KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag schriftelijk overleg over de Nederlandse inzet hoofdlijnen MFK 2028 (Kamerstuk 21501-20-2245)

7 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 71bcedbac6a02159 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-20Europese RaadNr. 2267 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 7 juli 2025 De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en vanFinanciën over de brief van 28 maart 2025 over de Nederlandse inzethoofdlijnen MFK 2028 (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2245)De vragen en opmerkingen zijn op 24 juni 2025 aan de Minister vanBuitenlandse Zaken en van Financiën voorgelegd. Bij brief van 7 juli 2025zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,Van der PlasAdjunct-griffier van de commissie,Hoedemaker kst-21501-20-2267ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 22671 Inhoudsopgaveblz.IVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonen2•Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2•Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie4•Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie8•Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie13•Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie17•Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie20 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonen Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinisters van Buitenlandse Zaken en van Financiën van 28 maart 2025over de Nederlandse inzet op hoofdlijnen voor het MFK 2028–2034, enhebben hierover enkele vragen.Allereerst hebben de leden van de PVV-fractie een aantal vragen over debudgettaire inzet. Deze leden constateren dat het kabinet inzet op een«acceptabele omvang van het MFK». Zij verzoeken de Minister tespecificeren wat onder een acceptabele omvang van het MFK wordtverstaan. Ook wordt geconstateerd dat het kabinet streeft naar een«acceptabel aandeel in de nationale bijdragen via het Eigenmiddelenbe-sluit (EMB)». Voornoemde leden vragen de Ministers toe te lichten wat zijverstaan onder een acceptabel aandeel in de nationale bijdragen via hetEMB.1.Antwoord van het kabinetIn lijn met het Regeerprogramma en de Kamerbrief over deNederlandse inzet op hoofdlijnen voor het volgend MeerjarigFinancieel Kader (MFK) (hierna: Kamerbrief MFK) is de inzet vanhet kabinet een beperking van de geraamde stijging van deNederlandse EU-afdrachten. Deze inzet is verwerkt in de ramingvan de Nederlandse EU-afdrachten, zoals onder andereopgenomen in de Miljoenennota 2025. De inzet van het kabinet inde onderhandelingen is een omvang van het MFK en een aandeelin de nationale bijdragen via het Eigenmiddelenbesluit die in lijnis met deze aangepaste raming. Op voorhand is voor beideonderdelen, dus omvang MFK en bijdrage via het EMB, niet tezeggen wat acceptabel zal zijn, omdat beide samen de impact opde Nederlandse afdracht bepalen. Daardoor zijn verschillendecombinaties van omvang MFK en bijdrage via het EMB mogelijkdie in lijn zijn met de inzet.In het regeerprogramma is afgesproken dat de jaarlijkse EU-afdrachtenmet minder dan 1,6 miljard euro zullen stijgen ten opzichte van de huidigemeerjarenraming. De aan het woord zijnde leden verzoeken de Ministeraan te geven of hij dit doel nog steeds nastreeft en, zo ja, op welke wijzehij dit wil bewerkstelligen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 22672 2.Antwoord van het kabinetHet Regeerprogramma en de Kamerbrief MFK blijven de basisvormen voor de inzet van het kabinet voor de eerste fase van deonderhandelingen over het volgend MFK en het EMB.Dan is er bij de voornoemde leden een aantal vragen over het onderdeel«Een moderne en toekomstgerichte EU-begroting». De Ministers stellendat middelen uit verschillende bestaande EU-prioriteiten bij moetendragen aan het versterken van het Europese concurrentievermogen, eenstevig asiel en migratiebeleid, en veiligheid en defensie. Deze ledenverzoeken de Minister aan te geven aan welke verschillende bestaandeEU-prioriteiten wordt gerefereerd.3.Antwoord van het kabinetDe Kamerbrief MFK beschrijft op hoofdlijnen de budgettaireuitgangspunten voor een moderne EU-begroting. De begrotingdient beleidsinhoudelijk gemoderniseerd te worden, door meerfocus te leggen op strategische prioriteiten, zijnde het Europeseconcurrentievermogen, een stevig asiel en migratiebeleid, enveiligheid en defensie. Door het aantal fondsen en programma’ste verminderen waar sprake is van overlap kunnen deze strate-gische prioriteiten beter worden bediend.In hetzelfde onderdeel stellen de Ministers dat de EU-begroting deklimaat- en energietransitie van de industrie dient te ondersteunen,aangezien deze een belangrijk fundament zijn voor het bredere Europeseconcurrentievermogen. De leden van de PVV-fractie verzoeken de Ministerte verduidelijken op basis van welke gegevens wordt onderbouwd dat deklimaat- en energietransitie en de decarbonisatie van de industriedaadwerkelijk bijdragen aan een sterker Europees concurrentievermogen.Ook vragen deze leden waarom de EU-begroting deze transities zoumoeten ondersteunen en in welke mate.4.Antwoord van het kabinetZoals de rapporten van Draghi en Letta duidelijk hebbengemaakt, is de versterking van het Europese concurrentiever-mogen essentieel voor de toekomst van de EU. Een concurre-rende economie, gebouwd op florerende bedrijven, is belangrijkvoor onze brede welvaart omdat ze zorgt voor meer kwalitatievebanen en hogere inkomens, betere producten en diensten, envoldoende belastinginkomsten om publieke voorzieningen tefinancieren. Daarbij spelen de wereldwijde klimaat-, circulariteit-en energie-transities een belangrijke rol. Bedrijven kunnenimmers voordeel halen uit de nieuwe economische kansen dieontstaan door de klimaat-, circulaire- en energietransitie. Daaromvindt het kabinet dat de EU-begroting de klimaat- en energietran-sitie moet ondersteunen. Het draagt immers bij aan onze energie-onafhankelijkheid en draagt bij aan de transitie naar een concur-rerende en duurzame industrie. Dit maakt Europatoekomstbestendiger, innovatiever, energie-onafhankelijker enaantrekkelijker voor investeringen en handel.De laatste vraag van de leden van de PVV-fractie gaat over het onderdeel«Modernisering budgettaire architectuur». In dit onderdeel stellen deMinisters dat vereenvoudiging van de Europese begroting mogelijk isdoor het aantal fondsen en programma’s te verminderen waar sprake isvan overloop door fondsen en programma’s in gedeeld beheer samen teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 22673 voegen in bredere landenenveloppen, en door vereenvoudiging van deprogramma’s zelf. Deze leden verzoeken de Minister te verduidelijken overwelke fondsen en programma’s het kabinet in dit verband spreekt.5.Antwoord van het kabinetIn de Kamerbrief MFK stelt het kabinet dat vereenvoudiging vande begroting kan worden gerealiseerd door overlappingen ingedeeld beheer weg te nemen. Welke fondsen en programma’shiervoor in aanmerking komen, is aan de Europese Commissie omop te nemen in het voorstel voor het nieuwe MFK dat op 16 juliwordt verwacht.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de Nederlandse inzet voor het Meerjarig Financieel Kader. Zijhebben hier nog enkele vragen en opmerkingen bij.Deze leden lezen dat de inzet van het kabinet nog steeds is om tebezuinigen op de Nederlandse afdrachten aan de EU. In de huidigecontext met geopolitieke spanningen, economische onzekerheden zoalsde Amerikaanse tarieven en de noodzaak om energieafhankelijker teworden en te verduurzamen is dit wat voornoemde leden betreft zeeronverstandig. Een slagkrachtige EU is wat deze leden betreft belangrijkerdan ooit en lagere afdrachten zouden dit ondermijnen. Kan de slagkrachtvan de EU wat het kabinet betreft behouden en juist versterkt worden metde inzet op lagere afdrachten? Zo ja, hoe? Zo nee, is deze inzet dan nietzeer onverstandig en onverantwoord?6.Antwoord van het kabinetHet kabinet zet niet in op lagere EU-afdrachten, maar op eenbeperking van de geraamde stijging van de afdrachten. Hetkabinet is van mening dat met deze Nederlandse budgettaireinzet de EU een MFK en Eigenmiddelenbesluit overeen kan komenwaarmee de slagkracht van de EU behouden en versterkt kanworden, door inzet op strategische prioriteiten die juist eenantwoord bieden aan de huidige geopolitieke context.Zijn er andere landen die zich inzetten voor een lagere nationale afdracht?Hoe ziet dat speelveld eruit? Wat zou de impact zijn op de slagkracht vande EU als verschillende lidstaten vooral lagere afdrachten bepleiten maarte weinig oog hebben voor bijvoorbeeld de groeiende veiligheidsuitda-gingen en de concurrentiepositie van de EU waarvoor investeringen nodigzijn?7.Antwoord van het kabinetDe inzet van het kabinet is een beperking van de geraamdestijging van de Nederlandse EU-afdracht, niet een lagere afdrachtten opzichte van het huidige MFK. Naar verwachting van hetkabinet zullen er meer lidstaten zijn die een prudente ontwik-keling van de EU-begroting voorstaan. Daarbij hebben lidstatenaandacht voor de veiligheidsuitdagingen en de concurrentiepo-sitie van de EU.