KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Kabinetsappreciatie MFK- en EMB-voorstellen Europese Commissie (Kamerstuk 21501-20-2268) en over het Fiche: Meerjarig Financieel Kader Prestatiekader (Kamerstuk 22112-4143)

10 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 719c21bc398da526 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-20Europese RaadNr. 2328 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 10 november 2025 De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en vanFinanciën over de brieven van 12 september 2025 over de Kabinetsappre-ciatie MFK- en EMB-voorstellen Europese Commissie (Kamerstuk21 501-20, nr. 2268) en over het Fiche: [MFK] Meerjarig Financieel KaderPrestatiekader (Kamerstuk 22 112, nr. 4143).De vragen en opmerkingen zijn op 1 oktober 2025 aan de Ministers vanBuitenlandse Zaken en van Financiën voorgelegd. Bij brief van10 november 2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,Van der PlasDe adjunct-griffier van de commissie,Hoedemaker kst-21501-20-2328ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23281 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie vande bewindspersonen2–Vragen en opmerkingen van de leden van dePVV-fractie en reactie van de bewindspersonen2–Vragen en opmerkingen van de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie en reactie van debewindspersonen6–Vragen en opmerkingen van de leden van deVVD-fractie en reactie van de bewindspersonen–Vragen en opmerkingen van de leden van deBBB-fractie en reactie van de bewindspersonen18 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonen Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de PVV-fractie lezen in het speciaal verslag van de EuropeseRekenkamer «Flexibiliteit van de EU-begroting – Bood ruimte voor aanpakvan onvoorziene uitdagingen, maar kader is te complex1» dat het vorigeMeerjarig Financieel Kader (MFK)-voorstel niet was gebaseerd op eentoereikende vaststelling en analyse van de behoeften en risico’s die metde EU-begroting moeten worden afgedekt. Daarnaast constateren zij dathet flexibiliteitskader te complex is, de volgorde voor het gebruik van deflexibiliteitsinstrumenten onvoldoende duidelijk is en er soms sprake isvan overlapping. In het verslag worden daarom aanbevelingen gedaanom deze tekortkomingen te verhelpen. Deze leden verzoeken de Ministerom per aanbeveling aan te geven of hij deze ondersteunt, voorzien vaneen onderbouwing.1. Antwoord van het kabinetDe Europese Rekenkamer (ERK) doet in het speciale verslaginzake de EU-begroting drie hoofdaanbevelingen. Hieronderwordt per aanbeveling ingegaan op hoe het kabinet deze beoor-deelt.1) Bied betere ondersteuning bij de besluitvorming inzake hetontwerp van het toekomstige flexibiliteitskader van het MFK;Het kabinet is voorstander van het vergroten van de financiëleflexibiliteit van de begroting, maar hecht ook aan voorspelbareNederlandse afdrachten aan de EU-begroting. Het kabinetondersteunt de oproep van de ERK voor voldoende flexibiliteit envindt, net als de ERK, dat daar een degelijke kwalitatieve enkwantitatieve beoordeling aan ten grondslag moet liggen. Hetkabinet oordeelt mede daarom bijvoorbeeld niet positief over hetvoorgestelde crisisleeninstrument.2) Vereenvoudig het MFK-flexibiliteitskader en-besluitvormingsproces;De Europese Commissie (hierna: Commissie) heeft in haarvoorstel een deel van de aanbevelingen van de ERK overgenomen,1Europese Rekenkamer, «Flexibiliteit van de EU-begroting – Bood ruimte voor aanpak vanonvoorziene uitdagingen, maar kader is te complex». Speciaal verslag 18/2025 (https://www.eca.europa.eu/ECAPublications/SR-2025-18/SR-2025-18_NL.pdf)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23282 bijvoorbeeld minder speciale instrumenten. Het kabinet onder-steunt deze versimpeling. Ten aanzien van de marges merkt hetkabinet op dat de vermindering van het aantal begrotingscatego-rieën (van zeven naar vier «pijlers») leidt tot minder versnipperingvan de verschillende marges. Het kabinet is het eens met deobservatie van de ERK dat altijd eerst de middelen onder deplafonds van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) gebruikt moetworden, voordat speciale instrumenten buiten de MFK-plafondsmogen worden ingezet.3) Verbeter de procedures van de Commissie voor het onder-zoeken van opties voor herschikking en herprioritering.Het kabinet ondersteunt deze aanbeveling, aangezien het kabinetvan mening is dat bij nieuwe voorstellen van de Commissie demiddelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raadafgesproken financiële kaders van de EU-begroting. Bovendienmoeten deze passen bij een prudente ontwikkeling van dejaarbegroting.De aan het woord zijnde leden constateren dat op 16 juli 2025 deEuropese Commissie een voorstel publiceerde voor een besluit van deRaad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie entot intrekking van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053.2 Hierin wordtvoorgesteld om extra middelen om de begroting op te hogen op te halenvia nieuwe Europese heffingen. In dit voorstel wordt voorgesteld om extramiddelen voor de EU-begroting te verkrijgen door middel van nieuweEuropese heffingen. Met name de invoering van een tabaksaccijns van15% en een jaarlijkse forfaitaire bijdrage voor bedrijven met een netto-jaaromzet van meer dan € 100 miljoen baren deze leden zorgen. Deelt deMinister de zorgen van de leden van de PVV-fractie dat de voorgesteldenieuwe Europese heffingen zullen leiden tot hogere lasten voor burgersen bedrijven in Nederland? Zo nee, kan de Minister dit standpuntonderbouwen?2. Antwoord van het kabinetHet voorstel voor de introductie van nieuwe eigen middelen doormiddel van een wijziging van het eigenmiddelenbesluit (EMB)beoogt de samenstelling van de inkomsten van de EU te wijzigen.Het voorgestelde nieuwe eigen middel op basis van tabak betrefteen nationale bijdrage op basis van een grondslag. De grondslagvan deze afdracht wordt berekend door de hoeveelheid op demarkt gebrachte tabak te vermenigvuldigen met het geldendeminimumaccijnstarief per lidstaat dat voortvloeit uit de richtlijntabaksaccijns. Volgens het voorstel wordt de afdracht vervolgensberekend door middel van een uniform afdracht-percentage van15% toe te passen over deze grondslag per lidstaat. Hiermeeheeft dit eigen middel geen financieel effect op het Nederlandsebedrijfsleven of burgers. Met andere woorden, de introductie vanhet eigen middel leidt niet tot een belasting of heffing opondernemingen of burgers.Het voorgestelde nieuwe eigen middel dat gebaseerd is op eenafdracht die lidstaten zouden innen bij ondernemingen met eenjaaromzet van meer dan EUR 100 miljoen, als bijdrage voor het2Europese Commissie, «Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het stelsel van eigenmiddelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053»COM(2025)574(eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52025PC0574)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23283 mogen opereren op de interne markt, zal wel zorgen voor hogerelasten voor bedrijven en/of burgers aangezien dit een heffingbetreft. Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 12 september jl.met de kabinetsappreciatie van de MFK-voorstellen van deCommissie (hierna: kabinetsappreciatie) heeft het kabinet eenzeer kritische grondhouding ten aanzien van dit voorgesteldenieuwe eigen middel.De voornoemde leden constateren dat de Minister vindt dat de EuropeseUnie zich moet richtten op haar kerntaken en dat het kabinet zich zal gaaninzetten voor een verlaging van het voorgestelde MFK waarbij demodernisering overeind dient te blijven. Deze leden vragen de Ministerom te beargumenteren wat het kabinet als een acceptabele omvang vanhet MFK ziet.3. Antwoord van het kabinetHet kabinet zet in op een beperking van de afdrachtenstijging. Deafdrachten zijn afhankelijk van verschillende factoren, waar deomvang van het MFK er een van is. Ook het eigenmiddelenbesluitis bepalend voor de raming van de Nederlandse afdrachten. Hetantwoord op de vraag wat een acceptabele omvang van het MFKis kan dus niet geïsoleerd worden gezien, omdat dit samenhangtmet het totale pakket.