KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 3 apr 2024 · Tweede Kamer

Verslag

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 484Wijziging van enkele wetten op het terrein vande accountancy in verband met maatregelen terverhoging van de kwaliteit van de wettelijkecontrole (Wijzigingswet accountancysector)Nr. 5 VERSLAGVastgesteld 3 april 2024 De vaste commissie voor Financiën, belast met het voorbereidendonderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslaguit te brengen van haar bevindingen.Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen tijdig engenoegzaam zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbareberaadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.I ALGEMEEN De vaste commissie voor Financiën heeft in het kader van het voorbe-reidend onderzoek van dit wetsvoorstel het lid Van der Lee (GroenLinks-PvdA) tot wetgevingsrapporteur benoemd. De wetgevingsrapporteurheeft ten behoeve van het verslag een schriftelijke inbreng opgesteld ennamens de commissie vragen van verdiepende en verduidelijkende aardopgesteld aan de regering. De commissie is wetgevingsrapporteurerkentelijk voor zijn bijdrage aan het verslag. De commissie heeft beslotende inbreng van de wetgevingsrapporteur over te nemen en in dit verslagals inbreng van de commissie op te nemen. Deze inbreng wordt vooraf-gaand aan de vragen en opmerkingen van de fracties (die per onderdeelin de volgorde van de memorie van toelichting staan vermeld) weerge-geven.De leden van de PVV-fractie hebben een aantal vragen bij het voorlig-gende wetsvoorstel.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van hetonderhavige wetsvoorstel. Deze leden hebben hierover een aantal vragen.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstelen hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen aan de regering.Deze leden onderschrijven de noodzaak om de kwaliteit van accountants-controles structureel te verbeteren en daarbij waar nodig wetgeving teherzien of actualiseren. Tegelijkertijd merken deze leden op dat er ook kst-36484-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 51 reële zorgen zijn over de beschikbaarheid en kosten van accountantscon-troles, over de werking van de audit quality indicatoren (AQI’s) en deinvulling van de aanwijsbevoegdheid. Deze leden hebben naar aanleidingdaarvan nog een aantal vragen bij het wetsvoorstel.De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de Wijzigingswet accountancysector.De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorlig-gende wetsvoorstel. Deze leden hebben daarover enkele vragen.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van hetwetsvoorstel Wijzigingswet accountancysector. Deze leden hebben begripvoor het achterliggende doel van het wetsvoorstel, namelijk het vergrotenvan de kwaliteit van de controles uitgevoerd door accountantsorgani-saties. Evenwel maken deze leden zich zorgen over het effect vanvoorliggend wetsvoorstel op de accountancysector. De regeldruk in deaccountancysector is al groot, waardoor de aantrekkelijkheid van hetberoep van accountant (waaraan überhaupt al een groot tekort is) onderdruk staat. Verdere vergroting van de regeldruk versterkt dit effect, naaroordeel deze leden. Deze leden maken graag gebruik van de mogelijkheidtot het stellen van vragen over het voorliggende wetsvoorstel.Inbreng commissieAanbevelingen wetenschapstoetsOp verzoek van de vaste commissie voor Financiën is een wetenschaps-toets uitgevoegd met betrekking tot onderhavig wetsvoorstel, die isuitgevoerd door prof. dr. Gold (Vrije Universiteit Amsterdam) endr. Veltrop (Rijksuniversiteit Groningen).1 De leden van de commissie zijnhen zeer erkentelijk voor de toets die is verricht. In de wetenschapstoetszijn met betrekking tot het wetsvoorstel elf aanbevelingen gedaan. Deleden van de commissie vragen de regering om in de nota naar aanleidingvan het verslag bij het betreffende onderdeel van het wetsvoorstel steedsook een reactie te geven op de specifieke aanbevelingen die in dewetenschapstoets zijn gedaan en de analyse die daaraan ten grondslagligt.Doelstelling wetsvoorstelDe leden van de commissie begrijpen uit de memorie van toelichting datde doelstelling van het wetsvoorstel, in navolging van eerder genomenmaatregelen, is om de kwaliteit van de (wettelijke) accountantscontroleduurzaam te verhogen. Het merendeel van de in het wetsvoorstel vervattemaatregelen ziet op accountantsorganisaties en in mindere mate opindividuele accountants, die de controles uitvoeren. Kan de regeringnader toelichten wat de doelen en subdoelen van dit wetsvoorstel zijn?Kan de regering in dit verband een definitie geven van controlekwaliteit,zoals ook wordt aanbevolen in de genoemde wetenschapstoets? Hoedraagt het wetsvoorstel bij aan deze (sub)doelen en aan het verhogen vande controlekwaliteit in het bijzonder?De leden van de commissie constateren verder dat als problemen in desector een grote uitstroom en beperkte instroom van accountants en eendaling van het aantal met name kleine en middelgrote accountantskan-toren worden genoemd. In hoeverre is het wetsvoorstel ook gericht op het1https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/e2024Z03801&did=2024D08960Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 52 tegengaan van deze ontwikkelingen en hoe dragen de verschillendeelementen van het wetsvoorstel daaraan bij?Wetsvoorstel in relatie tot lagere regelgevingDe leden van de commissie constateren dat het wetsvoorstel diverseverwijzingen bevat naar nog op te stellen lagere regelgeving. De ledenvan de commissie verwijzen in dit verband naar de voorsteldeartikelen 45a, eerste lid, (vaststellen kwaliteitsindicatoren), 45b (bepalenvan evaluatiefrequentie indicatoren), 45c, eerste lid, (maximale bewaar-termijn monitoringsinformatie), 45c, tweede lid, (bepalen van reikwijdtevan de rapportageverplichting ex artikel 45a, tweede lid), 45c, derde lid,(nadere regels inzake de verplichtingen als bedoeld in artikel 45a, tweedeen derde lid, en de evaluatie en het verslag, bedoeld in artikel 45), 54a,eerste lid, onderdeel e, (eisen aan aanvraag aanwijzing accountantsorga-nisatie), 54a, vierde lid, (reikwijdte aanwijzingsbevoegdheid), 54e (nadereregels inzake verschillende elementen uit de artikelen 54a, 54b en 54c) enartikel 57, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep (regels ter zakevan bevoegdheid AFM tot opleggen last onder dwangsom). Kan deregering een overzicht geven van alle voorgenomen lagere regelgeving eneen toelichting geven op de hoofdlijnen van de inhoud daarvan en inzichtgeven in de planning?Aanbevelingen Commissie toekomst accountancysectorDe leden van de commissie constateren dat de Commissie toekomstaccountancysector (Cta) in haar eindrapport van 30 januari 2020 22 aanbe-velingen heeft gedaan om de wettelijke controle duurzaam te verbeteren.2Bij brief van 20 maart 2020 heeft de Minister van Financiën de Kamergeïnformeerd dat hij de analyse van de Cta onderschrijft en het overgrotedeel van de aanbevelingen zal opvolgen.3 Op 30 oktober 2023 is deslotrapportage verschenen van de kwartiermakers toekomst accountancy,die waren belast met de opvolging en uitvoering van een deel van deaanbevelingen van de Cta.4 Uit de stukken blijkt nu niet overzichtelijk hoede regering de aanbevelingen heeft opgevolgd. De leden van decommissie vragen de regering daarom of de regering een overzicht kangeven van de 22 aanbevelingen van de Cta en daarbij steeds kanaangeven in hoeverre de betreffende aanbeveling is of wordt opgevolgden op welke wijze (bijvoorbeeld door middel van onderhavigwetsvoorstel) en wat de stand van zaken en planning is.Rapportageverplichting accountantsorganisatiesDoeltreffendheidDe leden van de commissie constateren dat de regering kiest voor eenwettelijke rapportageverplichting, waarbij de audit quality indicators –grotendeels op basis van het voorstel van de kwartiermakers – in eenministeriële regeling worden vastgesteld door de Minister van Financiën.De regering stelt – kort verwoord – dat van het invoeren van kwaliteitsindi-catoren op zichzelf geen kwaliteitsverhogend effect kan worden verwacht,maar dat data wel bijdragen aan het voeren van een goede discussie enhet nemen van gefundeerde beslissingen door belanghebbenden. Ookstelt de regering dat de indicatoren inzicht geven in de factoren die vaninvloed zijn op de kwaliteit van wettelijke controles en zo een basis biedenom het debat meer gefundeerd te voeren. Kan de regering nader2Kamerstukken II 2018/19, 33 977, nr. 21.3Kamerstukken II 2019/20, 33 977, nr. 29.4Kamerstukken II 2023/24, 33 977, nr. 46.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 53 toelichten in hoeverre de door de kwartiermakers opgestelde audit qualityindicators een beeld geven van de kwaliteit van de wettelijke controle endit toelichten per indicator? Kan de regering hierbij ook reageren op deanalyse die is gemaakt in het kader van de wetenschapstoets?5 Deze ledenvragen de regering ook in te gaan op in hoeverre de verplichting totrapporteren op deze indicatoren bijdraagt aan de doelstelling van hetwetsvoorstel om de kwaliteit van de wettelijke controle te verbeteren.ReikwijdteDe leden van de commissie constateren dat de regering voornemens isom bij ministeriële regeling te bepalen dat de audit quality indicatorsperiodiek worden geëvalueerd met een eerste evaluatie na een periodevan twee tot drie jaar. In eerste instantie zal de rapportageverplichtingalleen gaan gelden voor een zestal accountantsorganisaties dat eenvergunning heeft om organisaties van openbaar belang te mogencontroleren. Het voornemen is dat na de eerste evaluatie, en aanbrengenvan eventuele aanpassingen van de indicatoren, de rapportagever-plichting wordt uitgebreid naar ook de accountantsorganisaties diewettelijke controles uitvoeren bij andere organisaties dan die vanopenbaar belang. Is de regering voornemens de Kamer te informerenover de uitkomsten van deze evaluatie en eventuele aanpassingen van deindicatoren?Zowel de Afdeling advisering van de Raad van State als het Adviescollegetoetsing regeldruk geeft in overweging om eerst ervaring op te doen meteen experiment dan wel een pilot. Zijn reeds ervaringen opgedaan met deindicatoren? Zo ja, kan de regering deze toelichten? Zo nee, waarom iservoor gekozen te kiezen voor een wettelijke verplichting en niet eerst eenexperiment? Is het mogelijk om in de eerste evaluatie ook dewerkbaarheid van de indicatoren voor kleinere accountantsorganisaties tebezien aangezien de rapportageverplichting aanvankelijk alleen geldt voorzes grotere accountantsorganisaties? Kan de regering in dit licht ooknader ingaan op de keuze voor gefaseerde inwerkingtreding voor detwee categorieën accountantsorganisaties? Wanneer en op basis vanwelke criteria zal worden besloten tot inwerkingtreding voor beidecategorieën? Welke rol ziet de regering voor de Kamer bij deze besluit-vorming; controlerend achteraf of ook instemmend vooraf?De regering benoemt in de memorie van toelichting een MKB-toets die isuitgevoerd na een toezegging aan de Kamer op 30 maart 2023.6 Doel vandeze toets was om een nadere toelichting te krijgen op de werkbaarheid,uitvoerbaarheid, proportionaliteit en ervaren regeldruk van hetwetsvoorstel vanuit het perspectief van accountantsorganisaties, diewettelijke controles uitvoeren bij ondernemingen en instellingen, nietzijnde organisaties van openbaar belang. Kan de regering uitgebreideringaan op de bezwaren vanuit de deelnemers en het verslag van dezepanelbijeenkomst zenden aan de Kamer? Kan de regering nader ingaanop het bezwaar dat de kwaliteitsindicatoren «een stapeling inhouden vantelkens van elkaar afwijkende rapportageverplichtingen jegens de eigenbranchevereniging, de Nederlandse Beroepsorganisaties van Accoun-tants, en/of de AFM» en of dit punt wordt meegenomen in de voorge-nomen lagere regelgeving en/of evaluatie(s)? In hoeverre acht de regeringde regeldruk als gevolg van dit wetsvoorstel, en de rapportageverplichtingin het bijzonder, proportioneel?5Bijlage B bij https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/e2024Z03801&did=2024D089606Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, p. 28.