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 22674 De aan het woord zijnde leden lezen dat het kabinet wil dat er gekekenwordt naar wat de EU minder kan doen. Vervolgens wordt hier niet verderop ingegaan. Wat is de inzet van het kabinet wat betreft «minder EU»?Wat zijn de begrotingen waar het kabinet op wil bezuinigen?8.Antwoord van het kabinetHet kabinet is van mening dat gekeken moet worden naar wat deEU minder of efficiënter kan doen. Het MFK dient beleids-terreinen met de meeste gezamenlijke EU toegevoegde waarde tefinancieren. Nadat de Commissie haar voorstel heeft gepresen-teerd zal het kabinet beoordelen in hoeverre dit voorstel hieraanvoldoet en de Kamer hierover informeren.De voornoemde lezen in de kabinetsinzet dat de energietransitie en hetklimaat missen in de kernpunten van het kabinet. Is de Minister het eensdat de energietransitie en verduurzaming juist een cruciaal onderdeel zijnvan het Europese concurrentievermogen aangezien de EU koploper is watbetreft groene industrie? Waarom kiest het kabinet ervoor hier geenkernpunt van te maken?9.Antwoord van het kabinetZoals de rapporten van Draghi en Letta duidelijk hebbengemaakt, is de versterking van het Europese concurrentiever-mogen essentieel voor de toekomst van de EU. Op 13 decemberjl. is uw Kamer geïnformeerd over de KabinetsvisieEU-concurrentievermogen1 waarin nadrukkelijk de thema’sgrondstoffen, circulariteit, decarbonisatie en energie wordenbestempeld als cruciaal voor het bredere Europese concurrentie-vermogen. De energietransitie en verduurzaming zijn alsonderdeel van het Europese concurrentievermogen ook eenonderdeel van de kabinetsinzet MFK.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet refereertaan de rapporten van Draghi en Letta om het Europese concurrentiever-mogen te versterken. Hoewel het kabinet benadrukt dat er meer nodig isdan alleen publieke investeringen willen deze leden eraan herinneren datde voornoemde rapporten juist ook pleitten voor aanzienlijke publieke enprivate investeringen. In de afgelopen wisselingen met het kabinet isduidelijk dat dit kabinet vooral hecht aan het verminderen van deregeldruk, dat onderdeel is van deze rapporten, maar geen gehoor geeftaan de noodzakelijke investeringen. Is het kabinet bereid te pleiten voorde nodige investeringen?10.Antwoord van het kabinetHet kabinet erkent het belang van publieke en private investe-ringen om het Europese concurrentievermogen te versterken. Metbijdragen uit de EU-begroting kan een hefboom wordengecreëerd om meer publieke en private financiering te verwerven,zoals reeds gebeurt onder InvestEU en via de Europese Investe-ringsbank (EIB).De aan het woord zijnde leden lezen dat het kabinet de rol van de EU watbetreft defensie willen versterken, met name wat betreft de defensie-industrie. Deze leden zien de noodzaak om gebruik te maken van de1Kamerstuk 21 501-30, nr. 621, Kabinetsvisie EU-concurrentievermogenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 22675 uitzonderingsclausule voor defensie. Is het kabinet bereid hier– incidenteel – gebruik van te maken om grote eenmalige investeringen tedoen?11.Antwoord van het kabinetHet kabinet heeft geen aanvraag gedaan voor activatie van denationale ontsnappingsclausule, omdat het van mening is dat eentoename in defensie-uitgaven structureel moet worden ingepastbinnen de begroting.Voornoemde leden vinden het van belang dat deze mogelijkheid in hetvolgende MFK blijft bestaan. Wat is de inzet van het kabinet daarop?12.Antwoord van het kabinetDe Commissie heeft voorgesteld om de nationale ontsnappings-clausule te activeren. Dit is een bestaande vorm van flexibiliteitdie is ingebouwd in de Europese begrotingsregels De voorge-stelde duur van activatie is vier jaar. De periode van vier jaarkomt overeen met de periode van de budgettair-structureleplannen voor de middellange termijn die lidstaten in het kadervan de Europese begrotingsregels hebben opgesteld. DeCommissie stelt dat een periode van vier jaar ook aansluit bij detijd die nodig is om defensie-investeringsprojecten uit te voeren.Deze vierjarige periode staat los van de periode van het volgendeMFK.Ook moet wat de GroenLinks-PvdA fractie betreft de mogelijkheid omgemeenschappelijke leningen aan te gaan in het MFK behouden worden.Wat is de inzet hierop van het kabinet?13.Antwoord van het kabinetBinnen en de EU-verdragen en de EU-begroting bestaan reedslange tijd mogelijkheden om gemeenschappelijke leningen af tesluiten voor specifieke doelen, met name door het gebruik van de«headroom» onder het Eigenmiddelenplafond en door middelentoe te voegen aan een voorzieningsfonds. De inzet van hetkabinet ten aanzien van dergelijke mogelijkheden in het volgendMFK zal worden opgenomen in de kabinetsappreciatie van deMFK-voorstellen van de Commissie.Kunnen de mogelijkheden om als EU eigen middelen te generen wordenuitgebreid? Zo ja, op welke manier? Is het kabinet bereid deze mogelijk-heden te verkennen en voor eventuele uitbreiding van deze mogelijk-heden te pleiten?14.Antwoord van het kabinetDe eigen middelen zijn vastgelegd in het eigenmiddelenbesluit(EMB). Om nieuwe eigen middelen te introduceren moet het EMBworden aangepast. Hiervoor is unanimiteit in de Raad nodig, en isparlementaire goedkeuring door alle nationale parlementenvereist. Het Europees Parlement heeft adviesrecht. Naarverwachting zal de Europese Commissie op 16 juli a.s. ook metvoorstellen voor nieuwe eigen middelen komen als onderdeel vaneen voorstel voor een nieuw EMB. Zoals weergegeven in deKamerbrief MFK kan het kabinet nieuwe eigen middelen niet bijvoorbaat omarmen en zal voorstellen voor nieuwe eigen middelenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 22676 op eigen merites beoordelen, waaronder ook de impact op deNederlandse afdrachten. Bij slimme vormgeving kunnen deze ookvoordelen voor Nederland opleveren. Het kabinet staat open voormogelijke nieuwe eigen middelen op basis van het Carbon BorderAdjustment Mechanism (CBAM) en het Emission Trading System(ETS).Wat betreft deze leden is het van groot belang dat het rechtsstaatmecha-nisme wordt behouden en zo mogelijk zelfs wordt uitgebreid. Wat zijn demanieren om dit mechanisme uit te breiden en wat is de inzet van hetkabinet hierop?15.Antwoord van het kabinetHet kabinet deelt dat het volgende MFK sterke waarborgen dientte bevatten op het gebied van rechtsstaat en fundamentelerechten. Daarnaast is het kabinet voorstander van een sterke eneffectieve koppeling tussen het respecteren van de rechtsstaaten fundamentele rechten en het ontvangen van fondsen uit deEU-begroting in het volgend MFK, in lijn met motie Olger van Dijkc.s. (Kamerstuk 36 715, nr. 9) Zodra de Commissie haarMFK-voorstellen heeft gepubliceerd, zal het kabinet dezevoorstellen appreciëren en uw Kamer hierover informeren.Ook sociale conditionaliteit is wat de aan het woord zijnde leden van grootbelang. Gaat het kabinet ervoor pleiten dat er vastgehouden moet wordenaan het mechanisme dat ervoor zorgt dat uitgaven altijd gedaan moetenworden met respect voor sociale rechten, minimumloon, veilig werk,baanzekerheid, gezondheid en een goede balans in werk en vrije tijd enarbeidstijden?16.Antwoord van het kabinetZoals aangegeven in de Kamerbrief MFK van 28 maart jl. staat hetkabinet open voor een verkenning van bredere toepassing vanresultaatgericht begroten. Het verbinden van conditionaliteitenaan het toekennen van publiek geld kan een bijdrage leveren aande versterking van de economie in de lidstaten en in hetverlengde daarvan de EU als geheel versterken. Echter is er nogveel onduidelijk over de precieze invulling van de systematiekzoals de Commissie deze nu voor ogen lijkt te hebben. Zodra deCommissie haar MFK-voorstellen heeft gepubliceerd, zal hetkabinet deze voorstellen appreciëren en uw Kamer hieroverinformeren. Hierbij zal het kabinet ook specifiek in gaan opconditionaliteiten.