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Commissie voorstelt deperceptiekostenvergoeding te verlagen van 25% naar 10%. De Ministerheeft aangegeven zich in te zetten voor behoud van het huidige niveauvan 25%. Deze leden verzoeken de Minister met cijfers inzichtelijk temaken welke gevolgen een verlaging van de perceptiekostenvergoedingzou hebben voor de Nederlandse schatkist en op welke manier deMinister dit besluit binnen het MFK gaat voorkomen.4. Antwoord van het kabinetHet budgettaire effect van de door de Commissie voorgesteldeverlaging van de perceptiekostenvergoeding op de Rijksbegrotingwordt geschat op gemiddeld circa EUR 0,5 miljard per jaar.De aan het woord zijnde leden constateren dat de Commissie voorstelt debestaande correctiemechanismen voor de eigen middelen af te schaffen.Dit betekent voor Nederland dat de korting op de Bruto NationaalInkomen (BNI)-afdracht niet wordt voortgezet. De Minister geeft terechtaan dat Nederland in het voorstel onevenredig veel zou bijdragen invergelijking met andere lidstaten. Deze leden vragen de Minister om metcijfers inzichtelijk te maken welke gevolgen de afschaffing van de huidigecorrectiemechanismes voor eigen middelen heeft voor de Nederlandseschatkist en op welke manier de Minister dit besluit binnen het MFK gaatvoorkomen.5. Antwoord van het kabinetZoals aangegeven in de kabinetsappreciatie bedraagt hetbudgettaire effect van het niet voortzetten van de korting op deraming van de bni-afdracht gemiddeld circa EUR 2,1 miljard perjaar vanaf 2028. Het afschaffen van de correctiemechanismen bijde btw en plastic-afdracht heeft daarentegen een licht positiefeffect. Afgaande op het huidige voorstel levert dit een besparingop de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU op vanrespectievelijk gemiddeld circa EUR 12 miljoen en 46 miljoen perjaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23284 De leden van de PVV-fractie constateren dat met het huidige MFK in totaal1.800 miljard euro is gemoeid in de periode 2021–2027. Hiervan is 672,5miljard euro beschikbaar voor de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit, eeneenmalig instrument. De Europese Commissie wil bij het volgende MFKop grote schaal resultaatfinanciering toepassen. Deze leden constaterendat de werking van dit instrument ernstig tekortschiet. Zij vragen deMinister of in het voorgestelde bedrag van 2.000 miljard euro eeninstrument zoals de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit is meegenomen, watNederland kan doen om dit te voorkomen, en wat de omvang van hetnieuwe MFK zou zijn zonder deze extra kosten.6. Antwoord van het kabinetDe Commissie heeft een instrument zoals de Herstel- enVeerkrachtfaciliteit (HVF) niet opgenomen in haar MFK-voorstel.De Commissie stelt wel voor om onder andere de cohesie- enlandbouwfondsen op te nemen in zogenaamde Nationale enRegionale Partnerschapsplannen (NRPP). De werkwijze van hetNRPP lijkt op de werkwijze van de HVF, in de zin dat landen eennationaal plan moeten opstellen en dat deze plannen mijlpalen endoelstellingen bevatten die gekoppeld zijn aan hervormingen eninvesteringen. Daarbij vind het kabinet het van belang dat degeleerde lessen3 van het HVF meegenomen worden in devormgeving van het NRPP. Het doel van de introductie van hetNRPP is een effectievere besteding van middelen en een grotereprikkel om hervormingen door te voeren. Het NRPP is derhalvegeen voortzetting van de HVF, maar een andere, meer integralemanier van besteding en controle op onder andere de cohesie- enlandbouwfondsen.Daarnaast constateren de leden van de PVV-fractie dat Nederland alslidstaat in de Raad een vetorecht heeft bij de vaststelling van een nieuwMFK. Zij vragen de Minister dit vetorecht in te zetten indien de Neder-landse belangen worden ondermijnd, zoals het huidige voorstel doet.7. Antwoord van het kabinetHet voorstel van de Commissie voor het volgend MFK vormt hetstartschot voor de onderhandelingen die naar verwachting tot in2027 zullen duren. In de kabinetsappreciatie heeft het kabinethaar positie met betrekking tot het voorstel van de Commissietoegelicht. Tijdens de komende onderhandelingen zal het kabinetzich hier voor inzetten. Het kabinet zal daarbij de Kamerdoorlopend informeren over het verloop van de onderhandelingenen de kabinetsinzet daarbij, in het bijzonder via de geannoteerdeagenda’s en verslagen voor de RAZ (t.a.v. MFK), de Ecofinraad(t.a.v. het EMB) en de Europese Raad. Voorafgaand aan deuiteindelijke stemming in de Raad over het MFK en het EMB, zalhet kabinet haar positie bepalen op basis van het onderhande-lingsresultaat. Gelet op de verwachte tijdslijn van deMFK-onderhandelingen zal het aan een volgend kabinet zijn omdeze positie te bepalen.3Europese Rekenkamer (2025), Analyse 02/2025: Prestatiegerichtheid, verantwoordingsplicht entransparantie – lessen die te trekken zijn uit de tekortkomingen van de RRFTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23285 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersonenDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de kabinetsreactie op het nieuwe Meerjarig Financieel Kader(MFK) en het Fiche voor het Meerjarig Financieel Kader Prestatiekader. Zijhebben hier nog enkele vragen en opmerkingen bij.In algemene zin zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie van meningdat er modernisering in het MFK heeft plaatsgevonden, maar dat dezeonvoldoende is. Ook heeft het nieuwe MFK een vergelijkbare omvang invergelijking met het vorige MFK, terwijl het Europees Parlement heeftopgeroepen tot een verhoging van de EU-begroting om de groeiendepolitieke prioriteiten zoals een sterkere defensiesamenwerking, concurren-tiekracht en de energietransitie te financieren. Hoe reflecteert het kabinethierop, zijn er met het nieuwe MFK wat het kabinet betreft voldoendemiddelen om de grote uitdagingen van deze tijd als een sterke enverenigde EU het hoofd te bieden? Zo ja, dan zien deze leden graag eengedetailleerde onderbouwing.8. Antwoord van het kabinetDe Commissie stelt voor om de architectuur en de werking vanhet MFK te hervormen door het aantal begrotingshoofdstukken teverminderen, fondsen samen te voegen en resultaatgerichtbegroten toe te passen. Het kabinet is positief over deze vormvan het moderniseren van de begroting. Daarnaast stelt deCommissie voor om het MFK te moderniseren door de begrotingmeer toe te spitsen op actuele thema’s zoals concurrentiever-mogen, veiligheid en defensie, en asiel en migratie. Het kabinetverwelkomt de sterkere focus op deze grote uitdagingen en hetfeit dat de Commissie in haar voorstel hier een groter deel van deEU-begroting voor uittrekt.Het kabinet schrijft zelfs dat ze nog steeds de ambitie heeft om deafdrachten van Nederland te verlagen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat dit zeer onverstandig is. Hoe haalbaar acht deMinister deze ambitie? Hoe wenselijk is deze ambitie gezien de noodzaakvoor een betere Europese concurrentiekracht, Europese defensiesamen-werking en de energietransitie waar een grote opgave ligt?9. Antwoord van het kabinetHet kabinet staat achter de doelstelling om de in de raming vande Nederlandse afdrachten voorziene stijging te beperken,conform de afspraken die hierover zijn gemaakt in het Hoofdlij-nenakkoord. Tegelijkertijd steunt het kabinet de voorgesteldemodernisering van de Europese begroting, die een relatief groterdeel van het beschikbare budget beschikbaar stelt voor o.a. hetversterken van de concurrentiekracht van de EU, asiel enmigratie en defensie en veiligheid. Gegeven de uitdagendebudgettaire situatie in Nederland en andere Europese lidstaten,vindt het kabinet dat er in de EU, net als het kabinet datnationaal doet, scherpe keuzes gemaakt moeten worden overwaar de schaarse middelen voor gebruikt worden.De leden van de GroenLinks-PvdA fractie zijn van mening dat er meernieuwe eigen middelen zouden moeten worden aangewend in het nieuweMFK. Deze leden zien bijvoorbeeld gemiste kansen op Big Techbelasting,een financiële transactietaks en belasting op pakketjes uit China. Hoe staathet kabinet ten opzichte van deze ideeën en is ze van mening dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23286 mogelijkheden tot nieuwe eigen middelen volledig zijn benut in hetnieuwe MFK?10. Antwoord van het kabinetDe voorbeelden die in de vraag worden genoemd betreffenbeleidsvoorstellen. Er is een onderscheid tussen een beleids-voorstel, dat juridisch bepaalde regelingen uitwerkt, en eenvoorstel voor een nieuw eigen middel, welke gaat over deverdeling van afdrachten aan de Europese begroting op basis vandie inkomsten.Ten aanzien van de Big Tech belasting heeft de EuropeseCommissie in 2018 een richtlijnvoorstel4 gepresenteerd voor deinvoering van een digitale dienstenbelasting. Het voorstel werd,tijdens een stemming in de Ecofinraad in maart 2019, nietaangenomen omdat het voorstel niet kon rekenen op voldoendesteun van de lidstaten. Verder ligt er ook geen voorstel van deEuropese Commissie voor een nieuw eigen middel gebaseerd opeen digitale dienstenbelasting.Ten aanzien van de financiële transactietaks heeft de EuropeseCommissie in september 2011 een richtlijnvoorstel5 gepubliceerdvoor een belasting op financiële transacties. Het doel om eenbijdrage van de financiële sector aan de publieke middelen tevragen en het verbeteren van de financiële stabiliteit. Delidstaten waren verdeeld over dit voorstel. Om deze reden hebbentien lidstaten6 besloten tot een versterkte samenwerking waarbijer alsnog belasting op financiële transacties geheven kanworden.7 Nederland was geen voorstander van een financiëletransactietaks en nam daarom geen deel aan deze groep, metname omdat pensioenfondsen (en daarmee de