KamerkringInloggen
Kamerbrief

Versterken van de gastouderopvang

10 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 41a8fdd647a0f69d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 322Kinderopvang36 513Wijziging van de Wet kinderopvang in verbandmet verbetermaatregelen van degastouderopvangNr. 554 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 april 20251. Inleiding Eén van de eerste werkbezoeken die ik aflegde als Staatssecretaris was bijeen gastouder thuis. Hier zag ik met eigen ogen hoe waardevol deze vormvan opvang is. Gastouders vangen met veel zorg kinderen op enstimuleren hen in hun ontwikkeling. Veel ouders kiezen bewust voor dezeopvangvorm, bijvoorbeeld omdat zij flexibele werktijden hebben. Of zehebben de voorkeur voor een meer huiselijke omgeving. De gastouder-opvang heeft daarmee een belangrijke functie in ons stelsel van kinder-opvang. Voldoende aanbod van goede gastouderopvang draagt bij aaneen sterke kinderopvang.Uw Kamer heeft op 1 oktober 2024 het wetsvoorstel aangenomen om dekwaliteit van de gastouderopvang beter te waarborgen. Zoals in het debatbesproken heb ik onderzoek laten uitvoeren naar de daling van het aantalgastouders. Deze dalende trend is al 15 jaar zichtbaar. Met deze brief biedik u de uitkomsten van dit onderzoek aan en de maatregelen die ik samenmet de sector wil nemen om de gastouderopvang te versterken.Met deze brief ga ik ook in op een aantal moties en toezeggingen:•Motie Welzijn (NSC), Van der Plas (BBB) en Van Dijk (CDA) om inoverleg met brancheorganisaties en GGD te komen met een plan vanaanpak tegen regeldruk (Kamerstuk 36 513, nr. 17);•Motie Van der Plas (BBB) en Welzijn (NSC) over in lopende onderzoe-ken naar gastouderlocaties extra aandacht besteden aan krimpgebie-den1 (Kamerstuk 36 513, nr. 18);1Krimpregio’s zijn gebieden waar het aantal inwoners naar verwachting daalt met minimaal12,5% in 2040 ten opzichte van 2019, en het aantal huishoudens met minimaal 5%. kst-31322-554ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5541 •Toezegging aan de leden Van der Plas (BBB) en Welzijn (NSC) bij deplenaire behandeling van het wetsvoorstel gastouderopvang, over ingesprek gaan met gemeenten in krimpgebieden;•Toezegging aan het lid Flach (SGP) bij de plenaire behandeling van hetwetsvoorstel gastouderopvang, om in gesprek te gaan met de Ministervan VRO over de belemmering om gastouder te zijn in een huurwo-ning.LeeswijzerIn hoofdstuk 2 ga ik in op de ontwikkeling van het aanbod van gastouder-opvang en kinderopvang door de jaren heen. Ook ga ik in op de situatie inkrimpregio’s. Hoofdstuk 3 bevat, aan de hand van de belangrijksteonderzoekresultaten, de maatregelen die ik samen met de sector wilnemen om de gastouderopvang te versterken. In hoofdstuk 4 ga ik in opde relatie met het wetsvoorstel voor de kwaliteit.2. Daling gastouders zet door, aanbod kinderopvang neemt toe Het aantal gastouders is continu in beweging. In 2005 is gastouderopvangonderdeel geworden van de toen ingevoerde Wet Kinderopvang en kwamkinderopvangtoeslag beschikbaar voor ouders die gebruik maakten vandeze opvangvorm. In 2008 bleek dat de gastouderopvang veel hardergroeide dan verwacht. Tussen 2005 en 2008 nam het aantal kinderen datgebruik maakt van gastouderopvang toe van 30.000 tot 180.000 (500%groei). Een groot deel van deze groei kon worden toegeschreven aanformalisering van informele opvang door bijvoorbeeld opa’s en oma’s2.Om de kwaliteit te verhogen en de kosten te beheersen, zijn er vanaf 2010eisen gesteld aan de professionaliteit van gastouders en gastouderbu-reaus en is het aantal gastouders gaan dalen. De uitstroom is daarmeeeen trend die na de extreme groei, sinds 2010 is ingezet. Ondanks dedaling van het aantal gastouders, neemt het totale aanbod van kinder-opvang (oftewel het aantal