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen opmerken dat ookhulpbudgetten een belangrijk deel zijn van het MFK. Geeft het kabinetopvolging aan de oproep van het Europees Parlement dat de EU het gatmoet dichten dat is ontstaan door mondiale bezuinigingen? Wat is deinzet van het kabinet wat betreft de hulpbudgetten? Deelt het kabinet deanalyse dat het samenvoegen van budgetinstrumenten als het NDICI,HUMA en IPA de effectiviteit van de hulp schaadt en de neutraliteit vanhumanitaire hulp in gevaar brengt? Wat is de inzet van het kabinet hierop?Wat deze leden betreft is het van belang dat de noodhulpreserve zoals hetEAR goed gevuld is voor respons op acute crises. Gaat het kabinet zichervoor inzetten dat humanitaire hulp in dit budget prioriteit behoudt? Watde GroenLinks-PvdA leden betreft is het van belang dat de armste enmeest fragiele landen prioriteit krijgen voor het ontvangen van finan-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 22677 ciering voor ontwikkelingssamenwerking. Is het kabinet bereid te pleitenvoor een bindende doelstelling binnen het MFK hierover?17.Antwoord van het kabinetZoals aangegeven in de Kamerbrief MFK is het kabinetvoorstander van een versimpeling van het MFK, bijvoorbeeld viaeen vermindering van het aantal fondsen. Tegelijkertijd hecht hetkabinet aan de doelstellingen van de EU op het terrein vanontwikkelingssamenwerking, humanitaire hulp, enpre-toetredingssteun. De Commissievoorstellen voor het nieuweMFK, waaronder voor het externe beleid van de EU, worden op16 juli a.s. verwacht. Tot die tijd is nog niet bekend hoe devoorstellen eruit zullen zien. Het kabinet zal deze voorstellenzorgvuldig appreciëren en uw Kamer hierover informeren.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de Nederlandse inzet Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034. Zijwillen in dit kader enkele specifieke aandachtspunten benadrukken enverzoeken nadere toelichting van het kabinet.Deze leden onderschrijven het uitgangspunt dat de EU een daadkrachtigeen moderne begroting nodig heeft om effectief in te spelen op geopoli-tieke en economische uitdagingen. Tegelijkertijd benadrukken zij dat ditniet mag leiden tot een automatische stijging van de nationale afdrachtenof tot het normaliseren van gezamenlijke schulduitgifte binnen de Unie.Zij vragen het kabinet in hoeverre het mogelijk is de EU-begrotingtoekomstgericht te moderniseren zonder daarbij af te wijken van hetuitgangspunt van gezonde overheidsfinanciën en nationale verantwoorde-lijkheid. Acht het kabinet de huidige voorstellen van de EuropeseCommissie in lijn met deze uitgangspunten?18.Antwoord van het kabinetHet kabinet is van mening dat ambitieus Europees beleid met eenmoderne EU-begroting mogelijk is binnen de budgettairerandvoorwaarden uit het Hoofdlijnenakkoord. Het voorstel voorhet volgende MFK zal naar verwachting op 16 juli a.s.verschijnen. In hoeverre het voorstel voldoet aan de uitgangs-punten van MFK Kamerbrief kan pas daarna vastgesteld worden.De aan het woord zijnde leden willen weten hoe het kabinet kijkt naar hetaflossen van de schulden voor het Herstel en Veerkrachtplannen (HVP) inde Europese Unie. Dit zou kunnen oplopen tot 20% van het MFK. Hoehoog zijn de uiteindelijke bedragen als het gaat om HVP? Deze leden zijngelet op deze situatie geen voorstander van gezamenlijke Europeseschulden. Zij willen ook geen hogere afdrachten.19.Antwoord van het kabinetHet kabinet merkt op dat de Commissie in haar mededeling van12 februari jl. heeft vermeld dat de terugbetaling van leningen inhet kader van NextGenerationEU in het volgende MFK zal starten.De hoofdsom zal uiterlijk 2058 volledig zijn terugbetaald, inovereenstemming met het EMB. De hoogte van de rente- enaflossingsverplichtingen in het kader van NextGenerationEUtijdens het volgende MFK is afhankelijk van de uitkomst van deMFK-onderhandelingen en kan daarom op dit moment nietworden geschatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 22678 Voorts constateren de voornoemde leden dat binnen het Europeeskrachtenveld de Nederlandse inzet voor een sobere begroting en hetbeperken van gezamenlijke schulden steeds minder steun lijkt te genieten.Wat is de inschatting van het krachtenveld binnen het Europees Parlementdoor het kabinet? En van het krachtenveld bij de andere lidstaten van deEuropese Unie, zowel waar het gaat om het MFK als om het EMB? Hoebeoordeelt het kabinet de ontwikkeling van deze krachtenvelden, en opwelke wijze wordt getracht alsnog een coalitie van gelijkgezinde lidstatente smeden?20.Antwoord van het kabinetHet Europese krachtenveld rondom het MFK en het EMB isvoortdurend in ontwikkeling. Naar verwachting van het kabinetzullen er meer lidstaten zijn die een prudente ontwikkeling vande EU-begroting voorstaan. Het kabinet blijft in EU-verband actiefen breed zoeken naar samenwerking met gelijkgestemden enpartners waar op deelterreinen kan worden samengewerkt, enhanteert daarbij een constructieve en strategische benaderingvan de onderhandelingen.Met betrekking tot de rechtsstaatconditionaliteit spreken de leden van deVVD-fractie hun steun uit voor het voornemen van de EuropeseCommissie om de koppeling tussen EU-financiering en rechtsstatelijkenormen te versterken. Tegelijkertijd wijzen zij op het risico dat waardevolleprogramma’s, zoals het CERV-programma, onbedoeld worden geraaktdoor kortingen bij falend nationaal beleid. In hoeverre acht het kabinet hetwenselijk dergelijke programma’s uit te zonderen van bredere sanctieme-chanismen, en welke alternatieven ziet het kabinet om de steun aanmaatschappelijke organisaties te continueren in lidstaten waar derechtsstaat onder druk staat?21.Antwoord van het kabinetHet kabinet deelt dat het onwenselijk is dat onafhankelijkeorganisaties geraakt worden door falend nationaal beleid. Hetkabinet biedt via de ambassades bilaterale steun aan verschil-lende onafhankelijke organisaties die zich inzetten voor debescherming van rechtsstaat en fundamentele rechten. Zodra deCommissie haar MFK-voorstellen heeft gepubliceerd, zal hetkabinet deze voorstellen appreciëren en uw Kamer hieroverinformeren. De koppeling tussen het respecteren van de rechts-staat en de EU-begroting zal hier ook in meegenomen worden.Deze leden zijn tevens benieuwd in hoeverre het Hof van Justitie van deEU juridische ruimte biedt om rechtsstatelijke voorwaarden uit te breidennaar bredere delen van de EU-begroting, ook als het verband metfinanciële belangen minder direct is. Acht het kabinet een dergelijkjuridisch breder toepassingskader wenselijk en uitvoerbaar?22.Antwoord van het kabinetHet kabinet deelt dat het volgende MFK sterke waarborgen dientte bevatten op het gebied van rechtsstaat en fundamentelerechten. Daarnaast is het kabinet voorstander van een sterke eneffectieve koppeling tussen het respecteren van de rechtsstaaten fundamentele rechten en het ontvangen van fondsen uit deEU-begroting in het volgend MFK, in lijn met motie Olger van Dijkc.s. Zodra de Commissie haar MFK-voorstellen heeft gepubli-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 22679 ceerd, zal het kabinet deze voorstellen appreciëren en uw Kamerhierover informeren.De leden van de VVD-fractie begrijpen dat 7% van het huidige MFKbedoeld is voor ambtelijke organisatie/administratie. Wat is de ambitievan het kabinet op dit punt? Deze leden gaan voor een kleine, krachtigeoverheid, en daarom zou dit percentage fors naar beneden moeten. Hoegaat het kabinet ervoor zorgen dat de EU efficiënter gaat werken enminder gaat doen, zoals aangegeven door het kabinet in het BNC-fiche?23.Antwoord van het kabinetDe Commissie zal in haar MFK-voorstellen ook een voorstel doenvoor de EU administratie. De Kamer zal hiervan na het zomer-reces een appreciatie ontvangen. In de Kamerbrief MFK is hiernog geen specifieke kabinetsinzet opgenomen.De aan het woord zijnde leden willen graag weten wanneer de EuropeseCommissie komt met haar invulling van de voorstellen voor het MFK enEMB. Is dat op 16 juli 2025? Hoe wordt de Tweede Kamer er daarna bijbetrokken? Wanneer komt het BNC-fiche over de voorstellen dan naar deTweede Kamer? Hoe ziet het tijdpad voor het MFK en EMB er de komendetijd, c.q. jaren, uit?24.Antwoord van het kabinetDe Europese Commissie presenteert naar verwachting op 16 julihaar voorstellen voor het volgend MFK en het EMB. Uw Kamer zalzo snel mogelijk na het zomerreces een kabinetsappreciatie vande voorstellen ontvangen.De formele onderhandelingen over het MFK-voorstel zullen in deRaad Algemene Zaken (RAZ) plaatsvinden. Na de presentatie in deRAZ op 18 juli volgt een technische fase waarin lidstaten deCommissie vragen kunnen stellen. Op een later moment zal hetMFK ook tijdens een Europese Raad worden besproken.De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet een realistische,efficiënte en effectieve begroting voor de toekomst willen. Wat betekentdit precies qua bedragen? In hoeverre staat