KamerkringInloggen
Kamerstuk

Memorie van toelichting

17 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e6933a25de9cc801 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 IXVaststelling van de begrotingsstaat van het ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2025MEMORIE VAN TOELICHTINGINHOUDSOPGAVEGeraamde uitgaven en ontvangsten3A.Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel5B.Artikelsgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen61.Leeswijzer62.Beleidsagenda102.1Beleidsprioriteiten102.2Belangrijkste beleidsmatige mutaties192.3Openbaarheidsparagraaf282.4Strategische Evaluatie Agenda312.5Overzicht risicoregelingen343.Beleidsartikelen (Financiën)63Artikel 1 Belastingen63Artikel 2 Financiële markten82Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector91Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen98Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen106Artikel 6 Btw-compensatiefonds113Artikel 9 Douane117Artikel 13 Toeslagen1254.Niet-beleidsartikelen133Artikel 8 Apparaat133Artikel 10 Nog onverdeeld1365.Beleidsartikelen (Nationale Schuld)137Artikel 11 Financiering staatsschuld137Artikel 12 Kasbeheer143Nr. 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 6.Bijlagen147Bijlage 1: ZBO's en RWT's147Bijlage 2: Specifieke uitkeringen148Bijlage 3: Verdiepingshoofdstuk149Bijlage 4: Moties en toezeggingen169Bijlage 5: Subsidieoverzicht220Bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda221Bijlage 7: Rijksuitgaven Caribisch Nederland242Bijlage 8: Lijst van afkortingen2442Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTENFiguur 1 Geraamde uitgaven IX Financiën verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 27.662,2 mln.3.682,03.682,028,528,514.783,914.783,9629,0629,0148,2148,24.248,74.248,7837,4837,42.821,72.821,7431,2431,251,851,8Artikel 1 BelastingenArtikel 2 Financiële marktenArtikel 3 Financieringsactiviteitenpubliek-private sectorArtikel 4 Internationale financiëlebetrekkingenArtikel 5Exportkredietverzekeringen, -garanties eninvesteringsverzekeringenArtikel 6 Btw-compensatiefondsArtikel 9 DouaneArtikel 13 ToeslagenArtikel 8 ApparaatArtikel 10 Nog onverdeeld010.0002.5005.0007.50012.50015.00017.500Figuur 2 Geraamde ontvangsten IX Financiën (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 228.956,0 mln.225.297,9225.297,93.658,23.658,2BelastingontvangstenNiet-belastingontvangsten050.000100.000150.000200.000250.000Figuur 3 Geraamde belastingontvangsten IX Financiën verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 225.297,9 mln.202.574,5202.574,54.248,74.248,718.474,718.474,7Artikel 1 BelastingenArtikel 6 Btw-compensatiefondsArtikel 9 Douane025.00050.00075.000100.000125.000150.000175.000200.000225.0003Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Figuur 4 Geraamde niet-belastingontvangsten IX Financiën verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 3.658,2 mln.1.567,71.567,79,99,91.812,81.812,867,667,6131,5131,510,710,758,158,1Artikel 1 BelastingenArtikel 2 Financiële marktenArtikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sectorArtikel 4 Internationale financiëlebetrekkingenArtikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringenArtikel 9 DouaneArtikel 13 ToeslagenArtikel 8 ApparaatArtikel 10 Nog onverdeeld02505007501.0001.2501.5001.7502.000Figuur 5 Geraamde uitgaven IX Nationale Schuld verdeeld over beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 33.281,7 mln.27.683,427.683,45.598,35.598,3Artikel 11 Financiering staatsschuldArtikel 12 Kasbeheer05.00010.00015.00020.00025.00030.000Figuur 6 Geraamde ontvangsten IX Nationale Schuld verdeeld over beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 84.307,6 mln.69.113,969.113,915.193,615.193,6Artikel 11 Financiering staatsschuldArtikel 12 Kasbeheer010.00020.00030.00040.00050.00060.00070.00080.0004Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTELArtikelen 1, 2 en 3De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van deze wetsartikelen worden de uitgaven, verplich­tingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).De minister van FinanciënE. Heinen5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN1. LeeswijzerHet werkterrein van het ministerie van FinanciënVoor u ligt de begroting 2025 van het ministerie van Financiën, begrotings­hoofdstuk IX (Financiën en Nationale Schuld) van de Rijksbegroting. In de begroting staan de belangrijkste beleidsdoelen voor 2025 en de financiële gevolgen hiervan.Waar relevant wordt in de begroting verwezen naar Kamerstukken of andere beschikbare begrotingsinformatie. De Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet (CW) vormen het regelgevend kader voor de begroting.Vanwege tussentijdse afrondingen op duizenden, miljoenen of miljarden euro’s kan de som der delen afwijken van het totaal in de tabellen.Opbouw van de begrotingHoofdstuk 2: de beleidsagendaDit hoofdstuk geeft de beleidsprioriteiten weer. Dit zijn de belangrijkste beleidsdoelen van het ministerie van Financiën. Ook bevat dit hoofdstuk een overzicht van de belangrijkste beleidsmatige mutaties, een openbaar­heidsparagraaf, de Strategische Evaluatie Agenda en het overzicht risicore­gelingen.Hoofdstuk 3: de beleidsartikelen voor Financiën (IXB)De beleidsartikelen voor Financiën (IXB) zijn:–Artikel 1 Belastingen;–Artikel 2 Financiële markten;–Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector;–Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen;–Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzeke­ringen;–Artikel 6 Btw-compensatiefonds;–Artikel 9 Douane;–Artikel 13 Toeslagen.Hoofdstuk 4: de niet-beleidsartikelenDe niet-beleidsartikelen zijn:–Artikel 8 Apparaat;–Artikel 10 Nog onverdeeld.Hoofdstuk 5: de beleidsartikelen voor Nationale Schuld (IXA)De beleidsartikelen voor Nationale Schuld (IXA) zijn:–Artikel 11 Financiering staatsschuld;–Artikel 12 Kasbeheer.BijlagenEr zijn acht bijlagen opgenomen:–Bijlage 1: Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s);–Bijlage 2: Specifieke uitkeringen;–Bijlage 3: Verdiepingshoofdstuk;–Bijlage 4: Moties en toezeggingen;–Bijlage 5: Subsidieoverzicht6Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 –Bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda;–Bijlage 7: Rijksuitgaven Caribisch Nederland;–Bijlage 8: Lijst van afkortingen.Financiering staatsschuld en kasbeheer (Nationale Schuld)Sinds 2013 behandelt begroting IX tevens de schuld van de Nederlandse Rijksoverheid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de schuld die extern wordt gefinancierd, door bijvoorbeeld banken, beleggers en pensioen­fondsen, en de schulden of tegoeden die verschillende aan de schatkist gelieerde instellingen – via het geïntegreerd middelenbeheer – hebben bij het ministerie van Financiën. De extern gefinancierde schuld wordt in artikel 11 Financiering staatsschuld behandeld. Het geïntegreerd middelenbeheer wordt behandeld in artikel 12 Kasbeheer. De artikelen worden middels een aparte begrotingsstaat vastgesteld.De begroting van de Nationale Schuld heeft twee specifieke eigenschappen. De eerste eigenschap is dat de rente-uitgaven en renteontvangsten op transactiebasis worden verantwoord, in plaats van op kasbasis zoals bij alle andere onderdelen van de Rijksbegroting. Dit is vastgelegd in de CW 2016, artikel 2.19. Met de registratie van rente op transactiebasis voor de Nationale Schuld wordt aangesloten bij de Europese voorschriften van het Europees Stelsel van Rekeningen 2010. De tweede eigenschap is dat er voor beide artikelen wordt uitgegaan van het principe dat de aangegane financiële verplichtingen gelijk zijn aan de uitgaven (kas = verplichtingen). Beide artikelen kennen geen verplichting om afzonderlijke ramingen op te nemen van de verwachte kasuitgaven en de verwachte juridisch vastgelegde financiële verplichtingen. Dit is het gevolg van de inherente onvoorspelbaarheid van de leenbehoefte van de Staat (artikel 11) en de fluctuerende geldstromen in het geïntegreerd middelenbeheer (artikel 12).Financiële instrumentenBij het indelen van de uitgaven naar financieel instrument wordt aansluiting gezocht bij de rol en verantwoordelijkheid van de minister. Hierdoor wordt de wijze waarop de uitgaven het ministerie verlaten leidend voor de indeling naar financiële instrumenten. Het ministerie van Financiën maakt daarom, naast de standaard financiële instrumenten zoals opdrachten en garanties, ook gebruik van drie eigen instrumenten: financiering (vermo­gensverschaffing/-onttrekking), rente, en rekening-courant en deposito’s.Het instrument financiering (vermogensverschaffing/-onttrekking) wordt gebruikt op artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector bij onder meer kapitaalinjecties in staatsdeelnemingen en dividendont­vangsten. De definitie van financiering is als volgt: «van een financiering wordt gesproken, indien een financiële bijdrage aan een wederpartij wordt verstrekt als kapitaalverschaffing voor een investeringsgoed of als algemene vermogensverschaffing voor die wederpartij (een instelling, bedrijf of onderneming). Als een financiële bijdrage wordt verstrekt in de exploitatiesfeer, wordt gesproken van bekostiging. Bij een financiering voert de organisatie die de financiering ontvangt, de kapitaalverstrekking als kapitaalontvangst op de balans op». Van een staatsdeelneming is sprake als de Staat aandelen bezit in een privaat bedrijf.Het instrument rente komt onder meer terug op artikel 11 en 12 over de financiering van de staatsschuld en het kasbeheer. Op artikel 11 en 12 wordt daarnaast gebruik gemaakt van het instrument leningen. In tegen­stelling tot de meeste leningen op de Rijksbegroting gaat het op artikel 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 11 om leningen die aan de Staat verstrekt worden voor de financiering van de staatsschuld. Op artikel 12 is ook het instrument rekening-courant en deposito’s opgenomen. Het gaat hier om de bankrekeningen waarop geldstromen van decentrale overheden, de sociale fondsen en andere aan de Rijksoverheid gelieerde instellingen in- en uitvloeien.Motie SchouwIn juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In paragraaf 2.1 van de beleidsagenda wordt ingegaan op de uitwerking van de volgende landenspecifieke aanbe­velingen:–Uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan en het REPowerEU-te versnellen en ervoor zorgen dat hervormingen en investeringen uiterlijk in augustus 2026 tot een goed einde zijn gebracht.–Het budgettair-structurele plan voor de middellange termijn tijdig in te dienen en de groei van de netto-uitgaven in 2025 te beperken om te zorgen voor een overheidstekort onder de referentiewaarde van 3% bbp.Op de aanbeveling om de belastingheffing op verschillende soorten inkomsten uit vermogen op een lijn te brengen en de bevoordeling van schulden van huishoudens te beperken wordt niet in de beleidsagenda ingegaan. De aanpak komt terug in het Fiscal Structural Plan (FSP).GroeiparagraafHet ministerie van Financiën werkt doorlopend aan stapsgewijze verbete­ringen in de informatievoorziening aan de Kamer en de burger. Dit is een samenspel van eigen ambities en inzichten, en wensen vanuit de Kamer. Ten opzichte van de ontwerpbegroting Financiën en Nationale Schuld 2024 zijn de volgende verbeteringen doorgevoerd.–Beleidsagenda: de thema's in de beleidsagenda zijn aangepast als gevolg van het hoofdlijnenakkoord.–Tabel 11 Coronamaatregelen op begroting Financiën & Nationale Schuld IX is geen onderdeel meer van de begroting 2025.–In bijlage 4. Moties en toezeggingen wordt de status van de uitvoering van de moties opgenomen, waaronder of een motie is afgerond, of naar verwachting in de toekomst zal worden afgerond.–De belasting- en invorderingsrente (bir) zijn overgeheveld naar het inkomstenkader conform het advies van de van de 17e Studiegroep Begrotingsruimte.1–Conform de afspraak in het hoofdlijnenakkoord worden de middelen voor Oekraïne en de rente op de nationale schuld buiten het uitgaven­kader geplaatst.–De Belastingdienst heeft in de begroting 2025 enkele wijzigingen doorgevoerd in de set kengetallen en prestatie-indicatoren. Op het tussendoel ‘Effectief informeren’ zijn twee bestaande indicatoren vervangen door één nieuwe prestatie-indicator en is een prestatie-indicator gewijzigd wat betreft definitie en meetmethode. Op het tussendoel ‘Gemak’ is een indicator toegevoegd die de prestatie van de Belastingdienst ten aanzien van startende ondernemers gaat meten. Verder is de ambitie op een aantal indicatoren ten opzichte van de ontwerpbegroting 2024 verhoogd. In artikel 1 zijn de wijzigingen toegelicht.1 Rapport van de 17e Studiegroep Begrotingsruimte.8Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 –Bij ekv (artikel 5) is een indicator toegevoegd: absoluut aantal nieuw aangegane totaal aan mkb-transacties. Het mkb heeft, in grotere mate dan het grootbedrijf, behoefte aan ondersteuning bij het verkrijgen en/of behouden van toegang tot voldoende werkkapitaal. Om deze reden worden onder de ekv nieuwe liquiditeitsverruimende producten ontwikkeld en worden meer mkb-transacties ondersteund.–De Dienst Toeslagen heeft aanpassingen verricht in de indicatoren voor beleving van burgers. Er is een indicator toegevoegd over de tevre­denheid van de toeslagontvangers en bij burgerbeloftes wordt inzicht gegeven in het percentage burgers dat eens/oneens met de stelling is.–Er is een bijlage subsidieoverzicht opgenomen in de begroting.9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 2. Beleidsagenda2.1 BeleidsprioriteitenInleidingAls ministerie van Financiën gaan we over geld. Geld van ons allemaal, voor ons allemaal. We werken aan een financieel gezond Nederland waarbij het welzijn van mensen, hun behoeften, veiligheid, zorgen, dromen, vragen en hun plannen vooropstaan. We zorgen ervoor dat Nederland en onze economie klaar zijn voor de steeds sneller veranderende wereld van morgen. Daar is geld voor nodig. Dat geld brengen burgers en bedrijven via onder andere belastingen bijeen. De overheid verdeelt het geld over zaken die de samenleving belangrijk vindt. Het is de taak van het ministerie van Financiën om er op toe te zien dat het geld van de Nederlandse overheid goed wordt besteed. Nu en in de toekomst.Op 2 juli jl. is het kabinet-Schoof aangetreden. Het kabinet voert het hoofd­lijnenakkoord ‘Hoop, lef en trots’ uit, dat op 15 mei jl. is gepresenteerd. De maatregelen uit het hoofdlijnenakkoord zijn budgettair verwerkt in de Miljoenennota 2025, de onderliggende departementale begrotingen en het Belastingplan 2025. In deze departementale begroting van Financiën gaat het om de volgende maatregelen:–Voorbereidende stappen om het belastingstelsel te vereenvoudigen en het toeslagenstelsel te hervormen.–Fiscale maatregelen, onder meer om werken meer te laten lonen.–Investeren in innovatie en de potentie van de Nederlandse economie via Invest-NL.–Steun aan Oekraïne: politiek, militair, financieel en moreel. De Douane handhaaft de naleving van de sanctiemaatregelen en bestrijdt sanctieomzeiling. De FIOD is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving en opsporing van schendingen van de sanctiewet.–Taakstelling op de apparaatsbudgetten van het ministerie van Financiën.–Verlaging van het budget voor de Wereldbank.Naast uitvoering van maatregelen uit het hoofdlijnenakkoord gaan we de relatie tussen onze uitvoeringsorganisaties en hun opdrachtgevers versterken. Ook gaan we de kwaliteit van onze uitvoeringsorganisaties en de dienstverlening aan de burger verder verbeteren. Voor het gehele ministerie van Financiën streven we naar een diverse en inclusieve werkomgeving. Onze medewerkers zijn het ‘menselijk kapitaal’ van de organisatie. Wij willen dat onze medewerkers plezier hebben in hun werk. Het zorgen voor voldoende en vakbekwaam personeel blijft een speerpunt.Met de in deze beleidsagenda genoemde beleidsprioriteiten verbeteren we de manier van werken en de prestaties van het ministerie van Financiën. Zo dragen we ook in 2025 bij aan het versterken van een financieel gezond Nederland.10Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 11Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Thema 1: Financieel gezond NederlandSolide overheidsfinanciënHet kabinet hanteert een trendmatig begrotingsbeleid. Dit biedt houvast aan de Nederlandse burger en bedrijven. Het trendmatig begrotingsbeleid is gestoeld op drie principes: 1) efficiënte allocatie van publieke middelen, 2) beheersen van de overheidsfinanciën, en 3) stabilisatie van de economie. Het kabinet acht de terugkeer naar begrotingsdiscipline belangrijk voor Nederlandse belastingbetalers. Het ministerie van Financiën ziet erop toe dat dit ook gebeurt. Langetermijn-indicatoren van het Centraal Planbureau wijzen op een oplopende schuld op de lange termijn. Dit kabinet zet een eerste stap in de beheersing van overheidsuitgaven.  Het EMU-saldo voor 2025 is geraamd op ‒ 2,8% bruto binnenlands product (bbp). Het EMU-saldo verslechtert in 2026, om vervolgens te verbeteren in de volgende jaren en uit te komen op ‒ 2,5% in 2029. De EMU-schuld wordt geraamd op 46,6% bbp in 2025, waarna deze oploopt tot 52,5% bbp in 2029. Het kabinet zet zich in om het budgettair structureel plan voor de middellange termijn in te passen in de nationale begrotingssystematiek en deze dit najaar tijdig aan te leveren bij de Europese Commissie. In dit plan zal het kabinet ook nader ingaan op de landenspecifieke aanbevelingen met betrekking tot het begrotingsbeleid.Nederland maakt aanspraak op 5,4 miljard euro uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF), een Europees instrument voor duurzaam economisch herstel na de coronacrisis en energiecrisis. In 2024 heeft Nederland het eerste betaalverzoek van 1,3 miljard euro ingediend. Nederland is voornemens eind 2024 het tweede betaalverzoek van 1,2 miljard euro in te dienen. In 2025 volgt het derde betaalverzoek van 1,4 miljard euro. Het kabinet is aanhoudend gemotiveerd om het Nederlandse Herstel en Veerkrachtplan uit te voeren en zo de volledige 5,4 miljard euro aan EU-middelen in te kunnen zetten voor investeringen in Nederland.12Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Economie en vestigingsklimaatConcurrentiekracht EUNederland heeft baat bij een sterke en stabiele Europese economie. Het kabinet zal daarom in Europa een constructieve speler zijn. Het ministerie van Financiën investeert in goede relaties met andere lidstaten en met de (financiële) instellingen van de Europese Unie.Aandacht voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en het verhogen van duurzame economische groei blijft van groot belang, ook in Europa. Daarvoor is een gedegen implementatie van het herziene Stabiliteits- en Groeipact nodig, met aandacht voor het begrotingsbeleid, publieke investe­ringen en structurele hervormingen.Eind 2024 begint de termijn van een nieuwe Europese Commissie, die veel aandacht zal besteden aan het versterken van het Europese concurrentie­vermogen. Het mobiliseren van privaat kapitaal draagt bij aan de hiervoor benodigde financiering. Voor de verdere ontwikkeling van de Europese interne markt zet het kabinet in de Eurogroep en Ecofinraad in op een verdere versterking en verdieping van de kapitaalmarktunie en voltooiing van de bankenunie.In de voorstellen voor het volgende Meerjarig Financieel Kader (vanaf 2028), die in 2025 zullen verschijnen, zal de Europese Commissie waarschijnlijk ook veel aandacht hebben voor het versterken van de Europese concurren­tiekracht. Nederland kijkt graag hoe de EU-begroting daar optimaal voor kan worden ingezet. Voorstellen die gepaard gaan met gemeenschappelijke schuldfinanciering zal Nederland terughoudend tegemoet treden en daarbij kritisch kijken naar mogelijke toekomstige risico’s voor de Nederlandse begroting en de Europese financiële stabiliteit. Het mobiliseren van privaat kapitaal staat volgens Nederland centraal bij de hiervoor benodigde finan-ciering.VestigingsklimaatVoor een goed functionerende Nederlandse economie is een goed vesti­gingsklimaat nodig. Als Nederland aantrekkelijk is voor bedrijven en inves­teerders, dan zullen zij er vaker voor kiezen om hier hun activiteiten te laten plaatsvinden. Dat draagt bij aan onze economische groei, innovatie en werkgelegenheid. En daarmee aan de welvarendheid van Nederland. Om aantrekkelijk te zijn als vestigingsland spelen verschillende factoren een rol, zoals de beschikbaarheid van goed geschoold personeel, een goede infrastructuur en de kwaliteit van de leefomgeving. Voor de financiële sector zijn daarnaast een aantal specifieke factoren relevant zoals het fiscale regime, de mate van regeldruk en de kwaliteit van het toezicht. Bovenal is het voor een goed vestigingsklimaat van belang dat overheidsbeleid voorspelbaar en consistent is en ook gericht is op de lange termijn.In het hoofdlijnenakkoord is het streven opgenomen om het vestigings­klimaat te verbeteren. Een goed en stabiel fiscaal beleid is belangrijk voor het ondernemings- en vestigingsklimaat, zowel voor internationaal opererende ondernemingen als voor kleine bedrijven lokaal in de stad en/of in de regio. Nederland moet een land blijven waar bedrijvigheid ontkiemt, bloeit en groeit. Aan het fiscaal vestigingsbeleid zit een belangrijke interna­tionale component. Het kabinet wil dat in Nederland gevestigde bedrijven niet worden benadeeld binnen de interne markt van de EU en concurrerend 13Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 zijn op de mondiale markt. Mede hierom heeft het kabinet besloten tot een aantal maatregelen die onder het kopje «fiscale beleidsprioriteiten» zullen worden toegelicht.Ook staatsdeelnemingen hebben een rol bij het verbeteren van het vesti­gingsklimaat en het zorgen voor een stabiele economie. Zo maakt het kabinet budget vrij om te investeren in innovatie en in de potentie van onze economie via Invest-NL. Hiermee onderstreept het kabinet het belang van ondernemerschap en een goed vestigingsklimaat. Als National Promotional Institution treedt Invest-NL op als co-investeerder bij projecten die maatschappelijke meerwaarde hebben en moeilijk of niet zelfstandig aan financiering kunnen komen op de private markt.Voor het vestigingsklimaat is verder de exportkredietverzekeringsfaciliteit van betekenis, die het Nederlands bedrijfsleven ondersteunt bij interna­tionale handel en zorgt voor een gelijkwaardig internationaal speelveld. Ten slotte draagt ook de Douane bij aan een gunstig vestigings- en onderne­mingsklimaat in Nederland, met het handhaven van bijvoorbeeld antidum­pingregelingen. Maar ook door betrouwbare bedrijven zo goed mogelijk te faciliteren, door voor hen de administratieve lasten en het oponthoud in de logistieke keten zoveel mogelijk te beperken.Financiële sectorEen sterke en betrouwbare financiële sector is van groot belang voor stabiele economische groei. De financiële sector bestaat onder meer uit banken, verzekeraars, pensioenfondsen en beleggingsinstellingen. Ook accountancykantoren spelen een grote rol in de financiële dienstverlening. We kunnen in Nederland trots zijn op onze financiële sector. Nederlandse financiële instellingen zijn efficiënt, innovatief en dienstverlenend. De financiële sector is bovendien een grote werkgever: meer dan tweehon­derdduizend mensen werken in Nederland in de financiële dienstverlening. Het is essentieel dat we de voorwaarden creëren waarbij de financiële sector op een goede manier in die dienstverlening kan voorzien en zich daarbij zelf bewust is van haar maatschappelijke rol. Het is de taak van de overheid om er mede voor te zorgen dat de financiële sector die rol effectief en efficiënt kan vervullen. Door middel van consistente, uitvoerbare en proportionele regelgeving.De financiële sector staat voor een aantal grote uitdagingen, zoals geopoli­tieke ontwikkelingen, digitalisering en klimaatrisico’s. Het is belangrijk dat de financiële sector bestand is tegen geopolitieke dreigingen en dat de afhankelijkheid van de financiële infrastructuur van derde landen afneemt. Daarnaast kan de financiële sector een rol spelen bij het betaalbaar houden van de duurzame transitie en kan de sector ervoor zorgen dat die transitie groeikansen biedt voor burgers en bedrijven. In de komende periode zetten we daarom, bijvoorbeeld in de context van het klimaatcommitment van de financiële sector, in op het vergroten van de private financiering van de energietransitie. Dat kan bijdragen aan de concurrentiepositie van bedrijven en leiden tot lagere kapitaalkosten. Tot slot is het van belang om komend jaar, ook in Europees verband, in te zetten op een verbetering van het regelgevend kader voor duurzame financiering, door de complexiteit daarvan terug te brengen en de coherentie tussen verschillende regels te verbeteren. Daarmee kan ook een bijdrage worden geleverd aan het terugbrengen van de administratieve lasten voor ondernemingen.14Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Vanwege de belangrijke economische en maatschappelijke functie van banken en andere financiële instellingen blijft de weerbaarheid van deze ondernemingen van betekenis. De onrust in de bankensector in het voorjaar van 2023 laat zien dat problemen bij banken nog steeds tot marktstress en overheidsingrijpen kunnen leiden. Het blijft noodzakelijk dat het huidige raamwerk van regelgeving, toezicht en resolutie adequaat, risicogebaseerd en toekomstbestendig is, zodat financiële instellingen weerbaar en gezond zijn en blijven. Waar risico’s toenemen, als gevolg van bijvoorbeeld digitali­sering, zullen we er in internationaal en Europees verband op inzetten dat regelgeving daarop aansluit. Tegelijkertijd zullen we, waar dat passend is, in Europees verband oproepen tot het verminderen van de complexiteit van regelgeving en ons ervoor inzetten om regelgeving verder te harmoniseren, om een gelijk speelveld te waarborgen.De financiële weerbaarheid van huishoudens en bescherming van consumenten vergt blijvende aandacht. Daarbij is het van groot belang dat Nederlanders bestand zijn tegen allerlei uitdagingen van deze tijd, zoals digitale financiële criminaliteit en financiële verleidingen, waarmee zij door de digitalisering constant worden geconfronteerd. Financiële educatie speelt hierbij een substantiële rol. Daar zet het ministerie van Financiën zich in 2025 wederom voor in via het platform Wijzer in geldzaken, samen met de publieke en private partners.Thema 2: (Fiscaal) beleid en de uitvoeringFiscale beleidsprioriteitenHet kabinet wil bij fiscaal beleid allereerst realistisch zijn over wat mogelijk is in de uitvoering en wat begrijpelijk en doenlijk is voor burgers en bedrijven. Het kabinet wil veel aandacht geven aan kwalitatief goede wetgeving. Dat is een belangrijk aspect van goed bestuur. Goed bestuur gaat ook over rechtsbescherming en menselijke maat. Het hoofdlijnenakkoord noemt bijvoorbeeld het recht op vergissen. Een vergissing mag mensen niet diep in de problemen duwen. Ook wordt een Belangenbehartiger voor belasting­plichtigen en toeslaggerechtigden opgericht.Een tweede prioriteit betreft de hersteloperatie en de invoering van een nieuw stelsel voor box 3. In box 3 wordt het inkomen uit sparen en beleggen belast. Die belastingheffing vindt volgens de huidige belastingwet plaats over een forfaitair rendement. Na de arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2024 moet rechtsherstel worden geboden als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Het berekenen van het werkelijke rendement vraagt veel van belastingplichtigen. De Belastingdienst heeft namelijk gegevens van de belastingplichtigen nodig om herstel te kunnen bieden. Voor de toekomst werkt het kabinet verder aan de invoering van een stelsel op basis van werkelijk rendement. Hiervoor is er een wetsvoorstel opgesteld, waarvoor advies is gevraagd bij de Raad van State. Dit voorstel bevat een combinatie van een vermogensaanwas- en een vermogenswinst­belasting. Ook bij het invoeren van robuuste regelgeving voor box 3, die juridisch houdbaar is, gelden de uitgangspunten van goed bestuur. Het is belangrijk dat mensen ervaren dat het heffen van belasting op een rechtvaardige en zorgvuldige manier gebeurt.Een derde grote ambitie van het kabinet is het voorbereiden van wetgeving voor een hervorming van het toeslagen- en belastingstelsel, gericht op bestaanszekerheid en inkomenszekerheid, en waarbij (meer) werken 15Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 merkbaar loont. Er liggen al veel rapporten.2 In het kader van het voorbe­reiden van een hervorming inventariseert het kabinet ook opties voor modernisering op andere terreinen van ons belastingstelsel.Ook de beschikbare ruimte voor lastenverlichting wordt ingezet voor zowel bestaanszekerheid als voor meer loon naar werken. Een manier om te komen tot vereenvoudiging is het afbouwen van (negatief geëvalueerde) fiscale regelingen. In het hoofdlijnenakkoord is een stelpost opgenomen van 250 miljoen euro voor het afbouwen van regelingen en belasting­constructies . Een niet-fiscaal voorbeeld van vereenvoudiging is dat het traject om kinderopvang bijna gratis te maken voor werkende ouders wordt doorgezet. Dit is een belangrijke vereenvoudiging en zorgt voor een goede impuls voor middeninkomens.Zoals eerder aangekondigd in deze beleidsagenda heeft het kabinet besloten tot een aantal maatregelen om het vestigingsklimaat te verbeteren. Dat doen we bijvoorbeeld door enkele aangekondigde lasten­verzwaringen voor bedrijven en ondernemers terug te draaien. Zo draaien we het afschaffen van de inkoopfaciliteit in de dividendbelasting terug, net als de tariefsverhoging in box 2 en de verlaging van de winstvrijstelling voor het MKB. Daarnaast verruimen we de renteaftrekbeperking zodat tot 25% procent van de EBITDA (een maatstaf voor winst) aan rentes kan worden afgetrokken, in plaats van 20%. Hiermee lopen we meer in de pas met het Europees gemiddelde. Ook blijft Nederland zich binnen de EU en binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) inzetten voor de aanpak van belastingontwijking, oneigenlijke belasting­concurrentie, en stabilisering van het internationale belastingstelsel zodat ingespeeld kan worden op economische en maatschappelijke ontwikke­lingen. Daarnaast gaat Nederland door met het onderhandelen en actua­liseren van belastingverdragen, die immers van groot belang zijn voor Nederland als vestigingsland.Tot slot kan de rol van het belastingstelsel in het kader van onder andere het klimaat- en milieubeleid niet onbenoemd blijven. Via beprijzingsmaat­regelen, zoals de nationale belastingen en het Europese emissiehandels­systeem, krijgt de uitstoot van broeikasgasemissies en andere schadelijke emissies een prijs voor burgers, bedrijven en andere instellingen. Hiermee wordt geborgd dat de beoogde CO2-reductie permanent plaatsvindt en de economische structuur zich aanpast weg van fossiel-intensieve activiteiten.BelastingdienstDe ambitie voor de komende jaren is: ‘Een Belastingdienst waar burgers en bedrijven vertrouwen in hebben en medewerkers trots op zijn’. Dit betekent onder andere dat belastingplichtigen zich gehoord, begrepen en geholpen voelen en dat zij weten wat ze kunnen verwachten van de Belastingdienst. Het is belangrijk dat aan deze verwachting ook wordt voldaan. Belasting­plichtigen moeten daarnaast duidelijkheid ervaren over fiscale rechten en plichten, doordat het ministerie op het juiste moment op een begrijpelijke manier communiceert. De strategische prioriteiten waarlangs de Belasting­dienst dit wil bereiken zijn: 1) verbinden met de samenleving, 2) de basis op orde brengen en houden, 3) continue verbeteren van de dienstverlening, toezicht en opsporing en 4) werken met plezier en vanuit vakmanschap.2 [1] Ambtelijk rapport Aanpak Fiscale Regelingen | Rapport| Rijksoverheid.nl - Rapport Belastingen in maatschappelijk perspectief: Bouwstenen voor een beter en eenvoudiger belastingstelsel | Rapport | Rijksoverheid.nl - Eindrapport toekomst Toeslagenstelsel | Rapport | Rijksoverheid.nl16Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 De Belastingdienst gaat in 2025 (verder) werken aan:–Herstel, zoals rechtsherstel voor burgers naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad over box 3. De laatste mensen worden geïnformeerd over het effect van hun registratie in FSV. De behandeling van ingediende schadeverzoeken en inzageverzoeken in FSV wordt afgerond in 2025.–De dienstverlening verbeteren en toegankelijker maken door bijvoorbeeld de bereikbaarheid van de BelastingTelefoon te verbeteren, door uitbreiding van het aantal pilots om burgers vroegtijdig te helpen met hun fiscale rechten en plichten, en uitbreiding van de Stella-teams. Stella-teams zijn opgericht om mensen in complexe en urgente schuld­situaties beter te helpen.–Evalueren of signalen of kansen voor verbetering van bijvoorbeeld wetgeving hun weg kunnen vinden, zodat ze ook worden opgepakt. Dit gaat om signalen van burgers, bedrijven en/of intermediairs of signalen uit de uitvoering zelf. In de ‘stand van de uitvoering’ wordt de Kamer over de ontvangen signalen geïnformeerd.–Focus op preventie in het toezicht. Met het versturen van bijvoorbeeld zogenoemde Pro Memorie-brieven wil de Belastingdienst mensen ook in 2025 attenderen op mogelijke vergissingen en fouten door de belas­tingplichtige. Toezicht achteraf blijft – evenals fraudebestrijding - wel het noodzakelijke sluitstuk van de handhaving.–Bestrijding van verhuld vermogen en de fraude met btw.–Invoeringstoetsen op nieuwe wet- en regelgeving en zorgen dat dit onderdeel wordt van de staande organisatie.–Moderniseren van de ICT. Dit is nodig om de continuïteit van processen te kunnen garanderen en voor snellere implementatie van wet- en regelgeving. De uitvoering en ICT werken samen om de ICT-capaciteit wendbaar en efficiënt in te zetten.–Verder eraan werken dat de Belastingdienst voldoet aan wet- en regelgeving zoals de AVG en de Wet open overheid.Dienst ToeslagenHet ministerie van Financiën gaat taken binnen het huidige stelsel van toeslagen beter uitvoeren, stelselaanpassingen en -alternatieven onderzoeken, en zich inspannen voor een positieve afronding van het herstel voor burgers die onrecht is aangedaan. De Dienst Toeslagen gaat verder met het helpen van de gedupeerde ouders en hun kinderen die groot onrecht is aangedaan, zodat zij een nieuwe start kunnen maken en hun leven weer op kunnen pakken. De Dienst Toeslagen heeft de ambitie om wendbaarder te worden, om continu te kunnen inspelen op maatschappelijke veranderingen en vraagstukken. De strategische priori­teiten waarlangs Dienst Toeslagen dit wil bereiken zijn: 1) presteren in het heden, 2) anticiperen we op de toekomst, en 3) recht doen aan het verleden.De Dienst Toeslagen streeft naar betere resultaten door burgers te bereiken die geen gebruik maken van hun recht op toeslag, door burgers te helpen hun voorschot zo actueel mogelijk te houden, en waar nodig burgers meer inzicht in hun toeslag te geven en te ondersteunen bij het betalen van een terugvordering. Ook verbetert de Dienst Toeslagen de toezichtsfunctie en komt er meer aandacht voor de aanpak van misbruik.De Dienst Toeslagen zal vanuit kennis en expertise werken aan de hervorming van het Toeslagenstelsel, en gaat dit toetsen op de uitvoer­baarheid van voorstellen en het perspectief voor burgers. Daarnaast kijkt de 17Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Dienst naar verbetermogelijkheden binnen het huidige toeslagenstelsel, zoals administratieve mogelijkheden en  gegevensverzameling om de toeslagen vast te stellen.DouaneDe Douane wil bij de beste douanediensten ter wereld blijven horen. Door douanerechten efficiënt te innen, de samenleving adequaat te beschermen en legale handel optimaal te faciliteren. Om alle taken goed te blijven uitvoeren, zet het ministerie van Financiën onder andere in op een drietal pijlers. Dit is nodig in de context van het groeiende aantal taken en de complexiteit ervan, in een krappe arbeidsmarkt en suboptimale informatie­voorziening.Pijler 1: het sturen op maatschappelijke effecten. Op basis van best practices werkt de Douane aan de ontwikkeling van een wetenschap­pelijk onderbouwde Douane-brede risico- en effectanalyse. Zo worden de maatschappelijke risico’s en effecten van de handhaving binnen de taakvelden in kaart gebracht. Hiermee kunnen medewerkers duurzaam op de juiste interventies inzetten, ook als het aantal werkvelden blijft toenemen. In 2025 krijgt deze analyse een plaats in beleidscyclus en organisatie van de Douane.Pijler 2: het realiseren van de digitale transformatie. De Douane ambieert een datagedreven, klantgerichte en digitale organisatie te worden en zet in 2025 essentiële vervolgstappen hiertoe. De basis voor een datagedreven Douane is de ontwikkeling van een Douane dataplatform. Dit ondersteunt zowel de bedrijfsvoering middels stuurinformatie en rapportages, als de risicobeheersing middels analyses en Kunstmatige Intelligentie. Een klantgerichte Douane uniformeert en professionaliseert de processen. Een digitale Douane maakt het mogelijk dat de Douane volledig digitaal werkt. Met deze speerpunten realiseert de Douane een hoogwaardig IT-landschap dat klaar is voor de toekomst.Pijler 3: de medewerker centraal. De medewerkers maken het verschil in de dienstverlening van de Douane aan bedrijven en burgers. De Douane vindt het belangrijk dat medewerkers zich gemotiveerd, geïnspireerd en betrokken voelen, en veilig hun werk kunnen doen. Daarom wil de Douane elke medewerker zo optimaal mogelijk ondersteunen bij en in hun werk.18Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutatiesIn deze paragraaf wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in de samenstelling en ontwikkeling van de uitgaven en de niet-belastingontvangsten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de artikelen van Financiën en die van Nationale Schuld. De belangrijkste mutaties die worden toegelicht zijn de mutaties die zich hebben voorgedaan vanaf de ontwerpbegroting IX 2024 inclusief de incidentele suppletoire begrotingen en de nota van wijziging. In de verdiepingsbijlage wordt in meer detail ingegaan op de mutaties per artikel. Deze paragraaf bevat ook een overzicht van de begrotingsreserves.Artikelen 1 tot en met 13 (Financiën)Tabel 1 Belangrijkste mutaties uitgaven ten opzichte van vorig jaar (bedragen x € 1.000)Art. nr.202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202411.826.83910.651.69210.064.3779.845.2709.393.0500Incidentele suppletoire begroting TenneT13.100.00011.900.0000000Mutatie 1e suppletoire begroting 2024 (incl. NvW)1.507.8002.357.0531.221.025622.248339.2139.776.049Belangrijkste mutatiesInvorderingsrente Sondervermögen1203.00000000Overhevelingen en bijstelling Btw-compensatiefonds (BCF)6144.454232.459233.309233.539233.539233.539HLA: Gerichte keuzes ontwikkelingssamenwerking (ODA); HLA-maatregel 344000‒ 92.695‒ 75.575‒ 63.237Ophoging ESM-kapitaalinleg4076.9000000HLA: Terugdraaien groei apparaat Rijksoverheid (apparaat en inhuur); HLA-maatregel 26Diverse0‒ 22.240‒ 41.060‒ 61.370‒ 82.182‒ 92.240Kasschuiven Toeslagen Herstel13‒ 554.398153.775119.168281.45500Vertragingsrente Traditionele Eigen Middelen920.07600000Lening TenneT302.300.00017.100.000000Kernkapitaal InvestNL3000200.000200.000200.000Kernkapitaal Invest International300100.000000Overige mutaties4.15512.60712.29017.07818.44318.977Stand ontwerpbegroting 202526.251.92627.662.24628.809.10911.045.52510.026.48810.073.088ToelichtingISB TenneTMet de incidentele suppletoire begroting inzake TenneT3 is de lening voor TenneT van in totaal € 25 mld. budgettair verwerkt.Mutatie 1e suppletoire begroting 2024 (incl. NvW4)Dit betreft onder andere de aankoop van hybride kapitaal Wereldbank, de herijking Hersteloperatie Toeslagen, een overheveling vanaf de Aanvullende Post voor de vertragingsrente Traditionele Eigen Middelen (TEM) en verscheidene kasschuiven op de Financiënbegroting. Voor aanvullende schaderoutes is in totaal € 2,3 mld. aan extra middelen vrijgemaakt. Van deze € 2,3 mld. is € 0,9 mld. gereser­veerd op de Aanvullende Post, in afwachting van het definitieve 3 Kamerstukken II, 2023-2024, 36 487, nr. 1.4 Kamerstukken II, 2023-2024, 36 550 IX nr. 6.19Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 onderhandelingsresultaat met betrekking tot de dienstverleningsovereen­komst. De overige € 1,4 mld. en de reeds gereserveerde middelen op de Aanvullende Post van € 1,2 mld. (totaal € 2,6 mld.) zijn overgeheveld naar artikel 13 van de Financiënbegroting.Invorderingsrente SondervermögenNaar aanleiding van het Hoge Raad arrest op 14 juni, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat een Duits fonds (Immobielen-Sondervermögen) geen buitenlands belastingplichtige is in Nederland, dient betaalde VPB inclusief rente terugbetaald te worden. Het betreft hier invorderingsrente uit de jaren 1998-2011. Voor de belastingjaren vanaf 2012 wordt geen rente uitgekeerd.Overhevelingen en bijstelling Btw-compensatiefonds (BCF)Als gevolg van overhevelingen van budget van ministeries naar decentrale overheden wordt er een bedrag in het gemeente of provinciefonds gestort. Het geraamde btw-deel van dit bedrag wordt in het BCF gestort. Gemeentes en provincies kunnen de betaalde btw in verband met de overhevelingen terugvragen bij het BCF. Deze uitgaven worden gedekt vanuit de belasting­ontvangsten. Daarnaast vindt er een bijstelling van de raming van het BCF plaats op basis van de beschikking van het afgelopen jaar, betalingen van het vierde kwartaal van het afgelopen jaar en driemaal het voorschot van het eerste kwartaal uit het lopende jaar.HLA: Gerichte keuzes ontwikkelingssamenwerking (ODA); HLA-maatregel 34In het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat het budget voor ontwikke­lingssamenwerking wordt aangepast op de schuivende verhoudingen in de wereld. De ombuiging op de Rijksbrede ODA-middelen slaat bij Financiën neer op de bijdrage aan de Wereldbank.Ophoging ESM-kapitaalinlegBij de toetreding van Kroatië tot het Europees Stabiliteitsmechanisme- (ESM) is afgesproken dat de ESM-bijdragesleutel voor alle leden bijgewerkt zou worden ter gelegenheid van de volgende toetreding tot het ESM en uiterlijk op 1 januari 2026. De ECB heeft op 1 januari 2024 de kapitaal­sleutel geactualiseerd. Hieruit volgt dat Nederland een groter aandeel in de Europese economie en bevolking had dan voorheen. Omdat toetreding tot het ESM van een nieuwe lidstaat niet uit te sluiten is voor 2026, is de aanvullende kapitaalinleg (onder voorbehoud) opgenomen in de begroting van 2025.HLA: Terugdraaien groei apparaat Rijksoverheid; HLA-maatregel 26Naar aanleiding van het hoofdlijnenakkoord is een taakstelling op de apparaatsbudgetten inclusief externe inhuur van het ministerie van Financiën doorgevoerd oplopend tot per saldo € 79,8 mln. structureel doorgevoerd (de betreffende budgettaire taakstellingsmutaties raken zowel de uitgaven (€ 92,2 mln.) als de ontvangsten (€ 12,4 mln.), wat per saldo tot de korting van € 79,8 mln. leidt). Deze totale taakstelling valt uiteen in een korting van per saldo € 71 mln. structureel op de apparaatsbudgetten en korting van € 9 mln. structureel op externe inhuur.In deze ontwerpbegroting 2025 is de apparaatstaakstelling die ingaat vanaf begrotingsjaar 2025, van € 15,6 mln. structureel, en de inhuurtaakstelling van € 9 mln. reeds concreet doorverdeeld naar diverse organisatieon­derdelen van het ministerie. De concrete verdeling van de resterende 20Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 taakstellingsreeks, € 55,1 mln. structureel, over de apparaatsbudgetten van Financiën wordt nog nader uitgewerkt en in de 1e suppletoire begroting 2025 verwerkt.Kasschuiven Toeslagen HerstelEr worden een aantal kasschuiven doorgevoerd om middelen voor de hersteloperatie toeslagen in het gewenste meerjarenritme te plaatsen.–Hierbij wordt circa € 281 mln. aan programmamiddelen naar latere jaren geschoven. Dit vindt voornamelijk plaats om de budgetten voor de kindregeling aan te laten sluiten bij het moment van uitbetaling, de budgetten voor de ex-partnerregeling en de HZK-regeling in lijn te brengen met het verwachte moment van uitvoering en de budgetten van private schulden meerjarig te verschuiven in afwachting van te ontvangen schuldenlijsten. Daarnaast wordt er budget (€ 27 mln.) voor de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek (SPUK) uit 2025 naar 2024 verschoven in verband met verwachte declaraties vanuit gemeenten.–Verder wordt er circa € 26 mln. vanuit 2024 naar latere jaren geschoven om de apparaatsbudgetten aan te laten sluiten bij de uitvoering van de verschillende regelingen.–Tot slot wordt er € 275 mln. aan middelen voor aanvullende schade naar latere jaren verschoven in lijn met de uitvoering van de VSO-route door de Stichting Gelijkwaardig Herstel en de prognose van de andere routes voor aanvullende schade.  Vertragingsrente Traditionele Eigen MiddelenEr zijn nabetalingen gedaan over de Traditionele Eigen Middelen (TEM). De Nederlandse douaneautoriteiten voeren een zelfanalyse uit op casussen waarvan de invoerrechten nog niet met zekerheid zijn vastgesteld of nog niet door de lidstaat zijn geïnd. Als gevolg van de zelfanalyses heeft Nederland de aansprakelijkheid op een aantal dossiers geaccepteerd. Dit heeft geleid tot circa € 20,5 mln. aan TEM nabetalingen via de begroting van Buiten­landse Zaken. De corresponderende vertragingsrente op de nabetalingen bedraagt circa € 20 mln. en wordt door Douane verantwoord op Artikel 9 van de begroting Financiën.Lening TenneTDoor het uitblijven van de volledige verkoop van TenneT Duitsland heeft TenneT een additionele leningsfaciliteit nodig om haar credit rating te behouden en te voldoen aan marktvereisten. De leningsfaciliteit is opgehoogd met € 2,3 mld. voor 2025 en uitgebreid met € 17,1 mld. voor 2026.Kernkapitaal Invest-NLInvest-NL krijgt in totaal € 900 mln. tot en met 2029 aan additionele middelen waarmee haar slagkracht wordt vergroot. € 600 mln. wordt vanaf de begroting van Financiën gebruikt voor versterking van het kernkapitaal, wat onder meer bijdraagt aan de doorgroei van startups naar scaleups. Met cumulatief € 250 mln. krijgt Invest-NL de mogelijkheid Blended Finance uit te breiden om hiermee knelpunten in de bedrijfsfinanciering te kunnen adresseren. Daarmee wordt het innovatief mkb aanvullend geholpen om door te groeien en neemt de maatschappelijke impact van Invest-NL nog meer toe. Tevens wordt cumulatief € 50 mln. toegevoegd in het Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid (BEV), waarmee als laatste redmiddel een belang kan worden genomen in bedrijven 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 wanneer voorziene investeringen van statelijke actoren onze nationale veiligheid bedreigen. De bijdragen voor Blended Finance en het BEV worden verantwoord op de begroting van Economische Zaken.Kernkapitaal Invest InternationalTer ondersteuning van de financiering van het internationale Nederlandse bedrijfsleven door Invest International wordt een bedrag van € 100 mln. in 2026 vrijgemaakt uit de gereserveerde middelen voor Invest NL vanuit het hoofdlijnenakkoord. Het kabinet onderzoekt tegelijkertijd hoe de conti­nuïteit van Invest International voor de toekomst kan worden geborgd, onder andere door te bezien of en zo ja onder welke voorwaarden een integratie van beide organisaties mogelijk is, op zodanige wijze dat de beleidsdoelen van beide organisaties worden versterkt (binnen de geldende budgettaire afspraken).Tabel 2 Belangrijkste mutaties niet-belastingontvangsten ten opzichte van vorig jaar (bedragen x € 1.000)Art. nr.202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20244.547.7572.936.1162.900.6163.023.0702.827.3910ISB TenneT229.676720.918900.386900.386900.386900.386Mutatie 1e suppletoire begroting 2024956.704‒ 35.640164.25229.156144.1602.951.814Belangrijkste mutatiesOpbrengst verkoop ABN AMRO3443.75300000Terugdraaien Tegenontvangst kapitaalinjectie TenneT 20233‒ 1.602.00000000HLA: Terugdraaien groei apparaat rijksoverheid (HLA maatregel 26)80‒ 2.896‒ 5.712‒ 8.550‒ 11.285‒ 12.414Renteontvangsten lening TenneT317.72239.627466.436720.560720.560720.560Overig24.0434141672672672Stand ontwerpbegroting 20254.617.6553.658.1664.426.0194.665.2944.581.8844.561.018ToelichtingISB TenneTMet de Incidentele suppletoire begroting inzake TenneT zijn de renteont­vangsten en additionele vergoedingen met betrekking tot de lening TenneT budgettair verwerkt.Mutatie 1e suppletoire begroting 2024Dit betreft onder andere de actualisatie van de niet-belastingontvangsten, de dividendramingen staatsdeelnemingen en de renteraming samen­hangend met de lening aan Griekenland.Opbrengst verkoop ABN AMRODe ontvangsten nemen in 2024 met ten minste € 443 mln. toe. Dit komt door de verkoop van aandelen ABN AMRO door de Staat via de beurs en de inkoop van aandelen door ABN AMRO.Terugdraaien Tegenontvangst kapitaalinjectie TenneT 2023De Duitse staat heeft laten weten dat het op dit moment geen volledige aankoop van TenneT Duitsland kan realiseren. Dit betekent dat er geen terugontvangst is van het kapitaal dat vorig jaar door de Staat in TenneT is gestort (€ 1,602 mld.). Deze ontvangst was in 2024 wel begroot.HLA: Terugdraaien groei apparaat rijksoverheid (HLA maatregel 26)Zie toelichting HLA: Terugdraaien groei apparaat Rijksoverheid.22Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Renteontvangsten lening TenneTDe Staat ontvangt een marktconforme rente met additionele vergoedingen over de verstrekte lening aan TenneT.23Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Meerjarig overzicht uitgaven en ontvangsten (IXB)Onderstaande grafiek geeft een overzicht van de uitgaven en ontvangsten op de departementale begroting van het ministerie van Financiën (dus exclusief Nationale Schuld). De ontvangsten zijn uitgesplitst naar belasting­ontvangsten en niet-belastingontvangsten.De piek in uitgaven in 2024 en 2025 kan met name verklaard worden door de verstrekte lening aan TenneT (€ 13,1 mld. in 2024 en € 11,9 mld. in 2025).Figuur 7 Meerjarig overzicht uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1 mld.)Uitgaven (linkeras)Niet-belastingontvangsten (linkeras)Belastingontvangsten (rechteras)2023202420252026202720282029016320160320BegrotingsreservesEen begrotingsreserve is bestemd voor een concreet doel en kan in principe alleen voor dat doel worden gebruikt. Onderstaand overzicht geeft (het geraamd verloop van) de begrotingsreserves van het ministerie van Financiën weer. In de betreffende artikelen worden de begrotingsre­serves toegelicht.Tabel 3 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserves ministerie van Financiën (bedragen x € 1 mln.)BegrotingsreserveArtikelStand per 1/1/2024Onttrek­kingen 2024Toevoe­gingen 2024Stand per 1/1/2025Onttrek­kingen 2025Toevoe­gingen 2025Stand per 31/12/2025Depositogarantiestelsel (DGS) BES-eilanden26,00,00,06,00,00,06,0NHT-garantie23,40,00,64,00,00,64,7Ekv5691,624,374,0741,324,371,8788,8Totaal701,024,374,6751,424,372,4799,524Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikelen 11 en 12 (Nationale Schuld)Onderstaande tabel geeft de verwachte EMU-schuld (Europese Monetaire Unie) en staatsschuld aan het einde van 2024 en 2025 weer, alsmede de daarbij behorende rentelasten. De cijfers van 2023 betreffen realisatiecijfers.Tabel 4 Kerncijfers ontwerpbegroting en realisaties (bedragen x € 1 mld.)1202320242025Omvang schuld aan het einde van het jaarEMU-schuld480,7498,8548,4Staatsschuld (art. 11)406,6424,2473,3Interne schuldverhouding (art. 12)63,579,191,4Uitgaven en ontvangsten (+ is uitgave)Relevant voor het EMU-saldoRentelasten vaste en vlottende schuld (art. 11)4,85,97,7Rentelasten interne schuldverhouding (art. 12)2,43,22,7Totaal rentelasten (art. 11 en 12)7,29,110,4Niet relevant voor het EMU-saldo2Rentelasten derivaten0,10,10,0Voortijdige beëindiging derivaten0,0‒ 0,20,0Voortijdige beëindiging schuld0,00,00,01Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.2De ontvangsten of uitgaven als gevolg van voortijdige beëindiging derivaten en schuld worden niet geraamdDe EMU-schuld is de bruto, dus uitstaande, schuld van de gehele collectieve sector. De staatsschuld is daar een onderdeel van en omvat alleen de schuld van de Rijksoverheid. De staatsschuld wordt gefinancierd door het Agentschap van de Generale Thesaurie, onderdeel van het ministerie van Financiën. De interne schuldverhouding geeft de schuldverhouding weer tussen de Staat en de instellingen die meedoen aan het schatkistbank­ieren, zoals decentrale overheden, rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's), sociale fondsen en agentschappen.Volgens de Europese boekhoudregels (ESA-2010) worden bij de berekening van het EMU-saldo alleen de rentelasten op schuldpapier meegenomen en niet de rentelasten op derivaten. De rentelasten op derivaten worden daarom apart weergegeven.Binnen het renterisicobeleid maakt het Agentschap gebruik van haar bevoegdheid om rentederivaten af te sluiten of voortijdig te beëindigen. Bij het beëindigen van een rentederivaat wordt de actuele marktwaarde van het derivaat verrekend tussen beide partijen. Als de marktwaarde positief is voor de Staat leiden voortijdige beëindigingen tot eenmalige ontvangsten die een verlagend effect hebben op de staatsschuld. Tegenover deze eenmalige baten staan lagere verwachte rentebaten in toekomstige jaren.De omvang van de staatsschuld en de bijbehorende rentelasten zullen naar verwachting in 2025 toenemen ten opzichte van 2024. De door het Centraal Planbureau (CPB) geraamde rentepercentages worden gebruikt voor de raming van de rentelasten.25Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Belangrijkste mutaties rentekostenIn onderstaande tabel worden de belangrijkste mutaties in de rentelasten vanaf de ontwerpbegroting 2024 weergegeven.Tabel 5 Overzicht belangrijkste mutaties rentelasten en rentebaten naar oorzaak (bedragen x € 1 mln.)1,2Art. nr.202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202410.31011.20912.84114.84716.378‒MutatiesBijstelling kassaldo11912188291.008857Bijstelling rekenrente11‒ 197‒ 164‒ 214‒ 188‒ 186Effect nieuwe schulduitgifte11‒ 379107‒ 47‒ 58‒ 36Bijstelling rentelasten interne schuldverhouding12‒ 685‒ 982‒ 1.063‒ 939‒ 851Extrapolatie11&1217.993Stand ontwerpbegroting 20259.14010.38812.34614.67016.16217.9931Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.2De ontvangsten of uitgaven als gevolg van voortijdige beëindiging van derivaten en/of schuld worden niet geraamd.De rentelasten op de staatsschuld (artikel 11) liggen bij het opstellen van de begroting al voor een groot deel vast. Immers, de meeste rente wordt betaald op leningen die in het verleden zijn afgesloten. Hoe verder vooruit, hoe groter de onzekerheid in de ramingen. De hoogte van de rentelasten die al vastliggen volgt uit de toenmalige rentestanden en schuldopbouw, en uit de keuzes die in het verleden zijn gemaakt ten aanzien van het financieringsbeleid en risicomanagement.De rentelasten op nieuw uit te geven schuld worden geraamd op basis van de meest recente rentetarieven van het CPB en op basis van de raming van het kassaldo van het Rijk. Bijstelling van deze twee variabelen is de belang­rijkste oorzaak van de aanpassing van de rentelasten. Daarnaast is tussen het moment van opstellen van de begrotingen van 2024 en 2025 een deel van de schuld opnieuw gefinancierd tegen nieuwe (rente)voorwaarden. Ook dit heeft een effect op de geraamde rentelasten.Voor het bijstellen van de geraamde rentelasten op de interne schuld­verhouding (artikel 12) geldt dat dit het gevolg is van gewijzigde rente­tarieven en de omvang van de schuldverhouding. Naar verwachting neemt de schuldverhouding in 2025 af doordat minder middelen worden aangehouden op de rekeningen-courant van de deelnemers van schatkist­bankieren. Daarnaast is de korte rente geraamd door het CPB gedaald ten opzichte van de MEV-raming van vorig jaar, waardoor de verwachte rentelasten afnemen.26Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 In onderstaande grafiek wordt de (verwachte) staatsschuld aan het einde van ieder jaar weergegeven, alsmede de daarbij behorende rentelasten. De jaren 2021-2023 zijn realisaties, 2024 en 2025 zijn ramingen.Figuur 8 Overzicht staatsschuld en rentelasten (bedragen x € 1 mld.)3723724054054074074244244734734,24,24,34,37,27,29,19,110,410,43,43,43,83,87,37,39,29,210,410,4Staatsschuld (linkeras)Rentelasten staatsschuld (art. 11 en 12) (rechteras)Rentelasten staatsschuld, incl. rentederivaten (rechteras)20212022202320242025010020030040050003691215De omvang van de staatsschuld bedraagt ultimo 2025 naar verwachting circa € 473 mld. De raming voor de rentelasten van de staatsschuld bedraagt voor 2025 € 10,4 mld. Door de hogere staatsschuld zijn de rentelasten voor 2025 hoger geraamd dan voor 2024. Daarnaast wordt verwacht dat staatsobligaties tegen een hogere rente geherfinancierd moeten worden dan waartegen deze oorspronkelijk zijn uitgegeven. Doordat eind 2024 de langlopende rentederivaten zijn afgelopen of voortijdig beëindigd is het effect hiervan op de rentelasten in 2025 nihil.27Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 2.3 OpenbaarheidsparagraafActieve OpenbaarmakingOp dit moment worden beslisnota's, onderzoeksrapporten, en -agenda’s, vergaderstukken en verslagen van topambtelijke overleggen reeds actief openbaar gemaakt. In 2024 is een start gemaakt met actieve openbaar­making van verplichte informatiecategorieën op basis van de Wet open overheid (Woo). In 2025 wordt hier een vervolg aan gegeven. Dit zal stapsgewijs gebeuren op basis van een overheidsbrede implementatie-aanpak. Het ministerie van Financiën kent een departementaalbrede implementatie-aanpak, waarbij alle onderdelen zich voorbereiden op de openbaarmaking van de nog resterende informatiecategorieën. Hiernaast zet het departement in 2025 in op het verder ontwikkelen van pro-actieve openbaarmaking, als onderdeel van de inspanningsverplichting van de Wet open overheid. Dit omvat onder andere het diepgaand analyseren van Woo-verzoeken (doelgroepen, thema’s, trends), en het koppelen van deze analyse in acties op het vlak van actieve openbaarmaking, bijvoorbeeld door het actief openbaarmaken van dossiers waar veel Woo-verzoeken over worden ingediend.Passieve OpenbaarmakingIn de visie Openheid en Transparantie is vastgelegd dat Financiën in 2026 zoveel als mogelijk wil voldoen aan de wettelijke termijn voor de behandeling van Woo-verzoeken. Om dit te bereiken is een breed pakket aan maatregelen vastgesteld. De inzet van middelen is gericht op het uitbreiden van personele capaciteit (oplopend tot ongeveer 100 fte), de implementatie van een zaaksysteem waarmee de voortgang van Woo-verzoeken wordt gemonitord, en het verbeteren van processen. Een belangrijke vernieuwing in de werkwijze van het ministerie van Financiën is de toevoeging van de functie van Woo-regisseur. Deze nieuwe functionaris treedt binnen de organisatie op als «eigenaar» van het verzoek en draagt zorg voor regie en coördinatie tijdens de behandeling van het verzoek. Daarnaast worden juristen en beleidsmedewerkers ontlast doordat de Woo-regisseur taken van hen heeft overgenomen. In 2025 zal naar verwachting het effect van de getroffen maatregelen structureel zichtbaar zijn bij de behandeling van Woo-verzoeken. Dit zal zich uiten door: 1) tijdig en goed contact met verzoeker gedurende de behandeling van het verzoek 2) in de loop van 2025 een toename van het aantal verzoeken dat binnen de wettelijke termijn wordt afgerond, en 3) verzoeken die naar tevredenheid van verzoeker zijn afgerond (en daarmee een afname van bezwaren en beroepen).Verbeteren van de informatiehuishoudingBinnen het programma Informatie Op Orde wordt toegewerkt naar een duurzame informatiehuishouding en -voorziening die voldoet aan de vigerende wet- en regelgeving, door in te zetten op voldoende personeel en ondersteuning door beleidskaders, gebruiksvriendelijke systemen en processen. Voldoen aan de vereisten van openbaarmaking vraagt om een goed geordende informatiehuishouding. Personele versterking van i-professionals vormt daar een belangrijk onderdeel van. Voor het beleids­departement, de Belastingdienst, de Dienst Toeslagen en de Douane loopt de werving om zo spoedig mogelijk deze doelstelling te behalen. Ook compliance met de Archiefwet is een belangrijke doelstelling. Wanneer 28Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 uitvoering wordt gegeven aan de eerder opgestelde plannen van aanpak voor de Archiefwet, is het aannemelijk dat het ministerie van Financiën in 2026 grotendeels aan de Archiefwet kan voldoen.Voor de primaire processen bij de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen wordt een integrale archieftoepassing ontwikkeld, het zogenaamde Generiek Document en Archiefbeheer systeem. Op basis van het Ac-ICT advies wordt het plan bijgesteld. Een eerste stap van de oplossing wordt medio 2025 verwacht.Het ministerie van Financiën heeft voorts als één van de eerste depar­tementen een kader voor een kwaliteitssysteem Informatiehuishouding en -voorziening vastgesteld, zodat er gewerkt kan worden aan continue verbetering. De implementatie wordt in 2024 afgerond en in 2025 en verder kunnen aanvullende normenkaders worden ingebracht.Het, conform Archiefwet en Algemene Verordening Gegevensbescherming, archiveren van e-mails  voor gebruikers met een minfin-account wacht nog op rijksbreed beleid en dito oplossing. Dit wordt in 2025 verwacht. Financiën heeft interim-maatregelen genomen ter overbrugging. Eenzelfde situatie speelt voor de archivering van chatberichten voor bewindspersonen en ambtelijke leiding. Ook daar zijn interim-maatregelen genomen, vooruit­lopend en anticiperend op rijksbreed beleid. Voor de Belastingdienst, de Dienst Toeslagen en de Douane ligt een plan hoe e-mailarchivering voor eind 2026 wordt geïmplementeerd. Departementaal is de nieuwe online versie van Digidoc als documentmanagementsysteem uitgerold. Daarnaast is aangesloten op de interdepartementale selectie en aanschaf van een Content Services Platform als toekomstige vervanging van Digidoc. Dit systeem is beter toegerust op het archiveren en toegankelijk maken van álle typen informatie. Besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden later in 2024 met oog op uitrol in - op zijn vroegst ‒ 2026.In 2025 zullen alle medewerkers die binnen het beleidsdepartement werkzaam zijn een verplichte training hebben gevolgd, met als doel te komen tot eenduidige, volledige en actuele dossiers. Parallel wordt gewerkt naar het op orde krijgen van alle dossiers. Dat maakt informatie beter vindbaar en meer toegankelijk bij interne en externe informatieverzoeken. Het op orde krijgen van de beleidsdossiers bij de Belastingdienst, de Dienst Toeslagen en de Douane loopt door tot in 2026.Ondanks dat actieve openbaarmaking onder Woo nog niet wettelijk verplicht is, heeft het ministerie van Financiën vooruitlopend hierop de eerste informatiecategorieën van ‘actief openbaar te maken documenten’ opgenomen in de Woo-index. Het is de verwachting dat de openbaar­making van de overige categorieën in 2025 en verder zonder problemen gaat verlopen, te beginnen met de eerste 5 informatiecategorieën vanaf 1 november 2024.Op het vlak van Woo-verzoeken is nog veel werk is te verzetten. Het ministerie van Financiën krijgt, alleen al aan bestuurlijk en politiek relevante Woo-verzoeken, bijna 300 verzoeken per jaar. Uit de eigen rapportage blijkt dat het aantal Woo-verzoeken en daarop volgende bezwaren en beroepen is toegenomen. Tegelijkertijd is de doorlooptijd iets afgenomen. Om de termijnen te behalen is een stevig pakket van verbetermaatregelen in gang gezet. Zo wordt ingezet op vroegtijdig contact met verzoekers, zodat verzoeken zoveel mogelijk naar de bedoeling van de verzoeker en daarmee 29Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 volledig en sneller worden afgerond. Ook wordt ingezet op het wegwerken van de achterstanden bij het ministerie van Financiën. De eerste zichtbare verbeteringen worden eind 2024 verwacht.De tijdelijke programmadirectie Informatie op orde rond haar werkzaam­heden af per 1 januari 2025. De eerste delen van het programma Informatie op Orde zijn inmiddels overgedragen aan de lijn, om continuïteit van de veranderopgave Informatie op Orde tot eind 2026 te borgen. Eind 2024 worden de laatste activiteiten overgedragen.30Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 2.4 Strategische Evaluatie AgendaDe Strategische Evaluatie Agenda (SEA) is een rijksbreed instrument dat beoogt betere en meer bruikbare inzichten te verkrijgen in de doeltref­fendheid en doelmatigheid van beleid. De SEA biedt een overzicht van de belangrijkste beleidsthema’s van het ministerie, een korte inzichtbehoefte per thema en een bijpassende agendering van evalu­atieonderzoeken binnen dit thema. De afgeronde evaluaties worden opgenomen in het Jaarverslag met een verwijzing naar het onderzoeks­rapport/Kamerbrief en een toelichting op de aanbevelingen van de afgeronde Periodieke Rapportages.Beleidsthema'sIn de SEA zijn zeven beleidsthema's geformuleerd binnen de twee hoofddoelen (Financieel gezond Nederland) en (Fiscaal) beleid en de uitvoering). Binnen deze beleidsthema's zullen waar zinvol en haalbaar Periodieke Rapportages plaatsvinden. De zeven beleidsthema's zijn:1.Solide overheidsfinanciën2.Economie en vestigingsklimaat3.Financiële sector4.Fiscaal beleid5.Belastingdienst6.Toeslagen7.DouaneDe indeling van de beleidsagenda, naar hoofddoelen vormt de basis voor de SEA voor ons ministerie:–Binnen de beleidsthema’s zijn Periodieke Rapportages en evaluatieon­derzoeken opgenomen. Dit is onderverdeeld naar subthema’s. Deze subthema’s dragen bij aan een beeld ten behoeve van de strategische inzichtbehoefte van de zes beleidsthema’s. Tabel 6 en 7 geven enkel de Periodieke Rapportages per beleidsthema weer, een volledige uitwerking van de subthema’s is te vinden in bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda.–De inzichtbehoefte verschilt per subthema. Het vervullen van de inzicht­behoefte kan zowel door middel van ex-ante, ex-durante als ex-post evaluaties. De verschillende typen evaluaties zijn er op gericht om het inzicht te vergroten en leveren zo input voor het verbeteren van beleid.31Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 6 Planning Strategische Evaluatie Agenda 1: Financieel gezond Nederland1BeleidsthemaType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Solide overheidsfinanciënPeriodieke Rapportage2029Te startenEffectief en efficiënt begrotingsbeleid en begrotingsbeheer: De Periodieke Rapportage zal ingaan op het tot dan gedane onderzoek naar de comptabele regelgeving, op basis van de hoofdlijnenbrief hierover in 2023.n.v.t.Periodieke Rapportage2025Te startenSchuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risico: De voorgenomen Periodieke Rapportage van 2025 heeft betrekking op het huidige beleidskader dat is ingegaan vanaf 2020 en loopt tot 2025. Tussentijds zijn twee interne evaluaties in 2021 en 2023 uitgevoerd. Het nieuwe beleidskader zal ingaan per 2026 en mede gebaseerd worden op de resultaten volgend uit de Periodieke Rapportage.11Periodieke Rapportage2024LopendOptimaal kasbeheer van het Rijk en van gelieerde instellingen: Er wordt een Periodieke Rapportage uitgevoerd om de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid omtrent het schatkistbankieren en het betalingsverkeer van het Rijk te evalueren.12Economie en vestigingsklimaatPeriodieke Rapportage2027Te startenHet borgen van publieke belangen via het aandeelhouderschap op een zo efficiënt mogelijke wijze: Naar aanleiding van de publicatie van de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 wordt steviger ingezet op de rol van deelnemingen bij de borging van publieke belangen en op een verdere professionalisering van het actief aandeelhouderschap, waarbij voldoende aandacht uitgaat naar recente belangrijke ontwikkelingen (zoals verduurzaming, langetermijnwaardecreatie en maatschappelijk verantwoord ondernemen).3Periodieke Rapportage2025LopendEvaluatie crisismaatregelen COVID-19 pandemie IFI's en Europese instellingen: Periodieke Rapportage over de maatregelen die de internationale financiële instellingen en de Europese instellingen hebben genomen om de economische gevolgen van de COVID-19 pandemie te beperken.4Periodieke Rapportage2030Te startenExportkredietverzekering: De Periodieke Rapportage zal zich richten op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de exportkredietverzekering (ekv) faciliteit gedurende de jaren 2022 t/m 2029. Hiertoe zullen in elk geval bestaande beleidsevaluaties meegewogen worden. Ook zal een terugkoppeling worden gegeven van de opvolging van de aanbevelingen uit de voorgaande beleidsdoorlichting over de periode 2016 t/m 2021.5Financiële sectorPeriodieke Rapportage2024LopendStabiele, integere en betrouwbare financiële markten: Periodieke Rapportage van het beleid dat onder dit beleidsthema valt, waarbij onder andere gekeken wordt naar de regisserende rol van het ministerie van Financiën bij de bevordering van het goede functioneren van het financiële stelsel.21De eerste drie beleidsthema’s van de SEA zijn aangepast aan de beleidsprioriteiten van de beleidsagenda 2025, waarbij de Periodieke Rapportage Verduurzaming vervangen is door drie separate beleidsevaluaties verduurzaming van betreffende beleidsterreinen (artikelen 2,3 en 5).Tabel 7 Planning Strategische Evaluatie Agenda 2: (Fiscaal) beleid en de uitvoeringBeleidsthemaType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.Fiscaal beleidPeriodieke Rapportage2028Te startenVereenvoudiging belastingstelsel - aanpak fiscale regelingen: De doeltreffendheid en doelmatigheid van fiscale regelingen worden integraal in kaart gebracht. Hierin wordt teruggeblikt op de evaluaties van fiscale regelingen.1Periodieke Rapportage2030Te startenVerduurzaming belastingstelsel: De verduurzaming van het belastingstelsel wordt in kaart gebracht. Daarbij wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van maatregelen die zijn genomen die zien op verduurzaming van het belastingstelsel.1BelastingdienstPeriodieke Rapportage2029Te startenUitvoering en handhaving Belastingdienst: De Periodieke Rapportage brengt eerdere evaluaties naar de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van verschillende onderdelen en aspecten van de uitvoering en handhaving samen. De synthese is zoveel als mogelijk dekkend voor de inspanningen en het budget van de Belastingdienst in de voorliggende periode, en sluit zo goed mogelijk aan op de eigen en maatschappelijke inzichtbehoefte.1ToeslagenPeriodieke Rapportage2028Te startenRecht doen aan het verleden: Met de Periodieke Rapportage wordt inzicht gegeven in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het financieel herstel van gedupeerden van de toeslagenaffaire, waarbij volledigheid, zorgvuldigheid en informatiedeling naar gedupeerden voorop staan.13Periodieke Rapportage2026Te startenPresteren in het heden en anticiperen op de toekomst: De Periodieke Rapportage biedt inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de inspanningen op het gebied van dienstverlening en uitvoering, gebaseerd op evaluatieonderzoek uit de afgelopen jaren waaronder de evaluatie van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen. Ook worden in 1332Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 BeleidsthemaType onderzoekAfrondingStatusToelichting onderzoekArt.de onderzoeken naar dienstverlening en uitvoering de ontwikkelingen meegenomen over de toekomst van het stelsel, politieke besluitvorming hieromtrent en het toewerken naar aanpassingen aan het stelsel, mogelijk in aanloop naar een volledig nieuw stelsel.DouanePeriodieke Rapportage2026Te startenEffectgericht sturen: Het vergroten van inzicht in de mate waarin douane-inzet verondersteld wordt bij te dragen aan het bereiken van de door opdrachtgevende departementen beoogde maatschappelijke effecten, en in de wijze waarop dit zichtbaar kan worden gemaakt.9Voor verdere criteria voor de SEA wordt er verwezen naar Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek 2022. Een nadere uitwerking van en een toelichting op de SEA is te vinden in bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda. Het meest recente overzicht van de realisatie van beleids­doorlichtingen is de vinden onder Ingepland en uitgevoerd onderzoek. Zie www.rijksfinancien.nl voor meer informatie over de Strategische Evaluatie Agenda en de tabel van afgeronde evaluatie onderzoeken zoals gepresen­teerd in het Jaarverslag 2023.33Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 2.5 Overzicht risicoregelingenTabel 8 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)Nr.Art.OmschrijvingUitstaande Garanties 2023Geraamd te verlenen 2024Geraamd te vervallen 2024Uitstaande garanties 2024Geraamd te verlenen 2025Geraamd te vervallen 2025Uitstaande garanties 2025Garantie­plafondTotaal plafond11BelastingenGarantie procesrisico's523363365233633652336022Financiële marktenDGS BES-eilanden67.9411.262069.2030069.203069.20332Financiële marktenGarantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer2350023500235023542Financiële marktenNBM2.500002.500002.50002.50052Financiële marktenSingle Resolution Fund4.163.50004.163.50000000062Financiële marktenTerrorisme-schades (NHT)50.0000050.0000050.000050.00072Financiële marktenWaarborgfonds motorverkeer2.500002.500002.50002.50082Financiële marktenWAKO (kern-ongevallen)9.200.000009.200.000009.200.00009.200.00093Financierings-activiteiten publiek-private sectorFCI5.500005.500005.50005.500103Financierings-activiteiten publiek-private sectorGarantie KLM000000000113Financierings-activiteiten publiek-private sectorNWB1.134001.134001.13401.134123Financierings-activiteiten publiek-private sectorFinancierings-maatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)14.494.066269.134014.763.2000014.763.200014.763.200134Internationale financiële betrekkingenAsian Infrastructure Investment Bank (AIIB)747.35013.8770761.22700761.2270761.227144Internationale financiële betrekkingenDNB - deelneming in kapitaal IMF31.584.5662.034.7312.141.80031.477.4970031.477.497031.477.497154Internationale financiële betrekkingenEIB - kredietver-lening in ACP en OCT78.3100078.3100078.310078.310164Internationale financiële betrekkingenEIB - pan-Europees Garantiefonds1.291.8040320.323971.48100971.4810971.48134Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Nr.Art.OmschrijvingUitstaande Garanties 2023Geraamd te verlenen 2024Geraamd te vervallen 2024Uitstaande garanties 2024Geraamd te verlenen 2025Geraamd te vervallen 2025Uitstaande garanties 2025Garantie­plafondTotaal plafond174Internationale financiële betrekkingenEuropean Bank for Reconstruction and Development (EBRD)589.10000589.10000589.1000589.100184Internationale financiële betrekkingenEuropean Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)2.435.697254.89902.690.596002.690.59602.690.596194Internationale financiële betrekkingenEuropean Financial Stability Facility (EFSF)34.154.1590034.154.1590034.154.159034.154.159204Internationale financiële betrekkingenEuropean Investment Bank (EIB)11.795.9720011.795.9720011.795.972011.795.972214Internationale financiële betrekkingenEuropean Stability Mechanism (ESM)35.338.9400035.338.9401.364.000036.702.940036.702.940224Internationale financiële betrekkingenHeadroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB)1.062.00027.24601.089.246001.089.24601.089.246234Internationale financiële betrekkingenKredieten EU-betalings-balanssteun (BoP-faciliteit)3.776.00094.08903.870.089003.870.08903.870.089244Internationale financiële betrekkingenBilaterale garantie Macro-financiële bijstand (MFB)215.39000215.39000215.3900215.390254Internationale financiële betrekkingenMultilateral Investment Guarantee Agency (MIGA)30.351564030.9150030.915030.915264Internationale financiële betrekkingenNext Generation EU (NGEU)27.869.537584.260028.453.7970028.453.797028.453.797274Internationale financiële betrekkingenSupport to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE)6.143.548‒ 159.63605.983.912005.983.91205.983.912284Internationale financiële betrekkingenGarantie Wereldbank - IBRD garantie kapitaal5.304.82898.50305.403.331005.403.33105.403.331294Internationale financiële betrekkingenGarantie Wereldbank - IBRD garantie Oekraïne100.00000100.00000100.0000100.000304Internationale financiële betrekkingenOekraïne Faciliteit01.947.00001.947.000001.947.00001.947.00035Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Nr.Art.OmschrijvingUitstaande Garanties 2023Geraamd te verlenen 2024Geraamd te vervallen 2024Uitstaande garanties 2024Geraamd te verlenen 2025Geraamd te vervallen 2025Uitstaande garanties 2025Garantie­plafondTotaal plafond315Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringenExportkredietverzekering (ekv)17.862.7850017.862.7850017.862.78510.000.00017.862.785325Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringenHerverzekering leveranciers-kredieten000000000Totaal208.367.7655.166.2656.625.959206.908.0711.364.336336208.272.07110.000.336206.908.07136Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 9 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)Nr.Art.OmschrijvingUitgaven 2023Ontvangsten 2023Stand risico-voorziening 2023Saldo 2023Uitgaven 2024Ontvangsten 2024Stand risico-voorziening 2024Saldo 2024Uitgaven 2025Ontvangsten 2025Stand risico-voorziening 2025Saldo 202511BelastingenGarantie procesrisico's13400‒ 13418100‒ 18118100‒ 18122Financiële marktenDGS BES-eilanden006.0000006.0000006.000032Financiële marktenGarantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer00000000000042Financiële marktenNBM00000000000052Financiële marktenSingle Resolution Fund00000000000062Financiële marktenTerrorismeschades (NHT)06253.37562506254.00062506254.62562572Financiële marktenWaarborgfonds motorverkeer00000000000082Financiële marktenWAKO (kernongevallen)06120612061206120612061293Financierings-activiteiten publiek-private sectorFCI000000000000103Financierings-activiteiten publiek-private sectorGarantie KLM011.808011.80800000000113Financierings-activiteiten publiek-private sectorNWB000000000000123Financierings-activiteiten publiek-private sectorFinancierings-maatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)0500050001.00001.00001.00001.000134Internationale financiële betrekkingenAsian Infrastructure Investment Bank (AIIB)000000000000144Internationale financiële betrekkingenDNB - deelneming in kapitaal IMF000000000000154Internationale financiële betrekkingenEIB - kredietverlening in ACP en OCT000000000000164Internationale financiële betrekkingenEIB - pan-Europees Garantiefonds9.18600‒ 9.1860000000037Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Nr.Art.OmschrijvingUitgaven 2023Ontvangsten 2023Stand risico-voorziening 2023Saldo 2023Uitgaven 2024Ontvangsten 2024Stand risico-voorziening 2024Saldo 2024Uitgaven 2025Ontvangsten 2025Stand risico-voorziening 2025Saldo 2025174Internationale financiële betrekkingenEuropean Bank for Reconstruction and Development (EBRD)000000000000184Internationale financiële betrekkingenEuropean Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)000000000000194Internationale financiële betrekkingenEuropean Financial Stability Facility (EFSF)000000000000204Internationale financiële betrekkingenEuropean Investment Bank (EIB)000000000000214Internationale financiële betrekkingenEuropean Stability Mechanism (ESM)000000000000224Internationale financiële betrekkingenHeadroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB)000000000000234Internationale financiële betrekkingenKredieten EU-betalings-balanssteun (BoP-faciliteit)000000000000244Internationale financiële betrekkingenBilaterale garantie Macro-financiële bijstand (MFB)000000000000254Internationale financiële betrekkingenMultilateral Investment Guarantee Agency (MIGA)000000000000264Internationale financiële betrekkingenNext Generation EU (NGEU)000000000000274Internationale financiële betrekkingenSupport to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE)000000000000284Internationale financiële betrekkingenGarantie Wereldbank - IBRD garantie kapitaal000000000000294Internationale financiële betrekkingenGarantie Wereldbank - IBRD garantie Oekraïne000000000000304Internationale financiële betrekkingenOekraïne Faciliteit00000000000038Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Nr.Art.OmschrijvingUitgaven 2023Ontvangsten 2023Stand risico-voorziening 2023Saldo 2023Uitgaven 2024Ontvangsten 2024Stand risico-voorziening 2024Saldo 2024Uitgaven 2025Ontvangsten 2025Stand risico-voorziening 2025Saldo 2025315Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringenExportkrediet-verzekering (ekv)102.368106.862632.1394.494015.000647.13915.00000647.1390325Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringenHerverzekering leverancierskredieten2.8971500‒ 2.74700000000Totaal114.585120.557641.5145.97218117.237657.13917.0561812.237657.7642.05639Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 10 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)Art.OmschrijvingUitstaande LeningLooptijd Lening In JarenArtikel 3 Financierings-activiteiten publiek-private sectorLening TenneT44.400.000max. 16Artikel 4 Internationale financiële betrekkingenLening Griekenland2.392.05230Artikel 4 Internationale financiële betrekkingenLening Oekraïne200.00010AlgemeenDe garantieregelingen groter dan € 5 mln. in 2025 worden toegelicht.Alle risicoregelingen worden in de Periodieke Rapportages getoetst op nut en noodzaak. Voor de planning van deze periodieke evaluaties wordt verwezen naar overzicht '2.4 Strategische Evaluatie Agenda’ en bijlage 6 ‘Toelichting op de Strategische Evaluatie Agenda’.2. DGS BES-eilandenDoel en werking garantieregelingHet depositogarantiestelsel (DGS) voor de BES-eilanden (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba) is in 2017 ingesteld om de depositohouders op die eilanden te beschermen en de stabiliteit van het financiële stelsel te vergroten. In de Wet financiële markten BES staat dat de aan het DGS deelnemende kredietinstellingen de kosten van het DGS dragen. Gezien de situatie van de kredietinstellingen op de BES-eilanden is gekozen voor een model waarbij de sector achteraf indien mogelijk het DGS financiert maar de Staat de uitkering zo nodig voorfinanciert. De onmiddellijke uitkering uit het DGS komt ten laste van de schatkist. Vervolgens wordt de uitkering, in door De Nederlandsche Bank (DNB) vast te stellen termijnen, door de sector terugbetaald.Kans, impact en beheersing risico’sHet DGS garandeert deposito’s van ingezetenen van de BES-eilanden bij op de BES-eilanden actieve banken tot een bedrag van USD 10.000 (Amerikaanse dollar). Het DGS keert enkel uit in de situatie dat een bank door faillissement tegoeden van spaarders niet kan terugbetalen. Alleen in de uitzonderlijke situatie van een faillissement van een bank kan een beroep worden gedaan op de regeling. De schade voor depositohouders wordt berekend op basis van de administratie van de failliete bank: DNB heeft op grond van de Wet financiële markten BES de bevoegdheid de admini­stratie op te vragen. Het is een tijdelijke garantie: zodra meer structurele oplossingen gerealiseerd zijn, kan de regeling geheel of gedeeltelijk worden beëindigd. Aangezien het DGS deposito’s in USD garandeert, is het totaal uitstaand risico in euro gevoelig voor wisselkoersontwikkelingen.Premiestelling en kostendekkendheidOp dit moment wordt er geen premie gestort. Tot op heden heeft er geen uitkering plaatsgevonden onder deze regeling.40Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 6. Terrorismeschades (NHT)Doel en werking garantieregelingDe Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden (NHT) is in 2003 opgericht, nadat verzekeraars en herverzekeraars terroris­merisico’s uitsloten op hun polissen. Binnen de NHT leveren verzekeraars, herverzekeraars en de Staat gezamenlijk een dekkingscapaciteit van € 1 mld. per jaar. De Staat geeft een garantie voor de laatste € 50 mln. van deze dekkingscapaciteit.Kans, impact en beheersing risico’sTerrorismebestrijding vergt vanwege de hoge dreiging onverminderde politieke aandacht van de Staat. De financiële risico’s voor de Staat zijn in eerste instantie beperkt doordat de verzekeraars en herverzekeraars de eerste € 950 mln. van de dekkingscapaciteit garanderen en pas daarna de garantie van de Staat kan worden aangesproken.Premiestelling en kostendekkendheidDe Staat heft een premie over het afgegeven garantiebedrag van € 50 mln. Deze middelen worden vanaf 2019 gestort in een begrotingsreserve. Tot op heden heeft er geen uitkering plaatsgevonden onder deze regeling.8. WAKO (kernongevallen)Doel en werking garantieregelingDe Wet aansprakelijkheid kernongevallen (WAKO) regelt de aansprake­lijkheid van exploitanten van nucleaire installaties voor kernongevallen. De exploitant is aansprakelijk voor schade bij kernongevallen, maar de Staat der Nederlanden staat garant. De Staat staat voor vijf exploitanten garant tot maximaal € 1,5 mld. per ongeval. Het bedrag van € 1,5 mld. is gebaseerd op de Verdragen van Parijs en Brussel, die verdragsstaten verplichten tot een garantstelling. Aangezien een kernongeval bij Borssele hogere schades kan veroorzaken is er nationaal voor gekozen hiervoor een hogere garantie af te geven. De totale garantieverplichting komt uit op € 9,2 mld.Voorts hebben alle kerninstallaties een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten bij commerciële verzekeraars en voor bepaalde risico’s bij de Nederlandse Staat. Hiertoe zijn zij op grond van de WAKO verplicht. De verzekerde som is afhankelijk van de risico’s bij de betreffende installatie, maar is in geen geval hoger dan € 1,2 mld. De Staat ontvangt hiervoor van alle kerninstallaties premies. Voor schades die door verzekeraars worden vergoed hoeft geen beroep te worden gedaan op de staatsgarantie.Het doel van deze garantie is tweeledig: enerzijds schadeloosstelling van slachtoffers indien zich een ernstig kernongeval in Nederland voordoet en anderzijds het internaliseren van kosten die met het gebruik van kernenergie samenhangen.Kans, impact en beheersing risico’sKerncentrales moeten voldoen aan strenge veiligheidseisen. De kerncen­trale in Borssele is ook bestand tegen externe omstandigheden, zoals een aardbeving of overstroming. Uit onder andere de Europese stresstest blijkt dat Borssele voldoet aan de bestaande veiligheidseisen. Voor de overige installaties zijn nationale stresstests uitgevoerd, die ook positief waren5.5 Zie de website van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming41Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Kerncentrales staan onder streng nationaal en internationaal toezicht. Dit ligt vast in de Nederlandse wet en in internationale verdragen. Daarnaast staan in de vergunningen talrijke eisen aan een kerncentrale. Dit zijn bijvoorbeeld eisen om internationale contacten tussen kerncentrales te onderhouden om kennis en ervaringen uit te wisselen. Wettelijk toezicht in Nederland valt onder de verantwoordelijkheid van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS), die het toezicht ook uitvoert. De ANVS ziet erop toe dat alle nucleaire installaties in Nederland de relevante veiligheidseisen naleven. Ook zorgt de ANVS dat veiligheids- en beveili­gingsmaatregelen worden getroffen. Er zijn regelmatig contacten tussen de kerncentrale en de ANVS. Inspecteurs houden vaak ter plekke toezicht en controles. Zij kijken of de vergunningen worden nageleefd, of technische specificaties en de werkwijzen kloppen en of voorgenomen wijzigingen aan installaties mogen worden uitgevoerd.Premiestelling en kostendekkendheidDe doelstelling is dat een premie wordt geïnd die een reële weergave vormt van het risico voor de Staat. Voor de berekeningssystematiek wordt aangesloten bij de premieberekening die de markt hanteert voor kernongeval schadeverzekeringen. De premies worden niet afgestort in een begrotingsreserve. Tot op heden heeft er geen uitkering plaatsgevonden onder deze regeling.9. Garantie Fortis Corporate Insurance (FCI)Doel en werking garantieregeling & leningenDe Staat heeft garanties en vrijwaringen afgegeven aan de koper van Fortis Corporate Insurance (Amlin PLC, € 5,5 mln.) als gevolg van de verkoop van de staatsdeelneming. Garanties en vrijwaringen zijn gebruikelijk bij dit soort transacties. Hiermee wordt voorkomen dat de koper bepaalde risico's verdisconteert in een lager bod op de aandelen.Kans, impact en beheersing risico’sVoor FCI zijn er tot op heden geen aanwijzingen dat het risico op uitbetaling zich materialiseert. Het ligt ook niet voor de hand dat ruim 15 jaar na de verkoop nog claims zullen binnenkomen. Echter de vrijwaring heeft geen einddatum, dus het is niet uitgesloten dat nog een beroep op de vrijwaring zal worden gedaan. Voor de beheersing van de risico’s is een maximumbedrag opgenomen.Premiestelling en kostendekkendheidVoor de garanties aan FCI ontvangt de Staat geen premie. Tot op heden heeft geen uitkering plaatsgevonden onder de garantie.12. Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO)Doel en werking garantieregelingDe Nederlandse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) is in 1970 opgericht om duurzame economische groei in ontwik­kelingslanden te bevorderen, door het verschaffen van eigen vermogen of leningen voor projecten die impact creëren en voldoen aan FMO’s standaarden op het gebied van sociale omstandigheden, milieu en «good governance». Hierbij gaat het alleen om projecten die niet door markt­partijen gefinancierd kunnen worden, voornamelijk vanwege het hoge risico dat zij associëren met onder meer het investeren in ontwikke­lingslanden. FMO verschaft het eigen vermogen en de leningen aan private partijen in die landen. FMO behartigt een publiek belang van de 42Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Nederlandse overheid (private sector ontwikkeling in ontwikkelingslanden) en is om die reden een staatsdeelneming. FMO investeert additioneel aan de markt en draagt daarmee bij aan de Sustainable Development Goals, waaronder mondiale armoedebestrijding en tegengaan van (de negatieve gevolgen van) klimaatverandering.Er is in 2023 een akkoord getekend over een herziene staatsgarantie tussen de Staat en FMO. De nieuwe, herziene overeenkomst is van kracht per 1 juli 2023. Voor verdere details hierover, zie het bij deze garantie behorende toetsingskader risicoregelingen en de overeenkomst 2023 die is gepubli­ceerd op de website van FMO.6Kans, impact en beheersing risico’sDe herziening van de garantie betekende een beperking van het risico van de Staat ten opzichte van de garantie uit 1998. Nu geldt een schuldplafond voor FMO van USD 16 mld. (oftewel € 14,8 mld.) voor de periode 2023-2028, waardoor het risico voor de Staat wordt gemaximeerd. Daarnaast is FMO een jaarlijkse premie verschuldigd ter compensatie voor het risico van de Staat. Ook vindt een periodieke vijfjaarlijkse evaluatie van de garantie plaats door het ministerie van Financiën en het ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp en FMO waarbij het schuldplafond en de premie ook aan bod komen.De kans dat FMO een beroep zal doen op de garantie is zeer klein. Er staan verschillende mitigerende maatregelen tegenover het risico voor de Staat, zoals een sterke kapitaalpositie, een sterke liquiditeitspositie en risicomanagement waar toezicht door de DNB op wordt gehouden. In de afgelopen 30 jaar heeft FMO slechts één jaar verlies geleden (in 2020 vanwege de gevolgen van de COVID-19). FMO heeft in de afgelopen jaren aanzienlijke reserves opgebouwd die als buffers dienen voor eventuele toekomstige verliezen.De impact van het risico is in theorie groot, maar het reële risico van de Staat is echter een stuk lager dan het schuldplafond en het theoretische totaalrisico. Het theoretische totaalrisico betreft de som van alle financiële verplichtingen van FMO. Tegenover de financiële verplichtingen van FMO heeft FMO activa (zoals EU (Europese Unie) staatsobligaties, DNB deposito’s en andere liquide middelen) die een bepaalde waarde vertegenwoordigen. De waarde van deze activa verlaagt de hoeveelheid steun die nodig is in geval dat FMO een beroep doet op de garantie, aangezien deze activa in een crisissituatie door FMO kunnen worden aangewend. Daarnaast heeft FMO overige activa die, hoewel minder liquide en in stress scenario’s minder waardevast dan de bovenstaande activa, ook een bepaalde waarde vertegenwoordigen. Voorbeelden hiervan zijn uitstaande leningen en inves­teringen in het eigen vermogen van andere ondernemingen. Gegeven deze mitigerende factoren is het reële risico voor de Staat fors lager dan het theoretische, maximale risico.Premiestelling en kostendekkendheidFMO betaalt in de periode 2023- 2028 een jaarlijkse garantiepremie van € 1 mln. per jaar aan de Nederlandse Staat. Na afloop van deze periode actualiseert de Staat de hoogte van de garantiepremie. Voorheen betaalde FMO geen premie voor de garantie. Tot op heden heeft er geen uitkering plaatsgevonden onder deze garantieregeling.6 Kamerstukken II 2022-2023, nr. 2023Z0856743Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 13. Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)Doel en werking garantieregelingIn 2015 is besloten om toe te treden tot de nieuw op te richten Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB), welke sinds januari 2016 operationeel is. Op basis van een door de oprichtende aandeelhouders bepaalde verdeel­sleutel heeft Nederland een aandeel toegewezen gekregen en zich hierop ingeschreven. Dit aandeel bestaat uit een gedeelte ingelegd (paid-in) kapitaal (20%) en een gedeelte garantiekapitaal (80%). Deze verplichting betreft het garantiekapitaal. Het Nederlandse aandeel in het garantieka­pitaal wordt voor 2025 geraamd op € 761,2 mln.De doelstelling van de AIIB is tweeledig:1.het bevorderen van duurzame economische ontwikkeling, het creëren van welvaart en het verbeteren van het infrastructuurnetwerk in Azië door te investeren in infrastructuur en andere productieve sectoren;2.het bevorderen van regionale samenwerking en partnerschappen door samen te werken met andere multilaterale en bilaterale ontwikkelingsin­stellingen bij het adresseren van ontwikkelingsuitdagingen.Kans, impact en beheersing risico’sDe garantie kan worden ingeroepen door de AIIB op het moment dat de instelling niet meer aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De kans dat dit gebeurt, wordt echter als zeer klein aangemerkt. De optie om garantiekapitaal in te roepen op een internationale financiële instelling is nog nooit ter sprake geweest, ook niet in tijden van crises. De AIIB heeft een zogenoemde Preferred Creditor Status. Het interne beleid t.a.v. kapitaaltoereikendheid is zeer prudent en erop gericht dat kapitaalgaranties nooit ingeroepen hoeven te worden. De externe kredietbeoordelingsbu­reaus (Moody’s, S&P en Fitch) geven de AIIB allen een AAA/Aaa-rating, wat een reflectie is van onder meer de governance-raamwerken van de AIIB, waaronder het risicomanagement- en liquiditeitbeleid van de AIIB, de sterke kapitaaltoereikendheid en de steun van de brede aandeelhoudersbasis.Premiestelling en kostendekkendheidVoor deze garantie wordt geen premie ontvangen, waardoor er ook geen middelen worden gestort in een begrotingsreserve. Noch voor het ingelegde noch voor het oproepbare kapitaal wordt door de aandeel­houders/lidstaten een dividend of vergoeding gevraagd, aangezien zij dit zonder winstbejag ten dienste van de gemeenschappelijke doelstellingen van de AIIB hebben gesteld. Rendementen op investeringen komen wel ten goede aan het eigen vermogen van de AIIB, welke de aandeelhouders, waaronder Nederland, toebehoort.14. DNB – deelneming in kapitaal IMFDoel en werking garantieregelingDe Nederlandse Staat verleent aan DNB een garantie om het risico te dekken indien het International Monetary Fund (IMF) in gebreke blijft. Deze garantie wordt alleen ingeroepen in het geval dat het IMF niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en een beroep doet op middelen van DNB. Een deel van de garantie is tijdelijk. Dat betreft de garantie voor het verstrekken van de New Arrangements to Borrow (NAB) en de Bilateral Borrowing Agreements (BBA), die respectievelijk in 2025 en 2024 aflopen.44Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Bovendien geeft de Nederlandse Staat garanties af aan DNB voor het doorlenen van SDRs (Special Drawing Rights) aan het IMF voor speciale fondsen, namelijk de Poverty Reduction and Growth Trust (PRGT) voor het verstrekken van concessionele leningen aan lage-inkomenslanden, en de Resilience and Sustainability Trust (RST), voor het verstrekken van leningen aan landen om structurele lange-termijn uitdagingen het hoofd te bieden zoals klimaatverandering.In december 2023 is er in het IMF een akkoord bereikt over de 16e quotaher­ziening van het IMF. De Nederlandse uitstaande garantie aan de DNB voor het IMF wordt hierdoor verlaagd met € 2,1 mld. Indien niet genoeg landen voor 15 november 2024 akkoord gaan met de inwerkingtreding, zal deze wijziging ingaan op het moment dat voldoende landen hebben ingestemd. In dat geval zal deze mutatie worden verschoven. Daarnaast is tijdens de voorjaarsvergadering van het IMF een ophoging van SDR-onlending (Special Drawing Rights) van maximaal SDR 1,7 mld. aan de RST (Resilience and Sustainability Trust) van het IMF toegezegd, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring. De daadwerkelijke ophoging komt o.b.v. de wisselkoers van 1 maart 2024 uit op SDR 1,66 mld. (€ 2,03 mld.).De totale Nederlandse deelname aan alle IMF-faciliteiten, en de correspon­derende garanties van de Staat aan DNB, wordt voor 2025 geraamd op € 31,5 mld. 7Kans, impact en beheersing risico’sDe kans dat het IMF in gebreke blijft bij DNB op de algemene middelen van het IMF (Quota/NAB/BBA) en DNB daarom de garantie bij het ministerie van Financiën moet inroepen, is zeer klein. De optie om garantiekapitaal in te roepen op een internationale financiële instelling is nog nooit ter sprake geweest, ook niet in tijden van crises.Er zijn verschillende mitigerende factoren die ervoor zorgen dat deze kans zeer klein is. Het IMF verstrekt leningen aan landen met betalingsbalans­problemen. In de eerste plaats kent een IMF-steun waar nodig conditiona­liteiten. Hiermee verlangt het IMF niet alleen economische aanpassingen van de lidstaat om de betalingsbalansproblemen op orde te krijgen, maar zorgt het IMF er ook voor dat het land de lening tijdig terugbetaalt. Ten tweede heeft het IMF een de facto preferred-creditor status, waardoor het IMF bij terugbetalingen voorrang krijgt boven andere private en publieke crediteuren. Tenslotte hanteert het IMF ook een reservebuffer, die ongeveer SDR 15-20 mld. bedraagt, waarmee achterstallige betalingen kunnen worden opgevangen. Het komt overigens nauwelijks voor dat landen achterstanden hebben bij het IMF, mede dankzij het prudente beleid dat het IMF voert. Een belangrijk element hierin vormt het toegangsbeleid: voordat het IMF een programma verstrekt wordt vastgesteld of een land voldoende capaciteit heeft om het IMF terug te betalen. Daarnaast zijn er richtlijnen voor limieten van leningen zodat het IMF grenzen kan stellen aan de beschikbare financiering voor een programma.Ook de kans dat het IMF in gebreke blijft op de PRGT of de RST is klein. De eerdergenoemde waarborgen voor de algemene middelen gelden ook voor middelen uit de PRGT en RST. In de afgelopen 25 jaar is het slechts één keer voorgekomen dat er een betalingsachterstand ontstond bij de PRGT. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de impact van de coronacrisis 7 De totale omvang van de Nederlandse deelname aan alle IMF-faciliteiten fluctueert op basis van de SDR-EUR wisselkoers.45Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 en de mondiale gevolgen van de oorlog in Oekraïne zonder precedent is en dat voor een aantal landen dat gebruik maakt van PRGT-middelen in de aankomende jaren een onhoudbare schuldsituatie dreigt. De PRGT heeft reserves, waardoor betalingsachterstanden niet direct een risico vormen voor het inroepen van de garantie.Premiestelling en kostendekkendheidVoor de afgegeven garanties aan DNB wordt geen premie ontvangen en er worden geen middelen gestort in een begrotingsreserve. Het IMF zelf ontvangt geen garantie van de Nederlandse Staat en betaalt dus ook geen premie voor deze garantie aan de Nederlandse staat. Het IMF vraagt wel premie aan landen die financiële steun krijgen en betaalt een premie aan landen die middelen verstrekken. Dit laatste geldt ook voor Nederland. Wanneer het IMF een beroep doet op een Nederlandse lening, krijgt DNB hiervoor een vergoeding; de SDR-rente. Deze is gebaseerd op het gewogen gemiddelde van de 3 maandrente op staatspapier van de onderliggende valuta van de SDR, de Euro/Dollar/Yen/Renminbi en Pond. De SDR-rente kan niet negatief worden en kent een minimum van 5 basispunten (0,05%). Momenteel keert het IMF de SDR-rente van 4,013%8 uit over het deel van de IMF-faciliteiten waarop het IMF bij DNB getrokken heeft.9 Het IMF is kostendekkend, de uitvoeringskosten van het monitoren en opstellen van programma’s wordt door het IMF gedragen. Het IMF kent een complexe vergoeding structuur. In de basis rekent het IMF een vergoeding voor de gelopen risico’s voor programmafinanciering. Voor programma’s die groot van omvang zijn wordt een extra opslag gerekend omdat deze een groter risico kennen. Deze opslag kan na verloop van tijd verder worden verhoogd om groot en langdurig gebruik van IMF-middelen te ontmoedigen. Ook rekent het IMF een vergoeding om de uitvoeringskosten van een programma te dekken. Een uitzondering wordt gemaakt voor lage-inkomenslanden: zij betalen een lagere premie via de PRGT. Tot op heden heeft er geen uitkering plaatsgevonden onder deze garantieregeling.15. EIB-kredietverlening in ACP en OCTDoel en werking garantieregelingDe European Investment Bank (Europese Investeringsbank, EIB) verricht activiteiten in de landen in Sub-Sahara-Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ook wel de Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen genoemd, ofwel de ACP-landen), alsmede in Europese Overzeese Gebieden (Overseas Countries and Territories, ofwel OCT-landen). De projecten in deze regio’s richten zich op economische ontwikkeling via de ontwikkeling van de private sector en de financiële sector, investeringen in infrastructuur en het verbeteren van het ondernemingsklimaat. Een deel van deze activi­teiten wordt bekostigd uit het Investment Facility, een ‘revolverend fonds’ dat gefinancierd is uit het European Development Fund (EDF). De EIB financiert daarnaast ook activiteiten uit eigen middelen. Op deze eigen middelen hebben de lidstaten vier garanties (Lomé IV, Cotonou I, Cotonou II en Cotonou III) afgegeven om het risico dat op deze activiteiten wordt gelopen af te dekken. Voor 2025 wordt deze garantie voor Nederland geraamd op € 78,3 mln.8 Rentepercentage SDR voor peildatum 17 juli 2024.9 Zie ook DNB Jaarverslag (sectie 2.1, pagina 104-106: DNB Jaarverslag 2023 - Naar een economie die beter werkt voor iedereen46Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Kans, impact en beheersing risico’sIn tegenstelling tot de algemene garantie op de EIB die op instellingsniveau is ingericht (zie nr. 20), dekt de garantie op EIB-kredietverlening onder eigen middelen in ACP en OCT individuele projecten. De EIB schat de verwachte verliezen voor het totale portfolio onder de vier garanties op 5,01%10. Er is geen uitgavenraming opgenomen op de Financiënbegroting omdat niet in te schatten is wanneer potentiële verliezen zich voordoen en de spreiding over de jaren groot is (de laatste terugbetalingen vinden plaats in 2050), waardoor de hoogte van een potentieel verlies in enig jaar relatief gering zal zijn. Verliezen zullen, zodra deze wel concreet zijn, in de begroting worden opgenomen. In uitzonderlijke gevallen kan dit, als een verlies aan het einde van een jaar concreet wordt, betekenen dat de uitgaven pas in de slotwet kunnen worden verwerkt. In 2013 is er voor het laatst een verlies uitgekeerd11.Om inspraak van de lidstaten in financieringsbesluiten, gefinancierd uit zowel EDF als eigen middelen, te waarborgen is er een comité opgericht waarin alle lidstaten vertegenwoordigd zijn. Dit comité beoordeelt alle investeringsvoorstellen inhoudelijk en brengt advies uit aan de Raad van bewind van de EIB inzake eventuele goedkeuring. Tevens heeft het beheer van de portefeuille dezelfde waarborgen als de EIB-portefeuille binnen de EU.Premiestelling en kostendekkendheidVoor deze garantie wordt geen premie ontvangen en er worden geen middelen gestort in een begrotingsreserve. Door de aandeelhouders wordt geen dividend of vergoeding gevraagd, aangezien zij de garantie zonder winstbejag ten dienste van de gemeenschappelijke doelstellingen van de EIB/EU-lidstaten in de ACP- en OCT-landen hebben gesteld.16. EIB pan-Europees garantiefondsDoel en werking garantieregelingIn een Eurogroep in 2020 zijn afspraken gemaakt over de Europese beleids­reactie om de economische gevolgen van de corona uitbraak te mitigeren. Onderdeel hiervan is het voorstel voor het opzetten van een pan-Europees garantiefonds COVID-19 (EGF) van € 25 mld. beheerd door de EIB-groep, waarmee tot € 200 mld. aan financiering voor Europese bedrijven, met name midden- en kleinbedrijf, kan worden gemobiliseerd. Het fonds heeft als doel de economische gevolgen van corona in de reële economie op te vangen door het verstrekken van liquiditeit aan de bedrijven in Europa.Het EGF financiert hoge risicoprojecten die de EIB-groep normaliter niet zou financieren waardoor de activiteiten van het EGF complementair zijn aan de reguliere activiteiten van de EIB-groep. Het EGF verstrekt first loss garanties aan de EIB en het Europees Investeringsfonds (EIF) waarmee eventuele eerste verliezen op in aanmerking komende operaties in deelnemende lidstaten gedekt worden. Verliezen uit het EGF worden door de lidstaten die deelnemen aan het EGF naar rato gedragen en door lidstaten in vaste termijnen betaald. De totaal te betalen verliezen kunnen niet meer zijn dan 10 De verwachte verliezen zijn berekend door het gemiddelde van de verwachte verliezen van de projecten binnen een portfolio te berekenen. De verwachte verliezen op transactie niveau meten het risico profiel van de lidstaat gedurende de duur van het project. De projecten worden gewogen op basis van de relatieve blootstelling gebaseerd op de situatie op 31/12/2020, dus exclusief eventuele annuleringen en eerdere terugbetalingen. De berekeningen zijn gedaan op basis van interne modellen van de EIB die niet ontworpen zijn om aan IFRS9/IPSAS41 standaarden te voldoen. 11 Zie Jaarverslag IX 2014 ministerie van Financiën en Nationale Schuld47Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 de individuele inleg per lidstaat. De hoogte van de in te leggen garanties door lidstaten wordt bepaald naar rato van het stemgewicht van de lidstaat bij de EIB.De maximale garantstelling van Nederland ten opzichte van het Europees Garantiefonds (EGF) is in 2024 verlaagd met € 320 mln. Nu de allocatiepe­riode voor de producten in het fonds is afgelopen, zullen er geen nieuwe producten meer uitgegeven worden, waardoor de EIB het maximum van de garantieomvang kan vaststellen. Voor 2025 wordt de garantie voor Nederland geraamd op € 971,5 mln. (5,21% stemgewicht).De investeringsperiode van het garantiefonds liep tot 31 december 2021. Het fonds zal blijven bestaan totdat één van de volgende situaties zich voordoet: het fonds wordt opgeheven met een unaniem besluit van de deelnemende lidstaten, de onderliggende committeringen zijn verlopen of de einddatum van 31 december 2037 is bereikt. Aan het eind van de investeringsperiode zal de Contributors Committee op basis van een voorstel van de EIB bepalen of een verlaging van de garanties van de lidstaten passend is gegeven de dan uitstaande committeringen.Kans, impact en beheersing risico’sIndien het garantiefonds moet uitbetalen aan een garantiehouder, worden de lidstaten gevraagd om een deel van hun garanties om te zetten in een betaling zodat het garantiefonds aan haar verplichtingen kan voldoen. De verwachte netto verliezen van het fonds worden rond de 20% geschat. De EIB baseert zich hierbij op de gemiddelde netto verwachte verliezen in een conservatief scenario (23%) en een basis scenario (16.6%). De netto verwachte verliezen van 20% bestaan uit de verwachte verliezen op het portfolio inclusief de terugvorderingen (29.2%) plus alle kosten die voortkomen uit het opzetten en beheren van het fonds min de verwachte inkomsten.De EIB zal actief ex ante risicobeheer toepassen om de verwachte netto verliezen rond de 20% te houden en regelmatig rapporteren over de gerealiseerde en verwachte verliezen aan het zogeheten Contributors Committee van het EGF, waarin Nederland zitting heeft. Dit comité is verant­woordelijk voor de besluitvorming van het gebruik van de EGF garantie voor individuele operaties van de EIB en het EIF. Deze besluitvorming zal gebeuren op basis van een gekwalificeerde meerderheid. Dat wil zeggen dat 50% van de deelnemende lidstaten die minimaal twee derde van de totale bijdrages aan het EGF vertegenwoordigen, moet instemmen om een voorstel goed te keuren. Belangrijke strategische besluiten vereisen een supermeerderheid (50% van de deelnemende lidstaten goed voor 80% van de totale bijdrages). Vergaderingen van het comité zullen op oproepbasis plaatsvinden, minimaal één keer per jaar. Daarnaast doorlopen alle onder­liggende investeringsvoorstellen die door het fonds gegarandeerd worden de reguliere besluitvormingsprocedures bij de EIB of het EIF. Nederland is vertegenwoordigd in de Raad van Bewind van de EIB.Premiestelling en kostendekkendheidOpbrengsten van het garantiefonds (bestaande uit premies voor gebruik van de garanties) zullen in eerste instantie gebruikt worden om de uitvoe­ringskosten van het fonds te dekken. Eventuele resterende financiële voordelen van de garanties komen ten goede aan de lidstaten die hebben ingelegd in het fonds op pro-rata basis.48Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 17. European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)Doel en werking garantieregelingDe EBRD (ofwel de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling) is opgericht om de landen in Midden- en Oost-Europa en de voormalige Sovjet Unie bij te staan in hun transitie naar een democratie en naar een markteconomie. Inmiddels is het operatiegebied uitgebreid met een aantal Centraal-Aziatische landen en enkele landen in de Zuidoostelijk Mediterrane regio. Het mandaat van de EBRD is specifiek gericht op de transitie van (aanvankelijk ex-communistische) economieën naar markteconomieën met een robuuste private sector en integratie daarvan in de wereldeconomie. De EBRD wordt gefinancierd door kapitaal, waarvan zo’n 20% is ingelegd door de lidstaten (paid-in) en de rest wordt verstrekt in de vorm van garanties (callable capital). Dat laatste betreft het garantiekapitaal dat door deelnemende landen, waaronder Nederland, is afgegeven en kan worden ingeroepen in het geval de instelling niet meer kan voldoen aan haar financiële verplichtingen. Op basis van ingelegd kapitaal en garanties verstrekt door aandeelhouders, kan de EBRD financiering aantrekken op de kapitaalmarkt en deze financiering als leningen verstrekken aan voornamelijk de private sector. Voor 2025 wordt deze garantie voor Nederland geraamd op € 589,1 mln.Kans, impact en beheersing risico’sDe garantie kan alleen worden ingeroepen door de EBRD wanneer de EBRD niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen en de bank dus failliet dreigt te gaan. De kans dat dit gebeurt wordt als zeer klein aangemerkt. De optie om garantiekapitaal in te roepen op een internationale financiële instelling is nog nooit ter sprake geweest, ook niet in tijden van crises. De EBRD voert een prudent beleid. Het liquiditeit- en risicobeleid zijn conservatief. Hoewel de EBRD verliezen heeft geleden als gevolg van de oorlog in Oekraïne, is de kapitaalpositie nog altijd sterk, met een gezonde verhouding tussen de portfolio en de capaciteit om het risico in de portfolio te dragen. Het interne beleid t.a.v. kapitaaltoereikendheid is zeer prudent en erop gericht dat kapitaalgaranties nooit ingeroepen hoeven te worden. Om aan de eisen van kapitaaltoereikendheid te blijven voldoen terwijl de EBRD in Oekraïne blijft investeren, is de kapitaalbasis vn de EBRD met € 4 mld. verhoogd. Nederland droeg hier € 100 mln. aan bij. De externe kredietbeoordelingbu­reaus (Moody’s, S&P en Fitch) geven de EBRD allen een AAA/Aaa-rating. De EBRD heeft een zogenoemde Preferred Creditor Status. Tevens heeft het dagelijks bestuur van de EBRD een Audit comité dat de risico’s van de EBRD nauwgezet in de gaten houdt. Er is daarnaast een intern Audit comité dat toeziet op de kwaliteit van procedures en processen (deze rapporteert aan de president van de EBRD).Premiestelling en kostendekkendheidVoor deze garantie wordt geen premie ontvangen, waardoor er ook geen middelen worden gestort in een begrotingsreserve. Noch voor het ingelegde noch voor het oproepbare kapitaal wordt door de aandeel­houders een dividend of vergoeding gevraagd, aangezien zij het zonder winstbejag ten dienste van de gemeenschappelijke doelstellingen van de EBRD hebben gesteld. Rendementen op investeringen komen wel ten goede aan het eigen vermogen van de EBRD, welke de aandeel­houders, waaronder Nederland, toebehoort. Uit het eigen vermogen worden regelmatig (beperkt) middelen onttrokken met goedkeuring van de Raad van Gouverneurs, bijvoorbeeld voor het EBRD-fonds waaruit 49Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 onder andere technische assistentie-activiteiten worden betaald of het door de EBRD beheerde Chernobyl Shelter Fund. Tot op heden heeft er geen uitkering plaatsgevonden onder deze garantieregeling.18, 23, 26 en 27. Garanties uit hoofde van de marges in het EU-Eigen­middelenbesluit (European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM), Kredieten EU-betalingsbalanssteun (BoP-faciliteit), Next Generation EU (NGEU), Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE)Doel en werking garantieregelingenDe begroting van de EU wordt hoofdzakelijk gefinancierd door zogenoemde eigen middelen van de Unie. Sluitpost van deze eigen middelen is een nationale afdracht op basis van het bruto nationaal inkomen (bni) van de lidstaten. Voor iedere euro die de EU aanvullend uitgeeft naast wat er in de jaarlijkse EU-begroting wordt vastgesteld, worden de bijdragen van de lidstaten bepaald door het aandeel van hun bni in het totale bni van de EU.De omvang van de jaarlijkse begroting is gemaximeerd door de plafonds zoals die vastgelegd zijn in het Meerjarig Financieel Kader, vermeerderd met de toegestane uitgaven voor zogenoemde speciale instrumenten. Dit maximum voor de jaarbegroting vormt de basis voor de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU-begroting op de begroting van Buiten­landse Zaken (artikel 3.1).Om zeker te stellen dat de Europese Unie in staat is om aan al haar financiële verplichtingen te voldoen, wordt in het Besluit van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (het Eigenmiddelenbesluit) een jaarlijks maximum vastgelegd voor de eigen middelen die de Unie op mag vragen bij de lidstaten. Dit ligt hoger dan het hiervoor beschreven maximum voor de jaarlijkse begroting. In het Eigen­middelenbesluit, dat op 1 juni 2021 met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 in werking is getreden, is voorzien in een reguliere marge bovenop het maximum voor de jaarlijkse begroting en een tijdelijke aanvullende marge t/m 2058 ten behoeve van het Europees Herstelinstrument (NGEU). Deze marge dient voornamelijk als zekerheid voor de aflossings- en rente­verplichtingen op leningen die de Unie aan kan gaan. Deze leningen worden gebruikt om middelen te mobiliseren voor het verstrekken van financiële steun in buitengewone omstandigheden, in de vorm van leningen van de Unie aan lidstaten (op basis van artikel 143 en 122 van het Verdrag betreffende de Werking van de EU). Voor financiële steun in buitengewone omstandigheden kan moeilijk gebudgetteerd worden in de EU-begroting, dus mobiliseert de Unie de benodigde middelen door deze te lenen op de kapitaalmarkt of bij financiële instellingen. In het onwaarschijnlijke geval dat lidstaten de rente- en aflossingsverplichtingen op de aan hen verstrekte leningen niet tijdig aan de Unie voldoen, zal de Unie aanvullende eigen middelen opvragen bij de lidstaten, opdat de Unie zelf wel tijdig in staat zal zijn om de eigen rente- en aflossingsverplichtingen te kunnen voldoen.De risico’s voor de Nederlandse afdrachten aan de EU die daardoor ontstaan worden als garantieverplichting in de begroting opgenomen, uitgesplitst naar de specifieke instrumenten die de Europese Commissie machtigen om namens de Unie middelen te lenen. Die instrumenten zijn het mechanisme voor financiële ondersteuning van de betalingsbalansen van de lidstaten zonder de euro (Balance of Payments facility, BoP), het EFSM en het in 2020 nieuw opgerichte Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand als gevolg van de corona uitbraak (SURE) en het herstelinstrument voor de Europese Unie ter 50Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 ondersteuning van het herstel in de nasleep van de coronacrisis (NGEU). Voor NGEU gaat de Unie zowel leningen aan voor het verstrekken van leningen aan lidstaten als voor het financieren van uitgaven van Uniepro­gramma’s. De voor NGEU opgenomen garantieverplichting op de Finan­ciënbegroting heeft alleen betrekking op de middelen die gebruikt worden voor het verstrekken van leningen aan lidstaten, binnen de faciliteit voor herstel en veerkracht (Recovery and Resilience Facility, RRF). De aflossing en rente op de leningen die de Unie aangaat voor het financieren van uitgaven (voornamelijk via de RRF maar ook via andere Unieprogramma’s) zullen worden betaald via de EU-begroting. De gevolgen voor de Nederlandse begroting zijn vanaf 2028 meegenomen in de raming van de afdrachten aan de EU-begroting op de begroting van Buitenlandse Zaken.Voor alle instrumenten geldt dat het Nederlandse aandeel in de garant­stelling wordt bepaald door het aandeel van het Nederlandse bruto nationaal inkomen (bni) in het totale bni van de Europese Unie. Door veranderingen in dit aandeel zullen de garanties regelmatig moeten worden bijgesteld. De begroting zal hier op de standaard momenten voor worden bijgewerkt. De garanties brengen het totale (verwachte) risico voor Nederland over de looptijd van de instrumenten in kaart. Bij het opvragen van aanvullende afdrachten voor het voldoen van rente- en aflossingsver-plichtingen, kan de Commissie als voorlopige maatregel afwijken van een verdeling naar rato van het bni, als sommige lidstaten niet in staat zijn tijdig hun volledige bijdrage te leveren. In dat geval kan het voorkomen dat Nederland tijdelijk een hogere bijdrage levert dan op basis van het bni-aandeel verwacht wordt. Deze tijdelijke afwijking van bijdragen naar rato van het bni-aandeel wordt bij de eerstvolgende aanpassing van de EU-begroting hersteld. Om deze reden zal het Nederlandse risico, wat voor de gehele looptijd van de instrumenten wordt weergegeven, niet hoger zijn door deze tijdelijke afwijking van de bijdragen.European Financial Stabilisation MechanismHet EFSM is bedoeld om de financiële stabiliteit van de Europese Unie in stand te houden door financiële bijstand te verlenen aan lidstaten waarin sprake is van een feitelijke of ernstig dreigende economische of financiële verstoring die wordt veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen12, op basis van artikel 122.2 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Via het EFSM kan de Europese Unie leningen aan deze lidstaten verstrekken. Deze steun gaat gepaard met een economisch en financieel aanpassingsprogramma dat de lidstaat uitvoert. Het mechanisme kent geen einddatum, maar de verwachting is dat het EFSM niet meer zal worden gebruikt omdat voor niet-eurolanden de betalingsbalansfaciliteit beschikbaar is en voor eurolanden het ESM. Omdat verder gebruik van het mechanisme onwaarschijnlijk is wordt de garantie gebaseerd op de rente- en aflossingsverplichtingen op de momenteel voor het EFSM uitstaande Unieschuld (die is gebruikt voor het verstrekken van leningen aan Portugal en Ierland). Dit houdt ook in dat bij het aflossen van deze uitstaande schuld de garantie in omvang zal dalen. Omdat op basis van afspraken uit 2013 nog tot 2026 sprake kan zijn van het doorrollen van een deel van de uitstaande schuld, kunnen wijzigingen in de couponrentes tot die tijd nog voor wijzigingen in de hoogte van de garantie zorgen. Het Nederlandse aandeel in de garantie voor het EFSM wordt bepaald door het Nederlandse bni-aandeel in het bni van de EU plus het Verenigd Koninkrijk (VK), omdat het VK middels het 12 VERORDENING (EU) Nr. 407/2010 VAN DE RAAD van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme 51Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 terugtrekkingsakkoord tussen de EU en het VK nog aansprakelijk is voor de financiële verplichtingen die de Unie voor de financiering van het EFSM is aangegaan. Het Nederlandse aandeel in deze garantie wordt voor 2025 geraamd op € 2,7 mld. (inclusief rente).Kredieten EU-betalingsbalanssteun (BoP-faciliteit)De BoP-faciliteit is bedoeld voor niet-eurolanden met feitelijke of ernstig dreigende moeilijkheden in de betalingsbalans13, op basis van artikel 143 van het VWEU. Via de betalingsbalansfaciliteit kan de Europese Unie voor maximaal € 50 mld. aan leningen aan deze lidstaten verstrekken. Deze steun gaat gepaard met een herstelprogramma dat de lidstaat uitvoert. De faciliteit kent geen einddatum. Daarom wordt de garantie op de Nederlandse begroting gebaseerd op het maximale bedrag dat aan steun kan worden verleend, waarbij voor zowel de aflossing als voor de rente­betalingen op de door de Unie aangegane schuld een inschatting moet worden gemaakt. Op dit moment staat er onder de BoP een lening uit aan Letland (van voor de introductie van de euro in Letland in 2014), waarvoor het Nederlandse aandeel in de garantie wordt bepaald door het Nederlandse bni-aandeel in het bni van de EU plus het Verenigd Koninkrijk (VK), omdat het VK middels het terugtrekkingsakkoord tussen de EU en het VK nog aansprakelijk is voor de financiële verplichtingen die de Unie voor deze financiering is aangegaan. Voor toekomstige leningen onder de BoP zal dit niet gelden. Echter, de BoP wordt begroot op basis van de maximale uitleencapaciteit, waarvoor het Nederlandse bni-aandeel hierin wordt bepaald door het Nederlandse bni aandeel in het bni aandeel van de EU. Het Nederlandse aandeel in deze garantie wordt voor 2025 geraamd op € 3,9 mld. (inclusief rente).Next Generation EU (NGEU)NGEU is ingesteld in reactie op de coronacrisis en bedoeld om het herstel van de gevolgen ervan te ondersteunen14, op basis van artikel 122 van het VWEU. De Europese Commissie zal daartoe middelen lenen conform de gepresenteerde leenstrategie15 en deze deels gebruiken voor uitgaven in EU-programma’s en deels als leningen verstrekken aan lidstaten. Via NGEU kan de Europese Unie tot het eind van 2026 voor maximaal € 360 mld. (in prijzen van 2018) aan leningen verstrekken aan lidstaten en de daarvoor benodigde middelen zelf lenen. De garantie is gebaseerd op een raming van de uitstaande schuld en de renteverplichtingen, op basis van informatie van de Commissie. Omdat het moment van uitgifte van het schuldpapier van de Unie, de looptijd en de couponrente nog niet bekend zijn voor de volledige omvang van het instrument, is deze raming met veel onzekerheid omgeven. De raming wordt doorlopend aangepast aan de hand van de werkelijke schulduitgifte door de Unie. Aflossing van de schuld zal daarbij op termijn zorgen voor een daling van de garantie. Het Nederlandse aandeel in deze garantie wordt bepaald door het Nederlandse bni-aandeel in het bni van de EU en wordt voor 2025 geraamd op € 28,5 mld. (inclusief rente).13 VERORDENING (Europese Gemeenschap) Nr. 332/2002 VAN DE RAAD van 18 februari 2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten14 VERORDENING (EU) Nr. 2020/2094 VAN DE RAAD van 14 december 2020 tot vaststelling van een herstelinstrument van de Europese Unie ter ondersteuning van het herstel na de coronacrisis15 MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende een nieuwe financieringsstrategie voor de financiering van NextGenerationEU52Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE)SURE is in 2020 ingesteld in reactie op de coronacrisis en bedoeld om lidstaten te ondersteunen bij het financieren van hoofdzakelijk werktijd­verkortingsregelingen of soortgelijke maatregelen ter bescherming van werknemers en zelfstandigen, en zodoende voor het verminderen van werkloosheid en inkomensverlies, en in aanvulling daarop, voor de finan-ciering van sommige maatregelen op gezondheidsgebied, met name op de werkplek7 (op basis van artikel 122 van het VWEU). Via SURE kan de Europese Unie maximaal € 100 mld. leningen aan lidstaten verstrekken en de lidstaten staan hiervoor garant. De leningen konden tot het eind van 2022 worden verstrekt. Het Nederlandse aandeel in deze garantie wordt bepaald door het Nederlandse bni-aandeel in het bni van de EU en wordt voor 2025 geraamd op € 6,0 mld. (inclusief rente). De garantie wordt gebaseerd op de maximale uitleencapaciteit van SURE, inclusief rentelasten. De rentelasten zijn gebaseerd op de daadwerkelijke rentelasten van de desbetreffende uitstaande schuld van de Unie. Voor het gedeelte van SURE wat nog niet is uitgegeven, is dit gebaseerd op een raming op basis van informatie versterkt door de Commissie. Aflossing van de schuld zal daarbij op termijn zorgen voor een daling van de garantie aangezien SURE daarna niet opnieuw kan worden gebruikt. Voor SURE geldt dat ook een bilaterale garantie door de lidstaten aan de Unie is verstrekt. Dit was nodig omdat ten tijde van de besluitvorming over dit instrument onvoldoende zekerheid bestond over de hoogte van de marge onder het plafond voor de eigen middelen. Deze bilaterale garantie van de lidstaten bedraagt in totaal € 25 mld. (onderdeel van de totale omvang van SURE van € 100 mld.), waar Nederland voor 5,8% garant voor staat, en wordt alleen ingeroepen als de marge onder het plafond voor de eigen middelen onvoldoende is.Kans, impact en beheersing risico’sDe mogelijkheid om tot aan het plafond voor de eigen middelen aanvullende afdrachten op te vragen bij de lidstaten, geeft de Europese Unie aanvullende zekerheid dat zij aan haar financiële verplichtingen richting de kapitaalmarkt en financiële instellingen kan voldoen. De verwachting is echter dat de lidstaten die leningen van de Unie hebben ontvangen, deze ook terug kunnen betalen. Al deze leningen worden verstrekt met het oog op het voorkomen van economische en financiële schade dan wel het bespoedigen van economisch herstel. In het geval van BoP, EFSM en NGEU is het verstrekken van leningen voorwaardelijk aan het uitvoeren van een herstel- of aanpassingsprogramma. Bij SURE zijn de leningen voorwaardelijk aan de kosten die landen maken voor het stabiliseren van hun economie.Daarnaast kan de Europese Commissie een beroep op aanvullende afdrachten van de lidstaten aan de Unie voorkomen of beperken door zorgvuldig kasbeheer en het aanhouden van voldoende marges in de jaarlijkse begroting van de Unie.Een beroep op de lidstaten leidt tot aanvullende nationale afdrachten aan de Europese Unie en heeft daardoor een effect op zowel het Nederlandse EMU-saldo (Europese Monetaire Unie) als de EMU-schuld. Er is tot op heden geen beroep op aanvullende afdrachten voor lidstaten gedaan door de Unie.53Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Premiestelling en kostendekkendheidConform de verordeningen waarmee de instrumenten zijn opgericht en middels het Financieel Reglement16 dragen de lidstaten die de steun van de Unie ontvangen alle kosten die de Unie met betrekking tot financiële bijstand aan deze lidstaat heeft gemaakt.19 en 21. European Financial Stability Facility (EFSF) en European Stability Mechanism (ESM)Doel en werking garantieregelingIn 2010 is besloten tot de oprichting de EFSF en tot de oprichting van een permanent noodmechanisme, het ESM. Deze noodmechanismen verstrekken steun aan eurozonelanden in nood onder strikte voorwaarden. In 2025 staat Nederland naar verwachting voor maximaal € 34,2 mld. garant voor het EFSF en € 36,7 mld. voor het ESM. De noodfondsen ontvangen rentevergoedingen voor de verstrekte leningen. Het EFSF wordt in principe niet meer gebruikt voor het verstrekken van nieuwe stabiliteitssteun, maar beheert de nog uitstaande leningen aan Ierland, Portugal en Griekenland. Bij het beheer van de uitstaande leningen van het EFSF aan Griekenland is sprake van uitgestelde rentebetaling op een deel van de verstrekte leningen. Dit is het gevolg van schuldmaatregelen uit november 2012 en juni 2018. De uitgestelde rente (stand eind 2023: € 12,4 mld.) leidt ertoe dat de vordering van het EFSF op Griekenland t/m 2032 toeneemt. Deze rente wordt berekend op basis van de financieringskosten van het EFSF en is daardoor aan verandering onderhevig (zie ook premiestelling en kostendekkendheid).De aanpassing van de ESM-garantie in 2025 met ca. € 1,4 mld. betreft de uitgestelde actualisatie van de kapitaalsleutel van het ESM, noodzakelijk door de toetreding van Kroatië.Kans, impact en beheersing risico’sDe regeling betreft financiële steun aan landen middels een leningenpro­gramma met strikte voorwaarden die in tranches wordt uitgekeerd. De steun is erop gericht om zo spoedig mogelijk weer een houdbare financieel-economische positie te realiseren voor de lidstaat en weer toegang te verkrijgen tot de financiële markten.Op het moment dat een lidstaat, die steun uit het EFSF ontvangt, niet aan de betalingsverplichtingen aan het EFSF kan voldoen en als gevolg daarvan het EFSF haar schuldeisers niet meer kan betalen, zal Nederland naar rato van zijn aandeel in de garantie moeten bijdragen aan de rentebetalingen en de aflossing aan de schuldeisers van het EFSF. Als andere landen die garanties hebben verleend op dat moment niet in staat zijn hun bijdrage aan het EFSF te voldoen, dan zal Nederland (samen met andere lidstaten) hier ook (naar rato) voor moeten betalen, tot maximaal de verstrekte garantie (165% van het Nederlandse aandeel in de garantie voor de hoofdsom en renteverplichtingen op de uitstaande schuld van het EFSF). Het EFSF krijgt hierbij een vordering op de in gebreke blijvende garanderende lidstaat. Zodra het EFSF garanties inroept heeft dit dus effect op het Nederlandse EMU-saldo en de EMU-schuld.16 VERORDENING (EU, EURATOM) Nr. 966/2012 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (Europese Gemeenschap, Euratom) nr. 1605/200254Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Het ESM kent een andere structuur, waardoor de risico’s voor landen die garanties verstrekken zijn ingeperkt. Indien lidstaten die steun hebben ontvangen uit het ESM niet in staat zijn om aan de betalingsverplichtingen aan het ESM te voldoen en als gevolg daarvan het ESM haar schuldeisers niet meer kan betalen, dan zal het ESM deze verliezen moeten opvangen. Het ESM zal dan eerst putten uit het reservefonds, daarna uit het ingelegd kapitaal en als laatste optie pas het oproepbaar kapitaal (garanties) bij lidstaten oproepen. Als andere garanderende landen op dat moment niet in staat zijn hun bijdrage aan het ESM te voldoen, dan zal Nederland (samen met andere lidstaten) hier ook (naar rato) voor moeten betalen, tot maximaal het bij Nederland oproepbare kapitaal. Het ESM krijgt hierbij een vordering op de in gebreke blijvende garanderende lidstaat. Naast deze opzet, worden de risico’s beheerst doordat het ESM een preferente schuldei­serstatus (Preferred Creditor Status) kan claimen over andere crediteuren (behalve ten opzichte van het IMF). Zodra het ESM garanties inroept, heeft dit ook effect op het Nederlandse EMU-saldo en de EMU-schuld.Premiestelling en kostendekkendheidDe rente die de verschillende programmalanden momenteel betalen aan het ESM en het EFSF is afhankelijk van de rente waarvoor het EFSF/ESM op de geld- en kapitaalmarkt leent (zogenoemde cost of funding). Het verschuldigde rentepercentage is voor het grootste deel van de leningen een samenstelling van de rente die het EFSF/ESM betaalt voor obligatie-uitgiftes met verschillende looptijden (in de zogenaamde funding pool). Op basis van de op de markt aangetrokken middelen berekent het EFSF/ESM op dagbasis de gemiddelde financieringskosten, welke worden doorbe­rekend aan de programmalanden. Daarnaast betalen lidstaten die steun ontvangen van het EFSF/ESM aan het EFSF/ESM bij ontvangst van een lening een service fee van 50 basispunten, jaarlijks een service fee van 0,5 basispunten en in bepaalde gevallen een commitment fee. Lidstaten betalen aan het ESM ook nog een renteopslag, waarbij de hoogte afhangt van het gekozen instrument. De exacte opslagen zijn vastgelegd in de beprij­zingsrichtsnoer van het ESM. De renteopslag van het EFSF is vastgesteld op nul basispunten.20. European Investment Bank (EIB)Doel en werking garantieregelingDe EIB (Europese Investeringsbank) heeft tot taak bij te dragen aan een evenwichtige en ongestoorde ontwikkeling van de interne markt in het belang van de EU door middel van een beroep op de kapitaalmarkten en op haar eigen middelen. Op basis van kapitaal en garanties van de lidstaten leent de EIB op de kapitaalmarkt, waarmee het middelen genereert voor investeringen in zowel de publieke als de private sector. Voor 2025 wordt deze garantie voor Nederland geraamd op € 11,8 mld.Kans, impact en beheersing risico’sGaranties kunnen alleen worden ingeroepen door de EIB op het moment dat de EIB niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. De kans dat dit gebeurt wordt echter als zeer klein aangemerkt, omdat de EIB een zeer prudent risicobeleid voert dat als doel heeft kapitaalgaranties nooit te hoeven inroepen. De optie om garantiekapitaal in te roepen op een internationale financiële instelling is nog nooit ter sprake geweest, ook niet in tijden van crises (bijvoorbeeld de mondiale financiële crisis van 2008). Het leenportfolio van de EIB functioneert historisch gezien goed. De externe kredietbeoordelingbureaus (Moody’s, S&P en Fitch) geven de EIB allen een AAA/Aaa-rating. Deze sterke rating is een reflectie van de 55Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 kwalitatief hoogwaardige portefeuille van de EIB en de steun van de aandeelhouders, en met name van de meest kredietwaardige aandeel­houders met een AAA/Aaa rating zoals Nederland en Duitsland. De EIB heeft geen winstmotief en hecht veel waarde aan de AAA-status die de instelling in staat stelt voordelig te lenen op de kapitaalmarkt. De EIB heeft een zogenoemde Preferred Creditor Status. Tevens heeft de Raad van Bewind van de EIB een risicocomité dat de risico’s van de bank in de gaten houdt. Bij afwezigheid van extern toezicht heeft de EIB in de Best Banking Practice (BBP) Guiding Principles de uitgangspunten vastgelegd waaraan de EIB moet voldoen ten aanzien van governance, prudentieel beheer en interne en externe rapportage. Daarnaast leggen de BBP Guiding Principles vast dat de EIB zich aan alle voor commerciële banken relevante regelgeving moet houden, of moet uitleggen wanneer deze regelgeving voor de EIB niet relevant is. Eén van de hoofdtaken van het Audit Comité is om op de uitvoering van deze BBP toe te zien.Zoals besloten in 2019, is op het moment van de brexit het Britse kapitaal vervangen door een garantieverhoging vanuit de resterende aandeelhouders en hebben Polen en Roemenië hun aandeel in het kapitaal verhoogd. Als gevolg hiervan is de Nederlandse garantie in de EIB toegenomen met € 1,9 mld. tot € 11,8 mld. in 2020. Dit is ook de geraamde hoogte van de garantie in 2025.Premiestelling en kostendekkendheidVoor deze garantie wordt geen premie ontvangen, waardoor er ook geen middelen worden gestort in een begrotingsreserve. Noch voor het ingelegde noch voor het oproepbare kapitaal wordt door de aandeel­houders/lidstaten een dividend of vergoeding gevraagd, aangezien zij het zonder winstbejag ten dienste van de gemeenschappelijke doelstellingen van de EIB/EU-lidstaten hebben gesteld. Rendementen op investeringen komen wel ten goede aan het eigen vermogen van de EIB. Zou de EIB ooit worden opgeheven dan zou dit eigen vermogen terugstromen naar de aandeelhouders. Tot op heden heeft er geen uitkering plaatsgevonden onder deze garantieregeling, wel zijn de eigen middelen in het verleden ingezet als vervanging van een kapitaalstorting vanuit de lidstaten bij een kapitaalverhoging (zoals bij de vervanging van het Britse kapitaal).22. Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB)Doel en werking garantieregelingIn december 2022 heeft de Raad ingestemd met het wetgevingspakket voor macro-financiële bijstand (hierna: MFB+) aan Oekraïne in 2023 van € 18 mld. in concessionele leningen met lange looptijden.17 De volledige € 18 mld. is inmiddels uitgekeerd. Zoals gebruikelijk bij MFB leent de Commissie namens de Unie middelen bij financiële instellingen en op de kapitaalmarkt en leent zij deze middelen door aan Oekraïne. MFB is een bestaand financieel instrument van de EU, waarbij financiële steun wordt verleend aan partnerlanden in de directe omgeving van de EU die met een betalingsbalanscrisis worden geconfronteerd. Doorgaans bestaat deze MFB-steun uit het verstrekken van leningen die worden gegarandeerd door een bestaand garantiefonds op de EU-begroting.17 Kamerstukken II 2022-2023, 21 501-07, nr. 191656Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Om zeker te stellen dat de Europese Unie in staat is om aan haar financiële verplichtingen richting de markt te voldoen, is de MFB gegarandeerd via de daarvoor beschikbare ruimte onder de plafonds zoals die zijn opgenomen in het Eigenmiddelenbesluit (de zogenoemde headroom). Dit gebeurt pro rata op basis van het bni-aandeel van een lidstaat in het bni van de Unie. Bij het huidige bni-aandeel (2024) van Nederland van 6,1% betreft dit een garantie van € 1,089 mld. Bij wijzigingen in het bni-aandeel zal in de toekomst ook de omvang van de garantie wijzigen.De rente die Oekraïne betaalt, wordt gesubsidieerd door de EU-lidstaten via aanvullende bijdragen aan de EU-begroting. De rente op de leningen vereist daarom geen garantie.Kans, impact en beheersing risico’sVanwege de huidige oorlogssituatie in Oekraïne en de onduidelijkheid over het verloop van het conflict, is er een reëel risico dat de lening gedeeltelijk (of niet) terugbetaald wordt. Tegelijkertijd is het doel van MFB om de macro-economische stabiliteit in Oekraïne te bewaken hetgeen eraan bijdraagt dat Oekraïne op langere termijn in staat is om de leningen ook terug te betalen. In het geval van eventuele schade haalt de Commissie, conform het Eigen­middelenbesluit, aanvullende middelen op bij de lidstaten. Voor Nederland gaat het daarbij om een maximaal bedrag van € 1,089 mld. (onder voorbehoud van wijzigingen in het bni-aandeel). Tussen de Commissie en Oekraïne is een leenovereenkomst gesloten waarin afspraken zijn opgenomen over onder andere het terugbetalingsschema. Op termijn zal bij terugbetalingen van de leningen door Oekraïne ook de omvang van de garantie afnemen.De Commissie informeert het Europees Parlement en de Raad regelmatig over de voortgang van de MFB, de economische situatie en vooruitzichten van Oekraïne en de voorwaarden die zijn vastgelegd. Daarnaast informeert de Commissie het Europees Parlement en de Raad als er ontwikkelingen zijn, bijvoorbeeld wanneer de middelen zijn uitgekeerd.Premiestelling en kostendekkendheidVoor deze garantie ontvangt Nederland geen premie, aangezien deze uit solidariteit met Oekraïne wordt verstrekt.24. Bilaterale garantie Macro-Financiële Bijstand (MFB)Doel en werking garantieregelingOp 20 september 2022 heeft de Raad van de Europese Unie het voorstel voor additionele macro-financiële bijstand (MFB) van € 5 mld. aan Oekraïne aangenomen18. Zoals gebruikelijk bij MFB leent de Commissie namens de Unie middelen bij financiële instellingen en op de kapitaalmarkt en leent zij deze middelen door aan Oekraïne. MFB is een bestaand financieel instrument van de EU, waarbij financiële steun wordt verleend aan partner­landen in de directe omgeving van de EU die met een betalingsbalanscrisis worden geconfronteerd.Oekraïne heeft aangegeven zo snel mogelijk financiële steun nodig te hebben, mede vanwege de sterke daling van de internationale reserves en omdat al verleende steun door andere landen en de internationale financiële instellingen onvoldoende is om het financieringstekort te dekken. 18 Kamerstukken II 2021-2022, 22 112, nr. 352057Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Steun aan de Oekraïense overheid is nodig om de basisvoorzieningen in stand te houden en financiële stabiliteit te bevorderen. Daarnaast is het verlenen van financiële steun aan Oekraïne een essentiële voorwaarde voor het land om in de oorlog sterk te blijven staan en invulling te geven aan zijn legitieme recht op zelfverdediging tegen de Russische agressie.Kans, impact en beheersing risico’sVanwege de huidige oorlogssituatie in Oekraïne en de onduidelijkheid over het verloop van het conflict, is er een reëel risico dat de lening gedeeltelijk (of niet) terugbetaald wordt. De Commissie heeft daarom een garantstelling van 70% van de totale lening voorgesteld in plaats van de reguliere 9%. De hoogte van dit garantstellingspercentage is onder meer gebaseerd op de marktprijs van Oekraïense staatsobligaties, de kredietwaardigheid, een schuldhoudbaarheidsanalyse, de preferente status van de EU en de verwachte looptijd van de leningen. De Commissie zal de hoogte van het benodigde garantstellingspercentage van 70% vanaf 30 juni 2023 elke 6 maanden tegen het licht houden en zo nodig (neerwaarts) aanpassen.De Commissie legt op de EU-begroting een voorziening aan voor de eerste 9% aan eventuele schade. Daarnaast worden aanvullende nationale garanties van lidstaten gevraagd die optellen tot 61% van de totale lening. Dit betreffen pro rata garanties op basis van het bni-aandeel van een lidstaat. De lidstaten zijn alleen verantwoordelijk voor hun eigen aandeel in het geval dat schade op de leningen zich voordoet. Voor Nederland gaat het bij een bni-aandeel van ca. 6,1% om een maximaal bedrag van € 215,4 mln. Deze garantie van Nederland aan de EU-begroting wordt weergegeven op artikel 4 (internationale financiële betrekkingen).De Commissie informeert de lidstaten ieder kwartaal over de uitstaande leningen, de geplande aflossing en de rentebetalingen. De Commissie zal het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een rapport sturen met een beoordeling van de implementatie van de MFB. Dit rapport zal onder meer ingaan op de voortgang van de MFB, de economische situatie en vooruitzichten van Oekraïne en de voorwaarden die worden vastgelegd in de Memorandum of Understanding (MoU). Daarnaast informeert de Commissie het Europees Parlement en de Raad als er ontwikkelingen zijn, bijvoorbeeld wanneer de middelen zijn uitgekeerd. Eventuele recuperaties van Oekraïne zal de Commissie terugbetalen aan de lidstaten naar rato van de inleg van lidstaten.Premiestelling en kostendekkendheidVoor deze garantie ontvangt Nederland geen premie, aangezien deze uit solidariteit met Oekraïne wordt verstrekt.25. Wereldbank Groep - Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA)Doel en werking garantieregelingHet Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) ondersteunt de private sector bij het verzekeren van investeringen in lage- en middeninko­menslanden. Op basis van ingelegd kapitaal en garanties verstrekt door aandeelhouders, kan MIGA activiteiten financieren. Voor 2025 wordt deze garantie geraamd op € 30,9 mln.Kans, impact en beheersing risico’sMIGA voert prudent risicobeleid. De kans dat de garantie wordt ingeroepen door MIGA is laag. Sinds de oprichting van MIGA in 1988 is er in slechts enkele gevallen overgegaan tot uitkering van schade. De overige 58Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 gevallen van (potentiële) claims zijn opgelost door middel van settlement. Leverage die de Wereldbank Groep heeft op overheden speelt hierbij een belangrijke rol.Premiestelling en kostendekkendheidVoor de garantie wordt geen premie ontvangen, waardoor er ook geen middelen gestort worden in een begrotingsreserve. De financiële voordelen van de garantie aan MIGA worden doorberekend in de verzekeringspro­ducten, waarmee het bijdraagt aan de realisatie van de beleidsdoelstel­lingen van MIGA.28 en 29. Wereldbank Groep - International Bank for Reconstruction and Development (IBRD) garantie kapitaal en IBRD garantie OekraïneDoel en werking garantieregelingDe International Bank for Reconstruction and Development (IBRD, oftewel de Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling) is het Wereld­bankonderdeel dat leningen verstrekt aan middeninkomenslanden. De IBRD functioneert als een coöperatieve bank, waarvan landen aandeelhouder zijn. Op basis van ingelegd kapitaal en garanties verstrekt door aandeel­houders, kan de IBRD financiering aantrekken op de kapitaalmarkt en deze financiering als leningen verstrekken aan klantlanden. Voor 2025 wordt het Nederlandse garantiekapitaal aan de IBRD geraamd op € 5,4 mld.Onder de IBRD vallen twee garantieregelingen, waarvan één specifiek bedoeld voor begrotingssteun aan Oekraïne. Nederland heeft hiervoor in 2022 een garantie van € 100 mln. verstrekt aan de Wereldbank. De Wereldbank wordt daardoor in staat gesteld additionele financiering te verlenen aan Oekraïne.Kans, impact en beheersing risico’sDe garanties kunnen alleen worden ingeroepen door de IBRD op het moment dat de IBRD niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen en failliet dreigt te gaan. De kans dat dit gebeurt, wordt als zeer klein aangemerkt. De optie om garantiekapitaal in te roepen is bij de interna­tionale financiële instellingen nog nooit ter sprake geweest, zelfs niet in tijden van crises (bijvoorbeeld de mondiale financiële crisis van 2008). De IBRD voert namelijk een prudent beleid met als expliciet doel het risico op een «call on capital» te minimaliseren en het risicobeleid van de IBRD is conservatief. De Wereldbank Groep opereert mondiaal waardoor de portefeuille goed gediversifieerd is. De externe kredietbeoordelingbureaus (Moody’s, S&P en Fitch) geven de IBRD allen een AAA/Aaa-rating (stabiel). IBRD heeft geen winstmotief en hecht veel waarde aan de AAA-status die de instelling in staat stelt voordelig te lenen op de kapitaalmarkt. Tevens heeft de IBRD een zogenoemde ‘Preferred Creditor Status’. Dit houdt in dat lenende landen de IBRD voorrang verschaffen bij betaling indien zij moeite hebben om aan hun verplichtingen te voldoen.Premiestelling en kostendekkendheidVoor deze garanties worden geen premies ontvangen, waardoor er ook geen middelen gestort worden in een begrotingsreserve. De financiële voordelen van de garantie aan IBRD worden door de IBRD middels betere leenvoorwaarden doorberekend aan de klantlanden, waarmee het bijdraagt aan de realisatie van de door IBRD opgelegde beleidsdoelstellingen. Het instellen van een premie zou de bijdrage van de IBRD aan het maatschap­pelijke doel verminderen. Tot op heden heeft er geen uitkering plaatsge­vonden aan IBRD onder deze garantieregelingen.59Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 30. Oekraïne FaciliteitDoel en werking garantieregelingDe Europese Raad heeft op 1 februari 2024 ingestemd met de oprichting van de Oekraïne-faciliteit, om Oekraïne te kunnen voorzien van meerjarige financiële steun. Het steunpakket bestaat uit € 33 mld. aan leningen die worden gefinancierd middels een garantie binnen de zogeheten headroom van het Eigenmiddelenbesluit. Hierbij leent de Commissie als onderdeel van de totale schulduitgifte van de Unie in een gediversifieerde financierings-strategie middelen bij de financiële instellingen en op de kapitaalmarkt. Vervolgens worden leningen aan Oekraïne verstrekt.Het Nederlandse aandeel in de garantie zal een omvang hebben van het Nederlandse bni-aandeel in het EU-bni. Bij het huidige bni-aandeel van Nederland van 6,1% betreft dit een garantie van € 1,947 mld. Bij wijzigingen in het bni-aandeel zal in de toekomst ook de omvang van de garantie wijzigen.Kans, impact en beheersing risico'sVanwege de huidige oorlogssituatie in Oekraïne en de onduidelijkheid over het verloop van het conflict, is er een reëel risico dat de lening gedeeltelijk (of niet) terugbetaald wordt. Het is belangrijk om de betreffende Oekraïne-faciliteit integraal te blijven bezien met eerdere financiële steun aan Oekraïne, waaronder de MFB van 2023 en 2022. Schade op een van de uitstaande leningen kan gevolgen hebben op de overige uitstaande leningen. Tegelijkertijd is het doel van de Oekraïne-faciliteit onder andere om de macro-economische stabiliteit in Oekraïne te bewaken hetgeen eraan bijdraagt dat Oekraïne op langere termijn in staat is om de leningen ook terug te betalen.In het geval Oekraïne niet in staat zou blijken de verstrekte leningen aan de Unie af te lossen, zal de Commissie, conform het Eigenmiddelenbesluit, aanvullende middelen ophalen bij de lidstaten. Voor Nederland gaat het daarbij om een maximaal bedrag van € 1,947 mld. (onder voorbehoud van wijzigingen in het bni-aandeel). Tussen de Commissie en Oekraïne wordt een leenovereenkomst gesloten waarin afspraken worden opgenomen over onder andere het terugbetalingsschema. Op termijn zal bij terugbetalingen van de leningen door Oekraïne ook de omvang van de garantie afnemen.Het respecteren en behouden van effectieve democratische mechanismen, zoals een meerpartijenstelsel en rechtsstatelijkheid, en het respecteren van mensenrechten zijn randvoorwaarden voor steun van de faciliteit. De Commissie monitort de vervulling van deze randvoorwaarden voordat betalingen worden verricht. Daarnaast worden in een kaderovereenkomst tussen de Commissie en Oekraïne, passend bij de oorlogssituatie, afspraken opgenomen over rapportage en audit van middelen in het kader van de faciliteit, als ook het voorkomen, onderzoeken en corrigeren van onregelma­tigheden, fraude, corruptie en belangenconflicten.Premiestelling en kostendekkendheidVoor deze garantie ontvangt Nederland geen premie, aangezien deze uit solidariteit met Oekraïne wordt verstrekt.60Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 31. Exportkredietverzekering Doel en werking garantieregelingDe Nederlandse Staat biedt de mogelijkheid voor het verzekeren van betalingsrisico’s verbonden aan het handels- en dienstenverkeer met het buitenland. Het productenassortiment van de exportkredietverzeke­ringsfaciliteit (ekv-faciliteit) omvat momenteel onder andere de kapitaal­goederenverzekering, financieringsverzekering, koersrisicoverzekering en verzekering van garanties. In de tabel ‘Overzicht verstrekte garanties’ wordt naast het verplichtingenplafond van € 10 mld. een verwachte afloop van € 10 mld. structureel opgenomen. De exacte omvang van de aangegane en vervallen verplichtingen is na afloop van een begrotingsjaar bekend en wordt verantwoord in het jaarverslag van het ministerie van Financiën.Kans, impact en beheersing risico’sDe randvoorwaarden voor de afgifte van verzekeringen worden voortdurend gemonitord en indien nodig aangepast, opdat alleen aanvaardbare risico’s worden geaccepteerd. Het risicoprofiel van de bestaande ekv-portefeuille en van nieuwe aanvragen wordt daarom nauwlettend gevolgd door het ministerie van Financiën met behulp van een uitgebreid risicokader.Voor de ekv is in de begroting een bedrag van € 10 mld. opgenomen als plafond, wat het bedrag inhoudt waarvoor de Staat jaarlijks nieuwe verplich­tingen kan aangaan (brutoplafond). De afgelopen jaren is dit plafond niet knellend geweest, zodat er naar verwachting voldoende ruimte zal zijn voor het aangaan van de door Nederlandse exporteurs gevraagde verzekeringen.Premiestelling en kostendekkendheidInternationaal is om concurrentieverstoring te voorkomen afgesproken dat ekv-faciliteiten over een middellange periode kostendekkend moeten zijn. Dat betekent dat op de middellange termijn de premie-inkomsten voldoende moeten zijn om de uitvoeringskosten en de netto schade-uitkeringen (inclusief de recuperaties) te dekken. De participanten van de Arrangement – de internationale afspraken ten aanzien van exportkre­dietverzekeringen – stellen hiertoe minimumpremies op, die in Europese regelgeving zijn verankerd. Nederland monitort de kostendekkendheid met een intern ontwikkeld model: bedrijfseconomische resultaatbepaling. Voor het geheel aan exportkredietverzekeringen is een begrotingsreserve beschikbaar van € 691,6 mln. ultimo 2023.Zowel uitgaven als inkomsten van de ekv zijn lastig te ramen en in de loop van een jaar niet of nauwelijks met beleidsmaatregelen te beïnvloeden. De schades kunnen in een jaar hoog oplopen, gegeven het uitstaande risico van circa € 17,9 mld. ultimo 2023.LeningenLening TenneTDe Nederlandse Staat heeft begin 2024 een aandeelhouderslening aan TenneT verstrekt van € 25 miljard voor 2024 en 2025. Dit betreft een overbrugging tot het moment dat TenneT Duitsland verkocht is, of totdat er een andere lange termijn oplossing voor de financiering van TenneT is gevonden. TenneT mag de lening gedurende deze periode in maandelijkse tranches opnemen en kan daarbij maandelijks aangeven welke looptijd zij wil, waarbij de maximale looptijd 16 jaar is. Terugbetaling van de lening gaat 61Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 op z'n vroegst lopen vanaf 2030. Echter, indien TenneT Duitsland verkocht wordt, worden de opbrengsten gebruikt om de lening zo veel mogelijk eerder af te lossen.TenneT betaalt een marktconforme rente over de lening. Daarnaast betaalt TenneT twee additionele vergoedingen. Dit betreft een vaste vergoeding in 2024 en 2025 en een vergoeding over het gehele ongebruikte deel van het toegezegde bedrag gedurende de periode dat de leenfaciliteit open staat (2 jaar).Door het uitblijven van de volledige verkoop van TenneT Duitsland heeft TenneT een additionele leningsfaciliteit nodig om haar credit rating te behouden en te voldoen aan marktvereisten. De leningsfaciliteit is daarom opgehoogd met € 2,3 mld. voor 2025 en uitgebreid met € 17,1 mld. voor 2026. Ook over deze additionele lening ontvangt de Staat een marktconforme rente met additionele vergoedingen.Lening GriekenlandIn 2010 had Griekenland als eerste land van de eurozone problemen om zichzelf te blijven financieren op de markt. Als gevolg daarvan is besloten de lidstaten van de eurozone samen met het IMF tot het verlenen van financiële steun door het verstrekken van bilaterale leningen. Deze zogenaamde Greek Loan Facility (GLF) bestond oorspronkelijk uit € 80 mld. aan bilaterale leningen van de landen van de eurozone en € 30 mld. van het IMF. In juli 2011 is besloten om de nog niet uitgekeerde leningen uit de GLF over te hevelen naar het EFSF. Vanuit de bilaterale leningen in het GLF is € 52,9 mld. uitgekeerd aan Griekenland. Het Nederlandse aandeel in de GLF was in totaal € 3,2 mld. Sinds 2012 zijn geen nieuwe leningen meer verstrekt en is Griekenland in 2020 gestart met het terugbetalen van de leningen. Eind 2023 bedraagt het Nederlandse aandeel in de GLF € 2,4 mld.Lening OekraïneNederland heeft in 2022 een bilaterale lening verstrekt van € 200 mln. aan Oekraïne via een speciale kredietlijn van het IMF. Deze begrotingssteun zal een bijdrage leveren aan Oekraïense inspanningen om de dagelijkse uitgaven te financieren en daarmee de economie draaiende te houden. De lening neemt na een respijtperiode van 4,5 jaar na uitgifte af middels halfjaarlijkse terugbetalingen. Het bedrag moet 10 jaar na uitgifte terug zijn betaald.62Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 3. Beleidsartikelen (Financiën)Artikel 1 BelastingenA. Algemene doelstellingHet genereren van inkomsten voor de financiering van overheidsbeleid. Solide, eenvoudige en fraudebestendige fiscale wet- en regelgeving is hiervoor de basis. Doeltreffende en doelmatige uitvoering door de Belas­tingdienst van die wet- en regelgeving dragen bij aan de bereidheid van burgers en bedrijven om hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst na te komen (compliance).Onder ‘compliance’ verstaat de Belastingdienst dat burgers en bedrijven bereid zijn hun wettelijke fiscale verplichtingen ten aanzien van de Belas­tingdienst structureel uit zichzelf na te komen. De term ‘bereidheid’ geeft aan dat de Belastingdienst ernaar streeft dat belastingplichtigen uit zichzelf fiscale regels naleven, zonder (dwingende en kostbare) acties van de kant van de Belastingdienst. Als burgers en bedrijven hun wettelijke verplich­tingen nakomen, dan komt belastinggeld de staatskas binnen zoals de wetgever beoogt.B. Rol, verantwoordelijkheid en beleidsinformatieDe minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een regisserende rol op het terrein van de fiscaliteit. Daarbij gaat het om:–het te voeren fiscale beleid;–het opstellen van fiscale wet- en regelgeving;–het internationaal behartigen van de Nederlandse fiscale belangen.De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een uitvoerende rol op het terrein van:–de heffing en inning van de rijksbelastingen–de heffing en inning van de premies werknemers- en volksverzeke­ringen;–de heffing en inning van de inkomensafhankelijke bijdragen Zorgverze­keringswet;–de heffing en inning voor derden van een aantal belastingen, heffingen en overige vorderingen;–handhavingstaken op het gebied van de economische ordening en financiële integriteit.Op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) en de Invorde­ringswet 1990 voert de Belastingdienst de heffing en inning van de rijksbe­lastingen uit. Op grond van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten voert de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de handhavingstaken uit op het gebied van de economische ordening en financiële integriteit.De minister bevordert, door inzet van de Belastingdienst, naleving van wet- en regelgeving door passende dienstverlening te leveren, massale processen juist en tijdig uit te voeren, adequaat toezicht uit te oefenen en waar nodig naleving bestuurs- of strafrechtelijk af te dwingen.Aanvullende beleidsinformatie, zoals de strategie, doelen en prestatie-indicatoren van de Belastingdienst zijn te vinden in onderdeel F2 van dit artikel.63Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 C. BeleidswijzigingenIn de beleidsagenda zijn de beleidsvoornemens van de Belastingdienst opgenomen. Uitgangspunt is dat deze bijdragen aan een Belastingdienst waarin burgers en bedrijven vertrouwen hebben en waar medewerkers trots op zijn. De strategische doelen waarlangs we dit willen bereiken zijn:–verbinden met de samenleving;–basis op orde brengen en houden;–continue verbeteren van onze dienstverlening, toezicht en opsporing;–werken met plezier en vanuit vakmanschap.In paragraaf F1 wordt nader ingegaan op de fiscale beleidswijzigingen.64Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Belastingen (bedragen x € 1.000)Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen3.368.2524.838.6033.547.3623.731.1013.392.6503.377.6583.372.154Uitgaven3.345.2654.053.7503.682.0003.562.8323.519.8623.490.9213.487.647(1) Apparaatsuitgaven3.192.7263.591.2273.605.8843.489.0913.435.1633.424.5023.417.789waarvan: Uitvoering fiscale wet- en regelgeving en douanetaken Caribisch Nederland18.08018.00018.00018.00018.00018.00018.000Personele uitgaven2.767.3353.127.2133.088.9993.015.3892.972.3142.963.6632.956.950Eigen personeel2.272.5722.584.8452.678.0712.632.3992.611.0732.622.7432.626.172Inhuur externen481.069515.465369.268337.507326.106324.214321.875Overig personeel13.69426.90341.66045.48335.13516.7068.903Materiële uitgaven425.391464.014516.885473.702462.849460.839460.839ICT33.78539.83637.50339.50232.91730.90730.907Bijdrage aan SSO's288.822326.458388.481345.373341.063341.063341.063Overig materieel102.78497.72090.90188.82788.86988.86988.869(2) Programma-uitgaven152.539462.52376.11673.74184.69966.41969.858Garanties134181181181181181181Garantie procesrisico's134181181181181181181Bijdrage aan ZBO's/RWT's15.15115.33313.99913.99913.99913.99913.999Waarderingskamer2.4032.4892.4892.4892.4892.4892.489Kadaster2.0072.9332.9332.9332.9332.9332.933Kamer van Koophandel119341341341341341341Overige bijdrage ZBO's/RWT's10.6229.5708.2368.2368.2368.2368.236Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties2.6372.7873.3873.3873.3873.3873.387Internationale Douaneraad264000000Overige (inter)nationale organisaties2.3732.7873.3873.3873.3873.3873.387Opdrachten378.004410.149391.097386.247390.039373.597373.574ICT opdrachten316.886345.669330.721327.648324.561305.923305.900Overige opdrachten61.11864.48060.37658.59965.47867.67467.674Bijdrage aan agentschappen19.18812.88912.88912.87712.87712.87712.877Bijdrage Logius3.5504.2874.2874.2754.2754.2754.275Bijdrage overige agentschappen15.9638.6028.6028.6028.6028.6028.602(Schade)vergoeding18.16530.62328.38516.3856.3856.3856.385(Schade)vergoedingen12.65727.23124.99312.9932.9932.9932.993Vergoeding proceskosten5.5093.3923.3923.3923.3923.3923.392Rente130.159424.31693.14978.36678.66773.01576.277Belasting- en invorderingsrente130.159424.31693.14978.36678.66773.01576.277Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken‒ 410.900‒ 433.755‒ 466.971‒ 437.701‒ 420.836‒ 417.022‒ 416.822Toerekening uitgaven aan Douane‒ 203.543‒ 215.786‒ 219.419‒ 219.393‒ 219.438‒ 219.509‒ 219.50965Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Omschrijving2023202420252026202720282029Toerekening uitgaven aan Toeslagen‒ 207.357‒ 217.969‒ 247.552‒ 218.308‒ 201.398‒ 197.513‒ 197.313Ontvangsten (3) + (4)215.182.901217.796.185204.142.129223.177.796234.683.374246.998.042257.425.533Programma-ontvangsten (3)215.070.349217.688.927204.050.740223.095.178234.600.662246.915.232257.342.723waarvan: Belastingontvangsten213.727.442216.185.397202.574.477221.654.998233.206.281245.645.503256.075.432Bekostiging233.069230.864230.864230.864230.864230.864230.864Doorbelasten kosten vervolging233.069230.864230.864230.864230.864230.864230.864Rente848.9051.034.0251.006.758970.675924.876800.224797.786Belasting- en invorderingsrente848.9051.034.0251.006.758970.675924.876800.224797.786Boetes en schikkingen260.934238.641238.641238.641238.641238.641238.641Ontvangsten boetes en schikkingen260.934238.641238.641238.641238.641238.641238.641Apparaatsontvangsten (4)112.552107.25891.38982.61882.71282.81082.810Tabel 12 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen3.368.2524.838.6033.547.3623.731.1013.392.6503.377.6583.372.154waarvan garantieverplichtingen‒ 167336336336336336336Garantie procesrisico's‒ 167336336336336336336waarvan overige verplichtingen3.368.4204.838.2673.547.0263.730.7653.392.3143.377.3223.371.818Tabel 13 Geschatte budgetflexibiliteit12025juridisch verplicht46,8%bestuurlijk gebonden5,0%beleidsmatig gereserveerd48,2%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%1De berekende budgetflexibiliteit heeft alleen betrekking op de programma-uitgavenBudgetflexibiliteitDe uitgaven die vallen onder de rubriek «Rente» zijn voor 100% juridisch verplicht. Ze vloeien bijvoorbeeld voort uit de Awr en de Invorderingswet 1990 (rente-uitgaven). De programma-uitgaven die vallen onder de instru­menten «Bijdragen aan ZBO's/RWT's», «Bijdragen aan (inter)nationale organisaties» en «Bijdragen aan agentschappen» zijn voor 100% bestuurlijk gebonden verplichtingen voor zover zij niet door getekende contracten al juridisch verplicht zijn. De bijdrage aan de Waarderingskamer is voor 100% bestuurlijk gebonden op basis van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ). Voor het Kadaster en de Kamer van Koophandel heeft de Belas­tingdienst samenwerkingsovereenkomsten voor gegevensuitwisseling die worden gebruikt bij de uitvoering van taken van de Belastingdienst. Ook bij de bijdragen aan Agentschappen en bijdragen aan Internationale organi­saties geldt dat afspraken zijn gemaakt over de bijdragen en de dienst­verlening, waardoor ook deze uitgaven als 100% bestuurlijk gebonden worden aangemerkt.De overige programma-uitgaven betreffen met name de categorie «Opdrachten», waarvoor geldt dat deze gedeeltelijk als juridisch verplicht zijn aan te merken op het moment van het vaststellen van de begroting 66Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 2025. Hiervoor zijn dan bijvoorbeeld contracten gesloten ten behoeve van ICT en/of andere benodigde diensten voor de uitvoering van de primaire processen van de Belastingdienst. Voorbeelden hiervan zijn (verlenging van) licenties en onderhoudscontracten voor software en hardware. Een ander voorbeeld zijn de uitgaven voor papieren dienstverlening (brieven aan burgers en bedrijven). Over het algemeen geldt wel dat de niet-juridische verplichte uitgaven noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van de primaire processen.E. Toelichting op de financiële instrumentenVerplichtingen en uitgavenApparaatsuitgavenPersonele uitgavenDit betreft alle personele uitgaven inclusief externe inhuur voor de dienston­derdelen van de Belastingdienst.Materiële uitgavenDit betreft de materiële uitgaven van de dienstonderdelen van de Belas­tingdienst en omvat met name facilitaire diensten, middelen en commu­nicatie. ICT bevat voornamelijk uitgaven die horen bij de uitrusting van de ambtenaren van de Belastingdienst (telefoon, laptop, etc.). De bijdrage aan Shared Service Organisaties (SSO’s) betreft met name de huisvesting (Rijksvastgoedbedrijf).Programma-uitgavenBijdrage aan ZBO’s/RWT’sDe uitgaven aan de Waarderingskamer betreft de eigenaarsbijdrage van het ministerie van Financiën voor de begroting 2025 die reeds is vastgesteld en verplicht is op basis van de Wet WOZ. Voor het Kadaster en de Kamer van Koophandel heeft de Belastingdienst samenwerkingsovereenkomsten voor gegevensuitwisseling die wordt gebruikt bij de uitvoering van taken van de Belastingdienst. Onder de bijdrage aan overige ZBO’s/RWT’s vallen onder andere de bijdragen aan de RDW en de Nationale Politie.OpdrachtenOnder «Overige opdrachten» vallen met name de uitgaven die geraamd worden voor de papieren dienstverlening. Bij «ICT opdrachten» gaat het met name over ICT-uitgaven die te maken hebben met de digitale dienstver­lening (licenties, software applicaties en hardware).Bijdrage aan agentschappenDe bijdragen aan overige agentschappen zijn met name detacheringsover­eenkomsten en opdrachten die gesloten worden met de Uitvoeringsorgani­satie Bedrijfsvoering Rijk.(Schade)vergoedingDit betreft aanspraken van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon op vergoeding van de kosten voor de uitvoering van overheidsmaatregelen of een vergoeding van kosten die door toedoen van de overheid zijn ontstaan. Hieronder vallen compensatievergoedingen die door de Belas­tingdienst worden betaald, waaronder de compensatie die zal worden betaald aan gedupeerden die ten onrechte niet in de Minnelijke Schuldsa­nering Natuurlijke Personen zijn gekomen.67Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 RenteDit budget betreft de belasting- en invorderingsrente die wordt vergoed aan belastingplichtigen. De rente-uitgaven komen voort uit de Awr en de Invorderingswet 1990 en zijn voor 100% juridisch verplicht. Deze uitgaven vallen onder het inkomstenkader.Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukkenUitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van douane- en toeslagenpro­cessen maakt worden toegerekend aan artikel 9 respectievelijk artikel 13. In artikel 9 (Douane) en artikel 13 (Toeslagen) is in de toelichting op de instrumenten een tabel opgenomen met een uitsplitsing van de toegere­kende uitgaven.OntvangstenProgramma-ontvangstenBelastingontvangstenDe in de bovenstaande tabel 11 opgenomen belastingontvangsten zijn netto-ontvangsten. De netto-ontvangsten zijn gelijk aan de totale belasting­ontvangsten minus de afdrachten aan het Gemeentefonds en het Provincie­fonds op grond van de Financiële-verhoudingswet, minus de afdrachten aan het Btw-compensatiefonds en het BES-fonds (Bonaire, Sint Eustatius en Saba).In onderstaande tabel staat de aansluiting van de Miljoenennota 2025 met begrotingshoofdstuk IX. Voor een toelichting op de belastingontvangsten zie de Miljoenennota, hoofdstuk 2.7 Horizontale ontwikkeling inkomsten en lasten en bijlage 4 De belasting- en premieontvangsten.Tabel 14 Aansluiting belastingontvangsten Miljoenennota 2025 met begroting IX (bedragen x € 1.000)12023202420252026202720282029Totaal belastingontvangsten263.188.044286.420.811273.833.945291.891.608303.491.122315.881.024326.419.111–/– Afdracht Gemeentefonds42.204.70343.836.96444.896.00042.236.15642.005.80241.788.34441.707.183–/– Afdracht Provinciefonds3.130.3543.870.1353.552.4383.337.5003.297.6053.294.7353.293.795–/– Afdracht BES-fonds87.85093.77387.64288.32088.83990.17491.518–/– Belastingontvangsten artikel 6 Btw-compensatiefonds4.037.6954.248.6364.248.6944.248.6364.248.6364.248.6364.248.636–/– Belastingontvangsten artikel 9 Douane018.185.90618.474.69420.325.99820.643.95920.813.63221.002.547Belastingontvangsten artikel 1 Belastingen213.727.442216.185.397202.574.477221.654.998233.206.281245.645.503256.075.4321Dit betreft de begrotingstotalen van het gemeentefonds en provinciefonds, stand Miljoenennota 2025. Volgens de vaste systematiek zijn de accrestranches voor het uitvoeringsjaar en het voorbereidingsjaar hieraan toegevoegd. De accrestranches voor t+2 tot en met t+4 zijn nog niet toegevoegd aan deze fondsen.BekostigingDe ontvangsten hebben betrekking op kosten die worden doorbe­rekend aan belastingplichtigen van invorderingsmaatregelen (aanmaning, dwangbevel, beslaglegging, etc.). Dit gebeurt op grond van de Kostenwet invordering rijksbelastingen.RenteDit budget betreft de belasting- en invorderingsrente die wordt vergoed aan belastingplichtigen. De rente-uitgaven komen voort uit de Awr en de Invorderingswet 1990 en zijn voor 100% juridisch verplicht. Er is geen einddatum voor deze regeling vastgesteld. De 17e Studiegroep Begrotings­ruimte (SBR) adviseerde om de belasting- en invorderingsrente over te hevelen van de uitgavenkant van de Financiënbegroting naar de inkom­stenkant, gezien de samenhang met de belastingontvangsten en omwille 68Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 van de beheersbaarheid19. Omdat het hoofdlijnenakkoord 2024-2028 het advies en de bijbehorende begrotingsregels overneemt20, is de belasting- en invorderingsrente overgeheveld naar het inkomstenkader.Boetes en schikkingenDeze ontvangstenpost betreft de opbrengsten van bestuurlijke boetes en van fiscale strafbeschikkingen.ApparaatsontvangstenDeze post betreft onder andere ontvangsten van facilitaire en ICT-diensten die de Belastingdienst levert aan andere overheidsdiensten en die op factuurbasis worden afgerekend.Extracomptabele fiscale regelingenNaast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:–Onbelaste reiskostenvergoeding–Schenk- en erfbelasting jaarlijkse schenkingsvrijstelling kinderen–Aftrek kenbaar fondswervende activiteiten ANBI's–Aftrek fictieve personeelskosten ANBI's–Vrijstelling vpb voor stichtingen en verenigingen met lage winst–Verhuisvergoeding ondernemer–Uitstelfaciliteiten bij verkoop in kader aandelenfusie, juridische splitsing, juridische fusie–Dividendbelasting overige–Werkkostenregeling–30% regeling: voor uitgezonden werknemers–Vergoeding voor extraterritoriale kosten–Vrijwilligersregeling–EB Raffinaderijvrijstelling–EB vrijstelling voor restgassen die op eigen inrichting zijn ontstaan en daar weer worden ingezet–Vrijstelling leidingwaterbelasting voor brandkranen, sprinklerinstal­laties en dergelijke indien deze gebruikt worden in buiten­gewone omstandigheden.–BTW Vrijstelling werkgevers- en werknemersorganisaties, alsmede politieke, godsdienstige, levensbeschouwelijke en liefdadige organi­saties–BTW Vrijstelling fondswerving–BTW Vrijstelling voor uitvaartondernemers–BTW Vrijstellingen overig–BZM Teruggaaf belasting zware motorrijtuigen bij gecombineerd vervoer (spoor, binnenwateren of zee)–Accijns verlaagd tarief kleine brouwerijen–Accijns vrijstelling tabak, alcohol en motorbrandstof diplomatiek personeel en medewerkers internationale organisaties19 17e rapport Studiegroep Begrotingsruimte: 17de rapport Studiegroep Begrotingsruimte | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl)20 Kamerstukken II 2023-2024, 36 471, nr. 3769Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 –OVB Vrijstelling inbreng of omzetting van een onderneming–OVB vrijstelling verdeling of vereffening vermogen van een onderneming/vennootschap (f)–OVB vrijstelling verdeling gemeenschap samenwoners–OVB vrijstelling juridische fusie–OVB vrijstelling bedrijfsfusie–OVB vrijstelling interne reorganisatie–OVB vrijstelling juridische splitsing–OVB vrijstelling taakoverdracht tussen vereniging of ANBI–OVB vrijstelling door verkrijger aangebrachte zaken–OVB vrijstelling bodembestanddelen–OVB vrijstelling kabels en leidingen–OVB vrijstelling publiekrechtelijke lichamen–OVB vrijstelling onderwijs–OVB vrijstelling herstel art.19–OVB vrijstelling staatsbosbeheer–OVB vrijstelling samenloop omzetbelasting–OVB vrijstelling wilsrecht–Drempelbedrag bankenbelasting–Kleine prijzenvrijstelling/Vrijstelling prijzen onder 449 euroVoor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramings­grond wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.Tabel 15 Fiscale regelingen 2023–2025, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 mln.)1,2,3,4,5202320242025Giftenaftrek inkomstenbelasting480492487Onderhoudsverplichtingen aftrek208200193Belaste ontvangen alimentatie‒ 162‒ 160‒ 156Schenk- en erfbelasting Eenmalige vrijstelling kinderen394143Middelingsregeling1589090Heffingvrij vermogen/inkomen box 31.7891.7561.982Vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkeringen, waaronder KEW, box 31.0761.080993Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkering bij overlijden box 3444950Keuzeregeling partiële buitenlandse belastingplicht202014Doorschuifregelingen inkomen uit aanmerkelijk belang box 2124114115Schenk- en erfbelasting Faciliteiten ANBI’s651684709Faciliteit geven uit vennootschap233844Laag vpb-tarief2.7842.9583.032Liquidatie- en stakingsverliesregeling554494506Herinvesteringsreserve28613710030%-regeling1.2491.3481.465Vrijstelling uitkering wegens 25- of 40-jarig dienstverband333536Algemene heffingskorting25.20827.59825.552Ouderenkorting4.7595.3355.489Alleenstaande ouderenkorting626687714EB Belastingvermindering per aansluiting4.3874.6674.743EB Teruggaaf kerkgebouwen en non-profit323331Btw Verlaagd tarief voedingsmiddelen en water9.1419.3949.784Btw Verlaagd tarief overig919350Btw Nultarief zonnepanelen414141MRB Kwarttarief en halftarief231305321MRB Vrijstelling motorrijtuigen ouder dan 40 jaar10411412670Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 202320242025MRB Vrijstelling diverse voertuigen303031MRB Overgangsregeling motorrijtuigen vanaf bouwjaar 19881097BPM Teruggaaf diverse voertuigen191515Accijns raffinaderijvrijstelling182279282ASB Vrijstelling levensverzekeringen2.7932.7932.793ASB Vrijstelling transportverzekeringen646669ASB Vrijstelling exportkredietverzekeringen161616Vrijstellingen mineraalwater‒156156Vrijstellingen melk982902901[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.2EB - Energiebelasting3BPM = Belasting van personenauto’s en motorrijwielen4MRB = Motorrijtuigenbelasting5ASB = Assurantiebelasting71Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 F1. Fiscaal beleid en wetgeving BelastingplanpakketBelastingplanpakketHet pakket Belastingplan heeft betrekking op een aantal onderwerpen binnen de fiscaliteit en bevat naast het wetsvoorstel Belastingplan 2025 ook 9 afzonderlijke wetsvoorstellen. Het wetsvoorstel Belastingplan 2025 omvat circa 38 maatregelen.In het BP25 zitten dit jaar veel fiscale maatregelen uit het hoofdlijnen­akkoord.21 Een deel van deze maatregelen hebben samenhang met de begroting voor 2025. Dit zijn bijvoorbeeld de verhoging van de kansspelbe­lasting, de verlening van de accijnsverlaging en het afschaffen van het verlaagd btw-tarief op logies en culturele goederen. Daarnaast zijn er diverse maatregelen opgenomen die niet voorkomen uit evaluaties, maar wel leiden tot vereenvoudiging voor burgers en de uitvoering, zoals de aanpassingen in de aftrek van specifieke zorgkosten. Ook worden er stappen genomen om belastingconstructies tegen te gaan, een voorbeeld hiervan is de aanpassing van de kavelruilvrijstelling.Met een evenwichtig koopkrachtpakket ondersteunt het kabinet kwetsbare groepen en werkende middeninkomens. Het kabinet richt zich op deze doelen via de introductie van een extra tariefschijf in de inkomstenbe­lasting, gecombineerd met een verlaging van het tarief in de eerste schijf. Aanvullend financiert het kabinet deze lastenverlichting deels door het verlagen van de algemene heffingskorting. Het koopkrachtbeeld laat zien dat met de maatregelen de koopkrachtontwikkeling tussen werkenden en uitkeringsgerechtigden in balans wordt gebracht. Deze maatregelen zijn opgenomen in het wetsvoorstel Belastingplan 2025Dit jaar maakt het Belastingplan BES Eilanden wederom deel uit van het pakket Belastingplan. Sinds de invoering van het fiscale stelsel op de BES-eilanden in 2011 hebben diverse wijzigingen plaatsgevonden. Vorig jaar is een deel van de fiscale wetgeving voor geactualiseerd. Echter, de huidige wet- en regelgeving bevat nog steeds een aantal achterhaalde onderdelen welke voor verbetering vatbaar zijn. In het wetsvoorstel Belastingplan BES Eilanden 2025 wordt onder andere voorgesteld om het tarief in de vastgoed­belasting aan te passen en in de inkomstenbelasting wordt het begrip voor de eigen woning aangescherpt. Daarnaast wordt de belastingvrije som gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Verder zit er in het wetsvoorstel een aantal technische wijzigingen.Vorig jaar is het eerste gedeelte van de fiscale bedrijfsfaciliteiten aangepast om de doelmatigheid en doeltreffendheid te verbeteren.22Dit jaar gaat het nieuwe kabinet hiermee verder. Hierbij is het van belang dat de BOR en DSR robuuster en eenvoudiger moeten worden vormgegeven, maar de bedrijfscontinuïteit ook niet moet belemmeren. Het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025 strekt tot de aanpassing van die bedrijfsopvolgingsregelingen. Zo worden de rollato­rinvesteringen en de dubbel-BOR aangepakt en worden niet-reguliere aandelen voortaan uitgesloten.21 [1] ‘HOOP, LEF en TROTS – Hoofdlijnenakkoord 2024 ‒ 2028 van PVV, VVD, NSC en BBB’, Hoofdlijnenakkoord tussen de fracties van PVV, VVD, NSC en BBB | Publicatie | Kabinetsformatie (kabinetsformatie2023.nl).22 Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024, Kamerstukken II 2023-24, 36421, nrs. 1-3.72Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 In het wetsvoorstel Wet tegemoetkoming onterechte afwijzing buitenge­rechtelijk schuldregeling, wordt een compensatie opgestart voor burgers die geraakt zijn door de onterechte afwijzing van een verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling. Uit onderzoek is gebleken dat de Belastingdienst MSNP-verzoeken heeft afgewezen, omdat sprake is geweest van een belastingbedrag boven een bepaald normbedrag, een kwalificatie opzet of grove schuld (een fraude-indicatie, of een registratie in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Achteraf bezien is het onjuist geweest dat saneringsvoorstellen enkel op één van die gronden zijn afgewezen. De Belastingdienst heeft hiermee deze kwetsbare burgers de mogelijkheid tot het realiseren van een schuldenvrije start onterecht en onnodig beperkt. Met dit wetsvoorstel worden getroffen burgers gecompenseerd.Daarnaast is fiscale wetgeving constant onderhevig aan veranderingen. Dat vergt voortdurend inhoudelijke wijzigingen en technisch onderhoud van deze wetgeving. In lijn met eerdere jaren bevat het pakket Belastingplan daarom ook dit jaar weer een wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen. Het kabinet stelt daarin onder andere voor de bpm-vrijstelling voor een bestelauto van een ondernemer te laten vervallen en brengt diverse verduidelijkingen aan in de loon- en vennootschapsbelasting. Dit jaar maakt het ook wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2025 deel uit van het pakket Belastingplan. Het kabinet bereid daarin de startersvrijstelling en het verlaagd tarief op de overdrachtsbelasting uit. Daarnaast stelt zij voor de 27-jaarsgrens in het toeslagenpartnerschap af te schaffen.Met het beëindigen van de salderingsregeling zorgt het kabinet voor een efficiënter en eerlijker gebruik van het energiesysteem. Het kabinet wil dat er voor actieve afnemers een prikkel ontstaat om efficiënt om te gaan met zelf opgewekte hernieuwbare elektriciteit en dit zoveel mogelijk gelijktijdig te verbruiken in plaats van in te voeden op het systeem. Door het beëindigen van de salderingsregeling vermindert het kabinet de belasting van het elektriciteitsnet en daarmee het risico op extra netcongestie. Met het wetsvoorstel beëindiging van de salderingsregeling voor elektriciteit geeft het kabinet invulling aan het verzoek van de Tweede Kamer om vroegtijdig een toekomstig kader te bieden voor het terugleveren van zelfopgewekte hernieuwbare energie, dat duidelijkheid geeft aan consumenten, de instal­latiebranche en andere betrokken partijen.Het kabinet zorgt ervoor dat armoede onder personen en kinderen niet toeneemt. Het kabinet heeft in het hoofdlijnenakkoord de ambitie uitge­sproken om het percentage personen en kinderen die in armoede leven niet te laten stijgen in de komende jaren. Met de invulling van het koopkrach­tpakket zal aan deze ambitie worden voldaan. Met name de intensive­ringen van de huurtoeslag en het kindgebonden budget zorgen voor een verbetering van de positie van huishoudens rondom de armoedegrens. Deze maatregelen zijn opgenomen in de wetsvoorstellen Wet verhoging kindgebonden budget, Wet eigen bijdrage Huurtoeslag ter verbetering van de koopkracht per 2025 en vereenvoudiging van de regeling en Wet bevriezing afbouw dubbele algemene heffingskorting in het referentiemini­mumloon.73Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 F2. BelastingdienstStrategie BelastingdienstDe Belastingdienst beoogt met zijn strategie het gedrag van burgers en bedrijven zodanig te beïnvloeden dat zij structureel uit zichzelf (fiscale) regels naleven (compliance); dat wil zeggen zonder (dwingende en kostbare) acties van de kant van de Belastingdienst. Dit moet zorgen voor de borging van de continuïteit van belastingopbrengsten. De Belastingdienst streeft ernaar te handelen conform de beginselen van behoorlijk bestuur en probeert waar mogelijk proactief en in de actualiteit te handelen in plaats van reactief te zijn. Hierbinnen zet de Belastingdienst, waar mogelijk, burgers en bedrijven centraal, rekening houdend met hun persoonlijke situatie. Dit alles betekent dat de Belastingdienst, waar mogelijk in samen­werking met publieke en private partijen:–burgers en bedrijven een adequate behandeling geeft (juist, tijdig, proportioneel);–burgers en bedrijven effectief informeert over hun rechten en plichten;–ernaar streeft om het voor burgers en bedrijven zo makkelijk mogelijk te maken om te voldoen aan (fiscale) verplichtingen;–op gepaste wijze corrigerend optreedt bij niet-naleving.Dit zijn de vier tussendoelen van compliance.Jaarlijks vertaalt de Belastingdienst zijn strategie in een beleid per doelgroep (Particulieren, Midden- en kleinbedrijven (MKB) en Grote ondernemingen), waarbij de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie wordt vertaald naar de concrete inzet van de capaciteit van de Belastingdienst per doelgroep. In het Jaarplan 2025 van de Belastingdienst dat de Tweede Kamer in het najaar ontvangt, wordt opgenomen welke activiteiten de Belastingdienst uitvoert met welke middelen (budget en formatie) om naleving te bevorderen en niet-naleving tegen te gaan. Daarnaast zullen in het Jaarplan de ontwikkelstappen worden benoemd die de Belastingdienst gaat zetten om de organisatie wendbaar en toekomstbestendig te maken.Doelen en prestatie-indicatorenDe set prestatie-indicatoren sluit aan bij de Uitvoerings- en Handhavings­strategie van de Belastingdienst. Op die manier zijn prestatie-indicatoren een uiting van de strategie van de organisatie en kan, in lijn met de strategie, gestuurd worden op resultaten en effecten. De set van indicatoren stelt de Belastingdienst bovendien in staat thematisch en actueel te verantwoorden; niet alleen gericht op een specifieke indicator, maar ook over de bovenlig­gende doelstellingen.23De set is als volgt opgebouwd:–Kengetallen verdeeld naar de vier compliance-factoren:1.Juiste registratie;2.Tijdige aangifte;3.Juiste en volledige aangifte;4.Tijdige betaling.–Daarnaast wordt de belastingmoraal en het vertrouwen in de Belasting­dienst gemeten.23 Zie ook de Kamerbrief «Verbeterd inzicht in de begroting van Financiën (IXB)», Kamerstukken II 2019-2020, 35 300 IX, nr. 2174Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 –Belevingsindicatoren en objectieve prestatie-indicatoren op de volgende vier tussendoelen van compliance:1.Een adequate behandeling (juist, tijdig, proportioneel);2.Effectief informeren over rechten en plichten;3.Het nakomen van verplichtingen zo makkelijk mogelijk maken (gemak);4.Op gepaste wijze corrigerend optreden bij niet-naleving.–Op ieder tussendoel is een belevingsindicator geformuleerd die de ervaring van burgers en bedrijven met betrekking tot de tussendoelen van de Belastingdienst inzichtelijk maakt;–Ieder tussendoel is voorzien van een of meerdere objectieve indicatoren, die de feitelijke prestatie van de Belastingdienst meetbaar maken.Met de belevingsindicatoren brengt de Belastingdienst in kaart hoe burgers en bedrijven de bovengenoemde tussendoelen beoordelen. In 2021 heeft met de Fiscale Monitor de eerste meting plaatsgevonden. Op een schaal van één tot vijf is bij de doelgroepen vastgesteld hoe zij het handelen van de Belastingdienst op het gebied van de hierboven genoemde tussendoelen hebben ervaren. De uitkomsten hiervan zijn hieronder in de verschillende tabellen opgenomen als voorlopige streefwaarde. De Belastingdienst zal de komende jaren hier meer ervaring mee opdoen wat zal leiden tot meer definitieve streefwaarden.In het begrotingsartikel worden alleen prestatie-indicatoren met een signi­ficante wijziging toegelicht. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een nieuwe prestatie-indicator, het wijzigen van een streefwaarde of het wijzigen van de manier van meten.Tabel 16 Kengetallen Algemene doelstelling: ComplianceWaarde 2020Waarde 2021Waarde 2022Waarde 2023Belastingmoraal (schaal 1 - 5)- Particulieren‒4,14,04,1- Midden- en Kleinbedrijf‒4,44,34,4- Grote Ondernemingen‒4,44,44,4- Fiscaal Dienstverleners‒4,44,44,4Vertrouwen in de belastingdienst (schaal 1 - 5)- Particulieren‒3,23,13,1- Midden- en Kleinbedrijf‒3,33,23,5- Grote Ondernemingen‒3,43,43,5- Fiscaal Dienstverleners‒3,33,23,4Juiste registratie‒‒96,7%98,2%Percentage tijdige aangiften vennootschapsbelasting192,4%86,5%86,6%86,9%Percentage tijdige aangiften inkomensheffing192,4%92,6%90,9%91,5%Percentage tijdige aangiften omzetbelasting95,0%95,1%95,0%95,6%Percentage tijdige aangiften loonheffingen99,0%99,0%98,9%98,8%Percentage tijdige aangiften erfbelasting64,4%57,5%66,4%67,7%Juist en volledig doen van aangifte: structureel terugdringen van het nalevingstekort Particulieren0,5%n.v.t.0,4%n.v.t.Juist en volledig doen van aangifte: structureel terugdringen van het nalevingstekort MKBn.v.t.4,3%n.v.t.n.v.t.2Percentage van het nalevingstekort dat de Belastingdienst corrigeert bij burgers (IH)n.n.b.57,6%54,5%51,1%Percentage van het nalevingtekort dat de Belastingdienst corrigeert bij het MKB (IH, VPB, OB en LH)n.n.b.38,5%44,7%48,0%Percentage tijdige betaling van belastingen en premies98,5%99,3%98,5%98,7%1Tot en met 2020 zijn de percentages voor tijdige aangiften VpB en IH gecombineerd gemeten. In de tabel zijn tot en met 2020 de gecombineerde waarden voor VpB en IH opgenomen. Vanaf 2021 zijn deze percentages separaat inzichtelijk gemaakt.2N.v.t. betekent dat in het gegeven jaar de (streefwaarde van de) prestatie-indicator niet is gemeten. De volgende meting is over het jaar 2024.75Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Hierna volgt een toelichting op de tussendoelen Adequate behandeling, Informeren, Gemak en Corrigerend optreden en de daaraan gerela­teerde prestatie-indicatoren.Adequate behandelingDe Belastingdienst geeft burgers en bedrijven een adequate behandeling (correct en passend)De Belastingdienst streeft ernaar dat burgers en bedrijven uit zichzelf fiscale regels naleven, zonder dwingende en kostbare acties van de kant van de Belastingdienst. Het onderhouden en waar nodig versterken van de intrinsieke motivatie van belastingplichtigen om aan hun fiscale verplich­tingen te voldoen is daarom belangrijk. Een adequate behandeling door de Belastingdienst draagt hieraan bij. Adequaat betekent correct (op de juiste wijze) en passend, geschikt voor het beoogde doel. De basis van een adequate behandeling ligt bij het door de Belastingdienst volgen van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheids­beginsel, het motiveringsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel, het gelijk­heidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.Adequate behandeling behelst echter meer dan het volgen van regels en procedures en het nakomen van toezeggingen door de Belastingdienst. Adequate behandeling heeft ook te maken met de manier waarop de Belastingdienst burgers en bedrijven benadert; met respect en behulpzaam, en de mate waarin de Belastingdienst zich inleeft in en rekening houdt met de omstandigheden of behoeften van burgers en bedrijven. Het bieden van maatwerk en ondersteuning, niet alleen reactief maar ook proactief, is hier een voorbeeld van. Menselijke maat is hiermee een onderdeel van adequate behandeling. Adequate behandeling raakt sterk aan het begrip procedurele rechtvaardigheid: het gevoel van rechtvaardigheid afgemeten aan de manier waarop belastingplichtigen zich behandeld voelen en hoe uitkomsten of beslissingen tot stand zijn gekomen.In de onderstaande tabel zijn de prestatie-indicatoren opgenomen voor het tussendoel Adequate behandeling:Tabel 17 Prestatie-indicatoren Adequate behandeling (meetbare gegevens)Prestatie-indicatorWaarde 2022Waarde 2023Streefwaarde 2024Streefwaarde 2025Burgers en bedrijven geven aan dat ze adequate behandeling hebben gekregen (schaal 1 - 5)- Particulieren3,02,82,92,9- Midden- en Kleinbedrijf3,33,43,33,3- Grote Ondernemingen3,53,53,53,5- Fiscaal Dienstverleners3,33,43,33,3Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn86,0%76,7%≥90%≥90%Afgehandelde klachten binnen Awb-termijn96,9%97,4%≥95%≥95%Percentage burgers en bedrijven dat op afspraak tijdig wordt teruggebeld door een Belastingdienst-medewerker89,8%87,1%≥90%≥90%Percentage tijdig afgehandelde verzoeken tot registratie98,6%98,3%≥95%≥95%Kwaliteit volgens interne fiscale kwaliteitscontrole89,9%91,1%≥87%≥90%Percentage definitieve aanslagen IH dat binnen een jaar na aangifte is opgelegd.94,1%95,0%≥88%≥88%Kwaliteit volgens interne fiscale kwaliteitscontroleDeze prestatie-indicator meet het percentage fiscale kwaliteitscontroles waarvan de uitkomst voldoende of goed is. Het betreft de kwalitatieve uitkomsten van de Fiscale index (FIX) per belastingmiddel. De FIX betreft 76Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 een jaarlijks onderzoek naar de fiscaaltechnische en vaktechnische kwaliteit van Belastingdienst. De FIX onderzoeken zijn gebaseerd op een statistische steekproef en de uitkomsten zijn daarmee representatief voor de hele populatie. Op basis van de resultaten van voorgaande jaren is de norm opgehoogd van ≥87% naar ≥90%.  InformerenDe Belastingdienst informeert burgers en bedrijven effectief over hun rechten en plichtenDe Belastingdienst ontplooit activiteiten op verschillende terreinen om bereidwillige naleving van belastingregels door belastingplichtigen te stimuleren. Eén daarvan is het ondersteunen van belastingplichtigen in het kennen, begrijpen en kunnen uitvoeren van hun verplichtingen door ze daarover te informeren. Onderzoek heeft laten zien dat meer kennis van belastingzaken positief samenhangt met het naleven van belastingregels. Daarbij zet de Belastingdienst in op het proactief informeren van burgers en bedrijven om te voorkomen dat zij verplichtingen niet of te laat nakomen.De situatie van zowel burgers als bedrijven kan fiscaal complex zijn en kan sterk veranderen gedurende hun levensloop. Hoe complexer de wet- en regelgeving, hoe meer kennis nodig is om deze na te leven. Het vereen­voudigen van belastingregels is daarom cruciaal. Wetende dat bestaande wet- en regelgeving complex is, is het de taak van de Belastingdienst om burgers en bedrijven effectief te informeren over hun rechten en plichten, zodat zij aan hun plichten kunnen voldoen en gebruik kunnen maken van hun rechten. Om burgers en bedrijven optimaal te informeren en om de complexe wet- en regelgeving indien mogelijk te vereenvoudigen, gaat de Belastingdienst het klantsignaalmanagement versterken.In de volgende tabel zijn de prestatie-indicatoren opgenomen voor het tussendoel effectief informeren:Tabel 18 Prestatie-indicatoren Effectief informeren (meetbare gegevens)Prestatie-indicatorWaarde 2022Waarde 2023Streefwaarde 2024Streefwaarde 2025Burgers en bedrijven geven aan dat de Belastingdienst hen voldoende informeert (schaal 1 - 5)- Particulieren3,53,43,43,4- Midden- en Kleinbedrijf3,43,53,43,4- Grote Ondernemingen3,53,53,53,5- Fiscaal Dienstverleners3,53,63,53,5Antwoorden op vragen via de BelastingTelefoon zijn juist‒‒‒≥86%Bereikbaarheid BelastingTelefoon72,1%81,5%>90%>90%Bereikbaarheid Webcare54,8%68,4%>80%>80%Klanttevredenheid informatie op de website‒‒‒>76%Klanttevredenheid (schaal 1 - 5)% van de bellers, website- en baliebezoekers die een 3 of hoger scoort- Balie182,4%88,0%>80%>85%- BelastingTelefoon68,8%75,6%>83%>85%Klantontevredenheid (schaal 1 - 5)% van de bellers, website- en baliebezoekers die een 1,5 of lager scoort- Balie14,8%3,3%<6%<5%- BelastingTelefoon12,9%8,4%<8%<7%Aantal registraties waarmee MKB-ondernemers participeren in FD-convenanten198.733217.162>208.000>218.0001Voor de balie gold dat de genoemde percentages t/m 2023 voor zowel de Belastingdienst als Toeslagen betroffen. Vanaf 2024 worden hier de realisatiewaarden voor alleen de Belastingdienst weergegeven.77Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Antwoord op vragen via de BelastingTelefoon zijn juistVanuit de Belastingdienst wordt sinds 1 juli 2023 de kwaliteit van de gesprekken van de BelastingTelefoon gemeten volgens nieuwe kwaliteits­criteria. Er wordt gemeten op zowel het juiste antwoord op bijvoorbeeld proces- en statusvragen als wet- en regelgevingsvragen, klantbeleving & menselijke maat en kaders over alle zes de BelastingTelefoon vestigingen. Om aan te sluiten bij de nieuwe meting en een beter en completer beeld van de kwaliteit van onze telefonische dienstverlening te geven wordt de onderliggende meetmethode, streefwaarde en naam van de prestatie-indicator ‘Antwoord op vragen via de BelastingTelefoon zijn kwalitatief juist’ aangepast.Klanttevredenheid informatie op de websiteDe klanttevredenheid op de website van de Belastingdienst wordt op een andere wijze gemeten. Er wordt gemeten op alle informatieve pagina’s op de website van de Belastingdienst door middel van een mini-formulier waarbij de gebruiker kan kiezen tussen ja en nee en een optioneel vrij tekstveld voor aanvullende informatie. Hiermee worden de prestatie-indicatoren klanttevredenheid en klantontevredenheid website vervangen in de ontwerpbegroting.Klant(on)tevredenheid BalieDe indicatoren klant(on)tevredenheid Balie meten de ervaring van burgers en bedrijven door middel van de baliebezoeken bij de Belasting­dienst. Op basis van de realisaties van afgelopen jaren zijn de streef­waarden bijgesteld.Klant(on)tevredenheid BelastingTelefoonDe indicatoren klant(on)tevredenheid meten direct na het contact hoe de dienstverlening van de BelastingTelefoon is beleefd door burgers en bedrijven. Deze meting vindt plaats door burgers en bedrijven te bevragen op zowel aspecten die bijdragen aan de klanttevredenheid als op de ervaren klanttevredenheid zelf. Naar aanleiding van het Parle­mentaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) zijn extra middelen beschikbaar gesteld om de dienstverlening te verbeteren. In het verlengde hiervan zijn de streefwaarden voor klant(on)tevredenheid BelastingTelefoon aangescherpt.Aantal registraties waarmee MKB-ondernemers participeren in FD-convenantenAls onderdeel van de uitvoerings- en handhavingsstrategie werkt de Belas­tingdienst proactief samen met fiscaal dienstverleners. Met fiscaal dienst­verleners die kwaliteit kunnen en willen leveren sluit de Belastingdienst horizontaal toezicht convenanten af. Het doel van alle betrokken partijen is de tijdige indiening van aanvaardbare belastingaangiften en de tijdige betaling daarvan. Deze indicator meet het aantal registraties van midden- en kleinbedrijven voor deze convenanten De Belastingdienst stelt zich tot doel om voor 2025 het aantal registraties te laten toenemen naar >218.000.GemakDe Belastingdienst streeft ernaar om het voor burgers en bedrijven zo makkelijk mogelijk te maken om te voldoen aan fiscale verplichtingen. Dit kan door het aantal stappen dat een burger of bedrijf moet zetten zo klein mogelijk te maken en zo vorm te geven dat zij worden geholpen om de acties juist uit te voeren. Daarmee maakt een belastingplichtige bij wijze van spreken ‘als vanzelf’ minder fouten.78Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Gemak betekent met een zo klein mogelijke inspanning (zowel in tijd als in ‘mentale’ inspanning, zoals frustratie), tegen zo gering mogelijke kosten, het goede kunnen doen. Nakomen van verplichtingen moet makkelijk zijn, aansluiten op de processen of routines van de doelgroep (bijvoorbeeld middels de automatische winstaangifte) en gericht op het voorkomen van dubbel werk voor burgers en bedrijven.Door in één keer het goede te kunnen doen, worden fouten zo veel mogelijk voorkomen. De vooringevulde aangifte is hiervan een duidelijk voorbeeld. In één keer goed slaat zowel op het invullen en insturen als op het betalen van de verplichting. Wordt er desondanks een fout gemaakt, door belasting­plichtige óf door de Belastingdienst, dan is het herstellen daarvan voor burgers en bedrijven eenvoudig en vergt een minimum aan inspanning. Dat geldt ook voor formele procedures als klachten of bezwaar maken. Burgers en bedrijven moeten de voor hen relevante informatie op eenvoudige wijze kunnen vinden en benaderen (zoals op de portals).Nadat een proces is afgerond (een aangifte ingediend bijvoorbeeld) moeten burgers en bedrijven zich er zeker van voelen dat hetgeen gedaan is, ook het juiste is. Gemak raakt aan verschillende aspecten van het voldoen aan verplichtingen en daarmee is het belangrijk om te meten hoe dat door burgers en bedrijven wordt ervaren.In de volgende tabel zijn de prestatie-indicatoren voor het tussendoel gemak opgenomen:Tabel 19 Prestatie-indicatoren Gemak bieden en fouten voorkomen (meetbare gegevens)Prestatie-indicatorWaarde 2022Waarde 2023Streefwaarde 2024Streefwaarde 2025Burgers en bedrijven geven aan dat ze gemak ervaren (schaal 1 - 5)- Particulieren3,53,43,53,5- Midden- en Kleinbedrijf3,43,43,43,4- Grote Ondernemingen3,43,33,33,3- Fiscaal Dienstverleners3,53,43,53,5Percentage aangiften IH-NW waarbij de belastingplichtige niet hoeft in te vullen37,9%39,3%≥35%≥35%Aantal contacten met startende ondernemers (Goede start Belastingdienst)‒‒‒‒Aantal contacten met startende ondernemers (Goede start Belastingdienst)De Belastingdienst wil startende ondernemers gemak bieden en hen helpen met informatievoorziening op maat, waarbij de activiteiten vanuit Goede Start Belastingdienst voorzien in deze behoefte. Deze dienstverle­nende en preventieve benadering sluit verder aan bij de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie van de Belastingdienst (UHS). Het resultaat van deze indicator bestaat uit de som van het aantal unieke bezoekers op de website, het aantal deelnemers aan de webinars ‘Goede start met de Belasting­dienst', het aantal chatgesprekken starters en aantal videobelgesprekken met starters. Deze indicator is nieuw voor de Belastingdienst in 2025, waardoor er nog niet eerder ervaring mee is opgedaan. Hierom is er voor 2025 nog geen streefwaarde verbonden aan deze indicator. Op basis van de resultaten zullen de meetmethodiek en de werking worden geëvalueerd en zo nodig worden verbeterd.79Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Corrigerend optredenDe Belastingdienst treedt op gepaste wijze corrigerend op bij niet-naleving.De strategie van de Belastingdienst is erop gericht om naleving te bevorderen en niet-naleving te voorkomen. De Belastingdienst houdt toezicht op de naleving door middel van geautomatiseerde checks en het uitvoeren van controles. Als niet-naleving of fouten worden gecon­stateerd kan de uitkomst worden gecorrigeerd (zoals door het opleggen van ambtshalve aanslagen, correcties en invorderingsmaatregelen). Daar waar belastingplichtigen regels verwijtbaar niet hebben nageleefd, kan een sanctie worden opgelegd; in de vorm van een (administratieve) boete of zwaarder via het strafrecht.De doelen van corrigerend optreden liggen zowel bij de gecontroleerde, gecorrigeerde en/of gesanctioneerde belastingplichtige als bij andere belastingplichtigen die dit handelen of optreden van de Belastingdienst bemerken. De doelen zijn specifieke en generieke afschrikking, vergelding en het borgen of vergroten van de legitimiteit van en het vertrouwen in de Belastingdienst en de belastingheffing. Met als achterliggend doel om toekomstige naleving te borgen of te stimuleren. Corrigerend optreden zorgt er bovendien voor dat verschuldigde belastinggelden (ten minste voor een deel) alsnog in de staatskas terecht komen.In de volgende tabel zijn de prestatie-indicatoren voor het tussendoel Corrigerend optreden opgenomen:Tabel 20 Prestatie-indicatoren Corrigerend optredenPrestatie-indicatorWaarde 2022Waarde 2023Streefwaarde 2024Streefwaarde 2025Burgers en bedrijven geven aan dat zij corrigerend optreden ervaren (schaal 1 - 5)- Particulieren3,43,23,43,4- Midden- en Kleinbedrijf3,33,43,43,4- Grote Ondernemingen3,33,33,33,3- Fiscaal Dienstverleners3,23,33,23,2Percentage processen verbaal dat leidt tot veroordeling of transactie72,9%86,9%>82%>82%Percentage opsporingscapaciteit dat wordt ingezet op omgevingsgerichte strafonderzoeken40,1%45,7%>40%>40%Betalingsachterstand3,4%3,9%≤3,5%≤4,0%Percentage binnengekomen aangiften IH en VPB na herinnering of aanmaning (t-2)1‒‒‒- IH80,8%83,6%‒‒- VPB73,0%72,6%‒‒Percentage binnengekomen aangiften IH en VPB na herinnering of aanmaning (t-1)2‒‒‒- IH70,0%63,5%‒‒- VPB45,5%42,8%‒‒Inning invorderingsposten binnen een jaar38,1%43,0%≥40%≥40%Percentage oninbaarheid0,2%0,2%<0,6%<0,6%1Dit percentage aangiften dat na de herinnering of aanmaning binnenkomt ziet op de aangiften van voorgaande belastingjaar (t-2) dat in begrotingsjaar t is ontvangen2Dit percentage aangiften dat na de herinnering of aanmaning binnenkomt ziet op de aangiften van voorgaande belastingjaar (t-1) dat in begrotingsjaar t is ontvangenBetalingsachterstandDe betalingsachterstand meet alle openstaande onbetwiste vorderingen (of termijnen) gelden na het versturen van een aanmaning als betalings­achterstand, behalve corona-uitstel. In het bedrag is alleen de belasting­component opgenomen. Onder achterstand verstaan we alle vorderingen 80Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 exclusief posten in bezwaar en inclusief 9-jaars posten. Aansprakelijkstel­lingen en conserverende aanslagen blijven buiten de selectie. Sinds 2023 wordt de streefwaarde van ≤3,5% niet meer gehaald. Dit heeft meerdere oorzaken zoals intrekkingen van coronabetalingsregelingen waardoor vorderingen direct terugvallen in betalingsachterstanden, het opheffen van eerdere pauzeringen, en de beperkte capaciteit voor dwanginvordering mede door de groei naar meer persoonsgerichte aanpak en dienstverlening. Gelet op het bovenstaande stelt de Belastingdienst de streefwaarde bij naar ≤4,0%.  81Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 2 Financiële marktenA. Algemene doelstellingBeleid en regelgeving maken voor een stabiele en integere werking van financiële markten, met betrouwbare dienstverlening van financiële instel­lingen aan burgers en bedrijven.B. Rol, verantwoordelijkheid en beleidsinformatieDe minister van Financiën bevordert het goede functioneren van het financiële stelsel en heeft een regisserende rol. De minister is verant­woordelijk voor de goede werking van het betalingsverkeer. De minister is daarnaast verantwoordelijk voor goed functionerende en integere financiële markten en voor de Nederlandse wetten en regels ten aanzien van de financiële markten en de institutionele structuur van het toezicht. Verder draagt de minister samen met de minister van Justitie en Veiligheid verant­woordelijkheid voor wet- en regelgeving om het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en het financieren van terrorisme te voorkomen. Ook is de minister verantwoordelijk voor de regelgeving van bepaalde bijzondere financiële beroepsgroepen, zoals accountants. De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voeren het daadwerkelijke toezicht op de financiële markten uit. Dat wil zeggen dat de minister verantwoordelijk is voor het functioneren van het toezichtsysteem als geheel en verantwoordelijk is voor de uitvoering van het toezicht door DNB en de AFM. Echter, om de onafhankelijke positie van de toezichthouders te bevorderen is de minister noch verantwoordelijk noch bevoegd ten aanzien van individuele besluiten van de toezichthouders, en beschikt de minister niet over toezichtvertrouwelijke informatie. Daarnaast worden steeds meer toezichtstaken op Europees niveau belegd. Zo voert de Europese Centrale Bank ook in belangrijke mate het toezicht op grote en grensoverschrijdende Europese banken uit.De randvoorwaarden die de minister stelt voor een integer en stabiel systeem hebben hun basis in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme. Het gaat hierbij om (het toezicht op nakoming van) regelgeving die financiële instellingen stimuleert en verplicht om op integere en transpa­rante wijze te werk te gaan. Deze regelgeving en dit toezicht dragen eraan bij dat consumenten en bedrijven met voldoende informatie en vertrouwen financiële producten kunnen afnemen.Tot slot bevordert de minister het verantwoord financieel gedrag door de burger en zet zich in voor de ongestoorde voorziening van voldoende munten in circulatie.Verantwoordelijkheden minister van Financiën op de BES-eilandenBonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES-eilanden) zijn openbare lichamen in de zin van de Grondwet. De verantwoordelijkheid van de minister van Financiën ten aanzien van de toezichtstaken voor de BES-eilanden is dezelfde als voor Europees Nederland, omdat de verhouding tussen de minister en de toezichthouders dezelfde is. Het toezicht op de BES-eilanden is net als in Nederland op afstand geplaatst bij DNB en de AFM; de minister van Financiën is systeemverantwoordelijk.82Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Meetbare gegevensKengetallen financiële stabiliteitFinanciële stabiliteit staat centraal in het beleid van de minister van Financiën ten aanzien van de financiële sector. Een belangrijk onderdeel hierbij zijn de buffers die banken hebben zodat zij weerbaarder zijn. Twee belangrijke indicatoren hierbij zijn de zogenaamde (niet-risicogewogen) leverage ratio en de (risico gewogen) Common Equity Tier 1 (CET1) -ratio zoals beschreven in het prudentieel raamwerk voor banken. CET1-ratio is de verhouding tussen het tier 1-kernkapitaal van een bank en de risicogewogen activa van die bank. Hoe hoger de ratio, hoe meer tier 1-kernkapitaal de bank aanhoudt en hoe solvabeler deze is. In dat raamwerk gelden zowel ongewogen kapitaaleisen (de leverage ratio) als gewogen eisen. Bij die laatste eisen hangt de hoeveelheid kapitaal af van het onderliggende risico van een investering. Bij de leverage ratio is dat onderscheid er niet.In 2021 hadden banken – mede vanwege de toegenomen economische onzekerheid als gevolg van Covid-19 en het ECB-advies om geen dividend uit te keren – relatief hoge buffers. In 2022 nam deze onzekerheid af en zijn beide typen buffers gedaald. Dit was onder andere het gevolg van hogere dividenduitkeringen en inkoop van eigen aandelen door banken. Het afgelopen jaar zijn de buffers iets gestegen ten opzichte van 2022, wat blijkt uit de cijfers van de European Banking Authority (EBA).De gemiddelde leverage ratio blijft ruim boven de wettelijke vereisten van 3,5% voor mondiale syteemrelevante banken en 3% voor overige Europese banken. Ook de gemiddelde CET1-ratio is ruim boven de minimale Europese vereisten.Tabel 21 Kengetallen financiële stabiliteit (Nederlandse banken)1Jaar2020202120222023Leverage ratio (%)4,86,15,76,0CET1-ratio (%)16,717,015,615,91Zie EBA Risk dashboardOok zijn solvabiliteitsratio’s van verzekeraars van belang voor de financiële stabiliteit. Solvabiliteit is bij verzekeraars de maatstaf voor de financiële soliditeit van het bedrijf. Hierbij worden de verplichtingen (passiva) afgezet tegenover de bezittingen (activa). Deze maatstaf voor de solvabiliteit van verzekeraars binnen de EU is de solvabiliteitsratio. Een ratio van 100% betekent dat de verzekeraar voldoende kapitaal heeft om aan het minimum vereiste uit de Europese regelgeving voor verzekeraars (de Solvency II richtlijn24) te voldoen. Verzekeraars stellen zelf interne normen vast die boven de 100% liggen, om zo bestand te zijn tegen marktvolatiliteit.In tabel 22 worden de solvabiliteitsratio’s van levensverzekeraars en schadeverzekeraars getoond. In het levensverzekeringbedrijf schommelt de gemiddelde solvabiliteitsratio tussen de 190% en 200%, terwijl deze in het schadeverzekeringsbedrijf tussen de 170% en 180% ligt. Dit verschil is verklaarbaar doordat levensverzekeraars doorgaans met langere looptijden en grotere verplichtingen werken, waardoor zij een hogere solvabiliteits­marge aanhouden om aan hun toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Schadeverzekeraars daarentegen hebben vaak te maken met 24 Solvency II is het Europese risicogebaseerde toezichtraamwerk voor verzekeraars dat per 1 januari 2016 in werking is getreden.83Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 kortere looptijden en daarmee bijvoorbeeld minder volatiele marktomstan­digheden, waardoor zij gemiddeld genomen een lagere solvabiliteitsmarge handhaven boven de wettelijke norm.Tabel 22 Solvabiliteitsratio per sector1Jaar2020202120222023Levensverzekeraars199,4189,1199,8191,3Schadeverzekeraars174179,3181,1177,51Bron: DNB (Solvency II: jaar- en kwartaalrapportages)Kengetallen betalingsverkeerHet ministerie van Financiën zet zich, samen met DNB, in voor een efficiënt, veilig en toegankelijk betalingsverkeer. Hierbij wordt nauw samengewerkt in het kader van het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB), waarin banken, betaaldienstverleners en maatschappelijke organisaties zijn vertegenwoordigd.Teneinde de goede werking van het girale betalingsverkeer te borgen, is in de Regeling Oversight goede werking betalingsverkeer opgenomen dat de beschikbaarheid van pinnen (incl. contactloos betalen) 99,88% moet zijn. Deze norm richt zich tot de private partijen die het girale betalingsverkeer verzorgen en wordt gehandhaafd door DNB. De norm is in 2023 behaald. Voor de beschikbaarheid van mobiel en internetbankieren bestaan geen wettelijke eisen. Desalniettemin is ook bij deze betaalmethodes de beschik­baarheid zeer hoog, zoals blijkt uit onderstaande tabel.Tabel 23 Kengetallen betalingsverkeer1Beschikbaarheid2020202120222023Pinnenbetaalketen99,89%99,89%99,89%99,89%Mobiel bankieren99,83%99,76%99,81%99,72%Internetbankieren99,88%99,77%99,81%99,77%iDEALnb99,78%99,78%99,78%1MOB jaarrapportage 2023Voorts vindt het ministerie het van belang dat de toegang tot contant geld voldoende is. In het MOB zijn hier (niet-bindende) afspraken over gemaakt tussen de banken, maatschappelijke organisaties en DNB, waarbij de doelstelling is dat in principe alle Nederlandse huishouden binnen een straal van 5 kilometer (hemelsbreed) contant geld moeten kunnen opnemen. Uit onderstaande cijfers blijkt dat deze norm vrijwel overal wordt gehaald.Tabel 24 Kengetallen Vijfkilometernorm 1Jaar2020202120222023Het percentage aan huishoudens dat binnen een straal van vijf kilometer contant geld kan opnemen99,50%99,54%99,81%99,76%1Tussenrapportage bereikbaarheid geldautomaten en afstortfaciliteiten 202384Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 C. BeleidswijzigingenDe beleidswijzigingen zijn opgenomen in de beleidsagenda. In 2024 wordt het beleid door middel van een Periodieke Rapportage voor het gehele artikel 2 integraal geëvalueerd.85Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 25 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Financiële markten (bedragen x € 1.000)Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen999.019‒ 4.126.85928.45230.77726.82626.84126.856Uitgaven995.80735.37928.45230.77726.82626.84126.856Bekostiging7.9097.7957.9107.9027.9027.9027.902Accountantskamer1.5321.5441.4601.4601.4601.4601.460Muntcirculatie5.6724.5675.1155.1075.1075.1075.107IMVO convenanten0323232323232Overig7051.6521.3031.3031.3031.3031.303Opdrachten975.31511.4538.15610.5016.5356.5356.535Wijzer in geldzaken1.5271.8641.634179179179179Vakbekwaamheid4.7885.5434.6604.6604.6604.6604.660Uitvoeringskosten SRH1.453000000Schadeloosstelling SRH966.8822.20003.800000Convertibiliteit Oekraïense hryvnia0000000Uitvoeringskosten omwisselen Oekraïense hryvnia5000000Overig6591.8461.8621.8621.6961.6961.696Bijdrage aan ZBO's/RWT's11.38714.91511.09511.06811.06811.06811.068Bijdrage AFM BES-toezicht31737737737737737737Bijdrage DNB toezicht en DGS BES2.9312.1122.1122.1122.1122.1122.112Bijdrage toezicht en handhaving MIF028488488488488488Bijdrage PSD II034592592592592592Bijdrage FEC4.5995.1954.5324.5324.5324.5324.532Overig3.8266.8092.6342.6072.6072.6072.607Storting/onttrekking begrotingsreserve625625625625625625625Dotatie begrotingsreserve DGS BES0000000Dotatie begrotingsreserve NHT625625625625625625625Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties572591666681696711726IASB441441441441441441441(Caribean) Financial Action Task Force131150225240255270285Ontvangsten20.35812.3099.9058.4508.4508.4508.450Bekostiging12.8582.0002.0002.0002.0002.0002.000Ontvangsten muntwezen1.4972.0002.0002.0002.0002.0002.000Toename munten in circulatie11.361000000Opdrachten1.2251.4551.4550000Wijzer in geldzaken1.2251.4551.4550000Convertibiliteit Oekraïense hryvnia0000000Ontvangsten6.2758.8546.4506.4506.4506.4506.450Overig6.2758.8546.4506.4506.4506.4506.45086Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 26 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen999.019‒ 4.126.85928.45230.77726.82626.84126.856waarvan garantieverplichtingen7.624‒ 4.162.23800000Garantie SRF10.000‒ 4.163.50000000Garantie WAKO (kernongevallen)0000000Garantie DGS BES‒ 2.3761.26200000Garantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer0000000waarvan overige verplichtingen991.39535.37928.45230.77726.82626.84126.856Muntcirculatie2.9684.5675.1155.1075.1075.1075.107Vakbekwaamheid4.7885.5434.6604.6604.6604.6604.660Schadeloosstelling SRH966.8822.20003.800000Uitvoeringskosten omwisselen Oekraïense hryvnia‒ 403000000Bijdrage DNB toezicht en DGS BES2.9312.1122.1122.1122.1122.1122.112Bijdrage FEC4.5995.1954.5324.5324.5324.5324.532Overige betalingsverplichtingen9.63115.76212.03310.56610.41510.43010.445Tabel 27 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht79,5%bestuurlijk gebonden11,2%beleidsmatig gereserveerd9,3%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%BudgetflexibiliteitVan de uitgaven op artikel 2 is in 2025 79,5% juridisch verplicht. De verplichte uitgaven (€ 22,6 mln.) bestaan voor het grootste deel uit uitgaven voor muntcirculatie (€ 5,1 mln.), vakbekwaamheid (€ 4,7 mln.), bijdragen aan het Financieel Expertise Centrum (FEC) (€ 4,5 mln.) en aan AFM en DNB voor het toezicht op de BES-eilanden (€ 2,8 mln).De juridisch verplichte uitgaven vanwege de muntcirculatie komen voort uit de Muntwet, de afspraken met DNB en de afspraken in muntcontract voor circulatiemunten en het muntcontract voor verzamelaarsmunten van DNB met de Koninklijke Nederlandse Munt (KNM). De afspraken betreffen onder meer de te verstrekken vergoedingen vanwege:–de productie van circulatiemunten (hieronder vallen niet de aanschaf­kosten van de circulatiemunten);–de productie en distributie van munten die speciaal voor verzamelaars worden geslagen;–het verzorgen van de geldsomloop voor zover deze uit munten bestaat;–het fungeren als Nationaal Analysecentrum voor Munten.De juridisch verplichte uitgaven aan vakbekwaamheid betreffen de kosten van de centrale Wft-examinering. Het inhoudelijk beheer van de Wft-examinering is opgedragen aan het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD), terwijl het functionele en technische beheer is ondergebracht bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Uitgangspunt is dat de uitgaven worden gefinancierd uit de examengelden (leges) die worden afgedragen aan het ministerie (zie ontvangsten overig). De daaromtrent gemaakte afspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst met het CDFD en een overeenkomst met de DUO.87Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 De bestuurlijk gebonden uitgaven (11,2%) hebben onder andere betrekking op de uitvoeringstoets van het verbod op cashbetalingen van € 3.000 of meer. De beleidsmatig gereserveerde uitgaven (9,3%) hebben betrekking op de implementatie en beheerskosten van de UBO-registers (Ultimate Beneficial Owners, uiteindelijke belanghebbenden).E. Toelichting op de financiële instrumentenVerplichtingen en uitgavenBekostigingAccountantskamerDe Accountantskamer beoordeelt klachten over gedragingen van accountants bij hun beroepsmatig handelen. Het gaat daarbij vooral om gedragingen die mogelijk in strijd zijn met de wet of met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep. In een tuchtprocedure staat het belang van een goede beroepsuitoefening voorop. Aldus wordt bijgedragen aan het (herstel van) vertrouwen van het publiek in de beroeps­uitoefening van accountants.MuntcirculatieDe kosten van muntcirculatie bestaan uit de door DNB te verzorgen munttaken.OverigDe overige kosten betreffen voornamelijk kosten die het gevolg zijn van de uitvoeringstoets behorend bij het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen en het verbod op contante betalingen voor handelaren vanaf € 3.000.OpdrachtenWijzer in geldzakenHet platform Wijzer in geldzaken zet zich in voor het bevorderen van financieel verantwoord gedrag door de burger in Nederland. Het ministerie van Financiën financiert het platform samen met een aantal partijen uit de sector. Het platform ontwikkelt verschillende typen interventies om verantwoord financieel gedrag te bevorderen en om invulling aan de strategische doelstellingen te geven. Enkele voorbeelden zijn de website www.wijzeringeldzaken.nl, de Week van het geld, de website www.financie-elfittewerknemers.nl en de Pensioen3daagse.VakbekwaamheidHet CDFD adviseert en ondersteunt het ministerie van Financiën inzake de beroepskwalificatie van financieel adviseurs, oftewel de vakbekwaamheid. Het CDFD is verantwoordelijk voor inhoudelijk beheer van de Centrale Examenbank, het adviseren over en vaststellen van eind- en toetstermen, en het erkennen van en toezicht houden op Wft-exameninstituten. Voor het uitvoeren van haar taken ontvangt het CDFD jaarlijks een overheidsbijdrage.Schadeloosstelling SRHIn het arrest van 21 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de vaststelling van de omvang van de schadeloosstelling, voortvloeiend uit de onteigening van SNS REAAL op 1 februari 2013. Met deze uitspraak is de uitspraak van de Ondernemingskamer van 11 februari 2021 definitief 88Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 geworden en is het proces van uitbetaling van de vastgestelde schadeloos­stelling gestart.25 In het geval van afwijzing kan mogelijk bezwaar en beroep volgen, waardoor nog uitbetaling in latere jaren mogelijk is.Bijdrage aan ZBO’s en RWT’sBijdrage AFM BES-toezichtVoor het gedragstoezicht op de financiële markten op de BES-eilanden ontvangt de AFM jaarlijks een overheidsbijdrage.Bijdrage DNB toezicht en DGS BESVoor het integriteitstoezicht op de BES-eilanden ontvangt DNB jaarlijks een overheidsbijdrage.Bijdrage FECHet ministerie draagt bij aan de financiering van het FEC. Het FEC is een samenwerkingsverband tussen verschillende autoriteiten binnen de financiële sector op het gebied van toezicht, controle, opsporing en vervolging.OverigDe overige kosten betreffen voornamelijk kosten voor het register van uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s). Aan de doorontwikkeling van het UBO-register zijn kosten verbonden die deels worden gedekt door het ministerie van Financiën.Storting/onttrekking begrotingsreserveDotatie begrotingsreserve NHT-garantie (Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschade)De Staat heft een jaarlijkse premie (€ 625.000) over het afgegeven garan­tiebedrag van € 50 mln. Deze middelen worden sinds 2019 gestort in een begrotingsreserve.Tabel 28 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve NHT-garantie en BES-garantie (bedragen x € 1mln.)BegrotingsreserveStand per 1/1/2024Onttrek­kingen 2024Toevoe­gingen 2024Stand per 1/1/2025Onttrek­kingen 2025Toevoe­gingen 2025Stand per 31/12/2025Depositogarantiestelsel (DGS) BES-eilanden6,00,00,06,00,00,06,0NHT-garantie3,40,00,64,00,00,64,7Totaal9,40,00,610,00,00,610,7OntvangstenBekostigingOntvangsten muntwezenDe ontvangsten muntwezen hebben betrekking op de door de KNM af te dragen nominale waarde van de munten die de KNM in opdracht van de Staat speciaal voor verzamelaars heeft geslagen. In een voorkomend geval hebben de ontvangsten muntwezen tevens betrekking op ontwaarde munten en/of rondellen waarvan het residu als metaalschroot is verkocht.25 Kamerstukken II 2022-2023, 33 532, nr. 9489Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Toename munten in circulatieHet in circulatie brengen van euromunten leidt tot ontvangsten voor de Staat en leidt tegelijkertijd tot een schuld aan het publiek. Zodra munten uit circulatie terugkeren, dient de Staat de nominale waarde van deze munten via DNB terug te geven. Op voorhand is niet te voorspellen of de nominale waarde van de in circulatie zijnde munten in enig jaar zal toe- of afnemen. Vandaar dat in de begroting een stelpost van nul is opgenomen.OpdrachtenWijzer in GeldzakenHet programma Wijzer in Geldzaken wordt medegefinancierd uit bijdragen vanuit de sector en DNB. Daarnaast draagt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ook bij aan het programma. Elke drie jaar worden er nieuwe afspraken gemaakt met de partners van Wijzer in Geldzaken over de financiering.OntvangstenDe overige ontvangsten betreffen met name: de ontvangen leges voor de examens inzake het onderdeel vakbekwaamheid, de door de Autoriteit Consumenten & Markt (ACM) aan de sector doorberekende kosten in het kader van het toezicht op de naleving van de MIF-verordening en eventuele ontvangen boetegelden van DNB, de AFM en de Accountantskamer.90Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sectorA. Algemene doelstellingHet borgen van publieke belangen via het aandeelhouderschap op een zo efficiënt mogelijke wijze.B. Rol, verantwoordelijkheid en beleidsinformatieDe minister van Financiën is verantwoordelijk voor:–een optimaal financieel resultaat bij het beheren, aangaan en afstoten van staatsdeelnemingen met inachtneming van de betrokken publieke belangen;–het beheren en afwikkelen van de tijdelijke overheidsinvesteringen in de gesteunde financiële instellingen. In dit kader is de minister van Financiën verantwoordelijk voor zwaarwegende en/of principiële beslis­singen (onder andere de exitstrategie en het beloningsbeleid van de financiële instellingen) van NL Financial Investments (NLFI). Voorts houdt de minister van Financiën toezicht op NLFI;–de inbreng van bedrijfseconomische expertise op specifieke onderdelen zoals bij investeringen in de energietransitie, en financiële zekerheid­stelling. In het kader van deze onderdelen is de minister verantwoor­delijk voor het toetsen van door vergunninghouders gestelde financiële zekerheid ter dekking van de kosten die voortvloeien uit het buiten gebruik stellen en de ontmanteling van instellingen vallend onder de Kernenergiewet.De minister van Financiën heeft een aantal instrumenten tot haar beschikking, die ingezet kunnen worden voor de invulling van haar verant­woordelijkheid:–bevoegdheden die de minister van Financiën heeft op basis van de Comptabiliteitswet;–bevoegdheden die de minister van Financiën heeft als aandeelhouder op basis van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en de statuten van de onderne­mingen;–de Wet stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen;–de gedragsregels uit de Corporate Governance Code voor zijn rol als aandeelhouder in staatsdeelnemingen;–structureel en incidenteel overleg met bestuurders en commissarissen van de staatsdeelnemingen;–bevoegdheden die de minister van Financiën heeft op basis van de Kernenergiewet;Bovenstaande instrumenten zijn verschillend van aard. De bevoegd­heden die voortvloeien uit het Burgerlijk Wetboek, Comptabiliteitswet, Wet stichting administratiekantoorbeheer financiële instellingen en de Kernenergiewet vormen de basis van de (formele) zeggenschap. De overige instrumenten hebben een meer informeel karakter, zijn richtinggevend (zoals de Corporate Governance Code) of dienen als randvoorwaarde om invulling te kunnen geven aan de beleidsdoelstelling (zoals de beschik­baarheid over en/of toegang tot de benodigde kennis).91Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 BeleidsinformatieIn onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de staatsdeelne­mingen waarvan het beheer van het aandeelhouderschap ligt bij het ministerie van Financiën. Hierbij staat aangegeven hoeveel procent van de aandelen in handen is van de Staat, op welke wijze deze aandelen worden gehouden en in welke sector ze actief zijn.Tabel 29 Aandeelhouderschap ministerie van FinanciënStaatsdeelnemingPercentage aandelen (per 12 juni 2024)Wijze van aandeelhouderschapSectorABN AMRO41,77%Indirect (via NLFI)Financiële DienstverleningAir France-KLM9,10%DirectTransportBNG Bank50,00%DirectFinanciële DienstverleningCOVRA100,00%DirectRadioactief-afvalmanagementFMO51,00%DirectFinanciële DienstverleningGasunie100,00%DirectEnergieHavenbedrijf Rotterdam29,17%DirectInfrastructuurHolland Casino100,00%DirectKansspelenInvest-NL100,00%DirectFinanciële DienstverleningInvest International51,00%DirectFinanciële DienstverleningKLM5,92%DirectTransportNederlandse Loterij99,00%DirectKansspelenNederlandse Spoorwegen100,00%DirectTransportNIO100,00%DirectFinanciële DienstverleningNWB Bank17,20%DirectFinanciële DienstverleningSchiphol69,80%DirectInfrastructuurSRH100,00%DirectFinanciële DienstverleningStedin11,80%DirectEnergieTenneT100,00%DirectEnergieThales Nederland1,00%DirectDefensieUCN100,00%DirectEnergieDe Volksbank100,00%Indirect (via NLFI)Financiële DienstverleningKengetallenOnderstaande kengetallen zien op de implementatie en uitvoering van het deelnemingenbeleid. Hierbij wordt alleen gekeken naar deelnemingen met volwaardige bedrijfsactiviteiten en waar de Staat de aandelen met direct aandeelhouderschap beheert, in totaal zijn dit 18 deelnemingen. Dit aantal deelnemingen is gecorrigeerd voor SRH en NIO vanwege niet volwaardige bedrijfsactiviteiten en ABN AMRO en Volksbank vanwege het indirecte aandeelhouderschap via NLFI.Tabel 30 Kengetallen deelnemingenbeleidRealisatie 2023Streefwaarde 2024Streefwaarde 2025Percentage deelnemingen met >33% vrouwen in de raad van bestuur169% (9 van 13)100% (13 van 13)100% (13 van 13)Percentage doelstellingen via SBTi gesteld250% (7 van 14)100% (14 van 14)100% (14 van 14)Percentage deelnemingen met financiële doelstellingen bepaald327% (4 van 15)67% (10 van 15)93% (14 van 15)1Deze indicator geeft weer bij welk percentage van de deelnemingen de raad van bestuur uit meer dan 1/3 vrouwen bestaat. Het totaal aantal deelnemingen is gecorrigeerd voor (i) de deelnemingen COVRA en UCN, die maar één bestuurder hebben en (ii) voor de deelnemingen Air France-KLM, KLM en Thales waarbij de Staat een klein minderheidsbelang heeft in de onderneming en daardoor beperkte invloed kan uitoefenen op het beleid.2Deze indicator geeft aan of de deelneming doelstellingen heeft gesteld samen via het Science Based Targets initiative (SBTi). Op de website van SBTi is te zien welke doelen deelnemingen hebben gesteld. Het totaal aantal deelnemingen is gecorrigeerd voor de deelnemingen COVRA, FMO, Gasunie en Invest International, vanwege de aard van deze ondernemingen.3In de Nota 2022 is een bredere set aan financiële indicatoren en bijbehorende doelstellingen geïntroduceerd. De Staat hanteert een bredere set die aansluit bij de aard van de deelneming en de sector waarin de deelneming actief is. Deze bredere set aan indicatoren vervangt het voormalige normrendement als maatstaf. De onderdelen van deze bredere set aan indicatoren zijn rendementsdoelstellingen, doelstellingen op onderliggende operationele prestaties en doelstellingen op de balanspositie. Het totaal aantal deelnemingen is gecorrigeerd voor de deelnemingen Air France-KLM, KLM en Thales waarbij de Staat een klein minderheidsbelang heeft in de onderneming en daardoor beperkte invloed kan uitoefenen op het beleid.92Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Meer kengetallen over het deelnemingenbeleid (zoals de omvang van het balanstotaal van alle deelnemingen, de vermogenspositie van deelne­mingen en het door deelnemingen gerealiseerde rendement) zijn te vinden in het meest recente Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen.C. BeleidswijzigingenIn 2022 heeft het kabinet de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 (Nota 2022) vastgesteld. Het deelnemingenbeleid wordt uitgewerkt in handboeken die periodiek worden herzien aan de hand van actuele ontwikkelingen en ervaringen uit de praktijk. De handboeken Evalueren, Strategie, Investeringen, Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), Benoemingen en Financiële positie zijn gepubliceerd. De implemen­tatie van de Nota 2022 wordt inzichtelijk gemaakt via een dashboard. Het doel van het dashboard is om de Kamer en de samenleving te informeren over de voortgang van de implementatie van de Nota 2022 en de resultaten daarvan. Het dashboard is inmiddels digitaal beschikbaar. De komende periode wordt het dashboard stap voor stap doorontwikkeld en worden er per thema indicatoren toegevoegd. Daarnaast wordt er door gegaan met de uitrol van de Nota 2022 om dit beleid bij alle deelnemingen te implemen­teren.In 2024 starten de evaluaties van het aandeelhouderschap in Air France- KLM, KLM, FMO en Schiphol. Deze evaluaties worden in 2025 afgerond. In 2025 werken we verder aan de toekomst van de Volksbank langs de kaders van het richtinggevende besluit.93Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 31 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector (bedragen x € 1.000)Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen14.830.41325.918.20019.975.561309.574310.174310.174310.174Uitgaven2.741.54713.760.26814.783.89317.640.174387.174310.174310.174Garanties7202020202020Regeling Bijzondere Financieringen7202020202020Leningen013.100.00014.200.00017.100.000000Lening TenneT013.100.00014.200.00017.100.000000Opdrachten7.2025.2424.7044.9854.9854.9854.985Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen7.1905.2424.7044.9854.9854.9854.985Opstart Invest International13000000Vermogensverschaffing/-onttrekking2.730.170649.837574.000530.000377.000300.000300.000Kapitaalinjectie TenneT1.602.000000000Aan-/verkoop vermogenstitels0000000Afdrachten Staatsloterij118.170100.000100.000100.000100.000100.000100.000Kapitaalinjectie Invest-NL250.000330.000330.000330.000277.000200.000200.000Kapitaalinjectie Invest International260.000219.837144.000100.000000Kapitaalinjectie regionale netbeheerders500.000000000Bijdrage aan ZBO's/RWT's4.1675.1695.1695.1695.1695.1695.169NLFI4.1675.1695.1695.1695.1695.1695.169Ontvangsten2.780.3602.652.6761.812.7522.482.8682.736.9922.781.9922.786.992Garanties12.3081.0001.0001.0001.0001.0001.000Premieontvangsten garantie KLM11.808000000Premieontvangsten Gasunie0000000Premieontvangsten garantie FMO5001.0001.0001.0001.0001.0001.000Leningen0276.423743.2521.378.3681.632.4921.632.4921.632.492Renteontvangsten lening KLM0000000Aflossing lening KLM0000000Renteontvangsten lening Tennet0276.423743.2521.378.3681.632.4921.632.4921.632.492Vermogensverschaffing/-onttrekking2.765.2302.370.7531.064.0001.099.0001.099.0001.144.0001.149.000Aan-/verkoop vermogenstitels1.206.926903.75300000Afdrachten Staatsloterij118.170100.000100.000100.000100.000100.000100.000Dividenden staatsdeelnemingen1.440.1351.367.000964.000999.000999.0001.044.0001.049.000Winstafdracht DNB0000000waarvan: Griekse inkomsten SMP0000000waarvan: rente-inkomsten ESM0000000Bijdrage aan ZBO's/RWT's2.8224.5004.5004.5004.5004.5004.500NLFI2.8224.5004.5004.5004.5004.500450094Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 32 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen14.830.41325.918.20019.975.561309.574310.174310.174310.174waarvan garantieverplichtingen12.932.56614.803.84900000Garanties en vrijwaringen staatsdeelnemingen‒ 1.561.500000000Garantie FMO14.494.06614.803.84900000waarvan overige verplichtingen1.897.84711.114.35119.975.561309.574310.174310.174310.174Lening KLM‒ 722.917000000Lening SRH‒ 11.259‒ 11.202‒ 8.3320000Lening TenneT025.000.00019.400.0000000Kapitaalinjectie TenneT1.602.000000000Verwerving vermogenstitels0000000Afdrachten Staatsloterij118.170100.000100.000100.000100.000100.000100.000Kapitaalinjectie Invest-NL142.600330.000330.00099.400200.000200.000200.000Kapitaalinjectie Invest International260.000219.837144.000100.000000Kapitaalinjectie regionale netbeheerders0000000Overige betalingsverplichtingen509.253‒ 14.524.2849.89310.17410.17410.17410.174Tabel 33 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht98,6%bestuurlijk gebonden1,3%beleidsmatig gereserveerd0,0%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%BudgetflexibiliteitDe uitgaven op artikel 3 zijn in 2025 voor 98,6% juridisch verplicht en voor 1,3% bestuurlijk gebonden. De juridisch verplichte uitgaven bestaan voornamelijk uit de lening aan TenneT, (een deel van) de kapitaalinjectie aan Invest-NL en de afdrachten Staatsloterij. De bestuurlijk gebonden uitgaven bestaan vooral uit de kapitaalinjectie aan Invest International.Kapitaalinjectie Invest International en Invest-NLDe kapitaalinjecties voor Invest International zijn bestuurlijk gebonden. Na goedkeuring van de concrete aanvragen voor de kapitaalinjecties door Invest International wordt de verplichting juridisch vastgelegd. De kapitaal­injecties voor Invest-NL zijn grotendeels juridisch verplicht. Voor beide instellingen geldt dat de kapitaalinjecties naar verwachting nodig zijn om hun activiteiten uit te voeren.Afdrachten StaatsloterijDe afdrachten Staatsloterij (uitgaven en ontvangsten) zijn 100% juridisch verplicht op basis van de Wet op de Kansspelen (WOK).95Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 E. Toelichting op de financiële instrumentenVerplichtingenOverige verplichtingenLening SRHSRH (SNS REAAL N.V.) heeft een vordering op de Nederlandse Staat. Op deze vordering is in de periode oktober 2020 tot en met 30 september 2025 een negatieve rente van toepassing. Conform de afspraken in de leningdocumentatie wordt de rente niet door SRH betaald maar afgeboekt op de vordering. Voor de periode na 30 september 2025 zal een nieuwe, marktconforme, rente worden vastgesteld. Indien er vanaf dat moment sprake is van een positieve rente zal deze jaarlijks worden bijgeboekt bij de vordering.Lening TenneTDe Nederlandse overheid heeft met een incidentele suppletoire begroting aan het begin van dit jaar een aandeelhouderslening van € 25 mld. aan TenneT verstrekt voor 2024 en 2025. Door het uitblijven van de volledige verkoop van TenneT Duitsland heeft TenneT een additionele leningsfaciliteit nodig om haar credit rating te behouden en te voldoen aan marktvereisten. De leningsfaciliteit is opgehoogd met € 2,3 mld. voor 2025 en uitgebreid met € 17,1 mld. voor 2026. Zie ook paragraaf 2.5 Overzicht risicoregelingen.Afdrachten StaatsloterijOm te voldoen aan de wettelijke bepalingen in de WOK dat alle afdrachten van de Staatsloterij aan de Staat toekomen, is structureel zowel bij uitgaven als ontvangsten een reeks opgenomen voor afdrachten Staatsloterij.Kapitaalinjectie Invest-NLIn 2019 is Invest-NL opgericht. Verspreid over enkele jaren ontvangt Invest-NL een kapitaalinjectie van € 1,7 mld. van de Staat. Hiervan valt naar verwachting € 330 mln. in 2025. Hiervan is € 277,6 mln. verplicht.Daarnaast krijgt Invest-NL in totaal € 900 mln. tot en met 2029 aan additionele middelen waarmee haar slagkracht wordt vergroot. € 600 mln. wordt vanaf de begroting van Financiën gebruikt voor versterking van het kernkapitaal, wat onder meer bijdraagt aan de doorgroei van startups naar scaleups. Met cumulatief € 250 mln. krijgt Invest-NL de mogelijkheid Blended Finance uit te breiden om hiermee knelpunten in de bedrijfsfinanciering te kunnen adresseren. Daarmee wordt het innovatief mkb aanvullend geholpen om door te groeien en neemt de maatschap­pelijke impact van Invest-NL nog meer toe. Tevens wordt cumulatief € 50 mln. toegevoegd in het Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid (BEV), waarmee als laatste redmiddel een belang kan worden genomen in bedrijven wanneer voorziene investeringen van statelijke actoren onze nationale veiligheid bedreigen. De bijdragen voor Blended Finance en het BEV worden verantwoord op de begroting van Economische Zaken.Kapitaalinjectie Invest InternationalIn 2021 is Invest International opgericht. Invest Internationaal ontvangt cumulatief een kapitaalinjectie van € 833 mln. verspreid over enkele jaren. Hiervan resteert nog € 144 mln. Dit zal naar verwachting in 2025 worden overgemaakt.96Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Daarnaast wordt vanuit het hoofdlijnenakkoord uit de gereserveerde middelen voor Invest NL een bedrag van € 100 mln. in 2026 vrijgemaakt ter ondersteuning van de financiering van het internationale Nederlandse bedrijfsleven door Invest International. Het kabinet onderzoekt tegelijkertijd hoe de continuïteit van Invest International voor de toekomst kan worden geborgd, onder andere door te bezien of en zo ja onder welke voorwaarden een integratie van beide organisaties mogelijk is, op zodanige wijze dat de beleidsdoelen van beide organisaties worden versterkt (binnen de geldende budgettaire afspraken).UitgavenLeningenZie: Verplichtingen - Lening TenneTOpdrachtenHet budget voor uitvoeringskosten staatsdeelnemingen is voornamelijk bestemd voor de inhuur van adviseurs ter ondersteuning in de diverse expertises die benodigd zijn voor het beheer van de staatsdeelnemingen.Vermogensverschaffing- en onttrekkingZie: Verplichtingen – Verwerving vermogenstitels, Afdrachten Staatsloterij, Kapitaalinjectie Invest-NL en Kapitaalinjectie Invest International.Bijdrage aan ZBO’s en RWT’sNLFI is een rechtspersoon met een wettelijke taak. NLFI voert het staatsaan­deelhouderschap uit voor de financiële instellingen die tijdelijk in beheer zijn. De kosten van NLFI worden grotendeels doorbelast aan de in beheer zijnde financiële instellingen. De netto-uitgaven aan NLFI om uitvoering te geven aan haar wettelijke taak zijn naar verwachting € 0,6 mln. over 2025 (€ 5,1 mln. uitgaven minus € 4,5 mln. ontvangsten).OntvangstenGarantiesDe Staat ontvangt een premie voor de verstrekte garantie aan FMO. Deze bedraagt € 1 mln. per jaar.LeningenDe Staat ontvangt een marktconforme rente met additionele vergoedingen over de verstrekte lening aan TenneT.Vermogensverschaffing/-onttrekkingAfdrachten StaatsloterijZie: Verplichtingen – Afdrachten Staatsloterij.Dividenden StaatsdeelnemingenDeze post bestaat uit alle dividenden, winstafdrachten en verkoopop­brengsten die zien op zowel de reguliere deelnemingen als de tijdelijke financiële deelnemingen (ABN AMRO, de Volksbank).Bijdrage aan ZBO’s en RWT’sZie: Uitgaven – Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s.97Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 4 Internationale financiële betrekkingenA. Algemene doelstellingEen bijdrage leveren aan een financieel gezond en welvarend Europa en een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling. B. Rol, verantwoordelijkheid en beleidsinformatieDe minister van Financiën speelt in Nederland op dit gebied een regis­serende rol en maakt daarbij gebruik van een aantal instrumenten. Ten behoeve van de bevordering van de economische- en begrotingscoördi­natie tussen EU-lidstaten en de financiële stabiliteit in de EU, neemt de minister actief deel aan internationale overleggen (onder andere de Ecofinraad en de Eurogroep). Verder neemt de minister van Financiën besluiten over het Nederlandse standpunt met betrekking tot toetreding van landen tot het Europees wisselkoersmechanisme (ERM II) en de eurozone.De minister houdt als aandeelhouder toezicht op de verschillende Interna­tionale Financiële Instellingen met als doel om o.a. financiële soliditeit en goed bestuur te waarborgen. Hierbij bewaakt de minister ook de financiële belangen van de Nederlandse overheid en de Nederlandse burger en ziet de minister toe op de effectiviteit van de internationale financiële architectuur.Daarnaast levert de minister een bijdrage aan de internationale beleidsdis­cussies en beleidsresponses bij internationale fora zoals de Ecofinraad, de Eurogroep, de G20, verschillende Organisatie voor Economische Samen­werking en Ontwikkeling-werkgroepen en commissies en discussies bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank en andere Interna­tionale Financiële Instellingen (IFI’s).Meetbare gegevensDe onderstaande tabel geeft een aantal kengetallen van internationale financiële fondsen en instellingen waarin Nederland deelneemt. Per fonds of instelling is de financiële binding met Nederland weergeven, zoals de omvang van de garantie en het gestorte kapitaal. Hierbij bestaat een onderscheid tussen garanties die afgegeven zijn op instellingen (zoals het geval voor de garanties op de IFI's) en garanties op bepaalde activiteiten (zoals European Investment Bank (EIB)-Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen (ACP) en Overseas Countries and Territories (OCT) en het Europees Garantiefonds)26. Verder wordt door middel van verschillende kengetallen (onder andere verstrekte bedragen en de maximale uitleencapaciteit) de financiële slagkracht van het fonds of de instelling gepresenteerd.26 Zie overzicht risicoregelingen (hoofdstuk 2.6) 98Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 34 Overzicht internationale financiële instellingen en fondsen (bedragen x € 1 mld.)Garantie/oproepbaar bedragDeelneming in kapitaalDeelneming in %Financieel profiel instelling of fondsA. Uitstaande bedragenB. Toegezegd-niet uitgekeerdTotaal toegezegde bedragen (A+B)Totale uitleen­capaciteit1IFC1n.v.t.0,52,247,510,257,7129,32MIGA20,030,012,225,70,025,732,73IBRD35,40,442,0222,478,5300,9323,24EIB411,81,25,2445,4130,2575,6202,05EIB - pan-Europees garantie-fonds51,0n.v.t.5,23,89,513,318,46EIB – krediet-verlening o.b.v. eigen middelen (OR) in ACP en OCT60,08n.v.t.5,16,31,27,5n.v.t.7AIIB70,80,21,146,312,558,990,78EBRD80,60,22,538,614,953,544,69IMF931,5n.v.t1,83115,296,5211,7460,410ESM1035,34,85,682,60,082,6500,011EFSF1134,206,1186,40,0186,4241,012EFSM122,7n.v.t.5,242,80,042,844,613BoP133,9n.v.t.6,10,20,00,250,014SURE146n.v.t.5,898,40,098,498,415NGEU1528,5n.v.t.6,179,2213,4292,6292,616MFA+161,1n.v.t.6,13,015,018,018,01Cijfers Financieel Profiel 30-06-2023. IFC Financial Statements Fiscal Year 20232Cijfers Financieel Profiel 30-06-2023. Miga Financial Statements Fiscal Year 20233Cijfers Financieel Profiel 30-06-2023. IBRD Financial Statement Fiscal Year 20234Cijfers Financieel Profiel 30-12-2023. EIB Financial Report 20235Cijfers Financieel Profiel 31-12-2023. EIB Financial Report 2023; EGF Financial Statement for the Year ended 31 December 20236Cijfers Financieel Profiel 31-12-2024. EIB Financial Report 20227Cijfers Financieel Profiel Q1 2024. AIIB Q1 2024 Financial Statements8Cijfers Financieel Profiel 31-12-2023. EBRD Financial Statements 20239Cijfers Financieel Profiel Q1 2024. IMF Q1 2024 Financial Report10Cijfers financieel profiel 31-12-2023, ESM Annual Report 202311Cijfers financieel profiel 31-12-2023, EFSF Financial Statements 202312Website Europese Commissie - EFSM. https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/eu-budget/eu-borrower-investor-relations/european-financial-stabilisation-mechanism_en13Website Europese Commissie - BoP. https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/eu-budget/eu-borrower-investor-relations/balance-payments_en14Website Europese Commissie - SURE. https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/eu-budget/eu-borrower-investor-relations/sure_en15Cijfers financieel profiel 31-12-2023. NGEU half yearly report 1 july 2023 ‒ 31 december 2023.16Website Europese Commissie - MFA. https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/eu-budget/eu-borrower-investor-relations/mfa-programmes-including-ukraine_enC. BeleidswijzigingenEuropese Commissie2025 wordt het eerste jaar van de nieuwe Europese Commissie, met mogelijk nieuwe voorstellen op het gebied van financieel-economische thema’s die van belang zijn voor Nederland. Zo presenteert de Commissie naar verwachting het voorstel voor het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) voor de periode na 2027 en mogelijk een voorstel voor een nieuw Eigenmiddelenbesluit. Daarnaast is 2025 het eerste jaar waarin lidstaten uitvoering geven aan hun vierjarig budgettair-structureel plan voor de middellange termijn onder de herziene Europese begrotings­regels. Lidstaten zullen in april voor het eerst hun jaarlijkse voortgangs­rapport indienen. In dit rapport rapporteren zij over het realisatie van het vastgelegde uitgavenpad, investeringen en hervormingen in het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn.99Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Internationale Financiële InstellingenIMF-garantiesIn december 2023 heeft het IMF een akkoord bereikt over de 16e quota­herziening van het IMF, waarbij permanente quotamiddelen omhooggaan en tijdelijke leningen worden verlaagd (de New Arrangements to Borrow (NAB) wordt verlaagd en de Bilateral Borrowing Agreements (BBA) wordt afgeschaft), zodat de totale leningencapaciteit van het IMF gelijk blijft. De Nederlandse uitstaande garantie aan de DNB voor het IMF wordt hierdoor verlaagd met € 2,1 mld. Dit is reeds voorgelegd aan uw Kamer27en verwerkt middels de Eerste Suppletoire Begroting 2024 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota), onder voorbehoud dat voldoende landen voor de deadline van 15 november 2024 toestemming verlenen voor de implemen­tatie. Indien de deadline niet wordt gehaald, dan worden de aanpassingen pas op een later moment (mogelijk 2025) effectief. In dat geval wordt de mutatie op de Staatsgarantie aan DNB doorgeschoven naar de begroting van 2025 of later en worden de Nederlandse deelname aan de BBA (op dit moment tot eind 2024) en mogelijk ook de NAB (op dit moment tot eind 2025) verlengd.Tijdens de voorjaarsvergadering van het IMF is, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring, aangekondigd SDR 1,7 mld. (€ 2,1 mld.) door te lenen aan de Resilience and Sustainability Trust (RST). De RST verschaft financiering aan kwetsbare landen om hun weerbaarheid tegen klimaatver­andering en pandemieën te vergroten. De voorgenomen verhoging wordt aan de Kamer voorgelegd middels de suppletoire begroting september 2024. DNB ontvangt rente van het IMF over de ingezette SDR’s.OekraïneSinds februari 2024 verdedigt Oekraïne zichzelf tegen de grootschalige Russische agressie. Hierdoor kampt het land met hoge noden, o.a. op militair, economisch en humanitair terrein. Nederland draagt haar ‘fair share’ bij aan de steun aan Oekraïne. De middelen die zijn gereserveerd voor herstel en wederopbouw worden voor een groot deel via interna­tionale financiële instellingen (IFI’s) zoals de Wereldbank, Europese Inves­teringsbank (EIB) en European Bank for Reconstruction and Development (EBRD) verstrekt. Deze instellingen hebben sinds het begin van de oorlog de werkzaamheden in Oekraïne flink uitgebreid, en ze zijn over de hele breedte van de Oekraïense economie en maatschappij actief. Zo wordt bijv. ondersteuning geboden bij de implementatie van hervormingen en versterking van absorptiecapaciteit. Daarnaast financieren deze instellingen kritieke herstelwerkzaamheden, om zo o.a. de Oekraïense bevolking te voorzien van energie, gezondheidszorg en huisvesting. Daarmee zijn de IFI’s een onmisbaar onderdeel van de internationale coalitie die Oekraïne steunt. In de Voorjaarsnota 2024 is € 400 mln. additioneel beschikbaar gesteld voor niet-militaire steun in 2024 (€ 148 mln.) en 2025 (€ 252 mln.). Deze middelen zullen worden ingezet om de meest prangende noden van Oekraïne te adresseren, waarbij gekeken wordt naar de meest effectieve en efficiënte kanalen. WereldbankTijdens de voorjaarsvergadering van de Wereldbankgroep heeft voormalig minister Van Weyenberg, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring, de aankoop van hybride kapitaal ter waarde van € 68 mln. 27 Toetsingskader Risicoregelingen Rijksoverheid: Staatsgarantie DNB IMF | Publicatie | Rijksoverheid.nl100Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 aangekondigd. De aankoop van hybride kapitaal is reeds voorgelegd aan uw Kamer28 en verwerkt in de eerste suppletoire begroting van 2024. De IBRD – het grootste onderdeel van de Wereldbankgroep – gebruikt dit geld voor investeringen in mondiale uitdagingen als klimaatverandering, pandemische paraatheid en fragiliteit. Nederland zal hybride kapitaal nog in 2024 aankopen, waarbij de IBRD in 2025 zal beginnen met het uitlenen van gelden die door aandeelhouders zijn verstrekt.Periodieke rapportage crisismaatregelen COVID-19 pandemie IFI's en Europese instellingenDe periodieke rapportage richt zich op de evaluatie van de crisismaat­regelen die genomen zijn door de internationale financiële instellingen en op Europees niveau in reactie op de coronapandemie en heeft als doel om inzicht te krijgen in de doeltreffendheid van deze maatregelen. Het onderzoek heeft het karakter van een syntheseonderzoek en zal aan de hand van beschikbare evaluaties en onderzoeken naar de genomen crisismaatregelen van de internationale financiële instellingen en Europese instellingen worden uitgevoerd. Zie voor een toelichting op de evaluatie ook de Kamerbrief ‘Plan van aanpak strategische evaluatie van het beleid op begrotingsartikel 4.’29De uitkomsten van de evaluatie worden in 2025 aan de Kamer aangeboden.28 Informatie over Bijlage 1138326 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendma-kingen.nl)29 Kamerstukken II, 2021-2022, 31935, nr. 75101Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 35 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Internationale financiële betrekkingen (bedragen x € 1.000)Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen‒ 8.526.7372.597.2212.584.9332.442‒ 90.416916.432‒ 61.107Uitgaven422.102520.648628.955383.261481.859207.825275.561Garanties9.18617.7947.5599.9279.92700EIB pan-Europees garantiefonds9.18617.7947.5599.9279.92700Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties411.152500.685618.935370.893469.654205.694273.432Multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen53.0001.5191.51919191919Rentecompensatie ESM0000000Wereldbank333.152364.730323.080329.438428.199205.675273.413EBRD25.000100.00000000Kapitaalinleg ESM00252.9000000Bijdrage EU voor rente Oekraïne034.43641.43641.43641.43600Leningen0000000Teruggave winsten0000000Lening aan Oekraïne0000000Opdrachten1.7652.1692.4612.4412.2782.1312.129Technische assistentie1.7492.0692.3612.3412.1782.0312.029Overige opdrachten16100100100100100100Ontvangsten421.103120.70967.620222.315257.115258.068252.169Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties5.32720.9423.7333.2133.0882.9572.965Ontvangsten IFI's2.13720.9423.7333.2133.0882.9572.965Ontvangsten ESM Kapitaal3190000000Leningen415.77699.76763.887219.102254.027255.111249.204Aflossing lening Griekenland319.83800159.919159.919159.919159.919Renteontvangsten lening Griekenland95.93899.76763.88759.18357.43756.09451.401Aflossing lening Oekraïne000033.33333.33333.333Renteontvangsten lening Oekraïne00003.3385.7654.551Tabel 36 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen‒ 8.526.7372.597.2212.584.9332.442‒ 90.416916.432‒ 61.107waarvan garantieverplichtingen‒ 8.803.1132.433.5381.364.0000000Kredieten EU-betalingsbalanssteun094.08900000Garantie aan DNB inzake IMF818.602‒ 106.94100000ESM‒ 24.71001.364.0000000EFSM‒ 264.215254.89900000AIIB‒ 26.13613.87700000EIB4.337000000Wereldbank‒ 46.88099.06700000SURE‒ 19.295‒ 159.63600000EIB - pan-Europees garantiefonds‒ 9.186‒ 320.32300000NGEU‒ 10.513.020584.26000000MFB215.390000000102Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 2023202420252026202720282029MFB Headroomgarantie1.062.00027.24600000Oekraïne faciliteit01.947.00000000waarvan overige verplichtingen276.376163.6831.220.9332.442‒ 90.416916.432‒ 61.107EIB - pan-Europees garantiefonds9.186000000Multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen55.965111111Rentecompensatie ESM0000000Wereldbank17.01568.513965.5710‒ 92.695914.300‒ 63.237EBRD25.000100.00000000Kapitaalinleg ESM00252.9000000Bijdrage EU voor rente Oekraïne165.743‒ 7.00000000Teruggave winsten SMP/ANFA0000000Lening aan Oekraïne0000000Technische assistentie kiesgroeplanden3.4512.0692.3612.3412.1782.0312.029Overige betalingsverplichtingen16100100100100100100Tabel 37 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht99,6%bestuurlijk gebonden0,0%beleidsmatig gereserveerd0,4%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%BudgetflexibiliteitIn 2025 bedraagt het totaal aan juridisch verplichte uitgaven 99,6% van het totaal aan uitgaven. Het bestaat voornamelijk uit uitgaven op garanties en bijdragen aan internationale organisaties. Daarnaast is 0,4% beleids­matig gereserveerd, het betreft hier voornamelijk technische assistentie aan kiesgroeplanden waarvoor nog geen verplichting is aangegaan.E. Toelichting op de financiële instrumentenVerplichtingenGarantieverplichtingenIn 2010 is besloten tot de oprichting van een permanent noodmechanisme, het European Stability Mechanism (ESM). Dit noodmechanisme verstrekt steun aan Eurozonelanden in nood onder strikte voorwaarden. In 2025 staat Nederland voor maximaal € 36,7 mld. garant voor het ESM.Overige verplichtingenWereldbankNederland draagt via algemene bijdragen aan de Wereldbank bij aan ontwikkelingssamenwerking. De verplichting en uitgave opgenomen in 2025 betreft de bijdrage aan de International Development Association (IDA), het onderdeel van de Wereldbankgroep dat concessionele leningen – en in beperkte mate schenkingen – verstrekt aan de armste landen in de wereld. Elke drie jaar worden de middelen voor dit onderdeel van de Wereldbank aangevuld door donoren.103Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Kapitaalinleg ESMIn de begroting is voor 2025 een reservering opgenomen voor de actuali­satie van de kapitaalinleg bij het ESM. Bij de toetreding van Kroatië tot het ESM is afgesproken dat de ESM-bijdragesleutel voor alle leden bijgewerkt zou worden, ofwel ter gelegenheid van de volgende toetreding tot het ESM, ofwel uiterlijk op 1 januari 2026. De ECB heeft op 1 januari 2024 de kapitaalsleutel geactualiseerd. Hieruit volgt dat Nederland een groter aandeel in de Europese economie en bevolking had dan voorheen. Omdat toetreding tot het ESM van een nieuwe lidstaat niet uit te sluiten is voor 2026, is de aanvullende kapitaalinleg opgenomen in de begroting van 2025.UitgavenGarantiesDe EIB heeft in 2020 het pan-Europees garantiefonds (EGF) opgericht om de negatieve economische gevolgen van de coronacrisis te beperken. De investeringen onder het garantiefonds zullen een hoog risicoprofiel hebben. Nederland acht het daarom waarschijnlijk dat de garantie ingeroepen zal worden.Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesWereldbankZie: Verplichtingen - Wereldbank.Kapitaalinleg ESMZie: Verplichtingen - Kapitaalinleg ESM.Bijdrage EU voor rente OekraïneIn december 2022 is in de Ecofin besloten om de rente op de door de EU aan Oekraïne geleende middelen in 2023 (€ 18 mld.) door de EU-lidstaten te compenseren. De rentebijdrage voor Nederland zal tussen 2024 t/m 2027 circa € 41 mln. per jaar bedragen. De hoogte van de bijdrage per lidstaat wordt bepaald door het bni-aandeel (bruto nationaal inkomen) van de lidstaat aan de EU-begroting. De hoogte van de bijdrage per lidstaat wordt jaarlijks geüpdatet.OpdrachtenVoor de komende jaren zijn middelen gereserveerd voor technische assistentie aan landen in de Nederlandse IMF/ Wereldbank/ EBRD-kiesgroepen. De technische assistentie is er vooral op gericht om deze kiesgroeplanden te ondersteunen in hun financieel-economische beleid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van Nederlandse expertise.OntvangstenBijdrage aan (inter)nationale organisatiesEr wordt een structurele reeks verwacht aan ontvangsten van IFI’s. Het gaat hierbij om terugbetalingen van de EIB en renteontvangsten uit hybride kapitaal van de Wereldbank.104Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 LeningenAflossing en renteontvangsten lening GriekenlandIn totaal heeft Nederland voor € 3,2 mld. aan bilaterale leningen verstrekt aan Griekenland, waarover Griekenland per kwartaal rente betaalt. Deze rente is de 3-maands Euribor plus een opslag van 50 basispunten. Vanaf 2020 is Griekenland deze bilaterale leningen gaan aflossen. In december 2023 heeft Griekenland een vervroegde aflossing gedaan voor 2024 en 2025.Aflossing en renteontvangsten lening OekraïneNederland heeft in 2022 een bilaterale lening van € 200 mln. aan Oekraïne verstrekt via een speciale kredietlijn van het IMF. Oekraïne zal na een respijtperiode van 4,5 jaar in 2027 starten met aflossen en betalen van rente.105Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringenA. Algemene doelstellingHet afgeven van verzekeringen en garanties ter dekking van risico’s die zijn verbonden aan het handels- en dienstenverkeer van ondernemers met landen buiten Nederland en investeringen in het buitenland die zonder deze verzekeringen en garanties niet tot stand zouden zijn gekomen, en het creëren en handhaven van een internationaal gelijkwaardig speelveld voor bedrijven op het terrein van de exportkredietverzekeringsfaciliteit (ekv-faciliteit).B. Rol, verantwoordelijkheid en beleidsinformatieDe minister van Financiën heeft de rol van regisseur bij de uitvoering van de ekv-faciliteit. De Nederlandse Staat treedt op als verzekeraar en Atradius Dutch State Business N.V. (ADSB30) voert de ekv-faciliteit uit, in naam van en voor rekening en risico van de Staat. De minister stelt de randvoorwaarden vast waaronder ADSB verzekeringen mag afgeven. De minister van Financiën is budgetverantwoordelijk en is samen met de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp verantwoordelijk voor het beleid op gebied van de ekv. Beide ministers stimuleren een gelijkwaardig speelveld op het gebied van de ekv-faciliteit.Op basis van de ‘Kaderwet financiële verstrekkingen Financiën’ biedt de Nederlandse Staat, in aanvulling op de private markt, faciliteiten aan waarmee Nederlandse ondernemers en hun financiers risico’s kunnen afdekken bij de Staat. Met de verschillende producten binnen de export­krediet- en investeringsverzekeringen kunnen Nederlandse bedrijven meer orders binnenhalen die in het bijzonder op (middel)lange termijn gefinan-cierd worden.De ekv-faciliteit van de Nederlandse Staat is aanvullend aan de markt. Dit betekent dat exporteurs kans kunnen maken op de ekv-faciliteit als commerciële verzekering niet beschikbaar is. Zo kan het handels- en dienstenverkeer, ook met politiek en economisch ingewikkelde landen, toch doorgaan. Er is duidelijk vastgelegd welke risico’s (looptijd, omvang en landen) verzekerd kunnen worden op de private markt en dus voor welke risico’s de Nederlandse Staat aanvullende zekerheid kan bieden. Daarnaast stelt de minister van Financiën voor alle verzekeringsproducten een risicokader vast. Hierin staan de randvoorwaarden voor het afgeven van een verzekering, waarmee de Staat vaststelt welke risico’s als verantwoord worden beschouwd.Net als Nederland hebben veel andere landen ook een ekv-faciliteit. Nederland zet zich internationaal in om afspraken te maken over expor­tondersteuning en om Nederlandse exporteurs en hun financiers onder gelijke voorwaarden te kunnen laten concurreren. Deze afspraken tussen verschillende OESO-landen zijn vastgelegd in de ‘Arrangement on Officially Supported Export Credits31’ en waarborgen een internationaal gelijk speelveld. Zo zijn er afspraken gemaakt over de voorwaarden waaronder exportkredietverzekeringen mogen worden verstrekt. Hierbij kan gedacht 30 http://www.atradiusdutchstatebusiness.nl/index.html31 https://www.oecd.org/trade/topics/export-credits/arrangement-and-sector-understandings/106Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 worden aan afspraken over de kostendekkendheid van de steun, minimum­premies, maximale looptijden, het gebruik van ontwikkelingshulpgelden en verantwoord leenbeleid. Voor ekv-producten die niet onder de Arrangement vallen is het Europese staatsteunkader van toepassing.32Maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo), compliance en anti-omkoping hebben internationaal, maar ook nationaal de aandacht. Er is continu aandacht voor een gedegen uitvoering van het beleid voor mvo, compliance en anti-omkoping binnen de ekv-aanvragen. Het Nederlandse beleid voor de toetsing van ekv-aanvragen op de milieu- en sociale-effecten, dat in een aantal opzichten strenger is dan de internationale richtlijnen op dit gebied, is vastgelegd in het zogeheten Beleidsdocument mvo33. ADSB publiceert jaarlijks een duurzaamheidsverslag waarin de inspanningen en resultaten worden beschreven.De beleidsmatige inzet bij de ekv is verder gericht op activiteiten die een positieve bijdrage leveren aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs en bedrijven ondersteunen in de energietransitie. Dit is in lijn met de verklaring die Nederland ondertekende tijdens de COP26-klimaatconfe­rentie in Glasgow voor het in lijn brengen van internationale overheidssteun met de groene energietransitie (‘de COP26-verklaring’). Per 1 januari 2023 is het COP26-beleid voor de ekv effectief. Daarmee is ekv-steun aan fossiele projecten per 2023 reeds beëindigd, behoudens beperkte en duidelijk gedefinieerde uitzonderingen die in lijn zijn met de 1,5°C doelstelling.Meetbare gegevensVoor de ekv-faciliteit worden vier indicatoren gehanteerd om inzicht te krijgen in hoeverre de doelstelling wordt behaald.Directe en indirecte bijdrage aan het Nederlandse bbpDeze indicator geeft inzicht in de directe en indirecte bijdrage van de ekv-faciliteit aan het Nederlandse bbp op basis van berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hiervoor wordt aangesloten bij de wijze waarop de doeltreffendheid van de faciliteit is onderzocht in de beleidsdoorlichtingen van 2016 en 2021. De streefwaarde is gebaseerd op historische realisaties.Bedrijfseconomische resultaatbepaling (BerB)Het BerB-resultaat geeft aan in welke mate de ekv-faciliteit voldoet aan de internationale afspraak om minimaal kostendekkend te zijn. Deze afspraak is gemaakt om te voorkomen dat er concurrentieverstoring kan plaatsvinden. De BerB brengt in kaart in welke mate de inkomsten (premies en recupe­raties) op de lange termijn de uitgaven (schades en uitvoeringskosten) dekken. Een positieve uitkomst duidt erop dat de faciliteit cumulatief gezien sinds 1999 kostendekkend is gebleken met inachtneming van nog te verwachten schades over de uitstaande risico’s. De BerB kent 1999 als startdatum omdat toen nieuwe internationale afspraken over kostendek­kende minimumpremies van kracht werden.32 De Arrangement of the Offically Suported Export Credits. Voor EU-lidstaten is de Arrangement bindend.33 Kamerstukken II 2017-2018, 26 485, nr. 255107Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Groene transactiesDe beleidsmatige inzet voor groen bij de exportkredietverzekering is erop gericht bedrijven te ondersteunen bij de energietransitie en het aandeel in de portefeuille van transacties die een bijdrage leveren aan het bereiken van de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te laten groeien.In 2019 is een meetmethodiek ontwikkeld om te kunnen inventariseren welke transacties als groen gekwalificeerd kunnen worden(groenlabel). Deze meetmethodiek is gebaseerd op de richtlijnen van de International Finance Corporation (onderdeel van de Wereldbankgroep). Vanaf 2020 worden alle transacties geclassificeerd en worden de uitkomsten gebruikt om te rapporteren over het aantal groene transacties in de portefeuille. De doelstelling voor 2024 is het verhogen van het aantal groene transacties met 10% ten opzichte van 2023. De doelstelling voor 2025 wordt eind 2024 jaar vastgesteld. Er zijn verschillende maatregelen getroffen om groene export te stimuleren. Zo komen groene exporttransacties in aanmerking voor gunstige voorwaarden onder de ekv en daarnaast is er een nieuw instrument ontwikkeld genaamd ‘de groendekking’. De groendekking focust zich specifiek op de ontwikkeling van groene exporttransacties. Hierbij dient echter wel opgemerkt te worden dat de ekv een vraaggestuurd instrument is, waardoor de doelstelling afhankelijk blijft van het aanbod van projecten en export.MKB transactiesDe ekv wordt ook ingezet ter ondersteuning van het Nederlandse mkb. De ekv beschikt onder meer over liquiditeitsverruimende producten waar met name het Nederlandse mkb gebruik van maakt. De doelstelling voor 2024 is het verhogen van het aantal mkb transacties met 10% ten opzichte van 2023. De doelstelling voor 2025 wordt eind 2024 jaar vastgesteld.Tabel 38 Indicatoren2020202120222023Streefwaarde 2024 & 2025Bijdrage bbp in %0,07%0,06%0,06%n.t.b.>0,05%Berb€582 mln.€667 mln.€504 mln.€285 mln.> €0Absoluut aantal nieuw aangegane totaal aan groene dekkingstoezeggingen en directe polissen724485810% meer dan het voorgaande jaarAbsoluut aantal nieuw aangegane totaal aan mkb transactiesn.v.t.135496010% meer dan het voorgaande jaar1De cijfers van de mkb transacties zijn pas bijgehouden vanaf 2021.C. BeleidswijzigingenAanbevelingen beleidsdoorlichting ekvIn 2023 is de beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 5 over de periode 2016 t/m 2021 afgerond. Het rapport concludeert dat het aannemelijk is dat de ekv grotendeels doeltreffend en doelmatig is. Ook kent het rapport een aantal aanbevelingen. De belangrijkste aanbevelingen betreffen het evalueren van het mandaat van de ekv, het blijven inzetten op een gelijk­waardig internationaal speelveld, het periodiek evalueren van het mvo en anti-omkopingsbeleid en het verdiepen van de kennis over de aanvul­lendheid van de ekv aan de private markt. In de kabinetsreactie bij de beleidsdoorlichting is aangegeven hoe verder invulling wordt gegeven aan deze aanbevelingen. Eind 2024 zal gerapporteerd worden over de voortgang hiervan.108Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Verbeteren internationaal speelveldHet ministerie zal ook in 2025 in internationaal verband bijdragen aan een internationaal gelijkwaardig speelveld, waaronder een Europese Unie (EU) strategie voor exportkredieten en verdere afspraken op het gebied van klimaat, mvo en compliance. Nederland zal zich inzetten om de interna­tionale afspraken voor de ekv (het Arrangement on Officially Supported Export Credits) aan te scherpen en in lijn te brengen met de COP26-verklaring, het klimaatakkoord van Parijs en een 1,5-graad opwarmings­limiet. De EU heeft hiertoe een voorstel ingediend om steun aan de fossiele energiesector behoudens uitzonderingen in lijn met 1,5 graden uit te sluiten.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 39 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen (bedragen x € 1.000)Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen3.821.77310.090.39410.086.15810.086.17010.086.81110.086.81110.086.811Uitgaven254.545167.394148.158148.170148.811148.811148.811Opdrachten22.63920.38619.38619.38620.01720.01720.017Kostenvergoeding Atradius DSB20.16719.28319.28319.28319.91419.91419.914Uitvoeringskosten herverzekering leverancierskredieten2.3121.00000000Overige uitgaven160103103103103103103Garanties102.95273.00057.00057.00057.00057.00057.000Schade-uitkering EKV102.36872.00057.00057.00057.00057.00057.000Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten5851.00000000Storting/onttrekking begrotingsreserve128.95474.00871.77271.78471.79471.79471.794Mutatie begrotingsreserve EKV128.95474.00871.77271.78471.79471.79471.794Ontvangsten130.264148.457131.458124.475123.489120.489105.589Garanties107.012124.174107.175100.19298.57595.57580.675Premies EKV68.95470.24470.24470.24470.24470.24470.244Premies herverzekering leverancierskredieten68000000Schaderestituties EKV (oude methodiek)37.908000000Schaderestituties EKV voor 1999028.83426.74319.68118.00015.000100Schaderestituties EKV vanaf 1999 tot 201903.7641.5281.5401.5501.5501.550Schaderestituties EKV na 2019021.3328.6608.7278.7818.7818.781Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten82000000Storting/onttrekking begrotingsreserve23.25124.28324.28324.28324.91424.91424.914Mutatie begrotingsreserve EKV23.25124.28324.28324.28324.91424.91424.914109Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 40 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Verplichtingen3.821.77310.090.39410.086.15810.086.17010.086.81110.086.81110.086.811waarvan garantieverplichtingen3.688.8689.995.0009.995.0009.995.0009.995.0009.995.0009.995.000Herverzekering leverancierskredieten0000000Exportkredietverzekeringen3.688.8689.995.0009.995.0009.995.0009.995.0009.995.0009.995.000waarvan: aangegane garantieverplichtingen3.688.8689.995.0009.995.0009.995.0009.995.0009.995.0009.995.000waarvan: vervallen garantieverplichtingen0000000waarvan overige verplichtingen132.90595.39491.15891.17091.81191.81191.811Kostenvergoeding Atradius DSB20.16719.28319.28319.28319.91419.91419.914Uitvoeringskosten herverzekering leverancierskredieten7.1661.00000000Storting begrotingsreserve EKV128.95474.00871.77271.78471.79471.79471.794Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten‒ 23.5651.00000000Overige betalingsverplichtingen183103103103103103103Tabel 41 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht100%bestuurlijk gebonden0%beleidsmatig gereserveerd0%nog niet ingevuld/vrij te besteden0%BudgetflexibiliteitOpdrachtenDit budget is 100% juridisch verplicht op basis van een overeenkomst met ADSB.GarantiesDeze uitgaven zijn 100% juridisch verplicht, aangezien deze voortvloeien uit afgesloten exportkredietverzekeringen. Indien de verzekerde risico’s zich materialiseren en aan alle verzekeringsvoorwaarden is voldaan, moet de Staat als verzekeraar tot uitkering overgaan.E. Toelichting op de financiële instrumentenVerplichtingen en uitgavenOpdrachtenADSB is de uitvoerder van de ekv-faciliteit. ADSB ontvangt voor de werkzaamheden in het kader van de ekv-faciliteit jaarlijks een vergoeding op basis van een vergoedingsovereenkomst.GarantiesSchade-uitkering Exportkredietverzekeringen (ekv)Voor de ekv-faciliteit is in de begroting een garantieplafond van € 10 mld. opgenomen. Dit is het bedrag dat jaarlijks aan nieuwe verplichtingen kan worden aangegaan. Alle schade-uitkeringen, premies en restituties op dit artikel komen voort uit deze garantie.110Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 De ekv heeft zowel definitieve als voorlopige juridische verplichtingen in de portefeuille. Indien het voor een exporteur nog onzeker is of de opdracht wordt gegund, maar er voor een offerte wel al financiering geregeld moet zijn, kan een dekkingstoezegging worden afgegeven. Dit is nog geen polis, maar de dekkingstoezegging zal bij daadwerkelijke gunning van een opdracht worden omgezet naar een polis. Gemiddeld wordt ongeveer de helft van de dekkingstoezeggingen uiteindelijk een polis. Als er duidelijke aanwijzingen zijn dat het risico sterk is verslechterd, is de Staat niet verplicht om een dekkingstoezegging in een polis om te zetten. Schade kan uitsluitend onder een polis worden uitgekeerd. Wanneer zich onder een ekv-polis schade voordoet, zal de Staat bij schade-uitkering doorgaans het betalingsschema van de debiteur volgen. Dit betekent dat het bedrag niet in een keer wordt uitgekeerd, maar gespreid over de resterende looptijd van de verzekering (doorgaans twee betalingen per jaar).Storting/onttrekking begrotingsreserveNaar aanleiding van het garantiekader voor risicoregelingen wordt voor de ekv een risicovoorziening opgebouwd. De risicovoorziening fungeert als een buffer om tegenvallers, zoals een grote schade, op te vangen; ontvangsten en uitgaven kunnen bij de ekv sterk over de tijd verspreid zijn. De raming van de storting in de begrotingsreserve van de ekv is gelijk aan de raming van de premieontvangsten plus de raming van de schaderestituties van zaken waar tussen 1999 en 2019 schade op is uitgekeerd. De begrotings­reserve muteert eens per jaar op 31 december. De stand van de reserve was ultimo 2023 € 691,6 mln.Tabel 42 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve ekv (bedragen x € 1.000)Stand per 1/1/2024Onttrek­kingen 2024Toevoe­gingen 2024Stand per 1/1/2025Onttrek­kingen 2025Toevoe­gingen 2025Stand per 31/12/2025691,624,374,0741,324,371,8788,8OntvangstenGarantiesDe ontvangsten bestaan uit premies en schaderestituties. De omvang van deze posten wordt beïnvloed door de hoeveelheid afgegeven exportkre­dietverzekeringen en ontwikkelingen in de kredietwaardigheid van buiten­landse debiteuren.Als een ekv-polis wordt afgegeven, is de verzekerde premie verschuldigd. De premie wordt berekend op basis van internationaal afgesproken systematiek uit de Arrangement. De in Arrangement-verband overeenge­komen minimumpremies zijn van belang voor het voorkomen van concur­rentieverstoring. De premies dienen het onderliggende risico te reflecteren en bij te dragen aan de kostendekkendheid van de faciliteit.Schaderestituties op de ekv kunnen uiteraard alleen ontstaan indien eerst uitgaven zijn gedaan in de vorm van schade-uitkeringen. In het kader van een aangescherpt ramingssystematiek zijn schaderestituties opgesplitst in drie tijdslijnen, namelijk vóór 1999, vanaf 1999 tót 2019 en ná 2019. Schaderestituties vóór 1999 hebben invloed op de Financiën begroting. Schaderestituties vanaf 1999 tót 2019 voeden de begrotingsreserve. Schade­restituties ná 2019 verlopen via de staatsschuld. De Club van Parijs is een belangrijk platform waar crediteurlanden informatie delen over betalings­111Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 achterstanden van overheden of overheidsbedrijven op publiek gedekte exportkredieten en bilaterale leningen. Deze coördinatie tussen landen verhoogt de schaderestituties van een publieke exportverzekeraar.Storting/onttrekking begrotingsreserveDe onttrekking aan de begrotingsreserve bestaat uit uitgaven aan definitieve schades op afgesloten polissen en de uitvoeringskosten van ADSB. Een onttrekking aan de begrotingsreserve is een ontvangst voor de Financiënbegroting.112Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 6 Btw-compensatiefondsA. Algemene doelstellingGemeenten, provincies en andere regionale openbare lichamen als bedoeld in de Wet op het Btw-compensatiefonds (BCF) hebben de mogelijkheid om een evenwichtige keuze te maken tussen in- en uitbesteding. De belasting over toegevoegde waarde (btw) speelt hierin geen rol.B. Rol, verantwoordelijkheid en beleidsinformatieDe minister van Financiën is verantwoordelijk voor en heeft een uitvoerende rol bij:–het verstrekken, verzamelen en controleren van de opgaafformulieren en het uitbetalen van de compensabele btw;–het beheer van het Btw-compensatiefonds (BCF).Het BCF is opgericht om btw weg te nemen als factor in de afweging van decentrale overheden tussen uitbesteden en inbesteden (uitvoering door de eigen organisatie). Decentrale overheden kunnen betaalde btw terugvragen bij het BCF. De betaalde btw moet daarvoor aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de btw betaald zijn over een niet-ondernemerstaak en mag er geen sprake zijn van verstrekking aan een individuele derde. Voorbeelden van taken waarvoor gemeenten en provincies btw kunnen terugvragen zijn: inzameling van huisvuil, onderhoud aan gebouwen, straatbeheer, schoonmaakactiviteiten, archivering, ingenieurswerkzaam­heden en groenbeheer.C. BeleidswijzigingenVoor het BCF zijn geen beleidswijzigingen voorzien in 2025. Op basis van de beleidsdoorlichting 2021 is geconcludeerd dat de algemene en operationele doelstellingen van het BCF worden behaald: door de invoering van het BCF speelt btw geen rol bij de afweging tussen zelf uitvoeren of uitbesteden. Hierdoor bestaat er een grotere vrijheid voor gemeenten en provincies in de keuze tussen in- en uitbesteden. Verder is geconcludeerd dat het plafond niet afdoet aan de effectiviteit van het BCF.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 43 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 Btw-compensatiefonds (bedragen x € 1.000)Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen4.037.6954.248.6364.248.6944.248.6364.248.6364.248.6364.248.636Uitgaven4.037.6954.248.6364.248.6944.248.6364.248.6364.248.6364.248.636Bijdrage aan medeoverheden4.037.6954.248.6364.248.6944.248.6364.248.6364.248.6364.248.636Bijdragen aan gemeenten3.618.2683.811.0363.811.0943.811.0363.811.0363.811.0363.811.036Bijdragen aan provincies419.427437.600437.600437.600437.600437.600437.600Ontvangsten4.037.6954.248.6364.248.6944.248.6364.248.6364.248.6364.248.636113Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 44 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht100%bestuurlijk gebonden0%beleidsmatig gereserveerd0%nog niet ingevuld/vrij te besteden0%BudgetflexibiliteitDe bijdrage van het Rijk ter compensatie van de door decentrale overheden betaalde btw is opgenomen in de Wet op het Btw-compensatiefonds. De wet bevat de voorwaarden waarbinnen gemeenten en provincies kunnen claimen uit het BCF. Met ingang van 2015 is het BCF geplafonneerd34. Dit plafond groeit jaarlijks mee met de uitkomst van de normeringssystematiek. Als minder geclaimd wordt uit het fonds dan het plafond, dan wordt de ruimte onder het plafond gestort in het Gemeente- en Provinciefonds. Als meer wordt geclaimd uit het fonds dan het plafond, dan wordt het bedrag boven het plafond teruggevorderd uit het Gemeente- en Provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het Gemeente- en Provinciefonds communice­rende vaten.E. Toelichting op de financiële instrumentenVerplichtingen en uitgaven (bijdrage aan medeoverheden)De raming van de uitgaven uit het BCF voor het lopende jaar wordt geëxtra­poleerd voor de jaren daarna. Uitgangspunt voor de raming van het lopende jaar is de beschikking van het afgelopen jaar die in het lopende jaar wordt uitbetaald. De raming wordt gemaakt aan de hand van het voorschot van het vierde kwartaal van het afgelopen jaar en driemaal het voorschot van het eerste kwartaal uit het lopende jaar.Gemeenten declareren in absolute zin meer btw bij het BCF dan provincies. Dit declaratiepatroon komt doordat alle gemeentelijke begrotingen tezamen groter zijn dan alle provinciale begrotingen tezamen. In relatieve zin declareren de provincies meer bij het BCF. Een mogelijke oorzaak hiervan is dat de provincies vooral actief zijn op het gebied van verkeer en vervoer. Deze uitgaven komen vaak in aanmerking voor compensatie van btw.OntvangstenDe ontvangsten zijn gelijk aan de uitgaven.34 Conform afspraken in het financieel akkoord uit 2013 tussen het Rijk en decentrale overheden, zie ook Kamerstukken II 2012-2013, 33 400 B, nr. 7.114Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 45 Geraamd plafond Btw-compensatiefonds (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029BCF Plafond totaal4.890.4794.972.5335.211.5275.422.5265.638.5315.849.393Plafond aandeel gemeenten eerste suppletoire begroting 20244.226.6834.395.9774.593.3574.792.4104.994.7475.192.914Taakmutaties31.0207.8077.238000Toevoeging accres014.97711.8746.437‒ 4.568‒ 16.727Plafond aandeel gemeenten ontwerpbegroting 20254.257.7034.418.7614.612.4694.798.8474.990.1795.176.187Uitputting gemeenten3.811.0363.811.0363.811.0363.811.0363.811.0363.811.036Ruimte onder plafond gemeenten446.667607.725801.433987.8111.179.1431.365.151Plafond aandeel provincies eerste suppletoire begroting 2024615.718551.853597.777623.237649.547676.303Taakmutaties17.0583802792792790Toevoeging accres01.5391.002163‒ 1.474‒ 3.097Plafond aandeel provincies ontwerpbegroting 2025632.776553.772599.058623.679648.352673.206Uitputting provincies437.600437.600437.600437.600437.600437.600Ruimte onder plafond provincies195.176116.172161.458186.079210.752235.606Uitgaven:4.248.6364.248.6944.248.6364.248.6364.248.6364.248.636Waarvan Gemeenten3.811.0363.811.0943.811.0363.811.0363.811.0363.811.036Waarvan Provincies437.600437.600437.600437.600437.600437.600CompensatieDe Belastingdienst is belast met de uitvoering, de controle en het toezicht van het BCF. Hierbij compenseren ze de btw over niet-ondernemersactivi­teiten van provincies en gemeenten.Controle- en toezichtsbeleidBij de uitvoering van de Wet op het Btw-compensatiefonds is een centrale rol toegekend aan de Belastingdienst. Dit vanwege de nauwe relatie tussen de heffing van de omzetbelasting op grond van de Wet op de omzetbelasting en de compensatie van de omzetbelasting op grond van het BCF. Uit het oogpunt van eenvoud en doelmatigheid is ervoor gekozen de Wet op het Btw-compensatiefonds in belangrijke mate aan te laten sluiten bij het systeem van heffing van omzetbelasting in de Algemene wet betreffende rijksbelastingen. Dit betekent onder meer dat het toezicht op het BCF onderdeel uitmaakt van het reguliere toezicht bij gemeenten en provincies. Dit toezicht bestaat onder andere uit bedrijfsbezoeken waarbij technische vragen rond het BCF besproken worden, tot volledige boekenonderzoeken naar de BCF-claim.De handelwijze van de Belastingdienst met betrekking tot de opgaven voor het BCF is, gezien de nauwe relatie met het systeem van heffing van omzetbelasting, niet anders dan die met betrekking tot de aangifte omzetbelasting. Dit betekent dat:–controle achteraf gedurende een periode van vijf jaar mogelijk is;–de controle op de juistheid van ingediende aangiften achteraf en op basis van risicoafweging plaats vindt.115Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Meetbare gegevensTabel 46 Meetbare gegevensPrestatie-indicatorWaarde 2022Waarde 2023Streefwaarde 2024Streefwaarde 2025Percentage uitgevoerde fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtactiviteit inzake Btw-compensatiefonds (BCF) bij gemeenten en provincies59,7%63,2%> 45%>45%ToelichtingPercentage uitgevoerde fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtsacti­viteit inzake BCF bij gemeenten en provinciesHet streven is om binnen één kalenderjaar minimaal één fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtsactiviteit inzake het BCF vanuit de Belastingdienst uit te voeren bij ten minste 45% van de gemeenten en provincies. Onder een fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtsactiviteit worden activi­teiten verstaan waarbij de Belastingdienst met de klant en/of vice versa inhoudelijk in contact treedt. De activiteiten die hieronder vallen zijn heffing BCF met klantcontact, boekenonderzoek BCF, vooroverleg BCF, behandeling van bezwaarschrift BCF, bedrijfsgesprek, activiteiten rondom Horizontaal Toezicht.Indien er bijvoorbeeld meer dan één activiteit in een jaar bij één gemeente of provincie is uitgevoerd en afgerond, dan telt deze voor één activiteit mee.Deze indicator sluit aan bij de strategie van het segment Grote Onderne­mingen, waar gemeenten en provincies ook onder vallen. Deze strategie richt zich op individuele klantbehandeling en beoogt een passende behandeling ter afdekking van de risico’s, binnen de beschikbare capaciteit.116Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 9 DouaneA. Algemene doelstellingDe Douane draagt bij aan een solide financiering van de Europese en nationale overheid, aan een veilige samenleving en aan een sterke, aantrek­kelijke en eerlijke interne markt waarmee de welvaart in de Europese Unie (EU) en Nederland wordt bevorderd. Dit doet de Douane door als handhavingsdienst toezicht te houden op het EU-grensoverschrijdende goederenverkeer en daarbij te controleren op de naleving van fiscale en niet-fiscale regels en door het bonafide bedrijfsleven daarbij te faciliteren. Douanerechten en nationale belastingen (accijnzen en verbruiksbelastingen en omzetbelasting bij invoer) worden zo veel mogelijk tijdig, juist en volledig geheven en geïnd.Kortweg bestaat de opdracht van de Nederlandse Douane uit de ABC-doelen:–Afdracht: zorgen dat opbrengsten zo juist, tijdig en volledig mogelijk zijn;–Beschermen: de samenleving zo goed mogelijk beschermen tegen onveilige en ongewenste goederen;–Concurrentiepositie: bijdragen aan het versterken van de concurrentie­positie van de Europese Unie.B. Rol, verantwoordelijkheid en beleidsinformatieDe minister van Financiën is verantwoordelijk voor en heeft een regisse­rende rol op het terrein van het beleid en de wet- en regelgeving inzake douaneformaliteiten en douanerechten. Dit is hoofdzakelijk Europese wet- en regelgeving. Daarnaast is de minister verantwoordelijk voor de wet- en regelgeving inzake binnenlandse accijnzen en verbruiksbelastingen.Op grond van het Douanewetboek van de Unie, Europese verorde­ningen, de Algemene douanewet en andere nationale wet- en regelgeving handhaaft de Douane fiscale en niet-fiscale wet- en regelgeving.Met de uitvoering van de reguliere taken en door samenwerking met keten­partners draagt de Douane bij aan de integrale aanpak van ondermijning. Het doel is hierbij om barrières op te werpen tegen ondermijnende (drugs)criminaliteit van productiegebieden van drugs in het buitenland tot afzetmarkten in de EU.De minister bevordert via de inzet van de Douane de naleving van wet- en regelgeving. Dit gebeurt door het leveren van passende en faciliterende dienstverlening door bijvoorbeeld zorg te dragen voor een goed werkend aangiftesysteem. Maar ook door processen juist en tijdig uit te voeren, door adequaat toezicht uit te oefenen en door naleving te stimuleren en waar nodig deze naleving bestuurs- of strafrechtelijk af te dwingen.Strategie DouaneDe ambitie van de Douane is om tot de beste douanediensten ter wereld te behoren, die door slim te werken legale handel optimaal faciliteert, de samenleving adequaat beschermt, en douanerechten, accijnzen en andere belastingen volgens de wetgeving correct heft en int.117Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Deze ambitie wordt langs drie doelstellingen opgepakt:–Sturen op maatschappelijke effecten: om toekomstige verdere taakuit­breidingen het hoofd te bieden onderzoekt de Douane op welke manier de meeste meerwaarde kan worden gecreëerd voor burgers en bedrijven.–Realiseren van de digitale transformatie: de inzet op de benodigde digitale transformatie gaat bijdragen aan efficiëntere inzet van het personeel en een meer actorgerichte handhaving.–Medewerker centraal: verbetering van de efficiëntie en het behoud van medewerkers door te investeren in ondersteuning van medewerkers en het optimaliseren van processen.Kwantitatieve doelstellingenDe algemene doelstelling van de Douane en de hierboven beschreven strategie komt, langs de lijnen van de ABC-doelen, tot uiting in onder­staande meetbare gegevens.Tabel 47 Prestatie-indicatoren DouanePrestatie-indicatorWaarde 2022Waarde 2023Streefwaarde 2024Streefwaarde 2025Afdracht: Juiste invoeraangiften98n.v.t.≥100≥100Beschermen: Uitvoering afspraken niet-fiscale taken99%99%≥95%≥95%Concurrentiepositie: Waardering bedrijfsleven108,7101,4≥100≥100Afgehandelde bezwaren binnen de Awb-termijn71%66%≥90%≥90%Afgehandelde klachten binnen de Awb-termijn98%80%≥95%≥95%Afdracht: Juiste invoeraangiftenDe A-doelstelling van de Douane zorgt ervoor dat opbrengsten zo juist, tijdig en volledig mogelijk zijn. De prestatie-indicator Juiste invoeraangiften geeft weer hoe groot het aandeel juiste invoeraangiften is in het totaal aantal invoeraangiften. Dit wordt uitgedrukt in een indexcijfer waarbij het jaar 2016 geldt als indexjaar.De Douane zorgt dat de afdracht van douanerechten, belastingen bij invoer en binnenlandse accijnzen zo juist, tijdig en volledig mogelijk zijn. Dit houdt in dat de verschuldigde douanerechten, belastingen en accijnzen worden vastgesteld, geheven en geïnd. De geïnde bedragen worden afgedragen aan:–De Europese Unie (douanerechten);–De Nederlandse schatkist (accijnzen, verbruiksbelasting en omzetbe­lasting bij invoer).De juistheid van de invoeraangifte is een belangrijke graadmeter voor de fiscale regelnaleving. Een juiste invoeraangifte betekent dat de juiste afdracht van de bij invoer verschuldigde belastingen kan worden vastgesteld. Door handhavingsinterventies beïnvloedt de Douane de regel­naleving, met als doel deze op een hoger peil te brengen. Bedrijven kunnen in verschillende systemen een aangifte van invoer doen.Beschermen: Uitvoering afspraken niet-fiscale takenDe B-doelstelling betreft de opdracht om de samenleving te beschermen tegen onveilige en ongewenste goederen. Onder deze opdracht vallen alle niet-fiscale douanetaken, zoals die zijn vastgelegd in de wettelijk verplichte convenanten (op grond van Algemene Douanewet 1:3 lid 5) tussen de opdrachtgevende beleidsdepartementen en de Douane. Samengevat betreft dit de beleidsterreinen «Veiligheid, Gezondheid, Economie en 118Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Milieu», waarmee de Douane tevens bijdraagt aan de integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit. De begrotingsindicator geeft de mate aan waarin de Douane deze taken heeft kunnen uitvoeren.Concurrentiepositie: Waardering bedrijfslevenDe Douane heeft de opdracht bij te dragen aan het versterken van de concur­rentiepositie van de Europese Unie. Dit doet de Douane enerzijds door toe te zien op de naleving van Europese maatregelen voor marktordening, bijvoorbeeld antidumpingheffing, of het weigeren van producten die tot stand zijn gekomen door uitbuiting. Anderzijds bevordert de Douane een snelle en goede douaneafhandeling, resulterend in zo min mogelijk logistiek oponthoud en administratieve lasten voor het bedrijfsleven.De indicator «waardering bedrijfsleven» geeft weer hoe bedrijven de douaneafhandeling ervaren. In samenspraak met het bedrijfsleven zijn aspecten in de dienstverlening vastgesteld die zowel de Douane als het bedrijfsleven belangrijk vinden. Deze aspecten worden jaarlijks gemeten in de begrotingsindicator. De waardering wordt uitgedrukt in een indexcijfer met als indexjaar 2015. Met het bedrijfsleven worden afspraken gemaakt over verbeteracties rondom dienstverlening en toezichtslasten.Afgehandelde bezwaren binnen Algemene wet bestuursrecht (Awb) termijnBurgers en bedrijven die het niet eens zijn met een beslissing kunnen een bezwaarschrift indienen bij de Douane. Deze prestatie-indicator betreft het aantal binnen Awb beslistermijn afgedane bezwaarschriften ten opzichte van het totaal aantal afgedane bezwaren.Afgehandelde klachten binnen de Awb termijnBurgers en bedrijven die ontevreden zijn over gedragingen of processen van de Douane kunnen een klacht indienen. Deze prestatie-indicator betreft het aantal binnen Awb-beslistermijn afgedane klachten ten opzichte van het totaal aantal afgedane klachten.C. BeleidswijzigingenDe doelstellingen, prioriteiten en initiatieven van de Douane zijn gericht op het verbeteren van de dienstverlening, het handhaven van naleving van regelgeving en het bevorderen van een soepele grensoverschrij­dende handel.Het takenpakket van de Douane groeit, in aantal en complexiteit. De herziening van de Douane Unie en het nieuwe Douanewetboek van de Unie (DWU) brengen aanzienlijke veranderingen in onze uitvoering en handhaving. Daarnaast neemt het aantal taken toe en stijgen de handels­volumes, in het bijzonder de forse groei van de e-commerce. De sterk groeiende handelsvolumes maken de traditionele handhavingsaanpak die is gebaseerd op fysieke controles van individuele e-commerce zendingen onhoudbaar. Voor deze zendingen is een specifieke handhavingsaanpak ontwikkeld gericht op fiscale risico’s.Alle ontwikkelingen hebben ook implicaties voor het bedrijfsleven. De Douane betrekt het bedrijfsleven, met name via het Overleg Douane Bedrijfsleven. Daarin komen veel zaken aan bod. Zo maakt de Douane afspraken met bedrijven over gewenste verbeteringen in het aangifte­gedrag en door vervolgens hierop te monitoren. Andere voorbeelden van 119Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 zaken die met het bedrijfsleven worden besproken zijn de herziening van het DWU, dienstverlening, de menselijke maat en de implementatie van nieuwe (EU-)systemen.Ook het tegengaan van ondermijning en de uitvoering van de sanctie­maatregelen tegen Rusland en Belarus vormen belangrijke taken voor de Douane. Op het gebied van ondermijning lopen er verschillende trajecten waar de Douane aan deelneemt, zowel op internationaal, nationaal als lokaal niveau. Voorbeelden zijn de toenemende internationale samen­werking met partnerdiensten in onder meer Zuid-Amerikaanse landen, de Europese havenalliantie (Ports Alliance), de programma's Zicht op Camera­toezicht en Weerbare Haventerminal, de inzet van drones, het Hit and Run Postteam (HARP) en de deelname aan de Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit (NSOC).De toenemende werklast vormt in de context van de krappe arbeidsmarkt en het tekort aan IV-capaciteit een uitdaging voor de Douane. Om het werk goed te blijven doen, terwijl de werklast en de complexiteit ervan toenemen, richt de Douane zich de komende jaren op drie pijlers: 1) de mogelijke sturing op maatschappelijke effecten, 2) digitaal transformeren en 3) medewerker centraal. Dit komt ook terug in de beleidsagenda.120Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 48 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9 Douane (bedragen x € 1.000)Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen773.4801.063.441837.396832.451810.465802.938802.729Uitgaven (1) + (2)767.6091.063.441837.396832.451810.465802.938802.729(1) Apparaatsuitgaven510.383579.269569.535570.226547.617542.683542.671Personele uitgaven504.940569.442564.366564.007541.398536.464536.429Eigen personeel470.087510.270544.020546.729529.999530.195530.999Inhuur externen32.77758.50219.67616.60811.1696.0395.200Overig personeel2.076670670670230230230Materiële uitgaven5.4439.8275.1696.2196.2196.2196.242ICT9002.1741.4662.4352.4352.4352.458Bijdrage aan SSO's117163‒ 322‒ 322‒ 322‒ 322‒ 322Overig materieel4.4267.4904.0254.1064.1064.1064.106(2) Programma-uitgaven257.225484.172267.861262.225262.848260.255260.058Bekostiging0000000Overige bekostiging0000000Bijdrage aan ZBO's/RWT's2.5881.2081.4881.4881.4881.4881.488Overige bijdrage ZBO's/RWT's2.5881.2081.4881.4881.4881.4881.488Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties30.949219.672196196196196196Wereld Douane Organisatie0196196196196196196Bijdragen vertragingsrente EU30.692219.47600000Bijdrage aan overige (inter)nationale organisaties257000000Opdrachten14.28241.09640.18934.57935.15732.49332.296ICT opdrachten1.6993.08817.1508.6028.5988.6828.682Overige opdrachten12.58438.00823.03925.97726.55923.81123.614Bijdrage aan agentschappen5.7793.4103.5143.5143.5143.5143.514Bijdrage overige agentschappen5.7793.4103.5143.5143.5143.5143.514Rente03.0003.0003.0003.0003.0003.000Belasting- en invorderingsrente03.0003.0003.0003.0003.0003.000(Schade)vergoeding8405555555555(Schade)vergoedingen84000000Vergoeding proceskosten005555555555Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken203.543215.786219.419219.393219.438219.509219.509Toegerekende uitgaven van Belastingen203.543215.786219.419219.393219.438219.509219.509Ontvangsten (3) + (4)1.64218.196.61118.485.39920.336.70320.654.66420.824.33721.013.252Programma-ontvangsten (3)018.196.00618.484.79420.336.09820.654.05920.823.73221.012.647121Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Omschrijving2023202420252026202720282029waarvan: Belastingontvangsten018.185.90618.474.69420.325.99820.643.95920.813.63221.002.547Bekostiging0500500500500500500Doorbelasten kosten vervolging0500500500500500500Rente05.6005.6005.6005.6005.6005.600Belasting- en invorderingsrente05.6005.6005.6005.6005.6005.600Boetes en schikkingen04.0004.0004.0004.0004.0004.000Ontvangsten boetes en schikkingen04.0004.0004.0004.0004.0004.000Apparaatsontvangsten (4)1.642605605605605605605Tabel 49 Geschatte budgetflexibiliteit12025juridisch verplicht89%bestuurlijk gebonden0%beleidsmatig gereserveerd11%nog niet ingevuld/vrij te besteden0%1De berekende budgetflexibiliteit heeft betrekking op de programma-uitgaven, waarbij de toegerekende uitgaven van Belastingen buiten beschouwing zijn gelaten.BudgetflexibiliteitBijdrage aan ZBO's/RWTDe bijdrage aan ZBO's en RWT's zijn beleidsmatig gereserveerd.Bijdrage aan (inter-)nationale organisatiesDouane is verantwoordelijk voor de heffing en inning van de Traditionele Eigen Middelen (TEM, invoerrechten) en de tijdige terbeschikkingstelling van deze eigen middelen aan de Europese Commissie (EC). De heffing, inning en terbeschikkingstelling van TEM door de Nederlandse Douane zijn gebaseerd op wetgeving van de EU. De lidstaten hoeven bedragen niet ter beschikking van de EC te stellen als deze niet kunnen worden geïnd door redenen die niet aan hen te wijten zijn. De EC beoordeelt deze casussen en kan alsnog het verschuldigde TEM bedrag opeisen, inclusief progressieve verschuldigde vertragingsrente. De vertragingsrente is 100% juridisch verplicht.OpdrachtenVoor de correcte toepassing van de douanewetgeving worden opdrachten gegeven om ICT-systemen aan te passen. In de Algemene Douanewet staan de toezichtstaken en bevoegdheden uitgewerkt. Voor de uitvoering van de Algemene Douanewet geeft Douane opdrachten voor de inkoop van Douane specifieke middelen, bijvoorbeeld speurhonden, detectiesys­temen, werktuigen, meldkamervoorzieningen en laboratoria. De post ICT opdrachten is voor 100% juridisch verplicht en de post Overige opdrachten is voor 50% juridisch verplicht en voor de overige 50% beleidsmatig gereser­veerd.Bijdrage agentschappenDit betreft met name de bijdrage aan de Rijksrederij van Rijkswaterstaat en is 100% juridisch verplicht vanuit samenwerkingsovereenkomsten.122Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 E. Toelichting op de financiële instrumentenUitgavenApparaatsuitgavenPersonele uitgavenDit betreft alle personele uitgaven inclusief externe inhuur voor de Douane.Materiële uitgavenDit betreft de materiële uitgaven van de Douane en omvat Douane-specifieke diensten, middelen en communicatie. De standaarddiensten huisvesting en de toerusting van de ambtenaren van de Douane (telefoon, laptop, werkplek, mobiele devices, etcetera) lopen via dienstonderdelen van de Belastingdienst en deze uitgaven worden verantwoord op artikel 1 Belastingen.Programma-uitgavenOpdrachtenVoor de correcte toepassing van de douanewetgeving worden opdrachten gegeven om ICT-systemen aan te passen. In de Algemene Douanewet staan de toezichtstaken en bevoegdheden uitgewerkt. Voor de uitvoering van de Algemene Douanewet geeft de Douane opdrachten voor de inkoop van Douane specifieke middelen, bijvoorbeeld speurhonden, detectiesystemen, werktuigen, meldkamervoorzieningen en laboratoria.Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukkenMet de toerekening van uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van de Douane doet wordt inzicht gegeven in de integrale uitgaven die voor de Douane worden gemaakt. Deze toerekening wordt jaarlijks herijkt in de ontwerpbegroting.In onderstaande tabel is de toerekening van de uitgaven die de Belas­tingdienst ten behoeve van de Douane doet, verdeeld naar de verschil­lende activiteiten. Het toegerekende bedrag is per activiteit gebaseerd op een tussen de Belastingdienst en de Douane overeengekomen verdeel­sleutel, gebaseerd op aantallen fulltime-equivalent (fte), werkplekken of ICT-capaciteit.Tabel 50 Toegerekende uitgaven ten behoeve van douaneprocessen (bedragen x € 1.000)ActiviteitBedragIV111.954Huisvesting en facilitaire zaken70.565HRM-activiteiten10.672Management informatie en Data Analyse4.142Kanaal & Ketenregie en Kanaal Digitaal/ Webcare1.140Team Handel en Team OLGA grote ondernemingen1.809Internationale Fiscale Behandeling (IFB)145Gegevens- en betalingsverkeer332Bijkomende indirecte kosten per BD-medewerker cf Handleiding Overheidstarieven18.659Totaal219.419123Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 OntvangstenProgramma-ontvangstenBelastingontvangstenVanaf 2024 worden op artikel 9 Douane de belastingontvangsten begroot die geheven en geïnd worden via de Douanesystemen. Het gaat om invoer­rechten, accijnzen, verbruiksbelasting en een deel van de omzetbelasting.In artikel 1 Belastingen staat een samenvattende tabel met de aansluiting van de belastingontvangsten van hoofdstuk IX met de Miljoenennota 2025. De Miljoenennota bevat een toelichting op de belastingontvangsten.BekostigingVanaf 2024 zijn de aan de belastingontvangsten gerelateerde kosten vervolging begroot. Deze post is in mindering gebracht op de begroting van artikel 1 Belastingen.RenteVanaf 2024 zijn de aan de belastingontvangsten gerelateerde belasting- en invorderingsrente begroot. Deze post is in mindering gebracht op de begroting van artikel 1 Belastingen.Boetes en SchikkingenVanaf 2024 zijn de aan de belastingontvangsten gerelateerde boetes en schikkingen begroot. Deze post is in mindering gebracht op de begroting van artikel 1 Belastingen.124Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 13 ToeslagenA. Algemene doelstellingToeslagen zijn voor veel mensen van essentieel belang voor hun dagelijkse bestaan. De missie van Dienst Toeslagen luidt: Toeslagen maakt vitale voorzieningen voor iedereen betaalbaar. Dienst Toeslagen voert de toeslagregelingen uit voor de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), die vallen onder de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). De doelstelling van de Awir is het bewerkstelligen van harmonisatie tussen inkomensaf­hankelijke regelingen, het bevorderen van klantvriendelijkheid en doelma­tigheid door het instellen van een uitvoeringsloket, en het realiseren van een betere aansluiting van inkomensafhankelijke regelingen bij de draagkracht door het gebruik van het actuele inkomen. Dit betreft de huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en de kinderopvang­toeslag. Daarnaast is de uitvoering van de hersteloperatie toeslagen een belangrijke doelstelling.B. Rol, verantwoordelijkheid en beleidsinformatieBeleidDe minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een regisserende rol op het terrein van de inkomensafhankelijke regelingen. Daarbij gaat het om het te voeren beleid en het opstellen van de Awir en de daarop gebaseerde regelgeving. Daarnaast is de minister van Financiën verantwoordelijk voor de hersteloperatie, waarbij het programma Directoraat-Generaal (DG) Herstel, in nauwe samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), andere ministeries en overige partijen in een coördinerende- en opdrachtgeversrol het overkoepelende herstelproces aanstuurt.UitvoeringDe minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een uitvoerende rol op het terrein van de vaststelling en de uitbetaling van toeslagen. Dienst Toeslagen streeft naar klantgerichte dienstverlening aan burgers, de rechtmatige toekenning van toeslagen en efficiënte uitvoering van processen.Prestatie-indicatorenIn de volgende tabel staan de indicatoren opgenomen voor zover die betrekking hebben op de reguliere uitvoering van Dienst Toeslagen.125Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 51 Prestatie-indicatoren uitvoering Dienst Toeslagen (meetbare gegevens)Prestatie-indicatorWaarde 2022Waarde 2023Streef­waarde 2024Streefwaarde 2025Beleving van burgersBurgertevredenheid (t/m 2024)193%93%≥ 90%n.v.t.Tevreden toeslagontvangersn.v.t.n.v.t.n.v.t.≥ 70%Niet tevreden toeslagontvangersn.v.t.n.v.t.n.v.t.≤ 8%Burgerbelofte 1: Bij Dienst Toeslagen krijg je waar je recht op hebt‒90%≥ 90%n.v.t.Eensn.v.t.n.v.t.n.v.t.≥ 55%Oneensn.v.t.n.v.t.n.v.t.≤ 8%Burgerbelofte 2: Bij Dienst Toeslagen weet je waar je aan toe bent‒79%≥ 90%n.v.t.Eensn.v.t.n.v.t.n.v.t.≥ 55%Oneensn.v.t.n.v.t.n.v.t.≤ 8%Burgerbelofte 3: Dienst Toeslagen staat voor mij klaar‒92%≥ 90%n.v.t.Eensn.v.t.n.v.t.n.v.t.≥ 55%Oneensn.v.t.n.v.t.n.v.t.≤ 8%Tevredenheid over dienstverleningskanalen2·         telefonie65,5%73,5%Minimaal 70% van de bellers, website- en baliebezoekers scoort een 3 of hoger op de gehanteerde 5-puntsschaal (neutraal tot zeer tevreden)83%·         website80,6%79,5%76%·         balie82,4%88%80%Ontevredenheid dienstverleningskanalen·         telefonie14,7%10,5%Maximaal 10% van de bellers, website- en baliebezoekers scoort een 1,5 of lager8%·         balie4,8%3,3%6%Aantal ontvangen klachten1.8271.896≤ 1.700≤ 1.700Toekenningszekerheid en tijdigheid van de uitvoeringHet percentage definitief toegekende toeslagen dat niet leidt tot een terug te betalen bedrag > € 500 (voor KOT > € 1.000)94,2%92,8%≥ 94 %≥ 94 %Definitief vaststellen toeslagen (voortgang jaar t-1)90,9%91,9%≥ 90%≥ 92%Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn73,1%71,4%≥ 90%≥ 93%Afgehandelde klachten binnen Awb-termijn98,4%96,9%≥ 95%≥ 96%Percentage toeslagen dat tijdig wordt uitbetaald99,97%99,97%≥ 99,9%≥ 99,9%Aantal ernstige productieverstoringen86≤ 10≤ 8RechtmatigheidRechtmatige toekenning van toeslagenGerealiseerdGerealiseerdFouten en onzekerheden blijven binnen rapporteringstolerantie op artikelniveau van het betreffende beleidsdepartementFouten en onzekerheden blijven binnen rapporteringstolerantie op artikelniveau van het betreffende beleidsdepartement1Percentage (helemaal) mee eens, neutraal, (helemaal) mee oneens en weet ik niet2Voor website en balie geldt dat de genoemde percentages voor zowel de Belastingdienst als Dienst Toeslagen gelden126Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Toelichting per gewijzigde indicatorIn de tabel staan de begrotingsindicatoren van Dienst Toeslagen opgenomen. Voor zover er sprake is van een verandering van deze indicatoren, in opzet of qua streefwaarde, wordt dat hieronder toegelicht.Beleving van burgersTevredenheid toeslagontvangersOm uniformiteit in de communicatie over de tevredenheid van de toesla­gontvangers over de dienstverlening van Dienst Toeslagen te borgen zijn de begrotingsindicatoren voor 2025 aangepast. De indicator ‘tevre­denheid’ wordt gebruikt voor die toeslagontvangers die expliciet hebben aangegeven (zeer) tevreden te zijn over de Dienst Toeslagen (vanaf 2025 zijn de antwoord categorieën ‘neutraal’ en ‘weet niet’ buiten beschouwing gelaten). En analoog daaraan wordt aangegeven welk percentage toesla­gontvangers expliciet (geheel) niet tevreden is.BurgerbeloftenDienst Toeslagen streeft er bij alle drie de burgerbeloften naar dat minimaal 55% van de toeslagontvangers (zeer) tevreden is. Het percentage dat aangeeft niet tevreden te zijn in 2025 stelt Toeslagen voor alle drie de burger­beloften op maximaal 8%. Voor de beloften ‘U weet waar u recht op heeft’ en ‘U weet waar u aan toe bent’ is dit vrij ambitieus, een recente meting laat namelijk een hoger percentage niet tevreden zien. Dienst Toeslagen vindt echter alle drie de burgerbeloften even belangrijk en streeft ernaar op al deze beloften een verbeterde beleving van de toeslagontvanger te realiseren.Tevredenheid over dienstverleningskanalen telefonie, website en balieDe indicator tevredenheid over dienstverleningskanalen meet het percentage van de bellers, website- en baliebezoekers die op een 5-puntsschaal minimaal een 3 scoren (meting tevredenheid) of maximaal een 1,5 (meting niet tevreden). In vergelijking met 2024 zijn de streefwaarden voor 2025 ambitieuzer geformuleerd, vergelijkbaar met de normen van de Belastingdienst uit 2024.Aantal klachtenDe streefwaarde van de kpi ‘aantal ontvangen klachten’ is voor 2025 gelijk aan de streefwaarde voor 2024: maximaal 1.700. In de streefwaarde van 2025 is indirect een ambitie opgenomen vanwege het toegenomen aantal toeslagen.C. BeleidswijzigingenReguliere UitvoeringDienst Toeslagen verricht zijn werk als uitvoerder van de toeslagenrege­lingen op het raakvlak van beleid en maatschappij. Het burgerperspectief is een van de vaste gezichtspunten van de uitvoeringstoetsen waaruit voorgenomen wijzigingen van beleid, wet- en regelgeving door Toeslagen beoordeeld worden.Verbeteringen huidig stelselSamen met de opdrachtgevers werkt Dienst Toeslagen aan het oplossen van knelpunten in het beleid en wetgeving. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een vereenvoudiging van het partnerbegrip, grondslagen niet 127Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 langer met terugwerkende kracht vaststellen en het harmoniseren van vermogensgrenzen. Er zijn oplossingen in kaart gebracht, welke worden voorbereid voor politieke besluitvorming. Bij conceptwetgeving voert Toeslagen uitvoeringstoetsen uit om de uitvoerbaarheid van voorstellen en verbeteringen voor burgers inzichtelijk te maken.Traject toekomst toeslagenIn het hoofdlijnenakkoord staat de wens beschreven het toeslagenstelsel stapsgewijs te verbeteren en te hervormen en de stelselherziening kinder­opvang van het vorige kabinet voort te zetten.Dienst Toeslagen is nauw betrokken bij de uitwerking van het financierings-stelsel voor kinderopvang, waarin de inkomensonafhankelijke vergoeding voor kinderopvang rechtstreeks aan de kinderopvangorganisatie wordt uitbetaald. In de uitwerking is onder andere aandacht voor de in het voorgaande traject gesignaleerde risico’s, waaronder de checks & balances in het stelsel, toetsing van de arbeidseis en rechtmatigheidsrisico’s. Dienst Toeslagen denkt samen met het ministerie SZW na hoe de potentiële risico’s in het nieuwe ontwerp kunnen worden verholpen, bijvoorbeeld door te werken aan betere gegevenslevering en gegevenskwaliteit.Dienst Toeslagen werkt actief verbetervoorstellen uit, waaronder beleids­verbeteringen en verbeteringen in de uitvoeringen. Hierbij kan gedacht worden aan maatregelen om 30% van de hoge terugvorderingen terug te dringen, onder andere door het verbeteren van de gegevenskwaliteit, attenderen, muteren en behoudend voorschieten. En het identificeren en oplossen van hardheden in het stelsel, bijvoorbeeld door het vereenvou­digen van het partnerbegrip en het verlengen van de aanvraagtermijn.Het eindrapport ‘Toekomst Toeslagenstelsel35’ is op 9 februari 2024 aan de Kamer verzonden. In het rapport zijn de opties inzichtelijk gemaakt waarmee verdere beslissingen over de toekomst van (alternatieven voor) toeslagen en de benodigde transitie die kan worden ingezet. Dienst Toeslagen blijft vanuit haar kennis en expertise bijdragen aan het uitwerken van werkbare opties. Met als doel om wendbaar te zijn door te anticiperen op de implicaties van verschillende scenario’s van beleid. Hierbij is in het bijzonder aandacht voor het verbeteren van de gegevensregistraties, met name voor inkomen en huishoudsamenstelling. Om toe te werken naar regelingen die volgens geüniformeerde en gestandaardiseerde begrippen kunnen worden toegekend.Herstel ToeslagenIn 2025 wordt de hersteloperatie voortgezet met het bieden van financieel en emotioneel herstel aan gedupeerde ouders, hun kinderen en hun ex-partners. Op grond van de regelingen in de Wet hersteloperatie toeslagen wordt door verschillende organisaties aan de uitvoering bijgedragen, waaronder door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), de Sociale Banken Nederland (SBN), Radar, het Instituut Publieke Waarden, de Stichting (Gelijk)waardig Herstel en gemeenten.35 Eindrapport toekomst toeslagenstelsel | Rapport | Rijksoverheid.nl128Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tijdens het proces bij UHT en de commissies wordt uitgegaan van het verhaal van de ouder en wordt aangesloten op de behoeften van de ouders. Voor de afwikkeling van de aanvullende schade zijn drie schaderoutes in gebruik: de maatwerkroutes van de Commissie Werkelijke Schade (CWS) en de regieroute-Vaststellingsovereenkomst (VSO), en de forfaitaire route via de Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH).Via de Aanvullende Herstelwet is de Wet hersteloperatie toeslagen met meerdere regelingen uitgebreid. Dit betreft een regeling voor ex-toeslagpartners van gedupeerde aanvragers van kinderopvangtoeslag, een uitbreiding van de kindregeling naar kinderen en (voormalig) pleegkinderen van ex-partners en maatregelen voor nabestaanden van een overleden gedupeerde ouders of een overleden kind van gedupeerde ouders. In het eerste kwartaal van 2025 wordt naar verwachting gestart met de uitvoering met de regeling voor mensen die zijn benadeeld bij de huur-en zorgtoeslag en het kindgebonden budget (HZK). Ouders in het buitenland (waaronder de Cariben) worden begeleid door een ondersteuningsteam buitenland (uitgevoerd door Radar) en kunnen gebruik maken van de herstelrege­lingen.129Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitTabel 52 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 13 Toeslagen (bedragen x € 1.000)Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen1.344.6321.858.7412.661.0861.458.972977.247361.072360.776Uitgaven (1) + (2)1.592.2771.898.1642.821.6551.501.289977.247361.072360.776(1) Apparaatsuitgaven425.320597.684681.280421.332247.051163.076162.980Personele uitgaven411.251579.120662.999407.366242.470158.495158.399Eigen personeel153.281215.585250.933186.315167.727144.264144.264Inhuur externen256.649362.299410.911219.89673.58813.07612.980Overig personeel1.3211.2361.1551.1551.1551.1551.155Materiële uitgaven14.06918.56418.28113.9664.5814.5814.581ICT254275275220220220220Bijdrage aan SSO's2.004000000Overige materiële uitgaven11.81118.28918.00613.7464.3614.3614.361(2) Programma-uitgaven1.166.9581.300.4802.140.3751.079.957730.196197.996197.796Bijdrage aan ZBO's/RWT's1.044106106106106106106Bijdrage overige ZBO's/RWT's1.044106106106106106106Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties6024.9014.13002.00000Bijdrage aan (inter)nationale organisaties6024.9014.13002.00000Opdrachten48.19369.80774.80124.9641.627127127ICT opdrachten8592.0272727272727Overige opdrachten47.33467.78074.77424.9371.600100100Bijdrage aan agentschappen1.077000000Bijdrage aan overige agentschappen1.077000000Bijdrage aan medeoverheden46.598124.87625.0945.908000Bijdrage aan medeoverheden46.598124.87625.0945.908000(Schade)vergoeding862.087880.8211.786.692828.671525.065250250Compensatie toeslagengedupeerden263.439570.6281.338.568587.926364.65500Kwijtschelden private schulden79.21686.764124.33827.429000Herstelprogramma voor kinderen493.818117.600118.00054.092000Herstelregeling voor ex-partners2.03040.579126.480158.974160.16000Herstelregeling voor gedupeerden andere toeslagen0028.8000000Overige (schade)vergoedingen23.58365.25050.506250250250250Subsidies02.0002.0002.000000Subsidie toeslagen herstel02.0002.0002.000000Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken207.357217.969247.552218.308201.398197.513197.313Toegerekende uitgaven van Belastingen207.357217.969247.552218.308201.398197.513197.313Ontvangsten415000000Apparaatsontvangsten415000000Programma-ontvangsten0000000130Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 53 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht94,8%bestuurlijk gebonden0,0%beleidsmatig gereserveerd5,2%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,0%BudgetflexibiliteitDe programma-uitgaven zijn overwegend gerelateerd aan de compensatie voor de gedupeerden van de problemen bij toeslagen. Deze uitgaven zijn voor circa 97% juridisch verplicht doordat regelingen zijn verankerd in wetgeving of anderszins bindende afspraken die contractueel zijn vastgelegd.E. Toelichting op de financiële instrumentenApparaatsuitgavenPersonele uitgavenUit dit budget worden de personele uitgaven van Dienst Toeslagen en programma-DG Herstel (eigen personeel en inhuur externen incl. uitzend­krachten) betaald.Materiële uitgavenUit dit budget worden de materiële uitgaven van Dienst Toeslagen en programma-DG Herstel betaald.Programma-uitgavenBijdrage aan ZBO's/RWT'sOnder Bijdrage aan ZBO's/RWT's vallen de budgetten die worden ingezet voor bijdrages aan zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s). Bijdrage aan (inter-)nationale organisatiesOnder Bijdrage aan (inter)nationale organisaties vallen de budgetten die worden ingezet voor programma's bij de VNG en andere samenwerkings­partners van programma-DG Herstel en UHT.OpdrachtenOpdrachten bestaat uit ICT opdrachten (telefonie, licenties, software applicaties en hardware) en overige opdrachten (de budgetten voor de uitvoering van ouders in het buitenland, kwijtschelden private schulden, doorbraakmethode en Voortgezet Speciaal Onderwijs-route).Bijdrage aan medeoverhedenOnder Bijdrage aan medeoverheden vallen de budgetten die worden ingezet voor de uitvoering van de SPUK Kinderopvangtoeslag door gemeenten.131Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 (Schade)vergoedingDit betreft de budgetten voor de compensatie van toeslagengedu­peerden (waaronder de 30k-regeling, integrale beoordeling en aanvullende compensatie), het overnemen van private schulden, de kindregeling, ex-partnerregeling, de herstelregeling voor gedupeerden van andere toeslagen en de betaling van dwangsommen.Subsidies (regelingen)Dit budget bestaat uit subsidievergoedingen in verband met emotioneel herstel in de Hersteloperatie Toeslagen.Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukkenMet de toerekening van uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van Dienst Toeslagen doet wordt inzicht gegeven in de integrale uitgaven die voor Dienst Toeslagen worden gemaakt. Deze toerekening wordt jaarlijks herijkt in de ontwerpbegroting.In onderstaande tabel is de toerekening van de uitgaven die de Belas­tingdienst ten behoeve van Dienst Toeslagen doet, verdeeld naar de verschillende activiteiten. Het toegerekende bedrag is per activiteit gebaseerd op een tussen de Belastingdienst en Dienst Toeslagen overeen­gekomen verdeelsleutel, gebaseerd op aantallen fulltime-equivalent (fte), werkplekken of ICT-capaciteit.Tabel 54 Toegerekende uitgaven ten behoeve van toeslagenprocessen (bedragen x € 1.000)ActiviteitBedragIV82.269Huisvesting en facilitaire zaken26.883HRM-activiteiten9.026Management informatie en Data Analyse2.508Kanaal & Ketenregie en Kanaal Digitaal/Webcare44.033Gegevensbeheer en administratieve afhandeling34.615Balies, buitenlandtaken, toezicht en bezwaarafhandeling6.214Bijkomende indirecte kosten per BD-medewerker cf Handleiding Overheidstarieven42.004Totaal247.552132Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 4. Niet-beleidsartikelenArtikel 8 ApparaatA. Apparaatsuitgaven/Tabel Budgettaire gevolgenOp dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het ministerie van Financiën met uitzondering van de Belastingdienst (zie artikel 1), de Douane (zie artikel 9) en Dienst Toeslagen (zie artikel 13). Het omvat de verplichtingen en uitgaven voor personeel (inclusief inhuur externen) en materieel (zoals huisvesting en ICT).Tabel 55 Budgettaire gevolgen artikel 8 Apparaat (bedragen x € 1.000)Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen517.432450.101431.251391.323366.176346.655338.512Uitgaven402.551450.134431.246391.323366.176346.655338.512Personele uitgaven253.988294.951287.425271.541255.318244.179237.588Eigen personeel224.510270.801272.815259.233245.702235.613229.231Inhuur externen28.52422.24113.69811.2998.6617.6657.478Overig personeel9541.9099121.009955901879Materiële uitgaven148.562155.183143.821119.782110.858102.476100.924ICT21.03622.64318.92715.38614.63513.75513.454Bijdrage aan SSO's49.83050.63345.63643.67541.11638.85237.947Overig materieel77.69781.90779.25860.72155.10749.86949.523Ontvangsten70.15662.01158.07454.40851.45049.64147.012Apparaatsontvangsten70.15662.01158.07454.40851.45049.64147.012Uitgaven (en verplichtingen)Personele uitgavenDit betreft alle personele uitgaven inclusief externe inhuur.Materiële uitgavenDit betreft de materiële uitgaven en omvat onder andere zaken zoals bijdragen aan Shared Services Organisaties (SSO’s), ICT en facilitaire diensten.De ICT uitgaven betreffen onder andere de aanschaf en beheer- en onder­houdskosten van hardware, software en programmatuur. Net als uitgaven voor de aanleg, het beheer en onderhoud van infrastructuur en de bijdragen voor de aan externe partijen uitbestede ICT-dienstverlening. De structurele uitgaven, welke gerelateerd zijn aan werkplekondersteuning zoals web-ex voorzieningen, afname devices, beheer, support en onderhoud, zijn overge­dragen aan het Shared Service Center-ICT.De bijdrage aan Shared Service Organisaties betreft onder andere huisvesting (Rijksvastgoedbedrijf), ICT, het Financieel Diensten Centrum, bedrijfszorg en beveiliging.Onder overig materieel vallen onder andere het omslagstelsel Rijkswa­genpark, Domeinen Roerende Zaken (DRZ) en diverse facilitaire uitgaven.133Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 OntvangstenDeze post betreft voornamelijk ontvangsten vanuit DRZ en de Auditdienst Rijk (ADR). Bij DRZ zijn dat ontvangsten uit gevoerde CJIB- en deurwaarder­sprocessen, ruimingen van hennepkwekerijen en andere verkopen. Vanuit de ADR zijn het inkomsten uit diverse verrichte onderzoeken zoals uit hoofde van de Europese Unie regeling Europees Fonds voor Regionale Ontwik­keling/Interregeling en door personeel terug betaalde opleidingsbudgetten. Daarnaast worden gelden van departementen ontvangen voor het omslag­stelsel Rijkswagenpark en voor de verhuur van interne huisvesting.B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven ministerie van FinanciënOnderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor het ministerie van Financiën weer. Dit betreft de apparaatsuitgaven voor het departement, de Belastingdienst, de Douane en Dienst Toeslagen en de ZBO’s en RWT’s.Voor de Waarderingskamer, de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) wordt de volledige overheidsbijdrage gebruikt voor apparaat.Tabel 56 Totale apparaatsuitgaven ministerie van Financiën (bedragen x € 1.000)2023202420252026202720282029Totaal apparaatsuitgaven ministerie van Financiën4.545.1115.234.0165.302.9844.887.0114.611.0464.491.9554.476.991Totaal departement4.530.9805.218.3145.287.9454.871.9724.596.0074.476.9164.461.952Beleidsdepartement Financiën402.551450.134431.246391.323366.176346.655338.512DG Belastingdienst3.192.7263.591.2273.605.8843.489.0913.435.1633.424.5023.417.789DG Douane510.383579.269569.535570.226547.617542.683542.671DG Toeslagen408.136579.898669.050421.332247.051163.076162.980Programma-DG Herstel17.18417.78612.2300000Totaal apparaatskosten ZBO’s en RWT’s14.13115.70215.03915.03915.03915.03915.039Waarderingskamer2.4032.4892.4892.4892.4892.4892.489AFM31737737737737737737DNB2.9312.1122.1122.1122.1122.1122.112FEC4.5995.1954.5324.5324.5324.5324.532NLFI4.1675.1695.1695.1695.1695.1695.169C. Apparaatsuitgaven beleidsdepartement per directoraat-generaalIn onderstaande tabel worden de apparaatsuitgaven van het beleidsde­partement uitgesplitst naar de organisatieonderdelen van Financiën: per directoraat-generaal (DG), de Inspectie belastingen, douane en toeslagen (IBTD) en de Belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerech­tigden. De apparaatsuitgaven van DG Belastingdienst worden verantwoord op artikel 1 Belastingen, Douane op artikel 9 en Dienst Toeslagen op artikel 13. Het verschil tussen de totaalreeks in onderstaande tabel 57 en boven­staande tabellen 55 en 56 is de apparaatstaakstelling die nog niet volledig is doorverdeeld naar de organisatieonderdelen.De Belangenbehartiger wordt een nieuw op te richten onderdeel binnen het ministerie van Financiën. De kwartiermaker Onafhankelijke Belangen­behartiger is sinds 2023 bezig dit onderdeel in– en op te richten, en per 1 januari 2025 zal de Belangenbehartiger van start gaan. Op 12 juni 2024 is uw Kamer geïnformeerd over het advies van de kwartiermaker inzake die in- en oprichting, waarin het advies en de visie van het kabinet op 134Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 de beoogde taken en bevoegdheden wordt behandeld36. De Belangenbehar­tiger zal primair onafhankelijke rechtshulp bieden aan burgers en bedrijven in hun belasting- en/of toeslagzaken. De Belangenbehartiger werkt daarin aanvullend op de bestaande dienstverlening van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen en andere maatschappelijke organisaties.Tabel 57 Apparaatsuitgaven per DG (bedragen x € 1.000)Directoraat-generaal2023202420252026202720282029Totaal Beleidsdepartement Financiën402.551450.134434.187413.877407.350406.561406.006Generale Thesaurie34.53339.68039.92736.63732.75332.51732.517DG Rijksbegroting44.06338.00736.30236.35436.01535.87535.630SG/pSG-cluster293.073334.388313.881298.216296.313295.996296.056DG Fiscale Zaken26.69031.58431.03027.79727.69127.63427.234Inspectie belastingen, toeslagen en douane4.1926.4756.7306.7306.7306.7716.771Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden006.3178.1437.8487.7687.79836 Kamerstukken II 2023-2024, 31 066, nr. 1396135Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 10 Nog onverdeeldA. Budgettaire gevolgenTabel 58 Budgettaire gevolgen artikel 10 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen054.11251.79773.06681.33985.48576.256Uitgaven054.11251.79770.19678.46982.61573.386Nog te verdelen054.11251.79770.19678.46982.61573.386Loonbijstelling programma0000000Loonbijstelling apparaat012.7519.5179.6339.6739.2679.267Prijsbijstelling apparaat018.58016.7395.14712.97612.41420.415Onvoorzien programma01.04113.45511.00913.73313.77614.546Onvoorzien apparaat021.74012.08644.40742.08747.15829.158Ontvangsten0000000B. Toelichting op de financiële instrumentenVanuit dit artikel wordt bij de eerste suppletoire begroting toegekende loon- en prijsbijstelling naar de beleids- en apparaatsartikelen overgeboekt. Ook kan het artikel Nog onverdeeld dienen voor de voorlopige verwerking van een taakstelling of reserveringen. Het artikel bevat momenteel twee reserveringen: een reservering voor de uitvoeringskosten van fiscale wet- en regelgeving en voor het op orde brengen van de informatiehuishouding. Op basis van getoetste plannen worden de middelen overgeheveld naar het betreffende beleids- of apparaatsartikel. Dit artikel is tevens bedoeld om eventuele onzekere ontwikkelingen binnen de begroting van Financiën op te vangen.136Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 5. Beleidsartikelen (Nationale Schuld)Artikel 11 Financiering staatsschuldA. Algemene doelstellingSchuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risico voor de begroting.B. Rol, verantwoordelijkheid en beleidsinformatieDe minister van Financiën is verantwoordelijk voor de financiering van de staatsschuld. De wettelijke basis voor deze uitvoerende rol is geregeld in de Comptabiliteitswet 201637. Het Agentschap van de Generale Thesaurie van het ministerie van Financiën is namens de minister van Financiën verantwoordelijk voor de financiering van de staatsschuld.De doelstelling van artikel 11 sluit aan bij de internationaal geaccepteerde uitgangspunten voor schuldmanagement, zoals verwoord door het Interna­tionaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank in de ‘Revised Guidelines for Public Debt Management’38. Voor de uitvoering van de schuldfinan-ciering wordt steeds voor meerdere jaren een beleidskader vastgesteld dat is gebaseerd op twee belangrijke pijlers: het financieringsbeleid en het renterisicokader.Het financieringsbeleid dient er vooral toe het (her)financieringsrisico en het liquiditeitsrisico te beheersen en mitigeren. Het bestaat uit de regels en randvoorwaarden die het Agentschap hanteert bij het gebruik van financiële instrumenten voor het financieren van de staatsschuld. Zo valt niet alleen de keuze voor de schuldinstrumenten hieronder, maar bijvoorbeeld ook de communicatie naar investeerders. Drie kernwaarden staan centraal in het financieringsbeleid: consistentie, transparantie en liquiditeit. Binnen de kernwaarden probeert het Agentschap zo flexibel mogelijk te zijn om bijvoorbeeld veranderingen in de financieringsbehoefte en marktomstan­digheden gedurende het jaar op te kunnen vangen.Het renterisicokader heeft als belangrijkste doel het beheersen van het renterisico. Dit betreft het risico dat de rentelasten op de staatsschuld stijgen door veranderingen in de rente. Gemiddeld genomen geldt dat hoe langer de looptijd van een lening, hoe lager het risico voor de begroting. Immers, bij gemiddeld langere financiering is het gedeelte van de staatsschuld dat jaarlijks opnieuw gefinancierd moet worden, en waarvoor dus de rente opnieuw moet worden vastgesteld, lager. Hierdoor werken tegenvallende renteontwikkelingen minder snel door in de rentelasten. Echter, onder normale omstandigheden geldt, hoe langer de looptijd van een financie-ringsinstrument, hoe hoger de rentekosten zijn. Er zal daarom steeds een optimale afweging gezocht moeten worden tussen kosten en risico.Naast bovengenoemde risico’s en kernwaarden houdt het Agentschap bij het opstellen van het beleidskader verder nog rekening met onder andere valutarisico, kredietrisico (tegenpartijrisico), integriteitsrisico’s (Know Your Customer, KYC) en operationele risico’s.37 Stb. 2017, 139.38 IMF Revised guidelines for public dept management, april 2014. Zie https://www.imf.org/external/np/pp/eng/2014/040114.pdf.137Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Voor de nadere invulling van de schuldfinanciering wordt op basis van het beleidskader jaarlijks in december het financieringsplan gepubliceerd, in de zogeheten Outlook39. Hierin wordt uiteengezet hoe de Nederlandse Staat in het komende kalenderjaar de schuldfinanciering zal uitvoeren. Schomme­lingen in de financieringsbehoefte worden zo veel mogelijk opgevangen op de geldmarkt. Deze werkwijze maakt het financieringsbeleid consistent en transparant en draagt bij aan het betrouwbare imago van de Nederlandse Staat op de financiële markten.Groene obligatieIn 2019 heeft de Nederlandse Staat als eerste land met een triple-A-rating een groene obligatie (Dutch State Loan, DSL) uitgegeven. In 2023 heeft Nederland een nieuwe 20-jaars groene DSL uitgegeven. In het raamwerk voor deze nieuwe groene DSL is er speciale aandacht voor waterinveste­ringen zoals het Deltafonds ("blauwe uitgaven"). De uitgaven voor deze specifieke investeringen sluiten aan bij de wijzigingen en toevoegingen aan de EU Taxonomie die in juni 2023 zijn gepubliceerd. Van alle twaalf in aanmerking komende economische activiteiten in het «Green Bond Framework» voldoen er elf aan alle vereiste technische criteria. De nieuwe groene DSL is daarmee de eerste triple-A staatslening waarbij de «blauwe» elementen volledig aansluiten bij de EU Taxonomie.Nederland wil met de uitgifte van een groene obligatie de totstandkoming en verdere verdieping van een robuuste groene kapitaalmarkt onder­steunen. De opbrengsten van groene obligaties worden gebruikt voor uitgaven aan duurzame energie, energie-efficiëntie, duurzaam vervoer en klimaatadaptatie. Voor alle uitgiftes onder het ‘Green Bond Framework’ heeft de Nederlandse Staat zich gecommitteerd om investeerders transpa­rantie te bieden over de allocatie van de opbrengsten met betrekking tot groene uitgaven evenals de impact van die uitgaven.Prestatie-indicatoren en kengetallenHet beleidskader voor de periode 2020-2025 kent twee indicatoren: de gemiddelde looptijd van de schuld- en swapportefeuille en het renterisico­bedrag (RRB). De gemiddelde looptijd zegt iets over de afruil tussen kosten en risico over alle toekomstige jaren samengenomen. De gemiddelde looptijd is de afgelopen jaren sterk verlengd en zal uiterlijk in 2025 minimaal 8 jaar bedragen. Het RRB is het deel van de schuld- en swapportefeuille waarover binnen 12 maanden de rente opnieuw vastgesteld moet worden, uitgedrukt als percentage van de schuld. Het RRB zegt daarmee iets over het renterisico binnen een jaar.Als onderdeel van de reguliere evaluatiecyclus heeft het Agentschap in 2023 een tweejaarlijkse interne evaluatie van het renterisicokader uitgevoerd. Op basis van deze interne evaluatie heeft het Agentschap besloten om de risico-indicatoren voor het renterisico onveranderd te laten. De indicatoren zijn:–De gemiddelde looptijd van de schuld (inclusief swaps), met als doelstelling een gemiddelde looptijd van minimaal 8 jaar in 2025;–Het RRB over een periode van 12 maanden, met als doelstelling een maximaal RRB van 25% van de schuld.39 Kamerstukken II 2023-2024, 36 410-IX, nr. 38.138Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Het Agentschap zal voor aanvang van elk nieuw kalenderjaar een jaarlijkse looptijdtarget vaststellen die bijdraagt aan de doelstellingen van het risicokader en inspeelt op de laatste markt- en financierings-ontwikke-lingen. De looptijdtarget voor het eerstvolgende kalenderjaar zal steeds in december worden vastgesteld en gepubliceerd in de Outlook voor het komende jaar, alsmede een invulling van de staatsschuld-financiering waarmee deze naar verwachting te behalen is.C. BeleidswijzigingenVoor de periode 2020 tot en met 2025 is een beleidskader ingesteld. In 2025 zal het kader door middel van een Periodieke Rapportage voor het gehele artikel 11 integraal worden geëvalueerd. Daarnaast voert het Agentschap minimaal tweejaarlijks een interne evaluatie uit, die in 2023 voor de tweede keer heeft plaatsgevonden. Een interne kort cyclische evaluatie, en indien noodzakelijk herziening van het beleid, biedt de kans om sneller en flexibeler te kunnen inspelen op ontwikkelingen in de markt (bijvoorbeeld ten aanzien van rente, ECB-beleid, liquiditeit) en om economische en budgettaire ontwikkelingen en vooruitzichten sneller tot uitdrukking te laten komen in het beleidskader voor de financiering van de staatsschuld. Op die manier wordt bereikt dat steeds op basis van de dan geldende omstandigheden wordt bezien of bijstelling van het beleidskader gewenst is. Hiermee wordt ook voldoende flexibiliteit gecreëerd.139Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 59 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 Financiering staatsschuld (bedragen x € 1 mln)1Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen52.89543.62727.68338.72045.24345.22143.073Uitgaven52.89543.62727.68338.72045.24345.22143.073Opdrachten22212121212121Overige kosten22212121212121Rente5.0486.0527.7139.73811.72512.81514.347Rente vaste schuld4.1134.9516.5658.74710.73511.79513.327Rente vlottende schuld8701.0181.1489919901.0201.020Voortijdige beëindiging schuld0000000Rente derivaten lang588300000Rente derivaten kort7000000Voortijdige beëindiging derivaten0000000Leningen47.82537.55419.94928.96133.49732.38528.705Aflossing vaste schuld31.69937.55419.94928.96133.49732.38528.705Mutatie vlottende schuld16.126000000Ontvangsten46.52655.34369.11494.42766.17966.02964.407Rente2082363020111010Rente vlottende schuld207303020111010Voortijdige beëindiging schuld1000000Rente derivaten lang0000000Voortijdige beëindiging derivaten020600000Leningen46.31855.10769.08494.40766.16866.01964.397Uitgifte vaste schuld46.31840.00169.08494.40766.16866.01964.397Mutatie vlottende schuld015.106000001Als gevolg van afronding op miljoenen kan de som der delen afwijken van het totaal.Tabel 60 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht99,92%bestuurlijk gebonden0,00%beleidsmatig gereserveerd0,08%nog niet ingevuld/vrij te besteden0,00%BudgetflexibiliteitDe beleidsmatige ontvangsten en uitgaven met betrekking tot de algemene doelstelling bestaan uit renteontvangsten en -betalingen als gevolg van transacties op de geld- en de kapitaalmarkt. Omdat de verplichtingen voornamelijk voortvloeien uit de in het verleden opgebouwde schuld is de budgetflexibiliteit voor dit artikel zeer gering. De uitgaven zijn voor 99,92% als juridisch verplicht aan te merken. Enkele overige kosten (€ 21,0 mln.), zoals advieskosten en drukkosten, zijn niet juridisch verplicht.Aangezien de (betalings)verplichtingen van de aangegane staatsschuld voortvloeien uit beleids- en bedrijfsvoeringsuitgaven die ten laste van andere begrotingen komen, heeft een verplichtingenbenadering (als 140Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 begrotingsstelsel) voor de begroting van Nationale Schuld noch uit het oogpunt van budgettaire beheersing, noch uit het oogpunt van budgetrecht meerwaarde ten opzichte van het kasstelsel. Om die reden is in de Compta­biliteitswet 2016 bepaald dat voor de uitgaven ten laste van de begroting van Nationale Schuld de verplichtingen in een jaar gelijkgesteld mogen worden aan de uitgaven in dat jaar.E. Toelichting op de financiële instrumentenVerplichtingen, uitgaven en ontvangstenOpdrachtenHet leeuwendeel van de overige kosten bestaat uit provisiekosten voor de Primary Dealers. De Nederlandse Staat maakt gebruik van een stelsel van momenteel 13 nationale en internationale instellingen (de Primary Dealers) voor de distributie en promotie van Nederlandse staatsleningen. De Primary Dealers spannen zich onder andere in om Dutch State Loans (DSL’s) af te nemen, te verspreiden en te promoten. Tot deze verplichtingen behoren ook een maandelijkse rapportage over de verrichte activiteiten op de secundaire markt en het verstrekken van prijzen voor de aan- en verkoop van DSL’s en Dutch Treasury Certificates (DTC’s).RenteRente vaste schuldOnder vaste schuld wordt schuld met een oorspronkelijke looptijd langer dan één jaar verstaan. De vaste schuld bestaat voornamelijk uit Nederlandse staatsleningen (Dutch State Loans, DSL’s), waarvoor de rentelasten voor een groot deel vastliggen. Deze rentelasten zijn grotendeels het gevolg van de tekortontwikkeling en schuldopbouw uit het verleden, en van de keuzes die toen gemaakt zijn in het financieringsbeleid en risicomanagement. De door het Centraal Planbureau (CPB) geraamde rentepercentages worden gebruikt voor de raming van de rentelasten van nog niet uitgegeven schuld.Rente vlottende schuldOnder vlottende schuld wordt schuld verstaan met een oorspronkelijke looptijd korter dan één jaar. Deze schuld bestaat voor het grootste deel uit schatkistpapier met een looptijd van drie tot zes maanden (Dutch Treasury Certificates, DTC’s) en Commercial Paper (CP) meestal met een looptijd tussen één week en drie maanden. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om tijdelijk overtollige middelen als gevolg van een positief kassaldo uit te zetten op de geldmarkt. De rentebaten vlottende schuld bestaan vooral uit vergoedingen over tijdelijk op de geldmarkt uitgezette liquiditeiten als gevolg van een positief schatkistsaldo. De door het CPB geraamde rentepercentages worden gebruikt voor de raming van de rentelasten van nog niet uitgegeven schuld. Verder vallen ook de rentebaten over de overgenomen leningen aan ABN AMRO (voorheen Fortis Bank Nederland) onder deze rubriek.Voortijdige beëindiging schuldUit cashmanagementoverwegingen kunnen DSL’s ingekocht worden. Op die manier worden grote pieken in de aflossingen verkleind en worden aflosmomenten gekozen die beter aansluiten bij het kasbeheer. Het gaat hier momenteel alleen om DSL’s die op het moment van inkoop in de komende 24-maands periode afgelost worden. Het verschil tussen het nominale bedrag dat wordt ingekocht en het bedrag dat daarvoor wordt 141Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 betaald, wordt tot de rentelasten of rentebaten gerekend. Voortijdige beëin­digingen zijn niet EMU-saldorelevant, omdat zij als een financiële transactie worden beschouwd.Rente derivaten langBinnen het renterisicokader is een streefwaarde gedefinieerd voor de gemiddelde looptijd van de schuldportefeuille en een maximale waarde voor het renterisicobedrag (RRB). Rentederivaten kunnen gebruikt worden om op deze waarden bij te sturen. Op deze derivaten wordt zowel rente ontvangen als betaald. Wanneer er per saldo rente betaald respectievelijk ontvangen wordt, wordt dit tot de rentelasten respectievelijk rentebaten derivaten gerekend. Deze rentelasten dan wel rentebaten tellen sinds de overgang naar nieuwe Europese boekhoudregels per september 2014 niet meer mee in de bepaling van het EMU-saldo. Zij hebben wel effect op de EMU-schuld.Rente derivaten kortDe Staat geeft kortlopend schuldpapier uit met looptijden variërend van enkele dagen tot maximaal 12 maanden. Het is mogelijk om de looptijd van deze schuld aan te passen met behulp van kortlopende rentederi­vaten. Het saldo van de rentebaten en rentelasten van de derivaten wordt hier weergegeven.Voortijdige beëindiging derivatenUit overwegingen van risicomanagement kan besloten worden om renteswaps voortijdig te beëindigen. Bij het voortijdig beëindigen van een renteswap wordt de netto contante waarde van alle toekomstige rente­stromen in één keer ontvangen. Deze rentestromen tellen sinds de overgang naar nieuwe Europese boekhoudregels per september 2014 niet meer mee in de bepaling van het EMU-saldo. Zij hebben wel effect op de EMU-schuld. De opbrengsten uit voortijdige beëindiging van swaps worden niet geraamd omdat van tevoren niet bekend is in welke mate van dit instrument gebruik wordt gemaakt.LeningenAflossing vaste schuldIeder jaar wordt een deel van de vaste schuld afgelost omdat het einde van de looptijd van leningen wordt bereikt. Daarnaast kan vanuit cashmanage­mentoverwegingen besloten worden DSL’s deels vervroegd af te lossen.Uitgifte vaste schuld en mutatie vlottende schuldDe raming van de uitgifte van vaste schuld is gebaseerd op de jaarlijkse financieringsbehoefte. De financieringsbehoefte bestaat uit de omvang van de af te lossen vaste schuld, de uitstaande schuld op de geldmarkt van het jaar ervoor en de raming voor het kassaldo van de Rijksoverheid. Voor toekomstige jaren wordt verondersteld dat de uitstaande schuld op de geldmarkt gelijk blijft en het resterende deel van de financieringsbehoefte op de kapitaalmarkt wordt gedekt door de uitgifte van DSL’s. In deze veron­derstelling muteert de geldmarkt niet, maar blijft deze gelijk. De verwachte verhouding tussen financiering op de geldmarkt en financiering op de kapitaalmarkt wordt jaarlijks bekend gemaakt bij de publicatie van het financieringsplan staatsschuld (Outlook) in december.142Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 12 KasbeheerA. Algemene doelstellingOptimaal kasbeheer van het Rijk en van de instellingen die aan de schatkist zijn gelieerd.B. Rol, verantwoordelijkheid en beleidsinformatieDe minister van Financiën is verantwoordelijk voor het beheer van publieke middelen en de bijbehorende geldstromen. De wettelijke basis is geregeld in de Comptabiliteitswet 201640 en nader uitgewerkt in de Regeling schat­kistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen41 (voor RWT’s), de Wet financiering decentrale overheden42 (voor decentrale overheden), de Wet financiering sociale verzekeringen43 en de Zorgverzekeringswet44 (voor sociale fondsen) en de Regeling Agentschappen45 (voor agentschappen).Het kasbeheer is onder te verdelen in het schatkistbankieren en het betalingsverkeer van het Rijk.Bij schatkistbankieren heeft de minister van Financiën een beleidsmatige en uitvoerende rol. De uitvoering van het schatkistbankieren is belegd bij het Agentschap van de Generale Thesaurie. Schatkistbankieren houdt in dat deelnemers hun liquide (overtollige) middelen aanhouden bij het ministerie van Financiën (de schatkist). De publieke middelen verlaten de schatkist niet eerder dan noodzakelijk voor de uitvoering van de publieke taak. Daarnaast kunnen onder voorwaarden sommige categorieën deelnemers aan schatkistbankieren ook leningen afsluiten.Het schatkistbankieren heeft drie doelstellingen: reductie van de EMU-schuld (Europese Monetaire Unie), risicoreductie en doelmatig kasbeheer. Door alle overtollige middelen binnen de overheid te concentreren bij het ministerie van Financiën vermindert de leenbehoefte van de overheid als geheel. Deze lagere leenbehoefte zorgt voor een lagere EMU-schuld. Het risico dat deelnemers lopen met hun overtollige middelen is kleiner doordat er minder geld bij externe partijen in beheer is. Het kasbeheer is doelmatiger doordat, over de gehele collectieve sector bezien, deelnemers met een leenfaciliteit besparen op hun rentekosten omdat het ministerie van Financiën tegen lagere rentetarieven uitleent dan marktpartijen.Het betalingsverkeer van het Rijk wordt door commerciële partijen uitgevoerd. Periodiek wordt hiertoe het betalingsverkeer, dat verdeeld is in verschillende zogenaamde percelen, aanbesteed. Het ministerie van Financiën coördineert deze aanbestedingen. Door deze aanbeste­dingen worden commerciële partijen geprikkeld om hun diensten tegen een zo gunstig mogelijke prijs-kwaliteitverhouding aan te bieden. De doelstelling van het betalingsverkeer is het waarborgen en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening en het bewaken van de kosten hiervan.40 Stb. 2017, 139.41 Stcrt. 2017, 69130.42 Stb. 2013, 530.43 Stb. 2005, 36.44 Stb. 2005, 358.45 Stcrt. 2012, 20668.143Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 KengetallenHet schatkistbankieren kent kengetallen die laten zien wat de omvang is van de aangehouden en uitgeleende middelen én wat de bijdrage is aan het reduceren van de EMU-schuld. De EMU-schuld bestaat uit alle schulden van de collectieve sector aan instellingen buiten de overheid. Doordat de deelnemers aan het schatkistbankieren hun overtollige middelen bij het Rijk aanhouden, hoeft het Rijk minder te lenen. Het gevolg is dat de omvang van de totale extern uitstaande schuld van de hele collectieve sector daalt en daardoor de EMU-schuld afneemt.Tabel 61 Deelnemers en omvang middelen (ultimo 2023)Overtollige middelen in rekening-courant en deposito (bedragen x € mld.)Verstrekte leningen en roodstand (bedragen x € mld.)Agentschappen4,18,7RWT's en derden23,06,4Sociale fondsen34,50,0Decentrale overheden17,10,0Totaal78,715,1Tabel 62 EMU-schuldreductie (ultimo 2023)In miljarden euro78,7In procenten bbp7,6%C. BeleidswijzigingenIn 2025 zijn geen beleidswijzigingen voorzien. In 2024 wordt het beleid door middel van een Periodieke Rapportage voor het gehele artikel 12 integraal geëvalueerd.144Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 63 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 12 Kasbeheer (bedragen x € 1 mln.)1Omschrijving2023202420252026202720282029Verplichtingen4.8716.0465.5985.5755.9546.4016.739Uitgaven4.8716.0465.5985.5755.9546.4016.739Rente2.5423.3462.8982.8753.2543.7014.039Rente kasbeheer2.5423.3462.8982.8753.2543.7014.039Uitgaven bij voortijdige beëindiging (hoofdsom)0000000Leningen2.3282.7002.7002.7002.7002.7002.700Verstrekte leningen2.3282.7002.7002.7002.7002.7002.700Mutaties in rekening-courant en deposito's0000000Mutaties in rekening courant en deposito0000000Ontvangsten24.45618.49515.19415.35517.01816.49515.909Rente125145193247297344383Rente kasbeheer125145193247297344383Voortijdige beëindiging binnen kasbeheer1000000Leningen1.1811.2021.3641.4171.4731.7791.792Ontvangen aflossingen1.1811.2021.3641.4171.4731.7791.792Mutaties in rekening-courant en deposito's23.15017.14813.63713.69115.24814.37113.735Mutaties in rekening courant en deposito23.15017.14813.63713.69115.24814.37113.7351Als gevolg van afronding op miljoenen kan de som der delen afwijken van het totaal.Tabel 64 Geschatte budgetflexibiliteit2025juridisch verplicht100%bestuurlijk gebonden0%beleidsmatig gereserveerd0%nog niet ingevuld/vrij te besteden0%BudgetflexibiliteitDe uitgaven en ontvangsten op dit artikel zijn voor 100% als juridisch verplicht aan te merken. Alle rentelasten en -baten zijn juridisch verplicht omdat deze volgen uit de leningen, deposito’s en rekening-courant-tegoeden die deelnemers in de schatkist aanhouden. De andere uitgaven en ontvangsten volgen ook uit de toename of afname van de middelen die door deelnemers in de schatkist worden aangehouden of uit de schatkist worden geleend.E. Toelichting op de financiële instrumentenVerplichtingen, uitgaven en ontvangstenDe totale uitgaven en ontvangsten zijn opgebouwd uit drie onderdelen: rente, leningen en mutaties in rekening-courant en deposito.145Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 RenteOnder de rentelasten vallen de rentebetalingen van het Rijk aan de deelnemers van schatkistbankieren. Deelnemers ontvangen rente, bij positieve rentestanden, over een positief saldo op hun rekening-courant en op de deposito’s die ze bij de schatkist hebben geplaatst. De rentebaten bestaan uit de door deelnemers aan het Rijk betaalde rente op leningen en over roodstanden op de rekening-courant. De door het Centraal Planbureau (CPB) geraamde rentepercentages worden gebruikt voor de raming van de rentelasten. De verwachte rentelasten zijn hoger dan de verwachte rentebaten doordat er in totaal meer middelen in de schatkist worden aangehouden dan dat er zijn uitgeleend (in de vorm van leningen en roodstand op de rekening-courant). Door een verwachte daling van de korte rente in 2025 wordt verwacht dat de rentelasten zullen dalen. Vanaf 2027 nemen de rentelasten weer toe met name door een verwachte instroom van aangehouden middelen in de schatkist.LeningenDe posten verstrekte leningen en ontvangen aflossingen geven de geraamde uitgifte van nieuwe leningen (uitgave voor het Rijk) en de aflossingen op eerder afgesloten leningen (ontvangst voor het Rijk) weer. Als leningen voortijdig worden beëindigd dan worden deze afgelost tegen de marktwaarde van de lening op dat moment of wordt er een boetebedrag door de deelnemer betaald, afhankelijk van het type deelnemer. Hierdoor kan gedurende het jaar een extra uitgave of ontvangst voor het Rijk ontstaan. Deze worden geboekt als uitgaven of ontvangsten bij voortijdige beëindiging.Mutaties in rekening-courant en deposito’sDe posten toename en afname saldi in rekening-courant46 en deposito’s47 geven het bedrag weer dat naar verwachting door alle deelnemers in de schatkist wordt gestort (ontvangst voor het Rijk) of juist wordt opgenomen (uitgave voor het Rijk). Voor 2025 wordt een instroom van middelen, en dus inkomsten voor het Rijk, van € 13,6 mld. geraamd.46 Een rekening waarop de bij- en afschrijvingen van de bankrekening(en) en de betalingen/ ontvangsten van deposito’s en eventuele leningen plaatsvinden en het geeft daarmee de onderlinge financiële verhouding weer tussen de deelnemer van het schatkistbankieren en het ministerie van Financiën. 47 Een deposito is geld dat door een deelnemer van schatkistbankieren tegen een vaste rentever­goeding en voor een bepaalde looptijd wordt vastgezet. De looptijd van een deposito kan variëren van een dag tot meerdere jaren.146Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 6. BijlagenBijlage 1: ZBO's en RWT'sTabel 65 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder het ministerie van Financiën)Naam organisatieZBO/RWTBegrotingsartikelBegrotingsramingenUitgevoerde evaluatie ZBO onder KaderwetVolgende evaluatie ZBOWaarderingskamerZBO en RWTArtikel 12.489Waarderingskamer Evaluatie 2017-2021- Eindrapport | Rapport | Rijksoverheid.nl2027Autoriteit Financiële Markten (AFM)ZBO en RWTArtikel 2737Kamerbrief over Kaderwetevaluaties Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank 2016-2020 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl2026De Nederlandsche Bank (DNB)ZBO en RWTArtikel 22.112Kamerbrief over Kaderwetevaluaties Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank 2016-2020 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl2026Stichting Waarborgfonds MotorverkeerRWTArtikel 20Evaluatieplicht niet van toepassingEvaluatieplicht niet van toepassingNederlands Bureau der MotorrijtuigverzekeraarsRWTArtikel 20Evaluatieplicht niet van toepassingEvaluatieplicht niet van toepassingCommissie Eindtermen Accountsopleiding (CEA)ZBOArtikel 20https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/07/21/evaluatie-rapport-cea2028Stichting administratiekantoor financiële instellingen (NLFI)RWTArtikel 35.169Evaluatieplicht niet van toepassingEvaluatieplicht niet van toepassingTabel 66 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder andere ministeries)Naam organisatieMinisterieZBO/RWTBegrotingsartikelBegrotingsramingenKadasterBinnenlandse Zaken en KoninkrijkrelatiesZBO en RWTArtikel 12.933Kamer van KoophandelEconomische ZakenZBO en RWTArtikel 1341RDWInfrastructuur en WaterstaatZBO en RWTArtikel 13.452Nationale PolitieJustitie en VeiligheidRWTArtikel 11.191Autoriteit Consument en Markt (ACM)Economische ZakenZBOArtikel 2525Autoriteit Persoonsgegevens (AP)Justitie en VeiligheidZBOArtikel 20147Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Bijlage 2: Specifieke uitkeringenTabel 67 Overzicht Specifieke Uitkeringen (SPUKS) (bedragen x € 1.000)SiSa nr.OnderdeelToelichting202420252026202720282029B2NaamRegeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021124.87625.0945.908000Korte duidingTen behoeve van gemeentelijke hulp aan Toeslagengedupeerden is in 2020 via een specifieke uitkering circa. € 10,8 mln. (100% voorschot; tevens circa. € 214.000 via het Btw-compensatiefonds) ter beschikking gesteld aan 344 gemeenten. Gemeenten verantwoorden deze middelen sinds 2021 onder de nieuwe, uitgebreide regeling FIN B2.Ten behoeve van gemeentelijke hulp aan Toeslagengedupeerden is in 2021 via deze tweede specifieke uitkering circa. € 11,8 mln. (25% voorschot van totaal beschikbare € 47,2 mln.; tevens € 935.000 via het Btw-compensatiefonds) ter beschikking gesteld aan 352 gemeenten. Gemeenten kunnen deze middelen in ieder geval tot en met 2026 inzetten en verantwoorden. Deze tweede specifieke uitkering «vervangt» en verbreedt de eerste specifieke uitkering op dit onderwerp (2020). Dit betekent dat gemeenten de onder de eerste specifieke uitkering ontvangen middelen voorts verantwoorden als onderdeel van de verantwoordingen over de tweede specifieke uitkering). In 2022 is circa € 33 mln. uitbetaald aan gemeenten en in de eerste maanden van 2023 heeft een nabetaling (correctie) plaatsgevonden ter waarde van circa € 0,4 mln. In 2023 is circa € 46 mln. uitbetaald aan gemeenten. De eerstvolgende betalingen zullen eind 2024 plaatsvinden o.b.v. de verantwoordingen van gemeenten over hun uitgaven in 2023.Juridische grondslagMinisteriële regelingMaatschappelijke effectenDeze uitkering stelt gemeenten in staat om gedupeerden in het kader van het Toeslagenherstel van adequatie «brede hulp» op de vijf gemeentelijke hulpgebieden te voorzien. Dit draagt bij aan de doelstelling van de Toeslagenherstelactie: compensatie en herstel, zodat gedupeerden zo snel mogelijk hun leven weer kunnen oppakken.Ontvangende partijen353 (voormalige) Nederlandse gemeentenArtikel13. ToeslagenTotaal124.87625.0945.908000148Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Bijlage 3: VerdiepingshoofdstukArtikel 1 BelastingenTabel 68 Uitgaven beleidsartikel 1 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20243.475.1083.317.0683.297.9433.300.6773.274.7230Mutatie 1e suppletoire begroting 2024127.003167.672111.66468.73267.9473.341.156Nieuwe mutatiesAfdracht ketenpartners3.00165.27312.848000Uitkering incidentele CAO-componenten35.30300000Loon- en prijsbijstelling187.724182.929181.293181.274180.373180.350Toerekening uitgaven aan Toeslagen en Douane0‒ 53.336‒ 36.837‒ 25.332‒ 21.617‒ 21.417Invorderingsrente Sondervermögen203.00000000Overige mutaties22.6112.394‒ 4.079‒ 5.489‒ 10.505‒ 12.442Stand ontwerpbegroting 20254.053.7503.682.0003.562.8323.519.8623.490.9213.487.647Tabel 69 Niet-belastingontvangsten beleidsartikel 1 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20241.322.1821.364.3911.384.3811.443.9041.248.9040Mutatie 1e suppletoire begroting 2024288.816203.471138.62733.399103.8451.350.311Nieuwe mutatiesOverige mutaties‒ 210‒ 210‒ 210‒ 210‒ 210‒ 210Stand ontwerpbegroting 20251.610.7881.567.6521.522.7981.477.0931.352.5391.350.101Toelichting belangrijkste mutatiesUitgavenAfdracht ketenpartnersVoor de jaren 2024-2026 wordt vanuit Dienst Toeslagen budget overge­heveld naar de Belastingdienst voor hun werkzaamheden met betrekking tot de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) en overig. Het gaat hierbij om de inzet van personeel bij de dienstonderdelen CAP (Centrale Administratieve Processen, verwerking gegevens en betalingen), KI&S (Klantinteractie & -services, Belastingtelefoon) en O&P (Organisatie & personeel, personeelszaken zoals werving) van de Belastingdienst. Het bedrag in 2024 is gesaldeerd met de teruggave aan Toeslagen als gevolg van minder werkzaamheden die voor UHT benodigd zijn.Uitkering incidentele CAO-componentenVanuit de loon- en prijsbijstelling die is ontvangen in 2023 is een reservering in 2024 aangelegd op artikel 10 om de nieuwe cao in dat jaar te kunnen dekken. Hiervan is € 35 mln. benodigd voor de Belastingdienst voor de eenmalige uitkeringen in 2024.149Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Loon- en prijsbijstellingDe loon- en prijsbijstelling 2024 is in de eerste suppletoire begroting toegevoegd aan de begroting van Financiën (artikel 10). De loon- en prijsbij­stelling wordt nu naar rato verdeeld over de artikelen.Toerekening van artikel Belastingen aan artikel 9 Douane en artikel 13 ToeslagenDe toerekening geeft inzicht in de integrale uitgaven die de Belasting­dienst ten behoeve van de Douane en Dienst Toeslagen maakt. Het betreft hier onder andere activiteiten als facilitaire zaken, ICT, de BelastingTe­lefoon en heffing en inning. Deze mutatie betreft een actualisatie van de toerekening van middelen van artikel 1 Belastingen naar artikel 9 Douane en een toerekening van middelen van artikel 1 Belastingen naar artikel 13 Toeslagen. De toerekening vindt plaats voor alle dienstonderdelen van de Belastingdienst die uitgaven doen ten behoeve van de Douane- en/of toesla­genprocessen.Invorderingsrente SondervermögenNaar aanleiding van het Hoge Raad arrest op 14 juni, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat een Duits fonds (Immobielen-Sondervermögen) geen buitenlands belastingplichtige is in Nederland, dient betaalde VPB inclusief rente terugbetaald te worden. Het betreft hier invorderingsrente uit de jaren 1998-2011. Voor de belastingjaren vanaf 2012 wordt geen rente uitgekeerd.150Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 2 Financiële marktenTabel 70 Uitgaven beleidsartikel 2 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202434.03527.11026.03035.93025.5800Mutatie 1e suppletoire begroting 2024‒ 2.0986794.085‒ 9.76659926.194Nieuwe mutatiesDesaldering UBO uitgaven2.10000000Overige mutaties1.342663662662662662Stand ontwerpbegroting 202535.37928.45230.77726.82626.84126.856Tabel 71 Ontvangsten beleidsartikel 2 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202410.2099.9058.4508.4508.4500Mutatie 1e suppletoire begroting 2024000008.450Nieuwe mutatiesDesaldering UBO ontvangsten2.10000000Stand ontwerpbegroting 202512.3099.9058.4508.4508.4508.450Toelichting belangrijkste mutatiesUitgaven en ontvangstenDesaldering UBO uitgaven en ontvangstenVoor het Ultimate Beneficial Owner (UBO) register werden extra kosten van € 2,1 mln. verwacht. De UBO-registers worden geleidelijk ontsloten. Dit is juridisch en technisch complex, en kost daardoor meer tijd dan gedacht. Door gedeeltelijke ontsluiting van het register komen inmiddels wel weer inkomsten binnen, die de kosten deels kunnen opvangen.151Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sectorTabel 72 Uitgaven beleidsartikel 3 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024659.146583.420440.101187.101110.1010Mutatie 1e suppletoire begroting 2024819400000110.101Incidentele suppletoire begroting TenneT13.100.00011.900.0000000Nieuwe mutatiesKernkapitaal InvestNL000200.000200.000200.000Kernkapitaal Invest International00100.000000Lening TenneT02.300.00017.100.000000Overige mutaties3037373737373Stand ontwerpbegroting 202513.760.26814.783.89317.640.174387.174310.174310.174Tabel 73 Ontvangsten beleidsartikel 3 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20242.765.5001.130.5001.090.5001.121.5001.126.5000Mutatie 1e suppletoire begroting 2024798.025‒ 78.29325.546‒ 5.45434.5461.166.046Incidentele suppletoire begroting TenneT229.676720.918900.386900.386900.386900.386Nieuwe mutatiesOpbrengst verkoop ABN AMRO443.75300000Terugdraaien Tegenontvangst kapitaalinjectie TenneT 2023‒ 1.602.00000000Renteontvangsten lening TenneT17.72239.627466.436720.560720.560720.560Overige mutaties000000Stand ontwerpbegroting 20252.652.6761.812.7522.482.8682.736.9922.781.9922.786.992Toelichting belangrijkste mutatiesUitgavenKernkapitaal Invest-NLInvest-NL krijgt in totaal € 900 mln. tot en met 2029 aan additionele middelen waarmee haar slagkracht wordt vergroot. € 600 mln. wordt vanaf de begroting van Financiën gebruikt voor versterking van het kernkapitaal, wat onder meer bijdraagt aan de doorgroei van startups naar scaleups. Met cumulatief € 250 mln. krijgt Invest-NL de mogelijkheid Blended Finance uit te breiden om hiermee knelpunten in de bedrijfsfinanciering te kunnen adresseren. Daarmee wordt het innovatief mkb aanvullend geholpen om door te groeien en neemt de maatschappelijke impact van Invest-NL nog meer toe. Tevens wordt cumulatief € 50 mln. toegevoegd in het Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid (BEV), waarmee als laatste redmiddel een belang kan worden genomen in bedrijven wanneer voorziene investeringen van statelijke actoren onze nationale veiligheid bedreigen. De bijdragen voor Blended Finance en het BEV worden verantwoord op de begroting van Economische Zaken.152Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Kernkapitaal Invest InternationalTer ondersteuning van de financiering van het internationale Nederlandse bedrijfsleven door Invest International wordt een bedrag van € 100 mln. in 2026 vrijgemaakt uit de gereserveerde middelen voor Invest NL vanuit het hoofdlijnenakkoord. Het kabinet onderzoekt tegelijkertijd hoe de conti­nuïteit van Invest International voor de toekomst kan worden geborgd, onder andere door te bezien of en zo ja onder welke voorwaarden een integratie van beide organisaties mogelijk is, op zodanige wijze dat de beleidsdoelen van beide organisaties worden versterkt (binnen de geldende budgettaire afspraken).Lening TenneTDoor het uitblijven van de volledige verkoop van TenneT Duitsland heeft TenneT een additionele leningsfaciliteit nodig om haar credit rating te behouden en te voldoen aan marktvereisten. De leningsfaciliteit is opgehoogd met € 2,3 mld. voor 2025 en uitgebreid met € 17,1 mld. voor 2026.OntvangstenOpbrengst verkoop ABN AMRODe ontvangsten nemen in 2024 met ten minste € 443 mln. toe. Dit komt door de verkoop van aandelen ABN AMRO door de Staat via de beurs en de inkoop van aandelen door ABN AMRO. De ontvangsten betreffen de verkoopopbrengst tot en met juli 2024.Terugdraaien terugontvangst kapitaalinjectie TenneT 2023De Duitse staat heeft laten weten dat het op dit moment geen volledige aankoop van TenneT Duitsland kan realiseren. Dit betekent dat er geen terugontvangst is van het kapitaal dat vorig jaar door de Staat in TenneT is gestort (€ 1,602 mld.). Deze ontvangst was in 2024 wel begroot.Renteontvangsten lening TenneTDe Staat ontvangt een marktconforme rente met additionele vergoedingen over de verstrekte lening aan TenneT.153Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 4 Internationale financiële betrekkingenTabel 74 Uitgaven beleidsartikel 4 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024434.870552.197382.923574.379283.3720Mutatie 1e suppletoire begroting 202485.778‒ 434666666338.838Nieuwe mutatiesHLA: Gerichte keuzes ontwikkelingssamenwerking (ODA); HLA-maatregel 34000‒ 92.695‒ 75.575‒ 63.237Ophoging ESM kapitaalinleg076.9000000Overige mutaties0292272109‒ 38‒ 40Stand ontwerpbegroting 2025520.648628.955383.261481.859207.825275.561Tabel 75 Ontvangsten beleidsartikel 4 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024248.952231.488225.236258.904256.7990Mutatie 1e suppletoire begroting 2024‒ 135.098‒ 163.868‒ 2.921‒ 1.7891.269252.169Nieuwe mutatiesBijstelling renteontvangsten Greek Loan Facility (GLF)6.85500000Stand ontwerpbegroting 2025120.70967.620222.315257.115258.068252.169Toelichting belangrijkste mutatiesUitgavenHLA: Gerichte keuzes ontwikkelingssamenwerking (ODA); HLA-maatregel 34In het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat het budget voor ontwikke­lingssamenwerking wordt aangepast op de schuivende verhoudingen in de wereld. De ombuiging op de Rijksbrede ODA-middelen slaat bij Financiën neer op de bijdrage aan de Wereldbank.Ophoging ESM kapitaalinlegBij de toetreding van Kroatië tot het Europees Stabiliteitsmechanisme- (ESM) is afgesproken dat de ESM-bijdragesleutel voor alle leden bijgewerkt zou worden ter gelegenheid van de volgende toetreding tot het ESM en uiterlijk op 1 januari 2026. De ECB heeft op 1 januari 2024 de kapitaal­sleutel geactualiseerd. Hieruit volgt dat Nederland een groter aandeel in de Europese economie en bevolking had dan voorheen. Omdat toetreding tot het ESM van een nieuwe lidstaat niet uit te sluiten is voor 2026, is de aanvullende kapitaalinleg (onder voorbehoud) opgenomen in de begroting van 2025.154Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 OntvangstenBijstelling renteontvangsten Greek Loan Facility (GLF)De renteontvangsten voor de Greek Loan Facility (GLF) worden naar boven bijgesteld op basis van de renterealisaties ontvangen van de Europese Commissie.155Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringenTabel 76 Uitgaven beleidsartikel 5 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024168.366151.366151.762152.393152.3930Mutatie 1e suppletoire begroting 2024396396000152.393Nieuwe mutatiesBijstelling langlopende schade‒ 5.000‒ 5.000‒ 5.000‒ 5.000‒ 5.000‒ 5.000Overige mutaties3.6321.3961.4081.4181.4181.418Stand ontwerpbegroting 2025167.394148.158148.170148.811148.811148.811Tabel 77 Ontvangsten beleidsartikel 5 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024133.206131.207124.224122.607119.6070Mutatie 1e suppletoire begroting 202400000104.707Nieuwe mutatiesBijstelling schaderestituties na 201912.75000000Schaderestituties vanaf 1999 voor 20192.25000000Overige mutaties251251251882882882Stand ontwerpbegroting 2025148.457131.458124.475123.489120.489105.589Toelichting belangrijkste mutatiesUitgavenBijstelling langlopende schadezakenNaar aanleiding van een aangescherpte ekv-ramingssystematiek, is besloten dat definitieve schades niet langer geboekt worden. In plaats daarvan is er wel een onttrekking uit de begrotingsreserve (alleen voor schadezaken na 2019). Hiermee wordt de openstaande vordering verlaagd en de raming aan de ontvangstenkant (1x per jaar) door ADSB bijgewerkt. Dit leidt tot een bijstelling op de langlopende schadeuitkeringen van € 5 mln. (meerjarig).OntvangstenBijstelling schaderestituties na 2019Ivm de aangescherpte ekv-ramingssystematiek is er een splitsing gemaakt tussen schaderestituties vóór 1999, tussen 1999 en 2019 en ná 2019. Er is 15% (€ 2,25 mln.) van de oude totale restitutiereeks na 1999 (15 mln.) geboekt op schaderestituties tussen 1999 en 2019. Het restant daarvan € 12,75 mln. is geboekt op schaderestituties ná 2019, wat resulteert in een bijstelling.Schaderestituties vanaf 1999 voor 2019Naar aanleiding van een nieuwe ekv-ramingssystematiek is er een splitsing gemaakt in schaderestituties. Op basis van een splitsing in schaderestituties zijn drie tijdslijnen vastgesteld, namelijk vóór 1999, tussen 1999 en 2019 en ná 2019. Uit schaderestitutie overzichten blijkt dat de totale omvang van 156Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 schaderestituties na 1999 € 15 mln. bedraagt. Van dit bedrag is geraamd dat 15% (€ 2,25 mln.) van deze restitutiereeks te maken heeft met schaderesti­tuties tussen 1999 en 2019. Conform de nieuwe boekingssystematiek wordt dit bedrag onttrokken aan de begrotingsreserve.157Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 6 Btw-compensatiefondsTabel 78 Uitgaven beleidsartikel 6 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20244.015.0344.015.0344.015.0344.015.0344.015.0340Mutatie 1e suppletoire begroting 202489.1481.20129363634.015.097Nieuwe mutatiesOverhevelingen Btw-compensatiefonds (BCF)48.0788.1877.5172792790Bijstelling Btw-compensatiefonds (BCF)96.376224.272225.792233.260233.260233.539Stand ontwerpbegroting 20254.248.6364.248.6944.248.6364.248.6364.248.6364.248.636Tabel 79 Ontvangsten beleidsartikel 6 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20244.015.0344.015.0344.015.0344.015.0344.015.0340Mutatie 1e suppletoire begroting 202489.1481.20129363634.015.097Nieuwe mutatiesOverhevelingen Btw-compensatiefonds (BCF)48.0788.1877.5172792790Bijstelling Btw-compensatiefonds (BCF)96.376224.272225.792233.260233.260233.539Stand ontwerpbegroting 20254.248.6364.248.6944.248.6364.248.6364.248.6364.248.636Toelichting belangrijkste mutatiesUitgaven en ontvangstenOverheveling Btw-compensatiefonds (BCF)Als gevolg van overhevelingen van budget van ministeries naar decentrale overheden wordt een bedrag in het gemeente of provinciefonds gestort. Het geraamde btw-deel van dit bedrag wordt in het BCF gestort. Gemeentes en provincies kunnen de betaalde btw in verband met de overhevelingen terugvragen bij het BCF. Deze uitgaven worden gedekt vanuit de belasting­ontvangsten.Bijstelling Btw-compensatiefonds (BCF)Deze mutatie betreft een bijstelling van de raming van het BCF op basis van de beschikking van het afgelopen jaar, betalingen van het vierde kwartaal van het afgelopen jaar en driemaal het voorschot van het eerste kwartaal uit het lopende jaar.158Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 8 ApparaatTabel 80 Uitgaven artikel 8 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024407.351396.781380.591378.471377.9110Mutatie 1e suppletoire begroting 202418.54215.6348.7785.2735.513382.779Nieuwe mutatiesLoon- en prijsbijstelling22.40722.03422.30922.00021.97821.978HLA: Terugdraaien groei apparaat Rijksoverheid (apparaat); HLA-maatregel 260‒ 19.840‒ 38.060‒ 56.770‒ 75.582‒ 83.140Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden06.3178.1437.8487.7687.798Overige mutaties1.83410.3209.5629.3549.0679.097Stand ontwerpbegroting 2025450.134431.246391.323366.176346.655338.512Tabel 81 Ontvangsten artikel 8 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202457.00357.92057.12057.00056.4260Mutatie 1e suppletoire begroting 20244.9613.0503.0003.0004.50059.426Nieuwe mutatiesHLA: Terugdraaien groei apparaat Rijksoverheid (apparaat); HLA-maatregel 260‒ 2.896‒ 5.712‒ 8.550‒ 11.285‒ 12.414Overige mutaties4700000Stand ontwerpbegroting 202562.01158.07454.40851.45049.64147.012Toelichting belangrijkste mutatiesUitgavenLoon- en prijsbijstellingDe loon- en prijsbijstelling 2024 is in de eerste suppletoire begroting toegevoegd aan de begroting (artikel 10). De loon- en prijsbijstelling wordt nu naar rato verdeeld over de artikelen.HLA: Terugdraaien groei apparaat Rijksoverheid; HLA-maatregel 26Naar aanleiding van het hoofdlijnenakkoord is een taakstelling op de apparaatsbudgetten van het ministerie van Financiën van oplopend tot per saldo € 70,7 mln. structureel doorgevoerd (de betreffende budgettaire taakstellingsmutaties raken zowel de uitgaven (€ 83,1 mln.) als de ontvangsten (€ 12,4 mln.), wat per saldo tot de korting van € 70,7 mln. leidt).In deze ontwerpbegroting 2025 is de taakstellingsreeks die ingaat vanaf begrotingsjaar 2025, van € 15,6 mln. structureel, reeds concreet doorver­deeld naar diverse organisatieonderdelen van het ministerie. De concrete verdeling van de resterende taakstellingsreeks, € 55,1 mln. structureel, over de apparaatsbudgetten van Financiën wordt nog nader uitgewerkt en in de 1e suppletoire begroting 2025 verwerkt.159Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en ToeslaggerechtigdenDe Belangenbehartiger wordt een nieuw op te richten onderdeel binnen het ministerie van Financiën. De kwartiermaker Onafhankelijke Belangen­behartiger is sinds 2023 bezig dit onderdeel in– en op te richten, en per 1 januari 2025 zal de Belangenbehartiger van start gaan. Op 12 juni 2024 is uw Kamer geïnformeerd over het advies van de kwartiermaker inzake die in- en oprichting, waarin het advies en de visie van het kabinet op de beoogde taken en bevoegdheden wordt behandeld48. De Belangenbehar­tiger zal primair onafhankelijke rechtshulp bieden aan burgers en bedrijven in hun belasting- en/of toeslagzaken. De Belangenbehartiger werkt daarin aanvullend op de bestaande dienstverlening van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen en andere maatschappelijke organisaties.OntvangstenHLA: Terugdraaien groei apparaat Rijksoverheid; HLA-maatregel 26Zie de toelichting bij de uitgaven.48 Kamerstukken II 2023-2024, 31 066, nr. 1396160Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 9 DouaneTabel 82 Uitgaven beleidsartikel 9 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024804.823798.538793.776776.089768.8730Mutatie 1e suppletoire begroting 2024203.9394.3094.099984984769.660Nieuwe mutatiesBijdragen aan de Belastingdienst‒ 9.336‒ 404‒ 103‒ 107‒ 230Toerekening van Belastingdienst aan Douane03.0692.9182.9302.9992.999Loon-en prijsbijstelling32.96032.69032.54231.48531.14831.142Uitkering incidentele CAO-componenten9.31700000Vertragingsrente Traditionele Eigen Middelen20.07600000Overige mutaties1.662‒ 806‒ 781‒ 916‒ 1.043‒ 1.072Stand ontwerpbegroting 20251.063.441837.396832.451810.465802.938802.729Tabel 83 Niet-belastingontvangsten beleidsartikel 9 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202410.70510.70510.70510.70510.7050Mutatie 1e suppletoire begroting 20230000010.705Nieuwe mutaties‒‒‒‒‒‒Stand ontwerpbegroting 202510.70510.70510.70510.70510.70510.705Toelichting belangrijkste mutatiesUitgavenBijdrage aan de BelastingdienstDit betreft de bijdrage van Douane voor de aanschaf van een aantal ICT-diensten buiten de standaarddienstverlening (plusdiensten).Toerekening van artikel Belastingen aan artikel DouaneDe toerekening geeft inzicht in de integrale uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van de Douane maakt. Het betreft hier onder andere activiteiten als facilitaire zaken, ICT, de BelastingTelefoon en heffing en inning. Deze mutatie betreft een actualisatie van de toerekening van middelen van artikel 1 Belastingen naar artikel 9 Douane. De toerekening vindt plaats voor alle dienstonderdelen van de Belastingdienst die uitgaven doen ten behoeve van de Douaneprocessen.Loon- en prijsbijstellingDe loon- en prijsbijstelling 2024 is bij de eerste suppletoire begroting toegevoegd aan de begroting (artikel 10). De loon- en prijsbijstelling wordt nu naar rato verdeeld over de artikelen, waaronder artikel 9 Douane.161Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Uitkering incidentele CAO-componentVanuit de loon- en prijsbijstelling 2023 is een reservering in 2024 aangelegd op artikel 10 Nog onverdeeld om incidentele kosten uit de nieuwe cao 2024 mee te kunnen dekken. Vanuit deze reservering wordt € 9,3 mln. overgeheveld naar artikel 9 voor de eenmalige uitkeringen in 2024.Vertragingsrente Traditionele Eigen MiddelenEr zijn nabetalingen gedaan over de Traditionele Eigen Middelen (TEM). De Nederlandse douaneautoriteiten voeren een zelfanalyse uit op casussen waarvan de invoerrechten nog niet met zekerheid zijn vastgesteld of nog niet door de lidstaat zijn geïnd. Als gevolg van de zelfanalyses heeft Nederland de aansprakelijkheid op een aantal dossiers geaccepteerd. Dit heeft geleid tot circa € 20,5 mln. aan TEM nabetalingen via de begroting van Buiten­landse Zaken. De corresponderende vertragingsrente op de nabetalingen bedraagt circa € 20 mln. en wordt door Douane verantwoord op artikel 9 van de Financiënbegroting.162Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 10 Nog onverdeeldTabel 84 Uitgaven artikel 10 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024154.74871.88971.75259.58654.2620Mutatie 1e suppletoire begroting 2024232.531236.616247.780258.082260.931305.920Nieuwe mutatiesUitkering incidentele CAO-componenten‒ 54.38400000Loonbijstelling‒ 236.194‒ 219.032‒ 212.411‒ 208.466‒ 207.503‒ 207.503Prijsbijstelling‒ 42.006‒ 38.059‒ 37.301‒ 36.564‒ 35.921‒ 35.892HLA: Uitvoeringskosten Herinvoeren gebruik rode diesel voor landbouw; HLA-maatregel 80005.0005.0005.000HLA: Uitvoeringskosten Invoeren circulaire plastic heffing; HLA-maatregel 5400005.0005.000Overig‒ 583383376831846861Stand ontwerpbegroting 202554.11251.79770.19678.46982.61573.386Tabel 85 Ontvangsten artikel 10 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 2024000000Mutatie 1e suppletoire begroting 2024000000Nieuwe mutaties‒‒‒‒‒‒Stand ontwerpbegroting 2025000000Toelichting belangrijkste mutatiesUitgavenUitkering incidentele CAO-componentVanuit de loon- en prijsbijstelling 2023 is een reservering in 2024 aangelegd op artikel 10 Nog onverdeeld om incidentele kosten van de nieuwe cao 2024 mee te kunnen dekken. In totaal wordt er € 54 mln. overgeheveld naar de apparaatsbudgetten van artikel 1, 8, 9 en 13, voor de eenmalige uitkeringen in 2024.Loon- en prijsbijstellingDe loon- en prijsbijstelling 2024 is in de eerste suppletoire begroting toegevoegd aan de begroting van Financiën (artikel 10). De loon- en prijsbij­stelling wordt nu naar rato verdeeld over de artikelen.HLA: Uitvoeringskosten Herinvoeren gebruik rode diesel voor landbouw; HLA-maatregel 8De rode diesel wordt met ingang van het jaar 2027 heringevoerd voor de landbouwsector. Aan deze maatregel zitten uitvoeringskosten per 2027 verbonden van circa € 5 mln. structureel. In afwachting van een uitvoering­stoets worden deze middelen gereserveerd op artikel 10.163Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 HLA: Uitvoeringskosten Invoeren circulaire plastic heffing; HLA-maatregel 54Met ingang van het jaar 2028 wordt een circulaire plastic heffing ingevoerd. Aan deze maatregel zitten met ingang van 2028 uitvoerings­kosten verbonden van circa € 5 mln. structureel. In afwachting van een uitvoeringstoets worden deze middelen gereserveerd op artikel 10.164Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 11 Financiering staatsschuldTabel 86 Uitgaven beleidsartikel 11 (bedragen x € 1 mln.)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202439.24327.52240.49344.48044.5870Mutatie 1e suppletoire begroting 2024‒ 8‒ 1892.333‒ 132‒ 18238.461Nieuwe mutatiesRente vaste schuld‒ 2133158041.029995897Rente vlottende schuld‒ 29135‒ 74‒ 135‒ 179‒ 179Rente derivaten lang6000000Aflossing vaste schuld4.8360‒ 4.836103.894Stand ontwerpbegroting 202543.62727.68338.72045.24345.22143.073Tabel 87 Ontvangsten beleidsartikel 11 (bedragen x € 1 mln.)1202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202451.31452.24473.72765.78874.0230Mutatie 1e suppletoire begroting 202412.84910.9457.655445‒ 1.50866.563Nieuwe mutatiesUitgifte vaste schuld05.97913.1062‒ 6.450‒ 2.131Rente derivaten lang0‒ 54‒ 61‒ 56‒ 36‒ 25Vooritjdige beindiging21400000Mutatie vlottende schuld‒ 9.03400000Stand ontwerpbegroting 202555.34369.11494.42766.17966.02964.4071Als gevolg van afronding op miljoenen kan de som der delen afwijken van het totaal.Toelichting belangrijkste mutatiesUitgaven en ontvangstenDe ramingen voor rente en uitgifte schuld zijn bijgesteld als gevolg van een veranderde financieringsbehoefte, nieuwe schulduitgiftes en aangepaste rentepercentages.Voor 2024 wordt een lager kastekort verwacht dan eerder geraamd, waardoor de financieringsbehoefte in 2024 afneemt. Hierdoor neemt de vlottende schuld af met € 9 mld. De rentelasten van de vlottende schuld nemen hierdoor ook af. De rentelasten van de vaste schuld nemen in 2024 af door de gerealiseerde rentepercentages. Vanaf 2025 wordt verwacht dat de rentelasten van de vaste schuld toenemen door hogere rentepercentages zoals geraamd door het CPB en een hoger kastekort.165Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 12 KasbeheerTabel 88 Uitgaven beleidsartikel 12 (bedragen x € 1 mln.)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20246.2436.0886.1336.3746.7210Mutatie 1e suppletoire begroting 2024‒ 562‒ 1.056‒ 893‒ 671‒ 5036.561Nieuwe mutatiesRente kasbeheer365566335251183178Stand ontwerpbegroting 20256.0465.5985.5755.9546.4016.739Tabel 89 Ontvangsten beleidsartikel 12 (bedragen x € 1 mln.)1202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202415.37916.27014.88314.07912.2040Mutatie 1e suppletoire begroting 20241.779‒ 1.1544822.3034.09116.606Nieuwe mutatiesRentebaten kasbeheer6512161819Ontvangsten aflossingen41282824124Mutaties in rekening-courant en deposito1.28945‒ 49596169‒ 720Stand ontwerpbegroting 202518.49515.19415.35517.01816.49515.9091Als gevolg van afronding op miljoenen kan de som der delen afwijken van het totaal.Toelichting belangrijkste mutatiesUitgavenRente kasbeheerDe mutatie van de rentelasten wordt verklaard door wijziging van de omvang van de aangehouden middelen in de schatkist en de gewijzigde rentepercentages zoals geraamd door het CPB.OntvangstenRentebaten kasbeheerDe raming van de rentebaten is bijgesteld als gevolg van nieuw afgesloten leningen en aangepaste rentepercentages zoals geraamd door het CPB.Ontvangsten aflossingenDe mutaties in de aflossingen op leningen zijn voornamelijk het gevolg van het verwerken van realisaties van nieuw aangegane leningen.Mutaties in rekening-courant en depositoDe mutaties in de rekening-courant en deposito worden vooral veroorzaakt door mutaties in de rekening-courantstand van de sociale fondsen.166Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Artikel 13 ToeslagenTabel 90 Uitgaven beleidsartikel 13 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 20241.673.358738.289504.465365.610330.8010Mutatie 1e suppletoire begroting 2024318.242772.539110.6706.2063.110333.911Mutatie NvW 1e suppletoire begroting 2024433.5001.158.041733.590292.60800Nieuwe mutatiesAfdracht ketenpartners‒ 3.001‒ 65.273‒ 12.848000Loon- en prijsbijstelling33.88418.21212.3439.0468.7008.700Toerekening van Belastingen aan Toeslagen050.26733.91922.40218.61818.418Uitkering incidentele CAO-componenten8.05000000Kasschuiven Toeslagen Herstel‒ 554.398153.775119.168281.45500Overig‒ 11.471‒ 4.195‒ 18‒ 80‒ 157‒ 253Stand ontwerpbegroting 20251.898.1642.821.6551.501.289977.247361.072360.776Tabel 91 Ontvangsten beleidsartikel 13 (bedragen x € 1.000)202420252026202720282029Stand ontwerpbegroting 202400000Mutatie 1e suppletoire begroting 2024000000Nieuwe mutaties‒‒‒‒‒‒Stand ontwerpbegroting 2025000000Toelichting belangrijkste mutatiesUitgavenAfdracht ketenpartnersOnder andere de directies CAP (Centrale Administratieve Processen), KI&S (Klantinteractie & -services), IV (Informatievoorziening) en O&P (Organisatie & Personeel) van de Belastingdienst voeren ketenwerkzaamheden of daaraan gerelateerde ondersteunende werkzaamheden uit voor Dienst Toeslagen (voornamelijk UHT). Per saldo is in 2024 sprake van een afdracht van € 3 mln. aan artikel 1 Belastingen. Dit bedrag is gesaldeerd met de teruggave aan Toeslagen als gevolg van minder benodigde werkzaam­heden voor de UHT. Verder wordt er in 2025 circa € 65 mln. afgedragen en in 2026 circa € 13 mln.Loon- en prijsbijstellingDe loon- en prijsbijstelling 2024 is bij de eerste suppletoire begroting toegevoegd aan de begroting (artikel 10). De loon- en prijsbijstelling wordt nu naar rato verdeeld over de artikelen, waaronder artikel 13 Toeslagen.Toerekening van Belastingen aan ToeslagenDe toerekening geeft inzicht in de integrale uitgaven die de Belasting­dienst ten behoeve van Dienst Toeslagen maakt. Het betreft hier onder andere activiteiten als facilitaire zaken, ICT, de BelastingTelefoon en heffing en inning. Deze mutatie betreft een actualisatie van de toerekening van 167Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 middelen van artikel 1 Belastingen naar artikel 13 Toeslagen. De toerekening vindt plaats voor alle dienstonderdelen van de Belastingdienst die activi­teiten verrichten voor de toeslagenprocessen.Uitkering incidentele CAO-componentenVanuit de loon- en prijsbijstelling 2023 is een reservering in 2024 aangelegd op artikel 10 Nog onverdeeld om de nieuwe CAO-rijk in 2024 te kunnen dekken. Hiervan is circa € 8 mln. benodigd voor de artikel 13 Toeslagen voor de eenmalige uitkeringen in 2024.Kasschuiven herteloperatie toeslagenEr worden een aantal kasschuiven doorgevoerd om middelen voor de hersteloperatie toeslagen in het gewenste meerjarenritme te plaatsen.–Hierbij wordt circa € 281 mln. aan programmamiddelen naar latere jaren geschoven. Dit vindt voornamelijk plaats om de budgetten voor de kindregeling aan te laten sluiten bij het moment van uitbetaling, de budgetten voor de ex-partnerregeling en de HZK-regeling in lijn te brengen met het verwachte moment van uitvoering en de budgetten van private schulden meerjarig te verschuiven in afwachting van te ontvangen schuldenlijsten. Daarnaast wordt er budget (€ 27 mln.) voor de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek (SPUK) uit 2025 naar 2024 verschoven in verband met verwachte declaraties vanuit gemeenten.–Verder wordt er circa € 26 mln. vanuit 2024 naar latere jaren geschoven om de apparaatsbudgetten aan te laten sluiten bij de uitvoering van de verschillende regelingen.–Tot slot wordt er € 275 mln. aan middelen voor aanvullende schade naar latere jaren verschoven in lijn met de uitvoering van de VSO-route door de Stichting Gelijkwaardig Herstel en de prognose van de andere routes voor aanvullende schade.  168Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Bijlage 4: Moties en toezeggingenDeze bijlage bevat de stand van zaken van alle nieuwe moties en toezeg­gingen sinds het jaarverslag IX 2022, de nog openstaande moties en toezeg­gingen uit voorgaande jaren en de moties en toezeggingen die sinds het jaarverslag IX 2022 zijn afgehandeld.Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die zijn afgerond (fiscaal)Tabel 92 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die zijn afgerondVergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2020/2021Motie van de leden Lodders en Van Weyenberg over breder wetenschappelijk onderzoek naar kwetsbaarheden in het integriteitsbeleidKamerstukken II 2020-2021, 31 934, nr. 41De Tweede Kamer is in de brief «Stand van zaken invoering en implementatie VOG politiegegevens en continue screening Douane» van 12 februari 2021 geïnformeerd over de uitvoering van deze motie (Kamerstukken II 2020-2021, 31934, nr. 47).In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is een onderzoek uitgevoerd naar risico's van ambtelijke en niet-ambtelijke corruptie. De focus van het onderzoek ligt op criminaliteit in de Rotterdamse haven en op de luchthaven Schiphol.Het WODC heeft het onderzoek op 18 maart 2024 openbaar gemaakt. Door het Ministerie van JenV is het onderzoek, tezamen met een beleidsreactie, eveneens op 18 maart 2024 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2023-2024, 24077, nr. 540).2020/2021(Aangehouden) Motie van het lid Omtzigt c.s. over het organiseren van een hoorzittingKamerstukken II 2020-2021, 31 934, nr. 43Deze motie is aangehouden.De Tweede Kamer heeft op 1 februari 2021 een rondetafelgesprek georganiseerd over corruptie en criminaliteit in de Rotterdamse haven.In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is een onderzoek uitgevoerd naar risico's van ambtelijke en niet-ambtelijke corruptie. De focus van het onderzoek ligt op criminaliteit in de Rotterdamse haven en op de luchthaven Schiphol. In de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid van 18 december 2020 (Kamerstukken II 2020-2021, 28844/29911, nr. 222) is dit onderzoek aangekondigd.Het WODC heeft het onderzoek op 18 maart 2024 openbaar gemaakt. Door het Ministerie van JenV is het onderzoek, tezamen met een beleidsreactie, eveneens op 18 maart 2024 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2023-2024, 24077, nr. 540).2023/2024Motie-Holterhues (ChristenUnie) c.s. over de voorgestelde aanpassing van het gebruikelijk loon in het belastingplan BES-eilanden 2024Kamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. PDeze motie is afgedaan door middel van de Kamerbrief over de effecten van netto-inkomen directeur-grootaandeelhouder (DGA) op de BES-eilanden van 3 april 2024.Kamerstukken I 2023-2024, 36 419, nr. D.2023/2024Motie-Van Rooijen (50PLUS) over de vermogenswinstbelasting als onderdeel van de belastinghervormingKamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. SDe motie is afgedaan in Kamerbrief Toekomstig stelsel box 3 en voorbereidingen arrest Hoge Raad, van 15 april 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 183.2023/2024Motie-Heijnen (BBB) c.s. over een nadere analyse van de tarieven van box 2 en box 3Kamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. KDeze motie is afgedaan in de brief Alternatieve dekkingsopties n.a.v. Belastingplan 2024 van 5 april 2024 aan de Eerste Kamer.Kamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. AM. 2023/2024Motie-Koffeman (PvdD) c.s. over minder verbruikersbelasting op dranken zonder toegevoegde suikersKamerstukken I 2023-2024, 36 410, nr. FDe motie is afgedaan in de contourenbrief van 26 april 2024 van de Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waarin mogelijke scenario's voor een gedifferentieerde verbruiksbelasting op basis van suikergehalte zijn uitgewerkt.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 186. 169Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024Motie-Visseren-Hamakers (PvdD) c.s. over een nultarief van de verbruiksbelasting voor dranken zonder toegevoegde suikersKamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. XDe motie is afgedaan in de contourenbrief van 26 april 2024 van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waarin mogelijke scenario's voor een gedifferentieerde verbruiksbelasting op basis van suikergehalte zijn uitgewerkt.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 186. 2023/2024Motie-Geerdink (VVD) c.s. over een alternatief dekkingsvoorstel voor het hoger minimumloonKamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. YDe motie is afgedaan in de Kamerbrief Alternatieve dekkingsopties n.a.v. Belastingplan 2024 van 5 april 2024.Kamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. AM.2023/2024Motie van het lid Stoffer c.s. over onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om het verlaagde btw-tarief voor meer reparatiediensten te laten geldenKamerstukken II 2023-2024, 36 410-XII, nr. 57Deze motie is afgedaan in Kamerbrief Onderzoek mogelijkheden verlaagd btw-tarief reparatiediensten huishoudapparaten die 11 juni 2024 verstuurd is.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 198.2023/2024de motie-Grinwis/Stoffer over drempels in het belastingstelsel in kaart brengenKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18De motie is afgedaan met Kamerbrief Inventarisatie drempels in het belastingstelsels van 13 juni 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 36 418, nr. 144. 2023/2024de motie-Grinwis/Omtzigt over een bovennorm voor de marginale belastingdruk ontwikkelenKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18Deze motie is afgedaan in Kamerbrief inzake de motie-Grinwis/Omtzigt over het ontwikkelen van een bovennorm voor de marginale druk van 18 juni 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 36 418, nr. 146.2023/2024de motie-Idsinga/Vermeer over het voorbereidingsproces voortzetten om de beoogde invoeringsdatum van het nieuwe box 3-regime te halenKamerstukken II 2023-2024, 32 1 40Deze motie is afgedaan in Kamerbrief stand van zaken wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 van 19 juni 2024.Kamerstukken I 2023-2024, 32 140, nr. V.2023/2024de motie-Inge van Dijk/Omtzigt over een voorstel om schorsing van campers standaard onder het laagtarief te laten vallenKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18De Kamer is op 27 juni 2024 geïnformeerd over de uitvoeringsgevolgen en mogelijkheden van het lage schorsingstarief voor kampeerauto's in Kamerbrief en uitvoeringstoets RDW toepassing laag schorsingstarief kampeerauto.Kamerstukken II 2023-2024, 36 418, nr. 147. 2023/2024Motie-Schalk (SGP) c.s. over het uitwerken van maatregelen tegen hoge marginale druk in de BouwstenennotitieKamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. ABDeze motie is afgedaan in de Kamerbrief Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2024) van 21 juni 2024.Kamerstukken I 2023-2024, 36 418, AS. 2023/2024-de motie-Van Weyenberg c.s. over de invoering van een verbruiksbelasting op e-sigarettenKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18Deze toezegging is afgedaan in Kamerbrief Update verbruiksbelasting e-sigaretten naar aanleiding motie Van Weyenberg c.s. over belasting op e-sigaretten van 28 juni 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 32 011, nr. 115.170Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die nog niet zijn afgerond (fiscaal)Tabel 93 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die nog niet zijn afgerondVergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2019/2020Motie van het lid Lodders c.s. over het monitoren van administratieve last voor mkb'ers door ATAD 2Kamerstukken II 2019-2020, 35 302, nr. 45De maatregelen uit ATAD2 zijn in werking getreden per 1 januari 2020. Betrouwbare uitspraken over de impact kunnen worden gedaan naarmate enige tijd is gevorderd en ervaring is opgedaan. De gevolgen van de implementatie van de documentatieverplichting uit ATAD2 op de administratieve lasten van het mkb zullen daarom worden meegenomen in een bredere rapportage over de gemonitorde gegevens die verband houden met de maatregelen die voortvloeien uit ATAD1.Dit wordt in het vierde kwartaal 2024 aan Uw Kamer verzonden. Zie Kamerbrief «Prinsjesdagbrief fiscale moties en toezeggingen aan de Tweede Kamer», Kamerstukken II 2021/22, 35 925-IX, nr. 4.2017/2018Motie van het lid Snels over monitoren van onvoorziene gevolgenKamerstukken II 2017-2018, 34 819, nr. 15Dit wordt meegenomen bij de volgende evaluatie van de eigenwoningregeling die gepland staat voor 2027.2020/2021Motie van de leden Omtzigt en Bosman over kenbaar maken dat afstappen van besluitvorming bij unanimiteit op het gebied van belastingheffing voor Nederland onbespreekbaar isKamerstukken II 2020-2021, 21 501-20, nr. 1599Doorlopend.2020/2021Motie van het lid Snels over grote bedrijven verplichten om commerciële winst in Nederland te rapporterenKamerstukken II 2020-2021, 35 570-IX, nr. 10Deze motie wordt in het derde kwartaal afgehandeld door middel van een eindrapportage bij de monitoringsbrief. 2020/2021Motie van de leden Van Haga en Baudet over onderzoek doen naar de gevolgen van afbouw van de wet-HillenKamerstukken II 2020-2021, 35 572, nr. 71Dit wordt meegenomen bij de volgende evaluatie van de eigenwoningregeling die gepland staat voor 2027.2020/2021Motie van het lid Pouw-Verweij c.s. over precedentwerking nooit als argument gebruiken om gedupeerden compensatie te onthoudenKamerstukken II 2020-2021, 28 362, nr. 48Loopt mee in de brief in reactie op motie Leijten en Ellian over de rol van de Staat als procespartij, die door het ministerie van J&V zal worden verstuurd. Planning voor verzending voor J&V is het derde kwartaal van 2024.2021/2022de motie-Inge van Dijk over in de monitoring van de effecten een onderscheid maken in omvang van bedrijvenKamerstukken II 2021-2022, 35 9 29Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten ‒ 1 januari 2023 - zal bij de monitoring en evaluatie rekening gehouden worden met de motie. De evaluatie vindt vanaf 3 jaar na inwerkingtreding plaats.2021/2022de gewijzigde motie-Romke de Jong over drie jaar na inwerkingtreding van de wet een reflectietoets uitvoerenKamerstukken II 2021-2022, 35 9 29Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel ‒ 1 januari 2023 - zal bij de monitoring en evaluatie rekening gehouden worden met de motie. De evaluatie vindt vanaf 3 jaar na inwerkingtreding plaats.2022/2023de motie-Bushoff over het aanscherpen en objectiveren van de criteria van de zwarte lijst teneinde meer laagbelastende geldstromen aan te pakkenKamerstukken II 2022-2023, 36 2 73Het kabinet zal deze motie in de Gedragscodegroep opbrengen.2022/2023de motie-Idsinga over bij de verkorting van de termijnen in de BOR aansluiting zoeken bij kortere termijnen in buurlandenKamerstukken II 2022-2023, 32 1 40De verkorting van de termijn wordt opgenomen in het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025 dat deel uitmaakt van het pakket Belastingplan 2025.2022/2023de gewijzigde motie-Stoffer c.s. over ook voor particuliere gevers de effecten van de beperking van de giftenaftrek blijven monitorenKamerstukken II 2022-2023, 32 1 40, nr. 165)Deze motie zal worden meegenomen in de kabinetsreactie op de evaluatie giftenaftrek die naar verwachting in het derde kwartaal van 2024 zal worden verzonden.2023/2024Gewijzigde motie van de leden Bontenbal en Marijnissen over in samenwerking met vakbonden en bedrijven onderzoeken welke fiscale of andere obstakels winstdeling belemmeren (t.v.v. 36410-28)Kamerstukken II 2023-2024, 3641 0De motie wordt via een Kamerbrief uiterlijk in het vierde kwartaal van 2024 afgedaan. 2023/2024Gewijzigde motie van het lid Erkens c.s. over een analyse van de stapeling van alle maatregelen gericht op de metallurgische en mineralogische sectorKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18Deze motie wordt afgedaan met een onderzoeksrapport en Kamerbrief in het derde kwartaal van 2024.171Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024de gewijzigde motie-Erkens c.s. over de grenseffecten van de accijnsverhoging op alcohol monitorenKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18De mogelijkheden om de grenseffecten van de verhoging van de alcoholaccijns te meten worden in kaart gebracht. De Kamer wordt in het vierde kwartaal van 2024 geinformeerd.2023/2024de motie-Erkens over een differentiatie in de verbruiksbelasting in suikerhoudende dranken tussen vruchtensappen en andere drankenKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18De motie wordt afgedaan in een wetsvoorstel dat naar verwachting in het derde kwartaal van 2024 wordt ingediend bij de Tweede Kamer. 2023/2024de motie-Alkaya over de evaluatie van expatregelingen zo snel mogelijk startenKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18De evaluaties worden uiterlijk in het derde kwartaal van 2024 uitgevoerd.2023/2024de motie-Alkaya over de invoering van een mondiale minimumvermogensbelasting voor miljardairsKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18Deze motie wordt afgedaan met een Kamerbrief die naar verwachting in het derde kwartaal van 2024 wordt verzonden.2023/2024de motie-Van der Lee over zich in internationaal verband inzetten voor een wereldwijde miljardairsbelastingKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18Deze motie wordt afgedaan met een Kamerbrief die naar verwachting in het derde kwartaal van 2024 wordt verzonden.2023/2024de motie-Inge van Dijk over onderzoek naar een tariefdifferentiatie in de kansspelbelastingKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18Deze motie wordt afgedaan door middel van een Kamerbrief in het derde kwartaal van 2024.2023/2024de motie-Grinwis c.s. over ook in Caribisch Nederland een systematiek implementeren waardoor een wml-stijging niet fiscaal wordt afgeroomdKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18De motie wordt afgedaan door middel van het opnemen van een maatregel in het Belastingplan 2025.2023/2024de motie-Grinwis over een gedifferentieerde verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken invoeren op basis van suikergehalteKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18De motie wordt afgedaan met een wetsvoorstel dat in het derde kwartaal van 2024 wordt ingediend bij de Tweede Kamer (met BP 2025). 2023/2024de motie-Grinwis/Stoffer over bedrijfsoverdrachten in het midden- en kleinbedrijf beter mogelijk maken door splitsing van beleggingsvermogen en ondernemingsvermogenKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18De motie wordt door middel van een Kamerbrief in het derde kwartaal van 2024 afgedaan. 2023/2024de motie-Stoffer c.s. over de uitwerking van de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024 nauwkeurig monitorenKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18Monitoring zal plaatsvinden aan de hand van signalen vanuit de Belastingdienst en vanuit het bedrijfsleven. Gelet op de inwerkingtreding van de meeste maatregelen per 2025 zal dit vooral vanaf het derde kwartaal van 2025 plaatsvinden. 2023/2024Motie-Bakker-Klein (CDA) c.s. over begrenzing aftrek van periodieke giften door particulieren boven de 250.000 euroKamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. AEDeze motie zal worden meegenomen in de kabinetsreactie op de evaluatie giftenaftrek die naar verwachting in het derde kwartaal van 2024 zal worden verzonden.2023/2024Motie-Geerdink (VVD) en Moonen (D66) over een alternatief voorstel voor de 30%-regelingKamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. ZOp 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst het tussenrapport naar aanleiding van de evaluatie van de extraterritoriale kostenregeling, 30%-regeling en partiële buitenlandse belastingplicht aan de Tweede Kamer gezonden.De motie wordt naar verwachting in het derde kwartaal afgedaan met een Kamerbrief over hoe dit meegenomen wordt in het Belastingplan 2025.2023/2024Motie-Heijnen (BBB) c.s. over afschaffing metallurgische en mineralogische procedésKamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. MDeze motie wordt afgedaan met een onderzoeksrapport en Kamerbrief in het derde kwartaal van 2024.2023/2024Motie-Heijnen (BBB) c.s. over een impactanalyse van de afbouw van vrijstellingenKamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. LDeze motie wordt afgedaan met een onderzoeksrapport en Kamerbrief in het derde kwartaal van 2024.2023/2024Gewijzigde motie-Van Rooijen (50PLUS) c.s. over tijdige indiening en behandeling van belastingmaatregelenKamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. IDe Kamer zal worden geïnformeerd in de aanbiedingsbrief bij het pakket Belastingplan.2023/2024-de motie-Dijk/Maatoug over het met prioriteit uitvoeren van de motie-Alkaya over een mondiale minimumvermogensbelasting voor miljardairs en het aansluiten bij het G20-initiatief voor effectieve belasting van de allerrijkstenKamerstukken II 2023-2024, 25 0 87Deze motie wordt afgedaan met een Kamerbrief die naar verwachting in het derde kwartaal van 2024 wordt verzonden.2023/2024de motie-Idsinga/Van Eijk over zich blijven inspannen voor de invoering van een wereldwijde minimumbelasting ten aanzien van hypermobile wealthy individualsKamerstukken II 2023-2024, 25 0 87Deze motie wordt afgedaan met een Kamerbrief die naar verwachting in het derde kwartaal van 2024 wordt verzonden.172Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024-de gewijzigde motie-Idsinga/Van Eijk over een evaluatie naar de doelstellingen, huidige regelgeving en handhavings- en uitvoeringspraktijk rondom de vaststelling van fiscale woonplaatsKamerstukken II 2023-2024, 25 0 87De evaluatie zal in het vierde kwartaal van 2024 worden afgerond en vervolgens met de Tweede Kamer worden gedeeld.2023/2024-de motie-Idsinga c.s. over de lucratiefbelangregeling zo aanpassen dat managers in de private-equitysector ten aanzien van hun carried interest worden belast naar het progressieve tarief van box 1Kamerstukken II 2023-2024, 25 0 87De motie wordt door middel van een Kamerbrief naar verwachting in de tweede helft van 2024 afgedaan.2023/2024de motie-Dijk/Maatoug over in EU-verband een kopgroep vormen voor het invoeren van een EU-exitbelasting voor high-net-worth individuals en een nationaal voorstel voor een exitbelasting uitwerkenKamerstukken II 2023-2024, 25 0 87Deze motie wordt afgedaan met een Kamerbrief die naar verwachting in het derde kwartaal van 2024 wordt verzonden.2023/2024de gewijzigde motie-Idsinga c.s. over de eerste periodieke OESO peer review na inwerkingtreding van het belastingverdrag met Malta naar de Kamer sturenKamerstukken II 2023-2024, 36 3 21Nadat de OESO de eerste periodieke peer review van het belastingverdrag gedaan heeft, zal deze (inclusief de gevraagde toelichting) aan de Tweede Kamer worden verstuurd.2023/2024Motie-Van der Goot (OPNL) en Bakker-Klein (CDA) c.s. over het fiscale knelpunt bij hybride werken van grensarbeidersKamerstukken I 2023-2024, 35 714, nr. HDe motie wordt naar verwachting uiterlijk in het derde kwartaal van 2024 afgedaan in een Kamerbrief.173Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die zijn afgerond (niet fiscaal)Tabel 94 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die zijn afgerondVergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2022/2023Gewijzigde motie van de leden Romke de Jong en Van Weyenberg over een VOR voor iedere accountancycontrole bij grote bedrijven als verplichting opnemen in de Corporate Governance CodeKamerstukken II 2022-2023, was 326, nr. 520Conform de motie heeft de minister van Financien de Tweede Kamer voor het zomerreces 2023 geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de verklaring omtrent risicobeheersing (VOR). Kamerstukken II, 2022-2023, 33977, nr. 45. In die brief is de minister van Financien ingegaan op het onderhandelingstraject van de schragende partijen en op de manier waarop het Kabinet bevordert dat er aan het einde van dit jaar een bepaling over de verklaring omtrent risicobeheersing klaarligt. De VOR-werkgroep is er inhoudelijk uitgekomen en heeft een voorstel naar de ministers van financiën, EZK en J&V gestuurd. Hierop volgt nog nog een appreciatie van de minister. Kamerstuk II 2023/2024, 31083-682023/2024de motie-Van der Lee/Dassen over niet instemmen met een verklaring van de Eurogroep die oproept tot deregulering die het financiële systeem kwetsbaarder maaktKamerstukken II 2023-2024, 21 501, nr. 07, nr. 2016Deze motie is uitgevoerd. In het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 11 en 12 maart 2024 (Kamerstukken II 2023-24, 21 501-07, nr. 2023) wordt dit toegelicht.2023/2024Motie-Van der Goot (OPNL) c.s. over een regioparagraaf in de VoorjaarsnotaKamerstukken I 2023-2024, 36 410, nr. JDeze motie is afgedaan in de «Voorjaarsnota 2024» van 15 april 2024, Kamerstukken II 2023-2024, 36 550, Nr. 1. In de betreffende Voorjaarsnota is een regioparagraaf opgenomen (4.7 Medeoverheden).2023/2024-de motie-Flach/Grinwis over concrete stappen nemen om de mate van onderuitputting te verminderenKamerstukken II 2023-2024, 36 4 70Deze motie is afgedaan in de Voorjaarsnota 2024: Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 550, nr. 1Zoals aangegeven in de Voorjaarsnota 2024 heeft het kabinet dit voorjaar gekeken naar het realisme van de begroting. Door middel van kasschuiven is de begroting realistischer gemaakt (zie o.a. blz 24).2022/2023-de motie-Grinwis/Slootweg over scenario's uitwerken voor uitbreiding van het Nederlandse bankenlandschap met een depositobankKamerstukken II 2022-2023, 32 0 13Deze motie is afgedaan in de Kamerbrief van 19 april 2024 appreciatie rapport «Beleidsrichtingen voor een weerbare bankensector» Kamerstuknummer II 2023/2024, 21501-07-2029. Uit het rapport blijkt dat een publieke depositobank geen duidelijke meerwaarde heeft en dat er ook geen rol voor de Volksbank is als publieke depositobank.2021/2022Motie van de leden Van Weyenberg en Maatoug over het goed monitoren van de loonontwikkeling en het aanspreken van sociale partners als lonen onvoldoende stijgenKamerstukken II 2021-2022, 35 925, nr. 154Afgedaan. De lonen worden op verschillende wijzen gemonitord, onder andere in de Voorjaarsnota. Daarnaast zijn werkgevers eerder, in de brief «Aanpak arbeidsmarktkrapte» van SZW (29544-1115, p. 11), opgeroepen om betere arbeidsvoorwaarden te bieden.2022/2023de motie-Slootweg/Grinwis over een jaarlijkse kabinetsreactie op de regionale Monitor Brede WelvaartKamerstukken II 2022-2023, 36 3 60In de Kamerbrief van 1 janurai 2024 is de kabinetaanpak voor regionale ongelijkheid aangekondigd. Hierbij worden de resultaten van de Regionale Moniotor Brede Welvaart betrokken. Kamerstuknummer II 2023/2024, 29697-1422023/2024-de motie-Vermeer over een risicoanalyse met betrekking tot verschillende belastingopbrengsten en economische scenario's uitwerkenKamerstukken II 2023-2024, 36 4 70Deze motie is afgedaan in de brief «Voorjaarsnota 2024» van 26 april 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 36 550, nr. 2.De Voorjaarsnota bevat een nieuwe raming van de belastingontvangsten op basis van het actuele beeld over de economie zoals geraamd door het CPB.2022/2023Motie van het lid Omtzigt c.s. over bij de uitwerking van het prijsplafond een voorstel doen voor situaties waarin er meerdere huishoudens per aansluiting zijnKamerstukken II 2022-2023, 36 200, nr. 119Deze motie is afgedaan in de brief Betreft Contouren regeling tijdelijke tegemoetkoming blokaansluitingen van 16 december 2022.Kamerstukken II 2022-2023, 29023-3832023/2024-de motie-Idsinga/Palmen over erop toezien dat ook stukken van intern beraad zijn opgenomen in de dossiers die aan de rechter dienen te worden verstrektKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66, nr. 1366Deze motie is afgedaan middels de Kamerbrief «Werkinstructie op de zaak betrekking hebbende stukken» die verzonden is naar de Tweede Kamer op 174Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning16-05-24. Kamerstukken II 2023-2024, 31066, nr. 1383.Uw Kamer heeft gevraagd erop toe te zien dat ook stukken van intern beraad opgenomen zijn in de dossiers die in het kader van een fiscale procedure op basis van artikel 8:42 van de AWB aan de rechter dienen te worden verstrekt. Ook heeft uw Kamer verzocht om een aangepaste werkinstructie. De werkinstructie «Op de zaak betrekking hebbende stukken» is hierop aangepast en heeft u samen met een begeleidende Kamerbrief op 16 mei 2024 ontvangen. Hiermee is deze motie afgedaan.2023/2024Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over zich met de Belastingdienst inspannen om de Anbistatus in te trekken van organisaties die zich antisemitisch uitlaten, terreur verheerlijken of sprekers uitnodigen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheidKamerstukken II 2023-2024, 3095 0Deze motie is afgedaan in de Kamerbrief Appreciatie motie over intrekking ANB-status bij antisemitisme die is verzonden op 21 mei 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 30 950, nr. 398.2023/2024-de motie-Van Vroonhoven over nieuwe hersteloperaties als gevolg van een onrechtmatige overheidsdaad uniformeren en dit vastleggen in een kaderwetKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66Deze motie wordt overgenomen door BZK.2021/2022de motie-Azarkan over een onderzoek naar de risicoselecties die banken ter implementatie van de Wwft gebruikenKamerstukken II 2021-2022, 31 4 77Deze motie is afgedaan middels de Kamerbrief «Onderzoek naar ervaren discriminatie bij burgers door banken en betaalinstellingen» die verzonden is op 27 mei 2024. Het onderzoek dat gedaan is, is breder dan alleen de Wwft, omdat signalen over discriminatie ook breder waren.Kamerstukken II 2023-2024, 32013-2892022/2023de motie-Grinwis c.s. over het in de budgettaire besluitvorming meewegen van de gevolgen van inflatieverbreding en -verdieping voor primaire levensbehoeftenKamerstukken II 2022-2023, 36 2 50Dit is meegenomen in de augustusbesluitvorming over 2024, in aanloop naar de Miljoenennota 2024.2023/2024-de motie-Dijk over onderzoeken wat nodig is om de behandeling voor gedupeerden in één dag uit te voerenKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66De Kamer is via een separate brief over de afdoening van deze motie geïnformeerd.Kamerstuk 31066-1357Er is op verschillende manieren onderzocht of behandeling in één dag een bijdrage kan leveren aan verbetering en versnelling voor ouders. Uit de in de Kamerbrief beschreven pilots blijkt dat de behandeling op verscheidene problemen stuit. Het invoeren van zo’n werkwijze zou betekenen dat er fors ingegrepen zou moeten worden aan de integrale beoordeling met als gevolg dat de ingezette versnelling tot stilstand zou komen, en er juist vertraging zou ontstaan. Tegelijkertijd zouden ouders (of nabestaanden) tijdens hun behandeling onder grote druk komen te staan om informatie en gegevens aan te leveren en zou er geen tijd zijn om relevante informatie uit te wisselen, te controleren of te laten bezinken. Daar komt bij dat de afhankelijkheid van derde partijen en externe expertise zoals SBN en CWS aan gelijktijdige behandeling in de weg staat.2022/2023de motie-Azarkan c.s. over het opnemen van een planning met concreet tijdpad in de voortgangsrapportagesKamerstukken II 2022-2023, 31 0 66Er zijn maatregelen getroffen bij de CWS (Kamerstukken II, 2022-23, 31066, nr. 1282) en voor de bezwaarafhandeling. Bij de kamerbrief aanvullende schaderoutes is het plan van aanpak van de CWS bijgevoegd.2023/2024de motie-Kat c.s. over de verkenning naar laagdrempelige mogelijkheden voor financieel advies en ondersteuning aan jongeren zo snel mogelijk afrondenKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66Deze motie wordt afgedaan in hoofdstuk 2.1.1 van de voortgangsrapportage jan-apr 2024. (Kamerstukken II, 2023/24,31066, nr.1390)Deze verkenning heeft tussen oktober en december 2023 plaatsgevonden. Decoachingsgesprekken worden positief beoordeeld, maar er is ook een uitdaging in het bereiken van 175Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningde doelgroep. De samenwerking met de SNS Bank is daarom op 25 maart 2024 voortgezet, waarbij SNS Bank de behoefte aan financiële begeleiding van getroffen jongeren verder inventariseert. Hiervoor wordt de huidige aanpak die in Rotterdam is gebruikt voortgezet en uitgebreid naar minimaal twee andere gemeenten. Aan jongeren worden kosteloos financiële coachingsgesprekken aangeboden in samenwerking met lokale initiatieven en netwerken.2023/2024de motie-Inge van Dijk/Temmink over binnen zes maanden de capaciteit bij de Commissie Werkelijke Schade opschalen naar vijftien dossiers per weekKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66Er zijn maatregelen getroffen bij de CWS (Kamerstukken II, 2022-23, 31066, nr. 1282). Bij de kamerbrief aanvullende schaderoutes is het plan van aanpak van de CWS bijgevoegd.Het kabinet oordeelt dat de CWS naast haar beleid ook op organisatieniveau aanpassingen moet doorvoeren. De commissie zelf is in oktober 2023 vernieuwd, waarbij de leden een meer controlerende en kaderstellende rol hebben gekregen. Over de manier waarop de CWS de genoemde flexibiliteit kan borgen wordt het gesprek gevoerd. Het kabinet hecht eraan dat ouders in de CWS-route sneller geholpen kunnen worden, waar tegenover staat dat vanzelfsprekend ook meer capaciteit voor de CWS nodig is om de gewenste versnelling en opschaling te kunnen realiseren. De CWS geeft aan dat met de inmiddels getroffen maatregelen op termijn tenminste de door de Kamer gevraagde productie van 15 adviezen per week mogelijk maken.2023/2024Motie van de leden Van Campen en Tielen over opvolging van het onderzoek naar een algemene suikerbelasting aan een volgend kabinet latenKamerstukken II 2023-2024, 3025 2De motie is afgedaan in de Kamerbrief Oplevering onderzoek naar de mogelijkheden voor een brede suikerbelasting op voedingsmiddelen die op 14 mei 2024 aan de Kamer is verzonden.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 187.2023/2024-de motie-Stultiens/Inge van Dijk over een oplossing voor situaties waarin de inperking van de BAC leidt tot nadelige gevolgen voor de gedupeerde oudersKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66Deze motie wordt afgedaan in hoofdstuk 1.4 van de voortgangsrapportage jan-apr 2024.(Kamerstukken II, 2023/24,31066, nr.1390)De instellingsregeling is zodanig gewijzigd dat er geen sprake kan zijn van situaties die nadelig uitpakken voor ouders. Het gaat uitsluitend om situaties waarbij UHT volledig aan het bezwaar tegemoet komt, als een ouder zelf niet naar de BAC wil, als een bezwaar kennelijk niet ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, of wanneer de voorgenomen beslissing op bezwaar evident in lijn is met eerdere adviezen van de BAC.2023/2024-de motie-Inge van Dijk/Stultiens over regie van ouders over hun eigen proces bij de aanstaande herinrichting van CWSKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66Deze motie is onderdeel van de separate brief over de aanvullende schaderoutes.De Regieroute-VSO is gestart om een route in te richten waarin de ouder meerinvloed heeft op het proces en de inhoud.2023/2024-de motie-Van Vroonhoven over eerder gemaakte beloftes aan gedupeerden nakomenKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66Het kabinet spant zich hier voortdurend voor in.  Dit is opgenomen in de lijst van afgedane moties van de voortgangsrapportage jan-apr (bijlage van Kamerstukken II, 2023/24,31066, nr.1390)2023/2024-de motie-Kamminga c.s. over de voor- en nadelen van de verschillende schade- en herstelroutes aan de voorkant duidelijk aan gedupeerden communicerenKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66Deze motie is onderdeel van de separate brief over de aanvullende schaderoutes.Kamerstuknr. 31066-1391.Het gesprek tussen het ministerie van Financiën en de SGH over deze aanbevelingen is reeds gestart, waarbij het kabinetsstandpunt is dat de uitlegbaarheid, robuustheid en schaalbaarheid van de route randvoorwaardelijk zijn voor formalisering en verdere opschaling.176Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024de motie-Van Dijck over niet instemmen met BEFIT en dat ook onomwonden kenbaar maken aan de Europese CommissieKamerstukken II 2023-2024, 21 507, nr. 07, nr. 1981Het kabinet heeft de motie uitgevoerd en heeft de Europese Commissie in de tweede helft van 2023 en 2024 op meerdere niveaus in persoonlijke gesprekken van deze motie op de hoogte gebracht en heeft tijdens deze gesprekken de inhoud van de motie nader toegelicht. Op dat punt is de motie afgedaan.2022/2023de motie-Idsinga c.s. over een uitgebreide en geactualiseerde marktverkenning naar nieuwe zero-emissiebusjesKamerstukken II 2022-2023, 36 2 02Deze motie is afgedaan met Kamerbrief marktverkenning emissievrije bestelauto's van 13 juni 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 31 305, nr. 467.2022/2023-de motie-Van Weyenberg/Grinwis over zorg dragen dat consumenten uiterlijk vanaf 1 januari 2024 actief geïnformeerd worden over provisie bij het afsluiten van een schadeverzekeringKamerstukken II 2022-2023, 32 5 45Uitvoering van de motie vraagt om wijziging van het Besluit gedragstoezicht financiele ondernemingen. Publicatie in het Staatsblad heeft plaatsgevonden (Stb. 2024, nr. 10). De regels voor actieve provisietransparantie treden in werking op 1 juli 2024.2022/2023de motie-Nijboer/Van der Lee over bij dekkingsopties eerst kijken naar mogelijkheden om een eerlijke bijdrage te vragen van vermogenden en winstgevende bedrijvenKamerstukken II 2022-2023, 36 200, nr. 22Meegegeven in advisering mbt besluitvorming MN/BP 20242022/2023de motie-Heinen/Slootweg over lagere brandstofaccijnzen als optie op tafel houden en meenemen in de augustusbesluitvormingKamerstukken II 2022-2023, 36 3 50Meegegeven in advisering mbt besluitvorming MN/BP 20242023/2024-de gewijzigde motie-Van Hijum over de Kamer informeren over de uitkomst van de EU-conformiteitsprocedure inzake de Nederlandse ELGF-uitgavenKamerstukken II 2023-2024, 36 5 60Deze motie is afgedaan in de brief «Appreciatie motie van het lid Van Hijum over de Kamer informeren over de uitkomst van de EU-conformiteitsprocedure inzake de Nederlandse ELGF-uitgaven» van 4 juni 2024, Kamerstukken II 2023-2024, 36560, nr. 18.2020/2021Motie van het lid Kuiken c.s. over een wettelijke verankering van tuchtrecht en een tuchtraad voor letselschadeprofessionalsKamerstukken II 2020-2021, 33 552, nr. 77Deze motie is afgedaan via het wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2024 (W24) (Kamerstukken II 2023-2024, 36 442). De wettelijke verankering van het tuchtrecht voor verzekeraars was onderdeel van W24. Dit wetsvoorstel is in het voorjaar van 2022 geconsulteerd en de Afdeling advisering van de Raad van State heeft hierover op 8 februari 2023 advies uitgebracht. Aan het advies van de Afdeling is gevolg gegeven door de voorgestelde verankering van het tuchtrecht voor verzekeraars te laten vervallen (Kamerstukken II 2023-2024, 36 442, nr. 4). De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 11 juni 2024 aangenomen.2022/2023de motie-Graus/Edgar Mulder over onderzoek naar de oorzaken van toenemende illegale handel en smokkel in tabaksproductenKamerstukken II 2022-2023, 36 2 02De motie is afgedaan met Kamerbrief Brief rapport grenseffecten en pakjesraaponderzoek van 11 juni 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 32 011, nr. 112.2022/2023de motie-Van der Plas over het gebruik van contant geld waarborgen en in 2023 een effectanalyse uitvoerenKamerstukken II 2022-2023, 27 8 63Vorig jaar is er een onderzoek naar de toekomstge inrichting van de chartale infrastructuur gedaan. Hierin is het vraagstuk over de borging van contant geld meegenomen. De Kamer is daarover bericht (Kamerstukken II 2022/23, 27863, nr. 137). De minister kondigde in deze brief aan een wetsvoorstel voor te bereiden dat ziet op een goed toegankelijke en voor gebruikers betaalbare chartale infrastructuur en dat banken verplicht om hier zorg voor te dragen. Dit wetsvoorstel «Chartaal betalingsverkeer» ligt momenteel ter internetconsultatie voor.Ten aanzien van de digitale euro en de impact daarvan: de wetgevende voorstellen van de Europese Commissie zijn op 28 juni 2023 gepubliceerd en het BNC-fiche is op 18 augustus 2023 met de Kamer gedeeld. In de voorstellen wordt benadrukt dat digitale euro niet in de plaats komt van contant geld, maar naast contant geld bestaat. In het BNC-fiche heeft het kabinet het belang van de rol van publiek geld, zowel contant als in mogelijke digitale vorm, benadrukt en bevestigd dat de twee vormen van publiek geld 177Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningcomplementair aan elkaar moeten zijn.Kamerstukken II  2023-2024, 21501-07-1163.2023/2024de motie-Van Hijum/Heinen over kenbaar maken dat ratificatie van het ESM-verdrag alsnog geboden isKamerstukken II 2023-2024, 21 501, nr. 07, nr. 2014Doorlopende motie; staand kabinetsbeleid wat op gepaste momenten in Europa onder de aandacht wordt gebracht.2023/2024-de motie-Stultiens/Inge van Dijk over een maatwerkoplossing voor jongeren met een DUO-schuld als gevolg van de toeslagenaffaireKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66De motie is afgedaan in Kamerbrief Maatwerkoplossing voor getroffen jongeren met DUO-schuld (motie Stultiens en Van Dijk). Kamerstukken II 2023-2024 31066-1415.2022/2023de motie-Inge van Dijk c.s. over het opstellen van een nationaal spaarplanKamerstukken II 2022-2023, 36 200, nr. 25Afgedaan in Kamerbrief inzake een nationaal spaarplan.Kamerstukken II 2023-2024, 36410-IX-45.2023/2024-de gewijzigde motie-Van Hijum/Inge van Dijk over een rijksbrede en structurele oplossing voor burgers en kleine ondernemers met meerdere schulden en een beperkte betaalcapaciteitKamerstukken II 2023-2024, 36 5 60Deze motie wordt overgenomen door SZW.2023/2024-de gewijzigde motie-Dijk over mogelijke aanpakken in kaart brengen om het probleem van stapelfacturen voor eigen bijdragen zo snel mogelijk op te lossenKamerstukken II 2023-2024, 36 5 60Deze motie is overgenomen door VWS.2023/2024-de motie-Van der Lee c.s. over uitspreken dat bij de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord de doelen van beleid worden geëxpliciteerdKamerstukken II 2023-2024, 36 5 60Dit betreft een spreek uit motie, geen reactie vanuit kabinet.2023/2024-de motie-Grinwis c.s. over de schadeherstelroute via de Stichting (Gelijk)waardig Herstel opschalen en opvolging geven aan de aanbevelingen uit de evaluatieKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66De Kamer is op 16 juli 2024 (Kamerstukken II, 2023-2024, 31066, nr. 1420.) geïnformeerd dat er een dienstverleningsovereenkomst is gesloten met SGH. Hierbij is ook ingegaan op de wijze waarop opvolging is gegeven aan de aanbevelingen uit de evaluatie.2023/2024de motie-Van Hijum c.s. over borgen dat de beschikbare 882 miljoen euro voor het opleiden van hightechtalent en voor onderzoek evenwichtig wordt verdeeld over de betrokken regio'sKamerstukken II 2023-2024, 36 5 50Afgerond. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd via Kamerbrief «Nationaal Versterkingsplan van Microchip-talent» d.d. 16 juli 2024, Kamerstukken II 2023-2024, 29338, nr. 276.Op basis van het doorlopen proces is een helder onderbouwd en goed navolgbare reservering van middelen per regio tot stand gekomen. Het advies reflecteert de inhoudelijke opdracht die speciaal gezant De Jong is meegegeven. De uitkomsten zijn daarmee ook in lijn met de motie Van Hijum cs. De in de motie genoemde evenwichtigheid moet gezien worden in het licht van de talentopgave van de microchipsector, waarbij expliciet breder is gekeken dan alleen de regio Brainport en een evenwichtige afweging is gemaakt op basis van een heldere onderbouwing.2022/2023Motie van de leden Inge van Dijk en Stoffer over de herintroductie van zilvervlootsparenKamerstukken II 2022-2023, 36 200, nr. 94Afgedaan in Kamerbrief inzake een nationaal spaarplan.Kamerstukken II 2023-2024, 36410-IX-45.2023/2024Motie van het lid Dassen over in Europees verband pleiten voor de ontwikkeling van een wholesale-variant van de digitale euroKamerstukken II 2023-2024, 36 4 10Afgedaan met het antwoord in het Verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van maart 2024 (Kamerstukken II, 2023-2024, 21 501-07, nr. 2023, p. 8 en 9) en in het Verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van juni 2024 (Kamerstukken II, 2023-2024, 21 501-07, nr. 2053).178Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die nog niet zijn afgerond (niet fiscaal)Tabel 95 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die nog niet zijn afgerondVergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2022/2023Motie van de leden Van der Lee en Van Weyenberg over de kapitaalmarktunie in Europees verband proactief nieuw leven inblazenKamerstukken II 2022-2023, 21 501, nr. 07, nr. 1928Doorlopend. Terugkoppeling volgt onder meer in verslagen van de Ecofinraad en Eurogroep.2023/2024-de gewijzigde motie-Van der Lee c.s. over een plan waardoor de naleving van artikel 3.1 Comptabiliteitswet wordt vergroot en volgend jaar minstens 60% bereiktKamerstukken II 2023-2024, 36 5 60Reactie is in voorbereiding, loopt mee in de Hoofdlijnenbrief naar aanleiding van evaluatie CW.Plan is om de Hoofdlijnenbrief in september met de Kamer te delen.2019/2020Motie van het lid Pieter Heerma c.s. over de VolksbankKamerstukken II 2019-2020, 35 300, nr. 14in behandeling.. Wordt meegenomen bij het richtinggevende besluit over de toekomst van de Volksbank. Dit richtinggevende besluit wordt verwacht in het voorjaar van 2024.2015/2016Gewijzigde motie van de leden Merkies en Nijboer (t.v.v. 34346, nr.6) over SNS Bank in staatshanden houdenKamerstukken II 2015-2016, 34 346, nr. 17in behandeling.. Wordt meegenomen bij het richtinggevende besluit over de toekomst van de Volksbank. Dit richtinggevende besluit wordt verwacht in het voorjaar van 2024.2019/2020Motie van de leden Ronnes en Bruins over een evaluatie van de impact van het UBO-register op de privacy van betrokkenenKamerstukken II 2019-2020, 35 179, nr. 12Door de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU eind november 2022, is het register niet meer open voor het algehele publiek. Er wordt gewerkt aan een wetswijziging zoals o.a. ook aangegeven in de brief van 20 januari aan uw Kamer (Kamerstuknummer II 2022-2023, 31477-85) . Hierin zal deze motie worden meegenomen. Het wetsvoorstel beperking toegang UBO-registers ligt momenteel bij de Raad van State.2020/2021Motie van het lid Stoffer over de privacygevolgen van het UBO-register voor anbi'sKamerstukken II 2020-2021, 35 179, nr. 15Door de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU eind november 2022, is het register niet meer open voor het algehele publiek. Er wordt gewerkt aan een wetswijziging zoals o.a. ook aangegeven in de brief van 20 januari aan uw Kamer (Kamerstuknummer II 2022-2023, 31477-85) . Hierin zal deze motie worden meegenomen. Het wetsvoorstel beperking toegang UBO-registers ligt momenteel bij de Raad van State.2019/2020Nader gewijzigde motie van het lid Bruins over aanscherpingen in het risicobeleid van banken onderzoeken (t.v.v. 35107-14)Kamerstukken II 2019-2020, 35 107, nr. 15In maart 2024 heeft de minister van Financiën het onafhankelijk ambtelijk rapport Beleidsrichtingen voor een weerbare bankensector aan de Tweede Kamer verzonden. In dit rapport wordt geconcludeerd dat Nederlandse banken er financieel relatief goed voor staan, maar dat er ook relevante aandachtspunten zijn met betrekking tot risico’s in de wereldwijde, Europese en Nederlandse bankensector. Zo blijven er inherente kwetsbaarheden bij banken bestaan en er zijn nieuwe ontwikkelingen die aandacht behoeven, zoals het risico op snellere uitstroom van deposito’s door digitalisering en sociale media. Ook is er een blijvend risico op overheidsingrijpen en is regelgeving complex geworden.In het rapport zijn ook een scala aan beleidsopties beschreven die mogelijk kunnen bijdragen aan het versterken van de weerbaarheid van de bankensector en het beperken van de risico’s voor de belastingbetaler.In april heeft de minister van Financiën een appreciatie aan de Tweede Kamer gestuurd, waarin hij aangeeft aanleiding te zien om met een aantal beleidsopties aan de slag te gaan. Dit betreffen: een versterking van liquiditeitseisen, een getrouwe implementatie van de Bazelstandaarden, herziening macroprudentieel raamwerk, pleiten voor evaluatie van het raamwerk voor AT1-kapitaal, het versterken van de bankenunie en het versterken van de Europese kapitaalmarktunie.179Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2017/2018Motie van het lid Ronnes c.s. over niet verkopen van aandelen URENCOKamerstukken II 2017-2018, 28 165, nr. 278in behandeling.. Verkoop van het Nederlandse aandeel in Urenco is op dit moment niet aan de orde. Van verkoop van de Nederlandse aandelen in Urenco kan pas sprake kan zijn als de publieke belangen van non-proliferatie en veiligheid op adequate wijze zijn geborgd.2017/2018Motie van de leden Alkaya en Snels over de evaluatie van de financieringswijzeKamerstukken II 2017-2018, 34 870, nr. 13in behandeling.. Dit wordt meegenomen in de evaluatie van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019, die in 2024 wordt verwacht.2017/2018Motie van het lid Leijten over verzekeringen met een beleggingselementKamerstukken II 2017-2018, 34 770, nr. 8Er zijn de afgelopen jaren veel stappen gezet om de risico’s voor consumenten die een verzekering met een beleggingscomponent sluiten te verkleinen (zie bijlage 2 bij brief van 28 juni 2019 aan de Tweede Kamer over de stand van zaken beleggingsverzekeringen (Kamerstukken II, 2018-2019, 32013, nr. 218). Daarnaast heeft de AFM aandachtspunten opgesteld voor het verbeteren van de kennis- en ervaringstoets naar aanleiding van een onderzoek naar het afsluiten van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen via execution only. Hiermee hebben ook aanbieders van beleggingsverzekeringen handvatten om de kennis- en ervaringstoets aan te scherpen. Ten slotte zal ik deze motie betrekken bij het Burgerinitiatief Tijd voor transparantie, met name voor wat betreft de informatievoorziening richting consumenten. De motie zal gezamenlijk met motie Heinen c.s. over met de toezichthouder voorstellen doen om de transparantie van financiële producten te verbeteren (35862, nr. 2) worden afgedaan. 2020/2021Motie van het lid Van Nispen c.s. over een wettelijke verankering van de Gedragscode Behandeling LetselschadeKamerstukken II 2020-2021, 33 552, nr. 74in behandeling.. De Tweede Kamer is in de brief van 28 juni 2021 van de minister voor Rechtsbescherming geïnformeerd over de voortgang (Kamerstukken II 2020/21, 33552, nr. 84). FIN heeft deze wijziging opgenomen in het ontwerp voor het Wijzigingsbesluit financiële markten 2024 dat in het najaar van 2023 openbaar is geconsulteerd. Momenteel worden de consultatiereacties verwerkt. Het voorstel zal bij de Afdeling advisering van de Raad van State voor advies aanhangig worden gemaakt nadat het wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2024, dat een aantal delegatiegrondslagen bevat die in het besluit worden uitgewerkt, door de Tweede Kamer is aangenomen. De verwachting is op dit moment dat het wijzigingsbesluit op 1 januari 2025 in werking zal treden.2021/2022de motie-Heinen c.s. over met de toezichthouder voorstellen doen om de transparantie van financiële producten te verbeterenKamerstukken II 2021-2022, 35 8 62Onderdeel van Kamerbrief over kapitaalverzekeringen en afhandeling burgerinitiatief ‘Tijd voor Transparantie’. De Kamer wordt geïnformeerd.2021/2022de gewijzigde motie-Tony van Dijck over zorg dragen voor een landelijk netwerk van servicepuntenKamerstukken II 2021-2022, 32 5 45in behandeling.. Binnen het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer is er veel aandacht voor de toegankelijkheid van het betalingsverkeer. In mei 2021 is een Actieplan Toegankelijk Betalingsverkeer opgesteld naar aanleiding van de resultaten van de Bereikbaarheidsmonitor 2021. Dit actieplan is uitgevoerd door de banken in samenwerking met DNB en maatschappelijke organisaties uit het MOB. Het actieplan richtte zich op het verbeteren van de bekendheid van bestaande initiatieven van de banken voor kwetsbare groepen, het samen met maatschappelijke organisaties inventariseren van de behoeftes van kwetsbare groepen en passende oplossingen bedenken waar die nog onvoldoende door bestaande initiatieven kunnen worden afgedekt.Onderdeel was ook het opzetten van informatiepunten van de vier grootbanken gezamenlijk bij alternatieve locaties, zoals bibliotheken. In januari 2023 hebben de banken een versterkt commitment uitgesproken om de toegankelijkheid van het betalingsverkeer te 180Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningverbeteren. Het programma kan worden gezien als een intensivering en vervolg op het MOB Actieplan Toegankelijkheid dat recent is afgerond.2021/2022de motie-Azarkan over het voor banken onmogelijk maken om gehele branches een bankrekening te ontzeggenKamerstukken II 2021-2022, 31 4 77in behandeling.. In april 2024 is voor het laatst een overzicht gedeeld met de Tweede Kamer van de sectoren die problemen ervaren met toegang tot een bankrekening en de acties die worden ondernomen om die toegang te verbeteren. Het ministerie is bezig met deze acties.2021/2022de motie-Alkaya over zich als aandeelhouder inspannen voor betere arbeidsvoorwaarden en een lagere werkdruk bij KLMKamerstukken II 2021-2022, 36 1 08in behandeling.. Voor wat betreft het deel van de motie dat verwijst naar de nieuwe nota Staatsdeelnemingen, zie Kamerstukken II, 2021-2022, 28165, nr. 370.2021/2022de motie-Azarkan/Van Raan over de adviezen van de IBTB standaard in behandeling. te nemenKamerstukken II 2021-2022, 31 0 66Het voornemen is om in de beleidsreactie op het eerst volgende formele onderzoeksrapport van de IBTD op deze motie te reageren.2022/2023de motie-Heinen c.s. over strategische onafhankelijkheid ook als publiek belang definiërenKamerstukken II 2022-2023, 2816 5in behandeling.. De Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 wordt in handboeken nader uitgewerkt per thema. In het Handboek Aangaan deelnemingen wordt het begrip publieke belang nader geduid.2022/2023Motie van het lid Leijten over Kifid hervormen tot een publiekrechtelijke organisatie conform de voorstellen in de initiatiefnotaKamerstukken II 2022-2023, 35 7 27Het onderwerp van publiekrechtelijke invulling van het Kifid zal aan bod komen in de Kifid-evaluatie in 2024. De motie zal dus worden afgedaan met het publiceren van het evaluatierapport. 2022/2023-de motie-Inge van Dijk/Grinwis over ervoor zorgen dat de financiële dienstverlening aan stichtingen en verenigingen laagdrempelig beschikbaar blijftKamerstukken II 2022-2023, 32 5 45in behandeling.. De Nederlandse Vereniging van Banken heeft toegezegd de toegang voor nonprofit organisaties te verbeteren, hiervoor is in september 2023 een document uitgekomen wat banken hierbij moet helpen.  Momenteel wordt dit de werking van dit document (zomer 2024) in de praktijk geëvalueerd door de NVB samen met de sectoren.2022/2023-de motie-Inge van Dijk/Heinen over het in Brussel blijven agenderen van naleving en voorwaardelijkheid als belangrijke thema's in het kader van het SGPKamerstukken II 2022-2023, 21 501, nr. 07, nr. 1894in behandeling.: wordt doorlopend meegenomen in de Nederlandse inzet voor de lopende onderhandelingen.2022/2023Motie van de leden Maatoug en Van der Plas over beleidsopties om uitgekochte bedrijven ruimhartig te compenseren, maar financiële instellingen nietKamerstukken II 2022-2023, 36 200, nr. 96De beantwoording van de Kamervragen van het lid Maatoug (GroenLinks) van 24 april jl. aan de minister van Financiën over een bailout voor banken in de stikstofaanpak, is op 6 juli 2023 aan de Kamer aangeboden. In deze beantwoording is aangegeven dat het (inmiddels vorige) kabinet, integraal en in samenhang de mogelijke beleidsopties onderzoekt waarmee een financiële bijdrage van banken aan de landbouwtransitie en de stikstofopgave kan worden geborgd in het kader van de moties van Thijssen c.s., Maatoug en Van der Plas en Beckerman, en dit meeneemt in het bredere proces voor de landbouwaanpak. Dit onderzoek omvat de voor- en nadelen, juridische en praktische haalbaarheid en economische doeltreffendheid en doelmatigheid, alsmede de samenhang met de bijdrage die van de overige ketenpartijen wordt verwacht.2022/2023motie-Prast (36.200, AO): verzoekt de regering te voorkomen dat banken een rekening weigeren of eenzijdig opheffen zonder dat daar vanuit perspectief van witwassen een gerechtvaardigde reden voor is,Kamerstukken I 2022-2023, 36200-AODe motie is in behandeling.. In april 2024 is voor het laatst een overzicht gedeeld met de Tweede Kamer van de sectoren die problemen ervaren met toegang tot een bankrekening en de acties die worden ondernomen om die toegang te verbeteren. Het ministerie is bezig met deze acties.2021/2022Motie van het lid Van Haga c.s. over bescherming van de privacy van aandeelhouders in het UBO-registerKamerstukken II 2021-2022, 3572 4Door de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU eind november 2022, is het register niet meer open voor het algehele publiek. Er wordt gewerkt aan een wetswijziging zoals o.a. ook aangegeven in de brief van 20 januari aan uw Kamer (Kamerstuknummer II 2022-2023, 31477-85). Hierin zal deze motie worden meegenomen. Het wetsvoorstel beperking toegang UBO-registers ligt momenteel bij de Raad van State.2022/2023de motie-Dassen over in Europees verband inzetten op een duidelijke geopolitieke strategie achter de implementatie van de digitale euroKamerstukken II 2022-2023, 27 8 63in behandeling..De wetgevende voorstellen van de Europese 181Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningCommissie zijn op 28 juni 2023 gepubliceerd. Het BNC fiche is op 18 augustus 2023 met de Kamer gedeeld. In het fiche bevestigt het kabinet dat zij de beweegredenen van de EC voor dit voorstel, die o.a. raken aan strategische autonomie van de EU, herkent en steunt. Conform het BNC fiche zet het kabinet zich doorlopend in voor een gefaseerde uitrol van een mogelijke digitale euro (eerst eurozone, dan daarbuiten). Zie paragraaf «Essentie Nederlands beleid op dit terrein» en «Zelfstandige Europese betaalinfrastructuur en internationaal gebruik» in het BNC fiche (Kamerstukken II, 2022-2023, 22112, nr. 3747).2022/2023de motie-Grinwis/Van Weyenberg over een meldpunt voor binnenlandse PEP's over onjuiste toepassing van de WwftKamerstukken II 2022-2023, 32 5 45Deze motie zal worden meegenomen in de uitwerking van de actiepunten die ten aanzien van PEPs zijn geformuleerd in de beleidsagenda witwassen. Een nieuw kabinet zal de Kamer hier verder over informeren.2022/2023Motie van het lid Van der Plas over het gebruik van contant geld waarborgen en in 2023 een effectanalyse uitvoerenKamerstukken II 2022-2023, 27 863, nr. 113Vorig jaar is er een onderzoek naar de toekomstge inrichting van de chartale infrastructuur gedaan. Hierin is het vraagstuk over de borging van contant geld meegenomen. De Kamer is daarover bericht (Kamerstukken II 2022/23, 27863, nr. 137). De minister kondigde in deze brief aan een wetsvoorstel voor te bereiden dat ziet op een goed toegankelijke en voor gebruikers betaalbare chartale infrastructuur en dat banken verplicht om hier zorg voor te dragen. Dit wetsvoorstel «Chartaal betalingsverkeer» ligt momenteel ter internetconsultatie voor.Ten aanzien van de digitale euro en de impact daarvan: de wetgevende voorstellen van de Europese Commissie zijn op 28 juni 2023 gepubliceerd en het BNC-fiche is op 18 augustus 2023 met de Kamer gedeeld. In de voorstellen wordt benadrukt dat digitale euro niet in de plaats komt van contant geld, maar naast contant geld bestaat. In het BNC-fiche heeft het kabinet het belang van de rol van publiek geld, zowel contant als in mogelijke digitale vorm, benadrukt en bevestigd dat de twee vormen van publiek geld complementair aan elkaar moeten zijn.2022/2023Alkaya verzoekt de regering zich in Brussel te verzetten tegen een verantwoordingsplicht aan het Europees parlement.Kamerstukken II 2022-2023, 21 501, nr. 07 nr. 1926in behandeling.. Zoals omschreven in Kamerstuk (22 112 nr. 3699) bevatten de voorstellen geen bevoegdheid voor het Europees Parlement om lidstaten in een buitensporigtekortprocedure ter verantwoording te roepen om hun corrigerende maatregelen toe te lichten. Conform deze motie zet het kabinet zich er voor in dat dit zo blijft.2022/2023de motie-Van der Lee c.s. over onderzoeken hoe het proactief inzetten van mediation in verschillende fases van de hersteloperatie tot versnelling kan leidenKamerstukken II 2022-2023, 31 0 66Dit betreft een lopende motie.2022/2023de motie-Van Weyenberg/Van der Lee over prioriteit geven aan modernisering van de Europese begroting in gesprekken over het MFKKamerstukken II 2022-2023, 21 501, nr. 20, nr. 1931in behandeling.. De gesprekken over het nieuwe MFK vinden de komende jaren nog plaats. 2022/2023-de motie-Van der Lee over de verkenning naar wetgeving om de verduurzaming van de financiële sector te versnellen voortvarend oppakkenKamerstukken II 2022-2023, 32 0 13De motie is in behandeling.. De verkenning raakt vele aspecten, waaronder de toegang van het MKB tot financiering, het vestigingsklimaat en Europese regelgeving die in ontwikkeling is of wordt ingevoerd, zoals de Richtlijn voor een gepaste zorgvuldigheidsverplichting voor ondernemingen (CSDDD). Dit vraagt om een zorgvuldige afweging en dit vergt tijd. Het is daarom niet gelukt om tegemoet te komen aan het verzoek om de Kamer afgelopen zomer over de resultaten van de verkenning te informeren. Er vond een publieke consultatie plaats van 21 december 2023 tot en met 15 februari 2024. 182Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningVervolgens vonden er verdiepende ronde tafels plaats met belanghebbenden. Het is aan een missionair kabinet om de Kamer nader te informeren over de uitkomsten van de verkenning.2022/2023-de motie-Grinwis/Slootweg over de mogelijkheid verkennen van de Volksbank als coöperatieve bankKamerstukken II 2022-2023, 32 0 13in behandeling.. Deze motie wordt momenteel meegenomen in het proces om tot een richtinggevend besluit te komen conform de brief van de minister aan de Tweede Kamer van 26 mei 2023 (kenmerk 2023-0000123067). Dit besluit wordt naar verwachting in het voorjaar van 2024  genomen.2022/2023-de motie-Van Weyenberg/Grinwis over afspraken maken met financiële instellingen over uniforme meetmethodes en rapportagestandaardenKamerstukken II 2022-2023, 32 0 13De motie is nog in behandeling.. Financiën heeft zich er in Europa hard voor gemaakt dat er hoogwaardige en uniforme technische standaarden komen binnen de relevante Europese wetgeving met betrekking tot transparantie over duurzaamheid, waaronder bijvoorbeeld Sustainable Finance Disclosures Regulation (SFDR) en de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Het eerste deel van European Sustainability Reporting Standards ter uitwerking van de CSRD zijn onlangs in werking getreden. Daarnaast zet Financiën zich binnen het Klimaatcommitment van de financiële sector in voor meer harmonisatie van klimaatrapportages. Naar verwachting zal in 2024 de leidraad voor de invulling van het klimaatcommitment verder worden aangescherpt om tot meer harmonisatie te komen, waarbij aansluiting wordt gezocht met Europese en internationale standaarden. Zodra de nieuwe leidraad gefinaliseerd is, zal de Kamer worden geïnformeerd.2022/2023-de motie-Slootweg/Grinwis over bij het besluit of de Volksbank een coöperatie wordt de klanten raadplegen en de karakteristieken van de bank in acht nemenKamerstukken II 2022-2023, 32 0 13in behandeling.. Deze motie wordt momenteel meegenomen in het proces om tot een richtinggevend besluit te komen conform de brief van de minister aan de Tweede Kamer van 26 mei 2023 (kenmerk 2023-0000123067). Dit besluit wordt naar verwachting in het voorjaar van 2024  genomen.2022/2023-de motie-Slootweg/Bontenbal over concentratie van overheidsaanbod voor financiering en ondersteuning van innovatie en verduurzamingKamerstukken II 2022-2023, 32 0 13in behandeling.. In september 2023 zal bekend worden hoe en binnen welke termijn de motie zal worden behandeld.2022/2023-de motie-Ephraim over onderzoek doen naar hoe de expertise op het gebied van emissies weer teruggebracht kan worden binnen het Nederlandse bankwezenKamerstukken II 2022-2023, 32 0 13in behandeling.. De Kamer wordt in 2024 over de uitkomsten van de verkenning geïnformeerd.2022/2023de motie-Alkaya over uitzonderingen mogelijk maken op de verplichte evaluatie van publiek aandeelhouderschap in staatsdeelnemingenKamerstukken II 2022-2023, 28 1 65in behandeling.. Het Handboek Evalueren beschrijft onder andere hoe invulling wordt gegeven aan het uitgangspunt om deelnemingen minimaal eens in de zeven jaar te evalueren. Bij de volgende herziening van het Handboek Evalueren zal de motie-Alkaya over het mogelijk maken van uitzonderingen op deze verplichte evaluatie worden meegenomen.2022/2023de motie-Heinen over staatsdeelnemingen niet dwingen tot registratie van diversiteitskenmerken zoals etnisch-culturele achtergrond en seksuele voorkeurKamerstukken II 2022-2023, 28 1 65Afgehandeld. Deze motie is  meegenomen in het handboek MVO dat reeds openbaar is gemaakt op de website van het ministerie van Financiën. De staat dwingt deelnemingen niet tot registratie van diversiteitskenmerken zoals etnisch-culturele achtergrond en seksuele voorkeur, maar laat de deelnemingen hierin vrij voor zover ze conform AVG opereren.2022/2023de motie-Ephraim over een internationale vergelijking en een vergelijking met andere steunpakketten onderdeel maken van de evaluatie van staatssteun aan KLMKamerstukken II 2022-2023, 28 1 65'De opzet voor een evaluatie van het steunpakket KLM wordt thans uitgewerkt. Deze motie zal worden betrokken bij deze opzet.2022/2023de motie-Romke de Jong over afkeuring uitspreken over het bestuur van KLM vanwege het niet-naleven van de aan de steun verbonden voorwaardenKamerstukken II 2022-2023, 28 1 65'De opzet voor een evaluatie van het steunpakket KLM wordt thans uitgewerkt. Deze motie zal worden betrokken bij deze opzet.2022/2023de gewijzigde motie-Slootweg/Grinwis over erop toezien dat de KLM-directie de aan nakoming verbonden kosten niet afwentelt op het minst verdienende personeelKamerstukken II 2022-2023, 28 1 65,, nr. 405)in behandeling.. Op dit moment wordt juridisch onderzocht welke mogelijke vervolgstappen richting KLM wenselijk en juridisch haalbaar zijn. Mocht het kabinet overgaan tot een vervolgstap dan zal deze motie worden betrokken. Uw Kamer wordt daarover geïnformeerd.183Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2022/2023de motie-Van der Lee/Paul over succesvolle elementen uit de route met de vaststellingsovereenkomst ook gebruiken in de rest van de hersteloperatieKamerstukken II 2022-2023, 31 0 66Dit betreft een lopende motie.2023/2024de motie-Inge van Dijk over het vereenvoudigen van financiële en fiscale regelingen voor vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingenKamerstukken II 2023-2024, 36 410, nr. IX, nr. 11Fiches zijn voorbereid. VWS zal deze, samen met de reactie op het betreffende onderzoeksrapport, naar de Tweede Kamer sturen.2023/2024de motie-Van der Lee over een duidelijk diagram opnemen in de aanslag inkomstenbelasting met de relatieve positie van de desbetreffende belastingplichtige in de inkomensverdelingKamerstukken II 2023-2024, 36 4 18 nr. 77De Tweede Kamer wordt naar verwachting verder geïnformeerd over een beoogde pilot en het verdere proces in de eerstvolgende stand-van-zakenbrief Belastingdienst.2023/2024de motie-Kat c.s. over onderzoek door het CBS naar de mate waarin de studieschuld van gedupeerde jongeren verschilt van die van andere jongeren met vergelijkbare achtergrondkenmerkenKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66CBS heeft in maart 2024 onderzocht welke cijfermatige onderzoeken mogelijk zouden zijn die zich richten op de gedupeerde ouders. CBS is nu aan het onderzoeken welke zaken te onderzoeken zouden zijn als het gaat om de kinderen en jongeren uit gedupeerde gezinnen. Daarin wordt ook bekeken wat er onderzoekbaar is rondom de studieschulden. Eind 2024 verwacht het CBS het haalbaarheidsonderzoek af te ronden, waarna de Kamer hierover kan worden geïnformeerd.2023/2024Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 36 4 10Het rapport van de 17e Studiegroep Begrotingsruimte heeft aandacht besteed aan klimaat en de wijze waarop klimaat geintegreerd kan worden in de begroting.De hoofdlijnenbrief (verzending vertraagd tot september) zal hier verder aandacht aan besteden.2023/2024de motie-Heinen/Van Hijum over uit blijven dragen dat het Herstel- en Veerkrachtfonds een eenmalig crisisinstrument is en blijftKamerstukken II 2023-2024, 21 501, nr. 07, nr. 2015Doorlopende motie; staand kabinetsbeleid wat op gepaste momenten in Europa onder de aandacht wordt gebracht.2023/2024de gewijzigde motie-Mooiman over een signaal afgeven dat Nederland geen goedkeuring zal geven aan eventuele verlengingsverzoeken van danwel nieuwe instrumenten gebaseerd op de Herstel- en VeerkrachtfaciliteitKamerstukken II 2023-2024, 21 501, nr. 07, nr. 2020 (gewijzigd, was nr. 2018)Doorlopende motie; staand kabinetsbeleid wat op gepaste momenten in Europa onder de aandacht wordt gebracht.2023/2024de motie-Maatoug over voorkomen dat de verhouding tussen de belastinginkomsten die door werkende mensen worden opgebracht en de belastinginkomsten uit kapitaal schever wordtKamerstukken II 2023-2024, 25 0 87Deze motie zal worden meegenomen in de aankomende augustusbesluitvorming.2023/2024-de motie-Van Hijum/Heinen over zich blijven inzetten voor een stevige positie van onafhankelijke nationale begrotingsautoriteiten en een onafhankelijke beoordeling van naleving van de regels door het European Fiscal BoardKamerstukken II 2023-2024, 21 501, nr. 07, nr. 2013in behandeling.2023/2024-de motie-Inge van Dijk/Stultiens over een meldpunt voor kinderen inrichten dat aansluit bij de belevingswereld van jongerenKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66Over deze motie is in hoofdstuk 2.2 van de voortgangsrapportage jan-apr 2024 een update opgenomen.2023/2024-de motie-Vermeer over het vermijden van extra controles op de tweedehandsverkoop op onlineplatformenKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66 nr. 1369De Tweede Kamer wordt verder geïnformeerd over deze motie in een verzamelbrief waarin ingegaan wordt op een aantal actuele moties en toezeggingen eind Q3/begin Q4 2024.2023/2024-de motie-Van Eijk c.s. over in de handhavingsstrategie prioriteit geven aan het opsporen en aanpakken van fraudes waar veel geld in omgaatKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66 nr. 1370De Tweede Kamer wordt verder geïnformeerd over het opsporen en aanpakken van fraudes (waar veel geld in omgaat) binnen de Belastingdienst in een verzamelbrief waarin ingegaan wordt op een aantal actuele moties en toezeggingen eind Q3/begin Q4 2024.2023/2024-de motie-Inge van Dijk over een onderzoek naar de meerwaarde van het inrichten van een team monitoring hoger beroep bij de BelastingdienstKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66 nr. 1371Binnen de Belastingdienst wordt in kaart gebracht hoe het proces rondom hoger beroep nu verloopt. Op basis hiervan worden eventuele vervolgstappen bekeken. De Tweede Kamer wordt naar verwachting verder geïnformeerd over de opgehaalde informatie en de wenselijkheid van een aanpassing in de huidige werkwijze in de stand-van-zakenbrief Belastingdienst.2023/2024Motie van het lid Teunissen c.s. over direct stoppen met exportkredietverzekeringen voor projecten met lagere dierenwelzijnsstandaarden dan de NederlandseKamerstukken II 2023-2024, 36 410, nr. XVII, nr. 44Afgelopen periode heeft het huidige kabinet onderzoek gedaan naar de reikwijdte, implicaties en mogelijke invulling van deze motie. Het volgende kabinet zal een besluit nemen over de invulling.184Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024-de motie-Van Vroonhoven/Vermeer over een voorstel ontwikkelen vooreen volledige doorlichting van alle rijksuitgavenKamerstukken II 2023-2024, 36 4 70Deze motie is geland in een verzoek d.d. 5 juli, kenmerk 2024Z11641/2024D28419, van de Commissie Rijksuitgaven aan de Minister van Financiën.Reactie is in voorbereiding.2023/2024-de motie-Van der Lee over het in kaart brengen van de juridische implicaties van het uitkeren door de AFM van tipgeld ter voorkoming van marktmisbruikKamerstukken II 2023-2024, 36 4 42Uitwerking van de verzochte regeling is in behandeling..2023/2024-de gewijzigde motie-Vermeer c.s. over de structurele evaluatieagenda onderdeel maken van het proces rond de vaststelling van de rijksbegroting en het financieel jaarverslag van het RijkKamerstukken II 2023-2024, 36 5 60Reactie is in voorbereiding en loopt mee in reactie op verzoek d.d. 5 juli, kenmerk 2024Z11641/2024D28419, van de Commissie Rijksuitgaven aan de Minister van Financiën.2023/2024de gewijzigde motie-Dassen/Van der Lee over onderzoeken hoe Invest-NL omgevormd kan worden tot investeringsbankKamerstukken II 2023-2024, 36 5 50De motie is in behandeling. en zal worden meegenomen in de kabinetsreactie op het IBO bedrijfsfinanciering.2023/2024-de motie-Omtzigt c.s. over nog voor de opstelling van het regeerprogramma met een grote afvaardiging in gesprek gaan met gedupeerde oudersKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66De Kamer wordt deze zomer over de opvolging van de motie geïnformeerd.2023/2024-de gewijzigde motie-Inge van Dijk c.s. over op korte termijn met een onafhankelijk advies komen over hoe om te gaan met ouders die de Commissie Werkelijke Schade al hebben doorlopen of in bezwaar zijnKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66Hierover wordt u op een later moment geïnformeerd.2023/2024-de motie-Van Baarle c.s. over voorkomen dat de nieuwe overeenkomst met de SGH doorslaat naar wantrouwen, afbreuk doet aan de onafhankelijkheid en ouders overvraagtKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66in behandeling.2023/2024-de motie-Flach c.s. over bezien of het openen van meer fysieke locaties verspreid over het land bijdraagt aan het versnellen van de hersteloperatieKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66Hierover wordt u in een volgende voortgangsrapportage geïnformeerd.2023/2024-de motie-Kamminga c.s. over nog komend najaar een evaluatieplan, inclusief mogelijkheden voor versnelling, naar de Kamer sturenKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66Hierover wordt u in een volgende voortgangsrapportage geïnformeerd.2023/2024-de gewijzigde motie-Van Oostenbruggen c.s. over een onafhankelijke juridische en fiscale analyse laten maken van de fiscale positie van de BIVKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66, nr. 1411De Tweede Kamer wordt in een verzamelbrief waarin ingegaan wordt op een aantal actuele moties en toezeggingen eind Q3/begin Q4 2024 geïnformeerd over de onafhankelijke juridische en fiscale analyse naar de fiscale positie van de BIV.2023/2024-de motie-Van Eijk c.s. over de voor- en nadelen van de drie beschreven varianten verder uitwerken en uitgebreider toetsenKamerstukken II 2023-2024, 31 0 66, nr. 1409De Tweede Kamer wordt in een verzamelbrief waarin ingegaan wordt op een aantal actuele moties en toezeggingen eind Q3/begin Q4 2024 nader geïnformeerd over de voor- en nadelen en toetsing van de drie beschreven varianten.185Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Door bewindslieden gedane toezeggingen die zijn afgerond (fiscaal)Tabel 96 Door bewindslieden gedane toezeggingen die zijn afgerondVergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024De staatssecretaris zegt toe met een reactie op het Global Tax Evasion Report van het EU Tax Observatory over de lage belastingdruk van miljardairs te komen.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 163De toezegging is afgedaan met de Kamerbrief Kabinetsreactie Global Tax Evasion Report 2024 van 28 maart 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 25 087, nr. 329.2023/2024Tegemoetkoming schuldig nalatigKamerstuk 31066-1376Deze toezegging is afgedaan in de brief Kamerbrief over het tegemoetkomingsbeleid MSNP van 23 april 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 31 066, nr. 1376.2023/2024Tegemoetkoming MSNPKamerstuk 31066-1376Deze toezegging is afgedaan in de brief Kamerbrief over het tegemoetkomingsbeleid MSNP van 23 april 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 31 066, nr. 1376.2023/2024Tegemoetkoming MSNPKamerstuk 31066-1376Deze toezegging is afgedaan in de brief Kamerbrief over het tegemoetkomingsbeleid MSNP van 23 april 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 31 066, nr. 1376.2023/2024Tegemoetkoming schuldig nalatigKamerstuk 31066-1376Deze toezegging is afgedaan in de brief Kamerbrief over het tegemoetkomingsbeleid MSNP van 23 april 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 31 066, nr. 1376.2022/2023Toezegging Resultaten evaluatie arbeidskorting eind 2023 (36.350 IX / 36.350 XV)Kamerstukken I 2022-2023, T03692Deze toezegging is afgedaan in de brief over het rapport evaluatie heffingskortingen en tariefstructuur in de inkomstenbelasting van 24 april 2024.Kamerstukken I 2023-2024, 32 140, nr. 185 (EK, D). 2023/2024Toezegging Terugkomen op casusposities waar minnelijke schuldsanering op verkeerde gronden is geweigerd (36.418)Kamerstukken I 2023-2024, T03822Deze toezegging is afgedaan in de brief Kamerbrief tegemoetkomingsbeleid MSNP van 23 april 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 31 066, nr. 1376.2023/2024Toezegging Terugkomen op casusposities waar minnelijke schuldsanering op verkeerde gronden is geweigerdKamerstuk 31066-1376Deze toezegging is afgedaan in de brief Kamerbrief over het tegemoetkomingsbeleid MSNP van 23 april 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 31 066, nr. 1376.2023/2024De staatssecretaris zal medio mei de Kamer te informeren over mogelijke aanpassingen van het conceptwetsvoorstel Werkelijk rendement en de adviesorganen hierover informeren.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 190De toezegging is afgedaan in de Kamerbrief Toezeggingen Commissiedebat box 3 die aan de Tweede Kamer is verzonden op 15 mei 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 188.2023/2024De staatssecretaris zal de uitgebrachte adviezen over het ontwerpwetsvoorstel van de verschillende adviesorganen delen met de Kamer.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 194De toezegging is afgedaan in de Kamerbrief Toezeggingen Commissiedebat box 3 die aan de Tweede Kamer is verzonden op 15 mei 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 188.2023/2024De staatssecretaris zal half mei nadere informatie toezenden aan de Kamer over de opzet van het onderzoek naar de waarde van vastgoed en de aftrek van onderhoud.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 193De toezegging is afgedaan in de Kamerbrief Toezeggingen Commissiedebat box 3 die aan de Tweede Kamer is verzonden op 15 mei 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 188.2023/2024De staatssecretaris zal de Kamer per brief informeren over in ieder geval de omschrijving van liquide en niet-liquide middelen en wat daaronder kan vallen, de scenario's ten aanzien van het werkelijk rendement, het bezit van de tweede woning, de betalingsregelingen en incourante belangen onder de 5% en de complexiteitsconsequenties.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 192De toezegging is afgedaan in de Kamerbrief Toezeggingen Commissiedebat box 3 die aan de Tweede Kamer is verzonden op 15 mei 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 188.2023/2024De staatssecretaris zal de Kamer voor de zomer nader informeren over de keuze van het kabinet over het niet kiezen voor vermogensbelasting, met de scenario's die aan die overweging ten grondslag liggen.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 191De toezegging is afgedaan in de Kamerbrief Toezeggingen Commissiedebat box 3 die aan de Tweede Kamer is verzonden op 15 mei 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 188.2022/2023Toezegging Evaluatie giftenaftrek als fiscale regelingKamerstukken I 2022-2023, T03621Deze toezegging is afgedaan in brief Aanbiedingsbrief evaluatie giftenaftrek van de Staatssecretaris van Financiën van 21 maart 2024.Kamerstukken II 2023-2024, Kamerstuk 36410-IX, nr. 42. 186Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024De staatssecretaris informeert de Kamer nader voorafgaand aan het volgende commissiedebat Box 3 op 11 juni 2024 over de staatssteunaspecten van het wetsvoorstel Box 3 en mogelijke budgettaire gevolgen daarvan.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 043De toezegging is afgedaan in Kamerbrief Toezegging Tweeminutendebat box 3 d.d. 23 mei 2024 van 7 juni 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 197. 2023/2024De staatssecretaris zal schriftelijk uitgebreider ingaan op de vraag over het uitzonderen van de uitkeringen van de Wuv (Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers) van het heffen van belasting, de precedentwerking die hiervan uitgaat naar andere wetten, de weging wat immaterieel is en wat niet, en de wijze waarop in het buitenland hiermee wordt omgegaan.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 164De toezegging is afgedaan in Kamerbrief belastingheffing over uitkeringen op basis van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 van 17 juni 2024. In de brief wordt ingegaan op waarom het niet binnen de wetssystematiek past om een uitzondering te maken op de heffing van belastingen op draagkrachtverhogende WUV-uitkeringen, waarbij jaren geleden, bij vaststelling van de hoogte van de uitkering, al rekening werd gehouden met belastingheffing.Kamerstukken II 2023-2024, 20 454, nr. 205. 2023/2024De staatssecretaris zal een aanvullende brief ter verdieping aan de Kamer sturen over het voorstel om in de wet een vrijstelling op te nemen voor de uitkering op basis van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV) en de mogelijke precedentwerking hiervan.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 034De toezegging is afgedaan in Kamerbrief belastingheffing over uitkeringen op basis van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 van 17 juni 2024. In de brief wordt ingegaan op waarom het niet binnen de wetssystematiek past om een uitzondering te maken op de heffing van belastingen op draagkrachtverhogende WUV-uitkeringen, waarbij jaren geleden, bij vaststelling van de hoogte van de uitkering, al rekening werd gehouden met belastingheffing.Kamerstukken II 2023-2024, 20 454, nr. 205. 2023/2024De staatssecretaris zegt toe zo snel mogelijk met een schriftelijke reactie te komen op het schorsingstarief voor kampeerauto's.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 162De Kamer is op 27 juni 2024 schriftelijk geïnformeerd over de uitvoeringsgevolgen en mogelijkheden van het lage schorsingstarief voor kampeerauto's in Kamerbrief en uitvoeringstoets RDW toepassing laag schorsingstarief kampeerauto. De toezegging is daarmee afgedaan. Kamerstukken II 2023-2024, 36 418, nr. 147. 2023/2024De staatssecretaris zegt toe om in de eerste helft van 2024 te komen met een wetsvoorstel om vapen te gaan belasten.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 160Deze toezegging is afgedaan in Kamerbrief Update verbruiksbelasting e-sigaretten naar aanleiding motie Van Weyenberg c.s. over belasting op e-sigaretten van 28 juni 2024. In de brief wordt toegelicht wat de stand van zaken is ten aanzien van een nationale verbruiksbelasting. Ook wordt een minimumprijs op e-sigaretten als onderzocht alternatief toegelicht.Kamerstukken II 2023-2024, 32 011, nr. 115.2020/2021De Minister van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Essers (CDA), toe om zijn standpunt ten opzichte van artikel 116 van het verdrag inzake de werking van de Europese Unie met de Kamer te delen, nadat hij de analyse of het voorstel van de Europese Commissie heeft ontvangen over de rol van artikel 116 van het werkingsverdrag in relatie met belastingstelsels.Kamerstukken I 2020-2021, 35711-T03242, nr.Kan pas in behandeling. worden genomen nadat de analyse of het voorstel van de Europese Commissie is ontvangen. Er is nog geen voorstel ontvangen en wij verwachten ook niet dat dit gaat komen op de korte of middellange termijn.2023/2024De staatssecretaris zal de Kamer begin volgend jaar (2024) een brief sturen over de praktische aanpak ten aanzien van het voorstel om een recht op inzage van het volledige fiscale dossier met bezwaar- en beroepsmogelijkheid in de wet op te nemen.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 033Deze toezegging is afgedaan in Kamerbrief over uitvoering amendement over inzage in het fiscaal dossier met een bezwaar- en beroepsmogelijkheid van 7 februari 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 36 418, nr. 131.187Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Door de bewindslieden gedane toezeggingen die nog niet zijn afgerond (fiscaal)Tabel 97 Door de bewindslieden gedane toezeggingen die nog niet zijn afgerondVergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2017/2018Toezegging bij volgende evaluatie eigenwoningregeling ook werking afschaffen wet Hillen meenemenHandelingen II 2017-2018, nr. 25, item 9, p. 8Dit wordt meegenomen bij de volgende evaluatie van de eigenwoningregeling die gepland staat voor 2027. 2019/2020Toezegging monitoren documentatieplichtHandelingen II 2019-2020, nr. 23, item 8 p. 18De maatregelen uit ATAD2 zijn in werking getreden per 1 januari 2020. Betrouwbare uitspraken over de impact kunnen worden gedaan naarmate enige tijd is gevorderd en ervaring is opgedaan. De gevolgen van de implementatie van de documentatieverplichting uit ATAD2 op de administratieve lasten van het mkb zullen daarom worden meegenomen in een bredere rapportage over de gemonitorde gegevens die verband houden met de maatregelen die voortvloeien uit ATAD1.Dit wordt in het vierde kwartaal 2024 aan Uw Kamer verzonden. Zie Kamerbrief «Prinsjesdagbrief fiscale moties en toezeggingen aan de Tweede Kamer», Kamerstukken II 2021/22, 35 925-IX, nr. 4.2019/2020Toezegging effecten artikel 16:7 in voortgangsrapportage (grensoverschrijdende constructies)Kamerstukken I 2019-2020, 35 255, nr. C, blz. 6De verwachting is dat in 2026 kan worden geëvalueerd wanneer er genoeg data beschikbaar zijn. De Kamer zal over de uitkomst worden geïnformeerd.2019/2020Toezegging informeren EK over effecten documentatieverplichting op administratieve lastenHandelingen I 2019-2020, nr. 12, item 12, p. 22De maatregelen uit ATAD2 zijn in werking getreden per 1 januari 2020. Betrouwbare uitspraken over de impact kunnen worden gedaan naarmate enige tijd is gevorderd en ervaring is opgedaan. De gevolgen van de implementatie van de documentatieverplichting uit ATAD2 op de administratieve lasten van het mkb zullen daarom worden meegenomen in een bredere rapportage over de gemonitorde gegevens die verband houden met de maatregelen die voortvloeien uit ATAD1.Dit wordt in het vierde kwartaal 2024 aan Uw Kamer verzonden. Zie Kamerbrief «Prinsjesdagbrief fiscale moties en toezeggingen aan de Tweede Kamer», Kamerstukken II 2021/22, 35 925-IX, nr. 4.2020/2021De staatssecretaris zegt toe aan het lid Mulder na het zomerreces te informeren over het aan de Kansspelbelasting onderwerpen van online aanbieders.Kamerstukken II 2021/22, 31 066, nr. 877 , p. 48.Deze toezegging wordt afgedaan door middel van een Kamerbrief in het derde kwartaal van 2024. 2020/2021Toezegging Klimaat EV stimulering/laadpalenKamerstukken II 2020-2021, 35 572, nr. 17, p. 85In het najaar van 2022 is een tussenevaluatie van het stimuleringsbeleid van emissievrije personenauto's uitgevoerd. Deze tussenevaluatie is in het eerste kwartaal van 2023 aan de Tweede Kamer aangeboden. De eindevaluatie is voorzien in 2024. In beide evaluaties zal ook aandacht worden besteed aan de investeringszekerheid voor eigenaren van laadinfrastructuur en emissievrije personenauto's.2020/2021Toezegging Structureel verliesKamerstukken II 2020-2021, 35 572, nr. 17, p. 115-116 en 117 en 127Het onderzoek naar structureel verlieslatende bedrijven is eind 2023 naar de Kamer verzonden. Het onderzoek naar de verschillen tussen fiscale winst en commerciële winst loopt en wordt in het derde kwartaal van 2024 naar de Kamer verzonden.2020/2021Toezegging Belastingheffing EUKamerstukken II 2020-2021, 35 575, nr. 6, p. 4Doorlopend.2020/2021Toezegging Vrijstelling voor scholingKamerstukken II 2020-2021, 35 572, nr. 23 p. 7Evaluatie is gestart en wordt naar verwachting afgerond in het vierde kwartaal van 2024.2020/2021Toezegging earningsstrippingsmaatregel / hybride mismatchesKamerstukken I 2020-2021, 35 572, nr. 8, blz. 16De wenselijkheid van wetsaanpassing wordt nader bezien en de Kamer wordt hier uiterlijk in het vierde kwartaal van 2024 over geïnformeerd. 188Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2020/2021Toezegging Evaluatieverslagen KOTKamerstukken II 2020-2021, 31 066, nr. 742Dit is een lopende toezegging, de evaluatie zal niet voor 2024 plaatsvinden.2019/2020Toezegging Administratieve lasten ATAD2 meenemen in monitoring maatregelen belastingontwijkingHandelingen I 2019-2020, nr. 12, item 12, blz. 22.De maatregelen uit ATAD2 zijn in werking getreden per 1 januari 2020. Betrouwbare uitspraken over de impact kunnen worden gedaan naarmate enige tijd is gevorderd en ervaring is opgedaan. De gevolgen van de implementatie van de documentatieverplichting uit ATAD2 op de administratieve lasten van het mkb zullen daarom worden meegenomen in een bredere rapportage over de gemonitorde gegevens die verband houden met de maatregelen die voortvloeien uit ATAD1.Dit wordt in het vierde kwartaal 2024 aan Uw Kamer verzonden. Zie Kamerbrief «Prinsjesdagbrief fiscale moties en toezeggingen aan de Tweede Kamer», Kamerstukken II 2021/22, 35 925-IX, nr. 4.2020/2021Toezegging Code voor maatschappelijk verantwoord ondernemen bij grote bedrijvenKamerstukken I 2020-2021, T03237in behandeling..2019/2020Toezegging Evalueren effectiviteit UBO-register (35.179) (T02976)Kamerstukken I 2019-2020, T02976in behandeling.. Er is een periodieke gebruikersraad UBO-register waaraan onder andere Transparency International deelneemt. Daarnaast zal één jaar na de vulling van het UBO-register de privacy-impact worden geëvalueerd. Daar wordt deze toezegging ook in meegenomen.2019/2020Toezegging Overzicht implementatie van het UBO-register in verschillende Europese lidstaten (35.179) (T02979)Kamerstukken I 2019-2020, T02979Aan een overzicht van hoe het UBO-register binnen EU-lidstaten is geïmplementeerd in relatie tot kerkgenootschappen wordt nog gewerkt. Dit zal naar verwachting na de zomer gereed zijn en aan uw Kamer worden toegezonden.2022/2023De staatssecretaris zegt toe om na de zomer de monitoring van de liquidatie-effecten en de eventuele behoefte aan een evaluatie schriftelijk met de Kamer te delen.Kamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 226in behandeling.. Deze toezegging wordt meegenomen in de monitoringsbrief in het derde kwartaal van 2024. 2023/2024Evaluatiemoment 2027 voor fiscale maatregelen glastuinbouw en afschaffen vrijstellingen voor mettalurgische en mineralogische sectorKamerstuk 36418-121Toezegging is ondervangen door amendement 36 426 Nr. 13 (Grinwis c.s., amendement implementeert een jaarlijkse evaluatiebepaling vanaf de inwerkingtreding van de WKK-maatregel). Dit door het verwerpen van het wetsvoorstel Fiscale Klimaatmaatregelen Industrie en Elektriciteitsopwekking. Aan de toezegging kan worden gerefereerd bij de wettelijke evaluatie (in 2027). 2023/2024De staatssecretaris zal in het aanvullend onderzoek ten aanzien van dividendstripping ingaan op de situatie in Denemarken en daarbij ook kijken naar de houdsterperiode. De staatssecretaris zal de Kamer informeren en op de hoogte houden van de inzet om het onderzoek in 2024 in plaats van in het voorjaar van 2025 af te ronden.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 032Het kabinet doet onderzoek naar aanvullende maatregelen om dividendstripping aan te pakken. Dit aanvullende onderzoek is nodig om te komen tot een effectieve en eveneens evenwichtige vervolgaanpak. Als onderdeel van dit onderzoek wordt ook onderzocht hoe in andere landen wordt omgegaan met dividendstripping. De Tweede Kamer zal in het voorjaar van 2025 worden geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek.2023/2024De staatssecretaris zal de evaluatie van de extraterritorialekostenregeling die al uitgevoerd wordt uiterlijk voor half juni 2024 naar de Kamer sturen.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 035Op 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst het tussenrapport naar aanleiding van de evaluatie van de extraterritoriale kostenregeling, 30%-regeling en partiële buitenlandse belastingplicht aan de Tweede Kamer gezonden.De toezegging wordt naar verwachting in het derde kwartaal afgedaan met een Kamerbrief over hoe dit meegenomen wordt in het Belastingplan 2025.2023/2024In de Fiscale verzamelwet 2025 die in het voorjaar van 2024 aan uw Kamer wordt aangeboden, zal een voorstel meelopen waarin bij het toeslagpartnerschap de leeftijdsgrens van 27 jaar wordt afgeschaft.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001Dit wetsvoorstel wordt naar verwachting opgeleverd in de Fiscale Verzamelwet 2025.2023/2024Toezegging Resultaten maatregelen tegen belastingontduiking worden gedeeld in monitoringsbrief (36.418)Kamerstukken I 2023-2024, T03821De toezegging wordt afgedaan in aankomende monitoringsbrief belastingontwijking (oktober 2024).189Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024Inhoudelijke reactie rapport 30%-regeling/ETKKamerstuk 36418-145Op 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst het tussenrapport naar aanleiding van de evaluatie van de extraterritoriale kostenregeling, 30%-regeling en partiële buitenlandse belastingplicht aan de Tweede Kamer gezonden.De toezegging wordt naar verwachting in het derde kwartaal, vóór Prinsjesdag afgedaan met een Kamerbrief over hoe dit meegenomen wordt in het Belastingplan 2025. 190Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Door de bewindslieden gedane toezeggingen die zijn afgerond (niet fiscaal)Tabel 98 Door de bewindslieden gedane toezeggingen die zijn afgerondVergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024De minister van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Ballekom (VVD), toe de Kamer te informeren over de hervorming van de SGPKamerstukken I 2023-2024, T03765Deze toezegging is (doorlopend) afgedaan met de volgende Kamerstukken:• Geannoteerde agenda Ecofin 7-8 december 2023: Kamerstuk 21501-07, nr. 1990• Beantwoording SO 7-8 december 2023: Kamerstuk 21501-07, nr. 1991• Verslag Ecofin 7-8 december 2023: Kamerstuk 21501-07, nr. 1994• Geannoteerde agenda Ecofin 20 december 2023: Kamerstuk 21501-07, nr. 1993• Verslag Ecofin 20 december 2023: Kamerstuk 21501-07, nr. 2000• Kamerbrief overzicht Raadsakkoord 7 februari 2023: Kamerstuk 21501-07, nr. 20042023/2024De minister van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Crone (GroenLinks-PvdA), toe dat de Kamer bij de Najaarsnota het laatste inzicht voor 2023 zal krijgen, inclusief de realisaties over het derde kwartaal, betreffende het financieringstekort en het EMU-saldo van 2023.Kamerstukken I 2023-2024, T03779In sectie 4 en 5 van de Najaarsnota 2023 is deze toezegging afgedaan (Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 470, nr. 1).In sectie 4 wordt beschreven hoe de raming voor het EMU-saldo voor 2023 zich heeft ontwikkeld ten opzichte van de raming in de Miljoenennota 2024. In sectie 5 worden de standen van het EMU-saldo weergegeven.Najaarsnota 2023 (overheid.nl)2021/2022Toezegging aan het lid Van Rooijen (50PLUS): Schriftelijk terugkomen op de mogelijkheid van een wettelijk instrumentarium waarvan je in een incidenteel geval gebruik kan maken als dat in de toekomst nog nodig blijkt. Beide kamers nader informeren over de (on)mogelijkheid daarvan, zoals geschetst in de tabellen, en dat het geen onwil is (verzoek is in het najaar, niet hard toegezegd). Iets verder in het debat geeft stasFB aan dat «dit» allemaal vragen zijn die in de augustusbesluitvorming terugkomen, waarbij niet helemaal duidelijk is of dat alleen op fiscaliteit ziet.Kamerstukken I 2021-2022, P-T2000000007De toezegging is meegenomen in het traject omtrent de afbouwtransitiestrategie waarin is gezocht naar maatregelen om gerichte compensatie te kunnen bieden. De uitkomsten van deze inventarisatie worden tegelijk met de Voorjaarsnota gedeeld.Update februari 2024: de brief eerder met de Tweede Kamer is gedeeld is ook naar de eerste kamer verzonden. Kamerstuk I 2023/2024, 36.200, EK, AZ2022/2023Indien de koopkrachtsituatie in 2023 verslechtert – ondanks de omvangrijke generieke maatregelen sinds nov. 2021 – is nieuwe besluitvorming mogelijk. Het kabinet zal hier bij de Voorjaarsbesluitvorming van 2023 naar kijken.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000023In aanloop naar de voorjaarsbesluitvorming van 2023 is dit meegenomen in het traject rondom langere termijn vormgeving (afbouw) van steunmaatregelen. Door getroffen maatregelen, zoals het prijsplafond, en dalende gasprijzen is dit uiteindelijk niet nodig gebleken.Dit staat beschreven in de kamerbrief «verkenning instrumenten voor gerichte compensatie huishoudens kwetsbaar voor hoge energieprijzen na 2023». 2023/2024De staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Hartog (Volt), toe de brief, waarnaar verwezen werd in de schriftelijke ronde, aan de Kamer te sturen.Kamerstukken I 2023-2024, T03777Deze toezegging is afgedaan door middel van de brief Kamerbrief over Tweede Kamerbrief over aanpak belastingconstructies en fiscale regelingen van 6 maart 2024.Kamerstukken I, 2023-2024, 32 140, nr. T.2022/2023De minister zal uiterlijk in het komende jaarverslag een overzicht opstellen van misgelopen dividenden bij staatsdeelnemingen.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000009Deze toezegging is afgedaan in de brief «Ontwikkelingen beheer staatsdeelnemingen 2024» van 4 maart 2024, Kamerstukken II 2023-2024, 28 165, nr. 417.  In de brief is opgenomen: Om toch een inschatting te geven van het verschil tussen verwacht en ontvangen dividend kan worden gekeken naar de begroting van 2020, waarin een raming van 191Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning€ 775 miljoen dividendontvangsten voor 2021 en € 800 miljoen voor 2022 is opgenomen. Deze raming is gemaakt vóór het uitbreken van de coronacrisis. Zoals uit het Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen 2021 en 2022 blijkt, bedragen de totale dividendinkomsten in 2021 € 694 miljoen en in 2022 € 752 miljoen. Dit is respectievelijk € 81 miljoen en € 48 miljoen lager dan eind 2019, voorafgaand aan de coronacrisis, was geraamd.2022/2023Dienst Toeslagen is momenteel de eerste pilot met de invoeringstoets aan het afronden op de maatregel die recht geeft op kinderopvangtoeslag aan gezinnen waarbij de ene partner werkt en de ander beschikt over een permanente Wlz-indicatie. Nadat de pilot is afgerond en de uitkomsten zijn geanalyseerd zullen deze met uw Kamer worden gedeeld.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000016De minister van SZW heeft conform toegezegd op 12 maart 2024 de invoeringstoets en beleidsreactie daarop via de brief Beleidsreactie invoeringstoets kinderopvangtoeslag bij permanente Wlz-indicatie aan de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II, 2023/24, 31322, nr. 523.)2020/2021Toezegging toetsingskader voor fiscale regelingen bij budgettaire besluitvormingVerantwoordingsdebat over het jaar 2020, 9 juni 2021, 2021A03669Deze toezegging is afgedaan in de brief "Kamerbrief over onderzoek en plan van aanpak fiscale regelingen" van 20 september 2022, Kamerstukken II 2022-2023, 32140, nr. 140.2023/2024Toezegging om een ambtelijk onderzoek uit te laten voeren naar de weerbaarheid van banken en beleidsopties om de weerbaarheid van banken te versterkenKamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001Deze toezegging is afgedaan met Kamerstuknummer II 2023/2024, 21501-07-20222023/2024De staatssecretaris zegt het lid Mulder toe om uiterlijk begin volgende week te bevestigen dat de achterstanden op het verstrekken van de ouderdossiers zijn ingelopen.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 064De toezegging is afgedaan met de brief Toezegging inzake ingelopen achterstanden ouderdossiers, Kamerstuknummer II 2023/2024, 31066-1350De achterstand is ingelopen. Dat betekent dat dossiers voor bezwaar en CWS tijdig worden geleverd voor de betreffende gesprekken en dat ouders bij de integrale beoordeling hun dossier kunnen opvragen.2023/2024De Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van een eerdere toezegging aan de leden Bakker-Klein (CDA) en Van der Goot (OPNL), toe de Kamer te informeren bij nieuwe ontwikkelingen in bilateraal en/of multilateraal verband over de fiscale ontwikkelingen rondom grenswerkers.Kamerstukken I 2023-2024, T03763De toezegging is afgedaan met de Kamerbrief Onderzoek thuiswerkregelingen voor grenswerkers van 28 maart 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 25 087, nr. 328.2023/2024De minister zegt toe om in de geannoteerde agenda voor de Ecofinraad van april nader in te gaan op de administratieve lasten van het HVF en het spanningsveld tussen verantwoording en uitvoerbaarheid.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 038De toezegging is afgedaan met de Kamerbrief over de geannoteerde agenda 11 en 12 april. Kamerstuknummer II 2023/2024, 21501-07-20252023/2024Toezegging Kabinetsreactie rapporten Global Tax Evasion en The State of Tax Justice 2023 (36.418)Kamerstukken I 2023-2024, T03816De toezegging is afgedaan in de Kamerbrief Kabinetsreactie op het Global Tax Evasion Report 2024 van 28 maart 2024.Kamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. AL.2023/2024Toezegging Monitoring wetsvoorstel en overleg met leasemaatschappijen en branchevereniging (36.418)Kamerstukken I 2023-2024, T03817Ministerie van JenV heeft deze toezegging overgenomen.2023/2024De staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Apeldoorn (SP), toe met een uitvoerige reactie op het rapport van de EU Tax Observatory, ook wel het rapport-Zucman te komen.Kamerstukken I 2023-2024, T03771De toezegging is afgedaan in de brief Kabinetsreactie op het Global Tax Evasion Report 2024 en The State Of Tax Justice 2023 van 28 maart 2024.Kamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. AL.2023/2024Uw Kamer wordt uiterlijk over 3 weken geïnformeerd over hoe andere onderdelen van de Belastingdienst gebruik hebben gemaakt van Heidi, voor welke doeleinde en welke gegevens hierbij verwerkt werden. Daarbij zal ook worden aangegeven of er redenen zijn om het beeld van het gebruik van Heidi binnen Toeslagen bij te stellenKamerstuk 31066-1355Deze toezegging is afgedaan met de Kamerbrief «Gebruik Heidi-systeem door Belastingdienst», Kamerstukken II 2023/2024, 31066, nr. 1355.De Kamerbrief geeft, zoals toegezegd, inzicht in het gebruik van Heidi binnen onderdelen van de Belastingdienst, voor welke doeleinden en welke gegevens hierbij verwerkt werden. Ook wordt aangegeven of er redenen zijn om het beeld van het gebruik van Heidi binnen de dienst Toeslagen bij te stellen. Uw Kamer is bij brief van 18 juni nader geïnformeerd over het gebruik van portaldata bij 192Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningde Belastingdienst. 2018/2019Toezegging De Kamer de evaluatie van de Wet herstel en afwikkeling van verzekeraars aanbieden (34-842)Handelingen I 2018-2019, nr. 9, item 8Afgedaan in de Kamerbrief Stand van zaken Solvency II en IRRD en nadere verkenning werkbare condities en wenselijkheid verzekeringsgarantiestelsel van 16-04-2024. Kamerstukken II 2023-2024, 29507-161. In deze brief geeft  de minister dat de implementatie van de IRRD naar verwachting dit najaar zal starten. Deze implementatie zal  leiden tot aanpassingen van de Whav. De IRRD bevat een evaluatieclausule op basis waarvan de Europese Commissie binnen vijf jaar na inwerkingtreding de IRRD moet evalueren en daarover moet rapporteren. De minister zal dit met DNB nauwgezet volgen en waar mogelijk input leveren. In dat licht vindt de minister het verstandiger om de eerder toegezegde evaluatie van de Whav op dit moment niet uit te voeren.2022/2023Toezegging de Kamer te informeren over de uitkomsten van de verkenning of en onder welke condities een verzekeringsgarantiestelsel wenselijk is.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000009In de Kamerbrief: Stand van zaken Solvency II en IRRD en nadere verkenning werkbare condities en wenselijkheid verzekeringsgarantiestelsel van 16-04-2024. Kamerstukken II 2023-2024, 29507-161 informeert de minister de Kamer over de uitkomsten van de consultatie en de rondetafelbijeenkomst, over de Europese ontwikkelingen ten aanzien van dit onderwerp.  Omdat uit de verkenning blijkt dat breed wordt gedeeld dat een eventuele invoering van een IGS in de context van Europese minimumharmonisatie dient te gebeuren en gezien het feit dat de Europese Commissie binnen twee jaar na inwerkingtreding van de IRRD met een rapport over de wenselijkheid van een IGS dient te komen, acht de minister het nationaal opzetten van een IGS nu niet zinvol. De uitkomsten van de consultatie en de rondetafelbijeenkomst zijn gebruikt om een aantal uitgangspunten te formuleren ten behoeve van het Europese traject.2022/2023Toezegging Scenario gevolgen rentelasten en inflatie voor fondsen (31.865)Kamerstukken I 2022-2023, T03691Deze toezegging is afgedaan in de Voorjaarsnota: Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 550, nr. 1, blz 58-59. Paragraaf 4.6 bevat een scenario analyse van het effect van rente en inflatie op fondsen.2023/2024De minister zegt toe om zo snel mogelijk (binnen enkele dagen) terug te komen op door wie de KLM-evaluatie uitgevoerd gaat worden.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 051Deze toezegging is afgedaan in de brief «Kamerbrief over invulling evaluatie KLM steunpakket» van 5 april 2024, Kamerstukken II 2023-2024, 29 232, nr. 67. De evaluatie naar het steunpakket aan KLM wordt uitgevoerd door externe adviseur EY. Daarnaast is er een evaluatiecommissie bestaande uit drie externe onafhankelijke deskundigen met elk een eigen expertise  relevant  voor deze evaluatie. Het gaat om expertise in de luchtvaart, bedrijfseconomische expertise en expertise in de publieke sector.2022/2023Toezegging om de marginale druk bij de volgende lastenbesluitvorming beter te bekijken en hoger op het lijstje zettenKamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000050Deze motie is meegenomen in de besluitvorming in augustus 2023, die is gepresenteerd met de Nota over de toestand van 's rijks financiën (Miljoennota 2024, kenmerk 36410).2023/2024Toezegging Inkoop eigen aandelenKamerstukken I 2023-2024, T03815Deze toezegging is afgedaan in de brief Alternatieve dekkingsopties n.a.v. Belastingplan 2024 op 5 april 2024.Kamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. AM.2023/2024de minister van Financiën zou een analyse uitvoeren om te bepalen aan de hand van welke criteria een persoon of organisatie een legitiem belang heeft om toegang te krijgen tot het UBO-register, hier een rol gaan spelen.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000111Deze toezegging is afgedaan in Kamerbrief: Stand van zaken UBO-registers 2024 van 17-04-2024. Kamerstuknr. 31477-99 2023/2024De minister zegt het lid Vermeer toe om een precies tijdspad te sturen met betrekking tot de aanstaande wet Chartaal Betalingsverkeer.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 054Deze toezegging is afgedaan in de brief «Tijdpad wetsvoorstel chartaal betalingsverkeer» van 15 april 2024, Kamerstukken II 2023-2024, 27 863, nr. 141193Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024De minister heeft de Kamer toegezegd om haar te informeren over het besluit over de inzet van de lidstaatoptie voor laagrisico hypotheken in het kader van het nieuwe toezichtraamwerk voor banken. Zie het verslag van de Eurogroep/Ecofinraad van 7 en 8 december 2023Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001De toezegging is afgedaan in de Kamerbrief: Voorgenomen uitoefening lidstaatopties verordening kapitaalvereisten (CRR3) van 19-04-2024.Kamerstukken II 2023-2024, 21501-07-2030.2022/2023Toezegging Brief met twee voorbeelden van controle en toetsing op doelmatigheid en doeltreffendheid fondsen (31.865)Kamerstukken I 2022-2023, T03685In het Ontwerp Meerjarenprogramma (MJP) Klimaatfonds 2025 is het resultaat opgenomen van de besluitvorming omtrent de jaarlijkse toekenningen uit het Klimaatfonds. Om tot het MJP te komen, wordt iedere maatregel getoetst op de doelen en criteria zoals opgenomen in de instellingswet van het Klimaatfonds (waaronder ook doelmatigheid en doeltreffendheid). Ook worden het PBL en TNO om onafhankelijk advies gevraagd, dat wordt verwerkt in de beoordeling van de maatregel. De beoordeling per maatregel worden gepubliceerd samen met het MJP.  Daar zijn dus voorbeelden van de toetsing te vinden. Deze toezegging is derhalve afgedaan met de brief «Klimaat- en energiemaatregelen Voorjaarsnota 2024» en de daarbij behorende bijlagen, van 15 april 2024, Kamerstukken II 2023-2024, 32 813, nr. 1374.2022/2023De minister van Financiën zal de kamer een schriftelijke appreciatie sturen over de leidraad voor de uitvoering van de wet Plan van Aanpak Witwassen.Kamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 088Afgedaan Kamerbrief: Stand van zaken toezeggingen aanpak witwassen van 23-04-2024. Kamerstukken II 2023-2024,31477-100. Hierbij is de algemene leidraad Wwft geüpdatet en meegestuurd bij deze kamerbrief waarin dit verduidelijkt is. 2023/2024De staatssecretaris zegt toe om de Kamer zo snel mogelijk, maar in elk geval voor het meireces te voorzien van de planning van het verstrekken van de ouderdossiers.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 063Deze toezegging is afgedaan in de Kamerbrief: Toezegging inzake het voorzien van een planning voor het verstrekken van de ouderdossiers van 23-04-2024. Kamerstuknr. 31066-1378De planning is om vanaf april 2024 gemiddeld 600 ouderdossiers per maand te verstrekken. Het streven is om tegen het einde van dit jaar minimaal 7.000 dossiers te verstrekken en zo mogelijk op te schalen naar 9.000 te verstrekken dossiers (inclusief de 2.201 dossiers uit het eerste kwartaal). Het uitgangspunt blijft daarbij om eerst de ouderdossiers te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de behandeling van bezwaar, een verzoek om aanvullende schade of (als nodig) in de urgente behandeling.De inzet is om het ouderdossier zo vroeg mogelijk in het proces aan de ouder te verstrekken, en in ieder geval voor de inhoudelijke behandeling in bezwaar of bij CWS. Het is helaas niet mogelijk om vooraf aan te geven op exact welk moment in het proces het dossier zal worden verstrekt. De vraag en volgorde van dossiers wordt namelijk bepaald door factoren die niet vooraf vast te leggen zijn. Zoals de versnelling van de afhandeling van bezwaar en CWS-verzoeken, de vraag naar ouderdossiers in de integrale beoordeling, de reeds verstrekte hersteldossiers, de implementatiesnelheid van de verbetermaatregelen bij dossiers, en de beroepen niet tijdig beslissen die met voorrang behandeld worden.2020/2021Toezegging voortgangsrapportages Kwartiermakers CtaKamerstukken II 2020-2021, 33 977, nr. 33Appreciatie van de minister is in een brief van 12 maart 2024 verstuurd aan de Kamer (Kamerstukken II 2023/24, 39 977, nr. 47).Evaluatie Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) | Tweede Kamer der Staten-Generaal2021/2022Voor- en nadelen partnermodel onderzoekenKamerstukken II 2021-2022, P, nr. T2000000005De minister is in zijn appreciatie van 12 maart 2024 hierop ingegaan. Kamerstukken II, 2023/24, 33 977, nr. 47.Evaluatie Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) | Tweede Kamer der Staten-Generaal194Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024De Tweede Kamer zal naar aanleiding van de bevindingen van het KPMG-rapport en op basis van de bestuurlijke reactie na het voorjaarsreces worden geïnformeerd over weerbaarheid tegen ondermijnende criminaliteit.Kamerstuk 31066-1338Deze toezegging is afgedaan middels de Kamerbrief «Voortgang aanpak weerbaarheid tegen ondermijning Belastingdienst» 25-04-2024. Kamerstukken II 2023-2024, 31066, nr. 1379.Middels deze Kamerbrief is uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van het KPMG-rapport «Een weerbare overheid». Ook wordt in deze brief ingegaan op de opvolging die de Belastingdienst gaat geven aan de aanbevelingen van KPMG, waarin de acties die zijn opgestart in het kader van het PWOB worden betrokken. In een verzamelbrief waarin ingegaan wordt op een aantal actuele moties en toezeggingen binnen de Belastingdienst wordt uw Kamer nader geïnformeerd over de voortgang van de aanpak weerbaarheid.2023/2024Toezegging Analyse globale evenwicht box 1, 2 en 3 (36.418)Kamerstukken I 2023-2024, T03807Deze toezegging is samen met de motie Heijnen c.s. over hetzelfde onderwerp afgedaan in de brief Alternatieve dekkingsopties n.a.v. Belastingplan 2024 van 5 april 2024 aan de Eerste Kamer.Kamerstukken I 2023-2024, 36 418, nr. AM. 2022/2023De minister van Financiën zegt de Kamer toe om de Kamer na het zomerreces schriftelijk te informeren over de relatie tussen de ADR en de Algemene Rekenkamer.Kamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 074Afgedaan in Kamerbrief: Opvolging conclusies peer review Algemene Rekenkamer van 26-04-2024. Kamerstukkrn II 2023-2024, 31865-249. 2023/2024Voor het zomerreces zullen de staatssecretarissen van Financiën de Tweede Kamer informeren over de verdere stappen die zijn gezet met de invorderingsstrategieën van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000007De verdere stappen in de invorderingsstrategieën zijn opgenomen in de brief van 26 april 2024 Kamerbrief inzake de versnelling van de invorderingsstrategieën van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen. (Kamerstukken II 2023-2024, 31066-1380). Hierin is beschreven welke maatregelen al in uitvoering zijn en voor welke de ambitie is om deze uiterlijk op 1 januari 2025 te implementeren.2023/2024Toezegging Bij brief motie-Grinwis ingaan op differentiatie voor suikerhoudende dranken (36.418)Kamerstukken I 2023-2024, T03808De toezegging is afgedaan in de contourenbrief van vrijdag 26 april 2024 van de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, waarin mogelijke scenario's voor een gedifferentieerde verbruiksbelasting op basis van suikergehalte zijn uitgewerkt.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 186.2023/2024Toezegging Brief verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken uiterlijk eind maart (36.418)Kamerstukken I 2023-2024, T03809De toezegging is afgedaan in de contourenbrief van vrijdag 26 april 2024 van de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, waarin mogelijke scenario's voor een gedifferentieerde verbruiksbelasting op basis van suikergehalte zijn uitgewerkt.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 186.2023/2024Toezegging uit de kamerbrief Kamerbrief overzicht fiscale wetten die in werking treden bij Koninklijk BesluitKamerstuk 36410-IX-41Deze toezegging is afgedaan in de bijlage «Aangenomen wetten en maatregelen die nog niet in werking zijn getreden bij Koninklijk Besluit (KB)» bij de Fiscale beleids- en uitvoeringsagenda Evaluatie heffingskortingen en tariefstructuur in de inkomstenbelasting van 16 april 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 184.2023/2024Toezegging Informeren uitvoerbaarheid en uitvoeringskosten aangenomen voorstellen (36.410)Kamerstukken I 2023-2024, P-T03766Deze toezegging kan worden afgedaan. De Kamer dient te besluiten hoe wel te dekken, aangezien eerder aangenomen moties nu niet meer gewenst zijn.195Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024De minister zegt toe dat hij de permanent vertegenwoordiger de doelmatigheid en doeltreffendheid laat inbrengen in de Ecofinraad als toevoeging op de evaluatie van het HVF.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 105Deze toezegging is afgedaan in het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 11 en 12 april 2024 van 2 mei 2024. Kamerstukken II 2023-2024, 21501-07 nr. 2031 2021/2022Ik zal uw Kamer voor het einde van het jaar informeren over de mogelijkheden die ik zie om verbeteringen aan te brengen in compensatietrajecten in de financiële sectorKamerstukken II 2021-2022, P, nr. T2000000017Deze toezegging is afgedaan middels de Kamerbrief «Opvolging evaluatierapport "Collectief schadeherstel: kan het sneller en slimmer"» die verzonden is aan de Kamer op 16 mei 2024. Kamerstukken II 2021-2022, 29507-1622023/2024Als de uitkomsten van alle drie de onderzoeken bekend zijn, zal mijn ministerie in gesprek gaan met de betrokken partijen over de conclusies die uit deze onderzoeken kunnen worden getrokken en over eventuele oplossingsrichtingen. Ik streef ernaar om uw Kamer voor 1 juni hierover te informeren.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000008Deze toezegging is afgedaan. In Kamerstukken II 2023-2024, 32013-289 wordt dit toegelicht.2023/2024De minister zal de Kamer te informeren over het onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Banken naar discriminatie en over het onderzoek het ministerie van Financiën over dit onderwerp.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 008Deze toezegging is afgedaan. In Kamerstukken II 2023-2024, 32013-289 wordt dit toegelicht. 2023/2024De minister gaat kijken hoe een ¨code of conduct¨ een rol in kan spelen bij discriminatie en de Kamer hierover nader informeren.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 007Deze toezegging is afgedaan. In Kamerstukken II 2023-2024, 32013-289 wordt dit toegelicht. 2023/2024In het verslag van de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zal de minister van Financiën een toelichting geven op de werking van de quota en de stemverhoudingen, gezien het technisch complexe karakter hiervan. Ook wordt de Nederlandse financiële positie daarin verduidelijkt, inclusief de rente-inkomsten. Als er een tijdpad over de Poverty Reduction and GrowthTrust (PRGT) komt, neemt de minister dat er ook in op.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 104Deze toezegging is afgedaan middels de Kamerbrief «verslag Voorjaarsvergadering IMF en Coalitie voor Ministers van Financiën voor Klimaatactie 2024» die verzonden is aan de Kamer op 29 mei 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 26234-2922023/2024Onderzoek RVO bij periodieke actualisatie MilieulijstKamerstuk 31305-461Ministerie van IenW heeft deze toezegging overgenomen.2023/2024De staatssecretaris zal bij de actuele informatie over de coronabelastingschulden, bij de Voorjaarsnota, ter verdieping ingaan op de achterliggende redenen van het niet-inbare bedrag, zoals de financiële positie van bedrijven en de personele bezetting bij de Belastingdienst.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 032Deze toezegging is afgedaan in Kamerbrief: Stand van zaken betalingsregeling coronabelastingschulden -mei 2024.Kamerstuknr. 31066-1388.De Kamerbrief bevat een toelichting bij de actuele raming van het oninbare deel van de coronabelastingschulden. Dit is echter van meerdere factoren afhankelijk, die niet individueel gekwantificeerd kunnen worden.2022/2023De staatssecretaris zegt toe in gesprek te gaan met de VNG over de zorgen van de BAK dat er niet als één overheid opgetreden wordt en in de volgende voortgangsrapportage terug te komen op welke stappen er nog meer genomen kunnen worden hierin.Kamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 010Het afgelopen kwartaal is samen met ouders, gemeenten, de VNG, stakeholders, het ministerie van SZW en het ministerie van Financiën onderzocht hoe de voornaamste knelpunten kunnen worden ondervangen en hoe de brede ondersteuning toekomstbestendig kan worden ingericht. Dit is verder toegelicht in de aanbiedingsbrief bij de voortgangsrapportage jan-apr 2024. (Kamerstukken II, 2023/24,31066, nr.1390)2022/2023De voorgestelde richtingen gaan gepaard met dilemma’s en risico’s. Zodra er een grotere mate van zekerheid is verkregen wordt een nieuwe planning met uw Kamer gedeeld.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000001Deze toezegging is afgedaan in Kamerbrief: update routes aanvullende schade.Kamerstuknr. 31066-1391.Gesprekken tussen het ministerie van Financiën en SGH over de evaluatie en eventuele opschaling lopen naar verwachting nog een aantal weken. Na afronding wordt een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) getekend met de SGH waarin de genoemde voorwaarden worden vastgesteld. In hoeverre de nieuwe DVO leidt tot de door beide partijen gewenste resultaten, zal doorlopend gemonitord worden en 196Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningop reguliere momenten besproken met elkaar en indien nodig worden aanvullende afspraken met elkaar gemaakt2023/2024De voorbereidende werkzaamheden voor de HZK-regeling worden de komende tijd voortgezet, en zodra de uitvoeringstoets over de gewijzigde nabestaandenregeling is afgerond, zal ook een geactualiseerde planning voor HZK-regeling met de Kamer worden gedeeld.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001Deze toezegging is afgedaan in H3.4 van de voortgangsrapportage jan-apr 2024. (Kamerstukken II, 2023/24,31066, nr.1390)De HZK-regeling gaat in het eerste kwartaal van 2025 van start.Op dit moment vinden de voorbereidingen voor de HZK-regeling plaats. Daarnaast worden in de loop van 2024 de benodigde processen, werkinstructies en IV-voorzieningen gerealiseerd en wordt invulling gegeven aan de inrichting van de uitvoeringsorganisatie en bemensing.2023/2024De alternatieve schaderoute start met een grootschalige pilot. Na het afronden van de eerste 300 VSO’s, of uiterlijk eind december starten we met de evaluatie van de pilot. De evaluatie wordt begin 2024 afgerond. Na de evaluatie komt er begin 2024 een beslismoment om de schaal van de regeling wel of niet te vergroten. Uw Kamer wordt vanzelfsprekend over de uitkomsten geïnformeerd.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000023Deze toezegging is afgedaan in Kamerbrief: update routes aanvullende schade.Kamerstuknr. 31066-1391.De evaluatie is uitgevoerd aan de hand van zeven onderzoeksvragen die zien op de oudertevredenheid, animo voor de route, snelheid, schaalbaarheid, capaciteitsbelasting voor ketenpartners, uitlegbaarheid en navolgbaarheid. De evaluatie concludeert positief ten aanzien van de oudertevredenheid en de capaciteitsbelasting voor ketenpartners. Bovendien wordt de mensgerichte, neutrale en collectieve aanpak van de SGH door ouders en het kabinet erg gewaardeerd. Het kabinet spreekt ook zijn waardering uit voor de waarden die SGH daarbij actief uitdraagt: eigen regie, vertrouwen, neutraliteit en collectiviteitTen aanzien van het animo wordt geconstateerd dat voldoende ouders geïnteresseerd zijn in de SGH-route om een wezenlijk onderdeel te kunnen zijn van het schadestelsel, maar met de kanttekening dat een risico ontstaat dat het aantal aanmeldingen te snel oploopt. Deze conclusiesluit aan bij die over de schaalbaarheid van de organisatie, waar het risico wordt geconstateerd op knelpunten in het proces. Tegelijkertijd worden in de evaluatie ook verschillende verbeterpunten genoemd voor deze route2023/2024De resultaten van het onderzoek van de ADR naar de CWS en UHT worden ongewijzigdnaar de Tweede Kamer doorgeleid.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001Deze toezegging is afgedaan via Kamerbrief d.d. 10 oktober 2023, Kamerstukken II, 31066, nr. 1295De conceptversie van het onderzoek is op 13-02-2024 gedeeld met de Kamer.https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/02/13/kamerbrief-onderzoek-adr-naar-de-behandeling-van-zwaar-getroffen-ouders-door-de-uht-en-de-cws2023/2024De staatssecretaris zegt toe aan het lid Van der Lee de Kamer op de hoogte te houden van de dialoog tussen de staatssecretaris en de inspectie over of maatwerk en urgentieroutes meer of beter geïntegreerd kunnen worden en in de volgende voortgangsrapportage terug te komen op hoe communicatie richting de gedupeerden over de verschillende perspectieven van verschillende routes is.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 123Deze toezegging is onderdeel van de separate brief over de aanvullende schaderoutes. Kamerstuknr. 31066-1391. Hierin wordt toegelicht hoe maatwerk en urgentie worde toegepast in de verschillende routes en tevens hoe ouders worden geïnformeerd over routes – zie ook motie Kamminga over dit onderwerp.2023/2024Evaluatie van de SGH-route (Stichting Gelijkwaardig Herstel) vindt plaats in het eerste kwartaal van 2024.