kindplekken) toe. Ook het aantal kinderen datgebruik maakt van een formele vorm van kinderopvang (dagopvang,buitenschoolse opvang of gastouderopvang) blijft vanaf de invoering vande Wet kinderopvang in 2005 gestaag stijgen: van 490.000 kinderen in2006 tot nu bijna een miljoen kinderen3.2CPB, Een analyse van de groei van de formele kinderopvang in het recente verleden en in denabije toekomst, Mei 2008.3In de jaren 2012–2014 was er een dip in deze cijfers door de economische situatie destijds enbezuinigingen op de kinderopvangtoeslag.Figuur 1: Aantal gastouders en kinderen dat gebruik maakt van gastouderopvang,bewerking SZW o.b.v. cijfers Dienst Toeslagen en DUO.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5542 Gastouders zijn de laatste jaren meer uren gaan werken en vangengemiddeld meer kinderen op, waardoor de daling van het aanbod van degastouderopvang kleiner is dan de terugloop van het aantal gastouders.De instroom van nieuwe gastouders neemt echter af. In 2024 (766) is hetaantal nieuwe gastouders bijna gehalveerd ten opzichte van 2020 (1.455).Door de afname van het aantal gastouders, kan de toegankelijkheid vandeze opvangvorm voor ouders echter wel in het geding gekomen.Daarnaast blijkt uit het uitstroomonderzoek dat een aanzienlijke groep van23% van de gastouders ouder is dan 60 jaar. Zij zullen de komende jarenuitstromen als gastouder. Daarom wil ik mij inzetten om verdere uitstroomtegen te gaan en de instroom van nieuwe gastouders te bevorderen, omzo voldoende aanbod van gastouderopvang te behouden.Gastouders in krimpgebiedenUw Kamer heeft bij de plenaire behandeling van het wetsvoorstelaandacht gevraagd voor landelijke gebieden en krimpregio’s. In sommigegebieden kan de gastouderopvang de enige beschikbare vorm vanopvang in de directe nabijheid zijn. Met de terugloop van het aantalgastouders kan de toegankelijkheid van kinderopvang voor deze ouders inhet geding komen.Zoals verzocht in de motie Van der Plas (BBB) en Welzijn (NSC)4 hebbende onderzoekers in het uitstroomonderzoek specifiek aandacht besteedaan krimpgebieden.Uit het uitstroomonderzoek blijkt dat er weinig verschil is in de uitkomstentussen krimp- of anticipeerregio’s5 en overige regio’s. Er zijn relatief geenverschillen in het aantal actieve en gestopte gastouders in krimp- ofanticipeerregio’s en de rest van Nederland. Ook leidt het stoppen vangastouders niet vaker tot grote gevolgen bij vraagouders die in krimp- ofanticipeerregio’s wonen.Dit beeld wordt bevestigd door CBS-cijfers over het aanbod van kinder-opvang op gemeenteniveau.6 Daaruit blijkt dat het aanbod kindplaatsen(relatief ten opzichte van het aantal kinderen in een regio) zich tussen 2017en 2023 in de meeste krimpregio’s hetzelfde (dagopvang) of zelfs beter(bso) heeft ontwikkeld als het landelijk gemiddelde.Ook uit gesprekken die mijn ministerie heeft gevoerd met een aantalgemeenten en gastouderbureaus uit krimpregio’s blijkt niet dat hetaanbod van kinderopvang in deze regio’s sneller dan landelijk afneemt.Sommige gemeenten zien juist een toename van het aantal kinderop-vanglocaties. Ten aanzien van gastouders zien de gemeenten en gastou-derbureaus waarmee is gesproken wel een terugloop, vergelijkbaar metde landelijke trend. Ook zien zij geen grotere gevolgen of specifiekeknelpunten voor vraagouders die in deze krimpregio’s wonen.Dat de ontwikkeling van het kinderopvangaanbod in krimpregio’svergelijkbaar is met het landelijk beeld, neemt niet weg dat regio’s temaken kunnen hebben met gebiedsspecifieke knelpunten en uitdagingen.4Kamerstukken II, 2024/25, 36 513, nr. 18.5Krimpregio’s zijn in het onderzoek gebieden waar het aantal inwoners naar verwachting daaltmet minimaal 12,5% in 2040 ten opzichte van 2019, en het aantal huishoudens met minimaal5%. In anticipeerregio’s wordt een bevolkingsdaling verwacht, maar niet zo sterk als inkrimpregio’s. Hiertoe worden gebieden gerekend waar het aantal inwoners of het aantalhuishoudens met minimaal 2,5 procent daalt tot in 2040 (CBS, 2020).6https://dashboards.cbs.nl/v5/SZW_Kinderopvang. Ik verken met het CBS of gastouderopvangook onderdeel kan worden van dit dashboard.