van een volgendambtsbericht over te kunnen gaan tot de herbeoordelingen.Nemen we dan de alawieten...De voorzitter:Mevrouw Piri, voor een hele korte vraag.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Even kijken of ik het goed begrijp. Als er een nieuw ambtsbericht komtover zes maanden en er geen verslechtering van de situatie is, wil deMinister, het kabinet – hopelijk niet meer dit kabinet – daartoe overgaan?Minister Van Weel:Ik wil hier niet op vooruitlopen en niet, mogelijk, over mijn graf heenregeren, maar als u mij nú vraagt wat er in een volgend ambtsbericht zoumoeten staan om daartoe over te kunnen gaan, dan is het niet meer daneen bestendiging van het huidige beeld, een voortduring.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96639 Minister Van Weel:U vroeg mij nog of aanvragen van alawieten en lhbtiq+-asielzoekers nuook worden opgepakt. Jazeker, die worden zeker meegenomen in deprioriteit van de 17.000 in totaal. Daar zitten deze absoluut tussen.Dan de «go and see»-regeling. Ik ben vooralsnog niet geneigd om hetkabinetsstandpunt daarover te veranderen, omdat ik het wel eens ben metde afweging die we collectief hebben gemaakt dat het «go andsee»-principe zich niet goed verhoudt tot de reden waarom de statusverleend is, en al helemaal niet bij iemand die een aanvraag indient omdie status te verkrijgen. Daar zit gewoon een spanning tussen. Dat wil ookweer niet zeggen dat Nederland zich keihard gaat maken tegen andereEU-landen die wel zo’n «go and see»-regeling zouden willen hebben. Dusals het daartoe komt, dan is dat zo, maar vooralsnog zie ik geen reden omons eigen standpunt te wijzigen.U vroeg ook naar studiegeld voor Oekraïne. Ik neem dat mee in de briefwaar ik nog voor de zomer mee kom. Daar ga ik u op die manier integemoetkomen.De voorzitter:Mevrouw Piri, heel kort.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik hoop toch dat de Minister er nog één keer in wil duiken. Hij zegt hiereven heel inclusief: een collectief besluit. De Kamer vindt iets anders.Volgens mij is een van de partijen die hier heel erg tegen was, inmiddelsuit het kabinet verdwenen, dus je zou toch denken dat er misschien eenandere afweging komt. Iets meer «we luisteren ook naar wat de Kamervindt» zou fijn zijn bij een nieuwe Minister.De voorzitter:Ik hoor geen nieuwe vraag. De Minister heeft dit gehoord, neem ik aan.We gaan door.Minister Van Weel:Dat brengt mij bij de vragen van mevrouw Van Zanten. Ze begint met hetstoppen van de gezinshereniging en haar motie daarover. Laat ik mijnexterne geheugen er even bij pakken. Ik begin nu met uw andere tweevragen, want die kan ik uit mijn hoofd beantwoorden.Een vraag ging over de grenzen van het EU-recht opzoeken. Wij staanopen voor alles wat we kunnen doen om de instroom te beteugelen enom een beter en meer draagbaar asielbeleid tot stand te brengen. Datmag blijken uit het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma. Ik denkdat er een aantal belangrijke stappen zijn gezet. De wetten die in uwKamer voorliggen, zijn een begin daarvan. Het EU-Migratiepact is daareen begin van. Het beter nakomen van Dublinafspraken is ook een begindaarvan. Ik heb net ook al gezegd in antwoord op de brief dat wij inbeginsel niet terugdeinzen voor het eventuele aanpassen van het EVRM.U zult daar dus geen grenzen vinden, dus zowel niet in het EU-rechtalsook niet in verdragen.Dan uw motie over het stoppen met nareis. Nareis volgt uit deEU-Gezinsherenigingsrichtlijn en uit het EVRM. Er mogen in dat verbandwel beperkingen worden opgelegd en dat zijn de beperkingen die nu juistneergelegd zijn in het wetsvoorstel over het tweestatusstelsel dat in uwKamer ligt. De maximale ruimte die Nederland binnen het EVRM heeft, isverankerd en gecodificeerd in het wetsvoorstel over het tweestatusstelsel.Dat is een van de redenen waarom we dat nog steeds als een prioriteithebben staan. Zonder een wettelijke basis kunnen we niet verder gaandan dat.Voorzitter, volgens mij heb ik nu alle...