de afspraak uit het hoofdlij-nenakkoord nog als het gaat om de bedragen?25.Antwoord van het kabinetHet kabinet staat voor de besparingsopgave op de EU-afdrachtenuit het Hoofdlijnenakkoord. Ten aanzien van de bedragen verwijsthet kabinet naar het antwoord op vraag 1.De voornoemde leden benadrukken het belang van een begroting die nietalleen flexibel en crisisbestendig is, maar ook efficiënt en transparantwordt ingezet. In dat licht vragen zij het kabinet hoe wordt voorkomen datmiddelen weglekken via inefficiënte structuren of gebrekkige controle. Zijner binnen de voorgestelde hervormingen voldoende waarborgeningebouwd voor een prestatiegerichte inzet van middelen, waarbijduidelijk zichtbaar is welke Europese meerwaarde wordt gerealiseerd?26.Antwoord van het kabinetDe Europese Commissie presenteert naar verwachting op 16 julihaar voorstellen voor het volgend MFK (vanaf 2028) en het EMB.Uw Kamer zal na het zomerreces een kabinetsappreciatie van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226710 MFK-voorstellen ontvangen. Daarin zal ook ingegaan worden ophoe het kabinet de voorgestelde hervormingen weegt en hoeverredeze voldoende een doeltreffende en doelmatig begrotingsbeleidreflecteren.De leden van de VVD-fractie willen graag weten wat het betekent dat hetkabinet nieuwe eigen middelen niet bij voorbaat kan omarmen. Hetkabinet staat open voor mogelijke nieuwe eigen middelen op basis vanhet Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) en het EmissionsTrading System (ETS). Kan daar meer uitleg over worden gegeven? Inhoeverre gaat het hier om Europese belastingen? Deze leden zijntegenstander van Europese belastingen, een «blauwe envelop» uitBrussel.27.Antwoord van het kabinetDe Europese Commissie heeft in 2021 en vervolgens in 2023voorstellen gedaan voor nieuwe eigen middelen, o.a. op basis vanhet Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) en hetEmissions Trading System (ETS). De onderhandelingen over dezevoorstellen liggen op dit moment stil. Naar verwachting zal deEuropese Commissie op 16 juli a.s. met nieuwe voorstellenkomen, waarna deze discussie zal worden hervat. Uw Kamerontvangt van deze voorstellen een appreciatie. CBAM en ETSbetreft Europees beleid dat reeds bestaat en waar Nederland ookmee ingestemd heeft. Het voorstel om van een deel van deinkomsten die door dit bestaande beleid ontstaan een eigenmiddel te maken veranderd niets aan het beleid zelf.De aan het woord zijnde leden willen weten wat de inzet is van het kabinetten aanzien van de perceptiekosten bij de invoerrechten. Op dit momentzijn de perceptiekosten 25%, die Nederland zelf mag houden. Wat is deimpact van de tarievenoorlog op de invoerrechten, de perceptiekosten ende bni-afdracht van Nederland?28.Antwoord van het kabinetIn het algemeen geldt dat indien er minder invoerrechten gehevenworden(door lagere tarieven of lagere invoer), de opbrengstenvan de invoerrechten lager zijn en daarmee de perceptiekosten-vergoeding ook lager is. Aangezien de invoerrechten en debni-afdracht (sluitpost van de EU-begroting) communicerendevaten zijn, betekent een lagere opbrengst van de invoerrechtenmeer benodigde financiering door middel van de bni-afdracht.Andersom geldt dit ook: indien de heffing van de invoerrechtenstijgt (door hogere tarieven of een hogere invoer), is de opbrengstvan de invoerrechten en de perceptiekostenvergoeding hoger. Ditleidt tot een minder benodigde financiering door middel van debni-afdracht. Het is op dit moment nog niet in te schatten wat deimpact van de ontwikkeling in de tarieven en de handelsstromenop de heffing van invoerrechten zal zijn.De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet open staat voor eenverkenning van het idee van een «single plan» per lidstaat. Wat houdt datprecies is? Wat wordt verstaan onder een «single plan»? En wat gaat dieverkenning inhouden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226711 29.Antwoord van het kabinetNaar verwachting presenteert de Commissie een nieuwe versim-pelde begrotingsstructuur voor het volgend MFK. Onderdeel vandeze structuur is mogelijk het idee van één nationale enveloppewaarbij landen in één plan op meerdere terreinen beleid zullenvormgeven. Hoe de Commissie dit precies vorm wil geven isechter nog onduidelijk en zal pas op 16 juli, met de publicatie vande MFK-voorstellen, duidelijk worden. Het kabinet zal dit voorstelna publicatie appreciëren en deze appreciatie met uw Kamerdelen.De voornoemde leden zien dat de Europese Commissie meer lijkt te kijkennaar meer conditionaliteit en ook resultaatgericht begroten. Als het gaatom de rechtsstaat begrijpen deze leden dat. De ervaringen met hetHerstel- en Veerkachtplan (HVP) zijn echter niet onverdeeld positief. Welkelessen trekt het kabinet uit het HVP op dit punt?30.Antwoord van het kabinetHet kabinet verwijst naar de beantwoording van de Kamervragenvan het lid Idsinga2 en het lid de Vries3 over de lessen die tetrekken zijn uit de uitvoering van de Herstel en Veerkrachtfaci-liteit (HVF), naar aanleiding van het rapport van de ERK van 6 meijl.Deze leden vinden het belangrijk dat lidstaten zelf hun beleid kunnenbepalen en landenspecifieke aanbevelingen, zoals die er nu zijn, ook naastzich neer kunnen leggen. Zeker als lidstaten voldoen aan de begrotings-regels uit het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) en dus niet onder decorrectieve tak van het SGP vallen.Kan de Minister een reflectie geven op de voorgenomen moderniseringvan de bestaande fondsen? En kan zij daar dan specifiek een reflectiegeven op de fondsen uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)en het Cohesiefonds? Ziet de Minister dat Nederland meer is gebaat bijeen GLB waarin groene diensten worden beloond, dan bij inkomenssteunvia onvoorwaardelijke hectarepremies?31.Antwoord van het kabinetIn de Landbouw- en Visserijraad is ten aanzien van het Gemeen-schappelijk landbouwbeleid (GLB) door Nederland gepleit vooreen doorontwikkeling van het huidige prestatiemodel voor destrategische GLB-plannen, zodat het reeds gemoderniseerde GLBnog meer prestatiegericht wordt dan het nu al is. Ook wil hetkabinet in het GLB meer ruimte creëren voor het belonen vanpublieke diensten, generatievernieuwing en kennis en innovatiezodat onze voedselzekerheid voor de lange termijn geborgd is.Het kabinet verwacht dat in het Europese krachtenveld gerichteinkomenssteun onontkoombaar is en Nederland zet hierbij in opeen gelijk Europees speelveld.En ten aanzien van cohesiegeld: dat investeringen gekoppeld aaneconomische projecten en werkgelegenheid meer renderen dan hetsubsidiëren van een brug in Sardinië?2Antwoord op vragen van het lid Idsinga over de herstel en veerkrachtfaciliteit: AanhangselHandelingen II 2024/25, nr. 23523Antwoord op vragen van het lid de Vries over een ongekend kritisch rapport van de EuropeseRekenkamer over het coronaherstelfonds: Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 2353Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226712 32.Antwoord van het kabinetHet kabinet wil dat het cohesiebeleid zich meer focust op hetversterken van het concurrentievermogen van de EU, waarbijrekening wordt gehouden met specifieke kenmerken en sterktesvan de regio’s. Inhoudelijk betekent dit een inzet op de drietransities: digitaal, sociaal (arbeidsmarkt) en groen, metonderzoek en innovatie (en de uitrol daarvan) als dwarsdoor-snijder.Ten slot willen de leden van de VVD-fractie weten wat de inzet van hetkabinet voor een ander MFK voor gevolgen heeft voor de medeover-heden, zoals de provincies. Wat is de insteek van Nederland bij eeneventueel toekomstig cohesiebeleid als het gaat om de rol van andereoverheden?33.Antwoord van het kabinetHet kabinet is van mening dat bij een nieuwe begrotingsstructuurvoldoende betrokkenheid van de lidstaten moet wordenverzekerd en acht het daarbij van belang dat EU-beleid en-fondsen, waar gepast in partnerschap met regionale en lokaleoverheden en stakeholders wordt uitgevoerd. Hoe de Commissiede rol van medeoverheden bij toekomstig cohesiebeleid vormwilgeven is echter nog onduidelijk en zal pas op 16 juli, met depublicatie van de MFK-voorstellen, duidelijk worden.En hoe kijkt het kabinet naar conditionaliteit op lidstaatniveau dat lijkt tewringen met decentrale uitvoering van het cohesiebeleid. Decentraleoverheden hebben immers vaak beperkt invloed op zaken als de rechts-staat.34.Antwoord van het kabinetDe Common Provisions Regulation (CPR) en deMFK-rechtsstaatverordening bevatten rechtsstaatconditionali-teiten ten aanzien van het cohesiebeleid waar lidstaten aanmoeten voldoen. Voor de toekomstige programma’s onder hetcohesiebeleid (na 2027) hecht het kabinet daarom wederom aaneen sterke koppeling tussen ontvangst van EU-middelen uit diefondsen en het naleven van de beginselen van de rechtsstaat eneerbiediging van fundamentele rechten die worden genoemd inhet Handvest.