pensioenuitke-ringen) ook geraakt zouden worden door deze belasting. Tot opheden is de bovengenoemde groep bezig om tot een akkoord tekomen, zonder direct zicht op een uitkomst. Ook ligt er geenvoorstel voor een nieuw eigen middel gebaseerd op een finan-ciële transactietaks.Ten aanzien van belasting op pakketjes uit derde landen vinden erop dit moment triloogonderhandelingen (Commissie, EuropeesParlement, Raad) plaats over het nieuwe Douanewetboek van deUnie. In dit nieuwe Douanewetboek is een zogenoemde «handlingfee» opgenomen voor directe zendingen vane-commercepakketjes van buiten Europa naar Europese consu-menten. De Commissie stelt in het voorstel voor een nieuw EMBvoor om de handling fee op e-commerce pakketten deel uit telaten maken van de douanerechten. Het kabinet heeft vragen bijdeze interpretatie. In het voorstel voor het nieuwe Douane-wetboek is namelijk opgenomen dat de handling fee (ongeveer)de kosten moet dekken voor het afhandelen van de e-commercepakketten.4Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van eendigitaledienstenbelasting op inkomsten uit de levering van bepaalde digitale diensten, COM(2018) 148, 21 maart 2018.5Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijk stelsel vanbelasting op financiële transacties en tot wijziging van Richtlijn 2008/7/EGCOM(2011)594,COM(2011) 594, 28 september 2011.6De 10 lidstaten zijn België, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Oostenrijk, Portugal,Slovenië, Slowakije en Spanje.7Besluit van de Raad, van 22 januari 2013 houdende machtiging om een nauwere samen-werking aan te gaan op het gebied van belasting op financiële transactie, 2013/52/EU.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23287 Het samenvoegen van fondsen in de nationale enveloppen is eenbelangrijk nieuw punt in dit MFK. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen zich af of het kabinet voorziet dat deze enveloppen leidentot minder oormerking van geld. Voorziet het kabinet dat de nationaleenveloppen zullen betekenen dat er minder eendracht is in waar delanden de fondsen aan uitgeven? Wat betekent dit voor gezamenlijkedoelen en de controlerende mogelijkheid van het Europees Parlement?Ziet het kabinet een risico dat landen deze flexibele enveloppen zulleninzetten voor financiële dekking voor al bestaande plannen, in plaats vandat het nieuwe ideeën oplevert?11. Antwoord van het kabinetHet samenvoegen van fondsen in nationale enveloppen via hetNRPP betekent een aanzienlijke hervorming van de huidigefondsenstructuur. Met het bundelen van fondsen binnen hetNRPP beoogt de Commissie nationale en regionale projectenbeter op elkaar aan te laten sluiten, wat zou moeten leiden totefficiënter gebruik van beschikbare middelen. In het Commissie-voorstel is sprake van oormerking van minimumbudgetten voorlandbouw, visserij, cohesie en migratie, grensbeheer en interneveiligheid. Daarnaast heeft de Commissie gezamenlijke doelstel-lingen zoals uitgaven aan klimaat en milieu en sociale doelen inhet voorstel verankerd. Het kabinet vindt het positief datlidstaten in het niet-geoormerkte deel van de nationale envelophun eigen prioritering aan kunnen brengen. Dit vergroot deflexibiliteit van de begroting en kan bijdragen aan het verhogenvan de toegevoegde waarde van EU-middelen. Het samenvoegenvan fondsen en het creëren van flexibiliteit hoeft niet ten koste tegaan van de controleerbaarheid van de begroting; het kabinet zeterop in dat de autoriteiten die een rol hebben in het controlerenvan de begroting deze behouden. In de NRPPs mogen alleeninterventies die vanaf 2028 starten worden opgenomen. Hiermeewordt het risico ondervangen dat landen de flexibele enveloppeninzetten voor bestaande plannen. De exacte invulling van degovernance van de flexibele enveloppen wordt nog naderuitgewerkt.Het kabinet schrijft in de appreciatie dat het inzet op een verlaging van hetvoorgestelde MFK waarbij de modernisering overeind dient te blijven. Deaan het woord zijnde leden zijn van mening dat dat zeer onverstandig is ineen tijd waar de veiligheid van Europa in het geding is en samenwerkingnodig is op concurrentievermogen, klimaatverandering en defensie. Ookbenoemt het kabinet verduurzaming en de energietransitie niet als eenprioriteit in het budget, terwijl onze energieonafhankelijkheid juist vangroot belang is voor onze veiligheid. Is het kabinet het hiermee eens?Gaat het kabinet deze prioriteit in haar inzet opnemen? Is het kabinet vanmening dat de prioriteit van landbouw verlegd moet worden naar degenoemde focus onderdelen die het kabinet noemt in haar appreciatie?12. Antwoord van het kabinetHet kabinet zet in op modernisering van de EU-begroting om deuitdagingen van deze tijd te adresseren. Daarbij zet het kabinet inop het versterken van het Europees concurrentievermogen meteen sterke interne markt en inzet op onderzoek en innovatie alsfundament, een stevig migratie- en asielbeleid, en veiligheid endefensie. Dit betekent ook dat bestaande programma’s meermoeten bijdragen aan deze prioriteiten. Daarbij hoort ook dat deEU-begroting de klimaat- en energietransitie en decarbonisatievan de industrie dient te ondersteunen, aangezien deze bijdragenaan het bredere Europese concurrentievermogen en onzeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23288 weerbaarheid. Het kabinet verwelkomt dan ook de voorgesteldemodernisering van het MFK waarbij de Commissie meer focuslegt op strategische prioriteiten en hiervoor een groter deel vande EU-begroting uittrekt. In het voorgestelde MFK wordt eenminimaal bestedingspercentage voorgesteld van 35% voorklimaat en milieu. Het kabinet onderstreept het belang vaninvesteringen in de groene transitie en ziet dit percentage voorklimaat en milieu als welkome continuering van het huidigebeleid. De Commissie heeft een voorstel gedaan voor een nieuweEuropees Concurrentievermogenfonds (ECF), waarvan een van dethematische vensters de schone transitie en industriële decarbo-nisatie is. Daarnaast heeft de Commissie een voorstel gedaanvoor een stevig energieonderdeel van de Connecting EuropeFacility (CEF-energie). Het kabinet steunt de sterke focus binnenhet ECF op groene technologieën en de energietransitie, evenalsde aandacht voor het bevorderen van de circulaire economie,elektriciteitsnetten, duurzame energiebronnen, de bevorderingvan energie-efficiëntie, de ontwikkeling van flexibiliteit in hetenergiesysteem en de link tussen dit venster en CEF-energie.De voornoemde leden hebben een aantal vragen over de inzet ten aanzienvan het concurrentievermogen en de adviezen van Draghi. In de kabinet-sappreciatie van het MFK onderschrijft het kabinet opnieuw de aanbeve-lingen van Draghi: «Het kabinet steunt de prioriteit die via deze pijler(Pijler II: Competitiveness, prosperity and security) wordt gegeven aan hetversterken van het concurrentievermogen, met een sterke interne markten inzet op onderzoek en innovatie als fundament, vaardigheden,verduurzaming en (economische) veiligheid en defensie in het nieuweMFK. Zoals uit de rapporten van Draghi en Letta blijkt, is het versterkenvan de Europese concurrentiepositie essentieel voor de toekomst van deEU.»In zijn rapport heeft Draghi aangegeven dat de EU jaarlijks 700–800miljard euro in de economie zou moeten investeren om deze versterkingvan het concurrentievermogen te bereiken. Historisch gezien wordt 80%van de investeringen privaat gefinancierd en 20% publiek gefinancierd,ofwel zo’n 150 à 160 miljard euro. Is het concept-MFK in lijn met dezebedragen? Zo ja, waar blijkt dit uit? Zo niet, waarom niet? Gaat deMinister zich inspannen om het nieuwe MFK in lijn te brengen met ditdringende advies? Kan de Minister uiteenzetten welke fondsen en/ofandere investeringsvehikels hij hiervoor in wil zetten voor meer publiekeinvesteringen, om hoeveel middelen het per investeringsvehikel zou gaanen hoeveel middelen er aanvullend nodig zouden zijn om dit doel tebereiken? Als de Minister zich niet in wil zetten voor eventueel meerbenodigde middelen om dit doel te bereiken, kan hij dan toelichten hoe hijevengoed denkt de adviezen van Draghi aangaande het concurrerendhouden van de Europese economie op te volgen?13. Antwoord van het kabinetHet huidige MFK-voorstel kan een belangrijke bijdrage leverenaan de door Draghi geschetste uitdagingen, inclusief de investe-ringsopgave. Draghi dicteert in zijn rapport geen specifiekeverdeling tussen investeringen op EU-niveau of nationaal niveau.Het MFK, als investeringsbegroting, speelt een belangrijke rol opEU-niveau, naast private investeringen. Het kabinet merkt op dathet huidige Commissievoorstel voor het volgend MFK in lijn ismet meerdere Draghi aanbevelingen.8 Het kabinet zet zich op devolle breedte van Europees beleid in voor het8Draghi, 2024. The future of European Competitiveness, Part B, Section 2, Chapter 3, p. 294–295Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23289 EU-concurrentievermogen, in lijn met de kabinetsvisie hierop.9Het kabinet heeft hierbij speciale aandacht voor de voorstellenvoor InvestEU10, waarbij het kabinet verschillende verbeteringenziet ten opzichte van het Commissievoorstel, bijvoorbeeld tenaanzien van de voorspelbaarheid voor investeringen en devoorgestelde minimale garanties.