KamerkringInloggen
Kamerbrief

Aandachtspunten bij de ontwerpbegroting 2025 begrotingshoofdstuk VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

24 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie de539c7addf4e2ac · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2025Nr. 5 BRIEF VAN DE ALGEMENE REKENKAMER Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 september 2024Ieder jaar stuurt de Algemene Rekenkamer uw Kamer enkele aandachts-punten bij de ontwerpbegrotingen van de ministeries ten behoeve van debegrotingsbehandeling. Deze brief gaat in op de ontwerpbegroting 2025(begrotingshoofdstuk VII) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijkrelaties (BZK).De onderwerpen in deze begrotingsbrief zijn:1.Stand van zaken aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer2.Doelen en kengetallen3.Financiële risico’s en onzekerheden4.Strategische Evaluatie Agenda5.Recent gepubliceerd en/of aankomend onderzoek AlgemeneRekenkamer1. Stand van zaken aanbevelingen Algemene Rekenkamer De Algemene Rekenkamer heeft in de Staat van de rijksverantwoording2023 de coördinerende rol van de Minister van BZK onder de aandachtgebracht met de aanbeveling om «sterkere agendering, regie envoortgang te bewerkstelligen op inkoop, IT-beheer en verduurzaming vande rijksbedrijfsvoering, inclusief rapportering hierover» (Staat van derijksverantwoording 2023).Versterking van de rijksbrede coördinerende rol van de Minister van BZKis een terugkerende aanbeveling uit onze onderzoeken. Hieronder gevenwe voor het IT-beheer en algoritmes aan in hoeverre de Minister invullingheeft gegeven aan deze en andere aanbevelingen die we al eerder hebbengedaan. kst-36600-VII-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 51 De coördinerende rol (kaderstellend en toezichthoudend) van de Ministervan BZK is vastgelegd in het Besluit CIO-stelsel. Uit dit besluit volgt datvoor de bedrijfsvoering van het rijk de Minister van BZK de taak heeft omeisen te stellen waaraan het IT-beheer minimaal moet voldoen (kaderstel-lende rol). Daarnaast kan de Minister van BZK, in haar toezichthoudenderol, nagaan of het IT-beheer aan de gestelde normen voldoet.Al sinds het verantwoordingsonderzoek 2018 benadrukken we het belangvan de kaderstellende en toezichthoudende rol voor het IT-beheer van deMinister. Deze rol is in 2021 in het Besluit CIO-stelsel vastgelegd, maar eris nog onvoldoende opvolging gegeven aan eerdere aanbevelingen voorhet verbeteren van de kaderstelling en het rijksbreed toezicht op IT-beheer.Zo concludeerden wij in het Verantwoordingsonderzoek 2023 dat er noggeen eenduidige kwaliteitseisen zijn gesteld, de invulling van de kaders telangzaam gaat en de geplande verbeteracties voor het toezicht IT-beheerin 2023 zijn uitgesteld.In januari 2021 constateerden wij dat het zicht op algoritmes beperkt wasen publiceerden daarbij ook ons toetsingskader voor algoritmes. Wijdeden de volgende aanbeveling: «Vertaal het toetsingskader naar eennormenkader met hanteerbare kwaliteitseisen van algoritmes» (Verant-woordingsonderzoek BZK, 2021b). De Staatssecretaris heeft opvolginggegeven aan deze aanbeveling en is aan de slag gegaan met de ontwik-keling van een normenkader. In juli 2023 is een eerste versie van hetalgoritmekader gepubliceerd: het Implementatiekader «Verantwoordeinzet van algoritmen». Uit de door de Minister verstrekte informatie blijktechter dat het normenkader nog niet gereed is. Daarnaast moet het kadernog worden aangepast op basis van de AI-verordening (Artificial Intelli-gence). Bij uitvoerende organisaties is grote behoefte aan eenduidigerichtlijnen.2. Doelen en kengetallen In de Staat van de rijksverantwoording 2023 deden we de aanbeveling ombij een nieuw regeerakkoord de intensiveringen, ombuigingen endoelstellingen zodanig vast te leggen dat het parlement de voortgang enresultaten kan monitoren. De door de Tweede Kamer aangenomenmotie-Van der Lee (29 mei 2024, Kamerstuk 36 560, nr. 5) laat zien dat deTweede Kamer het belang van concrete doelstellingen onderschrijft. Weverwachten dat de Minister de doelen duidelijk en vindbaar in haarbegroting formuleert.Bij elke begroting wordt ook een factsheet Brede Welvaart van het CBSgepubliceerd (dit keer nog gebaseerd op de «oude» indeling