KamerkringInloggen
Kamerbrief

Lijst van vragen en antwoorden over de Nota van wijziging inzake Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (Kamerstuk 36600-VIII-14) en over de Invulling van het OCW-aandeel in de rijksbrede subsidietaakstelling (Kamerstuk 36600-VIII-15) (tweede deel)

15 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 120aeb99fce1836e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2025Nr. 35 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 15 november 2024 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen voorgelegd aan de Minister en de Staatssecretaris vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap over de nota van wijziging van24 oktober 2024 inzake Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025(Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 14) en over de brief van 24 oktober 2024 inzakeInvulling van het OCW-aandeel in de rijksbrede subsidietaakstelling(Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 15).De vragen over de cultuur- en mediasector zijn al beantwoord op8 november 2024 (Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 19). De Minister en deStaatssecretaris hebben de resterende vragen beantwoord bij brief van15 november 2024. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Huls kst-36600-VIII-35ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 351 Vragen en antwoorden1Kan inzichtelijk worden gemaakt welk bedrag in mindering wordt gebrachtop de lumpsum van scholen in het voortgezet onderwijs door het totaalaan bezuinigingen op het voortgezet onderwijs?Met de subsidietaakstelling wordt € 15,4 miljoen in 2025 en€ 47,4 miljoen structureel bezuinigd op de lumpsum van scholen in hetvoortgezet onderwijs. Dit betreft met name een bezuiniging op het deelverzuim uit de regeling SHRM en de eenmalige extra prijsbijstelling die bijNajaarsnota 2022 is ontvangen als gevolg van de inflatie over 2022.Daarnaast is in het Hoofdlijnenakkoord aangekondigd dat de functiemixvanaf 2026 wordt afgeschaft, waarmee € 75,0 miljoen structureel wordtbezuinigd op de lumpsum van scholen in het voortgezet onderwijs. In hetvoortgezet onderwijs blijft structureel € 10,7 miljard beschikbaar voor delumpsum aan scholen.2Hoe verenigt u het OCW1-aandeel in de rijksbrede subsidietaakstelling uithet Hoofdlijnenakkoord met de belofte van het kabinet in het Hoofdlijnen-akkoord om subsidies om te zetten naar solide, structurele bekostiging?De Subsidietaakstelling is een budgettaire taakstelling. Dit betekent datvoor het invullen van deze taakstelling het omzetten van subsidies naarbekostiging niet mogelijk is. Subsidies dienen hiervoor afgeschaft ofverlaagd te worden. Verder bekrachtigen we met deze invulling hetuitgangspunt dat we zoveel mogelijk gebruikmaken van structurelemiddelen voor de bekostiging van onze sectoren.In het Herstelplan wordt ingegaan hoe in het onderwijs subsidies wordenomgezet naar structurele bekostiging. Uw Kamer wordt verder over hetHerstelplan geïnformeerd in het voorjaar van 2025.3Hoe gaat u gevolg geven aan de belofte van het kabinet in het Hoofdlij-nenakkoord om subsidies om te zetten naar solide, structurelebekostiging?Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 2.4Welke subsidieregelingen gaat u omzetten naar solide, structurelebekostiging?In het Herstelplan wordt ingegaan hoe in het onderwijs subsidies wordenomgezet naar structurele bekostiging. Uw Kamer wordt verder over hetHerstelplan geïnformeerd in het voorjaar van 2025.5Kan inzichtelijk worden gemaakt welk bedrag in mindering wordt gebrachtop de lumpsum van scholen in het primair onderwijs door het totaal aanbezuinigingen op het primair onderwijs?Met de subsidietaakstelling wordt € 7,7 miljoen in 2025 en € 21,2 miljoenstructureel bezuinigd op de lumpsum van scholen in het primaironderwijs. Dit betreft een bezuiniging op de regeling hoogbegaafdheid enop de extra prijsbijstelling die is ontvangen als gevolg van de gestegen1OCW: Onderwijs, Cultuur en WetenschapTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 352 inflatie. In het primair onderwijs blijft structureel € 15,0 miljardbeschikbaar voor de lumpsum aan scholen.6Kunt u aangeven hoeveel hoogbegaafde leerlingen gebruikmaken van eenalternatief dekkend en passend onderwijsaanbod?Het is niet bekend hoeveel (hoog)begaafde leerlingen gebruikmaken vaneen specifiek type aanbod, aangezien dit niet centraal wordt geregistreerd.9Kunt u aangeven welk effect de bezuinigingen op begeleiding vanstudenten, waaronder de Regeling Doorstroom Beroepskolom en hetbindend studieadvies, hebben op de kans op studievertraging onderstudenten?Het korten van de financiële middelen voor het flankerend beleid bsa heeftgeen effect op de begeleiding van studenten en de kans op studiever-traging. Deze plannen waren nog niet uitgewerkt, gezien het onderwerpbsa controversieel was verklaard bij de val van het vorige kabinet, endaarmee nog niet besteed. Dit kabinet heeft besloten om het bsa niet aante passen en kiest ervoor met deze middelen de subsidietaakstelling terealiseren. Er hoeven hiervoor geen plannen of acties teruggedraaid teworden.De regeling Doorstroom Beroepskolom is gericht op het verbeteren vande programmatische aansluiting van een opleidingsroute. Een onderdeelhiervan is het opzetten van een doorlopende begeleidingslijn voorstudenten die overstappen van het vo naar mbo of mbo naar hbo binnende opleidingsroute. Dit is extra ten opzichte van de begeleiding diestudenten nu al krijgen. Aanvragers hebben met de subsidie drie jaar detijd om zo’n doorlopende begeleidingslijn te ontwikkelen en te starten. Eris niet bekend wat het effect van de bezuiniging is op de kans opstudievertraging van studenten.De regeling is gericht op het verbeteren van de overgangen vo-mbo,mbo-hbo. Als de overstap niet vloeiend verloopt of aantrekkelijk genoegis, bestaat de kans dat studenten overstappen naar een andere opleidingof uitvallen en eerder kiezen voor het betreden van de arbeidsmarkt.10Kunt u aangeven hoeveel leraren momenteel gebruikmaken van depromotiebeurzen?Er zijn 5 soorten promotiebeurzen voor leraren: De Promotiebeurs voorleraren, Dudoc-Alfa, Dudoc-Beta, PromoDoc en PostDoc-VO. In totaalmaken momenteel circa 350 leraren gebruik van deze promotiebeurzen.De Promotiebeurs voor leraren wordt twee keer per jaar toegekend, terwijlde overige beurzen slechts eens in de paar jaar (variabel van 1 tot 5 jaar)worden toegekend. Daarnaast variëren de looptijden van de beurzen van 2tot 5 jaar.In onderstaande tabel is per beurs inzichtelijk gemaakt wat de doelgroepper beurs is, het aantal docenten dat recent de beurs toegekend heeftgekregen en het totaal aantal docenten dat gebruik maakt van de beurs:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 353 BeursDoelgroep1Aantal leraren die op dit momenteen beurs ontvangenDe Promotiebeursvoor lerarenDocenten po, vo, so, mbo, hbo eneerstegraads vo-docenten284 in totaal, waarvan ca. 50 perjaar toegekend.Dudoc-AlfaEerstegraads vo-docentenCa. 40 in totaal, waarvan 9toegekend in 2024Dudoc-BetaEerstegraads vo-docentenCa. 10 in totaal, voorlopig laatstetoekenningen in 2021–2023PromoDocPromovendi met een onderwijsbe-voegdheidCa. 10 in totaal, voorlopig laatstetoekenningen in 2021–2023PostDoc-VOGepromoveerde bèta-/techniek-docenten in het voCa. 10 in totaal, voorlopig laatstetoekenningen in 2021–2023Totaal aantal leraren dat op ditmoment een beurs ontvangtCa. 350 leraren in totaal1 De cijfers in de evaluatie uit 2018 over toegekende aanvragen laten zien dat toen gemiddeld65% de toegekende beurzen hbo-leraren betreft, 30% van de beurzen wordt aan vo-lerarentoegekend en slechts 5% is leraar in het po, so of mbo. Van de huidige aantallen is geenuitsplitsing naar sector beschikbaar. 11Kunt u aangeven of de promotiebeurzen leraren bijdraagt aan deaantrekkelijkheid van het beroep leraar?Professionalisering van leraren draagt bij aan het aantrekkelijker makenvan het beroep leraar. De promotiebeurzen zijn één van de instrumentenvoor professionalisering, maar uit evaluaties is gebleken dat de promotie-beurzen zeer beperkt bijdragen aan het aantrekkelijker maken van hetberoep leraar en dat slechts een zeer beperkt deel van de leraren in het poen vo geïnteresseerd is in promoveren. Professionalisering van lerarenkan echter op verschillende andere manieren gestimuleerd worden. Doorhet promoveren, verdwijnen leraren daarnaast voor 0,4 tot 0,6 fte uit deklas en blijkt uit evaluaties dat het zoeken naar vervanging in de klas eenlastige opgave is in de krappe arbeidsmarkt. Er is daarom gekozen vooreen bredere aanpak van professionalisering met de NAPL (de NationaleAanpak Professionalisering van Leraren) waarbij professionaliseren opverschillende manieren, voor verschillende leraren naar verschillendespecialismen mogelijk wordt. Professionalisering van leraren zal hiermeemeer divers worden ingevuld om het effect op de aantrekkelijkheid vanhet beroep te versterken. Het uitgangspunt van NAPL is om leraren telaten professionaliseren zonder ze uit de onderwijspraktijk weg te halen.14Waarom valt de financiering van een uitvoeringsorgaan onder de noemersubsidie?In sommige gevallen wordt de financiering van een uitvoeringsorgaan,bijvoorbeeld een zelfstandig bestuursorgaan, gegeven als een bijdrage enontvangen vanuit dat begrotingsinstrument een jaarlijkse instellingssub-sidie waarmee zij hun taken uit kunnen voeren. In de OCW-begroting heetdit bekostiging. Het bestuursorgaan gebruikt deze bekostiging vervolgensom subsidies te geven. Een bezuiniging op deze bekostiging resulteertdan in een bezuiniging op subsidies, wat de bedoeling is van eensubsidietaakstelling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 354 15Hoe heeft de financiering van NWO3 als organisatie zich de afgelopenjaren ontwikkeld?NWO realiseerde de afgelopen jaren de volgende baten:€ x 1.00020192020202120222023Totale baten1.117.937992.3411.055.6011.242.0071.621.191Waarvan Rijksbij-drage OCW1.012.939952.268996.4441.151.4971.504.42511 Is inclusief de volledige baten voor de SUMMIT-grant in 2023 (eenmalig € 200 miljoen) De overige baten naast de rijksbijdrage van OCW zijn voor het grootstedeel baten van andere overheden.16Hoeveel fte bedraagt de subsidiekorting op NWO op een totaal vanhoeveel?In de begroting 2026 zal NWO duidelijk maken op welke manier zijinvulling wil geven aan de subsidietaakstelling. Hierin zal ook het effectvan de subsidietaakstelling op het personeelsbeleid van NWO wordenmeegenomen. Deze begroting wordt uiterlijk op 1 november 2025aangeleverd bij het Ministerie van OCW. OCW gaat hierover met NWO ingesprek17Wat is het beleidsdoel van het programma sociale veiligheid vanuniversiteiten, hogescholen en studie- en studentenverenigingen?Het programma sociale veiligheid heeft als doel het bevorderen van eensociaal veilige leer- en werkomgeving voor studenten en medewerkers inhet hbo en wo. Op 3 juni 2024 is een regiegroep ingesteld om uitvoeringte geven aan het programma. Voor het landelijk programma is jaarlijks(2024–2027) € 4 miljoen beschikbaar uit de studievoorschotmiddelen.Hiermee wordt een subsidieregeling bekostigd voor het financieelondersteunen van activiteiten waarbij universiteiten, hogescholen, studie-en studentenverenigingen alsmede medewerkers- en promovendiorgani-saties gestimuleerd worden samen te werken en van elkaar te leren bij hetvergroten van een sociaal