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet devoorgestelde versterking van de rechtsstaatconditionaliteit verwelkomt.Deze leden steunen dit standpunt van het kabinet en vragen of zij bereid iszich ervoor hard te maken dat dit voorstel niet wordt afgezwakt. Wat zijnde mogelijkheden om juist nog extra stappen te zetten op de rechtsstaat-conditionaliteit bovenop wat de Europese Commissie voorstelt? Is hetkabinet bereid inzet hierop te overwegen? Het is eveneens van belang dathet bevriezen van fondsen op basis van rechtsstaatconditionaliteit enfundamentele rechten niet alleen mogelijk is maar deze mogelijkheid ookgoed en snel ingezet kan worden. Is dat wat betreft het kabinet voldoendegewaarborgd?14. Antwoord van het kabinetHet kabinet is voorstander van een sterke en effectieve koppelingtussen het respecteren van de rechtsstaat en fundamentelerechten en het ontvangen van fondsen uit de EU-begroting in hetvolgend MFK, in lijn met motie Olger van Dijk c.s.11Zoals aangegeven en toegelicht in de kabinetsappreciatie en hetBNC-fiche over het NRPP12 verwelkomt het kabinet de voorge-stelde versterking van de rechtsstaat en Handvestconditionali-teiten in het volgend MFK. Wel heeft het kabinet nog vragen overde precieze werking, aard en inhoud van deze voorgesteldeconditionaliteiten, zoals over de momenten en de wijze waaropde Commissie precies toetst of (nog steeds) aan de voorwaardenis voldaan, en welke criteria hiervoor gelden. Ook is het nog nietduidelijk of hervormingen gericht op naleving van de rechtsstaat-beginselen en het EU-Handvest voor de Grondrechten ook(kunnen) worden omgezet in (super)mijlpalen, zoals het geval isbij de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. Volgens het kabinet is hetgebruik van rechtsstaat(super)mijlpalen wenselijk en essentieelvoor een sterke rechtsstaatconditionaliteit.Het kabinet zet zich ervoor in dat de voorgestelde rechtsstaat-conditionaliteiten niet worden afgezwakt. Het kabinet onder-zoekt daarnaast met gelijkgezinde lidstaten of een verdereaanscherping van de door de Commissie voorgestelde rechts-staatconditionaliteiten mogelijk is, en is bereid om zich ookhiervoor in te zetten. Het kabinet houdt daarbij oog voor desnelle en effectieve inzet van het rechtsstaatinstrumentarium.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie verwelkomen de verhoging vanhet budget voor humanitaire hulp gezien de oplopende humanitairenoden in de wereld. In het voorstel van de Commissie staat echter ook datbudgetten die niet zijn uitgegeven onder Global Europe vervolgensopnieuw ingedeeld en uitgegeven kunnen worden onder alle budget-lijnen. Deelt het kabinet de analyse dat het een onwenselijk scenario is dat9Zie Kamerstuk 21 501-30 nr. 62110InvestEU is een investeringsprogramma dat zich o.a. mobiliseren van private investeringenvoor de beleidsprioriteiten van de Unie.11Kamerstuk 36 715, nr. 9.12BNC-fiche Oprichting Europees Fonds Nationale en Regionale Partnerschap plannen,Kamerstuk 22 112, nr. 4144.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232810 dit budget uit het Global Europe budget kan verdwijnen, helemaal als er algeen noodhulpfondsenreserve is voor humanitaire hulp?15. Antwoord van het kabinetHet kabinet acht het wenselijk dat Global Europe doelmatigwordt ingezet en verwelkomt de mogelijkheid tot synergiën metandere instrumenten. Het Global Europe budget kan wordengebruikt in samenhang met andere instrumenten. Niet gebruiktebudgetten kunnen in het MFK via het Single Margin Instrumentworden meegenomen naar volgende jaren. Het kabinet acht hetprudent om vervolgens te bezien waar deze ongebruiktebudgetten het best kunnen worden ingezet. Dit is vergelijkbaarmet de eindejaarsmargesystematiek in het Nederlandse begro-tingssysteem.Global Europe is niet alleen van belang voor derde landen maar ook voorlanden en gebieden overzee (LGO’s) zoals het Caribisch deel van onsKoninkrijk. Deze leden lezen dat het kabinet aandacht heeft voor denoodzakelijke toegang van de Caribische delen van het Koninkrijk totEU-financiering. Hoe gaat het kabinet deze toegang waarborgen?16. Antwoord van het kabinetHet kabinet verwelkomt het voorstel van de Commissie om hetGlobal Europe instrument toegankelijk te maken voor Landen enGebieden Overzee (LGO). Het kabinet heeft daarbij oog voor devoorwaarden waarmee effectieve toegang mogelijk is, bijvoor-beeld door de administratieve lasten van EU-procedures voor deeilanden met beperkte uitvoeringskracht te beperken. Uw Kamerheeft ook een BNC-fiche ontvangen over het LGO-besluit van deCommissie.13 De Caribische delen van het Koninkrijk zijnbetrokken bij het opstellen van dit fiche.Ten aanzien van veiligheid en defensie zijn de aan het woord zijnde ledenvan mening dat er Europese structuren moeten worden opgezet om demiljarden die aan defensie worden uitgegeven gezamenlijk te besteden,bijvoorbeeld door gezamenlijke inkoop van wapens waardoor de prijswordt gedrukt. Is het kabinet bereid zich hiervoor hard te maken? Zo nee,waarom niet? Op welke manier wordt er navolging gegeven aan motievan de leden Timmermans en Dassen over een minimale uitgavennormvoor steun aan Oekraïne (Kamerstuk 36 045, nr. 218)?17. Antwoord van het kabinetDefensie en veiligheid is één van de hoofdprioriteiten van hetkabinet voor het volgende MFK. Het kabinet onderschrijft hetbelang van Europese samenwerking op het gebied van defensie,met het oog op het versterken van de collectieve veiligheid enhet efficiënt inzetten van middelen. In het kader van initiatievenzoals het Europese Defensiefonds (EDF) en de PESCO-projecten(Permanent Structured Cooperation) wordt reeds gewerkt aan hetstimuleren van gezamenlijke ontwikkeling en inkoop vandefensiematerieel. Het kabinet is voornemens zich actief in tezetten om deze Europese structuren verder te versterken en tebenutten, zodat de beschikbare middelen doelmatiger en effec-tiever kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld door gezamenlijkeinkoopprogramma’s die schaalvoordelen kunnen bieden enduplicatie verminderen.De motie van de leden Timmermans en Dassen ziet het kabinetals een oproep tot inspanningsverplichting voor een eerlijke13BNC-fiche Landen en gebieden overzee (LGO)-besluit, Kamerstuk 22 112 nr. 4187Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232811 verdeling van de lasten, zogeheten burden sharing. Het kabinetzet zich in alle relevante gremia actief in voor burden sharing tenaanzien van toekomstige steun aan Oekraïne, onder andere viahet volgend MFK.De voornoemde leden zijn van mening dat het Europese landbouwgeldgrotendeels ten goede moet komen aan de benodigde transitie van deNederlandse landbouw. Deze leden benadrukken de grote opgave enuitdagingen waar de Nederlandse landbouw voor staat en roepen hetkabinet op zich in te zetten om het beschikbare Europese geld hier zoveelmogelijk voor in te zetten. Zij vragen zich in het bijzonder af hoe hierbijvoldoende aandacht is voor kleinschalige bedrijven, en hoe wordtvoorkomen dat het meeste geld naar de grootste landbouwbedrijven gaat.18. Antwoord van het kabinetInkomenssteun voor boeren blijft in het voorstel inzake hetGemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) een centraal beleidsin-strument voor billijke inkomens en duurzame landbouw envoedselproductie. De Commissie stelt nieuwe regels voor metbetrekking tot degressiviteit en plafonnering van de basisinko-menssteun. Het kabinet steunt het voorstel van de Commissie omde basisinkomenssteun doelgerichter in te zetten voor boeren dieinkomenssteun het meest nodig hebben en is dan ook positiefover de voorstellen aangaande degressiviteit en plafonnering vande basisinkomenssteun.