Voortgang Versterkte Aanpak Online inzake extremistische en terroristische content
Brontekst
Versie 08e23956f71d4d0d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 754TerrorismebestrijdingNr. 780 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 mei 2026De fysieke wereld en het online domein zijn onlosmakelijk met elkaarverbonden, waarbij de online wereld een steeds grotere rol inneemt inonze samenleving. Dit geldt in het bijzonder voor de belevingswereld vanjongeren. De online verbondenheid brengt kansen met zich mee, leidt totinnovatie en faciliteert kennisuitwisseling. Het creëert echter ookdoorlopend nieuwe mogelijkheden voor terroristische en extremistischegroeperingen en individuen om propaganda te verspreiden, kwetsbareindividuen – met name jongeren – te rekruteren en aan te sporen totgeweld in de fysieke wereld.1 Het meest recente Dreigingsbeeld Terro-risme Nederland (DTN) benadrukt opnieuw de zorgen rondom detoenemende online radicalisering en waarschuwt voor de gevaren vanonder andere jihadistische en rechts-terroristische propaganda. Ooknemen de zorgen omtrent het online nihilistisch extremisme toe,2 metname gezien de (zeer) jonge slachtoffers.Het kabinet blijft zich onverminderd inzetten om online radicalisering,extremisme en terrorisme aan te pakken en effectief te reageren opnieuwe ontwikkelingen. De laatste jaren zijn veel stappen gezet in dedoorontwikkeling van de Versterkte Aanpak Online (VAO).3 Met oog op detoenemende en veranderende online dreiging zijn in het coalitieakkoordinitiatieven opgenomen die (kunnen) bijdragen aan de aanpak van onlineradicalisering, extremisme en terrorisme, waaronder een verbod opverslavende, polariserende en democratie-ondermijnende algoritmen.Ook presenteerde de Europese Commissie onlangs de nieuwe EUContra-terrorisme (EU-CT) agenda, waarin specifiek aandacht is voor de1NCTV, Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, december 2025.2NCTV, Voortgangsbrief Versterkte Aanpak Online inzake extremistische en terroristischecontent, 17 december 2025.3Deze zijn toegelicht in de contourenbrief Versterkte Aanpak Online (december 2023), dekamerbrief nadere uitwerking Versterkte Aanpak Online (december 2024) en de voortgangs-brieven Versterkte Aanpak Online (mei 2025, december 2025). kst-29754-780ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7801 online dimensie en aanvullende maatregelen om online radicaliseringtegen te gaan.4In deze brief informeer ik u, mede namens de Staatssecretaris DigitaleEconomie en Soevereiniteit en de Minister van Werk en Participatie, overde voortgang van de VAO. Hiermee geef ik gehoor aan de toezegging uwKamer dit voorjaar hierover te informeren. De inzet wordt in deze briefgeschetst aan de hand van een viertal actielijnen, te weten:1.Preventie en bewustwording2.Normeren en signaleren3.Reguleren en handhaven4.Kennis en onderzoekBinnen deze actielijnen komen inhoudelijk de vier pijlers die in eerderebrieven zijn aangehouden terug: 1) de dialoog met de internetsector; 2)het wettelijk instrumentarium; 3) de lokale aanpak; en 4) de Europese eninternationale inzet.1. Preventie en bewustwording Idealiter wordt voorkomen dat individuen in contact komen met extremis-tische en terroristische content en daardoor radicaliseren. Hoewel dedrijfveren uiteenlopen, vertonen kwaadwillenden die het internet inzettenom schade aan te richten vaak vergelijkbare werkwijzen en technieken, enrichten zij zich met name op kinderen en kwetsbare jongeren. Het is vanbelang het bewustzijn ten aanzien van deze online gevaren te vergrotenen dat de jongeren zelf, maar ook hun omgeving, bekend zijn met hunhandelingsperspectief. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om terroristischecontent te melden bij de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornogra-fisch Materiaal (ATKM) ter verwijdering.5 Ter vergroting van debekendheid van dit Meldpunt start de ATKM deze zomer een publiekscam-pagne.Ook is het belangrijk dat jongeren met elkaar in gesprek gaan over hunonline gedrag, waaronder het bekijken of delen van bepaalde content.Vanuit de lokale aanpak wordt er door gemeenten, ondersteund doorVersterkingsgelden vanuit het Rijk, al langer ingezet op het bespreekbaarmaken van extremistische verhaallijnen die jongeren online tegen kunnenkomen. Dit met als doel om hun weerbaarheid hiertegen te vergroten. Ookzijn er projecten waarin aandacht is voor de rol van ouders en hoe zij ingesprek kunnen met hun kinderen over de online leefwereld en degevaren die hierbinnen schuil kunnen gaan. In aanvulling op dezedoorlopende inzet, wordt door de Nationaal Coördinator Terrorismebe-strijding en Veiligheid (NCTV) een nadere verkenning uitgevoerd naar eengemeenschappelijke communicatieaanpak over online gevaren insamenwerking met verschillende partners. Daarnaast organiseren deATKM en NCTV in samenwerking met het Platform voor InformatieSamenleving (ECP) in juni 2026 een evenement over online radicaliseringvan jongeren (onder de noemer van herkennen, begrijpen en handelen).In de eerste bijeenkomst staat het perspectief van jongeren centraal enwordt in een interactieve setting bekeken hoe jongeren online content totzich nemen en interpreteren. De inzichten uit deze sessie vormen de basisvoor een tweede bijeenkomst waarin experts, beleidsmakers en professi-onals bespreken hoe signalering en handelingsperspectieven in depraktijk kunnen worden versterkt.4Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC), Fiche – Terrorismebestrijdingsa-genda EU, 10 april 2026.5https://www.atkm.nl/meldpunt-atkm.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7802 Kennis van interventiemogelijkheden bij gemeentes is een belangrijkestap om online radicalisering te voorkomen. In diverse regio’s ontbrekenvaak nog kennis en handelingsperspectieven over het structureelbetrekken van het online domein bij lokale preventie. Daarom is al eerderaan de hand van gesprekken met gemeenten en de VNG het verdiepings-dossier «online radicalisering» ontwikkeld voor gemeenten en lokaleprofessionals.6 Ook zijn medio 2025 afspraken gemaakt met deExpertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) van het Ministerie van SocialeZaken en Werkgelegenheid (SZW) om de kennis van gemeenten op hetgebied van preventie van (online) radicalisering te verbeteren. In 2026 zetde ESS, met steun van de NCTV, verder in op het vergroten van bewust-wording en kennis over online radicalisering onder gemeenten, professi-onals, ouders en jongeren. De ESS doet dit als aanvulling op haarbestaande preventieve inzet op lokaal niveau. Ook kunnen gemeentencontact opnemen met hun lokaal adviseurs van de NCTV voor advies overhoe zij het online domein in hun lokale aanpak kunnen integreren.Digitale weerbaarheidHet vergroten van de digitale weerbaarheid is eveneens een essentieelonderdeel van preventie en bewustwording. Het Ministerie van SZW zetzich via lokale overheden en (jeugd)professionals in voor kennisontwik-keling en het versterken van handelingsperspectief ten aanzien van depreventie van (online) radicalisering.7 Daarnaast stimuleert SZW hetgebruik van effectieve interventies en bewustwordingscampagnes,waarover uw Kamer op 2 maart jl. reeds is geïnformeerd.8 Samen met deMinister van Werk en Participatie ga ik dit jaar in gesprek met anderedepartementen, het veld en jongeren zelf, over het verbeteren van depreventieve inzet. Naast digitale weerbaarheid is er hierin ook aandachtvoor bredere thema’s die bijdragen aan preventie, zoals mentalegezondheid, burgerschap en het voorkomen van discriminatie. Onderdeelhiervan is een bijeenkomst dit najaar met (praktijk-)experts uit de diversedomeinen, waaronder het sociaal, onderwijs- en veiligheidsdomein. Hetdoel van deze bijeenkomst is het versterken van de onderlinge verbindingen het vertrouwen tussen domeinen, en het uitwisselen van werkwijzenen expertise.Naast bewustwording over online radicalisering, is bewustwording