veilige leer- en werkomgeving voor hunstudenten en medewerkers. Voorgenoemde partijen, maar ook deregiegroep zelf, kunnen aanvragen doen binnen de subsidieregeling voordergelijke activiteiten.18Hoe wordt het geld voor het programma sociale veiligheid van universi-teiten, hogescholen en studie- en studentenverenigingen besteed en hoeen wanneer wordt de effectiviteit en doelmatigheid van deze financiëleinzet beoordeeld?Voor het landelijk programma sociale veiligheid is jaarlijks (2024–2027)€ 4 miljoen beschikbaar uit de studievoorschotmiddelen. Op 3 juni 2024 iseen regiegroep ingesteld om uitvoering te geven aan het programma. Debasis voor de regiegroep en subsidieregeling ligt besloten in hetConvenant Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap3NWO: De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk OnderzoekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 355 2024–2027 dat samen met partners in het veld is gesloten. De subsidiere-geling heeft tot doel om een sociaal veilige leer- en werkomgeving voorstudenten en werknemers in het hoger onderwijs en de wetenschap tebevorderen door het faciliteren van initiatieven waarbij de sectorsamenwerkt en samen leert op activiteiten- en beleidsniveau, voor deperiode 2025 tot en met 2027. Universiteiten, hogescholen, studie- enstudentenverenigingen, medewerkers- en promovendiorganisatiesalsmede de regiegroep, kunnen een subsidieaanvraag doen. In samen-werking met de regiegroep en het Ministerie van OCW is een beoorde-lingskader voor subsidieaanvragen binnen de subsidieregeling opgesteld.Bij het beoordelen van aanvragen wordt onder andere gekeken of het planonderliggend aan de aanvraag bijdraagt aan het verbeteren van de socialeveiligheid en of de begroting bijbehorend aan de aanvraag realistisch ensluitend is. Het programma sociale veiligheid zal na de looptijd wordengeëvalueerd.19Hoe heeft het takenpakket van NWO als organisatie zich ontwikkeld?NWO heeft de wettelijke taak de kwaliteit en vernieuwing in wetenschap-pelijk onderzoek te bevorderen. Dat doet NWO in het bijzonder door hettoewijzen van middelen. NWO bevordert tevens de overdracht van kennisvan de resultaten van door haar geïnitieerd en gestimuleerd onderzoekten behoeve van de maatschappij. Ook stimuleert NWO coördinatie in deNederlandse wetenschap. In haar vierjarige instellingsplan (2023–2026)staat beschreven op welke manier NWO deze taken invult. In 2025 wordtNWO op dit takenpakket geëvalueerd.20Is het terugdraaien van de overboekingen in het kader van de loon- enprijsbijstelling via de lumpsum aan mbo-instellingen en de contactge-meenten voor de instellingen een budgettair neutrale ingreep of een reëlekorting op het budget?Deze ingreep is budgettair neutraal en zorgt ervoor dat scholen encontactgemeenten toch de benodigde loon- en prijsbijstelling (lpo) over2025 ontvangen alleen via een ander instrument. Het terugdraaien van deoverboekingen van loon- en prijsbijstelling (lpo) is nodig omdat hetWetsvoorstel van school naar duurzaam werk vertraging heeft opgelopenen naar verwachting 1 januari 2026 in werking treedt. De lpo wordt nietgedurende de looptijd van het Regionaal Programma voor scholen encontactgemeenten toegevoegd om administratieve lasten te beperken.Door de vertraging van het wetsvoorstel moeten eerderelpo-overboekingen worden teruggedraaid en wordt de lpo in 2025verstrekt via de lumpsum aan mbo-instellingen en via de uitvoering vande Doorstroompuntfunctie (RMC’s) aan de contactgemeenten.21Hoeveel programma’s, activiteiten en campagnes zouden geen doorgangkunnen vinden zonder subsidie vanuit de Regeling Gender- en LHBTI+-gelijkheid 2022–2027?Het betreft alle programma’s en activiteiten die worden uitgevoerd binnende allianties, de archieven en de activiteiten in het kader van het NationaalActieprogramma seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueelgeweld. Hoeveel activiteiten, programma’s en campagnes dit exact zijn,valt niet met zekerheid te zeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 356 22Kunt u toelichten op welke «overige» beschikkingen op basis van deKaderregeling subsidies OCW, SZW5 en VWS6 er in 2026 bezuinigd wordt?Voor een uitsplitsing wordt u verwezen naar het aangepaste subsidieover-zicht (tabel 4) verwerkt in de nota van wijziging die aan de Kamer isverstuurd (Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 14.).23Kunt u toelichten of en zo ja, hoe succesvol het project LLO7 CollectiefLaagopgeleiden en Laaggeletterden (dat stopt in 2026) de afgelopen jarenis geweest?De tussentijdse monitoringsrapportage van de eerste twee pilotregio’s,Zuidoost Brabant en Twente, wordt in januari 2025 verwacht ten behoevevan de besluitvorming van het Nationaal Groeifonds. Deze rapportagegeeft inzicht in de behaalde resultaten en geleerde lessen. De eerstereacties van de deelnemers uit de regio’s zijn positief. Het groeifondsheeft voor de eerste fase € 7,6 miljoen ter beschikking gesteld. Met dezemiddelen bieden de twee pilotregio’s maatwerktrajecten aan voorlaagopgeleiden en laaggeletterden om voor hen leren en ontwikkelenbeter binnen bereik te brengen. Indien het te nemen besluit door hetNationaal Groeifonds positief is naar aanleiding van de tussentijdsemonitoringsrapportage, volgt een extra investering van € 42,9 miljoenvoor de opschaling naar nog eens 18 regio’s.24Wat valt er onder «overige subsidies»?Voor een uitsplitsing wordt u verwezen naar het aangepaste subsidieover-zicht (tabel 4) verwerkt in de nota van wijziging die aan de Kamer isverstuurd (Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 14).26Hoeveel projecten kunnen er minder ondersteund worden als er bezuinigdwordt op toegankelijkheid, diversiteit en inclusie?Er is niet bezuinigd op de post toegankelijkheid, diversiteit en inclusie ener is dus ook geen sprake van minder ondersteuning voor deze projecten.Op dit moment krijgen ongeveer 6 partijen een tijdelijke subsidie,bijvoorbeeld op het gebied van fysieke toegankelijkheid en gendergelijkheid. Daarnaast is er budget gereserveerd voor het kennispunttoegankelijkheid. Als er zou worden bezuinigd zou dit directe impacthebben op de kansen van bijvoorbeeld makers met een beperking enkomt de realisatie van het kennispunt onder druk te staan.28Hoeveel banen in het onderwijs zullen verloren gaan door alle bezuini-gingen in het primair onderwijs?De maatregelen zijn zo gekozen dat de beschikbare middelen zoveel alsmogelijk in de klas landen. Op deze manier hebben we leraren zoveel alsmogelijk proberen te ontzien bij de invulling van deze subsidietaakstelling.Niet alle maatregelen van de subsidietaakstelling hebben effect op demiddelen die scholen ontvangen, zo wordt ook gekort op het budget vooropdrachten. Met de invulling van de subsidietaakstelling zullen wel een5SZW: Sociale Zaken en Werkgelegenheid6VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport7LLO: Leven Lang OntwikkelenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 357 aantal subsidieregelingen voor scholen niet worden voortgezet. Scholenkunnen de middelen uit deze subsidieregelingen niet inzetten om (tijdelijk)personeel aan te nemen om activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uitte voeren. Het is niet mogelijk een inschatting te maken om hoeveelpersoneel dit zou gaan.29Hoeveel banen in het onderwijs zullen verloren gaan door alle bezuini-gingen in het voortgezet onderwijs?De maatregelen zijn zo gekozen dat de beschikbare middelen zoveel alsmogelijk in de klas landen. Op deze manier hebben we leraren zoveel alsmogelijk proberen te ontzien bij de invulling van deze subsidietaakstelling.Niet alle maatregelen van de subsidietaakstelling hebben effect op demiddelen die scholen ontvangen, zo wordt ook gekort op het budget vooropdrachten. Met de invulling van de subsidietaakstelling zal een aantalsubsidieregelingen voor scholen niet worden voortgezet. Scholen kunnende middelen uit deze subsidieregelingen niet inzetten om (tijdelijk)personeel aan te nemen om activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uitte voeren. Het is niet mogelijk een inschatting te maken om hoeveelpersoneel dit zou gaan.31Kunt u een opsomming geven van alle bestaande subsidieregelingenwaarbij bewezen is dat de uitvoering ervan effectief is?De Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022 vormt het uitgangspuntbij de evaluatie van subsidies. Indien een subsidie op een wettelijkvoorschrift berust, wordt ten minste eenmaal in de vijf jaren een verslaggepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie inde praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. In bijlage 4van de begroting, het subsidieoverzicht, is per subsidie het jaartal vanevaluatie opgenomen. De verslagen worden o.a. gepubliceerd op dewebsite open.overheid.nl. De bevindingen van een subsidie-evaluatieworden meegenomen bij verlenging of wijziging van een regeling.Daarnaast kunnen de uitkomsten worden meegenomen bij het opstellenvan (nieuw) beleid.32Hoeveel samenwerkingen tussen publiek-privaat zijn er voortgekomen uithet Regionaal Investeringsfonds?In totaal hebben in de periode 2014 t/m mei 2024 227 publiek-privatesamenwerkingsverbanden aanspraak gemaakt op het Regionaal Investe-ringsfonds. In de periode 2014–2018 (RIF-1) zijn er 212 aanvrageningediend en 120 aanvragen toegekend. In de periode 2019 2023 (RIF-2)zijn er 148 aanvragen ingediend en 103 aanvragen toegekend. In de eersteronde van 2024 zijn er 5 aanvragen ingediend en 4 aanvragen toegekend.In de tweede ronde van 2024 zijn er ook 5 vragen ingediend en4 aanvragen toegekend.33Hoeveel aanvragen zijn er gedaan om geld beschikbaar te stellen uit hetNationaal Investeringsfonds?Wanneer wordt gedoeld op het voorstel «Opschaling van publiek-privatesamenwerkingen in het beroepsonderwijs» uit het Nationaal Groeifonds:in 2023 zijn er 21 aanvragen ingediend en 15 aanvragen goedgekeurd. Eenaanvraag kan bestaan uit meerdere publiek-private samenwerkingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 358 34Hoe rijmt u het voornemen uit het regeerprogramma om switchen enstudie-uitval te voorkomen met de bezuiniging op de RegelingDoorstroom Beroepskolom, een subsidie die was bedoeld om switchen enstudie-uitval te voorkomen?Dit jaar is het subsidieplafond verlaagd door de bezuiniging en zijn alsnogalle aanvragen toegekend die voldeden aan de subsidiecriteria. Eerdertoegekende aanvragen worden met deze bezuiniging dus niet geraakt, dusonderwijsinstellingen die met de subsidie aan de slag zijn gegaan, kunnendit blijven voortzetten. Daarnaast blijft er structureel € 25,2 miljoenbeschikbaar voor het verbeteren van de doorstroom in de beroepskolom.Ik neem daarnaast verschillende andere maatregelen om studenten beterte begeleiden om switch en uitval te voorkomen. Zo binnen het Ministerievan OCW bezig met het wetsvoorstel «van school naar duurzaam werk»waarmee mbo-instellingen extra loopbaanbegeleiding bieden in de laatstefase van de opleiding tot een jaar na diplomering aan studenten die ditnodig hebben. Ook wordt er vanuit de Werkagenda MBO tot 2027 jaarlijks32 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor loopbaanoriëntatie en-begeleiding in het mbo. Binnen het hbo (en wo) wordt er ook doorlopendaandacht besteed aan het voorkomen van uitval en switch. Zo hebbenaankomende studenten recht op een studiekeuzecheck als zij zich vóór1 mei aanmelden en ontvangen alle