Verslag van een commissiedebat, gehouden op 13 januari 2026, over Raad Buitenlandse Zaken 29 januari 2026
Brontekst
Versie 409a3eeffe2a75af · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3347 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 13 februari 2026 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 13 januari 2026overleg gevoerd met de heer Van Weel, Minister van Buitenlandse Zaken,over:–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 9 januari2026 inzake geannoteerde agenda voor de Raad BuitenlandseZaken van 29 januari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3316);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d.19 december 2025 inzake verslag Raad Buitenlandse Zakenvan 15 december 2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3313);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 janu-ari 2026 inzake het ontbieden van de Iraanse ambassadeur omformeel protest aan te tekenen tegen het buitensporig geweldtegen vreedzame demonstranten, grootschalige willekeurigearrestaties en internetblokkades (Kamerstuk 23 432, nr. 618);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 6 januari2026 inzake ontwikkelingen coalition of the willing Oekraïne(Kamerstuk 36 045, nr. 264).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,KlaverDe griffier van de commissie,Westerhoff kst-21501-02-3347ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33471 Voorzitter: De RoonGriffier: WesterhoffAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Boswijk, Vander Burg, Ceder, Ceulemans, Dassen, Dekker, Dobbe, Piri, De Roon, Stofferen Van der Werf,en de heer Van Weel, Minister van Buitenlandse Zaken.Aanvang 17.00 uur.De voorzitter:Goedemiddag, allemaal. Ik open hierbij het commissiedebat inzake deRaad Buitenlandse Zaken van 29 januari aanstaande. Ik heet de Ministeren zijn staf van harte welkom. Voordat we van start gaan, is er eenvoorstel dat ik even aan u wil voorhouden, namelijk om aan de agendavan dit commissiedebat twee dingen toe te voegen. In de eerste plaats isdat de brief van de Minister van 6 januari jongstleden over de ontwikke-lingen in de coalition of the willing voor Oekraïne. Als u zich erin kuntvinden dat die vandaag aan de agenda wordt toegevoegd, dan kunnen wedaartoe besluiten. Als u dat niet wil, dan is dat wat mij betreft ook oké. Ikwil even peilen of u dat goedvindt. Allemaal goed? Akkoord. Dan is datbesloten.Dan gaan we naar het tweede voorstel. Dertien of veertien minutengeleden is de brief ontvangen die de commissie had gevraagd aan deMinister, namelijk inzake het ontbieden van de Iraanse ambassadeur. Watons betreft kan deze brief ook worden toegevoegd aan de agenda. Ik weetniet of iedereen de brief heeft kunnen zien. Het is een hele korte brief. Dieroept misschien nog één vraag op, maar dat laat ik graag aan de collega’sover. Of misschien zijn er nog wel meer vragen. Laat ik het maarafwachten. Dank daarvoor. Dan zijn beide brieven toegevoegd aan deagenda van dit commissiedebat.Ik stel voor om in de eerste termijn een spreektijd van vijf minuten tehanteren met drie interrupties in tweeën per fractie. Nog even voor devolledigheid: in afwijking van vorig jaar hebben we de commissiedebattenin principe gepland voor vier uur in plaats van drie uur. De commissie haddaar vorig jaar zelf toe besloten, en dat begint vandaag. O, het is al eenpaar maanden zo, zegt de griffier. Dat is mij dan eventjes niet bijgebleven,maar dat is dus de reden. Ze vliegen voorbij, wordt er gezegd. Dat isinderdaad een feit.Akkoord. Dan geef ik nu als eerste het woord aan de heer Ceder van deChristenUnie. Meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. «Wij leven in een bezeten wereld. En wij wetenhet.» Bijna 90 jaar geleden opende historicus Johan Huizinga zijn boekhiermee en hoe actueel is het anno 2026. Op zoveel plekken in de wereldzien we ook dit nieuwe jaar machtige personen doen wat goed is in huneigen ogen, met te weinig oog voor recht en gerechtigheid. Opevenzoveel plekken verlangt de bevolking naar vrijheid, naar recht, naaruit de ellende komen. Denk aan Oekraïne, denk aan Iran, denk aan Syriëen ga zo maar door. Nederland heeft vastgelegd dat ook in dit soort tijdende internationale rechtsorde bevorderd dient te worden. In dat licht heb ikeen aantal vragen voor de Minister, voorafgaand aan de Raad Buiten-landse Zaken. Ik ga een aantal landen af.Allereerst noem ik de urgente situatie in Iran. Er gaan nu berichten ronddat er meer dan 12.000 mensen in de afgelopen dagen zijn gestorven.12.000, geen combattanten maar demonstranten. Tot mijn teleurstellinghoren we vanuit Nederland en de EU behalve obligate teksten nog geenecht concrete taal over concrete steun. Er wordt gesproken over sancties,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33472 maar we blijven in het ongewisse over welke dat zijn. Ik hoop dat we nietblijven toekijken naarmate dit dodenaantal blijft stijgen. Waar zijn de VN?Waar zijn de resoluties? Wanneer is er een grens bereikt en ontstaat erinternationaal gelegitimeerd ingrijpen? Mijn vraag aan de Minister is of hijbereid is om in EU-verband een voortrekkersrol te gaan vervullen.We hebben hier in de Kamer al vaker een motie aangenomen dat deRevolutionaire Garde op de terreurlijst zou moeten, en die motie wil ik ooknu weer indienen. Maar er waren binnen de EU een aantal landen die datom politieke redenen niet aandurfden. Ik vraag me af of de Minister kanschetsen wat het politieke speelveld nu is en of we nu niet moetendoorpakken, omdat we voor onze eigen ogen een enorm leed zien. Ik benblij dat de ambassadeur is ontboden. Wat is er besproken? Dat zou ik ookgraag willen weten. En welke stappen ziet de Minister voor zich richtinghopelijk een goed einde van wat er nu in Iran gebeurt?Voorzitter. Dan Syrië. In de week dat er in wijken in Aleppo gevechtenplaatsvonden tussen het Syrische leger en de SDF, hadden in Damascusde presidenten van de Europese Commissie en de Europese Raad eenontmoeting met de interim-president. Ik vind dat een bizarre samenloop.Ik lees dat Nederland voorstander is van meer politiek engagement metde Syrische interim-regering. De ChristenUnie heeft zich consequentuitgesproken voor voorzichtigheid en voorwaardelijkheid bij de normali-satie van de betrekkingen met de Syrische interim-regering, terwijl vanuitde EU voortvarend sancties werden opgeheven.Voorzitter. Het afgelopen jaar hebben we geweld tegen de alawietengezien, tegen de druzen; nu zien we gevechten in Koerdische wijken,waarbij er vanuit het Koerdisch bestuur al wordt gesproken over eenuitroeiingsoorlog tegen de Koerden. Hoe beoordeelt de Minister deinname van deze wijken? Heeft de Syrische regering hierin volgens hemjuist gehandeld? Heeft de Minister er vertrouwen in dat de Koerden veiligzijn in dit nieuwe Syrië, ook in het noordoosten? De Minister kan toch nietvolhouden dat aan de voorwaarden van mijn vorig jaar aangenomenmotie is voldaan om nu een gigantische geldsom vanuit de EU aan Syriëover te maken? Hoe beoordeelt hij dat, ook in het licht van de gruwelijkebeelden die wij zien van wat er met Koerdische combattanten, maar ookmet vrouwen gebeurt? Wij krijgen berichten dat het Syrische leger weeraanvallen uitvoert op doelwitten van de SDF. Kan de Minister dit beves-tigen en is hij bereid zich in te zetten voor het stoppen van dezeaanvallen?Voorzitter. Dan Oekraïne. De coalition of the willing heeft een verklaringdoen uitgaan: de VS en Oekraïne zijn het voor een groot deel eens overhet 20 puntenplan. Vanuit Rusland is er echter geen bereidwilligheid,integendeel. Poetin voert de aanvallen op, bijvoorbeeld gericht op hetenergiesysteem van Kiev, waardoor een groot deel van de inwoners bij-10 graden zonder verwarming zat na het afschieten van een hyperso-nische raket door Rusland. Welk pleidooi voerde de Minister in internati-onaal verband om Rusland daarover aan tafel te krijgen?Er is gesproken over een militair plan. We hebben gezien dat Minister-President Schoof daarover bericht heeft, maar welke rol is Nederlandbereid om op zich te nemen in dit plan? Diverse andere landen gaven inhet openbaar meer duidelijkheid en kaders dan Nederland nu doet. Ikhoop dat de Minister dat tijdens dit debat ook gaat doen. Op welke manierkan Nederland Oekraïne bijstaan als het bijvoorbeeld gaat om hetrepareren van de energie-infrastructuur?Voorzitter. Ik heb nog twee punten. Ik zag dat Somaliland niet op deagenda staat, maar gezien de rappe ontwikkelingen lijkt het mij wel goedom daarover in dit debat in ieder geval wat meer informatie te krijgen.Gezien de strategische ligging aan de Rode Zee kunnen ontwikkelingendaar uiteindelijk ook impact hebben op Nederland. Hoe ziet de Minister deontwikkelingen rondom Somaliland nu?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33473 Tot slot. De Chinese president Xi heeft tijdens zijn nieuwjaarstoespraakwederom zijn wens uitgesproken om Taiwan onderdeel van China temaken. Wat is de inzet van Nederland om dit in multilateraal verband tevoorkomen? En zijn we volgens de Minister nog steeds verzekerd van desteun van de Amerikanen, mocht China een poging wagen?Voorzitter, dank u wel. Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Nog even voor de mensen die net binnen zijn gekomen. Wedoen drie interrupties en de interrupties zijn in tweeën. Ik hanteer wel deregel dat een interruptie kort en bondig moet zijn. De traditionelevoorzitter houdt die regel ook aan. U moet uw interruptie dus binnen30 seconden plaatsen. Gaat u daaroverheen, dan telt die voor tweeinterrupties.Dan kunnen we volgens mij nu door naar de heer Dassen van Volt. Gaatuw gang.De heer Dassen (Volt):Dank, voorzitter. De Iraanse bevolking is de straat opgegaan uit onvredeover de erbarmelijke economische situatie, de politieke onderdrukking enhet wanbestuur. Deze protesten zijn gestart door jonge Iraniërs en geëistwordt verandering. Het is afschuwelijk om te zien op wat voor schandaligemanier het Iraanse regime hiermee omgaat. Er zouden al duizendendemonstranten zijn vermoord en ongeveer 10.000 demonstranten zijnopgepakt. Het regime zet demonstranten neer als terroristen, gelinkt aanIsraël en de Verenigde Staten. Waarom? Omdat dat claims zijn waar inIran de doodstraf op staat. Zo lees ik over Erfan Soltani, 26 jaar oud,opgepakt tijdens een protest. Aan zijn familie is verteld dat hij morgen,14 januari, geëxecuteerd zal worden. Waarom? Omdat hij deelnam aandeze protesten.Het Iraanse regime schendt massaal mensenrechten. Het wordt tijd dat deEU hier scherp en duidelijk over is. Ik ben blij dat de Minister vandaag deIraanse ambassadeur heeft ontboden en ook dat de Minister heeft gestelddat er extra sancties moeten worden ingesteld. Daarnaast is het ook echttijd om de Revolutionaire Garde op de lijst van terroristische organisatieste laten zetten. Ik ben benieuwd welke stappen de Minister gaat nemenom dat voor elkaar te krijgen. Ik hoor ook graag van de Minister welkemogelijkheden er zijn om het maatschappelijk middenveld in Iran verderte ondersteunen. Ziet hij daar mogelijkheden toe? Op wat voor manier kande Minister zich daar hard voor maken? Verder lees ik over een mogelijkmilitair ingrijpen van de Verenigde Staten. Ik ben benieuwd hoe deMinister daarnaar kijkt en of dit wenselijk zou zijn of juist absoluut niet.Voorzitter. Het nieuwe jaar is pas twee weken oud, en toch lijkt 2025 al eeneeuwigheid geleden. De Verenigde Staten van Amerika hollen achteruit,en zo ook de wereldorde: de Verenigde Staten hebben die zelfopgebouwd, maar breken ’m nu hard af. Fed-voorzitter Powell wordtgedagvaard, er wordt door de regering desinformatie verspreid over eenmoord die gepleegd is door een ICE-agent en Trump wil zijn defensie-budget inmiddels met 50% verhogen. Toch lijken veel van de politiekeleiders in Europa nog steeds vol ongeloof te zijn en komen ze niet verderdan woorden. Dit kan niet meer, zeg ik tegen de Minister. Er is daadkrachtnodig, Europese daadkracht.Afgelopen zondag bracht Eurocommissaris voor Defensie, Kubilius,eindelijk een tegengeluid. Hij pleitte voor de creatie van een Europeesleger. Tegelijkertijd gaf hij aan dat het gebrek van eenheid de zwakte isvan de Europese Unie. Hij pleitte daarom voor een European securitycouncil. Ik ben benieuwd hoe de Minister kijkt naar deze plannen. Ziet deMinister ook in dat dit de manier kan worden voor Europa om zich meteen sterk geluid te laten gelden op het wereldtoneel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33474 Morgen wordt er door betrokken landen gesproken over de toekomst vanGroenland. De VS willen koste wat het kost het eiland innemen. EindeNAVO. De Europese Unie moet laten zien dat het serieus is over deveiligheid van Groenland. Mocht de gezamenlijke NAVO-missie nietlukken, kunnen Europese landen dan een missie optuigen binnen hetNAVO-raamwerk? Hoe kijkt de Minister naar dit plan? Wordt daar binnende Europese Unie over gesproken? Is dat niet beter dan aangeven datGroenland niet te koop is?In de tussentijd gaat de Russische agressie in Oekraïne verder. Gisterenmeldden de VN dat 2025 het dodelijkste jaar was voor burgers sinds 2022.In de tussentijd is het hartje winter en zit 70% van Kiev zonder stroom.Ziet de Minister mogelijkheden om Kiev te helpen met deze energiecrisis?We moeten ons hard blijven maken voor de veiligheid van Oekraïne enzijn inwoners. De Poetin-agressie houdt al te lang aan en neemt met dedag toe. Ik wil de Minister dan ook verzoeken om zich in Europa ervoor inte blijven zetten om de bevroren Russische tegoeden alsnog los te krijgenvoor Oekraïne.Voorzitter, heel kort nog. Ik zal de vergadering zo eerder moeten verlatenvanwege een technische briefing bij het Ministerie van EconomischeZaken.Dank u wel.De voorzitter:Helder. Dank u wel, meneer Dassen. Er zijn geen vragen voor u, zoconstateer ik. Dan kunnen we door naar mevrouw Dobbe van de SP. Gaatuw gang.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Het staat niet op de agenda, maar het lijkt mij datde Minister tijdens de top ook gaat spreken over de situatie in Venezuelaen het imperialisme van Trump. Ik ben toch wel benieuwd wat hij daardan gaat zeggen. Na het debat van vorige week zei Trump dat GroenlandAmerikaans wordt, «whether they like it or not». Dreigen met geweld ofdwang tegen een andere soevereine staat is verboden, net zoals hetbinnenvallen van Venezuela in strijd is met het internationale recht; daar isvorige week ook over gesproken. Met een weigering de aanval van Trumpte veroordelen, lijkt de Minister een internationale rechtsorde nu definitiefte laten vallen. Een internationale rechtsorde is een project waar we aanmoeten werken. Anders is het alternatief een wereld waarin alleen hetrecht van de sterkste geldt. Dat moeten we niet willen, want daardoorwordt het uiteindelijk voor iedereen onveiliger. Als Europa niet meerbereid is om daaraan te werken, wie dan wel? Wil de Minister hieropreageren?Het is duidelijk dat de NAVO op haar einde loopt. Het is belangrijk om tegaan werken aan een Europese veiligheidsarchitectuur als alternatief voorde NAVO – laten we dit niet afwachten – die is gebaseerd op samen-werking, de-escalatie, internationaal recht en de belangen van Europa inplaats van die van de Verenigde Staten. Is de Minister bereid om daarmeete gaan beginnen en daar in ieder geval in Europa over te spreken en voorte pleiten?Voorzitter. Dan Palestina. Nog steeds is de humanitaire situatie voorPalestijnen dramatisch. Als ik het goed begrijp – ik wil dat checken bij deMinister – is de grensovergang bij Rafah nog steeds dicht en kanhumanitaire hulp daar niet naar binnen, terwijl het zo’n ontzettendbelangrijke grensovergang is. Wij vragen, geloof ik, al een jaar ofanderhalf jaar om het openen van die grensovergang. Het risico opgenocide is nog steeds niet weg. Er moet meer druk worden gezet op deIsraëlische regering om onbelemmerd hulp toe te laten en misdaden testoppen. Maar wat gebeurt er nu, behalve het zich verschuilen achter eenvredesconferentie waarvan de inzet nog niet duidelijk is, zoals ik las in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33475 antwoorden op de vragen die we hebben gesteld? Wat gebeurt er nu,behalve het gegeven dat Amerikaanse investeerders een Rivièra in Gazahebben bedacht? Voor de rest is het allemaal nog niet veilig. Wat doetdeze Minister nu daadwerkelijk om te pleiten voor de veiligheid van dePalestijnen?De regering erkent dat er op dit moment geen alternatief is voor UNRWA;ook dat heb ik kunnen lezen in de antwoorden op de schriftelijke vragen.Ondanks de enorme humanitaire crisis wordt de financiering van UNRWAwel afgebouwd. Er wordt gezocht naar diversificatie van andere organi-saties, want die moeten het gaan doen. Tegelijkertijd wordt die organi-saties toegang tot de Palestijnen ontzegd door de Israëlische regering.Erkent de Minister dat de beoogde diversificatie van hulp met hetontzeggen van toegang van belangrijke internationale hulporganisaties enhet blokkeren van humanitaire hulp door de Israëlische regering op ditmoment echt onmogelijk is en dat het afbouwen van hulp door UNRWAdus niet kan zonder grote gevolgen voor de Palestijnen? Graag een reactievan de Minister.Erkent de Minister ook dat de druk op de medische capaciteit alleen maartoeneemt voor Palestijnse kinderen die acuut medische hulp nodighebben om te kunnen overleven? De Minister kondigde ruim een maandgeleden al aan om nog een totaal onnodige tijdverslindende ronde in deregio te gaan doen om na te vragen wat al duidelijk is, namelijk dat eronvoldoende medische capaciteit is om die kinderen te helpen. DeWereldgezondheidsorganisatie meldde vlak voor het reces dat nog ruim4.000 kinderen acuut een medische evacuatie nodig hebben. De Wereldge-zondheidsorganisatie deed een dringende oproep aan landen om dit tegaan doen. Nu zijn we een maand verder. Dit is allemaal tijd die sommigevan deze kinderen misschien helemaal niet meer hadden. Er is een maandvertraagd. Wat gaat de Minister nu doen? Welke informatie is er nognodig? Gaan we zorgen dat er voor deze kinderen medische evacuatiesmogelijk worden gemaakt?Voorzitter. Het is heel terecht dat mijn collega’s hele kritische vragen overIran hebben gesteld. Iraniërs gaan al weken de straat op tegen het regime,voor vrijheid, tegen onderdrukking en voor vrouwenrechten. De beeldendie we zien, zijn zo ontzettend indrukwekkend. Ik noem de moed die wevan deze mensen zien om de straat op te gaan in zo’n regime. Moedigevrouwen gaan met gevaar voor eigen leven de straat op om ook maar debasisrechten te krijgen die er zijn. Het regime slaat keihard en geweld-dadig terug, met veel slachtoffers en dodelijke slachtoffers tot gevolg.Veel weten wij niet eens, omdat die informatie ons niet bereikt.De vrouwen en mensenrechtenactivisten die de straat op gaan, verdienenonze steun. Ze verdienen alleen maar onvoorwaardelijke steun. DeNederlandse regering moet achter hen staan. Hoe gaan we de mensen-rechtenactivisten en vrouwenrechtenactivisten meer steunen? Kan dat?Kunnen wij hen steunen? Zitten er bijvoorbeeld sancties in de weg ofmoeten er juist meer sancties komen? Welke mogelijkheden zijn er om diemensen in Iran op dit moment te steunen? Wat kunnen we bijvoorbeelddoen om de toegang tot het internet en communicatie via de telefoon teherstellen? Wij horen namelijk van veel mensen dat zij geen contact meerkunnen krijgen, geen informatie naar buiten kunnen brengen en niet incontact kunnen zijn met elkaar. Dat is zo ontzettend belangrijk. Kunnen wijdaar als Nederland en Europa wat in betekenen?De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Dobbe. U bent door uw tijd heen, dus ik moet u nuafbreken.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33476 De voorzitter:Voordat we verdergaan het volgende. Ik had aan het begin van dezesessie gezegd dat u in deze ronde drie interrupties per fractie heeft, maartoen zaten er vier of vijf leden aan tafel. Nu zitten er elf, geloof ik. Ik ga dataantal van drie dus terugbrengen naar twee interrupties per fractie. Datzijn interrupties in tweeën. Nu kunnen we gewoon verder met devolgende spreekster. Dat is mevrouw Van der Werf van D66. Gaat uwgang.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel, voorzitter. De situatie in Iran verslechtert in razend tempo. Wezien beelden die je niet meer loslaten: files aan lijkzakken voor mortuaria,terwijl families op zoek zijn naar hun vermisten. De strijd voor hun landwordt zoals altijd met bruut geweld beantwoord. Kinderen alsMohammad en Taha, beiden nog geen 16 jaar, hebben het niet overleefd.Met hen zijn er honderden anderen door de ordetroepen gedood.Duizenden mensen zijn opgepakt. Ziekenhuizen maken melding vanmensen die gericht beschoten zijn in hun hoofd, ogen en borst.Voorzitter. Europa mag hier niet langs de zijlijn staan. Woorden alleenbeschermen geen demonstranten. Er is gezamenlijk grotere druk nodig.Gisteren sprak Kallas over aanvullende sancties vanuit Europa. Kan deMinister toezeggen deze sancties te steunen? Ziet de Minister kansen ombinnen de EU steun te mobiliseren om de Revolutionaire Garde op deEuropese terreurlijst te plaatsen? Wordt er actief contact onderhoudenmet de Iraanse diaspora in Nederland? Hoe neemt de Minister hun zorgenen behoeften mee in het Iranbeleid?In Aleppo is grof geweld gebruikt naar aanleiding van gevechten in wijkenwaar met name Koerdische minderheden wonen. Duizenden mensen zijnop de vlucht geslagen en er zijn doden en gewonden gemeld. Dit geweldtegen minderheden moet stoppen. Heeft de Minister contact gehad metzijn Syrische ambtsgenoten? Heeft hij hen aangesproken op de aanvallenop civiele wijken en burgers, die in strijd zijn met het internationaalhumanitair recht?Voorzitter. De afgelopen weken bracht het winterweer in Nederland veelmoois en vreugde op straat. In Gaza daarentegen brengt de strengewinter een humanitaire ramp. Extreme regenval en harde wind slaandwars door tentdoeken en plastic heen. Honderdduizenden ontheemdePalestijnen proberen te overleven, terwijl Israël de blokkade op hulpgoe-deren en hulpverleners in stand houdt. Donderdag kwamen opnieuwveertien mensen om bij een Israëlische aanval. Deze situatie duurt nu alweken, zo niet maanden, en de winter is nog lang niet voorbij. Hoeveelmensen moeten er nog ziek worden of zelfs sterven voor er een eindekomt aan deze ellende? Is de Minister bereid om tijdens de Raad metconcrete voorstellen te komen voor Europese maatregelen die dehumanitaire toegang van hulp aan Gaza kunnen afdwingen?Voorzitter. De schaduwvloot. Daar spreken wij in deze commissieregelmatig over. Binnenkort zullen er opnieuw schepen op Europesesanctielijsten worden geplaatst. Zonder verdere consequenties blijven zijgewoon doorvaren. Vorige week hielden de VS en het VK gezamenlijk eenRussisch schip aan. De Britse regering stelt dat dit volledig in overeen-stemming was met het internationaal recht. Heeft de Minister hierovercontact met zijn Britse collega’s, met name over de juridische grondslagvoor deze aanhouding? Ziet hij hierin ook aanleiding voor een brederEuropees handelingsperspectief, specifiek ten aanzien van gesanctio-neerde schepen die eerder onder een valse of ongeldige vlag hebbengevaren? Neemt hij dit mee richting het volgende sanctiepakket?Tot slot en last but not least: afgelopen week kwamen er berichten overeen potentiële gezamenlijke Groenlandmissie vanuit de NAVO. Kan deMinister schetsen welke capaciteiten Nederland paraat heeft voor eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33477 inzet in Groenland en onder welke voorwaarden Nederland een bijdragekan overwegen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van der Werf. Dan kunnen we door naar devolgende spreker, de heer Ceulemans van JA21.De heer Ceulemans (JA21):Voorzitter, dank. U zult het vandaag met mij