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001Deze toezegging is afgedaan in Kamerbrief: update routes aanvullende schade.Kamerstuknr. 31066-1391.De evaluatie is uitgevoerd aan de hand van zeven onderzoeksvragen die zien op 197Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningde oudertevredenheid, animo voor de route, snelheid, schaalbaarheid, capaciteitsbelasting voor ketenpartners, uitlegbaarheid en navolgbaarheid. De evaluatie concludeert positief ten aanzien van de oudertevredenheid en de capaciteitsbelasting voor ketenpartners. Bovendien wordt de mensgerichte, neutrale en collectieve aanpak van de SGH door ouders en het kabinet erg gewaardeerd. Het kabinet spreekt ook zijn waardering uit voor de waarden die SGH daarbij actief uitdraagt: eigen regie, vertrouwen, neutraliteit en collectiviteitTen aanzien van het animo wordt geconstateerd dat voldoende ouders geïnteresseerd zijn in de SGH-route om een wezenlijk onderdeel te kunnen zijn van het schadestelsel, maar met de kanttekening dat een risico ontstaat dat het aantal aanmeldingen te snel oploopt. Deze conclusiesluit aan bij die over de schaalbaarheid van de organisatie, waar het risico wordt geconstateerd op knelpunten in het proces. Tegelijkertijd worden in de evaluatie ook verschillende verbeterpunten genoemd voor deze route.2023/2024De staatssecretaris zegt toe de Kamer op de hoogte te houden van de evaluatie van de methode Stichting Gelijkwaardig Herstel.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 066Deze toezegging is afgedaan in Kamerbrief: update routes aanvullende schade.Kamerstuknr. 31066-1391.Als bijlage bij deze Kamerbrief is de Evaluatie van de pilot (Gelijk)waardig Herstel bijgevoegd. Dit rapport gaat in op zeven onderzoeksvragen en geeft twintig aanbevelingen.2023/2024De staatssecretaris zegt het lid Synhaeve toe om in de brief in april of uiterlijk in de volgende voortgangsrapportage terug te komen over hoe grote gemeenten nu gebruik maken van de middelen die er zijn m.b.t. problematische schulden en hoe jongeren worden geholpen in navolging van de motie-Kat.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 065Deze toezegging wordt afgedaan in hoofdstuk 4.5 van de voortgangsrapportage jan-apr 2024. (Kamerstukken II, 2023/24,31066, nr.1390)In vier grote gemeenten is aan 301 jongeren het aanvullend schuldhulpverleningsaanbod gedaan. Daarnaast bevinden zich tientallen jongeren in een aanmeldingsfase waarbij nog moet worden vastgesteld of er sprake is van een problematische schuldsituatie.De vier grote gemeenten hebben op dit moment vier geslaagde regelingen met een gemiddeld saneringskrediet van €7.506 afgesloten.Er is een verkenning gestart om een beeld te geven van de ervaring met het schuldhulpverleningsaanbod vanuit het perspectief van getroffen jongeren en gemeenten. Er wordt gestreefd om de uitkomsten medio november 2024 gereed te hebben2023/2024De staatssecretaris zegt toe in de volgende voortgangsrapportage aan te geven wat mogelijke maatregelen ter versnelling van de afhandeling van bezwaren betekenen voor de planning.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 060Deze toezegging is afgedaan in par. 1.4 van de voortgangsrapportage jan-apr 2024. (Kamerstukken II, 2023/24,31066, nr.1390)Om de processen te versnellen bestaat het voornemen tot strikter hanteren en handhaven vantermijnen voor het indienen van bezwaarschriften, voor het completeren van onvolledigebezwaarschriften en voor het plannen van een hoorzitting2023/2024De staatssecretaris gaat in de volgende voortgangsrapportage dieper in op in welke situaties bezwaar wel of niet langs de BAC gaat en laat daar voorbeelden van zien.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 061Deze toezegging is afgedaan in par. 1.4 van de voortgangsrapportage jan-apr 2024. (Kamerstukken II, 2023/24,31066, nr.1390)Conform de per 26 oktober 2023 gewijzigde instellingsregeling vraagt UHT in situaties die dat198Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningtoelaten, geen advies aan de BAC. als voorbeeld worden genoemd situaties waarbij UHT volledig aan het bezwaar tegemoet komt, als een ouder zelf niet naar de BAC wil, als een bezwaar kennelijk niet ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, of wanneer de voorgenomen beslissing op bezwaar evident in lijn is met eerdere adviezen van de BAC.2023/2024De minister van Financiën zegt toe, n.a.v. de ECB-opinie inzake fiscale maatregelen en de financiële stabiliteit van banken (2023Z20475) vóór de Voorjaarsnota een schriftelijke reactie geven over andere aspecten van invoering van de bankenbelasting, alsmede alle andere motivaties bij de invoering van de bankenbelasting.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 029Deze toezegging is afgedaan in de brief «alternatieve dekkingsopties n.a.v. Belastingplan 2024» van 5 april 2024, Kamerstukken I, 2023-2024, 2024D136692023/2024Toezegging Afschrift brief minister OCW (36.418)Kamerstukken I 2023-2024, T03806De toezegging is verwerkt in de aanbiedingsbrief bij afschrift van Tweede Kamerbrief over overleg met rectoren universiteiten over wetenschappelijke integriteit en onafhankelijkheid van 29 mei 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 31 288, nr. 1101.2022/2023De staatssecretaris van Financiën zegt toe dat hij, gezamenlijk met de minister voor BuHa-OS, de Kamer voor het einde van dit jaar informeert over hoe exportkredietverzekeringen kunnen worden ingezet voor strategische grondstoffen.Kamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 052Kamer is op 22 december 2023  geïnformeerd via de Voortgangsrapportage Nationale Grondstoffenstrategie: Voortgangsrapportage Nationale Grondstoffenstrategie | Rapport | Rijksoverheid.nl Kamerstuknr. 32852-291.Inzet van de ekv op strategische grondstoffen komt aan bod in bijlage 1 van de Voortgangsrapportage. 2023/2024Toezegging REIT-regime plussen en minnen (36.418)Kamerstukken I 2023-2024, T03820Deze toezegging is afgedaan in Kamerbrief Onderzoek naar de voor- en nadelen van een eventueel REIT-regime van 7 juni 2024.Kamerstukken II 2023-2024, 32 140, nr. 196.2023/2024De inrichting (opzet) van de Hotspot wordt onderzocht door de ADR, dit onderzoek wordt in het eerste kwartaal van 2024 afgerond.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000024Deze toezegging is afgedaan in de Kamerbrief van 10 juni 2024: Onderzoeksrapport ADR naar de inrichting van de Hotspot Toeslagenaffaire. (Kamerstuknr. 31066-1393.) . Bij deze brief is het ADR rapport gestuurd en een bestuurlijke reactie hierop.2023/2024De staatssecretaris zegt toe om uit te zoeken of er een hoogleraar is die Toeslagen in diens portefeuille heeft, voert hierover een warm gesprek met de minister van OCW en komt er voor het zomerreces op terug in de stand-van-zakenbrief.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 124Toezegging is afgedaan in Kamerbrief: Actualiteitenbrief Dienst Toeslagen van 11 juni 2024.Kamerstuknr. II 2023/2024, 31066-1395.Hierbij is aangegeven dat het benoemen van hoogleraren een aangelegenheid is van universiteiten. Ministeries hebben geen inspraak op deze benoemingen. Tevens is aangeven dat er verschillende hoogleraren zijn die het onderwerp Toeslagen indirect in de portefeuille hebben. Deze werkwijze is logisch omdat het een multidisciplinaire aanpak vanuit verschillende specialismen betreft (onder andere bestuursrecht, privacy, psychologie, statistiek en algoritmen, fiscaliteit).2023/2024De staatssecretaris zegt toe om een overzicht te geven van waar ze staan met de invorderingsstrategie in de volgende stand-van-zakenbrief.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 126De verdere stappen in de invorderingsstrategieën zijn opgenomen in de brief van 26 april 2024 Kamerbrief inzake de versnelling van de invorderingsstrategieën van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen. (Kamerstukken II 2023-2024, 31066-1380). Hierin is beschreven welke maatregelen al in uitvoering zijn en voor welke de ambitie is om deze uiterlijk op 1 januari 2025 te implementeren.2023/2024De staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Strien (PVV), toe dat de toegezegde rapportage betreffende de grenseffecten van de brandstofaccijns naar verwachting uitkomt op Prinsjesdag 2024. Verder vindt er ten aanzien van de tabaksaccijns een volgende zogeheten Empty Pack Survey plaats. Kamerstukken I 2023-2024, T03780De toezegging is afgedaan met een Kamerbrief Tweede Kamer vervolgonderzoek monitoren grenseffecten verlaging brandstofaccijns en stand van zaken monitoren grenseffecten verhoging alcoholaccijns van 13 juni 2024. Daarnaast zijn het pakjesraaponderzoek en het onderzoek naar gedragseffecten van tabaksaccijns op 11 juni 2024 199Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningDie rapportage is voorzien voor de zomer van 2024. De grenseffecten van de verhoging van de alcoholaccijns zal conform de aangenomen motie-Erkens/Eppink worden onderzocht. Daarover wordt de Kamer geïnformeerd voor de zomer van 2024.met een Kamerbrief naar de Tweede Kamer gegaan. Met de rapporten bij deze Kamerbrieven wordt de Kamer geïnformeerd over de monitoring van de grenseffecten. Een verdere analyse op de  alcoholaccijns wordt voor Prinsjesdag met de Kamer gedeeld.Kamerstukken II 2023-2024, 36 418, nr. 143. en Kamerstukken II 2023-2024, 32 011, nr. 112 2022/2023De minister van Financiën zegt toe aan het lid Heinen schriftelijk te reageren op de CEPS-studie ‘The Real Fiscal Cost of Central Bank Bond Buying’Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. TZ202303031Deze toezegging is uitgevoerd. In Kamerstukken II, 2023/24, nr. 21501-07-2048 over de jaarlijkse informatiebrief risico's DNB en de Nederlandse staat als gevolg van de ECB beleid van 14 juni 2024. In deel 3 van de Kamerbrief wordt hier op ingegaan. 2023/2024De minister van Financiën zegt toe aan het lid Van der Lee (GroenLinks) om het nodige ambtelijk voorwerk te laten verrichten ten behoeve van een eventuele invulling door een nieuw kabinet van de aanbeveling van de Raad van State ten aanzien van een klimaatinclusief begrotingsraamwerk en hierover in februari 2024 aan de Kamer te rapporteren.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 048Het rapport van de 17e Studiegroep Begrotingsruimte dat op 11 december 2023 aan de Tweede Kamer is aangeboden (Kamerstukken II 2023-2024, 36410-86) heeft aandacht besteed aan klimaat en de wijze waarop klimaat geïntegreerd kan worden in de begroting (onder meer in 3.3.3 en 5.4.5).2023/2024De minister van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van het lid Aerdts (D66), toe dat beide Kamers op de hoogte worden gehouden van ontwikkelingen wat betreft de uitwerking van brede welvaart in de begrotingscyclus, ook via de budgettaire nota’s. De minister benadrukt dat gender hier ook onder valt. Het kabinet blijft zich inzetten voor brede welvaart en de uitwerking daarvan.Kamerstukken I 2023-2024, T03770Deze toezegging is afgedaan in het FJR 2023:  Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 560, nr. 12023/2024De minister van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Ballekom (VVD), toe schriftelijk in te gaan op de gestelde vragen met betrekking tot revolverende fondsen.Kamerstukken I 2023-2024, T03774In bijlage 26 van de Miljoenennota 2024 is deze toezegging afgedaan (Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 2).In deze bijlage wordt een uitgebreid overzicht van alle fondsen – inclusief revolverende fondsen – gegeven.2023/2024De minister van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Schalk (SGP), toe schriftelijk terug te komen op de scenario’s ten aanzien van de gevolgen van rentelasten en inflatie voor de fondsen.Kamerstukken I 2023-2024, T03775In sectie 4.6 van de Voorjaarsnota 2024 is deze toezegging afgedaan (Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 550, nr. 1).In deze sectie wordt beschreven (1) hoe de fondsensystematiek zich verhoudt tot de Rijksbegroting, (2) wat de impact van stijgende rentelasten zijn voor fondsen en (3) wat de gevolgen van inflatie zijn voor fondsen.2022/2023Toezegging Kabinetsreactie rapport Elke regio telt!Kamerstukken I 2022-2023, P-T006265In de Voorjaarsnota 2024 wordt hierop ingegaan in de regioparagraaf. Hierin wordt genoemd dat de Tweede Kamer rond de zomer van 2024 geïnformeerd over de bouwstenen die het kabinet voorziet voor de uitwerking van de adviezen van het rapport Elke Regio Telt (blz 63-64). Kamerstuk: Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 550, nr. 12016/2017Toezegging wijzigingen in bijlage bij Wet toezicht accountantsorganisatiesHandelingen II 2016-2017, nr. 99Doorlopend. Bij elke wijziging van de bijlage bij de Wet toezicht accountantsorganisaties, wordt de TK per brief geinformeerd.2019/2020Toezegging verlengen garanties inzake SUREKamerstukken II 2019-2020, 35 466, nr. 10Deze toezegging is niet meer relevant omdat de beschikbaarheid van de middelen op basis van de SURE-verordening ten einde is gekomen, waarmee verlenging van de garanties geen actueel vraagstuk meer is.2022/2023De minister van Financiën zegt toe aan het lid Heinen in het BNC-fiche schriftelijk terug te komen op zijn vraag naar de aard van een mogelijk nieuw eigen Kamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 030Op deze toezegging is schriftelijk teruggekomen in het BNC-fiche van 25 augustus 2023, Kamerstukken II 2022/23, 22112, nr. 3760.200Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningmiddel op basis van een bestaande statistiek uit de nationale rekeningen voor het bruto operationele resultaat van bedrijven.2023/2024De staatssecretaris zal de Kamer voor eind maart 2024 informeren over ICT-voorbeelden uit het buitenland, zoals Estland.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 2403, nr. 033Deze toezegging is afgedaan met de Kamerbrief «Voortgang ICT Belastingdienst» die verzonden is aan de Kamer op 18 juni 2024. Kamerstukken II 2023/2024, 31066, nr. 1412.De Kamerbrief geeft, zoals toegezegd, inzicht in ICT-voorbeelden uit het buitenland en het overnemen van moderne systemen uit landen die het belastingsysteem volledig opnieuw opgezet hebben, zoals Estland. De Belastingdienst heeft onder andere contact met Estland, Litouwen, Denemarken, België, Nieuw-Zeeland en Finland over ICT. De Belastingdienst oriënteert zich ook op moderne systemen uit andere landen. Zo is op basis van contact met de Finse belastingdienst de inkoop van een (commerciële ‘off the shelf’) applicatie voor de heffing van omzetbelasting onderzocht. Voor een verdere uitweiding verwijs ik u naar de brief.2023/2024Gebruik portaldata bij de BelastingdienstKamerstuk 31066-1355Deze toezegging is afgedaan met de Kamerbrief «Voortgang ICT Belastingdienst» die verzonden is aan de Kamer op 18 juni 2024. Kamerstukken II 2023/2024, 31066, nr. 1412.De Kamerbrief geeft, zoals toegezegd, inzicht in het gebruik van portaldata bij de Belastingdienst. Het gaat hier om gegevens die gelogd worden in de Mijn-portalen van Interactie Online (Mijn Belastingdienst/Mijn Belastingdienst Zakelijk). Er wordt gebruik gemaakt van zes soorten data: Logging gebruiksinteractie, Splunklogging, registratie contacthistorie, registratie van berichtenverkeer, registratie e-mailadressen ten behoeve van notificaties en registratie formulierinhoud. 2023/2024De staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst zegt toe aan het lid Grinwis (CU) om voorafgaand aan de behandeling van het Belastingplan een brief te sturen waarin wordt ingegaan op zijn vraag over het bruto kunnen uitkeren van Wuv-uitkeringen (Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers).Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 051De toezegging is afgedaan in Kamerbrief belastingheffing over uitkeringen op basis van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 van 17 juni 2024. In de brief wordt ingegaan op waarom het niet binnen de wetssystematiek past om een uitzondering te maken op de heffing van belastingen op draagkrachtverhogende WUV-uitkeringen, waarbij jaren geleden, bij vaststelling van de hoogte van de uitkering, al rekening werd gehouden met belastingheffing.Kamerstukken II 2023-2024, 20 454, nr. 205. 2023/2024De minister zegt toe voor de zomer, mogelijk bij een Ecofin-agenda, terug te komen op de verliezen van de andere centrale banken, zodat ook andere cijfers meegenomen kunnen worden.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 055Deze toezegging is uitgevoerd. In Kamerstukken II, 2023/24, nr. 21501-07-2048 over de jaarlijkse informatiebrief risico's DNB en de Nederlandse staat als gevolg van de ECB beleid van 14 juni 2024. In deel 3 van de Kamerbrief wordt hier op ingegaan. 2023/2024De staatssecretaris zegt het lid Van der Lee toe nog schriftelijk toe te lichten waarom een hoger afdrachtniveau voor de NLO geen optie is en het vakje rood is gekleurd en voegt daarbij de achterliggende analyse toe.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 058Deze toezegging is afgedaan in de brief "Toezegging commissiedebat Staatsdeelnemingen betreffende effecten toekomstvariant NLO" van 20 juni 2024, Kamerstukken II, 2023/24, 28 165, nr. 427.201Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningIn de brief wordt aangegeven dat een verhoging van het afdrachtspercentage zou betekenen dat de bestaande  propositie richting de consument moeilijk kan worden gehandhaafd, mogelijk tot een niveau waarin het onhoudbaar wordt om sommige producten in de huidige vorm aan te bieden. Dat zou vervolgens ook een negatief effect hebben op beneficianten.2023/2024De staatssecretaris Toeslagen en Douane zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Schalk (SGP), toe voor de bespreking van het Belastingplan iets te zeggen over het tijdpad met betrekking tot de uitkomsten van de motie over de bovengrens voor de marginale druk.Kamerstukken I 2023-2024, T03772Deze toezegging is afgedaan in de Kamerbrief van 21 juni 2024 over mogelijkheden om een zeer hoge marginale druk tegen te gaan en om het verschil in belastingdruk op huishoudensniveau tussen alleenverdieners (paar met een kostwinner) en tweeverdieners (paar met twee werkenden) te verkleinen. Bijlage bij deze brief is een brief aan de Tweede Kamer over de motie Grinwis/Omtzigt over het ontwikkelen van een bovennorm voor de marginale druk.Kamerstukken I 2023-2024, 36 418, AS. 2023/2024De staatssecretaris Toeslagen en Douane zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Schalk (SGP), toe dat het kabinet de Kamer in de eerste helft van dit jaar zal informeren over de mogelijkheden om een bovengrens voor de marginale druk vast te stellen.Kamerstukken I 2023-2024, T03781Deze toezegging is afgedaan in de Kamerbrief van 21 juni 2024 over mogelijkheden om een zeer hoge marginale druk tegen te gaan en om het verschil in belastingdruk op huishoudensniveau tussen alleenverdieners (paar met een kostwinner) en tweeverdieners (paar met twee werkenden) te verkleinen. Bijlage bij deze brief is een brief aan de Tweede Kamer over de motie Grinwis/Omtzigt over het ontwikkelen van een bovennorm voor de marginale druk. Kamerstukken I 2023-2024, 36 418, AS. 2023/2024tweede deel CAF onderzoekKamerstuk 31066-1338Deze toezegging is afgedaan met de Kamerbrief «Reactie onderzoek deel II naar de werkwijze van het voormalig Combiteam Aanpak Facilitators» Kamerstukken II 2023/2024, 31066, nr. 1414.De Kamerbrief geeft een reactie op het tweede deel van het onderzoek naar het Combiteam Aanpak Facilitators. Het gaat in op de resultaten van het onderzoek, en geeft een conclusie bij deze resultaten.2023/2024De minister zegt het lid Teunissen toe om in het jaarverslag terug te komen op hoe staatsdeelnemingen gaan voldoen aan de SBTI-normen.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 050Deze toezegging is afgedaan in het «Jaarverslag Staatsdeelnemingen» van 27 juni 2024, Kamerstukken II 2023-2024, 28 165, nr. 428. In het jaarverslag staat op pagina 21 dat de staat in gesprek blijft met de deelnemingen om hun klimaatplannen te laten valideren door het internationale Science-based target initiative (SBTi). Daarnaast wordt op pagina 22 o.a. een overzicht gegeven van welke deelnemingen zich wel en niet bij SBTi hebben aangemeld.2023/2024De minister zegt toe in elk geval vóór het zomerreces, maar niet binnen enkele weken, de Kamer te informeren over de voortgang van het proces rond de digitale euro. Daarbij wordt inzicht geboden in de ambtelijke onderhandelingen en hoe verschillende alternatieven en elementen die vanuit de Kamer zijn aangedragen al wel of niet tot hun recht zijn gekomen. Dit zal toegevoegd worden aan één van de verslagen of de geannoteerde agenda's.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 106De Kamer is geïnformeerd conform deze toezegging, middels Kamerbrief: Verslag Eurogroep en Ecofinraad 20 en 21 juni 2024. Kamerstukkren II 2023-2024, 21501-07-2053. 2023/2024In de laatste voortgangsbrief stond ook dat mogelijk niet alle groepen zijn geholpen met het voltooien van de acties uit het bijgevoegde overzicht. Voor deze groep is een vangnet wenselijk, bijvoorbeeld in de vorm van toegang tot een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten.14 Daarom heeft mijn voorganger aan de banken gevraagd hier een voorstel voor te doen. De NVB heeft afgelopen zomer een verkenning uitgevoerd naar een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten. Deze neemt het ministerie mee in de uitwerking van verschillende opties die Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001De minister heeft aan deze toezegging voldaan middels een Kamerbrief (Kamerstukken II, 2023-2024, 31477-102)202Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningmomenteel plaatsvindt. Ik wil de Tweede Kamer rond de zomer informeren over de verschillende opties die worden voorbereid, en de bijbehorende voor- en nadelen, ten behoeve van de politieke besluitvorming.2023/2024De minister zegt toe om met de toezichterhouder in gesprek te gaan over wie er nu eigenlijk toeziet op discriminatie in de bankensector en hierop vóór Prinsjesdag terug te komen in een brief aan de Kamer.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 003De minister heeft de toezegging afgedaan in de beantwoording van een schriftelijk overleg inzake de onderzoeken naar discriminatie ( Kamerstukken II, 2023-2024, 32013-292)2023/2024Toezegging Doorverwijzing minister LNV wet dieren in verhouding tot landelijke beëindigingsregelingen (36.418)Kamerstukken I 2023-2024, T03811Ministerie van LNV heeft deze toezegging overgenomen.2022/2023Het kabinet is voornemens de eventuele aanpassing inbeslistermijnen in een aanvullend wetsvoorstel aan uw Kamer te doen toekomen.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000009Deze toezegging is afgedaan in de brief Wet aanpassing termijnen en nabestaandenregeling hersteloperatie toeslagen (Kamerstukken II, 2023/24,36577, nr.5).2023/2024Voor het verruimen van de aanmeldtermijn voor aanvullende schade is een wetswijziging noodzakelijk. Deze wetswijziging zal in gang worden gezet en bij uw Kamer worden ingediendKamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001Deze toezegging is afgedaan in de brief Wet aanpassing termijnen en nabestaandenregeling hersteloperatie toeslagen (Kamerstukken II, 2023/24,36577, nr.5).2023/2024Het kabinet is voornemens om de peildatum die bepaalt of gedupeerde ouders in het buitenland (en ex-partners in het buitenland en nabestaanden in het buitenland) in aanmerking komen voor brede ondersteuning wettelijk aan te passen naar 31 december 2021. De wijziging zal terugwerkende kracht krijgen. Dit betekent dat ouders die nu hulp nodig hebben van het OTB dat ook kunnen krijgen. De wetswijziging zal meelopen in een verzamelwet met diverse andere aanpassingen, die voor behandeling naar uw Kamer gaatKamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000004Deze toezegging is afgedaan in de brief Wet aanpassing termijnen en nabestaandenregeling hersteloperatie toeslagen (Kamerstukken II, 2023/24,36577, nr.5).2023/2024Een wetsvoorstel met daarin een aangepaste nabestaandenregeling wordt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2024 aan uw Kamer voorgelegd. De uitvoering wordt parallel voorbereid en kan in de zomer van 2024 gereed zijn, zodat kan worden gestart met de uitvoering van de regeling zodra deze wet is aangenomen.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000007Deze toezegging is afgedaan in de brief Wet aanpassing termijnen en nabestaandenregeling hersteloperatie toeslagen (Kamerstukken II, 2023/24,36577, nr.5).2023/2024Het kabinet heeft een conceptwetsvoorstel in voorbereiding om naar een aantal beslistermijnen te kijken. Dit wetsvoorstel bevindt zich nu in de adviseringsfase. Het advies van de Raad van State is hierin voor het kabinet zwaarwegend. Mede afhankelijk daarvan hoopt het kabinet in het tweede kwartaal van 2024 een voorstel aan de Kamer te kunnen sturen.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000013Deze toezegging is afgedaan in de brief Wet aanpassing termijnen en nabestaandenregeling hersteloperatie toeslagen (Kamerstukken II, 2023/24,36577, nr.5).2022/2023De minister zal de handboeken voor richtlijnen voor staatsdeelnemingen naar de Kamer sturen.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000045Deze toezegging is afgedaan. De Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 in handboeken nader uitgewerkt per thema. Deze handboeken zijn digitaal beschikbaar op het Dashboard Staatsdeelnemingen. 2022/2023De minister zal de Kamer in het eerste kwartaal van 2023 informeren over het dashboard ten aanzien van staatsdeelnemingen naar aanleiding van de uitrol van de nota staatsdeelnemingenbeleidKamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000009Toezegging is opgevolgd. Het Dashboard Staatsdeelnemingen is digitaal beschikbaar.2022/2023De minister zal de Kamer de ervaringen met het nieuwe afwegingskader staatsdeelnemingen in de eerste helft van 2023 met de Kamer delen.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000013Toezegging is opgevolgd. Het besluit om een deelneming aan te gaan neemt het kabinet mede aan de hand van de vragen uit het «Afwegingskader aangaan en afstoten van een deelneming» uit de Nota Deelnemingenbeleid 2022. Daarnaast wordt het Afwegingskader bij de evaluaties van deelnemingen gebruikt om te bezien of een deelneming nog steeds het juiste instrument is om een bijdrage te leveren aan de borging van de betreffende publieke belangen. Sinds de Nota 2022 is er nog geen deelneming aangegaan. Twee deelnemingen zijn geëvalueerd. Uit de onafhankelijke toets op die evaluaties zijn geen aandachtspunten voor het Afwegingskader naar voren gekomen.203Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024Aanvullend voorstel over SGH naar de Kamer, mogelijk op dinsdag 2 juli voorzien. Niet wenselijk dat dit na reces wordt.Dit is gelijk motie 1405. (Toegezegd aan VVD)Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000089De Kamer is op 16 juli 2024 (Kamerstukken II, 2023-2024, 31066, nr. 1420.) geïnformeerd dat er een dienstverleningsovereenkomst is gesloten met SGH. Hierbij is ook ingegaan op de wijze waarop opvolging is gegeven aan de aanbevelingen uit de evaluatie.204Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Door de bewindslieden gedane toezeggingen die nog niet zijn afgerond (niet fiscaal)Tabel 99 Door de bewindslieden gedane toezeggingen die nog niet zijn afgerondVergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2021/2022Gevolgen audit quality indicators monitorenKamerstukken II 2021-2022, P, nr. T2000000017In een eerstvolgende brief aan de Kamer over de accountancysector lichten we toe dat wij dit hebben besproken met de NBA en dat we de Kamer t.z.t. hierover zullen informeren. Want de gevolgen bewaken van de invoering van de rapportageplicht m.b.t. kwaliteitsindicatoren kan pas nadat middelgrote en kleine accountantsorganisaties onder deze plicht zijn gaan vallen.2023/2024Toezegging uit de kamerbrief Onderzoek naar digitalisering van de aangifte voor de belasting op personenauto’s en motorrijwielenKamerstuk 32800-82De RDW en Belastingdienst doen onderzoek naar de mogelijkheden om gezamenlijk een digitaal portaal voor de BPM-aangifte te ontwikkelen. Het onderzoek wordt in de tweede helft van 2024 opgeleverd.2012/2013Toezegging ontwerp en invulling van borgingsinstrumentenKamerstukken II 2012-2013, 28 165, nr. 162in behandeling.. Het invoeren van een Britse wet voor borging publieke belangen heeft op dit moment geen prioriteit in het VK.2013/2014Toezegging financiële transactiebelastingKamerstukken II 2013-2014, 21 501-07, nr. 1115in behandeling.. Aangezien er nog geen concreet voorstel ligt is dit nog niet aan de orde2015/2016Toezegging gedupeerden misleidende reclame StaatsloterijKamerstukken II 2015-2016, 28 165, nr. 248in behandeling.. Nederlandse Loterij heeft afspraken gemaakt met Stichting Staatsloterijschadeclaim over een oplossing voor alle spelers uit de tijd van de misleidende reclame. Belangrijkste element was een eenmalige, bijzondere loterij in mei 2017. Veel oud-deelnemers hebben aan deze loterij deelgenomen, waardoor het risico op betaling van hoge schadebedragen substantieel is gedaald. Tegen Staatsloterij lopen nog enkele collectieve en individuele zaken.2015/2016Toezegging kapitaalstortingen TenneT Duitse investeringenKamerstukken II 2015-2016, 28 165, nr. 248in behandeling.. De gedane kapitaalstortingen voor TenneT zijn alleen voor TenneT Nederland. In de Kamerbrief van 23 februari 2023 (briefkenmerk 2023-0000037422) heeft de minister van Financiën en de minister voor Klimaat en Energie de Kamer geïnformeerd dat er een grote kapitaalbehoefte is voor TenneT Duitsland. In deze brief heeft de minister aangegeven dat het voorkeursscenario is voor het invullen van deze kapitaalbehoefte is om TenneT Duitsland te verkopen aan de Duitse staat. In de brief van 6 juni 2023 (briefkenmerk 2023-0000160338) is de Kamer geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen rondom de eventuele verkoop van TenneT Duitsland.2015/2016Toezegging voortgang VolksbankKamerstukken II 2015-2016, 33 532, nr. 61in behandeling.. De Kamer wordt jaarlijks geïnformeerd door voortgangsrapportages. De Kamer is op 6 juli 2023 geïnformeerd over de meest recente voortgangsrapportage van NLFI over de Volksbank.2016/2017Toezegging valuatie verkoopproces a.s.r.Kamerstukken II 2016-2017, 33 532, nr. 79in behandeling.. De Kamer wordt geïnformeerd over de uitkomsten van dit traject.2017/2018Toezegging evalueren wet transparant toezicht financiële markten twee of drie jaar na inwerkingtredingHandelingen II 2017-2018, nr. 46, item 4in behandeling.. Ten behoeve van de evaluatie is met DNB en AFM afgesproken dat zij de komende jaren bijhouden hoe zij de nieuwe publicatiebevoegdheden uit de Wet transparant toezicht financiële markten inzetten.2017/2018Toezegging blijvend monitoren lasten WwftHandelingen II 2017-2018, nr. 55, item 23Doorlopend.2017/2018Toezegging evaluatie Wet toezicht trustkantoren 2018Handelingen II 2017-2018, nr. 102, item 3 (herdruk)in behandeling.. Wordt meegenomen bij de evaluatie van de Wet toezicht trustkantoren die voorzien is vijf jaar na inwerkingtreding (2024)2017/2018Toezegging aandacht EC voor risico’s op terrein van privacyKamerstukken II 2017-2018, 34 813, nr. 22in behandeling.. De Tweede Kamer is hierover geinformeerd in brief moties en toezeggingen op het terrein van de financiële markten najaar 2019. Kamerstukken II 2019-2020, 32 545, nr. 111. Ook is in de reactie op de consultatie van de Europese Commissie ten behoeve van de te vormen strategie voor het retail betalingsverkeer aandacht gevraagd voor de privacy-risico's ten aanzien van PSD2.2017/2018Toezegging DNB jaarlijks om rapportage trustsector te vragenHandelingen II 2017-2018, nr. 105, item 8Doorlopend. DNB neemt de rapportage op in haar zbo-verantwoording205Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2018/2019Toezegging hoogte normrendement Invest-NLHandelingen II 2018-2019, nr. 82, item 16Toezegging is opgevolgd. De Tweede Kamer is op 24 mei 2023 geïnformeerd in de brief «Ontwikkelingen beheer staatsdeelnemingen 2023» (Briefkenmerk 2023-0000118171).2019/2020Toezegging 25%-grens evaluatie UBO-registerHandelingen II 2019-2020, nr. 31, item 58in behandeling.. op dit moment wordt de toegang tot het register herzien. Een evaluatie van het register zal daarna plaatsvinden. Daarbij moet ook rekening gehouen worden met de onderhandelingen over het Europese AML-pakket.2019/2020Toezegging dialoog UBO- en centraal aandeelhoudersregisterHandelingen II 2019-2020, nr. 31, item 58doorlopend. Kennis vanuit de ervaringen met het UBO-register worden betrokken bij de gesprekken over een centraal aandeelhoudersregister2019/2020Toezegging monitoren toename gebruik non-custodian walletsHandelingen II 2019-2020, nr. 31, item 58Vanwege het digitale en daarmee landsgrensoverschrijdende karakter van crypto’s is het gebruik van non-custodian wallets op nationaal niveau lastig te monitoren. Daarnaast speelt de vraag in hoeverre non-custodian wallets worden gebruikt ook in andere EU-lidstaten. Tijdens de Raadsonderhandelingen en de trilogen over de onlangs aangenomen verordening bij geldovermakingen toe te voegen informatie (TFR), waarin nieuwe anti-witwas- en terrorismefinancieringregels zijn opgenomen voor cryptoactiva, is er veel aandacht geweest voor het gebruik van non-custodian wallets door ingezeten van de EU. Dit heeft ertoe geleid dat er een bepaling in TFR is opgenomen dat de Europese Commissie uiterlijk in 2027 met een analyse komt van de het gebruik van non-custodian wallets in de EU. Door deze analyse op EU-niveau uit te voeren verwacht het kabinet meer inzicht te krijgen in het gebruik van non-custodial wallets dan als het onderzoek op nationaal niveau uitgevoerd zou worden. De Kamer zal geïnformeerd worden over de uitkomsten van deze analyse.2019/2020Toezegging bespreken integriteitsrisico’s geldautomaten met DNB en in MOBHandelingen II 2019-2020, nr. 31, item 58De minister van Financiën heeft aangekondigd een wetsvoorstel over de toegang tot contant geld op te gaan stellen. Hierbij zal, in overleg met DNB, bekeken worden of er eventuele integriteitsrisico’s bestaan bij geldautomaten die geadresseerd dienen te worden.2019/2020Toezegging evalueren financiële dienstverlening aan ambassades en internationale organisatiesHandelingen II 2019-2020, nr. 31, item 58in behandeling.. Dit wordt meegenomen in de opvolging van de Beleidsagenda aanpak witwassen.2019/2020Toezegging hefboomleningen in FSB en in kaart brengen risico'sKamerstukken II 2019-2020, 32 013, nr. 234.in behandeling.. In FSB-verband wordt hier aandacht voor gevraagd en staat het op de agenda. De FSB brengt momenteel risico's verder in kaart. Vervolgens wordt de Kamer hierover geinformeerd.2019/2020Toezegging eurobetaalrekening ingezetenen Caribisch NederlandAanhangsel van de Handelingen II 2018-2019, nr. 3773in behandeling.. wetgeving is in voorbereiding om belemmeringen voor het aanbieden van EURO-rekeningen in de BES weg te nemen.2019/2020Toezegging De Kamer te informeren over tussenstanden en voorlopige bevindingen onderzoek overlap geldstromen witwassen en belastingontwijking (35.245)Handelingen I 2019-2020, nr. 25, item 10Deze toezegging is gerelateerd aan de motie Snels/Groothuizen. Deze motie is meegenomen in het onderzoek van de commissie Doorstroomvennootschappen. Het rapport van deze commissie is op 22 november 2021 gepubliceerd, tezamen met de kabinetsreactie. Daarnaast is in bijlage II bij de fiscale beleids- en uitvoeringsagenda van 3 juni 2022 aangegeven dat momenteel door het Financieel Expertise Centrum (FEC) een verkenning wordt gedaan naar een mogelijk vervolgonderzoek naar witwassen en doorstroomactiviteiten, conform de aanbeveling daartoe van de commissie Doorstroomvennootschappen. De Kamer is op 8 februari 2023 met de Kamerbrief Reactie op de aanbevelingen van de Commissie doorstroomvennootschappen geinformeerd over de stand van zaken van de opvolging van de aanbevelingen van de comissie.2019/2020Toezegging Jaarlijks de wenselijkheid te inventariseren van aanvullende wetgeving teneinde FATF-standaarden te implementeren (35.245)Handelingen I 2019-2020, nr. 25, item 10Op 30 juni 2023 is de herziening van de Transfer of Funds-verordening in werking getreden. De regels worden van toepassing vanaf 30 december 2024. Met deze verordening zal de EU als geheel voldoen aan de FATF-aanbevelingen voor crypto-activa. Het kabinet is voornemens om later dit jaar de benodigde implementatiewetgeving bij de Tweede Kamer in te dienen.2019/2020Toezegging inzet op crypto's bij Financiën en DNBKamerstukken I 2019-2020, nr. 25, item 10Doorlopend206Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2019/2020Toezegging betrekken fintech en start-ups bij strijd tegen witwassen via cryptovalutaKamerstukken I 2019-2020, nr. 25, item 10in behandeling.. Crypotpartijen worden betrokken bij de uitvoering van de beleidsagenda aanpak witwassen.2019/2020Toezegging Faciliteren van gerechtvaardigde beroepen op afscherming van UBO's van kerkgenootschappen (35.179)Handelingen I 2019-2020, nr. 32, item 10, p. 17De minister van Justitie en Veiligheid onderhoudt primair contacten met kerkgenootschappen. In zijn algemeenheid zijn deze contacten goed. Onderwerp van gesprek is het UBO-register in brede zin, waaronder ook over de afscherming bij gerechtvaardigde verzoeken daartoe.2019/2020Toezegging gesprek met kerkgenootschappenHandelingen I 2019-2020, nr. 32, item 10, p. 14, 15 en 16in behandeling., JenV heeft hier het voortouw.2019/2020Toezegging Terugkoppeling gesprekken over het UBO-register met kerkgenootschappen (35.179)Handelingen I 2019-2020, nr. 32, item 10, p. 14, 15 en 16De minister van Justitie en Veiligheid heeft toegelicht wat het gevoerde beleid, zoals gecommuniceerd in de kamerbrief van 14 april jl., betekent voor leden van kerkgenootschappen. Dit tot wederzijdse tevredenheid. Ook in de toekomst zal het ministerie van Justitie en Veiligheid op regelmatige basis contact met kerkgenootschappen houden om met elkaar in verbinding te blijven en signalen tijdig op te vangen.2019/2020Toezegging verankeren rekeninghouders in gedragscode bankensectorKamerstukken II 2019-2020, 35 107, nr. 16in behandeling.. De bankensector heeft de Code Banken aangepast. De Tweede Kamer wordt hierover in het voorjaar van 2024 nader geïnformeerd.2019/2020Toezegging informeren Kamer EC-stukken SURE (rapportages/verantwoording)Kamerstukken II 2019-2020, 21 501-07, nr. 1713in behandeling.. Dit is een doorlopende toezegging.2015/2016Toezegging informeren Kamer rondom regelgeving op grond van artikel 1:3aKamerstukken II 2015-2016, 34 455, nr. 11in behandeling.. Eerste en enige melding bij brief van 9 februari 2017. Kamerstukken II 2016-2017, 32 545, nr. 60. Daarna is er geen regelgeving op grond van artikel 1:3a vastgesteld2014/2015Toezegging analyse Financial Transaction TaxKamerstukken II 2014-2015, 34 208, Kamerstukken II 2014-2015, 34 198 en Kamerstukken II 2014-2015 34 204, nr. 11in behandeling.. Het is tot op heden niet duidelijk hoe de Financial Transaction Tax er uit komt te zien.2020/2021Toezegging onderzoek omvang en risico's crypto'sKamerstukken II 2020-2021, 31 477, nr. 54in behandeling..2020/2021Toezegging informeren dossier consultantsKamerstukken II 2020-2021, 31 477, nr. 54Relevante nieuwe ontwikkelingen zullen gedeeld worden met de TK.2020/2021Toezegging proactief informeren Kamer voortgang FATCAKamerstukken II 2020-2021, 25 087, nr. 268.in behandeling.. De Kamer wordt proactief geïnformeerd over de voortgang op het FATCA dossier. De meest recente Kamerbrief is de vijfde voortgangsbrief FATCA van 20 maart 2023. Kamerstukken II 2022-2023, 25087, nr. 315.2020/2021Toezegging gevolgen aanpassing normen voor kredietverstrekkersKamerstukken II 2020-2021, 32 545, nr. 145.in behandeling.. Deze toezegging wordt meegenomen bij de implementatie van de CCD2 (herziene richtlijn consumentenkrediet). Het implementatiewetsvoorstel is in voorbereiding.2015/2016Toezegging SNSKamerstukken I 2015-2016, T02187in behandeling.. Doorlopend. Jaarlijks wordt er gerapporteerd over de voortgang van de bank voor een besluit over haar toekomst, door middel van een rapportage van NLFI. De meest recente rapportage is op 7 juli 2022 met de Tweede Kamer gedeeld (Kamerstukken II, 2021-2022, 33532-92). De Eerste Kamer heeft hiervan een afschrift ontvangen (Kamerstukken I, 2021–2022, 33 532, C). De minister van Financiën heeft  daarnaast op 22 februari 2023 de Tweede Kamer geïnformeerd over het proces om tot een richtinggevend besluit over de toekomst van de Volksbank te komen (Kamerstukken II, 2022–2023, 33 532, nr. 93).2021/2022De publiek toegankelijke onderzoeken van de ECB met de Kamer delen die inzicht geven in de vraag waar het geld van de monetaire verruiming precies naar toe is gegaan en in hoeverre dit geld effect heeft gehad op de huizenmarktAlgemene Financiële beschouwingen'in behandeling., er zijn geen recente ontwikkelingen. Zodra dit het geval is, wordt de Kamer geïnformeerd.2020/2021Toezegging Notitie over de uitvoeringsproblematiek bij Ministerie van FinanciënKamerstukken I 2020-2021, T03230in behandeling..2021/2022Toegezegd is dat de stas F&B en de stas SZW een brief sturen over de samenwerking tussen Belastingdienst en Inspectie SZW.Tweeminutendebat Rechterlijke uitspraak DeliverooDe Tweede Kamer wordt naar verwachting verder geïnformeerd over deze toezegging in de volgende gezamenlijk met SZW geschreven brief  "Werken met en als zelfstandige(n)" .207Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2021/2022Minister stuurt in januari resultaten onderzoek DNB en MOB naar Kamer en zijn reflectie daarop;Commissiedebat Digitale euroin behandeling.2021/2022Op basis van de gesprekken en vervolggesprekken met de initiatiefnemers, te kijken welke elementen van artikel 73 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen aangepast moet worden om optimaal recht te doen aan de transparantieplicht richting de consument.Plenair debat burgerinitiatief Tijd voor transparantiein behandeling.. Onderdeel van Kamerbrief over kapitaalverzekeringen en afhandeling burgerinitiatief ‘Tijd voor Transparantie’. Deze toezegging zal gezamenlijk met motie Heinen c.s. over met de toezichthouder voorstellen doen om de transparantie van financiële producten te verbeteren (35862, nr. 2) worden afgedaan.2021/2022Een vervolggesprek aan te gaan met de aanbieders van al deze producten om te kijken hoe zij deze verantwoordelijkheid zelf al op een snelle manier kunnen nemen.Plenair debat burgerinitiatief Tijd voor transparantiein behandeling.. Onderdeel van Kamerbrief over kapitaalverzekeringen en afhandeling burgerinitiatief ‘Tijd voor Transparantie’. Deze toezegging zal gezamenlijk met motie Heinen c.s. over met de toezichthouder voorstellen doen om de transparantie van financiële producten te verbeteren (35862, nr. 2) worden afgedaan.2021/2022In gesprek te gaan met aanbieders om te kijken naar het begrijpelijk maken van polissen.Plenair debat burgerinitiatief Tijd voor transparantiein behandeling.. Onderdeel van Kamerbrief over kapitaalverzekeringen en afhandeling burgerinitiatief ‘Tijd voor Transparantie’. Deze toezegging zal gezamenlijk met motie Heinen c.s. over met de toezichthouder voorstellen doen om de transparantie van financiële producten te verbeteren (35862, nr. 2) worden afgedaan.2021/2022In de gesprekken met de verzekeraars te kijken wat ze vrijwillig nog verder kunnen doen om meer klanten te bereiken in het kader van de wettelijke verplichte activeringPlenair debat burgerinitiatief Tijd voor transparantiein behandeling.. Onderdeel van Kamerbrief over kapitaalverzekeringen en afhandeling burgerinitiatief ‘Tijd voor Transparantie’. Deze toezegging zal gezamenlijk met motie Heinen c.s. over met de toezichthouder voorstellen doen om de transparantie van financiële producten te verbeteren (35862, nr. 2) worden afgedaan.2021/2022Om uit te zoeken wat er in andere landen, zoals Scandinavië gedaan is aan het transparant maken van kosten.Plenair debat burgerinitiatief Tijd voor transparantiein behandeling.. Onderdeel van Kamerbrief over kapitaalverzekeringen en afhandeling burgerinitiatief ‘Tijd voor Transparantie’. Deze toezegging zal gezamenlijk met motie Heinen c.s. over met de toezichthouder voorstellen doen om de transparantie van financiële producten te verbeteren (35862, nr. 2) worden afgedaan.2021/2022Bij de toegezegde brief in te gaan op de naleving van art73 BGfo en het toezicht.Plenair debat burgerinitiatief Tijd voor transparantiein behandeling.. Onderdeel van Kamerbrief over kapitaalverzekeringen en afhandeling burgerinitiatief ‘Tijd voor Transparantie’. Deze toezegging zal gezamenlijk met motie Heinen c.s. over met de toezichthouder voorstellen doen om de transparantie van financiële producten te verbeteren (35862, nr. 2) worden afgedaan.2021/2022De Kamer wordt geïnformeerd voordat het behandelkeuzemodel definitief in gebruik genomen wordt en welke afwegingen hieraan ten grondslag liggen.Kamerstukken II 2021-2022, P, nr. T2000000011Het model is nog niet in gebruik genomen, zodra dit wel gebeurt wordt u zoals toegezegd hierover geïnformeerd.De Kamer is wel geïnformeerd over de tweede pilot in de laatste stand van zakenbrief, in de volgende stand van zakenbrief zal wederom een update worden gegeven.2016/2017Toezegging Evaluatie algemene zorgplicht Wet op het financieel toezichtKamerstukken I 2021-2022, P-T003834Aangehouden. De oorspronkelijke toezegging luidt: uiterlijk 1 januari 2022 zal de Staten-Generaal een verslag met de bevindingen van de evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de algemene zorgplicht in artikel 4:24a Wft in de praktijk ontvangen. De minister van Financiën heeft de Staten-Generaal op 12 december 2021 geïnformeerd over het aanhouden van de evaluatie tot er meer zicht is op de formele handhavingspraktijk en ontwikkeling in de bestuursrechtelijke rechtspraak.2017/2018Toezegging De Kamer nader informeren over de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn in andere EU-lidstatenKamerstukken I 2017-2018, (34 808) (T02630)in behandeling.. De Europese Commissie heeft een opdracht uit laten voeren naar de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn in alle lidstaten. Zij zal hierover een trendrapport publiceren dat met de Kamers gedeeld zal worden.2021/2022De Minister zegt toe aan het lid Van Weyenberg het gesprek met de sector aan te gaan over de voortgang inzake bredere dan alleen financiële verslaglegging en koppelt hier voor de zomer over terug naar de KamerKamerstukken II 2021-2022, P, nr. T2000000021Eind 2022 is de Europese richtlijn duurzaamheidsrapportering 2022/2464 (Corporate Sustainability Reporting Directive, CSRD) vastgesteld. De CSRD verplicht bepaalde ondernemingen om in hun bestuursverslag ook te rapporteren over duurzaamheidskwesties. Hiermee komt de status van duurzaamheidsinformatie meer op één lijn te staan met de financiële informatie in de jaarrekening. De richtlijn geeft een kader voor de informatie die in de duurzaamheidsrapportering 208Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningmoet worden opgenomen, welke door de Europese Commissie in duurzaamheidsrapporteringsstandaarden wordt uitgewerkt. Overigens kunnen ook ondernemingen die niet onder de rapportageverplichting vallen op vrijwillige basis gebruik maken van deze standaarden. De wetgeving ter implementatie van de CSRD is door de ministeries van Financiën en van Justitie en Veiligheid publiek geconsulteerd. Via de consultatie is input opgehaald van stakeholders. De CSRD treedt gefaseerd in werking waarbij de eerste groep grote ondernemingen moet rapporteren over boekjaar 2024.Er zijn verschillende initiatieven ontplooid om het bedrijfsleven te ondersteunen bij het uitvoeren van deze nieuwe rapporteringsverplichting, waaronder een QenA-platform van de SER, webinars van de SER en de Raad voor de jaarverslaggeving en een communicatiepakket van VNO-NCW en MKB-Nederland. Ook verkent het kabinet aanvullende ondersteunende maatregelen, zoals het stimuleren van sectorale samenwerking.2021/2022In wetsvoorstel stil staan bij reputatierisico’s aanwijzingsbevoegdheidKamerstukken II 2021-2022, P, nr. T2000000025Aan de toezegging wordt voldaan met een Kamerbrief in 2024.2021/2022Toezegging evaluatie kosten-baten HuLK (Herverzekering Leverancierskredieten)Kamerstukken II 2021-2022, P, nr. T2000000161in behandeling.. Deze toezegging ziet toe op een evaluatie van deze crisismaatregel nadat de eindafrekeningen met alle betrokken verzekeraars heeft plaatsgevonden. Dit is naar verwachting in 2024.2021/2022De minister zegt SGP-kamerlid Stoffer toe om te onderzoeken of er een koppeling gemaakt kan worden met het toezeggingen register van uw kamer en de informatiesystemen van de departementen zodat er geen verschil van inzicht kan ontstaan en, sterker nog, dat u werk bespaard wordtKamerstukken II 2021-2022, P, nr. T2000000040Na het aantreden van het nieuwe kabinet wordt bezien hoe deze toezegging verder (technisch) uit te voeren.2021/2022De minister van Justitie en Veiligheid zal de Kamer nader informeren over mogelijke aanpassing van de notariële geheimhoudingsplichtKamerstukken II 2021-2022, P, nr. T2000000037in behandeling.. Overgedragen aan de minister van Justitie en Veiligheid.2021/2022De minister voor Volkshuisvesting en Ruimte Ordening zal de evaluatie van taxaties naar de Kamer sturen.Kamerstukken II 2021-2022, P, nr. T2000000061in behandeling.. Het ministerie van BZK is in samenwerking met het Ministerie van Financien gestart met de opzet van deze evaluatie. De verwachting is dat deze evaluatie begin 2024 is afgerond.2022/2023De heer Backer vroeg mij naar een studie die was verricht op verzoek van de Kamer naar de baten van Europa voor Nederland. Die was vooral geconcentreerd op handel.Kamerstukken I 2022-2023, P-T2000000012Deze toezegging staat ook op naam van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft over deze toezegging een brief gestuurd naar de Eerste Kamer, waarin dit verzoek wordt geadresseerd.[1] In deze brief heeft het kabinet herhaald dat de huidige onderzoeksmethoden naar het effect van beleid op het brede welvaartsbegrip nog niet toegerust zijn om de maatschappelijke kosten en baten van het EU-lidmaatschap voor Nederland te analyseren, maar dat het Centraal Planbureau (CPB) op verzoek van het kabinet wel het onderzoek naar de economische effecten van de Europese interne markt voor Nederland heeft geactualiseerd (gepubliceerd op 26 januari 2022). Tot slot stelt het kabinet in de brief voor om, voor zover uw Kamer daartoe nog aanleiding mocht zien, de vraag op welke wijze verder gevolg kan worden gegeven aan het in de motie verzochte onderzoek over te dragen aan het volgende kabinet. In de procedurevergadering van de commissie Europese Zaken (EUZA) van 5 december 2023 heeft de Eerste Kamer besloten om de status van de toezegging ongewijzigd te laten en in te stemmen met het kabinetsvoorstel om de uitvoering over te laten aan het volgende kabinet.[2][1] https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20231128/verslag_van_een_schriftelijk/f=y.pdf[2] https://www.eerstekamer.nl/korteaantekening/20231205_euza?dossier=vm3pf3i0utir 209Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2022/2023De minister van Financiën zal een terugkoppeling geven aan de kamer over de dialoog waarvoor het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer is uitgenodigd door Betaalvereniging Nederland over de duurzame bekostiging van het betalingsverkeer en de uitgedragen kernverwachtingen.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000013in behandeling.. Zie ook Kamerstukken II 2022-2023, 27 863, nr. 140.2022/2023Het kabinet onderzoekt integraal en in samenhang – ter opvolging van de hiervoor genoemde moties – de mogelijke beleidsopties waarmee een financiële bijdrage van banken aan de landbouwtransitie en de stikstofopgave kan worden geborgd. Hierbij wordt zowel gekeken naar boeren die stoppen, als boeren die willen omschakelen naar duurzame landbouw (en een schuldenlast hebben). Er wordt in dit kader een breed scala aan opties onderzocht, inclusief de voor- en nadelen, juridische en praktische haalbaarheid en economische doeltreffendheid en doelmatigheid, alsmede de samenhang met de bijdrage die van de overige ketenpartijen wordt verwacht. Na het afronden van dit onderzoek – naar verwachting voor de zomer - zal ik uw Kamer informeren over de uitkomsten.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000003De beantwoording van de Kamervragen van het lid Maatoug (GroenLinks) van 24 april jl. aan de minister van Financiën over een bailout voor banken in de stikstofaanpak, is op 6 juli 2023 aan de Kamer aangeboden. In deze beantwoording is aangegeven dat het kabinet, nu er geen Landbouwakkoord is gesloten, zal nu toewerken naar een kabinetsplan om invulling te geven aan het proces van de benodigde transitie. Het kabinet wil die vormgeving zorgvuldig doen en zal in september komen met een aanpak in een Landbouwbrief. De opties die integraal worden onderzocht in het kader van de moties van Thijssen c.s., Maatoug en Van der Plas en Beckerman zullen in dit proces worden meegenomen.2022/2023Staatssecretaris Van Rij zegt toe aan het lid Omtzigt schriftelijk terug te komen op vragen over Uber en een terugkoppeling te geven na het spreken van de betrokken ambtenaren.TZ202304-012De vaste Kamercommissie Financiën heeft tijdens een (besloten) strategische procedurevergadering in maart 2024 besloten geen vervolgacties te ontplooien in 2024 voor de voorbereidingsgroep die werkte aan een juridisch advies inzake inwinning van informatie over de fiscale behandeling van Uber in Nederland. Deze commissie zou ook de vragen genoemd in deze toezegging opstellen richting het ministerie. Omdat deze vragen niet zijn ontvangen, is deze toezegging niet langer actueel. 2022/2023De minister zal bij de indiening van het wetsvoorstel de Kamer ook informeren over op welke wijze de verscheidenheid en de diversiteit in de sector kan worden vergroot en wat de mogelijkheden hiervoor zijn.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000007Aan deze toezegging zal worden voldaan door middel van een Kamerbrief in 2024. 2022/2023De minister zal de Kamer informeren over haar bevindingen over de brief van de RMA, rekenkamer den Haag en de NVRR over het toezicht op de gemeentelijke accountantsdienst en de nog te houden gesprekken met de betrokkenen over deze brief.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000015Er zijn twee reacties geschreven voor zowel de lokale rekenkamerbrief als de Gemeentelijke Accountantsdienstenbrief. Conform de toezegging wordt een afschrift gegeven van deze reacties aan de Kamer. Naar verwachting zal deze reactie voor de zomer worden gegeven.2022/2023De Kamer zal worden geïnformeerd nadat de evaluatie heeft plaatsgevonden door Stichting MKB Financiering, twee jaar na inwerkingtreding van de Gedragscode Kort Zakelijk Krediet. In brief: «SMF zal de code na twee jaar evalueren, waarover de Minister van Financiën uw Kamer zal informeren"Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000001De gedragscode is op 1 juli 2023 in werking getreden. Evaluatie vindt door Stichting MKB Financiering plaats na twee jaar. De eerste partijen zijn een jaar na inwerkingtreding (mei 2024) toegetreden. Daarmee ligt het voor de hand dat de evaluatie door Stichting MKB Financiering ook een jaar later zal worden uitgevoerd, namelijk medio 2026. Naar aanleiding daarvan zal de minister van Financien de Kamer nader informeren.2022/2023De minister zal na de zomer de Kamer nader informeren over mogelijke extra regels voor reclame en daarbij tevens de door de leden Van Weyenberg en Slootweg gestelde vragen in de tweede termijn van het debat beantwoorden.Kamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 015De brief zal, cf. de toezegging, na de zomer van 2023 naar de Kamer verstuurd worden.2022/2023De minister zal proberen inzicht te krijgen in welke types crypto's Nederlanders hebben en de Kamer nader informeren hieroverKamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 014Het kabinet is voornemens om de Kamer hierover later dit jaar te informeren.210Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2022/2023De minister zal na consultatie met de sector verkennen of en hoe nationale wetgeving behulpzaam en effectief kan zijn voor groter klimaatcommitment en de aanbevelingen van het rapport van de Eerlijke Geldwijzer daarin meenemen.Kamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 053De toezegging is in behandeling.. De verkenning naar mogelijke wettelijke of alternatieve maatregelen om de bijdrage van financiële ondernemingen aan de klimaattransitie te versterken is gaande. Van 21 december 2023 tot en met 15 februari 2024 vond er een openbare internetconsultatie plaats. Op 23 en 30 april 2024 vonden er ook twee verdiepende ronde tafels plaats met belanghebbenden. Het is aan een missionair kabinet om de Kamer nader te informeren over de uitkomsten van de verkenning. Hierin worden ook de aanbevelingen van het rapport van de Eerlijke Geldwijzer meegenomen. 2022/2023Toeslagen heeft inmiddels stappen gezet naar een solide borging van gegevensverwerking middels een DPIA voor het interne LSI-proces en zal daarom op termijn gaan heroverwegen om weer deel te nemen aan (nieuwe) LSI-projecten. U wordt hierover geïnformeerd zodra dit proces is afgerond.Kamerstukken II 2022-2023, P, nr. T2000000007Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende stand van zakenbrief Dienst Toeslagen die augustus/september wordt verzonden.2022/2023De minister van Financiën zegt aan het lid Slootweg toe om terug te komen in een brief over het aantal aanvragen van subsidies en fondsen per provincie en hoeveel daarvan zijn gehonoreerd.Kamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 073in behandeling.De Kamer wordt in een brief na het zomerreces geinformeerd. 2022/2023De minister zal de Kamer medio 2023 een hoofdlijnennotitie met voorstellen tot aanpassingen van de Comptabiliteitswet sturen.Kamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 268in behandeling.De hoofdlijnenbrief heeft vertraging opgelopen, en de eventuele aankondiging van wijziging van de Comptabiliteitswet dus eveneens.De brief staat gepland om in september te worden verstuurd.2022/2023De minister van Financiën zegt toe in het verslag van de Eurogroep/Ecofinraad terug te komen op de vraag van het lid Gündoğan inzake de mondiale schuldenlast.Kamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 031We controleren bij de griffie of deze toezegging standhoudt, aangezien minister dit tijdens het debat niet expliciet heeft gezegd.2022/2023Toezegging Brief najaar vervroegen sturen begrotingsstukken (36.350 IX / 36.350 XV)Kamerstukken I 2022-2023, P-T2000000001in behandeling..De verzending van de hoofdlijnenbrief is vertraagd. De brief staat gepland om in september te worden verstuurd.2022/2023Toezegging In hoofdlijnenbrief wordt teruggekomen op vraag over vervroegen Verantwoordingsdebat (36.350 IX / 36.350 XV)Kamerstukken I 2022-2023, P-T2000000009in behandeling..Verzending hoofdlijnenbrief is vertraagd. De brief staat gepland om in september te worden verstuurd.2023/2024Toezegging om binnen het BNC fiche aandacht te besteden aan de proportionaliteit van de acceptatieplicht, met name ten aanzien van de kosten en lasten van toonbankinstellingen.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001De toezegging is meegenomen in het BNC-fiche «Verordening contant geld als wettig betaalmiddel» (Kamerstuk 22 112, nr. 3765). Momenteel zijn de onderhandelingen in de Raad over dit voorstel van de Europese Commissie gaande.2023/2024Het kabinet streeft ernaar uiterlijk eind december 2023 een integraal wetsvoorstel bij uw Kamer te kunnen indienen over de invoering van de nabestaandenregeling. Hierbij zal tevens rekening worden gehouden met de aan UHT gevraagd aanvullende uitvoeringstoets waarin wordt gekeken op welke wijze en onder welke voorwaarden het gewijzigde voorstel uitvoerbaar kan zijn.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001Dit is een lopende toezegging.2022/2023Toezegging Informeren besluit over inzet externe partijen bij de uitvoering van de wet (36.352)Kamerstukken I 2022-2023, T03683Dit is opgenomen in de Voortgangsrapportage hersteloperatie toeslagen over de maanden jan. - april 2024.2022/2023Toezegging Overleg met vakministers over hoe verdeling financiële risico's overheid en private partijen beter zichtbaar te maken in evaluaties (31.865)Kamerstukken I 2022-2023, T03687in behandeling..De Kamer wordt in 2024 in een brief geïnformeerd.2023/2024De staatssecretaris zegt toe in de volgende voortgangsrapportage op te nemen welke problematiek gemeenten tegen komen en Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 231, nr. 125In par. 4.5 van de VGR is toegelicht dat een inventarisatie van de eerste ervaringen bij de grote gemeenten is uitgevoerd. Daarnaast is een verkenning uitgezet. Zodra de uitkomsten hiervan bekend zijn, worden deze gedeeld via de VGR.211Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningof ze uit de voeten komen met wat er nu ligt. Hoe loopt de schuldenregeling voor jongeren, waar lopen ze tegen aan?2023/2024Toezegging uit de kamerbrief Parlementair behandelvoorbehoud EU-voorstel Richtlijn BEFITKamerstuk 36439-2Informatieafspraken met de Kamer over de onderhandelingen over het BEFIT-voorstel. De onderhandelingen zijn nog niet opgestart. De Kamer wordt geïnformeerd conform de afspraken zodra ontwikkelingen daartoe aanleiding geven.2023/2024Toezegging uit de kamerbrief Aanvullende vragen fiscale klimaatmaatregelen WGO II Belastingplan 2024Kamerstuk 36418-121In 2027 zal de eerste evaluatie van de fiscale klimaatmaatregelen gericht op de glastuinbouw plaatsvinden. Daarnaast vindt er regulier overleg met de glastuinbouwsector en LVVN plaats, zodat eventuele knelpunten snel kunnen worden geadresseerd.De voorgenomen evaluatie van het afschaffen van de vrijstelling voor metallurgische en mineralogische procedés vervalt, omdat dit wetsvoorstel niet is aangenomen in de Eerste Kamer.2023/2024Toezegging uit de kamerbrief Kamerbrief inzake informatievoorziening voorstellen economische governanceKamerstuk 36,290 HOp 10 februari 2024 is er een triloogakkoord bereikt over de herziening van het Europees begrotingsraamwerk.In lijn met de informatieafspraken met de Kamer zijn de uitgebreide geannoteerde agenda’s, beantwoording van een schriftelijk overleg en verslagen van de Eurogroep/Ecofinraden afgelopen half jaar met de Eerste Kamer gedeeld.Eind februari wordt de Kamer nader geinformeerd over de inhoud van het akkoord. Deze brief kan gezien worden als een aanvulling op de overzichtsbrief over de werking van het nieuwe raamwerk die op 7 februari jl. naar beide Kamers is verstuurd. Het uiteindelijke triloogakkoord is dichtbij het Raadsakkoord gebleven, dus de brief van 7 februari jl. is nog steeds actueel.2023/2024Toesturen van het onderzoek naar digitalisering van de aangifte voor de belasting op personenauto’sKamerstuk 32800-82De RDW en Belastingdienst doen onderzoek naar de mogelijkheden om gezamenlijk een digitaal portaal voor de BPM-aangifte te ontwikkelen. Het onderzoek wordt in de tweede helft van 2024 opgeleverd.2023/2024Informeren Kamer scope en aanpak AP-onderzoek RAMKamerstuk 31066-1326De Tweede Kamer wordt naar verwachting geïnformeerd in een stand-van-zakenbrief Belastingdienst, zodra de scope en aanpak door de Autoriteit Persoonsgegevens vastgesteld zijn.2023/2024Vervolgonderzoek verzuimboetesKamerstuk 31066-1327De Tweede Kamer wordt naar verwachting geïnformeerd over het proces en de voortgang van het vervolgonderzoek verzuimboetes in de eerstvolgende stand-van-zakenbrief Belastingdienst.2023/2024Het streven is om de resultaten van de steekproef van de handmatige RCM dossiers in het tweede kwartaal 2024 op te leveren.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000006Het is niet gelukt om de resultaten van de steekproef in het tweede kwartaal op te leveren. De steekproef is inmiddels wel gestart en de verwachting is dat dit voor het einde van het jaar kan worden afgerond.2023/2024Het vooronderzoek van KPMG naar een klacht van de heer Niessen wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2024 afgerond.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000018Er lopen 3 sporen in het onderzoek. 2 zijn afgerond en voor 1 spoor wordt nog een laatste paar handelingen verricht, daarna wordt tot rapportage over gegaan.2023/2024Tot slot zal in 2024 ook in kaart gebracht worden wat nodig is om de behandeling van meervoudige signalen (ofwel signalen in samenhang) op te starten.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000030Dit is een lopende toezegging.2023/2024Het verbeteren van de dienstverlening van Dienst Toeslagen hangt echter sterk samen met het analyseren van portaldata. Ten behoeve hiervan wordt onder andere gewerkt aan een DPIA. Uw Kamer wordt te zijner tijd geïnformeerd over het proces van hoe het gebruik van de portaldata weer kan worden hervat.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000042Momenteel wordt er gewerkt aan de DPIA effectmetingen, en wordt in samenspraak met de FG een tijdsplanning vormgegeven.212Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024Brief over stappenplan inzichtelijk maken informatie uit fiscaal dossierKamerstuk 36418-131Zoals toegezegd in de Kamerbrief van 28 juni jl. wordt de Kamer na het zomerreces middels een separate Kamerbrief geïnformeerd over het stappenplan en een uitvoeringsanalyse met de noodzakelijke acties om te komen tot een inzageproces voor het eigen fiscale dossier. 2023/2024Toezegging uit de kamerbrief Kamerbrief over planning en voortgang algoritmeregister FinanciënKamerstuk 26643-1127De toezegging om de Tweede Kamer eind 2024 opnieuw te informeren over de voortgang van het algoritmeregister staat op de voorraad agenda van het CIO-Overleg van Financiën (behandeling in november).2023/2024In de brief van 13 september 2023 is ook aangegeven dat nader onderzoek zal worden gedaan naar het openbaar bekendmaken van belastingaanslagen. Met name of deze wijze van bekendmaken voldoende waarborgen biedt en of dit ook door burgers wordt beschouwd als een passend alternatief. Dit nader onderzoek wordt in samenwerking met een externe partij opgepakt en betreft een participatief burgeronderzoek. De uitkomsten zullen worden uitgewerkt in een rapport dat een basis kan zijn voor het vervolg. Uw Kamer zal voor het zomerreces hier nader over worden geïnformeerd.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001Het onderzoek is in de afrondende fase. Oplossingsrichtingen worden in overleg met uitvoeringsorganisatie en andere departementen bezien. De toezegging wordt afgedaan in een Kamerbrief over de voortgang bij de herijking van de invorderingsstrategie in het derde kwartaal van 2024.2023/2024Er wordt gewerkt aan een onafhankelijke en representatieve uitvraag bij gemeenten en jongeren of en hoe het aanvullende aanbod wordt ontvangen. De uitkomsten van deze uitvraag worden zodra ze beschikbaar zijn, opgenomen in de Voortgangsrapportage.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000019Op dit moment wordt gewerkt aan een laagdrempelige systematische uitvraag bij gemeenten en jongeren of en hoe het aanvullende aanbod werkt. Zodra de uitkomsten van deze uitvraag bekend zijn worden deze gedeeld via de VGR.2023/2024Toezegging uit de Kamerbrief uitstel evaluatie Wet toezicht trustkantoren 2018Kamerstuk 32545-201in behandeling.2022/2023De minister van Financiën zal de Kamer informeren over de acties (die nog komen) en uitkomsten met betrekking tot risicogericht werken die parallel worden gehouden aan het wetsvoorstel Plan van Aanpak Witwassen vóór de formele behandeling van het wetsvoorstel.Kamerstukken II 2022-2023, TZ20 230, nr. 087in behandeling., zal vóór het WGO van 9 september aan worden voldaan.2023/2024De minister geleidt de vraag over hoe andere landen de aanpak van onderzoek naar criminele geldstromen regelen door naar de minister van Financiën.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 056in behandeling., wordt meegenomen in de beleidsreactie op het IBO.2023/2024Na beide adviestrajecten over de geautomatiseerde selectietechnieken zullen de staatssecretarissen van Financiën uw Kamer informeren met een nadere duiding van het advies van de landsadvocaat en een voorstel voor logische vervolgstappen. Dit in nauw overleg met andere departementenKamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000013De Kamer zal na het zomerreces worden geïnformeerd met nadere duiding mede aan de hand van het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens over dit onderwerp.2023/2024Toezegging uit de kamerbrief Kamerbrief over onderhandeling belastingverdragenKamerstuk 25087-326Met het oog op het veranderende multilaterale landschap en in afwachting van de ontwikkelingen binnen VN-verband zal de visie op het verdragsbeleid voor ontwikkelingslanden verder worden uitgewerkt waarbij oog is voor de belangen van ontwikkelingslanden. Dit zal in samenspraak met BHOS worden gedaan.2020/2021Toezegging uit de kamerbrief Beantwoording Kamervragen Beleidsdoorlichting artikel 5 begroting IX: Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringenKamerstuk 31935-86Aan deze toezeggingen wordt gedurende 2024 opvolging gegeven. Een deel van de toezeggingen zal worden afgedaan via de ekv-monitor over 2023, welke op korte termijn met de Kamer gedeeld zal worden.2023/2024De staatssecretaris heeft ook toegezegd dat, zodra de uitvoeringstoets van het wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3 klaar is, hij de Kamer zal informeren over de uitkomst.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 2403, nr. 034De toezegging wordt afgedaan in de Kamerbrief bij het voorleggen van het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 aan de Tweede Kamer.213Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024De staatssecretaris zal in de nadere informatie over de uitwerking van het recht op inzage van het eigen fiscale dossier onder andere ingaan op de definitie van het begrip «eigen dossier» in relatie tot de artikelen 8.42 en 8.29 van de Algemene wet bestuursrecht en de toepassingsreikwijdte van artikel 8.42.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 2403, nr. 035In een Kamerbrief die verzonden wordt na het zomerreces wordt ingegaan op de defintie van het begrip «eigen dossier» in relatie tot art. 8:42 en 8:29 AWB.2023/2024De minister zegt toe de Kamer te informeren over uitkomsten van onderzoek door de ACM naar concurrentie in de Nederlandse bancaire sector, verwacht voor de zomer. Dit is uiteraard afhankelijk van wanneer de ACM het onderzoek afrondt.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 036Het definitieve ACM rapport is op dinsdag 16 juli gepubliceerd en publiek beschikbaar op Rapport Concurrentie op de Nederlandse Spaarmarkt (acm.nl). Er wordt op dit moment gewerkt aan de kabinetsreactie op dit rapport. Deze zal naar verwachting na het zomerreces worden gedeeld met de Kamer.2023/2024De minister zegt toe om de Kamer te informeren over de uitkomsten van de rondetafel over defensie-investeringen.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 037in behandeling..2023/2024Toezegging Gevolgen bepaalde belastingfaciliteiten meenemen in bouwstenennotitie (36.418)Kamerstukken I 2023-2024, T03812De toezegging wordt afgedaan door middel van een Kamerbrief in de loop van zomer 2024.2023/2024Toezegging Rapport motie-Erkens in Q2 ook naar Eerste Kamer (36.418)Kamerstukken I 2023-2024, T03818, nr.Deze toezegging wordt afgedaan in een Kamerbrief met een Onderzoeksrapport impactanalyse naar de effecten van het afschaffen van de vrijstelling in de energiebelasting voor metallurgische en mineralogische procedés in het derde kwartaal van 2024. 2023/2024Toezegging uit de kamerbrief Kamerbrief inzake verzoek tot informatie afspraken over de BEFIT en de Verrekenprijs richtlijnvoorstellenKamerstuk 36439, AInformatieafspraken met de Kamer over de onderhandelingen over het BEFIT-voorstel. De onderhandelingen zijn nog niet opgestart. De Kamer wordt geïnformeerd conform de afspraken zodra ontwikkelingen daartoe aanleiding geven.2023/2024De staatssecretaris zegt het lid Synhaeve toe in gesprek te gaan met gemeenten en jongeren om in het kader van de brede ondersteuning 1) jongeren beter direct te kunnen doorverwijzen naar de betreffende afdeling van de gemeenten en 2) gemeenten beter te informeren. De staatssecretaris komt er in de volgende voortgangsrapportage op terug hoe dit beter gewaarborgd kan worden en hoe dat gebeurt en op welke termijn.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 062Over deze toezegging is in hoofdstuk 2.2 van de voortgangsrapportage jan-apr 2024 een update opgenomen.2023/2024Beleidscyclus vitaal voor de financiële sectorKamerstuk 30821-207Het onderzoek loopt en ligt op schema. De Kamer wordt voor het einde van het jaar over de uitkomsten geïnformeerd.2023/2024de TK informeren over het aantal privaatrechtelijke organisaties die vanuit het Rijk zijn opgerichtKamerstuk 33670-17in behandeling.. Het concept van het nieuwe Stichtingenkader is interdepartementaal afgestemd en wordt in juni 2024 voorgelegd aan de Algemene Rekenkamer ter formeel advies. Na rekenschap te geven van dit advies, zal het de minister van Financiën het Stichtingenkader aanbieden aan de Ministerraad en na overeenstemming zal het worden verzonden aan het parlement. Dit nieuwe Stichtingenkader geeft een basis voor het opzetten van een openbaar toegankelijk overzicht van overheidsstichtingen. Hiervoor wordt al technisch overleg gevoerd met het Register van Overheidsorganisaties.2023/2024Terugkomen op feitelijke vragen evaluatie CWKamerstuk 33670-17in behandeling..Verzending hoofdlijnenbrief is vertraagd. De brief staat gepland om in september te worden verstuurd.2023/2024Toezegging uit de kamerbrief Kamerbrief inzake de lobby van grote familiebedrijven om de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) te verruimenKamerstuk 2024D14319De toezegging wordt afgedaan in de bijlage van Wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025, in het derde kwartaal van 2024. 214Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024De minister zegt toe dat in de KLM-evaluatie alles terugkomt waar de leden tijdens dit commissiedebat wat betreft dit onderwerp specifiek om gevraagd hebben (waaronder of de gestelde voorwaarden überhaupt nagekomen konden worden).Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000009in behandeling..2023/2024De minister zegt toe om de Kamer te informeren over het beroep van de Europese Commissie tegen de uitspraak van het EU-gerecht over de staatssteun aan KLM en wat dat voor Nederland betekent.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 053in behandeling..2023/2024De minister zegt toe de Kamer zodra dat kan te informeren over het proces met betrekking tot het proces van de benoeming van de nieuwe president van DNB.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 056Er vindt afstemming plaats met DNB over hoe de RvC het proces en de planning wil oppakken en verwachten de brief in september te versturen2023/2024De staatssecretaris zegt het lid Van der Lee toe nog schriftelijk toe te lichten waarom een hoger afdrachtniveau voor de NLO geen optie is en het vakje rood is gekleurd en voegt daarbij de achterliggende analyse toe.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 057in behandeling..2023/2024Over de resultaten van de pilots en de evaluatie van muteren op inkomens- en opvanggegevens wordt uw Kamer geïnformeerd in een volgende Stand van zakenbrief Dienst Toeslagen.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in een volgende stand van zakenbrief Dienst Toeslagen.2023/2024In juni 2024 zal uw Kamer een nieuwe Stand van zakenbrief Dienst Toeslagen ontvangen.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000007De volgende stand van zakenbrief Dienst Toeslagen wordt in augustus/september aan de kamer verzonden.2023/2024Informeren Eerste Kamer en Tweede Kamer over het evaluatietraject van de IRRD in verband met IGSKamerstukken II, 2023/24, 29 507, nr. 161De EC wordt in de IRRD gevraagd om uiterlijk 24 maanden na inwerkingtreding van de richtlijn over de evaluatie te rapporteren en eventuele wetgevingsvoorstellen te presenteren. De richtlijn zal  naar verwachting eind 2024 in werking treden. Momenteel is nog niets bekend over de planning van de EC voor de evaluatie.2023/2024De staatssecretaris zegt het lid Grinwis toe om in de volgende stand-van-zakenbrief te rapporteren over de actualiteit van (de grootte van) het niet-gebruik en op de vraag hoe en hoe vaak gecommuniceerd kan worden richting de Kamer over de cijfers m.b.t. het niet-gebruik van toeslagen.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 125Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende stand van zakenbrief Dienst Toeslagen die augustus/september wordt verzonden.2023/2024De staatssecretaris zegt toe om terug te komen op de vraag van het lid Idsinga over de vooringevulde formulieren.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 127Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende stand van zakenbrief Dienst Toeslagen die augustus/september wordt verzonden.2023/2024Stand-van-zaken weerbaarheidKamerstuk 31066-1379De Tweede Kamer wordt verder geïnformeerd over de voortgang van de aanpak weerbaarheid in een verzamelbrief waarin ingegaan wordt op een aantal actuele moties en toezeggingen eind Q3/begin Q4 2024.2023/2024Informeren TK over de ontwikkelingen met betrekking tot de invoering van de DAC7-richtlijn via stavaKamerstuk 31066-1377De Tweede Kamer wordt verder geïnformeerd over de ontwikkelingen met betrekking tot de invoering van de DAC7-richtlijn in een verzamelbrief waarin ingegaan wordt op een aantal actuele moties en toezeggingen eind Q3/begin Q4 2024.2020/2021Toezegging uit de kamerbrief Opvolging conclusies peer review Algemene RekenkamerKamerstuk 31865-249in behandeling.Er is een stuurgroep ingesteld met vertegenwoordigers van alle stakeholders binnen het controlebestel. De heer Slootweg zit de stuurgroep voor. De stuurgroep zal de samenvoegingsvariant uitwerken in de brede context van het controlebestel. De minister van Financiën zal voor het einde van het jaar 2024 berichten over de uitkomsten, zodat bezien vanuit het controlebestel ook een besluit genomen kan worden over welke variant geïmplementeerd wordt.2023/2024Toezegging uit de kamerbrief Kamerbrief inzake de versnelling van de invorderingsstrategieën van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen.Kamerstuk 31066-1380In de Kamerbrief staat de toezegging dat de Tweede Kamer in oktober weer over de stand van zaken van de invorderingsstrategieën van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen wordt geïnformeerd. Er wordt momenteel gewerkt aan de invorderingsstrategie en in oktober zal er een stand van zaken gegeven worden.215Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024De minister zal de ontwerpbesluiten over de toegang van journalisten en anderen tot het UBO naar de Kamer sturen en de procesplanning voor de wijzigingswet na de zomer aan de Kamer toezenden.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 009in behandeling..2023/2024De minister zal in samenspraak met de minister van JenV voor het volgende commissiedebat over dit onderwerp een nadere analyse sturen van de aanbevelingen van de bankensector, onder andere over het KPMG-rapport en het NextGen-rapport.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 006in behandeling..2023/2024Toezegging uit de kamerbrief Kamerbrief inzake opvolging evaluatierapport «Collectief schadeherstel: kan het sneller en slimmer»Kamerstuk 29507-162De Kamer wordt uiterlijk eind 2024 geinformeerd.2023/2024Delen voortgang in eind 2024 van ontwikkelingen inzake structurele coördinator financiële sector ofKamerstuk 29507-162De Kamer wordt uiterlijk eind 2024 geinformeerd.2023/2024Publiceren voorbeeldscenario'sKamerstuk 31305-461De Belastingdienst publiceert in de zomer enkele voorbeeldscenario’s op de website van de Belastingdienst over hoe de verschillende vormen van deelautogebruik fiscaal uitwerken.2023/2024Opvolging evaluatierapport CDFDKamerstuk 29507-163De uitvoering van deze toezegging loopt.2023/2024Update voortgang toezichtarrangement APKamerstuk 32761-300De Tweede Kamer wordt in de volgende stand-van-zakenbrief Belastingdienst verder geïnformeerd over de voortgang van het toezichtarrangement Autoriteit Persoonsgegevens.2023/2024De minister zegt toe na de verschijning van het definitieve ACM-rapport over de spaarmarkt hierover een reactie naar de Kamer te sturen.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 001Het definitieve ACM rapport is op dinsdag 16 juli gepubliceerd. Er wordt op dit moment gewerkt aan de kabinetsreactie op dit rapport. Deze zal naar verwachting na het zomerreces worden gedeeld met de Kamer.2023/2024De minister zegt toe voor zomerreces een brief te sturen naar de Kamer over de motie van Inge van Dijk met betrekking tot de financiële weerbaarheid van jongeren als het om spaarproducten gaat.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 002Deze toezegging bevestigt dat de minister werkt aan de uitvoering van moties Kamerstukken II, 2022-2023, 36 200, nr. 25 en Kamerstukken II, 2022-2023, 36 200, nr. 942023/2024Toezegging om over de wijze waarop de arbeidseis gehandhaafd wordt 1 keer per jaar in de stand van zaken brief Toeslagen te rapporteren.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in een volgende stand van zakenbrief Dienst Toeslagen.2023/2024De minister zegt toe dat de vraag naar de reikwijdte van de trustregulering en de vrijstellingsregeling worden meegenomen in de evaluatie.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 015in behandeling..2023/2024De minister zegt toe een brief te sturen naar de Eurocommissaris over de stand van dit dossier (over de ingewikkelde spagaat dat de toezichthouder geen praktische mogelijkheid heeft om testaankopen te doen) en stuurt een afschrift van deze brief en van de reactie van de Eurocommissaris naar de Kamer. Hij doet dat vóór 1 januari 2025. ook zal de Kamer worden geïnformeerd of er uit de gesprekken met toezichthouders nog meer oplossingen zijn aangedragen.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 006De brief aan commissaris McGuinness is op 10 juni 2024 verstuurd, zie afschrift in Kamerstukken II 2023/24, 32545, nr. 207. Voor het einde van het jaar volgt een Kamerbrief met de stand van zaken.2023/2024Verkennen Tabel berekening heffingskortingen op website van BDKamerstuk 36128-14De optie tot het plaatsen van een tabel of eenvoudige rekentool voor het berekenen van de hoogte van de heffingskortingen op de website van de Belastingdienst wordt momenteel verkend. Uw Kamer wordt in een volgende stand-van-zakenbrief Belastingdienst hierover geïnformeerd.2023/2024Reeds bij het starten van deze route in juni 2023 is geconstateerd dat de SGH-route in potentie onrechtmatig is. Dat komt door de scope van de Wht die in beginsel alleen een schaderoute via de CWS voorziet. Op dit moment worden de Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000001Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende voortgangsrapportage Herstel Kinderopvangtoeslag die eind september wordt verzonden.216Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planningjuridische consequenties hiervan verder onderzocht. Indien sprake blijkt van (mogelijke) onrechtmatigheid kan één van de juridische oplossingen een wetswijziging zijn. Mocht dat het geval blijken, zal de Kamer worden geïnformeerd2023/2024Het kabinet zal nadat de afspraken met SGH gemaakt zijn maar alvorens de DVO definitief wordt getekend, nog in de Ministerraad een besluit nemen over de SGHroute. Na het definitief tekenen van deze DVO wordt de route een structureel onderdeel van het schadestelsel. Over de uitkomst van deze overeenkomst en de bijgestelde budgettaire verwachtingen zal uw Kamer te zijner tijd nader worden geïnformeerd.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000006Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende voortgangsrapportage Herstel Kinderopvangtoeslag die eind september wordt verzonden.2023/2024Het kabinet kan op dit moment niet inschatten hoeveel ouders deze route (digitale) zullen willen doorlopen. Wanneer de besluitvorming over deze mogelijkheid verder gevorderd is, wordt de Kamer nader geïnformeerd.