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 54 Verwerking persoonsgegevensDe leden van de commissie constateren dat de regering het wetsvoorstelen de memorie van toelichting heeft aangepast naar aanleiding vankritische adviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP)7 en deAfdeling advisering van de Raad van State8. De AP stelde dat uit detoelichting op het concept van het wetsvoorstel geenszins de noodzaakbleek om persoonsgegevens van accountants openbaar te maken. De APgaf kort verwoord aan dat hiervoor publicatie op organisatieniveauvolstaat, dan wel voor zover de AFM informatie op persoonsniveau nodigheeft, verstrekken van deze informatie aan de AFM volstaat. De Raad vanState merkte onder meer op dat de effectiviteit van de indicatorenvooralsnog niet duidelijk was en dat daarmee de vraag rijst of de inbreukop het recht op bescherming van de privacy te rechtvaardigen valt. Naaraanleiding van deze adviezen is afgezien van het rapporteren over envervolgens openbaar maken van prestaties op naam van de accountant. Invoorgesteld artikel 45a wordt nu weliswaar nog altijd mogelijk gemaaktdat kwaliteitsindicatoren betrekking kunnen hebben op aan de accoun-tantsorganisatie of het auditkantoor verbonden externe accountants(eerste lid), maar de rapportage geschiedt met gepseudonimiseerdevermelding van de naam van de betrokken externe accountant. Deberoepsorganisatie maakt deze informatie vervolgens openbaar(derde lid), waarbij de informatie in bepaalde gevallen herleidbaar is toteen persoon. Ook een gepseudonimiseerd persoonsgegeven is eenpersoonsgegeven en vergt dus een nadrukkelijke afweging van denoodzaak, evenredigheid en subsidiariteit van de maatregel. In dememorie van toelichting geeft de regering dan een toelichting op deproportionaliteit en de subsidiariteit van het gepseudonimiseerdpubliceren van persoonsgegevens.9 Dit roept bij de leden van decommissie toch nog enkele vragen op. Is het juist dat de enige auditquality indicator die gericht is op de individuele externe accountant in hetvoorstel van de kwartiermakers nu ziet op de urenbesteding? Op welkewijze geeft deze indicator inzicht in de kwaliteit van de wettelijke controleen hoe draagt het rapporteren hierover bij aan het doel van het verbeterenvan de kwaliteit van de accountantscontrole? Hoe verhoudt dit zich weertot de proportionaliteit in het kader van de verwerking van deze persoons-gegevens?De leden van de commissie merken op dat de voorzitter van de AP tijdenseen rondetafelgesprek dat de commissie op 20 maart 2024 heeft gevoerdde suggestie deed om in de aangekondigde evaluatie van de audit qualityindicators mee te nemen of er met het oog op de subsidiariteit van deverwerking van persoonsgegevens van accountants bij kleinere kantorenmogelijke alternatieven zijn. De voorzitter van de AP gaf daarbij mee ompas na weging van de eventuele alternatieven een besluit te nemen overeen uitbreiding naar ook de accountantsorganisaties die wettelijkecontroles uitvoeren bij andere organisaties dan die van openbaar belang.Kan de regering reageren op deze suggestie? Welke rol ziet de regeringhierbij voor de Kamer?7Bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3.8Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 4.9Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, p. 50–54.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 55 AanwijzingsbevoegdheidDoel en reikwijdteDe leden van de commissie constateren dat de regering aangeeft dat hetoogmerk van de aanwijzingsbevoegdheid niet hoofdzakelijk is om eenpraktisch probleem te adresseren, maar om het principe hoog te houdendat elke controleplichtige entiteit, voor zover een organisatie vanopenbaar belang, zo nodig daadwerkelijk om toegang zou moeten kunnenverzoeken tot een externe accountant. De regering heeft de verwachtingdat de aanwijzingsbevoegdheid bovendien niet op grote schaal hoeft teworden ingezet en zich vooral afspeelt in het oob-segment.10 Kan deregering (bij benadering) aangeven hoeveel gevallen in het oob-segmenten hoeveel gevallen in andere categorieën controles dan bij organisatiesvan openbaar belang bekend zijn, waarin het niet lukt om een accoun-tantsorganisatie een opdracht te verlenen? Kan de regering nadertoelichten waarom nu wordt gekozen om de aanwijzingsbevoegdheid tebeperken tot verzoeken van organisaties van openbaar belang? Tot slotvragen deze leden of de regering de keuze kan toelichten om eeneventuele uitbreiding van de reikwijdte vorm te geven bij algemenemaatregel van bestuur (AMvB) in plaats van dit nu al of in een laterstadium wettelijk vast te leggen. Op basis waarvan beslist de regering tezijner tijd tot die uitbreiding bij AMvB? Dient hiervoor aan bepaaldevoorwaarden te zijn voldaan?De reikwijdte van de aanwijzingsbevoegdheid is geregeld in artikel 54a.Deze richt zich zoals hiervoor gesteld vooralsnog tot organisaties vanopenbaar belang. Toch bevatten verschillende bepalingen regels voorondernemingen en instellingen, dat wil zeggen een bredere groep dan deorganisaties voor openbaar belang, zie bijvoorbeeld artikel 54a, derde lid,artikel 54c en artikel 54d. Kan de regering toelichten waarom hiervoor isgekozen?Inrichting aanwijzingsbevoegdheidDe leden van de commissie hebben nog enkele verhelderende vragenover de inrichting en uitwerking van de procedure tot aanwijzing van eenaccountantsorganisatie.Kan de regering toelichten hoe het bestuur in het geval van een positiefbesluit op een aanvraag bepaalt welke accountantsorganisatie wordtaangewezen? Deze leden lezen dat de regering aangeeft dat kan wordengedacht aan de accountantsorganisatie die de meeste deskundigheid bezitop een bepaald terrein en dat daarbij de al dan niet aanwezige capaciteitwordt meegewogen.11 Kan de regering een nadere toelichting geven opdeze en andere criteria en aangeven in hoeverre deze objectiveerbaar zijnook in verband met mogelijk bezwaar en beroep? Is naar het oordeel vande regering bij de keuze voor de aan te wijzen accountantsorganisatie nogvan belang aan welke accountantsorganisatie(s) de aanvrager aanvan-kelijk een opdracht wenste te verlenen of speelt dit geen rol bij deze keuzevan het bestuur?De leden van de commissie constateren dat vanuit de beroepsgroepzorgen worden geuit over de aansprakelijkheidsrisico’s voor de NBA, deaccountant en/of de accountantsorganisatie in het geval een accountants-organisatie op basis van de nieuwe bevoegdheid wordt aangewezen. Deregering geeft in de memorie van toelichting echter aan geen aanleiding10Kamerstukken II 2022/23, 36 484, nr. 3, p. 35.11Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, p. 14.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 56 te zien om nadere maatregelen te treffen, omdat de regering kortverwoord geen verschil ziet ten opzichte van de situatie waarin eenaccountantsorganisatie zonder tussenkomst van de NBA wordt gecontrac-teerd. De leden van de commissie begrijpen echter dat het in het kadervan de aanwijzingsbevoegdheid gaat om een situatie waarin eenaccountantsorganisatie wordt verplicht om een opdracht aan te nemenvan een controlecliënt met een naar verwachting hoger dan gemiddeldrisicoprofiel. Kan de regering een nadere toelichting geven op dit punt?De leden van de commissie constateren dat in artikel 54b, eerste lid vande Wet op het accountantsberoep gekozen is voor een beslistermijn vanacht weken en dat daarmee naar het oordeel van de regering een balanswordt gevonden tussen enerzijds de tijd die de NBA nodig heeft om eenzorgvuldig besluit te nemen en anderzijds het belang van de ondernemingof instelling om zo spoedig mogelijk duidelijkheid te krijgen.12 De NBAgeeft in de uitvoeringstoets echter aan dat de in de wet opgenomenbeslistermijn van acht weken naar verwachting te kort zal zijn om binnendie termijn een beslissing te kunnen nemen en dat de NBA ervan uitgaatdat de termijn met toepassing van artikel 4:14 van de Algemene wetbestuursrecht verlengd kan worden.13 Kan de regering hierop reageren? Isnaar aanleiding hiervan overleg gevoerd met de NBA? Krijgen debetreffende ondernemingen of instellingen naar verwachting binnen devoorgestelde termijn duidelijkheid?Lezen de leden van de commissie voorgesteld artikel 54c met betrekkingtot gevallen waarin geen overeenstemming bereikt kan worden over devergoeding juist dat dit artikel enkel is gericht op die gevallen waarin eenaccountantsorganisatie is aangewezen na afronding van de aanwijzings-procedure zoals beschreven in hoofdstuk 7A van het wetsvoorstel en dusgeen breder bereik heeft? Gelden voor deze procedure specifiekevereisten en hoe is deze procedure ingericht? Tot slot vragen de leden vande commissie hoe het bestuur bepaalt wat in gevallen een redelijkevergoeding is. Hoe wordt omgegaan met eventuele meerkosten, in hetgeval van controlecliënten waarbij niet goed vooraf te voorzien is wat dewerkzaamheden en kosten zullen zijn?De leden van de commissie lezen in voorgesteld artikel 57, eerste lid, datde AFM bevoegd is tot oplegging van een last onder dwangsom terhandhaving van (onder meer) de verplichting van artikel 54d. Artikel 54dbepaalt dat een accountantsorganisatie tijdig inlichtingen verstrekt aanhet bestuur in een aanwijzingsprocedure en dat een gelijke verplichtingom tijdig inlichtingen te verstrekken berust op de onderneming ofinstelling die de aanvraag doet. Kan de regering toelichten of hiermeeinderdaad is bedoeld om het opleggen van een last onder dwangsom ookmogelijk te maken wanneer een aanvragende onderneming of instellingniet tijdig alle inlichtingen verstrekt? Zou het niet tijdig verstrekken vanalle inlichtingen in dergelijke gevallen niet uiteindelijk al (kunnen) leidentot het buiten behandeling stellen van een aanvraag door het bestuur?Evaluatie en monitoringDe leden van de commissie constateren dat de memorie van toelichtingbij het wetsvoorstel geen evaluatieparagraaf bevat. De leden van decommissie vragen in lijn met aanbeveling 11 van de uitgevoerdewetenschapstoets om voor de verschillende onderdelen van hetwetsvoorstel (dat wil zeggen niet alleen de kwaliteitsindicatoren, maar alleinstrumenten in het wetsvoorstel) inzichtelijk te maken of, hoe en wanneer12Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, p. 56.13Bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, p. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 57 deze worden geëvalueerd en in welke frequentie. Kan de regering daarbijreeds aangeven op welke succesfactoren dan geëvalueerd zal worden?Kan de regering ook ingaan op de vraag of de regering het instrument vande invoeringstoets in het geval van onderhavig wetsvoorstel nuttig achtom op relatief korte termijn een beeld te krijgen van de ervaringen enwaar nodig te kunnen bijsturen?Inbreng fracties1. Inleiding Ten aanzien van de inleiding en het algemeen deel van het wetsvoorstelwijzen de leden van de PVV-fractie erop dat de Raad van State in haaradvies14 aandacht vraagt voor de risico-regelreflex en wijzen op hetvolgende citaat: ¨Juist in een tijd waarin dit vertrouwen onder druk staat,is de vraag relevant wat het effect is van meer regels in een al sterkgereguleerde sector¨. Deze leden wijzen er voorts op dat Raad in dat kaderverwijst naar de Cta die tevens op de dynamiek van steeds meer regelswijst: «Het risico bestaat desondanks dat er, ondanks significanteverbeteringen in de kwaliteit van de wettelijke controle, maatschappelijkeonvrede blijft bestaan en er om die reden steeds nieuwe maatregelenworden genomen in de verwachting (of hoop) dat «het probleem» danwel opgelost wordt. Dat kan leiden tot een neerwaartse spiraal. De regelsvermenigvuldigen zich en het aanzien van het beroep devalueert, watweer leidt tot nieuwe problemen. Het is de uitdaging om enerzijdsmaatregelen te nemen om de kwaliteit duurzaam te verbeteren, maaranderzijds een einde te maken aan deze neerwaartse spiraal.».15De leden van de PVV-fractie zijn van mening dat vanuit de controle-plichtige praktijk van het midden- en kleinbedrijf (mkb) al lange tijd wordtgewaarschuwd voor niet beheersbare en hanteerbare regeldruk. Alsgevolg daarvan neemt de aantrekkelijkheid van het beroep sterk af: alleregels slaan de professionaliteit dood en perken het vakmanschap van deaccountant in. Professionals en aankomend professionals, de studenten,haken af waardoor de werkdruk in een markt met personeelsschaarste enbudgetdruk voortvloeiend uit de regels, in de visie van deze leden alleenmaar toeneemt. Naast het vele alledaagse werk voor controleplichtigeondernemingen veranderen en ontwikkelen kantoren tegelijkertijd gestaagop allerlei gebied door. De controleplichtige mkb-praktijk (70 procent vanalle vergunninghouders) geeft aan zich onderaan de neerwaartse spiraalte bevinden. Het mkb verzuipt naar de mening van deze leden.In het licht van voorgaande stellen de leden van de PVV-fractie daarom devolgende vragen aan de regering:Heeft de regering een MKB-toets laten uitvoeren op het gehelewetsvoorstel?Heeft de regering onderzoek laten uitvoeren naar het effect van steedsmeer regels in een al sterk gereguleerde sector? Wat is de visie van deregering