eindexamenkandidaten elk jaar eenbrief van het Ministerie van OCW met informatie omtrent hun studiekeuzeen het studeren in het mbo, hbo en wo. Daarnaast worden verschillendeactiviteiten ondernomen als het gaat om de begeleiding van studenten enhet vergroten van het thuisgevoel op de opleiding («sense of belonging»)zelf. Dit gebeurt onder andere vanuit het kader Studentenwelzijn. In hetcommissiedebat DUO en Hoger Onderwijs van 23 oktober jl.8, istoegezegd dat de Kamer begin volgend jaar een beleidsbrief ontvangtwaarin onder andere wordt ingegaan op maatregelen omtrent uitval enswitch van studenten.35Hoeveel scholen maken gebruik van de Regeling subsidieverstrekkingvoor godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs opopenbare scholen?In het schooljaar 2023–2024 hebben 951 openbare basisscholen gebruikgemaakt van de Regeling subsidieverstrekking voor godsdienstonderwijsof levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. Deze scholen blijven, ook alsde subsidie wordt stopgezet, bijdragen aan de vorming van leerlingen.Alle scholen hebben namelijk de wettelijke taak om onderwijs geven overhet kennisgebied Geestelijke Stromingen en de Burgerschapsopdracht,wat ook bijdraagt aan de identiteitsvorming van leerlingen.36Hoeveel banen zullen er verdwijnen door het wegvallen van de Regelingsubsidieverstrekking voor godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijkvormingsonderwijs op openbare scholen?In totaal werken bij het Centrum voor Vormgevingsonderwijs (CvV) en dezendende instanties 383 mensen (161,5 fte).37Hoeveel scholen maken gebruik van de Regeling bewegingsonderwijs?8Toezegging bij DUO en Hoger onderwijs | Tweede Kamer der Staten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 359 In totaal zijn 1.613 scholen in het primair onderwijs bereikt met desubsidieregeling Impuls en Innovatie Bewegingsonderwijs, verdeeld overtwee jaren (1.207 in 2021 en 406 in 2022). Na 2022 zijn er geen nieuweaanvraagrondes meer geweest.38Wat is het effect van het schrappen van de Regeling bewegingsonderwijsvoor gymleraren en voor scholieren in het primair onderwijs?Het feit dat deze middelen nu zijn opgenomen in de rijksbrede taakstellingheeft geen directe praktische gevolgen. Met deze bezuiniging wordt geenbestaande regeling weggestreept, maar ingeleverd op budgettaire ruimtevanaf 2026. Met de subsidie konden scholen procesbegeleiders aanstellendie hielpen met het vinden van oplossingen voor mogelijke knelpunten bijhet realiseren van twee uur bewegingsonderwijs per week. In afwachtingvan een evaluatie van de regeling waren de middelen nog niet herbe-stemd. Dit maakt wel dat we in de toekomst geen extra geld hebben omeventueel scholen te ondersteunen bij het halen van de urennorm voorbewegingsonderwijs anders dan via de lumpsum.39Wat zal het effect zijn van de bezuiniging Subsidieregeling vrijroosterenleraren?De subsidieregeling vrijroosteren leraren zal niet opnieuw wordenopengesteld voor scholen. De vierde subsidieronde voor de schooljaren2023/2024 en 2024/2025 is de laatste ronde geweest. Er zijn geen middelenmeer beschikbaar om leraren vrij te roosteren voor coaching vanleerkrachten of intensieve begeleiding van leerlingen.40Klopt het dat de extra loon- en prijsbijstelling die in 2022 in deNajaarsnota is toegevoegd een structurele inkomstenbron voor scholenis?Bij de Najaarsnota van 2022 is een structurele extra prijsbijstellinguitgekeerd als gevolg van de gestegen inflatie. In 2023 zijn deze middelenbenut voor een subsidieregeling voor scholen met hoge energielasten. Erwas onder scholen weinig animo voor deze regeling. De energieprijzenliggen niet meer op het hoge niveau van 2022. Deze extra prijsbijstellingwas nog niet uitgekeerd aan scholen, maar stond wel structureel op deOCW-begroting.41Wat is het financiële effect voor scholen in het primair- en voortgezetonderwijs door de extra loon- en prijsbijstelling Najaarsnota 2022 artikel 1niet door te voeren?De structurele extra prijsbijstelling voor het primair- en voortgezetonderwijs als gevolg van de gestegen inflatie in 2022 wordt ingezet voorde subsidietaakstelling. Deze extra prijsbijstelling was nog niet uitgekeerdaan scholen, maar stond wel structureel op de OCW-begroting. Dit houdtin dat scholen in het primair- en voortgezet onderwijs enkel worden gekortop de gelden die zij ter compensatie van de tijdelijke hoge inflatie haddenkunnen ontvangen. De prijzen liggen nu niet meer op het hoge niveau van2022. De reguliere loon- en prijsbijstelling is in dat jaar wel uitgekeerd. Deloonbijstelling wordt volledig uitgekeerd aan scholen in het primair- envoortgezet onderwijs, zodat er afspraken gemaakt kunnen blijven wordendoor sociale partners over de stijging van lerarensalarissen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3510 42Wat houdt het afschaffen van de regeling voor het verzuim-deel van deRegeling strategisch personeelsbeleid in?Het deel van de bekostigingsregeling SHRM/Verzuim dat betrekking hadop het voorkomen van verzuim wordt niet verlengd. Scholen ontvangenvanaf 2027 geen aanvullende bekostiging meer voor het voorkomen vanverzuim. Scholen hebben ook na het stoppen met de bekostigingsregelingde taak om leerlingen te ondersteunen opdat zij niet zullen uitvallen.Daarnaast hebben samenwerkingsverbanden passend onderwijs de taakom een dekkend aanbod te faciliteren in hun regio Zie ook het antwoordop vraag 43.43Betekent het bezuinigen op de Regeling strategisch personeelsbeleid datleerlingen die thuiszitten niet meer worden ondersteund om weer naarschool terug te keren?Het beëindigen van deze regeling betekent niet dat er geen extraondersteuningsmogelijkheden voor thuiszitters zijn. Het deel van debekostigingsregeling SHRM/Verzuim dat betrekking had op hetvoorkomen van verzuim wordt niet verlengd. Scholen ontvangen vanaf2027 geen aanvullende bekostiging meer voor het voorkomen vanverzuim.Momenteel voeren samenwerkingsverbanden de regeling Wél inOntwikkeling uit, die gericht is op kinderen en jongeren die niet bij eenonderwijsinstelling zijn ingeschreven. In de eerste helft van 2025 wordtdaarnaast de regeling «ondersteuning en preventie thuiszittendejongeren» gepubliceerd waarmee samenwerkingsverbanden hunondersteuningsaanbod voor deze groep en voor leerlingen die dreigen uitte vallen kunnen uitbreiden.Het is ook van belang dat scholen en samenwerkingsverbanden meerruimte hebben om passend maatwerk te bieden én doelmatig verzuim-beleid voeren, ook in samenwerking met gemeenten en leerplichtambte-naren. Daarom wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om meer maatwerkmogelijk te maken en ontvangt de Kamer binnenkort het wetsvoorstel«terugdringen schoolverzuim». Zie ook de antwoorden op de vragen 62en 81.44Welke projecten worden geschrapt bij de Regeling versterking medezeg-genschap en welke blijven behouden?Aangezien de middelen voor 2025 en 2026 onveranderd zijn geblevenworden er binnen de regeling geen projecten geschrapt. De reedsaangegane verplichtingen binnen deze regeling passen bij deze looptijd.45Hoeveel leraren maken gebruik van de promotiebeurs leraren, uitgesplitstnaar beurzenprogramma?In de tabel bij vraag 10 is het aantal leraren naar beursprogrammauitgesplitst.46Kunnen leraren die nu gebruik maken van een promotiebeurs hunpromotie afmaken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3511 De bezuiniging betekent niets voor reeds toegekende beurzen en heeftook de komende twee jaar nog geen directe gevolgen. Iedereen die debeurs toegekend heeft gekregen blijft beschikken over deze beurs en kanhiermee diens promotie afmaken. De eerstvolgende deadline voor hetindienen van nieuwe voorstellen voor de Promotiebeurs voor leraren is op21 januari 2025. De laatste ronde om in te dienen zal in najaar 2026 zijn.47Hoeveel scholen worden er extra geraakt door de bezuiniging op Schoolen Omgeving in het primair- en voortgezet onderwijs?De korting van € 155 miljoen uit het regeerakkoord betreft circa 33% vanhet totale budget. Naar verwachting zullen er hierdoor structureel circa33% minder leerlingen deel kunnen nemen aan het programma dan methet oorspronkelijke budget. Naar verwachting zal het aantal scholen in hetprimair- en voortgezet onderwijs dat kan deelnemen aan het programmamet ongeveer hetzelfde percentage dalen. De aanvullende korting van€ 1,6 miljoen vanaf 2029 betreft circa 0,3% van het totale budget. Naarverwachting daalt het aantal leerlingen en scholen dat kan deelnemen aanhet programma door deze bezuiniging eveneens met dit percentage.Hoeveel scholen er door de korting geraakt worden zal afhangen van hetaantal nieuwe aanvragen evenals het aantal uren en leerlingen waarvoorsubsidie wordt aangevraagd in de aankomende regeling. Met deervaringen uit deze subsidieregeling wordt de nieuwe subsidieregeling opdit moment vormgegeven. Het is daarom nu niet in te schatten, of en zoja, hoeveel en welke scholen, er in de nieuwe subsidieregeling preciesbuiten de boot zullen vallen. Dit hangt ook af van het aantal nieuweaanvragen.48Hoeveel bedrijven hebben gebruikgemaakt van de Regeling praktijkleren?De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft in beeldgebracht hoeveel bedrijven de afgelopen jaren gebruik hebben gemaaktvan de subsidie. De onderstaande geeft het aantal unieke KVK-nummersweer die subsidie hebben ontvangen. In de tabel is te zien dat het aantalbedrijven redelijk constant is. Dit komt mede doordat de regeling sinds2014 succesvol loopt en grote bekendheid geniet. Voor het schooljaar2023/2024 zijn nog geen cijfers bekend, omdat de beoordelingsprocedurenog loopt.Aantal bedrijven (KVK-nummers) die de subsidie praktijkleren hebben ontvangen2020/20212021/20222022/202324.59825.02225.222 49Hoeveel stage- en/of leerwerkplekken zijn er gecreëerd door de Regelingpraktijkleren?RVO stelt jaarlijks een monitoringsrapportage op over de Subsidieregelingpraktijkleren. De onderstaande tabel komt uit de laatste rapportage vanmaart 2024 en geeft het aantal toegekende leerplekken per jaar weer.Hieruit valt af te leiden dat werkgevers in het schooljaar 2022/2023 voor132.862 leerplekken subsidie hebben ontvangen. Voor het schooljaar2023/2024 zijn nog geen cijfers bekend, omdat de beoordelingsprocedurenog loopt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3512 Hoeveel praktijk- of werkleerplaatsen door deze regeling zijn gecreëerdvalt niet precies te zeggen. Tegelijkertijd blijkt uit de meest recenteevaluatie dat de subsidieregeling praktijkleren een wisselende rol speelt inhet creëren van praktijk- of werkleerplaatsen voor leerlingen en studenten.Aantal toegekende leerplekken voor de subsidie praktijkleren2020/20212021/20222022/2023123.837126.826132.862 50Wat is het gevolg van de vermindering van de extra loon- en prijsbij-stelling Najaarsnota 2022 voor artikelen 1 en 3?Zie het antwoord op vraag 41.51Kunt u de post Overige subsidies artikel 1 volledig uitsplitsen, inclusiefmutatiesVoor een uitsplitsing verwijs ik u naar het aangepaste subsidieoverzicht(tabel 4) verwerkt in de nota van wijziging die aan de Kamer is verstuurd(Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 14)52Kunt u de post Overige subsidies artikel 3 volledig uitsplitsen, inclusiefmutaties?Voor een uitsplitsing verwijs ik u naar het aangepaste subsidieoverzicht(tabel 5) verwerkt in de nota van wijziging die aan de Kamer is verstuurd(Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 