overacceptabele normen en waarden online belangrijk. Daarom lanceert deStaatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit dialoogplatformwww.praatmeemetdeoverheid.nl om het online publiek debat te sterken.Deze zomer start een eerste hybride landelijke dialoog over onlinediscriminatie dat gebruik maakt van dit platform en fysieke locatiesverspreid door het land. Deze dialoog moet bewustwording creëren overhoe polarisatie, racisme en discriminatie bijdragen aan een voedings-bodem voor radicalisering, extremisme en terrorisme, en inzicht bieden inhet maatschappelijk sentiment over de verantwoordelijkheden van deoverheid en de platforms in het veiliger maken van de online wereld.Samenwerking online platformenMet platformen wordt ingezet op preventie en bewustwording. Zoalsaangekondigd in de voortgangsbrief van december jl. is in samenwerkingmet Meta de ReDirect pilot in januari 2026 gestart. Deze pilot is in eersteinstantie kleinschalig uitgerold op Instagram.9 Met behulp van de ReDirect6Verdiepingsdossier «online» | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid.7Kamerstukken II, 2024/25, 32 824, nr. 456.8Kamerstukken II, 2025/26, 32 824, nr. 479.9Kamerstukken II 2025/26, 29 754, nr. 774.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7803 methode worden gebruikers die zoeken naar terroristische online contentomgeleid naar het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE). Tot op heden ishet aantal omleidingen relatief beperkt. In de zomer van dit jaar wordt depilot uitgebreid naar Threads en Facebook, waarna in het najaar van 2026zal worden bezien of een eventuele uitbreiding en/of verlenging van ditinitiatief opportuun is.10 Ik zal uw Kamer hierover informeren in devolgende voortgangsbrief over de VAO.De afgelopen periode zijn er mogelijkheden onderzocht om soortgelijkepilots op te zetten. Momenteel worden twee sporen uitgewerkt. Het eerstespoor betreft een pilot die, vergelijkbaar met de ReDirect-methode, wordtopgezet op een ander sociaal mediaplatform dat veel wordt gebruikt inNederland. Het tweede spoor richt zich op een project op een onlinegamingplatform. In een volgende Kamerbrief in het najaar zal ik uinformeren over de voortgang van deze sporen.Ook op Europees en internationaal niveau zet Nederland voortdurendactief in op het stimuleren van samenwerking op het gebied vanpreventie.11 Eind 2026 levert de Europese Commissie een stappenplan opdat lidstaten kan helpen in het opzetten van een effectieve strategie tegenonline extremisme en terrorisme.2. Normeren en signaleren De normerende en signalerende actielijn komt tot uitdrukking in onderandere de dialoog met de platformen. Ik blijf in gesprek met onlineplatformen om de online dreiging onder de aandacht te brengen, mijnzorgen over online radicalisering, extremisme en terrorisme te uiten en deplatformen normerend aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voorhet creëren van een veilige online omgeving.12 In lijn met de uitspraak vanmijn ambtsvoorganger tijdens de begrotingsbehandeling van JenV(29 januari jl.)13 heb ik ook het ministeriële EU Internet Forum op 4 maartjl., aangegrepen om de verantwoordelijkheid van deze platformen tebenadrukken en de grote zorgen te uiten.14Dit jaar is tevens gestart met de doorontwikkeling van de dialoog metplatformen op nationaal niveau. Ik ben van plan mijn gesprekken metzowel de sociale media- als gamingplatformen voort te zetten, alsook uitte breiden naar de AI-sector. Ook ben ik voornemens in het najaar eenbijeenkomst te organiseren met de door Nederlandse jongeren meestgebruikte sociale media- en gamingplatformen om mijn zorgen te delenen mogelijkheden voor betere samenwerking te verkennen.10Vanuit het LSE is reeds bekend dat de gekoppelde LSE-landingspagina functioneert engebruikers worden doorgeleid. Dit betreft een speciaal ontworpen webpagina waar informatie-voorziening aan de online bezoeker geboden wordt.11In het kader van de EU Knowledge Hub on