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96640 De voorzitter:Nog even mevrouw Van Zanten en daarna mevrouw Podt en dan gaan weafronden.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik vraag me af waarom andere Europese landen dit dan wel doen.Waarom kan het daar wel en bij ons toch niet en moeten wij wachten totde invoering van het tweestatusstelsel? Waarom kan dat niet nu almeteen, terwijl het in bijvoorbeeld Oostenrijk wel kan?Minister Van Weel:Het antwoord daarop is simpel: die hebben al een tweestatusstelsel. Diehebben dat al in wetgeving verankerd en dat is wat wij nu ook proberen tedoen.Ik was de vraag van mevrouw Podt over de verdeling van de postenhelemaal vergeten. Zodra ik meer weet en de mist is opgestegen, zullenwij met een heldere brief naar uw Kamer komen over de verdeling, nietalleen van deze posten, maar ook wat betreft de verdere waarneming voorde andere vrijgevallen ministersposten gedurende de resterendekabinetsperiode; daar ben ik van overtuigd.De voorzitter:Minister, ik geloof dat de vraag van de Kamer is of u in de brief ook zoukunnen ingaan op de keten. Ik denk dat dat de vraag is. Ik probeer heteven. Mevrouw Podt, ik geef u nog een keer een kans, maar dit debat gingover de JBZ-Raad.Mevrouw Podt (D66):Dat was inderdaad mijn vraag. Het ging me specifiek inderdaad om deketensamenwerking, want dat lijkt me ingewikkeld. Staande de verga-dering kreeg ik ook een appje over een al veel langer lopend dossier waarwij als Kamer mee bezig zijn. De ondernemers in Ter Apel vragen bij wiezij terechtkunnen op het moment dat zij het willen hebben over hetschadeloket en de problemen die zij daar ervaren. Ik zie de collega’sknikken. Ik denk dat het belangrijk is om daar even op terug te komen.De voorzitter:Dan zullen we het zo doen. Als de Minister dat straks in het tweeminuten-debat toevallig weet, kan hij het dan zeggen en anders komt het terug indie brief. Dank u wel, mevrouw Podt.Ik ga de toezeggingen van de Minister in dit debat herhalen.–De Minister van Asiel en Migratie zegt toe de Kamer voor het zomerre-ces de stand van zaken van de implementatie van het Migratiepact tedoen toekomen.–De Minister zegt toe de Kamer een brief te sturen over hoe tijdensgrenscontroles omgegaan wordt met verschillende categorieënpassanten.–De Minister komt in de brief over de nieuwe portefeuilleverdeling of inhet tweeminutendebat – dat is aan u – terug op de ketensamenwerkingen bij wie ondernemers in Ter Apel terechtkunnen.Van Nispen heeft tóch nog iets bedacht.De heer Van Nispen (SP):Ja. Ik zit altijd te broeden of ik nog iets kan bedenken. Op welke termijngaat de Minister de Kamer informeren over hoe in de toekomst met deambtsberichten zal worden omgegaan?Minister Van Weel:Kort voor dan wel na de zomer. Dus laat ik zeggen: kort na de zomer. Danvalt voor de zomer mee, maar ik wil dit even goed wegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96641 De voorzitter:Het is ook niet een verantwoordelijkheid die alleen bij u ligt. Dat begrijp ikdus heel goed.Ik zou de Kamerleden, de Minister, de ambtenaar en de ambtelijkeondersteuning willen danken. Al om 18.00 uur, dus razendsnel, is hettweeminutendebat.Sluiting 16.58 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96642
Gerelateerde bronnen
- JBZ-Raad 12 – 13 juni 2025 te Luxemburg (vreemdelingen- en asielbeleid)
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 juni 2025, over JBZ-Raad 12 – 13 juni 2025 te Luxemburg (vreemdelingen- en asielbeleid)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.