Bescherming consument bij achteraf betalen
Brontekst
Versie 36b173455529b971 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 924Wijziging van de Wet op het financieel toezicht,Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wethandhaving consumentenbescherming en deOvergangswet nieuw Burgerlijk Wetboek terimplementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225inzake kredietovereenkomsten voorconsumenten (Implementatiewet herzienerichtlijn consumentenkrediet)Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 april 2026Met deze brief informeer ik, mede namens de Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, uwKamer over de versterking van de consumentenbescherming bij hetgebruik van «Buy Now, Pay Later» (hierna: BNPL)-diensten. Hierbij staatde implementatie van de herziene Europese richtlijn consumentenkrediet(Consumer Credit Directive II, CCDII)1 centraal, die vanaf november van ditjaar van kracht wordt en een breed, stevig en uniform beschermingskaderbiedt bij het gebruik van BNPL-diensten en andere vormen vanconsumentenkrediet.In het kader van deze implementatie heb ik, naar aanleiding van verschil-lende Kamermoties, de mogelijkheden onderzocht voor aanvullenderegulering van BNPL, waaronder beperkingen in fysieke winkels,uitsluiting van digitale wallets zoals de «Apple Wallet», aanbod viawebshopplatforms, verdere regulering van reclame en een verbod opgebruik door jongeren onder de 21 jaar. In deze brief licht ik de uitkomstenhiervan toe. Ook ga ik in op de inzet van andere Europese lidstaten op ditterrein, de werking en naleving van de Gedragscode BNPL en deverkenning van een zogenoemd zelfuitsluitingsregister. Tot slot schets ikde stand van zaken en het vervolg van de implementatie van de CCDII innationale wetgeving.Met deze brief geef ik uitvoering aan de toezegging die is gedaan tijdenshet tweeminutendebat Financiële Markten op 30 januari 2025, en ook aande verschillende moties die zijn aangenomen tijdens het debat over deaanpak van de incasso-industrie op 6 februari 2025 en het tweeminuten-1Richtlijn (EU) 2023/2225 van het Europees Parlement en de Raad, 18 oktober 2023 inzakekredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2008/48/EG(Consumer Credit Directive, CCDII). kst-36924-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 51 debat Armoede- en schuldenbeleid op 19 juni 2025. Gezien de nauwesamenhang met de Implementatiewet herziene richtlijn consumenten-krediet bied ik deze brief gelijktijdig met het wetsvoorstel aan uw Kameraan (Kamerstuk 36 924).BNPL in een stevig Europees kaderBNPL is een kredietvorm waarbij consumenten aankopen direct kunnenontvangen en de betaling uitstellen. BNPL-diensten hebben de afgelopenjaren sterk aan populariteit gewonnen en maken samen met anderemoderne betaalvormen inmiddels onderdeel uit van het dagelijkseaankoopgedrag en betaalverkeer van veel mensen. Het kabinet hechteraan dat deze ontwikkelingen hand in hand gaan met een hoog niveauvan consumentenbescherming en verantwoord kredietgebruik.De implementatie van de CCDII is een belangrijke stap in het versterkenvan die bescherming. Voorheen was BNPL uitgezonderd van regulering,terwijl andere vormen van krediet wel aan regelgeving moesten voldoen.De CCDII brengt BNPL voor het eerst volledig onder het Europeseregelgevend kader voor consumentenkrediet. Daarmee worden consu-menten die gebruikmaken van BNPL voortaan op een vergelijkbaremanier beschermd als bij andere vormen van krediet.De nieuwe regels zorgen voor een samenhangend en toekomstbestendigpakket aan waarborgen. BNPL-aanbieders worden vergunningplichtig bijde Autoriteit Financiële Markten (AFM) en moeten onder meer eenkredietwaardigheidstoets uitvoeren, passende informatie verstrekken aanconsumenten en verantwoord reclamebeleid voeren. Daarnaast komen erregels voor registratie bij het Bureau Krediet Registratie (BKR), hetmaximeren van kosten voor invordering en het nemen van respijtmaatre-gelen bij betalingsproblemen. Ook moeten aanbieders consumenten metfinanciële problemen verwijzen naar schuldadviesdiensten en wordt hetaanbieden van BNPL aan minderjarigen verboden. BNPL-aanbiederskomen met de inwerkingtreding van de