moeten doen als vervangervan de heer Hoogeveen, die wij tijd gunnen met zijn gezin na de geboortevan zijn dochter, Jasmijn. Dan begin ik eerst bij de acute situatie in Iran.Het is duidelijk: JA21 ziet het liefst dat het misdadige en barbaarseayatollahregime vandaag nog van de aardbodem verdwijnt. Het isindrukwekkend hoe moedig de Iraanse bevolking is, door massaal teprotesteren, wetende dat het regime bereid is om bloed te laten vloeienom in het zadel te blijven. Wie bereid is om zijn leven op het spel te zettenvoor vrijheid, verdient die vrijheid als geen ander.Natuurlijk kan Nederland niet van doorslaggevende betekenis zijn als hetgaat om de situatie in Iran; het omverwerpen van het regime zal uitein-delijk moeten gebeuren door het Iraanse volk zelf. Nederland kan op ditmoment wel de druk op het ayatollahregime maximaal opvoeren.Daarover hebben wij een aantal vragen aan de Minister. Als gevolg vanonder andere de internetblokkade sijpelt informatie uit Iran maarmondjesmaat door. Het aantal slachtoffers onder de demonstranten blijftdaardoor onduidelijk. De Iraanse diaspora in Nederland vreest voor bijna10.000 doden. Inmiddels bereiken ons ook berichten over een nog hogeraantal. Wat is de inschatting van de Minister op basis van de informatiedie bij hem bekend is? Kan de Minister toelichten wat hij voornemens is tedoen om in internationaal verband de druk op de ayatollahs te verhogen?Welke stappen kan Nederland eventueel individueel zetten op het momentdat andere landen of de EU blijven dwarsliggen, bijvoorbeeld als het gaatom het op de terreurlijst plaatsen van de Revolutionaire Garde?Vanmiddag heeft de Minister de Iraanse ambassadeur ontboden. Dat iseen logische stap, maar de kans dat de ambassadeur daar erg van onderde indruk is, lijkt me niet bepaald groot. Wat is er volgens de Ministerdiplomatiek nog meer mogelijk? Hoe kijkt de Minister naar het verder aanbanden leggen van de diplomatieke banden met het Iraanse regime? Watbetreft oppositiegroeperingen in Iran: heeft Buitenlandse Zaken in kaartom welke groepen het hier gaat, wat de achtergronden daarvan zijn, wathet draagvlak daarvoor is en wat voor contacten er daarmee zijn?Tot slot op dit punt. We zagen net een bericht van president Trump. Hijheeft alle gesprekken met Iraanse officials gestaakt en geeft aan deIraanse bevolking aan dat «hulp onderweg is». Heeft de Minister een ideewat dit betekent?Dan Oekraïne. De coalition of the willing heeft stappen gezet inzake detotstandkoming van een vredesakkoord. Het is positief te noemen dat deAmerikanen een eventuele monitorings- en verificatiemissie lijken tewillen leiden, inclusief veiligheidsgaranties. Het blijft wel nog de vraaghoe ver de Amerikanen willen gaan. Zou de Minister daar iets overkunnen zeggen? De premier stelde het volgende over een mogelijke rolvan Nederland bij een dergelijke missie: mocht het tot een missie komen,dan volgen we de procedure. Dat is een vrij vaag antwoord op een vrijessentiële vraag. Kan de Minister daar inmiddels nader op ingaan?Onderdeel van het vredesplan is dat Oekraïne op een duidelijk aange-geven moment lid zal worden van de EU. JA21 is hier kritisch op. JA21 issolidair met de strijd van Oekraïne tegen Rusland en is dat altijd geweest,maar EU-toetreding is echt een ander vraagstuk. Ook hierbij moeten werealistisch naar de wereld blijven kijken. Toetreding van Oekraïne tot deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33478 EU is simpelweg niet in het Nederlands belang. Graag een reactie van hetkabinet.Dan kom ik op Venezuela. In het Amerikaanse driestappenplan staat datVenezuela zal worden opengesteld voor westerse bedrijven. Alleen bleeknu al dat, vanwege praktische obstakels en hoge investeringskosten,Amerikaanse bedrijven zoals ExxonMobil niet staan te trappelen. Kan deMinister een update geven van de ontwikkelingen? Hoelang gaat elk vande stappen uit het plan duren?Dan afrondend Groenland. Onderhandelingstactiek of niet, de Ameri-kaanse dreigementen om met militaire middelen Groenland in te lijven,zijn simpelweg niet goed te praten. Wel hebben wij begrip voor de wensvan de Verenigde Staten om het Arctisch gebied beter te beschermentegen groeiende invloeden van China en Rusland. De Amerikaanseaanwezigheid in militair opzicht op Groenland kan op basis van eenbestaand verdrag al vergroot worden. Inmiddels zijn er ook machinatiesom een gezamenlijke NAVO-missie naar Groenland te sturen. Zo’n missiekan hopelijk de kou uit de lucht halen. JA21 steunt deze gedachtelijn. Wehebben vanmiddag via de brief de laatste stand van zaken vernomen.Dank daarvoor. Als er nog verdere ontwikkelingen te vermelden zijn, danverneem ik die graag.De voorzitter:Dank, meneer Ceulemans. Dan is het woord aan de heer Stoffer van deSGP.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. De afgelopen dagen zien we verschrikkelijke beelden uitIran en ook uit Syrië. De collega’s voor mij hebben al veel gezegd overalles wat er speelt in Iran, over wat daar gebeurt en over de moed van debevolking. Er zijn veel vragen gesteld. Kortheidshalve sluit ik me aan bijde vragen die gesteld zijn. Ik ben benieuwd welke antwoorden het kabinetdaarop heeft.Voorzitter. Ik zou iets langer stil willen staan bij de beelden die uit Syriëkomen. De beelden die we zien van het geweld tegen Koerden in Aleppozijn echt schokkend en onacceptabel. We zien dat minderheden opnieuwdoelwit zijn, zoals eerder druzen en alawieten aangevallen werden.Daarom heeft de SGP samen met de ChristenUnie Kamervragen gesteld.We waren eerlijk gezegd al niet optimistisch over de belofte van een vrijSyrië onder interim-president Al-Sharaa, maar we zien dit toekomstbeeldnu wel heel, heel snel verdampen. Terecht wordt het geweld in IranKamerbreed en door het kabinet veroordeeld, maar we kunnen niettegelijkertijd wegkijken als een fundamentalistisch regime eldersgruwelijkheden begaat tegen zijn eigen bevolking. De SGP is van meningdat de verantwoordelijkheid van Nederland voor Syrië niet minder grootis dan voor Iran, omdat we via de Europese Unie voor meer dan600 miljoen euro bijdragen aan herstel, hulp en andere vormen vanbilaterale steun. Ik vraag de Minister daarom welke garantie we hebbendat deze middelen niet direct of indirect gebruikt worden om minder-heden verder in het nauw te drijven.Voorzitter. De overgangsregering gebruikt de EU-steun ook om lokalemachthebbers aan zich te binden. Een deel van hen komt uit Idlib en iszelfs onderdeel geweest van strijdkrachten van Al-Sharaa. Het is dusvolstrekt begrijpelijk dat Koerden niet met gevaar voor eigen leven onderhun bewind willen leven. De SGP concludeert daarom dat het gesprek vanVon der Leyen en Costa niet bijster veel indruk gemaakt heeft op deregering van Al-Sharaa. We zagen een kortstondig staakt-het-vuren, maarinmiddels is het geweld van jihadisten tegen Koerden weer in allehevigheid opgelaaid. Onze vraag is: wat moet er nog meer gebeurenvoordat de EU consequenties gaat verbinden aan het schenden vangemaakte afspraken? Is er een moment waarop onze erkenning vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33479 Al-Sharaa ter discussie komt te staan, vraag ik aan deze Minister. Laat ikdaar gelijk bij zeggen dat ik op dat punt een motie overweeg. Het zougoed zijn als de Tweede Kamer, net als de Duitse Bondsdag, positieinneemt om daarmee de druk op de Syrische overgangsregering op tevoeren.Bijna 3.000 studenten met roots in Rojava hebben inmiddels een petitieondertekend die ons oproept om de burgerbevolking te beschermen. Nude Koerdische wijken in Aleppo na twaalf jaar zelfbestuur ondanksverschillende akkoorden met geweld zijn ingenomen, hebben de mensenin Noordoost Syrië geen enkel vertrouwen meer in de Syrischeovergangsregering. De vraag is: is dit nu de dank voor het geheelbelangeloos opvangen van veel interne ontheemden elders uit Syrië? Isdit onze dank voor hun strijd tegen IS?Voorzitter. De SGP ziet nog een gevaar. Het geweld tegen Koerden kan ookgrensoverschrijdende gevolgen krijgen. Als de peshmerga, de strijd-krachten uit Iraaks-Koerdistan, zich ermee gaan bemoeien, zijn de rapenhelemaal gaar, denk ik. Niet voor niets riep Irak al op tot een einde aan hetgeweld in Aleppo. Mijn vraag is hoe de Minister het risico op verdereescalatie inschat. Kan de Minister toezeggen dat hij de situatie van deKoerden in Syrië gaat bespreken met zijn collega’s in Europa en dat ookagendeert voor de komende Raad?Hier laat ik het bij. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Stoffer. Meneer Boswijk, CDA, het woord is aan u.De heer Boswijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. De afgelopen dagen zijn we getuige geweest vanverschrikkelijke beelden uit zowel Iran als Syrië.Allereerst Iran. Het is indrukwekkend en moedig hoe Iraniërs opnieuwopstaan tegen het gewelddadige regime van de ayatollahs. Tegelijkertijdis het frustrerend hoe beperkt onze invloed vanuit Nederland is. Mijnvraag aan de Minister is daarom ook op welke manieren wij de Iraanseoppositie en demonstranten concreet kunnen steunen en hoe groot hij dekans acht dat de Revolutionaire Garde nu eindelijk op de terreurlijst wordtgeplaatst. Wij hebben hierover namelijk al meerdere moties aangenomen.Het is goed dat de Minister de ambassadeur op het matje roept, maar ikvraag me tegelijkertijd af in hoeverre hij daarvan onder de indruk zal zijn.Hoe kijkt de Minister naar persoonsgerichte sancties voor leden van hetIraanse regime?Dan Syrië. Na wekenlange gevechten hebben de laatste Koerdischestrijders Aleppo verlaten. De situatie is uiterst zorgwekkend. Wijken waarveel Koerden, christenen en jezidi’s wonen zijn sinds eind 2025 afgeslotenvan elektriciteit, voedsel en medicijnen. Duizenden burgers zijn op devlucht. Dit draagt alle kenmerken van een systematische aanval opminderheden, zoals we eerder hebben gezien in Syrië. Wat ons betreftmoet Nederland dit stevig aankaarten in Brussel. Volgens berichten is viainternationale bemiddeling een staakt-het-vuren overeengekomen,inclusief veilige evacuaties van burgers. Kan de Minister een actuele standvan zaken geven? Welke garanties zijn er voor de bescherming vanburgers en een ongehinderde humanitaire toegang? Welke maatregelenondersteunt Nederland om te voorkomen dat dit nieuwe Syrische regimeminderheden blijft verdrijven en aanvallen, of op z’n minst nietbeschermt?Voorzitter. In de afgelopen weken zagen we belangrijke ontwikkelingenrond Oekraïne. Het akkoord over de lening van 90 miljard is een opsteker,niet alleen voor Oekraïne, maar ook als een nieuw model voor Europesesamenwerking en besluitvorming, waarbij vaker met kopgroepen wordtgewerkt en minder met unanimiteit. Hoe kijkt de Minister naar dezewerkwijze? Acht hij het waarschijnlijk dat dit model vaker zal wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334710 ingezet? Is er zicht op welke partnerlanden bereid zijn om de overige45 miljard euro bij te dragen? Wat zijn de consequenties als die toezeg-gingen uitblijven?Voorzitter. Om de druk op Rusland verder te vergroten wordt onder-handeld over een twintigste sanctiepakket. Zweden en Finland pleitenvoor extra stevige stappen, onder andere een verbod op maritiemediensten voor Russische olie, strenge exportcontroles op kunstmest enhet aanscherpen van sancties op luxegoederen. Denk ook aan actievehandhaving op zee. Daar heb ik eerder ook voor gepleit met collegaPaternotte. Kan de Minister aangeven of Nederland deze voorstellen actiefwil steunen in de Raad, samen met Zweden en Finland?Voorzitter, tot slot. De recente Chinese militaire oefeningen rond Taiwanzijn ongekend van omvang en duur, en stimuleren blokkades. Dat roepternstige vragen op over de stabiliteit in de regio. Voor Nederland alsexportland en als schakel in de halfgeleiderketen zijn de risico’s enorm. DeMinister schrijft dat Nederland en de EU samen met gelijkgezinde landenoproepen tot de-escalatie en zich uitspreken tegen deze acties van China.Hoe krijgt dit een concreet vervolg in de RBZ?Dank u wel.De voorzitter:Dank, meneer Boswijk. Meneer Van Baarle, DENK. O, er is nog eeninterruptie. Excuus. Mevrouw Dobbe, gaat uw gang.Mevrouw Dobbe (SP):We zien inderdaad net het nieuws binnenkomen dat Trump heeft gezegddat er hulp onderweg is voor de Iraanse demonstranten. Dat kan van allesbetekenen, ook een militaire interventie of een aanval op Iran. Ik vroeg meaf hoe het CDA daarin staat.De heer Boswijk (CDA):Ik denk dat ingrijpen op basis van een VN-mandaat moet gebeuren en datdit vooral aan de Iraanse bevolking zelf is. Tegelijkertijd is er net doorJA21 gevraagd aan de Minister wat zijn taxatie hiervan is. Ik ben daar ooknieuwsgierig naar, want we weten dat er in de VN-Veiligheidsraad heelvaak blokkades worden opgeworpen door onder andere Rusland enChina. Ik ben daar niet meteen enthousiast over, maar tegelijkertijd gaande beelden die ik zie mij ook aan het hart. Ik ben hier zelf nog niethelemaal over uit.Mevrouw Dobbe (SP):Ik stel deze vraag omdat de beelden mij ook aan het hart gaan. Maar wehebben eerder bij hele foute en gewelddadige regimes, net zoals nu hetgeval is in Iran en op andere plekken, gezien dat je democratie niet kuntbombarderen. Militaire interventies van buiten leveren vaak meerproblemen op dan dat ze oplossen. Maar los daarvan hebben we metelkaar afgesproken dat een aanval alleen kan plaatsvinden als er sprake isvan een mandaat van de VN-Veiligheidsraad. Daarom wil ik dit evenchecken bij het CDA. Als dit gebeurt zonder mandaat van deVN-Veiligheidsraad en we dat niet veroordelen, dan is dat een enormeklap voor het internationale recht. Is het CDA het daarmee eens?De heer Boswijk (CDA):Ik ga niet vooruitlopen op een als-danvraag. Ik wacht dit echt even af. Ikben ook benieuwd naar de taxatie van de Minister. Er zijn interventiesgeweest in het verleden die buitengewoon ongelukkig hebben uitgepakt,bijvoorbeeld in Irak. Dat heeft decennialang voor ellende gezorgd. Het lijktdaar nu enigszins stabiel te zijn. Tegelijkertijd zijn er ook militaireinterventies geweest die ervoor hebben gezorgd dat verder menselijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334711 lijden is gestopt en dat het daarna stabieler is geworden. Er is dus geenmodel. Tegelijkertijd is er ook geen garantie dat het hiermee beter wordt.De voorzitter:Dank u wel. Er zijn geen andere interrupties. Dan kunnen we door naar dewoordvoering door de heer Van Baarle namens DENK.De heer Van Baarle (DENK):Bedankt, voorzitter. Ik begin met het Midden-Oosten. De situatie in Iran ende ontwikkelingen daaromheen zijn zeer zorgwekkend. De mensen in Iranverdienen respect voor mensenrechten. Ze verdienen net als ieder mensvrijheid, en de mensen in Iran verdienen net als iedereen gelijkwaar-digheid en een landsbestuur dat ervoor zorgt dat iedereen een leven kanleiden zonder armoede. De beelden van gedode mensen en het nieuwsdat we ook de afgelopen tijd hebben gezien zijn verschrikkelijk. Hetgeweld tegen vreedzame demonstranten is volstrekt onacceptabel enverdient een krachtige veroordeling. Hoe gaat de regering tijdens deaankomende Raad duidelijk maken dat Nederland staat voor het recht vande bevolking in Iran op mensenrechten? Welke drukmiddelen kan deregering aanvullend nog inzetten? Welke drukmiddelen gaat de regeringin Europees verband voorstellen?Voorzitter. Ook zorgwekkend is de positie van Trump en Netanyahu, die deterechte strijd van de mensen in Iran voor mensenrechten in Iranaangrijpen om te dreigen met geweld of hun zionistische agenda tedienen. Ik vraag de regering om ervoor te staan dat alleen het volk in Iranmag bepalen hoe Iran bestuurd wordt, en niemand anders. Geen Trump,geen EU, geen Netanyahu, geen Poetin, geen Xi Jinping; de Iraniërsbepalen de toekomst van Iran. Ik vraag de regering zich dan ook helder uitte spreken tegen een aanval van de VS of Israël op Iran en tegen eenoorlog, en alle druk te zetten om diplomatie de oplossing te laten zijn. Iranmag namelijk geen Venezuela 2.0 worden. Iran mag geen speelbal wordenvan andere belangen. De Iraniërs moeten in vrijheid kunnen bepalen hoehun land wordt bestuurd.De voorzitter:Er is een vraag voor u. Meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Even voor de duidelijkheid. De heer Van Baarle geeft aan dat de Iraniërszelf in vrijheid mogen bepalen hoe hun land bestuurd wordt. Maar hijweet dat dit nu niet het geval is vanwege het regime, zoals ik ook noemde.Dat is ook de reden waarom heel veel mensen de straat op zijn gegaan. Zijhebben geen wapens en demonstreren dus zonder wapens tegen eengewapend regime. De heer Van Baarle stelt dat de Iraniërs in vrijheidbepalen welke toekomst zij mogen hebben. Hoor ik hem hier zeggen dathij hoopt dat het de demonstranten lukt om vrijheid te kunnen pakken ofnemen? Of is de vrijheid van nu een continuering van de afgelopen jaren?Ik haal even niet uit het betoog wat precies de hoop en de verwachtingvan DENK de komende tijd zijn ten aanzien van Iran.De heer Van Baarle (DENK):Volgens mij ben ik er in het begin van mijn bijdrage heel helder overgeweest dat ik iedere vorm van geweld die we op dit moment zien tegenvreedzame demonstranten in Iran, met kracht veroordeel. Ik heb gezegddat de mensen in Iran, net zoals alle andere mensen in de wereld, rechthebben op respect voor de mensenrechten. Tegelijkertijd vind ik het vanbelang dat Nederland de positie aangrijpt om druk aan te wenden omervoor te zorgen dat we de mensenrechtelijke positie van de mensen inIran verbeteren en dat de Minister ook aan zet is om dat in Europeesverband te gaan bespreken. Voorts vind ik dat als we op dit moment zienTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334712 dat Trump met militaire actie dreigt en we ook iemand hebben alsNetanyahu, die het op dit moment heeft over een regime change vooralvanuit het perspectief en in het belang van Israël, we moeten benadrukkendat het niet aan Israël, niet aan de VS, niet aan de EU, niet aan Rusland,niet aan China, dus aan niemand is om de toekomst van Iran te bepalen.Die bepaalt het volk in Iran. Wat mij betreft moet dat in alle vrijheid en indemocratie. Over die strijd voor vrijheid en democratie heb ik gezegd datik die onderschrijf.De heer Van der Burg (VVD):Ik ga even door op de vraag van de heer Ceder. Je kunt constateren dathet regime in Iran met andere wapens vecht dan de bevolking. Dat is hetingewikkelde, want op zich zouden we het in een democratie meteen eenszijn met elkaar: je stemt en je krijgt de regering die de meerderheid heeft,zoals in Nederland. Maar dat is daar niet het geval. Hoe moeten wevolgens u dan de bevolking van Iran ondersteunen in hun strijd? Ik geloofnamelijk niet dat de ayatollahs erg luisteren naar de woorden van de heerVan Baarle en de heer Van der Burg.De heer Van Baarle (DENK):Ik heb aangegeven dat wat mij betreft diplomatieke drukmiddelen nu demanier zijn om dit aan te pakken. Daarmee heb je dus een breed instru-mentarium dat je als Nederland zou kunnen inzetten om druk uit teoefenen op de zittende regering in Iran om het geweld tegen vreedzamedemonstranten te stoppen. De fractie van DENK heeft ook de procedureondersteund die de heer Ceder en de heer Van der Burg in werkinghebben doen treden voor het ontbieden van de Iraanse ambassadeurvanochtend. Dat is wat we nu moeten doen. We horen dreigementen overgeweld en oorlog, bijvoorbeeld vanuit Trump, maar ook Netanyahu hintdaar op dit moment op vanuit een zionistisch perspectief. Ik geloof nietdat dat op dit moment een weg is die we in moeten slaan, omdat a er daneen situatie van oorlog ontstaat en b het volk van Iran dan op de langetermijn een speelbal zal worden van Trump en Netanyahu, net zoals wezien met Venezuela. Ik vind dat de mensen in Iran moeten bepalen hoeIran geregeerd wordt en niemand anders.De heer Van der Burg (VVD):In het verleden hebben we discussies gehad over sancties tegen anderelanden. Dat kan gaan om Rusland. Dat kan gaan om Israël. Daarin heeft ugepleit voor vrij stevige sancties richting de leiders van die landen. Is alleswat u heeft voorgesteld als het gaat om die landen wat u betreft ookbespreekbaar als diplomatiek drukmiddel richting dit regime?De heer Van Baarle (DENK):Ik snap natuurlijk waar de heer Van der Burg heen wil. Vanuit hetperspectief van de heer Van der Burg, waarbij hij een vergelijking trektmet de genocide die gepleegd is in Gaza ... Daar komt hij zo op. De VVDwas in de afgelopen periode sinds het ontstaan van de genocide voor eenheel lange tijd en tot op de dag van vandaag niet bereid om te doen wat jezou moeten doen om een genocide te stoppen. Het is de VVD die nietrechtlijnig is in dezen. Mijn fractie is in dezen altijd rechtlijnig geweest. Wijhebben bijvoorbeeld de eerste versie van de motie van de heer Cederondersteund, waarin sancties worden bepleit. Het is wel zo dat tegen eenland als Israël niet of nauwelijks sancties worden getroffen doorNederland. Tegen een land als Iran zijn al heel erg veel sancties getroffen.Mijn vraag aan de Minister was terecht: welke drukmiddelen zijn er nogvanuit Nederland om het geweld tegen vreedzame demonstranten testoppen? Wat mij betreft mag er nooit sprake zijn van straffeloosheid. Watmij betreft mogen er gericht sancties worden getroffen tegen mensen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334713 verantwoordelijk zijn voor het doodschieten van weerloze demonstrantendie vreedzaam demonstreren voor vrijheid.De voorzitter:De heer Van Baarle kan verder met zijn betoog. Daar heeft hij nog drieminuten voor. Gaat uw gang.De heer Van Baarle (DENK):Fijn, voorzitter. Ik kom op de situatie in Palestina, want de humanitairesituatie in Gaza is nog steeds buitengewoon zorgelijk. Er is te weinigvoedsel. Er zijn te weinig voorzieningen. Hulporganisaties en waarnemerskrijgen geen toegang. En dat allemaal tijdens de winter. Hoe gaat deregering er nou eindelijk in Europees verband voor zorgen dat de druk opIsraël wordt opgevoerd? Is de regering bereid om te bepleiten dat ereindelijk sancties tegen Israël komen? Hoe zorgt de regering ervoor dat dedruk wordt opgevoerd om waarnemers tot Gaza toe te laten, om zostraffeloosheid te voorkomen? Heeft de regering al een krachtigeveroordeling doen uitgaan van het Israëlische verbod op hulporganisatiesin Gaza?Ook de situatie op de Westelijke Jordaanoever vraagt onze blijvendeaandacht, want kolonisten plegen aan de lopende band misdaden tegenPalestijnen. Er wordt een illegaal apartheidsregime aan Palestijnenopgedrongen. Wanneer komt nou eindelijk dat verbod op handel inproducten uit illegale nederzettingen? Hoe gaat de regering een nieuwsanctiepakket tegen gewelddadige kolonisten bepleiten? Deelt de regeringdat als dat sanctiepakket er weer niet komt in Europees verband, het tijdwordt voor nationale maatregelen tegen die gewelddadige kolonisten?Welke andere stappen in Europees verband kan de Minister bepleiten omde onderdrukking en illegale annexatie op de Westelijke Jordaanoever testoppen? Moeten we als Europa niet eindelijk aan Israël laten zien dat alszij nog één illegale nederzetting vestigen of meer Palestijns landannexeren, deze sancties volgen?Voorzitter. In de afgelopen tijd zagen we dat president Trump hetinternationaal recht openlijk ondermijnt. De aanval op Venezuela en deontvoering van president Maduro, het dreigen met het annexeren vanGroenland, zelfs met militaire middelen, en het bedreigen van Mexico,Colombia en andere landen: het is allemaal imperialisme, dwang envolstrekt onrechtsstatelijk handelen. Ik heb een eenvoudige vraag aan deMinister: heeft hij inmiddels voldoende informatie om deze acties vanTrump en de Verenigde Staten te veroordelen of is zijn informatiepositieblijkbaar nog steeds onvoldoende om deze schendingen van hetinternationaal recht zo te noemen en te veroordelen?Voorzitter. Dan Oekraïne. DENK staat, zoals u weet, pal voor het internati-onaal recht en veroordeelt de Russische agressie tegen Oekraïne. Onlangshebben de coalition of the willing en de VS aangegeven bereid te zijnveiligheidsgaranties te geven aan Oekraïne bij een eventueel bestand. Kande Minister nog steeds garanderen dat Nederland geen toezeggingenheeft gedaan met betrekking tot die veiligheidsgaranties en dat deze altijdafhankelijk zullen blijven van parlementaire instemming? Welkevoorstellen voor aanvullende sancties tegen Rusland liggen er straks inEuropees verband voor en wat is de Nederlandse inbreng?Tot slot zou ik graag aandacht willen vragen voor Sudan, hoewel het landniet op de agenda van de RBZ staat. In het afgelopen debat over Sudanheeft de Kamer namelijk ontzettend veel moties aangenomen: over dehumanitaire situatie, over inspanningen voor diplomatieke druk en overhet afknijpen van de netwerken rondom de RSF. De situatie is alleen maarverslechterd sinds dat debat. Hoe gaat de Minister bij de aankomendeRaad en verder in Europees verband deze moties uitvoeren en aandachtgeven aan de humanitaire situatie in Sudan?Dank, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334714 De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Baarle. Het woord is aan de heer Van der Burgvan de VVD.De heer Van der Burg (VVD):Voorzitter. U gaat van mij niet heel veel andere tekst horen dan de tekstendie u al van mijn collega’s heeft gehoord; ik heb hoogstens soms eennuancering. Ik denk namelijk dat de thema’s voor iedereen hetzelfde zijn.Ook ik begin met Iran. Ik zal er geen traan om laten als dit regime zo snelmogelijk verdwijnt. Het is een regime dat in eerste instantie zijn eigenbevolking onderdrukt. Daarnaast is het een misdadig regime dat terroris-tische organisaties als Hamas, Hezbollah en de Houthi’s steunt, enverantwoordelijk was voor de ondersteuning van het regime van Maduroen de Russen in Oekraïne. Nederlanders hier in Nederland worden nietalleen bedreigd door het regime, maar er zijn ook moordaanslagengeweest. Kortom, het is een regime dat zo snel mogelijk weg moet. Ikhoor niet alleen graag van de Minister hoe hij daarnaar kijkt, maar ookwelke stappen daarin gezet kunnen worden. Ik sluit me ook aan bij dewoorden van mevrouw Van der Werf. Daar laat ik het voor dit moment bij.Ik zal ook met moties komen, maar er is al genoeg gezegd en gevraagddoor anderen. Ik kon mij helemaal vinden in het verhaal van mevrouw Vander Werf.