14)53Kunt u de post Opdrachten artikel 1 volledig uitsplitsen, inclusiefmutaties?Onder de post Opdrachten artikel 1 vallen diverse beleidsgerichteonderzoeken zoals evaluaties van beleid en subsidieregelingen enmonitoringsonderzoeken. Ook de uitvoeringskosten van DUSI voor desubsidieregelingen worden hieruit betaald.54Kunt u de post Opdrachten artikel 3 volledig uitsplitsen, inclusiefmutaties?Zie het antwoord op vraag 53.55Wat valt er onder «restant werkagenda»?Bij de afspraken rond het onderwijsakkoord, waarbij € 1,5 miljard isgeïnvesteerd in het funderend onderwijs, zijn ook afspraken gemaakt overeen werkagenda voor de aanpak van het lerarentekort. Er zijn daarbijtientallen miljoenen vrijgemaakt om alle afspraken uit die werkagenda tekunnen realiseren. Uiteindelijk resteert een klein deel van die middelen,nadat alle financiële afspraken zijn nagekomen. Deze middelen haddengeen concrete bestemming meer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3513 56Welke initiatieven worden gefinancierd vanuit de Regeling versterkingmedezeggenschap?De regeling versterking zeggenschap bestaat uit verschillende onderdelen.Hier zitten onder andere middelen in voor versterking van leerlingpartici-patie, de subsidie versterking medezeggenschap, een pilot voor eenambtelijk secretaris, middelen om de rol en positie van de schoolleider teversterken (waaronder een onderzoek naar werkbelasting schoolleiders enlerend leiderschap), maar ook middelen voor de ontwikkeling enversterking van het bestuur en het intern toezicht (bijvoorbeeld in relatietot het wetsvoorstel eisen stellen aan het bestuur en intern toezicht). Insommige gevallen gaat het om reeds aangegane verplichtingen, maargrotendeels gaat het ook om reserveringen die nog aangegaan moetenworden.57Welke initiatieven worden gefinancierd door de Regeling tussenklassen?Er is momenteel geen regeling tussenklassen. Dit budget was gereser-veerd voor het opzetten van pilots op scholen die een tussenjaar willenorganiseren voor een specifieke groep leerlingen die gebaat zijn bij uitstelvan het overgangsmoment naar het vo. Deze pilots waren pas voorzienvanaf 2027. Wegens grote belangstelling voor de subsidieregelingverbinding po-vo en de forse overvraging zijn de middelen voor de jaren2024, 2025 en 2026 toegevoegd aan deze regeling. Deze subsidieregelingkent immers hetzelfde onderliggende doel als tussenklassen, namelijk hetversoepelen van de overgang van leerlingen van po naar vo. Door deinvulling van de subsidietaakstelling is er geen budget beschikbaar vooreen regeling tussenklassen vanaf 2027.58Om hoeveel leerlingen gaat de Regeling tussenklassen?Er is momenteel geen regeling tussenklassen waar leerlingen gebruik vanmaken, zie antwoord op vraag 57.59Hoeveel samenwerkingen worden gefinancierd vanuit het RegionaalInvesteringsfonds?Zoals toegelicht bij vraag 32 zijn er 227 samenwerkingen gefinancierd.Van deze samenwerkingen is de financiering voor 127 samenwerkingsver-banden momenteel afgerond. Er zijn nog 100 lopende samenwerkingendie financiering ontvangen uit het Regionaal Investeringsfonds.60Kunt u een uitputtende lijst geven van samenwerkingen in het kader vanhet Regionaal Investeringsfonds en welke samenwerkingen zullen moetenstoppen?Zie onderstaande tabel voor een overzicht van alle lopendeRIF-samenwerkingen. Geen enkele samenwerking hoeft te stoppen.Samenwerkingen waarvan de aanvraag reeds is gehonoreerd kunnenerop rekenen dat zij subsidie ontvangen conform beschikking. Deverlaging van het budget in de periode 2025–2027 en vervolgens hetstoppen van de RIF vanaf 2028 heeft alleen mogelijk effect op nieuweaanvragen en aanvragen voor opschaling van bestaande samenwer-kingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3514 Lopende samenwerkingen die op dit moment gebruik maken van het RIF:AanvraagPenvoerderRIF19001Nova CollegeRIF19003ROC Rivor (ENTREE)RIF19004ScaldaRIF19005ROC flevolandRIF19007LandstedeRIF19008SVO VakinstellingRIF19009Regio CollegeRIF19011Clusius CollegeRIF19016GildeRIF19020ROC AmsterdamRIF19025ROC AmsterdamRIF19027ROC van FlevolandRIF19029Friesland CollegeRIF19030CITAVERDE CollegeRIF19031Vista CollegeRIF19036Graafschap CollegeRIF19038Hoornbeeck CollegeRIF20007Mbo College Zuidoost ROC van AmsterdamRIF20008ROC HorizoncollegeRIF20009Gilde OpleidingenRIF20010ROC van TwenteRIF20011ROC van TwenteRIF20013ROC Midden NederlandRIF20015Stichting Deltion CollegeRIF20017ROC MondriaanRIF20018St. ROC Zuid-Holland Zuid, Da Vinci CollegeRIF20019ROC Midden NederlandRIF20022ROC Friesland CollegeRIF20023Stichting voor Educatie en Beroepsonderwijs(NovaCollege)RIF20029NoorderpoortRIF20030ROC Midden NederlandRIF20031ROC MondriaanRIF20033Clusius CollegeRIF20035Stichting Beroepsonderwijs & Volwasseneneducatie Oost GelderlandRIF20036ROC NijmegenRIF20037Stichting BVE Zuid Limburg (VISTA college)RIF20038ROC Midden NederlandRIF21002STC GroupRIF21003Alfa-college Stichting Christelijk R.O.C. Noord- enOost-NederlandRIF21004Stichting Curio Onderwijsgroep West-BrabantRIF21005Stichting Aeres GroepRIF21006Roc van AmsterdamRIF21007ROC Midden NederlandRIF21008Stichting ZadkineRIF21009Stichting Regionaal Opleidingencentrum RivorRIF21010Stichting Curio Onderwijsgroep West-BrabantRIF21011ROC Horizon CollegeRIF21014ROC NijmegenRIF21015mboRijnlandRIF21016Drenthe CollegeRIF21017Stichting BVE Zuid-Limburg (Vista College)RIF21019Albeda CollegeRIF21020NoorderpoortRIF21021Albeda CollegeRIF21023Stichting CurioRIF21024De LeijgraafTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3515 AanvraagPenvoerderRIF21025Aeres MBORIF22001Horizon CollegeRIF22002Friesland CollegeRIF22003ROC Summa CollegeRIF22004Regio CollegeRIF22005ROC Midden NederlandRIF22006AERES MBO AlmereRIF22008Stichting AlbedaRIF22009ROC Midden NederlandRIF22010ROC van AmsterdamRIF22011Stichting YuvertaRIF22012Lentiz onderwijsgroepRIF22013Leijgraaf (Stichting Regionaal Onderwijs Centrum’s-Hertogenbosch)RIF22016Deltion CollegeRIF22020AventusRIF22021ROC van AmsterdamRIF22024Alfa-collegeRIF22025Stichting Aeres GroepRIF22026Stichting BVE Zuid-LimburgRIF22029mboRijnlandRIF22030Stichting YuvertaRIF23001Stichting YuvertaRIF23002Stichting Beroepsonderwijs & Volwasseneneducatie Oost GelderlandRIF23003Nova CollegeRIF23005ROC van Amsterdam/ mbo College ZuidoostRIF23006VONKRIF23007Stichting Onderwijsgroep TilburgRIF23008Stichting voor Educatie en BeroepsonderwijsZadkineRIF23009Stichting MBO RijnlandRIF23011Stichting BVE Zuid-Limburg (Vista College)RIF23012ROC Gilde opleidingenRIF23013NimetoRIF23014ROC van TwenteRIF23015Hout- en meubileringscollegeRIF23016Rijn IjsselRIF23018ROC NijmegenRIF23019ROC MondriaanRIF23021ROC Midden NederlandRIF23022ROC Ter AARIF23023Stichting YuvertaRIF24001ROC van Amsterdam-FlevolandRIF24002Mediacollege AmsterdamRIF24003Stichting NoorderpoortRIF24005Horizon College 61Hoeveel studenten hebben profijt van het Regionaal Investeringsfonds enhoeveel zijn dat er minder dankzij de bezuiniging?In RIF-1 was het bereik in totaal 230.073 studenten. Voor RIF-2 en RIF-3 isdat nog niet te zeggen, omdat de eindrapportages nog niet definitief zijn.Het is daarom niet mogelijk om uitspraak te doen over het totaal aantalstudenten dat profijt heeft (gehad) of geen profijt meer zal hebben van hetRegionaal Investeringsfonds. Huidige toegekende RIF subsidies lopen dekomende jaren door en hier hebben de studenten dan ook de komendejaren nog profijt van.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3516 62Wat is de impact van het wegbezuinigen van de middelen voor verzuimvoor het wetsvoorstel gericht op het terugdringen van verzuim?Het vanaf 2028 niet meer beschikbaar stellen van subsidiemiddelen voor«ondersteuning en preventie thuiszittende jongeren» heeft geen impactop het wetsvoorstel gericht op het terugdringen van verzuim. Hetwetsvoorstel «terugdringen schoolverzuim» creëert de noodzakelijkevoorwaarden voor scholen, leerplichtambtenaren en samenwerkingsver-banden om verzuim terug te dringen en te voorkomen. Onder meer doorhet verzuimbeleid op scholen te versterken en een aantal elementenverplicht op te laten nemen in hun verzuimbeleid. Hiervoor zijn geenaanvullende financiële middelen nodig.De subsidie «ondersteuning en preventie thuiszittende jongeren» isbedoeld als impuls voor de komende jaren voor samenwerkingsver-banden om hun ondersteuningsaanbod uit te breiden, bijvoorbeeld metniet-bekostigde initiatieven. Het budget dat daarna beschikbaar was wordtingeleverd, maar tegelijkertijd wordt er met het wetsvoorstel maatwerkmeer ruimte in wet- en regelgeving gecreëerd voor scholen en samenwer-kingsverbanden zodat leerlingen zich toch kunnen ontwikkelen.63Hoeveel kinderen krijgen vormingsonderwijs dankzij de RegelingGVO9/HVO10?Er worden ongeveer 50.000 leerlingen bereikt door deze Regeling via hetvormingsonderwijs, verzorgd vanuit het CvV.64Waartoe dient de Subsidieregeling vrijroosteren leraren?De Subsidieregeling vrijroosteren leraren is ingevoerd voor hetverstrekken van subsidies ten behoeve van scholen met een bovengemid-delde schoolweging achterstandsleerlingen. De subsidie is gericht op hetvrijroosteren van leraren zodat zij in de gelegenheid gesteld worden omdeel te nemen aan coachingactiviteiten en het intensief begeleiden vanleerlingen met achterstanden in de schooljaren 2023–2025. Het opdoenvan ervaring met het vrijroosteren van leraren voor deelname aancoachingsactiviteiten is van belang voor de doorontwikkeling van hetbeleid op het gebied van professionalisering van leraren en gelijke kansenin het onderwijs.Scholen ontvangen zelf ook jaarlijks middelen in de reguliere bekostigingom leerlingen goed te begeleiden en hun leraren te professionaliseren.Daarnaast wordt met de landelijke agenda’s van de Gelijke KansenAlliantie ook verder gewerkt aan professionalisering van onderwijsper-soneel op scholen waar leerlingen extra ondersteuning kunnen gebruiken.Het bereik hiervan is vergelijkbaar met de regeling vrijroosteren.65Hoeveel leraren kunnen dankzij de bezuiniging op de Regeling vrijroos-teren leraren niet worden vrijgeroosterd?Scholen hebben binnen de regeling de vrijheid om, op basis van eenconcreet onderbouwd voorstel, meerdere leraren vrij te roosteren. Hetaantal staat niet exact vast. Zie verder ook het antwoord op vraag 112.9GVO: godsdienstig vormingsonderwijs10HVO: humanistisch vormingsonderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3517 66Klopt het dat «Ondersteuning en preventie thuiszitters/niet-bekostigdeinitiatieven» gaat om het «rommelpotje» passend onderwijs?Ja.67Wat wordt er nu gefinancierd vanuit de post «Ondersteuning en preventiethuiszitters/niet-bekostigde initiatieven»?In het commissiedebat passend onderwijs van 5 april 2023 heeft het lidKwint (SP) de term «rommelpotje» gebruikt voor een voorstel om bij wijzevan experiment incidenteel middelen toe te kennen aan initiatieven die nuniet binnen het stelsel passend onderwijs gefinancierd worden. Met dezeregeling zal invulling gegeven worden aan de toezegging aan de Kamerom een breder ondersteuningsaanbod van samenwerkingsverbanden tefaciliteren. Over de manier waarop de middelen worden ingezet is deKamer al eerder geïnformeerd (Kamerstuk 31 497, nr. 490) Er is na deinvulling van de taakstelling nog budget beschikbaar tot en met 2027,voor uitvoering van de regeling die duurt tot en met schooljaar2027–2028. Het budget dat daarna beschikbaar was wordt ingeleverd,maar tegelijkertijd