CCDII onder het toezicht te staanvan de AFM.Mogelijkheden aanvullende nationale regulering BNPLDoor de leden van uw Kamer zijn verschillende moties ingediend dieverzoeken om aanvullende nationale regulering van BNPL boven op deCCDII, waaronder beperkingen van BNPL in fysieke winkels2, 3, hetuitsluiten van BNPL van digitale wallets zoals de Apple Wallet4, hetreguleren van BNPL via webshopplatforms5, verdere regulering vanreclame voor BNPL6 en een verbod op het gebruik van BNPL doorjongeren onder de 21 jaar7.Het kabinet heeft de verschillende mogelijkheden voor aanvullendenationale regulering van BNPL zorgvuldig onderzocht en beoordeeld. Uitonderzoek blijkt dat de mogelijkheden in belangrijke mate wordenbegrensd door het Europese kader van de CCDII. De CCDII reguleert BNPLexpliciet als een vorm van consumentenkrediet en heeft een maximum-harmonisatiekarakter, waardoor lidstaten in beginsel geen strengere ofaanvullende nationale maatregelen mogen treffen voor producten en2Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 780.3Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 786.4Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 786.5Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 787.6Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 810.7Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 809.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 52 diensten die onder de richtlijn vallen. De richtlijn maakt daarbij geenonderscheid naar de wijze of omgeving waarin BNPL wordt aangeboden.Selectieve nationale verboden of uitsluitingen – bijvoorbeeld gericht opspecifieke verkoopkanalen of betaalomgevingen – zijn daarom juridischniet verenigbaar met dit kader. De ruimte voor aanvullende nationalemaatregelen is beperkt tot gevallen waarin de richtlijn daar expliciet invoorziet, zoals bij toezicht, handhaving en specifieke lidstaatopties. Ditbetekent dat nationale koppen zoals het beperken van BNPL in fysiekewinkels, het uitsluiten van BNPL van digitale wallets, het verder regulerenvan BNPL-reclame of een nationaal verbod op het gebruik van BNPL doorjongeren onder de 21 jaar volgens het kabinet binnen het huidigeEuropese kader niet mogelijk zijn. Voor een nadere toelichting op deverschillende Kamermoties die betrekking hebben op de mogelijkhedenvoor aanvullende nationale regulering van BNPL verwijs ik u naar debijlage.Het kabinet zet zich maximaal in om de bescherming van consumenten bijhet gebruik van BNPL zo stevig en effectief mogelijk vorm te geven.Daarbij wordt nadrukkelijk gebruikgemaakt van de ruimte die de richtlijnwel biedt om op nationaal niveau aanvullende waarborgen teintroduceren.Allereerst en als belangrijkste bevat het wetsvoorstel, aanvullend op deCCDII, een verbod op het aanbieden van uitstel van betaling aan minderja-rigen. Ook wordt leeftijdsverificatie verplicht. Verder gaat in Nederlandvoor grote webshops in de vorm van platforms (online marktplaatsenwaarop de aanbieder van het platform niet alleen eigen producten ofdiensten verkoopt, maar waarop ook derden producten of dienstenaanbieden) gelden dat elke vorm van uitstel van betaling onder deconsumentenbescherming van de CCDII valt. Dit geldt ongeacht of hetplatform uitstel van betaling aanbiedt voor eigen producten of diensten,of voor producten of diensten van derden. Dit is een nationaal aanvul-lende maatregel die Nederland neemt. Daarnaast maakt Nederlandgebruik van de lidstaatoptie ten aanzien van reclame, waardoor hetverboden wordt om reclame te maken voor krediet, waaronder BNPL,waarin bijvoorbeeld de snelheid of het gemak waarmee krediet kanworden verkregen wordt benadrukt, of waarin wordt vermeld dat eenkorting uitsluitend geldig is bij het afsluiten van krediet.Inzet andere lidstaten aanvullende regulering BNPLIn het tweeminutendebat Financiële Markten van 30 januari 2025 heb iktoegezegd om per brief te reageren op de vraag van het Kamerlid Van Dijk(CDA) over welke inzet andere lidstaten hanteren ten aanzien vanaanvullende nationale regulering van BNPL-diensten, boven op de CCDII.Daartoe is een uitvraag gedaan bij de buurlanden en enkele groteEuropese lidstaten, te weten België, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië enZweden.Uit deze inventarisatie blijkt dat België voornemens is het verstrekken vanconsumentenkrediet aan minderjarigen volledig te verbieden. Dit gaatverder dan het voorgenomen Nederlandse verbod, dat zich uitsluitendricht op krediet in de vorm van uitstel van betaling, waaronderBNPL-diensten. Voor andere vormen van consumentenkrediet geldt inNederland dat dit krediet slechts aan minderjarigen kan worden verleendmet toestemming van een wettelijke vertegenwoordiger. Uit onderzoek ensignalen van onder meer schuldhulpverlening en toezichthouders blijktdat de risico’s op financiële problemen bij minderjarigen zich op ditmoment met name voordoen bij BNPL. Daarom is het NederlandseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 53 verbod hierop gericht. Buiten deze maatregel neemt België geenaanvullende maatregelen voor BNPL-diensten.Spanje voert, in aanvulling op de richtlijn, een maximumrente in voorconsumptief krediet – waaronder BNPL-diensten – van 22%. In Nederlandkomt BNPL met de implementatie van de CCDII onder het bestaanderenteplafond voor consumentenkrediet, ook wel bekend als de maximalekredietvergoeding, te vallen. Daarbij mogen kredietverstrekkers maximaal8 procentpunt boven de wettelijke rente (thans 4%) in rekening brengen.Daarmee zal de toegestane rente op consumptief krediet in Nederlandaanzienlijk lager liggen dan het in Spanje voorgenomen maximum.De aanvullingen van België en Spanje zijn mogelijk onder de CCDII. Zostaat de CCDII het toe dat lidstaten voorwaarden stellen aan de toegangtot krediet. Op grond daarvan is het mogelijk om leeftijd als voorwaardevoor de toegang tot krediet te stellen, zolang dit onderscheid op grondvan leeftijd door objectieve criteria wordt gerechtvaardigd. Verder regeltde CCDII dat lidstaten een debetrenteplafond moeten bepalen, maarschrijft de richtlijn niet voor hoe hoog dat plafond moet zijn.In Frankrijk, Duitsland, Italië en Zweden worden naar verwachting geenaanvullende maatregelen voor BNPL getroffen. Frankrijk en Italië zijndaarnaast voornemens gebruik te maken van de lidstaatoptie van artikel 2,achtste lid, van de CCDII, die een lichter regime mogelijk maakt voorbepaalde vormen van krediet, waaronder BNPL.Gedragscode BNPLVoormalig Kamerlid Welzijn (NSC) en Kamerlid Ceder (CU) verzochten ineen motie de regering om (1) in aanloop naar de verplichtingen uit deCCDII te monitoren in hoeverre aanbieders van BNPL-dienstverlening,inclusief ketens die BNPL zelfstandig aanbieden, voldoen aan degedragscode en aan de aankomende richtlijn, (2) blijvend in gesprek tezijn over de naleving van de gedragscode en aankomende richtlijn en deKamer hierover te informeren en (3) de winkelketens die zelfstandigBNPL-dienstverlening aanbieden nogmaals met klem te verzoeken zichaan te sluiten bij de gedragscode en te handelen conform dezegedragscode.8Naleving Gedragscode BNPLIn de Gedragscode BNPL legden de aangesloten BNPL-aanbieders (Klarna,Riverty, Billink en in3) vast dat zij periodiek een zelfevaluatie uitvoeren enjaarlijks in overleg treden over de uitkomsten daarvan. De koepelorgani-satie Vereniging van Financieringsondernemingen (VFN) heeft degegevens verzameld en geaggregeerd namens de aanbieders. Indecember jl. presenteerden de VFN en de bij de gedragscode aangeslotenBNPL-aanbieders de resultaten van de jaarlijkse zelfevaluatie diebetrekking heeft op de periode van 1 september 2024 tot en met31 augustus 2025. Deze resultaten geven inzicht in de naleving van degedragscode en bieden een belangrijk ijkpunt in de aanloop naar deinwerkingtreding van de CCDII.De BNPL-aanbieders rapporteren dat in de evaluatieperiodecirca 59 miljoen BNPL-transacties zijn verricht. Bij 2,59% van de trans-acties zijn incassokosten in rekening gebracht (tegenover 4% in 2024) en0,75% van de transacties is doorgezet naar een incassobureau (tegenover0,84% in 2024). Wel nam het gewogen gemiddelde incassobedrag iets toe8Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 785.