op het genoemde risico dat ondanks kwaliteitsverbeteringen, deperceptie over de sector en de kwaliteit van de wettelijke controle blijftbestaan?Onderschrijft de regering de stelling dat stakeholders/gebruikers van dejaarrekening van controleplichtige mkb-ondernemingen veelal een andereperceptie over de kwaliteit van de wettelijke controle hebben danstakeholders bij beursgenoteerde ondernemingen? Zo ja, heeft deregering dit meegewogen bij het opstellen van het wetsvoorstel?14Advies Raad van State, Kamerstukken II 2023/204, 36 48415Eindrapport van de Commissie toekomst accountancysector, 30 januari 2020, «Vertrouwen opcontrole», pagina 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 58 Is er in het maatregelenpakket voldoende rekening gehouden met dediversiteit in de sector en de heterogene groep van zowel accountantskan-toren als de gecontroleerde ondernemingen in het controleplichtigemkb-segment? Zijn er in dat kader specifieke maatregelen genomen omdat deel van de sector verder te helpen? Sluiten maatregelen aan bij dedagelijkse praktijk van de kantoren?Vindt de regering de lasten en daarmee kosten die gemoeid gaan met deeffort van mkb-kantoren om te blijven voldoen aan alle regels, inverhouding staan met de kosten die (kleine) controleplichtigemkb-ondernemingen inmiddels moeten betalen voor de wettelijkecontrole? De kosten voor een gemiddelde wettelijke controle zijn (deelsvanwege prijsindexatie en inflatiecorrectie, deels vanwege extrabenodigde uren) de afgelopen twee a drie jaar gestegen van 20.000 tot30.000 euro, naar 50.000 euro.Welke rol speelt de wijze van toezichthouden en de communicatiedaarover in het ontstaan van de neerwaartse spiraal en de perceptie overkwaliteit van de wettelijke controle? Vindt de regering dat de toezicht-houder een rol kan of wellicht moet spelen in het ombuigen van dieneerwaartse spiraal, mede gezien de opmerkingen die de Cta in dat kaderheeft gemaakt?16Binnen de accountancysector, voor het internationaal betrouwbaarzakendoen en voor de Nederlandse positie daarin, is naar de mening vande leden van de PVV-fractie het van cruciaal belang dat er volgensdezelfde (spel)regels wordt gewerkt en dat er geen afwijkingen bestaantussen de Nederlandse wet- en regelgeving en hetgeen internationaal vantoepassing is.De memorie van toelichting geeft aan dat met het wetsvoorstel Wijzi-gingswet accountancysector geen stelselwijziging wordt beoogd.17 Dit zoubetekenen dat de voorgestelde maatregelen passen binnen (de reikwijdteen grondslagen van) huidige (inter)nationale wet- en regelgeving enberoepsregelgeving. Daarnaast zouden de maatregelen moeten passenbinnen het doel en scope van het wetsvoorstel: het verbeteren van dekwaliteit binnen het domein van de wettelijke controle. Naar aanleidingvan het voorgaande hebben de leden van de PVV-fractie de volgendevragen op dit punt aan de regering.Kan de regering beargumenteerd aangeven in hoeverre de volgendeaanpassingen in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) en de Wetop het accountantsberoep (Wab) congruent zijn met vigerende (inter)na-tionale wet- en regelgeving (in den brede) en beroepsregelgeving enpassen binnen het doel en scope van het wetsvoorstel, namelijk hetwettelijke controledomein:•De reikwijdte van het voorgestelde artikel 45c, tweede lid, van de Wab:toepassing op andere categorieën van controles;•de grondslag van het voorgestelde artikel 55, eerste lid, van de Wab(met verwijzing naar artikel 45a, tweede lid, en artikel 45c, tweede lid,van de Wab): aanwijzing toezichthouder;•de grondslag van artikel 57, eerste en tweede lid, van de Wab, incombinatie met de reikwijdte van het voorgestelde artikel 45 van deWab;•de reikwijdte van het voorgestelde artikel 57a van de Wab, bezienvanuit de gestelde kaders van de Wta (hoofdstukken 5, 5a, 5b en 6) ende Algemene wet bestuursrecht (Awb);16«Vertrouwen op controle», Eindrapport van de Commissie toekomst accountancysector(30 januari 2020), pagina 107–10817Advies Raad van State en Nader rapport (Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 4, pagina 15Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 59 •de artikelen 16, derde tot en met het zesde lid, 16a, 22a eerste tot enmet het negende lid, 24c, 53 en 54 van de Wta, inclusief de bepalingenin hoofdstuk 7a van het Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta);in het kader van rechtsongelijkheid binnen het (inter)nationale (EU-)systeem;•Artikel 18, eerste lid, onderdeel b, van de Wta, in het kader van dewettelijke verantwoordelijkheidsverdeling conform de Wta eninternationale praktijk (Europese Richtlijn);18 en•Artikel 18, derde lid, van de Wta, in het kader van de InternationaleStandaard voor Kwaliteitsmanagement (ISQM1), de wettelijkeverantwoordelijkheidsverdeling (Wta en Richtlijn), de VerordeningGedrags- en Beroepsregels Accountants (VGBA) en de Verordeninginzake Onafhankelijkheid van accountants bij insurance-opdrachten(ViO).De leden van de NSC-fractie constateren dat het wijzigingsvoorstel eennieuwe aanscherping behelst van regels die beogen de kwaliteit van hettoezicht te verbeteren. Deze leden constateren ook dat de wet- enregelgeving in de afgelopen jaren meerdere malen is gewijzigd enaangescherpt, zonder dat dit kennelijk het beoogde resultaat heeft gehad.Deze leden vragen daarom de regering om eerst duidelijk nader teonderbouwen hoe de kwaliteit van het toezicht door accountants wordtbeoordeeld, wat volgens de regering de oorzaken zijn van de tekortschie-tende kwaliteit en van incidenten en hoe het wetsvoorstel preciesaangrijpt op deze oorzaken. Ook vragen deze leden de regering om hierbijaan te geven in hoeverre daarbij onderscheid kan en moet wordengemaakt tussen kleine en grotere kantoren.De leden van de NSC-fractie vernemen ook graag waarom de regeringervoor heeft gekozen om geen verdere opvolging te geven aan deverkenning van het SEO Economisch Onderzoek naar drie vormen van«audit only», te weten 1) een structurele splitsing van de controletak en deadviestak van accountantsorganisaties, 2) een operationele splitsing en3) het verbeteren van de transparantie. In hoeverre is de constatering vande Autoriteit Financiële Markten (AFM) dat de kwaliteit van wettelijkecontroles kan achterblijven «als gevolg van kwetsbaarheden in destructuur van de accountancysector» nog steeds actueel? In hoeverre kannaar het oordeel van de regering het inperken van commerciële prikkelsbijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van het toezicht bij groteaccountants- en adviesorganisaties?De leden van de NSC-fractie constateren dat het wetsvoorstel bepaalt dathet kwaliteitsbeheersingssysteem van de accountantsorganisaties dekwaliteit waarborgt van de wettelijke controles. Waarom kiest de regering,ondanks kritiek van de Raad van State, voor deze ingrijpende wijzing vande verantwoordelijkheidsverdeling van de accountantsorganisatie (voorhet stelsel van kwaliteitsbeheersing) en de externe accountant (voor hetcontroledossier)?De leden van de SGP-fractie wijzen erop dat de NBA een beroepsorgani-satie voor accountants is. Zowel de accountants in de private sector als deoverheidsaccountants zijn aangesloten bij de NBA. Voor de overheidsac-countants gelden op sommige punten aangepaste regelgeving in verbandmet de ambtelijke geheimhouding. Deze leden vragen hoe het onder-havige wetsvoorstel en de verantwoordelijkheden die bij de beroepsorga-18Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende dewettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging vande Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn84/253/EEG van de Raad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 510 nisatie worden gelegd zich verhouden tot deze ambtelijke geheim-houding.De leden van de SGP-fractie constateren dat het wetsvoorstel voorziet ineen aanwijzingsbevoegdheid waarbij – als ultimum remedium – eenaccountantsorganisatie met een oob-vergunning aan een organisatie vanopenbaar belang wordt toegewezen. Deze bevoegdheid wordt belegd bijde NBA. Ook wordt een grondslag gecreëerd om bepaalde publieke (nietoob-) instellingen onder de reikwijdte van deze bevoegdheid te brengen.Kan de regering aangeven welke signalen er zijn dat ook niet-oob-organisaties problemen tegenkomen bij het vinden van een accountantvoor het uitvoeren van wettelijke controles? Hoe wordt beoordeeld of debetrokkenheid van één of meer bestuursleden van de NBA of anderepersonen die werkzaam zijn bij de NBA of een specifieke accountantsorga-nisatie géén rol spelen bij het nemen van een aanwijzingsbesluit? Hoewordt de bezwaarprocedure in het kader van de aanwijzingsprocedureingericht bij de NBA?2. Doel en hoofdlijnen van het wetsvoorstel De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de regering kijktnaar de pleidooien voor het verminderen van de regeldruk in de sectorom het schaarste probleem tegen te gaan. Wat voor een sterk effect zoueen dergelijke vermindering kunnen hebben op de regeldruk? Zijn hier (inNederland, dan wel daar buiten) bepaalde onderzoeken naar gedaan?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen naar de wens van deNBA om ook op accountancy-organisaties (en niet alleen individuen)toezicht te gaan houden. Wat kan de regering zeggen over de gesprekkendaarover die de regering met de NBA voert? Wat is de reactie van deregering op de negatieve respons hierop van de AFM?De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat het voor de noodzakelijkestructurele kwaliteitsverbetering in de accountantssector, die met diewetsvoorstel wordt beoogd, ook belangrijk is het wetsvoorstel insamenhang te bezien met de aanpak van capaciteitsproblemen in desector, de toegenomen rapportageverplichtingen en de regeldruk. Hoe zietde regering in dit licht de wenselijkheid om het aantal accountantskan-toren met een oob-vergunning in de toekomst te vergroten en ziet deregering hierin een spanning met de invoering van een aanwijsbe-voegdheid? Ook vragen deze leden de regering om nader in te gaan op dekritiek van de Raad van State dat met de beoogde AQI’s niet direct dekwaliteit van accountantscontroles wordt gemeten. Heeft de regering indit kader gekeken hoe in andere EU-landen AQI-verplichtingen zijnvastgelegd of alternatieve invullingen overwogen?De leden van de SGP-fractie hechten aan een goede evaluatie van hetwetsvoorstel. De mogelijke uitbreiding van de wet hangt nauw samen metde uitkomst van de evaluatie. Klopt het dat de evaluatie van de wet niet inde wettekst zelf is opgenomen? Waarom is daar niet voor gekozen? Is deregering bereid alsnog een evaluatiebepaling toe te voegen aan hetwetsvoorstel?De leden van de SGP-fractie hebben vragen over de werking van deze wetop woningcorporaties. Hoeveel woningcorporaties hebben op dit momenteen oob-status? Is de regering bereid de grens op basis waarvanwoningcorporaties kwalificeren als oob (aantal verhuureenheden) teverhogen? Wat zijn daarbij de overwegingen van de regering?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 511 De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich met name zorgen overhet effect van het voorliggende wetsvoorstel voor accountantskantoren inhet mkb en de kosten voor het laten uitvoeren van een wettelijk verplichtecontrole door kleine(re) ondernemers en organisaties. Deze leden vragende regering of er in het maatregelenpakket voldoende rekening gehoudenis met de diversiteit in de sector (zeer grote kantoren en zeer kleinekantoren) en de groep van zowel accountantskantoren als de gecontro-leerde ondernemingen in het controleplichtige mkb-segment? Zijn er indat kader specifieke maatregelen genomen om dat deel van de sectorverder te helpen? Sluiten de maatregelen naar oordeel van de regeringvoldoende aan bij de dagelijkse praktijk van de kantoren? Deze ledenvragen de regering hierop te reflecteren.De kosten voor het laten uitvoeren van een kleine controleplichtigeonderneming zijn de afgelopen jaren verdubbeld. De leden van deChristenUnie-fractie vinden dit een zeer onwenselijke ontwikkeling. Is deregering dit met deze leden eens? Welke maatregelen kunnen er genomenworden om deze kosten te dempen? Is de regering bereid om in Europeesverband te pleiten tot het verhogen van de grens waarboven onderne-mingen controleplichtig zijn? Zo nee, waarom niet?3. Versterking van de keten: uitwerking van de onderdelen De leden van de PVV-fractie constateren dat de regering de enormeimpact die de invoering van een rapportagestelsel door AQI’s op regulierevergunninghouders heeft erkend door de bepaling op te nemen dat hetvoorstel eerst voor oob-accountantsorganisaties gaat gelden. Deze ledennemen daarbij de wetenschappelijke onderzoeksresultaten in aanmerkingdat gebruikers van de jaarrekening weinig tot geen inzicht zullen krijgen inde gesteldheid van de (integrale) auditkwaliteit van een individueleaccountantsorganisatie (het doel van AQI’s).19Voorts constateren deze leden de internationale toepassing, waarbij AQI’sworden gebruikt als stuurinformatie voor de eigen organisatie en dezeinformatie wordt gedeeld vooral vanuit oob-perspectief en met specifiekegebruikers en stakeholders zoals auditcommissies en Raden vanCommissarissen (RvC’s).20Verder nemen deze leden kennis van de adviezen van de Raad van Stateen de AP. Bovendien constateren deze leden de inbreuk op het recht vanprivacybescherming van externe accountants werkzaam bij een substan-tieel deel aan kleinere accountantsorganisaties (163 van de 224) en deimpact daarvan op de persoonlijke levenssfeer, en gelet op de daarmeeontstane ongelijke behandeling van externe accountants bij kleinere engrotere accountantsorganisaties (inbreuk op gelijkheidsbeginsel)21.Ook constateren deze leden de regeldruk (lasten en kosten) die met derapportageverplichting ontstaat, dat met uitstel geen afstel van regeldrukkomt en het feit dat reguliere vergunninghouders zich niet proactief en19Zie bijvoorbeeld Van Buuren en Snoei, (2021), «Over de diagnostische eigenschappen vanAudit Quality Indicators», ofVan Brenk e.a. (2021), «De tragiek van audit quality indicatoren (AQI’s)», Maandblad vooraccountancy en bedrijfseconomie, 95 (1/2), resp. p. 33–45 en p. 57–64.