«Krijg nou wat» hoor ik de heer Boswijk buiten de microfoon zeggen. Nou,ik maak het nog erger voor de heer Boswijk, want hetzelfde geldt voor dewoorden over Syrië en Aleppo. Ook wat dat betreft sluit ik mij gemaks-halve even aan bij de woorden van mevrouw Van der Werf.Wat betreft Israël en Hamas zie je dat de aandacht enigszins verdwenen isdoor de actualiteit van Venezuela, Groenland, Oekraïne, Syrië en Iran.Maar tegelijkertijd is er na de wapenstilstand niet heel erg veel veranderd.Hamas is nog steeds niet ontwapend dan wel vertrokken. Wederopbouwis nog niet begonnen. De bevolking daar leidt nog steeds onder de situatiewaarin zij zit. Ook wat dat betreft, al had ik misschien andere woordengekozen dan een aantal anderen, sluit ik mij aan bij de vraag: hoe nuverder daar? De aandacht dreigt namelijk volledig verloren te gaan.Als de heer Boswijk net al van zijn stoel dreigde te vallen toen ik mevrouwVan der Werf citeerde, denk ik dat hij nu gestrekt op de grond gaat liggen.Met betrekking tot Sudan sluit ik mij namelijk aan bij de vragen van deheer Van Baarle.Dat gezegd hebbende, u zult de komende weken ongetwijfeld ook stilkomen te staan bij Groenland. Heel specifiek wil ik van u dan ook eenreactie hebben op de voorstellen die wij hebben gezien met betrekking totmissies die daar eventueel kunnen plaatsvinden, de corridor die aan debovenkant beter zou kunnen worden afgedekt, en alles wat daarbij speelt.Nagenoeg helemaal tot slot, voorzitter. Natuurlijk moeten er meersanctiepakketten rondom Oekraïne komen. We zien dat Europa nog steedszo’n 7,5 miljard aan lng uit Rusland betrekt, om maar een voorbeeld tenoemen. Daar was vorige week ook weer een rapport over. Ik heb zelf eenmotie ingediend met betrekking tot kunstmest. Het gaat om zeer grotebedragen waarmee wij nog steeds de oorlog in Oekraïne voor de Russenfinancieren. Ook daar vraag ik dus extra aandacht voor.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank, meneer Van der Burg. De heer Van Baarle heeft een vraag voor u.De heer Van Baarle (DENK):De situatie op de Westelijke Jordaanoever, met name het geweld dat doorkolonisten gepleegd wordt in de richting van Palestijnen, is buitengewoonzorgwekkend. Nu probeert deze Minister, samen met een aantal anderelanden, al een tijdje een aanvullend sanctiepakket tegen gewelddadigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334715 kolonisten voor elkaar te krijgen, maar er ontbreekt elke keer eenEuropese meerderheid. Volgens mij wordt dit dan poging nummerhonderd-en-zoveel. Ik zou graag het volgende willen vragen aan de heerVan der Burg. Ik heb een motie aangehouden omdat ik nog niet konrekenen op de steun van de VVD. Is de heer Van der Burg bereid om, alsweer blijkt dat er geen Europese meerderheid is voor sancties tegengewelddadige kolonisten, nationale maatregelen te treffen tegen diegewelddadige kolonisten?De heer Van der Burg (VVD):Om te beginnen kan ik me niet voorstellen dat de heer Van Baarle eenmotie aanhoudt omdat hij geen steun krijgt van de VVD. Het zalongetwijfeld te maken hebben gehad met het feit dat de heer Van Baarlede inschatting maakte dat deze motie geen steun kreeg van eenmeerderheid van de Kamer, want anders snap ik de moties van deafgelopen maanden en jaren niet. Dat gezegd hebbende is het wel terechtdat de heer Van Baarle de Westelijke Jordaanoever opbrengt. Die heb ikinderdaad niet genoemd in mijn verhaal. Dat had ik wellicht moeten doen,want ik had nog tijd. Ik vind hetgeen daar gebeurt namelijk buitengewoonverwerpelijk. Extra nederzettingen zijn niet alleen illegaal, maar ook instrijd met de door de VVD wel en door DENK helaas niet gesteundetweestatenoplossing, die daarmee nog verder weg komt. Ik steun deMinister in zijn streven. Op het moment dat er moties komen op dit punt,of het nou van de heer Van Baarle is of van anderen, zal ik met belang-stelling luisteren of de Minister dat ziet als ondersteuning en alsinstrument dat hij kan inzetten, of als barrière. Daarna maak ik dan mijnkeuze wat betreft het fractieadvies om voor of tegen te stemmen.De heer Van Baarle (DENK):Het klopt dat ik de motie heb aangehouden omdat er naar mijnberekening in de Kamer nog geen meerderheid voor was. Het klopt ookdat de VVD daarin een beslissende positie kan innemen. Daarom stel ik deheer Van der Burg deze vraag. Hij heeft namelijk altijd in alle debattenbetoogd dat hij het van belang vindt om de Europese eensgezindheid opte zoeken als het gaat om sancties en dat het treffen van nationalemaatregelen im Frage komt als dat niet lukt. We zien dat het ontzettendlang duurt voordat zo’n aanvullend Europees sanctiepakket tegengewelddadige kolonisten van de grond komt. Nu heeft de VVD bijvoor-beeld ingestemd met nationale maatregelen op het gebied van hethandelsverbod. Ik zou de heer Van der Burg willen vragen of hij met mijdeelt dat het moment nu aanbreekt dat we nationale maatregelen tegende kolonisten die geweld plegen tegen weerloze Palestijnen moetenoverwegen, als dat bij de komende vergadering Europees weer niet lukt.De heer Van der Burg (VVD):Even los van de specifieke inhoud van de specifieke motie van de heerVan Baarle: op het moment dat het Europees niet lukt om sancties tegende gewelddadige kolonisten te bewerkstelligen, sta ik ervoor open om datop nationaal niveau te doen.De voorzitter:Dan kunnen we door naar de heer Dekker, die de woordvoering doetnamens Forum voor Democratie.De heer Dekker (FVD):Dank u wel, voorzitter. Er zijn nogal wat brandhaarden in beweging.Allereerst Iran. Het lijkt erop dat de ernstige ongeregeldheden die daarvorige week aan de orde waren, zijn gestopt of, zo u wilt, zijn neerge-slagen. De berichtgeving daarover was op zijn zachtst gezegd verwarrend.We zagen allerlei filmpjes op social media die grote gewelddadigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334716 demonstraties lieten zien, lang niet allemaal uit Iran zelf, en veelfakenieuws. Maar het lijkt er ook op dat binnenlandse Iraanse protestendoor tegenstanders zijn aangegrepen om een gewelddadige opstand teforceren. De sfeer die op social media werd opgeroepen, was dat hetIraanse regime op het punt stond om te vallen. Dat is vooralsnog nietgebeurd. De geopolitieke spanning rond Iran blijft bestaan. Wellichtkunnen besprekingen van de Iraanse leiding met de VS die spanning watdoen afnemen, maar de laatste berichten lijken daar niet op te duiden.Na Venezuela nu ook Groenland. Dat is een bijzonder dossier. PresidentTrump heeft uitgesproken dat hij om redenen van de verdediging van hetArctische gebied Groenland zou willen annexeren. Die redenen lijkenechter vergezocht en typische gelegenheidsargumenten. Er zijn in de VSinmiddels voorbereidingen getroffen om het Congres te laten besluitenom Groenland in te richten als 51ste staat van de VS. Dat is een helevreemde situatie. Wanneer de VS dit werkelijk doorzetten en Denemarkenen de VS niet tot overeenstemming komen, ontstaat er een onwerkbaresituatie. Dit zou een ernstige breuk binnen de NAVO betekenen. Zoals depremier van Denemarken terecht opmerkte, zou dit feitelijk het einde vande NAVO betekenen. Het voorstel van de secretaris-generaal van de NAVOom die vermeende veiligheidsrisico’s dan maar NAVO-breed aan tepakken en te komen tot een grootschalige militaire ontwikkeling vanGroenland is een wanhopige poging om louter de gelederen gesloten tehouden, want van acute dreiging in het Arctische gebied is, voor zover mijbekend, nooit iets gebleken. Maar een dergelijke NAVO-actie zou zo’ndreiging wel kunnen creëren: een selffulfilling prophecy, zoals dat heet.Dan de verhevigde strijd in Oekraïne. Rusland heeft de intensiteit van debombardementen op Oekraïense gebieden aanzienlijk opgevoerd, metaanvallen met hypersonische raketten op installaties dicht bij deNAVO-grens. Dit dient volgens de Russen mede als antwoord op devermeende droneaanvallen op het verblijf van Poetin in Valdai, in deNovgorodregio. De militaire situatie ziet er, bezien vanuit Oekraïne, nietgoed uit. De spanningen lopen verder op. De militaire steun vanuit de VSlijkt bovendien verder af te nemen. Tijd om eens te praten, zou je zeggen.Al deze ontwikkelingen zijn natuurlijk problematisch en gevaarlijk, waarbijwij als Nederland grotendeels slechts toeschouwer zijn, evenals demeeste andere landen in de Europese Unie en de NAVO. Deze lastigesituatie toont aan dat het hoog tijd wordt om tot een fundamenteleherschikking van de internationale verhoudingen te komen, waarbijNederland meer dan nu zijn internationale beleid en ontwikkeling zelf kanbepalen, door met alle partijen goede relaties op te bouwen en nietonnodig vijanden te maken. De NAVO en de EU zitten een dergelijkekansrijke internationale ontwikkeling steeds meer in de weg. Het is tijdvoor bezinning en vernieuwing, zonder taboes.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Dekker. Dan mevrouw Piri, van GroenLinks-Partij vande Arbeid.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Het zijn ongekende geopolitieke tijden. Mensen dienog vele malen ouder zijn dan ik en zich al decennialang bezighouden metbuitenlandpolitiek zeggen dat zij nog nooit zo’n onzekere situatie hebbenmeegemaakt. Zoals ik het zelf formuleer, zitten we als Europa in een soortBermudadriehoek: vanuit China komen er aanvallen op met name onzeeconomie, vanuit Rusland komen er aanvallen op de veiligheid op ditcontinent en vanuit Amerika komen er regelrechte aanvallen op onzewaarden, op onze way of living.Het probleem met de VS is niet alleen dat Europa best verdeeld is over deaanpak en de beste strategie die je kunt kiezen, maar ook dat EuropaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334717 enorm afhankelijk is. Daar zullen wij iets aan moeten doen. Daar gaan webinnenkort ook uitgebreider over spreken in een plenair debat, wanneerwe het hebben over de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie. Ik moetzeggen dat ik alle afwegingen van de Minister en het kabinet wel begrijp,maar dat mijn fractie het echt pijnlijk vindt om de Minister soms met meelin de mond te horen praten en om te zien dat we als Europa, toen hetbijvoorbeeld om de tarieven ging, gewoon op onze rug gingen liggen.Wanneer je je opstelt als slaaf, zul je ook als slaaf behandeld worden, denkik. Volgens mij heeft dat niets te maken met realpolitik versus idealisme. Ikdenk dat de aanpak die zowel het kabinet als veel andere Europeseregeringen tot nu toe hebben gekozen, onze veiligheid en welvaart inNederland en Europa niet dient. Maar daarover later meer.In deze roerige tijd is het, denk ik, essentieel dat we ons als Nederlandactief roeren in de wereldpolitiek en dat we met vrienden optrekken. In degeannoteerde agenda zag ik dat de Minister niet van plan is aanwezig tezijn bij de RBZ vanwege een debat dat hier is gepland. Ik vraag decollega’s eigenlijk om flexibel om te gaan met onze Kameragenda. Ik vindhet essentieel dat de Minister bij de RBZ in Brussel is. Dat is dus eenoproep aan onszelf.Dan Oekraïne. De laatste Europese top was deels een succes, maar deelsook teleurstellend, omdat het niet Rusland is dat betaalt met die bevrorentegoeden. Mijn vraag is dus eigenlijk of dat nu definitief opgegeven is. Wehebben ook een akkoord gezien over de Europese coalition of the willingvoor veiligheidsgaranties. Heeft de Minister enig zicht op Poetinsbereidheid om te komen tot een staakt-het-vuren?Dan over Iran. Ook mijn fractie is, samen met allen die zich hier hebbengeuit, zeer solidair met de moedige demonstranten in dat land. Hetregime is een van de meest vreselijke en is daarnaast financier van terreurin de hele regio en wereldwijd; we hebben ook aanslagen in dit landgezien. Ik vraag me het volgende af. Ik ben blij met de inzet van deMinister. Hij is bereid om te kijken naar sancties tegen de IraanseRevolutionaire Garde. Wij hoorden altijd dat dat moeilijk is met dejuridische grondslag. Zijn er wat dat betreft in Brussel dan inmiddels alvorderingen? Of is de blokkade alleen maar politiek, bijvoorbeeld van eenland als Hongarije? Is de Minister het met mijn fractie eens dat erstevigere sancties zullen moeten komen en dat dat de manier is om drukte zetten op het Iraanse regime en om de Iraanse bevolking te helpen?Hoe kunnen wij eventueel actief bijdragen wat betreft de internettoegang?Dat was volgens mij ook een vraag van de SP.Dan over Gaza en de 37 humanitaire organisaties waarvoor het verbodenis daar te werken. Wat doet de Minister daar vervolgens mee, los van deveroordeling die ik heb gezien van deze Minister? Hoe gaan we hiervooreffectief druk zetten op de Israëlische regering?Dan tot slot Syrië. Na vreselijke moordpartijen op alawieten zien we nu inAleppo wat er gebeurt met de Koerdische bevolking. Is de Minister bereiddit klip-en-klaar te veroordelen, te kijken naar toegang voor humanitairehulp, druk te zetten op de regering om dit te stoppen, en burgers inRojava actief in bescherming te nemen? Tot slot vraag ik me af wat deanalyse van de Minister is van de rol van Turkije bij dit geweld tegenonschuldige burgers.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Piri.De heer Ceder (ChristenUnie):Over dat laatste punt verschilden mevrouw Piri en ik van mening toen hetging over de vraag of het niet te vroeg was om de sancties op te heffen enin de discussie over randvoorwaarden ter bescherming van die minder-heden bij het overmaken van geld. Het ging eerst om de alawieten, toenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334718 om de druzen en nu om de Koerden. Je ziet gewoon dat Al-Jolani zijntroepen ofwel niet onder controle heeft ofwel ... Als hij die wel ondercontrole heeft, is dat nog erger, denk ik, omdat hij het dan aanstuurt. Mijnvraag is of mevrouw Piri het met mij eens dat, zoals wij vorig jaar zeiden,het belangrijk is dat als de EU grote sommen geld overmaakt en sanctiesverlicht, dat randvoorwaardelijk is en dat we die randvoorwaarden teweinig geborgd hebben, met als gevolg heel veel leed en heel veelslachtoffers. Mijn vraag is dus of mevrouw Piri het daarmee is. Moeten wedat dan niet nu – er zijn gesprekken gaande; geld wordt overgemaakt –wel doen, omdat we zien dat onze eerdere methodiek helaas niet gewerktheeft?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik zou niet zo ver willen gaan door te zeggen dat de EU indirect verant-woordelijk is voor de moordpartijen, wat bijna door de heer Ceder in demond wordt gelegd. Ik denk dat we allemaal blij zijn dat het vreselijkeregime-Assad weg is, dat we allemaal grote zorgen of twijfels hebbenover wat er nu komt en dat we allemaal maar hopen dat er iets vanstabiliteit komt in het land. Daarbij is het gewoon een hele moeilijkeafweging. Aan de ene kant kennen we natuurlijk wel degelijk het verledenvan de heer Al-Jolani. We weten ook dat er nog steeds veel groepen inSyrië actief zijn. We zien ook het geweld. Tegelijkertijd hebben we temaken met een bevolking met gigantisch leed. Door alle sancties kondenhuizen niet worden opgebouwd en zijn er geen energievoorzieningen. Ikzou zelfs zeggen dat het voor partijen die hopen dat Syriërs die terugwillen ook terug kúnnen, ook belangrijk is dat het land weer kan wordenopgebouwd. Tegelijkertijd hebben we een heel groot probleem – daarheeft de heer Ceder gelijk in en ik ben ook benieuwd wat de analyse vande Minister is – als het zou worden aangestuurd vanuit Damascus en erindirect of direct steun is bij grote moordpartijen en geweldpartijen tegenmet name minderheden. Dat is zeer zorgelijk. Ik denk dus dat het ermeebegint dat je dat veroordeelt en je daarover uitspreekt. Als je hulp biedtmoet je inderdaad kijken of je daar randvoorwaarden aan kan verbindendie minderheden bescherming bieden.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ben het overigens eens met de analyse van mevrouw Piri dat ergewoon een dilemma is. Dat lag vorig jaar ook op tafel. Het is niet deeerste keer dat we leed zien. Het zijn nu de Koerden. Daarvoor waren hetde druzen en daarvoor de alawieten. Wie weet welke groep de volgendekeer aan de beurt is. Christenen? Wij staan nu op het punt om heel veelgeld over te maken, uit mijn hoofd ongeveer 800 miljoen euro. Gezien hetleed dat je continu ziet, ben ik nu zover om te zeggen dat we het moetenpauzeren totdat we hier goede afspraken met elkaar over kunnen makenen totdat we helder hebben of deze milities vanuit Damascus aangestuurdworden of dat er te weinig binding met Damascus is. Wij willen dus geengeld overmaken naar een regering die het land niet onder controle heeft.Zo ver ben ik, juist ter bescherming van die kwetsbare mensen. Ik heb hetniet over extra sancties; ik heb het over extra gelden die niet overgemaaktworden. Ik vroeg me af of mevrouw Piri dat begrijpt en het daar misschienook wel mee eens is.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp het zeker. Ik weet alleen niet of het zo simpel is. Ik zeg: voormiljoenen Syriërs, ook voor veel Syriërs in de regio die terug willen, envoor stabiliteit is het essentieel dat dat land wordt opgebouwd. Het isessentieel dat er iets van een centraal gezag is. Ten goede van heel veel,miljoenen, Syriërs is het dus van belang dat er geld gaat naar diewederopbouw. Ik vind het goed dat we daaraan meehelpen. Tegelijkertijdis het essentieel om minderheden te beschermen en druk op dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334719 bescherming te zetten. Ik weet gewoon niet zo goed – ik twijfel erover – ofde beste manier om die minderheden te beschermen is om miljoenenSyriërs nu dat geld voor wederopbouw te onthouden. Ik vraag oprecht ofdat de beste, de effectiefste, methode is.Ik ben ook benieuwd naar het volgende. De Minister is volgens mij, ookvanuit zijn andere «pet» als het gaat om asiel, enorm betrokken bij dewederopbouw van Syrië. Ik ben benieuwd hoe hij dit ziet. Ik neem aan datdeze zorgen ook bij dit kabinet leven.De voorzitter:Dan kijk ik nu even de heer Stoffer aan met de vraag of hij bereid is om devoorzittershamer even te hanteren terwijl ik mijn inbreng namens de PVV-fractie zal uitspreken.Voorzitter: StofferDe voorzitter:Met alle plezier, dus bij dezen: gaat uw gang. Ik schat in dat u vier minutenheeft. Klopt dat? Dan houd ik dat bij.De heer De Roon (PVV):Ik heb dat nog niet bijgehouden, maar de griffier kijkt hier op de klok en hijzal mij en ook u waarschuwen als de vijf minuten om zijn.De voorzitter:Vijf minuten. Dan heb ik mij te veel beperkt. U heeft vijf minuten. Gaat uwgang.De heer De Roon (PVV):Goed, ik ga van start. Waar de Iraanse bevolking in groten getale op zoekis naar vrijheid, grijpt het islamitische regime op de ouderwetse maniernaar grof geweld en onderdrukking. Honderden en mogelijk al duizendendemonstranten zijn al door het regime als beesten afgemaakt. Deberichten over de aantallen variëren nogal. Het kleinste getal dat ik zag,was 500. Ik zag 3.000, 12.000. Whatever it is, het is te veel. Door devolgelingen van de gitzwarte islamitische revolutie, die al sinds eind jarenzeventig een verstikkende deken over Iran hebben gelegd, wordt nu ookweer dit geweld gepleegd. Dat brute geweld moet stoppen. Bij de PVVzien we dan ook het Iraanse regime liever nog vandaag dan morgenomvallen. Wat dat betreft sluit ik ook aan bij wat door de diverse collega’shier aan tafel in die richting is gezegd.We willen natuurlijk vanuit de Kamer graag dat onze regering daar ietsaan doet. We zijn natuurlijk maar een klein land, maar misschien kunnenwe toch iets doen. De Minister heeft de ambassadeur laten ontbieden.Vanuit de Kamer is nog gevraagd om daar in ieder geval vandaag eenbericht over te mogen ontvangen. Dat bericht houdt in: die ontbiedingheeft plaatsgevonden. Ik leid uit de formulering in dat briefje af dat deMinister de ambassadeur niet zelf heeft gesproken, maar dat het aan eenambtenaar is overgelaten. Als ik het verkeerd zie, hoor ik dat misschienstraks.De vraag is echter wat dit voor effect heeft op Iran. Ik heb het nog eventjesuitgezocht. Beter gezegd: ik heb het laten uitzoeken. In de afgelopen vijfjaar is de Iraanse ambassadeur maar liefst vijfmaal ontboden. Vijfmaal! Indrie van die gevallen ging het om liquidatiepogingen in Nederland en inde andere twee gevallen om executies gepleegd in Iran. Geweld was deafgelopen vijf jaar dus al drie keer de aanleiding om die ambassadeur teontbieden. Verder was er nog het geval van een Nederlands kind dat bijeen aanval van Iran op Erbil om het leven kwam. Dat was ook een redenom de ambassadeur te ontbieden. En er is een gevaarlijke Iraanse aanvalgeweest op Israël, wat ook een aanleiding was om de Iraanse ambas-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334720 sadeur te ontbieden. Dat is dus vijfmaal, waarvan maar liefst driemaalvanwege dodelijk geweld door Iran. Dan vraag je je af, althans, ik vraagmij dat af: maakt deze zesde ontbieding die heeft plaatsgevonden ookmaar enige indruk? Legt het ook maar enig gewicht in de schaal? Zou hetiets kunnen bijdragen? Ik moet dan voor mijzelf tot de conclusie komen: ikdenk het niet. Ik denk niet dat Iran zich hier iets van aantrekt, want hetbewind daar ziet een veel groter gevaar. Dat gevaar willen ze tackelen enze laten zich daar niet van weerhouden doordat een ambassadeur inNederland op het matje is geroepen.De PVV wil dan ook dat Nederland een krachtiger signaal gaat afgeven,namelijk dat Nederland een voorbeeld stelt en alle Iraanse diplomaten hetland uitzet. Weg met die vertegenwoordigers van dat vreselijke terreur-regime in Teheran, dus zet de ambassadeur van Iran en zijn diplomatenhet land uit. Ik vraag mij trouwens ook af, en misschien wil de Ministerdaar ook op ingaan: wat hebben we er eigenlijk aan dat die gasten hierzitten? Volgens mij helemaal niets. Graag hoor ik dus of de Minister bereidis die daadkracht te tonen in plaats van dat symbolisch ontbieden van eenambassadeur.Uiteraard moet er ook zo veel mogelijk voor eens en voor altijdafgerekend worden met de Iraanse Revolutionaire Garde, die een hoofdrolspeelt bij het neerslaan van de protesten en het executeren van demon-stranten. Het zijn namelijk de slagers van de Revolutionaire Garde die opdit moment gruwelijk huishouden en ziekenhuizen afstropen op zoek naargewonde demonstranten om ze vervolgens om het leven te brengen. Watwij kunnen en moeten doen, is deze fascisten nu eindelijk op de Europeseterreurlijst plaatsen. Dat moet door de EU gebeuren. Dat is dan ook mijnvraag. Want dat de Iraanse Revolutionaire Garde nog steeds niet op deEU-terrorismelijst staat, is voor de PVV onacceptabel. Wat mij betreft moethet kabinet de diplomatieke druk maximaal opvoeren om dat in Brusselvoor elkaar te krijgen. Mijn vraag aan de Minister is dan ook watNederland tijdens de komende Raad en in aanloop daarnaartoe gaat doenom die plaatsing nu eindelijk voor elkaar te krijgen.Dan kom ik bij Venezuela. Ik kijk even naar de klok. Ik zie dat ik door mijntijd heen ben. Klopt dat? Ja, dat is het geval. Dan moet ik de rest laten,maar ik vond Iran ook het belangrijkste punt voor vanavond.Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U had op mijn klokje nog tien seconden, maar mijn klokje isiets later ingesteld. Dank voor uw bijdrage. Ik kijk even rond of erinterrupties zijn. Dat is niet het geval. Dan draag ik het voorzitterschapweer aan u over.Voorzitter: De RoonDe voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik even naar de Minister, want er zijn heel veel vragengekomen. Hij zegt: 25 minuten. Ik schors de vergadering tot 18.40 uur.De vergadering wordt van 18.13 uur tot 18.41 uur geschorst.De voorzitter:We gaan weer verder met dit debat. Ik zal in deze termijn van de Ministerdrie interrupties in tweeën toestaan per fractie. Uiteraard is het woord nuin eerste instantie aan de Minister.Minister Van Weel:Dank, voorzitter, en dank aan de leden voor hun inbreng in eerste termijn.Ik zal na een heel korte algemene inleiding achtereenvolgens ingaan opIran, Syrië, Oekraïne en Rusland, Groenland, Israël en de PalestijnseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334721 gebieden. Dan heb ik een kopje overig, waar nog zo’n dozijn landen ondervalt. Dat geeft geloof ik wel aan in wat voor wereld wij ons op dit momentbevinden. Het is een enorm onstuimige wereld, een roerige wereld, eenwereld waarin de geopolitieke balans verschuift, verandert, en dat gaatook grote implicaties hebben voor onze veiligheid.Het werd al gezegd door onder anderen mevrouw Piri en mevrouw Vander Werf: onze wereld wordt onveiliger en onvoorspelbaarder. De wereldspreekt weer meer in de taal van macht dan in de taal van internationaleorde en recht. Ik vind daar wat van en ik vind dat wij ons moeten blijveninzetten voor dat internationale recht en die internationale rechtsorde.Maar wat wij daar ook van mogen vinden, wij zullen ons moetenverhouden tot een wereld die spreekt in de taal van macht, en – ik heb datvorige week in het debat over Venezuela ook al gezegd – daarin schiet deEU, en Europa in brede zin, op dit moment schromelijk tekort.In alle dossiers die hier langskomen zal terugkomen dat wij heel vaak nietveel verder komen dan statements met een variërend level van «concern»die wij hebben over situaties, dat wij «situaties nauwlettend in de gatenhouden» en dat wij, waar mogelijk, tot sancties komen. Maar dat isonvoldoende om smaakbepalend te zijn in de conflicten die wij om onsheen zien in de wereld van tegenwoordig. Daarom zie je ook dat de rolvan de EU er eigenlijk niet zo heel veel toe doet voor de oplossing van demeeste van deze conflicten of bij verergering van de meeste ervan of voorhet voorkomen van de meeste ervan. Wij staan erbij, wij kijken ernaar enwij vinden er wat van. Achteraf proberen we ons steentje bij te dragen aanhet opruimen van wat er veroorzaakt is of aan het lijmen van dingen diegebroken zijn of aan het applaudisseren voor datgene wat er bereikt is, inverschillende thema’s in verschillende gremia.Heel graag ga ik een breder debat met u aan over niet alleen de Ameri-kaanse veiligheidsstrategie, maar ook over wat ik vind dat wij als Europamoeten doen om ons nu zo snel mogelijk te wapenen, economisch enmilitair gezien, maar ook politiek en structureel. Daarom ga ik nu ook nietveel dieper in op de voorstellen van de heer Dassen naar aanleiding vanhet voorstel van Europees Commissaris Kubilius. Dat verdient namelijkeen uitgebreid debat met uw Kamer.Laat ik dan ook meteen van de gelegenheid gebruikmaken om hetpleidooi van mevrouw Piri te ondersteunen om te kijken of het niet tochmogelijk is dat ik kan afreizen naar de Raad Buitenlandse Zaken. Die valtgeheel buiten de schuld van de griffie en uw Kamer samen met debegrotingsbehandeling hier van Buitenlandse Zaken. Dat komt doordathet Cypriotisch voorzitterschap de datum van de Raad Buitenlandse Zakenheeft verzet. Maar als ik kijk naar alles wat daar nu op de agenda staat ende aandacht die daarvoor is vanuit uw Kamer, dan zou het mij een liefding waard zijn om daar wel Nederland te kunnen vertegenwoordigen.Dan ben ik bereid om mij verder waar nodig te plooien om dat binnen uwagenda mogelijk te maken.Voorzitter. Dat gezegd hebbende ga ik achtereenvolgens langs de landenzoals ik ze heb aangekondigd. Ik begin met Iran, een situatie die wij echtop de voet volgen. Die situatie heeft zich heel snel ontwikkeld, maar is omdiverse redenen ook moeilijk te volgen. Dat komt natuurlijk doordat hetregime het volledige internet heeft platgegooid. Naar verluidt geldthetzelfde nu ook voor alle telefoonlijnen, ook de vaste telefoonlijnen,waardoor dus heel weinig communicatie mogelijk is. Kunnen wij daar wataan doen? Een aantal van u vroeg daarnaar. Nee, helaas niet. Er is éénklein lichtpuntje in het streven om met Iraniërs te blijven communiceren,en dat is Starlink van Elon Musk, dat nu is aangezet voor heel Iran. Jemoet uiteraard wel een terminal hebben om dat te kunnen gebruiken, zegik maar om hier aan te geven hoe fragiel dit soort verbindingen zijn waarwij hier toch allemaal op rusten.Het regime heeft dat natuurlijk gedaan om een aantal redenen. Dat is éénom de coördinatie tussen de demonstranten te verbreken en te zorgen datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334722 ze niet meer in staat zijn om af te spreken en niet meer in staat zijn ominformatie te delen, maar natuurlijk ook om enige vorm van accountabilityte voorkomen en vreemde ogen van buitenaf weg te houden van dezemassale protesten. Dat zijn het namelijk: massale protesten, in alleprovincies van het land, nu al geruime tijd aan de gang, eerst misschiennog gericht op de economische situatie, maar inmiddels veel breder dandat en ook gericht tegen het regime. Dat is wel degelijk een heel grootdoel van het regime. Dan weten wij niet wat daar gebeurt. Dan kunnen zijhun eigen narratief vertellen. Dat narratief raakt kant noch wal, maar daarzal ik zo wat over vertellen. Ze kunnen zo ongestoord grof geweld inzettentegen deze demonstranten.Hoeveel doden er gevallen zijn, weet ik niet. Een Amerikaanse ngo diegezien wordt als gezaghebbend, heeft het nu over 2.000, maar de getallenvan 12.000 en meer heb ik ook gehoord. Al zijn het er 2.000, dan zijn datalsnog ontzettend veel onschuldige mensen die hierbij het leven hebbengelaten. Het einde hiervan is nog niet in zicht. Die zware repressie vindtplaats vanuit het regime onder het mom van «buitenlandse terroristen diehier de orde proberen te verstoren». Onze ambassadeur is gebriefd doorhet Iraanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Uit dat narratief blijkt geenenkele zelfreflectie, geen enkele clementie voor de legitieme zorgen vande bevolking en geen enkele wil om hier op een andere manier mee om tegaan. Dat is voor mij gisteren de directe aanleiding geweest om deIraanse ambassadeur op het matje te roepen en om andere Europeselanden op te roepen om dat vandaag te doen. Een heleboel landenhebben dat gedaan, net als de EDEO, de Europese Dienst voor ExternOptreden.Het heet «op het matje roepen», en dat doe ik, maar dat geschiedt nietdoor mij in persoon. Dat zou ook te veel eer zijn. Het idee is dat deze manin niet mis te verstane bewoordingen krijgt te horen hoe wij aankijkentegen de situatie en dat hij dat terugrapporteert aan zijn hoofdstad. Maaktdat impact? In diplomatieke kringen is dit een zwaar middel, maar ik maakmij ook geen illusies en weet dat het Iraanse regime zich van weinig ietsaantrekt. Kijk maar naar hoe het omgaat met zijn eigen bevolking enhoeveel stabiliteit het de afgelopen decennia heeft gezaaid in de regio,zonder zich rekenschap te geven van enige moraal of menselijkheid. Maarwe moeten het wel doen. Het is een stap in die ladder. Het is een stap dienu nodig is. Die draagt in ieder geval bij aan de bewustwording voor hetIraanse regime dat alle ogen gericht zijn op wat zij daar doen en dat wijdaar een spoedige verandering in willen. Ik duid dat excessieve geweld– dat doet onze ambassade, onze mensen ter plekke, ook – als een zekerewanhoop van het regime. Ik bedoel dat ze vrezen dat de geest uit de fles isen dat ze geen andere uitweg zien dan daar met heel grof geweld op in teslaan. Dat geeft natuurlijk ook weer hoop aan Iraniërs. Die hoop hoor jehier in de diaspora, waar wij natuurlijk ook continu mee in contact staan,en ook uit Iran zelf. Die hoop en die steun voor demonstranten moeten wenatuurlijk uitdragen. Dat doen we dan ook.Wat doen wij nog meer naast het ontbieden van de ambassadeur? Wijzetten zeker in op sancties. Daar heb ik de afgelopen dagen een heleboelcontact over gehad met de EU, maar ook met de collega’s. Hoever kunnenwe daarin gaan? Er zal een pakket komen. Dat zal op de RBZ vermoedelijkworden aangenomen. Dat pakket zal concrete cybersancties bevatten. Hetzal mensenrechtensancties bevatten tegen individuen. Het zal econo-mische sancties bevatten, al zijn dat er niet veel meer, omdat er door dejaren heen al ontzettend veel economische sancties op Iran zijn komen teliggen. Wat mij betreft gaan we ook voor het listen van de RevolutionaireGarde, die ook hierin weer een hele kwalijke rol speelt, op deEU-terrorismelijst. Er was nooit overeenstemming om dat te doen. Daarkleven namelijk ook nadelen aan. Heel praktisch betekent het eigenlijk datje met zo’n organisatie helemaal niets meer kan doen, dus ook geencontact kan hebben, terwijl de Revolutionaire Garde wel de hoofdmoot isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334723 van het bestuur van dat land. Maar ik denk dat we nu het moment hebbenbereikt waarop we met z’n allen moeten zeggen: met deze organisatiemoeten we en willen we helemaal geen zaken meer doen; dit is voor onsklaar. Ik hoop dat we die overeenstemming bereiken, maar we hebbennog een week om dat voor elkaar te krijgen. Ik kan niet ingaan op de vraagwelke landen daar huiveriger over zijn dan andere. Maar wees gerust watbetreft de landen die huiverig zijn, want die hebben wij zeker scherp voorde bril. Die zal ik persoonlijk benaderen om te zien of we daar beweging inkunnen krijgen.In hoeverre de aankondiging van president Trump al geëffectueerd is,weet ik niet. Op Truth Social is vaak de eerste aankondiging. Daarna moeter formeel nog iets getekend worden. Maar de aankondiging dat allelanden die nog zakendoen met Iran kunnen rekenen op tarieven ensancties vanuit de VS, kan ook bijdragen. De economische situatie van hetregime is zwak. We weten allemaal welke landen nog wel zakendoen metIran. Daar een extra afschrikking op leggen en dat doen met sanctiesvanuit de VS kan zeker bijdragen aan de verdere druk die het regime nudient te ervaren.De heer Ceulemans (JA21):Ik moet even een blokje terug. De Minister zei terecht dat het ontbiedenvan de ambassadeur een eerste stap is op een escalatieladder en lietdoorschemeren dat dat weinig indruk zal maken; dat constateerden wehier eigenlijk ook in eerste termijn. Er zijn vervolgens natuurlijk welverdere stappen op zo’n escalatieladder mogelijk om de diplomatiekebanden verder aan banden te leggen, tot bijvoorbeeld het uitwijzen vandiplomaten, waar ook de heer De Roon aan refereerde. Zijn dat stappendie de Minister ook overweegt?Minister Van Weel:Ja, dat zijn stappen op die ladder. Die staan wel heel hoog op die ladder.Daar is een reden voor, want op het moment dat wij alle diplomatiekebanden verbreken, dan gebeurt dat ook de andere kant op. Dan dienen wijook onze ambassade te sluiten. Dan zal onze ambassadeur Iran uit wordengestuurd. Dan heb je nul communicatiekanalen meer, terwijl we daar nogwel Nederlandse staatsburgers hebben, terwijl wij nog wel behoeftehebben aan informatie en terwijl we nog wel de boodschappen die wehebben, ook de negatieve boodschappen, over willen kunnen brengen.Het echt compleet verbreken van alle diplomatieke betrekkingen sluit ikzeker niet uit. We hebben dat bijvoorbeeld bij Syrië gedaan in 2012. Nuzijn we die banden weer langzaam aan het herstellen; daar komen we zometeen over te spreken. Maar daarvoor vind ik het nu te vroeg. Ik zeg «tevroeg» vooral vanuit ons eigen belang.Ik had het al even over de VS. Wat gaan de VS verder doen. Een aantalvan u had daar vragen over. Een aantal vroeg aan mij of ik daar al eenoordeel over zou kunnen hebben voordat het gebeurt. Het eerlijkeantwoord is: ik heb geen idee. Ook ik volg het nieuws zoals het nubinnenkomt. Net voordat wij aan dit debat begonnen, was er eenmededeling van president Trump. Hij zei: help is on its way. Zojuist heb ikiets van een inkleuring gezien, maar ook dat was weer in een tweet vansenator Lindsey Graham, die al jarenlang nauw betrokken is bij Iran en diemogelijk een glimp werpt op wat er zou kunnen gebeuren. Maar ik weethet niet. Ik weet het niet. Ik weet wel dat een hoop mensen in de Iraansediaspora en in Iran daar hoop uit putten. Zij hopen dat hier nu wél steunkomt. Maar ik kan daar nu dus geen oordeel over hebben. Ik weet ook nietwat er al dan niet gaat gebeuren. Wij zijn in ieder geval niet van plan ommilitaire actie te ondernemen. We zijn ook niet betrokken bij datgene watde VS al dan niet van plan zijn te gaan doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334724 De heer Ceder (ChristenUnie):Volgens mij is het overduidelijk: die demonstranten hebben geen wapens;de Revolutionaire Garde en andere milities daar hebben die wel. Als ergeen steun komt, bewapening van de bevolking of externe steun, al danniet via een VN-mandaat, dan zal deze opstand bloederig neergeslagenworden, met heel veel doden, en zal het regime het weer overnemen. Eenander scenario zie ik niet. Als ik de stappen die de Minister neemt, hoor endoorberedeneer, is dat het scenario waar we op koersen. Klopt dat? Klopthet dat de demonstranten geen wapens hebben en het dus een kwestievan tijd en heel veel doden is voordat deze opstanden neergeslagenworden en het regime uiteindelijk de macht zal herpakken, zonderinterventie op welke wijze dan ook? Is dat de analyse, zonder daar op ditmoment een waardeoordeel aan te geven?Minister Van Weel:Dat is een van de uitkomsten, maar zeker niet de enige mogelijkeuitkomst. Er zijn echt wel situaties denkbaar. Naar analyse van degenendie er het meeste verstand van hebben, zijn er nu zaken gaande die nogniet eerder bij protesten hebben gespeeld, ook niet in 2022, toen er voorhet laatst op grotere schaal protesten waren. Dat kan er ook toe leiden dateen regime op een gegeven moment ofwel toegeeft en de noodzaak tottransitie ziet, ofwel de benen neemt. Ook dat hebben we gezien. Wehebben gezien hoe snel Assad in één keer verdwenen was uit Syrië, maarniet op een moment dat wij dat hadden bedacht tien jaar geleden. Ditsoort situaties zijn dus heel onvoorspelbaar. Wat betreft de vraag of je opdat moment wapens zou moeten gaan leveren – we hebben dat in Syriëweleens gedaan, met gemengd resultaat – of militair zou moeten ingrijpenom een regime onder druk te zetten of zelfs te vervangen: dat zijn helegrote vraagstukken, die zich onder het internationaal recht heel moeilijklaten inkaderen. Een VN-Veiligheidsraadresolutie over de opstand in Irangaat er niet komen. Ik denk dat de P5 ook hebben bedacht dat dit niet deroute is om te bewandelen. Maar we kunnen niet uitsluiten – daar hebbenwe het over gehad – dat er wel degelijk een actie van de Verenigde Statenkan komen, ook een militaire. Dan zullen we ons daartoe verhouden.Dit is een deel van die machteloosheid die wij voelen. We voelenmachteloosheid omdat wij, buiten het geven van statements, het zettenvan druk en het invoeren van sancties, heel weinig drukmiddelen hebbenom een doorslaggevende rol te kunnen spelen in deze situatie. Richting delanden die dat wel kunnen, voelen wij ook een voorzichtigheid als het gaatom de oordelen daarover, omdat dingen heel vaak niet geschiedenvolgens de letter van het systeem zoals wij dat met z’n allen hebbenbedacht. Dat is die worsteling. Dat is een deel van die grote discussiewaar ik het ook heel graag met u over wil hebben: wat betekent dit nouvoor de rol van Europa, ook wat betreft conflictbemiddeling en hetbrengen van stabiliteit in de regio’s om ons heen?De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel voor het schetsen van de mogelijke paden. Ik mis hierin wel derol van de EU. De Minister geeft aan dat de Veiligheidsraad geen optie lijktte zijn, maar volgens mij zou binnen Europa bijvoorbeeld Frankrijk welwat kunnen betekenen, mits het dat zou willen. Dat geldt ook voor andereEuropese landen. Ik proef een beetje dat het blijft bij stappen waarvan wijweten dat die de demonstranten niet op korte termijn gaan helpen en dater eigenlijk op wordt geanticipeerd dat de Amerikanen een aanval zullenplegen, die dan door Europa wel of niet veroordeeld wordt. Maar Europadoet zelf niets, terwijl het wel stappen zou kunnen nemen. Ik zeg niet datEuropa moet gaan interveniëren met een militaire aanval, maar eenvergadering binnen de VN zou toch moeten kunnen, als dat het gremiumis waarin we dit soort dingen met elkaar bespreken en entameren? Die istijdens de oorlog in Gaza ook vrij snel van de grond gekomen. Ik vraag meTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334725 dus af of Europa echt niets kan doen of dat Europa constateert dat hetmomenteel niet in zijn belang is om iets te doen. Ik zie namelijk weldegelijk mogelijkheden. Waar een wil is, is een weg. Dat hebben we ookgezien bij de conflicten die de afgelopen vijf jaar speelden. Daarom vraagik de Minister: bent u bereid om, uiteraard met andere landen, te kijken ofer binnen de VN-Veiligheidsraad zo snel mogelijk een gesprek gevoerdkan worden? Zo niet, kunt u dan aangeven waarom dat niet het geval is enwelke conclusie u daaruit trekt?Minister Van Weel:Omdat het in dit geval volstrekt zinloos is. Volstrekt zinloos! Het is eenillusie om te denken dat daar ook maar iets uit zou komen. Het gaat omeen intern conflict in Iran tegen een regering waarvan de legitimiteitinternationaal op dit moment niet wordt bestreden. Ook wij hebben daarnog diplomatieke betrekkingen mee. Het is een illusie om te denken dat eriets zou kunnen worden besproken wat zou kunnen leiden tot enige vormvan actie. Dat is ook waarom niemand dat doet. Dat betekent dat jeinderdaad nog maar heel weinig andere paden over hebt. Je kan zeggen:we accepteren dit niet en we grijpen in. Dat zou een mogelijke route vande Verenigde Staten kunnen zijn. Die kunnen zeggen: sorry, maar dit gaatme te ver.Ook wijzelf hebben in het verleden een aantal van dit soort dingengedaan. Denk aan Syrië. Wij hebben ook gewapende groeperingengesteund tegen het regime van Assad. Dat deden we overigens pas op hetmoment dat we daar alle banden mee hadden verbroken. We hebben daarook gezien hoe complex dat kan zijn. We hebben gezien hoe onze wapenszijn beland in handen van groeperingen en organisaties waar we die lieverniet hadden gezien. Uiteindelijk heeft de oorlog in Syrië nog zo’n dertienjaar geduurd. Daar hebben we nu ook te maken met een wankel regime,maar daar komen we zo meteen ook nog op.Ik kan dus niet heel veel anders doen dan al die dilemma’s, al die voor- ennadelen, schetsen. Dat doe ik ook om wat koud water te gooien opvoorstellen die ervan uitgaan dat we met diplomatie, of met de VerenigdeNaties, heel veel kunnen betekenen in dit soort conflicten. Dat is niet hetgeval. Dat doet me soms pijn, want dat is niet hoe we het bedachthadden. Dat is niet hoe we in 1949 zijn begonnen aan dit avontuur. Maardat is wel waar we nu zijn.De voorzitter:De Minister kan verdergaan met zijn betoog. O, mevrouw Piri heeft nogeen vraag.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik ben het eens met de Minister over de analyse. Als je kijkt naar desamenstelling van de Veiligheidsraad, kunnen we helaas op geen enkelgroot meer conflict volkenrechtelijk mandaat krijgen. We hebbennatuurlijk decennialang discussies gehad over the Responsibility toProtect. Dan zou je denken dat je daar voor heel veel landen en conflicteneen verhaal over zou kunnen houden. Dat gaat van Sudan tot Gaza enSyrië onder Assad. Denk aan alle massamoorden. Ik denk dat je nu metbetrekking tot Iran daarover ook een heel legitiem debat kunt hebben.Maar de laatste militaire ingreep van Amerika in Venezuela ging helemaalniet over the Responsibility to Protect. De Amerikaanse president was erzelf klip-en-klaar en heel duidelijk over dat het niks te maken had metmensenrechten of een autoritair regime. Ik begrijp dus aan de ene kanthet internationale systeem. Met de wereld zoals die nu is met blokken,gaat het de komende decennia waarschijnlijk ook heel moeilijk worden. Ikvind dat de Minister ook wel duidelijk kan maken dat als het gaat om detwee landen die nu dreigen met militair ingrijpen, dat waarschijnlijk niksTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334726 te maken heeft met the Responsibility to Protect, maar dat daar geopo-litiek doelen achter zitten.Minister Van Weel:Zeker, dat is wat grootmachten in de kern plegen te doen, maar die tweekunnen wel over elkaar liggen. Het mag duidelijk zijn dat Amerika aldecennialang problemen heeft met Iran, met Iraanse invloedenwereldwijd. Die Iraanse invloeden strekten zich ook uit tot Venezuela. Hetgeopolitieke belang van een grootmacht is dus om die invloed van Iranwereldwijd terug te dringen en ervoor te zorgen dat het geen actor enfactor van belang meer is. Er zijn stappen gezet. Kijk naar Hezbollah ditjaar. Kijk naar de invloed van Iran in Syrië. Kijk naar Hamas. Kijk naar water op dit moment in Jemen gebeurt. Vanuit de geopolitiek van eengrootmacht bezien, is dat een hoofddoelstelling. In dit geval zou er eenoverlap kunnen ontstaan, waarbij je zegt: ja, hier wordt nu een regimegestopt tijdens het vermoorden van onschuldige demonstranten van eenbevolking. Dan liggen die twee over elkaar, maar ik wilde zeker nietzeggen dat elke actie van een grootmacht gericht is op het bevorderenvan mensenrechten. Dat zou ik zeker niet willen bepleiten. We komen zometeen op Groenland. Dat is weer een hele andere casus, denk ik. Daarkun je ook weer geopolitiek naar kijken, maar daarbij is er geen enkele linkmet mensenrechten of de bescherming daarvan.De voorzitter:Mevrouw Piri?