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief van hetkabinet van 28 maart jl. inzake de Nederlandse inzet ten aanzien van hetnieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034. Deze leden hebbenhierover enkele vragen en opmerkingen.De voornoemde leden onderschrijven de kabinetsinzet voor eengematigde EU-begroting die zich concentreert op de kerntaken van deUnie, zoals concurrentievermogen, migratie, veiligheid en defensie. Dezeleden pleiten nadrukkelijk tegen de introductie van nieuwe schuldeninstru-menten zoals eurobonds of een verlenging van het door de NSC-fractieongewenste coronaherstelfonds, aangezien dit de EU in de richting vaneen ongewenste schulden- en transferunie duwt. Kan het kabinetbevestigen dat het onder geen beding zal instemmen met nog een nieuwgezamenlijk schuldeninstrument?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226713 35.Antwoord van het kabinetIn lijn met het Regeerprogramma is het kabinet geen voorstandervan het aangaan van gemeenschappelijke schulden voor nieuweEuropese instrumenten. Binnen het MFK en de EU-verdragen ende EU-begroting bestaan reeds lange tijd mogelijkheden omgemeenschappelijke leningen af te sluiten voor specifieke doelen,met name door het gebruik van de «headroom» onder hetEigenmiddelenplafond en door middelen toe te voegen aan eenvoorzieningsfonds. De inzet van het kabinet ten aanzien vandergelijke mogelijkheden in het volgend MFK zal wordenopgenomen in de kabinetsappreciatie van de MFK-voorstellen vande Commissie.Voorts merken de aan het woord zijnde leden op dat het wringt datsommige lidstaten structureel de begrotingsregels van het Stabiliteits- enGroeipact (SGP) niet naleven, terwijl zij tegelijkertijd veel uit Europesefondsen ontvangen. Nu in bredere zin wordt gesproken over het koppelenvan EU-middelen aan rechtsstaatconditionaliteit, vragen deze leden of hetkabinet het wenselijk acht om in het kader van het nieuwe MFK ooknadrukkelijker te sturen op structurele naleving van het SGP bij detoekenning van middelen, en of het kabinet daarop wil inzetten in deonderhandelingen.36.Antwoord van het kabinetOnder het huidige MFK is er al een mogelijkheid om EU-middelenop te schorten als lidstaten zich herhaaldelijk niet houden aan debegrotingsregels van het Stabiliteits- en Groeipact op grond vande Common Provisions Regulation (CPR). Nederland heeft zich inopeenvolgende MFK-onderhandelingen ervoor ingezet om eenstrikte formulering van deze conditionaliteit te bereiken. In deaankomende MFK-onderhandelingen zal Nederland deze inzetvoortzetten.Ten aanzien van de zogeheten «single plan»-aanpak vragen deze leden ofhet kabinet erkent dat hoewel dit model doelmatiger gebruik vanEU-gelden kan bevorderen, het ook de deur openzet naar toenemendeinvloed van de Europese Commissie op het binnenlands beleid vanlidstaten. Is het kabinet bereid te expliciteren dat nationale beleidsauto-nomie, onder meer op het terrein van pensioenstelsel, hypotheekrente-aftrek of zorgstelsel, gewaarborgd dient te blijven, ook indien lidstaten viadergelijke plannen EU-middelen ontvangen?37.Antwoord van het kabinetIn de Kamerbrief MFK heeft het kabinet aangegeven open testaan voor een verkenning van het idee van een «single plan».Hoe de Commissie dit idee vorm gaat geven is echter nogonduidelijk en zal pas op 16 juli, met de publicatie van deMFK-voorstellen, duidelijk worden. In algemene zin hecht hetkabinet aan het behoud van nationale beleidsautonomie opterreinen die primair onder de nationale bevoegdheid vallen.Daarnaast vragen de leden van de NSC-fractie of het kabinet signalenherkent dat er, analoog aan de uitvoering van het Herstel- enVeerkrachtplan (HVP), risico’s ontstaan op het verplicht doorvoeren vanbeleidsmaatregelen teneinde toegang te behouden tot EU-middelen. Inhoeverre acht het kabinet dit verenigbaar met het subsidiariteitsbeginsel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226714 38.Antwoord van het kabinetZoals aangegeven in de Kamerbrief MFK streeft het kabineternaar dat er in de mogelijke vormgeving van het resultaatgerichtbegroten in het volgend MFK, analoog aan de systematiek vanhet HVP, er een sterke en effectieve relatie met het EuropeesSemester wordt opgenomen. Met inachtneming van de nationalebeleidsvrijheid en een proportionele verhouding tussen hetambitieniveau van beoogde hervormingen en ontvangsten doorlidstaten. Hierbij is specifiek het inachtnemen van de nationaleen regionale beleidsvrijheid belangrijk in het kader van desubsidiariteit.Met betrekking tot de rechtsstaatconditionaliteit vragen de aan het woordzijnde leden of Nederland voorstander is van het toepassen hiervan opálle onderdelen van het MFK. Verwacht het kabinet dat het Hof vanJustitie van de EU ruimte ziet om deze voorwaarde uit te breiden naarmeer dan enkel financiële belangen?39.Antwoord van het kabinetDe MFK-rechtsstaatverordening is reeds van toepassing op dehele EU-begroting en geldt wanneer sprake is van schendingenvan de beginselen van de rechtsstaat die gevolgen (dreigen te)hebben voor goed financieel beheer van de Uniebegroting of debescherming van de financiële belangen voor de Unie. Door hetEU-Hof is in de arresten (C-156/21 en C-157/21) over de geldigheidvan de MFK-rechtsstaatverordening bevestigd dat er een duidelijkverband bestaat tussen het goed financieel beheer van deEU-begroting en de naleving van de beginselen van de rechtsstaatin de lidstaten: schendingen van die beginselen kunnen namelijko.a. tot gevolg hebben dat niet gegarandeerd is dat de door deEU-begroting gedekte uitgaven ook voldoen aan de doelstellingendie de Unie met de financiering daarvan nastreeft. Hethorizontale conditionaliteitsmechanisme waarin deMFK-rechtsstaatverordening voorziet, valt zodoende onder debevoegdheid van de Unie om financiële regels vast te stellen. Hetligt dan ook niet voor de hand dat een dergelijke rechtsstaatcon-ditionaliteit kan worden toegepast, zonder dat er een link bestaatmet de financiële belangen van de Unie. Het kabinet is welvoorstander van een sterke en effectieve koppeling tussen hetrespecteren van de rechtsstaat en fundamentele rechten en hetontvangen van fondsen uit de EU-begroting in het nieuwe MFK, inaanvulling op de bestaande MFK-rechtsstaatverordening. Dit is inlijn met motie Olger van Dijk c.s. Zie verder het antwoord opvraag 15.Wat betreft het cohesiebeleid constateren de voornoemde leden dat in deTussentijdse evaluatie van een gemoderniseerd cohesiebeleid mogelijk-heden worden geboden voor programma’s die ten minste 15% van hunmiddelen toewijzen aan strategische prioriteiten, zoals concurrentiever-mogen, defensie, betaalbare huisvesting, waterweerbaarheid en energie-transitie, om in aanmerking te komen voor 30% prefinanciering en 100%cofinanciering. Deze leden vragen zich af of dit geen tactiek is van dezogeheten «Friends of Cohesion», voornamelijk Zuid- en Oost-Europeselidstaten die traditioneel zwaar leunen op cohesiefondsen, om debeschikbare middelen in dit MFK zoveel mogelijk te verzilveren, met hetoogmerk in de onderhandelingen over het volgende MFK te beargumen-teren dat cohesiegelden breed en effectief zijn ingezet, en dus behoudendan wel verhoogd moeten worden. Is het kabinet van mening dat hiermeeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226715 de deur wordt opengezet naar het structureel oprekken van het cohesie-beleid in plaats van daadwerkelijk herprioriteren?40.Antwoord van het kabinetHet kabinet staat kritisch tegenover verhoging van de pre- encofinancieringspercentages en verdere verbreding van hetcohesiebeleid met de door de Commissie voorgestelde nieuweprioriteiten in de tussentijdse evaluatie voor betaalbarehuisvesting en waterweerbaarheid. De Nederlandse inzet naaraanleiding van de tussentijdse evaluatie was dan ook gericht ophet beperken van verruimingen en verbredingen. Het Commissie-voorstel hierover is nog in onderhandeling. De wijze waarop deCommissie het toekomstige cohesiebeleid en een mogelijkeherprioritering wil vormgeven, wordt pas duidelijk bij de publi-catie van de MFK-voorstellen op 16 juli.Acht het kabinet dit niet strijdig met de eigen inzet voor een toekomstge-richt, gemoderniseerd en financieel houdbaar MFK waarin herprioriteringzou plaatsvinden?41.Antwoord van het kabinetHet kabinet is voorstander van een toekomstgericht, gemoderni-seerd en financieel houdbaar MFK, waarin middelen wordengericht op de grote gezamenlijke opgaven