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5543 Ik blijf met gemeentebesturen en kinderopvangorganisaties in gesprekover deze uitdagingen.3. Maatregelen om de gastouderopvang te versterken Ik vind het belangrijk om te zorgen dat ook in de toekomst kinderen enouders gebruik kunnen blijven maken van deze kleinschalige en flexibelevorm van kinderopvang. Daarom wil ik verdere afname van het aanbodvan gastouderopvang tegengaan.Onderzoeksbureau Significant Public heeft in opdracht van mijn ministerieonderzoek uitgevoerd naar de redenen van de daling van het aantalgastouders en de gevolgen daarvan.Uit het onderzoek blijkt dat gastouders stoppen om een samenspel vanredenen. Vaak is er niet één hoofdreden, maar is er sprake van meerdereredenen die hen doen besluiten te stoppen. Redenen die het meestwerden genoemd zijn (nieuwe) wetten en regels, financiële redenen enpersoonlijke omstandigheden (zoals pensionering, behoefte aan anderwerk en werk-privébalans). Daarnaast gaven respondenten aan dat meerwaardering voor en bekendheid over de gastouderopvang belangrijk kanzijn om meer gastouders te interesseren. Op basis van deze uitkomstenben ik, samen met de sector tot tien maatregelen gekomen langs devolgende drie pijlers7:A.Verlagen van de regeldrukB.Betere verdiensten en lagere kosten voor de gastouderC.Meer waardering voor en grotere bekendheid over gastouderopvangHieronder beschrijf ik op hoofdlijnen de maatregelen. Voor het volledigeoverzicht van de tien maatregelen verwijs ik u naar bijlage 1.Verlagen van de regeldrukUit het onderzoek blijkt dat gastouders de meeste regels vanzelfsprekenden wenselijk vinden. Dit geldt voor eisen op het gebied van kwaliteit enveiligheid, zoals opleidingseisen, de EHBO-verplichting en regels voor deopvanglocatie. Over een aantal specifieke regels is een deel van degastouders negatief. Dit gaat voor een deel over regels op anderebeleidsterreinen waar gastouders mee te maken hebben, zoals overspeeltoestellen of belastingregels. Maar ook over de nieuw aangekon-digde eisen voor gastouders, met name door de onduidelijkheid diehierover is en de extra verplichtingen die dit met zich meebrengt.Zorgen voor duidelijkheid over nieuwe kwaliteitseisenBij de aankondiging van nieuwe kwaliteitseisen voor gastouders (hetwetsvoorstel dat op 1 oktober 2024 door uw Kamer is aangenomen) bleekdat gastouders onduidelijkheid ervaren. Bijvoorbeeld omdat een definitiefbesluit lang op zich laat wachten en door onjuiste beelden die over denieuwe regels rondgaan op sociale media. Dat onrust ontstaat dooronjuiste beelden of onduidelijke informatie komt mede doordat deinformatie via verschillende kanalen tot de gastouders komt. StichtingNysa, Brancheorganisatie Kinderopvang en de BrancheverenigingMaatschappelijke Kinderopvang vertegenwoordigen samen slechts eendeel van de gastouders en/of gastouderbureaus, waardoor informatie-7Hoewel persoonlijke omstandigheden vaak worden genoemd als overweging, en dus zekerrelevant zijn voor gastouders om te stoppen, zijn deze met overheidsbeleid en of anderemaatregelen lastig te beïnvloeden. Hier kan ik geen specifieke maatregelen voor treffen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5544 voorziening vanuit de rijksoverheid of de sector niet alle gastouders engastouderbureaus bereikt.De aanhoudende onzekerheid over het wetsvoorstel draagt bij aan deuitstroom van gastouders, zo blijkt uit het onderzoek. Daarom werk ik aaneen eigen