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 54 (van € 11,75 naar € 12,98). Conform de gedragscode worden geen nieuweBNPL-diensten verleend aan consumenten die een ingebrekestellinghebben ontvangen. Dit heeft afgelopen jaar geleid tot circa 1,8 miljoenafgewezen transacties, een duidelijke toename ten opzichte van decirca 0,9 miljoen afwijzingen in 2024.Op klantniveau zijn de cijfers zorgelijk. In totaal maakten circa 5,5 miljoenklanten gebruik van BNPL-diensten, met gemiddeld tien transacties perklant. Van deze klanten ontving 40,8% minimaal één kosteloze betalings-herinnering en 26,4% een ingebrekestelling met uitstel van betaling. Bij13,5% van de klanten zijn incassokosten in rekening gebracht en 4,45% isdoorgezet naar een incassobureau. Deze cijfers op klantniveau bevattenmogelijk dubbeltellingen, vanwege overlap in klantbestanden. Daarnaastzijn de cijfers gebaseerd op een gemiddeld aantal van tien transacties perklant. Indien één van deze transacties van een klant heeft geleid tot eenherinnering, ingebrekestelling, incassokosten of overdracht naar eenincassobureau, wordt de klant in zijn geheel meegeteld in de statistiekenvan geconstateerde betalingsafwijkingen. Dit betekent niet dat alletransacties van deze klant een dergelijke afwijking vertoonden.Daarnaast hebben leden van uw Kamer vragen gesteld over desamenloop tussen de bepalingen van de Wet kwaliteit incassodienstver-lening (Wki) en de werkzaamheden van BNPL-aanbieders.9, 10 Het kabinetblijft, mede in het licht van deze uitkomsten, met de sector in gesprek overde naleving van de Gedragscode BNPL en de voorbereiding op deverplichtingen uit de CCDII. Daarbij wordt specifiek aandacht gevraagdvoor het terugdringen van betalingsachterstanden en incassotrajecten, inhet bijzonder onder jongere consumenten.Aansluiting webshopplatforms bij de gedragscodeHet Ministerie van Financiën heeft meerdere gesprekken gevoerd metwebshopplatforms die zelfstandig BNPL-dienstverlening aanbieden enhen opgeroepen zich aan te sluiten bij de Gedragscode BNPL en conformdeze gedragscode te handelen. In dat kader heeft Bol aangegeveninmiddels in gesprek te zijn met de VFN over aansluiting bij degedragscode. Dit zou wat het kabinet betreft een positieve stap zijn in debescherming van consumenten binnen de sector, mede in het licht van deimplementatie van de CCDII.Register zelfuitsluiting voor BNPLHet Kamerlid Ceder (CU) verzocht in een motie de regering om met definanciële sector en BNPL-partijen in overleg te treden om een soortgelijkregister als het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (CRUKS) teontwikkelen voor het aangaan van consumptieve kredieten, leningen enachteraf betalen, en de Kamer hierover te informeren.11Binnen de sector zijn reeds zulke initiatieven ontwikkeld. Zo beschiktBNPL-aanbieder Billink over een zogenoemd «Schulden PreventieRegister», dat voorziet in de mogelijkheid tot individuele zelfuitsluiting,zowel op verzoek van de consument als op verzoek van een hulpver-lener.12 BNPL-aanbieders Riverty, Klarna en in3 hebben aangegevenpositief te staan tegenover deelname aan dit register en zijn hierover ingesprek met Billink. Klarna beschikt daarnaast over een eigen9Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 1015.10Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 1017.11Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 781.12https://schuldenpreventieregister.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 55 «opt-outfunctionaliteit», waarmee consumenten via de Klarna-app kunnenkiezen om geen gebruik (meer) te maken van de kredietproducten «Betaalbinnen 30 dagen» of «Betaal in 3 delen» en alleen de optie «Betaal nu»mogelijk blijft.13 De sector zet hiermee zelf concrete stappen, waardoorhet kabinet op dit moment geen noodzaak ziet hier aanvullende maatre-gelen te nemen. Wel zal het kabinet de ontwikkelingen blijven monitorenen met de partijen in gesprek blijven hierover.Vervolg implementatie CCDII en wettelijke maatregelenDeze brief wordt gelijktijdig aan uw Kamer aangeboden met de indieningvan de Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet. Met dezeimplementatiewet komt BNPL onder een streng en uniform Europeeskader te vallen. De implementatie van de CCDII in Nederlandse wetgevingheeft door zijn omvang en complexiteit vertraging opgelopen, waardoorde implementatietermijn van 20 november 2025 is verstreken. Op29 