Prevention of Radicalisation leidt Nederland,samen met Frankrijk en de Europese Commissie, een Europese werkgroep over onlineradicalisering van jongeren. In 2026 vinden drie bijeenkomsten plaats, waarin beleidsmakersen operationele experts uit verschillende lidstaten samenkomen.12Onder andere het benadrukken van het belang van menselijke contentmoderatie bijplatformen is een structureel onderdeel van de dialoog.13Begroting Justitie en Veiligheid 2026, p. 37-5-7.14Tijdens het EU Internet Forum op 4 maart 2026 heeft Nederland ook volledige steun uitge-sproken voor het werk van de Europese Commissie in het algemeen en het EU Internet Forumin het bijzonder, in het licht van de ongegronde beschuldigingen in het rapport van deJustitiecommissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden van 3 februari 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7804 Minimumleeftijd sociale media met leeftijdsverificatieHet kabinet kijkt in bredere zin of digitale diensten voldoende veilig zijnvoor kinderen en jongeren. In het kader van de strategie «Kinderrechten inde digitale wereld» brengt het kabinet onder meer middels KinderrechtenImpact Assessments (KIAs) een breed spectrum aan risico’s van digitalediensten voor kinderen en jongeren in kaart. In het coalitieakkoord is deambitie opgenomen te komen tot een handhaafbare Europese minimum-leeftijd van 15 jaar voor sociale media zolang deze onvoldoende veiligzijn. Verschillende (EU-)landen onderzoeken een minimumleeftijd voorsociale media of bereiden hiervoor nationale wetgeving voor.De Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit zal, zoals istoegezegd tijdens het Wetgevingsoverleg Digitale Zaken van 2 maart jl.,uw Kamer informeren over de stand van zaken van de Europese aanpakvoor een Europese minimumleeftijd voor sociale media. De Staatssecre-taris heeft daarnaast de Universiteit van Amsterdam opdracht gegeven inbeeld te brengen wat de meest passende juridische inrichting van eenEuropese minimumleeftijd voor sociale media is. De resultaten wordenuiterlijk voor de zomer gepubliceerd. Tegelijkertijd wordt zicht gehoudenop ontwikkelingen in andere (EU lid-)staten op dit vlak en uitgekeken naarde aanbevelingen van het onafhankelijk expertpanel onder leiding van devoorzitter van de Europese Commissie over een Europese minimum-leeftijd en bescherming van kinderen online. Parallel verkent de Staatsse-cretaris of en hoe leeftijdsverificatie het beste kan worden vormgegeven,in Nederland. Hierbij is uiteraard oog voor zowel de effectiviteit van demaatregel als de mogelijke gevolgen voor de privacy en andere grond-rechten van gebruikers van sociale media, met name kinderen enjongeren. Bij deze verkenning wordt rekening gehouden met de Europesekaders en publieke waarden als toegankelijkheid, proportionaliteit,transparantie en handhaafbaarheid. Deze verkenning zal naar verwachtingvoor de zomer zijn afgerond, waarna Uw Kamer hierover wordtgeïnformeerd.3. Reguleren en handhaven De ontwikkelingen op het gebied van online radicalisering, extremisme enterrorisme onderstrepen het belang om naast het preventie en signaleren,ook het wettelijk instrumentarium (en de bijkomende handhavingsbe-voegdheden) effectief in te zetten. Met de Verordening TerroristischeOnline-Inhoud (TOI-verordening) en de Digital Services Act (DSA) beschiktde EU over concrete instrumenten om bepaalde illegale online inhoud aante pakken. De handhaving van de TOI-verordening is in Nederland belegdbij de ATKM, en het toezicht op in Nederland gevestigde platformenbinnen de reikwijdte van de DSA bij de Autoriteit Consument & Markt. Hettoezicht op de zeer grote online platforms (very large online platforms,VLOPs) onder de DSA ligt primair bij de Europese Commissie.De DSADe DSA beoogt bij te dragen aan een veilige, voorspelbare enbetrouwbare onlineomgeving, waarin de verspreiding van illegale inhoudwordt aangepakt. De DSA legt online platformen diverse verplichtingenop om gebruikers en hun