van deze tijd. Hetkabinet ziet ruimte om het cohesiebeleid te moderniseren enbeter af te stemmen op andere EU-doelstellingen, zonder daarbijde kerndoelen van cohesie uit het oog te verliezen. Herpriori-tering is daarbij noodzakelijk. Daarnaast dient er ook gekeken teworden wat minder of efficiënter kan.De aan het woord zijnde leden wijzen er bovendien op dat het cohesie-beleid nog altijd disproportioneel ten goede komt aan landen dieinmiddels niet langer tot de economisch zwakste behoren. Zo ontvangtPolen in het huidige MFK bijna 80 miljard euro aan cohesiemiddelen, hethoogste bedrag van alle lidstaten, terwijl het land inmiddels economischis opgeklommen tot de Europese middenmoot. Deelt het kabinet deanalyse dat het huidige cohesiebeleid zijn doel grotendeels voorbijschieten hervorming dringend gewenst is?42.Antwoord van het kabinetHet doel van Cohesiebeleid is het bevorderen van economische,sociale en territoriale convergentie door het versterken vanregio’s die op sociaaleconomisch gebied achterblijven. Hetkabinet vindt dat het cohesiebeleid zich zo veel mogelijk op dieregio’s dient te blijven richten, maar het cohesiebeleid zou inprincipe beschikbaar moeten kunnen blijven voor alle regio’s inde EU. Dit uitgangspunt zal het kabinet hanteren bij de discussiesover middelenverdeling in het volgend MFK als onderdeel van deinzet op een toekomstbestendig Cohesiebeleid.Tot slot steunen de leden van de NSC-fractie de kabinetsinzet om devoorgenomen stijging van de Nederlandse afdracht met € 1,6 miljard tebeperken. Zijn er andere lidstaten die deze inzet delen? En met welkelanden kan Nederland hierin strategisch optrekken, bijvoorbeeld metDuitsland?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226716 43.Antwoord van het kabinetNaar verwachting van het kabinet zullen er meer lidstaten zijn dieinzetten op een prudente ontwikkeling van de EU-begroting. Hetkabinet zal op dit punt de samenwerking met gelijkgestemdelanden opzoeken in de onderhandelingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de inzet van het kabinet voor de onderhandelingen over het MeerjarigFinancieel Kader (MFK) van de Europese Unie voor de periode vanaf 2028.De EU kampt met een enorme investeringsbehoefte, onder andere omEuropa te kunnen beschermen en om het verdienvermogen van detoekomst veilig te stellen. Hoe rijmt de Minister de inzet op een kleinerMFK met deze uitdagingen en de consensus onder experts, waaronderMario Draghi, dat de oplossing voor deze uitdagingen ten dele Europesefinanciering vereist?44.Antwoord van het kabinetHet kabinet is van mening dat ambitieus Europees beleid met eenmoderne EU-begroting mogelijk is binnen de budgettairerandvoorwaarden uit het Hoofdlijnenakkoord. Deze budgettairerandvoorwaarden hoeven niet te leiden tot een kleiner MFK. Hetkabinet spreekt de wens uit in te zetten op een besparingsop-dracht met betrekking tot de Nederlandse EU-afdracht.De aan het woord zijnde leden vragen hoe deze wens zich verhoudt totandere prioriteiten van het kabinet in het kader van het MFK. Welkedoelstellingen is het kabinet bereid te heroverwegen of op te geven tenbehoeve van een lagere afdracht? Waar binnen de EU-begroting ziet hetkabinet ruimte voor vermindering van ambities of voor bezuinigingen?45.Antwoord van het kabinetIn lijn met het Regeerprogramma en de Kamerbrief MFK zet hetkabinet in op een beperking van de geraamde stijging van deNederlandse EU-afdrachten, niet een lagere afdracht ten opzichtevan het huidige MFK. Het kabinet is van mening dat met dezeNederlandse budgettaire inzet de EU een MFK en Eigenmiddelen-besluit overeen kan komen waarmee de slagkracht van de EUbehouden en versterkt kan wordenDe voornoemde leden vragen de Minister of hij in kaart heeft gebrachtwelke uitgaven doelmatiger op Europees niveau dan op nationaal niveauzouden kunnen worden gedaan, bijvoorbeeld het inkopen van defensie-materiaal. Is de Minister bereid een inschatting te delen van de extrakosten die gepaard gaan met uitgaven op nationaal niveau ten opzichtevan Europese uitgaven?46.Antwoord van het kabinetDe keuze tussen uitgaven via het MFK of via nationale begro-tingen hangt samen met de principes doelmatigheid, schaalvoor-delen, solidariteit en grensoverschrijdende impact. Daarbij wordttevens gekeken waar de meeste EU-toegevoegde waarde ligt.Europese uitgaven zijn doelmatiger wanneer er sprake is vangrensoverschrijdende externe effecten of schaalvoordelen,uitgaven moeten zorgen voor harmonisatie of gelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226717 voorwaarden op de interne markt en het nationale niveauonvoldoende slagkracht of middelen heeft om effectief teopereren. Specifiek voor defensie zijn grensoverschrijdendemilitaire mobiliteit, gezamenlijk onderzoek en innovatie enontwikkeling van capaciteiten concrete terreinen waar finan-ciering via het MFK doelmatiger kan zijn.De leden van de D66-fractie constateren dat het kabinet openstaat voorhet invoeren van meer eigen middelen voor de EU. Hoe beoordeelt hetkabinet de mogelijkheid van een eigen middel gebaseerd op een Europesevennootschapsbelastingafdracht?47.Antwoord van het kabinetDe Europese Commissie heeft in 2021 en vervolgens in 2023voorstellen gedaan voor nieuwe eigen middelen. De onderhande-lingen over deze voorstellen liggen al geruime tijd stil. Naarverwachting zal de Europese Commissie op 16 juli a.s. metvoorstellen komen voor nieuw eigen middelen, waarna dezediscussie zal worden hervat. De Kamer ontvangt van dezevoorstellen een appreciatie.Het kabinet heeft ingestemd met het beginsel van gezamenlijk lenen voordefensie. Deze leden vragen of het voor het kabinet ook denkbaar is ditprincipe te hanteren ten behoeve van het versterken van het Europeseconcurrentievermogen. Zo ja, onder welke voorwaarden?48.Antwoord van het kabinetHet kabinet is geen voorstander van het aangaan van gemeen-schappelijke schulden voor nieuwe Europese instrumenten. Ditgeldt ook voor het versterken van het concurrentievermogen.De leden van de D66-fractie zijn van mening dat de Europese begrotingbeschermd dient te worden tegen corruptie en dat Europese burgersbeschermd dienen te worden in hun fundamentele rechten. Deze ledenzijn van mening dat fondsen niet mogen worden ingezet door overhedendie bijvoorbeeld de academische vrijheid, de rechtsstaat en de rechtenvan lhbti+»ers met voeten treden. Is de Minister bereid het rechtsstaatme-chanisme en de horizontale voorwaarden te versterken zodat bevrorengeld ook echt bevroren blijft tot de situatie in een land verbeterd is?49.Antwoord van het kabinetZoals aangegeven in de Kamerbrief MFK van 28 maart jl. is hetvoor het kabinet van groot belang dat ook de toekomstigeEU-begroting sterke waarborgen voor de rechtsstaat en funda-mentele rechten bevat. Het kabinet vindt onder meer het in hetkader van cohesiemiddelen van belang dat er bepalingen wordenopgenomen in het volgende MFK waarin staat dat geblokkeerdemiddelen door het gebrek aan naleving van de beginselen van derechtsstaat en fundamentele rechten niet gedeblokkeerd kunnenworden voordat er voldaan wordt aan de voorwaarden.In de kabinetspositie wordt vermeld dat het kabinet nadenkt over hettoepassen van conditionaliteit bij de toekenning van MFK-gelden. Dezeleden vernemen graag op welke beleidsterreinen het kabinet dergelijkeconditionaliteit voor ogen heeft. Wordt bijvoorbeeld overwogen het nietnaleven van defensie- of klimaatafspraken te laten meewegen bij detoekenning van middelen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226718 50.Antwoord van het kabinetHet kabinet staat open voor een verkenning van brederetoepassing van resultaatgericht begroten. Het verbinden vanconditionaliteiten aan het toekennen van publiek geld kan eenbijdrage leveren aan de versterking van de economie in delidstaten en in het verlengde daarvan de EU als geheelversterken. Het is nog onduidelijk hoe de Commissie dezesystematiek zal invullen, waaronder welke conditionaliteitenzullen worden verbonden aan de ontvangst van EU-middelen,zoals de Commissie deze nu voor ogen lijkt te hebben. Zodra deCommissie haar MFK-voorstellen heeft gepubliceerd, zal hetkabinet deze voorstellen appreciëren en uw Kamer hieroverinformeren.De aan het woord zijnde leden hechten grote waarde aan democratischecontrole op het MFK. Nu de looptijd van het MFK (zeven jaar) nietsamenvalt met de Europese verkiezingen, vragen de leden of het kabinetbereid is in Brussel te pleiten voor een aanpassing naar vijf jaar, zodat hetMFK in de pas gaat lopen met de zittingsduur van het EuropeesParlement.51.Antwoord van het kabinetHet kabinet heeft op dit moment geen positie ingenomen tenaanzien van de