januari jl. heeft de Europese Commissie een standaardingebreke-stelling gestuurd en is daarmee een inbreukprocedure gestart. Op grondvan de CCDII dienen de regels uiterlijk 20 november 2026 van toepassingte zijn. Om tijdige invoering te waarborgen, wordt alles in het werkgesteld om het implementatietraject zo spoedig af te ronden en wil ik uwKamer vragen de behandeling van het implementatiewetsvoorstel metvoorrang ter hand te nemen.De Minister van Financiën,E. Heinen13https://www.klarna.com/international/press/klarna-lanceert-als-eerste-vrijwillige-credit-opt-out-in-nederland/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 56 MOGELIJKHEDEN AANVULLENDE NATIONALE REGULERINGBNPL1. BNPL in fysieke winkels en via digitale wallets Het Kamerlid Ceder (CU) verzocht in een motie de regering om er allesaan te doen om BNPL-dienstverlening in fysieke winkels tegen te houden,hiervoor ten minste in gesprek te gaan met de bedrijven dieBNPL-dienstverlening reeds aanbieden, het gesprek te voeren metvertegenwoordigers van de detailhandelsector over deze ontwikkelingenen hierover aan de Kamer te rapporteren.14 Daarnaast verzochten deKamerleden Van Dijk (CDA) en Ceder (CU) in een motie de regering om insamenwerking met experts breed te kijken naar mogelijkheden om onderde CCDII toch aanvullende maatregelen te nemen voor het verbieden ofop zijn minst sterk ontmoedigen van BNPL-betaling in fysieke winkels,zowel via de pinautomaat als via de Apple Wallet.15 In het tweeminuten-debat Financiële Markten van 30 januari 2025 heb ik daarnaast toegezegdper brief te reageren op de inbreng van het Kamerlid Van Dijk (CDA) overonder meer het toevoegen van BNPL aan de Apple Wallet.Mogelijkheden wettelijke beperkingenBij de beoordeling van deze moties en verzoeken is het juridische kadervan de CCDII doorslaggevend. De CCDII reguleert BNPL-dienstverleningexpliciet en heeft het karakter van een maximumharmonisatie-richtlijn(overweging 13 van de preambule van de richtlijn). Dit betekent datlidstaten geen strengere of aanvullende nationale regels mogen stellenvoor kredietvormen die onder de reikwijdte van de richtlijn vallen, tenzijde richtlijn daar uitdrukkelijk ruimte voor laat. Dit is het geval als eendienst of product buiten het toepassingsbereik van de richtlijn valt, bij deinvulling van toezicht en handhaving of bepaalde consumentenbescher-mende verplichtingen die niet onder de richtlijn vallen. De uiteindelijkebeoordeling van de rechtmatigheid van nationale regels ligt bij denationale rechter of het Hof van Justitie van de EU.16 Daarover kan nietvooraf uitsluitsel worden gegeven. Onderstaande lezing is de interpretatievan het kabinet voor implementatie van de CCDII.Fysieke winkelsBNPL wordt onder de CCDII expliciet gereguleerd als een vorm vanconsumentenkrediet. De richtlijn kiest daarmee bewust voor regulering inplaats van een totaalverbod of gedeeltelijk verbod. De CCDII maakt geenonderscheid tussen online en offline aanbod van BNPL. BNPL-dienstenvallen onder de richtlijn ongeacht of zij via webwinkels of in fysiekewinkels worden aangeboden. De CCDII erkent tegelijkertijd wel dat BNPLzowel fysiek als digitaal kan worden aangeboden.17 Een nationaal(gedeeltelijk) verbod op BNPL in fysieke winkels, terwijl BNPL online weltoegestaan blijft, zou neerkomen op een selectieve beperking vandiensten die onder de richtlijn zijn gereguleerd. Een dergelijk verbod gaatverder dan de richtlijn toestaat en is volgens het kabinet daarom juridischniet verenigbaar met het maximumharmonisatiekarakter van de CCDII.14Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 780.15Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 786.16Tevens in het geval waarin de Europese Commissie in het kader van een infractieprocedureeen zaak aanhangig maakt bij het Hof van Justitie van de EU vanwege onjuiste toepassing vanhet recht.17Dit volgt uit de bewoordingen van artikel 2, tweede lid, onderdeel h, van de richtlijn waar voorhet toepassingsbereik onder meer onderscheid wordt gemaakt tussen overeenkomsten opafstand en overeenkomsten die dat niet zijn.BIJLAGETweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 57 Een verbod op BNPL in fysieke winkels zou daarnaast op