grondrechten te beschermen. De aangewezenVLOPs zijn bovendien verplicht om de zogenoemde systeemrisico’s vanhun dienst te identificeren en te mitigeren. De verspreiding van terroris-tische en extremistische content kan zo’n risico vormen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7805 In oktober 2025 publiceerde de Europese Commissie de definitieverichtsnoeren ter bescherming van minderjarigen online, overeenkomstigartikel 28 van de DSA.15 Eind 2025 is een fiche opgesteld door dewerkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC), waaroverde toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken uw Kamer heeft geïnfor-meerd op 14 november 2025.16 Op korte termijn zal de Staatssecretarisvan Digitale Economie en Soevereiniteit de beantwoording van de dooruw Kamer gestelde vragen hierover aan u toezenden.In 2027 is de evaluatie van de DSA door de Europese Commissie voorzien.In dat jaar zal ook de Nederlandse Uitvoeringswet digitaledienstenveror-dening worden geëvalueerd. De Staatssecretaris Digitale Economie enSoevereiniteit coördineert dit namens Nederland en zal bij de ministeries,toezichthouders en maatschappelijke organisaties inventariseren wat hunervaringen zijn en welke wijzigingen van de DSA zij eventueel nodig enwenselijk achten. Dit zal worden meegenomen bij het bepalen van deNederlandse inzet op EU-niveau. Ook ik zal hieraan bijdragen en, waarnodig, pleiten voor aanscherpingen van de DSA, daarbij rekeninghoudend met het feit dat het nog relatief jonge wetgeving betreft. Zoworden de mogelijkheden om de invoering van een zorgplicht wederomte agenderen onderzocht,17 teneinde online platformen beter aan tekunnen spreken op hun verantwoordelijkheid in het tegengaan van onlineradicalisering. Naast (de evaluatie van) de DSA, komt momenteel deDigital Fairness Act (DFA) tot stand en wordt de Audiovisuele MediaServices Directive (AVSMD) herzien. Beide wettelijke instrumenten dragenbij aan een veiligere online omgeving.Non-paperIn het kader van de ontwikkeling van een nieuwe EU CT-Agenda riep deEuropese Commissie lidstaten op om aanvullende voorstellen te doenvoor het bestrijden van de online dreiging. Samen met Duitsland enFrankrijk heeft Nederland het non-paper «Countering together: FightingOnline Radicalisation, Violent Extremism and Terrorism» opgesteld.18Naar aanleiding van het non-paper is in de nieuwe EU CT-Agenda explicietverwezen naar de mogelijkheid om een dergelijke gedragscode teontwikkelen. De komende periode blijf ik mij inzetten om de EuropeseCommissie aan te sporen de voorstellen uit het non-paper om te zetten inconcrete stappen, zoals bepleit tijdens de JBZ-Raad van 5 maart jl., waarFrankrijk, Duitsland, Spanje, Finland, Zweden en België hun steun voorhet non-paper uitspraken.Het gezamenlijk optrekken om de negatieve invloed van online platformentegen te gaan sluit ook aan bij de doelstelling uit het coalitieakkoord omverslavende, polariserende, en democratie-ondermijnende algoritmen aante pakken. Hoe aan deze doelstelling invulling kan worden gegeven, wordtmomenteel onderzocht door de Minister van Binnenlandse Zaken en deStaatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit15Richtsnoeren inzake maatregelen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiligingvoor minderjarigen online te waarborgen, overeenkomstig artikel 28, lid 4, van Verordening(EU) 2022/2065, C(2025) 6826 final.16Kamerstukken II, 2025/26, 22 112, nr. 4207.17Tijdens de onderhandelingen voor de totstandkoming van DSA heeft Nederland gepleit voorzorgplicht voor online platformen. Zoals in de Contourenbrief Versterkte Aanpak Online(december 2023) is toegelicht, kon dit voorstel destijds niet rekenen op voldoende steun in deEuropese raad.18Nederlands-Duits-Franse non-paper «Countering together: Fighting Online Radicalisation,Violent Extremism and Terrorism», December 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7806 De Autoriteit online Terroristische en Kinderpornografisch