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ja, aangezien de interrupties per twee gaan en anders verlies ik er maareen. Over dat punt zijn we het in ieder geval wel eens. Stel dat je nu kijktnaar een mogelijke militaire aanval. In juni is er natuurlijk ook een paardagen oorlog geweest tussen Israël en Iran. Je zag daarbij dat debevolking van Iran zich op dat moment veel meer achter het regime gingscharen. Kan de Minister zich ook voorstellen dat een buitenlandsemilitaire inventie in plaats van een verzwakking van het regime misschienjuist ook een tegenovergesteld effect kan hebben, zeker als het alleenmaar blijft bij bombarderen?Minister Van Weel:Dat kan en dat zullen zeker de dilemma’s zijn die daar ook wordengewogen, net zoals de dilemma’s van regime change zijn meegewogen inde operatie die uiteindelijk in Venezuela is uitgevoerd. Ook als je dat zouwillen doen, is het dus nog maar de vraag hoe je dat doet zonder dat jedaar langdurig aanwezig bent met boots on the ground; dat wil presidentTrump sowieso niet. Dat gaat niet gebeuren, dus moet je afwegen of jedaar met wat je wel doet, zorgt voor meer steun voor het regime of dathet breekpunt nu geweest is en het regime weg kan. Lukt dat dan militair– ook dat is natuurlijk nog maar de vraag – en wie dan? We wetenallemaal vanuit Irak dat als je alle structuren van een bestaand regimeweghaalt, je nog weleens grotere chaos kan creëren dan je voorafgaandeigenlijk had. Dus dit zijn hele grote vraagstukken. Nogmaals, wij zitten inEuropa helemaal niet op dit spoor op dit moment. Voor ons is nu hetspoor om binnen de kaders waarmee wij werken de druk diplomatiek enop het gebied van sancties op te bouwen, en ons helder te blijvenuitspreken, ook over het respect voor de Iraanse bevolking. Dit was, naaraanleiding van uw vraag, meer een inkijkje in hoe ik denk dat er inWashington zou kunnen worden gedacht.De vraag is: wat kunnen we nog meer doen met betrekking tot hetmaatschappelijk middenveld? We zetten daar al jaren vol op in. Wehebben hele goede contacten met organisaties daar. Die proberen we ookin deze moeilijke tijden overeind te houden. Het internet is niet meerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334727 online, telefoonverbindingen vallen weg en ambassades wordenongetwijfeld in de gaten gehouden, dus je moet voorzichtig zijn met wie jewaar ontvangt. Het is moeilijk om daar nu acuut wat mee te doen. In deopenbaarheid zeggen we meestal ook niet welke organisaties we op welkemanieren steunen, maar natuurlijk proberen we die op dit moment zogoed en kwaad als het kan bij te staan en overeind te houden.Voorzitter. Ik denk dat ik daarmee alle vragen, meer in den vrije, benlangsgelopen.De voorzitter:Ik ga even kijken of dat zo is. Mevrouw Dobbe heeft nog een vraag.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb in ieder geval nog een interruptie. Ik heb goed geluisterd naar watde Minister allemaal heeft gezegd. Het beeld dat wordt geschetst ... Inmijn inbreng begon ik ermee dat het internationaal recht en de interna-tionale rechtsorde een project is waaraan je moet blijven werken. Het isniet af of perfect, maar je moet er wel aan blijven werken. Deze Ministerschetst een heel naargeestig beeld. Het waren niet zijn woorden, maar ikinterpreteer ze als volgt: «Op het moment dat het internationaal rechtwordt geschonden, kunnen we er wel een slap tweetje uit doen, maar datzal niet genoeg zijn. De rol van de EU doet er niet zo veel toe, want diestaat erbij en kijkt ernaar. Het heeft ook geen zin om de VN bij elkaar teroepen, dus dan doen we het maar niet.» Maar je moet er toch aan blijvenwerken? Je moet toch juist het voortouw nemen om hierin initiatief tenemen? Als er nu een militaire interventie of aanval komt van de VS opIran, dan moet je die toch veroordelen? Dat staat nog los van wat je vanhet regime daar vindt, want dat is een hartstikke fout regime. Wat ze nudoen met de demonstranten is echt schandalig. Dat is al heel langschandalig. We moeten niet achteraf maar vooraf zeggen: ho, we zien ditaankomen en dit kan zo niet. Is deze Minister daartoe bereid?Minister Van Weel:Dat zou weer een volgend statement zijn, boven op de statements die weal hadden, over een actie die bovendien nog helemaal niet heeft plaatsge-vonden. Ik wil echt niet vervallen in cynisme of doemdenkerij, maar als deEU verzandt in een machine die zich alleen maar uitspreekt over zaken enverder nergens meer echt een rol in speelt, dan staan we naar mijnmening op het menu van de geopolitiek in plaats van dat we aan tafelzitten. Ik zie dat in al deze conflicten gebeuren. De EU of de Europeselanden zaten niet aan tafel bij het bereiken van het staakt-het-vuren voorGaza. Dat was een deal tussen de Verenigde Staten, Israël en een grootaantal landen in het Midden-Oosten. De EU zit niet aan tafel als er wordtgesproken over het beëindigen van de wreedheden in Sudan. Dat gebeurtmet de Quad. Als het gaat om de Grote Merenregio, dan zit de EU ook nietaan de tafel waar het gebeurt. Amerika en de betrokken landen proberente komen tot een deal. De EU is belangrijk voor het overeind houden vanOekraïne en voor elementen van de vredesdeal, maar of die deal er gaatkomen of niet gaat uiteindelijk afhangen van de druk die Amerika gaatleggen op Rusland. We komen daar zo meteen nog over te spreken.Across the board is dit de realiteit waarmee we te maken hebben. We zijneen enorm rijk continent met 460 miljoen mensen, dus er is ontzettendveel werk aan de winkel om ervoor te zorgen dat we wel een relevante rolspelen, dat we wel gehoord worden en dat we wel druk kunnen uitoe-fenen op de manier die we willen, volgens de regels van het internati-onaal recht. Maar dat vereist wel werk. Dat vereist het opbouwen van eeneconomische macht en dat vereist het beschermen van je eigeneconomie. Mevrouw Piri noemde al wat er op dat gebied gebeurt in relatietot China. Onze afhankelijkheden zijn steeds groter geworden, wat onsminder stemrecht geeft in de wereld van de geopolitiek. Het is allemaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334728 met elkaar verbonden. We zien dat onze invloed in onze achtertuin, inAfrika, enorm is afgenomen in de afgelopen jaren, omdat grootmachtenzoals Rusland en China daar met grof geweld en zonder enige normen enwaarden naar binnen gaan en deals sluiten die slecht zijn voor landenmaar goed voor regimes. Het gaat dus niet goed. Het gaat gewoon nietgoed met wat wij met de wereld willen bereiken en hoe we daar invullingaan geven. Als ik iets kan betekenen om een kickstart te geven, zou datmijn streven zijn. Zie dat grote debat dat ik graag wil hebben met uwKamer over hoe we de EU nu op een pad kunnen zetten waarin we welweer meetellen, waarin we wel kunnen bouwen aan de internationalerechtsorde, we kunnen zorgen dat die ook weer relevant wordt en we dieook weer kunnen afdwingen. Maar het is nu even niet waar we staan enhet is ook niet waar we staan met betrekking tot Iran.Mevrouw Dobbe (SP):Ik snap wat de Minister zegt, maar het is natuurlijk ook zo dat op hetmoment dat we afwachten wat de VS doen ... Dat doen we bij bijna alleswat er nu gebeurt in de wereld. Als het gaat over Gaza, hebben wijafgewacht tot de VS wat gingen doen. Daar hadden we zelf ook veel meerkunnen doen, maar dat hebben we niet gedaan. Ook als Nederlandhebben we daar niet het initiatief toe genomen. Als het gaat overOekraïne, hebben we hier ook voorstellen gedaan om ons in ieder geval inte zetten binnen de EU voor vredesonderhandelingen. Dat hebben we nietgedaan, maar we hebben gewacht op Trump. Dat heb ik ook in dedebatten genoemd: laten we niet wachten op wat Trump doet, maar latenwe dat zelf proactief doen. Dat wilde de Minister niet, maar de Kamertrouwens ook niet. En nu zien we dit gebeuren in Iran. We zien dat daarmogelijk een militaire interventie komt. Dat is niet omdat ik dat verzin,maar dat is alles wat we lezen en alles wat we vanuit de VS horen. Op hetmoment dat we alleen maar afwachten, lopen we altijd overal achteraan.Ik vraag deze Minister om initiatief te nemen voordat er dingen gebeuren,en te zeggen: dit accepteren wij niet, ook als EU niet. Ik vraag hem omdaar nu mee aan de slag te gaan en niet af te wachten tot het is gebeurd,waarna hij alleen nog maar kan tweeten.Minister Van Weel:Nou, ik ga ook niet vooraf tweeten over acties die niet gebeurd zijn, overacties waarop ik geen enkele invloed heb, waarbij de Verenigde Statenzich in ieder geval niets gaan aantrekken van wat de Europese landen aldan niet vinden van de acties die zij voornemens zijn uit te voeren, zonderdat we weten wat die acties zijn en die bovendien door een deel van deIraanse bevolking nu met smart worden afgewacht. Ik zei het ook net: datis het ontzettende moeilijke in dit soort situaties; je moet kijken waar hetverschil ligt dat je kan maken. Ik zeg dat het verschil dat wij als EU nukunnen maken – dat is waarom we ons daarop focussen – die sanctieszijn, het opvoeren van die druk en het houden van contact met de Iraansebevolking en steun uitbrengen voor de demonstranten. Dat is onze circleof influence. We zitten nu heel vaak te praten over die circle encommentaar te leveren vanaf de tribune van de wereldpolitiek, terwijl wedat veld op moeten. Maar op dit moment is onze rol daarin te beperkt. Diemoet groter. Maar die moet je dan wel gaan bouwen.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik heb nog één vraag die volgens mij niet is beantwoord, over het actiefcontact houden met de diaspora in Nederland. Ik hoop niet dat dit als eeninterruptie telt.Minister Van Weel:Sorry, ik zei het in een bijzin in mijn betoog: we hebben ontzettend veelcontact met de diaspora. Dat hebben we ook en dat heb ik zelf ook. EnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334729 natuurlijk word ik ook persoonlijk benaderd door mensen die of eenIraanse afkomst of een grote affiniteit daarmee hebben. Die signalenbereiken ons. Dat zijn ook hele belangrijke signalen. Zeker nu met deweinige communicatiemiddelen die er zijn, zijn dat waardevolle signalenover wat er daar op dit moment echt op de grond gebeurt. We nemen dieallemaal tot ons en we houden die dialoog open. Het zijn overigensverschrikkelijke beelden van het extreme geweld dat gebruikt wordt, diewe daarvan binnenkrijgen – maar dat zal u ook gewaargeworden hebben.De heer Van Baarle (DENK):De Minister had het erover dat er waarschijnlijk bij de komende RBZ eenaanvullend sanctiepakket aangenomen zal worden dat gericht is op hetstoppen van het geweld tegen vreedzame demonstranten. Het is goed datdit gebeurt, maar ik ben benieuwd naar wat de Minister kan zeggen overwat de inhoud van die sancties waarschijnlijk zal zijn. Een van demanieren om nu praktisch druk uit te kunnen oefenen is door als Europate besluiten dat we maximaal alles zullen inzetten, zodat alle mogelijkepersoonlijke sancties getroffen zullen worden tegen welke verantwoorde-lijke dan ook en in welke lijn van de hiërarchie dan ook, voor hetgebruiken van geweld tegen vreedzame demonstranten. Is het de intentiedat die maximale ruimte gepakt gaat worden?Minister Van Weel:De diverse landen kunnen nu sanctievoorstellen aandragen. De EuropeseCommissie maakt daar een pakket van. Dat zal deze week dan nog door delijn gaan. Uiteindelijk moet iedereen het daarover eens worden. Daarstaan zeker ook individuele, persoonlijke sancties op voor mensenrechten-schendingen, ook tegen mensen van het regime. We hopen dat die deeindstreep halen.De heer Van Baarle (DENK):Mij gaat het erom dat de Minister er nu vanuit zijn positie alles aan doetom ervoor te zorgen dat er sancties komen tegen personen die verant-woordelijk zijn voor het gebruik van misdadig geweld tegen vreedzamedemonstranten, wie dat dan ook zijn. Daar zou ik graag een bevestigingvan de Minister op willen. Als het gaat om aanvullende sancties opeconomisch gebied ... Er zijn uiteraard in Europees verband al erg veelsancties getroffen. Wat gaat deze Minister voorstellen? Waar moet ik danaan denken? Welke sancties zijn er op dat gebied überhaupt nog mogelijk?Of gaat de Minister secundaire sancties voorstellen?Minister Van Weel:Nee, wij doen niet aan secundaire sancties, dus het zullen primairesancties moeten zijn. Er zijn nog wel gebieden waarop we dat kunnendoen, ondanks dat er al een heel zwaar sanctieregime ligt. Op uw eerstevraag zeg ik: ja, er wordt ook gekeken naar mensenrechtenschendingenen het sanctioneren van personen op basis daarvan. Nogmaals, ik kan nunog niet vooruitlopen op de vraag hoe dat pakket eruit komt te zien als weer volgende week over besluiten. We zitten nu in de inventarisatiefase. Wezullen zien hoe we dat kunnen optuigen. Een week is nog lang. Ik had hetuiteraard liever eerder gezien, maar zo lang duurt het proces. Als er eerderaanleiding is om daar wijzigingen of anderszins in aan te brengen, dangebeurt dat natuurlijk ook.De voorzitter:Ook de heer Ceulemans heeft een vraag.De heer Ceulemans (JA21):Ja, als dit het einde van het Iranblokje was. Ik heb een vraag die is blijvenliggen. Misschien dat ik die techniciteit kan herhalen. Het was een openTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334730 vraag over de oppositiegroeperingen in Iran. Er is nu natuurlijk een vrijduidelijk gezicht dat daar, in ieder geval naar buiten toe, een prominentonderdeel van is. Het bestaat tegelijkertijd ook uit meerdere gedaanten.Wat kan de Minister daarover zeggen? Om welke groepen gaat het? Watzijn de achtergronden daarvan? Wat kan hij zeggen over het draagvlakdaaromtrent?Minister Van Weel:Dat is een heel complex beeld. Het strekt ook een beetje ver om dat hier inhet debat helemaal uit de doeken te doen. Ik zit even te denken. Ik kansowieso in het verslag van de RBZ voor u meenemen hoe wij datschetsen. Maar u heeft zeker gelijk dat er niet één figuur is die heel breedwordt gedragen door het Iraanse volk als zijnde de vertegenwoordiger, alzijn er wel een paar personen – laten we de zoon van de sjah dan nietnemen – die daar natuurlijk wel kunnen rekenen op grote steun. Maar hetis geen onverdeeld beeld.De heer Ceulemans (JA21):Dat begrijp ik. Daar kunnen we tot twaalf uur vannacht over doorgaan,maar ik maak graag gebruik van de toezegging die de Minister doet omdaarop terug te komen in het verslag.De voorzitter:Waarvan akte. Minister, u kunt volgens mij nu weer verder met uwbetoog.Minister Van Weel:Dank. Dan gaan we door naar Syrië. Dat is ook weer geen eenvoudigeopgave. Eigenlijk is het debat dat de leden Ceder en Piri met elkaarhadden de essentie van mijn betoog. Ik denk dat we allemaal blij zijn datAssad vertrokken is, dat het regime is gevallen en dat er geen sprake zalzijn van terugkeer daarvan. We hebben allemaal gezien welke verschrik-kingen daar door Assad zijn aangericht in die decennia.Tegelijkertijd bevinden we ons nu ook niet in een ideale situatie. Wehebben te maken met Al-Sharaa. We kennen allemaal zijn achtergrond.Maar we willen ook niet dat Syrië opnieuw uit elkaar valt in fracties. Wewillen ook niet dat er opnieuw een burgeroorlog uitbreekt in Syrië. Wewillen ook niet dat Syrië opnieuw een vrijhaven wordt voor terrorisme,zoals het natuurlijk was in de tijd van ISIS. Ook ISIS is natuurlijk nog nietvolledig weg. Onze beste hoop is op dit moment het regime vanAl-Sharaa. Als je dat een kans wil geven, dan zul je het regime een kansmoeten geven om dat land, dat compleet in puin ligt en economischvolledig is afgebroken, op te bouwen. Dat zul je ook moeten doen als jewil dat de bevolking uiteindelijk terugkeert naar dat land. Heel veelmensen zijn inmiddels teruggegaan naar Syrië vanuit Turkije en omlig-gende landen, maar het is op dit moment ontzettend moeilijk om diemensen een baan en onderdak te geven en om de economie weer op tebouwen. Dat is waarom we – niet alleen Europa, maar ook de landen in deregio en de Verenigde Staten doen dat – nu al ons geld inzetten op hetlaten slagen van dit traject en het voordeel van de twijfel geven aan ditregime om het land bij elkaar te houden.Dat gaat met ups en downs. Dat gaat op sommige punten met verzoeningen op andere punten met doorbraken. Denk aan het toetreden van hetSyrische regime aan de coalitie tegen ISIS. Dat gaat ook met negatievegebeurtenissen. We hebben eerder de druzen en de alawieten gehad. Nuhebben we in Aleppo de clashes gehad tussen gewapende Koerdischegroeperingen en troepen die gelieerd waren aan het regime. Het bestewat we in dit soort gevallen als internationale gemeenschap kunnen doen,is de Syrische regering daarop aanspreken en blijven hameren opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334731 inclusiviteit, het beschermen van minderheden en burgers, en het zo snelmogelijk beëindigen van de vijandelijkheden.Inmiddels is het in Aleppo weer rustig. Er zijn burgerdoden gevallen inAleppo. Dat is uiteraard zeer te betreuren, net als de doden onder degewapende partijen. Zien wij een risico op escalatie met de Koerden? Opdit moment niet. Er is vanuit de familie Barzani contact met het Syrischeregime, ook om te zorgen dat deze gewapende clashes – «schermutse-lingen» is een te klein woord – niet ontaarden in een breder conflict.Iedereen beseft dat als dat gebeurt, de eenheid van Syrië permanent ophet spel staat. Als de eenheid van Syrië op het spel staat en het landuiteenvalt langs etnische lijnen, hebben we de komende tien jaar desituatie die we de afgelopen tien jaar ook hebben gehad, maar danwaarschijnlijk met een grotere macht. Dat beseft het regime in Damascusoverigens ook. Zij beseffen ook wat er op het spel staat en zijn dus ookontvankelijk voor die boodschap.Dat is ook de reden waarom wij recentelijk een aantal bezoeken hebbenafgelegd. Zo is onder anderen de Staatssecretaris voor BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp daar langs geweest om te kijken hoe wekunnen bijdragen aan de wederopbouw van Syrië en aan de normali-sering van de situatie daar. Dat is ook gericht op de terugkeer van mensenvanuit Nederland, zeg ik tegen mevrouw Piri. Die mensen leven nu vaak inonzekerheid over of zij wel of geen verblijfsvergunning krijgen. Uitein-delijk is ons doel natuurlijk om de situatie in Syrië zodanig te verbeterendat ze daar weer een stabiel leven kunnen opbouwen.Ik heb contact gehad met mijn collega en de premier heeft nu een aantalkeer gesproken met Al-Sharaa. Ik vermeldde het bezoek van de Staatsse-cretaris voor Buitenlandse Handel al. Samen met andere Europese landenproberen we nu op een voorzichtige manier met deze boodschap, maarook met geld, want zonder geld kan het land niet op de been geholpenworden, te helpen waar dat kan, maar hen tegelijkertijd ook aan tespreken wanneer excessen zoals in Aleppo plaatsvinden. Op de vraag ofhier Turkse troepen bij betrokken waren en of dit troepen van het regimeof daaraan gelieerde troepen waren, moet ik het antwoord helaas schuldigblijven. U heeft daar Kamervragen over gesteld en die worden zo spoedigmogelijk beantwoord. Dan kunnen we in iets meer detail ingaan op degebeurtenissen daar. Het water is in ieder geval hersteld in Aleppo. Ookde publieke diensten worden hersteld. De VN zeggen dat er tot nu toe30.000 mensen weer zijn teruggekeerd naar hun huis. In die zin lijkt desituatie in Aleppo zich te stabiliseren.Ik denk dat ik daarmee de meeste vragen over Syrië beantwoord heb,voorzitter.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Van der Werf nog een vraag heeft.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik had gevraagd of de Minister contact heeft gehad met zijn Syrischeambtgenoten en of hij hen ook heeft aangesproken.Minister Van Weel:Dat hebben we niet gedaan. Dat hebben we wel gedaan via onzeSyrië-gezant, die regelmatig contact heeft met de autoriteiten. Ik heb zelftot nu toe slechts één keer contact gehad met mijn Syrische collega. Datwas in de zijlijn van de Algemene Vergadering van de VN in september.Hopelijk kan ik hem volgende week in Davos opnieuw ontmoeten. Dan zalik uiteraard ook deze aspecten van de relatie onder de aandacht brengen.De voorzitter:Het lijkt voldoende zo, dus dan kunt u nu weer verder met het volgendeblokje.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334732 Minister Van Weel:We hebben nog een aantal brandhaarden te gaan. Dit is uiteraard een helebelangrijke, namelijk Oekraïne en de stand van zaken daar. De situatie inOekraïne is ontzettend moeilijk op het moment. Het is hartje winter en deRussen proberen met man en macht de energie-infrastructuur inOekraïne, zowel in Kiev als in Odessa, zo veel mogelijk uit te schakelen.Helaas zijn ze daar behoorlijk succesvol in, zo succesvol dat er inmiddelsopgeroepen is om Kiev te verlaten als mensen een alternatief hebben omte verblijven. Ook is het huis van de dochter van de Oekraïense ambas-sadeur in Nederland afgelopen nacht beschoten en moet hij duswaarschijnlijk terug om voor alternatieve accommodatie te zorgen.Dat geeft aan dat wij Oekraïne moeten blijven steunen, niet alleen metmilitaire middelen en luchtafweer, waaraan de grootste behoefte is op ditmoment, maar ook met het repareren van de energie-infrastructuur waarmogelijk, zoals een aantal van u noemden. Dat wordt steeds moeilijkernaarmate er meer kerncomponenten uit dat systeem worden gehaald. Opeen gegeven moment is het onmogelijk om dat op grote schaal werkendte houden, maar we moeten het wel proberen. We hebben inmiddels alzo’n 466 miljoen aan energiesteun gegeven. We hebben recent nog 250transformatoren die kant op gestuurd. We kijken nu ook of we met demiddelen die voor dit jaar zijn gereserveerd juist op het gebied vanenergie-infrastructuur een extra impuls kunnen geven.Uiteindelijk willen we natuurlijk dat het daar tot een duurzame vredekomt. Daarom is het zo belangrijk om de druk te houden op dat anderetraject, namelijk het 28 puntenplan, inmiddels het 20 puntenplan. Decoalition of the willing, waarover wij een brief hebben gestuurd, is daareen onderdeel van. Het mag op geen enkele manier aan ons liggen dat erniet gekomen is tot een duurzame vrede in Oekraïne. De Oekraïnershebben daar behoefte aan, eerder gisteren dan vandaag. Uiteindelijkhebben we de VS nodig om druk te leggen op Rusland om daar te komen.Om te zorgen dat we alles doen wat we kunnen, moeten we ook bereidzijn om bij te dragen aan de veiligheid van Oekraïne de dag na eendergelijk staakt-het-vuren. Dat gaat op twee manieren. Dat gaat metsecurity guarantees; zo noem ik het maar even. Oftewel: zijn wij bereid omte verklaren dat we Oekraïne te hulp willen komen, zowel vanuit de VS alsvanuit Europa? Dat gaat ook door de vier lijnen zoals genoemd in het planvan de coalition of the willing. Dan gaat het om het beschermen van hetluchtruim, zodat de economische activiteit weer op gang kan komen, enom het vrijhouden van de Zwarte Zee, zodat daar de economischeactiviteit op gang kan komen. Dan gaat het ook om het helpen trainen vanhet Oekraïense leger en om het blijven steunen en in hogere gereedheidbrengen daarvan. Dat zijn de vier operatielijnen. Wij hebben gezegd datwij daar in beginsel aan willen bijdragen, maar uiteindelijk geldt: nothingis agreed until everything is agreed. Het hangt ervan af wat Rusland gaataccepteren. Daar waar het gaat om dit vredesplan en garanties, willen wijenige zekerheid hebben dat dit er ook van gaat komen. De meeting inParijs was bedoeld om in ieder geval politiek dat eerste commitment tegeven, maar uiteindelijk gaan we met u nog een artikel 100-proceduredoorlopen op het moment dat dit daadwerkelijk in zicht gaat komen.Ik wil er wel bij zeggen dat die artikel 100-procedure mogelijk niet 100%zal verlopen zoals bij missies op de Balkan of in gebieden waar we andereweerstand konden verwachten dan de Russische Federatie. Juist dataspect, dat we te maken hebben met de Russische Federatie, betekent datwe om veiligheidsredenen mogelijk iets minder scheutig zijn met derisico’s die we zien en de manier waarop we die gaan mitigeren. Wemoeten er samen met uw Kamer en de Minister van Defensie een weg invinden hoe we dat kunnen doen op een manier dat u wel uw verantwoor-delijkheid kunt nemen, mede voor de missie die er uiteindelijk van komt,zonder dat we daarmee de Russen wijzer maken dan ze zouden moetenzijn. Daar zijn we nu dus absoluut nog niet. Ik wou dat we er wel waren,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334733 zeg ik erbij. Dat zou namelijk betekenen dat we heel dicht bij het sluitenvan een deal zijn.Die veiligheidsgaranties zijn echter slechts één aspect. De hoofdtafel isuiteindelijk die met de VS, Rusland en Oekraïne. De hoofdissues die daarop tafel liggen, zijn er op dit moment in ieder geval twee. Eén: dekerncentrale in Zaporizja en de vraag wie daar de controle over heeft.Twee: de vraag hoe we omgaan met het territorium waar zich op ditmoment Russische troepen bevinden. Wordt dat groter, wordt dat kleiner,hoe ziet dat eruit? Dat zijn zaken die alleen maar door Rusland enOekraïne samen kunnen worden besloten. Zoals u weet, heeft Zelenskyinmiddels gezegd dat er ook een referendum onder de Oekraïensebevolking zou moeten worden gehouden om legitieme afspraken tekunnen maken, wat de uitkomst daarvan ook maar is.Maar daarvoor heb je wel een Rusland nodig dat bereid is om naar dietafel te komen. We zien daar op dit moment geen enkele aanwijzing voor.Ook afgelopen nacht waren er weer grootschalige aanvallen op Kiev. Erwordt gesproken over aanvallen op datsja’s, waarover nu door degenendie ervan kunnen weten, met enige mate van zekerheid wordt gesteld datdaar waarschijnlijk geen sprake van is geweest. Daar komt dan weer eenvergelding op, die dus geen enkele basis heeft. Het lijkt er niet op datRusland nu heel graag naar de onderhandelingstafel komt. Dus moet je zedwingen. Daarom werken we nu binnen de EU aan het twintigstesanctiepakket. We steunen alle voorstellen die u hier ter tafel heeftgebracht. Denk voor de maritime facilities ook aan de noordelijke landen.We zullen zien hoeveel we op tafel kunnen krijgen voor de komende RBZ,om daarover te besluiten.De schaduwvloot moet worden aangepakt. We zijn zeer geïnteresseerd inhoe de VS en het VK op volle zee hebben ingegrepen. We willen kijken ofwij daar lering uit kunnen trekken, om daar een modus operandi in tevinden om dat meer te kunnen doen. Ik denk dat Rusland – ze voerenernaast – het echt vervelend heeft gevonden dat een aantal van dezegrotere tankers nu uit de vaart zijn genomen. Dat zijn dus hele goedeacties, wat mij betreft. Ik zal kijken of wij daar lering uit kunnen trekken,ook in EU-verband.We hebben ook de Amerikanen nodig, met volle druk op Rusland.Daardoor was ik aangenaam verrast dat het sanctiepakket dat senatorGraham al een tijdje boven de markt heeft hangen, waarvoor hij bipar-tisan support, dus steun van beide partijen, heeft om dat door te voeren,waar echt hele zware economische sancties voor Rusland in staan, nugeaccordeerd is door president Trump, volgens hem. Hopelijk wordt hetsnel in stemming gebracht. Dat zijn echt maatregelen die de druk opRusland heel erg zullen verhogen.