gespannen voetstaan met het vrije dienstenverkeer binnen de Europese Unie (artikel 56VWEU). BNPL-aanbieders hebben het recht om hun diensten grensover-schrijdend aan te bieden. Een nationale maatregel die het gebruik vanBNPL verbiedt, terwijl deze dienst op andere manieren wel mag wordenaangeboden, vormt een beperking van dat recht, die aan proportionaliteitwordt getoetst. Gelet op het bestaan van uitgebreide Europese consumen-tenbeschermingsregels voor BNPL zou een dergelijk vergaand verbodnaar verwachting niet proportioneel zijn.Digitale walletsHet voorgaande geldt ook grotendeels voor beperkingen op het gebruikvan digitale wallets, zoals de Apple Wallet. Een nationaal verbod op hetaanbieden of gebruiken van BNPL via dergelijke wallets zou neerkomenop een verdergaande beperking van een gereguleerd kredietproduct enlijkt daarmee niet verenigbaar met de CCDII. Bovendien zou een selectiefverbod dat zich richt op één specifieke betaalomgeving, zoals eendergelijke wallet, in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel. Tevens lijkt eenverbod op het gebruik van zo’n wallet niet in lijn met de strategie van deEuropese Commissie voor een concurrerende betalingsmarkt waar allemarktdeelnemers onder eerlijke en gelijke voorwaarden kunnen concur-reren.18Gelet op deze Europese kaders concludeert het kabinet dat het op ditmoment niet mogelijk is om het toevoegen van BNPL aan de Apple Wallette verbieden. Het kabinet blijft zich daarom inzetten voor een zorgvuldigeimplementatie van de CCDII om consumenten ook binnen digitalebetaalomgevingen zo goed mogelijk te beschermen.Ontmoediging BNPL in fysieke winkelsNaast deze juridische beoordeling zijn door het Ministerie van Financiënen het Ministerie van Economische Zaken gesprekken gevoerd metvertegenwoordigers van de detailhandelsector over de mogelijkheden omBNPL in fysieke winkels te ontmoedigen. De brancheorganisaties binnende detailhandel hebben daarbij aangegeven dat zij niet in de positie zijnom het ontmoedigen van BNPL als betaalmethode in fysieke winkels tefaciliteren, onder meer omdat dit de keuze is van individuele winkeliers enwinkelketens. Wel hebben de brancheorganisaties toegezegd de aanko-mende implementatie van de CCDII actief onder de aandacht te brengenbij hun leden, waaronder de nieuwe regels voor BNPL en het verbod ophet aanbieden van BNPL aan minderjarigen.Gelet op het maximumharmonisatiekarakter van de CCDII en deuitkomsten van de gesprekken met de detailhandelsector, ziet het kabinetgeen juridische of praktische mogelijkheden om BNPL in fysieke winkelste verbieden of verdergaand te ontmoedigen dan reeds volgt uit deEuropese regelgeving. Het kabinet blijft zich inzetten voor een zorgvuldigeimplementatie van de CCDII, met bijzondere aandacht voor debescherming van minderjarigen en het voorkomen van problematischeschulden, ongeacht of BNPL online of in de fysieke winkelomgeving wordtaangeboden. Daarom blijft het kabinet in gesprek met BNPL-aanbieders,vertegenwoordigers van de detailhandel en toezichthouders over depraktische uitwerking van de nieuwe regels en de naleving daarvan.18Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Econo-misch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over een strategie voor retailbetalingenvoor de EU, 24 september 2020, COM(2020) 592.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 58 2. Regulering BNPL aangeboden op webshopplatforms Het Kamerlid Van Dijk (CDA) verzocht in een motie de regering ommaatregelen te nemen die ervoor zorgen dat ook bij webshops dieachteraf betalen aanbieden, eenzelfde niveau van consumentenbe-scherming gegarandeerd wordt als onder de CCDII.19Met de implementatie van de CCDII wordt het beschermingsniveau voorconsumenten bij achteraf betalen aanzienlijk uitgebreid. De richtlijn brengthet merendeel van de BNPL-producten onder het kredietregime, waardoorstrengere eisen gaan gelden voor BNPL-aanbieders.Voor webshops die gebruikmaken van een derde BNPL-aanbieder (zoalsgespecialiseerde betaaldienstverleners) geldt dat deze aanbieders volledigonder het toepassingsbereik van de CCDII vallen. Voor deze gevallenwordt met de implementatiewetgeving het door de motie beoogdebeschermingsniveau