termijn van het MFK.Voorts vernemen deze leden graag of het kabinet van mening is dat hetwenselijk zou zijn wanneer het Europees Parlement jaarlijks een debatorganiseert over de EU-begroting, ter versterking van de democratischecontrole.52.Antwoord van het kabinetHet EP gaat over haar eigen agenda en debatten. Het kabinetheeft daar geen invloed op. Overigens heeft het EP al meerderedebatten gevoerd over het volgend MFK en zal dergelijkedebatten gedurende de onderhandelingen blijven voeren. De Raadkan de MFK-verordening pas aannemen na goedkeuring door hetEuropees Parlement. Over de jaarlijkse EU-begroting beslist hetEuropees Parlement samen met de Raad.Zal de Minister zich maximaal inspannen om de betrokkenheid van lokaleen regionale overheden te garanderen bij de inzet van fondsen onder hetcohesiebeleid?53.Antwoord van het kabinetHet kabinet is van mening dat bij een nieuwe begrotingsstructuurvoldoende betrokkenheid van de lidstaten moet worden gewaar-borgd en acht het daarbij van belang dat EU-beleid en -fondsen,waar gepast in partnerschap met regionale en lokale overhedenen stakeholders wordt uitgevoerd. Hoe de Commissie de rol vanmedeoverheden bij toekomstig cohesiebeleid vorm wilt geven isechter nog onduidelijk en zal pas op 16 juli, met de publicatie vande MFK-voorstellen, duidelijk worden.In de beslisnota wordt verwezen naar een toevoeging die is gedaan naaraanleiding van de Raad Algemene Zaken inzake de terugbetaling van hetNextGenerationEU-instrument. Deze leden verzoeken het kabinet om eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226719 toelichting op de precieze wijziging die in de brief is aangebracht. Wat iser exact toegevoegd of aangepast?54.Antwoord van het kabinetEr is de feitelijke constatering toegevoegd dat de Commissie inhaar mededeling van 12 februari jl. heeft aangegeven dat deterugbetaling van leningen in het kader van NextGenerationEU inhet volgende MFK zal starten, en dat de hoofdsom uiterlijk 2058volledig zal zijn terugbetaald, in overeenstemming met het EMB.Aangezien deze kabinetsinzet dateert van vóór het terugtreden van de PVVuit het kabinet, vernemen de leden van de D66-fractie graag of hetresterende deel van het kabinet deze inzet onverkort voortzet. Of ziet hethuidige demissionaire kabinet aanleiding andere prioriteiten te stellen?55.Antwoord van het kabinetHet demissionaire kabinet continueert de MFK inzet op hoofd-lijnen zoals geformuleerd in de Kamerbrief MFK. Na publicatievan de MFK voorstellen door de Europese Commissie in juli zalhet demissionaire kabinet in meer detail de voorstellen vanappreciatie voorzien.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben de inzetbrief voor de onderhande-lingen over het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) gelezen enhebben enkele vragen daarover.De leden van de SGP-fractie zetten zich in voor een bescheiden Europa datzich op de kerntaken en haar meerwaarde focust. Daarbij past ook eenbescheiden en beperkt budget. Kan de Minister toelichten welke groei vanhet MFK hij maximaal acceptabel acht? Voor het MFK werd lang de regelaangehouden dat de Europese begroting onder maximaal 1% van hetEuropese BNP blijft. Voldoet het huidige voorstel hieraan, en kan hetkabinet toezeggen dat dat ook haar uitgangspunt blijft?56.Antwoord van het kabinetHet voorstel voor het volgende MFK zal naar verwachting op16 juli a.s. verschijnen. In hoeverre het voorstel hieraan voldoetzal pas daarna vastgesteld kunnen worden. Voor een toelichtingop de acceptabele omvang van het MFK verwijst het kabinet naarhet antwoord op vraag 1.De Europese Commissie wenst hechtere verbondenheid tussen concreteperformance en uitgekeerde gelden. Dit doet de EU reeds met de Herstel-en Veerkrachtfaciliteit. Echter constateert de Europese Rekenkamer (ERK)daarin nog ernstige tekortkomingen en de Rekenkamer geeft aandachts-punten hiervoor mee. De aan het woord zijnde leden vragen hoe deaanbevelingen uit het ERK-rapport «Opportunities for the post-2027Multiannual Financial Framework» en rapport 2025-2 van de Rekenkamerover het HVF zijn meegenomen in het ontwerp vanuit de EuropeseCommissie.57.Antwoord van het kabinetHet voorstel van de Europese Commissie voor het volgend MFKzal naar verwachting op 16 juli a.s. worden gepresenteerd. Hetligt voor de hand dat de Commissie de aanbevelingen uit deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226720 rapporten van de Europese Rekenkamer (ERK) daarin heeftmeegewogen.Daarnaast vragen deze leden of het kabinet de voorstellen van deCommissie hier ook aan toetst. Gezien de grote tekortkomingen die deERK jaar op jaar constateert, zijn voornoemde leden van mening dat hetcontrolemechanisme beter vormgegeven moet worden. Zodat budgettendoelmatiger en doeltreffender uitgegeven kunnen worden. Deelt hetkabinet deze mening, en waaruit blijkt dat? Wat is de inzet van de Ministerin dezen?58.Antwoord van het kabinetHet kabinet zal het oordeel van de ERK meenemen in de beoor-deling van de Commissievoorstellen die naar verwachting op16 juli a.s. verschijnen. De Kamer is middels de beantwoordingvan de Kamervragen van het lid Idsinga4 en het lid de Vries5geïnformeerd over lessen die te trekken zijn uit de uitvoering vande HVF, naar aanleiding van het rapport van de ERK van 6 mei jl.6In deze beantwoording onderschrijft het kabinet een groot deelvan de constateringen van de ERK, maar merkt ook op dat deresultaatgerichte architectuur van de HVF een andere verant-woordingssystematiek met zich meebrengt dan de klassiekeEU-fondsen. Het kabinet heeft begrip voor de wens van de ERKom meer grip te hebben op de kosten, maar voorziet hier ook eenrisico van een zware dubbele verantwoordingslast. Daarnaast zijnin de Kamerbrief van 28 maart een aantal aandachtspuntenbenoemd bij de beoordeling van het komende Commissievoorstelvoor resultaatgericht begroten en het verbeteren van de recht-matige en transparante besteding van Europese middelen. Hetkabinet benadrukt dat aandacht voor uitvoerbaarheid noodza-kelijk is bij betere verantwoording, maar ook bij vereenvoudigingvan regels.Het kabinet noemt het belang van solide financieel-economisch beleid bijde lidstaten waaronder de afbouw van hoge publieke schulden. Devoornoemde leden zijn het daar van harte mee eens. Welke effectieveprikkels bevat het MFK daarvoor of welk ander deel EU-wetgeving ishiervoor het meest geschikt?59.Antwoord van het kabinetOnder het huidige MFK is er al een mogelijkheid om EU-middelenop te schorten als lidstaten zich herhaaldelijk niet houden aan debegrotingsregels van het Stabiliteits- en Groeipact. Op grond vande Common Provisions Regulation (CPR) kan de Commissie eenvoorstel doen aan de Raad tot opschorting van alle of een deelvan de vastleggingen of betalingen aan een lidstaat als de Raadtwee keer vaststelt dat een lidstaat de aanbevolen corrigerendemaatregelen om een buitensporig tekort weg te werken nietheeft genomen. De CPR is van toepassing op 8 EU-fondsen,waaronder het Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het EuropeseSociale Fonds en het Cohesiefonds. Dezelfde bepaling is ook4Antwoord op vragen van het lid Idsinga over de herstel en veerkrachtfaciliteit: AanhangselHandelingen II 2024/25, nr. 23525Antwoord op vragen van het lid de Vries over een ongekend kritisch rapport van de EuropeseRekenkamer over het coronaherstelfonds: Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 23536Analyse 02/2025: Prestatiegerichtheid, verantwoordingsplicht en transparantie – lessen die tetrekken zijn uit de tekortkomingen van de RRF | European Court of AuditorsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226721 overgenomen in de verordening waarin de regels voor de Herstel-en Veerkrachtfaciliteit zijn vastgelegd.Nederland heeft zich in opeenvolgende MFK-onderhandelingenervoor ingezet om een strikte formulering van deze conditiona-liteit te bereiken. In de aankomende MFK-onderhandelingen zalhet kabinet deze inzet voortzetten.Is het kabinet het met de aan het woord zijnde leden eens dat hetactiveren van de nationale ontsnappingsclausule van ReArm Europe ditsolide financieel-economisch beleid niet bevordert?60.Antwoord van het kabinetHet activeren van de nationale ontsnappingsclausule is bedoeldvoor het mogelijk maken van hogere nationale defensie-uitgavenop de korte termijn. Daardoor zal in eerste instantie het tekort ende schuld oplopen. Het kabinet steunt de oproep van deCommissie aan lidstaten om, met het oog op het aflopen van denationale ontsnappingsclausule, de hogere defensie uitgavenstructureel in te passen in begrotingen door het verlagen vanandere uitgaven en/of het verhogen van andere inkomsten.Een van de