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de verslaglegging overklimaatuitgaven in het vorige MFK heeft geleid tot een overschatting vande bereikte doelen. Zij vragen zich af hoe ervoor wordt gezorgd dat in detoekomst klimaat- en milieugeld daadwerkelijk terechtkomt bij die doelen.Ook lezen deze leden dat het kabinet het van belang acht dat het doel van35% voor klimaat en milieu nadere uitwerking vereist. Zij vragen wathiervoor het tijdpad is en hoe wordt geborgd dat biodiversiteit hiervoldoende in wordt betrokken.19. Antwoord van het kabinetHet kabinet heeft de Commissie verzocht om helderheid tebieden rond het klimaat- en milieupercentage en hoe deCommissie het percentage denkt te gaan halen. Ook onderstreepthet kabinet daarbij voldoende aandacht te hebben voor biodiver-siteit. Het kabinet zet erop in dat het percentage op een effec-tieve en haalbare wijze zal worden ingevuld, en dat de onderlig-gende indicatoren en hun bijdrage aan het behalen van klimaat-en milieudoelstellingen niet worden overschat. Een definitiefpercentage en onderliggende indicatoren zijn uiteindelijkonderdeel van de bredere MFK-onderhandelingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de documentenbehorend bij de voorstellen van de Europese Commissie voor hetMeerjarig Financieel Kader en eigenmiddelenbesluit. Deze leden hebbenhierover nog vragen en opmerkingen.De leden van de VVD-fractie zijn over het algemeen verheugd met de lijnvan het kabinet omtrent de recente voorstellen van de EuropeseCommissie voor het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en het eigenmidde-lenbesluit (EMB). Deze leden streven naar een kleinere omvang van hetMFK dan de Europese Commissie beoogt, zonder af te willen doen aan demodernisering die is gericht op het versterken van de economie enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232812 defensie, net zoals het kabinet dat wil. Deze leden vinden het zorgwekkenddat Nederland ten opzichte van het basispad in de Miljoenennota 2026zo’n € 5 miljard per jaar in lopende prijzen extra kwijt zou zijn in deplannen van de Europese Commissie.De aan het woord zijnde leden lezen dat de Europese Commissie voorsteltgezamenlijke leningen aan te gaan ten behoeve van nationale enregionale partnerschapplannen en ten behoeve van een nieuw crisisin-strument. De leden van de VVD-fractie zijn tegen eurobonds. Het inzettenvan het crisisinstrument zou ook nog eens op basis van gekwalificeerdemeerderheid in de Raad gebeuren. Waarom heeft de EC niet op z’n minstgekozen voor besluitvorming op basis van unanimiteit zodat Nederlandniet op dit punt haar veto verliest, en is het kabinet bereid dit punt op tebrengen tijdens de onderhandelingen? En hoe definieert de EC een«crisis»? Het liefste zien deze leden dit crisisinstrument met gemeen-schappelijke leningen helemaal van tafel gaan. Ook voor nationale enregionale partnerschapplannen zijn gezamenlijke leningen niet deoplossing, volgens deze leden.20. Antwoord van het kabinetHet voorstel voor het crisisinstrument is onderdeel van heteigenmiddelenbesluit, waarover met unanimiteit wordt besloten.Over inzet van het crisisinstrument wordt besloten met gekwalifi-ceerde meerderheid. Dit is vanwege de gekozen rechtsbasis(artikel 311, lid 4 van het Verdrag betreffende de werking van deEU). De Commissie definieert crisis als «een ernstige crisis, zwaretegenspoed of een ernstige dreiging daarvan waardoor de Unie ofhaar lidstaten worden getroffen». Zoals uw Kamer heeft kunnenlezen in de kabinetsappreciatie van 12 september jl. is hetkabinet is geen voorstander van het voorgestelde crisisin-strument. Het kabinet is van mening dat de noodzaak van ditinstrument onvoldoende is onderbouwd.De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat de Europese Commissievijf nieuwe eigen middelen voorstelt. Dit betreft onder andere eenbelasting op niet-ingezameld elektrisch en elektronisch afval (e-waste) eneen omzetbelasting voor grote ondernemingen. Heeft Nederland nu veel«e-waste» in vergelijking met andere EU-landen? Oftewel: zou eendergelijke belasting Nederland onevenredig hard raken, naar schattingvan het kabinet? En hoe past een omzetbelasting volgens de EuropeseCommissie bij het doel van een versterking van de Europese concurrentie-kracht? Dit is diametraal aan de gezaghebbende analyse van bijvoorbeeldMario Draghi over de Europese concurrentiekracht. Bovendien, zoals hetkabinet ook constateert, zegt een omzet van een bedrijf niet zoveel over destaat van het bedrijf. De leden van de VVD-fractie vinden dit voorstel danook onacceptabel en zijn blij te lezen dat ook het kabinet wil dat deEuropese Commissie van dit voorstel afziet.21. Antwoord van het kabinetUit informatie van de Commissie blijkt dat Nederland op basisvan de gehanteerde rekenmethode in vergelijking met andereEU-landen relatief veel e-waste heeft. Dat heeft ook te makenmet het feit dat in Nederland – zoals ook het geval in andereWest-Europese lidstaten – over het algemeen meer elektronicawordt aangeschaft. De verdeelsleutel van het e-waste-eigenmiddel in het huidige voorstel is op basis van cijfers van deCommissie voor Nederland naar verwachting 7,1% (gemiddeldover de jaren 2028–2034). Het Nederlandse aandeel in het totaleEU-bni, en dus in de bni-afdrachten, betreft volgens inschattingenvan de Commissie 6,3% (gemiddeld over de jaren 2028–2034).Hiermee is de inschatting dat het voorgestelde e-waste-eigenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232813 middel voor Nederland financieel nadeliger is dan debni-afdracht.Zoals aangegeven in de kabinetsappreciatie heeft het kabinet eenzeer kritische grondhouding ten aanzien van het voorgesteldenieuwe eigen middel dat gebaseerd is op een afdracht dielidstaten zouden innen bij ondernemingen met een jaaromzet vanmeer dan 100 miljoen euro, als bijdrage voor het mogen opererenop de interne markt. In de kabinetsappreciatie wordt aangegevendat het kabinet risico’s signaleert voor het bedrijfsleven en hetEuropese concurrentievermogen bij deze verplichte additionelebijdrage van ondernemingen in de EU. Dit is problematisch in hetlicht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen en uitdagingenop investerings- en vestigingsklimaat.De voornoemde leden vinden het daarnaast een slechte zaak datNederland in de voorstellen van de Europese Commissie haar korting opde BNI-afdracht per 2028 niet meer zou ontvangen. Deze leden verzoekenhet kabinet zich met klem in te zetten voor behoud van deze korting.Nederland is nu al nettobetaler aan de EU. Deze leden constaterengelukkig dat het kabinet zich in Brussel hier ook hard voor zal maken.De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat de EU voorstelt devergoeding voor de inningskosten van de douanerechten (de perceptie-kostenvergoeding) te verlagen van 25% naar 10%. Nederland staat te boekals groot invoerland van de EU, met bijvoorbeeld de haven vanRotterdam. Welke gevolgen zou dit voorstel van de Europese Commissievoor Nederland hebben? En hoe verhoudt zich dit tot de gevolgen vandeze voorgenomen wijziging voor andere lidstaten? Deze leden zijnwederom verheugd te lezen dat het Kabinet geen voorstander is van dezevoorgestelde wijziging van de Europese Commissie.22. Antwoord van het kabinetIn de Kamerbrief van 12 september jl. is een inschattingopgenomen van het netto budgettaire effect van de voorgesteldeverlaging van het percentage naar 10%; het budgettaire effect opde Rijksbegroting wordt geschat op gemiddeld circa EUR 0,5miljard per jaar.De gevolgen van de voorgestelde verlaging van de perceptiekos-tenvergoeding verschillen per lidstaat en zijn afhankelijk van dehoeveelheid douanerechten die in een lidstaat worden geïnd.Lidstaten met een relatief groot aandeel in de totale invoer-rechten in de EU, zoals Nederland en België, ontvangenlogischerwijs een hogere inningsvergoeding.Voor lidstaten met een kleiner aandeel in de totale invoerrechtenin de EU is de verlaging van de inningsvergoeding budgettairgunstig. Een lagere inningsvergoeding betekent immers dat allelidstaten meer douanerechten afdragen aan de EU-begroting enminder (nationaal) ontvangen. Dat betekent ook een lagerebenodigde bni-afdracht want de Unie heeft meer inkomsten. Voorlidstaten met relatief weinig douanerechten is de verlaging vande bni-afdracht als gevolg hier van groter dan wat zij mindermogen houden aan inningsvergoeding.De leden van de VVD-fractie willen dat Nederland maximaal profiteert vande nieuwe pijler 2 («competitiveness, prosperity and security») mochtdeze verandering materialiseren. Ziet het kabinet mogelijkheden om daarbij de vormgeving van het MFK al op te sturen? Zo ja, hoe en is het bereiddit ook te doen? Deze leden vragen daarnaast of het kabinet mogelijk-heden ziet in het MFK aan te sturen op meer grondstofwinning in de EUom zo de afhankelijkheid van discutabele regimes te verkleinen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232814 23. Antwoord van het kabinetHet kabinet verwelkomt de nadruk op concurrentievermogen inhet nieuwe MFK-voorstel. In algemene zin kan gesteld worden datde voorgestelde grotere omvang van Pijler 2 ten opzichte vanPijler 1 in vergelijking tot het huidige MFK potentieel positief kanuitpakken voor Nederland. Dit is echter afhankelijk van de nadereuitwerking en invulling van Pijler 2, dat fondsen bevat waarNederland historisch relatief meer uit ontvangt zoals HorizonEurope. Eén belangrijk element dat kan bijdragen aan een Pijler 2waar Nederland maximaal van profiteert is door inzet op excel-lentie en impact op belangrijke fondsen onder Pijler 2, in plaatsvan bijvoorbeeld geografische spreiding.Het grootste onderdeel van Pijler 2 betreft het Commissievoorstelvoor een nieuw Europees Concurrentievermogenfonds. Ditvoorstel bestaat uit vier thematische vensters, waaronder hetvenster weerbaarheid en veiligheid, defensie-industrie enruimtevaart. In het deelvenster voor weerbaarheid wordt ingezetop het versterken van de