(https://mab-online.nl/article/60776/)20https://www.a.ccountancyeurope.eu/wp-content/uploads/2022/12/220401-Factsheet-Audit-Quality-Indicators.pdf21Zie Autoriteit Persoonsgegevens, Advies wet toekomst accountancysector (23 maart 2022),pagina 2Advies Raad van State, Wetsvoorstel Toekomst accountancysector Kenmerk W06.22.0142/III,Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 4, pagina 3 en 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 512 eerder kunnen voorbereiden voordat de voorgestelde evaluatie van deeerste set AQI’s is afgerond (zie het in het wetsvoorstel opgenomenovergangsrecht).Daarnaast constateren deze leden het belang van het behoud van kleinerereguliere vergunninghouders voor het controleplichtige mkb-segment ende gestage afname van kleinere reguliere vergunninghouders.22Tot slot stellen deze leden de beginselen van proportionaliteit (rekeninghoudend met schaalbaarheid en complexiteit) vast, de effectiviteit (geenonbedoelde bijeffecten) en doeltreffendheid van de maatregel voor hetreguliere segment. Naar aanleiding van deze constateringen hebben deleden van de PVV-fractie de volgende vragen aan de regering.Kan de regering nader toelichten op welke wijze de verplichting tot hetrapporteren met AQI’s voor reguliere vergunninghouders bijdraagt aanmeer inzicht in de gesteldheid van de integrale auditkwaliteit en in hetverlengde daarvan in een bijdrage aan het verhogen van de kwaliteit vande wettelijke controle? Denkt de regering dat AQI’s voorzien in eenbehoefte van controleplichtige mkb-ondernemingen en hun stakeholdersen de AQI’s zullen gebruiken als keuze-instrument voor een bepaaldeaccountantsorganisatie? Ligt het in het verlengde van bovenstaandeoverwegingen niet voor de hand om de (mogelijke) verplichting totvaststelling en rapportage van kwaliteitsindicatoren alleen te laten geldenvoor het oob-deel binnen het wettelijke controledomein?De leden van de PVV-fractie stellen vast dat de Wijzigingswet als doelheeft het duurzaam verbeteren van de kwaliteit van de wettelijkecontroles. De voorgestelde verplichting voor accountantsorganisaties omook te rapporteren over andere controles dan de wettelijke controles, gaatnaar de mening van deze leden aan dit doel voorbij. Die controlesbetreffen andere domeinen dan het domein van de wettelijke controle,waarop de Wta niet ziet. De uitbreiding naar een nog niet gedefinieerderuimere kring schept bovendien rechtsongelijkheid ten opzichte vanaccountantskantoren, die controles of overige assurance-opdrachten23uitvoeren, maar geen accountantsorganisatie zijn in de zin van de Wta.Kan de regering de keuze voor een rapportageverplichting over anderecontroles (zijnde niet wettelijke controles) verder onderbouwen enconcreter definiëren, mede in het licht van de voornoemde overwegingenen opmerkingen?Deze leden constateren dat artikel 55, eerste lid, van de Wab wordtaangepast met verwijzing naar de artikelen 45, tweede lid, en 45c, tweedelid, van de Wab. Dit biedt een grondslag om een toezichthouder aan tewijzen op de naleving van de verplichting van een accountantsorganisatiedie wettelijke controles uitvoert om op basis van die indicatoren terapporteren aan de beroepsorganisatie. Deze leden constateren hetgegeven dat het toezicht op de accountantsorganisatie in het bijzonder isgericht op de volledigheid en tijdigheid van de verstrekte informatie en dewijze van rapportage (zijn alle indicatoren ingevuld, op tijd aangeleverd enop de juiste wijze gerapporteerd?) en niet op de inhoud ervan.22Bron: Sector in beeld 2023; Ontwikkelingen in de markt van accountantsorganisaties (AFM)23Dit betreffen overige controles van jaarrekeningen, zijnde vrijwillige controles of overigeassurance-opdrachten van andere informatie, niet zijnde een jaarrekening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 513 Ook stellen deze leden het gegeven vast dat de AQI’s een weergave vanfeiten zijn, nadrukkelijk géén norm zijn en daarmee niet beoogd alshandhavingsgrond voor de externe toezichthouder.24 Deze leden zienvoorts het voorgestelde artikel 45a, derde lid, van de Wab (grondslaggegevensverstrekking), waarbij de beroepsorganisatie verplicht wordtgesteld om de verkregen informatie (aan derden) openbaar te maken enconstateren de wettelijke geregelde en gescheiden taken, verantwoorde-lijkheden en toezichtdomeinen van zowel de beroepsorganisatie en detoezichthouder in respectievelijk de Wab en Wta.Gelet op de kwaliteitsbevorderende taken van de beroepsorganisatie(benoemd in de Wet op het accountantsberoep), de bevoegdheden van deberoepsorganisatie (vastgelegd in de Verordening op de kwaliteitsbeoor-delingen25, waardoor de beroepsorganisatie informatie van accountants-organisaties kan opvragen, toetsen en kan delen met de toezichthouder)en de zienswijze van de Raad van State dat zonder verwerking vanpersoonsgegevens bovendien de vraag rijst of een wettelijke regelingnodig is, of dat volstaan kan worden met zelfregulering door de sector,kan de NBA hierin als publiekrechtelijke beroepsorganisatie met verorde-nende bevoegdheid het voortouw nemen.26Mede gelet op het gegeven dat de rapportage plaatsvindt aan deberoepsorganisatie en de beroepsorganisatie (naast vaststelling,actualisatie en evaluatie) verantwoordelijk wordt voor openbaarmaking ende regering de publiekrechtelijke beroepsorganisatie daarvoor de meestgeschikte organisatie vindt, hebben de leden van de PVV-fractie devolgende vragen aan de regering.Kan de regering toelichten waarom een nieuwe grondslag en daarmeewetswijziging nodig is? Kan de regering toelichten waarom hetvoornemen bestaat de AFM als toezichthouder aan te wijzen? Kan deregering in dat kader toelichten welke gegronde redenen er zijn om af tewijken van de bestaande verhoudingen en gescheiden verantwoordelijk-heden in het stelsel?In het verlengde van de vorige vraag constateren de leden van dePVV-fractie het volgende: met de invoeging van artikel 57a van de Wabwordt geregeld dat de bepalingen uit de Wta, voor zover van betrekkingop toezicht en handhaving, van overeenkomstige toepassing zijn op detoezicht- en handhavingstaak van de AFM op grond van het gewijzigdeartikel 55, eerste lid, en artikel 57 van de Wab. Dat is volgens de regeringnodig, omdat de reikwijdte van de Wta-bepalingen ten aanzien van detoezichttaak van de AFM nu nog is beperkt tot de Wta.Het toezicht dat op grond van de Wta op accountantsorganisaties wordtuitgeoefend door de AFM dient te geschieden binnen de kaders diedaarvoor zijn gesteld in de Awb en de Wta.27 Naar aanleiding hiervanhebben deze leden de volgende vragen aan de regering.Kan de regering toelichten waarom de reikwijdte en de grondslagen vanzowel de Wta als de Wab expliciet worden gewijzigd? Wat zijn degegronde redenen voor deze stelselwijziging?24Kwartiermakers toekomst accountancysector, toelichting op de Consultatie Audit QualityIndicators (8 juli 2021), pagina 3Memorie van toelichting Wijzigingswet accountancysector, pagina 4725Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0039808/2023-07-0126Advies Raad van State, Wetsvoorstel Toekomst accountancysector Kenmerk W06.22.0142/III,Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 4, pagina 527Kamerstuk 33 977, nr. 16, Evaluatie Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta); Brief regering;Rechtsbescherming accountants en accountantsorganisaties, 31 januari 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 514 Kan de regering in het antwoord hierbij ook ingaan op de werking enimplicaties van deze wetswijziging en de gevolgen daarvan voor deformele rechtspositie van accountants en accountantsorganisaties?Kan de regering toelichten waarom in dit kader ook artikel 25a wijzigt?Kan de regering daarbij expliciet ingaan op de toevoeging «in afwijkingvan artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht», waardoor deregering regelt dat de toezichthouder geen wettelijke grondslag nodigheeft voor doorbreking van de geheimhoudingsplicht van de beroepsor-ganisatie?De leden van de SGP-fractie hebben vragen over de reikwijdte van de weten met name de voorgenomen reikwijdte. De wet is allereerst vantoepassing op de zes accountantsorganisaties met een oob-vergunning.Na een evaluatie volgen de overig accountantsorganisaties met eenvergunning (op dit moment 227). Klopt het dat deze uitbreiding uit de weten de memorie van toelichting moet volgen? Waarom is niet gekozen vooreen ¨kan-bepaling¨, door eerst de evaluatie af te wachten en daarna pas tebesluiten of de toepassing van de wet wordt uitgebreid naar de overigevergunningshouders?3.1 Vaststelling, rapportage en publicatie audit quality indicators De leden van de PVV-fractie constateren dat de Raad van State in haaradvies stelt dat de effectiviteit van AQI’s en daarmee de toegevoegdewaarde niet is bewezen. Kan de regering aangeven waarop deverwachting is gebaseerd dat rapportage op basis van AQI’s een impulsgeven aan de kwaliteit van het toezicht zelf? Kan worden aangeven totwelke aanvullende administratieve belasting de rapportage over de AQI’sleidt? Is de regering van mening dat de toename van de regeldrukproportioneel is en opweegt tegen de maatschappelijke baten en kan deregering toelichten waarom? Welke alternatieven zijn overwogen omkwaliteit te meten en te verbeteren? Is er bijvoorbeeld gedacht aanzelfevaluatie en onderlinge visitatie? Is over deze alternatieven overleggeweest met beroepsorganisaties en waarom is er uiteindelijk voor extraregulering gekozen?Kan de regering nader toelichten waarom de kwaliteitsindicatoren eenwettelijke verankering behoeven? Waarom wordt de AFM aangewezen alstoezichthouder voor de naleving van de verplichting van een accountants-organisatie om te rapporteren aan de beroepsorganisatie NBA? Deelt deregering de opvatting van de Raad van State dat, indien ervoor wordtgekozen om geen persoonsgegevens te verwerken, het de vraag is of eenwettelijke regeling nodig is en dat ook volstaan kan worden met zelfregu-lering door de sector?Deelt de regering de vrees van de AP dat rapportages over de AQI’s bijkleine organisaties snel herleidbaar zijn tot personen, ook als er sprake isvan pseudonimiseren? En dat dit «een forse inbreuk op de persoonlijkelevenssfeer van de betrokken accountant» kan betekenen, waarbij hetbelang van een algemene openbaarmakingsverplichting zelden zouprevaleren? Kan de regering aangeven waarom het wetsvoorstel opvoorhand regelt dat na een evaluatie en eventuele herziening van deindicatoren ook reguliere vergunninghouders zullen worden verplicht totrapportage op basis van de betreffende kwaliteitsindicatoren? Is deregering bereid om deze verplichting voor reguliere vergunninghoudersuit het wetsvoorstel te schrappen en op basis van de eerste ervaringen tebezien of verplichte rapportage proportioneel is en de privacy voldoendeis gewaarborgd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 515 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe controlekwaliteit nuprecies in de wet is gedefinieerd. Deze leden vragen of de regering hetermee eens dat dit op dit moment wat te breed is, en dat controlekwaliteitin essentie moet gaan over waarschijnlijkheid dat een fout ontdekt enwordt gerapporteerd. Deze leden vragen voorts wat de achterliggendereden is dat controlekwaliteit nu vrij breed wordt gedefinieerd. Is hetbijvoorbeeld niet ongewenst om daarbij ook klanttevredenheid mee tenemen? Dit omdat een accountant die fouten detecteert niet altijd op eentevreden klant kan rekenen (en dit ook niet per se de bedoeling is).De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen verder of de regeringbereid is controlekwaliteit enger, preciezer te definiëren in een nota vanwijziging. Deze leden vragen bovendien hoe controlekwaliteit straksgemeten gaat worden: kwalitatief of kwantitatief, of beiden? Hoe gaatvoor een geharmoniseerde onderbouwing worden gezorgd?