wordt er met het wetsvoorstel maatwerk meer ruimtein wet- en regelgeving gecreëerd voor scholen en samenwerkingsver-banden zodat leerlingen zich toch kunnen ontwikkelen. Momenteel wordtdeze regeling voorbereid. Het doel is om de regeling in de eerste helft van2025 te publiceren.68Hoeveel kinderen hebben baat bij de post «Ondersteuning en preventiethuiszitters/niet-bekostigde initiatieven»?Dit is niet bekend, aangezien de subsidieregeling hiervoor nog invoorbereiding is.69Hoeveel minder kinderen hebben minder ondersteuning vanuit de post«Ondersteuning en preventie thuiszitters/niet-bekostigde initiatieven»door de bezuiniging?Dit is niet bekend, aangezien de subsidieregeling hiervoor nog invoorbereiding is.70Wat wordt gefinancierd vanuit de Regeling hoogbegaafdheid?De regeling «begaafde leerlingen 2023–2025» bestaat uit twee delen. Heteerste deel is bedoeld om het voltijd hoogbegaafdheidonderwijs teversterken en borgen. Aan dit deel van de regeling doen 66 samenwer-kingsverbanden mee, waarmee er zeker 125 voltijdsvoorzieningen wordenondersteund.Daarnaast worden op basis van de regeling in 139 van de 151 samenwer-kingsverbanden diverse activiteiten gefinancierd uit het andere deel vande regeling, om een beter passend aanbod voor de (hoog)begaafdeleerlingen in te richten. Hierbij wordt het aanbod voor de leerlingenuitgebreid, bijvoorbeeld door individuele begeleiding of arrangementenvoor dubbel bijzondere leerlingen en (dreigende) uitvallende leerlingen.Vanuit de regeling kan ook gewerkt worden aan het verbeteren van kennisvan de onderwijsprofessional en betere onderlinge samenwerking.Samenwerkingsverbanden en scholen organiseren verschillendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3518 activiteiten voor deze doelgroep, zoals op het gebied van differentiëren enversnellen.71Hoeveel kinderen worden geraakt door de bezuiniging op de Regelinghoogbegaafdheid?Het budget van € 4,7 miljoen dat wordt gekort betreft het bedrag dat nietis aangevraagd voor de subsidieregeling Begaafde leerlingen po en vo2023–2025. De facto worden dus geen kinderen geraakt.72Waarop wordt de loon- en prijsbijstelling in het funderend onderwijsverminderd?Bij de Najaarsnota van 2022 is extra structurele prijsbijstelling uitgekeerdals gevolg van de gestegen inflatie. Deze extra prijsbijstelling was nog nietuitgekeerd aan scholen, maar stond wel structureel op de OCW-begroting.In 2023 zijn deze middelen benut voor een subsidieregeling voor scholenmet hoge energielasten. Er was onder scholen weinig animo voor dezeregeling. De energieprijzen liggen niet meer op het hoge niveau van 2022.Voor 2026 en verder zijn deze middelen ingezet voor de subsidietaak-stelling. Daarnaast is een deel van de loon- en prijsbijstelling op overigesubsidies en opdrachten ingezet voor de subsidietaakstelling.73Hoeveel scholen maken gebruik van de Regeling bewegingsonderwijs?Zie het antwoord op vraag 37.74Hoeveel kinderen hebben profijt van de Regeling bewegingsonderwijs?Het is niet bekend hoeveel leerlingen zijn bereikt met de subsidieregelingImpuls en Innovatie Bewegingsonderwijs. Deze regeling ondersteuntscholen die meer bewegingsonderwijs willen geven. Zoals aangegeven inantwoord op vragen 37 en 73, hebben in twee jaar tijd 1.613 scholendeelgenomen aan de regeling.75Wat wordt precies gefinancierd vanuit de Regeling doorstroomvmbo-havo/mbo?Met de regeling doorstroom vmbo-havo/mbo konden scholen subsidieaanvragen om doorstroomprogramma’s te ontwikkelen voor leerlingen inhet laatste leerjaar van het vmbo en het eerste studiejaar van hetvervolgonderwijs. Deze programma’s boden extra onderwijs aan tijdensde zomervakantie en/of waren bedoeld voor persoonlijke begeleiding enondersteuning tijdens de overgang van vmbo naar havo of mbo. Dezeregeling liep van 2017 tot en met 2022.76Hoeveel leerlingen worden getroffen door de bezuiniging op de Regelingdoorstroom vmbo-havo/mbo?Op basis van het vaste subsidiebedrag van € 700,– per leerling en hettotale beschikbare budget van € 13,5 miljoen, had er naar verwachting perjaar voor circa 19.300 leerlingen subsidie aangevraagd kunnen worden.Van het budget was 70% bestemd voor de doorstroom naar hetmiddelbaar beroepsonderwijs en 30% voor de doorstroom naar hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3519 voortgezet onderwijs. Het werkelijke aantal zou echter afhankelijk zijngeweest van de vormgeving van een eventuele opvolgende regeling enhet aantal daadwerkelijke aanvragen binnen die regeling.77Hoe verhouden de bezuinigingen op thuiszitters zich tot de nieuw in tevoeren Wet terugdringen verzuim?Het niet verlengen van de subsidie «ondersteuning en preventie thuiszit-tende jongeren» en het niet verlengen van het deel van de regelingSHRM/Verzuim voor verzuim, hebben geen directe impact op hetwetsvoorstel gericht op het terugdringen van verzuim. Zie ook hetantwoord op vraag 62.78Wat betekenen de bezuinigingen van in totaal op € 6 miljoen opKennisnet voor de ondersteuningsstructuur van scholen om technologiete kunnen benutten om de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijste verbeteren en veiligheids- en ICT-risico’s te beheersen?De taakstelling bestaat uit twee delen. Vanaf 2026 wordt € 4 mln. aanbudgettaire ruimte ingezet t.b.v. de subsidietaakstelling. Het inleveren vandeze budgettaire ruimte is financieel-technisch van aard. Dit heeft dusgeen effect op de huidige ondersteuningsstructuur van scholen.Het tweede deel van de taakstelling betreft (vanaf 2027) een besparing van€ 2 mln. op de instellingssubsidie van Kennisnet. Daarmee is er vanaf2027 nog € 13 mln. beschikbaar voor de activiteiten van Kennisnet tenbehoeve van de ondersteuningsstructuur van scholen. Zie ook hetantwoord op vraag 108.79Wat werd er bekostigd uit de subsidieregeling «Ondersteuning enpreventie thuiszitters/niet-bekostigde initiatieven» en kunt u in eenoverzicht uiteenzetten hoeveel geld de afgelopen jaren in deze subsidiere-geling zat en waar het specifiek naar toe is gegaan?Zie het antwoord op vraag 67.80Hoeveel thuiszitters zijn er en kunt u uiteenzetten hoeveel thuiszitters erde afgelopen 10 jaar waren?De meest actuele cijfers over het aantal kinderen en jongeren dat thuiszitzijn van de «Leerplichttelling» over het schooljaar 2022–2023. Deze cijferszijn begin mei met de Tweede Kamer gedeeld samen met de Kamerbriefover passend onderwijs. Het aantal leer- en kwalificatieplichtige kinderendat tijdens het einde van schooljaar 2022–2023 niet stond ingeschreven opeen school en ook geen vrijstelling had (absoluut verzuim) was 13.707.Van deze groep volgden 4.440 kinderen aan het einde van het schooljaarweer onderwijs. Daarnaast waren er 3.881 kinderen die 4 weken of langerongeoorloofd niet naar school gingen. Aan het einde van het schooljaar2022–2023 waren dit nog 1.682 kinderen.In de Leerplichttelling vindt u de verzuimcijfers van de afgelopen 10 jaaren de ontwikkeling hiervan.81Op welke manier kunnen thuiszitters en kinderen die het risico lopen omthuiszitter te worden, geholpen worden als de subsidieregeling «Onder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3520 steuning en preventie thuiszitters/niet-bekostigde initiatieven» wordtafgeschaft vanaf 2028?Om te zorgen dat minder kinderen thuiszitten of thuis komen te zitten, ishet belangrijk dat scholen en samenwerkingsverbanden de mogelijkheidhebben om passend maatwerk te bieden, ook als de subsidieregeling«Ondersteuning en preventie thuiszittende jongeren» in 2028 afloopt.Daarom wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om meer maatwerk mogelijkte maken voor jeugdigen met psychische of lichamelijke problematiek, diemet maatwerk wel in staat zijn om onderwijs te volgen. Naast deze ruimtevoor flexibiliteit is het ook van belang dat scholen, samenwerkingsver-banden en leerplichtambtenaren preventief werken aan verzuim endaarmee schooluitval en thuiszitten voorkomen. Het wetsvoorstel«terugdringen schoolverzuim» verbetert deze preventieve aanpak.Binnenkort ontvangt de Kamer dit wetsvoorstel. Zie verder ook hetantwoord op vraag 62.82Hoe verhouden deze bezuinigingen zich tot de verbeteraanpak passendonderwijs?Een belangrijk onderdeel van de verbeteraanpak is aandacht voor hettegengaan van verzuim en voor een beter aanbod voor (hoog)begaafdeleerlingen. Hieraan wordt onder andere gewerkt via het wetsvoorstel«terugdringen schoolverzuim», dat binnenkort aan uw Kamer wordtaangeboden, het plan van aanpak hoogbegaafdheid en het wetsvoorstelmaatwerk.Het budget voor (hoog)begaafdheid wordt structureel met € 4,7 miljoengekort. Het budget kan worden bijgesteld omdat samenwerkingsver-banden minder hebben aangevraagd dan het beschikbare budget. Hetdeel van 4,7 miljoen euro is dus in de huidige subsidieregeling ook nietbesteed. Er blijft structureel € 23,3 miljoen over om voor (hoog)begaafdeleerlingen optimale ontwikkelkansen te creëren. Waar het gaat om hetterugdringen van verzuim loopt nu onder andere de regeling Wel inontwikkeling, waarbij samenwerkingsverbanden extra middelenontvangen om thuiszitters terug naar school te begeleiden. De middelenbedoeld voor de regeling voor de ondersteuning en preventie vanthuiszittende jongeren gaat vanaf volgend schooljaar voor drie jaar lopen.Het budget dat daarna beschikbaar was wordt ingeleverd, maar tegelij-kertijd wordt er met het wetsvoorstel maatwerk meer ruimte in wet- enregelgeving gecreëerd voor scholen en samenwerkingsverbanden zodatleerlingen zich toch kunnen ontwikkelen.83Hoe verhouden deze bezuinigingen zich tot alle moties, zoals bijvoorbeeldde motie van het lid Westerveld c.s. over de inzet van vrijgekomenfinanciële middelen voor hoogbegaafdheid en initiatieven voor thuiszittersen voorzieningen voor kinderen met een of meerdere beperkingen11, diezijn aangenomen alsmede toezeggingen die zijn gedaan, zoals bijvoor-beeld de toezegging aan het lid Kwint over het «rommelpotje» in hetcommissiedebat over passend onderwijs op 5 april 202312?De subsidietaakstelling komt voort uit het Hoofdlijnenakkoord. Met denota van wijziging is deze verwerkt in de OCW-begroting die aan deKamer is voorgelegd. Daarin heeft het kabinet scherpe keuzes moetenmaken.11Kamerstuk 31 497, nr. 45512Kamerstuk 31 497, nr. 463Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3521 De motie Westerveld c.s. (Kamerstuk 31 497, nr. 455) had betrekking op degenerieke korting van de bekostiging van de samenwerkingsverbanden inhet jaar 2023. De motie is uitgevoerd en het budget is ingezet voorverschillende doelen op het gebied passend onderwijs, bijvoorbeeld voorhet eenmalig extra geld beschikbaar stellen voor hoogbegaafdheid en ookvoor leerlingen in het residentieel onderwijs. Hierover is de Kamergeïnformeerd per brief (Kamerstuk 31 497, nr. 467). Deze middelen zijnvanaf het jaar 2023 ter beschikking gekomen en de subsidietaakstellingheeft betrekking op de budgetten van 2025 en verder. Over de uitwerkingvan de toezegging aan het lid Kwint, zie het antwoord op vraag 67.84Heeft de bezuiniging op het NWO gevolgen voor het personeel?In de begroting 2026 zal NWO duidelijk maken op welke manier zijinvulling willen geven aan de subsidietaakstelling. Hierin zal ook het effectvan de subsidietaakstelling op het personeelsbeleid van NWO wordenmeegenomen. Deze begroting wordt uiterlijk op 1 november 2025aangeleverd bij het Ministerie van OCW. OCW gaat hierover met NWO ingesprek.85Hoeveel leraren maken gebruik van een