Europese weerbaarheid door decapaciteit van de Unie te vergroten op het gebied van exploratie,winning, verwerking en recycling van grondstoffen, en door hetdiversifiëren van toeleveringsbronnen en markten. Daarnaastwordt ook gestreefd naar een betere en tijdige beschikbaarheidvan producten, onder meer door het verkorten van levertijden,het reserveren van fabricagecapaciteit of het aanleggen vanvoorraden van producten, halffabricaten of grondstoffen. Hetkabinet verwelkomt deze aandacht voor grondstoffen in hetvoorstel. Dit kan bijdragen aan het verminderen van risicovollestrategische afhankelijkheden van derde landen en het vergrotenvan de strategische weerbaarheid van de EU op het gebied vankritieke technologieën, medische producten en grondstoffen.De aan het woord zijnde leden zien dat het kabinet positief is over hetvoorstel van de Europese Commissie om het principe te hanteren datvooraf vastgestelde voorwaarden of prestaties behaald dienen te wordenvoordat middelen uit EU-fondsen worden uitgekeerd. De EuropeseRekenkamer was in relatie tot het Herstel- en Veerkrachtplan juist uiterstkritisch op dit performance framework. Waarom is het kabinet dan tochpositief over deze systematiek? En hoe wil het kabinet voorkomen dat,indien deze systematiek toch wordt gehanteerd, controles op een goedebesteding van middelen niet dubbel plaatsvinden, namelijk door zowel delidstaat als door de Europese Commissie, zoals in het geval van hetHerstel- en Veerkrachtplan is gebeurd, wat de Europese Rekenkamerconstateerde?24. Antwoord van het kabinetHet kabinet is in den brede voorstander van een meer resultaatge-richte financieringswijze aangezien dit een prikkel geeft voor hetdoen van investeringen en structurele hervormingen. Ook deHerstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) kende een performance-based systematiek. Het kabinet merkt op dat de HVF-verordeninggeen verplichting kent om naast de performance-based werkwijzeook de daadwerkelijke kosten te verantwoorden. Wel moestenlidstaten bij de indiening van hun HVP een ex ante kostenin-schatting maken van de mijlpalen en doelstellingen die zijnopgenomen in het plan. Hoewel het kabinet begrip heeft voor dewens van onder andere de ERK om meer zicht te hebben op dekosten vindt het kabinet ook dat gewaakt dient te worden vooreen stapeling van administratieve lasten. Daarnaast moet eraandacht zijn voor het behoud van praktische uitvoerbaarheid,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232815 inclusief een proportionele verhouding tussen het ambitieniveauvan beoogde hervormingen en ontvangsten door lidstaten.De Commissie doet in het voorstel voor de NRPP tweevoorstellen om de opeenstapeling van audits tussen lidstaten ende Commissie te verminderen: Ten eerste zullen de Commissie ende nationale auditautoriteit hun werk coördineren, en deCommissie zal, indien een lidstaat meewerkt in de versterktesamenwerking van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en deCommissie van mening is dat het werk van de auditautoriteitbetrouwbaar is, enkel het werk van de auditautoriteit contro-leren. Het kabinet is van mening dat Nederland robuuste contro-lesystemen heeft die voldoende in staat zijn om de financiëlebelangen van de Unie te borgen.Ten tweede heeft de Commissie voorstel gedaan voor eenperformance framework waarin één kader wordt vastgesteld voorhet meten van de prestaties en uitgaven voor alle pijlers uit hetMFK 2028–2034. Het kabinet verwelkomt dit voorstel, omdat hetook zal kunnen bijdragen aan het verminderen van de administra-tieve lasten van lidstaten. Bij de verdere uitwerking van hetvoorstel zal het kabinet daar kritisch op toezien.De leden van de VVD-fractie lezen dat de grote uitdagingen voor devisserij- en landbouwsector in Nederland op het gebied van stikstof,klimaat en milieu onvoldoende meegewogen zijn in de berekening van delidstaatdoelstelling bij de nationale en regionale partnerschapplannen,volgens het kabinet. Deze leden vinden dit een terecht punt, maar lezenniet wat het kabinet met deze constatering tijdens de onderhandelingenwil doen. Steunt het kabinet bijvoorbeeld ook de wens van deze leden omde bestaande hectarepremie in het gemeenschappelijke landbouwbeleidom te bouwen naar een voorziening voor lidstaten om meer middelen inte zetten voor nationale doelen, zoals bijvoorbeeld vergoeding vooragrarische natuur- en landschapsbeheer. Graag ontvangen deze ledendaar een reactie op.25. Antwoord van het kabinetHet kabinet heeft verdere uitleg van de Commissie gevraagd overde wijze waarop deze verdeelsleutel tot stand is gekomen.Afhankelijk van de nadere toelichting zal het kabinet overwegendeze verdeelsleutel ter discussie te stellen. Het gaat daarbij omde hoogte van het voor Nederland beschikbare budget. Onafhan-kelijk van de hoogte van dit budget kan er een keuze wordengemaakt voor de inzet van deze middelen. Het kabinet heefthierbij oog voor een gelijk speelveld en voor de borging vanoverkoepelende Europese doelen. De beoogde doelen in dehuidige ecoregeling en het Agrarisch Natuur- en Landschaps-beheer zijn (deels) grensoverschrijdend. Zoals aangegeven in hetBNC-fiche voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, kijkt hetkabinet hoe deze doelen en een Europees vergelijkbare inzethierop geborgd kunnen worden.De leden van de VVD-fractie merken op dat de administratiekosten in hetvoorstel van de Europese Commissie weliswaar in absolute termenstijgen, maar als percentage van het budget zouden dalen van 7% naar6%. Het aantal programma’s in het MFK zou dalen van 52 verschillendeprogramma’s naar 16. Dalende administratiekosten en een hogereefficiëntie juichen deze leden als vanzelfsprekend toe. Ziet het kabinetmogelijkheden in het MFK ambitieuze dwingende afspraken te makenover de efficiëntie van het Europese ambtelijk apparaat? Graag ontvangendeze leden een toelichting op dit punt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232816 26. Antwoord van het kabinetDe voorgestelde vereenvoudiging van de fondsenstructuur kanbijdragen aan het beperken van de administratieve lasten van delidstaten en de Commissie bij het uitvoeren van het beleid. DeCommissie zet tevens in op samenwerking tussen EU-instellingenom administratieve kosten te beperken. Deze maatregelenmoeten bijdragen aan een efficiënter gebruik van middelen.Tevens zal het kabinet in de onderhandelingen bepleiten datflexibele ruimte binnen het volgend MFK niet ingezet dient teworden voor administratiekosten van de Unie.De leden van de VVD-fractie zijn blij dat de Europese Commissie voorsteltde rechtsstaatconditionaliteit, met name via het nationale en regionalepartnerschapplannen, te versterken. Ziet het kabinet mogelijkheden ditrechtsstaatinstrumentarium nog verder uit te breiden en zo ja, acht hetkabinet het wenselijk hiervoor te pleiten tijdens de onderhandelingen? Ishet kabinet daarbij ook bereid om in Raadsverband te pleiten voor meermogelijkheden binnen de Raad om lidstaten te houden aan de rechtsstaat-principes, zoals het vereenvoudigen van de artikel 7-procedure? Zo nee,waarom niet?27. Antwoord van het kabinetZie ook de beantwoording van vraag 14. Aanpassing van deartikel 7-procedure vergt verdragswijziging. Verdragswijziging isop dit moment niet aan de orde. Het kabinet geeft voorkeur aanverbeteringen die op korte termijn kunnen worden gerealiseerd.Het kabinet staat in nauw contact met andere gelijkgezindelidstaten over posities inzake de artikel 7-procedure tegenHongarije en de mogelijkheden om deze verder te brengen. Bijwijzigingen in het krachtenveld aangaande de Artikel 7-proceduretegen Hongarije, informeert het kabinet uw Kamer daarover inlijn met motie Paternotte/Van Campen.De leden van de VVD-fractie lezen tot slot dat de Europese Commissie eennieuwe methode voorstelt om de MFK-uitgavenplafonds en de anderevastgestelde bedragen in de MFK-verordening om te rekenen van prijzenin 2025 naar lopende prijzen. Dit zou gebeuren met een jaarlijksetechnische aanpassing. De standaard deflator van 2% zou in het voorstelgebruikt worden wanneer de EU-inflatie tussen de 1% en de 3% ligt.Wanneer de EU-inflatie lager is dan 1% of hoger dan 3%, zou de deflatorgelijk worden aan het verwachte inflatiepercentage. Wat zou het voordeelzijn van deze nieuwe systematiek?28. Antwoord van het kabinetHet voordeel van deze nieuwe systematiek is dat de Europesebegroting stabieler wordt in termen van koopkracht doordatuitschieters in de inflatiecijfers niet resulteren in grote mee- oftegenvallers die op de begroting moeten worden ingepast. Desystematiek heeft mogelijk wel een nadelig effect op de voorspel-baarheid van de nationale afdracht aan de EU-begroting. Hetkabinet vindt daarom dat als voorwaarde voor deze methodiekzou moeten gelden dat gebruik wordt gemaakt van de gereali-seerde inflatiecijfers van het voorgaande begrotingsjaar en nietvan geraamde inflatiecijfers die vervolgens moeten wordenbijgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232817 Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie enreactie van de bewindspersonenDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Kamerbriefmet de kabinetsappreciatie van de voorstellen voor het MeerjarigFinancieel Kader (MFK) en het Eigenmiddelenbesluit (EMB). Deze ledenzijn buitengewoon kritisch over de voorstellen van de EuropeseCommissie én op delen van de kabinetsinzet. De voorstellen leiden totfors hogere afdrachten voor Nederland, zonder dat daar duidelijkevoordelen tegenover staan.