gerealiseerd.Voor webshops die zelf achteraf betalen aanbieden – dus zonder tussen-komst van een derde BNPL-aanbieder – gelden verschillende regels,afhankelijk van de situatie. Allereerst geldt voor grote webshops in devorm van platforms (online marktplaatsen waarop de aanbieder van hetplatform niet alleen eigen spullen of diensten verkoopt, maar waarop ookderden spullen of diensten verkopen) dat elke vorm van uitstel vanbetaling onder de consumentenbescherming van de CCDII valt. Dat geldtongeacht of het platform voor eigen producten of diensten uitstel vanbetaling biedt, of voor producten of diensten van derden. Het betreft eenaanvullende nationale maatregel ter bescherming van de consument enter opvolging van bovengenoemde motie. De CCDII lijkt hiervoor ruimte tebieden. In die gevallen gelden dus straks voor platforms dezelfde regelsals voor andere kredietaanbieders, zoals een verplichte vergunning en deverplichting om een kredietwaardigheidsbeoordeling uit te voeren.Voor webshops die geen platform zijn en zelf uitstel van betaling verlenen,geldt de CCDII niet, mits aan strikte voorwaarden wordt voldaan. Het gaatdaarbij om situaties waarin:i.de webshop geen rente of andere kosten in rekening brengt(behoudens redelijke incassokosten);ii.de betaling binnen een korte, wettelijk vastgelegde termijn moetplaatsvinden (50 dagen voor een mkb-webshop en 14 dagen vooreen grote, niet-mkb-webshop); eniii.voor grote webshops geldt daarbij dat er niet alleen geen sprake isvan een derde, er mag ook geen sprake zijn van het overkopen vaneen krediet aan een derde.Indien een webshop aan al deze voorwaarden voldoet, kwalificeert deaangeboden achteraf-betalen-optie niet als krediet in de zin van de CCDIIen zijn de kredietverplichtingen uit de richtlijn niet van toepassing. Dezeafbakening volgt rechtstreeks uit de richtlijn en laat op grond van hetmaximumharmonisatiekarakter van de CCDII geen ruimte voor nationaleaanscherping.Daar staat tegenover dat webshops die zelf achteraf betalen aanbieden,maar niet (meer) aan deze voorwaarden voldoen – bijvoorbeeld doordatzij langere betaaltermijnen hanteren of aanvullende kosten in rekeningbrengen – op grond van de implementatiewet wél onder de nieuwe regelsvallen. Dit volgt uit de CCDII.19Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 787.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 59 Na implementatie van de CCDII en de nationale maatregel om ookplatforms te reguleren, wordt de consument ook bij online aankopenbeschermd tegen overkreditering bij vormen van uitstel van betaling.3. Reguleren reclame voor BNPL Voormalig Kamerlid Welzijn (NSC) verzocht in een motie de regering ommaatregelen te nemen om de reclame voor BNPL-diensten te reguleren enindien mogelijk te verbieden.20Ook deze motie raakt aan de vraag in hoeverre nationale beperkingen opBNPL-reclame verenigbaar zijn met het Europese kader voor consumen-tenkrediet. De CCDII bevat specifieke en gedetailleerde bepalingen overreclame voor krediet, waaronder BNPL-diensten voor zover deze onder derichtlijn vallen. In de artikelen 7 en 8 van de richtlijn zijn zowel inhoude-lijke eisen aan kredietreclame opgenomen als expliciete verboden,bijvoorbeeld ten aanzien van misleidende of agressieve reclame enreclame die suggereert dat krediet de financiële situatie van de consumentzal verbeteren. Hiermee beoogt de richtlijn consumenten te beschermentegen onverantwoorde kredietprikkels, terwijl ruimte blijft voor feitelijkeen evenwichtige informatievoorziening.Zoals toegelicht, heeft de CCDII het karakter van eenmaximumharmonisatie-richtlijn. Dit betekent dat lidstaten in beginselgeen verdergaande of strengere nationale regels mogen stellen dan derichtlijn toestaat. De richtlijn biedt geen ruimte om alle reclame voorkredietproducten zoals BNPL volledig te verbieden. Een algeheelreclameverbod zou verder gaan dan het Europese kader toestaat en isdaarmee een nationale kop die juridisch niet is toegestaan voorBNPL-diensten die onder de reikwijdte van de richtlijn vallen. Wel biedt derichtlijn een lidstaatoptie om extra reclameregels in te stellen. Nederlandmaakt hierbij gebruik van de lidstaatoptie, waardoor het verboden