Onderzoek klein vaarbewijs
Brontekst
Versie 41d851a132193b5e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 409Zee- en binnenvaartNr. 505 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 april 2026In 2023 is uw Kamer geïnformeerd over het Basiskwaliteitsniveau van hethoofdvaarwegennetwerk, waarin een onderzoek is aangekondigd naar hetklein vaarbewijs (hierna: KVB).1 Met deze brief wordt uw Kamer geïnfor-meerd over de uitkomsten van het onderzoek.Samenvatting onderzoekHet onderzoek beantwoordt de hoofdvraag of de huidige verkeerssituatieop de Nederlandse binnenwateren aanleiding geeft tot het aanpassen vanhet KVB. Het onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksbureau Nestra, isopgedeeld in drie onderdelen. Allereerst is er een analyse van hetverkeersbeeld uitgevoerd, waarbij er specifiek is gekeken naar deontwikkeling van het vaarweggebruik op de Nederlandse binnenwateren.Daarnaast is er een marktconsultatie door IPSOS/IO onder beroeps- enrecreatievaarders uitgezet, om inzicht te krijgen in de meningen enervaringen van gebruikers van binnenwateren. Tot slot heeft er eeninterviewronde plaatsgevonden met stakeholders uit de beroeps- enrecreatiesector om meer duiding te geven aan de ervaringen en meningenvan gebruikers, en om meer informatie op te halen over de uitdagingenvan de stakeholders op de binnenwateren. Hieronder zijn de bevindingenper onderdeel weergegeven.1. Onderzoek verkeersbeeldUit het onderzoek op basis van deskresearch kan niet worden geconclu-deerd dat het drukker is geworden op de binnenwateren, maar hetonderzoek laat wel zien dat het verkeersbeeld op de Nederlandsebinnenwateren in ontwikkeling is.1Kamerbrief 29 385, nr. 119 kst-31409-505ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 5051 Zo heeft de beroepsvaart een schaalvergroting ondergaan, neemt hetaantal recreanten toe en is de samenstelling van de recreatievaartvlootaan het veranderen. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in de afname vankajuit- en open zeilboten terwijl andere vormen van recreatievaarttoenemen.2Daarnaast is er een stijgende lijn in de ongevalscijfers waar recreatievaartbij betrokken is, voornamelijk bij eenzijdige ongevallen.32. MarktconsultatieUit de marktconsultatie blijkt dat gebruikers het KVB op dit momentonvoldoende vinden aansluiten op de werkelijke verkeerssituatie op hetbinnenwater. Daarbij geven gebruikers ook aan dat de eigen kennis enervaring op orde is, maar dat de veiligheid voornamelijk wordt beïnvloeddoor het gebrek aan kennis bij andere recreatieve vaarweggebruikers.Onder gebruikers is breed draagvlak voor het meer praktijkgerichtinrichten van het KVB. Wel is er een onderscheid tussen beroepsschippersen recreanten als het gaat om de oplossingsrichting. Vooral beroeps-schippers zijn voorstander van een praktijkexamen, waar recreanten graagmeer praktijkgerichte vragen in het theorie-examen zien.3. Interviewronde stakeholdersUit de interviewronde blijkt dat er onder stakeholders brede overeen-stemming is over het belang van veilig gebruik van de binnenwateren.Ook is er draagvlak voor een meer praktijkgerichte toetsing, maar over dewijze waarop het KVB zou moeten worden aangepast, lopen de inzichtenuiteen. Hierbij geven stakeholders zoals de opleiders en belangenorgani-saties aan dat invoering van een praktijkexamen stuit op aanzienlijkepraktische knelpunten, zoals hoge kosten, uitvoeringslasten, ontbrekenvan gecertificeerde opleiders en verhoging van de toegangsdrempel. Ookgeven de partijen aan dat een praktijkexamen geen garanties geeft op eenhoger veiligheidsniveau. Verder zijn door stakeholders geografischedifferentiatie en uitbreiding van de vaarbewijsplicht naar lengte, leeftijd ofmotorvermogen van het vaartuig aangedragen als oplossingsrichtingen.VervolgHet ministerie erkent het belang van een veilige vaart op de binnenwa-teren voor alle gebruikers. Het ministerie onderschrijft de conclusie vanhet onderzoek dat het KVB beter kan worden afgestemd op het huidigeverkeersbeeld. Hieronder wordt ingegaan op de aanbevelingen van hetonderzoek.Het onderzoek noemt het praktijkgerichter instellen van het examen vanhet KVB als aanbeveling, om de kennis en voorbereiding van recreantente verbeteren. Hierin worden door het onderzoek twee opties aangegeven,namelijk een meer praktijkgericht theorie-examen, of