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister allereerst om exact uiteente zetten welke financiële consequenties het voorstel heeft voorNederland. In de stukken wordt gesproken over een stijging van dejaarlijkse afdrachten met 4,5 tot 5,4 miljard euro. Kan de Minister dituitsplitsen naar oorzaken: verhoging van het MFK-plafond, afschaffing vande korting op de bni-afdracht, verlaging van de perceptiekostenver-goeding en nieuwe eigen middelen? Hoe zeker zijn deze ramingen enwelke bandbreedte is realistisch?29. Antwoord van het kabinetZoals aangegeven in de kabinetsappreciatie kan de stijginguitgesplitst worden in:1.Gevolgen MFK-voorstel (uitgaven) – met een geschat budget-tair effect van circa EUR 0,3 tot 1,2 miljard. Deze stijginghangt samen met de verhoging van het MFK-plafond en desteun aan Oekraïne.2.Gevolgen EMB-voorstel (inkomsten) exclusief nieuwe eigenmiddelen – met een geschat budgettair effect van circa EUR2,6 miljard. Dit betreft met name het niet voortzetten van dekorting op de bni-afdracht en de verlaging van de perceptie-kostenvergoeding van 25% naar 10%.3.Inzet hoofdlijnenakkoord met een budgettaire effect van EUR1,6 miljard.De effecten van voorstellen voor nieuwe eigen middelen waren inde kabinetsappreciatie nog niet meegenomen. Op dat momentwas hierover namelijk nog onvoldoende informatie beschikbaar.Inmiddels heeft de Commissie nadere informatie verstrekt. Uiteen eerste analyse komt naar voren dat de voorgestelde nieuweeigen middelen op basis van ETS1, CBAM, tabak en de omzetbij-drage van grote ondernemingen (CORE), indien de voorstellenniet worden gewijzigd, een positief effect hebben op de Neder-landse afdrachten aan de EU, en dus financieel voordelig zijnvoor Nederland. Het voorgestelde nieuwe eigen middel op basisvan e-waste is daarentegen – op basis van de nu voorgesteldevormgeving – financieel nadelig voor Nederland.Zoals aangegeven in de Kamerbrief, is het van belang om tekijken naar de mate waarin het voorgestelde eigen middelresulteert in een hogere of lagere afdracht ten opzichte van debni-verdeelsleutel. De vergelijking met deze bni-verdeelsleutel isrelevant, omdat de bni-afdracht fungeert als sluitpost van definanciering van de EU-begroting.In tabel 1 hieronder staat per eigen middel het effect op deraming van de Nederlandse afdrachten aan de EU weergegevent.o.v. het Nederlandse bni-aandeel. Als alle nieuwe eigenmiddelen onverkort worden ingevoerd, zou dit gemiddeld per jaartot 0,8 mld. lagere afdrachten voor Nederland leiden (dit was inde kabinetsappreciatie nog niet meegenomen). De budgettaireopgave van het gehele voorstel zoals weergeven in de Kamerbrief(en hierboven) is dus kleiner als ook de effecten van de nieuweeigen middelen worden meegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232818 De ramingen zijn niet definitief en zijn onder meer afhankelijkvan nieuwe inzichten, geactualiseerde berekeningen en econo-mische en beleidsmatige ontwikkelingen. De effecten van deaanpassingen aan de traditionele eigen middelen (douanerechtenen de voorgestelde handling fee door de Commissie) zijn hier nogniet in meegenomen. Het daadwerkelijke effect van nieuwe eigenmiddelen op de afdrachten is afhankelijk van de uitkomst van deonderhandelingen.Tabel 1: Effect (nieuwe) eigen middelen op Nederland:NL-aandeelVerschil t.o.v.bni1in mld. euro/gem. per jaar2CORE3,5%– 2.8%– 0,2Tabak3,4%– 2,9%– 0,4ETS3,8%– 2,6%– 0,3CBAM4,4%– 1,9%– 0,03E-waste7,1%+ 0,8%+ 0,2Totaal– 0,8Bestaande eigen middelen, incl. voorgestelde aanpassingenPlastic2,8%– 3,5%– 0,3Btw6,5%+ 0,1%+ 0,04Bni-korting3+ 2,11 referentie NL bni-aandeel = 6,3%2 een negatief bedrag betekent een lagere afdracht ten opzichte van de bni-afdracht.3 dit betreft de afschaffing van de bni-korting De aan het woord zijnde leden constateren dat het kabinet inzet op eenkorting op de BNI-afdracht. Deze leden vragen: welke kans acht deMinister reëel dat een dergelijke korting ook daadwerkelijk wordttoegekend? Welke bondgenoten ziet Nederland hierin? Hoe voorkomt deMinister dat Nederland opnieuw te boek komt te staan als «nettobetalerzonder tegenprestatie»?30. Antwoord van het kabinetHet kabinet zal ten aanzien van de bni-korting samen optrekkenmet de andere nettobetalers en specifiek de landen die hunbetalingspositie zien verslechteren door het wegvallen van dekorting op de bni-afdracht, zijnde Duitsland, Zweden, Oostenrijken Denemarken. Belangrijk is dat hierbij de modernisering vanhet MFK en de inzet op de strategische prioriteiten conform deNederlandse inzet overeind blijft.De voornoemde leden hebben ernstige zorgen over de voorgesteldeverlaging van de perceptiekostenvergoeding van 25% naar 10%. Dit terwijlde Douane steeds meer en complexere taken krijgt. Hoe denkt de Ministerdat de Douane deze taken kan uitvoeren met fors minder vergoeding? Isde Minister bereid hiertegen een veto uit te spreken?31. Antwoord van het kabinetHet kabinet zet zich in voor behoud van de perceptiekostenver-goeding op 25% vanwege de negatieve budgettaire effecten vaneen verlaging van de vergoeding voor de Nederlandse begroting.Een verlaging van de perceptiekostenvergoeding heeft echtergeen effect op de begroting van de Douane, dit zijn tweegescheiden geldstromen. De Douane wordt gefinancierd uit denationale begroting en de hoogte van de perceptiekostenver-goeding speelt hierbij geen rol.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232819 De leden van de BBB-fractie zijn ook kritisch over de nieuwe eigenmiddelen die de Commissie voorstelt: inkomsten uit Emission TradeSystem (ETS), Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), e-waste,tabaksproducten en een omzetbijdrage van grote ondernemingen (CORE).Kan de Minister voor elk van deze vijf nieuwe middelen aangeven wat degevolgen zijn voor Nederlandse bedrijven en huishoudens? Wat is deverwachting van de opbrengst per lidstaat en wat zijn de neveneffectenvoor nationale belastingopbrengsten? Hoe voorkomt de Minister dat hetNederlandse bedrijfsleven onevenredig hard geraakt wordt?32. Antwoord van het kabinetHet kabinet maakt onderscheid tussen een eigen middel en hetonderliggende beleidsinstrument waarop dit eigen middel isgebaseerd. De voorgestelde nieuwe eigen middelen op basis vanETS1, CBAM en tabak staan in beginsel los van de bijbehorendebeleidsvoorstellen. Een beleidsinstrument kan leiden tot lastenvoor bedrijven of burgers, terwijl het voorstel voor een eigenmiddel op zichzelf die lasten niet veroorzaakt. Zo heeft hetbeleidsvoorstel voor ETS directe gevolgen voor Europesebedrijven, maar het daaraan gekoppelde eigen middel niet. Hetvoorgestelde nieuwe eigen middel gebaseerd op e-waste betrefteen statistisch nieuw eigen middel, waarbij de afdracht vanlidstaten wordt berekend aan de hand van bestaande statistieken.Dit leidt daarom niet tot extra lasten voor bedrijven of burgers.Het voorgestelde nieuwe eigen middel dat gebaseerd is op eenafdracht die lidstaten zouden innen bij ondernemingen met eenjaaromzet van meer dan EUR 100 miljoen, als bijdrage voor hetmogen opereren op de interne markt, zal wel zorgen voor hogerelasten voor bedrijven en/of burgers aangezien dit een heffingbetreft. Zoals aangegeven in de kabinetsappreciatie heeft hetkabinet een zeer kritische grondhouding ten aanzien van ditvoorgestelde nieuwe eigen middel.Onderstaande tabellen tonen de verwachte opbrengst per eigenmiddel en het Nederlandse aandeel in dit eigen middel (gemiddeldper jaar).