van deministeries). Deze factsheet bevat een selectie van de indicatoren passendbij de betreffende begroting. Wij hebben in de ontwerpbegroting geenverwijzing naar doelen omtrent brede welvaart gevonden.De ontwerpbegroting bevat zoals voorgeschreven per begrotingsartikeldoelstellingen van het beleid van de Minister en in de ontwerpbegrotingzijn per artikelonderdeel ook doelstellingen opgenomen. Ook de beleids-agenda in de begroting bevat prioriteiten en/of doelstellingen. We stellenvast dat de doelstellingen die het Ministerie van BZK per begrotingsartikelheeft geformuleerd niet specifiek, meetbaar en tijdgebonden zijn en nietzijn onderbouwd met kengetallen. De voortgang op de beleidsdoelstel-lingen is daarom niet goed navolgbaar voor de Tweede Kamer. Wij wijzenu in dit verband op de aanbevelingen uit de beleidsdoorlichting overbeleidsartikel 1 (Openbaar Bestuur en Democratie). De belangrijksteconclusie van deze beleidsdoorlichting is dat er in beperkte mate zicht isop de doeltreffendheid en doelmatigheid van veel van de beleidsinspan-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 52 ningen. De auteurs doen aanbevelingen om een helder overzicht te makenvan samenhangende beleidsdoelen en daarop ingezette instrumenten,beleidstheorieën te expliciteren, beleid evalueerbaar te maken en ookdaadwerkelijk te evalueren (Kamerstukken II 2024/25 30 985, nr. 65).In de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk (JBR) zijn doelen voor rijksbredebedrijfsvoering en (departementale) kengetallen opgenomen over zakenals personeel, IT-projecten en verduurzaming. De Minister stelt dezerapportage op vanuit haar coördinerende rol voor het functioneren van derijksdienst in het kader van artikel 7 (Werkgevers- en bedrijfsvoerings-beleid). De rijksbrede doelen bedrijfsvoering uit het JBR zijn niet terug tevinden in de ontwerpbegroting BZK. Dat maakt het voor u, als Kamer,minder inzichtelijk om de Minister op deze rijksbrede doelen te bevragen.3. Financiële risico’s en onzekerheden In de Staat van de rijksverantwoording 2023 stelden we vast dat deTweede Kamer regelmatig verrast wordt door berichten over uitgaven,inkomsten of resultaten die in de praktijk substantieel anders uitpakkendan was verwacht. We deden de aanbeveling om risico’s pro-actiever inbeeld te brengen en om aandacht te vragen voor de kwaliteit vanramingen. In deze begroting vinden wij die aandacht voor financiëlerisico’s en onzekerheden niet expliciet terug. Zo is in het Hoofdlijnenak-koord (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 37) het voornemen opgenomenom specifieke uitkeringen vanaf 2026 af te schaffen en de middelen naaftrek van 10% efficiencykorting aan het gemeentefonds toe te voegen.Wij wijzen u erop dat dit betekent dat het aan gemeenten is om te bepalenhoe en waaraan zij de middelen besteden en zij hierbij mogelijk andereafwegingen maken. De Minister vereist als gevolg hiervan dus niet meerdat publiek geld aan een bepaald doel wordt besteed en controleerthierop ook niet meer. U, als Tweede Kamer, heeft dus ook geen enkelezekerheid meer hierover. Het stellen van voorwaarden, zoals bij despecifieke uitkeringen, is bij het gemeentefonds immers niet mogelijk,omdat dit vrij besteedbare middelen zijn. Wij verwijzen in dit kader naarons Verantwoordingsonderzoek 2018 waarin we de aanbeveling dedenom bestaande bekostigingsvormen overeenkomstig wet- en regelgevingtoe te passen met het oog op het stellen van voorwaarden.4. Strategische Evaluatie Agenda (SEA) De Minister is verantwoordelijk voor het periodiek onderzoeken van dedoelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid dat aan haar begrotingten grondslag ligt. Zo kan een Minister beleid op een onderbouwdemanier inrichten en bijsturen en zich goed verantwoorden over behaalderesultaten. De SEA laat zien welke evaluaties zijn uitgevoerd en geplandop de belangrijke beleidsthema’s van het departement. Eén keer per 4 tot7 jaar vindt er per beleidsthema een periodieke rapportage plaats die – alshet goed is – een compleet beeld geeft van de doelmatigheid en doeltref-fendheid van het beleid per thema. Alle (terugkerende) uitgaven van deMinister worden zo op deze wijze afgedekt met evaluaties. De AlgemeneRekenkamer heeft bij het doornemen van de