MateriaalDe ATKM is in Nederland bevoegd tot het uitvaardigen van verwijderbe-velen op terroristische content en draagt actief bij aan een uniformetoepassing van de TOI-verordening in samenwerking met nationale,Europese en internationale partners.19 De ATKM hanteert een multistake-holdersaanpak. Er zijn 1 op 1 gesprekken met verschillende partners en eris tevens aandacht voor het gezamenlijk reflecteren met meerderebetrokken partners en deskundigen. De ATKM blijft leidend binnen hetzogeheten «taxonomy project», waar in samenspraak met bevoegdeEuropese autoriteiten indicatoren zijn geïdentificeerd voor evidentterroristische online inhoud.20 De ATKM neemt in 2026 zitting in het(wisselende) bestuur van het Global Online Safety Regulators Network(GOSRN), een internationaal netwerk dat wereldwijde normen voorinternettoezicht bevordert en de onderlinge samenhang tussen toezicht-houders versterkt.(Uitvoeringswet) Verordening Terroristische Online InhoudMomenteel wordt de Uitvoeringswet geëvalueerd conform de wettelijkeverplichting om binnen drie jaar na inwerkingtreding een evaluatie aanuw Kamer te presenteren.21 De evaluatie omvat onder meer de juridischereikwijdte van verwijderbevelen en de mogelijkheden voor de inzet vanverwijderverzoeken. Het eindrapport zal in het najaar van 2026 aan uwKamer worden aangeboden.In aanvulling op de aandacht voor de mogelijke inzet van verwijderver-zoeken in deze evaluatie, loopt er een beleidsverkenning naar verwijder-verzoeken als toevoeging op verwijderbevelen vanuit de ATKM. Hierbijzijn de ATKM, de Nationale Politie, en Europol betrokken. Er is sprake vaneen toename van (gewelddadig) extremistische content waarbij duidingvan het terroristisch karakter moeizaam is en daarom niet altijd binnen dereikwijdte van de ATKM valt. Uw Kamer en diverse partners hebbenaangegeven dat er behoefte is aan aanvullende mogelijkheden omdergelijke content te laten verwijderen. Op dit moment worden dejuridische en operationele mogelijkheden en implicaties hiervan in kaartgebracht. Hierover zal ik uw Kamer in de volgende voortgangsbriefinformeren.Tot slot zou de ambitie uit het coalitieakkoord om onderzoek te doen naarhet verbieden en verwijderen van content die misdrijven toont, mogelijk-heden kunnen bieden in de aanpak van gewelddadige extremistischecontent. De komende periode wordt bekeken op welke wijze deze ambitiekan worden uitgewerkt.Werkbare definitie (gewelddadig) extremistische contentTer uitvoering van de motie van het lid Michon-Derkzen om te komen toteen werkbare definitie van extremistische content, hebben er gesprekkenplaatsgevonden met relevante ketenpartners.22 Zij hebben het beeld19Zo neemt de ATKM onder andere deel aan werkgroepen met de Europese Commissie enbevoegde autoriteiten uit EU-lidstaten. De ATKM leidt – samen met de Zweedse autoriteiten –de werkgroep over hosting service providers (aanbieders van hostingdiensten) zonderwettelijke vertegenwoordiging in de EU, en neemt deel aan twee andere werkgroepen.20Doel is een richtlijn worden op te stellen die bevoegde autoriteiten ondersteunt bij eeneenduidige classificatie van dergelijk materiaal.21Toezegging gedaan aan het lid van der Werf (D66) tijdens het plenair debat inzake deUitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud op 21 december 2022.22Motie van het lid Michon-Derkzen over een werkbare definitie van «extremistische content».Ingediend op 2 oktober 2025 (Kamerstuk 29 754, nr. 758).