webpagina op www.rijksoverheid.nl over de gastouderopvangmet duidelijke informatievoorziening over de wetten en regels die (gaan)gelden. Ook kan hier informatie over andere facetten van het vak wordenopgenomen, zoals over belastingregels.Verlagen regeldruk vanuit de Wet kinderopvangIk vind het belangrijk om de regeldruk tegen te gaan. Daarom heb ikbesloten dat de huidige gastouders niet aan de nieuwe opleidingseisenhoeven te voldoen. Hiermee wil ik voorkomen dat huidige gastouders hetgevoel hebben terug de schoolbanken in te moeten en daarmee eendrempel ervaren om hun werk te kunnen blijven doen.Ook ben ik in gesprek gegaan met de belangenorganisaties en toezichtor-ganisatie over het verminderen van de regeldruk, zoals verzocht in demotie Welzijn c.s.8. Dit heeft tot het schrappen van regels en een aantalwijzigingen geleid in het ontwerpbesluit en de ministeriële regeling9behorende bij het wetsvoorstel met verbetermaatregelen gastouder-opvang. Zo ben ik van plan om te schrappen dat het koppelingsgesprek ofjaarlijkse voortgangsgesprek op de opvanglocatie moeten plaatsvinden.Voor een volledig overzicht van de regels die ik wil schrappen verwijs iknaar bijlage 2.Samen met de sector verken ik of nog meer regels kunnen wordengeschrapt of versoepeld. De wensen die brancheorganisaties hierbijhebben vergen een nadere verkenning om de gevolgen en uitvoer-baarheid van deze wijzigingen in beeld te brengen. Sommige voorge-stelde wijzigingen hebben mogelijk onbedoelde neveneffecten voorkinderen en ouders of voor de uitvoering van toezicht en handhaving.Vervolgens is een nieuwe wetswijziging nodig, daarmee kost dit meer tijd.Ook zit een aantal knelpunten niet in regels zelf, maar in de doorvertalinghiervan door gastouders, gastouderbureaus en toezichthouders. Ik hebmet de brancheorganisaties en toezichthouders afgesproken dat zij opdeze punten actie ondernemen om zelf meer duidelijkheid te creëren en(ervaren) regeldruk terug te dringen.De motie Welzijn c.s. verzocht om regeldruk in de kinderopvang en meerspecifiek in de gastouderopvang terug te dringen. In deze brief beperk ikmij tot de gastouderopvang. Over het terugdringen van regeldruk bijkindercentra ben ik eveneens met de sector in gesprek. Voor de zomerinformeer ik uw Kamer hierover.Tegengaan belemmeringen uit andere regelgevingUit het onderzoek blijkt dat ook regels buiten de Wet kinderopvang knellenvoor gastouders. De eisen over speeltoestellen worden vaak genoemd alsreden dat gastouders de afgelopen jaren zijn gestopt. Een rechtelijkeuitspraak in 2023 leidde tot veel onrust onder gastouders over het gebruikvan speeltoestellen. Toen bleek het Warenwetbesluit Attractie- enSpeeltoestellen (WAS) ook voor gastouders gold. Deze regels werdenervaren als een forse regeldruk en niet-proportioneel voor de gastouder-opvang. Dit onderwerp heeft veel impact gehad, zo blijkt uit het8Kamerstukken II, 2024–2025, 36 513, nr. 17.9Deze concept regeling heb ik op 21 januari naar uw Kamer gestuurd (Kamerstukken II,2024–2025, 36 513, nr. 19)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5545 onderzoek. Inmiddels zijn gastouders per 1 januari 2025 uitgezonderd vande Warenwetregelgeving voor speeltoestellen en voor kinderbedden en-boxen.Bij de plenaire behandeling van het wetsvoorstel vroeg het lid Flach (SGP)aandacht voor de gevolgen voor het gastouderschap van de Wet goedverhuurderschap (Wgv), die sinds 1 januari 2023 van kracht is. Zoalstoegezegd zijn mijn ambtenaren hierover in gesprek gegaan met deMinister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De signalen lijkenniet direct, maar mogelijk wel indirect verband te houden met de Wgv. Inhet modelcontract van de Aedes, de vereniging voor woningcorporaties-staat, staat dat bedrijfsmatig gebruik van een huurwoning niet istoegestaan. De