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de AFM geentoezicht houdt op de juistheid van de AQI’s. Deze leden vragen waaromdaarvoor niet is gekozen. Hoe wordt de juistheid van de AQI’s dan straksgetoetst?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe ordening ensynergie wordt aangebracht in nationale en internationale trajecten tenaanzien van kwaliteitsindicatoren en ondoelmatige dubbeling vanrapportage over AQI’s op dat punt kunnen worden voorkomen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen voorts naar de herleid-baarheid van het publiceren van AQI’s bij kleinere kantoren, waarvan tezijner tijd sprake zou kunnen zijn. Is de regering het met de AP eens dat ditdan herleidbaar zou kunnen zijn naar personen? Op welke manier wordt inde evaluatie van het wetsvoorstel meegenomen de vraag of er eenalternatief is voor het openbaar maken van de rapporten voor kleinerekantoren? Op welke manier wordt de sector hierbij betrokken?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tot slot op dit punt of deregering bereid is op het bovengenoemde punt een voorhang in tebouwen, zodat de Kamer hierover mee kan praten?De leden van de SGP-fractie constateren dat de Minister van Financiënkan besluiten over de vaststelling en wijziging van de audit qualityindicators. Welke ruimte heeft de Minister hiervoor? Zijn hiervoor kadersopgesteld?De leden van de ChristenUnie-fractie stellen vast dat de Raad van State inhaar advies suggereert om een meer proportionele aanpak te hanterenmet betrekking tot het inzicht in de factoren die de kwaliteit van dewettelijke controle zouden kunnen bepalen. De Raad stelt hierbij voor omeerst een experiment uit te voeren om te toetsen of er daadwerkelijk eenverband bestaat tussen kwaliteit van de wettelijke controle en dekwaliteitsindicatoren die in het wetsvoorstel worden voorgesteld. Deleden van de ChristenUnie-fractie vinden deze suggestie zinvol. Kan deregering nader motiveren waarom dit toch vrij fundamentele advies vande Raad van State niet wordt gevolgd?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering om nader temotiveren op welke wijze het rapporteren met AQI’s voor regulierevergunninghouders bijdraagt aan de verhoging van de kwaliteit van dewettelijke controle.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 516 Op basis van het advies van de Raad van State heeft de regering hetwetsvoorstel aangepast waarmee gepoogd wordt de inbreuk op het rechtop bescherming van de privacy te mitigeren door de naam van de externeaccountant te pseudonimiseren, zo constateren deze leden. In hetrondetafelgesprek, dat in de Kamer is gehouden, werd duidelijk dat eenheel groot deel van de accountantskantoren hiermee alsnog herleidbaarzouden zijn in verband met hun kleine personeelsbestand (1 tot 5 per-sonen). Hoe reageert de regering hierop? Is de AP geconsulteerd over dewijziging die de regering heeft aangebracht in het wetsvoorstel?Er is in het wetsvoorstel gekozen voor een gefaseerde invoering: twee totdrie jaar na invoering van de AQI’s voor het oob-segment worden dezegeëvalueerd. De leden van de ChristenUnie-fractie achten, wanneergekozen wordt voor deze methode, een gefaseerde invoering verstandig.Echter vragen deze leden wel waarom daarbij niet is gekozen voorwettelijke instemming alvorens over te gaan tot een verdere uitrol naarhet niet-oob segment.In het wetsvoorstel worden rondom de AQI’s ook wijzigingen aangebrachtin de bestaande verhoudingen en gescheiden verantwoordelijkheden inhet stelsel tussen de NBA en de AFM. De AFM krijgt de verantwoorde-lijkheid om toezicht te houden of de naleving van de verplichting tecontroleren. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering omnader te motiveren met welke argumenten hiervoor is gekozen.Voorts constateren de leden van de ChristenUnie-fractie dat devoorganger van de Minister van Financiën schrijft dat er een evaluatie zalplaatsvinden na twee á drie jaar. Nadat de eerste evaluatie heeft plaatsge-vonden en eventuele aanpassingen in de audit quality indicators zijnaangebracht, volgen door de zogeheten reguliere vergunninghouders,zijnde accountantsorganisaties, die wettelijke controles uitvoeren bijandere organisaties dan die van openbaar belang, zo staat vermeld oppagina zeven van de memorie van toelichting.Is de regering van mening dat een dergelijke evaluatie een controlepuntmoet zijn voor de eventuele toegang van kleinere organisaties en dat dezetoegang niet op voorhand al een vanzelfsprekendheid kan zijn zonder datbekend is hoe effectief deze wet zal zijn? Hoe kijkt de regering aan tegeneen bepaling die waarborgt dat de Kamer na evaluatie eerst weer akkoordmoet gaan voordat de doelgroep wordt uitgebreid?3.2 Versterking governance grootste accountantsorganisaties De leden van de PVV-fractie constateren op dit punt het volgende. Hetsegment van reguliere vergunninghouders kent vanwege de kantoor-omvang, type klanten en hun specifieke kring van stakeholders (eindge-bruikers) een wezenlijk andere dynamiek, andere aansturing en anderecultuur dan de grote internationaal aangestuurde collega-oob-kantoren.Dit is internationaal en nationaal erkend door de verschillende regimes dievanuit wetgevende instanties en beroepsorganisaties zijn opgetuigd voorenerzijds oob-accountantsorganisaties en anderzijds reguliere vergun-ninghouders, bijvoorbeeld via de Auditrichtlijn 2006/43/EG, Auditveror-dening (EU) Nr. 537/2014, de Wet toezicht accountantsorganisaties of deStandaarden (NV COS). Van de wetgever vraagt dit om maatregelen dierekening houden met diversiteit in «de sector», met proportionaliteit encomplexiteit. Deze leden hebben op dit punt de volgende vragen aan deregering.Kan de regering reflecteren op de keuze om het bewust aangebrachteonderscheid in vigerende Europese en nationale wet- en regelgevingTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 517 tussen oob en niet-oob (reguliere vergunninghouders), waarbij rechtwordt gedaan aan de mate van publiek belang, proportionaliteit encomplexiteit, los te laten door met het voorstel ook reguliere vergunning-houders onderwerp te laten zijn van een oob-regime?Vindt de regering de keuze voor rechtsongelijkheid in het juridischesysteem en de effecten daarvan op de dagelijkse praktijk van regulierevergunninghouders gerechtvaardigd, bezien vanuit internationaalperspectief én vanuit het proportionaliteitsbeginsel?Hoe verhoudt de keuze om het onderscheid tussen oob en niet-oob los telaten, zich tot consistente harmonisatie en uniforme toepassing van deregels en hoe draagt dit voorstel volgens de regering bij aan eeneffectiever functioneren van de accountant/accountantsorganisatie en dekwaliteit in de (interne) markt?Welke waarborgen kan de regering geven dat reguliere vergunning-houders niet verder zullen worden geconfronteerd met extra verplich-tingen die op basis van huidige (inter)nationale wet- en regelgeving nuniet voor hen gelden?Kan de regering, mocht het wetsvoorstel worden doorgevoerd, eenbepaling via de Wijzigingswet in de Wet op het accountantsberoepopnemen waarbij de voorgestelde cumulatieve criteria periodiek(bijvoorbeeld om de vijf jaar) worden geëvalueerd, waarbij de wetgeverde mogelijkheid krijgt om per AMvB een inflatiecorrectie toe te passen?3.3 Aanwijzingsbevoegdheid voor organisaties van openbaar belangzonder accountant De leden van de PVV-fractie constateren dat het wetsvoorstel voorziet ineen aanwijzingsbevoegdheid waarbij – als ultimum remedium – eenaccountantsorganisatie met een oob-vergunning aan een organisatie vanopenbaar belang wordt toegewezen. Deze bevoegdheid wordt belegd bijde NBA. Ook wordt een grondslag gecreëerd om bepaalde publieke (nietoob-) instellingen onder de reikwijdte van deze bevoegdheid te brengen.Kan de regering aangeven welke signalen er zijn dat ook niet-oob-organisaties problemen tegenkomen bij het vinden van een accountantvoor het uitvoeren van wettelijke controles? Hoe wordt beoordeeld of debetrokkenheid van één of meer bestuursleden van de NBA of anderepersonen die werkzaam zijn bij de NBA of een specifieke accountantsorga-nisatie géén rol spelen bij het nemen van een aanwijzingsbesluit? Hoewordt de bezwaarprocedure in het kader van de aanwijzingsprocedureingericht bij de NBA?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering of deaanwijsverplichting de schaarste in de sector (van menskracht) niet juistvergroot. Deze leden vragen voorts hoe in het regime van een aanwijs-plicht genoeg prikkels zijn ingebouwd voor de gecontroleerde organisatieom haar financiële administratie op orde te krijgen, mocht deze onder-maats zijn.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering verder of erniet juist ook een gedisciplineerde werking uitgaat van het niet kunnenkrijgen van een accountant voor een organisatie. Deze leden vragenbovendien op basis waarvan de NBA een organisatie zal toewijzen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen daarnaast hoe deaansprakelijkheid is geregeld mocht er bij een aangewezen organisatietoch iets mis zijn dat de accountant niet heeft ontdekt. Deze leden vragende regering waar de meerkosten terecht komen van complexe controle-operaties bij organisaties onder het aanwijzingsregime. Zij vragen tot slotop dit punt wat de regering vindt van het voorstel voor een specialeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 518 accountantsorganisatie voor entiteiten die niet aan een accountantkunnen komen.De leden van de VVD-fractie menen dat het instellen van een aanwijsbe-voegdheid een zeer ingrijpende bevoegdheid is, waarbij de Raad vanState aangeeft om deze bevoegdheid alleen tot de oob-categorie tebeperken en in de wetenschapstoets zelfs wordt aangegeven dat ditinstrument ongeschikt is. Waarom heeft de regering in het wetsvoorstel,ondanks deze kritiek, een grondslag opgenomen om de doelgroep tekunnen verruimen buiten de organisaties van openbaar belang? Wat is dereactie van de regering op de kritiek dat deze maatregel averechts kanuitwerken ten aanzien van de disciplinerende werking op controleplichtigeondernemingen? Hoe ziet de regering deze maatregel in het licht dat hetaantal accountantskantoren met een oob-vergunning de afgelopen jarenis afgenomen?De leden van de VVD-fractie vragen hoe vaak de regering verwacht dat deaanwijzingsbevoegdheid in de praktijk wordt ingezet en of de regeringproblemen voorziet met de inzet van deze bevoegdheid in het geval hetaantal oob-vergunninghouders in de toekomst zou dalen. Tot slot vragendeze leden de regering om nader te duiden hoe de aansprakelijkheid vande NBA zelf bij dit instrument is ingericht in het licht van de zorgen diehierover vanuit de NBA zijn geuit. Kan de regering toelichten waarom zijniet voor een beperking van deze aansprakelijkheid heeft gekozen in hetwetsvoorstel?De leden van de SGP-fractie hebben vragen over de positie van accoun-tantsorganisaties als het gaat om de aanwijzingsbevoegdheid. Welkegronden hebben accountantsorganisaties om een aanwijzing te weigeren?Welke inspraak hebben accountantsorganisaties in het proces vanaanwijzen? Waarom is niet gekozen om accountantsorganisaties eenzienswijze met zwaarwegende belangen in te laten dienen bij een besluittot aanwijzing?De leden van de SGP-fractie wijzen op de zeer kritische reflectie in dewetenschapstoets op de aanwijzingsbevoegdheid voor oob’s. Kan deregering hierop reflecteren? Kan de regering daarbij ook ingaan op devoorziene uitvoeringsproblemen, zoals genoemd in de wetenschapstoets?De leden van de ChristenUnie-fractie hebben veel vragen over deaanwijzingsbevoegdheid voor organisaties van openbaar belang zonderaccountant. Deze leden zijn het eens met de conclusie uit de wetenschaps-toets dat deze aanwijzingsbevoegdheid het onderliggende schaarsteprobleem niet oplost en dat het strijdig is met de standaarden voorcliëntacceptatie. Kan de regering hierop nader reflecteren? Hoe reflecteertde regering op de stelling uit