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7807 bevestigd dat er een brede behoefte is aan verduidelijking ten aanzien vande afbakening van «extremistische content», maar dat er ook aanzienlijkeuitdagingen zijn om tot een eenduidige, werkbare definitie te kunnenkomen, op nationaal en EU-niveau. Dit komt mede door de verschillendetaken en bevoegdheden die de betrokken organisaties of instantieshebben. Tot op heden is het uitgangspunt dat het de voorkeur geniet omaansluiting te zoeken bij de definitie van extremisme die in de NationaleExtremisme Strategie gehanteerd wordt.23 Aanvullend wordt onderzochthoe de definitie verder kan worden afgebakend in lijn met de behoeftenvan onze partners, en of een eventuele inkadering tot «gewelddadigextremistische content» wenselijk dan wel noodzakelijk is. Het gesprekmet ketenpartners krijgt verder vervolg. Ook op Europees niveau span ikmij in om een werkbare definitie van extremistische content alsonderwerp op de agenda te plaatsen. Eind 2026 zal ik uw Kamer naderinformeren over deze inspanningen op nationaal en Europees niveau.Controle digitale gegevensdragersDe rechter heeft de mogelijkheid om aan verdachten en veroordeeldeneen bijzondere voorwaarde op te leggen die een gedraging van deverdachte of veroordeelde betreft. Deze bijzondere voorwaarde kaningevuld worden met bijv. een (sociale) mediaverbod en meewerken aaneen controle van digitale gegevensdragers. In de praktijk zien we dat derechter (ook) overgaat tot oplegging van een dergelijke gedragsbeïnvloe-dende voorwaarde aan terrorismeverdachten en -veroordeelden, bijv. inhet kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis.24 Van een(sociale) mediaverbod gaat een signalerende werking uit. Om risico-gedrag en recidive te voorkomen en gedragsverandering te stimuleren, iseffectieve handhaving ook van belang. Een inventarisatie in dit verbandheeft opgeleverd dat de reclassering een tool en werkwijze heeftontwikkeld om te controleren of een justitiabele zich houdt aan debijzondere voorwaarde «vermijden digitale omgevingen seksueelkindermisbruik».25 Ik ga met de reclassering in gesprek over mogelijk-heden om een vergelijkbare methodiek voor controle te ontwikkeleninzake online terrorisme en (gewelddadig) extremisme delicten. Ik streefernaar om uw Kamer hierover eind dit jaar nader te informeren.4. Kennis en onderzoek De ontwikkelingen rondom extremisme en terrorisme, de online werelden nieuwe technologieën vragen om het vergroten van kennis. Zoals ineerdere Kamerbrieven vermeld, verwacht ik medio dit jaar de resultatenuit het WODC-onderzoek naar extremisme op gamingplatformen met uwKamer te delen middels een beleidsreactie. Verder publiceerde het DenHaag Centrum voor Strategische Studies (HCSS) onlangs (10 maart jl.)een rapport over het COM-netwerk.26 Middels een kabinetsreactie die ikop 22 mei jl. met uw Kamer heb gedeeld, bent u nader geïnformeerdhierover.23Nationale Extremismestrategie 2024–2029.24Het betreft personen (veelal van relatief jonge leeftijd) die worden verdacht van of zijnveroordeeld voor o.a. opruiing tot terrorisme op sociale media of online in aanraking komenmet – grote hoeveelheden – terroristische en/of extremistische content en deze extremecontent bijvoorbeeld hebben verspreid.25De tool en werkwijze maakt het mogelijk voor de reclassering om digitale gegevensdragersgeautomatiseerd te controleren op risicovolle gedragingen met betrekking tot online seksueelkindermisbruik.26https://hcss.nl/report/hcss-focus-het-com-netwerk/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7808 AfsluitingDe afgelopen jaren is een sterk fundament gelegd om – online – radicali-sering, extremisme en terrorisme tegen te gaan. De online wereldverandert echter snel en vereist continu nieuwe antwoorden voor dezeproblematiek. Door in te zetten op preventie, signalering normering,regulering en handhaving, en het vergroten van onze kennis, bestendig ikonze aanpak om online terrorisme en extremisme te bestrijden, onlineradicalisering te voorkomen en online veiligheid te vergroten, metspecifieke aandacht voor kinderen en jongeren. De bescherming vanfundamentele grondrechten, zoals het recht op vrijheid van meningsuitingen informatie, blijft van belang. In het najaar van 2026 zal ik uw Kamerinformeren over de verdere ontwikkelingen in de aanpak van onlineradicalisering, extremisme en terrorisme.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7809
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.