Brancheorganisatie Kinderopvang (brancheorganisatie vangastouderbureaus) en Stichting Nysa (brancheorganisatie van gastouders)hebben een afwegingskader opgesteld voor woningcorporaties om eenbewuste afweging te kunnen maken over het toestaan van gastouder-opvang in de woning. Het afwegingskader bevat informatie over hetmaatschappelijke belang van gastouderopvang en de mate waarinoverlast voor omwonenden beperkt kan blijven. Er is overleg geweest metAedes en Aedes heeft toegezegd haar leden actief te informeren over hetbestaan van dit afwegingskader. De Minister van VRO en ik ondersteunendit initiatief.Betere verdiensten en lagere kosten voor de gastouderGastouderopvang is een vak. Daarbij hoort dat een gastouder voldoendeinkomsten heeft om noodzakelijke kosten te dragen en ervan te kunnenleven. Voor gastouders spelen financiële redenen mee in hun overwegingom te stoppen. Het gaat vaak om een combinatie van hoge kosten enonzekere en lage inkomsten. Gastouders geven aan dat door gestegenkosten voor levensonderhoud en de onkosten voor hun werk, het steedsminder loont om gastouder te zijn.Gastouders hebben volgens het onderzoek moeite om hun uurtarief teverhogen. Dit heeft te maken met de persoonlijke band die zij doorgaanshebben met vraagouders. Bovendien vertaalt het flexibele en servicege-richte karakter van gastouderopvang zich veelal in contracten waarbijvraagouders enkel betalen voor de uren die zij afnemen. Kinderdagver-blijven brengen ouders meestal hele dagdelen in rekening omdat dekosten die een opvanglocatie maakt hetzelfde zijn wanneer er één of meerkinderen aanwezig zijn.Gastouders zijn niet alleen pedagogisch professionals, maar zij zijn ookzelfstandige ondernemers. Ik roep gastouders op bij hun tariefstelling enhet maken van contractafspraken rekening te houden met de werkzaam-heden die zij verrichten en de kosten die zij maken. Daarbij hoort ookrekening houden met inkomensderving door vakantie en ziekte envoorzieningen voor bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid en pensioen-opbouw. Met de brancheorganisaties van gastouderbureaus engastouders heb ik afgesproken dat zij hun leden hierbij adviseren enondersteunen.Daarnaast wil ik (financiële) drempels wegnemen om gastouder teworden. Vanaf 10 maart jl. tot en met 2027 kunnen gastouderbureaus viade SLIM-scholingsregeling subsidie aanvragen voor de opleidingskostenvan nieuwe gastouders10. Hiermee kunnen de opleidingskosten voor10Dit geldt voor alle scholing die is opgenomen in het Ontwikkelpad kinderopvang. https://www.kinderopvang-werkt.nl/sites/fcb_kinderopvang/files/2025-02/Ontwikkelpaden-kinderopvang-interactief.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5546 nieuwe gastouders tot 90% worden vergoed. Ik verwacht zo de instroomvan nieuwe gastouders te bevorderen.Meer waardering voor en bekendheid over het vak van gastouderGastouders doen mooi en belangrijk werk. Ze stimuleren de ontwikkelingvan kinderen en zorgen dat ouders kunnen werken, ook als zij afwijkendewerktijden hebben. En ze bieden een kleinschalig opvangplek waarkinderen zich kunnen ontwikkelen. Gastouders ervaren dat gastouder-opvang vaak het «ondergeschoven kindje» is van de kinderopvang en nogonterecht als oppas wordt gezien. In de berichtgeving zien zij vakernegatieve dan positieve aandacht voor de gastouderopvang. Ook blijkt ervaak onbekendheid over gastouderopvang, waardoor ouders doorbijvoorbeeld kraamverzorgers en opvoedkundigen niet goed wordenvoorgelicht over de mogelijkheid van gastouderopvang.Het vak van gastouder verdient meer waardering en een brederebekendheid onder potentiële gastouders, ouders en professionals in hetsociaal domein. Om de bekendheid van het vak te vergroten en daarmeede instroom van nieuwe gastouders te bevorderen, is de sector