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik had te vroeg mijn hand opgestoken, want dit was een van mijn vragen.Laat ik beginnen met de veiligheidsgaranties, om te kijken of ik het goedbegrepen heb. Bij de veiligheidsgaranties hebben we het dus niet over decontactlijn. In alle plannen is voorzien dat daar puur Oekraïense soldatenzullen zitten en geen andere troepen. Klopt dat?Minister Van Weel:Je wilt natuurlijk voorkomen dat die contactlijn echt een contactlijn wordt.Onderdeel van de besprekingen die Rusland en Oekraïne zullen gaanvoeren, zal dus zijn: hoe kun je voorkomen dat ze elkaar daar tegen-komen? In Korea hebben we daar een voorbeeld van gezien: de gedemili-tariseerde zone. Op Cyprus hebben we gezien dat je daartussen kunt gaanstaan met een troepenmacht. Die modaliteiten – hoe gaat dat eruitzien? –zijn er nog niet. Er zal wel enige vorm van monitoring van zo’n staakt-het-vuren moeten komen, maar het is natuurlijk een enorme frontlinie. Ik denkdus dat je het dan vooral hebt over technische middelen, dus dat je dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334734 bestandslijn continu monitort vanuit de ruimte, met drones of op eenandere manier, in plaats van dat je daar met troepen gaat staan. Dus nee,het plan van de coalition of the willing voorziet nu niet in de stationeringvan troepen tegenover Russische troepen aan die contactlijn.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Mijn vervolgvraag ging eigenlijk over het punt waar de Minister net opinging. De frustratie – ik denk dat de Minister die wel deelt, al zal hij daarwat diplomatieker mee omgaan dan ik; ik kan daar als Kamerlid in deoppositie wat minder diplomatiek mee omgaan – is dat de VS gewoongeen enkele druk op Rusland leggen. Er is wel heel veel druk op Oekraïne.We hebben openlijke schofferingen gezien, er zijn tijdelijk inlichtingenonthouden aan Oekraïne, er worden geen wapens meer geleverd aanOekraïne; die worden alleen maar aan ons verkocht, zodat wij ze dankunnen doorverkopen of kunnen geven aan de Oekraïners. Tegelijkertijdwordt er geen enkele druk of heel minimale druk op Rusland gelegd. Ookhet pakket waar de Minister het net over had, heeft dus gewoonwekenlang vastgezeten in het Congres. Dat had alles te maken met deregering-Trump. De vraag is dus, los van kennelijk weer een tweet vansenator Graham, of er meer indicaties zijn dat dit nu serieus is.Minister Van Weel:We werden uiteindelijk verrast door het 28 puntenplan, dat in één keeruitlekte. Dat kwam in één keer buiten medeweten van Europa uit de koker.Ik denk dat we dat wel moeten zien als een commitment van de VerenigdeStaten, want zonder hen was dat 28 puntenplan er namelijk niet geweesten waren we nu ook niet op een 20 puntenplan uitgekomen. Er is welcommitment om hieruit te komen en om een einde te maken aan hetconflict. Ik ben het met u eens dat je daarvoor maximale druk moet zettenop Rusland en dat dat wel een tandje meer kan, maar het is niet zo dat erniks is gebeurd. Kijk naar de sancties op Lukoil en Rosneft. Die hebbenheel grote impact gehad op de Russische economie. Ik noemde al hetaanhouden van de schaduwvloottankers en behoorlijke tankers in deafgelopen dagen. Dat zijn allemaal zaken. Rusland had financieel grotebelangen in Venezuela en heeft daar ook een tik gekregen. Het is niet zodat er niet gespeeld wordt met die duimschroeven, maar mag dat van mijmeer gebeuren? Absoluut.De heer Boswijk (CDA):Ik ga even door over die duimschroeven. April vorig jaar heeft onderandere Estland zo’n tanker van de schaduwvloot aan de ketting gelegd.Toen hebben collega Paternotte en ik de ambtsvoorganger van dezeMinister nog opgeroepen om dit ook in Europees verband te doen, omdatwe weten dat die schepen ook regelmatig langs de Nederlandse kustvaren. Daar was de Minister toen niet zo happig op. Hoe staat de Ministerdaar nu tegenover, nadat de VS en het VK dit vorige week deden?Minister Van Weel:Dolgraag. Ik denk namelijk dat het impact heeft. Deze schaduwvloot kandan ook niet meer denken: zolang we buiten 12 mijl blijven, hebben wenergens wat mee te maken. Ik ga dus echt nadrukkelijk kijken wat hier deargumentatie voor is geweest. Dat heeft ook te maken met vals vlaggen,wat steeds vaker gebeurt. In die zin heeft het sanctioneren wel zin, wanteen steeds kleiner deel van deze schaduwvloot heeft een daadwerkelijklegitieme registratie. We kwamen op een gegeven moment de vlag vanCuraçao heel veel tegen op schaduwvloottankers, maar dat was Curaçaoniet aan te rekenen; dat was gewoon het vals vlaggen van schepen. Daaris dus een continu kat-en-muisspel gaande. Ik zou daarvoor dolgraagmeer doen op volle zee. Ik kom in het verslag van de RBZ ook terug opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334735 een eerste appreciatie van de discussie daar en op hoe we dit zien enwelke mogelijkheden dat biedt.De heer Boswijk (CDA):Heel fijn. Ik ben erg blij om dit te horen. Het is jammer dat het wat langerheeft geduurd, maar het is fijn dat deze Minister daarmee aan de gang wilgaan. We zien het graag terug, zodat we daar mogelijk in de begrotingsbe-handeling later deze maand ook nog iets mee kunnen.Daarop voortbordurend het volgende. Ik had nog een vraag gesteld overde voorstellen van Finland en Zweden, die ook nog veel breder zijn. Diegaan namelijk over onderhoud. In het verleden heb ik er namelijk ook metcollega Paternotte vragen over gesteld dat Nederlandse bedrijvenmaritieme diensten verleenden aan die schaduwvloot. Finland en Zwedenzeggen: pak die lui ook aan. Wat ons betreft gebeurt dat liever gisterendan vandaag. Hoe staat de Minister daartegenover? Is hij bereid om zichbij Finland en Zweden aan te sluiten?Minister Van Weel:Ja, wij steunen de voorstellen van Zweden en Finland.Dan kom ik op het geld, denk ik. Hoe is de 90 miljard tot stand gekomen?Wat betekent dat voor de 45 miljard die nog nodig is? Zijn we nu deRussische bevroren tegoeden voorgoed uit het oog verloren? Het ispositief dat we uiteindelijk een akkoord bereikt hebben. Dit was eenontzettend moeilijk vraagstuk, maar het is zo cruciaal voor Oekraïne om inieder geval naar Rusland uit te kunnen stralen dat het voorlopig demiddelen heeft om zich financieel overeind te kunnen houden. Daar ben ikdus ontzettend blij mee. De manier waarop dat dan gebeurt, metconstructieve onthoudingen en met mensen die naar het toilet gaan ofeven niet meedoen, verdient allemaal geen schoonheidsprijs, maar als hetniet werkt zoals het moet, moet het maar zoals het werkt. Daar vind ik diteen voorbeeld van. Ik ben dus blij dat dat akkoord is bereikt. Bovenop die90 miljard komt nog die 45 miljard die door andere donoren moet wordenbijgedragen. We zien nu al bewegingen, namelijk dat doordat de EU de90 miljard bijeen heeft gebracht ook andere donoren in beweging komen.Binnen de G7 wordt daarover gesproken. Japan heeft aanvullendebegrotingssteun in het vooruitzicht gesteld. Noorwegen is dat aan hetdoen. Zo hoop ik dat we ook verder die resterende 45 miljard krijgen. Ikben daar dus hoopvol over.Ook met de tegoeden blijf ik bezig. Dat zeg ik via u, voorzitter, tegenmevrouw Piri. We laten het niet los. Op dit moment bleek het niethaalbaar om daar wat mee te doen. We zijn van mening dat Ruslanduiteindelijk zal moeten betalen voor de schade die het heeft aangericht inOekraïne. Deze tegoeden zijn daar natuurlijk de beste waarborg voor.Daarom zullen ze voorlopig ook geblokkeerd blijven, maar niet gebruiktworden voor dit doel. Ik moet eigenlijk zeggen: als onderpand voor ditdoel.Dan de toetreding van Oekraïne. Uiteindelijk gaat de EU over haar eigenuitbreiding. Als Nederland houden wij ook vast aan de vereisten diedaarvoor gesteld zijn. Ik geloof dat de Commissie nu bezig is om hiervooreen voorstel te doen richting Oekraïne voor het 20 puntenplan. Het is duseen onderdeel van het 20 puntenplan. Dat zullen we met belangstellingvolgen.Voorzitter. Ik denk dat ik dan de meeste vragen over Oekraïne en Ruslandheb beantwoord.De voorzitter:Ik merk het op. Dan kunt u met het volgende onderwerp verdergaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334736 Minister Van Weel:Even weer schakelen: Groenland. In deze tijden brengt elke week daarovereen verrassing. Het onderwerp Groenland dateert al uit de eersteregeerperiode van president Trump. Ook toen kwam de retoriekaangaande Groenland op. Waar wij allemaal, de Denen voorop, dachtendat die nu weggeëbd was, blijkt dat dat geenszins het geval is en dat dezediscussie weer terugkomt. Die discussie heeft een paar aspecten. Eén ishet aspect van de territoriale integriteit en de zelfbeschikking van deGroenlanders. Die staan voor ons buiten kijf, en dat geldt voor de hele EU.Er zijn een aantal statements uitgegaan. We zullen het daar ook overhebben tijdens de RBZ. Die territoriale integriteit staat niet ter discussie endie mag ook niet ter discussie staan.Twee. Is het Arctisch gebied belangrijk voor de veiligheid van hetbondgenootschap en speelt Groenland daarin een belangrijke rol? Hetantwoord op die vraag is ja. Er zit dus geen enkele discrepantie tussen hetbelang dat president Trump zegt dat moet worden gehecht aan Groenlandvoor de veiligheid van de NAVO, en hoe de rol van Rusland en China daarbeperkt moet worden of in ieder geval moet kunnen worden bestreden, enwat wij daarvan vinden. Ik denk dat u in dat licht ook deNAVO-bijeenkomst van afgelopen week moet zien. Daar is gesproken overeen mogelijke missie voor het Arctisch gebied. Er kan ook ontzettend veelop Groenland, als de Verenigde Staten dat militair zouden willen. Op basisvan een verdrag uit 1951 hebben ze eigenlijk ongelimiteerde toegang voorde bouw van militaire basisstructuren en voor radars die ze nodig hebbenvoor de ballistische raketten die daar natuurlijk over de poolcirkel zoudenkomen, zou het ooit tot een aanval vanuit Rusland komen. Dat kanallemaal al.Dan resteert de vraag: waarom is dit niet genoeg? Ik denk dat dat is waarwij ons ook op zouden moeten richten. Ik heb al een paar keer gezegd: ikzie geen enkel scenario waarin wij als Europa in gevecht komen met deVerenigde Staten over Groenland. Dat gaat niet gebeuren. De vraag isdus: hoe gaan we deze beelden bij elkaar brengen? Ik denk dat hetallerbelangrijkste daarvoor het gesprek is dat men deze week heeft – hetis, geloof ik, nog steeds morgen – in Washington. Dat zou zijn metsecretary Rubio en er is nu sprake van dat het mogelijk ook metVice-President Vance zal zijn. Het gesprek gaat over de vraag hoe we eenweg uit de impasse vinden. De weg uit die impasse is wat mij betreft datde territoriale integriteit en het zelfbeschikkingsrecht van de Groenlandersniet im Frage is. Er is vandaag een gezamenlijk persstatement geweestvan premier Frederiksen en de premier van Groenland. Die hebben beidengezegd dat zij op dit moment kiezen voor hun zelfstandige positie binnenhet koninkrijk van Denemarken. Dat is een gegeven en daar zullen wij onsachter scharen. Tegelijkertijd kunnen we elkaar niet vinden op dieveiligheidsgaranties. Dat kan ofwel het stationeren van Amerikaansetroepen maar ook een NAVO-missie zijn. Als het komt tot zo’nNAVO-missie, dan is de vraag: gaat Nederland daar dan aan bijdragen enmet wat? Voor dat laatste is het nog te vroeg. Wat het eerste betreft denkik dat we daar zeker welwillend naar kijken. Ik denk dat wij het zelf ook eenbelangrijk gebied vinden en dat we bereid zijn om op die manier bij tedragen aan een stukje ontspanning in de relatie die wij zo belangrijkvinden, namelijk die tussen de Verenigde Staten en de EuropeseNAVO-bondgenoot. Dat is hoe ik de weg naar buiten zie. De Denenhebben ons overigens gevraagd om tot die tijd vooral rustig te blijven enom niet mee te gaan in de retoriek, zeker niet in de oorlogsretoriek dielinks en rechts rondgaat. Ik hoop snel na het gesprek dat hij morgen zalhebben te horen hoe zij erin staan en hoe wij ze verder kunnen helpen.Daar is zojuist in het tweeminutendebat Venezuela ook een motie overingediend door de heer Boswijk, gesteund door een heel groot deel vanuw Kamer, die mij oproept om daarin te volgen wat de Denen van onsverwachten. Dat zullen we dan ook uitvoeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334737 Mevrouw Van der Werf (D66):Dank aan de Minister voor zijn reactie. Ik was in dat licht ook benieuwdnaar de uitspraken die hij gisteren heeft gedaan over Groenland, waarinhij aangaf dat het niet koste wat kost onderdeel uit zou hoeven te makenvan het Deense koninkrijk en dat verkoop ook een van de opties zou zijn.Nu chargeer ik het, maar hij zou dat prima vinden of in ieder geval vindendat dat zou kunnen. Ik was benieuwd waarom de Minister deze uitspraakheeft gedaan.Minister Van Weel:De Minister heeft zich laten verleiden tot een wat theoretische discussie.Daar moet je altijd mee oppassen, zeker als je dat doet in een langradioprogramma van een halfuur. Ik heb willen zeggen hoe het technischin elkaar zit. Groenland heeft een zelfstandige positie binnen het koninkrijkvan Nederland ... van Denemarken – laten we niet te ver vooruitlopen opde zaken – maar ook het zelfbeschikkingsrecht gekregen van Denemarken.Met andere woorden, op het moment dat de Groenlanders zoudenstemmen «wij willen het Deens koninkrijk uit» of «wij willen graag bijNederland horen», zal Denemarken dat respecteren. Dat is puur hoe detheoretische technisch-juridische werkelijkheid in elkaar zit. Zoals ik netzei, is er vanmiddag een persconferentie geweest van de premier vanDenemarken met de premier van Groenland. Zij hebben allebei gezegddat zij de huidige status quo prefereren boven elke andere. Daar schaar ikmij ook achter.Mevrouw Van der Werf (D66):Voor de zekerheid. Ik meende net al tussen de regels door te horen dat deMinister er wat anders in zit dan hoe ik het gisteren had begrepen uit deberichtgeving. Die theoretische exercitie moeten wij dus in een ander lichtzien en die neemt hij bij dezen terug?Minister Van Weel:Theoretisch klopt die, maar het is niet de werkelijkheid waarin we ons nubevinden. Zo had die wel kunnen worden geïnterpreteerd en dat neem ikdus terug.Dat brengt mij bij Israël en de Palestijnse gebieden. Een aantal vragen gaik doorverwijzen naar twee overleggen die uw Kamer nog heeft met mijncollega voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, namelijk hettweeminutendebat Humanitaire hulp dat u morgen heeft en de begro-tingsbehandeling van de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingshulp, waarbij een aantal onderwerpen ter sprake zal komen. Ik zal uvertellen bij welke onderwerpen dat is. Ik heb dat met haar afgestemd,dus het zal haar niet verrassen dat zij geacht wordt om hier morgenuitgebreider op in te gaan.Laat ik beginnen met het grotere plaatje. Mijn eigen beschouwing is dathet hoog tijd wordt dat er meer voortgang wordt geboekt, niet alleen opfase 1 maar ook in de doorschakeling naar fase 2 van het vredesplan. Hetvolgende moet nog gebeuren in fase 1: het teruggeven van het lichaamvan de laatste gijzelaar, maar ook het openen van meer grensdoorgangen,waaronder die in Rafah. Nee, die is nog niet open en elke keer wordtdaarmee geschermd. Elke keer hoop ik, ook deze week, dat die wel openzal gaan, maar dat is die op dit moment nog niet. Dat geldt voor detoegang voor meer humanitaire hulp, inclusief de 37 organisaties,waaronder ook Nederlandse hulporganisaties, die wat ons betreft gewoonin staat zouden moeten worden gesteld om daar hun werk te blijvenverrichten. Ik heb daarover contact gehad met mijn Israëlische collega.Dat heeft geleid tot de toezegging om in ieder geval vervolgoverleg tehebben met die hulporganisaties. Morgen zal de Staatssecretaris u verderinformeren over hoe dit nu verder vervolgd wordt. Zij heeft namelijk zelfmet die hulporganisaties gesproken. Wij laten het in ieder geval niet los.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334738 Ook tijdens de RBZ zal ik dit onderwerp weer opbrengen. Daar bevind ikmij in goed gezelschap, want EU-breed zijn wij van mening dat dezeregistratie zorgt voor een hele onwenselijke situatie.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Even een technisch punt. De Minister verwijst naar zijn collega en zegt dathet eigenlijk bij haar hoort. Daar ben ik het gewoon pertinent mee oneens.Het gaat namelijk niet alleen om het leveren van humanitaire hulp. Hetgaat erom dat net zoals dat de journalisten geen toegang krijgen, nu degetuigenissen van de twee afgelopen jaar van deze organisaties ... Het feitdat een aantal van hen meewerken aan rechtszaken, strafzaken bij het ICC,is de reden dat ze verboden zijn. Dat ligt gewoon hartstikke op het terreinvan deze Minister. Het is voor mij niet alleen een vraag over humanitairehulp. Begrijpt de Minister dat? Het valt wel degelijk onder BuitenlandseZaken. Het heeft gewoon te maken met ooggetuigenverslagen, met hetverzamelen van bewijzen voor mensenrechtenschending. Los van deberichten, is mijn vraag dan op welke manier we druk gaan zetten. Deeerdere uitspraak van de Kamer was: laat journalisten toe. Dat is nietgebeurd. De enige ogen die de afgelopen twee jaar überhaupt naar buitentoe hebben kunnen rapporteren, wordt ook de toegang tot Gazageweigerd en nu tot alle andere Palestijnse gebieden.Minister Van Weel:Ja, dit onderwerp is breder. U heeft het over toegang voor journalisten.Absoluut. Ik wilde daar ook wat over zeggen. Via verschillende gremiaproberen wij daar meer aandacht voor te krijgen en proberen wij meertoegang te krijgen. Ja, dat is ook de reden dat ik dit heb opgebracht bijmijn Israëlische collega en heb gevraagd om hier opvolging aan te gevenen hier verder naar te kijken. Tegelijkertijd is het wel een gedeeldeverantwoordelijkheid, omdat de Staatssecretaris zich natuurlijk verant-woordelijk voelt voor die organisaties en voor het zorgen dat zij dietoegang krijgen. Het is dus zeker geen afschuiven. Het is een ander deelvan de puzzel. Ik zet mij daar net zo goed voor in als dat zij dat doet.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik wil gewoon als buitenlandwoordvoerder ... Volgens mij hebben allegrote Gazadebatten in deze commissie plaatsgevonden. Het is eenhartstikke politiek iets. Nederland heeft zich altijd, bij elk conflict, ingezetvoor het verzamelen van bewijs voor mensenrechtenschendingen vanbeide kanten. Ik vind het essentieel. Toen Rusland dit deed met ngo’s,hebben we als Europese Unie sancties genomen tegen de mensen diedeze ngo’s op deze manier benaderden. We hebben de discussie gehadover Georgië met betrekking tot een crackdown van ngo’s. Los van hetaankaarten – dat is heel fijn – is mijn concrete vraag dus als volgt. Tot nutoe is onze ervaring als Kamer – dat is ongetwijfeld ook die van deMinister – dat er door de Israëlische regering heel weinig is gedaan metwat we dan ook hebben aangekaart. Dus welke middelen heeft dezeMinister of het Ministerie van Buitenlandse Zaken achter de hand? Dit isnamelijk super serieus en gaat over veel meer dan alleen die humanitairehulp.Minister Van Weel:Het gaat bij deze organisaties natuurlijk in eerste instantie wel om diehumanitaire hulp. We vinden ook dat er alle reden is om die organisatiestoe te laten. Tegelijkertijd willen we ook bekijken waarin dan de veilig-heidszorgen van de Israëli’s zitten en hoe we elkaar daarin kunnen vinden.Ik heb geprobeerd die dialoog tot stand te brengen. De laatste standdaarvan is dat ze in ieder geval nog niet zijn vrijgesteld. Dat is niet hetgoede nieuws. We zijn er nog niet. Dat geldt ook voor die andereEuropese landen. Dit gaat dus tijdens de RBZ opkomen. We gaan ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334739 bespreken hoe we hierin gezamenlijk verder optrekken, ook richting deIsraëlische regering. Overigens is dit een van de zaken – ik noem er zo nogeen paar – waarom de sancties die boven de markt hingen niet van tafelzijn gehaald en we ook nog niet aan een normale situatie met Israël toezijn. Dat gaat hierom. Het gaat om het achterhalen van de betalingen,richting de Palestijnse Autoriteit, maar het houdt ook zeker verband metde situatie op de Westbank, waar we vooralsnog geen verbetering zien. Ikonttrek me daar niet aan, maar er zijn wel degelijk aspecten in deuitvoering van het vredesplan die ook echt een gedeelde verantwoorde-lijkheid zijn.Laat ik het tweede onderwerp meteen noemen: de medische evacuaties. Ikheb u daarover toegezegd om in januari daarop terug te komen. DeStaatssecretaris behartigt dat dossier. Het is ook haar geld en zij zit met deorganisaties die daar het verschil moeten maken. Zij zal nader ingaan opde stand van zaken zoals wij die nu zien en op hoe wij daar verder meeomgaan, ook in relatie tot evacuaties naar Nederland. Dat krijgt u tijdensde begrotingsbehandeling van haar.Mevrouw Dobbe (SP):Dit gaat inderdaad zo niet. Wij hebben in deze commissie meermaalsgesproken over de medische evacuatie van Palestijnse kinderen. Dat iseen toezegging geweest aan deze commissie en het gaat om moties diezijn ingediend binnen deze commissie. De toezegging van deze Ministerwas «ik ga een rondje maken in de regio», maar nu ineens mogen wijdaarover het debat niet meer voeren. Dat vind ik heel onwerkbaar en ik gahet dus gewoon wel doen. De Wereldgezondheidsorganisatie zegt dat erniet genoeg capaciteit is in de regio. Nadat deze Minister de toezegginghad gedaan dat hij de capaciteit ging inventariseren, heeft de Wereldge-zondheidsorganisatie een oproep gedaan aan landen om hieraan mee tewerken. Mijn vraag aan deze Minister was, naar aanleiding van detoezegging die deze Minister heeft gedaan, wat voor informatie er dan nunog nodig is. Dat rondje is nu toch wel afgerond? Dan kunnen we ermeedoorgaan. Als het alleen maar gaat om uitstellen, dan moeten we dat hierweten. Dan is dat namelijk een politiek besluit. Als het gaat om informatieverzamelen, dan ligt die informatie er al. Wat ontbreekt er dan nog?Minister Van Weel:Wat ik heb toegezegd, is dat we een rondje zouden maken en dat we vooreind januari zouden komen met een brief daarover. Dit dossier ligt in deuitvoering nu eenmaal bij de Staatssecretaris voor Buitenlandse Handelen Ontwikkelingshulp. Dat is ook helemaal niet vreemd, want het gaat hierom contacten met ngo’s, het gaat hier om humanitaire hulp en hetverdelen daarvan en de manier waarop je dat doet. In die zin vind ik hetprima om met u van gedachten te wisselen, maar dat moet dan na debegrotingsbehandeling van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,omdat de Staatssecretaris daar eerst nog haar mening geeft. Dan kunnenwe daarop in een volgend overleg terugkomen. Ik heb niets toegezegdvoor dit overleg. Ik heb gezegd eind januari. Dat kan eerder, maardaarvoor moet u bij de verantwoordelijke bewindspersoon zijn.