de wetenschapstoets dat een aanwijzingsbe-voegdheid de «noodzaak van de onderneming om een ordentelijkeadministratie te voeren» vermindert?De leden van de ChristenUnie-fractie hebben voorts vragen over nut ennoodzaak van het instrument van de aanwijzingsbevoegdheid. Kan deregering de noodzaak voor het instrument zowel numeriek als op basisvan maatschappelijke noodzaak nader onderbouwen?De aanwijzingsbevoegdheid gaat vooralsnog alleen gelden voor organi-saties van openbaar belang en accountantsorganisaties met eenoob-vergunning, constateren deze leden. Dit is een beperking van deaanwijzingsbevoegdheid. De leden van de ChristenUnie-fractie lezen datevenwel een grondslag wordt gecreëerd om bepaalde publieke (nietoob-)instellingen ook onder de reikwijdte van de aanwijzingsbevoegdheidTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 519 te brengen. Deze leden zien de aanwijzingsbevoegdheid als een zeeringrijpend instrument. Zij hebben dan ook grote vragen over nut,noodzaak en proportionaliteit van de opgenomen grondslag in artikel 54a,vierde lid, van de Wab dat de mogelijkheid schept om de aanwijzingsbe-voegdheid via AMvB ook van toepassing te verklaren op het niet-oobsegment. Kan de regering nader motiveren waarom voor dezemogelijkheid is gekozen, zeker gezien het advies van de Raad van State?Zijn er signalen waaruit blijkt dat ook niet-oob-organisaties problemenhebben bij het vinden van een accountant voor het uitvoeren van dewettelijke controle?De leden van de ChristenUnie-fractie hebben ook fundamentele vragenover de zorgvuldigheid van de opgenomen grondslag in artikel 54a. Achtde regering het zorgvuldig en proportioneel om bij AMvB, zondervoorhangprocedure, een dergelijk ingrijpend instrument ook vantoepassing te verklaren op ondernemingen en instellingen, niet vallendonder het oob-segment? Deze leden vinden het van toepassing verklarenvan een dergelijk instrument zonder expliciete parlementaire instemmingover nut en noodzaak niet zorgvuldig en vragen de regering deze bepalingte heroverwegen.Op pagina 13 van de memorie van toelichting schrijft de regering hetvolgende: «Om voor een aanwijzing in aanmerking te komen, moet deorganisatie van openbaar belang alle redelijke en tijdige inspanningenhebben geleverd om een accountantsorganisatie bereid te vinden deopdracht tot een wettelijke controle te aanvaarden.» Kan de regeringaangeven hoe concreet dit kader wordt opgesteld. Wat betekent «er allesaan doen» concreet?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering om nader uit eente zetten hoe een aanwijzingsbevoegdheid in praktijk eruit zou komen tezien. Op basis waarvan besluit de NBA of een organisatie in aanmerkingkomt voor een aanwijzingsbevoegdheid en op basis van welke criteriawordt vervolgens een accountantsorganisatie geselecteerd? Hoe wordtvoorkomen dat er belangenconflicten ontstaan bij het effectueren van deaanwijzingsbevoegdheid van bestuursleden van de NBA die tevenswerkzaam zijn bij een specifieke accountantsorganisatie?3.4 Verduidelijking van de medeverantwoordelijkheid accountantsorgani-satie voor de kwaliteit van de wettelijke controles De leden van de PVV-fractie constateren dat de wetswijziging eenuitbreiding omvat van artikel 18, tweede lid, van de Wta dat aanvullendstelt dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing zodanig is ingericht dat dekwaliteit van wettelijke controles is geborgd. De memorie van toelichtingstelt daarbij: «Het voorgestelde artikel 18, tweede lid, onderdeel b, is in lijnmet de in Richtlijn 2006/43/EG opgenomen bepalingen ten aanzien van hetkwaliteitsbeheersingssysteem. Dat het stelsel de kwaliteit moet borgenvan de wettelijke controles is namelijk in lijn met artikel 24 bis, eerste lid,onder g, van de Auditrichtlijn.»28De Wta vraagt met artikel 18, eerste lid, van de Wta een resultaatsver-plichting van de accountantsorganisatie voor het hebben van een stelselvan kwaliteitsbeheersing. De leden van de PVV-fractie vragen de regeringgelet op het bovenstaande om te reflecteren op de volgende vragen:Is de beoogde «borging» congruent met het bepaalde in de tekst vanAuditrichtlijn 2006/43/EG, namelijk bedoeld om accountantsorganisaties tebewegen een deugdelijk stelsel van kwaliteitsbeheersing in te richten,28Memorie van toelichting Wetsvoorstel Wijzigingswet accountancysector, pagina 17Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 520 zonder resultaatsverbintenis op dossierniveau? Zo ja, waarom wordt dande Wta gewijzigd? Of is wetswijziging bedoeld om de accountantsorgani-satie ook verantwoordelijk te maken voor individuele dossierkwaliteit(waarvoor de externe accountant primair verantwoordelijk is): eenresultaatsverbintenis?Kan de regering beargumenteerd aangeven of het te bereiken resultaatvan de accountantsorganisatie in de voorgestelde redactie van artikel 18,tweede lid, onderdeel b, de kwaliteit van de wettelijke controle betreft?Als het beoogde doel een resultaatverbintenis is, dan wijzigt daarmee inde ogen van de leden van de PVV-fractie ook het wettelijke stelsel. Kan deregering aangeven welke betekenis gegeven kan worden aan de tekst vande memorie van toelichting waarin staat dat de maatregel «geen ingreepis in de bestaande en juridische verdeling van verantwoordelijkhedentussen de accountantsorganisatie en de externe accountant» en ook geenstelselwijziging inhoudt.De beslisnota bij het wetsvoorstel stelt na kritiek van de Raad van Stateten aanzien van de resultaatsverplichting: «Het initiële wetsvoorstelvoorzag in een resultaatsverplichting voor accountantsorganisaties (...).Dit is naar aanleiding van het advies van de RvS aangepast. Hetwetsvoorstel verduidelijkt nu dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing alsdoel heeft de kwaliteit de wettelijke controle te borgen. In lagere regelingwordt uitgewerkt aan welke minimale eisen die waarborg moet voldoen:i)de externe accountant en de overige controlemedewerkers passenprofessionele oordeelsvorming toe;ii)werken met een professioneel-kritische houding; eniii)de controle vindt plaats op basis van voldoende en geschikte informa-tie».29.Op grond van de delegatiebepaling in artikel 18, derde lid, worden in iedergeval bovenstaande materiële eisen gesteld aan het stelsel van kwaliteits-beheersing. Anders gezegd, de accountantsorganisatie heeft de plicht inzijn bedrijfsvoering passende maatregelen te nemen die er in opzet,bestaan en werking voor zorgen dat de externe accountants en demedewerkers die meewerken aan de wettelijke controle, de hier bedoeldeberoepsstandaarden kunnen en willen toepassen (NV COS, nrs. 200.15–200.17).30De leden van de PVV-fractie vragen de regering te reflecteren op devolgende vragen:Denkt de regering de resultaatsverplichting van de accountantsorganisatieop dossierniveau met de aanpassing van artikel 18, tweede lid, onderdeelb, van de Wta in inhoudelijke en juridische zin uit het initiële wetsvoorstelte hebben verwijderd? Zo ja, op welke manier?Wordt met het benoemen van minimale, materiële eisen in artikel 18,derde lid, van de Wta alsnog een resultaatsverbintenis op dossierniveaugeïntroduceerd? Zo nee, waarom niet?Vindt met het benoemen van minimale, materiële eisen in artikel 18,derde lid, van de Wta, vermenging van verantwoordelijkheden plaats nude accountantsorganisatie de verplichting krijgt om er in opzet, bestaanen werking voor te zorgen dat de eisen die gesteld worden aan externeaccountants worden nageleefd?Wat is de toegevoegde waarde van het benoemen van de materiële eisen,aangezien individuele externe accountants deze eisen op basis vanhuidige regelgeving reeds dienen toe te passen en daarop aanspreekbaarzijn?29Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3 (Beslisnota’s), beslisnota d.d. 13 november 2023, pag. 2.30Memorie van toelichting Wijzigingswet accountancysector, pagina 16Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 521 Externe accountants hebben in de ogen van deze leden een eigenverantwoordelijkheid voor de door hen af te geven controleverklaringen.Zij mogen niet worden beïnvloed bij hun controlewerkzaamheden, dat zouafbreuk doen aan de waarde van de controleverklaringen en de waardedie het maatschappelijk verkeer daaraan kan ontlenen. De in hetwetsvoorstel voorgestelde «medeverantwoordelijkheid» van de accoun-tantsorganisatie voor kwaliteit en de voorgestelde minimale eisen aan dekwaliteitswaarborgen zijn daarmee in de ogen van de leden van dePVV-fractie rechtstreeks strijdig. Kan de regering toelichten waarom demateriële eisen waarvoor de accountantsorganisatie nu ook verantwoor-delijk wordt gesteld, verenigbaar zijn met de gestelde normen vooraccountants in de VGBA en ViO, ondanks het gevaar van oneigenlijkebeïnvloeding van de externe accountant door de eigen accountantsorgani-satie en daarmee een afbreukrisico voor de kwaliteit van de wettelijkecontrole? Hoe verhoudt deze maatregel zich tot internationale beroeps-standaarden, meer specifiek ISQM1 en doet het wetsvoorstel recht aan depraktijk en aan de inherente beperkingen waarmee mensen nu eenmaalwerken?ISQM1 stelt: «Een redelijke mate van zekerheid wordt bereikt wanneer hetkwaliteitsmanagementsysteem het risico dat de in paragraaf 14 a) en b)genoemde doelstellingen niet worden bereikt, tot een aanvaardbaar laagniveau terugbrengt. Een aanvaardbaar laag niveau is geen absoluutniveau van zekerheid, omdat er inherente beperkingen van een kwaliteits-managementsysteem bestaan. Tot deze beperkingen behoort het feit datoordeelsvorming door mensen bij besluitvorming gebrekkig kan zijn endat falingen in het kwaliteitsmanagementsysteem van een kantoorbijvoorbeeld kunnen optreden als gevolg van menselijke fouten ofgedragingen of van storingen in toepassingen inzake informatietechno-logie (IT).»Het wetsvoorstel verduidelijkt dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing alsdoel heeft de kwaliteit van de wettelijke controle te borgen. In lagereregeling wordt uitgewerkt aan welke minimale eisen die waarborg moetvoldoen. Kan de regering toelichten of bij het niet voldoen aan één vandeze eisen bij een individuele wettelijke controle, de vereiste waarborgdoor de accountantsorganisatie niet wordt behaald waardoor er sprake isvan overtreding van artikel 18, tweede lid, onderdeel b, van de Wta?De leden van de PVV-fractie vragen de regering om toe te lichten of eenaccountantsorganisatie een boete kan worden opgelegd op basis van éénof enkele individuele controledossiers (die niet voldoet/voldoen aan een ofmeer waarborgen), zonder dat de toezichthouder verder onderzoek hoeftte doen naar het kwaliteitsstelsel van de accountantsorganisatie? Kan deregering toelichten welke impact deze maatregel heeft op de rechtsbe-scherming van zowel de accountantsorganisatie als de accountant als ookop de onderlinge aansprakelijkheid in geval van het niet voldoen aan éénvan de vereiste waarborgen?De Minister van Financiën van Financiën stelt in zijn Appreciatie Slotrap-portage Kwartiermakers toekomst accountancysector «Druk entegendruk»31 in het kader van deze maatregel: «(...) Daaraan voegen dekwartiermakers toe dat het middenkader van de accountantsorganisatiemeer autonomie moet krijgen bij het uitvoeren van de opdracht totwettelijke controle van de financiële verantwoording. Juist het midden-kader moet immers de vereiste professioneel-kritische instelling (kunnen)ontwikkelen».3231Kamerstukken II, 2023/2024, 33 977, nr. 4632Kamerstukken II, 2023/2024, 33 977, nr. 47Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 522 Kan de regering reflecteren op het feit dat enerzijds gesteld wordt dat hetmiddenkader van de accountantsorganisatie meer autonomie moetkrijgen bij het uitvoeren van de wettelijke controleopdracht, juist vanwegede ontwikkeling van de vereiste professioneel-kritische instelling (één vande vereiste materiële waarborgen uit artikel 18, derde lid, van de Wta),terwijl anderzijds de medeverantwoordelijkheid van de accountantsorga-nisatie deze autonomie en professioneel-kritische instelling lijkt in teperken?Het voorstel is geen aanbeveling van de Cta, maar vloeit voort uit de wensvan de AFM om accountantsorganisaties «direct en (rechts)persoonlijkverantwoordelijk [te stellen] voor de kwaliteit van individuele wettelijkecontroles».33 De wens om de wet aan te passen, volgde na uitspraken vanRechtbank Rotterdam34 en het College van Beroep voor het bedrijfsleven(CBb).35AFM-bestuurder Everts zegt destijds over de uitspraken in NRCHandelsblad: „dat we geen boetes kunnen opleggen op basis van slechtecontroles». (...) «Er werken tientallen, honderden, soms duizendenmensen aan zo’n controle. Wij vinden dat de verantwoordelijkheid vanzo’n