wordtom reclame te maken voor krediet, waaronder BNPL, waarin bijvoorbeeldde snelheid of het gemak waarmee krediet kan worden verkregen wordtbenadrukt, of waarin wordt vermeld dat een korting uitsluitend geldig isbij het afsluiten van krediet. Dit betekent dat het kabinet geen mogelijk-heden ziet om een volledig nationaal verbod op reclame voor BNPL in tevoeren. Wel blijft het kabinet zich inzetten voor strikte naleving eneffectieve handhaving van de reclamevoorschriften uit de CCDII, zodatconsumenten en in het bijzonder jongeren en andere kwetsbare groepen,beter worden beschermd tegen de risico’s van problematische schulden.4. Verbod op gebruik BNPL onder de 21 jaar Voormalig Kamerlid Welzijn (NSC) verzocht in een motie de regering omte onderzoeken of het mogelijk is om bedrijven te verbieden om jongerenonder de 21 jaar te laten betalen via BNPL-constructies.21In het voorstel voor de Implementatiewet herziene richtlijn consumenten-krediet is een publiekrechtelijk verbod opgenomen voor onder meerBNPL-aanbieders om krediet in de vorm van uitstel van betaling aan tebieden aan minderjarigen, dus personen jonger dan 18 jaar.22 Voordergelijke kredietovereenkomsten geldt bovendien dat zij op grond van20Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 810.21Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 809.22Raad van State Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet, http://www.wetgevingskalender.overheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 510 het Burgerlijk Wetboek ook niet met toestemming van de wettelijkvertegenwoordiger mogen worden aangegaan.23Naar aanleiding van de motie heeft het kabinet onderzocht of een verbodtot 21 jaar mogelijk is. In beginsel kan de leeftijdsgrens worden verhoogd,mits dit voldoende kan worden gemotiveerd. Op dit moment vindt hetkabinet een dergelijke verhoging van de leedtijdsgrens echter onvol-doende te onderbouwen. Daarom ziet het kabinet vooralsnog geen grondom een verbod tot 21 jaar in te voeren. Hieronder wordt dit nadertoegelicht.Allereerst zou een dergelijke maatregel een uitzondering vormen op dehandelingsbekwaamheid die in Nederland vanaf 18 jaar geldt. Op grondvan artikel 1 van de Grondwet moet een onderscheid naar leeftijdproportioneel en noodzakelijk zijn om te kunnen worden gerechtvaardigd.Voor de grens van 18 jaar is in de memorie van toelichting bij deImplementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet uiteengezetwaarom een verbod gerechtvaardigd is: minderjarigen zijn in beginsel niethandelingsbekwaam om dergelijke overeenkomsten aan te gaan enleeftijdscontroles op basis van zelfregulering blijken in de praktijk nietaltijd afdoende.Voor jongvolwassenen tussen de 18 en 21 jaar ligt dit anders. Zij zijn welhandelingsbekwaam. Bovendien is het onzeker of een verbod tot 21 jaarproportioneel en noodzakelijk is om het doel – het voorkomen vanproblematische schulden op individueel en maatschappelijk niveau – tebereiken. Na inwerkingtreding van de implementatiewetgeving gaanimmers al diverse verplichtingen gelden voor kredietaanbieders. Zomoeten zij onder meer een kredietwaardigheidsbeoordeling uitvoeren, hetBKR raadplegen en onder voorwaarden het krediet registreren bij BKR.Naar verwachting beperken deze maatregelen al de belangrijkste risico’svan BNPL voor jongvolwassenen.Daarnaast spelen praktische overwegingen een rol. Jongvolwassenen diezich (langere tijd) in het buitenland bevinden, hebben bijvoorbeeld vaakeen creditcard nodig voor uiteenlopende betalingen.24 Een algemeenverbod zou hen daarin kunnen belemmeren. Ook zou een minimumleeftijdvan 21 jaar afwijken van de gebruikelijke Europese norm, waar lidstatenuitgaan van handelingsbekwaamheid vanaf 18 jaar.23Artikel 1:234 BW.24BNPL valt juridisch onder krediet in de vorm van uitstel van betaling. Hieronder valt niet alleenBNPL maar ook creditcards. Het is niet mogelijk apart een verbod op BNPL tot 21 jaar terealiseren zonder ook creditcards tot die leeftijd te verbieden. Een mogelijk verbod op uitstelvan betaling tot 21 jaar moet dus in dat licht worden bekeken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 924, nr. 511
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.