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Mijn vraag was: welke informatie ontbreekt er nog? Dat zou ik nog heelconcreet willen horen van deze Minister. De Wereldgezondheidsorgani-satie heeft gezegd «er is onvoldoende capaciteit» en heeft een oproepgedaan aan landen om medische evacuaties mogelijk te maken. Mijnvraag is dus heel concreet: welke informatie ontbreekt er nog?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334740 Als het gaat om het ontvangen van die brief: morgen hebben wij debegrotingsbehandeling van Ontwikkelingshulp. Krijgen wij dan morgendie brief of wordt dat allemaal mondeling toegelicht? Hoe zit dat dan?Wanneer daarna kunnen we het hier volgens deze Minister over hebben?Wil hij wel eerst nog de vraag beantwoorden welke informatie er nogontbreekt. Ik ben er namelijk echt heel benieuwd naar om daar eenconcreet antwoord op te krijgen.Minister Van Weel:Dat weet ik niet, want ik heb nog niet kennis kunnen nemen van de rondedie gemaakt is door de Staatssecretaris en haar mensen. Ik moet evennagaan of die brief er komt of dat zij van plan is om dat mondeling in debegrotingsbehandeling mee te nemen. In any case denk ik dat een briefhierover gewenst zal zijn, dus als die niet al komt voor de begrotingsbe-handeling, dan zal die ongetwijfeld daarna komen. Dan staat het u vrij omdaarover nog een keer apart met ons het gesprek aan te gaan.De voorzitter:U kunt verder met uw betoog, Minister. Ik geloof niet dat er nog iemandeen vraag heeft, dus gaat u maar rustig verder.Mevrouw Dobbe (SP):Voorzitter?De voorzitter:Nog een vraag? Mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik zou de Minister willen vragen om de brief over de medische evacuatiesin ieder geval voor de begroting BHO te sturen.Minister Van Weel:Ik ga dat doorgeleiden, maar ik kan dat niet toezeggen namens mijncollega. Mijn toezegging is geweest: eind januari. Daar kunt u op wachtenof, zoals aangekondigd, u kunt daarover van gedachten wisselen met deMinister van BHO tijdens haar begrotingsbehandeling. Dat zijn de tweesmaken die ik kan aanbieden.De heer Van der Burg (VVD):Volgens mij lost dit zich op. De Minister heeft namelijk «voor eind januari»gezegd. De begrotingsbespreking van onze commissie stond op29 januari. We hebben net – althans, mevrouw Piri heeft dat voorgesteld,maar volgens mij deed zij dat met instemming van deze commissie –gezegd dat we de begrotingsbespreking niet op 29 januari doen, opdat deMinister naar de Raad toe kan. Dat betekent dat de nieuwe begrotingsbe-spreking na 29 januari is. Daarmee is de maand januari automatischverstreken en kan de belofte van de Minister dus worden nagekomen. Danhebben we het toch voor de begrotingsbespreking.De voorzitter:Ik merk heel even het volgende op; de griffier fluistert mij dat in, maar datis ook wel terecht, denk ik. U neemt nu wel een voorschot op het feit datdie begrotingsbehandeling dan niet op 29 januari zal zijn, maar daar gaatniet alleen deze commissie over.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Misschien even specifieker. In ieder geval vanuit mijn fractie is er zekereen bereidheid om te kijken naar de datum. De Minister heeft eentoezegging gedaan. Heel concreet heeft de Minister van BuitenlandseZaken een toezegging gedaan aan de commissie voor BuitenlandseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334741 Zaken. Dat kan nu dus niet worden afgeschoven op een Staatssecretarisen op een andere begroting. Ik wil in ieder geval dat we ongeachtwanneer de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken plaatsvindt– dat zal of ergens in januari of ergens in februari zijn – voor die tijd eenbrief van deze Minister kunnen verwachten, eventueel medegetekenddoor de Staatssecretaris. Ik verwacht gewoon dat als de Minister eentoezegging doet aan deze commissie, hij uiteindelijk ook bij dezecommissie terugkomt met de antwoorden.De voorzitter:Tot slot, Minister. Ik hoop dat we dan naar het volgende punt kunnen.Minister Van Weel:Als de Kamer daarop staat, dan doen we dat op die manier; daar gaat uzelf over. Nogmaals, voor mij is het allerbelangrijkste dat de toezeggingendie gedaan worden, worden nagekomen. In mijn optiek kan dat ookworden gedaan door degene die daar primair voor verantwoordelijk is. Indit geval is dat de Staatssecretaris BHO, maar op deze manier is het voormij ook prima werkbaar. Ik kan niet uitsluiten dat het alsnog ter sprakekomt tijdens de begrotingsbehandeling, maar dan doen we dat nog eenkeer over.De voorzitter:Dan vraag ik de Minister om nu wel met het volgende onderwerp verderte gaan.Minister Van Weel:Over dit onderwerp misschien nog even het volgende. Wat ter sprake zoukomen tijdens de RBZ, is allereerst de implementatie van het vredesplan.Ik zei al dat de hoop is dat we nu spoedig door kunnen gaan naar fase 2.Er zijn aankondigingen over wat de Board of Peace genoemd wordt en hettechnocratische Palestijnse zelfbestuur voor Gaza. Er zijn tekenen dat daardaadwerkelijk door alle kanten aanstalten door wordt gemaakt. Er zijn dusindicaties dat Hamas zich voorbereidt op het overdragen van het beheerover ministeries aan deze technische committee. Er zijn helaas nog geenindicaties van ontwapening, moet ik erbij zeggen. Dat was echter ook eenonderwerp van het doorgaan naar fase 2. Zoals ik zei, resteert uit fase 1nog het vergroten van de toegang voor humanitaire hulp en het vrijlatenvan alle gijzelaars.Ik heb het al eerder gezegd: het ontwapenen van Hamas is een van demoeilijkste onderwerpen van dit geheel. Hamas zal niet ontwapend gaanworden door een internationale troepenmacht, hoewel het mandaatdaarvoor min of meer is gegeven door de VN-Veiligheidsraad. Ik zie datdaarvoor zeer weinig animo is. Dat begrijp ik ook. Tegelijkertijd lijkt Hamasnog steeds niet bereid om zelfstandig de wapens op te geven, in iedergeval niet permanent. Er wordt ontzettend veel gesproken tussen de VS,Egypte, Qatar en Turkije, dus alle partijen die ook met Hamas in contactstaan. Ik hoop dat dat we daar wel zicht op krijgen. Ik moet zeggen dat hetnatuurlijk elke keer dezelfde mensen zijn, zeker vanuit de VS, die al dezeonderhandelingen doen, of het nu gaat om Oekraïne, het Midden-Oosten,Sudan of de Grote Meren. We moeten de focus niet verliezen; laat ik daarmijn hoop op houden.Wat betreft de Westbank blijft de druk wat ons betreft overeind. Wehebben recent weer nieuwe aankondigingen gezien van behandelingen inde Knesset van uitbreidingen van nederzettingen. Die veroordelen wezoals altijd ten zeerste. Ik denk dat daar ook de main focus op zal liggen inde RBZ. Hoe gaan we om met deze voortdurende situatie? Die isweliswaar enigszins verbeterd sinds de Amerikaanse interventie richtingNetanyahu, maar die is nog lang niet teruggekeerd naar het niveau dat wijacceptabel zouden vinden. Ik kan u op dit moment nog niet zeggen waarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334742 het op uitkomt. Er is op dit moment weinig animo om de sancties die optafel lagen van tafel te halen, met andere woorden: om verder tenormaliseren.Andersom is er ook weinig animo om nu over te gaan tot de instelling vannieuwe sancties. Maar dat neemt niet weg dat wij nog steeds werken aanonze eenzijdige Nederlandse handelsbeperking met betrekking tot deimport van goederen uit nederzettingen. Nogmaals, we werken daargezwind aan, maar ik heb op dit moment nog geen einddatum waarop datgereed is. U moet dat echt niet zien als traineren. Ik heb al eerder gezegddat ik ook nog de Asielnoodmaatregelenwet heb liggen in de EersteKamer, waar anderhalf jaar aan gewerkt is. Wetstrajecten duren nueenmaal lang in Nederland, maar deze gaan we sneller doen.De heer Ceder (ChristenUnie):Er is lange tijd discussie geweest over de vraag of die sancties effectiefwaren. Volgens mij kwam een paar weken geleden naar buiten dat deeconomie van Israël gegroeid is. Volgens mij hebben ze Japan of eenander land ingehaald. De economie groeit, ondanks de sancties vanuitNederland. Dat roept de vraag op hoe effectief die maatregelen zijn omhet doel ... Sorry?Minister Van Weel:Die hebben we nog niet.De heer Ceder (ChristenUnie):Die gaan nog ontwikkeld worden. Sorry, ik kom op mijn vraag, als datmag. We hebben tijdens het debat een discussie gehad over de vraag ofdie effectief waren. Ik heb destijds de opmerking gemaakt dat het nietalleen tijdrovend, maar ook technisch vrij ingewikkeld is. Er werd toen eenbeetje lachwekkend gedaan over de vraag wat precies het gebied zou zijnmet betrekking tot het importeren of exporteren. De Minister gaf aan: hetkomt binnen een paar weken via een ministerieel besluit. Er was geen wetvoor nodig. Na die toezegging heeft de Kamer in meerderheid gezegd: omhet geweld in Gaza te stoppen gaan wij deze sancties invoeren.We zijn nu een halfjaar verder. Ik proef dat de opmerkingen die destijdsdoor mij en een paar andere collega’s zijn gemaakt realistischer warenover de complicaties dan de Minister destijds schetste. Er komt geenministerieel besluit meer maar wetgeving, die een bepaalde tred met zichmeebrengt. Ik vraag me af of de Minister daarop kan reflecteren. Dit wasdestijds een vrij beladen discussie. Op basis van wat de Minister aangaf,is de Kamer op een gegeven moment overstag gegaan, terwijl het tocheen langer verhaal blijkt te zijn en het ook niet meer rijmt met wat er nu inGaza gebeurt. Er is nu een wapenstilstand, hoe fragiel die ook is. Het mistdus zijn doel, alhoewel we het nu ook op de Westbank van toepassingkunnen verklaren. Ik vraag me af of de Minister daar wat over zou kunnenzeggen.Minister Van Weel:Ik denk dat er nu een paar dingen door elkaar lopen. Dit ging altijd om eenverbod op de handel in producten uit illegale nederzettingen. Het wasaltijd gericht op de Westbank. Dat is ook de reden waarom we na hetstaakt-het-vuren hebben gezegd: we gaan door met dit traject, omdat weop de Westbank nog helemaal geen verbetering zien van de situatie. Denoodzaak die er destijds was om dit te gaan doen, is er nog steeds. Ik kanme niet herinneren dat ik heb gezegd: ik regel dit binnen enkele weken. Ikweet niet of ik dat was. Ik hoop het niet, want dan zou ik inderdaad ...De voorzitter:De Minister spreekt uitsluitend namens zichzelf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334743 Minister Van Weel:Ik spreek ook namens mijn voorgangers. Dan was het wél de Minister vanBuitenlandse Zaken. Maar zo eenvoudig is het niet. We willen namelijk weliets hebben wat de toets van de rechter kan doorstaan. Voor zover ik weetzijn de wetgevingstoetsen in afronding. Dat betekent dat we snel hetvolgende traject in kunnen.Dan de gewelddadige kolonisten en organisaties. Het sanctiepakket vanNederland en Frankrijk ligt er nog steeds. We zullen weer ons uiterste bestdoen om dat aangenomen te krijgen. Met nationale sancties tegenpersonen slaan we weer een nieuwe route in, waarbij we iets wat we inEU-verband niet voor elkaar krijgen op een hele imperfecte maniernationaal gaan doen. Het gaat geen effect hebben. De impact die het zoumoeten hebben, heeft het ook niet. Dan moet je je afvragen: waarom doenwe het dan? Daarom blijf ik in dit geval toch echt inzetten op het EU-spoorom dit voor elkaar te krijgen.De heer Van Baarle (DENK):Als het gaat om die gewelddadige kolonisten, zegt de Minister: ik blijfinzetten op het EU-spoor. Maar in het geval van het aanvullende sanctie-pakket horen we dat volgens mij al bijna een jaar. Het komt in ieder gevalal een halfjaar maar niet van de grond. Ik vraag me af waarom de Ministerzegt dat het treffen van nationale maatregelen tegen individuen geeneffect zou hebben, want Nederland doet dat in andere gevallen. Nederlandheeft dat bijvoorbeeld ook gedaan met twee Israëliërs. Nederland heeftdat destijds betiteld als iets wat wel degelijk internationaal effect heeft. Iksnap dus niet waarom de Minister blijft vasthouden aan iets waarvan hijweet dat het in Europa geen meerderheid gaat krijgen en waarombijvoorbeeld in overleg met Frankrijk en andere landen die dit steunen,niet gekeken kan worden naar het op nationale sanctielijsten plaatsen vandie gewelddadige kolonisten die Palestijnen aanvallen.Minister Van Weel:Ook hier lopen twee dingen door elkaar. Wat wij gedaan hebben met dietwee Israëlische Ministers, is ze SIS-signaleren. Dat zijn geen sancties,maar dat betekent dat ze Europa niet meer binnenkomen. Overigens isook dat niet waterdicht. Omdat niet alle landen dat hebben onder-schreven, kan een individueel land een uitzondering maken op eenSIS-signalering. Dat hebben wij recent gedaan, zal ik u vertellen, voor eenluitenant-kolonel van het Oekraïense leger die hierheen kwam om tevertellen over een actie die hij had uitgevoerd op een pijplijn. Om diereden was hij gesanctioneerd, of op de SIS-lijst gezet, door een anderEuropees land. Daarbij hebben wij de afweging gemaakt dat wij dezemeneer toch een uitzondering wilden geven voor het bezoek aanNederland. Maar dat is wat anders dan persoonlijke sancties instellen,waardoor mensen geen bankrekening meer kunnen hebben, geentegoeden meer kunnen hebben, inderdaad ook reisverboden krijgenopgelegd et cetera et cetera. Dat laatste doen wij alleen in EU-verband.Dat is omdat het ook alleen maar zin heeft in EU-verband. Bovendienhebben we daar ook helemaal geen nationaal instrument voor. Dat doenwij dus niet.De voorzitter:De heer Van Baarle eerst nog. Daarna komt de heer Van der Burg aan debeurt.De heer Van Baarle (DENK):Als we het nationaal instrumentarium niet hebben om persoonlijkesancties te treffen, dan moeten we dat misschien gaan overwegen engaan zoeken naar manieren hoe we dat wel kunnen gaan inrichten, zekerin een wereld waarin we zien dat er steeds minder consensus is over hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334744 handhaven van het internationaal recht. Maar dat is een andere discussie.De Minister geeft aan dat zo’n SIS-signalering het enige instrument is datje landelijk hebt. De symboliek daarvan is één, maar ten tweede is ook depraktische uitwerking van het feit dat mensen op zo’n signalering staandat het maar de vraag is of ze dan überhaupt nog naar Europa kunnenkomen. Dat heeft een bepaalde uitwerking. Dat zou je als een vorm vaneen persoonlijke sanctie kunnen zien. Dus, nogmaals, ik snap niet waaromde Minister niet bereid is om, als er bij de komende RBZ-Raad weer geenmeerderheid is, die gewelddadige kolonisten, die aantoonbaar Palestijnenaanvallen, Palestijnen van hun land verjagen en het leven van Palestijnenzuur maken, gewoon op die signaleringslijst te plaatsen. Wat verliest deMinister daarmee?Minister Van Weel:Om die te kunnen signaleren ... Kijk, in het geval van die IsraëlischeMinisters hebben we daar een onderbouwing aan kunnen geven waarvanwe denken dat die standhoudt, omdat deze mensen een negatieve impacthebben op de internationale betrekkingen. Dat is een van de grondenwaarop je zo’n SIS-signalering kunt instellen. Andere gronden kunnen zijndat iemand strafrechtelijk vervolgd is geweest of dat iemand eerderongewenst is verklaard in de Europese Unie. Dat zijn allemaal routes dieje in dit geval niet kunt nemen. Je kunt niet willekeurig mensenSIS-signaleren die je normaal gesproken op een sanctielijst zou zetten. Jemoet daar dan wel een juridische onderbouwing voor geven. Die is erhiervoor niet. Die is er wel voor sancties, maar dan moet je mensen welmeekrijgen. Die nationale sancties tegen individuen zouden juist deomgekeerde beweging zijn van waar we heen moeten, van wat ik aan hetbegin betoogde. We hebben meer EU-eenheid nodig, hoe imperfect ook.Als het moet bijvoorbeeld met mensen die dan naar de wc gaan op hetmoment dat er unanimiteit moet worden bereikt. We moeten de urgentievoelen om die eenheid te hebben. Maar het is echt een illusie om tedenken dat we enige impact hebben als we als Nederland in de rondtesanctioneren in de wereld.De voorzitter:Er is nog een interruptie.De heer Van Baarle (DENK):Op het moment dat er een juridische onderbouwing is om Israëlischebewindspersonen op zo’n SIS-lijst te zetten, dan mag ik toch hopen dat erbinnen hetzelfde systeem een juridische onderbouwing is om mensen diePalestijnen aanvallen, van hun land verjagen en mishandelen ook op zo’nlijst te kunnen plaatsen. Ik zou dus echt aan de Minister willen vragen omhier opener naar te kijken en het instrumentarium dat we voor handenhebben wel in te zetten, gelet op een situatie waarin er internationaal elkekeer maar geen meerderheid is om iets te doen aan de aantoonbarecriminelen – het zijn namelijk aantoonbaar gewelddadige kolonisten – diePalestijnen aanvallen. Als de juridische legitimering er is voor die tweebewindspersonen, dan moet die er toch ook zijn voor mensen die mensenmishandelen en aanvallen?Minister Van Weel:Nee. Dat is echt een simplificering van de manier waarop dit instrumentwerkt en waar het voor bedoeld is. Ik zal in het verslag van de RBZ – in deeerste plaats hoop ik dat dit dan voortgang heeft kunnen vinden –terugkomen op de systematiek van SIS-signalering in relatie tot dit soortpersonen. Dan kan ik dat hopelijk iets diepgaander uitleggen. Dat was watmij betreft het blokje Israël en de Palestijnse gebieden.Dan kom ik aan bij Venezuela. Daar wil ik eigenlijk vrij kort over zijn, wantwe hebben daar al uitgebreid over gedebatteerd. We hebben vandaag ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334745 nog een tweeminutendebat gehad. De uitkomsten daarvan neem ikuiteraard ook mee naar de RBZ. Er waren nog wel wat specifieke vragen.Ik heb gisteren contact gehad met de interim-president van Venezuela.Natuurlijk heb ik daarin ook aandacht gehad voor de politieke gevan-genen. Hopelijk krijgt de goodwill die zij de eerste dag hebben getoondwat betreft het vrijlaten van mensen een vervolg. We hebben ookgesproken over stabiliteit en het belang daarvan voor het Koninkrijk enover het feit dat Nederland niet betrokken is geweest bij de Amerikaanseoperaties. Daarvan heeft zij ook goed kennisgenomen. Ik heb ook deuitspraak gedaan dat we hopen dat we in de economische ontwikkelingdie er in fase 2 in Venezuela moet komen, een positieve rol kunnen spelen,ook gelet op de historie en de nabijheid van de eilanden. Ik hoop dat we inde fase daarna, in de transitie, ook een positieve bijdrage kunnen leveren,ook gelet op onze rol in het verleden. Dat is zo’n beetje de aanvulling naaraanleiding van het gesprek dat ik gisteren nog had.China en Taiwan. Ik ben nu bij het kopje overig. Ik ben ook bijna aan heteinde, voorzitter. Ik kan niet speculeren over de manier waarop de VS zichzullen verhouden tot Taiwan. Daarover gaan een hoop signalen rond. Ikweet niet of dat een opzettelijke en strategische ambiguïteit is of juist niet.Daar kan ik me dus ook niet in mengen. Zowel wij als de Verenigde Statenen het overgrote deel van de landen in de wereld zijn het er volgens mijwel over eens dat de status quo moet worden behouden en dat er geeneenzijdige stappen moeten worden genomen om die te doorbreken. Dat isdan ook onze uitspraak, los van het één-Chinabeleid dat wij al jarenlangvoeren. Wij zijn daarin consistent. We hopen dat we wat dit betreft geenverandering van de status quo zullen gaan zien, ondanks de oefeningenen ondanks de uitspraken die door Xi Jinping zijn gedaan. Die wijken in dekern natuurlijk ook niet af van de positie die China al heel lang inneemt,maar die uitspraken verschillen soms wel in toonhoogte. Wij hebben alKamervragen hierover beantwoord. De antwoorden heeft de Kamergisteren gekregen. Daarin hebben we gezegd dat we de zorgen delen diede woordvoerder van EDEO uitsprak. Dat is de Europese Dienst voorExtern Optreden. Ik verwacht hier nu verder geen discussie over in deRBZ, aangezien de agenda al redelijk gevuld is.De heer Ceder vroeg hoe we omgaan met Somaliland. Wat ons betreftmaakt Somaliland onderdeel uit van de Federale Republiek Somalië enrespecteren wij de territoriale integriteit en de politieke afhankelijkheidvan die staat, die bovendien van groot belang is voor vrede en stabiliteitin de hele Hoorn van Afrika. Voor ons is erkenning van Somaliland dusniet aan de orde.Sudan ten slotte. Het staat niet op de agenda van de komende Raad, maarhet heeft wel mijn blijvende aandacht. We spannen ons hier ook inEuropees verband voor in. Ik weet wel dat mevrouw Kallas zeer recent inEgypte is geweest, juist met het oog op het krijgen van een grotere rolvoor de Europese Unie bij het conflict in Sudan. Ik kom graag in eenseparate Kamerbrief terug op wat zij daar heeft bereikt, waar dit heen gaaten hoe we uitvoering geven aan alle moties die over Sudan zijn aange-nomen in het debat dat we daarover hadden.Ik denk dat ik daarmee de meeste vragen heb beantwoord.De voorzitter:Als er nog een punt dat aan de orde is gesteld onvermeld is gebleven inde beantwoording van de Minister, hoor ik dat graag. Anders gaan wedoor naar de tweede termijn. Oké, ik neem aan dat we naar de tweedetermijn kunnen. Ik stel voor een spreektijd per fractie van één minuut tehanteren, als u dat goedvindt, en om geen onderlinge interrupties toestaan in deze termijn. Meneer Ceder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334746 De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Er is veel besproken. Een paar dingen ten aanzienvan Iran. Het scenario dat wij heel erg concerned zijn als EU en zien hoehet aantal slachtoffers steeds maar oploopt, lijkt mij geen wenselijkeoptie. Ik denk dat het tijd is voor sancties, ook voor sancties die pijn doenrichting het regime. Ik zou om die reden ook de toezegging willen vragenof de Minister kan proberen een stevig sanctiepakket voor elkaar te krijgenwanneer hij met zijn collega’s bijeenkomt. Ik heb daar ook een aantalvoorstellen voor en weet dat een aantal van mijn collega’s die ookhebben. Om die reden zou ik een tweeminutendebat willen aanvragen.Ten aanzien van Syrië zou ik nog het volgende willen vragen. Ziet deMinister nog enige randvoorwaarde of wil hij die bespreken voordat dezeenorme sommen geld in volledigheid overgemaakt worden? Is daar nogiets van terughoudendheid of zijn er nog voorwaarden die de Ministerbereid is om te stellen? De vraag is of hij in ieder geval die vraagbespreekbaar wil maken tijdens de Raad.Daar wil ik het voor nu bij laten. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Ik vind dat wij als Nederland wat meer ons best moeten doenom ons in te zetten voor het internationaal recht. Dat vond ik natuurlijk alin debatten die we hierover hebben gevoerd, maar nu helemaal na ditdebat met deze Minister. Het kan niet zo zijn dat de conclusie is dat wijmaar niets doen omdat de internationale rechtsorde volgens dezeMinister niet functioneert of dat het geen zin heeft als wij hier iets doen ofdaar een uitspraak over doen. Alleen al als het gaat over de VS, als hetgaat over Venezuela, Groenland, Mexico en de dreigingen daartegen,moet Nederland als land blijven staan voor het internationaal recht en zichdaar ook voor inzetten. Dat betekent veroordelen en ook sanctioneren. Ikvind dat Nederland dat moet doen. Graag een reactie van de Ministerdaarop. Dat geldt ook voor een mogelijke militaire aanval op Iran. Diehoort daar namelijk ook gewoon bij.Ik hoorde van deze Minister wel dat er contact is met het maatschappelijkmiddenveld in Iran, dat in ieder geval die contacten er zijn. Dat is denk ikwel heel positief, maar dat betekent ook dat we het maatschappelijkmiddenveld zouden kunnen steunen. Wil de Minister er nog wat meerover zeggen hoe we dat dan het beste zouden kunnen doen om dat tevergroten?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank, voorzitter. Ook dank aan de Minister voor de uitgebreide beant-woording. Ik heb eigenlijk niet veel vragen meer over. Ik ben het zeer eensmet de heer Ceder als het gaat om de bezorgdheid over Iran en Syrië,maar ik denk ook dat we elkaar hier zeer binnenkort nog wel over zullenkomen te spreken. Er is ook weer een tweeminutendebat aangevraagd ende begroting staat binnenkort op de agenda. Wij zullen het dus goedvolgen, voorzitter.De voorzitter:Mooi. De heer Ceulemans.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334747 De heer Ceulemans (JA21):Voorzitter, dank. Ik heb daar niet veel aan toe te voegen, ook niet aan watik in de eerste termijn heb gezegd en aan wat er net is gewisseld. Er is eentweeminutendebat aangevraagd. Daar gaan wij aan meedoen. Voor nu:dank voor de antwoorden.De voorzitter:Meneer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Dank aan de Minister voor de beantwoording van de vele vragen en voorzijn weergave van hoe het er vanuit zijn blik op dit moment in de wereldvoor staat. Het is niet gemakkelijk. Het roept bij ons eigenlijk nog veelmeer vragen op. Die kun je wel stellen, maar de situatie in de wereldwordt er uiteindelijk niet beter door. In tegenstelling tot wat ik sommigecollega’s hoorde zeggen, moet ik zeggen dat ik veel waardering heb voorde wijze waarop de Minister in deze materie staat. Wat mij betreft is datbest een baken van rust in de woelige tijd waarin deze wereld zichbevindt. Ook in dit land is het op dit moment best woelig, dus laten we dierust ook bewaren. Wij zullen ook meedoen aan het tweeminutendebat.Tot zover dank. Laten we hopen dat we met een beetje rust en doorvoorzichtig te opereren voorkomen dat wij de situatie ergens nogbelabberder maken dan die nu al is.Dank u wel.De voorzitter:Meneer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Daar wil ik me dan weer bij aansluiten, zowel bij de complimenten als bijde woorden over het voorzichtig en – het is een mooi woord – prudentopereren. Een aanrader is de column van Beatrice de Graaf in NRC vanergens in december, meen ik. Die ging hierover: niet naïef zijn enondertussen wel de verstandige dingen doen. Ik heb er alle vertrouwen indat deze Minister dat doet. We gaan de ontwikkelingen in Iran en Syriëallemaal zien. Uiteraard hebben we grote zorgen. Ik heb wel allevertrouwen in deze Minister. Ik ben erg blij met de opmerkingen en detoezeggingen over de Russische schaduwvloot en met de mogelijkhedendie deze Minister gaat onderzoeken. Helaas is dat vrij lang blijven liggen,maar deze Minister pakt dat op en daar zijn we erg blij mee.De voorzitter:De heer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Dank, voorzitter. Aan het einde van zijn beantwoording refereerde deMinister kort aan Sudan. Kan ik dat zien als een bevestiging dat deMinister dit toch aan de orde stelt, ondanks dat het niet op de agendastaat? Het komt namelijk niet vaak voor dat de Tweede Kamer zo veelmoties aanneemt en het is de grootste humanitaire crisis in de wereld opdit moment.Dan de SIS-signalering van gewelddadige kolonisten. Op grond vanartikel 24 ... Ik ben geen jurist. Er zijn gronden van openbare orde. Dekolonisten zijn vaak gewelddadig en lid van georganiseerde groepen. Er ishet criterium van internationale betrekkingen. Ze ondermijnen hetinternationaal recht. Er is het criterium van veiligheid. Ze zijn betrokken bijgeweld. Volgens mij zou je onder de gronden voor SIS-signalering genoegcriteria kunnen vinden om mensen die het leven van Palestijnen zuurmaken door gewelddadig kolonialisme, op die lijst te plaatsen. Ik vraagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334748 dus nogmaals aan de Minister waarom hij niet bereid is om daar werk vante maken. Waarom is hij daar zo terughoudend mee?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u. Meneer Van der Burg.De heer Van der Burg (VVD):Wederom ga ik met de heer Van Baarle mee met betrekking tot Sudan. Datwil toch wat zeggen. Dan zou ik als Minister maar met ja antwoorden. Datgezegd hebbende, ik ben het eens met wat ik interpreteer als een verzoekvan mevrouw Piri aan de voorzitter om te kijken of de begrotingsbe-spreking kan worden uitgesteld zodat de Minister op 29 januari toch zelfbij de Raad aanwezig kan zijn. Dat gezegd hebbende, 29 januari is zoontzettend ver weg. Dat betekent dat er in die tijd nog heel veel kangebeuren. Het tweeminutendebat zal ook niet op korte termijn plaats-vinden. In die zin heb ik een verzoek aan de Minister, zeker in het licht vande mededelingen die gedaan zijn door de president van Amerika overhulp die onderweg is. Mochten zich in de komende week of anderhalveweek, dus vóór het tweeminutendebat, ontwikkelingen voordoen, danverzoek ik de Minister niet te schromen om ons daar schriftelijk over teinformeren, opdat we niet eerst weer een nieuw debat met een nieuwtweeminutendebat et cetera moeten hebben. Dan kunnen we meteengeïnformeerd worden door het kabinet.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Dekker? Nee. Dan gaan we naar mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik kijk uit naar het bredere debat met de Ministerover een strategie voor hoe om te gaan met deze nieuwe wereldorde.Volgens mij is dat een worsteling die we allemaal hebben.Ik was blij met de antwoorden op de vragen van mevrouw Van der Werfover Groenland. Ik was er niet over begonnen, maar het waren welpijnlijke speculaties over de vraag of Groenland nou wel of niet te koopwas. Er werd in ieder geval de indruk gewekt dat de eis van Trumpmisschien niet zo onrealistisch zou zijn, dus ik ben blij dat de Minister datvandaag hersteld heeft.De analyse van de Minister over de Koerden in Aleppo deel ik niet. Hij zei:het is nu rustig en er lijkt geen risico op escalatie te zijn. Ik denk dat dit hetgrootste risico is voor escalatie in Syrië zelf.Ik weet niet welke schriftelijke vragen de heer Ceder heeft gesteld waarnog een antwoord op moet komen, maar ik ben ook benieuwd naar despecifieke rol van Turkije. Daar wil ik eigenlijk nog wel een antwoord opvan deze Minister. Als dat niet nu kan, kan dat misschien schriftelijk, in deterugkoppeling van de RBZ.Tot slot, voorzitter. Een voorganger van deze Minister – ik ben pas vier jaarKamerlid, maar we hebben al veel Ministers gehad – namelijk MinisterBruins Slot, heeft bijna twee jaar geleden een pleidooi gehouden voor hetinstellen van nationale sancties tegen gewelddadige kolonisten, toen hetniet lukte om dat Europees te doen. Met de antwoorden van deze Ministerlijken we terug te gaan naar een punt dat we anderhalf jaar geleden alhadden bereikt. Ik wil dus toch even een reflectie van de Minister, zekeraangezien hij het een heel goed idee vond om twee Ministers van deIsraëlische regering een inreisverbod op te leggen. Dat vond hij toch weleffectief. Toen gebruikte hij niet de woorden die hij net gebruikte: «totaleonzin» en «het haalt niks uit». Als het niet lukt in Europees verband, zou iker dus toch voor willen pleiten om te bekijken of wij dat kunnen doen bijgewelddadige kolonisten.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334749 De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de heer Stoffer om te zien of ik weer eenberoep op hem kan doen.Voorzitter: StofferDe voorzitter:Uiteraard, meneer De Roon. Gaat uw gang.De heer De Roon (PVV):Ik moet zeggen dat ik toch niet tevreden ben met de reactie van deMinister op mijn voorstel om de diplomaten van Iran uit te zetten. Hetverhaal zoals ik het heb begrepen, is dat de Minister zegt: maar danmoeten onze diplomaten ook weg uit Iran en dat is vervelend voor deNederlanders die daar zitten, want daar heb je dan geen contact meermee. Ik denk dat je dat moet afwegen tegen het hogere doel waar het hierom gaat, namelijk dat dat regime gewoon een flinke tik moet krijgen, eentik die opvalt, een tik die bijzonder is; niet de zoveelste berisping op hetdepartement door Nederland en door nog 25 andere EU-landen. Nee, hetmoet juist een stap zijn die de legitimiteit van dat regime ontkent.Daarmee val je op; dat komt aan. Ik geef toe: ook dat zal niet meteen toteen verandering in Teheran leiden. Maar het is wel een veel forsere tik, endie hebben ze gewoon verdiend wat mij betreft. Ik zou dus graag willendat de Minister daar toch nog even op reflecteert.Dank u.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan de heer De Roon.Voorzitter: De RoonDe voorzitter:Dan geef ik het woord aan de Minister voor de beantwoording.Minister Van Weel:Dank, voorzitter, en ook dank aan de leden voor hun inbreng in tweedetermijn. Ik zal proberen snel maar gericht en zo volledig mogelijkantwoord op uw vragen te geven.De heer Ceder vroeg naar het sanctiepakket voor Iran: zetten wij in op eensteviger pakket? Antwoord: ja, zeker. Ik heb er het voortouw in genomenom dat aan te zwengelen binnen de EU. Dat zal ik blijven opvolgen.Ten aanzien van Syrië is gevraagd om randvoorwaarden te stellen aan hetgeld. Dat EU-geld gaat voornamelijk naar projecten en die projectenworden uitgevoerd door uitvoeringsorganisaties. Het is dus niet zo dat wijhonderden miljoenen direct overmaken, als een blanco cheque, naar deSyrische autoriteiten. Natuurlijk gaat dat geld wel Syrië in en natuurlijk isde overheid daarbij betrokken, maar het is ook aan ons om de overheid,elke keer als wij iets constateren, daarop aan te spreken. Laat ik meteenvan de gelegenheid gebruikmaken om hier te zeggen dat wij, in aanvullingop de antwoorden op de Kamervragen die er al aan komen, in het verslagvan de RBZ in ieder geval de rol van Turkije met betrekking tot de Koerdenzullen meenemen, evenals de situatie in Syrië. Extra randvoorwaardenhoeven wat mij betreft niet, want het geld kan op deze manier niet alsblanco cheque worden gezien. We gebruiken dat geld natuurlijk ook alsleverage, om de overheid elke keer weer op bepaalde zaken aan te kunnenspreken.Mevrouw Dobbe vroeg hoe we het middenveld verder kunnen steunen.Ook daar kom ik graag op terug in het verslag van de RBZ. Dat wil nietzeggen dat we er niet eerder al naar gaan kijken. Het is op dit momentontzettend moeilijk in de chaos die er gaande is, maar we weten nooit hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334750 de situatie over een week is. We gaan er dus mee aan de slag en ik komdaarop terug in het verslag.U had het over opstaan voor het internationaal recht. Absoluut. Daarhebben we ook een uitgebreid debat over gevoerd in verband metVenezuela. Ik heb daarover gezegd waar wij staan. Daar wil ik nog bijaantekenen dat we elke keer per geval het volgende afwegen. Eén: is hiersprake van een schending. Twee: wat is dan ons oordeel over of onzeveroordeling van wat er gebeurd is? Daar zijn we op dit moment niet voorVenezuela. Voor Groenland zijn we heel duidelijk over de rode lijn die wedaar stellen. Dank voor de correctie op mijn radiointerview en het deelwat ik daarin heb genoemd.Wat betreft Iran weten we nu gewoon te weinig over de intenties en overde contacten die er bijvoorbeeld zijn geweest en met wie in Iran om daarnu op voorhand een oordeel over te kunnen hebben. Dat ga ik dus nietdoen. Dit soort dingen moeten we echt in EU-verband doen. Als er elkekeer 27 statements komen over «wat vinden EU-landen ergens van» en ernog een achtentwintigste komt van de Hoge Vertegenwoordiger, eennegenentwintigste van mevrouw Von der Leyen en een dertigste vanmeneer Costa, wat nu af en toe gebeurt, dan draagt dat niet bij aan hetmachtsblok dat wij zouden moeten willen zijn. Dus ja, dat betekent ook afen toe dat je daarin een compromis moet vinden.Dat brengt mij op de sancties van de heer Van Baarle van DENK, maar ookop wat mevrouw Piri zegt. Ik ben er helemaal geen voorstander van omals Nederland in ons eentje als een soort sanctiepolitieagent overal sticksuit te gaan delen. Dat geldt trouwens ook voor de vraag van de heer DeRoon over het uitzetten van Iraanse diplomaten. Dat doen de VerenigdeStaten niet eens op dit moment, terwijl die toch veel meer uitgesprokenzijn over wat zij wensen met dit regime dan wij als Europa op dit momentzijn, omdat wij dat internationaalrechtelijk ook moeilijk vinden. Wemoeten in deze moeilijke wereld juist elkaar vasthouden. Daarom zou ikheel blij zijn als ik naar de RBZ kan. Dat is de plek waar je juist met zijnzevenentwintigen probeert tot overeenstemming te komen, ook oversancties, dus wat mij betreft niet individueel.U schetst de voorwaarden voor SIS-signalering. Ik wil daarbij hetvolgende aantekenen. Nogmaals, ik heb al beloofd om daarop terug tekomen in het verslag. Het is niet zo dat als iemand ergens wereldwijd eengevaar is voor de openbare orde en veiligheid, dat voldoende onder-bouwing is om iemand een SIS-signalering te geven. Dan gaat het echtom een concreet gevaar voor de openbare orde en veiligheid die je hierziet van iemand die voornemens is af te reizen. Met de signalering van dietwee Ministers hebben we echt al deze criteria opgerekt en uiteindelijk hetcriterium van internationale betrekkingen gekozen, dat nog nooit wasgebruikt, om hier een casus te bouwen. Maar dat is echt niet zo eenvoudigals u dat schetst. Wat dat betreft zijn het echt twee verschillende soorten.De heer Van der Burg vroeg om de Kamer schriftelijk te informeren als ersignificante wijzigingen zijn, als ik het woord «significante» daarbij maggebruiken. Wijzigingen in deze wereld zijn er namelijk regelmatig. Ik gageen lopend verslag doen van alles wat er gebeurt in onze wereld, maar iksnap de strekking van het verzoek goed.De voorzitter:De Minister lijkt door de beantwoording heen te zijn. Ik kijk even of datook wat u betreft inderdaad het geval is.De heer Van der Burg (VVD):Ik heb geen «ja» gehoord richting de heer Van Baarle en daarmee ook nietrichting mij met betrekking tot Sudan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334751 Minister Van Weel:Ik ga het proberen. Het staat formeel niet op de agenda. Er staatontzettend veel op de agenda, maar er zijn altijd aanknopingspunten omdit wel op te brengen. Ik ga in ieder geval zorgen dat ik van mevrouwKallas terughoor waar zij is gekomen in haar overleg met Egypte enandere leden van de Quad met betrekking tot het boeken van voortgang.Ik heb u ook een separate Kamerbrief toegezegd over hoe wij invullinggeven aan de moties. Nogmaals, ik span mij dus in om dit ook op tebrengen in de RBZ.De voorzitter:Als we er daarmee zijn, dan constateer ik in ieder geval dat ik moetvermelden dat het lid Ceder dus een tweeminutendebat aanvraagt. Wijzullen zorgen dat dat terechtkomt bij de Voorzitter van de Kamer. Maarmeneer Van Baarle wil ook nog iets zeggen of vragen, en dat mag hijzeker. Gaat uw gang.De heer Van Baarle (DENK):Dank, voorzitter. Ten aanzien van die sancties tegen gewelddadigekolonisten lopen er bij de Minister een aantal lijnen door elkaar. Eerst zegtde Minister dat het allemaal juridisch complex is. Dat kan zijn. Aan deandere kant, als er schendingen zijn van het internationaal recht vind ikdat we om daar iets tegen te doen best de randen van wat we kunnenmogen opzoeken. Daarna heeft de Minister het weer over «we moeten hetEuropees doen als het kan». Daarvan zien we dat het al meer dan eenhalfjaar niet lukt. Moet ik de toezegging van de Minister zo zien dat hij opeen rijtje gaat zetten hoe het met zo’n SIS-signalering werkt? Daar heb iknamelijk eigenlijk geen behoefte aan. Dat kan ik zelf ook opzoeken. Ofmoet ik de toezegging van de Minister zo opvatten dat hij echt welwillendgaat kijken of hij mogelijkheden kan vinden om die gewelddadigekolonisten op zo’n SIS-signaleringslijst te zetten? Op het moment dat detoezegging die tweede inhoud heeft, dus dat hij echt gaat kijken of hij datkan doen, dan kan ik daarmee leven. Als het het eerste is, dan kan ik hetzelf ook opzoeken en dan ga ik met een motie komen.Minister Van Weel:Als een goede diplomaat ga ik in het midden zitten. Ik wil op voorhandnog niet welwillend kijken naar het SIS-signaleren van deze mensen. Datis ook omdat ik het instrument ken en ik het daar in beginsel niet geschiktvoor vind. Ik wil ook wel iets verder gaan in de uitleg van deSIS-signalering en dat dan eerlijk houden naast de gevallen waar we hethier over hebben. Dan zal ik u daarover een oordeel geven, namelijk wat ikdaarvan vind.De voorzitter:Dat is het dan. Mevrouw Dobbe heeft nog een vraag.Mevrouw Dobbe (SP):Even voor de verheldering. Toen wij van deze Minister de toezeggingkregen dat wij in januari zouden worden geïnformeerd over de uitslag vanhet rondje dat nog werd gedaan om de capaciteit voor medischeevacuatie in kaart te brengen, werd er gezegd: in januari komt er een brief.Nu hoop ik niet dat er verwarring is ontstaan waardoor het nog later komtomdat de datum van de begrotingsbehandeling van BuZa wellicht laterwordt. Ik hoop dat het in ieder geval januari wordt. Ik wil deze Ministerook echt oproepen om het niet pas helemaal op de laatste dag van januarite doen. Ik mis wel een beetje de urgentie. Het gaat hier namelijk om eengroep kinderen die dringend medische hulp nodig hebben en die echt nietkunnen wachten. We wachten nu al een maand op die brief. Elke dagkunnen die kinderen sterven. Het lijkt mij dus heel erg goed als deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334752 urgentie ook wordt meegenomen in het informeren van ons en dat er nietgewacht wordt tot het einde van januari. Ik hoop dus wel dat die brief echteerder kan komen. Alles wat de Minister daarover kan zeggen is welkom.Minister Van Weel:Ik heb u aangeboden om het hier morgen al over te hebben als dieurgentie dan zo ontzettend hoog is. Als het daarom gaat, zou ik zeggen:waarom brengt u het morgen niet op in de begrotingsbehandeling vanBHO en waarom is het dan belangrijker om dat met mij te doen omdat ikde toezegging heb gedaan? Is het dan niet belangrijker om dat zo snelmogelijk met elkaar te bespreken? Nogmaals, ik sta achter mijntoezegging. Ik heb gehoord dat u het heel graag, per se, met mij wilbespreken. Dan blijft mijn toezegging staan. U krijgt in januari een brief endan kunnen we het daarover hebben. Laat u vooral niet tegenhouden omdit gewoon aan te kaarten bij de eerdere mogelijkheden die er zijn.De voorzitter:Mevrouw Dobbe nog hierover?Mevrouw Dobbe (SP):Wees gerust, we zullen dat zeker doen. Het klopt helemaal, maar weverwachten dan nog steeds van deze Minister dat hij zijn toezegginggestand doet, dat hij dan ook samenwerkt met zijn Staatssecretaris en dathij het zo snel als mogelijk doet. Dat is namelijk de urgentie van dezemedische evacuaties. Het gaat hier niet over zomaar iets. Die kinderenkunnen niet heel lang wachten.De voorzitter:Oké. Zijn er nog andere opmerkingen of vragen? Als dat niet het geval is,dan ga ik nu over tot het voorlezen van de toezeggingen die de griffierheeft genoteerd. Ga er maar even goed voor zitten, want het zijn er zes enze zijn ook niet heel kort.–De eerste toezegging. De Minister zegt toe in het verslag van de RBZnader in te gaan op het beeld dat hij heeft van de Iraanse oppositie enhet draagvlak dat de verschillende oppositiegroeperingen in het landhebben. Dat is een toezegging aan de heer Ceulemans.Dat is akkoord van beide kanten.–Twee. De Minister zegt toe in het verslag van de RBZ terug te komenop de discussie in de Raad over de entering op de Atlantische Oceaandoor de VS en het VK van een olietanker uit de Russische schaduw-vloot. Hij zal dan ook nader ingaan op de juridische redenering diedaarbij gebruikt is. Dat is een toezegging aan de heer Boswijk.Minister Van Weel:Mag ik vragen om de mogelijkheden die dat biedt voor ons eigenoptreden iets korter te formuleren? Ik denk dat dat ook meer operationeelis in de richting van de heer Boswijk.De voorzitter:Akkoord. Dat zullen we er ook bij opnemen.–Drie. De Minister zegt toe dat hij de brief over de medische evacuatiesuit Gaza voor de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken aan deKamer zal sturen in januari.Minister Van Weel:Ja, maar dus niet per se voor de begrotingsbehandeling, maar in januari.Dat is de toezegging zoals zij was.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334753 De voorzitter:Akkoord. «Voor de begrotingsbehandeling» is geschrapt.–Vier. De Minister zegt toe in het verslag van de RBZ nader in te gaan opde systematiek van het Schengen Informatie Systeem en de SIS-signalering met betrekking tot gewelddadige kolonisten op deWestelijke Jordaanoever, waarbij hij daarover een oordeel zal geven.Dit is een toezegging aan de heer Van Baarle.–Vijf. De Minister zegt toe in het verslag van de RBZ terug te komen opde rol van Turkije ten aanzien van de Koerden in Syrië, in aanvulling opzijn antwoord op de Kamervragen hierover van de heer Ceder. Dit iseen toezegging aan mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):«Naar aanleiding van de Kamervragen van de heer Ceder» heeft daarvolgens mij niks mee te maken. Ik ken ze niet, maar het lijkt me een beetjeoverbodige informatie. Het gaat niet om Koerden in het algemeen, maarom de aanval op de Koerden en de rol van Turkije daarin, dus ik zou «hetgeweld tegen de Koerden in Syrië» zeggen.De voorzitter:Goed. De verwijzing naar de Kamervraag van de Ceder is geschrapt en«het geweld tegen de Koerden» staat erin.–Zes. De Minister zegt toe de Kamer schriftelijk te informeren bijsignificante ontwikkelingen in de internationale politiek, in de periodetussen nu en de begrotingsbehandeling.Minister Van Weel:Een tweeminutendebat was dat volgens mij. Het was met het oog opmogelijke moties die dan zouden kunnen worden ingediend in eentweeminutendebat voor de RBZ. Het gaat dus om de periode tussen nu enhet tweeminutendebat.De voorzitter:Oké. Dat hebben we dan nu ook gewijzigd in de schriftelijke weergavehier, dus dank daarvoor.Dan kunnen we komen tot een afronding van dit commissiedebat. Ik dankde leden voor hun inbreng en de Minister voor de beantwoording van allegestelde vragen. Daarmee sluit ik deze bijeenkomst.Sluiting 20.44 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 334754
Gerelateerde bronnen
- Raad Buitenlandse Zaken 29 januari 2026
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 13 januari 2026, over Raad Buitenlandse Zaken 29 januari 2026
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.