promotiebeurs?In de tabel bij vraag 10 is te zien dat in totaal momenteel 350 lerarengebruik maken van de promotiebeurs.86Hoeveel leraren kunnen door de bezuiniging op de promotiebeurs niet(beginnen met) promoveren?Op de reeds toegekende promotiebeurzen heeft de bezuiniging geeneffect. Vanaf 2027 zullen jaarlijks circa 60 docenten niet meer gaan startenmet een nieuw promotietraject via de promotiebeurzen.90Hoeveel leerlingen en studenten worden getroffen door de bezuiniging opde Regeling Doorstroom Beroepskolom?Daar zijn geen cijfers over bekend. Per opleidingsroute moeten erminimaal 30 leerlingen instromen van vo naar mbo en minimaal 15 vanmbo naar hbo (krimpregio’s uitgezonderd).De regeling is gericht op het verbeteren van de overgangen vo-mbo,mbo-hbo. Als de overstap niet vloeiend verloopt of aantrekkelijk genoegis, bestaat de kans dat studenten overstappen naar een andere opleidingof uitvallen en eerder kiezen voor het betreden van de arbeidsmarkt.De huidige subsidieregeling Doorstroom Beroepskolom loopt van 2023t/m 2025. In de eerste jaren zijn in de aanvraagperiodes van deze subsidieop de Regeling Doorstroom Beroepskolom niet volledig uitgeput. In 2024is er door deze bezuiniging het subsidieplafond verlaagd, en zijn alsnogalle aanvragen toegekend die voldeden aan de subsidiecriteria. Eerdertoegekende aanvragen worden met deze bezuiniging niet geraakt, dusonderwijsinstellingen die met de subsidie aan de slag zijn gegaan, kunnendit blijven voortzetten.Oorspronkelijk was er budgettaire ruimte voor 40 aanvragen vanopleidingen per jaar. Vanaf 2025 kunnen door deze bezuiniging circa 30Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3522 opleidingen worden aangepast, vanaf 2028 is er budget voor circa 20opleidingen.Momenteel wordt verkend hoe we deze regeling vanaf 2026 meer kunnenrichten met het beschikbare budget en ook kunnen bijdragen aan dedoelstelling uit het hoofdlijnenakkoord. In 2025 wordt de Kamer hierovergeïnformeerd.91Hoeveel leerlingen en studenten worden getroffen door de bezuiniging opde Regeling Doorstroom Beroepskolom?Daar zijn geen cijfers over bekend. Per opleidingsroute moeten erminimaal 30 leerlingen instromen van vo naar mbo en minimaal 15 vanmbo naar hbo (krimpregio’s uitgezonderd).De regeling is gericht op het verbeteren van de overgangen vo-mbo,mbo-hbo. Als de overstap niet vloeiend verloopt of aantrekkelijk genoegis, bestaat de kans dat studenten overstappen naar een andere opleidingof uitvallen en eerder kiezen voor het betreden van de arbeidsmarkt.De huidige subsidieregeling Doorstroom Beroepskolom loopt van 2023t/m 2025. In de eerste jaren zijn in de aanvraagperiodes van deze subsidieop de Regeling Doorstroom Beroepskolom niet volledig uitgeput. In 2024is er door deze bezuiniging het subsidieplafond verlaagd, en zijn alsnogalle aanvragen toegekend die voldeden aan de subsidiecriteria. Eerdertoegekende aanvragen worden met deze bezuiniging niet geraakt, dusonderwijsinstellingen die met de subsidie aan de slag zijn gegaan, kunnendit blijven voortzetten.Oorspronkelijk was er budgettaire ruimte voor 40 aanvragen vanopleidingen per jaar. Vanaf 2025 kunnen door deze bezuiniging circa30 opleidingen worden aangepast, vanaf 2028 is er budget voor circa20 opleidingen.Momenteel wordt verkend hoe we deze regeling vanaf 2026 meer kunnenrichten met het beschikbare budget en ook kunnen bijdragen aan dedoelstelling uit het hoofdlijnenakkoord. In 2025 wordt de Kamer hierovergeïnformeerd.101Wat wordt er gefinancierd vanuit de Regeling Gender- en LHBTI+-gelijkheid 2022–2027?Vanuit de regeling worden acht strategische partnerschappen gefinan-cierd met allianties uit het emancipatieveld voor de periode 2023–2027.Op 13 februari 2023 is uw Kamer hierover geïnformeerd. Dit zijn Kleurrijken Vrij, Financieel Sterk door Werk, Verandering van Binnenuit 2.0, Act 4Respect Unlimited, Politica, Jong Gelijk, Worden Wie je Bent enGezondheid op Maat 2. Ook worden twee archiefinstellingen op hetgebied van LHBTI+- en gendergelijkheid hieruit gefinancierd: ATRIA enIHLIA. Tot slot worden hieruit meerdere kortlopende projecten vanverschillende organisaties gefinancierd. Bijvoorbeeld van Gelijk Spel, deNationale Jeugdraad, Stichting Veilige Kerk, Femme for Freedom enSingle Super Mom.[1] Kamerstuk 30 420, nr. 380Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3523 105Welke gevolgen zal de volledige structurele korting op het budget voor hetrestant functiemix voor het voortgezet onderwijs hebben voor hetkwantitatieve en kwalitatieve lerarentekort in de Randstad?Op grond van de bekende informatie over de effectiviteit van de middelenis het niet mogelijk om een schatting te doen over het effect van hetafschaffen van de functiemix-regeling op het lerarentekort in de Randstad.Wel blijkt er uit onderzoek van het CPB uit 2015 dat er destijds geeneffecten waren van de hogere beloning op de kans om leraar te blijven. Dehogere beloning heeft er wel voor gezorgd dat een iets groter deel van deleraren in de Randstad bleef werken en er niet voor koos om elders eenbaan als leraar te aanvaarden. Uit onderzoek van ROA en het CAOP uit2016 blijkt wel dat schoolleiders in het vo benadrukken dat hun leraren erdoor de functiemix in salaris op vooruit zijn gegaan, hetgeen bijdraagt aande aantrekkelijkheid van het leraarsberoep.106Welke gevolgen voorziet u door de structurele korting op het volledigebudget van het restant brede brugklassen voor het aantal scholen voorvoortgezet onderwijs in Nederland dat onderwijs in de eerste klas(sen)aanbiedt in brede brugklassen?Er is geen budget meer beschikbaar om brede brugklassen financieel testimuleren. Het concept brede brugklassen verdwijnt hiermee niet. Het isbelangrijk dat VO-scholen leerlingen de gelegenheid blijven bieden hetvoortgezet onderwijs te beginnen in een brede brugklas. We blijven ditstimuleren onder andere met kennisopbouw en kennisdeling. Scholenkunnen zelf beoordelen en bepalen of het voor hen wenselijk en mogelijkis om brede brugklassen aan te bieden, dit wordt echter niet meergestimuleerd doormiddel van een financiële regeling.107Welke beleidsinitiatieven zullen moeten worden gestaakt als gevolg vande korting op de budgetten Overige subsidies en Opdrachten van deBegrotingsartikelen 1 en 3?Er hoeven geen beleidsinitiatieven op Begrotingsartikelen 1 en 3 hiervoorte worden gestaakt waar nu juridische verplichtingen voor zijn aangegaan.Als gevolg van deze korting is er in de toekomst minder budgettaireruimte voor (politieke) beleidsprioriteiten. Dit betekent dat er komendejaren scherpe keuzes moeten worden gemaakt hoe deze budgettenworden ingezet.108Welke activiteiten op het gebied van ICT-ondersteuning zal Kennisnet nogkunnen en moeten voortzetten met de € 13 miljoen die na maatregelen 11en 19 overblijft van het budget voor de Instellingssubsidie Kennisnet?De besparing op de instellingssubsidie gaat in 2027 in. Kennisnet heefthiermee 2 jaar de tijd om dit zorgvuldig voor te bereiden. Het Ministerievan OCW gaat met Kennisnet en andere relevante partijen (zoals desectorraden) in gesprek om samen de prioriteiten te bepalen voor een zodoelmatig en doeltreffend mogelijke inzet van dit beschikbare budget van€ 13 mln. Een toekomstbestendige ondersteuningsstructuur voor scholenblijft onverminderd van belang om de kansen van technologie in hetonderwijs te benutten en risico’s te borgen. De Kamer zal hierover nadergeïnformeerd worden in de brief over digitalisering in het funderendonderwijs die vóór de behandeling van de OCW-begroting 2025opgestuurd zal worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3524 109Hoe verhoudt het volledige budget dat u structureel wilt korten op demiddelen voor subsidie, die de Stichting Dienstencentrum GVO en HVOontvangt voor het faciliteren van het geven en verzorgen van levensbe-schouwelijk vormingsonderwijs of godsdienstonderwijs op openbarescholen, zich tot de initiatiefwet Ypma c.s. waarmee destijds de subsidiewerd omgezet in een structurele bekostiging?14Als gevolg van de initiatiefwet Ypma c.s. is de structurele bekostiging voorhet verzorgen van vormingsonderwijs wettelijk verankerd. Dat betekentdat er een wetswijziging nodig is om de subsidie aan het Centrum voorVormingsonderwijs (CvV) te kunnen stopzetten, die tijdig in werking moettreden. Daarnaast is een wijziging van het Besluit bekostiging WPO 2022en het Besluit bekostiging WEC 2022 nodig en intrekking van de Regelingsubsidieverstrekking voor godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijkvormingsonderwijs op openbare scholen. De komende tijd zal hetjuridische proces rondom het stopzetten van de subsidie per 2027 verderuitgewerkt worden.110Wat zullen de gevolgen zijn voor de leraren en de aantrekkelijkheid vanhun beroep dat de Subsidieregeling vrijroosteren leraren niet wordtvoortgezet?Scholen (met forse achtergrondscores) kunnen geen middelen meeraanvragen om leraren vrij te roosteren voor het coachen van leerkrachtenen voor het intensief begeleiden van leerlingen. Deze subsidieregelingheeft als primair doel om de kansengelijkheid van leerlingen te vergrotenen niet om de aantrekkelijkheid van het beroep van leraren te bevorderen.111Welke activiteiten werden er tot nu toe mogelijk gemaakt met deSubsidieregeling vrijroosteren leraren?Scholen moeten de middelen uit de subsidieregeling vrijroosteren lerarenin ieder geval besteden aan de kosten voor het vrijroosteren van lerarenvoor het coachen van leerkrachten en voor het intensief begeleiden vanleerlingen. Daarnaast kunnen scholen de middelen ook besteden aanontwikkelactiviteiten door leraren en activiteiten gericht op onderwijsont-wikkeling en – innovatie voor achterstandsleerlingen.112Hoeveel scholen, leraren en leerlingen hebben gebruikgemaakt van deSubsidieregeling vrijroosteren leraren?De subsidie in de subsidieregeling vrijroosteren leraren werd aange-vraagd door besturen. Er is in vier fases subsidie toegekend aan86 besturen. In totaal hebben er 290 scholen gebruik gemaakt van desubsidie. Het aantal leraren dat gebruik maakt van de regeling is nietbijgehouden. Hoeveel leerlingen intensieve begeleiding hebbenontvangen is niet vastgelegd.113Bent u voornemens om de wetgeving, die noodzakelijk is om subsidie teschrappen die de Stichting Dienstencentrum GVO en HVO ontvangt voorhet faciliteren van het geven en verzorgen van levensbeschouwelijkvormingsonderwijs of godsdienstonderwijs op openbare scholen, via eennoodwetprocedure langs de volksvertegenwoordiging te loodsen?14Stb. 2017, 289Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3525 De subsidie aan het CvV wordt per 2027 stopgezet, in de tussentijd wordteen wetswijziging tijdig via het reguliere wetgevingstraject aan uw Kameraangeboden.114Hoe verenigt u het schrappen van de subsidie, die de Stichting Diensten-centrum GVO en HVO ontvangt voor het faciliteren van het geven enverzorgen van levensbeschouwelijk vormingsonderwijs of godsdienston-derwijs op openbare scholen, met kerndoel 38, waarbij alle kinderen inNederland leren over alle godsdienststromingen, dat «overeind [moet]blijven op alle openbare scholen en op alle bijzondere scholen», zoals hettoenmalige lid Bruins op 14 december 2016 stelde tijdens het debat overhet initiatiefwetsvoorstel Ypma c.s. over bekostiging van levensbeschou-welijk onderwijs?15Met het wegvallen van de subsidie verandert er niks aan het primaireproces van scholen, waarin