controle niet bij een individu ligt, maar bij kantoren. Zíj moeteninstaan voor de kwaliteit.»36.Kan de regering reflecteren op deze uitspraak van de toezichthoudervanuit het perspectief van accountantsorganisaties opererend in hetreguliere segment, en daarbij in overweging nemend dat:•De jurisprudentie van Rechtbank Rotterdam en het CBb ziet op hetoob-segment;•de toezichthouder op dat moment alleen kwaliteitstoetsingenuitvoerde in het oob-segment;•de omvang, aansturing, structuur en cultuur, en dynamiek vanoob-accountantsorganisaties wezenlijk anders is dan bij de reguliereaccountantsorganisaties, waarvan meer dan 75 procent zelf mkb-onderneming is;•de inzet van mensen op een wettelijke controle in het segment vanreguliere vergunninghouders geen «tientallen, honderden en somsduizenden mensen» omvat;•wet- en regelgeving duidelijk is waar het gaat om gescheidenverantwoordelijkheden tussen accountantsorganisatie en de externeaccountant:•wet- en regelgeving duidelijk is waar het gaat om proportionaliteit enschaalbaarheid in het houden van toezicht (toetsing en de weging vanhet resultaat van de toetsing, artikel 48a, vierde lid, van de Wta); en•er geen MKB-toets op dit onderwerp heeft plaatsgevonden.De leden van de PVV-fractie wijzen erop dat de jurisprudentie van derechtbank Rotterdam en het CBb handelt om de zorgplicht van accoun-tantsorganisaties. De zorgplicht van accountantsorganisatie is vastgelegdin artikel 14 van de Wta:De accountantsorganisatie draagt er zorg voor dat de externe accountantsdie bij haar werkzaam zijn of aan haar zijn verbonden voldoen aan het bijof krachtens afdeling 3.2 bepaalde.3733Advies Raad van State, Wetsvoorstel toekomst accountancysector (pagina 10) en Wetgevings-brief AFM (24 april 2020)34ECLI:NL:RBROT:2017:9978 en ECLI:NL:RBROT:2017:9977 – Rechtbank Rotterdam, 20-12-2017/17/7332 en 16/732935ECLI:NL:CBB:2019:234 en ECLI:NL:CBB:2019:235 – College van Beroep voor het bedrijfsleven,18-06-2019/18/183 en 18/99136AFM-bestuurder Everts in NRC Handelsblad (19 juni 2020), «AFM lijdt twee keer zelfdenederlaag»; Zie https://www.nrc.nl/nieuws/2019/06/19/afm-lijdt-twee-keer-zelfde-nederlaag-a3964192?t=171126393237Zie Wet toezicht accountantsorganisaties https://wetten.overheid.nl/BWBR0019468/2022-07-07Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 523 Het legt de accountantsorganisatie in de visie van de leden van dePVV-fractie de plicht op ervoor te zorgen dat de externe accountants diebij haar werkzaam zijn of aan haar verbonden, adequaat functioneren.Aangezien de voorgestelde maatregel draait om het verduidelijken van dezorgplicht van accountantsorganisaties vragen deze leden of de regeringkan aangeven waarom de regering de wijziging van artikel 14 Wta nietaangrijpt ter verduidelijking van verantwoordelijkheden van de accoun-tantsorganisatie.Gelet op het gestelde in afdeling 3.1 van de Wta (artikelen 13–24b, Deaccountantsorganisatie) vragen deze leden voorts: Kan de regeringaangeven welke onduidelijkheden bestaan ten aanzien van de verantwoor-delijkheden van de accountantsorganisatie ten aanzien van haarzorgplicht?Gelet op de verwijzing in artikel 14 van de Wta naar het bij of krachtensafdeling 3.2 (De externe accountant) bepaalde, stellen deze leden devolgende vraag: Welke verduidelijking of toevoeging bevatten deminimaal gestelde eisen in het voorgestelde artikel 18, derde lid, van deWta ten opzichte van huidige (inter)nationale wet- en regelgeving(Europese Richtlijn, Wta, Bta) en beroepsreglementering (NV COS, ISQCen ISQM)? Kan de regering bij de beantwoording van deze vraag specifiekingaan en beargumenteren welke verduidelijking in dat kaderartikel 24 bis, eerste lid, van de Europese Richtlijn en de doorvertalingdaarvan behoeft?38Kan de regering beargumenteerd aangeven of en op welke manier bij deverduidelijking middels de minimaal gestelde eisen in het voorgesteldeartikel 18, derde lid, van de Wta rekening is gehouden is met artikel 24 bis,tweede lid, van dezelfde Richtlijn?3.5 Overheveling toezicht op niet-oob-accountantsorganisaties naar AFM De leden van de PVV-fractie vragen de regering, gelet op het gegeven datde AFM sinds 1 januari 2022 «de facto» en «de jure» toezicht uitvoert inhet wettelijke controledomein en de beroepsorganisatie en andereorganisaties als gevolg daarvan geen kwaliteitstoetsingen meer uitvoerenin het wettelijke controledomein, op dit punt het volgende.Kan de regering toelichten waarom artikel 48 van de Wta wordt aangepastnaar een «kan»-bepaling; welke mogelijkheid of mogelijkheden houdt deregering hiermee open?Kan artikel 48 van de Wta gezien de «de facto» en «de jure» praktijk nietgewoonweg vervallen?De leden van de PVV-fractie constateren dat de toezichthouder sinds 2022themaonderzoeken uitvoert bij de 224 reguliere vergunninghouders. Dewijze van onderzoek is «risicogestuurd» en «datagedreven». Kan deregering toelichten hoe deze wijze van toezichthouden zich verhoudt totartikel 48a, eerste en derde lid van de Wta, dat stelt dat het integralekwaliteitsbeheersingssysteem van accountantsorganisaties minimaaleenmaal per zes jaar moet worden getoetst en waarbij de beoordeling tenminste gebaseerd wordt op een toetsing van een selectie van controledos-siers?Kan de regering toelichten of de accountantsorganisaties die voor hetlaatst conform artikel 48a, eerste lid, van de Wta zijn getoetst op hetintegrale kwaliteitsbeheersingssysteem in 2016 en 2017, vanwege de38Richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijzigingvan Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsoli-deerde jaarrekeningen; Zie https://www.nba.nl/wet--en-regelgeving/hra/9/66/ en https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2014/56/oj/nldTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 524 vereiste frequentie van doorlopend toezicht (conform artikel 48a, eerstelid, van de Wta) zijn getoetst in respectievelijk 2022 en 2023?Kan de regering toelichten op welke wijze artikel 48a, vierde lid, van deWta wordt toegepast in de toetsingen en in de beoordeling vanuitkomsten van de themaonderzoeken door de toezichthouder?Gegeven artikel 29, lid e, van de Europese Richtlijn en de ervaring vanaccountantsorganisaties dat de toezichthouder medewerkers van eencommerciële organisatie inzet om mede toezichtonderzoek uit te voeren,vragen de leden van de PVV-fractie of de regering kan toelichten welkewaarborgen zijn getroffen om dit (schijnbare) conflict of interest temitigeren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering wat deeffecten van de in het wetsvoorstel genoemde overheveling zijn voor deextra capaciteit die nodig is bij de AFM. Wat zegt het wetsvoorstelhierover? Hoe wordt gezorgd dat de AFM voldoende middelen enexpertise krijgt?Artikel 48 van de Wet toezicht accountantsverklaring wordt gewijzigd vaneen gebonden bevoegdheid naar een kan-bepaling. De leden van deChristenUnie-fractie vragen naar aanleiding hiervan de regering naderuiteen te zetten wat de achterliggende rationale is bij deze wijziging.3.7 Overige wijzigingen De leden van de VVD-fractie vragen de regering om te verduidelijken opwelke wijze de toetsing van vakbekwaamheidseisen verandert. Deze ledenvragen daarbij tevens een toelichting hoeveel accountants uit derdelanden op dit moment jaarlijks een verklaring van vakbekwaamheidkrijgen en of dit naar verwachting wijzigt na doorvoering van dezewijziging.De leden van de SGP-fractie vragen de regering op basis waarvan de NBAvaststelt of en welke aanvullende cursussen noodzakelijk zijn vooraccountants uit derde landen om te voldoen aan de gewenste vakbe-kwaamheid.3.7.1 Vakbekwaamheid accountants uit derde landen De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen naar de controlekwaliteitvan accountants uit derde landen. Wat zorgt ervoor dat die voldoende isgewaarborgd? Deze leden vragen voorts hoe een «weglekeffect»voorkomen gaat worden richting derde landen. In welke mate moetenaccountants uit bijvoorbeeld Portugal of Cyprus rapporteren over AQI’s?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen verder naar de risico’svan het verruimen van toezicht voor buitenlandse accountants voor decontrolekwaliteit. Deze leden vragen bovendien naar andere instrumentenom het schaarste problemen op te lossen, zoals arbeidsmarktinstru-menten. Welke andere knoppen zijn er om aan te draaien om hetaccountancyberoep aantrekkelijker te maken? In welke mate zijn die doorde regering overwogen?3.7.2 Modernisering interne governance NBA Een ander middel om de kwaliteit van de controles te verbeteren is hetverplicht invoeren van een Raad van Commissarissen. De leden van deNSC-fractie delen de inschatting dat intern toezicht een positief effect kanhebben op de controlekwaliteit. Kan de regering aangeven in welke mateaccountantsorganisaties met en zonder een OOB-vergunning op ditTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 525 moment al beschikken over een RvC? In hoeverre is een wettelijkebepaling nodig om de interne governance te versterken?5. Regeldruk 5.1 Algemeen Het voorliggende wetsvoorstel brengt aanzienlijke kosten voor accoun-tantsorganisaties met zich mee, zo concluderen de leden van deSGP-fractie. Hoe hoog worden de incidentele en structurele kostengeschat per accountantsorganisatie van het gehele wetsvoorstel? Kan deregering een inzicht geven de relatieve kosten voor individuele accoun-tantsorganisaties die vergunningshouders zijn? Kan de regering daarbijook inzage geven in de verschillen tussen de grootte van deze accoun-tantsorganisaties?De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich zorgen over de effectenvan het voorliggende voorstel op de regeldruk die nu al erg hoog is. Dezeleden vragen de regering of de regering het met deze leden eens is dat dehuidige regeldruk ervoor zorgt dat het beroep van accountant onaantrek-kelijk is en de regeldruk vermindert zou moeten worden? Heeft deregering onderzoek uit laten voeren naar het effect van steeds meer regelsin een al sterk gereguleerde sector? Zo nee, is de regering daartoe bereid?De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich zorgen over het effectvan het wetsvoorstel voor het mkb (zowel aan de zijde van de accountantsals aan de controleplichtige ondernemingen). Is de regering het met dezeleden eens dat normstelling (principle-based) een passender uitgangspuntzou zijn voor dit segment dan de rule-based benadering, waarvoor nu isgekozen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering naar hetvoornemen van de regering om de oob-grens voor woningcorporaties teverhogen van 5.000 verhuureenheden naar 10.000 verhuureenheden.Klopt het dat invoering van deze wijziging afhangt van de voortgang vanvoorliggend wetsvoorstel? Deze leden achten het van groot belang datdeze wijziging ingevoerd wordt per 1 januari 2025. Zij vragen of deregering bereid is om, mocht de behandeling van voorliggendwetsvoorstel niet voor die datum zijn afgerond, deze wijziging via eenandere weg, bijvoorbeeld per AMvB, mogelijk te maken. Zo nee, waaromniet?5.2 Verplichting tot rapportage over de audit quality indicators De leden van de VVD-fractie lezen dat de regering een evaluatie van hetgebruik van de AQI’s na drie jaar voorziet en op basis van die evaluatie wilbesluiten over de verdere gefaseerde invoering in de sector. Deze ledenvragen hierbij waarom de regering verwacht dat er na drie jaar eenvoldoende beeld is van de effecten en hoe de regering hiermee wilomgaan als er na drie jaar geen duidelijk beeld is van de effectiviteit. Ookvragen deze leden de regering om nader toe te lichten hoe het pseudoni-miseren van namen bij openbaarmaking een oplossing is voor deherleidbaarheid naar personen bij zeer kleine accountantskantoren,wanneer de AQI’s in de toekomst breder verplicht worden gesteld. Dezekantoren lopen dan nog steeds tegen het oorspronkelijke probleem aandat een pseudoniem makkelijk herleidbaar is tot personen. Deze ledenvragen de regering om nader toe te lichten welke waarborgen hiervoorzijn opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 526 5.3.2 Structurele kosten De leden van de VVD-fractie lezen in het wetsvoorstel een inschatting vande directe kosten die uit het wetsvoorstel voortvloeien, maar zijn daarbijbezorgd over het bredere beeld dat de toezichtslasten en totale kosten inde sector de afgelopen jaren fors zijn toegenomen. Heeft de regering eenbeeld hoe de totale kostenontwikkeling in de accountantssector als gevolgvan regelgeving de afgelopen jaren is ontwikkeld? Kan de regering inzichtgeven in de toezichtslasten die aan de sector zijn doorberekend in deafgelopen vijf jaar en hoe deze kosten zich voor individuele