SEA van het Ministerie vanBZK op 2 aspecten gelet:a.Afdekking van de uitgaven door evaluatieonderzoekDe SEA is er op gericht om de beleidsthema’s en de daarbij behorendeuitgaven met onderzoek af te dekken. Uit de SEA blijkt dat allebeleidsartikelen, met uitzondering van artikel 14 (Slavernijverleden:fonds en herdenkingscomité), op dat hoge niveau zijn afgedekt meteen beleidsdoorlichting of periodieke evaluatie. De uitwerking van deSEA (bijlage 6 bij de ontwerpbegroting) geeft echter geen eenduidiginzicht of begrotingsmiddelen op lager niveau, bijvoorbeeld inzet vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 53 instrumenten of subsidies, zijn afgedekt en of er witte vlekken zijn. Ditlaatste is overigens geen formele verplichting. In de uitwerking van deSEA staan verschillende typen evaluaties, monitorinstrumenten enandere onderzoeken vermeld, waarbij uit de toelichting soms lastigvalt op te maken op welke wijze het onderzoek inzicht beoogt te gevenin de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid vanbeleid.b.Geplande evaluaties in de SEA die wij van bijzonder belang achtenGelet op ons onderzoek Staat van de Rijksverantwoording 2023, is debeleidsdoorlichting artikel 7, (Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid),uit de SEA van bijzonder belang voor de Tweede Kamercommissievoor Binnenlandse Zaken. Wij vragen al jaren aandacht voor hetverbeteren van de coördinerende rol van de Minister van BZK op hetterrein van de rijksbrede bedrijfsvoering. Dit is een belangrijkspeerpunt in de geplande beleidsdoorlichting (brief regering, 26 juli2023, Kamerstuk 30 985, nr. 62).5. Recent gepubliceerd en/of aankomend onderzoek AlgemeneRekenkamer Wij brengen de volgende zaken onder uw aandacht, te weten 2 recentgepubliceerde onderzoeken en 2 aankomende onderzoeken naaronderwerpen die raken aan de verantwoordelijkheid van de Minister vanBZK:•De Algemene Rekenkamer publiceerde op 5 juni 2024 het rapport«Productiviteit in perspectief» (Kamerstuk 31 490, nr. 342) metuitkomsten van de eerste fase van een op uw verzoek uitgevoerdonderzoek naar de productiviteitsontwikkeling bij een selectie vanuitvoeringsorganisaties. Dit onderzoek heeft raakvlakken met deverantwoordelijkheden van de Minister van BZK op het gebied vandienstverlening en overheidsorganisaties. In dit kader verwijzen wijnaar de Staat van de Uitvoering 2024 die de Minister onlangs aan deTweede Kamer heeft aangeboden.•De Algemene Rekenkamer publiceerde op 10 september 2024 hetrapport «Integriteitsbeleid als basis (bijlage bij Kamerstuk 28 844,nr. 276). Een onderzoek naar integriteitsbeleid op kerndepartementen».We concluderen dat er een basisstructuur voor een goed integriteitsbe-leid op de kerndepartementen aanwezig is, maar ook dat het op eenaantal specifieke punten nog niet voldoende is. We bevelen de Ministervan BZK aan om actiever invulling te geven aan de coördinerende rolop dit gebied. Wij bevelen de individuele Ministers aan om destructuurmaatregelen van het integriteitsbeleid verder op orde tebrengen, en ervoor te zorgen dat integriteit in de haarvaten van decultuur op ministeries terecht komt.•Focusonderzoek Artificiële Intelligentie (AI) door de (rijks)overheid(15 oktober 2024). Het doel van dit onderzoek is inzicht te bieden in hetgebruik van AI door de Rijksoverheid en daarmee verbonden organisa-ties. Het gaat hierbij om het inzicht dat deze organisaties zelf hebben inhet gebruik van AI-systemen en de risico’s en kansen die daarbij horen.•Het Rijk in de Cloud (15 januari 2025). Wij voeren dit onderzoekrijksbreed uit bij alle ministeries om te zien in hoeverre zij risico’sbeheersen bij het gebruik van «public cloud»-dienstverlening.Daarnaast onderzoeken wij de rijksbrede rol van het Ministerie vanBZK en de toepasbaarheid van de vigerende cloudkaders.Wij vertrouwen erop dat deze brief behulpzaam is bij de begrotingsbehan-deling in uw Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 54 Algemene Rekenkamerdrs. P.J. (Pieter) Duisenberg,presidentdrs. C. (Cornelis) van der Werf,secretarisTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 55

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 09c62372bb34f45e

14 okt 2026 · 870a2e258945c96f

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.