metsubsidie van het Ministerie van SZW een arbeidsmarktcampagne gestart.Deze campagne richt zich op de werving van nieuwe gastouders (alsaanvulling op de campagne voor pedagogisch medewerkers).Daarnaast wil ik aandacht voor de positie van de gastouder vergrotenonder gemeenten. Er zijn gemeenten die overlegtafels hebben ofinformatiebijeenkomsten organiseren voor kinderopvangorganisaties,maar hierbij geen gastouderbureaus of gastouders uitnodigen. Hier zal ikaandacht voor vragen bij de VNG in het eerstvolgende bestuurlijk overleg.Ook wil ik gemeenten vragen om zoveel mogelijk te voorkomen datgemeentelijk beleid een drempel opwerpt voor de gastouderopvang,bijvoorbeeld door de hoogte van de leges.4. Vervolgproces wetsvoorstel kwaliteit gastouderopvang Met bovenstaande maatregelen zet ik alles op alles om te zorgen voorvoldoende aanbod van goede gastouderopvang. Daarbij vind ik hetbelangrijk dat dit aanbod veilig is en bijdraagt aan de ontwikkeling vankinderen. In verreweg de meeste gevallen is dit ook de praktijk. Dehoogste kwaliteit kinderopvang is zelfs te vinden bij gastouders.Net als bij kinderdagverblijven en bso’s, zijn er ook gastouders waar dekwaliteit helaas niet op orde is. Anders dan bij kinderdagverblijven enbso’s, zijn er op dit moment onvoldoende wettelijke kwaliteitsnormen omin die situaties te kunnen ingrijpen. Om die reden pleiten de gemeenten(VNG) en toezichthouders in de kinderopvang (GGD GHOR Nederland) alsinds lange tijd voor een aanpassing van de wetgeving. Op 1 oktober 2024heeft uw Kamer het betreffende wetsvoorstel aangenomen.11Met dit wetsvoorstel laat de overheid zien dat gastouderopvang eenvolwaardige en professionele vorm van kinderopvang is. Het wetsvoorstelis daarmee een belangrijke waardering voor alle gastouders die keihardwerken om kinderen de beste opvang te bieden. Veel gastouders ervarendat ook op die manier, zo blijkt uit de internetconsultaties van hetwetsvoorstel en het ontwerpbesluit. Ook de belangenorganisaties vangastouders, ouders en gastouderbureaus zien het wetsvoorstel als eenbevestiging en verankering van de hoge kwaliteit van gastouderopvangdie op veel plaatsen al zichtbaar is.11Kamerstukken II, 2023–2024, 36 513, nr. 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5547 Tegelijkertijd levert het uitstroomonderzoek ook aandachtspunten op voorhet wetsvoorstel. Regeldruk is een overweging voor gastouders om testoppen. Om de regeldruk te verlagen heb ik het wetsvoorstel aangepast,zoals beschreven in hoofdstuk 3 en bijlage 2. Ook de onduidelijkheid overhet wetsvoorstel die voortduurt draagt bij aan de uitstroom. Om duide-lijkheid te creëren over de nieuwe eisen, is het van belang om snelbesluitvorming te hebben over het wetsvoorstel. Daarom verzoek ik deEerste Kamer te kijken naar de mogelijkheden om het wetsvoorstel zospoedig mogelijk te behandelen. Ik realiseer me dat de wetsvoorbereidingveel tijd heeft gekost en dat ik veel flexibiliteit van de Eerste Kamer vraagin een periode met een volle agenda.5. Tot slot Met de acties in deze brief hoop ik, samen met de sector, de uitstroomterug te dringen en in balans te brengen met een hogere instroom. Dedaling stoppen is helaas niet realistisch. Deze is al jaren gaande en ismede ingegeven door factoren als pensionering. Door in te zetten op hetbeperken van de uitstroom, het vergroten van de instroom en hetverhogen van de kwaliteit werk ik aan een sterke gastouderopvang, die nuen in de toekomst een belangrijke rol vervult in de kinderopvang. Wantdat verdienen kinderen, ouders en gastouder.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5548

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 80a555c4fa275e43

14 okt 2026 · 87b1cbc7494a7929

13 okt 2026 · d10b56fd6df211f3

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.