grote zorgpunten van de leden van de SGP-fractie zijn degemeenschappelijke schuldeninstrumenten zoals het SAFE-voorstel datrecent is aanvaard. Het kabinet is geen voorstander van het aangaan vangemeenschappelijke schulden voor nieuwe Europese instrumenten. Kanhet kabinet deze leden toezeggen dat daarnaast het gezamenlijk garantstaan voor leningen op de kapitaalmarkt evengoed risico’s met zichmeebrengt? En welke beperkingen wil de regering hier op leggen? De aanhet woord zijnde leden denken dan bijvoorbeeld aan beperkingen waar deheadroom van het Eigenmiddelenbesluit voor ingezet kan worden ofterughoudendheid om daarmee te lenen.61.Antwoord van het kabinetIn Kamerbrief MFK staat het kabinet geen voorstander is van hetaangaan van gemeenschappelijke schulden voor nieuwe Europeseinstrumenten. De Europese Commissie presenteert naarverwachting op 16 juli haar voorstel voor het volgend MFK enhoogstwaarschijnlijk ook voor een nieuw Eigenmiddelenbesluit.Binnen het MFK en de EU-verdragen en de EU-begroting bestaanreeds lange tijd mogelijkheden om gemeenschappelijke leningenaf te sluiten voor specifieke doelen, met name door het gebruikvan de «headroom» onder het Eigenmiddelenplafond en doormiddelen toe te voegen aan een voorzieningsfonds. De inzet vanhet kabinet ten aanzien van dergelijke mogelijkheden in hetvolgend MFK zal worden opgenomen in de kabinetsappreciatievan de MFK-voorstellen van de Commissie.Tegelijk met het oude MFK loopt ook het IPA-instrument voorpre-accessiesteun waaronder kandidaat-lidstaten financiële steunontvangen om politiek, economisch, juridisch en anderszins te gaanhervormen en meer in lijn met de Unie te komen. Kan het kabinettoelichten wat haar inzet bij het nieuwe IPA-instrument of de vervangervan het huidige IPA-III instrument zal zijn met betrekking tot kandidaatlidstaten die in alle opzichten steeds verder van lidmaatschap wegdrijven?Het IPA-instrument dient ook functioneel bij te dragen aan het land zelf ende belangen van de Unie. Landen als onder andere Turkije die steunontvangen maar duidelijk niet convergeren naar EU-normen en wetgevingzijn daarmee een uitdaging voor het IPA-instrument.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226722 62.Antwoord van het kabinetIn algemene zin is het kabinet voorstander van prestatiegerichtepre-accessiesteun, die kandidaat-lidstaten ondersteunt bij hetbehalen van de Kopenhagencriteria en bij het boeken vanvoortgang op fundamentele hervormingen. Het kabinet is tevensvoorstander van sterke conditionaliteit. Daarom moet de steuneen prikkel voor het doorvoeren van belangrijke hervormingenbevatten. Tevens vindt het kabinet dat het niet nakomen vanresultaatafspraken gevolgen moet hebben. Tenslotte vindt hetkabinet dat pre-accessiesteun tegemoet moet komen aanEU-belangen in kandidaat-lidstaten en dat er voldoende flexibi-liteit moet zijn om in te kunnen spelen op ontwikkelingen ennoden. Op dit moment is er echter nog geen voorstel van deCommissie voor pre-accessiesteun onder het nieuwe MFK. Zodrade Commissie haar MFK-voorstellen heeft gepubliceerd, zal hetkabinet deze voorstellen appreciëren en uw Kamer hieroverinformeren.Het kabinet noemt dat de EU scherpe keuzes moet maken bij het opstellenvan de begroting. Is zij van mening dat die scherpe keuzes gemaaktworden? Welke scherpe keuzes die in de uitgaven snijden zien zij dat nogniet gemaakt worden?63.Antwoord van het kabinetHet voorstel van de Europese Commissie voor het volgend MFKwordt verwacht op 16 juli. Op dit moment is nog niet bekend hoehet voorstel er budgettair uit zal zien. De Europese Commissiekan voorstellen om nieuwe beleidsterreinen toe te voegen,budgettair te versterken, maar ook om te bezuinigen op minderprioritaire terreinen, duplicatie te verwijderen of samen tevoegen en doelstellingen van beleid aan te passen. Het kabinetverwacht dat de Commissie kritisch reflecteert op de bestedingvan Europese middelen. Net zoals lidstaten nationaal doenmoeten we op Europees niveau ook keuzes maken binnen demiddelen die beschikbaar zijn.Kan het kabinet kort de voor- en nadelen schetsen van het «single-plan»?De aan het woord zijnde leden zijn benieuwd wat dit betekent voor demaatwerkopties, maar ook voor de uitvoeringskosten en monitoring enmogelijke fragmentatie van beleid.64.Antwoord van het kabinetOp 12 februari jl. heeft de Europese Commissie de mededeling«De weg naar het volgende Meerjarig Financieel Kader» gepre-senteerd. Hierin heeft de Commissie aangegeven te willen gaanwerken met een «single plan», oftewel een plan voor iederelidstaat met hervormingen en investeringen, dat is opgesteld insamenwerking met nationale, regionale en lokale autoriteiten.Hoe de Commissie dit precies vorm wilt geven is echter nogonduidelijk en zal pas op 16 juli, met de publicatie van deMFK-voorstellen, duidelijk worden. Het uiteindelijke oordeel vanhet kabinet inzake dit idee van één nationale enveloppe isafhankelijk van het nog te publiceren Commissievoorstel.De agrarische sector uit zorgen over de strikte conditionaliteitseisen diemogelijk bij het single plan zullen gaan horen, vrezende dat hierbij degeldstroom met strenge eisen hun ondernemersvrijheid mogelijk zalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226723 beperken. Herkent het kabinet deze zorg? Is het kabinet het met de aan hetwoord zijnde leden eens dat er zeker voor een landbouw in transitievoldoende ruimte en zekerheid nodig is om te ondernemen en innoveren?Hoe gaat het kabinet zich hier optimaal voor inzetten bij de onderhande-lingen voor het MFK en GLB?65.Antwoord van het kabinetOp 12 februari jl. heeft de Europese Commissie de mededeling«De weg naar het volgende Meerjarig Financieel Kader» gepre-senteerd. Hierin heeft de Commissie aangegeven te willen gaanwerken met een «single plan», oftewel een plan voor iederelidstaat met hervormingen en investeringen, dat is opgesteld insamenwerking met nationale, regionale en lokale autoriteiten.Hoe de Commissie conditionaliteitseisen vorm wilt geven binnenhet single plan is echter nog onduidelijk en zal pas op 16 juli, metde publicatie van de MFK-voorstellen, duidelijk worden. Hetuiteindelijke oordeel van het kabinet inzake het NRP is afhan-kelijk van het nog te publiceren Commissievoorstel.De cohesiemiddelen worden genoemd als instrument om meer strate-gisch gebruik van te maken voor de verschillende transities, digitaal enklimaat, en men kijkt er ook naar om extra middelen voor veiligheid enDefensie. Kan het kabinet uitleggen welke winsten hier te behalen vallen,en hoe dit het beste gepaard gaat met de oorspronkelijke doelen van decohesiemiddelen, namelijk het opbouwen van economisch zwakke regio’sbinnen de Unie? Blijft dat oorspronkelijke doel voor de verschillenderegio’s binnen de EU steeds optimaal gediend met de strategische inzetvoor uitdagingen van de hele Unie?66.Antwoord van het kabinetHet cohesiebeleid richt zich op het bevorderen van economische,sociale en territoriale convergentie door het versterken vanregio’s die op sociaal economisch gebied achterblijven bij degemiddelde Europese levensstandaard. Het kabinet is van meningdat sociaaleconomische ontwikkeling van die regio’s kan wordenbereikt door te investeren in de groene, digitale en arbeidsmarkt-transities, met onderzoek en innovatie als dwarsdoorsnijder. Opdeze wijze kan het cohesiebeleid een belangrijke bijdrage leverenaan het versterken van het concurrentievermogen van de EU.Het kabinet noemt vereenvoudiging van de Europese begroting doorfondsen en programma’s te verminderen. Welke fondsen en programma’skunnen volgens het kabinet optimaal samengevoegd of in landenenve-loppen ondergebracht worden? Ook vragen de aan het woord zijnde ledenwelke kosten bespaard kunnen worden door het fuseren, afschaffen ofefficiënter maken van de vele EU-agentschappen. Welke opties ziet hetkabinet daar?67.Antwoord van het kabinetDe Europese Commissie werkt momenteel aan impact analysesvan bestaande MFK programma’s en agentschappen. Het kabinetis van mening dat programma’s waar duplicatie in doelen enuitgaven zitten kunnen worden samengevoegd. Tevens kunnenprogramma met beperkte impact worden geherprioriteerd. Hetvolgend MFK biedt kansen om bestaande Europese instrumentente stroomlijnen. Samenvoeging is een mogelijkheid waar ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226724 resulteert in verhoogde efficiëntie, minder fragmentatie en betereafstemming met nationale prioriteiten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-20, nr. 226725

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2b6e3ca662e0a68d

14 okt 2026 · 96282b340678d4d6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.