kantorenontwikkelen wanneer de kosten over een steeds kleiner aantal kantorenworden verdeeld? Ook vragen deze leden de regering om nader in te gaanop de zorgen die er vanuit de sector zijn over de structurele rapportage-en nalevingskosten die gepaard gaan met het wetsvoorstel. Kan deregering nader toelichten hoe zij deze kostenontwikkeling raamt voor hetOOB-segment en (bij toekomstige uitbreiding van de verplichtstelling voorAQI-rapportage) het niet-OOB-segment?5.5 MKB-toets De leden van de VVD-fractie lezen dat uit de MKB-toets uitgevoerd op hetvoorliggende wetsvoorstel blijkt dat een verplichting tot rapportage op dekwaliteitsindicatoren zou leiden tot onevenredige lasten en niet voorzienis in de behoefte van controlecliënten. Daarnaast lezen deze leden datdeze verplichting zal resulteren in een stapeling van afwijkende rapporta-geverplichtingen. Deze leden lezen dat de regering tegemoet wil komenaan deze bezwaren door de rapportage op kwaliteitsindicatoren eerst teverplichten voor oob-kantoren en deze rapportage slechts na evaluatie teverplichten aan alle accountantsorganisaties. Deze leden zijn bezorgd dathiermee maar beperkt tegemoet is gekomen aan de punten die uit demkb-toets kwamen. Is de regering van plan om de afwijkende rapportage-verplichtingen te stroomlijnen voordat eventueel AQI’s voor alle accoun-tantsorganisaties verplicht gesteld worden om zo te voorkomen dat ersprake is van afwijkende rapportageverplichtingen met onredelijkeadministratieve lasten tot gevolg? Zo ja, hoe is de regering voornemensdit te doen? Zo nee, waarom niet?Daarnaast lezen de leden dat het invoeren van de kwaliteitsindicatoren opzichzelf geen kwaliteitsverhoging hoeft te betekenen. Is de regering bereidde rapportage op deze kwaliteitsindicatoren niet in te voeren voor deoverige accountantskantoren wanneer uit de evaluatie blijkt dat dit geenkwaliteitsverhogend effect heeft? Mocht uit de evaluatie blijken dat er welsprake is van een kwaliteitsverhogend effect, wat ziet de regering dan alseen redelijke invoeringstermijn voor deze rapportage?6. Uitvoerings- en handhavingstoets Waarom is niet ingegaan op het verzoek van de NBA om een wettelijkebeperking van de aansprakelijkheid, zo vragen de leden van deSGP-fractie. Waarom past hier eenzelfde beperking zoals de AFM en DNBdeze kennen op basis van artikel 1:25d van de Wet op het financieeltoezicht niet?7. Consultatie De leden van de PVV-fractie constateren dat de toezichthouder deuitspraak van CBb dat «de huidige wetgeving geen ruimte biedt omaccountantsorganisaties aan te spreken op de kwaliteit van wettelijkecontroles» interpreteert. De toezichthouder vindt dat zij geen adequatehandhavingsmogelijkheden meer heeft om accountantsorganisatiesspecifiek juridisch aan te spreken: «De inschatting op basis van dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 527 uitspraak is dat het in de praktijk moeilijk zal zijn een direct en bewijsbaarverband te leggen tussen tekortkomingen in de controles en specifiekeomissies in het kwaliteitsbeleid die dit hebben veroorzaakt».39Jurisprudentie legt daarbij in de visie van de leden van de PVV-fractie eenduidelijke link met benodigd onderzoek naar het stelsel van kwaliteitsbe-heersing en/of het kwaliteitsbeleid van de accountantsorganisatie: «Deaard, ernst en hoeveelheid van de tekortkomingen in de controlewerk-zaamheden van de externe accountants zeggen op zichzelf beschouwdonvoldoende over een eigenstandige gedraging van de accountantsorga-nisatie om een overtreding van de zorgplicht van artikel 14 van de Wta tekunnen vaststellen. Om inzicht te verkrijgen in de wijze waarop deaccountantsorganisatie invulling geeft aan haar wettelijke verplichtingen,in het bijzonder de op grond van artikel 14 van de Wta op haar rustendezorgplicht, valt er in de meeste gevallen niet aan te ontkomen (enig)onderzoek naar (de opzet en werking van) het stelsel van kwaliteitsbe-heersing en/of het kwaliteitsbeleid te doen.»40. Deze leden hebben daaromde volgende vragen aan de regering.Is de regering het eens met de stelling dat de toezichthouder op ditmoment diverse wettelijke bevoegdheden én verschillende juridische enniet-juridische instrumenten heeft om de accountantsorganisatie aan tespreken op de kwaliteit van wettelijke controles?Volgt de regering de jurisprudentie in dit kader dat de toezichthouder enigonderzoek zal moeten doen naar het stelsel van kwaliteitsbeheersing en/ofhet kwaliteitsbeleid van een accountantsorganisatie om inzicht te krijgenin haar wettelijke verplichtingen, en dat de toezichthouder daarmee kanaantonen of een direct en bewijsbaar verband kan worden gelegd metspecifieke omissies in het kwaliteitsbeleid?Volgt de regering in dit kader ook de Cta en de Raad van State die stellendat de wet voor ¨(enig) onderzoek naar (de opzet en werking van) hetstelsel van kwaliteitsbeheersing en/of het kwaliteitsbeleid¨ niet hoeft teworden aangepast? Zo ja, kan de regering dan aangeven waarom eenwetswijziging wordt beoogd?De leden van de PVV-fractie constateren dat de memorie van toelichtingstelt: «In de praktijk is de ontwikkeling dat de accountantsorganisatie intoenemende mate invloed heeft op en dus verantwoordelijk is voor dekwaliteit van de werkzaamheden betreffende de controle. (...) De accoun-tantsorganisatie is lang niet meer enkel een verband van individueelwerkende externe accountants, dat slechts randvoorwaarden stelt voorkwaliteit van uitvoering van wettelijke controles dusdanig dat deindividuele externe accountant als enige aanspreekbaar is of hoort te zijnop tekortkomingen in de wettelijke controles.»41Deze ontwikkeling wordt als argument opgevoerd om de verantwoorde-lijkheid en zorgplicht van de accountantsorganisatie uit te breiden met eenkwaliteitsdoelstelling.Met verwijzing naar de wetsgeschiedenis vragen deze leden de regering:Is de regering het eens met de stelling dat deze ontwikkeling al bij detotstandkoming van de Wet toezicht accountantsorganisaties werd39Zie https://www.afm.nl/nl-nl/sector/actueel/2019/jun/cbb-uitspraak-accountants40Zie voetnoot 1641Memorie van toelichting Wetsvoorstel Wijzigingswet accountancysector (pagina 16)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 528 voorzien door juist de accountantsorganisatie als aanknopingspunt(normadressaat) te nemen voor het toezicht?42, 43Ingevolge artikel 48a, eerste lid, van de Wta is het toezicht in dat kaderprimair gericht op de vraag of de accountantsorganisatie voldoet aanwettelijke eisen. Deze vraag zou in de visie van deze leden dus centraalmoeten staan in het uit te voeren toezicht. Wat vindt de regering van destelling dat de wijze waarop het regelgevend kader is ingeregeld(Europese Richtlijn en Verordening, de Wta en het Bta, de VAO in letter engeest, onafhankelijk publiek toezicht en handhaving en rechtspraak), detoezichthouder (blijkbaar) onvoldoende handvatten biedt om de accoun-tantsorganisatie (primair normadressaat) ter verantwoording te roepen?Mede gezien de stellingname van de rechterlijke macht, de Cta en de Raadvan State. Ligt dat aan de wet of ligt dat aan de wijze waarop de toezicht-houder het toezicht uitvoert? Hoe kijkt de regering daarnaar?De leden van de PVV-fractie constateren dat de memorie van toelichtingstelt: «Door deze als verduidelijking van de medeverantwoordelijkheid vande accountantsorganisatie voor de kwaliteit van de wettelijke controlesbedoelde verplichting komt ook, zoals aanbevolen door de Cta, het stelselvan kwaliteitsbeheersing centraler te staan.»Aanbeveling 19 van de Cta was erop gericht om «in de uitvoering van hettoezicht, de beoordeling van kwaliteitsbeheersingssystemen, naastvoldoende aandacht voor compliance en factoren die van materiëleinvloed zijn op de kwaliteit, centraal te stellen en het bevorderen vankwaliteitsverbetering het doel te laten zijn.»44«De Commissie ziet dat de AFM aanpassingen in haar toezicht overweegt.Dit betreft zowel de focus van haar toezicht – van dossierbeoordeling naareen meer integrale beoordeling van het kwaliteitsbeheersingssysteem,mede naar aanleiding van de genoemde uitspraak van het CBB – als detoonzetting. Dat is positief en de commissie meent dat er alle aanleiding isom een dergelijke aanpassing ook snel door te voeren.»45Kan de regering naar aanleiding van het bovenstaande toelichten of deaanbeveling van de Cta betrekking heeft op de inrichting van het toezichtzoals door de toezichthouder uitgevoerd (verandering in focus vantoezicht en toonzetting), of op het feit dat het centraal stellen van hetkwaliteitsbeheersingssysteem onvoldoende tot uiting komt in de huidigewet en daarom aanpassing behoeft?Indien de aanbeveling van de Cta gericht is op de verandering van focusvan toezichthouden door de toezichthouder, kan de regering danaangeven waarom de wet gewijzigd moet worden?Het doel van de Wijzigingswet, dan wel maatregel, is het verhogen van dekwaliteit van de wettelijke controle, constateren de leden van dePVV-fractie. Daarvoor is de externe accountant primair verantwoordelijk.De memorie van toelichting licht niet toe wat (en op welke wijze) deverduidelijking van de medeverantwoordelijkheid van de accountantsor-ganisaties daartoe concreet bijdraagt of bewerkstelligt.42Zie bijvoorbeeld Kamerstukken 29 658, nr. 3 (2003–2004) memorie van toelichting Wet toezichtaccountantsorganisaties, pagina 1143Zie ook de Nota van Toelichting Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta), Kamerstuk29 658-73-b2, Inleiding, pagina 1: «In navolging van de Wta richt het besluit zich tot accoun-tantsorganisaties en indirect of via de accountantsorganisatie ook tot de externe accountant».44Rapport «Vertrouwen op controle», Commissie toekomst accountancysector (30 januari 2020),pagina 111–11245Rapport «Vertrouwen op controle», Commissie toekomst accountancysector (30 januari 2020),pagina 108Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 529 Mede gezien het gegeven dat de toezichthouder zoekt naar adequatehandhavingsmogelijkheden en het juridisch aanspreken van accountants-organisaties (maatregel «versterking handhavingsinstrumentarium» uithet initiële Wetsvoorstel toekomst accountancysector), en de maatregelgeen voorstel is van de Cta hebben de leden van de PVV-fractie devolgende vragen aan de regering.Kan de regering verduidelijken en beargumenteren waarom juistuitbreiding van handhavingsmogelijkheden en het juridische aansprekenvan accountantsorganisaties ingezet wordt als beleidsinstrument om dekwaliteit van wettelijke controles te verhogen? Denkt de regering hetbeoogde doel van kwaliteitsverbetering in de sector via de weg vanjuridisering en (punitieve) sanctionering te kunnen bewerkstelligen? Heeftde regering de effecten van de maatregel onderzocht, onder andere in hetkader van doelmatigheid en doeltreffendheid?Mede gelet op de formulering in de memorie van toelichting dat «formelebestuurs- en tuchtrechtelijke handhaving (door respectievelijk de AFM alswettelijk toezichthouder en de Accountantskamer als tuchtrechter) daarbijgeen doel op zich is, maar een mogelijkheid als stok achter de deur»:46 enhet gegeven dat de toezichthouder «gedragstoezicht» uitoefent bijaccountantsorganisaties vragen de leden van de PVV-fractie bovendien ofde regering denkt dat «deze stok» helpt om een gedragsverandering endaarmee kwaliteitsverbetering bij en binnen accountantsorganisaties tebewerkstelligen.ARTIKELSGEWIJSARTIKEL I (Wet op het accountantsberoep)Artikel 45aDe leden van de SGP-fractie hebben vragen over het pseudonimiserenvan persoonsgegevens. Deze leden achten het risico op tot persoonherleidbare informatie nog steeds aanzienlijk, zeker bij kleine organisaties.Hoe is geborgd dat persoonsgegevens voldoende is geborgd? Waarommaakt het vermelden van de gepseudonimiseerde naam van eenaccountant volgens de regering geen inbreuk op de privacy? Indien ervolgens de regering wel inbreuk op privacy wordt gemaakt, waarom is datproportioneel? Waarom is niet overwogen om bij kleine accountantsorga-nisaties in het geheel geen persoonsgegevens openbaar te maken, ookniet gepseudonimiseerd?ARTIKEL VIII (Inwerkingtreding)De inwerkingtreding vindt plaats op een bij koninklijk besluit te bepalentijdstip, zo lezen de lezen van de SGP-fractie. Kan de regering dit tijdspadvoor zover mogelijk nu al schetsen?De fungerend voorzitter van de vaste commissie,TielenDe adjunct-griffier van de commissie,Lips46Memorie van toelichting Wetsvoorstel Wijzigingswet accountancysector, pagina 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 484, nr. 530

Versie ff87386bce3c60abc0db3574c51e41acc9fcf4bf3d06302dcd336a0f40bc28d9 · Officiële bron.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.