de reguliere docent leerlingen onderwijst overkennis over en respect voor wereldreligies. Alle scholen (zowel openbaarals bijzonder) blijven de actieve verplichting en reguliere bekostigingbehouden om les te geven over wereldreligies. Daarnaast blijven scholen(aanvullend) de mogelijkheid behouden om vormingsonderwijs teorganiseren.Kerndoel 38 is onderdeel van het curriculum, wat inhoudt dat basis-scholen verplicht zijn actief te onderwijzen over het kennisgebiedGeestelijke stromingen. Vormingsonderwijs is geen onderdeel van hetcurriculum, maar openbare scholen zijn verplicht de gelegenheid om datte volgen aan leerlingen aan te bieden op grond van artikel 50 WPO.Leerlingen die hieraan niet deelnemen dienen vervangende onderwijsacti-viteiten te volgen.115Wat zijn de gevolgen van het schrappen van de subsidie, die de StichtingDienstencentrum GVO en HVO ontvangt voor het faciliteren van het gevenen verzorgen van levensbeschouwelijk vormingsonderwijs of godsdienst-onderwijs op openbare scholen voor het openbaar onderwijs, in het lichtvan de overweging «dat gvo/hvo, waarbij ouders en kinderen vrijwilligkunnen kiezen of ze extra les willen hebben boven op het vaste vak overgodsdienststromingen, het openbaar onderwijs versterkt» zoals hettoenmalige lid Bruins op 14 december 2016 stelde tijdens het debat overhet initiatiefwetsvoorstel Ypma c.s. over bekostiging van levensbeschou-welijk onderwijs?16Vormingsonderwijs is niet verplicht vanuit de kerndoelen, maar wordtaanvullend aangeboden, ter verrijking van de identiteitsontwikkeling vankinderen. Daarvoor kan heden ten dage ook ander onderwijs wordenbenut. Bijvoorbeeld onderwijs over het kennisgebied GeestelijkeStromingen en onderwijs in het kader van de Burgerschapsopdracht,zeker sinds deze is aangescherpt in 2021. Dergelijk aanbod is wel verplichtvanuit de wet en kerndoelen. Het stopzetten van de subsidie aan het CvVen daarmee het wegvallen van de landelijke organisatie van vormingson-derwijs zal er toe leiden dat dit aanbod van vormingsonderwijs vooropenbare scholen zal verminderen.116Hoeveel scholen voor primair en voortgezet onderwijs zullen vanaf 2029nog gebruik kunnen maken van het programma School en Omgeving?15Handelingen II, vergaderjaar 2016–2017, nr. 35, item 14, p. 216Handelingen II, vergaderjaar 2016–2017, nr. 35, item 14, p. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3526 In het hoofdlijnenakkoord is besloten om prioriteit te geven aan descholen met de hoogste relatieve onderwijsachterstandsscores, die samenvijf procent van het totaal aantal leerlingen in Nederland bedienen. Debeschikbare middelen zijn hier middels de bezuiniging uit het Hoofdlijnen-akkoord op aangepast. Afhankelijk van het aantal aanvragen zijn er inprincipe alleen voldoende middelen voor deze 5%-scholen en niet voorscholen buiten deze doelgroep, dit gaat over circa 530 schoolvestigingen.Momenteel wordt de nieuwe subsidieregeling verder vorm gegeven.117Hoeveel scholen voor primair en voortgezet onderwijs zullen vanaf 2029buiten de boot gaan vallen bij het programma School en Omgeving?Zie vraag nr. 47118Hoe verenigt u het afschaffen van de bekostiging op godsdienstig enhumanistisch vormingsonderwijs, en daarmee het verlies van een baanvoor 350 leraren godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs, metde inzet op borgen van voldoende personeel?Deze keuze zorgt ervoor dat veel docenten vormingsonderwijs niet meerwerkzaam kunnen zijn op de manier waarop ze dat de afgelopen jarenhebben gedaan. We realiseren ons dat dit een moeilijk besluit is voor debetrokken docenten. Daarom wordt zorggedragen voor een zorgvuldigafbouwproces. De subsidie zal stopgezet worden per 2027. Dit geeft demogelijkheid aan de medewerkers om uit te zien naar ander werk.Daarnaast moeten docenten vormingsonderwijs aan de vakdidactische ende pedagogische bekwaamheidsvereisten zoals gesteld in de Wet BIOvoldoen. Dit geeft veel mogelijkheden aan deze docenten om werkzaam tezijn op een andere plek in het onderwijs.119Zal de afschaffing van de bekostiging van het godsdienstig en humanis-tisch vormingsonderwijs betekenen dat de openbare scholen hierdoor nietin staat worden gesteld aan hun wettelijke verplichtingen vanuit deartikelen 50 en 51 WPO te voldoen?De komende tijd worden alle wettelijke bepalingen tegen het lichtgehouden en wordt een voorstel voor wijziging van de regelgevingvoorbereid.120Klopt het dat de omzetting van subsidie naar bekostiging van hetgodsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs in 2017 juist wasingegeven door de wens om te voorkomen dat de subsidie kon wordenstopgezet?Naar aanleiding van de initiatiefwet van Ypma c.s. is destijds besloten omde bekostiging wettelijk te verankeren en daarmee structureel te borgen.Echter, vanwege de voorgenomen bezuinigingen en de daaruit volgendetaakstelling maken we nu scherpe keuzes. Scholen blijven, ook als desubsidie wordt stopgezet, bijdragen aan de vorming van leerlingen. Allescholen hebben namelijk de wettelijke taak om onderwijs geven over hetkennisgebied Geestelijke Stromingen en de Burgerschapsopdracht, watook bijdraagt aan de identiteitsvorming van leerlingen. Aangezienvormingsonderwijs geen onderdeel is van de kerndoelen, is nu de keuzegemaakt om deze subsidie stoppen te zetten. Dit ook vanwege het feit dat,heden ten dage, dergelijk onderwijs tevens verzorgd kan worden middelsonderwijs over het kennisgebied Geestelijke Stromingen en onderwijs inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3527 het kader van de Burgerschapsopdracht. Dergelijk aanbod is wel verplichtvanuit de kerndoelen.121Op basis waarvan komt u tot de stelling dat niet bewezen is dat deregeling GVO/HVO effectief is en kunt u gegevens ter onderbouwing vandeze stelling delen met de Kamer?In 2024 heeft een extern evaluatieonderzoek plaatsgevonden naar deinvulling en doelmatigheid van de subsidierelatie tussen het CvV en OCW.Het definitieve rapport wordt in november 2024 verwacht en dat zal zospoedig mogelijk met uw Kamer gedeeld worden.De eerste uitkomsten van de evaluatie laten onder meer zien dat het CvVin hoge mate kan voldoen aan de vraag van scholen naar vormingson-derwijs en dat scholen overwegend positief zijn over het CvV als landelijkeorganisatiestructuur. Daartegenover staan twijfels over de (on)doelma-tigheid van het carrouselmodel en in hoeverre het keuzerecht van oudersleidend is bij de aanvraag voor vormingsonderwijs. In de evaluatie komtnamelijk naar voren dat in veel gevallen het aanbod vormingsonderwijsop verzoek van de schoolleiding gerealiseerd wordt, waarbij de wens vanouders niet (duidelijk) lijkt meegenomen te worden.Ook wordt het vormingsonderwijs niet alleen via het klassieke model(onderwijs over één specifieke levensbeschouwing), maar ook via hetcarrouselmodel (lessenserie van meerdere levensbeschouwingen)aangeboden. Bij het carrouselmodel zou gesteld kunnen worden dat ditenigszins overlapt met het reguliere curriculum (zoals het kennisgebiedGeestelijke stromingen en de burgerschapsopdracht) en de verantwoorde-lijkheden van de reguliere leerkracht. De subsidie voor vormingsonderwijswordt dan verstrekt voor onderwijs, dat in principe tot de taak van dereguliere leerkracht behoort en dat ook bekostigd wordt via de regulierebekostiging. Dat heeft geleid tot vragen rondom de (on)doelmatigheid vanhet opkomende carrouselmodel.122Hoeveel ouders hebben in de afgelopen jaren het verzoek gedaan voorgodsdienstig of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs voor hun kind?Dat is niet bekend. De aanvraag voor vormingsonderwijs bij het CvVwordt gedaan door schooldirecteuren. Uit de evaluatie en gesprekken methet CvV blijkt dat het vaak niet vastgesteld kan worden of de aanvraag opverzoek van ouders of de school zelf is.123Indien een wetswijziging nodig is voor het schrappen van de regelingGVO/HVO, kunt u aangeven welke wetsartikelen daarvoor moeten wordengewijzigd en daarnaast op hoofdlijnen wat deze wetswijziging precies zoubehelzen?De wetsartikelen die betrekking hebben op de financiering van het CvV,zijn artikel 192 van de Wet op het Primair Onderwijs en artikel 171 van deWet op de Expertisecentra. Daarnaast staan in deze wetten anderebepalingen over het vormingsonderwijs (met name artikel 50 en 51 WPO)waarvan moet worden bezien wat het effect van deze bezuiniging is. Datgeldt ook voor bepalingen in de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 en de Weteducatie en beroepsonderwijs. Een wetswijziging zal noodzakelijk zijn omde subsidie stop te kunnen zetten. Al deze zaken zullen onderdeel wordenvan de brief die de Kamer toekomt. Zoals hiervoor beschreven isdaarnaast een wijziging van het Besluit bekostiging WPO 2022 en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3528 Besluit bekostiging WEC 2022 nodig en intrekking van de Regelingsubsidieverstrekking voor godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijkvormingsonderwijs op openbare scholen.124Hoeveel leraren in het primair, voortgezet, middelbaar beroeps, hogerberoeps- en speciaal onderwijs komen door de verlenging van Dudoc-alfavan het Programmabureau Geesteswetenschappen van de UniversiteitUtrecht straks nog in aanmerking voor een promotiebeurs en hoeveelpromotiebeurzen voor deze leraren komen door de stopzetting van de vierandere beurzenprogramma’s te vervallen?Dudoc-Alfa is nog beschikbaar voor circa 10 leraren in het voortgezetonderwijs. De overige beurzen die tot en met 2026 worden toegekend,kunnen het volledige promotietraject regulier voltooien. Vanaf 2027 zullener jaarlijks circa 50 promotiebeurzen komen te vervallen.125Moeten de leraren die gebruikmaken van promotiebeurzen allemaal gaanpromoveren aan de Universiteit Utrecht of kunnen zij ook gaan promo-veren aan universiteiten die dichterbij hun huis zijn gevestigd?Het Dudoc-Alfa programma is een gezamenlijk initiatief van de faculteitenLetteren/Geesteswetenschappen van de Open Universiteit, de RadboudUniversiteit Nijmegen, de Rijksuniversiteit Groningen, Tilburg University,de Universiteit Leiden, de Universiteit Utrecht, de Universiteit vanAmsterdam en de Vrije Universiteit, in samenwerking met het Program-mabureau Duurzame Geesteswetenschappen. Promoveren metDudoc-Alfa blijft hierdoor niet alleen aan de Universiteit Utrecht mogelijkmaar ook bij andere instellingen uit het gezamenlijke initiatief. Voor deleraren die op dit moment gebruikmaken van de promotiebeurzenverandert er dus niets.126Kunt u uitsplitsen waaruit de «Overige subsidies mbo» uit bestaan en hoede bezuiniging van € 8 miljoen is verdeeld?Het instrument overige subsidies bestaat uit middelen die zijn bestemdvoor beleidsontwikkeling en hieruit voortvloeiende incidentele subsidies.De overige subsidies, kleinere instellingssubsidies, projectsubsidies enkleinere subsidieregelingen worden niet apart genoemd in de tabelbudgettaire gevolgen van beleid in de begroting, maar zijn geclusterdonder het instrument overige subsidies. In tabel 6 subsidieoverzichtMiddelbaar Beroepsonderwijs in de nota van wijziging op de ontwerpbe-groting 2025 is onder andere het instrument overige subsidies mbo naderuitgesplitst.Vanaf 2026 wordt er structureel € 8 miljoen bezuinigd op het instrumentoverige subsidies. Momenteel worden er jaarlijks veel incidentele kleinesubsidies verstrekt, waarbij steeds opnieuw wordt bepaald hoe dezemiddelen worden ingezet en welke prioriteiten gelden. Met