het instellen vanpraktijkexaminering.Het ministerie wil samen met het CBR als examinerende instantie demogelijkheden te verkennen om het examen KVB meer op de praktijk terichten. Dit ziet vooral op praktijkgerichtere vraagstelling, waarmeekandidaten beter voorbereid kunnen worden op veel voorkomende2Watersportonderzoek 2024, Waterrecreatie Nederland, geraadpleegd via Watersportonderzoek20243Kamerbrief 31 409, nr. 485Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 5052 situaties op de binnenwateren. Dit past binnen het reguliere werkprocesvan het CBR om verbeteringen door te voeren aan de examinering van hetKVB.Het ministerie ziet geen aanleiding tot het instellen van een verplichtpraktijkexamen voor alle recreatievaart. Het ministerie onderschrijft demening van stakeholders over de praktische bezwaren die verbonden zijnaan het instellen van een verplicht praktijkexamen. Daarnaast is hetministerie op basis van het onderzoek en beschikbare informatie,waaronder ervaringen uit andere landen, onvoldoende overtuigd dat eenverplicht praktijkexamen een aantoonbaar veiligheidsverhogend effectzou hebben.De onderzoekers noemen aanpassing van de vaarbewijsplicht naar anderecategorieën pleziervaart als een minder opportune oplossingsrichting. Hetministerie onderschrijft deze conclusie en is op basis van dit onderzoekonvoldoende overtuigd dat het wijzigen van de vaarbewijsplicht (naarlengte/leeftijd) een veiligheidsverhogend effect heeft.De onderzoekers noemen een aanpassing van vaarbewijsplicht naargeografie meer opportuun; op risicovolle vaarwegen of gedeelten daarvankan een vaarbewijsplicht worden ingesteld. Het ministerie is geenvoorstander van een dergelijke geografische differentiatie. Hoewel hetmogelijk op lokaal niveau positieve effecten kan hebben, is het risico oponduidelijke situaties voor (minder ervaren) vaarweggebruikers groot.Ook schat het ministerie een toename van de handhavingslast in, omdatdeze wijziging zeer specifieke gebieden zou aanmerken als vaarbewijs-plichtig.Uit het onderzoek blijkt dat er ook voordelen zitten aan het laagdrem-pelige karakter van het KVB. Het is een toegankelijk middel dat gebruikersvia een toetsing voorziet van een basiskennisniveau over veilig varen.Wijzigingen aanbrengen verhoogt de instapdrempel en heeft als mogelijkeffect dat minder mensen ervoor kiezen om een KVB te gaan halen, wathet algemene kennisniveau niet ten goede komt.De onderzoekers concluderen verder dat, hoewel er voor snelvarenderecreatievaart al een vaarbewijsplicht is, overwogen kan worden of aandeze groep aanvullende eisen gesteld kunnen worden om het veiligheids-niveau te verhogen. Het ministerie neemt deze aanbeveling over enoverweegt of er aanvullende eisen moeten worden gesteld aan desnelvarende recreatievaart, gezien het hogere risico op (eenzijdige)incidenten en letsel bij deze doelgroep. Hiervoor kijkt het ministerie ooknaar de door Rijkswaterstaat uitgevoerde Monitor Nautische Veiligheid ende risico-onderzoeken voor de eenzijdige ongevallen en snelvaren in derecreatievaart.4In bredere zin kijkt het ministerie naar mogelijkheden om recreanten enberoepsvaarders te informeren over risico’s, gedrag en regels op debinnenwateren. Het platform «Varen doe je Samen» speelt een promi-nente rol in voorlichting aan gebruikers. Het ministerie treedt in overlegmet de bij het platform betrokken partners over het verbeteren van devoorlichting richting vaarweggebruikers. Het ministerie meent, met destakeholders, dat verantwoordelijk gedrag van alle vaarweggebruikers eenessentieel onderdeel is in het voorkomen van incidenten en ongevallen.Ten slotte worden er op dit moment al maatregelen genomen diebijdragen aan het verhogen van de veiligheid op de Nederlandse4Kamerbrief 31 409, nr. 493Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 5053 binnenwateren. Zo neemt Rijkswaterstaat tijdens het vaarseizoenmaatregelen om de beroeps- en recreatievaart zo veel mogelijk tescheiden van elkaar, wordt er gebruik gemaakt van recreatiebetonning enwordt er indien nodig bij sluizen ingezet op het gescheiden schutten vanberoeps- en recreatievaart.5De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. Karremans5Kamerbrief 31 409, nr. 447Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 5054
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.