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000011Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende voortgangsrapportage Herstel Kinderopvangtoeslag die eind september wordt verzonden.2023/2024Voor het vaststellen van de schade wordt momenteel het schadekader van CWS gebruikt. Indien de ervaringen met het betrekken van schade bij mediation positief blijken, kan deze werkwijze worden uitgebreid. Daarvoor wordt het traject op dit moment geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar de mate waarin mediationtrajecten voorzien in een unieke vraag die niet wordt voorzien door andere schaderoutes, de oudertevredenheid, de wijze waarop het kadertoegepast wordt en de schaalbaarheid. Uw Kamer wordt geïnformeerd wanneer deze evaluatie rond is. Naar verwachting is dit uiterlijk in augustus dit jaar.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000016Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende voortgangsrapportage Herstel Kinderopvangtoeslag die eind september wordt verzonden.2023/2024De gesprekken die gevoerd worden met de SGH leiden op zo kort mogelijke termijn tot een nieuwe DVO, zodat de tijd tussen het einde van de pilot en de start van de definitieve SGH-route zo kort mogelijk blijft. Het kabinet streeft er daarom naar de tijd tussen de afronding van de pilot en een nieuwe DVO zo kort mogelijk te houden. Indien de Ministerraad het opschalingsbesluit accordeert, wordt vervolgens het budget ter goedkeuring aan uw Kamer voorgelegd. Wanneer deze afspraken gemaakt zijn, wordt uw Kamer daarover geïnformeerd.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000021Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende voortgangsrapportage Herstel Kinderopvangtoeslag die eind september wordt verzonden.2023/2024Om de capaciteit verder te vergroten wordt gewerkt aan het inhuren van complete bezwarenteams (hybride insourcing). Over de uitwerking en invoering van deze maatregelen zal uw Kamer in de volgende voortgangsrapportage worden geïnformeerd.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000026Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende voortgangsrapportage Herstel Kinderopvangtoeslag die eind september wordt verzonden.2023/2024In lijn met de toezegging om de Kamer te informeren over de problematiek die gemeenten tegenkomen en hoe de schuldenregeling voor jongeren loopt, is inmiddels een verkenning uitgezet. Deze verkenning zal een beeld geven van de ervaring met het schuldhulpverleningsaanbod. Er wordt gestreefd om de uitkomsten in het vierde kwartaal van 2024 gereed te hebben.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000031Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende voortgangsrapportage Herstel Kinderopvangtoeslag die eind september wordt verzonden.217Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024Begin oktober 2024 ontvangt uw Kamer de volgende Voortgangsrapportage over de periode mei - augustus 2024.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000036Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende voortgangsrapportage Herstel Kinderopvangtoeslag die eind september wordt verzonden.2023/2024De motie Inge van Dijk/Stultiens (31066-1360) roept op om gedupeerde ouders en kinderen te verduidelijken wat zij kunnen verwachten van de gemeente alsmede tot het inrichten van een meldpunt dat aansluit bij de belevingswereld van jongeren zodat zij beter geholpen kunnen worden. Naar aanleiding van deze motie zal het beschikbare hulpaanbod dit jaar opnieuw en actief onder de aandacht worden gebracht van jongeren. Tevens is er een verkenning gestart ter invulling van het meldpunt. We informeren u in de volgende voortgangsrapportage over de voortgang van deze verkenning.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000041Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende voortgangsrapportage Herstel Kinderopvangtoeslag die eind september wordt verzonden.2023/2024In de volgende voortgangsrapportage wordt u nader geïnformeerd over de opstart van de regulier invordering bij gedupeerde ouders.Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000046Hierover wordt de Kamer geïnformeerd in de volgende voortgangsrapportage Herstel Kinderopvangtoeslag die eind september wordt verzonden.2023/2024Implementatie BTW e-commerceKamerstuk 31066-1412De Tweede Kamer wordt verder geïnformeerd over het vervolg van de implementatie BTW e-commerce in een verzamelbrief waarin ingegaan wordt op een aantal actuele moties en toezeggingen eind Q3/begin Q4 2024.2023/2024Informeren over vervolg programma vernieuwing gegevensKamerstuk 31066-1412De Tweede Kamer wordt verder geïnformeerd over het vervolg van het programma Vernieuwing Gegevens in een verzamelbrief waarin ingegaan wordt op een aantal actuele moties en toezeggingen eind Q3/begin Q4 2024.2023/2024In de begroting voor 2025 wordt de gevraagde informatie in de tabellen gepresenteerdKamerstuk 36560-IX-10De gevraagde informatie wordt toegevoegd aan de stand van zaken die daardoor  vollediger is.2023/2024Voortgang verbeteraanpak inkoop onvolkomenhedenKamerstuk 36560-IX-10in behandeling.2023/2024De staatssecretaris informeert de kamer op zeer korte termijn per brief over het effect van de maatregelen tegen fraude bij parallelimport van auto's. Hierbij wordt ook ingegaan op wat het voor de staatskas betekent wanneer deze gederfde inkomsten wel binnenkomen.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 038De Kamerbrief is in voorbereiding. De toezegging wordt betrokken bij de toezeggingen die zijn gedaan als gevolg van het onderzoek naar de digitalisering van de bpm-aangifte (kenmerk: P-T005855 en P-T005861). De verwachting is dat de Kamerbrief in augustus 2024 kan worden verzonden.2024/2025De DVO is onderwerp van een WOO-verzoek en zal, na het inwinnen van de wettelijk vereiste zienswijze van belanghebbenden (SGH en No5 Foundation) openbaar gemaakt worden en ook met uw Kamer worden gedeeld.Kamerstukken II 2024-2025, P, nr. T2000000001in behandeling.2023/2024Kamer informeren bij sluiten dvoKamerstuk 36550-IX-7in behandeling.2024/2025In de Kamerbrief wordt de toezegging gedaan dat in de toegezegde brief in oktober - waarin de Kamer wordt geïnformeerd over de voortgang bij de herijking van de invorderingsstrategie van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen - inzicht wordt gegeven in de vervolgacties die in gang worden gezet naar aanleiding van de - in het rapport - genoemde oplossingsrichtingen.Kamerstuk 31066-1417De Tweede Kamer wordt in een Kamerbrief in oktober geïnformeerd over de stand van zaken van de invorderingsstrategieën Belastingdienst en Dienst Toeslagen.2023/2024Ik sta positief tegenover het maken van onderlinge afspraken die de problemen adresseren, waarbij die afspraken kunnen resulteren in een convenant. Met die afspraken kan ook de periode tot eventuele wetgeving worden overbrugd. Ik zal de betrokken partijen vragen om hierover met elkaar in overleg te treden en dit ook aan de orde stellen in het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB).Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000005in behandeling.218Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 VergaderjaarOmschrijvingVindplaatsStand van zaken / planning2023/2024De staatssecretaris zegt nogmaals toe om in de volgende voortgangsrapportage terug te komen op het overleg met gemeenten over het aanmeldpunt voor jongeren.Kamerstukken II 2023-2024, TZ20 240, nr. 008in behandeling.2023/2024Toezegging om te kijken of een urgentieroute (zoals op dit moment voor IB en CWS via gemeenten/IPW en OTB) ook voor SGH mogelijk is. (Toegezegd aan CDA)Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000065in behandeling.2023/2024Toezegging om tzt te kijken naar de verschillen tussen routes en wat te doen met ouders die in een eerder stadium een keuze voor één van de routes hebben gemaakt. Stas geeft aan dat het nodig is om hiervoor tijd te nemen en vraagt haar opvolger om tzt naar de consequenties te kijken. (Toegezegd aan GL/PvdA)Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000069in behandeling.2023/2024Toezegging om nogmaals in gesprek te gaan met werkgroep toeslagadvocaten over volledigheid van ouderdossiers, indien gemaakte afspraken niet worden nagekomen en/of te horen welke knelpunten er zijn. (Toegezegd aan Denk)Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000073in behandeling.2023/2024Toezegging om te stimuleren dat er regelmatig overleg plaatsvindt tussen verschillende betrokken partijen van de verschillende schaderoutes om zodoende van elkaar te kunnen leren. (Toegezegd aan CDA)Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000077in behandeling.2023/2024Toezegging: in volgende VGR terugkomen op aantal gegrond/deels gegronde bezwaren bij verschillende stappen in hersteloperatie (Toegezegd aan Denk)Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000081in behandeling.2023/2024Nogmaals de toezegging om in goed overleg met gemeenten te kijken naar het aanmeldpunt voor jongeren. Komt terug in volgende VGR. (Toegezegd aan D66)Kamerstukken II 2023-2024, P, nr. T2000000085in behandeling.219Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Bijlage 5: SubsidieoverzichtIn deze bijlage wordt een overzicht van alle subsidies van het ministerie van Financiën weergegeven.Tabel 100 Subsidies (bedragen x €1.000)Art.Naam Subsidie (regeling)2023202420252026202720282029Laatste evaluatieVolgende evaluatie (jaartal)Einddatum Subsidie (regeling)13Subsidie Fonds Cultuur Participatie (emotioneel herstel kinderen en jongeren toeslagenaffaire)02.0002.0002000000202420242026Totaal02.0002.0002000000220Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie AgendaIn deze bijlage zijn de zeven beleidsthema's uit de Strategische Evaluatie Agenda (SEA), zoals in hoofdstuk 2.5 opgenomen, verder uitgewerkt en toegelicht. In onderstaande tabellen zijn, per beleidsthema, de subthema's opgenomen. Voor de subthema's zullen waar zinvol en haalbaar de Periodieke Rapportages plaatsvinden, deze zijn dikgedrukt in de tabel. Een uitgebreidere toelichting op de Periodieke Rapportages is te vinden onder de tabel.De inzichtbehoefte verschilt per thema en onderwerp. Het vervullen van de inzichtbehoefte kan zowel door middel van ex-ante, ex-durante als ex-post evaluaties of onderzoeken. De verschillende typen evaluaties zijn er op gericht om het inzicht te vergroten in de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid en leveren zo input voor het verbeteren van beleid.Open de link voor een overzicht van de gepubliceerde evaluaties van de SEA.Tabel 101 Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda, beleidsthema 1: Solide overheidsfinanciënSubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.a. Effectief en efficiënt begrotingsbeleid en begrotingsbeheerPeriodieke Rapportage2029Te startenn.v.t.De Periodieke Rapportage zal ingaan op het tot dan gedane onderzoek naar de comptabele regelgeving, op basis van de hoofdlijnenbrief hierover in 2023.Vervolgonderzoek n.a.v. de beleidsdoorlichting Btw-compensatiefondsEx-post evaluatie2025Te starten6Het vervolgonderzoek focust zich op de uitvoeringskosten van het Btw-compensatiefonds. Hierbij dienen niet alleen de hoogte van de administratieve lasten bij lokale overheden, maar ook factoren die de kosten beïnvloeden mee te worden genomen.Evaluatie Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV)Ex-post evaluatie2025Te startenn.v.t.De evaluatie van de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften heeft aandacht voor regeldruk, digitalisering en dienstbaarheid.Evaluatie Regeling Financieel BeheerEx-post evaluatie2025Te startenn.v.t.De evaluatie van de regeling financieel beheer heeft als doel om de regeling te actualiseren.Evaluatie Regeling Audit CommitteesEx-post evaluatie2025Te startenn.v.t.Deze evaluatie gaat kijken naar de toepasbaarheid van de regeling Audit Committees.Evaluatie factsheets brede welvaartEx-durante evaluatie2025Te startenn.v.tDeze evaluatie kijkt naar de werking van de factsheets in het begrotings- en verantwoordingsproces.Evaluatie Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022 (RPE)Ex-post evaluatie2027Te startenn.v.t.Vijf jaar na de inwerkingtreding van de RPE 2022 kijkt deze evaluatie naar de werking van deze regeling in de praktijk. De Strategische Evaluatie Agenda zal hier een belangrijk onderdeel van zijn.Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidiesEx-post evaluatie2028Te startenn.v.t.Deze evaluatie richt zich op bekendheid met, de verwerking en toepasbaarheid van de Boetewet.Evaluatie regeling agentschappenEx-post evaluatie2030Te startenn.v.t.Het evaluatieonderzoek van de regeling agentschappen kijkt met name naar de toepasbaarheid en werking van de regeling.Evaluatie DiscontovoetEx-durante evaluatien.t.b.Te startenn.v.t.Elke vijf jaar onderzoekt een werkgroep de discontovoet die het Rijk toepast in maatschappelijke kostenbatenanalyses (MKBA’s). Het laatste rapport dateert van 2020. De werkgroep zal op grond van de ontwikkelingen in de literatuur en de economie de discontovoet opnieuw vaststellen. Aan de werkgroep nemen verschillende (investerings)departementen deel en verder De Nederlandsche Bank, het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving. In 2024 vindt een tussentijdse herziening plaats op basis van macro-economische ontwikkelingen, zonder de methodologische onderbouwing te herzien.221Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 SubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.b. Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risicoPeriodieke Rapportage2025Te starten11De voorgenomen Periodieke Rapportage van 2025 heeft betrekking op het huidige beleidskader dat is ingegaan vanaf 2020 en loopt tot 2025. Tussentijds zijn twee interne evaluaties in 2021 en 2023 uitgevoerd. Het nieuwe beleidskader zal ingaan per 2026 en mede gebaseerd worden op de resultaten volgend uit de Periodieke Rapportage.c. Optimaal kasbeheer van het Rijk en van gelieerde instellingenPeriodieke Rapportage2024Lopend12Er wordt een Periodieke Rapportage uitgevoerd om de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid omtrent het schatkistbankieren en het betalingsverkeer van het Rijk te evalueren.Beleidsthema 1: Solide overheidsfinanciëna. Effectief en efficiënt begrotingsbeleid en begrotingsbeheerDe Directoraat-Generaal Rijksbegroting zet zich in voor een degelijk begrotings- en verantwoordingsproces, en om goed toezicht op de doelma­tigheid en beheersbaarheid van de overheidsuitgaven te houden. In een voortdurend veranderende wereld is het van belang om regelmatig de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid achter de rijksbegroting te onderzoeken, zodat de verdeling van beperkte rijksmiddelen de gehele brede welvaart kan blijven bestrijken.Momenteel staat er voor 2029 een Periodieke Rapportage gepland: rondom de evaluatie van de Comptabiliteitswet 2016 (CW) hebben diverse onder­zoekstrajecten gelopen op onderdelen van het systeem waarop de CW ziet. Dat zijn bijvoorbeeld zaken rond het begrotingsproces, het verslagge­vingsstelsel, het betrekken van de brede welvaart in de begrotingscyclus en artikel 3.1 van de CW. In 2023 is de hoofdlijnenbrief naar de Kamer gezonden waarin de diverse ontwikkelingen en de daaruit volgende acties samenkomen. In de begroting van 2025 zal voor dit hele thema met behulp van de hoofdlijnenbrief de planning qua kennisbehoefte meerjarig nadere uitwerking krijgen, als input voor de Periodieke Rapportage die voor 2029 gepland staat.b. Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risicoDe voorgenomen Periodieke Rapportage van 2025 heeft betrekking op het huidige beleidskader dat is ingegaan vanaf 2020 en loopt tot 2025. Tussentijds zijn twee interne evaluaties in 2021 en 2023 uitgevoerd. Het nieuwe beleidskader zal ingaan per 2026 en mede gebaseerd worden op de resultaten volgend uit de Periodieke Rapportage. Daarbij zal ook de Periodieke Rapportage van 2019 als bron dienen. De scope richt zich op het financieringsbeleid en het renterisicokader. De onderzoeksopzet gaat in op de eisen uit de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek 2022. Daarbij zal gebruik gemaakt worden van de geldende richtlijnen voor het financie-ringsbeleid en het renterisicokader. De Periodieke Rapportage zal deels steunen op extern onderzoek door een onafhankelijke externe. Tot slot zal een onafhankelijk expert zitting nemen in de op te richten begeleidingscom­missie.222Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 c. Optimaal kasbeheer van het Rijk en van gelieerde instellingenConform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) wordt optimaal kasbeheer van het Rijk en van gelieerde instellingen (artikel 12 van hoofdstuk IX Financiën en Nationale Schuld) minstens één keer in de zeven jaar geëvalueerd. Dit betekent dat het Agentschap van de Generale Thesaurie in 2024 een Periodieke Rapportage van dit beleid zal afronden. De vorige Periodieke Rapportage, voorheen beleidsdoorlichting, van dit beleid vond plaats in 2018. In 2016 heeft er een interdepartementaal beleidson­derzoek plaatsgevonden op het gebied van schatkistbankieren. In hetzelfde jaar is er ook een enquête belegd onder de instellingen die deelnemen aan het schatkistbankieren.223Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 102 Uitwerking Strategische Evaluatieagenda, beleidsthema 2: Economie en vestigingsklimaatSubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.a. Het borgen van publieke belangen via het aandeelhouderschap op een zo efficiënt mogelijke wijzePeriodieke Rapportage2027Te starten3Periodieke Rapportage van het beleid dat onder dit beleidsthema valt, waarbij als basis wordt gekeken naar de invulling door de Staat van het aandeelhouderschap van de verschillende deelnemingen. Naar aanleiding van de publicatie van de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 wordt steviger ingezet op de rol van deelnemingen bij de borging van publieke belangen en op een verdere professionalisering van het actief aandeelhouderschap, waarbij voldoende aandacht uitgaat naar recente belangrijke ontwikkelingen (zoals verduurzaming, langetermijnwaardecreatie en maatschappelijk verantwoord ondernemen).Evaluaties aandeelhouderschappen van AirFrance-KLM, BNG Bank, FMO, Gasunie, Havenbedrijf Rotterdam,Holland Casino, Invest International, Nederlandse Loterij, NWB Bank, Schiphol, Tennet en UCNEx-post evaluatiesDoorlopendAnders3Deze reguliere evaluaties worden uitgevoerd met het uniform evaluatiemodel dat in samenwerking met de Auditdienst Rijk is opgesteld. Deze evaluaties richten zich op de beoordeling van de mate waarin het deelnemen in de betreffende onderneming effectief bijdraagt aan de borging van de publieke belangen en of het beheer de gewenste toegevoegde waarde had. Ook wordt bezien of een deelneming nog steeds het juiste instrument is hiervoor.Evaluatie verduurzaming publieke belangenEx-post evaluatien.t.b.Te starten3Evaluatie waarin gekeken wordt naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het klimaatbeleid dat onder begrotingsartikel 3 valt.b. Evaluatie crisismaatregelen COVID-19 pandemie IFI's en Europese instellingenPeriodieke Rapportage2025Lopend4Periodieke Rapportage over de maatregelen die de internationale financiële instellingen en de Europese instellingen hebben genomen om de economische gevolgen van de COVID-19 pandemie te beperken.c. ExportkredietverzekeringPeriodieke Rapportage2030Te starten5De Periodieke Rapportage zal zich richten op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de exportkredietverzekering (ekv) faciliteit gedurende de jaren 2022 t/m 2029. Hiertoe zullen in elk geval bestaande beleidsevaluaties meegewogen worden. Ook zal een terugkoppeling worden gegeven van de opvolging van de aanbevelingen uit de voorgaande beleidsdoorlichting over de periode 2016 t/m 2021.Evaluatie crisismaatregelen herverzekering leverancierskredietenEx-post evaluatie2024Lopend5Ex-post evaluatie om te beoordelen of deze maatregel heeft voldaan aan de wensen van de Kamer, het behoud van banen heeft gefaciliteerd, en algemene economische schade heeft voorkomen. Aangezien de verantwoordingen van de verzekeraars langer duren dan oorspronkelijk verwacht, wordt de evaluatie doorgeschoven naar 2024.Evaluatie compliance beleid ekvEx-post evaluatie2026Te starten5De doelstelling van de evaluatie van het anti-omkopingsbeleid zal zich richten op de effectiviteit van het beleid in het voorkomen van het in verzekering nemen van transacties met onaanvaardbare omkopingsrisico’s alsmede het toetsen van het nationaal beleid aan de internationale richtlijnen van de OESO.Evaluatie MVO-beleidEx-post evaluatien.t.b.Te starten5De mvo-beleidsevaluatie zal zich richten op de vraag in hoeverre het MVO-beleid effectief bijdraagt aan het voorkomen van het verzekeren van transacties waarbij sprake is van een project met onaanvaardbare risico’s voor mens, en/of milieu. Ook zal daarbij worden gekeken naar de relevante internationale standaarden.Evaluatie verduurzaming exportkredietverzekeringEx-post evaluatien.t.b.Te starten5Evaluatie waarin gekeken wordt naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het klimaatbeleid dat onder begrotingsartikel 5 valt.Beleidsthema 2: Economie en vestigingsklimaata. Het borgen van publieke belangen via het aandeelhouderschap op een zo efficiënt mogelijke wijzeIn 2022 is de nieuwe Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 (hierna: de Nota) met de Kamer gedeeld. De Nota beschrijft in welke gevallen staatsaandeelhouderschap wordt overwogen en hoe de Staat dit invult. 224Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 De essentie van het deelnemingenbeleid is ongewijzigd: de Staat blijft terughoudend met het aangaan van deelnemingen en het aangaan blijft maatwerk. Het publieke belang staat meer dan voorheen centraal. Verder bevat de Nota een aantal aanscherpingen, bijvoorbeeld op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, de strategie en brede diversiteit. Om de centrale rol van de publieke belangen in het deelne­mingenbeleid nog meer te benadrukken is de algemene doelstelling van Financieringen veranderd in ‘het borgen van publieke belangen via het aandeelhouderschap op een zo efficiënt mogelijke wijze’. Periodiek worden de deelnemingen geëvalueerd en wordt bezien of een deelneming nog steeds het juiste instrument is om een bijdrage te leveren aan de borging van de betreffende publieke belangen. Daarnaast richten deze evaluaties zich op de beoordeling van de mate waarin het deelnemen in de betreffende onderneming effectief bijdraagt aan de borging van de publieke belangen en of het beheer de gewenste toegevoegde waarde had. Voor het deelne­mingenbeleid als geheel geldt dat het uitgangspunt ook is om eens in de zeven jaar te evalueren. De evaluaties van de separate deelnemingen zullen hiervoor als basis dienen. Actuele ontwikkelingen kunnen aanleiding zijn om het beleid eerder of later te evalueren.b. Evaluatie crisismaatregelen COVID-19 pandemie IFI's en Europese instel­lingenAls reactie op de coronapandemie hebben de Internationale Financiële Instellingen en Europese instellingen verschillende crisismaatregelen getroffen. Omdat deze maatregelen die in Europese Unie of multila­teraal verband zijn overeengekomen rechtstreekse gevolgen hebben voor de Nederlandse begroting is het van belang dat de overeengekomen maatregelen doeltreffend zijn geweest. Het onderzoek richt zich daarom op de crisismaatregelen die genomen zijn door de internationale financiële instellingen en op Europees niveau in reactie op de coronapandemie en heeft als doel om inzicht te krijgen in de doeltreffendheid van deze maatregelen. Het idee hierachter is dat een dergelijke strategische aanpak toegevoegde waarde heeft ten opzichte van een traditionele beleidsdoor­lichting van het gehele begrotingsartikel. Het gaat op niveau van de internationale financiële instellingen om de crisismaatregelen genomen door de Asian Infrastructure Investment Bank, European Bank for Recon­struction and Development, European Investment Bank, Internationaal Monetair Fonds en Wereld Bank en op Europees niveau om Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency en om de specifieke COVID-19 kredietlijn die onder het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) is gecreëerd via het ESM Precautionary Conditioned Credit Line.Het onderzoek heeft het karakter van een syntheseonderzoek en zal aan de hand van beschikbare evaluaties en onderzoeken naar de genomen crisismaatregelen van de internationale financiële instellingen en Europese instellingen worden uitgevoerd. Zie voor een toelichting op de evaluatie ook de Kamerbrief 63 'Plan van aanpak strategische evaluatie van het beleid op begrotingsartikel 4.’ Er is gekozen voor een looptijd van 5 jaar. De doeltreffendheid van de maatregelen zal in de periode na het aflopen van de maatregelen moeten blijken. De eerste evaluaties van de maatregelen zijn binnengekomen in 2023/2024. De toetsing aan het kader zal daarom zoals nu gepland plaatsvinden in de loop van 2024. Sommige maatregelen zullen dan nog lopen en kunnen hooguit ten dele worden geëvalueerd. Het syntheseonderzoek wordt in 2025 aan uw Kamer aangeboden.225Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 c. ExportkredietverzekeringMet de exportkredietverzekering (ekv) faciliteit worden betalingsrisico’s verzekerd die zijn verbonden aan Nederlandse export en investeringen in het buitenland. De Nederlandse Staat treedt op als verzekeraar en Atradius Dutch State Business voert de ekv-faciliteit uit in naam van en voor rekening en risico van de Staat. Het ministerie van Financiën en het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn beide verantwoordelijk voor het beleid op het gebied van de ekv. De Staat biedt de ekv-faciliteit aan, omdat bepaalde export gerelateerde betalingsrisico’s door hun aard niet op de private markt kunnen worden verzekerd en om een gelijkwaardig internationaal speelveld te borgen. Door het verzekeren van de betalingsrisico’s die de private verzekeringsmarkt niet voor zijn rekening neemt, worden transacties mogelijk gemaakt en wordt export bevorderd. De Periodieke Rapportage zal het beleid dat onder dit beleidsthema valt evalueren. De evaluatie van het ekv-beleid omtrent compliance zal zich richten op de effectiviteit van het beleid in het voorkomen van het in verzekering nemen van transacties met onaanvaardbare omkopingsrisico’s alsmede het toetsen van het nationaal beleid aan de internationale richtlijnen van de OESO. Tot slot zal de evaluatie van het beleid voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) van de ekv ingaan op de vraag in hoeverre het MVO-beleid effectief bijdraagt aan het voorkomen van het verzekeren van transacties waarbij sprake is van een project met onaanvaardbare risico’s voor mens, en/of milieu. Ook zal daarbij worden gekeken naar de relevante internationale standaarden.226Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 103 Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda, beleidsthema 3: Financiële sectorSubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.a. Stabiele, integere en betrouwbare financiële marktenPeriodieke Rapportage2024Lopend2Periodieke Rapportage van het beleid dat onder dit beleidsthema valt, waarbij onder andere gekeken wordt naar de regisserende rol van het ministerie van Financiën bij de bevordering van het goede functioneren van het financiële stelsel.Beleidscyclus beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering (doorlopend)Ex-post evaluatieDoorlopendLopend2Deze beleidscyclus, die door het ministerie van Justitie en Veiligheid samen met ministerie van Financiën is ingericht, schetst hoe aan de hand van de geïdentificeerde witwasrisico's het anti-witwasbeleid wordt bezien.Evaluatie garantieregeling NHTEx-post evaluatie2024Te starten2De deelname van de Staat in de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden (NHT) wordt elke vijf jaar geëvalueerd om te bepalen of de staatsdeelname nog steeds wenselijk is of dat deze beëindigd kan worden.Evaluatie garantieregeling WAKO (kernongevallen)Ex-post evaluatie2025Te starten2De evaluatie vindt vanaf 2024 plaats vanwege aanpassingen in de onderliggende verdragen die per 1 januari 2022 in werking zijn getreden. Om de effecten van deze wijzigingen mee te kunnen nemen is het goed als deze verdragen ten minste een jaar in werking zijn getreden. De verwachting is dat de evaluatie in 2025 aan de Tweede Kamer wordt toegezonden.Evaluatie Wet toezicht trustkantorenEx-post evaluatie2026Te starten2Deze evaluatie kijkt met name naar de doeltreffendheid van de Wet toezicht trustkantoren (2018), waarmee de normen waaraan trustkantoren zijn aangescherpt en het toezichtsinstrumentarium is uitgebreid. Bij die evaluatie zal, naast de effecten en uitvoering van de wet, in het bijzonder aandacht zijn voor de invulling van de normen door de sector en de mogelijkheden om dit verder te concretiseren.Evaluatie verduurzaming financiële marktenEx-post evaluatien.t.b.Te starten2Evaluatie waarin gekeken wordt naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het klimaatbeleid dat onder begrotingsartikel 2 valt.Evaluatie doeltreffendheid en effecten art. 4:24a WftEx-post evaluatien.t.b.Lopend2De Staten-Generaal is op 15 december 2021 geïnformeerd over het aanhouden van de evaluatie tot er meer zicht is op de formele handhavingspraktijk en ontwikkeling in de bestuursrechtelijke rechtspraak. https://open.overheid.nl/documenten/ronl-6b856c0b-bbad-4a74-b057-009202be31a3/pdfEvaluatie van de Nederlandse Beroepsorganisatie van AccountantsEx-ante evaluatie2025Te starten2Het doel van de evaluatie is om te achterhalen of het stelsel van beroepsreglementering van accountants (door de wettelijke beroepsorganisatie Nederlandse beroepsorganisatie van accountants) beter kan functioneren met het oog op meer doorzettingsmacht, in het licht van een aantal soms tegenstrijdige wettelijke taken van de NBA. De evaluatie is bedoeld om de NBA in de toekomst beter en functioneler te positioneren, op basis van een weloverwogen takenpakket.Beleidsthema 3: Financiële sectora. Stabiele, integere en betrouwbare financiële marktenIngevolge de Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022 wordt door de directie Financiële Markten een Periodieke Rapportage verricht met betrekking tot stabiele, integere en betrouwbare financiële markten (artikel 2 van Begrotingshoofdstuk IX Financiën en Nationale Schuld). Dit onderzoek wordt in 2024 nog afgerond.De beleidscyclus met betrekking tot het beleid tegen witwassen en terro­rismefinanciering is een doorlopende evaluatie van het anti-witwas en –terrorismefinancieringsbeleid. Daaronder vallen onder meer de National Risk Assessments (elke twee jaar door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) en andere onderzoeken naar specifieke risico’s, evenals beleidsmonitoren en internationale evaluaties. Een voorbeeld hiervan is Financial Action Task Force (FATF) evaluatie in 2022, waarin de activiteiten en het beleid in kaart worden gebracht en de resultaten worden beschreven. De FATF voert door middel van peer reviews landenevaluaties 227Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 uit. De vierde evaluatieronde beoordeelt of nationale regimes tegen witwassen en financieren van terrorisme niet alleen technisch voldoen aan de FATF-aanbevelingen, maar ook effectief zijn.Daarnaast staan er verschillende ex-post evaluaties gepland. De evaluaties helpen bij het beoordelen van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van beleid. Een voorbeeld hiervan is het onderzoek naar de Wet transparantie toezicht financiële markten.228Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 104 Uitwerking Strategische Evaluatieagenda, beleidsthema 4: Fiscaal beleid1SubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.a. Vereenvoudiging belastingstelsel - aanpak fiscale regelingenPeriodieke Rapportage2028Te starten1De doeltreffendheid en doelmatigheid van fiscale regelingen worden integraal in kaart gebracht. Hierin wordt teruggeblikt op de evaluaties van fiscale regelingen.Algemeen/overig belastingstelselEvaluatie fiscale crisismaatregelen CoronaEx-post evaluatie2024Lopend1In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de fiscale crisismaatregelen bij de coronacrisis.Monitoring van de openbaarmaking fiscale vergrijpboetesEx-durante evaluatie2024Te starten1In dit onderzoek wordt gekeken in welke mate en op welke manier de openbaarmaking van fiscale vergrijpboetes wordt ingezet in de uitvoeringspraktijk.Evaluatie belastingstelsel BES-eilandenEx-post evaluatie2024Lopend1Het IMF evalueert het fiscale stelsel van de BES-eilanden.Evaluatie artikelen 3:4 en 3:5 van de Algemene douanewetEx-post evaluatie2025Te starten1Bij deze evaluatie zal worden onderzocht in hoeverre bij artikelen 3:4 en 3:5 van de Algemene douanewet, dat wil zeggen het vervoer van liquide middelen, outputs en outcomes kunnen worden onderscheiden.Arbeid en inkomen Evaluatie faciliteiten en uitvoering ANBI'sEx-post evaluatie2024Lopend1Dit onderzoek is een update van de vorige evaluatie van de praktijk rondom ANBI's (Algemeen Nut Beoogde Instellingen) uit 2017.Quickscan vrijstelling uitkering wegens 25- of 40-jarig dienstverband en alimentatieEx-post evaluatie2024Lopend1Dit onderzoek richt zich op een verkennende budgettaire en kwalitatieve analyse van de vrijstelling van de jubilea-uitkeringen.Quickscan vrijstelling uitkering wegens alimentatieEx-post evaluatie2024Lopend1Dit onderzoek richt zich op een verkennende een budgettaire en kwalitatieve analyse van de vrijgestelde uitkering wegens alimentatie.Monitoring fiscale oplossing eenverdienersproblematiekEx-durante evaluatieJaarlijks vanaf 2025Te starten1Vanaf 2025 wordt jaarlijks bezien of de fiscale oplossing voor de eenverdienersproblematiek het beoogde doel nog bereikt.Monitoring aandelenopties startupsEx-durante evaluatie2025Te starten1Dit onderzoek richt zich op het monitoren van de effecten van de nieuwe regeling voor aandelenopties die per 1 januari 2023 is ingevoerd in de Wet op de loonbelasting 1964. Hierbij wordt gekeken naar het effect van de nieuwe regeling op de mate waarin aandelenopties worden toegekend door werkgevers aan werknemers, waarbij een onderverdeling tussen bedrijven van verschillende grootte (van start-ups tot grote bedrijven) wordt aangebracht.Evaluatie werkkostenregelingEx-post evaluatie2025Lopend1In deze evaluatie zal gekeken worden naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de werkkostenregeling. Ook de overige vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen zullen hierbij worden behandeld. Daarnaast wordt het gebruik van de (onderdelen van de) WKR in kaart gebracht.Mispercepties marginale druk en arbeidsaanbodEx-ante evaluatie2025Lopend1Uit eerdere studies in binnen- en buitenland komt naar voren dat mensen met lage inkomens hun marginale belastingdruk vaak overschatten. In dit onderzoek wordt getest (i) of/in hoeverre informatie-interventies mensen een accurater beeld kunnen geven van hun marginale druk en (ii) of/in hoeverre dat vervolgens leidt tot meer arbeidsaanbod bij deeltijdwerkers. Voor de eerste vraag zal een survey experiment worden gedaan via het LISS panel. Wanneer hieruit blijkt dat informatie-interventies leiden tot een accurater beeld van de marginale druk zal vervolgens met een veldexperiment worden gekeken naar de arbeidsaanbodeffecten van zulke interventies.Evaluatie artiesten- en beroepssportersregelingEx-post evaluatie2025Te starten1In deze evaluatie wordt gekeken of de regeling nog actueel is en of de regeling doeltreffend en doelmatig is. Daarbij zal gebruik gemaakt worden van aangiftegegevens en gesprekken met de branche.Evaluatie fiscale behandeling ANBI'sEx-post evaluatie2026Te starten1229Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 SubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de verschillende faciliteiten voor ANBI's.Evaluatie fiscale behandeling stichtingen en verenigingenEx-post evaluatie2027Te starten1In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de verschillende faciliteiten voor stichtingen en verenigingen, waaronder de vrijwilligersregeling.Evaluatie maatregelen giftenaftrek en geven uit vennootschapEx-durante evaluatie2028Te starten1In deze evaluatie wordt gekeken naar de uitwerking van de beperking periodieke giften en de vrijstelling voor geven vanuit de vennootschap.Evaluatie afschaffing Inkomensafhankelijke Combinatiekorting (IACK)Ex-post evaluatie2030Te starten1In deze evaluatie wordt gekeken naar de effecten van de afschaffing van de IACK op onder meer arbeidsparticipatie.Ondernemen en tegengaan belastingontwijking Monitoring royalty, dividend en rentestromen FDIEx-durante evaluatieJaarlijksLopend1Door het monitoren van de inkomensstromen naar laagbelastende jurisdicties kan de effectiviteit van de conditionele bronbelasting in het tegengaan van belastingontwijking via Nederland gemeten worden. De Nederlandsche Bank publiceert de benodigde tabellen.Onderzoek naar effecten maatregelen tegen belastingontwijking: generieke renteaftrekbeperking, aanvullende CFC-maatregel en maatregelen tegen hybride mismatches.Ex-post evaluatie2024Te starten1Dit onderzoek betreft een analyse van de maatregelen uit Anti Tax Avoidance Directe (ATAD1 en ATAD2). Zoals benoemd is in de monitoringsbrief belastingontwijking 2020 zal gekeken worden naar de earningstrippingmaatregelen en de CFC-maatregel.Evaluatie verlaagde vpb tariefEx-post evaluatie2024Te starten1Dit onderzoek betreft een analyse van het lage Vennootschapsbelasting-tarief, waarbij gekeken wordt naar doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling. Ook het toetsingskader fiscale regelingen wordt doorlopen.Evaluatie fiscale regelingen speur- en ontwikkelingswerkEx-post evaluatie2024Lopend1In deze evaluatie zal de doelmatigheid en doeltreffendheid van de regeling worden onderzocht. Ook komt het toetsingskader fiscale regelingen aan bod.Aanvullend onderzoek dividendstrippingEx-ante evaluatie2025Lopend1Het onderzoek richt zich op de vraag welke (materiële) maatregelen kunnen worden genomen om de aanpak van dividendstripping verder te versterken. Daarbij wordt in ieder geval onderzoek gedaan naar de zogenoemde nettorendement-benadering en een specifieke maatregel voor pensioenfondsen en deelnemingsdividenden. Ook wordt onderzocht welke maatregelen tegen dividendstripping een aantal andere landen heeft genomen.Monitoren Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteit 2024Ex-durante evaluatie2025Te starten1Monitoring zal plaatsvinden aan de hand van signalen vanuit de Belastingdienst en vanuit het bedrijfsleven. Gelet op de inwerkingtreding van de meeste maatregelen per 2025, zal dit vooral vanaf het derde kwartaal van 2025 plaatsvinden.Monitor opbrengst minimumkapitaalregel banken en verzekeraarsEx-durante evaluatie2026Te starten1De opbrengst van de minimumkapitaalregel zal worden geanalyseerd op basis van aangiftegegevens.Evaluatie Wet excessief lenenEx-post evaluatie2026Te starten1In deze evaluatie zal het effect van het wetsvoorstel onderzocht worden op basis van aangiftegegevens inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Tevens zal nader gekeken worden mogelijke uitvoeringsproblemen en ontwijkingssituaties zoals aangegeven tijdens de Kamerbehandeling.Evaluatie kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)Ex-post evaluatie2026Te starten1In dit onderzoek zal de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) worden geëvalueerd op doeltreffendheid en doelmatigheid en wordt het toetsingskader fiscale regelingen doorlopen. Vanaf 2025 zullen de aangiftegegevens over de KIA worden opgeslagen door de Belastingdienst. Deze data worden gebruikt in het onderzoek.Evaluatie herinvesteringsreserveEx-post evaluatie2026Te starten1230Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 SubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.In deze evaluatie wordt naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de herinvesteringsreserve (HIR) gekeken evenals de ervaren complexiteit van de regeling.Monitoring van het overtredersbegrip (art. 67 Algemeen wetboek recht)Ex-durante evaluatie2027Te starten1Hierbij zal worden gevolgd in welke mate en op welke manier dit instrument wordt ingezet in de uitvoeringspraktijk.Evaluatie temporele beperking verrekening voorheffingen met de vennootschapsbelasting (Sofina)Ex-post evaluatie2027Te starten1In deze evaluatie zal onderzocht worden of de maatregel doeltreffend en doelmatig was. Dit zal worden gedaan op basis van de gerealiseerde opbrengsten van de dividendbelasting, de ontwikkeling in aard en aantal van de bezwaar- en beroepsprocedures in de dividendbelasting en de vennootschapsbelasting en de beperking van de verrekening van voorheffingen in de aangiften vennootschapsbelasting.Evaluatie Wetsvoorstel delegatiebepaling geen invorderingsrente in specifieke gevallenEx-durante evaluatie2028Te starten1Bij deze evaluatie zal worden gekeken in welke mate gebruik wordt gemaakt van de delegatiebepaling, en of deze een oplossing biedt bij situaties waarin het niet wenselijk is om invorderingsrente in rekening te brengen.Evaluatie fiscale regelingen scheepvaartEx-post evaluatie2028Te starten1In deze evaluatie zal een inschatting worden gemaakt van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de fiscale regelingen voor de scheepvaart. Ook de overige vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen zullen hierbij worden behandeld.Vermogen Onderzoek actualisatie forfaits op basis van rekenrente en levensverwachtingEx-post evaluatie2024Lopend1In de erf- en schenkbelasting, inkomstenbelasting, overdrachtsbelasting en omzetbelasting zitten diverse forfaits die gebaseerd zijn op levensverwachting en rekenrente. Deze forfaits zijn niet meer actueel en dienen daarom aangepast te worden. Dit onderzoek brengt de gevolgen van een dergelijke aanpassing in kaart.Onderzoek naar de mogelijkheden om het vermogen in stichtingen in kaart te brengenEx-post evaluatie2024Lopend1In dit onderzoek wordt het vermogen van particulieren in stichtingen onderzocht in samenwerking met de Belastingdienst.Onderzoek eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling kinderen en schenkingsvrijstelling dure studieEx-post evaluatie2024Lopend1De twee schenkingsvrijstellingen worden doorgelicht waarbij gekeken wordt naar de historie van de regelingen, of er nog een goede rechtvaardiging voor de regeling bestaat en naar de uitvoeringsaspecten en budgettaire aspecten van de regelingen.Evaluatie anti-arbitragebepaling box 3Ex-durante evaluatie2024Te starten1Artikel 5.24 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt in 2024 geëvalueerd, zodat de werking in de praktijk van de anti-peildatum-arbitragebepaling uit deze wet gedurende de nu voorziene looptijd van het overbruggingsstelsel box 3 kan worden geanalyseerd en zo nodig aangepast.Evaluatie gebruikelijkloonregelingEx-post evaluatie2025Lopend1In deze evaluatie zullen met aangiftedata de doeltreffendheid en doelmatigheid van de gebruikelijkloonregeling onderzocht worden.Onderzoek jaarlijkse vrijstelling schenkbelasting kinderenEx-durante evaluatie2025Te starten1In dit onderzoek wordt onder meer het gebruik van de vrijstelling in kaart gebracht.Evaluatie vrijstelling voorwerpen kunst en wetenschap box 3Ex-post evaluatie2025Te starten1In de evaluatie wordt gekeken naar de vrijstelling van voorwerpen van kunst en wetenschap in box 3. Ook worden de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen beantwoord.Evaluatie actualiseren leegwaarderatioEx-post evaluatie2026Te starten1De leegwaarderatiotabel is een forfait waarmee verhuurders de waarde van hun verhuurde woningen voor belastingheffing in box 3 kunnen bepalen aan de hand van de Waardering Onroerende Zaken waarde. In dit onderzoek wordt de leegwaarderatiotabel geactualiseerd, waarbij kan worden aangesloten bij de methode voor actualisatie uit de evaluatie van 2022.Evaluatie regeling GroenprojectenEx-post evaluatie2027Te starten1231Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 SubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling Groenprojecten en de bijbehorende fiscale regelingen, waarbij de maatregelen sinds de vorige evaluatie worden meegenomen. Voor de evaluatie kan gebruik worden gemaakt van aangiftedata en data van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.Evaluatie twee schijven box 2Ex-post evaluatie2027Te starten1In deze evaluatie zal onderzocht worden of de maatregel doeltreffend is in het behalen van meer belastingopbrengst en het tegengaan van belastinguitstel. Hiertoe zal gekeken worden naar de aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.Wonen, gezondheid en consumptie Empty package survey tabaksaccijnsEx-post evaluatieJaarlijksLopend1In dit onderzoek wordt via het rapen van pakjes sigaretten op straat het aandeel pakjes uit het buitenland en het aandeel illegaal/illicit whites in kaart gebracht. De douane voert dit onderzoek uit.Monitoring gebruik startersvrijstelling overdrachtsbelastingEx-durante evaluatieJaarlijksTe starten1Het gebruik van de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting wordt gemonitord en jaarlijks gerapporteerd aan de Kamer.Monitoring verhoging btw-tarief culturele goederen en diensten, en logiesEx-durante evaluatieJaarlijks vanaf 2026Te starten1De effecten op prijzen en afzet van de verhoging van het btw-tarief op culturele goederen en diensten, en logies worden gedurende in ieder geval twee jaar vanaf inwerkingtreding in 2026 gemonitord.Evaluatie differentiatie overdrachtsbelastingEx-post evaluatie2024Lopend1In deze evaluatie wordt de doeltreffend- en doelmatigheid van de differentiatie in de overdrachtsbelasting (OVB) onderzocht en worden de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen beantwoord.  Hiervoor wordt onder meer gebruik gemaakt van aangiftegegevens.Evaluatie vrijstellingen btwEx-post evaluatie2025Lopend1In deze evaluatie wordt de doeltreffend- en doelmatigheid van verschillende vrijstellingen in de belasting over de toegevoegde waarde (btw) onderzocht en worden de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen beantwoord.Evaluatie verlaagd tarief accijns kleine bierbrouwerijenEx-post evaluatie2025Te starten1In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffend- en doelmatigheid, ook in het licht van de overstap van plato naar alcoholpercentage.Onderzoeken eigenwoningregelingEx-durante evaluatie2025Te starten1In navolging op bouwstenenrapport wordt vervolgonderzoek gedaan naar een aantal onderdelen van de eigenwoningregeling zoals de bijleenregeling en het EWF.Evaluatie kleineondernemersregeling btwEx-post evaluatie2026Te starten1In deze evaluatie wordt de doeltreffend- en doelmatigheid van de kleineondernemersregeling onderzocht en worden de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen beantwoord. Hiervoor wordt onder meer gebruik gemaakt van aangiftegegevens.Evaluatie verbruiksbelasting van alcoholvrije drankenEx-post evaluatie2026Te starten1In deze evaluatie zal de doelmatigheid en doeltreffendheid van de (verhoging van) de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en fiscale regelingen daarbinnen worden onderzocht.Monitoring grenseffecten tankenEx-durante evaluatie2026Te starten1Dit onderzoek bekijkt de grenseffecten van het aflopen van de accijnsverlaging op brandstoffen.Evaluatie kansspelbelastingEx-post evaluatie2026Te starten1In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffend- en doelmatigheid van de kansspelbelasting, waarbij onder meer gekeken wordt naar de recente tariefsverhogingen en de vrijstelling voor kleine prijzen.Evaluatie vrijstellingen overdrachtsbelasting in de ondernemingssfeer en vrijstellingen van technische aardEx-post evaluatie2027Te starten1In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de vrijstellingen in de overdrachtsbelasting gericht op ondernemers en vrijstellingen van technische aard. Ook worden de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen beantwoord.Evaluatie fiscale regelingen eigen woningEx-post evaluatie2027Te starten1In deze evaluatie wordt de doeltreffend- en doelmatigheid van de fiscale regelingen eigen woning onderzocht en worden de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen beantwoord.  Hiervoor wordt onder meer gebruik gemaakt van aangiftegegevens.232Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 SubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.Evaluatie verhoging btw-tarief culturele goederen en diensten,en logiesEx-post evaluatie2028Te starten1De effecten op prijzen en afzet van de verhoging van het btw-tarief op culturele goederen en diensten, en logies worden geëvalueerd.Evaluatie assurantiebelastingEx-post evaluatie2028Te starten1In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van (de fiscale regelingen in) de assurantiebelasting. Hierbij zullen ook de overige vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen zullen hierbij worden behandeld.b. Verduurzaming van het belastingstelselPeriodieke Rapportage2030Te starten1De verduurzaming van het belastingstelsel wordt in kaart gebracht. Daarbij wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van maatregelen die zijn genomen die zien op verduurzaming van het belastingstelsel.KlimaatLange termijn verkenning fiscaal stimuleringspakket elektrische voertuigenEx-ante evaluatie2024Lopend1Samen met I&W wordt gewerkt aan een middellange- en lange-termijnonderzoek naar de verduurzaming van automobiliteit. Hierbij wordt, naast de verduurzamingsdoelstelling, gekeken naar betaalbaarheid voor de automobilist en het op peil houden van de overheidsinkomsten uit het auto domein. Doel van dit onderzoek is om gewenste paden en doelstellingen in kaart te brengen, ook voor ná 2030. Met dit onderzoek wordt invulling gegeven aan de toegezegde tussenevaluatie uit het klimaatakkoord die in 2024 gepland stond.Quickscan Natuurschoonwet (NSW)Ex-durante evaluatie2024Lopend1Per 2021 zijn er diverse aanpassingen gemaakt aan de NSW 1926 in navolging op de evaluatie van de fiscale faciliteiten in de natuurschoonwet. Om op korte termijn een terugkoppeling te hebben omtrent het effect van de gemaake wijzigingen en potentiële aandachtspunten die spelen bij de NSW wordt een quickscan gedaan.Evaluatie CO2-heffing industrieEx-post evaluatie2024Lopend1Sinds 1 januari 2021 betalen industriële bedrijven een CO2-heffing. In de evaluatie zal de regeling geëvalueerd worden op doeltreffendheid en doelmatigheid en zal gekeken worden naar de hoogte van het tarief. Gegevens voor de evaluatie worden verkregen van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).Onderzoek naar verbeteringen voor de Energie-investeringsaftrek (EIA) en de Millieu-investeringsaftrek (MIA) en het omzetten aftrekpost naar subsidie (focus EIA)Ex-ante evaluatie2025Lopend1Doel van dit onderzoek is: 1) te bepalen of de werking van het fiscale instrument voor het bedrijfsleven verder kan worden verbeterd en vereenvoudigd en daarbij de MIA en EIA betrekken, en 2) of een fiscale regeling de voorkeur verdient boven een directe subsidie in het geval van de EIA.Evaluatie CO2-minimumprijs elektriciteitsopwekkingEx-post evaluatie2025Te starten1In 2022 is de CO2 minimumprijs voor elektriciteitsopwekking geïntroduceerd. In de evaluatie zal de regeling geëvalueerd worden op doeltreffendheid en doelmatigheid en zal gekeken worden naar de hoogte van het tarief. Gegevens worden verkregen van RVO.Evaluatie fiscale vrijstellingen bos en natuurEx-post evaluatie2025Te starten1In deze evaluatie wordt de doeltreffendheid en doelmatigheid van de vrijstellingen gericht op natuur en landbouw onderzocht en worden de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen beantwoord. Hiervoor wordt onder meer gebruik gemaakt van aangiftegegevens.Evaluatie energiebelastingEx-post evaluatie2026Te starten1In deze evaluatie zal de doelmatigheid en doeltreffendheid van de energiebelasting en de fiscale regelingen daarbinnen worden onderzocht. Ook komt het toetsingskader fiscale regelingen aan bod.Monitoring opbrengsten Warmte-Kracht-Koppeling (WKK)-maatregelEx-durante evaluatie2026Te starten1Vanaf de inwerkingtreding van de WKK-maatregel worden de opbrengsten jaarlijks gemonitord.Tussentijdse evaluatie fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouwsectorEx-durante evaluatie2027Te starten1Tijdens dit evaluatiemoment kunnen de beleidseffecten van deze maatregelen en de mogelijkheden om te verduurzamen worden geëvalueerd.Evaluatie vliegbelastingEx-post evaluatie2027Te starten1In deze evaluatie zal de doelmatigheid en doeltreffendheid van de vliegbelasting worden onderzocht.Evaluatie Energie-investeringsaftrek (EIA)Ex-post evaluatie2027Te starten1In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de EIA, waarbij de maatregelen sinds de vorige evaluatie worden meegenomen.233Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 SubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.Evaluatie Millieu-investeringsaftrek (MIA) en VamilEx-post evaluatie2027Te starten1In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de MIA/Vamil, waarbij de maatregelen sinds de vorige evaluatie worden meegenomen.Evaluatie onbelaste reiskostenvergoedingEx-post evaluatie2028Te starten1Conform de aanbeveling uit de vorige evaluatie wordt gekeken naar de hoogte van het onbelaste bedrag. Ook worden de verhogingen van de vergoeding meegenomen in de evaluatie.Evaluatie fiscale regelingen autobelastingenEx-post evaluatie2028Te starten1In deze evaluatie worden een aantal maatregelen meegenomen zoals de beëindiging van de bpm-vrijstelling bestelauto's en de versobering van de kwarttarieven. Daarnaast wordt conform de RPE gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van verschillende uitzonderingen in de BPM en MRB en wordt het toetsingskader fiscale regelingen doorlopen.Tussenevaluatie klimaatakkoord (incl. fiscale stimulering elektrische voertuigen)Ex-durante evaluatie2028Te starten1In het Klimaatakkoord zijn verschillende (tussen)evaluaties voor de fiscale stimulering van Elektrische Voertuigen (EV) opgenomen, waaronder een (tussen)evaluatie in 2027/2028. Met behulp van de evaluatie kan aan de hand van de laatste ontwikkelingen binnen de automarkt worden bepaald welk beleid en welke maatregelen nodig en wenselijk zijn ter stimulering van EV’s. Hierbij wordt dan ook de voortzetting van de mrb-korting in 2026-2030 meegenomen, waarbij gekeken wordt of en zo ja in welke vorm het nodig en wenselijk is om de tariefskorting voort te zetten. Bij de evaluatie wordt ook gekeken hoe de tariefkorting uitwerkt naar de verschillende autosegmenten op basis van hun afmeting en in hoeverre de korting het meergewicht compenseert en of er niet sprake is van onder- of overcompensatie.1Vanwege herprioritering en inzichtbehoefte is een aantal evaluaties uit de SEA 2024 verplaatst, samengevoegd of in een enkel geval vervallen.Beleidsthema 4: Fiscaal beleida. Vereenvoudiging belastingen - aanpak fiscale regelingenDoeltreffende en doelmatige fiscale regelingen zijn goede instrumenten om beleidsdoelen te bereiken, maar het belastingstelsel als geheel wordt zo complexer. Ook zijn lang niet alle fiscale regelingen doeltreffend en doelmatig. In 2028 is een Periodieke Rapportage gepland over de fiscale regelingen.Arbeid en inkomenDe belasting op arbeid is de belangrijkste inkomstenbron van de overheid. Tegelijkertijd kan een te hoge belastingdruk op arbeid de arbeidsdeelname ontmoedigen. Daarnaast is juist de complexiteit van het belastingstelsel een belangrijk aandachtspunt in dit domein. Burgers en ondernemers zijn niet altijd volledig rationeel of wilskrachtig. Dat kan er bijvoorbeeld toe leiden dat ze niet of verkeerd gebruikmaken van bepaalde aftrekposten. De komende tijd wordt onder andere onderzoek gedaan naar de werkkostenregeling en de aftrekpost voor onderhoudsverplichtingen. Ook wordt er onderzoek gedaan naar (mis)percepties van de marginale druk en de effecten hiervan op arbeidsaanbod.Ondernemen en tegengaan belastingontwijkingDe afgelopen jaren zijn meerdere maatregelen genomen om belastingont­wijking en het verschuiven van activiteiten tussen landen aan te pakken. Nader onderzoek wordt gedaan om meer licht werpen op de effectiviteit van de huidige aanpak van belastingontwijking. Dat gebeurt onder meer door het monitoren van de effecten van een aantal maatregelen die zijn genomen tegen belastingontwijking. Daarnaast worden ook verschillende 234Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 fiscale faciliteiten geëvalueerd die gericht zijn op het bevorderen van onder­nemerschap, zoals het verlaagde vpb-tarief en de kleinschaligheidsinveste­ringsaftrek.VermogenDe wijze waarop Nederland vermogen en vermogensinkomsten belast is zeer divers, wat bijdraagt aan belastingontwijking en een ongelijkere vermogensverdeling. Het gaat hier om alle vormen van vermogen zoals spaar- en beleggingstegoeden, de eigen woning, overig vastgoed, het aanmerkelijk belang en ander (ondernemings)vermogen en pensioenen. Tevens gaat het over het belasten van vermogensoverdrachten en dus om de schenk- en erfbelasting. De komende tijd worden enkele vrijstellingen binnen de schenk- en erfbelasting onderzocht en worden op het terrein van box 3 verschillende evaluaties en onderzoeken voorzien.Wonen, gezondheid en consumptieDe woningmarkt wordt op allerlei manieren beïnvloed door het belas­tingstelsel. Hypotheekrente is aftrekbaar voor de eigen woning en de overdrachtsbelasting is van belang als je een woning koopt. Op dit terrein vinden verschillende evaluaties en onderzoeken plaats. Belastingen worden ook ingezet om bepaald gedrag te beprijzen, denk aan de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken en de tabaksaccijns. Op dit terrein zal onder andere de verbruiksbelasting voor alcoholvrije dranken geëvalueerd worden. Tot slot is de btw een van de belangrijkste inkomstenbronnen van de overheid. Tegelijkertijd zijn er veel bijzondere regelingen en vrijstellingen binnen de btw. De komende tijd worden een aantal vrijstellingen in de btw en de kleineondernemersregeling geëvalueerd.Klimaatb. Verduurzaming van het belastingstelselBelastingen kunnen de schade aan klimaat en milieu door vervuiling en het opwarmen van de aarde beprijzen, zorgen voor andere keuzes en bijdragen aan het ‘de vervuiler betaalt’-principe. Voor de komende jaren staan onder andere verschillende onderdelen van het klimaatakkoord op de evaluatie­planning. Het wordt bezien of gestelde doelen op een doeltreffende en doelmatige wijze zijn bereikt. Daarnaast wordt op deelterreinen verdiepend onderzoek gedaan naar effectieve vergroening van het belastingstelsel.235Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 105 Uitwerking Strategische Evaluatieagenda, beleidsthema 5: Belastingdienst1SubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.a. Uitvoering en handhaving BelastingdienstPeriodieke Rapportage2029Gepland1De Periodieke Rapportage brengt eerdere evaluaties naar de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van verschillende onderdelen en aspecten van de uitvoering en handhaving samen. De synthese is zoveel als mogelijk dekkend voor de inspanningen en het budget van de Belastingdienst in de voorliggende periode, en sluit zo goed mogelijk aan op de eigen en maatschappelijke inzichtbehoefte.Fiscale MonitorEx-durante evaluatieJaarlijksLopend1Een jaarlijkse survey waarbij burgers, bedrijven en hun intermediairs worden bevraagd over onder andere functioneren en imago van de Belastingdienst, waardering van de dienstverlening, vertrouwen in de Belastingdienst, belastingmoraal en compliance. De Fiscale Monitor wordt al jaren op een vergelijkbare manier uitgevoerd, zodat de monitor niet alleen inzicht geeft in de huidige stand van zaken, maar ook zeer geschikt is om trends vast te stellen.Stand van de UitvoeringEx-durante evaluatieJaarlijksLopend1Om problemen in de uitvoering in beeld te brengen haalt de Belastingdienst signalen op van binnen en van buiten de organisatie. Op basis daarvan identificeert de Belastingdienst knelpunten en legt deze voor aan de politiek (en aan beleid) met het streven om gezamenlijk tot oplossingen te komen.Evaluatie toezicht (2017-2023)Beleidsdoorlichting2024Lopend1Deze beleidsevaluatie sluit aan op de laatste beleidsdoorlichting van het toezicht en richt zich op de doeltreffendheid en doelmatigheid van het brede palet aan activiteitein dat valt onder toezicht in het fiscale domein in de periode 2017-2023.Evaluatie dienstverlening (2020-2024)Ex-post en ex-durante evaluatie2025Lopend1Deze evaluatie richt zich op de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van de dienstverlening van de Belastingdienst. De vraag die centraal staat is in hoeverre en hoe de dienstverlening van de Belastingdienst bijdraagt aan compliantie van burgers en bedrijven, de dienstverlening voldoet aan de principes van goede dienstverlening , en de dienstverlening op efficiënte wijze plaatsvindt met zo min mogelijk neveneffecten.Brieven als instrumentEx-post en ex-durante evaluatie2025Te starten1De Belastingdienst stuurt vele brieven met verschillende doelen (bijv informatievoorziening, mededelingen, reminders, aanmaningen). Het doel van deze overzichtsstudie is meer te leren over de effectiviteit van de brief als een instrument. Daartoe wordt kennis over de (voorwaarden voor) effectiviteit van brieven uit eerdere onderzoeken, uit de literatuur en uit de organisatie bijeen gebracht.Transformatie van de dienstverleningEx-post en ex-durante evaluatie2025Te starten1Deze evaluatie richt zich op de in 2020 ingezette Transformatie van de dienstverlening. In deze lerende evaluatie wordt gekeken naar wat er nodig is om de al gedocumenteerde uitdagingen voor het borgen van klantcentrisch werken aan te gaan en op te lossen.Doorwerking van de visie op dienstverleningEx-durante evaluatie2025Te starten1Deze evaluatie van de in 2021 vastgestelde «Visie en ambitie op dienstverlening» biedt inzicht in de doorwerking van deze Belastingdienstbrede visie in de praktijk, en levert lessen op over hoe deze doorwerking te versterken. De evaluatie levert daarnaast lessen op die benut kunnen worden bij de ontwikkeling en implementatie van toekomstig Belastingdienstbreed beleid.1De evaluatie «Internationale uitwisseling van fiscale informatie internationaal opererende ondernemingen» is van de Strategische Evaluatie Agenda afgehaald wegens diverse internationaal lopende onderzoeken naar dit onderwerp.Beleidsthema 5: Belastingdiensta. Uitvoering en handhaving BelastingdienstDe Belastingdienst wil toewerken naar een programmering van evaluaties die meer aansluit bij de interne en externe leer- en verantwoordingsbe­hoeften en past bij de verantwoordelijkheid van de Belastingdienst voor de heffing en inning van de rijksbelastingen. Het komende jaar richt de Belas­tingdienst een proces in dat moet leiden tot een evenwichtige program­mering van evaluatieonderzoeken op de SEA.236Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 De Belastingdienst levert in 2029 een Periodieke Rapportage op over de uitvoering en handhaving door de Belastingdienst. De op de SEA gepro­grammeerde evaluaties die de komende jaren worden uitgevoerd dienen als bouwblokken voor deze rapportage.De Belastingdienst voert in 2024 ‒ 2025 een aantal evaluaties uit die al eerder waren geprogrammeerd: de beleidsdoorlichting Toezicht (2017 – 2023) en de evaluatie Dienstverlening (2020 – 2024). Daarnaast zijn enkele evaluaties geprogrammeerd die direct voortkomen uit de interne leer- en verantwoordingsbehoefte op het gebied van de dienstverlening. Met de Fiscale Monitor laat de Belastingdienst zien hoe burgers en ondernemers de uitvoering van de Belastingdienst ervaren en waarderen. Tot slot brengt de Belastingdienst jaarlijks de Stand van de Uitvoering uit waarin gesigna­leerde knelpunten onder de aandacht worden gebracht.237Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 106 Uitwerking Strategische Evaluatieagenda, beleidsthema 6: ToeslagenSubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.a. Recht doen aan het verledenPeriodieke Rapportage2028Te starten13Met de Periodieke Rapportage wordt inzicht gegeven in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het financieel herstel van gedupeerden van de toeslagenaffaire, waarbij volledigheid, zorgvuldigheid en informatiedeling naar gedupeerden voorop staan.Evaluatie hersteloperatie toeslagenEx-durante evaluatie2026Te starten13De evaluatie hersteloperatie toeslagen ziet op het evalueren van de wet hersteloperatie toeslagen en de aanvullende wet met als doel om de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleidsmaatregelen te onderzoeken.b. Presteren in het heden/Anticiperen op de ToekomstPeriodieke Rapportage2026Te starten13De Periodieke Rapportage biedt inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de inspanningen op het gebied van dienstverlening en uitvoering, gebaseerd op evaluatieonderzoek uit de afgelopen jaren waaronder de evaluatie van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen. Ook worden in de onderzoeken naar dienstverlening en uitvoering de ontwikkelingen meegenomen over de toekomst van het stelsel, politieke besluitvorming hieromtrent en het toewerken naar aanpassingen aan het stelsel, mogelijk in aanloop naar een volledig nieuw stelsel.Onderzoek uitvoering en dienstverlening ToeslagenEx-durante evaluatie2025Te starten13Wij streven ernaar om de dienstverlening aan alle toeslaggerechtigden te optimaliseren en om meer in de actualiteit te werken en zo betere resultaten te behalen op de drie burgerbeloften. Dit onderzoek draagt hieraan bij door inzichten te verschaffen in de uitvoering en dienstverlening.Evaluatie AwirEx-post evaluatie2026Te starten13Het doel van de evaluatie van de Awir (Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen) is om inzicht te krijgen in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de wet en de daaraan gerelateerde inkomensafhankelijke regelingen. Hiermee wordt beoordeeld of de wet en de uitvoering van de AWIR effectief zijn in het bereiken van hun doelen.Evaluatie uitvoering en dienstverleningEx-post evaluatie2026Te starten13In 2026 (voorbereiding 2025) zal de volgende evaluatie van de uitvoering en dienstverlening van Toeslagen plaatsvinden. Deze evaluatie voldoet aan de RPE en zal antwoord geven op de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verschillende ingezette interventies en instrumenten bij de Dienst Toeslagen. Afhankelijk van de scope van de evaluatie zullen verschillende onderzoeksmethoden ingezet worden om deze evaluatie vorm te geven. Hierbij valt te denken aan doorlichting bestaande effectmetingen, aangevuld met inzichten vanuit de uitvoering en partners (bijvoorbeeld interviews materiedeskundigen en expertpanels). Een vast onderdeel van de evaluatie zal burgeronderzoek zijn, die bij voorkeur wordt aangevuld met een gedragsonderzoek.Beleidsthema 6: Toeslagena. Recht doen aan het verledenHerstel richt zich op compensatie (financieel), brede ondersteuning om het leven weer op de rit te krijgen, een schuldenaanpak en op emotioneel herstel voor ouders en gezinsleden die gedupeerd zijn door de kinderop­vangtoeslag. In november 2022 is de Wet hersteloperatie Toeslagen (Wht) inwerking getreden, met daarbij de toezegging van een wetsevaluatie. In 2023 zijn er nog herstelregelingen opgestart. We kunnen de effecten van bepaalde keuzes pas zien als er enige tijd overheen is gegaan. Er wordt daarom ingezet op afronding van de evaluatie van de Wht in 2026Er wordt daarbij niet enkel ingezet op het evalueren van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de maatregelen, maar ook ruim aandacht besteedt aan de uitvoering van de maatregelen door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen, hoeveel de maatregelen vergden van het doenvermogen van gedupeerden, de mate van tevredenheid van gedupeerden en de ervaringen met de inzet van de in het kader van het herstel toeslagen in het leven geroepen onafhankelijke commissies (commissie van onafhan­kelijke deskundigen, bezwaarschriftenadviescommissie en de commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade). De in dit wetsvoorstel opgenomen herstelmaatregelen voor ex-partners en hun kinderen en voor 238Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 de nabestaanden van overleden gedupeerden zullen bij die evaluatie betrokken worden. De uitvoering van de regeling voor nabestaanden van overleden kinderen wordt eveneens geëvalueerd.Daarnaast is een belangrijke vraag welke processen vanuit de herstel­operatie en de lessen die we hieruit hebben geleerd, kunnen worden meegenomen naar de reguliere uitvoering van Toeslagen. Hierbij valt te denken aan het onderdeel maken van burgers van het beleidsproces, hoe knelpunten van mensen eerder gesignaleerd kunnen worden en hoe hier adequaat op gereageerd kan worden, en hoe nieuwe manieren van dienstverlening kunnen worden toegepast.   b. Presteren in het heden en anticiperen op de toekomstBinnen dit thema gaat het om het verhogen van de doenlijkheid en begrijpe­lijkheid van het stelsel voor mensen. Centraal staat hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen kunnen voldoen aan de vereisten van de wet- en regelgeving binnen het toeslagenstelsel. En dat daarbij ook oog is voor de uitvoerbaarheid van het stelsel. We kijken hierbij naar het heden alsook naar de toekomst. De inzet op verbeteringen in de dienstverlening en uitvoering in het heden en verbeteringen in de toekomst, liggen in elkaars verlengde en zijn in de praktijk sterk met elkaar verweven. Er wordt bijgedragen aan voorstellen voor verbeteringen of alternatieven voor het toeslagenstelsel voor politieke besluitvorming.In 2025 is voorzien om een ex-durante evaluatie uit te voeren naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van ingezette maatregelen en inter­venties in de dienstverlening en uitvoering. Er wordt onder andere gekeken of mensen goed met deze aanpassingen om kan gaan. Er wordt door de Dienst Toelslagen naar gestreefd om de dienstverlening aan alle toeslagge­rechtigden te optimaliseren door meer in de actualiteit te werken; het zo goed mogelijk toekennen van de toeslag(en) op basis van juiste, actuele en objectieve gegevens en goede dienstverlening. Hiermee willen we betere resultaten behalen op de drie burgerbeloften: U weet waar u aan toe bent, We staan voor u klaar, U krijgt waar u recht op heeft.De evaluatie van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) en de evaluatie van de uitvoering en dienstverlening staan gepland om in 2026 te worden afgerond. De evaluaties zijn een vervolg op de vorige evaluaties, die als nulmeting kunnen worden gezien sinds de ontvlechting van Toeslagen, Belastingdienst, Douane. De twee evaluaties hebben een samenhang. De precieze aanpak, opzet en inhoud wordt nog bekeken, gedacht kan worden aan het evalueren van doorgevoerde beleidsverbete­ringen en de inzet op het verminderen van (hoge) terugvorderingen en niet-gebruik. Voor beide evaluaties worden verschillende onderzoeksmethoden gehanteerd. Onderdeel hiervan is het meenemen van de ervaringen en perspectieven van burgers en stakeholders. De inzichten uit de evaluaties dragen bij aan inzichten over de doenlijkheid van wet- en regelgeving voor burgers. De evaluaties dragen daarmee bij aan het verbeteren van de uitvoering en het gehele toeslagenstelsel.Inzichten over huidige verbeteringen en voorstellen voor verbeteringen in de toekomst zullen aan bod komen in de periodieke evaluatie. De Periodieke Rapportage staat gepland voor 2026.  De inzichtbehoefte met de focus op toekomst ligt in de vraag hoe we de kennis en inzichten uit het huidige stelsel kunnen gebruiken en inzetten voor de toekomstige inrichting van 239Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 inkomensondersteuning. Hierbij is aandacht voor de uitvoerbaarheid van beleidsvoorstellen en verbeteringen voor burgers en worden de opgedane inzichten uit de evaluaties meegenomen.240Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Tabel 107 Uitwerking Strategische Evaluatieagenda, beleidsthema 7: DouaneSubthemaType onderzoekAfrondingStatusArt.a. Effectgericht SturenPeriodieke Rapportage2026Te starten9Inzicht vergroten in:-De beleidseffecten die opdrachtgevers willen bereiken door middel van de inzet van Douane activiteiten en resultaten.-De wijze waarop Douane activiteiten en resultaten (in theorie en praktijk) bijdragen aan het bereiken van deze outcome, en hoe deze resultaten, relaties en outcome inzichtelijk en meetbaar kunnen worden gemaakt.-De wijze waarop ambities van Douane en opdrachtgevers ten aanzien van resultaten en outcome zich vertalen in het handhavingsplan Douane.-De manier waarop keuzes in het Handhavingsplan consequenties kunnen hebben voor individuele opdrachtgevers en hoe hier in gezamenlijkheid over kan worden gesproken en besloten (sturen op effecten).-De wijze waarop Douane als opdrachtnemer over deze resultaten, relaties en outcome zou moeten rapporteren.-De mate van haalbaarheid van deze wijze van rapporteren en de inspanning die nodig is om het gewenste niveau van rapporteren te realiseren.Liquide Middelen en MeldrechtEx-ante evaluatie2024Lopend9Inzichtelijk maken van de wijze waarop de handhavingsaanpak op het vervoer van liquide middelen, waardevolle goederen en documenten (al dan niet door reizigers) verondersteld wordt bij te dragen aan de bestrijding van ondermijnende criminaliteit zoals beoogd door het beleidsverantwoordelijke departement.Actorgerichte aanpak e-CommerceEx-ante evaluatie2024Lopend9Inzichtelijk maken van de wijze waarop dit onderdeel van de handhavingsaanpak voor zogenaamde lage-waarde-zendingen business-to-consumer verondersteld wordt bij te dragen aan de waarborging van fiscale doelstellingen van het beleidsverantwoordelijke departement.Procesevaluatie Sturen op effectenEx-durante evaluatie2025Te starten9Het inventariseren van mogelijke verbeteringen in het gezamenlijk sturen op effecten door opdrachtgevende departementen en de Douane.Beleidsthema 7: Douanea. Effectgericht sturenVanaf 2019 hebben de opdrachtgevende beleidsdepartementen en de Douane de beweging ingezet om de bestaande kwantitatieve sturing (op aantallen controles per douanetaak) aan te vullen met sturing op de door de opdrachtgever(s) beoogde outcome (doeltreffendheid) van de douane-inzet. Deze ontwikkeling is in lijn met de conclusies en adviezen van de Beleidsdoorlichting Douane 2012-2018, die in 2020 aan de Tweede Kamer is aangeboden.We gaan, in afstemming met onze opdrachtgevers en voortbouwend op onderzoek in 2023 en 2024, in 2025 onderzoek uit (laten) voeren met als resultaat het concretiseren en operationaliseren van de doeltreffendheid van beleid en beleidsinstrumenten. Het doel van een procesevaluatie in 2025 is, mede in het licht van de resultaten van eerdere ex-ante evaluaties, het inventariseren van mogelijke verbeteringen voor sturen op effecten. Doel is om meer kennis te verzamelen op het gebied van effectgerichte sturing binnen de relatie van Opdrachtgevers en ons als Douane om daarmee de doorontwikkeling ervan te bespoedigen. Een in 2026 aan de Kamer te rapporteren Periodieke Rapportage beoogt een bredere beoordeling van verbetermogelijkheden op het gebied van effectgericht sturen. Deze beoordeling wordt gebaseerd op de resultaten van eerdere onderzoeken en gericht aanvullend onderzoek. Doel van het onderzoek is verantwoording over de achterliggende periode en het verzamelen van aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van effectgericht sturen.241Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Bijlage 7: Rijksuitgaven Caribisch NederlandOp verzoek van de motie Hachchi c.s.49 wordt jaarlijks een overzicht van alle rijksuitgaven aan Caribisch Nederland (met uitzondering van de vrije uitkering ofwel het BES-fonds (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties (IV).Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling Advisering van de Raad van State en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties is de aanbeveling opgevolgd om het overzicht Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland aanzienlijk uit te breiden50. Doel hiervan is om de rol van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te verstevigen en een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen.In de begroting Koninkrijksrelaties (IV) is het totale overzicht van de Rijksuitgaven Caribisch Nederland te vinden. Hieronder is de uitsplitsing van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de departementale begroting Financiën en Nationale Schuld (IX) weergegeven. In het overzicht en de bijbehorende toelichtingen wordt aangegeven of het uitgaven zijn ten behoeve van eilandelijke taken (E) of rijkstaken (R), of er sprake is van incidentele (I) of structurele (S) bekostiging en wordt een toelichting gegeven op de wijze van financiering welke gekoppeld is aan de beoogde beleidsdoelen.Tabel 108 Departementaal overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland (bedragen x € 1.000)Artikel/ instrumentTaakBijdrageRealisatieOntwerpbegroting 20252023202420252026202720282029Totaal uitgaven21.04220.84920.84920.84920.84920.84920.849Artikel 1 Belastingen18.08018.00018.00018.00018.00018.00018.000ApparaatsuitgavenRS18.08018.00018.00018.00018.00018.00018.000Artikel 2 Financiële markten2.9622.8492.8492.8492.8492.8492.849Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sRS2.9622.8492.8492.8492.8492.8492.849Storting/onttrekking begrotingsreserveRS0000000ToelichtingArtikel 1 BelastingenBetreft de kosten van uitvoering van fiscale wet- en regelgeving en douanetaken in Caribisch Nederland.Artikel 2 Financiële marktenBijdrage aan ZBO's/ RWT'sDe verantwoordelijkheid van de minister van Financiën ten aanzien van de toezichtstaken is dezelfde voor de BES-eilanden als voor Europees Nederland, omdat de verhouding tussen de minister en de toezichthouders dezelfde is. Het toezicht op de BES-eilanden is net als in Europees Nederland op afstand geplaatst bij De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM); de minister van Financiën is systeemverantwoor­49 Kamerstuk 33 000 IV, nr. 2850 Kamerstuk 35 300 IV, nr. 11242Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 delijk. Voor het toezicht op de BES-eilanden ontvangt DNB jaarlijks een overheidsbijdrage en voor het gedragstoezicht op de financiële markten op de BES-eilanden ontvangt de AFM jaarlijks een overheidsbijdrage.243Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 Bijlage 8: Lijst van afkortingenTabel 109 Lijst van afkortingenAABCAfdracht, Beschermen en ConcurrentiepositieACMAutoriteit Consument & MarktACPAfrikaanse, Caribische en Pacifische landenADRAuditdienst RijkADSBAtradius Dutch State BusinessAFMAutoriteit Financiële MarktenAIIBAsian Infrastructure Investment BankANBIAlgemeen Nut Beoogde InstellingANFAAgreement on Net Financial AssetsANVSAutoriteit Nucleaire Veiligheid en StralingsbeschermingAPAutoriteit PersoonsgegevensAPAanvullende PostASBAssurantiebelastingAVGAlgemene Verordening GegevensbeschermingAwbAlgemene wet bestuursrechtAwirAlgemene wet inkomensafhankelijke regelingenAwrAlgemene wet inzake rijksbelastingenBBBABilateral Borrowing AgreementsBbpBruto binnenlands productBBPBest Banking PracticeBCFBtw-compensatiefondsBerbBedrijfseconomische ResultaatsbepalingBESBonaire, Sint Eustatius en SabaBEVBeschermingsvoorziening Economische VeiligheidBNGBank Nederlandse GemeentenBniBruto nationaal inkomenBoPBalance of Payments facilityBORBedrijfsopvolgingsregelingBPMBelasting voor Personenauto’s en MotorfietsenBtwBelasting over de toegevoegde waardeBZBuitenlandse ZakenBZKMinisterie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesCCaoCollectieve ArbeidsovereenkomstCBSCentraal Bureau voor de StatistiekCDFDCollege Deskundigheid Financiële DienstverleningCEACommissie Eindtermen AccountantsopleidingCETCommon Equity TierCJIBCentraal Justitieel IncassobureauCPBCentraal PlanbureauCWComptabiliteitswetCWSCommissie Werkelijke SchadeDDBADeregulering Beoordeling ArbeidsrelatiesDGDirectoraat-GeneraalDGSDepositogarantiestelselDNBDe Nederlandsche BankDRZDomeinen Roerende Zaken244Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 DSLDutch State LoanDUODienst Uitvoering OnderwijsDWUDouanewetboek van de UnieEEBEnergiebelastingEBAEuropese Banken AutoriteitEBRDEuropean Bank for Reconstruction and DevelopmentECBEuropese Centrale BankEDFEuropean Development FundEFSFEuropean Financial Stability FacilityEFSMEuropean Financial Stabilisation MechanismEGFEuropees garantiefondsEIAEnergie-InvesteringsaftrekEIBEuropean Investment BankEIFEuropean Investement FundEkvExportkredietverzekeringEMBEigenmiddelenbesluitEMUEuropese Monetaire UnieESMEuropean Stability MechanismEUEuropese UnieEU4UEU For Ukraine Trust FundFFATFFinancial Action Task ForceFCIFortis Corporate InsuranceFDFiscaal DienstverleningFECFinancieel Expertise CentrumFIODFinanciële Inlichtingen- en OpsporingsdienstFIXFiscale IndexFMOFinancierings-Maatschappij voor OntwikkelingslandenFSPFiscal Structural PlanFSVFraude Signalering VoorzieningFteFulltime-equivalentGGLFGreek Loan FacilityHHLAHoofdlijnenakkoordHVPHerstel- en VeerkrachtplanHZKHuurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budgetIIACKInkomensafhankelijke combinatiekortingIBIntegrale BeoordelingIBRDInternational Bank for Reconstruction and DevelopmentIDAInternational Development AssociationIFCInternational Finance CorporationIFIInternationale Financiële InstellingIHInkomensheffingIMFInternationaal Monetair FondsIMVOInternationaal maatschappelijk verantwoord ondernemenIVInformatievoorzieningJ245Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 JenVMinisterie van Justitie en VeiligheidKKNMKoninklijke Nederlandse MuntKpiKritische prestatie-indicatorLLHLoonheffingLVVNMinisterie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en NatuurMMEVMacro Economische VerkenningMFB(+)Macro-financiële bijstandMFKMeerjarig Financieel KaderMIAMilieu-investeringsaftrekMIFMultilateral Interchange FeeMIGAMultilateral Investment Guarantee AgencyMKBMidden- en kleinbedrijfmld.Miljardmln.MiljoenMOBMaatschappelijk Overleg BetalingsverkeerMRBMotorrijtuigenbelastingMSNPMinnelijke schuldregeling natuurlijke personenMvoMaatschappelijk verantwoord ondernemenNNABNew Arrangements to BorrowNBMNederlands Bureau der MotorrijtuigverzekeraarsNGEUNext Generation EUNHTNederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor TerrorismeschadenNIONederlandse Investeringsbank voor OntwikkelingslandenNLFINL Financial InvestmentsNSOCNederlandse Samenwerking tegen Ondermijnende CriminaliteitNWBNederlandse WaterschapsbankNvWNota van WijzigingOOBOmzetbelastingOCTOverseas Countries and TerritoriesOCWMinisterie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapODAOfficial Development AssistanceOESOOrganisatie voor Economische Samenwerking en OntwikkelingOVBOverdrachtsbelastingPPOKParlementaire Ondervragingscommissie KinderopvangtoeslagPRGTPoverty Reduction and Growth TrustPSDPayment Services DirectiveRRPERegeling Periodieke EvaluatieRRBRenterisicobedragRRFRecovery and Resilience FacilityRSTResilience and Sustainability TrustRWTRechtspersoon met een wettelijke taakRVORijksdienst voor Ondernemend Nederland246Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2 SSBNSociale Banken NederlandSBTiScience Based Targets initiativeSDRSpecial Drawing RightsSDUStaatsdrukkerij en UitgeverijSEAStrategische Evaluatie AgendaSGSecretaris-GeneraalSGHStichting Gelijkwaardig HerstelSMPSecurities Markets ProgrammeSRFSingle Resolution FundSRHSNS REAAL HoldingSSOShared Service OrganisatieSURESupport to mitigate Unemployment Risks in an EmergencySZWMinisterie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidTTEMTraditionele Eigen MiddelenUUBOUltimate Beneficial Owners (uiteindelijke belanghebbenden)UCNUltra Centrifuge NederlandUHSUitvoerings- en HandhavingsstrategieUHTUitvoeringsorganisatie Herstel ToeslagenUSDAmerikaanse dollarVVKVerenigd KoninkrijkVNGVereniging Nederlandse GemeentenVpbVennootschapsbelastingVSOVaststellingsovereenkomstVWEUVerdrag betreffende de Werking van de Europese UnieVWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en SportWWAKOWet Aansprakelijkheid KernongevallenWftWet op het financieel toezichtWhtWet hersteloperatie ToeslagenWKRWerkkostenregelingWODCWetenschappelijk Onderzoek- en DocumentatiecentrumWOKWet op de KansspelenWooWet Open OverheidWOZWaardering Onroerende ZakenZZBOZelfstandig Bestuursorgaan247Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 2

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3ea46b161041a7b5

14 okt 2026 · 04d9364d0f0c3e6a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.