deze bezui-niging willen we de versnippering van deze middelen met veel verschil-lende kleine subsidies en opdrachten juist tegengaan. Deze veelheid aanjaarlijkse kleine subsidies en opdrachten brengt ook een aanzienlijkeverantwoordingslast voor de ontvangende partijen en werklast mee voorhet overheidspersoneel. De vermindering van deze werklast draagt ook bijaan het realiseren van een deel van de APK-taakstelling op onsdepartementTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3529 127Welke maatschappelijke organisaties ontvangen op dit moment subsidiesvanuit de Regeling Gender- en LHBTI+-gelijkheid 2022–2027?De volgende organisaties ontvangen op dit moment een subsidie vanuitde regeling: Transgender Netwerk Nederland, Stichting School enVeiligheid, VHTO, Single Super Mom, COC, Rutgers, Femmes ForFreedom, Emancipator, Women.Inc, Iglyo, Theater AanZ, John Blanken-stein Foundation, Nationale Jeugd Raad, TransGender Europe, IlgaEurope, BI+ Nederland, Movisie, UVA, Stichting Fairspace, St Veilige Kerk,NOC/NSF, Atria, St. Curatim, European Forum, Stichting De Stilteverbroken, Stichting Gelijk Spel, Consortium, LCC, Bureau Clara Wichman,Stichting Het Potentieel Pakken, Stem op een Vrouw, NNID, ColeredQollective, Nationale Vrouwen Raad, WO=MEN, SER, InternationaleOrganisatie voor Migratie.128Welke specifieke programma’s, activiteiten en campagnes worden op ditmoment gefinancierd vanuit de Regeling Gender- en LHBTI+-gelijkheid2022–2027?Zie antwoord op vraag 101.129Kunnen door de bezuiniging op de Regeling Gender- en LHBTI+-gelijkheid2022–2027 minder organisaties een subsidieaanvraag ingewilligd krijgenen/of ontvangen organisaties straks minder subsidie per organisatie?De verdeling van de middelen gaat bij aanvragen van voldoende kwaliteitnaar volgorde van ontvangst van de aanvragen. Instellingen vragen eenbedrag afhankelijk van de omvang en kosten van het project. Hierdoor isniet te zeggen hoeveel minder organisaties een subsidieaanvraagingewilligd krijgen of dat er minder geld per organisatie versterkt wordt.Er wordt geen impact voorzien op reeds lopende projecten.130Worden elders extra middelen beschikbaar gesteld specifiek ten behoevevan gelijkheid op het gebied van gender en LHBTI+, gezien het doel in hetHoofdlijnenakkoord voor een veilig leerklimaat, «ongeacht van wie jehoudt en of je man of vrouw bent of je geen van beiden voelt»?Nee, er worden binnen de OCW begroting hiervoor geen specifieke extramiddelen beschikbaar gesteld.131Hoe verhoudt deze bezuiniging zich tot de eigen constatering van hetkabinet dat LHBTIQ+- personen nog steeds te maken hebben metongelijke behandeling en met het feit dat Nederland opnieuw op laagsteplaats ooit (14) in de Europese LGBT+-rechtenlijst staat?LHBTIQ+ rechten zijn van cruciaal belang voor een gelijke behandeling endeelname aan de samenleving. Het kabinet hecht eraan om stappen tezetten op dit gebied, zodat uiteindelijk iedereen volwaardig kan meedoenin onze samenleving. De Nederlandse positie op de Rainbow-Index 2023 isdeels te verklaren door een relatieve inhaalslag van omringende landenmet beleid dat Nederland al jaren heeft. Tegelijkertijd toon het ons dat weer nog niet zijn, het kan altijd beter. Daarom blijft het kabinet zich hier hardvoor maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3530 132Heeft u advies gevraagd van mensenrechtenorganisaties en het Collegevoor de Rechten van de Mens voor de bezuiniging op de Regeling Gender-en LHBTI+-gelijkheid 2022–2027 en zo nee, zou u dat willen doen?Er is bij het College voor de Rechten van de Mens geen advies gevraagdten aanzien van de bezuiniging en de neerslag daarvan op deze subsidie-regeling, aangezien het hier om de doorrekening van een politiek besluiten een bezuiniging van beperkte omvang gaat. Bij de nadere invulling vande taakstelling betrekken we waar nodig experts en stakeholders.133Wat is de impact van deze bezuiniging op geweldsmisdrijven, hate crimesen pestgedrag en is gekeken naar de gevolgen voor zowel individuen alsde samenleving? Zo nee, waarom niet?De bezuiniging op de Regeling Gender- en LHBTI+-gelijkheid 2022–2027 isrelatief klein en de verwachting is niet dat dit een grote impact zal hebben.De alliantiesubsidies blijven in stand, waardoor organisaties zich kunnenblijven inzetten voor de acceptatie en daarmee de veiligheid voor lhbtiq+personen in de samenleving. Daarnaast geef ik dit najaar samen met mijncollega van JenV vorm aan het vervolg van het Actieplan Veiligheid Ihbti2019–2022.134Komt de bezuiniging van € 0,2 miljoen bovenop de in de begrotinggenoemde verlaging van € 0,75 miljoen voor projectsubsidies die wordenverleend op basis van de Regeling Gender- en LHBTI+-gel(kheid2022–2027?Nee. De bezuiniging van € 0,75 miljoen betreft het jaar 2025. De€ 0,2 miljoen is onderdeel van de meerjarige invulling van de taakstellingwelke vanaf 2029 structureel is.135Hoeveel wordt in totaal bezuinigd op emancipatie?In de periode 2025–2028 wordt er een bedrag van cumulatief € 1,0 miljoenbezuinigd. Vanaf 2029 word er structureel een bedrag € 0,2 miljoen perjaar bezuinigd.136Klopt het dat door de bezuiniging op de extra loon- en prijsbijstellinglerarensalarissen niet worden gecorrigeerd voor inflatie voor docenten inhet primair- en voortgezet onderwijs?Nee, dit klopt niet. Alleen de extra prijsbijstelling voor het primair- envoortgezet onderwijs als gevolg van de gestegen inflatie in 2022 wordtingezet voor de subsidietaakstelling. Deze middelen waren in 2023 ingezetvoor de subsidieregeling energiecompensatie scholen funderendonderwijs.137Klopt het beeld dat u de zogenoemde subsidiespaghetti niet vervangtdoor een betere structurele bekostiging, maar drastisch schrapt in desubsidies zonder dat daar voor de betrokken onderwijsinstellingen bijsterveel voor terugkomt?Nee, dat klopt niet. Deze subsidietaakstelling vloeit voort uit het Hoofdlij-nenakkoord. Daarnaast zijn er subsidies aan scholen die mogelijk kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3531 worden omgezet in bekostiging, omdat het om structurele taken gaat. Inhet kader van het herstelplan kwaliteit funderend onderwijs bezien wewelke subsidies kunnen worden omgezet in bekostiging voor scholen.138Wat bedoelt u met het inzetten op het «borgen van voldoende enkwalitatief goed onderwijspersoneel» in relatie tot de invulling van hetOCW-aandeel van de subsidietaakstelling?Het borgen van voldoende en kwalitatief goed onderwijspersoneel is éénvan de prioriteiten van dit kabinet. Bij de invulling van de subsidietaak-stelling hebben wij daarom de keuze gemaakt om niet te korten opbudgetten die als doel hebben om het lerarentekort terug te dringen.139Wat wordt de afname in fte onderwijspersoneel per jaar en structureeldoor de invulling van het OCW-aandeel van de subsidietaakstelling?Zie antwoord 28 en 29.140Kunt u per regeling die wordt verlaagd, afgebouwd of afgeschaft, deonderzoeksrapportage openbaar maken, waarin duidelijk wordt dat debetreffende regeling niet bewezen of onvoldoende effectief is?Voor de invulling van de subsidietaakstelling zijn er meerdere uitgangs-punten gebruikt om tot weloverwogen keuzes te komen. Naast deeffectiviteit van regelingen is ook gekeken naar onder andere de doelma-tigheid, maatschappelijke doelstelling, urgentie en de draagkracht vanorganisaties.Het is niet mogelijk om voor alle genomen maatregelen aan te tonen inhoeverre ze bewezen of onvoldoende effectief zijn. Graag verwijs ik u ooknaar het antwoord op vraag 31.141Onderkent u dat het afschaffen van de functiemix Randstad betekent datwordt gekort op een budget dat als doel heeft om het lerarentekort terugte dringen?Het doel van de functiemix is om werken in het onderwijs in de Randstadaantrekkelijker te maken ten opzichte van banen buiten het onderwijs omop die manier lerarentekorten in de Randstad te bestrijden. Zoalsaangegeven onder vraag 105 is het echter niet mogelijk om een schattingte doen over het effect van de functiemix-regeling op het lerarentekort inde Randstad.142Onderkent u dat dat met de afschaffing van de functiemix Randstad eenstructurele bekostiging wordt stopgezet?Ja, met de afschaffing van de Regeling versterking functiemix vo-lerarenin de Randstadregio’s wordt een structurele bekostigingsregelingstopgezet.143Onderkent u dat de wettelijke burgerschapsopdracht van alle scholen eenandere opdracht is dan de wettelijke opdracht tot vormingsonderwijs opverzoek van ouders op openbare scholen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3532 De inhoud van het burgerschapsonderwijs is in de wet neergelegd endaarmee een verplicht onderdeel van het curriculum, waarbij de verant-woordelijkheid voor de inhoud van dit onderwijs bij (het bevoegd gezagvan) de school en reguliere docent ligt.Op grond van artikel 50 Wet op het primair onderwijs zijn openbarescholen verplicht gelegenheid te geven tot het volgen van vormingson-derwijs dan wel vervangend onderwijs (voor leerlingen die niet aan hetvormingsonderwijs deelnemen). Ten hoogste 40 uur van dit onderwijs teltmee als onderwijstijd. De inhoud van dit onderwijs is evenwel niet in dewet omlijnd. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit vormingson-derwijs ligt in beginsel bij de vormingsdocent. De school kent in zoverrealleen een inspannings- en faciliteringsplicht.In de praktijk zit er ook overlap tussen deze opdrachten. Op het momentdat vormingsonderwijs op verzoek van de schoolleiding, en niet opverzoek van ouders, aangevraagd wordt en de school het vormingson-derwijs in carrouselvorm deels ter invulling van de burgerschapsopdrachtgebruikt, wordt het verschil tussen burgerschapsonderwijs en vormings-onderwijs kleiner. Een aantal praktijkvoorbeelden, zoals het ProjectWereldwijzer17, waar eerder Kamervragen over gesteld zijn18, toont aandat vormingsonderwijs en burgerschapsonderwijs door elkaar heen(kunnen) lopen. Het evaluatieonderzoek, dat binnenkort met uw Kamergedeeld wordt, bevestigt dit beeld.144Waarop baseert u vanuit de parlementaire geschiedenis dat de wettelijkeburgerschapsopdracht van alle scholen met de wettelijke opdracht totvormingsonderwijs op verzoek van ouders op openbare scholen zouoverlappen?Zie het antwoord op vraag 143.145Onderkent u dat u in de onderbouwing van de afschaffing van GVO/HVO-onderwijs drie verschillende opdrachten aan het onderwijs (burgerschaps-opdracht, het godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs enkerndoel 38 voor het basisonderwijs) door elkaar gebruikt?Het zijn verschillende opdrachten die raakvlakken met elkaar hebben.Vanwege de taakstelling is het besluit genomen om de subsidie voor hetvormingsonderwijs stop te zetten. De verwachting is dat dezemeerwaarde van vormingsonderwijs voor een deel opgevangen wordtmet het onderwijs over burgerschap en Geestelijke stromingen. Er zijnnamelijk duidelijke raakvlakken tussen deze twee verplichte onderdelenvanuit het curriculum en het vormingsonderwijs. Alle drie de vormen vanonderwijs dragen bij aan de identiteitsontwikkeling van kinderen en hetleren van en over elkaars geloof en levensovertuigingen.17Project Wereldwijzer voor lessen levensbeschouwing (vosabb.nl)18Aanhangsel Handelingen II, 2021/22, nr. 1120.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 3533

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 90b26f814abfab49

14 okt 2026 · 17b6bd07bc06fb86

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.