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232820 De aan het woord zijnde leden hebben daarnaast ook vragen over denationale en regionale partnerschapsprogramma’s. Waarom kiest deCommissie ervoor om fondsen als Gemeenschappelijk landbouwbeleid(GLB) en Gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) samen te voegen in éénkader? Leidt dit er niet toe dat landbouw en visserij verder weggedruktraken door andere prioriteiten? Hoe garandeert de Minister dat despecifieke uitdagingen van de Nederlandse landbouw- en visserijsectorvoldoende worden meegewogen in de berekening van de nationaleenveloppes?33. Antwoord van het kabinetMet het bundelen van fondsen binnen het NRPP beoogt deCommissie nationale en regionale projecten beter op elkaar aante laten sluiten, wat zou moeten leiden tot efficiënter gebruik vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232821 beschikbare middelen. Het kabinet vindt het positief dat lidstatenbij het besteden van de niet-geoormerkte middelen binnen denationale NRPP-envelop hun eigen prioritering aan kunnenbrengen. Dit vergroot de flexibiliteit van de begroting en kanbijdragen aan het verhogen van de toegevoegde waarde vanEU-middelen. Het kabinet analyseert momenteel de componentenvan de verdeelsleutels en de uitkomsten per lidstaat en hetkabinet zal zich tijdens de onderhandelingen ervoor inzetten datde verdeelsleutels voor de berekening van de nationaleenveloppen recht doen aan de verschillende doelstellingen vanhet NRPP en de specifieke uitdagingen daarin voor Nederland.De voornoemde leden hebben vragen bij het voorgestelde performanceframework. Er wordt gesproken over meer resultaatgericht begroten engeharmoniseerde indicatoren. Hoe gaat dit in de praktijk werken? Hoeveelextra rapportagelast levert dit op voor boeren, bedrijven en medeover-heden? Kan de Minister garanderen dat de administratieve lastendaadwerkelijk afnemen in plaats van toenemen?34. Antwoord van het kabinetDe Commissie heeft aangegeven dat met dit voorstel wordtbeoogd één enkel kader vast te stellen voor het meten van deprestaties en uitgaven voor alle pijlers uit het MFK 2028–2034.Dit kader heeft als doel bij te dragen aan een resultaatgerichteaanpak en het effectief beoordelen van de prestaties van debegroting. Onderdeel daarvan is dat het totale aantal prestatie-indicatoren zal moeten verminderen van ongeveer 5.000 totongeveer 700. Het kabinet zet zich in de onderhandelingen ervoorin dat dit ook bijdraagt aan een vermindering van de totaleadministratieve lasten voor de gebruikers van EU-programma’s.De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat de Commissie opnieuw eenminimumpercentage voor klimaatuitgaven (35%) introduceert. Hetverbaast deze leden dat het kabinet hier positief tegenover staat. Waaromkiest het kabinet er niet voor om dit ter discussie te stellen? Leidt dit niettot verkokering en symboolbeleid, zoals de Europese Rekenkamer eerderwaarschuwde bij de klimaatuitgaven in het huidige MFK? Is de Ministerbereid om alsnog het kabinetstandpunt te heroverwegen?35. Antwoord van het kabinetNet als in eerdere MFK’s stelt de Commissie een minimumper-centage voor klimaat, milieu en biodiversiteitsuitgaven voor. Hethuidige MFK bevat een minimumpercentage van 10% voorbiodiversiteit en 30% voor klimaat- en milieu-uitgaven. Hetvoorgestelde nieuwe MFK zet dit beleid voort door een gecombi-neerd percentage van 35% voor klimaat en milieu – biodiversiteitvalt ook onder dit percentage. Het kabinet onderstreept hetbelang van investeringen in de groene transitie en ziet ditpercentage voor klimaat en milieu als continuering van hethuidige beleid. Het kabinet acht het derhalve niet nodig om hetpercentage ter discussie te stellen. Hierbij acht het kabinet hetvan belang dat dit percentage goed is onderbouwd en onderlig-gende indicatoren daadwerkelijk een bijdrage leveren aan hetEuropese milieu-, klimaat- en biodiversiteitsbeleid. Voor zoverbekend heeft de ERK geen waarschuwing voor verkokering ensymboolbeleid gegeven rond klimaatuitgaven in het huidige MFK(2021–2027). Wel heeft de ERK aangegeven dat in het vorige MFK(2014–2020) een overschatting van klimaatuitgaven bestond, metname in het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). De ERKdoet verschillende aanbevelingen om dergelijke overschatting teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232822 voorkomen, die door de Commissie deels zijn overgenomen in hethuidige MFK. Het kabinet zal zich ervoor inzetten dat dezeERK-aanbevelingen ook voldoende worden meegenomen in hetkomende MFK.De aan het woord zijnde leden hebben daarnaast grote zorgen over devoorgestelde leeninstrumenten. Waarom acht de Commissie eencrisisinstrument nodig waarbij opnieuw gezamenlijke schulduitgifteplaatsvindt? Bestaan er niet al voldoende verdragsbepalingen omlidstaten te helpen in crisissituaties? Deelt de Minister dat dit in feite eenstap is richting een schuldenunie, waar Nederland zich altijd tegen heeftuitgesproken?36. Antwoord van het kabinetIn de mededeling over het nieuwe MFK geeft de Commissie alsargumentatie voor het voorstel voor het crisisinstrument dat hetvolgende MFK snel en efficiënt moet kunnen inspelen op eeneventuele grote crisis.Zoals aangegeven in de brief aan uw Kamer van 12 september jl.,is het kabinet geen voorstander van het nieuwe voorgesteldecrisisinstrument. Artikel 122 en 143 van het EU-werkingsverdrag(VWEU) bieden reeds de mogelijkheid om in een crisissituatielidstaten te helpen. De nu voorgestelde constructie is daaromvolgens het kabinet niet nodig om op een crisis te kunnenreageren.De leden van de BBB-fractie hebben ook nog een vraag over de OekraïneReserve van 100 miljard euro. Hoeveel hiervan betreft leningen enhoeveel giften? Wat is de inzet van het kabinet bij de verhouding tussenleningen en niet-terugbetaalbare steun? Hoe groot is het risico dat deNederlandse afdrachten verder oplopen als er meer giften dan leningenverstrekt worden?37. Antwoord van het kabinetZoals aangegeven in de MFK-Kamerbrief van 12 september jl.heeft het kabinet nog vragen bij de werking van de door deCommissie voorgestelde Oekraïne Reserve en de verhoudingtussen niet-terugbetaalde steun, leningen en budgettairegaranties. Op dit moment heeft de Commissie nog geen voorstelgedaan voor de verdeling leningen enerzijds enniet-terugbetaalbare steun en budgettaire garanties anderzijds.Voor de Nederlandse afdrachten aan de EU betekent een grotereverhouding niet-terugbetaalbare steun ten opzichte van leningenhogere afdrachten aan de Unie. Indien er sprake zou zijn van EUR100 miljard niet-terugbetaalbare steun (de gehele OekraïneReserve), dan zou het effect op de Nederlandse bni-afdracht eenstijging van gemiddeld EUR 0,9 miljard per jaar zijn. Het ligtechter voor de hand dat de Commissie opnieuw een combinatiezal voorstellen van niet-terugbetaalbare steun en leningen (netzoals bij de tussentijdse herziening van het huidige MFK). Vooreen voorspelbare afdracht vindt het kabinet het verstandig omwaar mogelijk vooraf de verhouding tussen niet-betaalbare steunen leningen overeen te komen. Daarbij heeft het kabinet oog voorde schuldhoudbaarheidspositie van Oekraïne.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister om in te gaan op degevolgen van de modernisering van de fondsenstructuur. Het aantalprogramma’s gaat van 52 naar 16. Kan de Minister inzichtelijk maken hoedit uitpakt voor de Nederlandse positie bij landbouw, visserij, regionaleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232823 fondsen en onderzoek en innovatie? Betekent dit dat Nederland relatiefminder invloed heeft op de invulling van deze fondsen?38. Antwoord van het kabinetDe voorgestelde hervorming via het NRPP betekent groteretoegevoegde waarde van de Europese begroting, meer eigenaar-schap bij lidstaten voor het doen van hervormingen en meercontrole over EU-middelen. Het NRPP-voorstel geeft regio’s enlidstaten meer vrijheid om zelf te bepalen waar zij de middelenhet meest voor nodig hebben, waarmee ruimte ontstaat omregionale prioriteiten en de specifieke uitdagingen in de desbe-treffende lidstaat te adresseren. Binnen het NRPP worden erechter wel minimumbudgetten voor onder andere voor landbouwen visserij voorgesteld. Daarnaast hebben lidstaten de vrijheidom op nationaal niveau keuzes te maken en benodigde middelenuit het niet-gealloceerde deel van de nationale NRPP envelopbinnen het nationale plan te alloceren aan een gewenst beleids-terrein. Tevens biedt het voorgestelde concurrentievermogenfonds en Horizon programma mogelijkheden om onderzoek eninnovatie binnen diverse beleidsterreinen te stimuleren.Op dit moment wordt een gedetailleerde analyse uitgevoerd metbetrekking tot de allocatie van de middelen voor Nederland uithet NRPP. Het kabinet zal zich in de onderhandelingen inzettenvoor verdeelsleutels die recht doen aan de verschillende doelstel-lingen van het NRPP en de specifieke uitdagingen daarin voorNederland.De leden van de BBB-fractie vragen ten slotte naar de democratischecontrole. Hoe garandeert de Minister dat de Tweede Kamer tijdig envolledig betrokken wordt bij de onderhandelingen? Kan de Ministertoezeggen dat elke substantiële wijziging in de kabinetsinzet voorafgaandaan een Europese Raad of Raad Algemene Zaken aan de Kamer wordtvoorgelegd?39. Antwoord van het kabinetHet kabinet is voornemens om de inzet zoals gedeeld met uwKamer in de kabinetsappreciatie van de Commissievoorstellen uitte dragen. De Kamer zal gedurende het proces worden geïnfor-meerd over het verloop van de onderhandelingen en dekabinetsinzet daarbij, in het bijzonder via de geannoteerdeagenda’s en verslagen voor de RAZ (t.a.v. MFK), de Ecofinraad(t.a.v. het EMB) en de Europese Raad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 232824

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3b06caeedd800e45

14 okt 2026 · abf8603fdd227d2c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.